Onaangenaam klassiek

Op radio 4 klinkt elke ochtend het programma “de Klassieken”. Klassieke muziek, met luchtige tussendoortjes en spelletjes. Welke muziek hoor je daar? Aangenaam klassiek. Ook moderne muziek, bijv. de muziek van Arvo Pärt. Dan wel niet zijn vroege muziek, nee vooral de enigszins mystiek aandoende latere muziek, altijd consonant en welluidend. De klassieken draait deze muziek juist omdat hij welluidend is. Deze muziek schrikt niet af, de mensen gaan niet snel naar een andere zender. Je kunt intussen rustig converseren of wat anders doen. Wat kunnen we van muziek uit de twintigste eeuw verwachten bij dit radioprogramma? Vooral Franse muziek van Ravel, Poulenc of Satie. Die gaat er in als koek. Je hoeft je als luisteraar weinig in te spannen. Kenmerkend voor veel van die muziek is dat het muziek zonder een verhaal is. Muziek die vaak gebaseerd is op een leuk wijsje, op een dansje, het is vooral ook muziek met een aangenaam sfeertje, het is mooie en mooi geïnstrumenteerde of geörkestreerde muziek. Deze muziek is echt “aangenaam klassiek”. Bij “De klassieken” hoef je meestal trouwens niet echt naar muziek te luisteren. Je hoort gewoon muziek. Het is een programma dat er voor zorgt dat muziek als een reukverfrisser de ruimte binnen komt. Deze muziek mag niet te nadrukkelijk zijn. De muziek moet passen bij de kleuren van het bankstel en het goed doen bij de gordijnen.

Welke muziek is aangenaam klassiek? Barokmuziek! Die was daar ook voor bedoeld. Lekker samen spelen, het gaat nergens over, dat is vaak gewoon gezellige tafelmuziek. Of de salonmuziek van de vorige eeuw: veel muziek van Chopin, Mendelssohn, Schubert en Schumann is eveneens uitermate geschikt als een verdovend, aangenaam geluidsdecor. Bij de Weense klassieken van rond 1800 zijn Haydn en Mozart bijzonder favoriet. Veel van de muziek van Mozart is geschikt om tot rust te komen of om de baby te laten ophouden met huilen.

Een ander verhaal is de muziek van Beethoven. Mijn moeder snapte niets van die muziek en vond hem al snel te hard of te dissonant. Geen goede achtergrondmuziek dus. Ik heb een conservatoriumdocent gehad die zei: ‘je kunt aan zijn muziek goed horen dat Beethoven doof was. Als hij die muziek zelf gehoord zou hebben was hij zich rot geschrokken.’ Beethoven hoor je dus veel minder op Radio 4. Veel van de muziek van Beethoven is “onaangenaam klassiek”.

Wat wilde Beethoven hier in godsnaam mee, wat is eigenlijk de ziel van die man? Beethoven is een van de eerste componisten die probeerde via instrumentale muziek een verhaal te vertellen. En dan bedoel ik niet composities als de “ouvertüre Egmond” waar je de bijl hoort vallen op de grote markt van Brussel. Ook bedoel ik niet de “pastorale symfonie” waar een onweer wordt uitgebeeld in klank. Ik bedoel de stukken waar Beethoven een boeiend samenhangend verhaal probeert te vertellen, zonder dat je je daar een concrete voorstelling van hoeft te maken. Hij doet dat al bij zijn eerste pianosonates die hij schreef toen hij nog niet zo lang in Wenen was. Maar de verhalen worden steeds interessanter. De prachtigste verhalen klinken in zijn latere pianosonates, de laatste cellosonates en vooral in de laatste zes strijkkwartetten. Ongeschikte muziek om het servies goed bij tot zijn recht te laten komen. Deze muziek dwingt je om óf de radio uit te zetten óf om hem juist harder te zetten, en vervolgens het verhaal met al je geopende zintuigen tot je te nemen. Het is muziek waarbij je kwaad wordt als in de concertzaal mensen al beginnen te klappen bij het nog uitsterven van het laatste akkoord. Je moet ademloos in je stoel zitten en na afloop bijna net zo uitgeput zijn als de geconcentreerde spelers. Luisteren naar muziek wordt een sport.

Zou ik mijn moeder nog hebben kunnen uitleggen wat de muziek van Beethoven, zelfs nu nog in deze tijd, zo (in mijn ogen) “goed” maakt? Ik weet het niet. Je moet om te beginnen willen luisteren naar een verhaal. Je geesteshouding moet niet zijn: “mooie muziek”. De muziek is gewoonweg niet mooi. Maar de muziek is wel zó ontzettend goed… Luister je naar het eerste fugathema van de “Grosse Fuge” op. 133 dan zal je als je niet de goede luisterhouding hebt zo snel als je kunt weg willen lopen.

Als je er nu nog bent en het hele fragment hebt afgeluisterd dan heb je denk ik de juiste luisterhouding. Beethoven speelde naast piano ook altviool. Hij wist heel goed hoe hij voor strijkers moest schrijven. Hij wist dus ook dat dit stuk niet mooi was, dat het niet aangenaam zou klinken, maar hij wilde dat de strijkers op het puntje van hun stoel met alle kracht in hun lijf dit thema, met het tegelijkertijd klinkende tegenthema, lieten horen en van het ene hoogtepunt naar het volgende hoogte- of dieptepunt zouden voeren. Beethoven schreeuwt het uit!

Dat brengt me bij het verhaal van dit stuk. Het heet: “Grosse Fuge”, oftewel, “Grote fuga”. Over de fuga schreef Beethoven eens: ‘een fuga schrijven kan iedereen. In mijn studententijd heb ik er dozijnen geschreven. Maar in een fuga ook nog gevoel leggen, dat kunnen niet veel mensen.’ En niet alleen gevoel moet er in liggen. Beethoven spot met alle conventies rond het begrip fuga. Een fuga is opgebouwd rond een thema, dat afwisselend wordt overgenomen door andere partijen. Een fuga begint zo eenstemmig, dan wordt hij tweestemmig enz. Zo’n blok met inzetten waar het thema voortdurend ergens aanwezig is heet een “doorvoering”. Doorvoeringen worden vaak onderbroken door zogenaamde divertimenti, sequens-achtige passages waar het thema niet aanwezig is.

Tot zover de conventie. Wat doet Beethoven? Hij besluit een uiterst simpel thema te laten contrasteren met een aantal andere thema’s, waardoor je telkens een zogenaamde dubbelfuga krijgt. Hieronder de vier thema’s.

themas-op133

In de inleiding introduceert hij het eenvoudige hoofdthema en het lyrische derde thema dat pas later opduikt.

Na deze inleiding volgt onmiddellijk de eerste dubbelfuga met thema 1 en 2, zoals we die net gehoord hebben.

Vervolgens horen we even thema 3 (al in de inleiding voorgesteld) en even later klinkt daar het hoofdthema 1 tegenaan.

Als deze twee thema’s stevig van alle kanten bekeken zijn komt er een totaal nieuw deel, een soort scherzo, dat even later gaat fungeren als thema 4 waarna Beethoven er alweer het hoofdthema 1 tegenover plaatst. Ook nu weer voert hij de muziek op tot een nieuw hoogtepunt.

Na dit alles volgt er een coda. Hierin lijkt het scherzothema 4 terug te keren, maar nu zonder de spannende confrontatie met thema 1. Pas op het einde van dit deel, nu niet als hoogtepunt maar als rustige afsluiting, het hoofdthema 1 er doorheen met pizzicato noten.

We zijn er nog niet. Het stuk is begonnen met een introductie van twee thema’s. Het lijkt of hij nu ook deze introductie gaat herhalen, waarin even later ook nog thema 2 terugkeert en na een kort hoogtepunt volgt een vrij eenvoudige slotzin met een krachtig einde.

Eigenlijk hebben we te maken met een redevoering. Met een spannend verhaal, waarin je overtuigd moet worden als luisteraar. Beethoven spreekt tot ons. Wat zegt hij?

  1. Hier ben ik! Dít is mijn statement. Geen speld tussen te krijgen. Alhoewel? Ik zeg het jullie nog een keer, maar nu een stuk zachter en vriendelijker. En ik stel er iets anders, iets lyrisch tegenover.
    (De luisteraar wordt nieuwsgierig gemaakt. In de retoriek heet dit een “narratio”. Omdat tegelijk het onderwerp (met twee van de thema’s, thema 1 en 3) wordt geïntroduceerd zou je het ook als titel van de redevoering kunnen bestempelen.)
  2. Ik ga het jullie uitleggen. Ik heb drie dingen te vertellen.
    (Er volgen maar liefst drie argumentatio’s, al dan niet voorafgegaan door het voorstellen van een standpunt. Argumentatio is in de leer van de retorica: de stellingen van een redevoering worden beargumenteerd)

    1. Om te beginnen dit. Wat ik jullie allereerst vertel, dat is niet niks. Ik ben er vast van overtuigd dat het zo is. Dit móet je horen. Het gaat mij en hopelijk ook jullie echt door merg en been. En ik blijf doorgaan, of je het wil of niet, totdat je het echt begrijpt.
      (De eerste argumentatio, het uitwerken van een of meer standpunten, is bijzonder fel: we worden meegesleept in duizelingwekkende vaart met het hoofdthema en het tegenthema tot er geen speld meer tussen te krijgen is.)
    2. Van de andere kant. Laten we het eens rustig van een andere kant bekijken. Alhoewel. Als het er op aan komt, in combinatie met wat ik hier voor zei, kan ik toch niet echt stil blijven!
      (De tweede argumentatio stelt om te beginnen een ander thema aan de orde, het rustige en lyrische thema 3, gaat dit ook van alle kanten bekijken en confrontreren met thema 1)
    3. Begrijpen jullie het al een beetje. Kom aan. Er zit ook een vrolijke kant aan het verhaal. Dat ga ik je nu vertellen. Zo is het dus. Maar vergeet niet wat ik eerder zei. Uiteindelijk keren we toch weer terug naar de essentie.
      (De derde argumentatio stelt opeens een heel ander thema aan de orde, thema 4, en ook nu volgt er weer een doorkauwen van dat thema en daarna nog een confrontatie met thema 1.)
  3. Ik heb het voornaamste verteld.
    (Na dit alles komen er 2 samenvattingen, maar die af en toe toch weer in overdonderende oprispingen ontaarden. )

    1. Ik blijf er bij dat er een vrolijke kan aan het verhaal zit.
      (De eerste samenvatting houdt zich met thema 4 bezig.)
    2. Maar, let op, ik som nog een keer de hoofdzaken op. Begrijp je ze? En vergeet niet: uiteindelijk moet er wel naar gehandeld worden potverdorie!
      (De laatste samenvatting begint weer met de punten van het begin, thema 1 en 3, en sluit dan af met een wervelend slot waarin vooral thema 2 een rol speelt. )

Luister en kijk naar het Alban Berg kwartet, waar ook alle eerdere fragmenten door gespeeld werden.

Ook de sonatevorm van Beethoven, waarin meestal het eerste deel van een instrumentaal stuk in is geschreven, kun je vaak als een soort redevoering beschouwen. Wil je er meer over weten? Kijk op https://www.ppsimons.nl/sonatevorm-beethoven

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Onaangenaam klassiek

  1. (Henny) Ook jij zou eens een ‘luistercursus’ op een avond bij Jan Huybers moeten kunnen geven. Aanstaande vrijdagavond maken wij er weer eentje mee, gebracht door Maurice Wiche. Ik zie jou daar zó staan, met geluidsvoorbeelden, en de zaal aan je lippen…..

    Like

  2. Pingback: Stefan George, Richard Gerstl, Arnold Schönberg | Pieter Simons column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s