De kapitelen van de Servaas

In de Karlskirche in Wenen kun je op een bepaalde plek met een langzaam bewegende, open lift omhoog gaan naar het plafond van het schip. Je ziet dan tot in detail de beschildering. En je ziet ook dat je dat nooit van beneden af zou hebben kunnen zien. Hoe hoger je komt hoe moeilijker je details kunt waarnemen. En toch is het niet ongebruikelijk om afbeeldingen tot in details weer te geven, hoog  in een kerk. Blijkbaar is het niet zo belangrijk of je het wel of niet ziet. Het gaat er om dat het er is. En het heeft een betekenis. Gelovige mensen zijn gewend aan dat idee. Er is veel meer dan je ziet. En ook de onzichtbare dingen zijn belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan de zichtbare.

Achter in de Sint Servaaskerk van Maastricht zijn 34 Romaanse kapitelen.  De meesten hebben twee of drie bewerkte kanten. Vier van deze kapitelen kun je vanuit de kerk zien. Je hebt er wel een verrekijker voor nodig, ze staan hoog op vier zuilen. In het midden van de kerk is op die plaats een soort triomfboog met zowel links als rechts daarvan twee op elkaar gestapelde zuilen, elk voorzien met kapitelen met daarop telkens  twee of zelfs drie afbeeldingen. Ik zou dat de ”Nimrod-kapitelen “willen noemen.  Belangwekkend, want ze zijn denk ik de ingang tot de betekenis van alle er achter liggende kapitelen. Maar over deze vier kapitelen meer in een apart blog.

Achter en boven het orgel zie je vaag nog meer zuilen met kapitelen. Feitelijk gaat het daar om drie galerijen waar zuilen in staan. De noordelijke, zuidelijke en westelijke zuilengalerij. Elizabeth den Hartog heeft al deze kapitelen een nummer gegeven.

servaas-kapitelen-plattegrond1-6 zijn de kapitelen van de zuilen in de noordelijke galerij. 7-24 bevindt zich in de westelijke galerij. 25-30 in de zuidelijke galerij en 31-34, dat zijn de Nimrod kapitelen die zich een eind meer naar het schip van het kerk, eveneens in het westen bevinden. Bij speciale rondleidingen kun je er bij komen. Je moet via een trap naar boven klimmen. Niet zo hoog als wanneer je naar de keizerzaal gaat. Ook niet zo hoog als waar de “gramere” hangt, de luidklok van meer dan 6000 kg. Niet dat je deze kapitelen dan goed ziet. Je moet ook nu nog behoorlijk omhoog kijken. Veel details blijven verborgen door de kijkhoek.

Régis de la Haye heeft een overtuigend iconografische programma van de voorstelling van de kapitelen in de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwebasiliek gemaakt. Dit ook gelieerd aan de plaats waar de zuilen zich bevinden. Deze zijn in de tijd gemaakt dat ook de kapitelen in het westelijke koor van de Servaas ontstonden. Het lijkt logisch dat in de Servaas dus ook van een iconografisch programma sprake zou kunnen zijn. In het westen van de kerk werd heel vaak het laatste oordeel uitgebeeld. Zo zien we dat bijv. in Albi, maar de voorstellingen daar zijn wel meer dan 300 jaar later gemaakt. Bovendien weten we van Maastricht dat het westelijke koor aan Maria was gewijd  maar met speciale verwijzingen naar Servatius en vooral ook naar keizer Barbarossa. Moeten we de kapitelen ook vanuit die achtergrond interpreteren? Aart Mekking probeert in die zin enkele kapitelen te duiden. Elisabeth den Hartog heeft het daar niet over. De bijbel en mythische wezens uit het bestiarium zijn haar voornaamste verwijzingsbronnen. Maar is er een relatie met de plaats in de kerk, en is het meer dan louter een opsomming van allerlei soorten afbeeldingen? Denkende aan het verhaal van de la Haye m.b.t. het programma in de OLV-basiliek lijkt dat logisch. Ik ga een poging wagen en veel kapitelen laten zien. De zwart-wit afbeeldingen komen uit het boek van Elisabeth den Hartog. (Zie literatuurlijst aan het eind van dit blog). Alle andere afbeeldingen heb ik zelf gemaakt. Bij de interpretatie neem ik soms dingen van Elizabeth den Hartog over, maar ook bedenk ik soms zelf de mogelijke betekenis.

Kapitelen 1-6 in de noordelijke galerij  hebben volgens Elisabeth den Hartog een relatie met onderdelen van de bijbel.

1a1b

Op kapiteel 1 (twee afbeeldingen hierboven) zien we mensen werken terwijl een persoon zijn brood eet. Hier wordt uitgebeeld hoe de wijnproductie er uit zien: wijnstokken in de grond zetten, oogsten en wijn maken. Misschien is er een relatie met Genesis 3-19 waar je kunt lezen hoe de mens in het zweet des aanschijns zal werken en zijn brood zal eten en uiteindelijk tot stof zal wederkeren.

2a

Hoe moet je bovenstaande afbeelding interpreteren die je kunt zien op kapiteel 2? Een man die meegevoerd wordt door twee adelaars, met elk een steen in hun klauwen. Maerlant schrijft over de adelaarsteen: ‘Graag maakt hij hoog zijn nest. In zijn nest vindt men het beste de steen die echites heet, omdat hij van naturen weet dat dit voor zijn jongen goed is’. In haar nest zet ze twee kostbare stenen die agaat genoemd worden, in Duits is dit de Adlerstein, de ene is de manlijke en de ander de vrouwelijke vorm. De mannelijke hiervan is hard en is wat gloeiend. En de vrouwelijke is zacht. En er wordt verteld dat ze geen jongen kunnen krijgen zonder die stenen. De mannelijke adelaar legt in haar nest die kostbare steen, die heldere agaat, om haar zo te vrijwaren van de pijnen die met het eieren leggen komen. De Perzen noemen die adelaarsteen de geboortesteen. Ook om de jongen te vrijwaren van venijnige beten van kruipende wormen. (http://www.volkoomen.nl/dieren/adelaar.htm) De adelaar zal hier een symbolische functie hebben. Zou het hier ook gaan om een mannelijke en een vrouwelijk adelaar, elk met hun eigen steen? En waarvoor staat die man die ze vast hebben? In Exodus 19:4 lezen we:  ‘gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot mij gebracht heb‘. De adelaar heeft dus symbolisch het volk Israël gered. Zo kan deze afbeelding wellicht positief worden geduid.

3-centrumKapiteel 3 beeldt ook weer werkende mensen in een wijngaard uit. Hier boven zie je de centrale afbeelding, links en rechts staan ook nog afbeeldingen op hetzelfde kapiteel: links een man op een krukje die druiven plukt, rechts houdt een persoon een druivenrank omhoog terwijl een tweede met een spade in de grond een kuil graaft.  Er zijn meerdere passages in de bijbel waar een wijngaard in voorkomt. In Leviticus 26:5 staat:  De wijndruiven zullen nog rijpen als de tijd voor het zaaien al weer aanbreekt! U zult volop te eten hebben en veilig kunnen leven in het land. Ook bij bovenstaande afbeelding lijkt de wijnoogst heel goed te zijn!

4Op kapiteel 4 zien we astomi. Dat zijn wezens die leven van de geur van planten en niet hoeven te eten. In de hoekpunten zien we maskers van leeuwen. Leeuwen zijn in het algemeen positief. Ze beschermen het goede. Misschien beeldt dit kapiteel het volgende uit:  sommige mensen moeten hard werken voor hun brood, maar anderen hoeven daar weinig voor te doen. Zoals de Astomi.

05Op kapiteel 5 zien we amphisbenae, dat zijn een bepaald soort draken. Achter hen slangen die in de schouder van de draak bijten. Draken en slangen vertegenwoordigen het kwade. Maar ze hebben als voedsel zondaars. Als er geen zondaars zijn dan moeten ze zich zelf wel opeten. Ook deze afbeelding kun je dus zo je wil positief duiden.

06Op kapiteel 6 zijn, kijkende naar hun poten, twee struisvogels te zien.  Struisvogels waren in de ogen van de mensen uit die tijd een soort mythische wezens, die geboren werden uit onbevruchte eieren die gewoon in het zand lagen. Vergelijkbaar met de maagdelijke status van Maria waar Christus uit voort kwam. Maar bij Job 39: 13-17 kun je ook nog dit lezen:

Vrolijk klapwiekt de struis, de moeder van kostbare veren en pennen. Want ze stopt haar eieren in de grond en laat ze uitbroeden in het zand. Ze vergeet dat een voet ze vertrappen kan. Dat de wilde beesten ze verpletteren kunnen. Ze is hard voor haar jongen, alsof het niet de hare zijn. Het deert haar niet, al is haar moeite vergeefs. Want god heeft haar de wijsheid onthouden, geen verstand aan haar geschonken.

De struisvogel bekommert zich niet om haar nageslacht.

Misschien somt de noordelijke galerij op wat voor soort mensen er zijn. Er zijn harde werkers, er zijn er die beschermd worden en leven van de wind, er zijn er die onverantwoord leven en hun kinderen niet de noodzakelijke zorg geven. God heeft het beste met je voor. Hij kan je redden en meenemen naar het beloofde land. Als je niet zondigt zal de duivel geen vat op je krijgen.

In de zuidelijke galerij, kapiteel 25-30, zien we net als in de noordelijke galerij op enkele kapitelen mensen.

25Op kapiteel 25 zien we op een intrigerende afbeelding hoe mensen lijken te groeien uit bladeren, uit stengels ontspringen zij-stengels met een menselijk gezicht. Elisabeth den Hartog denkt dat hier de boom des levens wordt uitgebeeld. Een afbeelding in de Michaeliskirche van Hildesheim laat in de daar afgebeelde levensboom takken zien die een vergelijkbare opzet hebben.  Het laten zien van de levensboom uit het aards paradijs op deze plek geeft al aan dat deze zuidelijke galerij vooral het leven, in positieve zin wil uitbeelden.

operarii lapisKapiteel 26 is  super duidelijk: we zien 5 personen. De twee personen links graveren samen in een steen letters. Twee personen rechts proberen een gegraveerde steen met een hefboomachtig iets op te tillen. Een vijfde persoon bevindt zich rechts op de achtergrond. Op de stenen zien we de tekst: “operarii lapis”, oftewel, “de steenbewerkers”. Je zou ook kunnen zeggen, dit kapiteel is gemaakt om de makers zelf weer te geven. De twee beeldhouwers links hebben een helm op. Een prachtige afbeelding, vergelijkbaar met het zogenaamde heimo-kapiteel in de OLV-basiliek.

27-noord

Op kapiteel 27 zien we twee naakte en twee geklede mannen, vervlochten in stengels. Op hoekpunten zien we leeuwenmaskers. Naakte mannen zijn mannen zonder zonde. Geklede mannen dragen zonde met zich mee. De leeuw wil hen beschermen.

28-frontOp kapiteel 28 gaan twee mannen  elkaar te lijf met bijl en knuppel. Anderen lijken hen tegen te willen houden.

28-rechtsHeel nadrukkelijk tikt iemand de man met de bijl op zijn schouders, iets dergelijks is ook te zien bij de man met de knuppel. Het lijkt logisch dat ook hier een Bijbelse tekst wordt uitgebeeld, waarbij waarschijnlijk zelfbeheersing de boodschap is.

Op kapiteel 29 zien we twee vriendelijke leeuwen, op 30 zien we twee naakte mensen in het struikgewas. Een houdt zich vast aan een stengel, met zijn andere hand houdt hij zijn eigen onderbeen vast. (De afbeeldingen op deze kapitelen zijn hier niet weergegeven). De betekenis van deze kapitelen lijkt vergelijkbaar met die van kapiteel 27.

Weer lijken net als in de noordelijke galerij ook in de zuidelijke galerij mensen centraal te staan. hardwerkende arbeiders, maar vooral ook goede mensen en zondige mensen, die gelukkig wel beschermd lijken te zijn. Het goede lijkt het kwade te (willen) corrigeren.

De westelijke galerij .

11Kapiteel 11 lijkt nog vrij lieflijk. We zien twee leeuwen die naar elkaar toegekeerd zijn, maar hun hoofd is naar achteren gericht23Maar kapiteel 23, dat is andere koek! We zien een zogenaamde “Blemmyes”, een wezen zonder hoofd maar ogen op zijn buik. Om hem heen staan twee geklede mannen met hondenkoppen, zogenaamde Cynocephali, die de Blemmyes in zijn arm bijten.

12-centrumIets dergelijks zien we ook bij kapiteel 12, waar een man van twee kanten wordt aangevallen door twee draken. De draak zou volgens middeleeuwse bronnen zich richten op geklede mensen, en op de vlucht slaan als de mens naakt is. Gekleed staat voor “vol zonde”.

24Bij kapiteel 24 zien we een mens die bij zijn benen gebonden is en probeert met zijn armen twee wezens van zich af te houden, die van zowel links als rechts in zijn schouder willen bijten. Elisabeth den Hartog denkt dat het misschien gaat om twee “basilisks”, mythische wezens van duivelse oorsprong die een soort combinatie van draak en haan zijn.

Zo zouden we kunnen zeggen dat in deze westelijke galerij, kapiteel 7-24, nog het meest een directe voortzetting is van wat we ook bij de Nimrodkapitelen zien. Angstige mensen op de vlucht voor monsters en mythische wezens. Bijbelse teksten? Wie weet. Maar voor mij zijn die dan in het algemeen niet duidelijk. Vooral kunnen we er een soort vermaning in zien: kijk uit voor de satan, hij is op jacht naar je ziel.

De galerijen aan de zijkanten, de noordelijke en zuidelijke, geven hoop. Zij staan voor de mens die niet zonder zonde is, maar wel van goede wil is en door God wordt geholpen. Maar het hoofddeel, het midden, de westelijke galerij, staat vol met afbeeldingen waar de duivel de baas lijkt te zijn. Draken en andere bedreigende wezens nemen de mens gevangen en nemen hem mee, waarschijnlijk naar de hel. De ergste satan, Nimrod, staat vooraan in die galerij. Zo zou je het geheel kunnen interpreteren als: centraal staat satan met al zijn handlangers, vaak mythische wezens uit het bestiarium, en hij bedreigt de mens. Maar er is hoop. De hardwerkende, goede mens, zal beschermd worden en meegevoerd worden naar het beloofde land.

De kapitelen in het westelijke deel van de Servaas zijn uniek. Zeker in Nederland. Ze zijn intrigerend. Ze verbazen, lijken nog meer dan veel andere dingen uit een andere tijd, een vreemde wereld te komen. In de toelichtende folder die je krijgt als je de Servaas bezoekt worden ze niet eens vermeld. Vrijwel niemand weet dat ze er zijn en hoe bijzonder ze zijn. Laatst ging ik mee met een gids die zei dat zij ze zelf nog nooit had gezien..  Misschien waren ze wel nooit voor mensen bedoeld en voelen de huidige conservatoren van de Servaas dat aan. Maar ik heb ze nu al drie keer gezien. En de sensatie die het geeft, zelfs als je weet dat je nooit alles kunt zien! Het weinige is genoeg. Ze zeggen dat het leven een mysterie is. Ze zeggen mij ook dat het meest interessante op de wereld datgene is, dat je niet ziet..

Literatuur:

  • Elizabeth den Hartog, Romanesque sculpture in Maastricht. 2002 Bonnefantenmuseum Maastricht. ISBN 90 72251 31 8. Zeer uitgebreide en diepgaande beschrijving van de Romaanse sculpturen in met name de O.L.V. basiliek en de St. Servaas. Ook uitgebreide vergelijkingen met sculpturen uit Duitsland, Frankrijk en Italië. Analyses en overtuigende verklaringen van de vaak enigszins mystieke betekenissen. Veel afbeeldingen in zwart wit. Engelstalig
  • Aart Mekking: Basiliek St. Servaas Maastricht. De Walburg Pers,Zutphen. ISBN 906011.339.X. 1986 Clavis stichting Publicaties Middeleeuwse kunst, Utrecht. Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca 1200. Wetenschappelijke studie met veel afbeeldingen.
  • Locus iste sanctus est. Régis de la Haye. Over het iconigrafisch programma van de kapitelen van de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht. Limburgs geschied en oudheidkundig genootschap, jaarboek 2006.
  • En natuurlijk het oude testament en sites op internet over bestiaria.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De kapitelen van de Servaas

  1. Pingback: De keizerzaal in de Servaaskerk van Maastricht | Pieter Simons column

  2. Pingback: De Basilisk | Pieter Simons column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s