Über Liebe und Hass (4)

De orde van Franciscanen is een bedelorde. De kloosterlingen dienen zeer sober te leven en dankzij de giften van mensen kunnen ze zich kleden en voeden. Hun voornaamste bezigheid is: bidden voor de medemens. Franciscus, die deze orde oprichtte was in zijn jonge jaren een flierefluiter die er maar op los leefde, Uiteindelijk besloot hij zijn leven een radicaal andere wending te geven. Net als Jezus trok hij zich terug in de woestijn en vroeg om raad.

In eerdere artikelen schreef ik over het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina. Deel 14 van dit oratorium van Sofia Goebaidoelina heeft als titel ”Eenvoudig gebed”. De tekst van dit deel, van Franciscus van Assisi, is de inspiratiebron van het hele oratorium. De kern is: zet alle bezwaren opzij en geef je over aan een onvoorwaardelijke liefde aan de medemens. Vanuit retorisch oogpunt wordt er bijna steeds een tegenstelling gemaakt. (liefde-haat, licht-duisternis etc.)

Ik stel me de nederige Franciscus voor die zich, midden in de natuur, richt tot God en vraagt of deze hem wil bijstaan. Dit beeld zou je voortdurend voor ogen kunnen hebben als je naar de muziek luistert. De tekst is dan wel eenvoudig, maar het gebed is bijzonder indrukwekkend door de manier waarop Sofia Goebaidoelina het op muziek heeft gezet. Het wordt in het Russisch gezongen door een bas. Tussen de tekstregels door hoor je het zachte gezoem van biddende gelovigen. Het zouden de volgelingen van Franciscus kunnen zijn, de biddende Franciscanen. Maar ik kan me ook voorstellen dat Franciscus een band met de natuur probeerde te maken. Je hoort dan niet alleen de gelovigen, je hoort ook de biddende natuur. De sobere begeleiding met vooral subtiel slagwerk, piano en ijle strijkers maakt deze ervaring compleet. Sofia Goebaidoelina probeert voor mij in dit deel via de tekst van Franciscus een soort mystieke band aan te gaan met zowel de schepper als de schepping.  

Het gedicht kun je verdelen in drie strofen. Elk deel begint met de tekst: heer, help mij. (de eerste keer iets anders: God, sta mij bij). Alhoewel het hele gedicht  uiteindelijk leidt naar het absolute hoogtepunt op het laatste woord van de derde strofe: “beminnen”, zit er ook iets cyclisch in de opbouw. De eerste strofe begint a capella, de laatste strofe is in zijn geheel a capella. De instrumenten en het koor zijn het meest aanwezig in het middendeel, de tweede strofe, waardoor daar wat meer beweging is. Midden in de tweede strofe klinken nadrukkelijk twee gong slagen, als het ware om te markeren dat we op het spiegelpunt gekomen zijn. Dit na de woorden “vreugde” en “droefenis”. Deze twee tegenpolen kunnen niet zonder elkaar. Naast  “bemin elkander” op het einde lijkt dat de tweede meest belangrijke boodschap te zijn.

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

Heer, help mij
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Hier hoor je achter elkaar de beginwoorden van elke strofe, duidelijk steeds iets anders muzikaal uitgewerkt:

 

 

Strofe 1

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst. (Pomogi mne prinesti lyubov’, gde yest’ nenavist’.)
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

 

De eerste drie tekstregels worden a capella gezongen, maar tussen deze drie regels door hoor je een stijgend chromatisch secundemotiefje in de piano, steeds een octaaf hoger, overgaand in hoge wegijlende strijkersklanken. De tweede zin daalt de melodie een kleine sext, met een sterke expressie op het woord “haat”. Hierachter volgen biddende geluiden in het koor, als een zacht fluisterend gezoem. Dit gebeurt daarna na elke zin. Bij de derde zin daalt de melodie eveneens. Maar vanaf zin 4, en nog meer zin 5 gaat de melodie juist omhoog, er ontstaat een climax en ook de begeleiding draagt daar aan bij omdat alle muzikale ingrediënten nu niet alleen tussen de zinnen maar ook tussen de zinsdelen en woorden door worden gespeeld.

Strofe 2

Heer, help mij
Help mij brengen in de duisternis het licht.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

 

Heer, help mij: het woordje “heer” klinkt hier dramatischer als in episode 1 of 3. Het wordt gezongen in een dalende toonladder op slechts een lettergreep, a capella. Voor het volgende zinnetje komt horen we weer het eerdere stijgende pianomotiefje dat overgaat in ijle strijkersklanken. De tweede zin heeft een stijgende melodie, naar het woordje “licht” toe. Alle zinsdelen worden onderbroken door gefluister, gong en strijkers. Iets dergelijks gebeurt er bij de derde zin. Het woord “vreugde, en daarna “bedroefd” wordt steeds gevolgd door een gongslag. Het midden van het hele gedicht wordt gemarkeerd, maar ook deze woorden worden daardoor benadrukt. Ook de vierde zin heeft een stijgende melodie met steeds onderbrekingen van fluisterend bidden. Opvallend is hoe de laatste woorden weer a capella worden gezongen, gevolgd door een korte, maar nadrukkelijke stilte. Dan hoor je als overgag naar de laatste zin toch nog meerdere gongslagen en snel stijgende ijle  strijkers. De laatste zin “Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt” kent weer een dalend verloop. Weer geheel a capella. Daarna wederom een korte pauze, nu gevolgd door biddend gefluister.

Strofe 3

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

 

Dit deel wordt gezongen zonder dat het koor of de instrumenten op een of andere manier commentaar geven. Je hoort alleen de bas. Zoals ook de eerste strofe begon. De contrasten tussen de zinsdelen worden sterk uitvergroot door dynamiek en register. Het laatste woord “beminnen” wordt zeer nadrukkelijk, als een soort eis, als hoogtepunt neergezet.

Op een aparte pagina kun je in een filmpje het hele deel volgen, de tekst wordt in het Nederlands boventiteld. De afbeeldingen uit de natuur die je er bij ziet maakte ik de laatste week van juli 2018 in de Pyreneeën in Frankrijk.

Gebed van Franciscus door Sofia Goebaidoelina

Zie ook:

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse van deel 6
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Über Liebe und Hass (4)

  1. Pingback: Franciscus van Assisi | De kwintencirkel

  2. Pingback: Über Liebe und Hass (3) | De kwintencirkel

  3. Pingback: Über Liebe und Hass (2) | De kwintencirkel

  4. Pingback: Über Liebe und Hass | De kwintencirkel

  5. Pingback: De boodschap van Sofia Goebaidoelina | De kwintencirkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s