De aankondiging van de komst van Christus bij de Sibylle van Perzië en bij Orlando di Lasso

Dit jaar begint de advent op zondag 2 december, dus over ruim een week. In de advent wordt in Christelijke kringen uitgekeken naar de komst van de geboorte van Jezus Christus, de aangekondigde verlosser. Zijn komst is in de bijbel op meerdere plaatsen aangekondigd. In het oude testament lezen we In Jesaia 2:14:  “Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.” Ook de drie wijzen uit het oosten zouden een bericht hebben gekregen van een engel waarbij ze een ster moesten volgen om de verwachte nieuwe koningszoon te vinden. Maar er zijn ook heidense profetieën van de geboorte van Christus. De Sibyllijnse profeet van Perzië zegt:

Het zaad van een maagdelijke moeder zal zitten op een gezadelde ezel,
de vreugde brengende prins, de enige die kan brengen redding,
regels in plaats van verkeerde dingen; maar het zal gebeuren in die dagen
dat velen veel dingen voorspellen, enorme werken staan te gebeuren.
Het enige dat nodig is om te voorspellen is het volgende woord:
dat God zal worden geboren uit een  maagd, een machtige

Wie zijn dat, deze Sibyllijnse profeten? Het zijn vrouwelijke waarzeggers die dingen voorspelden, en die zijn daarna opgetekend in boeken. Zo ontstonden boeken met orakels. De meeste van die boeken zijn enkele eeuwen voor Christus geschreven in een Romeinse omgeving. Ze werden geraadpleegd in geval van rampen en andere dreigingen. Maar toen het Joodse geloof en ook het Christendom begonnen op te komen hebben geleerden vanuit die kringen een aantal van die teksten zo omgevormd, dat ze pasten in een Joods dan wel Christelijk plaatje. Zo ontstonden de 12 profetieën van de 12 Sibyllen, een soort priesteressen. (Ook in Griekenland bij het orakel van Delphi was er een speciaal geselecteerde vrouw, de Pythia, die als een soort intermediair tussen Apollo en enkele priesters stond. De priesters tekenden de voorspellingen op, die de Pythia bijna onverstaanbaar stamelde.) De 12 Sibyllen die ook bekend werden binnen het Christelijke geloof worden vaak geassocieerd met de tegenhangers van de 12 Bijbelse profeten. Het was in die tijd een perfecte manier om het Christelijk geloof onder heidenen aan de man te kunnen brengen. De teksten van deze  “gekerstende Sibyllen” zijn niet alle 12 tegelijk ontstaan, de meeste orakels zijn waarschijnlijk rond 200 na Christus opgeschreven.

Afbeeldingen van deze zieneressen zien we gedurende de hele middeleeuwen en nog later, zoals in de Sixtijnse kapel, Hieronder de Perzische Sibylle, geschilderd door Michelangelo.

This image has an empty alt attribute; its file name is michelangelo-persische-sibylle.jpg

Er zijn daarnaast componisten die er zich door lieten inspireren, zoals Orlando di Lasso, ook wel Lassus genoemd. Hij schreef 12 motetten op teksten van de 12 Sibyllijnse profetieën onder de naam “Prophetiae Sibyllarum”.  Ze zijn in 1600 in Beieren postuum in druk verschenen, opgedragen aan de hertog van Beieren. Of Lassus ze in Beieren geschreven heeft is niet zeker, sommige mensen denken zelfs dat ze wel eens uit zijn Romeinse tijd zouden kunnen stammen. Misschien heeft hij ze bij zijn sollicitatie in 1556 in Beieren mee genomen en opgedragen aan zijn hopelijk nieuwe broodheer.
op Wikipedia lezen we:
Raoul de Lâtre was koorknaap aan de Sint-Nicolaaskerk te Bergen. De vice-koning van Sicilië nam de jongen, na toestemming van zijn ouders, mee naar Italië. Hij bleef daar onder de naam Orlando di Lasso tot 1550. Nadat hij de baard in de keel had gekregen werd hem een aanstelling in Parijs aangeboden. Vervolgens werd hij in 1553 kapelmeester van Sint Jan van Lateranen in Rome. Hij reisde door Frankrijk en Engeland en bleef in 1555 hangen in Antwerpen. Hier publiceerde hij zijn eerste vierstemmige madrigalen, gelijktijdig met de publicatie van zijn eerste vijfstemmige madrigalen in Venetië. In 1556 benoemde Albrecht V, de hertog van Beieren, hem tot lid van de hofkapel te München, waarvan hij vier jaar later leider werd en bleef tot zijn dood in 1594.

Eigenlijk kun je het werk het beste dateren op stilistische gronden. Het veelvuldige  gebruik van chromatiek laat een verwantschap zien met werken van Cipriane de Rore of ook wel met het werk van Gesualdo da Venosa. Dergelijke werken schreef Lassus feitelijk al rond 1555, zodat het mogelijk is dat hij dit werk ergens in Italië, Frankrijk of Vlaanderen heeft geschreven zo tussen 1553 en 1556. Op wikipedia lezen we:
De vorming van de chromatiek bij Cipriane de Rore, later door Gioseffo Zarlino (1517–1590), de leraar van Girolamo Frescobaldi, nog intensiever toegepast, is tegelijk een neerslag van de humanistisch-antiquiserende tendens, en een nabootsing van de chromatiek en enharmoniek van de antieke Griekse muziek. In het midden van de zestiende eeuw was chromatiek het compositorische neusje van de zalm geworden.
Maar de typische chromatische stijl van Gesualdo waar het stuk ook aan doet denken dateert pas van rond 1590. Dat is vier jaar voor de dood van Lassus. Het blijft dus onduidelijk wanneer Lassus dit werk nu gemaakt heeft.

Laten we nu eens gaan luisteren naar hoe Orlando di Lasso de Perzische Sibylle de komst van Christus laat aankondigen.

Virgine matre satus, pando residebit asello,
Iucundus princeps, unus qui ferre salutem
Rite queat lapsis: tamen illis forte diebus
Multi multa ferent, immensi fata laboris.
Solo sed satis est oracula prodere verbo:
Ille Deus casta nascetur virgine magnus.

Het zaad van een maagdelijke moeder zal zitten op een gezadelde ezel,
de vreugde brengende prins, de enige die kan brengen redding,
regels in plaats van verkeerde dingen; maar het zal gebeuren in die dagen
dat velen veel dingen voorspellen, enorme werken staan te gebeuren.
Het enige dat nodig is om te voorspellen is het volgende woord:
dat God zal worden geboren uit een voortreffelijke maagd

De tekst van dit gedicht kun je feitelijk in twee delen verdelen. Het eerste deel schildert hoe een prins gezeten op een ezel zal komen. Het tweede deel, vanaf “tamen illis forte diebus” (“maar het zal gebeuren in die dagen”), schildert dat het zal gaan om een machtig iemand die geboren wordt uit een maagd. We zoomen nu eerst even in op dat tweede deel van het motet. 
(Door op de partituur te klikken wordt deze nog een keer als een apart bestand in een ander venster geopend, welk je ook kunt maximaliseren zodat je alles goed kunt bestuderen).

De tegenstelling met het voorafgaande eerste deel springt er gelijk uit door zijn ritmiek: alle partijen zingen “Multi multa ferient”, twee keer achter elkaar, in een soort 10/8 maat: een twee drie, een twee drie, een twee, een twee, en nog een keer: een twee drie, een twee drie, een twee, een twee.  De tekst “De immensa facta laboris”, (de grote werken die gedaan gaan worden), wordt uitgedrukt door gebruik te maken van lange notenwaarden. Dan komt er een mooie, subtiele tegenstelling: “Solo”. Hier wordt verteld dat het feitelijk om slechts “een” ding gaat. Het woord “solo” wordt heel subtiel, eenstemmig, door alleen de sopranen gezongen.

En waar gaat het uiteindelijk slechts om: om de voorspelling dat er een God geboren zal worden uit een maagd, het fragment waarmee het motet daarna wordt besloten. Dit deel kenmerkt zich door een vrij extreme chromatiek. Voor zij die iets weten van toonsoorten en akkoorden: speel de akkoorden maar eens op piano vanaf de laatste twee systemen, ik heb ze in bovenstaande partituur onder de systemen gezet.

Dit laatste stuk klinkt daardoor allerminst vreugdevol, zoals je eigenlijk bij de aankondiging van de verlosser zou verwachten, maar het klinkt vooral dramatisch, of zelfs droevig. We zien onder meer hoe opeens een C akkoord over gaat in een C-mineur akkoord. Het woord “deus”, God, gaat over in mineur. Hier wordt al het dramatische einde van deze God aangekondigd, het lijdensverhaal. Juist op dat punt zien we ook nog eens hoe de melodie bij de sopranen daalt. Ook andere woorden worden subtiel uitgebeeld. Nascetur, geboren worden, gaat steeds een klein beetje omhoog. Het woord “magnus”, de machtige, is nog enigszins in een iets hoger register. Maar dat hele laatste stukje kent in de toplijn van de sopranen slechts een omvang van een verminderde kwint, een uiterst kleine ambitus dus. Alle uitbundigheid is in dit deeltje verdwenen. Christus komt dan wel, maar de Perzische Sibylle voorspelt dat het er niet makkelijker op wordt…

Het hele motet klinkt zo:

En alle twaalf de motetten, inclusief proloog, klinken zo:

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, muziek en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De aankondiging van de komst van Christus bij de Sibylle van Perzië en bij Orlando di Lasso

  1. (Henny) Orlando di Lasso heeft ons met zijn Sybilles een heel boeiende en aangename avond bezorgd, dankzij jouw blog. Lang-leve de chromatiek!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s