Hemelse oneindigheid: Bach en  het gebruik van de Cantus Firmus

De oude Griekse filosofen hielden zich al met het begrip tijd bezig. 475 voor Christus beweerde Parmenides dat verleden, heden en toekomst tegelijkertijd bestaan. Maar omdat wij er niet buiten kunnen staan kunnen we dat niet zien en bevatten. Afgelopen zondag, 23 december 2018, was het de vierde zondag van de advent. Het epistel van die dag is een deel uit de tweede brief van Petrus. Daar staat in de achtste regel: een ding echter, vrienden, mag u niet ontgaan: Voor de Heer is een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag.  De verzen 3-13 van die brief gaan over het einde der tijden en de vermaning om daar op voorbereid te zijn. Tegelijk om er op te vertrouwen dat het dan goed komt:

Gij moet vooral weten dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, mensen die leven volgens hun eigen begeerten, en die honend vragen: “Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.” Zij gaan met opzet voorbij aan het feit dat er lang geleden een hemel en een aarde bestonden, door Gods woord gevormd uit water en door middel van water, en dat die toenmalige wereld vergaan is, verzwolgen door het water. Maar de hemel en de aarde van nu zijn door hetzelfde woord opgespaard voor het vuur en bewaard voor de dag van het oordeel en de ondergang der goddelozen. Een ding echter, vrienden, mag u niet ontgaan: Voor de Heer is een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag. De Heer talmt niet met zijn belofte, zoals sommigen menen, maar Hij heeft geduld met u, daar Hij wil dat allen tot inkeer komen en niemand verloren gaat. Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Dan zullen de hemelen dreunend vergaan en de elementen door vuur worden verteerd; en de aarde en de daden op aarde verricht zullen zich bevinden (voor Gods oordeel). Wanneer alles zo vergaat, hoe moet gij dan uitmunten door een heilig leven en innige vroomheid, de komst verwachtend en verhaastend van de dag Gods, waardoor de hemelen in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten in de vuurgloed. Maar volgens zijn belofte verwachten wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.

De tekst van een van de cantates voor de vierde zondag van de advent van Bach is van de hand van de librettist Salomo Franck uit Weimar. Deze tekst is gebaseerd op bovenstaand deel uit de tweede brief van Petrus, welke tijdens deze dienst in 1717 in Weimar en in 1723 in Leipzig werd voorgelezen. De tekst van het negende deel van deze cantate luidt als volgt:

tekst bwv70-9

We zien hoe in het eerste deel van de tekst de verschrikkingen van het einde der tijden worden verwoord, in het tweede deel de troost dat het allemaal goed komt als je goed geleefd hebt. Bach beeldt dit deel uit als een complete opera, met alle bijbehorende dramatiek. Maar wat misschien nog  opvallender is: hij mixt er een cantus firmus doorheen, in de trompet. Deze cantus firmus techniek zie je heel vaak bij Bach, tot zover niets bijzonders. Wat is een cantus firmus? Dat is een gezang in de vorm van lange, uitgerekte tonen, afgewisseld met passages dat deze cantus firmus ontbreekt. Om de cantus firmus heen spelen en zingen allerlei andere partijen onafhankelijke melodieën. Rond 1450 is deze manier van componeren al ontstaan, toen als truc om meerstemmig te kunnen componeren door allerlei melodietjes te verzinnen rond lang doorklinkende noten. Maar bij Bach is de functie al lang een andere geworden. Een cantus firmus benadrukt een bepaald tekstgedeelte, of liever nog: we horen boven alle wereldse gekrakeel de hemelse eenvoud van een eenvoudige, langgerekte melodie. En dat is bij deze cantate voor mij zeker zo. We horen de melodie van een in die tijd bekend lied, gespeeld door de trompet.

De cantus firmus heb ik hier onder in de partituur in rood aangegeven. Het hele stuk zou je kunnen analyseren op allerlei retorische aspecten. Wie laat een stuk beginnen op een verminderd septiemakkoord, in die tijd het meest dramatische akkoord dat er bestond? Ja, als de wereld dreigt te vergaan is dat logisch. En “der Welt Verfall” gaat van een hoge B naar een lage Bes, dieper en grilliger kun je niet zinken. Daarna volgt onmiddellijk een  driedubbele instrumentale val. Maar dan komt het bazuingeschal (der Posaunenschall): de cantus firmus in de trompet!  We horen hoe het spannende verhaal van het einde der tijden, met zijn wereldse eindigheid, wordt omgeven door deze schier eindeloze en rustgevende cantus firmus.  Petrus laat God zeggen: Voor de heer is een dag duizend jaren en duizend jaren een dag.  Parmenides zegt dat verleden, heden en toekomst aan elkaar gelijk zijn. Bach laat het ons horen.

Uitvoering: Dietrich Henschel, bas, Monteverdi Choir, the English baroque soloists, John Eliot Gardiner.

 

BWV70-9

De volledige cantate klinkt hieronder

 

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s