De Cadenza van Isabelle Faust

Een cadens, of liever een cadenza in een soloconcert is een passage vlak voor het einde van een deel waarin de solist mag improviseren. Grote virtuozen in de klassieke periode konden zich daar lekker uitleven. Mozart dreef er de spot mee. In zijn Dorfmusikantensextet, ook wel “Musikalischer Spass” genoemd liet hij een solerende violist bewust helemaal ontsporen. Hier hoor je op 4:14 zijn cadenza in het tweede deel:

Maar gelukkig zijn er ook veel geslaagde cadensen in de loop van de tijd overgeleverd. Daarover later meer. Eerst iets over ook de andere stukken die ik donderdagavond hoorde.

John Eliot Gardiner ken ik vooral van barokmuziek. Van zijn uitvoeringen van de Mariavespers van Monteverdi of de opera Il Ritorno d’Ulysse. En natuurlijk van zijn vertolkingen met het Monteverdi Choir van de kerkcantates en de passiemuziek van Bach. Maar ik had nog nooit een opname gehoord met romantische orkestmuziek onder zijn leiding. Die kans had ik afgelopen donderdag. In een voor 90% gevulde grote zaal van de Doelen in Rotterdam speelde de London Philharmonic twee stukken van Schumann: ouvertüre Manfred en de Rheinische symphonie.

Ik wist dat Gardiner heel erg met klankkleur bezig kan zijn, en bij vocale muziek ook met de interpretatie en expressie van de tekst. Zo laat hij het Monteverdi Choir geregeld alles uit het hoofd zingen om een meer geconcentreerde uitvoering te krijgen. Nu in de Doelen liet hij met uitzondering van de paukenist, de celli en de contrabassen alle musici staande spelen bij de derde symfonie van Schumann.

orkestopstellingVerder was de opstelling van de strijkers bij alle stukken afwijkend. Naast de concertmeester en dus ook vlakbij de dirigent zaten de celli, als een hechte groep in het midden, meer opzij en naar achteren zaten pas de overige strijkers. Ik zat in de orgelring op de eerste rij en had mooi zicht op zowel de dirigent als de spelers en alles klinkt daar ook erg goed. Het leek te werken: je hoorde een mooie hechte orkestklank en ook de concentratie die Gardiner probeerde over te brengen kwam wellicht door deze opstelling en het staande spelen beter over. Bij de dansante passages in het scherzo danste Gardiner voor het orkest en stonden de klarinettisten met plezier mee te wiegen.

Daarnaast was voor de pauze ook nog het vioolconcert van Beethoven te horen. En ik denk dat dat stuk voor mij toch wel het het hoogtepunt van de avond vormde, vooral ook door de solist, Isabelle Faust. Even iets meer over het stuk.  In 1806 had Napoleon na zijn intocht in Wenen de Oostenrijkse keizer gekleineerd en hem de keizerstitel ontnomen. Maar het leven ging gewoon door. Enkele jaren daarvoor, in januari 1803, had Beethoven een aanstelling als componist gekregen aan het theater “an der Wien”. De directeur, Franz Clement gaf hem in 1806, het jaar van de intocht van Napoleon dus, de opdracht om een vioolconcert te schrijven. Hijzelf, een begenadigd violist, wilde de solopartij vertolken. 23 december 1806 werd het werk uitgevoerd onder leiding van de componist zelf. Beethoven was weer eens veel te laat klaar geweest met de partituur, maar het concert ging toch door. Niet alleen de orkestleden maar ook de solist speelden het werk vrijwel a vue. Waarschijnlijk was dat dan ook de voornaamste reden dat de uitvoering geen succes was, en pas in 1844, lang na de dood van Beethoven, werd het voor de eerste keer opnieuw uitgevoerd, en wel onder Mendelssohn. Nu was het onmiddellijk een doorslaand succes en dat is het sindsdien gebleven.

Voor vier van zijn vijf pianoconcerten heeft Beethoven in 1809 cadensen uitgeschreven. Voor dit vioolconcert was dat dus niet het geval. De cadenza voor dit concert is vanaf de tijd van Mendelssohn op heel veel manieren gespeeld. De versie die rond 1900 uitgeschreven was door Fritz Kreisler beviel bijna alle solisten uitstekend, en tot op de dag van vandaag wordt die het meeste gespeeld. Die ken ik dan ook, als ware het een cadenza van Beethoven zelf. Luister hier naar de cadenza van Kreisler in een uitvoering van Anne-Sophie Mutter en in een uitvoering van Janine Jansen:

Anne-Sophie Mutter, Berliner Philharmoniker, Seiji Ozawa

Janine Jansen, Deutsche Kammerphilharmonie Bremen,  Paavo Järvi

gardiner en faustIsabelle Faust wilde een andere cadenza. Beethoven had zijn vioolconcert in 1807, dus niet veel na de premiëre met viool, voor piano en orkest bewerkt en daar had hij een piano-cadenza bij uitgeschreven, die hij zelf placht te spelen. Een piano is geen viool als het om een cadenza gaat, maar Isabelle Faust besloot om toch te proberen de pianocadenza als basis te gebruiken voor haar eigen solo. Wat mij betreft heel geslaagd.  Hij is echt behoorlijk anders dan die van Kreisler. Het meest opvallende element is dat ook de paukenist hier een rol in speelt. Op zich lijkt dat bijzonder, maar als je je realiseert dat het concert begint met vijf paukenslagen dan is het ook weer logisch. Ondanks het feit dat er enkele stilistische uitstapjes lijken te zijn vind ik het een prachtig element in dat zo lange eerste deel van het concert. De paukenist en de violist hebben tijdens deze cadenza voortdurend oogcontact en dat maakt het nog eens extra spannend.

Luister eerst naar de pianocadenza van Beethoven zelf, daarna naar de bewerking hiervan van Isabelle Faust

Daniël Barenboim, die zelf speelt en tegelijk de London Philharmonic Orchestra dirigeert.

Isabelle Faust, Rotterdams Philharmonisch, Mark Elder

Hoe komt het dat de pianocadens veel langer is dan de vioolcadens? Dat heeft vooral te maken met het feit dat Beethoven een heel stuk uitgeschreven heeft waar Isabelle Faust niets mee doet. Ze laat het gewoon weg. Het is typisch zo’n pianostukje dat zich moeilijk voor viool laat omzetten:

Het is interessant om verder de fragmenten te vergelijken. Je hoort de hele cadenza opgeknipt in stukjes. Steeds eerst een stukje van de pianocadens, dan de omzetting van dat stukje naar viool, en zo door tot het eind van de cadenza. Hierin zit ook het stukje dat niet wordt omgezet naar viool.

Hoe het bij de eerste uitvoering in 1806 geklonken heeft blijft gissen. Ook blijft gissen hoe vrij alles werd gespeeld. Ik voel veel voor zowel de vertolking van Anne-Sophie Mutter met de Kreisler-cadens, de pianoversie van Barenboim maar ook de versie van Faust. Alle drie behoorlijk rubato, ze spelen ook met de dynamiek, met de spanningsopbouw. Het klinkt daardoor als een improvisatie. Die van Janine Jansen vind ik persoonlijk iets te netjes.

Tot slot een opname van het complete vioolconcert met het Rotterdams Philharmonisch orkest onder leiding van Mark Elder en met Isabelle Faust als solist. De uitvoering is van het zondagochtendconcert  in het Concertgebouw van Amsterdam, februari 2018

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in muziek, recensie en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.