Monteverdi en het hof van Ferrara

Bij de dood van Baldesar Castiglione in 1529 liet keizer Karel V weten dat voor hem deze persoon een van de meest verfijnde mensen was geweest die hij gekend had. Waarschijnlijk had hij alleen maar diens boek gelezen, “het boek van de hoveling, il libro del Cortegiano“. Het boek bestaat uit opgeschreven gesprekken in het paleis van Urbino. Door de uitgebreidheid van de gesprekken met zeer veel verschillende personen die gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen krijg je een goed beeld hoe er aan het hof tegen veel dingen werd aangekeken. Natuurlijk was dat een geïdealiseerd beeld, maar toch. Wat in dat boek steeds weer blijkt: een hoveling moest in veel dingen thuis zijn. Hij moest goed en beschaafd kunnen spreken, maar hij diende zich ook te bekwamen in het musiceren en in het dansen. De aanwezigheid van hertogin Elisabetta Gonzaga, oorspronkelijk afkomstig uit Mantua, wordt in dit boek omschreven als bijzonder aangenaam. Ze nam actief deel aan politieke gesprekken en ze kon de mensen aan het lachen maken. Vrouwen hadden er veel te vertellen. Dit hof was een voorbeeld voor de hofcultuur elders. Vooral het hof van Ferrara was vergelijkbaar. Maar dus ook de Spaanse keizer zag het als een inspirerend voorbeeld.

Een kleine honderd jaar later wordt Monteverdi geïnspireerd door het verfijnde hof van Ferrara. Hij werkt dan in Mantua, maar omdat de zus van de hertog van Mantua, Margherita Gonzaga, getrouwd was met de laatste hertog van Ferrara, kreeg Monteverdi veel te horen over het hofleven aan dit naburige hof. Het hof van Urbino waar het boek over de hovelingen was geschreven was toen al lang ter ziele, de stadstaat was ingenomen door pauselijke troepen (1515). Datzelfde lot zou in 1597 ook het hof van Ferrara treffen. Vlak daarvoor droeg Monteverdi zijn vierde boek met madrigalen op aan de hertog en hovelingen van dat hof. Bij de opdracht schreef hij: “opgedragen aan mijn meest illustere heren en beschermers uit Ferrara. Helaas heb ik deze liederen niet eerder kunnen laten zien aan de hertog door zijn  onverwachte dood.” Het boek werd overigens pas vijf jaar later in Venetië uitgegeven, toen het hof al was verdwenen.

Als je de getuigenissen leest over de muziekwereld aan het hof van Ferrara dan begrijp je waarom Monteverdi daar graag voor schreef. De Bolognees Ercole Bottrigari, die van 1575 tot 1586 in Ferrara verbleef schrijft: ‘zijne hoogheid beschikt over twee bijzondere kamers, muziekkamers genoemd, want hierin trekken de door hem aangeworven muzikanten zich geregeld terug. Deze muzikanten zijn talrijk, zowel Trans-Alpijnen als Italianen, en met een bijzonder goede stem en een bijzonder mooie gracieuse manier van zingen, daarnaast met een bijzonder groot speeltalent – sommigen spelen kornet, trombone, dulciaan, fluit, weer anderen viola, rebab, fluit, citer harp en clavecimbel. De instrumenten worden goed onderhouden en geregeld gestemd door apart daar voor aangetrokken specialisten.’
De hertog had daarnaast een groeiende interesse voor een kleine groep uiterst getalenteerde zangers, die “da camerino” moesten uitvoeren, een soort geraffineerde concerten voor klein publiek. Vanaf omstreeks 1530 waren dat voornamelijk vier- of vijfstemmige madrigalen. Er is veel documentatie over wat er allemaal op muzikaal gebied gebeurde aan het hof.

Na de dood van deze hertog Alfonso II d’Este in 1597 namen de troepen van de paus zoals gezegd de stad in. De hovelingen onder wie hertogin Margherita Gonzaga (1564-1618) namen zo veel mogelijk kostbaarheden zoals schilderijen en tapijten mee en zetten het hofleven voort in Modena. Toen lag het hertogelijke paleis van Ferrara er opeens kaaltjes bij. Dat is eigenlijk nog steeds zo.

kasteelHet grote paleis staat in het centrum van de stad en is nu ingericht als museum. Je kunt er de gevangenis zien waar de gevangenen de muren met graffiti en met getekende spelletjes beschilderden.

gevangenisJe kunt zalen zien waar de originele fresco’s zijn  gerestaureerd. Om te voorkomen dat je een stijve nek krijgt van het naar boven kijken zijn er in het midden van enkele zalen grote spiegels geplaatst, zodat je via het spiegelbeeld de plafonds goed kunt bestuderen. De hoveling deed ook veel aan sport, zoals je hier kunt zien: hij traint zich in het discus werpen.

plafondschildering3Binnenkort is de bezichtiging van dit paleis een van de onderdelen van een excursie waar ik aan deelneem.

Gisteravond zongen vijf zangers van Collegium Vocale Gent in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam onder meer een madrigaal uit het vierde boek van Monteverdi, bestemd voor deze verfijnde hofcultuur uit Ferrara. De plek waar de muziek nu klonk is vreemd. Deze muziek werd normaal gezongen voor een kleine kring in een niet al te grote zaal. Als ik over enkele weken weer in Ferrara ben ga ik proberen te achterhalen waar dat in die laatste jaren van dat hof plaats gevonden zou kunnen hebben. Nu werd er gezongen in de grote zaal van het Muziekgebouw. De intimiteit gaat daar volledig verloren. Maar er werd gelukkig wel heel goed gezongen!

Uit dat vierde boek klonk gisteren slechts één lied. Hieronder bespreek ik een ander lied uit dat boek, een lied op tekst van Torquato Tasso. Dit was een van de meest bejubelde dichters van het einde van de zestiende eeuw, min of meer een tijdgenoot van Monteverdi.

  • Torquato Tasso  schreef onder meer het lyrische epos  “La Gerusalemme liberata”, over de eerste kruistocht. Delen van deze tekst zette Monteverdi in zijn achtste madrigaalboek op muziek, het werd een kleine mini-opera: Il combattimento di Tancredi e Clorinda.

Tot en met boek IV worden de madrigalen van Monteverdi meestal a capella gezongen. In de boeken V tot en met VIII hebben de liederen steeds een eenvoudige of juist een meer uitgebreide instrumentale begeleiding, in de vorm van een basso continuo of met nog meer instrumenten. Zo ook hoorden we gisteren bij de uitvoering van twaalf madrigalen van Monteverdi, een dwarsdoorsnede door zijn acht boeken, steeds wisselende bezettingen. Maar hoe de bezetting ook is, bij al deze madrigalen kunnen we genieten van de prachtige expressieve stijl en de verfijnde klank-uitbeelding van de tekst waar Monteverdi van het begin af aan al een meester in was.

Het lied dat ik nu bespreek uit dit vierde boek is gebaseerd op een liefdesgedicht: Cor mio! Mentre vi miro…. (mijn hartedief! Als ik naar jou kijk….).  Een thema waar ze aan de verschillende hoven in Italië al eeuwen verzot op waren. Dergelijke teksten kon je al horen in de tijd van de troubadours in de twaalfde eeuw, toen nog eenstemmig gezongen, waarschijnlijk begeleid door de zanger zelf op een middeleeuwse harp of vedel.. Petrarca dichtte in de veertiende eeuw eveneens op een vergelijkbare manier. Nog steeds deed dit dus ook Torquato Tasso. Ondanks het feit dat het lied nu door vijf zangers wordt gezongen is het zo gecomponeerd dat alles nog steeds goed verstaanbaar is. En de lading van de tekst wordt door Monteverdi geniaal op muziek gezet, vijf zangers doen samen wat de troubadour in zijn eentje deed: een spannend verhaaltje vertellen, vol met tegenstellingen, met een mooi rijmschema en met een opbouw naar de clou toe. Ik zie het zo voor me in een van de zaaltjes in Ferrara, de goed getrainde stemmen van de specialisten van het hof, terwijl de rest aan hun lippen hangt. Hoofse stijl ten top!

cor mio

De opname die je hier hoort stamt uit 1993 en is gemaakt door Concerto Italiano onder leiding van Rinaldo Alessandrini. Het is de mooiste opname die ik ken, ik bezit er nog enkele.

Ik heb ook nog een aparte site gemaakt met een toelichting en analyse van dit madrigaal: hoe komen al die prachtige muzikale klankschilderingen tot stand? Ik denk als je dat hebt bestudeerd je zult begrijpen waarom ik zo’n enorme fan van deze componist ben!

Analyse madrigaal Cor Mio

  • Baldesar Castiglione, the book of the Courtier
    Penguin Classics
    ISBN 978-0-14-044192-5
  • Een bijzondere renaissance, het hof van de Este’s te Ferrara.
    Prachtige catalogus van 359 pagina’s naar aanleiding van een tentoonstelling in Brussel van 2003 tot 2004. Mooie artikelen en prachtige afbeeldingen. Een hoofdstuk gaat over de muziekcultuur aan het hof.

    Uitgeverij Snoeck, 2003

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek, recensie en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.