Samen spelen

Mijn oudste kleinzoon gaf zijn broertje een mep tijdens het voetbalspel. Huilend liep deze naar mijn vrouw. Ze liet hen allebei aan het woord.

-‘Hij sloeg mij’.
-‘Dat mag natuurlijk niet. Waarom sloeg jij je broertje’.
-‘Hij wilde niet voetballen’.

Na enig doorvragen bleek dat zijn broertje de bal nooit naar hem speelde. Hun manier van voetballen kwam niet overeen. Zijn voetballen is overigens minstens zo egocentrisch. Als ik met mijn oudste kleinzoon speel krijg ik de bal vrijwel nooit. Maar goed, in zijn beleving was het dus nu andersom. Mijn vrouw vroeg:

-‘Gebeurt zo iets vaker, dat een ander iets anders wil dan jij, bijvoorbeeld op school?’
-‘Ja als iemand anders op mijn lievelingstrein wil.’ (een soort skelter die voor hem een trein is.)
-‘En wat doe jij dan, ga je dan ook slaan?’
Het bleef even stil en je zag hem nadenken.
-‘En hoe lossen jullie dat dan op?’ vroeg mijn vrouw.
-‘Dan gaan we om de beurt.’
Hij zal dus waarschijnlijk op school ook wel eens iemand geslagen hebben en na bemiddeling van de juf is toen waarschijnlijk afgesproken dat ze om de beurt op de skelter mogen, en natuurlijk ook dat hij niet mag slaan..
-‘Misschien vindt jouw broertje dat ook wel een goed idee. Dat zou je hem kunnen vragen.’
Mijn vrouw was nog niet uitgesproken of hij vroeg het onmiddellijk:
-‘Zullen we om de beurt naar elkaar toespelen met voetballen?’
-‘Zijn broer antwoordde gelijk:
-‘Ja hoor.’
-‘Kijk eens , je vraagt het lief en hij zegt gelijk ja. Dus als je weer eens een keer iets niet leuk vindt kun je het lief vragen. Ik denk dat hij dan weer gewoon ja zegt.’
-‘Nee hoor’, zei zijn broertje.
-‘Tja’, zei mijn vrouw, ‘het kan natuurlijk ook zijn dat hij nee zegt en dan moeten jullie maar allebei alleen gaan spelen’.

Maar voor nu was het probleem opgelost. Ze gingen weer voetballen en speelden een hele tijd samen zonder problemen, tot we gingen eten. Goed was niet alleen dat dat lukte, ook goed was dat hij de link wist te leggen naar een situatie op school, in dit geval een situatie die best wel afweek. Hij legde de link naar: “wat doe je als een ander iets anders wil dan jezelf zou willen.”

Hij heeft dus samengespeeld. Meestal spéélt hij. Hij fantaseert, of vooral: hij speelt iets na. Hij heeft onlangs een keer een stuk van de tour de France gezien op de TV. Als hij naar huis fietst dan speelt hij sindsdien voor wielrenner. En geeft dan al fietsende een vergelijkbaar commentaar, net zo als de enthousiaste commentator op TV. En hij wint iedere keer en staat dan met geheven handen aan de finish: -‘Ik heb de gele trui’. En als hij met mij voetbalt speelt hij het liefste een wedstrijd: ik ben Nederland en hij is Amerika. Voetballen is voor hem sinds het laatste WK damesvoetbal. Hij speelt dan die laatste wedstrijd na, althans, hij maakt binnen een kwartier een doelpunt wat ik probeer te verhinderen en dan heeft Amerika gewonnen en dan is de wedstrijd afgelopen.

We gingen vandaag met de bus naar de speeltuin en terug. Hij verkneukelt zich dan al van te voren en ook in de bus dat hij bij thuiskomst die bus wil gaan natekenen.
-‘Welk nummer heeft die bus, 194 toch?’
-‘Inderdaad, 194.’
-‘Hoe schrijf je dat? ‘
-‘1, 9, 4’.
In de bus hoor je hem af en toe zachtjes mompelen: ‘ 1, 9, 4.’
-‘Hoe schrijf je Capelse Brug, met een K of met een C?’

Het mooiste gebeurde op de terugweg. De bus was vijf minuten te laat vertrokken, had al vertraging, dus de chauffeur reed lekker hard. Wij stapten uit, opa, oma, drie kleinkinderen van 2, 3 en 6. Dat ging dus niet zo snel. Iedereen was er uit, behalve mijn oudste kleinzoon. Hij liep naar de chauffeur en vroeg:
-‘Zou u even nog niet weg willen rijden, want ik wil nog even heel goed naar de bus kijken.’
De vrouwelijke chauffeur, de schat, zei:
-‘Maar natuurlijk, ik blijf wel even staan.’
Mijn kleinzoon stapte ook uit, liep naar voren, bleef een klein stukje voor de bus staan en hij keek met zijn armen over elkaar, als een doorgewinterde inspecteur, naar de bus, en zei na een paar seconden:
-‘OK.’

De chauffeur had het schouwspel lachend gadegeslagen en zwaaide vriendelijk naar ons bij het weg rijden. We liepen bij ons huis aangekomen naar binnen en hij pakte onmiddellijk een groot stuk papier en begon ijverig te tekenen. Hij tekende de bus die aankwam bij Capelse Brug. Je ziet op de tekening ook nog een andere bus. In de verte kun je de rails en leidingen van de metro zien. Het is trouwens die metro, die je daar ook ziet, waar hij zo bang voor is. Zou er een doorbraak zitten aan te komen? Er staan ook enkele auto’s op de tekening. Dit is zijn spel. En dat spel is onnavolgbaar. Zulk spel speel je niet samen. Je speelt het gewoon. Je beleeft de rit intens en bij het tekenen beleef je hem nog een keer. Daar heb je geen tegenstander voor nodig.

capelse brug

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Samen spelen

  1. Anoniem zegt:

    Met een ontroerde groet van opa en oma Tiffer in SAULT .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.