Een level hoger

-‘Zullen we beginnen met het vierde level?’
-‘Ja dat is goed. Ik heb al een ideetje wat het vijfde level wordt!’

Mijn twee kleinzoons verkneukelden zich in de auto van opa op weg naar diens huis al op het samen spelen. Er zijn inmiddels enkele spelletjes die ze allebei leuk vinden en waar ze zich echt in kunnen uitleven. Ik moest denken aan mijn eigen jeugd in een klein dorpje waar iedereen uit liep als er in een naburige straat een auto was gesignaleerd. Auto’s waren nog een zeldzaamheid, behalve op de doorgaande rijksweg. Maar zelfs daar was het, toen ik nog een jaar of vijf was, goed mogelijk om over te steken. Stoplichten of zebra’s waren er nog niet. En we kwamen daar bijna niet, dus het zien van een auto was voor kinderen altijd de moeite waard.

Toen ik vijf jaar was ging ik naar de kleuterschool. Daarvoor speelde ik ook al met kinderen. Er waren nog geen crèches, ook nog geen peuterspeelzalen. Ik riep naar mijn moeder die boven met huishoudelijke taken bezig was:
‘Mama, ik ga buiten spelen.’
‘Dat is goed. Blijf je een beetje in de buurt?’
Ik rende naar buiten en wist waar een jongetje woonde van mijn leeftijd. Vaak was die ook al buiten. Hij woonde een straat verder. En we gingen samen spelen. Fantaseren vooral, herinner ik me. Maar ook voetballen. Met vieze handen en kapotte knieën kwam ik dan op een gegeven moment weer thuis en werd daar weer enigszins gefatsoeneerd. Mijn kleren konden wel wat hebben. We hadden “sjwerdisse kleier” aan. Dat waren doordeweekse kleren die vies en vuil mochten worden en uiteindelijk ook kapot mochten gaan. Ze werden herhaaldelijk opgelapt. Het waren toch maar “sjwerdisse kleier.”

Hoe anders is dat tegenwoordig. Ik woon aan een dijk waar veel te hard over heen wordt gereden. Mijn kleinkinderen mogen nooit alleen de dijk op. Gelukkig hebben we nog een enigszins afgeschermde achterom, maar buiten spelen betekent in principe toch dat opa of oma er ook zijn. En binnen is er ook altijd een volwassene in de buurt. Maar ik merk dat het tegenwoordig goed gaat om ze rustig een tijd alleen te laten spelen. Mijn autistische kleinzoon van zes kan inmiddels heel wat hebben van zijn broertje van vier en laat zich zelfs corrigeren. En er zijn dus nu ook spelletjes die ze allebei leuk vinden. Zoals “voetje van de vloer”. Ons huiskamermeubilair is inmiddels al zo oud en versleten dat we niet bang zijn dat het nog meer verslijt. Zij beseffen gelukkig dat dit niet overal zo kan. En zo springen ze van de bank op de stoel, of op een dik kussen op de grond. Alles mag volgens hun spelregels, als ze de vloer maar niet aanraken. En af en toe verplaatsen ze de boel zodat er een ander level wordt bereikt. Ik hoor aan het verschuiven van de stoelen: ah, er komt een ander level! Als ze zo bezig zijn kan ik rustig een half uur in de keuken met van alles bezig zijn. Af en toe kijk ik even stiekem en zie dat het goed gaat. Ze spelen dan binnen zoals wij vroeger vooral buiten speelden. En het gaat goed, geen huilpartijen, zelfs geen builen of bulten. Ze weten wat ze kunnen. Ik hoorde mijn jongste kleinzoon zeggen: ‘Dat doe ik niet, dat vind ik te moeilijk’. Logisch, want hij heeft kortere beentjes. Hij kent zijn grenzen, maar vindt het niet erg. Ik geniet hier van.

Er is een nieuw en tegelijk oud spelletje ontstaan. Mijn oudste kleinzoon, die zich eerst als Willem-Alexander, later ook als Maxima of zelfs als Beatrix verkleedde (dan was hij in verwachting van Willem-Alexander) heeft nu het verschijnsel bisschop ontdekt, ja zelfs paus.
-‘Opa, ik ben bisschop-kardinaal. Ik ga een nieuwe paus kiezen.’
Maar waar vind je bijpassende kleren? Even een deken omhangen en een papieren mijter op zijn hoofd vond hij toch niet ideaal. In de kelder stond een doos met sint- en piet-kleren. Na twee weken zeuren (ze waren eigenlijk pas weer voor volgend jaar bestemd) gingen opa en oma overstag. Eindelijk waande hij zich een echte bisschop, of zelfs bisschop-kardinaal. Maar zijn broertje vond nog meer in de doos: hij werd weer Zwarte Piet. Ik moest de schoen zetten en daar moest een wortel in. Het werd een pantoffel en ik vond nog een laatste wortel in de koelkast. Toen moest ik een liedje zingen en op de bank gaan slapen. En ja hoor, er zat een kaart met een sterrenhemel in mijn schoen! Hoe wéét Sinterklaas dat ik daar van houdt!
Onmiddellijk daarna was het weer avond en het spelletje moest nog een keer. De wortel werd ge-recicled. Wat een weelde, ik mocht de hele dag slapen! Nu duurde het veel langer. Ze waren in de weer met inpakpapier, helemaal boven. (Het moest zo geheim mogelijk blijven).

inpakpapierZwarte Piet kwam beneden en maakte me wakker. Ik dacht dat het al pakjesochtend was, maar nee: ‘Opa, heb je plakband? ‘
Ik had plakband. Het duurde weer een hele tijd. Maar helaas, ik werd nogmaals voortijdig gewekt. De plakband was aan zich zelf vast gaan plakken, Zwarte Piet vroeg om raad. Ik peuterde het beginnetje weer los en hij ging weer het dak op. Na een tijdje was het eindelijk zover: in mijn pantoffel lag een boek. Het was een historisch antiquarisch boek uit de negentiende eeuw, net zoiets als waar ik al jaren naar op zoek was. Hoe wéét de Sint die dingen toch allemaal zo goed!
-‘Opa het is bijna pakjesavond, wil je ook nog een gróót cadeau?’
Ik besloot dat ik graag een auto wilde hebben.
De bisschop en zijn knecht gingen weer naar boven en ik dommelde in. Pfff. Er waren weer eens problemen met de plakband. Even later zelfs nog een keer. Verveeld zette ik de TV aan. Ook Dieuwertje Blok was bang dat het dit jaar allemaal niet goed ging komen vanwege de voortdurende problemen met de plakband. Toen ging het opeens helemaal mis. Ik hoorde Zwarte Piet huilen en Sinterklaas maakte mij wakker: ‘wakker worden! Er ligt een cadeau voor jou in je schoen.’ Tja, wat moest ik doen. Ik werd verscheurd door solidariteit met de clerus en met het gewone volk. Ik ging toch eerst maar eens poolshoogte nemen bij Zwarte Piet. Na enig doorvragen begreep ik dat Sinterklaas het zat was geweest vanwege die ellendige plakband. Hij was het half ingepakte pakje al gaan bezorgen. Maar Zwarte Piet was het daar helemaal niet mee eens: er moest volgens hem nog een extra stukje plakband om heen! Ik begreep het dilemma van de pakketdienst. Het was nu te laat, Zwarte Piet gooide zijn kleren demonstratief af en besloot dat het bijna Kerstmis was. Sinterklaas daarentegen ging met zijn bisschopskleren aan al plechtig prevelende en intussen in zijn brevier lezende naar boven. Daar hoorde ik hem “Dag Sinterklaasje” zingen. Toen kwam ook hij naar beneden met de mantel en mijter in zijn handen. De Sint was vertrokken naar Spanje.
Ik keek toen toch maar eens nieuwsgierig in mijn pantoffel. Een toch best nog wel aardig verpakte auto! Ik wilde eigenlijk gaan spelen maar de gewezen Zwarte Piet lag nog steeds verdrietig te mokken op de bank.

mokkenIk vroeg hem hoe lang hij nog boos was. ‘Nog even.’ Ik wachtte precies “even” en vroeg of hij me wilde helpen met koken. Hij veerde op en keek weer vrolijk. Pff.

Maar wat was het een mooie ervaring! Ze spelen met elkaar, en ook nog eens best lang. En heel lang gaat het ook nog eens gewoonweg erg goed. Zonder dat opa er zich mee bemoeit. Ze weten steeds beter van geven en nemen. Ze beginnen te leren hoe samen spelen werkt. Ze hebben een hoger level bereikt.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.