De Mona Lisa

De musea mogen binnenkort weer open, zoals ook de kerken weer open mogen. Dit alles wel nog met restricties. Veel kerken zijn trouwens al open: je kunt er naar binnen lopen om te bidden. Zoals dat vroeger normaal was. De meeste musea hebben gelukkig een website waar het een en ander virtueel te zien is. Op de site van het Louvre is er een onderdeel waarbij een aantal werken van het museum tot in detail kunnen worden bekeken, ook het beroemde schilderij “Mona Lisa”. Je kunt dan details zien die ook besproken worden in het boek “Leonardo da Vinci” van Walter Isaacson. In dat boek worden maar liefst 21 pagina’s gewijd aan de Mona Lisa. Het is het laatste onderdeel van het een na laatste hoofdstuk. De dingen die hij daar zegt lijken een logisch vervolg te zijn van al de dingen die in eerdere hoofdstukken al voorkomen, zoals in de hoofdstukken over zijn anatomische studies, of over zijn onderzoek naar de stroming van water, watervallen en irrigatie. In muziekstukken is de Coda vaak een hoogtepunt. Het deel over de Mona Lisa is een soort eerste Coda van het boek. Er komen er nog twee. Zo eindigt het boek met drie hoogtepunten.

Leonardo voltooide voor zover we weten slechts 16 schilderijen, en bij een deel daarvan was hij ook niet de enige schilder die er aan werkte. Dit met name bij de eerste schilderijen die hij in de werkplaats van Andrea del Verrocchio in Florence maakte. Toen hij daarna naar Milaan ging om aan het hof van Ludovico Sforza te werken was hij vooral iemand die allerlei toestellen en decors ontwierp die gebruikt werden bij feestelijke gelegenheden ter vermaak van de hertog, zijn hofhouding en zijn gasten. Honderd jaar later toen Monteverdi aan het hof in Mantua zijn eerste opera’s schreef klaagde hij dat de ontwerpers van decorstukken en effect beogende apparaten meer in aanzien stonden dan hij, die de muziek schreef. Leonardo kreeg aan dat hof waarschijnlijk ook al goed betaald.

Vanaf zijn vroege jeugd was hij iemand die alles wilde weten over anatomie, over hoe dingen werken, zoals het vliegen van een vogel. Hij maakte honderden tekeningen, die niet altijd een duidelijk doel hadden. Maar al gauw zag men dat hij ook verstand had van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Hij ontwierp in Milaan het grootste ruiterstandbeeld aller tijden. Voor de bouw ervan had hij gigantisch grote hijsinstallaties en allerlei ander materieel nodig. Hij begon aan het beeld, maar het kostte hem zoals gewoonlijk veel tijd. Uiteindelijk was het benodigde brons opeens voor iets anders nodig, namelijk om er kanonskogels van te maken. De Fransen die even later Milaan veroverden, schoten als een soort sport het kleinere prototype van dat ruiterstandbeeld, dat wel al klaar was, aan diggelen. Er is daardoor geen enkel beeld van zijn hand bewaard gebleven. Als hij sprak over beeldhouwkunst en over schilderkunst noemde hij de eerste kunstvorm minderwaardig aan de laatste. Juist het subtiel kunnen werken met allerlei soorten kleur maakte de schilderkunst voor hem superieur. Zijn schilderijen waren altijd ontstaan uit een opdracht maar hij kon er, als hij tevreden over zijn werk was, geen afstand van doen. Zijn meest geliefde schilderijen nam hij steeds mee op reis. Onderzoek heeft uitgewezen dat hij daaraan nog bleef schaven, het was voor hem blijkbaar nooit af.  Sommige werken kon hij natuurlijk niet mee nemen, zoals de opdracht uit 1503 om een wand te beschilderen in het Palazzo Vecchio in Florence. Het moest de slag bij Anghiari verbeelden, een van de weinige veldslagen die de Florentijnen wonnen. Hij werkte er jaren aan, kreeg stevige aanbetalingen maar toen hij kans zag om terug naar Milaan te gaan liet hij het met het grootste gemak onaf achter. Wel zijn er veel tekeningen van dat grootse schilderij bekend zodat we er ons achteraf een goed beeld van kunnen vormen. Het had een enorm dynamisch geheel moeten worden, het was eigenlijk meer een bewegingsstudie dan een mooi statisch verhaal waar de renaissancekunstenaars zo goed in waren. Hij was zijn tijd vooruit. Waar de veel jongere Michelangelo nog mooie duidelijke lijnen schilderde om de objecten in hun omgeving te plaatsen, schilderde Da Vinci naar de natuur: lichtval, subtiele overgangen, al dat soort dingen waren voor hem essentieel. De sfumato-techniek, het vervagen van contouren, is door hem uitgevonden en door  Rafaël en navolgers omarmd.

Door zijn obsessie voor beweging onderzocht hij tot in detail uit wat er allemaal gebeurde als iemand iets zei. Ook de tong van de specht was een afzonderlijk studie object. Hij maakte altijd “to-do lijstjes” en op een van die lijstjes lezen we: “onderzoeken hoe de tong van de specht werkt”. Dit heeft hij ook zeer uitgebreid gedaan en hij trok er een aantal conclusies uit. Zijn wetenschappelijk anatomische onderzoeken, toegelicht met tekeningen, zijn nog steeds indrukwekkend. Hij had het idee ooit een encyclopedie te gaan maken waar al die dingen een plaats zouden krijgen.

laatste-avondmaalMaar niet alleen de puur technische kanten van beweging hadden zijn interesse: hij wilde ook weten wat er gebeurde met ogen, neus, wang, lippen of ledematen als iemand boos, verdrietig, blij, opgetogen was. Zijn beroemde “Laatste Avondmaal” is een schilderwerk waarin hij dat probeerde toe te passen. De menselijke psyche en de typologie van karakters zijn daar weergaloos vormgegeven. In de abdij van Tongerlo staat een reproductie uit 1507, waar hij misschien zelf nog mede aan gewerkt heeft (zie hierboven). Deze reproductie is in veel betere staat dan het sterk gehavende originele exemplaar van Milaan. Een van de best betaalde mensen aan het hof van Ludovico Sforza was een astronoom. Ook Leonardo maakte gebruik van zijn diensten. Hoewel er geen bewijs voor is, is het zeer aannemelijk dat Leonardo bij het schilderen van dit werk de psychologie van de karakters zoals ze bij de tekens van de dierenriem beschreven worden heeft proberen weer te geven. De kennis die hij verwierf met betrekking tot de menselijke psyche heeft hij ook toegepast in portretten: het moesten menselijke portretten zijn, niet geïdealiseerd. Ook in dat opzicht had hij ideeën die pas in de baroktijd meer algemeen werden.

“De mikrokosmos is een weergave op een ander niveau van de makrokosmos”. Dat idee heeft hij zijn hele leven omarmd. Op een gegeven moment  ging hij de loop van rivieren vergelijken met de menselijke bloedsomloop. Hij onderzocht fanatiek alle vormen van stromingen, watervallen, draaikolken en probeerde er achter te komen wat het equivalent daarvan was bij de mens. Hij ontdekte de functie van het hart als een soort pomp en dacht dat zo iets ook met water aan de hand moest zijn. Uiteindelijk kwam hij er achter dat het water op de toppen van de bergen daar terecht komt door waterdamp in wolken. Hij verliet toen ook het idee van een soort “hartpomp in de aarde”. Maar de aarde die gevoed wordt door het stromende water bleef voor hem een equivalent van het bloed dat vanuit het hart de mens voedt.

Leonardo da Vinci had krullend haar en zo ook zijn minnaars. Hij vond de kronkelingen en spiralen die hij zag in krullend haar fantastisch. Zoals hij draaikolken tekende bij het weergeven van de zondvloed, zo schilderde hij ook fanatiek haarlokken.

monalisaEn dan terug naar dat ene schilderij waar al deze dingen lijken samen te komen: de Mona Lisa. Als onderlaag heeft hij dik loodwit aangebracht. Een klein deel van het licht dat door de verflagen heen komt wordt door dat loodwit weerkaatst wat allerlei subtiele mogelijkheden geeft.  Voor de schaduwen op het gezicht gebruikte hij glaceerlaagjes met heel weinig pigment in de olie, en hij werkte daar met een zeer fijne penseel. Ook brengt hij deze penseelstreken doelbewust onregelmatig aan waardoor de textuur van de huid nog meer levensecht wordt. In een passage in een aantekenboek schrijft hij: “Als je een portret wilt maken, doe dat dan bij onbestemd weer of als de avond valt. Je kunt dan veel meer zachtheid en verfijning waarnemen.“ Mona Lisa was een vrij eenvoudige vrouw, niet van adel. Zij was de vrouw van een zijdehandelaar. Het weergeven van haar kleding was dus belangrijk. Het portret, dat overigens nooit is afgeleverd, moest ook een reclamefunctie hebben. Haar jurk bolt zacht, het licht valt op de verticale vouwen en rimpels. De mosterd- en koperkleurige mouwen stralen met een zijdeachtige glans die verblindt door zijn schoonheid. In de halslijn van haar jurk zien we twee rijen geknoopte spiralen, waartussen gouden ringetjes zijn verweven die het licht vangen.

monalisadetail2bDan zien we in de volgende rij knopen in de vorm van kruisen, van elkaar gescheiden door steeds twee zeshoekige windingen. Behalve in het midden, daar zijn het er drie omdat er een subtiele vouw in de jurk is. Het haar is bedekt met een sluier als teken van zedigheid. Deze is bijzonder transparant.  Het landschap op de achtergrond kun je er doorheen zien en waar de jurk er onder aanwezig is krijgt deze een donkerder kleur. Het haar valt in golven over haar schouder met een waterval aan krullen.

monalisadetail1bDe ragfijne sluier doet denken aan het mistige landschap op de achtergrond. We zien alles als het ware door een sluier. Het landschap is een uiting van het levende en kloppende lichaam van de aarde. Haar aderen zijn de rivieren, haar wegen de pezen, haar rotsen de beenderen.

monalisadetail3bVolg je met je ogen het kronkelende pad van de rivier rechts zoals dat na de brug op ons afkomt, dan lijkt dat wel op de zijden halsdoek die Lisa over haar linker schouder heeft gedrapeerd. De plooien van de doek lopen bijna recht. Totdat ze haar borst bereiken en wat gaan draaien en kronkelen, bijna identiek aan hoe Leonardo stromend water tekent. De kronkelweg links maakt een bocht alsof hij recht op haar hart afgaat. Haar jurk net onder de halslijn rimpelt en stroomt langs haar romp naar beneden als een waterval.

Waar komt het beroemde Mona-Lisa-effect vandaan, het gevoel dat wanneer je aan het schilderij voorbij loopt zij jou overal steeds lijkt aan te kijken. Dit schijnt te komen door de meesterlijke beheersing van de kunstenaar van het aanbrengen van schaduwen en het gebruik van licht. En wat is er aan de hand met haar goddelijke glimlach? In de tijd dat Leonardo aan het schilderij werkte bracht hij nachten door in het lijkenhuis onder een ziekenhuis, waar hij de huid van lijken vaak laag voor laag weg sneed om spieren en zenuwen te kunnen zien. Hij wilde weten hoe een glimlach anatomisch werkt. Zo schrijft hij bij anatomische tekeningen uit 1508 nauwkeurig wat al die spieren doen, welke bijvoorbeeld de lippen doen tuiten. Maar hij maakte op dat vel ook een eenvoudig, onduidelijk tekeningetje (midden boven) met een minzame glimlach. Was dat een voorstudie?

lippenstudie

Er valt nog veel meer over dit schilderij te vertellen. Net als over de figuur Leonardo da Vinci. Walter Isaacson schrijft 21 pagina’s over de Mona Lisa, de rest van het bijna zeshonderd pagina’s tellende boek geeft een schat aan verdere informatie over deze kunstenaar en zijn werk. Ik heb nog een andere biografie over hem, deze is van Matthew Landrus. Het aardige van dat boek is dat het maar liefst dertig uitneembare facsimele’s bevat van zeldzame documenten.

De Mona Lisa is terecht misschien wel het allerbelangrijkste kunstwerk van zijn tijd. De enorme technische mogelijkheden die de kunstenaar had worden in dit portret virtuoos geëtaleerd en het hele wezen en denken van de Homo Universalis Leonardo da Vinci, balt zich in dit schilderij samen.

  • Leonardo da Vinci, de biografie. Walter Isaacson. Uitgeverij Unieboek, het Spectrum, ISBN 978 90 00 36423 7, Ook als e-book of als luisterboek verkrijgbaar.
  • De geheimen van Leonardo da Vinci. Het verhaal over zijn leven en werk met 30 uitneembare facsimele’s van zeldzame documenten. Matthew Landrus, http://www.boekenwereld.com, ISBN-10:90 215 8476 X

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in kunst en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Mona Lisa

  1. Pingback: Leonardo da Vinci en Josquin des Prez | De kwintencirkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.