Leonardo da Vinci en Josquin des Prez

portretjosquin

Dit portret schilderde Leonardo da Vinci in Milaan en het vermoeden bestaat dat hij hier Josquin des Prez heeft afgebeeld.

Wie was de beste kunstschilder die er rond 1500 leefde? En wie was toen de beste componist? Ik zeg Leonardo da Vinci en Josquin des Prez. En ik denk dat veel kenners het met me eens zullen zijn. Leonardo da Vinci leefde van 1452 tot 1519, Josquin des Prez van 1450 tot 1521. Zij waren dus leeftijdgenoten, maar ze waren meer dan dat. Toen Leonardo da Vinci in Milaan in dienst van de Sforza’s werkte (1482-1499) was ook Josquin een tijdlang verbonden aan het zelfde hof. (1480-1489). Wat was dat voor een tijd en wat deden ze daar?

Om te beginnen: ze leefden in een zeer grillige tijd. De theoloog Savoranola, dominicaan in een klooster in Ferrara, vluchtte in 1482 met ordeleden naar Florence toen de paus met pauselijke troepen de stadstaat belaagde. In Florence was deze Savonarola erg succesvol met zijn boetepreken, de kerk van zijn klooster zat voortdurend bomvol. Toen Florence bedreigd werd door Franse troepen vluchtte Piero de Medici, de heerser van Florence, naar Venetië en Savonarola nam de macht over. Hij wist met zijn charisma bij de Fransen na de capitulatie af te dwingen dat Florence geen enorme afkoopsom hoefde te betalen. Maar hij liet er geen gras over groeien. Nu hij de macht had wilde hij het openbare leven helemaal hervormen. Er kwamen allerlei soberheidsmaatregelen en in zijn boetepreken veroordeelde hij de rijken. Ook moest heel veel kunst er aan geloven. Werken van bijvoorbeeld Donatello belandden op de brandstapel. Veel kunstenaars ontvluchtten dan ook de stad. Leonardo was gelukkig al in 1482 naar Milaan verhuisd omdat hij in Florence beschuldigd was van sodomie. Uiteindelijk won in Florence vier jaar later toch weer de oude macht, ook met behulp van de paus die Savonarola in de ban had gedaan. de Medici’s kwamen terug en Savonarola kwam op de brandstapel terecht. De zaken waar hij tegen ageerde, onder meer ook de misstanden in de kerk, bleven sluipend aanwezig. Het was niet voor niets dat Luther in 1517 zich los maakte van de Roomse kerk. Verder zien we hoe de Franse koning zijn invloed in Italië ging uitbreiden. Hij nam in 1499 Milaan in, de hertog vluchtte. Leonardo ging toen weer terug naar Florence waar hij zijn loopbaan was begonnen. Daar ging hij oorlogstuig maken voor Cesare Borgio, de hoofdfiguur in “La Principe” van Macchiavelli. (Met Macchiavelli was Leonardo trouwens goed bevriend. ) Leonardo reisde met Borgio mee en ervoer de buitengewoon wrede manier hoe hij met de leiders van veroverde steden omging. Dat maakte dat hij ook stopte met zijn militaire opdrachten.

In dat zelfde decor van bedreigde stadstaten, afwisselend strenge zedigheid, soms een fijnzinnig hofleven zoals dat in Ferrara of losballige orgiën, daarin leefde ook Josquin des Prez. Van veel van zijn werken weten we niet wanneer hij ze gecomponeerd heeft, maar wel van het “Ave Maria”, misschien wel het mooiste muziekstuk dat hij gemaakt heeft. Hij maakte het in Milaan. Daarover zo meteen meer.

maagd op de rotsen

In 1483 schilderde Leonardo, eveneens in Milaan “de Maagd op de rotsen.” Het was een opdracht van de “broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis” om een altaarstuk te schilderen voor de Franciscaner kerk. Hij schilderde het middenstuk, andere schilders beschilderden de zijpanelen. Er op staan Maria, het kind Jezus, de jonge Johannes de Doper en een engel. Het gaat om een apocriefe scene over de ontmoeting van de heilige familie met Johannes als ze op weg zijn naar Egypte, nadat koning Herodus tot de kindermoord had bevolen. Hij heeft twee versies geschilderd. De eerste versie, die nu in het Louvre hangt, heeft hij waarschijnlijk verkocht toen er gedoe kwam over de betaling. Later heeft hij de tweede versie dan alsnog voor de broederschap gemaakt. Die tweede versie hangt nu in de National Gallery in Londen. We zien hier boven de eerste versie.

In die tijd was het nog controversieel dat Maria onbevlekt ontvangen zou zijn. Met name de Franciscanen hebben deze stelling ten zeerste gepromoot, en ook in dit schilderij zou dat idee op de een of andere manier aanschouwelijk gemaakt moeten worden, zo was de opdracht. Letterlijk luidde de opdracht: Maak een afbeelding met Maria. haar gewaad van goudbrokaat op karmozijn, in olieverf afgewerkt met fijne vernis. Daarbij het kind Jezus omringd door engelen en de twee profeten. Leonardo deed waar hij zin in had: hij liet de profeten weg, maakte slechts één engel (voor wie waarschijnlijk zijn jonge geliefde model stond) en haalde Johannes de doper erbij. Zo koos hij voor een mooie landelijke scene die weinig met de opdracht te maken leek te hebben. De profeten, waarschijnlijk Jesaja en Nephi, waren belangrijk in het verhaal. Ze moesten een soort testamentisch bewijs van de maagdelijkheid van Maria vormen. We lezen namelijk in het oude testament bij Jesaja: ‘Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven’ (Jesaja 7:14), en bij Nephi: Zie, de maagd die gij aanschouwt, is de moeder van de Zoon Gods, naar het vlees’ (1 Nephi 11:18).

Iets van die gedachte zien we misschien op het eerste gezicht toch nog. We zien een grot van kale rotsformaties waaruit op magische wijze bloemen ontspringen. We hebben het idee te kijken in het binnenste van de aarde. De figuren voor de grot baden in een warm licht, maar in de beschaduwde grot is het angstaanjagend donker. Leonardo da Vinci schreef eerder al eens over een mysterieuze grot waar hij tijdens een wandeling was langs gekomen. Het schijnt trouwens dat de onderdelen van de grot met een nauwkeurige geologische accuratesse zijn geschilderd, ze zijn duidelijk naar de natuur weergegeven. Ook de planten kloppen, ze staan uitsluitend op stukken zandsteen die zo ver geërodeerd zijn dat er wortels in kunnen doordringen. Ze staan nergens in het harde gesteente. Ook de soorten die je ziet komen in hetzelfde jaargetijde voor. Maar tegelijk is er sprake van symboliek: om de zuiverheid van Christus weer te geven wordt vaak een witte roos gebruikt, in dit geval kiest hij voor een witte stengelloze sleutelbloem. Vaag zichtbaar zien we boven de linkerhand van Maria een rozetje lievevrouwebedstro. Volgens een van de legenden zou Jozef deze plant gebruikt hebben als bed voor het kindje. Maar vreemd genoeg lijkt verder het verhaal vooral te gaan over Johannes de Doper, een van de favoriete thema’s van Leonardo. Johannes zit op zijn knieën met zijn handen eerbiedig gevouwen en Jezus zegent hem, zijn andere hand rust op een steen. Het lichaam van Maria lijkt in een draaiende beweging bevroren, ze kijkt naar Johannes en houdt een hand beschermend over het hoofd van haar kindje. Met de andere hand houdt ze liefdevol Johannes vast. De engel met zijn mooie krulhaar wijst naar Johannes en de andere hand rust ook op een steen. Het lijkt wel een oefening in gebaren en handhoudingen, een oefening die hij nog uitgebreider lijkt te herhalen als hij enkele jaren later het Laatste Avondmaal schildert.

handen

Zoals we zagen was de onbevlekte ontvangenis nog geen gemeengoed in de kerk en waren vooral de Franciscanen bezig om dat idee te promoten. Als we kijken naar de tekst van het Ave Maria zoals Josquin die gebruikte bij zijn compositie uit 1483, dan zien we daar ook een aantal verwijzingen naar die onbevruchte ontvangenis. Deze onderdelen komen in het officiële weesgegroetje, waarvan de tekst uit de elfde eeuw stamt, niet voor. Ik heb de betreffende passages vet weergegeven. Zou ook Josquin een opdracht kunnen hebben gehad van dezelfde broederschap? Het lijkt erg waarschijnlijk.

Ave Maria, gratia plena,
Dominus tecum, virgo serena.
Ave, cuius conceptio, solemni plena gaudio,
Caelestia, terrestria, nova replet laetitia.
Ave, cuius nativitas nostra fuit solemnitas,
Ut lucifer lux oriens verum solem praeveniens.
Ave pia humilitas, sine viro fecunditas,
Cuius annuntiatio nostra fuit salvatio.
Ave vera virginitas, immaculata castitas,
Cuius purificatio nostra fuit purgatio.
Ave, praeclara omnibus angelicis virtutibus,
Cuius fuit assumptio nostra fuit glorificatio.
O Mater Dei, memento mei. Amen.

Wees gegroet Maria vol van genade,
De Heer is met u, serene Maagd.
Gegroet, gij wiens conceptie, vol grote vreugde,
De hemel en de aarde vervult met nieuwe blijdschap.
Gegroet, gij wiens geboorte voor ons een groot feest werd,
Als de verlichtende morgenster anticipeert u op de ware zon.
Gegroet, trouwe nederigheid, die vruchtbaar was zonder man,
Van wie de aankondiging tot onze redding zou leiden.
Gegroet, ware maagdelijkheid, onberispelijke kuisheid,
Uw zuiverheid zou tot onze reiniging leiden.
Gegroet, glorieuze met al uw engelachtige deugden,
Uw liefdevolle bescherming zou tot onze verheerlijking leiden.
O moeder van God, denk aan me. Amen.

Josquin maakt hier gebruik van allerlei zettingstechnieken. Virtuoos wordt elk tekstdeel op een andere manier gezet. Maar opvallend is hoe het tekstdeel dat over de maagdelijkheid van Maria gaat er uitspringt:
Ave vera virginitas, immaculata castitas, cuius purificatio nostra fuit purgatio.
We horen hier een koraalzetting, alle stemmen hebben hetzelfde ritme, met uitzondering van de tenor, die telkens net een tel later komt. Het is een prachtig effect. Het doet me denken aan een passage in de Mariavespers van Monteverdi, waarin muzikaal wordt uitgebeeld dat alle mensen voor God gelijk zijn en de verschillen door hem weggepoetst worden. (Ut collocet cum principibus). Door zo’n verschuiving hoor je hoe dissonanten oplossen. Hier zou je dat kunnen interpreteren als “hoe haar zuivere maagdelijkheid bij ons tot zuiverheid leidt, wij worden door haar gereinigd”. Heel mooi is ook hoe aan het einde van die zin de maagdelijke zuiverheid van Maria nog even helemaal eenstemmig in de alt overblijft in het woord “purgatio” (reinheid). Koortechnisch mooi hoe het Gabrieli Consort er hier voor kiest om dat fragment op slechts een o-klank te zingen, maar ik denk dat Josquin echt wel gewild zou hebben dat je hier duidelijk het woord “purgatio” zingt, zoals ook in de partituur staat. Juist in die dingen laat Josquin zien dat hij de opdracht van de broederschap, het uitdragen van het mystieke wonder van de maagdelijkheid van Maria, begrepen heeft.

Ik schreef al eerder een artikel over deze compositie, zie de link onder aan deze pagina. Josquin heeft het ook met een afwijkende tekst op muziek gezet zoals je daar kunt zien. Bovenstaande versie heeft hij veel later ook nog bewerkt, hij wordt dan zesstemmig in plaats van vierstemmig. Dat was toen mode en er moest brood op de planken. Mooi gedaan, maar de originele versie uit Milaan vind ik veel mooier. De uitvoering die ik in dat eerdere artikel liet horen, (niet die ik toen live hoorde), dezelfde vierstemmige, is weer heel anders dan deze. Mijn ideale uitvoering zou een mix tussen deze twee uitvoeringen kunnen zijn. Hier boven hoor je het Gabriëli consort in een uiterst trage maar bijna engelachtige mystieke uitvoering. In dat andere artikel zingt het Gents vocaal ensemble hetzelfde stuk onder leiding van Philip Herrewhege, sneller maar met een heel natuurlijke tekstuitdrukking.

Josquin en Leonardo komen in Milaan met “de Maagd op de Rotsen” en het “Ave Maria” op een heel bijzondere manier opeens heel dicht bij elkaar. Misschien waren zij wel de twee grootste genieën van hun tijd. Ik stel me zo voor dat ze allebei in die Franciscaner kerk zijn en luisteren naar de opdracht van de broederschap. Leonardo broedt op de draai die hij er aan wil geven. Eerdere ideeën kan hij er wellicht in kwijt. Josquin luistert naar de akoestiek van de ruimte en kent de schola die hij kan gebruiken om het motet bij een Mariafeest in te wijden. Ik heb niet kunnen achterhalen of de betreffende kerk nog bestaat, ik vermoed van niet. Wel bestaat nog de zwaar beschadigde en nadien gerestaureerde Dominicanerkerk waar Leonardo enkele jaren later het Laatste avondmaal voor schilderde. Beide kunstenaars hadden het uitstekend naar de zin in het ruimhartige kunstminnende milieu waar ze toen in verkeerden. Leonardo da Vinci woonde in een niet gebruikt kasteel van de hertog en had daar ook een groot atelier waar hij niet alleen kon schilderen maar ook al zijn installaties voor hoffeesten kon ontwikkelen. En ook Josquin werd gewaardeerd en had waarschijnlijk de beschikking over een aantal goed getrainde zangers. Maar intussen borrelde en gistte het in Europa steeds meer. De zestiende eeuw met al zijn omwentelingen zat er aan te komen. Maria vluchtte naar Egypte. Leonardo en Josquin wisten nog niet wat de toekomst hen zou bieden. Maar even was het leven maagdelijk mooi.

Zie ook:
De Mona Lisa van Leonardo da Vinci
Leonardo die niet kon rekenen
Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci
Het Ave Maria van Josquin des Prez

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Leonardo da Vinci en Josquin des Prez

  1. Pingback: Ave Maria | De kwintencirkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.