Het paaslam

Leven is een bijproduct bij het in evenwicht brengen van de waterstof-koolzuur-huishouding. Deze stelling las ik een tijd geleden en ik schreef er een blog over. Leven zorgt dus voor evenwicht. En wat gebeurt er met het leven als een systeem uit zijn evenwicht komt? Dat gebeurt voortdurend en is ook in het verleden al heel vaak gebeurd. Sommige onevenwichtigheden zijn van korte duur en de balans is snel hersteld. Als ik iets heb gegeten dat mijn maag en darmen niet goed aan kunnen krijg ik daar last van. Het lichaam probeert het naar buiten te werken of op zijn minst de schadelijke elementen te neutraliseren. Ik voel me weer beter. Het systeem is weer in evenwicht. Een groot verschil in luchtdruk maakt dat het gaat waaien. Stormen herstellen het evenwicht. Waarom trokken veel volkeren die in onze streken woonden rond het jaar 400 weg? Het klimaat werd zo slecht dat er te weinig voedsel was. Na zo’n tweehonderd jaar werd het weer beter en kwamen er weer mensen hier wonen. Zo ging het ook in de ijstijd, alleen toen gebeurde dat op nog veel grotere schaal en duurde het veel langer voordat bepaalde gebieden weer bewoonbaar waren. Er zijn tijden geweest dat vrijwel al het leven uitgestorven was doordat de omstandigheden veranderd waren. Miljoenen jaren was er dan nauwelijks leven. Maar er kwam steeds weer een nieuw evenwicht.

Was dat niet de beste tijd voor de aarde? Leven was soms blijkbaar niet echt nodig. Het bijproduct van de waterstof-koolzuur-huishouding, “leven”, was dan niet relevant. De aarde kon heel goed zonder. Maar sinds het eerste leven is leven toch onderdeel van dat grote systeem gebleven, hoe latent ook. En bij dat systeem hoort ook de dood.  Als onderdeel van dat evenwicht is het leven eindig om ruimte maken voor nieuw leven.

We bezien alles vanuit ons beperkte gezichtsveld. We denken en redeneren vanuit de mens. Als je enigszins probeert om wat ruimer te kijken dan moet je wel zien dat de mens slechts een kleine onbeduidende schakel is in deze evenwichtshuishouding. We weten nu hoe virussen, die al bijna net zo lang bestaan als de aarde zelf, misschien wel veel belangrijker zijn en een veel groter aandeel in die huishouding hebben dan zoogdieren of mensen. Maar we kunnen ons nauwelijks verplaatsen op het niveau van een virus. Ik denk dat virussen een van de belangrijkste onderdelen van de levensader van de aarde zijn. Heel veel processen in ons lichaam kunnen niet zonder. Eigenlijk heeft elk wat complexere vorm van leven virussen nodig. En daarbij horen denk ik ook virussen waar we ziek van worden. Voor het individu is dat vervelend (zoals een kikker die wordt opgegeten door een reiger), maar voor het systeem is het van belang.

Dit kunnen wij alleen maar accepteren als we de dood accepteren als iets dat er bij hoort. Maar dat kunnen wij moeilijk. In de tijd van Bach draaide het in de teksten die in de kerk werden gezongen of gesproken voornamelijk over het accepteren van de dood, maar ook over het verlangen naar een leven na de dood. Door deze aanname konden we de dood accepteren, ja er zelfs naar uit zien. Dat leven na de dood kon men niet beschrijven. Het was een metafysische aanname van een hogere werkelijkheid.

Die mogelijke werkelijkheid ervaren we soms. Door middel van kunst. Vooral door muziek. Het opgaan in en ervaren van muziek maakt dat sommige mensen voelen dat er net iets meer is. Misschien zijn we op dat moment voorbij de primitieve menselijke waarneming gestapt, ja zijn we wellicht dichtbij het begrijpen van het leven zelf.

Bij de cantate „Christ lag im Todesbanden, BWV 4“ van Bach gaat het volgens John Eliot Gardiner om de overwinning op de dood. Dit kun je veralgemeniseren, bij het Christendom is het Christus die dat doet door met Pasen uit de dood op te staan. Het hele proces wordt in deze cantate in 7 strofen geschilderd, als een verhaal. In strofe 5 horen we de volgende tekst:

Hier ist das rechte Osterlamm, davon Gott hat geboten, das ist hoch an des Kreuzes Stamm in heißer Lieb gebraten, das Blut zeichnet unsre Tür, das hält der Glaub dem Tode für, der Würger kann uns nicht mehr schaden. Halleluja!

Hier zie je het ware Paaslam, aan wie God de opdracht heeft gegeven, om zich hoog aan het kruis te laten braden, het bloed wijst ons de deur, die het geloof de dood een halt toe roept, de wurger kan ons niets meer aandoen. Alleluia!

Er is ons een weg gewezen om beter met de dood te kunnen omgaan. Het paaslam wordt ons tot voorbeeld van de verlossing gemaakt.

Dit deel van de cantate begint met een chromatische lijn in de bas die onmiddellijk doet denken aan de beroemde lamento van Purcell in Dido en Aeneas. Daar ging het om het verdriet van Dido, hier gaat het om het drama van de kruisiging.  De tekst legt een mystiek verband tussen het offer van een lam en de dood van Christus aan het kruis. Het symbool van het kruis wordt het symbool van de overwinning op de dood. In de tekst staat dan “Das Blut zeichnet”, letterlijk “het bloed tekent”. Bach laat deze tekst drie keer zeggen, God de vader, de Zoon en de Heilige Geest, intussen wordt er muzikaal door sprongen een kruisteken “getekend”.

Het kruisteken dat de dood (de duivel) overwint wordt ook daarna nog op een iets andere manier weer een aantal keren uitgebeeld. We horen het kruisteken eerst in de bassen, dan in de violen. (Zie bij het fragment van de partituur hieronder de noten in het rood) Met vervolgens een enorme sprong (octaaf+verminderde kwint) naar beneden, gevolgd door een zeer lang aangehouden uiterst lage toon wordt de te overwinnen dood muzikaal nadrukkelijk uitgebeeld. Luister eerst even naar dat stukje:

Dan volgt de tekst waarin de duivel (de wurger) is overwonnen en het hallelujah klinkt. Luister hier onder naar de volledige strofe 5 van deze cantate, die zoals gezegd begint met de chromatische baslijn die aan Purcell doet denken.

De hele cantate is bijzonder de moeite van het beluisteren waard. Het is een van de vroegste werken van Bach, maar deze cantate heeft misschien nog meer diepgang dan zijn beroemde passiemuziek. Als ik er tijdens het luisteren helemaal in op ga denk ik iets te ervaren dat verder gaat dan de zichtbare werkelijkheid, iets dat misschien wel voorbij de dood reikt. Luister hier naar de volledige cantate met zijn zeven strofen, die stuk voor stuk op een andere manier zijn uitgewerkt, maar wel op basis van dezelfde koraalmelodie.

John Eliot Gardiner , het Monteverdi choir en The English Baroque Solists
1. Sinfonia
2. (Coro) Christ lag in Todesbande 1:24
3. (Sopran, Alt) Den Tod niemand zwingen kunnt 5:21
4. (Tenor) Jesus Christus, Gottes Sohn 10:57
5. (Coro) Es war ein wunderlicher Krieg 12:41
6. (Bass) Hier ist das rechte Osterlamm 14:28
7. (Sopran, Tenor) So feiern wir das hohe fest 18:51
8. (Choral) Wir essen und leben wohl 20:31​

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in filosofie, muziek en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.