De orgelmuziek van Mozart

Als je denkt aan de muziek van Mozart denk je niet aan orgelmuziek. Toch heeft Mozart voor dat instrument ook muziek geschreven, eerst in Salzburg, later ook nog in Wenen.

Salzburg

Van al de stukken die hij hier in zijn jeugd schreef zijn er maar weinig voor orgel, en feitelijk geen enkel stuk voor orgelsolo. Maar in de tijd dat hij in Salzburg in dienst was van de aartsbisschop schreef hij daar zeventien kerksonates (sonate da chiesa), ook wel bekend als epistelsonates, tussen 1772 en 1780. Dit zijn korte stukken in één deel, bedoeld om gespeeld te worden tijdens een misviering tussen het epistel en het evangelie. Ze waren bedoeld om die tijdspanne tijdens een plechtige mis te overbruggen waarin de celebrant, na het lezen van het epistel, van de zuidkant van het koor naar de noordkant ging om daar het evangelie voor te lezen. Vandaar de term Sonata all’Epistola (epistelsonate) – een term die voorkomt in een van de brieven van Mozarts vader. De meesten werden uitgevoerd met twee violen en 1 cello (waarschijnlijk dubbel bezet) en daarbij was er ook een orgelpartij die een soort continuopartij vertegenwoordigde, meestal zonder pedaal. Kort nadat Mozart Salzburg had verlaten, gaf de aartsbisschop opdracht dat er op dat moment in de liturgie een passend koormotet of gemeentezang gezongen moest worden, en de “Epistelsonate” raakte vanaf toen in onbruik. Als de stukken heden ten dage worden uitgevoerd is dat zelden tijdens de liturgie, meestal met een grotere bezetting van veel strijkers en soms wordt de orgelpartij zelfs weggelaten. Hieronder een van zijn kerksonates. Je hoort hoe de baslijn van het orgel verdubbeld wordt door de cello, zoals dat in de barok bij het continuospel gebruikelijk was.

Wenen

Dan nu naar de orgelmuziek die Mozart in Wenen schreef. De aanleiding daarvoor vergt een wat uitgebreidere toelichting. Tijdens zijn leven was Oostenrijk vaak in oorlog. Zo waren er de Silezische oorlogen met Pruisen, het ging vooral om grondstoffen waar Frederik van Pruissen op aasde. De Oostenrijkse Successieoorlog was een oorlog waarin onder andere Frankrijk, Pruisen en Spanje tegen de nieuwe Oostenrijkse keizerin Maria Theresia van Oostenrijk en haar bondgenoten vochten. De troonsbestijging van Maria Theresia als aartshertogin van Oostenrijk (1740) was wel in overeenstemming met de Pragmatieke Sanctie (1713), maar Frankrijk en Pruisen verklaarden Oostenrijk toch de oorlog omdat ze hoopten op gebiedswinst ten koste van de Oostenrijke Habsburgers. Bovendien meenden Karel van Beieren, Filips V van Spanje en Augustus van Saksen en Polen recht te hebben op de troon. In 1748 eindigde de oorlog met de Vrede van Aken. Hoewel de tegenstanders van Oostenrijk veel overwinningen behaald hadden, waren hun gebiedswinsten beperkt. Wel was Pruisen een geduchte mogendheid geworden. Nog weer later was er een oorlog met Turkije. Tijdens al die oorlogen was er bij het Oostenrijkse leger een bevelhebber die steeds uitblonk, Ernst Gideon von Laudon (Loudon).

Hij leefde van 13 februari 1717  tot 14 juli 1790. In de campagne van de Derde Silezische Oorlog in 1758 kreeg hij zijn eerste kans om als opperbevelhebber een gevecht te leveren, en hij benutte die zo goed dat Frederik de Grote gedwongen werd het beleg van Olomouc op te geven en zich terug te trekken naar Bohemen (Slag bij Domstadtl, 30 juni). Hij werd beloond met de rang van luitenant-veldmaarschalk en, nadat hij zich opnieuw een actieve en dappere bevelhebber had getoond in de veldtocht bij Hochkirch, werd hij door Maria Theresia tot Freiherr in de Oostenrijkse adelstand verheven en door haar echtgenoot, keizer Frans I, tot adelstand van het Heilige Roomse Rijk. Maria Theresia schonk hem bovendien het grootkruis van de orde die zij had gesticht en een landgoed nabij Kutná Hora in Bohemen.

In 1787 brak een nieuwe oorlog uit, nu met Turkije. De generaals die belast waren met de aanvoering in deze oorlog presteerden slecht, en Laudon werd voor de laatste keer naar het front geroepen. Hoewel oud en met een zwakke gezondheid behaalde hij in 1789 een laatste schitterende overwinning door Belgrado in drie weken te veroveren.  Vanaf de verovering van Belgrado tot aan zijn dood bekleedde hij de functie van militair gouverneur van Habsburgs Servië. Hij stierf binnen een jaar in Moravië, terwijl hij nog steeds in functie was. Laudon werd begraven op het terrein van Hadersdorf.

Wat er allemaal tijdens deze oorlogen gebeurde zal vast ter sprake zijn gekomen in de koffiehuizen van Wenen en Mozart zal hier ook het een en ander van hebben meegekregen. Maar wat heeft deze veldmaarschalk nu met orgelstukken van Mozart van doen? In 1791 schreef Mozart drie stukken voor orgel, niet voor een kerkorgel maar voor een mechanisch orgel: K-594, K-608 en K-616.  Ze werden geschreven om te gebruiken als een soort attractie in het mausoleum van de overleden veldmaarschalk Ernst Gideon von Laudon. Dat mausoleum was onderdeel van de Müllersche Kunstgalerie. Hieronder een afbeelding van deze galerie.

In het mausoleum stond een kist, afgedekt met glas, waarin men een wassen beeld van de veldmaarschalk kon zien en eromheen een groot uurwerk met een ingebouwd mechanisch orgel.

Wanneer de klok het hele uur sloeg, klonk er automatisch een stuk: elke week een nieuw, waaronder dan soms dus een van de stukken van Mozart. De uitvoeringen werden voor het eerst aangekondigd in de Wiener Zeitung op 26 maart 1791:

De heer Müller, die algemeen bekend is geworden door zijn kunstcollectie op de Stockameisenplatz, nummer 610, eerste verdieping, opende op 23 maart het door hem opgerichte mausoleum, dat hij met grote kosten heeft laten bouwen ter nagedachtenis aan de onvergetelijke en wereldberoemde veldmaarschalk Baron von Loudon, in de Himmelpfortgasse tegenover de Munt, in het huis van de heer Gerl, meesterbouwer (nummer 1355). Hier is dit opmerkelijke monument te bewonderen in een speciaal daarvoor ontworpen ruimte op de begane grond, prachtig verlicht van 8 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. De toegang tot dit mausoleum is via de grote deur bovenaan de derde trap. De verspreide advertenties en posters geven er een beschrijving van, maar aangezien het onmogelijk is het geheel voldoende levendig te beschrijven, zal de aanblik ervan ongetwijfeld iedereen die dit mausoleum bezoekt verrassen en zo de herinnering aan deze grote en verdienstelijke man levend houden. Herr Müller heeft het in koper laten graveren en binnenkort zullen er prenten met illustraties bij de ingang verkrijgbaar zijn. De zitplaatsen zijn zo goed mogelijk opgesteld en elke bezoeker betaalt 1 fl. voor een eerste plaats en 30 kr. voor een tweede. Elk uur zal er een begrafenismuziek worden gespeeld, die elke week anders zal zijn. Deze week is de compositie van Herr Kapellmeister Mozart.

Hoewel Mozart deze stukken dus schreef voor een mechanisch orgel, wenste hij dat ze ook op een conventioneel orgel gespeeld konden worden. In een brief aan zijn vrouw Constanze, gedateerd 3 oktober 1790, schreef hij toen hij net de opdracht had gekregen: “Als ze op een groot uurwerk met een echte orgelklank zouden klinken, zou het nog kunnen; maar aangezien het uurwerk slechts uit kleine pijpjes bestaat, klinken die te schel en kinderlijk voor mij.” Na verloop van tijd leek Mozart toch tevreden met de opdracht en schreef hij de drie stukken voor het betreffende uurwerk, elk stuk duurde ongeveer 12 minuten.

Tegenwoordig worden deze stukken meestal op een kerkorgel gespeeld, zoals Mozart het waarschijnlijk ook het liefste gehoord zou hebben. Als je deze stukken beluistert is het jammer dat Mozart niet nog meer voor orgel heeft geschreven. Het beste stuk van de drie vind ik de Fantasie KV 608, hier gespeeld op het Hinsz-orgel in Kampen door Gerben Budding. Hij articuleert het stuk prachtig, het klinkt verder heel doorleefd en het wordt ook nog eens smaakvol geregistreerd. Maar het is ook een geweldig stuk, je voelt de tijd van de romantiek al aankomen. Mozart maakt er een magistrale opbouw van, een inleiding in adagio, gevolgd door een wervelende fuga (wat kon Mozart goed fuga’s schrijven!), een lyrisch middendeel en een terugkeer van het adagio-thema gevolgd door dezelfde fuga, nu met een virtuoze tegenpartij, en uiteindelijk horen we nog een daverend stretto als slot. In het mausoleum met de kleine orgelpijpjes zal het nooit zo groots hebben kunnen klinken als op een echt kerkorgel denk ik, maar ook daar zullen de mensen er vast van hebben genoten.

Onbekend's avatar

About Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, muziek en getagd met , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.