In het hart van de renaissance

In Rijksmuseum Twente is nog tot in juni de tentoonstelling “In het hart van de renaissance” te zien. Centraal staan een aantal Italiaanse kunstenaars, enkele met klinkende namen als Rafaël, Titiaan, Tintoretto, Bellini.

De insteek van de tentoonstelling is:  wat betekent renaissance eigenlijk. En hoe kunnen we dat via de bij elkaar gebrachte schilderijen zien. Ik heb zelf op een iets andere manier gekeken. Ik heb geprobeerd bij enkele schilderijen een context te vinden die voor mij prikkelend was. Zo heb je een aantal schilderijen met een liturgisch onderwerp. Meestal gaat het dan om onvolledige altaarstukken, die om welke reden dan ook ooit uit elkaar gehaald zijn. Jammer. Je mist dan vaak interessante achtergrondgegevens. Bijv. een dedicatie van burgerlijke opdrachtgevers kan dan ontbreken. Maar ook het grotere liturgische programma is dan onbekend. Ik vind het nog steeds erg jammer dat er zo weinig altaarstukken in de wereld compleet zijn en ook zelden in hun natuurlijke context, een kerk dus, te zien zijn. Prachtige uitzonderingen zijn de altaarstukken in de Nicolaikirche van Kalkar. En op dit moment is er ook een tentoonstelling in de O.L.V. kathedraal in Antwerpen, waar ik twee keer geweest ben. Nog tot ergens in het najaar zijn daar een vrij groot aantal oorspronkelijke gilde-altaarstukken te zien, geleend uit musea. Zeer de moeit waard!

Maar ik dwaal af. In Enschede werd ik getroffen door een aantal schilderijen waar Maria op centraal stond, vaak ook Maria met kind. Over vijf van die schilderijen wil ik op mijn eigen manier iets vertellen.

Het oudste van deze vijf voorstellingen is een Maria met kind van Bellini uit 1470. Bellini, een uitgesproken Venetiaanse schilder, staat bekend om zijn kleurgebruik. Ik heb prachtige dingen van hem gezien in Venetië. Maar ook het schilderij dat ik nu bespreek vind ik erg mooi.

bellini 1470

Heel ingetogen bidt Maria bij de baby, Jezus. Deze ligt met één hand op zijn buik, de andere ligt op zijn borst. Hij slaapt maar heeft toch al een ernstige blik, alsof hij zich bewust is van wat hem nog te wachten staat. Ook Maria kijkt niet blij. Juist die ingehouden blik, die lijkt aan te geven dat ze allebei zorgen hebben, vindt ik ontroerend. Het ligt er niet dik boven op maar het ís er wel, daardoor is het er juist des te sterker. De blauwe lucht gaat via witte wolken over in het witte kussen waar Jezus op ligt. Het rood van de mantel van Maria vormt een mooi contrast. Maria is dicht bij het kindje maar houdt hem niet vast. Zij bidt voor hem. Ook Jezus is vlak bij zijn moeder maar ligt daar tegelijk eenzaam en al een beetje gekweld. Een prachtig verlaten en toch intiem moment!

Dan hangt er ook een klein schilderij van Rafaël. Het schijnt te stammen uit een groter geheel dat bij een aardbeving verloren is gegaan.  Het schilderij van Bellini was uit 1470, dit schilderij stamt uit 1502.

rafael 1502

Hoe anders is de blik van Maria hier! Ze glimlacht naar Jezus, en ook Jezus kijkt hier een stuk vrolijker. Jezus zit in zijn blootje op een kussen en houdt een anjer vast, die hem door zijn moeder is aangereikt. In de andere hand heeft zij er nog een. Maria heeft haar rossige haar opgebonden en daaromheen zie je een doorzichtige, uiterst fijne sluier, waarvan een uiteinde over haar schouder dwarrelt. Haar kleren zijn veel natuurlijker dan de kleren die Bellini Maria liet dragen, daar is bijvoorbeeld  haar cape meer gestileerd. Ze draagt nu geen duidelijke hoofdbedekking, afgezien dan van die bijna onzichtbare sluier. Maria is niet buiten, maar bevindt zich in een eenvoudige woning. Door het raam zien we een kasteel. Een mooi, liefdevol, perfect geschilderd dubbelportret.

lotto1522

In 1522 schildert Lotto dit deel van een altaarstuk. Behalve moeder en kind zien we links Johannes de doper, herkenbaar aan zijn half blote lijf en de kleren van een kluizenaar, maar vooral ook aan zijn herdersstaf en de wimpel met daarop de tekst “agnus dei”, lam gods. Deze woorden zou hij volgens de bijbel uitgesproken hebben toen hij Jezus aanwees: ‘zie het lam gods’. Rechts zien we de heilige Catharina van Alexandrië. Een van de meest geliefde heiligen, vaak bij Maria afgebeeld, herkenbaar door vooral het attribuut, het rad, waarop zij is gemarteld. Om haar hoofd draagt zij een bloemenkrans. Onduidelijk is voor mij om welke bloemen het gaat. De soort vertakking doet denken aan een soort haagwinde of aan penningkruid, maar zowel de bloemkleur (als van cichorei), de vorm en ook de bladvorm kloppen niet. Catharina was wijs en ook nog eens ongelooflijk mooi en is als maagd gestorven. Maar kijk eens wat bijzonder: een eekhoorntje dat samen met Catharina naar Jezus kijkt. Een eekhoorn kan vliegensvlug vanaf de grond naar de hoogste top van een boom snellen. Die eigenschap maakt het tot een dier dat staat voor een wezen dat mensen begeleidt van de aarde naar de hemel, en dus een begeleider is van de dood. Jezus houdt zich aan Maria vast en staat op een klein doodskistje. Ik denk dat deze eekhoorn de toeschouwer wijst op de vergankelijkheid van het leven. Ik ben dit symbool naar mijn weten nog nooit ergens anders bij een liturgische afbeelding tegen gekomen. Het doodskistje staat natuurlijk gelijk al voor de smartelijke dood van Jezus in de toekomst. Jezus en Maria houden elkaar liefdevol vast. Jezus kijkt in de verte, maar zowel Maria als Johannes de doper richten zich tot ons, ze kijken ons aan. Ze geven aan dat zij bereid zijn om als een bemiddelaar te fungeren tussen ons en God. Een mooi schilderij vol symboliek.

lottodetail 1530

Bovenstaand schilderij, eveneens van Lotto, is een detail van een groter schilderij waarop de aanbidding van de herders wordt uitgebeeld. Ik heb dit detail er uitgelicht omdat ik nog nooit eerder heb gezien hoe de net geboren Jezus zit te spelen met een lam. Jezus ziet daar feitelijk zich zelf, het onschuldige lam, het symbool van zijn onschuldige offerdood. Hij kijkt het lam aan, pakt het bij zijn kop en het lam kijkt terug. Beiden zien een spiegelbeeld van de toekomst.

savoldo 1538

Het laatste schilderij waar ik iets over wil vertellen is een afbeelding met de annunciatie, geschilderd door de kunstenaar Savoldo in 1538. God de Vader stuurt vanuit de hemel de Heilige Geest in de vorm van een duif richting Maria, terwijl de engel Gabriël haar komt vertellen dat ze zwanger zal worden van een kind. Maria wordt gestoord in haar gebed als ze de engel plotseling gewaar wordt.  Ze heeft één hand op haar buik, daar komt straks het kindje Jezus te zitten. Met haar andere hand maakt ze een zegenend gebaar, alsof ze het toekomstige kindje nu al alle goeds toe wenst. De engel heeft een bloem in zijn  hand die je vaker op dit soort afbeeldingen ziet. Het is een bloem met zeven kroonblaadjes. Het zou de dryas octopetala kunnen zijn, tegenwoordig een beschermde plant uit Zuid-Europa. Het gaat dan om een witte roos, en daarmee zien we hoe Gabriël zowel onschuld, reinheid als kuisheid schenkt aan Maria. Wat een prachtige doorzichtige vleugels heeft de engel trouwens! Hij gaat nederig op een knie zitten, wetende hoe belangrijk Maria is en nog gaat worden, als de moeder van de zoon Gods. De plek waar dit alles plaats vindt is een soort tempel, en we zien een vlammetje. Het vlammetje komt uit een soort olievaatje, zodat we een godslampje zien, een lampje dat altijd moet blijven branden. De schitterende engel en ook Maria steken sterk af tegen de donkere achtergrond. Mooi!

Naast de schilderijen die ik net besprak zijn er ook veel afbeeldingen te zien van burgerlijke personen, echte portretten. Meestal staand of zittend. Met kunstige dure kleren aan. Mooi geschilderd, vooral ook de lichtval die de kleur van de plooien overal een beetje anders maakt. De renaissance is de tijd dat de mens centraal komt te staan en dat spat er van af. Maar vooral gaat het in die tijd, zeker in Italië, om de geïdealiseerde mens. Behalve bij helle-voorstellingen zijn al deze mensen mooi, mooi van bouw en proporties. En dat mooie zie je ook aan de perfecte manier van schilderen. Het vak wordt beheerst. Maar het echte drama is nog nergens aanwezig. Dat gaan we pas in de barok zien. Wel dus de beheerste, verborgen dramatiek en als die je raakt dan kom je denk ik in het hart van de renaissance.

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Onaangenaam klassiek

Op radio 4 klinkt elke ochtend het programma “de Klassieken”. Klassieke muziek, met luchtige tussendoortjes en spelletjes. Welke muziek hoor je daar? Aangenaam klassiek. Ook moderne muziek, bijv. de muziek van Arvo Pärt. Dan wel niet zijn vroege muziek, nee vooral de enigszins mystiek aandoende latere muziek, altijd consonant en welluidend. De klassieken draait deze muziek juist omdat hij welluidend is. Deze muziek schrikt niet af, de mensen gaan niet snel naar een andere zender. Je kunt intussen rustig converseren of wat anders doen. Wat kunnen we van muziek uit de twintigste eeuw verwachten bij dit radioprogramma? Vooral Franse muziek van Ravel, Poulenc of Satie. Die gaat er in als koek. Je hoeft je als luisteraar weinig in te spannen. Kenmerkend voor veel van die muziek is dat het muziek zonder een verhaal is. Muziek die vaak gebaseerd is op een leuk wijsje, op een dansje, het is vooral ook muziek met een aangenaam sfeertje, het is mooie en mooi geïnstrumenteerde of geörkestreerde muziek. Deze muziek is echt “aangenaam klassiek”. Bij “De klassieken” hoef je meestal trouwens niet echt naar muziek te luisteren. Je hoort gewoon muziek. Het is een programma dat er voor zorgt dat muziek als een reukverfrisser de ruimte binnen komt. Deze muziek mag niet te nadrukkelijk zijn. De muziek moet passen bij de kleuren van het bankstel en het goed doen bij de gordijnen.

Welke muziek is aangenaam klassiek? Barokmuziek! Die was daar ook voor bedoeld. Lekker samen spelen, het gaat nergens over, dat is vaak gewoon gezellige tafelmuziek. Of de salonmuziek van de vorige eeuw: veel muziek van Chopin, Mendelssohn, Schubert en Schumann is eveneens uitermate geschikt als een verdovend, aangenaam geluidsdecor. Bij de Weense klassieken van rond 1800 zijn Haydn en Mozart bijzonder favoriet. Veel van de muziek van Mozart is geschikt om tot rust te komen of om de baby te laten ophouden met huilen.

Een ander verhaal is de muziek van Beethoven. Mijn moeder snapte niets van die muziek en vond hem al snel te hard of te dissonant. Geen goede achtergrondmuziek dus. Ik heb een conservatoriumdocent gehad die zei: ‘je kunt aan zijn muziek goed horen dat Beethoven doof was. Als hij die muziek zelf gehoord zou hebben was hij zich rot geschrokken.’ Beethoven hoor je dus veel minder op Radio 4. Veel van de muziek van Beethoven is “onaangenaam klassiek”.

Wat wilde Beethoven hier in godsnaam mee, wat is eigenlijk de ziel van die man? Beethoven is een van de eerste componisten die probeerde via instrumentale muziek een verhaal te vertellen. En dan bedoel ik niet composities als de “ouvertüre Egmond” waar je de bijl hoort vallen op de grote markt van Brussel. Ook bedoel ik niet de “pastorale symfonie” waar een onweer wordt uitgebeeld in klank. Ik bedoel de stukken waar Beethoven een boeiend samenhangend verhaal probeert te vertellen, zonder dat je je daar een concrete voorstelling van hoeft te maken. Hij doet dat al bij zijn eerste pianosonates die hij schreef toen hij nog niet zo lang in Wenen was. Maar de verhalen worden steeds interessanter. De prachtigste verhalen klinken in zijn latere pianosonates, de laatste cellosonates en vooral in de laatste zes strijkkwartetten. Ongeschikte muziek om het servies goed bij tot zijn recht te laten komen. Deze muziek dwingt je om óf de radio uit te zetten óf om hem juist harder te zetten, en vervolgens het verhaal met al je geopende zintuigen tot je te nemen. Het is muziek waarbij je kwaad wordt als in de concertzaal mensen al beginnen te klappen bij het nog uitsterven van het laatste akkoord. Je moet ademloos in je stoel zitten en na afloop bijna net zo uitgeput zijn als de geconcentreerde spelers. Luisteren naar muziek wordt een sport.

Zou ik mijn moeder nog hebben kunnen uitleggen wat de muziek van Beethoven, zelfs nu nog in deze tijd, zo (in mijn ogen) “goed” maakt? Ik weet het niet. Je moet om te beginnen willen luisteren naar een verhaal. Je geesteshouding moet niet zijn: “mooie muziek”. De muziek is gewoonweg niet mooi. Maar de muziek is wel zó ontzettend goed… Luister je naar het eerste fugathema van de “Grosse Fuge” op. 133 dan zal je als je niet de goede luisterhouding hebt zo snel als je kunt weg willen lopen.

Als je er nu nog bent en het hele fragment hebt afgeluisterd dan heb je denk ik de juiste luisterhouding. Beethoven speelde naast piano ook altviool. Hij wist heel goed hoe hij voor strijkers moest schrijven. Hij wist dus ook dat dit stuk niet mooi was, dat het niet aangenaam zou klinken, maar hij wilde dat de strijkers op het puntje van hun stoel met alle kracht in hun lijf dit thema, met het tegelijkertijd klinkende tegenthema, lieten horen en van het ene hoogtepunt naar het volgende hoogte- of dieptepunt zouden voeren. Beethoven schreeuwt het uit!

Dat brengt me bij het verhaal van dit stuk. Het heet: “Grosse Fuge”, oftewel, “Grote fuga”. Over de fuga schreef Beethoven eens: ‘een fuga schrijven kan iedereen. In mijn studententijd heb ik er dozijnen geschreven. Maar in een fuga ook nog gevoel leggen, dat kunnen niet veel mensen.’ En niet alleen gevoel moet er in liggen. Beethoven spot met alle conventies rond het begrip fuga. Een fuga is opgebouwd rond een thema, dat afwisselend wordt overgenomen door andere partijen. Een fuga begint zo eenstemmig, dan wordt hij tweestemmig enz. Zo’n blok met inzetten waar het thema voortdurend ergens aanwezig is heet een “doorvoering”. Doorvoeringen worden vaak onderbroken door zogenaamde divertimenti, sequens-achtige passages waar het thema niet aanwezig is.

Tot zover de conventie. Wat doet Beethoven? Hij besluit een uiterst simpel thema te laten contrasteren met een aantal andere thema’s, waardoor je telkens een zogenaamde dubbelfuga krijgt. Hieronder de vier thema’s.

themas-op133

In de inleiding introduceert hij het eenvoudige hoofdthema en het lyrische derde thema dat pas later opduikt.

Na deze inleiding volgt onmiddellijk de eerste dubbelfuga met thema 1 en 2, zoals we die net gehoord hebben.

Vervolgens horen we even thema 3 (al in de inleiding voorgesteld) en even later klinkt daar het hoofdthema 1 tegenaan.

Als deze twee thema’s stevig van alle kanten bekeken zijn komt er een totaal nieuw deel, een soort scherzo, dat even later gaat fungeren als thema 4 waarna Beethoven er alweer het hoofdthema 1 tegenover plaatst. Ook nu weer voert hij de muziek op tot een nieuw hoogtepunt.

Na dit alles volgt er een coda. Hierin lijkt het scherzothema 4 terug te keren, maar nu zonder de spannende confrontatie met thema 1. Pas op het einde van dit deel, nu niet als hoogtepunt maar als rustige afsluiting, het hoofdthema 1 er doorheen met pizzicato noten.

We zijn er nog niet. Het stuk is begonnen met een introductie van twee thema’s. Het lijkt of hij nu ook deze introductie gaat herhalen, waarin even later ook nog thema 2 terugkeert en na een kort hoogtepunt volgt een vrij eenvoudige slotzin met een krachtig einde.

Eigenlijk hebben we te maken met een redevoering. Met een spannend verhaal, waarin je overtuigd moet worden als luisteraar. Beethoven spreekt tot ons. Wat zegt hij?

  1. Hier ben ik! Dít is mijn statement. Geen speld tussen te krijgen. Alhoewel? Ik zeg het jullie nog een keer, maar nu een stuk zachter en vriendelijker. En ik stel er iets anders, iets lyrisch tegenover.
    (De luisteraar wordt nieuwsgierig gemaakt. In de retoriek heet dit een “narratio”. Omdat tegelijk het onderwerp (met twee van de thema’s, thema 1 en 3) wordt geïntroduceerd zou je het ook als titel van de redevoering kunnen bestempelen.)
  2. Ik ga het jullie uitleggen. Ik heb drie dingen te vertellen.
    (Er volgen maar liefst drie argumentatio’s, al dan niet voorafgegaan door het voorstellen van een standpunt. Argumentatio is in de leer van de retorica: de stellingen van een redevoering worden beargumenteerd)

    1. Om te beginnen dit. Wat ik jullie allereerst vertel, dat is niet niks. Ik ben er vast van overtuigd dat het zo is. Dit móet je horen. Het gaat mij en hopelijk ook jullie echt door merg en been. En ik blijf doorgaan, of je het wil of niet, totdat je het echt begrijpt.
      (De eerste argumentatio, het uitwerken van een of meer standpunten, is bijzonder fel: we worden meegesleept in duizelingwekkende vaart met het hoofdthema en het tegenthema tot er geen speld meer tussen te krijgen is.)
    2. Van de andere kant. Laten we het eens rustig van een andere kant bekijken. Alhoewel. Als het er op aan komt, in combinatie met wat ik hier voor zei, kan ik toch niet echt stil blijven!
      (De tweede argumentatio stelt om te beginnen een ander thema aan de orde, het rustige en lyrische thema 3, gaat dit ook van alle kanten bekijken en confrontreren met thema 1)
    3. Begrijpen jullie het al een beetje. Kom aan. Er zit ook een vrolijke kant aan het verhaal. Dat ga ik je nu vertellen. Zo is het dus. Maar vergeet niet wat ik eerder zei. Uiteindelijk keren we toch weer terug naar de essentie.
      (De derde argumentatio stelt opeens een heel ander thema aan de orde, thema 4, en ook nu volgt er weer een doorkauwen van dat thema en daarna nog een confrontatie met thema 1.)
  3. Ik heb het voornaamste verteld.
    (Na dit alles komen er 2 samenvattingen, maar die af en toe toch weer in overdonderende oprispingen ontaarden. )

    1. Ik blijf er bij dat er een vrolijke kan aan het verhaal zit.
      (De eerste samenvatting houdt zich met thema 4 bezig.)
    2. Maar, let op, ik som nog een keer de hoofdzaken op. Begrijp je ze? En vergeet niet: uiteindelijk moet er wel naar gehandeld worden potverdorie!
      (De laatste samenvatting begint weer met de punten van het begin, thema 1 en 3, en sluit dan af met een wervelend slot waarin vooral thema 2 een rol speelt. )

Luister en kijk naar het Alban Berg kwartet, waar ook alle eerdere fragmenten door gespeeld werden.

Ook de sonatevorm van Beethoven, waarin meestal het eerste deel van een instrumentaal stuk in is geschreven, kun je vaak als een soort redevoering beschouwen. Wil je er meer over weten? Kijk op https://www.ppsimons.nl/sonatevorm-beethoven

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | 2 reacties

Zwart gat

Fascinerend alweer meer dan een jaar geleden, het programma in “DWDD University”  over zwarte gaten. Bijzonder knap hoe deze materie toegankelijk gemaakt werd met simpele voorbeelden of animaties. Na de uitzending was ik mijn smartphone kwijt. Ik liep twee minuten overal te zoeken totdat ik er achter kwam dat ik hem al zoekende gewoon in een van mijn handen hield. Onwillekeurig moest ik weer aan dat zwarte gat denken…

Twee dingen die mij al als kind bezig hielden kwamen niet aan de orde. Het ene is de grote leegte van alles. Materie is in principe een grote leegte met daarin af en toe een atoom. Er is bijna oneindig veel meer niets dan iets. Toch zien we bijv. een hand, of een steen. Kosmische straling bestaat uit deeltjes die zo klein zijn dat de kans dat ze iets raken als ze dwars door de aarde vliegen erg klein is. Ze bewegen zich door het niets en als ze zouden kunnen zien dan zouden ze af en toe heel in de verte een atoom zien. Zoals ook wij sterren zien in de onmetelijke ruimte. Projecteer je beide bevindingen op elkaar dan kun je haast tot geen andere conclusie komen dan dat wij op aarde niet meer dan een soort kosmische straling zijn binnen een bijna oneindig groot wezen. Dat wat wij als heelal zien is dan een levend iets, met sterrenclusters, melkwegstelsels als een soort moleculen, sterren als atomen en planeten als electronen. Alles op de planeten als mens en dier is vergelijkbaar met een soort nanodeeltje. En blijkbaar kan het nog kleiner. Of groter. Is er ergens een grens?

Het andere is dat wij er koppig van uit blijven gaan dat intelligentie te koppelen is aan wat de hedendaagse mens met zijn hersens denkt te kunnen presteren. Maar de mens is als zogenaamd intelligent wezen pas hooguit zo’n drie miljoen jaar op aarde. Terwijl er al zo’n 3 miljard jaar leven is. Stel dat er een uur lang al leven is dan leeft de mens in dat uur pas de laatste 3,6 seconden. Te verwaarlozen. Tik tak tik tak. Weg mens. Was er al die tijd dan geen intelligent leven? Zijn dieren en planten niet intelligent? Zijn bacteriën niet intelligent? Wij zíjn niet intelligent. Weet je waarom niet? Omdat wij niet met andere intelligentia’s als virussen kunnen communiceren. We kunnen ze een beetje te lijf gaan, maar toch zijn ze ons telkens weer te slim af. Als we leren communiceren met de hele natuur, dan zijn we misschien ook in staat te communiceren met leven buiten de aarde. We moeten niet zoeken naar evenbeelden in de ruimte. We moeten zoeken naar communicatie met al het leven. Intelligentie is niet iets menselijks. Het is onderdeel van het leven zelf. Daarnaar luisteren en handelen. Dat is pas slim.

Ook in de Volkskrant van gisteren een aansluitend verhaal: “Wat als E.T. een brutale rover is”. We zijn op zoek naar intelligentsia als mensen. Er wordt gewaarschuwd om geen boodschappen te sturen. Als we dat wel doen weten ze waar we zitten en behandelen ze ons misschien zoals Columbus in de 15e eeuw de indianen behandelde. Ik zeg dan alleen maar: wie weet worden we nu al door intelligentsia, waarschijnlijk vanaf deze aarde zelf, als zeer misdadig gezien: snel uitroeien dus. Hoe en wat er gedacht wordt: we hebben er geen weet van. Daar zijn we zoals gezegd te dom voor.

Mijn telefoon heb ik weer gevonden. Anders was ik wellicht in een zwart gat gevallen. Hoe slimmer we denken te worden, hoe meer zwarte gaten er zijn…

Geplaatst in filosofie, natuur | Tags: , , , , | 2 reacties

Regenten uit de vorige eeuw

De Volkskrant heeft de laatste weken regelmatig foto’s  gepubliceerd van zwevende kiezers. Allemaal zo te zien keurige Nederlanders. Die je vriendelijk zouden begroeten op de camping waar ze net met hun caravan en kroost aankomen. Tot mijn grote verbazing zag ik dan in veel gevallen: “ik  twijfel tussen D66 en PVV”, of “ik twijfel tussen CDA en Groen Links” en dat soort voor mij onbegrijpelijke twijfels. Het enige dat ik dan kan zeggen dat ze oftewel naar de tronie van een lijsttrekker kijken die hen wel of niet bevalt, of dat ze zich fixeren op een onbeduidend partijstandpunt dat dan net bij die partijen misschien overeenkomt. Als dit echt de doorsnee zwevende kiezer was dan ben ik nog meer dan ik al was een fervent tegenstander van  referenda. De mensen stemmen met hun buik, niet met hun hersens. En dat kan zeer gevaarlijk zijn. Nu zijn het nog afgevaardigden die dagelijks met de politiek bezig zijn die de toekomst van ons land gaan regelen. Als er bindende referenda zouden komen dan zou dit soort zwevende kiezers uitermate belangrijke dingen gaan regelen waar ze geen snars verstand van hebben. Veel mensen lijken blij met deze uitslag. Helaas ben ik bang dat in het huidige democratische systeem voor wezenlijke toekomstvisies geen plaats is. Vandaag las ik dat de PvdA nog in de twintigste eeuw leefde. Dat werd verder niet uitgelegd. In de twintigste eeuw waren er in Nederland af en toe wel mensen met een toekomstvisie aan de macht, zoals iemand als  Joop den Uyl. Ik verlang naar die tijden terug….

Geplaatst in filosofie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Leven in een bubbel

bubbelEen tijd geleden zag ik een prachtige projectie van de zonsondergang in de achterruit van onze auto. Een soort hologram. Niet de echte zonsondergang, maar wel een die ik op dat moment als echt en prachtig ervoer. Over echtheid en werkelijkheid ging het in twee verder heel verschillende artikelen in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Het eerste artikel ging over de ontwikkeling van een zogenaamde “holometer”. Daarmee kan onderzocht worden of ons heelal niet wellicht een wiskundige projectie is. Dat klinkt als een science fiction verhaal maar steeds meer wetenschappers sluiten dat niet uit. In sommige kringen wordt zelfs gezegd dat er 20 tot 50 procent kans is dat we in een nepwereld leven. Fysisch theoreticus Erik Verlinde zegt: ‘Ik geloof wel dat we uiteindelijk zijn opgebouwd uit informatie. En dat de werkelijkheid zoals we die zien daar is van afgeleid. En dan kun je je terecht afvragen: zijn we hier nou aanwezig ja of nee?’ Ook lezen we: ‘Al in de vierde eeuw voor Christus overwoog Plato of de wereld niet misschien de slagzijde was van een of andere hogere, echtere wereld. In China vroeg Zhuangzi zich rond dezelfde tijd filosofisch af of hij droomde dat hij een vlinder was of dat een vlinder droomde dat hij Zhuangzi was.’ Moderne natuurkundigen ontdekten dat ons heelal verrassend goed wiskundig te beschrijven valt, en dat dat vooral komt omdat enkele dingen als de lichtsnelheid en de gravitatieconstante goed werkbare rekeneenheden blijken te zijn. De getalletjes kloppen en daarom kunnen we een eind komen. ’t Hooft zegt: ‘Misschien is het heelal niets anders dan de wereld van getallen met al hun bijzondere eigenschappen. Getallen geven hun eigenschappen door aan grotere getallen. Het zou zo maar kunnen dat die getallen op zich een heelal vormen. Ons heelal? Het lijkt me denkbaar maar echt begrijpen doen we het nog niet.

In diverse columns wees ik al eerder op de relatie tussen muzikale eigenschappen van bijv. intervallen, getallen, en hun emotionele werking. Via de muziek wordt duidelijk wat een getal in emotionele  zin doet. Muziek, die door de meeste mensen via het gevoel binnenkomt, valt zo voor een groot deel te verklaren via de eigenschappen van een aantal basisgetallen. Dat zijn dan de basisgetallen waar ’t Hooft het over heeft neem ik aan. Die kunnen dan hun eigenschappen weer doorgeven op grotere getallen. Als muziektheoreticus weet ik dat muziekanalyse een enorm complex gebeuren is, waarbij de werkingen van ritme, toonhoogte, samenklank, klankkleur, textuur en zetting samenwerken, bijgestaan door dynamiek en tempo. Dat alles leidt er toe dat een specifiek muziekstuk emoties kan oproepen. Muziek brengt de mensen heel dicht bij iets heel wezenlijks. Bij de fundamenten van ons bestaan zo denk ik. Kleine baby’s weten dat al en reageren op muziek. Dementerende bejaarden kun je vaak via muziek nog benaderen. Het heelal maakt zich kenbaar via muziek. Voor mij is het heelal net zo echt als dat muziek echt is.

Nog een interessant artikel. “Overleef jij in mijn facebookbubbel?” Facebook en ook andere “social media” analyseren voortdurend wat je leest, beluistert en bekijkt. Het weet waar je voorkeuren liggen. Daardoor kunnen er doelgericht advertenties worden geplaatst. Maar facebook wil ook graag dat je lang op facebook bent. En het laat je dus ook vooral lezen wat je graag wilt lezen. Het gaat mee in je politieke voorkeur. Bovendien zullen de meeste van je vrienden een vergelijkbaar wereldbeeld hebben als jij dat hebt, waardoor je nog meer blijft denken zoals je al dacht. De Volkskrant vroeg vier grootverbruikers van sociale media, elk met een radicaal ander wereldbeeld, uit hun bubbel te breken. Ze wisselden een week van facebookprofiel. Niet letterlijk, maar met behulp van nagebouwde accounts. Hun eigen accounts lieten ze, zo beloofden ze, zo veel mogelijk met rust. Zo ging een PVV-stemmer ruilen met een PvdA stemmer en een klimaatscepticus met een feministe. Toen de laatste gevraagd werd hoe haar eerste ervaring was antwoordde ze: ‘Schokkend. Als ik nu inlog voelt het of ik door de ogen van iemand anders kijk naar een wereldbeeld dat helemaal niet bij me past.’ Opeens ziet ze filmpjes van moedige Israëlische soldaten die bloeddorstige Palestijnen kort houden. Op haar eigen account zag ze hoe juist die Palestijnen voortdurend benadeeld werden. Heftiger nog is haar confrontatie met Trump stemmers. Zijn plannen om een muur te bouwen worden op haar nieuwe account massaal met een hartje “geliked”. Na afloop zijn de vier ruilers het over een ding roerend eens: de ander krijgt op facebook een totaal vervormd wereldbeeld voorgeschoteld. Ze snappen niet hoe die ander het in die verkeerde bubbel vol houdt.  Ze geven alle vier aan dat ze eigenlijk nog meer bevestigd zijn in hun al bestaande wereldbeeld. Tegelijk is er wel meer bereidheid ontstaan om ook eens een andere krant open te slaan.

In dit geval ging het om Nederlanders. Ze lijken onderling een totaal ander wereldbeeld te hebben, maar feitelijk leven ook zij in een gemeenschappelijke bubbel. De bubbel van “het Westen”. Wij weten hoe de wereld in elkaar steekt, hoe verdorven Poetin is en hoe hoogstaand ons democratisch ideaal is en hoe vrijheidslievend we wel niet zijn. Onze normen en waarden. En die arme Russen of die oorlogszuchtige Afrikanen? Die moeten nog veel leren. Tegelijkertijd zijn in de bubbel van de Afrikanen westerlingen roofzuchtige kooplieden die nog niet eens de ethische waarden kennen dat ze voor hun eigen ouders willen zorgen.

Het Russische volk en ook het Turkse volk is vanuit zijn culturele traditie gehecht aan een sterk leider. Ze willen een dictator. Ze willen een Poetin of een Erdogan. Althans de meerderheid. En als ze te horen krijgen dat het westen die leiders afkeurt dan laten ze zich dat niet zomaar welgevallen.  De Turkse bubbel bevestigt dat voortdurend. Als we iets meer uit onze bubbel zouden stappen dan zouden we misschien verstandiger kunnen reageren en niet voortdurend ons eigen gelijk willen halen. En we moeten vooral niet voortdurend onze maatschappij verheerlijken en die arme mensen willen overhalen “democratisch” te worden. Op de lange duur verandert door de globalisering overal het denken.  Hopelijk ook bij ons, want we kunnen nog veel leren. Respect en samenwerking zijn de sleutelwoorden. Niet ferm staan voor de zogenaamde eigen waarden en je afzetten tegen die van de ander. Onze waarden zijn alleen interessant en hoogstaand binnen onze eigen bubbel.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , | 2 reacties

Hellingbos

Nederland kent nog steeds een aantal paradijzen. Over een van die paradijzen schreef ik al eens in een eerder blog. Het paradijs van deze dag is ook al eens eerder aan bod geweest. Het gaat om een hellingbos. Daarvan zijn er niet zoveel in Nederland. Eigenlijk moet je er op een mooie maandag zijn maar ook op een mooie zaterdag in maart kom je weinig mensen tegen. En dan voel je je een soort oermens. Vrij grote hoogteverschillen, allerlei soorten bomen, veel omgevallen bomen, nu nog geen bladeren maar wel al bosanemonen die dankbaar gebruik maken van het zonlicht dat tot op de bodem doordringt. Op veel plaatsen dassenburchten, met bij de burcht de sporen van hun poten en uitwerpselen. Opeens een open stuk met een mergelwand. Kijk je goed naar de hellingen dan zie je dat hier ooit de Maas stroomde, allerlei soorten kiezel. Maar vermengd met ook vuursteen. afkomstig uit de mergel. En de naderende lente is niet alleen zichtbaar, ook hoorbaar in de op gang komende vogelzang.

Later op de middag ging ik nog naar de Heimansgroeve. Ik koos als aanlooproute niet het officiële pad maar liep door boomgaarden en weilanden, kroop onder prikkeldraad door, vlak bij de Geul zocht ik weer hogere stukken op om geen natte voeten te krijgen. Heerlijk, dat is voor mij het ultieme natuur beleven. Me een weg banen. Behalve alweer een dassenburcht zag ik voor de eerste keer bloeiende veldkers en at er gelijk een handje van. Ook was er al weer veel jonge brandnetel, daar moet ik thuis ook eens op zoek naar gaan. En verder nog diverse andere bloeiende kruiden als speenkruid, jakobskruiskruid, ereprijs en meer. Hieronder een selectie van de foto’s die ik maakte in en bij het hellingbos.

Geplaatst in bloemen, natuur | Tags: , , , , | 3 reacties

Lente avond

avondstemmingOfficieel zitten we nog in de winter maar vandaag voelde je toch dat de lente er aan zit te komen. Maar bij dit weer is het niet alleen overdag heerlijk. Ook de avonden en de nachten zijn verrukkelijk. Vanavond om half acht liep ik naar buiten, de dijk op en het eerste wat ik hoorde was een uil. Daarover heen schreeuwden talloze meeuwen. Nog meer op de achtergrond hoorde je de zware dreun van een naderende boot op de Lek. Door de wolken kwam af en toe de nu bijna volle maan tevoorschijn. En in het WZW stond nog steeds een prachtige Venus. En wat een heerlijke geuren bereikten mijn neus. Kan dat, frisse lucht ruiken? Met er doorheen een beetje de geur van verbrand hout. Een houtkachel ergens in de buurt. Maar dat moet je er bij fantaseren. Bij de plaatjes en bij de geluiden. Heb ik ook iets gevoeld? Ja zeker, een heel klein beetje vocht. Neerslaande waterdruppels, de dauw van de komende ochtend.  Daarom rook het dus zo fris. En er was nauwelijks wind. Hij komt er aan. De lente!

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen