De moderne Christen

de wereld voor god

Hierboven zie je de enigszins verfrommelde kaft van een boek dat ik enkele maanden geleden kocht: “De wereld vóór God”  van Kees Alders. Ik heb het boek inmiddels twee keer gelezen. Het boek gaat over filosofie in de oudheid. In de loop van het boek blikt de auteur vaak terug en maakt hij vergelijkingen en samenvattingen. Ook blikt hij soms vooruit. Zo blijf je bij de les. In de laatste hoofdstukken probeert hij vooral te onderzoeken wat we kunnen leren van die oude filosofen. Ook geeft hij voorzichtig aan welke manier van denken het beste bij hem zelf past. Alders geeft aan geen echte wetenschapper te zijn maar meer een schrijver. Dan kun je je dat veroorloven, een eigen mening hebben, en dat prijs ik in zijn boek. Tot die laatste hoofdstukken krijg je desondanks het gevoel dat hij objectief probeert te zijn. Maar dan komen er toch een paar persoonlijke meningen. Zo lees je tussen de regels door dat hij niet veel op heeft met de grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam. Letterlijk schrijft hij in een van de laatste hoofdstukken:

En de God van de joden, de christenen en de islam? Hoe staat het daar ondertussen mee? Die uit zich als een ontevreden God, die zich mopperend over de schepping buigt. Hij raast en tiert, deelt straffen uit, laat de zaak kwistig een keer onder water lopen om helemaal opnieuw te kunnen beginnen, en beoordeelt de mensen streng op hun gedragingen. Menselijke emoties als angst en verdriet zijn deze God dan wel vreemd, toch lijkt hij vaak genoeg slachtoffer van verbazing of in ieder geval woede. Vreemde emoties voor een macht die de touwtjes in handen heeft van al wat is! De gemiddelde stoïcijn, die zich door deze emoties niet van zijn stuk laat brengen, leidt misschien wel een goddelijker leven. De vraag naar hoe het mogelijk kan zijn dat een almachtige en goede God een wereld kan scheppen waarin zich kwaad bevindt, heeft dan ook veel kerkelijke denkers bezig gehouden. Makkelijk te verklaren is het allemaal niet, en om er toch kaas van te maken wrongen ze zich vaak in de raarste bochten.

Ook ik denk na over wat ik nu van al die filosofen vind en of het mijn denken heeft beïnvloed. En wat vind ik zelf van die monotheïstische godsdiensten? Deze hebben inderdaad geleid tot een aantal zaken die niet echt positief te noemen zijn. De Griekse filosofen hielden zich aanvankelijk vooral bezig met vraagstukken over begin en einde, de oorzaak van alles, de samenhang der dingen. Plato vertaalde dit soort inzichten op politiek gebied, hij schreef over staatsinrichting en over wetten. De filosofie ging toen pas regels maken, hoe dient de mens te leven. Joden, christenen en moslims hebben deze techniek tot in de finesses onder de knie weten te krijgen. Om te beginnen hadden zij als hoofdwet: er is maar één goede godsdienst, dat is de onze. Verder: er is maar één god en wie ook andere goden denkt te kunnen aanbidden zit helemaal fout. Daarna ontwikkelden ze een aantal strikte regels waar iedereen zich aan diende te houden. Zit het niet mee in je leven: geen nood, er is een leven na de dood. Kort door de bocht zijn dat de voornaamste zaken waarmee deze godsdiensten zich wisten te profileren.

Joden, christenen en moslims beroepen zich nog steeds op hun heilige boeken. Voor mijn verdere verhaal richt ik me nu echter alleen op het heilige boek van de christenen, de bijbel. Dat die er niet altijd hetzelfde heeft uitgezien, dat veel dingen zijn weggelaten of pas eeuwen later toegevoegd, dat doet er voor de meer orthodoxe christenen niet toe: het is het woord van God, punt. De interpretatie van die teksten daar kun je gelukkig nog alle kanten mee uit. Al in de eerste eeuwen van onze jaartelling zagen gnostische christenen de teksten vooral symbolisch, bijna alles kon je beter niet letterlijk beschouwen. Toen de kerkelijke hiërarchie begon te ontstaan werd deze manier van tegen de dingen aankijken al snel in de ban gedaan. Hier kon je geen leerstellingen en kerkelijke wetten op bouwen. De tekst van de bijbel was door God gegeven en daar kon je niet zomaar een draai aan geven. Bijbelteksten die niet goed in het kerkelijke plaatje pasten werden er uit gegooid, er werd nog wat gesleuteld aan bestaande teksten en er kwamen er nog wat bij: voilá: de kerk had een bijbel en een wetboek in een. Helaas, je kon er nog steeds alle kanten mee op en de scheuringen en afsplitsingen zijn tot bijna op de dag van vandaag doorgegaan. Ja maar het is toch vooral een moreel handboek, een boek vol inspiratie? Ja maar zonder dat je je er aan hoeft te houden. Kapitalisme en consumptiemaatschappij, het kwellen van vee en het verpesten van de bodem: onze christelijke boeren van het CDA en hun verdere kerkelijke achterban eisen dat dat door blijft gaan. Intussen gaan ze vroom elke zondag naar de kerk.

Is er dan niets goeds aan de bijbel of aan de christelijke riten? Ja zeker en ik vind het wanneer je alleen maar aan de negatieve dingen aandacht geeft te kort door de bocht. Er zijn namelijk heel veel waardevolle dingen die het christendom heeft opgeleverd. Er zijn altijd veel mensen geweest die inspiratie hebben weten te putten uit deze bijbel en door hun levenswijze een voorbeeldfunctie hebben weten te geven aan anderen. Ik denk aan bijvoorbeeld de Heilige Franciscus. Ook zijn er kunstenaars geweest die niet alleen om den brode hun kerkelijke kunstwerken maakten, maar die werkelijk door de bijbel waren geïnspireerd en iets van deze inspiratie wisten over te brengen op anderen. Ik schreef al over Jan van Steffeswert, maar ook kunstenaars als Stefan Lochner of Geertgen tot Sint Jans reken ik tot kunstenaars die in ieder geval mij weten te inspireren.

stefan lochner

detail uit de aanbidding door de wijzen, Stefan Lochner, 1440, dom van Keulen. Als je hier vlak bij staat is het ontroerend om te zien hoe de wijze contact lijkt te maken met de baby en tot de conclusie komt: ja, dit moet hem zijn!

Je hebt natuurlijk ook al die geweldige componisten. Om te beginnen is er Johan Sebastiaan Bach, die tot in zijn diepste vezels de bijbel als inspiratiebron wist te gebruiken en zo nog steeds ook niet-christenen daarmee weet te inspireren. En dan zie ik ook dat er veel christelijke gemeenschappen zijn waarbij de gemeenteleden elkaar weten te steunen in geval van nood. Dat wat vroeger de echte burenhulp was. In mijn dorp was er een sluitend systeem van afspraken waardoor niemand buiten de boot zou komen te vallen: de “noaberhulp”. Iets minder misschien dan toen, maar dergelijke dingen bestaan nog steeds.

Hoe zit het met de riten? Met de christelijke dienst van protestanten heb ik niets. De gezangen vind ik zelden inspirerend, de teksten of preek kunnen je een enkele keer aan het denken zetten, maar de verdere riten, daar heb ik echt helemaal niets mee. Soms volg ik een katholieke dienst in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht. Waar ik als kind totaal niet snapte waar het over ging, werd ik toch toen al geraakt door de geheimzinnige gebruiken en de Latijnse spreuken. De Hoogmis die daar tegenwoordig op zondag is verloopt nog steeds als vroeger. De gebeden worden volgens de Gregoriaanse traditie gezongen. Ook hanteren ze er nog alle gebruiken uit de tijd dat ik zelf misdienaar was. Ik zie nu pas dat al die gebeden en rituelen een functie hebben. Voordat het evangelie wordt gelezen loopt de priester met een wierookvat rond het boek en bewierookt het. Uit eerbied voor de heilige teksten. Zoals mijn moeder vroeger een kruisje maakte op de achterkant van het brood voordat het aangesneden werd. De Gregoriaanse gezangen, die vooral draaien om gezamenlijk ademhalen, lijken als uit een mond samen te komen in de ruimte, ze reiken naar de allerhoogste, het is prachtig! Ook herken ik weer van vroeger het bidden, het helemaal in jezelf verzinken en het denken aan mensen die het niet goed hebben en die het beter zouden moeten hebben, het denken aan je naasten, aan ziekte en dood. Dat alles kan een mens goed doen en tot troost zijn. En al de mensen die een kaarsje aansteken en vervolgens vijf minuten met de ogen dicht geknield voor een Mariabeeld blijven zitten: ik begrijp het en vind het een prachtig ritueel waar ik respect voor heb.

Hoe is het christendom kunnen verworden van een inspirerende godsdienst tot een wetgevende, oordelende godsdienst? Het begon ermee dat christenen niet-christenen veroordeelden. De christenen aanbaden de ene ware god. Andere vormen van godsdienst werden niet getolereerd. Deze koppige houding zorgde voor veel weerstand, de eerste martelaars waren daarmee een feit. Maar deze christenen begonnen zich goed te organiseren en een soort hiërarchische structuur te creëren. Keizer Constantijn begreep dat hij die goed kon gebruiken in zijn Romeinse staat. Het christendom werd een staatsgodsdienst. Die er later met geweld nog steviger werd ingeramd door Karel de Grote. Ook de kruisvaarders deden hier lustig een potje aan mee. En deze hiërarchie leidde tot de opbouw van macht. Er begonnen dingen te ontstaan die compleet in strijd waren met de oorspronkelijke opzet. Het monster van de wetgevende kerk was geboren. Onderaan in de hiërarchie stond de slaaf, de boer, de werkman die gehoorzaam, zoals het toch ook in de bijbel stond, zijn meerdere moest erkennen in de grootgrondbezitter, de graaf, de koning, de bisschop, de paus. En die zich verder vooral suf moest werken. Later na zijn dood zou het gelukkig goed komen: de eersten zullen de laatsten zijn en omgekeerd.

Desondanks bleef de bijbel gedurende de eeuwen heen een inspirerend boek. Kan het dat nog steeds zijn, ook als het de regels en kerkelijke wetgeving weet los te laten? Ik denk het wel maar het vergt veel zelfdiscipline van de mensen. Eigenlijk al de goede dingen die de kerk biedt kunnen ook bereikt worden zonder de kerk en zijn regels. Er zijn steeds meer initiatieven om alleenstaanden en ouderen te betrekken bij het maatschappelijk leven, om nieuwkomers een warm onthaal te geven, om mantelzorg in te bedden in de samenleving. Los van welke godsdienst dan ook. Mensen die vooruit denken, die zorgen dat deze aarde niet naar de verdoemenis gaat, dat zijn niet alleen de mensen van de ChristenUnie maar ook mensen van Groen Links. Je hebt daar niet een godsdienst voor nodig. Maar bijbelse inspiratie kan helpen. Zolang christenen maar niet denken dat zij het enige ware geloof belijden en zich niet blind staren op wazige bijbelteksten, zolang zij geen schijnregels over homofilie uit de bijbel denken te kunnen halen, zolang zij vooral de belangrijkste regel in acht houden: liefde voor elk medemens en voor onze leefwereld. Dan wordt het christendom opeens een waardevolle filosofie als een van de vele, zoals die ook al in de oudheid zijn aanhangers kende. Socrates zei 425 BC: De mens dient geen onderscheid te maken tussen rangen en standen. In ieder mens is de kennis van het goed al aanwezig . Epicurus zei 300 BC: Het ware genot is een gematigd genot. Streven naar luxe brengt ongeluk. Ook angst voor de dood of angst voor de goden is onzinnig. Niets is voorbeschikt. Alle mensen zijn gelijk aan elkaar, ook slaven en vrouwen. Vriendschap is een van de belangrijkste dingen in het leven. In de vroege Stoa, rond 275 voor Christus, zei Zeno: De wereld wordt geleid door natuurwetten. Alles wat gebeurt heeft invloed op ons leven. Iedereen is onlosmakelijk verbonden met de kosmos. Werkelijk geluk wordt bereikt als je je weet te richten op de wetten van de natuur.

Al dit soort filosofieën kan makkelijk ook binnen een aantal godsdiensten worden toegepast. Soefisten zijn mensen met een levenshouding die het goede en sociale nastreeft, maar elke soefist mag ook de rite die bij een bepaalde godsdienst hoort volgen. Veel soefisten zijn moslim of christen, maar zij zijn nooit dogmatisch, het zijn geen mensen die de koran of de bijbel als een wetboek hanteren.

Terug kijkend op het boek en al de gedachten van al die filosofen wordt het me duidelijk dat er een kentering in het denken moet komen. De mens is afgedwaald van de dingen waar het echt om draait. Respect voor je naaste en voor je omgeving. Dat laatste kunnen we alleen maar bereiken door een flinke stap terug te doen, we zullen de kapitalistische consumptiemaatschappij vaarwel moeten zeggen. Zowel in de top van de politiek als onderaan bij de gele hesjes is dat nog niet doorgedrongen. Het klimaatakkoord in Nederland, een van de weinige hoopgevende dingen in deze tijd, wordt weer op de schop gezet. En het eerste: liefde voor je medemens, ook daar is weinig van terug te vinden vanuit de politiek. Maar we kunnen wel al deze dingen toepassen in onze eigen kleine omgeving. Iedereen kan er iets aan doen op zijn manier. Daar ligt denk ik de hoop voor de toekomst. Ook de christen van nu, de moderne christen, kan in alle bescheidenheid zijn bijdrage leveren.

Wat is nu de visie van Kees Alders, de schrijver van het boek? Van welke filosofische richting in de oudheid heeft hij het meeste geleerd, bij welke gedachten voelt hij zich het meeste thuis? Heel voorzichtig doet hij daarover enkele uitspraken. Hij zelf heeft het nauwelijks over het jodendom, christendom of over de islam. Het boek gaat immers over de wereld vóór God. Maar als je over ook zijn eigen mening meer wilt weten kun je het beste het boek zelf lezen. Maar lees het vooral om zijn heldere uiteenzettingen van wat de oude filosofen dachten.

Petrarca (veertiende eeuw) en Rubens (zeventiende eeuw) waren christen. Maar tegelijk had Petrarca naast werken van Augustinus ook altijd werken van Cicero in zijn reistas bij zich. Rubens haalde zijn levenskracht niet zozeer uit de bijbel maar voor een groot deel uit de filosofische houding van de Stoïcijnen en Seneca. Ik begrijp hen door het lezen van dit boek beter. Dat alleen al maakt het boek voor mij waardevol.

De wereld vóór God
Auteur: C.J. Alders
Uitgever: Klokwerk-Design

  • Nederlands
  • 1e druk
  • 9789082930115
  • november 2018
  • ook als E-book
  • 392 pagina’s
  • EPUB met digitaal watermerk
Geplaatst in filosofie, maatschappij, recensie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vakjes

Mijn oudste kleinzoon was als baby al verzot op vooral geometrische figuren. Hij kon nog niet echt praten, alle woorden bestonden uit slechts een lettergreep en vooral zijn moeder wist bijna altijd precies wat hij bedoelde. Zo liep ik met hem op schoot de trap af en opeens zag hij iets: ‘Mah! Mah!’ Wat zou hij in gods naam bedoelen. Hij keek naar een foto waar enkele van mijn vrienden op stonden, lopend in de polder. Opeens bij ingeving begreep ik het. Heel minuscuul op de achtergrond stond er een electriciteitsmast op die foto. Dat integreerde hem, de rest interesseerde hem eigenlijk niet. ‘Mah’ was mast. In die tijd wilde hij van alles weten hoe het heette. Hij keek of wees naar iets en zei dan vragend: ‘Ja?’ Dat ging zo voortdurend door en ook dingen waarvan je zonet de naam gegeven had, hij wilde minstens twee keer weten hoe het heette.

Achteraf was hij toen al bezig met alles in een vakje te plaatsen. En in elk vakje zit niet alleen een ding, daarin zit alles wat er die dag op dat moment in die situatie ook nog gebeurde. Zo is er het vakje: “voor de eerste keer met opa en oma met de metro naar Rotterdam”. Hij vond het doodeng, moest huilen en zat te trillen op je schoot. Na een half jaar probeerden we het weer: van te voren was hij al panisch en het maakte dus niet uit. Metro met opa en of oma zit in het vakje “eng”. Nu is hij met diezelfde metro enkele keren met zijn moeder mee geweest. Hij vond het leuk! Dus ik dacht, kom ik probeer het ook nog eens. Weer dezelfde panische angst en ik heb het dus niet gedaan. Zo is er ook het vakje: “mama zingt”. Wat er ooit misgegaan is, ik weet het niet, maar mama mag niet zingen. Boosheid, huilen, ga maar door. Als ik of oma zing is er niets aan de hand. De situatie en plek is anders dus het vakje is anders, dus zingen is geen probleem. Het is heel moeilijk om die gevulde vakjes open te maken en aan te passen. Zijn moeder is het uiteindelijk met veel praten en liefdevol contact gelukt: ze mag weer zingen!

maan-in-vakje
Gelukkig zijn er ook leuke, ongevaarlijke vakjes. De film op youtube waar hij op dit moment het meest verzot op is, dat is een film die begint bij een avondscene met krekels en een maan. Dan wordt de maan omkaderd, (een vakje) er wordt een pijltje boven getrokken met de grootte van de doorsnede van de maan. Intussen zie je heel veel vakjes die laten zien hoe groot alles is. En de Maan wordt na eerst vergeleken te zijn met kleinere objecten daarna vergeleken met grotere objecten. Voor mij maakte hij een tekening waarbij hij helemaal links zich zelf tekent, dan komt de Eiffeltoren, dan een toren in Dubai, dan komt de asteroïde Ceres, dan Pluto, dan de maan, en dan nog een stukje van Mars. Alles wordt steeds groter. De tekening stikt van de vakjes. In de film gaat het door tot de grootste bekende ster, UY Scuti. Ook deze bevindt zich in de film in een veld met nu ontzettend grote vierkantjes. Hé! Bij opa en oma hebben ze een tegelvloer. Dát zijn pas mooie vakjes! In het midden legt hij een rood balletje. UY Scuti is immers een rode superreus, zoals een dergelijke ster genoemd wordt. ‘Kijk opa, daar ligt UY Scuti’.

uy-scuti

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Jan van Steffeswert

bonnefanten

Het Bonnefantenmuseum van Maastricht heeft naast een collectie moderne kunst vooral ook een grote collectie middeleeuwse kunst. Meerdere zalen met vooral veel houten beelden uit de vijftiende en zestiende eeuw vallen daarbij op. De meeste kunstenaars van die werken zijn anoniem, maar van een van de meest prominente weten we wel zijn naam. Het gaat dan om Jan van Steffeswert, die “beeldensnider” was in de eerste decennia van de zestiende eeuw in Maastricht. Hij signeerde veel van zijn werken, soms ook met Jan van Weerd of kortweg Ian. Daarnaast heeft hij op de meeste werken zijn meesterteken geplaatst. Niet alles is gesigneerd of heeft zijn meesterteken, maar door stijlvergelijking is men tot de conclusie gekomen dat bepaalde werken ook uit zijn atelier stammen. Hij heeft gewoond en gewerkt in de Mariastraat in Maastricht. De Mariastraat komt uit bij de voormalige Augustijnenkerk. Deze barokkerk is gebouwd op de plaats waar eerder de Maria ten Oevere kapel stond. Naar deze kapel is de straat genoemd. De kapel is in 1610 afgebroken. We bevinden ons daar in een mooi oud, intiem deel van Maastricht. Het huis waar hij gewoond heeft staat er niet meer en het is ook is niet bekend waar in die straat zijn huis met atelier gestaan heeft.

Op veel plaatsen in en rond Maastricht, o.a. in Aken, zijn werken van Jan van Steffeswert te vinden. Maar ook in veel musea: zelfs in Londen, New York, Kiev, Brussel en Luik staat werk van hem. Waar maakte hij dat werk voor? Dat is lang niet altijd terug te vinden. We weten dat hij voor het Kruisherenklooster minstens vier beelden heeft gemaakt, maar bij de opdracht werd niet vermeld wie er uitgebeeld moest worden. Ook maakte hij werk voor het Catharina gasthuis of de abdijkerk van Meerssen. Daarnaast weten we dat hij complete altaarretabels heeft gemaakt, en kruisigingsscenes. In het Bonnefantenmuseum staat een prachtig kruisbeeld door hem gemaakt, van de altaarretabels is tot nu toe nog niets terug gevonden.

De tijd van Jan van Steffeswert was een roerige tijd. Gelukkig heeft hij niet meer de beeldenstorm van 1566 meegemaakt, toen alles in Maria ten Oevere kort en klein is geslagen. Misschien ook is daar toen werk van hem vernield. En er zijn meer kerken en kloosters waar het toen mis ging, zoals in het Dominicanen klooster. Maar er zijn kronieken bekend die het een en ander ook van onlusten in zijn eigen tijd beschrijven. Zo waren er bendes. Een bende uit Luik overviel Sint Geertruid en Eckelrade in 1491 op oudjaarsavond. De koster werd gedood en alles van waarde uit de kerken werd meegenomen. Vervolgens stichten ze brand in de omliggende huizen en namen inwoners gevangen. Op vastenavond van het jaar daarna waren ze er weer, nu in Daelhem, Voeren en andere dorpen. Een van de rovers bleek de burggraaf van Montfort. De daders werden nu na hun rooftocht door een grote groep achtervolgd en vier hoge heren werden daarbij gedood. Ook hertog Karel van Gelre plunderde bij zijn doortocht Maastricht waarbij meerdere huizen van Maastricht in brand werden gestoken. Jan van Steffeswert zal toen meer dan 22 jaar zijn geweest, dat kunnen we afleiden uit het feit dat hij in 1508 een 18 jarige dochter had, en hij zelf zal bij haar geboorte toch al gauw 20 jaar of ouder zijn geweest. Waar hij toen woonde is niet zeker, we weten met zekerheid dat hij in Maastricht woonde in 1499. Maar het is zeer waarschijnlijk dat hij er toen al een hele tijd woonde, want hij zal in deze stad ook zijn opgeleid tot beeldhouwer. Wat was er nog meer aan de hand in die tijd? Natuurrampen. In 1504 was er op Bartholomaeusavond (24 augustus) een aardbeving waardoor veel inwoners van Maastricht hun huizen ontvluchtten. Er was behoorlijk wat schade. In 1505 was er veel wateroverlast, vooral vanuit de Jeker. In 1507 waren er in augustus enkele onweersbuien waarbij hagelstenen zo groot als kippeneieren uit de lucht vielen. Overlast door soldaten en plunderingen heeft hij ook nog meegemaakt. In 1507 was er een doortocht van 3000 Franse soldaten door Maastricht waarbij het er ook niet helemaal zachtzinnig aan toe ging. In 1508 heerste er een besmettelijke ziekte waardoor vooral veel kinderen overleden. De ziekte heerste van mei tot Kerstmis.

Van wie weten we al deze dingen? Er is een kroniek van Maastricht en omstreken die tachtig bladzijden beslaat. Hij begint in 1266 en eindigt in 1517. De schrijver is onbekend. Deze lijkt de gebeurtenissen zeker vanaf 1480 uit eigen waarneming te hebben genoteerd. In 1580 maakt kanunnik Simon Bellomonte prachtige tekeningen van allerlei objecten in Maastricht. Kanunniken hadden veel vrije tijd en ze konden leven van wat het kapittel opbracht aan allerlei inkomsten. Misschien was het ook nu een kanunnik die te veel tijd had. In het Bonnefanten museum hangt een schilderij van Evert Zoudenbalch, proost van de Servaas. Het schilderij is gemaakt tussen 1500 en 1510.

portret kanunnik

In die tijd woonden de proosten op een vaste plek, de proosdij van Maastricht. (In eerdere eeuwen was de proost van de Servaas vaak een nevenbaantje van een aanzienlijk iemand als de aartsbisschop van Mainz) Jan van Steffeswert zal hem vast wel eens zijn tegengekomen. Misschien dat hij of een van zijn kanunniken de schrijver was van de kroniek. Alleen al bij de processies waar deze heren altijd helemaal achteraan liepen kon je ze zien.

Al dat soort dingen zoals we kunnen lezen in deze kroniek zal ook in het atelier van Jan in de Mariastraat het gesprek van de dag zijn geweest. Maar meester in het beelden snijden betekende verder gewoon hard werken, contracten sluiten, op reis gaan naar opdrachtgevers en locaties bekijken, hout bestellen, leerlingen opleiden of overleg voeren met de schilder die alle sculpturen af moest maken. Waarschijnlijk heeft hij zelf trouwens geen enkel beeldhouwwerk geschilderd. Dat was een apart beroep. Het maken van verf alleen al was een hele kunst. Zo gezegd had hij ook gezellen in zijn werkplaats. Dat weten we doordat er een proces geweest is tegen een van zijn leerlingen die vertrok nog voordat zijn contract was afgelopen. En uit een ander proces waar hij een vat rogge moest betalen wegens het verwekken van een kind bij een ander weten we dat hij waarschijnlijk ook een schuinsmarcheerder was. In de Mariastraat woonde trouwens nog een “bildensnider”, misschien een familielid? We weten dat er in zijn tijd minimaal drie meesterbeeldhouwers waren in Maastricht, onder wie dus Jan van Steffeswert.

Veertien werken die zijn achterhaald zijn door Jan van Steffeswert gesigneerd. Nog een aantal dragen zijn meesterteken. En van nog een nog groter aantal wordt door kunstkenners aangenomen dat hij de maker was. Tien van zijn sculpturen, waaronder vier gesigneerde, bevinden zich in het Bonnefanten museum. Alleen al daarom is een bezoek aan dat museum de moeite waard. Want het zijn stuk voor stuk prachtige beelden. Jammer dat de polychromie bij de meeste beelden verdwenen is. Bij enkele beelden is er nog aardig wat van te zien. Twee objecten wil ik hier laten zien en toelichten. Beide werken zijn niet gesigneerd maar wel aan hem toegeschreven.

anna-te-drieen-voor

anna-te-drieen-achter

“Anna te drieën” was een bijzonder populair onderwerp in die tijd waar in kerken veel vraag naar was. We zien drie generaties bij elkaar: grootmoeder Anna, moeder Maria en het kindje Jezus. Kenmerkend voor Jan van Steffeswert is de manier waarop hij Anna laat zitten (zie achterkant), die kennen we ook van andere objecten. Dat was een van de aanwijzingen dat het werk door hem gemaakt zou kunnen zijn. Maar ook andere details schijnen er op te wijzen. Ook maakte Jan van Steffeswert veel sculpturen waar je om heen kon lopen, dus ook de achterkant was uitgewerkt, zelfs als het beeld tegen een wand of pilaar werd geplaatst. Ook dat is hier het geval. Het gaat om een relatief vroeg werk, het wordt gedateerd rond 1500 en is gemaakt van notenhout. Mooi is de houding van Maria, ze leunt enigszins naar voren en staat een beetje op haar voorvoet, zoals je vooral heel goed kunt zien als je de achterkant bekijkt. Ze leunt voorover om Jezus zijn kommetje pap te kunnen aanbieden. Ze houdt het kommetje zo schuin dat de pap er al bijna overheen loopt. Daarmee maakt ze van het tafereel iets heel menselijks. Maria zou zo je eigen moeder kunnen zijn. Je ziet in haar de vrouw die je kon aanroepen om als bemiddelaar te dienen tussen jou en God, ze staat letterlijk heel dicht bij ons.

kruisbeeld

kruisbeeld-detail

Jezus aan het kruis. Ook dit is een zeer menselijk uitgebeeld werk. Nu zien we niet het lieflijke beeld van oma met haar kleinkind rond Maria, maar we zien het smartelijke einde van het lijdensverhaal. De tijd van Jan van Steffeswert is een tijd dat de biddende mens met kracht herinnerd moest worden aan dit moment. De kerk heeft het zwaar te verduren. Niet voor niets leefde Jan van Steffeswert ook in de tijd van de reformatie. We zien deze smartelijke manier van weergeven bij veel kunstenaars uit die tijd. Maar zelden zo krachtig als dat Jan van Steffeswert het uitbeeldt. Het hoort voor mij eigenlijk niet in een museum te staan, maar in een devotieruimte. Het heeft nog steeds de kracht van de maker. Jammer genoeg weten we niet waar het gehangen heeft. Het zou een van de opdrachten geweest kunnen zijn die hij kreeg uit een van de omliggende gemeenten, of van het Catharina gasthuis waar hij ook meer werken voor maakte of zoals gezegd voor het kruisherenklooster, waar in de archieven zijn naam meermaals voorkomt. In 1509 heeft hij een geschil met een schilder omtrent de betaling van een crucifix. Het zou heel goed kunnen gaan om het beeld dat je hier ziet. Dendrologisch wordt het namelijk gedateerd tussen 1505 en 1510. Het beeld is gemaakt van notenhout.

In het Bonnefantenmuseum is een grote ruimte met de collectie Neutelings. Deze verzameling bestaat uit bijna tweehonderd laatmiddeleeuwse kunstvoorwerpen van bijzondere kwaliteit en diversiteit. Behalve veel beeldhouwkunst zien we ook veel kunstnijverheid. We zien complete retabels of retabelfragmenten uit Antwerpen, Brussel, Mechelen en het Rijngebied. Houten, stenen, marmeren en albasten beelden uit onder meer Duitsland, België en Frankrijk vullen deze reeks aan. De verzameling kunstnijverheid wordt gevormd door Maaslands geelgieterswerk of brons uit de twaalfde eeuw, kleine ivoren diptieken of tweeluikjes uit de veertiende eeuw en email uit Limoges. Deze hele verzameling was een geschenk van de in 1996 overleden kunstverzamelaar Neutelings.

Samen met de eigen kunst van het Bonnefanten uit die tijd profileert het museum zich hierdoor nog meer als een museum van middeleeuwse kunst. Het museum heeft daarnaast een relatief kleine verzameling kunst vanaf de renaissance tot 1950. Steeds groter wordt de verzameling moderne kunst van nog later. met enkele aansprekende werken van internationaal bekende kunstenaars als Sol Lewitt naast ook werk van regionale kunstenaars als Ted Noten.

Literatuur:

  • Chronijk van Maestricht en omstreken, anoniem, opnieuw genoteerd door Jos Habets. Publications de la Société d’Archéologie dans le duché de Limbourg, 1864.
  • De Maastrichtse beeldsnijder Jan van Steffeswert, door P.J. te Poel en Th.J. van Rensch. Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg, 1992
  • Bonnefantenmuseum, collectie Middeleeuws houtsnijwerk (verkrijgbaar in het museum)
  • Bonnefantenmuseum, collectie Neutelings (verkrijgbaar in het museum)
Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 6 reacties

Sint Sebastiaan

In Gent is er een Sebastiaangilde dat nog steeds boogschutterswedstrijden organiseert. De heilige Sebastiaan is de patroonheilige van de boogschutters. Als Romeins soldaat die Christen bleek te zijn is hij in de derde eeuw na Christus de marteldood gestorven. Hij werd doorzeefd met pijlen. Toen hij dat overleefd bleek te hebben werd hij dood geknuppeld.
Sebastiaan is een heilige die ook bekend staat als een van de noodhelpers die net als de heilige Rochus vooral bij een uitbraak van de pest werd aangeroepen. Dit omdat in Psalm 91,05 staat: “U hebt niets te duchten: noch de verschrikkingen van de nacht, noch de pijl die vliegt overdag.” De pijl werd symbool voor de ziekte die – naar men geloofde – door engelen, of door God zelf, op de mensen werd afgestuurd.
Kunstenaars, vooral in de renaissance, konden legitiem mannelijk naakt uitbeelden door Sebastiaan te schilderen of, zeldzamer, een beeldhouwwerk van deze heilige te maken. Sebastiaan onderging zijn lot blijmoedig, maar om er zo als een dandy bij te gaan staan als je met pijlen doorboord wordt als op bijna alle schilderijen of sculpturen…..

In 1470 schilderde Mantegna, hofschilder in Mantua, Sebastiaan. Het schilderij bevindt zich op dit moment in het Kunsthistorisches museum van Wenen. Mantegna was getrouwd met een dochter van de Venetiaanse kunstenaar Bellini. Deze Bellini maakte 17 jaar later ook een schilderij van de martelaar. Te zien in de Galleria d’Academia in Venetië. In diezelfde tijd, zo tussen 1480 en 1485, sneed Arnt van Kalkar in eikenhout een beeld van 1 meter 25 hoog, met daarop Sebastiaan.

sebastiaan-mantegna 1470

Het schilderij van Mantegna is misschien nog het meest dramatisch van deze drie kunstwerken. Dat Sebastiaan een Romeinse soldaat was zien we aan de achtergrond, een Romeinse tempel. We zien maar liefst zeven pijlen die zijn lichaam doorboord hebben, waaronder een zeer pijnlijke die in zijn hals is binnengedrongen en er weer door zijn voorhoofd uitkomt. Het lijkt wel of de schutters op verschillende punten rondom Sebastiaan stonden, de pijlen zijn allemaal vanuit verschillende hoeken in zijn lichaam terecht gekomen. Desondanks laat hij vooral zijn bevallige figuur zien.

sebastiaan-bellini 1487

Het werk van Bellini, de schoonvader van Mantegna, is nauwelijks dramatisch te noemen. De handen van Sebastiaan zijn op zijn rug gebonden. Verder lijkt hij zo weg te kunnen wandelen als hij dat zou willen, maar nee, hij staat daar best lekker. De schutter staat waarschijnlijk recht voor hem, Sebastiaan heeft twee pijlen in zijn lichaam, die hem niet lijken te deren. Maar wat nog vreemder is: Naast en achter hem staan een dominicaner monnik en een bisschop. Dat maakt dat deze afbeelding historisch gezien in een verkeerde context staat. Het lijkt wel of hij de doodstraf heeft gekregen en dat deze geestelijken voor hem bidden. Dominicanen waren er uiteraard al helemaal niet, die orde bestaat pas sinds de dertiende eeuw. Hij werd gedood omdat hij Christen was. Daar zal zeker geen bisschop of Dominicaan bij zijn geweest. Na twee pijlen lijkt hij nog nauwelijks ergens last van te hebben. Komen de volgende pijlen niet per ongeluk bij een van de priesters terecht? Vreemd.. Maar, Bellini kon prachtig schilderen. Vooral zijn kleurgebruik werd in die tijd al zeer geroemd. Het is duidelijk dat het hem uitsluitend om de schoonheid van het schilderij en de hoofdpersonen ging. Hij was een echte renaissanceschilder. Dramatiek, zoals we dat vooral in de barok gaan zien, vond hij niet zo belangrijk.

sebastiaan-meester-arnt

En dan komen we bij het beeldhouwwerk van meester Arnt. Ook hier staat Sebastiaan er bevallig bij. Vooral doordat hij zijn linkerbeen over zijn rechterbeen heeft gekruist. En hij heeft een mooi figuur, met een smalle taille en sterke armen. Ook zijn haardos mag er zijn. Hij is stevig vastgebonden, aan een boom. We zien de pijlgaten van drie pijlen. Vermoedelijk hebben daar oorspronkelijk ook pijlen in gezeten. Verder is het kunstwerk oorspronkelijk geverfd geweest, waardoor je het bloed kon zien druipen. We krijgen onwillekeurig associaties met de geseling van Christus.

sebastiaan-meester-arnt-2

Twee vragen komen bij me op: wat was de aanleiding voor het maken van het kunstwerk, en de tweede vraag is: hoe kwam het op de plaats terecht waar het nu te zien is?

De schilderijen van Mantegna en Bellini zijn wellicht onderdeel geweest van een altaarretabel. Waarom staat Sebastiaan daarop? Twee mogelijkheden zijn dan het meest waarschijnlijk: het stond in een kerk die aan de heilige gewijd was, of het stond op een altaar van een gilde (bij voorbeeld het boogschuttersgilde). Bij de sculptuur van meester Arnt is het iets moeilijker. In kerken werden vaak losse beelden geplaatst, bijvoorbeeld een aantal apostelbeelden. De plaats waar deze kunstwerken vandaan komen zijn deels bekend: de schilderijen werden gemaakt in Mantua en Venetië. Daar was geen kerk of klooster waar Sebastiaan als voornaamste heilige werd vereerd. Er zal waarschijnlijk een zij-altaar geweest zijn waar hij als pestheilige werd vereerd. Maar waar meester Arnt zijn beeldhouwwerk sneed is minder duidelijk. Het kan zijn in Kalkar, misschien voor een kerk of klooster aldaar, maar het kan ook zijn voor een kerk of klooster in Kleef, Venray of Roermond. Althans we weten dat daar werken van hem gestaan hebben of nog staan. Daar werd hij waarschijnlijk als pestheilige aangeroepen.

Hoe is het schilderij van Mantegna in Wenen gekomen? De persoonlijke bezittingen van de hertogen van Mantua zijn in de zeventiende eeuw voor het grootste deel in handen gekomen van de Franse koning. We vinden om die reden diverse kunstwerken uit Mantua uit die tijd nu in het Louvre. Noord-Italië is lang onderdeel geweest van Oostenrijk. (globaal tussen 1715 en 1858). Het zal in die tijd in Wenen en uiteindelijk in het Kunsthistorisches Museum terecht zijn gekomen. Het werk van Bellini, net als veel andere werken van deze kunstenaar, bleef in Venetië. Daar kwam het uiteindelijk terecht in een museum. Het beeld van meester Arnt kan zijn verkocht door de vorige bezitters in Kalkar. Vlak na de Franse tijd wilde men de Nicolaikirche restaureren en ook de mooiste altaarstukken weer tiptop in orde brengen. Om dat te kunnen betalen hebben de kerkbestuurders een aantal altaarstukken en misschien ook dit beeld verkocht. Het kan ook geroofd zijn door de Fransen in 1794 toen ze de Zuidelijke Nederlanden annexeerden en alle kloosters sloten. Zo is een prachtig beeldhouwwerk met de bewening van Christus uit het Kartuizer klooster van Roermond in Musée de Cluny in Parijs terecht gekomen. Maar hoe het ook zij: in 1903 is dit kunstwerk, de “Sebastiaan” van Meester Arnt, aangekocht door de vrienden van het museum voor schone kunsten in Gent. Misschien omdat de leden ook lid waren van het beroemde boogschuttergilde?

Voor meer werken van meester Arnt, zie ook de link naar onderstaand artikel dat ik in 2015 schreef:

https://ppsimons.com/2015/09/13/vier-maal-de-bewening-van-christus-meester-arnt-van-kalkar/

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Pelléas et Mélisande

Het thema van het nieuwjaarsconcert 2019 van het Nederlands blazersensemble was “Adam en Eva”. Een mooi programma met veel verschillende stijlen in de muziek, zelfs in dansvorm werd het thema uitgewerkt. De vrolijke toon overheerste. Adam en Eva als het koppel dat van elkaar houdt en samen het leven viert. En dat past bij het uitbundige feestgevoel van het nieuwe jaar.

Liefdeskoppels in de muziek waren onder meer Orpheus en Euridice of Romeo en Julia. Met die koppels liep het trouwens niet goed af. Ook niet met Adam en Eva, ze werden verdreven uit het aards paradijs. En ook niet met Pelléas en Mélisande. Dat liefdeskoppel werd bij het concert niet genoemd maar ik moest er aan denken, ook omdat ik enkele dagen geleden in een klein museum ben geweest dat gewijd was aan Maurice Maeterlinck. Deze Belgische schrijver schreef in de negentiende eeuw een toneelstuk op basis van het verhaal “Pelléas et Mélisande”. Maeterlinck kwam uit de Gentse bourgoisie en in die tijd betekende dit dat je sprak en dus ook schreef in het Frans. Als hij in het Nederlands geschreven zou hebben zou hij ook nooit de nobelprijs voor literatuur hebben gekregen. Nederlandse boeken werden nog bijna niet vertaald en drongen daardoor niet door tot het Nobelprijscomité. Maar Frans was in die tijd een wereldtaal die alle geletterde heren konden lezen.

De tekst van dit toneelstuk inspireerde diverse componisten. Het meest bekend is wel de opera van Debussy, die in 1902 klaar kwam. En een jaar later schreef Schönberg een symfonisch gedicht op basis van deze tekst van Maeterlinck. Debussy en Schönberg waren symbolistische componisten. Deze term wordt meestal alleen gebruikt bij schilders of schrijvers maar dat vind ik onzin. Opvallend is dat Debussy kwaad werd als hij impressionist werd genoemd. En dat begrijp ik. Impressionisten zijn met licht en sfeer bezig. Symbolisten zoeken een geheimzinnige ondertoon in dingen. Die was bij Debussy meestal aanwezig, zeker ook bij deze opera. Maeterlinck was vernieuwend in zijn tijd. Op wikipedia lezen we:

Als dichter van het symbolisme nam Maeterlinck een belangrijke plaats in de Europese literatuur in. Als avant-gardist brak hij met de traditie van het realisme en probeerde hij de werkelijkheid te vatten met symbolen en metaforen, waardoor hij het symbolisme op slag een eigen theater schonk. Daarmee was hij een voorloper van het 20ste-eeuwse theater.

Dat trok beide componisten. Schönberg had eerder het symfonische gedicht “Verklärte Nacht” geschreven, ook geïnspireerd op een symbolistisch gedicht. De muziek beeldt dan wel een verhaal uit, maar in werkelijkheid gaat het om droompassages en verwarrende gevoelens in het hoofd van de hoofdrolspelers. Bij Debussy zien we iets dergelijks.

Bij de premiere in 1902 en 1903 van beide werken van respectievelijk Debussy en Schönberg was er weinig waardering van het publiek. Schönberg werd in de pers tot een krankzinnige verklaard aan wie het verboden moest worden om nog pen en papier te kopen om noten op te schrijven.

Ik ga nu niet in op de tekst van Maeterlinck. Die moet je uiteraard wel bestuderen als je de opera probeert te volgen. Om het symfonische gedicht te kunnen volgen is een samenvatting van het verhaal voldoende. Op wikipedia staat:

Pelléas et Mélisande vertelt de tragische geschiedenis van een driehoeksrelatie tegen de achtergrond van een symbolistisch sprookje. Golaud, kleinzoon van koning Arkel, verdwaalt tijdens de jacht in het bos en treft daar het schuchtere meisje Mélisande aan. Haar kwetsbaarheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op de prins. Nadat Golaud het meisje naar het kasteel van zijn grootvader heeft gebracht, treft Mélisande Golauds halfbroer Pelléas aan. Tussen Pelléas en Mélisande bloeit spoedig een fatale genegenheid, een dodelijke zielsverwantschap op. Golaud krijgt lucht van hun heimelijke ontmoetingen en doodt zijn broer… Mélisande sterft in het kraambed.

De opera van Debussy begint nog als een realistisch verhaal:

Je ne pourrai plus sortir de cette forêt! Dieu sait jusqu, où cette bête m’a mené. Je croyais cependant l’avoir blessée à mort; et voici des traces de sang. Mais maintenant, je l’ai perdue de vue.
Kan ik dit bos dan nooit meer verlaten! God weet tot waar dit beest me heeft meegevoerd. Ik dacht toch dat ik het zeker dodelijk had verwond: kijk maar naar de bloedsporen. Maar nu  is het uit mijn vizier verdwenen.

Golan ontmoet vervolgens Mélisande en weet haar uiteindelijk te overtuigen om met hem mee te lopen naar zijn kasteel. Je hoort dan het volgende muziekfragment:

Wat hoor je? Hoor je de impressionistische weergave van een bos bij nacht? Zie je in gedachten misschien de schaduwen van bomen bij een vaal maanlicht? Nee. Debussy wil ons deelgenoot maken van de verwarde gevoelens van prins Golan, die tegen de avond verdwaald is in een bos en dan een jong meisje tegenkomt. Een wanhopig meisje dat dood wil, maar dat hij weet over te halen om met hem mee te lopen. Hij mag haar niet aanraken. Ze lopen door het bos op weg naar het kasteel waar Golan woont. Maar wat denkt hij intussen? Wat denkt zij intussen? Dat laat Debussy hier horen.

Bovenstaand fragment is de overeenkomstige passage in het symfonische gedicht van Schönberg. Althans dat vermoed ik, uitgaande van het feit dat het hier aan voorafgaande fragment wel eens zou kunnen slaan op de ontmoetingsscene van Golan en Mélisande.  Nog meer dan bij Debussy gaat het hier vooral over processen in het hoofd van de twee die door het bos dwalen, het bos zelf doet er eigenlijk nauwelijks toe. We horen symbolistische, expressionistische muziek zo je wilt, zeker geen impressionistische.

Hieronder klinkt de hele opera van Debussy, te volgen ook met de noten en de Franse tekst erbij. Daaronder het symfonische gedicht van Schönberg.

Het gebouw in Gent waar een klein museum voor Maeterlinck is ingericht is elke vrijdag en zaterdag om half drie open. Er is dan een rondleiding en tegelijkertijd wordt ook het nog veel grotere gebouw dat er tegenover ligt bezocht. Beide panden stammen uit de achttiende eeuw. Behalve handschriften van Maeterlinck zien we ook zijn laatste werkkamer, die vanuit Nice is overgebracht naar een aparte ruimte in het gebouw. Maar er is veel meer te zien, zoals een zogenaamde “Chinese ruimte”, waar over vier wanden de Chinese jacht en de ontvangst van de keizer wordt uitgebeeld. Met de hand getekend in de achttiende eeuw. Beslist de moeite waard!

Voor meer info:

https://stad.gent/cultuur-sport-vrije-tijd/cultuur/musea-en-historische-huizen/museum-arnold-vander-haeghen

Museum A. Vander Haeghen-voorkant_0

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Hemelse oneindigheid: Bach en  het gebruik van de Cantus Firmus

De oude Griekse filosofen hielden zich al met het begrip tijd bezig. 475 voor Christus beweerde Parmenides dat verleden, heden en toekomst tegelijkertijd bestaan. Maar omdat wij er niet buiten kunnen staan kunnen we dat niet zien en bevatten. Afgelopen zondag, 23 december 2018, was het de vierde zondag van de advent. Het epistel van die dag is een deel uit de tweede brief van Petrus. Daar staat in de achtste regel: een ding echter, vrienden, mag u niet ontgaan: Voor de Heer is een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag.  De verzen 3-13 van die brief gaan over het einde der tijden en de vermaning om daar op voorbereid te zijn. Tegelijk om er op te vertrouwen dat het dan goed komt:

Gij moet vooral weten dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, mensen die leven volgens hun eigen begeerten, en die honend vragen: “Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.” Zij gaan met opzet voorbij aan het feit dat er lang geleden een hemel en een aarde bestonden, door Gods woord gevormd uit water en door middel van water, en dat die toenmalige wereld vergaan is, verzwolgen door het water. Maar de hemel en de aarde van nu zijn door hetzelfde woord opgespaard voor het vuur en bewaard voor de dag van het oordeel en de ondergang der goddelozen. Een ding echter, vrienden, mag u niet ontgaan: Voor de Heer is een dag als duizend jaren en duizend jaren als een dag. De Heer talmt niet met zijn belofte, zoals sommigen menen, maar Hij heeft geduld met u, daar Hij wil dat allen tot inkeer komen en niemand verloren gaat. Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Dan zullen de hemelen dreunend vergaan en de elementen door vuur worden verteerd; en de aarde en de daden op aarde verricht zullen zich bevinden (voor Gods oordeel). Wanneer alles zo vergaat, hoe moet gij dan uitmunten door een heilig leven en innige vroomheid, de komst verwachtend en verhaastend van de dag Gods, waardoor de hemelen in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten in de vuurgloed. Maar volgens zijn belofte verwachten wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.

De tekst van een van de cantates voor de vierde zondag van de advent van Bach is van de hand van de librettist Salomo Franck uit Weimar. Deze tekst is gebaseerd op bovenstaand deel uit de tweede brief van Petrus, welke tijdens deze dienst in 1717 in Weimar en in 1723 in Leipzig werd voorgelezen. De tekst van het negende deel van deze cantate luidt als volgt:

tekst bwv70-9

We zien hoe in het eerste deel van de tekst de verschrikkingen van het einde der tijden worden verwoord, in het tweede deel de troost dat het allemaal goed komt als je goed geleefd hebt. Bach beeldt dit deel uit als een complete opera, met alle bijbehorende dramatiek. Maar wat misschien nog  opvallender is: hij mixt er een cantus firmus doorheen, in de trompet. Deze cantus firmus techniek zie je heel vaak bij Bach, tot zover niets bijzonders. Wat is een cantus firmus? Dat is een gezang in de vorm van lange, uitgerekte tonen, afgewisseld met passages dat deze cantus firmus ontbreekt. Om de cantus firmus heen spelen en zingen allerlei andere partijen onafhankelijke melodieën. Rond 1450 is deze manier van componeren al ontstaan, toen als truc om meerstemmig te kunnen componeren door allerlei melodietjes te verzinnen rond lang doorklinkende noten. Maar bij Bach is de functie al lang een andere geworden. Een cantus firmus benadrukt een bepaald tekstgedeelte, of liever nog: we horen boven alle wereldse gekrakeel de hemelse eenvoud van een eenvoudige, langgerekte melodie. En dat is bij deze cantate voor mij zeker zo. We horen de melodie van een in die tijd bekend lied, gespeeld door de trompet.

De cantus firmus heb ik hier onder in de partituur in rood aangegeven. Het hele stuk zou je kunnen analyseren op allerlei retorische aspecten. Wie laat een stuk beginnen op een verminderd septiemakkoord, in die tijd het meest dramatische akkoord dat er bestond? Ja, als de wereld dreigt te vergaan is dat logisch. En “der Welt Verfall” gaat van een hoge B naar een lage Bes, dieper en grilliger kun je niet zinken. Daarna volgt onmiddellijk een  driedubbele instrumentale val. Maar dan komt het bazuingeschal (der Posaunenschall): de cantus firmus in de trompet!  We horen hoe het spannende verhaal van het einde der tijden, met zijn wereldse eindigheid, wordt omgeven door deze schier eindeloze en rustgevende cantus firmus.  Petrus laat God zeggen: Voor de heer is een dag duizend jaren en duizend jaren een dag.  Parmenides zegt dat verleden, heden en toekomst aan elkaar gelijk zijn. Bach laat het ons horen.

Uitvoering: Dietrich Henschel, bas, Monteverdi Choir, the English baroque soloists, John Eliot Gardiner.

 

BWV70-9

De volledige cantate klinkt hieronder

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

De schepping van de wereld

Mensen met autisme willen bij alles precies weten waar ze aan toe zijn. Hun hoofd zit vol met vakjes en daar stoppen ze hun zekerheden in. Als er in dat vakje gerommeld dreigt te worden raken ze compleet overstuur. Als opvoeder moet je daar voortdurend op bedacht zijn, want het kan leiden tot paniekaanvallen, agressief gedrag, huilen en schreeuwen. Voor mensen die geen last van dat soort vakjes hebben zijn die uitingen meestal compleet onbegrijpelijk.

Afgelopen jaar zijn er enkele mensen overleden die mijn oudste kleinzoon gekend heeft. Twee overgrootmoeders en nog enkele mensen. Nu wil hij alles weten over de dood. Gisteren vroeg hij of ik een filmpje kon laten zien over iemand die dood ging. Voor hem is het vanzelfsprekend dat er over alles filmpjes zijn. Alles staat op youtube. Ik heb geen film laten zien maar ik probeer het wel allemaal luchtig bespreekbaar te maken en in zijn onrustige hoofd enigszins behapbaar.  ‘Gaan alle mensen op dezelfde manier dood?’ ‘Nee dat kan verschillend zijn. Jouw oma’s waren heel erg oud en dan kunnen ze bijna niet meer lopen en ook weinig zien. Ze gaan dan gewoon langzaam vanzelf dood.’ ‘Houden ze dan op met adem halen?’ ‘Ja, alles van je lichaam stopt er mee. Als je zo oud bent vind je dat niet erg.’  ‘Doen je zenuwen het dan ook niet meer, en kan je dan niets meer horen?’ Bijna alles moest ik van hem benoemen. Ik voegde er aan toe: ‘veel mensen denken dat iedereen een ziel heeft. Die gaat dan uit je lichaam naar de hemel.’ ‘Dat is bij de sterretjes hè opa.’ Dat beaamde ik en ik merkte dat dat toch een soort geruststelling gaf. ‘Hoe ziet de ziel er uit?’ ‘Wij kunnen de ziel niet zien maar de ziel kan ons wel zien. En ze kunnen je zelfs helpen zonder dat je het weet. Als je een weg oversteekt en er komt een auto aan dan waarschuwt zo’n ziel je soms dat dat gevaarlijk is en dan steek je niet over.’ ‘Kunnen zielen dan praten?’ En zo ging het maar door. Hij wil alles weten.

Zijn angsten kunnen zo extreem zijn dat je wilt helpen om ze weg te nemen. Maar hoe doe je dat bij een intelligente jongen van vijf die meer weet over de kosmos dan de meeste volwassenen, maar panisch is over het idee dat er een mug in de kamer zou kunnen zitten?   ‘Heeft God de wereld gemaakt?’ Ook weer zo’n vraag. Ik zeg dat niemand dat weet. ‘We weten niet hoe de wereld gemaakt is en daarom denken heel veel mensen dat er iemand moet zijn die dat gedaan heeft. Die noemen ze God.’  ‘Zit god aan een tafel?’ Deze onverwachte vraag bevreemde me even, maar al snel snapte ik het. Hij zag God als een soort wetenschapper die achter zijn bureau bezig was met allerlei uitvindingen, zoals het scheppen van een heelal. Hoe simpel kan het zijn. Dat was voor hem behapbaar. En zo zagen de mensen in de middeleeuwen dat ook. Hij was een man met een baard die hoog vanuit de lucht de hele wereld bestierde. Maar mijn kleinzoon denkt dat God nog dichter bij ons staat. Niet hoog in de lucht maar gewoon achter een bureau. Tussendoor kijkt hij naar filmpjes over “planets size comparison” of over het “materieel van de NS”.  God heeft vast ook youtube uitgevonden. Daar kan hij alles vinden wat hij ooit geschapen heeft. Inclusief filmpjes en foto’s. En zelfs “het ontstaan van de aarde” in vier delen kan hij daar terugvinden. Deel 1 heeft hij onlangs uit de lucht gehaald. Het mag niet meer in Nederland vertoond worden wegens auteursrechten. En het filmpje met de muziek van Pachelbel is ook verdwenen.  Is God rechtvaardig?  Mijn kleinzoon is er boos over. Hij moet deze kennis delen. En niet zomaar van youtube afhalen potverdorie!

god

Deel 2, 3 en 4 staan er wel nog. Hieronder deel 2.

 

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Democratie

In Athene, waar een soort democratie was ontstaan rond 500 voor Christus, ging ruim honderd jaar later de filosoof Plato nadenken over de ideale staatsvorm. Blijkbaar was het niet vanzelfsprekend dat deze democratie de ideale vorm was. Er waren toen al verschillende voorbeelden van andere staatsvormen. Zo was de meest voorkomende staatsvorm de oligarchie: een kleine elite had het voor het zeggen en maakte samen uit hoe het allemaal verder moest. De vroedschap, of in sommige gebieden heette dat de magistraat, had tot de Franse revolutie in Nederlandse steden een vergelijkbare rol. Het lidmaatschap was voor het leven en binnen deze kliek werd gezocht naar personen die bijvoorbeeld als burgemeester of schatbewaarder konden fungeren. Een andere vorm was de timocratie. In Griekenland was er in Sparta een timocratie: het leger had de macht. De baas van de stad was een legeraanvoerder. Dan was er nog de dictatuur. Een iemand had, vaak op een gewelddadige manier, de macht weten te krijgen en alles wat hij wilde werd gelijk wet. Vergelijk het met de macht van de Visconti’s in Milaan eind veertiende eeuw.

Plato zag al deze staatsvormen. Hij reisde af naar Sicilië en trad als wijsgeer aan het hof van de tyran Dionysios. Hij bezag hoe de staatsvorm daar functioneerde en probeerde Dionysios ervan te overtuigen dat het anders moest. Het leidde er alleen maar toe dat hij werd verbannen. Uiteindelijk schreef Plato zijn “Nomoi” (wetten) en “Politeia”, ook wel “de staat” genoemd. Hij schreef over de ideale staat en benoemde de voor- en nadelen van alle bestuursvormen die hier boven genoemd zijn, dus ook die van de democratie. Dat was voor hem uiteindelijk ook niet de ideale staatsvorm. Bij de democratie, waar geluisterd werd naar ieders mening, werden beslissingen meestal genomen om op korte termijn bevrediging te bieden. Maar wat er besloten werd was heel vaak niet goed voor de staat op langere termijn. Zo kwam hij tot de conclusie dat een staat bestuurd moest worden door wijze en kundige mensen. En mensen die zelf het goede voorbeeld moesten geven. Ze zouden zeer sober moeten leven en wonen. Geen enkele beslissing mocht in relatie staan met een geldelijke beloning voor hen zelf.

rafael-academie

Afbeelding: Rafael, Academie van Athene

Plato leidde dergelijke mensen op in zijn “Academie”. Deze beroemde school heeft tien eeuwen lang, tot na de Romeinse tijd, bestaan. De Academie leverde vaak intelligente, goede en kundige mensen op. Maar helaas, het bestuur van Athene maakte maar zelden gebruik van degenen die er werden opgeleid.

De democratie in de Verenigde Staten kent enkele regels die tot belangrijke machtsverschuivingen kunnen leiden. Zo worden nieuwe opperrechters benoemd door de partij die het op dat moment voor het zeggen heeft. En wat te zeggen van het districtenstelsel. Vanochtend las ik in de krant hoe in de staat Wisconsin de Republikeinse gouverneur zijn fiat heeft gegeven aan een wet die de macht van de gouverneur inperkt. Dit vlak voordat deze gouverneur zijn macht moest afstaan aan zijn democratische opvolger. Het parlement van Wisconsin dat in handen is van de republikeinen heeft zijn macht onlangs weten te behouden door vlak voor de verkiezingen de districtsgrenzen zo te wijzigen dat de kans dat ze aan de macht zouden blijven aanzienlijk werd vergroot. Dat gebeurde ook. Ze behaalden slechts 46% van de stemmen, maar wisten door deze truc toch de baas te blijven: ze kregen maar liefst 63 van de 99 zetels.

In het Verenigd Koninkrijk hebben we gezien hoe een nipte meerderheid een referendum wint welk stoelt op onderbuik sentimenten bij een groot deel van de bevolking. Dergelijke beslissingen met zulke grote gevolgen kunnen lijkt mij eigenlijk alleen maar door wijze mensen genomen worden, niet via een referendum. Maar in een democratie werkt dat dus blijkbaar anders.

En nu heeft in Nederland een commissie voorstellen gedaan om onze democratie te verbeteren. Ik lees dat in de toekomst de formateur gekozen moet worden en dat referenda bindend moeten worden. Er gaan dan dus formateursverkiezingen komen. Een formateur is in praktijk ook de nieuwe minister-president. We krijgen dan feitelijk  “presidentsverkiezingen”! Dan nog de burgemeestersverkiezingen. De verkiezingskermis gaat dat niet meer over partijen en meningen, maar in eerste instantie over mensen. Over hoe goedgebekt iemand is, niet over hoe kundig iemand is. Over hoe hij of zij zich kleedt, niet over de inhoud. Hoe hij of zij zich gedraagt in de publieke wereld. Gaat hij op de fiets of in een sjieke auto naar zijn werk? Hoe doet zij het in de roddelbladen? Al dit soort flauwekul wordt nog belangrijker. En bindende referenda zijn nog kwalijker. Het gaat dan om belangrijke dingen waar alleen maar mensen over kunnen beslissen die er verstand van hebben. Wijze mensen zoals de wijzen van de school van Plato.

Over een maand laat ik me een hele dag lang op een studiedag onderdompelen in de denkbeelden van Plato. Ik weet niet of ik er echt wijzer van word. Zo wijs ben ik dan in ieder geval nu al weer wel…

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , | 1 reactie

Multiverse

babysterrenOnder de kop “Observatorium maakt unieke babyfoto’s van andere planetenstelsels” stond vanochtend een interessant artikel in de Volkskrant. Zwakke radiogolfjes die uitgezonden worden door kleine stofdeeltjes bij een zeer jonge ster zorgen voor een nauwkeurig beeld van hoe de ster en zijn directe omgeving er uit ziet. 21 foto’s van jonge sterren. Wat blijkt? Al vlak na de geboorte van de ster zijn er ringen te zien rond die ster met daarin stofdeeltjes. Dat stof gaat al snel samenklonteren: eigenlijk zien we hoe daar op dit moment planeten worden geboren. In het verleden dacht men dat daar wel zeker een miljard jaar over heen ging, maar het blijkt al binnen een miljoen jaar te gebeuren, kortom al heel snel na de geboorte van de ster zelf.

Wat mij zelf vooral integreerde was het feit dat de plaatjes van deze babysterren van de ene kant leken op de afbeeldingen van melkwegstelsels (veel grotere objecten) en van de andere kant leken ze op de ringen van Saturnus of een van de andere grote planeten van ons zonnestelsel (veel kleinere objecten). Inmiddels weten we dat die ringen van die planeten ook uit stofdeeltjes bestaan die langzaam aan het samenklonteren zijn tot maantjes. En kijken we naar juist de grotere schaal, naar melkwegstelsels, dan zien we hoe er in zo’n stelsel armen zijn. Delen in het stelsel waar de sterren verdicht zijn en delen waar dat niet het geval is. Met in het midden dan de kern van de melkweg met daarin schijnbaar oneindig veel sterren. En in het midden daarvan meestal een kolossaal zwart gat, een gebied waar alle materie en zelfs het licht naar binnen wordt gezogen. Kijken we naar nog grotere eenheden dan zien we niet alleen talloze melkwegstelsels maar ook daarin weer clustervorming. En het lijkt of al die clusters een ijle band met elkaar hebben, als een soort draden van een spinnenweb. In de kern daarvan moet ooit de oerknal hebben plaats gevonden.  Ik denk dat daar nu het allergrootste zwarte gat zit dat er maar bestaat.

Mijn kleinzoon is helemaal gefascineerd door een mooi gemaakt filmpje dat een en ander aanschouwelijk probeert te maken. We beginnen heel aards. We zien het beeld van een lieflijke, donkere zomeravond en we horen intussen krekels. Het zijn wel bijzondere krekels, ze geven licht als een soort vuurvliegjes: je hoort en ziet ze vliegen. Het is volle maan. De maan komt steeds meer in beeld. En dan komt er een muziekje, een soort passacaglia met een zich steeds herhalend patroon waaraan steeds andere muzikale elementen worden toegevoegd. Mijn kleinzoon kan het muziekstukje dromen, nazingen en de details van die muzikale elementen feilloos onderscheiden.  Deze muziek dient als achtergrond bij steeds groter wordende objecten. We beginnen dus bij de maan. Deze wordt nu eerst vergeleken met twee kleinere objecten: de dwergplaneet Pluto en de asteroide Ceres. Dan, en daar gaat het feitelijk om, wordt de maan vergeleken met steeds grótere objecten, tot we aangekomen zijn bij de grootste ster van ons melkwegstelsel die we kennen: UY Scuti. Maar we zijn er nog niet, alles wordt desondanks alsmaar groter. De grootte wordt inmiddels uitgedrukt  in vele  lichtjaren. En uiteindelijk komen we bij het hele heelal: de Universe. Alleen: er zijn geleerden die denken dat er nog meer van dergelijke “heelallen” zijn, die de “multiverse” genoemd worden, en ook daar zien we een afbeelding van. Ik heb hem uitgelegd dat de meeste geleerden hier niet zo in geloven, dat het dus meer een soort fantasie is. Iemand als Stephen Hawkins heeft vlak voor zijn dood proberen duidelijk te maken waarom er volgens hem geen multiverse is. Het houdt gewoon op bij het heelal. Maar voor mijn kleinzoon is het toch een fascinerend idee. Vanmiddag fabriceerde hij op de keukentafel een “multiverse”: allerlei kerstobjecten als ballen, kastanjes en kleine en grote dennenappels vormden uiteindelijk de multiverse: met daarin “heelallen” van verschillende grootte.

multiverse‘Kijk, dat is ons heelal’,  zei hij, wijzende naar een kastanje. Je verzint het niet, maar feitelijk denk ik dat hij dichtbij de waarheid zit. Alles wat we in het klein zien is volgens mij een afspiegeling van de kosmos.

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/observatorium-maakt-unieke-babyfoto-s-van-andere-planetenstelsels~bd3e9177/

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De schetsen van Rubens

Rubens verluchtte boeken, maakte sculpturen,  ontwierp tapijten, beschilderde plafonds en daarnaast maakte hij ook nog eens gewone schilderijen: eigenlijk kennen de meesten van ons hem voornamelijk van dat laatste. Maar wie wist dat hij bijna steeds op hout of doek een voorstudie van dat alles maakte? Dit deed hij meestal op schaal: als het doek 3 bij 3 meter moest worden dan werd het ontwerp 1 bij 1 meter of iets dergelijks. Heel dun maakte hij er rasterlijntjes bij waardoor je dit ontwerp makkelijker kon “opblazen” tot het latere formaat. Waarom deed hij dat? Soms voor de opdrachtgever. Die kon zo al een indruk krijgen van wat het resultaat zou kunnen gaan worden. Ook deed hij het voor zich zelf om al een snel overzicht en beeld te hebben om er eventueel nog wat dingen aan te kunnen veranderen. Maar vooral deed hij het voor de werknemers in zijn atelier, of als het om tapijten ging, in de tapijtateliers. De meeste van zijn schilderijen zijn namelijk door anderen uitgewerkt. Wel maakte hij bij vrijwel al zijn werken op het einde nog een finishing touch. Alleen op die manier was hij in staat om aan de enorme vraag te kunnen voldoen. En daardoor had hij nog tijd over voor andere dingen. Rubens had hobby’s. Hij verzamelde  antieke munten, antieke voorwerpen en vooral ook antieke gemmen en cameeën. Dat zijn halfedelstenen met daarop afbeeldingen. Bij gemmen zijn ze er in uitgesneden, bij cameeën zijn juist de delen rondom de afbeelding weggesneden waardoor de afbeelding niet in maar op de steen staat. Hij had enkele internationale contacten met mensen die dezelfde hobby hadden. En wat zeer veel tijd kostte was zijn diplomatieke functie in dienst van het Spaanse bewind. Daarvoor reisde hij naar Spanje, maar vooral ook naar Engeland en Frankrijk. En passant kreeg hij dan weer nieuwe opdrachten of maakte hij schilderingen ter plekke. Er zijn veel  brieven van Rubens bewaard gebleven, vooral de brieven gericht aan hoge ambtenaren en andere diplomaten. Zo had hij ook contact met Constantijn Huijgens. Deze laatste wilde heel graag assistentie bij het ontwerp van zijn eigen buitenhuis. Hij wist dat Rubens zijn eigen woning in Antwerpen naar Italiaans model had laten maken. Maar ook interesseerde hij zich voor uitvindingen als de microscoop en de barometer. Waarschijnlijk heeft hij een barometer met uitleg erbij in huis gehad die uit Nederland kwam en die heeft hij weer doorgestuurd via Parijs naar een connectie in Marseille, zo concluderen we uit een van zijn brieven.

Als je in Antwerpen bent en naar het Rubenshuis gaat, maar ook als je naar het Snijders&Rockoxhuis of naar museum Plantin Moretus gaat, dan waan je je echt een beetje in de tijd van Rubens. Wat je daar aan objecten ziet  is meestal heel bijzonder en je bent ook nog eens in een bijzondere omgeving: in een gebouw uit die tijd. Maar natuurlijk zie je daar niet de wandtapijten of de Parijse of Engelse wand of plafondschilderingen. Op dit moment kun je in Boijmans van Beuningen heel veel hiervan wél zien. Hoe kan dat? Je ziet niet het resultaat aan het plafond of aan de wanden, maar je ziet de schetsen in olieverf. Er zijn heel veel van die schetsen bewaard gebleven en zo kun je ook nog eens zien hoe Rubens te werk ging. Meestal  met een heel vlotte penseel, waar hij alles raak mee neer zette. En wat is die vroegbarok toch boeiend! Zijn eerste belangrijke leermeester, Otto van Veen, van wie ook een schilderij te zien is, maakt prachtige schilderijen, maar de personages daarop zijn bijna bewegingsloos. Otto van Veen, of in de muziek de componist Palestrina, zijn kunstenaars die werkten in de geest van de renaissance. Rubens en de componist Monteverdi werkten geheel vanuit de geest van de barok. Die laatste twee hebben elkaar trouwens ook gekend. In de korte tijd dat Rubens werkzaam was aan het hof van de hertog van Mantua werkte Monteverdi daar ook, maar dat terzijde. Als in de loop van de zeventiende eeuw het Franse classicisme bijna alle kunstenaars gaat beïnvloeden, is het gedaan met de ruwe kanten van de barok. Alles wordt veel meer gestileerd. Dat zie je nog niet bij Rubens. Elke persoon op zijn schilderijen heeft een uitgesproken karakter, je ziet hem denken of je vermoedt dat hij van plan is om iets te gaan doen. Je ziet het aan elke oogopslag, beweging en houding. En zo ontstaat er een levendig verhaal. Hieronder een foto van een schilderij op de tentoonstelling. Je ziet de voorstudie van de “aanbidding van de wijzen”, een kolossaal schilderij dat hij maakte voor het stadhuis van Antwerpen in 1609. Toen was hij net terug uit Italië en had hij besloten om zich in Antwerpen te gaan vestigen.

driewijzenJe ziet niet een zoet plaatje in een stal, maar je ziet hoe midden in de nacht de drie wijzen met hun gevolg en fakkels zijn aangekomen. De knechten of slaven tillen alle bagage. En een van de wijzen buigt zich met zijn geschenk naar Jezus. Wat een sfeerplaatje, nu al, terwijl het definitieve schilderij nog gemaakt moest worden! Jezus is nieuwsgierig en gaat zitten graaien in de kom met goud. De page die weet dat het om een belangrijk persoon gaat zit er bij op zijn knieën. Een van de soldaten die de koningen beschermt is nieuwsgierig en wil ook wel eens zien om wie het allemaal draait. Tegelijk laat Rubens zien dat hij weet hoe je spieren moet schilderen. Daar heeft hij in zijn tijd in Italië op zitten oefenen en trots laat hij zien dat hij ook deze kunst meester is.

kruisverheffingEen ander mooi voorbeeld is de kruisoprichting van 1638. Je raakt er niet op uitgekeken. De kleine kinderen zijn bang en verstoppen hun gezicht. Sommige mensen willen juist niets missen en klimmen in een boom. Vrouwen wenen en klagen, een hond staat dreigend te blaffen. En gespierde mannen zijn bezig met het zware karwei. Rechts staan soldaten bevelen uit te delen en op de achtergrond zie je ook nog twee andere misdadigers die hetzelfde lot moeten ondergaan. Het geheel is een groot levendig verhaal, bijna als het decor van een barokopera. En kijk ook eens naar de diverse gezichtsuitdrukkingen, nu in de voorstudie is alles al raak neergezet met enkele vlotte penseelstreken. Of kijk naar de houding van de paarden. Schitterend!

Het is een mooie tentoonstelling waar je makkelijk twee uur kunt doorbrengen. Behalve de talrijke voorstudies zie je ook nog enkele afgewerkte schilderijen van Rubens, en soms naast elkaar: de voorstudie en het resultaat. In Boijmans zijn er nog meer tentoonstellingen, ik heb ze gisteren niet gezien. Natuurlijk is er ook nog de vaste collectie, met enkele toppers waar je met je neus bovenop kunt gaan staan.  Zoals je dan onderstaand detail kunt zien in een prachtig schilderijtje van Geertgen tot Sint Jans.

geertgen

Ik zag trouwens dat er op dit moment (tot eind maart) ook iets belangwekkends te zien is in de Carolus Borromeüskerk van Antwerpen. Rubens maakte daar de plafondschilderingen die helaas bij een brand verloren zijn gegaan. Maar de ontwerpschilderijen bestaan nog. En nu komen via een slimme projectie de verloren gegane schilderingen ter plekke weer tot leven. Dat wil ik zien!

https://www.visitantwerpen.be/nl/barok/rubens-re-viewed

 

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen