Druskininkai en de erfenis van het Sovjettijdperk

In het boek Baltische zielen van Jan Brokken lezen we op pagina 194:

‘De Sovjetautoriteiten zagen het initiatief met lede ogen aan. Čiurlionis had aan de wieg gestaan van het nationale culturele reveil in Litouwen. Hij was in het Litouws gaan schrijven, had in de houtsnijkunst naar Litouwse motieven gezocht en in de volksmuziek naar Litouwse ritmes en melodieën. Voor de centralistisch denkende Sovjetautoriteiten was hij een regionale splijtzwam.’

Jan Brokken rijdt als hij dit schrijft over de weg van Druskininkai naar Varena. Varena is de geboorteplaats van Čiurlionis en in Druskininkai bracht hij zijn jeugd door totdat hij op veertienjarige leeftijd naar de orkestschool van Prins  Michal Oginsky in Plunge verhuisde. Overal langs de weg staan beelden die moderne beeldhouwers hebben gemaakt ter nagedachtenis aan Čiurlionis. Ze zijn gemaakt vóór 1989, het jaar van de val van het ijzeren gordijn.

sculpturen ciurionis wegBlijkbaar kon dat toen. Waarschijnlijk omdat Čiurlionis in het begin van de twintigste eeuw een fel tegenstander was geweest van het bewind van de tsaar. Litouwen behoorde al vanaf de loop van de negentiende eeuw bij Rusland. En ja, de Russische revolutie met als gevolg een communistisch regime was óók tegen de tsaar geweest. Maar de Russen waren er inmiddels bijna in geslaagd de Litouwse cultuur en de taal uit te bannen. En daar begint men dan opeens een Litouwse kunstenaar die sterk voor de litouwse identiteit streed te vereren met beeldhouwwerken. Maar het werd gedoogd. De beelden staan er nog steeds.

In de stad Druskininkai is er een “Čiurlionis weg” en ook hier staan kunstwerken. Nu gaat het om reproducties van schilderijen van deze kunstenaar zelf, in de open lucht. De kleuren beginnen al steeds meer te vervagen, maar toch is het leuk om de route te volgen. Nog beter kun je ze in het echt zien in het nationaal Čiurlionis museum in Kaunas.

Druskininkai ligt als het ware lieflijk omhelsd door een bocht van de rivier de Memel die om de oude stad heen stroomt. Midden in de stad is een brug over een zijrivier, deze lijkt op een heerlijke bergstroom die kabbelend door het groen stroomt. Je vergeet dat je in een stad bent.

druskininkai-beekEn dan heb je nog het grootste wonder van Druskininkai: de zoutwaterbaden. Het opborrelende water is zout en is heilzaam, weten ze daar al eeuwen. In de stad zijn ook enkele zout water fonteinen. Dat was ook in de tijd van Čiurlionis al zo toen zijn vader vanuit een erfenis genoeg geld had om een terrein te kopen midden in de stad en daar een aantal huisjes met een tuin te laten bouwen voor zijn vrij grote gezin, en om in een van die huizen ook piano en orgelles te geven. Ze staan er nog steeds en ze zijn ingericht als museum.

druskininkai-ciurioniswoningIn de hele stad staan grote badgebouwen en er omheen zijn er hotels voor de gasten die hier komen kuren. Die komen van alle kanten, vooral uit Polen. Maar ook uit Wit-Rusland (het laatste communistische land van Europa) dat op steenworp afstand ligt en uit Rusland. In de Russische tijd was Druskininkai een van de meest geliefkoosde oorden waar de top van de partij zich kwam laten verwennen. Sinds Litouwen bij de EU hoort en de euro hanteert zal dat een stuk minder zijn.

Buiten Druskininkai zijn er eeuwenoude bossen en de lucht is er zuiver. Het is een prachtig gebied. En net buiten de stad heeft een rijke zakenman een beeldenpark gemaakt om de Sovjettijd van 1945-1989 in herinnering te houden. Deze zakenman, Viliumas Malinauskas, was in de Russische tijd eerst soldaat in de Oekraïne, daarna  leider van een collectieve boerderij in Litouwen en nog later beheerder van de honingproductie in het bosgebied bij Druskininkai. Na 1989 gebruikte hij het opgedane organisatietalent om een eigen bedrijf te stichten en met zijn verdiende geld liet hij het Grutas park aanleggen. In heel Litouwen stonden beelden die allerlei Sovjetfiguren en gebeurtenissen verheerlijkten. Die werden nu overal weggehaald. Hij verhinderde dat een groot deel verloren ging door ze naar zijn park te laten overplaatsen. Het is nu een openluchtmuseum waar de oude Sovjettijd opnieuw tot leven komt. Je ziet een goederentrein die dissidenten naar Siberië moest transporteren, prikkeldraad, wachttorens, een verenigingslokaal van de partij zoals ze in elke stad of dorp waren en waar de mensen gehersenspoeld werden met de communistische dogmatiek.

grutas1grutas2Om een beeld van die tijd te krijgen is dit museum een goed beginpunt. Toen we in Vilnius waren hebben we ook nog overwogen om naar het KGB museum te gaan waar onder meer een inzicht wordt gegeven in de martelpraktijken zoals die bij verhoren gebruikt werden. In een NRC-blog lazen we dat dat museum indrukwekkend moet zijn.

In mijn geboortedorp was er vroeger een patronaatszaal. De pastoor en de kapelaan waren betrokken bij het complete verenigingsleven, net als bij het onderwijs van alle scholen. De kapelaan ging mee met het jaarlijkse kamp van de padvinderij en droeg in de bossen elke dag de mis op en hield een preek voor ons jongens. In de vastentijd gingen we elke dag naar de mis en kregen op een vastenkaart een stempeltje. Op de radio stond alleen de zender met uitzendingen van de KRO aan. In het hele dorp was iedereen katholiek. Andere scholen waren er niet. Als er een keer een “protestant” in het dorp was keken we schichtig die kant uit en hadden medelijden met de arme ziel die nooit de hemel in zou mogen.

Zo iets stel ik me ook voor van die Sovjettijd. In het hoofdstuk “In de buurt van communisten” (pag. 168 en volgende) in het boek van Jan Brokken staat beschreven hoe dat in Litouwen was vanuit het gezichtspunt van een van de hoofdpersonen in dat hoofdstuk. Op school leerde je bijvoorbeeld:

Communisme is een woord dat met veel respect moet worden uitgesproken. Een lerares legde uit: ‘Wij leven in een vergevorderd stadium van het socialisme. Het communisme zullen we pas over vijftig of honderd jaar bereiken. Communisme houdt bijvoorbeeld in dat je alles wat je nodig hebt kunt meenemen uit een winkel. Alles is gratis. Dat vereist volkomen eerlijkheid en een grote zelfbeheersing. Zo ver zijn wij nog niet.’

Communisme was een geloof, een idealistisch geloof in een toekomst waarin alles beter was. Een soort christelijk geloof in de hemel.

Maar om dat te bereiken was er veel geweld en onderdrukking nodig en dat maakte dat er steeds meer weerstand kwam, ondanks de sterke indoctrinatie waar iedereen aan blootgesteld werd. Er zullen op dit moment in Litouwen niet zo veel mensen meer zijn die er naar terug verlangen. Je gaat naar de “Maxima XXL” en haalt er wat je nodig hebt. Veel meer als je echt nodig hebt. Maar wel ook een brood voor 26 cent…

druskininkai-maximaEen goede vriendin die met ons mee was in Litouwen schreef een mooi artikel over Druskininkai en Litouwen:

Litouwen2

Zie verder ook deze artikelen die ik eerder schreef:

Litouwen
Vilnius

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vilnius

Om een idee te geven hoe de samenstelling van de bevolking in de stad Vilnius de laatste honderd jaar veranderde laat ik een aantal cijfers zien:

  • In 1897, onder Russisch bestuur, sprak 40% van de bevolking als hoofdtaal Jiddisch, 30,1% Pools, 20,9% Russisch, 4,3% Wit-Russisch, 2,1% Litouws en 2,6% een andere taal.
  • In 1931, onder Pools bestuur, sprak er van de 195.100 inwoners 65% Pools, 28% Jiddisch, 3,8% Russisch, 0,9% Wit-Russisch, 0,8% Litouws en 0,4% een andere taal.
  • Tijdens de jaren van het Sovjet-bestuur steeg het aantal mensen dat Litouws als hoofdtaal gebruikte naar circa 55% van de bevolking en het aantal mensen dat meestal Russisch sprak naar 22%. Het aantal mensen dat Pools pleegde te spreken daalde tot ongeveer 21%, terwijl het Jiddisch in Vilnius en ook in de rest van Litouwen na de Holocaust zo goed als uitstierf. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Vilnius)

Maar dat zegt iets over de laatste geschiedenis van de stad. Het begin van Vilnius als stad moet je zoeken in de dertiende eeuw. In het Noord-Oosten van Europa is de kerstening pas laat op gang gekomen in vergelijking met die in centraal of West-Europa. Zeer fanatiek waren de leden van de Duitse Orde. Deze monniksorde ontstond in 1189 uit telgen van adellijke afkomst uit het Rooms-Duitse rijk. Ze legden de geestelijke gelofte af met als bijzondere opdracht om heidenen met militante middelen te bekeren. Gewijde priester-monniken waren belast met de zielszorg.  Het eerste nagestreefde doel betrof het militair beveiligen van de op de heidenen veroverde gebieden. Nadat het ze bij de Derde Kruistocht niet was gelukt Jeruzalem te heroveren vond de orde een nieuwe uitdaging: de kerstening van het gebied van het huidige Pruisen tot Estland. Dat probeerden ze met grof geweld voor elkaar te krijgen. Groothertog Mindaugas van Litouwen bekeerde zich tot het christendom in 1253 in de hoop van de aanvallen van de ridderorde af te zijn, maar hij werd door leden van de hoge adel vermoord. Een latere opvolger, groothertog Gedimenas richtte zich op het zuiden en veroverde grote gebieden van Wit-Rusland en van de Oekraïne. Hij is het ook die gezien wordt als de stichter van Vilnius. Een kleinzoon van hem trouwde met een Poolse prinses in 1387 en beloofde daarbij om van het grote rijk Litouwen-Polen een christelijke staat te maken. In 1410 versloeg deze alliantie het leger van de Duitse orde verpletterend bij de Tannenberg. De hoofdstad van het rijk was eerst Vilnius en werd na 1430 Krakau, nog later in 1539 werd het Warschau. In de loop van de tijd ging de adel in Litouwen voornamelijk Pools spreken en Litouwen werd stilaan slechts een provincie van het Pools-Litouwse rijk. In diezelfde tijd begonnen zich steeds meer joden te vestigen in Litouwen (In de negentiende eeuw kwam er een volgende immigratiegolf. in 1890 waren er maar liefst meer dan 100 synagogen in de stad!)

Vilnius bleef ondanks de verplaatsing van de hoofdstad naar Krakau in 1430 heel belangrijk. Na de komst van de Jezuïten kwam er de eerste universiteit van de hele Noord-Oostelijke regio. Het wetenschappelijke klimaat binnen de rooms-katholieke en joodse gemeenschap vormde de ruggengraat van het culturele leven in Vilnius tot aan de tweede wereldoorlog. De Jezuïten namen ook de barok vanuit het zuiden en westen met zich mee, overal in de steden werden barokkerken gebouwd.

De twee grootste rampen voor de stad waren  de stadsbrand van 1737 waarbij 2/3 van de stad in puin werd gelegd en het opblazen van de joodse getto’s in de stad in 1944, gevolgd door enkele jaren later de afgrijselijke her-bebouwing met flats door de Russen. Eigenlijk is het een wonder dat er nog zoveel bewaard is gebleven. Inmiddels is er ook steeds meer gerestaureerd. De binnenstad staat op de Unesco lijst van werelderfgoed. Ik heb lang niet alles gezien in de stad maar hieronder toon ik een paar foto’s en geef daarbij enige toelichting.

vilnius-ruinevilnius-panorama

De gerestaureerde toren van het verdwenen kasteel van groothertog Gediminas uit de veertiende eeuw. Je ziet ook beneden aan de heuvel zijn standbeeld uit 1996. Je kunt de heuvel en daarna de toren beklimmen en in die toren kun je kennis maken met allerlei aspecten van de heel vroege tijd van de stad. Op de plaats van het verdwenen kasteel zijn archeologen bezig met opgravingen. Van boven af heb je een schitterend uitzicht naar alle kanten en kun je de stad mooi overzien.

vilnius-kathedraalvilnius-kathedraal-apostelen

De kathedraal stamt uit de periode 1783-1801, toen het eerdere gebouw uit 1387 in de drassige grond begon weg te zinken.  Het is een spierwit neo-classicistisch gebouw dat er een beetje uitziet als een Griekse tempel. Maar zowel de buitenkant als de binnenkant vormen een perfecte eenheid. Boven op het gebouw staan drie heiligen: Stanislau, Cazimir en in het midden Helena. Stanislau is een Poolse heilige die in 1097 in Krakau de marteldood stierf. Casimir is een Poolse koning die een ascetisch leven leidde en in 1484 in Litouwen aan de pest stierf. Later werd hij heilig verklaard en veelvuldig aangeroepen als pestheilige. Helena met het kruis is de moeder van de Romeinse keizer Constantijn die bekend staat als de eerste Christenkeizer. Helena ontdekte waar in Jeruzalem het ware kruis van Christus zich bevond en werd al snel heilig verklaard. Aan de voorgevel naast het portaal zie je beelden van de vier evangelisten. Op de foto hierboven: Lucas met als attribuut de stier en de jeugdige, enigszins vrouwelijke, Johannes met de adelaar.

vilnius-joodse-wijk

Wat er nog over is van de oorspronkelijke joodse wijk wordt tegenwoordig gekoesterd. Hier zijn de leukste terrasjes en winkeltjes.

vilnius-huis-ciurlionis

Čiurlionis waar ik al meerdere keren over schreef sleet in dit huis zijn laatste dagen, voordat hij nabij Warschau in een sanatorium werd opgenomen. Van 1907-1909 woonde hij in het rode huis op de voorgrond. Het is ingericht als een museum maar we waren er net te laat, het was al gesloten.

vilnius-ingang-orthodoxe-kerkvilnius-orthodoxe-kerkvilnius-orthoxe-kerk-binnen

We hebben in meerdere steden orthodoxe kerken gezien maar hier in Vilnius kon je ook naar binnen, voorzichtig dan wel, want er was net een dienst bezig met meerstemmig gezang. Van buiten vielen al deze kerken op door hun uitbundige kleuren, hier was juist de binnenkant met het groene altaar erg nadrukkelijk aanwezig.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | 1 reactie

Litouwen

Een tocht met de auto naar Litouwen voert je ook door Polen. Daar hadden we dan ook twee halteplaatsen, we stopten onder meer bij Warschau. De taal in die landen is niet dezelfde, maar de mensen van Litouwen kunnen vaak wel Pools. De letters van het alfabet zijn in beide landen voor een groot deel hetzelfde als die van het Latijnse alfabet, alhoewel nog meer dan het Pools het Litouws veel extra tekens heeft om de verschillende nuances en uitspraken in de taal te kunnen weergeven. Heel opvallend: Litouwen en Polen hebben ook een grotendeels gelijk opgaande geschiedenis.

  • Van 1386 tot 1772 vormden de landen zelfs een federatie met een gezamenlijk bestuur, aanvankelijk vanuit Vilnius, later vanuit eerst Krakau en daarna Warschau. Korte tijd was deze federatie qua oppervlakte een van de grootste rijken van Europa, dat zich uitstrekte vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen zijn grenzen. Polen-Litouwen was in die tijd ook een toevluchtsoord voor vervolgde joden elders in Europa. Hun komst en ook die van Duitsers werd door sommige vorsten gestimuleerd omdat ze zagen dat dat veel kennis voor het land kon opleveren. Beide landen zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld Letland en Estland al heel lang voornamelijk Rooms-Katholiek. Dit doordat de Jezuïten in Vilnius een universiteit stichtten maar ook doordat beide landen zich in de achttiende eeuw gingen afzetten tegen zowel Zweden (Luthers) als Rusland (Christelijk orthodox).
  • Van 1772 tot 1815 was Polen verdeeld over Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Litouwen was grotendeels Russisch met een klein Duits deel aan de Baltische kust.
  • Na weer enige zelfstandigheid (door toedoen van Frankrijk) na het Congres van Wenen werd Polen na een grote opstand tegen Rusland in 1830 opnieuw opgedeeld over deze drie staten, Rusland (ca. 60%, hoofdstad Warschau), Pruisen (ca. 15%, Hoofdstad Poznan) en Oostenrijk (ca. 25%, hoofdstad Krakau). Hierdoor vluchtten veel Polen naar Frankrijk, waardoor er een grote groep Polen in Parijs terecht kwam. Litouwen kwam nog hechter bij Rusland.
  • Pas na de eerste wereldoorlog werden zowel Polen als Litouwen zelfstandig. Polen eiste echter Vilnius op, dat om die reden in het interbellum bij Polen hoorde, waardoor Kaunas korte tijd de hoofdstad van Litouwen was.
  • Na 1945 werd dat ongedaan gemaakt, Litouwen kreeg zijn huidige grenzen en zowel Polen als Litouwen werden onderdeel van het Warschaupakt. Tot slot werden beide landen een democratische republiek in 1989 en werden ze later ook allebei lid van de Europese unie.

Ondanks deze grote overeenkomsten is Litouwen nog steeds niet echt bevriend met zijn buurland Polen. Het opeisen van Vilnius door Polen in het interbellum heeft veel kwaad bloed gezet, er is nog steeds een zeker wantrouwen. Maar het wantrouwen naar Rusland is nog veel groter. In de Sowjettijd werden taal en cultuur sterk onderdrukt. Alles wat er verworven was vanaf het begin van de twintigste eeuw leek weer verloren te gaan. Maar na 1989 ging het hard. Iedereen doet er enthousiast aan mee om het Litouws en ook de volkscultuur te promoten. En voorbeelden als Čiurlionis, daar is men trots op.

In de korte tijd dat we er waren hebben we veel indrukken opgedaan. Van de steden zagen we Vilnius, Kaunas, Druskininkai, Moletai en Utena, Over enkele van die steden zal ik in een volgend blog nog iets meer vertellen. Nu beperk ik me tot algemene dingen die me zijn opgevallen.
Litouwen heeft naar mijn indruk grote moeite met zijn verleden in relatie met de holocaust. Voordat de Duitsers het land binnenvielen was er al zeker elf jaar lang een grote beweging (de grijze wolven), waar ook de toenmalige regering achter stond, die plannen had om de complete Joodse bevolking te deporteren. In dat gespreide bedje vielen de Duitsers het land binnen en ze hebben hun missie dan ook redelijk eenvoudig kunnen uitvoeren. De enorme Joodse gemeenschap in de steden van Utena (70%), Vilnius (40%) en Kaunas (50%) werd eerst in getto’s gedreven en daarna in 1944 in koelen bloede te werk gesteld als slaaf in ondergrondse fabrieken, gedeporteerd naar vernietigingskampen in Letland of Estland of domweg in de nabije omgeving in bossen neergeknald. Hoe dat er aan toe ging kun je zien in het kleine weggestopte holocaustmuseum van Vilnius. De schaamte voor het eigen verleden wordt naar mijn gevoel letterlijk weggestopt.

holocaust-1

holocaust-2

Ook andere tekens van de voormalige Joodse cultuur lijken grotendeels verdwenen. Van de meer dan honderd synagogen in Vilnius is er geen meer over. In Kaunas is er nog eentje, die er maar armoedig bij ligt.

synagoge

Vilnius is in 1737 voor 2/3 afgebrand. De gebouwen die je nu in de binnenstad ziet dateren daardoor vooral uit de tijd van vlak daarna. Vilnius is een barokstad. In Kaunas zijn er nog wat meer ook oudere gebouwen bewaard gebleven maar ook daar viert de barok hoogtij. De kathedraal in die stad laat van binnen nog steeds zien dat deze stad ooit zeer welvarend was.

kaunas-straat

kaunas-kathedraal

Deze stad begint nu langzaam wat meer toeristisch te worden Maar waar je in Vilnius voor een dag parkeren in de binnenstad 11 euro betaalt kost dat in Kaunas nog slechts 4 euro. Heel schappelijke bedragen vanuit Nederlandse optiek, maar voor inwoners uit Litouwen is dat prijzig. Voor 5 euro krijg je een heerlijke hoofdmaaltijd in Zowel Kaunas als Vilnius. Ik betaalde voor een groot roggebrood in een supermarkt 26 eurocent.

Het platteland is nog grotendeels authentiek. We hebben veel gezien in het oosten, in het merengebied. Slechte halfverharde wegen, dorpjes met soms zelfs houten kerken en veel houten huizen en schuren. Er schijnt een grote ontvolking plaats te vinden. Veel jongeren trekken weg, gaan in het buitenland studeren en komen meestal niet meer terug. Dat is heel triest voor een land dat zo graag bij het Westen wil horen en zoveel kennis nodig heeft.

paluse-kerk

strazdai
Maar wat heel erg opviel: De mensen groeten je niet, ok zul je zeggen, maar ze groeten ook elkáár niet. Iedereen lijkt naast elkaar heen te leven. Dat zou ik me in een Sovjetflat waar misschien je buurman een verklikker is nog kunnen voorstellen, maar van de mensen in die dorpjes? Ik krijg het gevoel dat het in de volksaard zit. En dan de taal. Gezien de geschiedenis en de ligging is het logisch dat de meeste mensen Russisch kennen. Maar voor een land in de Europese unie zou het ook handig zijn als de mensen Engels kunnen spreken. In de grote steden is het wat beter, maar op de meeste plaatsen is het vaak heel lastig om je verstaanbaar te kunnen maken. Het duurt lang voordat je ook sommige gewoonten door hebt. Je bestelt het eten bij een kassa, maar dan moet je dus wel Litouws of Russisch kennen. Het eten zelf dat je wilt bestellen ligt een heel stuk verder in de zaak, je kunt het bij de kassa dus ook niet aanwijzen. Dus maakte mijn slimme schoonzus er een foto van en liet die foto aan de kassa zien. Daarna mochten we aan een tafeltje wachten tot het klaar was. Als het klaar was werd dat in het Litouws omgeroepen. Maar wat zeiden ze in godsnaam? Na een tijd bleek ons eten al een hele tijd op een toonbank te staan en het begon al aardig koud te worden. Niemand die de neiging had om dat aan ons door te geven…

Veel kerken in de steden zijn gerestaureerd en vaak nog niet zo lang geleden opnieuw in gebruik genomen. Maar veel oude kunstwerken zijn verdwenen waardoor het meestal relatief kale kerken blijven, ondanks het feit dat het om Rooms-Katholieke kerken gaat. Wel zagen we veel marmer wat aangeeft dat er een grote rijkdom geweest moet zijn zoals in de kathedraal van Kaunas. En de mensen blijken erg vroom, op de zondag waren de kerken vol. En het was ook aardig om een glimp van een orthodoxe viering met meerstemmige zang te kunnen bijwonen.

Er zijn veel supermarkten. Vooral van die kanjers zoals je ze ook in Frankrijk ziet, met ook veel non-food. Ze zijn elke dag open, ook op zondag, van de vroege ochtend tot de late avond (soms tot 11 uur ’s avonds). Maar hoe de mensen echt leven, met elkaar omgaan? Daarvoor zou je het beste een tijd in het land kunnen wonen, liefst bij de mensen zelf. Mijn huidige beeld zou dan zomaar totaal kunnen veranderen.

Wat een prachtige natuur! Bij Druskininkai reden we uren door eindeloze bossen met dennen. Bij Paluse zagen we een bosgebied met veel moerasplanten waaronder heel veel grote paardestaarten die ik nog nooit eerder zag. En er waren talloze prachtige meren, sommige waren meer dan honderd meter diep.

paluse-paardestaart

meer

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Ciurlionis als schilder

‘Bij terugkeer in de nacht van Kaunas naar Vilnius besloten we te wachten op de dageraad op de berg GyaAiminas. Vilnius op een zomernacht, Vilnius gezien vanaf de dageraad vanaf de berg GyaAiminas met uitzicht op de stad! We zagen als het ware een schilderij van Čiurlionis! Geen wonder dat we op de schilderijen van deze kunstenaar ook vaak fantastische steden zien. En Vilnius was die nacht als een prachtig sprookje. Terugkerend liepen we langs de kerk van Sint Catharina. De kerk in de ochtendnevel zag er ongewoon charmant uit.’

Dit schreef een reiziger die bekend was met de schilderijen van Čiurlionis. Het geeft aan dat Čiurlionis waarschijnlijk geïnspireerd werd door het zien van allerlei landschappen. En die maken ook deel uit van zijn omvangrijke oeuvre van ongeveer 350 grafische werken. Een belangrijk deel is in het bezit van het nationale museum van Kaunas. Čiurlionis is slechts 35 jaar geworden.

Čiurlionis maakte al op jonge leeftijd tekeningen, maar leek toch vooral voorbestemd te zijn om een carriëre in de muziek te gaan krijgen. Muziek bleef hij zijn hele leven schrijven, maar vanaf 1904 – hij was toen 24 – begon hij ook steeds meer te tekenen en te schilderen. Van 1905 tot 1906 liet hij zich inschrijven op een tekenschool en een jaar later op de net opgerichte kunstacademie in Warschau. En vanaf toen werd het schilderen voor hem waarschijnlijk nog belangrijker dan het componeren.

Veel meer dan bij zijn muziek zien we dat hij van het begin af aan een eigen stijl heeft. Voor mij is dat een stijl die het dichts bij die van het symbolisme komt: elk schilderij heeft een geheimzinnige ondertoon, er is meer te zien dan je in eerste instantie denkt. Dat maakt de schilderijen buitengewoon boeiend.

Had hij ook succes? Ja zeker, meer als met zijn muziek. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven vrij veel tentoonstellingen rond zijn werk mogen beleven. Zelfs in zijn laatste levensjaar, toen hij er zelf niet meer bij kon zijn, waren er veel tentoonstellingen van zijn werk. In zijn biografie kunnen we over dit laatste jaar het volgende lezen:

Kerst 1909. Neuroloog en psychiater V. Vekhterev verklaart dat hij is overwerkt. Op advies van deze dokter keert hij met zijn vrouw terug naar Druskininkai (de plaats waar zijn ouders wonen). Het werk van Čiurlionis wordt intussen getoond op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars. Eind februari 1910 wordt Čiurlionis opgenomen in het sanatorium Chervovy Dvor in Pustellik, vlakbij Warschau. Maar met zijn werk gaat het goed:

  • Veel werken worden in februari/maart tentoongesteld op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Sint Petersburg;
  • Een deel wordt daarna ook nog doorgestuurd voor een tentoonstelling in Moskou.
  • Negen schilderijen worden iets later getoond op de vierde Litouwse kunsttentoonstelling.
  • In april en mei worden achtentwintig werken gepresenteerd op de Litouwse kunsttentoonstelling in Riga.
  • Verschillende schilderijen worden gepresenteerd op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Kiev.
    Op 30 mei wordt zijn dochter geboren.
  • De daaropvolgende zomer worden zeven schilderijen tentoongesteld in Parijs op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars.
    Zijn gezondheid verbetert. Hij mag een beetje tekenen. Maar in de herfst komt er een terugslag. Hij krijgt opnieuw een behandeling tegen apathie. Op 5 november stuurt hij een ansichtkaart naar zijn vrouw en spreekt de hoop uit haar snel weer te kunnen zien.
  • Hij krijgt een uitnodiging om deel te nemen aan de tentoonstelling “De nieuwe vereniging van kunstenaars” in München. En buiten hem om wordt hij verkozen tot lid van de World of Art Society. In januari 1911 worden werken van hem tentoongesteld op de tentoonstelling van de World of Art Society in Sint Petersburg en Moskou.
  • Vier werken op een kunsttentoonstelling in Minsk.
    Zijn gezondheid verbetert en de geliefden hopen de zomer samen door te brengen in Drusininkai.
  • Op het einde van maart worden achtentwintig werken tentoongesteld op de Vijfde Litouwse Kunsttentoonstelling.
    Tijdens een wandeling wordt Čiurlionis plotseling verkouden en ontwikkelt een longontsteking. 28 maart 1911 sterft hij in het sanatorium Chervony Dvor nabij Warschau. Hij wordt begraven in Vilnius.

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van zijn succes maar ook zien we de dramatische wending in zijn persoonlijke leven. Geen van de schilderijen is gedateerd met het jaartal 1910 of 1911. Hij heeft in de tijd dat hij in het sanatorium was nog slechts enkele schetsen gemaakt.

Hier onder laat ik een aantal van zijn schilderijen zien, in chronologische volgorde, en ik zal bij elk schilderij iets vertellen wat ik er zelf in zie of ik er bij ervaar.

schilderij1904-een-dag

Dit schilderij is uit 1904 en is getiteld: “een dag”. We zien een grauw, zandachtig landschap met groene struiken en bomen op de achtergrond. Daar boven is er een blauwe lucht met witte wolken. Maar het groen lijkt wel een reus, zonder ogen, met aan een kant naar beneden gerichte vingers die de horizon vast pakken, aan de andere kant zien we een deel van een hand met een opgerichte duim en wijsvinger. Diezelfde reus is er ook als schaduw – of is het een andere reus? – en vormt een spiegelbeeld in de wolken. Čiurlionis zag een landschap met bergen, groen, akkers en wolken maar hij zag het als een bedreigend landschap, een reus die zich naar boven verheft om zich naar de toeschouwer te keren.

schilderij1904-sereniteit

Dit schilderij, eveneens uit 1904, heet “sereniteit”. Ja het is een mooi sereen landschap. De zon is achter de bergen verdwenen maar geeft nog aan een deel van het landschap een gouden gloed. De berg heeft twee open tunnels, vlak boven het water. Het licht schijnt er doorheen, maar tegelijkertijd wordt dat licht in het water weerspiegeld. En als je het wilt zien: deze grotten zijn twee ogen, alweer van een reus, die net boven het water uit kijkt. Het zijn droevige ogen. We zien niet alleen sereniteit. Het laat ook een treurig landschap zien, vol verdriet. De weerspiegeling in het water zijn tranen. De tranen van Čiurlionis?

schilderij1905-scheppingwereld3

In 1905 en 1906 maakte Čiurlionis veel schilderijen als een cyclus. Hij zat intussen op de opleiding in Warschau. Dit schilderij is onderdeel van de cyclus “de schepping van de wereld”, een cyclus van in totaal twaalf schilderijen, allemaal te zien in het nationale museum van Kaunas. Dit is het tweede schilderij, op het eerste dat ik nu niet laat zien lijkt er een soort oerknal plaats te vinden. Nu is er al het een en ander in het heelal gevormd, de witte bolletjes lijken nog sterren die niet helemaal af zijn en er is ook al water op aarde, want er lijkt een horizon met lucht te zijn. In het water en in de lucht zijn er enkele onduidelijke schimmen. Rechts lijkt er een grotere schim te zijn, waar je met veel fantasie een soort mens in zou kunnen zien, iemand met een neus en warrig haar. Ook deze mens is nog niet af..

schilderij1905-scheppingwereld5

Ook dit schilderij hoort bij dezelfde cyclus en vormt de achtste fase van de schepping van de wereld. Paddestoel-achtige planten bevolken een wereld van schimmels. Alles richt zich naar boven en er verschijnen fantastische kleuren. Ik heb de associatie met leven op de bodem van een moeras.

schilderij1906-gopa

In dit schilderij uit 1906, met de Russische titel Gora, zie ik op de voorgrond een groene kustbegroeiïng, of misschien staan die planten in het water? Ik zie ook water en er boven zien we lucht, en bij de horizon zie ik een enorme golf. Of is het een berg? Of zijn het wolken? Ik houd het op een golf, die zich kortstondig manifesteert als een gorilla boven het water. Hij kijkt de andere kant uit. Maar misschien keert hij zich zo om… Boven zijn mond spettert het water omhoog, alsof hij briesend tekeer gaat.

schilderij1906-zorg

Ook dit schilderij is uit 1906. We zien een meer bij zonsopgang of bij zonsondergang. Maar de sfeer heeft iets scherps. De ronde vorm van het meer en de zon contrasteren zeer scherp met de spitse, snijdende bladeren op de voorgrond. Dit bijtende contrast past ook wel bij de titel die Čiurlionis aan het schilderij heeft gegeven: “zorg”. De zorg steekt om zich heen. Is het de pijn van Čiurlionis zelf?

schilderij1908-finale

Gedurende zijn schildersloopbaan heeft Čiurlionis meerdere schilderijen gemaakt met titels als “sonate”, “fuga”, “andante”, “allegro” enz. Muzikale begrippen, losgelaten op schilderijen. Dit schilderij uit 1908 heet “presto”. Dat is een term die in de klassieke en romantische tijd vaak gegeven werd aan het slotdeel van een muziekstuk, bijvoorbeeld bij een symfonie. Het presto-deel heeft een hoog tempo en dient als uitsmijter van het hele werk. We zien golven met witte schuimkoppen en zeilbootjes die omhoog en weer naar beneden worden gesmeten door de wilde zee. Het schilderij is vol beweging. Ook in de lucht zien we strepen van water, misschien striemende regen. En het lijkt te bliksemen. Een slotdeel waarin je meegezogen wordt en als het afgelopen is volgt een daverend, ontladend applaus.

schilderij1909-bliksem

Dit schilderij uit 1909 heeft als titel “bliksem”. Het is natuurlijk zeldzaam dat de bliksem zich zo tegelijk op zeven plaatsen op een vergelijkbare manier ontlaadt. Maar die zeldzame gebeurtenis, als je die gezien hebt, dan ben je met een foto te laat. Je kunt het wel schilderen. Dat doet Čiurlionis dan ook. Maar ook hier lijkt er meer te zijn als dat je op het eerste moment denkt. De bliksemschichten komen uit de wolken die zich als een geopende mond naar beneden richten, en de schichten lijken wel scherpe tanden in die vervaarlijke mond. De hemel wil een grote hap nemen, hij vreet je op.

schilderij1909-engel.jpg

In het laatste jaar dat Čiurlionis schilderde gebruikte hij vaak weer meer kleur dan eerder. Zo ook in dit schilderij uit 1909 met als titel “engel”. Het past in een cyclus met veel schilderijen die op sprookjes zijn gebaseerd. Čiurlionis had als taak op zich genomen om de Litouwse cultuur te bevorderen. Zo heeft hij ook, net als Bartok, dorpen bezocht om Litouwse melodieën op te tekenen. Die liedjes werkte hij dan weer uit voor koor of hij gebruikte de melodieën in zijn eigen composities. Ook hier lijkt een sprookje uitgebeeld te worden, maar ik zou niet weten welk. Vanaf een hoge bloemrijke berg kijkt een engel om zich heen. Er is een brug over het water met een mooie reling en aan de andere kant gaat de brug omhoog. Op die brug lopen mensen en dieren verschillende kanten uit. Het is een prachtige sprookjesachtige wereld waar je van alles bij kunt fantaseren.

schilderij1909-ridder

Als je dit schilderij uit 1909 in het echt ziet is de transparantie van de ridder te paard prachtig, je kijkt door hem heen terwijl hij door de lucht rijdt en ziet vaag de stad door hem heen schijnen. Knap geschilderd! Ook weer een sprookjesachtig schilderij.

Al deze en nog veel meer schilderijen kun je in het echt zien in het nationale museum van Kaunas. Wij waren de enige bezoekers. Je kunt er heerlijk rondlopen en verdwalen in de fantastische wereld van deze intrigerende, maar toch ook wel tragische kunstenaar.

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in kunst | Tags: , , , | 3 reacties

De muziek van Ciurlionis

Beethoven trok zich steeds meer in zijn eigen innerlijke wereld terug door zijn doofheid. Dat was bij hem een wonderlijke, rijke en in veel opzichten vernieuwende wereld. Bij tijd en wijlen was hij depressief, zoals ook uit zijn brieven blijkt. Hoe zou dat geweest zijn bij Čiurlionis, die op zijn vijf en dertigste in een sanatorium nabij Warschau is overleden? Hij was niet doof, maar hij worstelde wellicht met demonen in zijn hoofd. Volgens Jan Brokken was hij knettergek. Čiurlionis was iemand die bij muziek altijd kleuren zag en die bij beelden muziek hoorde. Zo noemde hij een aantal van zijn schilderijen naar muzikale begrippen als fuga of sonate. En in zijn muziek beeldde hij het bos of de zee uit.

Op de Engelstalige wikipedia staat het volgende:

“On Christmas Eve, Ciurlionis fell into a profound depression and at the beginning of 1910 he was hospitalized in a psychiatric hospital “Czerwony Dwór” (Red Manor) in Marki, Poland, northeast of Warsaw. While a patient there, he died of pneumonia in 1911 at 35 years of age. He was buried at the Rasos Cemetery in Vilnius. He never saw his daughter Danute (1910–1995).”

Afgelopen weken waren we in Litouwen. Een opvallend detail is dat we op de terugweg met de auto een tussenstop hadden in een buitenwijk in het noorden van Warschau, naar later bleek op slechts 8 km afstand van het nog steeds bestaande hospitaal waar ook een plaquette is geplaatst over Čiurlionis. Jammer dat we er niet even langs zijn gegaan.

hospitaal Polen dood CiurlionisWat zou de oorzaak zijn geweest van zijn depressie? Het zal in zijn persoonlijkheid gezeten hebben. Volgens een arts was hij gewoonweg overspannen. Maar de behandeling sloeg slecht aan, hij verviel na een tijd in een soort apathie. Zijn levensloop wijst echter slechts summier op een depressieve aanleg. Hij heeft lang gestudeerd, zo van zijn negentiende tot zijn zeven en twintigste. Dat was aan de conservatoria van eerst Warschau en na een tussenjaar studeerde hij nog twee jaar  in Leipzig. Na anderhalf jaar studie (piano, orgel, en contrapunt en compositie bij Jadassohn en Carl Reinecke) studeerde hij daar af, het getuigschrift is bewaard gebleven. Hieronder het fragment met de handtekening van Reinecke, die hem onder meer een vlijtig student noemt.

reinecke-diplomaDe muziek bleef belangrijk, hij leefde vooral van het geven van pianolessen, maar hij begon steeds meer te schilderen.  Vanuit Leipzig ging hij weer terug naar Warschau. Daar kreeg hij een baan aangeboden aan het conservatorium maar deze sloeg hij af omdat hij veel meer tijd voor het schilderen wilde hebben. Twee jaar later begon hij zelfs om die reden aan een studie aan de de kunstacademie aldaar. Čiurlionis bleef steeds twijfelen over zijn muzikale mogelijkheden, vandaar ook zijn lange studies, maar tegelijk was hij gefrustreerd door de schoolse opleiding en het strenge contrapunt waar zijn stukken aan moesten voldoen. Het strijkkwartet dat hij schreef in Leipzig werd in eerste instantie na een eerste uitvoering zeer kritisch benaderd door zijn leraar Reinecke. Hij veranderde er daarna nog het een en ander aan maar zei er zelf over dat het ook wat hem betreft nergens op leek en dat hij in zijn eigen stijl veel betere stukken zou hebben kunnen schrijven. Bij zijn pianostukken die hij al veel eerder schreef zien we dat hij in Warschau sterk onder de invloed van de salonmuziek van Chopin stond. Ook daar wist hij zich pas veel later aan te ontworstelen. De meest oorspronkelijke pianostukken die ik van hem ken zijn het “Pater Noster”, zijn stemmingsstukken over de zee  en zijn fuga in B-klein.  Uiteindelijk schreef hij meer dan 300 stukken, waarvan slechts enkele in staat zijn los te komen van wat hij van zijn conservatieve docenten geleerd had. Vanaf 1905 was het toegestaan in het tsaristische Litouwen om de eigen taal in het openbaar te gebruiken. Čiurlionis werd nu een echte Litouwer en ging de taal en de volksmuziek bestuderen. Daarvoor sprak hij meestal in het Pools of Russisch. Zijn moeder was een Duitse, dus ook die taal had hij al in zijn jonge jaren geleerd. Maar nu werd hij meegezogen in de nationalistische gevoelens die nu eindelijk geduld werden. Zo maakte hij toen hij van 1907 tot 1910 in Vilnius leefde koorbewerkingen van Litouwse liedjes, die ik helaas nog nooit heb gehoord.Al eerder probeerde hij voorzichtig Litouwse volksmuziek in zijn kamermuziekstukken te gebruiken. Dat kun je horen in het middendeel van het tweede deel van zijn strijkkwartet uit 1901/1902, zo vanaf 2:50 minuut. De opname stamt uit 2000 en het stuk wordt uitgevoerd door het Čiurlionis kwartet.

De volgende pianostukken worden uitgevoerd door Petras Geniusas. In het “Pater Noster” voor piano in een chromatische stijl experimenteert hij met samenklanken. Maar net als bij de hedendaagse Goebaidoelina hoor ik vooral het smekende gebed van hem zelf hier in. Het is een prachtig miniatuurtje. Het einde is wonderschoon. Het is geschreven in 1909, minder dan twee jaar voor zijn dood en in de tijd dat het al niet meer zo goed met hem ging.

In het eerste deel van de landschappen van “de zee” (Jura, 1908) komen behalve veel chromatiek eveneens meer geavanceerde samenklanken voor. De toonsoort is onduidelijk, behalve helemaal op het einde.

Deze fuga staat dan officieel in B mineur maar er zijn meerdere fragmenten waar de grenzen van de tonaliteit worden opgezocht. Het einde met de picardische terts had voor mij niet gehoeven. Desondanks is het een boeiend stuk, met ondanks de chromatische stijl verder een traditionele fugabouw, “zoals het hoort”.

Was Čiurlionis gelukkig? Misschien in zijn jongere jaren. Misschien ook toen hij in Vilnius in 1907 trouwde met de elf jaar jongere Sofia Kumantaité, een mooie vrouw die net klaar was met haar studie filosofie en die toen hij met haar huwde schrijfster en kunstcriticus van beroep was. Zij zette zich sterk in voor de Litouwse cultuur. Van haar kreeg hij een kind, Danuté, dat hij helaas nooit heeft gezien. Het meisje was bijna tien maanden oud toen hij zelf in het sanatorium nabij Warschau overleed aan een aandoening aan zijn longen. Op onderstaande foto’s zien we hem met zijn vrouw en daaronder zien we zijn vrouw met haar nog jonge dochter. Deze laatste foto zal denk ik gemaakt zijn tijdens de eerste wereldoorlog.

ciurlionis met vrouwvrouw-en-dochter

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | 3 reacties

Samen spelen

Mijn oudste kleinzoon gaf zijn broertje een mep tijdens het voetbalspel. Huilend liep deze naar mijn vrouw. Ze liet hen allebei aan het woord.

-‘Hij sloeg mij’.
-‘Dat mag natuurlijk niet. Waarom sloeg jij je broertje’.
-‘Hij wilde niet voetballen’.

Na enig doorvragen bleek dat zijn broertje de bal nooit naar hem speelde. Hun manier van voetballen kwam niet overeen. Zijn voetballen is overigens minstens zo egocentrisch. Als ik met mijn oudste kleinzoon speel krijg ik de bal vrijwel nooit. Maar goed, in zijn beleving was het dus nu andersom. Mijn vrouw vroeg:

-‘Gebeurt zo iets vaker, dat een ander iets anders wil dan jij, bijvoorbeeld op school?’
-‘Ja als iemand anders op mijn lievelingstrein wil.’ (een soort skelter die voor hem een trein is.)
-‘En wat doe jij dan, ga je dan ook slaan?’
Het bleef even stil en je zag hem nadenken.
-‘En hoe lossen jullie dat dan op?’ vroeg mijn vrouw.
-‘Dan gaan we om de beurt.’
Hij zal dus waarschijnlijk op school ook wel eens iemand geslagen hebben en na bemiddeling van de juf is toen waarschijnlijk afgesproken dat ze om de beurt op de skelter mogen, en natuurlijk ook dat hij niet mag slaan..
-‘Misschien vindt jouw broertje dat ook wel een goed idee. Dat zou je hem kunnen vragen.’
Mijn vrouw was nog niet uitgesproken of hij vroeg het onmiddellijk:
-‘Zullen we om de beurt naar elkaar toespelen met voetballen?’
-‘Zijn broer antwoordde gelijk:
-‘Ja hoor.’
-‘Kijk eens , je vraagt het lief en hij zegt gelijk ja. Dus als je weer eens een keer iets niet leuk vindt kun je het lief vragen. Ik denk dat hij dan weer gewoon ja zegt.’
-‘Nee hoor’, zei zijn broertje.
-‘Tja’, zei mijn vrouw, ‘het kan natuurlijk ook zijn dat hij nee zegt en dan moeten jullie maar allebei alleen gaan spelen’.

Maar voor nu was het probleem opgelost. Ze gingen weer voetballen en speelden een hele tijd samen zonder problemen, tot we gingen eten. Goed was niet alleen dat dat lukte, ook goed was dat hij de link wist te leggen naar een situatie op school, in dit geval een situatie die best wel afweek. Hij legde de link naar: “wat doe je als een ander iets anders wil dan jezelf zou willen.”

Hij heeft dus samengespeeld. Meestal spéélt hij. Hij fantaseert, of vooral: hij speelt iets na. Hij heeft onlangs een keer een stuk van de tour de France gezien op de TV. Als hij naar huis fietst dan speelt hij sindsdien voor wielrenner. En geeft dan al fietsende een vergelijkbaar commentaar, net zo als de enthousiaste commentator op TV. En hij wint iedere keer en staat dan met geheven handen aan de finish: -‘Ik heb de gele trui’. En als hij met mij voetbalt speelt hij het liefste een wedstrijd: ik ben Nederland en hij is Amerika. Voetballen is voor hem sinds het laatste WK damesvoetbal. Hij speelt dan die laatste wedstrijd na, althans, hij maakt binnen een kwartier een doelpunt wat ik probeer te verhinderen en dan heeft Amerika gewonnen en dan is de wedstrijd afgelopen.

We gingen vandaag met de bus naar de speeltuin en terug. Hij verkneukelt zich dan al van te voren en ook in de bus dat hij bij thuiskomst die bus wil gaan natekenen.
-‘Welk nummer heeft die bus, 194 toch?’
-‘Inderdaad, 194.’
-‘Hoe schrijf je dat? ‘
-‘1, 9, 4’.
In de bus hoor je hem af en toe zachtjes mompelen: ‘ 1, 9, 4.’
-‘Hoe schrijf je Capelse Brug, met een K of met een C?’

Het mooiste gebeurde op de terugweg. De bus was vijf minuten te laat vertrokken, had al vertraging, dus de chauffeur reed lekker hard. Wij stapten uit, opa, oma, drie kleinkinderen van 2, 3 en 6. Dat ging dus niet zo snel. Iedereen was er uit, behalve mijn oudste kleinzoon. Hij liep naar de chauffeur en vroeg:
-‘Zou u even nog niet weg willen rijden, want ik wil nog even heel goed naar de bus kijken.’
De vrouwelijke chauffeur, de schat, zei:
-‘Maar natuurlijk, ik blijf wel even staan.’
Mijn kleinzoon stapte ook uit, liep naar voren, bleef een klein stukje voor de bus staan en hij keek met zijn armen over elkaar, als een doorgewinterde inspecteur, naar de bus, en zei na een paar seconden:
-‘OK.’

De chauffeur had het schouwspel lachend gadegeslagen en zwaaide vriendelijk naar ons bij het weg rijden. We liepen bij ons huis aangekomen naar binnen en hij pakte onmiddellijk een groot stuk papier en begon ijverig te tekenen. Hij tekende de bus die aankwam bij Capelse Brug. Je ziet op de tekening ook nog een andere bus. In de verte kun je de rails en leidingen van de metro zien. Het is trouwens die metro, die je daar ook ziet, waar hij zo bang voor is. Zou er een doorbraak zitten aan te komen? Er staan ook enkele auto’s op de tekening. Dit is zijn spel. En dat spel is onnavolgbaar. Zulk spel speel je niet samen. Je speelt het gewoon. Je beleeft de rit intens en bij het tekenen beleef je hem nog een keer. Daar heb je geen tegenstander voor nodig.

capelse brug

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie

Fugetta

Een Fugetta is een kleine fuga. Maar wat is een fuga? Als je klassieke muziek studeert op een conservatorium dan leer je dat. Zo las ik dat de Litouwse kunstschilder en componist Čiurlionis in 1901 en 1902 compositieles en contrapuntles had in Leipzig. Leipzig was samen met Parijs het Mekka van de muziekstudie. Mendelssohn had er in 1843 het eerste conservatorium van de wereld gesticht, zijn aanpak zette de toon en diende tot  voorbeeld voor vrijwel alle conservatoria nadien, ook dat van Parijs. Elke student kreeg bijvoorbeeld les in harmonieleer en contrapunt. En in het schrijven van fuga’s.

De lessen contrapunt kwamen overigens voort uit een lange traditie. De eerste contrapunt-methode werd geschreven door Fux (1660-1740), een Weense componist en theoreticus. Hij ontwierp een model en als je dat volgde kon je je als student stapje voor stapje de contrapuntische stijl van Palestrina eigen maken: Gradus ad Parnassum. Bach (1685-1750) gaf ook les in compositie. Zijn leerlingen begonnen met het schrijven van een vierstemmig stukje  naar het model van Bachs eigen koralen. Zij kregen bijvoorbeeld een of meer van de partijen – sopraan, alt, tenor en bas – en moesten de rest aanvullen. Alle partijen moesten een duidelijke melodische lijn hebben. Beethoven zegt later dat het schrijven van fuga’s geen kunst is. Hij had er tijdens zijn studietijd dozijnen geschreven, in opdracht van een privé-docent.  Maar een fuga met een poëtische inslag, dat was een ander verhaal, zo zei hij. Enkele van zijn schoolfuga’s zijn later uitgegeven, maar juist de fuga’s met dat poëtische tintje werden een belangrijk onderdeel van talrijke composities. Of vormden daarvan zelfs de basis, zoals het geval is bij de “Groβe Fuge”.

Mendelssohn in Leipzig greep echter terug op de techniek en stijl van Bach en liet deze tot de standaard worden op zijn conservatorium. Er ontstonden zelfs wedstrijden in het schrijven van schoolfuga’s. Deze traditie bestaat op dit moment in Parijs nog steeds… Een van de belangrijkste theoretici in Leipzig na de tijd van Mendelssohn was Jadassohn (1840-1902). Hij gaf ook les in harmonieleer en de basis van zijn lessen bestond uit het uitwerken van becijferde bassen.

jadassohn1

jadassohn2

Becijferde bassen stammen uit de tijd van de barok. Klavecinisten kregen een bas met cijfertjes. Die gaven aan welke samenklanken boven die bas  moesten klinken, niet gedacht vanuit de grondtoon van akkoorden, maar vanuit de gegeven bas. Deze cijferaanduiding werd nu de basis om leerlingen een goede stemvoering aan te leren.

In 1920 kwam de harmonieleer van Schönberg uit. Hij was de eerste die vond dat de methode met becijferde bassen eigenlijk niets met harmonieleer te maken had. Harmonieleer zou niet moeten gaan over stemvoering, maar over de werking van akkoorden. In plaats van becijferde bassen kwam het systeem van trapsymbolen in zwang. Buitengewoon vernieuwend was vooral ook dat Schönberg de oefeningen door zijn studenten zelf liet ontwerpen, ze waren zo van het begin af aan aan het componeren. Het boek bevat dan ook geen opgaven, maar wel voorbeelden.

schoenberg1

Nadat Jadassohn zijn harmonieleer geschreven had begon hij ook met een boek over contrapunt en een boek over het schrijven van fuga’s. Čiurlionis heeft waarschijnlijk vooral lessen gehad waarbij dat laatste boek gebruikt werd, dat boek dat toen pas net was uitgegeven. Er zijn inmiddels tientallen fuga’s van Čiurlionis opgedoken en die zijn als pianostukken uitgegeven. Maar wat ik heerlijk vind: het zijn geen fuga’s in barokstijl, maar het zijn fuga’s in een meer chromatische stijl zoals deze in die tijd ook door mensen als Bartok werd gehanteerd. Desondanks is de bouw heel duidelijk geënt op de bouw van een fuga zoals Bach die geschreven zou kunnen hebben.

Hoeveel lessen Čiurlionis van Jadassohn gehad heeft is niet bekend. Jadassohn stierf in februari 1902, in de tijd dat Čiurlionis pas anderhalf jaar op het conservatorium zat. Intussen had hij ook nog compositielessen van Carl Reinecke, die toen trouwens ook al behoorlijk op leeftijd was.

Hieronder een kleine fuga, een zogenaamde fugetta, van Čiurlionis, waarschijnlijk geschreven in opdracht van Jadassohn. De middenstem begint als eerste, dan komt de bovenstem in de dominanttoonsoort (maat 6), daarna de bas weer in de hoofdtoonsoort (maat 12). Na vervolgens een divertimento (een deel waarin het thema ontbreekt en waarin allerlei sequenzen gespeeld worden, maat 18-24) komt er nog slechts één laatste inzet in de bas (maat 25) en die staat uiteraard weer in de hoofdtoonsoort. Deze fugetta wordt naar mijn idee opeens wel erg plotseling afgesloten, een beetje vreemd. Desondanks vind ik het toch een aardig stukje.

Meer artikelen over Čiurlionis:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Ciurlionis

De meest bejubelde componist van Litouwen is Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Een Op de klassieke zender in dat land zijn voortdurend stukken van hem te horen. Hier is dat niet zo. Hoe kan dat?

De vader van Čiurlionis was organist in Druskininkai. Hij werd ontslagen omdat hij op straat Litouws had gesproken. Zijn vrouw, een Duitse, was daarover zo kwaad dat ze haar naam “Ratman” “verlitouwde” tot Raimanaitė. Druskininkai in het zuiden van Litouwen hoorde toen bij Rusland, we hebben het over het einde van de negentiende eeuw. Een dochter, Jadvyga, ging muziekgeschiedenis in Moskou studeren, doorliep de conservatoria van Leipzig en Berlijn en werd de eerste etnomusicoloog van Litouwen. Haar oudere broer Mikalojus Konstantinas was een muzikaal wonderkind dat op zijn negentiende in Warschau piano en later ook compositie ging studeren. (1893-1899). Over deze zoon gaat dit artikel.

In Warschau studeerde hij af met een compositie voor koor en orkest, “de profundis”. In 1901 kwam twee jaar na zijn studie in Warschau zijn orkeststuk “het bos” klaar. Hij leefde in die tijd van het geven van pianolessen aan adellijke personen. Op zijn zes en twintigste wilde hij nog meer leren en vervolgde zijn opleiding compositie in Leipzig (1901-1902) bij Reinecke en Jadassohn. Daar schreef hij onder meer de ouvertüre Kestutis, een fuga voor strijkorkest, en een strijkkwartet met vier delen. Hij schilderde in deze tijd al voor zich zelf maar wilde zich ook daar meer in bekwamen. In 1904 liet hij zich inschrijven op de tekenschool van Warschau waar hij lessen kreeg tussen 1904 en 1906. Wat zal hij trouwens meegemaakt hebben van de revolutietijd van 1905 en 1906, die ook in Warschau gevolgen had? Vanaf half oktober 1905 en de opening van de eerste Doema (april 1906) waren volgens de autoriteiten ongeveer 15.000 mensen geëxecuteerd en – naar schatting – 20.000 mensen doodgeschoten of verwond tijdens de gevechten. Ook waren in die periode zo’n 45.000 mensen gedeporteerd. In Warschau werden 93 ongewapende demonstranten doodgeschoten door regeringstroepen. Maar Čiurlionis bleef schilderen en intussen bleef hij ook componeren. Hij leefde nog steeds van zijn privépraktijk met het geven van pianolessen. Zijn composities leverden hem niets op en werden ook niet uitgegeven. Met zijn schilderijen had hij al snel meer succes. Tegenwoordig is het eerder andersom: er staan ongeveer 250 composities op zijn naam en 300 schilderijen. In Litouwen is hij de meest gevierde en bejubelde componist.

Tijdens al deze roerige tijden trok hij zich op een gegeven moment in zijn eigen wereld terug. Hij ging de bijbel, oude Hindoestaanse geschriften, de werken van Tagore, Ruskin, Wilde, Kipling, Merezhkovsky en anderen lezen. De tekenacademie gaf hem een prijs voor zijn cyclus van zes schilderijen genoemd “de storm”, dat handelde over het spirituele gevecht van de mens tussen goed en kwaad. En een lichtpunt, dankzij juist deze revolutie werd het culturele leven in Rusland, dus ook in Litouwen, opeens veel milder. Čiurlionis verhuisde naar Vilnius waar hij na een tijd trouwde. Twee jaar later vertrok hij naar Leningrad om te kijken of daar meer mogelijkheden waren voor zijn kunstenaarschap. Hij deed nog mee aan een tentoonstelling. Terug gekeerd werd hij ziek en werd opgenomen in een sanatorium nabij Warschau. Een jaar later overleed hij op 10 april 1911, net toen hij leek te beteren, aan een longontsteking, nog maar pas 35 jaar oud.

Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden een aantal van zijn composities uitgegeven. In 1990 maakte Litouwen zich als eerste Baltische staat los van Rusland. Sindsdien zijn er steeds weer composities van hem opgedoken en zoals gezegd: inmiddels is hij in Litouwen hot. Hoe moet je zijn muziek en ook zijn schilderijen duiden? Het is meer dan impressionisme, er zit net als bij Debussy vaak een lading bij. Hij moet daardoor eerder bij de symbolisten worden gerangschikt dan bij de impressionisten. De meeste werken stammen uit de periode 1903-1909 en vooral de werken die hij schilderde in Vilnius en Leningrad hebben de meeste diepgang. Het grootste deel van zijn schilderijen is te zien in een speciaal aan hem gewijd museum in Kaunas, de vroegere hoofdstad van Litouwen.

schilderij

sprookje

Wat hem ook bijzonder maakt: hij dacht in kleuren en elke kleur betekende iets voor hem. En dat probeerde hij ook in zijn muziek te vertalen. Bij zijn muziek, zeker bij zijn orkestwerken, was het visuele en vooral ook het kleurenaspect een belangrijk onderdeel. Misschien is dat nog het meest te horen in zijn nog enigszins vroege werk “het bos” en in het volwassen werk “de zee”. (Jura).

Bij het luisteren naar “het bos” kun je op youtube een mooie collage zien van een aantal schilderijen, uit zijn belangrijkste schilderijen cycli.

Het bos (Miške), 1901

De zee (Jūra), 1907

Bij deze film op youtube zul je alle aspecten van de zee vooral in gedachten moeten proberen te visualiseren, al luisterende naar dit geweldige stuk.

Čiurlionis is ten onrechte nog steeds erg weinig bekend in het westen. Zijn schilderijen ga ik van de zomer zien in het museum van Kaunas. En meer van zijn muziek zal ik daar vast op de radio gaan horen!

Er is ook een film gemaakt over Čiurlionis. Een trailer van die film staat op youtube:

Andere blogs over Čiurlionis:

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , | 4 reacties

Op zoek naar het oneindige

-‘Ik ga een heel oude wetenschapper tekenen….. ‘Opa is dit een oude wetenschapper?’

oude wetenschapper-‘Dat zou best wel eens kunnen. Hij heeft zulk lang haar.’
-‘Deze is nog ouder dan Christiaan Huygens. Waarom hadden die mensen vroeger zulk lang haar?’
-‘Dat vonden ze toen mooi. In de tijd van Christiaan Huygens droegen de mensen heel vaak een pruik.’
-‘Wat is dat, een pruik?’

Ik legde hem uit wat een pruik was en hoe die gemaakt werd. We keken nog naar wat plaatjes en zagen ook de mooie boorden uit die tijd. Toen tekende hij een dier naast zijn eigen wetenschapper.
-‘Snap je opa? ‘
Ik keek hem niet begrijpend aan.
– ‘Een paard, want ze hadden toen nog geen auto’s. ‘
Vervolgens tekende hij links onder een aantal getalletjes.
-‘Wat staat daar opa?’
-‘Daar staat 1.’
-‘Huh, dat kan toch niet, daar staan heel veel nullen bij. Er staat denk ik triljoen.’
-‘De nullen staan er vóór, dan betekenen ze niets. Ze moeten áchter de een staan. Je leest altijd van links naar rechts.’
-‘Dat maakt toch niet uit?’
-‘Dat maakt wel uit. Als ze ervoor staan doen de nullen niet mee en staat er gewoon 1.’
Rechts tekende hij nu de goede volgorde.
-‘Daar staat duizend’ zei hij. Zo lang is dat al geleden toen deze wetenschapper leefde. Duizend jaar.’
-‘Klopt, daar staat duizend. Maar kijk, het streepje boven aan de 1 moet je net aan de andere kant maken.’
-‘O ja.’ Hij verbeterde het.

Even later komt hij naar me toe en vraagt, met in zijn hand een denkbeeldig iets:
-‘Opa zie je hier met deze microscoop dat quark-deeltje?’’
Ik kijk zogenaamd heel intens in die onzichtbare microscoop maar zeg dat ik het helaas niet kan zien.
-‘Kijk daar!’ Hij wijst enigszins ongeduldig naar een plek in de lucht. Ik kijk nog eens intensief.
-‘Ja hoor, ik zie iets. Maar dat is volgens mij een bacterie.’
-‘Nee, je moet beter kijken!’
-‘Ja, nu je het zegt, maar volgens mij is het een atoom.’
-‘Nee, nee, kijk nóg maar eens’.
Na enig turen denk ik inderdaad een quarkdeeltje te zien. Hij loopt, opgelucht dat ik het gezien heb, weer weg met zijn microscoop.
Een tijdje later gaat hij balletjes naast elkaar leggen, in een lange rij. De laatste keer dat hij dat deed is denk ik zeker een half jaar geleden. Dit deed hij vroeger heel vaak, ik denk al vanaf dat hij twee of drie jaar oud was. In het begin legde hij dan keurig op een rijtje in de goede volgorde de planeten van ons zonnestelsel. Later kwamen daar de dwergplaneten bij en ook legde hij heel kleine steentjes er tussen, dat waren onderdelen van de asteroïdengordel. Nog later ging hij ze anders groeperen, in volgorde van grootte. En nog later ging hij in plaats van planeten sterren neerleggen in volgorde van grootte, tot de allergrootste: UY Scuti.

exoplaneten-‘Kijk eens opa wat hier ligt. Dit is Proxima Centauri, en dat is Alpha Centauri en dat is Trappist 69, Trappist 142, Trappist 174 en Trappist 194.’
Hij wees van rechts naar links eerst twee sterren en daarna een aantal exoplaneten aan.
-‘En deze hier, dat zijn planeten die nog niet ontdekt zijn. Die hebben nog geen naam.’
Hij wees naar het rijtje links van de balletjes die hij al benoemd had.

Voor het naar huis gaan mogen de kleinkinderen altijd een youtube-filmpje kijken bij opa of oma op schoot, op de tablet. De laatste tijd wil hij altijd een film met treinen zien. Maar vanavond wilde hij weer een film over het heelal zien, een film met objecten van klein naar groot. De bijbehorende muziek wordt steeds intenser en complexer, hoe dichter je komt bij de uiterste afstanden van het universum. Het filmpje was afgelopen.
-‘Kom we moeten nog logopedie-oefeningetjes doen.’
-‘Maar dan kan ik niet zingen!’
Ik keek hem even verwonderd aan.
-‘Nee, dat kan dan niet. Maar daarna kun je nog zoveel zingen als je wilt.’

Terug naar huis in de auto begon hij te zingen. Hij zong de muziek van het filmpje dat hij net even eerder had gezien. Op het einde zong hij met zijn prachtige stem de modulaties en ging, toen helemaal op het einde de film bij het multiversum was aangekomen, ook zelf tot het uiterste. Het klonk als de koningin van de nacht, oei wat hoog, een Gis twee gestreept, maar hij haalde het nog net. Hij zong door tot afstanden die je niet meer kon zien. Hij zong naar dingen toe die nog nooit iemand had gezien. Hij zong met zijn hoofd in de wolken tot voorbij alle quarkdeeltjes, tot in het oneindige.

In de film klonk dat laatste stukje zo:

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Een verjaardag en een bruiloft

Oma was jarig en van al haar drie kleinkinderen kreeg ze een tekening. Die voor mijn eigen verjaardag in april hangen ook nog steeds op een prominente plaats in de keuken, daar kunnen deze nu bij geplaatst worden. Het is leuk om er naar te kijken en de eigenheid van elk kind in elke tekening te zien.

proficiat1

De jongste kleindochter tekent met grote gebaren, zoals hoort bij haar leeftijd, twee en een half jaar oud. Ook vindt ze het leuk om aan vlakvulling te doen, dus veel strepen op een kluitje. Zij is een echte actrice, dus die grote gebaren vind ik ook op een andere manier bij haar passen.

proficiat2

Het middelste kleinkind wordt eind augustus vier jaar. Dan gaat hij naar school. Sinds enkele maanden tekent hij behaarde koppoters met een vriendelijk gezicht. Neus en ogen zijn even groot, een puntje, maar de mond wordt weergegeven door een brede, zwierige, lachende lijn. Op deze tekening staat rechts oma en links hijzelf. Ook is hij zo te zien de laatste tijd druk bezig met het tekenen van een hand met vingers. Hier tekent hij de vingers deels door oma heen, maar stopt dan toch bij de lijnen van been en voet. Hij is zich waarschijnlijk opeens bewust dat hij de tekening van oma dreigt te verstoren. Het zijn tekeningen waar ik altijd erg blij van wordt. Ook dat past bij hem. Hij is een levenslustige jongen die barst van de energie en die bijna altijd vrolijk is.

bruiloft1De derde tekening is gemaakt door onze oudste kleinzoon die een maand geleden zes jaar is geworden. Hij is een waar tekentalent. Hij is verliefd op een meisje uit zijn klas met wie hij later wil trouwen. Maar “zogenaamd” zijn ze onlangs getrouwd, in aanwezigheid van een ander vriendinnetje. Zij mocht bruidsmeisje spelen. Het hele tafereel is op deze tekening vastgelegd. In de oud-katholieke kerk van Schoonhoven is een rode loper gelegd voor het bruidspaar. Rechts boven zien we een glas in lood-venster en links is de toegangspoort van de kerk. Naast de loper, bruin, zit een klein mannetje in een rolstoel naar het tafereel te kijken. Ook op deze tekening hebben zowel het bruidsmeisje als de bruid en bruidegom een brede glimlach. De bruid heeft een prachtige sleep en houdt een bos bloemen in haar hand. De bruidegom heeft een mooi pak aan, waarschijnlijk heeft hij iets dergelijks gezien bij Willem-Alexander. Je ziet hem lopen en met zijn rechterbeen naar voren schrijden. Vanwege de sleep moet dat in gepast tempo, voetje voor voetje. Het bruidsmeisje lijkt wel hoge hakjes te hebben. Verder zien we onder meer drie Nederlandse vlaggen en heel veel kleine oranje vlaggetjes. Dit is ook een tekening om heel blij van te worden.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 7 reacties