De grote takelwagen is een echte held

takelwagen

Wat zie je hier boven, behalve mijn oudste kleinzoon? Een duplo-poppetje, een groen duplo-steentje en een takelwagen.

Mijn kleinzoon is bang om in het water te vallen. Op zijn school is er een iets groter en vooral ook behoorlijk “pesterig”  kind dat al diverse keren gedreigd heeft om hem  in het water te gooien. Sindsdien leeft het begrip “verdrinken”. We gaan regelmatig met hem naar het zwembad en dankzij de zwemvleugeltjes voelt hij zich daar steeds vrijer en veiliger. Maar sinds kort durft hij opeens niet meer in de polder te fietsen omdat daar aan weerszijden een sloot loopt. Het zal nog een grote kunst zijn om met zijn loopfiets in een van beide sloten te rijden, de oevers zijn namelijk behoorlijk breed, begroeid en modderig. Daar rijd je je dus snel vast, lang voor je in de buurt van het water bent. Maar dat heeft hij dus nog niet door. Intussen is hij wel bezig met het verwerken van een mogelijke valpartij. Immers als je in het water valt kun je er ook weer uitgehaald worden, desnoods met een takelwagen. De vorige week speelde hij dat spelletje op de vensterbank. De vensterbank was de dijk waar allemaal auto’s op geparkeerd stonden. De vloer beneden was de rivier. Eerst viel een duplo-mevrouw in het water. Deze werd er vakkundig uit getakeld. Toen viel er een blok in het water. Hier onder hoor je het spannende vervolg:

Eerst hoor je hoe hij tijdens het takelen een Engelstalig liedje zingt over planeten. De blok gaat immers met de takel omhoog. Bovengekomen deponeert hij hem bij de duplo-mevrouw. Wat ziet zij daar? Het blijkt een “zware blok” te zijn. Tussendoor constateert hij dat die blok voor hem niet zwaar is maar voor die mevrouw wel. Zij geniet van het kijken naar de blok. Het is trouwens wel een vieze blok. En wie is de held?

Geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , , | 3 reacties

Zwaan

Vanochtend zagen we een heldhaftige zwaan. Het had enkele graden gevroren. Een zwaan landde midden in de sloot. Op het ijs? Nee, zij krakte er door heen. Het ijs was niet sterk genoeg. De zwaan schrok en wilde gelijk weer  uit het water. Maar helaas, dat lukte niet zo maar. Uiteindelijk verrichtte ze een kracht-toer. Als een ware ijsbreker baande ze zich al zwemmende vanuit het door haar gemaakte wak heel langzaam een weg naar de oever. Daar schudde ze haar veren uit, en bleef nog een hele tijd roerloos staan om op te drogen.

zwaan

Het was misschien een nog jonge zwaan. Een zwaan zonder veel ervaring. Die ervaring heeft ze nu opgedaan en waarschijnlijk zal ze in de toekomst niet zomaar op het ijs willen landen. Het dier heeft niemand kwaad gedaan. Zoals een baby die gaat kruipen een keer zijn hoofd stoot als hij onder een laag tafeltje kruipt. De volgende keer zal  hij op het juiste moment zijn hoofd optillen. Ook hij heeft niemand kwaad gedaan maar door schade en schande geleerd.

Als de inschattingsfout gevolgen heeft voor anderen dan wordt het een ander verhaal.  Een groep zwanen op doortocht wordt geleid door een ervaren zwaan die besluit om een tussenlanding te maken bij Schiphol. Daar zijn ze niet welkom. Een fatale inschattingsfout.

In de politiek worden ook inschattingsfouten gemaakt. Een klein leugentje, dat moet toch wel kunnen? Maar een inschattingsfout kan ook daar wel eens ernstige gevolgen hebben. Denk aan de invasie in Irak. Dit soort inschattingsfouten zijn er veel gemaakt. De betrokken bewindslieden zijn echter zelden weggestuurd. Als ze gewetensvol zijn worden ze alsnog gestraft. Ze moeten namelijk met de gedachte aan de gevolgen leren leven.

Politici genieten meestal van het spel van de macht en van de aandacht. Vaak is dat zelfs hun voornaamste drijfveer om politiek te bedrijven.  Door op het juiste moment te liegen lijken ze een held te zijn. Onze premier liegt er voortdurend op los, vooral vlak voor de verkiezingen. En hij wint er mee ook nog.  In de Volkskrant van 17 februari staat een artikel over liegen en er worden een stuks of tien leugens van onze premier gedurende de laatste jaren opgesomd. En soms maken politici dus totaal verkeerde inschattingsfouten. Kunnen zij net als die jonge zwaan leren van hun inschattingsfouten? Verkeerd landen moet kunnen. Maar als de oorzaak van de inschattingsfout dikdoenerij is, en dat is het vaak, dan moet je wat mij betreft weggestuurd worden. Je bent  dan gewoonweg niet geschikt voor het vak.  Je dient bescheiden te zijn en zo doordacht mogelijk een besluit kunnen nemen. Wanneer ga je de politiek in? Misschien heb je een ideologische drijfveer. Maar de meeste politici willen vooral macht en aandacht.  En dat zijn nu juist de twee grootste valkuilen bij het nemen van goede beslissingen. Omdat macht en aandacht tegenwoordig vooral via de sociale media verkregen kan worden gaan veel politici steeds meer op de populistische tour. En zie je steeds minder vaak integere mensen op belangrijke posten. Bij de uitzendingen op TV die er waren na het overlijden van Ruud Lubbers zag ik een uitgebreid interview met Wim Kok. Wat een genuanceerd, integer, en bekwaam iemand was dat. Hij was niet bezig met macht of aandacht. Hij ging voor de zaak. Net als zo iemand als Max van der Stoel. Kok wordt sinds Pim Fortuin verguisd.  De puinhopen van paars. Wat een onzin. Vreselijk. Pim Fortuin, de grootste Nederlander, gekozen als dusdanig door mijn landgenoten…. Daarom ben ik tegen referenda en heb ik grote twijfels over het functioneren van onze democratie.

De zwaan van vanochtend is opgedroogd en vliegt weer als een vrije vogel rond. Onze minister van Buitenlandse zaken moet eerst zijn wonden nog likken. Zou hij beseffen wat de oorzaak was van zijn inschattingsfout? Dan mag hij na diep nadenken over een tijdje misschien weer proberen te vliegen.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

13 februari 1610 en 2018

Warm gekleed, dikke jas aan, sjaal om, muts op. Overal lag rijp en de wind was nog steeds enigszins schraal. Zo stond ik daar vanochtend al voor vijf uur met mijn verrekijker en mijn fotocamera. . Om de beroemde wetenschapper Galileo Galileï  een beetje na te doen. Hij zag op 13 februari 1610, kijkende naar Jupiter, onderstaand plaatje:

galilei1610

In het midden zien we Jupiter, er omheen de vier grote manen van Jupiter, naar aanleiding van zijn ontdekker ook wel de Galileïsche manen genoemd. Hij tekent ze niet allemaal even groot, omdat ze niet even helder waren. Nu weten we dat zelfs de kleinste van de vier, de maan Europa, een van de grootste manen van het zonnestelsel is.

Op mijn app “Sterhemel” kun je ontdekken wat er bij een heldere hemel elke nacht te zien is. Het is nu ook 13 februari, het is misschien wel een vergelijkbare winterse dag als toen Galileï  buiten in de kou stond te kleumen met zijn telescoop. Bij deze app gaat men er van uit dat je bij de meeste waarnemingen ook een telescoop gebruikt en die heb ik dus niet. Ook nu weer was Jupiter, net als bij Galileo Galileï, goed te zien. Wat stond er volgens deze app deze nacht verder nog op het programma

  1. Een overgang, voor Jupiter langs, van zijn maan Europa,
  2. Het verdwijnen achter Jupiter van de maan Io
  3. En, los van het waarnemen van de manen van Jupiter, meldde de app ook dat het de laatste waarnemingsmogelijkheid was van onze eigen, nu afnemende maan, nog net te zien als een minieme maansikkel. Het is over twee dagen namelijk nieuwe maan.

Ik heb geprobeerd of ik iets van deze gebeurtenissen ook in het echt zou kunnen zien.

Jupiter heeft enkele zeer bijzonder manen. Io staat het meest dichtbij Jupiter en is daardoor zeer gevoelig voor de enorme aantrekkingskracht van deze reuzenplaneet. Zoals bij ons de maan aan de aarde trekt en de getijden veroorzaakt, zo trekt Jupiter nog veel harder aan Io en dat heeft tot gevolg dat het inwendige van Io naar buiten wordt gezogen. Er zijn op deze maan voortdurend grote vulkaanuitbarstingen, groter en heviger dan we ons kunnen voorstellen.

io

Op bovenstaande foto zien we een vulkaanuitbarsting die op 22 februari 2000 door het Galileo-ruimtevaartuig van de NASA is waargenomen. Witte en oranje gebieden aan de linkerkant van de foto tonen nieuw uitgebroken hete lava. De twee kleine lichtvlekken zijn plaatsen waar gesmolten gesteente wordt blootgesteld aan het oppervlak bij de rand van lavastromen. Het grotere oranje en gele lint is een afkoelende lavastroom die meer dan 60 kilometer lang is. (https://www.nasa.gov/multimedia/imagegallery/image_feature_346.html)

europaHierboven zien we een afbeelding van de maan Europa. Deze maan staat bij de Nasa hoog op de agenda voor verder onderzoek, omdat het wel eens de enige plek zou kunnen zijn in ons zonnestelsel waar leven voorkomt. De condities hiervoor lijken op deze maan beter dan waar dan ook. Op Wikipedia lezen we: Europa bezit een ijle atmosfeer van zuurstof. Het oppervlak bestaat uit ijs en kent zeer weinig hoogteverschillen. Onder het ijs vermoedt men een vloeibare oceaan van water met daar weer onder silicaatrots en een kern van ijzer. Omdat er op Europa sprake is van tektoniek, staat vast dat deze maan geologisch actief is. Wellicht bevindt zich onder het bevroren oppervlak dus vloeibaar water, waarin eventueel buitenaards leven zou kunnen voorkomen. Om dit nader te onderzoeken is voor 2020 door de NASA de Europa Jupiter System Mission voorzien.

Maar nu terug naar de waarnemingen van vanochtend.  Om te beginnen heb ik via weer een andere app een animatie van de beweging van de vier Galileïsche manen rond Jupiter gemaakt. Deze animatie laat zien wat de stand was, globaal tussen 4 uur ’s ochtends en 9 uur ’s ochtends. Europa trok dus voor Jupiter langs. Voordat hij daadwerkelijk voorlangs ging wierp hij al zijn schaduw over Jupiter heen. (Het zwarte rondje).  Iets eerder trok Io aan de achterkant van Jupiter voorbij en verdween voor astronomische waarneming enkele uren uit het beeld. Rechts van Jupiter zien we ook nog Ganymedes, de grootste maan van ons zonnestelsel, en links Callisto.

De condities voor eigen waarneming waren tot 7 uur goed. Daarna was het eigenlijk al te licht. Ik heb geprobeerd iets van dit alles te fotograferen. Het enige dat me misschien gelukt is is het waarnemen van Europa, voordat hij bij Jupiter voor langs zou gaan. Hieronder twee foto’s van Jupiter, de eerste is gemaakt om 5:16 uur, de tweede exact een uur later. Links van Jupiter zie je een lichter stukje welk een uur later maar nu dichter bij Jupiter nog steeds te zien is. Zag ik Europa?

passagesOok denk ik trouwens Ganymedes gezien te hebben rechts van Jupiter. De meer uitgebreide foto van 6:16 uur:

europa-en-ganymedes

Maar goed, ik heb dan wel een aardige fotocamera, maar het blijft rommelen in de marge zonder telescoop.

De maansikkel was in ieder geval heel mooi te zien!

maansikkel1maansikkel2maansikkel3

 

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Kraters en bergen op de maan

Probeer je eens voor te stellen: je hebt bijna elke dag een strakblauwe lucht en ’s nachts een pikzwarte hemel met ongelooflijk veel sterren, je hebt  geen enkele vorm van luchtvervuiling, en het is ook nog eens pikkedonker omdat er geen enkele vorm van verlichting is. En dat heb je dan vlak bij je huis. Waar moet je dan in godsnaam zijn?

Ik weet een uitstekende plek: in Italië bij het huis van Galileo Galilei. Maar dan wel in zijn tijd, zo rond het jaar 1600. Galilei had voor het eerst een telescoop in handen waar je dingen mee zag die nog nooit iemand had gezien. En hij was ook nog natuur- en wiskundige met  niet alleen bijzonder veel kennis, maar vooral ook met een goed verstand. Wat een sensatie moet hij gevoeld hebben! Er gingen opeens compleet nieuwe werelden voor hem open. Hij ging nadenken, redeneren, observeren, meten, rekenen. En wat hij beredeneerde bleek wiskundig te kloppen.

In het belangrijkste geschrift van Galileo Galilei, Siderius Nuncius,  zien we hoe hij dagelijks waarnemingen optekent. Ook de maan onderzoekt hij nauwkeurig. Hij ontdekt dat je zelfs de hoogte van de zichtbare kraters kunt uitrekenen. Ik citeer een fragment van zijn observaties:

´Op de vierde of vijfde dag na nieuwe maan loopt de terminus die het donkere van het lichte gedeelte scheidt, niet netjes volgens een gebogen lijn, zoals bij een perfect ronde bol. Ze vormt een ongelijke, hoekige en soms golvende lijn. Er zijn ook tal van zwartige vlekken die helemaal van het donkere gescheiden zijn. Ze hebben allemaal de zwarte vlekken in de richting van de zon gekeerd. Een zeer gelijkaardige aanblik hebben we op aarde rond zonsopkomst in de bergen als de vallei nog in de schaduw ligt maar de bergen aan de kant tegenover de zon al stralend gloeien. En zoals de schaduwen in de dalen op aarde kleiner worden naargelang de zon hoger klimt, zo verliezen ook deze maanvlekken bij het groeien van het lichte gedeelte hun duisternis.

De gehele beschrijving gaat nog verder en omvat meerdere pagina’s waarbij hij telkens tekeningen maakt van wat hij ziet. Hij blijkt in staat om zelfs de hoogte van de bergen op de maan te kunnen meten. Door nu enkele maanden lang al zijn waarnemingen nauwkeurig op te tekenen (de enkele dag die hij mist omdat het bewolkt is haalt hij de volgende maand weer in) kan hij van het zichtbare deel van de maan een gedetailleerde reliëfkaart maken. Hij gaat zelfs nog verder: omdat hij weet hoe hoog alle bergen zijn zou je de maan zo ook driedimensionaal kunnen laten namaken, waarbij de voor ons zichtbare helft van de bol vol staat met kraters en uitstulpingen. Hij geeft opdracht om zo’n maquette te laten maken, maar door allerlei oorzaken komt dat er niet van

In Nederland zou dat in deze tijd een stuk moeilijker zijn geweest. Er zijn dan wel veel betere telescopen dan toen, maar hoeveel nachten achter elkaar is het hier helder? En o jee, die licht- en luchtvervuiling. In Drenthe op de hei dan? Je zou er meer dan een jaar moeten bivakkeren om genoeg ideale nachten te hebben om zo’n kaart te kunnen maken. Maar goed. Dat is allemaal niet meer nodig. In Chili staan op onherbergzame bergtoppen geweldige telescopen. En we hebben natuurlijk de Hubble telescoop die zijn plaatjes maakt vanuit een satelliet.

Waarom moet je zoveel dagen waarnemingen doen? Alleen dat deel van de maan dat zich aan de rand bevindt welke aan het afnemen of toenemen is, dat verraadt zijn geheimen. En elke heldere nacht wordt er zo een nieuw geheim ontfutseld. Bij wassende maan staat de maan aan de avondhemel, de eerste sikkel zie je dan vlak na zonsondergang. Elke dag komt hij een uur later op. Bij volle maan prijkt hij de hele nacht aan de hemel. Daarna, bij afnemende maan moet je ’s avonds een tijd wachten voor hij in het oosten opkomt, en worden het steeds meer de nachtelijke en vroege ochtenduren dat je hem kunt zien. Galilei zal in de tijd van zijn waarnemingen weinig geslapen hebben, want hij maakte ook nog eens tekeningen van wat hij zag door zijn telescoop. Ik heb dat zelf ook enkele nachten gedaan. Niet met een telescoop en tekenboek, maar met de telelens van mijn fotocamera, die het daarna makkelijk voor me vastlegde. Waarschijnlijk zijn mijn beelden iets minder spectaculair dan wat Galilei zag. Maar als ik zo’n foto heb gemaakt en die bekijk, dan voel ik opnieuw iets van de sensatie zoals hij dat gevoeld moet hebben.

Hieronder zes foto’s die ik zelf maakte. Twee keer zie je wassende maan, een keer vrijwel volle maan, drie keer afnemende maan. Op elke foto zie je een nieuw stuk reliëf. Om een volledig plaatje te krijgen zoals Galilei dat kreeg moet je minstens 24 foto’s maken.

maan-01maan-02maan-04maan-05maan-07maan-09

Ik vertelde hoe Galilei de zwarte vlekken in de tegenovergestelde richting als het zonlicht als schaduwen verklaarde. Hij zag dus zoiets: (onderstaande foto is een detail van de een na laatste foto)

maan-07a

Het boek Siderius Nuntius is samen met een belangrijke brief van Galileo, en voorzien van inleiding en commentaar, onlangs in het Nederlands uitgegeven onder de titel “Kijker, Kerk en Kosmos”. 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , , , | 1 reactie

Vrijheid van denken. Honderd jaar na de oprichting van de CPN

Zeven oktober 1917 vond de Russische revolutie plaats. In Nederland had je toen de “Sociaal Democratische Arbeiderspartij” (SDAP, waar later de “Partij van de Arbeid” uit voort kwam), en de eerder afgesplitste en meer radicale “Sociaal Democratische Partij”. Aangestoken door het vuur van de Russische Revolutie veranderde deze laatste partij haar naam in 1918 in “Communistische Partij Nederland” (CPN). Dat alles gebeurde dus honderd jaar geleden.

Hoe reageerde Katholiek Nederland hierop in 1918? Door de grote armoede oefenden de socialisten en communisten een grote aantrekkingskracht uit op vooral het arme deel van de bevolking. Hoewel deze partijen zeiden dat zij niet van plan waren om de kerk ook maar een strobreed in de weg te leggen was men bij zowel protestanten als katholieken bang  dat er wel eens snel veel zieltjes verloren zouden kunnen gaan. Nadat eerder in de negentiende eeuw de liberalen de invloed van de kerk al hadden terug gedrongen, dreigden nu ook de socialisten dat te gaan doen. Zo verscheen er in 1918 een herderlijk schrijven van de aartsbisschop en de bisschoppen van Nederland. Ik zal het hier integraal neerzetten, ik bezit een origineel exemplaar.

herderlijk-schrijven1herderlijk-schrijven2herderlijk-schrijven3

Bij punt 4 lezen we:

“Zoolang derhalve een Katholiek lid is van zulke vereenigingen en althans niet het vaste voornemen heeft dit lidmaatschap zoodra mogelijk op te zeggen; of zoo lang zij zulke vereenigingen metterdaad willen blijven steunen, kan hij geen kwijtschelding der zonden verkrijgen en bijgevolg geen Sacramenten waardig ontvangen. “

Bij punt 6 staat: “De Katholiek, die de leer der anarchisten of socialisten aanneemt en als dusdanig bekend staat, kan niet meer als lid der Kerk beschouwd worden. Hem moeten de sacramenten geweigerd worden, zoolang hij het anarchisme of het socialisme blijft aanhangen.”

Dit standpunt werd nog steeds ingenomen in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw. Een katholiek mocht zelfs niet naar de Vara luisteren. Alles werd in het werk gesteld om iedereen die katholiek was ook katholiek te houden. Maar in de zestiger jaren begon de onvermijdelijke teruggang.  Wikipedia:

Van 11 oktober 1962 tot 8 december 1965 werd het tweede Vaticaans Concilie gehouden. Tijdens de openingsplechtigheid waren 2540 bisschoppen uit alle werelddelen aanwezig. Paus Johannes XXIII vroeg de vergaderde bisschoppen om ‘aggiornamento’. Dit Italiaanse woord voor modernisering betekent ‘bij de tijd brengen’. Modernisering van de Kerk was volgens deze paus onontkoombaar. Ook openheid ten opzichte van de gehele wereld diende een kenmerk te worden van een gemoderniseerde Kerk. Dat werd uitgedrukt door de gebiedende beeldspraak om ‘de ramen van de Kerk open te zetten voor de frisse lucht van buiten’. Daarom werden ook protestanten, orthodoxen en vertegenwoordigers van andere religies en politieke ideologieën als waarnemers bij het concilie uitgenodigd en benoemd.

Waar de SGP zich nog steeds vastklampt aan vooroorlogse denkbeelden, daar is toen in de katholieke kerk een enorme beweging in gang gezet. Dit ging zo radicaal en zo snel dat veel katholieken het niet konden bijbenen en alle zekerheden die ze ooit dachten gehad te hebben schoorvoetend achter zich begonnen te laten. Je ziet dat weerspiegeld in de verkiezingsuitslagen. De KVP was de partij waar minstens 70% van de katholieken altijd op gestemd had. Men durfde nu ook steeds meer anders te gaan stemmen. Vergelijk bijv. de uitslag van de verkiezingen van 1967 met die van 1971.

nederlandswalmenLandelijk was nu opeens de Partij van de Arbeid de grootste partij in plaats van de KVP. In mijn  geboortedorp Swalmen verloor de KVP in die vier jaar tijd zo’n kleine  1000 stemmen:  van 2804 stemmen gingen ze naar 1821 stemmen. En die trend heeft zich  daarna nog lang voortgezet.

Het communisme is in een groot deel van de wereld, waaronder Nederland, verdwenen. De socialisten zijn gemarginaliseerd. De verkiezingsuitslagen leveren voor de confessionele partijen al een tijd lang  een stabiel beeld. De liberalen en de populisten daarentegen hebben een flinke opmars gemaakt. De VVD is al een tijdlang de grootste partij. In 1971 lag deze partij nog heel ver achter op de PvdA.

Maar: worden we nu beter bestuurd? Ik waag het te betwijfelen. Toch, om met Maarten van Rossem te spreken: ‘De Nederlanders zijn na de Denen het meest gelukkig van de wereld’. Ik wil wel nog aantekenen dat de luchtkwaliteit van Nederland erg slecht is, dat je hier vrijwel nergens fatsoenlijk sterren kunt kijken en dat het er naar mijn smaak veel te veel bewolkt en regenachtig is. En verder valt er nog veel meer te klagen, maar laten we vooral onze zegeningen tellen. In vergelijking met het grootste deel van Europa en de wereld: er is weinig armoede, er zijn goede oudedagsvoorzieningen, er is medische hulp voor iedereen, er zijn goede wegen en er is een zeer uitgebreid openbaar vervoer netwerk. Maar we willen alles perfect hebben. Dus valt er gelukkig ook nog veel te klagen. De trein vertrok te laat. Ik stond een uur in de file. De supermarkt had om 6 uur al geen  bruin brood meer.

O ja.  Nog enkele dingetjes om over te klagen. Ruim een derde van Afrika moet het zonder schoon water stellen. Dat is bijna de hele bevolking van de Verenigde Staten en Canada samen.  Het 80.000 plaatsen tellende American football-stadion in Dallas gebruikt bij een wedstrijd 10 megawatt elektriciteit. Dat is meer dan drie keer zo veel als de hoeveelheid stroom die heel  Liberia in die tijd kan fabriceren.  En 165 miljoen kinderen in de wereld zijn ondervoed.

O ja. nog een klacht: Thierry Baudet klaagt minister Ollongren aan omdat deze suggereert  dat hij de kernwaarden van Nederland zou verkwanselen. ‘Je mag hier toch wel zeker zeggen dat niet alle rassen gelijkwaardig zijn? Als dat al niet eens meer zou kunnen…’ De bisschoppen zeiden honderd jaar geleden wat we moesten denken. Nu mogen we zeggen en denken wat we willen. Dat is onze nieuwe vrijheid.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Jacob van Lennep

De afgelopen weken heb ik twee reïncarnaties van grote persoonlijkheden uit de negentiende eeuw ontmoet. De eerste was de voor mij vertrouwde Jos Habets, jarenlang kapelaan in een dorp in Zuid-Limburg. In zijn dagboek van 1877 schrijft hij op 8 januari:

“Een kapellaan in de hiërarchie der kerk is een arme sukkelaar. 25 Jaar in eene positie vertoeven, waar men hoegenaamd niets heeft in te bregen; ik verklaar het u dat is een toer. Een kapellaan heeft niets in te brengen, heeft geene regten. De pastoor doet alle kerkelijke diensten waaraan een geldelijke tegemoetkoming is verbonden, de kapellaan verricht de overigen. Hij moet op de koop toe volgens de statuten, in alles, luisteren naar de bevelen van zijn pastoor. Wat mij echter mijn nederig beroep ook lastig maakt, deze kant van mijn bestaan wordt honderd maal vergolden door de schoone landstreek waar ik woon. Mijn nederige kapellanie is een net en gemakkelijk woningje naast de kerk, gelijk het geheele dorp op de schoonste hoogten van geheel Nederland gelegen. Rond om mij de schoonste tafreelen die een bergland kan voortbrengen, zachte glooyingen, steile rotsen, ruischende beken in het dal, prachtige vergezichten op de hoogte. Wat kan men meer verlangen? Mijn eenige wensch ware geweest hier mijn leven te morgen slijten als pastoor.”

Tot zijn grote frustratie is Jos. Habets maar liefst 22 jaar kapelaan geweest, waarvan het grootste deel in Berg nabij Valkenburg a/d Geul. Daar schreef hij op 8-1-1877 ook dit dagboekfragment. Eind 1878 werd Jos. Habets eindelijk pastoor in Wolder bij Maastricht.

Bovenstaande informatie staat op de facebookpagina, waarbij Jos Habets weer tot leven lijkt te zijn gewekt, een soort virtuele reïncarnatie.

habets facebookIk heb ook al iets op zijn pagina geschreven. In mijn boekenkast staan veel historische werken van zijn hand. Ik voel hem echt als een vriend. Hij is denk ik een betere vriend van mij dan mijn meeste andere facebookvrienden. Nieuwsgierig, en ben je lid van facebook? Zoek JJ Habets.

De tweede reïncarnatie was die van Jacob van Lennep. Hij werd live geïnterviewd door Marita Mathijsen. De persoon Jacob van Lennep werd trouwens door een verre nazaat van hem gespeeld, in negentiende-eeuws kostuum, en met de archaïsche spreekstijl van Olivier B. Bommel.  Ik heb een fragment van dat interview gefilmd:

Dit alles in het kader van de mooie bijeenkomst in de Lutherse kerk van Amsterdam waar de biografie van van Lennep, geschreven door Marita Mathijsen, werd gepresenteerd aan een groot publiek. De kerk zat meer dan vol.

bezielde schavuitHet is wat mij betreft meer dan een biografie geworden. Je kruipt niet alleen in de huid van Jacob van Lennep, maar je kruipt in die van het negentiende-eeuwse Amsterdam, in die van Nederland en af en toe kruip je nog een beetje verder. Alles wordt steeds in een brede context geplaatst en het boek leest heerlijk. Marita Mathijsen is een begenadigd schrijver en spreker. Eerder beluisterde ik haar lezingen die als titel  droegen “De hang naar historie”. Deze lezingen zijn als luisterboek uitgegeven, je wordt meegenomen in de literaire wereld in Nederland van de negentiende eeuw. Je zou die lezingen als belangrijk voorwerk kunnen beschouwen voor dit boek.

Ik heb de biografie vers van de pers gekocht en heb al enkele hoofdstukken uit. Het is een prachtig boek, vooral door de schrijfstijl maar ook door de meerwaarde van de uitgebreide historische context. En wil je meer weten van de hoofdfiguur, Jacob van Lennep, dan is het boek een must. De titel lijkt me de lading goed dekken, “een bezielde schavuit.”

Wist je dat Jacob van Lennep heeft samengewerkt met enkele componisten? Hij schijnt een flink aantal teksten voor liederen geschreven te hebben, die dankzij het speurwerk van Marita Mathijsen weer boven water zijn gekomen. Drie van deze liederen werden deze middag gezongen. Ik heb ze alle drie opgenomen. Uitvoerenden waren Job Hubatka met aan de piano Johan Berkhemer.

Het eerste lied uit 1836 was uit “de roos van Dekama”, het lied ”de Veerman aan de Lek”. De muziek is van de “vergeten” componist, “Heyne”.

Later werden er nog twee liederen gezongen uit 1829. Deze liederen waren op muziek gezet door W.H. Brachthuizer. Eerst hoorden we “Aan Bertha”, een slaapliedje, gezongen door een hofdame voor Jacoba van Beieren. Daarna: “Het lied van de hofnar”, ook een lied met een historische context. Het is een fragment uit het leven van Jacoba van Beieren. Jacob van Lennep heeft zich ook veel met historie bezig gehouden.

Jos Habets en Jacob van Lennep leefden in de negentiende eeuw. Jacob van Lennep leefde van 1802 tot 1868. Jos Habets leefde van 1829 tot 1893. Samen beslaan ze het grootste deel van deze negentiende eeuw. Allebei ijverden ze voor het behoud van cultureel  erfgoed. Allebei waren het bevlogen mensen die zich met van alles bezig hielden. Jos Habets schreef artikelen over archeologie en deed ook zelf opgravingen. Jacob van Lennep was de initiator van een waterleiding tussen Bloemendaal en Amsterdam. Jos Habets speurde archieven af en publiceerde tientallen stukken in gerenommeerde tijdschriften en schreef ook zelf vele boeken. Jacob van Lennep vertaalde werken van Lord Byron en verzorgde nieuwe uitgaven van werk van Joost van den Vondel. En allebei waren ze bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van het voorgeslacht.

Vooral door hun boeken en uitgaven blijven ze allebei eeuwig leven. Jos Habets is een van mijn facebookvrienden. En zaterdag kwam ik Jacob van Lennep tegen.

Geplaatst in Geschiedenis, recensie, taal | Tags: , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Maarten van Rossem

‘Tot hun vijf en twintigste zijn jongens ongedisciplineerd. Als ze zeggen:  a.s. maandag krijgt u het werkstuk, dan wordt dat kerst volgend jaar. Als meisjes dat zeggen, dan krijg je het werkstuk gewoon op tijd. Behalve als het gaat om jongens met een orthodox christelijke achtergrond, bijv. uit Barneveld, waar ze elke zondag een groot verkeer- en parkeerprobleem hebben vanwege het kerkbezoek.’

Maarten van Rossem associeert en improviseert er op los, en als je hem een vraag stelt krijg je een antwoord van een kwartier als je niet uitkijkt. Opmerkingen en anekdotes waar het sarcasme en cynisme van afdruipt, maar dat doet hij bijna altijd op een zo geestige en aanstekelijke manier dat diverse keren de zaal dubbel lag van het lachen. Hij zelf vertrekt daarbij nauwelijks een spier. Hij preekte duidelijk voor eigen parochie, deze vrijdagavond in de Arminiuskerk van Rotterdam. De prachtige kerk die eind negentiende eeuw is gebouwd voor de vrijzinnige protestanten van deze stad. En daar zaten in die tijd aardig wat havenbaronnen tussen. Het mocht een centje kosten.

arminiuskerkDeze avond valt nauwelijks samen te vatten, er was wel een rode draad, namelijk het rapport van het sociaal cultureel planbureau van afgelopen december . Hieruit bleek hoe goed het gaat in Nederland en hoe gelukkig de zeer grote meerderheid zich voelt.  Al 20 jaar zo ongeveer is het een constant gegeven dat er 15% boze burgers zijn en die zul je waarschijnlijk altijd blijven hebben. Maar Maarten van Rossem noemde zichzelf een optimist. ‘Wie van jullie voelt zich ge-islamitiseerd?’ Uiteraard stak niemand zijn hand op. ‘Als er nu niet heel snel actie wordt ondernomen dan gaat het land ten gronde, door de invloed van de islam.’ Hij citeerde Thierry Baudet. Maarten van Rossem kwam voortdurend met heel nuchtere cijfers en haalde al dit soort uitspraken  onderuit.

Waar ik over door bleef denken was zijn uitspraak over die orthodoxe christenen. Zij zijn gedisciplineerd, ook als student. Zelfs de jongens van jonger dan 25. Hoe zou dat komen? Alleen al door elke zondag twee keer naar de kerk te gaan en daar minstens een uur iedere keer te zitten? Daar moet je inderdaad discipline voor kunnen opbrengen, denk ik zo. Maar ook worden deze jongeren gehard en gestaald in hun denken door de preek en door de wekelijkse catechisatie bijeenkomsten. En in hoeverre zal de gedachte aan een hemel, een afrekening na je dood, ook nog steeds een rol spelen om in deze discipline te kunnen blijven volharden? Iemand als Bach, en met hem vele anderen, zouden waarschijnlijk nooit zo gedisciplineerd zijn geweest als ze niet tegelijk ook zo sterk gelovig waren geweest.

Enkele keren in de week haal ik mijn kleinzoon af van zijn school. Hij zit op een openbare dorpsschool. In hetzelfde gebouw is ook een christelijke school. Op het schoolplein staan de ouders, gescheiden van elkaar. Het valt me op dat de “Openbare” ouders in het algemeen volkse typen zijn, die je wantrouwend aankijken: “jou ken ik niet, je bent denk ik niet van het dorp”. Met uitzondering van enkele islamitische gesluierde vrouwen, die me open aankijken en vriendelijk groeten. Ook de christelijke vrouwen van ietsjes verder groeten me als ik hen aan kijk. Het is dus meer dan discipline. Het is ook een mensvriendelijke benadering van de medemens.

Natuurlijk is dit alles nu enigszins zwart-wit geschetst door mij. Ik zelf ben niet gelovig en probeer desondanks een open en vriendelijke houding aan te nemen naar iedereen. En ik ben ook behoorlijk gedisciplineerd. Dat zit in mijn aard maar daarnaast heb ook ik zeker van mijn zesde tot mijn veertiende hele tijden wekelijks in de kerkbanken doorgebracht. Godsdiensten hebben als functie dat ze de mens in een werkbaar sociaal kader proberen te plaatsen. Maar het is makkelijker om lui te zijn. En geld, aandacht, liefde aan een ander geven lijkt op het eerste gezicht ten koste te gaan van jezelf. Dus als je niet gelooft lijkt het leven een stuk makkelijker. Om mensen bij het geloof te houden moet je van alles organiseren. Je moet hen bijna indoctrineren met bepaalde denkbeelden. Als een orthodoxe christen gaat studeren dan kan hij onder andere kiezen voor de VU van Amsterdam of voor de Universiteit van Utrecht. Ik citeer weer Maarten van Rossem: ‘ De Vu is een wolf in schaapskleren. Ze stellen zich daar voor als een christelijk instituut, maar ze zijn het niet! Dan kun je maar beter naar Utrecht gaan. Dat instituut is gewoon een duivelse instelling, maar dan weet je het en kun je overal beducht voor zijn.’ De jongens uit Barneveld gingen geschiedenis studeren in Utrecht bij de grootste heiden aller tijden, Maarten van Rossem, en piekerden er niet over om naar die geniepige VU te gaan.

Verder moet je zorgen dat er een breed sociaal netwerk is van gelijkgestemden. Al je vrienden zitten daar. En daar ben je relatief veilig. Mocht je toch dreigen te ontsporen dan heb je nog een leger van ouderlingen die je komen opzoeken. En het grootste struikelblok dat je weerhoudt om de kerk te verlaten is het feit dat je dan in conflict dreigt te komen met je familie en vrienden. En zo houdt het netwerk zich aardig in stand. Is dat erg? Tot op zekere hoogte. Als de sociale druk te groot wordt dan kun je er aan onder door gaan. En als de denkbeelden van de gelovigen vrij ver gaan, zoals het afkeuren van homofilie, dan kun je er doodongelukkig van worden. Maar een groot deel voelt zich er wel bij. En heeft op tijd zijn examenstukken af en groet de medemens vriendelijk.

Deze bovenstaande  gedachten heeft Maarten van Rossem niet uitgesproken. Hij heeft het nauwelijks over het geloof gehad. Hij heeft er volgens mij geen enkel probleem mee, maar snapt er ook niets van. Veel mensen heeft hij een veeg uit de pan gegeven. Het meest lagen onder vuur Pim Fortuin, Mark Rutte en Sybrand Buma. De meest invloedrijke politicus van de laatste jaren was Geert Wilders. Waarom? Niet om wat hij zei maar omdat vanuit angst (voor kiezersgedrag) zijn gedachtegoed door steeds meer anderen is overgenomen, met als ergste voorbeeld Marc Rutte. Doe ’s normaal!

Maarten van Rossem heeft niet de illusie dat hij de 15% boze Nederlanders kan bereiken. Hij heeft een stukje mogen schrijven in het blad dat Leefbaar Rotterdam uitgeeft. Deze reactie vond hij nog het meest netjes: “Maarten van Rossem is gewoonweg een beschimmeld fossiel”, waarop hij nu de zaal als repliek gaf dat een van de kenmerken van een fossiel is dat alle organische materiaal zodanig is omgezet dat er geen schimmel meer op kan leven.

Ik geloof niet dat mijn denkbeelden veel veranderd zijn afgelopen vrijdag. Alles wat Maarten van Rossem zei was uit mijn hart gegrepen. Zoals “meer invloed geven aan de burger door het versterken van het referendum of de gekozen burgemeester”. Hij moet er niets van hebben. Ik ook niet.

Ik zit dus weer nog wat lekkerder in mijn cocon. Daartoe zijn we enigszins gedoemd. Maar medemenselijkheid, openstaan voor anderen en andere culturen, daar moeten we nog steeds ons best voor blijven doen. Ook al horen we dat niet elke week op de preekstoel en geloven we niet in een afrekening na onze dood.

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 1 reactie