Fugetta

Een Fugetta is een kleine fuga. Maar wat is een fuga? Als je klassieke muziek studeert op een conservatorium dan leer je dat. Zo las ik dat de Litouwse kunstschilder en componist Ciurlionis in 1901 en 1902 compositieles en contrapuntles had in Leipzig. Leipzig was samen met Parijs het Mekka van de muziekstudie. Mendelssohn had er in 1843 het eerste conservatorium van de wereld gesticht, zijn aanpak zette de toon en diende tot  voorbeeld voor vrijwel alle conservatoria nadien, ook dat van Parijs. Elke student kreeg bijvoorbeeld les in harmonieleer en contrapunt. En in het schrijven van fuga’s.

De lessen contrapunt kwamen overigens voort uit een lange traditie. De eerste contrapunt-methode werd geschreven door Fux (1660-1740), een Weense componist en theoreticus. Hij ontwierp een model en als je dat volgde kon je je als student stapje voor stapje de contrapuntische stijl van Palestrina eigen maken: Gradus ad Parnassum. Bach (1685-1750) gaf ook les in compositie. Zijn leerlingen begonnen met het schrijven van een vierstemmig stukje  naar het model van Bachs eigen koralen. Zij kregen bijvoorbeeld een of meer van de partijen – sopraan, alt, tenor en bas – en moesten de rest aanvullen. Alle partijen moesten een duidelijke melodische lijn hebben. Beethoven zegt later dat het schrijven van fuga’s geen kunst is. Hij had er tijdens zijn studietijd dozijnen geschreven, in opdracht van een privé-docent.  Maar een fuga met een poëtische inslag, dat was een ander verhaal, zo zei hij. Enkele van zijn schoolfuga’s zijn later uitgegeven, maar juist de fuga’s met dat poëtische tintje werden een belangrijk onderdeel van talrijke composities. Of vormden daarvan zelfs de basis, zoals het geval is bij de “Groβe Fuge”.

Mendelssohn in Leipzig greep echter terug op de techniek en stijl van Bach en liet deze tot de standaard worden op zijn conservatorium. Er ontstonden zelfs wedstrijden in het schrijven van schoolfuga’s. Deze traditie bestaat op dit moment in Parijs nog steeds… Een van de belangrijkste theoretici in Leipzig na de tijd van Mendelssohn was Jadassohn (1840-1902). Hij gaf ook les in harmonieleer en de basis van zijn lessen bestond uit het uitwerken van becijferde bassen.

jadassohn1

jadassohn2

Becijferde bassen stammen uit de tijd van de barok. Klavecinisten kregen een bas met cijfertjes. Die gaven aan welke samenklanken boven die bas  moesten klinken, niet gedacht vanuit de grondtoon van akkoorden, maar vanuit de gegeven bas. Deze cijferaanduiding werd nu de basis om leerlingen een goede stemvoering aan te leren.

In 1920 kwam de harmonieleer van Schönberg uit. Hij was de eerste die vond dat de methode met becijferde bassen eigenlijk niets met harmonieleer te maken had. Harmonieleer zou niet moeten gaan over stemvoering, maar over de werking van akkoorden. In plaats van becijferde bassen kwam het systeem van trapsymbolen in zwang. Buitengewoon vernieuwend was vooral ook dat Schönberg de oefeningen door zijn studenten zelf liet ontwerpen, ze waren zo van het begin af aan aan het componeren. Het boek bevat dan ook geen opgaven, maar wel voorbeelden.

schoenberg1

Nadat Jadassohn zijn harmonieleer geschreven had begon hij ook met een boek over contrapunt en een boek over het schrijven van fuga’s. Ciurlionis heeft waarschijnlijk vooral lessen gehad waarbij dat laatste boek gebruikt werd, dat boek dat toen pas net was uitgegeven. Er zijn inmiddels tientallen fuga’s van Ciurlionis opgedoken en die zijn als pianostukken uitgegeven. Maar wat ik heerlijk vind: het zijn geen fuga’s in barokstijl, maar het zijn fuga’s in een meer chromatische stijl zoals deze in die tijd ook door mensen als Bartok werd gehanteerd. Desondanks is de bouw heel duidelijk geënt op de bouw van een fuga zoals Bach die geschreven zou kunnen hebben.

Hoeveel lessen Ciurlionis van Jadassohn gehad heeft is niet bekend. Jadassohn stierf in februari 1902, in de tijd dat Ciurlionis pas hooguit een jaar op het conservatorium zat. Intussen had hij ook nog compositielessen van Carl Reinecke, die toen trouwens ook al behoorlijk op leeftijd was.

Hieronder een kleine fuga, een zogenaamde fugetta, van Ciurlionis, waarschijnlijk geschreven in opdracht van Jadassohn. De middenstem begint als eerste, dan komt de bovenstem in de dominanttoonsoort (maat 6), daarna de bas weer in de hoofdtoonsoort (maat 12). Na vervolgens een divertimento (een deel waarin het thema ontbreekt en waarin allerlei sequenzen gespeeld worden, maat 18-24) komt er nog slechts één laatste inzet in de bas (maat 25) en die staat uiteraard weer in de hoofdtoonsoort. Deze fugetta wordt naar mijn idee opeens wel erg plotseling afgesloten, een beetje vreemd. Desondanks vind ik het toch een aardig stukje.

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ciurlionis

De meest bejubelde componist van Litouwen is Mikalojus Konstantinas Ciurlionis. Op de klassieke zender in dat land zijn voortdurend stukken van hem te horen. Hier is dat niet zo. Hoe kan dat?

De vader van Ciurlionis was organist in Druskinieki. Hij werd ontslagen omdat hij op straat Litouws had gesproken. Zijn vrouw, een Duitse, was daarover zo kwaad dat ze haar naam “Ratman” “verlitouwde” tot Raimanaitė. Druskinikie in het zuiden van Litouwen hoorde toen bij Rusland, we hebben het over het einde van de negentiende eeuw. Een dochter, Jadvyga, ging muziekgeschiedenis in Moskou studeren, doorliep de conservatoria van Leipzig en Berlijn en werd de eerste etnomusicoloog van Litouwen. Haar oudere broer Mikalojus Konstantinas was een muzikaal wonderkind dat op zijn negentiende in Warschau piano en later ook compositie ging studeren. (1893-1899). Over deze zoon gaat dit artikel.

In Warschau studeerde hij af met een compositie voor koor en orkest, “de profundis”. In 1901 kwam twee jaar na zijn studie in Warschau zijn orkeststuk “het bos” klaar. Hij leefde in die tijd van het geven van pianolessen aan adellijke personen. Op zijn zes en twintigste wilde hij nog meer leren en vervolgde zijn opleiding compositie in Leipzig (1901-1902) bij Reinecke en Jadassohn. Daar schreef hij onder meer de ouvertüre Kestutis, een fuga voor strijkorkest, en een strijkkwartet met vier delen. Hij schilderde in deze tijd al voor zich zelf maar wilde zich ook daar meer in bekwamen. In 1904 liet hij zich inschrijven op de tekenschool van Warschau waar hij lessen kreeg tussen 1904 en 1906. Wat zal hij trouwens meegemaakt hebben van de revolutietijd van 1905 en 1906, die ook in Warschau gevolgen had? Vanaf half oktober 1905 en de opening van de eerste Doema (april 1906) waren volgens de autoriteiten ongeveer 15.000 mensen geëxecuteerd en – naar schatting – 20.000 mensen doodgeschoten of verwond tijdens de gevechten. Ook waren in die periode zo’n 45.000 mensen gedeporteerd. In Warschau werden 93 ongewapende demonstranten doodgeschoten door regeringstroepen. Maar Curlionis bleef schilderen en intussen bleef hij ook componeren. Hij leefde nog steeds van zijn privépraktijk met het geven van pianolessen. Zijn composities leverden hem niets op en werden ook niet uitgegeven. Met zijn schilderijen had hij al snel meer succes. Tegenwoordig is het eerder andersom: er staan ongeveer 250 composities op zijn naam en 300 schilderijen. In Litouwen is hij de meest gevierde en bejubelde componist.

Tijdens al deze roerige tijden trok hij zich op een gegeven moment in zijn eigen wereld terug. Hij ging de bijbel, oude Hindoestaanse geschriften, de werken van Tagore, Ruskin, Wilde, Kipling, Merezhkovsky en anderen lezen. De tekenacademie gaf hem een prijs voor zijn cyclus van zes schilderijen genoemd “de storm”, dat handelde over het spirituele gevecht van de mens tussen goed en kwaad. En een lichtpunt, dankzij juist deze revolutie werd het culturele leven in Rusland, dus ook in Litouwen, opeens veel milder. Ciurlionis verhuisde naar Vilnius waar hij na een tijd trouwde. Twee jaar na zijn huwelijk in Vilnius liet hij zijn zwangere vrouw achter en vertrok naar Leningrad om te kijken of daar meer mogelijkheden waren voor zijn kunstenaarschap. Hij deed nog mee aan een tentoonstelling maar werd ziek en werd opgenomen in een sanatorium. Een jaar later overleed hij op 10 april 1911, net toen hij leek te beteren, aan een longontsteking, nog maar pas 35 jaar oud.

Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden een aantal van zijn composities uitgegeven. In 1990 maakte Litouwen zich als eerste Baltische staat los van Rusland. Sindsdien zijn er steeds weer composities van hem opgedoken en zoals gezegd: inmiddels is hij in Litouwen hot. Hoe moet je zijn muziek en ook zijn schilderijen duiden? Het is meer dan impressionisme, er zit net als bij Debussy vaak een lading bij. Hij moet daardoor eerder bij de symbolisten worden gerangschikt dan bij de impressionisten. De meeste werken stammen uit de periode 1903-1909 en vooral de werken die hij schilderde in Vilnius en Leningrad hebben de meeste diepgang. Het grootste deel van zijn schilderijen is te zien in een speciaal aan hem gewijd museum in Kaunas, de vroegere hoofdstad van Litouwen.

schilderij

sprookje

Wat hem ook bijzonder maakt: hij dacht in kleuren en elke kleur betekende iets voor hem. En dat probeerde hij ook in zijn muziek te vertalen. Bij zijn muziek, zeker bij zijn orkestwerken, was het visuele en vooral ook het kleurenaspect een belangrijk onderdeel. Misschien is dat nog het meest te horen in zijn nog enigszins vroege werk “het bos” en in het volwassen werk “de zee”. (Jura).

Bij het luisteren naar “het bos” kun je op youtube een mooie collage zien van een aantal schilderijen, uit zijn belangrijkste schilderijen cycli.

Het bos (Miške), 1901

De zee (Jūra), 1907

Bij deze film op youtube zul je alle aspecten van de zee vooral in gedachten moeten proberen te visualiseren, al luisterende naar dit geweldige stuk.

Ciurlionis is ten onrechte nog steeds erg weinig bekend in het westen. Zijn schilderijen ga ik van de zomer zien in het museum van Kaunas. En meer van zijn muziek zal ik daar vast op de radio gaan horen!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Op zoek naar het oneindige

-‘Ik ga een heel oude wetenschapper tekenen….. ‘Opa is dit een oude wetenschapper?’

oude wetenschapper-‘Dat zou best wel eens kunnen. Hij heeft zulk lang haar.’
-‘Deze is nog ouder dan Christiaan Huygens. Waarom hadden die mensen vroeger zulk lang haar?’
-‘Dat vonden ze toen mooi. In de tijd van Christiaan Huygens droegen de mensen heel vaak een pruik.’
-‘Wat is dat, een pruik?’

Ik legde hem uit wat een pruik was en hoe die gemaakt werd. We keken nog naar wat plaatjes en zagen ook de mooie boorden uit die tijd. Toen tekende hij een dier naast zijn eigen wetenschapper.
-‘Snap je opa? ‘
Ik keek hem niet begrijpend aan.
– ‘Een paard, want ze hadden toen nog geen auto’s. ‘
Vervolgens tekende hij links onder een aantal getalletjes.
-‘Wat staat daar opa?’
-‘Daar staat 1.’
-‘Huh, dat kan toch niet, daar staan heel veel nullen bij. Er staat denk ik triljoen.’
-‘De nullen staan er vóór, dan betekenen ze niets. Ze moeten áchter de een staan. Je leest altijd van links naar rechts.’
-‘Dat maakt toch niet uit?’
-‘Dat maakt wel uit. Als ze ervoor staan doen de nullen niet mee en staat er gewoon 1.’
Rechts tekende hij nu de goede volgorde.
-‘Daar staat duizend’ zei hij. Zo lang is dat al geleden toen deze wetenschapper leefde. Duizend jaar.’
-‘Klopt, daar staat duizend. Maar kijk, het streepje boven aan de 1 moet je net aan de andere kant maken.’
-‘O ja.’ Hij verbeterde het.

Even later komt hij naar me toe en vraagt, met in zijn hand een denkbeeldig iets:
-‘Opa zie je hier met deze microscoop dat quark-deeltje?’’
Ik kijk zogenaamd heel intens in die onzichtbare microscoop maar zeg dat ik het helaas niet kan zien.
-‘Kijk daar!’ Hij wijst enigszins ongeduldig naar een plek in de lucht. Ik kijk nog eens intensief.
-‘Ja hoor, ik zie iets. Maar dat is volgens mij een bacterie.’
-‘Nee, je moet beter kijken!’
-‘Ja, nu je het zegt, maar volgens mij is het een atoom.’
-‘Nee, nee, kijk nóg maar eens’.
Na enig turen denk ik inderdaad een quarkdeeltje te zien. Hij loopt, opgelucht dat ik het gezien heb, weer weg met zijn microscoop.
Een tijdje later gaat hij balletjes naast elkaar leggen, in een lange rij. De laatste keer dat hij dat deed is denk ik zeker een half jaar geleden. Dit deed hij vroeger heel vaak, ik denk al vanaf dat hij twee of drie jaar oud was. In het begin legde hij dan keurig op een rijtje in de goede volgorde de planeten van ons zonnestelsel. Later kwamen daar de dwergplaneten bij en ook legde hij heel kleine steentjes er tussen, dat waren onderdelen van de asteroïdengordel. Nog later ging hij ze anders groeperen, in volgorde van grootte. En nog later ging hij in plaats van planeten sterren neerleggen in volgorde van grootte, tot de allergrootste: UY Scuti.

exoplaneten-‘Kijk eens opa wat hier ligt. Dit is Proxima Centauri, en dat is Alpha Centauri en dat is Trappist 69, Trappist 142, Trappist 174 en Trappist 194.’
Hij wees van rechts naar links eerst twee sterren en daarna een aantal exoplaneten aan.
-‘En deze hier, dat zijn planeten die nog niet ontdekt zijn. Die hebben nog geen naam.’
Hij wees naar het rijtje links van de balletjes die hij al benoemd had.

Voor het naar huis gaan mogen de kleinkinderen altijd een youtube-filmpje kijken bij opa of oma op schoot, op de tablet. De laatste tijd wil hij altijd een film met treinen zien. Maar vanavond wilde hij weer een film over het heelal zien, een film met objecten van klein naar groot. De bijbehorende muziek wordt steeds intenser en complexer, hoe dichter je komt bij de uiterste afstanden van het universum. Het filmpje was afgelopen.
-‘Kom we moeten nog logopedie-oefeningetjes doen.’
-‘Maar dan kan ik niet zingen!’
Ik keek hem even verwonderd aan.
-‘Nee, dat kan dan niet. Maar daarna kun je nog zoveel zingen als je wilt.’

Terug naar huis in de auto begon hij te zingen. Hij zong de muziek van het filmpje dat hij net even eerder had gezien. Op het einde zong hij met zijn prachtige stem de modulaties en ging, toen helemaal op het einde de film bij het multiversum was aangekomen, ook zelf tot het uiterste. Het klonk als de koningin van de nacht, oei wat hoog, een Gis twee gestreept, maar hij haalde het nog net. Hij zong door tot afstanden die je niet meer kon zien. Hij zong naar dingen toe die nog nooit iemand had gezien. Hij zong met zijn hoofd in de wolken tot voorbij alle quarkdeeltjes, tot in het oneindige.

In de film klonk dat laatste stukje zo:

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Een verjaardag en een bruiloft

Oma was jarig en van al haar drie kleinkinderen kreeg ze een tekening. Die voor mijn eigen verjaardag in april hangen ook nog steeds op een prominente plaats in de keuken, daar kunnen deze nu bij geplaatst worden. Het is leuk om er naar te kijken en de eigenheid van elk kind in elke tekening te zien.

proficiat1

De jongste kleindochter tekent met grote gebaren, zoals hoort bij haar leeftijd, twee en een half jaar oud. Ook vindt ze het leuk om aan vlakvulling te doen, dus veel strepen op een kluitje. Zij is een echte actrice, dus die grote gebaren vind ik ook op een andere manier bij haar passen.

proficiat2

Het middelste kleinkind wordt eind augustus vier jaar. Dan gaat hij naar school. Sinds enkele maanden tekent hij behaarde koppoters met een vriendelijk gezicht. Neus en ogen zijn even groot, een puntje, maar de mond wordt weergegeven door een brede, zwierige, lachende lijn. Op deze tekening staat rechts oma en links hijzelf. Ook is hij zo te zien de laatste tijd druk bezig met het tekenen van een hand met vingers. Hier tekent hij de vingers deels door oma heen, maar stopt dan toch bij de lijnen van been en voet. Hij is zich waarschijnlijk opeens bewust dat hij de tekening van oma dreigt te verstoren. Het zijn tekeningen waar ik altijd erg blij van wordt. Ook dat past bij hem. Hij is een levenslustige jongen die barst van de energie en die bijna altijd vrolijk is.

bruiloft1De derde tekening is gemaakt door onze oudste kleinzoon die een maand geleden zes jaar is geworden. Hij is een waar tekentalent. Hij is verliefd op een meisje uit zijn klas met wie hij later wil trouwen. Maar “zogenaamd” zijn ze onlangs getrouwd, in aanwezigheid van een ander vriendinnetje. Zij mocht bruidsmeisje spelen. Het hele tafereel is op deze tekening vastgelegd. In de oud-katholieke kerk van Schoonhoven is een rode loper gelegd voor het bruidspaar. Rechts boven zien we een glas in lood-venster en links is de toegangspoort van de kerk. Naast de loper, bruin, zit een klein mannetje in een rolstoel naar het tafereel te kijken. Ook op deze tekening hebben zowel het bruidsmeisje als de bruid en bruidegom een brede glimlach. De bruid heeft een prachtige sleep en houdt een bos bloemen in haar hand. De bruidegom heeft een mooi pak aan, waarschijnlijk heeft hij iets dergelijks gezien bij Willem-Alexander. Je ziet hem lopen en met zijn rechterbeen naar voren schrijden. Vanwege de sleep moet dat in gepast tempo, voetje voor voetje. Het bruidsmeisje lijkt wel hoge hakjes te hebben. Verder zien we onder meer drie Nederlandse vlaggen en heel veel kleine oranje vlaggetjes. Dit is ook een tekening om heel blij van te worden.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 7 reacties

Viaduct

Mijn oudste kleinzoon zit lekker te tekenen op een stuk papier dat op het tafeltje ligt vlak bij het raam in de trein. Opeens schrikt hij. En hij schrikt niet zo’n beetje ook! Angstig kijkt hij naar ons, opa en oma.
-‘Wat was dat?’
Oma legt uit:
-‘Dat kwam door die balken boven de trein. De trein ging door een viaduct en aan weerszijden waren balken. De zon scheen daarop en toen was het steeds even donker.’
We reden met de trein richting station Abcoude en vlak daarvoor was er een viaduct. In de trein leek het alsof je door een korte tunnel reed. Maar het meest opvallende was het flikkeren dat ontstond, voor en na de tunnel. Het flikkeren dat veroorzaakt werd door het zonlicht, onderbroken door die balken.

Mijn kleinzoon was er niet gerust op. Op de terug weg wilde hij precies zien hoe het in elkaar zat.
-‘Hoe ver is het nog naar Abcoude?’
Nu lette hij op, en ja, het was precies zoals oma het verteld had. Hij begreep waar zijn schrik vandaan was gekomen en was er nu niet meer bang voor.

Enkele dagen later vroeg hij mij toen hij weer bij ons was:
– ‘Opa, welk station was dat ook alweer?’
Ik ken hem inmiddels en vermoedde al wat hij bedoelde, maar ik vroeg toch om meer informatie.
-‘Welk station bedoel je?’
-‘Dat station met dat viaduct.’
-‘Ah, Abcoude.’
-‘Ja, dat bedoel ik. Ik wil dat station namaken. Kun jij me helpen opa? Hebben we een doos?’

viaduct

Samen gingen we aan de slag en fabriceerden een viaduct en iets dat deed denken aan de balken. De trein kon er onderdoor rijden en hij stelde zich voor hoe de zon er van boven af op scheen. Het is iets dat hij graag doet. Situaties naspelen of natekenen. Zo krijgt hij er grip op. Vooral als hij ergens bang voor is helpt dat. En hij heeft er ook nog eens veel plezier van!  Leuk is ook dat hij zelf op dat idee komt. Zoals hij een tijdje geleden ook die enge rups van de kermis ging tekenen. Maar met deze wetenschap kunnen zijn opvoeders hem ook bewust proberen te helpen als hij ergens erg bang voor is.

-‘Opa, waarom zijn die balken er bij dat viaduct? Heeft elk viaduct dat?’
Hij wil meer weten, is pas tevreden als hij helemaal weet hoe het zit. Ik vind dat erg leuk en wil het zelf dan gelijk ook weten. Maar ik weet het niet. Ik moet er samen met mijn kleinzoon maar eens ter plekke naar gaan kijken. Wel heb ik al iets gelezen over T-liggers en omgekeerde T-liggers bij de aanleg van viaducten. Maar dat heeft er denk ik niets mee te maken. Wat dan wel? We gaan het zien!

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

De Tweede Maasvlakte

Er bestaan zeeschepen ter grootte van een flatgebouw. Deze varen ook naar Rotterdam en meren daar aan bij gloednieuwe havens. Daar worden ze gelost. Binnenvaartschepen, treinen, vrachtauto’s varen en rijden af en aan om alles op te halen en verder te vervoeren. De grootste overslaghaven van Europa wordt nog steeds groter, dankzij vooral dit nieuw gewonnen terrein op de Noordzee. Ik heb het over de Tweede Maasvlakte. Hoe is die aangelegd, welke industrie kun je daar vinden, hoe gaan industrie, natuur en recreatie hand in hand? Het gratis museum Futureland laat je daarmee kennis maken. Ondanks het feit dat de educatieve uitwerking wat mij betreft veel beter zou kunnen raak je onder de indruk van de grootsheid van alle projecten die al voltooid zijn en die nog ontwikkeld worden. Veel films vertellen er over. Je moet liefst wel de audiotour volgen met je eigen koptelefoon, want je hoort bij de meeste films geen geluid. En het beeld? Tja. Dat is in het algemeen veel te onrustig, je krijgt niet de tijd om iets echt tot je door te laten dringen, het is bijna allemaal erg vluchtig. Maar er is desondanks genoeg te zien, zoals allerlei objecten die van de Noordzeebodem tevoorschijn zijn gekomen toen deze werd drooggelegd. Tijdens de ijstijden was er immers geen water in de Noordzee en er zijn veel sporen van mens en dier uit die tijd terug gevonden. Maar vooral ook word je in dit museum gehersenspoeld met het succesverhaal van “the port of Rotterdam”.

Wij hebben behalve het museum ook nog het strand bezocht. Het gebied is immens en er is een groot strand met meerdere parkeerplaatsen aangelegd. Op dit kaartje (boven is het westen) zie je een deel van deze Tweede Maasvlakte met daarop het vrij toegankelijke stranddeel.

kaart

zee

Waar door de aanleg van dit gebied de zee bij Oostvoorne en Rockanje in een rustige baai is veranderd, ervaar je hier nog het onrustige klotsen van de Noordzee. Dat is aantrekkelijk voor diverse soorten watersporters. En voor de liefhebbers is er ook een groot naaktstrand.

Opeens zagen we vanuit het strand in de duinen een prachtig kunstwerk. Wat is dat?

kunstwerk

kunstwerk2

We liepen er naar toe. Het heet “de Zandwacht”. Het blijkt gemaakt te zijn ter gelegenheid van de afronding van de aanleg van de Tweede Maasvlakte in 2016. Geert van de Camp, een van de kunstenaars, zegt over dit werk: ‘We hebben ons laten inspireren door de manier waarop zand opwaait, de baan die het door de lucht beschrijft en hoe het weer neerdaalt. De Zandwacht toont een bevroren moment van hoe het landschap zichzelf vormt. Het is een in beton gegoten tekening in het duinlandschap die drie stadia van de vorming van het duin visualiseert. Doordat de Zandwacht bestaat uit een groot aantal elementen van verschillende grootte is het een complexe structuur. Door het grote oppervlak kun je door het object dwalen en zie je de Zandwacht en de omgeving steeds in een ander perspectief. De Zandwacht nodigt uit om stil te staan en te genieten van het weidse panorama. Het kunstwerk brengt een menselijke maat in een haast oneindig landschap van zand, zee en terminals

Al verder slenterende over het strand in zuidelijke richting kwamen we bij een grote inham die doorwaadbaar was. Dat deden we dus ook. Lekker soppen in het hier niet al te koude zeewater. En we stonden al snel oog in oog met een groep lepelaars.

lepelaars

Op dat punt waren we ook bij de niet toegankelijke slufter, een depot waar verontreinigde bagger wordt opgeslagen. Net buiten de duinen loopt een rondweg, een soort boulevard van waaraf je op veel plaatsen een mooi hoog uitzicht hebt over duinen, strand en zee. Prachtig: vanaf hier zag je ook zandbanken met allerlei vogels, vooral ook aalscholvers en een enkele zeehond. Je hebt wel een verrekijker nodig! En mooie bloemen langs de boulevard waarbij het slangenkruid het meest in het oog springt.

zandbank

aalschovers=-zeehond

bloemen

De stranden waren ondanks het mooie weer nog erg leeg. Eten en drinken zul je zelf mee moeten nemen. Wel zijn er al overal vuilnisbakken, en op enkele plaatsen kleedhokjes en toiletten. De recreatiezone zal nog verder ontwikkeld worden en vooral ook ontdekt gaan worden. Desondanks vermoed ik dat het op de A15 van de zomer best al wel eens druk zou kunnen worden…

Geplaatst in maatschappij, natuur, recensie | Tags: , , , , , | 1 reactie

Rituelen

Mensen met autisme houden van rituelen. Als alles iedere keer hetzelfde is dan houden ze grip op hun leven. Zonder dat wordt de toch al bestaande chaos in hun hoofd nog groter. De omgeving dient dat te accepteren. Zo is er het ritueel van terug naar huis gaan vanuit opa en oma. Eerst plassen en handen wassen, dan eten, dan opruimen, dan filmpje kijken, dan schoenen en jas aan: naar huis. Geen enkel probleem, ook dat opruimen niet. Het hoort bij het ritueel. Als er een keer iets tussen komt en je dreigt het ritueel te moeten veranderen dan is het zaak om dat zeer tijdig aan te kondigen en uit te leggen. Dan lukt het meestal ook nog wel. Maar bij heel plotselinge dingen gaat het meestal mis. We komen thuis en papa of mama zijn er nog niet.  Of je had beloofd om nog te voetballen maar er is geen tijd meer voor. Tranen met tuiten. En gaan we met de trein, een van de leukste dingen die er voor hem zijn: opa moet altijd zijn treinpet op zetten.  Zo kent hij me van de eerste keer. Dat hoort bij het ritueel. Een onschuldig ritueel waar hij een blij gezicht van krijgt en waar ik graag aan mee doe. Alle dingen moeten in een vaste context staan om er grip op te hebben.

In zijn wereld blijken ook donker getinte mensen voor te komen. ‘Wat zien die er vreemd uit, hoe komt dat? En waarom zijn die hier?’ Ze zijn voor hem vreemd. Als je niet uit kijkt wordt hij om die reden boos op een Surinamer. Zo voelde hij zich bij het zwembad zeer ongemakkelijk naast een donker getint meisje met kroeshaar. Samen met hem heb ik aan haar gevraagd waar ze vandaan komt. Dat hielp. En er mag geen buitenlandse taal worden gesproken. Vooral niet door zijn ouders. Dat doet hem denken aan de zomervakantie. Hij verstaat het niet, weet niet wat er gezegd wordt, verliest grip op de omgeving en wordt daardoor ontzettend boos. Maar er zijn ook heel handige rituelen. Als je over straat loopt of fietst dan stop  je voor het oversteken en wacht tot iedereen er is. Samen kijken, komt er niets aan? Mooi zo. Een  ritueel dat je als opvoeder uiteraard koestert.

Vanaf het moment dat zijn jongste zusje twee en een half jaar geleden geboren is raakte hij sterk gericht op baby’s. ‘Och.., kijk nu toch.., oooh, wat lief..’ Dat soort geluidjes dat je ook van volwassenen hoort ging ook hij maken. En hij liep op elke baby af en vond die erg schattig. De meeste mensen vonden hem ook erg schattig. Tot nu toe is er niets aan de hand zul je zeggen. Maar het begon al wat minder schattig te worden toen hij te dicht bij die baby’s en later ook bij peuters kwam. Zijn zusje als eerste moest daar niets van hebben en begon te gillen of sloeg hem weg. We legden hem uit dat hij niet te dicht bij kleine kindjes moest komen omdat ze dan heel vaak bang werden. Dat vond hij erg moeilijk. Zijn zusje, daar weet hij het nu van. Het gaat goed en af en toe lopen ze zelfs hand in hand. Maar andere kleine kindjes…. Sinds enkele weken is het steeds meer uit de hand aan het lopen. Hij kijkt geobsedeerd naar kleine kinderen, gaat er onmiddellijk op af en gaat rare bekken trekken en rare geluiden maken. Anderhalve week geleden toen ik hem van school haalde reageerde hij onderweg naar logopedie al  op die manier op enkele kleine kinderen. Ik stopte en verzon om het over een andere boeg te gooien. Ik besloot om niet te zeggen wat hij niet mocht doen maar hem een positief handvat te geven: hoe doe je het wel. Ik stelde voor om op het kindje af te stappen en te zeggen: ‘ik ben huppelepup (zijn naam), hoe heet jij’, of bij een klein kind dat nog niet kan praten: ‘wat heb jij mooie haren zeg!’ Na afloop van de logopedie terug in de auto zag hij alweer een klein kind en hij begon gelijk gekke geluiden te maken en gekke bekken te trekken. Ik stopte zo gauw ik kon de auto en zei dat ik niet verder zou rijden omdat hij het weer deed. Dat maakte indruk. Daarna heb ik hem nog eens laten herhalen hoe hij het wel kon doen.

Enfin, ik begreep van zijn moeder dat het allemaal niet hielp, dat het nog steeds net zo erg was. Afgelopen weekend logeerde hij bij ons, twee van zijn grootouders. We gingen naar het planetarium en naar de dierentuin van Artis. Allemaal superleuke dingen voor hem, ook al omdat we er heen gingen met de trein en met de tram. Het was zondagochtend vroeg en overal was het nog zeer rustig. In de trein, in de tram en ook in Artis. De film over het heelal had hij in een iets andere versie al een keer eerder gezien, maar desondanks was hij weer onder de indruk. Na afloop waren er in de dierentuin al meer mensen, meer kinderen, onder wie ook veel kleine kinderen. En ja hoor: het ritueel van gek doen en er op af lopen en grimassen trekken begon weer. Ik probeerde hem nog eens rustig uit te leggen: ‘wat kun je tegen zo’n kindje zeggen?’ Het leek nauwelijks tot hem door te dringen en het gedrag bleef hetzelfde. Uit spontane frustratie zei ik iets dat ik normaal nooit zeg: ‘als je het nu nog een keer doet dan krijg je géén saucijzenbroodje!’ Hij was stil. Bij het volgende kleine kindje zag ik hoe hij zich liep te verbijten maar hij deed niets. En bij weer een kindje, en nog een. We prezen hem van alle kanten. En we hebben nog ruim een uur rondgelopen en staan kijken bij diverse dieren, vooral ook bij de zeeleeuwen. Toen ging hij in het zand zitten bij de stenen dinosauriërs. Helemaal alleen. En hij maakte een kasteel. Hij werd zienderogen rustig. We liepen verder. Hij keek nu niet eens meer om naar andere kindjes! We gingen spelen bij een speelterrein met een enorme zandbak. Er was nog een jongetje.
– ‘Zullen we een dier nadoen?’
– ‘ Ja, een zeeleeuw!’

zeeleeuwHij speelde een zeeleeuw in het water, die zich verstopte, die lekker kon zwemmen en die precies hetzelfde geluid maakte zoals hij dat zonet nog gehoord had, helemaal echt. Zwemmen door het zand voelt heerlijk, en als een andere zeeleeuw zand op je benen strooit is dat nog lekkerder. Daarna hebben we een saucijzenbroodje gegeten. En uiteindelijk liepen we naar de uitgang. Alle kindjes liet hij nog steeds met rust en ik kreeg de indruk dat dat nu zonder moeite ging. Toen struikelde hij en begon te huilen. Van moeheid. Ik tilde hem op schoot en hij omhelsde mij met beide armen en ontspande daarbij volledig. Ik heb hem gedragen tot bij de halte van de tram. Intussen kletste hij aan een stuk. Over van alles, vooral over dingen van het heelal. In de tram was het druk. Naast een nogal brede meneer was er nog een plekje.
‘Ga daar maar zitten’, zei mijn vrouw. Maar hij tikte de meneer op zijn schouder en vroeg:
– ‘Mag ik bij het raampje zitten?’
– ‘Maar natuurlijk. En wilt u misschien naast hem zitten mevrouw?’
– ‘Wat aardig.’

Richting CS keek hij alleen maar naar buiten. Af en toe vertelde mijn vrouw iets tegen hem wat er te zien was. Maar hij keek vooral naar allerlei dingen die hij misschien zou kunnen tekenen. In de trein zat in de coupé naast ons een vrouw met een klein meisje. Hij reageerde totaal niet op haar. Hij probeerde wel nog even te tekenen maar was al snel te moe. Mijn vrouw droeg hem naar de auto. Bij zijn ouders aangekomen viel hij na het eten op de bank in slaap.

De hoop was dat het nu beter zou gaan. Ik hoorde via de app dat het vanochtend op school alweer mis was gegaan toen hij een klein kindje zag. Maar toch, ik blijf positief. Het is niet makkelijk. Wat ik vooral voel  is dat zijn dwangstoornis om te buigen valt. Zijn rituelen mogen blijven. Ik zet met liefde mijn treinpet op. Maar zijn hoofd moet niet te vol raken. Dan wordt het heel moeilijk om zijn dwang te weerstaan of om die om te buigen naar iets dat meer acceptabel is. Ach, wat doet hij toch zijn best. En hij kan zo veel. En daarbij: hij is zo ontzettend lief.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stroomstoring

Het is nu al weer twintig jaren geleden dat we op Kreta een prachtig gelegen huis van een particulier huurden. Het huis lag boven op een heuveltop en we hadden een schitterend uitzicht over de vallei. Al snel bleek dat er slechts enkele uren per dag stroom was. Dat was normaal in die regio. Een koelkast was er daarom ook niet.  De schappen bij de kruidenier van het nabijgelegen dorp Krousonas puilden uit met blikken groenten, vlees en vis.  Bijna iedereen had trouwens ook een moestuin en een of meer geiten en kippen. De beesten liepen daar overal rond, gewoon midden in het dorp.

geitenWe reden een keer het dorp in. Daar moest je niet alleen heen om boodschappen te doen maar de doorgaande weg liep er ook dwars doorheen. Midden in het centrum, in een bocht,  stonden twee auto’s stil. Wat bleek: twee mensen hadden elkaar daar ontmoet. Een auto kwam van de ene kant, de ander van de andere kant. ‘Lang niet gezien, hoe is het met je’, je kent het wel. Het werd een gezellig praatje met de raampjes open. Heel gemoedelijk stonden de auto’s met hun bestuurders zij aan zij. Wij en andere auto’s wachtten geduldig totdat de heren uitgekletst waren. Het was heel normaal. Een openbaring: zo kun  je ook leven. Ik heb daar jammer genoeg geen foto van, wel van de aanblik van het centrum van het dorp.

krousonasOns huis had extreem dikke muren en het bleef daardoor  koel. Het was zomer, dus het was lang licht en warm genoeg om ‘s avonds lang buiten te zitten. De eigenaar kwam enkele keren in die week langs met lekkere stukken gegrild vlees en met flessen raki.  We hebben zo gauw we door hadden hoe het daar werkte alles voor lief genomen en er  een mooie vakantie van gemaakt. En passant kregen we ook een nieuw beeld op de buitenlandse politiek doordat dingen daar heel anders verteld werden. Het was ten tijde van de Kosovo oorlog. Het westen steunde toen het islamitische bevrijdingsleger van Kosovo, het UÇK en stond tegenover het leger van Joegoslavië. Niet zo de Kretenzers, die fel anti-islam waren. Logisch vanuit de Griekse en Kretenzische geschiedenis.  Je merkte dat je snel was geïndoctrineerd als je niet uit keek, het klonk allemaal heel logisch. Desondanks bleven we die week toeristen, maar we proefden toch een beetje aan het leven van de autochtone bevolking.

Wat gebeurt er als als in heel Nederland de stroom uitvalt?

De Nos berichtte hierover zaterdag in een artikel: in de directe omgeving gaat het licht niet meer aan en heb je geen internet of televisie meer. Als je op drie hoog of hoger woont kun je de wc nog maar één keer doortrekken, doordat de waterdruk wegvalt. In de openbare ruimte zijn er ook veel voorzieningen waar je niet meer op hoeft te rekenen. Pinnen kan niet, waardoor de supermarkt nauwelijks meer functioneert .Treinen vallen midden in weilanden stil. Trams en metro’s rijden ook niet meer. Spoorbomen gaan niet meer open of dicht. Tanken kan niet en verkeerslichten vallen uit. Het gsm- en 4G-netwerk doen het nog maar 2 tot 3 uur. Daarna zijn de accu’s die die netwerken in de lucht houden leeg. Vanaf dat moment is je smartphone alleen nog functioneel als zaklamp. Je internetverbinding thuis is er al mee gestopt, omdat de router geen stroom meer krijgt en na een paar uur vallen ook de wijkcentrales uit. Sommige noodaggregaten van ziekenhuizen houden het niet langer dan 24 uur uit, andere kunnen nog tot maximaal twee weken stroom leveren.

Half Nederland loopt nu al te klagen als er een trein uitvalt of als er enkele uren bij Albert Hein niet gepind kan worden. Maar zoals geschetst zijn dat niemendalletjes vergeleken met wanneer een catastrofe als hier boven geschetst zich voordoet. ‘Het elektriciteitsnet kan door  kwaadwillenden  van buiten af plat gelegd worden. Makkelijk is dat niet’, verzekeren experts, ‘maar ook niet onmogelijk’. Hoe pakken we de gevolgen van zo’n ramp landelijk aan? ‘Eigenlijk zou je het elektriciteitsnet een dag plat moeten leggen om daar achter te komen. Maar dat zullen we maar niet doen, het zou een complete ramp zijn’, zegt een deskundige. De Nederlander is in dat geval voor een groot deel aangewezen op zijn eigen zelfredzaamheid. Enkele dagen gaat dat nog wel lukken bij de meesten.

Mijn vader had sinds de tweede wereldoorlog in ons schuurtje nog een kacheltje staan dat hij zo nodig zo zou kunnen aansluiten op de schoorsteen. Het kacheltje brandde op hout of kolen en je kon er ook op koken. ‘Voor de zekerheid’, zei hij altijd, ‘je weet maar nooit’. Het is nooit nodig geweest.

In de zomer hebben we altijd veel gekampeerd. Zonder stroom. We kookten op een eenpitsgasstelletje, lekker primitief, heel lang zelfs kampeerden we zonder stoelen. Ik had er lol in om als broodbeleg bosbessen, frambozen, bosaardbeitjes of bramen te gebruiken, net naar gelang we dat soort fruit konden vinden. En thee maakten we van verse kruiden als munt of citroenmelisse. Er stond altijd wel iets, ook voor in de sla. In de Pyreneeën hebben we zo ook een keer overnacht, zonder brood maar met alleen het voedsel dat we tegen kwamen.  Er stond vooral klaver, daar kun je een voedzame en lekkere salade van maken. Maar wat moeten we hier in Nederland doen? Als we zo’n stroomstoring zien aankomen zou ik eigenlijk best wel snel af willen reizen naar Kreta. En daar aangekomen de tijd nemen…

 

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Zomerbroek en midzomeravond

In het dorp was er een ludieke actie van een herenmodezaak: deze zou tot middernacht open zijn en 25% korting geven op onder meer de voorjaarscollectie. Het leek me wel leuk om daar om half twaalf ’s nacht binnen te stappen en er een broek uit te zoeken, waarschijnlijk als enige klant. Maar nee, het leek me nog leuker om die avond te kijken of ik de conjunctie van Mars en Mercurius kon zien, het was eindelijk een keer behoorlijk helder aan de noord-westelijke horizon. Maar het is al weer te laat, dagen eerder was het misschien nog gelukt, maar nu staan de twee planeten inmiddels veel te laag aan de horizon en het duurt in dit deel van het jaar heel erg lang voordat het donker genoeg is. Dan zijn ze verdwenen. Maar wel zag ik een mooie zonsondergang. En er waren hele zwermen met muggen, waar je trouwens verder geen last van had. Ik heb ze kunnen vangen, niet fysiek maar op de gevoelige plaat. Ook was het spannend om aan de lage horizon heel in de verte de vliegtuigen die afdaalden naar, of opstegen van, Zestienhoven te fotograferen. Net toen ik weer terug wilde lopen naar huis zag ik een “vroege ster”. Of was het een vliegtuig? Ik keek nog eens goed en dacht: dit is Jupiter. Ja hoor. Ik heb ingezoomd en ik zag ook drie van zijn manen. Die kwamen uiteraard ook op de foto: van links naar rechts Europa, Ganymedes en Callisto. Io was verstopt achter Jupiter. Mooie foto’s, ik was er blij mee en besloot om er een diaserie van te maken. Het bijbehorende geluid heb ik ook gisteravond in de polder opgenomen.

Echte sterren waren er nog niet te zien, het was nu kwart voor elf en het was nog steeds vrij licht. Ik zou nog een broek kunnen gaan uitzoeken!

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Een zomerwelkomstlied

Vanmiddag om zes minuten voor zes begint de zomer: de zon heeft op het noordelijk halfrond haar hoogste stand bereikt. Elke dag na nu zal de zon als hij in het zuiden staat een tikkeltje minder hoog boven de horizon staan, en vanaf nu beginnen heel langzaam ook de dagen weer te korten. Maar de eerste weken merk je daar nog niet veel  van. Het gaat wel echt zomers aanvoelen, volgens de voorspellingen wordt het vanaf a.s. zondag een week lang zo rond de dertig graden of soms zelfs nog warmer.

In de tuin staan twee fruitstruiken: een aalbessenstruik en een kruisbessenstruik. Elk jaar is het weer spannend of ze goed vrucht gaan dragen. Dit jaar hebben we vooral veel kruisbessen. Vandaag was het de hoogste tijd om ze te gaan plukken. Dat is best een tijdrovend klusje, maar het schoonmaken daarna kost nog veel meer tijd, je bent er al gauw enkele uren mee zoet. Alle aalbesjes moeten van de takjes worden afgehaald. En  elke kruisbes heeft aan een kant een takje en aan de andere kant verschrompelde kroonblaadjes. Het maken van jam gaat dan weer relatief snel . En dan heb je opeens de meest lekkere jam die je je maar kunt voorstellen, een lekkernij die je nergens kunt kopen! Oogst 2019: vier potjes aalbessenjam en acht potjes kruisbessenjam. Jammie!

oogstjam

De laatste tijd zijn de nestelende merels zeer actief aan het zingen en ik heb de zang van eentje opgenomen. Toen ik hem ook visueel had gespot zoomde ik in en zette hem al zingende op film. Hij zingt voor ons ruim drie minuten lang een zomerwelkomstlied!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , , | 3 reacties