Multiverse

babysterrenOnder de kop “Observatorium maakt unieke babyfoto’s van andere planetenstelsels” stond vanochtend een interessant artikel in de Volkskrant. Zwakke radiogolfjes die uitgezonden worden door kleine stofdeeltjes bij een zeer jonge ster zorgen voor een nauwkeurig beeld van hoe de ster en zijn directe omgeving er uit ziet. 16 foto’s van jonge sterren. Wat blijkt? Al vlak na de geboorte van de ster zijn er ringen te zien rond die ster met daarin stofdeeltjes. Dat stof gaat al snel samenklonteren: eigenlijk zien we hoe daar op dit moment planeten worden geboren. In het verleden dacht men dat daar wel zeker een miljard jaar over heen ging, maar het blijkt al binnen een miljoen jaar te gebeuren, kortom al heel snel na de geboorte.

Wat mij zelf vooral integreerde was het feit dat de plaatjes van deze babysterren van de ene kant leken op de afbeeldingen van melkwegstelsels (veel grotere objecten) en van de andere kant leken ze op de ringen van Saturnus of een van de andere grote planeten van ons zonnestelsel (veel kleinere objecten). Inmiddels weten we dat die ringen van die planeten ook uit stofdeeltjes bestaan die langzaam aan het samenklonteren zijn tot maantjes. En kijken we naar juist de grotere schaal, naar melkwegstelsels, dan zien we hoe er in zo’n stelsel armen zijn. Delen in het stelsel waar de sterren verdicht zijn en delen waar dat niet het geval is. Met in het midden dan de kern van de melkweg met daarin schijnbaar oneindig veel sterren. En in het midden daarvan meestal een kolossaal zwart gat, een gebied waar alle materie en zelfs het licht naar binnen wordt gezogen. Kijken we naar nog grotere eenheden dan zien we niet alleen talloze melkwegstelsels maar ook daarin weer clustervorming. En het lijkt of al die clusters een ijle band met elkaar hebben, als een soort draden van een spinnenweb. In de kern daarvan moet ooit de oerknal hebben plaats gevonden.  Ik denk dat daar nu het allergrootste zwarte gat zit dat er maar bestaat.

Mijn kleinzoon is helemaal gefascineerd door een mooi gemaakt filmpje dat een en ander aanschouwelijk probeert te maken. We beginnen heel aards. We zien het beeld van een lieflijke, donkere zomeravond en we horen intussen krekels. Het zijn wel bijzondere krekels, ze geven licht als een soort vuurvliegjes: je hoort en ziet ze vliegen. Het is volle maan. De maan komt steeds meer in beeld. En dan komt er een muziekje, een soort passacaglia met een zich steeds herhalend patroon waaraan steeds andere muzikale elementen worden toegevoegd. Mijn kleinzoon kan het muziekstukje dromen, nazingen en de details van die muzikale elementen feilloos onderscheiden.  Deze muziek dient als achtergrond bij steeds groter wordende objecten. We beginnen dus bij de maan. Deze wordt nu eerst vergeleken met twee kleinere objecten: de dwergster Pluto en de asteroide Ceres. Dan, en daar gaat het feitelijk om, wordt de maan vergeleken met steeds grótere objecten, tot we aangekomen zijn bij de grootste ster van ons melkwegstelsel die we kennen: UY Scuti. Maar we zijn er nog niet, alles wordt desondanks alsmaar groter. De grootte wordt inmiddels uitgedrukt  in vele  lichtjaren. En uiteindelijk komen we bij het hele heelal: de Universe. Alleen: er zijn geleerden die denken dat er nog meer van dergelijke “heelallen” zijn, die de “multiverse” genoemd worden, en ook daar zien we een afbeelding van. Ik heb hem uitgelegd dat de meeste geleerden hier niet zo in geloven, dat het dus meer een soort fantasie is. Iemand als Stephen Hawkins heeft vlak voor zijn dood proberen duidelijk te maken waarom er volgens hem geen Multiverse is. Het houdt gewoon op bij het heelal. Maar voor mijn kleinzoon is het toch een fascinerend idee. Vanmiddag fabriceerde hij op de keukentafel een “multiverse”: allerlei kerstobjecten als ballen, kastanjes en kleine en grote dennenappels vormden uiteindelijk de multiverse: met daarin “heelallen” van verschillende grootte.

multiverse‘Kijk, dat is ons heelal’,  zei hij, wijzende naar een kastanje. Je verzint het niet, maar feitelijk denk ik dat hij dichtbij de waarheid zit. Alles wat we in het klein zien is denk ik een afspiegeling van de kosmos.

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/observatorium-maakt-unieke-babyfoto-s-van-andere-planetenstelsels~bd3e9177/

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De schetsen van Rubens

Rubens verluchtte boeken, maakte sculpturen,  ontwierp tapijten, beschilderde plafonds en daarnaast maakte hij ook nog eens gewone schilderijen: eigenlijk kennen de meesten van ons hem voornamelijk van dat laatste. Maar wie wist dat hij bijna steeds op hout of doek een voorstudie van dat alles maakte? Dit deed hij meestal op schaal: als het doek 3 bij 3 meter moest worden dan werd het ontwerp 1 bij 1 meter of iets dergelijks. Heel dun maakte hij er rasterlijntjes bij waardoor je dit ontwerp makkelijker kon “opblazen” tot het latere formaat. Waarom deed hij dat? Soms voor de opdrachtgever. Die kon zo al een indruk krijgen van wat het resultaat zou kunnen gaan worden. Ook deed hij het voor zich zelf om al een snel overzicht en beeld te hebben om er eventueel nog wat dingen aan te kunnen veranderen. Maar vooral deed hij het voor de werknemers in zijn atelier, of als het om tapijten ging, in de tapijtateliers. De meeste van zijn schilderijen zijn namelijk door anderen uitgewerkt. Wel maakte hij bij vrijwel al zijn werken op het einde nog een finishing touch. Alleen op die manier was hij in staat om aan de enorme vraag te kunnen voldoen. En daardoor had hij nog tijd over voor andere dingen. Rubens had hobby’s. Hij verzamelde  antieke munten, antieke voorwerpen en vooral ook antieke gemmen en cameeën. Dat zijn halfedelstenen met daarop afbeeldingen. Bij gemmen zijn ze er in uitgesneden, bij cameeën zijn juist de delen rondom de afbeelding weggesneden waardoor de afbeelding niet in maar op de steen staat. Hij had enkele internationale contacten met mensen die dezelfde hobby hadden. En wat zeer veel tijd kostte was zijn diplomatieke functie in dienst van het Spaanse bewind. Daarvoor reisde hij naar Spanje, maar vooral ook naar Engeland en Frankrijk. En passant kreeg hij dan weer nieuwe opdrachten of maakte hij schilderingen ter plekke. Er zijn veel  brieven van Rubens bewaard gebleven, vooral de brieven gericht aan hoge ambtenaren en andere diplomaten. Zo had hij ook contact met Constantijn Huijgens. Deze laatste wilde heel graag assistentie bij het ontwerp van zijn eigen buitenhuis. Hij wist dat Rubens zijn eigen woning in Antwerpen naar Italiaans model had laten maken. Maar ook interesseerde hij zich voor uitvindingen als de microscoop en de barometer. Waarschijnlijk heeft hij een barometer met uitleg erbij in huis gehad die uit Nederland kwam en die heeft hij weer doorgestuurd via Parijs naar een connectie in Marseille, zo concluderen we uit een van zijn brieven.

Als je in Antwerpen bent en naar het Rubenshuis gaat, maar ook als je naar het Snijders&Rockoxhuis of naar museum Plantin Moretus gaat, dan waan je je echt een beetje in de tijd van Rubens. Wat je daar aan objecten ziet  is meestal heel bijzonder en je bent ook nog eens in een bijzondere omgeving: in een gebouw uit die tijd. Maar natuurlijk zie je daar niet de wandtapijten of de Parijse of Engelse wand of plafondschilderingen. Op dit moment kun je in Boijmans van Beuningen heel veel hiervan wél zien. Hoe kan dat? Je ziet niet het resultaat aan het plafond of aan de wanden, maar je ziet de schetsen in olieverf. Er zijn heel veel van die schetsen bewaard gebleven en zo kun je ook nog eens zien hoe Rubens te werk ging. Meestal  met een heel vlotte penseel, waar hij alles raak mee neer zette. En wat is die vroegbarok toch boeiend! Zijn eerste belangrijke leermeester, Otto van Veen, van wie ook een schilderij te zien is, maakt prachtige schilderijen, maar de personages daarop zijn bijna bewegingsloos. Otto van Veen, of in de muziek de componist Palestrina, zijn kunstenaars die werkten in de geest van de renaissance. Rubens en de componist Monteverdi werkten geheel vanuit de geest van de barok. Die laatste twee hebben elkaar trouwens ook gekend. In de korte tijd dat Rubens werkzaam was aan het hof van de hertog van Mantua werkte Monteverdi daar ook, maar dat terzijde. Als in de loop van de zeventiende eeuw het Franse classicisme bijna alle kunstenaars gaat beïnvloeden, is het gedaan met de ruwe kanten van de barok. Alles wordt veel meer gestileerd. Dat zie je nog niet bij Rubens. Elke persoon op zijn schilderijen heeft een uitgesproken karakter, je ziet hem denken of je vermoedt dat hij van plan is om iets te gaan doen. Je ziet het aan elke oogopslag, beweging en houding. En zo ontstaat er een levendig verhaal. Hieronder een foto van een schilderij op de tentoonstelling. Je ziet de voorstudie van de “aanbidding van de wijzen”, een kolossaal schilderij dat hij maakte voor het stadhuis van Antwerpen in 1609. Toen was hij net terug uit Italië en had hij besloten om zich in Antwerpen te gaan vestigen.

driewijzenJe ziet niet een zoet plaatje in een stal, maar je ziet hoe midden in de nacht de drie wijzen met hun gevolg en fakkels zijn aangekomen. De knechten of slaven tillen alle bagage. En een van de wijzen buigt zich met zijn geschenk naar Jezus. Wat een sfeerplaatje, nu al, terwijl het definitieve schilderij nog gemaakt moest worden! Jezus is nieuwsgierig en gaat zitten graaien in de kom met goud. De page die weet dat het om een belangrijk persoon gaat zit er bij op zijn knieën. Een van de soldaten die de koningen beschermt is nieuwsgierig en wil ook wel eens zien om wie het allemaal draait. Tegelijk laat Rubens zien dat hij weet hoe je spieren moet schilderen. Daar heeft hij in zijn tijd in Italië op zitten oefenen en trots laat hij zien dat hij ook deze kunst meester is.

kruisverheffingEen ander mooi voorbeeld is de kruisoprichting van 1638. Je raakt er niet op uitgekeken. De kleine kinderen zijn bang en verstoppen hun gezicht. Sommige mensen willen juist niets missen en klimmen in een boom. Vrouwen wenen en klagen, een hond staat dreigend te blaffen. En gespierde mannen zijn bezig met het zware karwei. Rechts staan soldaten bevelen uit te delen en op de achtergrond zie je hoe ook nog twee andere misdadigers die hetzelfde lot moeten ondergaan. Het geheel is een groot levendig verhaal, bijna als het decor van een barokopera. En kijk ook eens naar de diverse gezichtsuitdrukkingen, nu in de voorstudie is alles al raak neergezet met enkele vlotte penseelstreken. Of kijk naar de houding van de paarden. Schitterend!

Het is een mooie tentoonstelling waar je makkelijk twee uur kunt doorbrengen. Behalve de talrijke voorstudies zie je ook nog enkele afgewerkte schilderijen van Rubens, en soms naast elkaar: de voorstudie en het resultaat. In Boijmans zijn er nog meer tentoonstellingen, ik heb ze gisteren niet gezien. Natuurlijk is er ook nog de vaste collectie, met enkele toppers waar je met je neus bovenop kunt gaan staan.  Zoals je dan onderstaand detail kunt zien in een prachtig schilderijtje van Geertgen tot Sint Jans.

geertgen

Ik zag trouwens dat er op dit moment (tot eind maart) ook iets belangwekkends te zien is in de Carolus Borromeüskerk van Antwerpen. Rubens maakte daar de plafondschilderingen die helaas bij een brand verloren zijn gegaan. Maar de ontwerpschilderijen bestaan nog. En nu komen via een slimme projectie de verloren gegane schilderingen ter plekke weer tot leven. Dat wil ik zien!

https://www.visitantwerpen.be/nl/barok/rubens-re-viewed

 

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De natuurfilosofen in de oudheid en hun visie op de natuurkunde

“Wat zijn atomen?”  In de natuurkunde les kregen we daarover uitleg. Maar er waren al ideeën over in 425 voor Christus. En hoe zit het met het begrip tijd, als een soort vierde dimensie? Daarover werd in 475 voor Christus al geschreven!

In de Volkskrant stond gisteren een belangwekkend artikel van Georges van Hal. Het raadsel dat deeltjes zich op quantumniveau zeer speciaal gedragen, daar was al enige bekendheid over. Het gaat om een soort telepatische overdracht. De deeltjes communiceren op schijnbaar oneindige afstand met elkaar. Als er iets verandert in Nederland wordt dat teruggezien in Amerika. Nu gaat het dan over deeltjes die zich niets van de zwaartekracht hoeven aan te trekken. Maar hoe zit het met grotere deeltjes die wel beïnvloed worden door zwaartekracht? Het blijkt dat siliciumpakketjes ter grote van een bacterie en afgekoeld tot bijna het nulpunt vergelijkbare eigenschappen hebben, dus ook telepatisch contact vertonen. Dat opent de weg voor weer verder onderzoek.

Ik lees op dit moment het boek “De wereld vóór God” van Cees Alders dat onlangs is uitgekomen. Een prachtig boek waarin de filosofie van 600 vóór tot 400 ná Christus in vooral het Griekse en later het Romeinse rijk wordt beschreven. Dit allemaal in een historische context met af en toe enkele uitstapjes naar andere tijdperken en culturen.  Het is zeer goed leesbare en voor mij boeiende lectuur. Ik ben nu op ongeveer een derde deel van het boek aangeland,  bij Socrates en Plato. Op  dat moment vindt er een enorme kentering in de filosofie plaats. Tot die tijd waren de filosofische vraagstukken vooral gericht op het ontstaan en de samenhang der dingen. De mens zelf speelde daarin wel een rol, maar ethiek en het onderlinge menselijke gedrag kwam nog weinig ter sprake. Juist die dingen gingen vanaf Socrates opeens  de hoofdrol spelen. Je zou die eerste periode de periode van de natuurfilosofie kunnen noemen. Cees Alders beschrijft  het denken van twaalf Griekse natuurfilosofen en daarnaast maakt hij in dat deel nog een uitstapje naar het denken van de Nepalees Boeddha.

ParmenidesTwee van die denkers wil ik nu even noemen. De eerste is Parmenides. Hij leefde ongeveer 475 voor Christus in Elea, in de buurt van Napels. Zuid-Italië, net als grote delen van Sicilië, vormde toen een Griekse kolonie. Hij zegt dat ‘verandering eigenlijk niet mogelijk is. Zoals het ook onmogelijk is aan niets te denken. De waarheid is een ondeelbaar, vast ding. Tijd bestaat niet. Omdat we niet alles tegelijk kunnen zien kunnen we deze waarheid niet bevatten. Verleden, nu en toekomst bestaan gelijktijdig.’

De andere denker die ik wil noemen is Democritus. Hij woonde zo’n vijftig jaar later in Thracië, toen ook onderdeel van Griekenland. Hij zegt: ‘de kleinste deeltjes die er bestaan noemen we atomen en die zijn ondeelbaar. Maar de atomen verschillen wel onderling van eigenschap. Ze bewegen zich, liefst in een rechte lijn, door het niets, zonder doel. Deze bewegingen ontstaan door botsingen met andere atomen. Zware atomen gaan klonteren, kleinere worden daardoor opgenomen in grotere.  Zo ontstaan volstrekt toevallig grotere eenheden. Deze krijgen eigenschappen. De hele wereld is te verklaren uit causale verbanden.’

Het waren twee denkers die naar mijn idee nog steeds heel actueel zijn en die hun tijd ver vooruit waren. De tweede, Democritus denkt vanuit een soort mechanica. Maar hij doet dat zonder ook maar iets te kunnen zien of bewijzen. Hij beredeneert alles puur vanuit een fictief idee dat op die manier de wereld in elkaar zou kunnen steken en alles wat je ziet zo te verklaren zou kunnen zijn. Ongelooflijk hoe dicht hij zit bij dingen zoals ze pas in de vorige eeuw ontdekt zijn. Hij is een optimist: op de lange duur valt alles te verklaren. Hij staat van de ene kant ver af denkers uit zijn tijd die uitsluitend willen accepteren wat je zintuigelijk kan waarnemen. Aan de andere kant had hij de overtuiging dat de mensen daar ooit nog wel een keer achter zouden kunnen komen. Parmenides uit Napels ging vijftig jaar daarvoor eigenlijk nog verder. Hij beweerde dat ‘tijd niet bestaat maar daar komen wij mensen niet achter omdat we er niet buiten of boven kunnen gaan staan’. We zitten bij Parmenides al in het denken van de vierde dimensie, dat ruimte en tijd vergelijkbare begrippen zijn en dat het verleden en de toekomst tegelijkertijd kunnen bestaan. In de quantummechanica lijken dergelijke ideeën nu eindelijk pas aan de orde. De zwaartekracht zit nog in de weg om het op een ook meer menselijk niveau te kunnen aantonen. Maar de nieuwe wetenschappelijke onderzoeken wijzen in een richting die aangeeft dat we er toch steeds dichter bij lijken te komen.

Hieronder de tekst van het artikel in de Volkskrant van Georges van Hal:

Plakjes silicium laten zich spookachtig verbinden.

Wanneer je op de Eiffeltoren in Parijs een pirouette draait, gaat je tweelingbroer op het Empire State Building in New York niet meteen hetzelfde doen. Toch is dat precies wat met deeltjes gebeurt in de tegendraadse natuurwetten van de quantumfysica, wetten die werken op de allerkleinste schaal. In weerwil van het gezond verstand kunnen deeltjes – de legoblokjes waaruit alles om ons heen bestaat – zich daarin als een enkel voorwerp gaan gedragen. Wanneer je vervolgens iets met het ene deeltje doet heeft dat direct invloed op de ander, ook als de ene in New York is en de ander in Parijs. Verstrengeling noemen fysici dat ook wel. Waarom verstrengeling voor deeltjes wel mogelijk is en voor mensen niet, is tot nog toe een raadsel.

Bij een recent experiment hebben onderzoekers verbonden aan de TU Delft daarom de grens tussen onze wereld en de bizarre quantumwereld verder opgerekt. Daarbij toonden ze aan dat plakjes silicium met de afmeting van een fikse bacterie óók quantumgedrag kunnen vertonen, eerder was dit alleen aangetoond met veel kleinere objecten. Althans: de plakjes silicium moeten wel eerst worden gekoeld tot vrijwel het absolute nulpunt. Nog niet helemaal een mens dus, en lastig te realiseren, maar wel een stapje in de juiste richting. ‘We willen dit soort experimenten de komende jaren met steeds grotere voorwerpen gaan doen’, zegt Simon Gröblacher (TU Delft). Samen met collega’s schreef hij de eerste resultaten op in het vakblad Physical Review Letters. Met behulp van een zogeheten Bell-test, een in de natuurkunde veelgebruikte lakmoesproef voor verstrengeling, bewezen de onderzoekers dat hun plakjes silicium inderdaad zo’n spookachtige verbinding hadden.

Quantumfysicus Alexander Brinkman (Universiteit Twente), zelf niet bij het onderzoek betrokken, noemt de resultaten ‘leuk’ en ‘redelijk overtuigend’. ‘Het meest spannende is dat het systeem dat ze gemaakt hebben massa heeft’, zegt hij. Dat betekent namelijk dat je op termijn kunt gaan kijken wat de invloed van zwaartekracht is op verstrengeling. Hoe je zwaartekracht – een kracht die vooral van belang is op menselijke schaal – moet vangen in de vreemde wetten van de quantummechanica is één van de grootste raadselen in de moderne natuurkunde. Samen met tien tot twintig andere onderzoeksgroepen zijn Gröblacher en collega’s daarom verwikkeld in een race om die invloed van zwaartekracht als eerste experimenteel in kaart te brengen. ‘Ik schat dat dat nog een jaar of vijf duurt, al zijn dat soort voorspellingen altijd gevaarlijk’, zegt hij.

De wereld vóór God
Auteur: C.J. Alders
Uitgever: Klokwerk-Design

  • Nederlands
  • 1e druk
  • 9789082930115
  • november 2018
  • ook als E-book
  • 392 pagina’s
  • EPUB met digitaal watermerk

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , , , | 2 reacties

Spica

Als katholiek jongetje keek ik mijn ogen uit naar de maagden in de sacramentsprocessie. Ik zag dan een grote groep mooie jonge vrouwen in het wit gekleed, versierd met een bloemenkroon. Als vaste groep liepen zij ergens in de optocht. Ik had geen flauw idee wat maagden waren. Mooie, blanke, zinnenprikkelende vrouwen of zo iets. Maar het was een begrip: dáár liepen de maagden, werd me aangewezen.

In deze tijd van het jaar, zo vlak voor de kerst, is er maar een die maagd kan zijn en dat is natuurlijk Maria, de moeder van Jezus. Maagden zijn vooral zuiver en de maagden die ik indertijd zag waren volgens mij vooral zeer vruchtbaar. Maria was zo mogelijk nog meer vruchtbaar want zelfs zonder geslachtsgemeenschap kwam er een kind.

Aan de hemel kun je nu elke ochtend het sterrenbeeld maagd zien. De zon staat in dat sterrenbeeld van ongeveer 23 augustus tot 21 september. Vanouds is dat de periode van de oogst. De helderste ster van Maagd is Spica. Het woord Spica betekent korenaar. Het was in de verre oudheid al een belangrijke ster, zelfs al bij de Egyptenaren. De belangrijke vruchtbaarheidsgodin van de Nijldelta, Isis, kon je zien staan aan de hemel als het sterrenbeeld Maagd. En Spica droeg daarbij de luit van Isis.

In de astronomie is Spica een heel bijzondere dubbelster, en zelfs wordt vermoed dat er maar liefst vijf sterren zijn die om elkaar heen draaien. Heel bijzonder is dat. Maar ook als dubbelster is ze al bijzonder vanwege het feit dat beide sterren zeer dicht bij elkaar staan. Ze draaien in slechts 4 dagen om elkaar heen en staan veel en veel dichter bij elkaar dan dat bijvoorbeeld de aarde bij de zon staat. Beide sterren zijn ook nog eens heel heet, een van beide is een zogenaamde blauwe reus. De kleur blauw staat voor de temperatuur. Rood is vrij warm, geel is warm (onze zon), wit is zeer warm (Bijv. Rigel en Sirius) ,maar blauw mag je gerust zeer heet noemen. Doordat de twee sterren zo dicht bij elkaar staan zijn ze zelfs door grote telescopen niet afzonderlijk te zien. Door de veranderende lichtfrequenties heeft men kunnen afleiden hoe het eigenlijk zit. Andere afwijkingen worden zichtbaar als de ster door onze maan bedekt wordt, wat geregeld voor komt. Dat heeft geleerden op het idee gebracht dat er misschien nog drie sterren zijn die er bij horen. Spica is in dat geval een complex van maar liefst vijf sterren die we zien als één!

Spica staat zó dicht bij de ecliptica dat alle planeten en de maan in staat zijn om Spica te bedekken. Vooral de bedekking door de maan komt nogal eens voor. Op dit moment is de maan de ster Spica net gepasseerd. En nog meer spectaculair was nu de afgelopen twee dagen de samenstand van de maan met Venus. Zowel gisterochtend als vanochtend was dat goed te zien, eerst stond Venus links van de maan, vanochtend was het net andersom. Ik heb een foto gemaakt waarop je zowel de maan, Venus en Spica kunt zien, van links naar rechts.

maan-venus-spica

Spica hoort dus bij het sterrenbeeld van de maagd. In het voorjaar kun je deze ster aan de avondhemel zien, op dit moment dus aan de ochtendhemel. Wat ik gisteren en vandaag bij elkaar zag staan is eigenlijk een heel vruchtbare combinatie. Venus, de godin van de liefde, samen met de maan, die zorgt voor de getijden en het hemelwater en dan ook nog Spica, de korenaar. Misschien zagen de drie wijzen dat wel indertijd, een samenstand van deze drie vruchtbaarheidssymbolen. Daar moest ergens een belangrijk iemand geboren gaan worden, dat kon niet missen!

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | 3 reacties

Brood en spelen

In het boek “de wereld vóór God” beschrijft Cees Alders in een klein hoofdstuk het ontstaan van de democratie in Athene, ongeveer 500 voor Christus. Griekenland dreigt veroverd te worden door de Perzen die inmiddels het grootste rijk ter wereld hebben weten te creëren door onder meer in het oosten Pakistan en Afghanistan en in het westen het hele Midden-Oosten en Egypte te hebben ingenomen. De aristocratische families die het al tijden voor het zeggen hebben in Athene kunnen geen vuist maken en zijn het vooral onderling oneens. Rechtspraak is grofweg niet veel anders dan bloedwraak toepassen waardoor er weer een volgende vete ontstaat. (Zoals dat in Albanië na de val van het communisme op dit moment trouwens  ook weer opnieuw het geval is, middeleeuwse toestanden dus. Dat zag ik gisteren in een documentaire op de Belgische TV, maar dat terzijde.)
Draco, een van de machthebbers in Athene van dat moment, nam draconische maatregelen. Misdaden werden als misdaden beschouwd, ongeacht wie ze gepleegd had. Iemand vermoorden vanwege bloedwraak was een misdaad en moest dus worden bestraft. Niet veel later werd ook het stemrecht ingesteld en iedereen die stemrecht had moest ook dienen in het leger. Dat laatste zorgde er voor dat het leger gelijk veel sterker werd. Driekwart van de bevolking (vrouwen en slaven) had trouwens nog steeds niets te zeggen, maar het was verder een uniek fenomeen dat bleek te werken in het zicht van de komende vijand. Over allerlei zaken die er toe deden kwam er een volksstemming. Het referendum was geboren. Vooral van belang was dat de belangrijkste aristocraten elkaar nu in evenwicht hielden. Elementen die als staatsgevaarlijk werden gezien werden nog steeds geëlimineerd. De belangrijkste wet was die van het verbod op godslastering en daarmee kon iedereen die dreigde het evenwicht te verstoren worden aangeklaagd en uitgeschakeld. Vrijheid van meningsuiting zoals wij die kennen was er absoluut niet, maar toch: Athene is in die tijd de bakermat van de democratie geworden.

Nu is er bij ons zowel democratie als ook vrijheid van meningsuiting. Afhankelijk van je kennissen en relaties in de sociale media kun je dat dagelijks zien: elke mening wordt geventileerd en tegelijk scharen heel wat gelijkgestemden zich daar achter. Op dit moment gaat het vooral om brood en spelen. Waar de Romeinen het al over hadden: zorg dat de mensen te eten hebben en zich kunnen amuseren. Spelen is nu: genoeg geld hebben om auto te kunnen rijden, een dure smartphone hebben en afhankelijk van je verdere positie in het sociale leven zijn er zo nog wat mogelijke speelwensen. Brood is natuurlijk: een dak boven je hoofd hebben, vaste lasten  kunnen betalen en genoeg te eten hebben.

Maar wat zien we tegelijkertijd op dit moment: de mensen gaan er al heel lang niet of nauwelijks meer op vooruit, terwijl brood en spelen intussen langzaam maar zeker duurder worden. Dus komen ze in opstand. Dat het misschien goed zou zijn om de broekriem aan te trekken wil er bij bijna niemand in. Verwezen wordt naar inhalige bankdirecteuren die door de politiek beschermd worden.  Waarom zij wel en wij niet? Wij willen ook meer! En in het zicht daarvan hebben de mensen geen boodschap aan maatregelen om het milieu te verbeteren of om  vluchtelingen te beschermen. Ze willen er zelf niet op achteruit gaan, punt. En die boodschap wordt in alle reclames die je om je heen ziet, of die je op sociale media ziet en hoort, keihard verkondigd. Helaas gaat dat niet samen met lange termijn doelen. Gele hesjes zeggen: we willen brood en spelen en de rest kan ons geen donder schelen. Macron heeft het moeilijk. Ik ben bang dat binnenkort heel Europa hier mee te maken gaat krijgen. Onze democratie kent in tegenstelling tot die van het oude Athene wel vrijheid van meningsuiting en dat feit zou wel eens een revolutie kunnen veroorzaken waar straks niemand meer blij mee is.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Advent

In de Volkskrant van gisteren stond een artikel over de adventskalender. Vroeger was de periode van de advent, de periode vanaf vier zondagen voor Kerstmis, bij de katholieken een periode van vasten, zoals ook voor Pasen werd gevast. Als kind kregen we een soort kalender waar we vooral op invulden dat we naar de kerk waren geweest, liefst elke dag. En als je snoep kreeg dan spaarde je dat op, alleen op de zondag mocht je dat dan opeten. Tegenwoordig zijn er nog steeds adventskalenders .

adventskalender Zoals een adventskalender waar 24 speciaal bieren aan gekoppeld zijn: elke dag van de advent een ander speciaal bier. Het tegenovergestelde van wat ooit een adventskalender wilde zijn: elke dag een duur biertje totdat het vreetfestijn zelf kan beginnen. De journalist vertelt dat de mensen niet veel meer met het Christendom hebben maar wel hangen naar een vorm van bezinning, vandaar dat deze adventskalenders zo “in” zijn. Het speciaal bier kan blijkbaar elke dag tot een vorm van roezige bezinning leiden…

In de tijd van Bach was dat in ieder geval heel anders. Of er adventskalenders waren weet ik niet. Maar het piëtisme vierde hoogtij. En Bach kon op een indringende manier duidelijk maken waar het om moest gaan: om een innerlijke beleving van het wachten op de komst van Jezus Christus. In 1714 schreef hij voor de eerste zondag van de advent een cantate in Weimar, BWV 61. Het uitzien naar de geboorte van Christus vindt in deze cantate op enkele mooie manieren plaats. Vooral het vierde deel is erg intiem en indringend. De cantate heeft zes delen. Ik vertel iets over deel 1, 4 en 6.

 

In het eerste deel, gebouwd als een Franse ouvertüre  “langzaam-snel-langzaam” krijgen we het gevoel alsof op een feestelijke manier de geboorte van een koningszoon wordt aangekondigd. Tijdens het eerste langzame deel  horen we:  ‘Nun komm, der Heiden Heiland, der Jungfrauen Kind erkannt’:  ‘nu kom, redder van de mensheid, jij aangekondigd kind van de maagd’. In het snelle deel:  ‘es sich wundert alle Welt’: ‘iedereen op de wereld is verwonderd’,  klinkt een soort fugato: de tekst wordt na en door elkaar gezongen. De hele mensheid is zich aan het verwonderen.  Het langzame slotstukje zegt dan tot de toehoorders als een soort boodschapper van God: ‘Gott solch Geburt ihm bestellt ‘: ‘de geboorte is door God voorbestemd’. Hiermee is dan het eerste feestelijke deel dat zich aan een koninklijk hof lijkt af te spelen afgesloten. De komst van de verlosser is feestelijk verkondigd.

 

Het vierde deel van deze cantate neemt een wending zoals je die niet zou verwachten. We zijn terechtgekomen in het hoofd van de vol verwachting zijnde mensen. Ingetogen biddend wacht iedereen totdat de heer er is. Dan klopt hij op de deur en hij hoopt dat wij hem willen binnen laten en hem mee willen laten eten. Deze maaltijd staat voor de eucharistiedienst. Bach laat Christus letterlijk kloppen en vragen of hij binnen mag komen:  ‘Siehe, ich stehe vor der Tür und klopfe an. So jemand meine Stimme hören wird und die Tür auftun, zu dem werde ich eingehen und das Abendmahl mit ihm halten und er mit mir’:  ‘Kijk, ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort wil hij de deur dan openmaken. Ik zal dan bij diegene naar binnengaan en het avondmaal met hem nuttigen, en hij met mij.’

 

Het zesde en laatste deel  heeft als tekst: ‘Amen, Amen! Komm, du schöne Freudenkrone, bleib nicht lange! Deiner wart ich mit Verlangen: ‘Amen, amen, jij mooie vreugdevolle kroon, laat het niet te lang duren. Ik kijk vol verlangen naar jou uit.’ De mensenmassa die in deel 1 aangesproken is m.b.t. de komst van de verlosser, heeft het bericht nu eindelijk in zich opgenomen en kijkt  vol verwachting uit naar de geboorte van Christus: het is advent!

De uitvoeringen hierboven zijn van het Monteverdi Choir en the English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. De solist in deel 4 is Jan Kobow. Opname st. Maria im Kapitol, Keulen, 3 december 2000. De betreffende CD kun je kopen via https://monteverdi.co.uk/shop/bach-cantatas-13
De box met naast deze CD alle cantates, opgenomen gedurende een Europese tournee, kun je ook kopen via deze link. De meest mooie uitvoering van deze muziek die ik ken.

De hele cantate in een 10 jaar oudere opname, eveneens door het Monteverdi Choir, kun je hier vinden:

 

Geplaatst in maatschappij, muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De kwintencirkel

Ik kreeg onlangs de vraag voorgelegd waarom ik mijn blog “de kwintencirkel “ heb genoemd. In het kort heb ik dat al uitgelegd bij https://ppsimons.com/over/ maar het is de moeite waard er ook een wat langere bespiegeling aan te wijden.

De kwintencirkel is in de muziek wat in de meetkunde de cirkel of de bol is. Het is het symbool van geslotenheid en oneindigheid. Je komt altijd op hetzelfde punt terug maar tegelijk is er geen einde. De kwintencirkel is een muziekterm die ook iets zegt over de verhouding van de toonsoorten. De kwintencirkel is een fenomeen dat je natuurkundig, zo je wilt wiskundig, kunt verklaren. De vier hieronder genoemde punten geven deze verklaring:

  • Als je een interval van een kwint speelt op een piano  (bij voorbeeld C-G) is de frequentie van de tweede toon een toon die 3/2 van de frequentie bedraagt van de originele. Laten we zeggen de originele toon heeft een frequentie van  100 hertz. De kwint erboven heeft dan een frequentie van 150 Hertz.
  • Als je dat 12 keer achter elkaar doet hoor je dus een heel hoge toon, in dit geval een toon met een trillingsgetal van (3/2)12  x 100 =  12975 hertz.
  • Als je een octaaf speelt op een piano is dit een toon die twee keer de frequentie heeft van de originele. Laten we zeggen de originele toon = 100 hertz. Het octaaf is dan 200 hertz.
  • Als je dat 7 keer achter elkaar doet hoor je een heel hoge toon, in dit geval dus een toon met een trillingsgetal van 2x 100 = 12800 hertz.

Het verschil tussen 12 kwinten en 7 octaven is zo klein dat dat niet goed hoorbaar is. Het lijkt er voor je oren op alsof je na 12 kwinten weer opnieuw begint. De cirkel is gesloten. Dit principe is in de tijd van Bach geïntroduceerd. Men ging een toetsinstrument zodanig stemmen dat elk interval binnen het octaaf paste. Dat had tot gevolg dat bijvoorbeeld een kwint een fractie lager gestemd moest worden dan de natuurlijke verhouding 2:3. Zo kwam je na 12 kwinten precies uit op zeven octaven. Voor het eerst was het mogelijk om muziek op een toetsenbord in 12 toonsoorten te spelen, alles kon je steeds naar believen op een andere toon laten beginnen zonder dat het opeens vals was. Bij de oude stemmingen die uit gingen van de exacte zuiverheid van de basiskwint van een toonsoort (2:3) klonken sommige toonsoorten loepzuiver, andere klonken afschuwelijk vals.

Intussen zijn we niet meer anders gewend. Vanaf de late barok is deze zogenaamde gelijkzwevende stemming de regel. Al de prachtige muziek die er sindsdien geschreven is maakt gebruik van de mogelijkheden hiervan. Je kunt nu modulaties maken en allerlei tonale spanningsvelden creëren. In de jazz en popmuziek is dat principe ook overgenomen.

Toch blijft dit heel bijzonder. Het is een natuurkundig fenomeen met enorme gevolgen voor de muziek. Bijna net zo belangrijk als een ander fenomeen: als je een toon hoort met een dubbele frequentie ervaar je die toon niet als nieuw, maar als hetzelfde. Als mannen en vrouwen samen zingen, zingen ze niet twee liedjes maar ze zingen voor ons gevoel hetzelfde liedje. Stel dat dat niet zo zou zijn dan zouden er oneindig veel tonen in de muziek zijn. Je zou bij een zeventonige toonladder blijven doortellen. Nu ziet een toonladder van A-mineur er zo uit: A B C D E F G  en dan begint hij weer bij A’ B’ C’. Het accentteken geven we aan om te zeggen dat we in een hoger octaaf zitten. Maar zouden we dat octaaf niet ervaren dan zou de toonladder er zo uit zien: A B C DE F G H I J K L M etc. Eindeloos door. Elk verband en houvast zou ontbreken. Het fenomeen muziek zoals wij dat nu kennen zou dan niet meer kunnen bestaan.

Deze twee wonderen hebben een natuurkundige basis maar ze worden door alle mensen intuïtief  herkend en vertaald naar muzikale gewaarwordingen. We horen natuurkundige verschijnselen en ervaren daarbij emoties. Elk muziekstuk kun je analyseren. Ik ben muziektheoreticus en kan dankbaar gebruik maken van een jargon dat daarbij past. We hebben het dan bijvoorbeeld over tussendominanten, Napelse sext-akkoorden, overmatige drieklanken en ga zo maar door. Voor de geschoolde musicus: deze weet niet alleen wat daarmee bedoeld wordt maar inwendig hoort hij bij het lezen van die fenomenen bepaalde klanken en werkingen. Die fenomenen hebben allemaal een natuurkundige, zo je wilt wiskundige basis. Maar iedereen hoort en ervaart, ook als je de namen niet kent, die wiskundige principes. De mensen zwijmelen bij het plotseling veranderen van een natuurkundige verandering van 4:5 in 5:6. Of het langzaam dalen in toonhoogte met de frequentie 16:15. Het eerste heet: overgaan naar mineur, het tweede wordt veel bij muzikale jammerklachten gebruikt. (Zoals bij de basloop in de beroemde Aria van Dido in de muziek van Purcell, een zogenaamde lamento-bas)

Muziek is een gesloten systeem met een bijna oneindig aantal gevoelsmatige, ja zelfs emotionele ervaringen tot gevolg. Het is een van de grootste wonderen der natuur. Compleet vanzelfsprekend want we ervaren het, maar eigenlijk is het onbegrijpelijk. Er zijn veel denkers geweest, zoals Ibn Arabi, die muziek als een soort poort naar het Goddelijke begrip hebben beschouwd. Ik ben het daar helemaal mee eens. Waarom wij er zijn, waarom het leven er is, hoe het vorm heeft gekregen, al die dingen zijn onbegrijpelijk. Maar via de muziek hebben we een klein doorgeefluikje gekregen naar deze mystieke werkelijkheid.

Behalve in de muziek zien we vergelijkbare principes overal. De aarde draait om de zon en elke onderlinge positie keert na een jaar weer terug. De kwintencirkel van de aarde sluit zich weer na een jaar en alles begint opnieuw. Toch is elk jaar weer een beetje anders. Elk jaar krijgen de bomen opnieuw bladeren. De boom blijft leven maar de blaadjes gaan dood. Ze vergaan tot compost en dienen als voedsel voor de bomen en andere levensvormen. Maar de boom gaat ook dood en dient weer tot voedsel voor andere levensvormen. Wat is dood in de muziek? Dat bestaat niet. Een stuk kan afgelopen zijn, dat wel. Dood is niets anders dan de tijdelijke stilte in de muziek. En die stilte is aangenaam en nodig. Zo is ook de dood een aangename, maar tijdelijke onderbreking van het leven. Dit principe zien we ook als we kijken naar de geschiedenis, naar culturen, naar de kosmos: we zien het cyclische, het zich steeds herhalende in een steeds weer iets ander jasje.

De kwintencirkel staat voor mij zo voor al dit soort dingen. De samenhang in het leven. De ontroering van het leven. De logica van de dingen. Het beleven van muziek is de hoogste staat van menselijke ervaring. Eindelijk ben je dan heel even dicht bij het onbenoembare.

Geplaatst in filosofie, muziek | Tags: , , | 3 reacties

De aankondiging van de komst van Christus bij de Sibylle van Perzië en bij Orlando di Lasso

Dit jaar begint de advent op zondag 2 december, dus over ruim een week. In de advent wordt in Christelijke kringen uitgekeken naar de komst van de geboorte van Jezus Christus, de aangekondigde verlosser. Zijn komst is in de bijbel op meerdere plaatsen aangekondigd. In het oude testament lezen we In Jesaia 2:14:  “Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.” Ook de drie wijzen uit het oosten zouden een bericht hebben gekregen van een engel waarbij ze een ster moesten volgen om de verwachte nieuwe koningszoon te vinden. Maar er zijn ook heidense profetieën van de geboorte van Christus. De Sibyllijnse profeet van Perzië zegt:

Het zaad van een maagdelijke moeder zal zitten op een gezadelde ezel,
de vreugde brengende prins, de enige die kan brengen redding,
regels in plaats van verkeerde dingen; maar het zal gebeuren in die dagen
dat velen veel dingen voorspellen, enorme werken staan te gebeuren.
Het enige dat nodig is om te voorspellen is het volgende woord:
dat God zal worden geboren uit een  maagd, een machtige

Wie zijn dat, deze Sibyllijnse profeten? Het zijn vrouwelijke waarzeggers die dingen voorspelden, en die zijn daarna opgetekend in boeken. Zo ontstonden boeken met orakels. De meeste van die boeken zijn enkele eeuwen voor Christus geschreven in een Romeinse omgeving. Ze werden geraadpleegd in geval van rampen en andere dreigingen. Maar toen het Joodse geloof en ook het Christendom begonnen op te komen hebben geleerden vanuit die kringen een aantal van die teksten zo omgevormd, dat ze pasten in een Joods dan wel Christelijk plaatje. Zo ontstonden de 12 profetieën van de 12 Sibyllen, een soort priesteressen. (Ook in Griekenland bij het orakel van Delphi was er een speciaal geselecteerde vrouw, de Pythia, die als een soort intermediair tussen Apollo en enkele priesters stond. De priesters tekenden de voorspellingen op, die de Pythia bijna onverstaanbaar stamelde.) De 12 Sibyllen die ook bekend werden binnen het Christelijke geloof worden vaak geassocieerd met de tegenhangers van de 12 Bijbelse profeten. Het was in die tijd een perfecte manier om het Christelijk geloof onder heidenen aan de man te kunnen brengen. De teksten van deze  “gekerstende Sibyllen” zijn niet alle 12 tegelijk ontstaan, de meeste orakels zijn waarschijnlijk rond 200 na Christus opgeschreven.

Afbeeldingen van deze zieneressen zien we gedurende de hele middeleeuwen en nog later, zoals in de Sixtijnse kapel, Hieronder de Perzische Sibylle, geschilderd door Michelangelo.

This image has an empty alt attribute; its file name is michelangelo-persische-sibylle.jpg

Er zijn daarnaast componisten die er zich door lieten inspireren, zoals Orlando di Lasso, ook wel Lassus genoemd. Hij schreef 12 motetten op teksten van de 12 Sibyllijnse profetieën onder de naam “Prophetiae Sibyllarum”.  Ze zijn in 1600 in Beieren postuum in druk verschenen, opgedragen aan de hertog van Beieren. Of Lassus ze in Beieren geschreven heeft is niet zeker, sommige mensen denken zelfs dat ze wel eens uit zijn Romeinse tijd zouden kunnen stammen. Misschien heeft hij ze bij zijn sollicitatie in 1556 in Beieren mee genomen en opgedragen aan zijn hopelijk nieuwe broodheer.
op Wikipedia lezen we:
Raoul de Lâtre was koorknaap aan de Sint-Nicolaaskerk te Bergen. De vice-koning van Sicilië nam de jongen, na toestemming van zijn ouders, mee naar Italië. Hij bleef daar onder de naam Orlando di Lasso tot 1550. Nadat hij de baard in de keel had gekregen werd hem een aanstelling in Parijs aangeboden. Vervolgens werd hij in 1553 kapelmeester van Sint Jan van Lateranen in Rome. Hij reisde door Frankrijk en Engeland en bleef in 1555 hangen in Antwerpen. Hier publiceerde hij zijn eerste vierstemmige madrigalen, gelijktijdig met de publicatie van zijn eerste vijfstemmige madrigalen in Venetië. In 1556 benoemde Albrecht V, de hertog van Beieren, hem tot lid van de hofkapel te München, waarvan hij vier jaar later leider werd en bleef tot zijn dood in 1594.

Eigenlijk kun je het werk het beste dateren op stilistische gronden. Het veelvuldige  gebruik van chromatiek laat een verwantschap zien met werken van Cipriane de Rore of ook wel met het werk van Gesualdo da Venosa. Dergelijke werken schreef Lassus feitelijk al rond 1555, zodat het mogelijk is dat hij dit werk ergens in Italië, Frankrijk of Vlaanderen heeft geschreven zo tussen 1553 en 1556. Op wikipedia lezen we:
De vorming van de chromatiek bij Cipriane de Rore, later door Gioseffo Zarlino (1517–1590), de leraar van Girolamo Frescobaldi, nog intensiever toegepast, is tegelijk een neerslag van de humanistisch-antiquiserende tendens, en een nabootsing van de chromatiek en enharmoniek van de antieke Griekse muziek. In het midden van de zestiende eeuw was chromatiek het compositorische neusje van de zalm geworden.
Maar de typische chromatische stijl van Gesualdo waar het stuk ook aan doet denken dateert pas van rond 1590. Dat is vier jaar voor de dood van Lassus. Het blijft dus onduidelijk wanneer Lassus dit werk nu gemaakt heeft.

Laten we nu eens gaan luisteren naar hoe Orlando di Lasso de Perzische Sibylle de komst van Christus laat aankondigen.

Virgine matre satus, pando residebit asello,
Iucundus princeps, unus qui ferre salutem
Rite queat lapsis: tamen illis forte diebus
Multi multa ferent, immensi fata laboris.
Solo sed satis est oracula prodere verbo:
Ille Deus casta nascetur virgine magnus.

Het zaad van een maagdelijke moeder zal zitten op een gezadelde ezel,
de vreugde brengende prins, de enige die kan brengen redding,
regels in plaats van verkeerde dingen; maar het zal gebeuren in die dagen
dat velen veel dingen voorspellen, enorme werken staan te gebeuren.
Het enige dat nodig is om te voorspellen is het volgende woord:
dat God zal worden geboren uit een voortreffelijke maagd

De tekst van dit gedicht kun je feitelijk in twee delen verdelen. Het eerste deel schildert hoe een prins gezeten op een ezel zal komen. Het tweede deel, vanaf “tamen illis forte diebus” (“maar het zal gebeuren in die dagen”), schildert dat het zal gaan om een machtig iemand die geboren wordt uit een maagd. We zoomen nu eerst even in op dat tweede deel van het motet. 
(Door op de partituur te klikken wordt deze nog een keer als een apart bestand in een ander venster geopend, welk je ook kunt maximaliseren zodat je alles goed kunt bestuderen).

De tegenstelling met het voorafgaande eerste deel springt er gelijk uit door zijn ritmiek: alle partijen zingen “Multi multa ferient”, twee keer achter elkaar, in een soort 10/8 maat: een twee drie, een twee drie, een twee, een twee, en nog een keer: een twee drie, een twee drie, een twee, een twee.  De tekst “De immensa facta laboris”, (de grote werken die gedaan gaan worden), wordt uitgedrukt door gebruik te maken van lange notenwaarden. Dan komt er een mooie, subtiele tegenstelling: “Solo”. Hier wordt verteld dat het feitelijk om slechts “een” ding gaat. Het woord “solo” wordt heel subtiel, eenstemmig, door alleen de sopranen gezongen.

En waar gaat het uiteindelijk slechts om: om de voorspelling dat er een God geboren zal worden uit een maagd, het fragment waarmee het motet daarna wordt besloten. Dit deel kenmerkt zich door een vrij extreme chromatiek. Voor zij die iets weten van toonsoorten en akkoorden: speel de akkoorden maar eens op piano vanaf de laatste twee systemen, ik heb ze in bovenstaande partituur onder de systemen gezet.

Dit laatste stuk klinkt daardoor allerminst vreugdevol, zoals je eigenlijk bij de aankondiging van de verlosser zou verwachten, maar het klinkt vooral dramatisch, of zelfs droevig. We zien onder meer hoe opeens een C akkoord over gaat in een C-mineur akkoord. Het woord “deus”, God, gaat over in mineur. Hier wordt al het dramatische einde van deze God aangekondigd, het lijdensverhaal. Juist op dat punt zien we ook nog eens hoe de melodie bij de sopranen daalt. Ook andere woorden worden subtiel uitgebeeld. Nascetur, geboren worden, gaat steeds een klein beetje omhoog. Het woord “magnus”, de machtige, is nog enigszins in een iets hoger register. Maar dat hele laatste stukje kent in de toplijn van de sopranen slechts een omvang van een verminderde kwint, een uiterst kleine ambitus dus. Alle uitbundigheid is in dit deeltje verdwenen. Christus komt dan wel, maar de Perzische Sibylle voorspelt dat het er niet makkelijker op wordt…

Het hele motet klinkt zo:

En alle twaalf de motetten, inclusief proloog, klinken zo:

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Iran, bakermat van onze beschaving

Wie heeft de afgelopen jaren de verschillende afleveringen van “Onze man in Teheran” van Thomas Erdbrink gezien? Het programma vertelt veel over de huidige cultuur en de veranderingen die er in Iran plaats vinden. Je kunt via NPOstart alle afleveringen terug zien. Maar voor archeologen en historici is ook het verleden van het land buitengewoon boeiend. Nu is het land islamitisch, maar eigenlijk is dat gezien vanuit de zeer lange culturele geschiedenis van het land pas heel kort zo. Wat was er daarvoor? Wil je die godsdienst, die nog steeds bestaat, leren kennen, dan kun je het beste naar India gaan. Daar wonen ongeveer 60.000 mensen die Parsi worden genoemd. Zij zijn geen hindoe, zoals de meeste mensen daar, maar aanhangers van het zoroastrisme. Dat is een eeuwenoude godsdienst die uit Perzië, het huidige Iran afkomstig is. Tot de komst van de Islam in 650 na Christus, is het zelfs lange tijd de staatsgodsdienst geweest. En niet alleen in India, ook in Iran zelf kun je nu nog steeds ongeveer 20.000 mensen vinden die deze godsdienst belijden.

Zoroaster, beter bekend onder de naam Zarathustra, was iemand die waarschijnlijk leefde ergens tussen de veertiende en twaalfde eeuw voor Christus. (Wij zaten toen nog in de nadagen van de laatste ijstijd…) Hij was de profeet voor de goede god. Volgens hem is Auramazda de ware god en zijn alle andere goden halfgoden. De mens is geschapen om te strijden tegen de machten van het kwade. Het geloof zit daarom ook niet in het aanvaarden van een leer, maar in het denken, zeggen en het doen van het goede. Zarathustra kennen we waarschijnlijk van het boek van Nietsche “Also sprach Zarathustra”, en van het symfonische gedicht dat Richard Strauss schreef naar aanleiding weer van dat boek. Ondanks dat de koningen van dat rijk waarschijnlijk geen lieverdjes waren, krijg je toch een vrij positief beeld van de cultuur in die tijd. Er zijn veel imposante dingen tot stand gekomen zoals irrigatiewerken, maar er werd geen gebruik gemaakt van slaven. Alle werknemers kregen keurig betaald. Ook werd opgeschreven hoeveel brood iedereen elke dag moest krijgen.

zooastrisme

De koning van Perzië stelde zichzelf graag voor als Auramazda, hij die de weg wijst. We zien als symbool een oude wijze man op een adelaar die duidelijk een kant uit wijst: dit is de goede weg. In zijn hand draagt hij een ring die loyaliteit en eenheid moet verbeelden. De drie geledingen van zijn vleugels staan voor goede gedachten, goede woorden en goede daden. Bij de staartveren is het juist het omgekeerde. De drie geledingen staan nu voor slechte gedachten, slechte woorden en slechte daden. Die dient de mens dus te vermijden en achter zich te laten. De ring tussen de vleugels stelt het heelal voor: er is geen begin en geen einde en de wereld kent een cyclisch principe. Ondanks het feit dat in Iran nu de Islam staatsgodsdienst is wordt dit symbool nog steeds als nationaal symbool gebruikt om het goed en het kwaad te verbeelden.

relief-persepolis

Perzië bereikte zijn grootste omvang in de zesde eeuw voor Christus onder Darius de Grote. In Persepolis kun je nog steeds zien hoe hij, onder het Auramazda-symbool, zichzelf heeft afgebeeld als overwinnaar van vele koningen en volkeren. De grootste tegenstander wordt letterlijk vernederd doordat hij hem onder een voet vertrapt, de andere koningen kijken hem onderdanig aan terwijl hun handen achter hun rug zijn geboeid. Dit reliëf is geleidelijk ontstaan, doordat er, nadat er meer volkeren waren overwonnen, weer nieuwe geboeide koningen aan de rechterkant werden toegevoegd. Als laatste zien we een Scytische koning met een puntmuts.

zaal

In het Drents Museum was tot afgelopen zondag een heel bijzondere tentoonstelling die de rijke cultuur van het huidige Iran laat zien. De zaal geeft een prachtige sfeer weer, door de plaatsing van de vitrines, de belichting, de Perzische tapijten en de fotoreliëfs op enkele wanden, soms in de grootte 1 op 1 zoals op de afbeelding van het reliëf in Persepolis dat ik al iets eerder heb laten zien. Meer dan 200 originele objecten uit het staatsmuseum van Teheran zijn tentoongesteld met een mooie toelichting erbij. Van prehistorische vuistbijlen, bronzen en ijzeren voorwerpen, veel aardewerk tot ook objecten uit de Islamitische tijd, zoals een verluchtigde koran. Heel indrukwekkend is alles wat je kunt zien rond de ontwikkeling van het spijkerschrift. Onvoorstelbaar als je je voorstelt hoe het er in die regio toen al aan toe ging, enkele duizenden jaren voor Christus. In Nederland sloegen ze elkaar toen nog met stenen vuistbijlen de koppen in…. Het geheel kun je bijna niet beschrijven, de cultuur en de culturele ontwikkeling van vele eeuwen komt min of meer langs. De tentoonstelling is nu afgelopen maar je kunt denk ik nog wel de prachtige catalogus in het museum aanschaffen.

Ik wil om toch een indruk te geven enkele voorwerpen die ik fotografeerde laten zien met daarbij steeds een kleine toelichting.

handelsbol

Deze zogenaamde kleibulle uit 3200 voor Christus werd door de handelaar die producten verstuurde meegegeven met de zending. Dit deed men al vanaf ongeveer 7000 voor Christus. Als bewijs van originaliteit waren er aan de buitenkant afbeeldingen in het eerst nog natte aardewerk gemaakt door middel van speciale afdrukzegels. Zo wist men van wie de zending kwam en was de opdracht als het ware verzegeld. Sloeg degene die de zending ontvangen had deze bulle kapot, dan zaten er enkele stenen van verschillende vorm en grootte in. Elke vorm stond voor een bepaald soort product, bijv. graan. De hoeveelheid stenen met die vorm stond voor de hoeveelheid van het betreffende product. Een buitengewoon vernuftig systeem dat dus erg lang dienst heeft gedaan. Later kwam daar het spijkerschrift voor in de plaats.

vaas

Deze spekstenen vaas is gemaakt tussen 2600 en 2400 voor Christus. Speksteen kan zich goed laten bewerken want het is een relatief zachte steensoort. De vaas is uitgebreid versierd. We zien moeflons, die in die tijd veel als vee werden gehouden. De symmetrie van hoe alles getekend is doet me denken aan de Romaanse periode in het westen, waarbij we heel vaak planten en diersoorten zien, die op een symmetrische wijze zijn vorm gegeven. Leeuwen met de koppen tegen elkaar, twee in elkaar gestrengelde slangen en dat soort afbeeldingen. Maar dan heb ik het over zo’n 3500 jaar later..

kom

In een iets latere periode zien we aardewerk met vergelijkbare afbeeldingen, zoals deze kom die tussen 1450 en 1150 voor Christus is vervaardigd. Opvallend is ook het symbool van water, de kronkelende streepjes. Ditzelfde symbool blijft tot ver in de middeleeuwen in gebruik. Heel vaak herkennen we daar bijvoorbeeld Johannes de Doper aan. Water was extreem belangrijk. Grote delen van Perzië zijn en waren droog en woestijnachtig. Maar door de nabijgelegen bergen was het mogelijk grote irrigatiewerken aan te leggen, zodat mens en vee ook daar konden leven.

potjes

Behalve dagelijkse gebruiksvoorwerpen of wapens waren er in de tentoonstelling ook dingen te zien die te maken hebben met de grafcultuur. Er waren bij een begrafenis uitgebreide wijnceremonies met speciaal daarvoor gemaakte schenkkannen. Zoals deze aardewerken schenkkan, met maar liefst zeven met elkaar verbonden kannetjes en een snavelvormige tuit, gemaakt tussen 850 en 550 voor Christus.

spijkerschrift

Het spijkerschrift heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt in Perzië, en van de verschillende stadia waren er in de tentoonstelling allerlei voorbeelden te vinden. Dit is een heel laat voorbeeld uit 680 tot 645 voor Christus, waarop staat vermeld hoe het brood verdeeld moest worden.

Tijdens de tentoonstellingen kon je meerdere informatieve films zien. Een korte film van ruim zes minuten is te zien op museumtv. Om hem te kunnen zien moet je wel een (gratis) account hebben, of je moet inloggen via Google+ of Facebook.

https://www.museumtv.nl/video/mini-docu-iran-bakermat-van-de-beschaving/

Iran is een fascinerend land dat gebaat is bij meer kennis in het westen van zijn huidige en zijn oude cultuur. Ik heb zeer genoten en wie weet volgt er nog eens een reis richting dat land!

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, kunst, maatschappij, recensie, taal | Tags: , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Einde eerste Wereldoorlog

Gisteravond bij “de Wereld draait door” merkte Peter Vandermeersch op hoe weinig aandacht er in Nederland was voor het herdenken van het einde van WO I.  Waarom zou je ook: Nederland was in die tijd neutraal, het land was niet ingenomen door welke partij dan ook en had vooral veel  geld verdiend aan deze oorlog. Dus niets bijzonders toch? Toch waren er ook in Nederland enkele opmerkelijke herdenkingen zowel zaterdag als zondag die in dit TV-programma niet vermeld werden. Op zaterdag was er in het Vredespaleis een internationaal congres over oorlog en vrede waarbij vooral WO I centraal stond. In het kader daarvan was er ’s avonds een concert in de aula van het Vredespaleis. Hier was ik bij:  met name de teksten van Vincent Bijlo maakten bij mij grote indruk. Alles was muzikaal ingebed. Voor de pauze klonk er muziek geschreven tijdens de eerste wereldoorlog, uitgevoerd door het Monteverdi Kamerkoor Utrecht. Na de pauze nam de Koselleck Big Band het over met als solist Fay Lovsky. Deze muziek onderstreepte de teksten waardoor het hele verhaal van de eerste wereldoorlog nog een keer de revue passeerde, ook hoorden we veel over de gebeurtenissen die er op volgden zoals de gelukte dan wel mislukte revoluties. Bij mij bleef het meeste bij het verhaal over Fritz Haber, de uitvinder van zowel het chloorgas als het mosterdgas. Haber was zelf als kolonel bij de eerste chloorgas-aanval in Ieper. Een jaar na de eerste wereldoorlog kreeg hij de nobelprijs voor chemie, weliswaar vanwege een andere uitvinding. Later vond hij ook nog Zyklon B uit, het gas waarmee miljoenen doden in de tweede wereldoorlog werden vergast. Dat heeft hij niet meegemaakt, want hij was als professor aan de kant gezet in 1933, omdat….. hij jood was.. Hij overleed in Basel in 1934 aan een hartaanval.

Zondag werd het concert van ruim twee uur herhaald in Doorn, nu met als solist Ellen ten Damme. Ik was er niet bij, maar het schijnt zo mogelijk nog indrukwekkender te zijn geweest. De titel van het concert was: “the concert to end all wars”. Een indrukwekkende herdenking die bij de meeste aanwezigen keihard  binnenkwam, die helaas naar mijn weten door  geen hoogwaardigheidsbekleders is bijgewoond.

Vincent Bijlo was af en toe cynisch hard, vooral over ” het Nederland” van die tijd. De koeien loeiden vredig. Koningin Wilhelmina liet de vluchtelingen uit België toe:  ‘wir schaffen das’.  Vooral in het zuiden werden de grenzen bewaakt. Mijn grootvader was erbij, als jongeman van 32. Hij staat in de achterste rij helemaal rechts op de foto. God zij dank werd Nederland beschermd..

soldaten

Waarom moet WO I herdacht worden? Niet alleen vanwege de slachtoffers, maar vooral ook vanwege het feit dat toen begonnen werd met het inzien van de noodzaak tot samenwerking om zo tot een permanente vrede te komen. Na 1945 werd die draad weer opgepakt en dat leidde tot de EU. Als we terugdenken aan die oorlogen dan moeten we ons schamen dat we de neiging hebben die samenwerking nu weer klakkeloos overboord te gooien. In die geest is het ook schandalig dat veel plaatsen in Nederland weigeren om Duitsers toe te laten bij hun herdenkingen. Mensen, waar gaat het om! Het gaat om samenwerking! Met iedereen!

Kijk ook terug naar het interview met Peter vanderMeersch  https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/508541

 

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen