De Coda

In de tijd van de Weense klassieken – Haydn, Mozart en Beethoven – hebben een aantal muziekvormen zich ontwikkeld tot een soort standaard die meer dan een eeuw lang mee ging. De belangrijkste standaard is die van de sonatevorm. Het wordt niet voor niets ook wel de “Hoofdvorm” genoemd. Het model vond zijn weg in de kamermuziek, de symfonische muziek, de pianoconcerten en in nog veel meer genres. De componist die het meeste zijn stempel heeft gedrukt op deze vorm is Beethoven. En in zijn 32 pianosonates kun je heel goed ook de eigen ontwikkeling van Beethoven binnen dit genre zien. Bijna elk werk, meestal bestaande uit vier delen, begint met een deel in de hoofdvorm.

Vaak eindigt zo’n hoofdvorm met een staartje, de zogenaamde Coda. Voor Beethoven is dat een deel waarin hij zich lekker uitleeft. Oorspronkelijk was een coda een niemendalletje van slechts enkele maten dat lang niet in elke sonate aanwezig was, maar Beethoven maakt er iets van dat je in retorisch opzicht zou kunnen beschouwen als het hoogtepunt van het hele deel. Vergelijk het met een preek. De argumenten zijn opgesomd bij het eerste en het tweede thema, deze zijn helemaal uitgekauwd en doorgelicht in de doorwerking. Ze worden nog een keer voor het voetlicht gebracht in de reprise, maar dan verlaat je de kerk na nog enkele donderpreek-achtige waarschuwingen: ‘dus, waarde gelovigen, jullie begrijpen nu waarom je je zo en zo dient te gedragen!’ Dat laatste gebeurt in de Coda.

De Coda begint altijd verrassend. Daarvoor is er toegewerkt naar het einde, het stuk had al afgelopen kunnen zijn met de laatste slotzin van de reprise. Maar dan komt er opeens iets dat je niet verwacht, je gaat op het puntje van je stoel zitten. Alsof er nog weer een doorwerking komt, een bestanddeel dat we al gehad hebben. Maar dat blijkt slechts schijn. Uiteindelijk wordt dan ook de coda alsnog afgerond.

Kan een coda ook spannend zijn zonder dat je het voorafgaande gehoord hebt? Niet echt, een coda dankt een deel van zijn effect aan het verwachtingspatroon – hu, wat gebeurt er? – Maar er zijn coda’s die je bijna als losse stukken zou kunnen beluisteren en die ook dan nog het beluisteren waard zijn. In het late werk van Beethoven gaat het vaak om lange onderdelen, die inderdaad bijna een stuk op zich gaan vormen. Maar een begin in die richting zien we ook al in zijn jeugdwerk, zoals bij de coda van het eerste deel van de sonate opus 2.3. De vroege Beethoven is trouwens echt prachtig, je voelt zijn energieke zoektocht in het Walhalla van de muzikale vormen. Hieronder heb ik een een beschrijving gemaakt van deze coda. In het schema, waarin het dynamische verloop van het stuk aanschouwelijk is gemaakt, heb ik cijfers gezet. Deze cijfers corresponderen met de cijfers van de beschrijving. Met enige oefening kun je zo alles goed volgen.

coda

  1. De slotzin van de reprise is al bijna afgelopen, maar opeens komt er een onverwacht akkoord, een zogenaamd bedrieglijk slot. Een effect zoals bij Haydn in zijn symfonie met de paukenslag, iedereen die ingedut is wordt gelijk wakker geschud. En wat gebeurt er dan? Je hoort het akkoord nog nadreunen, intussen komt er een zacht geborrel van gebroken akkoorden, die steeds spannender worden,
  2. het worden verminderde septiem-akkoorden die op een onverwachte manier stijgend in elkaar overgaan.
  3. Dat leidt tot een nieuw hoogtepunt: je hoort een zogenaamd kwart-sextakkoord boven de dominant. Iedereen weet en voelt: nog twee akkoorden en het stuk is klaar, we wachten alleen nog op het dominant akkoord en de slot-tonica.
  4. Maar die dominant wordt heel lang uitgesteld, je hoort allerlei “wirwarrende” loopjes boven nog steeds dat kwart-sextakkoord.
  5. Als dan eindelijk een triller komt en daaronder de grondtoon van die dominant zijn we echt op het dominant akkoord aangekomen. Nu rest er nog slechts een slotakkoord. Maar in plaats van dat slotakkoord lijkt er een nieuwe reprise te komen die ingeleid wordt door een dalend chromatisch loopje.
  6. Ja hoor, daar is thema 1 weer terug. Al snel laat Beethoven nu weten: nee hoor, dit is niet weer een reprise, nu gaan we het toch echt wel afronden: we horen een steeds sneller wordende canon, die lijkt te gaan eindigen met een duidelijke slot-cadens: eerst een akkoord op de sub-dominant, dan een dominant akkoord: nu zal dan eindelijk toch die verlossende tonica komen… mis poes!
  7. Alweer een bedrieglijk slot, nu niet keihard, zoals de coda begon, maar juist heel zacht. Dan wordt de cadens opnieuw opgepakt met sub-dominant, kwart-sextakkoord op de dominant, het dominant akkoord zelf, en,
  8. hè hè, eindelijk daar is ie dan: een langgerekte, uitgesmeerde tonica,
  9. met nog een krachtige bevestiging van slechts twee akkoorden er achter aan: dominant-tonica!

Hieronder staat deze coda nogmaals, maar nu voorafgegaan door de niet afgemaakte slotzin van de reprise. Zo kun je horen hoe de coda is ingebed in het geheel.

Het hele deel, en de volgende drie delen van deze sonate, vind je hier, gespeeld door Daniel Barenboim

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Goudblonde lokken

Totdat ik naar het conservatorium ging zat ik alleen op jongensscholen. En als je dan in de puberteit kwam dan veranderden meisjes opeens van mensen in engelen. Zo fietsten we terug van school naar huis. Met een groepje jongens. Maar niet die dag. Toen fietsten daar opeens twee meisjes, net voor ons. O wat waren ze mooi, nee, ze waren beeldschoon, ik kon mijn ogen niet van hen af houden. Vooral dat haar. Goudblonde lokken. Hun ogen zag ik niet. Daar durfde ik niet naar te kijken. Maar het waren vast engelen-ogen die niet konden jokken.

Ik begrijp dus mijn oudste kleinzoon wel. Als we naar de speeltuin gaan hoopt hij dat er meisjes van zijn leeftijd zijn. En dat moeten meisjes zijn met lange haren. Die vindt hij veel leuker dan jongens. Dat zegt hij dan ook openlijk. Nu wil hij zelf ook lijken op zo’n mooi meisje. Gisteren ging hij naar boven en haalde daar de klerenkast van mijn vrouw overhoop. De vloer lag bezaaid met kleren. Uiteindelijk had hij iets bruikbaars gevonden. Over zijn hoofd had hij een broek getrokken, de pijpen hingen als lange meisjesharen achter hem aan.

Soms zou je wel eens willen weten wat er allemaal omgaat in het hoofd van een kind. Bij hem is dat vrij makkelijk want hij speelt zijn gedachten uit, het wordt een film zonder scherm. Hij woont tegenwoordig op Solor. Solor heeft als hoofdstad Schoonhoven. Wij wonen meer aan de rand, bij de zee. Solor is immers een eiland. We moeten uitkijken want als het vloed is dreigt Solor onder water te lopen. Vooral waar wij wonen, daar kan dat gevaarlijk worden. In een niet aflatende stroom van enthousiaste verhalen heeft hij me gisteren verteld over het ontstaan van Solor. Over hoe er mensen gingen wonen, eerst in grotten. Hoe er allerlei uitvindingen werden gedaan. Hoe Solor twee wereldoorlogen te verduren kreeg en alle huizen compleet vernietigd werden. Maar hoe er daarna weer nieuwe huizen gebouwd werden. Alle huizen van Solor waren van na die tijd. Ook was er nu asfalt wat alles een stuk gemakkelijker maakte. Hij hield een monoloog van een half uur, van ons huis tot bij zijn eigen huis en eindelijk thuis gekomen was hij nog niet klaar. Ik zei:
-‘Over het ontstaan van Solor kun je volgens mij wel tien tekeningen maken.’
-‘Och man, wel honderd’, antwoordde hij.

Uiteindelijk tekende hij niet Solor maar een trein die net onder het half-open viaduct vlakbij Abcoude reed. Als je daar in die trein zit en de zon schijnt dan zie je wel tien lichtflitsen achter elkaar: licht-donker-licht-donker- licht-donker-licht-donker… Ik keek naar zijn tekening. Hij werd nu ook in mijn fantasie steeds mooier. In mijn gedachten leken de goudblonde lokken van de meisjes, die vast ook in die trein zaten, steeds meer te gaan schitteren.

abcoude

Geplaatst in autisme | Tags: , | 1 reactie

Reinbert de Leeuw

De dood van Reinbert de Leeuw op 14 februari 2020 is bijna als de dood van een prachtige boom naast je ouderlijk huis die je je hele leven daar onwankelbaar hebt zien staan. Wel langzaam wat meer takken verliezend, elk jaar komen er minder verse bladeren, uiteindelijk is hij dan toch dood. Maar als hij niet omwaait of wordt gerooid staat hij er nog heel erg lang. Zo hoop ik dat de muzikale erfenis van Reinbert de Leeuw ook nog lang zijn sporen na zal laten.

Visions de l’Amen

Bij podium Witteman hoorde ik weer eens een stukje van de opname van zijn uitvoering van een van de gymnopédies van Satie. Extreem langzaam. Zijn opvatting zal ook te maken hebben met wat hij in een kort interview met Hans Hafmans zei, nog maar enkele maanden geleden ter gelegenheid van de uitvoering van “Visions de l’Amen” van Olivier Messiaen. De gebroeders Jussen die dit werk uitvoerden hadden een hele middag intensief contact gehad met Reinbert de Leeuw om zich te scherpen in de interpretatie. Enkele dingen die Reinbert de Leeuw zei bleven me gelijk bij: Messiaen kon dit schrijven vanuit zijn intense religieuze overtuiging. Maar om deze muziek te kunnen spelen hoef je niet religieus te zijn. Hij is universeel. En: je hoort hier het tempo van de natuur.

Hans Hafmans zegt er dit over:

En hier hoor je Reinbert de Leeuw over dit stuk:

Bij onderstaande opname staat ook het notenbeeld erbij, wel hoor je een andere uitvoering:

Nächtlige Wanderer

In 2014 schreef Reinbert de Leeuw zelf nog een orkeststuk, gebaseerd op een gedicht van de vroeg-negentiende-eeuwse dichter Hölderlin: Nächtlige Wanderer (nachtelijke wandelaar)

tekst-holderlin

Tijdens dit orkeststuk van ongeveer drie kwartier wordt bovenstaande tekst op een bepaald moment via een bandopname geheimzinnig gefluisterd.

Het is een romantische tekst maar ik krijg associaties met symbolistische teksten zoals die er ongeveer vijftig jaar na Hölderlin uit zagen. In eerste instantie wordt er een sfeerbeeld geschapen, maar in tweede instantie lijkt er een ondertoon aanwezig die vooral iets zegt over het geestesleven van de hoofdpersoon. Deze hoofdpersoon droomt, dat blijkt uit de laatste regel. Hij heeft een nachtmerrie. Maar zou hij niet ook als hij wakker is lijden aan waanvoorstellingen? Of droomt hij dit vanuit Freudiaanse beelden, verwerkt hij iets? Waarom heeft Reinbert de Leeuw op late leeftijd besloten een orkeststuk te maken op deze tekst? Ik las ergens dat deze tekst misschien wel over hem zelf gaat.

In het begin en het einde van het stuk wordt er een sfeer geschapen, maar hier komt steeds meer beklemming bij zodra er meer instrumenten gebruikt gaan worden. Er komt een “zeer wreed deel” met veel dissonanten  vlak voor het midden, nog voor het stuk waar de tekst gesproken wordt. Ik voel in dat wrede deel de tekst: Du naher Würger, komme, komme. Sieh! er lauscht, schnaubend Tod – Ringsum schnarchet der Hauf, Des Mordes Hauf. Het einde is weer veel rustiger, maar niet zonder een gevoel van onheil. Zoals het stuk begint met het blaffen van een hond, zo eindigt het er ook mee. De enigszins onregelmatige “tok” van de claves klinken als een waterdruppel van een lekke kraan. Het kan met enige fantasie ook de onregelmatige hartslag van de hoofdpersoon zijn. Het laatste fragment, vanaf de gesproken tekst hoor je hier:

En hier het volledige stuk:

Reinbert de Leeuw zal vooral bekend blijven doordat hij geweldige componisten als Kurtag en Goebaidoelina op de kaart heeft gezet. Maar er zijn zoveel andere dingen waarvoor we hem dankbaar moeten zijn. Hij is dood, maar ik hoop dat we nog veel van hem zullen horen.

 

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Hoog water

De Israëlieten waren in Egypte en mochten van de Farao niet weg. Maar God zorgde voor een aantal plagen. Eerst liet hij de Nijl overstromen. Dit had tot gevolg dat er veel parasieten via het slib in de Nijl kwamen en bijna alle vissen raakten besmet en stierven. Het water verkleurde, het leek wel bloed. Het hoge water was bovendien buitengewoon gunstig voor luizen en ook voor steekvliegen. Er ontstond een ware plaag. En zo volgde de ene plaag op de andere plaag. De Israëlieten konden uiteindelijk vertrekken.

Door de extreme warmte deze winter hebben we nu al regelmatig enkele muggen in de slaapkamer. Afgelopen jaar waren er juist bijna geen muggen, dus dat was heel slecht voor de zwaluwen en vleermuizen. Die zijn er nu waarschijnlijk nauwelijks komende zomer. Ideaal voor de muggen! Zeker als er overal door het hoge water plassen ontstaan waar ze vrijelijk hun eitjes kunnen leggen. Krijgen wij van de zomer een heuse Bijbelse plaag te verduren?

hoogwater4Maar als je veilig en droog bent kun je nu vooral genieten van deze plaatjes. Als het te erg wordt mag heel West-Nederland eindelijk vertrekken. Het land uit, hoger op. Een tweede exodus.

De getijden voor de Lek ter hoogte van Opperduit kun je afleiden van die van Krimpen aan de Lek.

getijdenIn Opperduit is het iets meer dan een half uur later hoog- dan wel laagwater. De volgende hoogwaterstand zal dus ongeveer tien voor half zeven morgenochtend zijn. (Het verschil in waterhoogte door het getij in Opperduit varieert, van 1 meter tot soms zelfs 1,5 meter)
Klik hier voor de actuele getijdentabel van Krimpen aan de Lek.

 

Geplaatst in maatschappij, natuur | Tags: , , , | 2 reacties

Igor Levit en Beethoven

Igor LevitMorgenavond speelt in de serie meesterpianisten in het Concertgebouw in Amsterdam Igor Levit onder meer twee sonates van Beethoven. (opus 109 en de laatste sonate opus 111). Toen hij nog maar pas drie jaar was speelde Igor Levit al piano en was al snel een wonderkind in Nizjni Novgorod, qua grootte de vierde plaats van Rusland. Maar al op zijn achtste verhuisde het gezin naar Hannover. Na studies in Salzburg en Hannover is hij nu op zijn drie en dertigste een van de meest vooraanstaande pianisten.

In het kader van 32 x Beethoven is deze pianist bezig met het maken van 32 podcasts over telkens een van de 32 sonates van Beethoven. Hij is inmiddels gekomen bij no 7, opus 10,3. Als kind was ik gefascineerd door een radioserie over de pianosonates van Beethoven op WDR 3. Eigenlijk dezelfde formule, telkens een sonate. Er werd bij elke uitzending veel verteld en je hoorde gedeelten en natuurlijk de hele sonate. Ik heb altijd goed Duits kunnen verstaan dus ook deze podcasts in het Duits zijn voor mij geen probleem. Maar er zijn twee verschillen met pakweg 55 jaar geleden: Nu wordt alles gespeeld door Igor Levit zelf en hij geeft al spelende een toelichting. De sonate zelf zul je in de podcast niet in zijn geheel horen, voor die opname moet je dus op een andere manier zorgen. Igor Levit is in de podcast in gesprek met Anselm Cybinsky. In dat gesprek stelt Anselm vaak vragen en daar gaat Igor dan op in. Hij speelt ook in die podcast op een geweldige manier fragmenten van stukken van Beethoven. En deze podcasts zijn eigenlijk heel mooie inleidingen op die sonates, ze worden zeker ook voor leken hierdoor meer toegankelijk gemaakt. Ze bevestigen wat ik eigenlijk altijd al geweten heb: Beethoven is weergaloos als componist, en zeker als componist van pianosonates.

Er is een video als inleiding naar de podcasts.
En hier een link naar de podcasts zelf.
Alle sonates door hem gespeeld kun je horen via de diverse muziekdiensten, bijvoorbeeld via spotify.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

ISS, Venus en de bijna volle maan

Vrijdagavond, 7 februari 2020. Ik heb hem inmiddels al een aantal keren gezien en ik heb er ook al twee keer over geschreven, het ruimtevaartuig ISS. Het was een prachtige heldere avond en juist deze avond was deze bemande satelliet gedurende ruim vijf minuten goed zichtbaar in Nederland. Het was net pas donker en om exact 6 minuten over half zeven begon het, zoals ook voorspeld:  daar kwam hij, laag aan de westelijke horizon. Langzaam klom hij omhoog, richting de zeer heldere planeet Venus in het WZW. Intussen zag je hoe hij enkele redelijk heldere sterren passeerde. Ik filmde uit de hand en zoomde ook af en toe in, wat nu en dan tot een wat beweeglijk beeld leidt. Niet te vermijden als je ook de satelliet wilt blijven volgen. Toen hij Venus voorbij was ging het richting zuiden en net iets eerder was de “afdaling” naar de horizon alweer ingezet. Ik filmde alles vanuit de polder bij de Hoekse weg in Lekkerkerk. Toen de satelliet in het zuiden stond keek je richting Lekdijk. Het laatste stuk zag je hem nog flikkeren door boomtakken heen, en daarna zag je hoe hij langzaam verder afdaalde. Ik bleef filmen tot je hem niet meer kon zien. Zo verdween hij weer in het OZO. De maan was deze avond bijna vol en stond al vrij hoog aan de hemel in het ZO. Die nam ik ook nog even mee in het slotdeel van de film.

Het ruimtevaartuig was bemand door drie astronauten, twee Amerikanen en een Rus. Net twee dagen eerder waren drie andere astronauten terug gehaald en geland in Kazachstan. Dat was live te volgen. Ik kijk regelmatig ook op mijn app over de ISS. Zo zag ik enkele keren live een ruimtewandeling. Brr.. wat eng, denk ik dan. Je ziet live een astronaut door de ruimte zweven in zijn ruimtepak om bijvoorbeeld iets te repareren of om accu’s te vervangen. Buitengewoon spectaculair. En vanavond zag ik ze ook live, nu zaten ze “in een stipje” aan de hemel.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 3 reacties

Volwassen

De school was uit. Op de fiets reden mijn twee kleinzoons voor me uit naar mijn auto. Daar raakte de oudste in gesprek met een mevrouw die daar net toevallig liep.
-‘Hoe oud ben jij?’
-‘Ik ben negentig jaar.’
-‘Négentig jaar! Dat is oud zeg. Dat is al bijna honderd. Dan ga je gauw dood.’
Ik hoorde dit en probeerde het gesprek een andere wending te geven.
-‘Zo, negentig jaar. U ziet er erg goed uit voor uw leeftijd.’
Maar ze ging door op wat mijn kleinzoon zei.
-‘Ik vind het helemaal niet erg om dood te gaan hoor, dan ga ik naar mijn man toe. Die is al dood.’
Nu begreep mijn kleinzoon dat hij misschien iets gezegd had dat ongepast was.
-‘Sorry, sorry. Ik wilde niet zeggen dat je al snel dood gaat.’
De vrouw weer tot mij:
-‘Ik houd er wel van, van kinderen die gewoon zeggen wat ze denken, dat is toch helemaal niet erg?’
-‘Ja, antwoordde ik, dat ben ik met u eens. Maar zo denken niet alle mensen er over. Het is toch goed dat kinderen dat leren.’
We stapten in de auto en reden naar huis.

Thuis op de bank kwam hij op een gegeven moment naast mij zitten.
-‘Opa, jij bent al bijna zeventig.’
-‘Wat goed zeg, hoe weet jij dat?’
-‘Je bent nu 69, en dan word je zeventig. Dat is ook al best oud. En dan ga je over een tijdje ook dood. Want na 70 komt 71, 72, 73..’
Ik onderbrak hem, want ik begreep dat hij door wilde tellen tot 100.
-‘Ja alle mensen gaan een keer dood. Maar als ik dood ga, dan ben jij denk ik al een grote meneer, toch? ‘
Hij was even stil. Toen beaamde hij dat.

Bij de speeltuin ging hij met zijn broertje voetballen.
-‘Ingooi’, riep hij. Zijn broer gooide in, niet van boven zijn hoofd zoals het hoort maar gewoon voor zich uit en hij gooide de bal ook nog eens vlak voor zijn eigen voeten op de grond.
-‘Nee!’ riep hij boos, ‘je moet niet naar je zelf toe gooien!’
Zijn broer voetbalde lustig door. Ik zag hoe de oudste zijn gezicht vertrok tot een verbeten grimas van woede, maar hij deed niets, ging niet schreeuwen, ging niet slaan, maar slikte zijn woede in en ging verder met voetballen. Waw! Dacht ik, wat heeft hij alweer een hoop geleerd. Zo speelden ze zeker twintig minuten samen zonder ruzie te maken. En toen ze stopten waren ze allebei blij: Ze hadden namelijk allebei gewonnen!
Ik heb last van een knie dus ik bekeek alles vanaf een bankje.
-‘Opa, hoe moet dat met die stang?’
-‘Gewoon stevig vasthouden.’
Bij de betreffende glijbaan kun je zoals het hoort naar beneden glijden maar je kunt ook via een soort brandweerstang naar beneden. Vroeger moest ik hem dan vast houden. Nu pakte hij de stang vast en gleed zelfbewust naar beneden. Zijn broertje zag dat en ging het ook proberen. Hem lukte het ook. Wat waren ze allebei blij! Een nieuw spel was geboren. Ze waren brandweerman en rukten na een melding uit. Hup naar beneden, via de stang. En met groot materieel onmiddellijk op weg naar de onheilsplek. Net toen ze weer terug waren in de kazerne werden ze alweer opgebeld. En zo gebeurde het tot drie keer achter elkaar.

Wat een genot om te zien hoeveel er geleerd wordt. Thuis gekomen was er weer een nieuw spel. De deur naar de serre moest dicht. Terwijl de jongste twee kinderen door mijn vrouw in bad werden gestopt speelde hij dat hij volwassen was en alleen woonde. De huiskamer was zijn huis. Hij deed alle lampen die daar waren aan en maakte het zich erg gezellig. In een hoekje ging hij wat spelen en intussen keuvelde hij als een “volwassen meneer” in zich zelf. Toen ik de deur open deed zei hij:
-‘Kom binnen, kom je op bezoek?’
Ik speelde het spelletje onmiddellijk mee. Al snel ging het bezoek weer weg. Dat kwam goed uit, want hij wilde naar bed. Mijn vrouw vertelde dat hij zich boven op onze kamer was gaan uitkleden en daar wilde hij nog even een film voor grote mensen zien. (Bij ons bed staat een kleine TV). Mijn vrouw die nog met de kleintjes bezig was zette een film op die haar wel geschikt leek. Maar toen broer en zus op het bed werden afgedroogd kleedde hij zich maar weer aan en liep als een grote meneer naar beneden, weer naar binnen in zijn huis. Volmaakt gelukkig.

Door zijn opmerkingen over leeftijd en dood word ik erg geraakt. Maar hij laat me zien dat hij het als volwassene best wel gaat redden. Hij leert steeds meer hoe de wereld in elkaar steekt. En vooral ook: hij geniet van zoveel dingen. Ook van piano spelen. Lekker improviseren.

En hij tekende naast mij, terwijl ik de krant las, het eiland Mauru.

mauru

 

Geplaatst in autisme | Tags: | 2 reacties

Van BLAUWE BOEKJE tot studiepunten

Het onderwijs aan de Conservatoria in Nederland tussen 1970 en 2020.

In het voortgezet onderwijs zorgen de centrale eindexamens er voor dat er op zijn minst een zekere waarborg is met betrekking tot het niveau van een bepaald vak. Iets dergelijks was er vroeger ook in het hoger beroepsonderwijs. Ook hoe de studie was ingericht werd vaak van boven af bepaald. De Conservatoria gebruikten daarvoor het “blauwe boekje”. Hierin stond omschreven hoe de vakken afgesloten werden. Zo was er met betrekking tot gehoor- en solfège een onderscheid tussen eenstemmig, tweestemmig en driestemmig dictee. Als je hoofdvak fluit studeerde hoefde je slechts een enkele partij te kunnen onderscheiden. Studeerde je Muzikale vorming (Docent Muziek tweede graad) dan moest je tegelijkertijd ook een baslijn kunnen horen, net als iemand die piano studeerde. Studeerde je Schoolmuziek (Docent Muziek eerste graad) dan moest je ook nog een tussenliggende melodie kunnen reproduceren, net als organisten. Bij de eindexamens waren altijd externe gecommitteerden aanwezig. Dit soort regeltjes werd zo rond 1980 als behoorlijk achterhaald beschouwd. De conservatoria kregen ruim baan om hun onderwijs en examens naar eigen goeddunken in te richten. Het blauwe boekje werd afgeschaft. Na weer enkele decennia was er een complete wildgroei ontstaan. En toen kwamen de visitaties. Eens in de zoveel tijd werd een opleiding gevisiteerd. Dat had tot gevolg dat er koortsachtig voor werd gezorgd dat vooral de administratie op orde was voordat de visitatie plaats vond. Een negatieve visitatie leidde tot een opdracht tot verbetering en bezorgde de opleiding een slechte reputatie.

Maar er zijn nog steeds grote verschillen. Het gaat om niveauverschillen (bij sommige conservatoria wordt iemand die op een bepaalde plek is afgestudeerd niet eens aangenomen voor het eerste jaar), om inhoudelijke verschillen (de vakken die er geven worden kunnen heel verschillend zijn) of om cultuurverschillen. Met dat laatste bedoel ik: hoe wordt er les gegeven, wat is de visie op het toekomstige beroep, is het onderwijs dichtgespijkerd of is er veel vrijheid. Hier kom je soms al achter als je een open dag bezoekt, je proeft de sfeer, praat met docenten en studerenden en voelt iets van de cultuur van de opleiding.

Examens, blauwe boekje, visitaties: het gaat er vooral om dat de overheid die het onderwijs bekostigt weet of het geld goed besteed wordt. Of in ieder geval de illusie heeft dat het goed wordt besteed. Want er zijn dingen die nauwelijks te meten zijn. Zoals de cultuur van een opleiding. Wel zijn er tegenwoordig enquêtes die zowel de docenten als de studenten krijgen voorgeschoteld en waar je van alles iets mag vinden. Helaas zal de uitslag hiervan vooral iets zeggen over: is de organisatie op orde, of: zijn er genoeg studieplekken.  Als er heel schoolse dingen aangeleerd worden maar je hebt als student geen idee dat het ook anders zou kunnen dan slik je dat voor zoete koek. En elke inhoud wordt nu gelabeld. Wat moet je kennen en kunnen? Hoeveel tijd heeft een gemiddelde student daar voor nodig? Dat is zoveel studiepunten.

Mijn opleiding indertijd was in veel opzichten ronduit slecht, ondanks het blauwe boekje. In het blauwe boekje stond wel dat je vijf jaar lang muziekgeschiedenis kreeg bij hoofdvak Schoolmuziek, en die muziekgeschiedenis was ook nog eens onderdeel van het hoofdvak. Het gemiddelde eindexamenpunt werd er mede door bepaald. Dus je leerde goed Muziekgeschiedenis, het was immers de bedoeling dat je leerlingen in het voortgezet onderwijs de hogere cultuur kon bij brengen. Maar er stond in dat groene boekje niets over hoe de stage ingericht moest zijn, niet eens hoeveel uren je stage moest lopen. Nee, als onderdeel van je eindexamen hoefde je slechts één enkele les te geven op een middelbare school. Één goede les in elkaar flansen, daar kon je hoofdvakdocent je nog wel mee helpen. Bij die les zat ook een gecommitteerde. Als je geen al te gekke dingen deed was je voor dat onderdeel geslaagd. Zonder verder ooit voor de klas gestaan te hebben. O ja, je had ook nog enkele jaren pedagogiek en psychologie gehad, maar de docenten die die lessen gaven leken geen flauw benul te hebben van de lespraktijk. Mijn hoofdvakdocent Schoolmuziek heeft me trouwens nooit, geen enkele keer, bezocht als ik ergens stage liep. Mijn stageplekken heb ik zelf georganiseerd. Ik wilde weten of ik dat zou kunnen, les geven. Ik klooide maar wat aan en heb uiteindelijk dan maar ook besloten dat dit niet mijn beroep moest worden. Gelukkig waren er wel heel goede docenten voor bijvoorbeeld piano, zang, harmonieleer enzovoort.

Maar mijn redding was mijn tweede hoofdvak, het hoofdvak “theorie der Muziek”. En daar voelde ik me als een vis in het water. Doordat de opleiding Schoolmuziek zo’n puinhoop was ervoer ik veel ruimte om me met allerlei “andere” dingen bezig te houden. Ik bezocht lezingen, masterclasses, ging naar concerten, organiseerde met anderen een cultureel festival en proefde het leven van alle mogelijke kanten. Eigenlijk, dankzij die chaos bij Schoolmuziek ervoer ik een enorme vrijheid die bij mij persoonlijk goed werkte. Achteraf denk ik dat een opleiding allebei die aspecten moet hebben: een goede organisatie met gestructureerde lessen, maar tegelijk moet er genoeg vrijheid voor experimenteren zijn. De opleiding moet niet dichtgetimmerd zijn door al te vast omschreven inhouden, gekoppeld aan studiepunten. En dat is helaas in de loop van de tijd steeds meer gebeurd. Ik word op afstand al benauwd als ik zie wat er op dit moment van studenten Schoolmuziek verwacht wordt… Maar studenten zijn creatief: “hoe kan ik zo makkelijk mogelijk mijn benodigde studiepunten behalen?” Zo overleven ze het. Bepaalde aspecten van de “chaotische” zeventiger jaren-cultuur zou die opleidingen heel goed kunnen doen denk ik.

Geplaatst in maatschappij, muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een level hoger

-‘Zullen we beginnen met het vierde level?’
-‘Ja dat is goed. Ik heb al een ideetje wat het vijfde level wordt!’

Mijn twee kleinzoons verkneukelden zich in de auto van opa op weg naar diens huis al op het samen spelen. Er zijn inmiddels enkele spelletjes die ze allebei leuk vinden en waar ze zich echt in kunnen uitleven. Ik moest denken aan mijn eigen jeugd in een klein dorpje waar iedereen uit liep als er in een naburige straat een auto was gesignaleerd. Auto’s waren nog een zeldzaamheid, behalve op de doorgaande rijksweg. Maar zelfs daar was het, toen ik nog een jaar of vijf was, goed mogelijk om over te steken. Stoplichten of zebra’s waren er nog niet. En we kwamen daar bijna niet, dus het zien van een auto was voor kinderen altijd de moeite waard.

Toen ik vijf jaar was ging ik naar de kleuterschool. Daarvoor speelde ik ook al met kinderen. Er waren nog geen crèches, ook nog geen peuterspeelzalen. Ik riep naar mijn moeder die boven met huishoudelijke taken bezig was:
‘Mama, ik ga buiten spelen.’
‘Dat is goed. Blijf je een beetje in de buurt?’
Ik rende naar buiten en wist waar een jongetje woonde van mijn leeftijd. Vaak was die ook al buiten. Hij woonde een straat verder. En we gingen samen spelen. Fantaseren vooral, herinner ik me. Maar ook voetballen. Met vieze handen en kapotte knieën kwam ik dan op een gegeven moment weer thuis en werd daar weer enigszins gefatsoeneerd. Mijn kleren konden wel wat hebben. We hadden “sjwerdisse kleier” aan. Dat waren doordeweekse kleren die vies en vuil mochten worden en uiteindelijk ook kapot mochten gaan. Ze werden herhaaldelijk opgelapt. Het waren toch maar “sjwerdisse kleier.”

Hoe anders is dat tegenwoordig. Ik woon aan een dijk waar veel te hard over heen wordt gereden. Mijn kleinkinderen mogen nooit alleen de dijk op. Gelukkig hebben we nog een enigszins afgeschermde achterom, maar buiten spelen betekent in principe toch dat opa of oma er ook zijn. En binnen is er ook altijd een volwassene in de buurt. Maar ik merk dat het tegenwoordig goed gaat om ze rustig een tijd alleen te laten spelen. Mijn autistische kleinzoon van zes kan inmiddels heel wat hebben van zijn broertje van vier en laat zich zelfs corrigeren. En er zijn dus nu ook spelletjes die ze allebei leuk vinden. Zoals “voetje van de vloer”. Ons huiskamermeubilair is inmiddels al zo oud en versleten dat we niet bang zijn dat het nog meer verslijt. Zij beseffen gelukkig dat dit niet overal zo kan. En zo springen ze van de bank op de stoel, of op een dik kussen op de grond. Alles mag volgens hun spelregels, als ze de vloer maar niet aanraken. En af en toe verplaatsen ze de boel zodat er een ander level wordt bereikt. Ik hoor aan het verschuiven van de stoelen: ah, er komt een ander level! Als ze zo bezig zijn kan ik rustig een half uur in de keuken met van alles bezig zijn. Af en toe kijk ik even stiekem en zie dat het goed gaat. Ze spelen dan binnen zoals wij vroeger vooral buiten speelden. En het gaat goed, geen huilpartijen, zelfs geen builen of bulten. Ze weten wat ze kunnen. Ik hoorde mijn jongste kleinzoon zeggen: ‘Dat doe ik niet, dat vind ik te moeilijk’. Logisch, want hij heeft kortere beentjes. Hij kent zijn grenzen, maar vindt het niet erg. Ik geniet hier van.

Er is een nieuw en tegelijk oud spelletje ontstaan. Mijn oudste kleinzoon, die zich eerst als Willem-Alexander, later ook als Maxima of zelfs als Beatrix verkleedde (dan was hij in verwachting van Willem-Alexander) heeft nu het verschijnsel bisschop ontdekt, ja zelfs paus.
-‘Opa, ik ben bisschop-kardinaal. Ik ga een nieuwe paus kiezen.’
Maar waar vind je bijpassende kleren? Even een deken omhangen en een papieren mijter op zijn hoofd vond hij toch niet ideaal. In de kelder stond een doos met sint- en piet-kleren. Na twee weken zeuren (ze waren eigenlijk pas weer voor volgend jaar bestemd) gingen opa en oma overstag. Eindelijk waande hij zich een echte bisschop, of zelfs bisschop-kardinaal. Maar zijn broertje vond nog meer in de doos: hij werd weer Zwarte Piet. Ik moest de schoen zetten en daar moest een wortel in. Het werd een pantoffel en ik vond nog een laatste wortel in de koelkast. Toen moest ik een liedje zingen en op de bank gaan slapen. En ja hoor, er zat een kaart met een sterrenhemel in mijn schoen! Hoe wéét Sinterklaas dat ik daar van houdt!
Onmiddellijk daarna was het weer avond en het spelletje moest nog een keer. De wortel werd ge-recicled. Wat een weelde, ik mocht de hele dag slapen! Nu duurde het veel langer. Ze waren in de weer met inpakpapier, helemaal boven. (Het moest zo geheim mogelijk blijven).

inpakpapierZwarte Piet kwam beneden en maakte me wakker. Ik dacht dat het al pakjesochtend was, maar nee: ‘Opa, heb je plakband? ‘
Ik had plakband. Het duurde weer een hele tijd. Maar helaas, ik werd nogmaals voortijdig gewekt. De plakband was aan zich zelf vast gaan plakken, Zwarte Piet vroeg om raad. Ik peuterde het beginnetje weer los en hij ging weer het dak op. Na een tijdje was het eindelijk zover: in mijn pantoffel lag een boek. Het was een historisch antiquarisch boek uit de negentiende eeuw, net zoiets als waar ik al jaren naar op zoek was. Hoe wéét de Sint die dingen toch allemaal zo goed!
-‘Opa het is bijna pakjesavond, wil je ook nog een gróót cadeau?’
Ik besloot dat ik graag een auto wilde hebben.
De bisschop en zijn knecht gingen weer naar boven en ik dommelde in. Pfff. Er waren weer eens problemen met de plakband. Even later zelfs nog een keer. Verveeld zette ik de TV aan. Ook Dieuwertje Blok was bang dat het dit jaar allemaal niet goed ging komen vanwege de voortdurende problemen met de plakband. Toen ging het opeens helemaal mis. Ik hoorde Zwarte Piet huilen en Sinterklaas maakte mij wakker: ‘wakker worden! Er ligt een cadeau voor jou in je schoen.’ Tja, wat moest ik doen. Ik werd verscheurd door solidariteit met de clerus en met het gewone volk. Ik ging toch eerst maar eens poolshoogte nemen bij Zwarte Piet. Na enig doorvragen begreep ik dat Sinterklaas het zat was geweest vanwege die ellendige plakband. Hij was het half ingepakte pakje al gaan bezorgen. Maar Zwarte Piet was het daar helemaal niet mee eens: er moest volgens hem nog een extra stukje plakband om heen! Ik begreep het dilemma van de pakketdienst. Het was nu te laat, Zwarte Piet gooide zijn kleren demonstratief af en besloot dat het bijna Kerstmis was. Sinterklaas daarentegen ging met zijn bisschopskleren aan al plechtig prevelende en intussen in zijn brevier lezende naar boven. Daar hoorde ik hem “Dag Sinterklaasje” zingen. Toen kwam ook hij naar beneden met de mantel en mijter in zijn handen. De Sint was vertrokken naar Spanje.
Ik keek toen toch maar eens nieuwsgierig in mijn pantoffel. Een toch best nog wel aardig verpakte auto! Ik wilde eigenlijk gaan spelen maar de gewezen Zwarte Piet lag nog steeds verdrietig te mokken op de bank.

mokkenIk vroeg hem hoe lang hij nog boos was. ‘Nog even.’ Ik wachtte precies “even” en vroeg of hij me wilde helpen met koken. Hij veerde op en keek weer vrolijk. Pff.

Maar wat was het een mooie ervaring! Ze spelen met elkaar, en ook nog eens best lang. En heel lang gaat het ook nog eens gewoonweg erg goed. Zonder dat opa er zich mee bemoeit. Ze weten steeds beter van geven en nemen. Ze beginnen te leren hoe samen spelen werkt. Ze hebben een hoger level bereikt.

Geplaatst in autisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Afterglow

Hoe lang duurde de oerknal? Geen flauw idee. Wel weten we steeds meer over wat er onmiddellijk daarna gebeurde. Wetenschappers hebben berekend dat in de periode van 10-36 seconden tot 10-32 seconden na die oerknal, dat is een bijna niet te begrijpen ongelooflijk korte fractie van een seconde, het heelal gegroeid is van miljoenen keer kleiner dan een speldenprik tot de grootte van een golfbal. En die groei ging daarna door. Die golfbal bestond uit een plasma van quarks en gluonen. Gluonen zijn deeltjes die in staat zijn om quarks zowel van lading te laten veranderen als ook om ze aan elkaar te binden. We zitten hier op het niveau van de meest elementaire fysica. Er wordt steeds meer begrepen van deze processen maar nog steeds wordt er vooral heel veel niet begrepen. Uiteindelijk kunnen er elektronen en protonen ontstaan uit die quarks.

Dit alles blijft onzichtbaar, zelfs als er op een gegeven moment lichtdeeltjes, fotonen, worden gevormd. Deze botsen voortdurend als een gek op die protonen en elektronen en bewegen dan als een soort stuiterballetjes binnen het plasma. Pas als er nog grotere delen, atomen, worden gevormd (waterstof en helium), kunnen de fotonen in een rechte lijn hun weg door het zich uitdijende heelal vervolgen, om een kleine 13,8 miljard later ook bij ons aan te komen. Wij zijn feitelijk die fotonen vooruit gesneld als onderdeel van dat uitdijende heelal, nog niet als aarde maar als een oersoep van quarks en gluonen waaruit alles ontstaan is.

Oorspronkelijk hadden die fotonen een golflengte van het zichtbare licht. Door de uitdijing van het heelal is hun golflengte steeds langer geworden waardoor ze niet meer te zien zijn. Maar ze zijn wel te meten. En dat heeft de Planck telescoop in Californië gedaan. Deze telescoop werd op een minuscuul deel van het heelal buiten onze Melkweg gericht. De fotonen die ons nu, na 13,8 miljard jaar bereiken, zeggen ons iets over de situatie 400.000 jaar na de oerknal, over het moment dat de fotonen uit het plasma konden ontsnappen.

heelal

Dat beeld, het beeld van de nagloed of “afterglow” van de oerknal is wetenschappelijk bijzonder interessant. Wetenschappers hebben hierdoor ontdekt:

  1. Dat het heelal 100.000 jaar eerder is ontstaan als daarvoor werd gedacht.
  2. Dat er toen kleine temperatuurverschillen waren in dat plasma.
  3. Dat door die temperatuurverschillen de atomen en later ook alle andere elementen zich niet evenredig over dat heelal gingen verdelen, maar dat er slierten van materie gingen ontstaan. De basisopbouw van melkwegstelsels werd daarmee gelegd.
  4. Dat de nieuw geschatte expansiesnelheid van het universum iets kleiner is dan eerdere schattingen die waren afgeleid van waarnemingen door ruimtetelescopen, zoals Spitzer en Hubble van de NASA, en die verkregen waren met behulp van een andere techniek.
  5. Dat het gehalte aan donkere materie in het universum 26,8 procent is, een stuk meer dan eerder was berekend.
  6. Dat de hoeveelheid donkere energie een stuk kleiner is.
  7. Dat de “normale” hoeveelheid materie 4,9 procent is, iets meer dan eerder werd aangenomen.

Nou en? Wat ik vooral opmerk is dat dezelfde fascinatie die mensen als Galilei of Huijgens hadden wanneer ze nieuwe dingen door hun eigen gemaakte telescopen ontdekten, dat die er nog steeds is. Het is ongelooflijk hoeveel er nog te ontdekken valt. Zowel heel dichtbij maar ook, zoals hier, ongelooflijk ver af.

Verder zie ik in die foto van de afterglow “stringen”, iets als de stringen van ons DNA. De eerste temperatuurverschillen leidde tot enorm complexe structuren zoals die van melkwegstelsels. Maar de vingerafdrukken daarvan waren er al, in de afterglow. En in ons DNA zit de vingerafdruk van een levend persoon, een uniek iemand. Die onderdeel is van een gezin, familie, zoogdierenfamilie. Die afstamt van een bacterie, een eencellig iets. Zo is er in de vroege geschiedenis van de aarde, zo’n 4 miljard jaar geleden, iets gebeurd waardoor uit een plasma van koolstofcomplexen een levend wezen ontstond. Het ontstaan der dingen herhaalt zich, voortdurend. Binnen een melkwegstelsel worden nieuwe sterren geboren uit sterrenstof. Tegelijk gaan er sterren dood. In ons lichaam worden voortdurend cellen vernieuwd. Ook op aarde wordt het leven voortdurend vernieuwd. De basisingrediënten, quarks en gluonen zijn er nog steeds. We snappen er bitter weinig van, het gaat ons begrip eigenlijk nog steeds te boven. Ik moest ook denken aan kikkerdril. Een kikker legt eitjes in een kleverig doorzichtig pudding-achtig goedje. Een soort plasma.. Die eitjes worden steeds groter. In elk eitje zit in aanleg een kikkertje. Het kikkertje worstelt zich naar buiten in de vorm van een kikkervisje en gaat de wijde waterwereld in. Als hij dan pootjes krijgt kan hij ook nog eens een keer het land verkennen. Het leggen van het eitje is als het ware het begin van de oerknal. Het ontsnappen uit het plasma is vergelijkbaar met het foton dat eindelijk de wijde wereld in kan. Bij de mens is dat de geboorte van een kind. Heel banaal gesproken zou je de ejaculatie van een man kunnen zien als een oerknal…

Terug naar de structuur die we zien in de afterglow en die daarna in het groot wordt omgezet naar de structuur van het heelal met al zijn melkwegstelsels. Maar ook in ons menselijke bestaan zijn er bijzondere structuren waar te nemen. De meest universele structuur zien we bij muziek. Mijn kleinzoon ontdekt voortdurend hoe muziek werkt, hij zoekt totdat hij grondtonen heeft, totdat hij akkoorden hoort, hij creëert nieuwe muziekstukjes die een begin en een einde hebben. En die zich de volgende dag herhalen, nu klinken ze net weer iets anders. Het zijn allemaal nieuwe, vluchtige structuren. Die tekent hij ook. Telkens maar weer. Honderden tekeningen maakt hij. De kosmos wordt door hem ontdekt, zo niet opnieuw uitgevonden. De afterglow van al die kunde zit in zijn genen, in zijn DNA, in zijn collectieve bewustzijn zou Jung zeggen. Maar ook in de natuur, want alles is gebaseerd op natuurkundige logica, als 1:2 (octaaf, herhaling, herkenning van iets dat is afgeleid uit het vorige) of 2:3 (elk iets heeft al een natuurlijke tegenstelling in zich) of 27 ≈ 3/212 (in de muziek: 7 octaven is vrijwel gelijk aan 12 kwinten, dat is dan de basis van de kwintencirkel, de logica van akkoorden, van akkoordprogressies en van toonsoorten). Al die natuurkundige grootheden worden door de mens ervaren, vooral in de muziek en elke muzikale ervaring heeft denk ik uiteindelijk een grondslag in de natuurkunde. De afterglow die leidt tot het heelal en wellicht zelfs tot het leven bevat in de kern misschien al het geheel van onze menselijke ervaringen en emoties. Dus als we muziek maken beleven we de kosmos en gaan we op onze manier voort op het heel oude idee van de afterglow. De harmonie der sferen bij Pythagoras ging oorspronkelijk niet verder dan tot de zon, maan en de zichtbare planeten. Als ik kijk naar de afbeelding van de afterglow van de Planck telescoop zie ik niet alleen nieuwe structuren ontstaan, ik hoor al muziek.

Dit klinkt misschien allemaal wat hoogdravend. Maakt niet uit. Of je je dit bewust bent (bijna niemand), een beetje bewust bent (misschien ik) of dat het je niet interesseert en je je er helemaal niet bewust van bent: je ontkomt er niet aan. Ook als je bij de dag leeft ben je onderdeel van dat geheel en als je muziek maakt of er naar luistert ervaar je het stiekem toch, ook al heb je er geen weet van… En vooral de grote kunstenaars laten ons voortdurend iets van die afterglow ervaren.

Zie ook:

  • Site nasa over de Planck missie
  • Het kosmisch rariteitenkabinet, laatste hoofdstuk. George van Hal en Ans Hekkenberg. Fontaine uitgevers 2019, ISBN 978 90 5956 9577 NUR 917
Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , | 2 reacties