Leonardo da Vinci en Josquin des Prez

portretjosquin

Dit portret schilderde Leonardo da Vinci in Milaan en het vermoeden bestaat dat hij hier Josquin des Prez heeft afgebeeld.

Wie was de beste kunstschilder die er rond 1500 leefde? En wie was toen de beste componist? Ik zeg Leonardo da Vinci en Josquin des Prez. En ik denk dat veel kenners het met me eens zullen zijn. Leonardo da Vinci leefde van 1452 tot 1519, Josquin des Prez van 1450 tot 1521. Zij waren dus leeftijdgenoten, maar ze waren meer dan dat. Toen Leonardo da Vinci in Milaan in dienst van de Sforza’s werkte (1482-1499) was ook Josquin een tijdlang verbonden aan het zelfde hof. (1480-1489). Wat was dat voor een tijd en wat deden ze daar?

Om te beginnen: ze leefden in een zeer grillige tijd. De theoloog Savoranola, dominicaan in een klooster in Ferrara, vluchtte in 1482 met ordeleden naar Florence toen de paus met pauselijke troepen de stadstaat belaagde. In Florence was deze Savonarola erg succesvol met zijn boetepreken, de kerk van zijn klooster zat voortdurend bomvol. Toen Florence bedreigd werd door Franse troepen vluchtte Piero de Medici, de heerser van Florence, naar Venetië en Savonarola nam de macht over. Hij wist met zijn charisma bij de Fransen na de capitulatie af te dwingen dat Florence geen enorme afkoopsom hoefde te betalen. Maar hij liet er geen gras over groeien. Nu hij de macht had wilde hij het openbare leven helemaal hervormen. Er kwamen allerlei soberheidsmaatregelen en in zijn boetepreken veroordeelde hij de rijken. Ook moest heel veel kunst er aan geloven. Werken van bijvoorbeeld Donatello belandden op de brandstapel. Veel kunstenaars ontvluchtten dan ook de stad. Leonardo was gelukkig al in 1482 naar Milaan verhuisd omdat hij in Florence beschuldigd was van sodomie. Uiteindelijk won in Florence vier jaar later toch weer de oude macht, ook met behulp van de paus die Savonarola in de ban had gedaan. de Medici’s kwamen terug en Savonarola kwam op de brandstapel terecht. De zaken waar hij tegen ageerde, onder meer ook de misstanden in de kerk, bleven sluipend aanwezig. Het was niet voor niets dat Luther in 1517 zich los maakte van de Roomse kerk. Verder zien we hoe de Franse koning zijn invloed in Italië ging uitbreiden. Hij nam in 1499 Milaan in, de hertog vluchtte. Leonardo ging toen weer terug naar Florence waar hij zijn loopbaan was begonnen. Daar ging hij oorlogstuig maken voor Cesare Borgio, de hoofdfiguur in “La Principe” van Macchiavelli. (Met Macchiavelli was Leonardo trouwens goed bevriend. ) Leonardo reisde met Borgio mee en ervoer de buitengewoon wrede manier hoe hij met de leiders van veroverde steden omging. Dat maakte dat hij ook stopte met zijn militaire opdrachten.

In dat zelfde decor van bedreigde stadstaten, afwisselend strenge zedigheid, soms een fijnzinnig hofleven zoals dat in Ferrara of losballige orgiën, daarin leefde ook Josquin des Prez. Van veel van zijn werken weten we niet wanneer hij ze gecomponeerd heeft, maar wel van het “Ave Maria”, misschien wel het mooiste muziekstuk dat hij gemaakt heeft. Hij maakte het in Milaan. Daarover zo meteen meer.

maagd op de rotsen

In 1483 schilderde Leonardo, eveneens in Milaan “de Maagd op de rotsen.” Het was een opdracht van de “broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis” om een altaarstuk te schilderen voor de Franciscaner kerk. Hij schilderde het middenstuk, andere schilders beschilderden de zijpanelen. Er op staan Maria, het kind Jezus, de jonge Johannes de Doper en een engel. Het gaat om een apocriefe scene over de ontmoeting van de heilige familie met Johannes als ze op weg zijn naar Egypte, nadat koning Herodus tot de kindermoord had bevolen. Hij heeft twee versies geschilderd. De eerste versie, die nu in het Louvre hangt, heeft hij waarschijnlijk verkocht toen er gedoe kwam over de betaling. Later heeft hij de tweede versie dan alsnog voor de broederschap gemaakt. Die tweede versie hangt nu in de National Gallery in Londen. We zien hier boven de eerste versie.

In die tijd was het nog controversieel dat Maria onbevlekt ontvangen zou zijn. Met name de Franciscanen hebben deze stelling ten zeerste gepromoot, en ook in dit schilderij zou dat idee op de een of andere manier aanschouwelijk gemaakt moeten worden, zo was de opdracht. Letterlijk luidde de opdracht: Maak een afbeelding met Maria. haar gewaad van goudbrokaat op karmozijn, in olieverf afgewerkt met fijne vernis. Daarbij het kind Jezus omringd door engelen en de twee profeten. Leonardo deed waar hij zin in had: hij liet de profeten weg, maakte slechts één engel (voor wie waarschijnlijk zijn jonge geliefde model stond) en haalde Johannes de doper erbij. Zo koos hij voor een mooie landelijke scene die weinig met de opdracht te maken leek te hebben. De profeten, waarschijnlijk Jesaja en Nephi, waren belangrijk in het verhaal. Ze moesten een soort testamentisch bewijs van de maagdelijkheid van Maria vormen. We lezen namelijk in het oude testament bij Jesaja: ‘Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven’ (Jesaja 7:14), en bij Nephi: Zie, de maagd die gij aanschouwt, is de moeder van de Zoon Gods, naar het vlees’ (1 Nephi 11:18).

Iets van die gedachte zien we misschien op het eerste gezicht toch nog. We zien een grot van kale rotsformaties waaruit op magische wijze bloemen ontspringen. We hebben het idee te kijken in het binnenste van de aarde. De figuren voor de grot baden in een warm licht, maar in de beschaduwde grot is het angstaanjagend donker. Leonardo da Vinci schreef eerder al eens over een mysterieuze grot waar hij tijdens een wandeling was langs gekomen. Het schijnt trouwens dat de onderdelen van de grot met een nauwkeurige geologische accuratesse zijn geschilderd, ze zijn duidelijk naar de natuur weergegeven. Ook de planten kloppen, ze staan uitsluitend op stukken zandsteen die zo ver geërodeerd zijn dat er wortels in kunnen doordringen. Ze staan nergens in het harde gesteente. Ook de soorten die je ziet komen in hetzelfde jaargetijde voor. Maar tegelijk is er sprake van symboliek: om de zuiverheid van Christus weer te geven wordt vaak een witte roos gebruikt, in dit geval kiest hij voor een witte stengelloze sleutelbloem. Vaag zichtbaar zien we boven de linkerhand van Maria een rozetje lievevrouwebedstro. Volgens een van de legenden zou Jozef deze plant gebruikt hebben als bed voor het kindje. Maar vreemd genoeg lijkt verder het verhaal vooral te gaan over Johannes de Doper, een van de favoriete thema’s van Leonardo. Johannes zit op zijn knieën met zijn handen eerbiedig gevouwen en Jezus zegent hem, zijn andere hand rust op een steen. Het lichaam van Maria lijkt in een draaiende beweging bevroren, ze kijkt naar Johannes en houdt een hand beschermend over het hoofd van haar kindje. Met de andere hand houdt ze liefdevol Johannes vast. De engel met zijn mooie krulhaar wijst naar Johannes en de andere hand rust ook op een steen. Het lijkt wel een oefening in gebaren en handhoudingen, een oefening die hij nog uitgebreider lijkt te herhalen als hij enkele jaren later het Laatste Avondmaal schildert.

handen

Zoals we zagen was de onbevlekte ontvangenis nog geen gemeengoed in de kerk en waren vooral de Franciscanen bezig om dat idee te promoten. Als we kijken naar de tekst van het Ave Maria zoals Josquin die gebruikte bij zijn compositie uit 1483, dan zien we daar ook een aantal verwijzingen naar die onbevruchte ontvangenis. Deze onderdelen komen in het officiële weesgegroetje, waarvan de tekst uit de elfde eeuw stamt, niet voor. Ik heb de betreffende passages vet weergegeven. Zou ook Josquin een opdracht kunnen hebben gehad van dezelfde broederschap? Het lijkt erg waarschijnlijk.

Ave Maria, gratia plena,
Dominus tecum, virgo serena.
Ave, cuius conceptio, solemni plena gaudio,
Caelestia, terrestria, nova replet laetitia.
Ave, cuius nativitas nostra fuit solemnitas,
Ut lucifer lux oriens verum solem praeveniens.
Ave pia humilitas, sine viro fecunditas,
Cuius annuntiatio nostra fuit salvatio.
Ave vera virginitas, immaculata castitas,
Cuius purificatio nostra fuit purgatio.
Ave, praeclara omnibus angelicis virtutibus,
Cuius fuit assumptio nostra fuit glorificatio.
O Mater Dei, memento mei. Amen.

Wees gegroet Maria vol van genade,
De Heer is met u, serene Maagd.
Gegroet, gij wiens conceptie, vol grote vreugde,
De hemel en de aarde vervult met nieuwe blijdschap.
Gegroet, gij wiens geboorte voor ons een groot feest werd,
Als de verlichtende morgenster anticipeert u op de ware zon.
Gegroet, trouwe nederigheid, die vruchtbaar was zonder man,
Van wie de aankondiging tot onze redding zou leiden.
Gegroet, ware maagdelijkheid, onberispelijke kuisheid,
Uw zuiverheid zou tot onze reiniging leiden.
Gegroet, glorieuze met al uw engelachtige deugden,
Uw liefdevolle bescherming zou tot onze verheerlijking leiden.
O moeder van God, denk aan me. Amen.

Josquin maakt hier gebruik van allerlei zettingstechnieken. Virtuoos wordt elk tekstdeel op een andere manier gezet. Maar opvallend is hoe het tekstdeel dat over de maagdelijkheid van Maria gaat er uitspringt:
Ave vera virginitas, immaculata castitas, cuius purificatio nostra fuit purgatio.
We horen hier een koraalzetting, alle stemmen hebben hetzelfde ritme, met uitzondering van de tenor, die telkens net een tel later komt. Het is een prachtig effect. Het doet me denken aan een passage in de Mariavespers van Monteverdi, waarin muzikaal wordt uitgebeeld dat alle mensen voor God gelijk zijn en de verschillen door hem weggepoetst worden. (Ut collocet cum principibus). Door zo’n verschuiving hoor je hoe dissonanten oplossen. Hier zou je dat kunnen interpreteren als “hoe haar zuivere maagdelijkheid bij ons tot zuiverheid leidt, wij worden door haar gereinigd”. Heel mooi is ook hoe aan het einde van die zin de maagdelijke zuiverheid van Maria nog even helemaal eenstemmig in de alt overblijft in het woord “purgatio” (reinheid). Koortechnisch mooi hoe het Gabrieli Consort er hier voor kiest om dat fragment op slechts een o-klank te zingen, maar ik denk dat Josquin echt wel gewild zou hebben dat je hier duidelijk het woord “purgatio” zingt, zoals ook in de partituur staat. Juist in die dingen laat Josquin zien dat hij de opdracht van de broederschap, het uitdragen van het mystieke wonder van de maagdelijkheid van Maria, begrepen heeft.

Ik schreef al eerder een artikel over deze compositie, zie de link onder aan deze pagina. Josquin heeft het ook met een afwijkende tekst op muziek gezet zoals je daar kunt zien. Bovenstaande versie heeft hij veel later ook nog bewerkt, hij wordt dan zesstemmig in plaats van vierstemmig. Dat was toen mode en er moest brood op de planken. Mooi gedaan, maar de originele versie uit Milaan vind ik veel mooier. De uitvoering die ik in dat eerdere artikel liet horen, (niet die ik toen live hoorde), dezelfde vierstemmige, is weer heel anders dan deze. Mijn ideale uitvoering zou een mix tussen deze twee uitvoeringen kunnen zijn. Hier boven hoor je het Gabriëli consort in een uiterst trage maar bijna engelachtige mystieke uitvoering. In dat andere artikel zingt het Gents vocaal ensemble hetzelfde stuk onder leiding van Philip Herrewhege, sneller maar met een heel natuurlijke tekstuitdrukking.

Josquin en Leonardo komen in Milaan met “de Maagd op de Rotsen” en het “Ave Maria” op een heel bijzondere manier opeens heel dicht bij elkaar. Misschien waren zij wel de twee grootste genieën van hun tijd. Ik stel me zo voor dat ze allebei in die Franciscaner kerk zijn en luisteren naar de opdracht van de broederschap. Leonardo broedt op de draai die hij er aan wil geven. Eerdere ideeën kan hij er wellicht in kwijt. Josquin luistert naar de akoestiek van de ruimte en kent de schola die hij kan gebruiken om het motet bij een Mariafeest in te wijden. Ik heb niet kunnen achterhalen of de betreffende kerk nog bestaat, ik vermoed van niet. Wel bestaat nog de zwaar beschadigde en nadien gerestaureerde Dominicanerkerk waar Leonardo enkele jaren later het Laatste avondmaal voor schilderde. Beide kunstenaars hadden het uitstekend naar de zin in het ruimhartige kunstminnende milieu waar ze toen in verkeerden. Leonardo da Vinci woonde in een niet gebruikt kasteel van de hertog en had daar ook een groot atelier waar hij niet alleen kon schilderen maar ook al zijn installaties voor hoffeesten kon ontwikkelen. En ook Josquin werd gewaardeerd en had waarschijnlijk de beschikking over een aantal goed getrainde zangers. Maar intussen borrelde en gistte het in Europa steeds meer. De zestiende eeuw met al zijn omwentelingen zat er aan te komen. Maria vluchtte naar Egypte. Leonardo en Josquin wisten nog niet wat de toekomst hen zou bieden. Maar even was het leven maagdelijk mooi.

Zie ook:
De Mona Lisa van Leonardo da Vinci
Leonardo die niet kon rekenen
Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci
Het Ave Maria van Josquin des Prez

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

De Mona Lisa

De musea mogen binnenkort weer open, zoals ook de kerken weer open mogen. Dit alles wel nog met restricties. Veel kerken zijn trouwens al open: je kunt er naar binnen lopen om te bidden. Zoals dat vroeger normaal was. De meeste musea hebben gelukkig een website waar het een en ander virtueel te zien is. Op de site van het Louvre is er een onderdeel waarbij een aantal werken van het museum tot in detail kunnen worden bekeken, ook het beroemde schilderij “Mona Lisa”. Je kunt dan details zien die ook besproken worden in het boek “Leonardo da Vinci” van Walter Isaacson. In dat boek worden maar liefst 21 pagina’s gewijd aan de Mona Lisa. Het is het laatste onderdeel van het een na laatste hoofdstuk. De dingen die hij daar zegt lijken een logisch vervolg te zijn van al de dingen die in eerdere hoofdstukken al voorkomen, zoals in de hoofdstukken over zijn anatomische studies, of over zijn onderzoek naar de stroming van water, watervallen en irrigatie. In muziekstukken is de Coda vaak een hoogtepunt. Het deel over de Mona Lisa is een soort eerste Coda van het boek. Er komen er nog twee. Zo eindigt het boek met drie hoogtepunten.

Leonardo voltooide voor zover we weten slechts 16 schilderijen, en bij een deel daarvan was hij ook niet de enige schilder die er aan werkte. Dit met name bij de eerste schilderijen die hij in de werkplaats van Andrea del Verrocchio in Florence maakte. Toen hij daarna naar Milaan ging om aan het hof van Ludovico Sforza te werken was hij vooral iemand die allerlei toestellen en decors ontwierp die gebruikt werden bij feestelijke gelegenheden ter vermaak van de hertog, zijn hofhouding en zijn gasten. Honderd jaar later toen Monteverdi aan het hof in Mantua zijn eerste opera’s schreef klaagde hij dat de ontwerpers van decorstukken en effect beogende apparaten meer in aanzien stonden dan hij, die de muziek schreef. Leonardo kreeg aan dat hof waarschijnlijk ook al goed betaald.

Vanaf zijn vroege jeugd was hij iemand die alles wilde weten over anatomie, over hoe dingen werken, zoals het vliegen van een vogel. Hij maakte honderden tekeningen, die niet altijd een duidelijk doel hadden. Maar al gauw zag men dat hij ook verstand had van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Hij ontwierp in Milaan het grootste ruiterstandbeeld aller tijden. Voor de bouw ervan had hij gigantisch grote hijsinstallaties en allerlei ander materieel nodig. Hij begon aan het beeld, maar het kostte hem zoals gewoonlijk veel tijd. Uiteindelijk was het benodigde brons opeens voor iets anders nodig, namelijk om er kanonskogels van te maken. De Fransen die even later Milaan veroverden, schoten als een soort sport het kleinere prototype van dat ruiterstandbeeld, dat wel al klaar was, aan diggelen. Er is daardoor geen enkel beeld van zijn hand bewaard gebleven. Als hij sprak over beeldhouwkunst en over schilderkunst noemde hij de eerste kunstvorm minderwaardig aan de laatste. Juist het subtiel kunnen werken met allerlei soorten kleur maakte de schilderkunst voor hem superieur. Zijn schilderijen waren altijd ontstaan uit een opdracht maar hij kon er, als hij tevreden over zijn werk was, geen afstand van doen. Zijn meest geliefde schilderijen nam hij steeds mee op reis. Onderzoek heeft uitgewezen dat hij daaraan nog bleef schaven, het was voor hem blijkbaar nooit af.  Sommige werken kon hij natuurlijk niet mee nemen, zoals de opdracht uit 1503 om een wand te beschilderen in het Palazzo Vecchio in Florence. Het moest de slag bij Anghiari verbeelden, een van de weinige veldslagen die de Florentijnen wonnen. Hij werkte er jaren aan, kreeg stevige aanbetalingen maar toen hij kans zag om terug naar Milaan te gaan liet hij het met het grootste gemak onaf achter. Wel zijn er veel tekeningen van dat grootse schilderij bekend zodat we er ons achteraf een goed beeld van kunnen vormen. Het had een enorm dynamisch geheel moeten worden, het was eigenlijk meer een bewegingsstudie dan een mooi statisch verhaal waar de renaissancekunstenaars zo goed in waren. Hij was zijn tijd vooruit. Waar de veel jongere Michelangelo nog mooie duidelijke lijnen schilderde om de objecten in hun omgeving te plaatsen, schilderde Da Vinci naar de natuur: lichtval, subtiele overgangen, al dat soort dingen waren voor hem essentieel. De sfumato-techniek, het vervagen van contouren, is door hem uitgevonden en door  Rafaël en navolgers omarmd.

Door zijn obsessie voor beweging onderzocht hij tot in detail uit wat er allemaal gebeurde als iemand iets zei. Ook de tong van de specht was een afzonderlijk studie object. Hij maakte altijd “to-do lijstjes” en op een van die lijstjes lezen we: “onderzoeken hoe de tong van de specht werkt”. Dit heeft hij ook zeer uitgebreid gedaan en hij trok er een aantal conclusies uit. Zijn wetenschappelijk anatomische onderzoeken, toegelicht met tekeningen, zijn nog steeds indrukwekkend. Hij had het idee ooit een encyclopedie te gaan maken waar al die dingen een plaats zouden krijgen.

laatste-avondmaalMaar niet alleen de puur technische kanten van beweging hadden zijn interesse: hij wilde ook weten wat er gebeurde met ogen, neus, wang, lippen of ledematen als iemand boos, verdrietig, blij, opgetogen was. Zijn beroemde “Laatste Avondmaal” is een schilderwerk waarin hij dat probeerde toe te passen. De menselijke psyche en de typologie van karakters zijn daar weergaloos vormgegeven. In de abdij van Tongerlo staat een reproductie uit 1507, waar hij misschien zelf nog mede aan gewerkt heeft (zie hierboven). Deze reproductie is in veel betere staat dan het sterk gehavende originele exemplaar van Milaan. Een van de best betaalde mensen aan het hof van Ludovico Sforza was een astronoom. Ook Leonardo maakte gebruik van zijn diensten. Hoewel er geen bewijs voor is, is het zeer aannemelijk dat Leonardo bij het schilderen van dit werk de psychologie van de karakters zoals ze bij de tekens van de dierenriem beschreven worden heeft proberen weer te geven. De kennis die hij verwierf met betrekking tot de menselijke psyche heeft hij ook toegepast in portretten: het moesten menselijke portretten zijn, niet geïdealiseerd. Ook in dat opzicht had hij ideeën die pas in de baroktijd meer algemeen werden.

“De mikrokosmos is een weergave op een ander niveau van de makrokosmos”. Dat idee heeft hij zijn hele leven omarmd. Op een gegeven moment  ging hij de loop van rivieren vergelijken met de menselijke bloedsomloop. Hij onderzocht fanatiek alle vormen van stromingen, watervallen, draaikolken en probeerde er achter te komen wat het equivalent daarvan was bij de mens. Hij ontdekte de functie van het hart als een soort pomp en dacht dat zo iets ook met water aan de hand moest zijn. Uiteindelijk kwam hij er achter dat het water op de toppen van de bergen daar terecht komt door waterdamp in wolken. Hij verliet toen ook het idee van een soort “hartpomp in de aarde”. Maar de aarde die gevoed wordt door het stromende water bleef voor hem een equivalent van het bloed dat vanuit het hart de mens voedt.

Leonardo da Vinci had krullend haar en zo ook zijn minnaars. Hij vond de kronkelingen en spiralen die hij zag in krullend haar fantastisch. Zoals hij draaikolken tekende bij het weergeven van de zondvloed, zo schilderde hij ook fanatiek haarlokken.

monalisaEn dan terug naar dat ene schilderij waar al deze dingen lijken samen te komen: de Mona Lisa. Als onderlaag heeft hij dik loodwit aangebracht. Een klein deel van het licht dat door de verflagen heen komt wordt door dat loodwit weerkaatst wat allerlei subtiele mogelijkheden geeft.  Voor de schaduwen op het gezicht gebruikte hij glaceerlaagjes met heel weinig pigment in de olie, en hij werkte daar met een zeer fijne penseel. Ook brengt hij deze penseelstreken doelbewust onregelmatig aan waardoor de textuur van de huid nog meer levensecht wordt. In een passage in een aantekenboek schrijft hij: “Als je een portret wilt maken, doe dat dan bij onbestemd weer of als de avond valt. Je kunt dan veel meer zachtheid en verfijning waarnemen.“ Mona Lisa was een vrij eenvoudige vrouw, niet van adel. Zij was de vrouw van een zijdehandelaar. Het weergeven van haar kleding was dus belangrijk. Het portret, dat overigens nooit is afgeleverd, moest ook een reclamefunctie hebben. Haar jurk bolt zacht, het licht valt op de verticale vouwen en rimpels. De mosterd- en koperkleurige mouwen stralen met een zijdeachtige glans die verblindt door zijn schoonheid. In de halslijn van haar jurk zien we twee rijen geknoopte spiralen, waartussen gouden ringetjes zijn verweven die het licht vangen.

monalisadetail2bDan zien we in de volgende rij knopen in de vorm van kruisen, van elkaar gescheiden door steeds twee zeshoekige windingen. Behalve in het midden, daar zijn het er drie omdat er een subtiele vouw in de jurk is. Het haar is bedekt met een sluier als teken van zedigheid. Deze is bijzonder transparant.  Het landschap op de achtergrond kun je er doorheen zien en waar de jurk er onder aanwezig is krijgt deze een donkerder kleur. Het haar valt in golven over haar schouder met een waterval aan krullen.

monalisadetail1bDe ragfijne sluier doet denken aan het mistige landschap op de achtergrond. We zien alles als het ware door een sluier. Het landschap is een uiting van het levende en kloppende lichaam van de aarde. Haar aderen zijn de rivieren, haar wegen de pezen, haar rotsen de beenderen.

monalisadetail3bVolg je met je ogen het kronkelende pad van de rivier rechts zoals dat na de brug op ons afkomt, dan lijkt dat wel op de zijden halsdoek die Lisa over haar linker schouder heeft gedrapeerd. De plooien van de doek lopen bijna recht. Totdat ze haar borst bereiken en wat gaan draaien en kronkelen, bijna identiek aan hoe Leonardo stromend water tekent. De kronkelweg links maakt een bocht alsof hij recht op haar hart afgaat. Haar jurk net onder de halslijn rimpelt en stroomt langs haar romp naar beneden als een waterval.

Waar komt het beroemde Mona-Lisa-effect vandaan, het gevoel dat wanneer je aan het schilderij voorbij loopt zij jou overal steeds lijkt aan te kijken. Dit schijnt te komen door de meesterlijke beheersing van de kunstenaar van het aanbrengen van schaduwen en het gebruik van licht. En wat is er aan de hand met haar goddelijke glimlach? In de tijd dat Leonardo aan het schilderij werkte bracht hij nachten door in het lijkenhuis onder een ziekenhuis, waar hij de huid van lijken vaak laag voor laag weg sneed om spieren en zenuwen te kunnen zien. Hij wilde weten hoe een glimlach anatomisch werkt. Zo schrijft hij bij anatomische tekeningen uit 1508 nauwkeurig wat al die spieren doen, welke bijvoorbeeld de lippen doen tuiten. Maar hij maakte op dat vel ook een eenvoudig, onduidelijk tekeningetje (midden boven) met een minzame glimlach. Was dat een voorstudie?

lippenstudie

Er valt nog veel meer over dit schilderij te vertellen. Net als over de figuur Leonardo da Vinci. Walter Isaacson schrijft 21 pagina’s over de Mona Lisa, de rest van het bijna zeshonderd pagina’s tellende boek geeft een schat aan verdere informatie over deze kunstenaar en zijn werk. Ik heb nog een andere biografie over hem, deze is van Matthew Landrus. Het aardige van dat boek is dat het maar liefst dertig uitneembare facsimele’s bevat van zeldzame documenten.

De Mona Lisa is terecht misschien wel het allerbelangrijkste kunstwerk van zijn tijd. De enorme technische mogelijkheden die de kunstenaar had worden in dit portret virtuoos geëtaleerd en het hele wezen en denken van de Homo Universalis Leonardo da Vinci, balt zich in dit schilderij samen.

  • Leonardo da Vinci, de biografie. Walter Isaacson. Uitgeverij Unieboek, het Spectrum, ISBN 978 90 00 36423 7, Ook als e-book of als luisterboek verkrijgbaar.
  • De geheimen van Leonardo da Vinci. Het verhaal over zijn leven en werk met 30 uitneembare facsimele’s van zeldzame documenten. Matthew Landrus, http://www.boekenwereld.com, ISBN-10:90 215 8476 X
Geplaatst in kunst | Tags: , , , | 1 reactie

Leonardo da Vinci kon niet rekenen. Mijn kleinzoon ook niet.

Leonardo da Vinci leefde in een tijd dat het hebben van Moorse slavinnen in de hogere kringen heel normaal was, dat pausen van verschillende maîtresses kinderen hadden, dat oorlog voeren en  het martelen van politieke tegenstanders aan de orde van de dag was. Hij zelf was een bastaard en kon daardoor niet in aanmerking komen voor bepaalde ambten. Hij was vegetariër maar heeft diverse openbare secties op het lichaam van ter dood gebrachte misdadigers bijgewoond. Ook ontleedde hij zelf allerlei vogels, schapen en koeien. Omdat hij iets wilde weten over de  botten, de organen, de zenuwbanen, de spieren of het bewegingsapparaat. Vooral omdat hij het wilde wéten, maar ook omdat hij het misschien kon toepassen in een schilderij of omdat hij een uitvinding in zijn hoofd had. Hij maakte vrijwel nooit iets af. Hij maakte onder meer oorlogswerktuigen of ontwierp irrigatiewerken die nooit gebruikt zijn, Bijna al zijn schilderijen zijn onaf. Ook als kunstenaar was hij onbetrouwbaar. Al heel snel was hij alweer in iets anders geïnteresseerd. Hij had niet de Latijnse school  maar de abacusschool doorlopen. Het plan was dat hij in Florence een technisch beroep zou gaan uitoefenen. Met algebra en rekenen heeft hij heel zijn leven moeite gehad, maar zo gauw hij iets kon visualiseren was hij ongeëvenaard. Hij was een kei in alle vormen van meetkunde. Hoewel hij wist dat je bepaalde problemen met de zuivere wiskunde kon oplossen tekende hij liever alles en onderzocht zo hoe iets in elkaar zat. Omdat hij niets afmaakte verdiende hij bijna niets. De meest lucratieve opdrachten liet hij lopen omdat hij er domweg geen zin in had. Toch was hij geliefd, ook bij zijn opdrachtgevers. Hij was welbespraakt en buitengewoon innemend.

Onwillekeurig moest ik bij het lezen van de biografie van deze duivelskunstenaar door  Walter Isaacson aan mijn oudste kleinzoon denken. Bijna altijd is hij vrolijk, goedlachs en welbespraakt. En in veel opzichten is ook hij begaafd. Zo heeft hij een bijzonder goed muzikaal gehoor. Maar door zijn karakter en zijn autisme komt dat er nog niet altijd even goed uit. Als je hem een betere vingerzetting op de piano laat zien wil hij dat best wel proberen, maar als ik hem daarna weer zijn stukken zie spelen past hij dat dan niet toe. De vingerzettingsoefeningen die ik hem geef  met toonladders en drieklankbrekingen oefent hij nauwelijks en als ik er dan weer een keer bij ben blijkt hij het toch weer op zijn eigen manier te doen. Er zit iets in hem dat ik van mezelf herken: “op deze manier gaat het toch ook? En ik vind dat minstens zo handig.” Alleen je loopt vast, dat weet ik door schade en schande inmiddels en dat weet hij nog niet. Piano spelen is voor hem muziek maken en toonladders spelen is dat niet. Moeilijke passages er uit lichten en die eindeloos oefenen is geen muziek maken: hij speelt het hele stuk veel liever nog weer meerdere keren in zijn geheel en loopt vervolgens steeds weer vast bij de moeilijke passages. Het is hem bijna niet aan het verstand te peuteren. Noten lezen: hij wil er nog niet echt aan. Maar zijn muzikale gehoor is verbluffend. Laatst transponeerde hij een stuk naar een andere toonsoort. Hij weet nog niks van toonsoorten, maar door veel te improviseren weet hij inmiddels wat de afstanden betekenen en dat past hij dan door goed te luisteren toe. En alles wat hij mooi vindt probeert hij na te spelen, liefst ook met twee handen.

Ook het tekenen heeft iets vluchtigs. Hij tekent heel erg goed, perspectief, grote lijnen, hij zet de contouren van een tekening in een handomdraai op papier. Maar de meeste tekeningen blijven onaf, hij raakt opeens afgeleid en daarna gaat hij niet meer verder met die tekening, liever maakt hij daarna weer een andere. Als hij een filmpje heeft gezien, een boek heeft bekeken of buiten onderweg iets  tegen is gekomen: hij wil het tekenen. Voortdurend heeft hij ideeën en hij kan dan bijna niet wachten om het op papier te zetten. Een enkele keer rondt hij het wel af en gaat het zelfs inkleuren, maar ook dat is hij meestal al snel weer zat.

Twee tekeningen van de afgelopen week: Zijn tantes zijn op weg naar Madurodam, daaronder: een patiënt die wordt verzorgd en die daarna naar het ziekenhuis zal worden vervoerd.

tantes-in-trein

patient-naar-ziekenhuis

“Iets tekenen” is voor hem  een manier om vat op dingen te krijgen. Nog meer doet hij dat misschien in zijn kinderspel, vooral ook in zijn toneelspel. Toen hij de paus het “Urbi et Orbi” had zien uitspreken in een lege Pieterskerk ging hij voor paus spelen. En hij hield daarbij ook een toespraak en vertelde over allerlei dingen, ook over de coronacrisis. Hele monologen kan hij dan houden.

Lezen, schrijven, alles met taal doet hij moeiteloos. Maar waarom heeft hij zo’n moeite met rekenen? Hij kan al jaren tellen, ook achteruit of in een andere taal. Als vierjarig jongetje was hij al gefascineerd door de getallen op hectometerpaaltjes. Maar de sommen uit “wereld in getallen” vindt hij heel erg lastig. Als ik hem dan help bij zijn huiswerk merk ik om te beginnen dat hij snel is afgeleid door de plaatjes. De afbeeldingen moeten sommen visualiseren maar voor hem zijn het afbeeldingen op zich waar hij naar kijkt en waarbij hem dingen opvallen: vorm, kleur en ook dingen die naar zijn idee niet kloppen. De som zelf, daar is hij dan subiet  niet meer mee bezig. Dan zijn er dingen die hij niet snapt qua visualisatie: je ziet een klok, daarop is het 10 uur. Nu moet je op een streep met 24 vakjes bij “de 10”- dat vakje arceren. Dan zie je op een andere klok dat het 2 uur is. Nu moet je alle vakjes tot 2 uur arceren. Dan moet je in nog weer een ander vakje invullen hoeveel uur het is van 10 tot 2 uur. En zo worden alle mogelijk sommen op telkens weer andere manieren gevisualiseerd. Ik denk dat hij in dit geval erg gebaat zou zijn met domweg leren klok kijken. Niet meer en niet minder, totdat hij van alles door heeft hoe dat werkt. Dan vraag je hem doodleuk als je een klok hebt laten lopen van 10 tot 11 uur. Hoeveel uur later is dat? En ook dat eindeloos, zonder visualisaties. Zo vaak tot hij het principe door heeft. Idem met optellen en aftrekken, gewoon heel veel doen, de enige ondersteuning bij veel van die sommetjes zou een telraam kunnen zijn. En alles zo vaak doen totdat elk sommetje net als een tafel iets is dat je “gewoon weet”. En geen dingen laten doen die hem afleiden.

Maar hij is wel geïnteresseerd in dingen om hem heen en daar kun je gebruik van maken. Hoe lang is je wijsvinger? Meet het maar. En je potlood, je liniaal? Leer hem dat je tegen 10 cm ook 1 dm kunt zeggen. En tegen 100 cm 1 meter. Laat hem grotere dingen meten. Eerst globaal door pasjes te maken. Zoek maar eens uit hoe groot een pas moet zijn om een meter te stappen. Poe hei, lukt dat niet? Zullen we dan twee pasje maken om een meter te lopen? Hoe klein moeten twee pasjes zijn om samen een meter te zijn? Ga maar eens 10 meter lopen, Telkens twee pasjes is een meter. Dat vindt hij leuk. Net als voor elke maaltijd tot honderd tellen. Samen met zijn broertje en zusje lopen ze al tellend vrolijk kringetjes rond de keukentafel. Vijftig meter schat ik…

Ook is hij geïnteresseerd in spoorboekjes. Helaas bestaan die niet meer maar dan gaan we er toch gewoon eentje maken? Met alle treintijden op de lijn Gouda Goverwelle – Den Haag Centraal. Links zet je eerst de namen van de treinstations. Boven van links naar rechts de vertrektijden van zowel de sprinters als de intercity’s. Met aparte kleuren, bijvoorbeeld zwart door de week, zaterdag blauw, zondag rood. Zo iets moet natuurlijk mooi worden afgewerkt. Met NS-kleuren en het NS-logo erbij. Als je hem kent kun je veel dingen aanboren die leuk zijn en waarvan hij tegelijk dingen leert die nodig zijn.

Leonardo da Vinci was vegetariër, mijn kleinzoon heeft een eetfobie. Vegetariër zijn, dat was rond 1500 zeer ongebruikelijk. Nu mag je eten wat je wil, voor ieders smaak, allergie of fobie is er wel wat te verzinnen. Ik denk trouwens dat Leonardo helemaal niet zo’n slecht leven heeft geleid. Hij droeg opzichtige kleren, was homofiel en had een vriend, deed alleen de dingen die hij leuk vond en was bij veel mensen geliefd. Hij onderzocht met veel passie hoe de wereld in elkaar zat en tekende het van zich af. Hij schijnt ook zeer verdienstelijk de lier bespeeld te hebben. Zo mag je hopen dat ook in deze tijd mijn kleinzoon zijn weg zal vinden. Vooral in zijn muziek en tekenen is hij gelukkig. Hij is nog steeds heel kwetsbaar omdat hij zo anders is en veel dingen van de wereld om hem heen niet snapt. Maar door zijn talent en de fantastische mensen om hem heen gaat hij het vast wel redden. Een van de grootste genieën aller tijden kon immers ook niet rekenen.

 

 

Geplaatst in autisme | Tags: , , , , | 3 reacties

De natuur op zijn mooist

Mijn moeder zei altijd: de mooiste tijd om wilde bloemen in de natuur te bewonderen is de periode van mei tot en met de eerste helft van juni. Ik denk dat het ook de mooiste tijd is om te luisteren naar zangvogels. En een van de mooiste plekken om dan te vertoeven zijn de duinen van Oostvoorne. Deze bloemen en nog veel meer zag ik daar:

Rietorchis, Zenegroen, Bosaardbei, Akelei, Salomonszegel, Lelietje-der-Dalen, Rolklaver, Wondklaver, Ossetong,  Watermunt, Dagkoekoeksbloem, Tormentil, Bosviooltje, (Bladeren van) Brede Orchis, Boterbloem, Gewone Vleugeltjesbloem, Grasklokje en de Welriekende Nachtorchis. Vooral de prachtige bloesem van de meidoorn is nu overweldigend. En wat ik hoorde mag je zelf proberen te determineren:

Geplaatst in bloemen, natuur | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Wordt het weer beter?

weer

wolken

Ik krijg een warm gevoel van Angela Merkel

Een longarts zegt: de kans is groot
een werkend vaccin dat komt er niet.
De zon schijnt buiten, mijn vest is dicht.

De kleine dokter snuift Urticalcin.
Emmanuel Macron schildert vergezichten.
Mijn beeldscherm tovert hemelse toppen.
Het bloeiende gras wuift alles weg.

De Zweden hopen op groepsimmuniteit.
Wit-Rusland weet: zonder visum geen virus.
De zon kijkt om en is verdwenen.
Wolken, donker, waaien zij over?

De vogels lijken het twitteren verleerd.
Maar kijk, ik klik op prachtige bloemen.
Een zon die schijnt, een open vest.

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Thuis

Vandaag kreeg ik een mailtje van google: de “google maps Timeline” . Deze was opgemaakt vanaf 1 april tot en met vandaag. Mijn telefoon staat zo ingesteld dat mijn locatie voortdurend bij Google bekend is. Dus Google weet precies waar ik ben geweest. Dat hadden ze in Frankrijk verplicht moeten stellen.
-‘Mag ik uw telefoon even zien?’ U bent deze week naar de Intermarché geweest zie ik, maar ik zie dat u ook nog enkele andere verplaatsingen van meer dan 2 km heeft gemaakt. Dat kost u 150 euro.’

Ik zag op mijn timeline de dagen dat ik naar de Coöp ben geweest en ook bijvoorbeeld de dagen dat ik me niet verplaatst had. Er was op die dagen geen blauwe streep getrokken over de landkaart. Bij vandaag stond er wel een blauwe streep.  Ik had me verplaatst. Maar Google had geen flauw idee wat mijn doel zou kunnen zijn geweest.

timeline
Google wilde weten wat ik op die blauwe streep deed. Er was een ontbrekende activiteit. Ik kon een activiteit toevoegen.

En verder wilde Google ook graag weten wat het doel van mijn verplaatsing was geweest. “Ben je hier geweest?  Opperduit 1 Ja/nee.”
Bij nee zou ik een alternatieve locatie kunnen invullen. Google zou dan weer heel blij zijn geweest. Ik heb Google teleurgesteld. Google weet nog steeds niet wat mijn activiteit was op die blauwe streep en weet ook nog steeds niet wat mijn doel was. Behalve als hij mijn blog leest….

Ik heb vanuit huis 600 meter geslenterd, door het riet. Ik plukte er enkele stengels van de watermunt. Ik stond herhaaldelijk stil, keek om me heen en luisterde naar alle geluiden. Ik kwam uit bij de Lek en heb ook daar een minuutje staan kijken. Toen slenterde ik weer over het zelfde paadje terug, nog weer eens 600 meter. Thuis gekomen maakte ik muntthee. Verder was ik thuis.

Dat laatste vermoedt Google dan weer wel. Maar hij weet niet wat ik daar deed. Hij weet absoluut niet wat ik zo zag in mijn tuin.

boterbloem

dauwbraam

honingbij

lookzonderlook

paardenbloem

paardenbloem-2

sering

stinkendegouwe

vlier

En Google weet ook niet wat ik vandaag allemaal hoorde:

Ik leefde vandaag het saaie leven van iemand die alleen maar thuis was. Met slechts de verplaatsing van een onbeduidende blauwe streep vanaf mijn huis. Waar ik draalde en slenterde, om me heen keek en wat luisterde. En ik dronk ook nog eens thee.

Geplaatst in bloemen, natuur | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Concerten in lege zalen

Er zijn nu opeens allerlei extra mogelijkheden voor sommige musici om in deze coronacrisis toch nog te kunnen optreden. Zo heeft het concertgebouw de zogenaamde  “Empty Concertgebouw Sessions”.  Een muzikant verzorgt samen met maximaal drie door hem of haar geselecteerde andere muzikanten een concert van een half uur in een lege concertzaal. Zo nodigde de violist Rosanne Philippens haar zus Julia, de altviolist Joël Waterman en de cellist Lidy Blijdorp uit. Ze speelden een programma met prachtige stukken van Menuhin/Grapelli, Bach, Ravel, Schumann en Beethoven.

Ik kreeg de link doorgestuurd en toen ik in de keuken bezig was opende ik deze op mijn telefoon. Mijn oudste kleinzoon kwam aangelopen en vroeg nieuwsgierig wat dat was. Geboeid bleef hij kijken en luisteren. Bij elk nieuw stuk vroeg hij aan mij: ‘van wie is dat?’ Een concert van bijna een half uur op een telefoon, zonder problemen bleef hij geboeid luisteren. Dit tot halverwege de Cavatina van Beethoven. Dat was het laatste stuk, toen liep hij pas weg. Dat begreep ik, de Cavatina is een verstild stuk dat niet onmiddellijk toegankelijk is. Maar waarschijnlijk liep hij om een heel andere reden weg. Hij had opeens een idee gekregen, hij wilde iets gaan doen. Die Cavatina, die was van Beethoven en die componist kende hij! Hij ging in zijn eentje een spelletje doen, ik zag hem allerlei rare bewegingen maken met zijn armen. Wat was hij in godsnaam aan het doen? En hij zong er intussen bij: jawel hoor, hij zong de vijfde symfonie van Beethoven, inclusief alle snelle loopjes, wat trouwens niet gemakkelijk is. Toen snapte ik het: hij was een filmpje aan het naspelen. Een filmpje  dat al sinds een half jaar in de sociale media circuleert. In dat tekenfilmpje hoor je het eerste deel van de vijfde symfonie van Beethoven, terwijl  je intussen  fietsers ziet. Een prachtig filmpje waarmee de textuur en de vorm van het stuk op een grappige manier aanschouwelijk wordt gemaakt. En dat deed hij na,  met zijn armen. Hij was van heuvels af aan het fietsen, tètètètèh!.

Diezelfde dag was er nog  een mooi moment. Mijn vrouw ging achter de piano zitten en begon Debussy te spelen. Onmiddellijk nieuwsgierig liep hij er naar toe en keek zijn ogen uit. Zo kan een piano dus ook klinken, met breed gespeelde gebroken akkoorden. En niet snel daarna ging hij zelf achter de piano zitten en begon te spelen. Al improviserende maakte hij een soort herschepping van de eerste arabesque van Debussy.

Behalve het concertgebouw zijn er nog meer concertzalen die nu mooie initiatieven hebben. Zo is er elke middag een streaming concert vanuit de Doelen Rotterdam. Deze concerten zijn telkens om kwart over 12 te zien op youtube en blijven ook daarna nog terug te zien. De vorige week speelden onder meer de broers Jussen in een lunchpauze concert. Op 1 mei, morgen, is er een concert dat is samengesteld door Lidy Blijdorp, de cellist die ook al in het concertgebouw was te horen. Ze speelt dan samen met Rosanne Philippens. Een aantal stukken zijn bewerkingen die zij maakte van bestaande stukken. Dit concert kun je hier onder vinden, je hoort dan achtereenvolgens:

  • Debussy: Syrinx (bewerking voor cello solo)
  • Ysaÿe: l’Aurore (viool solo)
  • Ravel: Sonate voor viool en cello (drie delen)
  • Schumann: “Vogel als Prophet” (bewerking voor viool en cello)
  • Enescu:  Ciocarlia (bewerking voor viool en cello)

Over dat concert kun je meer lezen op de hermitage blog van een vriendin

Nog zo’n leuk initiatief: Het Rotterdams Philharmonisch orkest gaat steeds meer van hun eerdere opnames streamen. En ook de orkestleden zitten niet stil, ze vertellen iets over hun ervaringen met die stukken zodat je nieuwsgierig wordt om zo’n opname te gaan beluisteren:

’s Avonds brachten we onze kleinkinderen naar huis. Op een gegeven moment zat de oudste helemaal alleen afgezonderd in de huiskamer achter een soort weefgetouw te zingen, terwijl hij aan de touwen zat te plukken. Ik liep even naar binnen.
-‘Wat doe je?’
-‘ Ik speel cello.’
Volgens mij speelde hij het eerste stuk van Menuhin/Grapelli na, en dan wel de cellopartij, dus hij imiteerde Lidy Blijdorp die daar in dat tweede stuk van het “lege concertgebouw concert” heel lang als een contrabassist jazzy zat te plukken. Heerlijk!  Hij maakte allerlei fantastische klanken, net zoals in dat stuk. Zijn huisgenoten zaten in de keuken, hij speelde in zijn eentje een “empty concertgebouw concert”. Het publiek was hijzelf. Meer publiek had hij niet nodig. In zijn hoofd is er plek zat, veel meer dan de minimale anderhalve meter.

 

 

 

 

Geplaatst in autisme, muziek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Stilte

Wat klonk er een ongelooflijke hoop herrie enkele weken geleden in mijn tuin. Die herrie werd veroorzaakt door recreërende motoren op de dijk. Extra veel waren het er, waarschijnlijk doordat er erg veel gesloten was vanwege de coronacrisis, je moet toch wat…

Nu is men afgelopen week begonnen met werkzaamheden bij het poldergemaal en daardoor is de dijk vier weken afgesloten. Wat is dat genieten! Ook de lucht is gelijk meer zuiver. Bijna zeven minuten lang nam ik de stilte op, een weldadige stilte, slechts ingevuld door de rustgevende geluiden van vogels in de achtertuin, met toch nog het geluid van een enkele auto. Je hoort diverse vogels, als meest prominente hoor je een merel, af en toe een bonte specht, een vink, een roodborstje, een duif en meer. Of op de achtergrond het blaffen van een hond in de verte. Ik kan hier heel lang naar luisteren.

Geplaatst in natuur | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De stoomwals

Als we onze kleinkinderen terug brengen naar hun huis luiden er bijna steeds klokken in het stadje waar ze wonen.
-‘Van welke kerk zijn deze klokken?’ vroeg mijn oudste autistische kleinzoon van 6. Ik oriënteerde me waar het geluid vandaan kwam en wist het niet. Hij dacht het wel te weten:
-‘Ze zijn niet van de protestantenkerk, want die klinken zo’: feilloos deed hij de protestantenklokken na. Ik herkende het geluid en realiseerde me dat hij het zelfs qua toonhoogte exact goed had. Alle geluiden die hij hoort slaat hij op en verwerkt hij op zijn manier.

teilOpeens bij ons thuis begon hij achterom met de zinken teil over het asfalt te slepen. Zijn zusje van drie jaar wilde hem helpen. –‘Zullen we hem dragen?’ Maar dat was niet de bedoeling. Hij speelde dat het een stoomwals was. Inderdaad, als je naar het slepende geluid luisterde leek dat sprekend op het helse kabaal van een wals die op weg is naar de plaats waar hij gaat worden ingezet. Zijn zusje ging akkoord en ging ook mee “stoomwals” spelen. De volgende dag trouwens deed de teil dienst als gevangenis. In de kelder is het een beetje donker, je kun er vanuit de achterdeur zo naar binnen lopen. Een ideale plek om gevangenen vast te zetten. Die worden aangevoerd in een buggy en daarna kunnen ze in de teil worden weggestopt. Broer en zus doen mee en laten zich gewillig “opsluiten”. Ze weten dat dat helaas met boeven zo moet. Hadden ze maar niets moeten stelen. Maar ze ontsnappen ook weer en moeten dan weer worden gevangen wat minstens zo leuk is.

ziekenhuisOok ambulances doet hij feilloos na. Er reed er weer een over de provinciale weg.
-‘Opa. waar gaat die heen, wat is er aan de hand?’ Ik opperde een paar mogelijkheden maar ik wist het natuurlijk ook niet. Maar bij ons thuis ging hij de situatie op zijn manier naspelen. Hij bouwde van duplo een ziekenhuis en nog wat gebouwen en met een mini-ambulance werd er naar het ziekenhuis gereden. Er was een ongeluk gebeurd. Ook maakte de politie bij het ongeluk met hekken een versperring. Ja hoor, daar kwam de ziekenauto al. Met het perfecte geluid natuurlijk. Het slachtoffer ging naar het ziekenhuis.

Het meest fantastisch vind ik hoe hij nu muziek maakt, op piano of keyboard. Een heel repertoire heeft hij al, allemaal dingen die hij gehoord heeft en probeert na te spelen. Hij hoort waar de rechterhand tweestemmig is en probeert dat daar ook te doen. En hij hoort de bas, die speelt hij ook in zijn linkerhand. Het blijft al spelende nog steeds een beetje zoeken, maar hij blijft het proberen tot hij de juiste tonen heeft. Het meest bijzondere vond ik hoe hij woensdag Für Elise na zong, uit zijn hoofd, het ABA-deel, tot en met de hele hoge Bes die er op een gegeven moment in voorkomt en even later bij de snelle loopjes zelfs een hoge C. Gisteren vroeg ik of we dat samen zouden zingen.
-‘Ja hoor, zal ik dan de bas zingen?’ zei hij. Ik wist niet wat ik hoorde, zou hij dat kunnen?
Ik zong de melodie en hij zong de bas!

Maar het is niet Elise die hij mist, hij mist Laura.
-‘Opa, ik ben een beetje verdrietig.’
-‘Wat is er, vertel.’
-‘Ik mis Laura zo erg.
Een keer heeft hij Laura ontmoet. Een meisje van zijn leeftijd, in de speeltuin. Samen zaten ze op de schommel en intussen heeft hij honderduit met haar gebabbeld. Hoe lang zou het geduurd hebben. Vijftien minuten? Toen moesten we naar huis. Wat vond hij dat jammer. En nu, na een jaar, nog steeds heeft hij af en toe verdriet daarover. We hebben Laura nooit meer gezien.

Maar wat is hij meestal vrolijk! Vooral in zijn spel. En als hij muziek maakt, of als hij tekent. Zijn broertje speelt veel de baas en zelfs zijn zusje zit hem af en toe te plagen. Hij neemt alles letterlijk en is makkelijk op de kast te krijgen. Maar hij reageert er lang niet meer zo extreem op als in het verleden. En als zijn broertje zich zogenaamd voor zijn zusje verstopt en zijn zusje het spelletje meespeelt, ‘hè waar is hij nou?’, dan kan hij daar vertederd naar kijken en lief naar hen glimlachen. Als de oudere wijze broer.

We ruimen alles weer op. De stoomwals doet nog een keer zijn werk, krrrr krrrr krrrr. Het klinkt knarsend en oorverdovend. Maar ik heb nog nooit zo’n mooie stoomwals gehoord!

Geplaatst in autisme | Tags: | 1 reactie

In de war

Dit artikel gaat over cantate 66 van Bach. Een cantate die hij schreef voor tweede Paasdag. Bach probeert in zijn muziek de verwarring te laten horen, de verwarring waarin de leerlingen van Jezus verkeerden nu ze op zich zelf waren aangewezen. Hij was dood, wat nu? Ze waren hun houvast kwijt. Afwisselend voelden ze angst, maar daar was ook de hoop. Hij had toch gezegd dat hij hen niet in de steek zou laten, ook niet na zijn dood? Ze waren in de war.

Bach schreef de cantate in 1724. Hij is grotendeels geconcipieerd als een duet tussen de alt (Furcht) en de tenor (Hoffnung). In het driedelige openingsdeel voor alt, bas, koor en orkest horen we in het midden de tekst Ihr könnet verjagen das Trauren, das Fürchten, das ängstliche Zagen, der Heiland erquicket sein geistliches Reich. – Jullie kunnen de droefheid verjagen, het angstige aarzelen, de heiland verkwikt (immers) zijn geestelijke rijk. Hoe beeldt Bach dat uit?

We horen hier de onrust, het verdriet en de poging om tot rust te komen in een duet van alt en bas. Beide solisten beelden vooral angst en droefenis uit. Dalende chromatiek maakt het extra droevig. Als het duo “beneden” is aangekomen, wordt de jammerklacht vanaf een ander punt herhaald, daarna nog een keer, nu met kortere frases. Bij het woord “zagen” horen we lange tonen die het lange aarzelende wachten uitbeelden maar het vooral ook extra smartelijk maken. Maar gelukkig: “Der Heiland erquicket sein geistliches Reich”. Dat wordt door het hele koor in koraalzetting gezongen. De hele tekst wordt herhaald maar met nog meer retorische middelen. Met name het verjagen van de vrees wordt nu met snelle loopjes uitgebeeld, bij de klachten hoor je pijnlijke trillers. De toonsoort van dit stukje is B-mineur.

Luister naar dit middendeel en volg het met de partituur.

Uitvoerenden zijn Daniel Taylor, alt, Stephen Varcoe, Bas. Monteverdi choir en English baroque soloists, John Eliot Gardiner. Opgenomen in de Georgenkirchen Eisenach op 23 en 24 april 2000. Verkrijgbaar op het label soli deo gloria:

De hele cantate hoor je na onderstaande tekst. Hij begint met vooral hoop en de toonsoort is allereerst nog majeur. Maar tegelijk is er verwarring: het wemelt van de snelle loopjes met twee-en-dertigste figuren.

BWV66 Erfreut euch, ihr Herzen (1724)

Dialogus Furcht (Alt), Hoffnung (Tenor)

  1. Coro.
    Erfreut euch, ihr Herzen, entweichet, ihr Schmerzen, es lebet der Heiland und herrschet in euch.
    Ihr könnet verjagen das Trauren, das Fürchten, das ängstliche Zagen, der Heiland erquicket sein geistliches Reich.
    Erfreut euch, ihr Herzen, entweichet, ihr Schmerzen, es lebet der Heiland und herrschet in euch.
  2. Recitativo: Bass.
    Es bricht das Grab und damit unsre Not, der Mund verkündigt Gottes Taten; der Heiland lebt, so ist in Not und Tod den Gläubigen vollkommen wohl geraten.
  3. Aria: Bass.
    Lasset dem Höchsten ein Danklied erschallen vor sein Erbarmen und ewige Treu. Jesus erscheinet, uns Friede zu geben, Jesus berufet uns, mit ihm zu leben. Täglich wird seine Barmherzigkeit neu.
  4. Recitativo (Dialogo) ed Arioso (Duetto): Tenor, Alt
    Hoffnung: Bei Jesu Leben freudig sein ist unsrer Brust ein heller Sonnenschein. Mit Trost erfüllt auf seinen Heiland schauen und in sich selbst ein Himmelreich erbauen, ist wahrer Christen Eigentum. Doch weil ich hier ein himmlisch Labsal habe, so sucht mein Geist hier seine Lust und Ruh, mein Heiland ruft mir kräftig zu: ‚Mein Grab und Sterben bringt euch Leben, mein Auferstehn ist euer Trost.‘ Mein Mund will zwar ein Opfer geben, mein Heiland, doch wie klein, wie wenig, wie so gar geringe wird es vor dir, o großer Sieger, sein, wenn ich vor dich ein Sieg- und Danklied bringe.
    Hoffnung: Mein Auge sieht den Heiland auferweckt, es hält ihn nicht der Tod in Banden.
    Furcht: Kein Auge sieht den Heiland auferweckt, es hält ihn noch der Tod in Banden.
    Hoffnung: Wie, darf noch Furcht in einer Brust entstehn?
    Furcht: Lässt wohl das Grab die Toten aus?
    Hoffnung: Wenn Gott in einem Grabe lieget, so halten Grab und Tod ihn nicht.
    Furcht: Ach Gott! der du den Tod besieget, dir weicht des Grabes Stein, das Siegel bricht, ich glaube, aber hilf mir Schwachen, du kannst mich stärker machen; besiege mich und meinen Zweifelmut, der Gott, der Wunder tut, hat meinen Geist durch Trostes Kraft gestärket, dass er den auferstandnen Jesum merket.
  5. Aria (Duetto): Alt, Tenor
    Furcht: Ich fürchte zwar des Grabes Finsternissen und klagete, mein Heil sei nun entrissen.
    Hoffnung: Ich fürchte nicht des Grabes Finsternissen und hoffete, mein Heil sei nicht entrissen.
    Beide: Nun ist mein Herze voller Trost, und wenn sich auch ein Feind erbost, will ich in Gott zu siegen wissen.
  6. Choral: Halleluja! Halleluja! Halleluja! Des solln wir alle froh sein, Christus will unser Trost sein, Kyrie eleis!

Volgens Lucas 24:13-35 zou Jezus aan twee discipelen die op weg waren naar Emmaüs zijn verschenen, die hem eerst echter niet herkenden. In de kunst worden de Emmaüsgangers vaak in deze scene uitgebeeld. Soms echter ook tijdens het avondmaal te Emmaüs. In die scene komen ze er achter wie hij is. Dat laatste moment schildert Caravaggio: een moment van grote verwarring. Jezus blijft de rust zelve. In de cantate van Bach zou je de Emmaüsgangers de twee solisten kunnen noemen, die de angst en verwarring uitbeelden. Jezus wordt in dit deel van de cantate uitgebeeld in het deel waarin het hele koor zingt: de hoop. Het verhaal van de Emmaüsgangers hoort ook bij tweede paasdag.

caravaggio

Verwarring, het ontbreken van houvast, dit zijn dingen die bij veel mensen voorkomen. Massaal zien we het in tijden van dreigende oorlog, we zien het bij rampen als hongersnood of bij epidemische ziekten. Of als je geïsoleerd wordt zoals nu bij veel mensen die in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen liggen en geen bezoek mogen ontvangen. En eigenlijk is nu zelfs de hele maatschappij in verwarring. In dat licht gezien laat ook deze cantate van Bach ons universele emoties zien, maar tegelijk kan hij troost bieden.

Geplaatst in kunst, muziek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen