Op de aarde is het zo gek nog niet

-‘Zou jij op Mars willen leven?’
-‘Durf jij met het ISS te vliegen?’
Dat zijn enkele van de vragen die mijn oudste kleinzoon mij de laatste weken herhaaldelijk stelt. Ik antwoord dat ik dat allemaal niet wil en zeker ook niet durf. ‘Nee’, zegt hij dan. ‘De aarde is toch wel de fijnste planeet’. Maar desondanks is hij toch veel met onaardse dingen bezig. En dan voelt hij zich een echte wetenschapper. Maandag mocht hij op school aan zijn medeleerlingen voor het digibord van alles vertellen over Saturnus. Dat de ringen zijn ontdekt door Christiaen Huijgens en dat de grootste maan Titan heet bijvoorbeeld. Zijn juffrouw stuurde twee leuke foto’s waarop hij een en ander staat aan te wijzen voor een geïnteresseerd publiek. Over exoplaneten schrijft hij wetenschappelijke publicaties met bijbehorende afbeelding, zoals deze over de exoplaneet Schel 300025b. (Galileo Galilei tekende ook altijd van alles bij zijn wetenschappelijk werk).

De volgende tekening is gemaakt van vlakbij Mars. Mars zie je erg groot, met een van zijn bizarre maantjes Deimos. Ook de aarde met de maan kun je daar goed zien en nog verder Venus, Mercurius en de Zon. Links nog een stukje van Jupiter. Hij vroeg mij of je vanaf Mars de aarde kunt zien.
-‘Ja zeker!’antwoordde ik. ‘de aarde is dan best wel groot en ook omdat Mars nauwelijks atmosfeer heeft kun je alles erg  goed zien.’
Dat blijkt, uit deze tekening.

Hij ontdekte dat alle planeten ook weergegeven kunnen worden door een symbool. Dat vindt hij prachtig. Hij vindt dat soort kleine tekeningen, net als bij automerken, fascinerend. Ook wil hij meer weten over gotische letters en de “s”, hoe die vroeger geschreven werd. Gisteren in de Sint Jan van Gouda keken we naar de oude opschriften. Daar was ook een tekst met die s bij, die ziet er zo uit: Ɨ.
Tegelijk filosofeert hij over het leven op aarde dat zo slecht nog niet is. En al die planeten die rondjes draaien om de zon. Het is eigenlijk gewoon een groot land. Wat een belevenis!

Heel aards: af en toe tekent hij ook weer een trein. De aanleiding was Finland. Bij zijn ouders heeft hij een hele serie gemaakt over Finland. Hij heeft ook de reis er naar toe getekend, dat was met een trein. Deze trein hieronder gaat nergens naar toe maar is gewoon een trein.

Gisteravond heb ik mijn drie kleinkinderen in bed gestopt omdat hun ouders wat later thuis kwamen. En op woensdag mogen ze ook de schoen zetten en dus zingen voor Sinterklaas. Het hele arsenaal oude Sinterklaasliedjes passeerde de revue. De sessie eindigde met een solo van de oudste met een liedje dat ik nog niet kende. Intussen danste de jongste als een Razende Roeland en drumde de middelste op een snel in elkaar geflanst drumstel met stoelen en kussens.

Al mijn kleinkinderen zijn in deze tijd wat drukker dan normaal. Hij al helemaal. Vanochtend mocht hij later naar school zodat hij de puinhoop die rommelpiet had gemaakt niet hoefde te zien. Hij zou dan, zeker weten, compleet zijn gaan flippen. En hij slaapt slecht de laatste tijd. Maar desondanks heeft hij nog steeds tijd tekort om zich uit te leven in zijn fantasie. En hij heeft ook nog orgelles. Alle orgels zijn bespeeld. Na het Moreau-orgel zijn het koororgel, het kistorgel en gisteren het kabinetorgel aan de beurt geweest. Waar hij normaal niet van verrassingen houdt stoort dit hem helemaal niet. Hij is nu al benieuwd waar hij de volgende week op mag spelen.

Over het kabinetorgel waar hij gisteren op mocht spelen lezen we op de site van de Sint-Jan het volgende:

Sinds 2016 heeft de Sint-Jan een Mitterreither kabinet orgel in bruikleen van de Stichting “de Wijk”. Voorheen stond het in de gehoorzaal van het Groene Hart Ziekenhuis. Bijzonder is dat Mitterreither ook in 1770 restauraties heeft verricht aan het Moreau orgel en dat er dus nu ook een door hem gebouwd orgel in de kerk staat. Johannes Josephus Mitterreither (1733-1800) werd geboren in Oostenrijk uit een goed bekend staand orgelbouwers geslacht. Later verhuisde Mitterreither als geschoolde vakman naar Nederland. Hij woonde eerst in Rotterdam en vanaf 1761 in Gouda en had hier zijn werkplaats. Later verhuisde hij naar Leiden. Mitterreither bouwde dit kabinetorgel in 1779. In de ventielen kast vindt men nog zijn signatuur. Het kabinet is een eikenhouten rococo meubel en uitzonderlijk breed, nl. 160 cm. Het heeft een driedelig front en houtsnijwerk. Kenmerkend is het labiumverloop van de frontpijpen: een horizontale lijn. Voordat het in de Sint-Jan werd geplaatst, werd het gerestaureerd door Slooff Orgelbouw.

Geplaatst in autisme | Tags: , , , , | 2 reacties

Twee maal het ISS

Gisteren zag ik het ruimteschip ISS samen met mijn kleinzoon. ‘Daar is hij!’ Nee, dat was een vliegtuig. ‘Daar!’ Nee, dat was een helikopter. En toen was hij er dan toch. Mijn kleinzoon vond het mooi. Het ISS leek op een bewegende ster. We stonden trouwens op een mooie plek, op de markt van Schoonhoven en de ster bewoog boven de mooie historische panden. Maar ik had geen camera bij me.

Vandaag zag ik hem thuis vanaf de Lekdijk. Ik maakte eerst een filmpje van de gebeurtenis vooraf op het softwareprogramma Stellarium. Ik wist zo precies wat er ging gebeuren. Het was even nog spannend, de maan kreeg steeds meer een vochtige kring en op veel plaatsen hingen slierten met wolken. Maar het lukte! Ik heb het begin en het einde gefilmd.

Bijzonder was hoe het leek of de satelliet precies voor Jupiter en Saturnus langs zou trekken. Maar hij scheerde er rakelings langs, iets hoger. Op weg naar de maan die in het ZO stond. Tussen de maan en Mars door ging hij richting oosten, maar hij verdween weer heel snel omdat vanaf een bepaald punt de zonnepanelen van het ruimteschip niet meer het zonlicht weerkaatsen richting Nederland. Ik denk dat veel mensen het hebben gezien, mijn zwager in Groningen zag het ook.

De eerste film, een registratie van de gebeurtenis op het programma Stellarium, duurt ruim 2 minuten. Alles wordt bijna vier keer zo snel weergegeven .

De tweede film is wat ik zelf buiten filmde aan de dijk. Je ziet af en toe een auto langs komen. Het tweede deel van de film maakte ik door de camera naar het ZO te richten. Ik filmde het deel van de passage van het ruimtestation van maan en mars, totdat het opeens verdween.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , | 1 reactie

De vogelwachter

Het radioprogramma Vroege Vogels begon vanochtend om zeven uur met het geluid van de ruigpootbuizerd. Een buizerd die hier niet veel voorkomt en vooral te herkennen is aan zijn bevederde poten. En aan zijn kunst om, beter dan andere buizerds, heel stil biddend in de lucht te blijven hangen, loerend op een prooi. In Nederland probeert hij muizen te vangen, in Scandinavië waar hij eigenlijk thuis hoort jaagt hij vooral op lemmingen. Hij maakt een angstaanjagend geluid:

Gisteren in de bioscoop hoorden we ook allerlei vogelgeluiden, vooral die van mantelmeeuwen. Dat is een heel ander geluid.

Al gedurende veertig jaar woont een vogelwachter op een onbewoond eiland in de Atlantische oceaan. Hij is helemaal gelukkig in zijn rol als vogelteller en bewaker van de dijk. Door die dijk is het eiland ook een goed broedplaatsgebied. Af en toe wordt hij bevoorraad door een boot die hem vooral  brinta en capucijners brengt. Van al het aangespoelde afval maakt hij ingenieuze dingen.

Uiteraard is er ook een plot. In het verhaal komt een imaginaire en later ook een echte dame voor. Het wordt heel spannend als een storm zijn houten huisje in de oceaan laat belanden. Maar er is sprake van een groot drama als de vogelpost wordt opgeheven. Hoe loopt dat af…

Af en toe moet je glimlachen. Freek is Freek als hij onbeholpen stuntelt met het een en ander. Maar het is een film die gaat over het persoonlijke drama van een inmiddels oude man. Dat drama is hem op het lijf geschreven.

Een aardige film waarvan ik me afvraag of hij me heel lang bij zal blijven. Het drama is voor mij daarvoor niet intens genoeg. Het karakter van de hoofdpersoon zou voor mij nog meer dat van een excentrieke zonderling mogen zijn. Het einde is open maar ik ervaar het als wat gekunsteld. De Volkskrant gaf deze film vier sterren. Vooruit. Het is in ieder geval een eerlijk gemaakte Nederlandse speelfilm, voor een beperkt publiek. Met mooie natuurplaatjes. En ik houd van films waarbij de beelden meer spreken dan de dialogen. Dat is hier zeker het geval.

Er mochten dertig mensen in de zaal. Het waren er schat ik hooguit 15. Triest maar waar, en dat op een zaterdagavond. Zelfs de filmzaal wordt nu langzaam eenzaam. Een eenzame plek, iedereen is er op zijn eigen eilandje van veel meer dan anderhalve meter.

Geplaatst in Film, recensie | Tags: , | 2 reacties

ISS aan de hemel de komende maand

Er zijn weer veel kansen om het ruimtevaartuig ISS te spotten de komende tijd. Steeds vlak na zonsondergang. Er is al een goede mogelijkheid maandagavond 23 november van 18:56 tot 18:59. De weersvoorspelling is redelijk gunstig op dit moment. Hieronder een filmpje dat laat zien waar je moet kijken. Ook dit soort dingen laat het programma Stellarium erg mooi zien

Hieronder staan nog meer mogelijkheden de komende tijd. Vooral de data in het groen zijn erg goed. Uiteraard bij de juiste weersomstandigheden.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 1 reactie

Mooie avond met maan en maantjes

Het is 20 november. Ik maak een aantal foto’s, iets na zes uur in de avond. Ik zie de maansikkel, ik zie de maan met Jupiter en Saturnus, ik zie vanuit de telestand Jupiter en zijn vier grote manen, en ik zie hoe de maan spiegelt in de Lek.

Als je naar de sterrenhemel kijkt zie je ook af en toe een satelliet bewegen. Maar er zijn ook zogenaamde geo-stationaire satellieten. Die bewegen met dezelfde snelheid als dat de aarde zelf om zijn as draait en lijken daardoor stil te staan. Vanavond om 9 uur heb ik er een gespot, de Cosmos 2539, een Russische satelliet. Dat was dus eigenlijk “nog weer een maan”. Niet dé maan, (onze maan), ook niet een maan van een andere planeet zoals de vier grote manen van Jupiter, nee: een kúnstmaan. Het ging me in eerste instantie om een foto van Mars en daarbij zag ik ook een aantal sterren. Via het programma Stellarium kon ik makkelijk opzoeken om welke sterren het ging. Een van die sterren bleek geen ster te zijn, het was dus de Cosmos 2539. Zie het gele pijltje dat ik erbij tekende, ongeveer in het midden van de foto. Het meest heldere object dat je ziet is trouwens Mars.

Zoeken op internet levert op dat deze satelliet op 5 augustus 2019 als militaire communicatie-satelliet door Rusland vanuit Kazachstan is gelanceerd. Ik keek naar deze satelliet, maar hij kijkt wellicht terug, oei! Militaire communicatie lijkt mij vooral een vorm van spionage te zijn. Na de lancering vorig jaar is dit beeld vrijgegeven:

Het is ook weer de tijd van de wintersterrenbeelden. Eveneens rond 9 uur zag ik, ondanks de dunne bewolking, de Pleïaden, ook wel Zevengesternte genoemd (rechts boven), Castor en Pollux, van het sterrenbeeld Tweelingen (links beneden) en het sterrenbeeld Voerman met als meest heldere ster Capella.

Het meest bijzondere deze avond was voor mij dat ik voor het eerst bewust een geostationaire kunstmaan zag. Dankzij vooral het geweldige programma Stellarium. Eigenlijk duizelde het me deze avond van de manen.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Oneerlijk

Als iemand cadeautjes krijgt moet iedereen een cadeautje krijgen, anders is het oneerlijk. Van een kind van drie jaar kun je dergelijke uitspraken misschien nog als normaal ervaren, maar bij iemand van zeven denk je eerder aan een verwend nest dat nooit tevreden is. Toch is mijn oudste kleinzoon vaak al met een heel klein dingetje tevreden en gaat hij meestal als een vrolijk jongetje door het leven. Maar dat gevoel van grote oneerlijkheid blijft en het is heel diep en echt en het is, ondanks alle pogingen om die dingen uit te leggen, totaal niet weg te krijgen. Dus als iemand anders jarig is dan heb je dik kans dat hij van de vroege ochtend tot de late avond blijft huilen en schreeuwen: ‘dat is oneerlijk!’ Het feestje van de jarige heeft dan helaas veel aan glans verloren, liever gezegd: het is grondig verpest. Toen zaterdag zijn jongste zusje vier jaar werd ging het goed. Mijn kleinzoon logeerde een nachtje bij ons en pas de dag erna, toen de cadeautjes van papa en mama al lang gegeven waren, kwamen wij er met hem ook bij. Maar hij wilde er niet bij zijn op het moment dat wij ons cadeau gaven. Dus ging hij toen we binnen kwamen gelijk naar zijn kamer  om daar orgel te spelen. ‘Ik ga heel oneerlijke muziek spelen, heel erg hard’. Pas toen alles uitgepakt was kwam hij erbij. Hij kon het niet laten om snel nog even tegen zijn zusje te zeggen: ‘zo oneerlijke’. Elk kind kreeg toen hij er ook bij was van ons nog een klein cadeautje en de rest van de dag werd er gezellig taart gegeten en gespeeld. Mijn jongste kleinkind had zo een prachtverjaardag.

Op dat soort momenten merk je weer hoe extreem hij kan zijn in zijn autisme. In de kern kan hij zich op geen enkele manier verplaatsen in hoe een ander zich voelt en blijft hij hangen in zijn eigen gevoel: ‘ik wil ook een cadeau’. Eigenlijk geldt dit trouwens voor alles wat hij graag wil en op het moment dat broer of zus iets krijgt, of iets mag dat hij ook wil, dan zal en dan moet hij dat uiten:  ‘dat is oneerlijk.’ Gelukkig is hij wel te paaien als er op de korte termijn iets tegenover staat: ‘nú mag je zusje dat maar jij mag hetzelfde de vólgende week’. (Bijvoorbeeld een dagje bij papa op het atelier zijn.) Maar: ‘jij bent over een half jaar jarig, dan krijg jij ook cadeautjes’, dat ervaart hij als afschepen. Dat is nog een brug te ver.

Zijn ouders en ook wij, een van de grootouderparen, leren om daarmee te leven en mee om te gaan. We leren hem om, als er iets oneerlijks is, dat hij dat gewoon mag voelen. Dat is nu eenmaal zo. Maar vragen aan hem om het  alleen te denken, niet om het steeds te zeggen. En bij bepaalde omstandigheden moet hij er gewoon niet bij zijn, zoals bij de verjaardag van zijn  broer of zus. Net zoals hij om een heel andere reden ook compleet gaat flippen als er teveel prikkels zijn zoals bij een feestje op school of bij een klassen-uitje. Om hemzelf en de rest van de klas te beschermen blijft hij dan thuis of gaat hij naar opa en oma. Er blijft voor hem nog genoeg over om door van slag te raken. Af en toe komt hij een verdwaalde mug tegen of loopt er in zijn buurt een loslopende hond…..

Gisteren haalde ik hem op van school. Wat duurde dat lang zeg, het hele schoolplein was al leeg en de kinderen van de BSO waren met hun begeleiders al vertrokken.
-‘Waarom ben je zo laat? Ik begin het al behoorlijk koud te krijgen.’
-‘ik was aan het bellen’ vertelt hij met een stoute lach op zijn gezicht.
-‘Aan het bellen? Wat bedoel je.’
-‘Ik was met de bel aan het spelen.’
-‘Welke bel?’
-‘Die bel die de juf gebruikt als het stil moet zijn.’
Het werd me nog niet duidelijk of hij nu had moeten nablijven of dat hij zich muzikaal aan het uitsloven was geweest na school en daarom zo laat was. Enfin, we gingen naar huis. Daar hielp ik hem een klein half uurtje met zijn oefeningen met noten spelen voor de orgelles. Een van de liedjes die hij moest spelen was ‘grote God, wij loven u, LB 444.’ Hij weet inmiddels dat LB Liedboek betekent, ik heb de tekst van dat liedje op internet met hem opgezocht en we lazen het samen.

Hij maakte nog twee extra manualen bij zijn duplo-orgel en improviseerde daar op. Aan de piano speelde hij allerlei Sinterklaasliedjes. Hij zocht zelf uit hoe hoe hij die moest spelen, gewoon op zijn gehoor. In de linkerhand speelde hij feilloos de juiste akkoorden. Voor de rest was hij voornamelijk bezig met allemaal dingen rond het heelal. Op een gegeven moment moest ik kijken naar een opstelling van “size comparison “ van 10 door hem ontdekte exo-planeten. Deze had hij op de rand van de bank gelegd en er lagen naamkaartjes bij. Hij, als ontdekker van deze vreemde objecten, mag er natuurlijk zelf een naam aan geven. Er waren mooie ludieke namen bij. Zo werd ook mijn vrouw vernoemd, en ook zijn orgeldocent, deze zelfs twee keer.

-‘Opa, ik wil er een muziekje bij spelen en dan moet jij deze exoplaneten filmen, kijk zo:’
Hij bewoog zogenaamd met een camera in zijn hand heel langzaam van klein naar groot langs de opstelling van zijn ontdekkingen.
Ik begreep wat hij bedoelde en we gingen aan de slag. Het filmpje werd er gelijk in een keer opgezet. Hij speelde als achtergrondmuziek op de piano “Grote God wij loven u”. Ik aarzelde of we het niet over moesten doen. Hij speelde namelijk een paar fouten en ik wist dat het beter moest kunnen. Maar ik besloot het zo te laten, hij zelf vond het ook goed. We gingen achter de computer zitten en we maakten nog een titel erbij. Het filmpje moest van hem op youtube. Zodat mensen die een filmpje gingen zoeken over ”size comparison” ook bij dat filmpje uit zouden komen. Zijn naam hoefde er niet bij. Ik vond het onschuldig genoeg om het te doen en heb alles gedaan zoals hij het wilde.

Na het eten gingen we naar huis, hij tuurde omhoog: er waren helaas geen sterren. Zijn broertje en zusje stonden op het punt om naar bed te gaan. Zij hadden ook een leuke middag gehad. Zijn broertje had een vriendje van school mee mogen nemen. Zijn zusje was apetrots dat ze de eerste schooldag had gehad en het was ook nog eens erg leuk geweest. Morgen wilde ze weer! Ze vonden het trouwens niet oneerlijk dat hij bij opa was geweest. Iedereen was blij.

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Gouden griffel

Eindelijk is hij dan ontdekt. De grote nog onbekende planeet buiten Neptunus. Hij staat veel verder weg dan Pluto en al die andere dwergplaneten. De geleerden zagen het aan de baan van Pluto: er moet er nog een zijn, en dat zal dan geen kleintje wezen. Maar hoe kun je die vinden? Daar heb je uitstekende wetenschappers voor nodig.

Mijn oudste kleinzoon, wetenschapper in de dop, heeft hem gevonden. Hij heet Brawl Stars, uit te spreken op zijn Engels. Hij heeft ook twee manen. Eentje heet Orcus, niet te verwarren met de dwergplaneet met dezelfde naam. Ook in de planetenwereld zijn er homoniemen, kijk maar naar bijvoorbeeld de maan Europa van Jupiter, niet te verwarren met het werelddeel Europa. De tweede maan van Brawl Stars is een stuk groter. Hij heet Oenceladus. Niet te verwarren met de maan Enceladus van Saturnus. De namen lijken dan wel op elkaar maar deze twee manen hebben echt absoluut helemaal niets met elkaar gemeen. Oenceladus is bijvoorbeeld bruin met witte vlekken.

De hele kamer ligt bezaaid met tekeningen. Ook liggen er allerlei A-4tjes met uitvoerige teksten. Ter gelegenheid van de kinderboekenweek kregen de kinderen van groep vier de opdracht om een verhaal te schrijven. Het mooiste verhaal zou de gouden griffel krijgen. Wie was de winnaar? Niemand minder dan mijn oudste kleinzoon! Ik heb het verhaal niet gelezen maar het verwondert me niet.

Hij leeft voortdurend in een fantasiewereld, en deze wereld is vaak heel aantrekkelijk. Neem het land Jordanië. Heeft niets te maken met het andere Jordanië volgens hem. Zo ziet die wereld er uit.

En zo gaat het nog een aantal tekeningen door.

We waren weer naar orgelles geweest. Vanwege de coronamaatregelen is de kerk nu dicht en moet je buiten bij de kostersingang wachten tot je gehaald wordt.  Er liep een voorbijganger.
-‘Meneer, weet jij wanneer mijn leraar komt?’
De man keek verbaasd en knikte dat hij dat niet wist. Ik legde aan mijn kleinzoon uit dat dit gewoon iemand was die hier net toevallig langs kwam. Hij weet echt niet dat hier ook orgelles wordt gegeven. Hij keek me aan en probeerde dat tot zich te laten doordringen. Bij autisten is het zich kunnen inleven in een ander heel erg moeilijk.

Maar de koster kwam er toevallig aan en liet ons binnen. Mijn kleinzoon stormde weer door de hele kerk en ik moest hem van achter het altaar wegplukken waar hij een preek stond te houden. Ik vertelde hem dat dat een soort heilige plaats was waar alleen de dominee mocht komen. Zichtbaar geschrokken liep hij met me mee. Toen ging hij nog maar eens naar de akoestiek van de kerk luisteren. Behalve ik en de koster was er niemand. Hij zong een mooi wijsje of liever gezegd, hij speelde trompet:

Even later kwam zijn leraar en kreeg hij les. Bij die les is hij bijzonder moeilijk te focussen. Hij wil het liefste alle registers uitproberen en in een of andere organistenrol duiken. Maar dan moet hij weer enkele saaie noten spelen. Zijn docent wil hem iets zeggen maar hij zit alweer te improviseren. Deze laat hem dan maar een halve minuut of zo begaan.
-‘Zo, dat was dan weer de speeltuin, nu gaan we weer spelen wat hier staat.’
Én zo worden de oefeningen moeizaam doorgenomen. Ik bewonder de docent en zie dat ondanks alles mijn kleinzoon vooruitgaat in het noten lezen.

Thuis gaat hij weer verder met allerlei fantasieën. Voor het naar bed gaan luistert hij vaak met zijn vader naar een podcast over de Bourgondiërs. Die zitten nu ook in zijn spel. En in zijn tekeningen.

Maar ook zijn de verschillende muziekjes van de planetenfilms op Youtube weer in de belangstelling. Een van de filmpjes heeft als achtergrond “Eine kleine Nachtmusik”. Hij probeerde iets nieuws uit: zingen en spelen tegelijkertijd.

Of hij zingt een liedje uit een van de filmpjes en is intussen behoorlijk melig:

Of hij geeft les aan een imaginair publiek over planeten, in het Engels. En voor hen die dat niet kunnen verstaan doet hij het voor de zekerheid ook nog maar even in het Spaans….

Ik heb grote bewondering voor zijn geduldige docenten. Maar ik ben ook apetrots op de winnaar van de gouden griffel.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 1 reactie

Stellarium

Op mijn smartphone staan enkele astronomische programma’s, waaronder skymap. Om snel even te kijken als je ’s nachts buiten bent en dan te zien wat er aan de hemel staat. Maar als ik binnen achter mijn computer zit, waar ik de beschikking heb over een groot scherm, gebruik ik een nog veel mooier programma. Sinds kort heb ik het pas ontdekt en ik ben er behoorlijke lyrisch over.

Ik heb een filmpje gemaakt om een eerste indruk te geven van de mogelijkheden.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | Een reactie plaatsen

Vuurwerk en Draak Steken

In de negentiger jaren waren we tijdens een vakantie in Zwitserland. Men maakte zich in het betreffende kanton sterk om al het vuurwerk in de zomer in de ban te doen. Het vuurwerk in augustus heeft daar een lange traditie. Het is daar toen gelukt. Het mocht niet meer vanwege het milieu. We zijn ook vaak in Frankrijk geweest met oud en nieuw. Behalve in Parijs is er nauwelijks vuurwerk in het land. Op het platteland al helemaal niet. De mensen missen het niet. Ze drinken een goed glas wijn en eten wat feestelijker dan normaal. Voilà.

Rutte en zijn ploeg gaan waarschijnlijk met veel schroom akkoord met een vuurwerkverbod voor komende jaarwisseling. Men weet alleen niet of het wel te handhaven valt en men is bang om de mensen het enige verzetje dat ze nog hebben af te pakken.

In Maastricht en veel andere plaatsen zijn de mensen gek van het carnaval dat al morgen, de elfde van de elfde, begint. Maar overal ziet men in dat het niet slim is om dat door te laten gaan. Het wordt massaal geaccepteerd, jammer dan, dit jaar niet. Waarom is men dan zo bang voor een vuurwerkverbod?

Dat er sprake kan zijn van burgerlijke ongehoorzaamheid als je mensen iets “afpakt” dat zal duidelijk zijn. De Nederlanders zijn in het algemeen behoorlijk eigenwijs. En dat zijn ze altijd geweest denk ik. Ik moest denken aan een artikel dat ik las In het jaarboek van Maas en Swalmdal uit 1990.  Giel Geraedts schrijft daarin over de verwikkelingen rond het draak steken in Swalmen. Tot 1789 werd er ook in Swalmen jaarlijks draak gestoken, een traditie die tot op de huidige dag (om de 7 jaar) in het naburige Beesel nog in ere wordt gehouden. Tijdens de sacramentsprocessie liep er achter in de processie een draak mee, die vlak voordat de stoet de kerk in ging op de markt door ruiters van de schutterij werd neergeschoten en neergesabeld. Het was een imposant schouwspel waar mensen van heinde en verre op af kwamen. Maar het werd steeds meer een doorn in het oog van sommige geestelijken. in 1708 en 1711 werd het verboden, maar de schutterij had er lak aan. Opvallend detail is dat enkele leden van de schutterij ook schepen waren in Swalmen en dat de overige schepenen bijna allemaal wel een direct familielid in de schutterij hadden. Zij vonden het verbod van de pastoor belachelijk. Maar in de processie werd het allerheiligste meegedragen, het “vlees en bloed van Christus” en het was volgens de pastoor pure godslastering dat ook de draak mee liep en er gevochten werd. Dinsdag 23 juni 1716 liep het uit de hand. Rentmeester Wijhers, die op kasteel Hillenraad zetelde en het kasteel beheerde voor Markgraaf Willem Adriaen van en tot Hoensbroek, die op Schloß Haag in Geldern woonde, verbood in samenspraak met pastoor Dolmans dat de draak meeliep. Toen deze en ook de ruiters van de schutterij zich er niets van aantrokken greep Wijhers een fakkel van een van de fakkeldragers uit de processie en probeerde de draak in brand te steken. Toen kwamen de ruiters van de schutterij erbij en ontstond er een handgemeen. Uiteindelijk waren de schutters zo boos dat ze de rentmeester dreigden te doden en deze het op een lopen moest zetten. Al deze ongeregeldheden hebben tot een proces geleid waarin ook “objectieve getuigen” vertelden wat ze allemaal gezien hadden. Uiteindelijk kwam men er niet uit. Omdat de schepenen niet onpartijdig waren werd het proces verdaagd naar het Hof van Gelre. Wat er daar mee is gebeurd is onbekend. Opvallend achteraf is hoe een groot deel van de Swalmer bevolking zich tegen het gezag van de pastoor keerde en diens argumenten aan zijn laars lapte. Het was al een eeuwenoud gebruik en men zag niet in waarom dat nu zou moeten veranderen. Ook daarna zijn ze nog bij Pastoor Dolmans langs gegaan en eisten de kan bier die de pastoor traditiegetrouw na afloop van de sacramentsprocessie aan de schutterij schonk. Deze was slechts bereid om “een vierde pint” (niet meer dan een vaasje voor iedereen of zo iets) te geven, waar de woedende schutters geen genoegen mee namen. Ook deze zaken zijn in het proces meegenomen. Maar een en ander had verder weinig consequenties voor het draak steken. In de jaren erna is het draak steken gewoon doorgegaan. Van 1715 tot 1794 viel het huidige België en een deel van het huidige Nederlands Limburg, waaronder Swalmen, onder Oostenrijk. Toen in 1789 keizer Joseph II een edict uitvaardigde dat alle volksfeesten op het platteland op dezelfde dag gevierd moesten worden ging het draak steken daarom niet door. Het aangrenzende Beesel was een soort Nederlandse enclave. Daar mocht de Draak wel nog gestoken worden. Misschien dat daardoor deze traditie daarna in deze plaats is blijven bestaan. Enkele jaren daarna kwamen de Fransen, die na een tijd ook de schutterijen ontbonden. Dat was de genadeslag voor het “Draak Steken” in ieder geval in Swalmen.

Het argument toen was niet de lichamelijke gezondheid van de mensen. Die was normaal gesproken nooit in het geding bij een feest. Het was inderdaad vooral een verzetje. Een soort mini carnaval misschien. Of een kermisfeestje. Nee, het mocht niet vanwege de gééstelijke gezondheid. De regels van de kerk waren in het geding. Het doden van de draak in aanwezigheid van “het allerheiligste” was zoiets als dat nu het belachelijk maken van de profeet in moslimkringen is.

Waarom moet het vuurwerk met oud en nieuw verboden worden? Natuurlijk vanwege de honderden mensen die ten gevolge van ongelukken in het ziekenhuis terecht komen. Maar ook, net als in Zwitserland, vanwege het milieu. De enorme hoeveelheid troep die in korte tijd de lucht in wordt geblazen. En vanwege de overlast voor iedereen, met name voor de mensen die er bang voor zijn. Zoals veel geestelijk gehandicapten. Ook de meeste autisten zijn er doodsbang voor. En de meeste huisdieren. Of de vogels. Voor hen is het geen feest maar een nachtmerrie. Verbieden en streng straffen als in Zwitserland met enorme geldboetes zullen helpen. Rutte en de VVD zijn bang dat bij een verbod zo vlak voor de verkiezingen kiezers van rechts bij hun weg zullen lopen. Als ze nu toch een keer zouden kiezen voor wat goed is voor alle Nederlanders. Er zijn nog verzetjes genoeg waar niemand of bijna niemand last van hoeft te hebben. En laat de mensen een alternatief verzinnen in de toekomst dat geen kwaad kan.

Draak steken 2016 in Beesel

Het carnavalsfeest is aan de ene kant ontaard in een massale zuippartij van vrijdag tot en met dinsdag voordat de vastentijd begint (oorspronkelijk alleen de dinsdagavond = vastenavond). Aan de andere kant heeft het heel veel creativiteit los gemaakt en gezorgd voor saamhorigheid. Maandenlang worden wagens gemaakt voor de optocht, per buurt een of zelfs meerdere wagens. Mensen proberen zich individueel zo te verkleden dat ze eventjes iemand zijn die ze altijd al een keertje zouden willen zijn. Er worden buutreednerwedstrijden gehouden, waarbij onvermoede stand-upcomedians blijken te bestaan. Het verbindt mensen. Zo gebeurde dat ook steeds meer bij het Draak Steken. Net als bij de Passiespelen in Tegelen wordt er door een dorp naar toe geleefd en naar toe gewerkt. Men begint al jaren van te voren. Vroeger was het een verzetje, nu moet je er zelfs kaartjes voor kopen en wordt het draak steken niet in een processie maar in een soort grote arena met nepkasteel vijf of zes keer uitgevoerd. Zo iets zou ook lokaal voor oud en nieuw te verzinnen moeten zijn. De gemeenschappen zijn creatief genoeg. Maar weg met dat geknal in ieder geval wat mij betreft. En geen gevaarlijke dingen meer. De mensen van de vuurwerkbranche moeten zich laten omscholen. Tot hulpverleners bij het oogziekenhuis of zo.

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Herfst in de duinen

Gisteren heb ik met mijn vrouw weer een mooie wandeling gemaakt door de duinen. Langs bekende plekjes, maar nog steeds moet ik goed opletten om niet verkeerd te lopen. Dat komt ook omdat er een aantal jaren geleden veel veranderd is door kap en ook zijn enkele paden verdwenen, nieuwe zijn er terug gekomen.

Je zag nog steeds hier en daar Jacobskruiskruid, maar nu in dit jaargetijde zag je op meer open stukken vooral  het  Bezemkruiskruid. De Nederlandse naam bezemkruiskruid is afkomstig van de vorm, door de sterke vertakking lijkt een uitgetrokken plant wel wat op een bezem. De plant komt uit Afrika. Met woltransporten is de plant rond 1900 naar Europa gekomen. De hoogte varieert van 20-110 cm. De bloeiperiode loopt van mei of juni tot en met december. Pas sinds de jaren 70 van de 20e eeuw is bezemkruiskruid aan een duidelijke opmars bezig. Bezemkruiskruid is nu algemeen aanwezig op bouwgronden, langs spoorwegen, in wegbermen, langs slootkanten en in de duinen, met een voorkeur voor wat vochtige grond. De grond mag zandgrond zijn, maar dan niet voedselarm. Bestuiving vindt plaats door insecten. Vanwege de sterk toenemende verspreiding wordt hij in een aantal natuurgebieden als een bedreiging gezien voor zeldzame oorspronkelijke soorten. Zo wordt de plant in de Vlaamse duinen op een aantal plaatsen actief bestreden. (wikipedia)

Ook uitgebloeide bloemen kunnen er mooi uitzien.

Veel rode besjes bij allerlei struiken. Zoals bij deze hulst die je al helemaal in de kerstsfeer brengt.

Veel  bomen zijn nu bijna kaal zoals je aan de tak van deze eik kunt zien.

Maar ook kale bomen kunnen indrukwekkend zijn.

Voor de vitaminen: de duindoorn is nu rijp tot overrijp. Lekker zuur, vol met sap met vitamine C.

Bij de vennetjes staat nog veel watermunt, de blaadjes beginnen overal bruin te worden. Maar de geur blijft even sterk. Als je er over heen loopt komt er gelijk een heerlijk “briesje” naar boven.

Het was in de duinen drukker dan normaal, maar gelukkig nog steeds vrij rustig. Ook het strand was nog vrij leeg.

Als je dan de duinen weer ingaat loop je eerst een eind als het ware door een woestijn.

Aan de rand van deze woestijn staat onder meer het zout minnende zeekool.

En als je dan afdaalt kom je plotseling in een totaal andere wereld. In de lente klinkt dan het getwitter van talrijke vogels. Op deze plaats zitten trouwens vaak ook nachtegalen.

Een van de weinige laatbloeiers: de reigersbek

Het is herfst, ook in de duinen. Met dit weer mag voor mij de herfst heel lang duren.

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Mercurius en Spica

Hoe vaak heb ik in mijn leven Mercurius gezien? En hoeveel keren heb ik geprobéérd om deze planeet te zien? Dat laatste best wel vaak. Maar ik zag hem bijna nooit. Mercurius staat zo dicht bij de zon dat de kans om hem te zien klein is. Soms vlak voor zonsopgang, of soms vlak na zonsondergang. Maar meestal staat hij vanuit de aarde gezien te dicht bij de zon, of schuift er vlak voor of achter. En vlak boven de horizon zijn bijna altijd wolken. Er moet dus ook nog eens erg weinig vocht in de lucht zijn. Ik wist dat er een goede kans was dat het me deze ochtend zou lukken. Niet te vroeg dus, want dan was hij er nog niet. Niet te laat, want dan zou de opkomende schemering alweer roet in het eten gooien. Het is me gelukt! En ik zag nog veel meer. In het zuid-westen stond het sterrenbeeld Orion, links daarvan de meest heldere ster die er is, Sirius, en er om heen nog talloze andere sterren. Bijna recht boven me stond de maan. Spectaculair, in mijn camera kon je erg veel kraters goed zien. Venus was al een tijdje eerder opgekomen in het zuid-oosten met een eindje naar links en iets hoger, de reus Arcturus. Maar daaronder, ja hoor: vlak boven de horizon. Mercurius! en iets minder helder, rechts daarvan, de heldere ster Spica. Net allebei aan het opkomen. Een kwartier later waren ze door de steeds hoger klimmende zon al niet meer te zien. Wel zag je nog de mooie roodverlichte kerktoren van Streefkerk. Intussen hoorde je ganzen, ganzen, ganzen. Het was het enige dat je verder nog hoorde op deze wondermooie vroege zaterdagochtend. Ze waarschuwden me: je moet er nu bij zijn, nu, nu nu!

Links Sirius, in het midden het sterrenbeeld Orion
Links de reus Arcturus, rechts Venus. Heel laag in het schemer-oranje links Mercurius en rechts Spica
Links Mercurius en rechts Spica
In de telestand van mijn camera lukte het om Mercurius dichtbij te halen. Niet dat dat veel oplevert. Zo zien alle planeten die ik tot nu toe in close-up-stand heb gefotografeerd er ongeveer uit. Maar toch… Dit is Mercurius!

Zie ook: Mercurius in de kunst en in de muziek
Over Spica schreef ik ook al eerder

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , | 3 reacties

De kop van de Ram

Het meest opvallende hemelobject de laatste dagen is de planeet Mars. Hij is er al vanaf zonsondergang en daarna ook nog eens een groot deel van de nacht.

Deze foto is eergisteravond om kwart voor zeven ’s avonds gemaakt. De camera was gericht naar het zuid-oosten. Het meest heldere object is Mars, maar je ziet ook al veel van zijn buren. Het zijn geen spectaculair heldere sterren, die komen pas enkele uren later op. Of je moet naar het noordoosten kijken (Capella), het Noordwesten (Arcturus) of recht omhoog (Vega en Deneb). Om Mars heen zie je vooral veel sterren van het sterrenbeeld vissen. De magnitude (helderheid) van al deze sterren ligt tussen 2 en 5. Waarbij 2 aangeeft dat een dergelijke ster nog behoorlijk goed te zien is. Magnitude 5 is al veel minder goed zichtbaar. Maar desondanks pikte mijn camera ze redelijk goed op. Ik vertel iets over drie van deze sterren, op onderstaand kaartje de sterren met de nummers 1. 2 en 3. Deze zijn erg goed te zien, ze zijn van het sterrenbeeld Aries (ram).

Nummer 3, Hamal, α arietis, is de meest heldere met een magnitude van 2. Het is een echte reuzenster in het kleurenspectrum oranje tot rood. Hij is iets jonger dan onze zon, namelijk ongeveer 3,4 miljard jaar oud. Bovendien weten we dat er minstens één planeet omheen draait, een exoplaneet dus. (Exoplaneten zijn planeten die om andere sterren draaien dan om onze zon). Deze ster is maar liefst 1490 keer zo groot als onze zon! Hij staat ook erg ver weg, op een afstand van ongeveer 6581 lichtjaren. Hamal betekent in het Arabisch “kop van het schaap”. Bij de tekening van het sterrenbeeld bevindt deze ster zich in de nek, vlakbij de kop.

Nummer 2 hierboven is Sheratan, β Arietis. Het is een dubbelster met een magnitude van 2,6 waarvan de grootste ster ongeveer twee keer zo groot is als onze zon. Hij is wel een stuk heter. Waar onze zon zich in het gele kleurspectrum bevindt moeten we deze ster in het witte tot blauwe spectrum plaatsen. Hij is relatief dichtbij, hij staat op ongeveer 59 lichtjaar afstand. Ook is hij nog jong. Onze zon is vijf miljard jaar oud, deze ster is slechts 0,3 miljard jaar oud. Toch leeft hij niet lang meer. Maar zijn einde is niet als het einde van een supernova, daarvoor is hij te weinig massief. Hij zal wel, al binnen enkele miljoenen jaren, enorm uitdijen tot een rode reus, daarna overgaan in een planetaire nevel, tot slot zal hij inkrimpen tot een dwerg. Zijn compagnon zal uiteindelijk de grootste van de twee zijn, terwijl die nu slechts met een telescoop zichtbaar is. Een deel van de massa van Sheratan zal terechtkomen bij deze compagnon.  Sheratan bevindt zich in de kop van de ram, bij een oog. De naam is afgeleid van het Arabische aš-šaratan, wat “de twee tekens” betekent. Deze twee tekens waren Sheratan en Mesarthim (γ Arietis) welke de twee dichtstbijzijnde heldere sterren bij de lente equinox waren. Het begin van de lente werd er mee aangeduid. In de astrologie valt het begin van het teken ram exact gelijk met deze lente equinox. Overigens is het lentepunt inmiddels opgeschoven, het bevindt zich niet meer in Ram maar heeft zich na meer dan 2000 jaar via Vissen verplaatst naar Waterman. Nu zouden de oude volkeren zich dus op een ander punt moeten oriënteren. De astrologie houdt voor het begin van de lente wel nog steeds het teken ram aan, maar niet meer “Ram”zoals het bij het dierenriemteken hoort. De hemel is door hen verdeeld in twaalf delen en het deel van de hemel waar de zon staat als de lente begint wordt Ram genoemd. Het begrip is dus losgekoppeld van de zichtbare sterren.

nummer 1, Mesarthim, γ Arietis, is de op twee na meest heldere ster van Aries (Ram). Samen met Sheratan vormt deze ster als het ware de ogen van de Ram. Mesarthim is een dubbelster, en zijn compagnon kun je met een goede verrekijker al zien, zijn magnitude is 4,75. Deze is warmer dan de hoofdster. Beide sterren bevinden zich op 164 lichtjaar afstand. De grootste heeft een enorm sterk magnetisch veld waardoor deze sterk pulseert. Ook bevat hij veel ijzer en talrijke andere elementen en tolt hij met grote snelheid om zijn as.

Al deze sterren worden op dit moment door de planeet Mars vanuit het sterrenbeeld vissen nauwlettend in de gaten gehouden. In de astrologie wordt Mars gezien als “de heerser van Ram”.

Die avond zag ik ook de maan opkomen en Jupiter en Saturnus ondergaan.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Allerzielen

Vandaag is het Allerzielen. Dat was ook een van de invalshoeken van het concert dat ik met mijn vrouw en oudste kleinzoon afgelopen zaterdag bijwoonde. Een prachtig orgelconcert dat vanwege de coronamaatregelen (slechts 30 bezoekers) twee keer achter elkaar werd uitgevoerd. Mooie muziek, maar niet makkelijk voor minder ervaren luisteraars. Mijn kleinzoon was er al bang voor van te voren. Hij vroeg voor de zekerheid of we ook eerder de kerk uit mochten. ‘Dat was eigenlijk niet de bedoeling’ was het antwoord maar stiekem hielden we daar wel rekening mee.  Mijn vrouw had een tekenboek en stiften mee genomen. En zo tekende hij tijdens het concert maar liefst vier tekeningen, waaronder een prachtige kerkscene en een muziekpartituur.

Het was voor hem moeilijk om in plaats van te praten te fluisteren, maar het ging hem steeds beter af. En ook het gapen klonk tegen het einde van het concert als een beschaafde gaap in plaats van als een “zeg eens a”-geluid. Hij heeft het concert van meer dan een uur helemaal uitgezeten. En daar was hij terecht heel trots op.  Hij logeerde dit weekend bij ons en bij de vraag: ‘wat vond je het leukste van dit weekend?’ was hij heel duidelijk: ‘het concert in de Sint Jan!’

In het kader van Allerzielen begon organist Gerben Budding het concert met het prachtige ‘Mein junges Leben hat ein End’ van Sweelinck. Met mooie intieme registraties, klanken die soms dichtbij die van het geluid van de blokfluit kwamen.

Ook het nieuwe werk van Daan Manneke, gecomponeerd in Corona-tijd, “De Profundis”, was bijzonder. De titel is uiteraard ontleend aan de tekst van psalm 130: ‘Uit de diepte roep ik tot u Heer, hoor mijn stem, wees aandachtig, luister naar mijn roep om genade.’ Het is de klaagzang van iemand die diep in de put zit, maar ook van iemand die lijdt en zich vlak voor zijn dood richt tot God. Allerzielen is de dag dat de doden worden herdacht en dat er gebeden wordt voor hun zielenheil. De veronderstelling is dat die zielen nog wachten op de dag des oordeels en dat wij door ons gebed er aan kunnen bijdragen dat hun zonden worden vergeven. Bij twee van de vijf deeltjes van dit orgelstuk zong een trio van het gezelschap Ars Musica de koraalmelodie mee. Die klonk bijna vanuit de diepte, ver weg (de profundis), maar dat kwam omdat ze hoog bij het orgel stonden, dus juist niet uit de diepte maar uit de hoogte. Deze zielen waren al in de hemel.. Met een gebaar gaf de organist tijdens het spelen de zangers de inzet aan. Maar die waren vanuit de kerk niet te zien, ook niet op het scherm waar je wel de organist en de twee registranten kon zien. Ik vond het een prachtig stuk dat de hoop van de zielen voor een beter leven muzikaal illustreerde.

Het hele concert kun je ook terug zien op de livestream van de Sint Jan of op youtube. Het stuk van Sweelinck begint op 8:55 minuten. “De Profundis” van Daan Manneke start op 45:05. Dit laatste stuk heeft 5 onderdelen:
• Ciaconna (Lontano e grave)
• Toccata ardito
• Lachrimae ‘Ach wie flüchtig, ach wie nichtig’
• Quasi nebuloso
• Lachrimae double
En er waren nog meer mooie muziekstukken te horen, van respectievelijk Bach, Mozart, Adriaan Schuurman, Jan Zwart, Henri de Man en Cor Kint

Mijn oudste kleinzoon is sinds dit weekend weer opnieuw gefascineerd door alles wat met het heelal te maken heeft. Ik bouwde samen met hem een telescoop. Het instrument deed het goed, je kon er zelfs overdag mee naar de sterren kijken, zo zei hij. Maar toch wilde hij ook ’s avonds graag kijken. Het was bewolkt en het regende zelfs af en toe. Maar in zijn fantasie was hij ergens in de buurt van UY Scuti, de grootste ster die we kennen. Onze zon past er meer dan een miljard keer in. Daar, heel ver weg, speelde hij zijn eigen orgelmuziek op de piano. Ik denk dat alle zielen dit gehoord hebben.

Geplaatst in autisme, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Lichaamstaal in Middeleeuwse afbeeldingen

Vandaag is het Allerheiligen. Dit is in de Rooms-katholieke kerk een grote feestdag. In veel landen zoals in Spanje heeft dan ook iedereen vrij, maar als deze dag op een zondag valt zoals vandaag dan heb je daar niet zoveel aan. In de middeleeuwen hadden ze het niet over 31 oktober, maar over: één dag voor Allerheiligen, of als er iets was op 30 juni, dan zei men: één dag na het feest van de heilige Petrus en Paulus. Heiligen bakenden het kerkelijke jaar af. En in de rechtspraak werd gezworen bij “alle heiligen.”

Heiligen namen vaak Christus als voorbeeld, zoals de heilige Franciscus en de heilige Theresia van Ávila die uit alle macht probeerden om zich in te leven in het lijden van Christus. Franciscus kreeg spontaan als hij mediteerde de wonden van Christus op zijn lichaam en Theresia  beweerde  dat Jezus aan haar was verschenen om zich met haar mystiek te verloven. Hieronder een beeld gemaakt tussen 1470 en 1480, waarop je de stigmata, de geprojecteerde Christus-wonden, kunt zien op de handen van de heilige Franciscus, behorende bij de vaste collectie van museum Catharijneconvent

In de late Middeleeuwen werd het steeds belangrijker dat je je kon identificeren met Christus of met een heilige. Daarvoor was Christus vooral een God, die je eerbiedig diende te benaderen en die op eenzame hoogte oordeelde over de mensen. Maar langzaamaan werd het menselijke aspect steeds belangrijker. Bernardus van Clairvaux, stichter van de strenge Cistercienzer orde die voortkwam uit de Benedictijner orde, wilde bewijzen dat Christus ook echt mens was geweest. Zo is er een schilderij waarop je kunt zien hoe hij naar Jezus kijkt om te zien of deze wel geslachtsdelen heeft: Ja hoor, ze zijn er! En kijk ook maar eens naar de borsten van Maria: helemaal echt, er komt melk uit!

De twee afbeeldingen die hierboven staan zijn te zien op de tentoonstelling “Body Language” die nog tot half januari te zien is in het Catharijneconvent in Utrecht. Plastische weergaven zoals een zijdewond van Christus, die er uit ziet als een vagina. Wat was het idee? Uit de wond van Christus wordt nieuw leven geboren, uit die wond komt het nieuwe verbond en dus de Christelijke kerk.

Zijdewond van Christus in de vorm van een vagina, Book of Hours, Engeland, ca. 1405-1413. Collectie Oxford, Bodleian Libraries

Bij het laatste avondmaal zei Christus: dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed. Daarbij liet hij brood en wijn zien. In de middeleeuwen werd dit mirakel zeer letterlijk genomen. Als je in de mis het gezegende brood at,(de hostie), dan at je feitelijk het lichaam van Christus. En dronk je van de wijn dan dronk je zijn bloed. Dit bloed was daardoor heilig en had zelfs genezende krachten. Zo zien we hier op dit schilderij het bloed van Jezus maar ook de melk van Maria. Ook deze melk, waar Jezus mee gevoed was, was heilig en kon je genezen. Het is een detail van een triptiek uit 1520 met de Kruisiging en de levensbron, geschilderd door een anoniem kunstenaar met de bijnaam “Meester van de Aanbidding “, afkomstig uit Antwerpen.

Geertgen tot Sint Jans is een van mijn favoriete middeleeuwse Noord-Nederlandse kunstenaars. Zo maakte hij het schilderij “Christus als man van Smarten”, oorspronkelijk waarschijnlijk onderdeel van een tweeluik. Het werk verbeeldt de lijdensweg van Christus. Links van hem zit de biddende Maria Magdalena, aan de voet van het kruis de treurende Maria, zijn moeder en Johannes de evangelist. De engelen dragen passiewerktuigen. Christus draagt zijn kruis en staat op uit het graf. Door het gebruik van goudkleuren, krijgt het geheel een warme uitstraling. Het is gemaakt tussen 1480 en 1490. Hier is de weergave van het bloed vooral bedoeld om ons in te laten leven in de pijnen die hij ervaren moet hebben.

Dit soort voorbeeldschilderijen zijn er veel. De meest beroemde zijn die van Matthias Grünewald die hij schilderde voor het Isenheimer Altar, nu te zien in museum Unterlinden in Colmar. De schilderingen waren bedoeld voor een klooster waar lijders aan het Antoniusvuur, een ziekte die lijkt op de builenpest, verzorgd werden. De wonden van Christus aan het kruis lijken op die van de zieken, maar dan nog erger. Zo konden ze zich identificeren. 

Dit soort afbeeldingen waren dus ook te zien op de tentoonstelling. Sommige dingen waren nieuw voor mij, zoals de wonden waar bloed in straaltjes van drie naar buiten komt: de heilige drie-eenheid.  Het is letterlijk goddelijk bloed. Of de betekenis van lichaamshaar. En ook had ik nog nooit zo nadrukkelijk naar de moedermelk van Maria gekeken, of Christus die letterlijk als in een druivenpers uitgeperst wordt: zijn bloed als goddelijke drank. Alles is overzichtelijk gemaakt door het te plaatsen in zes thema’s. Het gratis boekje erbij is erg handig. Ik vond het een mooie tentoonstelling. Door de coronamaatregelen moet je een tijdslot reserveren en daardoor is het nooit te druk en heb je alle tijd om alles goed te bekijken.

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Nieuwe muziek op de Cello Biennale

Vanmiddag was de Martijn Padding show, een onderdeel van de concertreeks tijdens de cello biennale 2020. Martijn Padding, die de presentator was van het concert, had zelf alle componisten van de te spelen werken uitgezocht en voordat de musici gingen spelen werden deze geïnterviewd. Ook werden er stukken van hem zelf gespeeld. Componist Alexandre Kordzaia houdt van het werken met soundscapes en synthesizers maar heeft zich nu voor de cello biennale gewaagd aan een celloconcert. Het werd gespeeld door Asko-Schönberg en Lidy Blijdorp speelde de cellopartij. Het was een vrolijk en ritmisch stuk met aparte geluiden, maar goed toegankelijk. Speeltechnisch niet gemakkelijk maar wel leuk om te spelen denk ik.

Dit concert-onderdeel  duurt ruim 10 minuten en is terug te horen via onderstaande link. (Eventueel spoelen naar 24:00 minuten).

Tijdens het concert waren er uiteraard nog meer moderne stukken te horen die ook via dezelfde bovenstaande link terug te beluisteren zijn.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Elegie voor Anner Bijlsma

Vorig jaar overleed Anner Bijlsma, een van Nederlands grootste cellisten. Hij was ook altijd bij de cello biennale, dit jaar voor de eerste keer niet. Gisteravond was er in het muziekgebouw aan het IJ een concert ter herdenking van Anner Bijlsma. Ook zijn weduwe, de violiste Vera Beths was aanwezig en speelde met een aantal musici de elegie van Suk.

Een aparte rol was er voor de celliste Lidy Blijdorp. Zij heeft twee jaar voordat Anner Bijlsma overleed diens cello in bruikleen gekregen. Zo speelde zij gisteravond ook op dat instrument en wel in maar liefst vier stukken. Een celloconcert van Boccherini, een stuk van Martijn Padding, de elegie van Suk en de elegie nr.1 van Frans Liszt. Dat laatste stuk vond ik persoonlijk die avond het mooiste.

Liszt componeerde dit stuk ter gelegenheid van het overlijden van gravin Maria von Nesselrode-Ehreshoven in 1874. Zij was de dochter van een Duitse graaf. Zij trouwde op zeventienjarige leeftijd met Jan Kalergis, een rijke landeigenaar van Kretenzische adellijke afkomst, die veel ouder was en een jaloerse aard bleek te hebben. Het paar woonde in Sint-Petersburg, waar ook de gravin al vanaf haar zesde jaar was opgegroeid. Hoewel ze een dochter kregen kwamen ze al minder dan een jaar na hun huwelijk met elkaar overeen om uit elkaar te gaan. Zonder formeel te scheiden leefden ze sindsdien afzonderlijk, tot de dood van Jan Kalergis in 1863. Dankzij het geld van haar man had ze  een comfortabel leven. Zo kon ze door Europa toeren. Van 1847 tot 1857 woonde ze in Parijs. Gasten in haar salons waren onder meer Liszt, Wagner en Chopin. Na 1857 vestigde ze zich In Warschau. Daar werd ze gastvrouw en beschermer van de kunsten en nam ze deel aan liefdadigheidsconcerten en theatervoorstellingen. Haar middelen waren altijd beschikbaar voor mensen in nood. Maria Kalergis had een aanzienlijke invloed op de ontwikkeling van de muziekcultuur in Warschau. Ze was mede-oprichter van het muziekinstituut van Warschau, nu Conservatorium, en richtte samen met Moniuszko, haar tweede man, de muzieksociëteit van Warschau op, het tegenwoordige Philharmonische orkest van Warschau. In Warschau trad ze ook regelmatig op als pianiste. Na haar dood schreef Liszt zijn Elegie nr 1, bijgenaamd “slaaplied bij het graf” en droeg het stuk aan haar op. Oorspronkelijk schreef hij het voor piano solo, maar een jaar later verschenen er uiteindelijk nog vier versies: een voor piano quatre-mains, een voor piano en viool, een voor piano en cello en tenslotte een voor piano, cello, harp en harmonium. Dat was de versie die deze avond te horen was.

Lidy speelde op de cello de klagende solo, de overige instrumenten fungeerden min of meer als klankdecor. De paar keren dat ik zelf erg verdrietig was vanwege het overlijden van een dierbaar iemand ging ik altijd aan de piano improviseren. Ik speelde mijn eigen klaagzang. En ik weet nog dat ik achteraf heel boze, agressieve klanken afwisselde met tedere klanken, of ook verdrietige. Liszt doet dat ook, ik herken er mezelf een beetje in. Het stuk werd prachtig gespeeld door vier geïnspireerde musici. De dalende chromatiek is op enkele plaatsen hartverscheurend, Lidy laat de cello daar huilen. Ook de vele overmatige drieklanken veroorzaken een droevige sfeer. Maar er zijn ook mooie, tedere momenten. Het einde is buitengewoon verstillend. Je voelt berusting en liefde. Al deze emoties horen volgens mij bij een echte klaagzang.

Je kunt hetzelfde stuk ook bekijken en beluisteren vanuit de stream van gisteravond. (spoel zo nodig door naar 50:00 minuten)

Het hele concert kun je ook terug horen, met in totaal vijf muziekstukken en in het begin is er ook een kleine documentaire over Anner bijlsma te zien. (Spoel voor het hele concert terug naar 5:47 minuten)

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Wandelen vanuit kasteel Vaeshartelt

Vanuit kasteel Vaeshartelt hebben we onlangs drie dagwandelingen gemaakt. Vaeshartelt was oorspronkelijk bezit van de abdij van Meerssen. Al in de veertiende eeuw werd het particulier bezit en nu is het een hotel. Zie ook mijn eerdere blog. Zoals het kasteel en de tuin er nu uitziet zag het er grotendeels ook in de negentiende eeuw uit.

17 oktober vertrokken we vanuit Bunde door het Bunderbos naar Geulle aan de Maas, 18 oktober van Meerssen via Berg, Terblijt, Vilt en langs de Geul terug, 19 oktober vanaf de Gulperberg naar Epen en terug. De muziek die je hoort wordt gespeeld door Camerata Bern, live opgenomen door radio 4 in de Doelen van Rotterdam. Zie hiervoor ook een eerder blog

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Kasteel Vaeshartelt en de wereld van Petrus Regout

Ben je in een hotel al een keer de naam Sphinx tegen gekomen? Dat zou me niet verwonderen. De naam Sphinx staat namelijk op al wat ouder, maar mooi en degelijk sanitair. Ik zag het in hotels maar ook in schoolgebouwen. Het sanitair is gemaakt in de Sphinx-fabrieken in Maastricht. Deze fabrieken zijn opgericht in 1834 door Petrus Regout. Zijn fabrieken zijn de bakermat van de industriële revolutie in Nederland.  Bij de dood van Regout in 1878 werkten er ca. 2500 arbeiders. Het bedrijf was aanvankelijk bekend als producent van glaswerk, serviesgoed en ander huishoudelijk aardewerk, later voornamelijk van tegels en sanitair, zoals wastafels en toiletpotten. De fabriek hield op te bestaan in 2009.

Deze eerste industrieel had veel gezichten. Een conservatief Rooms-katholiek gezicht. Hij was lid van de katholieke herensociëteit Momus in Maastricht. Vlak naast de Servaaskerk aan het Vrijthof zie je nog de naam van deze sociëteit. Ook  steunde hij de paus in zijn strijd om de pauselijke gebieden in Italië te kunnen behouden. Maar hij was ook bevriend met de protestantse koning Willem II. Zelfs zo dat hij voor deze koning de buitenplaats Vaeshartelt ten noorden van Maastricht kocht, als jachtpaleis.. Na de dood van Willem II in 1851 ging Petrus Regout er uiteindelijk zelf wonen.

Regout en de refugie van Hocht

Zijn kinderen kregen van hem weer een ander mooi verblijf: de voormalige refugie van Hocht, tegenover zijn eigen Sphinx-fabrieken. Deze refugie (vluchtplaats) was oorspronkelijk voor de abdis van het klooster van Lanaken gebouwd, al in de veertiende eeuw. Het was haar huis als ze verbleef in de stad. Er werd altijd een vleugel voor de abdis en eventuele metgezellen vrijgehouden, de rest van het gebouw verhuurde het klooster aan allerlei mensen uit Maastricht. Maar als haar eigen klooster bedreigd werd, zoals in 1793 en 1794, was het een vluchtplaats voor haar zelf en haar nonnen. In 1794 werd het gebouw zwaar beschadigd door geschut van de Fransen. Maastricht werd in 1795 geannexeerd en het moederklooster in Lanaken werd in 1796 opgeheven. En de refugie werd toen verkocht om de Franse staatskas te spekken. Na verschillende particuliere bewoners gehad te hebben kwam het uiteindelijk in handen van Petrus Regout die er zijn zonen in liet wonen. In die tijd wilde hij heel graag een ruim hek plaatsen om het gebouw vanwege de last die zijn kinderen hadden van de rondlopende straatkinderen. Na enkele jaren gingen zijn kinderen elders wonen (ook weer op prachtige kastelen en villa’s in de omgeving) en werd het gebouw vertimmerd tot 12 appartementen voor de opzichters van zijn fabriek. Nog later kwam er het klooster van het arme kind Jezus in, vervolgens het Sociaal historisch centrum Limburg, nog later werd het een opvanghuis van het Leger des Heils, en nu is het een hotel geworden. Het ligt nog steeds tegenover het hoofdgebouw van de Sphinx.  Een gebouw met een lange historie dus.

Regout en de fabrieken van Sphinx in Maastricht

Hoe zijn de Sphinxfabrieken ontstaan? In 1826 vestigde Petrus Regout  in een pand aan de Boschstraat, pal tegenover het Bassin, een kristalslijperij. Enkele jaren later werd deze uitgebreid met een kristal- en glasblazerij. In 1835 kwam daar nog een spijkerfabriek bij. In 1836 kwam de eerste aardewerkfabriek. Maar toen in 1863 Regout het voormalige Penitentenklooster verwierf kreeg alles een enorme uitbreiding. Het klooster brandde af waardoor er ruimte voor nieuwe fabrieken ontstond. In enkele tientallen jaren groeide het bedrijf uit tot een industrieel imperium, waar in 1865 al meer dan 2000 arbeiders werk vonden. Het terrein van het voormalige klooster werd het centrum van de activiteiten. Er kwamen in de loop van de tijd nog veel meer uitbreidingen zoals een elektriciteitscentrale.

Toen in 2009 een definitief einde kwam aan de activiteiten van de Sphinxfabrieken kreeg alles geleidelijk een nieuwe functie. Aan de kant van het penitentenklooster kwam onder meer een Pathé theater met acht zalen. Er is vlak daarbij ook een grote museale gang waar de geschiedenis van de fabrieken aanschouwelijk wordt gemaakt en je kunt er allerlei voorwerpen  zien die er in de loop van de tijd bij de Sphinxfabrieken gemaakt zijn.  De elektriciteitscentrale is nu omgebouwd tot een filmhuis met zes zalen.  De niet monumentale gebouwen werden gesloopt om plaats te maken voor een parkeerterrein, de rest heeft voor het grootste deel een bestemming gekregen in het kader van de ontwikkeling van projecten op het gebied van kunst en cultuur.

Hij die aan de basis stond van de grootschalige industrie, Petrus Regout, heeft voor de ingang van het hoofdgebouw van de Sphinx een standbeeld gekregen. Waar er lang naar hem gekeken werd als naar een enigszins dubieus figuur, heeft hij inmiddels meer waardering gekregen. Het is inderdaad zo dat het hele bosstraatkwartier een slechte naam kreeg door de slechte woonomstandigheden van de honderden fabrieksarbeiders en hun gezinnen. Toen ik in Maastricht woonde werd er op grote schaal drugs gedeald en was het een verwaarloosde achterstandswijk. Bij een inspectiebezoek van eind 19e eeuw werd al geconstateerd dat de hygiënische omstandigheden belabberd waren, veel slechter dan in andere Nederlandse steden. Men woonde zeer krap behuisd en meer dan tien gezinnen moesten soms samen een WC delen. Maar nog voor het kinderwetje van Houten verbood Regout al dat er kinderen jonger dan 12 jaar in zijn fabrieken werkten. Ook bevorderde hij het verenigingsleven, hij richtte een harmoniegezelschap op voor mensen die in zijn fabriek werkten. En zijn werknemers kregen een iets hoger salaris dan de arbeiders in concurrerende bedrijven. Doordat hij risico’s durfde te nemen bij zijn investeringen en actief reclame maakte voor zijn producten, ook in het buitenland, ging het hem zeer voor de wind. De achteruitgang kwam pas na zijn dood in 1878, toen vergelijkbare ondernemingen in België en Duitsland door protectionistische maatregelen in die landen de producten van de Sphinx uit de markt begonnen te spelen. Ik denk dat in die tijd de arbeiders weer veel minder betaald kregen, noodgedwongen om in de moordende concurrentie te kunnen blijven bestaan. De Nederlandse staat was voor vrije handel, maar als België en Duitsland hun eigen industrie veel voordelen gunt..

Regout en kasteel Vaeshartelt

We hebben vier dagen gelogeerd in kasteel Vaeshartelt, de voormalige woning van Petrus Regout. Ook dit is alweer zo’n historische plek die terug te voeren is op een klooster, in dit geval op het klooster van Meerssen. In de tiende eeuw bestuurde een vrouw genaamd Gerberga het gebied van Hartelt, een gebied dat hoorde bij het klooster van Meerssen. In 968 verruilde zij haar wereldse bestaan voor een vroom leven in het klooster van Reims. Al haar bezittingen, ook het gebied Hartelt, schonk zij aan de abdij van Reims. De schenking is de oudste schriftelijke vermelding die betrekking heeft op Hartelt. Maar het klooster van Reims zal het bezit waarschijnlijk al snel te gelde hebben gemaakt. Pas in 1381 wordt het terrein opnieuw vermeld, dit keer in een testament. Ene Jan van Hees liet het in zijn geheel na aan Servaes van Mulcken. Sindsdien wordt het gebied Vaeshartelt genoemd. Daarna heeft het veel verschillende eigenaars gekend. In de achttiende eeuw werd het grondig verbouwd en kreeg het globaal het uiterlijk zoals het dat nog steeds heeft.

Dan komt de Maastrichtse grootindustrieel Petrus Regout in beeld, die een stevige stempel zou drukken op de geschiedenis van Vaeshartelt. Hij kocht het landgoed in 1841 voor Koning Wilem II die graag een buitenverblijf wilde in de buurt van Maastricht. Koning Willem II bracht tussen 1841 en 1848 slechts twee keer twee weken door op Vaeshartelt. De grootste veranderingen die Regout aan het huis liet aanbrengen vonden plaats vanaf 1863, toen hij er zelf al permanent woonde. In 1865 werd een ‘fumoir’ ontworpen, een ruime rooksalon met uitzicht op de binnenplaats. Deze liet de fabrikant bouwen tegen de zuidelijke wand van het paleisje. Het was de voornaamste aanwinst voor het huis. Regout liet ook een toren bouwen op de kop van de noordvleugel. Een schijntoren, niet meer dan een coulisse in de vorm van twee wanden, met trekstangen bevestigd aan het dak. Fraai versierd met beelden en schilderingen, dat wel.

Ook de overdadig versierde veranda van het paleisje is gebouwd omstreeks 1865. Vaeshartelt bleef meer dan een eeuw in handen van de familie Regout. De ruimtes werden allemaal voorzien van schilderijen van park en kasteel. Ook die zijn nog aanwezig. Inmiddels is er een hotel in het kasteel  gevestigd en zijn er conferentieruimtes gebouwd.

Het immense park rond het kasteel is nog grotendeels in dezelfde staat gebleven. Het is aangelegd in een Engelse landschapsstijl, dus met watervallen en andere waterpartijen, met kronkelende verrassende paadjes en lanen. Je kunt er een wandeling maken die maar liefst een uur tijd in beslag neemt!

Petrus Regout werd in 1869 commandeur in de Orde van Sint-Gregorius de Grote, een door het Vaticaan verleende onderscheiding. Toen de paus door de troepen van Garibaldi uit Rome verdreven dreigde te worden heeft Regout aan de paus grootmoedig Vaeshartelt als nieuwe woonplaats aangeboden. Een soort refugie voor de paus dus… Maar de paus bleef thuis: hij kreeg een klein deel van Rome toegewezen. Het tegenwoordige Vaticaanstad.

Zo zagen we hoe drie kloosters een relatie hebben met Petrus Regout. Hij kocht in Maastricht de refugie van Hocht als woning voor zijn kinderen. Hij kocht het terrein van het voormalige Penitentenklooster voor zijn Sphinx-fabrieken. En hij kocht kasteel Vaeshartelt, het kasteel dat voortkwam uit bezit van de abdij van Meerssen om er zelf in te gaan wonen.

Petrus Regout is in 1878 in dat kasteel overleden en hij is begraven vlakbij de basiliek van Meerssen. De grafkapel bevindt zich oostelijk van het koor van de basiliek. De voorgevel van de neogotische grafkapel is naar het westen gericht. De grafkelder bevindt zich rechts en ten zuiden van de kapel; zij gaat schuil achter een mergelstenen muur. Zowel kasteel Vaeshartelt, als diverse kastelen en villa’s van Regouts zonen en dochters (kasteel Meerssenhoven, villa Klein Vaeshartelt, villa Kruisdonk, villa La Petite Suisse en villa Wyckerveld) lagen aanvankelijk op het grondgebied van de gemeente Meerssen. De meeste familieleden ook na hem kregen een plaats in de grafkapel van Meerssen.

De nalatenschap van Petrus Regout is bijzonder: zo is er een prachtig hotel, Vaeshartelt. Het is een unieke locatie om van daaruit van alles te ondernemen Bijvoorbeeld om het Sphinx-kwartier in Maastricht te bezoeken, zijn belangrijkste nalatenschap. Een groot cultuurterrein, gehuisvest in monumentale gebouwen. Heerlijk om in te dwalen en daar culturele belevingen te ervaren. Of je gaat vanuit Vaeshartelt wandelen. Wij wandelden vanuit het nabijgelegen Bunde door het Bunderbos naar Geulle aan de Maas en terug. En vanaf het nabijgelegen Meerssen via Berg, Terblijt, Vilt en langs de Geul weer terug naar Meerssen. Of je blijft gewoon op het terrein, maakt een wandeling door het park en drinkt koffie of een heerlijk biertje op een van de terrassen. We hebben Vaeshartelt ontdekt en een hele cultuur en geschiedenis die erbij hoort.

Zie ook:

  • Rondom Boschstraat 73. Stichting historische reeks van Maastricht. ISBN 978-90-5842-040-4
  • Een periode van sociale kentering (1880-1890) door J.F.R. Philips. In Miscellanea Trajectensia 1962. Bijdragen tot de geschiedenis van Maastricht
Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Kusjesdag

Ik moest mijn oudste kleinzoon uit zijn rol van Sinterklaas halen want we gingen naar orgelles. Zo net nog,  in het spel met zijn broer en zusje,  lag hij ziek te bed en werd verzorgd door een zwarte piet (zijn zusje van 3). Wij als volwassenen moesten ook geregeld gaan slapen na  een wortel of een ui in de schoen te hebben gestopt. Ik kreeg van de Sint onder meer het boek: “Christianisierung im Mittelalter”. Ik wist niet dat de goedheiligman al sinds de middeleeuwen  bekeringsdrift had maar het leek me een mooi boek. Het was tijd om te gaan. Zonder morren schikte Sinterklaas zich in zijn lot: hij had immers best zin in orgelles.

In de auto stelde hij me diverse muziektheoretische vragen.
-‘Waarom zijn er op twee plaatsen géén zwarte toetsen op de piano?’
Oef, hoe leg je dat kort en bondig uit. Ik vertelde dat als je een toonladder zingt dat de afstand tussen de tonen niet overal hetzelfde is. Overal kan er nog iets tussen, maar op twee plaatsen niet. Alleen waar er nog iets tussen kan zit een zwarte toets. Dat werd door hem als verklaring geaccepteerd.
-‘Waarom kun je tegen een Cis ook een Des zeggen?’
Hij kijkt vaak in partituren die op de piano staan en blijkbaar is hem dat opgevallen. Hij krijgt er dus best al wat van mee. Ik antwoordde:
-‘Als een toonsoort kruisen gebruikt dan krijg je een Cis en met mollen een Des’. Ik besefte dat ik nog veel meer zou moeten vertellen maar hoe doe je dat in de auto zonder piano aan een zevenjarig kind? Ik zong dus maar als voorbeeld de toonladder van Bes mineur op notennamen en daarna die van A majeur op notennamen. ‘Zie je, de eerste keer zing ik een Des en de tweede keer een Cis.’
-‘Ik weet wat majeur en mineur is, als je bij C een Es maakt dan is het mineur.’
Hij zong tot aan de  kwint de toonladder van C mineur op notennamen en ook die van C majeur. Ik wist dat hij dit allemaal intuïtief beheerste, vanuit zijn improvisaties, maar niet dat hij het zich al zo bewust was. Hij weet voortdurend al zoveel van noten, hoe ze heten en hoe het werkt, zelfs met de notennamen. Maar zo gauw ze als bolletjes op een notenbalk staan wordt het een stuk moeilijker…

We waren er bijna. Ik vroeg hem nog een keer om er op te letten dat als zijn leraar ging praten hij dan moest stoppen met spelen, moest luisteren en dat hij dan antwoord moest geven op zijn vraag.
-‘Wil je dat echt proberen?’
–‘Ja hoor.’
-‘En je wilt natuurlijk heel graag laten horen dat je al een beetje het eerste preludium uit het Wohltemperiertes Klavier van Bach kunt spelen. Als je straks bij je leraar bent kun je dan het beste zeggen:
-‘Ik wil heel graag laten horen wat ik mezelf aan het leren ben. Maar eerst gaan we de oefeningen met noten doen, mag ik het daarna laten horen?’
Dat zou hij doen.

We waren bijna bij de Sint Jans kerk. Hij holde voor me uit. Toen ik er aan  kwam deed ik eerst nog even mijn mondkapje om. Ze kennen hem al bij de balie. Een medewerkster vertelde me:
‘Hij is gelijk de kerk in gerend.’
Hij zat midden in de kerk op een bankje te kijken naar het scherm met het orgel. Zijn leraar kon je ook zien op dat scherm, deze was aan het stemmen. Al snel ging mijn kleinzoon weer door de kerk dwalen, door de langste kerk van Nederland. Voor een rondje door deze kerk heen ben je een tijdje zoet. Ik ging hem zoeken en toen ik hem eindelijk te pakken had nam ik hem mee terug naar de wachtplaats, want hij zou nu zo wel opgehaald worden. Dat was ook zo.

-‘Weet je nog wat je aan je leraar zou vragen?’ vroeg ik hem, toen hij bij het orgel was gearriveerd.
-‘Ik ben een stuk van Bach aan het leren, kijk, dat klinkt zo’ en hij begon onmiddellijk te spelen. Zijn leraar liet hem spelen. Af en toe liet hij hem stoppen en wees hoe hij de verkeerde vingerzetting gebruikte. Braaf paste hij het toe en ging verder. Hele stukken sloeg hij over, het einde wist hij wel nog ongeveer. Hij speelde een plechtig slotakkoord.
-‘En wat komt daar achter?’ vroeg zijn leraar.
Na enig aarzelen speelde hij het thema uit de fuga maar bij de tweestemmige beantwoording wist hij het niet meer.
-‘Ga dat thuis ook maar oefenen’ zei de docent.

Ik vond het goed om te zien hoe hij technisch geholpen werd en hoe hij toch het stuk uit mocht spelen. Hij werd niet gecomplimenteerd maar hij werd alleen maar gepusht om er nog verder mee te gaan. Het spelen van de noten met de leesoefeningen even later ging een stuk beter dan de voorafgaande weken. Hij mocht zelf een begeleiding verzinnen in de linkerhand bij het thema van het slotdeel van de negende symfonie  “Ode an die Freude”. Dat ging heel goed, behalve dat hij daarbij in de rechterhand ook allerlei stemmen ging spelen, die op zich goed en muzikaal waren, maar daardoor ging weer van alles mis met de vingerzetting. Hij moest het nog een keer doen. maar in de rechterhand mocht hij toen alleen spelen wat er stond. Dus eenstemmig met de goede vingerzetting. En uitsluitend in de linkerhand mocht hij een begeleiding maken. Dat vond hij nu opeens toch wel moeilijk, zijn rechterhand gleed steeds onwillekeurig naar extra noten. Bij een andere oefening maakte zijn docent hem bewust dat hij “plakte”, dat wil zeggen dat hij de noten vaak net iets te lang aanhield zodat op het moment dat hij de volgende noot speelde het geheel een beetje door elkaar heen liep. Dit begreep hij. Hij vond het inderdaad niet mooi.

We liepen de kerk uit. Zijn docent liep met grote snelle passen en mijn kleinzoon rende enthousiast babbelend naast hem.
– ‘Jij bent een beroemde organist hè?’
-‘Dat weet ik niet, maar ik denk dat jij ook wel een beroemde organist gaat worden’. Wat een compliment dacht ik bij mezelf. Er achter aan hollende voegde ik er aan toe:
-‘Als je tenminste goed noten lezen blijft oefenen.’
Buiten gekomen zat op een bankje bij de kerk een groepje tieners. Ze waren uit grote zakken snacks aan het eten. Mijn kleinzoon liep naar hen toe.
-‘Hé, wat eten jullie? O, dat vind ik ook lekker. Mag ik ook iets?’
Een van de jongeren gaf hem iets. Enthousiast kwam hij weer achter me aan rennen. Hij had een stukje kibbeling gekregen en at het al lopende op. Bij de parkeerplaats was een dienstertje buiten aan het opruimen. Na vandaag worden de restaurants vanwege de nieuwe intelligente lockdown weer gesloten. Zij had een spatscherm op.
-‘Waarom heb jij een helm op, je bent toch geen ridder?’
Het meisje begreep hem niet en ik legde mijn kleinzoon uit dat dit een soort mondkapje was. Hij vond het raar dat de helm van boven open was.
-‘Ken jij dit?’ vervolgde hij de conversatie met het meisje? Hij begon de melodie van het carillon van het stadhuis van Gouda te zingen. Zij kende het niet.

-‘Wat vreemd, die melodie kent toch iedereen in Gouda?’ We liepen verder en ik opperde dat die vrouw waarschijnlijk alleen maar van popmuziek hield en dan luisterde ze waarschijnlijk niet naar het carillon.
-‘Ik hou alleen van klassieke muziek’ zei hij tegen mij.
We liepen verder. Er kwam een oudere mevrouw aan lopen. Het moment om zekerheid te krijgen over het carillonprobleem.
– ‘Houdt u van klassieke muziek?’
-‘Ja zeker, ik ben net op weg naar mijn koor.’
-‘Dan ken jij waarschijnlijk wel dit.’ Hij zong weer het carillondeuntje.’
-‘O, ja zeker, dat is van het carillon.’
Zichtbaar tevreden over het antwoord babbelde hij verder. Hij voegde er nog aan toe:
-‘Ik heb orgelles gehad. ‘
Maar de mevrouw liep alweer door. Thuis gekomen besefte ik, pas bij de buitendeur, dat hij nog tot honderd moest tellen. Dat mag niet ontbreken vlak voor het eten. Dus dat gingen we samen nog even doen. In sneltreinvaart, sneller dan ooit, telden we tot 100. Mijn kleinzoon liep binnen gekomen op iedereen af.  
‘Honderd! Eten!’
Daarna begon hij spontaan te zoenen: oma,  tante, broer en zus. Iedereen werd gezoend. En vervolgens rende hij naar de piano en speelde weer het eerste preludium uit het Wohltemperiertes Klavier van Bach. De rituelen waren afgehandeld. Toen hij naast me aan tafel plaats nam vroeg ik hem:
-‘Waarom ging je zonet iedereen zoenen?’ Het was me opgevallen dat hij dat op het schoolplein toen de school uit was ook al had gedaan.’
-‘Het is vandaag “kusjesdag”.
-‘Kusjesdag? Die ken ik niet. Is dat op jullie school uitgevonden?’
-‘Nee hoor, dat heb ik zelf uit gevonden.’

Hij had deze dag weer veel rollen gehad. De laatste rol was die van een lieve broer, lieve neef en lieve kleinzoon. Maar hij was ook Sinterklaas geweest. En hij was ook nog eens een beroemde organist in de dop geweest, die zich in de auto had ontpopt als een getalenteerde  muziektheoreticus. Intussen werkt zijn aanstekelijke vrolijkheid en openheid op bijna iedereen in zijn omgeving  als een weldaad. Kusjesdag! Hoe verzin je het. In deze coronatijd. Alle zorgen worden door hem vervangen door een lieve zoen en een blijde lach.

Geplaatst in autisme, muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Das Lied von der Erde

Reinbert de Leeuw heeft zich bijna 50 jaar hard gemaakt voor die modern-klassieke muziek waarvan hij vond dat die gespeeld moest worden. Hij richtte in 1974 het Schönberg-ensemble op. In 2009 fuseerde dat met het Asko-ensemble. Dit ASKO-Schönberg ensemble bleef hij dirigeren tot vlak voor zijn dood op 14 februari 2020.

Tot zes weken voor zijn dood heeft hij nog gewerkt aan de opname van “Das Lied von der Erde” van Mahler, in een eigen bewerking. Dat gebeurde nu met het “Collectief”, een Vlaams ensemble. Omdat ik onlangs bij Musica Sacra in Maastricht een andere uitvoering hoorde van dit werk was ik gelijk nieuwsgierig naar deze opname onder leiding van Reinbert de Leeuw, die zeer onlangs verschenen is. Ik las het volgende in de toelichting die bij de de CD-opname zat:

Na onze première van Das Lied von der Erde op het Festival de Saintes overtuigde Reinbert ons om het werk op korte termijn op te nemen. We konden niet vermoeden wat de ware reden voor zijn haast was, ook al merkten we dat zijn oude lijf de laatste tijd niet meer mee wilde. Tijdens de opnames was Reinbert geïnspireerder dan ooit, hij leek zich volkomen met de boodschap van het werk te identificeren. Toen Reinbert enkele weken na de sessies zijn eigen afscheid van het leven aankondigde, waren we zwaar aangeslagen. Tegelijkertijd werd het glashelder waarom hij zich de laatste maanden als een bezetene op Mahlers muziek had gestort. Met het einde voor ogen was hij ervan overtuigd dat hij met deze allerlaatste opname nog iets essentieels kon bijdragen aan de vertolking van Das Lied von der Erde. Tot op het moment van zijn dood heeft het stuk hem niet meer losgelaten…

Zelf denk ik dat er drie factoren waren die maakten dat hij vond dat het ook opgenomen moest worden. Op de eerste plaats vanwege de muziek van Mahler. Die is namelijk ongelooflijk goed. Op de tweede plaats vanwege zijn eigen arrangement: daar was hij trots op, het klonk misschien zo nog wel beter als bij de grote orkestuitvoering van Mahler zelf.. Maar als derde en niet minste argument: vanwege de tekst en de invloed van die tekst op hem zelf. Het lied gaat over de eeuwigheid, over de telkens terugkerende lente, maar ook over de herfst. De herfst van zijn eigen leven waarvan hij voelde dat die niet alleen aangebroken was, maar ook bijna voorbij was. Het stuk gaat niet alleen over de aarde, het gaat vooral ook over de mens. In zes gedichten wordt geschilderd hoe er een kringloop plaats vindt. Het eerste lied is een soort inleiding, een samenvatting van wat er komen gaat. De laatste zin in dat lied waarschuwt ondubbelzinnig waar het uiteindelijk heen zal gaan: “Kijk, daar beneden! In het maanlicht op de graven hurkt een wilde, spookachtige figuur.”  Het tweede gedicht gaat over de herfst, verwelkte bloemen en eenzaamheid. Het derde gedicht gaat over jonge mensen die genieten van het goede leven. Het vierde gedicht is een en al lente, je hoort de onbezonnen vreugde van tieners. Het vijfde gedicht is de taal van de eenzame zuiplap die zijn ellende verdrinkt en aan wie zelfs de lente niet is besteed. Als die lente dan toch komt, in het zesde en laatste gedicht, dan zien we vooral de overgave. Laat de lente maar komen, maar ik, mens, wacht in alle eenzaamheid mijn einde af. Vooral de titel van dat laatste gedicht: “Abschied”, en de laatste woorden: “ewig, ewig, ewig..” spreken boekdelen.

Ik heb de uitvoering van Reinbert de Leeuw gekocht en werd er compleet door overrompeld. Het is als het requiem van Mozart, het is als het ware zijn eigen requiem maar tegelijk weerspiegelt het ‘t noodlot van het leven, maar ook het optimisme van die altijd weer blauw blijvende lucht. Ik begrijp dat hij vlak voor zijn dood dit stuk nog wilde uitvoeren en ook opnemen.  Mahler bevond zich in een enorme crisis toen hij indertijd dit stuk componeerde, misschien zag hij het al een beetje als zijn eigen requiem. Nu heeft Reinbert de Leeuw, meer dan honderd jaar na Mahler, de levenscyclus van “Das Lied von der Erde” nogmaals rond gemaakt.
Ik zet hieronder mijn eigen vertaling van de zes liederen.

Het lied over de aarde

1 Het drinklied over de ellende van de aarde

Reeds wenkt de wijn in gouden bokalen. Maar drink nog niet! Eerst zing ik u een lied! Dat lied vol kommer zal een hard lachen in de zielen laten klinken.  Als de ellende nadert liggen de tuinen van de zielen er verlaten bij, verwelkt en dan sterft de vreugde, het gezang.  Donker is het leven, is de dood. Heer des huizes, je kelder bergt een weelde aan goudgele wijn. Hier, deze luit eigen ik me toe. De snaren klinken en de glazen worden leeg.  Dat zijn de dingen die goed samen passen.  Een volle beker wijn, zo op z’n tijd, is meer waard, dan alle rijkdom hier op aarde! Donker is het leven, is de dood. Het hemelse blauw blijft eeuwig en de aarde zal lang zijn positie bewaren en bloeien in mei. Jij echter, mens, hoe lang leef jij dan wel? Geen honderd jaren mag je je tanden zetten in de miezerige dingen van deze aarde. Kijk, daar beneden! In het maanlicht op de graven hurkt een wilde spookachtige figuur.

2 Eenzame in de herfst

Herfstnevels golven blauwig over het meer. Met rijp beslagen staan alle grassen.
Men denkt, een kunstenaar heeft stof van jade over de fijne bloesem uitgestrooid.
De zoete geur van bloemen is vervlogen. Een koude wind laat hun stengels buigen. Weldra zullen de verwelkte, gulden bladen van de lotusbloemen op het water neerstrijken.
Mijn hart is moe. Mijn kleine lamp ging knetterend uit, dat maant me te gaan slapen.
Ik kom naar jou, vertrouwde legerstede. Ja, bied me rust, ik heb behoefte aan verkwikking.
Ik huil veel in mijn eenzaamheid. De herfst in mijn hart duurt te lang. Zon van liefde, zal je nooit meer schijnen, om mijn bittere tranen mild droog te laten worden?
 

3 Over de jeugd

Midden in de kleine vijver staat een paviljoen, gemaakt van groen en wit porselein. Als de rug van een tijger welft de brug zich omhoog uit de jade naar het paviljoen. In het huisje zitten vrienden, goed gekleed te drinken, te babbelen. Sommigen schrijven gedichten. Hun zijden mouwen glijden naar beneden,  hun zijden mutsen zakken grappig diep in hun nek. Op het stille oppervlak van de kleine vijver kun je alles mooi in spiegelbeeld zien. Alles staat op zijn kop in het paviljoen van groen en wit porcelein. Als een halve maan staat de brug, met de leuning omgekeerd.  Vrienden, mooi gekleed, drinken, babbelen.

4 Over de schoonheid

Jonge meisjes plukken bloemen, plukken lotusbloemen aan de oeverranden. Tussen bosjes en blaadjes zitten ze, doen ze de bloemen in hun schoot en roepen ze elkaar gekkigheidjes toe. Een gouden zon weeft zich om de gestalten, weerspiegelt ze in het blanke water. De zon weerspiegelt hun slanke lijfjes, hun zoete ogen. En een briesje heft plagerig hun geweven zijden mouwtjes omhoog, voert de tover van lekkere geurtjes door de lucht. O kijk eens, wat stormen daar voor mooie jongens aan de waterkant op stoere paarden? Feller glanzend dan de zonnestralen. Al vanuit het struikgewas richting groene weiden draaft het jongfrisse volk naar voren. Het paard van een jongen hinnikt vrolijk en schiet en stuift voorbij. Over bloemen en grassen schieten de hoeven, ze verpletteren in een keer de neergeslagen bloesem. Hei! Met weelderig wapperende manen. Dampend, snuivend, briesend. Gouden zonlicht weeft om de gestalten, spiegelt zich in het blanke water. En het mooiste meisje stuurt lange blikken van verlangen achter hem aan. Haar trotse houding is slechts schijn. In de flonker van haar grote ogen, in het donker van haar hete blik, weerklinkt klagend de opwinding van haar hart.

5 De dronkenlap in de lente

Als het leven slechts een droom is. waarom dan vermoeidheid en zorg? Ik drink tot ik niet meer kan, de hele lieve dag. En als ik niet meer drinken kan omdat mijn keel en ziel te vol zijn, dan tuimel ik naar mijn deur en slaap ik heerlijk. Wat hoor ik bij ’t ontwaken? Luister! Een vogel zingt in de boom.  Ik vraag hem of het al lente is, het is alsof ik droom. De vogel twittert: ja, de lente is er, hij is vannacht gekomen! Vanuit een verre slaap kijk ik glazig omhoog, de vogel zingt en lacht, en lacht! Ik vul opnieuw de beker en maak hem in een keer leeg en zing, tot de maan gaat schijnen aan het zwarte firmament. En als ik niet meer zingen kan dan slaap ik weer in! Wat interesseert mij de lente? Laat mij maar dronken zijn!

6 Afscheid

De zon verdwijnt nu achter het gebergte. In alle dalen valt de avondschemer met zijn schaduw die verkoeling biedt. O zie! Als een zilveren gondel zweeft de maan de blauwe hemelzee omhoog. Ik word gewaar hoe zoet een windje waait achter de donkere dennen. De beek zingt zeer welluidend in het donker. De bloemen verbleken in het licht van de schemering.  De aarde haalt vol rust en slaap adem. Alle hartstocht zal nu dromen. Vermoeide mensen gaan huiswaarts om in hun slaap vergeten geluk en hun jeugd opnieuw te leren kennen. De vogels zitten stil op hun twijgjes. De wereld valt in slaap. Het waait koel in de schaduw van mijn dennen. Ik sta hier en wacht op mijn vriend. Ik wacht op zijn laatste afscheidsgroet. Ik verlang, o vriend, om aan jouw zijde de schoonheid van de avond te genieten. Waar blijf je? Je laat me lang alleen! Ik trek van hier naar daar met mijn luit, over wegen die opzwellen door het zachte gras.  O schoonheid, o eeuwige lievende, levende levensdronken wereld!

Hij steeg af van ’t paard en reikte hem de dronk ter afscheid aan. Hij vroeg hem waarheen hij reisde en waarom dat zo moest zijn. Hij sprak, zijn stem was omfloerst. ‘Jij, mijn vriend, mij was dit aards bestaan geluk ontzegd! Waarheen ik ga? Ik ga. Ik trek de bergen in. Ik zoek rust voor mijn eenzaam hart.  Ik trek naar mijn vaderland, mijn woonplaats. Ik zal nooit meer de wijde wereld in gaan. Stil is mijn hart en het wacht op zijn uur. tot het tijd is.’
 Die lieve aarde, overal bloeit de lente op en wordt het opnieuw groen. Overal en eeuwig blauwt het licht de verten!  Eeuwig, eeuwig, eeuwig…

DER EINSAME IM HERBST.

Ik licht het tweede lied er uit, het wordt gezongen door Lucille Richardot. Je kunt in dit lied goed horen hoe Mahler, maar ook Reinbert de Leeuw fijnzinnig gebruik maken van de instrumenten. Elk instrument, elke combinatie komt tot zijn recht en heeft ook zijn functie. We horen onder meer de volgende instrumenten: fluit, hobo, althobo, klarinet, basklarinet, fagot, viool, altviool, cello, contrabas en harp. Het hele werk gebruikt geen koperblazers. In andere delen dan dit tweede deel horen we soms ook piccolo, piano, basfagot, harmonium, celesta of percussie.

  • In de muzikale inleiding hoor je het golven van de herfstnevels. Maar daarboven speelt de hobo een klaaglijk lied, dat staat voor de trieste sfeer van de hoofdpersoon. Er komen steeds meer instrumenten bij en daaronder komt een lang orgelpunt van een klarinet te liggen. Als de viool verschijnt wordt de zangeres daarmee ingeleid:
  • Herbstnebel wallen bläulich überm See; vom Reif bezogen stehen alle Gräser. De wijdsheid van het meer hoor je in de lange toon bij het woord “See”, maar de overgang naar hetzelfde motiefje in mineur maakt het meer niet alleen groots maar ook mistroostig. De grassprieten zijn stijf bevroren, de melodie gaat denk ik daarom omhoog, ze beeldt de rechtopstaande stijve grassen uit:
  • Man meint, ein Künstler habe Staub von Jade über die feinen Blüten ausgestreut.  Nu komt ook de cello erbij en nog meer instrumenten. De fijne stof jade noopt tot meer kleuren. Je hoort op het einde hoe de kunstenaar met zwierige hand voorzichtig het fijne stof uitstrooit:
  • Der süße Duft der Blumen ist verflogen; Ein kalter Wind beugt ihre Stengel nieder. Hier hoor je niet alleen aan de stem van de zangeres dat het koud is maar ook de klarinet speelt een ijzige triller boven het woord “kalt”. De wind is echt koud:
  • Bald werden die verwelkten, gold’nen Blätter der Lotosblüten auf dem Wasser zieh’n. Nadat deze woorden zijn gezongen hoor je hoe het harder gaat waaien. En prachtig is hoe je dan de lotusbloemen langzaam naar beneden hoort dwarrelen boven het meer:
  • Donkere harptonen brengen ons in de sombere stemming van het vermoeide hart: Mein Herz ist müde. De woorden worden begeleid door een vioolsolo met een tegenmelodie in de fagot:
  • Meine kleine Lampe erlosch mit Knistern, es gemahnt mich an den Schlaf. De muziek wordt rustiger, je hoort hoe de hoofdpersoon moe wordt. Bij het woord Schlaf hoor ik zelfs het gapen:
  • Der Herbst in meinem Herzen währt zu lange. Sonne der Liebe, willst du nie mehr scheinen, um meine bittern Tränen mild aufzutrocknen? De klacht van de eenzame leidt naar een hoogtepunt. Bij het woord “Sonne” zie je de zon zelfs even als het ware door de mist heen komen. Maar hij is gelijk weer weg, de klagende tonen nemen al snel weer de overhand:

Luister hier naar het hele lied:

DER EINSAME IM HERBST
Herbstnebel wallen bläulich überm See;
Vom Reif bezogen stehen alle Gräser;
Man meint, ein Künstler habe Staub von Jade über die feinen Blüten ausgestreut.
Der süße Duft der Blumen ist verflogen;
Ein kalter Wind beugt ihre Stengel nieder.
Bald werden die verwelkten, gold’nen Blätter der Lotosblüten auf dem Wasser zieh’n.
Mein Herz ist müde.
Meine kleine Lampe erlosch mit Knistern, es gemahnt mich an den Schlaf.
Ich komm’ zu dir, traute Ruhestätte!
Ja, gib mir Ruh’, ich hab’ Erquickung not!
Ich weine viel in meinen Einsamkeiten.
Der Herbst in meinem Herzen währt zu lange. Sonne der Liebe, willst du nie mehr scheinen, um meine bittern Tränen mild aufzutrocknen?  

Herfstnevels golven blauwig over het meer.
Met rijp beslagen staan alle grassen.
Men denkt, een kunstenaar heeft stof van jade over de fijne bloesem uitgestrooid.
De zoete geur van bloemen is vervlogen.
Een koude wind laat hun stengels buigen. Weldra zullen de verwelkte, gulden bladen van de lotusbloemen op het water neerstrijken.
Mijn hart is moe.
Mijn kleine lamp ging knetterend uit, dat maant me te gaan slapen.
Ik kom naar jou, vertrouwde legerstede.
Ja, bied me rust, ik heb behoefte aan verkwikking.
Ik huil veel in mijn eenzaamheid.
De herfst in mijn hart duurt te lang.
Zon van liefde, zal je nooit meer schijnen, om mijn bittere tranen mild droog te laten worden?
 

Je kunt de complete uitvoering van “Das Lied von der Erde” voor 10 euro downloaden. Het stuk duurt meer dan een uur en wordt uitgevoerd door Lucille Richardot, mezzo-sopraan, Yves Saelens, tenor en de 15 instrumentalisten van het Collectief. Het geheel staat onder leiding van Reinbert de Leeuw. Ga voor deze download naar Chandos.net.

Zie ook het artikel dat ik schreef net na zijn dood

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , | 2 reacties