Europese verkiezingen

In de Volkskrant stond een interview met Sophie in het Veld. Zij vindt dat Europa hechter moet worden. Enkele pagina’s verder werd Derk Jan Eppink geïnterviewd. Hij vindt dat we uit de EU moeten. Allebei hebben ze zo hun argumenten.

Derk Jan Eppink zegt dat er een sterk bureaucratische organisatiedwang is in Brussel. Een organisatiedwang die zich zelf in stand houdt ook omdat daardoor mooie en goedbetaalde banen vergeven kunnen worden. Ik denk dat daar ongetwijfeld veel van waar is, het is een bekend mechanisme. En omdat in bepaalde delen van Europa deze cultuur ook op nationaal niveau de norm is valt hij moeilijk om te buigen.

Sophie in het Veld zegt dat Europa desondanks hechter moet worden om als continent ook een vorm van macht te kunnen krijgen. De plekken waar de macht nu ligt zijn Washington, Silicon Valley, Beijing, Facebook, Huawei, Apple, bij de grote kapitaalstromen. Daarom moet er een hechtere EU komen. Dat alle besluiten zo stroperig zijn in de EU komt omdat er twee raden zijn die beslissingen moeten nemen. Eentje is het Europese parlement, de andere is de Europese Raad. In die laatste zitten mensen van alle naties uit de EU. Het parlement neemt een wet aan. Maar de raad houdt het vervolgens tegen. Daarom heeft het bijvoorbeeld zo lang geduurd voordat de roamingkosten in de EU afgeschaft zijn, tien jaar later dan feitelijk gekund zou hebben als de Europese Raad het niet had tegen gehouden. Er zijn in allerlei landen heel veel belangen waar rekening mee gehouden wordt, en dat maakt dat je geen stap verder komt of dat het in ieder geval allemaal veel langer duurt dan nodig is. Tenzij je van Europa een sterkere federatie maakt waarbij de macht van de individuele landen op veel gebieden wordt verkleind: op het gebied van klimaatbeleid, vreemdelingenbeleid, vervoer, energie, telecom en ga zo maar door. De interviewer vraagt haar: bestaat er dan nog een nationaal parlement? Het antwoord van Sophie in het Veld: wij willen de natiestaat niet opheffen. De waterschappen zijn opgericht in de dertiende eeuw en die zijn er ook nog steeds.

Waarom zijn we zo bang dat onze nationale identiteit verloren gaat? In mijn geboortedorp Swalmen was de soeverein heerser in de middeleeuwen Gelre, daarna Spanje, tussendoor enkele keren de Republiek Nederland en het Frankrijk van de Zonnekoning. In de achttiende eeuw hoorde het dorp bij Oostenrijk, daarna is het twintig jaar ingelijfd geweest bij Frankrijk. In 1815 kwam het samen met België bij Nederland. Het deed mee aan de Belgische opstand en hoorde toen negen jaar bij dat land. Daarna kwam er een periode dat het zowel bij Nederland als de Duitse bond hoorde en tot slot hoort het nu al meer dan 150 jaar bij Nederland. Hoe zo moeten we bang zijn voor onze soevereiniteit? In Swalmen spreken ze nog steeds Limburgs, vieren ze uitbundig carnaval, zijn ze supporter van het Nederlands elftal.

Alleen Frankrijk heeft aan het begin van de negentiende eeuw in de gebieden die veroverd waren geprobeerd de taal “uit te roeien,” dat wil zeggen alle administratie moest in het Frans. Verantwoordelijken in bijvoorbeeld Venlo raakten helemaal gefrustreerd, de mensen saboteerden elke poging. De omliggende dorpen leverden geen gegevens aan, zogenaamd omdat het papier op was. Maar ze wilden het gewoon niet en de zetbazen in Venlo wisten dit. Het is de Fransen in die 20 jaar dat ze er de baas waren dan ook niet gelukt. Al die andere mogendheden hebben dat niet eens geprobeerd. Ja in het Gelderse deel in het huidige Noord-Limburg en in de delen van Gelre die nu over de huidige grens liggen, die opeens bij Pruissen kwamen in de achttiende eeuw, daar moest opeens alles in het Duits. Ook dat leverde hevig verzet op. Frederik de Grote streek over zijn hart. De delen die uiteindelijk bij Duitsland zijn gevoegd in de negentiende eeuw zijn inmiddels alsnog gegermaniseerd. Maar net als in de omgeving van Lille willen veel mensen die daar wonen nu toch weer Nederlands leren, ze zijn op zoek naar hun wortels. Is dat nationalisme? Nee, taal is een wezenlijk onderdeel van je cultuur. Dat moet je niet willen uitroeien. Zoals bijna elk land wel zijn minderheden heeft. De Duitse enclave in Noord-Oost België. Het Duitstalige deel van Italië. Zwitserland met naast het grotere Duitse zijn Franse en Italiaanse deel. Wat maakt Limburg Limburg? Het Limburgs op de eerste plaats. Maar maakt het uit wie er de baas is? Wat we vooral zien: ondanks alle verschillende soevereine heersers die er in de loop der tijden geweest zijn, zijn de mensen al die eeuwen een hechte groep gebleven, die het leuk hadden met elkaar maar ook graag samenwerkten met wie dan ook.

Dan nog even over het Europese songfestival. Wat is Europa toch mooi met al zijn eigen talen en tradities. Daar zou je van af moeten blijven. Maar al een hele tijd is dat afgelopen. We horen vrijwel uitsluitend liedjes in het Engels. Alle prachtige muzikale roots zijn verworden tot een popy mix gelardeerd met Amerikaans spektakel. Hier heeft blijkbaar niemand moeite mee. Maar een aantal rechtse partijen wil wel dat we onze eigen nationaliteit behouden en wil dus uit de EU. Straks moeten we misschien nog om acht uur ’s avonds eten net als in Zuid-Europa, is dat de angst? Kijk naar wat er in onze maatschappij gebeurt. Op de commerciële zenders alleen Amerikaanse series en films. Bedrijven krijgen Engelse namen. Reclame slogans zijn vrijwel uitsluitend in het Engels. Wil je een leuk t-shirt voor je kleinzoon kopen? Meer dan de helft van de bloesjes heeft een schreeuwerige Engelstalige opdruk. Het is doodnormaal. Maar toch we willen zo graag onze eigen nationaliteit behouden. Welke? En hoe?

Wat is onze nationale identiteit? Een vriendin van mij helpt een vluchtelingengezin uit Syrië. Een andere Nederlandse vrouw in dat dorp vertelde tegen de Syrische moeder uit dat gezin dat ze “zo en zo laat” moest eten, “zo en zo laat” de kinderen naar bed moest sturen en nog meer van dat soort dingen. Ze wilde het gezin integreren in de Nederlandse samenleving. De Syrische vrouw was in verlegenheid, het ging tegen haar gevoel in. Maar tegelijk moest ze dankbaar zijn. Het viel haar op hoe de Nederlanders alles zo sterk regelden. Is dat onze nationale identiteit waar we trots op moeten zijn? Helaas, dit en nog meer dingen, daar ben ik niet trots op. Voor de oorlog was er bittere armoede bij veel mensen in Limburg. Er was een gevleugelde uitspraak als er onverwacht iemand op bezoek kwam: ‘Sjmiet dich d’r neer en vrait mit ‘ne hers.” Vrij vertaald: Pak een stoel en eet met ons een stuk gebraden spek mee. Het was vanzelfsprekend dat iedereen die op bezoek kwam mee mocht eten van het beetje eten dat er was. Zoals bij dat Syrische gezin altijd van iedere onverwachte bezoeker verwacht wordt dat deze gewoon mee eet. Ik zou graag wat meer van die, bij ons verloren gegane identiteit, terug willen zien. De huidige Nederlandse identiteit bevalt me op heel veel fronten niet zo erg. Ook gezien de geschiedenis van mijn geboortedorp ben ik niet bang voor een federatie van Europa. Wat kunnen we nog veel van elkaar leren!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Pachelbel

  • ‘Die vrouw die ik daar zag die leek heel erg op Valéry.’
  • ‘Dat lijkt me niet logisch, Valéry woont helemaal in Zuid-Frankrijk.’
  • ‘In Toulouse toch, dat is een dorp in Frankrijk?’
  • ‘Nou, niet bepaald een dorp, het is een heel grote stad. De grootste stad van Frankrijk is Parijs, dan komt Lyon, daarna Lille en dan Toulouse. Ik denk dat Toulouse nog groter is dan Amsterdam.’
  • ‘De Eiffeltoren die is toch in Parijs opa? Ik kom na de Eiffeltoren.’
  • ‘Ja dat is waar, in dat filmpje.’
  • ‘Dat ben ik toch in dat filmpje opa, en daarna komt de Eiffeltoren?’
  • ‘Ja dat zeg jij altijd, dat jij dat bent.’
  • ‘Ik ben een keer vlakbij de zon geweest.’
  • ‘Nee toch, en heb je je dan niet verbrand? Paxi had zich ook bijna verbrand toen hij te dicht bij de zon kwam.’
  • ‘Dat weet ik, maar ik was nog veel dichter bij de zon. Daarna ging ik weer terug naar de aarde.’
  • ‘Kwam je toen gelijk van de zon vandaan? ‘
  • ‘Nee, ik ben eerst nog op de maan geweest.’

Dit soort gesprekken houdt hij met mij. Er zullen niet veel mensen zijn die dit kunnen volgen. Hij weet dat ik het allemaal net zo logisch vind als hij. Maar ik denk dat hij veel van die dingen ook niet tegen andere mensen vertelt. Het hoort bij het vakje ”opa”. Met opa heb je dergelijke conversaties. Met andere mensen heb je het over andere dingen.  Wie is Pachelbel? Ja, dat is een muziekje van een meneer. En dat hoort bij een filmpje. Eerst zie je een mens, dat is dus mijn kleinzoon. Dan zie je de Eiffeltoren. En alles wordt steeds groter, van ruimterotsen tot UY Scuty, de grootste ster die we kennen uit ons zonnestelsel. Het filmpje kunnen we niet meer vinden. Potverdorie nog!  De muziek die erbij klinkt is de muziek met de beroemde canon van Pachelbel. Een soort passacaglia die steeds meer lijntjes erbij krijgt. Totdat de muziek heel massaal gaat klinken bij de afbeeldingen van de grootste sterren. Maar waar is het filmpje? Is het weggehaald van Youtube?

Keuken, huiskamer en serre waren vanmiddag een stukje Nederland. Met veel tunnels en rangeerterreinen. Er stond op een plek een speciale stoel. Daar konden mensen gaan zitten om te luisteren naar muziek. Dan werden ze ontroerd. Daar was die stoel speciaal voor bedoeld.

zetel

  • ‘Zullen we Pachelbel spelen?’ Hij ging achter de piano zitten. Ik speelde de bas. En hij zocht toen de bijbehorende melodie erboven. Het was nog wat onzeker. Ik heb hem niets geleerd, dat wil hij niet. Maar we moeten nu toch maar eens wat vaker gaan oefenen. Dan worden de mensen denk ik heel ontroerd.
Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 4 reacties

De traan en een lach

-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn.’

Emoties ervaren is niet zo makkelijk voor mensen met autisme. Mijn oudste kleinzoon is er dan ook danig mee bezig. Toen hij drie was leerde hij al gezichtsuitdrukkingen koppelen aan woede, verdriet, blijdschap. Maar “ontroerd zijn”?

Sinds enige tijd is hij door alles wat met koningin Maxima te maken heeft gefascineerd. Toen hij op Youtube een film over het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima zag viel  het hem op dat ze een traan wegpinkte bij het muziekstuk op de bandoneon.

traanmaxima
-‘Waarom moet koningin Maxima huilen?’
-‘Ze is ontroerd.’
-‘Wat is dat, ontroerd?’

Dat was nog niet zo makkelijk uit te leggen.
-‘Misschien omdat ze zo blij is dat ze gaat trouwen. Sommige mensen gaan huilen als ze heel erg blij zijn.’
-‘Als je blij bent dan ga je toch lachen?’
-‘Dat kan, maar sommige mensen moeten dan soms huilen. Het kan ook zijn dat ze een klein beetje verdrietig was omdat haar vader niet bij het huwelijk was en dat vond ze niet zo leuk.’
Uitleggen waarom die vader er niet bij was heb ik maar wijselijk niet gedaan. Maar hij vond het maar vreemd, huilen, als je blij bent.
-‘Waarschijnlijk was koningin Maxima ook ontroerd omdat ze de muziek zo mooi vond. Ze werd ontroerd door de muziek.’

Hij is onmiddellijk daarna thuis accordeon gaan spelen, die lag nog als verjaardagsgeschenk van een jaar geleden bij papa en mama. Heel fanatiek, toen hij weer bij ons kwam had hij hem mee  genomen en de hele dag bleef hij er op oefenen.  Hij zong zijn eigen gemaakte koningslied erbij:

Vandaag had hij hem niet bij zich. Hij ging weer gewoon piano spelen.

Toen hij stopte vroeg hij aan mij en mijn vrouw?
-‘Zijn jullie ontroerd?’
-‘Nee’, was het antwoord. We zeiden dat we het wel erg mooi vonden maar dat we niet ontroerd waren. Ik legde uit dat je meestal ontroerd wordt als muziek vrij zacht is, en hij speelde niet echt heel zacht. Ik ging achter de piano zitten en begon wat zachte muziek te improviseren.

-‘Zullen we samen spelen?’ vroeg hij .
Hij kroop achter het keyboard en begon heel langzaam vrij zacht te spelen. Ik haakte in en probeerde in zijn sfeer mee te gaan. Toen we precies tegelijk op een mineur tonica uit kwamen was ik warempel een beetje ontroerd.

Hij keek me aan en zei:
-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn. Dat moet ik nog leren.’
Nu was ik warempel echt ontroerd….

Maar even later was het lachen geblazen. Hij deed het stemmetje van Maxima na bij de huwelijksvoltrekking. Dat vindt hij zeer komisch. Wij ook.

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 5 reacties

Weemoed

Mijn moeder determineerde overal waar ze kwam wilde kruiden. Dat was vooral in Limburg, in Swalmen en wijde omgeving, en vooral ook in het gebied daar over de Duitse grens. Ik herinner me dat ze een enkele keer een plantje opstuurde naar een deskundige omdat ze het niet kon determineren. Maar meestal kwam ze er zelf uit. In de flora van Heijmans en Thijsse stond alles. Zo ontdekte ze een keer “grauwe dopheide”. In deze flora kreeg deze plant het attribuut “zzz”, “zeer zeer zeldzaam”, de uiterste vorm van zeldzaamheid. Elk jaar ging ze naar de betreffende locatie kijken of het er nog steeds stond. Blij, het stónd er nog! En ik weet dat dat nog vele jaren lang het geval was. Zo vond ze ook ooit een plantje, ik weet helaas niet meer om welk kruid het ging, dat werd aangeduid met zzz? Het vraagteken hoorde bij uiterst zeldzame planten die al veel jaren achter elkaar nooit meer ergens gezien waren in Nederland. Maar mijn moeder had het gezien! Dat waren kleine maar ook intense geluksmomenten van mijn moeder. Ik genoot er zelf ook van als zij daar zo blij om was.

 Vandaag zagen we ook twee zeldzame planten. Niet van de orde van de grauwe dopheide. Van de eerste, een watergentiaan, is mijn foto helaas niet zo goed gelukt. Daarom laat ik de foto van wikipedia hiernaast zien. Het gaat om het water drieblad. Een plant die op de rode lijst staat. Bovendien waren we net iets te laat, je zag in ons geval vooral uitgebloeide exemplaren. Maar goed, ik heb hem gezien.

Hieronder nog een foto die ik zelf maakte waar je als je goed kijkt een aantal bijna uitgebloeide exemplaren op ziet staan.

water drieblad

De andere plant die ik ook nog nooit gezien had was de paarse schubwortel. Ik zag hem vanmiddag op de terugweg van onze wandeling nog een keer, nu op een andere plek. Hier kon ik gelukkig wel een mooie foto van maken.

paarse schubwortel

De paarse schubwortel is een halfparasiet. Met zijn wortels vegeteert hij op bomen en struiken, vooral wilgen zijn favoriet.

En ik had nog een geluksmoment. Bijna op de zelfde plek waar ik ook mijn moeder intens gelukkig heb gezien. Ik had haar een keer in de tachtiger jaren meegenomen naar de duinen van Oostvoorne. In het zand, in de zon, stonden daar opeens honderden driekleurige viooltjes. Mijn  moeder ging toen in het zand zitten en zei: “Ik wil hier niet meer weg”. Dat is me altijd bij gebleven. Als ik daar kom ga ik bijna steeds kijken of ze er nog staan, Ja hoor. Vandaag ook, meer dan dertig jaar later. Ze staan er nog steeds. Ik kijk, ik ben blij. Maar ik ben ook weemoedig…

viooltjesviooltje

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Monteverdi en het hof van Ferrara

Bij de dood van Baldesar Castiglione in 1529 liet keizer Karel V weten dat voor hem deze persoon een van de meest verfijnde mensen was geweest die hij gekend had. Waarschijnlijk had hij alleen maar diens boek gelezen, “het boek van de hoveling, il libro del Cortegiano“. Het boek bestaat uit opgeschreven gesprekken in het paleis van Urbino. Door de uitgebreidheid van de gesprekken met zeer veel verschillende personen die gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen krijg je een goed beeld hoe er aan het hof tegen veel dingen werd aangekeken. Natuurlijk was dat een geïdealiseerd beeld, maar toch. Wat in dat boek steeds weer blijkt: een hoveling moest in veel dingen thuis zijn. Hij moest goed en beschaafd kunnen spreken, maar hij diende zich ook te bekwamen in het musiceren en in het dansen. De aanwezigheid van hertogin Elisabetta Gonzaga, oorspronkelijk afkomstig uit Mantua, wordt in dit boek omschreven als bijzonder aangenaam. Ze nam actief deel aan politieke gesprekken en ze kon de mensen aan het lachen maken. Vrouwen hadden er veel te vertellen. Dit hof was een voorbeeld voor de hofcultuur elders. Vooral het hof van Ferrara was vergelijkbaar. Maar dus ook de Spaanse keizer zag het als een inspirerend voorbeeld.

Een kleine honderd jaar later wordt Monteverdi geïnspireerd door het verfijnde hof van Ferrara. Hij werkt dan in Mantua, maar omdat de zus van de hertog van Mantua, Margherita Gonzaga, getrouwd was met de laatste hertog van Ferrara, kreeg Monteverdi veel te horen over het hofleven aan dit naburige hof. Het hof van Urbino waar het boek over de hovelingen was geschreven was toen al lang ter ziele, de stadstaat was ingenomen door pauselijke troepen (1515). Datzelfde lot zou in 1597 ook het hof van Ferrara treffen. Vlak daarvoor droeg Monteverdi zijn vierde boek met madrigalen op aan de hertog en hovelingen van dat hof. Bij de opdracht schreef hij: “opgedragen aan mijn meest illustere heren en beschermers uit Ferrara. Helaas heb ik deze liederen niet eerder kunnen laten zien aan de hertog door zijn  onverwachte dood.” Het boek werd overigens pas vijf jaar later in Venetië uitgegeven, toen het hof al was verdwenen.

Als je de getuigenissen leest over de muziekwereld aan het hof van Ferrara dan begrijp je waarom Monteverdi daar graag voor schreef. De Bolognees Ercole Bottrigari, die van 1575 tot 1586 in Ferrara verbleef schrijft: ‘zijne hoogheid beschikt over twee bijzondere kamers, muziekkamers genoemd, want hierin trekken de door hem aangeworven muzikanten zich geregeld terug. Deze muzikanten zijn talrijk, zowel Trans-Alpijnen als Italianen, en met een bijzonder goede stem en een bijzonder mooie gracieuse manier van zingen, daarnaast met een bijzonder groot speeltalent – sommigen spelen kornet, trombone, dulciaan, fluit, weer anderen viola, rebab, fluit, citer harp en clavecimbel. De instrumenten worden goed onderhouden en geregeld gestemd door apart daar voor aangetrokken specialisten.’
De hertog had daarnaast een groeiende interesse voor een kleine groep uiterst getalenteerde zangers, die “da camerino” moesten uitvoeren, een soort geraffineerde concerten voor klein publiek. Vanaf omstreeks 1530 waren dat voornamelijk vier- of vijfstemmige madrigalen. Er is veel documentatie over wat er allemaal op muzikaal gebied gebeurde aan het hof.

Na de dood van deze hertog Alfonso II d’Este in 1597 namen de troepen van de paus zoals gezegd de stad in. De hovelingen onder wie hertogin Margherita Gonzaga (1564-1618) namen zo veel mogelijk kostbaarheden zoals schilderijen en tapijten mee en zetten het hofleven voort in Modena. Toen lag het hertogelijke paleis van Ferrara er opeens kaaltjes bij. Dat is eigenlijk nog steeds zo.

kasteelHet grote paleis staat in het centrum van de stad en is nu ingericht als museum. Je kunt er de gevangenis zien waar de gevangenen de muren met graffiti en met getekende spelletjes beschilderden.

gevangenisJe kunt zalen zien waar de originele fresco’s zijn  gerestaureerd. Om te voorkomen dat je een stijve nek krijgt van het naar boven kijken zijn er in het midden van enkele zalen grote spiegels geplaatst, zodat je via het spiegelbeeld de plafonds goed kunt bestuderen. De hoveling deed ook veel aan sport, zoals je hier kunt zien: hij traint zich in het discus werpen.

plafondschildering3Binnenkort is de bezichtiging van dit paleis een van de onderdelen van een excursie waar ik aan deelneem.

Gisteravond zongen vijf zangers van Collegium Vocale Gent in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam onder meer een madrigaal uit het vierde boek van Monteverdi, bestemd voor deze verfijnde hofcultuur uit Ferrara. De plek waar de muziek nu klonk is vreemd. Deze muziek werd normaal gezongen voor een kleine kring in een niet al te grote zaal. Als ik over enkele weken weer in Ferrara ben ga ik proberen te achterhalen waar dat in die laatste jaren van dat hof plaats gevonden zou kunnen hebben. Nu werd er gezongen in de grote zaal van het Muziekgebouw. De intimiteit gaat daar volledig verloren. Maar er werd gelukkig wel heel goed gezongen!

Uit dat vierde boek klonk gisteren slechts één lied. Hieronder bespreek ik een ander lied uit dat boek, een lied op tekst van Torquato Tasso. Dit was een van de meest bejubelde dichters van het einde van de zestiende eeuw, min of meer een tijdgenoot van Monteverdi.

  • Torquato Tasso  schreef onder meer het lyrische epos  “La Gerusalemme liberata”, over de eerste kruistocht. Delen van deze tekst zette Monteverdi in zijn achtste madrigaalboek op muziek, het werd een kleine mini-opera: Il combattimento di Tancredi e Clorinda.

Tot en met boek IV worden de madrigalen van Monteverdi meestal a capella gezongen. In de boeken V tot en met VIII hebben de liederen steeds een eenvoudige of juist een meer uitgebreide instrumentale begeleiding, in de vorm van een basso continuo of met nog meer instrumenten. Zo ook hoorden we gisteren bij de uitvoering van twaalf madrigalen van Monteverdi, een dwarsdoorsnede door zijn acht boeken, steeds wisselende bezettingen. Maar hoe de bezetting ook is, bij al deze madrigalen kunnen we genieten van de prachtige expressieve stijl en de verfijnde klank-uitbeelding van de tekst waar Monteverdi van het begin af aan al een meester in was.

Het lied dat ik nu bespreek uit dit vierde boek is gebaseerd op een liefdesgedicht: Cor mio! Mentre vi miro…. (mijn hartedief! Als ik naar jou kijk….).  Een thema waar ze aan de verschillende hoven in Italië al eeuwen verzot op waren. Dergelijke teksten kon je al horen in de tijd van de troubadours in de twaalfde eeuw, toen nog eenstemmig gezongen, waarschijnlijk begeleid door de zanger zelf op een middeleeuwse harp of vedel.. Petrarca dichtte in de veertiende eeuw eveneens op een vergelijkbare manier. Nog steeds deed dit dus ook Torquato Tasso. Ondanks het feit dat het lied nu door vijf zangers wordt gezongen is het zo gecomponeerd dat alles nog steeds goed verstaanbaar is. En de lading van de tekst wordt door Monteverdi geniaal op muziek gezet, vijf zangers doen samen wat de troubadour in zijn eentje deed: een spannend verhaaltje vertellen, vol met tegenstellingen, met een mooi rijmschema en met een opbouw naar de clou toe. Ik zie het zo voor me in een van de zaaltjes in Ferrara, de goed getrainde stemmen van de specialisten van het hof, terwijl de rest aan hun lippen hangt. Hoofse stijl ten top!

cor mio

De opname die je hier hoort stamt uit 1993 en is gemaakt door Concerto Italiano onder leiding van Rinaldo Alessandrini. Het is de mooiste opname die ik ken, ik bezit er nog enkele.

Ik heb ook nog een aparte site gemaakt met een toelichting en analyse van dit madrigaal: hoe komen al die prachtige muzikale klankschilderingen tot stand? Ik denk als je dat hebt bestudeerd je zult begrijpen waarom ik zo’n enorme fan van deze componist ben!

Analyse madrigaal Cor Mio

  • Baldesar Castiglione, the book of the Courtier
    Penguin Classics
    ISBN 978-0-14-044192-5
  • Een bijzondere renaissance, het hof van de Este’s te Ferrara.
    Prachtige catalogus van 359 pagina’s naar aanleiding van een tentoonstelling in Brussel van 2003 tot 2004. Mooie artikelen en prachtige afbeeldingen. Een hoofdstuk gaat over de muziekcultuur aan het hof.

    Uitgeverij Snoeck, 2003

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Feest

Wat kun je afleiden uit een kindertekening? Volgens sommige mensen die zich hierin hebben gespecialiseerd heel veel. Ik als leek zie er ook het een en ander in. Maar misschien omdat mijn oudste kleinzoon in alles zo open is.
-‘Waarom loop jij zo krom?’
-‘Waarom maak jij zulke kleine pasjes?’
Dit soort dingen zegt hij en ziet hij. Veel dingen observeert hij goed, vooral voertuigen. Sinds een tijd is hij daar druk mee bezig: met bussen, trams, treinen, boten. Maar ook met sociale dingen, dingen die hij tegenkomt en niet snapt. Mensen gaan soms trouwen. Hij wilde laatst de hele bruiloft van Willem-Alexander en Maxima op Youtube zien. Hij gaat immers zelf later ook trouwen. Dus wil hij graag voelen aan een vinger waar een trouwring omheen zit. Maar ook verwerkt hij in zijn tekeningen angsten. Hij is bang voor honden. Hij weet dat ze slechts komen snuffelen om kennis te maken maar hij is bang dat ze bijten. En hij is bang dat hij onder water zakt maar tekent intussen mensen die in het water springen en zwemmen. Zoals hij dat toch ook weer ziet in het zwembad.

Ik heb een aantal tekeningen die hij de laatste drie weken heeft gemaakt bij zijn ouders thuis of bij ons, grootouders, bij elkaar gezet. Per dag maakt hij diverse tekeningen, dit is een selectie. Bij de meeste tekeningen zal ik een kleine toelichting geven van dingen die mij opvallen of die hij er bij vertelde voor zover ik me die nog herinner.

01-klein

Uit zijn hoofd tekent hij de kaart van Nederland. Links is de Noordzee, dat zie je door de golfjes met een boot. De rode lijnen zijn de lijnen van de spoorweg. Utrecht is goed herkenbaar. Er gaat ook een lijn naar Zeeland, Den Haag en Tilburg zo te zien. Er staat trouwens niet Tilburg, maar Zuit….. (?)

02-klein

Zo te zien een tafereel onderweg. Knus op een bankje, de fiets erbij. Het kindje op de step is misschien zijn broertje

03-klein

Ja voetballen, ik schreef er al eerder een blog over. Er zit iemand met gespreide benen op de grasmat. Waarschijnlijk gevloerd door de persoon die van de scheidsrechter een rode kaart krijgt.

04-klein

We zaten laatst in een oude sprinter maar met wel allemaal mooie nieuwe blauwe stoelen.

05-klein

-‘Niet voorbij “het rode” lopen!’ Zo vermanen we onze kleinkinderen als we over de dijk lopen met aan weerszijden een rood fietspad. Hier zien we niet de dijk maar wel aan een kant van de weg een fietspad. Het is een levendige plek, waarschijnlijk Schoonhoven, waar ze wonen. Er is ook een bakker. En een waarschuwingsbord. Gezellige huizen met schoorstenen.

06-klein

Ik denk dat hij zich zelf met broertje en zusje heeft getekend. Hij zelf kijkt naar ons, zijn broertje opzij naar zijn zusje en zijn zusje kijkt de andere kant uit. De laatste tijd begint hij mensen met armen te tekenen, maar heel vaak ook laat hij die nog weg.

07-klein

Feest! Kijken en zwaaien uit het raam.

08-klein

09-klein

Het zwembad. Zwemmen en springen vanaf de kant.

10-klein

Een dubbeldekker. Op de achtergrond twee sprinters. Er staat ook een man met een blindengeleidestok bij die een kind met zijn andere hand vast houdt. Dat is hij zelf denk ik. Dat heeft hij laatst namelijk gedaan, alleen het was niet bij een trein!

11-klein

Koningin Maxima houdt de koning vast, je ziet alleen zijn arm. Rechts het toegestroomde volk.

12-klein

Canvas, dat is van de Belgische TV. Die zender kent hij omdat Canvas op Youtube filmpjes over het ontstaan van de aarde heeft gezet. Er is geen verband met de tekening. Hij vertelde dat dit station Uitgeest was. Die naam heeft hij horen omroepen in de sprinter van Rotterdam naar Gouda. Dat is dus een eindstation. Je kunt niet verder gaan als helemaal rechts. Daar is echt het eindpunt! (Dat zwarte puntje…)

13-klein

Feest! Er wordt gedanst.

14-klein

Dat enge beest met zijn grote rode tong is gelukkig aan de lijn.

15-klein

Een man met een blindengeleidestok en een zonnebril. Intussen is hij ook met sommetjes bezig.

16-klein

Hij heeft getekend wat hij allemaal op zijn slaapkamer wil hebben: Links een tekenbureau met stoel. Een prikbord voor tekeningen of foto’s. kasten.

17-klein

Boot op de Lek. Ziet hij dagelijks, hij wil steeds weten waar die heen gaat en waar hij vandaan komt. Soms ziet hij ook onbekende, gele vlaggen. Er is ook een markeringsboei in het water.

Je ziet hoe de tekeningen technisch steeds beter worden, maar ook hoe hij steeds nieuwe dingen gaat tekenen. Enkele maanden geleden tekende hij alleen nog maar planeten en treinen. Nu tekent hij de halve wereld, vooral ook, en dat is erg leuk, dingen die hij ziet en mee maakt. In juni wordt hij zes jaar. Hij is vaak erg angstig, maar gelukkig vooral ook veel blij. Hij kan letterlijk huppelen van blijdschap. En zijn tekeningen weerspiegelen vooral dat laatste. Ook als hij geen feest tekent zijn deze tekeningen een feest!

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 6 reacties

Jupiter en zijn manen

Galileo Galilei was de eerste die in 1610 de vier grootste manen van Jupiter met zijn telescoop zag. Deze manen blijven voor amateur astronomen een dankbaar object. Er is een app die heet “sterbeeld” en daar kun je op zien welke dingen elke avond interessant zijn voor amateur astronomen. Steevast kun je zien waar de grootste manen van Jupiter zich op een bepaald moment bevinden. Nog veel langer ken ik een dergelijke site op internet waar je deze stand over de hele wereld per 5 minuten kunt instellen.

Gisteravond regende het best stevig maar toen ik vanochtend al voor vijf uur wakker werd was het droog. Ik keek naar buiten door het badkamerraam en zag onmiddellijk de maan en Jupiter. ‘Kom op’, dacht ik bij mezelf. Ik kleedde me aan, pakte mijn camera met statief en ging naar buiten. Eerst maakte ik een foto van Jupiter: ik zag gelijk op het scherm ook de vier manen! Daarna maakte ik een foto van onze maan met zijn prachtige kraters. Nog een foto van Jupiter, nu zo dicht mogelijk vanuit de uiterste tele-stand. Toen maakte ik een omgevingsfoto met zowel de maan als Jupiter er op. Tot slot nogmaals een foto van Jupiter met zijn “Galileïsche” manen. Tussen de eerste foto en de laatste zat tien minuten.

Binnen bekeek ik het resultaat op mijn computer. Daarna zocht ik op hoe de manen op dat moment stonden, zowel bij de eerste foto als bij de laatste foto (10 minuten later). Je kon zien dat Io, de maan die het dichtste bij Jupiter staat, vanuit de aarde gezien in vrij snel tempo dichter richting Jupiter aan het bewegen was, dus na tien minuten er al zichtbaar iets dichter bij stond. Verder zag je in die korte tijd geen verschil. Het is de sensatie van de amateur astronoom dat je niet alleen die vier manen ziet, maar dat je ook weet welke maan wie is: zie je dat puntje, links, vlak bij Jupiter? Dat is de maan Io, die door de aantrekkingskracht van Jupiter een extreem soort getijdenwerking vertoont. Bij ons is het eb en vloed, we hebben regelmatig “hoogwater”, maar op die maan wordt er niet water aangetrokken, maar spugen de vulkanen bij “vloed” voortdurend vuur uit.  Je ziet op de foto niet meer dan een puntje maar je weet om welk object het gaat. Door een tijdje te blijven kijken had ik trouwens waarschijnlijk ook zonder app achterhaald welke maan van de vier Io was. Deze maan staat het dichtste bij Jupiter en draait er het snelste om heen. Een uur later had je het verschil absoluut nog veel beter kunnen zien, dat kan alleen als het om Io gaat. Om 10 uur vanochtend ongeveer schoof Io voor Jupiter langs en had ik op de detailfoto van Jupiter zijn donkere schaduw kunnen zien, tenminste:  als het nog donker was geweest….

Op onderstaande afbeelding uit de site op internet zie je hoe de officiële stand was bij de eerste foto, daarna komt mijn eerste foto en dan de laatste foto van tien minuten later. Er onder staat een close-up van Jupiter, daar weer onder de omgevingsfoto met links de maan en rechts Jupiter en als laatste zie je mijn foto van de maan, al weer bijna in het laatste kwartier

vergelijkingjupiterochtendmaan

De site waar je de stand van de manen van Jupiter per vijf minuten kunt instellen en zien:

http://www.shallowsky.com/jupiter/

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | 3 reacties

2-0-2

Als mijn oudste kleinzoon de logopediste bezoekt komt altijd van alles ter sprake. De assistente deed de deur open:

-‘Ik ga de volgende week logéren!’
Binnen gekomen zei hij precies hetzelfde bij de logopediste zelf. Zij vroeg gelijk door. ‘Waar ga je logeren?’ ‘Hoe lang?’ Hij gaf overal antwoord op. Opeens greep hij met een hand naar zijn keel.
-‘Ik geloof dat ik moet spugen’.
De laatste tijd is dat een steeds terugkomende fobie, angst voor overgeven. Hij heeft het gelukkig zelf onder controle. Hij verjaagt de spuugbeestjes in zijn hoofd, pfff. In een wolkje verdwijnen zij. Dat heeft zijn vader hem zo geleerd. Zij ging door over het verschil tussen als je moet overgeven of als je speeksel uitspuugt. En zo kwamen ook de spuugbeestjes ter sprake: heel kleine vliegjes die op een blaadje spugen en daar een nestje in maken.
-‘Dus spuugbeestjes bestaan echt?’
-‘Ja zeker.’
-‘En die zitten dan ook in je mond?’
-‘Natuurlijk niet. Er zitten toch geen beestjes in je mond?’
Na enig nadenken moest hij dat beamen.
-‘Maar wel in je buik toch?’
-‘Nee toch, er zitten toch geen beestjes in de buik?’
-‘Maar toch wel bacteriën? Goede en slechte bacteriën zitten daar’, antwoordde hij wijs.’
Dat moest ze toegeven. Toen ging ze aan de slag. Ze begon met de oefeningen.

Gelijk na het bezoek aan de logopediste wilde hij naar de speeltuin. Achteruit over de glijbaan, zo hoog mogelijk schommelen, de radslag doen, op de wip met opa. Er waren zes jongetjes van een jaar of acht aan het voetballen.
-‘Ik wil ook voetballen’.
-‘Ga maar vragen.’
Hij vroeg of hij mee mocht doen en dat mocht. Ik ging een beetje in de buurt staan want ik hield mijn hart vast. Hij werd ingedeeld bij een van de twee partijen. Eigenlijk was het niet eerlijk, want nu was het vier tegen drie. Maar OK. Hij kreeg de bal, schopte hem willekeurig naar voren, recht voor de voeten van een tegenstander. Die schopte hem snel door de benen van mijn kleinzoon door die voor het doel stond. Doelpunt! 1-0. Dit herhaalde zich nog een keer. 2-0. En daarna binnen enkele minuten weer. De partij waar hij bij hoorde begon zichtbaar te balen en ik hoorde mopperende geluiden. Het was dan wel vier tegen drie, maar desondanks vroeg een jongen aan  de tegenpartij of mijn kleinzoon niet bij hun mocht spelen. Daar hadden ze geen trek in. Ik verwachtte nog meer problemen dus ik zei tegen hem dat we weer eens  naar huis moesten. Met enige tegenzin ging hij mee.  In de auto vertelde hij dat hij “het voetballen erg leuk” had gevonden.

Thuis gekomen ging hij tekenen.
-‘Opa, hoe maak je een vraagteken?’
-‘Zal ik het voordoen?’
-‘Ja. Schrijf maar hier.’
Hij wees een plek aan op een nog leeg vel papier en ik tekende daar een vraagteken. Toen liep ik naar de keuken om te gaan koken. Ik hoorde hem keihard met boze stem letters spellen. Waar had hij het in godsnaam over? Ik was nieuwsgierig maar ging toch niet naar hem toe. Even later vroeg hij vanuit de verte:
-‘Opa, hoe schrijf je “nauw”?
-‘met a-u. Ik spelde: n-a-u-w. Toen realiseerde ik me dat hij misschien ook nog wat anders zou kunnen bedoelen.
-‘Wat wil je dan schrijven?’ Ik liep naar hem toe.
-‘Nou, dat komt omdat…’
-‘Je bedoelt een ander soort “nou”. Ik maakte een zinnetje met nauw en wijd en vertelde dat “nauw” hetzelfde klonk als “nou”. Het zijn synoniemen.’
-‘Nee opa, het zijn homoniemen. Een synoniem is bijvoorbeeld “lichaam” en “lijf”. Dit zijn homoniemen.’
-‘Natuurlijk, je hebt gelijk. Ik maakte een vergissing.’
Het is erg goed dat hij hoort dat alle mensen vergissingen kunnen maken. Tot voor kort begon hij te huilen als hij zich een keer vergiste. Maar langzaam accepteert hij dat dat niet erg is. Iedereen vergist zich wel eens.
Ik liep naar hem toe en zag dat hij alleen pas een “N” had geschreven. Keurig liet hij deze letter  volgen door een o en een u.
Uiteindelijk had hij een tekening met een verhaal. Ik las in mezelf het boze begingedeelte met een vraagteken en een uitroepteken:

spuugbeestje
-‘Wat gebeurt? als de sterren gaan bewegen!’
Het antwoord was simpel:
-‘Nou, dat komt omdat de Melkweg gaat bewegen. 2-0-2.’
2-0-2, zo legde hij me uit, dat is de afstand in lichtjaren waarop dit plaats vindt.

Ik had geen flauw idee hoe hij op dit verhaal gekomen was. Bij het eten joeg hij weer een paar keer een spuugbeestje weg. Met het grootste gemak verdween het met een wolk in het heelal, huppekee, makkelijk zat. Doelpunt! 2-0. Of 0-2?

2-0-2

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Het leven en het zwarte gat

zwartgatDe vorige week verscheen er een foto van een zwart gat. Een mooie sprekende foto. Zwarte gaten kun je per definitie niet zien. Toch zie je hier een foto met een zwart centrum en daaromheen een gebied dat er niet overal hetzelfde uitziet. Dat omgevingsgebied kun je blijkbaar wel zien. De foto is gemaakt door de beelden van veel telescopen die exact op elkaar waren afgesteld te combineren. En door dan van alle data een combinatie te maken en daar weer een kleurenplaatje van te maken krijg je niet alleen als leek een beeld, maar volgens de berichten ook iets waar wetenschappers van alles uit kunnen afleiden.

Ik heb enkele maanden geleden het laatste boek van Stephen Hawking gelezen, samengesteld uit artikelen waar hij voor zijn  dood een jaar geleden nog mee bezig was en die nu gebundeld zijn. Een hoofdstuk gaat over zwarte gaten. Als je dat leest kom je er al snel achter dat je, zelfs wanneer je een bèta-iemand bent zoals ik, echt wel natuurkunde gestudeerd moet hebben om het te kunnen volgen. Toch kreeg ik een idee van hoe het werkt.

Het begint met aantrekkingskracht. Ik gooi een bal omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een kanonskogel omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een raket met een bepaalde snelheid omhoog en hij valt niet terug op aarde, sterker nog, ik kan hem als een satelliet om de aarde, de maan, of Mars laten draaien. Als de snelheid, de zogenaamde ontsnappingssnelheid, maar groot genoeg is. Op aarde is de ontsnappingssnelheid veel groter dan op de maan. Daar is veel minder energie nodig om weg te komen. De zwaartekracht is er veel kleiner. De zwaartekracht op de zon is honderden keren zo sterk als die op aarde.

Om de aarde draait de maan, de aarde draait om de zon, en de zon draait om de kern van ons melkwegstelsel. Zwaartekracht kan dus nog werkzaam zijn op zeer grote afstanden, mits de snelheid van de bewegende lichamen maar groot genoeg is. We kijken dan feitelijk naar al deze hemellichamen en hun positie in het verleden. De dichtstbijzijnde sterren zijn al gauw enkele lichtjaren verwijderd, en de kern van ons melkwegstelsel is duizenden lichtjaren verwijderd.

  • Wat is een zwart gat? Als er een object bestaat dat zo zwaar is dat zelfs een foton, een lichtdeeltje, niet snel meer genoeg is om te ontsnappen, dan vallen al die fotonen terug op dat object. Het licht is niet meer in staat om weg te komen, we kunnen niets zien van het object. We hebben dan een zwart gat.
  • Hoe ontstaat een zwart gat? Het moet gaan om een extreem zwaar object. Dat gebeurt als een ster aan het einde van haar leven is. Althans als de ster groot genoeg is. Helium en waterstof zijn opgebrand, de ster gaat imploderen en dat betekent dat alle verdere materie steeds dichter op elkaar komt te zitten, zo dicht dat het object uiteindelijk zo zwaar is dat het licht niet meer kan ontsnappen. Als de originele ster niet groot genoeg is dan zal ditzelfde proces ook plaats vinden, maar wat er dan over blijft is niet zwaar genoeg om het licht vast te houden. Zo’n ster die geïmplodeerd is kunnen we dan nog steeds zien. Het wordt een kleine dwergster. Dit zal in de verre toekomst ook het lot zijn van onze zon. Hij zal nooit tot een zwart gat kunnen worden. Hij is te klein.
  • Welke wetten gelden er in een zwart gat? We kunnen hun massa meten, hun elektrische lading meten en we kunnen het impulsmoment meten. Het impulsmoment zegt iets over de snelheid van draaien en de draairichting van het zwarte gat. Een zwart gat is voortdurend in beweging. Maar er blijkt nog een vierde natuurkundig verschijnsel een rol te spelen. De zogenaamde supertranslatielading. Deze lading bevindt zich op grotere afstand van het zwarte gat, maar zegt wel iets over dat zwarte gat, over wat er eigenlijk in zit. Als je het zwarte gat een lichaam noemt zou je de supertranslatielading zijn haar kunnen noemen. Ik kan niet uitleggen wat supertranslatie is, maar deze vergelijking maakt het enigszins aanschouwelijk.

Ik stel me zo voor dat we het gebied rond het zwarte gat op de foto kunnen vergelijken met wat Hawkins het supertranslatiegebied noemt. Dat gebied, als je dat weet te analyseren, geeft dan iets prijs over het zwarte gat, dat je per definitie niet kunt zien.

Een ster komt aan het einde van zijn leven. Hij implodeert tot iets dat je niet meer kan zien. Maar er is wel iets. Zelfs iets met eigenschappen. Na elk sterven verdwijnt geleidelijk hetgeen je kunt waarnemen, maar er blijft toch iets over. Een soort halo. Iets dat zelfs enigszins te beschrijven valt.

Is dit niet wat er voortdurend om ons heen gebeurt? Planten, dieren, mensen gaan dood. Er blijft niets van ze over. Uiteindelijk zie je niets meer. Maar er blijft toch iets achter, iets dat je niet ziet. Iets dat met de normale natuurkunde niet te zien is. Maar misschien voelen we het? Ik denk dat ons gevoel, onze intuïtie veel verder gaat dan wat dan ook. Zwarte gaten zijn volgens mij onbewust een onderdeel van ons zijn. De foto in de krant is dan misschien te vergelijken met een zwart-wit foto, gemaakt met een polaroidcamera, van een ster in het hiernamaals.

Stephen Hawking, de antwoorden op de grote vragen. Spectrum 2018. ISBN 978 90 00 36504 3

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wedstrijdje

Mijn twee kleinzonen van drie en vijf jaar doen graag wedstrijdje. Wie komt er het eerste ergens aan. Zo ook gisteren.
-‘Zullen we wedstrijdje doen?’ Ze kijken elkaar ondeugend aan en je verwacht nu dikke pret. De oudste was op de fiets en zijn jongere broertje was te voet. We waren net aangekomen bij het fietsersdijkje in het stadje waar ze wonen. Uiteraard kon het jongere broertje hem niet bijhouden en hij krijste en schreeuwde dat zijn grote broer moest stoppen.  Het frustreerde hem mateloos en hij besefte waarschijnlijk dat het oneerlijk was. Hij heeft een groot ego en wil altijd alles het eerste. Het eerste in de auto, het eerste uit de auto, het eerste aanbellen. Nu verloor hij.
Waar een weg overgestoken moest worden wachtte zijn broer op de fiets braaf. Allebei wachtten ze ook op mij die samen met hun jongste zusje  onderweg nog helikoptertjes (esdoornzaadjes) verzamelde. Eindelijk waren we er.  Het jongste broertje was uitgehuild en rende toen zo hard hij kon richting huis, het laatste stuk. Voordat de oudste zijn fiets op gang had… Deze snelde achter hem aan, maar verloor en dat mocht niet…
-‘ík moest winnen, ík moest winnen’, krijste hij. Bij hun huis aangekomen wilde hij zijn broertje meppen die angstig naar mij terug vluchtte en ook weer begon te huilen. Ik heb ze vermanend toegesproken en hun te kennen gegeven dat ze nooit meer wedstrijdje mochten doen omdat ik het veel te gevaarlijk vond en ze ook altijd ruzie kregen.
-Sorry opa, ik zal geen wedstrijdje meer doen’, zei mijn oudste kleinzoon berouwvol.

Die middag was ik nog met alle drie de kleinkinderen in een speeltuin geweest. We hadden een voetbal meegenomen. De oudste wilde met mij voetballen, de andere twee gingen zelf spelen. Dat ging leuk, hij verzon wat we gingen doen, het waren allemaal dingen die hij inmiddels geleerd heeft zoals dribbelen, penalty schieten en elkaar de bal ontfutselen. Vanuit de verte riep het jonge zusje ons toe:
-Wíe wil er een ijsje, wíe wil er een ijsje. (vierkwartsmaat: kwart, achtste triool kwart kwart. Maatstreep: kwart, achtste triool kwart kwart.)  Zij stond boven op een kleine glijbaan en was  zogenaamd ijsjes aan het verkopen. Wij moesten een ijsje komen kopen.
-‘Ja ik!’ riep mijn oudste kleinzoon en rende naar zijn zusje toe. Ik wilde natuurlijk ook een ijs. Hij kocht een chocolade ijsje en ik een vanilleijsje met slagroom. Het smaakte voortreffelijk. Dus we namen nog een tweede ijsje. Toen wilde hij weer met me verder voetballen maar zijn broertje riep me, ik moest met hem op de wip. Dus ging mijn oudste kleinzoon zelf spelen: de radslag doen en schommelen.

Er waren inmiddels twee meisjes gearriveerd van denk ik ongeveer tien jaar. Mijn kleinzoon begon op te scheppen over alles wat hij al kon. De meisjes keken meewarig naar het kleine ventje en prezen hem. Dat ging goed. Dacht ik… Maar toen ik inmiddels met zijn broertje aan het voetballen was zag ik vanuit de verte dat hij het al niet meer zo naar de zin had.. In de auto keek hij sip en vertelde half huilend wat er was gebeurd.
-‘Die meisjes zeiden dat ik nog bijna niets kon’.

Hij heeft er nog geen flauw idee van hoe dingen werken. Wedstrijdje betekent dat hij moet winnen. Of dat logisch is dat weet hij niet. Hij beseft niet dat een fiets veel sneller gaat dan iemand die rent. Zo realiseert hij zich ook niet dat “iets kunnen” op de ene leeftijd iets anders betekent dan op de andere leeftijd. En dat hij door zo te praten tegen kinderen geplaagd gaat worden. Wat de meisjes gezegd hebben weet ik niet. Misschien hebben ze hem helemaal niet geplaagd maar heeft hij hun antwoorden zo geïnterpreteerd. Hij moet uitgelegd krijgen hoe die dingen werken. Dat de dingen die hij kan voor zijn leeftijd best aardig zijn, maar dat als hij wat ouder is dat hij dan waarschijnlijk veel meer kan. En dan lijkt wat hij nu kan nog eigenlijk nog niet zo veel te zijn. En wedstrijdje spelen is alleen leuk als het gelijkwaardig is: twee kinderen die even groot zijn allebei op de fiets bijvoorbeeld. En dat je dan ook kan verliezen en dat hoort en dan ook bij. Hij heeft hier nog geen flauw idee van. Al die dingen worden in zijn hersens niet of op een verkeerde manier gecombineerd. Gelukkig is hij nog zo klein  dat hij er niet veel mee geplaagd wordt, nóg niet…. Dus hij zal steeds meer moeten gaan leren hoe die dingen werken. Allemaal op een verbale manier,  vanuit een concreet voorbeeld. Wat geen garantie is dat hij het in een iets andere situatie begrijpt en toepast.

stationVanmiddag was hij als enige van de drie kleinkinderen bij ons. Hij gebruikte de  kamer, serre en keuken om zich in een fantasiewereld uit te leven. Overal kwamen stations, reden er treinen en auto’s, gebeurden er ongelukken waar prorail bij te pas moest komen en ook klonken er herhaaldelijk sirenes van ambulances. Intussen zong hij van alles. Vooral ook een liedje over koningsdag. Met zijn prachtige stem, loepzuiver en muzikaal. En voor het eten deed hij weer braaf zijn logopedie oefeningetjes om zijn lipspieren te versterken, die door zijn vroeggeboorte niet goed ontwikkeld zijn. Op weg naar huis was er geen wedstrijdje.  Maar hij kreeg thuis wél een gezelligheidshapje!

 

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties