Klappen in onze melkweg

De maan draait om de aarde, de aarde draait om de zon, de zon draait om de kern van onze melkweg, onze Melkweg beweegt rond de kern van onze melkwegcluster en zo zou je theoretisch door kunnen gaan. Tot zover is alles “normaal”. Maar: we weten dat niet alles even mooi beweegt. Bijvoorbeeld in ons zonnestelsel hebben niet alle manen een mooie ellipsvormige baan. Sommige bewegen zelfs de verkeerde kant uit zoals Deimos, een van de manen van Mars. Ook andere bewegingen zijn soms afwijkend. De planeten draaien om hun as, allemaal in een vlak dat verklaard kan worden uit de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel. Maar de richting van de draaïing van Uranus wijkt hier sterk van af. Veel afwijkingen kunnen verklaard worden, zo zijn sommige manen van planeten eigenlijk ingevangen asteroïden of er hebben in het verre verleden botsingen plaats gevonden waardoor de banen uit het lood geslagen zijn. Het lijkt logisch dat dit soort ongelukken overal kunnen gebeuren, maar hoe verder weg in het heelal, hoe moeilijker dat te zien of te meten valt. 500 miljoen jaar geleden was het dwergmelkwegstelsel Sagittarius gevaarlijk dicht in de buurt van onze melkweg en het zou zo maar kunnen zijn dat dat toen tot een ongeluk heeft geleid. (Amina Helmi, sterrenkundige in een artikel van George van Hal in de Volkskrant van vrijdag 21 september 2018). Men is nu bewegingen van sterren in onze melkweg op het spoor gekomen die anders zijn als eerder logischerwijs gedacht werd en de botsing (of het schampschot) van ons melkwegstelsel met Sagittarius zou daarvoor een verklaring kunnen zijn. Door van miljoenen sterren de posities en de snelheden te meten is men hier achter gekomen. Tussen 300 en 900 miljoen jaar geleden in ieder geval moet er iets heftigs gebeurd zijn.

sagittariusOver dit dwerg melkwegstelsel lezen we nog het volgende op een site van de nasa: het is een van de meest recent ontdekte leden van de Lokale Groep en bevindt zich momenteel in een zeer nabije ontmoeting met ons Melkwegstelsel.  Het is verrassend dat de dwerg tot nu toe niet lijkt te zijn verstoord door de nabijheid van zijn grote broer. Dit feit is een aanwijzing voor de ongewoon hoge concentratie van donkere materie in dit kleine stelsel. Het is een vrij oud sterrenstelsel met weinig interstellair stof en bestaat grotendeels uit oudere en metaalarme sterren. Toch zijn er ook gebieden in dit stelsel met sterren van een leeftijd van slechts enkele honderden miljoenen jaren, die wel veel metaal bevatten.

Wat is het gevolg van al die klappen? In ons zonnestelsel is er een zeker evenwicht bereikt doordat alle banen van de planeten op elkaar inwerken.  Maar na een botsing moet alles weer een nieuw evenwicht bereiken. Dat zal ongetwijfeld in het hele zonnestelsel voortdurend doorwerken. Veranderingen op aarde kunnen plotseling zijn door de inslag van een grote meteoriet. Maar een gebeurtenis een eind verder in het zonnestelsel zal ook zijn invloed hebben, alhoewel dat waarschijnlijk een meer geleidelijke verandering tot gevolg zal hebben.

En hoe zit dat op micro-niveau? Wat voor gevolgen hebben moleculaire of atomaire “rampen”? Misschien moet het wel zo zijn, hoort het er gewoon bij. Zoals vrede pas zin heeft als er ook af en toe oorlog is. Zoals er ook in de natuur voortdurend nieuwe evenwichten tot stand komen. Zoals alles lekker gaat ruiken na een stevig onweer.

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Über Liebe und Hass

Sofia Goebaidoelina zei dat ze nog nooit een werk had geschreven met een boodschap, totdat ze bezig ging zijn met “Über Liebe und Hass”. Het werk ging in 2016 in premiëre, maar de componist was niet tevreden en ging er nog eens twee jaar aan knutselen. Veel werd veranderd, er werden ook delen toegevoegd. Nu zijn het 15 delen geworden, 14 met tekst, daarnaast is er nog een puur instrumentaal deel. De tekst is gebaseerd op een eeuwenoud gebed, dat door sommigen aan Franciscus van Assisië wordt toegeschreven. Moet je naar het hele werk luisteren? Eigenlijk wel, maar dat is dan wel een grote opgave, omdat er erg veel van je gevraagd wordt. Ik denk dat het beter is om naar losse delen te luisteren. Elk deel heeft zijn eigen spanningsboog en intentie. Misschien als je het stuk goed kent dat het dan goed is op te brengen om het geheel tot je te nemen. Enfin, na het werk nog eens op de radio gehoord te hebben ben ik er nog meer van overtuigd dat we te maken hebben met een fenomenaal werk. Graag wil ik jullie deelgenoot maken van mijn analyse van het eerste deel.

Anoniem, 1610, Rijksmuseum Amsterdammariakruis

Bij dit deel hoort het beeld van een grauwe nacht. Op Golgotha hangt de overleden Jezus nog aan het kruis, er naast staat een diepbedroefde Maria. Wat voelt zij? Droefheid, boosheid, angst, twjfel, hoop? Maar de verslagenheid en droefenis hebben nog de overhand. In vier episoden wordt dit beeld neergezet. Bij elke episode is er een andere solist die de tekst zingt, eerst een bas, dan een sopraan, dan een tenor en tot slot een alt. Elke episode heeft ook een andere lading. Bij episode 1 is het de droefenis, de donkere sfeer maar ook de hoop die er uit springen. Bij 2 horen we naast de grote droefenis die Maria bevangen heeft haar schreeuw om redding. Bij episode 3 klinkt de donkerte en grimmigheid van de haat en alle dingen die de mensheid en ook de geest van Maria in dit geval in hun greep hebben. Episode 4 zegt waar de oplossing ligt: de liefde. Dan is er misschien ook nog iets te zeggen over het gebruik van afwisselend de Duitse en de Russische taal. Behalve in episode 3, waar de tenor in het Russisch zingt, zingen de andere solisten in het Duits. Deze felle boze tenor komt in het Russisch beter over, luisterende naar de overige delen denk ik echer niet dat hier een tegenstelling Oost-West wordt gesuggereerd. De reciterende klanken van het koor in het tweede en vierde deel zijn steeds in het Russisch. Ze beelden de nachtelijke sfeer uit, maar tegelijk ervaar je er een soort kloostergebed in van monniken en zusters die door hun eindeloos bidden de wereld proberen te verbeteren, de liefde willen overbrengen.

Episode 1



Toen Jezus voor ons stierf, stond Maria, zijn moeder, aan zijn zijde

Zeer laag spreekt de bas de eerste regel uit, onderbroken door piano, slagwerk, klokken, contrabassen. Deze instrumenten beelden de stemming uit, zeer donker, zwaar, bedroefd. Slechts drie woorden in de eerste regel springen er een beetje uit: “uns”, iets hoger. Hij stierf immers voor ons, en daar zit de hoop, waar het uiteindelijk allemaal om zal gaan draaien. Verder “Mutter” en “Saite”. Allebei zeer geladen, intens bedroefd.

in de duisternis, die de aarde bedekte.
In de eindeloze dageraad van de Verrijzenis mocht zij daar staan als teken van onze hoop

Retorisch vallen vooral op “endlose Morgendämmerung”, de melodie gaat enerzijds omhoog maar is vooral zeer uitgerekt, om de tijdsduur te benadrukken, daarna ligt de melodie bij het woord “Auferstehung”, niet alleen hoog maar gaat nog verder omhoog, een verrijzenis dus. Op het einde wordt de begeleiding grimmig door de korte blaffende tonen van het lage hout.

dat wij op een dag met jou, o God, één worden met jou, in het licht dat in eeuwigheid schijnt.

De bas gaat steeds hoger zingen, maar uiteindelijk zijn de woorden “Licht” “scheint” en “Ewigkeit” allemaal even hoog. Ze beelden de allerhoogste uit.

Episode 2



De eindeloze dageraad van de verrijzenis.

Na een consonante inleiding van gebroken akkoorden in de piano, afgewisseld met serene strijkers die helemaal naar de hoogte reiken zingt het koor homofoon de tekst in het Russisch, elke stem op een reciteertoon. We horen een mineur akkoord in de tweede omkering. Dit recitatief waarin de sfeer van de eindeloze dageraad neergezet wordt en ook meer in het algemeen hoor ik er biddende mensen in, keert enkele keren terug na een zinsdeel of  volgende zin zoals die hier onder staan. Deze zinnen worden in het Duits gezongen door de sopraan.

Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd
en zo onrustig in mij?

Het woordje “betrübt” is laag en droef. “Unruhig” wordt met een iets sneller ritme gezongen.

Zoals een hert reikhalst naar levend water, zo verlangt mijn ziel, God, naar jou.

Deze zin gaat in stapjes de laagte in, het beeldt het bukken van het reikhalzende hert uit, maar ook de nederige houding van Maria.

Mijn ziel dorst naar God, die leven is.
Wanneer kan ik komen en het goddelijke aangezicht aanschouwen?

Nu wordt de muziek indringender, meer geladen, uiteindelijk gaat de melodie zeer steil omhoog. Deze zin klinkt als een vraag, als een smeekbede: och kon ik toch ook maar bij u zijn! Maria wil wil als het ware zelf ook dood om daardoor weer bij haar zoon te kunnen zijn.

Episode 3


Mijn ziel is in het midden der leeuwen,
ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, wier tanden spiesen en pijlen zijn,
en hun tong een scherp zwaard.
O God: breek hun tanden in hun mond.
Breek God de kiezen van de leeuwen af.
Elke dag trachten mijn vijanden mij op te slokken.
De ganse dag verdraaien zij mijn woorden.
Ze drommen samen en bespieden mij,
om mijn ziel te vangen.
Mijn God, ik steek mijn handen naar jou uit.
Mijn ziel schreeuwt tot jou.
Laat de belagers mijner ziel beschaamd worden.

Dit stuk wordt door de tenor gezongen in het Russisch. Tussen elke regel horen we korte dalende motieven van steeds 3 snelle noten, afgewisseld met gerommel en gegrom. De haat en woede in de menselijke geest worden uitgebeeld, en letterlijk: de leeuwen worden uitgebeeld! De zang zelf wordt bij de zinnetjes “en hun tong een scherp zwaard, O God: breek hun tanden in hun mond“ becommentarieerd door de laag spelende klarinet die ook motiefjes van drie chromatisch dalende tonen heeft. Door het enigszins versnellen van het tempo en doordat de begeleidende motiefjes steeds eerder komen wordt er naar een hoogtepunt toegewerkt. De laatste zinnen en met name “Mijn ziel schreeuwt tot u”: worden zeer hoog gezongen, uitgerekt. Na “ik steek mijn handen naar u uit” is er een korte stilte, alsof er gewacht wordt op antwoord. De episode eindigt met onheilspellend onregelmatig geroffel op de snaredrum.

Episode 4


De eindeloze dageraad van de Verrijzenis.
Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd?

Net als episode 2 begint nu weer het koor in het Russisch, ingeluid door een akkoord op de vibrafoon. Het akkoord dat nu klinkt is echter majeur, maar wordt in de melodie bij de zangers omspeeld met kleine secundes, waardoor er toch een bedroefde sfeer blijft hangen. Dubbel dus. Eerst de vrouwen, dan de mannen, die elkaar overlappen. Dan komt de solo van de alt. Zij zingt weer in het Duits. Haar bedroefde vraag mondt uit in een prachtig wegstervend geluid in de hoogte: trillertjes in de  strijkers, steeds hoger en wegstervende belletjes.

Zo klinken de vier episodes van het eerste deel achter elkaar:


Zie ook: De boodschap van Sofia Goebaidoelina

 

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , | 4 reacties

Stilte

Mieke Zijlmans schreef in Sir Edmund, een van de zaterdagbijlagen van de Volkskrant, over de betekenis van stilte in de muziek. Een onderwerp dat ook ik erg boeiend vind. Ze vertelt hoe Ligeti aan het einde van een stuk een aantal lege maten noteert. De dirigent blijft door dirigeren maar de musici spelen niet meer. Wat een goede zet! Ik erger me altijd aan het feit dat toeschouwers nog nauwelijks nadat de laatste noot verklonken is al beginnen te applaudisseren. De stilte hoort er, zeker bij een goed, ontroerend stuk, altijd bij. Die mag je niet wreed verstoren. Zaterdag liet Gergiev nadat de laatste noten van het imposante stuk van Goebaidoelina al verklonken waren zijn handen in een spannende dirigeerstand staan om ze pas na een hele tijd te ontspannen. Zelfs toen bleven de mensen nog enkele seconden stil voordat het applaus begon. Dát werkt!

Stilte aan het einde kan soms nog een extra dimensie hebben, als je iets weet over het stuk. “Die Kunst der Fuge” van Bach is een monumentaal werk, dat een ode is aan de scheppingskracht van de mens. Het meesterschap van Bach komt hier ten volle tot zijn recht. Negentien zogenaamde contrapuncti. Het zijn stukken zonder een voorgeschreven bezetting. Je kunt ze als goede organist op een orgel spelen. Je kunt ze ook alleen of met zijn tweeën op een of twee piano’s of clavecymbels spelen. Of een strijkkwartet kan ze uitvoeren. De fuga is als kunstvorm door Bach naar de hoogst denkbare hoogte gebracht. Het is bijna abstracte kunst geworden. Het gaat nergens over. Je kunt er beelden bij hebben als je wilt, maar liever nog zit je ademloos op het puntje van je stoel. In volle overgave laat je de overweldigende constructies over je heen komen. Je verblijft in een kolossale kathedraal, in een immense bijna hemelse ruimte waar het niet stil is, nee, de ruimte is gevuld met een niet menselijke lading. De cultuur van de mens reikt hier naar de natuur van het  goddelijke. Alleen: de laatste fuga is niet af. Deze fuga is blijven steken halverwege. Wat doe je dan als uitvoerende? Laat je hem door iemand afmaken en speel je zo het complete werk? Laat je deze fuga dan maar weg? Nee, veel muzikanten kiezen voor de meest elegante en voor mij ook de beste oplossing. Ze stoppen na de laatste noot die Bach nog aan het papier heeft toevertrouwd. De kathedraal stort daardoor niet in. Hij is wel onaf. De stilte is nu extra beklemmend. Je twijfelt zelfs of klappen na dit alles wel kan. Alles lijkt opeens te veel. Maar de stilte mag ook niet te lang duren. Hij werkt pas echt als hij ook weer overgaat in de orde van de dag. Dus dan toch maar applaus. Daarna klinkt er geroezemoes. De kerk loopt leeg. Alleen de koster blijft nog even peinzend staan voordat hij gaat afsluiten. Er staat trouwens nog iemand bij de toegangsdeur. De deur staat wijd open. Binnen was Bach. Buiten is de hemel.

noto

Hieronder het slot van contrapunctus XIX uit “Die Kunst der Fuge” van Johann Sebastian Bach, gespeeld door Musica Antiqua Köln. De muziek begint op het punt dat er een fugathema inzet op de noten Bb A C B. In het Duits heten deze noten B A C H. Bach zet hier nog eens fijntjes zijn handtekening. Dit thema vormt het geraamte van de architectuur van dit stuk. Tot aan het einde horen we zes keer dit thema met de noten B A C H, daarnaast nog een aantal keren op een andere toonhoogte of gespiegeld. Saen wordt het bouwwerk zo geschraagd. De eerste vier keer is volgens het boekje: origineel in de altviool, beantwoording een kwint hoger in de tweede viool. Na een kort tussenspel komt dit nog een keer: het origineel nu in de eerste viool, de beantwoording in de cello. Er volgt een wat langer tussenstuk, dan komt weer het originele thema in de altviool, maar nu antwoordt de tweede viool een kwart hoger in de omkering (de noten worden gespiegeld).  Bij de volgende twee inzetten zien we twee keer het origineel, maar in de vorm van een zogenaamd stretto: de beantwoording komt veel te vroeg, onmiddellijk al na een tel. Dan is er nog een losse inzet in de omkering in de cello, waarna er een klein slot wordt ingebouwd met een harmonische cadens in de vorm van de functies tussendominant-V-I. Dat stukje eindigt in C. Onmiddellijk daarna zitten we weer in de oude toonsoort D-mineur en komen er nog twee inzetten met de naam Bach, eerst in de tweede viool, een eind verder in het instrument waar deze fuga ook mee begon: in de altviool. Deze mag dan de tragiek van het stuk afmaken door nog drie maten verder te spelen en als enige over te blijven, er rest daarna slechts stilte. Hoe zou Bach verder hebben willen gaan? De lange tonen in de cello suggereren dat hij nu naar het einde toe wilde werken. Maar dat slot mogen we zelf verzinnen.

Luister naar dit stukje van de partituur en luister vooral ook naar het einde, naar de plotselinge stilte. Bij deze registratie duurt de stilte voor mij net enkele tellen te kort. Maar hij gaat wel mooi over in de kabbelende geluiden van stromend water: cultuur wordt natuur!

Kunst der Fuge_0001

Kunst der Fuge_0002

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De boodschap van Sofia Goebaidoelina

goebaidoelina-juli-2018

De Russische componist Sofia Goebaidoelina gaf mij in drie weken tijd drie keer een boodschap mee. De eerste keer via een interview in de Volkskrant op woensdag 29 augustus. Daar zegt ze: ‘Muziek herstelt de mystieke band met God’. De tweede boodschap werd gisteravond in de Doelen voorgelezen door Georges Wiegel. Ze had een brief geschreven omdat ze niet zelf aanwezig kon zijn bij haar wereldpremiëre. In die brief zei ze dat ze bang was voor de ontwikkelingen in de wereld en dat haar stuk daar een antwoord op probeert te geven. Haar tweede boodschap en antwoord was: Haat omzetten in liefde. De derde boodschap was de combinatie van de eerste twee boodschappen. Het was de muziek zelf die ik gisteravond hoorde. Een bijna bovenmenselijke poging om beide boodschappen in muziek uit te drukken. Vier solisten, twee koren en een symfonieorkest probeerden dat vorm te geven in de grote zaal van de Doelen van Rotterdam onder leiding van Valeri Gergiev.

Het stuk van bijna anderhalf uur is feitelijk een groot gebed maar ook een schreeuw om vrede. De titel, “Über Liebe und Hass”, is een tekst die door sommigen wordt toegeschreven aan Franciscus van Assisië. De muziek en de tekst was opgedeeld in vijftien delen. In het eerste deel horen we onder andere: ‘Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, wier tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard’. In strofe drie: Niets kan me van jouw liefde scheiden. Jij bent mijn beschermer, jij bent mijn reddende kracht. Ik wil jou volgen, waar jij leidt. O mijn God, ik geloof in jou.’ In strofe zes: ‘O heer, ik ben gezonken in de bodemloze modder, waarin men niet kan staan. Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij. Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd. Doodmoe zijn mijn ogen.’ In deel IX lijkt de haat te gaan overwinnen. ‘Heer! Ik steek mijn handen naar jou uit. Mijn ziel schreeuwt tot jou. Laat mijn vijanden beschaamd worden en verdwijnen. Vernietig ze ter wille van jou. Bekleed allen die mij het kwade wensen met schaamte en schande! Vernietig ze ter wille van jou. Ik haat! Ik haat? Ik? Haat?’ In de laatste strofe wendt de dichter zich tot de heilige geest. ‘O kom Heilige Geest. Adem in mij. Kom Heilige Geest, ontsteek in hen het vuur van jouw liefde. Ontsteek in mij het vuur van jouw liefde’.

Het begint met de droefenis en twijfel van Maria maar ik had ook associaties met de worstelingen van Jezus zelf in de nacht voordat hij opgepakt zou worden. Of met Johannes in de woestijn. Of misschien met iemand als Mandela op Robbeneiland. En qua muziek moest ik denken aan cantates van Bach. Waarbij vaak de worsteling van de zieke, die twijfelt en schreeuwt om hulp, maar die zich uiteindelijk overgeeft, een rol speelt (cantate 73 bijvoorbeeld). Twijfel, haat, liefde. Al die gevoelens wisselen zich af. Zo ook bij dit immense werk van Goebaidoelina.

Het was een eenmalige uitvoering. Het is allemaal te kostbaar. Vier solisten, twee koren, een groot symfonie orkest. Maar de uitvoering was subliem. En: alles is opgenomen en is maandag 17 september tijdens het avondconcert van Radio 4 om 8 uur uitgezonden. Ook wordt er een CD van gemaakt. Daar zullen waarschijnlijk ook de complete teksten aan worden toegevoegd. Dat zal nodig zijn, want het is een lang werk, waar je je helemaal aan moet overgeven en het bestuderen van de teksten kan helpen.

Het concert is terug te horen vio NPO radio 4. Klik op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-09-17 , ga naar het avondconcert van 20 uur en spoel door naar 0:43. Je zou eens kunnen beginnen met alleen het eerste deel te volgen. Alles is buitengewoon helder gezet, de tekst in dit deel is soms in het Russisch, meestal in het Duits. (In andere delen is dat anders, soms juist voornamelijk Russisch). Het orkest ondersteunt soms maar vooral omlijst het de zangers. Hier volgt de Nederlandse vertaling van Olga de Kort van deel I. Van dat deel heb ik ook nog een analyse gemaakt die je hier kunt terug vinden en waar je de vier episodes van deel 1 ook apart kunt beluisteren.

  1. Toen Jezus voor ons stierf

Toen Jezus voor ons stierf, stond Maria, zijn moeder, aan zijn zijde
in de duisternis, die de aarde bedekte.
In de eindeloze dageraad van de Verrijzenis mocht zij daar staan als teken van onze hoop
dat wij op een dag met jou, o God, één worden met jou, in het licht dat in eeuwigheid schijnt.

De eindeloze dageraad van de verrijzenis.
Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd en zo onrustig in mij?
Zoals een hert reikhalst naar levend water, zo verlangt mijn ziel, God, naar jou.
Mijn ziel dorst naar God, die leven is.
Wanneer kan ik komen en het goddelijke aangezicht aanschouwen?

Mijn ziel is in het midden der leeuwen,
ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, wier tanden spiesen en pijlen zijn,
en hun tong een scherp zwaard.
O God: breek hun tanden in hun mond.
Breek God de kiezen van de leeuwen af.
Elke dag trachten mijn vijanden mij op te slokken.
De ganse dag verdraaien zij mijn woorden.
Ze drommen samen en bespieden mij,
om mijn ziel te vangen.
Mijn God, ik steek mijn handen naar jou uit.
Mijn ziel schreeuwt tot jou.
Laat de belagers mijner ziel beschaamd worden.

De eindeloze dageraad van de Verrijzenis.
Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd?

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , | 2 reacties

Trein

Gisteravond was er op NPO2 een prachtige documentaire te zien over een autistische man van 44. Hij woonde nog thuis bij zijn bejaarde ouders en het zag er niet naar uit dat hij zelfstandig zou kunnen gaan wonen, alhoewel de documentaire eindigde met wat hoop. Kees, zo heette de man, was weg van treinen, van dingen natekenen en hij leerde Japans. Maar hij wilde altijd alleen eten want hij kon niet tegen andermans eetgeluiden en schold automobilisten of houtzagers uit voor rotte vis. Hij was compleet egocentrisch en hij was voortdurend bang. Wat daarbij verontrust is dat je ook afbeeldingen en stukjes film zag van een  vrolijke kleuter, van Kees toen hij nog klein was. Hoewel elk kind anders is en ook elke autist anders is slaat de angst toe dat ons kleinkind misschien ook zo’n toekomst tegemoet zou kunnen gaan zien.

Mijn oudste kleinzoon van vijf is nu al weer drie keer naar zijn nieuwe basisschool gegaan. Daarvoor was hij een dag met zijn moeder en met mij naar die school geweest om te kijken. Zijn moeder had hem terdege voorbereid op alles wat hij daar te zien zou krijgen. Binnengekomen gaf hij de juf een vluchtige hand maar stormde vervolgens onmiddellijk op het speelgoed af. Hij zag een doos met treinen en met houten treinrails! Daar ging hij mee aan de slag. Maar zijn spel werd steeds ruw doorbroken, want de juf wilde hem uitgebreid vertellen hoe alles werkte, waar hij kwam te zitten, hoe het naar de WC gaan ging enzovoort. De volgende dag zou deze juf er ook zijn maar de rest van de week had hij een andere juf. ‘Is die juf lief? Hoe ziet ze er uit?’ Hij wilde een nauwkeurige beschrijving van haar. Na de eerste dag was iedereen benieuwd, hoe zou het gegaan zijn? Pff, het was redelijk goed gegaan. Alleen de juf die zong ook in het Engels en dat mocht niet van hem. Hij vertelde dat hij ook had moeten huilen maar dat hij getroost was en dat het toen weer beter ging. Weer een dag later en vol spanning ging hij naar de nog onbekende juf. Ook dat was goed gegaan! Hij had van haar een chromebook gekregen met daarbij een opdracht, maar hij was toen al heel snel “naar youtube gegaan” op zoek naar filmpjes die hij leuk vindt. Foei, dat was niet de bedoeling! Na een hele tijd had hij tegen de juf gezegd: ’sorry juf dat ik naar youtube ging’. Verder had hij met een ander kind heel lang met de trein mogen spelen. En gym vond hij leuk, dat krijgen ze elke dag. De ergste spanning is er nu vanaf.

Al de dingen waar hij mee bezig is worden uitgebreid verwerkt, in zijn spel, in zijn tekeningen. Tot voor enkele weken was hij zeer gefascineerd door alles wat er bij hem binnen in zijn lichaam gebeurt. ‘Opa, wat is een endeldarm?’ Inmiddels kent hij de meeste organen en weet waar ze voor dienen. Omdat hij veel last van zijn darmen heeft gehad vraagt hij bij alles: ‘is dat goed voor de maag en de darmen? En zitten er ook vitaminen in?’ Enkele weken tekende hij voornamelijk mensen met daarin een slokdarm, longen, hart, maag, darmen. Maar nu zit hij weer helemaal in de treinfase.

Hieronder twee tekeningen die hij een week geleden maakte: eerst  een dubbeldekker met daarin allerlei mensen. Een meisje huilt omdat iets uit het raam is gevallen. Daarna een tekening met een oude stoomlocomotief.

tekening dubbeldekkertekening stoomtrein

Bij de dubbeldekker is opvallend hoe goed alles perspectivisch is getekend. Dat heeft niemand hem geleerd. Ik zal hem morgen als hij weer bij ons is vragen wat ONOON betekent.

Spelen met treinen doet hij meestal alleen, soms ook even met zijn broertje. Hieronder mag zijn broertje het knipperlicht van de overweg bedienen terwijl hij de trein langs laat komen. De trein gaat dan onder zijn buik door (door een tunnel).

spelen

Er gebeuren soms ook treinongelukken. Alles is dan een grote chaos en er ontstaat een file op de autoweg. Gelukkig is er dan een takelwagen om de ravage op te ruimen. 

ongeluk

En mij doet het uiteraard ook deugd dat hij zo muzikaal is. Hij kan echt goed luisteren, naar bestaande muziek, maar ook naar zich zelf als hij achter de piano improviseert.

Ik heb er alle vertrouwen in en ik hoop dat hij met de hulp van al die lieve en deskundige mensen in zijn omgeving gelukkig kan blijven en zich zodanig kan ontwikkelen dat hij later zelfstandig door het leven kan gaan.

Had hij ook een beeld bij zijn improvisatie achter de piano? Ik zal het hem eens vragen. Zou zomaar iets met treinen kunnen zijn…

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 5 reacties

De visioenen van Zacharias in de Hortus Deliciarum

Twee grote platen in dit boek uit het einde van de twaalfde eeuw gaan over de visioenen van Zacharias. Deze platen zijn nagetekend door Herrad von Landsberg of iemand die het deed in opdracht van haar. Ze zijn nagetekend van het koorgewelf van de Servaaskerk van Maastricht. In twee andere artikelen kun je meer lezen over Herrad von Landsberg of over het koorgewelf van de Servaas.

Voor een goed begrip van de compositie van de visioenen van Zacharias in de Hortus Deliciarum moet je eerst de hoofdstukken 3, 4 en 5 uit deze profetie lezen. Verder moet je weten dat Josua als hogepriester stond voor het geestelijke leiderschap van het joodse volk, en Zerubabel voor het wereldse leiderschap.  Alles speelt zich af niet lang nadat een relatief klein deel van het Joodse volk Babylon had verlaten en zich rond Jeruzalem had gevestigd. De slechte daden en zonden, begaan in Babylon, waren nog niet vergeten en een voorbeeldig leven was nog geen gemeengoed. Het opnieuw opbouwen van de verwoeste tempel zou verbetering moeten brengen.

Het gaat om twee grote platen, die allebei twee scenes bevatten. Deze vier scenes worden nu afzonderlijk besproken.

Plaat 1

plaat1-klein

Het basisidee zien we rechts boven op plaat 1: het hele mysterie van dit visioen refereert aan het priesterschap van het nieuwe testament, waarvan het oude testament een voor-afbeelding is. (Mysterium totius visionis hujus pulchra varietate spectat ad novum sacerdotium a veteri figuraliter deumbratum).

Dan nu de vier scenes.

Op plaat 1 zien we bovenaan in het centrum een engel, “Angelus consilli” (de engel van het recht, die meestal ook voor Christus zelf staat). Aan zijn rechterzijde zien we een man die uitgekleed wordt door twee engelen.

plaat1aDit is de hogepriester Josua. Hij was vastbesloten om de tempel van Jeruzalem te herbouwen.  Tegelijk moest  hij de mensen er van doordringen hun zondige bestaan vaarwel te zeggen. Maar dat kon alleen als de tempel herbouwd was. Tot die tijd zou ook hij zelf de zondenlast blijven dragen. Satan weet dit en benadert hem met een vork en zegt dat hij hem zijn macht zal afnemen: “Increpit Dominus in te, Satan” (Zacharias III.2).

plaat1bDe engel van het recht  zegt tot de engelen die voor hem staan: ‘Trek hem zijn vieze kleren uit’, dan zegt hij tot Josua: ‘Ik haal de zonde bij jou weg‘. En tot de engelen aan zijn linkerzijde zegt hij: ‘zet hem een mooie tulband op zijn hoofd en trek hem mooie kleren aan.’

plaat1cOok dat tafereel wordt weergegeven en een peinzende Zacharias aanschouwt dit visioen waarbij Josua als hogepriester duidelijk de voorafbeelding is van het priesterschap van de latere Christenen. (Auferte vestimenta sordida ab eo. – Ecce abstuli a te iniquitatem tuam. Ponite cidarum mundam super caput ejus et induite eum mutatoriis, Zach III 4-5)

Onder aan plaat 1 zien we een candelabrum, een lampenhouder met zeven houders.

plaat1dZacharias beschrijft dit visioen: ‘ik zie een candelabrum van goud met zeven houders die ontgroeien aan twee takken‘. De engel legt hem dit visioen uit: ´dit is het woord dat de heer spreekt tot Zerubabel. Je moet niet geloven in een leger, ook niet in menselijke kracht, maar je moet geloven in mijn geesteskracht.‘ De kandelaar staat voor de heilige geest. De zeven krachten van de geest, die we ook weer zien op plaat 2 in de steen, worden hier vertegenwoordigd. Geen enkel menselijke macht kan de kracht van de Heilige geest weerstaan. Dit wordt uitgebeeld door een berg waarachter soldaten staan.

plaat1eAls tekst lezen we: ‘wat stel jij voor, grote berg voor Zerubabel? Je zult geslecht worden. En dan zul je stenen leveren voor het fundament van de tempel en hij zal schoonheid op schoonheid stapelen.‘ (Quis tu mons magne, coram Zorobabel, ut adverseris ei?” Zach. IV,7)

Plaat 2

plaat2-kleinCentraal op het bovenste deel van plaat 2 zien we Christus. Hij wordt omgeven door vier lijdenswerktuigen. Rechts van hem het kruis met daar door heen de doornen kroon, links van hem de lans en de spons op een stok. Hij spreidt zijn armen als wil hij al de zegeningen van de verlossing tonen. ‘Houdt stand’, zegt hij, ‘ik zal in een enkele dag al de ongelijkheden van deze wereld wegvagen‘. (Ecce ego auferam inequitatem universae terrae in die una, Zach III,9).

plaat2aVoor hem ligt een stenen tafel waarin zeven ogen zijn gegraveerd. Deze steen zag Zacharias in zijn profetische visioen en de zeven ogen stellen Christus voor, begiftigd met de zeven gaven van de heilige geest. Dat zijn wijsheid, begrip, rechtvaardigheid, kracht, kennis, vroomheid, en godsvrees. (“Lapis hic quem Zacharias vidit, qui septem oculos habuit, est Christus qui septem donis Spiritus sancti plenus fuit”) Van uit de zeven ogen stralen bundels vuur naar zeven duiven waarbij de Latijnse opschriften van de deugden staan.

plaat2bRechts van Christus, maar buiten de glorie die de stenen tafel omsluit, zien we weer de hogepriester Josua, gekleed als een bisschop. Er naast lezen we: ‘Josua de hogepriester is de transfiguratie van de ware Jezus Christus, geëerd en bevrijd van de zonden van de Satan.’ (“Jesus sacerdos magnus, veri figura Jesu Christi. Liberati et glorificati a laqueis insidiarum Sathane”). Links van Christus zien we een engel met een boekrol met de volgende woorden: ‘Luister, Josua, hogepriester, jij en ook je vrienden die voor je zitten, want zij zijn de profeten’.

plaat2cDeze woorden zijn geschreven naast drie mannen onder een vijgenboom, aan de andere kant zien we vier apostelen (zie een afbeelding daarvoor) als de armen van Christus onder een druivenstok. (In die illa vocavit vir amicum suum supter vineam et super ficum suam, Zach V,3)

Om de vrede te kunnen bereiken zal er echter eerst afstand genomen moeten worden van de zonde, en dat wordt uitgebeeld in het onderste deel van plaat 2. We zien hoe Zacharias weer een visioen krijgt: ‘Ik zie een vliegende boekrol. Deze boekrol zal over het hele land vliegen en iedereen die steelt zal worden berecht, iedereen die meineed pleegt zal worden berecht, afhankelijk van diens misdaden.’

plaat2dIn het centrum zien we een gevleugelde vrouw die een efa draagt met een vrouw er in (Een efa is een meelvat, een vat met een vaste grootte als een meet-instrument). De profeet vraagt: ‘wie is die vrouw in de efa?’  De engel antwoordt: ‘zij is de slechtheid‘. Vervolgens wordt de efa gesloten. (Haec est maledictio quae egreditur super faciem omnis terrae, quia omnis fur, sicut et omnis jurans ex hoc similiter judicabitur scriptum est, judicabitur” (Zach. V,3). Volgens de schrift vertegenwoordigt deze vrouw het onrecht van fraudulees wegen en meten. Iets dat in die tijd zeer speelde. Het moest ver achter hen gelaten worden, na de slechte en zondige  tijd in Babylon. Twee gevleugelde vrouwen dragen de efa naar Babylon, gesymboliseerd door twee torens. Aan de voet van de stad zien we onreine dieren als symbool van de slechtheid van de stad. De slechtheid wordt weer terug gebracht naar waar hij vandaan kwam: Babylon.

plaat2e

In de Servaaskerk van Maastricht zijn deze afbeeldingen gebruikt in combinatie met onder meer de Noodkist. Ze vertellen daar dat de orde van Christus bereikt kan worden door eerst de wereld ordelijk in te richten. En dat was wat de Rooms-Duitse keizer als belangrijkste missie zag: een grote Christelijke wereld onder zijn leiding, in navolging van het ideaal van Karel de Grote.

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 1 reactie

Het iconografische programma van het koor van de Servaaskerk van Maastricht in de twaalfde eeuw

Oogverblindend mooi moeten de schilderingen zijn geweest in de Servaaskerk. Begin dertiende eeuw lezen we een ooggetuigenverslag bij Oskar von Wolkenstein. Hij roemt de Maastrichtse schilders naast die van Keulen als de beste van Europa. 

“Als uns diu âventiure gieht, von Kölne noch von Mâstrieht, kein schiltaere entwürfe in baz, den alser ûfem orse saz”. Hier wordt beschreven hoe mooi het was hoe Parcival op zijn paard zat. In meer modern Nederlands staat er:  “Zoals het verhaal gaat,  geen schilder, zelfs niet die van Keulen of Maastricht, zouden kunnen schilderen hoe hij op zijn paard zat.”

Maar de schilderingen zijn verdwenen. Of toch niet helemaal? Toen Cuijpers in de negentiende eeuw met zijn restauratie begon ontdekte hij al schoonmakende dat er nog een restant bewaard was gebleven. Hij tekende dat na. Daarna werd er een nieuw concept gemaakt van de schilderingen van het koorgewelf en dit concept werd uitgevoerd.  Maar wat zou er op de originele afbeeldingen gestaan hebben? En wat maakte ze zo bijzonder?

Beetje bij beetje zijn we hier inmiddels meer over te weten gekomen. En achter het geheel zat een strak plan. Op een slinkse manier moest Servaas op een voetstuk worden getild. Dit om de bedevaartsplaats aan aanzien te laten winnen. Maar vooral ook: het moest het ideaal van de Rooms-Duitse keizer uitdragen. De Ordo Divine.

Wat is er bewaard gebleven. De noodkist! In de twaalfde eeuw werd een prachtige kist van verguld koper gemaakt, met er op een verhaal dat meer was dan alleen maar een verhaal over het leven na de dood.

noodkist1-kleinnoodkist2-klein

Het al bestaande altaar werd vergroot en de noodkist kreeg een prominente plaats op dat altaar, op een hoge plaats en er onder twee plakkaten met de afbeelding van de opdrachtgevers. Het geheel werd ingebouwd in een jammer genoeg verdwenen retabel. En er werden schilders gezocht. Deze schilders moesten boven deze noodkist een plafondschildering maken met als thema  de profetie van Zacharias. Er was geen enkel voorbeeld van. En deze plafondschildering, in vier episoden, vertelde niet alleen het verhaal van het oude testament, maar ook Servaas kreeg er een rol in. De hogepriester Josua, die de Israelieten op het rechte pad moest brengen en de tempel van Jeruzalem probeerde te herbouwen, stond voor het priesterschap van de tijd na Christus, nee, hij stond voor een bisschop, nee, hij stond voor Servaas! Josua wordt uitgekleed en daardoor verlost van zijn zonden, opnieuw aangekleed, als bisschop! Dit alles hoeft nog niets te betekenen, ware het niet dat op de noodkist eveneens het uitkleden van Servatius wordt weergegeven. Hij gaat naar een andere wereld na zijn dood, om te verrijzen als een heilige die vereerd moet worden. De oudtestamentische Josua lijkt wel een voorafbeelding van de latere bisschop Servaas. Je moet het maar durven. Ja ze hadden ook al in een stamboom Servaas laten afstammen van de familie van Maria… (Henric van Veldeke)

koepel-ahsmann-kleinHoe weten we dat nu? Wat Cuijpers vond waren maar enkele losse details van de plafondschildering. Maar genoeg om een opmerkelijke overeenkomst te laten zien met twee platen in een boek uit eind twaalfde eeuw, niet zo lang nadat de plafondschilderingen waren gemaakt. Het betreffende boek is een soort encyclopedie bestemd voor de nonnen van een klooster, en samengesteld door abdis Herrad von Landsberg . Het boek heet “Hortus Deliciarum” (“Tuin der kostelijkheden”) en is geschreven tussen 1175 en 1195. Herrad von Landsberg was tussen 1167 en 1195 abdis van het klooster Hohenburg op de Odilienberg in de Elzas. Ze was een tijdgenoot van Hildegard von Bingen, maar dus ook van keizer Barbarossa en belangrijke mensen die aan hem gelieerd waren, zoals de proost van het kapittel van Servaas. Pas in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw is de overeenkomst ontdekt. Wetenschappers die zich bezig hielden met de Hortus Deliciarum hadden zich al het hoofd gebroken over de twee platen, omdat ze niet wisten hoe die tot stand waren gekomen. Men vermoedde dat ze wellicht overgetekend waren naar een voorbeeld in een koepelgewelf van een kerk. Maar men kende geen enkele kerk waar de profetie van Zacharias werd uitgebeeld. Totdat de tekeningen die Cuijpers een eeuw daarvoor gemaakt had er bij werden gehaald. Alles paste perfect. Men denkt dus nu dat de afbeeldingen in de encyclopedie, niet zo heel lang nadat de schilderingen van de Servaas tot stand zijn gekomen, in dat boek zijn overgenomen. In een volgend artikel zal ik de plafondschilderingen van de Servaas zoals ze in de Hortus Deliciarum staan nog eens apart behandelen en uitleggen. De huidige plafondschilderingen in de Servaaskerk zijn overigens voor een klein deel vergelijkbaar met de originele.

Rainald von Dassel  en Christian von Buch

Het iconografische programma van de Servaaskerk blijkt na analyse gelijkenissen te vertonen met dat van Schwarzrheindorf en dat van Hildesheim.  Ook het altaar in de kathedraal van Milaan heeft overeenkomsten. Kan dat? Ja, waarschijnlijk wel,  en wel via de persoon Rainald von Dassel. Rainald von Dassel leefde van 1120 tot 1167. Van 1148-1167 was hij proost van het kathedrale kapittel van Hildesheim. Vanaf 1156 was hij tevens rijkskanselier onder keizer Barbarossa. In 1159 werd hij aartsbisschop van Keulen. Daarnaast was hij sterk betrokken bij de diverse oorlogen en onderhandelingen in Italië. Als zodanig werd hij benoemd tot kanselier van Italië. Uit Milaan nam hij de reliquiën van de “Drie Koningen” mee en maakte daarmee in een klap Keulen tot een zeer belangrijk bedevaartsoord. Hij zal zeker bekend zijn geweest met de kerk van Ambrosius van Milaan en het iconografische schema van het altaar aldaar. Zoals gezegd was hij proost in Hildesheim, de stad waar hij ook zijn opleiding had genoten aan de kapittelschool. Hij had vaak contact met Wibald van Stavelot, die het iconografische programma van de kerk in Schwarzrheindorf ontwierp. Daar stonden de profetiën van Ezechiël centraal. Rainer von Dassel was in de tijd dat hij rijkskanselier was ook hoogproost van de Servaaskerk van Maastricht. Het lijkt er op dat Rainald von Dassel, gezien zijn grote kennis van iconografie, een belangrijke rol heeft gespeeld bij het nieuwe iconografische programma van de Servaaskerk. Een tweede persoon die daar een rol in gespeeld kan hebben is Christian von Buch. Deze persoon is afkomstig van een grafelijk geslacht uit Thüringen. Zeer goed opgeleid en begaafd (hij sprak maar liefst zeven talen!) werd hij in 1165 aartsbisschop van Mainz. Dat bleef hij tot zijn dood in 1183. Daarnaast was hij proost van diverse kapittels en  vertrouweling van de heer van de Wartburg in zijn geboortestreek.  In 1162 volgde hij Rainald van Dassel op als rijkskanselier en daarmee werd hij tegelijk ook diens opvolger als hoogproost van de Servaaskerk. Hij was verantwoordelijk voor het nieuwe westwerk van de Servaas, zoals de keizerzaal en het iconografische programma van vele sculpturen. (Zoals de beroemde sculptuur die er nog staat waarin Servaas gelijk gesteld wordt aan Petrus!!) Rainer von Dassel  en Christian von Buch zijn denken we nu de twee figuren die te zien zijn op twee sculpturen die bij het hoogaltaar van de Servaaskerk hebben gestaan, jammer genoeg na de Franse tijd verkocht en nu te zien in Brussel.

zijpanelen-kleinTwee aartsbisschoppen kijken naar boven en ontvangen van engelen een kroon. Deze twee opdrachtgevers, zo denken we,  mogen zo een hemelse intocht verwachten na hun dood. Wat was hun betekenis verder: deze twee mannen speelden een cruciale rol in het uitdragen van de ideologie van het Heilige Roomse Rijk en droegen in sterke mate bij aan het behalen van politieke successen om dat rijk de beoogde grandeur te geven. Het ging voor hun om het herstellen van de goddelijke orde, die vanaf het begin van de investituurstrijd dreigde verloren te gaan: de keizer was belangrijker dan de paus en moest zorg dragen voor de Christelijke eenheid. Op een van de facades van deze panelen bij de noodkist zien we niet voor niets de Duitse adelaar.

rijksadelaarAls aartsbisschoppen waren ze niet door de paus maar door Frederik Barbarossa aangesteld. Op de twee panelen richten ze hun blik op Servatius, die boven hen in de noodkist ligt. Servaas was de favoriete bisschop van Karel de Grote, de grote voorganger van de keizer.  Servaas staat voor het prototype van de rijksbisschop, de bisschop die door de keizer wordt benoemd en niet door de paus. Daarover ging immers de investituurstrijd… . Wie van de twee op die afbeeldingen  is nu Rainald en wie is Christian? In die tijd werden portretten meestal geïdealiseerd. Maar toch kunnen we met een zekere waarschijnlijkheid zeggen wie wie is. Bij het rechter paneel is de kroon door God al geaccepteerd. Hier gaat het om Rainald von Dassel, die bij het vervaardigen van deze panelen waarschijnlijk al was gestorven. Waarschijnlijk is het hele altaar ensemble ontworpen en vervaardigd tussen 1162 en 1167.

Fred Ahsmann heeft in een zeer uitvoerige en prachtige studie weten te achterhalen hoe altaar en omgeving er in 1170 uitzagen. Zijn in het Engels geschreven boek heeft de titel “Order and Confusion”. Hij probeert aan het einde van het boek te achterhalen wat het hele iconografische programma nu eigenlijk inhoudt. Zo ongeveer zou het koor er dus in die tijd uitgezien kunnen hebben. Bij het altaar, klein, hoog in het midden zie je de noodkist. Links en rechts schuin daaronder de panelen met de sculpturen van de twee opdrachtgevers. Op het plafond de schilderijen zoals ze daarna overgetekend zijn in het Hortus Deliciarum. Het schilderij links, Jonas met de walvis, is ook in dat boek nagetekend.

koor-ahsman-klein

  • Als we naar het geheel kijken zien we hoe de noodkist naar de kerk is gericht, naar het westen. We kijken dus daarop naar de beeltenis van Servaas. Op het gewelf zien we in het westen de engel des heren en de priester Josua. (Hier niet goed te zien maar ik zal in een volgend artikel hier nog uitgebreid op ingaan). Zoals Josua zijn oude kleren afdoet en geheiligd wordt, zo kunnen we ook Servatius zien als de priester die ons zelfs na zijn dood kan helpen. Hij doet zijn kleren uit en wordt ten grave gedragen. Ook zouden we kunnen zeggen: de westelijke afbeelding toont Josua die in het oude testament zijn kleren afwerpt en dan in het nieuwe testament (zo staat het niet in de bijbel) nieuwe bisschopskleren krijgt. Josua is daarmee een voorafbeelding van de bisschop Servaas!  Die we dus op de westkant van de noodkist zien!
  • Op de noodkist zien we in het oosten Christus. In het gewelf zien we in het oosten de ecclesia en de zevenarmige kandelaar. De Angelus Consilii (Christus) wordt indirect de keizer.
  • Op de kist zien we aan de zuidkant de verdoemden. Dit is ook zo in het gewelf, daar zien we in het zuidelijke kwadrant de toren van Babel en duivelse dieren. Verder zien we daar de vrouw in het vat en de zonden van Babylon. Behalve de verdoemden zien we op de noodkist in het zuiden de aartsengel Michael, de aanvoerder van de hemelse troepen.
  • De noordkant representeert het hemelse Jeruzalem. We zien de zeven stenen met de zeven duiven. Ze staan voor de werken van de heilige geest. Maar wie draagt die werken van de heilige geest uit? We zien het al bij het beroemde portaal van Autun uit dezelfde tijd:  het zijn de apostelen die zich moeten verspreiden over de wereld om het woord uit te dragen. Het komt vaker voor dat we deze zeven stenen zien in combinatie met apostelen. Hier kunnen we de zes apostelen onder leiding van Petrus aan de noordkant van de noodkist associëren met deze zending van de duif en de heilige geest. Verder zien we de rechtvaardigen.

Wat is zo het hoofdthema van deze opstelling in de twaalfde eeuw rond het altaar in de Servaaskerk? De door de keizer benoemde bisschoppen en de keizer zijn degenen die als soldaten van Christus Gods Rijk op aarde moeten verwezenlijken. Als dat gelukt is komt het einde der tijden, het hemelse Jeruzalem en de verlossing van de mensheid in zicht. Servaas speelde in deze visie een belangrijke rol. Hij kon vanuit zijn functie iedereen zowel verdoemen als redden. Hij had immers niet voor niets volgens de sage van Petrus zelf de sleutel gekregen. Door de tegenstanders van de keizer te verslaan (confusio) kon er orde, nodig voor het hemelse rijk ontstaan (Ordo). Het omvattende iconografische thema in de Servaas is zo: ordo et confusio.

Het zeer omvangrijke boek “Order and Confusion” van Fred Ahsmann probeert deze stelling dus uit te leggen. Vanuit alles wat er nog bewaard is gebleven in de Servaas, vanuit geschriften, vanuit vergelijkingen met andere kerken, vanuit de politieke realiteit van die dagen. Het is een prachtig boek dat weet te overtuigen maar dat ook ongelooflijk veel uniek beeldmateriaal bevat.

  • Order and confusion, Fred Ahsmann, Clavis, kunsthistorische monografieën deel XXIV, 2017. ISBN 978-90-75616-13-2
  • Hortus deliciarum, Herrad of Landsberg, Caratzas brothers, New York, 1977, ISBN 0-89241-002-7. Reprint van de originele bewaard gebleven kopieën van het boek van rond 1190, met uitgebreid Engelstalig commentaar op de nevenliggende pagina’s.
Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie