Herfst in Exloo

Vlakbij Exloo ligt “het Molenveld”. Vanaf ons huisje liep je er zo naar toe. Wat een prachtig natuurgebied hebben die mensen daar, zo maar om de hoek. Stak je de provinciale weg, de N34 over, dan kwam je in de nog meer uitgestrekte “Boswachterij Odoorn” uit. Er zat een eenzame schaapsherder met zijn kudde. Twee dagen begonnen met een beetje motregen. We gingen gewoon zitten op de paraplu. Maar ook felle zon. En tussen het talrijke veenmos of onder de dennen zag je overal paddenstoelen. We lunchten bij een uitkijktoren met een prachtig restaurant, de “Poolshoogte”. We zagen eieren van een kikker, uitgebraakt door een reiger toen deze in zijn maag begonnen te zwellen. Maar vooral genoten we van de heerlijke stilte. En van de geur van heide, ook al is ze uitgebloeid, op enkele struikjes dopheide na. Ook zagen we nog enkele grasklokjes. En tijdens twee avonden was er een mooie sterrenhemel. Zelfs met vallende sterren.. Alleen al daarom: wat een armoede hebben we toch in een groot deel van Nederland…

Ik heb enkele foto’s die ik maakte geselecteerd en er een muziekje voor gitaar onder gezet dat ik enkele jaren geleden componeerde. Zo krijg je wat mij betreft een mooie impressie van een heerlijke korte vakantie.

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Een zon die is ontploft

‘Onze zon gaat ontploffen’. De presentator herhaalde zijn woorden. De ongeveer 12 kinderen in de zaal lagen aan zijn lippen. “Wij gaan dan op in de zon. De zon wordt dan zo groot dat de hele aarde wordt opgeslokt’.

Elke ster komt ooit aan zijn einde. Afhankelijk van een aantal factoren kan dat op verschillende manieren gebeuren. De meest voorkomende is dat de ster verandert in een supernova en daarna verder inkrimpt. Als een ster supernova wordt dan is dat een spectaculair verschijnsel. Als uit het niets verschijnt er een soms ongelooflijk heldere bal aan de hemel die na een aantal dagen of weken weer verdwijnt. Historische waarnemingen werden o.a. in de elfde eeuw gedaan.

Op wikipedia lezen we: na een supernova kan van de ster een zogenaamde neutronenster overblijven: een klein, superzwaar lichaam, of als de massa daar groot genoeg voor was, een zwart gat, een lichaam zo zwaar dat zelfs licht niet kan ontsnappen aan zijn zwaartekracht. De lagen van de ster die bij de explosie worden afgestoten, worden na enkele jaren voor telescopen zichtbaar als een zich uitbreidende nevelvlek, de supernovarest. Een voorbeeld is de Krabnevel, die ontstaan is bij een supernova die werd waargenomen in het jaar 1054. Maar met een telescoop kun  je hem nog lang daarna toch nog zien.

Een dergelijk restant heb ik gisteravond met de grootste telescoop van Nederland, die van het planetron van Dwingeloo, gezien. Ik heb dezelfde afbeelding op internet niet terug gevonden maar ik vind het toch leuk om een vergelijkbare afbeelding te tonen.

ontploftester

Het planetron van Dwingeloo heeft enkele zeer bekwame mensen in dienst die de presentaties verzorgen. Er is een grote ruimte waar je zelf van alles kunt zien wat met ruimtevaart, planeten, sterren en ga zo maar door te maken heeft. Ook zijn daar leuke animaties en films te zien.

planetron-1

planetron-2Maar een eerste hoogtepunt is de presentatie in de grote theaterkoepelzaal. In een uur tijd wordt je via zon en maan geleid naar het zonnestelsel, melkwegstelsels en melkwegclusters totdat je uiteindelijk uit komt bij waarnemingen van de Hubble telescoop. Hij heeft in 2012 opnamen gemaakt van gebeurtenissen die plaats vonden slechts 0,4 tot 1 biljoen jaar na de oerknal.  De oerknal zelf vond 13,7 biljoen jaar geleden plaats, dus we zijn door middel van deze foto’s relatief gezien vlak bij het begin van deze oerknal. De Hubble telescoop fotografeerde tot in detail een klein ruitvormig stukje aan de hemel en keek op die manier dwars door ons huidige melkwegstelsels en naburige melkwegstelsels heen naar heel erg ver verwijderde  melkwegstelsels. Of ze er nu nog zijn is maar zeer de vraag, waarschijnlijk niet. Het licht van deze stelsels is biljoenen lichtjaren geleden uitgezonden!

hubble-1

Hieronder zie je bij XDF het ruitvormige deel van de hemel welk de Hubble fotografeerde. Ter vergelijking zie je de maanbol zoals die aan de hemel kan staan.hubble3

Hier onder zie je dat de foto met de melkwegclusters die Hubble fotografeerde objecten bevat waarvan het licht van 0,4 tot 1 biljoen jaar na de oerknal is uitgezonden.

hubble4

Bij deze presentatie zag je daarna de sterrenhemel zoals hij er op dit moment in Nederland uitziet, geprojecteerd op de koepel, maar tegelijkertijd  zoals je hem in werkelijkheid nooit zult zien. Je zag namelijk ongelooflijk veel sterren, en het verschil in magnitude (sterkte) was helaas (vond ik persoonlijk) niet goed genoeg zichtbaar gemaakt. Daardoor vielen de meest heldere sterren te weinig op en was het ook moeilijk om de bekende sterrenbeelden te herkennen. Het zou wat mij betreft veel beter zijn geweest als de hoeveelheid sterren die geprojecteerd werd meer beperkt was gebleven en iets meer met de realiteit, zeker met die van Nederland, overeen zou zijn gekomen. Maar goed, desondanks was het heel mooi en leerzaam. Ook omdat deze virtuele sterrenhemel in de tijd “vooruit gedraaid” kon worden. Je zag dan hoe de Poolster op zijn plaats bleef staan maar de rest van de sterren daaromheen bewoog. Je zag feitelijk de draaïing van de aarde om zijn as. Daarna werden er nog een aantal planeten  toegevoegd.

En toen kwam dan het deel waar ik in feite voor gekomen was, het kijken door de telescoop met de grootste diameter van Nederland, die van het Planetron van Dwingeloo. Nu was er die avond geen enkele planeet goed te zien. Het was zo wie zo een beetje heiïg. Saturnus was net in het westen ondergegaan. De enige planeten die eventueel wel te zien zouden zijn geweest waren Uranus en Neptunus. Vrij laag aan de horizon, en daardoor in het meer heiïge deel. Als je ze dan al zou vinden zou het resultaat niet te onderscheiden zijn geweest van het gewone beeld van een ster, een onbeduidend puntje. Dus niet interessant om aan het publiek te laten zien. Daarom werd de telescoop flink hoog gericht op een ontplofte ster, niet ver van het sterrenbeeld adelaar. Deze ster is dus zoals gezegd een restant van een supernova. Wat we nu op die plek zien is misschien op dit  moment al weer heel anders. Het licht van die nevel is enkele honderden jaren voor Christus uitgezonden. Daar dus keken we naar. Was dat alles? Ja zeker. Als we kijken naar een sciencefiction film of naar een goedgemaakte animatiefilm zie je spectaculaire beelden van de hemel. Wij zagen slechts een nietig wolkje tussen de sterren. Het duurde soms lang voordat degene die aan de beurt was het gezien had. Ik vond het geweldig. Met mijn verrekijker zou dat niet te zien zijn geweest. Ook niet met de kleine telescoop die ik ooit had. Nu zag ik het wel. En ik ervoer de sensatie die daar bij hoort. Je ziet iets uit een ver verleden. Niet zo lang geleden als de dingen die de Hubble telescoop ons heeft laten zien. Maar ver genoeg. De nietigheid greep me aan. Een van de dingen die de presentator tijdens zijn lezing zei: we weten nog zo verschrikkelijk weinig. Sommige dingen vermoeden we. Maar we geloven het vooral. Geloof en wetenschap waren opeens broertjes van elkaar. En dat ervoer ik ook bij het zien van dat nietige wolkje, het restant van een ontplofte ster. Het lot van ons allen.

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie, recensie | Tags: , , , , | 1 reactie

Bloedzon

rodezon2

“In desen verleden leste daegen heeft sich des avondts weijnig een uhr nae den sonnen onderganck laeten sien eene starre aen den hemel ende scheen langer dan 4 uhren haeren loop nemende naeden westen mit einen schroomelicken langen stert van vuijrige straelen mit bloedvervigen damp vermingelt. De stert strekte sich naeden oesten, weijnigh hooger nemptlich oest suijdt oest ende nae gemeijnen oogenschijn was langer dan drije roeden, ende neichde sich villicht om seiner swaerte etwess nae dat ertrijck boochser wijse ende gaff sich uijttereen mit sijne straelen ende verschricklichen bloetvervigen damp, wie eijn geissel ofte roije: wat eijgentlich dese verschrickelijke starre bedeuden ende uijtbracht heeft, heeft der tijd genoeg geleert.”

In de kroniek van 1577 van Roermond lezen we de beschrijving van een komeet. Astronomen van de Nasa weten om welke komeet het toen ging. Hij had de uitzonderlijke sterkte van -3. Hoe lager het cijfer, hoe meer helder. Bedenk dat hij daarmee meer helder was dan de helderste planeten Venus en Jupiter of de helderste ster Sirius. Het moet een ongelooflijk schouwspel zijn geweest. Maar kometen waren brengers van onheilstijdingen. In dat zelfde jaar brak de pest uit in Roermond en meer dan 1400 burgers lieten het leven. En ook waren de jaren daarna nog steeds zeer roerig vanwege de tachtigjarige oorlog die in deze contreien geen gouden eeuw bracht.

Wat zouden de mensen in vroeger jaren gedacht hebben bij het zien van de bloedzon van gisteren? Een schouwspel veroorzaakt door de sterke wind van orkaan Ohpelia die uit het zuiden zowel de rook van de bosbranden van Spanje en Portugal als  Sahara-zand naar onze streken stuurde. En de lucht enigszins verduisterde, waar de zon de hele dag met een oranje of rode waas door heen wist te komen. Nu weten we hoe dat komt, in vroeger jaren zou het een compleet onverwacht natuurverschijnsel zijn geweest welk niet veel goeds zou beloven.

De zon maakt vrolijk, ik hoorde het eergisteren nog enkele mensen tegen elkaar zeggen. Een volle maan maakt droefgeestig, nostalgisch. Een bloedmaan maakt de droefgeestigheid nog intenser. Maar een bloedzon, wat doet die? Gevoelsmatig was de sfeer gisteren heel apart, zeker niet vrolijk makend. Het voelde zelfs een beetje angstig makend, ongrijpbaar. We leven in een tijd waarin de mensen het erg goed hebben in deze streken. Toch zijn veel mensen er niet gerust op. Er gebeurt veel in de wereld. Meest heel ver weg. Soms wat dichterbij. We zijn verwend, we willen dat het altijd alleen maar goed gaat. De bloedzon herinnerde er ons aan dat dat niet vanzelfsprekend is.

rodezon1

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, natuur | Tags: , , , | 2 reacties

Kabinet

We hebben weer bijna een kabinet. De Nederlanders hebben afgelopen voorjaar zodanig gestemd dat dit per definitie een hele klus zou zijn. De enige mogelijkheid die nog open was zonder deelname van de PVV, die is het dan uiteindelijk geworden. Deze partijen hebben hun verantwoordelijkheid genomen. En omdat de verschillen tussen die partijen op een aantal punten best wel groot zijn zal dat pijn hebben gedaan. Wat mij betreft grote complimenten daarvoor!

Enkele dingen die niet alleen over de inhoud van het akkoord gaan, maar vooral over alles wat er op dit moment omheen gebeurt, wekken bij mij irritatie. Het ergste vind ik de populistische presentatie van onze premier. Het wordt een kabinet met plannen voor “de gewone man”. Wat een lariekoek. Zeker uit de mond van iemand van de VVD. Heb je wel eens een beeld gezien van een bijeenkomst van de VVD-jongeren? Dan weet je dat daar niet de gewone man vertegenwoordigd is. Daar zitten mannen en vrouwen uit Wassenaar en het Gooi die geen flauw idee hebben van de problematiek in achterstandswijken om maar iets te noemen.

Waar ik dan weer blij om ben is dat er eindelijk een begin gemaakt lijkt te worden met plannen die klimaatverbetering moeten bevorderen. Ik hoop van ganser harte dat ze het lef hebben om dat door te zetten.

En dan kan ik het niet laten om een sneer te geven richting de verslaggeving. Alles lijkt te draaien om mogelijke koopkrachtverbetering, hoeveel gaat iedereen er op vooruit? En dan hoor je gelijk weer een en al gemopper. Heel kleinzielig, alleen maar kijken naar de eigen portemonnee. Ik ben er van overtuigd dat wanneer je een goed verhaal hebt waar je het geld aan besteed (vooral ook op de lange termijn), dat de meeste mensen bereid zijn om zo nodig de broekriem aan te trekken. Uiteraard: probeer wel altijd de meest kwetsbaren te ontzien. De verslaggevers doen hier van hartenlust aan mee en de politici gaan weer massaal op de populistische tour. Stoppen daarmee!

De onderwijzers gaan weer staken. Ze willen dat er meer geld voor hen wordt uitgetrokken. Geld is een, maar wat kan het kabinet eigenlijk behalve de salarissen verhogen? Ze hebben in het verleden vrijwel alle mogelijkheden uit handen gegeven. De gemeenten moeten een aantal dingen voor de scholen invullen en de scholen mogen zo wie zo op een breed terrein zelf weten waar ze het geld aan uit geven. Een wet zou dwingend kunnen opleggen dat de klaslokalen groter moeten worden, binnen laten we zeggen 10 jaar. Maar dan moeten de gemeenten daar extra geld voor krijgen, anders zal dat nooit lukken. De regering kan verplichten om de klassengrootte te maximaliseren. Ook dat zal op een aantal scholen tot problemen leiden vanwege ruimtegebrek en scholen die ervoor gekozen hebben om het geld ergens anders aan uit te geven zullen ook in de problemen komen. Eigenlijk zeg ik dus: schaf de lumpsumregeling af en bekostig alles weer als vanouds. Maar net als bij de zorg: men is er bang voor dat de kosten de pan uit gaan rijzen. Ja, maar wat wil je. Het gaat om goed onderwijs en de voorwaarden daarvoor die deugen gewoonweg niet. Dus dat gaat een centje kosten. Daar moet het geld dus naar toe. Net dacht men in Den Haag alles van zich afgeschoven te kunnen hebben en nu zou het weer terug gedraaid moeten worden. Ik zie het niet gebeuren.

Ja en zo heeft iedere partij die meedoet met het kabinet ergens zijn zin in gekregen. Het Wilhelmus wordt verplichte kost. We gaan dan weer op de negentiende-eeuwse manier vaderlandsliefde bedrijven en de Vader des Vaderlands op een voetstuk zetten. In de geschiedenisboeken zal niet komen te staan dat Willem van Oranje aanvoerder van het leger was dat in 1572 Roermond plunderde en daarbij vele monniken vermoordde. Ook niet dat deze held drie keer van godsdienst is veranderd omdat hij hertrouwde en dat dit op dat moment beter uit kwam. Ook niet dat hij een huurleger bij elkaar raapte, vooral om zijn eigen bezittingen in Brussel en Breda terug te krijgen, die de Spanjaarden hem hadden afgepakt. En natuurlijk had hij daar een vaderlandslievende propagandamachine voor nodig. Dat het na de dood van Willem van Oranje nog steeds een tijd kantje boord was en dat het meer geluk dan wijsheid was dat de Spanjaarden niet weer opnieuw controle over de verloren gegane gebieden kregen. (De geldkraan van de vijand was dichtgedraaid, de Spanjaarden waren blut). Dat de echte helden Prins Maurits en vooral ook Johan van Oldenbarnevelt waren die de jonge republiek door roerige tijden wisten te loodsen. Ook niet in de geschiedenisboeken zal komen te staan dat de Oranjes eigenlijk pas in 1814 op een echt voetstuk zijn geplaatst en dat toen pas de oranje-mythe flink is opgeblazen. Uit angst voor de Republiek, zoals Frankrijk die had ingesteld, wilden de Europese regeringsleiders bij het congres van Wenen in 1814 dat overal monarchieën kwamen. Dus hoppa, de Oranjegezinden kregen het voor elkaar dat Nederland een heuse koning kreeg. Het Rijksmuseum moest daar aan het einde van die eeuw ook een rol in vervullen. En nu in 2017: ja wel, we moeten verplicht het Wilhelmus gaan zingen en het Rijksmuseum bezoeken. Het Wilhelmus mag van mij blijven want het is een prachtig lied. Ook een lied om na te denken over het verleden. Maar dan op een iets bredere manier dan nu. Net zoals ze in Rotterdam de naam Witte de Withstraat mogen laten bestaan of de galerie Witte de With. Maar schroom niet om er bij te vertellen wie die man was: geen lieverdje. Dat is onderdeel van ons verleden. Dat hoeven we niet weg te poetsen. Maar zeker ook niet mooier te maken dan het is. Het Rijksmuseum is een prachtig museum. Maar wil je de Nederlandse geschiedenis en cultuur inzichtelijk maken, stuur de kinderen dan naar het Openluchtmuseum van Arnhem. En eigenlijk kun je aan de hand van heel veel musea iets vertellen over Nederland. Het planetarium van Eisinga bijvoorbeeld, of Hofwijk, waar de groten van de familie Huijgens verbleven.

Maar: we hebben over enkele weken een nieuw kabinet. Mijn zegen hebben ze. Ik wens ze vooral veel wijsheid, standvastigheid en een lange termijnvisie toe.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, onderwijs | Tags: , , , | 2 reacties

Bruckner

De onzekere Anton Bruckner werkte zich via schoolmeester op tot organist, muziektheoreticus en componist, Maar als componist kreeg hij pas erkenning op het einde van zijn leven. Toen hij zijn vijfde symfonie schreef in 1875 woonde hij 5 jaar in Wenen, de stad die hij daarna niet meer zou verlaten. De achtste symfonie droeg hij op aan keizer Frans Joseph, van wie hij een appartement kreeg in schloβ Belvédère. Daar componeerde hij zijn laatste symfonie, die overigens niet helemaal af kwam. Deze laatste symfonie droeg hij op aan God, als deze hem tenminste wilde aannemen….

oberebelvedere

Anton Bruckner leed aan arithmomanie. De voortdurende neiging om dingen te tellen. Zo staan er in zijn partituur bij veel maten cijfers. Hij telde niet alle maten van het begin tot  het eind. Nee op bepaalde momenten begon hij te tellen tot bijv. 8. Op een plek telt hij ook tot 8 maar hij schrapt dan tijdens het componeerproces twee maten, de maten 3 en 4 van dat fragment. Maar de andere cijfers blijven intact, bang dat het systeem in elkaar zou donderen of zo? Ook telt hij soms dubbel, van een tot 8 en intussen begint hij te tellen van 1 tot 3. Kijkende naar de partituur kun je je er vaak wel iets bij voorstellen. Maar soms ook lijkt de logica ver te zoeken. Hij zette niet alleen in partituren cijfertjes. Ook in zijn agenda. Het was een soort afwijking.

fragment2fragment1

Zijn eerste zes symfonieën hadden geen succes. Zodanig zelfs dat hij van de meeste van deze symfonieën nooit een orkestrale uitvoering gehoord heeft. Uitgevers weigerden om de partituur te drukken. Pas vanaf de zevende symfonie kreeg hij erkenning. De reden is vreemd genoeg dat men hem te modern vond, te veel in de lijn van nieuwlichters als Liszt of Wagner. Zaterdag werd de vijfde symfonie van Bruckner uitgevoerd in de Doelen, door het Rotterdams Symphonie orkest onder leiding van Jaap van Zweden. Als je naar de toelichting kijkt van het programmaboekje  dan lezen we dat hij dit werk zijn “Kontrapunktisches Meisterstück” noemde. Hij zelf had les gehad van de doorgewinterde contrapuntist Sechter in Wenen, die hij nadien was opgevolgd. Het allegro van het eerste deel staat in de klassieke sonatevorm en het scherzo, inclusief “trio” volgt de traditionele vorm die nog verwant is aan die van het klassieke menuet, eigenlijk ook een soort sonatevorm. In het slotdeel combineert hij de sonatevorm met fugatische fragmenten. Kortom, het lijkt een en al ouderwetse degelijkheid. In de partituur zet hij erbij wanneer een nieuw thema begint, hij was zich ten volle bewust van de vorm.

Ik ben ook muziektheoreticus. Wat vind ik ervan? Tja. De symfonie duurt bijna anderhalf uur. Dat is voor een muziekstuk zonder tekst, zonder duidelijk programma erg lang. Het moet zeer hecht zijn en vooral een spannende overtuigende opbouw hebben. Is dat zo? In het programmaboekje wordt de vijfde van Bruckner met de negende van Beethoven vergeleken. Behalve dat deze niet anderhalf  uur duurt is de opbouw van de delen daar naar mijn gevoel veel hechter, spannender, aangrijpender. Beethoven weet hoe hij een doorwerking moet maken. Maar de vergelijking met Beethoven gaat zeker ook niet mank. Ik had bij het begin van het slotdeel, waar grote fuga-achtige passages in voorkomen, sterk de associatie met het begin van de Grosse Fuge van Beethoven voor strijkkwartet. Beethoven introduceert daar een aantal thema’s die hij later gaat gebruiken als fuga-thema’s, en na die introductie begint de eerste fuga-passage met een hectisch gepuncteerd ritme. Wat zien we bij Bruckner in het begin van het vierde deel? Hij herhaalt een aantal van de thema’s uit de eerdere delen, maar nu bewust heel versnipperd, net als bij Beethoven. Ook voorziet hij ze van nieuwe tegenstemmen. Dan gaat hij een van die thema’s uitwerken tot een fuga net als bij Beethoven, en, jawel, met een hectisch gepuncteerd ritme! Het lijkt op dat moment wel bijna jatwerk… Nee, hij laat zich gewoon inspireren door Beethoven. Vergelijk zelf:

Beethoven op.133 begin:

Bruckner Symphonie V begin deel 4:

Maar afgezien van dergelijke passages blijft Bruckner vooral steken in variatie-achtige technieken. En dat is niet genoeg in dit geval. Toch blijft er desondanks veel te genieten. Er zitten prachtige thema’s bij, zoals het thema van het adagio waar het eerste deel mee begint. De symfonie is zo wie zo uiterst doorzichtig, alle lagen zijn goed op elkaar afgestemd en helder geschreven. Gisteren was dat ook hetgeen voor mij bij de uitvoering van het Rotterdams Philharmonisch orkest de meeste indruk maakte: heel hechte strijkerspartijen, ze speelden samen als uit een stem, tegenover koper- en of houtblazers, ook zeer homogeen neergezet. En de harmonische bouw: Bruckner houdt van het gebruik van enharmoniek. Of van zogenaamde reële sequensen. En niet te vergeten tertsverwantschappen waarmee hij mooie modulaties maakt in het eerste deel bij een pizzicato-passage. Voor de geschoolde muziekmensen hieronder dat bewuste fragment met een korte harmonische analyse. In het muziekfragment kun je het terughoren, het schema wordt herhaald, de tweede keer met een melodie erbij.

tertsverwantschappen

Je herkent daarin niet alleen de muziektheoreticus maar ook de organist. Die passages doen soms denken aan César Franck. Voor bepaalde liefhebbers zijn die passages een genot om naar te luisteren. Desondanks begrijp ik nog steeds heel goed waarom deze symfonie pas zo laat geaccepteerd is. Hij is vooral te lang en ondanks zijn doorwrochte structuur vind ik hem persoonlijk dus niet hecht genoeg. Hij wordt tegenwoordig wel vaker uitgevoerd. Het applaus was overweldigend gisteren. Dat had Bruckner graag willen horen!

http://www.radio4.nl/zondagmiddagconcert/uitzendingen Klik op de uitzending van 8 oktober 2017.

Op youtube een opname van hetzelfde werk met het Concertgebouworkest o.l.v. Chailly. Ook een erg goede uitvoering en zo te horen een studio-opname, waardoor alles nog beter te horen is. : https://www.youtube.com/watch?v=xZPkqXsoa78

 

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 1 reactie

IQ

Een autistisch kind van net  vier krijgt een intelligentietest in een ziekenhuis, afgenomen door een psycholoog. “Wat is een pet?” Hij antwoordt: een “skjet”. Welk dier zegt miauw? Antwoord: een schaap. En zo gaat het een tijd lang door. Uitslag: moeilijk lerend en zwakbegaafd.

Thuis telt hij in recordtempo van 1 naar 20 in het Engels. In het Nederlands doet hij het achterstevoren, anders vindt hij het te makkelijk. Bij het wandelen zegt hij: ‘dit is toch een akkerdistel? Hij is lichtpaars en speerdistels zijn donkerpaars.’ Hij merkt op dat hectometerpaaltjes anders werken dan hij in eerste instantie verwacht. Na 9,9 komt namelijk niet 9, 10 maar 10,0. Huisnummers beginnen vreemd genoeg niet met 0, maar met 1. En hij gaat vijf slokken drinken. Hij zegt 0 en drinkt niet. Dan zegt hij 1 en neemt een slok, dan 2 de volgende slok enz. Dit heeft niemand hem geleerd. Op de piano zit hij zorgvuldig tonen te spelen die hij vervolgens na zingt. Ook speelt hij op zijn gehoor eenvoudige wijsjes. Nooit aangeleerd want hij wil dat niet. Op de maan Europa van Jupiter schijnt water voor te komen dus daar moet je een blauw balletje voor nemen.

planetenHij legt op een rijtje zon, alle planeten en dwergplaneten en een aantal manen. Dan besluit hij schelpen te gebruiken om de asteroïdengordel er bij te leggen. Die lijken volgens hem wel een beetje op rotsen en de meeste asteroïden zijn toch grote rotsen? Verder merkt hij op dat Mercurius uitgesproken wordt als Merkurius en niet als Mersurius. Blijkbaar wordt de C soms anders uitgesproken. En Phobos niet als Pehobos maar als Fobos. Ik leg hem uit dat ze dat in Griekenland zo doen en Phobos is een Grieks woord. Waar Griekenland ligt kan hij zo aanwijzen. Ook werelddelen en oceanen zijn voor hem normale begrippen die hij makkelijk kan aanwijzen. Inmiddels begrijpt hij waarom de wereld op een landkaart als een ovaal wordt weergegeven. Ze hebben de wereldbol in elkaar geklapt zodat je tegelijk de voor- en de achterkant kunt zien. En dat lukt bij een ovaal. Hij ziet in een boek ovale weergaven van planeten. ‘zo zie je tegelijk de voor- en de achterkant van de planeet’ merkt hij triomfantelijk op. Hij heeft een geel balletje in zijn handen en de zon schijnt de kamer binnen. Hij gaat zo staan dat de zon op een deel van het balletje schijnt. ‘Hé kijk, op die kant van Venus is het dag, en daar is het nacht.’ Detail: het balletje was geel, dus voor hem Venus. Een rood balletje, dat zou Mars kunnen zijn.

‘Wat is een pet?’ Voor hem een onzinvraag. Daar ga je iets grappigs mee doen. Dus hij verzint een fonetisch rijmwoord: ‘skjet’. En ‘welk dier zegt miauw’ is helemaal een belachelijke vraag. Dan ga je lopen geinen. ‘Een schaap.’ ‘Leuk hè’, denkt hij dan.  Jammer dat de psychologe niet moest lachen. Dat is hij dan namelijk gewend.

De psychologe neemt de uitslag serieus. IQ 70 tot 80. De opmerkingen van zijn moeder over hoe haar kind denkt zijn niet van belang. Ze zegt: ‘ja als je zo gaat redeneren. De test moet wel valide zijn’.

Een ding is zeker. Hij leert moeilijk, namelijk anders dan de meeste andere kinderen. En hij is in gedachten voortdurend met van alles bezig en is moeilijk op iets te focussen. Dat soort dingen zal elke docent veel hoofdbrekens kosten. Hij is het beste gebaat bij een 1 op 1 benadering. Hij moet vooral  leren hoe hij zich in de maatschappij dient te gedragen. Daar snapt hij helemaal niets van. Het moet allemaal op een cognitieve manier aangeleerd worden.  Hij loopt nu op willekeurige klasgenootjes af, drukt ze tegen zich aan of geeft ze een zoen. En hij heeft een grote motorische achterstand. Maar een IQ van 70 tot 80? Laat me niet lachen. En dat zegt een psycholoog die pretendeert expert op het gebied van autisme te zijn. Toen de moeder vroeg om nog wat tips met dingen waar ze nu tegen aan liep was het antwoord: ‘daar heb ik nu geen tijd voor’. Het werk was gedaan. Hij was getest op zijn IQ.

 

Geplaatst in filosofie, onderwijs, pedagogiek | Tags: , , , | 10 reacties

Passend onderwijs

Donderdag 5 oktober zijn de basisscholen gesloten. De leraren staken. Ze willen meer geld, maar ook zijn ze ontevreden over de arbeidsomstandigheden.

Mijn vrouw werkt al 25 jaar in het basisonderwijs en heeft inmiddels op 8 basisscholen gewerkt. Ik zelf heb zo’n 15 jaar geleden een aantal scholen behoorlijk leren kennen toen ik coördinator was van een aantal projecten op scholen in de regio Rotterdam die het muziekonderwijs zouden moeten verbeteren. Op enkele scholen heb ik toen ook zelf een aantal lessen verzorgd en ik heb daar gesproken met meerdere leerkrachten. Onderwijs in het algemeen heeft altijd mijn bijzondere aandacht gehad en ik spreek dagelijks met mijn vrouw over haar ervaringen. Zij heeft overigens ook een aantal jaren cursussen gegeven op een Pabo en kent inmiddels wel de meeste valkuilen.

Er wordt veel gesproken over het onderwijs. Zondag was er op TV een uitzending over passend onderwijs. Mijn oudste kleinzoon heeft de diagnose autisme gesteld gekregen. Op dit moment zijn zijn ouders aan het tobben over de schoolkeuze. Regulier onderwijs, maar dan “passend?” Of toch speciaal onderwijs? Aan allebei de opties kleven voor- en nadelen. Gisteren was er ook nog eens een uitzending over zwarte en witte scholen. Alles bij elkaar kun je constateren dat de kennis over de problematiek behoorlijk aan het toenemen is. Wat zijn de voorwaarden om passend onderwijs veel meer mogelijk te maken? Ik heb er lang over nagedacht en probeer hier puntsgewijs enkele zaken op een rijtje te zetten die volgens mij erg belangrijk zijn.

  1. De klassenruimtes zijn vrijwel overal veel te klein. Je moet meerdere hoekjes kunnen maken, plekken waar kinderen minder prikkels krijgen. Een directeur van een school voor speciaal onderwijs die in het programma over passend onderwijs enkele malen het woord kreeg merkte dit ook al op.
  2. Bij passend onderwijs hoort een instelling die niet uitgaat van klassikale bezigheden maar die uitgaat van de behoefte van het kind. Dit hoort eigenlijk altijd zo te zijn maar kinderen die uitvallen, dus in aanmerking komen voor passend onderwijs, moeten des te meer op die manier benaderd worden. Het was pijnlijk hoe een directrice van een Montessori-school, eveneens bij de reportage over passend onderwijs, als argument gaf waarom een probleemkind niet aangenomen kon worden, dat het kind ook nog zou moeten wennen aan het Montessori-systeem. Zo tegen de geest in van Maria Montessori. Het gaat niet om de methode, het gaat om het kind. Mijn vrouw die al 25 jaar in het Montessori-onderwijs werkt werd boos en verdrietig bij deze opmerking. Van de andere kant merkt ze dat steeds meer montessorischolen niet meer vanuit het kind denken maar vanuit methodes, meestal overigens klassikale methodes. Men noemt dat “modern” Montessori-onderwijs. Dit heeft ze op drie Montessori-scholen in drie jaar tijd meegemaakt, waar ze ook snel weer is vertrokken. Een zeer slechte ontwikkeling. Montessori-onderwijs zou in theorie een van de beste garanties kunnen zijn dat passend onderwijs succesvol uitpakt. Op dit moment zitten op de school waar ze nu ruim drie jaar werkt veel kinderen die vroeger verwezen zouden zijn naar het speciaal onderwijs en het nu goed doen. Met blije ouders ook. Die ervaring had mijn vrouw ook zo op de meeste eerdere Montessori-scholen.
  3. Asscher wilde als wethouder in Amsterdam dat elke basisschool mee zou doen aan de cito-eindtoets en dat de resultaten op internet geplaatst zouden worden. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door. Scholen concurreren met elkaar om de beste cito-uitslagen. Kinderen die niet goed mee kunnen komen drukken de cijfers naar beneden. Wil je goede cijfers als school dan moet je geen moeilijke of minder goed lerende kinderen aannemen. Niemand zal het hardop zeggen maar dit is waarschijnlijk een van de voornaamste redenen waarom kinderen geweigerd worden. Het eerste kind welk centraal stond in de uitzending over passend onderwijs is nadat het op een school mis was gegaan op maar liefst 26 andere scholen daarna geweigerd. Na twee jaar thuis te hebben gezeten werd het uiteindelijk toch ergens aangenomen. Passend onderwijs – kijken naar het kind en het onderwijs aanpassen – bleek daar te werken! Maar de hele trend van uitslagen op internet zetten en scholen op die manier vergelijken is funest. Dit is een maatschappelijk probleem. Veel ouders gaan daar in mee. Iedereen moet minimaal HBO kunnen halen immers? Een stupide denkwijze! Daarom hebben we nu al te weinig vakmensen op allerlei terrein. Ook het probleem witte-zwarte scholen speelt hier een rol in. Een ouder verwoordde het gisteren: ‘Je wil toch niet dat je kind een taal-achterstand krijgt?’ daarom stuurden ze hun kind naar een witte school waar ze wel een half uur voor moesten fietsen. Op zich is dat dan weer gezond trouwens… De zwarte school met vele nationaliteiten is echter noodgedwongen waarschijnlijk beter in staat om passend onderwijs te leveren dan de witte school waar hun kind naar toe gaat.
  4. Deskundigheid van leerkrachten. Uit de reportage blijkt dat er nogal wat leerkrachten zijn die niet goed kunnen omgaan met kinderen die afwijken of uitvallen. De jongen met een hersenstoornis die snel moe was en moeilijk zijn pen kon vasthouden. Daar was geen oplossing voor, hij moest gewoon met iedereen mee doen. Ook moet je als leerkracht van veel dingen op de hoogte zijn en vooral ook weten hoe je daar mee om gaat. Kinderen met een afwijking in het autistische spectrum zien er vaak heel normaal uit. Maar opeens krijgen ze een onbedaarlijke paniek-aanval. Je probeert de aanval in de kiem te smoren. Maar omdat je de oorzaak van de paniek niet weg neemt wordt het alleen maar erger. Het lijkt te gaan om een onhandelbaar kind. Bij genoeg kennis, ervaring en een liefdevolle aanpak kun je meestal een aardig eindje komen. Maar zo’n kind zal in veel situaties niet goed reageren. Hoe kun je dat eventueel voorkomen? En als het dan toch gebeurt, hoe ga je daar dan mee om? Het vergt veel van leerkrachten. Kennis, ervaring maar vooral ook extra tijd. En die is er niet, zie punt 5.
  5. Er zitten vaak veel te veel kinderen in een klas. Al die kinderen moeten gevolgd worden, hebben zorgplannen, met hun ouders moet worden overlegd. Daarnaast wordt ook de klassenorganisatie een stuk moeilijker. En de kleine ruimte wordt zo mogelijk nog krapper. Hoe komt dat?
  6. Vroeger waren er allerlei regels die landelijk golden. Er was een budget voor gebouw en de inrichting, voor leermiddelen, voor het aantal kinderen in de klas en voor de salariëring van het personeel. Maar het rijk wist te weinig waar het aan toe was, de declaraties konden soms behoorlijk verschillend zijn per jaar. Toen kwam er de lumpsum. De school kreeg een smak geld waar het mee rond moest komen. Wilden ze veel ICT? Veel vakleerkrachten? Veel jonge dus goedkopere leerkrachten? Elke school kon het zelf invullen. Een van de posten waar je het beste op kunt bezuinigen is het personeel. Hoe doe je dat? Neem geen ervaren leerkrachten aan maar jonge, goedkope, en dus onervaren leerkrachten. En maak de klassen zo groot mogelijk zodat je minder leerkrachten nodig hebt. Een onzalige regeling dus.
  7. De administratie. Elke dag moet alles van de kinderen worden geregistreerd. Er zijn ongelooflijk veel toetsen tussen door en die toetsen zijn de leidraad geworden voor handelingsplannen. Een kind ligt achter? Dan moet er een handelingsplan komen. Waarom? Niet elk kind is toch hetzelfde? De hele manier van denken is ziek. Het maakt dat veel kinderen in een soort stress-situatie worden geplaatst. Ook van de leerkrachten wordt verwacht dat ze de kinderen snel weer bijspijkeren. Het onderwijs wordt gereguleerd door toetsen. Niet het kind staat centraal maar het resultaat van de toets. Ook voor de zogenaamde kwaliteit van de school…
  8. Waarom gaat een student naar de Pabo? Iets met kinderen lijkt deze wel leuk. Dat is vaak de motivatie. Kan hij of zij zelf goed rekenen? Goed spellen? Is er interesse voor de natuur, voor aardrijkskundige verschijnselen, voor geschiedenis? Helaas is dat in veel gevallen maar zeer pover. Een dergelijke leerkracht zal lang niet altijd goed kunnen aansluiten bij het individuele kind. In brieven naar ouders wemelt het van de spelfouten. Tenenkrommend. En bij lessen met betrekking tot wereldoriëntatie komt zo iemand niet verder dan de voorgekauwde informatie en verwerkingen zoals deze in de klassikale methode staan. Hoe kan iemand inspireren als het hem zelf niets interesseert? Er worden nog steeds veel te veel mensen afgeleverd met een diploma die in Duitsland of Finland weggehoond zouden worden.
  9. En waar blijft het zingen. Sommige wat rijkere scholen of scholen die door de gemeente extra subsidie ontvangen hebben een muziekleerkracht. Een keer in de week. Een half uurtje. Maar de kinderen zouden elke dag een kwartiertje moeten zingen. Het maakt niet alleen vrolijk maar verbetert de leerprestaties bij ook andere vakken. Net als beweging. Dus wel of geen leerkracht: de juf moet gewoon zelf plezier hebben in zingen en met de kinderen zingen. Maar dat kunnen of durven de meeste leerkrachten niet. Een groot gebrek van de Pabo. Plezier krijgen in zelf zingen zou daar uitgangspunt moeten zijn. Dus de aankomend leerkrachten zouden allemaal in een schoolkoor of koortje moeten zitten en moeten zingen op hun eigen niveau uit allerlei repertoire. Geen kinderliedjes, althans in de kern hoeft dat niet eens. Op het moment dat iedereen lekker durft te zingen komt de rest vanzelf. Zo makkelijk zou het kunnen zijn. Maar op de Pabo worden vaak voornamelijk theoretische lessen gegeven over het notenschrift of over de kinderstem en dat soort dingen. Zingen moeten ze!
  10. Tja en moeten de leerkrachten meer geld? Als bovenstaande in orde zou zijn zou bijna niemand er om vragen. Maar om genoeg goede, bekwame, hardwerkende mensen te kunnen vinden zou een passend salaris misschien een steuntje in de rug kunnen geven.

O ja, mijn vrouw neemt ook regelmatig de was mee uit haar klas om die thuis te wassen. En gelukkig is zorgen voor de omgeving een van de basis-ideeën van Montessori. Dus samen met de klas wordt er vandaag weer schoongemaakt. Een conciërge is er niet dus de leerkrachten doen alles zelf. Met liefde. Om zes uur in de ochtend loopt de wekker af. Half zeven vanavond is mijn vrouw weer thuis. Er is gelukkig geen vergadering. Kan ze thuis nog snel de notulen maken van de laatste bouwvergadering en wat signaleringen in het kindvolg-systeem zetten. En een telefoontje plegen met haar duo-partner die het morgen weer van haar overneemt.

Documentaire de monitor over passend onderwijs:
https://www.npo.nl/de-monitor/02-10-2017/KN_1692659

Documentaire van 2doc, de witte vlucht:
https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/oktober/de-witte-vlucht.html

Geplaatst in filosofie, onderwijs | 1 reactie