Meerderwaardigheidscomplex

Max Pam schijft in de Volkskrant van 20 januari: Lilianne Ploumen mag een aardig mens zijn met sympathieke ideeën, een lijsttrekker moet meer zijn dan dat. Dat gaat hij uitleggen. Ik citeer enkele stukjes:
‘Een lijsttrekker moet een goede spreker zijn en dat is Lilianne Ploumen helaas niet. Ze spreekt wat hortend en stotend en het einde van haar zinnen zit soms niet vast aan het begin. Verder spreekt zij erg Limburgs en dat is boven de Moerdijk een electoraal nadeel.’ Ook zegt hij: ‘weinigen zullen begrijpen dat je Ploumen op zijn Limburgs als Ploemen uitspreekt, zoals in het woord boudoir.’ Max Pam heeft verder problemen met het feit dat zij gelovig is maar zegt er gelukkig bij dat dat een puur persoonlijk bezwaar is.

Sommige mensen vinden het raar dat Limburgers nog steeds vaak een minderwaardigheidscomplex hebben. Als je zo’n stukje van de Hollander Max Pam leest vraag je je af: ‘Hoe zou dat komen?’  Misschien omdat sommige mensen een meerderwaardigheidscomplex hebben?

Geplaatst in maatschappij | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een gouden wolk

Ik had mijn kleinzoon opgehaald . Normaal is het dan: jas uit, sjaal af, schoenen uit en dan naar de kamer. Maar het leek wel of hij niet kon wachten. Met zijn sjaal nog om en zijn jas nog aan sprong hij gelijk achter de piano. En begon onmiddellijk te improviseren. Ik keek het even aan en besloot toen om hem niet te storen met een verhaal over jassen, sjaals of schoenen maar ik nam het pianogeluid van een afstandje op.

Het was een relaxte dag. Op maandag help ik hem met zijn huiswerk, ook met het orgelhuiswerk. Vooral bij het onderdeel taal heeft hij voortdurend associaties. Bij een van de opdrachten mocht hij zelf zes woorden verzinnen, twee aan twee van in totaal drie “categorieën”. Hij houdt van categorieën. Die maken alles overzichtelijk. Bij deze opdracht moesten er onder meer twee woorden van de categorie “verkleinwoorden” in zitten. Tot slot moest hij van twee van de zes gekozen woorden zelf een zin maken. Hij maakte er iets van als “Het raketje vliegt geheel alleen naar Mars.”

In de supermarkt zat hij enigszins opgevouwen in het winkelkarretje.
-‘Hé, kan die muziek niet uit? Zullen we iemand vragen om die muziek uit te zetten, ik kan hier niet tegen.’
Er klonk heel zacht onverstaanbare easy klinkende popmuziek. Het moest een gevoel van gezelligheid geven. Zoals wanneer ik van de garage een leenauto krijg altijd van de klanken van radio Veronica mag genieten als ik hem start.
-‘Ja jo, het is gelukkig maar heel zacht, toch?’
Dat vond mijn kleinzoon niet.
-‘Opa. zullen we iemand vragen om het uit te zetten, ik vind het niet te pruimen.’
Ik zag een mogelijke discussie met het personeel niet zitten.
-‘We lopen snel door, ik ben zo klaar.’
Daar liep een winkelende mevrouw.
-‘Mevrouw, wat vindt u van deze muziek?’
-‘Ik vind hem wel leuk.’
-‘Dat vind ik niet. Ik vind het verschríkkelijke muziek.’
Er stond een leeg winkelkarretje, een eind verder liep een meneer zonder kar.
-‘Meneer, u bent uw karretje vergeten’ riep hij luidkeels door de winkel. De man hoorde het niet of voelde zich niet aangesproken. Snel liep ik verder.
-‘Opa, mag ik iets uitkiezen?’
-‘Je mag wel zeggen wat je lekker vindt. Maar ik zeg niet dat we dat dan ook gaan kopen.’ Ik verwachtte dat hij iets van lekkere koeken zou aanwijzen of zo. Dat viel mee. Hij zag lekkere soep. We hebben soep gekocht.

Even later verlieten we de verschrikkelijke herrie en keken op het winkelplein naar de lucht.
‘Ik zie een blauwe plek. Opa, ik wil een keer de Melkweg zien.’

Onderweg naar mijn huis babbelden we nog wat over het een en ander,
-‘Jammer opa dat ik niet bij dat webinar was zaterdag.’
Ik had hem de week ervoor verteld over dat Webinar van de Radboud universiteit, over een raket naar Mercurius. Nu wilde hij toch nog weten hoe dat geweest was. Ik vertelde: er waren die zaterdag  twee mensen die een lezing hielden. Een van hen was een Vlaamse mevrouw.
-‘Praat die zo?’ Hij begon met een perfect Vlaams accent een redevoering over het heelal te houden.
-‘Nee, zei heeft heel lang in Nederland gewoond. Ze had wel een zachte G en ze gebruikte typisch Vlaamse woorden als goesting. Maar haar accent was niet heel erg Vlaams.’
Toen vertelde ik dat ik een stukje had geschreven over dat Webinar. Dat wilde hij wel lezen. Spontaan lazen we het met zijn tweeën, hij eerst enkele regels, dan ik weer enkele regels. Bij wat meer moeilijke woorden legde ik die even uit. Hij stond op, nam de Aarde en Mercurius in zijn handen en reisde er langzaam naar toe.

’s Avonds bracht ik hem naar huis.
-‘De maan!’ Hij zag hem als eerste, de smalle sikkel van de wassende maan. En we zagen ook een enigszins goudkleurige wolk.
‘De Melkweg!’
Nee, dat kon ik hem niet wijsmaken. Het was niet meer dan een wolk. Een goudkleurige, dat dan wel. We bleven staan en vonden  hem allebei mooi. De Melkweg, die komt wel een keer. Zeker weten! Nu moesten we het doen met de maan. Én een gouden wolk!

Geplaatst in autisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Bepi Colombo en Mercurius

Van de vier rotsachtige planeten van het binnenste zonnestelsel is Mercurius de minst onderzochte. Waarom is Mercurius eigenlijk nog nauwelijks onderzocht, want hij staat per slot veel dichter bij de aarde dan bijvoorbeeld Jupiter of Saturnus? Dat komt omdat de planeet erg  heet is (350 graden celsius) en omdat hij zo dicht bij de zon staat. Als je er een raket naar toe stuurt wordt die steeds sterker door de zon aangetrokken. Om hem om een baan om Mercurius te brengen moet je heel erg remmen. Dat kost geweldig veel brandstof, tenzij er andere middelen zijn om daar aan te komen. En die zijn er. Je scheert een aantal keren langs de aarde, Venus en ook Mercurius zelf, vooral om af te remmen. Met een raket die 4100 kg zwaar is zijn er maar liefst 9 scheervluchten nodig voordat hij in staat is om in de goede baan te komen met de juiste snelheid. Dit principe van scheervluchten is bedacht door de Italiaan Giuseppe Colombo, liefkozend Bepi Colombo genoemd. Ter ere van deze in 1984 overleden wetenschapper is in de negentiger jaren van de vorige eeuw het BepiColombo-project bedacht. Uiteindelijk is het een project geworden waarbij twee satellieten in een baan om Mercurius gebracht moeten worden, de satelliet MPO van de Europese Esa en de satelliet MIO van het Japanse Jaxa . De laatste onderzoekt vooral de magnetosfeer van Mercurius. MPO onderzoekt vooral de atmosfeer en de samenstelling van de geologische ondergrond. Met zijn twee sondes zal BepiColombo de tweede missie zijn die ooit in een baan rond Mercurius is geweest en de meest complexe. Boordevol wetenschappelijke instrumenten, zal het proberen om veel verwarrende vragen te beantwoorden: waarom is er ijs in de poolkraters van de verschroeide planeet? Waarom heeft Mercurius een magnetisch veld? En wat zijn de mysterieuze ‘holtes’ op het oppervlak? Meer te weten komen over Mercurius zal tegelijk ook licht werpen op de geschiedenis van het hele zonnestelsel.

Zoals gezegd moet er flink geremd worden. Een rechtstreekse vlucht naar Mercurius zou niet langer dan 8 maanden hoeven te duren. Maar het duurt meer dan zeven jaar! De module is trouwens al gelanceerd, dat was oktober 2018, Pas december 2025 komt hij in een baan om de planeet. Enkele maanden later, maart 2026, kunnen de wetenschappelijke onderzoeken pas echt starten. De MIO-satelliet zal niet veel langer dan 1 jaar meegaan, de MPO satelliet zal 2 tot 5 jaar zijn werk blijven doen. In de begroting is 1,4 miljard euro uitgetrokken. Honderden wetenschappers zijn er al 20 jaar mee bezig geweest, en ook nu, vooral in het controlecentrum in Darmstadt, zijn voortdurend een aantal wetenschappers de komende jaren actief. Wat levert het op en wat heeft het al opgeleverd? Heel veel werk op hoog niveau. Alle landen die geld geven aan de ESA nemen ook deel in de wetenschappelijke opdrachten. In Nederland zijn dat een bedrijf dat de geavanceerde zonnepanelen heeft gebouwd en het bedrijf Bradford in Heerle, nabij Roosendaal, dat de “motor” heeft gemaakt.

Indirect worden er door de innovaties altijd weer onverwachte toepassingen bedacht. Maar de fundamentele inzichten die deze missie kunnen leveren kunnen revolutionair zijn. Een van de dingen die er uit kan komen is dat de biochemische processen die wij kennen slechts een fractie zijn van wat er nog meer is op dat gebied. Wij leven in een wereld waarin zuurstof essentieel is. Op Mercurius en wie weet waar nog meer zijn andere elementen veel belangrijker. En als we daar meer van zouden begrijpen zouden allerlei onbegrepen processen bij het ontstaan van het zonnestelsel misschien eindelijk eens wat meer duidelijk gaan worden.

Ik volgde een seminar van 2 uur met twee lezingen die aan dit project gewijd zijn. De twee wetenschappers die deze lezingen hielden zijn betrokken bij het project. Kelly Geelen vertelde over alles wat er kwam kijken voordat de satellieten gelanceerd waren. Met veel foto’s erbij kreeg je een aardige indruk. Alles werd in Noordwijk geassembleerd maar moest toen met vier vrachtvluchten vanuit Schiphol naar een enorme zeecontainer die het op zijn beurt weer vervoerde naar Frans Guyana. Daar moest het weer in elkaar gezet worden en opnieuw getest voordat het met een Ariane raket in 2018 de aarde kon verlaten. Daarna zat het er voor Kelly op, nu is ze bezig met een Mars-missie. Joe Zender is nog steeds bij het project betrokken en volgt alles als een van de wetenschappers in Darmstadt. Hij vertelde over wat de satellieten allemaal gaan doen en hoe de hele reis verloopt. Het was heel boeiend om zo alles uit de eerste hand te horen. Het publiek bestond uit vooral middelbare scholieren met een beta-richting die mogelijkerwijs iets willen gaan doen in de ruimtevaart. Ik zat er bij als geïnteresseerde buitenstaander die meer dan vijftig jaar geleden op de middelbare school twijfelde of hij astronomie wilde gaan studeren of iets met muziek wilde gaan doen. Het werd muziek. Maar ik was wel de enige van het gezelschap vanmiddag die ooit Mercurius met zijn blote ogen had gezien. Niemand van de mensen die het webinar volgde had deze planeet wel eens gezien! Ik wel. Net als Joe Zender trouwens.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Ode an die Freude

Beethoven in 1823. Schilderij gemaakt door Ferdinand Waldmüller. Het portret is in de tweede wereldoorlog verloren gegaan.

In de tijd dat Ludwig van Beethoven bezig was met zijn laatste symfonie was hij niet alleen stokdoof, maar had hij ook veel problemen met zijn ogen. Lang lezen of schrijven was uiterst vermoeiend en dat maakte dat niets opschoot. Opschieten zat zo wie zo niet in zijn vocabulaire. Hij was altijd al met heel veel dingen tegelijk bezig en bijna niets maakte hij gelijk af. Ook zijn normale leven was bij hem een rommeltje. Hij had voortdurend conflicten met allerlei mensen in zijn directe nabijheid, maar ook met zijn uitgevers. Zijn broer Johann woonde sinds korte tijd in Wenen en pushte hem  om wat meer structuur in zijn leven aan te brengen maar vooral ook om wat meer geregelde inkomsten te verwerven.  Zo deed hij op diens aandringen in die tijd pogingen om een baan aan het hof van keizer Frans 1 te krijgen. De toenmalige keizer zag daar niets in omdat Beethoven bekend stond als een adept van de ideeën van keizer Joseph II die tussen 1780 en 1790 allerlei hervormingen doorvoerde. Deze hervormingen werden door zijn opvolgers weer grotendeels terug gedraaid en er heerste nu een conservatief klimaat. Het soort nieuwlichters-ideeën van Beethoven, daar waren ze rond de keizer niet van gediend. Maar het klimaat was op een andere manier toch opeens weer wat meer gunstig. Wenen werd nationalistisch. Men wilde opeens vooral Duitstalige componisten. De Italianen waren  ”uit”.  Daarnaast was hij inmiddels ook in het buitenland beroemd. Zo kreeg Beethoven verzoeken om composities te maken vanuit Sint Petersburg en vanuit Londen. In dat gunstige klimaat kreeg het componeren aan de negende symfonie opeens vleugels. Hij werkte voor zijn doen stevig door en voltooide in slechts ongeveer een jaar tijd de negende symfonie. De eerste uitvoering op 7 mei 1824 was gelijk een overweldigend succes. Hij stond naast de dirigent en dirigeerde mee, maar de orkestleden hadden uitdrukkelijk te horen gekregen dat ze niet op hem moesten letten. Hij kon door zijn doofheid gewoonweg niet horen wat ze speelden. Ja, hij zei dat hij wel de pauk kon horen…  Naast de negende symfonie werden er trouwens ook nog drie delen uit zijn Mis in C uitgevoerd. Bij het scherzo van de negende was de geestdrift van het publiek zo groot dat de uitvoering zelfs tijdelijk gestopt moest worden.  Toen kwam het vierde deel. “Ode an die Freude.” Na het laatste slotakkoord waren er maar liefst vijf uitbarstingen van applaus, de dirigent moest steeds terug komen, terwijl de etiquette voorschreef dat het er maximaal drie mochten zijn, en dat dan ook nog alleen als de keizerlijke familie aanwezig was. De keizer had echter laten afweten. De “Algemeine Musikalische Zeitung” bejubelde nu zelfs Beethovens moeilijkste werken zoals de Cellosonates opus 102 en de pianosonates opus 109, 110 en 111. Op 23 mei werd de negende symfonie nogmaals uitgevoerd.  Daarna vertrok Beethoven naar slot Gutenbrunn in Baden, een kuuroord vlakbij Wenen, waar hij van alle vermoeienissen probeerde bij te komen. Hier had hij de jaren ervoor ook al enkele keren vertoefd, daar schreef hij bijvoorbeeld de Missa Solemnis en ook de negende symfonie was hier het jaar daarvoor grotendeels tot stand gekomen. Nu schreef hij er het eerste van de zogenaamde late strijkkwartetten opus 127 en ook zijn bagatellen opus 126. Met de serie bagatellen die hij iets eerder schreef, opus 119 had hij slechte ervaringen. Uitgever Peters vond ze waardeloos en wilde ze niet uitgeven. Peters vond het strijkkwartet en de bagatellen opus 126 trouwens ook maar niks. Maar de gebroeders Schott in Mainz dachten daar anders over. Ze kochten alles. Beethoven was eindelijk uit zijn schulden.

We zien dus hoe de dove en slechtziende Beethoven in zijn kuuroord in Baden bij Wenen de meest schitterende muziek wist te componeren. Nadat hij al tien jaren moeite had om het hoofd boven water te houden verdiende hij in 1824 eindelijk weer geld . Waarom was nu die negende symfonie in die tijd al populair, in tegenstelling tot bijvoorbeeld zijn opera Fidelio, zijn Missa Solemnis en veel van zijn latere kamermuziekwerken? Het eerste deel is geschreven in de bekende sonatevorm maar op een romantische en heel vrije manier. Het tweede deel, het scherzo, is opzwepend en niet heel moeilijk om naar te luisteren. Het derde deel, het adagio, is vooral lyrisch en opnieuw romantisch. Dat ging er in als koek, ondanks ook nu weer de vrije benadering van de vorm. Het meest uitzonderlijke deel is het slotdeel met het grote koor en de solisten. Het is moeilijk om goed uit te voeren, vooral door de enorme hoogtes waar zowel solisten als koor in moeten zingen, en dat niet slechts even maar een hele tijd achter mekaar. Je moet dus vooral excellente zangers hebben. De vraag is of de eerste uitvoeringen in die tijd zo excellent waren. Sommige kenners vonden de muziek prachtig maar de uitvoering belabberd. Daar kun je je van alles bij voorstellen. En wat zullen de toehoorders van de tekst hebben meegekregen? De tekst van Schiller is erg symbolistisch. Het is niet voor niets dat de symbolisten rond Gustav Klimt de tekst weer omarmden rond 1900. Schiller wilde de wereld verbeteren door de kunsten te bevorderen en er meer aandacht aan te geven. Het is een lofzang en een pleidooi voor de heilzame werking van dichtkunst, schilderkunst, muziek. Toen Beethoven net in Wenen was in 1792 kwam hij met het gedicht in aanraking en toen al schijnt hij gezegd te hebben dat hij dat gedicht ooit op muziek zou willen zetten. Schiller schreef het voor de vrijmetselaarsloge van Dresden. Ook in Wenen ging het toen goed met de vrijmetselaars, mede dank zij het progressieve beleid van keizer Joseph II. Die loges werden bezocht door kunstenaars als Mozart maar ook veel mensen uit allerlei hogere kringen discussieerden  met elkaar over het idee:  hoe een betere wereld te maken. Beethoven herkende zijn eigen idealen in dit gedicht. Toen hij ermee aan de slag ging in de negende symfonie selecteerde hij uit het vers slechts die versregels die hij kon gebruiken en ook paste hij enkele van die regels aan.

O Freunde, nicht diese Töne!
Sondern laßt uns angenehmere anstimmen,
Und freudenvollere.Freude!
Freude!

Freude, schöner Götterfunken
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder,
Wo dein sanfter Flügel weilt.

Wem der große Wurf gelungen,
Eines Freundes Freund zu sein;
Wer ein holdes Weib errungen,
Mische seinen Jubel ein!
Ja, wer auch nur eine Seele
Sein nennt auf dem Erdenrund!
Und wer’s nie gekonnt, der stehle
Weinend sich aus diesem Bund!

Freude trinken alle Wesen
An den Brüsten der Natur;
Alle Guten, alle Bösen
Folgen ihrer Rosenspur.
Küsse gab sie uns und Reben,
Einen Freund, geprüft im Tod;
Wollust ward dem Wurm gegeben,
Und der Cherub steht vor Gott.

Froh, wie seine Sonnen fliegen
Durch des Himmels prächt’gen Plan,
Laufet, Brüder, eure Bahn,
Freudig, wie ein Held zum Siegen.

Seid umschlungen, Millionen!
Diesen Kuß der ganzen Welt!
Brüder, über’m Sternenzelt
Muß ein lieber Vater wohnen.
Ihr stürzt nieder, Millionen?
Ahnest du den Schöpfer, Welt?
Such’ ihn über’m Sternenzelt!
Über Sternen muß er wohnen.

Beethoven zelf was lomp, onhandig, wantrouwend en grof. Toen zijn neef, die hij onder zijn hoede had genomen, aan de universiteit ging studeren wenste deze niet meer bij hem in huis te hoeven vertoeven. Beethoven snapte er niets van, zijn neef zei het onomwonden: als ik vertrek hebben we allebei geen last meer van elkaar. En Schindler, de man die tegen het einde van het leven van Beethoven zag dat hij geld aan hem zou kunnen gaan verdienen, kreeg nadat hij in het Prater nog na keuvelde over  het concert met de eerste uitvoering van de negende symfonie van Beethoven daags daarna in een brief van hem  te horen:

Ik beloon de diensten die u me bewijst liever op gezette tijden met een geschenk dan dat ik u aan mijn tafel moet dulden. Want ik moet eerlijk bekennen dat u te vaak op mijn zenuwen werkt. Kijk ik eens een keer niet zo vrolijk, dan is het meteen: ‘Weer met het verkeerde been uit bed gestapt?’…Ík zal u vast zo nu en dan uitnodigen, maar wil niet dat u de hele tijd om me heen hangt. Daar wordt ik onrustig van.’

In de betreffende brief keurt hij hem zelfs geen aanspreektitel of groet waardig. Dit is een van de vele voorbeelden die gedocumenteerd is. Soms was hij ergens uitgenodigd en keek hij eerst voorzichtig naar binnen wie er allemaal waren. Als hij iemand zag die hem niet zinde vertrok hij gelijk weer. Van de andere kant, als hij geld nodig had, kon hij ontzettend slijmerig doen en allerlei beloftes doen. Die kwam hij nooit na. Desondanks bleven de meeste mensen in zijn nabijheid zijn genie zien en al deze tekortkomingen werden hem bijna altijd vergeven.

Terug naar de muziek. Wat hebben het eerste, tweede en derde deel van deze symfonie nu met het beroemde laatste deel te maken? Beethoven werkt vooral motivisch toe naar het einde. Het eerste motief van het eerste deel verwijst al vooruit naar het laatste deel: De kern is een dalend octaaf verdeeld in twee stukken: eerst een dalende kwart (A-E), gevolgd door een dalende kwint (E-A).

Het laatste deel begint met een snerpend dissonant akkoord, dan komt er een stijgend octaaf, onderverdeeld in een stijgende kwart gevolgd door de rest van de drieklankbreking. Dat motief dient op zijn beurt weer als voorbereiding op de stijgende kwint zoals die later ook door de tenor wordt gezongen. De dalende kwart en zijn omkering de stijgende kwint zijn zo kernmotieven in de hele negende symfonie. Het slotdeel bevat elementen van het eerste deel, tweede deel en derde deel (in groen gemarkeerd in de partituur). De strijkers “zingen” in dat begin de latere partij van de inleidingszang van de tenor. In al die delen zien we hoe de stijgende of soms dalende kwarten en kwinten een belangrijke rol vervullen. (Gemarkeerd met rood in de partituur). De partituur die je ziet is trouwens de pianoversie van Frans Liszt. Luister en kijk naar het begin van het slotdeel:

Het wemelt verder nog van allerlei  andere motivische samenhangen waar ik nu niet verder op in ga.  Maar Beethoven is zoals altijd een componist die lange tijd worstelt met heel veel gedachten tegelijk en die ze uiteindelijk op een onnavolgbare manier aan elkaar weet te smeden.

Schiller refereert in zijn gedicht ook aan de eeuwigheid. “Über’m Sternenzelt muss ein lieber Vater Wohnen, über Sternen muss er wohnen. Boven in een sterrentent moet een lieve vader wonen, boven de sterren moet hij wonen. “Beethoven laat ons dromen en de sterren, de belofte van geluk in de toekomst, gaan bij die gedachte twinkelen.

De laatste uitvoering van de negende symfonie die ik tot twee keer toe in zijn geheel heb beluisterd is die door het Rotterdams Philharmonisch orkest in Ahoy in Rotterdam. (December 2020, midden in de tweede coronagolf). Het stuk werd gespeeld in een compleet lege zaal. Alleen waren er camera- en geluidmensen bij om alles te registreren. Wat een speciale ode aan de vreugde! In een tijd waarin veel mensen hoopten op een betere toekomst voor de hele wereld. Niet alleen voor Europa, ook al weten we dat het hoofdthema van het vierde deel inmiddels als Europese volkslied wordt gebruikt. Een toekomst met de verwachting van hoop en blijdschap. Ode an die Freude. Ik vind het een prachtige uitvoering.

Zie ook een eerder blog van mij waarin het slotdeel van de negende symfonie gekoppeld wordt aan een beroemd schilderwerk van Gustav Klimt

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Het logo van Theia

-‘Opa kom je eens kijken wat ik boven gemaakt heb?’
Hij had mijn bureau omgetoverd tot een gebouw in Padua, het universiteitsgebouw waar Galileo Galilei ooit heeft les gegeven en waar je zijn zetel nog kunt bewonderen. In zijn geval stond er ook nog een telescoop achter het gebouw, daarvoor had hij mijn camerastatief gebruikt. Het gebouw zelf was opgetrokken uit duplostenen. In zijn presentatie had Galilei aanschouwelijk gemaakt wat hij ontdekt had: de vier grote manen van Jupiter.

1,5 jaar geleden was ik in dat gebouw in Padua en had aan mijn kleinzoon daar toen over verteld. Ik kan me niet herinneren dat ik het er daarna nog ooit een keer met hem over heb gehad. Hij onthoudt alles, om akelig van te worden.

De vorige week donderdag, zondag en ook gisteren was hij een wetenschapper die veldwerk deed. Gewapend met een notitieblokje liep hij door het natuurgebied achter ons huis.

Ik had ook een functie: alle objecten die hij ontdekte en waarvan hij aantekeningen maakte moest ik fotograferen. Het werd een fantasievolle verzameling. Als we alle objecten mee hadden genomen had je er een tentoonstelling van kunnen maken. Toen ik zelf kind was gingen we ooit naar een dergelijke tentoonstelling. Een tuin van een vriendje lag vol met exotische voorwerpen. Elk voorwerp had die jongen voorzien van een schriftelijke toelichting: “Fiets van Hitler.” Hieronder een selectie van de foto’s die ik maakte:

Gefossiliseerde afdrukken van een dinosaurus

Het gebied van de Rietosaurus

Oermicroben in de oerzee

gefossiliseerde oervis

De tweede tocht door het onderzoeksterrein was mijn vrouw er ook bij. Zij leerde mijn kleinzoon op een gegeven moment om niet alles voluit te schrijven, maar om afkortingen te maken. Dan kon hij het thuis nog verder uitwerken.

De uitwerking, dat is er nog niet van gekomen. Wel tekende hij de botsing van Theia met de aarde.

Verder heb ik hem gisteren geholpen met zijn huiswerk. Er was ook een diktee met moeilijke woorden maar die vindt hij niet moeilijk genoeg. Hij maakte dus gewoonweg zijn eigen diktee. “Een asteroïde is neergestort in Siberië.” Hij had het diktee goed gemaakt vond hijzelf. Daarna wilde hij nog een werkstuk maken. Dat ging over Uranus. Achter de computer. Dat gaat ook al steeds beter, omgaan met een tekstverwerker. Maar het is nog niet af. En ik hielp hem ook nog met zijn opgaven voor de orgelles. De eerste oefeningen uit Organo Pleno deel 2. Vijf nieuwe noten en nieuwe ritmes. Dat is weer aanpoten.
‘Opa, ik verlang weer naar deel 1’.
Maar ik vond dat het best al snel beter ging. Wat erg leuk was: hij pikt mijn instudeermethodes op. Een van de dingen die ik met hem deed, en dat vooral om zijn focus te richten:
-‘Als je een fout maakt moet je opnieuw beginnen, totdat het helemaal goed gaat.’
Daar was ik onverbiddelijk in. Zondag deed hij het nog braaf, maar maandag ging hij het uit zich zelf toepassen. Fanatiek bleef hij oefeningen eindeloos herhalen.

Maar nu vandaag is hij door zijn vader geholpen met zijn huiswerk en had hij net een videogesprek met zijn juf. Zijn moeder had een stukje opgenomen van dat gesprek en stuurde het door. Het ging over de botsing van Theia met de aarde. Hij vond het helemaal niet eng meer. Het was heel erg lang geleden gebeurd. En misschien gebeurt het ooit nog een keer, maar dan zijn er geen mensen meer, de mensen zijn dan al lang uitgestorven. Net als de dinosaurussen.

Maar Theia, daar kun je nog iets van zien. Waar hij ooit de aarde raakte, daar staat nu een blauw paaltje. Met mijn logo aan de bovenkant. Het paaltje heeft een zelfde spleetje als te zien is in mijn kin, zo merkte mijn kleinzoon op. Het blauwe paaltje zal nooit meer hetzelfde zijn. Voor mij heeft het het logo van Theia.

Geplaatst in autisme | Tags: | Een reactie plaatsen

Uranus en Herschel

Constantijn Huygens was dichter, secretaris, componist en amateur wetenschapper. Zijn zoon Christiaan werd in de geest van zijn vader opgevoed, leerde ook musiceren en de beginselen van de muziektheorie maar uiteindelijk hield hij zich vooral met wetenschap bezig. Hij vond het slingeruurwerk uit en hij maakte meerdere telescopen. Een van die telescopen kun je nog steeds bewonderen in zijn voormalige woning Hofwijck, nu ingericht als museum. Daarnaast schreef hij over de kosmos, waarbij hij ook uitwijde over muzikale vraagstukken als de komma van Pythagoras en over de getempereerde stemming, lang voordat die pas in de tijd van Bach gemeengoed was. Mijn kleinzoon kent Huygens vooral vanwege het feit dat hij de ringen van Saturnus heeft ontdekt en ook zijn grootste maan Titan.

Ik moest hier aan denken toen ik me een beetje verdiepte in Friedrich Herschel (zie de foto hier onder.) Toen hij twaalf jaar was overleed Bach. Hij is tijdgenoot geweest van Haydn en Mozart en heeft uiteindelijk zelfs Beethoven met een jaar overleefd.

Geboren in Duitsland begon hij daar als organist en componist maar hij verhuisde al op negentienjarige leeftijd naar Engeland waar hij uiteindelijk zelfs in de adelstand werd verheven. Muziek was niet het enige in zijn leven, zijn grote passie werd de astronomie. Hij bouwde een erg grote telescoop, de grootste zelfs toentertijd van de hele wereld. En hij verdiepte zich in alles wat hij aan de hemel zag. Zo ontdekte hij dat onze zon gewoon een onderdeel is van de melkweg. En hij ontdekte allerlei verre melkwegstelsels, zoveel dat hij begon met het aanleggen van een uitgebreide catalogus, de Nebulae Galaxy Catalogue (NGC). Nog steeds worden melkwegstelsels vaak aangeduid met een NGC nummer. Toch is hij misschien nog meer bekend door zijn ontdekking van Uranus. Uranus! Er blijkt in 1783 nóg een planeet te zijn! Het eeuwenoude stelsel van Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus als bekende “dwaalsterren” (planeten) wordt opeens uitgebreid! Enkele jaren later ontdekt hij ook nog dat deze nieuwe planeet manen heeft: Oberon en Titania. Uiteindelijk ontdekken wetenschappers pas heel veel later dat het er zelfs bijna 30 zijn. En door de diverse ruimtemissies hebben ze intussen nog veel meer bijzonderheden ontdekt. Ze weten dat Uranus op zijn kant roteert. Alle andere planeten roteren in een hoek van ongeveer 23 graden, Uranus in een hoek van 98 graden. Een van de mogelijke oorzaken is dat er in het verre verleden een botsing is geweest met een kleine planeet waardoor hij gekanteld is. De vele maantjes van Uranus zouden dan ook verklaard kunnen worden als restanten van deze botsing. Samen met de in de negentiende eeuw ontdekte Neptunus vertoont Uranus grote overeenkomsten met de gasreuzen Jupiter en Saturnus. Het grote verschil met deze planeten is de afwezigheid van een omringende mantel van metallische waterstof. En het gas van deze gasplaneet is bevroren, het is een van de zogenaamde ijsplaneten.

Uranus is onder zeer goede omstandigheden met het blote oog waarneembaar als een zeer klein puntje. Het lijkt gewoon een onopvallende verre ster. Zo’n tien jaar geleden is het mij gelukt om hem een keer met mijn verrekijker te zien. Maar nu heb ik hem op de foto! Dankzij mijn mooie camera. Hij staat op dit moment in de buurt van Mars en bij een aantal goed zichtbare sterren van het sterrenbeeld Ram. Ik maakte een foto van het gebied waar hij te zien moest zijn en vergeleek die foto met datzelfde deel in het astronomische programma Stellarium. En wat ik hoopte werd bewaarheid: Uranus staat er bij, zonder enige twijfel! Ik ervoer iets van de sensatie die ook Herschel ervaren moet hebben toen hij er achter kwam dat het niet om een sterretje ging wat hij daar zag, maar om een planeet! Hij zal gedurende enige tijd waarnemingen hebben gedaan en zo tot die conclusie zijn gekomen. Mij lukte het dankzij mijn fotocamera en de prachtige softwareprogramma’s die er tegenwoordig zijn. Zo kan zelfs een amateur als ik in een land met slechte waarnemingsmogelijkheden toch nog het een en ander zien.

Op bovenstaande afbeelding zie je links mijn foto en rechts hetzelfde gebied zoals dat op het software programma Stellarium wordt weergegeven. Op mijn foto: het meest linkse, blauwe puntje onderaan op de foto is Uranus.

Op die foto zie je ook Mars. Ik maakte daar ook nog een (met filters bewerkte) detailopname van.

Herschel was organist. Mijn oudste kleinzoon twijfelt of hij zelf organist of wetenschapper wordt. Herschel bewijst dat je deze beroepen kunt combineren. De orgelmuziek van Herschel is braaf, maar zeker de fuga in onderstaand stuk is niet onaardig. Zijn wetenschappelijke werk daarentegen is indrukwekkend en heeft zijn naam voorgoed gevestigd. Kijk je naar Uranus, dan denk je aan Herschel. En dan hoor je misschien in gedachten zijn muziek gespeeld op een mooi orgel.

Sonata and fugue VI for organ in Eb

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | 1 reactie

Sterrennacht

Mijn oudste kleinzoon wil alsmaar een keer in het echt de Melkweg zien. En hij vraagt dan of dat hier in West-Nederland ook wel kan. Bijna nooit dus, er is altijd wel iets. In het noorden van het land heb je meer kans, met name op de wadden-eilanden. Of in Frankrijk.

Maar afgelopen nacht was er dan toch eindelijk weer eens een prachtige sterrennacht. Je zag niet de mooie sliert van de Melkweg, maar je zag op de plek waar die zou moeten zijn duidelijk meer sterren dan op andere plekken, bijvoorbeeld ter hoogte van het sterrenbeeld Cassiopeia. Mijn kleinzoon was gisteravond tegen zeven uur samen met zijn moeder al naar buiten gegaan en had genoten van de relatief grote hoeveelheid sterren.

Ik maakte foto’s in de omgeving van mijn huis. De eerste foto’s maakte ik nog voor zeven uur ‘s avonds. Later rond half tien nog enkele. En tenslotte nog weer enkele zonet. Dat was vanochtend tegen vijf uur. De maansikkel was juist tevoorschijn gekomen boven de Lek.

Het was heerlijk gisteravond en misschien nog heerlijker deze ochtend. Er was vocht in de lucht en helaas ook op de lens, dat zie je vooral op de foto’s van vanochtend. Maar ondanks de lichte vrieskou voelde het helemaal niet koud. Het begin van het derde deel van de negende symfonie van Beethoven past mooi bij deze sfeer. Dit soort nachten zijn voor mij een onbetaalbaar geschenk.

In het filmpje (link hierna) kun je onder meer de Orion zien met Betelgeuze en Rigel en later in het filmpje ook een detail met de Orionnevel, Castor en Pollux, de Pleïaden, Aldebaran, de Grote Beer en de Poolster, Perseus en Cassiopeia, Sirius, de opkomende maan met een eind verder rechts er boven Spica en nog veel meer. Bekijk het filmpje liefst op een groot scherm in volledige modus. In een van de volgende blogs zal ik nog op enkele details ingaan.

Film van de sterren in de nacht van 8 naar 9 januari 2021

Dezelfde film in iets lagere kwaliteit:

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , , , , , , | 3 reacties

De redding van de aarde

Op school had mijn oudste kleinzoon naar het jeugdjournaal gekeken en volgens hem was er gezegd dat er over twee jaar een asteroïde tegen de aarde aan zou gaan botsen.
-‘Is dat waar opa?’

Ik was heel benieuwd naar dat bericht maar kon niets vinden wat daar mee te maken had. Ik zei dat heel soms een meteoriet of asteroïde in zijn baan wat dichter bij de aarde komt dan normaal. Maar nooit zo dichtbij dat dat gevaarlijk is.

Diezelfde avond nog wilde hij het filmpje van “ontstaan aarde” deel 1 zien. Bij de animatie van een asteroïde van 4 miljard jaar geleden was hij er toch weer niet gerust op. Hij zag dan wel dat het een animatie was, maar: ‘kan dit echt niet gebeuren?’ Ik bezwoer hem dat dit écht niet kon gebeuren.

Thuis tekende hij de volgende dag hoe op TV wordt verteld dat er een gevaarlijke asteroïde op weg is naar de aarde. Zijn moeder liet de tekening via een app-berichtje aan me zien.

Het was een mooie tekening maar ik appte mijn dochter, om hem te vragen: “maak eens een tekening dat er een slimme wetenschapper is die door heeft dat het helemaal niet waar is en dat deze wetenschapper dat aan de mensen bekend maakt”. Ook dat ging hij tekenen. Het goede nieuws werd tot slot gevierd met een feest.

Toen hij een dag later weer bij ons was begon hij er potverdrie alweer over. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en vertelde over de norad-objecten: duizenden satellieten en stukken ruimtepuin die voortdurend in de gaten worden gehouden. En het mooie is: die slimme wetenschappers kunnen er een raket naar toe sturen die zorgt dat alles wat ook maar een heel klein beetje te dicht in onze buurt komt een andere kant op gaat. Er kan dus gelukkig helemaal niets met de aarde gebeuren.

Ook dat ging hij tekenen. Hij maakte er een overzichtelijk vier stappenplan van. Er dreigt een asteroïde tegen de aarde aan te gaan botsen. Er wordt een raket op afgestuurd. Via Mars gaat het object terug naar de asteroïdengordel. (Die ligt zoals uiteraard iedereen weet tussen Mars en Jupiter). De aarde is gered!

Geplaatst in autisme | Tags: , | 1 reactie

Veel nullen

Autisten houden van duidelijkheid. Onverwachte dingen mogen, maar alleen als het erg leuke onverwachte dingen zijn. Gelukkig weten opa en oma meestal wat leuke onverwachte dingen zijn. Leuke onverwachte dingen zijn: opeens mogen logeren, of naar een leuke speeltuin gaan. Niet zo leuke onverwachte dingen zijn veranderingen in huis. Zoals een houten eettafel met opeens een rood laken er over heen.
-‘Waarom ligt dat laken over de tafel?’
-‘Er waren gisteren twee mensen die kwamen eten, en we hebben het toen extra feestelijk gemaakt.’
-‘Dat laken kan er nu toch weer van af?’
-‘Ja hoor.’
Hij hielp met het verwijderen van het tafellaken en keek tevreden om zich heen. Alles was weer gewoon.
Enkele dagen eerder had hij staan schreeuwen en huilen omdat ook bij zijn ouders de kersttafel mooi was versierd. Dat moest onmiddellijk weg. Het gebeurde niet en hij bleef stampij maken. Ook toen opa en oma kwamen. Na een tijdje zei ik:
-‘Oma, zullen we maar naar huis gaan. Hij blijft maar zeuren en gedoe maken over die tafel. Ik vind het niet meer leuk.’
Ik stond op en oma ook. Hij schrok.
-‘Nee, nee!’
Vervolgens ging hij ontzettend zijn best doen om de aangeklede tafel te accepteren. Als compromis haalde hij de versieringen rond zijn eigen eetplek weg. Toen de volgende dag alles was opgeruimd was hij zichtbaar opgelucht.

Er is niet altijd peil op te trekken wat gewoon is en wat niet. Toen er een kerstboom kwam mocht dat, hij maakte er zelfs eigen versieringen in. Ook de kerstboom bij het stadhuis in zijn woonplaats vindt hij prachtig.
-‘Kerstmis vind ik de mooiste tijd. Alles is zo mooi versierd.’
Vol bewondering kijkt hij naar alle lampjes en verdere versieringen overal. Ook bij ons bij de eettafel mag dat dan weer wel. Maar waarom geen tafelkleed? Wonderlijk hoe dat allemaal werkt.

Hij heeft van het huis een heelal gemaakt. Trappenhuis, huiskamer, slaapkamers. Overal kom je delen van het heelal tegen. Halverwege de trap in een nisje zijn de aarde en de maan. Naast het bed van opa en oma bevinden zich Uranus en Neptunus. In een andere kamertje is er een asteroïdengordel. Maar goed dat opa en oma niet autistisch zijn want ze zouden vast niet tegen al die veranderingen kunnen..

Gisteren waren we in de speeltuin. Allerlei toestellen, een kabelbaan. Elke plek was een onderdeel van ons zonnestelsel. Opeens liep hij te klappertanden. Het was inderdaad erg guur, waterkoud met een vochtige, ijskoude mistachtige atmosfeer. Maar nee, hij bleek op Neptunus te zijn. Logisch dat je dan loopt te klappertanden. Al zijn ervaringen deelde hij met de aanwezige kinderen en hun ouders. Die waren opeens ook op Neptunus, of ze het wilden of niet. In de buurt van Venus kreeg hij het weer warm en terug op aarde was er niets meer aan de hand.

-‘Oma mag ik op jouw school een keer iets komen vertellen over planeten?’
Oma dacht dat dat misschien wel een keer zou kunnen. Het wordt een leuke presentatie, hij wil zijn pas gekregen planeten en dwergplaneten mee nemen om alles aanschouwelijk te maken. Ook is hij bezig met het bedenken van enkele quizvragen.

Spontaan begon hij aan een betoog van zo’n 10 minuten dat ik heb opgenomen. Hieronder de eerste twee minuten.

Hij zit op de grens van begrijpen van veel van die dingen. Ja wie begrijpt het trouwens wel? Ook de relativiteit van veel dingen kan hij nog niet echt vatten. Hij is wel voortdurend met tijd bezig.
– ‘Toen de dinosauriërs uitstierven, was dat nog voor de prehistorie?’

Hij weet in ieder geval dat er bij al die dingen veel nullen komen kijken. Hoe ver iets weg is? Veel nullen. Hoe groot iets is? Veel nullen. Hoe warm het ergens is? Veel nullen. De wetenschap is duidelijk. Alles wordt gemeten en ze weten precies wat er aan de hand is. Exact hoeveel nullen er bij komen kijken.
-‘Opa, hoe meten ze dat hoe warm een ster is?’
Dat gaat hij nog leren. Want op dit moment gaat hij er van uit dat hij astronoom wordt. Dan rekent hij gewoon alles uit. Dan is alles superduidelijk en overzichtelijk.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 4 reacties

Een mooie, zalige, kerstavond

Ik was met mijn oudste kleinzoon mee naar zijn orgelles. We waren te vroeg. We hadden allebei geen zin om te wachten bij de gesloten kerk tot de docent ons kwam halen dus besloten we om eerst nog een rondje te lopen rond de kerk. Zo liepen we om de breedste kerk van Nederland heen. Dat rondje duurt ongeveer zeven minuten. Op een bankje zaten enkele jongens die door mijn kleinzoon werden begroet:
‘Hoi!’
Mijn kleinzoon had een colbertje aan, daar overheen droeg hij een opzichtige, maar mooie stropdas, en daar overheen nog een winterjas. De winterjas was zodanig dicht gemaakt dat zijn stropdas nog goed was te zien, zo wilde hij het. De jongens keken naar hem en ze keken naar de stropdas en ze groetten terug. Daar kwam een groepje Aziatische toeristen. Ook zij werden hartelijk begroet:
-‘Hoi!’
Wat zijn de Nederlanders toch hartelijke mensen, en wat hebben ze mooi kleren aan, dachten de toeristen. We waren weer bij de ingang. Het was nu nog acht minuten.
-‘Nog een rondje?’
-‘ Ja hoor.’
We kwamen dezelfde mensen alweer tegen die ook weer op dezelfde manier werden begroet:
-‘Hoi’.
De Aziaten waren bijzonder gecharmeerd en wensten ons een “merry christmas”.

Het “merry christmasfeest” ging door bij de orgelles want, ongebruikelijk, begon de docent met een improvisatie.
-‘Ken je een liedje?’
Na enig nadenken wist mijn kleinzoon:
-‘Het is geboren het liefelijk kind. Dat is een kerstliedje’.
Dat werd het uitgangspunt van een improvisatie. Hij speelt heel veel liedjes uit zijn hoofd, zo ook dit kerstliedje. In de bas speelt hij dan meestal bastonen, rechts speelt hij dan de melodie aangevuld met wat akkoordtonen. Maar nu moest het opeens heel anders.  De bas kwam niet in zijn linkerhand maar in het pedaal, die moest hij dus met zijn voeten spelen. In de linkerhand moest hij op een ander manuaal de bijpassende akkoorden spelen. Maar: hij mocht voor het eerst op het pedaal spelen! Waw! Dat vond hij erg leuk. Hij mocht wel geen akkoorden spelen op het manuaal waar de melodie zat, dat was wennen. Op zich is het heel logisch om op bijvoorbeeld een piano in de rechterhand bij de melodie ook akkoordtonen te spelen. Dat is feitelijk zelfs heel muzikaal. Akkoordtonen liggen meestal dichter bij de melodie dan bij de bas. Maar op een orgel heb je meerdere manualen en dan kun je een mooi verschil in klankkleur maken tussen melodie en akkoorden. De docent deed het voor.
-‘Ik snap het.’
Wat hij snapte was vooral de vorm zoals de docent het had voorgedaan: een klein stukje van de melodie, dat herhalen in een andere toonsoort met een andere pedaaltoon, en dat nog enkele keren. Maar slechts een “solomelodie” in de rechterhand, dat vond hij lastig. Dat moest hij thuis maar eens gaan oefenen.

Het was kerstmis. Wij, grootouders, kwamen eten bij mijn drie kleinkinderen en hun ouders. De oudste was boven bij het keyboard en ik ging op de muziek af.
– ‘Opa, zal ik een tutti-improvisatie spelen?’
Hij improviseerde een “duet voor pedaal en manuaal”. Het was heerlijke, leuke en originele muziek. Zijn keyboard heeft geen pedaal, dus de pedaalpartij speelde hij met de linkerhand. Maar zijn voeten deden enthousiast mee!

En daarnaast speelde hij ook nog twee kerstliedjes

Het eten was nog niet klaar. We gingen nog even een wandelingetje maken. Eigenlijk wilden we sterren kijken. Die waren niet te zien, wel kwam af en toe de maan tevoorschijn. En het was doodstil in de stad.

Doodstil? Nee, we hoorden in de verte bij de kerk het orgel, en we hoorden als je goed luisterde hoe er binnen in de kerk werd gezongen. De kerkgangers zongen kerstliedjes. We liepen er heen en luisterden, met onze oren tegen het portaal aangedrukt.

Maar we moesten doorlopen. Het eten stond in de oven en was al bijna klaar. Even later zaten we aan tafel, mijn oudste kleinzoon ging eerst nog even naar boven en speelde daar vijf kerstliedjes op zijn keyboard. Boven was de kerk. Ze klonken bij ons stemmig, vanuit de verte.. Net zoals zo even in het stadje.

Het was een mooie, zalige, kerstavond.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 2 reacties

Avonturenbos

In een naburig klein bos is er een avonturenroute voor kinderen, je kunt er klimmen en klauteren. Mijn oudste kleinzoon ging als eerste de smalle plankenbrug over. “Ik ben Jan zonder vrees!” juichte hij, aangekomen aan de overkant. Toen kon zijn broertje natuurlijk niet achterblijven, hij deed het misschien zelfs nog behendiger. Hun zusje durfde niet goed maar samen met oma dan toch weer wel. Iedereen was er al. Behalve ik.

Oeps!

Daar lag ik in de sloot. Een halve meter op de vijfmeterplank had ik gehaald, toen gleed ik onverbiddellijk uit. En lag ik in een keer tot mijn middel in de modder.
-‘Opa, heb je pijn? Opa gaat het met je? Opaaa!’
Wat een liefdevol medelijden van iedereen. Ik baalde uiteraard als een stekker maar maakte duidelijk dat er met mezelf niets aan de hand was.
-‘We gaan naar huis, schone kleren, en alles is over.’


Dus zo snel mogelijk terug terug naar de auto (die ik trouwens nog steeds moet schoon maken bedenk ik…) Maar het was mooi weer en veel hondenbezitters vonden dat ook. In straffe pas met mijn zware modderbroek wilde ik snel een vrouw met drie loslopende honden passeren. Lieve honden, dat zag ik gelijk, alhoewel ze de modder aan mijn broek erg interessant vonden ruiken. Mijn oudste kleinzoon is panisch voor elke hond en schreeuwde al op 20 meter afstand of ze niet aan de lijn konden. De vrouw gaf geen sjoege. Mijn kleinzoon bleef intussen het hele bos alarmeren in een hels gekrijs van pure angst. Mijn vrouw vroeg het toen ook maar een keer.
-‘Kunt u de honden aan de lijn doen, hij is panisch, dat komt door zijn autisme’.
‘-Nee, daar pieker ik niet over.’
Mijn vrouw sleurde onze kleinzoon langs de plek des onheils maar er volgde nog een tweede onheilsplek. Een man liet twee grote herdershonden drinken in een sloot. Ook die beesten waren niet aangelijnd. Het gillen begon opnieuw en ook het vriendelijke verzoek om de dieren aan te lijnen. Slechts een hoongelach bereikte ons. En alweer moest mijn kleinzoon aan het angsttafereel voorbij gesleept worden.

Nu het goede nieuws. De dag ervoor waren we met onze kleinkinderen in een speeltuin. Twee iets grotere kinderen waren op een veldje aan het voetballen.
-‘Mag ik mee doen?’ vroeg de oudste. Dat mocht hij en zijn broertje mocht ook. Het ging goed, er werd echt gespeeld en iedereen had plezier. Wat leuk om te zien, vooral ook omdat dit in het verleden wel eens anders is geweest. Na een tijdje mocht hun zusje ook nog mee doen.

Nu gaan we weer terug naar de dag erna, de dag van het modderpak. Ik stapte dus bemodderd uit de auto en intussen wilden de twee jongetjes buiten blijven spelen, ze wilden voetballen. Hun zusje ging, nog steeds bezorgd, met mij mee naar de badkamer. Terwijl ik de modder afspoelde ging zij intussen alle ramen zemen. Ik merkte aan haar dat ze nog steeds een beetje van slag was. Zij trekt zich al die dingen erg aan. Ik denk trouwens nog het meest de ellende met die honden. Maar ik was al weer helemaal blij en opgewekt en ik zag er weer piekfijn uit. Ik ging in het kelderwashok alle kleren uitspoelen en ze in de wasmachine doen. Ook daarmee wilde zij helpen. Zo. Tijd voor een kopje thee. En even later kwamen de jongetjes binnen. De oudste vertelde enthousiast:
-‘Mijn broertje heeft gewonnen maar dat vind ik helemaal niet erg.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Hij keek zo blij. Ze hadden een half uur gevoetbald en blijkbaar zonder ruzie te maken. Wat goed! Wat leert hij toch veel! En wat is hij lief. Die honden was hij ogenschijnlijk al weer vergeten.

Niet zijn zusje die de rest van de middag hangerig was en vaak een beetje stil op de bank lag. Zij is hypergevoelig voor sfeer en ruzie en spanningen. Die waren er geweest, met mijn valpartij maar vooral ook met de honden.

Mijn oudste kleinzoon ging gewoon verder. Met piano spelen bijvoorbeeld. Veel improviseren. Toen hij merkte dat ik hem stiekem opnam moest ook Für Elise nog gespeeld worden.
Ik denk dat we voorlopig niet meer naar het avonturenbos gaan trouwens.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 4 reacties

Naderende conjunctie

Jupiter en Saturnus kruipen naar elkaar. Van 17 tot 20 december (19 december ontbreekt) heb ik het proces proberen vast te leggen. Hoe kun je dat zichtbaar maken? Ik heb drie foto’s naast elkaar geplakt, telkens zodanig dat de beide planeten er net linksboven en rechtsonder opstaan. Je ziet dan dat het steeds meer een close-up moet worden waardoor ze steeds groter lijken te zijn. Ook zie je dat de hoek waarmee ze boven elkaar staan verandert. De eerste dag is het nog zo’n 40 graden, de laatste dag staan ze al bijna recht boven elkaar. Vanavond, het moment van de echte conjunctie, gaan ze versmelten om 19:26 uur. Dan zijn ze al onder de horizon. De beste waarnemingsmogelijkheden zijn zo tussen 17:15 en 18 uur in het zuid-westen. Mits er geen wolken zijn…

Hieronder nog een film-impressie op basis van foto’s. Ze zijn gemaakt vlakbij mijn huis gedurende de drie avonden dat ik deze foto’s maakte. Op de eerste foto zie je rechts onder Jupiter overigens ook nog een van zijn manen, in dit geval IO. Je ziet ook hoe onze maan (“de maan”) geleidelijk van een sikkel verandert in al bijna eerste kwartier. De muziek die je hoort zijn drie preludes van Ciurlionis, gespeeld door Nathalie Damm

Eerder bericht van mij: de ster van Bethlehem
Op de blog pagina van Jona Lendering: De grote conjunctie
In de Volkskrant van 21 december staat ook een aardig artikel van Govert Schilling over het verschijnsel

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 3 reacties

Blijf waakzaam

Een soldaat bewaakt de stad. Hij valt bijna in slaap, maar dat mag niet: hij moet waakzaam zijn. Knikkebollend probeert hij wakker te blijven. Er dreigen immers gevaren. Zo moet de mens ook waakzaam zijn. Voor je het weet heeft de duivel je in zijn ban. En je zult zo wie zo wel niet helemaal zondenvrij zijn. Ben dus waakzaam, en vraag als het zover is aan de grote rechter om geduld met je te hebben en je te reinigen van je zonden.

Met dit beeld componeert Bach in het vierde deel van cantate 115 een aria voor sopraan waarbij hij een aangepaste tekst van Johann Burchard Freystein uit 1695 gebruikt:

Bete aber auch dabei mitten in dem Wachen! Bitte bei der großen Schuld deinen Richter um Geduld, soll er dich von Sünden frei und gereinigt machen!
Bid terwijl je waakt, vraag terwijl je grote schuld hebt je rechter om geduld, en dat hij je zal bevrijden en reinigen van je zonden.

In het oorspronkelijke gedicht is de tekst een beetje langer:
Bete aber auch dabei, mitten in dem Wachen
denn der Herre muss dich frei, von dem allem machen,
was dich drückt und bestrickt,
dass du schläfrig bleibest, und sein Werk nicht treibest!

Bid tegelijk, midden in het waken
want je Heer moet je vrij maken van alles
dat je bedrukt en gevangen houdt
zorg dat je niet in slaap valt en zijn werk niet verpest

Waarbij in bovenstaand gedicht allerlei soorten rijm worden gebruikt zien we bij Bach slechts de twee woorden “beten” en “bitten” die elkaar aanvullen en de tekst handen en voeten geven. De mens wordt aangemoedigd om waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen. Je geest kan snel verstrikt raken. Bid (bete) en waak. Vraag (bitte) in je gebed om geduld.

De tekst wordt gezongen door een sopraan en zij wordt begeleid door een blokfluit en een kleine cello. Daar onder zit slechts een eenvoudige basso continuo. Die laatste heeft een zeer effectieve functie: zij laat de langzame hartslag horen van iemand die bijna in slaap is gevallen. Molto adagio klinkt er op elke kwart een bastoon met daarboven een akkoord. Je hoort de traag ademende wachter. Acht maten lang spelen of de fluit of de cello een melodielijntje van steeds een maat, gevolgd door een korte ontwikkeling van twee maten waarin de melodielijntjes als in een soort fugato elkaar al eerder imiteren. Daarmee wordt de inleiding afgesloten. Maar hoe eenvoudig en verfijnd klinkt dit alles! Door de instrumentatie, door het tempo, door het spel van de twee instrumentalisten. De fluit en cello zingen als engeltjes in de oren van de half waakzame mens, en fluisteren als het ware de volgende tekst:

De hele inleiding, waarin bovenstaand motief in elke maat zit, klinkt zo

Als dan de sopraan gaat zingen klinkt het bidden in eerste instantie heel eenvoudig, slechts een lange toon, gevolgd door een klaaglijke kleine secunde naar beneden.

Even later (ook in bovenstaand geluidsfragment) zingt ze op dezelfde melodie die we al in de fluit en cello hoorden “de fluistertekst van de engeltjes”.

Daarna komt het tweede tekstgedeelte, het bidden gaat over in een verzoek, beten wordt bitten.
Bitte bei der großen Schuld deinen Richter um Geduld, soll er dich von Sünden frei und gereinigt machen!
De sfeer van het begin blijft ook in dit middendeel van de driedelige da capovorm. Het voornaamste contrast is de toonsoort: Fis-mineur en A groot in plaats van B-mineur en D-groot. Ook zien we wat meer beweging, snellere noten en sprongen. Luister hieronder naar het hele B-deel.

Het slot van deze passage licht ik er nog even uit. Hoe laat Bach ons horen dat je ziel gereinigd kan worden? Bijvoorbeeld door de keuze en plaats van de akkoorden. Je kunt het proces volgen in onderstaand fragmentje van de partituur. Harmonisch zien we een voortdurende herhaling van afsluitende cadensen (II-V-I, IV-V-IV64-I64-V-I, IV-II-V9-I, IV-V7-I). Maar bij slechts twee van deze cadensen gaat zowel de muziek naar een zwaar moment als wordt ook de tekst daar afgesloten: dat is na “gereinigt machen”. Als je bent gereinigd dan is er iets afgesloten, dan is het klaar. Het woord “gereinigt” springt er alle drie de keren zo wie zo uit. De eerste keer ritmisch: reinigen is een proces, je hoort hoe het woord verlengd wordt. De tweede keer begint “reinigt” op de verminderde kwint van het verminderde G#-akkoord, maar die lange toon, een D, wordt pas echt dissonant als hij overgaat in de dissonante kleine noon van het dominant none-akkoord. Deze toon maakt dan ook nog eens een enorme sprong van een verminderde septiem naar beneden: nu wordt de zondaar pas echt aangepakt om schoon gemaakt te worden! De derde keer, vlak voor het slot, is er nog een zekere ritmische benadrukking van het “gereinigt machen” door de twee gepuncteerde figuurtjes.

Dan komt de inleiding met het A-deel terug. Luister hier naar het hele deel en probeer de hartslag en het klagende bidden en het reinigende vragen te horen van de half waakzame mens.

Wil je het volgen met de muzieknoten erbij? Klik dan hier, er wordt een aparte pagina geopend.

Bij het luisteren naar deze cantate werd ik bij het horen van dit deel getriggerd: wat wordt er  eigenlijk gezongen? Ik las de tekst en dacht: niets bijzonders. De oorspronkelijke tekst lijkt dan misschien wel iets meer om het lijf te hebben. Maar toch? Voor Bach maakt het allemaal niets uit. Hij zoekt wat er achter de woorden zit en zet die gedachten om in muziek. Hij bouwt een aansprekende sfeer en gebruikt retorische middelen om de tekst zo expressief mogelijk te laten overkomen. En voilá: opeens klinkt er adembenemend mooie muziek.  Maar de uitvoering doet ook veel. Wat een geweldige zangeres is Joanne Lunn, wat zingt ze suggestief en subtiel. En dat in eendrachtige harmonie met de blokfluit en cello.

Joanne Lunn, sopraan
Rachel Beckett, blokfluit
David Watkins, cello-piccolo
John Eliot Gardiner en the English baroque soloists
Opgenomen in de kerk “All Saints” in Tooting, 17 november 2000

Luister hierna naar de volledige cantate BWV 115 (spoel door naar 26:00)

1. Choral
Mache dich, mein Geist, bereit, wache, fleh und bete, dass dich nicht die böse Zeit unverhofft betrete; denn es ist Satans List über viele Frommen zur Versuchung kommen.

2. Aria, Alt:
Ach schläfrige Seele, wie? ruhest du noch? Ermuntre dich doch! Es möchte die Strafe dich plötzlich erwecken und, wo du nicht wachest, im Schlafe des ewigen Todes bedecken.

3. Recitativo, Bass:
Gott, so vor deine Seele wacht, hat Abscheu an der Sünden Nacht; er sendet dir sein Gnadenlicht und will vor diese Gaben, die er so reichlich dir verspricht, nur offne Geistesaugen haben. Des Satans List ist ohne Grund, die Sünder zu bestricken; brichst du nun selbst den Gnadenbund, wirst du die Hilfe nie erblicken. Die ganze Welt und ihre Glieder sind nichts als falsche Brüder; doch macht dein Fleisch und Blut hierbei sich lauter Schmeichelei.

4. Aria, Sopran:
Bete aber auch dabei mitten in dem Wachen! Bitte bei der großen Schuld deinen Richter um Geduld, soll er dich von Sünden frei und gereinigt machen!

5. Recitativo, Tenor:
Er sehnet sich nach unserm Schreien, er neigt sein gnädig Ohr hierauf; wenn Feinde sich auf unsern Schaden freuen, so siegen wir in seiner Kraft: Indem sein Sohn, in dem wir beten, uns Mut und Kräfte schafft und will als Helfer zu uns treten.

6. Choral
Drum so lasst uns immerdar wachen, flehen, beten, weil die Angst, Not und Gefahr immer näher treten; denn die Zeit ist nicht weit, da uns Gott wird richten und die Welt vernichten.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De ster van Bethlehem

Als je gevoelig bent voor een bepaalde symboliek: komende maandag is het een bijzondere dag. Het is de kortste dag van het jaar, de astronomische winter begint. De wende is exact om 11:02 uur. Maar nu komt het: precies op die dag is er een vrijwel exacte conjunctie (samenstand) tussen Jupiter en Saturnus, de enige twee buitenplaneten die je met het blote oog kunt zien. Conjuncties tussen deze twee planeten zijn zeldzaam, de volgende zal pas over twintig jaar plaats vinden. Maar deze is nog meer bijzonder omdat de twee planeten echt lijken te versmelten, Jupiter schuift voor Saturnus langs waardoor je deze planeet niet meer ziet. De laatste keer dat dat gebeurde was in het jaar 1226, zo’n 800 jaar geleden dus!. De volgende is op 15 maart 2080, daarna pas weer in 2417. Er is wel eens geopperd dat wat “de ster van Bethlehem” wordt genoemd misschien feitelijk de waarneming van zo’n exacte conjunctie was. Stel je voor: de wijzen uit het oosten zagen hoe Saturnus steeds dichter Jupiter naderde. Ze zagen net als nu deze planeten in het westen ondergaan. ‘Kom’, zeiden ze tot elkaar, ‘we lopen erheen’. Ze liepen uit het oosten richting het westen, elke dag zagen ze in de avond hoe de planeten dichter bij elkaar kwamen. En toen: de twee planeten versmolten. Dat moest wel iets bijzonders zijn, er was een koning geboren! Ze waren in Bethlehem. ‘Is hier ergens een kind geboren?’ De herders verwezen hun naar een stal. Zo kwamen ze bij de plek waar Maria net was bevallen. Leuk idee toch?

En ook nu is het bijna kerstmis. Of je het verschijnsel aanstaande maandag kunt zien hangt van het weer af. Nu zijn de planeten al erg dicht bij elkaar. Het was vanavond ook nog eens een mooi plaatje met de maan er vlakbij. Elke avond kruipen ze nog dichter bij elkaar. Binnenkort kun je ze niet meer zien omdat ze dan vanuit de aarde gezien te dicht bij de zon lijken te staan. Pas ergens in het voorjaar komen ze in de ochtendhemel weer tevoorschijn, maar dan in omgekeerde volgorde: Saturnus rechts, Jupiter links. En steeds verder van elkaar… Ze zien elkaar pas weer over bijna twintig jaar.. Maar niet zo exact als nu. De exacte conjunctie is overigens niet lang nadat ze allebei onder de horizon zijn verdwenen, om 19:26 uur. Het geheel is heel bijzonder! Wie is die nieuwe koningszoon?

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | 1 reactie

Norad

We worden bespied! Maar het interesseert ons niet. We willen misschien zelfs graag in de gaten worden gehouden. Zoals veel mensen graag hun bonuskaart gebruiken. Onschuldige spionage: men wil slechts weten: wat eten we graag.

De mensen willen graag overal en alles in de gaten houden. Ook op nationaal of internationaal niveau. Om de aarde heen draaien duizenden objecten, de meeste zijn van mensenhand. Spectaculair is natuurlijk het ruimtestation ISS maar ook de nieuwste satellieten van Musk vallen op. De functie van al die satellieten kan heel verschillend zijn. Er zijn wetenschappelijke satellieten om bijvoorbeeld weer- en klimaatmetingen mee te verrichten. Er zijn communicatiesatellieten die navigatie met GPS mogelijk maken. Maar: er zijn vooral ook spionagesatellieten. Die willen de mensheid in de gaten houden. Daarnaast zijn er ook afgeschreven satellieten die geen functie meer hebben maar nog wel hun rondjes blijven draaien. En er zijn ingevangen rotsblokken die uiteindelijk terecht zijn gekomen in een baan om de aarde. Of er vliegen afgestoten raketonderdelen om de aarde heen. Linke soep: hopelijk zullen ze tijdig in de atmosfeer verbranden.

Maar gelukkig: al deze “satellieten” worden nauwkeurig in de gaten gehouden en hebben allemaal een nummer gekregen. Het systeem dat dit alles in de gaten houdt vanuit Amerika heet Norad, en zo zijn er duizenden Norad-nummers van allerlei objecten die om de aarde draaien. De meeste kun je niet zien, maar heel veel ook wel, zelfs met het blote oog. Als je in een mooie donkere nacht de hemel afspeurt zal je er gegarandeerd enkele binnen een half uur zien. Wil je gericht kijken dan is het programma Stellarium dat ik al eerder besprak erg nuttig. Ik heb een filmpje gemaakt om te laten zien wat er bijvoorbeeld gisteravond gedurende minder dan een minuut in het ZW te zien was. Blijf kijken, iets hoger dan het midden.

Dan zie je als je goed kijkt twee satellieten bewegen. De meest linkse is Norad 17295, oftewel de Cosmos 1812. Dat is een van de vele spionage-satellieten van Rusland die voortdurend om de aarde draait om van daaruit de omgeving tot in detail in de gaten houden. Hij is gelanceerd in 1986.

De tweede is Norad 26906, oftewel NOSS 3-1r. NOSS bestaat uit een serie satellieten die sinds het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw elektronische inlichtingen voor de Amerikaanse marine uitvoeren. De NOSS-satellieten draaien in groepen in een lage baan om de aarde om radar- en andere elektronische uitzendingen van schepen op zee te detecteren en deze te lokaliseren. Deze satelliet is in 2001 gelanceerd en behoort daarmee bij de derde generatie van deze soort. Hij kan onder meer duikboten lokaliseren door de aanwezigheid van warm water in de boot te registreren. Het lanceerprogramma van deze spionage satellieten gaat nog steeds door, ook voor 2021 staan weer enkele lanceringen gepland, met uiteraard nog meer geavanceerde meetapparatuur aan boord. Een van de eerste NOSS-satellieten, eentje uit de NOSS-1 serie van 1976 zag er uit als op nevenstaande afbeelding. Dat deze satellieten zo goed te zien zijn komt waarschijnlijk omdat ze in een relatief lage baan draaien.

In de Volkskrant stond een uitgebreid artikel over Russische hackers die hun slachtoffers voor miljoenen weten af te persen. En we weten zeker dat er voortdurend allerlei informatie wordt verzameld, niet alleen om bedrijven af te persen maar vooral ook om gehackte data te analyseren en te misbruiken. Deze week werden ook enkele Russische spionnen uitgewezen die wetenschappelijke en technische informatie illegaal wisten te verzamelen in Nederland.

Als je naar die ogenschijnlijk onschuldige sterrenhemel kijkt wordt er zonder dat je het weet van boven af naar je terug gekeken. Gisteravond heel even vanuit een Russische en een Amerikaanse satelliet. Maar er zijn ook heel wat Chinese satellieten, en niet alleen maar met onschuldige bedoelingen. De hele aarde bestaat uit mensen die elkaar wantrouwen. En we wantrouwen niet alleen onze buren. De republikeinen vertrouwen niemand meer uit hun eigen land. Er is een president die zijn volgelingen van alles wijs maakt, ze ophitst en bij een demonstratie deze geweldzoekende massa begeleidt vanuit een helikopter en dreigend met hen mee vliegt. Hij gedraagt zich als een uit zijn baan geraakte satelliet zonder norad-nummer.

Ik kijk naar de sterrenhemel terwijl ik me realiseer dat deze hemel sterk verontreinigd wordt door Norad-objecten. Maar het is slechts een verontreiniging, een tijdelijke. Net zoals de mens slechts een tijdelijk stofje is op de aarde.

Geplaatst in Astronomie, maatschappij | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Planeten kerstboom

Mijn oudste dochter vertelde hoe mijn tweede kleinzoon straf had gekregen omdat hij in de kleuterklas een kerstboom had omgegooid. De piek en een aantal ballen waren daarbij gesneuveld. Toen ik hem samen met zijn broer en zusje van school afhaalde viel mij op hoe hij, nog niet buiten, in de rij stond te stoeien met het jongetje naast hem en tegelijk ook nog met een jongetje achter hem. Ze hadden veel plezier. Vorig jaar nog was hij in groep 1 een klein verlegen jongetje dat probeerde om vooral alles zo goed mogelijk te doen. Hij had toen ook nog niet echt vriendjes. Dat is nu totaal veranderd en ik zag met plezier hoe hij ook op school helemaal zich zelf was, een leuke vrolijke beweeglijke opdonder. Alhoewel kerstbomen omver gooien uiteraard ook niet mijn voorkeur heeft.

Mijn oudste kleinzoon had orgelles en omdat mijn vrouw niet thuis was nam ik ook zijn beweeglijke broertje en zusje mee. De les was om vier uur en om vier uur ging ook de kerk dicht. De koster sloot alles af en maakte bij de hoofdingang de lichten uit. Ik bleef met de kleintjes in de kerk, die koud en zwak verlicht was. We bleven wachten tot de les van de oudste was afgelopen. Op een scherm konden we wel zien wat er daarboven bij het orgel gebeurde. Ze waren zo uitgekeken. Die grote kerk nodigde uit tot rennen en huppelen over grote treden, of verstoppertje spelen. Ik liet hen begaan, zo bleven ze warm, maar ik was wel voortdurend bezig met te zeggen dat ze alleen zachtjes mochten praten, want al die geluiden kon je tot boven bij het orgel in de verder doodstille kerk horen. Ze probeerden het braaf.

Toen de les bijna afgelopen was ging ik met hen naar boven. Ze mochten nog even luisteren naar het orgelspel van broerlief. Hij had heel erg zijn best gedaan om al die moeilijke noten te spelen. Nu mocht hij tot slot uit zijn hoofd de toccata in D-mineur spelen. Zijn docent trok aan een aantal registers en maakte er een soort tutti van. Hij mocht zelfs het pedaal gebruiken. Broer en zus waren nieuwsgierig en gingen naast hem zitten op het orgelbankje. Hij speelde de toccata in een verkeerde toonsoort, in A mineur, zoals hij ook op het in-geprogrammeerde deuntje op zijn keyboard staat. De docent onderbrak en vertelde dat hij een kwart hoger moest beginnen, in de officiële toonsoort. Dat deed hij zonder aarzelen. Het was dan wel net iets meer zoeken, maar dat doet hij gewoon even. In de halfdonkere kerk klonk Bach. Heerlijk.

Thuisgekomen stond er bij ons ook een klein kerstboompje, met kerstballen en een piek. Mijn oudste kleinzoon vond dat daar best meer in kon. Al de acht planeten die hij kreeg van Sinterklaas werden er in geplaatst: vol voldoening zag hij dat we nu een planeten kerstboom hadden! Het complete zonnestelsel in huis!

Zijn broertje had ook een idee: vier knuffeltjes in de boom. Zo hingen tussen de planeten een zeehondje, een egeltje, een lammetje en een varkentje. Maar voordat de versiering af was waren er wel al twee kerstballen naar beneden gedonderd. Helaas hadden die de val niet overleefd.
–‘Ik deed het per ongeluk.’
Uiteraard. Braaf veegde hij met veger en blik de restanten op en deponeerde hij de inhoud van het blik behendig in de prullenbak. Helemaal in kerstsfeer speelde zijn broer op de piano alle mogelijke kerstliedjes zoals Jingle-Bells. Wat knap eigenlijk alweer, ook met die begeleiding. Er brandden kaarsjes. Buiten was het alweer donker. De knuffels hadden inmiddels de kerstboom verlaten. Alleen nog wat rode exo-planeten (de officiële ballen) en de planeten van ons zonnestelsel waren aanwezig. Laat de kerst maar komen! Met kling klokje klingelingeling liepen ze door het ook al weer zo donkere gezellige stadje naar hun eigen huis.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 2 reacties

Een raar, onbestemd gevoel

Welk gevoel overheerst: hoop of hopeloosheid? Ik las enkele artikelen in het nieuwe jaarboek van Rura, de historische vereniging van Roermond. Ik zag veel parallellen met gebeurtenissen die plaats vonden aan het einde van de negentiende eeuw met dingen uit deze tijd. Het gevoel dat ik erbij kreeg was gebaseerd op een mengelmoes van gedachten. Het was een raar, onbestemd gevoel.

Ik moest denken aan het inperken van de democratie en de rechterlijke macht in Hongarije, Wit-Rusland, Polen. Maar ook in de Verenigde Staten waar de president er voor kan zorgen dat de hoogste rechters mensen zijn die er extreme opvattingen op na houden, en een land waar een staat de kiesdistricten zodanig kan veranderen dat de kans dat er een tegenstander wordt benoemd veel kleiner is. Ik moest denken aan vriendjespolitiek en ouwe jongens krentenbrood. Een reportage over de datacenter van Microsoft in Noord-Holland die alle groene energie die er gefabriceerd wordt in een klap compleet opslokt. Het worden datacenters voor Europa met groene energie uit Nederland terwijl wij maar blijven stoken op fossiele brandstoffen en de omgeving verpesten. Arjen Lubach maakte er een mooie reportage over waarbij duidelijk werd hoe makkelijk Nederlandse politici te paaien zijn en zich laten meeslepen in onverantwoorde beslissingen. En die politici hebben vaak korte lijntjes met de rijksoverheid. Ook moest ik denken aan de vuurwerkrellen. En nog erger: de antisemitische of racistische uitlatingen in veel kringen. In die kringen denkt men te weten waar het kwaad van deze tijd zit.

Een van de artikelen in Rura ging over de SDB, de sociaal democratische bond. Dat is de voorloper van de SDAP en dat is weer de voorloper van de Partij van de Arbeid. We leven in een tijd dat er nog geen vrouwenkiesrecht is, dat het mannenkiesrecht beperkt blijft tot de goed verdienende elite en dat als er kiesmannen op lijsten worden geplaatst die ook weer van lijsten af gehaald kunnen worden als ze niet bevallen. In 1888 wordt de kieswet veranderd. Alhoewel het kiesrecht is uitgebreid gaat het om mannen die in een eigen woning wonen. Er worden in de steden kieslijsten gemaakt maar daar kan aan worden gesleuteld. Zo waren op de kieslijst van Roermond de directeur en 12 priesterdocenten geplaatst van het Bisschoppelijk college. Leden van de liberalen vonden dat dat niet kon en probeerden hen er weer vanaf te krijgen. Slechts bij twee professoren lukte dat omdat hun huurwaarde te laag was. (Ze betaalden te weinig huur). Arbeiders stonden niet op de lijst, laat staan al die werklozen. De werkloosheid was zeer hoog in Roermond omdat halverwege de eeuw de een na de andere fabriek failliet was gegaan. Een goede basis voor een socialistische partij zou je zeggen. Nee dus. De almacht was in handen van bisschop Paredis van Roermond die twee dagbladen aan zich had weten te binden. Het derde dagblad, een liberale krant, was geen partij en de bisschop beïnvloedde het volk via zijn eigen bladen. En het volk werd ook beïnvloed in alle parochiekerken natuurlijk, vanaf de kansel. Het aantal liberalen in de raad was inmiddels gereduceerd van een meerderheid tot een minderheid. Liberalen werden afgeschilderd als goddelozen, vrijmetselaars en joden. Kortom tuig. Maar de aanhangers van de socialisten waren nog erger. Hun dagblad, De Volkstribuun, kreeg een Maastrichtse variant die ook in Roermond werd verkocht, getuige onderstaande foto waar een sigaar rokende man bij een terrasje vlakbij de Maasbrug dit blad leest en er zo te zien een heftige discussie ontstaat met een man met bolhoed (Gemeente archief Roermond). Het zijn duidelijk geen arbeiders die het blad lezen, waarschijnlijk gegoede mensen uit liberale kring.

Toen Domela Nieuwenhuis, de oprichter van de SDB, op uitnodiging voor een lezing een bezoek bracht aan Roermond, was er van te voren goed stemming gemaakt. Volgens schatting meer dan duizend Roermondenaren van de stad, die toen 11000 inwoners telde, wachtten hem op bij het station. Onder politiebegeleiding baande hij zich een weg naar de zaal. Daar kon hij nauwelijks spreken omdat er telkens liederen werden aangeheven als “Wien Neerlands bloet”, het toenmalige Nederlandse volkslied. Op zich een ludieke manier om een spreker de mond te snoeren trouwens… Uiteindelijk maakte de politie voortijdig een einde aan de bijeenkomst en begeleidde de spreker met zijn gevolg terug richting station. Daar werd deze groep zelfs toen ze al in de trein zaten door een grote menigte uitgejoeld. Andere mensen in de trein vroegen zich af of er een veewagen buiten stond? Nee, wat je hoorde was het Roermondse volk. Bij een volgend bezoek van weer een spreker werden de ruiten ingegooid van het huis waar deze man zich na afloop verschanste. De Katholieke Maas-en-Roerbode schreef met voldoening dat Roermond niet gediend was van deze godslasterlijke socialisten.

In een artikel over George Diepen, de Roermondse burgemeester van 1889 tot 1891, lees ik vooral hoe via vriendjespolitiek benoemingen tot stand kwamen, hoe alles in handen was van een kleine elite, en hoe benepen en kleinburgerlijk de maatschappij in elkaar stak. Niets ten nadele van deze burgemeester, hij was slechts een kind van zijn tijd. Maar ik las ook hoe vervolgens de katholieken noodgedwongen met sociale maatregelen kwamen, in de hoop de liberalen en socialisten de wind uit de zeilen te nemen. De katholieke propaganda ging onverminderd voort. De encycliek Rerum Novarum van de paus werd breed omarmd. Rerum Novarum (Latijn voor Nieuwe zaken of een omwenteling) is een in 1891 door paus Leo XIII geschreven encycliek. De encycliek houdt zich bezig met de situatie van de arbeidersklasse en formuleert in de vorm van een aantal uitgangspunten de sociale leer van de Katholieke Kerk. Uitgangspunten waren een rechtvaardig loon, het recht op eigendom en solidariteit met de zwakkeren. Zijn pleidooi voor vakorganisaties was niet alleen een vernieuwing binnen kerkelijke kring, maar ook daarbuiten. Leo’s encycliek bevat een kritiek tegenover ongebreideld kapitalisme en veroordeelt tegelijkertijd het marxistisch socialisme.

Ondanks Rerum Rovarum kwamen er revoluties, in Nederland nog net niet. En bepaalde zondebokken bleven bestaan, zoals de joden. Het kiesrecht werd uitgebreid. Maar nu, in de huidige tijd, zie ik nog steeds vergelijkbare angstaanjagende dingen. In Europa, maar ook in Nederland. Hoe makkelijk mensen op te hitsen zijn, hoe graag ze bepaalde mensen tot zondebok maken. Hoe er gesleuteld wordt aan het rechtssysteem of aan kieslijsten. Dan verlies ik weer even alle hoop. Maar op de keeper beschouwd lijkt de tijd me, nu meer dan een eeuw later, toch vooral verbeterd. De armoede in ons land is grotendeels verdwenen. Vrijwel iedereen heeft kiesrecht. Dat geeft hoop. Toch houd ik over onze tijd een raar, onbestemd gevoel.

Zie ook:

Vrijheid van denken honderd jaar na de oprichting van de CPN

Spiegel van Roermond 2021:
-“George Diepen, 1834-1918. Roermonds burgemeester in de schaduw, 1889-1891.” Gerard de Groot.
-“Rood gevaar in een Roomse stad. De SDB in Roermond in 1893.” Piet Hein de Boer en Harrie Maasen.

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie

Stille Nacht

Huiswerk: twee liedjes die over moesten en drie pagina’s met nieuwe liedjes. Mijn oudste kleinzoon worstelde zich braaf door al die noten heen. Steevast als hij een liedje af had speelde hij bij de slotmaat enkele akkoorden en plakte er daarna nog enkele maten achter, waarmee het liedje in zijn ogen een waardig slot kreeg. Zo gebeurde het ook op de orgelles. Net op het moment dat zijn docent hem weer wat aanwijzingen wilde geven, of hem enkele maten over wilde laten doen, begon hij te improviseren. Zijn leraar wachtte gelaten en vol geduld tot hij een soort einde maakte om vervolgens weer verder te gaan met de oefeningen uit het boek. Bij een van de liedjes moest hij met twee handen op verschillende manualen spelen. De linkerhand had daar meer een begeleidende rol en dat hoorde je aan de muziek en nu dus ook aan het gebruikte register. Maar halverwege het liedje werden qua noten de rollen omgekeerd, nu kreeg de linkerhand de melodische lijn. Mijn kleinzoon besloot zonder blikken of blozen zijn twee handen van manuaal te verwisselen, en later toen de originele rollen weer terug kwamen speelde hij weer op de manualen die ook bij het begin gebruikt werden. Zijn leraar was stomverbaasd. Mijn kleinzoon luistert niet zomaar braaf naar wat hij moet doen, hij maakt voortdurend bewuste muzikale keuzes. Toen werd opeens zijn docent opgebeld. De volgende leerling wilde al graag naar binnen gelaten worden dus ging hij snel naar beneden. Mijn kleinzoon keek me verward aan. ‘Lekker spelen!’ zei ik. Dat liet hij zich niet twee keer zeggen. Hij trok enkele extra registers open en begon te improviseren. De hele kerk galmde van de feestelijke tutti-akkoorden, de trouwerij kon beginnen. Toen zijn docent er weer was ging deze naast hem staan en zei: ‘En nu gaan we afsluiten, ja, speel maar een C-akkoord’. Hij heeft hem nooit iets over een C-akkoord verteld en ook in het orgelboek worden nog geen akkoorden gebruikt. Maar mijn kleinzoon hoorde wat hem gevraagd werd en speelde op het juiste moment het bewuste slotakkoord, natuurlijk hield hij het daarna wel minstens vijf seconden aan. Eigenlijk wou hij alweer wat anders gaan spelen maar ik sleurde hem van zijn bankje. De docent schreef enkele dingen in het huiswerkschrift en zei terloops:
-‘Speel je ook wel eens Sinterklaasliedjes?’
Dat had hij niet moeten zeggen, want mijn kleinzoon sprong weer terug op het bankje en begon Sinterklaasliedjes te spelen, uiteraard met mooie basloopjes en met de juiste akkoorden. Ook nu weer speelde hij naar zijn gevoel muziek, niet die domme oefeningen met de noten. Zijn docent moest nogmaals zijn geduld bewaren en ik sleepte hem zo gauw het enigszins mogelijk was ten tweede male van het orgelbankje vandaan.

Sinterklaas is geweest. Hij had planeetjes gekregen. Hiermee zat hij te spelen en intussen verzon hij in gedachten een film. De planeten werden steeds groter. Op het einde lag een grotere bal. Dat was het universum. In zichzelf neuriede hij intussen “Stille nacht”. In mineur. In een eindeloze herhaling. Alles draait ergens om heen, in een eindeloze cyclus. Een stille nacht in mineur illustreert dit perfect. Zijn broertje en zusje speelden daarentegen gewoon op aarde. Maar hij was veel verder weg. Hij was ergens tussen de sterren, en ervoer in een soort van trance de oneindigheid.

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 7 reacties

Geloof

Veel kunstenaars waren en zijn diepgelovig. Vanuit hun opvoeding, traditie kan dat geloof in uiterlijk verschillen. Maar in werkelijkheid is geloof een voelen en weten van dingen die samenhangen zonder dat je het kunt beredeneren. En met name kunstenaars kunnen dat vaak.

Kinderen staan ook open voor geloven. Nu in deze Sinterklaastijd bijvoorbeeld. Zoals de Christelijke kerken mensen wijs maken dat er een leven na de dood is zo maken wij de kinderen wijs dat Sinterklaas langs de huizen komt om cadeautjes te brengen. Mijn oudste kleinzoon zit in een geloofscrisis.
-‘Hoe kan het dat Sinterklaas niet dood gaat, alle mensen gaan toch dood?
-‘Met een paard op het dak, dat gaat toch niet?’
-‘Waarom komt Sinterklaas alleen in Nederland en België?’
-‘Wat is het verschil tussen Sinterklaas en de kerstman? De kerstman wordt toch Santaclaus genoemd, dat is toch gewoon hetzelfde?

Toch blijft hij waarschijnlijk dit seizoen nog geloven. Hij vindt het ‘t leukste feest van het jaar. Volgens mij omdat Sinterklaas cadeautjes geeft, en nu eens een keer aan álle kinderen, en niet alleen aan de kinderen die jarig zijn. Sinterklaas is eerlijk. Hij wil planeetjes krijgen. Op zijn verlanglijstje staat: “planeetjes van sizes comparison”. Bij de reclames die altijd vergezeld gaan van filmpjes op youtube zag hij een aantal keren kinderspeelgoed bij een van zijn favoriete filmpjes: kleine handzame planeetjes,  niet te groot maar ook niet te klein. Ze blijken niet makkelijk te krijgen te zijn. Alleen in Amerika en bij het bestellen wordt een en ander al snel geweigerd. Heeft waarschijnlijk met de locatie te maken. Bij amazon.de hebben ze net die planeetjes niet. Tja. Als hij ze niet krijgt heeft Sinterklaas denk ik voorgoed voor hem afgedaan. Zijn toch al wankele geloof wordt dan teveel op de proef gesteld.

Eigenlijk heeft hij die planeetjes niet nodig. Eergisteren verzon hij een planetenmuseum. Hij maakte een opstelling met allerlei soorten planeten en in het midden maakte hij van duplo het gebouw. Er in was een zaaltje en daarin werden educatieve films vertoond. Hij leende mijn telefoon en zocht een geschikt filmpje voor het publiek. Alle aanwezigen, een stuks of wat poppetjes, zaten geboeid te kijken en te luisteren.

Ik wilde mijn telefoon terug tijdens het eten. Ik zag zijn beteuterde gezicht. OK, als we straks naar huis gaan. Dat vond hij goed. We aten met op de achtergrond vanuit de huiskamer in het Nederlands alle mogelijke uitleg over het zonnestelsel. Het museum was natuurlijk gericht op een Nederlandstalig publiek.  Na het eten wilde hij niet de gebruikelijke afsluiting bij opa en oma met op TV kijken naar een zelf uitgekozen filmpje. Nee. Hij ging gewoon even bij de mensen in het museum zitten. En luisterde geduldig tot de film was afgelopen. Een film die niet makkelijk was. Je moest er slim voor zijn. En hij ging over echte dingen, dingen die je kunt beredeneren, hoewel je er eigenlijk wetenschapper voor moet zijn. Maar dat wordt hij, tenzij hij een beroemde organist wordt. Het gaat er nog om spannen. Als organist heb je het voordeel dat je de muziek van Bach kunt spelen. En zonder dat je het in de gaten hebt wordt je dan meegezogen in het mysterie van die muziek. Of je het gelooft of niet.

Geplaatst in autisme | 3 reacties

De winter nadert

De laatste dagen van november brachten ons elke dag weer heel ander weer. Zaterdag was het mistig, zondag was het prachtig zonnig, gisteren was het grijs en druilerig, afgelopen nacht was het stormachtig, vandaag klaarde het weer wat op en morgen schijnt het weer een aardige dag te gaan worden. Het zijn de grillige stuiptrekkingen van de herfst, maar je voelt dat de winter onverbiddelijk nadert. Niet alleen door de nu toch wel heel korte dagen, maar vooral ook door de kou.

Hieronder staan enkele foto’s die ik deze afgelopen dagen maakte. De eerste twee zijn van een mooi mistig sfeertje zaterdagmiddag bij Ootmarsum. Wie kent deze roofvogel?

Zondag was het in Overijssel prachtig weer. We wandelden een groot deel van de dag door de natuur. We zagen deze torenvalk, mooie paddenstoelen en plotseling vlakbij drie reetjes. Natuurlijk geen camera bij de hand.

’s Avonds weer thuis zag ik de vrijwel volle maan.

En ook vanavond was de maan af en toe tussen de wolken door te zien. Hij is als je heel goed kijkt trouwens alweer een fractie aan het afnemen.

Geplaatst in natuur | 2 reacties