Einde eerste Wereldoorlog

Gisteravond bij “de Wereld draait door” merkte Peter Vandermeersch op hoe weinig aandacht er in Nederland was voor het herdenken van het einde van WO I.  Waarom zou je ook: Nederland was in die tijd neutraal, het land was niet ingenomen door welke partij dan ook en had vooral veel  geld verdiend aan deze oorlog. Dus niets bijzonders toch? Toch waren er ook in Nederland enkele opmerkelijke herdenkingen zowel zaterdag als zondag die in dit TV-programma niet vermeld werden. Op zaterdag was er in het Vredespaleis een internationaal congres over oorlog en vrede waarbij vooral WO I centraal stond. In het kader daarvan was er ’s avonds een concert in de aula van het Vredespaleis. Hier was ik bij:  met name de teksten van Vincent Bijlo maakten bij mij grote indruk. Alles was muzikaal ingebed. Voor de pauze klonk er muziek geschreven tijdens de eerste wereldoorlog, uitgevoerd door het Monteverdi Kamerkoor Utrecht. Na de pauze nam de Koselleck Big Band het over met als solist Fay Lovsky. Deze muziek onderstreepte de teksten waardoor het hele verhaal van de eerste wereldoorlog nog een keer de revue passeerde, ook hoorden we veel over de gebeurtenissen die er op volgden zoals de gelukte dan wel mislukte revoluties. Bij mij bleef het meeste bij het verhaal over Fritz Haber, de uitvinder van zowel het chloorgas als het mosterdgas. Haber was zelf als kolonel bij de eerste chloorgas-aanval in Ieper. Een jaar na de eerste wereldoorlog kreeg hij de nobelprijs voor chemie, weliswaar vanwege een andere uitvinding. Later vond hij ook nog Zyklon B uit, het gas waarmee miljoenen doden in de tweede wereldoorlog werden vergast. Dat heeft hij niet meegemaakt, want hij was als professor aan de kant gezet in 1933, omdat….. hij jood was.. Hij overleed in Basel in 1934 aan een hartaanval.

Zondag werd het concert van ruim twee uur herhaald in Doorn, nu met als solist Ellen ten Damme. Ik was er niet bij, maar het schijnt zo mogelijk nog indrukwekkender te zijn geweest. De titel van het concert was: “the concert to end all wars”. Een indrukwekkende herdenking die bij de meeste aanwezigen keihard  binnenkwam, die helaas naar mijn weten door  geen hoogwaardigheidsbekleders is bijgewoond.

Vincent Bijlo was af en toe cynisch hard, vooral over ” het Nederland” van die tijd. De koeien loeiden vredig. Koningin Wilhelmina liet de vluchtelingen uit België toe:  ‘wir schaffen das’.  Vooral in het zuiden werden de grenzen bewaakt. Mijn grootvader was erbij, als jongeman van 32. Hij staat in de achterste rij helemaal rechts op de foto. God zij dank werd Nederland beschermd..

soldaten

Waarom moet WO I herdacht worden? Niet alleen vanwege de slachtoffers, maar vooral ook vanwege het feit dat toen begonnen werd met het inzien van de noodzaak tot samenwerking om zo tot een permanente vrede te komen. Na 1945 werd die draad weer opgepakt en dat leidde tot de EU. Als we terugdenken aan die oorlogen dan moeten we ons schamen dat we de neiging hebben die samenwerking nu weer klakkeloos overboord te gooien. In die geest is het ook schandalig dat veel plaatsen in Nederland weigeren om Duitsers toe te laten bij hun herdenkingen. Mensen, waar gaat het om! Het gaat om samenwerking! Met iedereen!

Kijk ook terug naar het interview met Peter vanderMeersch  https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/508541

 

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Donkere luchten, zwarte gaten en glissandi

Je houdt van sterren en planeten maar je bent bang voor het donker. Dat overkomt mijn oudste kleinzoon. Nu de dagen weer erg kort beginnen te worden is het al donker als hij om zeven uur  ’s avonds door opa en oma wordt thuis gebracht. En dat vindt hij niet leuk. In het donker is de wereld moeilijker te begrijpen en dat beangstigt hem. Met zijn hoofd naar beneden loopt hij naar de auto zodat hij dat donkere gat in de lucht niet hoeft te zien. En hij wil voor de deur afgezet worden, wat ons helemaal niet goed uitkomt want daar kun je niet parkeren. Maar het lijkt nu toch  enigszins doorbroken. We hebben hem uitgelegd dat het elke dag eerder donker wordt en dat het straks ook donker is als hij naar school gaat. En dat het niet te doen is als hij dan alleen maar naar de grond kijkt. Bovendien, er zijn zoveel mooie dingen aan de hemel te zien als er tenminste geen wolken zijn. Gisteren opeens in de auto: ‘opa, ik wil met jou op een steen gaan zitten en samen naar de sterren kijken’. Ik wist niet wat ik hoorde, ‘en die donkere lucht dan’ dacht ik! Het was bewolkt, we hebben gezocht naar sterren. Jammer. Tja. Maar nee! Kijk! Jááá! Ook zijn broertje van drie had het gezien en riep hem toe om naar boven te kijken. We waren alweer bijna thuis vanaf de parkeerplaats. en daar stond, bijna recht boven ons, de ster Deneb van het sterrenbeeld de Zwaan!

Vanavond was het helemaal helder, er was bijna geen wolkje aan de hemel. Gelijk bij opa en oma al! Hij was opgetogen van al die sterren. Niet alleen Deneb, maar ook Mars en nog veel meer hebben we gezien! Het lijkt weer een kleine overwinning. De muggenfobie is ook een stuk minder, hij vertrouwt er nu redelijk op dat er geen muggen meer zijn en dat het nog erg lang duurt voor ze weer terug komen. Af en toe ziet hij iets. ‘Dat is een fruitvliegje’ zegt hij dan zelf, en meestal is dat dan ook zo. Ik heb nog een mug doodgeslagen die hij even daarvoor  tot fruitvliegje had verklaard. Ik heb het maar zo gelaten.

Thuis, bij ons, maar ook op school tekent hij veel. Gisteren kreeg hij een aan elkaar geniet boekje mee met allerlei tekeningen. Ik denk dat de juf niet alles gesnapt heeft wat er in stond. Hij tekende een rondje in een vierkant en daaromheen kleine vierkantjes, daaromheen weer een deel van een rondje. Er is een filmpje op youtube waarbij micro-organismen in een raster worden gezet met de maten erbij. Dat raster is vervolgens weer een object in een groter raster en de rasters en de objecten worden steeds groter. Zo wordt uiteindelijk ook de grootte van sterren geschaald. Dat heeft hij proberen te tekenen.

raster

Leeftijd, dood, ouder worden: ook daar is hij erg mee bezig. ‘Wanneer krijgen mensen een kunstgebit?’ Hij vindt het maar niks dat daar geen vaste leeftijd bij hoort, het wordt zo wel erg ongrijpbaar. Ook moeten voor hem alle mensen oud worden en zo rond hun honderdste overlijden. Dan weet je waar je aan toe bent. En dan hebben we nog “onze zon…” Hij heeft al een paar keer gezien dat ook aan het leven van sterren een einde komt. En dat sommige sterren uiteindelijk een zwart gat worden. ‘Wat is dat een zwart gat?’ Ja dat is moeilijk uit te leggen en dat doe ik dan ook niet. Het is de vraag ook of dat goed is, wij kunnen het al niet bevatten en hij zeker niet. Maar je moet toch iets zeggen. ‘Dat is iets dat heel erg zwaar is maar ook klein. En je kunt het niet zien, je ziet met een telescoop alleen een klein zwart puntje.’ Wordt onze zon ook een zwart gat?’ ‘Nee, dat kan niet want onze zon is een kleine ster en alleen heel erg grote sterren worden als ze heel erg oud zijn een zwart gat.’ Maar hij is er niet gerust op. Dus hij “tekent de vraag van zich af:”
Zwart gat. Kan de zon dat?

zwart-gat

Er mag nog steeds geen muziek op staan, geen muziek van CD of radio. Maar als oma zingt en oefent voor het koor vindt hij dat gelukkig prima. Wel af en toe vindt hij dat gek. Dát is een gek liedje oma. Maar hij komt er toch geïnteresseerd bij staan en oma vertelt waar het lied over gaat. ‘Welke muziek vindt je het leukste om naar te luisteren? vroeg ik hem laatst. Hij moest even aarzelen. ‘ Koormuziek.’ Hij heeft oma al eens horen zingen in de Pieterskerk van Utrecht. Maar zelf muziek maken is het leukst. Vaste prik: meestal gaat hij enkele keren op een middag achter de piano zitten als hij bij ons is.  Ik durf hem nog niet goed iets te leren. Toen ik dat ooit enkele jaren geleden deed begon hij te huilen. Hij was bang dat hij iets niet goed zou doen volgens mij. Ik ging toen spontaan met hem meespelen. Dat vond hij laatst bij oma wel goed, dus hij is al een stap verder. Maar hem echt iets aanleren durf ik dus nog steeds niet. We laten hem dus meestal gewoon lekker improviseren. Hij kijkt intussen naar de toetsen of hij staart in een trance voor zich uit of half naar boven. Hij luistert daarbij zeer nauwgezet naar alles wat er klinkt.

Bij de opname die je hieronder hoort gebeurt er het volgende. Eerst zet hij een voet op het rechterpedaal. Om dat te doen moet hij half van de pianokruk af gaan hangen. En hij gaat dan luisteren naar de boventonen van de toetsen die hij aanslaat. Vooral in het hoge register is dat fascinerend. Dan doet hij enkele “contrapuntische oefeningen”, meest twee melodieën tegelijk, vaak 3 tegen 1.  De hoogste melodie heeft dan drie tonen in de tijd dat de bas er een heeft, allebei dalen ze, tot de bas helemaal beneden is. Dan doet hij dat nog een keer, maar nu met tegenbeweging: de hoogste melodie gaat naar beneden en de bas gaat omhoog, nu 1 tegen 1: de melodieën hebben evenveel tonen. Even verder weer andersom, de bas naar beneden en de hoogste melodie omhoog, nog steeds 1 tegen 1. Dan gaat hij zich vooral met de samenklanken bezig houden. Zo klinken er opeens enkele parallelle octaven en parallelle kwinten. En dan komt er nog weer een fragment met gelijke beweging (de melodieën gaan dezelfde kant uit en weer zo ongeveer 3 tegen 1.
Maar dan…
Er is één muzikaal fenomeen waar hij niets van moet hebben. Het glissando. Als ik met hem naar filmpjes over planeten kijk zegt hij opeens: ‘die film wil ik niet zien’. ‘Waarom niet?’  ‘Daar zitten glissando’s in.’ Zelf glissandi maken op de piano, dat doet hij dan blijkbaar weer wel! Hij bezweert daarmee denk ik de enge glissandi in zijn hoofd. Zoals hij ook de donkere lucht en het onbestemde van een zwart gat bezweert door het gewoonweg te tekenen. Luister naar het einde. Glissandi!

 

Geplaatst in muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , , | 7 reacties

Wintertijd

Gelukkig is besloten om nog even te wachten met het definitief vaststellen van het fenomeen winter- of zomertijd in Nederland. Ik ben trouwens zeer voor het instellen van permanente wintertijd, met dezelfde argumenten die ook Arjen Lubach op een ludieke manier aangeeft.

Eigenlijk hebben we als we permanent wintertijd instellen al permanent zomertijd. Omdat onze klok ook dan nog steeds 40 minuten voorloopt op de werkelijke tijd. Als je naar reacties van veehouders kijkt dan zijn die verdeeld. ‘Mijn kippen leven dag en nacht in het donker, dus dat maakt allemaal niets uit’. ‘Het is vervelend als we moeten omschakelen, winter- of zomertijd op zich maakt niets uit.’ Uit dit soort reacties blijkt vooral hoeveel onze bio-industrie is afgedwaald van een natuurlijk patroon maar het zegt niets over wat nu beter of slechter zou zijn: zomer- of wintertijd permanent. De natuur zelf doet niet aan zomertijd en ook niet aan wintertijd. In de lente gaan de vogels fluiten als het licht wordt. Bij constante zomertijd lijkt het dan of ze een uur eerder gaan fluiten dan wanneer het altijd wintertijd zou zijn. De meeste dieren passen zich aan het licht aan. Het zou heel natuurlijk zijn als de mensen ’s zomers langer zouden werken dan ’s winters. Als je kijkt naar de tijden dat een school open was in de achttiende eeuw dan kunnen we lezen dat er in de winter veel korter school werd gehouden dan ’s zomers. Dat zal ook wel met verwarmingskosten te maken hebben gehad, maar toch. Men deed het gewoon. Ook Beethoven gaf  ’s zomers al vroeg les, ’s winters piekerde hij daar niet over. Ook weer logisch, je huis moet niet donker zijn, en verwarmd. De mens stond toen feitelijk nog dichter bij de natuur. En ik denk dat het ook wel eens zo zou kunnen zijn dat de biologische klok ons ’s winters eigenlijk langer wil laten slapen dan ’s zomers, zoals dat ook bij veel dieren het geval is. Het enige wat de mens heeft kunnen verzinnen in deze tijd is de klok verzetten. Zijn we zo ver afgedwaald van de natuur dat wij onze biologische klok zo makkelijk laten afwijken van dat wat ons lichaam eigenlijk zegt? Vooral ’s zomers zitten de kinderen al veel te vroeg in de schoolbanken als je naar hun biologische klok kijkt. Minstens twee uur te vroeg dus! Logisch dat iedereen zit te gapen. En voor volwassenen is het niet anders. Er zijn enkele branches die er wel bij varen. De koffie-industrie (‘wakker blijven!’) , de horeca (‘lekker lang op het terrasje’) en natuurlijk de medische industrie die weer allerlei extra pillen en behandelingen kan introduceren dankzij de problemen die ontstaan door het uit de pas lopen van de biologische klok met de maatschappij. Wintertijd!!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , | 1 reactie

Sterren en treinen

Misschien moet mijn oudste kleinzoon wel muggen gaan tekenen. En dan muggen die zich verstoppen in een holletje om hun winterslaap te gaan doen. Want hij is panisch voor die beesten. Omdat ze steken en je er bulten van krijgt. Behalve de radslag doen, op de piano improviseren en fietsen is tekenen zijn grote hobby. En hij tekent waar hij in zijn koppie nog meer mee bezig is. Dat zijn vooral treinen. Elke trein heeft zijn eigen geluid, de deuren klinken bij elke trein anders en ook dat fascineert hem. Enkele dagen geleden vertelde hij dat hij graag een ICE wilde zien omdat hij niet meer wist hoe die klonk. En hij doet al die geluiden feilloos na. Maar ook observeert hij zeer goed. En dat tekent hij. Niemand heeft het ooit met hem over perspectief gehad. Ook geen letters geleerd. Maar hij kijkt, tekent en beschrijft. Heerlijk, 5 jaar en 4 maanden en zijn wereld wordt groter maar delen van die grote wereld worden hierdoor ook steeds meer behapbaar. Naast treinen is het ook nog steeds de héle grote wereld die hem fascineert. Dat is de wereld van sterren, kometen en planeten. Nu de muggen nog, en nog een paar dingen waar hij moeite mee heeft. Maar goed, ik laat 10 tekeningen van hem zien van de laatste 2 weken en zal bij elke tekening een klein commentaar schrijven, naar aanleiding van wat ik zie en van wat me herinner dat hij er over vertelde.

ster1

Een heel bijzondere tekening. Links zie je een stukje van onze zon. Die is te groot om hem helemaal te tekenen. Dan volgen van links naar rechts de planeten. Mercurius met zijn kraters, Venus met zijn giftige wolken, de aarde waarop vluchtig een continent is getekend, Mars met daarop de hoogste berg van het hele zonnestelsel, Olympus Mons, Jupiter met de strepen, Saturnus met zijn ring die uiteraard een hoek van 28 graden maakt, Uranus, Neptunus en tot mijn vreugde ook Pluto, alhoewel die tegenwoordig tot de dwergplaneten wordt gerekend. Rechts naast het woordje “zon” zie je een ster. Dat is Sirius, die in ons melkwegstelsel dichtbij onze zon staat. Maar daaronder staat een x met “stop”. Daar is het einde van ons zonnestelsel, als je verder gaat dan verlaat je het en kom je in de oneindige ruimte terecht. Dus: stop!! Ons zonnestelsel krijgt de tekst “zonstelse” en ik vermoed dat hij daar achter “dwergplaneten” heeft willen schrijven. Zowel boven als beneden aan de tekening zie je een aantal sterren, een vallende ster en een komeet.

ster2

In het midden de zon, daaromheen de banen van de planeten. We zien vanaf de zon Mercurius, Venus, de aarde met de maan, Mars, Jupiter. Saturnus met de juiste hoek van zijn ring, en rechts zie je de banen van Uranus, Neptunus en Pluto. Hij weet dat Pluto soms de baan van Neptunus snijdt. Rechts onder een trein, die heeft er niets mee te maken…

ster3

Het mooie van deze tekening zijn natuurlijk de bijschriften. Saturnus en Uranus, allemaal een enkele A. Dus aarde (arde) en maan (man) ook. Super logisch voor hem.

ster4

Bij deze tekening is het leuk dat hij een komeet tekent (links), een vallende ster (boven), maar ook een sterrenhoop (onder Saturnus) en het sterrenbeeld Cassiopeia, dat lijkt op een W. Ik vermoed dat de blauwe bol Rigel is (blauw licht wijst op superheet) en de gele bol een ster, vergelijkbaar qua warmte met onze zon. Misschien zijn deze sterren ook bedoeld als de aarde (blauw) en de grote maan van Saturnus Titan (geel).

ster5

Deze tekening is heel vergelijkbaar met tekening 3. Hij probeert nu alle woorden af te maken, ook als het niet meer uitkomt. Bij Neptunus gaat hij boven het fragment “Neptu” verder. Pluto krijgt twee  keer een l. Waarschijnlijk is hem opgevallen dat dezelfde medeklinkers soms twee keer achter elkaar staan, waarom daar heeft hij natuurlijk geen flauw idee van. Mercurius schrijft hij als “Mercurijs, waarbij de C in spiegelbeeld staat (dat doet hij met de z ook heel vaak) , I en J achter elkaar, inderdaad, dat klinkt min of meer als jus. En hij weet dat je de K ook als C kunt schrijven, en dat dat bij Mercurius het geval is. Dat was hem in boeken al meer dan een jaar geleden opgevallen.

trein1

Twee locomotieven, elk op hun eigen spoor. Rechts een zogenaamde koploper, links een hondenkop. Koplopers vindt hij het mooiste, die wil hij supergraag met Sinterklaas krijgen. Let ook op het perspectief, van zowel de locomotieven als de rails. Bij de koploper zie je twee stroomgeleiders die contact met de bovenleiding moeten maken.

trein2

Bijna dezelfde tekening als de vorige, maar nu draait het spoor van de hondenkop naar het andere spoor toe. De koploper is van R-net, waarbij hem opviel dat er niet R-NET staat maar RNET.  ‘Waarom een rondje opa?’ ‘Ja, dat weet ik ook niet. Dat hoort denk ik bij hun logo. Het lijkt wel een digitale 0 maar ik denk dat er een streepje bedoeld wordt.’ Voor kennisgeving aangenomen maar feilloos geïmiteerd.

trein3

Er zijn vier perrons, ook perron 0!! Ik weet niet hoe hij daar aan komt. Het beruchte perron 0 van Rotterdam bestaat al decennia niet meer. Bij het eerste perron staat een dubbeldekker intercity met een koploper als locomotief. Bij perron 2 een sprinter met een hondenkop. Bij perron 3 staat volgens hem een tram. Boven de treinen zie je de bovenleidingen.

trein4

Weer drie treinen. De Intercity naar Utrecht daar is iets mee. Er staat op : “Let op”. Links zie je een trap, die gaat naar een voetgangerstunnel. De in- en uitgang van deze tunnel zijn goed te zien. De streep rechtsboven is denk ik een bovenleiding, omdat daaronder de trein met een geleider contact maakt met die streep. De stippellijntjes hebben vast ook een betekenis maar die weet ik niet meer.

trein5

Bij deze tekening gebeurt het een en ander. We zijn aangekomen met de sprinter bij station Woerden (word). Iemand loopt op het perron maar dreigt er af te stappen, een been steekt al over de rand (zo vertelde hij mij). Links vooraan zijn de strepen die je op het perron ziet. Je mag staan en lopen tot vlak voor de strepen, daarna is het te gevaarlijk. In deze tekening verwerkt hij het mogelijke gevaar van treinen. Verder zien we weer bovenleidingen en vanuit de trein naar boven stroomgeleiders. ‘Opa gaan die naar de bovenleidingen?’  ‘Jazeker, anders krijgt de trein geen stroom. Maar ze kunnen ook afgekoppeld worden, dan gaan ze naar beneden.’ Na enig nadenken zei hij dat ze hier waren afgekoppeld.

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , , | 4 reacties

Sibylla van Ancerra

sibyllaMonteverdi schilderde het verdriet van Orpheus, van Arianne of dat van Penelope. Purcell dat van Dido. Maar eigenlijk verbleken de levens van deze mythische figuren bij het verhaal van koningin Sibylla. Op een gegeven moment is haar lijden uitzichtloos. Misschien doet de smart van Penelope die jaren bleef wachten op Odysseus een beetje denken aan wat Sibylla ooit doormaakte. Daarom eindigt dit stukje ook met de muzikale uitwerking door Monteverdi van de smart van Penelope.. Maar het verhaal zelf gaat over Sibylla. Het speelt zich af aan het einde van de twaalfde eeuw.  Sicilië had toen korte tijd een koningin: koningin Sibylla. Wat was zij voor een vrouw?

Als in de middeleeuwen, en ook nog lang daarna, een hertog of koning overleed zonder wettelijke opvolgers ontstond er vaak een opvolgingsstrijd. In 1189 overleed koning Willem II van Sicilië. Zijn kinderen waren toen allemaal al dood.  Er was wel nog een tante, Constance, uit het derde huwelijk van zijn grootvader Rogier II en er was nog  een neef, Tancred, een buitenechtelijke zoon van zijn inmiddels overleden oom Rogier. Deze neef, Tancred, werd door de Siciliaanse adel als opvolger gekozen, alhoewel Willem II nog voor zijn dood Constance als opvolger had aangewezen. Deze Constance was getrouwd met Hendrik VI, de zoon van de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa. De Siciliaanse adel voelde er niets voor dat die de baas zou worden. Omdat Frederik Barbarossa op kruistocht was wilden Constance en Hendrik nog even wachten met het opeisen van de troon. Tancred, getrouwd met Sibylla van Ancerra, bleef dus op de troon. Na de dood van Barbarossa kwam Hendrik VI, inmiddels benoemd als Rooms-Duits keizer, naar Zuid-Italië om de troon op te eisen. Door malaria viel het leger uiteen en Constance werd door Tancred gevangen genomen. In ruil voor een erkenning van zijn koningschap door de paus werd na een jaar Constance weer vrijgelaten. Maar toen begon de ellende voor met name Sibylla, de vrouw van koning Tancred. Zij had al het een en ander meegemaakt in de tijd dat Constance, een jaar jonger dan zij, gevangen zat. Heel luxe deelden zij samen het kasteel van Palermo en ze hadden zelfs dezelfde slaapkamer. Maar al snel boterde het niet meer zo tussen de dames. Sibylla was blij dat ze weg was. De paus had Tancred erkend als koning. Wat zou er nog kunnen gebeuren? Niet veel goeds helaas. Een leven vol smartelijk lijden. Maar Sibylla was een vrouw die desondanks niet zo maar bij de pakken ging neer zitten. Dit verhaal is volgens mij nog nooit opgetekend. Ik ga een poging doen. En ik doe het in de vorm van een synopsis van de vijf actes van een denkbeeldige opera over haar leven. Laten we de opera “Sibylla” noemen.

paleisActe 1. Plaats van handeling: het koninklijk paleis in Palermo. Koningin Sibylla is vol verdriet als haar oudste kind Rogier, de beoogde troonopvolger van haar man koning Tancred, op achttienjarige leeftijd overlijdt. Muzikanten met trommels en enkele koperblazers begeleiden de begrafenisstoet naar de kathedraal van Palermo. Het leven van haar was tot op dat moment nog een sprookje.  Zij is een rijke edelvrouw, afkomstig uit Ancerra (Napels) en samen met haar man bestuurt ze Sicilië, een machtig en rijk koninkrijk. Na de begrafenis laat koning Tancred vastleggen dat nu zijn tweede zoon, de nog zeer jonge, pas achtjarige Willem, zijn opvolger moet worden. Hij voelt inmiddels ook zijn eigen einde naderen, maar hij denkt alles goed geregeld te hebben.  Tancred overlijdt al binnen enkele weken. We zien alweer een rouwstoet, nu nog groter en treuriger, op weg naar de kathedraal.
Het zoontje Willem wordt als koning Willem III door de adel van Sicilië als opvolger aanvaard, maar Sicilië wordt feitelijk bestuurd door moeder Sibylla. Veel tijd voor regeringszaken heeft ze niet. De twee rouwperiodes zijn nog niet afgelopen als dan ook nog eens een van haar dochters, Medania, komt te overlijden.  Dan hoort Sibylla dat de Rooms-Duits keizer Hendrik VI Sicilië is binnen gevallen. Er is weinig weerstand. De feiten volgen elkaar snel op. Hendrik VI wordt gekroond in Palermo, een dag later krijgt Constance in Noord-Italië een kind, de latere keizer Frederik, en dan pas, enkele dagen later,  gebeuren er afschuwelijke dingen. Hendrik heeft er lucht van gekregen dat de Siciliaanse adel een samenzwering tegen hen op touw heeft gezet. Dat vraagt om verdere maatregelen..
marteling willem IIIIn het paleis in Palermo zit Sibylla, eenzaam, maar sterk. Ze heeft nog vier kleine kinderen: kindkoning Willem III en de dochters Elvira, Constance en Valdrada. Alle vier de kinderen zijn nog jong. Soldaten van Hendrik VI stormen naar binnen en Sibylla en haar vier kinderen worden gevangen genomen. Wist Sibylla van de samenzwering? Waarschijnlijk wel, misschien ook niet. Keizer Hendrik neemt in ieder geval het zekere voor het onzekere:  hij laat de kleine ex-koning Willem castreren en zijn ogen uitsteken. De laatste mannelijk troonopvolger is uitgeschakeld.  Wat een verschrikkelijke en barbaarse daad. Het kleine jongetje van negen jaar, wat moet hij gedacht hebben, niet alleen toen het gebeurde, maar ook daarna. En die moeder, en zijn zusjes…

hohenburgActe 2. Plaats van handeling: het klooster op de Hohenburg in de Vogezen. Daar verblijven Sibylla en haar vier kinderen als bannelingen. Keizer Hendrik kende het vrouwenklooster nog omdat hij daar een keer met zijn vader, keizer Frederik Barbarossa, geweest was. Het leek hem een veilige plek, ver weg van Sicilië. Herrad von Landsberg, de oude, goede en vrome abdis van het klooster, verzorgt de vier bannelingen daar liefdevol. Sibylla, zelf goed opgeleid, ontdekt tot haar vreugde dat de nonnen ook onderwezen worden, met name door Herrad. Ze ziet een prachtig boek, dat dagelijks geopend wordt en een van de afbeeldingen wordt door de abdis aan een aantal nonnen uitgelegd: de Hortus Deliciarum. Na een tijdje legt Herrad de afbeeldingen ook aan haar en haar dochters uit. Willem die niets kan zien luistert aandachtig mee. De hele bijbel komt aan bod, maar ook bijvoorbeeld het wereldbeeld van de Grieken. Ze geniet zeer van de afbeelding waarin de filosofie centraal staat, met de zeven kunsten, maar ook waar de gevaarlijke schrijvers en poëten op worden getoond.

filosofie-hortus-kleinfilosofie-hortus-centrum-kleinmusicafilosofie-hortus-valse poeten-klein

In Ancerra en later ook in Napels werd veel gemusiceerd, maar de godsdienstige gezangen van deze nonnen onder leiding van Herrad zijn werkelijk verbluffend. Sibylla weet niet wat ze hoort. Elke dag weer, niet alleen de bekende Gregoriaanse gezangen, maar ook gezangen voor heiligen, speciaal door Herrad gecomponeerd.

Helaas, na een jaar al komt de geliefde abdis te overlijden. Sibylla en haar kinderen mogen de Hortus Deliciarum nog wel inzien, maar zonder de bevlogen uitleg van Herrad lijkt alles minder boeiend. Ook het zingen is minder inspirerend. De gewezen koningin en haar vier kinderen kunnen geen kant op. Het klooster is ver afgelegen en er zijn voortdurend twee soldaten van Hendrik aanwezig die er op toezien dat ze het gebied niet verlaten.
Maar dan hoort Sibylla het volgende: op Sicilië was er een opstand tegen de wrede Rooms-Duitse keizer. Zelfs Constance had zich gekeerd tegen haar man en zich aangesloten bij deze opstand. Hendrik VI is dood. Vergiftigd of overleden na een koortsaanval? Constance benoemt vervolgens haar zoon, de nog zeer jonge Frederik, tot opvolger. Dat is maar goed ook, want slechts een jaar later komt ook Constance, ooit de grote rivale van Sibylla, te overlijden. Sibylla weet niet wat ze hoort. Zou ze misschien toch nog vrij kunnen komen? Maar haar hoop wordt in de kiem gesmoord door nieuwe tegenslag. Haar blinde en gecastreerde zoon Willem sterft, op slechts dertienjarige leeftijd.

melun-chateau-royalActe 3. Plaats van handeling is het château royal in de Franse stad Melun. De Franse koning Philips II  heeft eerder een groep soldaten naar het klooster in de Elzas gestuurd om de bannelingen te bevrijden. Een jaar na de dood van haar zoon is Sibylla met haar dochters dan alsnog vrij gekomen. Met een aantal raadgevers belegt de koning een bijeenkomst in deze stad, we zitten in het jaar 1199. De koning arriveert, een erewacht met muzikanten leidt hem naar binnen. In een zaal zijn enkele genodigden: Sibylla is aanwezig en een belangrijke leenman van de koning: Walter van Briënne. De koning heeft een groots plan. Hij wil meer macht in Europa. Afgesproken wordt dat de oudste dochter van Sibylla, Elvira, met Walter van Briënne zal gaan trouwen. Walter van Briënne stamt uit een steeds machtiger wordend adellijk geslacht. Zijn vader heeft veel roem verworven tijdens de derde kruistocht. Koning Philips voorziet dat deze Walter, die zeer geliefd is, wellicht te veel macht gaat krijgen en een mogelijk gevaar voor zijn eigen koningschap kan gaan vormen. Het plan is dat hij met Elvira Frankrijk verlaat om vanuit Italië de Siciliaanse kroon op te eisen. Bovendien is dit precies wat Sibylla ook wenst: ze denkt eindelijk wraak te kunnen nemen op alles wat haar in Sicilië is aangedaan.  Walter van Briënne heeft wel  oren naar al deze aspiraties. Hij trouwt met Elvira en de hele familie vertrekt naar Italië met een enorme som handgeld, ontvangen van koning Philips.

Acte 4. Plaats van handeling: het paleis van Palermo.  De jonge keizer Frederik zit in een vertrek in zijn paleis. Op zijn arm zit roerloos een valk. Frederik fluistert zacht en het beest reageert op alles wat hij zegt. Hij is intussen ook in gesprek met enkele raadgevers. Moeiteloos spreekt hij tot een van hen in het Arabisch. Deze maakt een buiging en loopt het vertrek uit. Dan spreekt hij in het Italiaans met zijn leermeester, de kardinaal. Deze heeft gezorgd dat hij een goede opvoeding kreeg, hij leerde alle dingen die een toekomstig koning moet kunnen. Ook leerde hij maar liefst 6 talen, waaronder het Arabisch. Zijn vader, Hendrik VI, van hem kan hij zich nauwelijks nog iets herinneren. Wel nog herinnert hij zich zijn moeder Constance. Deze had nog een jaar als regentes het eiland bestuurd en de banden met het Duitse keizerrijk verbroken. De paus erkende toen ze dat gedaan had het koningschap van de jonge Frederik. Vervolgens stuurde ze deze kardinaal naar hem toe als leermeester.
Een vertegenwoordiger van de paus komt binnen. Deze vertelt hem dat Elvira, een dochter van Sibylla, in Italië is aangekomen en gesteund wordt door de Franse koning in haar aspiraties op het koningschap van Sicilië. Het jonge echtpaar, Walter en Elvira hadden toen ze in Italië aankwamen namelijk de paus bezocht. Deze wilde Walter niet het koningschap van Sicilië aanbieden, alhoewel hij niet onsympathiek tegenover het echtpaar stond. Dus hij verzon een tussen-oplossing. Koning Frederik was ook nog in het bezit van Taranto en het graafschap Lecce, voormalig erfgoed van Sibylla, op het schiereiland Apulië in de laars van Italië. Frederik luistert naar dit  alles en na enig nadenken besluit hij akkoord te gaan met het voorstel van de paus. Hij is er echter niet helemaal gerust op…

lecce-kathedraalActe 5. Plaats van handeling: Lecce in Apulië, onderdeel van de laars van Italië. Elvira wacht angstig op berichten van haar man Walter.  Walter en Elvira verblijven al enkele jaren in de stad, samen met de moeder van Elvira, Sibylla en met de zussen van Elvira: Constance en Valdrada. Zij zijn daar onthaald als de nieuwe gezagsdragers. Maar na enkele jaren wil Walter meer. Een groot gebied om Lecce heen is nog steeds in handen van vertegenwoordigers van Frederik II. Walter gaat dus met veel goedgezinde ridders op oorlogspad en zint intussen ook op een mogelijkheid om naar Sicilië te gaan en daar de kroon op te eisen. Elvira vindt het maar niks, maar wat kan ze doen. Ze heeft nu eenmaal een onstuitbare en temperamentvolle man. Sibylla daarentegen had Walter stevig aangemoedigd.
Maar niemand weet dat Frederik II Walter via spionnen in de gaten houdt. Soldaten in dienst van deze Siciliaanse koning overvallen dan ’s nachts het kamp waar Walter van Briënne zich bevindt en doden hem.  In het paleis van Lecce komt een boodschapper aan. Sibylla en Elvira kijken gespannen, maar voelen dat het geen goed bericht is dat er gaat komen. O jee, waar Elvira al zo bang voor was is bewaarheid. Bij het horen van het nieuws van de dood van Walter is iedereen in diepe rouw in Lecce. De jammerklacht van Sibylla is misschien nog wel het grootst. Ze weet dat de kans om Sicilië terug te krijgen nu verdwenen is. Dat is voor haar de druppel. Ze sterft van verdriet. Haar geliefde Sicilië heeft ze nooit meer terug gezien.

Nu zou er nog een epiloog kunnen komen met een happy end. Met de drie overgebleven dochters gaat het nadien goed. Constance trouwt in 1213 met de doge van Venetië, Pietro Ziani. Deze stad is inmiddels zeer rijk. Pietro Ziani nam ook deel aan de vierde kruistocht waarbij o.a. Constantinopel werd ingenomen en het grootste deel van de buit kwam daarbij in Venetië terecht. De jongste dochter Valdrada huwt met Giacomo Tello, eveneens een rijk edelman uit Venetië. Ook Elvira blijft in Italië. Ze is dan zwanger van een zoon van Walter, die ook weer Walter zal heten. Na enige tijd hertrouwt zij met Giacomo Sanseverino, graaf van Tricarico in Zuid-Italië.  Zij bevalt van de zoon van Walter van Briënne, die van zijn oom Jean van Brienne na de vijfde kruistocht het graafschap van Jaffa en Escalon krijgt en later door kooplieden die hij had beroofd in Cairo wordt gedood.  Maar ik stel voor om deze epiloog hooguit in de aftiteling te vermelden. We eindigen de opera bij de tragische dood van Sibylla.

stamboomHierboven een overzicht van de familiebanden. De zwarte pijltjes wijzen de volgorde aan van de diverse opvolgers op de troon van Sicilië. Officieel zijn de twee zonen van Tancred en Sibylla (als Rogier III en Willem III) ook nog even koning geweest, voordat Hendrik VI met Constance gewelddadig de macht overnamen.

Waarom schrijf ik dit verhaal op, de basis voor een mogelijk script voor een tragische opera? Alles is waar gebeurd. Het zegt iets over de moraal en wreedheid die er in adellijke kringen in die tijd bestond. En helaas ook eerder en nog lang daarna. Maar voor mij was het bijzonder dat ik net had gelezen over Herrad von Landsberg, de abdis in de Elzas. Ook heb ik net een uitgebreide biografie gelezen over Franciscus van Assisi. Deze heilige was er bij toen de latere koning Frederik II van Sicilië in Assisi werd gedoopt. Hij was er ook bij toen de burgerij in Assisi en andere plaatsen van Zuid-Italië in opstand kwam tegen het wrede bewind van de vertegenwoordigers van diens vader Hendrik VI. Franciscus heeft de vertegenwoordiger van Hendrik VI samen met zijn kameraden de stad uitgejaagd en ze hebben zijn kasteel met de grond gelijk gemaakt. Hij heeft ook Walter van Briënne gekend, en was van plan zich bij hem aan te sluiten toen deze vanuit Lecce bezig was om een groot gebied rond de stad dat zich nog niet bij hem had aangesloten te veroveren.  Gelukkig voor Franciscus is hij tijdig terug gekeerd van deze gewaagde onderneming want we zagen hoe slecht het met Walter afliep. Als hij was meegegaan had de Rooms-Katholieke kerk misschien wel een heilige minder gehad… Later nam Franciscus nog deel aan de vijfde kruistocht, waaraan ook Jean van Briënne, de broer van Walter deelnam. Kortom: ik kon ook hier weer een aantal verbanden leggen. Dus wie weet zou het zelfs nog mogelijk zijn geweest om Franciscus een rol in die opera te geven. Maar nee. Ik vond het verhaal van Sibylla het meest aangrijpend. Haar leven is bij mijn weten nog nooit beschreven. Ik heb een kleine poging gedaan.  Zij is de tragische heldin van deze opera.
Sibylla is nauwelijks bekend geworden in de geschiedenis. Het leven van de een jaar jongere Constance daarentegen is zelfs door Boccaccio beschreven (zij is een van de 106 beroemde vrouwen in “de mulieribus claris”). Door haar trotse gedrag tijdens haar gevangenschap werd ze een soort heldin. En bij Dante kreeg Constance een plek in de hemel.

Hoe zou zo’n opera kunnen klinken? Monteverdi schilderde het verdriet van Penelope, die het wachten op de terugkeer van Odysseus na jaren begon op te geven. Ze was hopeloos verdrietig. De pijnen die zij had op dat moment zijn misschien enigszins te vergelijken met die van Sibylla toen ze eenzaam in de Elzas zat, zonder veel hoop op enige terugkeer naar haar vaderland, met haar jonge mismaakte zoon en drie dochters. Luister naar de prachtige verklanking van de universele klacht van iemand met uitzichtloos verdriet, op muziek gezet door de onovertroffen Claudio Monteverdi.

Di misera regina – o ik beklagenswaardige koningin
non terminati mai dolenti affani –  ze stoppen maar niet, mijn zorgen en pijnen
L’Aspettato non giunge – Hij op wie ik wacht komt maar niet
e pur fuggone gli anni- en ze vervliegen, de jaren
La serie del penar è lunga, ahi troppo – mijn voortdurende kwellingen duren inmiddels maar al te lang
A chi vive in angoscie il Tempo è zoppo – voor wie leeft in angst duurt de tijd eindeloos
Fallacissima speme, – vergeefse hoop
speranze non più verdi, ma canute – welke niet vers is, maar inmiddels gesleten
all’invecchiato male – hij valt niet te helen de pijn
non promette più pace o salute – en ik verwacht geen vrede of redding meer

(Lucille Richardot, English baroque soloists, John Eliot Gardiner)

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Über Liebe und Hass (4)

De orde van Franciscanen is een bedelorde. De kloosterlingen dienen zeer sober te leven en dankzij de giften van mensen kunnen ze zich kleden en voeden. Hun voornaamste bezigheid is: bidden voor de medemens. Franciscus, die deze orde oprichtte was in zijn jonge jaren een flierefluiter die er maar op los leefde, Uiteindelijk besloot hij zijn leven een radicaal andere wending te geven. Net als Jezus trok hij zich terug in de woestijn en vroeg om raad.

In eerdere artikelen schreef ik over het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina. Deel 14 van dit oratorium van Sofia Goebaidoelina heeft als titel ”Eenvoudig gebed”. De tekst van dit deel, van Franciscus van Assisi, is de inspiratiebron van het hele oratorium. De kern is: zet alle bezwaren opzij en geef je over aan een onvoorwaardelijke liefde aan de medemens. Vanuit retorisch oogpunt wordt er bijna steeds een tegenstelling gemaakt. (liefde-haat, licht-duisternis etc.)

Ik stel me de nederige Franciscus voor die zich, midden in de natuur, richt tot God en vraagt of deze hem wil bijstaan. Dit beeld zou je voortdurend voor ogen kunnen hebben als je naar de muziek luistert. De tekst is dan wel eenvoudig, maar het gebed is bijzonder indrukwekkend door de manier waarop Sofia Goebaidoelina het op muziek heeft gezet. Het wordt in het Russisch gezongen door een bas. Tussen de tekstregels door hoor je het zachte gezoem van biddende gelovigen. Het zouden de volgelingen van Franciscus kunnen zijn, de biddende Franciscanen. Maar ik kan me ook voorstellen dat Franciscus een band met de natuur probeerde te maken. Je hoort dan niet alleen de gelovigen, je hoort ook de biddende natuur. De sobere begeleiding met vooral subtiel slagwerk, piano en ijle strijkers maakt deze ervaring compleet. Sofia Goebaidoelina probeert voor mij in dit deel via de tekst van Franciscus een soort mystieke band aan te gaan met zowel de schepper als de schepping.  

Het gedicht kun je verdelen in drie strofen. Elk deel begint met de tekst: heer, help mij. (de eerste keer iets anders: God, sta mij bij). Alhoewel het hele gedicht  uiteindelijk leidt naar het absolute hoogtepunt op het laatste woord van de derde strofe: “beminnen”, zit er ook iets cyclisch in de opbouw. De eerste strofe begint a capella, de laatste strofe is in zijn geheel a capella. De instrumenten en het koor zijn het meest aanwezig in het middendeel, de tweede strofe, waardoor daar wat meer beweging is. Midden in de tweede strofe klinken nadrukkelijk twee gong slagen, als het ware om te markeren dat we op het spiegelpunt gekomen zijn. Dit na de woorden “vreugde” en “droefenis”. Deze twee tegenpolen kunnen niet zonder elkaar. Naast  “bemin elkander” op het einde lijkt dat de tweede meest belangrijke boodschap te zijn.

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

Heer, help mij
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Hier hoor je achter elkaar de beginwoorden van elke strofe, duidelijk steeds iets anders muzikaal uitgewerkt:

 

 

Strofe 1

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst. (Pomogi mne prinesti lyubov’, gde yest’ nenavist’.)
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

 

De eerste drie tekstregels worden a capella gezongen, maar tussen deze drie regels door hoor je een stijgend chromatisch secundemotiefje in de piano, steeds een octaaf hoger, overgaand in hoge wegijlende strijkersklanken. De tweede zin daalt de melodie een kleine sext, met een sterke expressie op het woord “haat”. Hierachter volgen biddende geluiden in het koor, als een zacht fluisterend gezoem. Dit gebeurt daarna na elke zin. Bij de derde zin daalt de melodie eveneens. Maar vanaf zin 4, en nog meer zin 5 gaat de melodie juist omhoog, er ontstaat een climax en ook de begeleiding draagt daar aan bij omdat alle muzikale ingrediënten nu niet alleen tussen de zinnen maar ook tussen de zinsdelen en woorden door worden gespeeld.

Strofe 2

Heer, help mij
Help mij brengen in de duisternis het licht.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

 

Heer, help mij: het woordje “heer” klinkt hier dramatischer als in episode 1 of 3. Het wordt gezongen in een dalende toonladder op slechts een lettergreep, a capella. Voor het volgende zinnetje komt horen we weer het eerdere stijgende pianomotiefje dat overgaat in ijle strijkersklanken. De tweede zin heeft een stijgende melodie, naar het woordje “licht” toe. Alle zinsdelen worden onderbroken door gefluister, gong en strijkers. Iets dergelijks gebeurt er bij de derde zin. Het woord “vreugde, en daarna “bedroefd” wordt steeds gevolgd door een gongslag. Het midden van het hele gedicht wordt gemarkeerd, maar ook deze woorden worden daardoor benadrukt. Ook de vierde zin heeft een stijgende melodie met steeds onderbrekingen van fluisterend bidden. Opvallend is hoe de laatste woorden weer a capella worden gezongen, gevolgd door een korte, maar nadrukkelijke stilte. Dan hoor je als overgag naar de laatste zin toch nog meerdere gongslagen en snel stijgende ijle  strijkers. De laatste zin “Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt” kent weer een dalend verloop. Weer geheel a capella. Daarna wederom een korte pauze, nu gevolgd door biddend gefluister.

Strofe 3

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

 

Dit deel wordt gezongen zonder dat het koor of de instrumenten op een of andere manier commentaar geven. Je hoort alleen de bas. Zoals ook de eerste strofe begon. De contrasten tussen de zinsdelen worden sterk uitvergroot door dynamiek en register. Het laatste woord “beminnen” wordt zeer nadrukkelijk, als een soort eis, als hoogtepunt neergezet.

Op een aparte pagina kun je in een filmpje het hele deel volgen, de tekst wordt in het Nederlands boventiteld. De afbeeldingen uit de natuur die je er bij ziet maakte ik de laatste week van juli 2018 in de Pyreneeën in Frankrijk.

Gebed van Franciscus door Sofia Goebaidoelina

Zie ook:

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse van deel 6
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Geplaatst in muziek | Tags: , , | 5 reacties

Franciscus van Assisi

cimabue portretCimabue, portret van Franciscus van Assisi.

Binnen twee jaar na zijn dood in 1226 werd Franciscus van Assisi heilig verklaard. En binnen enkele tientallen jaren was de door hem gestichte kloosterorde al verspreid over een groot deel van Europa. Kijken we naar bijvoorbeeld Maastricht. Het rijks-onmiddellijke Maastricht was net als leengoed overgedragen aan de hertog van Brabant in 1204. Er mocht toen een verdedigingswal worden aangelegd. Tegen die wal aan begonnen de eerste Franciscanen al acht jaar na de dood van Franciscus met de bouw van een klooster in 1234. Iets dergelijks  gebeurde in veel steden.

Wat veroorzaakte de populariteit van deze orde en zijn beroemde oprichter? Er waren al een hele tijd diverse ketterse genootschappen geweest, maar voor de paus was deze orde ongevaarlijk. Franciscus schaarde zich achter alle kerkelijke dogma’s en probeerde niet om belangrijke kerkelijke vernieuwingen door te voeren. De kerkelijke leiders zagen dat de geloofsgemeenschap bijzonder populair was dus het was goed om ze in te lijven: de orde en haar regels werden al snel erkend. Bij de gewone mensen sprak de levenswijze van Franciscus en zijn navolgers aan: eenvoud, geen pracht en praal. En het evangelie werd aanschouwelijk naar de mensen toe gebracht. Om deze verhalen goed zichtbaar te maken had je in een kerk veel ruimte nodig. De verhalen werden als fresco’s tegen de wanden geschilderd en als glas in lood kon je ze zien in de grote ramen. Dat kon toen, want het viel precies samen met de opkomst van de gotiek. Door steunberen werd het mogelijk om de muren van de kerken een minder dragende functie te geven waardoor er veel  grotere ramen in geplaatst konden worden. Iedereen kon zo op een makkelijke manier kennis nemen van de verhalen van de bijbel, ook als je niet kon lezen. In Franciscaner kerken werden al snel ook een soort stripverhalen geschilderd over het leven van Franciscus, zoals in de kathedraal van Assisi. Giotto liet in onderstaand tafereel het moment zien dat Franciscus in het bijzijn van de bisschop zijn kleren uittrok en aan zijn vader gaf. Demonstratief: ‘jij gaf me deze kleren, ik hoef ze niet meer, maar ik ga verder in armoede mijn leven aan God wijden.’

Giotto-St-Francis

De Franciscanen, of minderbroeders zoals ze ook genoemd werden, waren de meest populaire orde van die tijd. De monniken preekten niet alleen, maar baden ook heel veel, voor alle gelovigen en voor het zielenheil van de wereld. Als je rijk was kon je de paters voor je laten bidden of je kon na betaling een graf dicht bij het koor krijgen. Een graf in een Franciscaner kerk was gegarandeerd een vrijkaartje voor de hemel.

In de loop van de tijd zouden veel van deze dingen leiden tot minder wenselijke toestanden. Het was een bedelorde, behalve bidden deden de paters nauwelijks iets voor de kost. Eigenlijk niet lang na zijn dood gebeurden er al dingen die Franciscus nooit goed gevonden zou hebben, zoals de bouw van een grote basiliek in Assisi, die hoofd en moeder van de Franciscaner orde moest worden, in plaats van het eenvoudige “Maria ter Engelen”, zoals bepaald door Franciscus. En de giften overal ter wereld werden steeds groter. De monniken konden daardoor een steeds meer luxe leven leiden. Je kreeg afsplitsingen in de orde, sommigen wilden weer terug naar de basis. Zo ontstonden er drie takken: de minderbroeders conventuelen die eigenlijk de rechtstreekse voortzetting vormen van de eerste broeders maar dus uiteindelijk veel luxer gingen leven, de observanten uit 1334 (ook wel minderbroeders franciscanen genoemd) en tot slot de kapucijner orde uit 1526. Observanten streefden naar een strikte naleving van het armoede-ideaal. Bij de kapucijners stond preken en ziekenverzorging centraal, bovendien leefden deze monniken ook weer in uiterste armoede. In Maastricht waren de kapucijners naast de cellebroeders de enige kloosterlingen die het aandurfden om pestlijders te verzorgen. Verder waren er al toen Franciscus nog leefde een vrouwenorde opgericht onder leiding van de tot heilig verklaarde Clara, de Clarissen, en een lekenorde. Ook die bestaan nog steeds.

De vele legenden rond de oprichter, Franciscus van Assisi, hebben tot verschillende dingen geleid. Zo valt de naamdag van Franciscus op dierendag. Franciscus zou een sterke band hebben gehad met de natuur, hij kon letterlijk geen vlieg kwaad doen en zelfs wurmen haalde hij van de weg af zodat ze niet vertrapt zouden worden. Hij preekte in de natuur en alle dieren werden stil en kwamen luisteren. Dat alles spreekt misschien des te meer tot de verbeelding omdat hij oorspronkelijk van rijke komaf was, heel lang een luxueus en decadent leventje leidde, en pas later tot het inzicht kwam dat leven in armoede  in de lijn was met hoe Christus  had geleefd. Hij ging zelfs zo ver dat hij er steeds meer naar streefde om zelf het lijden van Christus te ervaren. Hij pijnigde zich herhaaldelijk met aan zich zelf  opgelegde lichamelijke straffen. Zijn verlangen naar de pijnen van Christus waren enkele jaren voor zijn dood zo sterk dat hij voelde waar Christus met een lans was gestoken en waar de spijkers door diens handen en voeten waren geslagen. Volgelingen zagen dat: hij had de tekenen Gods ontvangen, de zogenaamde stigmata! Veel kunstenaars hebben dat moment uit het leven van Franciscus geschilderd, zoals ook weer Giotto.

800px-Giotto_-_Sankt_Franciskus_stigmatisering-800x675

Nu we een Paus hebben die zich Franciscus heeft laten noemen en die probeert de eenvoud en het gedachtengoed van Franciscus van Assisi uit te dragen zijn er weer meer mensen die kennis willen nemen van de ideeën van deze heilige. Enkele teksten die zijn toegeschreven aan Franciscus zijn behoorlijk populair geworden. Zoals zijn zonnelied. De hele schepping wordt hierin beschreven: de zon, de maan, de sterren, de wind, het water, het vuur, de aarde, de vruchten, de bloemen en de planten. En natuurlijk de schepper van dit alles met de boodschap: dien hem in grote nederigheid.

Bij de begrafenis van prinses Diana werd ook een tekst van Franciscus voorgelezen. Het is dezelfde tekst die Sofia Goebaidoelina inspireerde tot het schrijven van haar indrukwekkende oratorium “Über Liebe und Hass”. Deel 14 van dit oratorium is een vrije verwerking van dit gedicht van Franciscus van Assisi.

Bij Goebaidoelina ziet de Nederlandse vertaling van de Russische tekst van het gedicht van Franciscus er als volgt uit:

14. Eenvoudig gebed

Help mij Heer.
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Maak me een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.
Help mij Heer.
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.
Help mij Heer.
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Het gedicht vraagt om kracht te geven aan Franciscus, maar aan iedereen die er om vraagt, om over alle barrières heen te stappen en onvoorwaardelijk lief te hebben.

Een analyse van hoe Goebaidoelina deze tekst heeft uitgewerkt kun je vinden in een apart artikel.

Van zijn leven is veel door ooggetuigen vastgelegd. Er zijn veel mensen die tijdens zijn leven over hem geschreven hebben. Anders dan bij veel andere heiligen is er zo erg veel bekend en is er maar weinig bij gefantaseerd. Voordat hij werd heilig verklaard zijn er ook uitgebreide antecedenten onderzoeken geweest, heel snel na zijn dood. Iedereen die hem in zijn jeugd nog gekend heeft is ondervraagd. En dat alles is schriftelijk vastgelegd. Adrian House heeft jaren in Umbrië gewoond en toegang gehad tot veel plekken en archieven. Zijn biografie “Franciscus van Assisi” neemt ons mee in de tijd van Franciscus. Ze neemt ons mee naar de tijd dat hij met zijn vader mee ging naar de jaarlijkse markten in Troyes in de Champagne, waar deze laken kocht en verkocht. Daar kwam hij in aanraking met troubadours. Zijn moeder was Franҁaise van wie hij perfect Frans (Occitaans) leerde. We lezen hoe hij mee ging vechten tegen het naburige Perugia en daar een jaar in de gevangenis belandde. Zijn bezoeken aan de leprozenkolonies bij Assisi hebben waarschijnlijk de basis gevormd voor zijn innerlijke bekering. De eigenhandige bouw en herstel van een kerk laten zien dat hij architectonische gaven had. We lezen hoe hij na een buitensporig verkwistend leven al zijn rijkdom opgeeft, zelfs heel veel geld van zijn vader weg geeft om een arme pastoor te helpen. Zo ontstaat het conflict met zijn vader waar de bisschop bij wordt geroepen en dat uiteindelijk Franciscus de knoop doet doorhakken om een geheel ander leven te gaan leiden. We lezen hoe een aantal mensen hem gaan vergezellen en zich bij zijn levensstijl aansluiten, hoe hier voorzichtig een soort orde uit groeit, hoe deze orde die geheel anders is dan elke andere op dat moment bestaande orde door de paus erkend wordt, hoe hij ook Clara steunt die de vrouwelijke tak van de Franciscanen sticht, hoe hij de Pyreneeën oversteekt en een jaar lang in Spanje vertoeft en in aanraking komt met joden en moslims. Hoe hij deelneemt aan de vijfde kruistocht en tot zijn leedwezen niet kan voorkomen dat er zeer veel bloed wordt vergoten in Egypte. En over alles wat daarna nog gebeurt.

Franciscus van Assisi, Adrian House.
2000, herziene uitgave 2013, Altamira.
ISBN 978 94 013 01268 NUR 681

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , | 3 reacties