Homoniemen

Autisten willen precies weten hoe de wereld in elkaar zit. Mijn oudste kleinzoon kan heel kwaad worden als je bijvoorbeeld zegt: ‘zo meneer, laat maar eens zien’. ‘Ik bén geen meneer’ schreeuwt hij je dan toe. En dat blijft hij heel moeilijk vinden.

Zo had hij gisteren een autootje weer terug gevonden dat eerder kwijt was. ‘Nou jij bent een echte speurneus’ zei mijn vrouw. ‘Ik bén geen speurneus’. ‘O sorry, nee natuurlijk niet, maar je kunt wel erg goed zoeken’ antwoordde zij. Even later stond hij bij mij in de keuken. Hij was er duidelijk nog steeds mee bezig. ‘Opa wat is een speurneus? ’ Ik legde hem uit dat als iemand heel goed kan zoeken en iets kan vinden, dat zo iemand soms wel eens een speurneus wordt genoemd. Het is gewoon een naam voor iemand die goed kan zoeken. ‘ Hij dacht na en had duidelijk weer wat geleerd. Hij zelf  is geen neus, dat weet hij. En een speurneus is blijkbaar gewoon een mens. Oke dan.

spelenHeel moeilijk voor autisten is het feit dat een zelfde woord soms twee betekenissen kan hebben. Dat komt hij herhaaldelijk tegen. Mijn vrouw heeft hem uitgelegd dat dat een homoniem is. Ook daar denkt hij dan zichtbaar over na. De volgende dag vraagt hij ‘is spelen een homoniem?’ Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’  ‘Spelen is als je een spelletje doet, bijvoorbeeld “ik zie ik zie, de kleur is…”’ Ah, ik begrijp zijn probleem. ‘Ja maar spelen kan ook zijn dat je met autootjes speelt, dat bedoel je? ‘ ‘Ja, dat bedoel ik. En je kunt ook “alsof” spelen, bijvoorbeeld vader en moedertje’ voegt hij er nog aan toe.

Ik sta weer verbaasd over zijn intelligentie en doordenken. Maar vooral ook dat hij op die manier de chaotische wereld om zich heen weer iets meer weet te ordenen. Het lijken voor hem allemaal totaal andere dingen. Toch zeg je overal “spelen” tegen. Dan zijn het dus waarschijnlijk homoniemen.

Geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , | 1 reactie

Onthaasten

Soms fantaseer ik dat ik ergens woon waar je geen geluid van  mensen kunt horen, waar er ’s nachts geen licht is behalve soms het zilveren licht van de maan, waar je ’s ochtends de dauw kunt ruiken en waar je je helemaal in de natuur opgenomen voelt. Daarom gaan veel mensen misschien op vakantie. Toch kan iets dergelijks ook dichtbij huis. Sta om vier uur op.  Bij mij thuis is het dan doodstil, afgezien van uilen, kikkers en watervogels. Buiten ruik je inderdaad de dauw en soms ook het water van de Lek. Natuurlijk, in bepaalde periodes zul je vooral mest ruiken. Maar zelfs dat kan lekker zijn. En kijk je om je heen, dan zal je afhankelijk van het seizoen allerlei details kunnen zien die verwonderen en boeien. Insecten, spinnen, planten.

Eergisteren had ik een dergelijke ervaring gewoon overdag. Naast de natuurgeluiden hoorde je ook af en toe een tractor of een auto op de dijk, op de Lek sputterde een boot. Maar je hoorde vooral door de stevige wind het ruisende riet en de klotsende golven. Wat klinkt dat heerlijk.  Als je je ogen goed de kost gaf zag je veel meer bloeiende planten dan je zou denken. Ik genoot. Wat daalde er een rust over me heen. Ik was gewoon even een uurtje buiten.

Als je even ook weer mens wilt worden zonder naar buiten hoeven te gaan kun je ook naar mijn opname van die middag kijken en luisteren. Helemaal over je heen laten komen. Liefst met een stevig geluid. Bij mij werkt het. En weet je iets van wilde bloemen. Dan is het extra genieten. Geen enkele echt bijzondere bloem zit erbij. Maar allemaal doen ze aan het spel van onthaasten mee.

 

Geplaatst in bloemen, natuur | Tags: , , | 3 reacties

Zwart gat

In de Volkskrant van vandaag staat een interessant artikel waar ik enkele stukjes uit citeer:

zwartgatSterrenkundigen hebben gezien hoe een zwart gat een ster opslokt. Bestek kwam er niet aan te pas en tafelmanieren waren ook ver te zoeken. Sterker: de astronomen hebben vooral de langgerekte boer waargenomen waarmee de maaltijd werd afgesloten. Die duurt al ruim tien jaar. De nieuwe resultaten, deze week gepubliceerd in Science, doen vermoeden dat zulke kosmische vreetpartijen vaker voorkomen dan algemeen wordt gedacht.

Het ‘sterrenrestaurant’ waar het etentje plaatsvond ligt op 150 miljoen lichtjaar afstand, waar twee sterrenstelsels op elkaar zijn gebotst. Vermoedelijk hebben beide stelsels een kolossaal zwart gat in het centrum. Een van die zwarte gaten deed zich op 30 januari 2005 tegoed aan een ster die nét iets te dichtbij kwam.

De kosmische ‘boer’ werd in 2011 voor het eerst zichtbaar met grote radiotelescopen. In de jaren daarna werd hij steeds langgerekter. Uit de metingen leiden de sterrenkundigen af dat het gas in de straalstroom met een kwart van de lichtsnelheid beweegt – ongeveer 75.000 kilometer per seconde.

Het zwarte gat in de kern van ons eigen Melkwegstelsel snackt ook af en toe een ster, zegt Markoff. ‘Gemiddeld misschien eens in de tien- à honderdduizend jaar. Dit soort metingen leren ons veel over de details van het proces, en ook over de frequentie waarmee zoiets gebeurt.’

Het eerste waar ik aan dacht was de foto die een facebook-vriend maakte van een grote sprinkhaan die een kleine sprinkhaan zat op te eten. Ook moest ik denken aan iets veel fundamentelers: het leven bestaat dankzij het feit dat het sterft en vaak wordt omgevormd tot voedsel. Als dat niet zo zou zijn dan zou alles altijd blijven leven en zou al het leven vreselijk in de knoei komen: er is immers geen plaats voor alles en iedereen. Dus bomen gaan dood, planten gaan dood, dieren gaan dood, mensen gaan dood. Dat kan op een vrij vreedzame manier gebeuren, gewoon ouderdom, maar het kan ook op een meer gewelddadige manier. In de bio-industrie is de mens daar erg goed in geworden. De voornaamste functie van levende wezens is dan: ze dienen tot voedsel. Deze wrede manier is niet alleen aan de menselijke geest voorbehouden. Filmpjes van spinnen die andere dieren vangen, opsluiten en geleidelijk oppeuzelen. Zwarte gaten doen dat dus ook. Maar ook de aarde zelf. De aarde vangt voortdurend meteorieten waarvan de meeste in de dampkring verbranden. Is dat ook voedsel voor de aarde? Alles wat er in onze dampkring zit is een mengsel van stoffen die er al een hele tijd waren tot en met nieuwere stoffen. Die we zelf produceren zoals CO2. Maar ook “sterrenstof”. De bouwstenen van het leven komen misschien van “ingevangen kometen” is een theorie die nog steeds door een aantal wetenschappers gehanteerd wordt.

Als we deze schranspartijen van zwarte gaten helemaal zouden begrijpen, en vergelijkbare processen op micro-niveau zouden snappen, dan zouden we misschien ook iets meer van ons zelf begrijpen. En van onze complexe, schijnheilige(?) en in de loop van de tijd steeds maar veranderende kijk op ethiek.

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: | Een reactie plaatsen

Museum Voorlinden

spiegelhuisAl voor de tweede wereldoorlog bouwde Kurt Schwitters een huis van afvalmateriaal en beschouwde dat als een kunst-object. Bij de grote Kurt Schwitters-tentoonstelling meer dan tien jaar geleden in Boijmans werd dat huis nog een keer opnieuw opgebouwd en het was daar toen een van de grote publiektrekkers. Kan dat nog steeds, een huis van afval bouwen en dat als kunstobject beschouwen? Ja zeker! In museum Voorlinden is iets vergelijkbaars te zien. De Chinese kunstenaar Song Dong woont in Peking. De buurt waar zijn ouders gewoond hebben wordt op dit moment  beetje bij beetje gesloopt en al het oude moet plaats maken voor nieuwbouw. Ik zag al een keer een reportage over hem die gemaakt was in Peking. Hij loopt door deze buurten tussen het sloophout en de afgedankte spullen en neemt van alles mee. Hij heeft nu heel veel kozijnen, deuren, lampen, spiegels en hout als basis genomen voor zijn “Through the wall”. Van buiten ziet het object er uit als een kleurrijke muur met inderdaad allerlei hout, raamkozijnen en deuren. Je kunt er helemaal omheen lopen, het lijkt gewoon een dikke muur. Maar als je dan een kleine deur opent blijk je ook naar binnen te kunnen. Dat is een overweldigende ervaring. De vloer is een lange spiegel. Je bent bang om er door heen te zakken als je te stevig zou lopen. Maar ook de wanden zijn voorzien van spiegels in allerlei formaten. Boven je hangen honderden lampen op verschillende hoogtes, die spiegelen van opzij naar elkaar toe en ook de vloer spiegelt alle elementen naar de diepte, vandaar dat je bang bent door de vloer te zakken.. De kleine ruimte wordt zo opeens groter maar tegelijk wordt het er door de grote hoeveelheid objecten die van alle kanten op je af lijken te komen benauwd. Als je er een half uur zou worden opgesloten zou je gek worden heb ik het idee. Een kunst object dat je dus moet ervaren.

Zo zijn er in dit museum meer kunstobjecten die je moet ervaren. Je ziet een klein zwembad waarin het water klotst. Verder lijkt het op het eerste gezicht gewoon op een soort privé zwembad. Maar opeens zie je beelden onder water. Je ziet mensen lopen op de bodem, zonder zuurstofmaskers. Hoe kan dat? Je kunt ook via een geheime trap naar beneden gaan. Dan kom je onder water uit. Je bevindt je in een zwembad zonder water, alhoewel? Er is een glazen plafond en daarboven kabbelt water. En je ziet boven in dat water.. alweer mensen.  Je hebt de neiging om een performance voor de kijkers boven te gaan opvoeren. Ik ging op de bodem liggen en deed net of ik op mijn rug zwom. De aanwezige toeschouwers om me heen vonden dat erg grappig. Ook mijn vrouw maakte zwemmende gebaren. Het zwembad is van Leandro Erlich.

Een film uit 1987 van Zwitserse kunstenaars (ik ben hun namen helaas vergeten) blijkt nog steeds de moeite waard. Je ziet hoe elke gebeurtenis een nieuwe gebeurtenis tot gevolg heeft. Een blok valt om, op een wip waardoor een fles gaat leegstromen, de inhoud stroomt in een vat met een chemisch goedje welk begint te borrelen, waardoor er een chemische reactie ontstaat die weer een nieuwe beweging tot gevolg heeft en ga zo maar door. Rollende, slingerende, stromende, brandende objecten die steeds op wonderbaarlijke manier weer iets anders tot gevolg hebben. Je blijft kijken want je weet nooit wat er nu weer gebeurt. Heel bijzonder.

En wat te zeggen van een mini-lift. Je ziet de deuren van twee liften naast elkaar en je kunt zien aan de lampjes waar de lift zich bevindt. Opeens gaat er een liftdeur open. En weer dicht, en zo voort. Dit alles in mini miniformaat. Kleine kinderen gaan op de grond zitten om te zien wat er allemaal gebeurt. (Maurizio Cattelan)

lift

Veel bekijks ook de meer dan levensgrote versie van een oud zonnebadend echtpaar. (Ron Mueck). Alles klopt, de huid lijk je te kunnen aanraken. Maar alles twee keer zo groot als normaal.

echtpaar

Het museum Voorlinden is een mooi gebouw met een prachtige tuin. En het ligt in een oase van ruimte op een buitengebied in Wassenaar. Met naast de aangelegde tuin iets verder ook veel wilde bloemen. Ondanks de koude zondag was het er goed toeven.

museum

wildebloemen

bij

Geplaatst in kunst, recensie, theater | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Afscheid van professor Berkvens

minderbroedersklooster

professorenMeer dan dertig hoogleraren in gepaste kledij omringden Professor Berkvens bij zijn afscheidsrede vrijdagmiddag in de aula van de Universiteit Limburg op de Minderbroedersberg in Maastricht. In dat gebouw was ik nog nooit geweest. In Maastricht zijn veel historische gebouwen behouden gebleven omdat ze tegenwoordig gebruikt worden door de Universiteit Limburg. Daar kunnen we heel blij mee zijn. De voorloper van de voormalige kerk op de Minderbroedersberg, dat is de voormalige vroeg-gotische kerk in de Pieterstraat die al begin dertiende eeuw gebouwd werd door de Minderbroeders. Daar zit nu het Regionaal Historisch centrum en daar kom ik vaak. Na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik en het vermeende verraad door enkele Minderbroeders en Jesuïten die de Spanjaarden weer binnen de stadspoorten wilden laten dringen, moesten de ordeleden van beide kloosters Maastricht verlaten en de kerken en kloostergebouwen kregen al snel een nieuwe functie. Later, toen Lodewijk XIV Maastricht had veroverd, mochten ze weer terugkeren. De Minderbroeders bouwden toen een nieuwe kerk en een nieuw klooster, een sober barokgebouw, en dat heb ik nu dus voor de eerste keer van binnen gezien. Er is erg veel verbouwd. De aula vond ik ronduit lelijk met zijn systeemplafond. Het was moeilijk om een indruk te krijgen hoe deze ruimte er ooit heeft uitgezien.

In zijn afscheidsrede “Het leenrecht vergadert. Limburgse rechtsgeschiedenis in Euregionaal perspectief greep Berkvens terug op zijn bijzonder hoogleraarschap rechtsgeschiedenis der Limburgse territoria. Hij was in zekere zin een buitenbeentje op de universiteit. Van huis uit was hij een historicus met speciale belangstelling voor het middeleeuwse recht. Toen de functie voor bijzonder hoogleraar werd ingesteld op initiatief van het Limburgs Oudheidkundig genootschap had hij er op gesolliciteerd. Ondanks het feit dat hij niet beantwoordde aan een van de voorwaarden, meester in de rechten, was toch hij degene die werd benoemd. Sindsdien staan er vele publicaties op zijn naam en heeft hij zich op allerlei terreinen verdienstelijk gemaakt. Ik ken hem vooral van veel artikelen in de jaarboeken van het LGOG.

Professor Berkvens liet een kaartje zien van het gebied tussen Maas en Rijn in de zestiende eeuw. Diverse kleine stukken waren in leen bij de keurvorst van Keulen, maar lagen op het territorium van Gulick, Brabant of Loon. En in de loop van de tijd wisselde de soevereiniteit voortdurend: sommige lenen kwamen op grond te liggen waar opeens de Staten der Nederlanden de baas waren geworden of welke bezit van Spanje of later Oostenrijk werden. Al die soevereine heersers gingen weer anders om met deze leengoederen en er moest vaak worden uitgezocht wie nu het laatste woord had bij geschillen: de keurvorst van Keulen als leenheer of de nieuwe soeverein heerser..

Het was een mooie afscheidsrede en er werden nog veel mooie woorden gesproken. En ook buiten bleef het nog lang mooi. Ik genoot weer van wat ik de mooiste stad van Nederland vind.

maastricht

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Heiligdomsvaart

Noodkist-Sint-Servaas-Maastricht

foto van http://www.katholiekforum.net

Op TV waren onlangs beelden van de Heiligdomsvaart in Maastricht te zien. De Heiligdomsvaart is het evenement waarbij eens in de zeven jaar relieken in processie door de stad worden gedragen, onder meer de vergulde noodkist met het gebeente van de Heilige Servaas. De processie wordt door de mensen zonder zachte G met een gemoedelijk folkloristische glimlach bekeken, iets waar je niets van snapt maar dat er wel leuk uit ziet.

Hoe anders was dat bijna 150 jaar geleden. Op 27 juli 1873 werd de nieuwe kapel voor de relieken van de Servaaskerk ingericht (de huidige schatkamer). Er volgde een grootse processie waarin onder meer ruim tachtig priesters mee liepen. De politie vond deze processie onwettig en maakte proces verbaal op. Hoezo?

In de negentiende eeuw was er een tijd lang een ministerie voor de “Roomskatholieke Eeredienst.” Waar hield dat ministerie zich mee bezig? Tja. In ieder geval zien we hoe er tot in 1880 en soms ook nog later regelmatig gedonder is rond het houden van processies, met in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw in mijn ogen enkele bijzonder benepen dieptepunten.

Een van de aanleidingen tot die houding in die tijd is wellicht de zogenaamde Kulturkampf in Duitsland. Bismarck liet kloosters sluiten en er kwamen nog meer anti-katholieke maatregelen.

(Wikipedia: In 1873 werd het katholieken verboden om voor de Kerk te trouwen. Alleen het burgerlijk huwelijk gold als geldig voor de wet. Ook werden weerspannige priesters en bisschoppen gevangengenomen of het land uitgezet. In juli 1872 werden de jezuïeten uit Pruisen verbannen. Later werden ook andere kloosterorden opgeheven en de leden eveneens het land uitgezet. In 1873 werden de Mei-wetten uitgevaardigd, hetgeen een hoogtepunt in de strijd tegen de Katholieke Kerk betekende. Kandidaat-priesters werden verplicht om voor een periode van ten minste drie jaar aan een Duitse universiteit te studeren.)

Dat was koren op de molen voor de anti papisten en liberalen in Holland. Ze zagen hoe de katholieken uit Duitsland over de grens hun heil in katholiek Nederland gingen zoeken. Diverse kloosters vestigden zich in Limburg. Maar ook kwamen er processies op Nederlands grondgebied. Kwamen die Duitse processiegangers in Nederland niet gewoon propaganda maken voor hun standpunt in de Duitse cultuurstrijd, zo was de redenering? Bij zo’n Duitse processie naar Kapel aan het Zand in Roermond wilde de Nederlandse Marechaussee de leider van die processie een proces verbaal geven. Maar de pelgrims hadden wandelstokken bij zich en joegen daarmee de gewapende marechaussee op de vlucht. Die haalde versterking. Toen die aankwam waren er nog slechts een klein aantal karren met pelgrims die nog niet de grens waren over gestoken. Elk mannelijk lid dat ze in de achtergebleven karren aantroffen werd gearresteerd en meegevoerd.

Dit was niet het eerste en enige incident. In 1976 kwamen pelgrims uit Rotterdam met de trein aan in Sittard. Daar werden ze feestelijk onthaald door de plaatselijke fanfare, maar: ook door de marechaussee. Deze greep niet in maar bewaakte de hele tocht door de stad en sloeg in de ogen van de plaatselijke bevolking een belachelijk figuur. Korte tijd later werd de processie van Beek naar Sint Gerlach door de politie verstoord. Van hoger hand werd verboden om vaandels, beelden en het kruis te dragen. Ook mocht er niet hardop gebeden of gezongen worden. Iets later, alweer bij Kapel aan het Zand, werd aan Duitse pelgrims uit Kempen te kennen gegeven dat ze zich dienden te verdelen in groepen van maximaal twintig personen. Toen de Duitsers geen aanstalten maakten om dat te doen begon de politie er met stokken op in te slaan. En zo kan de lijst uitgebreid worden met nog tientallen incidenten.

Behalve de Duitse Kulturkampf was er nog meer aan de hand. Koning Willem I had vanaf 1815 een behoorlijk anti-katholieke houding waarmee hij zich in de katholieke gebieden niet geliefd maakte. Dat was een van de redenen waarom België zich afscheidde van Nederland. Willem II , diens opvolger, was veel gematigder en de grondwet van 1848 van Thorbecke leek godsdienstvrijheid te waarborgen. Maar om ook de calvinisten te vriend te houden waren er toch nog enkele bepalingen in die wet die stof tot gedoe konden geven. Zo stond er dat elke vorm van godsdienstuitoefening die al op dat moment en op die plek bestond geoorloofd was. In de zeventiger jaren ging men op enkele plaatsen opeens naar de letter van die wet handelen. Als een processie een straat aandeed die nog nooit eerder was aangedaan dan werd er proces verbaal opgemaakt. Nieuwe processies mochten zo wie zo niet. Ook bleek er te staan dat elke parochie maximaal twee keer per jaar een processie mocht houden en dat moest dan ook altijd op een zondag zijn. Genoeg aanleidingen en argumenten dus om een processie tegen te houden of om de leiders te verbaliseren. Als er dan een rechtszaak ontstond dan moest de verbalisant minimaal de rechtskosten betalen maar ook werden er soms gevangenisstraffen tot wel een jaar opgelegd.

Het blijkt dat deze wet uit 1848 nog nooit is vervangen. In 1918 bepaalde de Hoge Raad inzake een processie te Zevenaar dat een processie alleen maar is geoorloofd op een plaats waar die ook in 1848 al was toegelaten, dus de grondwet van Thorbecke werd er weer bijgehaald. 31 augustus 1954 trad voor Nederland het Verdrag van Rome in werking, die godsdienstvrijheid moest garanderen. Maar hoe die wet te interpreteren? Ook nu weer was de Hoge Raad van mening dat de beperkingen van Thorbecke voor Nederland nog steeds zouden kunnen blijven gelden. De staatscommissie Cals-Donner vond enkele decennia later dat dat niet meer van deze tijd was. Voorgesteld werd om de tweede alinea van artikel 184 (vroeger 167) uit de grondwet te schrappen. De tweede kamer nam deze grondwetherziening eind 1975 aan, maar door de val van het tweede kabinet den Uyl ging deze herziening toen niet door.

Wat staat er op dit moment in de grondwet?

Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten, behoudens de nodige maatregelen ter zake der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten.

De tweede alinea staat er nog steeds, maar geen hond die er meer naar kraait… Voor een ordelijk verloop heb je slechts toestemming van de burgemeester nodig, waar en wanneer je ook een processie gaat houden. Het zijn niet de heiligdomsvaarten maar de voetbalwedstrijden die de nodige orde-problemen opleveren. Maar daar over stond niets in de grondwet van Thorbecke…

Literatuur: Giel Hutschemaekers, Limburgse processieperikelen 1873-1880 (Maasgouw 3 en 4 1980)

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

De periode in de Europese geschiedenis tot de Franse revolutie van 1789 wordt ook wel de tijd van het Ancien Régime genoemd. In korte tijd werden door de revolutionairen veel dingen afgeschaft zoals tol en gilden, werden kerk en staat gescheiden, was er vrijheid, gelijkheid en broederschap en werd de adel van zijn privileges beroofd. Ook werden tijd, maten en allerlei eenheden op elkaar afgestemd en opnieuw geformuleerd. Maar: de idealen van het revolutionaire begin bleken al snel niet haalbaar. Napoleon schafte de Franse tijdsindeling weer af en verzoende zich met de paus. Sommige bepalingen werden weer terug gedraaid, andere bleven en werden na 1815 in een groot deel van Europa gemeengoed. Althans dat is de algemene gedachte. De tijd van het Ancien Régime was nu dan toch voorbij. Is dat wel zo…

jaarboek 1846Dat dit een moeizaam proces was blijkt als je het Jaarboek voor het Hertogdom Limburg (het huidige Nederlands Limburg) uit 1846 bestudeert. We hebben het over inmiddels meer dan 50 jaar na de Franse revolutie. Enkele voorbeelden, het eerste met betrekking tot de standaardisering van maten, het tweede m.b.t. de vervlechting van Kerk en Staat, het derde m.b.t. de standenmaatschappij.

1

Het Nederlands verpakkingsmateriaal als kannen, vaten, kuipen moest opnieuw worden vervaardigd. Pas in 1845 was men zover dat de lokale maten verlaten werden. De kuipers moesten zich houden aan de volgende afmetingen, uitgedrukt in Nederlandse strepen (een streep is het duizendste gedeelte van een el, waarbij er gemeten werd met de Nederlandse streep, die minimaal afweek van lokale “strepen”.)
Een vat van 10 kannen diende een sponsdiepte te hebben van 236 strepen, een bodems middellijn van 197 strepen en een hoogte van 256 strepen. Zo werden daarna ook de afmetingen van vaten van 20, 30, 40, 50, 100, 150 en 200 kannen omschreven. Als je het jaarboek doorbladert volgen er nu pagina’s achter elkaar met tabellen. Regionaal verschillende maten kunnen hiermee teruggerekend worden naar Nederlandse maten. Lengte maten: alles wordt nu Nederlandse el of are. Zo is een roede, die in Gronsveld 15 voet en 5 duim meet, voortaan 4,5228 el oftewel 0,2046 are. Voor elke plaatselijke roede is dat weer wat anders. De verschillende inhoudsmaten als kan (kan voor bier, wijn of melk verschillen oorspronkelijk!), worden slechts “een kan”: de Nederlandse kan. De verschillen per regio blijken aanzienlijk, een kan bier was in Roermond niet hetzelfde als een kan bier in Maastricht. Maar alle kannen worden ongeacht de inhoud en waar ze vandaan komen hetzelfde. Dan komen de tabellen met gewichten (korrel, wigtje, lood, once, pond of medicinale gewichten: grein, schrupel, drachme). Een Maastrichts pond is 4 once, 6 lood, 7 wigtje en 7 korrel. Zo simpel is dat. Maar wat vooral opvalt: de gewichten worden in die tijd meestal nog niet omgezet naar een standaarmaat met decimalen, het gaat slechts om het omzetten van alle lokale varianten naar een Nederlandse standaard. De Franse eenheden kilo, liter, meter zijn er nog niet. Er wordt nog steeds voornamelijk gerekend in pond, kan en el. Alleen zijn er dus geen regionale verschillen meer. En de tonnen, kannen, kuipen moeten opnieuw gefabriceerd worden en voldoen aan de nieuwe Nederlandse standaard. Daarvoor worden zeer veel ijkmeesters aangesteld. Oude verpakkingsmaterialen dienen te worden ingeleverd.

2

Achter in het jaarboek staan de namen van de landelijke ministeries en de bijbehorende ministers in 1846. Welke ministeries had men?

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Ministerie van Justitie
  • Ministerie van Binnenlandse zaken
  • Ministerie van Hervormde en andere diensten behalve die der Rooms-Katholijcke
  • Ministerie van de Rooms-Katholijcke Eeredienst
  • Ministerie van Kolonien
  • Ministerie van Marine
  • Ministerie van Financien
  • Ministerie van Oorlog

Opvallend is dat er vier ministeries zijn die naar mijn idee op zijn minst twee aan twee dicht bij elkaar liggen, maar in die tijd blijkbaar goed te scheiden waren: buitenlandse zaken en kolonien, marine en oorlog. En er waren maar liefst twee ministeries die zich uitsluitend met godsdienstige zaken bezig hielden, hoezo scheiding van kerk en staat? En de Rooms-Katholijcke Eeredienst moest helemaal apart in de gaten gehouden worden, daar werd zelfs een compleet ministerie om heen gebouwd! Ministerie van Sociale zaken, dat bestond nog niet. En er was ook nog geen ministerie van Onderwijs.

3

Ook opmerkelijk: bij de indeling van de leden van de provinciale staten werd nog bijna een middeleeuwse indeling gemaakt: eerst stond er een lijst met leden namens de ridderstand, dan kwamen de leden namens de steden en tot slot de leden namens de boerenstand.

Limburg werd militair bestuurd door een commandant die zetelde in Maastricht. Dat was niet zo maar de eerste de beste, het ging om: Graaf van Limburg Stirium, luitenant-generaal, buitengewoon adjudant des konings, kommandant der 1e divisie infanterie, opperbevelhebber der vesting Maastricht en der troepen in het Hertogdom Limburg, W.O.R. 3e klasse, N.L.R.E.K.K. ridder van de orde van St. Anna 2e klasse met diamanten van Rusland, idem van de 3e klasse der orde van St.-Wladimir, kommandeur van de Guelphem-orde van Hanover, ridder van den Gouden Leeuw van Hessen, grootkruis van den Witten Valk van Saxen-Weimar-Eisenach. Zo!

Het Ancien Régime was voorbij. Maar er was nog steeds een standenmaatschappij. De staat bemoeide zich nadrukkelijk met kerkelijke zaken. Europese standaardisering was er nog lang niet. Er bleken nog heel wat kleine revoluties en zelfs oorlogen nodig te zijn om de oorspronkelijke idealen te verwezenlijken: vrijheid (democratie met stemrecht voor iedereen), gelijkheid (toegang tot onderwijs voor iedereen bijvoorbeeld), en broederschap (sociale zorg).

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen