Alleen

Op een terrasje ontmoetten mijn vrouw, mijn oudste kleinzoon en ik een van mijn schoonzussen. Hij kende haar al, maar wilde toch wel weer eens wat meer van haar weten. Een van de eerste vragen was:
-‘Ben jij autist’?
-‘Nee’, antwoordde mijn schoonzus. ‘Maar jij bent toch autist? ‘
-‘Ja.’
-‘Vind je dat erg om autist te zijn?’
Hier moest hij lang over nadenken. Het is iets dat hij nu steeds meer gaat beseffen. Hij wil heel graag met alles gewoon kunnen meedoen en merkt dat hij vaak een uitzondering is. Dat vindt hij niet leuk. Maar hij weet natuurlijk ook niet hoe het zou voelen als je niet autistisch bent. Op school doet hij braaf mee met alle werkjes. Hij leert de “i” en de “k”. Feitelijk allemaal dingen die hij allang kent maar hij wil niet uit de toon vallen. En hij tekent op school net zo klungelig als zijn medeleerlingen. De juf weet niet wat voor een tekenwonder ze in huis heeft. Ook muzikaal zal hij waarschijnlijk nog niet ontdekt zijn. Dat herken ik. Ik hoorde op de lagere school in de eerste klas al hoe de onderwijzer fouten maakte bij het solfège-onderwijs maar ik hield maar wijselijk mijn mond. Inmiddels wist ik als zesjarige, de zelfde leeftijd als die van mijn kleinzoon,  dat ik beter was dan de onderwijzer. Zo iets is er nu dus ook gaande, maar dan op veel meer fronten bij mijn kleinzoon. Hij wil zoveel mogelijk hetzelfde zijn.

-‘Ben jij alleen?’ Hij wilde weten of ze een man had natuurlijk en mijn schoonzus begreep zijn vraag.
-‘Ja.’
-‘Vind je dat erg?’
-‘Nee hoor.’
-‘Is het niet erg om als je thuis bent dat er dan nooit iemand anders is?’
-‘Nee, dat vind ik niet erg, maar ik vind het wel leuk om vaak andere mensen tegen te komen, zoals nu.’
-‘Wat doe je dan als je thuis bent?’
-‘Dan denk ik aan leuke dingen zoals dat ik nu met jullie zit te lunchen en te praten. En daar kan ik dan heel vaak aan terug denken.’

Mijn kleinzoon slurpte alle antwoorden in zich op. Het eten liet wat lang op zich wachten. Hij begon nu de andere gasten aan het terrasje te vermaken en ging zingen: “Oh oh Den Haag, mooie stad achter de duinen, de Schilderswijk, de Lange Poten en het Plein, Oh oh Den Haag, ik zou met niemand willen ruilen, meteen gaan huilen als ik geen Hagenees zou zijn. ”
Intussen danste hij tussen de tafeltjes en kreeg spontaan applaus. Bij het tafeltje achter ons zaten enkele oudere mensen.
-‘Komen jullie uit den Haag?’ ze waren half doof maar het bleek nog te kloppen ook: ze kwamen uit den Haag! Mijn kleinzoon danste verder tot even later zijn saucijzenbroodje er aan kwam. Hij had intussen wel maar even het hart gestolen van niet alleen mijn schoonzus maar van iedereen. Niemand voelde zich in die omgeving meer alleen en ik had veel lachende gezichten gezien.

We gingen nog even naar de flat van mijn schoonzus. Hij stelde weer vragen als: ‘wie woont hier? En ken je die?’ Hij merkte dat als je op een flat woont dat je dan best dichtbij heel veel andere mensen woont. En dat vond hij een heel geruststellend gevoel.

Terug naar huis. Naar papa, mama, broertje en zusje. In een veilige, vertrouwde omgeving. Maar hij wil wel heel graag snel weer een keer komen logeren. Wij ook.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 4 reacties

Whitacre, Bach en mijn kleinzoon

Ik kende het stuk “October” van Eric Whitacre niet tot mijn  oudste kleinzoon het voorzong voor zijn moeder, die het opnam en naar ons toe stuurde. Uiteraard wilde ik toen ook het origineel wel eens horen.  Dat kon makkelijk via Youtube. Hij schreef het stuk al in 2000 voor harmonieorkest. In zijn toelichting zegt hij: ‘het stuk gaat over de frisse herfstlucht en de subtiele veranderingen in het licht, die me altijd een beetje sentimenteel maken. Terwijl ik begon met de eerste compositie-schetsen voelde ik dezelfde rust. De eenvoudige, pastorale melodieën en de daaropvolgende harmonieën zijn geïnspireerd op die van de grote Engelse romantici, en ik voelde dat deze stijl ook perfect was om de pastorale ziel van het seizoen vast te leggen. Ik ben blij met het eindresultaat, vooral omdat er niet zoveel van dit soort gevoelige en mooie muziek is geschreven voor blazers’.

Ik heb geen flauw idee hoe vaak mijn kleinzoon naar het stuk heeft geluisterd. In het begin hoor je heel subtiel het geluid van de “chimes” als een soort dwarrelende herfstblaadjes.  Dat probeerde hij na te doen. Maar het viel me op dat hij het eerste motiefje een beetje heeft omgevormd, het klinkt een beetje als een motief uit een film die over het heelal gaat en dat daar wat op lijkt. Maar heel opvallend: na drie keer komt er een subtiele wijziging in het motief bij Whitacre, dezelfde wijziging ook bij mijn kleinzoon. De vijfde keer weer als voorheen, bij zowel Whitacre als bij wat mijn kleinzoon er van maakt. Nog een verschil: de toonsoort. Waar hij eerder bij “de traan” van Piazolla exact alles op de originele toonhoogte zong is de toonsoort nu een andere. Ik vermoed dus dat hij het nog maar een of twee keren beluisterd heeft. Maar blijkbaar vond hij het zo mooi dat hij het is gaan nazingen. Luister naar het begin van het origineel en de imitatie van mijn kleinzoon:

Gisteren hebben we hem meegenomen naar “open monumentendag” in Gouda. Er werd de hele dag in de St. Jan op het immense Moreau orgel gespeeld en je kon ook omhoog klimmen tot achter het orgel, waar alle orgelpijpen te zien waren. Ook kon je bij de organist zelf komen. Maar wat hij vooral graag wilde was luisteren naar de akoestiek van de kerk terwijl hij zelf zong. Hij ging helemaal alleen staan tegen een wand van de kerk en luisterde intussen naar de muziek van het orgel. Toen het “Air” van Bach begon ging hij spontaan al luisterende meezingen. Niet met de hoofdmelodie, maar hij wilde juist tonen zoeken die erbij pasten. Hij kende het stuk niet want hij miste af en toe een enkele toon die bij de modulaties pasten, iets dat hij anders denk ik feilloos mee genomen zou hebben. Maar toch: hij luisterde, voelde en zong. Hij zingt mooi en zuiver en ontroert in zijn muzikale en spontane omgang met deze klanken.

stjanzingen

Geplaatst in muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De boot naar Utrecht en een enge beer

Op de vloer lag een grote bruine deken. Op die deken zat een pop en er zaten enkele knuffels.  Ze zaten er om zich heen te kijken. Er lagen wat voorwerpen waarvan de functie niet duidelijk was.
-‘Wat is dat?’ vroeg ik aan mijn kleindochter van twee, wijzende naar de deken.
-‘Dat is een boot.’
-‘Aha, en wie gaat er mee  op die boot?’ Ik verwachtte te horen dat de baby mee ging of de beer maar het antwoord was duidelijk.
-‘Jij opa!’ Onverbiddelijk wees ze me waar ik moest instappen.
-‘OK dan. En jij bent zeker de kapitein.’
-‘Ja, ik ben de kapitein.’
-‘Waar gaat de reis naar toe?’
-‘Naar Utrecht.’
Dat was een begrijpelijke bestemming, immers bijna alle treinen gaan daar ook heen. Even later ging de boot varen. Ze keek me aan of alles OK was en begon toen met haar nagels aan de rand van de bank die naast het kleed stond te krabben. In een ritmische beweging. Ik wist even niet of dat een opstartgeluid was, maar nee hoor, de hele reis duurde het krabben voort. Het was natuurlijk het geluid van de motor. Of waren het de golven? Ik begon een beetje zachtjes te wiegen.
-‘Er zijn veel golven hè kapitein?’ De kapitein knikte bevestigend en bleef intussen gestaag ritmisch door krabben.
-‘We zijn er!’
Ik wilde al uitstappen toen haar broertje van net vier aan kwam lopen.
-‘Ík ben de kapitein.’
-‘Nee, ík ben de kapitein’, antwoordde haar zusje boos. Ik nam het voor haar op en besloot dat zij de kapitein was. Hij ging akkoord maar nog voordat de reis weer verder ging vanuit Utrecht ging haar broertje alweer aan land. Toen werd ook de kapitein door iets afgeleid en bleef ik moederziel alleen achter op de boot.

Dit soort spelletjes spelen de twee jongste kleinkinderen de laatste tijd heel graag en het is een genot om naar hen te kijken. Het jongetje is erg bazig voor zijn zusje maar op cruciale momenten laat ze weten wat ze wil en dan kiest ook hij meestal eieren voor haar geld. Als zij echt iets wil, daar kan niemand tegen op. Dan is zíj de baas.

griezelen2Van de week bij ons thuis speelde mijn jongste kleinzoon op de mondharmonica. Het was enge muziek en mijn kleindochter was samen met mijn vrouw verstopt onder een deken, samen zaten ze er onder, op de bank. Hij zat er naast met zijn mondharmonica in de mond. Samen griezelden mijn vrouw en mijn kleindochter van de mogelijke komst van een beer, maar ze waren lekker veilig onder de deken. Mijn kleinzoon begon donkere spannende geluiden te spelen. Ze kropen nog verder weg onder de deken. Uiteindelijk kwamen ze tevoorschijn: de beer was weg!

En het leuke is dat ook mijn oudste autistische kleinzoon tegenwoordig vaak meedoet en dan niet gelijk dominant probeert om er zijn eigen spel van te maken, maar meegaat in vooral de fantasie van zijn twee jaar jongere broertje. Ze zijn dan leuk samen aan het spelen, soms zelfs met zijn drieën. Iets dat tot voor kort een bijna onmogelijkheid was. Wat gaat hij toch vooruit in sociaal opzicht! Hartverwarmend om te zien.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Damesvoetbal

De vorige week was er nog geen school en was mijn oudste kleinzoon een hele dag alleen bij mij. Hij kan heel goed alleen spelen maar op een gegeven moment wil hij dan toch iets samen met mij doen.
-‘Opa, zullen we samen voetballen?’
Ik vond het een goed idee en ik was van plan om me helemaal aan zijn spelregels te houden. Ik moest keeper zijn. Dat betekende dat ik geen doelpunten kon maken dus ik schopte de bal gehoorzaam iedere keer zijn kant op. Hij becommentarieerde zijn eigen spel en zijn ingenieuze dribbels als een volwaardige commentator. Eerst was het Feijenoord dat ging winnen, een tijd later het Nederlandse dames elftal. Hij was opeens Anouk Dekker en schoot regelmatig raak. Midden in het spel toen de bal achter de achterlijn was gekomen liep hij al zingende verder en was blijkbaar zonder de keeper te verwittigen gestopt. Ik nam aan dat het spel was afgelopen.

’s Middags gingen we naar de speeltuin in de hoop daar lieve meisjes tegen te komen. Onderweg bracht ik het thema “kleine kindjes” ter sprake. Ik zei: ‘als je een baby ziet dan moet je “hé een baby” zeggen, meer niet. Geen gekke gezichten trekken, geen gekke geluiden maken en er ook niet op af lopen.’ Hij was even stil. Ik vroeg of hij dat snapte. ‘Ja hoor’, zei hij. ‘Wat zeg je dan als je een klein kindje ziet?’ vroeg ik nogmaals. ‘Hé, een baby. Een moment later: ‘dat kan ik goed oefenen in de speeltuin hè opa. De speeltuin is eigenlijk een soort oefenplek.’
Geweldig. Hij wil het graag leren maar het is zo moeilijk. Er waren geen baby’s en helaas ook geen lieve meisjes. Na een tijdje kwamen er twee jongens, van schat ik 14 en 12 jaar oud met een voetbal. Zij gingen voetballen.
-‘Mag ik mee doen?’
Ik riep nog dat ik dat niet zo’n goed idee vond want die jongens waren toch veel groter maar hij was al bij hen. Hij mocht mee doen. Met enige verbazing zag ik dat hij best wel aardig dribbelde maar toen begon hij luidkeels te vertellen dat ze het Nederlands dameselftal waren en het tafereel van die ochtend leek zich te gaan herhalen. Met dat verschil dat er nu geen keeper was. Ik zag hoe de jongens hun best deden, waarschijnlijk omdat ik in de buurt was. Mijn kleinzoon liep intussen te roepen, het spel te becommentariëren en zich zelf aan te moedigen. Ik liet het spel zo’n kwartier doorgaan. Toen riep ik hem bij me.
-‘Ik denk dat de jongens nu wel een keer alleen willen spelen. Zij zijn veel groter en zij kunnen al veel beter voetballen.’
Hij leek het te snappen, kwam naar me toe. Vanaf de schommel zag hij even later dat er een andere opa met een kleinkind van ongeveer anderhalf jaar was aangekomen. Onmiddellijk trok hij zijn ouderwetse babygezicht en begon weer vreemde geluiden te maken.
-‘Oefenen!’ zei ik tegen hem.
-‘Hé, een baby’. Zijn gezicht ontspande.
‘Wat kun jij goed oefenen zeg!’ Ik prees hem de hemel in. Thuis gingen we pannenkoeken bakken. Hij mocht het beslag roeren en het spek in de pan doen. Daarna ging hij met Anouk Dekker spelen.

marlies dekker

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen

Ciurlionis en Jinpa

Čiurlionis dacht in klanken en in beeld. Elke toon was voor hem een kleur. Aan een schilderij gaf hij namen als adagio of fuga. Zeker bij de muziek die hij schreef van 1907 tot 1909 passen naar mijn gevoel ook veel van zijn schilderijen. Die combinatie levert een fantasievol, wonderlijk en sfeervol geheel op.

Gisteren zag ik de Chinese film “Jinpa” die zich afspeelt in Tibet, in een eindeloos landschap op een hoogte van meer dan vijf kilometer. Kale toendra’s worden omgeven door de nog veel hogere sneeuwbergen van de Himalaya. De hoofdpersoon die zich door dit landschap beweegt in een oude vrachtauto rookt, suft soms weg en kijkt om zich heen.  Jinpa is opgevoed in een klooster. De gieren zijn z’n vrienden. Het ijle landschap met de wind en soms ook met  wolkenpartijen is van een  adembenemende schoonheid. Tijdens de film had ik meermalen associaties met sommige schilderijen van Čiurlionis.

Deze film bevat weinig muziek maar wel hoor je veel geluiden, geluiden van de wind of de geluiden van de auto over de halfverharde weg. Maar ook hoor je soms een soort filmmuziek die heel ijl iets toevoegt aan de verlatenheid. Door het geheel van beeld en geluid wordt je, als je je er aan over geeft, al heel snel mee gezogen.  Alle scenes duren lang terwijl er niets gebeurt. Zo ga je nog meer de eindeloosheid en het onherbergzame  ervaren. Bij de dorpsscenes en vooral  bij de scenes in een theehuis ben je toch weer even in de werkelijkheid terug gekomen, maar een werkelijkheid die ver af staat van die van de tegenwoordige westerse wereld.  Een duidelijke plot in de film ontbreekt. Het einde is net zo vaag als de filmbeelden zelf bijna voortdurend zijn.

strazdaiVan de zomer reden we in Litouwen met de auto over eindeloze halfverharde wegen, die dorpen van niet meer dan honderd inwoners met elkaar verbonden. Hierboven zie je de halfverharde hoofdweg naar het dorp Strazdai.. We bevonden ons niet in de toendra maar we reden, afgezien van een enkel dorpje in een gebied met akkers en bossen.  Tot zover je kijken kon was er niemand te zien. Ook was er nergens een andere auto. Wel zag je op enkele plaatsen een bushalte. Voor wie? Of er was opeens een primitieve brievenbus bij het enkele zijweggetje dat je tegenkwam. Een keer zag ik een soort brievenbus die opgehangen was aan een tak.  De tijd leek er stil te staan. Zo zal het er ook op veel plaatsen ruim een eeuw geleden hebben uitgezien, in de tijd van Čiurlionis.

Ook Čiurlionis kan je meevoeren naar een andere wereld.  Het is niet helemaal dezelfde wereld als die van Jinpa. Maar het is ook een wereld waar je de tijd voor moet nemen. Ik heb een film van bijna tien minuten gemaakt, gebaseerd op diens schilderijen en op diens muziek. Ik zou zeggen, ga er voor zitten en laat je even door niets afleiden. Je komt dan even in de wereld van Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. De wereld zoals hij die zag en zoals hij deze inwendig hoorde, twee tot vier jaar voor zijn vroegtijdige dood.

Film met muziek en schilderijen van Čiurlionis

 

 

Geplaatst in kunst, muziek, recensie | Tags: , , | 2 reacties

De innerlijke wereld van mijn kleinzoon

Autisten hebben veel moeite met het normale sociale verkeer. Hoe mensen zich gedragen in bepaalde situaties zul je hen voortdurend moeten proberen te leren. Dat kost hen enorm veel inspanning. Maar met veel wil en doorzettingsvermogen kunnen ze vaak een heel eind komen.

Daar staat tegenover dat de innerlijke wereld bij dergelijke mensen vaak bijzonder rijk is. Ik las in de Volkskrant hoe Linde van Schuppen mensen onderzoekt die een psychose hadden. Ze is de schoonheid van hun innerlijke wereld gaan zien. Ze luistert naar hen met een taalwetenschappelijk oor, met een filosofisch oor maar ook met een oor dat probeert mee te leven. Dat laatste is subjectief maar het is het meest belangrijke oor denk ik.

Zo is het denk ik ook bij autisten. Van de zomer vertelde mijn kleinzoon tegen zijn ouders dat elk mens een melodietje heeft. Als hij iemand ziet, hoort hij inwendig een melodie. Fantastisch! En hij vertelde dat mijn bril een beetje eng was omdat hij rond was. Dat deed pijn. Zo heeft hij talloze gewaarwordingen en associaties bij bijna alles. Soms is dat denk ik heel fijn, maar vaak is het beangstigend. Bij een filmpje met een supersonisch snelle trein uit China begon hij opeens te lachen. ‘Wat is er?’ vroeg ik hem. ‘Opa hoor je dat ook, die stemmetjes.’ Nou, we spoelden het filmpje een stukje terug en verwachtingsvol keek hij me aan. Ik deed mijn ogen dicht om me goed te kunnen concentreren. En inderdaad, ik hoorde uiterst zacht heel even wat kinderlijke stemmetjes door het geluid van de trein heen. Hij moest alweer lachen en ik lachte met hem mee. Ik had het ook gehoord. Maar mensen als ik schiften het geluid normaal gesproken in onze oren en houden het meest relevante over. Een dergelijk detail verdwijnt dan in het niets. Voor hem was dat uiterst zachte geluid net zo belangrijk als de rest van de geluiden die je kon horen. En weer besefte ik hoeveel geluid er bij hem wel niet binnen moet komen en wat voor een chaos dat al snel zou kunnen opleveren. Op een station herkent hij elk geluid van elke trein, die optrekt, afremt, waarvan de deuren open gaan. Hij hoort het over alle perrons heen en weet feilloos welke trein er bij hoort. En dan zijn er mensen die intussen iets aan hem vragen. De vraag moet vier keer herhaald worden voordat hij reageert. Dat is geen onwil. Die menselijke vraag is niet belangrijker dan al die geluiden die ook bij hem binnen komen. Geen wonder dat hij vaak zo hyper is..

Zo is het ook met beeld. Als kind van pas net een jaar oud zag hij onbeduidende details die niemand anders zag en koppelde er iets aan vast dat voor hem belangrijk was. ‘Che, che!’ Hij wees richting boerderijdeur in zijn vorige huis. Waar had hij het in godsnaam over. Met hem op schoot liep ik naar de deur. Hij wees naar het sleutelgat. Dat had een speciale vorm en leek op de letter G. Die kende hij toen al en hij zag in de vorm van het sleutelgat de letter G. Çhe’ was het geluid van de harde G zoals hij dat zijn ouders hoorde zeggen. En hij was al met letters en de vormen van letters bezig, nog voordat hij kon praten. Zoals hij ook ‘ma, ma’ zei terwijl hij naar voren wees, alweer op schoot terwijl ik de trap bij ons thuis afliep. Er hing een foto aan de muur. Met mensen, koeien, sloten weilanden. Maar in de verte kon je ook de draden van een elektriciteitsmast zien. Dat was het enige dat hij zag: ‘Ma ma’ was mast. Dat zei hij inderdaad ook altijd als we daar fietsten. Zijn visuele wereld bestond vooral uit vormen zoals letters en strepen of zoals de draden van een elektriciteitsmast. Cirkels, ellipsen, rechthoeken, vierkanten, driehoeken en ga maar door, die hadden voor hem al snel geen geheimen meer.

Nu leeft hij zich vooral uit op het tekenen van allerlei treinen. Die hebben vanuit elke hoek gezien een andere vorm, en als ze aankomen rijden ziet hij perspectivische lijnen. Ook mensen zijn poppetjes van groot naar klein, net naar gelang hun afstand. Het lijnenspel is het uitgangspunt bij zijn tekeningen. Perspectief hoef je niet te leren, dat zie je toch?

Op vakantie heeft hij elke dag veel getekend. In Frankrijk. Soms liggend op de grond, of bij hun huis buiten aan een tafel. Zijn ouders stuurden regelmatig een appje met een tekening.

tekenen

tekenen2

En hij zag heuvels, kastelen, een keer een TGV. Alles werd opgetekend. En uit zijn geheugen nog enkele treinen in Nederland. Een trein met erbij hoge hijskranen en mensen die in de weer zijn, een mooi stadje rechts. Bij een andere trein heel veel mensen, sommigen met hun schaduw! En dat laatste landschap! Heuvels en bosjes. Verbluffend. Niemand heeft hem erbij geholpen.

tekening1

tekening2

tekening4

tekening3a

tekening5

Maar hij moet nog veel leren van hoe mensen met elkaar omgaan. En ook die tekeningen komen er steeds meer. Dan tekent hij veel meer dan alleen maar lijnen en cirkels. Hij was verliefd op Laura. We hadden eerder een keer Laura met haar oma in de speeltuin gezien. Van de zomer droomde hij over haar. En maakte een fantasievolle tekening voor mij van zijn droom. Hij heeft me verteld wat er allemaal te zien is. De droom speelt zich af in een restaurant. Hij is er samen met Laura, het broertje van Laura, de oma van Laura, een dief en een kok. Van links naar rechts zie je het broertje, de oma (ze heeft geen sluier, dat is een buis die je daar ziet), de kok, een beetje verstopt staat er een dief, hij zelf zit op zijn knieën en Laura zit op haar billen. Helemaal rechts zie je hem nog een keer met een hand voor de mond. Je moet een hand voor je mond houden als je in een restaurant moet hoesten. Op de grond speelt hij met Laura. Er is een groene trap die heel hoog gaat. Helemaal boven kun je tot in België kijken. Links zie je door een raam het onweershuis. Daar hoor je vaak onweer maar ook andere enge geluiden. Rechts in rood zijn enkele speeltuin speeltjes te zien. Elk detail weet hij te duiden. Een prachtige, rijke wereld.

tekeninglaura

Bij ons ging hij ook weer piano spelen. Meest keihard, met het pedaal ingedrukt. Maar hij luistert daarbij intussen geconcentreerd naar het geluid. En hoort en fantaseert intussen van alles. Op het einde speelde hij even pentatonisch. Dat doet hij ook steeds meer, ook met opgaande en dalende lijnen tegelijk. Deze keer dus niet. ‘Dat doet hem denken aan een ‘Japans filmpje’ zegt hij…

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Laura

‘Ik vind jou lief, vind jij mij ook lief?’
Het slachtoffer van mijn zesjarige autistische kleinzoon was een elf jarig meisje in de speeltuin. Voor de vakantie was hij op dezelfde plek een meisje van zijn leeftijd tegengekomen en was met haar een gesprek aangegaan terwijl ze samen naast elkaar aan het schommelen waren. Toen dat meisje met haar oma weg ging was hij erg bedroefd. Hij wist wel haar naam: “Laura”. Maar waar ze woonde? Hij verwachtte bij elk bezoek aan de speeltuin haar wel weer tegen te zullen komen. Dat probeerden we uit zijn hoofd te krijgen: ‘het meisje was er met haar oma, toch? Wie weet woont ze wel heel ergens anders.’  Maar hij droomde zelfs over haar. Hij overwoog met haar te trouwen.

Nu was het druk in de speeltuin. Het elfjarige meisje dat hij lief vond was er met haar kleine zusje waar ze op paste. Nogmaals vroeg mijn kleinzoon: ‘Vind jij mij ook lief?’ Ja hoor’ zei het meisje, maar dat had ze beter niet tegen hem kunnen zeggen want voor hem was dat nu een waarheid als een koe. Hij wilde haar gelijk knuffelen maar wist intussen dat hij dat dan wel eerst moet vragen. ‘Wil je met me knuffelen?’ ‘Nee, dat doen wij hier niet’ antwoordde het nog steeds lieve meisje wijselijk. Mijn kleinzoon ging toen maar in zijn eentje schommelen. Toen ging het meisje met haar zusje weg. Hij rende achter haar aan: ‘waar woon je?’ Tot drie, vier keer herhaalde hij zijn vraag. Van Laura wist hij indertijd niet waar ze woonde, dat zou hem niet een tweede keer overkomen. Zij was nu iets minder lief maar gaf gewoon geen antwoord en keek hem niet meer aan. In verwarring bleef hij achter.

Afgelopen weekend kwam hij met zijn ouders, broertje en zusje terug van vakantie. We hadden elkaar meer dan drie weken niet gezien. Toen ze zondag aanbelden keek hij me lachend en tegelijk een beetje verlegen aan. Alsof we een beetje veranderd waren. Na een tijdje gingen we bramen plukken. En maar babbelen. ‘Hoe groot is de zon naast UY Scuti?’ Allemaal dingen die hij al lang wist moesten herhaald worden. Toen begon hij de hele omgeving te benoemen. ‘Weet je nog opa dat ik daar altijd in wilde?’ Hij wees naar een paadje waar hij toen hij twee jaar was nieuwsgierig in wilde lopen maar dat mocht niet omdat hij dan op een erf van een boerderij uitkwam. ‘En dat ik hier altijd door die poort ging?’ Een poort naar een oprit vormde een grote uitdaging toen hij nog maar pas kon lopen. Hij wist het nog allemaal. En ook achterom, in de tuin, in huis. Hij wilde met alles weer opnieuw spelen alsof het voor de eerste keer was.

Deze week heeft hij ook een keer gelogeerd. Dat gebeurde met alle rituelen, met alles wat daar bij hoort en dat net weer iets anders is als bij hem thuis. Hij genoot ervan. ‘Zal ik naar bed gaan?’ Voordat hij in bed lag zocht hij nog een boek uit. Er lag een hele stapel. Hij koos een boek over het heelal. Af en toe hoorde je hem vanuit de verte:  ‘Opa wist je dat Uranus en Neptunus ook ringen hebben?’ En ‘Wat voor een maan van Uranus is dit opa?’ Ik gaf geen antwoord. Ik hoorde hoe hij in zich zelf letters was aan het spellen. ‘Ik weet het al, Miranda!’  Na een tijdje viel hij in een diepe tevreden slaap.

Gisteren was er nog een weerzien. Bij hem thuis kwam een klasgenootje. Ze vielen elkaar in de armen.  Ontroerend en leuk om te zien. Even later zongen ze samen “de koning is een DJ.” En lagen ze op de grond met treinen te spelen. Laura en alle andere onbereikbare geliefden waren weer even buiten beeld.

canzoniereIn de veertiende eeuw schreef Petrarca “Il Canzoniere”, een boek met 366 gedichten voor zijn geliefde maar onbereikbare Laura. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt…

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties

Druskininkai en de erfenis van het Sovjettijdperk

In het boek Baltische zielen van Jan Brokken lezen we op pagina 194:

‘De Sovjetautoriteiten zagen het initiatief met lede ogen aan. Čiurlionis had aan de wieg gestaan van het nationale culturele reveil in Litouwen. Hij was in het Litouws gaan schrijven, had in de houtsnijkunst naar Litouwse motieven gezocht en in de volksmuziek naar Litouwse ritmes en melodieën. Voor de centralistisch denkende Sovjetautoriteiten was hij een regionale splijtzwam.’

Jan Brokken rijdt als hij dit schrijft over de weg van Druskininkai naar Varena. Varena is de geboorteplaats van Čiurlionis en in Druskininkai bracht hij zijn jeugd door totdat hij op veertienjarige leeftijd naar de orkestschool van Prins  Michal Oginsky in Plunge verhuisde. Overal langs de weg staan beelden die moderne beeldhouwers hebben gemaakt ter nagedachtenis aan Čiurlionis. Ze zijn gemaakt vóór 1989, het jaar van de val van het ijzeren gordijn.

sculpturen ciurionis wegBlijkbaar kon dat toen. Waarschijnlijk omdat Čiurlionis in het begin van de twintigste eeuw een fel tegenstander was geweest van het bewind van de tsaar. Litouwen behoorde al vanaf de loop van de negentiende eeuw bij Rusland. En ja, de Russische revolutie met als gevolg een communistisch regime was óók tegen de tsaar geweest. Maar de Russen waren er inmiddels bijna in geslaagd de Litouwse cultuur en de taal uit te bannen. En daar begint men dan opeens een Litouwse kunstenaar die sterk voor de litouwse identiteit streed te vereren met beeldhouwwerken. Maar het werd gedoogd. De beelden staan er nog steeds.

In de stad Druskininkai is er een “Čiurlionis weg” en ook hier staan kunstwerken. Nu gaat het om reproducties van schilderijen van deze kunstenaar zelf, in de open lucht. De kleuren beginnen al steeds meer te vervagen, maar toch is het leuk om de route te volgen. Nog beter kun je ze in het echt zien in het nationaal Čiurlionis museum in Kaunas.

Druskininkai ligt als het ware lieflijk omhelsd door een bocht van de rivier de Memel die om de oude stad heen stroomt. Midden in de stad is een brug over een zijrivier, deze lijkt op een heerlijke bergstroom die kabbelend door het groen stroomt. Je vergeet dat je in een stad bent.

druskininkai-beekEn dan heb je nog het grootste wonder van Druskininkai: de zoutwaterbaden. Het opborrelende water is zout en is heilzaam, weten ze daar al eeuwen. In de stad zijn ook enkele zout water fonteinen. Dat was ook in de tijd van Čiurlionis al zo toen zijn vader vanuit een erfenis genoeg geld had om een terrein te kopen midden in de stad en daar een aantal huisjes met een tuin te laten bouwen voor zijn vrij grote gezin, en om in een van die huizen ook piano en orgelles te geven. Ze staan er nog steeds en ze zijn ingericht als museum.

druskininkai-ciurioniswoningIn de hele stad staan grote badgebouwen en er omheen zijn er hotels voor de gasten die hier komen kuren. Die komen van alle kanten, vooral uit Polen. Maar ook uit Wit-Rusland (het laatste communistische land van Europa) dat op steenworp afstand ligt en uit Rusland. In de Russische tijd was Druskininkai een van de meest geliefkoosde oorden waar de top van de partij zich kwam laten verwennen. Sinds Litouwen bij de EU hoort en de euro hanteert zal dat een stuk minder zijn.

Buiten Druskininkai zijn er eeuwenoude bossen en de lucht is er zuiver. Het is een prachtig gebied. En net buiten de stad heeft een rijke zakenman een beeldenpark gemaakt om de Sovjettijd van 1945-1989 in herinnering te houden. Deze zakenman, Viliumas Malinauskas, was in de Russische tijd eerst soldaat in de Oekraïne, daarna  leider van een collectieve boerderij in Litouwen en nog later beheerder van de honingproductie in het bosgebied bij Druskininkai. Na 1989 gebruikte hij het opgedane organisatietalent om een eigen bedrijf te stichten en met zijn verdiende geld liet hij het Grutas park aanleggen. In heel Litouwen stonden beelden die allerlei Sovjetfiguren en gebeurtenissen verheerlijkten. Die werden nu overal weggehaald. Hij verhinderde dat een groot deel verloren ging door ze naar zijn park te laten overplaatsen. Het is nu een openluchtmuseum waar de oude Sovjettijd opnieuw tot leven komt. Je ziet een goederentrein die dissidenten naar Siberië moest transporteren, prikkeldraad, wachttorens, een verenigingslokaal van de partij zoals ze in elke stad of dorp waren en waar de mensen gehersenspoeld werden met de communistische dogmatiek.

grutas1grutas2Om een beeld van die tijd te krijgen is dit museum een goed beginpunt. Toen we in Vilnius waren hebben we ook nog overwogen om naar het KGB museum te gaan waar onder meer een inzicht wordt gegeven in de martelpraktijken zoals die bij verhoren gebruikt werden. In een NRC-blog lazen we dat dat museum indrukwekkend moet zijn.

In mijn geboortedorp was er vroeger een patronaatszaal. De pastoor en de kapelaan waren betrokken bij het complete verenigingsleven, net als bij het onderwijs van alle scholen. De kapelaan ging mee met het jaarlijkse kamp van de padvinderij en droeg in de bossen elke dag de mis op en hield een preek voor ons jongens. In de vastentijd gingen we elke dag naar de mis en kregen op een vastenkaart een stempeltje. Op de radio stond alleen de zender met uitzendingen van de KRO aan. In het hele dorp was iedereen katholiek. Andere scholen waren er niet. Als er een keer een “protestant” in het dorp was keken we schichtig die kant uit en hadden medelijden met de arme ziel die nooit de hemel in zou mogen.

Zo iets stel ik me ook voor van die Sovjettijd. In het hoofdstuk “In de buurt van communisten” (pag. 168 en volgende) in het boek van Jan Brokken staat beschreven hoe dat in Litouwen was vanuit het gezichtspunt van een van de hoofdpersonen in dat hoofdstuk. Op school leerde je bijvoorbeeld:

Communisme is een woord dat met veel respect moet worden uitgesproken. Een lerares legde uit: ‘Wij leven in een vergevorderd stadium van het socialisme. Het communisme zullen we pas over vijftig of honderd jaar bereiken. Communisme houdt bijvoorbeeld in dat je alles wat je nodig hebt kunt meenemen uit een winkel. Alles is gratis. Dat vereist volkomen eerlijkheid en een grote zelfbeheersing. Zo ver zijn wij nog niet.’

Communisme was een geloof, een idealistisch geloof in een toekomst waarin alles beter was. Een soort christelijk geloof in de hemel.

Maar om dat te bereiken was er veel geweld en onderdrukking nodig en dat maakte dat er steeds meer weerstand kwam, ondanks de sterke indoctrinatie waar iedereen aan blootgesteld werd. Er zullen op dit moment in Litouwen niet zo veel mensen meer zijn die er naar terug verlangen. Je gaat naar de “Maxima XXL” en haalt er wat je nodig hebt. Veel meer als je echt nodig hebt. Maar wel ook een brood voor 26 cent…

druskininkai-maximaEen goede vriendin die met ons mee was in Litouwen schreef een mooi artikel over Druskininkai en Litouwen:

Litouwen2

Zie verder ook deze artikelen die ik eerder schreef:

Litouwen
Vilnius

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vilnius

Om een idee te geven hoe de samenstelling van de bevolking in de stad Vilnius de laatste honderd jaar veranderde laat ik een aantal cijfers zien:

  • In 1897, onder Russisch bestuur, sprak 40% van de bevolking als hoofdtaal Jiddisch, 30,1% Pools, 20,9% Russisch, 4,3% Wit-Russisch, 2,1% Litouws en 2,6% een andere taal.
  • In 1931, onder Pools bestuur, sprak er van de 195.100 inwoners 65% Pools, 28% Jiddisch, 3,8% Russisch, 0,9% Wit-Russisch, 0,8% Litouws en 0,4% een andere taal.
  • Tijdens de jaren van het Sovjet-bestuur steeg het aantal mensen dat Litouws als hoofdtaal gebruikte naar circa 55% van de bevolking en het aantal mensen dat meestal Russisch sprak naar 22%. Het aantal mensen dat Pools pleegde te spreken daalde tot ongeveer 21%, terwijl het Jiddisch in Vilnius en ook in de rest van Litouwen na de Holocaust zo goed als uitstierf. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Vilnius)

Maar dat zegt iets over de laatste geschiedenis van de stad. Het begin van Vilnius als stad moet je zoeken in de dertiende eeuw. In het Noord-Oosten van Europa is de kerstening pas laat op gang gekomen in vergelijking met die in centraal of West-Europa. Zeer fanatiek waren de leden van de Duitse Orde. Deze monniksorde ontstond in 1189 uit telgen van adellijke afkomst uit het Rooms-Duitse rijk. Ze legden de geestelijke gelofte af met als bijzondere opdracht om heidenen met militante middelen te bekeren. Gewijde priester-monniken waren belast met de zielszorg.  Het eerste nagestreefde doel betrof het militair beveiligen van de op de heidenen veroverde gebieden. Nadat het ze bij de Derde Kruistocht niet was gelukt Jeruzalem te heroveren vond de orde een nieuwe uitdaging: de kerstening van het gebied van het huidige Pruisen tot Estland. Dat probeerden ze met grof geweld voor elkaar te krijgen. Groothertog Mindaugas van Litouwen bekeerde zich tot het christendom in 1253 in de hoop van de aanvallen van de ridderorde af te zijn, maar hij werd door leden van de hoge adel vermoord. Een latere opvolger, groothertog Gedimenas richtte zich op het zuiden en veroverde grote gebieden van Wit-Rusland en van de Oekraïne. Hij is het ook die gezien wordt als de stichter van Vilnius. Een kleinzoon van hem trouwde met een Poolse prinses in 1387 en beloofde daarbij om van het grote rijk Litouwen-Polen een christelijke staat te maken. In 1410 versloeg deze alliantie het leger van de Duitse orde verpletterend bij de Tannenberg. De hoofdstad van het rijk was eerst Vilnius en werd na 1430 Krakau, nog later in 1539 werd het Warschau. In de loop van de tijd ging de adel in Litouwen voornamelijk Pools spreken en Litouwen werd stilaan slechts een provincie van het Pools-Litouwse rijk. In diezelfde tijd begonnen zich steeds meer joden te vestigen in Litouwen (In de negentiende eeuw kwam er een volgende immigratiegolf. in 1890 waren er maar liefst meer dan 100 synagogen in de stad!)

Vilnius bleef ondanks de verplaatsing van de hoofdstad naar Krakau in 1430 heel belangrijk. Na de komst van de Jezuïten kwam er de eerste universiteit van de hele Noord-Oostelijke regio. Het wetenschappelijke klimaat binnen de rooms-katholieke en joodse gemeenschap vormde de ruggengraat van het culturele leven in Vilnius tot aan de tweede wereldoorlog. De Jezuïten namen ook de barok vanuit het zuiden en westen met zich mee, overal in de steden werden barokkerken gebouwd.

De twee grootste rampen voor de stad waren  de stadsbrand van 1737 waarbij 2/3 van de stad in puin werd gelegd en het opblazen van de joodse getto’s in de stad in 1944, gevolgd door enkele jaren later de afgrijselijke her-bebouwing met flats door de Russen. Eigenlijk is het een wonder dat er nog zoveel bewaard is gebleven. Inmiddels is er ook steeds meer gerestaureerd. De binnenstad staat op de Unesco lijst van werelderfgoed. Ik heb lang niet alles gezien in de stad maar hieronder toon ik een paar foto’s en geef daarbij enige toelichting.

vilnius-ruinevilnius-panorama

De gerestaureerde toren van het verdwenen kasteel van groothertog Gediminas uit de veertiende eeuw. Je ziet ook beneden aan de heuvel zijn standbeeld uit 1996. Je kunt de heuvel en daarna de toren beklimmen en in die toren kun je kennis maken met allerlei aspecten van de heel vroege tijd van de stad. Op de plaats van het verdwenen kasteel zijn archeologen bezig met opgravingen. Van boven af heb je een schitterend uitzicht naar alle kanten en kun je de stad mooi overzien.

vilnius-kathedraalvilnius-kathedraal-apostelen

De kathedraal stamt uit de periode 1783-1801, toen het eerdere gebouw uit 1387 in de drassige grond begon weg te zinken.  Het is een spierwit neo-classicistisch gebouw dat er een beetje uitziet als een Griekse tempel. Maar zowel de buitenkant als de binnenkant vormen een perfecte eenheid. Boven op het gebouw staan drie heiligen: Stanislau, Cazimir en in het midden Helena. Stanislau is een Poolse heilige die in 1097 in Krakau de marteldood stierf. Casimir is een Poolse koning die een ascetisch leven leidde en in 1484 in Litouwen aan de pest stierf. Later werd hij heilig verklaard en veelvuldig aangeroepen als pestheilige. Helena met het kruis is de moeder van de Romeinse keizer Constantijn die bekend staat als de eerste Christenkeizer. Helena ontdekte waar in Jeruzalem het ware kruis van Christus zich bevond en werd al snel heilig verklaard. Aan de voorgevel naast het portaal zie je beelden van de vier evangelisten. Op de foto hierboven: Lucas met als attribuut de stier en de jeugdige, enigszins vrouwelijke, Johannes met de adelaar.

vilnius-joodse-wijk

Wat er nog over is van de oorspronkelijke joodse wijk wordt tegenwoordig gekoesterd. Hier zijn de leukste terrasjes en winkeltjes.

vilnius-huis-ciurlionis

Čiurlionis waar ik al meerdere keren over schreef sleet in dit huis zijn laatste dagen, voordat hij nabij Warschau in een sanatorium werd opgenomen. Van 1907-1909 woonde hij in het rode huis op de voorgrond. Het is ingericht als een museum maar we waren er net te laat, het was al gesloten.

vilnius-ingang-orthodoxe-kerkvilnius-orthodoxe-kerkvilnius-orthoxe-kerk-binnen

We hebben in meerdere steden orthodoxe kerken gezien maar hier in Vilnius kon je ook naar binnen, voorzichtig dan wel, want er was net een dienst bezig met meerstemmig gezang. Van buiten vielen al deze kerken op door hun uitbundige kleuren, hier was juist de binnenkant met het groene altaar erg nadrukkelijk aanwezig.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | 1 reactie

Litouwen

Een tocht met de auto naar Litouwen voert je ook door Polen. Daar hadden we dan ook twee halteplaatsen, we stopten onder meer bij Warschau. De taal in die landen is niet dezelfde, maar de mensen van Litouwen kunnen vaak wel Pools. De letters van het alfabet zijn in beide landen voor een groot deel hetzelfde als die van het Latijnse alfabet, alhoewel nog meer dan het Pools het Litouws veel extra tekens heeft om de verschillende nuances en uitspraken in de taal te kunnen weergeven. Heel opvallend: Litouwen en Polen hebben ook een grotendeels gelijk opgaande geschiedenis.

  • Van 1386 tot 1772 vormden de landen zelfs een federatie met een gezamenlijk bestuur, aanvankelijk vanuit Vilnius, later vanuit eerst Krakau en daarna Warschau. Korte tijd was deze federatie qua oppervlakte een van de grootste rijken van Europa, dat zich uitstrekte vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen zijn grenzen. Polen-Litouwen was in die tijd ook een toevluchtsoord voor vervolgde joden elders in Europa. Hun komst en ook die van Duitsers werd door sommige vorsten gestimuleerd omdat ze zagen dat dat veel kennis voor het land kon opleveren. Beide landen zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld Letland en Estland al heel lang voornamelijk Rooms-Katholiek. Dit doordat de Jezuïten in Vilnius een universiteit stichtten maar ook doordat beide landen zich in de achttiende eeuw gingen afzetten tegen zowel Zweden (Luthers) als Rusland (Christelijk orthodox).
  • Van 1772 tot 1815 was Polen verdeeld over Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Litouwen was grotendeels Russisch met een klein Duits deel aan de Baltische kust.
  • Na weer enige zelfstandigheid (door toedoen van Frankrijk) na het Congres van Wenen werd Polen na een grote opstand tegen Rusland in 1830 opnieuw opgedeeld over deze drie staten, Rusland (ca. 60%, hoofdstad Warschau), Pruisen (ca. 15%, Hoofdstad Poznan) en Oostenrijk (ca. 25%, hoofdstad Krakau). Hierdoor vluchtten veel Polen naar Frankrijk, waardoor er een grote groep Polen in Parijs terecht kwam. Litouwen kwam nog hechter bij Rusland.
  • Pas na de eerste wereldoorlog werden zowel Polen als Litouwen zelfstandig. Polen eiste echter Vilnius op, dat om die reden in het interbellum bij Polen hoorde, waardoor Kaunas korte tijd de hoofdstad van Litouwen was.
  • Na 1945 werd dat ongedaan gemaakt, Litouwen kreeg zijn huidige grenzen en zowel Polen als Litouwen werden onderdeel van het Warschaupakt. Tot slot werden beide landen een democratische republiek in 1989 en werden ze later ook allebei lid van de Europese unie.

Ondanks deze grote overeenkomsten is Litouwen nog steeds niet echt bevriend met zijn buurland Polen. Het opeisen van Vilnius door Polen in het interbellum heeft veel kwaad bloed gezet, er is nog steeds een zeker wantrouwen. Maar het wantrouwen naar Rusland is nog veel groter. In de Sowjettijd werden taal en cultuur sterk onderdrukt. Alles wat er verworven was vanaf het begin van de twintigste eeuw leek weer verloren te gaan. Maar na 1989 ging het hard. Iedereen doet er enthousiast aan mee om het Litouws en ook de volkscultuur te promoten. En voorbeelden als Čiurlionis, daar is men trots op.

In de korte tijd dat we er waren hebben we veel indrukken opgedaan. Van de steden zagen we Vilnius, Kaunas, Druskininkai, Moletai en Utena, Over enkele van die steden zal ik in een volgend blog nog iets meer vertellen. Nu beperk ik me tot algemene dingen die me zijn opgevallen.
Litouwen heeft naar mijn indruk grote moeite met zijn verleden in relatie met de holocaust. Voordat de Duitsers het land binnenvielen was er al zeker elf jaar lang een grote beweging (de grijze wolven), waar ook de toenmalige regering achter stond, die plannen had om de complete Joodse bevolking te deporteren. In dat gespreide bedje vielen de Duitsers het land binnen en ze hebben hun missie dan ook redelijk eenvoudig kunnen uitvoeren. De enorme Joodse gemeenschap in de steden van Utena (70%), Vilnius (40%) en Kaunas (50%) werd eerst in getto’s gedreven en daarna in 1944 in koelen bloede te werk gesteld als slaaf in ondergrondse fabrieken, gedeporteerd naar vernietigingskampen in Letland of Estland of domweg in de nabije omgeving in bossen neergeknald. Hoe dat er aan toe ging kun je zien in het kleine weggestopte holocaustmuseum van Vilnius. De schaamte voor het eigen verleden wordt naar mijn gevoel letterlijk weggestopt.

holocaust-1

holocaust-2

Ook andere tekens van de voormalige Joodse cultuur lijken grotendeels verdwenen. Van de meer dan honderd synagogen in Vilnius is er geen meer over. In Kaunas is er nog eentje, die er maar armoedig bij ligt.

synagoge

Vilnius is in 1737 voor 2/3 afgebrand. De gebouwen die je nu in de binnenstad ziet dateren daardoor vooral uit de tijd van vlak daarna. Vilnius is een barokstad. In Kaunas zijn er nog wat meer ook oudere gebouwen bewaard gebleven maar ook daar viert de barok hoogtij. De kathedraal in die stad laat van binnen nog steeds zien dat deze stad ooit zeer welvarend was.

kaunas-straat

kaunas-kathedraal

Deze stad begint nu langzaam wat meer toeristisch te worden Maar waar je in Vilnius voor een dag parkeren in de binnenstad 11 euro betaalt kost dat in Kaunas nog slechts 4 euro. Heel schappelijke bedragen vanuit Nederlandse optiek, maar voor inwoners uit Litouwen is dat prijzig. Voor 5 euro krijg je een heerlijke hoofdmaaltijd in Zowel Kaunas als Vilnius. Ik betaalde voor een groot roggebrood in een supermarkt 26 eurocent.

Het platteland is nog grotendeels authentiek. We hebben veel gezien in het oosten, in het merengebied. Slechte halfverharde wegen, dorpjes met soms zelfs houten kerken en veel houten huizen en schuren. Er schijnt een grote ontvolking plaats te vinden. Veel jongeren trekken weg, gaan in het buitenland studeren en komen meestal niet meer terug. Dat is heel triest voor een land dat zo graag bij het Westen wil horen en zoveel kennis nodig heeft.

paluse-kerk

strazdai
Maar wat heel erg opviel: De mensen groeten je niet, ok zul je zeggen, maar ze groeten ook elkáár niet. Iedereen lijkt naast elkaar heen te leven. Dat zou ik me in een Sovjetflat waar misschien je buurman een verklikker is nog kunnen voorstellen, maar van de mensen in die dorpjes? Ik krijg het gevoel dat het in de volksaard zit. En dan de taal. Gezien de geschiedenis en de ligging is het logisch dat de meeste mensen Russisch kennen. Maar voor een land in de Europese unie zou het ook handig zijn als de mensen Engels kunnen spreken. In de grote steden is het wat beter, maar op de meeste plaatsen is het vaak heel lastig om je verstaanbaar te kunnen maken. Het duurt lang voordat je ook sommige gewoonten door hebt. Je bestelt het eten bij een kassa, maar dan moet je dus wel Litouws of Russisch kennen. Het eten zelf dat je wilt bestellen ligt een heel stuk verder in de zaak, je kunt het bij de kassa dus ook niet aanwijzen. Dus maakte mijn slimme schoonzus er een foto van en liet die foto aan de kassa zien. Daarna mochten we aan een tafeltje wachten tot het klaar was. Als het klaar was werd dat in het Litouws omgeroepen. Maar wat zeiden ze in godsnaam? Na een tijd bleek ons eten al een hele tijd op een toonbank te staan en het begon al aardig koud te worden. Niemand die de neiging had om dat aan ons door te geven…

Veel kerken in de steden zijn gerestaureerd en vaak nog niet zo lang geleden opnieuw in gebruik genomen. Maar veel oude kunstwerken zijn verdwenen waardoor het meestal relatief kale kerken blijven, ondanks het feit dat het om Rooms-Katholieke kerken gaat. Wel zagen we veel marmer wat aangeeft dat er een grote rijkdom geweest moet zijn zoals in de kathedraal van Kaunas. En de mensen blijken erg vroom, op de zondag waren de kerken vol. En het was ook aardig om een glimp van een orthodoxe viering met meerstemmige zang te kunnen bijwonen.

Er zijn veel supermarkten. Vooral van die kanjers zoals je ze ook in Frankrijk ziet, met ook veel non-food. Ze zijn elke dag open, ook op zondag, van de vroege ochtend tot de late avond (soms tot 11 uur ’s avonds). Maar hoe de mensen echt leven, met elkaar omgaan? Daarvoor zou je het beste een tijd in het land kunnen wonen, liefst bij de mensen zelf. Mijn huidige beeld zou dan zomaar totaal kunnen veranderen.

Wat een prachtige natuur! Bij Druskininkai reden we uren door eindeloze bossen met dennen. Bij Paluse zagen we een bosgebied met veel moerasplanten waaronder heel veel grote paardestaarten die ik nog nooit eerder zag. En er waren talloze prachtige meren, sommige waren meer dan honderd meter diep.

paluse-paardestaart

meer

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie