Luizenmoeder

Natuurlijk moeten de klassen kleiner, moeten de lokalen groter om passend onderwijs vorm te kunnen geven en moeten er weer meer kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen kunnen worden. Maar ook het niveau van de leerkrachten moet omhoog. Slimme leerkrachten zouden namelijk  niet zo met die onzin bezig zijn die de leraren zich tegenwoordig zelf op de hals halen.

  • ‘Welke ouders helpen morgen en overmorgen in de avond mee om alle ramen van de school in sinterklaassfeer te schilderen?’
  • ‘Welke ouders helpen morgenavond om de Sint -spullen weer op te ruimen en de ramen schoon te maken?’
  • ‘De Kersttijd komt er weer aan. Dat betekent dat de hele school opgeleukt moet worden. Wie komt ons leerkrachten daar komend weekend bij helpen?’

En dan hebben we het nog niet over kinderpostzegelacties, NL doet, schoonmaakdagen, uitjes die er geregeld moeten worden, meelopen met de avondvierdaagse, cadeautjes die men maakt voor jarige kinderen en ga zo maar door. Van wie moet dat allemaal? Dat staat niet in de wet, feitelijk doen de leerkrachten zich dit allemaal zelf aan. Waarom? ‘Dat soort dingen doet iedereen’. Als een leerkracht voorzichtig oppert om een van deze dingen af te schaffen dan komt het grootste deel van het team in opstand. ‘Dit is toch leuk?’

luizenmoedersDan zijn er de verslagen, drie keer per jaar. Vroeger kregen wij een rapport met cijfers. Een keer per jaar werden de ouders uitgenodigd om over het rapport te praten. Nu wordt alles cryptisch omschreven in veel te ruime vakjes. Alle teksten worden gecontroleerd door een collega op spelfouten (ja die staan er vaak bij bosjes in!) en andere  inconsistente dingen. Desondanks zijn er bij de verslaggesprekjes met de ouders, drie keer per jaar, altijd weer onduidelijkheden en moeten vaak te hoge verwachtingen van ouders bijgesteld worden. Het maken van de verslagen is niet een kwestie van één avond, nee daar gaan weken in zitten. Waarom? Omdat leerkrachten denken dat het zo beter is. Ik denk dat je net als vroeger alle onderdelen gewoon  in een cijfer kunt vangen. Maak daarnaast een algemeen ruim vakje waarin  je iets meer over het kind en zijn ontwikkeling zegt.  Klaar is Kees. Als er glashard zesjes en vijfjes staan dan is het voor de ouders duidelijk dat het kind geen hoogvlieger is. Met veel achten en negens is uiteindelijk VWO erg waarschijnlijk. Men is te bang om dat soort dingen aan te geven. Wat een onzin. Hiermee veroorzaak je een hoop onnodig gepruttel, narigheid en vooral extra werk. En speciale kinderen vallen vaak niet in een rapport te vangen. Over die kinderen praat je als professional en kijkt samen met de ouders naar wat het beste is. Schriftelijke rapporten, in welk format dan ook,  zijn in die gevallen alleen maar verwarrend en misleidend.

Er werd onlangs weer gestaakt. Moeten de leerkrachten staken? Daar zijn redenen voor want er zal meer geld naar het onderwijs moeten. Maar er moet meer gebeuren. Van binnen uit. De schoolcultuur is in veel gevallen afgegleden naar een onacceptabel luizenmoederniveau.

Geplaatst in maatschappij, pedagogiek en onderwijs | 2 reacties

Het Higgsdeeltje en buitenaards leven

Er is een filmpje op youtube dat gaat over “alles”, van klein tot groot. Het begint met het higgs-deeltje en het eindigt bij het universum.  Na onder andere een “theepot” en een “monitorscherm” komt in het begin van dat filmpje ook ergens “de mens”. ‘Dat ben ik!’ zegt mijn oudste kleinzoon dan steevast. Maar hij vraagt ook:  ‘wat is dat, een higgsdeeltje?’

Dat valt nog niet zo eenvoudig uit te leggen. Vroeger bij natuurkunde leerden we al over atomen die uit protonen, neutronen en elektronen bestonden. Maar sindsdien is er veel meer ontdekt, vooral vanuit de theoretische natuurkunde en de verschillende testen in deeltjesversnellers. Wat zit er namelijk nog meer in een atoom? Fotonen, gluonen, fermiondeeltjes, het higgsdeeltje en het nog niet bewezen graviton-deeltje. Fermiondeeltjes zijn er in 24 soorten en er zijn ook combinaties. Dat maakt dat er eigenlijk honderden deeltjes nog bestaan buiten proton, elektron en neutron. Maar het higgsdeeltje, dat al in 1964 werd voorspeld en in 2012 ook vrijwel zeker werd aangetoond, is een zeer bijzonder deeltje. Alle andere deeltjes krijgen massa door het higgsdeeltje. Het higgsdeeltje maakt materie mogelijk.

In de Volkskrant van zaterdag 16 februari 2019 staan drie wetenschappelijke artikelen die aan elkaar verwant zijn. We zien een prachtige foto van de deeltjesdetector bij Genève die in onderhoud is. De betekenis van alles dat je op de foto ziet wordt uitgelegd. Fundamentele deeltjes zoals  higgsdeeltjes moeten hier worden gedetecteerd. Deze worden zichtbaar als met snelheden van bijna de lichtsnelheid protonen op elkaar botsen.

Het tweede artikel staat op de volgende pagina’s: over superlasers. Laserstralen worden nu bijvoorbeeld al gebruikt om lenzen van een oog te slijpen. Maar superlasers moeten in de toekomst nog veel verfijnder handelingen kunnen verrichten om bijvoorbeeld isotopen te maken bij de behandeling van kanker. Maar vooral ook wordt er fundamenteel onderzoek mee gedaan, om donkere materie te kunnen vinden. Wetenschappers denken nog steeds dat 85% van de materie in het heelal donkere materie moet zijn, omdat anders de sterke zwaartekracht van sterrenstelsels niet verklaard kan worden.  Als je in vacuüm schiet met een superlaser zou je normaal gesproken geen materie moeten tegenkomen maar als er donkere materie bestaat kan die wellicht op die manier worden aangetoond. Deeltjes die geraakt worden door een superlaserstraal gaan over in de vierde fase: ze worden niet vast, vloeibaar of gas, maar verworden tot plasma.  Daardoor ontstaat een sterk elektrisch veld dat deeltjes meesleurt: er ontstaat een deeltjesversneller die in de toekomst de enorme deeltjesversneller van Genève onnodig zal maken, een die veel kleiner is en een die allerlei toepassingen mogelijk maakt. Het meest utopische idee is dat een dergelijke laser bij het beschieten van vacuüm effecten gaat opleveren die ons inzicht geven hoe materie en licht op fundamenteel niveau met elkaar omgaan.

Bouw van een superlaser in Roemenië

superlaserEr is een wereldwijde race bezig met het maken van superlasers. De concurrenten bevinden zich in Brighton (Amerika), Shang Hai (China), Nizjni Novgorod (Rusland), Osaka (Japan) en Magurele (Roemenië, namens de Europese unie).  China is op dit moment het meest ver.

Het derde artikel vond ik misschien nog wel het meest intrigerend: “Nederlandse vinding kan buitenaards leven meten”.  De titel is zo veelbelovend dat het eigenlijk een kop op de voorpagina had moeten zijn, maar als je verder leest zie je dat het nog heel wat voeten in aarde heeft voordat we zover zijn. Een promovendus aan de VU in Amsterdam heeft gemeten dat organisch weefsel een unieke handtekening achterlaat in licht. Levende weefsels kiezen tijdens hun groei voor één vorm, bijvoorbeeld bij de aanmaak van eiwitten. Door die systematiek weerkaatst licht op een kenmerkende manier.  Nu kijken ze vanuit het dak van de universiteit naar buiten en het apparaat ziet bomen.  Maar als over ongeveer 10 jaar visuele telescopen ontwikkeld zijn die zelfs licht vanaf exoplaneten kunnen ontrafelen, dan kunnen we in principe met dit apparaat op zoek gaan naar tekenen van leven buiten de aarde.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Artis

Voor de meeste mensen is Artis een dierentuin. Niet zo voor mijn oudste kleinzoon.
-‘Ik wil later naar de maan. Kan dat opa?’
-‘Dat zal niet zo makkelijk zijn. Er is al meer dan dertig jaar niemand meer op de maan geweest.’
-‘Toch wil ik naar de maan.’
-‘Dan zul je naar de astronautenschool moeten gaan als je groot bent. En dan moet je heel veel leren. En héél héél misschien mag je dan tegen die tijd mee naar de maan.’
-‘Ik wil naar de astronautenschool.’

Deze conversatie hebben we nu geregeld gehouden gedurende het afgelopen half jaar, mijn oudste kleinzoon en ik. Inmiddels neemt hij genoegen met slechts een simpele ruimtetrip want hij wil de aarde zien vanuit de ruimte.  En gelukkig, hij lijkt steeds meer realistisch te worden.
-‘Als het niet lukt dan wil ik machinist worden. Want ik houd ook heel veel van treinen. Of misschien wordt ik wel iemand die de wissels regelt.’

Gisteren hebben we met zijn vieren een ruimtereis gemaakt. Mijn kleinzoon van drie, mijn oudste kleinzoon van vijf, mijn vrouw en ik. Dat kon in het planetarium van Artis. Waar we eerst met de trein naar toe gingen. Op het station van Amsterdam Centraal keek hij niet alleen zijn ogen uit maar luisterde hij ook zijn oren uit. Hij hoorde in de verte een geluid.
-‘Dat is een dubbeldekker opa, die optrekt.’
Jammer, ik had hem al gemist.  Maar ik weet bijna zeker dat hij gelijk had. Voor hem is het leven een totaalervaring, alles komt even hard bij hem binnen, zowel auditieve als visuele prikkels. Wij kunnen filteren, hij niet of nauwelijks.

Maar toen gingen we, nog voordat hij de astronautenschool doorlopen had,  alsnog een ruimtereis maken.

planetarium artisIn het planetarium van Artis ga je bijna vanzelf helemaal achteruit hangen in je stoel. Boven je is de sterrenhemel. Geluiden completeren de ervaring. Van te voren hadden we gezegd dat hij alleen zacht mocht praten. Want er werd van alles verteld over wat er gebeurde en ook andere mensen wilden dat graag kunnen horen. Dat was te veel gevraagd.

-‘Kijk ik zie de Grote Beer. Kijk de Orion.’
We zagen de aarde vanuit de ruimte alsof we in het ISS zaten. Maar we gingen al snel verder. We zagen Saturnus heel dicht bij komen. We bleven maar verder reizen.
-‘Pluto!’
Voortdurend riep hij door de zaal met zijn schelle stem alles wat hij herkende. En af en toe vroeg hij iets. Hij hield mijn hand stijf vast.
-‘Opa zijn we nog in Artis?’ Maar dan weer: ‘kijk, Andromeda! ‘
Het  Andromedamelkwegstelsel verscheen in beeld. Er zijn miljoenen melkwegstelsels. Ze zien er allemaal anders uit. Voor een buitenstaander lijken ze wellicht op elkaar. Niet zo voor mijn kleinzoon. Hij zag de Krabnevel, de Orionnevel enzovoort.
-‘Zijn we nog in Nederland?’ wilde hij toch wel een beetje angstig weten. Hij was naar zijn gevoel echt in de ruimte. Maar uiteindelijk bleken we weer naar ons kikkerlandje  af te dalen, de aarde kwam steeds dichterbij en mijn kleinzoon riep: ‘kijk, Nederland!’ Je zag inderdaad de contouren en het polderlandschap van Nederland verschijnen. Daarna maakte dat beeld weer plaats voor de sterrenhemel, maar veel vager. De film was afgelopen.
-‘Nóg een keer!’ riep hij, alsof er een youtube-filmpje nog een keer afgespeeld kon worden. Helaas. Het was de enige voorstelling van die dag.
-‘ Ik wil nog een keer naar Artis!’

Het laatste stuk terug in de auto viel hij in slaap. De prikkels moesten verwerkt worden. Hoorde hij in zijn droom een Duitse ICE, die we ook hadden zien vertrekken vanaf het station? Nee, ik denk dat hij een zachte maanlanding maakte. En vanuit zijn ruimtepak naar die prachtige aarde keek. En daarbij de geluiden en de muziek van zijn favoriete filmpje over het heelal neuriede:

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Hoe oud ben jij?

-‘Oude meneer, oude menéér!’

De zon is al een tijd onder en het wordt al behoorlijk donker. Mijn kleinzoon ziet hoe op weg naar het huis van zijn ouders zo’n 50 meter verderop twee bejaarde mensen ons tegemoet lopen over het voetgangersdijkje.  Hij schreeuwt hen vanuit de verte toe. Even later zijn we bij hen.
-‘Ja’ zegt de vrouw,’ je riep oude meneer?’
Mijn kleinzoon kijkt haar nauwelijks aan en wendt zich tot haar man: ‘ik wil je iets vragen’.
-‘Nou vraag maar’ zegt de meneer.
-Ik wil vragen of jij denkt dat er een multiverse bestaat’.
De man kijkt hem aan. Versta ik hem misschien niet goed? Waar heeft hij het in godsnaam over, zie je hem denken Ook de mevrouw is stil. Ik leg maar uit dat sommige mensen denken dat er meer dan één heelal is, dat noem je dan een multiverse.
-‘Zóho’,  Zegt de mevrouw. Jij bent wel erg slim geloof ik.’
Hier geeft mijn kleinzoon geen antwoord op. Dan kijkt hij nog eens naar de mevrouw en vraagt:
-‘hoe oud ben jij?’
Zij, gedachtig aan de eerste aanroep “oude meneer” , zegt dan:  ‘mijn man is meer dan 80 jaar’.
-‘dat vráág ik niet, ik vraag hoe oud ben jíj!’
-“o, ik ben 73. En hoe oud ben jij?’
-‘Ik ben vijf jaar en ik houd heel veel van treinen. Én van planeten voegt hij er nog aan toe.’
-‘Zo’ zegt nu de meneer tot zijn vrouw, ‘zullen wij dan maar weer eens verder lopen?’
Ze lopen verder. Mijn kleinzoon kijkt nog een keer achterom, ik zie dat hij nog iets wil vragen of zeggen.  Ik ben bang dat hij gaat zeggen dat ze binnenkort dood gaan omdat ze al zo oud zijn. Maar nee.
-‘Mijn oma Trees is 102 jaar’ roept hij vanuit de verte.

orion

Het is een mooie avond. De maan geeft een gedempt licht. Desondanks zie je het sterrenbeeld  de Orion met Rigel en Betelgeuse en de schitterende ster Sirius. Mijn kleinzoon heeft de voorbijgangers niet verteld dat oma Trees een jaar geleden is overleden. Maar vanuit de sterren lacht oma Trees zijn achterkleinzoon toe:-‘Jazéker, er bestaat een múltiverse!’

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties

De ontwikkeling van het leven

De amfibische alpensalamander hoort thuis in Centraal- en Zuid-Europa en broedt in ondiep water. Hier worden uit eitjes zijn larven geboren die zich voeden met plankton, totdat ze poten krijgen en ook op het land kunnen gaan.  Wat gebeurt er voordat de eitjes larven worden? De timelapse video beneden aan deze pagina, van de Nederlandse regisseur Jan van IJken, volgt deze ontwikkeling vanaf een eencellige zygote. Op microscopisch kleine schaaltjes wordt tot in detail alles vastgelegd.  De opnamen maakte hij thuis op een traditionele laboratoriummicroscoop. Het doorzichtige eitje lag in een petrischaaltje met water. De film begint met de beginfase van hoe een eencellige cel zichzelf gaat delen. We zien hoe op een gegeven moment een hartje gaat kloppen in het eitje en we kunnen de zich ontwikkelende bloedsomloop volgen. Tot slot zien we hoe de larve uit het eitje ontsnapt.

Ik had opeens een heel vreemde associatie bij dit filmpje. Er leek een gat te ontstaan in het eitje dat alle materie om zich heen opslokte. Zoals het zwarte gat dat zich in het centrum van elk melkwegstelsel bevindt. Is een melkwegstelsel een soort ei? Dat zich na miljarden jaren ontwikkelt tot een levend wezen?  Maar: zoals een eendagsvlieg geen flauw idee heeft van jaargetijden hebben wij geen idee van de eeuwigheid. En we snappen niets van het misschien rijke leven van een eencellig wezen. Zo snapt een melkwegstelsel niets van wat een jaar is. Die denkt groot.

Niet te veel over nadenken. Het is zoals gezegd niet meer dan een vreemde associatie. Dit filmpje, “Becoming”,  verschaft ons een mooie blik op  het proces van celdeling en de verdere differentiatie. Iets dat bij alle planten, dieren en mensen op een dergelijke manier plaats vindt. En dat is al een bizar wonder.

BECOMING from Jan van IJken on Vimeo.

Meer films van Jan van IJken vindt je hier:

https://www.janvanijken.com/

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , | 1 reactie

Eeuwige rust

Introitus uit de “Missa pro defunctis” van Christóbal de Morales

Deze mis schreef de Morales in 1544 in Rome. Bij de dood van de Spaanse koning Philips II in 1598 werd hij gezongen bij zijn uitvaart. De tekst van het introïtus luidt als volgt:

Requiem aeternam- Eeuwige rust
dona eis domine – geef dit aan hen heer
et lux perpetua – en het eeuwige licht
luceat eis – moge hen verlichten

Het eerste zinnetje wordt met de aloude Gregoriaanse melodie eenstemmig gezongen. De rest van de tekst wordt vijfstemmig uitgevoerd. Maar wat een serene rust gaat er van dit stuk uit! Het lijkt wel of het zonder rekening te houden met de betekenis van de tekst is gecomponeerd. Het geheel klinkt gewoonweg als een hemels gezang, dat eeuwig door zou kunnen gaan. En dat past natuurlijk voortreffelijk bij het algehele gevoel dat bij een uitvaartmis hoort. Toch gebeurt er meer als dat je op het eerste gehoor denkt, en er wordt ook wel degelijk rekening gehouden met de betekenis van de tekst.

Ik ga het stuk een eindje verderop toelichten met notenvoorbeelden. Dat is vooral interessant voor mensen die enigszins op de hoogte zijn van muziektheorie. Maar als je iets meer wil weten wat er in de muziek gebeurt en een beetje het notenbeeld kunt volgen raad ik aan om onderstaand filmpje af te spelen. Je hoort dan de muziek en ziet tegelijk de noten. Met rode streepjes en ademhalingstekens kun je dan volgen hoe de stemmen elkaar imiteren. Waar het woord “cadens” staat is er sprake van een kleine afsluiting van een fragment, maar zonder dat het echt stil staat (behalve op het einde natuurlijk, daar staat het echt stil).

Dan heb ik voor de liefhebbers ook een wat meer technische uiteenzetting opgeschreven. Hoe komt dit hemelse geluid muzikaaltechnisch tot stand?

Eerste systeem

De akkoorden. We kijken eerst eens naar een aantal akkoorden. Ik heb in de partituur de akkoordsymbolen bij de eerste maten genoteerd. Vanuit de toonsoort G levert dat dan de volgende harmonische trapfuncties op. (De staande streepjes zijn maatstrepen, alleen in de tweede maat zien we twee akkoorden. Het slotakkoord van deze frase, de VI, staat pas in het volgende systeem):

I  ǀ VI    VII/6  ǀ V  ǀ III   ǀ VI  ǀ II  ǀ I  ǀ VI  ǀ II  ǀ [V] ǀ VI

We zien “rare” dingen: een vijfde trap wordt niet gevolgd door een eerste trap maar door een derde trap. Een eerste trap wordt voorafgegaan door een tweede trap in plaats van door een vijfde. Allemaal dingen die je bij muziek met een wat meer harmonische richting nooit zult zien. De akkoorden zwalken als het ware alle kanten op. Op het einde van bovenstaand schema zien we een uitwijking via een tussendominant [V] naar de zesde trap. Voor het eerst lijkt er daar wat meer richting te komen. Maar de polyfone stemmen overlappen elkaar op die plek zodanig dat het ook hier toch ook weer doorstroomt. In de kern blijft deze manier van omgaan met akkoorden het hele stuk door hetzelfde.

Imitatie. Dan enkele melodische aspecten. In het begin van het stuk heb je door de lange notenwaarden nauwelijks in de gaten dat de Morales de stemmen elkaar laat imiteren. Dat begint al met het woord “dona” in de vier hoogste partijen. (Aangegeven met een rode streep). Bij de tweede inzet op “dona” in Altus II en Altus I (schuin rood streepje als ademhalingsteken staat er bij) is er wat meer ritmische beweging, om de cadens extra kracht bij te zetten.

introitus-2b

Tweede systeem

De figuur in Altus I in de laatste maat van het vorige systeem die deze cadens begeleidt (liggend rood streepje) wordt daarna in dit systeem eerst twee keer geïmiteerd in nogmaals Altus I en vervolgens Altus II. (Eveneens weergegeven door rode strepen er boven). Dan komt er ook nog meer beweging door het gepuncteerde ritme in een dalend lijntje in de bas, (rode stippellijn). De tenor imiteert het eerdere figuurtje tot slot ook nog een keer. Op dat punt lijkt er een echte cadens te komen, maar het afsluitende akkoord is een VI (zesde trap), een zogenaamd bedrieglijk slot dus. Toch is er nu even wat minder beweging, waar voorheen het totaalritme minimaal twee pulsen in een maat had is dat op deze zesde trap slechts een enkele puls. (alle stemmen hebben hier namelijk een hele noot)

introitus-3b

Derde systeem

Enkele maten erna (zie systeem hieronder) komt er voor de eerste keer echt een cadens IV –V – I, ook weer met het eerdere melodische figuurtje, nu in de bovenstem, de Cantus, als aankondiging. Hier is voor de eerste en eigenlijk ook enige keer in dit introitus sprake van een afsluiting van een deeltje. Onmiddellijk daarna wordt de zetting iets anders. De woorden “et lux perpetua” klinken vrijwel homoritmisch in de eerste en tweede Altus, in tertsparallellen. Het woord “perpetua”, eeuwig, wordt daarna fraai versierd met achtste noten in Altus II (rode stippellijn). Bij de uitvoering in bovenstaand filmpje van “the Sixteen” wordt dit effect jammer genoeg enigszins ondergesneeuwd.

introitus-4b

Vierde systeem

Dit tekstgedeelte wordt afgesloten in de derde maat van het systeem hieronder, met een uitwijking naar de zesde trap (VI)). Ook een soort cadens dus. Dan komt het laatste tekstdeel: “luceat eis” (moge hen verlichten). We horen een wat meer uitbundige stijgende lijn in Altus I. (Dubbele rode streep.) Dit mag je toch wel tekstexpressie noemen. Had voor mij iets uitbundiger gezongen mogen worden..

introitus-5b

Vijfde systeem

In het laatste systeem hieronder wordt dit laatste tekstgedeelte “luceat eis” heel langzaam naar een eeuwigdurend einde gevoerd, als een eeuwigdurend licht: tot drie keer toe horen we een cadens V-I.

introitus-6b

Wonderschone muziek. We weten niet wat de aanleiding tot het schrijven van dit requiem in Rome was. Een jaar later ging Christóbal de Morales terug naar Spanje, waar hij in Toledo een aanstelling kreeg. Ruim vijftig jaar later was zijn muziek beroemd genoeg om als koninklijke begrafenismuziek te dienen. Maar ook nu nog is het de moeite waard om je er al luisterende aan over te geven.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | 1 reactie

Cinquecento

Cinquecento is de naam die de Italianen geven aan de zestiende eeuw. Cinquecento is ook de naam van een vocaal ensemble van vijf mannelijke zangers die a capella muziek uit die eeuw vertolken. Ze zijn deze week in Nederland en gistermiddag waren ze te horen in de Onze Lieve Vrouwe basiliek van Maastricht.

olv-basiliekOp het programma stond vooral muziek van Christóbal de Morales. Deze componist leefde van 1500 tot 1553. In hetzelfde jaar dat de Morales geboren werd, 1500, werd in Gent Karel V geboren. Deze koning en keizer van het Rooms-Duitse rijk was heerser van de Nederlanden, Oostenrijk, Spanje en grote delen van Italië. Hij werd iets ouder dan de Morales: hij stierf in 1558. Hij zou al snel uitgroeien tot de machtigste vorst van zijn tijd. Wat gebeurde er nog meer in die tijd? In 1517 begonnen de scheuringen in de katholieke kerk met de stellingen van Luther.  En in 1527 veroverde een leger met Spaanse en Duitse huurlingen Rome, plunderde de stad en vermoordden er tussen de 6000 en 12000 mensen. (De sacco di Roma) In dat leger van Karel V (die zelf op dat moment in Madrid was) zaten ook veel  Lutheranen, die zich botvierden op de kloosters, de monniken en de nonnen in de stad.  Daarna sloot de gevluchte paus een concordaat met Karel V.  Van 1545 tot 1563 was het Concilie van Trente waar in de katholieke kerk interne hervormingen werden afgekondigd. Karel V en later vooral ook zijn zoon Philips II conformeerden zich aan de opdracht van de Paus om een bijdrage te leveren aan het herstel in alle glorie van de katholieke kerk: de Contrareformatie.

In deze roerige tijd leefde dus Christóbal de Morales. Wat heeft hij er van mee gekregen? Hij is geboren in Sevilla en daar was hij achtereenvolgens als koorknaap en componist aan de kathedraal verbonden.  In 1535 vertrekt hij naar Rome waar hij ongeveer 10 jaar werkzaam zal zijn. Hij komt er dus aan als Rome net weer een beetje aan het bijkomen is van de enorme plunderingen, maar vertrekt nog voordat het concilie met zijn hervormingen eraan komen.  De aanvankelijk zeer sobere muzikale stijl van de Morales wordt in die stad onder invloed van andere componisten,  zoals Cipriane de Rore, meer uitbundig. De laatste acht jaar van zijn leven is hij weer terug in Spanje, maar er zijn geen werken bekend die hij toen schreef. Zijn dodenmis uit 1544, nog geschreven in Rome, wordt in 1598 uitgevoerd bij de begrafenis in Madrid van de zoon van Karel V, koning Philips II. Hieronder kun je een uitvoering van die mis horen door “the sixteen” olv Harry Christophers

Deze dodenmis stond centraal bij het concert in de Onze Lieve Vrouwe basiliek. Niet met een kamerkoor als bij de uitvoering hierboven, maar met slechts vijf mannelijke zangers. Van het introitus heb ik een beknopte analyse gemaakt, die kun je via deze link vinden. Ook andere werken werden er gezongen, zoals het nog uit zijn Spaanse tijd daterende “Venite exultemus”. De opname die ik op Spotify  daarvan hoorde wordt gezongen door het Gabrieli  Consort. Ik vond deze minder aansprekend dan die ik gisteren live hoorde.

Wat me steeds weer opvalt: dit is echt renaissance muziek. Daarbij gaat het nauwelijks over tekstexpressie. De contrasten zijn erg klein. Het gaat eigenlijk steeds over het geheel, de volmaakte serene sfeer die het moet uitstralen. Als je je er voor openstelt is het prachtig.

Vijf kwartier aan een stuk werd er gezongen. Meestal met vijf zangers, hoewel: er was ook een driestemmig en een vierstemmig stuk bij. We zaten vooraan dus konden niet alleen alles goed horen maar we konden de opperste concentratie van de heren bijna voelen. Waar er sprake van enige polyfonie was gaf vooral de dynamiek de mogelijkheid om bepaalde stemmen net iets beter te laten uitkomen. Mijn vrouw en ik vonden allebei dat vooral het nog in Spanje geschreven “Venite exultemus” in zijn eenvoud ons het meeste aansprak.

Ik heb enkele CD’s van Cinquecento gekocht, o.a. een met opnamen van de Luikse componist Jean Guyot, die iets later leefde dan Christóbal de Morales. Op youtube staat een filmpje dat gemaakt is tijdens de opnamen van die CD. Je krijgt een erg goed idee van de muziek maar ook van de kwaliteit van de zangers.  Het ensemble resideert in Wenen en verzorgt daar in een kerk regelmatig meerstemmige diensten. De vijf zangers hebben allemaal een andere nationaliteit. Ze komen uit  Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland, België en Engeland.

Deze week is hetzelfde concert nog op diverse plaatsen te horen: dinsdag 12 februari in de Laurenskerk in Rotterdam, 13 februari in Eindhoven in het muziekgebouw, 15 februari in Arnhem, Musis, 16 februari in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam en tot slot 17 februari in Tivoli Vredenburg in Utrecht.

Geplaatst in Geschiedenis, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Internationaal ruimtestation ISS

In 1957 werd de Russische spoetnik gelanceerd en hij draaide als eerste kunstmaan om de aarde. De Amerikanen volgden een jaar later met de Explorer, en snel waren er nog meer, ook Russische kunstmanen. Toen  In 1960 de Echo 1 werd gelanceerd en vier jaar later de Echo 2 had je als leek de mogelijkheid om met het blote oog dergelijke satellieten te kunnen spotten. Dit waren namelijk satellieten die gemaakt waren om de reflectie te testen.  In 1960 was ik tien jaar oud en in de krant stond regelmatig hoe laat je de Echo 1 kon zien. Hij bewoog slechts langzaam en bij goed weer kon je hem heel  lang volgen. De Echo 2 was nog beter te zien, deze bewoog wel een stuk sneller. Als je in die tijd naar de hemel keek en je zag iets bewegen dat niet knipperde, dan ging het vrijwel zeker om een van deze twee satellieten. Ik vond het ongelooflijk. Stel je voor. Al honderdduizenden jaren kijkt de mens naar de hemel en ziet zon, maan, vijf planeten en de sterren. Bij hoge uitzondering zag men misschien een keer iets anders: een komeet of eens in de duizend jaar een zeldzame Nova. En nu opeens zag men deze bewegende sterren die nog nooit eerder te zien waren. Ik denk dat er in de zestiger jaren heel wat verre volkeren waren die bang en bevreesd werden bij het zien van deze verschijnselen. Ik vond het daarentegen alleen maar fascinerend, net als alle andere dingen die er aan de nachtelijke hemel te zien waren.

Er zijn intussen veel en veel meer satellieten. De oude kunstmanen hebben allemaal inmiddels het loodje gelegd en de jonge satellieten zijn voor een groot deel met het blote oog niet zichtbaar. De meest spectaculaire satelliet die je wel kan zien is het ruimtestation ISS. Op wikipedia lezen we:

Het internationale ruimtestation (in het Engels: International Space Station, ISS)  is een ruimtestation dat in een baan om de aarde draait en door verschillende landen wordt gebouwd, bemand en bekostigd. Op 20 november 1998 werd de eerste module gelanceerd en sinds 2 november 2000 is het station permanent bewoond. Gedurende het eerste decennium van de 21e eeuw is het station continu uitgebreid. Op 27 mei 2011 werd de bouw van het ISS voorlopig voltooid met de installatie van de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS). Er zijn nog twee Russische modules gepland voor na 2018: Nauka, ook gekend als de Multipurpose Laboratory Module (MLM), en de Nodal Module.

Maar liefst 16 landen, waaronder Nederland werken aan dit project mee. Het is een prachtig voorbeeld van internationale samenwerking waarbij alle mogelijke tegenstellingen en vetes opzij zijn gezet. Rusland, de Verenigde staten, Europa, Brazilië en Japan hebben eendrachtig modules gemaakt en astronauten opgeleid. André Kuipers verbleef in 2012 een half jaar in de ISS in de ruimte. Op dit moment wordt het bemand door vijf personen: Twee Russen, twee Amerikanen en een Canadees. Bevelhebber is de Rus Aleksej Ovtsjinin die al voor de tweede keer in de ruimte is. Hij heeft naast zich een zeer ervaren collega,  de Rus Oleg Kononenko , die al voor de vierde keer  mee gaat. De twee Amerikanen en de Canadees zijn nieuwelingen.

Deze vijf bemanningsleden worden als het goed is op 15 april 2019 gedeeltelijk afgelost, en het ruimtevaartuig waar ze zich in bevinden heb ik gisteravond maar liefst twee keer gezien. Ik had misschien niet helemaal de sensatie die ik  als jongetje van 10 had bij het zien van de Echo 1, maar toch! Je kunt dit ruimtevaartuig soms buitengewoon goed zien. Dat komt door de reflectie van de grote zonnepanelen die boven het vaartuig gespannen zijn. Hoe groot is het vaartuig en alle bijbehorende onderzoekmodules? Wikipedia:

In maart 2009 bevond het ruimtestation zich op een hoogte van ongeveer 355 km. De massa van alle reeds geplaatste modules samen bedraagt 262,2 ton en het heeft een inhoud van ongeveer 574 m³. De maximale maten zijn 52 m lang, 92,7 meter breed en 27,4 m hoog. De zonnepanelen hebben een maximale spanwijdte van 73,2 meter. De bemanning bestaat uit drie vaste bemanningsleden. Elke dag daalt het vaartuig ongeveer honderd meter, waardoor continu moet worden gecorrigeerd. De gemiddelde snelheid bedraagt 27.744 km/u (7700 m/s). In ongeveer 91,2 minuten draait het ISS om de Aarde (de baanlengte is ongeveer 42.000 km). Overdag is de temperatuur aan boord van de woon- en werkvertrekken 26,9 °C.

iss-fotoEn is dat niet gevaarlijk? Ongevaarlijk is het zeker niet. Maar er is een reddingssloep aanwezig:

Naargelang er drie of zes personen aan boord zijn, zijn één of twee exemplaren van de Sojoez TMA-M aanwezig, voor reguliere landing maar ook als reddingssloep. Als er gevaar dreigt, bijvoorbeeld van naderend ruimteschroot in het geval dat een kleine baanwijziging van het ISS het risico niet afdoende kan beperken (bijvoorbeeld doordat het gevaar te laat wordt gesignaleerd), nemen de personen aan boord uit voorzorg erin plaats. Dit is vier keer voorgekomen, de laatste keer in juli 2015, toen een klein deel van een oude Russische weersatelliet naderde. Het gevaar werd anderhalf uur van tevoren gesignaleerd. Uiteindelijk vloog het stuk ruimteschroot op 3 km afstand voorbij. Ook in de andere drie gevallen was daadwerkelijke voortijdige terugkeer naar de Aarde niet nodig.

Ik heb een aantal apps, een daarvan heet “sterhemel”. Daarop kun je lezen wat er elke avond aan de sterrenhemel te zien valt. Zo las ik gisteren:

iss-3febr-2019Dat ging ik uitproberen en ik nam voor de zekerheid ook mijn fotocamera mee. Het was een prachtige avond. In het ZO zag je de meest heldere ster Sirius, rechts daarvan het sterrenbeeld Orion. Maar: recht in het westen leek een planeet als Venus op te komen, een buitengewoon helder object. Hij ging vrij snel gestaag naar steeds verder omhoog tot hij bijna recht boven je hoofd was gekomen. Daarna zakte hij weer af naar het oosten. Gedurende ongeveer vijf minuten was dit proces te volgen. Ik heb dit nog nooit gezien, dus ik heb ook nog nooit de ISS gezien. Ruim anderhalf uur later ging ik weer kijken. De ISS was inmiddels al een hele keer om de aarde heen gedraaid. Ik was bang dat het spotten nu ging mislukken, het was namelijk vrij heiïg in het westen. Maar desondanks, door de vochtige mistsluiers heen kwam hij weer omhoog. Na ongeveer anderhalve minuut was hij plotseling verdwenen. Niet door de wolken, maar doordat de zonnepanelen niet meer goed in de richting van de aarde waren gericht. Maar toch. Alles klopte exact volgens de voorspellingen.

Wil je dit ook een keer zien? Mocht het de komende avond (4 februari 2019) helder zijn, maar ik ben helaas bang dat dat niet zo is, dan kun je hem weer heel goed zien. Om 6 minuten over half acht komt hij op in het westen en hij verdwijnt bijna 4 minuten later in het zuiden. Het maximum van de zichtbaarheid is dit keer als hij zich in het ZW bevindt, magnitude -3. Dat is iets minder helder dan Venus maar meer helder dan Jupiter. Ook later deze maand zijn er trouwens nog mogelijkheden, zie http://hemel.waarnemen.com/iss/ (De in het groen aangegeven data zijn de beste, hoe lager het magnitude getal, hoe beter zichtbaar.)

Ik heb gisteravond foto’s gemaakt. Het viel me op dat als je probeerde in te zoomen, mijn camera net als bij Venus of Jupiter het object een stuk groter maakte, wat hij bij het fotograferen van een ster nooit doet. Mijn camera ziet blijkbaar dat het te fotograferen object iets is dat relatief dichtbij staat. Maar meer dan een licht rondje weet hij er niet van te maken. Maar toch. Dit rondje is de ISS. En daar zaten 5 mensen in die misschien naar de aarde keken en Nederland konden herkennen onder de bijna wolkenloze hemel. Ze keken naar mij. Ik keek terug.

iss-2

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Cadenza van Isabelle Faust

Een cadens, of liever een cadenza in een soloconcert is een passage vlak voor het einde van een deel waarin de solist mag improviseren. Grote virtuozen in de klassieke periode konden zich daar lekker uitleven. Mozart dreef er de spot mee. In zijn Dorfmusikantensextet, ook wel “Musikalischer Spass” genoemd liet hij een solerende violist bewust helemaal ontsporen. Hier hoor je op 4:14 zijn cadenza in het tweede deel:

Maar gelukkig zijn er ook veel geslaagde cadensen in de loop van de tijd overgeleverd. Daarover later meer. Eerst iets over ook de andere stukken die ik donderdagavond hoorde.

John Eliot Gardiner ken ik vooral van barokmuziek. Van zijn uitvoeringen van de Mariavespers van Monteverdi of de opera Il Ritorno d’Ulysse. En natuurlijk van zijn vertolkingen met het Monteverdi Choir van de kerkcantates en de passiemuziek van Bach. Maar ik had nog nooit een opname gehoord met romantische orkestmuziek onder zijn leiding. Die kans had ik afgelopen donderdag. In een voor 90% gevulde grote zaal van de Doelen in Rotterdam speelde de London Philharmonic twee stukken van Schumann: ouvertüre Manfred en de Rheinische symphonie.

Ik wist dat Gardiner heel erg met klankkleur bezig kan zijn, en bij vocale muziek ook met de interpretatie en expressie van de tekst. Zo laat hij het Monteverdi Choir geregeld alles uit het hoofd zingen om een meer geconcentreerde uitvoering te krijgen. Nu in de Doelen liet hij met uitzondering van de paukenist, de celli en de contrabassen alle musici staande spelen bij de derde symfonie van Schumann.

orkestopstellingVerder was de opstelling van de strijkers bij alle stukken afwijkend. Naast de concertmeester en dus ook vlakbij de dirigent zaten de celli, als een hechte groep in het midden, meer opzij en naar achteren zaten pas de overige strijkers. Ik zat in de orgelring op de eerste rij en had mooi zicht op zowel de dirigent als de spelers en alles klinkt daar ook erg goed. Het leek te werken: je hoorde een mooie hechte orkestklank en ook de concentratie die Gardiner probeerde over te brengen kwam wellicht door deze opstelling en het staande spelen beter over. Bij de dansante passages in het scherzo danste Gardiner voor het orkest en stonden de klarinettisten met plezier mee te wiegen.

Daarnaast was voor de pauze ook nog het vioolconcert van Beethoven te horen. En ik denk dat dat stuk voor mij toch wel het het hoogtepunt van de avond vormde, vooral ook door de solist, Isabelle Faust. Even iets meer over het stuk.  In 1806 had Napoleon na zijn intocht in Wenen de Oostenrijkse keizer gekleineerd en hem de keizerstitel ontnomen. Maar het leven ging gewoon door. Enkele jaren daarvoor, in januari 1803, had Beethoven een aanstelling als componist gekregen aan het theater “an der Wien”. De directeur, Franz Clement gaf hem in 1806, het jaar van de intocht van Napoleon dus, de opdracht om een vioolconcert te schrijven. Hijzelf, een begenadigd violist, wilde de solopartij vertolken. 23 december 1806 werd het werk uitgevoerd onder leiding van de componist zelf. Beethoven was weer eens veel te laat klaar geweest met de partituur, maar het concert ging toch door. Niet alleen de orkestleden maar ook de solist speelden het werk vrijwel a vue. Waarschijnlijk was dat dan ook de voornaamste reden dat de uitvoering geen succes was, en pas in 1844, lang na de dood van Beethoven, werd het voor de eerste keer opnieuw uitgevoerd, en wel onder Mendelssohn. Nu was het onmiddellijk een doorslaand succes en dat is het sindsdien gebleven.

Voor vier van zijn vijf pianoconcerten heeft Beethoven in 1809 cadensen uitgeschreven. Voor dit vioolconcert was dat dus niet het geval. De cadenza voor dit concert is vanaf de tijd van Mendelssohn op heel veel manieren gespeeld. De versie die rond 1900 uitgeschreven was door Fritz Kreisler beviel bijna alle solisten uitstekend, en tot op de dag van vandaag wordt die het meeste gespeeld. Die ken ik dan ook, als ware het een cadenza van Beethoven zelf. Luister hier naar de cadenza van Kreisler in een uitvoering van Anne-Sophie Mutter en in een uitvoering van Janine Jansen:

Anne-Sophie Mutter, Berliner Philharmoniker, Seiji Ozawa

Janine Jansen, Deutsche Kammerphilharmonie Bremen,  Paavo Järvi

gardiner en faustIsabelle Faust wilde een andere cadenza. Beethoven had zijn vioolconcert in 1807, dus niet veel na de premiëre met viool, voor piano en orkest bewerkt en daar had hij een piano-cadenza bij uitgeschreven, die hij zelf placht te spelen. Een piano is geen viool als het om een cadenza gaat, maar Isabelle Faust besloot om toch te proberen de pianocadenza als basis te gebruiken voor haar eigen solo. Wat mij betreft heel geslaagd.  Hij is echt behoorlijk anders dan die van Kreisler. Het meest opvallende element is dat ook de paukenist hier een rol in speelt. Op zich lijkt dat bijzonder, maar als je je realiseert dat het concert begint met vijf paukenslagen dan is het ook weer logisch. Ondanks het feit dat er enkele stilistische uitstapjes lijken te zijn vind ik het een prachtig element in dat zo lange eerste deel van het concert. De paukenist en de violist hebben tijdens deze cadenza voortdurend oogcontact en dat maakt het nog eens extra spannend.

Luister eerst naar de pianocadenza van Beethoven zelf, daarna naar de bewerking hiervan van Isabelle Faust

Daniël Barenboim, die zelf speelt en tegelijk de London Philharmonic Orchestra dirigeert.

Isabelle Faust, Rotterdams Philharmonisch, Mark Elder

Hoe komt het dat de pianocadens veel langer is dan de vioolcadens? Dat heeft vooral te maken met het feit dat Beethoven een heel stuk uitgeschreven heeft waar Isabelle Faust niets mee doet. Ze laat het gewoon weg. Het is typisch zo’n pianostukje dat zich moeilijk voor viool laat omzetten:

Het is interessant om verder de fragmenten te vergelijken. Je hoort de hele cadenza opgeknipt in stukjes. Steeds eerst een stukje van de pianocadens, dan de omzetting van dat stukje naar viool, en zo door tot het eind van de cadenza. Hierin zit ook het stukje dat niet wordt omgezet naar viool.

Hoe het bij de eerste uitvoering in 1806 geklonken heeft blijft gissen. Ook blijft gissen hoe vrij alles werd gespeeld. Ik voel veel voor zowel de vertolking van Anne-Sophie Mutter met de Kreisler-cadens, de pianoversie van Barenboim maar ook de versie van Faust. Alle drie behoorlijk rubato, ze spelen ook met de dynamiek, met de spanningsopbouw. Het klinkt daardoor als een improvisatie. Die van Janine Jansen vind ik persoonlijk iets te netjes.

Tot slot een opname van het complete vioolconcert met het Rotterdams Philharmonisch orkest onder leiding van Mark Elder en met Isabelle Faust als solist. De uitvoering is van het zondagochtendconcert  in het Concertgebouw van Amsterdam, februari 2018

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tachtigjarige oorlog

filips-ii

Wie is de grootste en belangrijkste Spaanse koning in de Spaanse geschiedenisboeken? Dat is Philips II. De koning die door veel Nederlanders juist gezien wordt als de grootste schurk aller tijden, de man die Alva op ons afstuurde. Maar in Spanje zien ze dat dus heel anders.

‘Daar gaan we weer’, dacht de Heerlense historicus Jos Mosmuller (63) vorig jaar geregeld bij het zien van de talrijke televisiedocumentaires over de Tachtigjarige Oorlog. Weer werd deze episode vooral vanuit noordelijk, Hollands, perspectief belicht. Weer bleven de lotgevallen van de zuidelijke gewesten dus onderbelicht. En weer viel Willem van Oranje veel welwillendheid ten deel. Aldus een artikel in de Volkskrant op 22 januari.

Ik ben geen historicus maar ik heb vrij veel gelezen over die tijd en ik denk er ongeveer eender over. Waarom kijkt Spanje om te beginnen zo anders aan tegen Philips II dan wij dat doen? Deze vorst werkte sterk samen met de paus en was zo de leider van de contrareformatie, de beweging die in gang gezet was om alle misstanden in de katholieke kerk te bestrijden en door allerlei maatregelen de kerk weer zijn aloude plek te geven. Veel van wat hij deed had daarmee te maken. Dankzij zijn sterke leger kon hij zijn macht steeds verder uitbreiden, vooral gedurende de eerste helft van zijn regeringsperiode. Op verzoek van de paus versloeg hij in 1571 de Turken in de Slag bij Lepanto. Het was een heilige missie. Ook moesten de Nederlanden behouden blijven voor het katholieke geloof. Ook dat was een onderdeel van die missie. In 1580 overleed de koning van Portugal kinderloos. Daar er geen opvolger was en de moeder van Philips een Portugese prinses was, wierp hij zich op als koning van Portugal met al de lucratieve koloniën. Dit was duidelijk géén geloofskwestie maar een geldelijke zaak. Dat geld had hij nodig voor zijn heilige oorlogen. Maar de Portugese bevolking pikte dat niet. Philips haalde een groot deel van zijn troepen terug uit de Nederlanden om Portugal te gaan bezetten, het bezit van dat land was even belangrijker dan het bezit van de Nederlanden. Hierdoor vocht hij een tijdlang op twee fronten. En daardoor kreeg de opstand in de Nederlanden plotseling meer kans. Toen niet veel later Engeland de Nederlanden ging steunen en Philips een belangrijke zeeslag verloor kregen de Nederlandse opstandelingen echt lucht.

Na de annexatie van Portugal en zijn koloniale bezittingen in de jaren 1580 was Philips II heerser over misschien wel het grootste rijk dat ooit bestaan had. Wat als hij in 1561 vrede had gesloten met de Turkse sultan, zodat hij zijn Spaanse elitetroepen niet uit de Nederlanden had hoeven terug te roepen? Hadden de Nederlandse edelen dan ook zulk hoog spel durven spelen? En daarna had je dus zoals gezegd de oorlog om de troon van Portugal, en de zee-oorlog. Ook nog later zijn er momenten geweest dat de Noordelijke Nederlanden ternauwernood ontsnapt zijn aan een volkomen nederlaag tegen de Spaanse troepen. In dat geval zouden ze net als de Zuidelijke Nederlanden nog tot de Franse revolutie onderdeel zijn geweest van eerst Spanje, later Oostenrijk. Nederland heeft gewoonweg veel geluk gehad. Veel over dit alles kun je lezen in “de Republiek”, van Jonathan Israel.

De opstand tegen de Spanjaarden, en trouwens ook de godsdienstige onlusten zijn begonnen in de Zuidelijke Nederlanden, met name in Antwerpen. Amsterdam was toen nog heel braaf katholiek. Het centrum van de militaire macht in de Nederlanden lag toen vooral in Brussel, waar ook het bestuurscentrum was. Zo konden gebieden die zich meer in de periferie bevonden, met name Holland, het langer volhouden en door meer geluk als wijsheid zelfs zo lang dat er een eigen natie kon ontstaan.

paleis-brussel

Het paleis van de Nassaus in Brussel

Wat waren de drijfveren van Willem van Oranje? Hij was na de actie van de edelen in Brussel waar hij wijselijk niet bij was geweest zijn bezittingen in Brussel kwijtgeraakt en hij hoopte met een militaire actie die weer terug te kunnen krijgen. Dat zeg je natuurlijk niet. Dus er waren ook nobele motieven nodig om een opstand te kunnen legitimeren. Hij zelf was al twee keer van geloof veranderd. (zie ook https://www.absolutefacts.nl/royalty/actueel/het-geloof-van-willem-van-oranje.htm) Telkens vooral vanwege zijn nieuwe huwelijken (Hij is vier keer getrouwd geweest). Waarschijnlijk maakte het hem allemaal niet heel veel uit. Toen hij van katholiek naar luthers switchte bezwoer hij koning Philips II dat hij dat vanwege zijn huwelijk wel moest doen. Maar hij zou in de praktijk gewoon katholiek blijven. Philips die toen nog een goede verhouding had met onze vader des vaderlands ging hier schoorvoetend mee akkoord, maar het markeert het begin van een verstoorde relatie. Willem van Oranje was er zich intussen van bewust dat hij beter niet op één paard kon gaan wedden. Dus hij wilde de katholieken niet buitenspel zetten. Zo was hij voor godsdienstvrijheid. En hij maakte de opstand tot vooral een godsdienstmissie, naast natuurlijk dat hij de Nederlanden wilde bevrijden van het Spaanse juk. En hij wilde dus vrijheid voor de protestanten zonder de katholieken de oorlog te verklaren. Ondanks het feit dat Nederland een republiek werd met een staatskerk, die van de gereformeerden, kwam er dankzij onder meer Willem van Oranje in de grondwet te staan dat andersdenkenden niet mochten worden vervolgd. Ze werden gedoogd. Het Nederlandse gedoogbeleid is al heel oud…

Willem van Oranje maakte gebruik van een leger van huurlingen. Dat waren avonturiers die moeilijk in het gareel te houden waren, vooral als de soldij of de foeragering niet goed functioneerden. En dat was bij Willem van Oranje vaak het geval. Net als bij Alva trouwens, alhoewel de discipline daar waarschijnlijk beter was. De Duitse huurlingen van Willem van Oranje waren meest luthers. Kerken en kloosters waren vaak nog rijk, daar viel wat te halen. Zo plunderden ze in 1572 Roermond, en wie in de weg stond werd zonder pardon afgemaakt. Er zijn verschillende bronnen die iets meer vertellen over wat er daar gebeurde. Er zal ook wel het een en ander aangedikt zijn om de brute Hollanders vanuit katholieke, Spaanse kant, zwart te maken. Vast staat dat minstens 12 monniken en ook nog enkele leken (de kok) van het Kartuizer klooster werden vermoord. Andere bronnen vertellen over nog veel meer slachtoffers en ook over plunderingen van andere kloosters. Mensen in Zuid-Limburg die het leger van Willem van Oranje daar zagen doortrekken beschreven het als een grote bende, het had niets te maken met een geordende troepenmacht. Willem van Oranje heeft uiteindelijk met al zijn veldtochten dan ook niets bereikt. Meerdere keren moest hij richting Brussel zijn morrende leger ontbinden omdat hij er geen vat meer op had. De ontslagen huurlingen trokken dan vaak nog jaren in groepjes door de Zuidelijke Nederlanden en teisterden met name het platteland.

Philips II had teveel aan zijn kop. Na zijn dood in 1598 bleken in de Noordelijke Nederlanden mensen als Maurits en Oldenbarnevelt in staat om de natie militair en ook bestuurlijk vorm te geven. Zo kwam het met de jonge Republiek toch nog goed. Maar de mensen in de randgebieden die zeker door de contrareformatie overtuigd katholiek waren gebleven, waren bewoners van gebieden die slechts dienden om West-Nederland te vrijwaren van buitenlandse aanvallen. Frederik Hendrik liet het prachtige middeleeuwse kasteel van Valkenburg, hoog op een heuvel gelegen, in de lucht vliegen nadat hij Zuid-Limburg had weten te veroveren. Hij wist dat de Spanjaarden weer zo terug konden komen en de verdediging van zo’n kasteel zou hem teveel moeite kosten. Dus: laten ontploffen die boel. Tactiek van de verschroeide aarde…

Het juichverhaal van de tachtigjarige oorlog verdient nuancering en aanvulling. Ik heb een redelijk genuanceerd beeld gekregen denk ik door allerlei boeken en artikelen te lezen. Ik geef hier onder een lijst.

  • De Tachtigjarige Oorlog. (Drs. B.G.J. Elias , Fibula-van Dishoeck. Haarlem. ISBN 90 228 3998 2)
  • De Tachtigjarige oorlog, deel 2: 1609-1650. Behalve de oorlogshandelingen en omstandigheden worden 3 hoofdstukken gewijd aan resp. het economische leven, de sociaal culturele verhoudingen en de religieuze verhoudingen rond 1650 in de Republiek Nederland. Veel interessante informatie. Haarlem. ISBN 90 228 3998 2
  • Alva en de tiende penning, Ferdinand H.M. Grapperhaus. Zeer degelijk boek waardoor je je kunt verplaatsen in zowel de overwegingen van Alva als die van vooral de stedelingen. De Walburg Pers 1984.
  • Het hof van Willem van Oranje, Marie-Ange Delen. Uitgeverij Wereldbibliotheek Amsterdam, ISBN 90 284 1942x. Over alles wat er aan het hof van Willem van Oranje gebeurde, wat er werd gegeten en meer, ook vergeleken met andere hoven uit die tijd. Uitgewerkt proefschrift uit 2001. In het slotwoord wordt Willem van Oranje uitgebreid beschreven als vooral een zeer behoudend en conservatief persoon.
  • Huurling in de Lage Landen 1572-1574 (Duncan Caldecott-Baird, 1977 Fibula-van Dishoeck. Haarlem. ISBN 90 228 3999 0). Zeer uitgebreide inleiding over alle krijgshandelingen in de betreffende periode en over de manier van oorlog voeren. Daarnaast ooggetuigenverslag en tekeningen van Walter Morgan, huurling bij Willem van Oranje, met commentaar van de schrijver.
  • Kritische studie over de oorlogvoering van het Spaanse leger in de Nederlanden tijdens de XVIe eeuw. Deel VII: het begin van het offensief tegen de Vlaamse provinciën (1582). L. van der Essen. 1958. Paleis der academiën, Brussel
  • De Spaanse Inquisitie. Tussen geschiedenis en mythe. Robert Lemm. Kok Agora, Kampen. ISBN 90 391 0034 9. 1993. Schets van de geschiedenis van de Spaanse inquisitie tot rond 1600. Hierbij ruim aandacht voor Europese geschiedenis in het algemeen. Daarna over de blik van de geschiedenis later op dit onderwerp. Hoe tot in de 20e eeuw vanuit verschillende ogen telkens weer naar dit onderwerp gekeken wordt. Zeer hoogstaand en erudiet geschreven werk.
  • De Republiek. (Jonathan I. Israel, 1995 Uitgeverij van Wijnen Franeker, ISBN 90 5194 221 4). Zeer uitgebreide beschrijving van de politieke en culturele ontwikkeling van de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën. (1587-1805). Een van de beste boeken over de republiek wat mij betreft.
  • Legertochten tussen Maastricht en Mook sedert 1568 tot 1575 en gelijktijdige belastingen en inkwartieringen te Elsloo. Meullener. Artikel van 188 pagina’s in Publications 1888.
  • Krijgsbedrijven van Alexander Farnese in Limburg en aangrenzende gewesten (1578 en 1579) Thomassen. Uitgebreid artikel van 120 pagina’s, met prachtig nagetekende lito’s van kaarten uit 1579, Publications 1890.
  • De beoordeling van Alva en van Oranje, voorkomend in het opstel: legertochten tussen Maastricht en Mook (1568-1575). Verweer van Meullener (20 pagina’s) op kritiek gegeven door hoogleraar Fruin op eerder artikel. Publications 1890
  • Spaanse bijdragen tot de geschiedenis onzer voorvaderen der zestiende eeuw. Juan Christobal Calvete de Estrella vergezelde Philips op diens reizen. Verslaglegging hiervan in een werk “El felicissimo viaje d’el muy alto y poderoso principe don Phelippe, desde Espana a sus terrias de la baxa Alemana”, 1552 uitgegeven te Antwerpen. (700 pagina’s). Uittreksels en stukjes vertaling in dit artikel. Thomassen, Publications 1892.
  • Verhaal der wreedheden te Roermond tegen de geestelijken gepleegd 23 juli 1572, naar een gelijktijdig Italiaans verhaal. In de bibliotheek van Gent wordt een boekje bewaard. Het bevat een verhaal in de vorm van een brief, waarschijnlijk afkomstig van een vluchteling van het Spaanse garnizoen nadat de Staatsen de stad hadden ingenomen. Het is slechts enkele dagen na de moordpartij opgeschreven. Origineel in Italiaans. Flament, artikel van 9 pagina’s in Publications 1903.

Op mijn website over Limburg staat ook het een en ander: www.voorouderslimburg.nl

Hier kun je bij het onderdeel geschiedenis van Maastricht ook een artikel vinden dat gaat over de diverse belegeringen van deze stad: belegeringen Maastricht

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen