Midzomer aan de Lek

Het is zwoel, het is grijs, het is een dag dat je wacht op een bevrijdende onweersbui. Maar die hebben we al gehad, de afgelopen nacht. Dat gebeurde met eerst een enorme klap, het leek wel of er een inslag was pal naast ons huis. Niet veel later begon het stevig te regenen. Dit na de warmste zomerdag tot nu toe. Ook de natuur is zwoel in deze tijd van het jaar. Veel bramen zijn al overrijp en vallen spontaan van de struik. Het riet is hoog en alles groeit nu overdadig. Bijna elke bloem wordt bezocht door een of meer insecten die je overal om je heen hoort zoemen. Het is midzomer.

Geplaatst in bloemen, natuur | Tags: , , , | 3 reacties

Neowise

Toen de komeet Neowise het beste te zien was, zo’n tien dagen geleden, heb ik hem gemist. Daar baalde ik ontzettend van. Ik herinner me nog goed Hale-Bopp die in het voorjaar van 1997 een hele tijd te zien was en ik volgde hem tot het niet meer kon. Ik maakte er met mijn VHS-camera uit de hand een filmpje van.

We gingen dat jaar niet zoveel later met het vliegtuig naar Corsica. Tot mijn verbazing zag ik gelijk de eerste avond vanuit het appartement: Hale-Bopp! We waren zoveel zuidelijker dat hij daar nog steeds te zien was. En dat bleef die hele week zo.

Maar nu hebben we dan Neowise. Die is minder helder en ook niet zo lang achter elkaar goed te zien. Officieel moet hij nu nog te zien zijn maar je hebt een goede standplaats nodig. Hij is nu zichtbaar in het NNW, rechts onder de Grote Beer. Dus laag aan de horizon. Afgelopen nacht was het helder. Ik werd wakker om half 3, kleedde me aan en ging met mijn verrekijker en camera naar buiten. Het bleek toch ook een beetje heiïg. En ik wist al dat de kans om hem te zien niet meer zo groot was. Maar ik gaf niet op. Wetend waar ik zoeken moest vond ik hem met de verrekijker. Wat een nietig onscherp object! Maar goed, ik heb Neo-Wise gezien. Zou ik hem ook op de foto kunnen krijgen? Het was donker, ik had geen zaklamp of mobiel bij me en zat te kloten met de instellingen van mijn camera. Slechte voorbereiding dus. En ik had al een heel stuk moeten lopen om enigszins voorbij het felle licht van de lantaarnpalen op de dijk te zijn. Uiteindelijk kreeg ik hem er toch nog enigszins op. Net boven de boom steekt hij zijn staart omhoog, iets naar links gericht. Zoals ik het ook zag door de verrekijker.

Toen dacht ik: ik ga de andere dingen bekijken die er te zien zijn. Jupiter en Saturnus (en Pluto) in conjunctie, die kon je niet missen. Het was nieuwe maan en tegelijk ook oppositiestand van Saturnus. Er was als het ware een rechte lijn te maken door de aarde heen van Saturnus naar de zon en de maan.

En natuurlijk Jupiter met zijn manen. Van links naar rechts Callisto, Io en Europa. De grootste maan, Ganymedes, bevond zich sinds enkele uren net achter Jupiter en was dus niet te zien. Het blijft een klein wonder dat je als je het eenmaal weet deze manen zo goed kunt zien met de telelens.

In het OZO stond Mars, helemaal rood. Dat rood kwam vreemd genoeg niet op de foto, nu was het slechts een normaal vlekje. Ik keerde mijn hoofd terug richting het noorden, naar de Grote beer. Zoef! Daar schoot aan de westelijke hemel, net toen ik me aan het omdraaien was, van zuid-naar noord een opvallende meteoriet door de lucht, een prachtige “vallende ster” dus. Ik maakte nog een foto van het gebied rond de Grote Beer en luisterde nog een tijdje naar het gekwaak van de kikkers.

Eigenlijk wilde ik nog opblijven tot zonsopgang. Maar dat zou nog enkele uren duren en ik begon het een beetje koud te krijgen. Maar het was een heerlijk stukje nacht. Én: ik heb Neowise gezien!

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Orgelles

Spannend! Mijn oudste kleinzoon gaat les krijgen van een heel goede organist. Maar hoe gaat dat uitpakken? “Noten lezen” daar wil hij bij mij nog nauwelijks aan, en ook van letten op “vingerzettingen” wil hij weinig weten. Maar hij ontwikkelt zich intussen razend snel door te improviseren en uit zijn hoofd stukken na te spelen. Het was een proefles, en het zou me niet verwonderd hebben als zijn docent het na deze eerste keer al niet meer had zien zitten.

We moesten een tijdje wachten, toen kwam hij. Mijn kleinzoon had samen met zijn moeder al een week daarvoor met hem kennis gemaakt. Mijn kleinzoon herkende hem dus onmiddellijk en sprak hem aan met zijn voornaam. ‘Hoi’.

We gingen gelijk de trap op en het orgel werd ingeschakeld. Ik bleef er even bij en ging toen in de kerk zitten, waar ik toch nog het een en ander van de les mee kreeg. De les bestond uit vier onderdelen: eerst kwam er een verhaal over het orgel, over rugwerk, manualen, registers. Mijn kleinzoon vond het niet boeiend en wilde veel liever gelijk aan de slag: spelen! Hij kon met zijn vingers niet van de toetsen af blijven. Het tweede deel ging over de notennamen, de centrale C. Achteruit de noten benoemen vond hij nog lastig. Toen mocht er dan eindelijk gespeeld worden, nou ja, gespeeld.. C D E F G met een hand, en de vingers krom, optillen en niet laten plakken. Toen in de rechterhand hetzelfde met in de linkerhand tegelijkertijd de grondtoon. “Boer daar ligt een kip in het water” op en neer. Dan sequensen: de boer en de kip een toontje hoger, met witte toetsen. Toen hij bij de F was maakte hij onmiddellijk van de B een Bes en speelde gelijk maar de hele toonladder op en neer. Ik hoorde hem dit uitleggen aan zijn leraar. Het klonk toch beter met een Bes? De docent liet hem dat fragment toch met de witte toetsen spelen. Het vierde deel van de les was een gehoortrainingsoefening. De docent zong iets voor en mijn kleinzoon moest het op de piano uitzoeken en naspelen. Zonder enige aarzeling speelde hij het onmiddellijk na, zonder ook maar een fout. En dat terwijl er twee sprongen in zaten. Het tweede fragment was een soort voor- en nazin. De voorzin ging goed, maar de nazin paste hij aan.
–‘Nee, even goed luisteren!’
De docent zong het nog een keer voor. Mijn kleinzoon speelde het op dezelfde manier na als de eerste keer. Ik begreep het probleem. De voorgezongen nazin was domweg niet logisch, dus maakte mijn kleinzoon er iets logisch van, inclusief chromatische leidtoon. Tegelijk zie je dan een algemeen probleem: als hij eenmaal iets in zijn hoofd heeft is hij daar bijna niet meer van af te brengen. Wat hij in zijn hoofd had was logischer en klonk beter, dus: basta. De leraar schreef op een briefje wat hij de volgende keer allemaal bij zich moest hebben, onder meer een deel uit een orgelmethode. Hij mocht dus terug komen! Ik sprak zijn docent nog heel even. Hij zei dat hij eens goed ging nadenken over de methodiek aan deze leerling, die behoorlijk anders zou moeten zijn dan gebruikelijk.

Ik vond dat het erg goed was gegaan. Mijn kleinzoon had zich voor zijn doen behoorlijk weten in te houden en was niet flierefluitend van de ene associatie naar de andere gegaan en had in het algemeen braaf gedaan wat hem gevraagd werd. Toch was hij een beetje bedrukt. Hij had geen orgel gespeeld maar alleen precies moeten doen wat hem gevraagd was. Dat zei hij niet met zoveel woorden, maar ik vermoedde dat dit soort gedachten in hem omging. Ik prees hem de hemel in en zei dat als hij zo door zou gaan hij al heel snel noten zou kunnen spelen en dan vanzelf steeds meer echte orgelstukken zou mogen spelen.

De dag erna was hij weer bij ons, grootouders. Hij speelde bijna de hele dag piano en orgel (keyboard). Lekker zoals hij gewend was. Gelukkig maar! Hij bleef genieten. Zijn volgende les is pas over zo’n week of acht. Ik heb wat oefeningen gemaakt die voortborduren op zijn eerste les en die zal ik hem binnenkort aanbieden. Ik denk dat het gaat lukken!

Geplaatst in autisme, muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 6 reacties

Audio

In veel van mijn blogberichten zit audio verwerkt. Deze geluidsfragmenten vormen in dat geval steeds een belangrijk onderdeel van het stukje. Iedereen die een “volger” is van de “kwintencirkel” krijgt automatisch een mail met een link naar de nieuwe blog. Maar nu komt het verraderlijke: in dat mailbericht zit ook al de inhoud van dat blog, je hoeft dus niet op die link te klikken, denk je.. Helaas, in je mailbericht worden de audiofragmenten niet meegenomen… Heel vervelend. Ik zet hieronder nog een aantal links naar blogs van de laatste tijd waarin een of meer audiofragmenten voorkomen.

De F

Nieuwe klanken

Organist

In gesprek met Bach

Muziek, muziek!

Móet ik…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Móet ik..

Mijn oudste kleinzoon zat afgelopen schooljaar in groep 3 en werd door mensen van de school en door hulpverleners fantastisch begeleid. Maar wat verzuchtte hij vaak: ‘móet ik..’ Hij had voortdurend het gevoel gestoord te worden in zijn spel. Ik herken het helemaal. Maar helaas, hij zal moeten leren dat een aantal dingen moeten, zoals voor het naar bed gaan plassen en tanden poetsen, en als hij bij ons is voor het naar huis gaan opruimen. Maar ook als zijn broertje hem vraagt of hij met hem mee wil spelen is zijn gefrustreerde antwoord vaak: ‘móet ik meespelen’. Hij moet zich dan aanpassen en een keer niet doen waar hij op dat moment zin in heeft. Of wanneer het speelkwartier is afgelopen op school en de kinderen weer naar binnen moeten, dan schijnt hij te verzuchten: ‘móet ik naar binnen.’ Iets dat helpt is hem een keuze geven. ‘Wat wil je, nú naar binnen en dan nog een filmpje kijken, of over 10 minúten naar binnen en dan gelijk naar bed?’ Waarom wil hij nooit de dingen doen die hem gevraagd worden? Meestal omdat hij dan gestoord wordt in zijn spel. Daar gaat hij zo in op dat hij verder wil gaan. Met orgel spelen, met tekenen. Maar vooral ook met fantasiespelletjes. Hij is buiten alleen aan het fietsen, maar het gaat hem niet om de beweging. Hij zit dan in een rol. Het fietsen heeft een functie in zijn spel. De fiets is wellicht een ambulance en die is ergens naar op weg. Het is voor hem dan onmogelijk om niet zijn taak te volbrengen. Als het naar binnen komen niet echt vreselijke prioriteit heeft is het handig om even mee te spelen.
-‘Wat ben je aan het doen?’
Hij zal niet zeggen: ‘Ik ben aan het fietsen’, maar ‘ik ben op weg naar het ziekenhuis.’ Dan vraag je bijvoorbeeld waar dat ziekenhuis is en verzoekt hem om de patiënt snel af te leveren. Want de ambulance moet terug naar de remise. Met enig geduld komt hij dan waarschijnlijk. Dan babbel je nog wat over de aard van de verwondingen of zo en loopt met hem naar binnen.

De laatste dagen dat hij bij ons was, was hij bijna steeds bisschop. Bisschop van Hasselt. We gingen naar de speeltuin. Hij had zijn sinterklaastenue aan en een stok in zijn hand, hij was immers bisschop. De andere twee kleinkinderen gingen ook mee. Mijn vrouw hield haar hart vast. Wat zouden de andere kinderen in de speeltuin wel niet zeggen. Ze waarschuwde hem dat er vast wel kinderen zouden zijn die hem zouden uitlachen. Hij keek hier bevreemd van op, hem uitlachen, hoe zo? Tegelijk merkte je toch even iets van onzekerheid. Uitlachen, dat kent hij op zich wel, maar hij snapt eigenlijk nooit waarom hij uitgelachen wordt. ‘Als iemand je uitlacht’, vervolgde mijn vrouw. ‘dan kun je het beste er niet op reageren en de andere kant uitkijken.’ Hij was heel stil. Hier moest hij over nadenken, maar hij was ook blij. Je zag dat hij een handvat kreeg om hier mee om te kunnen gaan.

Iedereen heeft die middag in de speeltuin gespeeld. Zijn zusje van 3 kwam verontwaardigd tegen ons, grootouders, vertellen dat zijn broer werd uitgelachen. Ze keek zo boos dat ik niet graag in de schoenen gestaan zou hebben van die pestkoppen. Wat kan zij boos kijken! Het was ontroerend om te zien hoe ze voor hem op kwam. Maar het was niet nodig. De bisschop bleef er waardig onder, hij keek de andere kant op en reageerde niet op het domme klootjesvolk.

Hij speelde de air van Bach op de piano. Ik waarschuwde hem dat hij zo moest opruimen. Toen hij klaar was wilde hij weer wat anders gaan spelen maar ik tilde hem op van de pianokruk, kuste hem en vertelde hem dat hij zo mooi gespeeld had. Maar nú moest hij opruimen. Ik wees aan wat hij moest doen. Hij deed het en mopperde niet. Zelfs niet ‘móet ik..’ Waw!

We keken nog gezellig een filmpje. En dan schoenen aan, naar huis. Tja. Er staat een piano in de huiskamer. En er móest nu dan toch nog even gespeeld worden. Zijn broertje verzorgde het slagwerk. Er klonken wat impressionistische klanken. Ze zijn voor hem droevig. Maar er klonk een mooi einde, gewoon in majeur, een sfeervol einde van een leuke dag.

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 1 reactie

Muziek, Muziek!

Stomverbaasd hoor ik steeds opnieuw weer verrassende klanken, telkens wanneer mijn oudste kleinzoon op bezoek is. Maanden geleden componeerde hij iets, zonder enig idee te hebben hoe dat zou klinken. Ik vormde het om tot een speelbaar stukje. (Requiem van Evi) Hij vond het mooi. Daarna kwam het nooit meer terug. Tot eergisteren. Hij haalde het tevoorschijn uit zijn diepe geheugen en improviseerde er van alles omheen. Hij had pas een klein stukje gespeeld en vroeg toen, door het spelen heen: ‘Ken je dit?’

Diezelfde dag speelde hij ook onderstaande improvisatie. Hij laat horen bij al zijn stukjes een vormidee te hebben. Verder komen er steeds meer texturen, als uitgebreide Albertijnse bassen, of in de rechterhand verschuivende akkoorden boven een orgelpunt. Dit heet: toepassen van muzikale ervaringen.

En ja hoor, de canon van Pachelbel, al heel lang niet meer gehoord! Maar hij doet bij het maken van zijn variaties boven die bas uitzonderlijke dingen. De opname begint midden in een van die variaties en met wat schaven zou dat zo maar een sublieme versie kunnen worden. Ook opvallend is hoe hij dissonante secundes laat oplossen bij een andere variatie, of hoe hij compleet gebroken drieklanken met zijn kleine handjes speelt in de bas. Elke foute noot herstelt hij onmiddellijk, alles speelt hij op zijn gehoor. Dan komt er een variatie met af en toe bewust een vreemd akkoord (voor de kenners: moll-dur bijv.) en hij eindigt met een duidelijke drieklank waar hij heel bewust een enigszins “jazzy” majeur 7 aan toevoegt. Het past niet in de stijl, maar hij vindt het wel mooi en lost het dus niet meer op naar een gewone drieklank.

Drie dagen eerder was hij met zijn gezin en anderen op bezoek, mijn vrouw was jarig. Door het feestgedruis heen ging hij vaak wat spelen op de piano, zoals onderstaande improvisatie. Hij staat in A mineur. Eerst hoor je heel veel Jan-Veen-achtige klanken met links akkoordbrekingen. Hij heeft inmiddels de vertragingsnoot ontdekt, in dit geval een G boven een D mineur akkoord die hij oplost zoals het hoort. Ook stoeit hij met chromatiek en speelt klassieke wendingen als I-IV-V (zonder leidtoon) -I, maar ook uitwijkingen naar de majeur parallel. Heel bijzonder vindt ik de tussendominant (een verminderde drieklank van Fis) op 1.46 minuut. Ook die wending laat hij later (2.06) nog terugkeren. Hij moduleert naar C, blijft daar even in steken met wat vreemde, zoekende akkoorden, maar eindigt weer in de begin-toonsoort: A mineur. Het was geen concert, maar iedereen begon na het slotakkoord spontaan te klappen.

Ik hoor precies wat hij doet en hoe hij zich muzikaal ontwikkelt. Daar ben ik muziektheoreticus voor. Nu die vermaledijde vingerzetting nog en dat vervelende noten lezen. Dat vindt hij saai liet hij mijn vrouw weten.
-‘Maar wil je het wel leren?’
-‘Ja.’
OK dan..

Geplaatst in autisme, muziek | Tags: , , | 1 reactie

In gesprek met Bach

Nadat hij zijn handen coronaproef had gezeept rende hij juichend de kerk binnen. Hij keek omhoog. Daar was het dan: het echte orgel!

Mijn zwager, organist, zou hem wegwijs maken. En liet hem op veel manieren “altijd is kortjakje ziek” spelen. Maar hij wilde natuurlijk Bach spelen. Thuis had hij al geoefend. Naast de Toccata in D mineur natuurlijk de Air. Rechts de melodie, links de bas. Maar nu hij bij een echt orgel is wil hij het stuk met ook een echt orgelpedaal spelen. Dus rechts de melodie, en de bas in het pedaal. Zo klonk het thuis, daarna zoals het in de kerk klonk.

Door “het Air” maar ook door veel van zijn andere muziek is Bach de favoriete componist van mijn kleinzoon. Het was warm buiten, we waren wezen zwemmen in een plas. Thuisgekomen ging hij dus in bad, even weer helemaal schoon spoelen. Ik was in de kamer ernaast. Daar hoorde ik dat Bach bij hem op bezoek was. Beide componisten voerden met elkaar een leuk gesprek. Bach zong een paar deuntjes en vroeg aan mijn kleinzoon of hij die ook kende. Uiteraard kende mijn kleinzoon die: het “Menuet”, de “Toccata in d mineur” en “Jesu bleibt meine Freude”. Bach moest toen ook even naar een compositie van mijn kleinzoon luisteren. Op de achtergrond hoor je naast het gespetter in het bad hoe in een andere kamer mijn vrouw aan de telefoon een heel ander gesprek voert en hoe mijn andere kleinkinderen totaal niet door hebben dat er hoog bezoek in de badkamer is. Af en toe hoor je ook nog een voorbijkomende auto of motor. Ook die rijden voorbij zonder zich te realiseren wat hier in huis gebeurt. Bach stoorde zich gelukkig niet aan al die geluiden.

-‘Opa!’
Mijn kleinzoon riep mij. Hij weet dat ik een Beethoven-fan ben: Beethoven zou ook nog langs komen!

Geplaatst in autisme, muziek | Tags: , | 3 reacties

Organist

Al weken verheugt hij er zich op, maar nu gaat het dan eindelijk bijna gebeuren: mijn oudste kleinzoon mag op een écht orgel spelen! In een kerk waar een zwager die organist is speelt en studeert. Wat ga je later worden? Nu is het steeds vaker: organist!  Alhoewel machinist ook nog een mogelijkheid blijft. Dus als hij bij opa en oma is en vlak voor het naar huis gaan nog een filmpje mag kijken wordt het: of een film over treinen, of een film waarbij een organist speelt.

Er klonk weer een orgelstuk.
-‘Wat speelt hij, wat is dit?’ Hij wil van elk stuk dat hij hoort meer weten. De organist speelde in dit geval een improvisatie, maar die begon heel duidelijk met een bestaand gezang, waarschijnlijk iets dat voor de kerkgangers een bekend lied was. Zo leg ik hem dat dan uit. Daarna ging deze organist improviseren. Hij heeft deze zelfde film nu enkele keren bekeken en wat schetst mijn verbazing dat hij het stuk na ging spelen. Een mooi driedelig stukje met in het midden zijn eigen improvisatie. Dat is dan ook een echte improvisatie, iets heel anders als dat er in het filmpje klonk.

Bij het spelen zit hij zelf ook nog eens voortdurend te registreren. Op zijn keyboard is dat een kwestie van steeds een andere orgelklank kiezen, razendsnel drukt hij drie knopjes in: 065, en daar klinkt alweer een ander register. Ik moest ook een keer registreren. Maar ik ben niet zo snel, dus dan zei hij mij maar welke cijfers ik in moest drukken. Ook moest ik een keer orgel spelen en dan was hij de registrant. Voor we begonnen gaven we elkaar eerst een hand en toen begon het concert. Plechtig gaan zitten, en dan gewoon lekker improviseren, dat kan ik ook wel. Hij registreerde mijn improvisatie leuk!

Op het keyboard kun je ook door het instrument bestaande stukjes laten spelen. Je hoeft dan niets te doen. Het idee is dat je uiteindelijk die stukken ook gaat spelen. Er staan er misschien wel honderd in, hij kiest altijd klassieke stukjes. Daar luistert hij dan nauwgezet naar en gaat ze vervolgens na spelen. Niet stukje voor stukje, nee gelijk helemaal. Ik denk dat hij inmiddels zeker tien stukken op die manier al heel behoorlijk kan spelen. Je ziet hoe hij voortdurend luistert en zich verbetert, ook als de basnoot niet goed is. Alles zit al in zijn hoofd. Er is ook een mogelijkheid om het keyboard bijvoorbeeld alleen de bas te laten spelen, dan speel jezelf de rest. Dat heeft hij ook ontdekt. Geweldig: nu kun je het pedaal van een orgel laten horen, en dat intussen met je voeten zogenaamd meespelen. Dat doet hij dan bij dat stuk, maar ook bij andere stukken die hij gewoon met twee handen speelt laat hij zijn voeten meebewegen met de noten van de bas. Geweldig!

Het was feest zondag want we gingen eindelijk weer eens met de trein. Hij wilde naar Constantijn Huygens. Hij bedoelde: we gaan naar het zomerverblijf van Constantijn en zijn zoon Christiaen Huygens uit de zeventiende eeuw in Voorburg: Hofwijck.

-‘Weet je misschien al iets over Christiaen Huygens?’, vroeg de aardige mevrouw die ons opwachtte.
-‘Ja, hij heeft Titan ontdekt, de grootste maan van Saturnus.’
ik zag haar even aarzelen en enigszins perplex staan, zo van “mmm, dat zou best wel eens kunnen”. ‘Ja, en de ringen van Saturnus’, vulde ze aan. Mijn kleinzoon keek haar aan met een blik van “ja hoor, dat weet ik al lang.”

De eerste verdieping gaat helemaal over vader Constantijn Huygens, de beroemde dichter en secretaris van de Oranjes. Je kon een jas aantrekken uit die tijd die overeenkwam met een jas zoals de kinderen van Constantijn, dus ook Christiaen, indertijd droegen. Constantijn was erg muzikaal, hij speelde veel instrumenten, componeerde en wilde dat ook zijn kinderen een goede muzikale opvoeding kregen. Op de mouw waren 8 manchetknopen aanwezig. Zo leerden de kinderen terwijl ze naar deze knopen wezen “do re mi fa sol la si do” zingen en konden ze het solmiseren oefenen. Een uiterst effectieve methode! Mijn kleinzoon deed het ook en had er zichtbaar plezier in.

De logeerpartij was weer voorbij. Maar nu kijkt hij uit naar dat andere evenement: zelf spelen op een orgel!

Zie ook:

Retorica in de muziek van Constantijn Huygens

Ooghentroost

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , , , | 1 reactie

De wereld van de mondkapjes en een bezoek aan het glijbaanrestaurant.

Mijn vrouw zei:
-‘Over twee weken ben ik jarig’.
-‘Dan wil ik een trein!’ zei mijn oudste kleinzoon.’
-‘Maar ík ben jarig, toch?’
-‘Maar dan krijg ik toch ook een cadeautje?’
-‘Als iemand jarig is krijgt die meestal de cadeautjes, niet degene die niet jarig is.’
-‘Toen ik jarig was kregen mijn broer en zusje ook een cadeautje.’
-‘O ja? Dat is niet zo gebruikelijk.’

We veronderstelden dat ze ook een klein cadeautje hadden gekregen, om de feestpret nog groter te maken. Toen zei ik:
-‘Bij een kinderfeestje is het wel zo dat de gasten vlak voor ze weg gaan soms wat snoep krijgen, of een klein cadeautje.’
-‘Ik houd niet van snoep, mag ik dan een trein?’
-‘Nee, een trein is best wel een groot cadeau, meestal gaat het om iets kleiners, om een puntenslijper of zo.
‘-Mag ik dan een puntenslijper?’

Mijn vrouw ging het over een andere boeg gooien.
‘Als je aan mij denkt, wat voor cadeautje denk je dat ik zou willen hebben?’
-‘Een trein?’
-‘Nee, dat is meer iets voor jou. Ik houd van andere dingen. Ik houd bijvoorbeeld van lezen. Wat voor een boek denk je dat ik zou willen?’
-‘Een boek over treinen?’
-‘Nee, iets anders. Wat denk je, wat zou ik willen lezen.’
-‘Een boek over planeten?’

Het is duidelijk, hij kan bijna alleen maar vanuit zich zelf denken. En dan zie je weer hoe autisme werkt. Van het weekend heeft hij gelogeerd. O wat vindt hij dat leuk.
-‘Zullen we de volgende keer weer een keer je broertje en zusje laten logeren? Dan ben jij lekker rustig alleen bij mama en papa.’
-‘Maar dat vind ik dan niet eerlijk, dat ik dan niet mag logeren.’

Thuis gekomen duurde het even voor hij weer een beetje in zijn normale doen was. In de auto zei hij steeds dat hij verdrietig was, dat het weer afgelopen was. We wezen hem op allerlei andere leuke dingen, hij deed zijn best, maar toen de deur van zijn huis open ging stortte hij zich huilend in de armen van zijn moeder.

We waren de laatste dag een stukje met de trein geweest. Hij keek op het perron zijn ogen uit.
-‘De hele wereld is zo veranderd.’
-‘Ja?’
-‘Ja, al die mondkapjes.’

Thuis tekende hij de nieuwe wereld van de mondkapjes. En nog meer dingen. Zoals een “glijbaanrestaurant”. Waar aan de wand schilderijen hangen die hij gemaakt heeft. En er zijn nog veel meer fantastische dingen in dat restaurant te zien. Het restaurant is van de moeder van Laura.
-‘Kijk opa. Ken je dat schilderij? Dat heb ik vorig jaar in Normandië gemaakt. Toen ik alsmaar zo aan Laura moest denken. Het hangt ook in dat restaurant.

Geplaatst in autisme | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De verering van de heilige Ursula in Roermond

In 2002 en in 2013 zijn er twee afzonderlijke vondsten gedaan in de Munsterkerk van Roermond. De eerste vondst was op de zolder van de sacristie. Blijkbaar had nog nooit iemand daar gekeken. Er lag een schat aan relikwieën die er waarschijnlijk verstopt zijn vlak voordat de Fransen in 1797 het klooster ophieven en van de kerk een paardenstal maakten. De technische universiteit van Keulen heeft zich over deze schat ontfermd en deze negen jaar lang op alle mogelijke manieren onderzocht. Niet lang nadat ze hiermee klaar waren kregen ze een nieuwe klus te doen: In de westelijke galerij bleek er een nis weggewerkt te zijn doordat hij was dichtgemetseld met een muur. Deze muur werd open gebroken en in de nis lagen nog veel meer relikwieën, waaronder enkele heel bijzondere. Schots en scheef door elkaar lagen er allerlei schedels, sommige met fragmenten van prachtige zijden versieringen, er lagen nog meer botten, en er lagen drie poppen of wat daarvan over was in de vorm van kinderen, ook gedeeltelijk omhuld met stoffen. De objecten van de sacristie dateerden grotendeels van rond 1600, maar er waren ook nog veel oudere relikwieën bij, tot zelfs uit de dertiende eeuw. Er werden namelijk zogenaamde cedula gevonden, dat zijn beschreven aanhangsels die bij een relikwie horen. De relikwieën uit de nis stamden met de aankleding die sommige hadden uit de tijd van rond 1600. De meeste relikwieën waren oorspronkelijk geplaatst in of rond een altaar, en er waren in de hoogtijdagen van het klooster zeker tien altaren in de kerk, allemaal gewijd aan een andere heilige.

De 45 schedels zouden zijn van metgezellen van Ursula, de heilige die met veel vrouwelijke leerlingen volgens de legende was afgeslacht nabij Keulen. In Keulen is een kerk aan Ursula gewijd waar ook heel veel schedels bewaard worden, en als summum, het lichaam van Ursula zelf. Van de cultus voor deze maagden uit de derde eeuw getuigt de Clematius-inscriptie, een grafsteen uit de 5e eeuw, ingewerkt in de zuidelijke muur van het koor van de St. Ursulakerk in Keulen. In het eerste verhaal uit 922 waarin sprake is van elfduizend maagden is de centrale persoon Pinnosa, dochter van de koning van Brittania. Toen de relieken van Pinnosa werden overgebracht van Keulen naar Essen, werd de naam Pinnosa vervangen door de naam Ursula zodat de cultus in stand gehouden kon worden. In 1106 werden bij het graven van een nieuwe gracht bij Keulen voor de wallen de restanten van een Romeinse necropool ontdekt met een grote hoeveelheid beenderen. Het duurde niet lang voor het gerucht zich verspreidde dat men de overblijfselen van de elfduizend maagden had ontdekt. In de dertiende eeuw, toen Jacobus de Voragine zijn versie schreef in de Legenda Aurea, lag het verhaal al nagenoeg vast en begon de handel in schedels en beenderen vanuit Keulen naar heel Europa.

Bijzonder is hoe een aantal van deze schedels uit de Munsterkerk versierd was met zijden stoffen en daaromheen goudkleurige en ander-kleurige stiksels. Ze zijn waarschijnlijk allemaal vanaf de zeventiende eeuw tot aan de Franse tijd in de kerk aan de nonnen en pelgrims tentoongesteld geweest.

Nog meer bijzonder was de vondst van drie poppen in de vorm van kinderen. Na onderzoek is gebleken dat de poppen zijn gevuld met allerlei menselijke botten en fijne stoffen. Die werden dan omwikkeld met linnen stoffen zodat er een menselijke figuur ontstond. Hoewel de kleding sterk verteerd is en deels ontbreekt, is het duidelijk dat het ging om een groep van drie meisjes, die ook alle drie van een andere leeftijd waren. Deze poppen stammen oorspronkelijk uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Van de buitenste laag stoffen is veel verdwenen. De ogen werden waarschijnlijk weergegeven door glazen kralen en ook neus, wenkbrauwen en mond moeten zichtbaar geweest zijn. De kostbare damast en andere stof is jammer genoeg bijna helemaal weggesneden. In de zeventiende eeuw zijn ze opnieuw aangekleed, ook die kleding is grotendeels verdwenen. Maar er is voldoende van de oorspronkelijke oudste stof over om tot de vroegere datering te kunnen komen. Ook de 45 schedels stammen trouwens uit de tweede helft van de vijftiende eeuw, maar toen waren ze waarschijnlijk niet voor het publiek zichtbaar. Toen men rond 1600 besloot om ze anders en meer in het openbaar te exposeren werden ze versierd met stoffen in uitsluitend de kleuren rood, wit en blauw om zo tot een eenheid te komen. De drie meisjes werden vanaf de baroktijd waarschijnlijk bij het hoogaltaar geplaatst. Ook zij waren lid van het gezelschap van Ursula.

En er is ook nog een buste gevonden van een jonkvrouw, gemaakt in Keulen en daterend uit 1350. In de Cisterciënzerkloosters van Kamp en Marienfeld was ook een sterke Ursula-verering. En er was waarschijnlijk een sterke band met kloosters in Keulen. De verering in de Munsterabdij was dus niet uniek.

In Roermond werd in 1859 een middelbare school voor meisjes opgericht, het Ursula Lyceum. Mijn oudste zus ging er naar toe. De school werd gerund door de nonnen van het nabijgelegen Ursula-klooster. Het is een van de weinige kloosters die opnieuw in de stad verschenen na de Franse tijd. Eerder was er in Roermond ook al een Ursulaklooster, met de regel van Franciscus, opgericht in 1646. Inmiddels is dit Ursula klooster ook alweer verdwenen. De kapel staat er nog, op een van de vensters zie je Ursula met haar leerlingen. Verder moeten we het in Roermond doen met wat er nog bewaard is gebleven in musea en archieven. Toch, met een beetje fantasie kun je je van dat rijke leven nog een beetje voorstellen als je door de Munsterkerk dwaalt.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op: Annemarie Stauffer, Ein ausserordentlicher Reliquienfund und seine Geschichte, De Munsterabdij van Roermond, W Books 2020. ISBN 978 94 625 8379 5

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 1 reactie