Über Liebe und Hass (4)

De orde van Franciscanen is een bedelorde. De kloosterlingen dienen zeer sober te leven en dankzij de giften van mensen kunnen ze zich kleden en voeden. Hun voornaamste bezigheid is: bidden voor de medemens. Franciscus, die deze orde oprichtte was in zijn jonge jaren een flierefluiter die er maar op los leefde, Uiteindelijk besloot hij zijn leven een radicaal andere wending te geven. Net als Jezus trok hij zich terug in de woestijn en vroeg om raad.

In eerdere artikelen schreef ik over het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina. Deel 14 van dit oratorium van Sofia Goebaidoelina heeft als titel ”Eenvoudig gebed”. De tekst van dit deel, van Franciscus van Assisi, is de inspiratiebron van het hele oratorium. De kern is: zet alle bezwaren opzij en geef je over aan een onvoorwaardelijke liefde aan de medemens. Vanuit retorisch oogpunt wordt er bijna steeds een tegenstelling gemaakt. (liefde-haat, licht-duisternis etc.)

Ik stel me de nederige Franciscus voor die zich, midden in de natuur, richt tot God en vraagt of deze hem wil bijstaan. Dit beeld zou je voortdurend voor ogen kunnen hebben als je naar de muziek luistert. De tekst is dan wel eenvoudig, maar het gebed is bijzonder indrukwekkend door de manier waarop Sofia Goebaidoelina het op muziek heeft gezet. Het wordt in het Russisch gezongen door een bas. Tussen de tekstregels door hoor je het zachte gezoem van biddende gelovigen. Het zouden de volgelingen van Franciscus kunnen zijn, de biddende Franciscanen. Maar ik kan me ook voorstellen dat Franciscus een band met de natuur probeerde te maken. Je hoort dan niet alleen de gelovigen, je hoort ook de biddende natuur. De sobere begeleiding met vooral subtiel slagwerk, piano en ijle strijkers maakt deze ervaring compleet. Sofia Goebaidoelina probeert voor mij in dit deel via de tekst van Franciscus een soort mystieke band aan te gaan met zowel de schepper als de schepping.  

Het gedicht kun je verdelen in drie strofen. Elk deel begint met de tekst: heer, help mij. (de eerste keer iets anders: God, sta mij bij). Alhoewel het hele gedicht  uiteindelijk leidt naar het absolute hoogtepunt op het laatste woord van de derde strofe: “beminnen”, zit er ook iets cyclisch in de opbouw. De eerste strofe begint a capella, de laatste strofe is in zijn geheel a capella. De instrumenten en het koor zijn het meest aanwezig in het middendeel, de tweede strofe, waardoor daar wat meer beweging is. Midden in de tweede strofe klinken nadrukkelijk twee gong slagen, als het ware om te markeren dat we op het spiegelpunt gekomen zijn. Dit na de woorden “vreugde” en “droefenis”. Deze twee tegenpolen kunnen niet zonder elkaar. Naast  “bemin elkander” op het einde lijkt dat de tweede meest belangrijke boodschap te zijn.

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

Heer, help mij
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Hier hoor je achter elkaar de beginwoorden van elke strofe, duidelijk steeds iets anders muzikaal uitgewerkt:

 

 

Strofe 1

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst. (Pomogi mne prinesti lyubov’, gde yest’ nenavist’.)
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

 

De eerste drie tekstregels worden a capella gezongen, maar tussen deze drie regels door hoor je een stijgend chromatisch secundemotiefje in de piano, steeds een octaaf hoger, overgaand in hoge wegijlende strijkersklanken. De tweede zin daalt de melodie een kleine sext, met een sterke expressie op het woord “haat”. Hierachter volgen biddende geluiden in het koor, als een zacht fluisterend gezoem. Dit gebeurt daarna na elke zin. Bij de derde zin daalt de melodie eveneens. Maar vanaf zin 4, en nog meer zin 5 gaat de melodie juist omhoog, er ontstaat een climax en ook de begeleiding draagt daar aan bij omdat alle muzikale ingrediënten nu niet alleen tussen de zinnen maar ook tussen de zinsdelen en woorden door worden gespeeld.

Strofe 2

Heer, help mij
Help mij brengen in de duisternis het licht.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

 

Heer, help mij: het woordje “heer” klinkt hier dramatischer als in episode 1 of 3. Het wordt gezongen in een dalende toonladder op slechts een lettergreep, a capella. Voor het volgende zinnetje komt horen we weer het eerdere stijgende pianomotiefje dat overgaat in ijle strijkersklanken. De tweede zin heeft een stijgende melodie, naar het woordje “licht” toe. Alle zinsdelen worden onderbroken door gefluister, gong en strijkers. Iets dergelijks gebeurt er bij de derde zin. Het woord “vreugde, en daarna “bedroefd” wordt steeds gevolgd door een gongslag. Het midden van het hele gedicht wordt gemarkeerd, maar ook deze woorden worden daardoor benadrukt. Ook de vierde zin heeft een stijgende melodie met steeds onderbrekingen van fluisterend bidden. Opvallend is hoe de laatste woorden weer a capella worden gezongen, gevolgd door een korte, maar nadrukkelijke stilte. Dan hoor je als overgag naar de laatste zin toch nog meerdere gongslagen en snel stijgende ijle  strijkers. De laatste zin “Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt” kent weer een dalend verloop. Weer geheel a capella. Daarna wederom een korte pauze, nu gevolgd door biddend gefluister.

Strofe 3

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

 

Dit deel wordt gezongen zonder dat het koor of de instrumenten op een of andere manier commentaar geven. Je hoort alleen de bas. Zoals ook de eerste strofe begon. De contrasten tussen de zinsdelen worden sterk uitvergroot door dynamiek en register. Het laatste woord “beminnen” wordt zeer nadrukkelijk, als een soort eis, als hoogtepunt neergezet.

Op een aparte pagina kun je in een filmpje het hele deel volgen, de tekst wordt in het Nederlands boventiteld. De afbeeldingen uit de natuur die je er bij ziet maakte ik de laatste week van juli 2018 in de Pyreneeën in Frankrijk.

Gebed van Franciscus door Sofia Goebaidoelina

Zie ook:

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse van deel 6
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Geplaatst in muziek | Tags: , , | 5 reacties

Franciscus van Assisi

Binnen twee jaar na zijn dood in 1226 werd Franciscus van Assisi heilig verklaard. En binnen enkele tientallen jaren was de door hem gestichte kloosterorde al verspreid over een groot deel van Europa. Kijken we naar bijvoorbeeld Maastricht. Het rijks-onmiddellijke Maastricht was net als leengoed overgedragen aan de hertog van Brabant in 1204. Er mocht toen een verdedigingswal worden aangelegd. Tegen die wal aan begonnen de eerste Franciscanen al acht jaar na de dood van Franciscus met de bouw van een klooster in 1234. Iets dergelijks  gebeurde in veel steden.

Wat veroorzaakte de populariteit van deze orde en zijn beroemde oprichter? Er waren al een hele tijd diverse ketterse genootschappen geweest, maar voor de paus was deze orde ongevaarlijk. Franciscus schaarde zich achter alle kerkelijke dogma’s en probeerde niet om belangrijke kerkelijke vernieuwingen door te voeren. De kerkelijke leiders zagen dat de geloofsgemeenschap bijzonder populair was dus het was goed om ze in te lijven: de orde en haar regels werden al snel erkend. Bij de gewone mensen sprak de levenswijze van Franciscus en zijn navolgers aan: eenvoud, geen pracht en praal. En het evangelie werd aanschouwelijk naar de mensen toe gebracht. Om deze verhalen goed zichtbaar te maken had je in een kerk veel ruimte nodig. De verhalen werden als fresco’s tegen de wanden geschilderd en als glas in lood kon je ze zien in de grote ramen. Dat kon toen, want het viel precies samen met de opkomst van de gotiek. Door steunberen werd het mogelijk om de muren van de kerken een minder dragende functie te geven waardoor er veel  grotere ramen in geplaatst konden worden. Iedereen kon zo op een makkelijke manier kennis nemen van de verhalen van de bijbel, ook als je niet kon lezen. In Franciscaner kerken werden al snel ook een soort stripverhalen geschilderd over het leven van Franciscus, zoals in de kathedraal van Assisi. Giotto liet in onderstaand tafereel het moment zien dat Franciscus in het bijzijn van de bisschop zijn kleren uittrok en aan zijn vader gaf. Demonstratief: ‘jij gaf me deze kleren, ik hoef ze niet meer, maar ik ga verder in armoede mijn leven aan God wijden.’

Giotto-St-Francis

De Franciscanen, of minderbroeders zoals ze ook genoemd werden, waren de meest populaire orde van die tijd. De monniken preekten niet alleen, maar baden ook heel veel, voor alle gelovigen en voor het zielenheil van de wereld. Als je rijk was kon je de paters voor je laten bidden of je kon na betaling een graf dicht bij het koor krijgen. Een graf in een Franciscaner kerk was gegarandeerd een vrijkaartje voor de hemel.

In de loop van de tijd zouden veel van deze dingen leiden tot mistoestanden. Het was een bedelorde, behalve bidden deden de paters nauwelijks iets voor de kost. Maar de giften werden steeds groter. De monniken konden daardoor een steeds meer luxe leven leiden. Je kreeg afsplitsingen in de orde, sommigen wilden weer terug naar de basis. Zo ontstonden er drie takken: de minderbroeders conventuelen die eigenlijk de rechtstreekse voortzetting vormen van de eerste broeders maar dus uiteindelijk veel luxer gingen leven, de observanten uit 1334 (ook wel minderbroeders franciscanen genoemd) en tot slot de kapucijner orde uit 1526. Observanten streefden naar een strikte naleving van het armoede-ideaal. Bij de kapucijners stond preken en ziekenverzorging centraal, bovendien leefden deze monniken ook weer in uiterste armoede. In Maastricht waren de kapucijners naast de cellebroeders de enige kloosterlingen die het aandurfden om pestlijders te verzorgen.

De vele legenden rond de oprichter, Franciscus van Assisi, hebben tot verschillende dingen geleid. Zo valt de naamdag van Franciscus op dierendag. Franciscus zou een sterke band hebben gehad met de natuur, hij kon letterlijk geen vlieg kwaad doen en zelfs wurmen haalde hij van de weg af zodat ze niet vertrapt zouden worden. Hij preekte in de natuur en alle dieren werden stil en kwamen luisteren. Dat alles spreekt misschien des te meer tot de verbeelding omdat hij oorspronkelijk van rijke komaf was, heel lang een luxueus en decadent leventje leidde, en pas later tot het inzicht kwam dat leven in armoede  in de lijn was met hoe Christus  had geleefd. Hij ging zelfs zo ver dat hij er steeds meer naar streefde om zelf het lijden van Christus te ervaren. Hij liet zich door zijn volgelingen geselen. Zijn verlangen naar de pijnen van Christus waren op een keer zo sterk dat hij voelde waar Christus met een lans was gestoken en waar de spijkers door diens handen en voeten waren geslagen. Volgelingen zagen dat: hij had de tekenen Gods ontvangen, de zogenaamde stigmata! Veel kunstenaars hebben dat moment uit het leven van Franciscus geschilderd, zoals ook weer Giotto

800px-Giotto_-_Sankt_Franciskus_stigmatisering-800x675

Nu we een Paus hebben die zich Franciscus heeft laten noemen en die probeert de eenvoud en het gedachtengoed van Franciscus van Assisi uit te dragen zijn er weer meer mensen die kennis willen nemen van de ideeën van deze heilige. Enkele teksten die zijn toegeschreven aan Franciscus zijn behoorlijk populair geworden. Zoals zijn zonnelied. De hele schepping wordt hierin beschreven: de zon, de maan, de sterren, de wind, het water, het vuur, de aarde, de vruchten, de bloemen en de planten. En natuurlijk de schepper van dit alles met de boodschap: dien hem in grote nederigheid.

Bij de begrafenis van prinses Diana werd ook een tekst van Franciscus voorgelezen. Het is dezelfde tekst die Sofia Goebaidoelina inspireerde tot het schrijven van haar indrukwekkende oratorium “Über Liebe und Hass”. Deel 14 van dit oratorium is een vrije verwerking van dit gedicht van Franciscus van Assisi.

Bij Goebaidoelina ziet de Nederlandse vertaling van de Russische tekst van het gedicht van Franciscus er als volgt uit:

14. Eenvoudig gebed

Help mij Heer.
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Maak me een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.
Help mij Heer.
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.
Help mij Heer.
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Het gedicht vraagt om kracht te geven aan Franciscus, maar aan iedereen die er om vraagt, om over alle barrières heen te stappen en onvoorwaardelijk lief te hebben.

Een analyse van hoe Goebaidoelina deze tekst heeft uitgewerkt kun je vinden in een apart artikel.

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Maria Laach

In de Eifel zijn in het verleden veel vulkanen actief geweest. Als je het “Vulkanpfad” volgt krijg je een buitengewoon leerzame toelichting midden in de natuur: zowel de vulkanische activiteiten maar ook de latere ontginningen van basalt en tufsteen worden prachtig aanschouwelijk gemaakt. Voor de rondtocht van 6,6 km moet je zeker drie uur uittrekken omdat er soms stevig geklommen moet worden, maar ook omdat je veel toelichtingen wilt lezen.

basaltbasalt-toelichting

De laatste enorme uitbarsting was 13000 jaar geleden. Dat is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden. Zo tegen het einde van de laatste ijstijd. In de enorme krater ontstond een meer, de huidige Laacher See. De uitbarsting was zo hevig dat lavadelen ver werden verspreid door de lucht, tot wel in Zuid-Zweden.

laacher-seeVlakbij dat meer liet paltsgraaf Heinrich II in de elfde eeuw een burcht bouwen, en later ook een klooster, het huidige klooster “Maria Laach”. De kloostergebouwen zijn intussen compleet vernieuwd, maar van de oorspronkelijke Romaanse kerk is nog veel over. Deze kerk is opgebouwd uit zowel tufsteen als basaltblokken.

kerk1Toen Heinrich II in 1095 overleed was pas een klein deel gereed. De kerk werd uiteindelijk in 1156 gewijd, maar ook daarna werd er nog een eeuw lang van alles aan toegevoegd, zoals tussen 1220 en 1230 het zogenaamde paradijs: een apart staand atrium met binnentuin aan de westkant.

paradijsIn de loop van de tijd kwamen er diverse aanpassingen: eerst in gotische, later in barokstijl. Maar in de twintigste eeuw zijn die aanpassingen, afgezien van twee gotische ramen, weer allemaal verwijderd en is de kerk nu weer vergelijkbaar met hoe hij er uit zag in de dertiende eeuw. Er zijn ook nog plastische elementen uit die tijd bewaard gebleven: met name de kapitelen van het paradijs uit 1220. Je zou ze nog laat-romaans kunnen noemen, maar de fantasievolle mystieke figuren zoals die een halve eeuw er voor werden vervaardigd in bijvoorbeeld de Servaaskerk van Maastricht of de Magdalenakerk van Vézelay zie je in deze kerk minder terug. Het meest verwant daarmee zijn de hieronder afgebeelde sculpturen 3 en 4. Op 3 zien we een man die in beide handen de kop van een soort hagedis omklemd houdt. In afbeelding 4 zien we een jonge man (of is het een jonge vrouw?) die iets op zijn hoofd vast houdt, gezeten op een dierlijk wezen met een mensenhoofd en een soort kaboutermuts. Achter dit geheel staat iemand dreigend met een knuppel. Alles is stijlvol  uitgevoerd. Naast mensen, duivels en (vreemde) dieren laat het merendeel van de kapitelen allerlei vegetatie zien.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6Van rond 1400 zijn er twee mooie beelden te zien: een pieta en een Mariabeeld met bloem.

pietamaria

Zowel in het koor als ook in de zijkoren zijn mooie mozaïeken gemaakt rond 1900 in Byzantijnse stijl.

absismozaiekHeinrich II, de stichter van de abdij, heeft 150 jaar na zijn dood een praalgraf gekregen in de kerk. Het doet me denken aan het dubbelgraf van graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant in de Munsterkerk van Roermond. Dit praalgraf is ongeveer in dezelfde tijd gemaakt als dat in Maria Laach.

graf1graf2

Bij het klooster is verder van alles te beleven. Er is een winkel waar biologische producten worden verkocht, je kunt er wat eten en drinken, er is een beeldentuin, een grote museumwinkel met boeken en kaarten, een klein museum waar ook een film van 20 minuten over kerk en klooster wordt vertoond, er is een hotel waar je kunt overnachten en met de monniken de diensten kunt bijwonen en je kunt prachtig wandelen helemaal om de Laacher See heen. Het is een uitje waard!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, natuur | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Sprinter

‘Opa, bestaan kabouters?’
‘Nee kabouters bestaan niet, alleen in sprookjes.’
‘Mijn vader zegt dat kabouters wel bestaan.’
‘Ja jullie hebben een mooi kabouterboek waar papa vaak uit voorleest geloof ik, toch?’
‘Ja’.
‘Sommige mensen geloven dat kabouters bestaan, maar ik denk dat ze alleen maar in sprookjes bestaan.’
‘Mijn juf heeft een verhaaltje verteld van zeven dwergen. Zijn dwergen hetzelfde als kabouters opa?’
‘Soms zeg je ook wel eens dwergen in plaats van kabouters. Maar eigenlijk is een dwerg iemand anders. Een dwerg is een mens die al volwassen is, maar nog net zo klein als een klein kind. Die bestaat wél, maar dat is geen kabouter.’

Een en ander werd door mijn oudste kleinzoon van vijf aangenomen ter overdenking. Toen ik hem terugbracht naar huis ging hij het laatste stuk op zijn fiets. Alle paadjes en steegjes hebben voor hem nieuwe namen gekregen. Achterom heet het de karnemelkstraat. Maar er is ook een N-weg, een zogenaamde provinciale weg dus, waar je harder mag rijden. Gewoon een stoepje dus, maar in zijn fantasie een levensechte provinciale weg. Hij heeft een grote fantasie, leeft vaak in zijn eigen wereld, waarin zijn speelgoedauto allemaal geluiden maakt die lijken op bepaalde echte geluiden. Vooral knipperlichten, handremmen en zo. Op zijn favoriete auto klinken die exact hetzelfde als in onze auto. Zijn imitatievermogen is opmerkelijk. Ook verzint hij nieuwe woorden, zoals enkele dagen geleden op een briefje dat hij voor zijn moeder schreef. Het laatste woord was een eigen verzonnen woord waar hij zelf hartelijk om moest schateren.

Hai Lieufa mama ik heb its leuks for jau dan “gehupt”

lievemama

We waren tijdens onze terugtocht inmiddels bijna bij zijn huis aanbeland maar hij bleef maar fantaseren. Ik vond dat hij nu toch maar eens wat moest opschieten.
‘Kom op sprinter, schiet eens een beetje op’.
‘Ik bén geen sprinter, ik ben een mens!’
Ik realiseerde me onmiddellijk dat een sprinter voor hem een trein is, net zoiets als een ECI, TGV of koploper. Dus een begrip dat niets met mensen te maken heeft.
‘O sorry, natuurlijk jij bent een mens, het was  maar een grapje.’
Thuisgekomen was het eerste dat hij tegen zijn vader zei:
‘mijn opa zegt dat ik een sprinter ben, maar ik ben een mens’.
‘Och opa maakte gewoon een grapje denk ik, dat is toch niet erg?’
’Dat is wél erg, ik ben een mens!’
Ik vertelde hem dat het woord “sprinter” een homoniem is. Mensen die heel hard kunnen rennen of fietsen, daar zeg je ook wel “sprinter” tegen. Maar een sprinter is natuurlijk ook een stoptrein van de NS. Zijn antwoord was onverbiddelijk:
‘Een sprinter ís geen homoniem!’

Nu ging het begrip homoniem echt te ver voor hem. Een sprinter was een heilig ding waar je in kon rijden, waar je filmpjes over kon bekijken, waar je in je fantasie mee kon spelen. Maar in alle gevallen ging het om een trein. En dat mocht gewoonweg niets anders zijn. Sommige homoniemen kunnen gewoon niet. Ik was ontroerd om zijn vastberadenheid.

Geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 2 reacties

Van september naar oktober

wittewieven-klein2Zondag 30 september. De dag begint met witte wieven: mistslierten boven de uiterwaarden van de Lek. Ze horen net zo bij september als de overal aanwezige nijvere spinnen in deze tijd. In de middag lopen we door de duinen van Oostvoorne. De wonderboom! Hij is er nog steeds. Morsdood. Maar nog steeds indrukwekkend. Er is geen driekleurig viooltje meer, maar wel zien we de bloemen van laatbloeiers als teunisbloem, tijm, hop, wilde bertram en parnassia. Op het zeepkruid zit een ijverige wesp. En aan de struiken zitten overal besjes. Het geel van de duindoorn, het rood van de kardinaalsmuts of de verschillende rozensoorten en het zwart van de “rode” kornoelje.  Het zijn de kleuren van de vlag van Duitsland. Zij worden hier elk jaar warm verwelkomd.

Hoe warm en rustig het is in de duinen, hoe koud en winderig het is aan het strand. Er waait met grote snelheid fijn, allesdoordringend zand. Maar de korreltjes worden prachtig weerkaatst in het zonlicht. De rook van het Botlekgebied tussen de heuvels door verraadt dat je slechts in een oase vertoeft, met daaromheen de bedrijvige mens. Een strak wapperende vlag markeert het gebied waar het naaktstrand begint. Een meeuw heeft vrij uitzicht over zee en strand. Alleen de natuur is naakt deze dag. Het is nog net september.

Dinsdag 2 oktober. In alle vroegte zie ik dapper fietsende kinderen, die tegen de regen en de wind in op de dijk ploeteren. Ik kijk door bedruipte ruiten. Waar eergisteren de witte wieven waren is het nu een en al grijzigheid. De lucht is zwanger van het vocht. De kachel brandt. Het is oktober!

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Daniel Barenboim

Tussen 1800 en 1802 werkte Beethoven aan zijn derde pianoconcert. Intussen schreef hij ook nog liederen, ontstond de muziek bij het toneelstuk “Die Geschöpfe des Prometheus”, de tweede symfonie, de Romance in G voor viool en orkest, variaties op een eigen thema voor pianotrio, 5 vioolsonates, variaties voor piano en cello over een thema uit de Zauberflöte, 4 pianosonates waaronder de Mondscheinsonate en de sonate “Der Sturm”. Dit geeft een beeld hoe Beethoven componeerde. Hij was steeds met meer dingen tegelijk bezig en bleef als hij het werk weer hervatte aan de eerdere stukken schaven. Zijn handschriften getuigen daar nog steeds van.

concertAfgelopen zaterdag en zondag speelde de bijna 76-jarige Daniel Barenboim dit concert, samen met het Rotterdams Philharmonisch orkest en de gloednieuwe 29-jarige chefdirigent Lahav Shani.  Een medeblogger die het concert ook bijwoonde schreef over hem en dit concert een mooi blog : Lahav Shani.  Barenboim is bij een deel van de studie van Shani diens mentor geweest. Beide musici zijn zowel pianist als dirigent. Daniel Barenboim dirigeert vaak als hij zelf soleert vanaf de piano. Shani schijnt die gewoonte te hebben overgenomen, maar bij het concert dat ik zaterdag bijwoonde waren de rollen gescheiden. Of toch niet helemaal? Barenboim richtte zich helemaal op het orkest als hij zelf niet speelde en je zag hoe hij in zich zelf mee dirigeerde. Een enkele keer leek hij zelfs zo in die rol op te gaan dat hij een armbeweging van een inzet maakte, als wilde hij de leiding overnemen.

Deze praktijk was ook gangbaar in de tijd van Beethoven. Beethoven zelf speelde altijd zelf de solistenrol bij uitvoeringen van zijn pianoconcerten en dirigeerde intussen het orkest. Totdat hij dat door zijn doofheid niet meer kon en vanaf toen heeft hij dan ook geen pianoconcerten meer geschreven. Dat was al 18 jaar voor zijn dood het geval. Beethoven schreef voor de eerste uitvoeringen ook nooit zijn pianopartij uit, alles ging uit zijn hoofd. Het is niet onmogelijk dat hij dan ook nog dingen ter plekke improviseerde. Bij de cadens was dat gebruikelijk, maar tot de tijd van Beethoven waren cadensen vaak zeer uitgebreide solostukken waarbij het meer ging om de virtuositeit van de solist dan om compositorische samenhang met het concert. Voor Beethoven was dat een gruwel. Hij vond de cadensen die hij hoorde bijna altijd veel te lang. Voor zijn eigen concerten, m.u.v. het vijfde pianoconcert, heeft hij zijn cadensen dan ook uitgeschreven, waarschijnlijk trouwens pas in 1809, dus lang nadat in dit geval het derde pianoconcert zelf was geschreven. Tegenwoordig spelen de solisten meestal de uitgeschreven cadens van Beethoven, zo ook Daniel Barenboim. Van Beethoven is bekend dat hij grote contrasten kon maken, van uiterst zacht en lyrisch tot hard en heftig. Daniel Barenboim deed dat ook, vooral dus in zijn cadensen. Hij kon het gehoor daardoor op de puntjes van de stoel krijgen. Ik was ontroerd dat ik dat mocht mee maken. En hij speelde alles uit zijn hoofd. Ook de dirigent Lahav Shani gebruikte die hele avond geen partituur. Gewaagd, maar wat een vrijheid krijg je daardoor en hoeveel meer kun je je nog op de muziek zelf concentreren.

Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw volg ik de carrière van Daniel Barenboim. Ik kocht diverse LP’s met pianosonates van Beethoven door hem gespeeld.

hoesLater kocht ik ook CD’s van zijn uitvoeringen. En ontdekte dat sommige uitvoeringen nog beter konden. Zo nam hij de cellosonate’s op met zijn veel te vroeg gestorven vrouw Jacqueline du Pré. Maar ik vond de opnamen van Richter met Rostropovitch nog mooier en spannender. Daarentegen zijn masterclasses die je op TV kon zien waren weer grandioos. Wat konden zijn leerlingen goed spelen. Hij probeerde in woorden uit te leggen hoe het toch nog beter kon zijn. Uiteindelijk ging hijzelf achter de piano zitten en deed het voor. Een wereld van verschil met wat je net daarvoor van die leerling had gehoord. Geweldig. Je kunt deze masterclasses rond de sonates van Beethoven hier terug zien.

Tijdens die masterclass doet hij ook een aantal markante uitspraken. Deze bijvoorbeeld. Zo voel ik het ook.

Zondag 21 oktober 2018 is het concert van 30 september uitgezonden op NPO4. https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-10-21. Ga naar het zondagmiddagconcert. Eerst wordt het tweede scherzo van Orthel uitgevoerd, een  voor mij verrassend spannend en goed stuk. Voor het derde pianoconcert met Barenboim kun je doorspoelen naar 33.25. Daniel Barenboim speelde op een vleugel, die hij zelf heeft laten maken en die hij tegenwoordig op zijn concerten meeneemt. Bij deze vleugel zijn de snaren naast elkaar gespannen, in plaats van kruiselings zoals bij moderne vleugels het geval is. Dat maakt dat de registers van bas en discant veel beter afzonderlijk te horen zijn. Zo was het ook in de tijd van Beethoven.
Ik heb de uitvoering van een dag eerder gehoord, misschien nog spannender. Luister vooral naar de cadens van het eerste deel. Het einde daarvan hoor je hier onder. Adembenemend. 



Na de pauze werd de vijfde symfonie van Shostakowich gespeeld. Tja. Het werk werd goed uitgevoerd, ik ben helaas geen fan van deze compositie.  Maar: ik was live bij Beethoven en Barenboim. Dat zal me nog lang heugen.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 2 reacties

Über Liebe und Hass (3)

Hoe beeldt een componist wanhoop, intens verdriet, angst uit? Bach laat dat vaak horen in zijn cantates, en natuurlijk ook in zijn passies.  Het was in zijn tijd een voortdurend terugkerend thema: bereid je voor op de dood. Het was de tijd van het piëtisme. Ook in deze tijd proberen sommige componisten dat uit te beelden. Het zesde deel van het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina gaat over de angst, het verdriet en de wanhoop van de mens. De tekst is voor een groot deel ontleend aan psalm 69. Qua sfeer en motiefgebruik in het orkest zien we een aantal elementen terugkeren van deel 1 van dit oratorium.

In psalm 69, die aan David wordt toegeschreven, is het David zelf die in wanhoop is. Deze psalm zou je kunnen plaatsen in de tijd dat David door koning Saul dood werd gewenst en hij dus moest vluchten. Na een waarschuwing van zijn vrouw  Michal vluchtte hij eerst naar Samuel en ging bij hem wonen. Maar ook daar bleek hij niet veilig. Nadat David weer moest vluchten, werd hij aanvoerder van een bende. Samen met deze bende verborg hij zich in grotten en spelonken. Hij werd intussen achtervolgd door Saul met 3000 soldaten. Intussen denkt hij na over zijn leven en is de wanhoop nabij. Zo horen we hoe een eenzame, gekwelde, wanhopige ziel zijn lot beklaagt. Hij weet dat hij er zelf mede schuld aan is want hij was zondig. Hij is verstoten door zijn familie. Hij wordt door velen gehaat. Maar goddelozen hebben het op hem gemunt. Op het einde smeekt hij dat hij desondanks in leven mag blijven. Hij zal de naam van God eren. Hopelijk is God gerechtig zodat zijn ziel nog gered kan worden. Voor Goebaidoelina is dit alles de aanleiding om het begrip wanhoop en intens verdriet in zijn algemeenheid uit te beelden.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof

De tekst kun je onderverdelen in 4 episodes. Elke nieuwe episode begint met “O Heer”. Het geheel werkt zo ook als een soort gebed van vier strofen.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof.
    Ze smelt weg van droefenis.
    De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
    Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.
  2. O heer.
    Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
    Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
    Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
    Doodmoe zijn mijn ogen.
  3. O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
    Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
    Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
    Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
    Smaad heeft me gebroken.
  4. O heer, jij kent mijn schande.
    Jij kent mijn schaamte.
    Verhoor mij.
    Ontruk mij aan het slijk.
    Red mij van wie me haten.
    Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
    Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

Bij alle vier de episodes zijn er beelden door de instrumentatie van de hachelijke omgeving waarin de hoofdpersoon verkeert. Maar het gaat allereerst om zijn gemoedsgesteldheid. Bij 3 vertelt hij iets meer over de oorzaak van de ellende. Bij 4 probeert hij uit deze ellende weg te komen en roept daarbij God te hulp. De hele tekst wordt in het Russisch, buitengewoon helder neergezet door een solozanger, een bas. Vaak zingt hij zonder enige vorm van begeleiding.

Ik ben de Russische taal niet machtig, maar door goed te luisteren heb ik denk ik toch vrijwel steeds de tekst op de juiste plaats bij de muziek weten te zetten.

Als bovenstaand filmpje niet werkt, klik dan op de link hieronder:

film deel 6

Hieronder heb ik per episode iets verteld over de inhoud, tekstbehandeling en orkestratie

Episode 1

Mijn ziel is vergaan tot stof.
Ze smelt weg van droefenis.
De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.

De eerste twee zinnetjes gaan allebei een beetje omhoog, om het laatste woord te benadrukken: stof, en droefenis. Elk zinnetje wordt gevolgd door een instrumentale uitbeelding van een gevaarlijke omgeving, we horen zelfs het leeuwengerommel uit het eerste deel van het oratorium weer terug. De derde en vierde zin lopen achter elkaar door. Er is spraken van een kleine climax. Het orkest is nu ook tijdens het zingen steeds aanwezig en becommentarieert heel kort slechts een zinsdeeltje, waarbij de climaxwerking vooral doordat de stukjes sneller achter elkaar komen wordt bewerkstelligd.

Episode 2

O heer.
Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
Doodmoe zijn mijn ogen.



Het eerste stukje ”O heer”, klinkt als een wanhoopskreet en komt onmiddellijk uit de voorafgaande eerste episode voort. Dan verandert de sfeer. Strijkers en pizzicatonoten, later ook koper, beelden het onherbergzame landschap van modder en water uit. Er wordt gedurende korte tijd weer zonder orkestbegeleiding gezongen en “het zinken” hoor je terug in de langzaam dalende melodie.  Zo ook bij de derde zin. Het water, de vloed, beeldt het overspoelen van je voeten uit, je zinkt steeds dieper. De melodie daalt ook nu.  De vierde zin is uiterst treurig. De zinsdelen worden sterk van elkaar afgezonderd. Ook de laatste zin” doodmoe zijn mijn ogen” klinkt wanhopig. De algehele sfeer blijft vooral: een en al ellende…

Episode 3

O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Smaad heeft me gebroken.

De eerste twee zinnen worden zonder begeleiding gezongen. Daarna verandert er iets meer in de instrumentatie. Er komen klokkenspelletjes bij, de pizzicatotonen worden heel hoog, ook lange tremoli strijkerstonen gaan de hoogte in. Dit tremolomotief staat voor smaad, schande, schaamte. Tremoli met belletjes vergezellen in zin 3 en 4 de slotwoorden ”broeders” en  “moeder”. Deze motiefjes hoor je ook nog enkele keren bij de laatste zin.

Episode 4

O heer, jij kent mijn schande.
Jij kent mijn schaamte.
Verhoor mij.
Ontruk mij aan het slijk.
Red mij van wie me haten.
Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

De eerste twee zinnetjes worden zonder begeleiding gezongen. Dan valt het orkest in met een donkere pauk en blazers, gevolgd door de piano die het leeuwengebrul in snel stijgende en dalende loopjes laat horen, met steeds “narommelen” in de pauken. Dit alles met een geleidelijke climax tot het woord “haten”. Klokken vergezellen het hoogtepunt. Maar ook dit is nog slechts een aankondigen van het volgende hoogtepunt: “Heer houdt mij in leven tot eer van jouw naam”. De tekst wordt er bijna uitgeschreeuwd. Even pauze, en dan volgt de laatste zin, die solo gezongen wordt, laag begint en het woord “verdriet” smartelijk uitbeeldt, ook doordat juist op dat woord het orkest er bij komt. Van hoog naar laag wordt dit verdriet dan ook nog eens door het orkest uitgebeeld, waarmee het complete deel eindigt.

Deel 6 compleet

Voor de volledige muziek van alle 15 delen ga naar de site van Radio 4: Klik op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-09-17 , ga naar het avondconcert van 20 uur en spoel door naar 0:43.

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse deel 14
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 5 reacties