Vogelconcert

Zijn vogelgeluiden rustgevend? Ja de meeste mensen slapen er doorheen. Als vogel moet je flink je best doen om er boven uit te komen. En als vogelliefhebber, als je de beestjes niet goed kunt zien, moet je je goed kunnen focussen om te horen wie wie is. Na een tijdje zoemt een boot over de Lek als achtergrondkoortje. En dan de onvermijdelijk klotsende golven. Aan de overkant een haan…

Vogelconcert in de achtertuin van de buren, nabij de Lek bij Opperduit.

Geplaatst in natuur | Tags: , , | 4 reacties

Gedichten van Ibn Arabi

Ibn Arabi leefde rond 1200. Hij was een soefist. Maar hij was ook Mohammedaan, zoals de meeste soefisten in die tijd. Veel van zijn  gedichten zijn tijdloos, sommige gaan over Mohammed als inspiratiebron en redder van de mensheid. Die staan dan eigenlijk in de lijn van veel teksten van Christelijke tijdgenoten, die Jezus als inspirerend voorbeeld bezingen. En bij de Christenen in die zelfde tijd  werden ook Maria en andere heiligen bezongen.  Zo schreef Hildegard von Bingen rond 1155 muziek en gedichten die het leven van Sint Ursula als lichtend voorbeeld aanprezen, en een eeuw daarvoor schreef Hermann von Reichenau teksten met bijbehorende muziek die over het leven en de wonderen van de heilige Afra, over de heilige bisschop Wolfgang of de heilige Magnus gingen. Als je die teksten leest valt op dat ze nauwelijks verder gaan dan het beschrijven van gebeurtenissen die getuigen van de heiligheid van deze personen. Er valt weinig te fantaseren. Als er dan al sprake is van een geestelijke overdenking dan moet je die halen uit het meer subtiele gezang dat er meestal op volgt, zoals het Benedictus waarin Christus wordt geprezen en gedankt. Zo kun je als je daar in weet op te gaan het voorafgaande verhaal op een hoger niveau tillen. Hermann von Reichenau vertelt in onderstaand responsorium uit het Officium van de H. Magnus, hoe deze man van God een wonder verrichtte:

Responsorium

Veniens vir dei Prigantium ceco cuidam stipem petenti diu negatum restituit visum. Oracionem domino fundens et oculos eius sputo suo liniens. Diu negatum …

Toen de man van God in Bregenz kwam vroeg een blinde hem om een aalmoes, maar in plaats daarvan gaf hij hem weer het gezichtsvermogen terug. Hij bad tot de heer, bestreek zijn ogen met speeksel en de man kon weer zien.

(Uitvoering: Ordo Virtutum, Edition Raumklang)

Ibn Arabi probeert in zijn gezangen niet alleen een verhaal te vertellen, maar door beeldende taal en mystieke verwijzingen de lezer of luisteraar die zich er voor open stelt te pakken. Als hij het heeft over Mohammed wordt zijn naam nooit genoemd maar het liefst in beeldspraak gehuld. In het volgende gedicht vergelijkt hij hem met de komst van de volle maan. Op weg naar Mekka verzamelden reizigers zich in Medina, en deze verwijzing in de tekst maakt pas duidelijk dat het inderdaad over de profeet gaat. Ook wordt er gezegd: ‘andere volle manen zijn verdwenen’. Hier wordt gezinspeeld op eerdere profeten als Abraham en Christus. Maar Mohammed is duidelijk de ultieme profeet.

 

De volle maan is op ons afgekomen

een geliefde is naar ons toe gekomen
een genade voor de wereld
het licht van het leven was gevlogen
van jou, en we werden levend

de volle maan is op ons afgekomen
vanaf de de Vallei van Afscheid
We moeten dankbaar zijn
zolang we bidden

O, onze boodschapper
je bent gekomen met de bevelen die we zullen gehoorzamen
je bent gekomen en hebt Medina geëerd
welkom, beste uitnodigende

de volle maan is op ons afgekomen
en andere volle manen zijn verdwenen
we hebben nog nooit een schoonheid als de jouwe gezien
O gelaat van geluk

je bent een zon, je bent een volle maan
je bent een licht na licht
je bent een drank van onschatbare waarde
jij bent de sleutel tot de harten

we hebben nog nooit kamelen gezien die niet verlangden
in het donker van de nacht naar jou
en de wolk geeft schaduw
en de maan heeft je begroet

en de stam van de boom kwam naar u toe, huilend,
nederig in uw handen
en riep om hulp, mijn geliefde
U bent de eigenaar van rennende herten

Het laatste zinnetje: “U bent de eigenaar van rennende herten” is raadselachtig voor mij. Na enig zoekwerk vond ik een mogelijke verklaring. In de islam wordt Jezus ook erkend als profeet. Onderstaand verhaal over Jezus komt overigens niet uit de Koran, maar uit de Hadith. Dat is de mondelinge overlevering van wijze woorden of verhalen die de profeet Mohammed ooit verteld zou hebben en die is opgetekend. Het verhaal gaat over de kwestie: Wie at het derde brood?

Jezus gaf op een dag aan een van de mannen uit het gezelschap waarmee hij onderweg was, de opdracht om voedsel te kopen voor de hele groep. De man had niet veel geld meegekregen en hij kocht drie broden. Omdat drie broden nooit genoeg konden zijn voor iedereen, besloot de man zelf alvast één brood op te eten. Toen hij terugkwam gaf hij de overgebleven broden aan Jezus. ‘Wie heeft het derde brood opgegeten?’, vroeg Jezus. En de man antwoordde: ‘Wat bedoel je daarmee? Er zijn slechts twee stukken brood.’ En Jezus zweeg.

En de groep met Jezus ging op pad. Ze gingen op jacht en ze schoten een hert. En toen stond Jezus op en bad luid tot Allah om het hert weer tot leven te wekken. In minder dan een seconde stond het hert op en rende weg. De mannen waren ontzet. Want hoe kon een hert dat eerder nog dood was, waar ze zelfs al van aten, ineens weer opstaan en van hen wegspringen. Hoe was dat mogelijk? Jezus keek naar die ene man en hij zei: ‘In naam van de Ene die dit hert weer levend heeft gemaakt, vraag ik jou: wie heeft het derde brood opgegeten?’ En de man had direct zijn antwoord klaar: “Er waren geen drie broden, er waren slechts twee broden”. En Jezus zweeg.

En de groep trok verder. Ze arriveerden bij een rivier die buiten haar oevers was getreden. Jezus zei: ‘Pak mijn hand.’ Hand in hand liepen ze op het water naar de overkant. Toen ze daar waren zei iedereen: ‘Hoe kan dit in hemelsnaam.’ En Jezus vroeg weer aan die ene man: ‘In naam van de Ene die ons over het water liet wandelen, wie at het derde brood?’ De man zei direct: ‘Er waren twee broden.’ En Jezus zweeg.

Ze trokken verder en kwamen in de woestijn. Jezus maakte daar van het zand drie hoopjes. Vervolgens vroeg hij aan Allah om de drie hopen zand in goud te veranderen. Zo gebeurde het. Daar lagen drie staven goud. En Jezus zei: ‘Eén staaf is voor mij’, toen keek hij de man van de broden aan, ‘en één staaf is voor jou en de derde staaf is voor degene die het derde brood heeft gegeten’. En de man zei: ‘Ik at het derde brood.’ En Jezus antwoordde: ‘Dan zijn alle drie de goudstaven voor jou, maar ga niet meer met ons mee.’

De man was hier niet bedroefd over. Hij was gelukkig met het goud en dacht aan wat hij zou kopen. Maar zijn geluk duurde niet lang. Drie dieven zagen hem, ze doodden hem en ze stalen het goud. Een van de dieven kreeg vervolgens de opdracht om in de stad wat te eten te kopen. Onderweg naar de stad vatte hij het plan om het eten te vergiftigen zodat het goud voor hem alleen zou zijn. Maar zijn vrienden smeedden ook een plan. Zij wilden hun collega-dief doden als hij terugkwam uit de stad zodat zij twee het goud met elkaar konden verdelen. En zo ging het ook. De twee dieven vermoordden de derde toen hij terug kwam. En daarna aten zij van het vergiftigde voedsel en zij stierven ook.

En toen kwam Jezus weer voorbij met zijn vrienden. En daar lagen de dode mannen, de drie dode dieven en de man die het derde brood had gegeten. En Jezus wees naar hen en zei: ‘Kijk, zo werkt het in deze wereld en dit is wat onze wereld doet met degenen die het wereldse leven najagen.

“U bent de eigenaar van rennende herten” zou dus mogelijk naar dit verhaal kunnen wijzen. Ibn Arabi zal het zeker gekend hebben. “De eigenaar van rennende herten” is hij die in staat is het leven terug te geven aan iemand. En die weet dat het najagen van wereldse zaken geen goede gevolgen kan hebben. De volle maan zou in dat geval echter niet Mohammed maar Jezus zijn. “Jij hebt Medina geëerd” zal zeker slaan op Mohammed. De rennende herten blijven hun geheim voor mij bewaren.

Een ander gedicht van Ibn Arabi is waarschijnlijk te begrijpen vanuit onderstaande informatie. Op Wikipedia lezen we een verhaal dat gaat over de onderlinge strijd tussen rivaliserende stammen nadat Mohammed was overleden:

Dezelfde nacht doodde Khalid Malik, hij trouwde met zijn weduwe, Layla bint al-Minhal, die in die tijd een van de mooiste vrouwen in Arabië was.  Het huwelijk van Khalid met Layla werd later een controversieel onderwerp, omdat er een groep mensen was die dacht dat Khalid Malik had vermoord om Layla te krijgen. Deze groep omvatte ook de neef van Khalid en later de kalief Umar. Khalid werd door kalief Abu Bakr geroepen om de zaak uit te leggen. Na gepaste overweging besloot de kalief dat Khalid niet schuldig was. Hij verwijt zijn generaal echter om met Layla te trouwen en zodoende zichzelf open te stellen voor kritiek. Omdat bepaalde mensen geloofden dat Malik een moslim was, beval Abu Bakr de betaling van bloedgeld aan de erfgenamen van Malik.

Ibn Arabi beschrijft in zijn gedicht de rol van deze vrouw in de stammenstrijd. Zij heeft de dichter in haar greep. Waarschijnlijk is hij in de ban van haar schoonheid. Maar tegelijk heeft hij bloed aan zijn handen. In een episch gedicht zou dit onderdeel de lyrische beschouwing van zijn wanhoop kunnen illustreren. Het maakt het verhaal menselijk. Het doet denken aan de klacht van Petrus na de verloochening van Jezus of de wanhoop van Judas nadat hij de zilverlingen op de tempelvloer had gesmeten toen hij ze terug wilde geven maar men ze niet meer wilde hebben.

Laila heeft me mijn verstand afgenomen

Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”
Haar liefde is verborgen, opgeslagen in verborgen engtes.
Dwaas, stop met onze vernedering!
Ik ben aan het rondzwerven en voor haar een dienaar.
Aanklager, behandel me zachtzinnig
Ik nam de trappen, ik klopte op de deur
Ik vroeg de poortwachter, kan ik door?
Hij zei, mijn vriend, haar prijs wordt betaald met zielen
Hoeveel geliefden zijn verdwenen die van de dood hielden.
Minnaar, als u eerlijk bent,
echt, dan zult u uw doorgang krijgen.
Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”

De gedichten van Ibn Arabi zijn prachtig, beeldend en getuigen van een intens gevoelsleven en een sterke verbondenheid met mens en wereld. Net zoals ook de wetenschap veel verder was ontwikkeld in de Arabische wereld dan in de Europese maatschappij in de Middeleeuwen, ervaar ik dat ook zo met betrekking tot de literatuur.

Meer over Ibn Arabi en zijn gedachten over muziek

Over soefisme in Andalusië in de middeleeuwen

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | 1 reactie

Ibn Arabi en het mysterie van muziek

 

ibn-arabiRond 1200 schreef de soefistische filosoof Ibn Arabi zelf muziek, maar ook schreef hij een boek over muziek. Hij noemde het “de Adem van de Barmhartige.” Over dit boek staat een Engelstalig artikel op internet, en ik vond het de moeite waard om dat artikel te vertalen en het enigszins aan te passen om het wat toegankelijker te maken. Het zegt iets over de muziek van Ibn Arabi maar het zegt vooral ook iets over muziek in het algemeen, hoe je die kunt zien als een poort naar de kennis van het universum, iets dat ik zelf al enkele jaren beweer in mijn blogs, vanuit mijn eigen intuïtieve benadering. Hieronder het bewuste artikel en de link naar het origineel.

De Adem van de Barmhartige

De barmhartige kun je ook zien als: “God, het heelal, de natuur, de menselijke gewaarwording, liefde, muziek.” De adem van de barmhartige moet je zien als de kosmische dynamiek die “de Velen” in “de Ene” tot leven brengt. Het zien van de aard van deze dynamiek geeft ons een kans om intuïtief te begrijpen hoe er naast die “ene ondeelbare essentie”, “de eindeloze verscheidenheid van verschijnselen” kan zijn.

Er is een bekende traditie van de uitspraken van de profeet Mohammed waarin God zegt: “Ik was een verborgen schat en ik verlangde ernaar bekend te worden, daarom heb ik de kosmos geschapen.” Deze uitspraak onthult dat de essentie van God (de Verborgen schat) een fundamenteel verlangen naar zelfverwerkelijking bevat. De essentie verlangt ernaar de essentie te leren  kennen. Het is dit verlangen dat het hele bestaan doordringt. Het is als het waarderen van een lentemorgen, de liefde die je voelt voor iemand, het  diepe verlangen om God te willen leren kennen.

Dan komt het beeld van de adem. Door deze ademing, zo zegt Ibn ‘Arabi wordt dit oorspronkelijke verlangen verrijkt door een enorme kosmische genade – de adem van de barmhartige. We kunnen ons voorstellen dat deze kosmische dynamiek twee aspecten heeft – een uitademing en een inademing. Door de oneindige vrijgevigheid van de Barmhartige Adem stroomt de kosmos in de werkelijkheid. Dit is de goddelijke uitademing die het universum op elk moment tot leven brengt. Zo zijn we in staat om de schepping te zien, als een bijna oneindig aantal delen binnen een eenheid, de eenheid van “het Zijn”. Doordat we meerdere dingen kunnen waarnemen ervaren we dat ook niet alleen dingen anders, maar ook mensen anders kunnen zijn. Daardoor is er een relatie mogelijk, maar ook kennis en liefde. Dan pas heeft het oerverlangen van  de “Verborgen Schat” een richting gekregen waarheen het moet stromen.

En toch, zoals we maar al te goed weten, kunnen de dimensies van dualiteit een valkuil zijn waarin “anders zijn” als de enige werkelijkheid wordt ervaren. Als schijnbaar gescheiden entiteiten zijn we uit op verbinding, maar met wat? Zoals de Boeddha zei, wordt onze dorst, ons verlangen, tegelijk de oorzaak van het lijden.

Naast de uitademing die bij ons gewaarwording van de verscheidenheid en het anders zijn  tot  gevolg heeft is er een inademing. De Barmhartige probeert voortdurend alles terug te brengen tot een geheel, tot de essentie. Al het oude van deze kosmos wordt voortdurend vernieuwd, maakt ruimte voor nieuwe dingen. Dat is een aspect van deze inademing.  Op een andere manier wordt de bewuste herkenning van onze ware identiteit de vervulling van kosmisch verlangen, en ook dat is een manifestatie van de inademing. Maar hoewel deze terugkeer naar de eenheid een beweging van liefde is, vernietigt het ook het anders-zijn, en daarom de mogelijkheid van een relatie. De vereniging met de geliefde vernietigt de minnaar. Hier zien we de universele paradox van worden en zijn, en de noodzakelijke spanning tussen anders zijn en niet-anders zijn die goddelijke zelfrealisatie mogelijk maakt.

Samenvattend, vertegenwoordigen de twee aspecten van “de Adem van de Barmhartige ” aan de ene kant de schepping van de kosmos door de goddelijke uitademing, en aan de andere kant, gaan de onderdelen weer in elkaar over door de goddelijke inademing.

We kunnen de paradoxale aard van deze visie zien door de ervaring dat het beeld van de adem niet na elkaar is, zoals de adem van dieren en mensen, maar dat de twee aspecten van de Barmhartige Adem eeuwig naast elkaar bestaan, de uitademing inclusief de inademing, en omgekeerd . Zo kunnen we een glimp opvangen van de velen in de Ene en de Ene in de velen, en de tegenstrijdige gelijktijdigheid van tijd en het tijdloze, van het geschapene en het niet-geschapene, van het andere en het niet-andere.

En wat is rol van muziek binnen dat geheel?

Voordat een melodie of ritme begint, is er stilte. Dan verschijnt het eerste geluid. Waar komt het vandaan? Waar was het voordat we het hoorden? We kunnen opmerken hoe het eerste geluid, en het tweede, en het derde, enzovoort, elk vrij in het moment worden gegeven. Ze verschijnen uit stilte, uit niet-zijn. We kunnen ook opmerken dat de toon die binnen enkele ogenblikken zal worden gespeeld nog niet bestaat … en plotseling is hij er! Hoe komt hij daar?

We kunnen alleen maar zeggen dat deze toon voortkomt uit het oneindige potentieel van de leegte. En wat gebeurt er dan? Hij verdwijnt! Waar gaat hij naartoe? Hij keert terug naar de leegte van stilte, naar het niet-zijn. Als we goed luisteren naar het “in-en uit-gaan-van-zijn” van elk geluid, kunnen we herkennen dat hier juist de schepping en vernieuwing van de kosmos aanwezig is. Wat we de adem van de barmhartige noemen, maakt de komst van elk geluid uit het niets mogelijk. En even wonderlijk lost de adem dit opkomende geluid van het geluid op door het onmiddellijk terug te trekken voorbij het zijn, naar pure essentie.

Maar geluid is nog iets anders dan muziek. Wanneer we luisteren naar muziek of liever nog zelf muziek maken, dan worden we altijd min of meer door die muziek geraakt. Elke krul van een melodie, elk onopgelost akkoord of elke speelse syncope kopieert het verlangen van de verborgen schat om bekend te worden. Melodieën stijgen en dalen, akkoorden vragen om hun vervolg en oplossing.

Zou het kunnen dat muziek in zijn meest authentieke functie het oer-kosmische drama van de schepping weergeeft door zijn eigen creatie van het mooie, het prachtige geluid (de uitademing) en dan de teruggave van dat geluid aan het niets? (de inademing). Terwijl dit gebeurt wordt ons hart getroffen. Of is het zelfs meer dan dat? Als ons hart wordt geraakt door het mooie, is het dan niet zo dat de kosmisch verlangde gebeurtenis van “de Verborgen Schat” bekend wordt gemaakt? Ik denk dat dat zo is. Als we bevangen worden door muziek, ervaren we de inademing van de kosmos. We geven ons over en worden even onderdeel van het geheel. Muziek is, net als liefde, een poort naar de toegang tot God, tot het universum, tot de almachtige.

Ik merkte al bij mijn vorige blog op hoe bij de muziek die daar als voorbeeld werd gebruikt de stilte een enorm belangrijke rol had. Ik ervoer de stilte als essentieel. Na het lezen van dit artikel over de filosofie van Ibn Arabi over onder andere muziek wordt dit nog duidelijker. Tijdens de stilte dringt de essentie, de werking van de muziek nog tot je door, maar is de muziek zelf terug gebracht tot stilte. Het is het moment van inademen. De manifestatie, de complete architectonische opbouw, gelaagdheid van de muziek die net klonk wordt ervaren en daarmee staan we voor de poort van de Barmhartige. Muziek is als de adem van de Barmhartige.

Ik heb een poging gedaan om enkele zinnetjes van bovenstaand lied in modern notenschrift weer te geven.

ibn-arabi-muziekDe omvang is beperkt, niet meer dan die van een kwint. De toonsoort is aeolisch of af en toe frygisch, vooral naar het einde toe wordt er vaak met een dramatische kleine secunde geëindigd. Het beeld doet saai aan, maar de nuances zitten in het tempo en de accenten en de kleine versieringen die ik niet heb opgetekend. Er is geen sprake van een maatsoort, alleen al daardoor zijn er veel overeenkomsten met het Gregoriaans. Ik moest onwillekeurig ook een beetje denken aan gezangen van Hildegard von Bingen, de westerse mystica die in dezelfde tijd als Ibn Arabi leefde, die in een enigszins vergelijkbare stijl schreef maar zich ook voor een deel met dezelfde materie bezig hield. Het is zo wie zo buitengewoon interessant om deze figuren naast elkaar te zetten. Zij die haar dromen optekende en een glimp dacht op te vangen van het oneindige. En deze glimp in teksten wist vorm te geven en in haar muziek. Zou ook deze muziek trouwens niet met meer versieringen geklonken hebben? Ze was los daarvan veel uitbundiger dan die van Ibn Arabi door haar grotere omvang en af en toe grote sprongen, waarmee de componist herkenbaar wordt en iets eigens heeft. De tekst staat bij Ibn Arabi centraal, de muziek is slechts de expressieve drager daarvan.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek | Tags: , , | 2 reacties

Soefisme in Spanje in de middeleeuwen

De Vorst en de Spiegels

Er was eens een weergaloos knappe vorst.
Hij was zo mooi, dat hij met een scharlakenrode doek
voor zijn gezicht door de straten reed.
Maar zelfs dan werden mensen gek als ze hem zagen.
Wie zijn naam uitsprak, werd van zijn spraak beroofd
En velen vielen ter plekke dood neer.
Ze konden zijn aanblik niet verdragen,
Maar leven zonder hem konden ze ook niet.
Ze stelden zich ermee tevreden zijn stem te horen,
Maar dat was zo vreselijk pijnlijk,
Dal ze hem toch weer wilden zien.
Daarom liet de vorst in zijn paleis spiegels aanbrengen
En als hij daarin keek, zagen de mensen buiten de weerspiegeling van zijn gelaat.
Wil je van die onvergelijkelijke schoonheid
Een glimp opvangen. kijk dan in je hart
En zie daar de adeldom van de grote vriend weerkaatst.
Zijn ziel openbaart zich in de deeltjes van het geheel.
De menigvuldige vormen in de wereld ontspringen aan de schaduw van de vorst.
Je ziet zijn schaduw wel, maar niet zijn glans.
De schaduw en hijzelf  zijn echter een, ze horen bij elkaar.
Zoek je een weg vanuit de schaduwen naar de werkelijkheid:
Als je zijn hof vindt, ga dan door de poort —
Het licht breekt door de wolken heen
En je ziet niets anders meer dan de stralende zon.

Deze tekst is van Farid Ud-din Attar, en komt uit het boek “de samenspraak van de vogels”, een keuze uit zijn soefi poëzie. De schrijver komt uit Iran en leefde in de eerste helft van de twaalfde eeuw. In de loop van de tijd zijn er vele varianten van de soefi filosofie geweest. Bovenstaand gedicht illustreert naar mijn idee een van de kerngedachten van de soefi filosofie: het wezen der dingen is overal en je kunt het vinden door diep in je zelf te kijken.

Het gedachtengoed van de soefisten is ook heel lang in Spanje aanwezig geweest. Dat had tot gevolg dat er in die tijd er een enorme verdraagzaamheid heerste tussen Moslims, Joden en Christenen. Je kunt soefist zijn en tegelijk een godsdienst belijden. In die tijd waren veel moslims en ook de leiders tegelijk soefist. Ook samenkomsten van tegenwoordige soefisten in het westen, zoals die in de Soefi-tempel in Katwijk, worden bezocht door zowel niet gelovigen, Christenen of wie dan ook.

Op de Engelstalige wikipedia vond ik informatie over de geschiedenis van het soefisme in Spanje. Ik licht er enkele dingen uit en vat deze samen:

Ibn Masarra leefde in het begin van de tiende eeuw en hij wordt wel beschouwd als de eerste soefist in Spanje. Na diens dood werden zijn volgelingen in 940 zwaar vervolgd door juristen die zijn werken vernietigden en die ook zijn volgelingen dwongen om deze te herroepen. In de loop van de elfde eeuw kwam er weer meer acceptatie – of op zijn minst tolerantie – ten opzichte van de filosofie van het soefisme. Veel mensen begonnen de werken van filosofen zoals Aristoteles en Plato te lezen en te vertalen. Het Andalusische soefisme bevond zich op dit moment op zijn hoogtepunt.  Het is niet voor niets dat in die tijd ook iemand als Hermann von Reichenau zich liet inspireren door Arabische denkers

Een groot deel van Spanje, en heel lang vooral Andalusië, werd in deze eeuwen bestuurd door Islamitische leiders, die weer in contact stonden met geloofsgenoten vooral in Marokko. In een eerder blog schreef ik al over Averroës, ook genoemd Ibn Rushd. Deze kenner van de geschriften van Aristoteles stond in contact met Ibn ‘Arabi, een van de grootste schrijvers van zijn tijd. Hij leefde rond 1200 en wordt beschouwd als een van de belangrijkste soefi’s van Spanje, hoewel hij – zoals veel andere Andalusische soefi’s – uiteindelijk het schiereiland zou verlaten en door heel Noord-Afrika en het oosten zou reizen. Aan hem worden meer dan 800 geschriften toegeschreven, waarvan meer dan 200 met zekerheid. Van een aantal gedichten is ook de muziek bekend. Bij de cursus middeleeuwen die ik volg werd gesuggereerd dat hij dat zelf gedaan zou hebben. Ik heb dat nergens terug kunnen vinden maar het lijkt me niet onmogelijk. Immers ook iemand als Hildegard von Bingen die in dezelfde tijd leefde schreef gedichten en componeerde ook de bijbehorende muziek.

Niet lang na de dood van Ibn ‘Arabi, ontstond er in het midden van de veertiende eeuw een spirituele leegte in Spanje. Ik vind het opvallend dat ook in de Christelijke wereld in die tijd eerdere denkers als Abélard, of mystici als Bernardus van Clairveaux en Hildegard von Bingen, het moeten afleggen tegen iemand als de in mijn  ogen veel meer orthodoxe Thomas van Aquino. Je ziet voortdurend historische golfbewegingen. Zoals er twintig jaar geleden in Indonesië bij de daar levende moslims nauwelijks hoofddoekjes werden gedragen: nu zijn ze er weer wel, volgens iemand die ik sprak en die er onlangs en ook twintig jaar geleden geweest is.

Op youtube zijn er een aantal muzikale vertolkingen van de gedichten van Ibn ‘Arabi te horen. Waar gaan deze liederen over? Zijn werken in Andalusië concentreerden zich voornamelijk op de perfecte mens en het mystieke pad naar spirituele en intellectuele perfectie. Of ze gaan over Mohammed, en ook historische verhalen worden bezongen. Maar ook dan niet zo maar in de vorm van “een leuk verhaaltje”, maar altijd met een diepere betekenis er achter. Als  ik mijn ogen sluit kan ik met die gedachte een eindje komen, ook al versta ik niets. ik vind ze mooi. Deze muziek opent je hart, of zoals we zo net lazen in het gedicht uit diezelfde tijd: Het licht breekt door de wolken heen en je ziet niets anders meer dan de stralende zon. 

Luister vooral naar het eerste lied en geniet van de pauzes. Een moment van bezinning. Ik denk dat alle liederen eenstemmig zijn opgeschreven en dat het eerste lied zo een aardig beeld geeft van hoe het waarschijnlijk meestal ook werd uitgevoerd. Tegenwoordig worden ze vaak van een al dan niet historisch verantwoorde begeleiding voorzien.

Enkele gedichten met vertaling en de bijbehorende muziek van Ibn Arabi vind je via deze link

Literatuur:

  • Farid Ud-Din Attar: De samenspraak van de vogels. Synthese, Rotterdam. ISBN 6271 066 9
  • Hazrat Inayat Khan: The Mysticism of Sound and Music. The international Headquarters of the Sufi Movement, Geneva 1991. ISBN1-85230-091-4

 

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , | 3 reacties

Skyglobe

2018-03-23-avondhemel

Skyglobe! Een programma dat gaat over de sterrenhemel. Hier zien we een animatie van de hemel komende avond. Bovenaan links zien we de tijdsaanduiding, hij loopt van 18:19, telkens 5 minuten later, tot 20:49. We zien hoe de zon ondergaat, een tijdje later ook Venus en Mercurius, dan Uranus. De bijna halve maan staat nog lang aan de avondhemel te schitteren. Op dit moment staat hij vlak bij het sterrenbeeld Orion met de witte en rode reus Rigel en Betelgeuze. En, niet te missen, vrij laag in het zuiden staat de helderste ster van de hemel Sirius. Heel hoog zien we de ster Capella, iets meer naar het zuid-oosten, ook vrij hoog, Castor en Pollux, in het sterrenbeeld Tweelingen.

Het programma is inmiddels denk ik zo ongeveer 25 jaar oud. Geschreven in DOS, er is nooit een update voor windows geweest voor zo ver ik weet. Je kunt met tientallen sneltoetsen van alles doen met dit programma. O.a. animaties laten zien van gebeurtenissen als die van komende avond. Maar je kunt veel meer. Zo kun je in een animatie laten zien dat de poolster langzaam uit het noorden verdwijnt en pas over 26500 jaar weer op zijn oude plaats staat. Of je kan inzichtelijk maken dat Venus afwisselend avondster en morgenster is. Ook kan je een heliocentrische weergave van het zonnestelsel laten zien, waarbij je bijv. mooi de excentrische baan van Pluto ziet. Of alleen de beweging van de binnenplaneten. Of: hoe de zon in de loop van het jaar steeds op een iets andere plek opkomt, globaal van het ZO in de winter naar het NO in de zomer. Of als er een zonsverduistering is dan kun je het hele proces in beeld brengen.

Ik kan het gebruiken dankzij het feit dat ik enkele jaren geleden het programma Dosbox heb gekocht. Ook al mijn eigen DOS-programma’s die ik in de negentiger jaren zelf maakte kan ik nu weer gebruiken. Maar nu Skyglobe. 25 jaar oud. Nog steeds niet geëvenaard!

Geplaatst in Astronomie | Tags: , | Een reactie plaatsen

De boze burger

Debat tussen de boze burger en de overheid.

  • Boze burger: ‘Ik ga niet stemmen want jullie doen toch wat je wilt.’
  • Overheid: ‘Ja, dat klopt.’
  • Boze burger: ‘Maar waarom vraag je dan wat ik er van vind?’
  • Overheid: ‘Ja we hebben ooit afgesproken dat we af en toe een circus op gang moeten zetten waar je iets van kan vinden. We hebben trouwens ook besloten dat dit het laatste circus was.’
  • Boze burger: ‘Komen er geen verkiezingen meer?’
  • Overheid: ‘Ja dát circus blijft nog even bestaan. Pas als blijkt dat besturen dan compleet onmogelijk wordt omdat alleen nog maar ruziënde boze burgers iets proberen te regelen schaffen we dat circus ook af. En dan vragen we enkele mensen met verstand van zaken om over alle dingen beslissingen te nemen en dat doen we dan. Goed?’
  • Boze burger: ‘Je doet maar, het maakt me toch allemaal niets uit’.

Zie ook:

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De ontsluiting van middeleeuwse archieven

Over het Domkapittel van Utrecht en het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht.

Donderdag 5 juli 1292 stelde het kapittel van de Dom van Utrecht een nieuwe regel vast met betrekking tot de toetreding van nieuwe kanunniken. Besloten werd dat een nieuwe kanunnik zijn medebroeders met een vat goede wijn moest vereren. De oorkonde werd bezegeld.

Picture 108

Dit document en honderden andere documenten zijn gedigitaliseerd en sinds enkele dagen kan iedereen ze inzien of downloaden. Opvallend is hoe mooi geschreven vrijwel alle documenten zijn. De klerk van het rijke kapittel had duidelijk een gedegen opleiding gehad. Dat was lang niet altijd zo. Maar deze documenten kun je na een vrij simpele cursus paleografie gevolgd te hebben in een hedendaags lettertype weergeven. Dan moet je alles natuurlijk nog vanuit het Latijn vertalen. En dan moet je die vertaling ook nog eens een keer begrijpen, want veel termen en gebruiken uit die tijd zijn voor de meeste mensen van nu totaal onbekend. Kortom, het blijven documenten voor een handvol ingewijden. Maar er zullen veel amateurs zijn die zich er op storten denk ik. En dat kan mooie dingen opleveren.

Een kanunnikaat kreeg je niet zo maar. Allereerst moest er een plaats beschikbaar zijn. Elk kapittel had in de regel een vast aantal plaatsen. Hoe rijker het kapittel, hoe meer plaatsen. Dan moest je nog eens een behoorlijk bedrag betalen en van aanzienlijke afkomst zijn. En dus zoals blijkt uit bovenstaand document je medebroeders met een vat wijn vereren. Soms kreeg je ook iets makkelijker een kanunnikaat. Een groot kunstenaar die zich verdienstelijk had gemaakt kon als dank na bewezen diensten als geschenk van een plaatselijke heer, bisschop of de paus een kanunnikaat krijgen. Dan was je kostje geregeld, je had een vast inkomen waar je niets voor hoefde te doen. Ja, elke dag moest je een hoofdstuk (kapittel) uit de bijbel lezen met je medebroeders, maar je kon ook iemand aanstellen die dat in jouw plaats deed. Kanunniken woonden meestal in prachtige herenhuizen in een stad, in dit geval dus in Utrecht.

Ook in Maastricht zijn nog vrij veel zeventiende of achttiende eeuwse herenhuizen vlakbij de Onze Lieve Vrouwebasiliek of de Servaasbasiliek aan te wijzen als voormalige kanunnikhuizen. En ook in die kapittels werd een archief bijgehouden. Het archief van het kapittel van Sint Servaas  is nog niet zo makkelijk om in te zien. Om te beginnen is het verspreid geraakt: het grootste deel bevindt zich gelukkig nog in het regionaal historisch centrum te Maastricht, maar er zijn ook documenten waarvoor je naar Den Haag, Koblenz of zelfs Parijs moet gaan. In 1930 zijn echter vrijwel al de de charters en bescheiden door Dr. Doppler niet alleen geïnventariseerd, maar ook is er toen een samenvatting gemaakt van de inhoud van elk document. Daarbij zijn er ook vaak fragmenten van de originele Latijnse tekst weergegeven. Het eerst bekende charter stamt uit het jaar 800, toen was daar dus al zeker een kapittel. In twee van de jaarboeken van het Limburgs geschied- en oudheidkundig genootschap zijn deze charters weergegeven. (Jaargangen 1930 en 1931 van “Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg”). Al eerder in de twintigste eeuw werden de meer dan 1800 schepenbrieven van het kapittel op deze manier toegankelijk gemaakt. Door deze Nederlandstalige weergave zijn deze documenten voor een veel groter publiek onmiddellijk bereikbaar. Mocht je iets tegenkomen waarvan je het origineel wilt zien dan kun je snel achterhalen waar je zijn moet. Ik denk dat op termijn ook veel van deze documenten gedigitaliseerd zullen worden en vervolgens openbaar gemaakt.

Hier boven zien we een document uit 1292 uit Utrecht. Uit diezelfde periode dateert een document uit Maastricht. Het is opgesteld in opdracht van het kapittel van Sint Servaas op dinsdag 24 november 1272.

“Arnold, graaf van Loon, doet als scheidrechter uitspraak in een geschil tussen de deken en de kanunniken van Sint Servaas enerzijds, en de Brabantse bewoners van de stad anderzijds, ontstaan doordat de schout, schepenen en burgers van de hertog van Brabant gewapender hand de kerk van Sint Servaas waren binnen gedrongen en er geweld hadden gepleegd. Bij die uitspraak werden de ‘villicus, scabini et jurati ac universitas’ veroordeeld om  aan de deken en het kapittel onder ede te beloven om dergelijke feiten niet meer te plegen en dat als zij in de toekomst in de kerk van Sint Servaas of op het claustrum, met algemeen overleg en met wapenen of klokslag, ‘compulsu campane’, of enig ander teken, waarop de gemeente kan en moet uitgedaagd worden, enig geweld plegen of de immuniteit van kerk of klooster schenden, zij een boete van 200 Luikse marken zullen krijgen, welke binnen twee maanden betaald moet worden en daarnaast nog een voldoening moeten geven die in overeenstemming is met de grootte van het misdrijf. Als ze daar binnen twee maanden niet aan voldoen dan zal de bisschop van Luik hen door kerkelijke straffen daartoe dwingen.”

Dan volgen er nog een aantal bepalingen. Tot slot: degenen die nu de fout in zijn gegaan krijgen als straf dat ze blootvoets en met ontbloot hoofd in processie en met in de hand een roede in de kerk van Servaas en de week daarna in die van Onze Lieve Vrouw zich moeten vernederen. Alleen de leerlooiers die onder ede verklaren dat ze niet hebben meegedaan mogen normaal gekleed in de processie mee lopen. Als iedereen dat gedaan heeft is men ontheven van de schuld.

Het valt me vooral op dat er bepaald wordt dat je de burgers niet mag ophitsen met wapens of ,door de klokslag. De klokslag (klokkenslag, clockenslagh) is een bepaling dat bij het luiden der klokken mensen ergens toe worden opgeroepen. Blijkbaar was dat dus gebeurd. Jammer genoeg staat er niet bij wat de reden van deze ophitsing was en waarom de mensen het Servaasklooster en de kerk waren binnen gedrongen. Ook wordt niet specifiek vermeld wat de geweldplegingen daarbij waren geweest. In 1275, slechts drie jaar later,  vindt er een processie plaats die over de Maasbrug loopt. Er wordt gezegd dat er in een bepaalde processiepas werd gelopen. Hoe het ook zij: de brug stortte in en vele mensen verdronken. Deze brug was al in de tijd van de Romeinen aangelegd. Onmiddellijk daarna is begonnen met het aanleggen van een nieuwe brug, zo’n honderd meter noordwaarts, op de plaats van de huidige Servaasbrug. Het Servaaskapittel heeft van de keizer de tol- en beheersrechten over deze brug ontvangen. Even later zien we nieuwe schermutselingen, nu bij de nieuwe Maasbrug, die daarmee te maken hebben. Het is het begin van een grote oorlog, die uiteindelijk is uitgevochten bij de slag van Woeringen. De belangrijkste partijen waren daarbij de hertog van Brabant tegenover de hertog van Gelre.  Oorzaak was een erf-opvolgingsstrijd. De hertog van Limburg was zonder directe nakomelingen overleden. Maastricht was belangrijk omdat de soldaten van Brabant daar de Maas konden oversteken.

Je ziet, het lezen van slechts een enkel document uit zo’n rijk kapittelarchief, en dat plaatsen in een historische context, kan al allerlei stof tot verder onderzoek en discussie opleveren.

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen