Kwetsbaar

Hoe meer kennis er komt vanuit psychiatrie en hersenonderzoek, hoe meer afwijkingen er worden gevonden in het gedrag van kinderen die een neurologische achtergrond hebben. Zo lijken er opeens veel autisten te zijn, in verschillende gradatie, het lijkt zelfs alsof het er steeds meer worden. En ook kan deze stoornis steeds vroeger gediagnosticeerd worden. Buitenstaanders die er niets van af weten zeggen al erg snel: “er wordt tegenwoordig wel erg snel een etiketje op iemand geplakt. Iederéén is toch anders. En is het niet zo dat die ouders misschien eens moeten leren opvoeden?”  Veel kinderen met een afwijking in het autistische spectrum lijken “normale” kinderen. Ook is het zo dat veel  kinderen met autisme er pas veel last van krijgen als ze een jaar of drie zijn. Tot die tijd staat alles in hun omgeving nog enigszins los van elkaar. Maar de neiging tot ordening en plaatsing gaat bij deze kinderen anders dan bij die kinderen die deze hersenafwijking niet hebben. De ordening en plaatsing wordt bij hen in veel gevallen bijna absoluut.

Mijn oudste kleinzoon is drie maanden te vroeg geboren. De eerste tijd stond alles in het teken van overleven. Wat een lief, sterk en leuk kind. Maar ook: hoe zielig. Zijn ouders waren de eerste drie maanden afwisselend dag en nacht bij hem in het ziekenhuis. Hij kreeg alle warmte en liefde die je een kind maar toe kunt wensen. Zijn leven in de buik van mama was wreed afgebroken, maar hopelijk bleef zo de schade beperkt.

Sinds zijn geboorte bleef hij onder toezicht staan van de dokters van het Erasmus ziekenhuis. Daar werd bij een test toen hij drie was autisme vastgesteld, in de tweede graad. (ze maken er tegenwoordig drie verschillende gradaties van, autisme is zo een breed spectrum geworden). Er waren al wat vermoedens geweest van ouders en grootouders, maar alles werd nog eerder geweten aan de vroeggeboorte. Dus toch! Na een aantal maanden medisch kinderdagverblijf is hij nu toe aan de kleuterschool. Maar wat voor school? Misschien toch een gewone basisschool?

Ik zal een aantal voorbeelden van het gedrag  van deze kleinzoon geven, ik noem hem Pim. (Zo noemt hij zich zelf ook bij opa en oma, maar dat is weer een verhaal apart.)  Om te beginnen het ordeningsprincipe. Wij hebben thuis een bepaalde bezem? Hij weet waar hij staat en daar hoort hij ook te staan. Komt hij op een andere plek bij iemand anders een bezem tegen die er precies hetzelfde uitziet dan krijgt hij een onbeheerste paniekaanval. Buitenstaanders begrijpen er niets van, wat is er aan de hand? Voor ons niets. Voor hem is zijn wereldbeeld verstoord. “Die bezem moet bij oma staan!”

vork-bloempotNog een voorbeeld. Bij het kinderbordje liggen een speciaal kindermesje, kindervorkje en kinderlepeltje. Heerlijk vindt hij dat. Alles is duidelijk en overzichtelijk. Bij het tafel dekken kon ik enkele dagen geleden zijn kindervorkje niet vinden, maar beseffende dat het eten ook makkelijk met de lepel genuttigd kon worden liet ik het maar zo. Na vijf happen, we zijn allemaal lekker aan het smikkelen, begint Pim opeens onbedaarlijk te huilen. Tussen de tranen door kan hij na een tijdje vertellen: hij wil het blauwe vorkje. Zijn verdriet en boosheid lijken niet te stuiten, hij laat zich niet met een ander klein vorkje afschepen. Het vorkje wordt pas een dag later in een bloempot terug gevonden waar zijn broertje het heeft achtergelaten toen hij waarschijnlijk “tuinmannetje” was aan het spelen. Uiteindelijk heeft hij met veel geduld en liefde en na lang snikken toch nog zijn eten opgegeten.  Dat ordeningsprincipe is voor hem wezenlijk. Hij wil precies weten wat er allemaal staat te gebeuren. Nieuwe dingen zijn per definitie eng. Toch wil hij er soms aan, maar dan moet je van te voren liefst foto’s laten zien van de situatie en precies vertellen wat er allemaal gaat gebeuren. Belangrijk, bij ziekenhuisbezoeken, eerste keer naar een zwembad en ga zo maar door. Anders gaat het waarschijnlijk mis.

Ook wil hij steeds meer dat dingen perfect zijn. Ze lukken hem niet? Laat opa het dan maar doen. En hij moet nog heel veel leren. Zoals zich zelf aan en uitkleden. Gisteren vertelde hij: dat ga ik leren als ik vijf ben. Ik heb gezegd dat als je vier bent dat dat je dan moet leren om je jas en schoenen aan en uit te doen. Als hij vijf is gaat hij de rest wel leren. Hij keek me even aan en ging toen zijn schoenen aan trekken… De wereld was weer wat overzichtelijker. Vroeger kon ik nog een aantal straten voor hem tekenen op een vel behangpapier door wat lijnen te trekken, maar dat is nu eigenlijk nooit goed. Hij heeft iets in zijn hoofd en zo moet het er ook uit zien. Het probleem is dat hij het zelf niet voor mekaar krijgt. Een van de handicaps die vaak samengaat met autisme is een slechte motoriek, in dit geval versterkt door zijn vroeggeboorte. Ook dat frustreert, want dingen lukken niet zoals hij dat wil. Logisch, zo gaat dat bij elk kind. Maar bij hem resulteert dat in uitzonderlijk furieuze aanvallen, alles vliegt door de kamer. Dat speelgoedblokken tegen kleine broertjes of zusjes aan kunnen vliegen, daar kan hij zich niet in verplaatsen.

En zo kom je bij de derde uiting in zijn autistische gedrag: het zich moeilijk kunnen verplaatsen in een ander. Hij merkt uit zich zelf niet op of iemand iets leuk vindt. Dat heeft hij inmiddels geleerd doordat hij gezichtsuitdrukkingen heeft leren duiden. Hij ziet dus dat iemand boos is. Maar wat dat precies betekent weet hij niet, het maakt hem alleen maar onzeker. Iedereen moet blij zijn, dan heeft hij weer zijn houvast. Als je boos op hem bent wordt hij nog meer onzeker. Gisteren lijk ik een klein stapje te hebben kunnen maken. Ik was boos, wat ik bij hem eigenlijk nooit ben. Hij schrok daar dus vreselijk van en ik moest van hem onmiddellijk blij worden, zo zei hij met een boos gezicht. Ik maakte hem er op attent dat hij zelf ook boos was. Als hij wilde dat ik blij zou worden moest hij zelf ook blij worden. Ik trok een beetje zachtjes aan zijn wang (de blij-zijn-plooi) en hij begon spontaan te lachen. Ik lachte toen ook weer en legde de link: als jij blij bent zijn andere mensen ook blij. Het leggen van deze link heeft de hele dag gewerkt. Als hij weer gefrustreerd ergens over was kon ik hem er aan helpen herinneren en hij was er snel weer over heen: in plaats van boos was hij weer blij en dus opa ook! Hij is leerbaar. Maar de moeilijkste tijden komen nog. Help. Hij is zo lief en leuk.

We zeggen steeds: zijn grootste redding is zijn humor. Hij kan van veel dingen genieten en sommige dingen vindt hij buitengewoon grappig. Hij heeft een speciaal taalgevoel en bepaalde woorden, daar komt hij niet meer van bij. We hadden bloemen geplukt voor oma. Hij hield ze stevig vast in zijn knuistje, maar ik vertelde hem dat hij ze een beetje anders moest vasthouden, anders gingen ze knakken. Hij keek me aan, zijn gezicht werd steeds olijker. “Knakken!” en hij schaterde het uit. Zo hebben we inmiddels een hele verzameling van woordjes die hij erg amusant vindt. Het begon al toen hij twee jaar was. Zak met áárdappelen. Niet te geloven. Dát was pas grappig.

Pim heeft verder nog enkele bijzondere talenten en een unieke, eigen belevingswereld. Maar hij is zo verschrikkelijk kwetsbaar op dit moment. De buitenwereld hoort lekker spannend te zijn als je vier bent. Voor hem is die vooral bedreigend. Hij moet de tijd en ruimte krijgen om zich in zijn eigen tempo te ontwikkelen en van zijn bijzondere eigenschappen en mogelijkheden gebruik te maken.

Geplaatst in filosofie, pedagogiek | Tags: | 3 reacties

van Nelle

barcelona-ziekenhuisIn 1930 kwam de van Nelle fabriek in Rotterdam klaar, en in precies datzelfde jaar kwam ook het voornaamste ziekenhuis van Barcelona klaar. Wat hebben die met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niet veel, maar toch! In Barcelona was ik in 2010 en 2015 en zag er veel mooie dingen. Zoals dus het prachtige “Hospital de La Santa Creu i Sant Pau”. Het is een magistraal werk van Domenech i Montaner, die o.a. ook het “Palau de Musica” in de wijk Ribera ontwierp. Het ziekenhuis komt over als een ware tuinstad, met onder meer arcadisch aandoende vrijstaande paviljoenen.

barcelona-ziekenhuis3Onder de grond loopt een gangenstelsel waarmee je van het ene paviljoen in het andere kunt komen. Het geheel is opgesmukt met kleurrijke ceramiek en mozaïek.

De stijl van dit prachtige ziekenhuis is totaal anders dan de stijl van het fabriekscomplex van van Nelle in Rotterdam.  Maar behalve de datum dat beide gebouwen klaar kwamen, 1930,  zijn er nog meer raakvlakken.

vannellefabriek1In 1926 maakte Kees van der Leeuw, toen al directeur van de oude Van Nelle Fabriek,   een studiereis door de Verenigde Staten. Hij was zeer onder de indruk van het functionalistische bouwen. En in datzelfde jaar nog werd het eerste beton voor de fundering gestort. Het procedé met betonnen heipalen was in Nederland in die tijd nieuw. In 1930 was de bouw van het hele fabriekscomplex voltooid, net dus als ook het ziekenhuis in Barcelona. Bij de totstandkoming was er samengewerkt met o.a. Gropius, de grote architect die Bauhaus in Weimar had opgericht. Voor de mensen die iets van klassieke muziek afweten: Gropius was van 1915 tot 1920 getrouwd met Alma Mahler, de weduwe van de in 1911 overleden beroemde componist. Maar dit terzijde. Over het contact tussen Bauhaus en de architecten van de van Nelle Fabriek is op dit moment een kleine tentoonstelling in de tentoonstellingsruimte van de van Nelle Fabriek ingericht. Nog groter gaat uitgepakt worden in 2019, het Bauhaus jaar.

Zaterdag en zondag, bij Open Monumentendag, waren er rondleidingen in de van Nelle fabriek. Wij kozen voor de langst durende, een rondleiding van bijna twee uur. En in die tijd kwam je aardig wat te weten. Waarom werd de nieuwe fabriek in de Spaanse polder gebouwd? Omdat die braak lag, omdat die aan de Schie lag en omdat  vlakbij ook nog eens de trein liep. Het was dus een perfecte locatie, vooral om logistieke redenen.

vannellefabriek2Kees van der Leeuw, de toenmalige directeur, was theosoof. (Net als van Itten trouwens, een van de docenten van Bauhaus!) Op de bovenste verdieping liet hij een koepeltje bouwen dat moest dienen als meditatieruimte.

vannellefabriek-koepelIn de hoogtijdagen werkten er maar liefst 1722 mensen. Voordat ze aan het werk gingen moest iedereen zich altijd eerst wassen. Ook waren er moderne WC’s, en vooral was er overal heel veel licht. Hij probeerde zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren. Het zou ook gezond zijn als de arbeiders aan sport deden, dus er werden sportvelden aangelegd. En een tuin met een groot grasveld waar iedereen mocht gaan zitten in het gras. Ook was er een ruimte waar toneel kon worden gespeeld. Kortom: als je bij van Nelle werkte dan had je het goed voor elkaar.

En dan kom ik toch weer bij Barcelona en de idealen van Montaner met zijn ziekenhuis. Ziek zijn was al vervelend genoeg. Om te genezen probeerde de architect dat ook de omstandigheden in het ziekenhuis zo goed mogelijk waren. Als je daar verzorgd werd dan had je een goede locatie.  Voor die tijd was alles er ruim, modern, maar vooral ook aantrekkelijk door de prachtige vormgeving van alle paviljoenen.

De idealen van Gropius en de andere leden van Bauhaus sloten bij deze visie aan. Twee jaar voor de van Nelle fabriek gereed kwam was Gropius  gestopt met zijn voorzitterschap van Bauhaus dat in 1925 overigens verplaatst was van Weimar naar Dessau. In 1930 was de nieuwe directeur Mies von der Rohe. Deze architect ontwierp het Duitse aandeel van de wereldtentoonstelling in Barcelona in 1929. Een van de ontwerponderdelen, een villa, is helemaal gereconstrueerd en deze kun je nog steeds in Barcelona zien.

miesvonderrohe

Ik had ook nog een uitstapje naar Wenen kunnen maken, waar Gropius vandaan kwam. Waar nog voor de eerste wereldoorlog in de Wiener Werkstätte met liefde met de hand prachtige gebruiksvoorwerpen werden gemaakt, niet voor de elite, maar voor de gewone man! En waar Schönberg zijn arbeiderskoren dirigeerde. Het was een fascinerende tijd. Er was hoop, de toekomst was veelbelovend. Na de eerste wereldoorlog bleef dat enthousiasme nog een tijd voortduren. Pas toen de nazi’s aan de macht kwamen werd het wereldbeeld ruw verstoord. Gropius vluchtte net als Schönberg naar Amerika.

Maar de van Nelle fabriek heeft zelfs de tweede wereldoorlog overleefd. Op dit moment is het een monument met Wereld Erfgoedstatus. Op de zevende verdieping kun je alles wat daarmee te maken heeft zien. De andere verdiepingen zijn verhuurd aan allerlei bedrijven. Het pakhuis wordt gebruikt om er allerlei activiteiten te laten plaats vinden zoals theater, muziek en dansfeesten. Een mooi stukje geschiedenis is behouden gebleven!

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het individu

‘Wie is deze man? ‘ De straatinterviewer liet een afbeelding van een groot schilderij van Calvijn zien. Niemand herkende hem. ‘Wat zegt de naam Calvijn je?’ Ook nu weer grote ogen: waar heeft die man het over. Deze onderdelen uit de documentaire serie van KRO-NCRV over het calvinisme in Nederland spraken voor mij boekdelen. Bezig zijn met religie, en er iets van af weten is een marginaal verschijnsel geworden. Natuurlijk, in de bible belt en in een aantal kringen is de kerk en de religie die er bedreven wordt nog springlevend, maar ik denk dat misschien wel  80% van de mensen van wie de ouders nog Christelijk gedoopt zijn inmiddels van de kerk is vervreemd.

De kerk en de religie hebben een structurerende functie. Je gaat elke week naar de kerk en probeert inspiratie op te doen bij wat je daar hoort en mee maakt. Ook met elkaar praten in groepen over levensvraagstukken heeft een sociaal bindende en structurerende functie. In de loop van de tijd zijn er onder invloed van de verlichting humanistische genootschappen ontstaan die een dergelijke functie hebben. En ook enkele meer vrijzinnige kerkgenootschappen zoals die van de Remonstranten doen daar aan denken.

Yuval Noah Harari denkt dat inmiddels ook het humanisme zijn beste tijd gehad heeft. Waar het Christendom God centraal stelde, daar stellen de humanisten de mens, het individu centraal. Maar wat is dat eigenlijk een individu? Een wezen met een vrije wil? Wat is vrije wil?

De mens is nu bezig om zich zelf te vervolmaken. Ziektes moeten worden uitgebannen. De dood moet overwonnen worden of in ieder geval zo lang mogelijk worden uitgesteld. De wereld lijkt steeds meer maakbaar. De mens is zelf een soort God geworden. Maar een God die zich zelf niet meer in de hand heeft. We denken dat we een vrije wil hebben. Experimenten hebben aangetoond dat we wel verlangens hebben, maar in essentie geen vrije wil. En dat toeval eerder een reden is om iets te doen dan vrije wil. Je hebt een gedachte. Heb ik een minuut geleden besloten om dit te denken? Of kwam het gewoon bij me op? Ik besluit de komende minuut uit vrije wil nergens aan te denken. Na een minuut kom ik er achter dat ik aan van alles heb gedacht, zonder het te willen. Er zijn ”roboratten” gemaakt die in de toekomst gebruikt kunnen worden om bijv. overlevenden te vinden onder ingestorte gebouwen. Roboratten zijn echte ratten bij wie elektroden zijn geplaatst in de sensorische centra, waaronder ook de beloningscentra. Deze worden getraind en kunnen op afstand worden bediend als ware het robots. Ze kunnen op bediening naar links of rechts lopen, ladders op klimmen enz. Het schijnt dat de dieren het nog leuk vinden ook. Als je de genotscentra activeert wanen ze zich in het nirwana van de ratten. Men denkt dat de rat het niet eens in de gaten heeft dat hij “bestuurd” wordt. Zijn verlangens worden bestuurd. Zou je de rat kunnen vragen: – heb je een eigen wil? – dan zou hij waarschijnlijk zeggen: -natuurlijk heb ik een eigen wil, kijk maar: ik wil naar rechts en ik ga ook naar rechts.-  En we weten nu dat de mens net zo makkelijk te manipuleren valt. Men is al in staat door de goede hersendelen te activeren of juist te blokkeren bepaalde vormen van extreme depressie compleet uit te bannen. Een patiënt klaagde een paar maanden na de operatie dat hij een terugval had en was overvallen door een ernstige depressie. Na een korte inspectie vonden de artsen de oorzaak van het probleem: de accu van de computer was leeg. Toen ze de accu hadden vervangen was de depressie zo weer weg.

Zo lijken we op de rand te staan van een gedenkwaardige revolutie. Wat is belangrijker: intelligentie of bewustzijn? Voor legers en bedrijven is het antwoord heel simpel: intelligentie. En de mens kan op steeds meer fronten vervangen worden door geprogrammeerde machines, die complexe  taken steeds beter voor elkaar krijgen. Hoe weet de British National Health service dat er in Londen een griepepidemie is uitgebroken? Twee dagen nadat iemand griep heeft wordt er in een aantal gevallen een dokter geraadpleegd. Zo ontstaat er langzamerhand een zeker beeld.  Google weet het in enkele minuten. Bij griep horen een aantal symptomen. Als opeens in Londen veel van de betreffende symptomen worden ingetypt in google dan weet je hoe laat het is, het algoritme van google zegt: griepepidemie!  Je DNA kan nu al snel geanalyseerd worden waarna je een lijst krijgt van genetische vatbaarheid, van kaalheid tot blindheid. In landen als China waar de privacywetgeving bijna nihil is zal de kennis die er uit deze databases gehaald wordt al snel immens zijn. Over een tijd zal er een alwetende gezondheidsdienst zijn die ons tegen alles zal kunnen beschermen. Wat weten we, wat denken we? We denken het te weten. Eigenlijk weet facebook dat van heel veel mensen nu al beter dan wij zelf. Een experiment liet een man zijn eigen vrouw beschrijven. Dat werd op schrift gesteld. Toen werd gekeken op welke berichten de vrouw in facebook een like zette. Na 100 likes wist facebook hier een goed geheel van te maken, en maakte een beschrijving van de vrouw. Beide beschrijvingen werden aan de vrouw voorgelegd. Zij herkende zich meer in die van facebook dan in die van haar eigen man… Het programma Cortana (in de toekomst ingebouwd in elke windows versie), het programma Google Now en het programma Siri van Apple gebruiken algoritmen die ons continu bestuderen en hun verzamelde kennis gebruiken om ons producten aan te bevelen. Iets dergelijks ervaren we op nog redelijk onschuldige schaal nu al dagelijks. Ik zit in de mailinglijst van het bedrijf expert. Ik kreeg een aanbieding te zien van samsung beeldschermen. Om het goed te bekijken klikte ik er op en bestudeerde het een en ander uit nieuwsgierigheid in de browser. Ik heb ook een app die me informatie over het weer laat zien. Telkens als ik die app activeer dan verschijnt er eerst reclame. Dit keer, een dag later, kreeg ik voordat ik de slechte weerberichten kon bestuderen eerst reclame over beeldschermen van samsung…

Op pagina 356 zegt Yuval Harari: “Op dit moment hebben bedrijven en overheden mijn individualiteit heel hoog zitten en beloven ze medicijnen, onderwijs en amusement te leveren die perfect bij mijn unieke wensen en behoeften passen. Maar om dat te kunnen doen, moeten die bedrijven me eerst onderverdelen in biochemische subsystemen, ze moeten die subsystemen monitoren met alomtegenwoordige sensoren en de werking ervan ontcijferen met behulp van sterke algoritmen. In dat proces zal het individu niets meer blijken te zijn dan een religieuze fantasie. De realiteit wordt een maaswerk van biochemische en elektronische algoritmen, zonder duidelijke grenzen en zonder individueel centraal zelf.

Heel subtiel, heel geleidelijk worden we in deze ontwikkelingen meegezogen, of we willen of niet. Kinderen, en dat is onze toekomst, worden nog sterker dan volwassenen meegezogen. Het is gelukkig niet het enige facet van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Persoonlijk denk ik dat er nog allerlei ontwikkelingen kunnen aankomen die nu nog nauwelijks worden opgemerkt, en die wel eens veel invloedrijker zouden kunnen zijn. Deze maatschappij dreigt door de ontwikkelingen hierboven beschreven op menselijk vlak dol te draaien. En daarmee zouden er wel eens niet voorziene krachten los gemaakt kunnen worden. En zal blijken dat Homo Deus ook weer een fictie is. Er zal misschien toch weer meer tussen hemel en aarde blijken te zijn. Waar we deel van uitmaken. Ik denk dat de mens meer is dan een algoritme. Net als plant en dier.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Religie en spiritualiteit

Yuval Noah Harari zegt in zijn boek “Homo Deus”: religie geeft een allesomvattende omschrijving van de wereld en biedt ons een heel specifieke deal met vooropgestelde doelen. God bestaat. Hij vindt dat we ons op een bepaalde manier moeten gedragen. Als je God gehoorzaamt mag je naar de hemel. Als je hem niet gehoorzaamt zul je branden in de hel. Deze deal is zo duidelijk omschreven dat de samenleving er algemene normen en waarden mee kan opstellen die het menselijke gedrag reguleren.’

Spiritualiteit is wat anders. Die komt voort uit het dualisme. Volgens het dualisme schiep de goede god zuivere, eeuwige zielen die in een gelukzalige geesteswereld leefden. Maar de boze god – soms Satan genoemd – schiep een andere wereld, een materiële. Het dualisme zegt dat de mensen deze materiële boeien moeten verbreken en terug naar de geesteswereld moeten reizen, die ons volslagen onbekend is, maar waar we van nature thuishoren. Tijdens deze zoektocht moeten we alle materiële verleidingen en deals afwijzen. Deze zoektocht op weg naar een onbekende bestemming noemen we een spirituele reis, afgeleid van spiritus, wat ‘geest’ betekent.

Een van de meest dualistisch ingestelde godsdiensten was die van de Katharen. Bezit was bij hen iets dat je af moest zweren. Ook waren de katharen niet geneigd om de overheid slaafs te volgen. Hun eigen zoektocht naar de waarheid stond hoger. Wetten en bepalingen waarbij je iets moest zweren waren bij hen taboe. Mensen die denken boven de overheid te staan? Dat kon niet getolereerd worden. De Albigenzische kruistocht heeft het katharendom weten uit te roeien.

Op pagina 197 lezen we: ‘vanuit historisch perspectief heeft de spirituele reis altijd iets tragisch, want het is een weg die eenzaam wordt afgelegd, en niet met de hele samenleving. Zo gebeurde het vaak dat de spirituele reizen van dualisten uitmondden in een nieuw religieus bestel. Het gebeurde met Maarten Luther die eerst de wetten, instituten en rituelen van de katholieke kerk verwierp en vervolgens nieuwe wetboeken schreef, nieuwe instituten vestigde en nieuwe ceremoniën bedacht. Het gebeurde zelfs met Boeddha en Jezus, die met hun onverzettelijke zoektocht naar de waarheid de wetten van het hindoeïsme en het judaïsme ondermijnden. Maar uiteindelijk zijn er in hun naam meer wetten, meer rituelen en meer structuren gecreëerd dan in naam van wie dan ook.’

Een van de pijlers van de religie “Christendom” is de bijbel. De meeste aanhangers gaan er van uit dat de bijbel door God is gedicteerd en dus onvoorwaardelijk nagevolgd dient te worden. Hierbij ontstaan gelijk twee problemen. De bijbel staat vol met allerlei verhalen die deels een symbolische functie hebben en die op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Je kunt er feitelijk vele kanten mee op. Het tweede is dat wetenschappelijk vast staat dat de bijbel door meerdere schrijvers is samengesteld die soms eeuwen later dan een voorganger leefden.  Yuval Harari schrijft op pagina 204: ‘Om een lang verhaal kort te maken: de meeste serieuze wetenschappers zijn het erover eens dat de bijbel een verzameling van allerlei teksten is die door verschillende menselijke auteurs is geschreven, eeuwen na de gebeurtenissen die ze naar eigen zeggen beschrijven, en dat deze teksten pas heel lang na de tijd die ze beschrijven zijn samengevoegd tot één heilig boek. Om een voorbeeld te geven: Koning David leefde voor zover wij weten rond 1000 voor Christus maar er wordt algemeen aangenomen dat het boek Deuteronomium rond 620 voor Christus is opgesteld aan het hof van koning Josia van Juda, als onderdeel van de propagandacampagne die het gezag van Josia moest versterken. Leviticus is zelfs nog later samengesteld, in elke geval niet voor 500 voor Christus.‘ Iets verder op lezen we: ‘naar ons beste wetenschappelijke weten weerspiegelt het verbod op homoseksualiteit uit Leviticus niets verheveners dan de vooroordelen van een paar priesters en geleerden in het oude Jeruzalem.’

Eveneens op pagina 204: ‘Over het idee dat de antieke Joden de Bijbelteksten zorgvuldig intact lieten, zonder toevoegingen of weglatingen, kunnen wetenschappers melden dat het Bijbelse Jodendom helemaal geen religie was die om de Heilige Schrift draait. Het was eerder een typische cultus uit de ijzertijd die erg veel leek op buurgeloven uit het Midden-Oosten. Er waren geen synagogen, jesjiva’s of rabbi’s en er was zelfs geen bijbel. Er waren alleen uitvoerige tempelrituelen, waarbij veelal dieren werden geofferd aan een na-ijverige hemelgod, zodat die zijn volk zou zegenen met tijdige regenval en militaire overwinningen. De religieuze elite bestond uit priester-families, die hun functies vervulden op grond van geboorte en niet dankzij hun intellectuele vaardigheden. De grotendeels analfabete priesters hadden het druk met hun tempelceremonieën en hadden weinig tijd om heilige geschriften te schrijven of te bestuderen. In de tijd van de Tweede Tempel ontstond langzamerhand een rivaliserende religieuze elite. Deels door Perzische en Griekse invloeden kregen Joodse geleerden welke teksten interpreteerden steeds meer bekendheid. Deze geleerden werden uiteindelijk rabbi’s genoemd en de teksten die ze opstelden gingen “de Bijbel” heten. Er ontstond een botsing tussen de oude priesterfamilies en de nieuwe geletterde elite. Gelukkig voor de rabbi’s legden de Romeinen in het jaar 70 Jeruzalem in de as. Met tempel en al. Nu de tempel was verwoest verloren de priesters hun religieuze autoriteit, hun economische machtsbasis en hun hele raison d’être. Zo ontstond er een nieuw jodendom. Geen woeste krijgers, priesters en tempels meer, maar een jodendom van boeken en het interpreteren van boeken.’

Wat kunnen we uit dit alles leren? Dat de bijbel en ook andere religieuze boeken gevaarlijk kunnen zijn. Boeken waar  al honderden jaren misbruik van wordt gemaakt om allerlei dingen te rechtvaardigen en om dubieuze wetten en regels te legitimeren. Dat religies vooral als functie hebben om een samenleving te structureren. In het ergste geval om minderheden of andersdenkenden zwart te maken, gevangen te zetten, te verbannen of te doden. Dat daarentegen spiritualiteit, een onderdeel van vele religies, de mens kan helpen om zich als individu te handhaven en de medemens te helpen. Religie zonder zelf-onderzoek, zonder openheid en nieuwsgierigheid, maar vol met dogma’s en wetten, is een gevaarlijk fenomeen. Zoals het verleden heeft getoond en helaas ook het heden nog voortdurend laat zien.

Yuval Noah Harari doceert geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem. De schuingedrukte delen zijn citaten uit zijn boek “Homo Deus”.

 

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Censuur

De film Jesse Klaver mocht niet uitgezonden worden. Bang dat de rechtse propagandamachine de publieke omroep in een kwaad daglicht zou gaan stellen besloot men tot zelfcensuur. Vorig jaar mocht de zomergast Rutte een half jaar voor de verkiezingen wel een hele avond zich zelf zo gunstig mogelijk op de kaart zetten. De linkse lobby bleek minder krachtig dan de rechtse, de publieke omroep pleegde toen geen zelfcensuur.  In de Volkskrant staat vandaag een uitgebreid artikel over de censuur in China, waar elk mogelijk dissident geluid steeds meer in de kiem wordt gesmoord en het hele onderwijsprogramma vanaf vandaag met nieuwe boeken helemaal volgens de strengste communistische ideologie is vormgegeven.

Dit alles kan op de lange duur verstrekkende gevolgen hebben. Kijk maar naar ons eigen verleden. Censuur is ook hier lang vanzelfsprekend geweest. Toen Nederland zich los had gemaakt van Spanje, eind zestiende eeuw, begon er een intensieve propagandacampagne, vooral gericht op de verheerlijking van het protestantisme en het zwart maken van alles wat paaps was. Niet welgevallige boeken kwamen op de censuurlijst en uitgevers of boekhandelaren die zich er niet aanhielden werden zeer zwaar bestraft. Na enkele generaties was de calvinistische cultuur al tot basis geworden van het algemene denken. Intussen wist vanaf ongeveer 1580 de katholieke kerk in de Zuidelijke Nederlanden, maar ook in Noord-Brabant en Limburg zich onder het Spaanse regime te handhaven. Ook hier deed al snel een uitgebreide propagandamachine zijn werk.  En ook hier weer kwamen er strenge censuurlijsten. De contrareformatie en de scholen en universiteiten die helemaal in die geest het nieuwe onderwijs verzorgden leverden de bestuurders af. Deze zorgden er voor  dat alles overal werd nageleefd in de goede katholieke geest. Dat deden ze zo grondig en diep dat toen Frederik Hendrik zo’n halve eeuw later eerst Noord-Brabant en later ook delen van het huidige Limburg veroverde het katholieke denken daar al zo sterk was ingeburgerd, dat het er bijna niet meer uit te slaan was. Zelfs het verbieden van de diensten in de kerken, welke massaal werden overgedragen aan de protestanten, mocht nauwelijks baten. Om een en ander bestuurlijk te kunnen runnen werd er een elite uit Holland gehaald, er waren nauwelijks Brabanders of Limburgers te vinden die zich bekeerden en zich er voor wilden lenen.  Stemrecht werd de burgers van deze nieuwe grenslanden ontzegd, alhoewel daar vooral ook een economische reden aan ten grondslag lag. De textielindustrie van Brabant mocht niet concurrerend worden met die van Leiden…

We noemen Hollanders nog steeds een koopmansvolk. Mensen die zich snel en flexibel kunnen aanpassen, als het maar geld kan opleveren. Maar de grootste handelsstad van de zestiende eeuw was Antwerpen. De mentaliteit in die stad zal niet zoveel anders zijn geweest dan die in Amsterdam. Nu ervaren we wel degelijk een behoorlijk verschil. De Hollandse kooplieden zijn doordrenkt met een calvinistisch sausje, zo van: doe maar gewoon en zunig. De Antwerpenaren hebben het katholieke sausje behouden en dat  heeft zich zelfs onder invloed van de contrareformatie versterkt. Processies, katholieke feestdagen, biechten en er daarna weer op los leven. Na de Franse tijd mocht dat ook weer in steden als Den Bosch en de katholieke emancipatiebeweging van de negentiende eeuw startte een enorm propaganda-offensief om de aloude “waarden” ook daar weer in ere te herstellen.

In deze tijd lijken godsdienstige tegenstellingen binnen het Christendom hun beste tijd gehad te hebben. KRO en NCRV zijn versmolten tot KRO-NCRV. RKK en IKON zijn opgeheven. Toch zijn de culturele verschillen nog vrij sterk, alhoewel ze denk ik steeds meer zullen vervagen. Er zijn talloze factoren die ik niet genoemd heb, die er mede voor gezorgd hebben dat er culturele verschillen zijn ontstaan tussen Noord en Zuid. Maar ik denk dat de basis is gelegd, niet alleen in politieke zin in de periode 1580-1630, maar ook vanuit de propaganda- en censuurmachines in die tijd. En dat alles is nog steeds merkbaar.

Hoe het in China zal gaan moeten we afwachten.  Als de propagandamachine daar goed blijft werken zullen de Chinezen van de toekomst een trots volk zijn dat ver af staat in denken van de mensen in het Westen. Wat zal de beste houding zijn van westerse wereld? Ik denk dat dialoog en vooral culturele uitwisselingen hoog op de agenda moeten staan. Wederzijds respect en bewondering. Want het Westen is absoluut niet zaligmakend, in veel opzichten zelfs het tegendeel. En laten wij blijven zoeken naar de echte basiswaarden van een goede samenleving:  zelfkennis en respect voor de ander. Laten daar de oude Chinese wijzen nu juist veel van af weten..

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , | 1 reactie

Muziek van de kosmos

Onlangs was er een concert in Bergeijck waarbij de muziek van een boom ten gehore werd gebracht. We lezen op de website van Omroep Brabant:

De boom kreeg hulp van de Amsterdamse kunstenaar Bert Barten die al een poosje bezig is met de geluiden die bomen maken. Voor het eerst zal hij die geluiden aan het publiek laten horen, samen met zijn vriend Scot Gresham-Lancaster. Vrijdagavond was het tweetal al een beetje aan het proberen.

 “De twee hangen een boom vol met apparaatjes die allerlei dingen meten. De sapstroom bijvoorbeeld, een beetje boom zuigt per dag 170 liter water op, of de fotosynthese, het proces waarmee een boom uit zonlicht bladgroen maakt. Het zijn zeg maar de levenstekens van een boom die via de apparaatjes van de twee kunstenaars stroomstootjes leveren. Die stroomstootjes jaagt Scot door een prachtige synthesizer en dan is er opeens… de muziek van de boom.“

In de zeventiger jaren zag ik een stuk van Cage, waarbij cactussen en andere planten werden gebruikt om muziek mee te maken. Een keer leuk om, vooral naar te kijken en je te verwonderen over de geluiden en het geheel, maar daarna hoeft het voor mij niet meer. Dit soort experimenten valt voor mij in de orde  van kunstwerken die gebaseerd zijn op oorspronkelijke ideeën, maar die al snel vervelend worden en niet kunnen wedijveren met kunstwerken die blijvend ontroeren.

Zo ook de muziek van de boom in Bergeijck. Maken bomen en planten dan geen muziek? Ja zeker, maar daar heb je geen synthesizer voor nodig. Net als dat de hele natuur muziek maakt. Ik wil graag een stukje vertalen uit een boek van Hazrat Inayat Khan. Het boek heet “the mysticism of Sound and Music”. Het deel dat ik vertaal komt uit hoofdstuk 3, met als titel “The music of the spheres”. De muziek van de sferen. Deze titel doet me denken aan het oude idee dat elke planeet en ook de sterren een eeuwigdurende muziek ten gehore brengen.  Pythagoras begon er al mee. In de middeleeuwen werd het idee zo mogelijk nog meer populair. (Zo’n middeleeuws handgeschreven boek met dit onderwerp mocht ik ooit in mijn handen hebben..  Voor 80.000 euro had ik me de trotse eigenaar mogen noemen..) Volgens die ideeën zou de logica van onze toonladders een kosmische oorsprong hebben. Een gedachte die me altijd heeft gefascineerd, aangezien de kracht van tonen uit de toonladder, en ook samenklanken, naar mijn idee gebaseerd is op enkele wiskundige verhoudingen die we in de natuur terug zien, (in de kosmos)  maar die we in de muziek ook echt ervaren, voelen, gewaarworden en die daar zelfs kunnen ontroeren. Hierover heb ik al meerdere blogs geschreven.  (Kijk bij de rubrieken muziek of astronomie). Nu het citaat uit bovengenoemd boek van Hazrat Inayat Khan:

“De muziek der sferen. Door deze titel wil ik niet mijn lezers aanmoedigen om bijgelovig te worden, of hen het idee geven dat ik me begeef in curieuze omgevingen. Maar door dit onderwerp wil ik de aandacht vestigen op hen, die zoeken naar waarheid door middel van de wetten van de muziek, welke werkzaam zijn in het hele universum. Het zijn de wetten van het leven, de wetten van het gevoel voor verhoudingen, de wetten van harmonie, de wetten die iets zeggen over welke dingen disbalans veroorzaken, de wetten die verborgen zijn achter al de aspecten van het leven. Het zijn de wetten die dit universum in stand houden, en die de lotsbestemming veroorzaken van het hele heelal op weg naar zijn doel.

De muziek zoals we die in het menselijke leven kennen is slechts een miniatuurvoorstelling van de muziek van het universum. Onze intelligentie heeft iets weten af te schrapen van de muziek van de harmonie van het hele universum, dat door ons heen zijn werk doet. De muziek van het universum zou je kunnen zien als de achtergrond van het plaatje dat wij muziek noemen. Ons gevoel voor muziek, en de aantrekkingskracht die muziek op ons heeft, laat zien hoe diep muziek in ons eigen wezen verankerd is.  Muziek is de basis van het hele universum. Muziek is niet alleen het grootste object van het leven, het leven zelf is muziek.

In het oosten bestaat er een verhaal dat zegt dat God in klei een afbeelding maakte van zich zelf. Toen sprak hij tot zijn ziel en beval hem in die afbeelding te stappen. Maar de ziel weigerde om in zijn gevangenis te stappen, want van nature wilde hij vrij rond bewegen. Toen vroeg God aan zijn engelen om  muziek te spelen en de ziel raakte in extase. Door deze extase stapte de ziel in het lichaam, om zo meer duidelijkheid te krijgen over wat muziek was. De legende leert ons hoe onze muziek ons inzicht geeft in wat niet alleen muziek is, maar ook wat God en het leven is.”

Wat ik hier lees komt heel erg overeen met hoe ik het al eerder formuleerde: muziek is een ingangetje tot het geheim van het leven. Door middel van muziek bereiken we dingen die eigenlijk niet benoembaar zijn.

Hazrat Inayat Khan schrijft een heel boek over dit onderwerp. Hij benoemt de dingen zoals ik ze voel. Onder een immense sterrenhemel, of op een bergtop, of in iets mindere mate gewoon thuis in de tuin kijkende naar een wesp, ervaar ik de muziek van de natuur. De achtergrondmuziek die altijd overal aanwezig is.

Nog een klein dingetje uit dat hoofdstuk:

“Soms zijn er twee mensen die het niet met elkaar eens zijn. Dan komt er een derde persoon en alle drie worden ze het met elkaar eens. Is dit niet ook de natuur van muziek? Hoe beter je de harmonie van de muziek bestudeert, en ook de menselijke natuur bestudeert, hoe meer je er achter komt dat het allemaal muziek is.” En: “wie is er een gelukkig persoon? Dat is degene die bereid is vriendelijk te zijn tegenover iedereen. En niet alleen tegenover mensen, maar ook tegenover dingen en dingen die hem overkomen. Hierdoor worden muren die mensen in zich zelf gevangen lijken te houden opengebroken”.

Vandaag schreef Arnon Grünberg in de Volkskrant: “Ik houd het gedachtengoed van Wilders voor afkeurenswaardig. Toch hoop ik dat hij een lang en gelukkig leven heeft”.

Ik stapte gisteren af van de fiets. Wat een mooi gezicht, een hele berm vol met hazenpootjes! Ze maakten me blij. Ik ervoer de muziek van de kosmos.

hazenpootje-bermhazenpootje-klein

Geplaatst in Astronomie, filosofie, muziek, natuur | Tags: , , , , , | 1 reactie

Wilhelmus (2)

Wilhelmus van Nassouwe

Het Nederlandse volkslied is niet alleen de oudste nationale hymne van de wereld maar voor mij ook de allermooiste. En dan met name op de melodie zoals die in de Nederlandtsche Gedenck-clanck van Adriaen Valerius is opgetekend. En zoals die tegenwoordig ook meestal wordt gezongen. Vandaag stonden er in de Volkskrant weer een aantal ingezonden stukjes over dit volkslied. Een schrijver beval de versie aan die de Camerata Trajectina er van heeft gemaakt. Een prachtige uitvoering inderdaad, constateerde ik op youtube.

Een pittig tempo, meerstemmig en met smaakvolle tegenmelodieën. Zoals dat alleen door een professioneel gezelschap kan worden uitgevoerd. Haal je de meerstemmigheid weg dan blijft er een melodie over die niet onaardig is, maar naar mijn idee ver achter blijft bij de versie zoals die opgetekend is door Valerius in 1626. De versie van Camerata Trajectina, oorspronkelijk van Melchior Franck, staat in een strakke 4/4 maat, terwijl de versie van Valerius veel beweeglijker is en meerdere passages kent die in een driekwartsmaat staan. Niet geforceerd, alles klinkt heel natuurlijk. Zowel in metrisch/ritmisch opzicht als in melodisch opzicht. Hieronder de melodieën van Franck en die van Valerius

wilhelmus-franck

wilhelmus-valerius

Waarom is die tweede melodie zo mooi?

wilhelmus-motieven

In bovenstaand schema vormen de motieven 1 en 2 een voorzin en een nazin. Intern zien we drie motieven, een kort opmatig motief a, een iets langer motief b dat op een zware tel begint, en een nog langer motief c dat met een heel korte opmaat begint. Deze drie contrasterende motieven maken er gelijk een zeer beweeglijk en boeiende volzin van. Deze volzin wordt herhaald, dat is in bovenstaand schema niet weergegeven.

Dan komt het middendeel, dat met een driekwartsmaat begint waardoor het onmiddellijk een stuwende werking krijgt. Bovendien worden hier de hoogste tonen bereikt, letterlijk zien we hier het hoogtepunt van het lied. Dit middendeel heeft de structuur van een ontwikkelingszin: een kort motief d, met een even lang antwoord e  en daarna een ontwikkeling f die twee keer zo lang is. Die ontwikkeling heeft een vertragend effect doordat de driekwartsmaat bij dit motief f weer overgaat in een tweekwartsmaat.

De laatste zin lijkt weer op de eerste, er wordt weer met de zelfde twee noten begonnen (de noten C en F). Motief 5 en 6 vormen samen weer een voor- en nazin, waarbij de voorzin in een driekwartsmaat staat, de nazin in een tweekwartsmaat. Hierdoor ervaren we opnieuw een natuurlijke vertraging.

Ook is er over al de melodische facetten in dit lied iets te vertellen. Ik heb de  melodische relaties weergegeven door middel van rood, groen en blauw. Ook hierdoor ontstaat een wonderschone eenheid.

Een en ander leg ik ook nog eens mondeling uit in onderstaande video.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , | 1 reactie