Het leven en het zwarte gat

zwartgatDe vorige week verscheen er een foto van een zwart gat. Een mooie sprekende foto. Zwarte gaten kun je per definitie niet zien. Toch zie je hier een foto met een zwart centrum en daaromheen een gebied dat er niet overal hetzelfde uitziet. Dat omgevingsgebied kun je blijkbaar wel zien. De foto is gemaakt door de beelden van veel telescopen die exact op elkaar waren afgesteld te combineren. En door dan van alle data een combinatie te maken en daar weer een kleurenplaatje van te maken krijg je niet alleen als leek een beeld, maar volgens de berichten ook iets waar wetenschappers van alles uit kunnen afleiden.

Ik heb enkele maanden geleden het laatste boek van Stephen Hawking gelezen, samengesteld uit artikelen waar hij voor zijn  dood een jaar geleden nog mee bezig was en die nu gebundeld zijn. Een hoofdstuk gaat over zwarte gaten. Als je dat leest kom je er al snel achter dat je, zelfs wanneer je een bèta-iemand bent zoals ik, echt wel natuurkunde gestudeerd moet hebben om het te kunnen volgen. Toch kreeg ik een idee van hoe het werkt.

Het begint met aantrekkingskracht. Ik gooi een bal omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een kanonskogel omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een raket met een bepaalde snelheid omhoog en hij valt niet terug op aarde, sterker nog, ik kan hem als een satelliet om de aarde, de maan, of Mars laten draaien. Als de snelheid, de zogenaamde ontsnappingssnelheid, maar groot genoeg is. Op aarde is de ontsnappingssnelheid veel groter dan op de maan. Daar is veel minder energie nodig om weg te komen. De zwaartekracht is er veel kleiner. De zwaartekracht op de zon is honderden keren zo sterk als die op aarde.

Om de aarde draait de maan, de aarde draait om de zon, en de zon draait om de kern van ons melkwegstelsel. Zwaartekracht kan dus nog werkzaam zijn op zeer grote afstanden, mits de snelheid van de bewegende lichamen maar groot genoeg is. We kijken dan feitelijk naar al deze hemellichamen en hun positie in het verleden. De dichtstbijzijnde sterren zijn al gauw enkele lichtjaren verwijderd, en de kern van ons melkwegstelsel is duizenden lichtjaren verwijderd.

  • Wat is een zwart gat? Als er een object bestaat dat zo zwaar is dat zelfs een foton, een lichtdeeltje, niet snel meer genoeg is om te ontsnappen, dan vallen al die fotonen terug op dat object. Het licht is niet meer in staat om weg te komen, we kunnen niets zien van het object. We hebben dan een zwart gat.
  • Hoe ontstaat een zwart gat? Het moet gaan om een extreem zwaar object. Dat gebeurt als een ster aan het einde van haar leven is. Althans als de ster groot genoeg is. Helium en waterstof zijn opgebrand, de ster gaat imploderen en dat betekent dat alle verdere materie steeds dichter op elkaar komt te zitten, zo dicht dat het object uiteindelijk zo zwaar is dat het licht niet meer kan ontsnappen. Als de originele ster niet groot genoeg is dan zal ditzelfde proces ook plaats vinden, maar wat er dan over blijft is niet zwaar genoeg om het licht vast te houden. Zo’n ster die geïmplodeerd is kunnen we dan nog steeds zien. Het wordt een kleine dwergster. Dit zal in de verre toekomst ook het lot zijn van onze zon. Hij zal nooit tot een zwart gat kunnen worden. Hij is te klein.
  • Welke wetten gelden er in een zwart gat? We kunnen hun massa meten, hun elektrische lading meten en we kunnen het impulsmoment meten. Het impulsmoment zegt iets over de snelheid van draaien en de draairichting van het zwarte gat. Een zwart gat is voortdurend in beweging. Maar er blijkt nog een vierde natuurkundig verschijnsel een rol te spelen. De zogenaamde supertranslatielading. Deze lading bevindt zich op grotere afstand van het zwarte gat, maar zegt wel iets over dat zwarte gat, over wat er eigenlijk in zit. Als je het zwarte gat een lichaam noemt zou je de supertranslatielading zijn haar kunnen noemen. Ik kan niet uitleggen wat supertranslatie is, maar deze vergelijking maakt het enigszins aanschouwelijk.

Ik stel me zo voor dat we het gebied rond het zwarte gat op de foto kunnen vergelijken met wat Hawkins het supertranslatiegebied noemt. Dat gebied, als je dat weet te analyseren, geeft dan iets prijs over het zwarte gat, dat je per definitie niet kunt zien.

Een ster komt aan het einde van zijn leven. Hij implodeert tot iets dat je niet meer kan zien. Maar er is wel iets. Zelfs iets met eigenschappen. Na elk sterven verdwijnt geleidelijk hetgeen je kunt waarnemen, maar er blijft toch iets over. Een soort halo. Iets dat zelfs enigszins te beschrijven valt.

Is dit niet wat er voortdurend om ons heen gebeurt? Planten, dieren, mensen gaan dood. Er blijft niets van ze over. Uiteindelijk zie je niets meer. Maar er blijft toch iets achter, iets dat je niet ziet. Iets dat met de normale natuurkunde niet te zien is. Maar misschien voelen we het? Ik denk dat ons gevoel, onze intuïtie veel verder gaat dan wat dan ook. Zwarte gaten zijn volgens mij onbewust een onderdeel van ons zijn. De foto in de krant is dan misschien te vergelijken met een zwart-wit foto, gemaakt met een polaroidcamera, van een ster in het hiernamaals.

Stephen Hawking, de antwoorden op de grote vragen. Spectrum 2018. ISBN 978 90 00 36504 3

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wedstrijdje

Mijn twee kleinzonen van drie en vijf jaar doen graag wedstrijdje. Wie komt er het eerste ergens aan. Zo ook gisteren.
-‘Zullen we wedstrijdje doen?’ Ze kijken elkaar ondeugend aan en je verwacht nu dikke pret. De oudste was op de fiets en zijn jongere broertje was te voet. We waren net aangekomen bij het fietsersdijkje in het stadje waar ze wonen. Uiteraard kon het jongere broertje hem niet bijhouden en hij krijste en schreeuwde dat zijn grote broer moest stoppen.  Het frustreerde hem mateloos en hij besefte waarschijnlijk dat het oneerlijk was. Hij heeft een groot ego en wil altijd alles het eerste. Het eerste in de auto, het eerste uit de auto, het eerste aanbellen. Nu verloor hij.
Waar een weg overgestoken moest worden wachtte zijn broer op de fiets braaf. Allebei wachtten ze ook op mij die samen met hun jongste zusje  onderweg nog helikoptertjes (esdoornzaadjes) verzamelde. Eindelijk waren we er.  Het jongste broertje was uitgehuild en rende toen zo hard hij kon richting huis, het laatste stuk. Voordat de oudste zijn fiets op gang had… Deze snelde achter hem aan, maar verloor en dat mocht niet…
-‘ík moest winnen, ík moest winnen’, krijste hij. Bij hun huis aangekomen wilde hij zijn broertje meppen die angstig naar mij terug vluchtte en ook weer begon te huilen. Ik heb ze vermanend toegesproken en hun te kennen gegeven dat ze nooit meer wedstrijdje mochten doen omdat ik het veel te gevaarlijk vond en ze ook altijd ruzie kregen.
-Sorry opa, ik zal geen wedstrijdje meer doen’, zei mijn oudste kleinzoon berouwvol.

Die middag was ik nog met alle drie de kleinkinderen in een speeltuin geweest. We hadden een voetbal meegenomen. De oudste wilde met mij voetballen, de andere twee gingen zelf spelen. Dat ging leuk, hij verzon wat we gingen doen, het waren allemaal dingen die hij inmiddels geleerd heeft zoals dribbelen, penalty schieten en elkaar de bal ontfutselen. Vanuit de verte riep het jonge zusje ons toe:
-Wíe wil er een ijsje, wíe wil er een ijsje. (vierkwartsmaat: kwart, achtste triool kwart kwart. Maatstreep: kwart, achtste triool kwart kwart.)  Zij stond boven op een kleine glijbaan en was  zogenaamd ijsjes aan het verkopen. Wij moesten een ijsje komen kopen.
-‘Ja ik!’ riep mijn oudste kleinzoon en rende naar zijn zusje toe. Ik wilde natuurlijk ook een ijs. Hij kocht een chocolade ijsje en ik een vanilleijsje met slagroom. Het smaakte voortreffelijk. Dus we namen nog een tweede ijsje. Toen wilde hij weer met me verder voetballen maar zijn broertje riep me, ik moest met hem op de wip. Dus ging mijn oudste kleinzoon zelf spelen: de radslag doen en schommelen.

Er waren inmiddels twee meisjes gearriveerd van denk ik ongeveer tien jaar. Mijn kleinzoon begon op te scheppen over alles wat hij al kon. De meisjes keken meewarig naar het kleine ventje en prezen hem. Dat ging goed. Dacht ik… Maar toen ik inmiddels met zijn broertje aan het voetballen was zag ik vanuit de verte dat hij het al niet meer zo naar de zin had.. In de auto keek hij sip en vertelde half huilend wat er was gebeurd.
-‘Die meisjes zeiden dat ik nog bijna niets kon’.

Hij heeft er nog geen flauw idee van hoe dingen werken. Wedstrijdje betekent dat hij moet winnen. Of dat logisch is dat weet hij niet. Hij beseft niet dat een fiets veel sneller gaat dan iemand die rent. Zo realiseert hij zich ook niet dat “iets kunnen” op de ene leeftijd iets anders betekent dan op de andere leeftijd. En dat hij door zo te praten tegen kinderen geplaagd gaat worden. Wat de meisjes gezegd hebben weet ik niet. Misschien hebben ze hem helemaal niet geplaagd maar heeft hij hun antwoorden zo geïnterpreteerd. Hij moet uitgelegd krijgen hoe die dingen werken. Dat de dingen die hij kan voor zijn leeftijd best aardig zijn, maar dat als hij wat ouder is dat hij dan waarschijnlijk veel meer kan. En dan lijkt wat hij nu kan nog eigenlijk nog niet zo veel te zijn. En wedstrijdje spelen is alleen leuk als het gelijkwaardig is: twee kinderen die even groot zijn allebei op de fiets bijvoorbeeld. En dat je dan ook kan verliezen en dat hoort en dan ook bij. Hij heeft hier nog geen flauw idee van. Al die dingen worden in zijn hersens niet of op een verkeerde manier gecombineerd. Gelukkig is hij nog zo klein  dat hij er niet veel mee geplaagd wordt, nóg niet…. Dus hij zal steeds meer moeten gaan leren hoe die dingen werken. Allemaal op een verbale manier,  vanuit een concreet voorbeeld. Wat geen garantie is dat hij het in een iets andere situatie begrijpt en toepast.

stationVanmiddag was hij als enige van de drie kleinkinderen bij ons. Hij gebruikte de  kamer, serre en keuken om zich in een fantasiewereld uit te leven. Overal kwamen stations, reden er treinen en auto’s, gebeurden er ongelukken waar prorail bij te pas moest komen en ook klonken er herhaaldelijk sirenes van ambulances. Intussen zong hij van alles. Vooral ook een liedje over koningsdag. Met zijn prachtige stem, loepzuiver en muzikaal. En voor het eten deed hij weer braaf zijn logopedie oefeningetjes om zijn lipspieren te versterken, die door zijn vroeggeboorte niet goed ontwikkeld zijn. Op weg naar huis was er geen wedstrijdje.  Maar hij kreeg thuis wél een gezelligheidshapje!

 

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Het valkenboek van Frederik II

Rond 1600 schrijft de Britse filosoof Francis Bacon dat de natuur niet moet worden opgevat als een gecodeerde boodschap van God. De natuur heeft geen gecodeerde boodschap. Echte kennis vind je door goed te observeren en te experimenteren. Zelfs Aristoteles, de eerste natuurwetenschapper, ging niet helemaal zo ver. Deze stelde dat van alles een oorsprong moet zijn. Deze oorzaak is pure vorm. Het uiteindelijke doel van alles is het vinden van de volmaakte vorm. In zijn teleologische denken had alles wat er bestaat dat tot doel. Vanaf 1250 was de invloed van Thomas van Aquino erg groot. Volgens hem was alles gemaakt volgens een plan van God. Elke plant, elk dier had een bedoeling, hield een verborgen boodschap in zich. De bijbel gebruikte je om dit goddelijke doel, die boodschap te ontraadselen.
Samenvattend zien we dus drie wetenschappers: Aristoteles rond 350 voor Christus in Athene, Thomas van Aquino in Napels en Parijs rond 1250 en Francis Bacon in Cambridge en Londen rond 1600. Aristoteles was de eerste echte wetenschapper die alles grondig observeerde. Maar wilde tegelijk weten: wat is het doel van dit alles? Thomas van Aquino vond dat doel door naar de bijbelse teksten te kijken. Bacon stopte met het zoeken naar een doel en beperkte zich tot observaties. Hierdoor werd hij door latere filosofen als Voltaire en Kant geprezen.

Er is nog een vierde wetenschapper. En dat is keizer Frederik II. Hij schreef een zesdelig boek over de valkenjacht. Vol met observaties, afbeeldingen en beschrijvingen van experimenten. Hij begint met de vogels als soort te beschrijven en gaat daarin zeer grondig, dieper en verder dan alles wat er tot op dat moment ooit over vogels is geschreven. In het hele boek wordt God nergens genoemd. Het is helemaal opgezet in de trant van het latere denken van de filosoof Bacon. Frederik II is zijn tijd daarmee bijna 300 jaar vooruit.

Frederik II had veel moeite met theologische dogma’s. Hij omringde zich met veel wetenschappers, ook Arabische en joodse. En hij vroeg zich allerlei dingen af. Michael Scotus, die hij al in 1209 (de keizer was toen pas 14 jaar) naar zijn hof had laten komen, was lang zijn belangrijkste raadgever. Scotus, de Schot, had gestudeerd in Oxford en Parijs. Aan het hof van de keizer leerde hij Arabisch en vervolgens heeft hij vele wetenschappelijke werken uit het Arabisch in het Latijn vertaald. Frederik wilde dat hij die kennis doorgaf aan Frankrijk en Engeland. Scotus ging daarna als vertaler naar Toledo, waar indertijd het grootste vertaalinstituut van de wereld was. Van 1220 tot 1224 werkte hij aan de universiteit van Bologna en van 1224 tot zijn dood in 1234 was hij weer in dienst van Frederik II. Zo vroeg Frederik aan Scotus: ‘waar zetelt God en waar houden de engelen zich mee bezig?’ Hij wilde ook alles weten over vulkanen, wat is de oorzaak van zout water en wat is de afstand van de aarde tot de hemel. Na de dood van Scotus waren het Theodorus van Antiochië en Ibn Sab’in die zijn honger naar kennis moesten lenigen. Zo wilde hij van deze laatste weten ‘of de aarde eeuwig was’. Dat alleen al, het ter discussie durven stellen van dingen waar de bijbel duidelijk over was: God had de aarde geschapen er zou ook een einde aan komen. Maar Frederik II had Aristoteles, Avicenna en Averoës gelezen, die alle drie stelden dat de aarde oneindig was. Ibn Sab’in, een gelovig moslim zegt dan voorzichtig dat deze heren zich vergist moeten hebben. Na lange argumentaties meent hij dat de aarde wel degelijk een begin en einde heeft gehad. Daar moet de twijfelende keizer het mee doen. Ook wilde de keizer meer weten over metafysica. Vage dingen waar hij niets mee kon maar waar hij toch in was geïnteresseerd. Ibn Sab’in gaf hem vervolgens een inleiding tot het gedachtegoed van het soefisme. En toen durfde hij zelfs een zeer drieste vraag te stellen: ’zijn er bewijzen voor de onsterfelijkheid van de ziel?’ Hij kreeg acht antwoorden uit zowel de bijbel als de koran waaruit zou moeten blijken dat de ziel onsterfelijk is. Dit soort vragen diende je als Christen niet te stellen. Hierdoor was je al bij voorbaat verdacht. Wat Gregorius IX en Innocentius IV hier van ter ore is gekomen weten we niet, maar alleen al het gerucht hierover zou genoeg geweest zijn om hem in de ban te doen. Maar Frederik II was nieuwsgierig, hongerde naar kennis en wilde van alles het liefst concrete bewijzen hebben.

In 1248 belegerde Frederik II voor de tweede keer de stad Parma. Hij had zich alle tijd genomen en had besloten om de stad na inname compleet te verwoesten. Hij was al begonnen met een nieuwe stad te laten bouwen een eindje voorbij de oude. In een van de gebouwen die er waren neergezet streek hij neer met zijn hofhouding. Toen hij op een dag met vele metgezellen op jacht ging en de nieuwe stad nauwelijks actief bewaakt werd kwam er een onverwachte uitval vanuit Parma. Het grootste deel van de nieuwe stad ging in vlammen op, ook het koningshuis van Frederik II. De schatkist, die daar aanwezig was, werd buitgemaakt. Maar wat ook meegenomen werd, of wellicht in de vlammen opging, was het levenswerk van de keizer, zijn eigenhandig geschreven valkenboek, of zoals het heette: “De Arte Venandi cum Avibus” : over de kunst van het jagen met vogels. Dit boek is nooit terug gevonden. Wel bleken er later twee kopieën te bestaan, waarvan er een volledig was. Het incomplete exemplaar bestaat uit twee delen en was een kopie die in het bezit was van zijn zoon Manfred, ook een hartstochtelijk valkenier. Manfred had er nog wat aanvullingen bij gezet. Dit boek bevindt zich tegenwoordig in de apostolische bibliotheek van het Vaticaan. Het perkamenten folioboek, met 220 foliovellen van 25 bij 36 cm en met meer dan 900 afbeeldingen in kleur, is een feest voor het oog. Veertig jaar later is er een Franse vertaling van gemaakt, met ook weer de afbeeldingen. Het is opvallend hoe deze vertaling “gekerstend” is. De voorpagina van het origineel laat Frederik II zien, die in de Franse vertaling door een Christusfiguur is vervangen. Ook zien we daar hoe een abtfiguur de opdracht geeft aan een scribent. Zo hoort het!

frontpagina

frontpagina gekerstend

Het complete valkenboek, De Arte Venandi cum Avibus, bestaande uit zes delen, kwam pas als kopie tot stand aan het eind van de dertiende eeuw en bevindt zich nu in de universiteitsbibliotheek van Bologna. Van welk origineel dit boek is overgeschreven weten we niet. Deel I van dat boek gaat over de bestaande kennis van de ornithologie, aangevuld en verbeterd naar eigen inzicht door de keizer. II gaat over de grondslagen van de valkerij, III over hulpmiddelen als de loer en het valkenkapje, IV over de jacht op kraanvogels, V op de reiger en VI over de jacht op watervogels. Om een indruk te geven over het boek van Frederik II citeer ik een passage uit het eerste boek (I, 167): “Hoe de vleugels bewegen” (Dit citaat is overgenomen uit het boek van Ben J.P. Crul.)

Vleugels kunnen – naar believen van de vogel – op allerlei manieren bewegen, naar boven, naar beneden, naar voren en naar achteren, uitspreiden en weer samentrekken. Al deze verschillende bewegingen zijn mogelijk door de talrijke spieren van de vleugel. Bij het spreiden en weer opvouwen van de vleugels zijn meerdere spieren betrokken. De slagpennen houden de vleugel in de lucht als de vleugel is uitgeslagen en in beweging is. Ze zorgen ook voor de voorwaartse beweging. Als de vleugel is samengevouwen, worden de primaire mesvormige slagpennen bedekt door kleinere dekveren. Om te dalen bij het vliegen steekt de vogel de vleugels naar boven, om te stijgen beweegt hij die met kracht naar beneden. Als de vogel vanuit een positie waarbij de vleugels hoog langs de rug zijn gevouwen, de vleugels naar beneden slaat dan ondervindt deze zowel een impuls omhoog als naar voren. Hoe hoger de vogel de vleugel rugwaarts kan bewegen, des te krachtiger de neerwaartse (en achterwaartse ) slag kan zijn.

Hieronder een afbeelding uit het boek waar de soorten valken worden getoond in hun habitat.

Linksboven: het mannetje wacht al enige dagen van te voren op het nest. Soms komen ze ook gelijktijdig aan (afbeelding daaronder). Onderaan de manieren van nestelen: Links en midden geervalken die in noordelijke streken bij voorkeur aan rotsachtige zeekusten broeden. Rechts een sakervalk die meestal in bomen nestelt.

soorten valken

Het voert hier te ver om nog meer te vertellen over het boek zelf of over de achtergrond er van. Hiervoor verwijs ik naar het prachtige boek van Ben Crul. Al lezende wordt het steeds duidelijker wat voor een bijzondere figuur deze keizer was, die bij mensen die ik spreek niet of nauwelijks bekend is. In zijn eigen tijd werd er al alles aan gedaan om hem in de vergetelheid te drukken. De Paus had hem niet voor niets in de ban gedaan en de invloed van de kerk werd in die tijd steeds sterker. Waar een eeuw nadien in de renaissance langzamerhand wat meer genuanceerd naar de wereld gekeken werd werden in zijn tijd alle vormen van vrijdenkerij steeds meer de kop ingedrukt. De laatste nazaten van de keizer in Italië werden gevangen genomen en soms zelfs gedood, zoals tot slot ook zijn kleinzoon Konradin (zoon van Koenraad IV) die in 1268 op 16-jarige leeftijd werd onthoofd in Rome. Maar door de brieven van de keizer, het ontwerp van zijn burchten (volgens velen ook van zijn hand), en vooral dit boek heeft hij in ieder geval als wetenschapper enig eerherstel gekregen.

Castel del Monte in Apulië, een van de vele burchten die de keizer zelf zou hebben ontworpen.

castel del monte

Literatuur:

  • Keizer Frederik II, een moderne wetenschapper uit de middeleeuwen. Ben J.P. Crul. Uitgeverij Omniboek, ISBN 9789401910200.
  • Ernst Kantorowicz. Kaiser Friedrich der zweite. Greif-Bücher. Klett-Cotta, 1991 ISBN 3-608-95807-X
  • De wereld vóór God, C.J. Alders, Uitgever: Klokwerk-Design

Meer over Frederik II:

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Scheiding van kerk en staat

Prinses Irene moest afstand doen van haar koninklijke rechten toen ze over ging naar het katholieke geloof. Dat was nog in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Van Maxima werd  al niet meer geëist dat ze hervormd zou worden.  In de negentiende eeuw hebben de katholieken in Nederland  moeizaam hun eerder verloren gegane rechten weer terug verworven. Koning Willem III  kwam zonder gêne uit voor zijn afkeer van katholieken. Zo moest hij niets hebben van het Rijksmuseum van de katholiek Cuijpers, omdat het gebouw hem te veel deed denken aan een katholieke kerk. En nog eerder, voor de Franse tijd, was de gereformeerde kerk tegelijk de staatskerk. Een kerkelijk huwelijk was toen tegelijk ook een wereldlijk huwelijk. Tenzij je niet gereformeerd was. Dan moest je naar het stadhuis. In Nederland waren het de gereformeerden die het voor het zeggen hadden. In het Frankrijk van Lodewijk XIV waren het de katholieken. Andersdenkenden werden daar zelfs verbannen.

Nu zijn in de meeste Westerse landen kerk en staat inmiddels gescheiden. Eigenlijk is dat dus pas heel kort het geval. Maar het probleem speelde al in de middeleeuwen. En in de veertiger jaren van de dertiende eeuw leidde dat zelfs tot helse oorlogstoestanden. Tussen enerzijds de Rooms-Duitse keizer Frederik II en anderzijds de pausen Gregorius IX en Innocentius IV.

Frederik II

Afbeelding Frederik II in zijn boek De arte venandi cum avibus (Over de kunst van het jagen met vogels)

In Noord-Europa is keizer Frederik II bij de meeste mensen niet of nauwelijks bekend. Hij was een gigant, van het kaliber Napoleon. Maar waar Napoleon overhoop lag met andere vorsten, lag Frederik II vrijwel uitsluitend met een kerkelijke vorst overhoop: met de paus. Dat was nog niet zo in zijn jonge jaren. Innocentius III de grote heeft zelfs bijgedragen aan zijn ontwikkeling. Maar de moeilijkheden begonnen al enigszins tijdens het bewind van diens opvolger Honorius III. En met de pausen daarna, Gregorius IX en Innocentius IV boterde het al helemaal niet.

Waar ging de machtsstrijd om: Frederik wilde kerk en staat scheiden. De Pausen wilden juist steeds meer wereldlijke macht. In heel Italië en ook daarbuiten was er een partij die de Paus steunde: de partij van de Welfen. Daar tegenover stond een partij die de keizer steunde: de Gibelijnen. Steunden de leden van die partijen nu ook de basisideeën van keizer en paus? Ik waag het te betwijfelen. Misschien was dat aanvankelijk nog zo. Maar in de tijd van Frederik II ging het vooral om vetes tussen de plaatselijke adel. In elke stad zaten zowel Gibelijnen als Welfen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Meestal had een van die partijen zwaar de overhand, die de andere partij vervolgens verbande. Zo was een stad Gibelijns of Welfs. En dat veranderde in de loop van de tijd nogal eens.

Een andere reden was het streven naar meer macht door zowel keizer als paus. De paus wilde de kerkelijke staat uitbreiden. Bovendien was de paus letterlijk bang om ingesloten te worden tussen gebieden die Gibelijns waren. De keizer wilde de rechtspraak en ook het bestuur van heel Italië (en liefst ook Duitsland) moderniseren en de macht van de clerus breken. Het land moest bestuurd worden door leken die geschoold waren op door hem erkende rechtsopleidingen, met name die van Napels. Zo had hij het al geregeld in zijn thuisland Sicilië, waar hij koning  was. De bisschoppen hadden daar weinig meer te vertellen.

Wat waren de machtsmiddelen van de paus? Een concilie beleggen en een banvloek uitspreken, over een persoon of een hele groep mensen. En allerlei vlugschriften verspreiden. Geld verzamelen door kerkelijke bezittingen te verkopen en door een grootscheeps aflatensysteem op te zetten.  Geld voor het goede doel betekende een plaats in de hemel. En de al bestaande tegenstellingen op scherp zetten: Welfen ophitsen tegen Gibelijnen.

Hoeveel machtsmiddelen had de keizer? Eigenlijk maar een. Uiteindelijk moest hij domweg met bruut geweld steden veroveren, gijzelaars gevangen zetten en dreigen met het doden van die gijzelaars als ze bijvoorbeeld pauselijke gezantschappen toelieten. Zo ontstond er  een angstregime. Verder kon hij, dan wel niet formeel, maar wel technisch gesproken, bisschoppen afzetten en ook de verdere clerus hun macht afnemen. Hij kon proberen om de staat te hervormen tot een bedrijf zonder dat de kerk ook maar enige zeggenschap over het functioneren van dat bedrijf had.

Dit alles gebeurde. Vooral de jaren 1238 tot 1250 waren verschrikkelijk. In Lombardije waren de Welfen oppermachtig en belemmerden voortdurend het keizerlijk verkeer over de Alpen. Dus Frederik II begon Lombardische steden in te nemen. Als de steden zich overgaven was hij grootmoedig en nam geen wraak. Maar Brescia gaf zich niet over. Na een langdurig beleg werd de stad uiteindelijk ingenomen en nu was de keizer minder mild dan daarvoor. Zijn soldaten hielden er bruut huis. De voornaamste stad die hij nog wilde innemen was Parma. Toen sprak paus Gregorius IX voor de tweede keer de ban over hem uit. Hij werd onder meer beschuldigd van het hebben van een harem, het hebben van ketterse opvattingen omdat hij de leer van Avicenna en andere moslimgeleerden niet afkeurde en ook werden weer dingen van stal gehaald die speelden bij de eerste banvloek, ondanks het feit dat die al een tijd daarvoor herroepen was..  Niemand diende nog naar deze keizer te luisteren.

In eerste instantie leek dit alles effect te hebben, maar de keizer ontstak in grote woede en besloot per direct het grootste deel van Italië dat hij in handen had te hervormen en alle bisschoppen af te zetten. Dat wat hij al in Sicilië had gedaan moest nu ook voor de rest van Italië gaan gelden. Toen hij uiteindelijk ook Rome belegerde ging zijn tegenstander in 1241 plotseling dood. Tegen wie moest hij nu vechten?  En het duurde bijna twee jaar voor er een opvolger was. Dat werd (na een zeer korte tussenpaus) Innocentius IV.

Innocentius IVAfbeelding Rijksmuseum, paus Innocentius IV, uit een boek van Michel Wolgemut uit 1493

Eerst leek alles in den minne opgelost te kunnen worden, maar niet veel later herhaalde het spelletje zich. Innocentius weigerde om de ban op te heffen. Alweer trok Frederik naar Rome. Maar nog voor hij er was aangekomen vluchtte de paus in het geheim de stad uit en kwam hij in Lyon aan. Lyon hoorde niet bij Frankrijk, de Franse koning Lodewijk IX weigerde om hem in Frankrijk toe te laten. Maar het onafhankelijke Lyon liet hem toe. Innocentius belegde in 1245 in die stad een concilie, waar vrijwel uitsluitend pausgezinden op afkwamen. Besloten werd om nu ook de Rooms-Duitse keizer niet alleen in de ban te doen maar ook om hem af te zetten en de vorsten een nieuwe keizer te laten benoemen.  Het lagere Rijndal met Keulen, Mainz, Trier en ook de lagere Nederlanden met Utrecht schaarden zich achter de paus en waren bereid een nieuwe keizer te steunen. Eerst werd Hendrik van Thüringen als tegenkeizer benoemd, na diens dood in 1248 volgde Willem II van Holland hem op. De meeste Duitse vorsten erkenden deze tegenkeizer niet. Frederik had in het verleden een van zijn zonen, Koenraad, al laten aanstellen als zijn toekomstige opvolger. En de Duitse vorsten gingen vrijwel allemaal achter deze Koenraad staan. Frederik zelf bleef effectief keizer ten zuiden van de alpen, dit dankzij een schrikbewind. In 1250 was hij weer in Apulië, het deel van het Siciliaanse koninkrijk waar hij als kind was opgegroeid. Hij bleef er enkele maanden, ging er veel op jacht, schreef brieven aan vrienden en zinde, zoals uit die brieven blijkt, op een veldtocht naar Lyon om de paus om te praten dan wel gevangen te nemen. De Paus was al in onderhandeling met Engeland om een andere vluchtplaats (Bordeaux, dat toen bij Engeland hoorde) te kunnen krijgen.

Toen overleed Frederik II plotseling aan dysenterie. Opgelopen bij een jachtpartij. Bij al zijn tochten door Italië had hij Florence gemeden, omdat in zijn jonge jaren een astroloog hem had voorspeld dat hij dood zou gaan te midden van bloemen. Florence, of Firenze, betekent: bloementros. Dus Frederik II was bang voor Florence. Uiteindelijk kreeg hij hoge koorts bij een jachtpartij in Foggia, een noordelijke provincie van Apulië en onderdeel van het koninkrijk Sicilië. Hij zocht toevlucht in Castel Fiorentino, hoog op een heuvel tussen de nog laatbloeiende bloemen in dit warme klimaat. De ruïne staat er nog steeds.

castel fiorentino

Omringd door aartsbisschop Berard van Palermo, hoofd van juistitie Richard van Montenero en nog enkele getrouwen stierf hij op de dag van Sint Lucia, zondag 13 december, enkele dagen voor zijn zeven en vijftigste verjaardag.

Heel Italië werd op dat moment door stadhouders bestuurd die familie van hem waren. Het duurde nog enkele decennia, maar uiteindelijk gingen ook zij dood of ze werden gevangen genomen bij vijandelijkheden met welfse troepen. De paus zag nu na de dood van de keizer zijn kans: hij wist de hertog van Anjou zover te krijgen om Sicilië te veroveren, waarbij hem het koningschap werd beloofd.  De Paus zelf durfde terug te keren naar Rome. Sicilië kreeg na de veroveringstocht van Karel van Anjou een Franse bestuurder. Na de dood van Koenraad IV in 1254 was ook de laatste keizer van het Staufense huis overleden. Een zeer memorabele tijd. Niet veel later, dan zou het lange tijdperk van de Habsburgse keizers beginnen.

De laatste twaalf jaren van zijn leven werd Frederik II van een verlicht heerser tot een tiran. Eigenlijk kon hij niet anders, tenzij hij de paus meer ruimte had gegeven en zijn ideaal van scheiding van kerk en staat had opgegeven. Het was een dure prijs, een veel te dure. Dante plaatst de keizer in zijn divina comedia  in de hel.

Ik schreef al eerder over Frederik II, de lotgevallen tijdens zijn kruistocht en zijn problemen  met Gregorius IX. Binnenkort schrijf ik nog een artikel over deze keizer als wetenschapper. Want hij werd niet voor niets in zijn tijd “stupor mundi” genoemd, hij die de hele wereld deed verbazen. In de kathedraal van Palermo is zijn graf, waar nog elke dag veel mensen bloemen leggen. Zijn faam is daar nog steeds niet verdwenen.

graf Frederik II

  • Ernst Kantorowicz. Kaiser Friedrich der zweite. Greif-Bücher.  Klett-Cotta, 1991 ISBN 3-608-95807-X
  • Keizer Frederik II, Ben J.P. Crul. Uitgeverij Omniboek 2017
  • Historie der Pausen, Archibald Bower. Vertaald uit het Engels, Amsterdam 1763

Meer over Frederik II:

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | 3 reacties

Het begin van alles

Mijn oudste kleinzoon is drie maanden te vroeg geboren. Over twee maanden is dat al weer zes jaar geleden. Hij wordt sindsdien nog steeds gevolgd in zijn ontwikkeling.  Dat kan nuttig zijn bij hulpaanvragen, dus de ouders gaan akkoord met de diverse testen die daar bij horen. Het is ook bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeken worden gedaan in opdracht van een academisch ziekenhuis.

Toen hij net vier was kreeg hij een intelligentietest: uitslag: zeer laag IQ. Hij was bij een andere test  iets eerder al gediagnosticeerd als iemand met een stoornis in het autistische spectrum. Maar desondanks was de betreffende  intelligentietest gebaseerd op een standaard test voor elke kleuter van die leeftijd. Degene die de test afnam had een aantal vellen papier waarop stond wat getest moest worden en werkte die achter elkaar af, zonder zich eerst ook maar enigszins in het kind zelf te verdiepen. Als je hem kent en weet hoe hij denkt, ook hoe hij kán denken, dan is het duidelijk dat a: hij niet zo getest moet worden: b: hij zeer intelligent is. De test zelf was indertijd voor zijn moeder en ook het kind een frustrerende aangelegenheid, de uitslag was niet meer dan lachwekkend.

Hij is intussen bijna twee jaar ouder dan toen, dus er was enige hoop dat hij nu misschien beter getest kon, maar vooral ook zóu worden. Ook nu weer was zijn moeder er bij. Na twee en een half uur gapen en verveling was het afgelopen. De test was op dezelfde manier opgezet als de eerdere test. Alles vanuit standaard testvragen en spelletjes,  de vrouw had ook nu niet echt oog voor het kind. Er was geen enkele klik tussen haar en mijn kleinzoon. Als er geen klik is dan wordt hij extra onrustig, gaat zich snel vervelen en doet maar wat. Pas over twee maanden is de uitslag klaar. (Ja ja, dat moet góed verwerkt worden!)  Maar een voorlopige conclusie kon ze desondanks al meegeven: ‘mijn kleinzoon kan geen verbanden aanbrengen.’ Toen ik dat hoorde was ik met stomheid geslagen van verbazing: ‘geen verbánden aanbrengen?’ Hij doet niet anders, hij wil alles plaatsen en ordenen in een voor hem logisch verband. Als je iets vertelt koppelt hij het tot je grote verbazing de dag daarna aan een vergelijkbare situatie. Het is zo wie zo iets dat autisten voortdurend doen, het is een van de weinige manieren om vat op hun omgeving te krijgen. Als ze met die uitslag bedoelt dat hij autistisch is, en dat zijn kijk op de wereld daardoor behoorlijk afwijkend is van die van de meeste andere mensen, dan zal dat zeker kloppen. Maar dat wisten we toch al?

We liepen een dag eerder samen over straat. We gingen slootwater halen om in de bak met kikkerdril te doen.  Eitjes, als begin van leven. Op de dijk lag een compleet onherkenbare “voormalige” duif, platgereden door waarschijnlijk een tractor.
-‘Opa daar ligt paardenpoep’.
Ik keek even goed en zag wat veren tussen het platte zooitje zitten, en het waren behoorlijk grote veren.
-‘Nee, dat is geen paardenpoep. Dat is een dode vogel. Kijk maar, daar steken nog wat veren uit. Zo te zien aan de veren is het een duif geweest. Ik denk dat hij tegen een auto is aangevlogen en daarna is platgereden door een tractor. Een tractor is heel zwaar, die rijdt zo’n vogel helemaal plat.’
Hij bleef nog even kijken en vroeg toen: ‘hoe voelt het als je dood bent? Kun je dan nog voelen? ‘
Dat soort vragen is voor hem een onderdeel van het levensplaatje. Hij legt het verband tussen een doodgereden duif en hoe dat moet voelen. In dit geval gaat het nog iets verder, het gaat er niet om hoe het voelt om doodgereden te worden, nee, hoe het voelt als je dood bent. Dat vindt hij eigenlijk nog interessanter.

In de auto vroeg hij lukraak:
-‘Opa wat betekent “geborgen”?
De vraag kwam uit het niets, dus ik probeerde er achter te komen hoe hij aan die vraag kwam? Ik kwam er niet achter. Dus ik begon maar te vertellen. Ik moest eigenlijk aan drie dingen denken. Aan “het bergen van een schip”, aan “geborgenheid” en aan “waarborgen”. Ik begon maar met het eerste.
– ‘Als een  schip is gezonken dan proberen de mensen het vaak weer uit het water te halen. Dan wordt het schip “geborgen”, zo heet dat. Maar je zegt het ook als iemand zich heel veilig voelt. Als je lekker op schoot zit van je moeder bijvoorbeeld. Je voelt je dan geborgen. Dat betekent bijna hetzelfde als veilig.’
-‘Opa hoe weet jij dat van al die homoniemen?’
Ook dat is weer typisch hoe hij kan denken, van de hak op de tak. Ik zei twee betekenissen van hetzelfde woord, dus ik gebruikte “homoniemen”. En dat is iets heel bijzonders voor hem. Eigenlijk wordt de wereld daardoor nodeloos ingewikkeld. Maar hij vindt het ook een interessant gegeven. Ik zei hem dat ik dat pas toen ik al wat ouder was geleerd heb, wat homoniemen zijn. Aan de derde betekenis kwamen we niet toe, later realiseerde ik me trouwens dat het voltooid deelwoord dan ook niet “geborgen” is, maar “geborgd”. (‘Mijn kostje is geborgd”). Ik weet trouwens zeker dat hij die twee genoemde betekenissen snapt, onthoudt, en gaat toepassen zo nodig. Ook al is het pas over twee maanden. Het heeft een plek gekregen in zijn hoofd en doordat er betekenis aan is gegeven kan hij het met andere plekken verbinden.

We waren alweer bij zijn ouderlijk huis aangekomen. Moeder moest werken en vader kon elk moment thuis komen. Hij pakte een velletje papier en begon snel in enkele seconden wat te tekenen.
-‘Dat mag jij hebben opa, berg het maar op. Het gaat over het begin van alles.’

het begin

Ik vouwde het op en borg het op. Daar was papa. Deze tilde hem op en hij lachte van plezier. Hij voelde zich geborgen. Nog maar pas vijf jaar. Hij staat nog bijna aan het begin van alles. Hij lacht, en ook het leven lacht hem tegemoet. Net zoals in ons aquarium de kikkervisjes zich uit het dril losmaken en steeds enthousiaster gaan zwemmen.

kikkerdril

-‘Opa, je moet niet je treinpet vergeten als we naar het sterrenmuseum gaan!’
Ja, we gaan binnenkort weer naar het begin van alles.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 7 reacties

Echte natuur

In de tuin zit een merel te fluiten. Merels zijn eigenlijk bosvogels maar daar kom je ze tegenwoordig veel minder tegen dan in een tuin. In de tuin van de achterburen zit van alles, ook zijn er vaak een of meer groene spechten. En af en toe kuiert er een buizerd door het gras. Wel enigszins schichtig, met zijn vragende kop omhoog? Zeer op zijn hoede. Maar niet zo schichtig als al die vogels of zoogdieren in de “echte natuur”.

Vandaag  was ik in een stuk echte natuur. Ja, echte? De mens is voortdurend bezig om ook deze natuur naar zijn hand te zetten. De duinen van Oostvoorne zijn een aantal jaren geleden voor een groot deel meer open gemaakt, met grote graafmachines werden bomen en struiken gerooid en er werden begrazers geïntroduceerd. Inmiddels komt er alweer “nieuwe natuur”. Dit voor de afwisseling: oude natuur naast nieuwe natuur. Ik heb er nog steeds gemengde gevoelens over. Ik hield ook heel erg van die oude natuur. Maar er valt nog steeds veel te zien en te horen. De vogels daar hebben het door als je door de natuur wandelt. Zo gauw je blijft staan zijn zij ook stil. Als je een specht ziet (ik zag een zwarte en hoorde denk ik ook een  bonte en zeker ook een groene specht) en je blijft staan, dan vliegt hij weg. Zo ook als je een eekhoorntje ziet, of reeën. Ik zag ze vandaag allemaal. Maar ik zag vooral nauwelijks mensen. En daarom was het voor mij toch “echte natuur.”

zwartehoogtereeeekhoorn

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , | 2 reacties

Verticale trappen en horizontale strepen

Het was best nog wel koud, en het was al bijna vier uur in de middag. Desondanks zag  het bijna zwart van de mensen. Grote groepen mensen met een koptelefoon op hun hoofd en een begeleider voorop met een bordje. Ik hoorde hen onderling praten. Het verschil tussen Chinees, Japans of Koreaans kan ik niet goed onderscheiden. Dat soort talen was in ieder geval in de meerderheid. Verder hoorde ik veel de Franse taal. Wij manoeuvreerden ons door de menigte, mijn oudste kleinzoon op zijn fiets.

Enkele maanden geleden viel hij op school van een klimtoestel, recht op zijn rug. Sindsdien heeft hij een soort hoogtevrees ontwikkeld. Bij ons thuis had ik het in eerste instantie nog niet zo gemerkt. De gewone trap naar de eerste verdieping heeft leuningen en is niet zo steil. De keldertrap is steiler, daar heeft hij al meer moeite mee en hij gaat daar tegenwoordig, net als zijn jongste zusje, achterstevoren naar beneden, voetje voor voetje. Toen kwamen we een maand geleden in Hofwijck, het voormalige buitenverblijf uit de zeventiende eeuw van Constantijn en zijn zoon Christiaan Huijgens. Waarom waren er toen van die steile trappen zonder leuning? Hij vond het doodeng. Gisteren was het dieptepunt, of liever gezegd “hoogtepunt”. We bezochten de bezoekmolen van Kinderdijk. We gingen naar binnen en hij zag de trap, zonder leuning en heel steil omhoog. ‘Nééé!’ Hij wilde gelijk weer naar buiten. Hier hadden we dus 23 euro voor betaald… Plus nog vijf euro parkeerkosten. Pff. Met veel overredingskracht hebben we toch nog op enkele verdiepingen kunnen kijken hoe alle mensen daar vroeger in zo’n molen leefden. We zagen de bedstee van de ouders, het kinderkamertje, de keuken met de ouderwetse kachel. Maar als we de trap weer op of af gingen… Het lukte uiteindelijk met veel geduld van vooral mijn vrouw. Tot irritatie dan wel van enkele Franse bezoekers die een hele tijd moesten wachten voor ook zij konden klimmen…

madeliefjes Wat was hij blij toen we weer buiten waren! Daar ging hij uitgeput in het gras zitten en begon madeliefjes te plukken. Ik voelde hoe hij de rust nodig had. Wat kan de natuur dan goed werken! De hele terugreis was hij daarna doodstil.

Hoe hier mee om te gaan om dit niet weer tot een bijna onoverkomelijke fobie te laten worden? Net als de muggenfobie, de metro met opa-en oma-fobie of de hondenfobie. Het is doodzonde want vroeger was hij hooguit voorzichtig, maar durfde uiteindelijk bijna alles. Vol zelfvertrouwen ging hij altijd elke nieuwe uitdaging weer aan.

Thuisgekomen zat hij na het eten bij me op de bank en we hebben samen filmpjes van planeten bekeken. Hij schurkte heerlijk gezellig tegen me aan en had weer volop praatjes.

Hij bleek ondanks de gevaarlijke toestanden toch heel veel van alles wat hij gezien had in zich opgenomen te hebben. Vooral  van de buitenkant. Bij zijn ouders aangekomen ging hij tekenen. Hij tekende het bruggetje naar de bezoekmolen met daar achter de molen. En hij tekende nog meer huizen, die in zijn beleving dichterbij waren dan in het echt. En een vrachtboot op de Lek. Uit welk land komt die boot? Vraag het maar aan hem.
-‘Die boot komt uit Duitsland. Kijk maar naar de vlag! Die uit België heeft verticale strepen. Die uit Duitsland heeft horizontale strepen. En de volgorde van de kleuren is daar ook net anders. Zo zie je dat.’

bezoekmolen

boot

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 1 reactie

Molens in Flevoland

molen flevolandNiet alleen bij de luizenmoeders doen ze aan thema’s, maar op de basisschool van mijn oudste kleinzoon ook. Elke klas heeft een land gekozen en bij de kleuters is dat Nederland. Er hangt een lange slinger met allemaal vlaggetjes van Nederland. Ook hebben ze het gehad over de molens van Kinderdijk.

Toen ik hem gisteren ophaalde zag hij vlakbij de school een molen van zo’n halve meter. De wieken konden echt draaien.
-‘Ik wil ook zo’n molen, mag dat opa?’
Misschien in de tuin bij een kabouter of zo moest ik denken, nee, ik houd daar helemaal niet van en ik denk dat hij er waarschijnlijk ook zo op is uitgekeken. Geen molen van een halve meter dus. Misschien een keer een heel kleine, we zien wel. Ik ging niet op zijn vraag in en even later had hij al weer heel andere dingen gezien.

molen1Thuisgekomen stierde hij direct naar zijn vaste tekenplek en begon te tekenen. Het vlaggetje van Nederland ontbreekt niet, zelfs met vlag en wimpel. Op de achtergrond zie je een spoorlijn.
-‘Dat is de lijn die van Flevoland naar Overijssel gaat’, liet hij me weten. Op de voorgrond zie je een N-weg. Op een bordje schreef hij N210 en hectometer nummer 1,1.
-‘Hebben ze in Flevoland ook een N-210 opa?’
-‘Wel N-wegen, maar andere nummers’, antwoordde ik.
Even was hij in vertwijfeling zo te zien aan zijn gezicht. Ik zei:
-‘Eigenlijk staat “N210” daar heel klein, dat kun je tóch niet goed lezen, dus dat lijkt me niet zo erg.’
Opgelucht beaamde hij het. Het was gewoon een andere N-weg, de lettertjes waren domweg te klein om ze te kunnen lezen. Nog enkele details: het huis achter de molen is van de molenaar, hij woont daar. En de N-weg gaat met een viaduct over een andere weg heen. Die lokale weg gaat richting spoor, maar daar aangekomen draait hij met het spoor mee naar rechts.

Vlak voor het eten maakte hij nog een tekening. Hij had zo’n honger dat hij deze onafgemaakt liet liggen. (Normaal gesproken móet die eerst af).

molen2Na het eten vroeg ik of hij de tekening nog af wilde maken. Nee, hij was klaar. Hij had getekend hoe iemand door het raam van een molen naar buiten kijkt en ook hoe het er uitzag als je van buiten naar binnen kijkt. Rechts beneden was hij duidelijk nog bezig met weer een ander molen-achtig tafereel. Ik opperde: zullen we een dezer dagen eens naar de bezoekmolen van Kinderdijk gaan? Daar mag je ook in, dan kun je in het echt zien hoe het er daar uit ziet.
-‘Jááá!’

Wordt vervolgd

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 3 reacties

Paus Gregorius IX en keizer Frederik II

oorkondeIn de Maasgouw deel 1 van 2019 staat een artikel van Jaap van Moolenbroek over een pauselijke oorkonde uit 1228. De oorkonde is bestemd voor een of meerdere kloosters van de Dominicanen. Wat staat er op? Als een klooster zich bevindt in een gebied dat is geëxcommuniceerd (in de pauselijke ban gedaan omdat er dingen gebeuren die de paus niet ziet zitten) dan mogen de kloosterlingen binnen hun klooster nog onder bepaalde voorwaarden toch hun godsdienstige plechtigheden laten plaats vinden. Dat kwam blijkbaar  nogal eens voor, want deze oorkonden werden veel verstrekt. Deze oorkonde is gevonden in het archief van het voormalige klooster van Kloosterrade (Rolduc). De monniken die daar indertijd verbleven waren geen Dominicanen. Het blijft gissen hoe de oorkonde daar ooit is terecht gekomen. In “de Maasgouw”, het kwartaalblad van de LGOG kun je er meer over lezen.

Toen ik in het artikel het jaartal “1228” zag en de naam “paus Gregorius IX” moest ik onmiddellijk denken aan het boek dat ik momenteel lees, een Duitstalige biografie over het leven van Keizer Frederik II. Deze keizer leefde in dezelfde tijd als Gregorius IX en hij is enkele keren door deze paus geëxcommuniceerd. En niet alleen hij, hele gebieden raakten in de ban. Deze keizer en paus lagen regelmatig met elkaar in de clinch.

Keizer Frederik II, kleinzoon van de beroemde keizer Barbarossa, groeide op in Sicilië en was zonder meer een wonderkind te noemen. Hij sprak op zijn veertiende al vele talen (volgens enkele bronnen maar liefst 9!!)  en het schijnt dat hij zich in zes talen ook schriftelijk kon uitdrukken. Zijn ouders en grootouders heeft hij nooit gekend en hij is opgegroeid en onderwezen door voogden, waarbij ook de toenmalige paus, Honorius III sterk betrokken was. Zijn moeder had voor haar kind afgezien van het ambt van Rooms-Duits keizer, dat door haar vader en grootvader nog uitgeoefend was.. Frederik was daarom “slechts” koning van Sicilië. Daar hoorde ook de laars van Italië bij. Als knaap van amper 14 begon hij een diplomatieke reis naar het noorden en wist tot ieders verbazing alle Duitse vorsten achter zich te krijgen en werd door hen vervolgens tot Rooms-Duits keizer benoemd. De Paus kroonde hem in Rome. Een van de voorwaarden was wel dat hij een kruistocht zou gaan ondernemen naar Jeruzalem. Gregorius IX, vanaf 1227 de opvolger van Honorius III, begon het gevaar te zien van deze Frederik II voor zijn kerkelijke staat. Hij voelde zich steeds meer ingesloten: vanaf het noorden door talloze Rooms-Duitse rijkjes die zich aan de keizer hadden gelieerd en vanuit het zuiden door het koninkrijk Sicilië. Hij kwam een datum overeen dat Frederik met zijn kruistocht moest beginnen. Frederik begon vol goede moed pelgrims en soldaten op te roepen. De havenstad Brindisi, van waaruit vertrokken zou worden kon het niet aan, zoveel pelgrims, bisschoppen en vorsten kwamen er naar toe. En tot overmaat van ramp brak er een besmettelijke ziekte uit waardoor het aantal kruisvaarders sterk werd gedecimeerd. Ook Frederik II werd ziek. Dus hij vertrok niet op de afgesproken datum, waarop Gregorius IX hem onmiddellijk in de kerkelijke ban deed. Afspraak was afspraak. Dat was in 1228, het jaar van bovengenoemde oorkonde. Een jaar later vertrok Frederik alsnog. Gregorius benoemde tijdens zijn afwezigheid in Lombardije allerlei bisschoppen tot kardinaal, dit om het noorden van Italië pausgezind te maken. De bisschoppen van Sicilië ontsloeg hij van hun eed van keizertrouw, en hij begon in Zuid-Italië het gerucht te verspreiden dat Frederik II gesneuveld was. Niets van dat alles bleek naderhand te kloppen. De jongeling, die bekend was met de taal, gewoonten en de wetenschap van de arabieren werd hartelijk ontvangen door de sultan. Een exemplarische anecdote verhaalt hoe hij op een ochtend aan de sultan vroeg waarom er al enkele dagen niet meer voor gebed naar de moskee werd opgeroepen. De sultan antwoordde dat hij dat had verboden uit respect voor zijn Christelijke gast die zich daar misschien aan zou kunnen storen. Frederik II verzocht hem daarop om zijn gebruiken weer te hervatten. Immers hij was te gast en diende zich aan de gebruiken van het land van zijn gastheer aan te passen.  Na dagen van vriendschappelijke gesprekken over allerlei zaken,vooral ook over wetenschap waar ze allebei zeer in waren geïnteresseerd, kregen de onderhandelingen handen en voeten: Jeruzalem mocht vanaf dan bezocht worden door zowel christelijke, mohammedaanse als joodse pelgrims. Frederik II werd zelfs tot koning van Jeruzalem gekroond. En bij de verdere besprekingen sprak hij  een termijn van 10 jaar af gedurende welke tijd er minimaal vrede zou zijn in Jeruzalem. Wel liet hij een krijgsmacht van onder meer ridders van de Duitse orde achter. Beladen met geschenken keerde hij terug naar Italië waar de geschrokken bevolking: ‘hij leeft nog!’, zich onmiddellijk juichend achter hem schaarde, de paus in verwarring achterlatende. De hele wereld keek verwonderd toe hoe hij dit alles zonder ook maar één veldslag voor elkaar had weten te boksen.

Frederik richtte zich daarna de eerste jaren uitsluitend op zijn koninkrijk Sicilië. Dit wist hij in korte tijd om te vormen. De macht van de adel werd gebroken, ook de kerkelijke macht werd aan banden gelegd, hij stichtte de universiteit van Napels en liet juristen opleiden die het koninkrijk moesten besturen. Dat bestuur lag nu compleet in handen van leken. Eerder schreef ik dat hij zelfs de taal standaardiseerde.

gregoriusIX

Gregorius IX reikt de “decretales” uit. Decretales zijn rechtstukken, ze kunnen gaan over allerlei soorten recht. Schilderij van Raffaelo Sanzio. (1483-1520). (Stanza della Segnatura, Palazzi Pontifici, Vaticaanstad)

Gregorius IX intussen was ook nog met van alles bezig. In 1228 (hetzelfde jaar van de oorkonde van Rolduc!..) werd door hem Franciscus heilig verklaard, maar diens testament, waarbij de orde zich moest organiseren op een heel andere manier dan gebruikelijk, werd door de paus nietig verklaard.  Verder hield hij zich bezig met het bestrijden van de ketterij van de katharen, die hun bolwerk hadden in Zuid-Frankrijk en in de omgeving van Milaan. In de orde van Dominicanen, gesticht door Dominicus Guzman, vond hij het perfecte werktuig om deze mensen een kopje kleiner te maken. De inquisitie, die hij invoerde, had hij eigenlijk afgekeken van Frederik II. Toen de keizer zich weer een tijd in het noorden ophield werd hem een keer voorgelegd: ‘hoe om te gaan met de joden’. Er was namelijk een geval, en waarschijnlijk zouden het er zelfs meer zijn, waarbij  joden christelijke kinderen ontvoerden en offerden. Dat en andere gebruiken zouden door de Talmoed, het heilige boek van de joden, worden aangemoedigd. Frederik II was zeer belezen maar hij was ook diplomatiek slim. Hij liet theologen de Talmoed onderzoeken. Zelf nam hij ook plaats achter de jurytafel en iedereen was geïmponeerd door zijn kennis. Er kon niets gevonden worden waaruit het offeren van mensen gerechtvaardigd zou worden. Er bleek zelfs ergens in de Talmoed te staan dat bij een dierenoffer de dieren niet onnodig mochten lijden. Ook het betreffende geval van de kindermoord werd onderzocht en uit niets bleek dat er joden bij betrokken waren. De joden werden dus volledig vrijgesproken. Het vonnis werd, hier en daar weliswaar knarsetandend,  geaccepteerd. De joden hadden weer enkele decennia lucht….

Gregorius IX nam deze manier van rechtspreken over. Een tribunaal moest kijken of de betreffende persoon schuldig was. De inquisitie werd geboren. De tribunalen werden geleid door Dominicanen, die bekend stonden om hun rechtlijnigheid. Zij kenden de bijbel van haver tot gort. Ze werden niet voor niets predikheren genoemd. De honden (canes) van de heer (dominus): dominicanen. Maar bij die tribunalen ging het er al snel niet meer zo heel fijngevoelig aan toe. (Bij de beeldenstorm van Maastricht hadden de beeldenstormers het indertijd vooral gemunt op het klooster van de Dominicanen, dat bekend stond om zijn strenge preken en onderwijs. Luther werd vooral door die ordeleden sterk bestreden als een gevaarlijke ketter.)

Gregorius IX was ook overtuigd van het bestaan van heksen. Hij beschreef zelfs letterlijk hoe een zitting van heksen er uit zag. Inclusief de zwarte kat. Het gevolg was het begin van grootschalige heksenvervolgingen en het uitroeien van zwarte katten. Sommige historici denken dat daardoor ratten vrij spel kregen en besmettelijke ziekten makkelijker konden worden overgedragen. De beesten hadden door het doden van al die katten veel minder natuurlijke vijanden. Mogelijk heeft dat bijgedragen aan de zwaarte van de latere pestepidemieën.

Gregorius IX overleed in 1241, negen jaar voor zijn belangrijke tegenstrever Frederik II.

Literatuur:

    • Keizer Frederik II, een moderne wetenschapper uit de middeleeuwen. Ben J.P. Crul. Uitgeverij Omniboek, ISBN 9789401910200.
    • Ernst Kantorowicz. Kaiser Friedrich der zweite. Greif-Bücher.  Klett-Cotta, 1991 ISBN 3-608-95807-X
    • Historie der Pausen, Archibald Bower. Vertaald uit het Engels, Amsterdam 1763

 

Meer over Frederik II:

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | 4 reacties

Pasen en de maan

Al in de vroege oudheid, in de vierde eeuw na Christus, is afgesproken dat Pasen zou vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente.

vollemaanHier hoort veel symboliek bij, zoals het feit dat de volle maan staat voor het vetgemeste lam, en het lam dat weer staat voor de dood en verrijzenis van Christus.  Verrijzenis en het begin van de lente zijn ook symbolische equivalenten: al het groen dat uit de grond “verrijst”. De eerste maand van de lente is de astrologische maand van het dierenriemteken ram: de zon staat dan zoals men zegt “in Ram”. Het mannelijke schaap dat woest en onbesuisd overal tegen aan ramt, als een onbesuisde lente.

Hoe wist men nu wanneer precies de lente begon? Geleerde astronomen moesten dat uitrekenen. Dat leverde soms discussies op, het ging in die tijd nog niet zo makkelijk als dat het tegenwoordig kan. De lente begint namelijk precies op het moment dat de zon loodrecht boven de evenaar staat en op de hele wereld de dagen en nachten overal exact gelijk zijn: de zogenaamde equinox (equi = gelijke, nox = nacht). In 525 na Christus is de regeling vereenvoudigd. De kerkelijke lente zou beginnen niet “exact” op het moment van de equinox, maar “ongeveer”. Besloten werd dat elk jaar de “kerkelijke” lente zou beginnen, simpelweg, op 21 maart. Maar het astronomische moment van de equinox kan op 20, 21 of 22 maart vallen, dat komt door de aanwezigheid van wel of geen schrikkeljaar. Dan werd er ook nog eens gerekend met de Juliaanse kalender. Dat betekende dat in de loop van de tijd de echte datum maar liefst 11 dagen ging afwijken van de astronomische tijd. Dat geleidelijk gegroeide verschil werd met de invoering van de Gregoriaanse tijdrekening, waar we nu nog steeds mee rekenen, weer recht gezet. Ik had mijn verhaaltje al klaar toen ik las dat Jona Lendering er een veel uitgebreider artikel over heeft geplaatst. Zeer de moeite waard:
https://mainzerbeobachter.com/2019/03/24/waarom-is-het-geen-pasen/

Dit jaar was een van die zeer zeldzame jaren dat de vereenvoudiging van 525 na Christus ook echt iets uitmaakte. De equinox viel op 20 maart 21:58 uur. De volle maan op 21 maart, ’s nachts om 2:43 uur. Officieel is het vandaag dus de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente: dus het zou Pasen moeten zijn. Maar men rekent volgens de afspraken van 525: de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. Pasen is het pas over vier weken..

Enkele jaren geleden maakte ik een programmaatje waarmee je kunt uitrekenen hoe de historische dagen van de week waren. Bijvoorbeeld je leest dat Columbus op 12 oktober 1492 bij de Bahama-eilanden komt en de inwoners indianen noemt, omdat hij dacht India bereikt te hebben. Wat voor een dag was dat? Een zondag, maandag?  Of op welke dag van de week ben jezelf geboren? Het programmaatje waarmee je dat kunt uitrekenen heb ik online gezet, je vindt het hier.
(Het werkt met “google sheets”. Op telefoon of tablet moet je dat programma dan wellicht eerst nog downloaden. Om iets in te voeren moet je op het ikoontje “bewerken klikken. Misschien maak ik het programma in de toekomst nog een keer opnieuw in html met javascript. Dan werkt het altijd en overal..)

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , | Een reactie plaatsen