Vaticaanstad

Mijn jongste kleinkind was jarig en gisteren werd dat met de familie gevierd bij haar thuis. Dolle pret. We deden met zijn allen “zakdoekje leggen.”
Mijn oudste kleinzoon kwam weer beneden. Hij had boven op zijn kamer op het keyboard gespeeld en zijn eigen pleziertje gehad.
-‘Opa, hoeveel mensen wonen er in Vaticaanstad?’
-‘Oef, dat weet ik niet. Ik denk iets van vijfduizend of zo?’
-‘Vijfduizend? Dat is nog best veel. Hoeveel mensen wonen er op de aarde?’
-‘Ik geloof iets van twee miljard.’
-‘En hoeveel in Nederland? ‘
-‘Ik dacht iets van achttien miljoen.’

We gingen na een tijd met een deel van het gezelschap een eindje wandelen in het stadje waar ze wonen. Bij een kleine kerk aangekomen probeerden we of die open was, nee dus.
Weer thuis gekomen vroeg mijn oudste kleinzoon:
-‘Zullen we naar Gouda gaan?’
Hij herinnerde zich de Sint Jan waar hij op Open Monumentendag geweest was. Ik begreep dat hij dat vroeg naar aanleiding van de gesloten kerk.
-‘Nee joh, dat is veel te ver. Maar we kunnen hier nog wel even kijken. We zijn nog niet bij andere kerken geweest.’
Dat wilde hij wel. Ik piepte snel met hem even uit het feestgedruis. De katholieke kerk bleek ook dicht. Toen liepen we richting de “protestantenkerk”.
-‘Opa, waarom zijn er behalve katholieke ook protestantenkerken?’
Tja, hoe zou ik dat gaan uitleggen. Ik vertelde dat heel lang geleden heel veel katholieken ruzie kregen met de paus en toen een eigen kerkgemeenschap hebben opgericht. Ze noemden zich protestanten. Maar heel veel mensen bleven katholiek. Daarom heb je nu katholieken en protestanten. De diensten van katholieken en protestanten lijken nog steeds best wel veel op elkaar. Bij de katholieken is er een pastoor die de dienst verzorgt, bij de protestanten heet dat een dominee.
-‘Toen Willem-Alexander en Maxima gingen trouwen was er een dominee, zij zijn dus protestant?’
Ik vertelde dat Maxima katholiek was, zij kwam uit Argentinië en daar waren bijna alle mensen katholiek. In Nederland zijn er protestanten en katholieken. Maar als iemand die katholiek is gaat trouwen met iemand die protestant is, dan moeten ze kiezen. Maxima en Willem-Alexander hebben gekozen voor een protestantse dienst.

We waren inmiddels bij de Nederlands Hervormde kerk aangekomen. Deze kerk bleek ook dicht te zijn, maar ik zag dat er om half zeven een dienst was.
‘We kunnen straks vlak voor het eten wel even naar deze kerk gaan, dan is hij open. Het kan dan wel maar heel even, want daarna is er een dienst en die duurt veel te lang, daar gaan we niet heen.’

Dat vond hij een goed plan. Toen de tijd gekomen was liepen we nogmaals naar buiten. Ik bereidde hem voor.
-‘Je mag daar niet zomaar gaan roepen of zingen. Als wij daar aankomen dan zitten er al mensen en die zitten te bidden en die willen niet gestoord worden.’
-‘Wat is dat, bidden?’
-‘Dan ben je heel stil en doe je je ogen dicht. En dan vraag je aan God of die je ergens mee wil helpen, of dat hij iemand beter wil maken die ziek is.’
Over God hebben we het eerder gehad, dit leek hij te begrijpen. We kwamen bij de kerk aan.
-‘Kijk opa, er komt rook uit de schoorsteen? Is er een nieuwe paus?’
-‘Nee hoor, de kachel is aan.’

In de hal stonden al heel veel gemeenteleden met elkaar te praten. Hij begon gelijk te roepen en te luisteren naar het effect van de nagalm. Hij beproefde de akoestiek.
-‘Hé, dat mag niet, dat zei ik toch net!’ Verontschuldigend zei ik tegen de mensen die vlak bij ons stonden dat hij zo graag de akoestiek van een kerk wilde beproeven. We liepen maar snel door naar de ingang van de kerk zelf. Wát een grote ruimte, die nodigde uit om te gaan rennen. Hij stierde met een rot vaart tussen de banken door en intussen luisterde hij ook hier weer, al geluiden producerende, naar de akoestiek. Er zaten al vrij veel mensen in de kerk. Ik raakte steeds meer gegeneerd. Toen hij weer bij me in de buurt was pakte ik hem zachtjes vast:
-‘Kom, nu heel stil zijn. Kom maar even naast me zitten.’
Ik ging op de voorste rij zitten en hij nam naast me plaats en keek nieuwsgierig om zich heen. Toen begon het orgel te spelen, met een nog klein register en met een welluidende melodie. Hij ging onmiddellijk meezingen. Ik kon en wilde hem eigenlijk ook niet tegenhouden. Wat zong hij weer mooi! En net als bij Open Monumentendag improviseerde hij op een muzikale manier melodieën tegen het origineel aan. Eerst maakte hij nog een bescheiden geluid, maar hij genoot zo van zijn eigen “liedje” dat hij steeds harder ging zingen. Voorzichtig keek ik achterom. Er waren inderdaad mensen aan het bidden. Niemand keek boos. Maar ik zag ook geen begripvolle blikken. Ik liet hem nog even begaan en zei toen tegen hem:
-‘Nu moeten we echt gaan, de dienst gaat zo beginnen.’

We kwamen weer in de voorhal.
‘Ik heb samen met het orgel gezongen!’ vertelde hij tegen een groepje mannen dat bij elkaar stond. Onmiddellijk ging hij verder met zingen, nu zonder orgel, maar hij zong een vergelijkbare melodie. Ze keken me verwonderd aan. Ik vertelde in het kort dat hij orgels geweldig vindt en het niet kan laten om dan de melodie mee te zingen. Ze lachten vertederd. Huppelend liep hij met me mee naar buiten. Intussen bleef hij zingen. Toen begonnen de klokken uitbundig te luiden.
-‘Als de klokken gaan luiden dan begint de dienst. We zijn net op tijd vertrokken.’
-‘O die hoor ik heel vaak, dan is zeker op dat moment altijd een dienst begonnen?’
-‘Ja, of net afgelopen, dat kan ook. Dan luiden ook vaak de klokken. Het kan ook een bruiloftsdienst zijn. Had je trouwens gezien dat de mensen heel stil in de bank zaten? Zij waren aan het bidden. Ik weet niet of ze het wel fijn vonden dat jij begon te zingen.’
-‘Ik ga later in deze kerk trouwen. En dan gaan de klokken luiden.’

Hij bleef uitgelaten en hij bleef “orgelmelodieën” zingen, al huppelende. Dat ging thuisgekomen nog steeds door. Sinds hij de kerk was binnen gegaan zat hij in zijn eigen film. Nog steeds dus.
-‘Kan het wat zachter, we kunnen elkaar niet goed verstaan.’
Hij probeerde heel even wat zachter te zingen, maar het lukte niet. Hij was gewoonweg niet te stoppen. Toen opeens zei hij:
-‘Ik ga bidden.’ Hij liep naar de voorkamer en trok de schuifdeuren dicht. Ik heb hem niet gevolgd maar hoorde van mijn vrouw die daar ook zat dat hij heel stil was gaan zitten met zijn ogen dicht. Het was opeens veel rustiger in huis..

Na een hele tijd kwam hij weer terug.
‘Ik word niet protestant en ook niet katholiek. Want dan moet ik veel bidden en ik houd niet zo van bidden.’
-‘Nee, dat kan ik me voorstellen.’

tekenenMaar sinds het bidden was hij wel heel rustig. Hij ging tekenen. Eerst maakte hij een portret. Dat probeert hij steeds vaker, mensen te tekenen. Maar toen ging hij over op iets “makkelijks”. Uit zijn hoofd tekende hij een bijna perfecte wereldkaart. Hij kwam hem laten zien. Midden in Italië had hij een puntje getekend.
-‘Zie je dat piepkleine puntje opa? Dat is Vaticaanstad. Dat is het kleinste land van de wereld.’

Geplaatst in autisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kindergeluk

Via de tekeningen en de muziek die mijn oudste kleinzoon maakt krijg je een prachtige inkijk in zijn rijke innerlijke belevingswereld. Gisteren, vlak voordat hij weer naar zijn ouders ging, kwam hij naar me toe en gaf me een knuffel. Zijn koppie straalde.
-‘Je bent blij hè?’ vroeg ik hem.
-‘Jaaa’. En zijn koppie glunderde nog meer.

Hij heeft het de laatste tijd steeds vaker naar de zin. Met het eten gaat het weer een stuk beter en hij is ook veel verdraagzamer naar zijn broertje toe. Ik heb met hem besproken hoe het er de laatste keren met het “tellen” voor het avondeten aan toe ging. We hebben afgesproken dat hij niet meer tot 300 telt maar slechts tot 100 en ook hebben we afgesproken dat ik niet meer hoef mee te tellen. Het enige compromis dat ik moest sluiten is dat ik hard “honderd” mee moest zeggen als hij klaar was. Dat is nu alweer twee dagen achter elkaar gelukt. Andere dingen blijven: als hij naar huis gaat en hij zijn fiets bij zich heeft, dan kan hij het niet laten om het laatste stuk keihard te gaan fietsen en intussen moedigt hij zich zelf dan aan, eveneens keihard:
-‘Tour de Fránce, jaaa, ik ga wínnen!’
Zijn broertje denkt dat hij dan echt een wedstrijdje aan het doen is, maar dat is dan helemaal niet zo. Gisteren was zijn broertje op zijn loopfiets eerder thuis dan hij maar dat deert hem niet.
-‘Ik heb gewónnen, ik heb gewónnen, ik heb de tour de France gewonnen!’ Ook al zegt zijn broer dat híj heeft gewonnen, het maakt hem op dat moment niets uit. Niemand doet eigenlijk mee. Hij zit in zijn eigen film de laatste meters van een etappe van de tour de France te spelen en die gaat hij gewoon altijd winnen. Toen de vorige week zijn broer vlak voor dat ze thuis waren van zijn fiets viel reed hij hem keihard voorbij. Dat vond oma niet leuk en riep hem naderhand bij zich. Hij snapte het niet. Als een andere renner valt dan is er toch een volgwagen die daar voor zorgt? Hij kon naar zijn idee gewoon door blijven rijden. Eigenlijk is het zo: naar huis gaan over het laatste paadje betekent altijd tour de France doen. Dat spel hoort bij dat tijdstip en bij die route, daar kan niets aan veranderd worden. Het is net zo’n dwangmatigheid als die hij nog steeds ook met andere dingen heeft zoals met “tellen bij opa en oma vlak voordat het eten klaar is”. Het hoort helemaal bij zijn autisme. Maar hij kan er vanaf komen. Alleen dat moet gedoseerd worden, en we houden het maar bij de dwangmatigheden die echt vervelend zijn voor de buitenwereld, zoals gekke geluiden maken bij baby’s of oude mensen. Dat gaat nu alweer een hele tijd goed.

Hij is dus blij en gelukkig. En dat zie je terug in zijn tekeningen die aan de lopende band geproduceerd worden. Soms is hij er een hele tijd mee bezig, soms niet veel langer dan enkele minuten. We hebben gelukkig aardig wat kladpapier…

nederlandamerika

Landen en vlaggen blijft hij maar tekenen. Hier een tekening van Nederland en eentje van Amerika, met daarin ook een aantal vlaggen verwerkt.

eiland

Het vasteland Solor blijft ook terugkeren. Gisteren vertelde hij dat er twee waren, eentje lag in Australië en eentje in Irak. Als hij naar een wereldkaart kijkt slaat zijn fantasie denk ik gelijk op hol..

De koninklijke familie zien we steeds weer in zijn spel maar vooral ook in zijn tekeningen terug keren. Zo had hij bij zijn ouders een tekening gemaakt met twee keer daar op Willem van Oranje:  toen hij klein was en toen hij oud was. Hij had als oude man een pruik op. Waarschijnlijk plaatst hij hem in de tijd van Christiaan Huygens.

beatrixMaar Beatrix komt ook steeds vaker terug. Hij blijft informeren of prins Claus nog leeft. De dood is een steeds terugkerend verschijnsel waar hij alles van af wil weten, waar hij enigszins grip op probeert te krijgen. Hier zien we Beatrix terwijl ze de eed aflegt bij haar troonsbestijging. Het is de groten dag, Beeiatrix wort koningin. ‘Ik bloof dat ik een goed koningin zal zijn!’

koninklijk bezoek aan klas
Ook bezoekt de koninklijke familie zijn klas op school. Op de tekening staan een aantal namen van kinderen uit zijn klas. Hij zelf staat naast “Laura”.

muzieknotenEn hij tekent de laatste dagen ook soms muzieknoten.

Zijn muzikale spel vordert gestaag. Domweg doordat hij blijft luisteren naar zich zelf en doordat hij heel veel speelt. Hij heeft een enkele aanwijzing van mij gekregen maar in het algemeen wil hij nog steeds vooral alles zelf uitzoeken. Zo vertelde hij:
-‘Opa ik gebruik ook de pink en de duim zoals jij me hebt verteld.’
Gisteren was er een klasgenootje op bezoek: Elise. Hij speelde voor haar “Für Elise”, maar ook het “Air van Bach” en een stukje uit “KV 467 van Mozart”. Deze stukken, nog zeer incompleet en erg vereenvoudigd, heeft hij zich voor het grootste deel zelf aangeleerd, maar het klinkt allemaal prachtig, ook al moet hij soms al spelende zoeken naar de juiste tonen in de rechter- of linkerhand.

Maar zijn spontane improvisaties vind ik het meest ontroerend en tegelijkertijd ook knap. Alles heeft een kop en een staart en hij eindigt heel muzikaal met een ritenuto terwijl hij steeds zachter gaat spelen. Ik word dus ontroerd. Waardoor? Omdat ik in zijn spel, net zoals in zijn tekeningen, heel veel blijdschap en geluk ervaar.

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 3 reacties

And Then We Danced

and then we danced

Nadat ik een aantal maanden geleden de film “Carmen en Lola” zag in de bioscoop gingen we gisteren naar “And Then We Danced”. Twee bijzondere films met hetzelfde hoofdthema: het moeilijke leven van homo’s en lesbienne’s in bepaalde gemeenschappen. Carmen en Lola speelt zich af in een zigeunergetto in Madrid. Het leven is er hard maar als je je houdt aan de codes heb je het warme gevoel van de gemeenschap waar je bij hoort. Lola hield zich niet aan twee van die codes: ze ging studeren (dat doet ons soort mensen niet) en ze viel op een vrouw (dat doe je al helemaal niet). “And Then We Danced” speelt zich af in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. De film is in het geheim opgenomen. Er wordt veel in gedanst en gemusiceerd. De dansen zijn ingestudeerd door een choreograaf die anoniem wenst te blijven, de film zelf is geregisseerd door een Zweed. Nog meer dan bij die prachtige Spaanse film stonden op het einde van deze film de tranen in mijn ogen. Dat heb ik normaal gesproken alleen maar als het gaat om onrecht aangedaan aan kinderen. Nu was het een jonge danser, zoekende naar zijn eigen ik, die me aan het huilen maakte. In allebei de films kiezen de hoofdpersonen voor de moeilijke maar voor hen onvermijdelijke weg.

Het was niet alleen een film die over mensen ging, je kreeg tussen neus en lippen door ook nog iets mee over de ingewikkelde geschiedenis van het land Georgië en over de invloed daar van de kerk. (In Madrid trouwens ook). En je zag een land met veel verschoppelingen, met vaak een hunkering naar het Westen, maar ook een land als zoveel landen: een land met veel drugs en prostitutie. Maar wat klonk er een prachtige muziek, en wat waren er veel fantastische dansen te zien! Alleen al daarom was het een mooie film.

Al mijmerende liepen we over de Erasmusbrug richting centrum Rotterdam. Over ruim een dag is het volle maan, de maan stond gisteravond vrij laag in het Oosten. En in het Zuidwesten ging Jupiter bijna onder en was ook Saturnus, een eindje links daarboven, al aardig aan het zakken. Zelden dat je in Nederland de sterrenhemel kunt zien tot aan de horizon, in dit geval tot aan het water van de maas. Er was een vrieskoude, strakke horizon. Maar ondanks al die verlichte hotels, kantoorpanden, flats en de Euromast gingen mijn gedachten toch steeds weer terug naar dat andere stadsleven, dat van Tbilisi. De rijkdom van de cultuur daar. Maar vooral ook de eenzaamheid van al die mensen die daar buiten gesloten worden. Bij de premiëre van deze film afgelopen vrijdag in die stad waren er demonstraties die uitliepen op rellen. Vanuit ultra-rechtse, nationalistische hoek. Zouden die er vandaag ook geweest zijn? Bij Lantaren Venster was het een gezellige drukte. Ik zag een aantal homostellen die op deze film waren afgekomen. Iedereen vond het doodnormaal. Mensen die zich hier mogen voelen zoals ze zich voelen.

maan-rotterdam

euromast

Thuisgekomen stond de maan inmiddels een stuk hoger. Net als in Madrid. In Tblisi is het nu enkele uren later. Daar staat hij nog hoger. Maar overal is het bijna volle maan. De maan is een lichtend symbool, hij is er voor iedereen, over de hele wereld.

maan-2019-11-1930uur

Trailer “And Then We Danced”:

Geplaatst in Film, maatschappij, recensie | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Een vreemde blauwe bol aan de avondhemel

Ik las in de krant dat de meest spectaculaire foto die de Voyager 1 ooit maakte een foto van de aarde was. Het ruimteschip bevond zich toen al op zes miljard kilometer afstand. Intussen, en dat was ook de reden van het berichtje, bevindt de Vogayer 2, die een maand eerder werd gelanceerd, zich officieel buiten ons zonnestelsel. Beide ruimtevaartuigen werden gelanceerd in 1977. Nu razen ze met een enorme snelheid door de onmetelijke ruimte tussen onze zon en de andere sterren in ons melkwegstelsel. Ze zijn ontsnapt. De batterijen van de Voyager 2 kunnen nog hooguit vijf jaar mee, dus we hebben nog even contact. De betreffende foto is te zien op de site van de Nasa. De foto is heel erg uitvergroot. Om je het makkelijker te maken: binnen de aangegeven cirkel zie je een onooglijk klein blauw puntje, in het origineel kleiner dan een pixel: we kijken naar onze eigen, nietige aarde.

voyager I aarde

Twee dagen geleden maakte ik vroeg op de avond enkele foto’s . Ik wilde Saturnus fotograferen. Het werd zoals gewoonlijk geen bijzondere foto, ik krijg die ringen maar niet te pakken, vooral niet denk ik door de lucht- en lichtverontreiniging in onze streken. Maar wel zag ik enkele andere dingen. Van Saturnus maakte ik in totaal drie foto’s. Op de eerste was rechtsboven Saturnus nóg een object te zien, het was slechts een vage plek. (Op je smartphone zie je waarschijnlijk niets…) Een minuut later maakte ik een tweede foto. Nu was het vage object veel beter te zien: ik zag op die plek nu een vreemde blauwe bol! Na een halfuurtje maakte ik nog een foto van Saturnus, van de blauwe bol van daarvoor was nu niets meer te zien. Het leek me geen vliegtuig te zijn geweest. Het object bewoog niet en knipperde ook niet. Ik zocht op internet naar hemelverschijnselen maar ik kon het vreemde blauwe object niet thuis brengen. Het ruimtevaartuig ISS kon het niet geweest zijn. Die satelliet heb ik eerder gezien, duidelijk bewegend en hij zag er zeker niet uit als een blauwe bol. Bovendien, volgens de lijst met zichtbare momenten, is hij al een hele tijd niet meer te zien aan de avondhemel.

saturnus en blauw object

De avondhemel om 18:22 uur zag er volgens een sterrenkaart uit als op onderstaande afbeelding, de rode lijn is de lijn van de dierenriem waarover de planeten bewegen, de groene lijn is de horizon. Ik stond met mijn gezicht naar het zuidwesten. Helemaal daar in het Zuid-westen ging Jupiter onder. Die kon ik niet zien door de wolken boven de horizon. Venus was al onder. In het ZZW stond Saturnus in conjunctie met Pluto. Pluto is uiteraard slechts met een zeer sterke telescoop te zien, maar Saturnus zag ik goed. Schuin rechts daarboven, iets meer richting zuidwesten, zou de vreemde blauwe bol moeten staan. Daar staat niets van die grootte op de sterrenkaart.

sterrenhemel 7 november 2019 1822Ik zag trouwens diezelfde avond ook een meteoor. Hij flitste hoog aan de hemel van NO naar ZW. Het was vrijwel zeker een meteoor afkomstig van de Ariëtidenzwerm die dezer dagen op zijn hoogtepunt is. Daarnaast maakte ik nog een foto van de wassende maan.

maan

Die blauwe bol houdt me nog steeds bezig. Heeft iemand een idee wat het geweest kan zijn?

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Protestantenpistool

Ik stond pannenkoeken te bakken toen ik vanuit de bovenverdieping hoorde tellen.
-’21, 22, 23…’
Even later kwam mijn oudste kleinzoon beneden.
-‘Is het al tijd voor te tellen?’
Later vertelde mijn vrouw dat ze knettergek werd van zijn onrust. De drie kleinkinderen gaan vaak op woensdag bij ons in bad en daarna is het een reuze gezellige boel. Ze blijven dan nog even bij elkaar in het grote bed TV kijken. Maar gisteren was de oudste voortdurend onrustig, want er mocht niet vergeten worden dat er voordat het eten klaar was geteld moest worden.
-‘Anders begin je toch alvast met tellen?’ zei mijn vrouw, in de hoop dat zijn onrust dan afgelopen was. Dat begon hij te doen, maar al gauw wilde hij weten waar hij aan toe was en snelde naar beneden.

-‘Kan ik al tellen?’
-‘Ik zal je wel waarschuwen als het zover is.’
Desondanks bleef hij het nog enkele keren vragen. Toen het dan zover was had hij zich zelf zo vermoeid dat hij enkele keren tijdens het tellen de kluts kwijt was.
-’39, 40, 41, ehhh, 21, 22’.
Ik verbeterde hem en telde even mee vanaf het punt dat hij eigenlijk verder had moeten gaan, want ook zijn tempo lag laag en ik voorzag een “eeuwenlang tellen”. Ik had niet moeten verbeteren. Boos en huilen. Ik begreep het en zei ‘sorry’. Gefrustreerd begon hij opnieuw bij 1, 2 enz. Pfff. Vanaf 100 deed ik dan weer mee. Eerder mag niet. Zo werkt dat niet!

Nog steeds vrij onschuldige maar toch vervelende trekjes van autistisch gedrag, ik schreef al eerder hier over. Maar we hebben besloten dit maar even zo te laten. Want op dit moment heeft hij een veel groter probleem. Hij vertrouwt vrijwel geen enkel voedsel meer. Hij at tot voor kort altijd zonder enige moeite warm eten, vrijwel alles vond hij lekker. Dit in tegenstelling tot zijn jongere broertje. Die bijna altijd bij ons, zijn grootouders, bij het begin van het avondeten begon met te zeggen:
-‘Dit vind ik vies’.
In een poging om dit te doorbreken besloot ik afgelopen dinsdagmiddag ruim van te voren aan hem te vragen wat hij deze avond wilde eten.
-‘Boterham.’
Hij vindt boterhammen altijd lekker maar ik vertelde dat we ’s avonds ook altijd dingen eten als groenten. Die moet je ook eten. Dat begreep hij.
-‘Frietjes!’
-‘OK. En wat voor groente?’ Na enig nadenken:
-‘Worteltjes.’
-‘En wil je daar nog vis of vlees bij? ‘ Ik somde enkele mogelijkheden op. Hij koos voor “lekkerbekjes”.
Hij at maar liefst 2 porties van het warme eten helemaal op. Intussen hadden we pret met het zeehondje die, als hij even niet keek, stiekem van de lekkerbekjes snoepte en daarna onschuldig de andere kant op keek.
De oudste had al heel snel genoeg van alles.
-‘Ik hoef niet meer.’
De volgende dag mocht hij kiezen. Hij koos “spekpannenkoek”. Maar ook nu weer, na hooguit een halve pannenkoek had hij genoeg en was steeds bezig met spuugwolkjes weg te jagen. Dit terwijl hij overdag bijna niets gegeten had, want brood eet hij al een hele tijd niet meer. En zelfs zijn noodlesoep liet hij om twee uur voor bijna de helft staan. Bij de pannenkoek, die hij tergend langzaam opat raakte hij opeens in paniek.
-‘Hij is koud!’
-‘Ja dat gebeurt, hij wordt langzaam koud.’
-‘Koud eten daar kun je ziek van worden.’
Het viel hem bijna niet aan zijn verstand te peuteren dat als iets eenmaal gebakken is dat het dan rustig koud mag worden. Even later kwam de yoghurt, die hij altijd erg lekker vindt. Ook daarvan liet hij de helft staan. Weer spuugwolkjes. Hij probeerde het eten te laten zakken en het dan nog eens te proberen. Verder dan een klein hapje kwam hij niet.
-‘Ik hoef niet meer.’

Hij doet op zijn manier zijn best, maar is zo gefixeerd op overgeven dat hij veel te weinig eet. Hij is altijd een grote levenslustige eter geweest, maar dit is nu een heel vervelend iets dat hem mateloos in de weg staat.

Maar verder waren deze twee middagen een feest. De oudste speelt veel piano en wil op zijn tijd ook geholpen worden met een enkele passage. (Hij probeert meerstemmig het Air van Bach onder de knie te krijgen. Veel te moeilijk. Het grootste deel heeft hij zich zelf aangeleerd maar uiteraard blijft hij steken.) Opeens speelde hij trouwens een stukje Mozart.
-‘Wie heeft je dat geleerd?’ Ook dat bleek hij zich zelf geleerd te hebben. (Het ging trouwens om het eerste zinnetje van het middendeel van pianoconcert kv 467, dat was een deuntje in een muziekboekje voor kinderen. Geluid als je er op drukt).

Maar wat heeft hij leuk samen gespeeld met zijn broertje! Dat komt omdat ze allebei veel geleerd hebben. Zijn broertje wil graag de baas spelen en kan erg dominant allerlei dingen zeggen. Maar hij is opeens veel meegaander, net als zijn oudere broer. In de auto hadden ze nog onenigheid over een of ander wapen waarmee je makkelijk tot Opperstok kon schieten. De naam van dat wapen kon ik niet thuis brengen. Ze noemden het iets van “protestantenpistool”. Ik probeerde hen uit te horen wat dat was en toen begon de onenigheid. Een voor een gaven ze een beschrijving waar de ander het niet mee eens was. Voor de derde of vierde keer was het jongere broertje aan de beurt en gaf toen een voor mij onduidelijke, maar voor zijn broer blijkbaar heldere uiteenzetting.
-‘Daar zou je toch wel eens gelijk in kunnen hebben’, antwoordde de oudste.
Ik wist niet wat ik hoorde en was blij dat ik de discussie niet had afgekapt. Ze waren er samen uitgekomen. Thuis werd het protestantenpistool in grote lijnen door de oudste getekend.
-‘Kijk, zo toch?’
-‘Ja, zo ziet hij er uit.’
-‘OK, jij mag het afmaken.’
Het jongere broertje pakte het potlood en ging met de tekening verder. Trots nam hij die tekening ’s avonds mee naar papa en mama.

Maar wat hebben ze verder nog veel leuke dingen gedaan! Met duplo, blokken, plankjes. Allebei werkten ze aan onderdelen op de bouwplaats. Torens, forten, kleinere bijgebouwen, straten. Vaak keken ze naar elkaars bezigheden en fantaseerden samen wat voor functie iets had in het geheel. Ook nu weer vond ik dat ze allebei heel meegaand waren. Ze accepteerden elkaars ideeën.

bouwplaats2

En vooral de oudste bleef intussen maar zingen. Nu zong hij “Für Elise” zo’n tien keer achter elkaar. Intussen vroeg hij nog aan mij waarom je eigenlijk een verjaardag viert. En vertelde hij aan zijn broertje over de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne.

bouwplaats1

Tegen het einde van de middag werd de grote hijskraan erbij gehaald en de bouwplaats zag er nu nog “echter” uit. Een voor een werden de plankjes naar de nieuwbouw getakeld en daar voorzichtig los gelaten. Ze hadden het reuze naar de zin. En dat merkte je aan alles. Zonder mopperen en nog steeds vrolijk ruimden ze alles weer op voordat we vlak voor het naar huis gaan nog “filmpje gingen kijken”.

De volgende dag toen mijn vrouw hen om 2 uur van school had opgehaald konden ze bijna niet wachten. Ze begonnen onmiddellijk een nieuwe bouwplaats te creëren. Het begin van het opruimen van zo’n bouwplaats is trouwens ook leuk. Rusland en de Oekraïne hebben dan wel oorlog gehad. Dat kan hier ook handig zijn. Met een protestantenpistool kun je de hele zaak in mekaar laten donderen.

Wat zou het leven toch een stuk makkelijker zijn zonder die spuugwolkjes. Hij gaat er mee naar bed en kan daardoor ook moeilijk inslapen. Het is dan één grote kwelling. Ik heb met hem te doen. Kon dat protestantenpistool die spuugwolkjes maar allemaal in één keer naar Opperstok schieten…

Geplaatst in autisme | Tags: , | 2 reacties

Allerzielen en de sleutel van Servaas

Vandaag is het Allerzielen, de dag dat in de Rooms-Katholieke kerk onze overleden geliefden herdacht worden. In de meeste culturen van de wereld zijn de mensen er van overtuigd dat overledenen nog op een of andere manier aanwezig zijn bij hun familie en andere dierbaren. Zo dus ook bij de katholieken. Als het dan om mensen gaat die een voorbeeldig leven hebben geleid worden die mensen een voorbeeld voor de nabestaanden. Mensen proberen door meditatie in contact te komen met zo iemand. Als er dan een onverklaarbare genezing plaats vindt wordt deze overledene soms heilig verklaard. Tegenwoordig gaat dat niet meer zo makkelijk, maar zeker gedurende de eerste veertien eeuwen van onze jaartelling gebeurde dat vaak. En zo zijn er in de katholieke kerk inmiddels honderden heiligen. Veel heiligen worden op een bepaalde dag van het jaar vereerd, maar op 1 november, de dag voor Allerzielen worden alle heiligen tegelijk geëerd: op het feest van Allerheiligen.

Een van die heiligen op wiens voorspraak onverklaarbare wonderen schijnen te zijn gebeurd was de Heilige Servaas. Van zijn leven weten we uit directe berichten niets, er zijn voornamelijk legenden over hem bekend. We weten niet eens wanneer hij precies leefde.  Officieel is hij in 384 overleden, maar anderen houden het op een eeuw later. Ik denk dat hij zeker bestaan zal hebben. Als hij in de vijfde eeuw leefde is het ook niet onwaarschijnlijk dat hij van Tongeren naar Maastricht is gevlucht zoals in de legende staat. Maar in de loop van de tijd zijn er steeds meer verhalen bij gekomen die door de pelgrims gretig werden verslonden. Servaas is een heilige die het vooral van die verhalen moet hebben. In het begin van de elfde eeuw, maar vooral ook in de tweede helft van de twaalfde eeuw is er veel energie gaan zitten in het beschrijven van de wonderen die hij verrichtte. Zo zou Karel de Grote een slag hebben gewonnen omdat hij Servaas had aangeroepen. Dit bleek historisch onmogelijk te kunnen kloppen, dus dan moest het wel Karel Martel zijn geweest. De eerste verhalen zijn allemaal in het Latijn geschreven in de eerste helft van de elfde eeuw door Jocundus. Henric van Veldeke schreef in de tweede helft van de twaalfde eeuw het levensverhaal van Servaas in het oudste Nederlandse lyrische epos dat er bestaat.

voorpaginaDe vorige week kocht ik een antiquarisch boek uit 1873 dat gaat over de schatten in de Servaaskerk en in de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Maastricht. Elk voorwerp wordt beschreven en ook wordt er meer over de achtergrond van het voorwerp verteld. Het eerste voorwerp dat beschreven wordt is de sleutel van Servaas. De sleutel van Servaas gaat niet alleen over de heilige Servaas. Hij gaat ook over nog een andere heilige. Hoe zo?

In 117 na Christus is de gewoonte ontstaan dat niet alleen directe relieken van heiligen vereerd gingen worden, maar ook indirecte, zoals voorwerpen waarmee de heilige in aanraking is gekomen, zoals zijn kleren, of zoals in dit geval: de ketenen van de Heilige Petrus, de eerste paus. Het gaat dan dus om de kettingen waarmee hij was geketend voordat hij ter dood werd gebracht. Enkele eeuwen later kwamen daar ook nog de ketenen bij waarmee hij in Jeruzalem had vast gezeten. Toen werd er in Rome een aparte kerk gebouwd waar deze relieken, de ketenen uit Jeruzalem en Rome bewaard en vereerd werden: Ecclesia S. Petri ad vincula. Dit soort indirecte relieken werd vaak geschonken aan belangrijke wereldlijke en geestelijke personen. Dit sinds de aanstelling van de Heilige Silvester (314-336). Het ging dan om kleine stukjes ketting, in een geschenkverpakking. De meest voorkomende geschenkverpakking had de vorm van een sleutel, immers Petrus is de bewaker van de Hemelpoort. Enkele voorbeelden: Vitalis, die paus werd in het jaar 657 heeft een sleutel naar de vrouw van Oswy, koning van Northumberland gestuurd. In 741 stuurde de heilige Gregorius III twee van dergelijke sleutels naar Karel Martel, en in 796 stuurde de heilige Leo III er een naar Karel de Grote.  In meer noordelijke gebieden zijn er twee van dergelijke sleutels bekend. Eentje in Luik, die aan de heilige Hubertus zou zijn geschonken, en een in Maastricht die aan de heilige Servatius zou zijn geschonken.

sleutel

Hierboven zien we de sleutel van Servatius zoals die nog steeds in de schatkamer van de Servaasbasiliek van Maastricht is te zien. Het uitgebreide artikel dat ik las in het antiquarische boek gaat voor een belangrijk deel over de kenmerken van deze sleutel, vooral ook in een poging om de ouderdom te bepalen. De auteurs dateren het in de tweede helft van de vierde eeuw. Hier zal vast naar toe zijn geredeneerd, immers Servaas leefde in die tijd naar men dacht. We weten nu inmiddels dat de sleutel rond 800 is geschonken aan het Servaaskapittel. De schenker was de belangrijkste raadgever van Karel de Grote, Alcuinus, die tevens proost was van de Servaas. Stilistisch heeft de sleutel heel veel kenmerken die overeenkomen met het traliewerk in de paltskapel van Karel de Grote in Aken. Deze kerk kwam gereed in 796. Maar in de twaalfde eeuw, toen de pelgrimage op een hoger niveau getild moest worden in Maastricht is er alles aan gedaan om de sleutel veel eerder te dateren. Dit neemt niet weg, dat het om een bijzonder interessant en waardevol object gaat. In de sleutel van Hubertus die er heel anders uitziet kun je de stukjes ketting die er in zitten nog horen rammelen.

Het complete artikel heb ik gescand. Het is geschreven in het Frans door kanunnik Frans Bock, geheim kamerheer van paus Pius IX uit Aken en door Vicaris M.Willemsen, schatbewaarder van de relieken van de Servaaskerk van Maastricht. Hier onder staat een link naar dat artikel. Op het einde heb ik er een eigen gemaakte Nederlandstalige vertaling aan toegevoegd.
De Sleutel van Servaas

Tegenwoordig zijn er veel manieren om onze overledenen te gedenken. Directe relieken zijn er ook nog steeds, sommige mensen bewaren een plukje haar van een dierbare. Maar vooral ook heeft men indirecte relieken: een foto op de schoorsteenmantel bijvoorbeeld. En overleden popidolen worden door veel mensen aanbeden. Voor voorwerpen die ooit in hun bezit waren wordt grof geld betaald. Zo ging het in de loop van de tijd ook met relieken en reliekhouders van kerkelijke heiligen. Tot het te gek werd. Luther en Calvijn moesten er niets van hebben. En ook in de eeuw van de verlichting is er op veel plaatsen, zoals in Düsseldorf, schoon schip gemaakt. In de Lambertus kerk van die stad lag bijvoorbeeld het gebeente van de H. Apollinaris, een steen van de berg Golgotha, aarde waar Christus op heeft gestaan, een steen waar Stefanus mee is gestenigd, een hoofddoek van Maria, een lendewindsel van Christus en een tafeldoek van het laatste avondmaal. Ook beenderen van enkele van de onnozele kinderen en ga zo maar door. In 1770 werd de pelgrimage naar al deze relieken door de verlichte rijksgraaf von Goltstein verboden.

Maar op de een of andere manier gaat het nog steeds door.  We willen contact houden met onze dierbaren. We steken een kaarsje op. Dat doen veel mensen ook nog steeds voor heiligen. In de OLV basiliek van Maastricht worden dagelijks meer dan duizend kaarsen opgestoken, en de mensen vragen dan iets aan Maria. Kunnen we ook de sleutel van Servaas aanbidden, als een relikwie? Deze sleutel is een staaltje van Karolingische edelsmeedkunst vol symboliek. De baard is bijna vierkant van vorm. In het midden zijn vijf openingen uitgespaard in de vorm van een Grieks kruis, dat door vier kleinere kruisjes wordt geflankeerd (het latere Jeruzalemkruis). Het grotere kruis staat voor het centrum van de wereld, Jeruzalem, de vier kleinere kruisjes voor de vier windstreken. De achtzijdige schacht van de sleutel verwijst naar de verlossing en de boodschap: bekering. (Denk ook aan de octogonale doopvonten of baptisteriums). Het ovale, holle en opengewerkte handvat bevat een stam met symmetrische acanthusranken: dit refereert, net als de balustrade van de paltskapel van Aken, aan de klassieke oudheid. (Servaas ontving de sleutel in Rome…). Tegelijk verwijzen stam en bladeren naar de levensboom uit het paradijs waar volgens de legende ook het kruishout van is vervaardigd. Zo is de sleutel ook een verwijzing naar de spreuk: Clavis Christus est: Christus is de sleutel. Ook staat hij voor de Clavis David, de sleutel van David, waarbij David als koning het hoogste gezag op aarde vertegenwoordigt, rechtstreeks afkomstig van God. Dit gezag wordt na Christus toegeschreven aan de pausen, maar in het Oost-Romeinse rijk aan de keizers, en in het westen plaatsen ook de keizers Karel de Grote tot en met Frederik Barbarossa hun gezag boven dat van de paus, zij zijn de Rooms-Duitse keizers. De paus en deze keizers betwisten elkaar dit gezag in hoge mate in de elfde en daaropvolgende eeuwen, tijdens de zogenaamde investituurstrijd (het recht om bisschoppen te mogen benoemen), waarbij uiteindelijk de keizers het gezag van de paus erkennen.
Ik ervaar de sleutel  als meer dan een kostbaar zilveren voorwerp, ook meer dan een prachtig stuk vakmanschap. Het doet me denken aan al die kostbare liturgische voorwerpen, die met veel liefde gemaakt werden en zeker in de middeleeuwen een bijna goddelijke status hadden. Zoals de priester voordat hij de lezingen aanvangt eerst de bijbel bewierookt, uit ontzag voor de heilige teksten, zo is ook dit een voorwerp dat ontzag kan inboezemen. Nu ligt het daar als een soort geheimzinnig curiosum. Het ligt dan wel in een religieuze ruimte, maar voor de meesten die het zien is die ruimte vooral een soort museum. Ik probeer me de tijd voor te stellen dat hij gemaakt werd. Zou de maker eerst gebeden hebben en kruisjes hebben geslagen, om de zegen van God er over af te roepen? Ik voel eerbied. De maker, de opdrachtgever, de ontvanger: ze zijn allemaal dood. Ze worden herdacht bij Allerzielen.

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Feest in Delft en in de Antillen en heel veel vlaggen

Ik had nog nooit een leuke tekening gezien die mijn oudste kleinzoon op school had gemaakt. Meestal confirmeert hij zich daar aan de tekengewoontes van zijn klasgenoten. Hij wil gewoon meedoen. Hij komt dan naar je toe met een voorgetekende vlinder die hij heeft mogen kleuren. Slordig heeft hij er dan wat kleuren in gekalkt en hij laat het aan me zien zonder enige vorm van trots. Opa neemt het werkstuk aan en hij is er van af, zo voelt het. Maar dat was gisteren anders. Hij liet een tekening zien waar ik niet op uitgekeken raakte. En ik was vereerd, bovenaan stond “voor opa, van Gijs”

tekening gijs2019-10-30
Vandaag heeft Beatrix het druk. We zien de nieuwe kerk in Delft waar prinses Mabel en prins Maurits zonet zijn getrouwd. De hele koninklijke familie, rechts, is aanwezig. Helemaal rechts staan twee figuurtjes die de familie toezwaaien. Dan zien we Juliana en Bernard, vervolgens Willem-Alexander en Maxima. Links daarvan staan twee figuren van wie ik de namen weer vergeten ben, ik geloof dat prins Claus een van hen was.  Maxima zegt ‘gefaliciteerd’ met een bekakt Argentijns accent. Beatrix heeft een kroon op, eenzaam in het midden. Achter haar staat de gouden koets met twee paarden. Daarvoor loopt als je goed kijkt het bruidspaar, de lange sleep wordt door iemand vastgehouden. Ze zijn waarschijnlijk net uitgestapt. Overal staan enthousiaste mensen met vlaggetjes, links een vrouw met een kinderwagen. Aan de vlaggen rechts kun je zien dat het om een internationale aangelegenheid gaat.

Vandaag heeft hij bij zijn ouders weer een dergelijke tekening gemaakt. De koninklijke familie bezoekt de Antillen. Beatrix, Willem-Alexander en Maxima zwaaien naar de mensen. Ze bezoeken een schoolklas. Rechts en links staan bankjes waar kinderen achter zitten.

tekening gijs2019-10-31

Waarom gaan ze naar de Antillen? Ik heb hem niet gesproken, deze foto stuurde zijn moeder. Maar het verbaast me niets. Een van zijn nieuwste hobby’s is alles met vlaggen. Vlaggen van alle landen van de wereld. Hij kijkt nu als hij bij ons is steeds een Amerikaans filmpje waar in een liedje alle landen van de wereld voor komen. Je ziet waar ze liggen en je ziet de vlag van het betreffende land. Zijn broertje van vier kijkt mee. ‘Nu is het genoeg, het duurt veel te lang.’ Maar voor de oudste van 6 duurt het helemaal niet te lang. Thuis heeft hij een vlaggenboek waar hij regelmatig in kijkt. Nu weet hij dat Vaticaanstad het kleinste land is. Dus daar wil hij de vlag van zien en die ook natekenen. ‘Waar staat die opa?’ Ik zeg: ‘Vaticaanstad begint met een V. De V staat heel ver in het alfabet. V,W,X,Y,Z. Dus je moet ergens achter in het boek zijn.’ Nu had hij hem snel gevonden.

vaticaanstad

We zagen dat er een prachtige tekening in het rechterdeel van de vlag staat. Ik besprak met hem een beetje de functie van de paus, en zijn kleren, die wel wat op die van Sinterklaas leken. ‘Is de paus dan een man?’ Hij was stomverbaasd. Ik vertelde hem over de tiara, bovenaan in de vlag, die ook leek op de hoed van koningin Maxima. Zij draagt die heel af en toe, bij heel feestelijke gelegenheden.
-‘Die ga ik tekenen’.
-‘Is dat niet te moeilijk?’
-‘Nee hoor, dat lukt me wel’.
Ik heb het maar even niet gehad over de sleutels van Petrus die ook in de vlag te zien zijn, want dan wordt het wel een heel ingewikkeld verhaal.

Zijn vader had hem een dezer dagen een cadeautje gegeven omdat hij erg zielig was geweest om een reden die er nu even niet toe doet. Ik was bij het uitpakken aanwezig. Met gretige ogen keek hij naar wat er achter het papiertje tevoorschijn zou komen. Ach… Hij begon bijna te huilen…
-‘Dat wil ik niet!’
Doodeerlijk.
-‘Wat had je dán gedacht dat je zou krijgen?’
-‘Ik dacht dat ik een vlag zou krijgen.’
-‘Weet je’, opperde ik, ‘vlaggen kun je ook zelf maken. Misschien kan ik je daarbij wel een keer helpen.’

De dag erna bij opa en oma ging hij dat toepassen. Hij ging zijn eigen vlaggen maken van duplo. Hij ontdekte dat je ze horizontaal en verticaal kon leggen, zoals bij Nederland – Frankrijk, of België – Duitsland. Maar favoriete vlaggen zijn ook die van Polen, Oekraïne, Sierra Leone. Hij kan al deze landen zo aanwijzen op de wereldkaart. En hij vroeg of hij ook de namen van de landen op de vlaggen mocht schrijven. Dat mocht.

vlaggen3

Inmiddels weet hij misschien ook wel hoe de vlag van Aruba of die van Curacao er uit ziet. Die zullen dan massaal wapperen bij een volgend bezoek van de koninklijke familie.

Tussen twee haakjes: Vaticaanstad is dan misschien wel het kleinste land van de wereld, maar de grootste ster die er bestaat is UY Scuti!

uy-scuti

Geplaatst in autisme | Tags: , | 3 reacties

Routine bij opa en oma

Autisten houden van routine. Routine geeft duidelijkheid. Als alles loopt zoals ze het gewend zijn dan hebben ze het meestal reuze naar de zin.

Gijs aan de pianoWanneer mijn oudste kleinzoon bij ons is dan gaat hij gelijk achter de piano zitten. Mijn vrouw heeft hem nu geleerd om, als zijn zusje er bijvoorbeeld ook is, eerst haar te begroeten. Maar dan moet het toch echt. Hij begint te improviseren.  Af en toe neem ik zijn spel op. En ik sta iedere keer weer verbaasd over zijn muzikaliteit. Hij heeft een tijdje geleden het verschijnsel dynamiek ontdekt. Daar speelt hij in zijn improvisaties letterlijk mee. En thuis bij zijn ouders demonstreerde hij dat nog eens fijntjes door op muziek van Whitacre te dirigeren. Grote gebaren naast heel fijne en kleine gebaren. Bij ons demonstreert hij dat vooral in zijn zang of in zijn pianospel. En hij improviseert steeds vaker in mineur!  En eindigt dan toch weer steeds in majeur, met de grote terts boven. Tussen zijn eigen improvisaties door probeert hij ook het air van Bach te spelen. Wanneer hij vast loopt gaat hij al snel weer met zijn eigen muzikale ideeën verder. Als hij hard speelt heeft hij de neiging om, ook hard, mee te gaan zingen. Dat doet hij bij onderstaande opname ook even.

Na een kwartiertje gaat hij dan eens kijken wat er nog meer te doen valt. Tekenen natuurlijk. En dat is op dit moment vaak het tekenen van bestaande of eigen verzonnen landen. Maar ook als we ergens geweest zijn wil hij daarna de nieuwe indrukken snel vastleggen in een tekening. Als die tekening niet lukt, en dat kan allerlei oorzaken hebben (vaak net een streepje dat verkeerd staat), dan wordt hij heel erg boos. Na drie, vier mislukte pogingen gooit hij het bijltje er bij neer en gaat maar weer wat anders doen. Maar meestal gaat het wel goed. Hij tekent soms stil, maar als ik in de buurt ben dan hoor je hem. Hij praat dan voortdurend hardop, hij zingt en vraagt soms dingen. Hij heeft het uitstekend naar de zin.

Dit zijn vaste dingen die nog nauwelijks te koppelen zijn aan autisme. Maar er is inmiddels een routine in geslopen waar ik al iets minder blij van word. En ik ben het zelf schuld, ik heb het laten gebeuren. Deze routine speelt zich af in de tijd voor het avondeten. Soms al meer dan een uur eerder…..

-‘Opa gaan we al eten?’
-‘Nee, dat duurt nog heel lang.’
-‘Opa, kunnen we nu al eten?’
-‘Als de grote wijzer hier staat, dan is het eten denk ik klaar.’
-‘Opa hoe lang duurt het nog?’
-‘Kijk maar, de grote wijzer staat nu hier, hij moest daar staan, weet je nog?’
-‘Opa, het duurt zo lang.’
-‘Oké dan, als je tot 100 telt dan is het eten klaar.’
-‘1, 2, 3, 4, ………97, 98, 100!’
-‘Ja, het eten is klaar.’
-‘Eééten!’

Op deze manier werkte het een aantal keren. Toen sloop er een nieuw element in.

-‘Tot hoeveel moet ik tellen voordat het eten klaar is?’
-‘Tot 3000 denk ik.’
-‘Oei, dat vind ik te veel…..   Tot hoeveel is het nu nog?’
-‘Tot 1000 ongeveer.’
-‘Dat ga ik niet doen…..   Tot hoeveel nu nog?’
-‘Tot 300.’
-Oké, dat kan ik wel.  1, 2, 3, …………honderdzevenentachtig, honderdachtentachtig,..’
Het tellen ging nu moeizaam door de hoge getallen.  Het eten was al klaar. Dus besloot ik in een rap tempo mee te gaan tellen. Dat vond hij prima.
-‘tweehonderdnegenennegentig, driehónderd!’
-‘Eééten!’

Weer een volgende keer:

-‘Opa, kan ik al tot 300 tellen?’
-‘Nee, nog niet, dat duurt nog heel lang. Ik zal je wel waarschuwen.’
Na weer een aantal keren vragen “hoe lang nog” is het dan zo ver. Hij mag tot 300 tellen. En denkende aan de vorige keer ga ik maar vanaf 100 mee tellen.

Weer een volgende keer:
-‘Opa, kan ik al tot 300 tellen?’
-‘Nee, nog niet, dat duurt nog heel lang. Ik zal je wel waarschuwen.’
Terwijl hij dan eindelijk weer mag gaan tellen zegt hij na een tijdje op dwingende stem:
-‘Een en twintig, twee en twintig. Opa, jij gaat mee tellen vanaf 100!’
-‘OK’
-‘Drie en twintig, vier en twintig, ……….zeven en vijftig, acht en vijftig. Opa jij telt mee vanaf 100 toch?’
-‘Ja hoor.’
-‘negen en vijftig, zestig……’
Ik tel vanaf 100 in snel tempo mee. Hij loopt al tellende rondjes door de kamer. Na het eten zegt hij:
-‘Opa waarom loop ik eigenlijk rondjes als ik tel?’
-‘Dan gaat het tellen beter denk ik.’
‘Ja, dan gaat het tellen beter.’

Sindsdien moet er altijd tot 300 geteld worden voor het eten, ook als het eten per ongeluk al klaar is en ik ben vergeten om hem vijf minuten eerder te waarschuwen. Voordat hij bij 100 is onderbreekt hij steevast zichzelf om te vragen of ik vanaf 100 wel mee ga tellen. Dat moet ik dan ook altijd doen. Als het eten al klaar is en hij heeft nog niet geteld, dan moet ik maar veinzen dat het bijna klaar is, en we gaan weer braaf tellen, anders is het huis te klein. Dat is er nu helemaal ingesleten. Daar mag niet meer van worden afgeweken. Gelukkig doet hij dat alleen bij mij en niet bijvoorbeeld ook thuis. Het is nu nog onschuldig maar ik ben al aan het nadenken hoe we deze routine ook weer terug kunnen draaien. Zoals hij ook nog steeds eet van een kinderbordje dat hij al had toen hij twee was en hij eet ook nog steeds met kinderbestek. Een tijd geleden hebben we hem kunnen overtuigen dat hij nu een scherp mes nodig had. Maar zijn bord, kommetje, lepel en vork wil hij graag nog blijven gebruiken.. Zijn zusje van twee eet al van een groot bord…

Na het eten is het “de hoogste tijd”. (‘Opa, is het al de hoogste tijd?’) De hoogste tijd betekent filmpje kijken. Maar dan wel nadat eerst het speelgoed is opgeruimd. Dan pas is het de hoogste tijd. En na het filmpje kijken worden de schoenen en jas aangetrokken. Ook dat gaat gelukkig steeds sneller. Het hoort bij de routine. Maar hij kan het niet laten om dan toch nog snel even achter de piano te kruipen.  Nou ja, vooruit dan maar. Nu maar uitkijken dat ook dit niet weer een routine wordt….

 

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Onze voorouders

gebouw tongerenGisteren was ik in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Dit museum, 16 km buiten Maastricht in Belgisch Limburg, stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Het staat midden in het prachtige historische centrum van de stad, vlakbij de gotische Onze-Lieve-Vrouwe basiliek. (bouw 1240-1541). Ik had gisteren nog meer te doen en daardoor had ik helaas geen tijd voor een heel uitgebreid bezoek, dus ik probeerde vooral om een globaal beeld van de vaste collectie te krijgen. Het smaakte naar nog een keer! Er waren veel educatieve onderdelen. Hoe zag de Neanderthaler er uit? Er lag een levensecht “exemplaar” inclusief zijn overdadige lichaamshaar. Je kon hem bijna aanraken. En waar kwamen al die mensen vandaan op aarde? Filmpjes lieten zien hoe geleidelijk bepaalde mensensoorten de wereld veroverden. Bij ons was heel lang de Neanderthaler de enige mensensoort, totdat de Homo Sapiens het gebied overspoelde. Tongeren was een belangrijke Romeinse stad. In een grote maquette kon je zien hoe die stad er in de Romeinse tijd uitzag. En natuurlijk waren er veel voorwerpen, van Keltische munten tot en met grote stenen restanten van Romeinse heiligdommen.

leegloopAansluitend op de dingen die ik gisteren zag stond er vanochtend een buitengewoon informatief artikel in de Volkskrant. Tussen ruwweg 300 en 400 na Christus woonde er vrijwel niemand meer in Nederland of  in een groot deel van Vlaanderen. Ook geen Romeinen, die tot kort  daarvoor nog de linie van de Rijn bewaakten met allerlei nederzettingen. Rara hoe kan dat? Wetenschappers hebben dit ontdekt doordat ze tegenwoordig heel veel middelen hebben om bewoningssporen te kunnen dateren. En ook omdat er bij nieuwbouw heel vaak eerst archeologisch onderzoek plaats vindt. Er worden allerlei theorieën los gelaten op de oorzaak van deze ontvolking, maar het is bijna zeker dat in die periode de leefomstandigheden in die gebieden zo slecht waren dat de mensen daardoor naar het zuiden trokken, naar plaatsen waar je wel kon leven. Zoals tegenwoordig ook in Afrika door de droogte de mensen hun heil gaan zoeken in Europa. Ook de Romeinen vertrokken hier in die periode en lieten de grenzen onbeschermd achter. Vanaf omstreeks 400 kwamen er weer mensen terug, maar dat waren niet dezelfde mensen als die er eerst woonden. Ze kwamen uit het oosten, het waren “Germanen”! En dat zijn onze voorouders in zowel Nederland als Vlaanderen. Ze bevolkten het hele gebied weer tot ze, al verder trekkende naar het zuiden, op al bestaande nederzettingen stuitten. Dat waren waarschijnlijk nederzettingen van de eerder verhuisde oorspronkelijke inwoners, in het tegenwoordige Wallonië. De taalgrens is toen gevormd en die is er dus nog steeds. Wij spreken Nederlands door het bar slechte klimaat van de vierde eeuw.

Door deze bevindingen zal de informatie in het Gallo-Romeinse museum waarschijnlijk binnenkort aangepast moeten worden. Vanuit een groot deel van Nederland gezien ligt het museum ver weg, net als het prachtige Thermenmuseum in Heerlen.  Dat laatste gaat uitsluitend over de Romeinse tijd. Je kunt er onder meer een verkleinde versie van een Romeins badgebouw zien waar je door heen kunt lopen. Je krijgt daarbij uitgebreid uitleg over wat er allemaal plaats vond in dat gebouw. Kinderen van de hoogste klassen van de basisschool en leerlingen van het middelbare onderwijs zouden eigenlijk  naar een van deze musea moeten gaan als bij de geschiedenisles het onderwerp aan de orde komt. Allebei de musea zijn educatief van opzet en je kunt er, als je zelf de materie beheerst, nog mooie smeuïge verhalen aan toevoegen. Van harte aanbevolen!

Zie ook:

Gallo-Romeins museum Tongeren
Thermenmuseum Heerlen
Hier onder een link naar het artikel van vanochtend in de Volkskrant:
De grote leegloop

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , | Een reactie plaatsen

Oorlog in Soolor

-‘Komt hier oorlog?’
Mijn oudste kleinzoon is verontrust door de laatste beelden uit Syrië. Ik bezweer hem dat hier geen oorlog komt. Immers alle vorige oorlogen zag je al tijden van tevoren aankomen en nu zie ik veel verontrustende dingen in de wereld, maar geen oorlog in West-Europa.

Ik keek samen met hem naar plaatjes van de eilanden Rottum, Rottumerplaat en Rottumeroog. Vooral Rottumeroog vond hij bijzonder interessant. Een klein onbewoond eiland met slechts één huis, waar af en toe een vogelliefhebber een tijd doorbrengt! Je bent er dan helemaal alleen. Helemaal alleen? Ja, helemaal alleen. Hij kan het zich niet voorstellen. Van iedereen die wat ouder is wil hij steeds weten of hij getrouwd is en zo niet, dan vindt hij dat behoorlijk zielig of zelfs angstaanjagend voor hem zelf. Nu al. Dit unieke eiland moest dus getekend worden. In enkele vlugge schetsen stond het op papier.

rottumeroog

Soolor is niet onbewoond. Het is een fantasie-eiland waar allerlei mensen wonen. Zijn vader kent de namen van een aantal van die mensen, ik niet. Het is een eiland dat al een hele tijd zijn aandacht heeft. Er staat ook een vuurtoren. Hij heeft er al diverse tekeningen van gemaakt. Laatst ging hij dit eiland ook van duplo bouwen. ’s Avonds moest hij het van mij weer opruimen.

rottum

Na enige aarzeling (“zonde van zijn bouwsel”) wist hij hoe hij het zou opruimen. Hij liet er een bom op vallen: “boefffff…”. De vuurtoren viel in diggelen. De brokstukken verdwenen in de duplodoos. Hij besloot om dit voorval ook op een tekening vast te leggen. Er vliegt een vliegtuig met bommen boven het eiland Soolor. Maar de soldaten van Soolor besluiten om het eiland te verdedigen. En er is een trap. Als je daar over naar boven gaat dan ben je veilig. Soolor ligt daarbij ook nog eens, gelukkig maar, héél ver weg. Nog verder weg dan Syrië. Het ligt namelijk op het continent Eetananortsliesanu.

soldaten

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie