De kapitelen van de Servaas

In de Karlskirche in Wenen kun je op een bepaalde plek met een langzaam bewegende, open lift omhoog gaan naar het plafond van het schip. Je ziet dan tot in detail de beschildering. En je ziet ook dat je dat nooit van beneden af zou hebben kunnen zien. Hoe hoger je komt hoe moeilijker je details kunt waarnemen. En toch is het niet ongebruikelijk om afbeeldingen tot in details weer te geven, hoog  in een kerk. Blijkbaar is het niet zo belangrijk of je het wel of niet ziet. Het gaat er om dat het er is. En het heeft een betekenis. Gelovige mensen zijn gewend aan dat idee. Er is veel meer dan je ziet. En ook de onzichtbare dingen zijn belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan de zichtbare.

Achter in de Sint Servaaskerk van Maastricht zijn 34 Romaanse kapitelen.  De meesten hebben twee of drie bewerkte kanten. Vier van deze kapitelen kun je vanuit de kerk zien. Je hebt er wel een verrekijker voor nodig, ze staan hoog op vier zuilen. In het midden van de kerk is op die plaats een soort triomfboog met zowel links als rechts daarvan twee op elkaar gestapelde zuilen, elk voorzien met kapitelen met daarop telkens  twee of zelfs drie afbeeldingen. Ik zou dat de ”Nimrod-kapitelen “willen noemen.  Belangwekkend, want ze zijn denk ik de ingang tot de betekenis van alle er achter liggende kapitelen. Maar over deze vier kapitelen meer in een apart blog.

Achter en boven het orgel zie je vaag nog meer zuilen met kapitelen. Feitelijk gaat het daar om drie galerijen waar zuilen in staan. De noordelijke, zuidelijke en westelijke zuilengalerij. Elizabeth den Hartog heeft al deze kapitelen een nummer gegeven.

servaas-kapitelen-plattegrond1-6 zijn de kapitelen van de zuilen in de noordelijke galerij. 7-24 bevindt zich in de westelijke galerij. 25-30 in de zuidelijke galerij en 31-34, dat zijn de Nimrod kapitelen die zich een eind meer naar het schip van het kerk, eveneens in het westen bevinden. Bij speciale rondleidingen kun je er bij komen. Je moet via een trap naar boven klimmen. Niet zo hoog als wanneer je naar de keizerzaal gaat. Ook niet zo hoog als waar de “gramere” hangt, de luidklok van meer dan 6000 kg. Niet dat je deze kapitelen dan goed ziet. Je moet ook nu nog behoorlijk omhoog kijken. Veel details blijven verborgen door de kijkhoek.

Régis de la Haye heeft een overtuigend iconografische programma van de voorstelling van de kapitelen in de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwebasiliek gemaakt. Dit ook gelieerd aan de plaats waar de zuilen zich bevinden. Deze zijn in de tijd gemaakt dat ook de kapitelen in het westelijke koor van de Servaas ontstonden. Het lijkt logisch dat in de Servaas dus ook van een iconografisch programma sprake zou kunnen zijn. In het westen van de kerk werd heel vaak het laatste oordeel uitgebeeld. Zo zien we dat bijv. in Albi, maar deze voorstellingen zijn wel meer dan 300 jaar later gemaakt. Bovendien weten we van Maastricht dat het westelijke koor aan Maria was gewijd  maar met speciale verwijzingen naar Servatius en vooral ook naar keizer Barbarossa. Moeten we de kapitelen ook vanuit die achtergrond interpreteren? Aart Mekking probeert in die zin enkele kapitelen te duiden. Elisabeth den Hartog heeft het daar niet over. De bijbel en mythische wezens uit het bestiarium zijn haar voornaamste verwijzingsbronnen. Maar is er een relatie met de plaats in de kerk, en is het meer dan louter een opsomming van allerlei soorten afbeeldingen? Denkende aan het verhaal van de la Haye m.b.t. het programma in de OLV-basiliek lijkt dat logisch. Ik ga een poging wagen en veel kapitelen laten zien. De zwart-wit afbeeldingen komen uit het boek van Elisabeth den Hartog. (Zie literatuurlijst aan het eind van dit blog). Alle andere afbeeldingen heb ik zelf gemaakt. Bij de interpretatie neem ik soms dingen van Elizabeth den Hartog over, maar ook bedenk ik soms zelf de mogelijke betekenis.

Kapitelen 1-6 in de noordelijke galerij  hebben volgens Elisabeth den Hartog een relatie met onderdelen van de bijbel. In Genesis 3-19 kun je lezen hoe de mens in het zweet des aanschijns zal werken en zijn brood zal eten en uiteindelijk tot stof zal wederkeren.

1a1b

Op kapiteel 1 (twee afbeeldingen hierboven) zien we mensen werken terwijl een persoon zijn brood eet. Je kunt ook zeggen: hier wordt uitgebeeld hoe de wijnproductie er uit zien: wijnstokken in de grond zetten, oogsten en wijn maken. Intussen moet je even rusten en een stuk brood eten.

2a

Hoe moet je bovenstaande afbeelding interpreteren die je kunt zien op kapiteel 2? Een man die meegevoerd wordt door twee adelaars, met elk een steen in hun klauwen. Maerlant schrijft over de adelaarsteen: ‘Graag maakt hij hoog zijn nest. In zijn nest vindt men het beste de steen die echites heet, omdat hij van naturen weet dat dit voor zijn jongen goed is’. In haar nest zet ze twee kostbare stenen die agaat genoemd worden, in Duits is dit de Adlerstein, de ene is de manlijke en de ander de vrouwelijke vorm. De mannelijke hiervan is hard en is wat gloeiend. En de vrouwelijke is zacht. En er wordt verteld dat ze geen jongen kunnen krijgen zonder die stenen. De mannelijke adelaar legt in haar nest die kostbare steen, die heldere agaat, om haar zo te vrijwaren van de pijnen die met het eieren leggen komen. De Perzen noemen die adelaarsteen de geboortesteen. Ook om de jongen te vrijwaren van venijnige beten van kruipende wormen. (http://www.volkoomen.nl/dieren/adelaar.htm) De adelaar zal hier een symbolische functie hebben. Zou het hier ook gaan om een mannelijke en een vrouwelijk adelaar, elk met hun eigen steen? En waarvoor staat die man die ze vast hebben? In Exodus 19:4 lezen we:  ‘gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot mij gebracht heb‘. De adelaar heeft dus symbolisch het volk Israël gered. Zo kan deze afbeelding wellicht positief worden geduid.

3-centrumKapiteel 3 beeldt ook weer werkende mensen in een wijngaard uit. Hier boven zie je de centrale afbeelding, links en rechts staan ook nog afbeeldingen op hetzelfde kapiteel: links een man op een krukje die druiven plukt, rechts houdt een persoon een druivenrank omhoog terwijl een tweede met een spade in de grond een kuil graaft.  Er zijn meerdere passages in de bijbel waar een wijngaard in voorkomt. In Leviticus 26:5 staat:  De wijndruiven zullen nog rijpen als de tijd voor het zaaien al weer aanbreekt! U zult volop te eten hebben en veilig kunnen leven in het land. Ook bij bovenstaande afbeelding lijkt de wijnoogst heel goed te zijn!

4Op kapiteel 4 zien we astomi. Dat zijn wezens die leven van de geur van planten en niet hoeven te eten. In de hoekpunten zien we maskers van leeuwen. Leeuwen zijn in het algemeen positief. Ze beschermen het goede. Misschien beeldt dit kapiteel het volgende uit:  sommige mensen moeten hard werken voor hun brood, maar anderen hoeven daar weinig voor te doen. Zoals de Astomi.

05Op kapiteel 5 zien we amphisbenae, dat zijn een bepaald soort draken. Achter hen slangen die in de schouder van de draak bijten. Draken en slangen vertegenwoordigen het kwade. Maar ze hebben als voedsel zondaars. Als er geen zondaars zijn dan moeten ze zich zelf wel opeten. Ook deze afbeelding kun je dus zo je wil positief duiden.

06Op kapiteel 6 zijn, kijkende naar hun poten, twee struisvogels te zien.  Struisvogels waren in de ogen van de mensen uit die tijd een soort mythische wezens, die geboren werden uit onbevruchte eieren die gewoon in het zand lagen. Vergelijkbaar met de maagdelijke status van Maria waar Christus uit voort kwam. Maar bij Job 39: 13-17 kun je ook nog dit lezen:

Vrolijk klapwiekt de struis, de moeder van kostbare veren en pennen. Want ze stopt haar eieren in de grond en laat ze uitbroeden in het zand. Ze vergeet dat een voet ze vertrappen kan. Dat de wilde beesten ze verpletteren kunnen. Ze is hard voor haar jongen, alsof het niet de hare zijn. Het deert haar niet, al is haar moeite vergeefs. Want god heeft haar de wijsheid onthouden, geen verstand aan haar geschonken.

De struisvogel bekommert zich niet om haar nageslacht.

Misschien somt de noordelijke galerij op wat voor soort mensen er zijn. Er zijn harde werkers, er zijn er die beschermd worden en leven van de wind, er zijn er die onverantwoord leven en hun kinderen niet de noodzakelijke zorg geven. God heeft het beste met je voor. Hij kan je redden en meenemen naar het beloofde land. Als je niet zondigt zal de duivel geen vat op je krijgen.

In de zuidelijke galerij, kapiteel 25-30, zien we net als in de noordelijke galerij op enkele kapitelen mensen.

25Op kapiteel 25 zien we op een intrigerende afbeelding hoe mensen lijken te groeien uit bladeren, uit stengels ontspringen zij-stengels met een menselijk gezicht. Elisabeth den Hartog denkt dat hier de boom des levens wordt uitgebeeld. Een afbeelding in de Michaeliskirche van Hildesheim laat in de daar afgebeelde levensboom takken zien die een vergelijkbare opzet hebben.  Het laten zien van de levensboom uit het aards paradijs op deze plek geeft al aan dat deze zuidelijke galerij vooral het leven, in positieve zin wil uitbeelden.

operarii lapisKapiteel 26 is  super duidelijk: we zien 5 personen. De twee personen links graveren samen in een steen letters. Twee personen rechts proberen een gegraveerde steen met een hefboomachtig iets op te tillen. Een vijfde persoon bevindt zich rechts op de achtergrond. Op de stenen zien we de tekst: “operarii lapis”, oftewel, “de steenbewerkers”. Je zou ook kunnen zeggen, dit kapiteel is gemaakt om de makers zelf weer te geven. De twee beeldhouwers links hebben een helm op. Een prachtige afbeelding, vergelijkbaar met het zogenaamde heimo-kapiteel in de OLV-basiliek.

27-noord

Op kapiteel 27 zien we twee naakte en twee geklede mannen, vervlochten in stengels. Op hoekpunten zien we leeuwenmaskers. Naakte mannen zijn mannen zonder zonde. Geklede mannen dragen zonde met zich mee. De leeuw wil hen beschermen.

28-frontOp kapiteel 28 gaan twee mannen  elkaar te lijf met bijl en knuppel. Anderen lijken hen tegen te willen houden.

28-rechtsHeel nadrukkelijk tikt iemand de man met de bijl op zijn schouders, iets dergelijks is ook te zien bij de man met de knuppel. Het lijkt logisch dat ook hier een Bijbelse tekst wordt uitgebeeld, waarbij waarschijnlijk zelfbeheersing de boodschap is.

Op kapiteel 29 zien we twee vriendelijke leeuwen, op 30 zien we twee naakte mensen in het struikgewas. Een houdt zich vast aan een stengel, met zijn andere hand houdt hij zijn eigen onderbeen vast. (De afbeeldingen op deze kapitelen zijn hier niet weergegeven). De betekenis van deze kapitelen lijkt vergelijkbaar met die van kapiteel 27.

Weer lijken net als in de noordelijke galerij ook in de zuidelijke galerij mensen centraal te staan. hardwerkende arbeiders, maar vooral ook goede mensen en zondige mensen, die gelukkig wel beschermd lijken te zijn. Het goede lijkt het kwade te (willen) corrigeren.

De westelijke galerij .

11Kapiteel 11 lijkt nog vrij lieflijk. We zien twee leeuwen die naar elkaar toegekeerd zijn, maar hun hoofd is naar achteren gericht23Maar kapiteel 23, dat is andere koek! We zien een zogenaamde “Blemmyes”, een wezen zonder hoofd maar ogen op zijn buik. Om hem heen staan twee geklede mannen met hondenkoppen, zogenaamde Cynocephali, die de Blemmyes in zijn arm bijten.

12-centrumIets dergelijks zien we ook bij kapiteel 12, waar een man van twee kanten wordt aangevallen door twee draken. De draak zou volgens middeleeuwse bronnen zich richten op geklede mensen, en op de vlucht slaan als de mens naakt is. Gekleed staat voor “vol zonde”.

24Bij kapiteel 24 zien we een mens die bij zijn benen gebonden is en probeert met zijn armen twee wezens van zich af te houden, die van zowel links als rechts in zijn schouder willen bijten. Elisabeth den Hartog denkt dat het misschien gaat om twee “basilisks”, mythische wezens van duivelse oorsprong die een soort combinatie van draak en haan zijn.

Zo zouden we kunnen zeggen dat in deze westelijke galerij, kapiteel 7-24, nog het meest een directe voortzetting is van wat we ook bij de Nimrodkapitelen zien. Angstige mensen op de vlucht voor monsters en mythische wezens. Bijbelse teksten? Wie weet. Maar voor mij zijn die dan in het algemeen niet duidelijk. Vooral kunnen we er een soort vermaning in zien: kijk uit voor de satan, hij is op jacht naar je ziel.

De galerijen aan de zijkanten, de noordelijke en zuidelijke, geven hoop. Zij staan voor de mens die niet zonder zonde is, maar wel van goede wil is en door God wordt geholpen. Maar het hoofddeel, het midden, de westelijke galerij, staat vol met afbeeldingen waar de duivel de baas lijkt te zijn. Draken en andere bedreigende wezens nemen de mens gevangen en nemen hem mee, waarschijnlijk naar de hel. De ergste satan, Nimrod, staat vooraan in die galerij. Zo zou je het geheel kunnen interpreteren als: centraal staat satan met al zijn handlangers, vaak mythische wezens uit het bestiarium, en hij bedreigt de mens. Maar er is hoop. De hardwerkende, goede mens, zal beschermd worden en meegevoerd worden naar het beloofde land.

De kapitelen in het westelijke deel van de Servaas zijn uniek. Zeker in Nederland. Ze zijn intrigerend. Ze verbazen, lijken nog meer dan veel andere dingen uit een andere tijd, een vreemde wereld te komen. In de toelichtende folder die je krijgt als je de Servaas bezoekt worden ze niet eens vermeld. Vrijwel niemand weet dat ze er zijn en hoe bijzonder ze zijn. Laatst ging ik mee met een gids die zei dat zij ze zelf nog nooit had gezien..  Misschien waren ze wel nooit voor mensen bedoeld en voelen de huidige conservatoren van de Servaas dat aan. Maar ik heb ze nu al drie keer gezien. En de sensatie die het geeft, zelfs als je weet dat je nooit alles kunt zien! Het weinige is genoeg. Ze zeggen dat het leven een mysterie is. Ze zeggen mij ook dat het meest interessante op de wereld datgene is, dat je niet ziet..

Literatuur:

  • Elizabeth den Hartog, Romanesque sculpture in Maastricht. 2002 Bonnefantenmuseum Maastricht. ISBN 90 72251 31 8. Zeer uitgebreide en diepgaande beschrijving van de Romaanse sculpturen in met name de O.L.V. basiliek en de St. Servaas. Ook uitgebreide vergelijkingen met sculpturen uit Duitsland, Frankrijk en Italië. Analyses en overtuigende verklaringen van de vaak enigszins mystieke betekenissen. Veel afbeeldingen in zwart wit. Engelstalig
  • Aart Mekking: Basiliek St. Servaas Maastricht. De Walburg Pers,Zutphen. ISBN 906011.339.X. 1986 Clavis stichting Publicaties Middeleeuwse kunst, Utrecht. Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca 1200. Wetenschappelijke studie met veel afbeeldingen.
  • Locus iste sanctus est. Régis de la Haye. Over het iconigrafisch programma van de kapitelen van de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht. Limburgs geschied en oudheidkundig genootschap, jaarboek 2006.
  • En natuurlijk het oude testament en sites op internet over bestiaria.
Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Nimrod in de Servaas

De bijbelse figuur Nimrod wordt geassocieerd met allerlei personen. Meestal wordt hij niet al te positief weergegeven. Zo zou hij Babel hebben gesticht en sinds de bouw van de toren van Babel is de mensheid gestraft met de veeltaligheid waardoor men elkaar niet meer verstaat. Nimrod was ook een groot jager, maar in de bijbel en bij mensen als Augustinus en Hiëronymus staat de jacht niet in een goed daglicht. In 1140, niet zo lang voor de kapitelen werden gehouwen in de twee kapittelkerken van Maastricht, kwam er zelfs een pauselijk decreet waarin “zij die de jacht bedreven niet ter kerke mochten gaan”. Deze mening kwam waarschijnlijk voort uit de interpretatie van Genesis 10, vers 8-10:

  • 8 En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
  • 9 Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
  • 10 En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.

‘Voor het aangezicht des heren’, daarmee wordt bedoeld: ‘hij probeerde God te evenaren’. Bijbelse commentatoren uit die tijd beschouwden Nimrod als de incarnatie van de duivel. Hiëronymus schreef al eerder dat het de taak van de mensen was om zich zelf te bevrijden uit de val die door de duivel was opgesteld. De duivel was als een fanatieke jager op jacht naar onze zielen. Nimrod noemt hij zo een jager, een zondaar en een opstandig persoon richting God. In zijn commentaren op Isaiah hield Hiëronymus Nimrod zelfs verantwoordelijk voor de zondvloed.

Volgens Orosius, Augustinus en andere bijbelse exegeten was Nimrod een reus. Een slechte reus dus, net als Goliath. In de kathedraal van Piacenza wordt Goliath weergegeven als een reus door zijn helm niet meer te laten passen in het reliëf. Iets dergelijks zien we bij een kapiteel in het westwerk van de Servaas. Volgens Elisabeth den Hartog wordt hier Nimrod uitgebeeld.

Als dat juist is komen veel van de afbeeldingen die hier in dat Westwerk te zien zijn in een bepaald daglicht te staan. Midden in deze galerij is een triomfboog met aan allebei de kanten twee dubbele zuilen, zuilen die die op elkaar zijn gestapeld. Alle vier de zuilen hebben kapitelen, zodat we zo 4 kapitelen rond deze boog hebben. Al deze kapitelen hebben verder 2 of 3 zichtbare kanten, zodat we uiteindelijk in totaal 9 afbeeldingen hebben. Deze afbeeldingen vertellen eigenlijk waar het grofweg om gaat in deze galerij.

We bevinden ons in het westelijke koor, het koor van de keizer, of in ieder geval het wereldlijke deel van de kerk. De kapitelen aan de oostkant zijn allemaal verdwenen. Hier zullen net als in de OLV-basiliek bijbelse taferelen zijn uitgebeeld. Maar aan de westelijke kant zien we wereldse taferelen, en voor een belangrijk deel zijn het waarschuwingen. Nimrod, de duivel, die probeert God te evenaren? Die moeten we mijden. Zou de proost van de Servaas dit ook zo gezien hebben? Feitelijk zou je dit kunnen interpreteren als: keizer, kijk uit dat je niet God probeert te evenaren. Maar net als bij veel huidige wereldleiders kan een dagelijkse dubieuze praktijk prima samengaan met een op zondag vrome houding in de kerk. Hoe het ook zij, vanuit dit gezichtspunt krijgen veel kapitelen een wat meer duidelijke betekenis.

Pontificaal, in het midden, zien we op een van de bovenste zuilen rond de triomfboog Nimrod. Ik vertel in eigen woorden hoe Elisabeth den Hartog deze 9 afbeeldingen rond de triomfboog interpreteert:

servaas-nimrod1

Rechts zien we dus de jager Nimrod met een knuppel, terwijl hij een beer aan een leiband heeft. De beer op zijn beurt bijt met zijn muil in een leeuw.  De benen van de reus Nimrod passen niet in het bovenste deel, maar hangen over een soort reling die de twee delen van het kapiteel verdeelt. Ook stoot hij door zijn lengte zijn hoofd. In het onderste deel, waar Nimrod zijn benen en voeten heeft, leven draken die in elkaar gestrengeld zijn. Beren worden vaak ook als incarnaties van de duivel gezien, leeuwen daarentegen als wachters naar het goede. ‘Sterke leeuwen weten het rijk van de dood te verpletteren’ kunnen we lezen op een opschrift op het portaal van Jaca in Spanje. De duivel lijkt hier echter de baas te zijn en alle macht te hebben.

servaas-31-links

Op datzelfde kapiteel zien we aan de linkerkant een wezen met een dierlijk uiterlijk maar een menselijk hoofd, zijn hoofd naar beneden gericht. Zijn mond staat wijd open. Zijn linker poot is gericht naar deze snuit, de rechterpoot staat geklauwd open. We kunnen het wezen identificeren als een “manticore”, een angstwekkend dier dat uit India zou komen, met het gezicht van een mens maar een wezen dat juist mensenvlees eet. Ook zou de manticore erg goed moeten kunnen springen. Het komt voor in een bestiarium zoals bewaard in de British Library in Londen.

servaas-nimrod2a

Van beneden af kijkende, en dat doe je eigenlijk altijd, zie je vooral de kop van de manticore

servaas-nimrod3

Aan de voorkant van ditzelfde kapiteel zien we in het midden een wezen op vier poten , de voorste poten gekruist, met een mensachtig hoofd. Alweer een manticore? Hij staart  ons met veel te grote ogen aan. Rechts daarvan zien we in spiegelbeeld een dergelijk wezen, beide wezens staan met de kont en met hun achterpoten naar elkaar toe gericht.

servaas-32-front

De beschreven afbeeldingen zijn van een van de bovenste zuilen. Op de zuil hieronder zie je op de voorkant links en rechts menselijke hoofden die uit het struikgewas naar buiten staren. Een is bloothoofds, de ander draagt een hoed. Daar tussen in zien we twee vogels die met de nek aan elkaar zijn gebonden. Ze pikken in hun eigen vleugels.

servaas-32-rechtsHun staart is weer gelinkt aan de vogels van de andere kant van het kapiteel. Afwisselend aan alle kanten steeds een verstopt mens en twee gebonden vogels.

servaas-nimrod6

De tweede zuil is van boven slechts voorzien van een kapiteel met aan alle beide kanten in elkaar gevlochten gebladerte.

servaas-34-front

Onder aan diezelfde zuil bevindt zich een kapiteel met aan de voorkant weer leeuwen met de achterkant naar elkaar toe gericht, etende van het gebladerte boven hen. Ze hebben scherpe klauwen.

servaas-34-links-a

Het patroon zet zich ook aan de linkerkant enigszins voort. Het hoofd van de leeuwen is nu naar voren gericht.

Als we dit geheel nu bekijken dan zien we een wereld met bomen, struiken en vogels. De vogels zijn gebonden en hebben niets te vertellen. In deze wereld leven ook leeuwen. Maar ook de leeuwen hebben weinig te vertellen, een leeuw wordt zelfs opgegeten door een beer. De andere leeuwen (of zijn het geen leeuwen?) zijn vegetarisch. Er zijn vele duivels. Nimrod is de ergste satan. Hij is omgeven door een door hem geleide beer en een wezen als de manticare die mensenvlees eet. In het struikgewas zitten angstig verscholen een aantal mensen. Satan is op zoek naar hen. Verder zijn er draken die ook weinig goeds voorspellen. Zij leven als slangen laag bij de grond,  in een soort onderwereld.

De zuilen rond de triomfboog zeggen: Zondige mens, kijk uit! Je leeft in een duivelse wereld waarin je niet veilig bent. Satan zoekt je!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Wie was Heimo? De beeldhouwers van Maastricht in de twaalfde eeuw

Kunsthistorici houden zich vaak bezig met een stijl. En ook met het vergelijken van werken om zo de herkomst en invloed van een werk te onderzoeken. Hoe verder je terug gaat in de geschiedenis, hoe moeilijker het wordt. De kunstenaars zijn dan meestal anoniem en ook zijn niet altijd de namen van de opdrachtgevers bekend. Zo ook: wie waren de beeldhouwers in de twaalfde eeuw in Maastricht die de vele sculpturen, en vooral de beroemde kapitelen hebben vervaardigd in de O.L.V. kerk en de Sint Servaas?

Veel historici hebben zich hiermee bezig gehouden en de speculaties zijn niet van de lucht. In de O.L.V. kerk zie je op een beroemd kapiteel hoe een niet religieus persoon, goed gekleed, een kapiteel aanbiedt aan Maria. Hij noemt zichzelf Heimo. Was hij een opdrachtgever? Of was hij de leider van de kunstenaars die aan al die kapitelen gewerkt hebben? Welten denkt het eerste, Elizabeth den Hartog neigt naar het tweede. Omdat kunstenaars in Lombardije in die tijd dat vaker deden.

heimoDe studie en de voorbeelden van Elisabeth den Hartog overtuigen mij. We zien op de afbeelding volgens mij dus waarschijnlijk een trotse beeldhouwer, waarschijnlijk de leider van de werkplaats.

We kunnen ten noorden van de alpen in de tweede helft van de twaalfde eeuw op een aantal plaatsen sculpturen vinden die vergelijkbaar zijn met die in Maastricht. Maar ze zijn allemaal net iets later gemaakt dan die in Maastricht. Wat blijkt: al de opdrachtgevers van die plaatsen zijn gelieerd aan de proost van het kapittel van Servaas.  Het gerenommeerde gezelschap werklieden van Maastricht heeft zijn kunsten ook op andere plaatsen laten zien.

Maar waren het wel Maastrichtenaren? Volgens Elisabeth den Hartog waren het Maastrichtenaren die in de leer waren geweest in Lombardije of, en dat is waarschijnlijker, waren het kunstenaars uit Lombardije. De overeenkomsten met beeldhouwscholen in Lombardije en in iets mindere mate met die van Emilia of zelfs Venetië zijn overweldigend. En zo deden ze het verder nergens in Europa. In Frankrijk zag het er heel anders uit. En ook op de meeste plaatsen in Duitsland. Maar niet in Eisenach in de Georgenkirche, niet in de de Wartburg of in de dubbelkerk van Schwarzrheindorf (nu onderdeel van Bonn).  Allemaal kerken die gelieerd zijn aan proosten van het kapittel van Servaas. Maar die proosten hadden nog andere baantjes. Het gaat om twee bisschoppen en tevens kanseliers van de Rooms-Duitse keizer Barbarossa. We hebben het over Arnold von Wied en Christian von Buch. Arnold von Wied was aartsbisschop van Keulen en ging mee op veldtocht naar Italië, tevens was hij proost van Maastricht. De tweede was Christian von Buch, aartsbisschop van Mainz. Ook hij ging mee met Barbarossa naar Italië, zelfs als aanvoerder. Christian Buch was na de dood van Arnold von Wied diens opvolger als proost van de  Servaas in Maastricht. Kortom, zij waren mensen die elkaar gekend hebben en allebei van veel betekenis waren voor de voltooiïng en versiering van de Servaaskerk. Maar er is nog iets: Arnold von Ried en ook Christian von Buch, waren aanwezig bij veroveringen in Lombardije. Ze zijn daar vast onder de indruk geweest van de hoogstaande sculptuurkunst. En zij hebben wellicht een groep beeldhouwers (o.l.v.  Heimo?) weten over te halen om te komen werken in het Maas- en Rijndal, en, via Christian von Buch, iets later ook in Thüringen. De vrouw van de graaf van Thüringen was trouwens de halfzus van Barbarossa. Connecties te over dus. Toen ze hier eenmaal waren hebben ze ook nog wat gedaan in Utrecht, in St.Odiliënberg, in Borgloon en in Rolduc. Maar verreweg de meeste sculpturen werden gemaakt in Maastricht. Buiten de genoemde gebieden is er geen enkele plaats in het Maas- en Rijnland waar vergelijkbare dingen zijn gemaakt.

Ik laat enkele vergelijkingen zien zoals Elisabeth den Hartog die heeft weergegeven in haar prachtige Engelstalige studie “Romanesque sculpture in Maastricht”.  De overeenkomsten zijn frappant. De kunstenaar van het werk in Turijn is bekend.  Het is de beroemde kunstenaar Nicolaus die garant stond voor een heel repertoire van sculpturen met zijn atelier in de verre omgeving van Turijn. Zo heeft hij een heel portaal voorzien met afbeeldingen van de dierenriem in de Sagra di San Michele. Rechts beeldt hij op onderstaande vergelijking “de Tweelingen” uit. Links zien we de verzoening van Jacob en Esau in de O.L.V. kerk van Maastricht.. Hun tijdelijke tweemanschap is nog wat intiemer dan het blijvende tweemanschap van de tweelingen. Heimo moet het werk van Nicolaus gekend hebben.

turijn

De linkerafbeelding van onderstaande afbeeldingen stamt van het westwerk van de Servaas, (fragment van de oostkant van kapiteel 4). Rechts zien we “de waterman”, een beeldhouwwerk in de kathedraal van Piacenza.  Dus niet alleen in Turijn was het in die tijd populair om tekens van de dierenriem in een kerk weer te geven. Opvallend is om te beginnen de grote overeenkomst in de houding, met name in hoe beide figuren de benen over elkaar geslagen hebben. De Waterman giet water uit. Volgens Elizabeth den Hartog beeldt het kapiteel in de Servaas “een van de Astomi” uit. Dat is een volk dat niet eet en drinkt en slechts leeft van het “ruiken”. Bij allebei de afbeeldingen zien we de ribben van de figuur, en ook het enkelgewricht. Het lijkt overduidelijk dat het of om dezelfde kunstenaars gaat of in ieder geval in Maastricht om kunstenaars die het Italiaanse origineel goed gekend moeten hebben.

piacenza2

Tot slot nog een vergelijking van een kapiteel uit de Barbaratoren van de O.L.V.-kerk in Maastricht (nu in het Bonnefantenmuseum) en een kapiteel uit de buitenste dwerggalerij in de dubbelkerk van Schwarzrheindorf. De kerk van Schwarzrheindorf is gebouwd door Arnold von Wied. Hij liet de kunstenaars in zijn aartsbisdom Keulen en in zijn kapittelkerk in Maastricht werken, dat kan niet anders.

schwarzrheindorf

En wie was nu Heimo? In Modena is er aan de oostkant van de kathedraal een inscriptie van twaalf regels waarin de prachtige decoraties van de kathedraal worden genoemd en waarin de architect “Lafranc” wordt geprezen. Verder zien we dat zijn eigen naam erbij staat: “Aimo”. Wat zijn functie was is ook hier onbekend. De sculptuur is vijftig jaar eerder gemaakt dan de Heimo-sculptuur in de O.L.V.-kerk. Gezien de beschreven overeenkomsten met het iets eerdere werk in Lombardije, deels van het atelier van Nicolaus, is Heimo dus wellicht een Italiaan. En de overeenkomst met de naam Aimo is uiteraard toevallig, maar wijst onwillekeurig toch die kant uit.

Ik ga er dus van uit dat na de Italiaanse oorlogstochten van Barbarossa met bij de medestrijders twee opeenvolgende proosten van het kapittel van Servaas een groep kunstenaars uit die streek is overgehaald om in Maastricht en andere plaatsen te komen werken. De leider van die groep heette Heimo en heeft zichzelf vereeuwigd op een kapiteel in de absis van de O.L.V.-basiliek.

Heimo en zijn ploeg heeft een grote hoeveelheid uniek beeldhouwwerk achtergelaten waar we nog steeds van kunnen genieten, waar we over kunnen nadenken en welk ons zelfs kan verbijsteren. Hieronder nog een kapiteel uit de Servaaskerk. Denk er maar over na…

servaas-23

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

De Schatkamer van Servaas

Ik vind het telkens weer een prikkelende sensatie als ik ervaar hoe dingen veranderd zijn in de loop van de tijd. Ik kijk naar iets en sluit mijn ogen om zo beter te kunnen fantaseren hoe het er ooit uitzag.  Zo was het terrein naast ons huis toen we er ruim 22 jaar geleden kwamen wonen een voormalig industrieterrein dat al jaren overwoekerd werd door de natuur. Met mijn ogen dicht zie ik dat weer. Het was helemaal omheind door een hoog hekwerk. Geen probleem. Als je het wist waren er enkele plaatsen waar je makkelijk naar binnen kon. Het terrein was enkele hectaren groot.  De gebouwen van het industrieterrein stonden leeg en waren aan het vervallen. Er zaten uilen, vleermuizen en er stonden  allerlei struiken, bomen en zeldzame planten. Ik probeerde de planten te determineren. Sommige waren zo zeldzaam dat ik hun aanwezigheid alleen maar kon verklaren door de aanwezigheid van de Lek. De zaden moesten daar via de scheepvaart terecht gekomen zijn. Maar: hetzelfde stuk grond zag er enkele tientallen jaren daarvoor nog weer heel anders uit. Toen waren daar de uiterwaarden van de Lek en er stroomde een kreek doorheen. De grond van deze uiterwaarden werd opgekocht, alles werd opgehoogd en er werd een bedrijf gevestigd van de zandwinningsmaatschappij Oosterwijk.  Het Rotterdam van na de oorlog is grotendeels gebouwd op zand dat door Boele en Oosterwijk werd geleverd… In 1969 verkocht Oosterwijk het bedrijf aan Boskalis dat er vervolgens niets mee deed. Daardoor veranderde het gebied geleidelijk in het natuurparadijs dat ik zo net beschreef. Ook dat duurde niet zo lang. Naar aanleiding van de overstromingen van 1993 en 1996 besloot het rijk om “ruimte aan de rivier” te geven. En “mijn” natuurparadijs werd afgegraven en er werd een nieuw natuurterrein gecreëerd met geulen en riet waar de getijden van de Lek vrij spel kregen. Nu weet je inmiddels al niet meer beter. Het verleden is weer weggepoetst. Voor zo lang als het duurt…

Ik maak een sprong naar een van mijn eerdere woonplaatsen. Kijk je naar oude tekeningen van het Vrijthof van Maastricht dan zie je hoe dit in de loop van de eeuwen ook steeds veranderde. Zo was er ter hoogte van de huidige schatkamer van de Servaaskerk op het Vrijthof lange tijd een kerkhof. Ook was een deel van het terrein zo laag dat het er meestal drassig was.

Maar er is ook nog veel hetzelfde. Betreed je door de noordelijke ingang de Servaaskerk dan zie je nog steeds hetzelfde tympaan boven de toegangsdeur.

tympaan

In het midden zie je Christus als Majestas Domini, om hem heen zijn de vier symbolen van de evangelisten weergegeven. Links zie je Marcus en Mattheus (leeuw en engel), rechts zie je Lucas en Johannes (koe en adelaar). Er om heen staat in het Latijn de volgende tekst,  + HEC DOMUS ORANDI DOMUS EST PECCATA LAVANDI +  HOC SUBEAS LIMEN PURGARE VOLENS HOMO CRIMEN.  Dit huis van gebed is een huis van reiniging der zonden. Treedt over de drempel, mens, als je jezelf wil reinigen van zonden. De tekst op de benedenrand luidt: + INTUS PECCATIS LAVACRUM DAT FONS PIETATIS. Binnen zal de bron van genade je vergeving van zonden verschaffen.

Deze aanmaningen gelden misschien wel voor elke kerk als je die betreedt. Maar nu betreed je een kerk met het graf van een heilige, ja met het graf van maar liefst drie heiligen. Zij vormden in de twaalfde eeuw denk ik vooral de bron van genade die je vergeving van zonden moest verschaffen.

Voordat je naar binnen gaat loop je trouwens eerst nog door de zuidelijke kloosteromgang. Met in de tuin de “Grand Mère”. Dat is een heel grote luidklok. Hij werd alleen geluid bij bijzondere gelegenheden: de dood van de paus, of de proost. Of als de stad belegerd werd. Het was een noodklok en een klok vol droefenis. Met een angstaanjagende doffe dreun. Ik heb hem nog enkele keren gehoord. Nu zit er een nieuwe “Grand Mère” in de toren. De oude heeft een barst en ligt in de kloostertuin.

Op het einde links van de kloosteromgang kun je een ruimte betreden die al in de elfde eeuw is gebouwd. Het was toen een dubbelkapel, nu is het de schatkamer van Servaas.

Als je daar binnen gaat is het aardig om, voordat je je aan de schatten gaat vergapen, je eerst in te leven in hoe die ruimtes er in de tijd van de bouw uitzagen. Je ziet een vrij hoge ruimte, maar gelijk binnenkomende links kun je ook omhoog gaan naar een hogere ruimte. Vanwege de twee verdiepingen wordt het een dubbelkapel genoemd. In de benedenkapel was helemaal achterin een enigszins afgesloten ruimte waar een aantal relieken van heiligen werden bewaard. Daar was ook een altaar in de afsluitende muur ingebouwd. Daarvoor, in de veel grotere overblijvende ruimte waren de graven van een aantal proosten en dekens. De ruimte daarboven, waar nu onder meer allerlei kelken staan en het loden kruis van proost Humbertus, daar was ook een altaar en er was een gebedsruimte. Ook werden er soms vergaderingen gehouden door de kanunniken. Een dergelijke dubbelkapel zien we al in vroegchristelijke mausoleums.  Het schijnt in Romaanse kerken een zeldzaamheid te zijn.  We weten het een en ander van wat er vroeger gebeurde in deze kapel. Op tweede kerstavond gingen alle kanunniken met kaarsen er heen. Daar ontving de deken twee kaarsen en hij moest de kanunniken op een etentje tracteren. De kanunniken zorgden voor gewijde wijn die daarbij gedronken werd.  Dit alles staat beschreven in het officium custodem van Maastricht. In deze kapel bevond zich een altaar, gewijd aan Johannes de Doper. Dit etentje vond plaats op het vigilie van deze heilige. Maar ook door de week werd hier dagelijks gebeden.  Het “miserere” (psalm 50) en “de profundus” (psalm 129) moest er elke avond worden gereciteerd. Beide psalmen maken deel uit van het dodenofficie. Er moest dus dagelijks gebeden worden voor het zielenheil van de overledenen in de benedenkapel.

Nu is in beide delen van deze dubbelkapel de schatkamer van Servaas gevestigd. 90% van de vroegere schatten is trouwens verdwenen. Het meeste is verkocht of achterover gedrukt tijdens de beginjaren van de Franse tijd, in de jaren 1796-1798. Alles moest toen weg, de kerk en andere ruimten kregen militaire functies.

Toen na de Franse tijd zo’n 20 jaar later de Servaas weer een liturgische functie kreeg hebben ze gelukkig veel dingen die men had weten te verstoppen weer teruggebracht en een deel dat eerder was opgekocht is ook door de nieuw gevormde parochie weer teruggekocht. Maar de inrichting en rijkdom die er ooit was is nooit meer terug gekomen. Toch is het nog steeds de moeite waard om te zien wat er tegenwoordig in de kerk is maar vooral ook wat er in de schatkamer ligt. In een eerder blog had ik het al over het struisvogelei. Nu wil ik een bronzen kruis uit omstreeks 1150 beschrijven.

crucifix

Je kunt zien dat het corpus bevestigd is geweest op een kruis, waarschijnlijk van hout. De spijkers die Christus door zijn handen kreeg dienden ook nu letterlijk voor de bevestiging. Bij zijn voeten vond de bevestiging via een extra plaatje onder de voeten plaats. Opvallend is zijn kapsel zoals we dat ook heel vaak in Evangelaria uit die tijd zien. Jezus heeft zijn ogen gesloten. Maar hij is nog niet de man van Smarten zoals hij niet veel later afgebeeld zal gaan worden. Het is een nog enigszins waardige Christus. Het lijden staat nog niet centraal. Het kruis is gemaakt in dezelfde tijd als het hiervoor beschreven stenen tympaan met de majestas domini, ook hier wordt vooral de waardigheid van Christus uitgedrukt. Alles stamt uit de tijd dat de kerk uitgebreid versierd werd en het westwerk en de keizerzaal werd gebouwd, en ook de prachtige kapitelen werden gehouwen. Die trouwens wel al veel expressiviteit bezitten.

In de stijl van dit kruis zullen er vast meerdere beelden geweest zijn. Ik probeer ze mij voor te stellen. En als ik dan de kerk inga, door de deur met het er boven gelegen tympaan, dan zie ik in gedachten hoe het plafond en de muren van de kerk geheel beschilderd waren. Met onder meer Bijbelse taferelen. Als je naar Reichenau gaat dan kun je een kerk vinden die dat nog enigszins heeft. Maar: doe vooral je ogen dicht…

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Middeleeuwse graven en grafmonumenten in de Servaas van Maastricht

Al eerder vertelde ik hoe de laatste Karolinger, hertog van Lotharingen en kroonpretendent voor de Franse troon, in 1001 in de Servaaskerk van Maastricht is begraven. De kerk heeft in de loop van de jaren voor veel vooraanstaande lieden tot grafkerk gediend. Maar twee graftombes wil ik hier nog toelichten, die niet alleen zeer oud zijn, maar waar veel belangwekkende dingen over te vertellen zijn en die archeologen veel hoofdbrekens hebben gekost.

Op 2 september 1890 heeft men in de Servaaskerk bij opgravingen in het middenschip een merkwaardige graftombe ontdekt. Deze opgravingen zijn gedocumenteerd in de Publications van het LGOG van dat zelfde jaar.

Eerst vond men een vierkante steen in de vorm van een ruit in de grond gelegd, met een smalle enigszins hoge rand waarin ooit een plaat was bevestigd geweest. Toen deze steen was verwijderd en de aarde weggegraven kwam er een zandstenen monument tevoorschijn, in de vorm van een sarcofaag met een driehoekig deksel  en platte rand, uit een stuk vervaardigd. Dit gevaarte was van binnen hol. In de nabijheid van het monument vond men stukken zwart marmer. Op het benedenstuk waren langs alle zijden paneelvormige vierkanten aangebracht met een buitenste en binnenste lijst en daar binnen was er een ruitvormige opening. Op de lange zijden aan allebei de kanten vier, aan de smalle zijden aan allebei de kanten twee, in totaal dus twaalf ruitvormige openingen. Het monument had geen bodem. Er op stond een Latijnse inscriptie die na nader onderzoek uit de vijftiende eeuw bleek te zijn en aangaf dat hier Monulphus en Gondulphus begraven zijn.”

Nu is deze sarcofaag absoluut niet vijftiende eeuws. Elizabeth den Hartog (Publications 1992) heeft overtuigend aangetoond dat ze stamt uit de elfde eeuw. Het gaat om een zogenaamde cenotaaf. Dat is een lege grafkist welke verwijst naar een echte grafkist daaronder. Het was dus een aanduiding waar het graf van de bisschoppen Monulphus en Gondulphus zich bevond. De twee heilige bisschoppen van rond 560 die beschouwd worden als de stichters van het eerste heiligdom op de plaats waar de Heilige Servatius is begraven.

servaas-cenotaaf-monulfus-gondulfusEr zijn meerdere bewijzen voor deze stelling. Alhoewel deze kist uniek is zijn er enigszins vergelijkbare cenotafen uit de tiende en elfde eeuw te vinden op andere plaatsen in Europa. Maar het meest overtuigende bewijs komt uit Maastricht zelf. In 1988, dus bijna honderd jaar na de terugvinding van de cenotaaf, is de stenen kist met het graf van een proost ontdekt. In die kist lag een loden kruis met daarin gegraveerd een uitvoerig relaas van de werken van deze proost. Hij vertelt o.a. dat hij een stenen cenotaaf heeft laten vervaardigen voor de bisschoppen Monulphus en Gondulphus.

proost-humbertus-grafkruis

proost-humbertus-grafkruis-vertalingWat betekenen de ruitvormige gaten in deze cenotaaf? De ruitvorm is het symbool van “terra”, aarde. Ze verwijst naar de stoffelijkheid van het lichaam van de bisschoppen en de aarde waaraan ze zijn toevertrouwd. Dus het zijn geen kijkgaten of wierookgaten zoals soms wordt verondersteld. Ze hadden een puur symbolische functie.

Deze cenotaaf heeft vanaf de tijd van Proost Humbertus eind elfde eeuw dus boven het graf van de heilige bisschoppen gestaan.  Dat bevond zich in het oostelijke middenschip van de kerk. Op een bepaald moment heeft men besloten deze cenotaaf te begraven op dezelfde plaats waar hij eerst in het middenschip van de kerk stond. Daarna werd hij in de loop van de eeuwen vergeten. In ieder geval in de vijftiende eeuw, toen de inscriptie is vervaardigd, waren de kanunniken zich nog bewust van het bestaan van deze cenotaaf.

Het graf van proost Humbertus bevond zich ook onder het middenschip, helemaal aan de westkant van de kerk, niet zo ver van het westelijke altaarretabel. Deze stenen kist bevatte naast het genoemde loden kruis ook nog de botten van de overledene,  er waren sporen van teer en men vond er gedroogde veldbloemen. Het stenen deksel was behoorlijk beschadigd. Na verwijdering bleek er ook nog een inscriptie te staan op de rand van de kist. Die kon je dus niet zien als het deksel er op zat. Het is duidelijk dat de overledene lang opgebaard is geweest voordat hij werd begraven. De inscriptie was zichtbaar voor de bezoekers van de opgebaarde proost. Waarschijnlijk moest er nog van heinde en verre familie komen om bij de begrafenis te zijn. Het lichaam werd daarom geteerd. Ook is het aardig om te weten dat er bloemen over hem heen werden gestrooid voordat de kist werd dichtgemaakt. Het strooien van bloemen op een graf is nog steeds een goed gebruik.

Het loden kruis bevindt zich tegenwoordig in de schatkamer van de Sint-Servaas. De open kist met de inscriptie kun je zien als je een koperen plaat in het westen van het middenschip oplicht. De cenotaaf boven het graf van de bisschoppen Monulfus en Gondulfus bevindt zich in een van de oost-cryptes.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Albi

De vorige week bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven de stad Albi, ten oosten van Toulouse. Ik was bij mijn eerste bezoek zeer onder de indruk van de kathedraal. En ik wilde hem nog een keer zien en er meer over weten. Om iets van deze kerk te snappen moet je ook iets weten van de katharen, de naam van een sekte waar ook het woord “ketters” van is afgeleid.

In het midden van de 12e eeuw werden er op veel plaatsen in Europa vergelijkbare ketterse bewegingen gesignaleerd: van Engeland, Vlaanderen, het Rijnland, de Champagne, de Languedoc tot Lombardije. De aanhangers kregen al snel de verzamelnaam Katharen en soms werden ze in eigentijdse kronieken ook Albigenzen genoemd, omdat veel inwoners van de stad Albi zich hadden aangesloten bij de beweging .

Vóór 1140 zijn er geen bewijzen van deze theologische richting, met als voornaamste kenmerk het aanhangen van het zogenaamde dualisme. Aan de ene kant is het Satan die de wereld regeert. Om niet door hem meegesleurd te worden in zijn duivelse bedoelingen moet je je op het geestelijke (Christus) richten. Een uiterst vrome beweging met bijv. ook gelijkstelling van man en vrouw. De voorgangers, de parfaits,  mochten geen gemeenschap hebben en ze moesten voortdurend vasten. Iedere gelovige kon na een ceremonie parfait worden, veel  gelovigen lieten zich  tot parfait “dopen” op hun sterfbed. Rond 1147 schreef abt Eberwin van Steinfeld een brief aan Bernardus van Clairvaux. Zijn brief was het eerste ondubbelzinnige bewijs van het bestaan van deze sekte. In 1163 schreef abt Eckbert van Schönau de “Sermones contra Catharos” (preken tegen de Katharen)  aan Reinald van Dassel, aartsbisschop van Keulen. Voor het eerst verscheen zo de term ‘katharen’.

Deze Reinald van Dassel had ook mee gedaan aan de veldtocht van de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa naar Italië. Zijn ambtgenoot Christian von Buch uit Mainz wist hem uit een netelige positie bij Rome te redden. Reinald van Dassel nam bij deze tocht de overblijfselen van de Drie Koningen mee, die zich volgens een legende in Milaan bevonden. Keulen werd een belangrijk pelgrimsoord door het bezit van deze reliquieën.

De twee net genoemde aartsbisschoppen waren ook betrokken bij de uitbreiding van het westelijk deel en het aanbrengen van veel versieringen in de Servaas van Maastricht. Aart Mekking meent zelfs in het gelaat van twee zeer verweerde afbeeldingen de hoofden van deze twee aartsbisschoppen te herkennen. In Keulen zijn in die tijd veel katharen opgepakt en op de brandstapel terecht gekomen. Het is dus niet onmogelijk dat er zich in dezelfde periode ook katharen in het Maasdal, dus ook in Maastricht bevonden. Maar alleen in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië kon de sekte zich ontwikkelen tot een soort kerk. Er waren zelfs een aantal Kathaarse bisschoppen. Ze stonden het sterkst in de westelijke Languedoc rond Toulouse, Albi en Carcassonne.

Wat is er nog te zien in Albi, een van de steden waar de katharen dus het sterkst stonden? Na de zogenaamde Albigenzer kruistocht, waarbij enorme bloedbaden werden aangericht en die gevolgd werd door een meedogenloze inquisitie, werd in de bisschopsstad Albi een nieuwe katholieke kerk gebouwd, gewijd aan Sainte Cécile.

st-cecile1a

Dit alles in een gotische stijl, maar totaal niet te vergelijken met de gotische kathedralen van Noord-Frankrijk die in dezelfde tijd werden gebouwd. Een van de kritiekpunten van de katharen op het katholicisme was de overmatige rijkdom van de geestelijkheid, die zich ook uitte in de overdadige versieringen van de kerken. Wilde men de kathaarse gedachte toch nog levend houden? Het werd een zeer grote kerk die de grootheid van het katholicisme moest uitdrukken, maar die tegelijk zeer eenvoudig van opzet was. Het is de grootste bakstenen kerk ter wereld, imposant, maar niet luxueus. Dat kun je nu nog steeds aan de buitenkant zien. Ook opvallend: niet drie of vijf beuken, nee: er is slechts één zeer breed middenschip. Er naast verscheen in dezelfde stijl een sober bisschoppelijk paleis. (Nu museum Toulouse Lautrec)

bisschoppelijk-paleis

Twee eeuwen na de bouw van de kathedraal was de gedachte van soberheid niet meer actueel. Men besloot om de kerk modern en luxueus op te tuigen. Zo werd er aan het eind van de vijftiende eeuw een enorm laatgotisch, flamboyant portaal gebouwd. Na een flink aantal trappen te hebben bestegen sta je daar dan en wordt omringd van alle kanten door allerlei tierelantijntjes.

st-cecile1bEn binnen in de kerk werd in dezelfde stijl een flamboyant doxaal (koorafscheiding) gemaakt.

st-cecile2Om het koorgestoelte heen bouwde men een laatgotische omheining. Aan de buitenkant van deze omheining werden beelden geplaatst van profeten uit het oude testament. Aan de binnenkant van de omheining kwamen beelden van de twaalf apostelen. Hier kun je als je wilt een kathaarse associatie mee hebben: de katharen verwierpen namelijk het oude testament als een duivels boek en ze hielden het uitsluitend bij het nieuwe testament. In de kathedraal werden de houten beelden van de oudtestamentische profeten niet gepolychromeerd, in tegenstelling tot de beelden aan de binnenkant van de apostelen die allemaal werden geverfd.

st-cecile3Verder werd in dezelfde tijd het plafond en ook de westkant van de kerk compleet beschilderd met bijbelse taferelen zoals in het westen van de kerk over de hele breedte een afbeelding van het laatste oordeel. Hier een fragment.

st-cecile4Ook de muren zijn overal versierd met geometrische figuren, met blauw als dominerende kleur. Deze verfstof werd gemaakt van gemalen lapis lazuli en koperoxide. Daardoor heeft het de tand des tijds goed kunnen doorstaan. Dit alles heeft ook nog eens de Franse revolutie overleefd, in tegenstelling tot veel andere kerken. De aanblik van de kerk is hierdoor sinds 1500 niet veel veranderd.

Deze kathedraal ervaar ik als een zeldzaam monument! En aardig om te weten dat het gebouwd is als reactie op de belangrijke aanwezigheid van katharen in de stad.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | 1 reactie

De keizerzaal in de Servaaskerk van Maastricht

Vaak bevindt de voornaamste ingang van een kerk zich in het westelijke deel. Voordat je dan in het schip van de kerk komt loop je nog door een ruimte, de narthex of het voorportaal. In de middeleeuwen stonden daar bedelaars om alle kerkgangers te begroeten. In de vroege Christelijke tijd mochten ook mensen die nog niet gedoopt waren niet verder. Ze moesten in de narthex blijven.

De Servaaskerk van Maastricht heeft geen westelijke ingang. De ingangen bevinden zich in het oosten en zuiden: twee poorten rond de absis en een groot portaal op het zuiden, het zogenaamde bergportaal. Deze drie ingangen worden zelden gebruikt. Tegenwoordig kom je de kerk binnen via het noorden. Aan het Keizer Karelplein is een neogotisch portaal door Cuijpers gerealiseerd. Via de gangen van het pandhof kom je dan de eigenlijke kerk binnen, eveneens vanuit het noorden.

Hiervoor zijn allerlei redenen. Maar één reden is:  toen de kerk gebouwd werd en de laatste Romaanse fase tussen 1150 en 1200 werd afgerond had deze westelijke kant van de kerk een heel bijzondere functie. Het westelijke deel  lijkt hier namelijk net zo belangrijk te zijn als het oostelijke deel, misschien was het zelfs belangrijker. Normaal is het belangrijkste deel het oosten, waar het hoogaltaar is.  Maar als je vroeger in het schip van de kerk stond en naar achteren keek, naar het westen dus, dan zag je dit: (tekening Rob van Hees in het boek “de Servaas-kerk van Maastricht, Aart Mekking)

blik naar westen-1170

Eerst zag je op een drager een zogenaamde cenotaaf. Dat is een lege doodskist, die verwijst naar een echte kist die onder die plaats begraven is. Over deze cenotaaf zijn heel interessante dingen te vertellen, daarover meer in een volgend blog. Nog verder naar het westen zag je een stenen afscheiding met daarop een stenen reliëf. Het moest onze ogen leiden naar enkele trappen waarop zich een altaar bevond, hier niet zichtbaar. Voor dat altaar stond dus feitelijk een stenen altaarretabel. Dat bespreek ik straks. Maar: er zijn nog twee verdiepingen te zien. Op de eerste verdieping is een halfboog met daaronder nog weer drie halfbogen, met daarin openingen. Gesuggereerd wordt een soort stadspoort, maar niet zo maar een stadspoort! Op de tweede verdieping zie je namelijk een arcade met vijf halfbogen.  Boog en arcade staan voor de stad en het paleis, en worden sinds de kerstening van het Romeinse keizerschap steeds weer gebruikt als de verwijzing naar de aardse “civitas dei”, het “hemelse Jeruzalem en het paleis van de (hemelse) keizer. Baldwin Smith noemt de arcade die boven stadspoorten en aan paleisgevels werd toegepast, een van de belangrijkste architectonische symbolen van het ‘Imperium Romanorum’.

De eerste en tweede verdieping bestaan nog steeds, maar zijn niet meer zichtbaar zoals dat in de twaalfde eeuw het geval was. De bovenste arcaden zijn al in vroeger eeuwen dichtgemetseld. Nu zien we dit:

blik naar westen

Niet alleen de arcaden van de tweede verdieping zijn dus verdwenen, maar ook het zicht naar de eerste verdieping  wordt grotendeels ontnomen door het orgel dat er voor staat.

Je kunt er wel komen via een wenteltrap. Dit dan bij een rondleiding met een gids. Op de eerste verdieping is een ruimte met allemaal zuilen waarvan het hoofd is voorzien van gebeeldhouwde kapitelen. De zogenaamde “kapitelengalerij”. Over deze kapitelen heb ik al eens iets gezegd in een vorig blog. De tweede verdieping is een prachtige hoge, open ruimte met in het midden een grote koepel. Deze koepel staat voor de hemel. Helemaal in het westen van die koepel is een groot rond venster. Het zonlicht moet er in ieder geval ’s avonds doorheen kunnen vallen. We bevinden ons in een soort hemelse ruimte. De ruimte heet de keizerzaal. De God die hier troont is waarschijnlijk een wereldse God.

keizerzaal

Deze keizerzaal achter deze bogenreeks, op de bovenste verdieping van de kerk, komt qua opzet helemaal overeen met de grote ceremoniële ruimte op de verdieping van het paleis in menige palts van keizers uit de twaalfde eeuw. Een dergelijke zaal is echter in een kerk uniek, geen enkele kerk kent deze, met uitzondering van de abdijkerk van Nijvel, die in dezelfde tijd is gebouwd. Het lijkt er op dat deze twee kerken nadrukkelijk hun rijks-onmiddellijkheid moesten uitdrukken door middel van deze keizerlijke symbolen. Zowel  het kapittel van Servaas als ook de abdij van Nijvel werden bedreigd door andere wereldlijke vorsten zoals de hertog van Brabant.

Wat is de functie van deze ruimtes? Volgens Aart Mekking, die hier in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw onderzoek naar heeft gedaan, is het vooral een symbolische functie. Ze dienden eigenlijk nergens voor. Al snel was men het ook weer vergeten waar ze misschien ooit voor gediend hebben. Misschien heeft er ooit een troon gestaan, onder de koepel, op de plaats waar het zonlicht naar binnen viel. Misschien zijn er vergaderingen gehouden. Er is geen enkele bewijs voor. De ruimte had in ieder geval een symbolische functie. En Aart Mekking probeert dat uit te leggen aan de hand van allerlei voorbeelden waarbij ook de politieke context een belangrijke rol speelde. Hij beschrijft de voornaamste aanleiding  van de bouw van dit alles op pag. 307 e.v. van zijn boek “de Sint-Servaaskerk van Maastricht”

“Toen op tweede Pinksterdag 29 mei 1167 tussen Monte Porzio en Tusculum, het grootste leger dat de Romeinen sinds eeuwen bij elkaar hadden weten te brengen, verpletterend werd verslagen, geschiedde dit in hoofdzaak door toedoen van Christian I von Mainz (Christian von Buch)……  De iconografie van het reliëf op het halfronde boogveld in de Sint-Servaas kan niet anders worden uitgelegd als een zeer precieze weergave van de verhouding tussen keizer en paus na de slag bij Tusculum. De Salvatorfiguur die- hoogst zeldzaam voor zo’n beeldhouwwerk – een metalen koningskroon heeft gedragen, troont hier als de bron van alle souvereine macht en kroont – als het antitype van de keizer – de apostel Petrus (de eerste paus) en bisschop Servatius (‘model’ van de rijksbisschop).

Hieronder zien we dat dubbelreliëf waar Aart Mekking het over heeft. Het westelijke altaarretabel dus.

dubbelrelief

Beneden zien we Maria met kind in een mandorla. Deze mandorla wordt vastgehouden door twee engelen. De tekst in de rand van de mandorla luidt:

Tu sis salvatrix et virginitatis fictrix araque regalis attritio vera draconis (Wees de redster, de bewerkster van de maagdelijkheid, het koninklijke altaar en de ware vertrapping van de draak). Op de vlakke lijst staat: virgo deum peperit do..vi servit curia celi (de maagd heeft God voortgebracht, dient haar, hemelse hofhouding)

In het bovenste deel zien we iets ongehoords: Christus die zowel Petrus als Servatius kroont, hen beschouwt als gelijkwaardig. Petrus staat voor de eerste bisschop, de paus. Servatius, de huisheilige van Karel de Grote en zijn opvolgers, staat voor de bisschop die door de keizer is benoemd. Bisschoppen zijn hierdoor gelijkwaardig aan pausen, beiden worden gekroond door Christus. Op het hoofd van Christus heeft ooit een metalen kroon gezeten. De aanhechtingsplekken zijn nog aanwezig. Deze Christus Salvator lijkt sterk op hoe de Duitse keizers zich lieten afbeelden wanneer ze hun zoon als opvolger aanwezen. Deze Christus staat zo tegelijkertijd voor: keizer Barbarossa. Dit MOEST weergegeven worden, na de overwinning in de slag bij Tusculum. De paus was verslagen. HIJ mocht nu ZELF alle bisschoppen benoemen. En bij die slag was Christian von Buch de legeraanvoerder . Deze zelfde Christian von Buch, niet alleen legeraanvoerder, maar ook rijkskanselier van Barbarossa, aartsbisschop van Mainz  en:  proost van de Servaas! Onder zijn bewind werd het westwerk, de kapitelen en het net besproken altaarretabel in deze Maastrichtse kapittelkerk vervaardigd.

Het altaar in het westen werd trouwens soms gebruikt. We kunnen lezen in het ordinarium van het kapittel dat daar de mis werd gelezen op Maria Boodschap en de zeven dagen daarna. Het was dus een Maria altaar.

Naast de galerij met kapitelen is het tweede verborgen wonder van de Servaas zo de keizerzaal. Gelukkig worden er regelmatig concerten gegeven. Dan kun je de oude twaalfde-eeuwse sfeer weer helemaal proeven. De geur van kaarsen die bij zo’n concert meestal worden aangestoken versterkt dat gevoel. Bij het programma van de vereniging voor oude muziek zag ik dat dit jaar de concerten niet in de keizerzaal plaats vinden, maar in de voormalige proosdij, ook een eeuwen-oud gebouw. Waar nu de zusters van Liefde hun klooster hebben.  Daar ga ik ook heen!

Realiseer je dat het westelijke deel van de kerk een belangrijke wereldlijke symboliek kende. Die veel verder ging dan wat je ook maar enigszins zou kunnen vermoeden en alles te maken had met de politieke gebeurtenissen van die tijd. De enigszins verhulde, maar tegelijk zeer indringende retorica van de Rooms-Duitse keizer. Deels verdwenen. Maar veel is er nog. Waar? In de Servaas.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 3 reacties