Verlanglijstje

Tussen de stapel tekeningen die mijn oudste kleinzoon van zes jaar gisteren maakte  toen hij bij ons was, vond ik nog een verlanglijstje. Vijf regels. Dat zullen vijf cadeautjes zijn waar hij om vraagt zul je denken. Nee hoor. Hij vraagt beleefd aan Sinterklaas in vijf regels om slechts één cadeautje: een koningsmantel. Er staat ook iets over snoepgoed maar dat wil hij zeker niet weet ik, hij houdt niet van snoepen. Verder raadt hij sint aan om maar in zijn boek te kijken, dan weet hij waar die koningsmantel heen moet. Ik kan het niet helemaal ontcijferen maar volgens mij staat er zo iets:

Lieve Sint, weet u dat in de pakjes-
kamer is een koningsmantel
goed zien ……. goedheiligman
…… … snoepgoed, kijk
(het) maar in je boek

verlanglijst1

Geplaatst in autisme | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De tijd van Sinterklaas

-‘Mama, mama, zwarte Piet had bij opa en oma aangebeld en een zak voor de deur neergezet!’
Mijn middelste kleinkind was nog steeds een beetje door het dolle heen, maar vond het vooral fantastisch en spannend. Voor dit soort kinderen die het aan kunnen is het een feest. Zoals ik me dat ook nog uit mijn eigen kindertijd herinner. Maar er zijn ook kinderen die er meer moeite mee hebben.

Mijn oudste kleinzoon had de vorige week een geheim! Zijn jongere broertje vertelde, toen oma hun allebei kwam afhalen:
‘Oma, Zwarte Piet is op school geweest!’
-‘Nee, nee’ huilde zijn broer, nu verklap je mijn gehéim!
Slim als zijn broertje was gaf deze er gelijk een draai aan:
-‘Nee, ik zeg alleen maar dat hij op míjn school is geweest, niet dat hij op jóuw school is geweest.’ Dat ze allebei op dezelfde school zitten was blijkbaar even niet relevant. Oma wist een goede oplossing.
–‘Je bewaart het geheim voor opa en vanavond ook voor papa en mama, die weten het nog niet.’

Hij kon zijn verdriet wegpoetsen.
-‘Opa, ik heb een geheim.’ Ik kreeg het geheim niet te horen en ook zijn broertje praatte nu zijn mond niet voorbij. Hij nam zijn geheim mee naar huis. Mama kwam de kinderen tegemoet:
-‘Ik hoor dat Zwartepiet bij jullie op school is geweest!’
De juf had foto’s doorgestuurd naar de ouders over het bezoek van Zwarte Piet.
Mijn oudste kleinzoon werd ontzettend boos op zijn moeder:
-‘Je hebt mijn gehéim verklapt, dat mág niet, ik ben verschríkkelijk bóós!’ Schreeuwen, huilen, tieren. Hij was niet tot bedaren te brengen. Zijn moeder was een rot mens, die had zijn geheim verklapt. Elke rede kwam niet bij hem binnen. Ze had foto’s van de juf gekregen, dat kon zij toch niet weten. Het maakte allemaal niets uit. Hij liep de gang op. Oma leek hem even tot rust te kunnen brengen, maar toen kwam hij weer binnen en begonnen de woede uitvallen richting zijn moeder opnieuw. Ik bemoeide me er niet mee en ging in de woonkamer zitten, de anderen waren in de woonkeuken. Even later kwam hij, nog steeds huilende mijn kant op.
-‘Kom eens kijken’, zei ik, ‘nu kun je heel goed zien waar de ISS is.’ Op de app van de ISS zie je voortdurend waar hij is en als hij zich in het daglicht bevindt kun je met de aanwezige webcam het deel van de aarde zien waarboven hij zich bevindt. Nieuwsgierig kwam hij dan toch maar even kijken. Mama kwam binnen.
-‘Wil je morgen thuis blijven? Het is allemaal een beetje druk op school denk ik.’ Ja, dat wilde hij. Maar zijn broertje wilde toen ook thuis blijven.
-‘OK, dan zijn jullie morgen de hele dag lekker alle drie bij mij thuis.’

Hij was gekalmeerd. Maar even later, terwijl hij samen met mij nog steeds naar de app van de ISS keek, zei hij verdrietig:
-‘Ik wil niet dat mijn broertje morgen ook thuis is.’
-‘Waarom niet?’ vroeg ik hem.
-‘Omdat het dan nog steeds druk is.’
Ik begreep het wel.

Gisteren dus belde een Zwarte Piet aan bij Opa en Oma. Hij was nergens meer te zien maar het kon niet missen: er stond een zak met enkele pakjes voor de voordeur. Ook op de daken van de buren was niets te zien. De jongste twee kleinkinderen vonden het geweldig. Maar mijn oudste dus niet. Zelfs toen er pakjes en een gedicht in de zak bleken te zitten had hij geen enkele belangstelling. Hij wilde piano spelen. Maar dat mocht nu even niet. Broer en zus keken belangstellend naar elkaars cadeautje, hij taalde er niet naar.
-‘Kom eens kijken, daar ligt ook een cadeautje voor jou!’ zei mijn vrouw.
Nu was zijn belangstelling eindelijk gewekt. En gelukkig was het een cadeau dat hij erg leuk vond. Een wereldkaart met daarop alle landen, en de Nederlandse naam er bij, heel overzichtelijk.
-‘Die ga ik natekenen’ zei hij juichend en liet de anderen weer alleen met hun cadeau. Verder ging het die middag goed.  Hij wilde “de traan” van Maxima horen. Toen de tango van Piazolla begon gooide hij een deken over zijn schouder en ging in zijn eentje op de muziek dansen.  En waande hij zich weer even koning, nog zonder echte koningsmantel. Die hoopt hij van Sinterklaas  komende nacht te krijgen. Bij zijn ouders maakte hij deze twee tekeningen: Alexander die naast Maxima gezeten zijn huwelijksdocument ondertekent, en Beatrix (na 20 jaar koningin te zijn?) met een heel gezelschap.

beatrixalexander ondertekent
Bij ons tekende hij vooral weer heel veel landen en werelddelen, een heel stapeltje ligt er. Bij een tekening van de aarde zette hij de volgende tekst:

De wereld is hier kei veranderd om te gemakkelijk te zien. Hiermee bedoelt hij dat je natuurlijk nooit de hele wereld in zijn geheel op een kaart kunt zetten, je zult hem moeten veranderen, anders lukt dat niet.

wereldkaartafrikawereldkaart2

Op de terugweg in de auto zong hij uitbundig met zijn broertje en zusje Sinterklaasliedjes mee. Vrijdag is hij vrij en mag hij de hele dag bij ons zijn. Dan leer ik hem een beetje muzieknoten.
-‘Opa, als jij noten ziet staan, weet je dan ook hoe dat klinkt?’
-‘Ja zeker, en ik denk dat jij dat ook heel snel zult weten!’

Hij is zelf vast begonnen.

muzieknoten2

Geplaatst in autisme | Tags: , | 2 reacties

Malinconia

De Litouwse componist Ciurlionis, over wie ik eerder schreef, heeft niet meer mogen meemaken dat zijn land na de eerste wereldoorlog onafhankelijk werd. Ciurlionis stierf in 1911 en toen was zijn land nog een onderdeel van Rusland. Een generatiegenoot was Jean Sibelius. Toen hij in 1900 het stuk Malinconia schreef hoorde Finland, zijn geboorteland, ook nog bij Rusland. Over dat stuk, Malinconia, ga ik het zo meteen hebben. Eerst nog in vogelvlucht de geschiedenis van zowel Litouwen als Finland. Er zijn erg veel parallellen:

  • Litouwen is tot de negentiende eeuw onderdeel van groot-Polen,
  • dan wordt het door Rusland bezet in de 19e eeuw,
  • na de eerste wereldoorlog wordt het onafhankelijk,
  • het wordt een provincie van Rusland na de tweede wereldoorlog
  • en nu is het een van de meest trouwe EU-leden.

 

  • Finland is tot de negentiende eeuw een groothertogdom van Zweden,
  • dan wordt het door Rusland bezet in de 19e eeuw,
  • na de eerste wereldoorlog wordt het onafhankelijk,
  • het heeft een neutrale vriendschapsband met Rusland na de tweede wereldoorlog,
  • na het uit elkaar vallen van de Sovjet-unie wordt het eveneens een trouw EU-lid.

sibelius

Afgelopen vrijdag was ik bij een concert met werken van Sibelius. Er stonden drie werken van hem op het programma. Een vroeg werk uit 1890, een werk uit 1900 en een werk uit 1922. Zijn stijl ontwikkelt zich in die tijdsspanne duidelijk, maar één gemeenschappelijk element blijft: Sibelius probeert te componeren vanuit slechts weinig materiaal, dat zich in de loop van het stuk op verschillende manieren manifesteert. Met Mahler, die hij een vriend noemde, had hij discussies daarover. Mahler vond dat het leven een bonte verzameling van ervaringen was en dat je rustig totaal verschillende thema’s naast elkaar kon zetten. Sibelius vond dat een werk aan slechts één thema genoeg had. Maar niet op de manier zoals Beethoven dat vanuit een soort kiemceltechniek deed. Meer in de geest van Liszt, die hij trouwens zeer bewonderde.

Met die gedachte in je achterhoofd zou je kunnen luisteren naar Malinconia, opus 20, geschreven in 1900. Het is een stuk voor cello en piano.  Sibelius noemde het een fantasie wat al aangeeft dat de vorm slechts moeilijk te horen is. Maar het thema geeft houvast: als je naar het stuk luistert zul je merken dat alle melodische passages in de cello en ook die in de piano op een of andere manier met slechts dat ene hoofdthema te maken hebben.

melancholia-thema

Nog meer houvast geeft de titel: Malinconia, dat melancholie betekent. Deze melancholie is de gemoedsstemming van de componist. Sibelius was in de tijd dat hij het schreef zeer gevierd. Hij had een jaar eerder (in 1899) zijn eerste symfonie horen uitvoeren, hij had in dezelfde tijd acht patriottische schetsen geschreven waarvan de laatste, Finlandia, de meest bekende werd. Het is nog steeds het meest gespeelde stuk van Sibelius. Hij ging fier mee in zijn verzet tegen de onderdrukking door de tsaar die de zekere zelfstandigheid, die het groothertogdom binnen Rusland had, wilde inperken. Hij was gelukkig getrouwd en zijn derde dochter was anderhalf jaar eerder geboren. Voor haar had hij in 1899 nog een wiegelied geschreven. Waarom dan nu opeens deze Malinconia, dit donkere, melancholische stuk?

Toen ik het stuk hoorde met de donkere, felle klanken moest ik onwillekeurig denken aan mezelf. Toen ik twintig jaar oud was maakte een meisje met wie ik een kortstondige verhouding had gehad het uit. Het was de eerste keer dat een meisje met me gezoend had. Verder waren we overigens nooit gegaan. Toch, toen zij het uitmaakte raakte ik in een heftige staat van verdriet en woede. En ik ging achter de piano zitten en ik heb zeker een half uur achter elkaar zitten improviseren. Ik speelde de woede en het verdriet van me af. Ik herinner me nog hoe mijn gevoelens op en neer gingen. Dat zullen mensen die mij indertijd hebben horen spelen zeker ervaren hebben.

Zo klonk voor mij ook deze Malinconia. Vlak voordat Sibelius dit stuk schreef overleed zijn jongste dochter, anderhalf jaar oud, aan tyfus. Voor dit kleine kind, een baby nog, had hij een jaar eerder nog liefdevol een slaapliedje geschreven. Nu was hij woedend, verdrietig, radeloos.  Met een cello, maar ook met de partij van de piano, kun je zoveel van dat gevoel overbrengen. In mijn herinnering deden Pepijn Meeuws en Jeroen Bal dat afgelopen vrijdag in de grote zaal van de Doelen nog beter dan Martti Rousi en Andrey Telkov in onderstaande opname. Maar ook deze is heel goed.

Martti ROUSI, cello (Finland) Andrey TELKOV, piano (Rusland) in het conservatoriumgebouw van Leningrad

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

ISS deel 2

In een eerder blog schreef ik al een keer over het internationale ruimtestation ISS. Ik heb een app die dit ruimtestation volgt. De live webcam aan boord laat het stuk van de aarde zien waarboven hij op dat moment “draait.” En soms kun je met die webcam ook een of twee van de ruimtevaarders zien. Op dit moment zijn er drie Amerikanen, twee Russen en een Italiaan aan boord. De webcam maakt er een echte reality-film van. De satelliet beweegt trouwens met een enorme snelheid: zo ongeveer met 27500 km per uur. Hij ging net boven België en was toen in Nederland gedurende een halve minuut te zien. Nu, niet veel later is hij al bij Slowakije en Hongarije aangekomen.

iss-positieMaar anderhalf uur eerder was hij spectaculair goed in Nederland te zien en ook iets langer, zo ongeveer gedurende vier minuten. Hij bewoog van west naar oost, bijna recht boven je hoofd. De magnitude (relatieve helderheid) was sterker dan die van Venus of Jupiter. En het was buiten ook nog eens een keer heel helder. Dus ik ging naar de polder waar ik vrij uitzicht had op zowel het westen als het oosten en kon de satelliet makkelijk helemaal volgen.

Ja, wat zie je dan? Een bewegend puntje. Het flikkert niet, het is dus geen vliegtuig. En als je er op inzoomt wordt het groter, maar helaas zie je de vorm ervan nog steeds niet. Wat is daar dan aan, zul je zeggen?

Het is de verbeelding die je erbij moet gebruiken. Heel hoog boven je, op ongeveer 421 km hoogte, dus ver buiten de dampkring in het luchtledige, draait met een enorme snelheid een kunstmaan, met daarin een team dat wetenschappelijke dingen onderzoekt. En ze blijven heel lang in de ruimte. Af en toe worden ze met een raket bevoorraad. Dat gebeurde nog afgelopen week, de bevoorradingsraket werd afgevuurd in Kazachstan, koppelde aan, en leverde weer van alles af. Het team dat er nu in zit zit er al een hele tijd in.

astronauten Gezagvoerder Christina Koch uit Amerika zit er al 261 dagen in, de rest korter. Zo lang moet geen pretje zijn maar af en toe hoor je ze onderling converseren en ze hebben geen ruzie of zo. Het klinkt allemaal erg professioneel. Wát een ervaring voor deze mensen! Ik heb ook al twee keer een ruimtewandeling gezien. Een van de astronauten gaat er dan uit om iets te doen. Ook dat wordt enigszins door de webcamera geregistreerd. Maar deze avond, het zien van dat bewegende puntje in de lucht, dat gaf een sensationeel gevoel. Ik keek nu niet naar mijn telefoon maar naar de lucht. Ik voelde een soort combinatie van het ervaren van je eigen nietigheid maar tegelijk realiseerde ik me het enorme menselijke vernuft dat dit allemaal mogelijk maakt. Het was mooi. Het filmpje hieronder heeft slechts betekenis met die dingen in je achterhoofd. Je moet er dus van alles bij denken. Ik ben trouwens zo stom geweest om regelmatig met mijn camera mee te bewegen. Je moet natuurlijk juist laten zien dat de satelliet beweegt, niet je camera…. Ik heb twee korte opnames gemaakt. Eerst is hij nog niet super helder en staat nog redelijk dicht bij de horizon. Je ziet hem op het scherm naar links boven bewegen. Bij het volgende shot is hij al veel beter te zien. Ik moet de camera nu bijna recht boven mijn hoofd richten en intussen de ISS proberen te volgen. Het (per ongeluk) bewegen met de camera suggereert misschien een ongeluk, maar er gebeurt niets. Hij is er nog steeds. Nu alweer ergens in Azië..

De volgende dag ging de zon mooi rood onder. In dat rood zag je ook Saturnus in het ZW langzaam zakken.

saturnus

Rechts van Saturnus, in het WZW, verscheen even later, om 18:37 uur alweer de ISS. Ik heb nogmaals een stukje van de baan geregistreerd.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 5 reacties

De raaf en de zonnegod

Raven, kraaien, kauwtjes. Ze zijn allemaal zwart en ze behoren tot dezelfde familie. Globaal zie je dat aan de kleur, maar vooral ook hoor je het aan de geluiden die ze produceren: schelle, schorre geluiden. Bij de oude Grieken was de raaf de dienaar van de god Apollo. Apollo, een van de zonen van de oppergod Zeus, was oorspronkelijk een god van herders. De raaf was een knecht van Apollo die voor hem water moest halen. Een keer kwam hij veel te laat omdat hij heel lang vijgen had zitten snoepen. Toen moest de raaf een smoesje verzinnen. Hij had zogenaamd last gehad van een waterslang bij het halen van het water. Deze waterslang nam hij daarom maar mee in zijn bek. Apollo was woedend. Hij veroordeelde de raaf tot het eeuwig dorstig zijn. Dat maakte dat hij een schorre stem kreeg. Waterslang (hydra),  raaf (corvus)  en waterbron (crater) kwamen als sterrenbeelden dicht bij elkaar aan de hemel te staan.

Vanochtend hoopte ik Mercurius aan de ochtendhemel te kunnen zien. Mercurius, de planeet die het dichtste bij de zon staat, zie je in Nederland zelden. De ogenschijnlijke afstand tot de zon is zo klein dat hij altijd dicht bij de horizon staat en daar staan in Nederland bijna altijd wolken. Eergisteren was de schijnbare afstand zo groot dat onder goede omstandigheden deze planeet te zien had kunnen zijn. Helaas, het was die dag bewolkt. Gisterochtend ook. Nu gaat hij elke dag alweer snel richting zon en is de kans om hem te spotten veel kleiner. Zo ook vanochtend toen het eindelijk weer een keer helder was. Ik zag wel Mars, die ook nog steeds heel dicht bij de zon staat, maar deze planeet was wel net te zien. Behalve het sterrenbeeld maagd zag ik ook het sterrenbeeld Corvus, de raaf. Ook dat sterrenbeeld zie je niet zo vaak, maar nu was het supergoed te zien.  De waterslang stond te dicht bij de horizon, op misschien een enkele ster na heb ik dat beeld gemist. Ook Crater de waterbron, was te zien. Het hele mythologische verhaaltje staat nu elke ochtend getekend aan de sterrenhemel! Dit alles zag ik om kwart voor zeven in de ochtend aan de zuid-oostelijke hemel. Het lichtpuntje zeer laag bij de horizon, links van het midden, bijna achter een wolk, is Mars. De andere sterren kun je lokaliseren aan de hand van het sterrenkaartje dat ik heb bijgevoegd.

2019-11-20-ochtendhemel-zo

2019-11-20-ochtendhemel-zo-map

corvus

Op een foto die ik om half acht exact maakte zag ik een sterretje. Ik pakte thuis mijn programma erbij en stelde het in op half 8 en jawel: het was Mercurius! Toch nog gezien! Mercurius staat dus op de afbeelding hier onder, bijna helemaal links, halverwege de zwarte wolkjes en de bovenkant van de foto. Een goed scherm is noodzakelijk, op je smartphone zie je hem denk ik niet.

mercurius

Op dit uur waren de ganzen bijzonder actief. Ze verwelkomden de naderende ochtend.

En nog een uur later werden alle eerdere beelden overschaduwd door het grootse beeld van de zonsopkomst. Ik zag Apollo zelf: Apollo Helios, Apollo de Zon, zoals hij later ook werd genoemd. De Raaf was weg, maar zijn meester verscheen in volle glorie.

zonsopgang

zonsopgang3

Een aantal foto’s van 6:45 tot 8:45: Van raaf tot zonnegod

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Missa Solemnis

In 1815 vindt het Weens congres plaats. Graaf von Metternich zit de vergaderingen voor, alle hotemetoten van Europa zijn bij elkaar om de nieuwe toestand te bespreken nadat Napoleon voorgoed is verslagen. Zoals bekend wil men vooral af van het fenomeen “republiek”. Zowel Nederland als Frankrijk worden daardoor een koninkrijk. Het congres duurt heel erg lang, Genoeg tijd om te feesten. Van Beethoven worden speciaal voor die gelegenheid gecomponeerde werken uitgevoerd: “Der Glorreiche Augenblick” en “Wellingtons Sieg.” Allebei deze stukken worden met veel enthousiasme ontvangen. Beethoven was hot.

Hij kon hier niet lang van nagenieten. Hij kreeg veel persoonlijke tegenslagen, zijn broer stierf aan tuberculose en hij nam de voogdij van diens nog jonge zoontje op zich, wat hij eigenlijk niet kon waar maken. Tegelijk was hij zo doof geworden dat hij niet meer in het openbaar de solopartij van zijn eigen pianoconcerten kon spelen. Er kwam een nieuwe kwaal bij: zijn gezichtsvermogen wers steeds slechter zodat hij veel moeite had met de correctie van zijn eigen nieuwe composities. En hij kreeg ook nog eens heel veel spijsverteringsklachten.

aartshertog rudolphAartshertog Rudolph (wikipedia)

Toen kreeg hij van zijn vroegere leerling, aartshertog Rudolph, het verzoek om een mis te schrijven die uitgevoerd zou moeten worden bij de plechtigheid ter gelegenheid van zijn bisschopswijding in Olmütz .
(Rudolph was de twaalfde en jongste zoon van keizer Leopold II. In 1816 was hij toegetreden tot de geestelijke stand en in 1818 was hij door de paus tot kardinaal benoemd. In 1819 werd hij dan aartsbisschop van Olmütz. De aartshertog was muzikaal, steunde Beethoven, en componeerde ook zelf. Beethoven droeg twee pianotrio’s aan hem op. In 1831, vier jaar na de dood van Beethoven stierf hij en werd hij bijgezet in het imposante koningsgraf in de Kapuzinergruft in Wenen.)

Beethoven lukte het niet om deze opdracht op tijd klaar te hebben. Hij werkte er nog tot 1822 aan en ook in de daaropvolgende twee jaar bleef hij er aan schaven. Maar wie ging zijn stuk betalen en wie ging het uitvoeren? Terwijl het werk nog in de maak was benaderde hij meerdere uitgevers. Hij kreeg hier en daar alvast een voorschot maar er kwam geen mis. Beethoven was trouwens niet tevreden met deze uitgevers, andere werken van hem, zoals de bagatellen opus 119 werden door uitgever Peters geweigerd omdat ze ‘van onvoldoende niveau waren.’ (En ze zijn zo mooi…) Hij begon allerlei maecenassen aan te schrijven en sprokkelde op die manier opnieuw geld bij elkaar. Het werk zou bij deze formule uitgevoerd moeten worden op meerdere plaatsen. Uiteindelijk bleek pas in 1824 de tijd rijp voor in ieder geval de eerste uitvoering, en wel eentje in Wenen zelf. Inmiddels was ook de negende symfonie klaar gekomen. Maar: de mis zou gespeeld gaan worden met enkele aanpassingen. De tekst mocht niet in het Latijn worden gezongen, er kwam dus een Duitse vertaling. En het “Gloria” en “Sanctus-Benedictus” werden weggelaten. Tandenknarsend ging Beethoven met deze aanpassingen akkoord. De uitvoering was een doorslaand succes, er kwam al snel een tweede uitvoering, maar nu moest ook een werk van Rossini erbij… Niet veel later werd de volledige versie met de Latijnse tekst in Sint Petersburg uitgevoerd. Pas een jaar later kreeg uitgeverij Schott het alleenrecht tot uitgave. En die bracht het pas vlak voor de dood van Beethoven in 1827 uit. Hieronder het document waarbij Beethoven aan uitgever Schott het alleenrecht tot uitgeven verleent. (wikipedia)

document aan uitgever schott 1825

Beethoven vond het zijn beste werk. Hij had er al zijn ziel en zaligheid in gelegd. Vooral in het muzikaal uitbeelden van de tekst. Er is een document bekend waarop hij de complete Latijnse tekst schreef en van elk woord zette hij er apart de Duitse vertaling bij. Vlak voordat hij in 1818 met het werk begon, in een periode dat hij weinig schreef en zich in een crisis bevond, had hij zich helemaal gestort op het bestuderen van twee werken. Om te beginnen bestudeerde hij het “Wohltemperiertes Klavier” van Bach. En daarnaast had hij de partituur van de Messias van Händel laten komen.

Beide invloeden kun je goed terug horen in onderstaand fragment uit het Credo. De orkestratie van zijn Missa Solemnis is exact gelijk aan die van de Messias. En Bach herkennen we in zijn contrapuntische uitwerkingen. Dit fragment bevat de een na laatste zin uit het Credo. Het hier aan voorafgaande onderdeel, waarin onder meer staat “ik geloof in een ondeelbare (catholicam) kerk”, laat hij helemaal ondersneeuwen. Beethoven was katholiek zoals vrijwel iedereen in Wenen, maar daar had hij niets mee. Wel geloofde hij in een leven na de dood:

Et vitam venturi saeculi: En ik geloof dat er een eeuwig leven zal zijn

Het is uitgewerkt als een magistrale fuga. In het begin hoor je vooral de eeuwigheid, maar het wordt steeds meer het juichende gevoel van de verlossing, zeker als op een gegeven moment het thema in de verkleining wordt gezongen. Achter dit fragment komt nog een lange uitwerking van het woord “amen”.

De opname is live opgenomen door BBC radio 3 in de Barbican Hall in Londen. Uitvoerenden Lucy Crowe, sopraan, Jennifer Johnston, Mezzo-sopraan, James Gilchrist, tenor, Matthew Rose, bas, het Monteverdi Choir en het Orchestre Revolutionnaire et Romantique o.l.v. Peter Hanson en John Eliot Gardiner. Uitgebracht op CD, www.solideogloria.co.uk

In een eerder blog schreef ik over drie andere fragmenten van deze mis.

Literatuur:

  • Beethoven in zijn brieven. Jos van der Zanden. Gottmer, Haarlem, 1997. ISBN 90 257 2893 6 / NUGI 924
  • Beethoven, genie en wereld. Uitgeverij Heideland, Hasselt 1969
  • Beethoven Handbuch, Sven Hiemke. Bärenreiter/Metzler, 2009. ISBN 978-3-7618-2020-9
  • Verzamelde brieven Beethoven in 5 banden. Schuster & Loeffler, Berlin und Leipzig, 1908
Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , | Een reactie plaatsen

Logeerpartij

-‘Opa hoe komt het dat jij zoveel van het heelal af weet?’
Een lang weekend bij opa en oma betekent ook vragen stellen over het heelal.
-‘Kijk opa, zie je wat dat is? Dat is Cassiopeia. En dat is de ISS. Als je daar in zit kun je naar de aarde kijken, maar tegelijk ook naar de sterren.’

ISS

Ik keek even later nog naar een tweede tekening.
-‘Ik zie dat je ook Pluto erbij hebt getekend. Dat vind ik fideel van jou. Sinds hij gedegradeerd is tot dwergplaneet wordt hij bijna nooit meer in het zonnestelsel getekend.’
Ik keek naar de zon met mooie zonnevlammen. Niet de ellendige streepjes die je altijd ziet in kindertekeningen. Nee, echte zonnevlammen! De planeten waren in de goede volgorde en in de juiste verhouding getekend. Jupiter had mooie strepen en je zag ook de grote stormvlek. De ring van Uranus lag gekanteld, zoals het hoort. Én: Pluto, hoe klein ook, was níet vergeten!

zonnestelselMijn oudste twee kleinkinderen lachten zich een bult om de grapjes van Malle Pietje. Ze hadden dikke pret bij het kijken naar het Sinterklaasjournaal.
-‘O jee, komt dat nog goed? De kamer met de cadeautjes voor pakjesavond is nog helemaal leeg. Hoe kan dat? En dan krijg ik geen koningsmantel!’
-‘Natuurlijk komt dat goed. Sinterklaas lost dat wel op. Het is nog lang geen pakjesavond.’

-‘Het Sinterkláásjournaal,.. met Dieuwertje Blok! Tèhtedetedetetèh’
De oudste kleinzoon deed de omroeper perfect na, inclusief het aansluitende deuntje dat er bij hoort. Maar alles was levensecht. Als er door donkere kelders werd gelopen werd mijn kleindochter van drie echt bang en ook de oogjes van de anderen vertrokken een beetje. Ze hadden Sinterklaas-voorpret dus.
Maar  dit moest ook allemaal gespeeld worden. Mijn vrouw had toevallig dit weekend een Sinterklaaspak en twee Pietenpakjes in huis. En de oudste wás al snel helemaal echt Sinterkláás. Met bedaarde stappen schreed hij door het huis en sprak bezadigd met een donkere stem.
De volgende ochtend mochten ze hun schoen zetten, maar dat moest eerst geoefend worden. Mijn vrouw liet ze met inpakpapier zogenaamde cadeautjes maken. Het jongste broertje vindt dat heerlijk en hem lukt het ook redelijk, het knippen, vouwen, inpakken, dichtplakken. Maar de oudste vindt dat heel moeilijk. Hij heeft nog steeds een grote motorische achterstand, hij wil alles het liefst met slechts een hand doen. Dat is moeilijk met aankleden, uitkleden en ook met pakjes maken dus.
Maar hij vond het veel te leuk, en met wat hulp lagen er na een tijdje een aantal cadeautjes voor opa en oma. Wij, de grootouders, moesten een wortel in onze schoen stoppen, een Sinterklaasliedje zingen, en we moesten, hup, naar bed. Daar lagen we te snurken op de bank in de woonkamer. Intussen hoorden we gefluister. Uiterst geheimzinnig ging Sinterklaas met zijn twee hulpjes aan de slag. Pa na een hele tijd werden we wakker gemaakt en onze Oh’s en  Ah’s waren even later niet van de lucht.
-‘Nóg een keer!’
Ze konden er geen genoeg van krijgen. Nu zaten de door het jongste zusje van klei gemaakte pepernoten in de schoen.

’s Avonds toen ze alle drie in hun bed lagen ging ik nog even bij mijn oudste kleinzoon langs. Hij vroeg weer honderduit, of ik in God geloofde, waarom je God niet kon zien enz. Even later had hij het over de Brexit. Dat vond hij maar niks, dat je dan zo lang aan de grens moest wachten. Toen we uitgebabbeld waren  mocht hij nog een boek uitzoeken om zelf uit te lezen. Dat gaat trouwens al steeds beter, maar echt lange woorden  lezen is nog moeilijk. Dus het is vooral plaatjes kijken. Er lagen een stuks of tien boeken waarvan ik wist dat hij die wel leuk zou vinden. Maar de logeerkamer is ook een van de bibliotheek afdelingen van opa. Hier staan vooral heel veel kunstboeken. Daar wilde hij er een van lezen. Hij koos een enorm dik boek met werk van Rubens. Ik liet hem er mee alleen.

rubens2

Hij begon hardop te lezen, ik hoorde het op de achtergrond. Maar ook hoorde ik dat hij de tekst bij de plaatjes helemaal zelf verzon. Bij elk schilderij vertelde hij een verhaal. O, wat had ik dat graag opgenomen. Met een mooie vertelstem hoorde ik hem praten over koningen en paleizen. Maar ik wilde niet dat hij me zag, dus ik bleef uit zijn kamer. Heerlijk. De volgende dag was hij met broer en zus weer naar zijn slaapkamer gegaan. Na een tijdje ging ik eens voorzichtig poolshoogte nemen. Ik hoorde hoe hij aan het voorlezen was, alsof de andere twee bij hem aan het logeren waren. Ook dat had hij zich dus al eigen gemaakt. De deur was dicht maar ik kon aan de andere kant toch het een en ander horen:

Ja, zijn grootste Sinterklaascadeau van papa en mama, dat moet een Koningsmantel worden. Hij is dan Prins Willem-Alexander. Hij gaat dan naar de Antillen of naar andere verre landen en als hij thuis is blijft hij in een van zijn paleizen. Geregeld gaat hij ook weer trouwen met Maxima, zoals steeds doen ze dat in de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Zij zal dan ook telkens weer een traan laten.

de traan

Ik denk dat op zijn eigen bruiloft de Air van Bach gespeeld moet worden. Hij oefende dit weekend tot bijna gek-wordens het eerste deel van deze Air. Ik heb hem er trouwens maar heel weinig mee geholpen. Hij zoekt het allemaal zelf uit. Bij deze opname, niet de beste uitvoering, werd hij behoorlijk gestoord door broer en zus.

Toen ik aan de computer zat en het muzieknotatieprogramma Sibelius aan had staan kwam hij er nieuwsgierig bij staan. Hij mocht op het keyboard, dat met het programma verbonden was, spelen en keek verbaasd hoe al zijn klanken automatisch in muzieknoten werden omgezet.

De logeerpartij was weer bijna voorbij. De Zwarte Pietjes hadden geoefend met het gooien van pepernoten door de schoorsteen. Mijn vrouw had een leuke opstelling gemaakt met twee metalen kommen. En ook moesten ze snel over de vloer kunnen rollen. Zwarte Pieten moeten heel behendig zijn. Anders kunnen ze niet door de schoorsteen klimmen. Dat werd geoefend op grote kussens midden in de kamer. Intussen probeerde Sinterklaas “Zie ginds komt de stoomboot” onder de knie te krijgen op de piano. Hij zocht het zich helemaal zelf uit. En in de linkerhand zocht hij steeds naar een bijpassende basnoot. Hij denkt al in harmonische functies. Maar dat weet hij nog niet…

-‘Opa, als ik weer bij jullie kom wil ik muzieknoten leren, dan ga ik die spelen op de piano.’
Als oefening maakte hij er al een aantal op een kladblaadje.

muzieknoten
-‘Is dit goed?’
-‘Nee, nog niet helemaal. Maar dat leer ik je nog wel. Het moet een beetje anders.’
-‘Ik wil ook het tweede stuk van de Air gaan oefenen. En daarna Mozart.’

 

Geplaatst in autisme | Tags: , , | 2 reacties

Een mis voor een nieuwe bisschop

Als Bach voor een stad had gewerkt waar een operahuis was geweest dan was hij waarschijnlijk de beste operacomponist van zijn tijd geweest. Maar wie zijn kerkelijke werken kent, en niet alleen zijn passies, weet dat hij ook bij die composities eigenlijk als een operacomponist werkte. Elke tekst die hij aangeleverd kreeg voor een kerkelijke viering werkte hij min of meer uit met de dramatiek die bij een opera hoort.

Hij was niet de enige. Ik laat nu drie fragmenten horen die door een andere componist geschreven zijn. Ook dit is liturgische muziek. Het gaat om een mis die uitgevoerd had moeten worden ter gelegenheid van de bisschopswijding van een vriend van de componist.

Een fragment uit het Credo:
Et incarnatus est de Spiritu Sancto, ex Maria Virgine,
En (ik geloof) dat hij tot vlees gemaakt is door toedoen van de Heilige Geest, in het lichaam van de maagd Maria.
Et homo factus est.
En hij is mens geworden.
Crucifixus etiam pro nobis, sub Pontio Pilato
En dat hij gekruisigd is voor ons, tijdens het bewind van Pontius Pilatus
Passus et sepultus est
En dat hij heeft moeten lijden en daarna is begraven

De incarnatie door de Heilige Geest in het lichaam van Maria is een kerkelijk wonder. De muziek begint superzacht en sfeervol. Eerst horen we de tekst eenstemmig in het mannenkoor. Als deze herhaald wordt door de solisten, nu met tekstimitatie, beeldt de begeleiding het wonder van de onbevruchte ontvangenis van Maria door toedoen van de heilige Geest uit. De Heilige Geest wordt vaak weergegeven door een duif. Bij deze componist horen we vogelgekwetter die deze wonderlijke daad begeleid. Het maakt het tot een lyrisch en liefdevol geheel, lyrisch vooral door de trillers van de fluit.
Hierna komt het tekstdeel: “et homo factus est”, en hij is mens geworden. Heel nadrukkelijk worden alle woorden neergezet, zowel door de tenor als door het volledige koor. Ik voel hierbij twee aspecten in de muziek. Maria is bevrucht, er is een nieuwe mens gemaakt. Dus dat is het vervolg op het wonder. Maar tegelijk: God heeft zich verwaardigd om in de gedaante van een méns tot ons te komen: hij heeft een méns gemaakt. om ons te redden. Dit alles zit naar mijn gevoel in de lading van de muziek.
Na de laatste keer “factus est” komt er een plotselinge modulatie die het spannende vervolg voorbereidt: het lijdensverhaal, dat begint met het woord: “crucifixus”. De lettergrepen “cru” en fix” (vastmaken aan het kruis) krijgen niet alleen in de zang extra aandacht maar je hoort de pijn ook in de instrumentale accenten, vooral de derde keer als de sopraan deze woorden heeft. “Sub Pontio Pilato” wordt zeer nadrukkelijk eenstemmig gezongen: de opdracht tot kruisigen klinkt als een rechterlijk bevel, gegeven door Pontius Pilatus. Onmiddellijk daarna klinkt een aantal keren achter elkaar heel smartelijk en enigszins lang gerekt: “passus”, hij heeft geleden. Tot slot horen we hoe Jezus in de aarde terecht komt: “sepultus est”, hij is begraven. De tekst vanaf “Sub Pontio Pilato” wordt nog een keer herhaald, nu wordt de ter aarde bestelling op het einde nog meer plastisch uitgebeeld: “et sepultus est” wordt op een toonhoogte bijna gefluisterd. Ook de instrumenten doen er aan mee dat je voelt hoe het lichaam tot as wordt.

Uit het Sanctus Benedictus:
Zowel bij het deel “Sanctus” als het daaropvolgende deel “Benedictus” begint de componist met een instrumentale inleiding, waar hij als speelaanwijzing toevoegt: “Ingetogen”.
Benedictus qui venit in nomine Domini! Osanna in excelsis.
Gezegend is hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den Hoge.

We hebben bij deze muziek even tijd om in stilte te bidden. Tegen het einde wordt de muziek iets dramatischer door chromatiek. We horen een zogenaamd “Napels-akkoord” en enkele verminderde septiem-akkoorden. Maar het gebed blijft ingetogen, de sfeer verandert niet wezenlijk. Vlak voordat dan eindelijk de zangers het benedictus laten horen komt er in de hoogte een ijle klank die deze tekst voorbereidt.

Uit het Agnus Dei:
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, heb medelijden met ons.

Het tempo is langzaam. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de fagot die aan de melodie van de bas voorafgaat. Het woord “peccata” wordt instrumentaal in de lage hoorns uitgebeeld en klinkt “zondig” (pec-ca-ta- op een toon). “Peccata mundi” wordt zeer laag gezongen, “miserere nobis” hoger. Het antwoord op deze bassolo komt iets verderop in het mannenkoor. Na dit alles horen we de tekst nogmaals, nu gezongen door de tenor en de alt, en iets later het hele koor. Het kwetsbare lam, “Agnus Dei” blijft hoorbaar door de tragische melodie en zetting. Op het einde blijft slechts de vraag van de mens aan dat Lam Gods over: “heb medelijden met ons”, “miserere nobis”. Eerst heel ingetogen, maar steeds meer indringend. Dan volgt er een modulatie naar majeur, als inleiding op het hier niet weergegeven tweede deel van het Agnus Dei.

Ik hoor in al deze delen de persoonlijke gebedshouding van de componist, die naar mijn idee heel anders is dan gebruikelijk. En tegelijk hoor ik opera trekjes. In een later blog kom ik hierop terug en zal ik ook meer over de componist vertellen en de tijd en de plaats waar deze mis geschreven is. Ik ben trouwens benieuwd of er mensen zijn die deze muziek herkennen.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 1 reactie

Vaticaanstad

Mijn jongste kleinkind was jarig en gisteren werd dat met de familie gevierd bij haar thuis. Dolle pret. We deden met zijn allen “zakdoekje leggen.”
Mijn oudste kleinzoon kwam weer beneden. Hij had boven op zijn kamer op het keyboard gespeeld en zijn eigen pleziertje gehad.
-‘Opa, hoeveel mensen wonen er in Vaticaanstad?’
-‘Oef, dat weet ik niet. Ik denk iets van vijfduizend of zo?’
-‘Vijfduizend? Dat is nog best veel. Hoeveel mensen wonen er op de aarde?’
-‘Ik geloof iets van twee miljard.’
-‘En hoeveel in Nederland? ‘
-‘Ik dacht iets van achttien miljoen.’

We gingen na een tijd met een deel van het gezelschap een eindje wandelen in het stadje waar ze wonen. Bij een kleine kerk aangekomen probeerden we of die open was, nee dus.
Weer thuis gekomen vroeg mijn oudste kleinzoon:
-‘Zullen we naar Gouda gaan?’
Hij herinnerde zich de Sint Jan waar hij op Open Monumentendag geweest was. Ik begreep dat hij dat vroeg naar aanleiding van de gesloten kerk.
-‘Nee joh, dat is veel te ver. Maar we kunnen hier nog wel even kijken. We zijn nog niet bij andere kerken geweest.’
Dat wilde hij wel. Ik piepte snel met hem even uit het feestgedruis. De katholieke kerk bleek ook dicht. Toen liepen we richting de “protestantenkerk”.
-‘Opa, waarom zijn er behalve katholieke ook protestantenkerken?’
Tja, hoe zou ik dat gaan uitleggen. Ik vertelde dat heel lang geleden heel veel katholieken ruzie kregen met de paus en toen een eigen kerkgemeenschap hebben opgericht. Ze noemden zich protestanten. Maar heel veel mensen bleven katholiek. Daarom heb je nu katholieken en protestanten. De diensten van katholieken en protestanten lijken nog steeds best wel veel op elkaar. Bij de katholieken is er een pastoor die de dienst verzorgt, bij de protestanten heet dat een dominee.
-‘Toen Willem-Alexander en Maxima gingen trouwen was er een dominee, zij zijn dus protestant?’
Ik vertelde dat Maxima katholiek was, zij kwam uit Argentinië en daar waren bijna alle mensen katholiek. In Nederland zijn er protestanten en katholieken. Maar als iemand die katholiek is gaat trouwen met iemand die protestant is, dan moeten ze kiezen. Maxima en Willem-Alexander hebben gekozen voor een protestantse dienst.

We waren inmiddels bij de Nederlands Hervormde kerk aangekomen. Deze kerk bleek ook dicht te zijn, maar ik zag dat er om half zeven een dienst was.
‘We kunnen straks vlak voor het eten wel even naar deze kerk gaan, dan is hij open. Het kan dan wel maar heel even, want daarna is er een dienst en die duurt veel te lang, daar gaan we niet heen.’

Dat vond hij een goed plan. Toen de tijd gekomen was liepen we nogmaals naar buiten. Ik bereidde hem voor.
-‘Je mag daar niet zomaar gaan roepen of zingen. Als wij daar aankomen dan zitten er al mensen en die zitten te bidden en die willen niet gestoord worden.’
-‘Wat is dat, bidden?’
-‘Dan ben je heel stil en doe je je ogen dicht. En dan vraag je aan God of die je ergens mee wil helpen, of dat hij iemand beter wil maken die ziek is.’
Over God hebben we het eerder gehad, dit leek hij te begrijpen. We kwamen bij de kerk aan.
-‘Kijk opa, er komt rook uit de schoorsteen? Is er een nieuwe paus?’
-‘Nee hoor, de kachel is aan.’

In de hal stonden al heel veel gemeenteleden met elkaar te praten. Hij begon gelijk te roepen en te luisteren naar het effect van de nagalm. Hij beproefde de akoestiek.
-‘Hé, dat mag niet, dat zei ik toch net!’ Verontschuldigend zei ik tegen de mensen die vlak bij ons stonden dat hij zo graag de akoestiek van een kerk wilde beproeven. We liepen maar snel door naar de ingang van de kerk zelf. Wát een grote ruimte, die nodigde uit om te gaan rennen. Hij stierde met een rot vaart tussen de banken door en intussen luisterde hij ook hier weer, al geluiden producerende, naar de akoestiek. Er zaten al vrij veel mensen in de kerk. Ik raakte steeds meer gegeneerd. Toen hij weer bij me in de buurt was pakte ik hem zachtjes vast:
-‘Kom, nu heel stil zijn. Kom maar even naast me zitten.’
Ik ging op de voorste rij zitten en hij nam naast me plaats en keek nieuwsgierig om zich heen. Toen begon het orgel te spelen, met een nog klein register en met een welluidende melodie. Hij ging onmiddellijk meezingen. Ik kon en wilde hem eigenlijk ook niet tegenhouden. Wat zong hij weer mooi! En net als bij Open Monumentendag improviseerde hij op een muzikale manier melodieën tegen het origineel aan. Eerst maakte hij nog een bescheiden geluid, maar hij genoot zo van zijn eigen “liedje” dat hij steeds harder ging zingen. Voorzichtig keek ik achterom. Er waren inderdaad mensen aan het bidden. Niemand keek boos. Maar ik zag ook geen begripvolle blikken. Ik liet hem nog even begaan en zei toen tegen hem:
-‘Nu moeten we echt gaan, de dienst gaat zo beginnen.’

We kwamen weer in de voorhal.
‘Ik heb samen met het orgel gezongen!’ vertelde hij tegen een groepje mannen dat bij elkaar stond. Onmiddellijk ging hij verder met zingen, nu zonder orgel, maar hij zong een vergelijkbare melodie. Ze keken me verwonderd aan. Ik vertelde in het kort dat hij orgels geweldig vindt en het niet kan laten om dan de melodie mee te zingen. Ze lachten vertederd. Huppelend liep hij met me mee naar buiten. Intussen bleef hij zingen. Toen begonnen de klokken uitbundig te luiden.
-‘Als de klokken gaan luiden dan begint de dienst. We zijn net op tijd vertrokken.’
-‘O die hoor ik heel vaak, dan is zeker op dat moment altijd een dienst begonnen?’
-‘Ja, of net afgelopen, dat kan ook. Dan luiden ook vaak de klokken. Het kan ook een bruiloftsdienst zijn. Had je trouwens gezien dat de mensen heel stil in de bank zaten? Zij waren aan het bidden. Ik weet niet of ze het wel fijn vonden dat jij begon te zingen.’
-‘Ik ga later in deze kerk trouwen. En dan gaan de klokken luiden.’

Hij bleef uitgelaten en hij bleef “orgelmelodieën” zingen, al huppelende. Dat ging thuisgekomen nog steeds door. Sinds hij de kerk was binnen gegaan zat hij in zijn eigen film. Nog steeds dus.
-‘Kan het wat zachter, we kunnen elkaar niet goed verstaan.’
Hij probeerde heel even wat zachter te zingen, maar het lukte niet. Hij was gewoonweg niet te stoppen. Toen opeens zei hij:
-‘Ik ga bidden.’ Hij liep naar de voorkamer en trok de schuifdeuren dicht. Ik heb hem niet gevolgd maar hoorde van mijn vrouw die daar ook zat dat hij heel stil was gaan zitten met zijn ogen dicht. Het was opeens veel rustiger in huis..

Na een hele tijd kwam hij weer terug.
‘Ik word niet protestant en ook niet katholiek. Want dan moet ik veel bidden en ik houd niet zo van bidden.’
-‘Nee, dat kan ik me voorstellen.’

tekenenMaar sinds het bidden was hij wel heel rustig. Hij ging tekenen. Eerst maakte hij een portret. Dat probeert hij steeds vaker, mensen te tekenen. Maar toen ging hij over op iets “makkelijks”. Uit zijn hoofd tekende hij een bijna perfecte wereldkaart. Hij kwam hem laten zien. Midden in Italië had hij een puntje getekend.
-‘Zie je dat piepkleine puntje opa? Dat is Vaticaanstad. Dat is het kleinste land van de wereld.’

Geplaatst in autisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kindergeluk

Via de tekeningen en de muziek die mijn oudste kleinzoon maakt krijg je een prachtige inkijk in zijn rijke innerlijke belevingswereld. Gisteren, vlak voordat hij weer naar zijn ouders ging, kwam hij naar me toe en gaf me een knuffel. Zijn koppie straalde.
-‘Je bent blij hè?’ vroeg ik hem.
-‘Jaaa’. En zijn koppie glunderde nog meer.

Hij heeft het de laatste tijd steeds vaker naar de zin. Met het eten gaat het weer een stuk beter en hij is ook veel verdraagzamer naar zijn broertje toe. Ik heb met hem besproken hoe het er de laatste keren met het “tellen” voor het avondeten aan toe ging. We hebben afgesproken dat hij niet meer tot 300 telt maar slechts tot 100 en ook hebben we afgesproken dat ik niet meer hoef mee te tellen. Het enige compromis dat ik moest sluiten is dat ik hard “honderd” mee moest zeggen als hij klaar was. Dat is nu alweer twee dagen achter elkaar gelukt. Andere dingen blijven: als hij naar huis gaat en hij zijn fiets bij zich heeft, dan kan hij het niet laten om het laatste stuk keihard te gaan fietsen en intussen moedigt hij zich zelf dan aan, eveneens keihard:
-‘Tour de Fránce, jaaa, ik ga wínnen!’
Zijn broertje denkt dat hij dan echt een wedstrijdje aan het doen is, maar dat is dan helemaal niet zo. Gisteren was zijn broertje op zijn loopfiets eerder thuis dan hij maar dat deert hem niet.
-‘Ik heb gewónnen, ik heb gewónnen, ik heb de tour de France gewonnen!’ Ook al zegt zijn broer dat híj heeft gewonnen, het maakt hem op dat moment niets uit. Niemand doet eigenlijk mee. Hij zit in zijn eigen film de laatste meters van een etappe van de tour de France te spelen en die gaat hij gewoon altijd winnen. Toen de vorige week zijn broer vlak voor dat ze thuis waren van zijn fiets viel reed hij hem keihard voorbij. Dat vond oma niet leuk en riep hem naderhand bij zich. Hij snapte het niet. Als een andere renner valt dan is er toch een volgwagen die daar voor zorgt? Hij kon naar zijn idee gewoon door blijven rijden. Eigenlijk is het zo: naar huis gaan over het laatste paadje betekent altijd tour de France doen. Dat spel hoort bij dat tijdstip en bij die route, daar kan niets aan veranderd worden. Het is net zo’n dwangmatigheid als die hij nog steeds ook met andere dingen heeft zoals met “tellen bij opa en oma vlak voordat het eten klaar is”. Het hoort helemaal bij zijn autisme. Maar hij kan er vanaf komen. Alleen dat moet gedoseerd worden, en we houden het maar bij de dwangmatigheden die echt vervelend zijn voor de buitenwereld, zoals gekke geluiden maken bij baby’s of oude mensen. Dat gaat nu alweer een hele tijd goed.

Hij is dus blij en gelukkig. En dat zie je terug in zijn tekeningen die aan de lopende band geproduceerd worden. Soms is hij er een hele tijd mee bezig, soms niet veel langer dan enkele minuten. We hebben gelukkig aardig wat kladpapier…

nederlandamerika

Landen en vlaggen blijft hij maar tekenen. Hier een tekening van Nederland en eentje van Amerika, met daarin ook een aantal vlaggen verwerkt.

eiland

Het vasteland Solor blijft ook terugkeren. Gisteren vertelde hij dat er twee waren, eentje lag in Australië en eentje in Irak. Als hij naar een wereldkaart kijkt slaat zijn fantasie denk ik gelijk op hol..

De koninklijke familie zien we steeds weer in zijn spel maar vooral ook in zijn tekeningen terug keren. Zo had hij bij zijn ouders een tekening gemaakt met twee keer daar op Willem van Oranje:  toen hij klein was en toen hij oud was. Hij had als oude man een pruik op. Waarschijnlijk plaatst hij hem in de tijd van Christiaan Huygens.

beatrixMaar Beatrix komt ook steeds vaker terug. Hij blijft informeren of prins Claus nog leeft. De dood is een steeds terugkerend verschijnsel waar hij alles van af wil weten, waar hij enigszins grip op probeert te krijgen. Hier zien we Beatrix terwijl ze de eed aflegt bij haar troonsbestijging. Het is de groten dag, Beeiatrix wort koningin. ‘Ik bloof dat ik een goed koningin zal zijn!’

koninklijk bezoek aan klas
Ook bezoekt de koninklijke familie zijn klas op school. Op de tekening staan een aantal namen van kinderen uit zijn klas. Hij zelf staat naast “Laura”.

muzieknotenEn hij tekent de laatste dagen ook soms muzieknoten.

Zijn muzikale spel vordert gestaag. Domweg doordat hij blijft luisteren naar zich zelf en doordat hij heel veel speelt. Hij heeft een enkele aanwijzing van mij gekregen maar in het algemeen wil hij nog steeds vooral alles zelf uitzoeken. Zo vertelde hij:
-‘Opa ik gebruik ook de pink en de duim zoals jij me hebt verteld.’
Gisteren was er een klasgenootje op bezoek: Elise. Hij speelde voor haar “Für Elise”, maar ook het “Air van Bach” en een stukje uit “KV 467 van Mozart”. Deze stukken, nog zeer incompleet en erg vereenvoudigd, heeft hij zich voor het grootste deel zelf aangeleerd, maar het klinkt allemaal prachtig, ook al moet hij soms al spelende zoeken naar de juiste tonen in de rechter- of linkerhand.

Maar zijn spontane improvisaties vind ik het meest ontroerend en tegelijkertijd ook knap. Alles heeft een kop en een staart en hij eindigt heel muzikaal met een ritenuto terwijl hij steeds zachter gaat spelen. Ik word dus ontroerd. Waardoor? Omdat ik in zijn spel, net zoals in zijn tekeningen, heel veel blijdschap en geluk ervaar.

Geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 3 reacties