Vézelay

Op de top van een heuvel, nog ten noorden van de eerste toppen van de heuvels van de Morvan, staat de basiliek van Marie Madeleine. Deze kloosterkerk is in de twaalfde eeuw tot een belangrijk pelgrimsoord geworden, vanwege de relieken van Maria Magdalena en als pleisterplaats voor de pelgrims naar Santiago de Compostella. Als pelgrim moest je om er te komen een vrij steile klim maken, maar onderweg naar boven kon je al eten, drinken en souvenirtjes kopen. Zo ontstond het stadje Vézelay. Het lijkt nog steeds uit die tijd te stammen, met zijn schilderachtige huizen en steegjes.

vezelay-schilderachtig

Het probeert ook nog steeds een soort pelgrimsoord te zijn. Er is een gastenhuis voor pelgrims, en de kerk wordt tegenwoordig vanuit het aanpandende klooster door een zusterorde gerund. In het hele stadje zie je op veel plaatsen vriendelijk groetende en glimlachende nonnen rond lopen, van alle leeftijden. Ook zie je op willekeurige punten paters met hun brevier een van de getijdengebeden prevelen, tussen spelende padvinders.

padvinders

Dit is niet altijd zo geweest. In de zestiende eeuw werd de kerk, na door hugenoten ingenomen te zijn, omgetoverd tot een kazerne voor de cavalerie en ook werd er voedsel opgeslagen. Dat duurde niet lang maar intussen waren de kerkschatten met ook veel handgeschreven boeken vernield. Tijdens de Franse revolutie werd ook een deel van de sculpturen “onthoofd”. De abdij was toen al opgeheven. In 1870 kreeg de kerk opnieuw enkele relieken van Maria Magdalena en tegelijk werd ook de abdij weer in functie hersteld. Violet Le Duc begon met de eerste restauratie. In 1979 werd het stadje Vézelay met ook zijn basiliek tot wereld cultuur erfgoed bestempeld.

kerk

Wat is er zo bijzonder aan deze kerk? In elk boek dat Romaanse kunst behandelt staat een afbeelding van een van de tympanen van de Marie Madeleine, het tympaan boven de middelste toegangspoort in de voorhal. Daar kun je niet om heen. Maar het is lang niet het enige. Ik las dat van alle Romaanse kapitelen die er in Frankrijk nog over zijn de helft in deze kerk is te vinden. En voor mij gaat het nog verder. Het lijkt wel of de kerk als voorbeeld heeft gediend voor latere geleerden.

Thomas van Aquino ging de bijbel wetenschappelijk bewijzen. Alle teksten moesten zodanig worden geïnterpreteerd dat er geen speld meer tussen te krijgen was. Maar ook dat je vat kreeg op de hele wereldorde, op de schepping, op de hiërarchie, op sterren en planeten. De wereld was een knap staaltje architectuur van God en de bijbel gaf de handvaten om de logica te zien. Dit kon je weer laten zien in de bouw van de kerk en door middel van de weergave van alle beeldhouwwerk in die kerk, de plaats maar ook de verborgen betekenissen.

Thomas van Aquino leefde in de dertiende eeuw, de eeuw van de gothiek. De kerk van Marie Madeleine in Vézelay is een Romaanse kerk, met dan wel een gotisch koor. De meeste sculpturen dateren echter van rond 1140, dus lang voordat Thomas van Aquino de beschrijving van de wereldorde aan de hand van de bijbel formuleerde. Toch lijken er al veel van de denkbeelden van Thomas van Aquino in deze kerk verbeeld te zijn. Alles staat bol van de bijbelse symboliek.  Het is voor mij onbegonnen werk om de totale strekking van wat er getoond wordt in woorden te vangen. Ik ga een poging doen door slechts enkele voorbeelden te geven.

tympaan

Dan toch maar om te beginnen het beroemde tympaan. We zien Christus als pancrator met geopende handen en ver uitgestrekte armen: kom maar!  Tegelijk zien we lichtstralen gericht op de twaalf apostelen die om hem heen staan. Het meest dichtbij staat Petrus, die zelfs met zijn hoofd deels in de mandorla rond Christus staat. Petrus is de eerste paus en dat wordt hiermee nadrukkelijk gezegd. Tegelijk geeft Christus met zijn stralen ook de andere apostelen mee dat ze de heilige boodschap moeten gaan verkondigen aan alle volkeren. Welke die volkeren zijn zien we in de boog die in acht vakken is verdeeld, om dit tafereel heen. In de handelingen van de apostelen worden deze volkeren genoemd, hier worden ze weergegeven. Soms zijn ze duidelijk herkenbaar aan de frygische muts, of arabieren worden met hondekoppen weergegeven. Maar niet alleen moeten ze naar alle windstreken gaan, ze moeten deze boodschap eeuwig, elk jaar opnieuw blijven verkondigen. In de volgende ring zie je de 12 tekens van de dierenriem met daaromheen taferelen die horen bij het betreffende jaargetijde, de eeuwig durende klok. Christus staat op een steen, en geeft daarmee het fundament aan. Links en rechts van dat fundament staan allerlei mensen, tot en met gehandicapten. Dit om te laten zien dat hij er voor iedereen is. Onder dit tympaan staat Johannes de doper, met een schaal waar ooit een lam in heeft gezeten. Johannes wees Christus aan als de nieuwe messias, hij maakt de link met het verleden, met het oude testament. Johannes de doper wordt hiermee als belangrijke heilige in het midden gezet, boven op een pilaar die het tympaan in het midden ondersteunt.  Hij is de doper, en alle apostelen boven hem zijn ook gedoopt, ze staan met hun voeten in het water. (Al in vroeg Christelijke kerken wordt water weergegeven door wat kronkelige strepen). Links en rechts staan ook pilaren, links twee apostelen, rechts twee apostelen. Waarschijnlijk gaat het hier om de vier schrijvers van het evangelie, het nieuwe testament.

tympaan-frygiersHierboven een detail: een van de volkeren die bekeerd moet worden. Aan de attributen zou je ze moeten kunnen herkennen. Ze hebben prachtige kleren, let op de details. Volgens een boekje zou het gaan om Armeniërs.

tympaan-gehandicapten

Bij deze afbeelding worden mensen uitgebeeld met een handicap. Rechts zien we mensen met heel grote oren. Ook zij horen bij degenen die uiteindelijk recht hebben op een plaats in de hemel.

tympaan-lente-en-tweelingenEen detail uit het deel met de dierenriemtekens: rechts de tweelingen. Links wordt het feest van de lente uitgebeeld door iemand die versierd is met bloemen en een vreugdedans maakt.

Dan zijn er nog meerdere tympanen, maar vooral: maar liefst bijna honderd kapitelen in de kerk, met bijzonder veel allegorische of symbolische afbeeldingen.

mystieke-molen

Op bovenstaande afbeelding zien we een man met een korte mantel (het gewaad van een slaaf), met schoenen aan zijn voeten. Hij giet koren in een molen. Een andere man, met blote voeten en met een toga (een vrije man) vangt het meel op. De slaaf moet geïnterpreteerd worden als Mozes. Het koren is de stenen wet die hij in de Sinaïwoestijn van God ontving. De molen die het koren maalt is een symbool voor Christus (we zien het molenrad met spaken in de vorm van een kruis). De vrije man is de apostel Paulus, het meel moeten we zien als het nieuwe testament. De wet die Mozes ontving bevatte wel de waarheid, maar het was een verborgen waarheid, zoals we in het koren ook nog niet het meel zien. Door het offer van Christus is dat koren omgezet in iets waar echt voedsel van kan worden gemaakt: meel. Paulus beloofde dit nieuwe geloof, dit voedsel, te verspreiden onder de mensen.

Ik laat er nog enkele zien, zonder verdere uitleg: het gouden kalf uit het oude testament, en een vrouw die door een fluitspeler wordt verleid om seks te hebben, maar de vrouw wordt door de duivel gegrepen.

goudenkalf

verleidingvrouwAls je zoals ik gefascineerd bent door Romaanse kunst en de historische achtergrond van deze periode, dan is Vézelay een oase. Maar ook als toerist die graag in schilderachtige, rustige stadjes vertoeft en op een terrasje van de omgeving wil genieten kun je daar goed terecht. En als je van mooie panorama’s houdt ook: blik vanaf de heuvel van Vézelay naar het zuiden.

panorama

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Bibracte

In de krant stond onlangs hoe bij toeval de twee lichamen zijn gevonden van twee mensen die al zo’n tachtig jaar geleden waren verdwenen. Toen waren ze als echtpaar opgegeven als zijnde vermist in de Alpen. Een van hun kinderen is haar hele leven op zoek geweest naar haar ouders en herinnert zich die bewuste dag nog zeer goed. Mijn gedachten gaan dan terug naar die tijd, toen mijn ouders nog kleine kinderen waren, dus in de leeftijd van die zoekende dochter. Het lijkt allemaal zo verschrikkelijk lang geleden. Ik stel me het oneindige verdriet van die kinderen voor, die waarschijnlijk door familieleden zijn opgevoed.
Zij hebben nu een heel leven meegemaakt. Het boerenleven is daar veranderd. Hoe dingen kunnen veranderen, daar heb ik een mooi staaltje van meegekregen twee dagen geleden. Maar eerst iets over het gebied waarin dit verhaal speelt, de streek waar ik nu op vakantie ben. Het gaat over de Morvan, een onderdeel van Bourgondië. Over verandering gesproken, hier kun je ver in de tijd terug kijken. De Morvan is voor het grootste deel een middelgebergte, ontstaan toen het centraal massief van Frankrijk in twee stukken brak en er een kloof tussen beide delen kwam te liggen. Het centraal massief bestaat uit zeer oud gesteente, meest kalk, vulkanisch of graniet. En vaak in elkaar geperst waardoor het een metamorfose heeft doorgemaakt: kalk wordt marmer of een ander soort hardsteen. Toen dit allemaal gebeurde, toen bestonden de Alpen nog niet eens. Dat is een zeer jong gebergte dat zich nog steeds aan het vormen is. De toppen van de Alpen groeien jaarlijks sneller als dat ze afslijten.

top-uitzicht-autunEen van de toppen van de Morvan is de Mont Beuvray. Vanaf het hoogste punt heb je uitzicht op de vallei met in de verte de stad Autun. Maar eveneens boven op die top, en op delen van de helling ligt Bibracte. Bibracte wordt door Caesar genoemd in zijn “De Bello Gallico”. Het was de toenmalige hoofdstad van dat gebied. Bij de Gallische oorlog was de veldheer die hier zijn hoofdkwartier had Vercingetorix, bekend uit de boeken van Asterix en Obelix. De stad heeft maar ongeveer 150 jaar bestaan. 25 voor Christus woonden er 5000 tot 15000 mensen. Het was voor die tijd een zeer grote stad. Eerst was ze alleen Gallo-Keltisch, later kwamen er ook Romeinse huizen. Vercingetorix had de hulp van Caesar ingeroepen omdat de Zwitsers (Helvetica) van oost naar west trokken en intussen alles waar ze door heen gingen plunderden en in brand staken. Caesar kwam ze te hulp en hield de Zwitsers tegen. Hij verbleef zelf ook enkele maanden in Bibracte. En besloot en passant heel Gallië te veroveren. Enkele decennia later werd Autun gesticht, tijdens de regering van keizer Augustus. De hoofdstad van de Galliërs in dat gebied werd daarmee verplaatst van een moeilijk bereikbare bergtop naar een vallei. Alle inwoners van Bibracte gingen mee, inclusief hun huisraad en overige spullen. Alleen hun afval bleef achter. Binnen enkele decennia was de verlaten stad overwoekerd door struiken en bossen. Was het een verplichte verhuizing? Voor de handel was het in ieder geval veel praktischer. Ook Bibracte was al een handelsstad geweest, en alles ging gewoon verder in de nieuwe stad. Enkele eeuwen later wist niemand meer dat op die berg ooit een van de belangrijkste plaatsen in de historie had gelegen. In de middeleeuwen werd er wel nog een Benedictijner klooster gebouwd. Dat werd in de dertiende eeuw omgevormd tot een Franciscaner klooster. En ook dat verdween uiteindelijk.
In de negentiende eeuw kreeg men in heel Europa belangstelling voor het verleden van de eigen natie. Zo ook ging het bij de Fransen. Ze gingen terug tot de Romeinse bronnen en stuitten op de naam Bibracte bij Caesar. Waar zou Bibracte gelegen hebben? Eerst dacht men die stad misschien te vinden onder Autun. Dat was dus niet zo. Men keek wat meer naar de omgeving. Opvallend was dat de Mont Beuvray een aantal plateaus bevatte, en dat was niet natuurlijk. Het wees op menselijk ingrijpen. Deze berg werd op dat moment alleen nog door boeren gebruikt om de koeien op te laten grazen. Dus er werd besloten daar maar eens te gaan graven. Op elk plateau bleken huizen gestaan te hebben! Ook de resten van twee omvangrijke omwallingen en een poort werden terug gevonden. En Romeinse verwarmingen, baden, waterleidingen.

deel-villabronHet is nog steeds in zijn geheel een enorme archeologische site. Om alles te kunnen zien wat nu is blootgelegd, en nog steeds wordt blootgelegd, moet je kilometers lopen. Wetenschappers van vele universiteiten van over de hele wereld onderzoeken het hele terrein. Sommigen zijn gespecialiseerd in het analyseren van de historische begroeiïng, andere zijn gespecialiseerd in metaal, weer andere in de gebruikte stenen enz. Millimeter voor millimeter zoekt men steeds dieper en steeds meer dingen komen tevoorschijn. Elke zomer zijn er vele tieners die eerst een snelcursus krijgen en dan onder leiding mee helpen met de opgravingen.

tienersOnder aan de Mont Beuvray is een mooi museum waarin het een en ander wordt uitgelegd. Ook de hele cultuur van de Gallische Kelten en hun relatie met de Romeinen wordt uitgelegd, en nog veel meer. Je kunt er uren doorbrengen. De vrouw van de directeur van het museum is een Nederlandse juriste met bijzondere belangstelling voor geschiedenis. Ze heeft een cursus gevolgd voor het geven van rondleidingen. En nu geeft ze bijna dagelijks rondleidingen aan Franse of Nederlandse toeristen. En dat doet ze bijzonder inspirerend. Een heerlijke dag archeologie!
Bibracte was zoek. Maar is weer terug gevonden. Zoals ook de ouders van het inmiddels bejaarde meisje zijn teruggevonden. Zij lagen bedolven onder het ijs, in de Alpen. Bibracte was bedekt met zand, stenen en was al snel helemaal begroeid, in de Morvan. Soms verdwijnt de historie. Af en toe komt er weer een glimp te voorschijn. Soms is het verleden dramatisch zoals in de alpen of bij de bedolven stad Pompeï. Of we bij Bibracte ook van een drama kunnen spreken weet ik niet. Duizenden mensen die met al hun spullen moeten verhuizen? Maar ze komen goed terecht. Een dezer dagen gaan we naar Autun!

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Karl Kraus en Wenen in het begin van de twintigste eeuw

In de metro luisteren veel mensen naar muziek. Ze hebben de koptelefoon op en kijken enigszins wezenloos voor zich uit. Ik heb nooit muziek opstaan. Maar ik hoor wel steeds muziek. Inwendig. Of aangestuurd door omgevingsgeluiden. Als de metro, of die aan de overkant van het perron, gaat starten, hoor je dit:

En ik hoor dan bij mezelf onmiddellijk dit:

Deze drie tonen brengen mij daarmee in een heel andere wereld. Het is de nostalgische wereld van  die van het begin van de twintigste eeuw in Wenen. Het euforische gevoel dat veel kunstenaars toen hadden: alles leek te kunnen, er brak een nieuwe tijd aan. De eerste wereldoorlog moest nog beginnen. Over het muziekstukje dat bij deze drie tonen hoort schreef ik al een keer in een eerder blog.

Maar nu wil ik een zelfgemaakt filmpje, een soort documentaire laten zien van ruim een half uur. Deze film maakte ik vijf jaar geleden in het kader van een les aan mijn studenten gevolgd door een excursie naar Wenen. Centraal staat de kunstenaar Karl Kraus, die terugkijkt op zijn leven in 1919, niet lang na de eerste wereldoorlog. Deze Karl Kraus was toentertijd een fenomeen. Aan de hand van zijn terugblik zien we iets over het Wenen van eind negentiende eeuw, en begin twintigste eeuw. We leren enkele kunstenaars van toen kennen, in dit geval vooral schrijvers en componisten.

Karl Kraus is ook een belangrijk figuur in het boek “De culturele revolutie in Wenen” van Henk Jurgens. Een boek dat ik al twee keer heb gelezen. Maar ook hoofdstuk 3, Oedipus rex, van het boek “de duizelingwekkende jaren” van Philipp Blom, of het eerste hoofdstuk van “In Europa”, van Geert Mak zijn de moeite waard als je een goed beeld wilt krijgen van wat er in die tijd allemaal speelde in de hoofdstad van het Oostenrijkse keizerrijk. Ben je geïnteresseerd in de literaire werken van Karl Kraus zelf dan moet je het boek “het Kraus-project” van Jonathan Franzen lezen. Eigenlijk pas als je eerst die andere boeken hebt bestudeerd, want veel van de teksten van Kraus  krijgen pas betekenis tegen de culturele achtergrond van het Wenen van toen.

Graag wil ik “mijn eigen documentaire” hier laten zien.

Karl Kraus

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek, taal | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Contrapunt 1

 

Eva Jinek zei laatst in een gesprek met Paul Witteman dat ze nooit muziek in haar hoofd had. Muziek was niet haar taal.

Ik heb altijd muziek in mijn hoofd. Vanochtend had ik onderstaande melodie in mijn hoofd, die ik uitwerkte tot een klein contrapuntisch stukje voor twee klarinetten. Tja. Ook leuk om er wat beelden bij te zetten zonder verder enige pretenties. Foto’s o.a. van de Holterberg en van de Mookerhei.

Ik kreeg een reactie dat het een leuk stukje was maar wel wat kort. Dat vond ik zelf ook. Ik heb het dus wat uitgebreid en er nu uitsluitend voorjaarsfoto’s 2017 van Oostvoorne bij gezet, Op het moment dat het stukje voor de tweede keer wordt gespeeld.

Geplaatst in muziek, natuur | Tags: | 3 reacties

1572

Vanochtend op de radio was muziek van Tomás Luis de Victoria, meestal “da Vittoria” genoemd te horen. Deze muziek is geschreven in 1572. Da Vittoria, een Spaans componist, is in Madrid geboren maar hij werd door koning Philips II naar Rome gestuurd om zich verder in de muziek te bekwamen. Blijkbaar waren zijn talenten in Madrid al opgevallen. Sterk onder invloed van Palestrina schrijft hij daar in dienst van een klooster vele motetten en missen.

1572, dat is een jaartal waar ik onmiddellijk allerlei gedachten bij heb. Sommigen zullen weten dat toen den Briel door de geuzen werd ingenomen. Dat moment wordt als het begin gezien van een kentering in de Spaanse opstand. Philips II is in die tijd en in de geschiedenisboeken nog steeds de gehate koning van Spanje die Alva op ons afstuurde om iedereen weer in het gareel te krijgen. In Spanje intussen (en nog steeds) is het de meest populaire koning die er misschien ooit geweest is. Zo kan het verkeren.. Het plunderzieke en onderbetaalde leger van Willem van Oranje nam in datzelfde jaar Roermond in. De stad werd geplunderd. Vooral de kloosters moesten het ontgelden. In ieder geval 12 kartuizers werden vermoord, volgens sommige verhalen nog veel meer en ook bedienden en geestelijken van andere kloosters. Intussen schrijft da Vittoria in Rome, in een vredig klooster,  deze hemelse muziek..

Vadam et circuibo civitatem (Nordic Voices Chandos HSA0402)
De muziek van het motet begint na ongeveer 15 minuten in de uitzending, die je zo gewenst ook compleet kunt terug beluisteren via onderstaande link.
http://www.radio4.nl/tussenhemelenaarde/uitzending/518728/tussen-hemel-en-aarde

De tekst van het motet is ontleend aan het hooglied.
Het eerste couplet kun je ook via onderstaande player horen.

Vadam et circuibo civitatem per vicos et plateas. Ik zal opstaan en me begeven in de stad, in de straten en op de brede wegen.
Quaeram quem diligit anima mea:
quaesivi illum, et non inveni.
Ik zal zoeken de persoon die mijn ziel liefheeft:
Ik zocht hem maar vond hem niet.
Adiuro vos, filiae Hierusalem, si inveneritis dilectum meum, ut annuntietis ei, quia amore langueo. Ik vraag u, o dochters van Jeruzalem, als gij mijn geliefde vindt, dat gij hem zegt, dat ik ziek ben van liefde.
Qualis est dilectus tuus, quia sic adiurasti nos? Wie is uw geliefde, meer dan een andere geliefde, dat gij ons zo blijft bevragen?
Dilectus meus candidus et rubicundus, electus ex millibus: Mijn geliefde is wit en edel, de voornaamste onder duizenden.
talis est dilectus meus, et est amicus meus, filiae Hierusalem. Hij is mijn geliefde, en hij is mijn vriend, o dochters van Jeruzalem.
Quo abiit dilectus tuus, O pulcherrima mulierum? Waarom is uw geliefde verdwenen, o edelste onder  de vrouwen?
Quo declinavit et quaeremus eum tecum? Waarom is uw geliefde weggegaan en vraagt u om hem samen te zoeken?
Ascendit in palmam, et apprehendit fructus eius. Hij is opgestegen in een palmboom  en hij heeft zijn vruchten geoogst.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Godmens

In een vorig blog schreef ik over mijn gesprek met een broer van mijn schoonmoeder. Hij vertelde toen ook wat hij op dat moment las. Dat was het boek “Homo Deus” van Yuval Noah Harari. Een boek dat hem uitermate fascineerde. Heel in het kort vertelde hij me wat de strekking was: het ging over de toekomst van het humanisme en eigenlijk zelfs over de toekomst van de hele mensheid. ‘Maar wat vind u hier nu van, als oprecht Christen’, vroeg ik hem? ‘Natuurlijk, het gegeven dat de auteur het Christendom als een voorbije fase beschouwt doet me pijn, doet me héél véél pijn. Maar ik vind het boek buitengewoon prikkelend en ik leer er elke dag van.’

Hendrik Spiering heeft een prachtige recensie geschreven voor het NRC, en deze recensie is tegelijk een goede samenvatting voor zover ik dat kan beoordelen. Ik ga het boek ook lezen.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/22/dames-en-heren-wij-allen-leven-in-illusies-4388900-a1522948

Maar nu, vooruitlopend op mijn eigen mening over het boek, denk ik toch al een kanttekening te kunnen maken. Ik lees bij Hendrik Spiering dat het fenomeen “godsdienst”, of “communisme”, of “fan zijn van Feyenoord” een ideeënwereld is die de mens heeft uitgevonden op het moment dat hij zich ging organiseren in groepen van meer dan 200 mensen. Een mens kan niet meer dan 200 andere mensen  in zijn contacten behappen. Wil je met meer mensen in contact staan dan moet je een gezamenlijk idee hebben. Je moet bijv. allemaal Christen zijn. En grote groepen zijn in staat veel te verwezenlijken, de wereld heeft zich op die manier snel en vaak ook voorspoedig kunnen ontwikkelen, dankzij de groepsgedachte. Daardoor waren mensen in staat zich dood te vechten, voor het idee “vaderland”. Maar bouwden ze ook kerken en andere grote kunstwerken, vóór God, of juist tégen Allah.

Wat is nu mijn kanttekening? Ik denk dat godsdienst er altijd geweest is, ook toen er nog uitsluitend heel kleine gemeenschappen waren. Het is een onlosmakelijk deel van de mens, nee ik denk zelfs van het leven. In de kern wil de mens onderdeel zijn van veel meer dan zijn eigen beperkte leventje op aarde. Hij wil in contact staan met heel zijn omgeving en met dingen die hij niet kan beredeneren. En dat streven kan zich op heel veel verschillende manieren uiten. Elke cultuur geeft er zijn eigen draai aan. We noemen dat godsdienst. Maar helaas, veel godsdiensten zijn vervreemd van die oorspronkelijke doelstelling: contact houden met de natuur en dingen die niet zijn te beredeneren. Ik denk dat desondanks elk levend wezen daar steeds mee bezig is, op een zó vanzelfsprekende manier dat het dat niet eens weet. Er zijn enkele ingangen om dat contact te versterken. Kunst, en vooral muziek. Luisteren naar muziek, je volledig overgeven. Of muziek maken.  Eventjes heb je wat meer contact met die veel grotere en diepere wereld die ons overal omringt. Je bent dan misschien even een echte Homo Deus.

Luister eens naar deze voor mij “Goddelijke Muziek.”

Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet no. 14 in Cis mineur, “Alexander String Quartet”

Geplaatst in filosofie, muziek | Tags: , , | 1 reactie

De vogel is gevlogen

Gisteren sprak ik een tijd lang met een oom van mijn vrouw. Bijna 90 jaar, niet goed ter been maar nog zeer helder van geest.

Enkele van de verhalen die hij mij op mijn verzoek vertelde wil ik hier weergeven.

Er komt een vogel gevlogen.

Als een van de jongsten van het gezin wilde ik heel graag naar de lagere school. Na een jaar op de bewaarschool gezeten te hebben was het dan eindelijk zo ver: 1 september. Ik was nog wel 5 jaar maar zou binnenkort, eind oktober 6 worden. Samen met mijn grotere broers werd ik meegenomen. De eerste twee weken waren een feest. Maar toen wachtte me misschien wel de grootste teleurstelling van mijn leven. De hoofdonderwijzer kwam bij ons langs. Tot zijn spijt moest hij mijn ouders meedelen dat ik nog niet naar de lagere school mocht. Ik werd na 30 september pas 6 jaar, dus ik was nog te jong. Dus moest ik maar weer terug naar de bewaarschool.

Ik was verbijsterd. Ik wílde niet meer naar de bewaarschool! Maar ik had niets te willen. De volgende dag zou mijn oudste broer me naar mijn oude school brengen. Hij hield mijn hand stevig vast en in zijn andere hand hield hij mijn tasje vast. De bewaarschool bevond zich trouwens in hetzelfde gebouw waar ook mijn vader werkte, een sigarenfabriek. We woonden aan de Kruiskade in Rotterdam, toentertijd een van de drukste straten van de stad. Ik schreeuwde en gilde en mijn broer moest me bijna meesleuren. Dat tafereel trok veel bekijks en de mensen keken misprijzend naar het luidruchtige stel. Daar stopte een politie auto en een agent vroeg waarom mijn broer me zo mishandelde. Mijn tasje viel uit zijn hand, hij moest het oprapen en toen zag ik mijn kans waar. Ik rukte me los en rende terug naar huis. Mijn broer ging me niet achterna, vertelde aan de agent wat er aan de hand was en ging daarna linea recta naar de sigarenfabriek en waarschuwde mijn vader. Deze ging onmiddellijk terug naar huis, gaf me aldaar eerst een flink pak slaag en nam me, nu beduusd, mee naar de bewaarschool. Terug in mijn oude klas zag ik een heel vreemd tafereel. De kinderen zaten niet netjes in de banken zoals ik het hele schooljaar daarvoor had meegemaakt, maar ze stonden allemaal samen met de juf midden in de klas. Op een tafel stond een voor mij compleet vreemd apparaat. Het was een grammofoon. Iedereen was doodstil. Ik liep er nieuwsgierig naar toe. Uit het apparaat klonk een prachtig lied! En ik hield van zingen.  “Er komt een vogel gevlogen”. .. Wat mooooii.. Vanaf toen ging ik weer met plezier naar de bewaarschool.

Opname gemaakt 12 december 1953 in Rotterdam, gezongen door Arie Bertram voor het programma “onder de Groene Linde”

Niet alleen teleurstellingen heeft deze oom meegemaakt, maar ook spannende momenten. Vooral het najaar van 1944 was een erg spannende tijd.

Het opklapbed

Ik werkte met mijn zus in de oorlog in Rotterdam bij “De Nationale”, een verzekeringsmaatschappij. Deze was gevestigd vlak bij de Maas, op een voor de Duitsers strategisch punt bij de Maasbrug. Het was een gezellige tijd en we hadden het er prima naar de zin. Wat we niet wisten was dat de Duitsers in de kelder kolen hadden opgeslagen. Maar wat wij en de Duitsers zelf ook niet wisten was dat er in een ander vertrek in die kelder ook spullen van het verzet lagen, zoals radiozenders en ontvangers. De winter naderde en er waren geen kolen meer te koop. Een van de mensen van de verzekeringsmaatschappij vertelde ons dat er onder in de kelder kolen lagen en dat we gerust af en toe wat mee naar huis mochten nemen. Dat deden de meesten van ons vervolgens. Al snel was bijna de helft van de grote voorraad verdwenen. Dat ontdekten de Duitsers en ook ontdekten ze toen ze wat beter onderzoek deden dat er zich in die kelder ook nog een geheime plek van het verzet bevond. Iedereen die bij de Nationale werkte was nu onmiddellijk verdacht. Midden op een werkdag moesten we ons verzamelen in een groot vertrek en werden we ondervraagd. ‘Of we wisten van de kolen. Wie verantwoordelijk was voor het stelen moest zich nu onmiddellijk melden. Als niemand zich zou melden dan zou van elke tien mensen hier aanwezig er eentje worden doodgeschoten.’ Niemand meldde zich. Na kort beraad werd iedereen naar huis gestuurd. Het leek met een sisser af te lopen. Maar de directie van het gebouw kreeg opdracht om het pand te ontruimen. Dat gebeurde dan ook, alle werknemers hielpen mee en bureaustoelen, kasten en alles werd naar buiten gesleept. We konden tijdelijk in een ander pand op de Blaak terecht.

Maar de ergste spannende momenten moesten nog komen. Er werd vlak daarna bekend gemaakt dat alle jonge mannen tussen 17 en 40 zich de volgende dag moesten melden en op transport gezet zouden worden voor “Arbeitseinsatz”. Ik was net een week geleden 17 jaar geworden en zou me dus ook moeten melden. Mijn drie grotere broers doken onder. Maar ik wilde ook niet op transport, dus de dag dat we ons moesten melden besloten mijn ouders om me te verbergen. Op een kamer stond een opklapbed tegen een wand en het bleek dat ik daar “ingeklapt” kon worden. De Duitsers konden elk moment aanbellen en ik scheet in mijn broek van angst. Daar ging de bel. Eigenlijk viel toen onmiddellijk alle spanning van me af. Ik hoorde mijn vader met de Duitsers praten. ‘Zijn hier ook volwassen mannen in dit huis?’ ‘Ja zeker’ zei mijn vader. ‘Wie dan?’ “Ik’ zei mijn vader. ‘U bent te oud’. Zijn er nog meer volwassenen?’ ‘Nee’ zei mijn vader. De soldaat liep de huiskamer in en keek in het rond. Op de schoorsteen zag hij een foto. ‘Wie zijn die drie jongens?’ ‘Dat zijn mijn zoons’. ‘En waar zijn je zoons?’ ‘Die zijn ondergedoken, waar weet ik niet’, zei mijn vader waarheidsgetrouw. ‘Het zijn volwassen kerels, die doen wat ze willen.’ Toen onderzocht de soldaat alle kamers. Op de bovenverdieping ging hij als laatste de kamer binnen waar ik verbleef. Hij keek rond maar liep weer weg. Toen wilde hij dan eindelijk onverrichterzake vertrekken. ‘Ik heb ook nog een kelder’, zei mijn vader, ‘wilt u daar niet ook kijken?’ ‘Nee’. Dat hoefde dus niet. De soldaat vertrok. Ik durfde nog niet gelijk mijn schuilplaats te verlaten. Toen werd er opeens alweer aangebeld! Een andere Duitse soldaat stond voor de deur. ‘Zijn hier nog volwassen mannen in huis?’ ‘Er is net al een soldaat geweest’ zei mijn vader. Hij zag hem een eind verder lopen en ”Hállo!’ De soldaat hoorde het, keek om en liep   een eindje terug. ‘Ben je dáár al geweest?’ ‘Ja hoor, daar ben ik al geweest. Daar is alles in orde’.

De ergste spanning viel toen van me af maar ik moest vanaf toen wel binnen blijven en mocht niet bij het raam komen. Er woonden enkele NSB-ers vlak bij, dat wisten we. Hoe nu de winter door te komen? Ik hield van lezen maar we hadden geen boeken. Nee, wacht eens: de complete bibliotheek van onze kerkgemeente lag bij ons. Die hadden ze daar voor de zekerheid ondergebracht. En ik pakte het eerste het beste boek. Een theologisch boek. Het boeide me. En ik ging door met lezen. Daar werd de kiem gelegd voor mijn latere dominee zijn, mijn staatsexamen Gymnasium en daarna de theologische school Kampen.

Maar in deze hongerwinter waar ik ondergedoken was bij mijn ouders was het slimmer als ik zou vertrekken. In Zoetermeer, zo wist men, daar gingen af en toe vrachtwagens naar Overijssel om daar voedsel te halen. Op de heenweg namen ze dan ook mensen mee. Dus op een kwade dag ging ik te voet naar Zoetermeer en meldde me bij het afgesproken adres. Ik had inmiddels een vals paspoort waarin mijn geboortedatum was gewijzigd, maar de vervalsing was niet goed gedaan. De chauffeur zag onmiddellijk dat hij gelazer met mij zou kunnen krijgen. De dominee van Zoetermeer wist het voor elkaar te krijgen dat ik mocht onderduiken bij de baas van Nutricia. Die woonde in een deftige villa, ik had nog nooit zoveel weelde gezien. Ik was daar letterlijk een keukenprins!

Toen kwamen er ook razzia’s in Zoetermeer. Het werd gelukkig een dag van te voren al aangekondigd. Men wist niets beters te verzinnen dan dat ik maar terug moest gaan naar Rotterdam. Ik dus op weg. Midden in het veld liep ik tegen een politie-agent aan. Toen hij hoorde wat ik van plan was waarschuwde hij me. ‘De hele omgeving is afgezet door de Grüne Polizei.’ Hij wees me in de verte een klein huisje aan. Ik moest maar zeggen dat ik gestuurd was door agent Pieters. En dat werkte inderdaad, ik werd er liefdevol opgenomen. Na een paar dagen waren de bewakingsposten rond Zoetermeer verdwenen en kon ik nogmaals naar Rotterdam proberen te komen. Dat lukte. Maar na nog weer een paar weken ging ik een tweede poging wagen, weer naar Zoetermeer. Nu durfde de chauffeur die naar Overijssel ging het wel aan. In de vrachtauto zaten uitsluitend vrouwen en kinderen, plus nog drie mannelijke onderduikers onder wie ik. Het was guur weer, het waaide en het stortregende. Voordat we bij de IJsselbrug kwamen moesten de  drie onderduikers vrouwenkleren aantrekken. We kregen ook een baby aangereikt die we, als er controle zou komen, flink moesten knijpen. En zo gebeurde het. Op de brug werd de laadruimte geopend en er werd met een zaklamp naar binnen geschenen. We knepen in de baby’s die het uit gilden. We zagen intussen hoe de Duitse militairen het vreselijk koud hadden en nat werden. Ze waren dan ook zo klaar met hun onderzoek en we mochten door. Zo kon ik de laatste maanden tot de bevrijding door brengen bij een gezin in Overijssel . De vogel was gevlogen!

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | 1 reactie