Waarom is het gebied in het westen van de Eifel totaal niet toeristisch? Waarom zijn de wegen vrijwel verlaten? Waarom lijken de huizen en boerderijen die er zijn nog zo jong, waarom zie je nergens oudere huizen?
In Duitsland delen ze het heuvelgebergte van de Eifel tradioneel in twee delen: De Nord-Eifel en de Süd-Eifel. Wij waren een week in een klein stukje van de Süd-Eifel. De Eifel is net als het zustergebergte, de Ardennen, een zeer oud gebergte, veel ouder dan bijvoorbeeld de Alpen. Het is in de loop van miljoenen jaren sterk afgesleten, het was ooit veel hoger. Nu zijn het in het algemeen heuvels die veel minder imposant zijn dan de bergen van de Alpen. Ooit waren er vulkanen, een stuk meer naar het oosten als waar wij waren zijn er nog kraters te zien. Dat deel heet dan ook “Vulkaneifel”. Maar daar waren we nu dus niet. Wij zaten feitelijk dicht bij zowel de Belgische als de Luxemburgse grens, er was daar ook een drielandenpunt en vlak daarbij een Europa-Denkmal, een plek waar de eenwording van Europa in de verschillende fases wordt herdacht door middel van meerdere plakkaten. Op een van onze tochten zijn we daar ook even naar toe gereden.
Er ging een enorme rust uit van dit gebied met een dunne bevolkingsdichtheid en waar nergens hotels of campings zijn. Ga je een eind naar het westen dan kom je in de Belgische en Luxemburgse ardennen en daar zie je dat wel. Er wonen zo weinig mensen in de dorpen dat het niet meer lonend is om er een winkel, een café of een tankstation te hebben. Om boodschappen te doen moet je minstens 14 km rijden. Het gebied is erg agrarisch ingesteld. Maar zoals gezegd: de boerderijen lijken niet erg oud, net als ook de overige huizen. Ik vroeg aan Gemini (AI van Google): “Hoe komt het dat er in Kesfeld (Eifel) vrijwel geen oude huizen of boerderijen staan.” Ik kreeg dit antwoord:
Kesfeld heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog buitengewoon zwaar geleden. Door de geografische ligging in het Islek-gebied (West-Eifel), vlak bij de Luxemburgse en Belgische grens, lag het dorp op een strategische route van de grensverdediging en het latere Ardennenoffensief. De impact op het dorp laat zich verdelen in drie chronologische fasen:
1. Bouw van de Westwall (1938–1940)
Nog vóór de daadwerkelijke oorlog uitbrak, veranderde het dagelijks leven in Kesfeld ingrijpend. Als onderdeel van de Duitse verdedigingslinie (Westwall) werden rond het dorp talloze bunkers, loopgraven en tankwallen aangelegd. Grote aantallen arbeiders van de Organisation Todt en Wehrmacht-troepen werden in het dorp ingekwartierd, wat de lokale gemeenschap ontwrichtte.
2. Evacuatie en het Ardennenoffensief (1944)
In het najaar van 1944 naderden de Amerikaanse troepen de Duitse grens. Kesfeld kwam midden in de frontlinie te liggen. Vrijwel de gehele burgerbevolking van Kesfeld werd in september en oktober 1944 geëvacueerd naar veiliger gelegen gebieden dieper in Duitsland (o.a. richting Hessen en Thüringen). Op 16 december 1944 begon het Duitse Ardennenoffensief (Schneeeifel / Ardennenoffensief). Kesfeld lag direct in het opmarsgebied van de Duitse troepen die de Our en de grens overstaken richting België.
3. De verwoestende ontknoping (Begin 1945)
Toen het Duitse offensief vastliep en de Amerikaanse tegenaanval in januari en februari 1945 inzette, veranderde Kesfeld in een slagveld. Het dorp werd wekenlang zwaar onder vuur genomen door Amerikaanse artillerie om de Duitse stellingen en infrastructuur te vernietigen. Bij de uiteindelijke inname door Amerikaanse troepen begin februari 1945 was Kesfeld vrijwel volledig verwoest. Een groot deel van de boerderijen, woonhuizen en schuren was tot de grond toe afgebrand of zwaar beschadigd.
Toen de geëvacueerde bewoners in het voorjaar van 1945 terugkeerden, troffen zij een ruïneveld aan, vergeven van mijnen en onontplofte munitie. De wederopbouw van Kesfeld heeft tot diep in de jaren 50 geduurd, waarbij het dorpsbeeld soberder en moderner werd hersteld dan het vooroorlogse karakter.
Wat ik dus al vermoedde bleek te kloppen. Heel veel informatie over de Westwall hebben we gekregen bij onze eerste wandeling een dag na aankomst. Tijdens de route zijn er op enkele plekken informatiepanelen geplaatst.

Van Basel tot ongeveer ter hoogte van Düsseldorf liep deze Westwall, alleen onderbroken op de plekken waar natuurlijke obstakels als moerassen of rivieren zijn.

Nu is de Westwall (ook wel Siegfriedlinie genoemd) bijna helemaal verdwenen, maar waar wij waren is er over een flink aantal kilometers nog veel bewaard gebleven. Er is al tijdens de eerste wereldoorlog een begin mee gemaakt, eerst met houten stammen. Behalve dat dat veel te duur was bleek het ook niet bestand tegen de moderne tanks. Toen werd in 1938, en nog vernieuwender in 1939, de hele linie opnieuw aangelegd, nu met gewapend beton. De nieuwe linie heette Höcklerlinie, ook wel Drachenlinie of Toblerone linie genoemd (denk aan de vorm van de Zwitserse Toblerone chocola.)

Verder werden er om de zoveel meter bunkers aangelegd en op een zekere afstand ook nog eens prikkeldraad om de eerste verkenners tegen te houden. Het zal duidelijk zijn dat voor de aanleg van deze linie honderdduizenden mankrachten nodig waren. Het idee van Hitler was dat hij zich bij de inval die hij in stilte beraamde op Polen en later Tsjechië geen tweede front kon veroorloven in het Westen en dat op die manier aanvallen vanuit Frankrijk en België al snel zouden blijven steken. Het werd via een propagandafilm verkocht als een verdedigingslinie, mocht het westen nog ooit een oorlog willen beginnen met Duitsland. Achteraf weten we dat hij in feite ook het westen wilde aanvallen, maar pas als hij in het oosten zijn doelen had bereikt.
De bunkers waren om de soldaten bescherming te bieden, aanvallen met artillerievuur deden zij vanuit greppels. De bunkers werden beschermd met 10 cm staal, maar uiteindelijk bij de invasie van de geallieerden bleek dit niet genoeg, de kanonnen konden het gewoon doorboren. Om alles goed te kunnen coördineren was er een complete onderaardse telefoonverbinding van Zuid naar Noord aangelegd. De bunkers aan de westgrens van Duitsland werden aangelegd tot bij Nijmegen en zijn hier en daar nog bewaard gebleven, maar het grootste deel is inmiddels verdwenen. Sommige bunkers zijn al door de geallieerden opgeblazen, andere zijn later verwijderd. Het verwijderen was uiterst kostbaar en kostte miljoenen Reichsmarken (de voorloper in Duitsland van de Euro). De arbeiders die dit alles aanlegden waren voor een deel arbeiders die werden gerecruteerd uit de RAD (Reichsarbeitsdienst) waar jonge Duitsers (alleen Ariërs!!) verplicht in te werk werden gesteld. Zij moesten vooral de zware voorbereidende grondwerken doen, professionele arbeiders moesten de rest doen. Tijdens de oorlog vanaf 1944 werden er ook dwangarbeiders uit allerlei landen tewerk gesteld. Alles wat er nu nog niet is verwijderd is officieel tot beschermd “Denkmal” benoemd.
Behalve de vele informatie (in totaal 15 panelen) is het ook een heerlijk wandelgebied. De twee tochten die we er maakten gelijk vanuit ons huis in Kesfeld waren zeer aangenaam.

