In 1996 bezocht ik samen met mijn vrouw Polen in het kader van een uitwisseling van het Montessori-onderwijs. In Łódź (spreek uit :”Woedzj”) was er enkele jaren daarvoor een Montessorischool gestart, niet zo lang na de Wende van 1989 mocht dat. De professor die deze school had opgestart gaf les aan de universiteit van Łódź en leidde daar zelf nieuwe leidsters op. Op de school waar zij de directrice en leidster was waren er al enkele van haar pupillen in dienst. Met hen was zij een jaar daarvoor naar Nederland gekomen om te kijken hoe het Montessori onderwijs er bij ons uitzag. Het clubje leidsters was toen ook bij ons in huis geweest en had bij ons gegeten. Ze keken hun ogen uit, wat hen vooral opviel was dat de huizen zo ruim waren. Wij waren die week in 1996 in Łódź ook bij een van deze leidsters uitgenodigd, zij woonde in een kleine armoedige flat. Dat was daar de gangbare praktijk. De professor woonde iets beter, maar dat kwam vooral omdat haar man een winkel had in elektronica en daar relatief goed van kon leven. Ook zij had het als professor niet breed, regelmatig werd haar salaris niet of veel te laat uitgekeerd.
Ik heb die week veel gefilmd. Een film van 18 minuten maakte ik uitsluitend in de Montessorischool. Wat ons opviel: wat een kleine klassen, en wat een grote lokalen! De kinderen waren de hele dag op school, ze kregen er tussen de middag een warme maaltijd en de kleinere kinderen gingen na het eten naar een slaapplek met matrassen op de grond. Alle mensen die we ontmoetten waren heel nieuwsgierig naar ons, ze wilden alles weten van hoe het er in Nederland aan toe ging. Wat ook opviel: ze waren heel erg hartelijk en gastvrij. Wat een fijne mensen! We bleven er meerdere dagen, we bezochten er ook een van de Middelbare scholen van de stad. De leidsters van de Montessorischool spraken naast Pools alleen Russisch, de professor die ons had uitgenodigd kon daarnaast ook goed Duits. Op de Middelbare school spraken sommige docenten naast Pools en Russisch ook Duits en/of Engels, de muziekdocente sprak daarnaast vloeiend Italiaans. De uiterst gedisciplineerde leerlingen (ze stonden massaal op als we een lokaal binnen kwamen) vonden het heerlijk om met ons Engels te spreken, ze konden gelijk deze taal in de praktijk brengen.
We kregen die week nog een rondleiding door de stad van een Duitser die al heel lang in Łódź woonde. Hij liet ons de fabrieken met de textielindustrie zien, we gingen het Conservatorium binnen (wat een prachtig en statig gebouw) en liepen door de oude binnenstad. Ook bezochten we er een museum waar we die dag de enige bezoekers waren, terwijl er misschien wel 30 suppoosten rondliepen…

Het laatste deel van de reis gingen we naar Krakau (Krakow) met een tussenstop in Częstochowa. Dat is een bedevaartsplaats met de Zwarte Madonna. Ik had allemaal associaties met het rijke Roomse leven waar ik zelf in ben opgegroeid in Limburg en ook de armoedigheid in die plaats deed me denken aan de eenvoud van de vijftiger jaren waar ik als kind leefde. Ik ging als misdienaar naar Wittem, en we aten boterhammetjes aan een schamele tafel. Zo was het hier ook. In Krakau kwamen we opeens in Westerse sferen, er was zelfs toen al behoorlijk wat toerisme.
In de Volkskrant van vandaag, 10 mei 2025, staat een prachtig artikel over het Polen van de tweede Wereldoorlog. Over de ellende van de joden wist ik al het een en ander, wat ik niet wist was dat, toen zowel Duitsland als Rusland het land waren binnen gevallen, het onderling verdeelden, en dat er daarna grote volksverhuizingen plaats vonden. Met name in het oosten van Polen werden honderdduizenden mensen gedeporteerd naar Siberië. Enkele details uit het artikel van de Volkskrant:
‘We waren blij dat we het hadden overleefd’, zegt ook Stanisława Sarycz (95). De elegante oude vrouw zit in een kamer van het stadsmuseum in Wrocław. Nadat de Sovjets in 1939 het oosten van Polen hadden bezet, werden 320 duizend Polen gedeporteerd naar de goelags in Siberië. ‘Het was nacht toen ze kwamen’, herinnert Sarycz zich. ‘En het was koud.’ De treinreis duurde een maand. ‘Eén keer per dag kregen we ‘soep’, water met bloem. Wanneer iemand stierf, en dat waren vooral kinderen, werden ze uit de trein in de sneeuw gegooid.’
Aangekomen in het kamp zeiden de Sovjets: ‘Jullie zullen Polen nooit meer zien. Polen bestaat niet meer.’ Twee jaar brachten Sarycz en haar familie op de taiga door. Ze verloor haar 20-jarige zus en haar 8-jarige broertje. Aan het einde van de oorlog werden de Polen uit de goelags gehaald om de nieuwe gebieden te bevolken. Sarycz werd opnieuw gedeporteerd, ditmaal naar het veroverde Breslau, dat nu Wrocław heette.’De stad lag in puin, er waren enkel ruïnes. Er werd nog geschoten. Sovjetsoldaten verkrachtten vrouwen. We gingen nooit alleen over straat’, zegt Sarycz. Ze vond een voormalig Duits huis, in een mooie buitenwijk. ‘Na alles wat we hadden meegemaakt, hadden we geen scrupules. We hadden het gevoel dat dit ons toekwam.’Terug wilde ze nooit. ‘Ik was zo bang voor de Russen.’ Ze kijkt met angst naar de huidige oorlog in Oekraïne. ‘Je weet nooit wat er kan gebeuren. Ik wil niet dat mijn kinderen en kleinkinderen hetzelfde moeten meemaken als wij. En ik weet niet of ze even sterk zijn als wij.’
Zowel de Russen als de Duitsers zagen de Polen als tweederangs burgers. En in 1945 werd het meest westelijke deel van Polen, dat tot dan bij Duitsland hoorde, bij Polen gevoegd. De Duitsers moesten weg en moesten plaats maken voor Polen, die vanuit het oosten gedwongen werden om daar te gaan wonen.
Op onderstaand kaartje zie je hoe Polen er in 1939 uitzag (blauw-grijs omkaderd) en hoe het er nu uitziet (rood omkaderd). In het noorden kreeg Polen er een stukje bij. In het oosten kwam een deel bij Litouwen (Vilnius), een deel bij Belarus (Traby) en een deel bij Oekraïne (Lviv). In het westen moest Duitsland een deel afstaan aan Polen.

Een jaar nadat Władysław was neergestreken in het westen, kwam zijn vader Piotr met de rest van de familie. De Sovjets hadden hun boerderij onteigend, de familie Dobrołowicz werd hier een nieuwe boerderij in het vooruitzicht gesteld. Ze namen hun vee mee. ‘Met de trein’, vertelt Władysław. ‘Voor elke familie en hun dieren was er één wagon.’ Praten over het verleden, zoals nu, dat deed men destijds niet, zegt hij. ‘Daar was geen tijd voor. We moesten samenwerken, de samenleving opbouwen.’
Er kwam leven in de brouwerij. ‘Er was een koffietentje, ‘s avonds organiseerden ze dansfeesten. Mensen wilden na de oorlog tijd met elkaar doorbrengen en samenkomen.’ Terugblikkend benadrukt Władysław de positieve kanten van hoe zijn leven is gelopen. ‘In mijn dorp was ik misschien smid geworden, voor de oorlog uitbrak kreeg ik al een leerplek aangeboden. Maar hier kon ik economie studeren.’ Later vond hij een baan bij de Poolse spoorwegen. ‘De PRL (Volksrepubliek Polen, red.) schiep geen rijke mensen’, zegt hij. ‘Maar er was werk. Je kon trouwen, je eigen familie beginnen.’
Het artikel laat diverse ooggetuigen van toen aan het woord. Mooie, maar soms ook aangrijpende verhalen!
Polen hoort nu bij de EU en de Navo. Zij hebben binnen de EU het grootste leger. Ik begrijp nu waarom. Ze zijn als de dood voor Rusland, gezien vanuit wat ze hebben moeten meemaken in de Tweede Wereldoorlog. Dat verleden leeft daar nog. Ik kan er alleen maar vierkant achter staan en de mensen in Polen hoogachten. Als je je deze dingen realiseert, dan zouden wij toch veel gastvrijer en opener moeten zijn naar deze hardwerkende gastarbeiders die bij ons de economie draaiende houden. En we zouden hen waardige woningen moeten aanbieden en niet in “Polenhotels” bij elkaar moeten proppen!
Hier een link naar de film die ik in 1996 maakte over het Montessori onderwijs in Łódź.
En ik raad iedereen aan om het artikel van vandaag in de Volkskrant te lezen.
https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/2480/pages/58/articles/2268229/56/1