Rachmaninov

Rachmaninov in 1901, 28 jaar oud

Rachmaninov was een tijdgenoot van Russische componisten als  Skrjabin of Zaderatsky. Maar zijn leven en ook zijn muziek zag er heel anders uit. Skrjabin stierf al jong, nog voor de Russische revolutie. Zaderatsky had een bijzonder zwaar leven onder Stalin, dat is Rachmaninov bespaard gebleven omdat hij wist te emigreren naar de Verenigde Staten. Maar toch was ook zijn leven niet eenvoudig, en dat was vooral te wijten aan zijn neerslachtige buien. Misschien is daarom zijn muziek zo melancholisch. Zijn muziek roept gevoelens op die zijn bewonderaars weten te raken. Waarschijnlijk is hij juist daarom nog steeds een van de meest populaire Russische componisten van de eerste decennia van de twintigste eeuw.

Sergej Rachmaninov (1873-1943) groeide op in het Russische landgoed Oneg bij Novgorod (ten zuiden van St. Petersburg) Hier woonde hij van zijn vierde tot zijn negende. Hij kreeg op vierjarige leeftijd piano- en muzieklessen van zijn moeder en een tijd later van Anna Ornatskaya, die pas was afgestudeerd aan het conservatorium van Sint-Petersburg. Zij ging bij het gezin inwonen om Sergej les te kunnen geven.

De vader van Rachmaninov moest zijn vijf landgoederen één voor één verkopen om zijn schulden te betalen vanwege zijn financiële incompetentie. Het laatste landgoed Oneg werd in 1882 geveild en het gezin verhuisde naar een kleine flat in Sint-Petersburg. In 1883 mocht Rachmaninov, nu 10, muziek studeren aan het Conservatorium aldaar. Dat werd geen succes, omdat hij de kantjes er van af liep. Hij kreeg een nieuwe kans: het Conservatorium van Moskou om daar les te krijgen van de strengere Nikolaj Zverev. In de herfst van 1885 trok Rachmaninov (inmiddels 12 jaar oud) in bij Zverev en bleef er bijna vier jaar wonen, waar hij bevriend raakte met medeleerling Alexander Skrjabin. Na twee jaar collegegeld kreeg Rachmaninov een Rubinstein-beurs en studeerde af aan de lagere afdeling van het Conservatorium om dan een pianoleerling te worden van Siloti. Van Sergei Taneyev kreeg hij contrapunt en van Anton Arensky compositie. Van hem kreeg hij vervolgens tot 1888 les. In 1889 ontstond er een breuk tussen Rachmaninov en Zverev, waarna hij bij zijn oom en tante Satin en hun familie in Moskou ging wonen.

Met zijn dochter in 1912 bij het vakantielandgoed Ivanovka

Rachmaninov bracht zijn zomerstop in 1890 door met zijn oom en tante op Ivanovka, een privé-landgoed in de buurt van Tambov, waar de componist tot 1917 vele malen naar zou terugkeren. De vredige en landelijke omgeving werd een bron van inspiratie voor de componist die veel composities schreef terwijl hij op het landgoed was, waaronder zijn opus 1, het Pianoconcert nr. 1, dat hij in juli 1891 op achttienjarige leeftijd voltooide. Ook het derde pianoconcert waar ik meer over zal vertellen werd daar in 1909 geschreven.

Tijdens zijn laatste jaar aan het conservatorium gaf Rachmaninov zijn eerste onafhankelijke concert, waar hij in januari 1892 zijn trio élégiaque no. 1 in première bracht, gevolgd door een uitvoering van het eerste deel van zijn eerste pianoconcert twee maanden later. Zijn verzoek om zijn eindexamen theorie en compositie een jaar eerder af te leggen werd ook ingewilligd, waarvoor hij in zeventien dagen “Aleko” schreef, een eenakter gebaseerd op het verhalende gedicht “De zigeuners” van Alexander Poesjkin. Het stuk ging in mei 1892 in première in het Bolshoi Theater. Tsjaikovski was aanwezig en prees Rachmaninov voor zijn werk. Rachmaninov geloofde dat het “zeker zou mislukken”, maar de productie was zo succesvol dat het theater ermee instemde om het te produceren met zanger Feodor Chaliapin, die een levenslange vriend zou worden. Met het stuk Aleko kreeg Rachmaninov het hoogste cijfer aan het conservatorium en een Grote Gouden Medaille, een onderscheiding die alleen eerder werd toegekend aan Taneyev en Arseny Koreshchenko.

In september 1892 was er zijn publieke debuut als pianist, waar hij zijn historische “prelude in cis mineur” in première bracht. Tijdens zijn daaropvolgende reis naar Kiev om uitvoeringen van Aleko te dirigeren, hoorde hij van Tsjaikovski’s dood aan cholera. Het nieuws liet Rachmaninov verbijsterd achter; later die dag begon hij te werken aan zijn “trio élégiaque no. 2” voor piano, viool en cello als eerbetoon, dat hij binnen een maand voltooide. Het aura van somberheid van de muziek onthult de diepte en oprechtheid van Rachmaninovs verdriet om zijn idool. Het stuk werd voor het eerst uitgevoerd tijdens het eerste concert gewijd aan Rachmaninovs composities op 31 januari 1894.

Na de dood van Tsjaikovski ging het niet meer zo goed met Rachmaninov. Hij miste de inspiratie om te componeren en het management van het Grand Theatre had zijn interesse in het opvoeren van Aleko verloren en schrapte het uit het programma. Om meer geld te verdienen ging Rachmaninov weer pianolessen geven- wat hij haatte – en eind 1895 stemde hij in met een tournee van drie maanden door Rusland met een programma samen met de Italiaanse violiste Teresina Tua. De tournee was niet goed voor de componist en hij stopte al voor het laatste concert. Rachmaninovs fortuin nam een verdere dramatische wending na de première van zijn symfonie nr. 1 op 28 maart 1897 in een van een langlopende reeks Russische symfonieconcerten gewijd aan Russische muziek. Het stuk werd verguisd door criticus en nationalistische componist César Cui, die het vergeleek met een afbeelding van de zeven plagen van Egypte. (Het schijnt dat de uitvoering vooral ook zo slecht was doordat de dirigent Glazoenov dronken was toen hij het dirigeerde..) Rachmaninov raakte in een depressie die drie jaar duurde, waarin hij bijna niets componeerde. Hij beschreef deze periode later “als die van een man die een beroerte had gehad en lange tijd het gebruik van zijn hoofd en handen had verloren”. Hij verdiende de kost met het geven van pianolessen en met dirigeren.

Tijdens zijn tijd als dirigent in Moskou was Rachmaninov verloofd met Natalia Satina. De Russisch-orthodoxe kerk en Satina’s ouders verzetten zich echter tegen hun huwelijks-aankondiging. De depressie van Rachmaninov verergerde eind 1899 na een onproductieve zomer. Tegen 1900 was Rachmaninov zo zelfkritisch geworden dat, ondanks talloze pogingen, componeren bijna onmogelijk was geworden. Zijn tante stelde vervolgens professionele hulp voor, nadat hij een succesvolle behandeling had gekregen van een familievriend, arts en amateurmuzikant Nikolai Dahl, waarmee Rachmaninov instemde. Tussen januari en april 1900 onderging Rachmaninov dagelijks hypnotherapie en ondersteunende therapiesessies met Dahl, specifiek gestructureerd om zijn slaappatroon, stemming en eetlust te verbeteren en zijn verlangen om te componeren nieuw leven in te blazen. Die zomer vond Rachmaninov dat er “nieuwe muzikale ideeën in zijn hoofd begonnen te roeren”. Zijn eerste volledig voltooide werk, het pianoconcert nr. 2, werd voltooid in april 1901; het is opgedragen aan Dahl. Nadat het tweede en derde deel in december 1900 in première gingen met Rachmaninov als solist, werd het hele stuk voor het eerst uitgevoerd in 1901 en het werd enthousiast ontvangen. Het stuk leverde de componist een Glinka Award op, de eerste van vijf die hem gedurende zijn hele leven werden toegekend, en een prijs van 500 roebel in 1904.

Rachmaninov trouwde alsnog met Natalia Satina op 12 mei 1902 na een drie jaar durende verloving. Op 14 mei 1903 werd de eerste dochter van het echtpaar, Irina Sergejevna Rachmaninova, geboren. In 1904, in een carrièreswitch, stemde Rachmaninov ermee in om twee seizoenen dirigent te worden bij het Bolshoi Theater in Moskou. Maar al in 1906 nam Rachmaninov ontslag. Steeds ongelukkiger met de politieke onrust in Rusland en behoefte aan afzondering van zijn levendige sociale leven om te kunnen componeren, verliet hij met zijn gezin Moskou en vestigde zich in Dresden, in november 1906. Deze stad was een favoriet geworden van zowel Rachmaninov als zijn vrouw Natalia, en ze bleven daar tot 1909, alleen terugkerend naar Rusland voor hun zomervakanties in Ivanovka waar hij ook weer ging componeren. In 1906 begon hij daar aan het schrijven van zijn symfonie nr. 2, twaalf jaar na de rampzalige première van zijn eerste. Tussendoor ging hij nog korte tijd naar Parijs om deel te nemen aan sergej Diaghilevs seizoen van Russische concerten in mei 1907. Daar trad hij op als solist in zijn pianoconcert nr. 2, met een toegift van zijn prelude in cis mineur. Het concert was een triomf. Rachmaninov herwon zijn gevoel van eigenwaarde. Terug in Dresden, kreeg hij een uitnodiging om in de Verenigde Staten op te treden als onderdeel van het concertseizoen 1909-10 met dirigent Max Fiedler en het Boston Symphony Orchestra. Hij stemde in maar wilde eerst nog voor die tournee een nieuw stuk schrijven. Het werd zijn pianoconcert nr. 3 dat hij opdroeg aan Josef Hofmann. Hij schreef het in 1909 in alle rust in het zomerse vakantieoord Ivanovka.

Rachmaninov kijkt de drukproef na van zijn derde pianoconcert op het landgoed Ivanovka

Tijdens de tournee in Amerika werd dit stuk maar liefst 26 keer gespeeld, 19 keer was hijzelf de pianist en 7 keer was hij dirigent. Zijn eerste optreden was op Smith College in Northampton, Massachusetts voor een recital op 4 november 1909. De tweede uitvoering door het New York Symphony Orchestra werd gedirigeerd door Gustav Mahler in New York City met de componist als solist, een ervaring die hij persoonlijk koesterde.

Bij zijn thuiskomst in februari 1910 werd Rachmaninov vicepresident van de Imperial Russian Musical Society (IRMS), waarvan de president  een lid van de koninklijke familie was.  In 1912 verliet Rachmaninov het IRMS toen hij hoorde dat een muzikant in een administratieve functie werd ontslagen omdat hij Joods was.

In datzelfde jaar begon de Russische muziekscene zich te splitsen. Een groep rond de componist Alexander Skrjabin propageerde nieuwe manieren van tonaliteit. Rachmaninov kon het hier niet mee eens zijn. Ook onder muziekcritici verhardden de fronten. Over Rachmaninov schreef Vjatsjeslav Karatygin: “Het publiek verafgoodt Rachmaninov omdat hij voldoet aan de gemiddelde smaak.” Dat Rachmaninov zijn hele leven vasthield aan de traditie van een tonale compositiestijl is hem vaak verweten. Velen noemden hem de “laatste romanticus”. Volgelingen en verdedigers van de “Schönberg school”, in het bijzonder Theodor W. Adorno, hebben Rachmaninovs werken onderworpen aan een vaak vernietigende kritiek. Adorno beschouwt de Cis-mineur Prelude als een opvallend pronkstuk waarmee dilettanten kracht en virtuositeit konden simuleren. Zelfs componisten die overwegend in een min of meer uitgebreide vorm van tonaliteit bleven componeren, zoals Igor Stravinsky en Richard Strauss, stonden kritisch tegenover Rachmaninovs muziek. Rachmaninov en Alexander Skrjabin, beiden bijna even oud, kenden elkaar zoals gezegd uit hun conservatoriumtijd. Zo zou Skrjabin zich bewust bezat hebben voor hij zijn eigen pianoconcert, dat gedirigeerd werd door Rachmaninov zou gaan spelen. Dit om na te gaan hoe Rachmaninovs dirigeerkunsten zouden zijn als Skrjabin niet meer correct piano kon spelen en zelfs passages vergat. Omgekeerd maakte Rachmaninov Skrjabins moderne opvatting van muziek belachelijk. Tijdens een recensie van een uitgever kwam hij de nog ongepubliceerde partituur van Prometheus tegen (in het orkestwerk is onder andere een door Skrjabin uitgevonden kleurenpiano gepland), ging meteen aan de vleugel zitten met de noten en begon te spelen, pauzeerde plotseling en vroeg de aanwezige Skrjabin puntig, wat voor kleur het op dit punt was. Skrjabin voelde zich niet begrepen en reageerde uiterst geïrriteerd. Niettemin was Rachmaninov diep bedroefd door de vroege dood van Skrjabin in 1915 en speelde hij een hele tournee lang Skrjabins werk. In de zomer van datzelfde jaar tijdens een vakantie in Finland hoorde Rachmaninov van de dood van Taneyev, een verlies dat hem zwaar raakte. Op de dag dat de Februarirevolutie van 1917 in Sint-Petersburg begon, gaf Rachmaninov een pianorecital in Moskou ten behoeve van gewonde Russische soldaten die in de oorlog hadden gevochten. Hij keerde twee maanden later terug naar het vakantieoord Ivanovka en vond het in chaos nadat een groep leden van de Sociaal Revolutionaire Partij het in beslag had genomen als hun eigen gemeenschappelijk bezit. Ondanks dat hij het grootste deel van zijn inkomsten op het landgoed had geïnvesteerd, verliet Rachmaninov het pand na drie weken en zwoer nooit meer terug te keren. Het werd al snel geconfisqueerd door de communistische autoriteiten en raakte vervallen. In juni 1917 vroeg Rachmaninov Siloti om visa voor hem en zijn familie te produceren, zodat ze Rusland konden verlaten, maar Siloti kon niet helpen. Na een breuk met zijn familie op de meer vredige Krim, zou Rachmaninovs concertuitvoering in Jalta op 5 september 1917 zijn laatste in Rusland zijn. Bij terugkomst in Moskou zorgde de politieke spanning rond de Oktoberrevolutie ervoor dat de componist zijn gezin binnenshuis veilig hield en betrokken was bij een collectief van gelijkgestemden in zijn flatgebouw, waar hij commissievergaderingen bijwoonde en ’s nachts de wacht hield. Hij voltooide revisies van zijn pianoconcert nr. 1 tussen geweerschoten en rally’s buiten. Te midden van deze onrust kreeg Rachmaninov een onverwacht aanbod om tien pianorecitals in Scandinavië uit te voeren, dat hij onmiddellijk accepteerde en gebruikte als een excuus om vergunningen te verkrijgen, zodat hij en zijn familie het land konden verlaten. Op 22 december 1917 vertrokken ze met de trein uit Sint-Petersburg naar de Finse grens, vanwaar ze met een open slee en trein door Finland naar Helsinki reisden. Ze kwamen aan in Stockholm, Zweden, op 24 december. In januari 1918 verhuisden ze naar Kopenhagen, Denemarken, en vestigden zich, met de hulp van vriend en componist Nikolai von Struve, op de begane grond van een huis. Tijdens de Scandinavische tournee kreeg Rachmaninov drie aanbiedingen uit de VS. Op 1 november 1918 ging hij met zijn gezin aan boord van de SS Bergensfjord in Oslo, Noorwegen, op weg naar New York City, en arriveerde elf dagen later.

Nadat de eerste tournee in april 1919 eindigde, nam Rachmaninov zijn familie mee op vakantie naar San Francisco. Als een toerende pianist werd Rachmaninov zonder veel moeite financieel veilig en het gezin leefde een leven in de hogere middenklasse met bedienden, een chef-kok en chauffeur. Ze herschepten de sfeer van het vakantieoord Ivanovka in hun appartement in New York City door Russische gasten te vermaken, Russen in dienst te nemen en de Russische gebruiken te blijven observeren. Ondanks het vermogen om wat Engels te spreken, liet Rachmaninov zijn correspondentie in het Russisch vertalen.

Rachmaninovs eerste bezoek aan Europa sinds zijn emigratie vond plaats in mei 1922, met concerten in Londen. Daarna kwam de familie Rachmaninov en Satina (de familie van zijn vrouw) weer bij elkaar in Dresden, waarna de componist zich voorbereidde op een hectisch concertseizoen 1922-1923 van 71 uitvoeringen in vijf maanden. Een tijdje huurde hij een treinwagon die was uitgerust met een piano en bezittingen om tijd te besparen met koffers. In de 24 jaar tussen zijn aankomst in de VS en zijn dood voltooide hij slechts zes nieuwe stukken, herzag hij enkele van zijn eerdere werken en schreef hij pianotranscripties voor zijn live repertoire. Hij gaf toe dat door Rusland te verlaten, hij zijn verlangen om te componeren achterliet, en ook zijn land en zichzelf verloor”.

In het concertseizoen 1939-40 gaf Rachmaninov minder concerten dan normaal, in totaal 43 optredens die meestal in de VS plaatsvonden. De tour ging verder met data door heel Engeland, waarna Rachmaninov zijn dochter Tatjana in Parijs bezocht, gevolgd door een terugkeer naar Villa Senar. Hij kon een tijdje niet optreden nadat hij in de villa op de grond was uitgegleden en zichzelf had verwond. Hij herstelde genoeg om op te treden op het Lucerne International Music Festival op 11 augustus 1939. Het zou zijn laatste concert in Europa worden. Twee dagen later keerde hij terug naar Parijs, waar hij, zijn vrouw en twee dochters voor het laatst samen waren voordat de componist op 23 augustus een nu door oorlog verscheurd Europa verliet. Rachmaninov zou de oorlogsinspanning van de Sovjet-Unie tegen nazi-Duitsland in de loop van de Tweede Wereldoorlog ondersteunen en bonnen doneren van veel van zijn concerten dat seizoen ten voordele van het Rode Leger.

Kort na een optreden in de Hollywood Bowl in juli 1942 leed Rachmaninov aan spit en vermoeidheid. Hij informeerde zijn arts, Alexander Golitsyn, dat het komende concertseizoen 1942-43 zijn laatste zou zijn, om zijn tijd aan compositie te kunnen wijden. De tournee begon op 12 oktober 1942 en de componist kreeg ondanks zijn verslechterende gezondheid veel positieve recensies van critici. Rachmaninov en zijn vrouw Natalia behoorden tot de 220 mensen die genaturaliseerde Amerikaanse burgers werden tijdens een ceremonie in New York City op 1 februari 1943. Later die maand klaagde hij over aanhoudende hoest en rugpijn; een arts diagnosticeerde dat hij pleuritis had en adviseerde dat een warmer klimaat zou helpen bij zijn herstel. Rachmaninov koos ervoor om door te gaan met toeren, maar voelde zich zo ziek tijdens zijn reizen naar Florida dat de resterende data werden geannuleerd en hij met de trein terugkeerde naar Californië, waar een ambulance hem naar het ziekenhuis bracht. Hij bleek inmiddels een agressieve melanoom te hebben. Zijn vrouw nam Rachmaninov mee naar huis, waar hij herenigd werd met zijn dochter Irina. Zijn laatste optredens als concerto-solist – Beethovens Eerste pianoconcert en zijn Rapsodie op een thema van Paganini – waren op 11 en 12 februari met het Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Hans Lange. Op 17 februari gaf hij aan de Universiteit van Tennessee in Knoxville, Tennessee, zijn laatste recital, waarbij het programma Chopins Pianosonate n°2 in Bes mineur (de zogenaamde Begrafenissonate..) omvatte.

De gezondheid van Rachmaninov ging in de laatste week van maart 1943 snel achteruit. Hij verloor zijn eetlust, had constante pijn in zijn armen en zijkanten en vond het steeds moeilijker om te ademen. Op 26 maart verloor de componist het bewustzijn en hij overleed twee dagen later, vier dagen voor zijn zeventigste verjaardag. Een bericht van verschillende Moskouse componisten met goede wensen was te laat aangekomen voor Rachmaninov. Zijn begrafenis vond plaats in de Russisch-orthodoxe kerk van de Heilige Maagd Maria aan de Micheltorena-straat in Silver Lake. In zijn testament wenste Rachmaninov begraven te worden op de “Novodevichy” begraafplaats in Moskou, waar Skrjabin, Taneyev en Tsjechov werden begraven, maar zijn Amerikaanse staatsburgerschap maakte dat onmogelijk. In plaats daarvan werd hij begraven op “Kensico Cemetery” in Valhalla, New York.

Het derde pianoconcert van Rachmaninov geeft een goed beeld van zijn compositietechniek en hoe hij zo’n mooie persoonlijke sfeer weet te scheppen.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Rachmaninov

  1. Pingback: Het derde pianoconcert van Rachmaninov | De kwintencirkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.