Thomas van Aquino

Vanochtend klonk op de radio een stuk van Dufay, over het leven van de heilige Sebastiaan, wiens feest op 20 januari, over 2 dagen, plaats vindt. Je hoort de tekst waarop het lied is gebaseerd maar deze tekst valt nauwelijks te volgen door de zetting van de meerstemmigheid. Desondanks is het een boeiend stuk waar veel te horen en genieten valt. Ik moest onwillekeurig denken aan wat je kunt zien in vooral gotische kerken die vaak in dezelfde tijd als de muziek van Dufay gebouwd zijn. Ze zijn hoog, en ook in de hoogte zijn er vaak beeldhouwwerken of schilderingen aanwezig+, maar ze zijn zo ver weg dat niemand ze daar beneden kan zien. Maar ze zijn er, en daar gaat het om. Alles heeft zijn plek, de meer aardse dingen kun je zien, de meer hemelse zaken zijn onzichtbaar. Die visuele ervaring heb ik vaker gehad als ik in een gotische kathedraal zoals de dom van Keulen was. Ook de Karlskirche van Wenen geeft dat gevoel. Luister naar het stuk van Dufay over het leven van de heilige Sebastiaan en geef je over aan dat gevoel van eeuwigheid. Zijn verhaal klinkt in woorden, maar vooral ook in klanken en dat is genoeg.

Deze benadering van de dingen, vooral van bijbelse zaken, is in de middeleeuwen door veel geleerden toegepast. De meest vooraanstaande figuur van die benadering was Thomas van Aquino.

Thomas van Aquino op een fresco van de Meester van Sint-Cecilia, 1323, Florence

Het leven van Thomas van Aquino

Thomas van Aquino heeft geleefd op diverse plekken in Italië (onder meer hof van de paus), in Frankrijk (met name in Parijs) en ook nog korte tijd in Keulen. Hij leefde van 1225 tot 1274 en werd een vurig aanhanger van de zogeheten “renaissance van de twaalfde eeuw” die op geestelijk gebied gepaard ging met een sterke opleving van de wetenschap. In korte tijd werden de hoofdwerken van Arabische en Griekse filosofen en allerlei wetenschappelijke teksten in het Latijn vertaald. Vóór 1200 beschikte men in het Westen slechts over een beperkt deel van de hoofdwerken van Aristoteles in vertaling, die als de tolk van de natuurlijke orde werd beschouwd. De dominicaan Willem van Moerbeke en anderen vertaalden in de eerste helft van de 13e eeuw de rest van Aristoteles’ oeuvre. De kracht van de menselijke rede werd ontdekt: Anselmus van Canterbury opende de deur voor de ‘redenerende theologie’. Het grote vertrouwen in de menselijke rede leidde tot de scholastieke methode: een objectieve benadering waarbij de auteur geheel in dienst staat van het zoeken naar de waarheid. De scholastiek gebruikt gezaghebbende auteurs: in de “Summa theologiae” van Thomas van Aquino staan behalve 25.000 citaten uit de Bijbel, 2500 citaten van Augustinus en 2500 uit de werken van Aristoteles alsook vele aanhalingen uit Dionysius de Areopagiet en anderen, onder wie joodse schrijvers als Maimonides en islamitische auteurs als de filosofen Avicenna en Averroes.

In 1246 werd Thomas van Aquino naar Parijs gestuurd waar hij leerling werd van de Duitse filosoof Albertus Magnus, die hij naar Keulen volgde. In 1252 begon Thomas zelf met lesgeven in de Bijbelleer. Dit deed hij in het klooster Saint-Jacques in Parijs. In deze tijd schreef hij ook enkele belangrijke commentaren op een aantal boeken van het Oude en Nieuwe Testament. In 1257 kreeg hij samen met de theoloog Bonaventura de academische graad van magister verleend door de Universiteit van Parijs. In 1277 veroordeelde de bisschop van Parijs enkele van zijn  stellingen, maar deze veroordeling werd herroepen toen paus Johannes XXII Thomas van Aquino in 1323 heilig verklaarde. In 1567 benoemde paus Pius V, zelf een dominicaan, hem tot kerkleraar.

De relieken van Thomas van Aquino zijn in Toulouse onder het altaar van de Jacobijnenkerk terechtgekomen door een besluit van paus Urbanus V in 1368, bijna een eeuw na de dood van de grote theoloog. De verplaatsing was het resultaat van een jarenlange strijd tussen verschillende kloosterordes en steden. ​Thomas van Aquino stierf op 7 maart 1274 in de cisterciënzerabdij van Fossanova (ten zuiden van Rome), terwijl hij onderweg was naar het Concilie van Lyon. Omdat hij een heilige reputatie had, wilden de cisterciënzers zijn lichaam niet afstaan. Ze waren zelfs zo bang voor diefstal dat ze zijn lichaam verborgen en (volgens sommige bronnen) kookten om de botten te scheiden, zodat ze makkelijker te bewaren en te verbergen waren. ​De Dominicanen (de orde waartoe Thomas behoorde) vonden dat de resten van hun belangrijkste leraar in een van hun eigen kerken hoorden, bij voorkeur in Parijs of Napels. De discussie sleepte decennia voort, ook na zijn heiligverklaring in 1323. ​In 1368 hakte de Franse paus Urbanus V de knoop door. Hij besloot dat de relieken naar de Jacobijnenkerk in Toulouse moesten gaan. De keuze voor Toulouse had twee belangrijke redenen: Om te beginnen was Toulouse de stad waar de orde van de Dominicanen (ook wel Jacobijnen genoemd in Frankrijk) was gesticht door de heilige Dominicus. Verder was de universiteit van Toulouse destijds een belangrijk bolwerk tegen ketterij, en de aanwezigheid van Thomas zou dit prestige versterken. De plechtige overdracht (de translatio) vond plaats op 28 januari 1369. Dit is ook de reden waarom zijn feestdag op 28 januari wordt gevierd, en niet op zijn sterfdag in maart. Om ze te beschermen tegen vernieling door revolutionairen, werden de resten in 1789 verborgen en later overgebracht naar de Basiliek van Saint-Sernin. Ter gelegenheid van de 700ste sterfdag van Thomas werden de relieken in 1974 feestelijk teruggeplaatst naar hun oorspronkelijke plek onder het altaar van de Jacobijnenkerk, waar ze tot op de dag van vandaag rusten.

De scholastiek

In de 13e eeuw streefden geleerden naar een ordening, een coherent systeem waarin intellectueel en moreel leven samen in ondergebracht konden worden. De 13e-eeuwse gotische kathedraal moest dat letterlijk laten zien: een soort encyclopedie in steen waar alles zijn vaste plaats en betekenis heeft, aldus de invloedrijke kunsthistoricus Erwin Panofsky. ​Scholastiek wordt in de architectuur van de kathedraal zichtbaar door de volgende principes:

Uniformiteit: Elk onderdeel van de kerk (een travee, een raam, een kapel) volgt hetzelfde wiskundige patroon. Je kunt de hele structuur aflezen aan één onderdeel. Een zuil is bijvoorbeeld niet zomaar een paal, maar bestaat uit een bundel van dunnere schalken die elk corresponderen met een specifieke rib in het gewelf bovenin. Dit weerspiegelt de scholastieke drang om elk detail logisch te verbinden met het grotere systeem.
Helderheid: ​In de Romaanse bouwstijl (vóór de gotiek) waren muren dik en de constructiekrachten verborgen. De scholastiek streefde echter naar helderheid: alles moest beargumenteerd en zichtbaar zijn. In de gotiek zie je precies hoe de kerk overeind blijft. De luchtbogen en steunberen aan de buitenkant laten de ‘argumenten’ van de architect zien: ze tonen waar de druk van het dak naar beneden wordt geleid.
De Verzoening van Tegenstellingen:​ Scholastici probeerden schijnbare tegenstellingen (bijv. tussen het geloof en de rede, of tussen verschillende Bijbelteksten) met elkaar te verzoenen. De kathedraal verenigt het zware (steen) met het lichte (glas en licht). De enorme glas-in-loodramen maken de muur ‘doorzichtig’, wat symbool staat voor de verlichting van de menselijke geest door goddelijke wijsheid. De drang naar boven (het spirituele, de hoge kerk) wordt in balans gehouden door een extreem rationeel, horizontaal maaswerk van lijnen en kaders.
De Kathedraal als ‘Encyclopedie‘:​In de scholastiek wilde men alle kennis van de wereld verzamelen. ​In de portalen en ramen vind je niet alleen Bijbelverhalen, maar ook afbeeldingen van de vrije kunsten (wetenschap), de ambachten, de sterrenbeelden en de natuur. Het is een compleet overzicht van de schepping, geordend volgens de goddelijke logica.  Verder was het zo dat je de kathedraal ook van laag naar hoog kon lezen. De gewone man kun je in het onderste deel van de kathedraal zien. Iets hoger zie je de heiligen. Nog hoger Jezus, Maria en dingen uit hun leven. Zelfs de engelen hebben een rangorde, eerst de aartsengelen en pas later engelen als Serafijnen en Cherubijnen die vooral als taak hebben om God te aanbidden. Van de drie Godellijke verschijningen is de Heilige geest de schakel tussen aarde en hemel en God de vader is het hooghste: in de hemel.

De Scholastiek van Thomas van Aquino

Thomas ontwierp een rationeel systeem waar alles in paste en waarbij hij logisch en inductief te werk ging. Zijn werk geeft onder meer een beeld van de middeleeuwse kosmologie, met haar bekende elementen: de zeven sferen en zeven planeten, twee of drie hemelen (waarbij het aantal hemelsferen op negen of tien komt), de vier elementen (aarde, water, lucht en vuur), de cirkelvormige beweging van de hemellichamen (die werd gezien als een teken van volmaaktheid), de tegenstrijdige beweging van de dingen op de (onvolmaakte) aarde (aarde en water van boven naar beneden, vuur en lucht van beneden naar boven). Maar hij was vooral een theoloog met een scherp gevoel voor mysterie. Steeds gaat het in zijn werken om God: alle andere dingen zijn relevant voor zover ze betrekking op God hebben. Thomas is vooral een Bijbels theoloog. De Schrift staat steeds centraal en alle vragen die de tekst van de Bijbel oproept worden zeer serieus bestudeerd. Ook Thomas’ grootste werk, zijn Summa theologiae, laat zich lezen als een Bijbelse theologie. Hij stelde dat “het goddelijke recht dat op genade gebaseerd is, het menselijke recht dat uit de rede voortkomt niet wegneemt.”

Net als de methodiek van het onderricht aan de middeleeuwse kloosterscholen wilde de scholastiek God vinden door middel van de wetenschap. De scholastieke theologie werd mettertijd een zelfstandige wetenschap die steeds meer betekenis ging toekennen aan rationele processen van het denken. De kloostercultuur daarentegen bleef bij haar meer mystiek georiënteerde methode. Thomas van Aquino werd in de middeleewuen als de voornaamste vertegenwoordiger van de scholastiek beschouwd. Deze thomistische filosofie werd eerst bekritiseerd, maar in 1323 werd Thomas van Aquino heilig verklaard en later zelfs tot kerkleraar uitgeroepen (1568). De tijd was rijp voor een rationele aanpak. In 1879 riep paus Leo XIII het zogenaamder “thomisme” uit tot de officiële filosofie van de Kerk.

Het scholastieke systeem wordt in de middeleeuwen gebruikt voor de studie van de zeven vrije kunsten of artes liberales en de overige wetenschappen. De artes liberales bestonden uit:

  • Grammatica (literatuur en tekstanalyse)
  • Retorica (argumenteren)
  • Dialectica (logica)
  • Aritmetica (rekenkunde)
  • Astronomie (sterrenkunde)
  • Muziek (harmonieleer)
  • Geometrie (meetkunde)

In zijn “Summa Theologiae” probeerde Thomas van Aquino alle verworvenheden van de scholastiek ten dienste te stellen van de theologie. Abelardus was eveneens een leraar van de scholastiek. De scholastiek was een grote stap voorwaarts in de ontwikkeling van de logica en een poging tot het oplossen van de tweespalt tussen geloof en rede. De scholastieke methode steunt op gezaghebbende teksten.

In de middeleeuwen bestond theologie vooral uit het verklaren van teksten, allereerst de Bijbel, met aanhalingen uit de commentaren en andere werken van gezaghebbende kerkvaders. De zeven vakken van de artes Liberalis werden met name bestudeerd ten behoeve van de theologie. Vooral de teksten van Plato en steeds meer ook die van Aristoteles werden gebruikt. Toen de contacten tussen de domscholen groeide door de toenemende politieke stabiliteit, wilde men theologie en wijsbegeerte in één stelsel verenigen. Op beide terreinen moest dezelfde methode toegepast worden: dezelfde scholastiek. Men wilde aantonen dat het logisch denken van de oudheid niet in strijd was met de Bijbelse boodschap.

De scholastiek doet me ook een beetje denken aan de bijbelwetenschap in veel protestantse kringen. Alles wat in de bijbel staat is het woord van God en als mens dien je daar naar te leven, maar dan moet je eerst proberen de teksten goed te begrijpen en te verklaren. Thomas van Aquino had ook nog gevoel voor spirituele zaken en dat gevoel is er in protestantse kringen vaak een stuk minder. Maar de bijbelteksten leverden bij allebei duidelijk het bewijs dat God bestaat en zich in heel zijn schepping openbaart. In de middeleeuwen bouwden ze kathedralen die het Goddelijke principe moesten weerspiegelen en ik denk dat ook componisten als Guillaume Dufay, net als de meeste andere renaissance componisten, die goddelijkheid probeerden uit te drukken in schoonheid, symmetrie en welluidendheid. De muziek zelf, of je nu kon verstaan wat er gezongen werd of niet, drukte het goddelijke uit. En zo kan ik er ook naar luisteren.

Onbekend's avatar

About Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek en getagd met , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.