Gedichten van Ibn Arabi

Ibn Arabi leefde rond 1200. Hij was een soefist. Maar hij was ook Moslim, zoals de meeste soefisten in die tijd. Veel van zijn  gedichten zijn tijdloos, sommige gaan over Mohammed als inspiratiebron en redder van de mensheid. Die staan dan eigenlijk in de lijn van veel teksten van Christelijke tijdgenoten, die Jezus als inspirerend voorbeeld bezingen. En bij de Christenen in die zelfde tijd  werden ook Maria en andere heiligen bezongen.  Zo schreef Hildegard von Bingen rond 1155 muziek en gedichten die het leven van Sint Ursula als lichtend voorbeeld aanprezen, en een eeuw daarvoor schreef Hermann von Reichenau teksten met bijbehorende muziek die over het leven en de wonderen van de heilige Afra, over de heilige bisschop Wolfgang of de heilige Magnus gingen. Als je die teksten leest valt op dat ze nauwelijks verder gaan dan het beschrijven van gebeurtenissen die getuigen van de heiligheid van deze personen. Er valt weinig te fantaseren. Als er dan al sprake is van een geestelijke overdenking dan moet je die halen uit het meer subtiele gezang dat er meestal op volgt, zoals het Benedictus waarin Christus wordt geprezen en gedankt. Zo kun je als je daar in weet op te gaan het voorafgaande verhaal op een hoger niveau tillen. Hermann von Reichenau vertelt in onderstaand responsorium uit het Officium van de H. Magnus, hoe deze man van God een wonder verrichtte:

Responsorium

Veniens vir dei Prigantium ceco cuidam stipem petenti diu negatum restituit visum. Oracionem domino fundens et oculos eius sputo suo liniens. Diu negatum …

Toen de man van God in Bregenz kwam vroeg een blinde hem om een aalmoes, maar in plaats daarvan gaf hij hem weer het gezichtsvermogen terug. Hij bad tot de heer, bestreek zijn ogen met speeksel en de man kon weer zien.

(Uitvoering: Ordo Virtutum, Edition Raumklang)

Ibn Arabi probeert in zijn gezangen niet alleen een verhaal te vertellen, maar door beeldende taal en mystieke verwijzingen de lezer of luisteraar die zich er voor open stelt te pakken. Als hij het heeft over Mohammed wordt zijn naam nooit genoemd maar het liefst in beeldspraak gehuld. In het volgende gedicht vergelijkt hij hem met de komst van de volle maan. Op weg naar Mekka verzamelden reizigers zich in Medina, en deze verwijzing in de tekst maakt pas duidelijk dat het inderdaad over de profeet gaat. Ook wordt er gezegd: ‘andere volle manen zijn verdwenen’. Hier wordt misschien gezinspeeld op eerdere profeten als Abraham en Christus? Maar Mohammed is duidelijk de ultieme profeet.

 

De volle maan is op ons afgekomen

een geliefde is naar ons toe gekomen
een genade voor de wereld
het licht van het leven was gevlogen
van jou, en we werden levend

de volle maan is op ons afgekomen
vanaf de de Vallei van Afscheid
We moeten dankbaar zijn
zolang we bidden

O, onze boodschapper
je bent gekomen met de bevelen die we zullen gehoorzamen
je bent gekomen en hebt Medina geëerd
welkom, beste uitnodigende

de volle maan is op ons afgekomen
en andere volle manen zijn verdwenen
we hebben nog nooit een schoonheid als de jouwe gezien
O gelaat van geluk

je bent een zon, je bent een volle maan
je bent een licht na licht
je bent een drank van onschatbare waarde
jij bent de sleutel tot de harten

we hebben nog nooit kamelen gezien die niet verlangden
in het donker van de nacht naar jou
en de wolk geeft schaduw
en de maan heeft je begroet

en de stam van de boom kwam naar u toe, huilend,
nederig in uw handen
en riep om hulp, mijn geliefde
U bent de eigenaar van rennende herten

Het laatste zinnetje: “U bent de eigenaar van rennende herten” is raadselachtig voor mij. Na enig zoekwerk vond ik een mogelijke verklaring. In de islam wordt Jezus ook erkend als profeet. Onderstaand verhaal over Jezus komt overigens niet uit de Koran, maar uit de Hadith. Dat is de mondelinge overlevering van wijze woorden of verhalen die de profeet Mohammed ooit verteld zou hebben en die is opgetekend. Het verhaal gaat over de kwestie: Wie at het derde brood?

Jezus gaf op een dag aan een van de mannen uit het gezelschap waarmee hij onderweg was, de opdracht om voedsel te kopen voor de hele groep. De man had niet veel geld meegekregen en hij kocht drie broden. Omdat drie broden nooit genoeg konden zijn voor iedereen, besloot de man zelf alvast één brood op te eten. Toen hij terugkwam gaf hij de overgebleven broden aan Jezus. ‘Wie heeft het derde brood opgegeten?’, vroeg Jezus. En de man antwoordde: ‘Wat bedoel je daarmee? Er zijn slechts twee stukken brood.’ En Jezus zweeg.

En de groep met Jezus ging op pad. Ze gingen op jacht en ze schoten een hert. En toen stond Jezus op en bad luid tot Allah om het hert weer tot leven te wekken. In minder dan een seconde stond het hert op en rende weg. De mannen waren ontzet. Want hoe kon een hert dat eerder nog dood was, waar ze zelfs al van aten, ineens weer opstaan en van hen wegspringen. Hoe was dat mogelijk? Jezus keek naar die ene man en hij zei: ‘In naam van de Ene die dit hert weer levend heeft gemaakt, vraag ik jou: wie heeft het derde brood opgegeten?’ En de man had direct zijn antwoord klaar: “Er waren geen drie broden, er waren slechts twee broden”. En Jezus zweeg.

En de groep trok verder. Ze arriveerden bij een rivier die buiten haar oevers was getreden. Jezus zei: ‘Pak mijn hand.’ Hand in hand liepen ze op het water naar de overkant. Toen ze daar waren zei iedereen: ‘Hoe kan dit in hemelsnaam.’ En Jezus vroeg weer aan die ene man: ‘In naam van de Ene die ons over het water liet wandelen, wie at het derde brood?’ De man zei direct: ‘Er waren twee broden.’ En Jezus zweeg.

Ze trokken verder en kwamen in de woestijn. Jezus maakte daar van het zand drie hoopjes. Vervolgens vroeg hij aan Allah om de drie hopen zand in goud te veranderen. Zo gebeurde het. Daar lagen drie staven goud. En Jezus zei: ‘Eén staaf is voor mij’, toen keek hij de man van de broden aan, ‘en één staaf is voor jou en de derde staaf is voor degene die het derde brood heeft gegeten’. En de man zei: ‘Ik at het derde brood.’ En Jezus antwoordde: ‘Dan zijn alle drie de goudstaven voor jou, maar ga niet meer met ons mee.’

De man was hier niet bedroefd over. Hij was gelukkig met het goud en dacht aan wat hij zou kopen. Maar zijn geluk duurde niet lang. Drie dieven zagen hem, ze doodden hem en ze stalen het goud. Een van de dieven kreeg vervolgens de opdracht om in de stad wat te eten te kopen. Onderweg naar de stad vatte hij het plan om het eten te vergiftigen zodat het goud voor hem alleen zou zijn. Maar zijn vrienden smeedden ook een plan. Zij wilden hun collega-dief doden als hij terugkwam uit de stad zodat zij twee het goud met elkaar konden verdelen. En zo ging het ook. De twee dieven vermoordden de derde toen hij terug kwam. En daarna aten zij van het vergiftigde voedsel en zij stierven ook.

En toen kwam Jezus weer voorbij met zijn vrienden. En daar lagen de dode mannen, de drie dode dieven en de man die het derde brood had gegeten. En Jezus wees naar hen en zei: ‘Kijk, zo werkt het in deze wereld en dit is wat onze wereld doet met degenen die het wereldse leven najagen.

“U bent de eigenaar van rennende herten” zou dus mogelijk naar dit verhaal kunnen wijzen. Ibn Arabi zal het zeker gekend hebben. Een goede vriendin van mij die zeer bekend is met het soefisme zei er dit over:

“De rennende herten in het gedicht van Ibn Arabi symboliseren volgens mij de zielen. In het verhaal wordt het dode hert tot leven gewekt. Dit opwekken van het leven heeft niet op het lichaam, maar op de ziel betrekking. De ziel leeft voort na de dood van het lichaam en zet zijn reis voort om uiteindelijk één te worden met God. Het hert verlangt naar het ware geluk en dus niet naar materiële rijkdom, zoals de dode mannen in het verhaal. Zij hebben hun ziel verloren door het materiële na te jagen. Als je je ziel verliest ben je dood. De man die door Jezus wordt afgewezen, is niet alleen een dief maar ook een leugenaar (onzuiverheid). “

Over de volle maan zei ze:

“De maan reflecteert het licht van de zon en de zon is het symbool van het Goddelijk licht. Het soefi embleem van Inayat Khan is een hart met daarin een vijfpuntige ster. Dat is de zon. Daaronder de wassende maan die het licht van de zon reflecteert en steeds voller wordt. In die symboliek wordt tot uitdrukking gebracht dat de mens de Goddelijke kwaliteiten ontvangt en reflecteert. Het steeds voller worden van de maan staat voor spirituele ontwikkeling. De volle maan staat dus voor degene die volmaaktheid heeft bereikt in die spirituele ontwikkeling. Christenen noemen Jezus de Zoon van God. In wezen komt die uitdrukking op hetzelfde neer.”

Een ander gedicht van Ibn Arabi is waarschijnlijk te begrijpen vanuit onderstaande informatie. Op Wikipedia lezen we een verhaal dat gaat over de onderlinge strijd tussen rivaliserende stammen nadat Mohammed was overleden:

Dezelfde nacht doodde Khalid Malik, hij trouwde met zijn weduwe, Layla bint al-Minhal, die in die tijd een van de mooiste vrouwen in Arabië was.  Het huwelijk van Khalid met Layla werd later een controversieel onderwerp, omdat er een groep mensen was die dacht dat Khalid Malik had vermoord om Layla te krijgen. Deze groep omvatte ook de neef van Khalid en later de kalief Umar. Khalid werd door kalief Abu Bakr geroepen om de zaak uit te leggen. Na gepaste overweging besloot de kalief dat Khalid niet schuldig was. Hij verwijt zijn generaal echter om met Layla te trouwen en zodoende zichzelf open te stellen voor kritiek. Omdat bepaalde mensen geloofden dat Malik een moslim was, beval Abu Bakr de betaling van bloedgeld aan de erfgenamen van Malik.

Ibn Arabi beschrijft in zijn gedicht de rol van deze vrouw in de stammenstrijd. Zij heeft de dichter in haar greep. Waarschijnlijk is hij in de ban van haar schoonheid. Maar tegelijk heeft hij bloed aan zijn handen. In een episch gedicht zou dit onderdeel de lyrische beschouwing van zijn wanhoop kunnen illustreren. Het maakt het verhaal menselijk. Het doet denken aan de klacht van Petrus na de verloochening van Jezus of de wanhoop van Judas nadat hij de zilverlingen op de tempelvloer had gesmeten toen hij ze terug wilde geven maar men ze niet meer wilde hebben.

Laila heeft me mijn verstand afgenomen

Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”
Haar liefde is verborgen, opgeslagen in verborgen engtes.
Dwaas, stop met onze vernedering!
Ik ben aan het rondzwerven en voor haar een dienaar.
Aanklager, behandel me zachtzinnig
Ik nam de trappen, ik klopte op de deur
Ik vroeg de poortwachter, kan ik door?
Hij zei, mijn vriend, haar prijs wordt betaald met zielen
Hoeveel geliefden zijn verdwenen die van de dood hielden.
Minnaar, als u eerlijk bent,
echt, dan zult u uw doorgang krijgen.
Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”

De gedichten van Ibn Arabi zijn prachtig, beeldend en getuigen van een intens gevoelsleven en een sterke verbondenheid met mens en wereld. Net zoals ook de wetenschap veel verder was ontwikkeld in de Arabische wereld dan in de Europese maatschappij in de Middeleeuwen, ervaar ik dat ook zo met betrekking tot de literatuur.

Meer over Ibn Arabi en zijn gedachten over muziek

Over soefisme in Andalusië in de middeleeuwen

Wetenschap in de middeleeuwen in de islamitische landen

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, muziek en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Gedichten van Ibn Arabi

  1. Pingback: Soefisme in Spanje in de middeleeuwen | Pieter Simons column

  2. Pingback: Wetenschap in Islamitische landen in de Middeleeuwen | Pieter Simons column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s