De keizerzaal in de Servaaskerk van Maastricht

Vaak bevindt de voornaamste ingang van een kerk zich in het westelijke deel. Voordat je dan in het schip van de kerk komt loop je nog door een ruimte, de narthex of het voorportaal. In de middeleeuwen stonden daar bedelaars om alle kerkgangers te begroeten. In de vroege Christelijke tijd mochten ook mensen die nog niet gedoopt waren niet verder. Ze moesten in de narthex blijven.

De Servaaskerk van Maastricht heeft geen westelijke ingang. De ingangen bevinden zich in het oosten en zuiden: twee poorten rond de absis en een groot portaal op het zuiden, het zogenaamde bergportaal. Deze drie ingangen worden zelden gebruikt. Tegenwoordig kom je de kerk binnen via het noorden. Aan het Keizer Karelplein is een neogotisch portaal door Cuijpers gerealiseerd. Via de gangen van het pandhof kom je dan de eigenlijke kerk binnen, eveneens vanuit het noorden.

Hiervoor zijn allerlei redenen. Maar één reden is:  toen de kerk gebouwd werd en de laatste Romaanse fase tussen 1150 en 1200 werd afgerond had deze westelijke kant van de kerk een heel bijzondere functie. Het westelijke deel  lijkt hier namelijk net zo belangrijk te zijn als het oostelijke deel, misschien was het zelfs belangrijker. Normaal is het belangrijkste deel het oosten, waar het hoogaltaar is.  Maar als je vroeger in het schip van de kerk stond en naar achteren keek, naar het westen dus, dan zag je dit: (tekening Rob van Hees in het boek “de Servaas-kerk van Maastricht, Aart Mekking)

blik naar westen-1170

Eerst zag je op een drager een zogenaamde cenotaaf. Dat is een lege doodskist, die verwijst naar een echte kist die onder die plaats begraven is. Over deze cenotaaf zijn heel interessante dingen te vertellen, daarover meer in een volgend blog. Nog verder naar het westen zag je een stenen afscheiding met daarop een stenen reliëf. Het moest onze ogen leiden naar enkele trappen waarop zich een altaar bevond, hier niet zichtbaar. Voor dat altaar stond dus feitelijk een stenen altaarretabel. Dat bespreek ik straks. Maar: er zijn nog twee verdiepingen te zien. Op de eerste verdieping is een halfboog met daaronder nog weer drie halfbogen, met daarin openingen. Gesuggereerd wordt een soort stadspoort, maar niet zo maar een stadspoort! Op de tweede verdieping zie je namelijk een arcade met vijf halfbogen.  Boog en arcade staan voor de stad en het paleis, en worden sinds de kerstening van het Romeinse keizerschap steeds weer gebruikt als de verwijzing naar de aardse “civitas dei”, het “hemelse Jeruzalem en het paleis van de (hemelse) keizer. Baldwin Smith noemt de arcade die boven stadspoorten en aan paleisgevels werd toegepast, een van de belangrijkste architectonische symbolen van het ‘Imperium Romanorum’.

De eerste en tweede verdieping bestaan nog steeds, maar zijn niet meer zichtbaar zoals dat in de twaalfde eeuw het geval was. De bovenste arcaden zijn al in vroeger eeuwen dichtgemetseld. Nu zien we dit:

blik naar westen

Niet alleen de arcaden van de tweede verdieping zijn dus verdwenen, maar ook het zicht naar de eerste verdieping  wordt grotendeels ontnomen door het orgel dat er voor staat.

Je kunt er wel komen via een wenteltrap. Dit dan bij een rondleiding met een gids. Op de eerste verdieping is een ruimte met allemaal zuilen waarvan het hoofd is voorzien van gebeeldhouwde kapitelen. De zogenaamde “kapitelengalerij”. Over deze kapitelen meer informatie in een ander blog. De tweede verdieping is een prachtige hoge, open ruimte met in het midden een grote koepel. Deze koepel staat voor de hemel. Helemaal in het westen van die koepel is een groot rond venster. Het zonlicht moet er in ieder geval ’s avonds doorheen kunnen vallen. We bevinden ons in een soort hemelse ruimte. De ruimte heet de keizerzaal. De God die hier troont is waarschijnlijk een wereldse God.

keizerzaal

Deze keizerzaal achter deze bogenreeks, op de bovenste verdieping van de kerk, komt qua opzet helemaal overeen met de grote ceremoniële ruimte op de verdieping van het paleis in menige palts van keizers uit de twaalfde eeuw. Een dergelijke zaal is echter in een kerk uniek, geen enkele kerk kent deze, met uitzondering van de abdijkerk van Nijvel, die in dezelfde tijd is gebouwd. Het lijkt er op dat deze twee kerken nadrukkelijk hun rijks-onmiddellijkheid moesten uitdrukken door middel van deze keizerlijke symbolen. Zowel  het kapittel van Servaas als ook de abdij van Nijvel werden bedreigd door andere wereldlijke vorsten zoals de hertog van Brabant.

Wat is de functie van deze ruimtes? Volgens Aart Mekking, die hier in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw onderzoek naar heeft gedaan, is het vooral een symbolische functie. Ze dienden eigenlijk nergens voor. Al snel was men het ook weer vergeten waar ze misschien ooit voor gediend hebben. Misschien heeft er ooit een troon gestaan, onder de koepel, op de plaats waar het zonlicht naar binnen viel. Misschien zijn er vergaderingen gehouden. Er is geen enkele bewijs voor. De ruimte had in ieder geval een symbolische functie. En Aart Mekking probeert dat uit te leggen aan de hand van allerlei voorbeelden waarbij ook de politieke context een belangrijke rol speelde. Hij beschrijft de voornaamste aanleiding  van de bouw van dit alles op pag. 307 e.v. van zijn boek “de Sint-Servaaskerk van Maastricht”

“Toen op tweede Pinksterdag 29 mei 1167 tussen Monte Porzio en Tusculum, het grootste leger dat de Romeinen sinds eeuwen bij elkaar hadden weten te brengen, verpletterend werd verslagen, geschiedde dit in hoofdzaak door toedoen van Christian I von Mainz (Christian von Buch)……  De iconografie van het reliëf op het halfronde boogveld in de Sint-Servaas kan niet anders worden uitgelegd als een zeer precieze weergave van de verhouding tussen keizer en paus na de slag bij Tusculum. De Salvatorfiguur die- hoogst zeldzaam voor zo’n beeldhouwwerk – een metalen koningskroon heeft gedragen, troont hier als de bron van alle souvereine macht en kroont – als het antitype van de keizer – de apostel Petrus (de eerste paus) en bisschop Servatius (‘model’ van de rijksbisschop).

Hieronder zien we dat dubbelreliëf waar Aart Mekking het over heeft. Het westelijke altaarretabel dus.

dubbelrelief

Beneden zien we Maria met kind in een mandorla. Deze mandorla wordt vastgehouden door twee engelen. De tekst in de rand van de mandorla luidt:

Tu sis salvatrix et virginitatis fictrix araque regalis attritio vera draconis (Wees de redster, de bewerkster van de maagdelijkheid, het koninklijke altaar en de ware vertrapping van de draak). Op de vlakke lijst staat: virgo deum peperit do..vi servit curia celi (de maagd heeft God voortgebracht, dient haar, hemelse hofhouding)

In het bovenste deel zien we iets ongehoords: Christus die zowel Petrus als Servatius kroont, hen beschouwt als gelijkwaardig. Petrus staat voor de eerste bisschop, de paus. Servatius, de huisheilige van Karel de Grote en zijn opvolgers, staat voor de bisschop die door de keizer is benoemd. Bisschoppen zijn hierdoor gelijkwaardig aan pausen, beiden worden gekroond door Christus. Op het hoofd van Christus heeft ooit een metalen kroon gezeten. De aanhechtingsplekken zijn nog aanwezig. Deze Christus Salvator lijkt sterk op hoe de Duitse keizers zich lieten afbeelden wanneer ze hun zoon als opvolger aanwezen. Deze Christus staat zo tegelijkertijd voor: keizer Barbarossa. Dit MOEST weergegeven worden, na de overwinning in de slag bij Tusculum. De paus was verslagen. HIJ mocht nu ZELF alle bisschoppen benoemen. En bij die slag was Christian von Buch de legeraanvoerder . Deze zelfde Christian von Buch, niet alleen legeraanvoerder, maar ook rijkskanselier van Barbarossa, aartsbisschop van Mainz  en:  proost van de Servaas! Onder zijn bewind werd het westwerk, de kapitelen en het net besproken altaarretabel in deze Maastrichtse kapittelkerk vervaardigd.

Het altaar in het westen werd trouwens soms gebruikt. We kunnen lezen in het ordinarium van het kapittel dat daar de mis werd gelezen op Maria Boodschap en de zeven dagen daarna. Het was dus een Maria altaar.

Naast de galerij met kapitelen is het tweede verborgen wonder van de Servaas zo de keizerzaal. Gelukkig worden er regelmatig concerten gegeven. Dan kun je de oude twaalfde-eeuwse sfeer weer helemaal proeven. De geur van kaarsen die bij zo’n concert meestal worden aangestoken versterkt dat gevoel. Bij het programma van de vereniging voor oude muziek zag ik dat dit jaar de concerten niet in de keizerzaal plaats vinden, maar in de voormalige proosdij, ook een eeuwen-oud gebouw. Waar nu de zusters van Liefde hun klooster hebben.  Daar ga ik ook heen!

Realiseer je dat het westelijke deel van de kerk een belangrijke wereldlijke symboliek kende. Die veel verder ging dan wat je ook maar enigszins zou kunnen vermoeden en alles te maken had met de politieke gebeurtenissen van die tijd. De enigszins verhulde, maar tegelijk zeer indringende retorica van de Rooms-Duitse keizer. Deels verdwenen. Maar veel is er nog. Waar? In de Servaas.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De keizerzaal in de Servaaskerk van Maastricht

  1. gerard leurs zegt:

    wat een schitterende verhandeling; dank

    Like

  2. Pingback: De Schatkamer van Servaas | Pieter Simons column

  3. Pingback: De kapitelen van de Servaas | Pieter Simons column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s