Passend onderwijs

Donderdag 5 oktober zijn de basisscholen gesloten. De leraren staken. Ze willen meer geld, maar ook zijn ze ontevreden over de arbeidsomstandigheden.

Mijn vrouw werkt al 25 jaar in het basisonderwijs en heeft inmiddels op 8 basisscholen gewerkt. Ik zelf heb zo’n 15 jaar geleden een aantal scholen behoorlijk leren kennen toen ik coördinator was van een aantal projecten op scholen in de regio Rotterdam die het muziekonderwijs zouden moeten verbeteren. Op enkele scholen heb ik toen ook zelf een aantal lessen verzorgd en ik heb daar gesproken met meerdere leerkrachten. Onderwijs in het algemeen heeft altijd mijn bijzondere aandacht gehad en ik spreek dagelijks met mijn vrouw over haar ervaringen. Zij heeft overigens ook een aantal jaren cursussen gegeven op een Pabo en kent inmiddels wel de meeste valkuilen.

Er wordt veel gesproken over het onderwijs. Zondag was er op TV een uitzending over passend onderwijs. Mijn oudste kleinzoon heeft de diagnose autisme gesteld gekregen. Op dit moment zijn zijn ouders aan het tobben over de schoolkeuze. Regulier onderwijs, maar dan “passend?” Of toch speciaal onderwijs? Aan allebei de opties kleven voor- en nadelen. Gisteren was er ook nog eens een uitzending over zwarte en witte scholen. Alles bij elkaar kun je constateren dat de kennis over de problematiek behoorlijk aan het toenemen is. Wat zijn de voorwaarden om passend onderwijs veel meer mogelijk te maken? Ik heb er lang over nagedacht en probeer hier puntsgewijs enkele zaken op een rijtje te zetten die volgens mij erg belangrijk zijn.

  1. De klassenruimtes zijn vrijwel overal veel te klein. Je moet meerdere hoekjes kunnen maken, plekken waar kinderen minder prikkels krijgen. Een directeur van een school voor speciaal onderwijs die in het programma over passend onderwijs enkele malen het woord kreeg merkte dit ook al op.
  2. Bij passend onderwijs hoort een instelling die niet uitgaat van klassikale bezigheden maar die uitgaat van de behoefte van het kind. Dit hoort eigenlijk altijd zo te zijn maar kinderen die uitvallen, dus in aanmerking komen voor passend onderwijs, moeten des te meer op die manier benaderd worden. Het was pijnlijk hoe een directrice van een Montessori-school, eveneens bij de reportage over passend onderwijs, als argument gaf waarom een probleemkind niet aangenomen kon worden, dat het kind ook nog zou moeten wennen aan het Montessori-systeem. Zo tegen de geest in van Maria Montessori. Het gaat niet om de methode, het gaat om het kind. Mijn vrouw die al 25 jaar in het Montessori-onderwijs werkt werd boos en verdrietig bij deze opmerking. Van de andere kant merkt ze dat steeds meer montessorischolen niet meer vanuit het kind denken maar vanuit methodes, meestal overigens klassikale methodes. Men noemt dat “modern” Montessori-onderwijs. Dit heeft ze op drie Montessori-scholen in drie jaar tijd meegemaakt, waar ze ook snel weer is vertrokken. Een zeer slechte ontwikkeling. Montessori-onderwijs zou in theorie een van de beste garanties kunnen zijn dat passend onderwijs succesvol uitpakt. Op dit moment zitten op de school waar ze nu ruim drie jaar werkt veel kinderen die vroeger verwezen zouden zijn naar het speciaal onderwijs en het nu goed doen. Met blije ouders ook. Die ervaring had mijn vrouw ook zo op de meeste eerdere Montessori-scholen.
  3. Asscher wilde als wethouder in Amsterdam dat elke basisschool mee zou doen aan de cito-eindtoets en dat de resultaten op internet geplaatst zouden worden. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door. Scholen concurreren met elkaar om de beste cito-uitslagen. Kinderen die niet goed mee kunnen komen drukken de cijfers naar beneden. Wil je goede cijfers als school dan moet je geen moeilijke of minder goed lerende kinderen aannemen. Niemand zal het hardop zeggen maar dit is waarschijnlijk een van de voornaamste redenen waarom kinderen geweigerd worden. Het eerste kind welk centraal stond in de uitzending over passend onderwijs is nadat het op een school mis was gegaan op maar liefst 26 andere scholen daarna geweigerd. Na twee jaar thuis te hebben gezeten werd het uiteindelijk toch ergens aangenomen. Passend onderwijs – kijken naar het kind en het onderwijs aanpassen – bleek daar te werken! Maar de hele trend van uitslagen op internet zetten en scholen op die manier vergelijken is funest. Dit is een maatschappelijk probleem. Veel ouders gaan daar in mee. Iedereen moet minimaal HBO kunnen halen immers? Een stupide denkwijze! Daarom hebben we nu al te weinig vakmensen op allerlei terrein. Ook het probleem witte-zwarte scholen speelt hier een rol in. Een ouder verwoordde het gisteren: ‘Je wil toch niet dat je kind een taal-achterstand krijgt?’ daarom stuurden ze hun kind naar een witte school waar ze wel een half uur voor moesten fietsen. Op zich is dat dan weer gezond trouwens… De zwarte school met vele nationaliteiten is echter noodgedwongen waarschijnlijk beter in staat om passend onderwijs te leveren dan de witte school waar hun kind naar toe gaat.
  4. Deskundigheid van leerkrachten. Uit de reportage blijkt dat er nogal wat leerkrachten zijn die niet goed kunnen omgaan met kinderen die afwijken of uitvallen. De jongen met een hersenstoornis die snel moe was en moeilijk zijn pen kon vasthouden. Daar was geen oplossing voor, hij moest gewoon met iedereen mee doen. Ook moet je als leerkracht van veel dingen op de hoogte zijn en vooral ook weten hoe je daar mee om gaat. Kinderen met een afwijking in het autistische spectrum zien er vaak heel normaal uit. Maar opeens krijgen ze een onbedaarlijke paniek-aanval. Je probeert de aanval in de kiem te smoren. Maar omdat je de oorzaak van de paniek niet weg neemt wordt het alleen maar erger. Het lijkt te gaan om een onhandelbaar kind. Bij genoeg kennis, ervaring en een liefdevolle aanpak kun je meestal een aardig eindje komen. Maar zo’n kind zal in veel situaties niet goed reageren. Hoe kun je dat eventueel voorkomen? En als het dan toch gebeurt, hoe ga je daar dan mee om? Het vergt veel van leerkrachten. Kennis, ervaring maar vooral ook extra tijd. En die is er niet, zie punt 5.
  5. Er zitten vaak veel te veel kinderen in een klas. Al die kinderen moeten gevolgd worden, hebben zorgplannen, met hun ouders moet worden overlegd. Daarnaast wordt ook de klassenorganisatie een stuk moeilijker. En de kleine ruimte wordt zo mogelijk nog krapper. Hoe komt dat?
  6. Vroeger waren er allerlei regels die landelijk golden. Er was een budget voor gebouw en de inrichting, voor leermiddelen, voor het aantal kinderen in de klas en voor de salariëring van het personeel. Maar het rijk wist te weinig waar het aan toe was, de declaraties konden soms behoorlijk verschillend zijn per jaar. Toen kwam er de lumpsum. De school kreeg een smak geld waar het mee rond moest komen. Wilden ze veel ICT? Veel vakleerkrachten? Veel jonge dus goedkopere leerkrachten? Elke school kon het zelf invullen. Een van de posten waar je het beste op kunt bezuinigen is het personeel. Hoe doe je dat? Neem geen ervaren leerkrachten aan maar jonge, goedkope, en dus onervaren leerkrachten. En maak de klassen zo groot mogelijk zodat je minder leerkrachten nodig hebt. Een onzalige regeling dus.
  7. De administratie. Elke dag moet alles van de kinderen worden geregistreerd. Er zijn ongelooflijk veel toetsen tussen door en die toetsen zijn de leidraad geworden voor handelingsplannen. Een kind ligt achter? Dan moet er een handelingsplan komen. Waarom? Niet elk kind is toch hetzelfde? De hele manier van denken is ziek. Het maakt dat veel kinderen in een soort stress-situatie worden geplaatst. Ook van de leerkrachten wordt verwacht dat ze de kinderen snel weer bijspijkeren. Het onderwijs wordt gereguleerd door toetsen. Niet het kind staat centraal maar het resultaat van de toets. Ook voor de zogenaamde kwaliteit van de school…
  8. Waarom gaat een student naar de Pabo? Iets met kinderen lijkt deze wel leuk. Dat is vaak de motivatie. Kan hij of zij zelf goed rekenen? Goed spellen? Is er interesse voor de natuur, voor aardrijkskundige verschijnselen, voor geschiedenis? Helaas is dat in veel gevallen maar zeer pover. Een dergelijke leerkracht zal lang niet altijd goed kunnen aansluiten bij het individuele kind. In brieven naar ouders wemelt het van de spelfouten. Tenenkrommend. En bij lessen met betrekking tot wereldoriëntatie komt zo iemand niet verder dan de voorgekauwde informatie en verwerkingen zoals deze in de klassikale methode staan. Hoe kan iemand inspireren als het hem zelf niets interesseert? Er worden nog steeds veel te veel mensen afgeleverd met een diploma die in Duitsland of Finland weggehoond zouden worden.
  9. En waar blijft het zingen. Sommige wat rijkere scholen of scholen die door de gemeente extra subsidie ontvangen hebben een muziekleerkracht. Een keer in de week. Een half uurtje. Maar de kinderen zouden elke dag een kwartiertje moeten zingen. Het maakt niet alleen vrolijk maar verbetert de leerprestaties bij ook andere vakken. Net als beweging. Dus wel of geen leerkracht: de juf moet gewoon zelf plezier hebben in zingen en met de kinderen zingen. Maar dat kunnen of durven de meeste leerkrachten niet. Een groot gebrek van de Pabo. Plezier krijgen in zelf zingen zou daar uitgangspunt moeten zijn. Dus de aankomend leerkrachten zouden allemaal in een schoolkoor of koortje moeten zitten en moeten zingen op hun eigen niveau uit allerlei repertoire. Geen kinderliedjes, althans in de kern hoeft dat niet eens. Op het moment dat iedereen lekker durft te zingen komt de rest vanzelf. Zo makkelijk zou het kunnen zijn. Maar op de Pabo worden vaak voornamelijk theoretische lessen gegeven over het notenschrift of over de kinderstem en dat soort dingen. Zingen moeten ze!
  10. Tja en moeten de leerkrachten meer geld? Als bovenstaande in orde zou zijn zou bijna niemand er om vragen. Maar om genoeg goede, bekwame, hardwerkende mensen te kunnen vinden zou een passend salaris misschien een steuntje in de rug kunnen geven.

O ja, mijn vrouw neemt ook regelmatig de was mee uit haar klas om die thuis te wassen. En gelukkig is zorgen voor de omgeving een van de basis-ideeën van Montessori. Dus samen met de klas wordt er vandaag weer schoongemaakt. Een conciërge is er niet dus de leerkrachten doen alles zelf. Met liefde. Om zes uur in de ochtend loopt de wekker af. Half zeven vanavond is mijn vrouw weer thuis. Er is gelukkig geen vergadering. Kan ze thuis nog snel de notulen maken van de laatste bouwvergadering en wat signaleringen in het kindvolg-systeem zetten. En een telefoontje plegen met haar duo-partner die het morgen weer van haar overneemt.

Documentaire de monitor over passend onderwijs:
https://www.npo.nl/de-monitor/02-10-2017/KN_1692659

Documentaire van 2doc, de witte vlucht:
https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/oktober/de-witte-vlucht.html

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs. Bookmark de permalink .

Een reactie op Passend onderwijs

  1. johanneke68 zegt:

    Zo herkenbaar, jammer genoeg.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s