2-0-2

Als mijn oudste kleinzoon de logopediste bezoekt komt altijd van alles ter sprake. De assistente deed de deur open:

-‘Ik ga de volgende week logéren!’
Binnen gekomen zei hij precies hetzelfde bij de logopediste zelf. Zij vroeg gelijk door. ‘Waar ga je logeren?’ ‘Hoe lang?’ Hij gaf overal antwoord op. Opeens greep hij met een hand naar zijn keel.
-‘Ik geloof dat ik moet spugen’.
De laatste tijd is dat een steeds terugkomende fobie, angst voor overgeven. Hij heeft het gelukkig zelf onder controle. Hij verjaagt de spuugbeestjes in zijn hoofd, pfff. In een wolkje verdwijnen zij. Dat heeft zijn vader hem zo geleerd. Zij ging door over het verschil tussen als je moet overgeven of als je speeksel uitspuugt. En zo kwamen ook de spuugbeestjes ter sprake: heel kleine vliegjes die op een blaadje spugen en daar een nestje in maken.
-‘Dus spuugbeestjes bestaan echt?’
-‘Ja zeker.’
-‘En die zitten dan ook in je mond?’
-‘Natuurlijk niet. Er zitten toch geen beestjes in je mond?’
Na enig nadenken moest hij dat beamen.
-‘Maar wel in je buik toch?’
-‘Nee toch, er zitten toch geen beestjes in de buik?’
-‘Maar toch wel bacteriën? Goede en slechte bacteriën zitten daar’, antwoordde hij wijs.’
Dat moest ze toegeven. Toen ging ze aan de slag. Ze begon met de oefeningen.

Gelijk na het bezoek aan de logopediste wilde hij naar de speeltuin. Achteruit over de glijbaan, zo hoog mogelijk schommelen, de radslag doen, op de wip met opa. Er waren zes jongetjes van een jaar of acht aan het voetballen.
-‘Ik wil ook voetballen’.
-‘Ga maar vragen.’
Hij vroeg of hij mee mocht doen en dat mocht. Ik ging een beetje in de buurt staan want ik hield mijn hart vast. Hij werd ingedeeld bij een van de twee partijen. Eigenlijk was het niet eerlijk, want nu was het vier tegen drie. Maar OK. Hij kreeg de bal, schopte hem willekeurig naar voren, recht voor de voeten van een tegenstander. Die schopte hem snel door de benen van mijn kleinzoon door die voor het doel stond. Doelpunt! 1-0. Dit herhaalde zich nog een keer. 2-0. En daarna binnen enkele minuten weer. De partij waar hij bij hoorde begon zichtbaar te balen en ik hoorde mopperende geluiden. Het was dan wel vier tegen drie, maar desondanks vroeg een jongen aan  de tegenpartij of mijn kleinzoon niet bij hun mocht spelen. Daar hadden ze geen trek in. Ik verwachtte nog meer problemen dus ik zei tegen hem dat we weer eens  naar huis moesten. Met enige tegenzin ging hij mee.  In de auto vertelde hij dat hij “het voetballen erg leuk” had gevonden.

Thuis gekomen ging hij tekenen.
-‘Opa, hoe maak je een vraagteken?’
-‘Zal ik het voordoen?’
-‘Ja. Schrijf maar hier.’
Hij wees een plek aan op een nog leeg vel papier en ik tekende daar een vraagteken. Toen liep ik naar de keuken om te gaan koken. Ik hoorde hem keihard met boze stem letters spellen. Waar had hij het in godsnaam over? Ik was nieuwsgierig maar ging toch niet naar hem toe. Even later vroeg hij vanuit de verte:
-‘Opa, hoe schrijf je “nauw”?
-‘met a-u. Ik spelde: n-a-u-w. Toen realiseerde ik me dat hij misschien ook nog wat anders zou kunnen bedoelen.
-‘Wat wil je dan schrijven?’ Ik liep naar hem toe.
-‘Nou, dat komt omdat…’
-‘Je bedoelt een ander soort “nou”. Ik maakte een zinnetje met nauw en wijd en vertelde dat “nauw” hetzelfde klonk als “nou”. Het zijn synoniemen.’
-‘Nee opa, het zijn homoniemen. Een synoniem is bijvoorbeeld “lichaam” en “lijf”. Dit zijn homoniemen.’
-‘Natuurlijk, je hebt gelijk. Ik maakte een vergissing.’
Het is erg goed dat hij hoort dat alle mensen vergissingen kunnen maken. Tot voor kort begon hij te huilen als hij zich een keer vergiste. Maar langzaam accepteert hij dat dat niet erg is. Iedereen vergist zich wel eens.
Ik liep naar hem toe en zag dat hij alleen pas een “N” had geschreven. Keurig liet hij deze letter  volgen door een o en een u.
Uiteindelijk had hij een tekening met een verhaal. Ik las in mezelf het boze begingedeelte met een vraagteken en een uitroepteken:

spuugbeestje
-‘Wat gebeurt? als de sterren gaan bewegen!’
Het antwoord was simpel:
-‘Nou, dat komt omdat de Melkweg gaat bewegen. 2-0-2.’
2-0-2, zo legde hij me uit, dat is de afstand in lichtjaren waarop dit plaats vindt.

Ik had geen flauw idee hoe hij op dit verhaal gekomen was. Bij het eten joeg hij weer een paar keer een spuugbeestje weg. Met het grootste gemak verdween het met een wolk in het heelal, huppekee, makkelijk zat. Doelpunt! 2-0. Of 0-2?

2-0-2

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in pedagogiek en onderwijs en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op 2-0-2

  1. Pingback: Feest | De kwintencirkel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.