Het was Herfstvakantie en Gijs had die middag orgelles, dus was hij bij ons. Mijn vrouw ging met de auto naar Utrecht om een vriendin te bezoeken die net was geopereerd. Gijs en ik reisden daarom met de bus. We moesten daardoor een half uur eerder van huis dan wanneer we met de auto waren gegaan.
-‘Ga je nog even naar de WC?’
Hij ging naar de WC, dacht ik. Maar toen we in de tweede bus zaten (we moeten overstappen):
-‘Ik moet heel erg naar de WC.’
-‘Plassen?’
-‘Ja’.
-‘Je was toch thuis nog naar de WC geweest?’
-‘Was ik vergeten.’
-‘Is het echt heel erg, of haal je Gouda nog?’
-‘Het is echt heel erg.’
We stapten uit in Stolwijk en zochten het eerste beste enigszins beschutte bosje op. De volgende bus zou ruim een kwartier later komen dus we hadden nog even de tijd. We liepen naar de scheve kerktoren. De kerk was zoals altijd gesloten. Dus kuierden we weer terug naar de halte. Gijs deed voortdurend danspasjes, trok gekke bekken, keek naar zichzelf in spiegelende ruiten en deed om de zoveel tijd opdruk-oefeningen. Hij wil een six-pack ontwikkelen. Zo ging het ook verder in Gouda. Een kindje achterop een fiets schrok zich lam toen Gijs opeens keihard schreeuwde. Ik schrok zelf trouwens ook en meerdere voorbijgangers keken vreemd op.
-‘Gijs, zie je niet hoe je dat kindje bang maakt?’
-‘Sorry kindje, ik wilde alleen een duif weg jagen.’
Vlak bij de kerk kwam zijn docent aanlopen. Een onbekende vrouw vergezelde haar.
-‘Ha Gerben. Heb je een nieuwe vriendin?’
Gerben lachte.
-‘Nee hoor, deze vriendin heb ik al heel lang.’
‘Ik legde Gijs uit dat je vriendinnen en vriendinnen hebt. Gerben heeft een vrouw maar daarnaast heeft hij ook een aantal vrouwen waar hij mee bevriend is. Die noem je vriendin. Als je niet getrouwd bent noem je je partner vaak ook “vriendin.” Maar je vriendin is dan iets anders dan ’n vriendin.
Op orgelles moest hij op een bepaalde manier improviseren. Hij deed het maar maakte daarbij een zeer ingewikkelde tegenmelodie. Hij moest het nog een keer doen maar nu wat eenvoudiger.
-‘Waarom moet ik eigenlijk op deze manier improviseren?’
-‘Als je niet af en toe een andere manier leert dan ga je steeds op dezelfde manier improviseren. Daar heb ik zelf ook last van.’
-‘Ja, ik improviseer eigenlijk altijd zo.’
Gijs begon ter plekke iets te spelen. Het klonk mooi, maar inderdaad: ik herkende, net als Gerben, zijn “stijl”
-‘Precies.’
Onderweg naar zijn huis maakte hij op een nieuw aangelegde grasmat vijf perfecte radslagen achter elkaar. Daarna ging hij zich weer een aantal keren opdrukken. Door de Veerpoort heen is niet zo interessant, leuker is het om over de wal heen te klimmen. En om daarna bij de trap over de leuning heen naar beneden te glijden. Ik wachtte even tot hij daarmee klaar was en liep toen door. Een heel eind achter me hoorde ik liedjes van Michael Jackson in de verder doodstille stad. De maansikkel was net onder de horizon verdwenen. Het was een mooie dag geweest.
