De tijd van Giotto en Marchettus van Padua (1300-1340)

Als je op bezoek bent in Padua dan moet je uiteraard naar de kerk waar Antonius van Padua begraven ligt. Voor de kerk zien we het beroemde ruiterstandbeeld van Donatello, het eerste sinds de Romeinse keizertijd. Maar het hoogtepunt is voor kunstliefhebbers een bezoek aan de Scrovegni kapel. Het bijbehorende paleis van de familie Scrovegni, gebouwd op de plek waar daarvoor een Romeinse Arena aanwezig was, is verdwenen. Maar de kapel staat er nog. Binnen bevindt zich een renaissancewonder van jewelste: prachtige fresco’s van Giotto. Geschilderd tussen 1303 en 1305. Toen werd de kapel ingewijd. En de muziek voor de inwijding werd verzorgd door Marchettus van Padua.

Marchettus van Padua en Giotto zijn een tijd lang in dienst geweest van dezelfde opdrachtgevers. In Padua hebben ze allebei hun bijdrage geleverd aan de Scrovegnikapel, Marchettus door muziek voor de inwijding te componeren. Tegen het eind van zijn leven was Marchettus van Padua in dienst van koning Robert van Napels, waar ook Giotto tien jaar daarna allerlei kunstwerken voor heeft gemaakt.

Tijdsbeeld

In wat voor een tijd leefden deze kunstenaars zo rond het jaar 1305? Het was nog 45 jaar voor de eerste grote desastreuze pestepidemie Europa in zijn greep kreeg. Kunst en cultuur bloeiden als nooit tevoren. Tenminste als je niet te veel vijanden had. Want die zaten er overal. Wilde je iets gedaan krijgen dan moest je vrienden hebben. Maar die vrienden hoorden bij een partij. Sommige families waren aanhangers van de welfen, andere van de ghibelijnen. De strijd tussen Welfen en Ghibelijnen in Italië doet denken aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten in de Noordelijke Nederlanden. Het gaat in de kern om familietwisten die uiteindelijk tot politieke twisten werden. Wie mag de bisschop benoemen? De Roomsduitse keizer Hendrik vond rond 1100 dat hij dat mocht. Maar Paus Gregorius VII vond dat híj de aangewezen persoon daarvoor was. Voor allebei ging het niet alleen om prestige, maar ook om macht. Bisschoppen waren namelijk ook territoriale heersers. Zowel de keizer als de paus wilde veel vrienden om zich heen hebben. Dus lobbyden ze bij de achterban. De al vaak bestaande conflicten tussen steden onderling maar ook tussen families binnen een stad werden daarbij gebruikt. De aanhangers van de paus werden welfen genoemd, die van de keizer ghibelijnen. Deze namen ontstonden overigens pas rond 1150. Maar de tegenstellingen bleven nog eeuwen bestaan. In Florence had je zelfs nog zwarte welfen en witte welfen. Als de ene familie aan de macht kwam werden alle aanhangers van de andere familie zonder pardon gevangen gezet of verbannen (zoals Petrarca en Boccaccio overkwam…)

Aan het begin van de veertiende eeuw gebeurde er iets dat uiteindelijk veel zaken zou beïnvloeden.  De Franse koning probeerde op zijn beurt óók steeds meer invloed te krijgen op het geestelijk leven. Hij speelde het spel anders. Hij schaarde zich regelrecht achter de paus. Daarmee zette hij de Rooms-Duitse keizer een hak. Maar de paus moest dan natuurlijk wel Fransgezind zijn. Dus ontvoerde hij paus Bonifatius VIII. Hij besloot hem na een tijd toch weer los te laten, kort daarna overleed deze paus. Zijn opvolger overleed eveneens binnen een jaar en daarna werd er een Fransman tot paus gekozen. Deze besloot uiteindelijk het hele hof te verplaatsen naar de Provence, naar Avignon. Tot 1377 bleef het hof daar en had de Franse koning veel in de melk te brokkelen in Italië. In de Provence was de koning van Napels de baas, en beiden sloten een alliantie. Deze koning, Robert van Anjou, was ongeveer even oud als Giotto en Marchettus van Padua. Hij staat bekend als de wijze koning.  De universiteit van Napels bloeide onder diens bescherming en trok studenten uit alle delen van Italië aan. Petrarca werd door hem gekroond als dichter in de Campidoglio in Rome (1341). Diens Latijnse epos “Afrika” is opgedragen aan de koning van Napels, hoewel het pas in 1397 werd uitgegeven, lang na zowel zijn eigen dood als die van koning Robert.  Petrarca herinnerde zich de koning als een beschaafde man en een genereuze mecenas, “uniek onder de koningen van onze dag”. Boccaccio noemde hem bij zijn dood, “een vriend van kennis en deugd.”

De Paus maakte deze koning tot pauselijk vicaris in Romagna en Toscane. Als leider van de partij van de welfen (de pausgezinden) had hij het herhaaldelijk aan de stok met de Ghibellijnse leiders in Noord-Italië, met name met de Visconti’s van Milaan. Robert’s prestige steeg verder toen in 1317 de paus hem tot senator van Rome benoemde, en vervolgens ook tot heer van Genua (1318-1334) en Brescia (1319). Vanaf 1317 benoemde de paus hem tot algemeen vicaris-generaal van het grootste deel van wat wij nu Italië noemen, als zijn permanente vertegenwoordiger tijdens zijn verblijf in Avignon.

Koning Robert kreeg de bijnaam “de vrede-maker van Italië”. In Napels liet hij prachtige gebouwen en beelden neerzetten. De stad veranderde van een vuile zeehaven in een stad van elegantie en middeleeuwse pracht. Giotto maakte verschillende kunstwerken voor hem, waarvan helaas niets meer is overgebleven.

In die periode kwamen in Noord-Italië steden als Padua, Bologna en Florence cultureel tot hoge bloei. In de eerste decennia van de 14e eeuw zijn kunstenaars als Giotto en Marchettus van Padua actief  in zowel Padua, Bologna, Florence als Napels. Ook dank zij de verplaatsing van het pauselijke hof was in die periode de culturele band met Frankrijk sterk.

Heel opvallend is het bijna tegelijkertijd ontstaan van “nieuwe muziek” in Frankrijk en Noord-Italië. Deze nieuwe kunst wordt ook wel “Ars Nova” genoemd. Marchettus van Padua is de belangrijkste theoreticus en waarschijnlijk ook componist, die nog voor Philippe de Vitry in Frankrijk zijn tractaten schrijft waarin hij de nieuwe stijl uitlegt.

Marchettus van Paduo (Marchetto da Padova)

marchettus van padua

Marchettus is geboren rond 1275 in Padua en waarschijnlijk overleden in 1319. Hij was zoon van een kleermaker. Eerst opgeleid aan de koorschool van de kathedraal kreeg hij later een aanstelling als zanger en docent. Slechts drie motetten kunnen met zekerheid aan hem worden toegeschreven: “Ave Regina celorum”, “Cetus inseraphici” en “Ave Corpus sanctum”. Andere mogelijke composities van hem zijn Iste formosus en Quis est iste.

Ik bespreek het “Ave Regina Celorum”.  Er klinken twee teksten door elkaar. De ene stem zingt een tekst, waarbij de beginletters van elk zinnetje samen de woorden “Marcum Paduanum” (Marchettus van Padua) vormen. Dit verschijnsel wordt acrostichon genoemd. Net als bij de beeldende kunst zien we hoe steeds meer componisten op een ludieke manier hun naam verwerken in de kunstwerken die ze maken. We horen de volgende tekst:

Mater innocencie,
Aula venustatis,
Rosa pudicicie,
Cella deitatis,
Vera lux mundicie,
Manna probatis,
Porta obediencie,
Arca pietatis,
Datrix indulgencie,
Virga puritatis,
Arbor fructus gracie,
Nostre prativitatis,
Virtus tue clementie,
Me solvat a peccatis
Moeder van onschuld,
Huis van schoonheid
Roos van bescheidenheid,
Goddelijke kamer,
Zuiver licht van de wereld,
Weldadig voedsel
Poort naar gehoorzaamheid
Ark van vroomheid,
Gever van genade,
Maagd van zuiverheid,
Boom vol genadevolle vruchten
Onze weide,
Kracht van mededogen,
Bevrijd me van mijn zonden

De bovenstem zingt intussen een andere tekst:

AVE regina celorum,
pia virgo tenella.
MARIA candens flos florum,
Christi(que) clausa cella
GRACIA que peccatorum
dira abstulit bella.
PLENA odore unguentorum,
stirpis David puella.
DOMINUS, rex angelorum
Te gignit, lucens stella
TECUM manens ut nostrorum
tolleret seva tela.
BENEDICTA mater morum,
nostre mortis medela.
TU signatus fons ortorum,
manna (das dulcinella,
IN te lucet) lux cunctorum
quo promo de te mella.
MULIERIBUS tu chorum
regis dulci viella,
ET vincula delictorum
frangis nobis rebella.
BENEDICTUS (futurorum)
ob nos potatus fella.
FRUCTUS dulcis quo iustorum
clare sonat cimella.
VENTRIS sibi parat thorum
nec in te corruptella.
TUI zelo febris horum
languescat animella.
Gegroet Koningin van de Hemel,
vrome en tedere maagd.
Maria blinkende bloeiende bloesem,
Die Christus draagt
Heb medelijden met ons zondaars
En ban oorlogen uit.
Heerlijk riekende zalf,
Vrouw die afstamt van David
Ik heer, koning van de engelen
schenk u een stralende ster
bij u blijvende om van ons
weg te nemen de zonden.
Gezegend zijt gij, moeder van zeden
Ons medicijn bij onze dood.
Uit u ontspringt een fontein,
Met zoet manna,
In u schijnt het licht voor allen
welke nuttigen uit u de honing.
Een reidans voor u van vrouwen
O koningin van de zoetklinkende vedel
En de keten van zonden
onze opstandigheid zal gebroken worden.
Gezegend (toekomstige)
Voor ons drinkt u het gif.
De zoete vrucht van de rechtvaardigen
klinkt helder en duidelijk.
Uw schoot noch uw inborst
Niets in u is bedorven.
Jaloezie en koortsige tijden
Uw ziel zal deze verslappen.

De vetgedrukte woorden vormen het grootste deel van het zogenaamde weesgegroetje: “Wees gegroet Maria, vol van genade, de heer zij met u. Gij zijt de gezegende van de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.” Daaromheen is dus een meer uitgebreide tekst geweven. Het is het loflied van de Aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria. Om deze reden denkt men dat het motet is gecomponeerd voor de wijding van de Scrovegni-kapel in Padua, op 25 maart 1305, feestdag van de annunciatie. Een derde stem  zingt in langere noten of wordt instrumentaal uitgevoerd en dient uitsluitend om de akkoorden te completeren.

P.S. als iemand mijn krakkemikkige vertaling vanuit het Latijn kan verbeteren dan houd ik me zeer aanbevolen!

In de jaren 1317 en 1318 schrijft  Marchettus zijn muzikale verhandelingen:  Lucidarium  en  Pomerium. De nieuwste inzichten met betrekking tot het onderverdelen van de noot en het omgaan met modi en chromatiek worden er in behandeld. Net iets eerder dan Philippe de Vitry hetzelfde zal doen in Frankrijk (1322) wordt zo de grondslag gelegd voor de Trecento stijl in Italië en de Ars Nova in Frankrijk.

Als we naar de muziek luisteren valt op hoe ver we afstaan van de logische woord-muziek relatie die er eerder was bij het Gregoriaans. De componisten zijn in deze tijd gefascineerd door het verschijnsel samenklank: consonant en dissonant. En het verschijnsel polyfonie, het door elkaar weven van melodieën. Hoe krijg je twee melodieën tegen elkaar aan zodanig dat het goed klinkt. Daar worden telkens nieuwe stappen voor gezet, er worden steeds nieuwe mogelijkheden ontdekt. Ondanks dat de tekst in een spelletje is verpakt blijft deze belangrijk. Maar je hoeft  niet te kunnen verstaan wat er wordt gezongen. Daarom vormt het ook geen probleem dat er twee verschillende teksten tegelijkertijd klinken. De relatie tussen tekst en muziek doet mij zeer gekunsteld aan. Woord- en melodie-accenten kloppen niet, ze gaan niet samen. Maar deze manier van componeren is meer dan een spelletje denk ik. Juist door er wetenschappelijke verhandelingen (Ars Nova) omheen te schrijven wordt het gelegitimeerd. En theologisch is de muziek in orde ondanks of juist dankzij de gekunsteld aandoende acrostichons. Zoals de bijbel wetenschappelijk wordt uitgelegd door de scholastici van die tijd. Het is een zoeken en zoeken. Je kunt het misschien vergelijken met het zoeken van Schönberg naar regels voor atonale muziek. Als je de consonant verlaat, en feitelijk het verschijnsel samenklank minder belangrijk maakt, wat heb je dan niet voor geweldige mogelijkheden! Lang leve de vrijheid. Maar wat ben je nu eigenlijk aan het doen? Schönberg formuleerde zijn twaalf-toonstheorie. Zoals Marchettus en Philippe de Vitry de regels van de Ars Nova formuleerden.

Maar waar je bij Schönberg niet naar de samenklank moet luisteren maar naar textuur, ritmiek, melodie, zo moet je bij Marchettus van Padua juist wél naar de samenklank luisteren, en daarnaast naar de polyfonie. En dus niet naar de tekst. De tekst is een soort spreuk, zoals voor de katholieken bij een ouderwetse Latijnse Mis voortdurend spreuken worden gesproken, onverstaanbaar, de priester met de rug naar de mensen, gericht naar het oosten en naar het altaar. De tekstinhoud is uiteraard belangrijk. Maar de tekst moet je gewoonweg “weten”. “Luisteren” doe je bij Marchettus naar het omhulsel, de samenklank en de polyfonie. Zoals de gewelven van een kerk of hooggelegen kapitelen schilderingen en beeldhouwwerk bevatten met een ingewikkeld theologisch schema, en tegelijkertijd zo ver af staan dat je ze nauwelijks kunt zien. Maar ze zijn er wel. Dat is genoeg. De kerk moet je ruimtelijk beleven, je moet genieten van de sfeer, van het omhulsel.
Als je naar onderstaande muziek luistert worden intussen beelden van fresco’s van Giotto van de Scrovegnikapel van Padua getoond. Een heerlijke combinatie. Waan je terug bij het moment van de inwijding van de kapel in 1305 toen iedereen zich tijdens het zingen van deze muziek vergaapte aan al dat moois van Giotto!

Een ander prachtig werk van Marchettus van Padua, is het “Ave Corpus Sanctum gloriosus Stefani, adolescens proto Martyr”.  Geschreven voor de feestdag van de eerste Christelijke martelaar Stefanus. Stefanus was een van de zeven Griekstalige joden die als diaken werd aangesteld om de apostelen bij te staan. Met zijn welbespraaktheid maakte hij vijanden. Hij werd beticht van godslastering en moest voor de hoge raad verschijnen. Daar hield hij een lange rede waarbij hij de joden verantwoordelijk hield voor de moord op Jezus, tot woede van zijn toehoorders. Toen blikte hij opwaarts en sprak: “ik zie de hemelen opengaan en de mensenzoon staan aan Gods rechterhand”. Dat had hij niet mogen zeggen. Maar hij is wel de eerste martelaar. Misschien ook wel debet aan de massale jodenvervolgingen sindsdien….

Dit muziekstuk klonk ook 27 december 2015 bij de laatste uitzending van “Echo van Eeuwigheid”. Het is een prachtig vierstemmig motet, alweer op twee teksten.

Er schijnen verder ook opvallende overeenkomsten te zijn tussen de tekst van eerder genoemd Ave Regina en de frescocyclus van Giotto. De kunstenaars hadden een vergelijkbare opdracht en hebben misschien zelfs samengewerkt. Ik heb die overeenkomsten nog niet weten te vinden. Verder dan dat Marchettus de opdracht kreeg om muziek te componeren op een dubbeltekst die gaat over de annunciatie, welke is uitgevoerd bij de inwijding van de kapel, en het gegeven dat Giotto de opdracht had gekregen om de kapel te voorzien van bijbelvoorstellingen, gaat naar mijn idee de samenhang niet. Ja, de annunciatie speelt ook een rol in de voorstellingen van Giotto. Zelfs prominent aanwezig, in het koorgedeelte van de kapel. Maar diepere verbanden heb ik nog niet kunnen ontwaren. Beide kunstenaars hebben elkaar ongetwijfeld gekend. De laatste paar jaren van zijn leven was Marchettus in dienst van koning Robert van Anjou, koning van Napels. In het gevolg van de koning op weg naar Avignon overleed hij in 1319.

Giotto

Giotto is geboren als zoon van een schaapsherder nabij Florence, in 1266, 1267 of 1277. Het verhaal gaat dat hij al op tienjarige leeftijd tijdens het schaapshoeden krijttekeningen maakte op rotsen. Op een dag zag de schilder Cimabue hem een schaap tekenen op een zo natuurlijke en volmaakte manier dat hij Giotto’s vader vroeg of de jongen zijn leerling mocht worden. Ook gaat het verhaal dat Giotto zonder verdere hulpmiddelen in één keer een perfect ronde cirkel kon tekenen.

Giotto wordt algemeen gezien als een van de meest baanbrekende schilders en wegbereiders van de renaissance.

cimabue en giottoKijk je naar de tronende Madonna van hem (rechts) of naar die van zijn meester Cimabue (links) dan zie je hoe Giotto al veel meer een echt perspectief kan weergeven en ook veel beter overweg kan met het schilderen van de plooien van een jurk. Zijn schilderingen zijn duidelijk driedimensionaal, en de gezichten en gebaren zijn gebaseerd op nauwkeurige observatie. Giotto heeft geschilderd in o.a. Florence, Assisië en Napels, maar nu beperk ik me even tot de magistrale fresco’s in de Scrovegnikapel van Padua, die hij waarschijnlijk ergens tussen 1303 en 1305 schilderde. Hij schilderde de lijdensweg van Jezus, episodes uit het leven van Maria, de zeven deugden en de zeven doodzonden. En je kunt niet heen om de grote afbeelding van het laatste oordeel, pontificaal in het westelijk deel van de kapel.

Hieronder drie van de fresco’s: de annunciatie, de geboorte van Jezus en de geboorte van Maria.

giotto annunciatie1giotto geboorte jezusgiotto geboorte van maria

Aan het eind van zijn leven werkte Giotto in Florence waar hij de koepel ontwierp van de Santa Maria del Fiore. Deze kwam pas jaren na zijn dood in 1337 af en er werd door de nieuwe bouwmeester Ghiberti behoorlijk afgeweken van de oorspronkelijke bouwplannen. Toch wordt Giotto ook om deze reden gezien als een belangrijk renaissancekunstenaar. Deze kerk wordt alom beschouwd als een doorbraak, doordat er terug wordt gegrepen op bouwstijlen uit de klassieke oudheid.

Klik hier om meer te lezen over Padua, Ravenna en andere steden in de overgang van middeleeuwen naar renaissance. In juni bezoek ik als het goed is Padua, voor de derde keer alweer. Nu ken ik ook de bijbehorende muziek. Ga ik zeker van te voren beluisteren. Ben ik even zeven eeuwen terug in de tijd…

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De tijd van Giotto en Marchettus van Padua (1300-1340)

  1. Pingback: Van Middeleeuwen naar Renaissance | Pieter Simons column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s