Adagio Cantabile

-‘Wat is dat toch een ontzettend mooi stuk!’ zo sprak Mike Boddé terwijl hij aan de piano zat. Hij ging zijn eigen bewerking spelen van het adagio cantabile uit de Sonate Pathétique van Ludwig van Beethoven.
-‘Kun je ook uitleggen waarom dat zo’n mooi stuk is?’ vroeg Paul Witteman.
-‘Nee, vraag dat maar aan Beethoven.’
Iedereen moest lachen. Mike Boddé speelde toen op zijn eigen muzikale manier een jazz-achtig vervolg op de eerste acht maten van het langzame middendeel van deze sonate.

Ik denk dat Mike Boddé best wel iets had kunnen zeggen waarom het zo’n mooi thema was, maar dat wilde hij nu niet. Zo kwam er een mystiek vleugje over het mysterie van de schoonheid van dit stuk te hangen, terwijl er best wel wat te vertellen valt over waarom dit thema zo mooi is. In ieder geval waarom het zo goed in mekaar zit en dat is denk ik al een belangrijke oorzaak waarom veel mensen dit stuk mooi vinden. Ik ga nu enkele dingen vertellen over de kracht van het thema. Die kracht zit hem volgens mij vooral in vier melodische aspecten, daarnaast zou je over nog meer dingen iets kunnen zeggen, zoals over de zetting, de ritmiek of de frasering. Maar ik beperk me tot de vier onderstaande observaties. De omcirkelde tonen in het eerste notenvoorbeeld zeggen iets over aspect 1, de rode noten en pijltjes iets over aspect 2 en de blauwe noten iets over aspect 3. Aspect vier krijgt een eigen notenvoorbeeld op het einde.

  • 1- De eerste toon die je in de bovenstem hoort is gelijk al raak en brengt je in de stemming, je hebt nog geen melodie of niks gehoord. Hoe kan dat? Heel simpel: de bovenstem begint op de terts! Een terts is een toon die veel meer gevoelswaarde heeft dan een grondtoon of een kwint. Vervang de eerste toon maar eens door de grondtoon. Ook de derde toon, de Eb als kwint heeft een meer speciale werking. Het effect van de gevoelswaarden van die twee tonen kun je goed horen als je ze vervangt door twee grondtonen zoals in onderstaand voorbeeld. De akkoorden blijven gelijk, het ritme blijft gelijk, maar de melodie verliest een belangrijk deel van zijn speciale lading.
  • 2- Vergeet niet hoe een bas de werking van de melodie kan beïnvloeden! In de eerste drie maten maakt de bas voortdurend een tegenbeweging met de melodie. Stel dat je de bas zodanig aanpast dat die tegenbeweging verandert in een gelijke beweging, dan voel je pas hoe belangrijk het contrapunt is in de werking van dit thema. De bas is zorgvuldig zo gekozen dat hij perfect past bij de lading van de melodie. Luister naar de aangepaste versie van deze eerste vier maten: zo is hij veel minder sterk.
  • 3- De melodie wordt in de nazin afgesloten met een prachtig verloop in drie etappes. (maat 5, maat 6 en maat 7-8). die drie etappes laten de dramatiek van een dalende kwint horen, die het geheel tegelijk heel evenwichtig maakt. Het begin van die dalende kwint zit in het einde van de voorzin, dat zit zo: de laatste noot van maat drie is tevens de hoogste noot van dit thema, een Bb. Deze Bb springt met een kwint naar beneden naar de laatste noot van de voorzin, de Eb. Deze dalende kwint vormt vervolgens de basis van het antwoord in de nazin, welk in de kern uit sequensen van dalende kwinten bestaat. Zie de in de kleur blauw weergegeven noten. Hiermee is er een sterke motivische band tussen voor-en nazin tot stand gekomen. Maar ook de dramatiek van die kwint zelf werkt heel sterk, in al zijn eenvoud. In onderstaand notenvoorbeeld eerst nogmaals het geheel (eerste acht maten), daarna nog een keer het geheel, maar de laatste vier maten in een aangepaste versie.

Luister naar de laatste – aangepaste – vier maten, waarbij deze motivische band ontbreekt, en luister ter vergelijking nog eens terug naar het origineel, het eerste notenvoorbeeld van dit artikel.

je hoort de laatste vier maten, vergelijk met de tweede regel van het origineel
  • 4. Dit aspect lijkt op het eerste gezicht niet zo bijzonder : de richting van de melodie. Maar het mag zeker toch worden vermeld: het is een melodie die je kunt nazingen en kunt onthouden, hij sluit aan bij een logisch gebruik van onze stem. In de kern kun je deze melodie reduceren tot vier motieven in de sopraan en vier motieven in de bas, die een wonderbaarlijke eenheid vormen, waarbij het interval van een kwart of kwint (blauwe pijltje) verbonden wordt door een secunde, dalend of stijgend (rode pijltje). Ook de gespiegelde octaafmotieven (groene pijltje) in de bas die de voor- en nazin verbinden vormen een onderdeel van dit prachtige plaatje.

Natuurlijk is er meer. Het tempo is belangrijk. Het mooie middenregister waarin de akkoorden klinken draagt veel bij aan de sfeer. En zo zijn er nog wat aspecten zoals het ritme. Er valt dus van alles over te vertellen. Maar vooral is het een prachtig stuk om je helemaal aan over te geven. Luister naar het hele deel uit deze sonate, gespeeld in een van mijn meest favoriete uitvoeringen.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in muziek en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.