Een driedelige sonate

Bij gebrek aan focus van je leerling kun je meerdere dingen doen: ongeduldig en of boos worden, proberen met trucjes de focus terug te krijgen, of meebewegen met de snel afgeleide leerling. Alle drie zou kunnen lukken. Het eerste doe ik af en toe als Gijs weer eens met zijn ogen van de partituur afdwaalt naar bijvoorbeeld het pedaal of het beeldscherm van de Hauptwerk computer. Ik spreek hem beslist toe en pak zijn hand en laat die wijzen naar de plek waar we bezig waren met de oefening. Ook de andere technieken pas ik soms toe. Zijn leraar liep er bij de orgelles ook weer tegen aan.

-‘Wat moest je doen?’ Dat was de eerste vraag die de docent hem stelde toen hij op de orgelbank gezeten nieuwsgierig naar de registerknoppen keek. Gijs:
-‘O, koppelingen, leuk.’ Hij begon enkele koppelingen uit te trekken. Zijn leraar liet hem even zijn gang gaan. Heel uitzonderlijk, want tot nu toe mocht hij daar nooit uit zich zelf aan komen. Toen herhaalde hij zijn vraag:
-‘Wat moest je doen?’ Ik kon zijn blik niet zien want ik zat achteraf, op een plek waar ik eigenlijk alleen maar het grootste deel van de conversatie auditief kon volgen, maar aangevuld met de orgelklanken kon ik aardig afleiden wat er allemaal gezegd werd. Ik denk dat zijn docent inmiddels wees naar wat er in het schrift stond.
-‘O ja, 8a.’
-‘Laat maar eens horen.’

Er klonk een A, maar niet in het goede register. Daarna kwam weer een A, in een ander register. Moeizaam speelde hij drie noten.
-‘Laat nu 8c eens horen.’ Hetzelfde verhaal. Na twee noten zei Gijs:
-‘Ken je dit?’ en hij speelde een leuk deuntje.
-‘Waar waren we ook al weer mee bezig?’
-‘O ja. Die basnoten.’
-Wijs eens aan wat je net speelde?’

Gijs wees het waarschijnlijk aan. Toen gooide zijn docent het over een andere boeg. Hoe zou Gijs gefocust kunnen blijven op wat daar stond in die bassleutel van die oefening. Het was een oefening met vrijwel uitsluitend sprongen, dat om hem te dwingen elke noot opnieuw te lezen en niet meer te gaan raden naar iets dat hij logisch zou vinden.
-‘Speel het nog maar een keer, maar dan met akkoorden.’
-‘Dat is een makkie.’
-‘Dat zou nog wel eens tegen kunnen vallen denk ik.’
Gijs begon te spelen, links de basnoten, rechts zelfverzonnen akkoorden. Nou zeg. Hij speelde nu zonder te stoppen de hele baslijn door tot het einde. Omdat er akkoorden bij moesten moest hij bij de les blijven. Op enkele foutjes na speelde hij de bas goed, en de akkoorden erbij waren muzikaal gevonden.

-‘Je kun er ook een bepaald ritme aan geven.’ De docent deed iets voor. Nu was het gelijk muziek. Gijs ging hier zonder aarzelen in mee.
-‘En nu mag je zelf een baslijn verzinnen en daar ook akkoorden bij spelen.’
Gijs ging onmiddellijk weer aan de slag. Ook daar kwam een leuk ritme bij, en vanwege de eenheid moest hij dat wel meer consequent tot het einde blijven spelen. De docent bleef met korte aanwijzingen tussendoor zijn eisen stellen.

-‘Nu maken we er een echt muziekstuk van. Jij gaat een sonate verzinnen die uit drie delen bestaat. Het eerste deel zou iets dergelijks kunnen zijn.’
Er klonk een fragment van een begin van een soort baroksonate. En zo speelde hij ook een stukje van een langzaam deel, en tot slot een snel slotdeel.

-‘Iets dergelijks mag je oefenen en als het echt goed klinkt dan gaan we er in de kerk een opname van maken.’
-‘Waw, Gijs hoor je dat? Je mag een eigen stuk maken met drie delen dat ook wordt opgenomen, hier in de kerk, als het goed genoeg klinkt!’ De les was afgelopen en ik was naar mijn kleinzoon toe gelopen. Gelukkig had ik het een en ander kunnen opnemen.

De volgende dag was Gijs weer bij mij en ik nam samen met hem het huiswerk door, ik vertelde hem nog een keer wat zijn docent tegen hem gezegd had. Nee hoor, hij hoefde mijn opname die ik die dag tevoren gemaakt had niet te horen, het leek hem totaal niet te interesseren.
-‘Kom gaan we naar boven’, zei hij. Dan ga ik een sonate van drie delen spelen!
Ik ging met hem mee. Maar hij wilde het eerste deel heel anders doen dan zijn leraar had voorgesteld. Het moest zo vond hij een machtig intro zijn. Dus hij laadde de demoversie van het Cavaillé-Coll orgel van Caen. Het intro begon inderdaad heel machtig, maar ik vond het veel te lang.
-‘Gijs, je moet het stuk ook onthouden, je moet het vaker achter elkaar kunnen spelen en dan moet het steeds ongeveer hetzelfde zijn.’
-‘Oké.’ Hij begon het onmiddellijk nog een keer te spelen, maar maakte er nu veel eerder een einde aan. Zo ging het ook met het tweede en derde deel. Vooral het derde deel leek aardig op het voorbeeld van zijn docent. Het begint al wat te worden!

De aanpak van de docent werkte en was tegelijk ook motiverend. Uiteindelijk kwam het vanuit eerst het spelen van slechts die ene gekke bas waar geen focus op te maken viel, tot opeens het verzinnen van een complete driedelige sonate!

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Een driedelige sonate

  1. Nely Spijker zegt:

    Ik hebl veel bewondering voor de docent. Wat heeftie man een hoop geduld.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.