Max Reger

Het is dit jaar 150 jaar geleden dat de componist Max Reger is geboren. Max Reger schreef voor alle mogelijke bezettingen, maar hij is het meest bekend bij organisten. Het César Franck-jaar wordt voor de liefhebbers van orgelmuziek dit jaar opgevolgd door een Max Reger-jaar.

Max Reger is niet oud geworden, slechts 43 jaar, en zijn manier van leven doet me denken aan dat van Mozart. Hij dronk veel, sliep slecht, vierde vaak feest met vrienden maar ondanks al die dingen schreef hij ongelooflijk veel muziek. Als je leest hoeveel werk hij in al die jaren verstouwde, maar ook hoe makkelijk hij componeerde, dan moet je alleen al daarom denken aan Mozart. Er zijn werken van hem die hij zonder enige vorm van doorstrepen of verbeteren gelijk in het net schreef. Zijn hoofd was vol muziek, hij had alles al in zijn hoofd zitten zo gauw hij ging componeren. Vlak voor zijn dood lukte dat niet meer. Hij klaagde bij een vriend dat zijn muzikale voorstellingsvermogen sterk achteruit was gegaan. Dat zal waarschijnlijk te wijten zijn geweest aan zijn overmatige alcoholgebruik.

Max Reger is geboren op 19 maart 1873 in Brand (Opper-Palts) en overleden op 11 mei 1916 in Leipzig. Het gezin verhuisde al snel naar Meiningen, een stad niet zo ver af van de geboorteplaats Brand. Max was zoon van de onderwijzer Joseph Reger en zijn vrouw Philomena Reichenberger.  Allebei zijn ouders waren muzikaal en speelden instrumenten: zijn moeder speelde piano, zijn vader naast piano ook altviool en bij voorkeur speelde hij op zijn contrabas. Na met piano begonnen te zijn ging de jonge Max op elfjarige leeftijd ook orgel spelen en kreeg hij les van de voortreffelijke organist van het stadje waar hij woonde. De lessen gingen zo voorspoedig dat hij al heel snel deze man af en toe mocht vervangen bij de katholieke  diensten. Op 15-jarige leeftijd woonde hij de Bayreuther Festspiele bij. Dat maakte zo’n grote indruk dat hij besloot tegen de wens van zijn vader in om muzikant te worden. Een van zijn eerste composities stuurde hij op naar Hugo Riemann, die toen les gaf in Sondershausen. Deze zag wel wat in hem en hij mocht naar het conservatorium aldaar. Toen Riemann les ging geven in Wiesbaden volgde Max zijn docent. En zijn muzikantenspel viel daar zo op dat het hem aan dat Conservatorium een baan opleverde als docent piano en orgel. Hij had dus opeens geld, maar studeerde intussen ook nog, en dat ging dus niet goed samen. Hij sloeg aan het zuipen en feesten en verbraste al zijn inkomsten, binnen de kortste keren zat hij zwaar in de schulden. Toen moest hij in militaire dienst, en dat vond hij verschrikkelijk. Hij raakte alles bij elkaar zwaar depressief en ging van lieverlee nog meer drinken. Uiteindelijk wist een zus hem terug naar zijn ouderlijk huis te halen. Hij stopte daar met drinken en ging nu vooral componeren. Maar niet gewoon, nee hij componeerde als een bezetene. Later noemde hij zijn Wiesbaden-jaren zijn “Sturm und Trankzeit”. In 1901 verhuisde hij naar München, waar hij hoopte op meer muzikale prikkels dan in de Opper-Palts. In 1902 trouwde Reger met de gescheiden protestantse Elsa von Bercken, die hij in 1893 in Wiesbaden had ontmoet, maar in München weer tegenkwam. Het protestantse huwelijk vond plaats op 7 december 1902 in Bad Boll en resulteerde in zijn katholieke excommunicatie. Zowel als componist als concertpianist was Reger ook in deze tijd weer uiterst productief. In 1905 werd hij benoemd tot Rheinbergers opvolger aan de Koninklijke Academie voor Muziek in München, maar legde een jaar later zijn functie neer vanwege onenigheid met het overwegend conservatieve onderwijzend personeel. Tijdens een concertverblijf in Karlsruhe in 1907 kreeg Reger een aanstelling als muziekdirecteur van de universiteit en tegelijk als professor aan het Koninklijk Conservatorium in Leipzig. Onder zijn leerlingen waren veel studenten die naderhand beroemd werden, zoals Erwin Schulhoff. Maar al na een jaar legde hij de functie van muziekdirecteur neer. In plaats daarvan werd hij in 1911 hofkapelmeester bij het beroemde hoforkest van Meiningen, wat al jaren een vurige wens van hem was. Hij bleef wel nog lesgeven aan het conservatorium van Leipzig. Vanaf 1906 begon hij weer opnieuw te drinken. Ook de grote werkdruk, ontstaan door het tegelijkertijd lesgeven en tussentijds toeren, eiste zijn tol. De concertreizen die hij maakte gingen zelfs tot Sint Petersburg.

Reger is naderhand vooral beroemd geworden door zijn composities voor het orgel. Al tijdens zijn verblijf in Wiesbaden, hoewel hij zelf “katholiek tot in zijn vingertoppen” was, had hij een speciale affiniteit voor protestantse koralen ontwikkeld, wat hem verbond met zijn grote rolmodel Johann Sebastian Bach. Reger herontdekte de oude barokgenres koraal, preludium, fantasie, fuga en passacaglia en ontwikkelde ze verder. Bijzonder opmerkelijk zijn de gedurfde koraalfantasieën. Zijn compositiestijl werd ook beïnvloed door zijn vriendschap met de Thomas-organist en later Thomaskantor Karl Straube in Leipzig. Via hem maakte Reger kennis met de grootste en modernste orgels van die tijd, met hun veelzijdige speelhulpmiddelen. Zijn orgelwerken vereisen vaak het gebruik van de technische mogelijkheden van deze orgels zoals bijvoorbeeld het maken van een groot dynamisch verloop. Hij heeft ook belangrijke bijdragen geleverd op het gebied van kamermuziek, zo schreef hij stukken voor strijkersolo, zang-, koor- en ook orkestmuziek.

Terwijl Regers formele bronnen in de barok liggen, staat zijn klank meer in de traditie van Brahms en Liszt. Hij waardeerde ook Richard Wagner, wiens Parsifal hem ooit had overgehaald om musicus te worden, maar verklaarde: “De Brahms-mist zal blijven – ik verkies het boven de verzengende hitte van Wagner.” Daarnaast wordt Reger ook beschouwd als de vervolmaker van de ‘chromatische polyfonie’, die ooit door zijn rolmodel Bach werd gecultiveerd. De zestienjarige Reger zou zelf hebben gezegd dat er “geen heel groot verschil” was tussen harmonie en contrapunt. Een hele reeks werken kenmerkt zich door een aanzienlijke uitbreiding van de tonaliteit (waaronder de Symfonische Fantasie en Fuga op. 57 en vooral het Vioolconcert op. 101). Veel van zijn composities worden omschreven als technisch zeer moeilijk. Hij wist de variatietechniek opnieuw op een zeer grote hoogte te brengen. De variaties in Fis mineur op een eigen thema (op. 73) en de Bach Variaties (op. 81) zijn volgens kenners alleen vergelijkbaar met de Goldberg Variaties van Bach, de Diabelli Variations van Beethoven of de Paganini Variations van Brahms. Hij componeerde voor zijn vriend Beckmann “Introduction, Passacaglia en Fuga in e mineur op. 127”, voor bij de inhuldiging van het grootste orgel ter wereld van dat moment, het orgel in de Centennial Hall in Wroclaw.

Reger had in de componistenwereld veel vijanden. Ook zijn voormalige compositieleraar Hugo Riemann formuleerde toen zijn student was vertrokken een vernietigend oordeel over Regers werk. Hij vond dat zijn stukken veel te moeilijk en modern waren. Om een beetje een idee te krijgen van vooral zijn chromatische nieuwlichterij, waardoor hij door tijdgenoten werd verguisd, kun je luisteren naar bijvoorbeeld zijn cellosonate uit 1903. Hij was toen dertig jaar oud. Ik begrijp waarom hij werd verguisd. Het stuk is nog wel tonaal, je kunt het van A tot Z van akkoordsymbolen voorzien, maar ritmisch is het erg ingewikkeld en de akkoordopeenvolgingen zijn voor de luisteraar nauwelijks te volgen, zo snel verandert alles. Ook thematisch is er weinig houvast. Reger laat je in dergelijke composities op alle mogelijke manieren “zweven.” Kleine stukjes kun je er uit lichten en die pakken je, maar het is zo kortstondig…

De vijftienjarige Sergej Prokofjev zat in het publiek toen Reger in 1906 in Sint-Petersburg zijn Serenade in G majeur (op. 95) dirigeerde. Prokofjev zei jaren later dat hij gefascineerd was door het  werk. Stravinsky vond zijn muziek net zo weerzinwekkend als het optreden van de componist zelf. (Reger zwaaide nogal met zijn armen als dirigent…)  Reger had daarentegen wel een grote invloed op leden van de Tweede Weense School, zoals op Schönberg. Dat begrijp ik volkomen. Ook Schönberg geeft je weinig houvast. Daarbij is zijn muziek ook nog eens erg vet gezet en complex van textuur en structuur. Ik heb het idee dat ik de meeste werken van Schönberg echter na enkele keren horen begrijp en me mee kan laten voeren. Eigenlijk is dat met veel werken die Reger in het begin van de twintigste eeuw schreef veel moeilijker. Toch werden vanaf 1920, dus pas na zijn dood, veel van zijn werken regelmatig gespeeld. Paul Hindemith zei in een interview met Reger-biograaf Helmut Wirth: “Max Reger was de laatste reus in de muziek. Ik kan niet zonder hem denken.”

In 1914 was Reger al een keer ingestort, hij kon slechts moeizaam in een trein worden geholpen en werd toen naar Meiningen gebracht. In een sanatorium probeerde hij weer bij te komen. Daarna verhuisde hij naar Jena, een veel rustiger stad. Begin 1916 voelde hij zijn einde naderen en schreef zijn testament, intussen schreef hij koortsachtig nog steeds allerlei muziekstukken. Bij een concertreis in Nederland ontmoette hij een Weense priester en vroeg of die hem de biecht wilde afnemen. Hij had zijn katholieke opvoeding dus nog niet helemaal afgezworen. Iets eerder schreef hij “8 Geistliche Gesänge op. 138.” In 1916 stierf hij na een avond zuipen en overmatig eten in een hotel in Leipzig aan een hartverlamming, terwijl hij de proefdruk van deze Geistliche Gesänge bestudeerde. De partituur lag opengeslagen bij het eerste lied, met de titel: “Der Mensch lebt und bestehet nur eine kleine Zeit, und alle Welt vergeht mit ihrer Herrlichkeit”. Het lijkt wel of hij zelf zo zijn einde heeft geregisseerd.. Het Calmus ensemble uit Leipzig vertolkt dit lied in deze prachtige opname:

De cyclus eindigt met een geloofsbelijdenis. Van begin tot einde horen we een simpele koraalzetting, de tekst kun je daardoor uitstekend volgen.

Het is heel opvallend hoe meer componisten vlak voor hun dood veel doorzichtiger en eenvoudiger gaan componeren. Ik denk aan Liszt, aan Schönberg, aan Strawinsky. Maar dus ook aan Reger. In dezelfde tijd dat hij deze eenvoudige liederen schreef maakte hij ook 30 eenvoudige koraalvoorspelen voor orgel. Mijn oudste kleinzoon van negen jaar gaat deze week het eerste koraalvoorspel van deze cyclus beluisteren en dan proberen om dat op zijn gehoor na te spelen.

Hierboven een kaart van een deel van Duitsland. De kruisjes wijzen naar de plaatsen waar Reger gewoond en/of gewerkt heeft. In Meiningen kreeg hij zijn eerste orgellessen en daar woonden ook zijn ouders. Later (in zijn Leipziger periode) werd hij daar ook dirigent aan het hoforkest. In Sondershausen en daarna in Wiesbaden zat hij op het conservatorium en had hij les van onder meer Hugo Riemann, in Wiesbaden gaf hij zelf ook piano- en orgelles. In München ontmoette hij zijn vrouw en later werd hij daar ook directeur van het conservatorium en ging er les geven. Daarna werd hij in Leipzig directeur en docent. Aan het einde van zijn leven verhuisde hij naar Jena.

Ik ben van plan dit jaar wat meer muziek van hem te gaan beluisteren, liefst ook live. Ik kende hem wel en vond zijn muziek vooral ingewikkeld en ondoorzichtig. Maar ik ben er nu al achter dat er nog heel wat te ontdekken valt. Voor mij pleit het dat hij “ruzie” kreeg met Hugo Riemann. Zijn muziektheorieboeken heb ik tijdens mijn eigen studie moeten bestuderen en ik vond ze verschrikkelijk. Ze waren vooral heel erg ouderwets, en dan niet met een Duitse degelijkheid die ik misschien nog wel had kunnen waarderen. Reger geeft in zijn composities vooral een nieuwe dimensie aan Bach, alleen al daarom is hij de moeite van het beluisteren waard. Hieronder een voorbeeld, zijn preludium en fuga op de naam B A C H opus 46. Het werk is minstens net zo groots van opzet als de meeste preludium-fuga-combinaties van Bach zelf. Als je noten kunt lezen heb je erg veel steun aan de partituur, het thema is vrijwel overal steeds aanwezig. Het stuk zegt in één lange ademteug: Bach! Maar tegelijk dus ook: Reger!

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, muziek en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.