Kraters en bergen op de maan

Probeer je eens voor te stellen: je hebt bijna elke dag een strakblauwe lucht en ’s nachts een pikzwarte hemel met ongelooflijk veel sterren, je hebt  geen enkele vorm van luchtvervuiling, en het is ook nog eens pikkedonker omdat er geen enkele vorm van verlichting is. En dat heb je dan vlak bij je huis. Waar moet je dan in godsnaam zijn?

Ik weet een uitstekende plek: in Italië bij het huis van Galileo Galilei. Maar dan wel in zijn tijd, zo rond het jaar 1600. Galilei had voor het eerst een telescoop in handen waar je dingen mee zag die nog nooit iemand had gezien. En hij was ook nog natuur- en wiskundige met  niet alleen bijzonder veel kennis, maar vooral ook met een goed verstand. Wat een sensatie moet hij gevoeld hebben! Er gingen opeens compleet nieuwe werelden voor hem open. Hij ging nadenken, redeneren, observeren, meten, rekenen. En wat hij beredeneerde bleek wiskundig te kloppen.

In het belangrijkste geschrift van Galileo Galilei, Siderius Nuncius,  zien we hoe hij dagelijks waarnemingen optekent. Ook de maan onderzoekt hij nauwkeurig. Hij ontdekt dat je zelfs de hoogte van de zichtbare kraters kunt uitrekenen. Ik citeer een fragment van zijn observaties:

´Op de vierde of vijfde dag na nieuwe maan loopt de terminus die het donkere van het lichte gedeelte scheidt, niet netjes volgens een gebogen lijn, zoals bij een perfect ronde bol. Ze vormt een ongelijke, hoekige en soms golvende lijn. Er zijn ook tal van zwartige vlekken die helemaal van het donkere gescheiden zijn. Ze hebben allemaal de zwarte vlekken in de richting van de zon gekeerd. Een zeer gelijkaardige aanblik hebben we op aarde rond zonsopkomst in de bergen als de vallei nog in de schaduw ligt maar de bergen aan de kant tegenover de zon al stralend gloeien. En zoals de schaduwen in de dalen op aarde kleiner worden naargelang de zon hoger klimt, zo verliezen ook deze maanvlekken bij het groeien van het lichte gedeelte hun duisternis.

De gehele beschrijving gaat nog verder en omvat meerdere pagina’s waarbij hij telkens tekeningen maakt van wat hij ziet. Hij blijkt in staat om zelfs de hoogte van de bergen op de maan te kunnen meten. Door nu enkele maanden lang al zijn waarnemingen nauwkeurig op te tekenen (de enkele dag die hij mist omdat het bewolkt is haalt hij de volgende maand weer in) kan hij van het zichtbare deel van de maan een gedetailleerde reliëfkaart maken. Hij gaat zelfs nog verder: omdat hij weet hoe hoog alle bergen zijn zou je de maan zo ook driedimensionaal kunnen laten namaken, waarbij de voor ons zichtbare helft van de bol vol staat met kraters en uitstulpingen. Hij geeft opdracht om zo’n maquette te laten maken, maar door allerlei oorzaken komt dat er niet van

In Nederland zou dat in deze tijd een stuk moeilijker zijn geweest. Er zijn dan wel veel betere telescopen dan toen, maar hoeveel nachten achter elkaar is het hier helder? En o jee, die licht- en luchtvervuiling. In Drenthe op de hei dan? Je zou er meer dan een jaar moeten bivakkeren om genoeg ideale nachten te hebben om zo’n kaart te kunnen maken. Maar goed. Dat is allemaal niet meer nodig. In Chili staan op onherbergzame bergtoppen geweldige telescopen. En we hebben natuurlijk de Hubble telescoop die zijn plaatjes maakt vanuit een satelliet.

Waarom moet je zoveel dagen waarnemingen doen? Alleen dat deel van de maan dat zich aan de rand bevindt welke aan het afnemen of toenemen is, dat verraadt zijn geheimen. En elke heldere nacht wordt er zo een nieuw geheim ontfutseld. Bij wassende maan staat de maan aan de avondhemel, de eerste sikkel zie je dan vlak na zonsondergang. Elke dag komt hij een uur later op. Bij volle maan prijkt hij de hele nacht aan de hemel. Daarna, bij afnemende maan moet je ’s avonds een tijd wachten voor hij in het oosten opkomt, en worden het steeds meer de nachtelijke en vroege ochtenduren dat je hem kunt zien. Galilei zal in de tijd van zijn waarnemingen weinig geslapen hebben, want hij maakte ook nog eens tekeningen van wat hij zag door zijn telescoop. Ik heb dat zelf ook enkele nachten gedaan. Niet met een telescoop en tekenboek, maar met de telelens van mijn fotocamera, die het daarna makkelijk voor me vastlegde. Waarschijnlijk zijn mijn beelden iets minder spectaculair dan wat Galilei zag. Maar als ik zo’n foto heb gemaakt en die bekijk, dan voel ik opnieuw iets van de sensatie zoals hij dat gevoeld moet hebben.

Hieronder zes foto’s die ik zelf maakte. Twee keer zie je wassende maan, een keer vrijwel volle maan, drie keer afnemende maan. Op elke foto zie je een nieuw stuk reliëf. Om een volledig plaatje te krijgen zoals Galilei dat kreeg moet je minstens 24 foto’s maken.

maan-01maan-02maan-04maan-05maan-07maan-09

Ik vertelde hoe Galilei de zwarte vlekken in de tegenovergestelde richting als het zonlicht als schaduwen verklaarde. Hij zag dus zoiets: (onderstaande foto is een detail van de een na laatste foto)

maan-07a

Het boek Siderius Nuntius is samen met een belangrijke brief van Galileo, en voorzien van inleiding en commentaar, onlangs in het Nederlands uitgegeven onder de titel “Kijker, Kerk en Kosmos”. 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Astronomie, Geschiedenis en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Kraters en bergen op de maan

  1. Nely zegt:

    Fascinerend. Prachtig verteld en hele mooie foto’s.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s