Damesvoetbal

De vorige week was er nog geen school en was mijn oudste kleinzoon een hele dag alleen bij mij. Hij kan heel goed alleen spelen maar op een gegeven moment wil hij dan toch iets samen met mij doen.
-‘Opa, zullen we samen voetballen?’
Ik vond het een goed idee en ik was van plan om me helemaal aan zijn spelregels te houden. Ik moest keeper zijn. Dat betekende dat ik geen doelpunten kon maken dus ik schopte de bal gehoorzaam iedere keer zijn kant op. Hij becommentarieerde zijn eigen spel en zijn ingenieuze dribbels als een volwaardige commentator. Eerst was het Feijenoord dat ging winnen, een tijd later het Nederlandse dames elftal. Hij was opeens Anouk Dekker en schoot regelmatig raak. Midden in het spel toen de bal achter de achterlijn was gekomen liep hij al zingende verder en was blijkbaar zonder de keeper te verwittigen gestopt. Ik nam aan dat het spel was afgelopen.

’s Middags gingen we naar de speeltuin in de hoop daar lieve meisjes tegen te komen. Onderweg bracht ik het thema “kleine kindjes” ter sprake. Ik zei: ‘als je een baby ziet dan moet je “hé een baby” zeggen, meer niet. Geen gekke gezichten trekken, geen gekke geluiden maken en er ook niet op af lopen.’ Hij was even stil. Ik vroeg of hij dat snapte. ‘Ja hoor’, zei hij. ‘Wat zeg je dan als je een klein kindje ziet?’ vroeg ik nogmaals. ‘Hé, een baby. Een moment later: ‘dat kan ik goed oefenen in de speeltuin hè opa. De speeltuin is eigenlijk een soort oefenplek.’
Geweldig. Hij wil het graag leren maar het is zo moeilijk. Er waren geen baby’s en helaas ook geen lieve meisjes. Na een tijdje kwamen er twee jongens, van schat ik 14 en 12 jaar oud met een voetbal. Zij gingen voetballen.
-‘Mag ik mee doen?’
Ik riep nog dat ik dat niet zo’n goed idee vond want die jongens waren toch veel groter maar hij was al bij hen. Hij mocht mee doen. Met enige verbazing zag ik dat hij best wel aardig dribbelde maar toen begon hij luidkeels te vertellen dat ze het Nederlands dameselftal waren en het tafereel van die ochtend leek zich te gaan herhalen. Met dat verschil dat er nu geen keeper was. Ik zag hoe de jongens hun best deden, waarschijnlijk omdat ik in de buurt was. Mijn kleinzoon liep intussen te roepen, het spel te becommentariëren en zich zelf aan te moedigen. Ik liet het spel zo’n kwartier doorgaan. Toen riep ik hem bij me.
-‘Ik denk dat de jongens nu wel een keer alleen willen spelen. Zij zijn veel groter en zij kunnen al veel beter voetballen.’
Hij leek het te snappen, kwam naar me toe. Vanaf de schommel zag hij even later dat er een andere opa met een kleinkind van ongeveer anderhalf jaar was aangekomen. Onmiddellijk trok hij zijn ouderwetse babygezicht en begon weer vreemde geluiden te maken.
-‘Oefenen!’ zei ik tegen hem.
-‘Hé, een baby’. Zijn gezicht ontspande.
‘Wat kun jij goed oefenen zeg!’ Ik prees hem de hemel in. Thuis gingen we pannenkoeken bakken. Hij mocht het beslag roeren en het spek in de pan doen. Daarna ging hij met Anouk Dekker spelen.

marlies dekker

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme, pedagogiek en onderwijs en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.