Spelend leren

Mijn jongste kleinkind van drie is zo trots als een pauw dat ze zich zelf al kan aankleden. Bij mij op schoot doet ze wel tien keer de rits van mijn vest op en neer. Niet omdat ze wil leren hoe je een vest aan of uit moet doen. Het is vooral een spel.

Mijn oudste kleinzoon van zes vindt aan- en uitkleden nog steeds erg moeilijk en moet bij veel dingen geholpen worden. Door zijn vroeggeboorte, en wellicht ook door zijn autisme, is zijn motoriek niet goed ontwikkeld. Maar soms leert hij dan op dat gebied toch ook weer heel snel. Zo leerde hij snel zijn evenwicht te bewaren op een loopfiets en ook het fietsen zelf had hij vlug onder de knie. Maar in zijn handen en vingers heeft hij weinig kracht. Kneden met een balletje klei is voor hem nog steeds erg moeilijk. En een stukje van een jas vasthouden en tegelijk met de andere hand aan de rits trekken, dat lukt hem nog steeds bijna niet. En omdat hij het zo moeilijk vindt wil hij het liever ook niet doen.

Zo is het soms wonderlijk hoe kinderen leren, en ook hoe verschillend dat kan zijn. Cognitief leert mijn oudste kleinzoon in eerste instantie  vooral vanuit nieuwsgierigheid en vanuit (meestal tijdelijke) fascinaties. De voornaamste fascinaties van de afgelopen jaren waren: “planeten, sterren en alles rond het heelal”, “treinen en alles wat daar weer mee te maken heeft”, “landkaarten, landen en vlaggen van landen”, ”alles rond het koninklijk huis met het accent op het wedervaren van Willem- Alexander en Maxima”, “zingen en piano spelen van telkens weer andere repertoire dat hem dan boeit.” De treinen-fascinatie staat tegenwoordig op een laag pitje, ook het heelal is minder in trek, zodat vooral de laatste drie fascinaties elkaar steeds afwisselen. En hoe leert hij daarbij? Dat gaat eigenlijk steeds op vergelijkbare manieren. Boeken en filmpjes over het heelal ging hij vroeger al naspelen. Nog steeds doet hij dat af en toe, en hij laat daarbij zien dat hij de kennis die hij daarbij ooit heeft opgedaan nog steeds beheerst. Hij ligt dan boven op ons bed op zijn rug te turen op een krater van de maan en ziet dan Proxima Centauri. Maar hij weet ook alles van higgs-deeltje tot atomen, van bacteriën tot reuzensterren, van Oort-wolken tot melkwegstelsels. Hij heeft er een duidelijk beeld van. Als kind van twee jaar vielen hem al dingen op over de stand van de zon, maar ook hoe huizen steeds kleiner worden als je er steeds verder van af staat. Zo kan hij de grote lijnen van de dingen van klein naar groot voor zich zelf inzichtelijk maken. En hij onthoudt intussen ook nog eens alle namen. De namen van alle planeten en dwergplaneten, maar ook van veel van hun manen. Hij weet dat Ganymedes de grootste maan is, nog groter dan bijvoorbeeld Pluto. Dat zal hij waarschijnlijk zijn hele leven blijven onthouden omdat gedurende een bepaalde tijd deze dingen hem zo sterk fascineerden. Ook de kleur van de sterren in relatie met hun temperatuur, dat is voor hem gesneden koek. Zo vroeg hij deze week weer een keer naar de bekende weg:
–‘Opa, Rigel. Hoe dichtbij kun je daar komen?’
Hij weet dat Rigel een blauwe ster is, een ster van de allerwarmste categorie en dat het antwoord dus zal zijn dat je daar misschien wel duizend kilometer bij uit de buurt moet blijven. Dat moet ik dan voor hem weer een keer herhalen. Als hij de balletjes opeens weer ziet liggen, waar hij vroeger veel mee speelde, dan gaat hij weer een rijtje leggen. Toch weer net anders dan anders.
–‘Kijk opa, dit zijn allemaal sterren met exo-planeten. Die moeten nog ontdekt worden. Is er ergens anders leven opa?’
Ik denk niet dat hij hoopt dat er intussen ergens anders leven is ontdekt, hij vraagt gewoon naar bevestiging van iets dat hij al lang weet.

Het meest fascinerend voor mij is hoe hij om gaat met muziek. Hij weet nu al heel lang wat noten zijn. Maar wil nog steeds niet echt van mij leren hoe dat precies werkt. Als ik een kleine poging in die richting doe haakt hij snel af. En dat laat ik op dit moment maar zo. Afgelopen week vroeg hij:
-‘Opa waar is Bach?’
Ik was even verwonderd maar ik vermoedde wat hij bedoelde.
-‘Wat wil je precies van Bach?’
– ‘De Air van Bach. ’
-‘O, je wilt de noten.’
Ik zette een muziekblad met een vereenvoudigde pianoversie van de Air van Bach op de lessenaar van de piano. Hij begon te spelen en ik zag dat hij al spelende herhaaldelijk naar de partituur keek. Hij zal vast iets mee gekregen hebben over de relatie van de noten en van wat hij speelde. En zijn intellect gaat dit denk ik omzetten naar begrip. Als ik hem binnenkort echt noten ga leren lezen zal hij voortdurend een ” aha-erlebnis” krijgen vermoed ik. Hij maakt zich de dingen die hij al wist dan bewust.  Het is een bijzondere, maar zeer doeltreffende manier van leren.

En hoe gaat hij met de wereldkaart om? Wel, door hem te bestuderen, na te tekenen, maar vooral ook door hem uit zijn hoofd te tekenen. Eerst werden de continenten nog vrij grof getekend, nu tekent hij – uit zijn hoofd! – alle kronkels, vrijwel exact als dat ze in het echt zijn. En hij tekent er ook nog eens bijna alle eilanden bij. Hij weet intussen de namen van bijna al de 194 naties van de wereld, hij kan de meeste ook aanwijzen, en van heel veel van die landen kent hij ook nog eens  de vlaggen. Door zijn fascinatie en in dit geval door het natekenen ervan. Niemand helpt hem. En dat doet hij dan niet één keer, nee, wel tientallen keren. Al doende maakt hij zich al dit soort dingen steeds meer eigen. Hij ervaart het als een spel waar hij niet genoeg van kan krijgen. Op de terugweg van school naar ons huis ziet hij een boot op de Lek met een Belgische vlag. Thuisgekomen gaat hij onmiddellijk uit zijn hoofd België tekenen. Bij het zien van die boot moest hij aan dat land denken en dat moest dus getekend worden..

Boekjes en tijdschriften over het koninklijk huis, maar vooral ook filmpjes op het internet: hij kijkt er naar en gaat het naspelen. Alleen of met andere kinderen. Hij heeft het in zijn hoofd en iedereen mag mee doen. Maar vooral ook nu weer: tekenen, tekenen, tekenen. Tientallen keren. Vaak binnen enkele minuten heeft hij een hele scene getekend. Soms is hij er langer mee bezig en maakt hij zijn tekening ook enigszins af. Dat de meeste tekeningen diezelfde avond nog door ons worden weggegooid deert hem niet. Hij moet het gewoon even kwijt in een tekening. Heel soms wil hij met een tekening de volgende dag verder gaan, maar dat zijn uitzonderingen. En in zijn eentje, met zijn koningsmantel aan, spreekt hij op een stoel op de gang de troonrede uit. Met dezelfde plechtige stem als Willem-Alexander dat op Prinsjesdag deed. Een deel van wat hij gehoord heeft op een filmpje op internet, dat herhaalt hij dan vrijwel letterlijk, een ander deel improviseert hij ter plekke.

Zo even kreeg ik de volgende tekening doorgestuurd:

tekening-koningshuis

Het is koninginnedag. Claus en Beatrix staan links achter de balustrade. Het plein stroomt vol met oranjefans. Er staat een vrouw met een kindje op haar schouders.
Sommige mensen converseren met elkaar. Het zijn niet zomaar wat mensen. Het zijn individuen en dat vind ik erg knap voor een autist.

Afgelopen dinsdag zat ik de krant te lezen. Nieuwsgierig kroop bij mij op schoot. Hij las hardop:
-‘Ridouan-T. Wat is dat opa?’
-‘Dat is een naam van een meneer.’
-‘Wat is dat voor een meneer?’
-‘Dat is een boef. Die hebben ze gevangen genomen in Dubai, bij de Arabische Emiraten.’
Arabische Emiraten, hij weet precies waar dat ligt, dat zegt hem wel wat.
-‘Wat heeft die boef dan gedaan?’
Tja, wat zal ik zeggen. Ik zeg dat hij heel veel geld verdiend heeft door allemaal slechte dingen aan mensen te verkopen waar ze ziek van worden.
-‘En daar is hij heel rijk door geworden’ voeg ik er nog aan toe.
-‘En moet hij daarom in de gevangenis?’
-‘Ja, en hij heeft dat gedaan in Nederland. Dus dan wordt hij hier opgesloten. Of misschien in Marokko, daar willen ze hem ook hebben. Daar heeft hij ook slechte dingen gedaan.’
Op weg naar zijn ouders zegt hij:
-‘Opa, als ik later veel geld verdien, moet ik dan ook naar de gevangenis?’
Ik vertel hem dat als je geen slechte dingen doet om veel geld te verdienen er niets aan de hand is. Er zijn heel veel rijke mensen die alleen maar goede dingen doen. Dat leek hem gerust te stellen. Veel geld verdienen dat was hij duidelijk nu al van plan. De volgende dag rende hij met een rot vaart door de gang, keuken, serre, kamer, gang en zo voort. Je kunt bij ons een lekker rondje rennen. Hij werd achtervolgd door zijn zusje van drie. Ze lachten allebei uitbundig, ze hadden duidelijk heel veel lol. Nieuwsgierig vroeg ik:
-‘wat spelen jullie?’ Hij antwoordde:
-‘Ik ben Ridouan-T. Ik wordt achtervolgd door de politie die me gevangen wil nemen. En dan moet ik naar Nederland of naar Marokko.’

Op school heeft hij net een test gehad. Groep drie. Hij werd onder meer getest op zijn woordenschat. Die was: onvoldoende! Ze waren blijkbaar vergeten te vragen naar woorden als synoniem, homoniem, higgs-deeltje, Vaticaanstad, paus, exo-planeet, hoge-drukgebied, atmosfeer, troonrede, Prinsjesdag.. Maar zonder gekheid: ook de gewone alledaagse woorden kent hij. Hij heeft voor wie hem kent een buitengewoon grote woordenschat. Het enige wat hij op dat gebied niet kan is:  testen uitvoeren. Daar heeft hij gewoonweg het geduld niet voor. Waarom zou je? Bij een IQ test zou hij waarschijnlijk weer uitkomen op een heel lage score. Weet je wat ík vind? De mákers van die testen hebben een laag IQ. Of de mensen die denken dat ze met zo’n test een valide IQ kunnen testen bij elk willekeurig kind. Die zijn pas echt dom. Gelukkig beseffen de leerkrachten op zijn school dat ook. Alleen, tja, ze willen toch graag via een test een aantal dingen op een rijtje krijgen. Ik denk dan: waarom? Natuurlijk moet hij leren om ook dingen te doen die hem niet boeien. Daar kan hij zijn voordeel mee doen. Maar als je dat te veel of op een verkeerde manier doet dan gaat “leren” hem tegen staan. Ik vind dat hij op cognitief gebied niet zo heel veel aangeleerd hoeft te krijgen. Ja, rekenen,taal. Maar hij vindt dat leuk en het gaat hem makkelijk af. Hij leert makkelijk op een breed terrein. Laat hem daarom de dingen die hij ervaart als: “moet ik dat?” vooral oefenen bij de volgende soort dingen: “hoe kun je je handen het beste gebruiken als je een jas aan doet? Hoe gedraag je je bij het eten?” Leer hem sociale gedragsregels als “pas gaan eten als iedereen zit.”

gijs-pianoMaar bovenal: geniet met mij mee van deze improvisatie aan de piano die hij afgelopen week speelde. Al spelende komt hij opeens “een zwarte toets” tegen. Dat moet hij even tot zich door laten dringen, hè, dat klinkt anders! Hij herhaalt het. Op het einde speelt hij nadrukkelijk “tonica-drieklanken” in het bovenregister met een bas er onder. Enkele keren achter elkaar. Zoals Beethoven dat vaak doet, als een soort slotzin. Het stuk is uit!

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.