De aanbidding van de Drie Koningen in Keulen

In de katholieke kerk worden nog steeds op veel plaatsen relieken vereerd. Het denken aan een heilige maakt dat gelovigen in een soort trance kunnen raken en zo tot een gebed komen.  Ik kan me van alles voorstellen bij een dergelijke meditatie. Als je iets weet over het leven van een heilige, en deze persoon heeft zodanig geleefd dat hij voor jou een inspiratiebron is, dan kan het denken aan die persoon een goede functie hebben. En het gevoel van zijn aanwezigheid door middel van relieken kan dat gevoel versterken. In de twaalfde eeuw werd het steeds populairder om belangrijke relieken in een kerk te hebben, dat trok pelgrims aan en pelgrims waren goed voor een klooster of stad. Maar als je er redelijkerwijs over nadenkt weet je zeker dat de meeste relieken niet echt zijn. Het begon al met Helena, de moeder van keizer Constantijn.  Een goddelijke ingeving wees haar de weg naar het kruis waaraan Christus gestorven zou zijn in Jerusalem. Ze nam dat kruis mee naar Rome en daar werd er een kerk omheen gebouwd. Ook de plaats waar het lichaam van de apostel Jacobus zou liggen werd door God aangewezen. Deze plek is nu een van de belangrijkste pelgrimsoorden van de wereld: Compostella in Noord-Spanje. Het was ook Helena die omstreeks 325 tijdens een reis door Palestina niet alleen het heilige kruis, maar ook de overblijfselen van de Drie Koningen meende te hebben gevonden, in de vorm van bot- en kledingresten. Deze relikwieën werden volgens de overlevering door keizer Constans I in 344 aan de stad Milaan geschonken.

Pas in 1158 wordt opnieuw melding gemaakt van de relikwieën. De Franse abt Robert van de abdij van Mont Saint-Michel noteerde in dat jaar dat in een kerkje nabij Milaan de lichamen van de Drie Koningen terug waren gevonden. Omdat de stad in deze periode belegerd werd door de Duitse keizer Frederik Barbarossa, werden de relikwieën binnen de stadsmuren van Milaan gebracht en in de klokkentoren van de kerk van San Giorgio al Palazzo bewaard. Na de overwinningen van Frederik Barbarossa in Lombardije, werden de resten van de Drie Koningen in 1164 door de Keulse aartsbisschop Reinald van Dassel, tevens rijkskanselier voor het Italiaanse deel van het keizerrijk en legeraanvoerder, naar Keulen overgebracht. De zeer belangrijk geachte relieken werden door de opvolger van Reinald van Dassel, aartsbisschop Filips I van Heinsberg in een zeer rijk bewerkt, verguld koperen reliekschrijn geplaatst, vervaardigd door de beroemdste edelsmid uit de middeleeuwen, Nicolaas van Verdun. Om dit grootste reliekschrijn ter wereld een waardig huis te bieden werd gestart met de bouw van een nieuwe Keulse Dom.

Zo worden tot op de dag van vandaag in Keulen in de dom deze relieken van de Drie Wijzen uit het oosten vereerd. Je kunt nu helemaal om het reliekschrijn heen lopen, althans: nu even niet vanwege de corona-maatregelen.

Hoe komen we nu op het aantal, drie wijzen, en op hun namen, Melchior, Balthasar en Caspar? De vermelding van de wijzen komt in het Nieuwe Testament alleen voor in Matteüs 2:1-12. Hun herkomst wordt niet vermeld, behalve dat ze uit het oosten kwamen. Hun aantal en hun namen worden ook niet vermeld. Er wordt verteld dat de wijzen “vanuit het oosten” naar Jeruzalem kwamen omdat zij de ster hadden zien opgaan van de pasgeboren “koning der Joden” en zij wilden hem eer bewijzen. Dit kwam koning Herodes I ter ore en hij schrok van het nieuws. Hij riep de schriftgeleerden en priesters samen om te weten te komen waar de messias geboren zou worden. Volgens de profetie was dat in Bethlehem. Daarna ontbood hij de wijzen en gaf hun de opdracht om de pasgeboren Messias in Bethlehem te gaan opzoeken. Hij zei dat hij wilde weten waar het kind was, zodat hij hem zelf ook eer kon gaan bewijzen. Volgens Matteüs zagen de wijzen, terwijl ze in Jeruzalem waren, de ster die zij hadden zien opgaan weer aan het firmament. De ster ging voor hen uit en bleef staan boven de plaats waar het kind verbleef. In dat huis vonden de wijzen Maria en de pasgeboren Jezus. Ze vielen op hun knieën en boden het kind goud, wierook en mirre aan. God waarschuwde in een droom de wijzen ten slotte niet naar Herodes terug te gaan. Ze keerden daarom langs een andere route naar hun land terug. Toen Herodes ontdekte dat hij misleid was, liet hij, afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, alle jongetjes in Bethlehem tot de leeftijd van twee jaar vermoorden (de kindermoord van Bethlehem). Jozef was echter door God gewaarschuwd en was tijdig met Maria en Jezus gevlucht naar Egypte.

Legendevorming heeft het Mattheüsverhaal uitgebreid. In het westers christendom bijvoorbeeld hebben zich een reeks tradities rond de wijzen uit het oosten ontwikkeld die geen basis hebben in het Bijbelse verhaal. Mattheüs noemt het aantal niet, maar volgens de traditie zijn er Drie Wijzen. Dit getal van drie werd wellicht vastgesteld aan de hand van het aantal geschenken dat ze meebrachten. In veel oosterse tradities zijn er niet drie maar twaalf wijzen. De koningen vertegenwoordigen daarmee de drie toen bekende werelddelen en drie leeftijden van de man. Vandaar dat je de opvallende leeftijdsverschillen ziet op de latere afbeeldingen, en ook wordt steeds de donkere Afrikaanse koning afgebeeld. Volgens de legende werden de koningen later gedoopt door Sint-Thomas. Ze zouden daarna bisschoppen zijn geworden in India. Deze legende kan teruggeleid worden tot een schrijver in de 6e eeuw die zich baseerde op apocriefe bronnen. De namen Balthasar, Melchior en Caspar dateren uit de middeleeuwen. Rond de 8e eeuw werden ze in de kroniek Excerpta latina barbari genoemd als Bithisarea, Melichior en Gathasp. In andere christelijke tradities komen weer andere namen voor. Bij de Syrische christenen bijvoorbeeld heten de Drie Wijzen Larvandad, Goesjnasap en Hormisdas. De benaming “Drie Koningen” komt al vanaf de 3e eeuw voor, waarschijnlijk als vervulling van de voorspelling in Psalmen 72:11: “Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem”.

Als er pelgrims op bezoek komen gaan ze uiteraard naar de plek in de dom waar de driekoningenschrijn staat, maar je kunt ook in gebed verzinken op andere plekken waar hun afbeeldingen te zien zijn. We kennen de wijzen vooral van hun aanbidding van de pasgeboren Jezus. Zo zijn er in de dom meerdere afbeeldingen van dat tafereel te zien. Een van de vensters laat het zien in glas en lood. De mooiste afbeelding van de aanbidding zien we op het grote schilderij van Stefan Lochner, vooraan in een zijkapel van de kerk. In de huidige tijd zijn er meer plekken in Keulen. Museum Schnütchen heeft een prachtig middenpaneel van Meester Arnt von Kalkar in bezit, normaal te zien in de vaste collectie, nu nog even in een tentoonstelling die aan deze grootmeester is gewijd. Het hele paneel gaat over deze Drie Wijzen, met de aanbidding van Jezus als centraal gegeven. In museum Wallraf-Richartz in Keulen zag ik ook twee schilderijen met dit onderwerp. Allebei uit 1515. Het eerste is van Bartholomeüs Bruyn, het tweede van een anonieme schilder die de naam “meester van Severin” heeft gekregen. Deze vier “aanbiddingen der wijzen” laat ik in de volgorde van de chronologische datum van ontstaan hieronder zien.

Stefan Lochner leefde in dezelfde tijd als bijvoorbeeld Jan van Eijk, bovenstaand schilderij maakte hij rond 1448. Net als deze kunstenaar laat Lochner op de voorgrond gras en bloemetjes zien. Maar de plaatsing van Maria op een troon is ronduit ouderwets. Ook de gouden achtergrond is passé. Toch vind ik het een prachtig schilderij, vooral door de menselijke blik van Jezus en de koning met de gevouwen handen. Hij kijkt naar het kindje en Lochner weet in zijn blik te leggen: “Ja, ik zie het, dit is de verlosser!” Ik zag het door de coronamaatregelen dit jaar slechts vanuit de verte. Toen ik het voor de eerste keer van dichtbij zag werd ik er door ontroerd.

Detail uit een paneel van Meester Arnt von Kalkar uit 1491. Net als bij de vorige afbeelding kijkt Maria een beetje bedroefd, ze lijkt nu al te weten dat haar zoon een moeilijk leven gaat krijgen. En ook hier weer zien we hoe een van de koningen zijn handen vouwt. Een andere koning voelt aan de handen van de toekomstige verlosser, alsof hij nu al een soort relikwie voelt. De derde koning, de jonge Caspar, tilt zijn hoed omhoog als eerbetoon. Jezus lijkt in de verte te staren en aan hogere dingen te denken.

Bartholomeus Bruyn laat Melchior met de handen gevouwen naar Jezus kijken en Jezus kijkt terug. Maria is weer bedroefd, En ook hier weer staat Caspar met zijn hoed in de hand. Bij de eerste voorstelling zat Maria op een troon, het tweede tafereel speelt zich af in een grot, hier in een huis met tegels op de vloer en ja hoor: ook nu zit Maria weer op een troon. Die troon staat voor haar hemelse status maar maakt het tafereel onwerkelijk.

Nu geen gevouwen handen, maar alle drie de wijzen laten hun geschenken zien. Jezus kijkt bijna uitdrukkingsloos naar de oudste van Drie Koningen. Ook Maria kijkt deze wijze aan, weer met een enigszins bedroefde blik. Voor de eerste keer dat ze naar iemand kijkt trouwens. Alles speelt zich af in een huis met een vloer met tegels. Heel opvallend en hopeloos ouderwets: Maria zit alweer op een troon, net als bij Lochner en de Bruyn. Maar de Bruyn en de meester van Severin maakten dit schilderij wel maar liefst 67 jaar later dan Lochner, in een tijd dat alles veel meer naar de werkelijkheid werd geschilderd. Opvallend zijn de vele overeenkomsten met het vorige schilderij dat in hetzelfde jaar is gemaakt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de troon. De koningen die contact hebben met Jezus zijn de oude Europese Melchior en de Aziatische Balthasar, ook de plaatsing van de hoofdfiguren in de ruimte is vrijwel identiek. Steeds zien we Caspar, de jonge Afrikaanse koning met de donkere huid, aan de rechterkant, en vaak ook wat verder af dan de anderen. Ik zou haast zeggen dat het om precies dezelfde kunstenaar gaat en dat zou dan in beide gevallen Bartholomeus Bruyn zijn. Op zich is het trouwens interessant om te zien dat vanaf het begin dat deze legende is opgetekend er drie koningen waren uit verschillende landen. Een neger hoefde niet altijd een dienaar of slaaf te zijn. Maar deze renaissancekunstenaars plaatsen hem toch steeds iets meer op de achtergrond waardoor je toch het gevoel van een soort rangorde krijgt. Maar ja, hij was de jongste. Er was natuurlijk ook nog een rangorde in leeftijd.

De dom van Keulen, daar valt een boek over te schrijven en dat is ook vaker al gedaan. Ik heb een tijdje vlak voor deze immens grote gotische kathedraal op een terras gezeten. Ik keek omhoog. Wat zou dat zijn, wat je daar heel hoog zag? En waarom zou dat daar te zien zijn? In de gotische tijd had alles zijn plek, en hoe hoger je kwam, hoe dichter bij God je was. Die dingen zo hoog hoef je niet te zien. Dat het er is, dat is genoeg. Zo dachten de geestelijken en dus ook de opdrachtgevers voor de bouw van de dom in die tijd. Toch wilde ik het weten. Ik zoomde met mijn camera flink in. En toen zag ik opeens onderstaande hemelse figuren: ik zag de gevleugelde aartsengel Michael die met de punt van zijn zwaard de duivel in bedwang houdt en ik zag de apostel Thomas, herkenbaar aan de winkelhaak. De kerk is groot, dus de andere apostelen zullen ook wel ergens in de hoogte zijn afgebeeld. Zij zijn heel hoog, vlak bij God. Misschien zijn de drie koningen daar ook wel.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.