Pure en vrolijke tutti-tonen

Een en al blijdschap, of een en al verdriet. Bij mijn oudste kleinzoon is er nauwelijks een middenweg. Alles is extreem maar tegelijk zo puur. Het verdriet beperkte zich tot het moment van het afscheid na het logeerpartijtje, de blijdschap was er vrijwel steeds, twee lange dagen achter elkaar. Alleen werd deze onderbroken als hij in de verte een hond zag. Dan verstarde hij helemaal en werd hij een klein bang nietig hoopje. Ook die angst is dan zeer intensief. Praten helpt niet. Het is ook voor ons eng, hij heeft de neiging om zonder ook maar naar iets van het verkeer te kijken zomaar een straat over te steken. Dus gaan we maar zoveel mogelijk met hem mee in zijn denken.

  • ‘Kijk, hij is aan de lijn.’
  • ‘Maar kan hij dan niet komen snuffelen?’
  • ‘Als we wat dichterbij zijn kunnen we zo nodig even wat uitwijken.’
  • ‘Komt hij dan echt niet snuffelen?’
  • ‘Nee, hij komt dan echt niet snuffelen.’

En zo lopen we dan voorbij “man met hond.” Soms besluit ik ook al iets eerder samen met hem over te steken. En als het er naar uitziet dat bijvoorbeeld een loslopende hond echt niet ontweken kan worden dan til ik hem hoog op mijn schoot en hij klampt zich, zijn gezicht boven mijn hoofd, tegen mij aan. De hond ziet ons zoals gewoonlijk niet eens. Wij zijn voor honden totaal niet interessant. We ruiken niet naar hond. Honden zijn meestal alleen geïnteresseerd in andere honden.

Een ander gevaar is de tunnel. Bij station Spui en Grote Markt gaat lijn 3 van de HTM onder de grond.

  • ‘Waarschuw je me als de tunnel komt?’
  • ‘Ja hoor.’

Vlak voor de tram naar beneden gaat doet hij zijn ogen dicht en houdt ook nog zijn handen voor zijn ogen.

  • ‘Waarschuw je me als we weer uit de tunnel zijn?’
  • ‘Natuurlijk.’

Het zijn maar enkele minuten, ook dit stukje ellende is voorbij en het was gelukkig voor hem goed te overzien.

Maar het is een feest als hij in een toneelrol zit. De afgelopen jaren had hij vaak allerlei rollen. De rol van priester of bisschop, die van koning, die van astronaut, die van carillon-bespeler. Nu is hij meestal een professionele organist. En hij bespeelt dan het orgel in diverse kerken. Al die kerken hebben hun eigen pijp-orgel, met allerlei pijpen, orgelkasten, pedalen. Alleen: behalve op orgelles komt hij geen echt pijp-orgel tegen. Geen nood. Hij maakt zelf zijn orgel of fantaseert dat bestaande dingen bij zijn orgel horen. Zoals een wasrek en vooral klerenkasten met openslaande deuren. En om het nog wat echter te maken maakt hij van duplo dan nog aanvullingen. Thuis heeft hij de beschikking over maar liefst drie manualen. Een daarvan doet het echt, de andere twee staan er boven en laten het orgel er vooral wat meer echt uitzien. Het bespelen van zo’n orgel is één grote show. Hij imiteert vooral graag de grootse gebaren van organisten die hij op youtube heeft gezien. En vooral als hij tutti speelt voelt hij zich helemaal in zijn element. Hoe ziet dat uit? Wel, zoals op deze tekening. Waarbij naast de organist ook nog registranten staan

We waren zaterdag en zondag in drie verschillende speeltuinen. In de speeltuin van Kinderdijk staat de grootste kathedraal van Kinderdijk. Mijn kleinzoon bespeelde uiteraard het orgel en legde me en passant nog wat dingetjes uit.

In een andere kerk, nu in Den Haag, zaten toen hij er speelde enkele andere kinderen, iets ouder, erg dicht bij hem. Zijn spel werd steeds luidruchtiger, er kwam bij mijn kleinzoon een triomfantelijk tutti.

  • ‘Kop houden!’

De jongens hadden last van hem. Hij speelde door maar matigde het volume enigszins. Tot mijn grote opluchting werd hij door hen gedoogd. Net daarvoor zat hij met diezelfde jongens in een soort draaimolen. Hij ging in het midden zitten en wees aan elke jongen aan wie hij was:

  • ‘Jij bent de Aarde, jij Venus, jij Mars, jij Jupiter, jij Uranus. Ik ben de zon.

Het levende planetarium draaide rond. De planeten keken ietwat bevreemd naar deze centrale zon. Ik hoorde Mars tegen Uranus zeggen:

  • Hij weet veel van planeten, jij weet toch ook veel van Dinosauriërs?’

Blijkbaar moest het dus kunnen. Wat leuk, dacht ik bij mezelf. Maar toen hij een luidruchtige organist was moest hij alsnog zijn kop houden. Later hoorde ik hoe enkele van die kinderen zijn geluiden aan het nadoen waren en intussen grinnikten ze naar elkaar. Ik geloof dat mijn kleinzoon het niet gezien of gehoord heeft. Hij zat teveel in zijn spel.

Zoals gezegd: het waren twee topdagen voor hem maar ook voor mijn vrouw en mij. We hebben veel samen gelachen en gekletst. Sinds hij enkele weken geleden op bezoek is geweest in het atelier van een orgelrestaurateur is alles wat met orgelrestauratie te maken heeft een favoriet onderwerp. Op youtube staat een prachtige documentaire over de restauratie van het Broederen-orgel in Deventer. Je ziet allerlei vakmensen aan het werk maar een en ander is in een jasje gegoten waarin scenes nagespeeld worden. Zo wordt ook de scene gespeeld dat het Ibach-orgel in 1868 wordt ingewijd in de Broederenkerk. Terwijl er nog wat gekletst wordt over dat orgel in de kerk, vlak voor de Hoogmis, zegt een oudere kerkgangster:

  • ‘Meneer, wilt u stil zijn! De Heilige Mis gaat zo beginnen!’

Dat zinnetje heeft hij de twee logeerdagen wel tien of meer keren herhaald, dat vindt hij zo komisch. En hij spreekt het uit met hetzelfde accent als hoe de bewuste oude vrouw in dat filmpje het zegt. En dan die grijns op zijn gezicht! Heerlijk aanstekelijk. Daar wordt iedereen blij van.

Verder is het toch ook weer opvallend dat hij eigenlijk totaal niet vermaakt hoeft te worden. Het grootste deel van de tijd speelt hij in zijn eentje. Ja, af en toe dan komt hij enthousiast iets vertellen en vraagt aan ons of we komen kijken of luisteren. Maar als dat even niet uitkomt is dat geen probleem.

En dan heeft hij natuurlijk ook echt orgel (keyboard) gespeeld, of heeft hij gespeeld op de piano. Hij speelt graag bestaande stukken na zoals “Für Elise”, sinds kort ook het thema uit een van de impromptu’s van Schubert. Maar ik geniet vooral als hij gaat improviseren. Bij onderstaande piano-improvisatie zei hij van te voren dat hij ging improviseren met drieklanken.

  • ‘Wat vond je er van opa?’
  • Ik vind het mooi, maar misschien was het nog mooier geweest als je ook wat zwarte toetsen had gebruikt.’
  • ‘Ik héb zwarte toetsen gebruikt!’
  • ‘O ja? Zullen we de opname die ik maakte dan even terug luisteren?’

Samen luisterden we nog een keer naar zijn improvisatie. Er zat inderdaad op twee plekken een zwarte toets in. Precies op die plekken keek hij me aan: ‘hoor je?’ Ik hoorde het en het klopte. Weer opvallend hoe hij dit allemaal bewust hoort. Ik denk dat aardig wat conservatorium-studenten hem dat niet na zouden doen, auditief herkennen op welke plek er even een zwarte toets wordt gebruikt.

Onderstaande orgel-improvisatie speelde hij bij zijn ouders op het keyboard, of liever gezegd op zijn “huisorgel”. Volgens mij op basis van een stuk dat hij op youtube gehoord had. Met in het pedaal lang doorklinkende orgeltonen. En verder was de improvisatie behoorlijk heftig. Maar het waren pure en vrolijke tutti-tonen.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen. En daarnaast allerlei maatschappelijke dingen als onderwijs en opvoeding
Dit bericht werd geplaatst in autisme en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Pure en vrolijke tutti-tonen

  1. Judith Verbeeck zegt:

    Prachtige vertelling die bijzonder te genieten was,dank je 🤗

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.