Bloedmaan

bloedmaan4-klein
Huiveringwekkend, betoverend, bloedstollend…
Daar stond hij dan, in het holst van de nacht. Elke dag is hij altijd al een beetje anders, hij komt steeds een uur later op, heeft per dag een iets ander gezicht, maar nu veranderde hij in een nacht tijd van een zilveren reus geleidelijk in een bloeddorstig monster, om daarna zijn reuzengestalte weer aan te nemen.
maan1-4
Het was de moeite waard om hier voor uit bed te komen. Als kind al, toen er nog nauwelijks luchtverontreiniging was en ook de lichtvervuiling minimaal, ging ik bij heldere nachten naar buiten en bestudeerde de sterrenhemel. Ik wilde nieuwsgierig alles weten, maar tegelijk ervoer ik en besefte ik diep de nietigheid en de oneindigheid van alles. Zo is er duizenden jaren door de mensen naar de hemel gekeken. Na de zon was de maan het meest indrukwekkend. De zon zorgde voor dag en nacht en we konden de seizoenen ermee meten. Maar de maan had altijd iets geheimzinnigs, iets veranderlijks. De helft van de tijd aan de daghemel, maar dan meestal niet of nauwelijks te zien, de andere helft aan de nachthemel. En bij volle maan, zoals afgelopen nacht, zelfs de hele nacht. De maan werd zo vooral symbool van de nacht, van duistere, geheimzinnige dingen. Zeker de volle maan geeft veel licht, dat kon je met name gisteravond weer goed zien. Enorme schaduwen in de polder en een prachtige weerschijn op de rivier de Lek. Maar het is een glanzend, zilverkleurig licht. De maan maakt weemoedig, speelt in op ons gemoed. En als je toch al in een bepaalde bui bent worden alle gevoelens, verdriet, woede, angst erdoor versterkt.
In de muziek hebben veel componisten hier iets mee gedaan. Bijv. de hele liederencyclus Pierrot Lunaire van Schönberg is hierop gebaseerd. In een andere column wil ik daar graag een keer op in gaan. Maar nu wil ik het eerst hebben over meer algemene aspecten zoals ik die in de muziek met de maan associeer.

Voor mij staat majeur voor de zon, mineur voor de maan. Majeur is stabiel, de boventonen van een toon leveren samen met die van zijn onderkwint en bovenkwint een majeurtoonladder op. De mineurtoonladder is hiervan afgeleid, maar minder stabiel. Mineur is allereerst de zogenaamde paralleltoonladder. Dat is de aeolische toonladder. Deze heeft een heel andere sfeer, maar door het ontbreken van een leidtoon is deze minder stabiel. Aeolisch heeft de neiging over te gaan in majeur. Om deze toch wat meer stabiel te maken zien we dat zo ongeveer vanaf de barok mineur heel vaak een leidtoon krijgt. We noemen dat harmonisch mineur. Dat is een erg spannende toonladder. Veel barokke, klassieke en romantische componisten kozen deze toonladder als ze wat meer dramatische muziek wilden maken. In de balkan ontstond de zigeunertoonladder, met nog een extra leidtoon, en nog wat dramatischer.

Maar als componisten uiterst smartelijke muziek willen schrijven, maken ze vaak gebruik van harmonisch mineur met ook nog een verlaagde tweede toon, zodat je ook nog een dalende leidtoon voor de grondtoon er in hebt zitten. Dat is voor mij de bloedmaantoonladder. Akkoorden, gebouwd op deze verlaagde II worden ook wel Napelse akkoorden genoemd. Napels, de stad van de opera maar vooral ook van de weemoedige en dramatische opera.

Je ziet, mineur heeft vele gezichten, veel grillige kleuren, zoals de maan vele schijngestalten heeft.

che debbo far2Hendrik Andriessen schreef twee madrigalen op een Italiaanse tekst van Petrarca (Canzonieri nr 268) voor vierstemmig gemengd koor en orkest. Hieronder de tekst, de vertaling en de muziek (in een slechte opname, maar toch). Schrijnende, bloedstollende, muziek, geschreven met akkoorden die horen bij de toonladder van de bloedmaan. Het orkest begint al met een Napels akkoord, en als het koor erbij komt horen we dat weer

Che debbo far
Che debbo far che mi consigliamore? Volgia me glocchii miei sospiriascolta.
Guai sono stati glianni ei giornie l’ore a seguitar costei chin fuga’e volta?

Wat moet ik doen, wat raadt ge me, geliefde? Richt uw ogen op mij, luister naar mijn klachten.
Ach, zijn de jaren, dagen en uren vergaan met het volgen van degene die op de vlucht was?

Morteo mercè sià fin al miodolore.
Rendimi s’esser può Liberae sciolta l’alma d’ogni suo ben spoglatae priva. Che sospirando vadi riva in riva.

Moge dood of erbarmen het einde zijn van mijn smart.
Geef mij de ziel terug, van ieder goed beroofd, en bevrijd mij, die zuchtend gaat van kust naar kust. (vertaling overgenomen van http://www.cantatekooralmere.nl/doku/andriessen.htm)

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Astronomie, muziek en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Bloedmaan

  1. Henny zegt:

    Wat bedoelde je met ‘a capella-koor met orkest’, Pieter? Is dat niet een contradictie? (Henny)

    Like

  2. Klopt, zag het zelf ook achteraf. Maar je begrijpt het toch? In ieder geval geen solisten zullen we maar zeggen…
    Grappig dat jij ook net als titel bloedmaan had maar een heel andere ingang er aan gaf, ik zag het achteraf pas

    Like

  3. Marius zegt:

    Interessant weer, en heel leuk geschreven. Kun je ook iets vertellen over Napels akkoord in Majeur, want dat komt ook voor. Ik krijg echter de indruk dat het dán een andere functie heeft (modulerend, of wil het juist de indruk wekken te moduleren, maar dat het dan niet gebeurt?). Ik denk en hoop dat jij daar vast meer over kunt uitleggen.

    Like

    • Precies wat jij al suggereert. Niet alleen napels, maar ook mineur in majeur (moll-dur) wordt zeker bij de klassieke componisten vaak gebruikt om een modulatie spannender te maken. Bijv. je moduleert van thema I, dat in E staat, naar Thema 2, dat in B staat. Dat doe je via een overgangszin, die het tweede thema aankondigt met een dominant (vaak een orgelpunt op die dominant, dus in dit geval F#. (Je ervaart een vraag). Door nu vlak hiervoor akkoorden uit mineur te gebruiken verwacht je als oplossing B-mineur, maar lekker puh, het is toch B-majeur. Hierdoor krijgt het tweede thema veel meer glans. Wat ik hier beschrijf zie je bij hetb eerste deel van sonate op 14.1 van Beethoven voor piano: 1e thema in E (1-12), overgangszin eindigend op een F# akkoord als dominant voor B.(13-21). Vanaf maat 17 is er al een orgelpunt op dat dominant F# akkoord, maar boven die dominant horen we akkoorden die eerder in B klein thuis horen. In maat 22 begint vrolijk het tweede thema in B-groot). In de laatromantiek (Wagner) worden majeur en mineur soms zo makkelijk door elkaar gebruikt dat ook een Napels akkoord in majeur net zo logisch is als in mineur, dan gaat het meer om een kleurtje.
      [embed][/embed]

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s