De ring van Saturnus en hoe Bach Oudjaar viert

saturnusVan de planeet Saturnus vallen in vergelijking met andere planeten vier dingen op: om te beginnen zijn er de ringen. Die zijn bij deze planeet zeer opvallend. Ze werden al in de zeventiende eeuw ontdekt door Galileo Galilei. Ik zag ze zelf toen ik jaren geleden een kleine telescoop had. Ook de andere reuzenplaneten hebben ringen, maar die zijn veel minder opvallend en zijn pas in de zestiger jaren van de twintigste eeuw ontdekt. Ten tweede het soortelijk gewicht van de planeet. Saturnus is als enige planeet lichter dan water. Er is een vaste kern, die naar buiten toe vloeibaar wordt en uiteindelijk wordt hij gasvormig. De overgang tussen atmosfeer en planeet zelf is niet duidelijk. Ten derde draait hij in slechts 10 uur om zijn eigen as. Binnen een saturnusjaar (30 aardse jaren) passen grofweg zo’n 10000 Saturniaanse dagen. Ook is nog opvallend hoeveel energie de planeet uitstraalt. De aarde moet het voor de energievoorziening vooral van de zon hebben, Jupiter geeft zelf evenveel energie af als dat hij van de zon ontvangt, maar Saturnus is zelf een echte energiebron. Hij geeft liefst twee keer zo veel energie aan zijn omgeving af als dat hij zelf van de zon ontvangt.

Hoe werd in vroeger tijden deze planeet vanaf de aarde ervaren? Met het blote oog is hij nog goed te zien, maar hij is tegelijk de laatste van de zogenaamde buitenplaneten die je kan zien. Hij loopt zeer langzaam door de dierenriem. Hij lijkt nauwelijks te bewegen. Langzaam gaat hij door alle dierenriemtekens, maar over een teken doet hij meer dan 2 aardse jaren.  Deze trage baan om de zon symboliseert voor mij een soort afpalen van ruimte en tijd, Saturnus staat zo ook voor vadertje tijd. Als de donkere tijden zijn aangebroken, het jaar afgelopen is en ook de oogst binnen is, dan is het tijd om de winterwende te vieren. Dat waren in de Romeinse tijd de Saturnaliën. Kerst, Oud en Nieuw zijn daaruit voortgekomen. Het jaar is ermee afgelopen. Saturnus grensde ook de week af, het was de laatste dag van de week, de zaterdag, saturnusdag. Ook ruimtelijk was Saturnus de begrenzer, daarbuiten was er niets meer. Je kwam dan in de verst verwijderde ijle hemelsferen. Saturnus bakent zo zowel de week, het jaar, maar ook de wereld af.

saturncronusDe god Saturnus wordt vaak afgebeeld met sikkel of zeis. Dit omdat hij ook als de god van de landbouw werd beschouwd. Natuurlijk doet deze zeis ook weer denken aan de dood, het einde van een cyclus (jaar, week). In Italië werd op een gegeven moment bij de Romeinen Saturnus zeer vereerd. De Saturnaliën, eerst 17 december, later uitgebreid tot 3 dagen, vormden de enige officiële feestdagen van de Romeinen. Saturnus, nadat hij door Jupiter verstoten was, vestigde zich in Italië. Daar ging hij het land regeren samen met koning Janus (naar deze laatste is januari genoemd.) Onder leiding van deze koningen was het land zeer vredelievend (het kende geen bezit) en welvarend, door de landbouw die Saturnus introduceerde.

Wat doet een ring? Een ring omringt, omheint, perkt af. We zien dus aan de hemel hoe Saturnus niet een zeis hanteert als attribuut, maar een ring. Saturnus is zoals we zagen de god van de landbouw, de welvaart. Hij geeft. Saturnus als hemellichaam is de enige planeet die meer energie geeft als neemt. Hoe wonderlijk lijkt ook dit dus overeen te komen, terwijl dat bij de Romeinen nog onbekend was en ze ook nog nooit de ring van Saturnus gezien hadden, laats staan dat ze iets wisten van zijn energiehuishouding.

Is er ook een muzikale equivalent van Saturnus? Volgens mij is dat de vierde toon van de toonladder. Waarom wil een willekeurige melodie gebaseerd op de zeven witte toetsen van het klavier automatisch naar de C? Natuurkundig komt dat door boventonen, en daardoor getalverhoudingen. Je kunt ook zeggen: C komt voort uit F en uit C zelf komt dan weer G voort. Daarom is C de centrale toon. F, ook wel de subdominant genoemd, stelt het verleden voor, daar komen nl. zowel C als G uit voort. De F is de toon die het meest nadrukkelijk thuis hoort in wat ik zou willen noemen het subdominantgebied. (Samen met vooral ook de D maar ook de wisseldominant en nog andere akkoorden die op de dominant gericht zijn). Dat ervaar ik als een wereld die geheimzinnig ver weg is, die niet gericht is op het oplossen naar de tonica, maar die wel  nodig is om tot een afronding te komen. Als je daar bent voel je de spanning langzaam toenemen. Het doel en hoogtepunt van die voelbare spanningstoename is het bereiken van de dominant. De dominant wordt dan soms nog eens benadrukt door een orgelpunt of door vertragingsakkoorden die hem extra spannend maken. De slottonica vormt de oplossing, de echte ontspanning.

De Romeinen waren bang dat als de bladeren van de bomen vielen, de oogst was binnengehaald, het koud werd, dat het dan afgelopen was. Het seizoen was voorbij. Was daarmee ook het leven voorbij? Ze smeekten om alles weer terug te laten keren. Er werd geofferd aan Saturnus. In een orgastische dans werd vanaf 17 december het moment voorbereid dat de dagen weer zouden gaan lengen. Dat moment kwam dan op 21 december. De dominant  werd bereikt. We zijn bij Jupiter, we houden de spanning nog even vast en lossen deze dan op, het seizoen is afgerond en de cyclus kan weer hernomen worden. Deze angst, dit bezweren van die angst, maakt ook dat we nu nog steeds vuren maken of vuurwerk ontsteken. Het moment van de komst van dominant en tonica wordt afgeteld: 10, 9 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1: gelukkig nieuwjaar! Saturnus staat voor Oudjaar. Hij is nodig om nieuwjaar mogelijk te maken. Zoals C de F nodig heeft om via de kwint centraal te staan.

Een klein voorbeeld bij Bach. Uit Wolhtemperiertes Klavier deel I, het preludium in C#m.  De maten 35-38 worden beheerst door het subdominant gebied. Op de laatste tel van 38 komt heel kort de dominant, onmiddellijk gevolgd door slechts een maat tonica.

De daarop volgende fuga in C#m is een nog mooier voorbeeld. Op de tweede maat van maat 94 begint een zogenaamd stretto: alle fuga-inzetten volgen elkaar dan sneller op. Precies op dat punt begint dan tegelijkertijd een lang subdominant gebied, dat duurt tot en met maat 104. In 105 komt dan eindelijk de dominant die als een soort orgelpunt uitgesmeerd wordt over zeven maten (met in maat 107 even een wisselakkoord rond dat orgelpunt), tot slot volgen vier maten orgelpunt op de tonica. Deze hele passage van 22 maten bevat zo voor de helft (elf maten) een subdominantgebied, dan horen we zeven maten een dominantgebied en  tot slot vier maten een tonicagebied.

Hier onder een link naar een aparte pagina  met zowel het preludium als de fuga achter elkaar. Ik houd bijzonder veel van deze uitvoering van Sjvatoslav Richter omdat hij nauwelijks barokversieringen maakt en de kracht van de noten van Bach helemaal voor zich laat spreken. De partituur loopt met de muziek mee, vooral bij de fuga is het leuk om de verschillende thema’s en motieven, die van verschillende kleuren zijn voorzien, mee te volgen.

Geniet bij deze Bach tot twee keer van de nadering van oudjaar en van het feest van nieuwjaar dat daarop volgt!

https://www.youtube.com/watch?v=zdD_QygwRuY&list=PL9152C783D22D5468&index=4

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Astronomie, muziek en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s