Jeroen Bosch

zelfportretHoe zag Jeroen Bosch er uit? Naar aanleiding van de lezing van Sophie Tutelaers in den Bosch denk ik het te weten: Hij had dan bijv. een grote spitse neus. Op diverse schilderijen komt die persoon terug en men denkt dat Jeroen Bosch zich daar zelf heeft geschilderd. Hier zoals je hem kunt zien in de rechter benedenhoek van het schilderij: “Johannes op Patmos”.

Hoe was het in de stad den Bosch rond 1500, in de tijd van Jeroen Bosch? In 1464 was er een verschrikkelijke stadsbrand, die een groot deel van de stad in de as legde. Jeroen Bosch heeft deze stadsbrand als kind meegemaakt en waarschijnlijk was hij zo onder de indruk dat we die beelden uit zijn kindertijd terug kunnen zien in veel schilderijen. Heb je ooit een brandende stad in de hel gezien bij een andere kunstenaar?
In de prachtige catalogus die bij de tentoonstelling is uitgegeven lezen we dat na de stadsbrand van 1464 Den Bosch zeer welvarend is geworden. Van 11000 inwoners rond 1465 groeide de populatie naar 20000 inwoners in 1526. Den Bosch was na Brussel en Antwerpen de derde stad van Brabant.

Voordat het schildersatelier van Bosch groot werd ontbrak het in die stad aan traditie en men denkt dat Jeroen Bosch door dat ontbreken zijn eigen originele weg kon inslaan. Wat is dan die eigen originele weg? Als je de tentoonstelling bekijkt dan zie je hoe toch allerlei voorbeelden vanuit de verre omtrek waarschijnlijk inspiratiebron waren voor Jeroen Bosch. Ook andere schilders of tekenaars maakten duiveltjes en vreemde wezens. Maar Jeroen Bosch vergrootte dit allemaal uit en maakte het tot zijn handelskenmerk. Het leven is in die tijd vol engelen en duivels. Vooral de duivels lagen voortdurend op de loer. Jeroen Bosch liet je in zijn altaarstukken zien wat er met je zou gaan gebeuren als je niet op het rechte pad zou blijven. Ook had hij een fascinatie voor dieren en ook dat was niet nieuw. Er waren in heel Europa boeken in omloop waarin dieren waren getekend. Talloze schilders gebruikten die boeken als voorbeeld. Als je het aards paradijs of de ark van Noach tekende kon je zo lekker je gang gaan. Maar Jeroen Bosch lijkt veel meer dan zijn tijdgenoten zeer goed na te denken wáár hij welk dier tekent. Hij tekent als detail bijv. een vos die een haan besluipt. Op een iets later schilderij zien we een vos met naast hem de kop van een haan. Dat lijkt een grappige anekdote maar als je een beetje meer weet van de symboliek van elk dier dan zie je hoe Bosch niet alleen grappige verhaaltjes schilderde maar ook indirect dingen vertelde aan de mensen. Sommige details weten we inmiddels te duiden, maar waarschijnlijk weten we nog niet de helft van wat hij bedoelde. Het is in ieder geval niet alleen “zomaar wat lekker weg er op los fantaseren”, zeer veel details hebben waarschijnlijk een bedoeling. Voor mensen uit onze tijd, die niet vertrouwd zijn met de symboliek, lijken sommige taferelen meer een op hol geslagen fantasie van een hallucinerende dronkaard die te veel verdovende middelen heeft genuttigd.

Ik moest ook heel erg denken aan Kalkar. In een eerder blog heb ik daar meer over verteld. Eind vijftiende eeuw maakte Arnt van Kalkar het houtsnijwerk voor het hoogaltaar van de Nicolaikirche. In den Bosch maakte Adriaen van Wesel in dezelfde tijd het houtsnijwerk voor het Mariaretabel van de St. Jan. De broederschap van O.L.V. van Kalkar had nog vertegenwoordigers gestuurd naar o.a. den Bosch om te kijken hoe ze het daar deden en of ze niet iemand konden vinden die die klus wilde klaren. Uiteindelijk kwamen ze uit bij Arnt van Kalkar, toen werkzaam in Zwolle, die eerder al het Sint Jorisaltaar van Kalkar had gemaakt. Tussen 1506 en 1509 schilderde Jan Joest de bijbehorende panelen. Maar liefst tien binnenpanelen, tien buitenpanelen en drie afbeeldingen op de predella. Ook de buitenpanelen schilderde hij allemaal in kleur, waar het gebruikelijk was om deze in grisaille te schilderen. Nog steeds te bewonderen, inclusief het houtsnijwerk van Arnt van Kalkar en enkele opvolgers. (Arnt stierf toen hij het ontwerp klaar had en pas enkele onderdelen zelf had uitgewerkt). De buitenpanelen worden in Kalkar rond de kersttijd getoond, want daarop kun je het levensverhaal van Maria terugvinden. Het leek me aardig om een van de panelen van Jeroen Bosch over de aanbidding van de drie wijzen naast een dergelijk paneel van Jan Joest te leggen.

Hieronder eerst de aanbidding der Wijzen van Jan Joest in Kalkar, daarna die van Jeroen Bosch, die nu te zien is in den Bosch, normaal in het Metropolitan Museum of Art in New York

driekoningen jan joest

driekoningen jeroen bosch
Opvallend is de overeenkomst in het soort gebouw waar Jezus werd geboren. Ik heb het behalve bij deze twee kunstenaars nog nooit zo gezien. Hadden ze allebei een zelfde voorbeeld? Of heeft Jan Joest het werk van Jeroen Bosch gezien? In dit geval wordt het altaarstuk van Jan Joest iets later gedateerd. Verder valt het verschil in kleur op, maar misschien moet het schilderij van Jeroen Bosch worden schoongemaakt. Nadat “de landloper” van Boymans van Beuningen was schoongemaakt zagen alle kleuren er opeens veel frisser uit. Bij allebei de altaarstukken zien we de os en de ezel. Sophie Tutelaer vertelde dat de ezel voor “het slechte” stond en de os voor “het goede”. Bij Jeroen Bosch zien we hoe de ezel zich afkeert van het tafereel, het slechte wordt als het ware door de geboorte van Jezus afgewend. Bij Jan Joest zien we beide dieren gewoon gezellig aanwezig, zonder duidelijke symboliek. Ja misschien toch: de ezel staat achter de os. Het slechte is als het ware naar de achtergrond verdrongen. Bij Jeroen Bosch heeft de aanbidding van de wijzen iets afstandelijks. Bij Jan Joest zien we hoe een van de wijzen voorzichtig de voeten kust van Jezus. De heilige Jozef lijkt bij Jan Joest afwezig, of staat hij daar bij de os en de ezel? Bij Jeroen Bosch zit hij als een oude man geknield en leunt op een stok. Bij Jan Joest is het landschap op de achtergrond vrij neutraal, bij Jeroen Bosch zien we veel mensen, zelfs een dansend paar. (Dat zelfde paar komt ook op het schilderij van de hooiwagentriptiek voor, waar het lijkt te dansen op de muziek van een doedelzakspeler, zie iets verderop in dit blog.)

Wat erg leuk op de tentoonstelling is zijn de diverse monitoren aan de wand waar een of meerdere schilderijen worden toegelicht. Er wordt bijvoorbeeld op een schilderij ingezoomd. Of het wordt vergeleken met een ander schilderij. Ook wordt bij enkele schilderijen het door infrarood ontdekte onderschilderij getoond, overgaand in de uiteindelijke versie. We zien dan hoe soms de eerste opzet heel verschillend was van het eindresultaat. Zo is er een schilderij waar de opdrachtgever in de eerste versie prominent aanwezig is, maar uiteindelijk is hij weggewerkt doordat Jeroen Bosch op de betreffende plek een donkere woestijnboom heeft geschilderd.

In Nederland zijn maar weinig werken van Jeroen Bosch in de diverse musea aanwezig. Boijmans van Beuningen heeft er enkele. Het meest beroemd daar is het schilderij “de landloper”. Het blijkt oorspronkelijk exact in het midden doorgezaagd te zijn geweest en het linker en rechterdeel van een groter altaarstuk geweest te zijn, en dan ook nog eens als buitenpaneel, vandaar dat het enigszins grisaille-achtig aandoet. Van dat altaarstuk is het grootste deel verloren gegaan, maar op de tentoonstelling zijn enkele onderdelen die erbij hoorden tijdelijk herenigd. Op de binnenkant van de twee luiken van de landloper verscheen links “het narrenschip” en rechts “de dood en de vrek”. Het onderwerp van het verloren gegane middenpaneel is niet bekend. landloper-klein
Het schilderij de landloper van Boijmans heeft een ronde vorm in een zeskantige omlijsting en lijkt op een spiegel. En feitelijk moet je het ook zo zien. De wandelende persoon ben je zelf, op je levenspad. De beschouwer moet net als deze landloper kiezen hoe te gaan. Hij is het huis met de verleidingen al gepasseerd. We zien als uithangbord een zwaan. De zwaan staat vaak op herbergen. Nog steeds trouwens. Vroeger schijnt het het symbool geweest te zijn voor een bordeel. In dit geval klopt dat dan ook, we zien hoe in de deuropening al begonnen wordt met het voorspel. Boven heeft iemand zijn kleren uitgetrokken en uit het raam gehangen. In het onderste raam kijkt een vrouw naar buiten: op zoek naar een klant? De varkentjes werden in het verleden wel eens gekoppeld aan de parabel van de verloren zoon, maar nu denkt men eerder aan het symbool van onreinheid en gulzigheid. De valse keffende hond staat hier eerder voor het tegendeel van de trouwe hond. Onreinheid wordt ook door de piesende man gesuggereerd. Het huis van ontucht staat in verval. Het geeft aan wat er met je gebeurt als je aan hebzucht en ontucht toegeeft. De landloper gaat richting een hek. De os staat waarschijnlijk voor het goede: laat alles achter je, ga door het hek en richt je op de juiste dingen. Ook het kattenvel aan de draagkorf van de man zal een symbolische betekenis hebben.

Een vergelijkbaar schilderij is onderdeel van de hooiwagentriptiek, ook met “doorgezaagde landloper”. In plaats van een “hoerenhuis” is er nu een tafereel waar we zien hoe een reiziger wordt beroofd en aan een boom wordt gebonden. We zien niet een hek waar je dóór moet gaan, maar een bruggetje waar je óver dient te gaan. Op de achtergrond is er een doedelzakspeler en een dansend paartje, als bij de drie koningen….

Hieronder de landloper, onderdeel van de hooiwagentriptiek. Let op het dansende paartje. Ook bij de drie koningen van Jeroen Bosch op de achtergrond te zien.

landloper-klein-2
En dan hebben we de beroemde duivels en demonen. Op veel altaarstukken zijn ze nadrukkelijk aanwezig, en bijna altijd zijn ze te duiden. De legende dat Antonius abt, nadat hij zich in de woestijn had teruggetrokken, bezocht werd door allerlei demonen is een onderwerp waar Jeroen Bosch dan ook helemaal mee uit de voeten kan. Hij schilderde het voor een altaar, dat zijn plek nu heeft in een museum in Lissabon. Nu is het in den Bosch te zien. Hieronder het onderste deel van dat schilderij

antonius-visioen-detaill2

Op het schilderij zien we aan de bovenkant een brandende stad. Dat hoort niet bij de legende van Antonius maar wel bij de verschrikkelijke visioenen en dromen die Jeroen Bosch zelf misschien soms had. Antonius lijkt een heilige waarmee hij zich denk ik kon identificeren.

Op de lezing van de vrije academie die ik bijwoonde vroeg iemand wat we wisten van de psychologie van Jeroen Bosch. ‘Niets’, was het terechte antwoord. Kijken we naar zijn werk, dan denk ik zelf dat hij iemand was die zeer gelovig was, de vermaningen in bijna alle schilderijen zijn niet van de lucht. Iemand die meeging in de stille kritiek op de kerk. Iemand die wist dat veel priesters en monniken er een dubieuze levenswandel op na hielden. Iemand die zich verwant voelde met de denkbeelden van de moderne devotie. Maar ook iemand met een grote fantasie. En wellicht ook iemand die de verschrikkingen van de stadsbrand voor eeuwig in zijn ziel had geïntegreerd, er vaak over droomde en deze beelden als uitlaatklep vele keren weergaf op schilderijen: in de hel, op de aarde na het laatste oordeel of in de dromen van Antonius Abt…antonius-visioen-detaill

 

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s