De Gregoriusmis

Steinfeld is een plaatsje in de Eifel, ten ZO van Aken en ten ZW van Bonn. Eind vijftiende eeuw bestelde de parochiekerk van Sint Andreas een schilderij waarop de Gregoriusmis werd afgebeeld: paus Gregorius staat aan het altaar waar Christus verschijnt als “Man van Smarten”, omringd door allerlei symbolen die aan zijn lijden herinneren. Dit gaat terug op de legende dat Gregorius eens tijdens het opdragen van de mis in de Santa Croce te Rome een visioen kreeg waarin Christus hem op genoemde wijze verscheen, toen hij twijfelde aan het symbolische wonder van het omzetten van wijn in bloed tijdens de Mis.
Het schilderij werd waarschijnlijk in een Keuls atelier vervaardigd. Halverwege de negentiende eeuw werd het verkocht en momenteel is het in het bezit van het Catharijneconvent van Utrecht.

gregoriusmis catharijneconvent

Waarom een Gregoriusmis in de parochiekerk van Steinfeld? Op de site van het Catharijneconvent staat als toelichting bij dit schilderij:

In een kerkinterieur knielt paus Gregorius de Grote voor een altaar. Hij draagt de Heilige Mis op, bijgestaan door twee diakens. Aan weerszijden van de diakens knielen twee kardinalen. Een van hen draagt de tiara, de andere de dubbele kruisstaf. Op en achter het altaar is het visioen van paus Gregorius weergegeven: Christus verschijnt hem als Man van Smarten terwijl hij zijn wonden toont en zijn bloed in de kelk giet. Achter Christus staat een sarcofaag. Op en om de sarcofaag zijn personages uit het passieverhaal en de lijdenswerktuigen (Arma Christi) afgebeeld. Christus wordt door de beulsknechten bespot en geslagen. Rechts op de voorgrond knielt de stichter, Reinier van Euskercken, abt van de premonstratenzer abdij te Steinfeld. Uit zijn mond komt de tekst: ‘ora pro fr(atr)e r(ei)n(er)o euskerche(n) q(ui) co(n)q(ui)s(iv)it de bo(n)is p(a)rochi(ali)b(us)’ (‘Bid voor broeder Reinier van Euskercken, die veel parochiegoederen aangebracht heeft’ (Bouvy 1965)). Direct boven zijn hoofd staat het jaartal 1486. Achter hem is de heilige Andreas, patroon van de parochiekerk van Steinfeld, afgebeeld. Geheel links staat de heilige Potentinus, herkenbaar aan zijn attributen, de pijlen en het Franse koningswapen. Uiterst rechts een bergachtig landschap met een kerktoren.

De premonstratenzers, ook wel Norbertijnen, bedienden vaak parochiekerken en werden daar “witte pastoors”genoemd, naar hun witte habijt. Ze vielen daarmee niet onder de bisschop. Zo was de afgebeelde opdrachtgever in Steinfeld waarschijnlijk ook de Norbertijner pastoor aldaar. Paus Gregorius de Grote was een van de vier grote kerkvaders. Hij is abt geweest van een door hem zelf gesticht klooster gewijd aan, jawel: Andreas! De link Gregorius en Andreas (de parochiekerk in Steinfeld) kan misschien op deze manier gelegd worden. Met tegenzin is Gregorius in 590 tot Paus benoemd en tot zijn dood in 604 bleef hij deze functie vervullen. Hij was zeer begaan met het lot van armen en slaven. Veel slaven kwamen uit het heidense Engeland. Hij zond een andere kerkvader, Augustinus, daarheen om de mensen te bekeren en de slavenhandel aldaar te beteugelen. Ook is hij bekend van het Gregoriaans, dat niet door hem werd “uitgevonden”, maar hij standaardiseerde de al bestaande gezangen en gebeden.

De Gregoriusmis komt op een zeer merkwaardige manier ook weer terug bij onze anonieme pastoor uit Beek, waar ik al eerder over schreef. Bij zijn kroniek schrijft hij voor het jaar 1501, dus slechts 15 jaar nadat het schilderij voor de Andreaskerk van Steinfeld werd gemaakt, het volgende:

1501
In het jaar 1501 kwam er een opvallende opwinding onder de mensen, in zeer veel plaatsen en steden. Op de kleren van mensen, vooral op linnen kleding, verschenen kruizen en ze waren er bijna niet meer vanaf te wassen. De mensen zagen het terwijl ze hun kleren aanhadden, maar ook waren de kruizen aanwezig op hun kleren die nog in de klerenkist lagen. Ook verscheen het op doeken en hoofddoeken of op dweilen. Hetzelfde gebeurde op jassen, tafellakens en beddengoed. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien op het feest van Sint Joris in Sittard, dat dat jaar op een vrijdag viel. Ook intelligente mensen waren hierdoor zeer van slag en bedroefd van hart en men wilde een processie in de stad houden. Ik zag dat er zeer vele kruizen verschenen waren op de kleren van de schoolkinderen. Sommige jongens huilden bitter en waren zeer bedroefd, maar anderen lachten en sloegen er geen acht op, maar er was zo wie zo groot ophef onder hen. De afbeeldingen van de kruizen waren niet overal hetzelfde, ze zagen er steeds anders uit, maar ook de kleur was steeds anders. Sommige kruizen waren bloedrood, andere bruinrood, sommige zwart, andere weer grauw. Op het ene kledingstuk zaten er een of twee, maar het liep op tot soms wel meer dan tien. De meeste afbeeldingen leken gemaakt met as in water.

vreemde kruizen
Ook onmiddellijk daarna zag men op het linnen of op de hoofddoeken van de vrouwen wonderlijke figuren van doornen kronen, geselpalen, gesels, speren, spijkers en al die dingen die men ook bij het Gregorius visioen pleegt te schilderen, naast ook weer kruizen als van vers rood bloed. Soms ook zag men in sommige doeken een regenboog bij de kruizen. Ook zag men bij sommige vrouwen veel oud bloed in hun hoofddoek, alsof dat bloed daarin gegoten was. Als zij dan deze doek afdeden en een schone namen kwam ook daar weer bloed in. Al dit soort wonderlijke dingen gebeurden in de omgeving van Aken en Maastricht. Ook intelligente mensen voelden zich bedrukt. Men begon met het lezen van noodmissen, men hield processies en mensen gingen op bedevaart. Men riep God aan om troost. Niemand wist wat dit te betekenen had en wat God er mee bedoelde.
Maar helaas: in deze tijden ging het erg slecht met de Christenen in Oost-Europa, met name in Polen. De heidenen veroverden veel gebieden en versloegen vele Christenen, die een pijnlijke martelaarsdood moesten sterven als ze zich niet bekeerden. Vele Christenen werden “Turk” en die waren nog de ergsten. Zij waren nog veel bozer, kwader en feller op de Christenen dan de heidenen. Ze verwijderden het kruisje op hun hals. De Christenen aldaar werden in de steek gelaten. Noch de paus, noch de keizer, noch de Roomse koning stond hun bij. Alleen de koning van Frankrijk kwam zonder verdere hulp van andere vorsten de Christenen helpen. Ook de koning van Spanje en Portugal beloofden bijstand en bewezen daarmee dat ze nog Christen waren.

In het jaarboek van de LGOG uit 1870 waar de hele kroniek staat met daarin dus ook dit fragment, staat als voetnoot nog een toelichting van de publicist van het artikel, Jos Habets (de latere voorzitter van de LGOG): “Men leze over dit zeldzame verschijnsel nog een opstel van een tijdgenoot, afgedrukt achter “het leven van de H. Swibertus door Marcellinus”, Keulen, Herman De Nussia, 1508. De titel van dat opstel luidt: “Materia de crucibus que in vestibus hominium apparuerunt anno 1501”. (“Over de kruizen in de kleren van de mensen verschenen in het jaar 1501”). De conclusie van de schrijver is dat “Gods straffende hand de Christenheid zwaar zal bezoeken, zo men deze openbare waarschuwing des hemels niet door openbare boetvaardigheid en door een welgemeende bekering zal ter harte nemen.” Ook is er een kroniek van “Joannis de Los” waarin het verschijnsel eveneens wordt beschreven op pagina 116. (“De crucibus quae hoc tempore apparuerunt”, “over de kruizen die in deze tijd verschijnen”, Antwerpen 1501.)

Het lijkt dus te gaan om een grootschalig fenomeen. Iets als graancirkels. Oorspronkelijk vond men die vooral in Engeland, daarna wereldwijd. In Nederland vooral in Brabant en Zuid-Limburg. Een natuurfenomeen? Wereldwijde grappenmakerij? Ufo’s? Het laatste woord schijnt daar nog steeds niet over gezegd te zijn.

De kruizen en andere tekens in 1501 hebben niet tot heiligverklaringen geleid en hebben ook geen bedevaartsoorden gecreëerd. Ook zijn er geen heksen om verbrand voor zover ik weet. De gedachte van de Gregoriusmis leefde in de harten van de mensen. Het was een boeiende tijd, zo vlak voor de reformatie. Vooral ook een tijd van twijfel en angst. Goed om je dit te realiseren als je naar het prachtige schilderij in het Catarijneconvent van Utrecht kijkt.

Over Pieter Simons

Docent muziektheorie, componist. Interesses: geschiedenis algemeen, kunstgeschiedenis, lokale geschiedenis, muziek en muziektheorie, filosofie, astronomie, fotografie, natuur, wilde bloemen
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis, kunst en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De Gregoriusmis

  1. Weer een boeiend artikel, Pieter. En inderdaad een prachtig schilderij. Bij de weergegeven tekens, kruizen en dergelijke, staat ook (2e van rechts) een hakenkruis. Is daaraan in de bron waar dit uit komt nog enige informatie (over de betekenis e.d.) toegevoegd?
    Hartelijke groet, Hans

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s