De broodmis

Het bejaardentehuis van Swalmen werd vroeger gerund door een zusterorde. Elke ochtend was er een mis. De wijn stond tot aan de consecratie onafgedekt in een vat op een plateau aan de zijkant van het koor. Er zaten in de zomer bijna altijd een of meer vliegen in die de emeritus pastoor er vakkundig met een vinger uit knikkerde. Daarna mocht ik de wijn, vermengd met water (veel wijn, weinig water) in zijn eigen kelk over gieten. Ik was namelijk misdienaar bij de zondagse mis en om de twee weken ook bij het Maria-lof om drie uur. Na afloop van de mis kreeg ik van de zusters een pakje met witte boterhammen met echte boter en dikke plakken kaas er op mee naar huis. Verlegen nam ik het aan en thuis at mijn  moeder het op omdat ze het zonde vond om het weg te gooien. Ik vond het brood zelf niet lekker, mijn broer en zusjes ook niet. Na het lof kreeg ik een grote koek. Die was wel erg lekker! De boterham traditie kwam waarschijnlijk nog voort uit een tijd dat misdienaars gerecruteerd werden uit gezinnen met arme kinderen, die op die manier in ieder geval nog wat te eten kregen. Ik moest hier aan denken toen ik las over de broodmis van de Servaaskerk van Maastricht.

In de charters van het rijkskapittel van St. Servaas is een schat aan informatie te vinden over allerlei dingen die ons meer vertellen over het leven in bepaalde tijden in Maastricht. Zo is de tekst van het testament van Henricus de Mosa, priester en beneficiant en rector van het altaar ter ere van de Heilige Laurentius in de Servaaskerk uit 1433 erg informatief. Henricus  de Mosa blijkt zeer welvarend, maar hij verdeelt zijn bezit zeer zorgvuldig. Ook denkt hij uiteraard aan zich zelf door een jaargetijde in te stellen: er moet jaarlijks een mis worden opgedragen voor zijn zielenheil. Maar heel veel geld geeft hij aan het gasthuis van Servaas, gelegen aan het vrijthof. En speciaal voor de armen die hier hun toevlucht zoeken. Zijn eigen bed is na zijn dood ook voor dit gasthuis bestemd. Ook gaan bezittingen naar zijn naaste familieleden, broers, zussen en hun kinderen. Op de dag van zijn uitvaart moet van 1,5 mud tarwe broden worden gebakken die aan de armen moeten worden uitgedeeld. Verder stelt hij nog een broodmis in. Elke dag moet er een zogenaamde “mickmis” worden gelezen. Hier stelt hij maar liefst 100 rijnse goudguldens voor ter beschikking. Het is een mis voor de armen waarbij na afloop brood moet worden uitgedeeld. Tot in lengte van dagen!

servaasgasthuis1669Het Servaas gasthuis in 1669, gezien vanaf het vrijthof

Hoe lang zal deze dagelijkse brood uitdeling geduurd hebben? Er is een statuut van het gasthuis van Servaas bekend uit de zeventiende eeuw, ongedateerd.  Het stuk zal in ieder geval voor 1632 zijn opgesteld omdat er nog sprake is van Augustinessen als verzorgenden. Die werden in 1632 na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik vervangen door lekenverpleegsters. In dat statuut staat onder andere dat de pelgrims die het graf van Servaas komen bezoeken volgens oud gebruik ’s avonds een portie brood, bier, erwten enz. zullen krijgen. Zieke pelgrims worden gratis verpleegd. Maar: “Spotvogels en vagebonden, militairen, vondelingen, lijders aan pest, melaatsheid en gallische ziekte of andere gevaarlijke ziekten, noch gewonden in tweegevechten mogen worden opgenomen. Ouden van dagen en blinden mogen voor maximaal drie dagen onderkomen krijgen.” Als je de pest krijgt als je er al bent mag je wel blijven maar wordt je in een afgezonderde ruimte verpleegd. Verder staat er dat de goederen en stichtingen die het gasthuis verwerft altijd in een afzonderlijk register moeten worden opgeschreven en er moet worden bewaakt dat ze volgens de overeenkomsten met de schenkers worden beheerd.

Je krijgt de indruk dat er twee eeuwen na de dood van Henricus de Mosa nog steeds een vergelijkbare vorm van armenzorg is bij het kapittel van Servaas. De broodmis bestaat wellicht ook nog. In ieder geval is er nog een vergelijkbare traditie zo rond 1960, in de tijd dat ik misdienaar was.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Maastricht en Quedlinburg

20140816_140351In de Duitse stad Quedlinburg (spreek uit Kweetlienboergh) hangt in het museum een kaart waarop de paltsen en kloosterburchten van de Duitse keizers van de 10e tot 12 eeuw staan aangegeven. Ik laat zien welke gebieden dicht bij ons land toen van belang waren.

kaartpaltsenDe enige palts op huidig Nederlands grondgebied is die bij Nijmegen. Langs de Rijn bij de Nederlandse grens zijn er meer: Duisburg, Kaiserswerth (Düsseldorf), Keulen. Keulen is tegelijk aartsbisdom. Ook de bisdommen waren belangrijk voor de keizer: Lüttich (Luik) en Utrecht. Het enige rijksklooster dat vermeldt wordt is dat van Maastricht, en het gaat dan om het rijksonmiddellijke Servaasklooster. Dat er een duidelijke relatie van dit klooster was met de belangrijkste machtscentra van de keizer blijkt uit onderstaand verhaal.

Oost-Francië dat ontstaan was na de driedeling van het grote rijk van Karel de Grote, werd bestuurd door keizers die geen vaste verblijfplaats hadden. Een aantal plaatsen was bij hen favoriet, daar hadden ze een wat grotere palts en daar verbleven ze meestal dus ook langer. De twee belangrijkste keizersteden lagen in die periode in de Harz.

Keizer Hendrik de Vogelaar is verantwoordelijk voor de stichting van de stad Goslar in 922.  Maar de stad gaat pas echt groeien als tijdens de regering van diens zoon Otto I een zeer rijke zilvererts-ader wordt ontdekt in de Rammelsberg nabij de stad (nu mijnbouwmuseum). Pas in de 11e eeuw werd er ook een palts gebouwd, die er nog steeds staat.

Deze zelfde Hendrik de Vogelaar, toen nog hertog van Saksen, vernam in Quedlinburg dat zijn tegenstrever Koenraad I van Franken hem had aangewezen tot opvolger als Duits koning. Na zijn kroning in 919 werd Quedlinburg  de voornaamste stad van Oost-Francië. Hij liet hier zijn favoriete palts bouwen, de palts waar hij jaarlijks het belangrijkste Christelijke feest, Pasen, vierde. Toen hij in 936 overleed stichtte zijn weduwe Mathilde met toestemming van haar zoon, keizer Otto I, bij de burchtkerk een sticht voor kanunnikessen. De leiding van het sticht lag in haar handen. Het klooster was allereerst bestemd om te bidden voor het zielenheil van de gestorven keizer die men er liet begraven. Mathilde werd hier later eveneens begraven en ligt er nog steeds, het graf van haar man is zoek.

20140816_145212

Otto I was zeer actief om Oost-Francië te vergroten en tot een hecht keizerrijk te maken. Hij liet zich in Aken tot keizer kronen. Hij was actief bezig met zijn west- en oostgrenzen en benoemde op cruciale plaatsen uitsluitend getrouwe familieleden. Het klooster van Servaas te Maastricht, gelegen nabij de westgrens bij het hertogdom Lotharingen, het restant van Midden-Francië, maakte hij tot een rijks-onmiddellijk bezit. Hij schonk het vele goederen en landerijen. Een reliek van Servatius werd  in 961 uit Maastricht overgebracht naar de kapel waar zijn vader begraven lag in Quedlinburg.  De kapel werd vervolgens omgedoopt tot Servatiuskapel. Er bleek dus toen nog steeds, honderd jaar na Karel de Grote een bijzondere belangstelling voor de heilige Servaas te zijn.

20140816_142101

Toen de kapel afbrandde in het begin van de elfde eeuw werd er een grotere Romaanse kerk, de huidige Servatiuskerk gebouwd, boven op de Schlossberg. De oorspronkelijke crypte met het graf van Mathilde en het reliekschrijn van Servatius is nog aanwezig. In de tiende eeuw werd er in het sticht van abdis Mathilde een belangrijk scriptorium ingericht waar zeer veel kostbare handschriften werden vervaardigd, vooral ook muziekhandschriften met “Gregoriaanse muziek” in het oude neumenschrift. Veel informatie daarover is te zien als je het museum waar ook de Servatiuskerk bij hoort bezoekt. De Quedlinburgse muziek-handschriften zijn voor musicologen van bijzonder veel waarde.

neumen

Aan het einde van de twaalfde eeuw wilden de proost en kanunniken van Servaas dat hun heilige Servaas officieel werd toegelaten tot de heiligenkalender van alle heiligen. Om dat te verwezenlijken werd een pauselijk onderzoek gedaan. Het bleek dat de kanunniken hun hand hadden overspeeld. In de Servaaslegende werd zelfs beweerd dat Servatius familie was van Christus. Dit werd zo ongeloofwaardig gevonden dat het feest niet doorging. Servaas mocht wel nog plaatselijk vereerd worden, maar zijn internationale status kwam niet van de grond. Zo verging het ook Karel de Grote, zijn heiligverklaring werd niet geldig verklaard, maar ook hij mag bij uitzondering in Aken vereerd worden. Een grote slag voor de pelgrimage in de Maasstreek. Ook Quedlinburg had daardoor een reliek van twijfelachtige waarde. Gelukkig had in de twaalfde eeuw Keulen wel zijn Drie Koningen, die mochten blijven…

In 1204 werd het Servaasklooster van Maastricht in leen gegeven aan de Hertog van Brabant. Een groot deel van ook de stad Maastricht werd daarbij Brabants, behalve het deel dat hoorde bij Luik. De stad kreeg in dat jaar stadsrechten en het recht om zich te omwallen. De burgerij moest het van andere dingen gaan hebben, alhoewel de pelgrimage nooit helemaal verdween. Maastricht is nog steeds de stad van Servaas. Ook in Quedlinburg staat nog steeds de Servatiuskerk maar hier wordt tegenwoordig vooral gevierd dat het een oude keizerstad was, dat Hendrik de Vogelaar er ooit begraven werd en zijn vrouw Mathilde er nog steeds ligt. En nu maakt de toeristische folder in eerste instantie reclame voor de gezellige binnenstad met zijn talloze vakwerkhuizen. Tja. Voor de meeste mensen is Maastricht de stad van het Vrijthof, zijn vele terrassen, de kroegen en zijn goede eetgelegenheden. O ja, er staan ook veel oude huizen en de autochtonen spreken een raar taaltje. Het lijkt wel buitenland!

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Magna Mater

In India is al lang voor Christus de Magna Mater bekend, een machtige godin die niet alleen vruchtbaarheid schenkt maar de mensen ook beschermt. Zo zien we haar in het Catharijneconvent  in een zetel, gekroond met een hoofddeksel die een vestingsmuur moet voorstellen. Ze beschermt de stad. Wat lijkt deze Indiase voorstelling op de latere Maria als zetel der wijsheid!

magna-mater

Museum het Valkhof heeft een Romeins beeldje van Tyche of Fortuna, met de hoorn des overvloeds in haar handen. Het beeldje is gemaakt tussen 100 en 300 na Christus. Zij heeft een vergelijkbare functie als de Indiase Magna Mater. Ze beschermt, zorgt voor vruchtbaarheid en overvloed.

fortuna

Het zelfde museum heeft ook dit Romeinse beeld van Venus met Amor op de schouder.

venusamor2

Het Rijksmuseum voor oudheden in Leiden bezit een beeld van de Egyptische Isis met op haar schoot Horus. Dit beeldje is gemaakt in een van de eerste eeuwen voor Christus.

isis-horus

Het is duidelijk waar de beeldcultuur van Maria met of zonder kind vandaan komt. Maria is de Magna Mater van de katholieken. En deze vroege Christenen hebben nog veel meer van hun heidense voorgangers overgenomen. Zeus kon zich veranderen in een stier en zo op de aarde afdalen. God had ook meer gedaantes. Hij daalde af in de gedaante van een duif en vertegenwoordigde zo de Heilige geest. En  Waar de Grieken en Romeinen nog veel meer goden hadden, wel minder belangrijke, daar hadden de Christenen hun engelen, zoals de Heilige aartsengel Michaël, Rafaël en Gabriël. En verder kon je ook tot voorouders bidden, zoals dat nog steeds in heel veel culturen gangbaar is. Deze voorouders kunnen je helpen. De katholieken noemen het heiligen. De monotheïstische godsdienst, het Christendom zoals deze zich tot 1517 manifesteert, is eigenlijk niet veel anders dan het veelgodendom van de Romeinen.

Na het verlaten van de tentoonstelling “Maria” in het Catharijneconvent was er een gastenboek. Een van de mensen die vlak voor me daar iets in geschreven had zei: ‘een mooie tentoonstelling, maar er is veel te veel devotie voor Maria. Die devotie mag’ je alleen voor Christus hebben.’

De protestanten hebben al de heilige symbolen afgeschaft. Maria is geen Magna Mater meer. Je kunt wel nog voor het zielenheil van overledenen bidden, maar helaas, zij kunnen je niet helpen. We moeten het zelf opknappen of hopen dat God, zonder enige tussenkomst, ons bij wil staan. De drie-eenheid hebben ze nog niet afgeschaft. De stier van Zeus is er nog steeds: de H. Geest daalt af met Pinksteren.

Maar moederliefde is onvoorwaardelijk. Dat weten de mensen. Dus het is veel makkelijker om je tot een vrouw te wenden. En die vrouw, dat is bij de katholieken Maria. Honderden kaarsen per dag in de OLV-basiliek van Maastricht. Het is wellicht een placebo. Maar een placebo die voor veel mensen werkt. Maria troost, helpt, beschermt.

Al de getoonde beelden en veel meer zijn te zien in de tentoonstelling “Maria” in het Catharijneconvent. De menselijke Maria, zoals ze vanaf 1400 op allerlei manieren wordt getoond zien we uiteraard ook. Alhoewel ik de Italiaanse voorbeelden van Rijksmuseum Twente mooier vind. Maar deze is ook erg mooi. Maria samen met oma Anna, op een schilderij van Rembrandt afkomstig uit het Rembrandthuis.

rembrandt

Of wat vind je van dit detail uit een schilderij van Pieter Coecke van Aelst en Dirk Jacobsz uit 1535? Deze afbeelding hoort niet bij de tentoonstelling, maar bij de vaste collectie van het Catharijneconvent. Je ziet de rustpauze tijdens de vlucht naar Egypte. Zorgzaam houdt Maria de spartelende baby Jezus vast. Jezus wil helemaal niet naar Egypte. Hij wil rustig in een bedje liggen… Maar Maria weet wat goed is voor haar kind. Zij is de Magna Mater.

maria-vluchtnaaregypte1500

Geplaatst in filosofie, kunst, recensie | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Shostakovich

Het Monteverdi Kamerkoor Utrecht geeft zondag 11 en zondag 25 juni een concert waarbij de hoop van de twintigste eeuw centraal staat: “The American Dream”. Deze droom, dat zijn natuurlijk de Verenigde Staten van Amerika, het  land dat open stond voor emigranten en vluchtelingen en dat elke droom van al die nieuwkomers tot waarheid kon maken. Hoe anders kijkt men nu tegen die nieuwkomers aan… Er wordt muziek gezongen van veel componisten. Van Samuel Barber tot Cavendish.  http://www.monteverdikamerkoor.nl/pages/americandream2017.htm

De twintigste eeuw heeft ook een zeer donkere kant met als dieptepunten de eerste en tweede wereldoorlog. Over deze donkere kant gaat het programma van het LSKO Collegium Musicum, gisteren in de Prinsekerk in Rotterdam  morgen in de stadsgehoorzaal van Leiden. Twee componisten staan daarbij centraal: Britten en Shostakovich.
http://www.collegiummusicum.nl/concerten/agenda/

Ik was gisteren in de Prinsekerk, een mooie kerk vlak achter het centraal station van Rotterdam.  In een wijk met veel vooroorlogse woningen met mooie gevels en glas-in-loodramen. En een kerk die geschikt is om een podium te creëren dat zowel een groot koor als een groot orkest kan herbergen. Met een indrukwekkend aantal zangers van maar liefst 76 studenten werden drie grote koorwerken van Britten en Shostakovich gezongen. Daarnaast hoorde je ook het kleinere kamerkoor. Een zeer inspirerend concert. En een goede kwaliteit van de uitvoeringen. Bij het orkest waren flink wat conservatoriumstudenten ingehuurd. Dat mocht ook wel bij deze virtuoze muziek.

Maar ik wil iets langer stilstaan bij het deel na de pauze: een uitvoering van de tiende symfonie van Shostakovich, een werk van bijna een uur lang.

Shostakovich is een meester in het orkestreren. Hij weet perfect hóe kleurcontrasten te maken, wáár pizzicati te gebruiken, hóe snerpende effecten en donkere ronkende geluiden uit een orkest te halen. Daar alleen al kun je dus van genieten. Maar dan het verhaal in de muziek. In de toelichting wordt verteld hoe in het vlammende tweede deel, een soort scherzo, de waanzin van Stalin wordt uitgebeeld. En hoe in het derde deel een soort ego-document wordt neergezet: zijn eigen naam in noten: D-Es-C-B. Je hoort op een gegeven moment steeds: shos-ta-ko-vich. Zoals Bes-A-C-B bij Bach. Later gevolgd door de naam van de vrouw op wie hij verliefd was in lange noten: E-B-E. En hoe in het vierde deel gejubeld wordt om de dood van de tiran Stalin in een deel met een majeurtoonsoort. Zeer nadrukkelijk horen we op het einde weer zijn eigen naam en dan komt er nog een Beethoviaans slot met een eindeloos lange slotzin en stevig neergezette slotakkoorden.

Dit allemaal is goed te horen en de vorm is ook steeds goed te volgen. Toch word ik er niet koud of warm van. Hoe komt dat nu toch? Het komt niet door het spel van al die jonge mensen want dat was gewoon goed. Het komt door de muziek. Ik herken de variatietechnieken van Shostakovich, hoe hij dingen aan elkaar lijmt. En ik proef daarbij steeds iets onechts. Ik  vermoed dat dit erg persoonlijk is. Voor mijn gevoel speelt hij voortdurend leentjebuur bij andere componisten als Bela Bartok. Maar bij Bartok zit ik altijd op het puntje van mijn stoel en word ik meegesleurd.  Bij de orkestwerken van deze componist, zoals het stuk voor strijkers, slagwerk en celesta, of  het concert voor orkest, zit ik voortdurend te genieten. En al helemaal bij zijn zes strijkkwartetten, met name bij het vierde en zesde. Ik laat twee fragmenten horen. Het eerste is het begin van het derde deel van de tiende symfonie van Shostakowich, waar zijn eigen naam wordt geïntroduceerd.  Een soort thema met variaties. Uit 1953. Gevolgd door het begin van het derde deel van het concert voor orkest van Bartok uit 1943, eveneens een thema met variaties.

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

De schat van Lienden en de asielzoeker Servaas

Het is een uniek tijdsdocument, zeggen onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ruim veertig gouden munten die rond 460 na Christus zijn begraven en nu zijn opgedoken in een boomgaard in Lienden. Van die periode is niet heel veel bekend.

schatDe schat wordt op dit moment tentoongesteld in museum Het Valkhof in Nijmegen. De historici die er zich mee bezig houden hebben zo hun theorieën over de achtergrond van deze vondst. Het West-Romeinse rijk zou kort daarna ophouden te bestaan. Er waren nauwelijks meer Romeinen in de grensstreken. De grenzen werden nog enigszins beschermd door lokale heersers, die betaald werden vanuit Rome. Waarschijnlijk werd het een plaatselijke bevelhebber  te heet onder de voeten en hij begroef zijn aanzienlijke goudschat.

In de geschiedenisboekjes leren we dat rond 400 de Volksverhuizingen begonnen. In de omgeving van de Boven-Rijn waren in het begin van de vijfde eeuw de Salische Franken nog heer en meester  en zij verdedigden de grenzen voor de Romeinen. Maar vanaf de tweede helft van die eeuw drongen vanuit het oosten Germaanse stammen op en die op hun beurt dreven de Ripuarische Franken (Francs Rhénans)  naar de andere kant van de Rijn, ten koste van de Salische Franken. Ze staken na een tijd ook de Maas over en het “Fôret charbonnière” , het kolenwoud, werd een tijdlang de nieuwe grens. Dit oerbos bedekte in de Romeinse tijd het midden van het huidige België.

eind5eeeuw

Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Volksverhuizing_in_de_Lage_Landen_(Frankische_tijd)#/media/File:Les_Francs_en_Belgique_romaine.svg

Tongeren werd ingenomen door de nieuwkomers. Deze stad was toen een van de belangrijkste plaatsen in die streek. Het is niet denkbeeldig dat enkele hooggeplaatsten uit Tongeren op de vlucht sloegen en wellicht in Maastricht terecht kwamen, dat misschien beter beschermd was.  Een van die asielzoekers uit Tongeren zou Servaas geweest kunnen zijn.

13 mei is het feest van een van de ijsheiligen, en wel het feest van Sint Servaas . Na de ijsheiligen mag je er van uitgaan dat er geen nachtvorst meer voorkomt. 13 mei 384 zou de sterfdag zijn van Sint Servaas. Maar: er zijn twee “heiligen” met de naam Servaas. De eerste is afkomstig uit Armenië en heeft zich actief bezig gehouden met het bestrijden van het Arianisme. Deze is in 384 overleden. De andere is volgens Gregorius van Tours de eerste bisschop van Tongeren die deze stad ontvluchtte voor de komst van “de Hunnen” en rond 450 in Maastricht overleed waar hij begraven werd langs de daar gelegen Romeinse weg van Tongeren naar Keulen. In de Servaaslegende zijn elementen van beide “Servatiussen” vermengd.

Maar de laatste Servaas, dat zal wel de echte zijn. Rond 384 waren er in deze streken nog geen bisschoppen. Het schijnt trouwens dat veel mensen in de tweede helft van de vijfde eeuw in de Frankische gebieden inderdaad al gekerstend waren, maar men beleed  toen het Arianisme. Dat is een variant van het Christendom welk Christus niet als God ziet. Hij is een inspirerende profeet. Ook geloven aanhangers van het Arianisme niet  in de drie-eenheid. Pas onder Clovis wordt snel het katholicisme zoals we dat daarna kennen gemeengoed. Servaas was dus waarschijnlijk een Arianist. Honderd jaar eerder zou hij mogelijk door zijn naamgenoot zijn bestreden als ze elkaar waren tegen gekomen…

Laten we er maar van uitgaan dat Servatius 2 de heilige is die in Maastricht begraven ligt. Hij zou dus rond 450 zijn overleden, midden in de tijd van de volksverhuizingen en niet lang voor de tijd dat de schat van Lienden werd begraven. De schat van Lienden is rond 460 begraven, dat weten we aan de hand van de gevonden munten. Misschien is hij begraven door een vluchteling, iemand als Servaas…..

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

De relatie tussen de natuur en de mens

Het Elizabethconcours was dit jaar op de cello gericht. Ik heb slechts een van de twaalf finalisten gehoord, de vijf en twintigjarige  Ivan Karizna  uit Wit-Rusland. Hij ontroerde me en greep me. De jury plaatste hem op de vijfde plaats, maar hij kreeg wel de twee publieksprijzen.

ivan karizna

Het verplichte werk dat de finalisten moesten spelen was van de Japanse componist Toshio Hosokawa uit Hiroshima. In zijn recente werken, die hij voorstelt als een gebed of een requiem, probeert Toshio Hosokawa vooral de relatie tussen de natuur en de mens te beschrijven. Het is een thema dat leeft in deze tijd. Vanochtend hoorde ik op de radio “Veni creator” van Arvo Pärt. Een zelfde soort geest ademde ook dat werk. Maar het werk van de Japanner heeft naar mijn gevoel meer diepgang. Het einde van het stuk is werkelijk oneindig. De dirigent en solist waren nog 17 seconden stil voor ze applaus toe lieten. Eigenlijk een stilte die niet meer verbroken zou mogen worden. “Sublimation” was de titel. Er wordt door Ivan en de orkestleden “gewerkt” om de stilte te sublimeren. Maar dat werken hoef je niet te zien maar slechts te horen. Je hoort ze letterlijk “werken” om een sterrennacht, ruisende bladeren of een wolkenlucht uit te beelden. De laatste drie minuten van dit werk. De relatie tussen Toshio Hosokawa, Ivan Karizna en de natuur.

Als je het toch wilt zien, of als je met de ogen dicht wil luisteren naar het hele concert (inclusief het 1e celloconcert van Shostakowich) , het staat op dit moment nog op: http://imkeb.be/cgi?lg=nl&pag=3313&tab=108&rec=4395&frm=0&par=aybabtu

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | 1 reactie

Een echo van eeuwigheid: de Romaanse kapitelen in de OLV-kerk van Maastricht

De OLV-kerk van Maastricht is het grootste deel van de dag open voor bezoek. Het is er bijna altijd erg donker en je ogen moeten wennen aan de duisternis. Enkele liturgische afbeeldingen zijn wel altijd verlicht, zoals het grote beeld van Christoffel uit begin zestiende eeuw dat je gelijk ziet als je binnenkomt. Steeds verder lopende zie je vooraan in de kerk een donker koor met een altaar. Maar als iemand dan 50 cent in een automaat stopt links van de absis dan zie je de aanwezige bezoekers verrast opkijken en naar voren lopen.

absisDe absis wordt opeens verlicht, de somberte verdwijnt en je ziet een wonderschoon geheel. Wat een prachtige architectuur! Er zijn ronde bogen en dwerggalerijen, er zijn vele zuilen met bewerkte kapitelen en, je ziet hoog in de koepel, als ware je in de hemel, een schildering met de majestas domini, god als machtige heerser, omgeven door apostelen en evangelisten. Het geheel is indrukwekkend.

overzichtHelaas, de details van de gebeeldhouwde kapitelen zo rond het altaar blijven verborgen, ze zijn domweg te ver weg. Ze maken menige bezoeker nieuwsgierig. Wat zou er op staan?

Om daar achter te komen moet je een rondleiding aanvragen. Bij deze rondleiding mag je er vlak bij komen. Waar het westelijke deel van de Servaasbasiliek 34 zuilen met kapitelen bezit, heeft het oostelijke deel van de OLV-kerk er 30. Deze staan deels op het koor, vlak en rond het altaar. Een kleiner deel bevindt zich een verdieping hoger waar de dwerggalerij zich bevindt. De kapitelen op deze hogere verdieping zijn erg beschadigd. De kwaliteit van de afbeeldingen op de meeste kapitelen op het lagere deel daarentegen is zeer goed. Hier zijn de zuilen gegroepeerd in twee halve ovalen. De achterste rij heeft kapitelen die je slechts van een kant kunt bekijken, de middelste rij bevat een flink aantal zuilen met kapitelen waar je omheen kunt lopen waardoor er vier afzonderlijke afbeeldingen op elke kapiteel te zien zijn. Daarnaast zijn er enkele kapitelen op wat lagere zuilen vlakbij het altaar die je dubbelkapitelen zou kunnen noemen omdat ze op twee zuiltjes staan die vlak naast elkaar zijn geplaatst.

ravenna-sanvitalisIn Ravenna zie je in de San Vitalis een mozaïek in het presbyterium met twee episodes uit het leven van Abraham. Links zie je hoe Abraham een lam aanbiedt aan drie engelen, die hem net bericht hebben dat zijn vrouw Sara nog op hoge leeftijd een kind zal krijgen. Sara kijkt vanuit de deuropening ongelovig toe. Rechts zien we hoe dat kind, Isaac, op last van god geofferd moet worden. Als de gehoorzame Abraham met zijn zwaard Isaac wil doden houdt vanuit de lucht de hand van God hem tegen en vraagt hem om in plaats van Isaac een lam te offeren. Dat lam staat al bij Abraham te wachten. De gehele voorstelling is zodanig opgezet alsof het lijkt dat er in het midden een altaar is. Links en rechts lijken er offers te worden gebracht. Het beeld is dat van: de eucharistie in het midden, daaromheen oudtestamentische offers. Links boven kondigt Jeremia de komst van Christus aan, rechts boven krijgt Moses de wet-tafels (hier net niet te zien).

ravenna-appolinaris-in-classeIn een andere kerk vlakbij Ravenna, de Apollinaris in Classe, zien we een vergelijkbaar beeld. In het midden wordt de Eucharistie gevierd, links biedt Abel een lam aan als offer, rechts Abraham zijn zoon Isaac.

Dit zijn allemaal afbeeldingen in vroeg-Christelijke kerken. Maar in de twaalfde eeuw is deze beeldcultuur nog springlevend. In de OLV-kerk zien we op 4 kapitelen bijbelse verhalen die herinneren aan offers die op hun beurt weer verwijzen naar de eucharistie. Ook de oudtestamentische aankondiging van de komst van Christus is daar uitgebeeld. Dit allemaal op de centrale kapitelen. Links op kapiteel  4 zien we afbeeldingen uit het leven van Kaïn en Abel, daarnaast op kapiteel 5 afbeeldingen uit het leven van Jacob en Esau. Rechts van het altaar op kapiteel 6 beelden uit het leven van Abraham en op kapiteel 7 de aankondiging van de ster die op de geboorte van Maria wijst, door de profeet Bileam. Al de gekozen episodes van de verschillende bijbelverhalen op deze vier kapitelen zijn niet willekeurig gekozen. In een uitvoerige studie legt de theoloog en kunsthistoricus Régis de la Haye de verbanden uit. Ik volsta met het tonen van de foto’s van 16 zijden van deze vier kapitelen met een korte beschrijving van wat je ziet.

04a4a: Het offer dat zowel Kaïn en Abel brengen

04b4b: Kaïn vermoordt Abel

04c4c: God berispt Kaïn

04d4d: De afstammelingen van Kaïn

05a5a: Jacob wordt door zijn vader Isaac gezegend en Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep

05b5b: Jacob ligt op de grond te slapen en droomt: hij ziet een ladder naar de hemel. Rechts de worsteling met de engel.

05c5c: Jacob keert huiswaarts met een kudde schapen

05d5d: Jacob en Esau verzoenen zich. Hij neemt de geschenken van zijn bloedverwanten aan. Volgens Régis de la Haye kan je deze verzoening interpreteren als een verzoening van het voor-christelijke (de Joden = Esau) met de afstammelingen van Jacob = na-christelijk is Christenen.

Jacob staat, eveneens volgens Régis de la Haye, voor kerkwijding en altaarwijding. Bij de eerste zalving van het altaar zong men het antifoon “Erexit Jacob lapidem in titulum.” Bij de tweede zalving “Mane surgens Jacob”. De steen van Jacob is het beeld van het altaar van het nieuwe verbond. Deze verlaagde zuilen staan direct links van het altaar. Rechts van het altaar staan de eveneens verlaagde zuilen met de Abrahamkapitelen:

06a6a: Abraham wordt bezocht door de drie engelen en krijgt te horen dat Sara nog een kind gaat. Krijgen. Sara staat verbaasd te luisteren in de deuropening van haar huis. Vergelijk deze afbeelding eens met de in dit blog eerder getoonde afbeelding in het presbyterium van de San Vitalis in Ravenna!

06b6b: De drie engelen krijgen voedsel aangereikt.

06c6c: Abraham wil Isaac offeren maar een gevleugelde engel houdt hem tegen. Rechts zien we hoe daar voor in de plaats een ram wordt geofferd.

06d6d: Abraham zegent het offer van de ram.

07a7a: De profeet Bileam moest in opdracht het Joodse volk vervloeken. Hij zat op zijn ezel op weg om dat te doen. Tot drie keer toe weigerde de ezel om verder te gaan, een engel  hield het beest tegen. De derde keer keerde de ezel zich om naar Bileam en sprak over deze engel. Nu zag Bileam de engel ook en luisterde naar de opdracht. In plaats van het joodse volk vervloeken zou hij het moeten zegenen.

In het verhaal zou hij ook nog een ster zien die de toekomstige geboorte van Maria zou aankondigen.  Deze ster wordt vaak in combinatie met bovenstaande afbeelding getoond. Die is hier niet afgebeeld. Op de andere zijden van dit kapiteel staan een aantal moeilijker te duiden afbeeldingen: (Alle getoonde zwart-wit afbeeldingen zijn afkomstig van wikipedia)

07b7b: mannelijke zeemeerminnen met frygische mutsen die als wapen een vis gebruiken.

07c7c: gesneuvelde strijders?

07d7d: twee mannen die vergroeid lijken te zijn aan hun buik

Deze vier kapitelen rond het altaar worden aan beide kanten vergezeld door nog drie kapitelen links en drie kapitelen rechts (1-3 en 8-10). 1 en 10 staan apart en hebben allebei een zelfde onder- en bovenpost. Zo ook 2,9 en 3 en 10. Ook thematisch is er op die manier verwantschap.

1-10Het lijkt alsof op kapitelen 1 en 10 de situatie wordt geschapen van nog voor de erfzonde. We zien hoe op kapiteel 1 de duivels (draken) geketend zijn, op kapiteel 10 zien we Adam en Eva, geheel naakt. Adam houdt een been vast van de nog liggende Eva. Hier zie je slechts een deel van haar been.

2-9Op kapiteel 2 zien we Adam op vier zij-hoeken van het kapiteel naar voren kijken. De mens verspreidt zich over alle werelddelen. Op kapiteel 9 zien we leeuwen, die wellicht de wereld bewaken.

0003Op 3 zien we hoe op elke hoek een mens lijkt weg te lopen, er tussen in zien we ongeketende draken. De mens na de erfzonde van Adam en Eva?

08aOp  kapiteel 8a zien we de beroemde afbeelding hoe Heimo een kapiteel aanbiedt aan de H. Maria, de patroonheilige van de OLV-kerk.

08bcdOp de andere drie zijden van dit kapiteel zien we op 8b twee adelaars, op 8c twee runderen, op 8d twee leeuwen. Als je Heimo met Maria ziet als de “waterman” of “Engel”, dan worden op dit kapiteel de vier evangelisten uitgebeeld. Immers de adelaar staat voor Johannes, de stier voor Lucas en de leeuw voor Marcus. Na de erfzonde zijn de mensen op de vlucht voor de duivel (kapiteel 3), maar tegelijk is er door het Christendom, verkondigd door de vier evangelisten, hoop. Onderdeel van die hoop zijn ook de handwerkslieden van Heimo, die een heiligdom voor Maria maken.

Dit zijn dan 10 van de 30 kapitelen. Ook over de rest valt veel te vertellen. Op wikipedia zijn ze allemaal, alhoewel niet van alle kanten, te zien. We zien vooral weer duivels, wezens die afkomstig lijken uit de bestiaria, maar ook wijngaard-taferelen. Heel vergelijkbaar met wat we ook zien in het westen van de Servaas. De Bijbelse voorstellingen op kapiteel 1-10 zijn uniek, die zien we in de Servaas niet. Ze zijn heel bewust gekozen, ook qua vorm en plaatsing, op de voorste rij rond het heilige altaar. Nog steeds, na bijna 900 jaar staan ze daar. Als dan elke zondag hier de hoogmis wordt opgedragen met Gregoriaanse gezangen, en daarbij ook nog alle mogelijke eeuwenoude rituelen worden uitgevoerd, en je geest wordt bedwelmd door de geur van wierook: dan klinkt hier een echo van eeuwigheid.

Literatuur:

  • De Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht. Bouwgeschiedenis en historische betekenis van de oostpartij. Dr. A.F.W. Bosman. Clavis kunsthistorische monografieën deel IX. 1990. ISBN 906011.688.7 De Walburg Pers, Zutphen.
  • De onze-lieve-vrouwe: een levende kerk. Frans Kurris S.J. Parochie-uitgave, in kerk verkrijgbaar. Veel historische informatie, goed leesbaar.
  • Elizabeth den Hartog, Romanesque sculpture in Maastricht. 2002 Bonnefantenmuseum Maastricht. ISBN 90 72251 31 8. Zeer uitgebreide en diepgaande beschrijving van de Romaanse sculpturen in met name de O.L.V. basiliek en de St. Servaas. Ook uitgebreide vergelijkingen met sculpturen uit Duitsland, Frankrijk en Italië. Analyses en overtuigende verklaringen van de vaak enigszins mystieke betekenissen. Veel afbeeldingen in zwart wit. Engelstalig
  • Locus iste sanctus est. Régis de la Haye. Over het iconigrafisch programma van de kapitelen van de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht. Limburgs geschied en oudheidkundig genootschap, jaarboek 2006.

 

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties