Heiligdomsvaart

Noodkist-Sint-Servaas-Maastricht

foto van http://www.katholiekforum.net

Op TV waren onlangs beelden van de Heiligdomsvaart in Maastricht te zien. De Heiligdomsvaart is het evenement waarbij eens in de zeven jaar relieken in processie door de stad worden gedragen, onder meer de vergulde noodkist met het gebeente van de Heilige Servaas. De processie wordt door de mensen zonder zachte G met een gemoedelijk folkloristische glimlach bekeken, iets waar je niets van snapt maar dat er wel leuk uit ziet.

Hoe anders was dat bijna 150 jaar geleden. Op 27 juli 1873 werd de nieuwe kapel voor de relieken van de Servaaskerk ingericht (de huidige schatkamer). Er volgde een grootse processie waarin onder meer ruim tachtig priesters mee liepen. De politie vond deze processie onwettig en maakte proces verbaal op. Hoezo?

In de negentiende eeuw was er een tijd lang een ministerie voor de “Roomskatholieke Eeredienst.” Waar hield dat ministerie zich mee bezig? Tja. In ieder geval zien we hoe er tot in 1880 en soms ook nog later regelmatig gedonder is rond het houden van processies, met in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw in mijn ogen enkele bijzonder benepen dieptepunten.

Een van de aanleidingen tot die houding in die tijd is wellicht de zogenaamde Kulturkampf in Duitsland. Bismarck liet kloosters sluiten en er kwamen nog meer anti-katholieke maatregelen.

(Wikipedia: In 1873 werd het katholieken verboden om voor de Kerk te trouwen. Alleen het burgerlijk huwelijk gold als geldig voor de wet. Ook werden weerspannige priesters en bisschoppen gevangengenomen of het land uitgezet. In juli 1872 werden de jezuïeten uit Pruisen verbannen. Later werden ook andere kloosterorden opgeheven en de leden eveneens het land uitgezet. In 1873 werden de Mei-wetten uitgevaardigd, hetgeen een hoogtepunt in de strijd tegen de Katholieke Kerk betekende. Kandidaat-priesters werden verplicht om voor een periode van ten minste drie jaar aan een Duitse universiteit te studeren.)

Dat was koren op de molen voor de anti papisten en liberalen in Holland. Ze zagen hoe de katholieken uit Duitsland over de grens hun heil in katholiek Nederland gingen zoeken. Diverse kloosters vestigden zich in Limburg. Maar ook kwamen er processies op Nederlands grondgebied. Kwamen die Duitse processiegangers in Nederland niet gewoon propaganda maken voor hun standpunt in de Duitse cultuurstrijd, zo was de redenering? Bij zo’n Duitse processie naar Kapel aan het Zand in Roermond wilde de Nederlandse Marechaussee de leider van die processie een proces verbaal geven. Maar de pelgrims hadden wandelstokken bij zich en joegen daarmee de gewapende marechaussee op de vlucht. Die haalde versterking. Toen die aankwam waren er nog slechts een klein aantal karren met pelgrims die nog niet de grens waren over gestoken. Elk mannelijk lid dat ze in de achtergebleven karren aantroffen werd gearresteerd en meegevoerd.

Dit was niet het eerste en enige incident. In 1976 kwamen pelgrims uit Rotterdam met de trein aan in Sittard. Daar werden ze feestelijk onthaald door de plaatselijke fanfare, maar: ook door de marechaussee. Deze greep niet in maar bewaakte de hele tocht door de stad en sloeg in de ogen van de plaatselijke bevolking een belachelijk figuur. Korte tijd later werd de processie van Beek naar Sint Gerlach door de politie verstoord. Van hoger hand werd verboden om vaandels, beelden en het kruis te dragen. Ook mocht er niet hardop gebeden of gezongen worden. Iets later, alweer bij Kapel aan het Zand, werd aan Duitse pelgrims uit Kempen te kennen gegeven dat ze zich dienden te verdelen in groepen van maximaal twintig personen. Toen de Duitsers geen aanstalten maakten om dat te doen begon de politie er met stokken op in te slaan. En zo kan de lijst uitgebreid worden met nog tientallen incidenten.

Behalve de Duitse Kulturkampf was er nog meer aan de hand. Koning Willem I had vanaf 1815 een behoorlijk anti-katholieke houding waarmee hij zich in de katholieke gebieden niet geliefd maakte. Dat was een van de redenen waarom België zich afscheidde van Nederland. Willem II , diens opvolger, was veel gematigder en de grondwet van 1848 van Thorbecke leek godsdienstvrijheid te waarborgen. Maar om ook de calvinisten te vriend te houden waren er toch nog enkele bepalingen in die wet die stof tot gedoe konden geven. Zo stond er dat elke vorm van godsdienstuitoefening die al op dat moment en op die plek bestond geoorloofd was. In de zeventiger jaren ging men op enkele plaatsen opeens naar de letter van die wet handelen. Als een processie een straat aandeed die nog nooit eerder was aangedaan dan werd er proces verbaal opgemaakt. Nieuwe processies mochten zo wie zo niet. Ook bleek er te staan dat elke parochie maximaal twee keer per jaar een processie mocht houden en dat moest dan ook altijd op een zondag zijn. Genoeg aanleidingen en argumenten dus om een processie tegen te houden of om de leiders te verbaliseren. Als er dan een rechtszaak ontstond dan moest de verbalisant minimaal de rechtskosten betalen maar ook werden er soms gevangenisstraffen tot wel een jaar opgelegd.

Het blijkt dat deze wet uit 1848 nog nooit is vervangen. In 1918 bepaalde de Hoge Raad inzake een processie te Zevenaar dat een processie alleen maar is geoorloofd op een plaats waar die ook in 1848 al was toegelaten, dus de grondwet van Thorbecke werd er weer bijgehaald. 31 augustus 1954 trad voor Nederland het Verdrag van Rome in werking, die godsdienstvrijheid moest garanderen. Maar hoe die wet te interpreteren? Ook nu weer was de Hoge Raad van mening dat de beperkingen van Thorbecke voor Nederland nog steeds zouden kunnen blijven gelden. De staatscommissie Cals-Donner vond enkele decennia later dat dat niet meer van deze tijd was. Voorgesteld werd om de tweede alinea van artikel 184 (vroeger 167) uit de grondwet te schrappen. De tweede kamer nam deze grondwetherziening eind 1975 aan, maar door de val van het tweede kabinet den Uyl ging deze herziening toen niet door.

Wat staat er op dit moment in de grondwet?

Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten, behoudens de nodige maatregelen ter zake der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten.

De tweede alinea staat er nog steeds, maar geen hond die er meer naar kraait… Voor een ordelijk verloop heb je slechts toestemming van de burgemeester nodig, waar en wanneer je ook een processie gaat houden. Het zijn niet de heiligdomsvaarten maar de voetbalwedstrijden die de nodige orde-problemen opleveren. Maar daar over stond niets in de grondwet van Thorbecke…

Literatuur: Giel Hutschemaekers, Limburgse processieperikelen 1873-1880 (Maasgouw 3 en 4 1980)

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

De periode in de Europese geschiedenis tot de Franse revolutie van 1789 wordt ook wel de tijd van het Ancien Régime genoemd. In korte tijd werden door de revolutionairen veel dingen afgeschaft zoals tol en gilden, werden kerk en staat gescheiden, was er vrijheid, gelijkheid en broederschap en werd de adel van zijn privileges beroofd. Ook werden tijd, maten en allerlei eenheden op elkaar afgestemd en opnieuw geformuleerd. Maar: de idealen van het revolutionaire begin bleken al snel niet haalbaar. Napoleon schafte de Franse tijdsindeling weer af en verzoende zich met de paus. Sommige bepalingen werden weer terug gedraaid, andere bleven en werden na 1815 in een groot deel van Europa gemeengoed. Althans dat is de algemene gedachte. De tijd van het Ancien Régime was nu dan toch voorbij. Is dat wel zo…

jaarboek 1846Dat dit een moeizaam proces was blijkt als je het Jaarboek voor het Hertogdom Limburg (het huidige Nederlands Limburg) uit 1846 bestudeert. We hebben het over inmiddels meer dan 50 jaar na de Franse revolutie. Enkele voorbeelden, het eerste met betrekking tot de standaardisering van maten, het tweede m.b.t. de vervlechting van Kerk en Staat, het derde m.b.t. de standenmaatschappij.

1

Het Nederlands verpakkingsmateriaal als kannen, vaten, kuipen moest opnieuw worden vervaardigd. Pas in 1845 was men zover dat de lokale maten verlaten werden. De kuipers moesten zich houden aan de volgende afmetingen, uitgedrukt in Nederlandse strepen (een streep is het duizendste gedeelte van een el, waarbij er gemeten werd met de Nederlandse streep, die minimaal afweek van lokale “strepen”.)
Een vat van 10 kannen diende een sponsdiepte te hebben van 236 strepen, een bodems middellijn van 197 strepen en een hoogte van 256 strepen. Zo werden daarna ook de afmetingen van vaten van 20, 30, 40, 50, 100, 150 en 200 kannen omschreven. Als je het jaarboek doorbladert volgen er nu pagina’s achter elkaar met tabellen. Regionaal verschillende maten kunnen hiermee teruggerekend worden naar Nederlandse maten. Lengte maten: alles wordt nu Nederlandse el of are. Zo is een roede, die in Gronsveld 15 voet en 5 duim meet, voortaan 4,5228 el oftewel 0,2046 are. Voor elke plaatselijke roede is dat weer wat anders. De verschillende inhoudsmaten als kan (kan voor bier, wijn of melk verschillen oorspronkelijk!), worden slechts “een kan”: de Nederlandse kan. De verschillen per regio blijken aanzienlijk, een kan bier was in Roermond niet hetzelfde als een kan bier in Maastricht. Maar alle kannen worden ongeacht de inhoud en waar ze vandaan komen hetzelfde. Dan komen de tabellen met gewichten (korrel, wigtje, lood, once, pond of medicinale gewichten: grein, schrupel, drachme). Een Maastrichts pond is 4 once, 6 lood, 7 wigtje en 7 korrel. Zo simpel is dat. Maar wat vooral opvalt: de gewichten worden in die tijd meestal nog niet omgezet naar een standaarmaat met decimalen, het gaat slechts om het omzetten van alle lokale varianten naar een Nederlandse standaard. De Franse eenheden kilo, liter, meter zijn er nog niet. Er wordt nog steeds voornamelijk gerekend in pond, kan en el. Alleen zijn er dus geen regionale verschillen meer. En de tonnen, kannen, kuipen moeten opnieuw gefabriceerd worden en voldoen aan de nieuwe Nederlandse standaard. Daarvoor worden zeer veel ijkmeesters aangesteld. Oude verpakkingsmaterialen dienen te worden ingeleverd.

2

Achter in het jaarboek staan de namen van de landelijke ministeries en de bijbehorende ministers in 1846. Welke ministeries had men?

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Ministerie van Justitie
  • Ministerie van Binnenlandse zaken
  • Ministerie van Hervormde en andere diensten behalve die der Rooms-Katholijcke
  • Ministerie van de Rooms-Katholijcke Eeredienst
  • Ministerie van Kolonien
  • Ministerie van Marine
  • Ministerie van Financien
  • Ministerie van Oorlog

Opvallend is dat er vier ministeries zijn die naar mijn idee op zijn minst twee aan twee dicht bij elkaar liggen, maar in die tijd blijkbaar goed te scheiden waren: buitenlandse zaken en kolonien, marine en oorlog. En er waren maar liefst twee ministeries die zich uitsluitend met godsdienstige zaken bezig hielden, hoezo scheiding van kerk en staat? En de Rooms-Katholijcke Eeredienst moest helemaal apart in de gaten gehouden worden, daar werd zelfs een compleet ministerie om heen gebouwd! Ministerie van Sociale zaken, dat bestond nog niet. En er was ook nog geen ministerie van Onderwijs.

3

Ook opmerkelijk: bij de indeling van de leden van de provinciale staten werd nog bijna een middeleeuwse indeling gemaakt: eerst stond er een lijst met leden namens de ridderstand, dan kwamen de leden namens de steden en tot slot de leden namens de boerenstand.

Limburg werd militair bestuurd door een commandant die zetelde in Maastricht. Dat was niet zo maar de eerste de beste, het ging om: Graaf van Limburg Stirium, luitenant-generaal, buitengewoon adjudant des konings, kommandant der 1e divisie infanterie, opperbevelhebber der vesting Maastricht en der troepen in het Hertogdom Limburg, W.O.R. 3e klasse, N.L.R.E.K.K. ridder van de orde van St. Anna 2e klasse met diamanten van Rusland, idem van de 3e klasse der orde van St.-Wladimir, kommandeur van de Guelphem-orde van Hanover, ridder van den Gouden Leeuw van Hessen, grootkruis van den Witten Valk van Saxen-Weimar-Eisenach. Zo!

Het Ancien Régime was voorbij. Maar er was nog steeds een standenmaatschappij. De staat bemoeide zich nadrukkelijk met kerkelijke zaken. Europese standaardisering was er nog lang niet. Er bleken nog heel wat kleine revoluties en zelfs oorlogen nodig te zijn om de oorspronkelijke idealen te verwezenlijken: vrijheid (democratie met stemrecht voor iedereen), gelijkheid (toegang tot onderwijs voor iedereen bijvoorbeeld), en broederschap (sociale zorg).

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Afscheid

In de korte toespraak in de pauze van zijn afscheidsconcert in de Doelen van Rotterdam zei dirigent Yannick  Nézet-Séguin woorden die aan de ene kant klinken als een cliché, maar die je desondanks raken. Hij zelf werd emotioneel. Samengevat:

Afscheid hoort bij het leven
Leven is muziek
Muziek is vriendschap
Ik zal altijd van jullie houden

Het concert is opgenomen door Radio 4 en kun je terughoren bij het onderdeel “het  Zondagmiddagconcert” via deze pagina:

https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-06-10

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | 2 reacties

Engels in het Hoger Onderwijs

In de late Middeleeuwen was het Latijn de taal van de geletterden en het was ook de voertaal in het hoger onderwijs. Pas in de zestiende en vooral de zeventiende eeuw werd dat meer en meer de volkstaal. Dat terwijl er in de hogere kringen in die tijd vooral Frans werd gesproken. Er zijn nog steeds heel veel Franse leenwoorden, dat werd duidelijk bij de conference “Van Kwaad tot Erger” van Theo Maassen uit 2016 met een meesterlijk onderdeel dat daar over ging, onlangs nog te zien op de Nederlandse televisie. Maar het zal voor iedereen duidelijk zijn dat nu het Engels de agressief dominante taal is die in snel tempo eerder nog gangbare Nederlandse termen vervangt. In België is het nog lang niet zo erg, ook in Duitsland niet. Jongens, we lopen voorop! Nederland heeft een voorbeeldfunctie voor de rest van Europa. Wij zullen als eerste de volkstaal wurgen, de rest van Europa zal ons weldra volgen! Minister van Engelshoven schrapt de verplichting om het Nederlands als onderwijstaal te gebruiken in het Hoger Onderwijs. In het interview met haar in de Volkskrant van 4 juni:

U zet symbolisch een grote stap. In de wet staat nu: er wordt les gegeven in het Nederlands, tenzij er noodzaak is om het anders te doen. Dat gaat u schrappen?

‘Ja. Het regeerakkoord zegt : Engels kan wanneer het meerwaarde heeft. Dat vind ik een veel zinvollere manier om er naar te kijken. 

Waarschijnlijk zal het een administratieve futiliteit zijn om die meerwaarde aan te tonen en dat zal tot gevolg hebben dat het wel eens snel zou kunnen gaan met de verdere verengelsing in het Hoger Onderwijs. Wil Europa dat? Nee! Kan misschien de Europese unie hierin nog iets betekenen? Als er een besmettelijke ziekte bij de veestapel van een boer is worden voor de zekerheid alle dieren gedood. Misschien moeten in Nederland de dijken worden doorgestoken. Nederland moet gewoon worden terug gegeven aan de zee. Behalve alles dat boven NAP ligt, dat mag blijven. Europa zal worden beschermd door de duinen van Brabant en Gelderland en de heuvels van Limburg. De ergste verloederingshaard bevindt zich namelijk onder NAP, daar waar ze geen Nederlands kunnen (boederai, Pottuchal) en eigenlijk ook geen Engels. (Ai lif in Holland). Misschien kan de rest van Europa op die manier nog gered worden? Als de lidstaten tenminste daarnaast nog extra maatregelen treffen. De volkstaal beschermen is niet makkelijk. Engels als voertaal zou misschien verboden moeten worden, om te beginnen in het Hoger Onderwijs. Maar ook in onze winkels moet het een en ander worden aangepast. Dankzij Europese maatregelen is het vanaf dan nergens meer sale en gaan we ook niet meer naar de outdoor afdeling voor een mountainbike, in een land zonder bergen you know. Snack to go’s laten we abroad. Ook geen self supporting aan de hand van een how-to-film. Een E-bike wordt niet door Apple gemaakt dus we zeggen er gewoon electrische fiets tegen. We stappen ook niet op onze casual bike met activity tracker. Slim is weer gewoon slim en heeft niets met een kledingmaat te maken. Een fitting kennen we misschien nog wel, maar kleren gaan we gewoon in de winkel passen. En wie op vakantie naar een resort wil gaan zal helaas Europa moeten verlaten…

Zie ook:

https://ppsimons.com/2016/10/30/taalverloedering-in-de-zestiende-eeuw/

Geplaatst in filosofie, taal | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Muurhagedis

Het was een mooie dag in Maastricht. Op enkele plaatsen in de binnenstad lag modder. Het had  blijkbaar nog niet lang daarvoor stevig geonweerd. Maar nu was de lucht blauw en de terrasjes zaten vol. Ideaal weer om muurhagedissen te spotten. Het hoeft daarvoor trouwens niet eens heel warm te zijn, zo vanaf april kun je ze soms al zien. Maar de zon moet eigenlijk wel schijnen. En dat deed hij. Waar moet je dan zijn? Soms zie ik ze op de oude stadswal, bijvoorbeeld in het Lange Grachtje. Vaker zijn ze te vinden bij de voormalige vestinglinie Hoge Fronten, een gebied dat nu als een natuur- en historisch monument is ingericht.

hoge-frontenDaar ging ik dus heen. Ik rook het al: marjolein, tijm. Wat een genot, en dat in Nederland. En ik was er alleen. Er stond een bankje, Zitten, ruiken, genieten. Ik keek uit over de lage delen, daar mag je tegenwoordig niet meer komen. Vroeger kwam ik daar een keer een bioloog uit Engeland tegen, die speciaal voor de hagedissen minstens een keer per jaar naar Maastricht ging.  Muurhagedissen komen in Nederland alleen in Maastricht voor. Maar de muren en de hagedissen populatie zijn te kwetsbaar. En juist daar beneden zitten dus de meeste muurhagedissen.  Er zijn overal spleetjes en schuilhoekjes te vinden. Gelukkig zijn er ook enkele muren iets verder op waar je wel langs mag wandelen. Dus dat ging ik dan ook doen. Spiedend met mijn ogen. Je ziet ze steeds maar even, ze hebben je al gauw in de gaten en schieten als een speer weg. Ze zien er ook uit als een speer. Prachtig gespikkeld, gestroomlijnd. Het kan op die muren al snel erg warm worden, precies waar ze van houden. Ik ervaar die plekken met die mooie oude verweerde stenen, net als de muurhagedissen als paradijselijk. Ik hoefde vandaag niet lang te wachten, ststs, daar schoot er al eentje over de muur. Even later weer een. Ik pakte mijn camera. Niet te lang wachten. Numero drie, ja: ik had hem!  Het was een mooie dag in Maastricht.

Geplaatst in natuur | Tags: , | 3 reacties

De atmosfeer verdieping

Mijn oudste kleinzoon van bijna vijf jaar verzint voortdurend nieuwe woorden. Zo noemt hij de ruitenwissers van de auto ruimtewissers. Maar wie weet wat een “atmosfeer verdieping” is? Voor hem is dat een doodnormaal begrip, niet vreemder dan alle andere nieuwe begrippen die hij dagelijks hoort en opslurpt.

torenEnkele dagen geleden was hij aan het spelen, bij de vensterbank van de serre. Daar staat al een hele tijd een door hem gemaakte toren van duplo-steentjes, waar hij verder nauwelijks aandacht meer aan besteedt, maar die niet mag worden afgebroken. Soms verplichten we hem om dat toch samen met ons te doen, maar als hij dan weer bij opa en oma is wordt de toren gelijk weer opgebouwd. Enfin, bovenstaande toren staat er nu al weer enkele weken. Om hem wat stabieler te maken had hij onder aan die toren een soort versterking gemaakt. (Ja, ook bij gotische kathedralen kwamen ze daar in de middeleeuwen soms pas na schade en schande achter, zoals in 1227 in Beauvais…) Maar hij heeft het inmiddels door, na aanwijzingen van zijn papa.

Op die toren kom ik zo terug, want hij gaat in zijn spel en gedachten van de hak op de tak en dat doe ik dan dus ook. Overigens maakt hij dan soms opeens toch weer een prachtig verband tussen dingen die ogenschijnlijk geen enkel verband lijken te hebben. Zo ook nu. Eerst speelt hij met een takelwagen en redt een poppetje dat was gevallen. ‘Wiewiewiewie. Gelukt!’ ‘Wiewiewie’ is het geluid van de aanstormende hulpdiensten met sirene. ‘Gelukt’ met het accent op ‘ge’. Dan ziet hij opeens dat zijn toren een ingang lijkt te hebben en zijn fantasie slaat gelijk op hol. Je kunt met een trap, nee met een lift helemaal boven in die toren komen! Naar welke verdieping ga je dan wel niet? Ik verwacht de vijfde verdieping of zo iets te horen, maar nee: je gaat naar “de atmosfeer verdieping”. Daar wordt namelijk de atmosfeer bestudeerd.

Even later, en dat heb ik jammer genoeg niet opgenomen, houdt hij een heel filosofisch verhaal over het woordje “gelukt”.  Dat kan betekenen dat een reddingsoperatie is gelukt, bijv. als een meisje van een hoogte naar beneden is gevallen. Maar als een raket omhoog stijgt dan tellen ze achteruit van 10 tot 0. En dan zeggen ze als de raket dan eindelijk omhoog is gegaan: ‘gelukt!’ Eveneens met het accent op ‘ge’. Die denkbeeldige raket zit inmiddels ergens boven in de atmosfeer. Je ziet hem misschien nog vanuit de atmosfeer verdieping. Als het geregend heeft zet je gewoon de ruimtewissers aan.

Geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , , | 9 reacties

Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci en de dierenriem

laatste-avondmaal-origineelToen Napoleon Milaan veroverde zag hij daar “het Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci. Tussen 1495 en 1497 schilderde Leonardo het werk voor de eetzaal van het klooster S. Maria delle Grazie in die stad. Wat wilde Napoleon dat werk graag hebben! Maar hij had net een concordaat met de paus gesloten, dus een ordinaire kerkenroof zoals zijn revolutionaire voorgangers in het laatste decennium van de achttiende eeuw hadden gepleegd kon hij niet zo maar doen. Dus hij koos voor een meer elegante oplossing: er zou een duplicaat vervaardigd worden van het beroemde schilderij en hij wilde dan, als dat klaar was, het origineel meenemen naar Parijs. Leonardo da Vinci had indertijd zitten experimenteren met een nieuw soort verf. Dat experiment was mislukt: de verf begon al enkele decennia nadat het klaar was langzaam maar zeker af te brokkelen. Napoleon beloofde dat er een mooie alternatieve voorstelling zou komen te hangen, een betere dan het gehavende origineel. Het enorme paneel zou niet geverfd worden maar worden opgebouwd uit heel kleine mozaïeksteentjes. Dat zou honderden jaren moeten kunnen mee gaan. Maar wat een werk moet dat geweest zijn, zoiets kon niet zo maar elke willekeurige kunstenaar voor elkaar krijgen. Na een zoektocht vond men in Rome een kunstenaar die dat wel kon, Giacomo Raffaelli. Deze deed er maar liefst acht jaar over. Het werk kwam klaar in 1814. Maar toen het dus eindelijk af was, was Napoleon inmiddels verslagen, verbannen en niet lang daarna was het Weense congres begonnen. Noord-Italië werd daarbij weer aan Oostenrijk toegewezen. Zo kwam het duplicaat van het Laatste avondmaal in een stad die toen viel onder de Oostenrijkse koning. Deze besloot om het te kopen en het naar Wenen te verplaatsen. Schloss Belvedere was de beoogde plek om het op te hangen maar het bleek daar eigenlijk nergens goed tot zijn recht te komen. Toen schonk de koning het aan de kerk van de Minderbroeders van Wenen. Zo kwam het terecht in de gotische Minoritenkirche. Daar hangt het nog steeds en ik zag het er onlangs.

laatste-avondmaal-wenenBij Arabische wetenschappers maar ook in de westerse wereld was astrologie in de middeleeuwen een vanzelfsprekende wetenschap. Astronomie was slechts nodig om astrologie te kunnen bedrijven. Ook in de tijd van Leonardo da Vinci was dat voor een groot deel nog zo. Het is zeker dat ook hij met astrologie bezig is geweest. Had hij ook een astrologische gedachte bij het weergeven van het Laatste Avondmaal? Veel mensen denken van wel. Op internet kun je meerdere theorieën die daar over gaan lezen. Elke apostel zou je dan kunnen zien als een verpersoonlijking van een van de karakters die gekoppeld is aan een van de twaalf dierenriemtekens. Maar welk dierenriemteken is nu welke apostel en welke persoon is dat op de afbeelding? In een boek dat ik al meer dan dertig jaar geleden kocht wordt dat uitgewerkt door H.S.E. Burgers, die nog les heeft gehad van Jung.

Veel mensen weten globaal wel iets van de karaktereigenschappen die aan bepaalde sterrenbeelden worden toegekend. ‘Typisch ram’ hoor je dan iemand zeggen. Ik vind het een mooie manier om tot een typering te komen, met uiteraard alle gevaren van dien. Een beetje vergelijkbaar met typeringen als cholerisch, melancholisch of flegmatisch. Sommige mensen kunnen niet stil zitten, ze moeten wat doen, andere hebben veel tijd nodig om tot een besluit te komen en ga zo maar door.

Deze dingen staan ook bij de typologie van de dierenriemtekens. Allereerst zijn deze gekoppeld aan de seizoenen: precies als de lente begint, begint ook het teken ram, als de zomer begint kreeft, als de herfst begint weegschaal, als de winter begint steenbok. Elk seizoen is nog een keer in drie gelijke delen verdeelt (ongeveer een maand dus). Het eerste deel van het seizoen wordt ook wel een hoofd-teken genoemd, het tweede deel een vast teken en het derde deel een beweeglijk teken. Verder is om en om een teken gekoppeld aan het element vuur, aarde, lucht en water. Dat levert dan het hele spectrum op van de twaalf dierenriemtekens. Vuur is kracht, onstuimigheid. Aarde is rust, standvastigheid. Lucht is verbinding leggen, communicatie. Water is gevoelsleven, mededogen. Door die vier elementen te combineren met de begrippen hoofd, vast en beweeglijk krijg je een vrij breed spectrum waar een deel van een persoon mee gekarakteriseerd kan worden. H. Burgers gaat daar nog veel verder in maar dat voert nu te ver.

Laten we de personen op de afbeelding bij Da Vinci eens nummeren: de apostelen links van Jezus noemen we van links naar rechts 1, 2, 3, 4, 5, 6. Hierbij nummeren we niet hoe ze aan de tafel zitten maar hoe we hun hoofd zien, dat is van belang bij de nummers 4 en 5! We gaan verder aan de rechterkant van Jezus, eveneens van links naar rechts: 7, 8, 9 , 10, 11, 12.

Volgens Burgers zijn de apostelen niet voor niets drie aan drie genummerd. Twee logische indelingen zijn dan mogelijk: elk groepje is een seizoen, of elk groepje is een element. Volgens Burgers een seizoen, maar niet de seizoenen in de gebruikelijke volgorde, en ook niet steeds de seizoensmaanden in de gebruikelijke volgorde. Hij staaft dat, maar ook dat voert hier te ver.

Jezus heeft net gezegd: ‘een van jullie zal me verraden.’  Elke apostel reageert op het paneel zo op zijn manier.

De eerste drie apostelen verpersoonlijken de lente. Maar de eerste figuur is hier niet Ram, maar stier. De derde is tweelingen. De stier ziet eruit als een bonkige figuur waar je niet om heen kunt, hij is de verpersoonlijking van de “vaste” aarde. Standvastig, betrouwbaar, rustig maar als hij los komt niet te temmen. Volgens Burgers is hij de apostel Bartholemeus. De tweede persoon is de personificatie van de ram. Heel sterk pleit hiervoor dat Leonardo da Vinci een zelfportret heeft gemaakt dat sprekend lijkt op deze tweede figuur, Leonardo is geboren op 15 april, onder het teken ram. Hieruit blijken twee dingen: Leonardo maakt van de apostelen dierenriemtekens en de tweede apostel was een ram. Volgens Burgers is de ram als eerste teken van de dierenriem iemand die naïef de wereld tegemoet treedt en open en onstuimig alles benadert. Daarbij heeft hij anderen nodig, met name de wijze waterman. De ram is hier Jacobus de jongere. Hij legt een arm over de schouder van de waterman, Simon Petrus. De derde persoon is het teken Tweelingen, en wel gepersonifieerd door Andreas. Deze apostel houdt zijn twee handen als een spiegel, als ware hij een tweeling, tegenover elkaar.

wenen-aarde

De stier is hier al woedend! De ram vraagt raad aan de waterman, de tweeling denkt te zeggen ‘wat zeg je me nou!’

Dan komt de tweede groep, niet de zomertekens maar de wintertekens. Duidelijk is wie Judas de verrader moet zijn:  de figuur die een zak geld in zijn handen heeft. Volgens Burgers zien we hier het dierenriemteken steenbok, een hoofd en aarde teken. De steenbok is iemand die geleidelijk zijn doel weet te bereiken, vaak langs slinkse wegen. Naast hem zit de Waterman, Simon Petrus. Simon Petrus richt zich naar Johannes rechts van hem, die met gevouwen handen niets kan uitbrengen. Hij is de overgevoelige vis. Simon Petrus troost hem met wijze woorden, en krijgt zelf steun van Jacobus de Jongere. Maar hij trekt ook zijn dolk, zoals Petrus niet veel later een soldaat een oor afsnijdt. Deze onstuimigheid van Petrus vind ik overigens persoonlijk minder passen bij een waterman, meer bij een vuurteken als ram. Zou je ram en waterman verwisselen dan gaat de groepering van seizoenen niet meer op en bovendien is dan ook de logica van het zelfportret verdwenen. Ik houd het dus toch maar op de interpretatie van Burgers.

wenen-water

Petrus: potverdorie wat zeg je me nou Jezus, gaat iemand jou verraden? Ik snijd hem zijn strot af! Judas: Oei, hij weet het, wat nu… Johannes (Vissen): ik wist het, we moeten berusten. Vissen staan bekend om hun gevoelsmatige inzicht en zelfs helderziendheid.  

De derde groep, rechts naast Jezus, bevat de zomertekens. Thomas, de maagd steekt zijn bestraffende vingertje op. Jacobus de Oudere, de leeuw, is alom aanwezig. Met gestrekte armen laat hij zien dat hij er is en probeert majesteitelijk zijn ongenoegen kenbaar te maken. Philippus, de kreeft, spreekt zijn oneindige liefde en medelijden met Jezus uit.

wenen-lucht

Tot slotte de laatste groep aan de rechterkant, de herfsttekens. Simon de IJveraar, de boogschutter, wil onmiddellijk iets organiseren om het onheil te wenden. In het midden zit Taddeus, de schorpioen, die alles door heeft en op zijn manier deel neemt aan de discussie. Rechts zit Mattheus de tollenaar, de weegschaal. Hij houdt zijn handen als een weegschaal en probeert met wikken en wegen tot een mogelijke oplossing te komen.

wenen-vuur

Burgers besteedt vele pagina’s aan de verklaring van de connectie tussen elke apostel en een dierenriemteken. Dat doe ik niet. Op internet vond ik ook enkele pagina’s die zich hier mee bezig houden. Een keer las ik een artikel waarbij alle apostelen van links naar rechts van ram tot vissen werden gegroepeerd. Ook was er een artikel waarbij getracht werd om ze te groeperen volgens de vier elementen vuur, aarde, lucht en water. Allemaal niet erg steekhoudend als je iets meer weet van de symboliek van de dierenriemtekens. De uitleg van Burgers is voor mij overtuigend. Alleen ram en waterman blijven nog enigszins wringen….

minoritenkirche

minoriten-portaalmadonnaDe Minoritenkirche is een mooie kerk die een enorme rust en sereniteit uitstraalt, van buiten en vooral ook van binnen. De kerk heeft ook een prachtig gotisch portaal en er staan enkele mooie oude beelden. Dit mozaïek komt daar wat mij betreft uitstekend tot zijn recht. Ook is het aardig om te weten hoe het er terecht is gekomen. En om de houdingen en uitdrukkingen van de apostelen te bekijken, al dan niet in een astrologische context.

Literatuur:
H.S.E. Burgers. Leonardo da Vinci’s psychologie der twaalf typen. L.J. Veen, Amsterdam, 1963.
Wien, Kunst und Architektur. Ullmann 2008. ISBN 978-3-8331-6018-9

Geplaatst in Astronomie, filosofie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen