Het iconografische programma van het koor van de Servaaskerk van Maastricht in de twaalfde eeuw

Oogverblindend mooi moeten de schilderingen zijn geweest in de Servaaskerk. Begin dertiende eeuw lezen we een ooggetuigenverslag bij Oskar von Wolkenstein. Hij roemt de Maastrichtse schilders naast die van Keulen als de beste van Europa. 

“Als uns diu âventiure gieht, von Kölne noch von Mâstrieht, kein schiltaere entwürfe in baz, den alser ûfem orse saz”. Hier wordt beschreven hoe mooi het was hoe Parcival op zijn paard zat. In meer modern Nederlands staat er:  “Zoals het verhaal gaat,  geen schilder, zelfs niet die van Keulen of Maastricht, zouden kunnen schilderen hoe hij op zijn paard zat.”

Maar de schilderingen zijn verdwenen. Of toch niet helemaal? Toen Cuijpers in de negentiende eeuw met zijn restauratie begon ontdekte hij al schoonmakende dat er nog een restant bewaard was gebleven. Hij tekende dat na. Daarna werd er een nieuw concept gemaakt van de schilderingen van het koorgewelf en dit concept werd uitgevoerd.  Maar wat zou er op de originele afbeeldingen gestaan hebben? En wat maakte ze zo bijzonder?

Beetje bij beetje zijn we hier inmiddels meer over te weten gekomen. En achter het geheel zat een strak plan. Op een slinkse manier moest Servaas op een voetstuk worden getild. Dit om de bedevaartsplaats aan aanzien te laten winnen. Maar vooral ook: het moest het ideaal van de Rooms-Duitse keizer uitdragen. De Ordo Divine.

Wat is er bewaard gebleven. De noodkist! In de twaalfde eeuw werd een prachtige kist van verguld koper gemaakt, met er op een verhaal dat meer was dan alleen maar een verhaal over het leven na de dood.

noodkist1-kleinnoodkist2-klein

Het al bestaande altaar werd vergroot en de noodkist kreeg een prominente plaats op dat altaar, op een hoge plaats en er onder twee plakkaten met de afbeelding van de opdrachtgevers. Het geheel werd ingebouwd in een jammer genoeg verdwenen retabel. En er werden schilders gezocht. Deze schilders moesten boven deze noodkist een plafondschildering maken met als thema  de profetie van Zacharias. Er was geen enkel voorbeeld van. En deze plafondschildering, in vier episoden, vertelde niet alleen het verhaal van het oude testament, maar ook Servaas kreeg er een rol in. De hogepriester Josua, die de Israelieten op het rechte pad moest brengen en de tempel van Jeruzalem probeerde te herbouwen, stond voor het priesterschap van de tijd na Christus, nee, hij stond voor een bisschop, nee, hij stond voor Servaas! Josua wordt uitgekleed en daardoor verlost van zijn zonden, opnieuw aangekleed, als bisschop! Dit alles hoeft nog niets te betekenen, ware het niet dat op de noodkist eveneens het uitkleden van Servatius wordt weergegeven. Hij gaat naar een andere wereld na zijn dood, om te verrijzen als een heilige die vereerd moet worden. De oudtestamentische Josua lijkt wel een voorafbeelding van de latere bisschop Servaas. Je moet het maar durven. Ja ze hadden ook al in een stamboom Servaas laten afstammen van de familie van Maria… (Henric van Veldeke)

koepel-ahsmann-kleinHoe weten we dat nu? Wat Cuijpers vond waren maar enkele losse details van de plafondschildering. Maar genoeg om een opmerkelijke overeenkomst te laten zien met twee platen in een boek uit eind twaalfde eeuw, niet zo lang nadat de plafondschilderingen waren gemaakt. Het betreffende boek is een soort encyclopedie bestemd voor de nonnen van een klooster, en samengesteld door abdis Herrad von Landsberg . Het boek heet “Hortus Deliciarum” (“Tuin der kostelijkheden”) en is geschreven tussen 1175 en 1195. Herrad von Landsberg was tussen 1167 en 1195 abdis van het klooster Hohenburg op de Odilienberg in de Elzas. Ze was een tijdgenoot van Hildegard von Bingen, maar dus ook van keizer Barbarossa en belangrijke mensen die aan hem gelieerd waren, zoals de proost van het kapittel van Servaas. Pas in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw is de overeenkomst ontdekt. Wetenschappers die zich bezig hielden met de Hortus Deliciarum hadden zich al het hoofd gebroken over de twee platen, omdat ze niet wisten hoe die tot stand waren gekomen. Men vermoedde dat ze wellicht overgetekend waren naar een voorbeeld in een koepelgewelf van een kerk. Maar men kende geen enkele kerk waar de profetie van Zacharias werd uitgebeeld. Totdat de tekeningen die Cuijpers een eeuw daarvoor gemaakt had er bij werden gehaald. Alles paste perfect. Men denkt dus nu dat de afbeeldingen in de encyclopedie, niet zo heel lang nadat de schilderingen van de Servaas tot stand zijn gekomen, in dat boek zijn overgenomen. In een volgend artikel zal ik de plafondschilderingen van de Servaas zoals ze in de Hortus Deliciarum staan nog eens apart behandelen en uitleggen. De huidige plafondschilderingen in de Servaaskerk zijn overigens voor een klein deel vergelijkbaar met de originele.

Rainald von Dassel  en Christian von Buch

Het iconografische programma van de Servaaskerk blijkt na analyse gelijkenissen te vertonen met dat van Schwarzrheindorf en dat van Hildesheim.  Ook het altaar in de kathedraal van Milaan heeft overeenkomsten. Kan dat? Ja, waarschijnlijk wel,  en wel via de persoon Rainald von Dassel. Rainald von Dassel leefde van 1120 tot 1167. Van 1148-1167 was hij proost van het kathedrale kapittel van Hildesheim. Vanaf 1156 was hij tevens rijkskanselier onder keizer Barbarossa. In 1159 werd hij aartsbisschop van Keulen. Daarnaast was hij sterk betrokken bij de diverse oorlogen en onderhandelingen in Italië. Als zodanig werd hij benoemd tot kanselier van Italië. Uit Milaan nam hij de reliquiën van de “Drie Koningen” mee en maakte daarmee in een klap Keulen tot een zeer belangrijk bedevaartsoord. Hij zal zeker bekend zijn geweest met de kerk van Ambrosius van Milaan en het iconografische schema van het altaar aldaar. Zoals gezegd was hij proost in Hildesheim, de stad waar hij ook zijn opleiding had genoten aan de kapittelschool. Hij had vaak contact met Wibald van Stavelot, die het iconografische programma van de kerk in Schwarzrheindorf ontwierp. Daar stonden de profetiën van Ezechiël centraal. Rainer von Dassel was in de tijd dat hij rijkskanselier was ook hoogproost van de Servaaskerk van Maastricht. Het lijkt er op dat Rainald von Dassel, gezien zijn grote kennis van iconografie, een belangrijke rol heeft gespeeld bij het nieuwe iconografische programma van de Servaaskerk. Een tweede persoon die daar een rol in gespeeld kan hebben is Christian von Buch. Deze persoon is afkomstig van een grafelijk geslacht uit Thüringen. Zeer goed opgeleid en begaafd (hij sprak maar liefst zeven talen!) werd hij in 1165 aartsbisschop van Mainz. Dat bleef hij tot zijn dood in 1183. Daarnaast was hij proost van diverse kapittels en  vertrouweling van de heer van de Wartburg in zijn geboortestreek.  In 1162 volgde hij Rainald van Dassel op als rijkskanselier en daarmee werd hij tegelijk ook diens opvolger als hoogproost van de Servaaskerk. Hij was verantwoordelijk voor het nieuwe westwerk van de Servaas, zoals de keizerzaal en het iconografische programma van vele sculpturen. (Zoals de beroemde sculptuur die er nog staat waarin Servaas gelijk gesteld wordt aan Petrus!!) Rainer von Dassel  en Christian von Buch zijn denken we nu de twee figuren die te zien zijn op twee sculpturen die bij het hoogaltaar van de Servaaskerk hebben gestaan, jammer genoeg na de Franse tijd verkocht en nu te zien in Brussel.

zijpanelen-kleinTwee aartsbisschoppen kijken naar boven en ontvangen van engelen een kroon. Deze twee opdrachtgevers, zo denken we,  mogen zo een hemelse intocht verwachten na hun dood. Wat was hun betekenis verder: deze twee mannen speelden een cruciale rol in het uitdragen van de ideologie van het Heilige Roomse Rijk en droegen in sterke mate bij aan het behalen van politieke successen om dat rijk de beoogde grandeur te geven. Het ging voor hun om het herstellen van de goddelijke orde, die vanaf het begin van de investituurstrijd dreigde verloren te gaan: de keizer was belangrijker dan de paus en moest zorg dragen voor de Christelijke eenheid. Op een van de facades van deze panelen bij de noodkist zien we niet voor niets de Duitse adelaar.

rijksadelaarAls aartsbisschoppen waren ze niet door de paus maar door Frederik Barbarossa aangesteld. Op de twee panelen richten ze hun blik op Servatius, die boven hen in de noodkist ligt. Servaas was de favoriete bisschop van Karel de Grote, de grote voorganger van de keizer.  Servaas staat voor het prototype van de rijksbisschop, de bisschop die door de keizer wordt benoemd en niet door de paus. Daarover ging immers de investituurstrijd… . Wie van de twee op die afbeeldingen  is nu Rainald en wie is Christian? In die tijd werden portretten meestal geïdealiseerd. Maar toch kunnen we met een zekere waarschijnlijkheid zeggen wie wie is. Bij het rechter paneel is de kroon door God al geaccepteerd. Hier gaat het om Rainald von Dassel, die bij het vervaardigen van deze panelen waarschijnlijk al was gestorven. Waarschijnlijk is het hele altaar ensemble ontworpen en vervaardigd tussen 1162 en 1167.

Fred Ahsmann heeft in een zeer uitvoerige en prachtige studie weten te achterhalen hoe altaar en omgeving er in 1170 uitzagen. Zijn in het Engels geschreven boek heeft de titel “Order and Confusion”. Hij probeert aan het einde van het boek te achterhalen wat het hele iconografische programma nu eigenlijk inhoudt. Zo ongeveer zou het koor er dus in die tijd uitgezien kunnen hebben. Bij het altaar, klein, hoog in het midden zie je de noodkist. Links en rechts schuin daaronder de panelen met de sculpturen van de twee opdrachtgevers. Op het plafond de schilderijen zoals ze daarna overgetekend zijn in het Hortus Deliciarum. Het schilderij links, Jonas met de walvis, is ook in dat boek nagetekend.

koor-ahsman-klein

  • Als we naar het geheel kijken zien we hoe de noodkist naar de kerk is gericht, naar het westen. We kijken dus daarop naar de beeltenis van Servaas. Op het gewelf zien we in het westen de engel des heren en de priester Josua. (Hier niet goed te zien maar ik zal in een volgend artikel hier nog uitgebreid op ingaan). Zoals Josua zijn oude kleren afdoet en geheiligd wordt, zo kunnen we ook Servatius zien als de priester die ons zelfs na zijn dood kan helpen. Hij doet zijn kleren uit en wordt ten grave gedragen. Ook zouden we kunnen zeggen: de westelijke afbeelding toont Josua die in het oude testament zijn kleren afwerpt en dan in het nieuwe testament (zo staat het niet in de bijbel) nieuwe bisschopskleren krijgt. Josua is daarmee een voorafbeelding van de bisschop Servaas!  Die we dus op de westkant van de noodkist zien!
  • Op de noodkist zien we in het oosten Christus. In het gewelf zien we in het oosten de ecclesia en de zevenarmige kandelaar. De Angelus Consilii (Christus) wordt indirect de keizer.
  • Op de kist zien we aan de zuidkant de verdoemden. Dit is ook zo in het gewelf, daar zien we in het zuidelijke kwadrant de toren van Babel en duivelse dieren. Verder zien we daar de vrouw in het vat en de zonden van Babylon. Behalve de verdoemden zien we op de noodkist in het zuiden de aartsengel Michael, de aanvoerder van de hemelse troepen.
  • De noordkant representeert het hemelse Jeruzalem. We zien de zeven stenen met de zeven duiven. Ze staan voor de werken van de heilige geest. Maar wie draagt die werken van de heilige geest uit? We zien het al bij het beroemde portaal van Autun uit dezelfde tijd:  het zijn de apostelen die zich moeten verspreiden over de wereld om het woord uit te dragen. Het komt vaker voor dat we deze zeven stenen zien in combinatie met apostelen. Hier kunnen we de zes apostelen onder leiding van Petrus aan de noordkant van de noodkist associëren met deze zending van de duif en de heilige geest. Verder zien we de rechtvaardigen.

Wat is zo het hoofdthema van deze opstelling in de twaalfde eeuw rond het altaar in de Servaaskerk? De door de keizer benoemde bisschoppen en de keizer zijn degenen die als soldaten van Christus Gods Rijk op aarde moeten verwezenlijken. Als dat gelukt is komt het einde der tijden, het hemelse Jeruzalem en de verlossing van de mensheid in zicht. Servaas speelde in deze visie een belangrijke rol. Hij kon vanuit zijn functie iedereen zowel verdoemen als redden. Hij had immers niet voor niets volgens de sage van Petrus zelf de sleutel gekregen. Door de tegenstanders van de keizer te verslaan (confusio) kon er orde, nodig voor het hemelse rijk ontstaan (Ordo). Het omvattende iconografische thema in de Servaas is zo: ordo et confusio.

Het zeer omvangrijke boek “Order and Confusion” van Fred Ahsmann probeert deze stelling dus uit te leggen. Vanuit alles wat er nog bewaard is gebleven in de Servaas, vanuit geschriften, vanuit vergelijkingen met andere kerken, vanuit de politieke realiteit van die dagen. Het is een prachtig boek dat weet te overtuigen maar dat ook ongelooflijk veel uniek beeldmateriaal bevat.

  • Order and confusion, Fred Ahsmann, Clavis, kunsthistorische monografieën deel XXIV, 2017. ISBN 978-90-75616-13-2
  • Hortus deliciarum, Herrad of Landsberg, Caratzas brothers, New York, 1977, ISBN 0-89241-002-7. Reprint van de originele bewaard gebleven kopieën van het boek van rond 1190, met uitgebreid Engelstalig commentaar op de nevenliggende pagina’s.
Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ave Maria

Wees gegroet Maria. Maria werd gegroet en vervolgens aangeroepen om hulp, als bemiddelaar tussen mens en God. Zij is populair geworden in de middeleeuwen en ze is dat nog steeds. Dagelijks worden er op talloze plaatsen kaarsen opgestoken met een gebed gericht aan Maria.

In de renaissance werden zo ook veel motetten geschreven met de tekst van het “Wees gegroet Maria”. Josquin Desprez schreef meerdere versies. Een van die versies was het laatste motet dat uitgevoerd werd door Capella Amsterdam in de Jacobikerk afgelopen zaterdag in het kader van het festival Oude Muziek Utrecht.

De beroemde vierstemmige versie vind ik mooier, maar ook deze versie is prachtig. Jammer genoeg mis je veel dingen bij zo’n concert. In de tijd van Josquin werd zo’n motet niet als concert uitgevoerd maar in het kader van een religieuze viering. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van de geboorte van Maria zoals die op 8 september wordt gevierd in de katholieke kerk. Ook zagen de kerken er toen anders uit als de huidige, kale protestantse Jacobikerk. Het concert was uitverkocht, wij zaten helemaal achteraan en konden de muziek slechts vanuit de verte horen. Ook dat was natuurlijk niet ideaal. Wonderwel eindigde het concert precies om zes uur en op dat moment sloeg de klok. De stilte voor het applaus werd opgevuld door het geluid zoals je dat door heel Europa kunt horen als je in of vlakbij een kerk bent, en dat werkte wonderwel, het ontheiligde het gebed niet, zoals een applaus dat wel doet.

Ik miste dus vooral de religieuze context. Die heb ik er in onderstaand filmpje enigszins aan toegevoegd: beelden uit Keulen, die er voor mij bij zouden kunnen passen.

tekst

Een uitvoering van de vierstemmige versie, met ook een iets andere tekst, vind je hier onder. Ik gebruikte hem jaren om mijn studenten de verschillende polyfone zettingstypes uit die tijd te demonstreren, zoals door-imitatie, paarsgewijze zetting, paarsgewijze imitatie, de hoketus-techniek (net na de tel) en de koraalzetting.  Ook de overgang in verschillende maatsoorten werkt in relatie met de tekst goed. Hoewel we in de tijd zitten dat kunst vooral mooi moest zijn en niet een dramatische effect beoogde, vind ik dat het einde van dit motet in zijn eenvoud voor mij buitengewoon dramatisch werkt. Bij de tekst, ‘O mater dei, memento mei’ maakt de bas een octaafsprong omhoog bij het woord ‘memento’. Daarmee wordt om hulp bij Maria gesmeekt. Prachtig. En Maria blijft zuiver. Een slotakkoord zonder terts, met alleen een open kwint. Serener kan bijna niet.

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Petrus Venerabilis

In de Auvergne ligt een eind ten zuid-oosten van Clermont Ferrand het plaatsje Sauxillanges. In 944 vestigden zich daar in de pas opgerichte abdij Cluniacenser monniken. Een deel van deze abdij staat er nog.

abbaye Sauxillanges-klein

Foto gemaakt door Meria Geoian – Eigen werk, CC BY-SA 4.0

In 1098 werd een zesjarige jongen afgestaan aan deze abdij (als oblaat, vergelijk Hildegard von Bingen of Hermann von Reichenau). Zijn ouders, edellieden uit die streek met een kasteel in Condat-lès-Montboissier, stamden allebei uit geslachten die abten hadden geleverd voor vele abdijen, waaronder die van Vézelay en die van Cluny.  Zeven jaar later na een intensieve opleiding ontving hij de priesterwijding.  Zijn naam was Petrus, en na zijn dood zou keizer Barbarossa hem de bijnaam Venerabilis geven, de eerbiedwaardige. Onder deze naam is hij bekend gebleven: Petrus Venerabilis.

Na zijn priesterwijding werd hij door de abt van Cluny naar het beroemde klooster van Vézelay gestuurd, waar hij een verdere opleiding kreeg. Hier zou hij al snel tot leraar en eerste assistent van de abt worden benoemd. Zijn grote roem kreeg hij toen hij in 1122 tot abt van het grootste en beroemdste klooster van zijn tijd werd benoemd, dat van Cluny. Hij was toen pas 30 jaar oud.

standbeeldFoto Marc Houver

Over Petrus Venerabilis zijn veel boeken geschreven. Ook zelf heeft hij veel boeken geschreven. In zijn tijd speelde onder meer de controverse tussen de Cluniacensers en de Cisterciënsers. Bernardus van Clairvaux, die toegetreden was tot de Cisterciënsers in Citeaux, richtte een nieuwe abdij op in Clairvaux. Daar trad een neef van hem als monnik in. Maar deze besloot na enige tijd om daar weer te vertrekken en over te stappen naar de monniken in Cluny onder Petrus Venerabilis. Bernardus probeerde hem te bewegen terug te komen maar zonder resultaat. Toen schreef hij een venijnige brief aan Petrus Venerabilis waarin hij de weelde in Cluny hekelde. ‘Zo kun je makkelijk monniken recruteren, ze kunnen hun versleten kleren afgooien, worden prachtig aangekleed en krijgen vorstelijke maaltijden. Ook hoeven ze geen lichamelijke arbeid te verrichten. Benedictus, onze grote voorganger, had het toch over ora et labora? En nieuwe monniken hebben bij jullie slechts een noviciaat van een week in plaats van een jaar.‘ Het antwoord uit Cluny was dat ‘Christus zijn apostelen toch ook niet eerst een noviciaat van een jaar gaf? En Maria zat aan de voeten van Jezus te bidden terwijl haar zus Martha werkte. Moest je dat dan ook afkeuren? In Cluny werd er gebeden en gestudeerd. Deugden die net zo belangrijk waren als lichamelijke arbeid.‘ Desondanks zou in dezelfde tijd Petrus Venerabilis de tucht in Cluny verhogen, de maaltijden versoberen en een noviciaat van een maand in plaats van een week gaan hanteren.

Zoals in een eerder artikel door mij geschreven kwam de beroemde Parijse geleerde Abélard in aanvaring met Bernardus van Clairvaux vanwege zijn vooruitstrevende ideeën. Niet veel  later ook met de Paus. Petrus Venerabilis ontving hem ruimhartig in zijn klooster en wist zelfs een verzoening tot stand te brengen tussen hem en Bernardus. Abélard stierf in Cluny.

De grootste verdienste van Petrus Venerabilis is zijn streven om diverse Arabische teksten in de westerse wereld bekendheid te geven. In Toledo waren monniken uit Cluny neergestreken toen de stad veroverd was op de moslims. Bij de overgave was bedongen dat de moslims er mochten blijven en hun geschriften  en moskeeën behouden. De aartsbisschop van Toledo was afkomstig van de abdij van Cluny. Abt Petrus wilde graag contact houden met de diverse vestigingen en toog zo naar Toledo. Onderweg deed hij ook andere kloosters aan onder meer dat van Cuixa in de Pyreneeën. Maar in Toledo legde hij contact met veel wetenschappers, onder wie een aantal mensen die zowel het Arabisch als het Latijn machtig waren. Hij liet van een aantal Arabische boeken vertalingen maken. Zo zorgde hij voor de eerste vertaling van de Koran. Voor die tijd werden er nog de meest bizarre verhalen verteld over de inhoud van de koran. Eindelijk was de echte tekst nu beschikbaar. Niet dat hij het met de inhoud eens was. Hij verzocht Bernardus van Clairvaux om een boek te schrijven als Christelijk weerwoord. Toen Bernardus dat weigerde ging hij er zelf mee aan de slag en schreef uiteindelijk een uitvoerig werk als repliek op de inhoud van de koran, en zelfs vlak voor zijn dood bleef hij over het onderwerp schrijven. Hij wist het voor elkaar te krijgen dat de geestelijken die mee reisden met de kruisvaarders allemaal de koran zouden moeten lezen en mee nemen. Liever wilde hij de moslims van repliek dienen met het woord dan met het zwaard. Na de koran bestudeerd te hebben was hij van mening dat moslims geen slechte mensen waren, in ieder geval waren het veel betere mensen dan de joden. Maar ook joden mochten volgens hem niet gedood worden, ook al waren zij voor hem niet meer dan dieren….

Abt Petrus Venerabilis heeft dus veel geschreven, maar ook schreef hij muziek. Op Youtube of op Spotify is hier niets van terug te vinden. Maar bij het festival Oude Muziek Utrecht 2018 zong het ensemble Ordo Virtutum, dat ik al eerder live hoorde, op 25 augustus een concert van meer dan een uur met zijn muziek. Uitgevoerd werden delen uit het officie van de transfiguratie. Over de transfiguratie van Jezus wordt verteld door Mattheüs 17,1-8, Marcus 9,2-8 en Lucas 9,28-36. De drie verhalen komen vrijwel geheel overeen. Jezus neemt drie van zijn leerlingen (Petrus, Jakobus en Johannes) mee een  berg op en verandert daar in een hemelse gestalte. Ook verschijnen de profeten Mozes en Elia. De leerlingen zien hoe deze profeten met Jezus spreken.

Responsorium XII, waarmee het programma eindigde had een voor die tijd spectaculair slot: het eindigde met uitbundige melismen (melodische versieringen op een enkele lettergreep). Dit effect werd nog eens versterkt doordat de zes zangers op dat punt geleidelijk een meerstemmigheid creëerden. Ze plaatsten er eerst een lange bastoon onder die even later versterkt werd met een kwart interval daar weer boven. Deze praktijk is op zich niet onwaarschijnlijk. In Parijs had je al meerstemmigheid, in de Elzas werd in die tijd al een conductus (tweestemmig lied waarbij de partijen hetzelfde ritme hebben) gezongen in het klooster van Herrad von Landsberg. Dit stuk van Petrus Venerabilis staat in mixolydisch, alhoewel het in dorisch lijkt te beginnen. Mixolydisch en dorisch zijn  respectievelijk modus 7 en 1. De acht modi waren erg belangrijk in die tijd. Ze hadden allemaal hun eigen karakter. Het was zelfs zo dat elke modus (of “toon”,  zoals het begrip ook wordt genoemd) een eigen symbool had. De eerste toon, dorisch authentiek, werd gesymboliseerd door een luitspeler. Deze stond op zich weer voor God die de wereld schiep. Het is dan ook de belangrijkste modus. In het museum nabij de voormalige abdij van  Cluny zijn vier kapitelen te zien die voor de eerste vier “tonen” stonden. Het zijn kapitelen uit de voormalige abdij. We zien eerst toon 1 (luitspeler=dorisch), daarna toon 2 (cymbaal = hypodorisch), 3 (harp = frygisch) en 4 (klokkenspel = hypofrygisch). (De vierde toon is trouwens ook prachtig weergegeven op een kapiteel in Autun)

luitspeler2tweedetoonharpspelerachtstetoon

Terug naar de muziek zelf. Bij de Cisterciënzers in Clairvaux zal de muziek zeker niet zo geklonken hebben. Bernardus had verordonneerd dat de muziek, net als alle andere kunstuitingen, sterk versoberd moest worden. Ik had het kunnen horen: bij het tweede concert van Ordo Virtutum, een dag later, werden uit het officie rond de feestdag van de inmiddels heilig verklaarde Bernardus van Clairvaux, ook weer de 12 responsoriën gezongen, nu dus in Cisterciënser stijl. Ik was er niet bij, maar ik vermoed dat er een behoorlijk verschil zal zijn geweest met de Cluniacenser muziek die ik die middag hoorde..

Vreemd dat ik in de Volkskrant vanochtend geen recensie aantrof, wel van een aantal andere concerten. Ook is er geen radio opname gemaakt. Feitelijk klonk er deze zaterdag in de Willibrordkerk van Utrecht een soort wereldpremiëre afgezien van hoe deze gezangen waarschijnlijk al eeuwen in de cluniacenser abdijen hebben geklonken. Prachtige solo’s, heerlijke samenzang zoals Gregoriaanse muziek moet klinken. Alleen heb ik enige moeite met de uitspraak van het Latijn. Met een neuzige Franse klank. Patre wordt Pètre, unum wordt unam, videns wordt vidan en zo voort. Het eerste zinnetje schrijf je zo:
Videns Petrus moysen et helyam in gloriam,  maar je hoort dit:
Vidan Peetruu moiza et helyam an gloriam
Niet nodig en discutabel. Maar uiteindelijk ook niet echt belangrijk. Ik heb genoten.

Het concert. Om mijn lezers een idee te geven laat ik responsorium 12 horen in een knullige eigen opname. Ik hoop dat er binnenkort van deze muziek een mooie CD wordt gemaakt! Geniet vooral ook van het spectaculaire einde!

tekst

Literatuur:

  • In het teken van Verzoening, Raoul Bauer. Uitgeverij Pelckmans 2002. ISBN 90 289 3111 2. De auteur bundelt zijn kennis van de tijd en de geschriften van Petrus Venerabilis en tijdgenoten tot een soort gefingeerde autobiografie die de abt vlak voor zijn dood in 1156 schreef.
  • Kloosterleven in de middeleeuwen. C.H. Lawrence. Pearson Education Benelux, 2004. ISBN90 430 0949 0. Prachtig boek waarin veel kloosterordes van de middeleeuwen behandeld worden. Hoofdstuk 6 gaat over de Cluniacenser orde en hoofdstuk 10 onder meer over de controverse tussen Petrus Venerabilis en Bernardus van Clairvaux.
Geplaatst in Geschiedenis, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Herrad von Landsberg

Wie heeft er ooit gehoord van abdis Herrad von Landsberg? Bijna niemand vermoed ik. Ik kende haar tot voor kort ook niet. Ten onrechte, want zij was een zeer opmerkelijke vrouw. Zij leefde in dezelfde tijd als een andere beroemde abdis, Hildegard von Bingen. Deze laatste is bij een aantal mensen meer bekend, vooral bij de liefhebbers van Middeleeuwse muziek.

Herrad von Landsberg is een intrigerende figuur die leefde in een intrigerende tijd. Zij is geboren tussen 1125 en 1130 in de Elzas in het kasteel van haar vader op de Landsberg . Daarmee is ze 3 tot 8 jaar jonger dan Frederik Barbarossa, een van de beroemdste keizers van het heilige Roomse Rijk. Er zijn vele verbanden te maken tussen diverse personen uit die tijd. Zo kunnen we zelfs  een verband maken tussen deze abdis en de Servaaskerk van Maastricht! Ook kunnen we een verband leggen tussen haar en keizer Barbarossa. En een verband tussen haar en de zoon van Barbarossa.  

In de Vogezen zijn nog de ruïnes aanwezig van het kasteel op de Landsberg. En het klooster op de Hohenburg, nu Odiliënberg genoemd, waar ze abdis is geweest bestaat nog, alhoewel het in de loop van de tijd meerdere keren is verwoest en weer is opgebouwd. De beenderen van de Heilige Odilia die er in 720 overleed liggen er nog steeds.

klooster hohenburg-klein

Laten we beginnen bij het begin. De vader van keizer Barbarossa was hertog van de Pfalz en de Elzas en daarmee ook heer van het klooster. In zijn tijd was het slecht gesteld met het beheer van dat klooster  en met het zedelijke leven van de nonnen. Zijn zoon, de latere keizer Barbarossa, stelde een nicht van hem aan als abdis met de opdracht orde op zaken te stellen. Deze nicht, Relindis, was voorheen non in een klooster in Beieren. Ook de bisschop van Straatsburg steunde haar en na een aantal jaren begon het klooster weer op te bloeien. Een van de nonnen die haar steunde was Herrad von Landsberg. Toen Relindis in 1167 overleed nam zij het stokje over en werd zij de nieuwe abdis.

Herrad deed er nog een schepje boven op en vooral het onderwijs aan de nonnen stond bij haar hoog in het vaandel. Ze zocht een methode om al de teksten en gebeurtenissen uit het oude en nieuwe testament en andere religieuze bronnen toegankelijk te maken. Zo besloot ze een soort encyclopedie te maken, met een uittreksel uit de belangrijkste teksten, vergezeld van afbeeldingen. In totaal ontstonden er zo meer dan 400 platen die ze ook allemaal inkleurde. Het originele exemplaar van dit omvangrijke werk is uiteindelijk bij de Frans-Duitse oorlog in de negentiende eeuw in vlammen opgegaan. Maar gelukkig was een groot deel  van de inhoud voor die tijd al enkele malen gekopieerd. De tekst zo wie zo helemaal en alle folio’s met afbeeldingen waren bij een studie in de negentiende eeuw helemaal beschreven. Vooral aan de hand daarvan kon na speurwerk ruim drie vierde deel van het origineel in de vorm van kopieën terug gevonden worden. Op basis van een aantal facsimile uitgaven eind negentiende eeuw, uitgebreid met nog een aantal nieuw gevonden folio’s, is het boek opnieuw uitgegeven in 1977 in Amerika en voorzien van commentaar in het Engels. Dit in een oplage van 750 exemplaren. Ik mag me de gelukkige eigenaar noemen van een van deze exemplaren.

In een apart stuk zal ik later nog eens de relatie aangeven tussen dit boek en de Servaaskerk van Maastricht. Nu wil ik nog ingaan op iets anders. Een jaar voordat Herrad overleed deed een hoge gast in haar klooster intrede. Het was de vrouw van de overleden koning van Sicilië. Toen deze koning dood was kwam het koningschap in handen van Hendrik, zoon van keizer Barbarossa. Die trouwde namelijk met een dochter van de overleden koning. Maar haar moeder en drie andere dochters werden min of meer verbannen uit Sicilië en ze werden als nonnen geplaatst in het klooster op de Odiliënberg in de Elzas. Daar verzorgde abdis Herrad de oude koningin intensief tot ze zelf een jaar later overleed, op zaterdag 25 juli 1195.

Herrad von Landsberg schreef gedichten. Een aantal daarvan zette ze ook op muziek. Van ongeveer 20 liederen zijn fragmenten gevonden. Naast een compleet eenstemmig gezang is ook de muziek van een canon bekend. Ik wist niet dat er in die tijd ook al canons werden opgetekend.

Ook is de muziek van een meerstemmig gezang overgeleverd, het gaat om een zogenaamde conductus. Dat is een lied waarbij alle stemmen hetzelfde ritme hebben maar vanuit steeds centrale punten tot meerklanken komen.  Op YouTube staat een opname van dat lied, gezongen door Brigitte Lesne op het album “Hortus Deliciarum” met nog meer middeleeuwse muziek.  De meerstemmigheid van Perotinus uit Parijs is dus al doorgedrongen tot dit klooster, zeer opmerkelijk. Ik vind het een prachtig en ingetogen lied, fraai van sfeer, ook door de mixolydische modus (majeur zonder leidtoon) en de expressiviteit door het registergebruik. Een enkele keer hoor je ook een kleine terts, waardoor het op dat moment in een Dorische modus staat. Heel bijzonder!

De voornaamste nalatenschap van Herrad von Landsberg is dus de encyclopedie “Hortus deliciarum”. De tuin van het genot. In het voorwoord schrijft Herrad: ik zie mezelf als een nijvere bij die wordt geïnspireerd door God. Van het sap van de verschillende bloemen van de heilige boeken en andere filosofische werken, vervuld van liefde voor jullie, nonnen, heb ik een bijenkorf vol honing voor jullie verzameld om daarmee eer en glorie aan Jezus Christus en de kerk te kunnen bewijzen. Hiermee kunnen jullie alle gevaarlijke  dingen in de wereld die je tegenkomt te lijf gaan. Ik zal jullie beschermen tegen elke aardse verleiding. En ik zal intens voor jullie bidden, geboren als jullie zijn om naar de hemel te gaan naar onze geliefde Jezus Christus.

Wat een immens werk! Ze heeft de encyclopedie waarschijnlijk gemaakt tussen 1155 en 1175. Iedere keer  een stukje. De platen werden getekend, ingekleurd met alle mogelijke kleuren, tot en met zilver en goud.  De Amerikaanse kopie is helaas zwart-wit, behalve de openingspagina, waar Maria als verkondigster van de apocalyps wordt weergegeven.

In openbaring 12 lezen we: 

1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
2 En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren.
3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.

 vrouw van apocalipse-klein

Op een van de andere folio’s in het boek gaat het over Pilatus. We zien het ongebruikelijke beeld hoe de vrouw van Pilatus, Procula, in haar slaap bezocht wordt door de duivel . Op het tweede plaatje zien we hoe Procula een boodschapper naar Pilatus stuurt om hem te vertellen wat ze heeft gedroomd. Deze droom  geeft bij Pilatus de doorslag om Jezus op te offeren.  Maar als je weet dat juist in die tijd mensen als Bernardus van Clairvaux en Hildegard von Bingen opriepen om de zedeloosheid in onder meer de kloosters aan te pakken, dan kun je de tekening van de duivel bij het bed ook nog anders interpreteren! De keuze voor dit soort afbeeldingen is dus waarschijnlijk niet toevallig. Vrouwen kunnen verleid worden of op andere manieren een slechte rol spelen in deze wereld, ook nonnen. Daar moet je dus op beducht zijn!

pilatus-klein

Bij het commentaar lezen we dat Procula een groene jurk draagt en de bode een rode tuniek met groene schoenen. Zo krijg je toch nog een beeld van de originele kleuren. Een prachtig boek met een mooi inkijkje hoe een non in de twaalfde eeuw de wereld beziet. En het deskundige commentaar bij de verschillende afbeeldingen is een rijke toevoeging.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 3 reacties

Fort Liberia

In de vakantie waren we een tijd in de Pyreneeën in het gebied Conflent. In dit deel van Frankrijk spreken veel mensen behalve Frans Catalaans, en alle plaatsnamen staan er zowel in het Frans als in het Catalaans. Hoe is dat zo gekomen? Daarvoor moeten we een hele tijd terug in de tijd. Karel de Grote wilde dat het gebied van de Pyreneeën een bufferzone werd om het net terug geslagen moslimkalifaat tegen te houden. Zo stelde hij een aantal grensmarken in, waaronder het graafschap Cerdanya (Cerdagne) . In de 9e eeuw was Cerdanya een van de heerlijkheden die vielen onder de Graven van Barcelona. Later werden door vererving, Capcir en Conflent aan Cerdanya toegevoegd. Het werd daardoor een belangrijk gebied. De graven van Cerdanya waren tevens patroonheren van verscheidene abdijen, waaronder die van Saint-Michel de Cuxa en van Saint-Martin-du-Canigou. Het geslacht van de graven stierf uit in 1117 en het graafschap werd geërfd door de graven van Barcelona. Het hele gebied was toen Catalaans.

800 jaar later waren de Pyreneeën weer onderdeel van een conflict, nu tussen Frankrijk en Spanje. Roussillon en Cerdanya hoorden nog steeds bij Catalonië, onderdeel inmiddels van Spanje. Maar Lodewijk XIV wilde de grens verder zuidwaarts verleggen en een goed verdedigbare linie van forten aanleggen. Zo kwam in 1659 na een dertigjarige oorlog, (waarbij overigens onder meer ook een deel van Vlaanderen bij Frankrijk kwam), het Spaanse Roussilon bij Frankrijk. Cerdanya werd in tweeën gedeeld: het noorden (inclusief Conflent) werd Frans, het zuiden bleef Spaans.

 In de restaurants in dit gebied zijn er veel Catalaanse streekgerechten te krijgen, zoals een speciaal soort gehaktballetjes of een crème brûler met anijs. En als je er culturele bezienswaardigheden bezoekt moet je je realiseren hoe de geschiedenis van dit gebied geweest is. Zo bezochten we Fort Liberiá. Dat was in de tweede helft van de zeventiende eeuw, de tijd van de zonnekoning, een belangrijk fort. Het werd aangelegd als onderdeel van de verdedigingslinie aan de rand van de Pyreneeën en om de stad Villefranche du Conflent te beschermen. De beroemde architect en koninklijk ingenieur Vauban maakte er een bijna onneembare vesting van die er nog steeds staat en nu is ingericht als museum. Ook de stad zelf, in de oudheid heette deze Villa Liberia, heeft nog steeds de vestingwerken uit de zeventiende eeuw. Vauban ontwikkelde deze waarbij hij de oorspronkelijke middeleeuwse vesting als basis gebruikte.

villefranche-planvillefranche-1

villefranche-3

villefranche-4

 In de stad zie je behalve de ommuring en toegangspoorten nog veel andere interessante dingen, zoals een prachtige zonnewijzer, met een extra onderdeel waardoor je de tijd per seizoen kunt corrigeren.

 zonnewijzer1zonnewijzer2

Verder zijn er uiteraard leuke winkeltjes en restaurants.

 villefranche-5

Vanuit de stad zie je op enkele punten hoog in de bergen het fort liggen. Je kunt het op drie manieren bereiken: lopende over een kronkelende grindweg, of met een jeep naar boven, of via een in de negentiende eeuw aangelegde trap die geheel onder de grond is weg gewerkt. Dit in een tijd dat het fort nog steeds als verdedigingswerk dienst deed onder Napoleon III. Deze laatste route namen wij op de terugweg: de trap met de 1000 treden (we kwamen uit op ongeveer 850…)

fort-0trap Het fort bestaat uit meerdere verdiepingen, met nog het originele gietijzeren smeedwerk. Het kon onderdak bieden aan 800 soldaten die er enkele maanden in zouden moeten kunnen verblijven. Er waren ingenieuze systemen om water op te vangen en te bewaren, er was een bakkerij, een smidse, een kerk en er waren kerkers.

fort-1fort-3fort-smeedwerkIn een van de kerkers heeft zich een waar drama afgespeeld in de tijd van Lodewijk XIV. Twee vrouwen die belastende informatie hadden over een maîtresse van de koning werden er opgesloten en mochten met niemand spreken. De ene vrouw overleed er na 36-jarige gevangenschap, de andere na 44 jaar in de kerker opgesloten te zijn geweest. Ze werden begraven in een geul onder de latrine van de vestingwal.

kerker-1kerker-2

 Alles wat je ziet is buitengewoon informatief. Het uitzicht vanuit de burcht is adembenemend mooi.

fort-uitzicht1fort-uitzicht2

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | 4 reacties

De natuur van de pyreneeën in juli

In de tweede helft van juli waren we in de oostelijke pyreneeën. Behalve dat we een aantal culturele uitstapjes maakten hebben we daar vooral ook genoten van de natuur. De pyreneeën zijn ruig, maar de bloemenpracht is er minder dan in de alpen was mijn ervaring, maar tot mijn grote verbazing kwamen we nu enkele keren in een soort aards paradijs terecht. Een dag zelfs waren we daar helemaal alleen. Op een steen zat een adder, op een mooie platte steen waar mijn vrouw net wilde gaan zitten. Door de mist was het vrij koel en zo’n koudbloedig dier is dan weinig actief. Hij bleef zitten waar hij zat. Nadat we iets verder onze boterham hadden opgegeten wilden we hem nogmaals begroeten maar toen was hij inmiddels verdwenen. In de mist klonk het hoge piepen van de bergmarmotten, maar je zag ze niet. Of toch wel? Ik dacht er eentje in de verte te zien. Met mijn telelens haalde ik hem dichterbij, en jawel: daar zat hij. Begin augustus waren we nog een week in de Gers, ook in Zuid-Frankrijk, het departement met als hoofdstad Auch. We logeerden bij mijn zwager en daar kon je de horizon zien van oost tot west en omdat er geen enkele lantaarnpaal staat is dat een unieke omgeving om naar sterren te kijken. Niet alleen naar sterren, ook naar Venus, Mars en Saturnus. En van Jupiter maakte ik een close-up opname, maar verrassend voor mij: ik kon zelfs drie van de vier Galileïsche manen fotograferen. Links van Jupiter Io, rechts eerst Ganymedes en daarnaast Europa. Ganymedes is het meest helder. Logisch, het is de grootste maan van ons zonnestelsel. Zelfs nog groter dan Mercurius of Pluto. Dit alles op vrijdag 3 augustus om 21:55 uur, eerst zie je hieronder een printscreen van de stand zoals die toen was volgens de prognose (zie ook http://www.shallowsky.com/jupiter/) en daarna zoals ik hem fotografeerde.

manen-jupiter

70

Nog een foto op diezelfde avond gemaakt van Jupiter alleen, waarbij ik mijn camera in de meest verre tele-stand had gezet.

69

De natuurfoto’s die ik maakte kun je zien in het volgende filmpje:

 

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , | 2 reacties

De abdij van Saint-Martin-du-Canigou

In het zuid-oosten van de Pyreneeën kun je vanaf het voormalige graafschap Conflent vanuit verschillende punten in de verte de hoogste top zien: de Pic du Canigou. Kom je dichterbij dan wordt het landschap steeds ruiger. Ten noorden van de berg ligt op nog een behoorlijke afstand het klooster Saint-Michel de Cuixa. Ten westen ligt, al een stuk hoger, de abdij van Saint-Martin-du-Canigou. Er zijn meerdere manieren om bij deze abdij te komen. Er is een half verharde weg die alleen maar door de bewoners genomen kan worden, vanuit het kleine dorpje Casteil. Mensen die slecht ter been zijn kunnen met een jeep op aanvraag naar boven. De gewone pelgrims en toeristen moeten lopen, zo’n drie kwartier omhoog over deze half verharde weg. Maar je kunt er ook vanuit de heuvels komen. Vanuit onze camping bij het dorpje Casteil (Castell op zijn Catalaans, waarbij je de dubbele ll als j uitspreekt) moet je eerst naar boven klimmen door de heuvels en vandaar op een kruispunt van paden gaat er een pad verder richting abdij.  En je klimt dan feitelijk verder dan nodig, want op een bepaald punt zie je ver onder je de abdij liggen.

klooster-van-boven

Dat hebben we geweten op een van de warmste dagen. Er was wel voortdurend schaduw, maar het pad was lastig, met veel rotsen, soms over beekjes, soms met een kabel waar je dan langs de rotsen hangende verder moest.

kabelsEn niet alles was even goed aangegeven. Dat tochtje duurde drie uur en de rondleiding in de abdij moest nog beginnen…  Maar je voelt dan wel wat vroeger de wandelaar waarschijnlijk ook gevoeld heeft.

We kregen een Engelstalige rondleiding van een van de monniken. De orde van “Les Béatitudes” die het klooster nu bewoont  bestaat uit 15 leden, negen nonnen en zes mannen van wie drie paters en drie leken . Onze gids was een Oostenrijkse pater die slim was en meer wist dan de gebruikelijke ingestudeerde verhalen. De Franstalige rondleiding werd voor een ander groepje verzorgd door een zuster.

De abdij is gesticht door graaf Oliba, die in het klooster van Ripoll zijn intrede doet nadat zijn vrouw gestorven is. Daar treft hij ook de monnik Gerbert van Aurillac die later als paus Sylvester 2 door het leven zal gaan. Vlak voor de kloosterwijding van het klooster St. Martin in 1009 wordt hij daar als eerste abt benoemd. In datzelfde jaar wordt hij ook als abt van het al veel oudere  klooster van Cuixa gekozen. In 1018 wordt hij zelfs bisschop en sticht in die functie in1025 het beroemde klooster van Montserrat. Hij sterft in 1046 en wordt in het klooster van St. Martin begraven. Een van zijn daden is dat hij als vredesstichter bekend staat. Hij wist door allerlei wetten, die ook door de paus en de keizer werden overgenomen,  geregeld te krijgen dat er op bepaalde dagen geen oorlog gevoerd mocht worden. Uiteindelijk kon je slechts oorlog voeren als er geen feestdag was, en dat was op maar slechts 88 dagen van het jaar… Deze wetten werden in zijn tijd tot ver in het huidige Frankrijk en Italië overgenomen.

Oliba heeft ook veel gedaan voor de kunst. Aan hem is het waarschijnlijk mede te danken dat de Romaanse bouwkunst zich over heel Frankrijk kon verspreiden, vooral ook door zijn contacten met Bourgondië. In de graafschappen Cerdagne en Conflent, onderdelen van Catalonië, heeft hij veel kloosters en kerken laten bouwen, waarvan er nog steeds een aantal bestaan.

De eerste monniken van St- Martin du Canigou kwamen uit de kloosters van Cuixa en Ripoll. Net als bij het klooster van Cuixa is de grootste bloeiperiode van dit klooster tussen 1000 en 1200. Ook hier worden weer veel sculpturen gemaakt in dezelfde tijd dat ook die van Cuixa worden vervaardigd, zo tussen 1150 en 1200. Het is de tijd dat we trouwens ook zien dat er veel sculpturen in andere delen van Europa ontstaan, zoals in de twee kapittelkerken van Maastricht.

In 1779 zijn er nog maar zo weinig monniken dat het klooster verlaten wordt. Alles vervalt tot een ruïne. Pas in 1902 wordt besloten dat kerk en klooster gerestaureerd moeten worden. De eerste restauratie vindt plaats tussen 1912 en 1954. In 1967 wordt de broederschap van St-Martin-du-Canigou opgericht die vrijwilligers werft en geldelijke middelen zoekt om de gebouwen weer bewoonbaar te maken zodat een nieuwe orde er zich in kan vestigen. Dat gebeurt dan uiteindelijk in 1988, als de al genoemde orde van “les Béatitudes”, een nieuwe orde die opgericht is na het tweede Vatricaans concilie, zich er gaat vestigen.

Een van de mooiste onderdelen is de gerestaureerde kruisgang. Hij verbindt alle gebouwen met elkaar, maar het is ook de plek waar de monniken hun dagelijkse gebed houden. Ze bevinden zich dan als het ware in een gesloten hof waarbij ze zich helemaal op God kunnen richten en zich kunnen afsluiten van de buitenwereld.

rozentuin

Net als in Cuixa kijk je je ogen uit als je de kapitelen bestudeert. Ook hier kun je er bijna overal dicht bij komen. Soms kun je met wat zoeken achter mogelijke betekenissen van de uitgebeelde voorstellingen komen.  Monsters met grote ogen en mond die als mensen gehurkt op hun achterpoten staan.  Een palm die uitmondt in de mond van een mens, omringd door hurkende wezens die nog het meest op apen lijken. Paarden met armen die ze in hun eigen mond stoppen.  Een dansende vrouw omringd door mannen met zware baarden. Monniken die een kleed tonen, een reliek? (Denk aan de bekende afbeelding waarbij in de Servaas de relieken worden getoond, waaronder een kleed). Monniken die vanuit een pilaar allemaal recht voor zich uit kijken, dus alle kanten uit als je er om heen loopt. Elke afbeelding kan op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Er is denk ik vaak sprake van een waarschuwing, maar soms heeft de sculptuur ook een symbolische of mystieke betekenis. Dat maakt deze periode zo extra boeiend! Hieronder wat foto’s van enkele kapitelen.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6kapiteel7

Bijzonder is de crypte. Die is even groot als de erboven gelegen kerk. Allebei zijn ze gewelfd, zodat je eigenlijk twee kerken boven elkaar hebt. Doordat de ingang lang dicht gemetseld is geweest is er veel bewaard gebleven. Opvallend in deze crypte is dat je twee bouwstijlen kunt waarnemen. Oorspronkelijk waren de zuilen veel smaller. Maar de meeste zuilen zijn in een iets later stadium flink verbreed. Op enkele plaatsen kun je nog zien hoe de originele zuil  ingebouwd is ineen dikke vierkante pilaar. Waarschijnlijk heeft men toen men al bezig was besloten om de crypte veel groter te maken, waardoor zwaardere zuilen nodig waren.

crypteDe crypte heeft net als de erboven gelegen kerk drie schepen. Het stenen gewelf van de kerk rust op tien granieten zuilen. Een prachtig bewaard gebleven vroeg-Romaans monument!

kerk

De kerk heeft een klokkentoren die lijkt op die van het klooster Cuixa, een eind ten Noord-Oosten van Saint-Michel-du-Canigou. Massief vierkant met veel symmetrische elementen.

toren

De ligging van het klooster is prachtig en de pelgrimstocht om er te komen de moeite waard!

klooster

Hieronder een film met nog meer beelden van het klooster. Je hoort de Cisterciënser zusters van Boulaur zingen: Gaude felix mater Cistercium en Cantate Domino

Klik hier voor meer pagina’s die ik maakte over Romaanse kunst:

Romaanse kunst

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 3 reacties