Maria Laach

In de Eifel zijn in het verleden veel vulkanen actief geweest. Als je het “Vulkanpfad” volgt krijg je een buitengewoon leerzame toelichting midden in de natuur: zowel de vulkanische activiteiten maar ook de latere ontginningen van basalt en tufsteen worden prachtig aanschouwelijk gemaakt. Voor de rondtocht van 6,6 km moet je zeker drie uur uittrekken omdat er soms stevig geklommen moet worden, maar ook omdat je veel toelichtingen wilt lezen.

basaltbasalt-toelichting

De laatste enorme uitbarsting was 13000 jaar geleden. Dat is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden. Zo tegen het einde van de laatste ijstijd. In de enorme krater ontstond een meer, de huidige Laacher See. De uitbarsting was zo hevig dat lavadelen ver werden verspreid door de lucht, tot wel in Zuid-Zweden.

laacher-seeVlakbij dat meer liet paltsgraaf Heinrich II in de elfde eeuw een burcht bouwen, en later ook een klooster, het huidige klooster “Maria Laach”. De kloostergebouwen zijn intussen compleet vernieuwd, maar van de oorspronkelijke Romaanse kerk is nog veel over. Deze kerk is opgebouwd uit zowel tufsteen als basaltblokken.

kerk1Toen Heinrich II in 1095 overleed was pas een klein deel gereed. De kerk werd uiteindelijk in 1156 gewijd, maar ook daarna werd er nog een eeuw lang van alles aan toegevoegd, zoals tussen 1220 en 1230 het zogenaamde paradijs: een apart staand atrium met binnentuin aan de westkant.

paradijsIn de loop van de tijd kwamen er diverse aanpassingen: eerst in gotische, later in barokstijl. Maar in de twintigste eeuw zijn die aanpassingen, afgezien van twee gotische ramen, weer allemaal verwijderd en is de kerk nu weer vergelijkbaar met hoe hij er uit zag in de dertiende eeuw. Er zijn ook nog plastische elementen uit die tijd bewaard gebleven: met name de kapitelen van het paradijs uit 1220. Je zou ze nog laat-romaans kunnen noemen, maar de fantasievolle mystieke figuren zoals die een halve eeuw er voor werden vervaardigd in bijvoorbeeld de Servaaskerk van Maastricht of de Magdalenakerk van Vézelay zie je in deze kerk minder terug. Het meest verwant daarmee zijn de hieronder afgebeelde sculpturen 3 en 4. Op 3 zien we een man die in beide handen de kop van een soort hagedis omklemd houdt. In afbeelding 4 zien we een jonge man (of is het een jonge vrouw?) die iets op zijn hoofd vast houdt, gezeten op een dierlijk wezen met een mensenhoofd en een soort kaboutermuts. Achter dit geheel staat iemand dreigend met een knuppel. Alles is stijlvol  uitgevoerd. Naast mensen, duivels en (vreemde) dieren laat het merendeel van de kapitelen allerlei vegetatie zien.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6Van rond 1400 zijn er twee mooie beelden te zien: een pieta en een Mariabeeld met bloem.

pietamaria

Zowel in het koor als ook in de zijkoren zijn mooie mozaïeken gemaakt rond 1900 in Byzantijnse stijl.

absismozaiekHeinrich II, de stichter van de abdij, heeft 150 jaar na zijn dood een praalgraf gekregen in de kerk. Het doet me denken aan het dubbelgraf van graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant in de Munsterkerk van Roermond. Dit praalgraf is ongeveer in dezelfde tijd gemaakt als dat in Maria Laach.

graf1graf2

Bij het klooster is verder van alles te beleven. Er is een winkel waar biologische producten worden verkocht, je kunt er wat eten en drinken, er is een beeldentuin, een grote museumwinkel met boeken en kaarten, een klein museum waar ook een film van 20 minuten over kerk en klooster wordt vertoond, er is een hotel waar je kunt overnachten en met de monniken de diensten kunt bijwonen en je kunt prachtig wandelen helemaal om de Laacher See heen. Het is een uitje waard!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, natuur | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Sprinter

‘Opa, bestaan kabouters?’
‘Nee kabouters bestaan niet, alleen in sprookjes.’
‘Mijn vader zegt dat kabouters wel bestaan.’
‘Ja jullie hebben een mooi kabouterboek waar papa vaak uit voorleest geloof ik, toch?’
‘Ja’.
‘Sommige mensen geloven dat kabouters bestaan, maar ik denk dat ze alleen maar in sprookjes bestaan.’
‘Mijn juf heeft een verhaaltje verteld van zeven dwergen. Zijn dwergen hetzelfde als kabouters opa?’
‘Soms zeg je ook wel eens dwergen in plaats van kabouters. Maar eigenlijk is een dwerg iemand anders. Een dwerg is een mens die al volwassen is, maar nog net zo klein als een klein kind. Die bestaat wél, maar dat is geen kabouter.’

Een en ander werd door mijn oudste kleinzoon van vijf aangenomen ter overdenking. Toen ik hem terugbracht naar huis ging hij het laatste stuk op zijn fiets. Alle paadjes en steegjes hebben voor hem nieuwe namen gekregen. Achterom heet het de karnemelkstraat. Maar er is ook een N-weg, een zogenaamde provinciale weg dus, waar je harder mag rijden. Gewoon een stoepje dus, maar in zijn fantasie een levensechte provinciale weg. Hij heeft een grote fantasie, leeft vaak in zijn eigen wereld, waarin zijn speelgoedauto allemaal geluiden maakt die lijken op bepaalde echte geluiden. Vooral knipperlichten, handremmen en zo. Op zijn favoriete auto klinken die exact hetzelfde als in onze auto. Zijn imitatievermogen is opmerkelijk. Ook verzint hij nieuwe woorden, zoals enkele dagen geleden op een briefje dat hij voor zijn moeder schreef. Het laatste woord was een eigen verzonnen woord waar hij zelf hartelijk om moest schateren.

Hai Lieufa mama ik heb its leuks for jau dan “gehupt”

lievemama

We waren tijdens onze terugtocht inmiddels bijna bij zijn huis aanbeland maar hij bleef maar fantaseren. Ik vond dat hij nu toch maar eens wat moest opschieten.
‘Kom op sprinter, schiet eens een beetje op’.
‘Ik bén geen sprinter, ik ben een mens!’
Ik realiseerde me onmiddellijk dat een sprinter voor hem een trein is, net zoiets als een ECI, TGV of koploper. Dus een begrip dat niets met mensen te maken heeft.
‘O sorry, natuurlijk jij bent een mens, het was  maar een grapje.’
Thuisgekomen was het eerste dat hij tegen zijn vader zei:
‘mijn opa zegt dat ik een sprinter ben, maar ik ben een mens’.
‘Och opa maakte gewoon een grapje denk ik, dat is toch niet erg?’
’Dat is wél erg, ik ben een mens!’
Ik vertelde hem dat het woord “sprinter” een homoniem is. Mensen die heel hard kunnen rennen of fietsen, daar zeg je ook wel “sprinter” tegen. Maar een sprinter is natuurlijk ook een stoptrein van de NS. Zijn antwoord was onverbiddelijk:
‘Een sprinter ís geen homoniem!’

Nu ging het begrip homoniem echt te ver voor hem. Een sprinter was een heilig ding waar je in kon rijden, waar je filmpjes over kon bekijken, waar je in je fantasie mee kon spelen. Maar in alle gevallen ging het om een trein. En dat mocht gewoonweg niets anders zijn. Sommige homoniemen kunnen gewoon niet. Ik was ontroerd om zijn vastberadenheid.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 2 reacties

Van september naar oktober

wittewieven-klein2Zondag 30 september. De dag begint met witte wieven: mistslierten boven de uiterwaarden van de Lek. Ze horen net zo bij september als de overal aanwezige nijvere spinnen in deze tijd. In de middag lopen we door de duinen van Oostvoorne. De wonderboom! Hij is er nog steeds. Morsdood. Maar nog steeds indrukwekkend. Er is geen driekleurig viooltje meer, maar wel zien we de bloemen van laatbloeiers als teunisbloem, tijm, hop, wilde bertram en parnassia. Op het zeepkruid zit een ijverige wesp. En aan de struiken zitten overal besjes. Het geel van de duindoorn, het rood van de kardinaalsmuts of de verschillende rozensoorten en het zwart van de “rode” kornoelje.  Het zijn de kleuren van de vlag van Duitsland. Zij worden hier elk jaar warm verwelkomd.

Hoe warm en rustig het is in de duinen, hoe koud en winderig het is aan het strand. Er waait met grote snelheid fijn, allesdoordringend zand. Maar de korreltjes worden prachtig weerkaatst in het zonlicht. De rook van het Botlekgebied tussen de heuvels door verraadt dat je slechts in een oase vertoeft, met daaromheen de bedrijvige mens. Een strak wapperende vlag markeert het gebied waar het naaktstrand begint. Een meeuw heeft vrij uitzicht over zee en strand. Alleen de natuur is naakt deze dag. Het is nog net september.

Dinsdag 2 oktober. In alle vroegte zie ik dapper fietsende kinderen, die tegen de regen en de wind in op de dijk ploeteren. Ik kijk door bedruipte ruiten. Waar eergisteren de witte wieven waren is het nu een en al grijzigheid. De lucht is zwanger van het vocht. De kachel brandt. Het is oktober!

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Daniel Barenboim

Tussen 1800 en 1802 werkte Beethoven aan zijn derde pianoconcert. Intussen schreef hij ook nog liederen, ontstond de muziek bij het toneelstuk “Die Geschöpfe des Prometheus”, de tweede symfonie, de Romance in G voor viool en orkest, variaties op een eigen thema voor pianotrio, 5 vioolsonates, variaties voor piano en cello over een thema uit de Zauberflöte, 4 pianosonates waaronder de Mondscheinsonate en de sonate “Der Sturm”. Dit geeft een beeld hoe Beethoven componeerde. Hij was steeds met meer dingen tegelijk bezig en bleef als hij het werk weer hervatte aan de eerdere stukken schaven. Zijn handschriften getuigen daar nog steeds van.

concertAfgelopen zaterdag en zondag speelde de bijna 76-jarige Daniel Barenboim dit concert, samen met het Rotterdams Philharmonisch orkest en de gloednieuwe 29-jarige chefdirigent Lahav Shani.  Een medeblogger die het concert ook bijwoonde schreef over hem en dit concert een mooi blog : Lahav Shani.  Barenboim is bij een deel van de studie van Shani diens mentor geweest. Beide musici zijn zowel pianist als dirigent. Daniel Barenboim dirigeert vaak als hij zelf soleert vanaf de piano. Shani schijnt die gewoonte te hebben overgenomen, maar bij het concert dat ik zaterdag bijwoonde waren de rollen gescheiden. Of toch niet helemaal? Barenboim richtte zich helemaal op het orkest als hij zelf niet speelde en je zag hoe hij in zich zelf mee dirigeerde. Een enkele keer leek hij zelfs zo in die rol op te gaan dat hij een armbeweging van een inzet maakte, als wilde hij de leiding overnemen.

Deze praktijk was ook gangbaar in de tijd van Beethoven. Beethoven zelf speelde altijd zelf de solistenrol bij uitvoeringen van zijn pianoconcerten en dirigeerde intussen het orkest. Totdat hij dat door zijn doofheid niet meer kon en vanaf toen heeft hij dan ook geen pianoconcerten meer geschreven. Dat was al 18 jaar voor zijn dood het geval. Beethoven schreef voor de eerste uitvoeringen ook nooit zijn pianopartij uit, alles ging uit zijn hoofd. Het is niet onmogelijk dat hij dan ook nog dingen ter plekke improviseerde. Bij de cadens was dat gebruikelijk, maar tot de tijd van Beethoven waren cadensen vaak zeer uitgebreide solostukken waarbij het meer ging om de virtuositeit van de solist dan om compositorische samenhang met het concert. Voor Beethoven was dat een gruwel. Hij vond de cadensen die hij hoorde bijna altijd veel te lang. Voor zijn eigen concerten, m.u.v. het vijfde pianoconcert, heeft hij zijn cadensen dan ook uitgeschreven, waarschijnlijk trouwens pas in 1809, dus lang nadat in dit geval het derde pianoconcert zelf was geschreven. Tegenwoordig spelen de solisten meestal de uitgeschreven cadens van Beethoven, zo ook Daniel Barenboim. Van Beethoven is bekend dat hij grote contrasten kon maken, van uiterst zacht en lyrisch tot hard en heftig. Daniel Barenboim deed dat ook, vooral dus in zijn cadensen. Hij kon het gehoor daardoor op de puntjes van de stoel krijgen. Ik was ontroerd dat ik dat mocht mee maken. En hij speelde alles uit zijn hoofd. Ook de dirigent Lahav Shani gebruikte die hele avond geen partituur. Gewaagd, maar wat een vrijheid krijg je daardoor en hoeveel meer kun je je nog op de muziek zelf concentreren.

Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw volg ik de carrière van Daniel Barenboim. Ik kocht diverse LP’s met pianosonates van Beethoven door hem gespeeld.

hoesLater kocht ik ook CD’s van zijn uitvoeringen. En ontdekte dat sommige uitvoeringen nog beter konden. Zo nam hij de cellosonate’s op met zijn veel te vroeg gestorven vrouw Jacqueline du Pré. Maar ik vond de opnamen van Richter met Rostropovitch nog mooier en spannender. Daarentegen zijn masterclasses die je op TV kon zien waren weer grandioos. Wat konden zijn leerlingen goed spelen. Hij probeerde in woorden uit te leggen hoe het toch nog beter kon zijn. Uiteindelijk ging hijzelf achter de piano zitten en deed het voor. Een wereld van verschil met wat je net daarvoor van die leerling had gehoord. Geweldig. Je kunt deze masterclasses rond de sonates van Beethoven hier terug zien.

Tijdens die masterclass doet hij ook een aantal markante uitspraken. Deze bijvoorbeeld. Zo voel ik het ook.

Zondag 21 oktober 2018 is het concert van 30 september uitgezonden op NPO4. https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-10-21. Ga naar het zondagmiddagconcert. Eerst wordt het tweede scherzo van Orthel uitgevoerd, een  voor mij verrassend spannend en goed stuk. Voor het derde pianoconcert met Barenboim kun je doorspoelen naar 33.25. Daniel Barenboim speelde op een vleugel, die hij zelf heeft laten maken en die hij tegenwoordig op zijn concerten meeneemt. Bij deze vleugel zijn de snaren naast elkaar gespannen, in plaats van kruiselings zoals bij moderne vleugels het geval is. Dat maakt dat de registers van bas en discant veel beter afzonderlijk te horen zijn. Zo was het ook in de tijd van Beethoven.
Ik heb de uitvoering van een dag eerder gehoord, misschien nog spannender. Luister vooral naar de cadens van het eerste deel. Het einde daarvan hoor je hier onder. Adembenemend. 



Na de pauze werd de vijfde symfonie van Shostakowich gespeeld. Tja. Het werk werd goed uitgevoerd, ik ben helaas geen fan van deze compositie.  Maar: ik was live bij Beethoven en Barenboim. Dat zal me nog lang heugen.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 4 reacties

Über Liebe und Hass (3)

Hoe beeldt een componist wanhoop, intens verdriet, angst uit? Bach laat dat vaak horen in zijn cantates, en natuurlijk ook in zijn passies.  Het was in zijn tijd een voortdurend terugkerend thema: bereid je voor op de dood. Het was de tijd van het piëtisme. Ook in deze tijd proberen sommige componisten dat uit te beelden. Het zesde deel van het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina gaat over de angst, het verdriet en de wanhoop van de mens. De tekst is voor een groot deel ontleend aan psalm 69. Qua sfeer en motiefgebruik in het orkest zien we een aantal elementen terugkeren van deel 1 van dit oratorium.

In psalm 69, die aan David wordt toegeschreven, is het David zelf die in wanhoop is. Deze psalm zou je kunnen plaatsen in de tijd dat David door koning Saul dood werd gewenst en hij dus moest vluchten. Na een waarschuwing van zijn vrouw  Michal vluchtte hij eerst naar Samuel en ging bij hem wonen. Maar ook daar bleek hij niet veilig. Nadat David weer moest vluchten, werd hij aanvoerder van een bende. Samen met deze bende verborg hij zich in grotten en spelonken. Hij werd intussen achtervolgd door Saul met 3000 soldaten. Intussen denkt hij na over zijn leven en is de wanhoop nabij. Zo horen we hoe een eenzame, gekwelde, wanhopige ziel zijn lot beklaagt. Hij weet dat hij er zelf mede schuld aan is want hij was zondig. Hij is verstoten door zijn familie. Hij wordt door velen gehaat. Maar goddelozen hebben het op hem gemunt. Op het einde smeekt hij dat hij desondanks in leven mag blijven. Hij zal de naam van God eren. Hopelijk is God gerechtig zodat zijn ziel nog gered kan worden. Voor Goebaidoelina is dit alles de aanleiding om het begrip wanhoop en intens verdriet in zijn algemeenheid uit te beelden.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof

De tekst kun je onderverdelen in 4 episodes. Elke nieuwe episode begint met “O Heer”. Het geheel werkt zo ook als een soort gebed van vier strofen.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof.
    Ze smelt weg van droefenis.
    De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
    Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.
  2. O heer.
    Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
    Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
    Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
    Doodmoe zijn mijn ogen.
  3. O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
    Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
    Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
    Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
    Smaad heeft me gebroken.
  4. O heer, jij kent mijn schande.
    Jij kent mijn schaamte.
    Verhoor mij.
    Ontruk mij aan het slijk.
    Red mij van wie me haten.
    Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
    Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

Bij alle vier de episodes zijn er beelden door de instrumentatie van de hachelijke omgeving waarin de hoofdpersoon verkeert. Maar het gaat allereerst om zijn gemoedsgesteldheid. Bij 3 vertelt hij iets meer over de oorzaak van de ellende. Bij 4 probeert hij uit deze ellende weg te komen en roept daarbij God te hulp. De hele tekst wordt in het Russisch, buitengewoon helder neergezet door een solozanger, een bas. Vaak zingt hij zonder enige vorm van begeleiding.

Ik ben de Russische taal niet machtig, maar door goed te luisteren heb ik denk ik toch vrijwel steeds de tekst op de juiste plaats bij de muziek weten te zetten.

Als bovenstaand filmpje niet werkt, klik dan op de link hieronder:

film deel 6

Hieronder heb ik per episode iets verteld over de inhoud, tekstbehandeling en orkestratie

Episode 1

Mijn ziel is vergaan tot stof.
Ze smelt weg van droefenis.
De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.

De eerste twee zinnetjes gaan allebei een beetje omhoog, om het laatste woord te benadrukken: stof, en droefenis. Elk zinnetje wordt gevolgd door een instrumentale uitbeelding van een gevaarlijke omgeving, we horen zelfs het leeuwengerommel uit het eerste deel van het oratorium weer terug. De derde en vierde zin lopen achter elkaar door. Er is spraken van een kleine climax. Het orkest is nu ook tijdens het zingen steeds aanwezig en becommentarieert heel kort slechts een zinsdeeltje, waarbij de climaxwerking vooral doordat de stukjes sneller achter elkaar komen wordt bewerkstelligd.

Episode 2

O heer.
Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
Doodmoe zijn mijn ogen.



Het eerste stukje ”O heer”, klinkt als een wanhoopskreet en komt onmiddellijk uit de voorafgaande eerste episode voort. Dan verandert de sfeer. Strijkers en pizzicatonoten, later ook koper, beelden het onherbergzame landschap van modder en water uit. Er wordt gedurende korte tijd weer zonder orkestbegeleiding gezongen en “het zinken” hoor je terug in de langzaam dalende melodie.  Zo ook bij de derde zin. Het water, de vloed, beeldt het overspoelen van je voeten uit, je zinkt steeds dieper. De melodie daalt ook nu.  De vierde zin is uiterst treurig. De zinsdelen worden sterk van elkaar afgezonderd. Ook de laatste zin” doodmoe zijn mijn ogen” klinkt wanhopig. De algehele sfeer blijft vooral: een en al ellende…

Episode 3

O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Smaad heeft me gebroken.

De eerste twee zinnen worden zonder begeleiding gezongen. Daarna verandert er iets meer in de instrumentatie. Er komen klokkenspelletjes bij, de pizzicatotonen worden heel hoog, ook lange tremoli strijkerstonen gaan de hoogte in. Dit tremolomotief staat voor smaad, schande, schaamte. Tremoli met belletjes vergezellen in zin 3 en 4 de slotwoorden ”broeders” en  “moeder”. Deze motiefjes hoor je ook nog enkele keren bij de laatste zin.

Episode 4

O heer, jij kent mijn schande.
Jij kent mijn schaamte.
Verhoor mij.
Ontruk mij aan het slijk.
Red mij van wie me haten.
Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

De eerste twee zinnetjes worden zonder begeleiding gezongen. Dan valt het orkest in met een donkere pauk en blazers, gevolgd door de piano die het leeuwengebrul in snel stijgende en dalende loopjes laat horen, met steeds “narommelen” in de pauken. Dit alles met een geleidelijke climax tot het woord “haten”. Klokken vergezellen het hoogtepunt. Maar ook dit is nog slechts een aankondigen van het volgende hoogtepunt: “Heer houdt mij in leven tot eer van jouw naam”. De tekst wordt er bijna uitgeschreeuwd. Even pauze, en dan volgt de laatste zin, die solo gezongen wordt, laag begint en het woord “verdriet” smartelijk uitbeeldt, ook doordat juist op dat woord het orkest er bij komt. Van hoog naar laag wordt dit verdriet dan ook nog eens door het orkest uitgebeeld, waarmee het complete deel eindigt.

Deel 6 compleet

Voor de volledige muziek van alle 15 delen ga naar de site van Radio 4: Klik op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-09-17 , ga naar het avondconcert van 20 uur en spoel door naar 0:43.

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse deel 14
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 5 reacties

Über Liebe und Hass (2)

Sofia Goebaidoelina schreef in 2014 een cantate voor de Staatskapelle Dresden: “O komm, Heiliger Geist”, een werk dat in dat jaar in april in de Frauenkirche voor het eerst werd uitgevoerd. Toen had ze al het idee om het uit te werken tot een groot oratorium. Een half jaar later las ze een gedicht van Franciscus van Assisië, en alles viel op zijn plek. Dit gedicht werd het uitgangspunt voor haar nieuwe oratorium:.

Heer, maak mij een hulpmiddel voor uw vrede,
dat ik liefheb waar men haat;
dat ik vergeef, waar iemand beledigingen maakt;
dat ik verbind waar er strijd is;
dat ik de waarheid vertel, waar men er naast zit;
dat ik geloof breng, waar twijfel dreigt;
dat ik hoop breng, waar wanhoop op de loer ligt;
dat ik het licht ontsteek waar duisternis heerst;
dat ik vreugde breng, waar verdriet is.
Heer, laat mij niet zoeken naar troost, maar dat ik zelf troost;
niet naar begrip, maar dat ik zelf begrip toon;
niet dat ik geliefd word, maar dat ik zelf liefheb.
Want wie zich overgeeft, ontvangt;
hij die zichzelf vergeet,  zal vinden;
hij die vergeeft, hij zal worden vergeven;
en wie zo sterft, zal ontwaken in het eeuwige leven.

Sofia Goebaidoelina ging dus aan de slag en op 14 oktober 2016 werd het nieuwe Oratorium met de titel “Über Liebe und Hass” voor het eerst uitgevoerd in Tallinn, niet veel later nog een keer in Dresden. Maar het bleef knagen bij de componist, ze was nog steeds niet helemaal tevreden. Ze besloot om het oorspronkelijke werk van 50 minuten uit te breiden. Er werden nog zes tekstdelen aan toegevoegd. Links zien we de titels van de negen delen van de oorspronkelijke cantate uit 2016, rechts die van de 15 delen van de gloednieuwe opvolger uit 2018, die onlangs in Rotterdam in premiëre ging:

oratorium1en2

De tekst van het een na laatste deel, eenvoudig gebed, is voor een groot deel afkomstig van het al genoemde gedicht van Franciscus van Assisië. De tekst van het laatste deel komt uit haar cantate van 2014, en is feitelijk een variatie op de tekst van een Gregoriaanse sequens van omstreeks 1200: Veni sancte spiritus. (Dit gezang wordt in de Rooms-Katholieke kerk altijd met Pinksteren gezongen.) De overige teksten komen voor een belangrijk deel uit het oude testament, zoals deel 12 uit het Hooglied komt. Psalm 57 (vooral vanaf vers 5)  speelt een belangrijke rol bij deel 1 en bij deel 9. (Er wordt wel gezegd dat David deze tekst schreef toen hij zich verschool voor Saul. Hij was bang en vol haat). Psalm 69, ook van David, vormt de basistekst voor deel 6.

Haat en liefde spelen bij bijna al de teksten een rol. In de muziek hoor je, ook als de intentie in de tekst liefde lijkt te zijn, de kwaadheid steeds op de loer liggen, en andersom. Het is duidelijk dat de componist de tegenstelling als een onontkomelijk gegeven beschouwd, maar hoe ga je er mee om? Net als Franciscus wil ze proberen om de voortdurend de kop opstekende haat steeds  te laten vergezellen door vergeving en verzoening.

Waarom zijn sommige teksten in het Duits, andere in het Russisch?  Om te beginnen is zij een Russin die in Duitsland woont.  Maar de keuze van de taal lijkt als je alles wat beter bestudeert eerder toevallig. In het eerste deel horen we beide talen. Daarna een beetje om en om,  de delen 6 tot en met 14 laten uitsluitend de Russische taal horen. Het laatste deel is dan weer in het Duits, maar ik denk dat dat vooral komt omdat het laatste deel oorspronkelijk als een Duitse cantate geschreven is, bedoeld voor een uitvoering in Dresden. De Duitse tekst in het begin komt zo wel weer terug en dat voelt logisch. Waarom dan het grootste deel in het Russisch? De delen 4, 6, 7, 8 en 10 zijn nieuwe delen, bestemd voor de laatste versie van 2018. Uitsluitend met een Russische tekst. Uitzondering is deel 3 dat ze ook als extra deel heeft gecomponeerd, met daar een Duitstalige solo. Stoort het? Hmm, niet echt. Alleen zou je een inhoudelijke logica willen zien. Die is er niet, behalve misschien in deel 1 tot en met 5, waarin de contrasten niet alleen in het verhaal en in de muziek, maar ook in de keuze van de taal een rol lijken te spelen. Bij de delen daarna kun je dat niet meer zeggen. Is het misschien zo dat ze, omdat ze bij haar eerste versie per ongeluk een tegenstelling Oost-West leek te hebben gesuggereerd, nog een aantal extra delen heeft geschreven om die suggestie nadrukkelijk te ontkrachten?

Hieronder een overzicht van de 15 delen, waarbij een aantal globale kenmerken op een rijtje zijn gezet.

analyse1

Deel 1 geeft feitelijk al een korte samenvatting van alles wat er na nog komen gaat. Zie ook mijn analyse van dat deel. Daarna zien we hoe verwarrende, trieste, vaak ook haatvolle delen afgewisseld worden met delen waarin de liefde centraal staat.  Pas in de laatste twee delen lijkt de liefde te gaan overwinnen. Bij vier van de 15 delen vond ik het moeilijk om er een duidelijk kenmerk bij te zetten. De gevoelens gaan daar steeds erg in elkaar over. Misschien dat je toch zou kunnen zeggen dat daar de negatieve gevoelens het meest overheersen.

De musicoloog Wolfgang Mende uit Dresden interpreteert in 2016 het gebruik van de teksten in dit oratorium als volgt:

Het verlangen naar God, naastenliefde, de roep om gerechtigheid, zijn radicalisering voor haat, erotische liefde, Gods toorn – alles lijkt nauw verwant te zijn, maar toch niet identiek. Een oplossing van deze paradox kan een begrip van religie zijn, waarin goed en kwaad niet strikt gescheiden zijn, maar als voorwaardelijke tegenstellingen worden beschouwd. De reddingsbelofte van Christus is niet denkbaar zonder het martelaarschap van de kruisiging, niet zonder de toorn van God, zonder het werk van de Heilige Geest of zonder de ervaring van benauwdheid en haat. Het oratorium met al zijn symboliek creëert dus het idee van een  “dialectische” eenheid, waarvan de spirituele kracht altijd afhankelijk is van de impuls van tegenkrachten. Liefde is niet alleen een goddelijk geschenk of een wonder.  Wie bereid is om vernederingen en lijden te verduren kan liefde ervaren, maar ook haat.

Zie ook:
De boodschap van Sofia Goebaidoelina
Analyse deel 1
Analyse deel 6
Analyse deel 14

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | 5 reacties

Klappen in onze melkweg

De maan draait om de aarde, de aarde draait om de zon, de zon draait om de kern van onze melkweg, onze Melkweg beweegt rond de kern van onze melkwegcluster en zo zou je theoretisch door kunnen gaan. Tot zover is alles “normaal”. Maar: we weten dat niet alles even mooi beweegt. Bijvoorbeeld in ons zonnestelsel hebben niet alle manen een mooie ellipsvormige baan. Sommige bewegen zelfs de verkeerde kant uit zoals Deimos, een van de manen van Mars. Ook andere bewegingen zijn soms afwijkend. De planeten draaien om hun as, allemaal in een vlak dat verklaard kan worden uit de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel. Maar de richting van de draaïing van Uranus wijkt hier sterk van af. Veel afwijkingen kunnen verklaard worden, zo zijn sommige manen van planeten eigenlijk ingevangen asteroïden of er hebben in het verre verleden botsingen plaats gevonden waardoor de banen uit het lood geslagen zijn. Het lijkt logisch dat dit soort ongelukken overal kunnen gebeuren, maar hoe verder weg in het heelal, hoe moeilijker dat te zien of te meten valt. 500 miljoen jaar geleden was het dwergmelkwegstelsel Sagittarius gevaarlijk dicht in de buurt van onze melkweg en het zou zo maar kunnen zijn dat dat toen tot een ongeluk heeft geleid. (Amina Helmi, sterrenkundige in een artikel van George van Hal in de Volkskrant van vrijdag 21 september 2018). Men is nu bewegingen van sterren in onze melkweg op het spoor gekomen die anders zijn als eerder logischerwijs gedacht werd en de botsing (of het schampschot) van ons melkwegstelsel met Sagittarius zou daarvoor een verklaring kunnen zijn. Door van miljoenen sterren de posities en de snelheden te meten is men hier achter gekomen. Tussen 300 en 900 miljoen jaar geleden in ieder geval moet er iets heftigs gebeurd zijn.

sagittariusOver dit dwerg melkwegstelsel lezen we nog het volgende op een site van de nasa: het is een van de meest recent ontdekte leden van de Lokale Groep en bevindt zich momenteel in een zeer nabije ontmoeting met ons Melkwegstelsel.  Het is verrassend dat de dwerg tot nu toe niet lijkt te zijn verstoord door de nabijheid van zijn grote broer. Dit feit is een aanwijzing voor de ongewoon hoge concentratie van donkere materie in dit kleine stelsel. Het is een vrij oud sterrenstelsel met weinig interstellair stof en bestaat grotendeels uit oudere en metaalarme sterren. Toch zijn er ook gebieden in dit stelsel met sterren van een leeftijd van slechts enkele honderden miljoenen jaren, die wel veel metaal bevatten.

Wat is het gevolg van al die klappen? In ons zonnestelsel is er een zeker evenwicht bereikt doordat alle banen van de planeten op elkaar inwerken.  Maar na een botsing moet alles weer een nieuw evenwicht bereiken. Dat zal ongetwijfeld in het hele zonnestelsel voortdurend doorwerken. Veranderingen op aarde kunnen plotseling zijn door de inslag van een grote meteoriet. Maar een gebeurtenis een eind verder in het zonnestelsel zal ook zijn invloed hebben, alhoewel dat waarschijnlijk een meer geleidelijke verandering tot gevolg zal hebben.

En hoe zit dat op micro-niveau? Wat voor gevolgen hebben moleculaire of atomaire “rampen”? Misschien moet het wel zo zijn, hoort het er gewoon bij. Zoals vrede pas zin heeft als er ook af en toe oorlog is. Zoals er ook in de natuur voortdurend nieuwe evenwichten tot stand komen. Zoals alles lekker gaat ruiken na een stevig onweer.

 

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | Een reactie plaatsen