Ciurlionis als schilder

‘Bij terugkeer in de nacht van Kaunas naar Vilnius besloten we te wachten op de dageraad op de berg GyaAiminas. Vilnius op een zomernacht, Vilnius gezien vanaf de dageraad vanaf de berg GyaAiminas met uitzicht op de stad! We zagen als het ware een schilderij van Čiurlionis! Geen wonder dat we op de schilderijen van deze kunstenaar ook vaak fantastische steden zien. En Vilnius was die nacht als een prachtig sprookje. Terugkerend liepen we langs de kerk van Sint Catharina. De kerk in de ochtendnevel zag er ongewoon charmant uit.’

Dit schreef een reiziger die bekend was met de schilderijen van Čiurlionis. Het geeft aan dat Čiurlionis waarschijnlijk geïnspireerd werd door het zien van allerlei landschappen. En die maken ook deel uit van zijn omvangrijke oeuvre van ongeveer 350 grafische werken. Een belangrijk deel is in het bezit van het nationale museum van Kaunas. Čiurlionis is slechts 35 jaar geworden.

Čiurlionis maakte al op jonge leeftijd tekeningen, maar leek toch vooral voorbestemd te zijn om een carriëre in de muziek te gaan krijgen. Muziek bleef hij zijn hele leven schrijven, maar vanaf 1904 – hij was toen 24 – begon hij ook steeds meer te tekenen en te schilderen. Van 1905 tot 1906 liet hij zich inschrijven op een tekenschool en een jaar later op de net opgerichte kunstacademie in Warschau. En vanaf toen werd het schilderen voor hem waarschijnlijk nog belangrijker dan het componeren.

Veel meer dan bij zijn muziek zien we dat hij van het begin af aan een eigen stijl heeft. Voor mij is dat een stijl die het dichtst bij die van het symbolisme komt: elk schilderij heeft een geheimzinnige ondertoon, er is meer te zien dan je in eerste instantie denkt. Dat maakt de schilderijen buitengewoon boeiend.

Had hij ook succes? Ja zeker, meer als met zijn muziek. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven vrij veel tentoonstellingen rond zijn werk mogen beleven. Zelfs in zijn laatste levensjaar, toen hij er zelf niet meer bij kon zijn, waren er veel tentoonstellingen van zijn werk. In zijn biografie kunnen we over dit laatste jaar het volgende lezen:

Kerst 1909. Neuroloog en psychiater V. Vekhterev verklaart dat hij is overwerkt. Op advies van deze dokter keert hij met zijn vrouw terug naar Druskininkai (de plaats waar zijn ouders wonen). Het werk van Čiurlionis wordt intussen getoond op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars. Eind februari 1910 wordt Čiurlionis opgenomen in het sanatorium Chervovy Dvor in Pustellik, vlakbij Warschau. Maar met zijn werk gaat het goed:

  • Veel werken worden in februari/maart tentoongesteld op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Sint Petersburg;
  • Een deel wordt daarna ook nog doorgestuurd voor een tentoonstelling in Moskou.
  • Negen schilderijen worden iets later getoond op de vierde Litouwse kunsttentoonstelling.
  • In april en mei worden achtentwintig werken gepresenteerd op de Litouwse kunsttentoonstelling in Riga.
  • Verschillende schilderijen worden gepresenteerd op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Kiev.
    Op 30 mei wordt zijn dochter geboren.
  • De daaropvolgende zomer worden zeven schilderijen tentoongesteld in Parijs op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars.
    Zijn gezondheid verbetert. Hij mag een beetje tekenen. Maar in de herfst komt er een terugslag. Hij krijgt opnieuw een behandeling tegen apathie. Op 5 november stuurt hij een ansichtkaart naar zijn vrouw en spreekt de hoop uit haar snel weer te kunnen zien.
  • Hij krijgt een uitnodiging om deel te nemen aan de tentoonstelling “De nieuwe vereniging van kunstenaars” in München. En buiten hem om wordt hij verkozen tot lid van de World of Art Society. In januari 1911 worden werken van hem tentoongesteld op de tentoonstelling van de World of Art Society in Sint Petersburg en Moskou.
  • Vier werken op een kunsttentoonstelling in Minsk.
    Zijn gezondheid verbetert en de geliefden hopen de zomer samen door te brengen in Drusininkai.
  • Op het einde van maart worden achtentwintig werken tentoongesteld op de Vijfde Litouwse Kunsttentoonstelling.
    Tijdens een wandeling wordt Čiurlionis plotseling verkouden en ontwikkelt een longontsteking. 28 maart 1911 sterft hij in het sanatorium Chervony Dvor nabij Warschau. Hij wordt begraven in Vilnius.

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van zijn succes maar ook zien we de dramatische wending in zijn persoonlijke leven. Geen van de schilderijen is gedateerd met het jaartal 1910 of 1911. Hij heeft in de tijd dat hij in het sanatorium was nog slechts enkele schetsen gemaakt.

Hier onder laat ik een aantal van zijn schilderijen zien, in chronologische volgorde, en ik zal bij elk schilderij iets vertellen wat ik er zelf in zie of ik er bij ervaar.

schilderij1904-een-dag

Dit schilderij is uit 1904 en is getiteld: “een dag”. We zien een grauw, zandachtig landschap met groene struiken en bomen op de achtergrond. Daar boven is er een blauwe lucht met witte wolken. Maar het groen lijkt wel een reus, zonder ogen, met aan een kant naar beneden gerichte vingers die de horizon vast pakken, aan de andere kant zien we een deel van een hand met een opgerichte duim en wijsvinger. Diezelfde reus is er ook als schaduw – of is het een andere reus? – en vormt een spiegelbeeld in de wolken. Čiurlionis zag een landschap met bergen, groen, akkers en wolken maar hij zag het als een bedreigend landschap, een reus die zich naar boven verheft om zich naar de toeschouwer te keren.

schilderij1904-sereniteit

Dit schilderij, eveneens uit 1904, heet “sereniteit”. Ja het is een mooi sereen landschap. De zon is achter de bergen verdwenen maar geeft nog aan een deel van het landschap een gouden gloed. De berg heeft twee open tunnels, vlak boven het water. Het licht schijnt er doorheen, maar tegelijkertijd wordt dat licht in het water weerspiegeld. En als je het wilt zien: deze grotten zijn twee ogen, alweer van een reus, die net boven het water uit kijkt. Het zijn droevige ogen. We zien niet alleen sereniteit. Het laat ook een treurig landschap zien, vol verdriet. De weerspiegeling in het water zijn tranen. De tranen van Čiurlionis?

schilderij1905-scheppingwereld3

In 1905 en 1906 maakte Čiurlionis veel schilderijen als een cyclus. Hij zat intussen op de opleiding in Warschau. Dit schilderij is onderdeel van de cyclus “de schepping van de wereld”, een cyclus van in totaal twaalf schilderijen, allemaal te zien in het nationale museum van Kaunas. Dit is het tweede schilderij, op het eerste dat ik nu niet laat zien lijkt er een soort oerknal plaats te vinden. Nu is er al het een en ander in het heelal gevormd, de witte bolletjes lijken nog sterren die niet helemaal af zijn en er is ook al water op aarde, want er lijkt een horizon met lucht te zijn. In het water en in de lucht zijn er enkele onduidelijke schimmen. Rechts lijkt er een grotere schim te zijn, waar je met veel fantasie een soort mens in zou kunnen zien, iemand met een neus en warrig haar. Ook deze mens is nog niet af..

schilderij1905-scheppingwereld5

Ook dit schilderij hoort bij dezelfde cyclus en vormt de achtste fase van de schepping van de wereld. Paddestoel-achtige planten bevolken een wereld van schimmels. Alles richt zich naar boven en er verschijnen fantastische kleuren. Ik heb de associatie met leven op de bodem van een moeras.

schilderij1906-gopa

In dit schilderij uit 1906, met de Russische titel Gora, zie ik op de voorgrond een groene kustbegroeiïng, of misschien staan die planten in het water? Ik zie ook water en er boven zien we lucht, en bij de horizon zie ik een enorme golf. Of is het een berg? Of zijn het wolken? Ik houd het op een golf, die zich kortstondig manifesteert als een gorilla boven het water. Hij kijkt de andere kant uit. Maar misschien keert hij zich zo om… Boven zijn mond spettert het water omhoog, alsof hij briesend tekeer gaat.

schilderij1906-zorg

Ook dit schilderij is uit 1906. We zien een meer bij zonsopgang of bij zonsondergang. Maar de sfeer heeft iets scherps. De ronde vorm van het meer en de zon contrasteren zeer scherp met de spitse, snijdende bladeren op de voorgrond. Dit bijtende contrast past ook wel bij de titel die Čiurlionis aan het schilderij heeft gegeven: “zorg”. De zorg steekt om zich heen. Is het de pijn van Čiurlionis zelf?

schilderij1908-finale

Gedurende zijn schildersloopbaan heeft Čiurlionis meerdere schilderijen gemaakt met titels als “sonate”, “fuga”, “andante”, “allegro” enz. Muzikale begrippen, losgelaten op schilderijen. Dit schilderij uit 1908 heet “presto”. Dat is een term die in de klassieke en romantische tijd vaak gegeven werd aan het slotdeel van een muziekstuk, bijvoorbeeld bij een symfonie. Het presto-deel heeft een hoog tempo en dient als uitsmijter van het hele werk. We zien golven met witte schuimkoppen en zeilbootjes die omhoog en weer naar beneden worden gesmeten door de wilde zee. Het schilderij is vol beweging. Ook in de lucht zien we strepen van water, misschien striemende regen. En het lijkt te bliksemen. Een slotdeel waarin je meegezogen wordt en als het afgelopen is volgt een daverend, ontladend applaus. Ook zet hij zijn naam in het schilderij, we zien de M de K en heel klein de Č van Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Deze letters gaan op in de golven.

schilderij1909-bliksem

Dit schilderij uit 1909 heeft als titel “bliksem”. Het is natuurlijk zeldzaam dat de bliksem zich zo tegelijk op zeven plaatsen op een vergelijkbare manier ontlaadt. Maar die zeldzame gebeurtenis, als je die gezien hebt, dan ben je met een foto te laat. Je kunt het wel schilderen. Dat doet Čiurlionis dan ook. Maar ook hier lijkt er meer te zijn als dat je op het eerste moment denkt. De bliksemschichten komen uit de wolken die zich als een geopende mond naar beneden richten, en de schichten lijken wel scherpe tanden in die vervaarlijke mond. De hemel wil een grote hap nemen, hij vreet je op.

schilderij1909-engel.jpg

In het laatste jaar dat Čiurlionis schilderde gebruikte hij vaak weer meer kleur dan eerder. Zo ook in dit schilderij uit 1909 met als titel “engel”. Het past in een cyclus met veel schilderijen die op sprookjes zijn gebaseerd. Čiurlionis had als taak op zich genomen om de Litouwse cultuur te bevorderen. Zo heeft hij ook, net als Bartok, dorpen bezocht om Litouwse melodieën op te tekenen. Die liedjes werkte hij dan weer uit voor koor of hij gebruikte de melodieën in zijn eigen composities. Ook hier lijkt een sprookje uitgebeeld te worden, maar ik zou niet weten welk. Vanaf een hoge bloemrijke berg kijkt een engel om zich heen. Er is een brug over het water met een mooie reling en aan de andere kant gaat de brug omhoog. Op die brug lopen mensen en dieren verschillende kanten uit. Het is een prachtige sprookjesachtige wereld waar je van alles bij kunt fantaseren.

schilderij1909-ridder

Als je dit schilderij uit 1909 in het echt ziet is de transparantie van de ridder te paard prachtig, je kijkt door hem heen terwijl hij door de lucht rijdt en ziet vaag de stad door hem heen schijnen. Knap geschilderd! Ook weer een sprookjesachtig schilderij.

Al deze en nog veel meer schilderijen kun je in het echt zien in het nationale museum van Kaunas. Wij waren de enige bezoekers. Je kunt er heerlijk rondlopen en verdwalen in de fantastische wereld van deze intrigerende, maar toch ook wel tragische kunstenaar.

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in kunst | Tags: , , , | 3 reacties

De muziek van Ciurlionis

Beethoven trok zich steeds meer in zijn eigen innerlijke wereld terug door zijn doofheid. Dat was bij hem een wonderlijke, rijke en in veel opzichten vernieuwende wereld. Bij tijd en wijlen was hij depressief, zoals ook uit zijn brieven blijkt. Hoe zou dat geweest zijn bij Čiurlionis, die op zijn vijf en dertigste in een sanatorium nabij Warschau is overleden? Hij was niet doof, maar hij worstelde wellicht met demonen in zijn hoofd. Volgens Jan Brokken was hij knettergek. Čiurlionis was iemand die bij muziek altijd kleuren zag en die bij beelden muziek hoorde. Zo noemde hij een aantal van zijn schilderijen naar muzikale begrippen als fuga of sonate. En in zijn muziek beeldde hij het bos of de zee uit.

Op de Engelstalige wikipedia staat het volgende:

“On Christmas Eve, Ciurlionis fell into a profound depression and at the beginning of 1910 he was hospitalized in a psychiatric hospital “Czerwony Dwór” (Red Manor) in Marki, Poland, northeast of Warsaw. While a patient there, he died of pneumonia in 1911 at 35 years of age. He was buried at the Rasos Cemetery in Vilnius. He never saw his daughter Danute (1910–1995).”

Afgelopen weken waren we in Litouwen. Een opvallend detail is dat we op de terugweg met de auto een tussenstop hadden in een buitenwijk in het noorden van Warschau, naar later bleek op slechts 8 km afstand van het nog steeds bestaande hospitaal waar ook een plaquette is geplaatst over Čiurlionis. Jammer dat we er niet even langs zijn gegaan.

hospitaal Polen dood CiurlionisWat zou de oorzaak zijn geweest van zijn depressie? Het zal in zijn persoonlijkheid gezeten hebben. Volgens een arts was hij gewoonweg overspannen. Maar de behandeling sloeg slecht aan, hij verviel na een tijd in een soort apathie. Zijn levensloop wijst echter slechts summier op een depressieve aanleg. Hij heeft lang gestudeerd, zo van zijn negentiende tot zijn zeven en twintigste. Dat was aan de conservatoria van eerst Warschau en na een tussenjaar studeerde hij nog twee jaar  in Leipzig. Na anderhalf jaar studie (piano, orgel, en contrapunt en compositie bij Jadassohn en Carl Reinecke) studeerde hij daar af, het getuigschrift is bewaard gebleven. Hieronder het fragment met de handtekening van Reinecke, die hem onder meer een vlijtig student noemt.

reinecke-diplomaDe muziek bleef belangrijk, hij leefde vooral van het geven van pianolessen, maar hij begon steeds meer te schilderen.  Vanuit Leipzig ging hij weer terug naar Warschau. Daar kreeg hij een baan aangeboden aan het conservatorium maar deze sloeg hij af omdat hij veel meer tijd voor het schilderen wilde hebben. Twee jaar later begon hij zelfs om die reden aan een studie aan de de kunstacademie aldaar. Čiurlionis bleef steeds twijfelen over zijn muzikale mogelijkheden, vandaar ook zijn lange studies, maar tegelijk was hij gefrustreerd door de schoolse opleiding en het strenge contrapunt waar zijn stukken aan moesten voldoen. Het strijkkwartet dat hij schreef in Leipzig werd in eerste instantie na een eerste uitvoering zeer kritisch benaderd door zijn leraar Reinecke. Hij veranderde er daarna nog het een en ander aan maar zei er zelf over dat het ook wat hem betreft nergens op leek en dat hij in zijn eigen stijl veel betere stukken zou hebben kunnen schrijven. Bij zijn pianostukken die hij al veel eerder schreef zien we dat hij in Warschau sterk onder de invloed van de salonmuziek van Chopin stond. Ook daar wist hij zich pas veel later aan te ontworstelen. De meest oorspronkelijke pianostukken die ik van hem ken zijn het “Pater Noster”, zijn stemmingsstukken over de zee  en zijn fuga in B-klein.  Uiteindelijk schreef hij meer dan 300 stukken, waarvan slechts enkele in staat zijn los te komen van wat hij van zijn conservatieve docenten geleerd had. Vanaf 1905 was het toegestaan in het tsaristische Litouwen om de eigen taal in het openbaar te gebruiken. Čiurlionis werd nu een echte Litouwer en ging de taal en de volksmuziek bestuderen. Daarvoor sprak hij meestal in het Pools of Russisch. Zijn moeder was een Duitse, dus ook die taal had hij al in zijn jonge jaren geleerd. Maar nu werd hij meegezogen in de nationalistische gevoelens die nu eindelijk geduld werden. Zo maakte hij toen hij van 1907 tot 1910 in Vilnius leefde koorbewerkingen van Litouwse liedjes, die ik helaas nog nooit heb gehoord.Al eerder probeerde hij voorzichtig Litouwse volksmuziek in zijn kamermuziekstukken te gebruiken. Dat kun je horen in het middendeel van het tweede deel van zijn strijkkwartet uit 1901/1902, zo vanaf 2:50 minuut. De opname stamt uit 2000 en het stuk wordt uitgevoerd door het Čiurlionis kwartet.

De volgende pianostukken worden uitgevoerd door Petras Geniusas. In het “Pater Noster” voor piano in een chromatische stijl experimenteert hij met samenklanken. Maar net als bij de hedendaagse Goebaidoelina hoor ik vooral het smekende gebed van hem zelf hier in. Het is een prachtig miniatuurtje. Het einde is wonderschoon. Het is geschreven in 1909, minder dan twee jaar voor zijn dood en in de tijd dat het al niet meer zo goed met hem ging.

In het eerste deel van de landschappen van “de zee” (Jura, 1908) komen behalve veel chromatiek eveneens meer geavanceerde samenklanken voor. De toonsoort is onduidelijk, behalve helemaal op het einde.

Deze fuga staat dan officieel in B mineur maar er zijn meerdere fragmenten waar de grenzen van de tonaliteit worden opgezocht. Het einde met de picardische terts had voor mij niet gehoeven. Desondanks is het een boeiend stuk, met ondanks de chromatische stijl verder een traditionele fugabouw, “zoals het hoort”.

Was Čiurlionis gelukkig? Misschien in zijn jongere jaren. Misschien ook toen hij in Vilnius in 1907 trouwde met de elf jaar jongere Sofia Kumantaité, een mooie vrouw die net klaar was met haar studie filosofie en die toen hij met haar huwde schrijfster en kunstcriticus van beroep was. Zij zette zich sterk in voor de Litouwse cultuur. Van haar kreeg hij een kind, Danuté, dat hij helaas nooit heeft gezien. Het meisje was bijna tien maanden oud toen hij zelf in het sanatorium nabij Warschau overleed aan een aandoening aan zijn longen. Op onderstaande foto’s zien we hem met zijn vrouw en daaronder zien we zijn vrouw met haar nog jonge dochter. Deze laatste foto zal denk ik gemaakt zijn tijdens de eerste wereldoorlog.

ciurlionis met vrouwvrouw-en-dochter

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | 3 reacties

Samen spelen

Mijn oudste kleinzoon gaf zijn broertje een mep tijdens het voetbalspel. Huilend liep deze naar mijn vrouw. Ze liet hen allebei aan het woord.

-‘Hij sloeg mij’.
-‘Dat mag natuurlijk niet. Waarom sloeg jij je broertje’.
-‘Hij wilde niet voetballen’.

Na enig doorvragen bleek dat zijn broertje de bal nooit naar hem speelde. Hun manier van voetballen kwam niet overeen. Zijn voetballen is overigens minstens zo egocentrisch. Als ik met mijn oudste kleinzoon speel krijg ik de bal vrijwel nooit. Maar goed, in zijn beleving was het dus nu andersom. Mijn vrouw vroeg:

-‘Gebeurt zo iets vaker, dat een ander iets anders wil dan jij, bijvoorbeeld op school?’
-‘Ja als iemand anders op mijn lievelingstrein wil.’ (een soort skelter die voor hem een trein is.)
-‘En wat doe jij dan, ga je dan ook slaan?’
Het bleef even stil en je zag hem nadenken.
-‘En hoe lossen jullie dat dan op?’ vroeg mijn vrouw.
-‘Dan gaan we om de beurt.’
Hij zal dus waarschijnlijk op school ook wel eens iemand geslagen hebben en na bemiddeling van de juf is toen waarschijnlijk afgesproken dat ze om de beurt op de skelter mogen, en natuurlijk ook dat hij niet mag slaan..
-‘Misschien vindt jouw broertje dat ook wel een goed idee. Dat zou je hem kunnen vragen.’
Mijn vrouw was nog niet uitgesproken of hij vroeg het onmiddellijk:
-‘Zullen we om de beurt naar elkaar toespelen met voetballen?’
-‘Zijn broer antwoordde gelijk:
-‘Ja hoor.’
-‘Kijk eens , je vraagt het lief en hij zegt gelijk ja. Dus als je weer eens een keer iets niet leuk vindt kun je het lief vragen. Ik denk dat hij dan weer gewoon ja zegt.’
-‘Nee hoor’, zei zijn broertje.
-‘Tja’, zei mijn vrouw, ‘het kan natuurlijk ook zijn dat hij nee zegt en dan moeten jullie maar allebei alleen gaan spelen’.

Maar voor nu was het probleem opgelost. Ze gingen weer voetballen en speelden een hele tijd samen zonder problemen, tot we gingen eten. Goed was niet alleen dat dat lukte, ook goed was dat hij de link wist te leggen naar een situatie op school, in dit geval een situatie die best wel afweek. Hij legde de link naar: “wat doe je als een ander iets anders wil dan jezelf zou willen.”

Hij heeft dus samengespeeld. Meestal spéélt hij. Hij fantaseert, of vooral: hij speelt iets na. Hij heeft onlangs een keer een stuk van de tour de France gezien op de TV. Als hij naar huis fietst dan speelt hij sindsdien voor wielrenner. En geeft dan al fietsende een vergelijkbaar commentaar, net zo als de enthousiaste commentator op TV. En hij wint iedere keer en staat dan met geheven handen aan de finish: -‘Ik heb de gele trui’. En als hij met mij voetbalt speelt hij het liefste een wedstrijd: ik ben Nederland en hij is Amerika. Voetballen is voor hem sinds het laatste WK damesvoetbal. Hij speelt dan die laatste wedstrijd na, althans, hij maakt binnen een kwartier een doelpunt wat ik probeer te verhinderen en dan heeft Amerika gewonnen en dan is de wedstrijd afgelopen.

We gingen vandaag met de bus naar de speeltuin en terug. Hij verkneukelt zich dan al van te voren en ook in de bus dat hij bij thuiskomst die bus wil gaan natekenen.
-‘Welk nummer heeft die bus, 194 toch?’
-‘Inderdaad, 194.’
-‘Hoe schrijf je dat? ‘
-‘1, 9, 4’.
In de bus hoor je hem af en toe zachtjes mompelen: ‘ 1, 9, 4.’
-‘Hoe schrijf je Capelse Brug, met een K of met een C?’

Het mooiste gebeurde op de terugweg. De bus was vijf minuten te laat vertrokken, had al vertraging, dus de chauffeur reed lekker hard. Wij stapten uit, opa, oma, drie kleinkinderen van 2, 3 en 6. Dat ging dus niet zo snel. Iedereen was er uit, behalve mijn oudste kleinzoon. Hij liep naar de chauffeur en vroeg:
-‘Zou u even nog niet weg willen rijden, want ik wil nog even heel goed naar de bus kijken.’
De vrouwelijke chauffeur, de schat, zei:
-‘Maar natuurlijk, ik blijf wel even staan.’
Mijn kleinzoon stapte ook uit, liep naar voren, bleef een klein stukje voor de bus staan en hij keek met zijn armen over elkaar, als een doorgewinterde inspecteur, naar de bus, en zei na een paar seconden:
-‘OK.’

De chauffeur had het schouwspel lachend gadegeslagen en zwaaide vriendelijk naar ons bij het weg rijden. We liepen bij ons huis aangekomen naar binnen en hij pakte onmiddellijk een groot stuk papier en begon ijverig te tekenen. Hij tekende de bus die aankwam bij Capelse Brug. Je ziet op de tekening ook nog een andere bus. In de verte kun je de rails en leidingen van de metro zien. Het is trouwens die metro, die je daar ook ziet, waar hij zo bang voor is. Zou er een doorbraak zitten aan te komen? Er staan ook enkele auto’s op de tekening. Dit is zijn spel. En dat spel is onnavolgbaar. Zulk spel speel je niet samen. Je speelt het gewoon. Je beleeft de rit intens en bij het tekenen beleef je hem nog een keer. Daar heb je geen tegenstander voor nodig.

capelse brug

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie

Fugetta

Een Fugetta is een kleine fuga. Maar wat is een fuga? Als je klassieke muziek studeert op een conservatorium dan leer je dat. Zo las ik dat de Litouwse kunstschilder en componist Čiurlionis in 1901 en 1902 compositieles en contrapuntles had in Leipzig. Leipzig was samen met Parijs het Mekka van de muziekstudie. Mendelssohn had er in 1843 het eerste conservatorium van de wereld gesticht, zijn aanpak zette de toon en diende tot  voorbeeld voor vrijwel alle conservatoria nadien, ook dat van Parijs. Elke student kreeg bijvoorbeeld les in harmonieleer en contrapunt. En in het schrijven van fuga’s.

De lessen contrapunt kwamen overigens voort uit een lange traditie. De eerste contrapunt-methode werd geschreven door Fux (1660-1740), een Weense componist en theoreticus. Hij ontwierp een model en als je dat volgde kon je je als student stapje voor stapje de contrapuntische stijl van Palestrina eigen maken: Gradus ad Parnassum. Bach (1685-1750) gaf ook les in compositie. Zijn leerlingen begonnen met het schrijven van een vierstemmig stukje  naar het model van Bachs eigen koralen. Zij kregen bijvoorbeeld een of meer van de partijen – sopraan, alt, tenor en bas – en moesten de rest aanvullen. Alle partijen moesten een duidelijke melodische lijn hebben. Beethoven zegt later dat het schrijven van fuga’s geen kunst is. Hij had er tijdens zijn studietijd dozijnen geschreven, in opdracht van een privé-docent.  Maar een fuga met een poëtische inslag, dat was een ander verhaal, zo zei hij. Enkele van zijn schoolfuga’s zijn later uitgegeven, maar juist de fuga’s met dat poëtische tintje werden een belangrijk onderdeel van talrijke composities. Of vormden daarvan zelfs de basis, zoals het geval is bij de “Groβe Fuge”.

Mendelssohn in Leipzig greep echter terug op de techniek en stijl van Bach en liet deze tot de standaard worden op zijn conservatorium. Er ontstonden zelfs wedstrijden in het schrijven van schoolfuga’s. Deze traditie bestaat op dit moment in Parijs nog steeds… Een van de belangrijkste theoretici in Leipzig na de tijd van Mendelssohn was Jadassohn (1840-1902). Hij gaf ook les in harmonieleer en de basis van zijn lessen bestond uit het uitwerken van becijferde bassen.

jadassohn1

jadassohn2

Becijferde bassen stammen uit de tijd van de barok. Klavecinisten kregen een bas met cijfertjes. Die gaven aan welke samenklanken boven die bas  moesten klinken, niet gedacht vanuit de grondtoon van akkoorden, maar vanuit de gegeven bas. Deze cijferaanduiding werd nu de basis om leerlingen een goede stemvoering aan te leren.

In 1920 kwam de harmonieleer van Schönberg uit. Hij was de eerste die vond dat de methode met becijferde bassen eigenlijk niets met harmonieleer te maken had. Harmonieleer zou niet moeten gaan over stemvoering, maar over de werking van akkoorden. In plaats van becijferde bassen kwam het systeem van trapsymbolen in zwang. Buitengewoon vernieuwend was vooral ook dat Schönberg de oefeningen door zijn studenten zelf liet ontwerpen, ze waren zo van het begin af aan aan het componeren. Het boek bevat dan ook geen opgaven, maar wel voorbeelden.

schoenberg1

Nadat Jadassohn zijn harmonieleer geschreven had begon hij ook met een boek over contrapunt en een boek over het schrijven van fuga’s. Čiurlionis heeft waarschijnlijk vooral lessen gehad waarbij dat laatste boek gebruikt werd, dat boek dat toen pas net was uitgegeven. Er zijn inmiddels tientallen fuga’s van Čiurlionis opgedoken en die zijn als pianostukken uitgegeven. Maar wat ik heerlijk vind: het zijn geen fuga’s in barokstijl, maar het zijn fuga’s in een meer chromatische stijl zoals deze in die tijd ook door mensen als Bartok werd gehanteerd. Desondanks is de bouw heel duidelijk geënt op de bouw van een fuga zoals Bach die geschreven zou kunnen hebben.

Hoeveel lessen Čiurlionis van Jadassohn gehad heeft is niet bekend. Jadassohn stierf in februari 1902, in de tijd dat Čiurlionis pas anderhalf jaar op het conservatorium zat. Intussen had hij ook nog compositielessen van Carl Reinecke, die toen trouwens ook al behoorlijk op leeftijd was.

Hieronder een kleine fuga, een zogenaamde fugetta, van Čiurlionis, waarschijnlijk geschreven in opdracht van Jadassohn. De middenstem begint als eerste, dan komt de bovenstem in de dominanttoonsoort (maat 6), daarna de bas weer in de hoofdtoonsoort (maat 12). Na vervolgens een divertimento (een deel waarin het thema ontbreekt en waarin allerlei sequenzen gespeeld worden, maat 18-24) komt er nog slechts één laatste inzet in de bas (maat 25) en die staat uiteraard weer in de hoofdtoonsoort. Deze fugetta wordt naar mijn idee opeens wel erg plotseling afgesloten, een beetje vreemd. Desondanks vind ik het toch een aardig stukje.

Meer artikelen over Čiurlionis:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Ciurlionis

De meest bejubelde componist van Litouwen is Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Op de klassieke zender in dat land zijn voortdurend stukken van hem te horen. Hier is dat niet zo. Hoe kan dat?

De vader van Čiurlionis was organist in Druskininkai. Hij werd ontslagen omdat hij op straat Litouws had gesproken. Zijn vrouw, een Duitse, was daarover zo kwaad dat ze haar naam “Ratman” “verlitouwde” tot Raimanaitė. Druskininkai in het zuiden van Litouwen hoorde toen bij Rusland, we hebben het over het einde van de negentiende eeuw. Een dochter, Jadvyga, ging muziekgeschiedenis in Moskou studeren, doorliep de conservatoria van Leipzig en Berlijn en werd de eerste etnomusicoloog van Litouwen. Haar oudere broer Mikalojus Konstantinas was een muzikaal wonderkind dat op zijn negentiende in Warschau piano en later ook compositie ging studeren. (1893-1899). Over deze zoon gaat dit artikel.

In Warschau studeerde hij af met een compositie voor koor en orkest, “de profundis”. In 1901 kwam twee jaar na zijn studie in Warschau zijn orkeststuk “het bos” klaar. Hij leefde in die tijd van het geven van pianolessen aan adellijke personen. Op zijn zes en twintigste wilde hij nog meer leren en vervolgde zijn opleiding compositie in Leipzig (1901-1902) bij Reinecke en Jadassohn. Daar schreef hij onder meer de ouvertüre Kestutis, een fuga voor strijkorkest, en een strijkkwartet met vier delen. Hij schilderde in deze tijd al voor zich zelf maar wilde zich ook daar meer in bekwamen. In 1904 liet hij zich inschrijven op de tekenschool van Warschau waar hij lessen kreeg tussen 1904 en 1906. Wat zal hij trouwens meegemaakt hebben van de revolutietijd van 1905 en 1906, die ook in Warschau gevolgen had? Vanaf half oktober 1905 en de opening van de eerste Doema (april 1906) waren volgens de autoriteiten ongeveer 15.000 mensen geëxecuteerd en – naar schatting – 20.000 mensen doodgeschoten of verwond tijdens de gevechten. Ook waren in die periode zo’n 45.000 mensen gedeporteerd. In Warschau werden 93 ongewapende demonstranten doodgeschoten door regeringstroepen. Maar Čiurlionis bleef schilderen en intussen bleef hij ook componeren. Hij leefde nog steeds van zijn privépraktijk met het geven van pianolessen. Zijn composities leverden hem niets op en werden ook niet uitgegeven. Met zijn schilderijen had hij al snel meer succes. Tegenwoordig is het eerder andersom: er staan ongeveer 250 composities op zijn naam en 300 schilderijen. In Litouwen is hij de meest gevierde en bejubelde componist.

Tijdens al deze roerige tijden trok hij zich op een gegeven moment in zijn eigen wereld terug. Hij ging de bijbel, oude Hindoestaanse geschriften, de werken van Tagore, Ruskin, Wilde, Kipling, Merezhkovsky en anderen lezen. De tekenacademie gaf hem een prijs voor zijn cyclus van zes schilderijen genoemd “de storm”, dat handelde over het spirituele gevecht van de mens tussen goed en kwaad. En een lichtpunt, dankzij juist deze revolutie werd het culturele leven in Rusland, dus ook in Litouwen, opeens veel milder. Čiurlionis verhuisde naar Vilnius waar hij na een tijd trouwde. Twee jaar later vertrok hij naar Leningrad om te kijken of daar meer mogelijkheden waren voor zijn kunstenaarschap. Hij deed nog mee aan een tentoonstelling. Terug gekeerd werd hij ziek en werd opgenomen in een sanatorium nabij Warschau. Een jaar later overleed hij op 10 april 1911, net toen hij leek te beteren, aan een longontsteking, nog maar pas 35 jaar oud.

Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden een aantal van zijn composities uitgegeven. In 1990 maakte Litouwen zich als eerste Baltische staat los van Rusland. Sindsdien zijn er steeds weer composities van hem opgedoken en zoals gezegd: inmiddels is hij in Litouwen hot. Hoe moet je zijn muziek en ook zijn schilderijen duiden? Het is meer dan impressionisme, er zit net als bij Debussy vaak een lading bij. Hij moet daardoor eerder bij de symbolisten worden gerangschikt dan bij de impressionisten. De meeste werken stammen uit de periode 1903-1909 en vooral de werken die hij schilderde in Vilnius en Leningrad hebben de meeste diepgang. Het grootste deel van zijn schilderijen is te zien in een speciaal aan hem gewijd museum in Kaunas, de vroegere hoofdstad van Litouwen.

schilderij

sprookje

Wat hem ook bijzonder maakt: hij dacht in kleuren en elke kleur betekende iets voor hem. En dat probeerde hij ook in zijn muziek te vertalen. Bij zijn muziek, zeker bij zijn orkestwerken, was het visuele en vooral ook het kleurenaspect een belangrijk onderdeel. Misschien is dat nog het meest te horen in zijn nog enigszins vroege werk “het bos” en in het volwassen werk “de zee”. (Jura).

Bij het luisteren naar “het bos” kun je op youtube een mooie collage zien van een aantal schilderijen, uit zijn belangrijkste schilderijen cycli.

Het bos (Miške), 1901

De zee (Jūra), 1907

Bij deze film op youtube zul je alle aspecten van de zee vooral in gedachten moeten proberen te visualiseren, al luisterende naar dit geweldige stuk.

Čiurlionis is ten onrechte nog steeds erg weinig bekend in het westen. Zijn schilderijen ga ik van de zomer zien in het museum van Kaunas. En meer van zijn muziek zal ik daar vast op de radio gaan horen!

Er is ook een film gemaakt over Čiurlionis. Een trailer van die film staat op youtube:

Andere blogs over Čiurlionis:

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , | 4 reacties

Op zoek naar het oneindige

-‘Ik ga een heel oude wetenschapper tekenen….. ‘Opa is dit een oude wetenschapper?’

oude wetenschapper-‘Dat zou best wel eens kunnen. Hij heeft zulk lang haar.’
-‘Deze is nog ouder dan Christiaan Huygens. Waarom hadden die mensen vroeger zulk lang haar?’
-‘Dat vonden ze toen mooi. In de tijd van Christiaan Huygens droegen de mensen heel vaak een pruik.’
-‘Wat is dat, een pruik?’

Ik legde hem uit wat een pruik was en hoe die gemaakt werd. We keken nog naar wat plaatjes en zagen ook de mooie boorden uit die tijd. Toen tekende hij een dier naast zijn eigen wetenschapper.
-‘Snap je opa? ‘
Ik keek hem niet begrijpend aan.
– ‘Een paard, want ze hadden toen nog geen auto’s. ‘
Vervolgens tekende hij links onder een aantal getalletjes.
-‘Wat staat daar opa?’
-‘Daar staat 1.’
-‘Huh, dat kan toch niet, daar staan heel veel nullen bij. Er staat denk ik triljoen.’
-‘De nullen staan er vóór, dan betekenen ze niets. Ze moeten áchter de een staan. Je leest altijd van links naar rechts.’
-‘Dat maakt toch niet uit?’
-‘Dat maakt wel uit. Als ze ervoor staan doen de nullen niet mee en staat er gewoon 1.’
Rechts tekende hij nu de goede volgorde.
-‘Daar staat duizend’ zei hij. Zo lang is dat al geleden toen deze wetenschapper leefde. Duizend jaar.’
-‘Klopt, daar staat duizend. Maar kijk, het streepje boven aan de 1 moet je net aan de andere kant maken.’
-‘O ja.’ Hij verbeterde het.

Even later komt hij naar me toe en vraagt, met in zijn hand een denkbeeldig iets:
-‘Opa zie je hier met deze microscoop dat quark-deeltje?’’
Ik kijk zogenaamd heel intens in die onzichtbare microscoop maar zeg dat ik het helaas niet kan zien.
-‘Kijk daar!’ Hij wijst enigszins ongeduldig naar een plek in de lucht. Ik kijk nog eens intensief.
-‘Ja hoor, ik zie iets. Maar dat is volgens mij een bacterie.’
-‘Nee, je moet beter kijken!’
-‘Ja, nu je het zegt, maar volgens mij is het een atoom.’
-‘Nee, nee, kijk nóg maar eens’.
Na enig turen denk ik inderdaad een quarkdeeltje te zien. Hij loopt, opgelucht dat ik het gezien heb, weer weg met zijn microscoop.
Een tijdje later gaat hij balletjes naast elkaar leggen, in een lange rij. De laatste keer dat hij dat deed is denk ik zeker een half jaar geleden. Dit deed hij vroeger heel vaak, ik denk al vanaf dat hij twee of drie jaar oud was. In het begin legde hij dan keurig op een rijtje in de goede volgorde de planeten van ons zonnestelsel. Later kwamen daar de dwergplaneten bij en ook legde hij heel kleine steentjes er tussen, dat waren onderdelen van de asteroïdengordel. Nog later ging hij ze anders groeperen, in volgorde van grootte. En nog later ging hij in plaats van planeten sterren neerleggen in volgorde van grootte, tot de allergrootste: UY Scuti.

exoplaneten-‘Kijk eens opa wat hier ligt. Dit is Proxima Centauri, en dat is Alpha Centauri en dat is Trappist 69, Trappist 142, Trappist 174 en Trappist 194.’
Hij wees van rechts naar links eerst twee sterren en daarna een aantal exoplaneten aan.
-‘En deze hier, dat zijn planeten die nog niet ontdekt zijn. Die hebben nog geen naam.’
Hij wees naar het rijtje links van de balletjes die hij al benoemd had.

Voor het naar huis gaan mogen de kleinkinderen altijd een youtube-filmpje kijken bij opa of oma op schoot, op de tablet. De laatste tijd wil hij altijd een film met treinen zien. Maar vanavond wilde hij weer een film over het heelal zien, een film met objecten van klein naar groot. De bijbehorende muziek wordt steeds intenser en complexer, hoe dichter je komt bij de uiterste afstanden van het universum. Het filmpje was afgelopen.
-‘Kom we moeten nog logopedie-oefeningetjes doen.’
-‘Maar dan kan ik niet zingen!’
Ik keek hem even verwonderd aan.
-‘Nee, dat kan dan niet. Maar daarna kun je nog zoveel zingen als je wilt.’

Terug naar huis in de auto begon hij te zingen. Hij zong de muziek van het filmpje dat hij net even eerder had gezien. Op het einde zong hij met zijn prachtige stem de modulaties en ging, toen helemaal op het einde de film bij het multiversum was aangekomen, ook zelf tot het uiterste. Het klonk als de koningin van de nacht, oei wat hoog, een Gis twee gestreept, maar hij haalde het nog net. Hij zong door tot afstanden die je niet meer kon zien. Hij zong naar dingen toe die nog nooit iemand had gezien. Hij zong met zijn hoofd in de wolken tot voorbij alle quarkdeeltjes, tot in het oneindige.

In de film klonk dat laatste stukje zo:

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Een verjaardag en een bruiloft

Oma was jarig en van al haar drie kleinkinderen kreeg ze een tekening. Die voor mijn eigen verjaardag in april hangen ook nog steeds op een prominente plaats in de keuken, daar kunnen deze nu bij geplaatst worden. Het is leuk om er naar te kijken en de eigenheid van elk kind in elke tekening te zien.

proficiat1

De jongste kleindochter tekent met grote gebaren, zoals hoort bij haar leeftijd, twee en een half jaar oud. Ook vindt ze het leuk om aan vlakvulling te doen, dus veel strepen op een kluitje. Zij is een echte actrice, dus die grote gebaren vind ik ook op een andere manier bij haar passen.

proficiat2

Het middelste kleinkind wordt eind augustus vier jaar. Dan gaat hij naar school. Sinds enkele maanden tekent hij behaarde koppoters met een vriendelijk gezicht. Neus en ogen zijn even groot, een puntje, maar de mond wordt weergegeven door een brede, zwierige, lachende lijn. Op deze tekening staat rechts oma en links hijzelf. Ook is hij zo te zien de laatste tijd druk bezig met het tekenen van een hand met vingers. Hier tekent hij de vingers deels door oma heen, maar stopt dan toch bij de lijnen van been en voet. Hij is zich waarschijnlijk opeens bewust dat hij de tekening van oma dreigt te verstoren. Het zijn tekeningen waar ik altijd erg blij van wordt. Ook dat past bij hem. Hij is een levenslustige jongen die barst van de energie en die bijna altijd vrolijk is.

bruiloft1De derde tekening is gemaakt door onze oudste kleinzoon die een maand geleden zes jaar is geworden. Hij is een waar tekentalent. Hij is verliefd op een meisje uit zijn klas met wie hij later wil trouwen. Maar “zogenaamd” zijn ze onlangs getrouwd, in aanwezigheid van een ander vriendinnetje. Zij mocht bruidsmeisje spelen. Het hele tafereel is op deze tekening vastgelegd. In de oud-katholieke kerk van Schoonhoven is een rode loper gelegd voor het bruidspaar. Rechts boven zien we een glas in lood-venster en links is de toegangspoort van de kerk. Naast de loper, bruin, zit een klein mannetje in een rolstoel naar het tafereel te kijken. Ook op deze tekening hebben zowel het bruidsmeisje als de bruid en bruidegom een brede glimlach. De bruid heeft een prachtige sleep en houdt een bos bloemen in haar hand. De bruidegom heeft een mooi pak aan, waarschijnlijk heeft hij iets dergelijks gezien bij Willem-Alexander. Je ziet hem lopen en met zijn rechterbeen naar voren schrijden. Vanwege de sleep moet dat in gepast tempo, voetje voor voetje. Het bruidsmeisje lijkt wel hoge hakjes te hebben. Verder zien we onder meer drie Nederlandse vlaggen en heel veel kleine oranje vlaggetjes. Dit is ook een tekening om heel blij van te worden.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | 7 reacties

Viaduct

Mijn oudste kleinzoon zit lekker te tekenen op een stuk papier dat op het tafeltje ligt vlak bij het raam in de trein. Opeens schrikt hij. En hij schrikt niet zo’n beetje ook! Angstig kijkt hij naar ons, opa en oma.
-‘Wat was dat?’
Oma legt uit:
-‘Dat kwam door die balken boven de trein. De trein ging door een viaduct en aan weerszijden waren balken. De zon scheen daarop en toen was het steeds even donker.’
We reden met de trein richting station Abcoude en vlak daarvoor was er een viaduct. In de trein leek het alsof je door een korte tunnel reed. Maar het meest opvallende was het flikkeren dat ontstond, voor en na de tunnel. Het flikkeren dat veroorzaakt werd door het zonlicht, onderbroken door die balken.

Mijn kleinzoon was er niet gerust op. Op de terug weg wilde hij precies zien hoe het in elkaar zat.
-‘Hoe ver is het nog naar Abcoude?’
Nu lette hij op, en ja, het was precies zoals oma het verteld had. Hij begreep waar zijn schrik vandaan was gekomen en was er nu niet meer bang voor.

Enkele dagen later vroeg hij mij toen hij weer bij ons was:
– ‘Opa, welk station was dat ook alweer?’
Ik ken hem inmiddels en vermoedde al wat hij bedoelde, maar ik vroeg toch om meer informatie.
-‘Welk station bedoel je?’
-‘Dat station met dat viaduct.’
-‘Ah, Abcoude.’
-‘Ja, dat bedoel ik. Ik wil dat station namaken. Kun jij me helpen opa? Hebben we een doos?’

viaduct

Samen gingen we aan de slag en fabriceerden een viaduct en iets dat deed denken aan de balken. De trein kon er onderdoor rijden en hij stelde zich voor hoe de zon er van boven af op scheen. Het is iets dat hij graag doet. Situaties naspelen of natekenen. Zo krijgt hij er grip op. Vooral als hij ergens bang voor is helpt dat. En hij heeft er ook nog eens veel plezier van!  Leuk is ook dat hij zelf op dat idee komt. Zoals hij een tijdje geleden ook die enge rups van de kermis ging tekenen. Maar met deze wetenschap kunnen zijn opvoeders hem ook bewust proberen te helpen als hij ergens erg bang voor is.

-‘Opa, waarom zijn die balken er bij dat viaduct? Heeft elk viaduct dat?’
Hij wil meer weten, is pas tevreden als hij helemaal weet hoe het zit. Ik vind dat erg leuk en wil het zelf dan gelijk ook weten. Maar ik weet het niet. Ik moet er samen met mijn kleinzoon maar eens ter plekke naar gaan kijken. Wel heb ik al iets gelezen over T-liggers en omgekeerde T-liggers bij de aanleg van viaducten. Maar dat heeft er denk ik niets mee te maken. Wat dan wel? We gaan het zien!

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

De Tweede Maasvlakte

Er bestaan zeeschepen ter grootte van een flatgebouw. Deze varen ook naar Rotterdam en meren daar aan bij gloednieuwe havens. Daar worden ze gelost. Binnenvaartschepen, treinen, vrachtauto’s varen en rijden af en aan om alles op te halen en verder te vervoeren. De grootste overslaghaven van Europa wordt nog steeds groter, dankzij vooral dit nieuw gewonnen terrein op de Noordzee. Ik heb het over de Tweede Maasvlakte. Hoe is die aangelegd, welke industrie kun je daar vinden, hoe gaan industrie, natuur en recreatie hand in hand? Het gratis museum Futureland laat je daarmee kennis maken. Ondanks het feit dat de educatieve uitwerking wat mij betreft veel beter zou kunnen raak je onder de indruk van de grootsheid van alle projecten die al voltooid zijn en die nog ontwikkeld worden. Veel films vertellen er over. Je moet liefst wel de audiotour volgen met je eigen koptelefoon, want je hoort bij de meeste films geen geluid. En het beeld? Tja. Dat is in het algemeen veel te onrustig, je krijgt niet de tijd om iets echt tot je door te laten dringen, het is bijna allemaal erg vluchtig. Maar er is desondanks genoeg te zien, zoals allerlei objecten die van de Noordzeebodem tevoorschijn zijn gekomen toen deze werd drooggelegd. Tijdens de ijstijden was er immers geen water in de Noordzee en er zijn veel sporen van mens en dier uit die tijd terug gevonden. Maar vooral ook word je in dit museum gehersenspoeld met het succesverhaal van “the port of Rotterdam”.

Wij hebben behalve het museum ook nog het strand bezocht. Het gebied is immens en er is een groot strand met meerdere parkeerplaatsen aangelegd. Op dit kaartje (boven is het westen) zie je een deel van deze Tweede Maasvlakte met daarop het vrij toegankelijke stranddeel.

kaart

zee

Waar door de aanleg van dit gebied de zee bij Oostvoorne en Rockanje in een rustige baai is veranderd, ervaar je hier nog het onrustige klotsen van de Noordzee. Dat is aantrekkelijk voor diverse soorten watersporters. En voor de liefhebbers is er ook een groot naaktstrand.

Opeens zagen we vanuit het strand in de duinen een prachtig kunstwerk. Wat is dat?

kunstwerk

kunstwerk2

We liepen er naar toe. Het heet “de Zandwacht”. Het blijkt gemaakt te zijn ter gelegenheid van de afronding van de aanleg van de Tweede Maasvlakte in 2016. Geert van de Camp, een van de kunstenaars, zegt over dit werk: ‘We hebben ons laten inspireren door de manier waarop zand opwaait, de baan die het door de lucht beschrijft en hoe het weer neerdaalt. De Zandwacht toont een bevroren moment van hoe het landschap zichzelf vormt. Het is een in beton gegoten tekening in het duinlandschap die drie stadia van de vorming van het duin visualiseert. Doordat de Zandwacht bestaat uit een groot aantal elementen van verschillende grootte is het een complexe structuur. Door het grote oppervlak kun je door het object dwalen en zie je de Zandwacht en de omgeving steeds in een ander perspectief. De Zandwacht nodigt uit om stil te staan en te genieten van het weidse panorama. Het kunstwerk brengt een menselijke maat in een haast oneindig landschap van zand, zee en terminals

Al verder slenterende over het strand in zuidelijke richting kwamen we bij een grote inham die doorwaadbaar was. Dat deden we dus ook. Lekker soppen in het hier niet al te koude zeewater. En we stonden al snel oog in oog met een groep lepelaars.

lepelaars

Op dat punt waren we ook bij de niet toegankelijke slufter, een depot waar verontreinigde bagger wordt opgeslagen. Net buiten de duinen loopt een rondweg, een soort boulevard van waaraf je op veel plaatsen een mooi hoog uitzicht hebt over duinen, strand en zee. Prachtig: vanaf hier zag je ook zandbanken met allerlei vogels, vooral ook aalscholvers en een enkele zeehond. Je hebt wel een verrekijker nodig! En mooie bloemen langs de boulevard waarbij het slangenkruid het meest in het oog springt.

zandbank

aalschovers=-zeehond

bloemen

De stranden waren ondanks het mooie weer nog erg leeg. Eten en drinken zul je zelf mee moeten nemen. Wel zijn er al overal vuilnisbakken, en op enkele plaatsen kleedhokjes en toiletten. De recreatiezone zal nog verder ontwikkeld worden en vooral ook ontdekt gaan worden. Desondanks vermoed ik dat het op de A15 van de zomer best al wel eens druk zou kunnen worden…

Geplaatst in maatschappij, natuur, recensie | Tags: , , , , , | 1 reactie

Rituelen

Mensen met autisme houden van rituelen. Als alles iedere keer hetzelfde is dan houden ze grip op hun leven. Zonder dat wordt de toch al bestaande chaos in hun hoofd nog groter. De omgeving dient dat te accepteren. Zo is er het ritueel van terug naar huis gaan vanuit opa en oma. Eerst plassen en handen wassen, dan eten, dan opruimen, dan filmpje kijken, dan schoenen en jas aan: naar huis. Geen enkel probleem, ook dat opruimen niet. Het hoort bij het ritueel. Als er een keer iets tussen komt en je dreigt het ritueel te moeten veranderen dan is het zaak om dat zeer tijdig aan te kondigen en uit te leggen. Dan lukt het meestal ook nog wel. Maar bij heel plotselinge dingen gaat het meestal mis. We komen thuis en papa of mama zijn er nog niet.  Of je had beloofd om nog te voetballen maar er is geen tijd meer voor. Tranen met tuiten. En gaan we met de trein, een van de leukste dingen die er voor hem zijn: opa moet altijd zijn treinpet op zetten.  Zo kent hij me van de eerste keer. Dat hoort bij het ritueel. Een onschuldig ritueel waar hij een blij gezicht van krijgt en waar ik graag aan mee doe. Alle dingen moeten in een vaste context staan om er grip op te hebben.

In zijn wereld blijken ook donker getinte mensen voor te komen. ‘Wat zien die er vreemd uit, hoe komt dat? En waarom zijn die hier?’ Ze zijn voor hem vreemd. Als je niet uit kijkt wordt hij om die reden boos op een Surinamer. Zo voelde hij zich bij het zwembad zeer ongemakkelijk naast een donker getint meisje met kroeshaar. Samen met hem heb ik aan haar gevraagd waar ze vandaan komt. Dat hielp. En er mag geen buitenlandse taal worden gesproken. Vooral niet door zijn ouders. Dat doet hem denken aan de zomervakantie. Hij verstaat het niet, weet niet wat er gezegd wordt, verliest grip op de omgeving en wordt daardoor ontzettend boos. Maar er zijn ook heel handige rituelen. Als je over straat loopt of fietst dan stop  je voor het oversteken en wacht tot iedereen er is. Samen kijken, komt er niets aan? Mooi zo. Een  ritueel dat je als opvoeder uiteraard koestert.

Vanaf het moment dat zijn jongste zusje twee en een half jaar geleden geboren is raakte hij sterk gericht op baby’s. ‘Och.., kijk nu toch.., oooh, wat lief..’ Dat soort geluidjes dat je ook van volwassenen hoort ging ook hij maken. En hij liep op elke baby af en vond die erg schattig. De meeste mensen vonden hem ook erg schattig. Tot nu toe is er niets aan de hand zul je zeggen. Maar het begon al wat minder schattig te worden toen hij te dicht bij die baby’s en later ook bij peuters kwam. Zijn zusje als eerste moest daar niets van hebben en begon te gillen of sloeg hem weg. We legden hem uit dat hij niet te dicht bij kleine kindjes moest komen omdat ze dan heel vaak bang werden. Dat vond hij erg moeilijk. Zijn zusje, daar weet hij het nu van. Het gaat goed en af en toe lopen ze zelfs hand in hand. Maar andere kleine kindjes…. Sinds enkele weken is het steeds meer uit de hand aan het lopen. Hij kijkt geobsedeerd naar kleine kinderen, gaat er onmiddellijk op af en gaat rare bekken trekken en rare geluiden maken. Anderhalve week geleden toen ik hem van school haalde reageerde hij onderweg naar logopedie al  op die manier op enkele kleine kinderen. Ik stopte en verzon om het over een andere boeg te gooien. Ik besloot om niet te zeggen wat hij niet mocht doen maar hem een positief handvat te geven: hoe doe je het wel. Ik stelde voor om op het kindje af te stappen en te zeggen: ‘ik ben huppelepup (zijn naam), hoe heet jij’, of bij een klein kind dat nog niet kan praten: ‘wat heb jij mooie haren zeg!’ Na afloop van de logopedie terug in de auto zag hij alweer een klein kind en hij begon gelijk gekke geluiden te maken en gekke bekken te trekken. Ik stopte zo gauw ik kon de auto en zei dat ik niet verder zou rijden omdat hij het weer deed. Dat maakte indruk. Daarna heb ik hem nog eens laten herhalen hoe hij het wel kon doen.

Enfin, ik begreep van zijn moeder dat het allemaal niet hielp, dat het nog steeds net zo erg was. Afgelopen weekend logeerde hij bij ons, twee van zijn grootouders. We gingen naar het planetarium en naar de dierentuin van Artis. Allemaal superleuke dingen voor hem, ook al omdat we er heen gingen met de trein en met de tram. Het was zondagochtend vroeg en overal was het nog zeer rustig. In de trein, in de tram en ook in Artis. De film over het heelal had hij in een iets andere versie al een keer eerder gezien, maar desondanks was hij weer onder de indruk. Na afloop waren er in de dierentuin al meer mensen, meer kinderen, onder wie ook veel kleine kinderen. En ja hoor: het ritueel van gek doen en er op af lopen en grimassen trekken begon weer. Ik probeerde hem nog eens rustig uit te leggen: ‘wat kun je tegen zo’n kindje zeggen?’ Het leek nauwelijks tot hem door te dringen en het gedrag bleef hetzelfde. Uit spontane frustratie zei ik iets dat ik normaal nooit zeg: ‘als je het nu nog een keer doet dan krijg je géén saucijzenbroodje!’ Hij was stil. Bij het volgende kleine kindje zag ik hoe hij zich liep te verbijten maar hij deed niets. En bij weer een kindje, en nog een. We prezen hem van alle kanten. En we hebben nog ruim een uur rondgelopen en staan kijken bij diverse dieren, vooral ook bij de zeeleeuwen. Toen ging hij in het zand zitten bij de stenen dinosauriërs. Helemaal alleen. En hij maakte een kasteel. Hij werd zienderogen rustig. We liepen verder. Hij keek nu niet eens meer om naar andere kindjes! We gingen spelen bij een speelterrein met een enorme zandbak. Er was nog een jongetje.
– ‘Zullen we een dier nadoen?’
– ‘ Ja, een zeeleeuw!’

zeeleeuwHij speelde een zeeleeuw in het water, die zich verstopte, die lekker kon zwemmen en die precies hetzelfde geluid maakte zoals hij dat zonet nog gehoord had, helemaal echt. Zwemmen door het zand voelt heerlijk, en als een andere zeeleeuw zand op je benen strooit is dat nog lekkerder. Daarna hebben we een saucijzenbroodje gegeten. En uiteindelijk liepen we naar de uitgang. Alle kindjes liet hij nog steeds met rust en ik kreeg de indruk dat dat nu zonder moeite ging. Toen struikelde hij en begon te huilen. Van moeheid. Ik tilde hem op schoot en hij omhelsde mij met beide armen en ontspande daarbij volledig. Ik heb hem gedragen tot bij de halte van de tram. Intussen kletste hij aan een stuk. Over van alles, vooral over dingen van het heelal. In de tram was het druk. Naast een nogal brede meneer was er nog een plekje.
‘Ga daar maar zitten’, zei mijn vrouw. Maar hij tikte de meneer op zijn schouder en vroeg:
– ‘Mag ik bij het raampje zitten?’
– ‘Maar natuurlijk. En wilt u misschien naast hem zitten mevrouw?’
– ‘Wat aardig.’

Richting CS keek hij alleen maar naar buiten. Af en toe vertelde mijn vrouw iets tegen hem wat er te zien was. Maar hij keek vooral naar allerlei dingen die hij misschien zou kunnen tekenen. In de trein zat in de coupé naast ons een vrouw met een klein meisje. Hij reageerde totaal niet op haar. Hij probeerde wel nog even te tekenen maar was al snel te moe. Mijn vrouw droeg hem naar de auto. Bij zijn ouders aangekomen viel hij na het eten op de bank in slaap.

De hoop was dat het nu beter zou gaan. Ik hoorde via de app dat het vanochtend op school alweer mis was gegaan toen hij een klein kindje zag. Maar toch, ik blijf positief. Het is niet makkelijk. Wat ik vooral voel  is dat zijn dwangstoornis om te buigen valt. Zijn rituelen mogen blijven. Ik zet met liefde mijn treinpet op. Maar zijn hoofd moet niet te vol raken. Dan wordt het heel moeilijk om zijn dwang te weerstaan of om die om te buigen naar iets dat meer acceptabel is. Ach, wat doet hij toch zijn best. En hij kan zo veel. En daarbij: hij is zo ontzettend lief.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen