De boze burger

Debat tussen de boze burger en de overheid.

  • Boze burger: ‘Ik ga niet stemmen want jullie doen toch wat je wilt.’
  • Overheid: ‘Ja, dat klopt.’
  • Boze burger: ‘Maar waarom vraag je dan wat ik er van vind?’
  • Overheid: ‘Ja we hebben ooit afgesproken dat we af en toe een circus op gang moeten zetten waar je iets van kan vinden. We hebben trouwens ook besloten dat dit het laatste circus was.’
  • Boze burger: ‘Komen er geen verkiezingen meer?’
  • Overheid: ‘Ja dát circus blijft nog even bestaan. Pas als blijkt dat besturen dan compleet onmogelijk wordt omdat alleen nog maar ruziënde boze burgers iets proberen te regelen schaffen we dat circus ook af. En dan vragen we enkele mensen met verstand van zaken om over alle dingen beslissingen te nemen en dat doen we dan. Goed?’
  • Boze burger: ‘Je doet maar, het maakt me toch allemaal niets uit’.

Zie ook:

 

 

 

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De ontsluiting van middeleeuwse archieven

Over het Domkapittel van Utrecht en het Vrije Rijkskapittel van Sint Servaas te Maastricht.

Donderdag 5 juli 1292 stelde het kapittel van de Dom van Utrecht een nieuwe regel vast met betrekking tot de toetreding van nieuwe kanunniken. Besloten werd dat een nieuwe kanunnik zijn medebroeders met een vat goede wijn moest vereren. De oorkonde werd bezegeld.

Picture 108

Dit document en honderden andere documenten zijn gedigitaliseerd en sinds enkele dagen kan iedereen ze inzien of downloaden. Opvallend is hoe mooi geschreven vrijwel alle documenten zijn. De klerk van het rijke kapittel had duidelijk een gedegen opleiding gehad. Dat was lang niet altijd zo. Maar deze documenten kun je na een vrij simpele cursus paleografie gevolgd te hebben in een hedendaags lettertype weergeven. Dan moet je alles natuurlijk nog vanuit het Latijn vertalen. En dan moet je die vertaling ook nog eens een keer begrijpen, want veel termen en gebruiken uit die tijd zijn voor de meeste mensen van nu totaal onbekend. Kortom, het blijven documenten voor een handvol ingewijden. Maar er zullen veel amateurs zijn die zich er op storten denk ik. En dat kan mooie dingen opleveren.

Een kanunnikaat kreeg je niet zo maar. Allereerst moest er een plaats beschikbaar zijn. Elk kapittel had in de regel een vast aantal plaatsen. Hoe rijker het kapittel, hoe meer plaatsen. Dan moest je nog eens een behoorlijk bedrag betalen en van aanzienlijke afkomst zijn. En dus zoals blijkt uit bovenstaand document je medebroeders met een vat wijn vereren. Soms kreeg je ook iets makkelijker een kanunnikaat. Een groot kunstenaar die zich verdienstelijk had gemaakt kon als dank na bewezen diensten als geschenk van een plaatselijke heer, bisschop of de paus een kanunnikaat krijgen. Dan was je kostje geregeld, je had een vast inkomen waar je niets voor hoefde te doen. Ja, elke dag moest je een hoofdstuk (kapittel) uit de bijbel lezen met je medebroeders, maar je kon ook iemand aanstellen die dat in jouw plaats deed. Kanunniken woonden meestal in prachtige herenhuizen in een stad, in dit geval dus in Utrecht.

Ook in Maastricht zijn nog vrij veel zeventiende of achttiende eeuwse herenhuizen vlakbij de Onze Lieve Vrouwebasiliek of de Servaasbasiliek aan te wijzen als voormalige kanunnikhuizen. En ook in die kapittels werd een archief bijgehouden. Het archief van het kapittel van Sint Servaas  is nog niet zo makkelijk om in te zien. Om te beginnen is het verspreid geraakt: het grootste deel bevindt zich gelukkig nog in het regionaal historisch centrum te Maastricht, maar er zijn ook documenten waarvoor je naar Den Haag, Koblenz of zelfs Parijs moet gaan. In 1930 zijn echter vrijwel al de de charters en bescheiden door Dr. Doppler niet alleen geïnventariseerd, maar ook is er toen een samenvatting gemaakt van de inhoud van elk document. Daarbij zijn er ook vaak fragmenten van de originele Latijnse tekst weergegeven. Het eerst bekende charter stamt uit het jaar 800, toen was daar dus al zeker een kapittel. In twee van de jaarboeken van het Limburgs geschied- en oudheidkundig genootschap zijn deze charters weergegeven. (Jaargangen 1930 en 1931 van “Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg”). Al eerder in de twintigste eeuw werden de meer dan 1800 schepenbrieven van het kapittel op deze manier toegankelijk gemaakt. Door deze Nederlandstalige weergave zijn deze documenten voor een veel groter publiek onmiddellijk bereikbaar. Mocht je iets tegenkomen waarvan je het origineel wilt zien dan kun je snel achterhalen waar je zijn moet. Ik denk dat op termijn ook veel van deze documenten gedigitaliseerd zullen worden en vervolgens openbaar gemaakt.

Hier boven zien we een document uit 1292 uit Utrecht. Uit diezelfde periode dateert een document uit Maastricht. Het is opgesteld in opdracht van het kapittel van Sint Servaas op dinsdag 24 november 1272.

“Arnold, graaf van Loon, doet als scheidrechter uitspraak in een geschil tussen de deken en de kanunniken van Sint Servaas enerzijds, en de Brabantse bewoners van de stad anderzijds, ontstaan doordat de schout, schepenen en burgers van de hertog van Brabant gewapender hand de kerk van Sint Servaas waren binnen gedrongen en er geweld hadden gepleegd. Bij die uitspraak werden de ‘villicus, scabini et jurati ac universitas’ veroordeeld om  aan de deken en het kapittel onder ede te beloven om dergelijke feiten niet meer te plegen en dat als zij in de toekomst in de kerk van Sint Servaas of op het claustrum, met algemeen overleg en met wapenen of klokslag, ‘compulsu campane’, of enig ander teken, waarop de gemeente kan en moet uitgedaagd worden, enig geweld plegen of de immuniteit van kerk of klooster schenden, zij een boete van 200 Luikse marken zullen krijgen, welke binnen twee maanden betaald moet worden en daarnaast nog een voldoening moeten geven die in overeenstemming is met de grootte van het misdrijf. Als ze daar binnen twee maanden niet aan voldoen dan zal de bisschop van Luik hen door kerkelijke straffen daartoe dwingen.”

Dan volgen er nog een aantal bepalingen. Tot slot: degenen die nu de fout in zijn gegaan krijgen als straf dat ze blootvoets en met ontbloot hoofd in processie en met in de hand een roede in de kerk van Servaas en de week daarna in die van Onze Lieve Vrouw zich moeten vernederen. Alleen de leerlooiers die onder ede verklaren dat ze niet hebben meegedaan mogen normaal gekleed in de processie mee lopen. Als iedereen dat gedaan heeft is men ontheven van de schuld.

Het valt me vooral op dat er bepaald wordt dat je de burgers niet mag ophitsen met wapens of ,door de klokslag. De klokslag (klokkenslag, clockenslagh) is een bepaling dat bij het luiden der klokken mensen ergens toe worden opgeroepen. Blijkbaar was dat dus gebeurd. Jammer genoeg staat er niet bij wat de reden van deze ophitsing was en waarom de mensen het Servaasklooster en de kerk waren binnen gedrongen. Ook wordt niet specifiek vermeld wat de geweldplegingen daarbij waren geweest. In 1275, slechts drie jaar later,  vindt er een processie plaats die over de Maasbrug loopt. Er wordt gezegd dat er in een bepaalde processiepas werd gelopen. Hoe het ook zij: de brug stortte in en vele mensen verdronken. Deze brug was al in de tijd van de Romeinen aangelegd. Onmiddellijk daarna is begonnen met het aanleggen van een nieuwe brug, zo’n honderd meter noordwaarts, op de plaats van de huidige Servaasbrug. Het Servaaskapittel heeft van de keizer de tol- en beheersrechten over deze brug ontvangen. Even later zien we nieuwe schermutselingen, nu bij de nieuwe Maasbrug, die daarmee te maken hebben. Het is het begin van een grote oorlog, die uiteindelijk is uitgevochten bij de slag van Woeringen. De belangrijkste partijen waren daarbij de hertog van Brabant tegenover de hertog van Gelre.  Oorzaak was een erf-opvolgingsstrijd. De hertog van Limburg was zonder directe nakomelingen overleden. Maastricht was belangrijk omdat de soldaten van Brabant daar de Maas konden oversteken.

Je ziet, het lezen van slechts een enkel document uit zo’n rijk kapittelarchief, en dat plaatsen in een historische context, kan al allerlei stof tot verder onderzoek en discussie opleveren.

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Atheïsme

stephenhawkinsStephen Hawkins verklaarde zich zelf tot atheïst. Tot deze overtuiging was hij gekomen na zijn baanbrekende onderzoeken en theorieën over het heelal. Toch bezocht hij daarna nog de paus die graag de laatste wetenschappelijke bevindingen wilde weten en vroeg of Stephen die aan hem wilde uitleggen. Ik neem aan dat ook de paus daarna toch nog in god is blijven geloven en dat de paus op zijn beurt ook Stephen Hawkins niet alsnog weer op andere gedachten heeft weten te brengen. Een van de meest intrigerende uitspraken van Hawkins was dat “de tijd pas ontstaan is bij de oerknal”. Daarvoor was er geen tijd en het heeft dan ook geen zin om na te denken over wat er was voor de oerknal. De oerknal vond plaats en toen was er tijd. Als er dan al iets als een God is dan moet die wel haast samen vallen met de oerknal.

Ik volg op dit moment een cursus over de middeleeuwen en ik heb net twee middagen gevolgd waarin we ons bezig hielden met de denkers uit die tijd. In de middeleeuwen was God vanzelfsprekend maar toch wilde men ook bewijzen dat er een God was. Zo heb je het zogenaamde ontologische godsbewijs van Anselmus van Canterbury (1033-1109). Op wikipedia wordt dat godsbewijs nog eens mooi samengevat:

God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is. Dan komt het godsbewijs:

  • Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.
  • Een niet bestaande God is minder volmaakt dan een bestaande.
  • Dus moet God bestaan.

De meest inspirerende figuur vond ik bij de lezingen Pierre Abélard, een filosoof en theoloog die ruim een generatie later leefde (1079-1142). Hij is door tijdgenoot Bernardus van Clairvaux fel bestreden en daarna door de paus in de ban gedaan. Oorzaak was vooral dat hij zijn studenten zelf liet nadenken en geen enkele theologische stelling bij voorbaat accepteerde. Zo had hij een soort reader gemaakt voor zijn leerlingen waarin hij 158 delen uit de bijbel waarin iets beweerd werd aanhaalde, met daarnaast 158 fragmenten waarin het tegenovergestelde werd beweerd. De studenten moesten dit bestuderen en zelf tot een oordeel komen. Hij weigerde zelf om een oordeel te geven, hij vond het vooral belangrijk dat er werd nagedacht.

Van deze filosoof bezit ik de Nederlandse uitgave  “Gesprek tussen een filosoof, jood en een christen”. Wie de filosoof is wordt al snel duidelijk: dat is hij zelf, Pierre Abélard . Hij begint met de stelling dat hij ervaren heeft dat joden dom zijn en Christenen dwaas. Als de Christen op hoge poten deze uitspraak aanhaalt vergoeilijkt hij zich door te zeggen dat hij het aardig vindt om te provoceren, want dan hebben de mensen de neiging om dieper te graven om tegenargumenten te vinden.  Allerlei kwesties worden door de filosoof aan de orde gesteld, zoals: wat is “het hoogste goed”, of wat is “genoegen”, of wat is de “aanwezigheid en macht van het kwaad”. Over al dit soort zaken laat hij de jood, de christen en ook de filosoof aan het woord. Ik vind het aardig om zijn opening naar de twee gelovigen in zijn  geheel weer te geven. Deze gaat over “het geloof”

De filosoof: ‘Op de eerste plaats stel ik één enkele vraag aan u beiden, omdat ik zie dat die voor u beiden, die zo enorm op het geschrevene steunen, van toepassing is. Deze vraag luidt, of “verstandelijk redeneren” u tot deze soorten van geloofsleer heeft gebracht, of dat u op dit punt louter de mening van de massa en de liefde van de eigen familietraditie volgt. Van deze twee mogelijkheden is de eerste, als die inderdaad  bestaat, ten hoogste lofwaardig, net zoals de andere ten zeerste afgekeurd dient te worden. Ik denk dat geen enkel mens met een eerlijk geweten ontkent dat alleen de tweede mogelijkheid reëel aanwezig is. Want bij elk mens afzonderlijk is de liefde voor de familietraditie en voor diegenen met wie ze samen worden opgevoed, zozeer ingeworteld, dat men datgene wat tegen het eigen geloof wordt ingebracht, verafschuwt. Terwijl mensen de gewoonten tot hun natuur maken, houden ze als volwassenen met inspanning datgene vast wat ze als kind hebben geleerd. Voordat ze in staat zijn om datgene wat ze geleerd hebben te bevatten, verklaren ze al dat ze geloven, zoals ook een dichter heeft vermeld: “wanneer een kruik één keer ergens in is gedrenkt, dan zal die de geur daarvan lang bewaren.” Zo argumenteert een van de filosofen, als hij zegt: “Laten de mensen, als ze iets bij het leren in hun kindertijd hebben opgestoken, dat niet als alleen zaligmakend beschouwen: een omgaan met de filosofie op latere leeftijd laat vaak zaken verdwijnen die horen bij jonge oren”.

Eigenlijk zegt Abélard hier indirect: ‘het heeft geen zin om over levensvragen te discussiëren als je bij voorbaat vast houdt aan dat wat je als kind al is ingeprent’. Een bijzonder indrukwekkend boek. Van Abélard is veel bekend over zijn levenswandel, dankzij ook zijn eigen autobiografie. Hij had sterk narcistische trekken en was geen lieverdje. Maar hij was bijzonder modern voor zijn tijd in zijn denken. En hij had Plato en Aristoteles, Cicero en zeer veel anderen grondig bestudeerd en kende de bijbel van haver tot gort.

Bij de Islam was er enige tijd later net zo’n vooruitstrevende denker: Averroës, ook bekend als Ibn Rushd (1126-1198). Hij  was een islamitische jurist, arts en filosoof. Van de islamitische geleerden was hij de grootste kenner van de filosofie van Aristoteles. Als er bij hem tegenstrijdigheden leken te zijn in uitspraken in de Koran, dan wist hij die handig op te lossen door uit te gaan van het feit dat deze uitspraken slechts symbolisch geïnterpreteerd moesten worden. Salman Rushdie, wiens vader zich naar deze filosoof had laten noemen (Ibn Rushd), is er van overtuigd dat als de manier van denken van deze filosoof in een latere richtingenstrijd de overhand had kunnen krijgen, de Islam een heel wat vredelievender imago had kunnen krijgen.

Bernardus van Clairvaux was een mysticus. God kon je niet bewijzen en moest je ook niet proberen te bewijzen. Het hele leven was een mysterie en bidden en mediteren waren belangrijk om je dichter bij de waarheid te brengen. Hij vond de “wetenschappelijke” opstelling van Abélard belachelijk en gevaarlijk. Zijn grootste beschuldiging richting Abélard was dat deze “beweerde God te begrijpen door te redeneren”. En dat vond de paus dus ook. Abélard trok zich terug in het klooster van Cluny waar hij een jaar later overleed.

Nu is Stephen Hawkins overleden. Naar mijn mening iemand die dacht in de lijn van Abélard, maar dan met natuurkundige argumenten. Abélard was geen atheïst, althans dat heeft hij nooit hardop gezegd. Dat zou in zijn tijd niet gekund hebben. Hij moest een verhandeling over de drieëenheid in het openbaar verbranden op een brandstapel. Atheïsme wordt in de huidige Westerse wereld alom geaccepteerd en is in veel kringen zelfs de standaard zienswijze. Maar Abélard was vooral iemand die zich met ethica bezig hield, dit om de mensen te doordringen van een goede levenshouding. Ook Stephen Hawkins hield zich met ethica bezig en waarschuwde talloze malen voor de gevaren van deze tijd. Een geloof in God is daarvoor dus blijkbaar niet nodig.

Ik zelf voel me aangetrokken tot de houding van de mysticus Bernardus van Clairvaux. De stichter van de sobere Cisterciënzer orde. Niet tot de Bernardus die opriep tot een kruistocht. Ook niet tot de Bernardus die Abélard veroordeelde. Maar wel tot de Bernardus die inzag dat je God niet kon beredeneren. God is muziek. Muziek kun je tot op zekere hoogte beredeneren, dat weet ik als muziektheoreticus maar al te goed. Maar begrijpen doe je muziek met al je zintuigen, vanuit een soort overgave. En dat probeerde denk ik Bernardus van Clairvaux ook.

Pierre Abélard. Gesprek tussen een filosoof, een jood en een christen.  Ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Drs. P.R.M. Bagchus, Dr. J.M.C. Crousen en Dr. M.C.J.M. Jonkers. http://www.uitgeverijklement.nl. 2013. ISBN 978 90 8687 124 7 NUR 308; 700

Over het werk van Stephen Hawkins staat in de Volkskrant van vandaag (15-3-2018) een prachtig artikel over twee pagina’s.

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Solignac

 

kerk2

abdijVanaf de tijd dat ik bij rondleidingen de Romaanse kapitelen in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek en vooral ook die van de Servaaskerk van Maastricht van dichtbij heb gezien wil ik dichter bij het mysterie van deze objecten proberen te komen.  Het zijn vaak raadselachtige sculpturen, en ook de geschiedkundigen en kunsthistorici die er boeken over geschreven hebben geven geen eenduidige uitleg. Begrijp ik wat ze zeggen? Waarom spreken sommige aspecten van hun uitleg me wel of juist niet aan? Ik probeerde zo steeds al nadenkende te kijken of ik er nog iets meer mee kon. Over mijn bescheiden bevindingen heb ik al enkele artikelen geschreven, zie de links onder aan dit artikel.

Van de zomer bezocht ik vijf Romaanse kerken in de Bourgogne en gretig slorpte ik alles op en dacht er over na, kocht boeken en probeerde weer wat dichterbij ook deze mysteries te komen, in de hoop misschien ook de Maastrichtse equivalenten beter te begrijpen.

En onlangs, in de voorjaarsvakantie, gingen we naar Zuid-Frankrijk en we hielden onderweg halt bij de abdij van Solignac. Dat is een klooster dat voortkomt uit de  gemeenschap van Cluny, zoals ook enkele kerken die we in de Bourgogne bezochten daar uit voort zijn gekomen. De abdij was niet toegankelijk maar gelukkig wel de bijbehorende kerk.

Eerst iets over de geschiedenis van het klooster en zijn kerk. De heilige Eloi verkreeg het dorp Solemniacum in 631 van koning Dagobert en stichtte daar een abdij. Zijn gemeenschap, afkomstig van de abdij van Luxeuil in de Vogezen, volgde de regels van Sint Benedictus. De abdij viel buiten de rechtsmacht van de bisschop, en was direct onderworpen aan de koning. Ze telde al tijdens het leven van St Eloi 150 monniken, en haar eerste abt was St Remaclus.

De abdij diende als een toevluchtsoord voor de overblijfselen van de heilige Martial tijdens de problemen in de twaalfde eeuw tussen de Plantagenets en de Capetianen. (Engelse en Franse koningen). In 1241 bezetten de burgers van de plaats Solignac de abdij en ze eisten meer onafhankelijkheid. De burggraaf van Limoges moest in december van dat jaar tussenbeide komen om het klooster terug te geven aan de monniken.

Tijdens de honderjarige oorlog viel de abdij onder de Engelse bezetters, maar bij het einde van deze oorlog hoorde het klooster weer bij Frankrijk. In 1791 werd de abdij verkocht waarbij de religieuzen moesten vertrekken. Het werd daarna respectievelijk een gevangenis, een instituut voor jonge meisjes en uiteindelijk werd er een porseleinfabriek in gevestigd waarvan de activiteiten in 1937 stopten. De kerk is nu parochiekerk en de abdij is inmiddels weer als klooster in gebruik.

kerkbinnen2

kerkbinnen3De huidige kerk, waarvan het schip met koepels uniek is in de Limousin, werd waarschijnlijk gebouwd in het tweede kwartaal van de 12e eeuw en werd gerestaureerd in de 17e en 18e eeuw. De kerk behoort tot een groep kerken die gekenmerkt worden door het gebruik van meerdere koepels. De bouw is nog het meest verwant met kerken in Angoulême en Souillac. Het schip heeft maar liefst zeven bogen. De apsis, vijfhoekig aan de buitenkant, heeft twee pilasters en vier zuilen. We zien zo wie zo veel kapiteelzuilen. Op deze kapitelen worden onder meer maskers, een grijnzende kat, wormen of slangen uitgebeeld.

kapitelen1

Onderstaande afbeelding doet me sterk denken aan een afbeelding in de Sint Servaaskerk: Gevleugelde monsters die een man vastpakken.

kapitelen11

Hieronder die van de Sint Servaaskerk. Die van de Servaaskerk is nog een stuk angstaanjagender en gruwelijker. Ook zie je dat in Maastricht het beeldhouwwerk veel meer gedetailleerd is uitgewerkt, je ziet de ruggenwervel en de ribben van de man die vastgepakt wordt.

12-centrum

Ook onderstaande afbeelding is verwant met dergelijke afbeeldingen in Maastricht.kapitelen10

Het meest opvallend in deze kerk zijn de vele afbeeldingen van maskers. Totempaal-achtige sculpturen. Ik heb onwillekeurig associaties met afbeeldingen die boze geesten moeten weren. Niet alleen waarschuwingen voor de zondige mensheid, maar vooral afbeeldingen die de mensen moeten beschermen. Maar ze zijn hier van heidense oorsprong. Zoals later in elk huis het kruisbeeld het gezin moet beschermen tegen het kwaad.

kapitelen5kapitelen9kapitelen7kapitelen4kapitelen2

Over Maastricht, de Servaaskerk en de Onze Lieve Vrouwebasiliek, over de kapitelen in die kerken en andere interessante aspecten in relatie met deze kerken schreef ik eerder:

Over Romaanse kunst in de Bourgogne:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Simorre

kerk-1

Bovenstaande  foto is gemaakt door Hinde de Gooijer, zie ook
https://hindeblog.wordpress.com/2018/03/11/duiven/

In het departement Gers, onderdeel van regio Occitanie, kun je vaak zo’n 100 km zuidelijker de toppen van de Pyreneeën zien liggen. Midden in dit departement, aan de rivier de Gimone, ligt het plaatsje Simorre. Als je Simorre binnenkomt kun je niet om de grote kerk heen. Hij is gefortificeerd, dat wil zeggen behalve de grote muurpartijen zie je ook trapgevels als bij een kasteel. Gedeeltelijk is het een geromantiseerde uitbreiding van Violet-le-Duc, die de kerk in de negentiende eeuw restaureerde. Maar je ziet dit soort fortificaties meer in de omgeving.

kerk-2koepelkerk-3Waarom gefortificeerd? Vaak wordt verwezen naar oorlogsomstandigheden, zoals die van de honderdjarige oorlog. In dit geval zou een van de oorzaken ook gelegen kunnen zijn in een ordinair conflict tussen een feodale heer en een abt.

De kerk van Simorre is namelijk van oorsprong een abdijkerk, behorende bij het Benedictijner klooster dat op die plek al voor 800 werd gevestigd. Door de grote armoede in de begintijd werd het klooster bij de synode van 817 in Aken, samen met het klooster van het nabijgelegen Saramon, vrijgesteld van belastingen. In 920 plunderden de Noormannen de abdij en de er bij gelegen gebouwen. Daarna ging het snel veel beter en werd het klooster steeds welvarender, dankzij vooral de talloze donaties. In 1187 was er een grote brand waarbij geheel Simorre afbrandde. Klooster en kerk werden opnieuw opgebouwd. De kerk (de huidige) kwam klaar in 1247.

Maar al sinds enige tijd daarvoor was het welvarende klooster een grote bron van jaloezie voor de graven van Astarac, die vlakbij Simorre net een van hun hoofdkwartieren hadden gevestigd. Aan het begin van de dertiende eeuw bouwden zij namelijk het kasteel van Castillon, op de rechteroever van de Gimone, als een van de vier hoofdkwartieren van het graafschap Astarac. (In 1291 besloot de graaf een grotere vestingsplaats te stichten naast zijn kasteel. Hij gaf deze nieuwe stad eveneens de naam Castillon, maar ze werd korte tijd later al Villefranche d’Astarac genoemd. Opvallend is dat hij de huizen niet van steen maar van geramde aarde liet bouwen las ik op een site, maar dit alles terzijde).

Na enige tijd nam de graaf de landerijen die bij het klooster van Simorre hoorden in bezit. In 1287 werd de graaf van Astarac in het ongelijk gesteld bij een rechtsgang, waarna de abdij alles weer terug kreeg en er brak een nieuw tijdperk van welvaart aan. De aartsbisschop van Auch, Amanieu II, wijdde de nieuwe kerk uit 1247 op 8 oktober 1309.

Daarna bleef het relatief rustig totdat in 1573 de protestanten Simorre belegerden. Het klooster was ommuurd, de kerk was een ware vesting en de protestanten kwamen er niet in. De fortificatie werkte..

Waar in een groot deel van het huidige Nederland de tijd van de beeldenstorm en de opkomst van het protestantisme de doodsteek voor veel kloosters betekende, zo was dat in Frankrijk en in de door de Fransen bezette katholieke gebieden de tijd van de Franse revolutie. Toen namelijk werden ook in Simorre het klooster en de kloostergebouwen verkocht en vervolgens afgebroken. Alleen de abdijkerk bleef gespaard omdat deze kerk al sinds 1141 ook voor de inwoners diende als parochiekerk. Maar de beelden en schilderijen in de kerk werden helaas gesloopt of verkocht.

In de kerk zie je toch nog enkele bewaard gebleven sculpturen uit de dertiende eeuw, zoals de vier afbeeldingen van de evangelisten hoog boven de viering. Vanuit elke hoek kijken ze op je neer, in de vorm van hun symbolen: stier, leeuw, adelaar en engel.

evangelist-stierevangelist-leeuwevangelist-adelaarevangelist-engel

Het dorp van ruim 800 inwoners is buitengewoon charmant en doet nog middeleeuws aan. Je voelt de geschiedenis om je heen. En, zeker als het al weer wat warmer is, even op een terrasje wat drinken of wat lekkers halen bij de bakker, heerlijk…

dorp1dorp2dorp3dorp4dorp5

We bezochten deze week ook Lombez, waar ik ook een klein stukje over schreef.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 1 reactie

Hamlet

In Maastricht werd tot aan het begin van de twintigste eeuw in de gegoede kringen vooral Frans gesproken. Toneelstukken in de schouwburg waren dan ook vaak in het Frans. Er was nog een andere stad in Nederland waar dat ook zo was: Den Haag. De stad met de talrijke ambassades en het koninklijke hof waar het Frans eveneens nog steeds de belangrijkste taal in de hoogste kringen was. Zo werd in 1804 daar het Théâtre Français opgericht, een gezelschap dat probeerde drie Franstalige voorstellingen per week te verzorgen. In 1868 schreef de Franse componist Ambroise Thomas de opera Hamlet, een Grand Opera met groot orkest, groot koor, een Banda (groep koperblazers), balletten en diverse intermezzi. Deze opera werd door het Théâtre Français zes jaar later ook in Den Haag  op de planken gebracht en is tot de opheffing van het theatergezelschap in 1919 daar maar liefst 153 keer uitgevoerd. Het was dus een zeer populair stuk.

hamletMaar daarna raakte het snel in de vergetelheid totdat onlangs het gezelschap “Opera2Day” het werk nieuw leven in blies. Op de foto hierboven zie je hoe in de proloog, die plaats vond in de foyer van de Stadsschouwburg van Utrecht, de oude Hamlet ten grave wordt gedragen. Hierbij vergezeld door een groep koperblazers en als zangers fungeerden leden van het Utrechtse Monteverdi Kamerkoor en een aantal leerlingen van een plaatselijke Middelbare school. Daarna ging de voorstelling verder op het podium met de professionele cast. Hoe kun je zo’n spektakelstuk uit de negentiende eeuw voor een hedendaags publiek aantrekkelijk vormgeven, op een manier dat het ook nog enigszins betaalbaar blijft? Het grote koor, feitelijk hofpersoneel in de opera, wordt bij deze voorstelling, behalve dus in de proloog, gezongen door de acht solisten. De enorme orkestbezetting is sterk gereduceerd en de partituur is om die reden opnieuw gearrangeerd. De balletten en intermezzi zijn weggelaten. De dramatische lading die in het stuk zit, vooral het drama in de hersenen van Hamlet en Ophélie, wordt versterkt door de filmbeelden. We zien hoe de helden hun teksten uitbeelden maar voelen ook wat ze daarbij denken door die beelden. Prachtig gedaan en het werkt! En verder is er onderzoek gedaan naar de historische uitvoeringspraktijk: Het bleek dat er in de negentiende eeuw veel meer dan nu gebruikelijk is bijvoorbeeld gebruik werd gemaakt van rubato: het enigszins vertragen of versnellen van de muziek, om daardoor de expressie te verhogen. De expressie, ook van de individuele muzikanten, stond hoog in het vaandel. Meer dan de gelijkheid van spelen bijvoorbeeld. De instrumentalisten hebben zich deze manier van spelen enigszins eigen proberen te maken. Ik hoorde na afloop enkele muziekkenners zeggen: het was wel af en toe ongelijk.. Niemand was het daarentegen opgevallen hoe expressief er gespeeld werd mede dank zij deze “historische” uitvoeringspraktijk: mij viel het wel op, in gunstige zin.

De muziek was ook inhoudelijk verrassend voor mij. Vooral de stukjes die de sfeer moesten vangen die nodig was bij bepaalde scenes waren zeer sterk. Ik had enkele keren associaties met de late Liszt. Ook kon je genieten van mooie intieme strijkersstukjes, vooral als begeleiding bij de hopeloze pogingen om de liefde nieuw leven in te blazen door Ophélie of  door de moeder van Hamlet. Het meest indrukwekkend vond ik het spel en de solo-scenes van de jonge Hamlet, ook de scene met de toneelspelers die de moord op Gonzala speelden, en vooral de waanzin-scene van Ophélie. Ik heb die laatste ook enkele keren op Youtube gehoord, een opname uit 1907 van Nellie Melba, en de uitvoering van Joan Sutherland uit 1961. Ik vond de uitvoering die ik gisteren hoorde van Lucie Chartin eigenlijk nog indrukwekkender. Alleen al daarom zou ik iedereen  willen aanraden deze opera te bezoeken. Hij is nog te zien morgen in Amsterdam en daarna nog op diverse andere plaatsen in Nederland, de laatste voorstelling is op 11 april: http://www.opera2day.nl/producties/show/1/hamlet#speellijst

Historische opnames van de waanzinscene:

https://www.youtube.com/watch?v=34AX-Krgv_Y  Joan Sutherland 1961
https://www.youtube.com/watch?v=sRN9NLx_Dsg  Nellie Melba 1907

Geplaatst in muziek, recensie, theater | Tags: , , , | 1 reactie

Lombez

Bij ons bezoek onlangs van Zuid-Frankrijk bezochten we twee keer een kathedraal. Over de kathedraal van Auch heb ik al een keer iets geschreven. Ook nu weer vergaapten we ons aldaar aan de prachtige vensters en het koorgestoelte uit omstreeks 1517. Luther had hier toen nog geen enkele invloed. Maar we bezochten dit keer ook een andere kathedraal, die van Lombez.

kathedraal1Lombez is een stadje met 1800 inwoners. Een stad van 1800 inwoners met een kathedraal? Jazeker, in 1317 vestigde de paus er een bisschopszetel.  De tweede bisschop was iemand die kwam uit een familie uit Rome en het was niemand minder dan Petrarca die deze bisschop in de zomer van 1330 opzocht en er enkele maanden doorbracht. Petrarca roemt zijn gastheer en de heerlijke tijd die hij er heeft doorgebracht. In die tijd werd ook de huidige kathedraal gebouwd. Petrarca heeft hem langzaam zien verrijzen, in 1346 was hij klaar. Het was de tijd dat de honderdjarige oorlog net was begonnen en ook in die streken angst en verderf ging zaaien. Gascogne had nog lang onder het gezag van Engelse leenheren gestaan en was pas sinds kort onder invloed van Frans-gezinde leenheren gekomen. Iets meer naar het westen lag  Guyenne dat in die tijd nog door de Engelse koning werd gedomineerd. De steden in deze gebieden werden versterkt en veel kerken kregen het aanzien van een vesting. We zien daarvan sporen in de kathedraal van Lombez.

Eigenlijk mag je de kerk van Lombez geen kathedraal meer noemen, want de bisschopszetel is daar sinds 1801 opgeheven. De gelovigen van het voormalige bisdom Lombez vallen sindsdien onder de bisschop van Toulouse of die van Agen. Maar in de kerk zie je wel nog de bisschopsstoel, op onderstaande afbeelding zie je het rijk gedecoreerde bovenste deel.

zetel

Ook het koorgestoelte van de heren kanunniken is nog aanwezig.

koorstoelen

evangelistDe kerktoren is gebouwd boven het baptisterium waar de gelovigen werden gedoopt. Naar vroeg-Christelijke traditie heeft deze toren dan ook acht hoeken. Acht is het getal van de wedergeboorte. Als je gedoopt bent zul je naar alle waarschijnlijkheid ook een leven na de dood tegemoet mogen zien. In dat baptisterium is een Romaanse stenen doopvont te zien uit de twaalfde eeuw. Twee rijen met decoraties. Boven zien we onder meer een jachttafereel. De dieren die er afgebeeld worden, zeker het dier links van de boogschutter, lijken eerder uit een bestiarium te komen dan uit het dagelijkse leven. Misschien wordt er ook wel het gevecht tussen het goede (de schutter) en het kwade (de duivelse dieren) uitgebeeld. Beneden zijn er een aantal vierpas bogen met in elke boog (volgens de beschrijving op een site) een monnik. De doopvont dateert nog  uit de tijd voordat Lombez een bisschopszetel had. Er was toen al wel een klooster gevestigd. Wellicht zijn het monniken uit die tijd die op de doopvont zijn afgebeeld of misschien (en daar voel ik zelf meer voor) moeten we de monniken Bijbels interpreteren. Ze lijken allemaal iets te dragen en dat aan iemand aan te gaan bieden. Op Vroegchristelijke doopvonten zie je meestal Johannes de Doper die Christus doopt. De monniken hier zijn misschien dopelingen. Dat aanbieden doet me verder aan de Wijzen uit het oosten denken maar dat lijkt me ongepast op een doopvont.

doopvont1doopvont2

doopvont4

De kerk heeft een orgel uit de achttiende eeuw, waar nog regelmatig concerten op worden gegeven.

orgelHet stadje was ommuurd en had een stadsgracht, op de plaats van de huidige boulevard waar alle winkels zijn. Binnen de stadsmuren had je het grote bisschoppelijke paleis en verder de rijke woningen van de kanunniken. De rest van de huizen, in de zij-steegjes, werd bewoond door handwerkslieden, middenstanders en allerlei personeel dat nodig was om de bisschoppen te gerieven. Veel van die woningen van voor de Franse tijd zijn nog te zien.

Buiten het stadje was nog een groot klooster, nu verpleeghuis. Boven op een heuvel is een kapel en van daaruit heb je een mooi uitzicht op de kathedraal en een deel van de stad.

kathedraal2

Wil je meer weten over Lombez en je bent goed in Frans, ga dan naar deze site:

https://www.cirkwi.com/fr/circuit/53515-lombez-visite-audio-du-coeur-historique

We bezochten onder meer ook het plaatsje Simorre die week. Hieronder zie je een film-impressie met beelden uit  zowel Lombez als Simorre en nog enkele andere locaties die ik deze week maakte.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 1 reactie