Drie spannende sterren uit het sterrenbeeld schorpioen

Aan de ochtendhemel kun je op dit moment drie heldere sterren zien van het sterrenbeeld schorpioen. Het gaat om de sterren Alpha, Beta en Delta Scorpi. De helderste, Alpha, is de rode reus Antares. Stel dat je Antares op de plek van onze zon zou zetten, dan zou zijn middellijn de baan van de planeet Jupiter omvatten, dus de planeten Mercurius, Venus, Aarde, Mars en Jupiter zouden worden opgeslokt door deze reus. De atmosfeer van Antares is daarentegen zeer ijl, de hete gaswolk is veel dunner in zijn samenstelling dan die van onze zon. Antares vormt samen met een tweede veel kleinere ster een dubbelster.
Antares is eigenlijk een afkorting van Ant-Ares, tegenpool van Ares, de Griekse naam van de oorlogsgod Mars. Antares is zoals gezegd een rode superster, die rode kleur heeft ook de planeet Mars. De beet van de schorpioen is venijnig…

Een andere ster van Schorpioen die je goed kunt zien is Delta Scorpi, met de mooie bijnaam Dschubba. Met deze ster is iets bijzonders aan de hand. Vanaf 2000 is hij  opeens een stuk helderder geworden. Het blijkt dat er in dat jaar plotseling grote gas-uitbarstingen waren op de ster. Bij onderzoek bleek dat hij een van zijn maatjes te dicht genaderd was: de ster is namelijk onderdeel van een viertallig stelsel, vier sterren die op een complexe en daardoor dus best wel gevaarlijke manier om elkaar heen draaien. Deze gas-explosies hebben maar liefst vijf jaar geduurd . Dschubba is inmiddels al weer wat minder helder geworden maar nog steeds beter te zien dan in de jaren voor 2000.

Tot slot hebben we nog Beta scorpi, Graffias, ook een dubbelster, die in slechts zes dagen samen met zijn partner een rondje draait.

Al deze sterren kun je dezer dagen laag aan de ZZO hemel zien zo rond half zeven. Deze foto maakte ik vanochtend om 6:40 uur. Links zie je Jupiter. Onder aan de foto heb ik een afbeelding geplakt die je laat zien waar deze sterren van schorpioen staan. De “partners” van deze twee dubbelsterren of van de vierdubbelster Dschubba kun je overigens alleen met sterke telescopen zien.

ochtendhemel-schorpioen

Verder is op de vroege ochtend ook Venus nog steeds goed te zien, heel laag in het ZO. En wat was er ook een mooie sfeer in het water van de Lek.

venus-lekeenden-lek

Ik maakte ook een close-up opname van de afnemende maan. In deze fase kun je met een verrekijker of telelens prachtig een aantal kraters zien

maan

 

 

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Lijn 14

Toen we zes dagen geleden in Artis waren en zo langs de diverse dierenverblijven liepen vroeg mijn oudste kleinzoon regelmatig:

  • Hebben jullie geen papier bij je?
  • Waarom?
  • Ik wil tekenen.
  • Wat wil je dan tekenen?
  • Ik wil lijn 14 tekenen.

Andere kinderen hadden waarschijnlijk enkele van die bijzondere dieren willen tekenen maar hij had er zeer weinig belangstelling voor. Die dag draaide voor hem om het planetarium, om de treinreis en om de tram. Dezelfde avond nog bij zijn ouders ging hij aan de slag. Ook toen hij de week daarna weer enkele keren bij ons was. De tram van lijn 14 van het GVB is blauw-wit. Hij heeft een eigen logo en de letters GVB staan daarbij, opzij van de tram.

logo-gvb

gvb-lijn14

Op de eerste tekening met als titel Ansturdam (voor hem fonetisch) zien we rechts een man met een rolkoffer lopen. Het logo met daarbij de letters GVB opzij van de trams is goed te zien. We zien twee trams van lijn 14, eentje gaat volgens hem de andere kant uit om te keren.

amsterdam1

Op de tweede tekening zien we lijn 4 en 14. Alhoewel de opstapplaats van lijn 14 opzij van het centraal station is heeft hij bij deze tekening ook een stukje van de voorkant van CS getekend.  Hij kan dat nauwelijks gezien hebben. Maar toch zijn hem blijkbaar enkele dingen opgevallen, waarschijnlijk vanuit de tram toen hij helemaal achteraan op de bank zat en achteruit kon kijken. Je ziet een van de torentjes van het station van Cuijpers.

amsterdam3

Ik vermoed dat hij een soort fotografisch geheugen heeft. Hij herinnert zich zoveel. Ik kan het hem niet nadoen, alhoewel ik in het verleden soms hele tijden heb staan staren naar dat station. Ik denk dat hij inmiddels afgelopen week meer dan 10 keer dergelijke taferelen met het GVB heeft getekend. Die innerlijke drive dat als hij iets in zijn kop heeft dat gelijk ook wil! Ik herken het. Hij heeft zich even moeten beheersen. We hadden geen papier en stiften bij ons de vorige week. Maar met zijn geheugen is weinig mis.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 3 reacties

Luizenmoeder

Natuurlijk moeten de klassen kleiner, moeten de lokalen groter om passend onderwijs vorm te kunnen geven en moeten er weer meer kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen kunnen worden. Maar ook het niveau van de leerkrachten moet omhoog. Slimme leerkrachten zouden namelijk  niet zo met die onzin bezig zijn die de leraren zich tegenwoordig zelf op de hals halen.

  • ‘Welke ouders helpen morgen en overmorgen in de avond mee om alle ramen van de school in sinterklaassfeer te schilderen?’
  • ‘Welke ouders helpen morgenavond om de Sint -spullen weer op te ruimen en de ramen schoon te maken?’
  • ‘De Kersttijd komt er weer aan. Dat betekent dat de hele school opgeleukt moet worden. Wie komt ons leerkrachten daar komend weekend bij helpen?’

En dan hebben we het nog niet over kinderpostzegelacties, NL doet, schoonmaakdagen, uitjes die er geregeld moeten worden, meelopen met de avondvierdaagse, cadeautjes die men maakt voor jarige kinderen en ga zo maar door. Van wie moet dat allemaal? Dat staat niet in de wet, feitelijk doen de leerkrachten zich dit allemaal zelf aan. Waarom? ‘Dat soort dingen doet iedereen’. Als een leerkracht voorzichtig oppert om een van deze dingen af te schaffen dan komt het grootste deel van het team in opstand. ‘Dit is toch leuk?’

luizenmoedersDan zijn er de verslagen, drie keer per jaar. Vroeger kregen wij een rapport met cijfers. Een keer per jaar werden de ouders uitgenodigd om over het rapport te praten. Nu wordt alles cryptisch omschreven in veel te ruime vakjes. Alle teksten worden gecontroleerd door een collega op spelfouten (ja die staan er vaak bij bosjes in!) en andere  inconsistente dingen. Desondanks zijn er bij de verslaggesprekjes met de ouders, drie keer per jaar, altijd weer onduidelijkheden en moeten vaak te hoge verwachtingen van ouders bijgesteld worden. Het maken van de verslagen is niet een kwestie van één avond, nee daar gaan weken in zitten. Waarom? Omdat leerkrachten denken dat het zo beter is. Ik denk dat je net als vroeger alle onderdelen gewoon  in een cijfer kunt vangen. Maak daarnaast een algemeen ruim vakje waarin  je iets meer over het kind en zijn ontwikkeling zegt.  Klaar is Kees. Als er glashard zesjes en vijfjes staan dan is het voor de ouders duidelijk dat het kind geen hoogvlieger is. Met veel achten en negens is uiteindelijk VWO erg waarschijnlijk. Men is te bang om dat soort dingen aan te geven. Wat een onzin. Hiermee veroorzaak je een hoop onnodig gepruttel, narigheid en vooral extra werk. En speciale kinderen vallen vaak niet in een rapport te vangen. Over die kinderen praat je als professional en kijkt samen met de ouders naar wat het beste is. Schriftelijke rapporten, in welk format dan ook,  zijn in die gevallen alleen maar verwarrend en misleidend.

Er werd onlangs weer gestaakt. Moeten de leerkrachten staken? Daar zijn redenen voor want er zal meer geld naar het onderwijs moeten. Maar er moet meer gebeuren. Van binnen uit. De schoolcultuur is in veel gevallen afgegleden naar een onacceptabel luizenmoederniveau.

Geplaatst in maatschappij, pedagogiek en onderwijs | 2 reacties

Het Higgsdeeltje en buitenaards leven

Er is een filmpje op youtube dat gaat over “alles”, van klein tot groot. Het begint met het higgs-deeltje en het eindigt bij het universum.  Na onder andere een “theepot” en een “monitorscherm” komt in het begin van dat filmpje ook ergens “de mens”. ‘Dat ben ik!’ zegt mijn oudste kleinzoon dan steevast. Maar hij vraagt ook:  ‘wat is dat, een higgsdeeltje?’

Dat valt nog niet zo eenvoudig uit te leggen. Vroeger bij natuurkunde leerden we al over atomen die uit protonen, neutronen en elektronen bestonden. Maar sindsdien is er veel meer ontdekt, vooral vanuit de theoretische natuurkunde en de verschillende testen in deeltjesversnellers. Wat zit er namelijk nog meer in een atoom? Fotonen, gluonen, fermiondeeltjes, het higgsdeeltje en het nog niet bewezen graviton-deeltje. Fermiondeeltjes zijn er in 24 soorten en er zijn ook combinaties. Dat maakt dat er eigenlijk honderden deeltjes nog bestaan buiten proton, elektron en neutron. Maar het higgsdeeltje, dat al in 1964 werd voorspeld en in 2012 ook vrijwel zeker werd aangetoond, is een zeer bijzonder deeltje. Alle andere deeltjes krijgen massa door het higgsdeeltje. Het higgsdeeltje maakt materie mogelijk.

In de Volkskrant van zaterdag 16 februari 2019 staan drie wetenschappelijke artikelen die aan elkaar verwant zijn. We zien een prachtige foto van de deeltjesdetector bij Genève die in onderhoud is. De betekenis van alles dat je op de foto ziet wordt uitgelegd. Fundamentele deeltjes zoals  higgsdeeltjes moeten hier worden gedetecteerd. Deze worden zichtbaar als met snelheden van bijna de lichtsnelheid protonen op elkaar botsen.

Het tweede artikel staat op de volgende pagina’s: over superlasers. Laserstralen worden nu bijvoorbeeld al gebruikt om lenzen van een oog te slijpen. Maar superlasers moeten in de toekomst nog veel verfijnder handelingen kunnen verrichten om bijvoorbeeld isotopen te maken bij de behandeling van kanker. Maar vooral ook wordt er fundamenteel onderzoek mee gedaan, om donkere materie te kunnen vinden. Wetenschappers denken nog steeds dat 85% van de materie in het heelal donkere materie moet zijn, omdat anders de sterke zwaartekracht van sterrenstelsels niet verklaard kan worden.  Als je in vacuüm schiet met een superlaser zou je normaal gesproken geen materie moeten tegenkomen maar als er donkere materie bestaat kan die wellicht op die manier worden aangetoond. Deeltjes die geraakt worden door een superlaserstraal gaan over in de vierde fase: ze worden niet vast, vloeibaar of gas, maar verworden tot plasma.  Daardoor ontstaat een sterk elektrisch veld dat deeltjes meesleurt: er ontstaat een deeltjesversneller die in de toekomst de enorme deeltjesversneller van Genève onnodig zal maken, een die veel kleiner is en een die allerlei toepassingen mogelijk maakt. Het meest utopische idee is dat een dergelijke laser bij het beschieten van vacuüm effecten gaat opleveren die ons inzicht geven hoe materie en licht op fundamenteel niveau met elkaar omgaan.

Bouw van een superlaser in Roemenië

superlaserEr is een wereldwijde race bezig met het maken van superlasers. De concurrenten bevinden zich in Brighton (Amerika), Shang Hai (China), Nizjni Novgorod (Rusland), Osaka (Japan) en Magurele (Roemenië, namens de Europese unie).  China is op dit moment het meest ver.

Het derde artikel vond ik misschien nog wel het meest intrigerend: “Nederlandse vinding kan buitenaards leven meten”.  De titel is zo veelbelovend dat het eigenlijk een kop op de voorpagina had moeten zijn, maar als je verder leest zie je dat het nog heel wat voeten in aarde heeft voordat we zover zijn. Een promovendus aan de VU in Amsterdam heeft gemeten dat organisch weefsel een unieke handtekening achterlaat in licht. Levende weefsels kiezen tijdens hun groei voor één vorm, bijvoorbeeld bij de aanmaak van eiwitten. Door die systematiek weerkaatst licht op een kenmerkende manier.  Nu kijken ze vanuit het dak van de universiteit naar buiten en het apparaat ziet bomen.  Maar als over ongeveer 10 jaar visuele telescopen ontwikkeld zijn die zelfs licht vanaf exoplaneten kunnen ontrafelen, dan kunnen we in principe met dit apparaat op zoek gaan naar tekenen van leven buiten de aarde.

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Artis

Voor de meeste mensen is Artis een dierentuin. Niet zo voor mijn oudste kleinzoon.
-‘Ik wil later naar de maan. Kan dat opa?’
-‘Dat zal niet zo makkelijk zijn. Er is al meer dan dertig jaar niemand meer op de maan geweest.’
-‘Toch wil ik naar de maan.’
-‘Dan zul je naar de astronautenschool moeten gaan als je groot bent. En dan moet je heel veel leren. En héél héél misschien mag je dan tegen die tijd mee naar de maan.’
-‘Ik wil naar de astronautenschool.’

Deze conversatie hebben we nu geregeld gehouden gedurende het afgelopen half jaar, mijn oudste kleinzoon en ik. Inmiddels neemt hij genoegen met slechts een simpele ruimtetrip want hij wil de aarde zien vanuit de ruimte.  En gelukkig, hij lijkt steeds meer realistisch te worden.
-‘Als het niet lukt dan wil ik machinist worden. Want ik houd ook heel veel van treinen. Of misschien wordt ik wel iemand die de wissels regelt.’

Gisteren hebben we met zijn vieren een ruimtereis gemaakt. Mijn kleinzoon van drie, mijn oudste kleinzoon van vijf, mijn vrouw en ik. Dat kon in het planetarium van Artis. Waar we eerst met de trein naar toe gingen. Op het station van Amsterdam Centraal keek hij niet alleen zijn ogen uit maar luisterde hij ook zijn oren uit. Hij hoorde in de verte een geluid.
-‘Dat is een dubbeldekker opa, die optrekt.’
Jammer, ik had hem al gemist.  Maar ik weet bijna zeker dat hij gelijk had. Voor hem is het leven een totaalervaring, alles komt even hard bij hem binnen, zowel auditieve als visuele prikkels. Wij kunnen filteren, hij niet of nauwelijks.

Maar toen gingen we, nog voordat hij de astronautenschool doorlopen had,  alsnog een ruimtereis maken.

planetarium artisIn het planetarium van Artis ga je bijna vanzelf helemaal achteruit hangen in je stoel. Boven je is de sterrenhemel. Geluiden completeren de ervaring. Van te voren hadden we gezegd dat hij alleen zacht mocht praten. Want er werd van alles verteld over wat er gebeurde en ook andere mensen wilden dat graag kunnen horen. Dat was te veel gevraagd.

-‘Kijk ik zie de Grote Beer. Kijk de Orion.’
We zagen de aarde vanuit de ruimte alsof we in het ISS zaten. Maar we gingen al snel verder. We zagen Saturnus heel dicht bij komen. We bleven maar verder reizen.
-‘Pluto!’
Voortdurend riep hij door de zaal met zijn schelle stem alles wat hij herkende. En af en toe vroeg hij iets. Hij hield mijn hand stijf vast.
-‘Opa zijn we nog in Artis?’ Maar dan weer: ‘kijk, Andromeda! ‘
Het  Andromedamelkwegstelsel verscheen in beeld. Er zijn miljoenen melkwegstelsels. Ze zien er allemaal anders uit. Voor een buitenstaander lijken ze wellicht op elkaar. Niet zo voor mijn kleinzoon. Hij zag de Krabnevel, de Orionnevel enzovoort.
-‘Zijn we nog in Nederland?’ wilde hij toch wel een beetje angstig weten. Hij was naar zijn gevoel echt in de ruimte. Maar uiteindelijk bleken we weer naar ons kikkerlandje  af te dalen, de aarde kwam steeds dichterbij en mijn kleinzoon riep: ‘kijk, Nederland!’ Je zag inderdaad de contouren en het polderlandschap van Nederland verschijnen. Daarna maakte dat beeld weer plaats voor de sterrenhemel, maar veel vager. De film was afgelopen.
-‘Nóg een keer!’ riep hij, alsof er een youtube-filmpje nog een keer afgespeeld kon worden. Helaas. Het was de enige voorstelling van die dag.
-‘ Ik wil nog een keer naar Artis!’

Het laatste stuk terug in de auto viel hij in slaap. De prikkels moesten verwerkt worden. Hoorde hij in zijn droom een Duitse ICE, die we ook hadden zien vertrekken vanaf het station? Nee, ik denk dat hij een zachte maanlanding maakte. En vanuit zijn ruimtepak naar die prachtige aarde keek. En daarbij de geluiden en de muziek van zijn favoriete filmpje over het heelal neuriede:

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Hoe oud ben jij?

-‘Oude meneer, oude menéér!’

De zon is al een tijd onder en het wordt al behoorlijk donker. Mijn kleinzoon ziet hoe op weg naar het huis van zijn ouders zo’n 50 meter verderop twee bejaarde mensen ons tegemoet lopen over het voetgangersdijkje.  Hij schreeuwt hen vanuit de verte toe. Even later zijn we bij hen.
-‘Ja’ zegt de vrouw,’ je riep oude meneer?’
Mijn kleinzoon kijkt haar nauwelijks aan en wendt zich tot haar man: ‘ik wil je iets vragen’.
-‘Nou vraag maar’ zegt de meneer.
-Ik wil vragen of jij denkt dat er een multiverse bestaat’.
De man kijkt hem aan. Versta ik hem misschien niet goed? Waar heeft hij het in godsnaam over, zie je hem denken Ook de mevrouw is stil. Ik leg maar uit dat sommige mensen denken dat er meer dan één heelal is, dat noem je dan een multiverse.
-‘Zóho’,  Zegt de mevrouw. Jij bent wel erg slim geloof ik.’
Hier geeft mijn kleinzoon geen antwoord op. Dan kijkt hij nog eens naar de mevrouw en vraagt:
-‘hoe oud ben jij?’
Zij, gedachtig aan de eerste aanroep “oude meneer” , zegt dan:  ‘mijn man is meer dan 80 jaar’.
-‘dat vráág ik niet, ik vraag hoe oud ben jíj!’
-“o, ik ben 73. En hoe oud ben jij?’
-‘Ik ben vijf jaar en ik houd heel veel van treinen. Én van planeten voegt hij er nog aan toe.’
-‘Zo’ zegt nu de meneer tot zijn vrouw, ‘zullen wij dan maar weer eens verder lopen?’
Ze lopen verder. Mijn kleinzoon kijkt nog een keer achterom, ik zie dat hij nog iets wil vragen of zeggen.  Ik ben bang dat hij gaat zeggen dat ze binnenkort dood gaan omdat ze al zo oud zijn. Maar nee.
-‘Mijn oma Trees is 102 jaar’ roept hij vanuit de verte.

orion

Het is een mooie avond. De maan geeft een gedempt licht. Desondanks zie je het sterrenbeeld  de Orion met Rigel en Betelgeuse en de schitterende ster Sirius. Mijn kleinzoon heeft de voorbijgangers niet verteld dat oma Trees een jaar geleden is overleden. Maar vanuit de sterren lacht oma Trees zijn achterkleinzoon toe:-‘Jazéker, er bestaat een múltiverse!’

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties

De ontwikkeling van het leven

De amfibische alpensalamander hoort thuis in Centraal- en Zuid-Europa en broedt in ondiep water. Hier worden uit eitjes zijn larven geboren die zich voeden met plankton, totdat ze poten krijgen en ook op het land kunnen gaan.  Wat gebeurt er voordat de eitjes larven worden? De timelapse video beneden aan deze pagina, van de Nederlandse regisseur Jan van IJken, volgt deze ontwikkeling vanaf een eencellige zygote. Op microscopisch kleine schaaltjes wordt tot in detail alles vastgelegd.  De opnamen maakte hij thuis op een traditionele laboratoriummicroscoop. Het doorzichtige eitje lag in een petrischaaltje met water. De film begint met de beginfase van hoe een eencellige cel zichzelf gaat delen. We zien hoe op een gegeven moment een hartje gaat kloppen in het eitje en we kunnen de zich ontwikkelende bloedsomloop volgen. Tot slot zien we hoe de larve uit het eitje ontsnapt.

Ik had opeens een heel vreemde associatie bij dit filmpje. Er leek een gat te ontstaan in het eitje dat alle materie om zich heen opslokte. Zoals het zwarte gat dat zich in het centrum van elk melkwegstelsel bevindt. Is een melkwegstelsel een soort ei? Dat zich na miljarden jaren ontwikkelt tot een levend wezen?  Maar: zoals een eendagsvlieg geen flauw idee heeft van jaargetijden hebben wij geen idee van de eeuwigheid. En we snappen niets van het misschien rijke leven van een eencellig wezen. Zo snapt een melkwegstelsel niets van wat een jaar is. Die denkt groot.

Niet te veel over nadenken. Het is zoals gezegd niet meer dan een vreemde associatie. Dit filmpje, “Becoming”,  verschaft ons een mooie blik op  het proces van celdeling en de verdere differentiatie. Iets dat bij alle planten, dieren en mensen op een dergelijke manier plaats vindt. En dat is al een bizar wonder.

BECOMING from Jan van IJken on Vimeo.

Meer films van Jan van IJken vindt je hier:

https://www.janvanijken.com/

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , | 1 reactie

Eeuwige rust

Introitus uit de “Missa pro defunctis” van Christóbal de Morales

Deze mis schreef de Morales in 1544 in Rome. Bij de dood van de Spaanse koning Philips II in 1598 werd hij gezongen bij zijn uitvaart. De tekst van het introïtus luidt als volgt:

Requiem aeternam- Eeuwige rust
dona eis domine – geef dit aan hen heer
et lux perpetua – en het eeuwige licht
luceat eis – moge hen verlichten

Het eerste zinnetje wordt met de aloude Gregoriaanse melodie eenstemmig gezongen. De rest van de tekst wordt vijfstemmig uitgevoerd. Maar wat een serene rust gaat er van dit stuk uit! Het lijkt wel of het zonder rekening te houden met de betekenis van de tekst is gecomponeerd. Het geheel klinkt gewoonweg als een hemels gezang, dat eeuwig door zou kunnen gaan. En dat past natuurlijk voortreffelijk bij het algehele gevoel dat bij een uitvaartmis hoort. Toch gebeurt er meer als dat je op het eerste gehoor denkt, en er wordt ook wel degelijk rekening gehouden met de betekenis van de tekst.

Ik ga het stuk een eindje verderop toelichten met notenvoorbeelden. Dat is vooral interessant voor mensen die enigszins op de hoogte zijn van muziektheorie. Maar als je iets meer wil weten wat er in de muziek gebeurt en een beetje het notenbeeld kunt volgen raad ik aan om onderstaand filmpje af te spelen. Je hoort dan de muziek en ziet tegelijk de noten. Met rode streepjes en ademhalingstekens kun je dan volgen hoe de stemmen elkaar imiteren. Waar het woord “cadens” staat is er sprake van een kleine afsluiting van een fragment, maar zonder dat het echt stil staat (behalve op het einde natuurlijk, daar staat het echt stil).

Dan heb ik voor de liefhebbers ook een wat meer technische uiteenzetting opgeschreven. Hoe komt dit hemelse geluid muzikaaltechnisch tot stand?

Eerste systeem

De akkoorden. We kijken eerst eens naar een aantal akkoorden. Ik heb in de partituur de akkoordsymbolen bij de eerste maten genoteerd. Vanuit de toonsoort G levert dat dan de volgende harmonische trapfuncties op. (De staande streepjes zijn maatstrepen, alleen in de tweede maat zien we twee akkoorden. Het slotakkoord van deze frase, de VI, staat pas in het volgende systeem):

I  ǀ VI    VII/6  ǀ V  ǀ III   ǀ VI  ǀ II  ǀ I  ǀ VI  ǀ II  ǀ [V] ǀ VI

We zien “rare” dingen: een vijfde trap wordt niet gevolgd door een eerste trap maar door een derde trap. Een eerste trap wordt voorafgegaan door een tweede trap in plaats van door een vijfde. Allemaal dingen die je bij muziek met een wat meer harmonische richting nooit zult zien. De akkoorden zwalken als het ware alle kanten op. Op het einde van bovenstaand schema zien we een uitwijking via een tussendominant [V] naar de zesde trap. Voor het eerst lijkt er daar wat meer richting te komen. Maar de polyfone stemmen overlappen elkaar op die plek zodanig dat het ook hier toch ook weer doorstroomt. In de kern blijft deze manier van omgaan met akkoorden het hele stuk door hetzelfde.

Imitatie. Dan enkele melodische aspecten. In het begin van het stuk heb je door de lange notenwaarden nauwelijks in de gaten dat de Morales de stemmen elkaar laat imiteren. Dat begint al met het woord “dona” in de vier hoogste partijen. (Aangegeven met een rode streep). Bij de tweede inzet op “dona” in Altus II en Altus I (schuin rood streepje als ademhalingsteken staat er bij) is er wat meer ritmische beweging, om de cadens extra kracht bij te zetten.

introitus-2b

Tweede systeem

De figuur in Altus I in de laatste maat van het vorige systeem die deze cadens begeleidt (liggend rood streepje) wordt daarna in dit systeem eerst twee keer geïmiteerd in nogmaals Altus I en vervolgens Altus II. (Eveneens weergegeven door rode strepen er boven). Dan komt er ook nog meer beweging door het gepuncteerde ritme in een dalend lijntje in de bas, (rode stippellijn). De tenor imiteert het eerdere figuurtje tot slot ook nog een keer. Op dat punt lijkt er een echte cadens te komen, maar het afsluitende akkoord is een VI (zesde trap), een zogenaamd bedrieglijk slot dus. Toch is er nu even wat minder beweging, waar voorheen het totaalritme minimaal twee pulsen in een maat had is dat op deze zesde trap slechts een enkele puls. (alle stemmen hebben hier namelijk een hele noot)

introitus-3b

Derde systeem

Enkele maten erna (zie systeem hieronder) komt er voor de eerste keer echt een cadens IV –V – I, ook weer met het eerdere melodische figuurtje, nu in de bovenstem, de Cantus, als aankondiging. Hier is voor de eerste en eigenlijk ook enige keer in dit introitus sprake van een afsluiting van een deeltje. Onmiddellijk daarna wordt de zetting iets anders. De woorden “et lux perpetua” klinken vrijwel homoritmisch in de eerste en tweede Altus, in tertsparallellen. Het woord “perpetua”, eeuwig, wordt daarna fraai versierd met achtste noten in Altus II (rode stippellijn). Bij de uitvoering in bovenstaand filmpje van “the Sixteen” wordt dit effect jammer genoeg enigszins ondergesneeuwd.

introitus-4b

Vierde systeem

Dit tekstgedeelte wordt afgesloten in de derde maat van het systeem hieronder, met een uitwijking naar de zesde trap (VI)). Ook een soort cadens dus. Dan komt het laatste tekstdeel: “luceat eis” (moge hen verlichten). We horen een wat meer uitbundige stijgende lijn in Altus I. (Dubbele rode streep.) Dit mag je toch wel tekstexpressie noemen. Had voor mij iets uitbundiger gezongen mogen worden..

introitus-5b

Vijfde systeem

In het laatste systeem hieronder wordt dit laatste tekstgedeelte “luceat eis” heel langzaam naar een eeuwigdurend einde gevoerd, als een eeuwigdurend licht: tot drie keer toe horen we een cadens V-I.

introitus-6b

Wonderschone muziek. We weten niet wat de aanleiding tot het schrijven van dit requiem in Rome was. Een jaar later ging Christóbal de Morales terug naar Spanje, waar hij in Toledo een aanstelling kreeg. Ruim vijftig jaar later was zijn muziek beroemd genoeg om als koninklijke begrafenismuziek te dienen. Maar ook nu nog is het de moeite waard om je er al luisterende aan over te geven.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | 1 reactie

Cinquecento

Cinquecento is de naam die de Italianen geven aan de zestiende eeuw. Cinquecento is ook de naam van een vocaal ensemble van vijf mannelijke zangers die a capella muziek uit die eeuw vertolken. Ze zijn deze week in Nederland en gistermiddag waren ze te horen in de Onze Lieve Vrouwe basiliek van Maastricht.

olv-basiliekOp het programma stond vooral muziek van Christóbal de Morales. Deze componist leefde van 1500 tot 1553. In hetzelfde jaar dat de Morales geboren werd, 1500, werd in Gent Karel V geboren. Deze koning en keizer van het Rooms-Duitse rijk was heerser van de Nederlanden, Oostenrijk, Spanje en grote delen van Italië. Hij werd iets ouder dan de Morales: hij stierf in 1558. Hij zou al snel uitgroeien tot de machtigste vorst van zijn tijd. Wat gebeurde er nog meer in die tijd? In 1517 begonnen de scheuringen in de katholieke kerk met de stellingen van Luther.  En in 1527 veroverde een leger met Spaanse en Duitse huurlingen Rome, plunderde de stad en vermoordden er tussen de 6000 en 12000 mensen. (De sacco di Roma) In dat leger van Karel V (die zelf op dat moment in Madrid was) zaten ook veel  Lutheranen, die zich botvierden op de kloosters, de monniken en de nonnen in de stad.  Daarna sloot de gevluchte paus een concordaat met Karel V.  Van 1545 tot 1563 was het Concilie van Trente waar in de katholieke kerk interne hervormingen werden afgekondigd. Karel V en later vooral ook zijn zoon Philips II conformeerden zich aan de opdracht van de Paus om een bijdrage te leveren aan het herstel in alle glorie van de katholieke kerk: de Contrareformatie.

In deze roerige tijd leefde dus Christóbal de Morales. Wat heeft hij er van mee gekregen? Hij is geboren in Sevilla en daar was hij achtereenvolgens als koorknaap en componist aan de kathedraal verbonden.  In 1535 vertrekt hij naar Rome waar hij ongeveer 10 jaar werkzaam zal zijn. Hij komt er dus aan als Rome net weer een beetje aan het bijkomen is van de enorme plunderingen, maar vertrekt nog voordat het concilie met zijn hervormingen eraan komen.  De aanvankelijk zeer sobere muzikale stijl van de Morales wordt in die stad onder invloed van andere componisten,  zoals Cipriane de Rore, meer uitbundig. De laatste acht jaar van zijn leven is hij weer terug in Spanje, maar er zijn geen werken bekend die hij toen schreef. Zijn dodenmis uit 1544, nog geschreven in Rome, wordt in 1598 uitgevoerd bij de begrafenis in Madrid van de zoon van Karel V, koning Philips II. Hieronder kun je een uitvoering van die mis horen door “the sixteen” olv Harry Christophers

Deze dodenmis stond centraal bij het concert in de Onze Lieve Vrouwe basiliek. Niet met een kamerkoor als bij de uitvoering hierboven, maar met slechts vijf mannelijke zangers. Van het introitus heb ik een beknopte analyse gemaakt, die kun je via deze link vinden. Ook andere werken werden er gezongen, zoals het nog uit zijn Spaanse tijd daterende “Venite exultemus”. De opname die ik op Spotify  daarvan hoorde wordt gezongen door het Gabrieli  Consort. Ik vond deze minder aansprekend dan die ik gisteren live hoorde.

Wat me steeds weer opvalt: dit is echt renaissance muziek. Daarbij gaat het nauwelijks over tekstexpressie. De contrasten zijn erg klein. Het gaat eigenlijk steeds over het geheel, de volmaakte serene sfeer die het moet uitstralen. Als je je er voor openstelt is het prachtig.

Vijf kwartier aan een stuk werd er gezongen. Meestal met vijf zangers, hoewel: er was ook een driestemmig en een vierstemmig stuk bij. We zaten vooraan dus konden niet alleen alles goed horen maar we konden de opperste concentratie van de heren bijna voelen. Waar er sprake van enige polyfonie was gaf vooral de dynamiek de mogelijkheid om bepaalde stemmen net iets beter te laten uitkomen. Mijn vrouw en ik vonden allebei dat vooral het nog in Spanje geschreven “Venite exultemus” in zijn eenvoud ons het meeste aansprak.

Ik heb enkele CD’s van Cinquecento gekocht, o.a. een met opnamen van de Luikse componist Jean Guyot, die iets later leefde dan Christóbal de Morales. Op youtube staat een filmpje dat gemaakt is tijdens de opnamen van die CD. Je krijgt een erg goed idee van de muziek maar ook van de kwaliteit van de zangers.  Het ensemble resideert in Wenen en verzorgt daar in een kerk regelmatig meerstemmige diensten. De vijf zangers hebben allemaal een andere nationaliteit. Ze komen uit  Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland, België en Engeland.

Deze week is hetzelfde concert nog op diverse plaatsen te horen: dinsdag 12 februari in de Laurenskerk in Rotterdam, 13 februari in Eindhoven in het muziekgebouw, 15 februari in Arnhem, Musis, 16 februari in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam en tot slot 17 februari in Tivoli Vredenburg in Utrecht.

Geplaatst in Geschiedenis, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Internationaal ruimtestation ISS

In 1957 werd de Russische spoetnik gelanceerd en hij draaide als eerste kunstmaan om de aarde. De Amerikanen volgden een jaar later met de Explorer, en snel waren er nog meer, ook Russische kunstmanen. Toen  In 1960 de Echo 1 werd gelanceerd en vier jaar later de Echo 2 had je als leek de mogelijkheid om met het blote oog dergelijke satellieten te kunnen spotten. Dit waren namelijk satellieten die gemaakt waren om de reflectie te testen.  In 1960 was ik tien jaar oud en in de krant stond regelmatig hoe laat je de Echo 1 kon zien. Hij bewoog slechts langzaam en bij goed weer kon je hem heel  lang volgen. De Echo 2 was nog beter te zien, deze bewoog wel een stuk sneller. Als je in die tijd naar de hemel keek en je zag iets bewegen dat niet knipperde, dan ging het vrijwel zeker om een van deze twee satellieten. Ik vond het ongelooflijk. Stel je voor. Al honderdduizenden jaren kijkt de mens naar de hemel en ziet zon, maan, vijf planeten en de sterren. Bij hoge uitzondering zag men misschien een keer iets anders: een komeet of eens in de duizend jaar een zeldzame Nova. En nu opeens zag men deze bewegende sterren die nog nooit eerder te zien waren. Ik denk dat er in de zestiger jaren heel wat verre volkeren waren die bang en bevreesd werden bij het zien van deze verschijnselen. Ik vond het daarentegen alleen maar fascinerend, net als alle andere dingen die er aan de nachtelijke hemel te zien waren.

Er zijn intussen veel en veel meer satellieten. De oude kunstmanen hebben allemaal inmiddels het loodje gelegd en de jonge satellieten zijn voor een groot deel met het blote oog niet zichtbaar. De meest spectaculaire satelliet die je wel kan zien is het ruimtestation ISS. Op wikipedia lezen we:

Het internationale ruimtestation (in het Engels: International Space Station, ISS)  is een ruimtestation dat in een baan om de aarde draait en door verschillende landen wordt gebouwd, bemand en bekostigd. Op 20 november 1998 werd de eerste module gelanceerd en sinds 2 november 2000 is het station permanent bewoond. Gedurende het eerste decennium van de 21e eeuw is het station continu uitgebreid. Op 27 mei 2011 werd de bouw van het ISS voorlopig voltooid met de installatie van de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS). Er zijn nog twee Russische modules gepland voor na 2018: Nauka, ook gekend als de Multipurpose Laboratory Module (MLM), en de Nodal Module.

Maar liefst 16 landen, waaronder Nederland werken aan dit project mee. Het is een prachtig voorbeeld van internationale samenwerking waarbij alle mogelijke tegenstellingen en vetes opzij zijn gezet. Rusland, de Verenigde staten, Europa, Brazilië en Japan hebben eendrachtig modules gemaakt en astronauten opgeleid. André Kuipers verbleef in 2012 een half jaar in de ISS in de ruimte. Op dit moment wordt het bemand door vijf personen: Twee Russen, twee Amerikanen en een Canadees. Bevelhebber is de Rus Aleksej Ovtsjinin die al voor de tweede keer in de ruimte is. Hij heeft naast zich een zeer ervaren collega,  de Rus Oleg Kononenko , die al voor de vierde keer  mee gaat. De twee Amerikanen en de Canadees zijn nieuwelingen.

Deze vijf bemanningsleden worden als het goed is op 15 april 2019 gedeeltelijk afgelost, en het ruimtevaartuig waar ze zich in bevinden heb ik gisteravond maar liefst twee keer gezien. Ik had misschien niet helemaal de sensatie die ik  als jongetje van 10 had bij het zien van de Echo 1, maar toch! Je kunt dit ruimtevaartuig soms buitengewoon goed zien. Dat komt door de reflectie van de grote zonnepanelen die boven het vaartuig gespannen zijn. Hoe groot is het vaartuig en alle bijbehorende onderzoekmodules? Wikipedia:

In maart 2009 bevond het ruimtestation zich op een hoogte van ongeveer 355 km. De massa van alle reeds geplaatste modules samen bedraagt 262,2 ton en het heeft een inhoud van ongeveer 574 m³. De maximale maten zijn 52 m lang, 92,7 meter breed en 27,4 m hoog. De zonnepanelen hebben een maximale spanwijdte van 73,2 meter. De bemanning bestaat uit drie vaste bemanningsleden. Elke dag daalt het vaartuig ongeveer honderd meter, waardoor continu moet worden gecorrigeerd. De gemiddelde snelheid bedraagt 27.744 km/u (7700 m/s). In ongeveer 91,2 minuten draait het ISS om de Aarde (de baanlengte is ongeveer 42.000 km). Overdag is de temperatuur aan boord van de woon- en werkvertrekken 26,9 °C.

iss-fotoEn is dat niet gevaarlijk? Ongevaarlijk is het zeker niet. Maar er is een reddingssloep aanwezig:

Naargelang er drie of zes personen aan boord zijn, zijn één of twee exemplaren van de Sojoez TMA-M aanwezig, voor reguliere landing maar ook als reddingssloep. Als er gevaar dreigt, bijvoorbeeld van naderend ruimteschroot in het geval dat een kleine baanwijziging van het ISS het risico niet afdoende kan beperken (bijvoorbeeld doordat het gevaar te laat wordt gesignaleerd), nemen de personen aan boord uit voorzorg erin plaats. Dit is vier keer voorgekomen, de laatste keer in juli 2015, toen een klein deel van een oude Russische weersatelliet naderde. Het gevaar werd anderhalf uur van tevoren gesignaleerd. Uiteindelijk vloog het stuk ruimteschroot op 3 km afstand voorbij. Ook in de andere drie gevallen was daadwerkelijke voortijdige terugkeer naar de Aarde niet nodig.

Ik heb een aantal apps, een daarvan heet “sterhemel”. Daarop kun je lezen wat er elke avond aan de sterrenhemel te zien valt. Zo las ik gisteren:

iss-3febr-2019Dat ging ik uitproberen en ik nam voor de zekerheid ook mijn fotocamera mee. Het was een prachtige avond. In het ZO zag je de meest heldere ster Sirius, rechts daarvan het sterrenbeeld Orion. Maar: recht in het westen leek een planeet als Venus op te komen, een buitengewoon helder object. Hij ging vrij snel gestaag naar steeds verder omhoog tot hij bijna recht boven je hoofd was gekomen. Daarna zakte hij weer af naar het oosten. Gedurende ongeveer vijf minuten was dit proces te volgen. Ik heb dit nog nooit gezien, dus ik heb ook nog nooit de ISS gezien. Ruim anderhalf uur later ging ik weer kijken. De ISS was inmiddels al een hele keer om de aarde heen gedraaid. Ik was bang dat het spotten nu ging mislukken, het was namelijk vrij heiïg in het westen. Maar desondanks, door de vochtige mistsluiers heen kwam hij weer omhoog. Na ongeveer anderhalve minuut was hij plotseling verdwenen. Niet door de wolken, maar doordat de zonnepanelen niet meer goed in de richting van de aarde waren gericht. Maar toch. Alles klopte exact volgens de voorspellingen.

Wil je dit ook een keer zien? Mocht het de komende avond (4 februari 2019) helder zijn, maar ik ben helaas bang dat dat niet zo is, dan kun je hem weer heel goed zien. Om 6 minuten over half acht komt hij op in het westen en hij verdwijnt bijna 4 minuten later in het zuiden. Het maximum van de zichtbaarheid is dit keer als hij zich in het ZW bevindt, magnitude -3. Dat is iets minder helder dan Venus maar meer helder dan Jupiter. Ook later deze maand zijn er trouwens nog mogelijkheden, zie http://hemel.waarnemen.com/iss/ (De in het groen aangegeven data zijn de beste, hoe lager het magnitude getal, hoe beter zichtbaar.)

Ik heb gisteravond foto’s gemaakt. Het viel me op dat als je probeerde in te zoomen, mijn camera net als bij Venus of Jupiter het object een stuk groter maakte, wat hij bij het fotograferen van een ster nooit doet. Mijn camera ziet blijkbaar dat het te fotograferen object iets is dat relatief dichtbij staat. Maar meer dan een licht rondje weet hij er niet van te maken. Maar toch. Dit rondje is de ISS. En daar zaten 5 mensen in die misschien naar de aarde keken en Nederland konden herkennen onder de bijna wolkenloze hemel. Ze keken naar mij. Ik keek terug.

iss-2

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , | Een reactie plaatsen