Poldermentaliteit

polder-opperduit

Ik woon in een poldergebied aan een dijk. Binnendijks staan er allemaal boerderijen. Elke boerderij heeft een langgerekte kavel grond achter de boerderij. Elke kavel is van de andere gescheiden naar twee kanten door middel van een langgerekte sloot.

In de Volkskrant van vandaag zijn een aantal columnisten aan het woord die het hebben over 2017. Arnon Grünberg doet een aantal voorspellingen, bijv. dat de PVV niet de grootste partij wordt. Ik waag het te betwijfelen. In de publieke opinie bespeur ik namelijk twee trends: de populistische en de maatschappelijk betrokkene. Politiek gezien zijn die twee stromingen in Nederland vertegenwoordigd door Wilders en misschien Buma/Gert-Jan Segers? Natuurlijk zijn ook Groen Links en de SP maatschappelijk betrokken. Maar er komt een groeiende hang naar de verbondenheid die de Christelijke kerken ooit wisten te bewerkstelligen. Misschien komt er zelfs een revival van het kerkbezoek. Dat zal nog iets langer duren. Herman Finkers maakte onlangs de ouderwetse Gregoriaanse Mis salonfähig. Ik denk dan ook dat veel mensen gaan stemmen op aan de ene kant PVV, aan de andere kant CDA en CU, meer dan nu op dit moment wordt voorspeld. Dat voorspel ik.

CDA en CU maken zich sterk voor maatschappelijke betrokkenheid, door nog steeds het gezin de hoeksteen van de samenleving te laten zijn maar ook door het propageren van bijv. mantelzorg. Deze zorg voor de medemens zien we ook bij de Christen-democraat Angela Merkel, die zelfs de vluchtelingen welkom heette: “Wir werden das schaffen”. Die sociale context zou ik graag vooral dicht bij huis willen zien, bij ons allen. Door elke dag weer te luisteren naar elkaar, je niet op te fokken in het verkeer en daar weer een echte heer te worden, niet meer onnodig in te halen op dubbele rotondes maar gewoon op je gemak achter elkaar te blijven rijden. Dat soort dingen. In de supermarkt  zou het fijn zijn als je geduldig wacht en je niet ergert aan het slome gedrag van die onhandige mevrouw voor je. Een voortdurende instelling van: we zijn er met zijn allen, ieder met zijn eigen beperkingen, maar we mogen er zijn. Die trend is volkomen in strijd met de populistische die alleen maar inspeelt op de angst iets kwijt te raken, de medemens juist niet te vertrouwen. Ikke wil eersie, ikke ben belangrijk. Het is misschien te kort door de bocht, maar ik denk soms wel eens dat al die haastige inhalende inhalige mensen op die dubbele rotondes potentiële Wilders-stemmers zijn…. Moet ik niet doen. Is natuurlijk niet zo. Het zijn natuurlijk artsen op weg naar hun patiënt.

De twee trends botsen. Ik hoop vurig dat de tweede trend de overhand neemt. Dat het sociale aspect in de mens het wint van het ook aangeboren egoïstische aspect. En ik hoop ook dat er partijen zijn die er voor uitkomen dat het vooral daar over zou moeten gaan!

Het bij elkaar hokken in een partij, of in een kerk kan ook kwalijke gevolgen hebben. Wij zijn goed, de rest is slecht. Zo is het zo vaak gegaan en gaat het soms nog. We zoeken uit een gevoel van geborgenheid of veiligheid mensen op die hetzelfde denken. Maar de kunst is om je niet boven de ander te plaatsen. Een voortdurend nederige, zoekende houding is belangrijk. Kijk dat groepje buitenlandse jongeren dat je op straat tegenkomt gewoon vriendelijk aan in plaats van snel de andere kant uit te kijken. Doorbreek het “wij tegen zij” denken. Realiseer je dat culturele verschillen vooral ook voordelen bieden. Je kunt leren van elkaar.

Rutte zei dat de mensen die op de PVV stemmen fatsoenlijke mensen zijn. Daarmee maakt hij het gedachtengoed van Geert Wilders salonfähig. Want die mensen vereenzelvigen zich met dat gedachtengoed. Ik vind dat mensen die echt achter de dingen staan die Wilders beweert niet fatsoenlijk zijn. Rutte zal wel bedoelen dat ze niet in de gaten hebben achter welk gedachtengoed ze eigenlijk staan. Ik waag dat te betwijfelen. Rutte probeert alleen zieltjes te snoepen. Het gedachtengoed van de huidige VVD is helaas in mijn ogen ook niet al te fatsoenlijk. Het stelen van de zieltjes zou dus wel eens kunnen gaan lukken.

Maar Nederland dreigt bijna onbestuurbaar te worden. Er zijn bijv. veel te veel linkse partijen. Groen links, SP, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid. Het socialisme is ontstaan in een periode dat er nog veel te doen was. Er was grote ongelijkheid, de arbeidsomstandigheden waren slecht, de arbeiders hadden een grote achterstand op het gebied van scholing. De Partij van de Arbeid heeft zich hard gemaakt om dit alles te verbeteren, met groot succes! In feite zijn de doelen van toen nu grotendeels behaald. Nu zijn er andere dingen om je bezorgd over te maken en te verbeteren. Het gaat nu over het milieu, de inrichting van het land maar ook het platteland, de rol van de overheid, de kwaliteit van onderwijs en zorg. Dingen waar multinationals, aandeelhouders en banken vaak heel anders tegen aan kijken. Daar moet een goed evenwicht in worden aangebracht. In de kern denken de zogenaamde linkse partijen daar allemaal hetzelfde over. Maak er één partij van zou ik zeggen.

Wat dan met de christelijke politiek? Nu zitten Christenen niet alleen bij CU, SGP en CDA maar ook bij de meeste andere partijen. Is Christelijk denken sociaal denken? Natuurlijk. Dan is het logisch dat die mensen ook op die ene te vormen linkse partij gaan stemmen en ook daarbij willen horen. Op die ene linkse partij stemmen ook de sociaal denkende moslims, of atheïsten. Het geloof in een God en de kerkgang zijn individuele keuzes. Christelijke of moslimpartijen zouden overbodig moeten zijn.

Wat houd je over? Ik denk iets van drie partijen. Een populistische partij met mensen die het wij-zij denken propageren. Helaas. Een middenpartij zal er ook komen. En daarnaast een linkse partij die niet bang is om er voor uit te komen dat er op individuele basis ingeleverd moet worden als dat voor het land en de medemens beter is. Die het wij-zij denken bewust doorbreekt. Er naar streeft dat de mens in zijn eigen kring sociaal functioneert. Het zal duidelijk zijn waar ik dan op stem.

Maar zoals gezegd, we hebben nu ongelooflijk veel partijen. Dat moet anders. Een kiesdrempel van 5% kan het aantal partijen al drastisch terugdraaien. Verder zou het veel moeilijker moeten worden om een eigen partij op te richten. Uitgangspunt zou moeten zijn: probeer bij een van de al bestaande partijen dingen voor elkaar te krijgen als je goede ideeën hebt. Denk vanuit samenwerking, niet vanuit splitsing. Zoals je ook in de kerken moet streven naar samenwerking in plaats van splitsing. Probeer de katholieke kerk te hervormen van binnen uit als je denkt dat dat nodig is. En bij de Nederlandse Christelijke gemeenten: maak in godsnaam niet weer christelijke splitsingen zoals in het verleden: “Gereformeerd”, “Hervormd”, “Oudgereformeerd”, “Gereformeerd Vrijgemaakt”,  “Gereformeerd Vrijgemaakt Binnen verband”,  “Gereformeerd Vrijgemaakt Buiten verband”, Luthers. Ik heb het nog niet eens over “Doopsgezinden” of “Oud-Katholieken”.

Nederland is een land van rechte kavels en sloten. Ieder zijn eigen kavel. Dat rechtlijnige denken moet er uit. Laat de sloten hier en daar kronkelen maar maak vooral veel meer bruggetjes. Dan vind je elkaar. Laat ook buitenlanders over de brug komen en op je kavel wonen. Dat zou de ware poldermentaliteit moeten zijn.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , | 1 reactie

Weersvoorspelling (2)

fotoweervrijdag2Terwijl ik dit schrijf valt er natte sneeuw, meer regen dan sneeuw en huilt er een stormachtige wind rond het huis. Bij het uit de brievenbus halen van de krant dacht ik twee dingen: 1 = “brrrr, snel weer naar binnen”  en 2: “vandaag is het echt slecht weer, thuis blijven!” Is dit voorspeld? Ja zeker! Iets dergelijks suggereerde de krant afgelopen zaterdag al. Voor vrijdag stond er een ikoontje met regen en sneeuw. Wat is er nog meer wel of niet uitgek omen van de voorspellingen toen? Eigenlijk waren de voorspellingen best goed. Drie kleine missers:

  1. zondag zou een vrij zonnige dag worden. Wij wandelden in Oosterhout in de bossen. Het was (vrijwel) droog maar voortdurend grijs. Ook thuis in Lekkerkerk hetzelfde.
  2. De kans op regen op woensdag zou 40% zijn. Dat was maandag in de krant al bijgesteld tot 70%.
  3. Donderdag zou een regenachtige dag worden met wat kans op sneeuw en geen zon. Over sneeuw (die die avond en beetje ging vallen) hadden ze het op zaterdag nog niet maar vanaf maandag wisten ze dat wel. Er is wel wat regen gevallen, vooral ’s avonds en toen dus ook sneeuw maar de zon was daarnaast ook regelmatig te zien.

Toch niet echt slecht voor een meerdaagse verwachting. Opvallend ook dat de verwachting op enkele puntjes na in de loop van de week niet werd bijgesteld. Ze wisten het zaterdag dus al vrij aardig. Hieronder de voorspelling van zaterdag, maandag, dinsdag en woensdag onder elkaar

weerweek

Nu de interpretatie. Ik voorspelde dat de zondag tot en met de woensdag best aardige dagen zouden worden met als beste dag de dinsdag. Ook deze voorspellingen werden grotendeels bewaarheid. Maandag fietste ik door een grijs den Haag. Het bleef die dag niet helemaal droog maar het was best een aardige dag, zelfs om te fietsen! Op zowel dinsdag als woensdag viel er even wat neerslag, niet veel, maar op allebei de dagen was er veel zon. Toch was de dinsdag de beste dag. Het waaide beduidend minder dan op woensdag, waardoor het woensdag toch wat guur aandeed. Ik had eigenlijk verwacht dat zowel de dinsdag als woensdag wel eens helemaal droog zouden kunnen blijven. Dat was dus niet helemaal zo. Ondanks de voorspelling van 70% kans op neerslag op woensdag viel dat ook die dag toch weer mee. Eigenlijk viel er net zoveel als op dinsdag: een beetje.

Als leek kun je dus best wat hebben aan zo’n meerdaagse weersvoorspelling. Maar voor mij zouden ze de plaatjes zon/wolken/regen weg mogen laten. Daar wordt iets mee gesuggereerd wat vaak onjuist is. De cijfertjes en de interpretatie van die cijfertjes zeggen meer en zijn dus vrij goed. Jammer dat de Volkskrant niet de te verwachten mm neerslag vermeldt. Dat geeft nog net iets meer nuttige informatie. Niet meer klagen over het weer of de voorspelling dus. Mijn vader zei altijd, op zijn Limburgs dan wel: “’t wair is good mer de luuj die douge neet.” (Het weer is goed maar de mensen deugen niet.)

Geplaatst in filosofie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het getijdenboek van Visconti

Over de familie Visconti in de veertiende eeuw zou je een spannende historische film of boek kunnen schrijven. Zij zijn als het ware de “Borgia’s van Milaan”. En misschien is dat ook al gedaan.

Matteo II Visconti (ca. 1319 – 29 september 1355 ) was medeheerser van Milaan samen met zijn broers Gian Galeazzo II en Bernabò. Hij stierf na een diner waarin hij, volgens zijn moeder en anderen, door zijn broers werd vergiftigd. Van de “drie kleine negertjes” waren er nu nog twee over. Een van de overgebleven broers, Galeazzo II overleed in 1374. Bernabò dacht nu de alleenheerschappij te hebben. Helaas: de zoon van zijn overleden broer, Gian Galazzeo vermoordde zijn oom Bernabò.  En Gian Galeazzo werd dus de nieuwe machthebber. Deze werd door vele van zijn onderdanen gevreesd en zou zoals vele andere heersers van Milaan in de loop der tijd tirannieke karaktertrekken beginnen te vertonen. Tijdens zijn regeerperiode introduceerde hij  een praktijk, waarbij verdachten van misdaden veertig dagen lang om de andere dag gemarteld werden. Volgens sommige bronnen liet hij mensen ook door honden opeten. Gian Galeazzo wist ondanks of wellicht dankzij deze methoden de macht te behouden en breidde zijn grondgebied flink uit. Al in 1386 had hij Verona en Pavia aan zijn rijk toegevoegd, waarmee hij vrijwel de hele Po-vallei bezat. Met het goud dat hij aan deze veroveringen overhield kocht hij in 1395 de titel “hertog” van de keizer van het Heilige Roomse Rijk voor 100.000 florijnen. Zo, dát was pas een vent!

Hoe kan je je aanzien nog meer vergroten? Milaan moest in Europa bekend worden om zijn bouwwerken. Niet alleen zijn eigen paleis moest er goed uitzien, er moest ook een grote kathedraal komen die zou moeten kunnen wedijveren met de mooiste en grootste kathedralen van Europa. De kathedraal werd dus gebouwd en hij werd gewijd aan Maria. Gian legde de gelofte af dat al zijn zonen aan Maria gewijd zouden worden. Zijn eerste vrouw was Isabella Valois, dochter van de Franse koning. Zijn dochter uit dit huwelijk, Valentina, werd uitgehuwelijkt aan Louis d’Orleans, broer van de Franse koning.  (Over Louis d’Orleans gaat trouwens de roman “het Woud der Verwachting” van Hella Haasse.) Het hof van Milaan was daardoor sterk gelieerd aan het hof van Frankrijk. Mocht hij geen zoon krijgen, dan zou zij de troonopvolgster moeten worden.

Gian Galazzeo kreeg maar geen zoon. Na een aantal jaren overleed zijn vrouw Isabella. Maar eind goed al goed: uiteindelijk kreeg hij dan toch een zoon van zijn tweede vrouw (en nicht) Catherina Visconti. Het hele gebied met steden als Milaan en Pavia vierde uitbundig feest. De dag van geboorte werd tot nationale feestdag verklaard. En als dankbaarheid aan de H. Maria werd de opdracht gegeven tot het maken van een Maria-getijdenboek.

In 1972 is er een uitgave tot stand gekomen van een soort replica van dit boek waarbij alle afbeeldingen in prachtig facsimile zijn weergegeven. Bovendien staat er een erg goede toelichting bij. Het is een van mijn meest dierbare bezittingen. Ik kijk er regelmatig in en heb veel van de afbeeldingen bestudeerd. Maar nu heb ik een korte cursus gevolgd over het middeleeuwse boek. En vandaag ging het over “het getijdenboek”. Tijd voor mij om mijn “eigen” getijdenboek er weer een keer bij te pakken en te kijken wat er klopte van wat ik geleerd had.

Het boek is tot stand gekomen in de periode 1390-1394. Daarna kwam het werk stil te liggen en het werd door een nieuwe illustrator weer opgepakt, waarschijnlijk pas zo rond het jaar 1430. Deze heeft evenwel goed gekeken naar zijn voorganger en heeft geprobeerd stilistisch aan te sluiten.

Elk getijdenboek heeft zijn eigen inhoud en opzet. Maar de kern van elk getijdenboek vormen altijd de acht gebedsdiensten van het klooster (metten, lauden, priem, terts, sext, none, vespers en completen) waarin de verering van Maria centraal staat, de zogenaamde Maria getijden. Daarnaast zijn er traditioneel nog een aantal onderdelen aanwezig, die voor een groot deel ook op de acht gebeds-getijden zijn gebaseerd. Als je zo’n getijdenboek in de praktijk gebruikt dan begin je ’s nachts met de metten en neemt de gebeden van Maria erbij. Dan blader je verder tot je bij de metten-gebeden van de evangelisten bent, dan weer verder tot je de metten-gebeden van het Kruis hebt en zo nog een aantal keren, afhankelijk van de opzet van het gebruikte getijdenboek kan dat verschillen. Na de dienst ga je slapen, maar staat weer vroeg op voor de lauden en leest dan de lauden-gebeden van Maria, vervolgens die van de evangelisten, van het kruis enz. Een goed gebruikt getijdenboek zal snel verslijten. Er zijn nog vrij veel getijdenboeken bewaard en de meesten zijn in uitstekende staat. Het was voor de meeste edellieden, want daar werd het vooral voor gemaakt, meer een hebbedingetje dan een liturgisch voorwerp…

Meestal begint een getijdenboek met een kalender. Elke maand wordt weergegeven en je ziet op welke dagen de belangrijkste heiligen van die maand moeten worden vereerd. Per streek kan dat verschillen. Een getijdenboek dat voor een opdrachtgever in de buurt van Maastricht of Quedlinburg is gemaakt zal de feestdag van Sint Servaas vermelden, maar op andere kalenders komt die waarschijnlijk niet voor. Het beroemdste getijdenboek, dat van de hertog van Berry, is vooral beroemd om deze kalender. Elke maand is voorzien van een prachtige afbeelding die bij die maand hoort. Het getijdenboek van de Visconti’s daarentegen heeft geen kalender. Maar wel staan alle 150 psalmen erin, waarbij veel van die psalmen ook worden weergegeven in fraaie afbeeldingen. Het is daardoor tegelijk een psalterium.

Met betrekking tot de Maria getijden zijn er drie tradities: bij de eerste zijn de acht gebedstijden gekoppeld aan het leven van de jonge Christus. Een andere traditie is om het leven van Maria daaraan te koppelen. Zo deden ze dat vooral in Frankrijk. En in het noorden zien we vaak hoe het lijdensverhaal van Christus gekoppeld is aan deze acht getijden. Zo is de afbeelding die in dat geval bij de vespers wordt weergegeven die van de bewening van Christus. In het getijdenboek van Visconti zien we hoe het leven van Maria centraal staat, dus eigenlijk wordt gebruik gemaakt van de Franse opzet.

Maar nu komt er al een opvallende bijzonderheid. Voor dat deze cyclus begint met de geboorte van Maria zien we dat er eerst nog een andere cyclus komt: die van het leven van de ouders van Maria, Anna en Joachim. In dit geval zal dat een persoonlijke reden hebben. Gian Galeazzoo personificeerde zich namelijk met Joachim, die geen kinderen kon krijgen, zoals hij geen zoon kon krijgen. Uiteindelijk lukte dat dan toch bij allebei. Het getijdenboek begint zo met het leven van Joachim en Anna, vanaf hun trouwen. Bij de priem wordt Joachim verstoten uit de gemeenschap vanwege zijn kinderloosheid, en bij afbeelding vier, de terts, zien we hoe hij zit te treuren in de woestijn, maar bezocht wordt door een engel die hem vertelt dat hij naar de gouden poort moet gaan. Bij de sext staat hij met Anna bij de Gouden poort. De cyclus eindigt met een dankgebed aan God van Anna en Joachim, waarna de echte cyclus van Maria kan beginnen.

gian-galeazzoEr valt erg veel te vertellen, ook over de verdere opzet van dit bijzondere boek. Het wemelt van de verwijzingen naar Gian Galeazzo Visconti. Zijn hoofd wordt vaak slinks verwerkt in een liturgische tekening. Ook zien we vaak een van de emblemen, het zonnerad of het kenmerkende slangenembleem.

Ook zien we zijn lijfspreuken vaak terugkeren in een afbeelding: hij laat zich de “zonnekoning” noemen, die regeert “a bon droyt” (rechtvaardig). Zijn vrouw noemt hij steevast “la douce torterelle” (het tortelduifje). Zien we een duifje op een afbeelding? Dat is meestal een verwijzing naar zijn vrouw.

Maar om een kleine indruk te geven van de hoge kwaliteit van dit boek zal ik een van de afbeeldingen laten zien en er iets over vertellen. Het is de vierde afbeelding uit het boek.

visconti-joachim-kleinJoachim zit droevig zijn lot te betreuren nadat hij is verstoten uit de gemeenschap. In de landelijke omgeving zijn enkele herders te zien. Een van die herders zit in een ravijn met enkele koeien.

Op de voorgrond zien we nog meer koeien. Een koe slaat met zijn staart om vliegen te verdrijven. De vliegen zijn in verhouding erg groot, maar dat heeft de illustrator waarschijnlijk gedaan omdat hij anders zo klein had moeten tekenen dat je er geen insect meer in had herkend.

visconti-joachim-stierenVerder zien we een aantal schapen. Helemaal boven in beeld in de verte een hut met een rieten dak. Joachim staat er twee keer op. Een keer zoals gezegd treurend tussen de schapen, de tweede keer zien we hoe hij luistert naar een engel die aan hem verschenen is.

visconti-joachim-treurt

visconti-joachim-engel

Deze engel legt hem uit: je moet naar de gouden stadspoort gaan om Anna te ontmoeten. Bedrijf daar de liefde en Anna zal zwanger worden.  In het enigszins pijlvormige kader zien we heel fijne groene versieringen. Daaromheen zich vervlechtende takken.

visconti-joachim-luipaardIn die vlechten zien we steeds een luipaard, iedere keer op een andere manier weergegeven. Staat dit luipaard wellicht voor gevaar, de gevaarlijke woestenij waar hij zich met de herders bevindt? Is er mogelijk een bijbelse verwijzing? Is het de kloeke kordate slagkracht van Gian Galeazzo die hier wordt weergegeven? Of is het gewoon een leuk detail zonder enige betekenis?

lelies De blauwe en soms roze bloemetjes zijn de lelies van het Franse hof, waar Gian Galeazzo aan gelieerd is. Hij had namelijk de titel Comte de Vertus / Graaf der Deugden, naar het graafschap Vertus in Champagne dat hij door zijn huwelijk met Isabella van Valois had verkregen.

Bij deze afbeelding van Joachim in de woestijn zien we geen spreuken, geen zonnerad, geen slangen-embleem.

Gian Galeazzo leefde tot 1402. De eerste helft van het getijdenboek is geïllustreerd door de gebroeders Dei Grassi, in ieder geval voor 1395. Het boek is zo’n dertig jaar later pas voltooid door een andere illustrator, Belbello. Stilistisch zijn er duidelijke verschillen aan te wijzen, maar zoals ik eerder zei is er geprobeerd om stilistisch aan te sluiten. De “getijden van het kruis”, een ander vrij vast onderdeel van een getijdenboek, staan traditioneel in het teken van het lijden van Christus. Maar bij Belbello worden episodes uit het oude testament gebruikt, zoals de gevangenneming van Samson, het blind maken en zijn dood. Het lijden van Samson wordt gezien als een vooraankondiging van het lijden van Christus. Nu is “de Judas” Delila die Samson verraadt. Hier onder zien we de afbeelding door Belbello van de gevangenneming van Samson.

belbello
emblemenWe zien de emblemen van Visconti: de slangen (biscia) in de hoekpunten en er tussen in telkens het zonnerad. De biscione of biscia is te herleiden tot het Italiaans voor ‘grote slang/grasslang’ of het Milanees voor ‘adder’ (bissa). De beeltenis stelt een slangachtig wezen voor dat een mens baart.

De illustratie “de gevangenneming van Samson” is sterk verwant met die van de gevangenneming van Christus in de tuin van Ghetsemane zoals die vaker wordt afgebeeld. Zelfs de man met de witte baard doet aan Petrus denken. De naakte putti in deze context komen eigenlijk vrijwel nooit voor en vallen daardoor niet goed te duiden.

Johannes Ciconia, de Luikse componist die een tijdlang aan het hof van Gian Galeazzo verbleef, schreef op de volgende tekst een prachtige, maar uiterst ingewikkelde proportie-canon. We zien in deze tekst dezelfde verwijzingen als in het getijdenboek!

re-ray-au-soleil

De stijl van deze muziek wordt ook wel “ars subtilior” genoemd. Dit vanwege de ranke, barok-achtig aandoende versieringen. Het is de tijdgeest. Kijk nog maar eens naar de mooie bloem-omlijstingen van de Grassi en Belbello. Ars subtilior!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De weersvoorspelling

Is de weersvoorspelling betrouwbaar? Ja en nee. Het ligt er aan hoe je deze interpreteert. In de krant van vandaag zie je de weersvoorspelling voor de komende week. Deze wordt visueel zichtbaar gemaakt met simpele weerplaatjes: wolken, regenstraaltjes, een zonnetje erbij, in plaats van regen sneeuw, een donderslag-symbooltje. Dat zijn ze zo ongeveer. Van vandaag tot vrijdag zien we de volgende plaatjes:

weerkaarje2

Je oog wordt getrokken door al die regenstraaltjes: je schrikt.: van maandag tot en met vrijdag elke dag regen. Ja tussen de buien door ook een zonnetje op enkele dagen, maar veel soeps lijkt het niet  te gaan worden.

Verkeerd geïnterpreteerd! Let ook op het percentage dat er kans is op neerslag en zon

weerkaarje3

Dinsdag en woensdag is de kans op neerslag 40%. Dus meer kans dat het droog blijft dan dat het gaat regenen. Waarom dan toch die regensymbooltjes op dinsdag en woensdag? Omdat anders geklaagd gaat worden. Als er toch een bui gaat vallen is dat niet  aangekondigd. De weersvoorspellers dekken zich in.

Op dinsdag is de hoeveelheid zon 40%. Ik weet niet precies hoe dat wordt uitgerekend maar ik weet inmiddels dat daarin ook de winter wordt mee genomen. De zon is laat op, gaat vroeg onder, mocht hij volop schijnen dan wordt er toch slechts hooguit 50% neergezet. 40% is dus in de winter heel veel. Mijn conclusie: dinsdag wordt een aardige dag en ik denk dat woensdag ook wel eens mee zou kunnen gaan vallen. Jammer dat in de Volkskrant niet de te verwachten hoeveelheid regen in mm wordt weergegeven. Gelukkig kan ik dat wel op de site van weeronline zien.

weerkaarje4

Voor woensdag hoeven we niet bang te zijn. 1 mm. Misschien iets minder zon dan dinsdag maar vrijwel zeker droog denk ik dan. Op dinsdag is de kans op regen 40% maar als er iets valt kan dat een behoorlijke hoeveelheid zijn. Ik denk dat er die dag op enkele plaatsen een enkele stevige bui gaat vallen. Daar kun je meestal voor schuilen. Dus met al die zon er bij: vrijwel overal een prachtige dag.

Iets dat in Nederland veel kan uitmaken in beleving is de wind.

weerkaarje5

De hele week zit de wind in de West of Zuidwest hoek. Windkracht 4 vind ik niet lekker. Dat is matige wind. Ik woon aan de dijk. Dat betekent op de fiets vaak vervelende tegenwind. Op dinsdag is er slechts windkracht 3. Ik denk dat dat de mooiste dag gaat worden, vanwege de zon maar vooral ook vanwege de minder sterke wind.

Een vervelende dag lijkt mij alleen de donderdag te gaan worden. Zeer grote kans op ook nog eens veel regen, geen zon en een behoorlijk sterke wind. Op vrijdag wordt het al weer iets beter, alleen al vanwege het zonnetje dat er die dag af en toe bij komt. Maar:

Zondag tot en met woensdag worden best aardige dagen, met als mooiste uitschieter de dinsdag.

Ik spreek jullie vrijdag of zaterdag weer…

Geplaatst in filosofie | Tags: , | 3 reacties

Dit is geen oudejaarsconference

freek-delamar-2016-12-25Voor het gordijn open gaat hoor je al een hele tijd hoe er op het podium een piano wordt gestemd. ‘Daar zijn ze ook laat mee’ is je eerste gedachte. Dan gaat het gordijn open en ja hoor, de piano wordt nog steeds gestemd. Het hoort bij de voorstelling weet je nu zeker. Heel subtiel komen er tijdens het stemmen en testen van de intervallen flarden kerstliedjes. Geniaal gedaan en tegelijk hilarisch. De stemming zit er in. “de kerststemming.” Freek lijkt elk jaar beter te worden. Behalve zijn geweldige theatrale vondsten, timing, humor, aankleding is er ook nog de diepgang die je bij de meeste collega’s mist of ze komt bij hen voor mij vaak gezocht over. We weten na gistermiddag veel meer over zijn familie en kerstgewoonten maar vooral ook schildert Freek de Jonge weer raak wat de kerngedachte van deze kerstmis zou moeten zijn. Daar kan geen enkele preek tegenop. Zijn vader, predikant, zou er alsnog trots op worden. Op die momenten was de zaal dan ook, zoals ook Freek opmerkte, muisstil. Een keer was ik echt ontroerd en biggelden er enkele tranen over mijn wangen. Misschien was ik wel de enige in de zaal. Hij zong het liedje “mijn vader gaat op stap” van Toon Hermans, dan wel op zijn eigen manier, maar ik voelde de eer die hij bewees aan zijn al lang overleden voorganger. Die eer was welgemeend en dat ontroerde me.

Freek de Jonge werd lang geleden gezien als de rivaal van Youp van het Hek. Behalve dat je dan appels met peren vergelijkt is er ook een groot mentaliteitsverschil. Freek is een theaterbeest, Youp is een cabaretier. Maar de diepgang en echtheid van Freek staan in schril contrast met de gemaakte grappen en grollen van Van het Hek, die bij mij alleen maar weerzin opwekken. Ook daarin behoor ik waarschijnlijk tot de minderheid.

Ik moest denken aan het boek dat ik net aan het lezen ben. “Het Kraus-project” van Jonathan Franzen. Karl Kraus stond voor Franzen en ook voor mij op eenzame hoogte in het Wenen van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Als schrijver maar vooral ook als iemand die kritisch naar zijn eigen tijd kon kijken. Hij kon niet alleen erg goed schrijven maar hij trad ook op in theaters en wist daar iedereen te betoveren. Maar de meeste mensen moesten niets van hem hebben en kwamen dan ook niet naar zijn voordrachten. Hij was zowat de enige die de naderende catastrofe van de eerste wereldoorlog zag aankomen en door zijn geschriften hoopte hij de publieke gedachte de juiste kant uit te sturen. Tevergeefs zoals de geschiedenis ons geleerd heeft.

Jonathan Franzen heeft drie essays van Kraus vertaald. Ze lijken erg tijdsgebonden doordat er talloze figuren in voor komen die wij niet meer kennen maar in de intellectuele kringen van Wenen wist iedereen over wie hij het had. De vertaalde essays zijn daarom voorzien van voetnoten. Deze zijn minstens net zo interessant als de essays zelf. Franzen legt uit in welke context alles gelezen moet worden, vertelt meer over de mensen van die tijd maar vertelt ook heel veel over zich zelf en trekt ideeën door tot deze tijd. Waar Kraus Heinrich Heine onder vuur neemt, zo moeten bij Franzen John Updike en Philipp Roth het ontgelden. Maar dat met tegelijk de nodige zelfspot. De hoeveelheid tekst van de voetnoten van Franzen is overigens minstens vier keer zo veel als de originele tekst van Kraus.

Toch is ook Jonathan Franzen denk ik, ondanks de voetnoten, nog moeilijk te lezen voor wie niet al veel af weet van het Wenen van toen. Freek de Jonge is zich bewust van het feit dat er veel dingen en termen in zijn voorstelling voorkomen die niet iedereen kent. Hij legt op een grappige manier alles waarvan hij vermoedt dat mensen dat niet kennen uit. Zoals “de kam” van de viool waarmee hij gaat strijken. Zie het als zijn voetnoten. Ik heb gelachen, was ontroerd, heb genoten en ben aan het denken gezet. Wat wil je nog meer!

poster-freek

Geplaatst in filosofie, recensie, taal | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Maanziek

volle-maan

De vorige week was het volle maan en tegelijk waren er snel allerlei mistflarden zichtbaar. Dat deed me denken aan het prachtige lied “Nacht” uit “Pierrot Lunaire” van Arnold Schönberg.

Schönberg verbleef in de zomermaanden vaak in de alpen om er te genieten van de natuur en er rustig te kunnen componeren. Hij zal vast wel eens op een zomeravond uitgekeken hebben vanuit de hoogte naar beneden, in een dal. De zon gaat onder en het wordt gelijk een stuk koeler. Mistflarden dwarrelen door de lucht. Het vocht intensiveert allerlei geuren. Waar eerst nog alles liefelijk was begint het een beetje “unheimisch” te worden. Die donkere schaduwen, zijn dat bomen of struiken? Of wat staat daar, wat is dat? Moerasachtige geuren stijgen omhoog…

Zo beschrijft Albert Giraud (de Duitse vertaling is van  Otto Erich Hartleben) het invallen van de nacht. Maar dan gezien door de tragikomische clown Pierrot, die ook nog eens last heeft van maanziekte. Bij zo’n nacht worden alle beelden vervormd. Hij ziet het zo:

tekst-nacht

Schönberg is in 1912 Wenen ontvlucht. Hij vindt het er te kleingeestig worden. We zitten zo enkele jaren voor het begin van de eerste wereldoorlog. In Berlijn schrijft hij een theaterstuk voor de toneelspeelster Albertine Zehme. Zij heeft geen muzikale scholing en Schönberg ziet het als een uitdaging om toch voor haar te componeren. Hij heeft gelukkig wel de beschikking over een aantal muzikanten.  De basis vormen 21 gedichten. Deze 21 gedichten van de oorspronkelijk 50 gedichten van de Belgische dichter Giraud zijn door Hartleben geselecteerd en hij heeft ze in een meer logische volgorde gezet. De gedichtencyclus draagt de naam “Pierrot Lunaire” (de maanzieke Pierrot). Het stuk is op meerdere manieren vernieuwend: de zangeres “zingt” niet maar “spreekzingt”, je hoort het zogenaamde “Sprechgesang”. De precieze toonhoogte is daarbij niet van belang, er wordt geen toon vastgehouden maar elke toon wordt slechts aangezet. Het tweede vernieuwende element is de bezetting, die per lied wisselt. Maximaal zijn er vijf instrumenten tegelijk te horen. De klarinettist kan ook overstappen op basklarinet, zoals de fluitist ook kan overstappen op piccolo en de viool op altviool. Daarnaast is er nog een cello en een piano. Zo hoor je bij het zevende lied alleen een fluit als begeleiding of bij het veertiende alleen een piano. Bij het achtste lied, “Nacht”, dat ik hier bespreek hoor je piano, basklarinet en cello.Het lied  is het achtste lied van het geheel en tevens het eerste lied van de tweede cyclus van zeven liederen. In deze zeven liederen is de stemming steeds somber.

Schönberg schrijft als ondertitel bij dit lied: “passacaglia”. Deze oude dansvorm kenmerkt zich door een voortdurend repeterend basthema van een aantal maten. Iets dergelijks doet Schönberg ook, maar het gaat niet zozeer om een thema in de bas, het gaat meer om een kiemcel van drie noten, die het hele stuk door aanwezig is in een of meer van de partijen van de instrumenten. Het motief begint met E-G-Eb, een stijgende kleine terts gevolgd door een dalende grote terts. Als je het stuk analyseert zul je zien dat er geen moment valt aan te wijzen dat dit motief, op steeds andere toonhoogten, niet ergens aanwezig is. De lengte kan variëren. In het begin is het aanwezig in halve notenwaarden, vanaf maat 8 in achtste notenwaarden.

Hier een stukje van de partituur van het begin, waar je de kiemcellen omcirkeld ziet. In de eerste maten lopen ze over in de verschillende stemmen en overlappen ze elkaar, dit geef ik aan met lijntjes.

nacht-begin-kiemcellen2In maat 19 en volgenden wordt het gecombineerd met zijn omkering: de rechterhand speelt in achtsten steeds een dalende grote terts gevolgd door de stijgende kleine terts, de linkerhand heeft steeds het origineel.

Dit klinkt allemaal heel spitsvondig en is het feitelijk ook, maar alles staat in dienst van de tekst, van de tekst-uitbeelding en van de sfeer. Bij het deel vanaf maat 19 horen we de tekst “Und von Himmel erdenwärts” etc. De kiemcel-motiefjes in de piano beelden het dwarrelen van de mistflarden uit, die soms omhoog en soms omlaag gaan. Verder wordt er in het hele stuk sterk met registerwisselingen gewerkt, van PP tot FFF.

Hoe gaat Schönberg met de tekst om? Heel natuurlijk . De tekst heeft een ritmiek van zwaar licht, zwaar licht enz., een trochee. Ritmisch wordt deze trochee door Schönberg benadrukt door een gepuncteerd ritme. Bij “töteten der Sonneglanz” kun je het vlijmscherpe “töteten” met zijn drie “t”’s als zanger uitbeelden doordat daar in de partituur drie achtsten staan, nu niet gepuncteerd. Het toverboek (Zauberbuch) wordt heel lang gerekt, zodat je ook dat als een heel geheimzinnig boek kunt laten klinken. Slechts een keer moet de zangeres echt op toonhoogte zingen, ook zij krijgt dan in een uiterst laag register de kiemcel E G Eb. (Ik vind de uitvoering met Reinbert de Leeuw en de actrice Barbara Sukowa de mooiste die ik ken, helaas zingt zij op dat ene moment E G E. Daardoor wordt de consequente aanwezigheid van de kiemcel doorbroken, wat waarschijnlijk vrijwel niemand stoort. Ik ervaar het als een pijnlijke misser.)

nacht-partituur-1nacht-partituur-2nacht-partituur-3

Er zijn diverse opnames van dit lied. Luister naar de prachtige sfeer van het lied van de maanzieke Pierrot, hoe hij het begin van de nacht ervaart en zijn hart beklemd wordt door angstige gevoelens, veroorzaakt door zijn waandenkbeelden. Ik laat de genoemde opname met Barbara Sukowa en Reinbert de Leeuw met het Schönberg ensemble horen.

Niet alleen Pierrot had last van maanziekte. In het vijfluik “Kaos” van de gebroeders Taviani uit 1984 is de titel van het tweede deel “Mal di Luna”. Tot voor kort was deze Italiaans gesproken film in een slechte resolutie, maar toch, in zijn geheel te zien op youtube. Helaas niet meer.  De eerste tien minuten van de film hebben een “Hitchcock-achtige” lading, maar ook daarna blijf je geboeid kijken, alleen al om de spannende ontknoping. Het verhaal is van Pirandello, maar vooral natuurlijk de gebroeders Taviani: wat zijn zij toch filmische meester-vertellers, die daarnaast ook meesters zijn in het functionele gebruik van de geniale filmmuziek van Piovani. Ik heb de film thuis op DVD. Zeer de moeite waard! Langzame, betoverende beelden met een onderhuidse dramatiek van een buitenaardse schoonheid.

 

 

Geplaatst in Film, muziek | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Savonarola en Fra Bartolommeo

In Boijmans is op dit moment een tentoonstelling met werk van Fra Bartolommeo (1472-1517) te zien. Deze Dominicaan werkte op een bepaald moment in Florence en was een volgeling van een ander lid van dezelfde orde, Girolamo Savonarola (1452-1498). Dominicanen worden ook wel predikheren genoemd. En dat is zeker in dit geval een goede benaming. Savonarola gedroeg zich als een profeet. Het einde der tijden naderde, er zou weer een zondvloed komen en uit het noorden kwam een heerser die het ware Christendom over de wereld zou brengen. De mensen moesten zich voorbereiden en een uiterst sober leven gaan leiden. Pracht en praal wees hij af en hij beschimpte de machthebbers dat ze de armen exploiteerden. Ook stelde hij de kerkelijke corruptie aan de kaak. Hij wilde met zijn bekeringen beginnen bij de jeugd en daar vond hij ook veel volgelingen.

Opeens leken zijn voorspellingen bewaarheid te gaan worden toen in september 1495 Karel VIII van Frankrijk Italië binnen viel en Florence bedreigde. Terwijl Savonarola onderhandelde met de Franse koning, verdreven de Florentijnen de regerende Medici. De Fransen spaarden Florence en trokken verder. Op aandringen van de monnik werd er een “volksrepubliek” gesticht. Florence zou het nieuwe Jeruzalem, het wereldcentrum van het christendom worden en “krachtiger en heerlijker dan ooit” worden volgens Savonarola.

De koning naderde intussen Rome, waar paus Alexander VI met omliggende heersers bondgenootschappen smeedde. Ook Florence werd uitgenodigd om troepen te sturen maar Savonarola weigerde. Daarop excommuniceerde  de paus hem. Maar ook in Florence begonnen na een tijd de tegenstanders zich te roeren en openlijk werd er twijfel uitgesproken of hij wel een door God gezonden profeet was. In 1498 weigerde hij een brandproef die moest uitmaken of hij inderdaad een goddelijke opdracht had, waarna de publieke opinie zich tegen hem keerde. Savonarola en twee van zijn broeders werden gevangen gezet. Onder marteling bekende Savonarola dat hij zijn visioenen en profetieën zelf had verzonnen. Op 23 mei 1498 werd hij in opdracht van kerkelijke en burgerlijke autoriteiten veroordeeld en opgehangen met twee volgelingen. De drie Dominicanen werden daarna verbrand op het centrale plein van Florence.  In Ferrara, de geboortestad van Savonarola, staat een indrukwekkend standbeeld van de boeteprediker dat ik een aantal maanden geleden nog zag.

savonarola

savonarola-2Fra Bartolommeo schijnt op tijd de wijk te hebben genomen en zo de dans ontsprongen te zijn. Maar hij heeft nog lang in angst moeten leven. Twee jaar lang heeft hij niet geschilderd en zich terug getrokken.

Florence begon het oude leven weer op te pakken. Kunstenaars als Leonardo en Rafaël werkten er in het begin van de zestiende eeuw enkele jaren. Toen zij rond 1508 naar Rome vertrokken werd Fra Bartolommeo terug geroepen om het ontstane gat enigszins te vullen. Hij begon in het klooster een groot kunstenaarsatelier waar in korte tijd tientallen grote en kleinere kunstwerken tot stand kwamen. En hij werkte zorgvuldig. Voor hij aan het echte werk begon maakte hij eerst meerdere voorstudies.

Boijmans was al in het bezit van honderden van zijn tekeningen, bijna allemaal dus voorstudies van fresco’s en schilderijen.  In deze tentoonstelling worden een aantal van deze tekeningen getoond in relatie met de originele schilderijen of metershoge foto’s van fresco’s die uit Italië zijn overgekomen, waaronder het beroemde portret van Savonarola dat hij maakte.

Ook zie je er een getekend zelfportret van de kunstenaar.

fra-bartolommeo-zelfportret-klein

Ik merkte dat ik waarschijnlijk te weinig zelf teken om al die voorstudies van de uiteindelijke kunstwerken interessant te vinden. Ja, je ziet dat hij van veel details een of meer aparte tekeningen maakte. Dat was normaal in de kunstwereld en dat bleef het nog lang, kijk maar naar iemand als Rubens. Maar om nu twintig tekeningen te gaan bestuderen rond één schilderij.. Dat is dus niks voor mij. Interessant vind ik wel het tijdsbeeld dat je tijdens het kijken naar de tentoonstelling en het volgen van de filmvoorstelling krijgt. Hoe kan iemand als Savonarola zoveel invloed krijgen? Er hangt in die tijd iets in de lucht. De eeuwwisseling staat er aan te komen. Reden voor bijgelovigen om zich van alles in de kop te halen. En er was natuurlijk van alles mis. In Florence, in Rome maar op heel veel plaatsen meer.  Luther, Calvijn, Zwingli: hun opkomst en succes zijn het directe gevolg van al die mistoestanden. En zoals Florence een tweede Jerusalem zou moeten worden zo wilden ook Jan Matthijs en Jan Bockelson in Münster een tweede Jerusalem stichten. Zij, de wederdopers van Münster, deden dat in het jaar 1534. Maar ook zij hebben het er niet goed van afgebracht. Matthijs sneuvelde bij een uitval naar de belegeraars van de stad en Jan Bockelson (Jan van Leiden) is met een aantal volgelingen wreed afgeslacht toen een jaar later de stad werd ingenomen door de eerder verdreven bisschop. Een vergelijkbare toestand zo’n 36 jaar na Savonarola. Maar dat gevoel van vrijheid blijft nog lang na-ebben. De protestanten krijgen op veel plekken vaste voet aan de grond. En het ontstaan van de Republiek Nederland is misschien ook wel een van de indirecte gevolgen van de onvrede die er was onder de mensen.

Erasmus schreef in 1509 de lof der zotheid. Een heerlijke satire. Bij monde van “de Zotheid” die samen met haar vijf dochters over de wereld heerst, worden allerlei menselijke dwaasheden aan de kaak gesteld. Behalve kerkelijke autoriteiten worden ook kooplieden, vorsten en wetenschappers bekritiseerd. Intussen probeerde in dat zelfde jaar Fra Bartolommeo  paarden te tekenen. Joris verslaat de draak. En zit intussen op een paard. Hoe moet je dat weergeven? Het lukte hem best aardig.

fra-bartolommeo-stjoris

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie | Tags: , , , , | 2 reacties