De heilige Anno en de heiligen van nu

Stel dat bisschop Eik zou besluiten om prinses Amalia te ontvoeren en vervolgens het koninklijk huis zou afpersen om vervolgens Amalia volgens goed Rooms recept op te gaan voeden. Je kunt het je niet voorstellen maar enigszins vergelijkbare praktijken kwamen 1000 jaar geleden in deze omgeving voor. Ik heb het niet over de oudste zoon van Willem van Oranje die naar Spanje werd ontvoerd in de zestiende eeuw, nee, ik heb het over wat er 500 jaar daarvoor gebeurde in Keulen. De ontvoerder werd na zijn dood zelfs heilig verklaard!!

Deze heilige, aartsbisschop Anno van Keulen, was een belangrijk speler in een boek over keizer Heinrich IV.  Ik heb inmiddels een boekje over deze Anno van Keulen gelezen: Erzbischof Anno II von Köln. Der Aufstand des Jahres 1074 in Köln. (Manuel Freudenstein.) Zijn levensverhaal in een notendop:

Anno was afkomstig van lage adel, hij werd geboren in 1010 in Steusslingen en hij werd al vroeg naar de Bamberger Domschule gestuurd. Daar werd hij al na enkele jaren aangesteld als docent. Keizer Heinrich III, die veel in Bamberg kwam, ontdekte hem en in 1049 werd hij aangesteld aan diens hof. In 1054 werd hij proost in het keizerlijke Goslar. Toen de aartsbisschop van Keulen Hermann II stierf was Anno bij zijn sterfbed. Hij werd door de keizer als diens opvolger benoemd. Het volk van Keulen morde omdat hij niet afkomstig was van hoge adel en ook niet uit het Rijnland kwam. Maar de aartsbisschop van Keulen had veel politieke invloed en zo wist hij het voor elkaar te krijgen dat een van zijn broers bisschop werd van Maagdenburg en een neef bisschop van Halberstadt. Naast die twee hadden nog meer bisschoppen hun baantje te danken aan Anno. Na een conflict met Heinrich von den Ezzonen verwierf hij de berg Siegburg en daarmee de absolute macht in het Rijnland. Dat was niet alleen gunstig voor hemzelf maar ook voor de inkomsten van zijn aartsbisdom. In Keulen liet hij de kloosters St. Maria ad Gradus en St. Georg bouwen.

Toen na het overlijden van Heinrich III zijn vrouw, koningin Agnes, het koningschap op zich nam vond er een grote verandering plaats aan het hof. Meerdere belangrijke adviseurs, onder wie Anno, werden terzijde geschoven. Die pikten dat niet en smeedden een complot en vervolgens ontvoerde Anno de jonge opvolger, ook Heinrich genaamd, naar Keulen. Agnes werd gedwongen om de rijks regaliën over te dragen aan Anno en hij nam nu de regering over.

Kort daarvoor had koningin Agnes een tegenpaus benoemd omdat ze het investituurrecht voor de keizer wilde behouden. Maar toen Anno aan de macht kwam legde deze het conflict bij door de officiële paus te steunen. Hiermee nam hij gewild of ongewild ook stelling in de kwestie van het investituurrecht.

Toen Heinrich IV op zijn veertiende levensjaar de nieuwe koning werd ontstond er al snel een conflict tussen hem en Anno. En de conflicten breidden zich uit. In 1074 ontstond er een opstand in de stad Keulen, geleid door rijke kooplieden. Het ging uiteindelijk over een opstand van de burgers tegen de clerus in het algemeen, maar het begon met een persoonlijke opstand tegen aartsbisschop Anno. Wat was er gebeurd? Anno confisceerde een mooi schip van een koopman om zijn vriend, de bisschop van Münster, mee naar huis te laten gaan na een feestelijk bezoek in Keulen. Dat werd niet gepikt. Anno wilde de opstand met geweld neerslaan. Steeds meer opstandelingen sloten zich echter bij de eersten aan, Anno moest vluchten en het bisschoppelijke paleis werd vervolgens geplunderd. Na vier dagen keerde hij met een leger terug naar Keulen. De samenzweerders beloofden boete te doen als hun leven werd gespaard. Dat aanbod werd geaccepteerd, maar 60 of (volgens andere bronnen 600) mensen vluchtten alsnog voor de zekerheid. Zij werden in de kerkelijke ban gedaan. Een jaar later stierf Anno en wenste vanuit zijn ziekbed in Siegburg begraven te worden. Toen kwamen de verhalen. Hij zou blinden het zicht hebben terug gegeven en enkele toekomstvisioenen hebben gehad die uit bleken te komen. In 1183 werd hij door de paus heilig verklaard.
Dat de paus dat deed zal zeker gevoed zijn doordat Anno zich in de loop van zijn leven steeds meer aan de pauselijke regels was gaan houden. Deze heilige paste zo in de propagandalijn van Rome.

anno

Ook de schrijver van het boekje vraagt zich af: wat voor iemand was deze Anno nu in het echt? Een schurk was hij waarschijnlijk niet, maar zijn levensgeschiedenis wijst helaas ook niet op een heldenstatus, en zeker lijkt hij me ook geen heilige.

In de negentiende eeuw zochten de Duitsers naar historische figuren die ze naar voren wilden schuiven als nationale held. Net zo als in Nederland Willem van Oranje een dankbare nationale held was. Er werd er een gevonden: de twaalfde eeuwse keizer Barbarossa. Ook daar kun je grote vraagtekens bij zetten. De Lombardische stedenliga was in zijn tijd, de twaalfde eeuw, wisselend op zijn hand, wisselend op de hand van de paus. Toen Milaan zonder zijn toestemming de stad Lodi inlijfde verwoestte hij met zijn leger Milaan en liet daar vervolgens de meest belangrijke relikwieën weghalen om ze over te laten brengen naar Keulen. Maar hij wilde er desondanks blijk van geven dat hij een goed christen was en dus nam hij actief deel aan de derde kruistocht, die hij helaas op de heenweg al niet overleefde. Waarom dan toch een nationale heldenstatus? In zijn tijd was er in het Duitstalige deel van het rijk een opvallende eenheid en stonden de meeste lokale vorsten achter hem. Dat was wel eens anders geweest en ook daarna werd dat nooit meer zo. Dus in de negentiende eeuw, toen het nationalisme in heel Europa sterk opgang deed, werd hij daarmee symbool van de laatste keizer die nog echt voor een eenheid had weten te zorgen in dit deel van Europa. De voormalige keizerpalts van Goslar werd na de Duitse eenheid in 1875 ingericht als museum van de Duitse geschiedenis en kreeg zo bij de ingang twee standbeelden: het standbeeld van keizer Barbarossa en dat van de toenmalige keizer Wilhelm I, allebei te paard.

barbarossa

En dan is er nog zo’n potentiële held of schurk, Frederik II,  over wie ik in meerdere artikelen iets heb geschreven. Dante plaatste hem in zijn “Divina Comedia” in de hel. Toen deze keizer niet meer in staat was om goedschiks met de paus in het reine te komen en de paus hem niet alleen excommuniceerde maar zelfs vogelvrij verklaarde, ontstak hij in woede en brandde elke stad die niet met hem samenwerkte zonder pardon plat. Een schurk dus, zou je zeggen. Maar als je leest wat er aan vooraf was gegaan, hoe hij de vierde kruistocht tot een groot succes wist te maken, waarbij zonder bloedvergieten de rechten van christenen, joden en moslims werden gelijkgeschakeld, hoe hij als rechter in Duitsland de heksenjacht op joden wist te voorkomen, dan kun je je afvragen: wie was de schurk? Waren het niet meer zijn tegenstrevers, de pausen van die tijd? Inmiddels lijkt hij dan ook in de geschiedenisboeken gerehabiliteerd te worden. Zijn beeltenis is zelfs op een postzegel gezet.

frederik II

Dit gaat allemaal over de periode 1050 tot 1250. Een bijzonder interessante periode waar ik me de laatste jaren door het lezen van boeken en artikelen aardig in heb weten te verdiepen. En onwillekeurig ga je dan nadenken over de hedendaagse helden en schurken. Ik heb het dan allereerst over de huidige “keizers”: de bijna dictatoriale machthebbers in de Verenigde staten, Rusland, Turkije enzovoort. Laat de geschiedenis over hen oordelen. Ze hebben misschien politieke idealen maar vooral: ze hebben een enorm ego. En ik ben bang dat ze weinig of geen goede raadgevers hebben. Mensen met een enorm ego, een ego dat blind maakt, zijn denk ik vooral gevaarlijk.

Maar de echte helden, of misschien wel heiligen, werken in de gezondheidszorg. Ze werken omdat ze het beste voor hun medemens willen. En helden zijn ook de mensen met een bedrijf die er niet op uit zijn om nog meer winst te maken, maar die proberen om op hun manier een steentje aan deze crisistijd bij te dragen, door met man en macht en veel inventiviteit mondkapjes of beademingsapparaten te maken of door vaccins te ontwikkelen. En nog meer: zij die de vluchtelingen niet vergeten en die tegen de tijdgeest in proberen om ook hun leven draaglijker te maken. En hopelijk zullen er grote geesten zijn, of nog opstaan, die de mogelijkheden die deze tijd biedt om de samenleving menselijker in te richten gaan benutten. Ik hoop dat er ooit voor die mensen standbeelden worden gehouwen. Net als in de negentiende eeuw dat voor Keizer Frederik Barbarossa gebeurde. En mogen zij ook, net als Frederik II in 1994, op een postzegel worden weergegeven, zodat er vaker aan hen wordt gedacht. En bidden tot de heilige Anno zal vast geen kwaad kunnen maar als je wilt bidden zou ik dat op een andere manier doen.

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rooms-Duits keizer Heinrich IV

De tweede helft van de elfde eeuw was een tijd van kerkelijke hervormingen in gebieden die tot het Rooms-Duitse rijk behoorden.  Het was het begin van de investituurstrijd en het begin van de steeds groter wordende macht van het pausdom. In deze tijd werd ook de eerste kruistocht georganiseerd. Het was de tijd van keizer Heinrich IV. Wat hielden die kerkelijke hervormingen in?

  • Investituurstrijd: wie mag er bisschoppen benoemen, de paus of de koning.
  • Simonie: de praktijk van de verkoop van kerkelijke ambten wordt verboden
  • Priesters moeten ongehuwd zijn
  • Strenge leefregels, niet alleen in de kloostergemeenschappen (Cluny, Hirsau) maar ook bij de overige clerus.

Toen ik me met het leven van deze Rooms-Duitse keizer ging bezig houden vielen me al snel enkele overeenkomsten op met een van zijn illustere opvolgers: Frederik II. Die leefde zo’n 150 jaar later.

  • Heinrich IV moest het al snel zonder zijn vader Heinrich III stellen. Deze had hem voor de zekerheid al op zijn vierde verjaardag tot koning en daarmee als opvolger laten benoemen, maar het koningschap zou worden waargenomen tot hij 14 was door zijn moeder, koningin Agnes. Heinrich IV werd ontvoerd door de bisschop van Keulen en groeide vervolgens op onder diens toezicht.
  • De moeder van Frederik II nam het koningschap van haar zoon waar omdat haar man al snel overleed. Frederik II werd opgevoed door veel geleerden aan zijn hof in het koninkrijk Sicilië. Een kardinaal zorgde in naam van de paus voor zijn geestelijke ontwikkeling.

Ook in het latere leven zijn er enkele parallellen. De meest opvallende parallel: beide koningen kregen het op een gegeven moment aan de stok met een of meer pausen. Hieronder een samenvatting van het boek van Tilman Struve over deze tijd aan de hand van het leven van Heinrich IV, aangevuld met dingen die ik vond in een uitgebreide site op de Duitstalige wikipedia.

Heinrichs jeugd tot aan zijn ambtsaanvaarding

palts-goslar

De palts in Goslar, tegenwoordig is het een museum

Op 11 november 1050 beviel Agnes van Poitou, de tweede vrouw van keizer Heinrich III, van de langverwachte troonopvolger in het keizerlijke paleis van Goslar. Al op Kerstmis 1050 had Heinrich III de volwassenen die aanwezig waren, trouw laten zweren aan de nog ongedoopte zoon. Tijdens de volgende Pasen in Keulen doopte aartsbisschop Hermann van Keulen het kind en gaf hem de naam van zijn vader:  Heinrich. De keuze van abt Hugo von Cluny als peetvader was een uitdrukking van de nauwe banden van de Salische familie met de belangrijkste religieuze stroming van die tijd. Op 17 juli 1054 zalfde aartsbisschop Hermann Heinrich, die nog geen vier jaar oud was, in Aken tot koning.

karlschrein-heinrichIV

Op de Karlschrein van Aken uit de twaalfde eeuw staan een aantal afbeeldingen van Rooms-Duitse koningen die daar gekroond zijn, waaronder een afbeelding van Heinrich IV

Met Kerstmis 1055 werd de troonopvolger verloofd met de een jaar jongere Bertha van Turijn.  Vader Heinrich III stierf in 1056. Als vertegenwoordiger van de minderjarige koning leidde zijn moeder Agnes van Poitou de regering. Toen paus Victor II in de zomer van 1057 stierf, verloor regentes Agnes haar belangrijkste helper. Tegelijkertijd werd de verbinding met de kerkhervormingskrachten in de Romeinse Curie verbroken. De invloed van de niet adellijke koninklijke ministerialen in de omgeving van de keizerin nam toe. De ministeriëel Kuno nam de opvoeding van de jonge koning over. Ook andere ministerialen kregen politieke invloed. De hoge adel en geestelijkheid zag zich al snel niet meer voldoende betrokken bij de regering. Als politiek adviseur had Agnes in 1058 bisschop Heinrich van Augsburg binnen gehaald. Invloedrijke mannen zoals de nieuwe aartsbisschop Anno van Keulen of aartsbisschop Siegfried van Mainz voelden zich genegeerd.

kaiserswerth palts

De ruïne van de palts van Kaiserswerth

Begin april 1062 verbleef Heinrich IV bij zijn moeder in de palts in Kaiserswerth (tegenwoordig een district van Düsseldorf). Daar ontmoetten ze beiden Anno II van Keulen. Na een gezamenlijk feest nodigde Anno de elfjarige jongen uit voor een bezoek aan een prachtig schip dat hij aan de Rijn had afgemeerd. De kroniekschrijver Lampert von Hersfeld beschrijft wat Heinrich ervoer toen hij het schip betrad:

‘Zodra hij het schip was binnengekomen, omsingelde de helper van de aartsbisschop hem, de roeiers zetten zich snel schrap, wierpen zich met al hun kracht in de gordel en voeren het schip razendsnel naar het midden van de stroom. De koning, verbluft door deze onverwachte gebeurtenissen, dacht dat men hem wilde vermoorden, en hij stortte zich voorover in de rivier. Hij zou verdronken zijn als graaf Ekbert niet in het water was gesprongen. Hij kon hem ternauwernood redden en terug brengen naar het schip.’

Anno leidde de koning vervolgens naar Keulen en chanteerde keizerin Agnes om de keizerlijke insignes aan hem te geven. De aartsbisschop van Keulen nam Heinrichs opvoeding over. Hij leidde tegelijk de regering van het rijk. Onder zijn leiding begon de vastberaden uitbreiding van de Keulse kerk. Op 14 juli 1063 bepaalde Anno  dat het negende deel van alle inkomsten van het rijk en de koning naar de kerk in Keulen zou worden overgebracht. Op de hofdag van Mainz eind maart 1065 ontving Heinrich de “Schwertleite” als een teken van juridische volwassenheid en het vermogen om politiek te mogen handelen. De drager van het schild was Gottfried der Bärtige, ooit een belangrijk rivaal van zijn vader. Met deze demonstratieve daad beloofde hij onderwerping en loyaliteit. Hoe moeilijk Heinrichs relatie met zijn opvoeder Anno was, werd direct na het ceremonieel aangetoond. Zodra de ceremonie voorbij was, wilde de jonge koning hem aanvallen. Zijn moeder kon hem slechts ternauwernood tegenhouden.

De eerste regeringsjaren

Aan het begin van zijn onafhankelijke heerschappij deed Heinrich een aantal ongebruikelijke schenkingen. Hij droeg twaalf keizerlijke kloosters over aan geestelijke en wereldlijke prinsen. Hiermee wilde hij goodwill richting de adel tonen.  De frequente veranderingen in de invloedssfeer aan het koninklijk hof leidden ertoe dat de omgeving van Heinrich IV werd gezien als een voortdurende plaats van verdachtmakingen en laster. In 1066 zorgde Anno von Köln ervoor dat Heinrich trouwde met Bertha van Turijn, een jaar jonger, met wie hij al tien jaar verloofd was. Maar al in 1069 probeerde Heinrich van zijn vrouw te scheiden. De historicus Bruno von Merseburg meldt dat de koning een helper had aangesteld om Bertha tot overspel te dwingen. De koningin doorzag de intriges en liet haar man, die getuige wilde zijn van het overspel, met stoelpoten en stokken in elkaar slaan. Tijdens een bijeenkomst in Worms verklaarde Heinrich dat  hij niet langer met zijn vrouw in een echtelijke verbintenis kon wonen.  Een bijeenkomst in Frankfurt, gepland voor oktober 1069, moest de zaak verduidelijken. Paus Alexander II stuurde de zeer gerespecteerde Peter Damiani, die de koning vervolgens dreigde met excommunicatie als hij niet zou inbinden. Ook dreigde hij er mee dat hij nooit door de paus tot keizer zou worden gekroond. Heinrich gaf toen toe.

De Saksische oorlogen

In Saksen had Heinrich IV overal keizerlijke paltsen laten bouwen en hij liet ze besturen door zijn eigen vertrouwelingen.  Dit stuitte op bitter verzet van de Saksen. De lokale bevolking moest diensten verlenen – voor vreemden die zelfs onvrije ministerialen waren. De resulterende conflicten leidden tot de beschuldiging dat Heinrich het Saksische stamrecht schond en hun vrijheid bedreigde. Na verschillende klachten nodigde Heinrich de Saksische prinsen in 1073 uit om in Goslar de kwesties te bespreken. De Saksen, zo meldt Bruno over de Saksische oorlog, verschenen op de afgesproken dag voor de Palts, maar moesten tevergeefs wachten op toelating. De Saliër bracht de dag liever door met dobbelen, ondanks het feit “dat er zoveel belangrijke mannen voor zijn deur stonden te wachten, alsof ze de laagste dienaren waren”. De Saksen bleven de hele nacht volharden totdat uiteindelijk een van de koninklijke hovelingen meedeelde dat de koning niet meer in het kasteel aanwezig was. Dit was de druppel. De Saksen kwamen ’s nachts bijeen in een kerk en zwoeren liever de dood te ondergaan dan deze schande te accepteren. Om het verzet op een brede basis te brengen, riepen de Saksen eind juli 1073 in Hoetensleben een tribunaal bij elkaar, waarin de klachten over de uitoefening van het koningschap moesten worden besproken. Otto von Northeim beschuldigde de koning van het laten bouwen van talrijke paltsen. Met dit beleid leek de koning de vernietiging van de Saksische vrijheden voor ogen te hebben. Ze wilden de koning afzetten. Toen de Saksen met een legermacht voor de Harzburg verschenen, zag de koning zich gedwongen te vluchten. Heinrich moest water bij de wijn doen. In de vrede van Gerstungen in februari 1074, in aanwezigheid van 15 bisschoppen, werd besloten dat hij zijn kastelen in Saksen en Thüringen zou vernietigen, alle confiscaties ongedaan zou maken en de Saksische wet zou erkennen. De rust van Gerstungen bleef echter tijdelijk. Saksische boeren wilden dat de Harzburg snel werd afgebroken en namen zelf het initiatief. Toen het kasteel werd verwoest, werden de graven van de Saliërs, onder wie een broer en zoon van Heinrich die daar begraven waren, geschonden. De koning eiste wraak en kreeg nu steun in grote kringen. In zijn campagne tegen de Saksische opstandelingen wist Heinrich een groot leger op de been te brengen. Op 9 juni 1075 behaalde hij een volledige overwinning in de Slag bij Homburg an der Unstrut. Heinrich kon aan het einde van het jaar kerst vieren in Goslar. Hij slaagde erin de prinsen die zich daar hadden verzameld te verplichten om niemand minder dan zijn zoon Konrad, geboren op 12 februari 1074, als zijn opvolger te kiezen.

De Gregoriaanse hervormingen

Met Pasen 1059 vond onder leiding van paus Nicolaas II een Lateraanse synode plaats. Het belangrijkste resultaat was het pauselijk verkiezingsdecreet: de kardinalen hadden nu een beslissende rol bij de verkiezingen, niet meer zoals gebruikelijk de diverse adellijke families in Rome. Ook smeedde hij een alliantie met de voorheen fel bevochten Noormannen in de laars van Italië. De Normandische prinsen Richard van Capua en Robert Guiscard ontvingen de gebieden die ze als pauselijke leengoederen hadden veroverd als leen. (Robert Guiscard was trouwens een overgrootvader van de latere keizer Frederik II.) Vanuit Cluny was er nog eerder een kloosterhervorming op gang gekomen en een aantal aspecten van die hervormingen wilde de paus ook bij de rest van de clerus invoeren. Geestelijken werden gedwongen om kerkelijke normen in acht te nemen. Toen keizerin Agnes aartsbisschop Siegfried van Mainz, die in 1060 was aangesteld, aan de paus vroeg om het pallium te sturen, werd haar verzoek afgewezen. Siegfried werd door de paus verzocht om het pallium persoonlijk op te komen halen in Rome. Dit was een belediging. De spanningen tussen paus en bisschoppen namen toe. Eind oktober 1061 accepteerde het koninklijk hof de verkiezing van bisschop Cadalus van Parma tot paus, die de naam Honorius II aannam. Maar een maand eerder, op 30 september 1061 had de hervormingspartij in Rome bisschop Anselmus von Lucca al tot Alexander II verheven. Deze hervormingspartij werd gesteund door aartsbisschop Anno van Keulen. Daarmee begon de investituurstrijd, want hiermee werd de tot dan nog goede relatie tussen het rijk en het pausdom ondermijnd. In 1072 waren er in het aartsbisdom Milaan  bloedige conflicten over de uitvoering van de kerkhervorming. Na het aftreden van de aartsbisschop benoemde Heinrich een nieuwe kandidaat. De paus gaf echter de voorkeur aan een andere kandidaat en beschouwde de koninklijke maatregel als een belediging en excommuniceerde vijf adviseurs van de koning op beschuldiging van simonie. (Het kopen van kerkelijke ambten). Het openlijk uitbreken van het conflict werd voorkomen door de dood van paus Alexander in april 1073. Onder woelige omstandigheden en tegen de regels van het pauselijk verkiezingsdecreet in werd Hildebrand, die zichzelf Gregorius VII noemde, zijn opvolger.  Dit zou de meest geduchte tegenstander van Heinrich IV blijken te zijn.

gregoriusVII-wohlgemut1493

Gregorius VII, tekening van Wohlgemut 1493, Rijksmuseum Amsterdam.

Het eerste conflict met de paus

Overmoedig geworden door zijn overwinning op de opstandige Saksen, begon Heinrich een uiterst actief Italiaans beleid dat niet samenviel met de pauselijke belangen. Op 28 september 1075 stelde de koning de geestelijke Tedald aan als aartsbisschop in Milaan, zonder rekening te houden met de pauselijke wil. Daarna volgden verdere provocerende personeelsbesluiten voor de bisdommen Fermo en Spoleto. Op nieuwjaarsdag 1076 kreeg hij een brief van paus Gregorius VII waarin deze klaagde over de maatregelen van de koning en gehoorzaamheid eiste. Heinrich publiceerde de bedreigingen van de paus en riep de bisschoppen van het rijk bijeen in Worms. Door publiekelijk te reageren op de vertrouwelijke waarschuwing van de paus, schond hij de praktijk van conflictbeheersing en veroorzaakte hij escalatie.  Op deze hofdag op 24 januari 1076 formuleerde de koning, samen met de twee aartsbisschoppen Siegfried von Mainz en Udo von Trier, evenals nog eens 24 bisschoppen, drastische beschuldigingen tegen Gregorius VII die vanwege een eedbreuk nooit tot paus had mogen worden gekozen. Om de conclusie te onderstrepen dat Gregorius geen legitieme paus was, werd zijn doopnaam Hildebrand gebruikt. In zowel de begin- als de eindformule maakte Heinrich een stevige verwijzing naar zijn eigen ambt dat hij door goddelijke genade had ontvangen. Hij was uitsluitend verantwoording aan zich zelf en aan God schuldig. De lange lijst met beschuldigingen eindigt met de uitnodiging: “Ik Heinrich, koning bij de gratie van God, zeg je samen met al mijn bisschoppen: Treed af, treed af!” Gregorius VII was niet onder de indruk van de gebeurtenissen in Worms. Op 22 februari 1076 excommuniceerde hij de koning en bevrijdde alle christenen van de eed van trouw die ze ooit aan Heinrich hadden gezworen. Deze maatregelen hebben de tijdgenoten diep geraakt, hun geweldige effect is duidelijk in de woorden van Bonizo von Sutri: “Toen het nieuws van de excommunicatie van de koning de mensen ter ore kwam, beefde onze hele wereld.” De paus zette vervolgens de voorzitter van de synode in Worms, aartsbisschop Siegfried van Mainz, af, evenals een kardinaal die naar de koning en de volgelingen van Heinrich was overgelopen.  Er werden tevens andere bisschoppen naar Rome gedagvaard om zich voor de paus te verantwoorden. Heinrich ontving het nieuws van zijn excommunicatie en afzetting door de paus tijdens Pasen in Utrecht. Bisschop Wilhelm van Utrecht, die een van Gregorius hardste critici in Worms was geweest, en enkele van de bij Worms betrokken bisschoppen stierven korte tijd later. Na een blikseminslag brandde de kathedraal van Utrecht uit. De tegenstanders van Heinrich beschouwden deze gebeurtenissen als een teken van Gods toorn. In een document staat dat de kathedraal was afgebrand “vanwege onze zonden“. De steun van Heinrich nam na Pasen snel af. Na korte tijd namen de aartsbisschoppen van Mainz en Trier evenals de bisschoppen van Straatsburg, Verdun, Münster, Utrecht, Speyer, Basel en Konstanz, die de koning in Worms nog hadden gesteund, afstand.  Anderen hadden een afwachtende houding. Een voor Pinksteren bestemde hofdag, waarop paus Gregorius zou moeten worden afgezet, werd wegens gebrek aan deelname niet succesvol. De drie machtige hertogen van Zuid-Duitsland, Welf van Beieren, Rudolf von Schwaben en Berthold van Karinthië, bundelden hun krachten al vroeg tegen Heinrich. Ze zagen nu hun kans schoon. De oppositie die zij leidden, verenigde zich met de Saksische tegenstanders . Tijdens een grote hofdag spraken ze over de toekomst van Heinrich IV. Uiteindelijk kreeg hij te horen dat hij nog één kans had, als hij binnen een jaar de excommunicatie door de paus ongedaan zou kunnen maken.

De gang naar Canossa

Heinrich beloofde de paus op te zoeken. Gezien het ultimatum moest hij in de winter van 1076/77 naar Italië  gaan om contact op te nemen. De vijandelijke hertogen Welf van Beieren, Rudolf von Schwaben en Berthold van Karinthië hadden echter de Alpenpassen bezet. Hierdoor bleef alleen het gevaarlijke pad over de Mont Cenis in Bourgondië over. Lampert von Hersfeld vertelt over de winterreis door de westelijke Alpen op een dramatische wijze:  De koninklijke familie klom met een klein gevolg over de pas. De mannen kropen op handen en voeten, de vrouwen werden met runderhuiden over het ijs gesleurd, de meeste paarden stierven of raakten ernstig gewond.  Na het nieuws dat de verbannen koning in de buurt was, ging paus Gregorius naar het kasteel van Canossa, Dit kasteel behoorde toe aan zijn partijgenoot Mathilde van Tuscia, die zou bemiddelen. Heinrich kwam niet als leider van een militair contingent. In plaats daarvan bracht hij drie dagen in berouwvolle kleding door, op blote voeten en zonder een teken van macht. Met tranen van berouw smeekte hij om genade.  Zijn peetvader abt Hugo von Cluny en markgravin Mathilde traden op als bemiddelaars voor de verzoening. Heinrich werd op 28 januari in het kasteel binnen gelaten.

canossa

Heinrich IV die knielt voor Mathilde in het bijzijn van Gregorius VII

Hij bekende schuld, vroeg om vergeving en vierde met de paus, Mathilde, Hugo von Cluny en nog enkele hooggeplaatsten samen de eucharistie. Een laatste gezamenlijke maaltijd moest aantonen dat ze elkaar in de toekomst vreedzaam en vriendelijk wilden behandelen. Maar bisschop Anselm van Lucca, ook aanwezig,  merkte  op dat Heinrich IV bij die maaltijd zweeg, geen eten aanraakte en met zijn vingernagel op het tafelblad krabde. Een gewone maaltijd vertegenwoordigt een rechts-rituele handeling. Zo gaf de koning indirect al aan dat hij zich niet zonder meer wilde houden aan zijn beloften: hij at niet mee, dus beloofde niks…

Een tegenkoning

Alles zou nu koek en ei hebben kunnen zijn, de koning werd weer door de paus geaccepteerd, maar zo dacht niet iedereen er over.  In maart 1077 verzamelden een aantal bisschoppen en hertogen zich in Forchheim.  En daar kozen ze een tegenkoning: Op 15 maart werd Rudolf von Schwaben verheven tot de rechtvaardige “koning, leider en beschermer van het hele rijk”. Volgens de adel moest degene die het best geschikt was voor het welzijn van het rijk worden gekozen. En dat was volgens hun niet Heinrich IV, Gregorius nam een afwachtende houding aan bij het geschil over de troon. De paus stond er op te onderzoeken welke koning het recht had om te regeren. Heinrich wilde niet meewerken aan een onderzoek naar zijn antecedenten en rechten. Toen legde Gregorius Heinrich in 1080 opnieuw excommunicatie op en tegelijk verscherpte hij de eerdere regel dat alleen de paus bisschoppen mag aanstellen. Heinrich ontstak in woede en liet een aantal van de samenzweerders veroordelen wegens verraad. Hij verklaarde hun leengoederen verbeurd. Na enkele schermutselingen vond op 15 oktober 1080 in Thüringen aan de Elster een beslissende strijd tussen de twee koningen plaats. Het leger van Heinrich werd verslagen, maar Rudolf raakte gewond en stierf een paar dagen later. Het feit dat Rudolf zijn rechterhand (de eedhand) in zijn dodelijke wond had verloren, leek Heinrichs volgelingen een oordeel van God. In hun ogen was dat het resultaat van de schijnbare geloofsschending van een verrader. Na de dood van de vijandige koning besloot de Saliër de kathedraal van Speyer fundamenteel te laten herbouwen. Behalve Agnes werden al zijn voorouders, die hem, naar zijn mening, het recht hadden gegeven om te regeren onder de goddelijke wil, begraven in de kathedraal van Speyer. De kathedraal met haar beschermheilige Maria zou Heinrichs belangrijkste wapen worden in de strijd tegen de Gregoriaanse kerkhervormers en tegen de oppositie van de adellijke tegenstanders in het rijk. In een bouwperiode van twintig jaar werd onder leiding van bisschop Bennos II van Osnabrück het grootste gebouw van de toenmalige christelijke wereld van het Westen gebouwd. Het hele oostelijke deel van de kerk werd herbouwd, alle andere delen werden aanzienlijk veranderd. Met het nieuwe gebouw bedankte hij de hemelse machten voor hun steun.

speyer

Het afzetten van de paus en verdere conflicten in Italië

Het investituursverbod was ook de meerderheid van het “Reichsepiskopat” in Bamberg en Mainz een doorn in het oog en zij plaatsten zich nu duidelijk achter de koning door de gehoorzaamheid aan Gregorius op te geven. Alleen al in Mainz wilden 19 bisschoppen een nieuwe paus kiezen.  In juni 1080 werd op de synode in Brixen een regenpaus gekozen en werd de start van een canonieke procedure tegen Gregorius bepaald. Er moest een nieuwe paus komen. De keuze viel op Wibert, aartsbisschop van Ravenna sinds 1072, die de naam Clementius III aannam. Intussen vertrok Heinrich IV met een leger richting Rome. Rond Pinksteren 1081 bereikte hij de stadsmuren. Daar kwam men niet verder. Het leger kampeerde enkele weken buiten Rome en verwoestte intussen de omgeving. Door het begin van de zomerhitte moesten ze zich weer  terugtrekken. Uiteindelijk slaagde Heinrich er pas in 1084 in om de stad in te nemen. 13 kardinalen hadden zich in Rome aangesloten bij de oppositie tegen Gregorius VII. Zij weigerden Gregorius compromisloze houding en zijn autocratische stijl van regeren te accepteren. Gregorius VII trok zich terug in Castel Sant’Angelo. Op 21 maart 1084 werd een synode bijeengeroepen, die Gregorius de pauselijke waardigheid ontzegde en hem excommuniceerde. Hij had zich schuldig gemaakt aan majesteitelijke misdaad door Rudolf, de tegenstander, te erkennen. Daarop werden Heinrich en zijn vrouw als keizer en keizerin door  de nieuwe paus op paaszondag 1084 gekroond. Dit moment wordt beschouwd als het hoogtepunt van de regering van Heinrich IV. Op 24 mei 1084 werd het diploma “A deo coronatus” geschreven. De keizer was nu officieel slechts verantwoording schuldig aan God, niet aan de paus.  Gregorius VII intussen hoopte op de tussenkomst van de Normandische hertog Robert Guiscard, voor wie een sterke keizerlijke macht in Italië een bedreiging vormde voor de consolidering van het Normandische bewind. De Noormannen namen Rome in op 28 mei 1084 en het leger van Heinrich vluchtte de stad uit. De troepen van Robert Guiscard bevrijdden Gregorius, plunderden de stad en staken Rome in brand. Vanwege de daaropvolgende onrust verliet Gregorius de stad met een klein gevolg en trok zich terug in Salerno. Daar stierf hij op 25 mei 1085. Heinrich trok zich binnen enkele weken terug in Pisa en kondigde aan zijn volgelingen ten noorden van de Alpen aan dat hij spoedig in Regensburg zou verschijnen. Hij liet zijn minderjarige zoon Konrad in Noord-Italië achter om de aanwezigheid van het Salische koningschap te verzekeren. Rond het midden van 1084 was Heinrich teruggekeerd naar het noordelijke deel van het rijk. In Mainz  dwong hij zijn investituursrecht af. Daarna keerde hij zich tegen bisschop Hermann von Metz. Bisschop en stad onderwierpen zich aan de naderende keizer. Niettemin werd Hermann in mei 1085 ontheven van zijn ambt op een synode in Mainz. Vijftien andere Gregoriaanse bisschoppen werden afgezet en er werd vrede gesloten. In 1087 liet Heinrich zijn zoon Konrad in Aken tot koning kronen en probeerde zo de opvolging van iemand uit het Salische huis veilig te stellen. In hetzelfde jaar stierf zijn vrouw Bertha. Rond 1090 vaardigde Heinrich het eerste beschermingsprivilege uit voor de Joden van Worms, gebaseerd op eerdere Karolingische bepalingen. Dit voorrecht plaatste de joden onder de speciale bescherming van de koning en regelde hun rechten in de omgang met christelijke inwoners. In 1090 verleende Heinrich ook de joden van Speyer een voorrecht.In Italië was de situatie voor de koning verslechterd. In 1090 verenigden zijn Noord- en Zuid-Italiaanse tegenstanders zich. De nieuwe strijdmacht in Italië was voor Heinrich aanleiding om in 1090 zijn derde Italiaanse reis te maken. Na een belegering van meer dan een jaar nam Heinrich Mantua in en vierde daar Pasen in 1091. Vier opeenvolgende tegenslagen gooiden roet in het eten. Eerst lukte het hem niet om Canossa in te nemen. In het voorjaar van 1093 liet zijn oudste zoon Konrad zich in Milaan tot koning van Italië kronen en nam contact op met paus Urbanus II, die hem de keizerlijke kroon aanbood. Door met een dochter van de Normandische graaf Roger te trouwen, integreerde Urbanus hem volledig in het pauselijke netwerk. De derde tegenslag: Heinrichs tweede vrouw Praxedis (Adelheid) sloot zich aan bij de Italiaanse tegenstanders. En de vierde tegenslag: alle Alpenpassen werden afgesloten en zo moets Heinrich noodgedwongen maar liefst drie jaren in Noord-Italië blijven. In deze periode reisde paus Urbanus naar het zuiden van Frankrijk en organiseerde vanaf daar de eerste kruistocht.

De laatste regeringsjaren

Ondertussen verspreidden de ideeën van de Gregoriaanse hervorming zich verder door het rijk. Het idee van hervorming verspreidde zich onder de adel en leidde tot een nauwe band tussen de adel-vorstelijke oppositie en de kerkhervormingsbeweging, vooral in Zwaben en Saksen.  Maar nog steeds ging ook dit niet zonder problemen. Toen kwam Heinrich terug. Hij toog naar Regensburg om pinksteren te vieren en organiseerde er tegelijk een hofdag. Daar ondernam hij actie tegen aartsbisschop Ruthard van Mainz omdat deze de joden onvoldoende bescherming had gegeven tegen pogroms die verband hielden met het begin van de eerste kruistocht. Ruthard moest zich vervolgens terugtrekken in Thüringen en probeerde de oppositie tegen de koning van daaruit alsnog  te organiseren. In 1098 slaagde Heinrich erin om de adel  toestemming te laten geven voor de onterving van zijn zoon Konrad op de Mainzer synode. Konrad kreeg geen koningschap en erfenis meer. De in 1086 geboren zoon Heinrich V werd op 6 januari 1099 in Aken gekroond. Heinrich V legde de eed af dat hij tijdens zijn leven nooit met geweld het rijk of de vaderlijke goederen in bezit zou nemen. Paus Urbanus II stierf in Rome op 29 juli 1099 en Paschalis II werd door de kerkhervormers gekozen als zijn opvolger. De tegenpaus Clementius III stierf op 8 september 1100. Vanaf dat moment werd het investituursrecht van de koning opnieuw het brandpunt van het conflict tussen de keizer en de paus. Paschalis II probeerde de volgende jaren de Duitse vorsten voor zich te winnen. Heinrich IV werd rond de eeuwwisseling oorlogsmoe en zette zich in toenemende mate in voor het bewaren van de vrede. In 1103 werd in Mainz een uitgebreide landvrede aangekondigd. Een aantal van de machtigste vorsten van het rijk, Welf V van Beieren, Berthold II van Zahringen en Friedrich I van Zwaben, sloegen de handen ineen met Heinrich IV en sloten vrede in het hele rijk. Oorlogshitsers werden bedreigd met zware fysieke straffen, ongeacht hun status. Naast geestelijken werden kooplieden en joden opgenomen in de vredeshandhaving.

De zoon Heinrich V

Maar ja: Heinrich IV koos een nieuwe bisschop in Maagdenburg en men wilde die niet accepteren.  Hij besloot tot een strafexpeditie en nodigde zijn zoon Heinrich V uit om er aan deel te nemen. In november 1104 had deze zich bij het leger van zijn vader gevoegd. Maar op 12 december 1104 verliet zoonlief het leger en  ging naar Regensburg, waar hij met zijn volgelingen Kerstmis vierde. In het voorjaar van 1105 verbleef hij twee maanden in Saksen en toonde zich bereid om de kerk verder mee te helpen hervormen  op basis van Gregoriaanse ideeën door de bisschoppen. De door zijn vader aangestelde bisschoppen verving hij door hervormingsgezinde bisschoppen.  In Quedlinburg ging hij op Palmzondag blootsvoets de stad binnen, waarmee hij zijn nederigheid (humilitas) demonstreerde, een elementaire christelijke deugd van heersers. Zijn verblijf werd afgesloten met de viering van het Pinksterfeest in Merseburg . Eind oktober 1105 arriveerde deze Heinrich V in Speyer, het centrum van de Salische heerschappij, met de grootste Romaanse kerk die er bestond. Hij slaagde er in om Speyer in te nemen met de hulp van de voogd aldaar. Hij benoemde Gebhard, de abt van Hirsau, een van de ergste tegenstanders van Heinrich IV, als nieuwe bisschop. In de herfst van 1105 stonden de legers van vader en zoon tegenover elkaar.  Vanuit Beieren stuurde Heinrich V boodschappers naar paus Paschalis en vroeg om advies over de eed die hij aan zijn vader had afgelegd en die hij nu zou breken als hij tegen zijn vader zou gaan vechten. De paus stuurde hem de apostolische zegen. Hij beloofde Heinrich V absolutie in het Laatste Oordeel als hij een rechtvaardige koning en leider van de kerk wilde worden. Maar door het verantwoordelijkheidsgevoel van de adel kwam het uiteindelijk niet tot een beslissende strijd. De vorsten van beide kanten begonnen vredesbesprekingen. Met Kerstmis 1105 werd besloten om het geschil op te lossen op een rechtbankdag in Mainz. Heinrich V was klaar voor bekering en verzoening, de vader drukte hem met tranen tegen zijn borst en ontbond zijn leger. Zijn zoon spoorde hem toen aan om naar kasteel van Böckelheim te gaan voor zijn bescherming. Heinrich IV was nog maar net bij het kasteel aangekomen of hij werd gevangen genomen. Zijn bewaker was Gebhard, de nieuwe bisschop van Speyer. Hij dwong hem om hem de koninklijke insignes te overhandigen. Het controversiële probleem of en hoe een keizer te verdrijven was opgelost. De overgang naar macht was nu mogelijk zonder oorlog en bloedvergieten. Tijdens een prinselijke bijeenkomst in Ingelheim op 31 december 1105 moest Heinrich IV onder zware druk van de adel afstand doen van de troon. Op 5 januari 1106 werd  zijn zoon als Heinrich V tot koning gekozen in Mainz.

De dood van Heinrich IV

Eind januari of begin februari 1106 wist de oude keizer uit Ingelheim weg te komen en wilde opnieuw het verzet organiseren. Na een veelbelovend begin werd hij echter ziek en stierf op 7 augustus 1106 in Luik. Daar ontving hij een eervolle begrafenis in de kathedraal. Heinrich V liet het lichaam van zijn vader op 24 augustus weer opgraven en naar Speyer brengen om daar in de Mariendom te worden herbegraven.

graf HeinrichIV Speyer

Het graf van Heinrich IV in Speyer

Nawoord

Tijdens een groot deel van het leven van Heinrich IV waren er godsdienstige twisten. Waar hij en zijn vader Heinrich III aanvankelijk achter de kerkhervormers stonden, werd hij steeds meer de vertegenwoordiger van de tegenstanders van deze vernieuwingsbeweging. Maar meer nog dan dat was het dat hij geen gezag behalve dat van God wilde erkennen en daarmee steeds in de clinch kwam met de pausen, die juist steeds meer gezag opeisten. Het is niet eenvoudig om het bewind van deze keizer te duiden. Hij heeft zich ingezet voor de rechten van de joden in een tijd dat dat niet normaal was. Zoals later Frederik II de moslims altijd eerbiedwaardig behandelde. Hij was in staat boete te doen, zoals we dat zien bij de befaamde “Gang naar Canossa”. Maar tegelijk was hij sluw en onbetrouwbaar en voortdurend bezig om het koninklijk gezag veilig te stellen en liefst ook uit te breiden. De kerkhervormingen met als doel het uitbannen van de verkoop van kerkelijke ambten en het verbeteren van de zeden werkte hij uiteindelijk alleen maar tegen. Zowel hij als ook zijn tegenstanders waren behoorlijk oorlogszuchtig. Uiteindelijk werd hij verraden door zijn jongste zoon, die zich leek aan te sluiten bij de kerkhervormingen en de macht van de paus leek te gaan eerbiedigen, maar ook die zoon kwam uiteindelijk met de paus in conflict en net als zijn vader toog ook hij naar Rome om het keizerlijk oppergezag af te dwingen. Hij was de laatste Saliër. De investituurstrijd zou ook bij de daaropvolgende dynastie, die van de Hohenstaufen, voortduren en bij Frederik II tot een zo mogelijk nog bitterder conflict met Rome leiden. ·

  • Salierzeit im Wandel. Zur Geschichte Heinrichs IV. und des Investiturstreites,
    Tilman Struve, 2006 Böhlau Verlag Köln Weimar Wien, ISBN 978-3-412-08206-2
    ·
  • wikipedia.de 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | 1 reactie

Rekenen en taal

Mijn vrouw geeft aan mijn oudste kleinzoon drie dagen in de week les, dat wil zeggen ze helpt hem met zijn huiswerk. Dat is allemaal erg goed en duidelijk geregeld op zijn school. Hij vindt alles leuk, behalve rekenen. Alles gaat met plaatjes en die plaatjes vindt hij op zich veel interessanter dan de er achterliggende som. Hij wil snel weten wat het trucje is en dan: klaar. Maar helaas, dat trucje is niet steeds hetzelfde. Hoe kun je hem op een speelse manier toch inzicht geven? We hebben daarom op initiatief van mijn vrouw winkeltje gespeeld met zijn allen. Iedereen vond het leuk, behalve hij, om wie we het deden… Hij doet zijn best, maar slechts met vrolijke tegenzin doet hij mee. Deze ingang blijkt niet te werken. Maar al het taal- en schrijfwerk gaat goed en dat vindt hij ook leuk.

-‘Opa, kun jij dit lezen?’
Hij liet me een pagina zien met een door hem zelf handgeschreven tekst.
-‘Poe, dat vind ik lastig.’
Ik begon snel hardop te lezen en bewoog intussen met mijn vinger mee. Ik las met veel expressie alsof er een spannend verhaal stond en probeerde van zijn onzin-stukje iets te maken.
-‘Weet je welke taal dit is?’ vroeg hij mij.
Ik had geen flauw idee.
‘Het is gewoon oud-Nederlands. Dat kun je lastig lezen,’ zei hij triomfantelijk.

Hoe was hij daar nu weer op gekomen? Maanden geleden had ik hem een keer een handgeschreven tekst uit de zestiende eeuw laten zien en hem verteld hoe moeilijk je dat kon lezen. Hij luisterde toen wel, maar kwam er nooit meer op terug. En nu: floep, vanuit het niets! De vorige week heeft hij ook Chinese tekens gemaakt. Die waren wel echt. Er lag een minutieus papiertje met een handleiding in het Chinees, afkomstig van een verder overigens waardeloos Chinees bouwpakket (waar ik het nu niet  over zal hebben) in de kamer.
-‘Wat zijn dat voor tekens?’
-‘Dat is Chinees.’
Dat vond hij blijkbaar zo intrigerend dat hij dat was gaan natekenen.

Een van de huiswerkopdrachten van deze week luidde: “schrijf een brief aan de juf.”
Mijn vrouw vroeg of ik dat met hem in een tekstverwerker wilde doen. OK dan, dat vond hij leuk. Elke zin verzon hij zelf, inclusief leestekens. Na ‘lieve juf Daphne’ – Opa hoe schrijf je Daphne? – kwam er gelijk een concrete vraag aan zijn juf: ‘Ik ben benieuwd of  we nog de x  c  y  q  nog gaan  leren. Ik  kan  gewoon  niet  wachten tot  we  die  letters  gaan   leren.
Met spaties is hij erg gul. De woorden moeten duidelijk los van elkaar staan.
Maar   ik vindt  je gelukig wel lief. Hee vindt jij mij ook lief?
Hoe je vind moet schrijven vroeg hij niet. Hij tikte het in dit geval tot twee keer fout in. Ik denk dat hij al snel wil weten wanneer je het zus of zo schrijft maar ik liet het nu maar even.

Hoe anders is het dus met taal, schrijven en lezen dan met rekenen. Toen hij een tijdje boven was om op het keyboard te spelen viel me opeens op dat ik geen geluid meer hoorde. Ik liep naar boven. Hij had het keyboard uitgezet en lag op de grond te lezen, in mijn studeerkamer. Hij las uit het boek: “Het hof van Willem van Oranje.” Willem van Oranje, die kent hij wel en een foto van zijn portret dat op de voorkant van het boek staat had hij uiteraard gelijk herkend.
-‘Opa wat is een hof?’

Ik vertelde hem over een hofhouding en hoe de mevrouw die het boek geschreven had, had uitgezocht hoeveel mensen Willem van Oranje in dienst had en wat die allemaal zoal deden. En ook wat ze allemaal aten, gewoon door de week of bij een feestje.
-‘So hei!’
Ik vertelde dat Willem van Oranje erg rijk was maar doordat hij ruzie had met de Spaanse koning heel veel dingen die van hem waren moest afgeven. Zelfs hele paleizen. Op de kaft stond ook een afbeelding van zijn paleis in Brussel. Dat vond hij erg indrukwekkend. Dat pikte de koning van Spanje zomaar in.
‘Waren alle mensen toen zo rijk?‘
Ik vertelde dat heel veel mensen heel erg arm waren. Sommigen waren zo arm dat ze helemaal niets te eten hadden en dan werden ze maar soldaat. Dan kregen ze tenminste nog wat te eten.
-‘Dat is niet eerlijk.’
Ik zei dat het ook nu nog steeds niet erg eerlijk verdeeld was over de wereld maar dat het in Nederland gelukkig best wel aardig geregeld was.

Met duplo ging hij een kasteel bouwen, ook buiten in het zand ging hij een kasteel bouwen en ook bij zijn ouders bouwde hij met zijn broertje een kasteel met blokken.

kasteel2

Maar hij ging geen kasteel tekenen. Hij tekende een flink aantal treinen. Onder meer een trein in station “Hollandsche Rading.” Opa, ik heb “Hollandsche Rading met sch geschreven. Dat komt omdat het geschreven is in oud-Nederlands. Samen met broer, zus en moeder was hij bij dat station geweest om treinen te kijken. Daar is trouwens het coronavirus weg…

tekening1Maar hij tekende ook station Rotterdam Centraal en Rotterdam Blaak. In Blaak stonden vijf mensen op het perron. Dat waren hij zelf met broer, zus, opa en oma. Allemaal waren ze treinen aan het kijken.

tekening2

tekening4

-‘Wanneer leefde Schumann?’
Hij speelde op de piano uit “Album für die Jugend” het liedje waar ook “Hij komt, hij komt die goede Sint” op is gebaseerd. En net als bij Schumann speelt hij het liedje met links de melodie en rechts de begeleiding. Ik help hem er helemaal niet mee. Dat wil hij niet. Op zijn eigen en ook op ons keyboard staan heel veel muziekjes. Je tikt een nummer in en dan hoor je een liedje dat vervolgens in een soort repeteermodus wordt herhaald. Dus ook dit liedje. Bij ons tikt hij bijna uitsluitend cijfers in van klassieke muziekstukken en hij vraagt dan aan mij wie dat gemaakt heeft. Dan luistert hij een aantal keren achter elkaar naar de betreffende melodie en vervolgens gaat hij het proberen na te spelen. Allemaal op zijn gehoor. Zo is hij onder meer bezig met de sonate facile van Mozart en met de titelsong van Pippi Langkous. Zijn zusje wordt daar altijd helemaal blij van. ‘Pippi Langkous!’ zegt ze dan glunderend.

Morgenochtend krijgt hij weer rekenles. Dat moet dan maar. Verder heeft hij het reuze naar de zin. Maar wanneer is dat rotvirus nu weg? In ieder geval moet je altijd je handen wassen met zeep. In elke taal schrijf je dat anders.

tekening3

 

 

 

Geplaatst in autisme | Tags: , , , , | 2 reacties

De maan, Venus en het ISS

Nu, eind maart 2020, is het ruimtestation ISS weer een aantal keren goed te zien, vanavond was dat rond 8 uur het geval. We hebben al een hele tijd schitterende, bijna wolkenloze luchten. Venus staat al maanden elke avond in het westen. Al enkele dagen achter elkaar kroop de maan naar hem toe en vanavond staat hij er het meest dichtbij: we zien nu een mooie conjunctie tussen beide hemellichamen. Deze conjunctie werd heel even nog uitgebreider doordat het ISS zich bij het gezelschap voegde. Ik maakte een korte opname, als je een goed scherm hebt zie je al vrij snel het ISS vanuit de horizon omhoog komen. Rechts van Venus. Op het moment dat ik inzoom zie je het station veel beter.

Ik ontdekte onlangs een mooie video waarin André Kuipers op een leuke manier iets vertelt over het verblijf in het ruimte station ISS. Er is van die heel uitgebreide versie een korte kinderversie gemaakt. Mijn oudste kleinzoon vond de gewichtloosheid erg fascinerend, maar hij vond het ook eng. Bij deze heeft hij besloten geen ruimtevaarder te worden! Ik denk dat hij enigszins claustrofobisch is, hij wordt ook panisch van tunnels. Maar hier liep hij niet voor weg maar bleef tot het einde kijken. Hieronder de uitgebreide versie.

Zweven door smalle gangen in een ruimtevaartstation is misschien eng, maar het coronavirus is voor mijn kleinzoon nog veel enger. Ik weet niet wat hij er allemaal van mee krijgt, maar blijkbaar genoeg om er ’s avonds lang bang wakker van te liggen. Deze week bouwde hij eerst van duplo een trein die gereviseerd moest worden. Hij imiteert dan een filmpje waarop dat te zien was. Maar ook bouwde hij een ziekenhuis. In het prachtige boek “Nederland” van Charlotte Dematons staan allerlei tekeningen van plekken in Nederland. Herkenbare plekken, zoals de Blaak in Rotterdam. Er is ook een pagina waarop een ziekenhuis is te zien, met een helikopterplatform op het dak. Je ziet hoe er in de straat een ziekenauto komt aanrijden. Hij fantaseert dan wat er allemaal gebeurd kan zijn. Door de vensters van het ziekenhuis zie je verpleegafdelingen met patiënten.

-‘Opa, hoe gaat dat, een operatie? Kun je me daar een filmpje van laten zien?’
-‘Nee, ik weet niet of die filmpjes er zijn. Maar ik ga ze ook niet zoeken. En elke operatie is weer heel anders. Het doet trouwens geen pijn want de mensen worden verdoofd, dan voel je niets. Maar laten we maar naar iets anders kijken. Volgens mij is dat helemaal niet zo leuk om naar een operatie te kijken.’
-‘Wanneer is dat corona nu weg? Komen er mensen op mijn verjaardag?’
-‘6 juni, ik denk dat we jouw verjaardag wel kunnen vieren. Dat duurt nog een hele tijd. En anders vieren we hem toch gewoon een tijd later?’

Vervolgens begon hij op te sommen wat hij graag wilde hebben voor zijn verjaardag. Ik denk zelf aan een cadeautje dat hij niet opsomde. Verkleedkleren. Hij vind het heerlijk om zich regelmatig een rol toe te eigenen. Koning, bisschop, machinist. Tegen die tijd is er vast weer iets waar hij iets mee kan. En ook zijn broer, maar vooral zijn zusje vinden dat heerlijk. Hij speelt steeds vaker met zijn 3,5 jaar jongere zus. In dat soort fantasiespelletjes vinden ze elkaar. Eergisteren trouwde hij met haar. Zij had een oneindig lange sleep van een oud laken. Statig liepen ze naar het altaar.

Maar gelukkig zijn ze ook weer niet voortdurend met dat virus bezig. Het spelen aan het strandje was een aantal dagen heel goed mogelijk. Er was wel veel wind, maar het was helemaal niet koud. En mijn oudste kleinzoon is steeds meer en langer piano aan het spelen. Nadat hij het begin van de sonate facile van Mozart had gehoord probeert hij dat stuk nu ook te spelen. En Für Elise van Beethoven. En nog een stuk of wat andere deuntjes. Fascinerend om te zien hoe hij al rommelende steeds verder komt..

Boven in het ISS zitten drie astronauten. Ze zaten er al lang voordat het coronavirus een internationale crisis veroorzaakte. In het luchtledige, ver buiten de dampkring. Met een enorme snelheid, maar liefst twaalf keer per etmaal draaien ze in een steeds iets veranderende baan om de aarde. Hele periodes kun je vanuit Nederland het ruimteschip niet zien. Dan opeens zijn er een aantal mogelijkheden. Nu, eind maart dus ook weer. Over een tijd zullen de passagiers afgelost worden door nieuwe astronauten. En ooit zal het ruimteschip afgedankt worden denk ik. De maan en Venus niet. De maan blijft onvermoeibaar haar rondjes rond de aarde draaien. En wij deinen met haar mee in de getijden van eb en vloed. Venus zal eeuwig schitterend als avondster of morgenster aan de hemel blijven staan. Waakzaam, als godin van liefde en kunst. Dingen die we in deze periode hard nodig hebben.

Geplaatst in Astronomie, autisme | Tags: , | 1 reactie

Nederig

Ik was 12 jaar en zat in de brugklas in Roermond. Zes dagen in de week (ja ook de zaterdagmorgen!) gingen we fietsen vanuit Swalmen, vijf kilometer heen, vijf kilometer terug. Dat was geen probleem maar In januari werd het dat jaar wel erg koud. Zo lezen we in de Limburger van 23 januari van dat jaar:

de limburger1

En daar kwam nog een schepje boven op. Op 1 februari werd het nog veel kouder:

de limburger2In onze buurt bevroren al heel snel alle waterleidingen en even later ook de rioolleidingen. Een keer per dag kwam er een tankwagen met water langs en dan mocht je in teiltjes en kannen water tappen. Onze behoefte deden we in de tuin. Mijn vader had onder de appelboom nog een kuil weten te hakken, waar alles in werd gedeponeerd. Vanaf dat jaar gaf de boom trouwens de meest lekkere en stevige appels.. Deze situatie duurde een hele tijd, tot vlak voor Pasen bleef het riool bevroren!

Met vastenavond waren de vorst en de bijkomende ongemakken natuurlijk een dankbaar onderwerp. Zo herinner ik me de buut die uitbeeldde hoe gemeente-ambtenaren kwamen om te inspecteren hoe het zat met de rioolleidingen. Ik zat ook in de zaal waar de zitting met de plaatselijke buutreedner plaats vond. Twee deskundigen bogen zich “zogenaamd” over een plek waar een kuil gegraven was in de keiharde grond. De werklieden waren er een hele tijd mee bezig geweest maar het was gelukt. Daar lag hij dan. De rioolbuis. ‘Ja’, zei de een met een deskundig gezicht tot de ander. Hij liet bewust een aantal seconden een stilte vallen. ‘Bevroren’. Nog enkele seconden stilte. ‘Onder de grond’. De wetenschappelijke diagnose was gesteld. Wij toehoorders in de zaal lagen dubbel van het lachen.

Toen het onmogelijk was om nog bij het bisschoppelijk college te komen op de fiets hadden we een aantal dagen vrij. Op de heenweg was het me die eerste dag nog gelukt maar het begon zo hard te sneeuwen dat ik niet meer normaal thuis kon komen. Pas laat in de middag kwam ik verkleumd met een fiets die nauwelijks meer rond kon draaien thuis, waar mijn ongeruste moeder me opwachtte. Het was een uitzonderlijke tijd. Het gaf verbroedering. Maar op veel plaatsen in Europa was er een doffe ellende, vooral door het toenemende tekort aan brandstof. We waren er niet op voorbereid.

Later die maand was er een elfstedentocht. Waar nog beelden van zijn. IJzige beelden. Reinier Paping was de historische winnaar.

De ontreddering die er nu is door het coronavirus doet me nog het meest denken aan wat er in dat jaar gebeurde. Het overkwam ons gewoonweg. De natuur bleek veel sterker dan de mens. Zoals in 1953 en 1995 het hoge water ons overviel. En ook nu zijn we er niet op voorbereid. Wereldwijd zijn we nu van slag. Een virus, slechts zichtbaar met geavanceerde electronenmicroscopen, neemt ons te grazen. En het had net zo goed iets anders kunnen zijn. Er zijn nog talloze natuurkrachten waar we nauwelijks iets tegen kunnen uitrichten. Het zou ons nederig moeten maken.

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Improviseren aan de piano

aanpianoDe wereld van de muziek is fascinerend en eindeloos. Mijn oudste kleinzoon probeert af en toe muziekstukjes na te spelen maar vooral ook zit hij te zoeken, te graven en te spitten in de klankwereld van een piano of orgel. De vorige week was hij erg verkouden met in het begin ook stevige koorts. Maar dat weerhield hem er niet van om vaak achter de piano of het keyboard te kruipen en te improviseren of iets na te spelen. Af en toe heb ik een fragment daarvan opgenomen. Het fascineert mij en het doet me ook aan mezelf denken toen ik een heel simpel keyboardje kreeg. Ik was toen wel al een jaar of 10, hij is pas 6. Toen ik 7 of 8 jaar was schreef ik muziekstukjes voor meer blokfluiten en ontdekte dat een tweede stem op terts-, af en toe sext-afstand heel mooi klonk. Dat ontdekt mijn kleinzoon nu ook al. Hieronder 9 fragmenten van zijn improvisaties van de afgelopen week met commentaar van mij erbij.

Ja dat requiem van Evi komt ook nog steeds af en toe terug in de een of andere variant. Hij eindigt heel bewust op een secunde: E-F#. Dat moest ik ook een keer eerder al voor hem opschrijven. Ik vind dat heel bijzonder, dat hij zo’n interval als slot kan ervaren. En het klopt!

Hij kan eigenlijk niet zonder pedaal spelen op de piano, die moet er steeds bij. Maar het is ook leuk om af en toe het linker pedaal te gebruiken. En terts-parallellen klinken goed! Stukken eindigen trouwens vaak met een triller.

Maar de prachtige doorklinkende tonen en akkoorden van het rechterpedaal zijn favoriet. Verder verkent hij het effect van repeterende noten. Hoe maak je een duidelijke afsluiting? Juist, met een triller in de melodie en een tonica in de bas!

Op het keyboard is de klank van het orgel favoriet. Sinds hij dat orgel zo goed gehoord en gezien heeft in de Sint Jans Kerk van Gouda afgelopen september speelt hij herhaaldelijk voor organist. En dat vraagt om heel andere muziek dan wanneer hij op de piano speelt. Wat het goed doet zijn liggende tonen, orgelpunten, in de bas. Op een orgel klinken ze door, dat is heel anders dan op de piano.

Nog zo’n orgelstukje. Twee melodieën tegelijk. En af en toe – dat klinkt apart! – met kwintparallellen!

En nog een stukje. Leuk hoe hij op het einde al vrij doelbewust naar een einde toe weet te werken.

Op het keyboard bij hem thuis op zijn kamer zitten allerlei liedjes die hij probeert na te spelen. Zoals deze melodie. Een begeleiding erbij zoeken is leuk. Het onbewuste commentaar van broertje, zusje en oma op de achtergrond hoort er niet bij….

“Altijd is Kortjakje ziek” is het equivalent van het Engelstalige “Twinkle twinkle little star”. Eerst zingt hij het liedje en probeert hij zich intussen zelf te begeleiden. Daarna speelt hij een aantal keren de melodie zonder hem mee te zingen en zoekt uit wat er in de linkerhand zoal bij zou kunnen. Zoals sommige fragmenten op terts-afstand.

De “albertijnse bas” maakt hij zich steeds meer eigen, maar alleen een bas is natuurlijk niks. Daarboven kun je improviseren.

corona2020Dit tekende hij bij zijn ouders naar aanleiding van de verhalen over het corona-virus. Sommige mensen moeten zelfs in het ziekenhuis verzorgd worden. Maar zijn verkoudheid geneest goed. En de muziek blijft in zijn leven veel belangrijker. Gelijk heeft hij!

 

 

 

 

Geplaatst in autisme, maatschappij, muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De jonge Beethoven

Toen ik nog op het conservatorium van Maastricht studeerde was er een docent die vrijwel even oud  was als ik zelf. Hij was buitengewoon virtuoos op zijn instrument, maar ik had sterk de indruk dat hij buiten de muziek die bij zijn hoofdvak hoorde weinig kaas had gegeten van al die andere muziek. Hij vond de pianosonates van Beethoven oersaai en kon er bovendien geen touw aan vast knopen en dat gaf hij eerlijk toe. De sonates van Schubert daarentegen kon hij wel waarderen.

Ik snapte daar niets van, want ik vond de sonates van Beethoven opwindend, spannend en ook nog eens heel erg samenhangend. En dat vind ik nog steeds.

Zelfs de allereerste sonates van Beethoven vond ik geweldig. Een van de sonates die ik al snel enigszins kon spelen was de sonate opus 14 nummer 2. Na opus 13, de zogenaamde sonate pathétique,  lijkt deze sonate een soort terugval, op het eerste gezicht minder dramatisch en meer traditioneel van opzet. Maar ik was al spelende onder de indruk van de toch weer prachtige retorische opzet. Het eerste thema was zangerig en had een prikkelend vrolijk karakter: Beethoven die al steeds meer beroemd begon te worden en de hele toekomst nog zonnig voor zich zag.

Voor mij had dat eerste thema alles in zich wat het woord lyrisch impliceert. Ik genoot ook van het vaker voorkomende vraag-antwoordspel tussen de linkerhand en de rechterhand, zoals in het eerste stukje van de slotzin van het eerste deel:

Het mooiste vond ik de doorwerking, waarschijnlijk het punt waar die jonge docent het spoor bijster raakte en daardoor tot de conclusie kwam dat Beethoven een saaie onbegrijpelijke componist was:

De doorwerking begint met een bekende formule: het begin van het eerste thema komt terug maar nu opeens in mineur. En dan gaat hij op een canonische manier spelen met de kop van dat thema, totdat plotseling fortissimo het thema in de bas komt met een snelle triolenbeweging in de rechterhand. Mijn oudste kleinzoon noemde dat “roepmuziek”, dat is muziek waarbij je je oren dicht moet houden. Toen ik het laatst speelde begon hij mee te doen op de djembé om het pianogeluid te overschreeuwen en nog wat later ging hij zelfs naar beneden om zich uit te leven op het drumstel..  Zo zal het vast ook gewerkt hebben bij die jonge docent indertijd. Maar bij dat fragment geeft de muziek juist een adrelanine-shot aan de toehoorders. Wie er voor open staat krijgt een enorme kick. Die passage eindigt met een zogenaamd orgelpunt op de dominant. Zo’n moment maakt dat je voelt dat er iets nieuws gaat komen. Alleen het is een vreemde dominant, niet die je zou kunnen verwachten, die van de oorspronkelijke toonsoort. In deze verkeerde toonsoort lijkt de reprise te komen: je hoort namelijk weer het eerste thema. Het is een zogenaamde schijnreprise, al snel komt er nog weer een orgelpunt, nu op de goede dominant, en ja hoor: daar is de reprise dan, met nu het eerste thema zoals het hoort.

Over die sonate kun je nog veel meer vertellen. Over de ritmiek en metriek bijvoorbeeld. Maar ook over de motivische samenhang. Met het eerste thema is feitelijk iets eigenaardigs aan de hand. Je ervaart de zware tel op een ander moment als dat hij genoteerd staat. Dat komt omdat de bas een drieklank-breking heeft precies op het moment dat de melodie een langere toon heeft. Dat moment ervaar je als zwaar. Ik heb het enkele jaren geleden met conservatoriumstudenten uitgeprobeerd. Ik liet alleen de eerste vier maten enkele keren horen en vroeg hen om mee te tellen en om intussen met voeten, handen of stem duidelijk de zware tel te laten horen. Iedereen hoorde het op dezelfde manier. Maar zo staat het er niet. Na enkele maten klopt het opeens wel, dan hoor je de zware tel zoals genoteerd. Feitelijk ervaar je een maatwisseling die niet als zodanig genoteerd staat, er komt opeens een kortere maat tussen. Om dat inzichtelijk te maken heb ik de notatie verandert. Het eerste stukje niet in de 2/4 maat van de partituur, maar in een 4/8 maat, die dan om eerder genoemde reden even verandert in een 3/8 maat.

thema1a-klinkend

Maar zo heeft Beethoven het genoteerd, pas bij maat 5 hoor je de zware tel aan het begin van de maat:

thema1a-oprigineelDit thema komt terug, twee keer in de doorwerking en later ook in de reprise. Iedere keer moet er ergens wat met het metrum gebeuren om het weer te laten kloppen, maar dat wordt nooit als een maatwisseling genoteerd. Luister naar deze vier momenten in de expositie, doorwerking, nog eens doorwerking en tenslotte in de reprise.

Aan het einde van het eerste deel van de sonate komt er een klein coda. Daar is het thema zodanig veranderd dat het nu wel klopt. Dit door in plaats van een opmaat met vijf zestiende noten slechts een opmaat van drie zestiende noten te gebruiken. Wonderwel heeft deze inkorting een goed effect op die plaats en het stuk komt op een natuurlijke manier tot een afronding.

Ik begrijp niet hoe Beethoven dit thema heeft kunnen verzinnen met die vreemde metrische verschuiving. Ik vermoed dat hij achter de piano zat te zoeken naar een thema en op de een of andere manier die inkorting in maat 4 voor zijn gevoel logisch vond klinken. Maar maatwisselingen noteren, dat deed men niet in die tijd midden in een stuk. Dus moest hij alles naar voren opschuiven en kreeg je dus de notatie zoals die er nu staat.

Over het gebruik van het motivische materiaal in de sonates van Beethoven kun je boekwerken schrijven. Om een idee te geven wat er in dat opzicht zoal gebeurt in deze sonate, luister nogmaals naar het begin van deze sonate en mijn uitleg daarna.

En luister hier naar de hele sonate.

Beethoven stond nog aan het begin van zijn carriëre, het was het jaar 1799.  Een jaar later zou hij zijn eerste symfonie schrijven. Het werd geen makkelijk leven. Maar o. wat heeft hij ons veel mooie dingen nagelaten!

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Corona

In de Volkskrant stond een tekening van een coronavirus: een bol met aan de buitenkant uitsteeksels. Aan die uitsteeksels dankt het virus zijn naam.
Maar we kennen ook nog een andere corona, de corona van de zon.

zon met coronaDat is de hete atmosfeer rondom de zon en andere sterren die zich uitstrekt over miljoenen kilometers. Bij een totale zonsverduistering is hij opeens te zien De temperatuur van de corona is hoger dan die van het zichtbare oppervlak van de zon – de fotosfeer. De fotosfeer heeft namelijk een temperatuur van rond de 6000 K, terwijl de corona een temperatuur heeft van rond de 1.000.000 K. Feitelijk is de corona daarmee nog veel heter dan het binnenste deel van de zon. Hoe kan dat? Eigenlijk weten we dat nog steeds niet. Er zijn twee hypotheses, die misschien wel allebei een deel van de oorzaak bevatten. De magnetische velden van de zon zijn zo sterk dat de buitenkant van de zon verschrikkelijk heet wordt. Een andere veronderstelling uit 2017 is dat de hoge temperatuur wordt veroorzaakt door zogenaamde “spiculen” die heet plasma van ongeveer 10 miljoen graden dumpen in de corona. In de corona vinden explosies plaats, de zogenaamde zonnevlammen. De oorzaak is dat de energie die vastgehouden wordt door de magnetische velden van de zon op sommige plaatsen plotseling vrij komt. Materie uitgestoten bij zonnevlammen komt uiteindelijk terecht in de zonnewind. Een zonnevlam kan gevaarlijk zijn voor de aarde. De ozonlaag beschermt ons echter voor een groot deel tegen de gevaarlijke straling ervan.

In februari is er een missie gestart om meer inzicht te krijgen in al die processen. De Solar Orbiter van de Esa werd gelanceerd. Het ruimtevaartuig bevat 10 instrumenten. In de eerste twee dagen na de lancering zal Solar Orbiter zijn instrumenten en verschillende antennes inzetten die met de aarde communiceren en wetenschappelijke gegevens verzamelen. Solar Orbiter zal de mensheid de allereerste beelden van de polen van de zon tonen. Hij komt maar liefst 22 keer vlakbij de zon. Tijdens de cruisefase van de missie, die duurt tot november 2021, verzamelen instrumenten van het ruimtevaartuig wetenschappelijke gegevens over de omgeving rond het ruimtevaartuig, terwijl de telescopen zich richten op de voorbereiding van wetenschappelijke operaties in de buurt van de zon. Om de benodigde snelheid te krijgen zullen Venus twee keer en de aarde een keer het ruimtevaartuig een soort opzwieper geven. Uiteindelijk zal de Solar Orbiter een baan krijgen die niet meer is uitgelijnd met de evenaar van de zon waar de aarde en de andere planeten ronddraaien. Ruimtevaartuigen gelanceerd vanaf de aarde blijven normaal gesproken in dit vlak, wat betekent dat telescopen op aarde en telescopen op satellieten een beperkt zicht hebben op de noord- en zuidpool van de zon. Dat zicht hebben we dan nu met deze solar orbiter voor het eerst wel.

De aarde wordt beschermd door de ozonlaag. Daardoor worden de uitbarstingen in de corona van de zon geheel of deels onschadelijk gemaakt. Want de schade kan enorm zijn. De aarde die nu 4,5 miljard jaar oud is had niet altijd een ozonlaag. De vorming van die laag vond pas ruim een half miljard jaar geleden plaats. Het grootste deel van zijn leven was de aarde onbeschermd. Het eerste leven verscheen al ruim 3,5 miljard jaar geleden. Drie miljard jaar was dat leven dus onbeschermd tegen de zonnevlammen. Het leven bestond lang uit niet meer dan eencellige wezens, veel minder complex dan bacteriën. Pas als er wat blauwalgen zijn en ook de eerste levensvormen op het vasteland verschijnen, pas als de aardse atmosfeer voor een deel uit zuurstof gaat bestaan, dan begint ook de vorming van de ozonlaag. Een soort beschermende huid tegen de inslagen van de zonnevlammen. Waarschijnlijk ook dankzij dit afweermechanisme kan het leven zich vanaf dan meer veelzijdig gaan ontwikkelen.

De mens en andere zoogdieren hebben los van die ozonlaag ook hun eigen afweermechanismen. Bij aanvallen van buitenaf gaan er beschermingscellen aan de slag om de aanvallers het hoofd te bieden. Allerlei ziektes krijgen bij voorbaat al geen kans dankzij die verdediging. En als ze dan toch hun kans grijpen omdat het immuunsysteem de aanvallers nog niet goed kent, dan gaat het lichaam als een gek improviseren om de ziektemakers de baas te worden.

In het mooie artikel over het coronavirus in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant van 7 maart 2020 trof me een zinnetje het meeste: virussen zijn misschien wel ouder dan het leven op aarde. Ouder dan het leven op aarde? Ja, dat kan omdat virussen in tegenstelling tot bacteriën geen levende wezens zijn.
“Ze zijn klein. Ontzettend klein. Nogal wat mensen denken dat een virus ongeveer hetzelfde is als een bacterie (allebei klein en kriebelig), maar in werkelijkheid verhoudt een virus zich wat betreft maat en complexiteit tot een bacterie als een roeiboot tot een vliegdekschip. Een bacterie is in essentie een klein beestje, maar een virus is niet meer dan een ingepakt sliertje erfelijk materiaal, met het opschrift: KOPIEER MIJ. Virussen vormen dan ook de onzichtbare hand achter allerlei biologische processen. Dat u zetmeel kunt verwerken, en dat het lichaam van vrouwtjeszoogdieren een baby gedoogt: het heeft te maken met subtiele genetische signaaltjes in het dna die virussen daar hebben aangebracht. Er zijn zelfs wetenschappers die denken dat het virus er eerder was dan het leven zelf: virussen vormen het canvas waarop het verhaal van het leven is geschilderd.”
Op onderstaande foto zien we een sterke uitvergroting van coronavirussen.

coronavirusdeeltjesMicroscoopbeeld van Montserrat Bárcena, LUMC (Volkskrant, 7 maart 2020)

Het begint allemaal als er wat virus in ons lichaam komt. Door inademing, via de ogen misschien: als je een tienduizendste van een millimeter klein bent, is er altijd wel een weg naar binnen. Eenmaal daar buitelen en zweven de virionen, zoals de virusdeeltjes formeel heten, door uw luchtweg. Tot ze beet hebben. Daarvoor gebruikt het coronavirus een van de bloembladachtige uitsteeksels die hem omringen en hem de naam ‘coronavirus’ bezorgen (naar de ‘krans’ van de uitsteeksels). Zijn ‘spikes’. Het virus tast ermee zijn omgeving af. Tot de spikes zich chemisch vastzuigen. Waarna het virus zich gewillig laat verpakken in een vetblaasje waarin de cel ook nuttige voedingsstoffen verpakt en naar binnen bubbelt, hup de cel in. Daar begint de cel, nietsvermoedend, het pakketje uit te pakken. Eiwitten stropen met talloze bezige handjes het vetblaasje van hem af en breken zijn buitenkant open. Totdat zijn onheilige inhoud vrijkomt. In de cellen van uw luchtwegen begint het coronavirus zijn enorme genoom te ontrollen. Geschreven in chemische codetaal, op een lange sliert erfelijk materiaal die biologen ‘RNA’ noemen. Slaafs beginnen de eiwitfabriekjes in uw cellen de bouwinstructies op het RNA te volgen. Zestien onderdelen knutselen ze tevoorschijn. Een werktuig van de duivel, zo zal al snel blijken. De virusonderdelen beginnen zichzelf aan elkaar te klikken. Tot er een enorm, ingewikkeld eiwitcomplex ontstaat. In uw cellen is het virus begonnen met de volgende fase. Een wonderlijke fase, goed te zien op microscoopfoto’s: het virus begint bellen te blazen. In de cel ontstaat een soort schuim. En dit is wat je dan overhoudt. We zien de besmette cel, of wat daarvan over is. Een uitgewoonde chaos, waarin van de afzonderlijke celstructuren weinig meer is te herkennen. Dat is niet alles, want ook aan de buitenkant van de cel kleven spikes. Met als gevolg dat cellen met elkaar beginnen te verkleven, voedingsmoleculen en signaalstoffen er niet meer langs kunnen en hele weefsels verziekt raken. Tot de cel zichzelf opblaast, wordt gesloopt door immuuncellen of er een bacterie langskomt om zich aan de zieke cellenpap tegoed te doen. U hoest: de bacteriën, het afval én de kerngezonde virusdeeltjes vliegen in het rond.

Virussen zijn strengsels RNA. Ze vormen de basis van het leven. Zonder virussen zouden wij er niet zijn. Maar virussen springen af en toe uit de band. Zoals de corona van de zon af en toe enorme hoeveelheden energie in de vorm van zonnevlammen het zonnestelsel in spuugt en processen op de planeet ontwricht. Bij een zonsverduistering zien we deze corona. Als een groot spektakel. We weten er nog niet voldoende van af, de Solar Orbiter is op weg om onze kennis te vergroten. Zoals talloze wetenschappers de virussen onderzoeken.
Veel meer informatie over het coronavirus kun je vinden in het complete artikel van de Volkskrant waaruit ik hierboven enkele fragmenten heb geciteerd.

 

 

Geplaatst in Astronomie, maatschappij | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Koffer

Boven stond een koffer. Een goede, mooie koffer, die in het vliegtuig als handbagage mee mag. Daar ging mijn oudste kleinzoon mee aan de haal. Hij wilde er mee naar Solor, en naar nog verdere oorden. Hij sleepte hem mee naar beneden en dacht na wat er allemaal in moest.
-‘Nee. Jij mag niet met deze koffer spelen en ook mag hij niet mee naar buiten.’
Ik zag hoe hij leuk bezig was maar ik wilde ingrijpen voor het te laat was. Er dreigde een groot kinderverdriet te gaan ontstaan.
-‘Wacht maar, Ik heb misschien nog wel een andere koffer.’

Die was er inderdaad en inmiddels hadden ook zijn broertje en zusje de smaak te pakken. Nu eens was het niet de zak van Sinterklaas die volgestopt werd met cadeautjes, nee, nu was het een reiskoffer. En ze stopten er van alles in. Zo gingen we met zijn allen op reis.

-‘Kunnen jongens ook vlechtjes hebben?’
-‘Ja, dat zie je soms wel eens. Maar niet zo heel vaak.’
Mijn vrouw maakte twee vlechtjes bij hem. Hij bekeek ze verguld in de spiegel. Zo kon hij wel op reis. Het was prachtig weer, een ideale middag voor een mooi tochtje.

kofferDe reis ging inderdaad naar Solor. Zo noemt hij het strandje naast ons huis. Hij mocht de koffer rollen, zijn broertje zou het op de terugweg mogen, zo spraken we af. Daar aangekomen begon de middelste met het uitpakken van de koffer. Aan alles was gedacht. Oma kreeg een mooie zonnehoed, er waren strandballen, er was een lievelingsknuffel, (altijd leuk aan het strand), er was een hijskraan voor je weet maar nooit, er waren treinen en er was nog veel meer. Ook was er gedacht aan eten. In de koffer zaten sinaasappels en tomaatjes.

plasWat een feest, er gebeurde van alles op Solor. Solor kreeg een fortificatie en af en toe werd er gepauzeerd. De jongste twee trappelden met hun laarsjes, de slotgracht moest immers goed diep worden. De meeste plannen kwamen van mijn oudste kleinzoon en hij praatte dan zo enthousiast dat de anderen als bijna vanzelfsprekend mee gingen doen. Maar als zijn broertje ook een ideetje kreeg dan was dat niet goed, want het paste niet in de film die hij al in zijn hoofd had en hoe alles verder moest gaan.

Toen de jongste natte voeten had ging ik met haar naar huis. Mijn vrouw ging met de andere twee de film afmaken. En achteraf hoorde ik hoe dat gegaan was. We waren ooit een keer op een pier geweest. Daar wilde hij nu weer heen. Alleen: toen was deze niet zo glad. Hij luisterde niet, want de pier van Solor hoorde bij zijn spel. En hij gaat zo sterk op in zijn spel dat hij voor geen enkele rede meer vatbaar lijkt. Gelukkig was hij zo voorzichtig dat het goed ging. Maar het blijft een probleem waar hij mee zal moeten leren om gaan. Zo ook als hij naar huis gaat op zijn fiets. Het laatste stuk zit hij in de film van een wielrenner en wil hij dus keihard rijden. Met het gevolg dat hij een keer al over stak op een punt dat we afgesproken hadden dat hij moest wachten. Ik was heel boos op hem en vertelde hem dat hij de volgende keer niet meer op zijn fiets mocht. ‘Nooit meer opa?’ –‘Nee, nooit meer’. Hij begon te huilen. Ik liet hem een tijdje huilen en legde nog een keer uit waarom ik zo streng was. –‘Zullen we het nog een keer proberen?’ Sindsdien gaat het goed en wacht hij keurig bij elke zijstraat. Zoiets zal bij de pier van Solor ook moeten gebeuren.

De laarzen gingen uit, de speelkleren in de was, de handen werden gewassen. Hij ging weer achter de piano zitten. Hé! Ik herkende het requiem van Evi. Dus toch! De vorige week nog wilde hij zijn eigen stuk niet spelen. Eerst moesten Bach, Mozart en Händel in zijn vingers zitten. Maar blijkbaar wilde hij het uiteindelijk toch. Het was een andere versie dan hij eerder zelf op een blaadje had geschreven, met eigen gemaakte muziekbalken en sleutels. Ik schreef ook deze voor hem op.

requiem2

Hij speelde het daarna van blad, maar toen hij het de tweede keer speelde klonk het alweer anders. Het requiem werd net als de ouvertüres Leonore van Beethoven bij elke versie  omgezet in een behoorlijk afwijkend stuk, er klonk opeens een tegenmelodie in de bas. Ook deze versie bleek tijdelijk, hij verzon weer wat anders. Beethoven schreef  vier versies als opening van zijn opera….

-‘Welke moet ik nu voor je opschrijven?’
-‘Moet die dan altijd hetzelfde zijn?
-‘Ja, composities zijn altijd hetzelfde. Die schrijf je op en dan worden ze precies zo gespeeld als dat ze opgeschreven zijn. Als je iedere keer weer iets anders speelt dan noem je dat een improvisatie. Dat kan ook. Maar die schrijf je niet op. Improvisaties zijn trouwens ook erg leuk hoor!’

Hier moest hij even over nadenken. Deze informatie wordt in een van zijn vele koffertjes gedaan. En dat koffertje neemt hij mee naar huis. Maar meestal blijft het daar niet lang in zitten. Misschien dat ik een dezer dagen weer iets te zien of te horen krijg, dat ooit in die koffer zat, maar waar hij opeens iets heel moois van heeft gemaakt!

Geplaatst in autisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Muzieknoten

Mijn oudste kleinzoon ziet op de piano muzieknoten staan en gaat deze “zogenaamd” ook spelen. Maar hij gaat ze ook zelf opschrijven, thuis of bij ons grootouders. Dat doet hij uit zijn hoofd, en dat doet hij dan ook op zijn manier: eerst trekt hij een aantal horizontale strepen, drie of soms meer. Hij tekent een vioolsleutel aan het begin, hij noteert soms ook voortekens. Maar veel stokken staan aan de verkeerde kant, de maatstrepen ontbreken en hij noteert toevallige voortekens die enharmonisch onlogisch zijn. Hij heeft over veel dingen nog geen idee.

-‘Opa, hoe klinkt dit?’

Ik speel het hem voor voor zover ik er wijs uit word en het bevalt hem. Hij schrijft daarna nog twee stukjes. Volgens mij heeft hij intussen wel een soort klank in zijn hoofd. Hoog-laag dat snapt hij.

Ik ben hem toch maar iets meer gaan uitleggen. En ik vroeg hem om een toonladder die ik had genoteerd op een velletje muziekpapier over te nemen. Boaring… Na vijf noten vond hij het welletjes. Ik herinner me hoe hij vroeger ging huilen als hij dacht dat ik hem wilde verbeteren. Dus ik blijf voorzichtig.

-‘Opa ik kan van alle kinderen het beste piano spelen toch?’
-‘Je kunt erg goed piano spelen, maar er zijn kinderen die nog veel beter kunnen spelen. Jij speelt met de verkeerde vingers en als je dat ook nog eens goed gaat doen dan kun je al heel snel nog veel beter spelen.’

Hij zei niets. Na een uurtje hoorde ik hem toonladders spelen. Toen kwam hij:
-‘Opa ik heb gespeeld met de goede vingers!’
-‘Ja, dat klonk goed. Fijn zeg!’

Zo ging het ook met de muzieknotatie op die dag. Hij ging opeens weer wat noteren en vroeg me:
-‘Is dit de hoge C?’
Het was de hoge F. Ik zag hem nadenken. Ik wilde hem nog aanwijzen waar die hoge C lag maar hij liep alweer weg.

Toen zag hij dat ik achter de computer met het muzieknotatieprogramma Sibelius bezig was. Hij kwam nieuwsgierig kijken. Ik besloot om iets in te spelen door middel van het pianokeyboard. Hij keek wel, maar vooral: hij luisterde. Ik speelde een stuk van de sonate facile van Mozart.

Na weer een tijdje begon hij op de piano, en later ook bij zijn ouders op het keyboard, met zijn linkerhand een Albertijnse bas te spelen, zoals bij Mozart! En met zijn rechterhand ging hij intussen wat improviseren. Geweldig! Hij leert vooral auditief, dat bleek maar weer.

Een van de stukjes die hij eerder noteerde had hij een naam gegeven. “Requiem van Evi”. Evi is een van zijn vlammen. Zo heeft hij nog twee of drie vlammen. En hij vindt het requiem van Fauré erg mooi. Dus maakt hij zelf ook een dergelijk stuk en noemt het “requiem”. Hij weet niet wat dat echt betekent, maar ik heb er een soort dodenmars van gemaakt door er een baslijn onder te zetten en door het tempo lekker laag te zetten. Wat pauken erbij en het effect is compleet. Hij vindt het mooi maar wil het niet zelf gaan spelen. Eerst wil hij nog Beethoven, Bach en Händel leren…

 

Geplaatst in autisme, muziek | Tags: , , | Een reactie plaatsen