Sterren en treinen

Misschien moet mijn oudste kleinzoon wel muggen gaan tekenen. En dan muggen die zich verstoppen in een holletje om hun winterslaap te gaan doen. Want hij is panisch voor die beesten. Omdat ze steken en je er bulten van krijgt. Behalve de radslag doen, op de piano improviseren en fietsen is tekenen zijn grote hobby. En hij tekent waar hij in zijn koppie nog meer mee bezig is. Dat zijn vooral treinen. Elke trein heeft zijn eigen geluid, de deuren klinken bij elke trein anders en ook dat fascineert hem. Enkele dagen geleden vertelde hij dat hij graag een ICE wilde zien omdat hij niet meer wist hoe die klonk. En hij doet al die geluiden feilloos na. Maar ook observeert hij zeer goed. En dat tekent hij. Niemand heeft het ooit met hem over perspectief gehad. Ook geen letters geleerd. Maar hij kijkt, tekent en beschrijft. Heerlijk, 5 jaar en 4 maanden en zijn wereld wordt groter maar delen van die grote wereld worden hierdoor ook steeds meer behapbaar. Naast treinen is het ook nog steeds de héle grote wereld die hem fascineert. Dat is de wereld van sterren, kometen en planeten. Nu de muggen nog, en nog een paar dingen waar hij moeite mee heeft. Maar goed, ik laat 10 tekeningen van hem zien van de laatste 2 weken en zal bij elke tekening een klein commentaar schrijven, naar aanleiding van wat ik zie en van wat me herinner dat hij er over vertelde.

ster1

Een heel bijzondere tekening. Links zie je een stukje van onze zon. Die is te groot om hem helemaal te tekenen. Dan volgen van links naar rechts de planeten. Mercurius met zijn kraters, Venus met zijn giftige wolken, de aarde waarop vluchtig een continent is getekend, Mars met daarop de hoogste berg van het hele zonnestelsel, Olympus Mons, Jupiter met de strepen, Saturnus met zijn ring die uiteraard een hoek van 28 graden maakt, Uranus, Neptunus en tot mijn vreugde ook Pluto, alhoewel die tegenwoordig tot de dwergplaneten wordt gerekend. Rechts naast het woordje “zon” zie je een ster. Dat is Sirius, die in ons melkwegstelsel dichtbij onze zon staat. Maar daaronder staat een x met “stop”. Daar is het einde van ons zonnestelsel, als je verder gaat dan verlaat je het en kom je in de oneindige ruimte terecht. Dus: stop!! Ons zonnestelsel krijgt de tekst “zonstelse” en ik vermoed dat hij daar achter “dwergplaneten” heeft willen schrijven. Zowel boven als beneden aan de tekening zie je een aantal sterren, een vallende ster en een komeet.

ster2

In het midden de zon, daaromheen de banen van de planeten. We zien vanaf de zon Mercurius, Venus, de aarde met de maan, Mars, Jupiter. Saturnus met de juiste hoek van zijn ring, en rechts zie je de banen van Uranus, Neptunus en Pluto. Hij weet dat Pluto soms de baan van Neptunus snijdt. Rechts onder een trein, die heeft er niets mee te maken…

ster3

Het mooie van deze tekening zijn natuurlijk de bijschriften. Saturnus en Uranus, allemaal een enkele A. Dus aarde (arde) en maan (man) ook. Super logisch voor hem.

ster4

Bij deze tekening is het leuk dat hij een komeet tekent (links), een vallende ster (boven), maar ook een sterrenhoop (onder Saturnus) en het sterrenbeeld Cassiopeia, dat lijkt op een W. Ik vermoed dat de blauwe bol Rigel is (blauw licht wijst op superheet) en de gele bol een ster, vergelijkbaar qua warmte met onze zon. Misschien zijn deze sterren ook bedoeld als de aarde (blauw) en de grote maan van Saturnus Titan (geel).

ster5

Deze tekening is heel vergelijkbaar met tekening 3. Hij probeert nu alle woorden af te maken, ook als het niet meer uitkomt. Bij Neptunus gaat hij boven het fragment “Neptu” verder. Pluto krijgt twee  keer een l. Waarschijnlijk is hem opgevallen dat dezelfde medeklinkers soms twee keer achter elkaar staan, waarom daar heeft hij natuurlijk geen flauw idee van. Mercurius schrijft hij als “Mercurijs, waarbij de C in spiegelbeeld staat (dat doet hij met de z ook heel vaak) , I en J achter elkaar, inderdaad, dat klinkt min of meer als jus. En hij weet dat je de K ook als C kunt schrijven, en dat dat bij Mercurius het geval is. Dat was hem in boeken al meer dan een jaar geleden opgevallen.

trein1

Twee locomotieven, elk op hun eigen spoor. Rechts een zogenaamde koploper, links een hondenkop. Koplopers vindt hij het mooiste, die wil hij supergraag met Sinterklaas krijgen. Let ook op het perspectief, van zowel de locomotieven als de rails. Bij de koploper zie je twee stroomgeleiders die contact met de bovenleiding moeten maken.

trein2

Bijna dezelfde tekening als de vorige, maar nu draait het spoor van de hondenkop naar het andere spoor toe. De koploper is van R-net, waarbij hem opviel dat er niet R-NET staat maar RNET.  ‘Waarom een rondje opa?’ ‘Ja, dat weet ik ook niet. Dat hoort denk ik bij hun logo. Het lijkt wel een digitale 0 maar ik denk dat er een streepje bedoeld wordt.’ Voor kennisgeving aangenomen maar feilloos geïmiteerd.

trein3

Er zijn vier perrons, ook perron 0!! Ik weet niet hoe hij daar aan komt. Het beruchte perron 0 van Rotterdam bestaat al decennia niet meer. Bij het eerste perron staat een dubbeldekker intercity met een koploper als locomotief. Bij perron 2 een sprinter met een hondenkop. Bij perron 3 staat volgens hem een tram. Boven de treinen zie je de bovenleidingen.

trein4

Weer drie treinen. De Intercity naar Utrecht daar is iets mee. Er staat op : “Let op”. Links zie je een trap, die gaat naar een voetgangerstunnel. De in- en uitgang van deze tunnel zijn goed te zien. De streep rechtsboven is denk ik een bovenleiding, omdat daaronder de trein met een geleider contact maakt met die streep. De stippellijntjes hebben vast ook een betekenis maar die weet ik niet meer.

trein5

Bij deze tekening gebeurt het een en ander. We zijn aangekomen met de sprinter bij station Woerden (word). Iemand loopt op het perron maar dreigt er af te stappen, een been steekt al over de rand (zo vertelde hij mij). Links vooraan zijn de strepen die je op het perron ziet. Je mag staan en lopen tot vlak voor de strepen, daarna is het te gevaarlijk. In deze tekening verwerkt hij het mogelijke gevaar van treinen. Verder zien we weer bovenleidingen en vanuit de trein naar boven stroomgeleiders. ‘Opa gaan die naar de bovenleidingen?’  ‘Jazeker, anders krijgt de trein geen stroom. Maar ze kunnen ook afgekoppeld worden, dan gaan ze naar beneden.’ Na enig nadenken zei hij dat ze hier waren afgekoppeld.

Geplaatst in Astronomie, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , , | 4 reacties

Sibylla van Ancerra

sibyllaMonteverdi schilderde het verdriet van Orpheus, van Arianne of dat van Penelope. Purcell dat van Dido. Maar eigenlijk verbleken de levens van deze mythische figuren bij het verhaal van koningin Sibylla. Op een gegeven moment is haar lijden uitzichtloos. Misschien doet de smart van Penelope die jaren bleef wachten op Odysseus een beetje denken aan wat Sibylla ooit doormaakte. Daarom eindigt dit stukje ook met de muzikale uitwerking door Monteverdi van de smart van Penelope.. Maar het verhaal zelf gaat over Sibylla. Het speelt zich af aan het einde van de twaalfde eeuw.  Sicilië had toen korte tijd een koningin: koningin Sibylla. Wat was zij voor een vrouw?

Als in de middeleeuwen, en ook nog lang daarna, een hertog of koning overleed zonder wettelijke opvolgers ontstond er vaak een opvolgingsstrijd. In 1189 overleed koning Willem II van Sicilië. Zijn kinderen waren toen allemaal al dood.  Er was wel nog een tante, Constance, uit het derde huwelijk van zijn grootvader Rogier II en er was nog  een neef, Tancred, een buitenechtelijke zoon van zijn inmiddels overleden oom Rogier. Deze neef, Tancred, werd door de Siciliaanse adel als opvolger gekozen, alhoewel Willem II nog voor zijn dood Constance als opvolger had aangewezen. Deze Constance was getrouwd met Hendrik VI, de zoon van de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa. De Siciliaanse adel voelde er niets voor dat die de baas zou worden. Omdat Frederik Barbarossa op kruistocht was wilden Constance en Hendrik nog even wachten met het opeisen van de troon. Tancred, getrouwd met Sibylla van Ancerra, bleef dus op de troon. Na de dood van Barbarossa kwam Hendrik VI, inmiddels benoemd als Rooms-Duits keizer, naar Zuid-Italië om de troon op te eisen. Door malaria viel het leger uiteen en Constance werd door Tancred gevangen genomen. In ruil voor een erkenning van zijn koningschap door de paus werd na een jaar Constance weer vrijgelaten. Maar toen begon de ellende voor met name Sibylla, de vrouw van koning Tancred. Zij had al het een en ander meegemaakt in de tijd dat Constance, een jaar jonger dan zij, gevangen zat. Heel luxe deelden zij samen het kasteel van Palermo en ze hadden zelfs dezelfde slaapkamer. Maar al snel boterde het niet meer zo tussen de dames. Sibylla was blij dat ze weg was. De paus had Tancred erkend als koning. Wat zou er nog kunnen gebeuren? Niet veel goeds helaas. Een leven vol smartelijk lijden. Maar Sibylla was een vrouw die desondanks niet zo maar bij de pakken ging neer zitten. Dit verhaal is volgens mij nog nooit opgetekend. Ik ga een poging doen. En ik doe het in de vorm van een synopsis van de vijf actes van een denkbeeldige opera over haar leven. Laten we de opera “Sibylla” noemen.

paleisActe 1. Plaats van handeling: het koninklijk paleis in Palermo. Koningin Sibylla is vol verdriet als haar oudste kind Rogier, de beoogde troonopvolger van haar man koning Tancred, op achttienjarige leeftijd overlijdt. Muzikanten met trommels en enkele koperblazers begeleiden de begrafenisstoet naar de kathedraal van Palermo. Het leven van haar was tot op dat moment nog een sprookje.  Zij is een rijke edelvrouw, afkomstig uit Ancerra (Napels) en samen met haar man bestuurt ze Sicilië, een machtig en rijk koninkrijk. Na de begrafenis laat koning Tancred vastleggen dat nu zijn tweede zoon, de nog zeer jonge, pas achtjarige Willem, zijn opvolger moet worden. Hij voelt inmiddels ook zijn eigen einde naderen, maar hij denkt alles goed geregeld te hebben.  Tancred overlijdt al binnen enkele weken. We zien alweer een rouwstoet, nu nog groter en treuriger, op weg naar de kathedraal.
Het zoontje Willem wordt als koning Willem III door de adel van Sicilië als opvolger aanvaard, maar Sicilië wordt feitelijk bestuurd door moeder Sibylla. Veel tijd voor regeringszaken heeft ze niet. De twee rouwperiodes zijn nog niet afgelopen als dan ook nog eens een van haar dochters, Medania, komt te overlijden.  Dan hoort Sibylla dat de Rooms-Duits keizer Hendrik VI Sicilië is binnen gevallen. Er is weinig weerstand. De feiten volgen elkaar snel op. Hendrik VI wordt gekroond in Palermo, een dag later krijgt Constance in Noord-Italië een kind, de latere keizer Frederik, en dan pas, enkele dagen later,  gebeuren er afschuwelijke dingen. Hendrik heeft er lucht van gekregen dat de Siciliaanse adel een samenzwering tegen hen op touw heeft gezet. Dat vraagt om verdere maatregelen..
marteling willem IIIIn het paleis in Palermo zit Sibylla, eenzaam, maar sterk. Ze heeft nog vier kleine kinderen: kindkoning Willem III en de dochters Elvira, Constance en Valdrada. Alle vier de kinderen zijn nog jong. Soldaten van Hendrik VI stormen naar binnen en Sibylla en haar vier kinderen worden gevangen genomen. Wist Sibylla van de samenzwering? Waarschijnlijk wel, misschien ook niet. Keizer Hendrik neemt in ieder geval het zekere voor het onzekere:  hij laat de kleine ex-koning Willem castreren en zijn ogen uitsteken. De laatste mannelijk troonopvolger is uitgeschakeld.  Wat een verschrikkelijke en barbaarse daad. Het kleine jongetje van negen jaar, wat moet hij gedacht hebben, niet alleen toen het gebeurde, maar ook daarna. En die moeder, en zijn zusjes…

hohenburgActe 2. Plaats van handeling: het klooster op de Hohenburg in de Vogezen. Daar verblijven Sibylla en haar vier kinderen als bannelingen. Keizer Hendrik kende het vrouwenklooster nog omdat hij daar een keer met zijn vader, keizer Frederik Barbarossa, geweest was. Het leek hem een veilige plek, ver weg van Sicilië. Herrad von Landsberg, de oude, goede en vrome abdis van het klooster, verzorgt de vier bannelingen daar liefdevol. Sibylla, zelf goed opgeleid, ontdekt tot haar vreugde dat de nonnen ook onderwezen worden, met name door Herrad. Ze ziet een prachtig boek, dat dagelijks geopend wordt en een van de afbeeldingen wordt door de abdis aan een aantal nonnen uitgelegd: de Hortus Deliciarum. Na een tijdje legt Herrad de afbeeldingen ook aan haar en haar dochters uit. Willem die niets kan zien luistert aandachtig mee. De hele bijbel komt aan bod, maar ook bijvoorbeeld het wereldbeeld van de Grieken. Ze geniet zeer van de afbeelding waarin de filosofie centraal staat, met de zeven kunsten, maar ook waar de gevaarlijke schrijvers en poëten op worden getoond.

filosofie-hortus-kleinfilosofie-hortus-centrum-kleinmusicafilosofie-hortus-valse poeten-klein

In Ancerra en later ook in Napels werd veel gemusiceerd, maar de godsdienstige gezangen van deze nonnen onder leiding van Herrad zijn werkelijk verbluffend. Sibylla weet niet wat ze hoort. Elke dag weer, niet alleen de bekende Gregoriaanse gezangen, maar ook gezangen voor heiligen, speciaal door Herrad gecomponeerd.

Helaas, na een jaar al komt de geliefde abdis te overlijden. Sibylla en haar kinderen mogen de Hortus Deliciarum nog wel inzien, maar zonder de bevlogen uitleg van Herrad lijkt alles minder boeiend. Ook het zingen is minder inspirerend. De gewezen koningin en haar vier kinderen kunnen geen kant op. Het klooster is ver afgelegen en er zijn voortdurend twee soldaten van Hendrik aanwezig die er op toezien dat ze het gebied niet verlaten.
Maar dan hoort Sibylla het volgende: op Sicilië was er een opstand tegen de wrede Rooms-Duitse keizer. Zelfs Constance had zich gekeerd tegen haar man en zich aangesloten bij deze opstand. Hendrik VI is dood. Vergiftigd of overleden na een koortsaanval? Constance benoemt vervolgens haar zoon, de nog zeer jonge Frederik, tot opvolger. Dat is maar goed ook, want slechts een jaar later komt ook Constance, ooit de grote rivale van Sibylla, te overlijden. Sibylla weet niet wat ze hoort. Zou ze misschien toch nog vrij kunnen komen? Maar haar hoop wordt in de kiem gesmoord door nieuwe tegenslag. Haar blinde en gecastreerde zoon Willem sterft, op slechts dertienjarige leeftijd.

melun-chateau-royalActe 3. Plaats van handeling is het château royal in de Franse stad Melun. De Franse koning Philips II  heeft eerder een groep soldaten naar het klooster in de Elzas gestuurd om de bannelingen te bevrijden. Een jaar na de dood van haar zoon is Sibylla met haar dochters dan alsnog vrij gekomen. Met een aantal raadgevers belegt de koning een bijeenkomst in deze stad, we zitten in het jaar 1199. De koning arriveert, een erewacht met muzikanten leidt hem naar binnen. In een zaal zijn enkele genodigden: Sibylla is aanwezig en een belangrijke leenman van de koning: Walter van Briënne. De koning heeft een groots plan. Hij wil meer macht in Europa. Afgesproken wordt dat de oudste dochter van Sibylla, Elvira, met Walter van Briënne zal gaan trouwen. Walter van Briënne stamt uit een steeds machtiger wordend adellijk geslacht. Zijn vader heeft veel roem verworven tijdens de derde kruistocht. Koning Philips voorziet dat deze Walter, die zeer geliefd is, wellicht te veel macht gaat krijgen en een mogelijk gevaar voor zijn eigen koningschap kan gaan vormen. Het plan is dat hij met Elvira Frankrijk verlaat om vanuit Italië de Siciliaanse kroon op te eisen. Bovendien is dit precies wat Sibylla ook wenst: ze denkt eindelijk wraak te kunnen nemen op alles wat haar in Sicilië is aangedaan.  Walter van Briënne heeft wel  oren naar al deze aspiraties. Hij trouwt met Elvira en de hele familie vertrekt naar Italië met een enorme som handgeld, ontvangen van koning Philips.

Acte 4. Plaats van handeling: het paleis van Palermo.  De jonge keizer Frederik zit in een vertrek in zijn paleis. Op zijn arm zit roerloos een valk. Frederik fluistert zacht en het beest reageert op alles wat hij zegt. Hij is intussen ook in gesprek met enkele raadgevers. Moeiteloos spreekt hij tot een van hen in het Arabisch. Deze maakt een buiging en loopt het vertrek uit. Dan spreekt hij in het Italiaans met zijn leermeester, de kardinaal. Deze heeft gezorgd dat hij een goede opvoeding kreeg, hij leerde alle dingen die een toekomstig koning moet kunnen. Ook leerde hij maar liefst 6 talen, waaronder het Arabisch. Zijn vader, Hendrik VI, van hem kan hij zich nauwelijks nog iets herinneren. Wel nog herinnert hij zich zijn moeder Constance. Deze had nog een jaar als regentes het eiland bestuurd en de banden met het Duitse keizerrijk verbroken. De paus erkende toen ze dat gedaan had het koningschap van de jonge Frederik. Vervolgens stuurde ze deze kardinaal naar hem toe als leermeester.
Een vertegenwoordiger van de paus komt binnen. Deze vertelt hem dat Elvira, een dochter van Sibylla, in Italië is aangekomen en gesteund wordt door de Franse koning in haar aspiraties op het koningschap van Sicilië. Het jonge echtpaar, Walter en Elvira hadden toen ze in Italië aankwamen namelijk de paus bezocht. Deze wilde Walter niet het koningschap van Sicilië aanbieden, alhoewel hij niet onsympathiek tegenover het echtpaar stond. Dus hij verzon een tussen-oplossing. Koning Frederik was ook nog in het bezit van Taranto en het graafschap Lecce, voormalig erfgoed van Sibylla, op het schiereiland Apulië in de laars van Italië. Frederik luistert naar dit  alles en na enig nadenken besluit hij akkoord te gaan met het voorstel van de paus. Hij is er echter niet helemaal gerust op…

lecce-kathedraalActe 5. Plaats van handeling: Lecce in Apulië, onderdeel van de laars van Italië. Elvira wacht angstig op berichten van haar man Walter.  Walter en Elvira verblijven al enkele jaren in de stad, samen met de moeder van Elvira, Sibylla en met de zussen van Elvira: Constance en Valdrada. Zij zijn daar onthaald als de nieuwe gezagsdragers. Maar na enkele jaren wil Walter meer. Een groot gebied om Lecce heen is nog steeds in handen van vertegenwoordigers van Frederik II. Walter gaat dus met veel goedgezinde ridders op oorlogspad en zint intussen ook op een mogelijkheid om naar Sicilië te gaan en daar de kroon op te eisen. Elvira vindt het maar niks, maar wat kan ze doen. Ze heeft nu eenmaal een onstuitbare en temperamentvolle man. Sibylla daarentegen had Walter stevig aangemoedigd.
Maar niemand weet dat Frederik II Walter via spionnen in de gaten houdt. Soldaten in dienst van deze Siciliaanse koning overvallen dan ’s nachts het kamp waar Walter van Briënne zich bevindt en doden hem.  In het paleis van Lecce komt een boodschapper aan. Sibylla en Elvira kijken gespannen, maar voelen dat het geen goed bericht is dat er gaat komen. O jee, waar Elvira al zo bang voor was is bewaarheid. Bij het horen van het nieuws van de dood van Walter is iedereen in diepe rouw in Lecce. De jammerklacht van Sibylla is misschien nog wel het grootst. Ze weet dat de kans om Sicilië terug te krijgen nu verdwenen is. Dat is voor haar de druppel. Ze sterft van verdriet. Haar geliefde Sicilië heeft ze nooit meer terug gezien.

Nu zou er nog een epiloog kunnen komen met een happy end. Met de drie overgebleven dochters gaat het nadien goed. Constance trouwt in 1213 met de doge van Venetië, Pietro Ziani. Deze stad is inmiddels zeer rijk. Pietro Ziani nam ook deel aan de vierde kruistocht waarbij o.a. Constantinopel werd ingenomen en het grootste deel van de buit kwam daarbij in Venetië terecht. De jongste dochter Valdrada huwt met Giacomo Tello, eveneens een rijk edelman uit Venetië. Ook Elvira blijft in Italië. Ze is dan zwanger van een zoon van Walter, die ook weer Walter zal heten. Na enige tijd hertrouwt zij met Giacomo Sanseverino, graaf van Tricarico in Zuid-Italië.  Zij bevalt van de zoon van Walter van Briënne, die van zijn oom Jean van Brienne na de vijfde kruistocht het graafschap van Jaffa en Escalon krijgt en later door kooplieden die hij had beroofd in Cairo wordt gedood.  Maar ik stel voor om deze epiloog hooguit in de aftiteling te vermelden. We eindigen de opera bij de tragische dood van Sibylla.

stamboomHierboven een overzicht van de familiebanden. De zwarte pijltjes wijzen de volgorde aan van de diverse opvolgers op de troon van Sicilië. Officieel zijn de twee zonen van Tancred en Sibylla (als Rogier III en Willem III) ook nog even koning geweest, voordat Hendrik VI met Constance gewelddadig de macht overnamen.

Waarom schrijf ik dit verhaal op, de basis voor een mogelijk script voor een tragische opera? Alles is waar gebeurd. Het zegt iets over de moraal en wreedheid die er in adellijke kringen in die tijd bestond. En helaas ook eerder en nog lang daarna. Maar voor mij was het bijzonder dat ik net had gelezen over Herrad von Landsberg, de abdis in de Elzas. Ook heb ik net een uitgebreide biografie gelezen over Franciscus van Assisi. Deze heilige was er bij toen de latere koning Frederik II van Sicilië in Assisi werd gedoopt. Hij was er ook bij toen de burgerij in Assisi en andere plaatsen van Zuid-Italië in opstand kwam tegen het wrede bewind van de vertegenwoordigers van diens vader Hendrik VI. Franciscus heeft de vertegenwoordiger van Hendrik VI samen met zijn kameraden de stad uitgejaagd en ze hebben zijn kasteel met de grond gelijk gemaakt. Hij heeft ook Walter van Briënne gekend, en was van plan zich bij hem aan te sluiten toen deze vanuit Lecce bezig was om een groot gebied rond de stad dat zich nog niet bij hem had aangesloten te veroveren.  Gelukkig voor Franciscus is hij tijdig terug gekeerd van deze gewaagde onderneming want we zagen hoe slecht het met Walter afliep. Als hij was meegegaan had de Rooms-Katholieke kerk misschien wel een heilige minder gehad… Later nam Franciscus nog deel aan de vijfde kruistocht, waaraan ook Jean van Briënne, de broer van Walter deelnam. Kortom: ik kon ook hier weer een aantal verbanden leggen. Dus wie weet zou het zelfs nog mogelijk zijn geweest om Franciscus een rol in die opera te geven. Maar nee. Ik vond het verhaal van Sibylla het meest aangrijpend. Haar leven is bij mijn weten nog nooit beschreven. Ik heb een kleine poging gedaan.  Zij is de tragische heldin van deze opera.
Sibylla is nauwelijks bekend geworden in de geschiedenis. Het leven van de een jaar jongere Constance daarentegen is zelfs door Boccaccio beschreven (zij is een van de 106 beroemde vrouwen in “de mulieribus claris”). Door haar trotse gedrag tijdens haar gevangenschap werd ze een soort heldin. En bij Dante kreeg Constance een plek in de hemel.

Hoe zou zo’n opera kunnen klinken? Monteverdi schilderde het verdriet van Penelope, die het wachten op de terugkeer van Odysseus na jaren begon op te geven. Ze was hopeloos verdrietig. De pijnen die zij had op dat moment zijn misschien enigszins te vergelijken met die van Sibylla toen ze eenzaam in de Elzas zat, zonder veel hoop op enige terugkeer naar haar vaderland, met haar jonge mismaakte zoon en drie dochters. Luister naar de prachtige verklanking van de universele klacht van iemand met uitzichtloos verdriet, op muziek gezet door de onovertroffen Claudio Monteverdi.

Di misera regina – o ik beklagenswaardige koningin
non terminati mai dolenti affani –  ze stoppen maar niet, mijn zorgen en pijnen
L’Aspettato non giunge – Hij op wie ik wacht komt maar niet
e pur fuggone gli anni- en ze vervliegen, de jaren
La serie del penar è lunga, ahi troppo – mijn voortdurende kwellingen duren inmiddels maar al te lang
A chi vive in angoscie il Tempo è zoppo – voor wie leeft in angst duurt de tijd eindeloos
Fallacissima speme, – vergeefse hoop
speranze non più verdi, ma canute – welke niet vers is, maar inmiddels gesleten
all’invecchiato male – hij valt niet te helen de pijn
non promette più pace o salute – en ik verwacht geen vrede of redding meer

(Lucille Richardot, English baroque soloists, John Eliot Gardiner)

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Über Liebe und Hass (4)

De orde van Franciscanen is een bedelorde. De kloosterlingen dienen zeer sober te leven en dankzij de giften van mensen kunnen ze zich kleden en voeden. Hun voornaamste bezigheid is: bidden voor de medemens. Franciscus, die deze orde oprichtte was in zijn jonge jaren een flierefluiter die er maar op los leefde, Uiteindelijk besloot hij zijn leven een radicaal andere wending te geven. Net als Jezus trok hij zich terug in de woestijn en vroeg om raad.

In eerdere artikelen schreef ik over het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina. Deel 14 van dit oratorium van Sofia Goebaidoelina heeft als titel ”Eenvoudig gebed”. De tekst van dit deel, van Franciscus van Assisi, is de inspiratiebron van het hele oratorium. De kern is: zet alle bezwaren opzij en geef je over aan een onvoorwaardelijke liefde aan de medemens. Vanuit retorisch oogpunt wordt er bijna steeds een tegenstelling gemaakt. (liefde-haat, licht-duisternis etc.)

Ik stel me de nederige Franciscus voor die zich, midden in de natuur, richt tot God en vraagt of deze hem wil bijstaan. Dit beeld zou je voortdurend voor ogen kunnen hebben als je naar de muziek luistert. De tekst is dan wel eenvoudig, maar het gebed is bijzonder indrukwekkend door de manier waarop Sofia Goebaidoelina het op muziek heeft gezet. Het wordt in het Russisch gezongen door een bas. Tussen de tekstregels door hoor je het zachte gezoem van biddende gelovigen. Het zouden de volgelingen van Franciscus kunnen zijn, de biddende Franciscanen. Maar ik kan me ook voorstellen dat Franciscus een band met de natuur probeerde te maken. Je hoort dan niet alleen de gelovigen, je hoort ook de biddende natuur. De sobere begeleiding met vooral subtiel slagwerk, piano en ijle strijkers maakt deze ervaring compleet. Sofia Goebaidoelina probeert voor mij in dit deel via de tekst van Franciscus een soort mystieke band aan te gaan met zowel de schepper als de schepping.  

Het gedicht kun je verdelen in drie strofen. Elk deel begint met de tekst: heer, help mij. (de eerste keer iets anders: God, sta mij bij). Alhoewel het hele gedicht  uiteindelijk leidt naar het absolute hoogtepunt op het laatste woord van de derde strofe: “beminnen”, zit er ook iets cyclisch in de opbouw. De eerste strofe begint a capella, de laatste strofe is in zijn geheel a capella. De instrumenten en het koor zijn het meest aanwezig in het middendeel, de tweede strofe, waardoor daar wat meer beweging is. Midden in de tweede strofe klinken nadrukkelijk twee gong slagen, als het ware om te markeren dat we op het spiegelpunt gekomen zijn. Dit na de woorden “vreugde” en “droefenis”. Deze twee tegenpolen kunnen niet zonder elkaar. Naast  “bemin elkander” op het einde lijkt dat de tweede meest belangrijke boodschap te zijn.

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

Heer, help mij
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Hier hoor je achter elkaar de beginwoorden van elke strofe, duidelijk steeds iets anders muzikaal uitgewerkt:

 

 

Strofe 1

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst. (Pomogi mne prinesti lyubov’, gde yest’ nenavist’.)
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

 

De eerste drie tekstregels worden a capella gezongen, maar tussen deze drie regels door hoor je een stijgend chromatisch secundemotiefje in de piano, steeds een octaaf hoger, overgaand in hoge wegijlende strijkersklanken. De tweede zin daalt de melodie een kleine sext, met een sterke expressie op het woord “haat”. Hierachter volgen biddende geluiden in het koor, als een zacht fluisterend gezoem. Dit gebeurt daarna na elke zin. Bij de derde zin daalt de melodie eveneens. Maar vanaf zin 4, en nog meer zin 5 gaat de melodie juist omhoog, er ontstaat een climax en ook de begeleiding draagt daar aan bij omdat alle muzikale ingrediënten nu niet alleen tussen de zinnen maar ook tussen de zinsdelen en woorden door worden gespeeld.

Strofe 2

Heer, help mij
Help mij brengen in de duisternis het licht.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

 

Heer, help mij: het woordje “heer” klinkt hier dramatischer als in episode 1 of 3. Het wordt gezongen in een dalende toonladder op slechts een lettergreep, a capella. Voor het volgende zinnetje komt horen we weer het eerdere stijgende pianomotiefje dat overgaat in ijle strijkersklanken. De tweede zin heeft een stijgende melodie, naar het woordje “licht” toe. Alle zinsdelen worden onderbroken door gefluister, gong en strijkers. Iets dergelijks gebeurt er bij de derde zin. Het woord “vreugde, en daarna “bedroefd” wordt steeds gevolgd door een gongslag. Het midden van het hele gedicht wordt gemarkeerd, maar ook deze woorden worden daardoor benadrukt. Ook de vierde zin heeft een stijgende melodie met steeds onderbrekingen van fluisterend bidden. Opvallend is hoe de laatste woorden weer a capella worden gezongen, gevolgd door een korte, maar nadrukkelijke stilte. Dan hoor je als overgag naar de laatste zin toch nog meerdere gongslagen en snel stijgende ijle  strijkers. De laatste zin “Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt” kent weer een dalend verloop. Weer geheel a capella. Daarna wederom een korte pauze, nu gevolgd door biddend gefluister.

Strofe 3

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

 

Dit deel wordt gezongen zonder dat het koor of de instrumenten op een of andere manier commentaar geven. Je hoort alleen de bas. Zoals ook de eerste strofe begon. De contrasten tussen de zinsdelen worden sterk uitvergroot door dynamiek en register. Het laatste woord “beminnen” wordt zeer nadrukkelijk, als een soort eis, als hoogtepunt neergezet.

Op een aparte pagina kun je in een filmpje het hele deel volgen, de tekst wordt in het Nederlands boventiteld. De afbeeldingen uit de natuur die je er bij ziet maakte ik de laatste week van juli 2018 in de Pyreneeën in Frankrijk.

Gebed van Franciscus door Sofia Goebaidoelina

Zie ook:

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse van deel 6
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Geplaatst in muziek | Tags: , , | 5 reacties

Franciscus van Assisi

cimabue portretCimabue, portret van Franciscus van Assisi.

Binnen twee jaar na zijn dood in 1226 werd Franciscus van Assisi heilig verklaard. En binnen enkele tientallen jaren was de door hem gestichte kloosterorde al verspreid over een groot deel van Europa. Kijken we naar bijvoorbeeld Maastricht. Het rijks-onmiddellijke Maastricht was net als leengoed overgedragen aan de hertog van Brabant in 1204. Er mocht toen een verdedigingswal worden aangelegd. Tegen die wal aan begonnen de eerste Franciscanen al acht jaar na de dood van Franciscus met de bouw van een klooster in 1234. Iets dergelijks  gebeurde in veel steden.

Wat veroorzaakte de populariteit van deze orde en zijn beroemde oprichter? Er waren al een hele tijd diverse ketterse genootschappen geweest, maar voor de paus was deze orde ongevaarlijk. Franciscus schaarde zich achter alle kerkelijke dogma’s en probeerde niet om belangrijke kerkelijke vernieuwingen door te voeren. De kerkelijke leiders zagen dat de geloofsgemeenschap bijzonder populair was dus het was goed om ze in te lijven: de orde en haar regels werden al snel erkend. Bij de gewone mensen sprak de levenswijze van Franciscus en zijn navolgers aan: eenvoud, geen pracht en praal. En het evangelie werd aanschouwelijk naar de mensen toe gebracht. Om deze verhalen goed zichtbaar te maken had je in een kerk veel ruimte nodig. De verhalen werden als fresco’s tegen de wanden geschilderd en als glas in lood kon je ze zien in de grote ramen. Dat kon toen, want het viel precies samen met de opkomst van de gotiek. Door steunberen werd het mogelijk om de muren van de kerken een minder dragende functie te geven waardoor er veel  grotere ramen in geplaatst konden worden. Iedereen kon zo op een makkelijke manier kennis nemen van de verhalen van de bijbel, ook als je niet kon lezen. In Franciscaner kerken werden al snel ook een soort stripverhalen geschilderd over het leven van Franciscus, zoals in de kathedraal van Assisi. Giotto liet in onderstaand tafereel het moment zien dat Franciscus in het bijzijn van de bisschop zijn kleren uittrok en aan zijn vader gaf. Demonstratief: ‘jij gaf me deze kleren, ik hoef ze niet meer, maar ik ga verder in armoede mijn leven aan God wijden.’

Giotto-St-Francis

De Franciscanen, of minderbroeders zoals ze ook genoemd werden, waren de meest populaire orde van die tijd. De monniken preekten niet alleen, maar baden ook heel veel, voor alle gelovigen en voor het zielenheil van de wereld. Als je rijk was kon je de paters voor je laten bidden of je kon na betaling een graf dicht bij het koor krijgen. Een graf in een Franciscaner kerk was gegarandeerd een vrijkaartje voor de hemel.

In de loop van de tijd zouden veel van deze dingen leiden tot minder wenselijke toestanden. Het was een bedelorde, behalve bidden deden de paters nauwelijks iets voor de kost. Eigenlijk niet lang na zijn dood gebeurden er al dingen die Franciscus nooit goed gevonden zou hebben, zoals de bouw van een grote basiliek in Assisi, die hoofd en moeder van de Franciscaner orde moest worden, in plaats van het eenvoudige “Maria ter Engelen”, zoals bepaald door Franciscus. En de giften overal ter wereld werden steeds groter. De monniken konden daardoor een steeds meer luxe leven leiden. Je kreeg afsplitsingen in de orde, sommigen wilden weer terug naar de basis. Zo ontstonden er drie takken: de minderbroeders conventuelen die eigenlijk de rechtstreekse voortzetting vormen van de eerste broeders maar dus uiteindelijk veel luxer gingen leven, de observanten uit 1334 (ook wel minderbroeders franciscanen genoemd) en tot slot de kapucijner orde uit 1526. Observanten streefden naar een strikte naleving van het armoede-ideaal. Bij de kapucijners stond preken en ziekenverzorging centraal, bovendien leefden deze monniken ook weer in uiterste armoede. In Maastricht waren de kapucijners naast de cellebroeders de enige kloosterlingen die het aandurfden om pestlijders te verzorgen. Verder waren er al toen Franciscus nog leefde een vrouwenorde opgericht onder leiding van de tot heilig verklaarde Clara, de Clarissen, en een lekenorde. Ook die bestaan nog steeds.

De vele legenden rond de oprichter, Franciscus van Assisi, hebben tot verschillende dingen geleid. Zo valt de naamdag van Franciscus op dierendag. Franciscus zou een sterke band hebben gehad met de natuur, hij kon letterlijk geen vlieg kwaad doen en zelfs wurmen haalde hij van de weg af zodat ze niet vertrapt zouden worden. Hij preekte in de natuur en alle dieren werden stil en kwamen luisteren. Dat alles spreekt misschien des te meer tot de verbeelding omdat hij oorspronkelijk van rijke komaf was, heel lang een luxueus en decadent leventje leidde, en pas later tot het inzicht kwam dat leven in armoede  in de lijn was met hoe Christus  had geleefd. Hij ging zelfs zo ver dat hij er steeds meer naar streefde om zelf het lijden van Christus te ervaren. Hij pijnigde zich herhaaldelijk met aan zich zelf  opgelegde lichamelijke straffen. Zijn verlangen naar de pijnen van Christus waren enkele jaren voor zijn dood zo sterk dat hij voelde waar Christus met een lans was gestoken en waar de spijkers door diens handen en voeten waren geslagen. Volgelingen zagen dat: hij had de tekenen Gods ontvangen, de zogenaamde stigmata! Veel kunstenaars hebben dat moment uit het leven van Franciscus geschilderd, zoals ook weer Giotto.

800px-Giotto_-_Sankt_Franciskus_stigmatisering-800x675

Nu we een Paus hebben die zich Franciscus heeft laten noemen en die probeert de eenvoud en het gedachtengoed van Franciscus van Assisi uit te dragen zijn er weer meer mensen die kennis willen nemen van de ideeën van deze heilige. Enkele teksten die zijn toegeschreven aan Franciscus zijn behoorlijk populair geworden. Zoals zijn zonnelied. De hele schepping wordt hierin beschreven: de zon, de maan, de sterren, de wind, het water, het vuur, de aarde, de vruchten, de bloemen en de planten. En natuurlijk de schepper van dit alles met de boodschap: dien hem in grote nederigheid.

Bij de begrafenis van prinses Diana werd ook een tekst van Franciscus voorgelezen. Het is dezelfde tekst die Sofia Goebaidoelina inspireerde tot het schrijven van haar indrukwekkende oratorium “Über Liebe und Hass”. Deel 14 van dit oratorium is een vrije verwerking van dit gedicht van Franciscus van Assisi.

Bij Goebaidoelina ziet de Nederlandse vertaling van de Russische tekst van het gedicht van Franciscus er als volgt uit:

14. Eenvoudig gebed

Help mij Heer.
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Maak me een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.
Help mij Heer.
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.
Help mij Heer.
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Het gedicht vraagt om kracht te geven aan Franciscus, maar aan iedereen die er om vraagt, om over alle barrières heen te stappen en onvoorwaardelijk lief te hebben.

Een analyse van hoe Goebaidoelina deze tekst heeft uitgewerkt kun je vinden in een apart artikel.

Van zijn leven is veel door ooggetuigen vastgelegd. Er zijn veel mensen die tijdens zijn leven over hem geschreven hebben. Anders dan bij veel andere heiligen is er zo erg veel bekend en is er maar weinig bij gefantaseerd. Voordat hij werd heilig verklaard zijn er ook uitgebreide antecedenten onderzoeken geweest, heel snel na zijn dood. Iedereen die hem in zijn jeugd nog gekend heeft is ondervraagd. En dat alles is schriftelijk vastgelegd. Adrian House heeft jaren in Umbrië gewoond en toegang gehad tot veel plekken en archieven. Zijn biografie “Franciscus van Assisi” neemt ons mee in de tijd van Franciscus. Ze neemt ons mee naar de tijd dat hij met zijn vader mee ging naar de jaarlijkse markten in Troyes in de Champagne, waar deze laken kocht en verkocht. Daar kwam hij in aanraking met troubadours. Zijn moeder was Franҁaise van wie hij perfect Frans (Occitaans) leerde. We lezen hoe hij mee ging vechten tegen het naburige Perugia en daar een jaar in de gevangenis belandde. Zijn bezoeken aan de leprozenkolonies bij Assisi hebben waarschijnlijk de basis gevormd voor zijn innerlijke bekering. De eigenhandige bouw en herstel van een kerk laten zien dat hij architectonische gaven had. We lezen hoe hij na een buitensporig verkwistend leven al zijn rijkdom opgeeft, zelfs heel veel geld van zijn vader weg geeft om een arme pastoor te helpen. Zo ontstaat het conflict met zijn vader waar de bisschop bij wordt geroepen en dat uiteindelijk Franciscus de knoop doet doorhakken om een geheel ander leven te gaan leiden. We lezen hoe een aantal mensen hem gaan vergezellen en zich bij zijn levensstijl aansluiten, hoe hier voorzichtig een soort orde uit groeit, hoe deze orde die geheel anders is dan elke andere op dat moment bestaande orde door de paus erkend wordt, hoe hij ook Clara steunt die de vrouwelijke tak van de Franciscanen sticht, hoe hij de Pyreneeën oversteekt en een jaar lang in Spanje vertoeft en in aanraking komt met joden en moslims. Hoe hij deelneemt aan de vijfde kruistocht en tot zijn leedwezen niet kan voorkomen dat er zeer veel bloed wordt vergoten in Egypte. En over alles wat daarna nog gebeurt.

Franciscus van Assisi, Adrian House.
2000, herziene uitgave 2013, Altamira.
ISBN 978 94 013 01268 NUR 681

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Maria Laach

In de Eifel zijn in het verleden veel vulkanen actief geweest. Als je het “Vulkanpfad” volgt krijg je een buitengewoon leerzame toelichting midden in de natuur: zowel de vulkanische activiteiten maar ook de latere ontginningen van basalt en tufsteen worden prachtig aanschouwelijk gemaakt. Voor de rondtocht van 6,6 km moet je zeker drie uur uittrekken omdat er soms stevig geklommen moet worden, maar ook omdat je veel toelichtingen wilt lezen.

basaltbasalt-toelichting

De laatste enorme uitbarsting was 13000 jaar geleden. Dat is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden. Zo tegen het einde van de laatste ijstijd. In de enorme krater ontstond een meer, de huidige Laacher See. De uitbarsting was zo hevig dat lavadelen ver werden verspreid door de lucht, tot wel in Zuid-Zweden.

laacher-seeVlakbij dat meer liet paltsgraaf Heinrich II in de elfde eeuw een burcht bouwen, en later ook een klooster, het huidige klooster “Maria Laach”. De kloostergebouwen zijn intussen compleet vernieuwd, maar van de oorspronkelijke Romaanse kerk is nog veel over. Deze kerk is opgebouwd uit zowel tufsteen als basaltblokken.

kerk1Toen Heinrich II in 1095 overleed was pas een klein deel gereed. De kerk werd uiteindelijk in 1156 gewijd, maar ook daarna werd er nog een eeuw lang van alles aan toegevoegd, zoals tussen 1220 en 1230 het zogenaamde paradijs: een apart staand atrium met binnentuin aan de westkant.

paradijsIn de loop van de tijd kwamen er diverse aanpassingen: eerst in gotische, later in barokstijl. Maar in de twintigste eeuw zijn die aanpassingen, afgezien van twee gotische ramen, weer allemaal verwijderd en is de kerk nu weer vergelijkbaar met hoe hij er uit zag in de dertiende eeuw. Er zijn ook nog plastische elementen uit die tijd bewaard gebleven: met name de kapitelen van het paradijs uit 1220. Je zou ze nog laat-romaans kunnen noemen, maar de fantasievolle mystieke figuren zoals die een halve eeuw er voor werden vervaardigd in bijvoorbeeld de Servaaskerk van Maastricht of de Magdalenakerk van Vézelay zie je in deze kerk minder terug. Het meest verwant daarmee zijn de hieronder afgebeelde sculpturen 3 en 4. Op 3 zien we een man die in beide handen de kop van een soort hagedis omklemd houdt. In afbeelding 4 zien we een jonge man (of is het een jonge vrouw?) die iets op zijn hoofd vast houdt, gezeten op een dierlijk wezen met een mensenhoofd en een soort kaboutermuts. Achter dit geheel staat iemand dreigend met een knuppel. Alles is stijlvol  uitgevoerd. Naast mensen, duivels en (vreemde) dieren laat het merendeel van de kapitelen allerlei vegetatie zien.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6Van rond 1400 zijn er twee mooie beelden te zien: een pieta en een Mariabeeld met bloem.

pietamaria

Zowel in het koor als ook in de zijkoren zijn mooie mozaïeken gemaakt rond 1900 in Byzantijnse stijl.

absismozaiekHeinrich II, de stichter van de abdij, heeft 150 jaar na zijn dood een praalgraf gekregen in de kerk. Het doet me denken aan het dubbelgraf van graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant in de Munsterkerk van Roermond. Dit praalgraf is ongeveer in dezelfde tijd gemaakt als dat in Maria Laach.

graf1graf2

Bij het klooster is verder van alles te beleven. Er is een winkel waar biologische producten worden verkocht, je kunt er wat eten en drinken, er is een beeldentuin, een grote museumwinkel met boeken en kaarten, een klein museum waar ook een film van 20 minuten over kerk en klooster wordt vertoond, er is een hotel waar je kunt overnachten en met de monniken de diensten kunt bijwonen en je kunt prachtig wandelen helemaal om de Laacher See heen. Het is een uitje waard!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, natuur | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Sprinter

‘Opa, bestaan kabouters?’
‘Nee kabouters bestaan niet, alleen in sprookjes.’
‘Mijn vader zegt dat kabouters wel bestaan.’
‘Ja jullie hebben een mooi kabouterboek waar papa vaak uit voorleest geloof ik, toch?’
‘Ja’.
‘Sommige mensen geloven dat kabouters bestaan, maar ik denk dat ze alleen maar in sprookjes bestaan.’
‘Mijn juf heeft een verhaaltje verteld van zeven dwergen. Zijn dwergen hetzelfde als kabouters opa?’
‘Soms zeg je ook wel eens dwergen in plaats van kabouters. Maar eigenlijk is een dwerg iemand anders. Een dwerg is een mens die al volwassen is, maar nog net zo klein als een klein kind. Die bestaat wél, maar dat is geen kabouter.’

Een en ander werd door mijn oudste kleinzoon van vijf aangenomen ter overdenking. Toen ik hem terugbracht naar huis ging hij het laatste stuk op zijn fiets. Alle paadjes en steegjes hebben voor hem nieuwe namen gekregen. Achterom heet het de karnemelkstraat. Maar er is ook een N-weg, een zogenaamde provinciale weg dus, waar je harder mag rijden. Gewoon een stoepje dus, maar in zijn fantasie een levensechte provinciale weg. Hij heeft een grote fantasie, leeft vaak in zijn eigen wereld, waarin zijn speelgoedauto allemaal geluiden maakt die lijken op bepaalde echte geluiden. Vooral knipperlichten, handremmen en zo. Op zijn favoriete auto klinken die exact hetzelfde als in onze auto. Zijn imitatievermogen is opmerkelijk. Ook verzint hij nieuwe woorden, zoals enkele dagen geleden op een briefje dat hij voor zijn moeder schreef. Het laatste woord was een eigen verzonnen woord waar hij zelf hartelijk om moest schateren.

Hai Lieufa mama ik heb its leuks for jau dan “gehupt”

lievemama

We waren tijdens onze terugtocht inmiddels bijna bij zijn huis aanbeland maar hij bleef maar fantaseren. Ik vond dat hij nu toch maar eens wat moest opschieten.
‘Kom op sprinter, schiet eens een beetje op’.
‘Ik bén geen sprinter, ik ben een mens!’
Ik realiseerde me onmiddellijk dat een sprinter voor hem een trein is, net zoiets als een ECI, TGV of koploper. Dus een begrip dat niets met mensen te maken heeft.
‘O sorry, natuurlijk jij bent een mens, het was  maar een grapje.’
Thuisgekomen was het eerste dat hij tegen zijn vader zei:
‘mijn opa zegt dat ik een sprinter ben, maar ik ben een mens’.
‘Och opa maakte gewoon een grapje denk ik, dat is toch niet erg?’
’Dat is wél erg, ik ben een mens!’
Ik vertelde hem dat het woord “sprinter” een homoniem is. Mensen die heel hard kunnen rennen of fietsen, daar zeg je ook wel “sprinter” tegen. Maar een sprinter is natuurlijk ook een stoptrein van de NS. Zijn antwoord was onverbiddelijk:
‘Een sprinter ís geen homoniem!’

Nu ging het begrip homoniem echt te ver voor hem. Een sprinter was een heilig ding waar je in kon rijden, waar je filmpjes over kon bekijken, waar je in je fantasie mee kon spelen. Maar in alle gevallen ging het om een trein. En dat mocht gewoonweg niets anders zijn. Sommige homoniemen kunnen gewoon niet. Ik was ontroerd om zijn vastberadenheid.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 2 reacties

Van september naar oktober

wittewieven-klein2Zondag 30 september. De dag begint met witte wieven: mistslierten boven de uiterwaarden van de Lek. Ze horen net zo bij september als de overal aanwezige nijvere spinnen in deze tijd. In de middag lopen we door de duinen van Oostvoorne. De wonderboom! Hij is er nog steeds. Morsdood. Maar nog steeds indrukwekkend. Er is geen driekleurig viooltje meer, maar wel zien we de bloemen van laatbloeiers als teunisbloem, tijm, hop, wilde bertram en parnassia. Op het zeepkruid zit een ijverige wesp. En aan de struiken zitten overal besjes. Het geel van de duindoorn, het rood van de kardinaalsmuts of de verschillende rozensoorten en het zwart van de “rode” kornoelje.  Het zijn de kleuren van de vlag van Duitsland. Zij worden hier elk jaar warm verwelkomd.

Hoe warm en rustig het is in de duinen, hoe koud en winderig het is aan het strand. Er waait met grote snelheid fijn, allesdoordringend zand. Maar de korreltjes worden prachtig weerkaatst in het zonlicht. De rook van het Botlekgebied tussen de heuvels door verraadt dat je slechts in een oase vertoeft, met daaromheen de bedrijvige mens. Een strak wapperende vlag markeert het gebied waar het naaktstrand begint. Een meeuw heeft vrij uitzicht over zee en strand. Alleen de natuur is naakt deze dag. Het is nog net september.

Dinsdag 2 oktober. In alle vroegte zie ik dapper fietsende kinderen, die tegen de regen en de wind in op de dijk ploeteren. Ik kijk door bedruipte ruiten. Waar eergisteren de witte wieven waren is het nu een en al grijzigheid. De lucht is zwanger van het vocht. De kachel brandt. Het is oktober!

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Daniel Barenboim

Tussen 1800 en 1802 werkte Beethoven aan zijn derde pianoconcert. Intussen schreef hij ook nog liederen, ontstond de muziek bij het toneelstuk “Die Geschöpfe des Prometheus”, de tweede symfonie, de Romance in G voor viool en orkest, variaties op een eigen thema voor pianotrio, 5 vioolsonates, variaties voor piano en cello over een thema uit de Zauberflöte, 4 pianosonates waaronder de Mondscheinsonate en de sonate “Der Sturm”. Dit geeft een beeld hoe Beethoven componeerde. Hij was steeds met meer dingen tegelijk bezig en bleef als hij het werk weer hervatte aan de eerdere stukken schaven. Zijn handschriften getuigen daar nog steeds van.

concertAfgelopen zaterdag en zondag speelde de bijna 76-jarige Daniel Barenboim dit concert, samen met het Rotterdams Philharmonisch orkest en de gloednieuwe 29-jarige chefdirigent Lahav Shani.  Een medeblogger die het concert ook bijwoonde schreef over hem en dit concert een mooi blog : Lahav Shani.  Barenboim is bij een deel van de studie van Shani diens mentor geweest. Beide musici zijn zowel pianist als dirigent. Daniel Barenboim dirigeert vaak als hij zelf soleert vanaf de piano. Shani schijnt die gewoonte te hebben overgenomen, maar bij het concert dat ik zaterdag bijwoonde waren de rollen gescheiden. Of toch niet helemaal? Barenboim richtte zich helemaal op het orkest als hij zelf niet speelde en je zag hoe hij in zich zelf mee dirigeerde. Een enkele keer leek hij zelfs zo in die rol op te gaan dat hij een armbeweging van een inzet maakte, als wilde hij de leiding overnemen.

Deze praktijk was ook gangbaar in de tijd van Beethoven. Beethoven zelf speelde altijd zelf de solistenrol bij uitvoeringen van zijn pianoconcerten en dirigeerde intussen het orkest. Totdat hij dat door zijn doofheid niet meer kon en vanaf toen heeft hij dan ook geen pianoconcerten meer geschreven. Dat was al 18 jaar voor zijn dood het geval. Beethoven schreef voor de eerste uitvoeringen ook nooit zijn pianopartij uit, alles ging uit zijn hoofd. Het is niet onmogelijk dat hij dan ook nog dingen ter plekke improviseerde. Bij de cadens was dat gebruikelijk, maar tot de tijd van Beethoven waren cadensen vaak zeer uitgebreide solostukken waarbij het meer ging om de virtuositeit van de solist dan om compositorische samenhang met het concert. Voor Beethoven was dat een gruwel. Hij vond de cadensen die hij hoorde bijna altijd veel te lang. Voor zijn eigen concerten, m.u.v. het vijfde pianoconcert, heeft hij zijn cadensen dan ook uitgeschreven, waarschijnlijk trouwens pas in 1809, dus lang nadat in dit geval het derde pianoconcert zelf was geschreven. Tegenwoordig spelen de solisten meestal de uitgeschreven cadens van Beethoven, zo ook Daniel Barenboim. Van Beethoven is bekend dat hij grote contrasten kon maken, van uiterst zacht en lyrisch tot hard en heftig. Daniel Barenboim deed dat ook, vooral dus in zijn cadensen. Hij kon het gehoor daardoor op de puntjes van de stoel krijgen. Ik was ontroerd dat ik dat mocht mee maken. En hij speelde alles uit zijn hoofd. Ook de dirigent Lahav Shani gebruikte die hele avond geen partituur. Gewaagd, maar wat een vrijheid krijg je daardoor en hoeveel meer kun je je nog op de muziek zelf concentreren.

Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw volg ik de carrière van Daniel Barenboim. Ik kocht diverse LP’s met pianosonates van Beethoven door hem gespeeld.

hoesLater kocht ik ook CD’s van zijn uitvoeringen. En ontdekte dat sommige uitvoeringen nog beter konden. Zo nam hij de cellosonate’s op met zijn veel te vroeg gestorven vrouw Jacqueline du Pré. Maar ik vond de opnamen van Richter met Rostropovitch nog mooier en spannender. Daarentegen zijn masterclasses die je op TV kon zien waren weer grandioos. Wat konden zijn leerlingen goed spelen. Hij probeerde in woorden uit te leggen hoe het toch nog beter kon zijn. Uiteindelijk ging hijzelf achter de piano zitten en deed het voor. Een wereld van verschil met wat je net daarvoor van die leerling had gehoord. Geweldig. Je kunt deze masterclasses rond de sonates van Beethoven hier terug zien.

Tijdens die masterclass doet hij ook een aantal markante uitspraken. Deze bijvoorbeeld. Zo voel ik het ook.

Zondag 21 oktober 2018 is het concert van 30 september uitgezonden op NPO4. https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-10-21. Ga naar het zondagmiddagconcert. Eerst wordt het tweede scherzo van Orthel uitgevoerd, een  voor mij verrassend spannend en goed stuk. Voor het derde pianoconcert met Barenboim kun je doorspoelen naar 33.25. Daniel Barenboim speelde op een vleugel, die hij zelf heeft laten maken en die hij tegenwoordig op zijn concerten meeneemt. Bij deze vleugel zijn de snaren naast elkaar gespannen, in plaats van kruiselings zoals bij moderne vleugels het geval is. Dat maakt dat de registers van bas en discant veel beter afzonderlijk te horen zijn. Zo was het ook in de tijd van Beethoven.
Ik heb de uitvoering van een dag eerder gehoord, misschien nog spannender. Luister vooral naar de cadens van het eerste deel. Het einde daarvan hoor je hier onder. Adembenemend. 



Na de pauze werd de vijfde symfonie van Shostakowich gespeeld. Tja. Het werk werd goed uitgevoerd, ik ben helaas geen fan van deze compositie.  Maar: ik was live bij Beethoven en Barenboim. Dat zal me nog lang heugen.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 4 reacties

Über Liebe und Hass (3)

Hoe beeldt een componist wanhoop, intens verdriet, angst uit? Bach laat dat vaak horen in zijn cantates, en natuurlijk ook in zijn passies.  Het was in zijn tijd een voortdurend terugkerend thema: bereid je voor op de dood. Het was de tijd van het piëtisme. Ook in deze tijd proberen sommige componisten dat uit te beelden. Het zesde deel van het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina gaat over de angst, het verdriet en de wanhoop van de mens. De tekst is voor een groot deel ontleend aan psalm 69. Qua sfeer en motiefgebruik in het orkest zien we een aantal elementen terugkeren van deel 1 van dit oratorium.

In psalm 69, die aan David wordt toegeschreven, is het David zelf die in wanhoop is. Deze psalm zou je kunnen plaatsen in de tijd dat David door koning Saul dood werd gewenst en hij dus moest vluchten. Na een waarschuwing van zijn vrouw  Michal vluchtte hij eerst naar Samuel en ging bij hem wonen. Maar ook daar bleek hij niet veilig. Nadat David weer moest vluchten, werd hij aanvoerder van een bende. Samen met deze bende verborg hij zich in grotten en spelonken. Hij werd intussen achtervolgd door Saul met 3000 soldaten. Intussen denkt hij na over zijn leven en is de wanhoop nabij. Zo horen we hoe een eenzame, gekwelde, wanhopige ziel zijn lot beklaagt. Hij weet dat hij er zelf mede schuld aan is want hij was zondig. Hij is verstoten door zijn familie. Hij wordt door velen gehaat. Maar goddelozen hebben het op hem gemunt. Op het einde smeekt hij dat hij desondanks in leven mag blijven. Hij zal de naam van God eren. Hopelijk is God gerechtig zodat zijn ziel nog gered kan worden. Voor Goebaidoelina is dit alles de aanleiding om het begrip wanhoop en intens verdriet in zijn algemeenheid uit te beelden.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof

De tekst kun je onderverdelen in 4 episodes. Elke nieuwe episode begint met “O Heer”. Het geheel werkt zo ook als een soort gebed van vier strofen.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof.
    Ze smelt weg van droefenis.
    De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
    Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.
  2. O heer.
    Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
    Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
    Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
    Doodmoe zijn mijn ogen.
  3. O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
    Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
    Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
    Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
    Smaad heeft me gebroken.
  4. O heer, jij kent mijn schande.
    Jij kent mijn schaamte.
    Verhoor mij.
    Ontruk mij aan het slijk.
    Red mij van wie me haten.
    Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
    Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

Bij alle vier de episodes zijn er beelden door de instrumentatie van de hachelijke omgeving waarin de hoofdpersoon verkeert. Maar het gaat allereerst om zijn gemoedsgesteldheid. Bij 3 vertelt hij iets meer over de oorzaak van de ellende. Bij 4 probeert hij uit deze ellende weg te komen en roept daarbij God te hulp. De hele tekst wordt in het Russisch, buitengewoon helder neergezet door een solozanger, een bas. Vaak zingt hij zonder enige vorm van begeleiding.

Ik ben de Russische taal niet machtig, maar door goed te luisteren heb ik denk ik toch vrijwel steeds de tekst op de juiste plaats bij de muziek weten te zetten.

Als bovenstaand filmpje niet werkt, klik dan op de link hieronder:

film deel 6

Hieronder heb ik per episode iets verteld over de inhoud, tekstbehandeling en orkestratie

Episode 1

Mijn ziel is vergaan tot stof.
Ze smelt weg van droefenis.
De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.

De eerste twee zinnetjes gaan allebei een beetje omhoog, om het laatste woord te benadrukken: stof, en droefenis. Elk zinnetje wordt gevolgd door een instrumentale uitbeelding van een gevaarlijke omgeving, we horen zelfs het leeuwengerommel uit het eerste deel van het oratorium weer terug. De derde en vierde zin lopen achter elkaar door. Er is spraken van een kleine climax. Het orkest is nu ook tijdens het zingen steeds aanwezig en becommentarieert heel kort slechts een zinsdeeltje, waarbij de climaxwerking vooral doordat de stukjes sneller achter elkaar komen wordt bewerkstelligd.

Episode 2

O heer.
Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
Doodmoe zijn mijn ogen.



Het eerste stukje ”O heer”, klinkt als een wanhoopskreet en komt onmiddellijk uit de voorafgaande eerste episode voort. Dan verandert de sfeer. Strijkers en pizzicatonoten, later ook koper, beelden het onherbergzame landschap van modder en water uit. Er wordt gedurende korte tijd weer zonder orkestbegeleiding gezongen en “het zinken” hoor je terug in de langzaam dalende melodie.  Zo ook bij de derde zin. Het water, de vloed, beeldt het overspoelen van je voeten uit, je zinkt steeds dieper. De melodie daalt ook nu.  De vierde zin is uiterst treurig. De zinsdelen worden sterk van elkaar afgezonderd. Ook de laatste zin” doodmoe zijn mijn ogen” klinkt wanhopig. De algehele sfeer blijft vooral: een en al ellende…

Episode 3

O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Smaad heeft me gebroken.

De eerste twee zinnen worden zonder begeleiding gezongen. Daarna verandert er iets meer in de instrumentatie. Er komen klokkenspelletjes bij, de pizzicatotonen worden heel hoog, ook lange tremoli strijkerstonen gaan de hoogte in. Dit tremolomotief staat voor smaad, schande, schaamte. Tremoli met belletjes vergezellen in zin 3 en 4 de slotwoorden ”broeders” en  “moeder”. Deze motiefjes hoor je ook nog enkele keren bij de laatste zin.

Episode 4

O heer, jij kent mijn schande.
Jij kent mijn schaamte.
Verhoor mij.
Ontruk mij aan het slijk.
Red mij van wie me haten.
Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

De eerste twee zinnetjes worden zonder begeleiding gezongen. Dan valt het orkest in met een donkere pauk en blazers, gevolgd door de piano die het leeuwengebrul in snel stijgende en dalende loopjes laat horen, met steeds “narommelen” in de pauken. Dit alles met een geleidelijke climax tot het woord “haten”. Klokken vergezellen het hoogtepunt. Maar ook dit is nog slechts een aankondigen van het volgende hoogtepunt: “Heer houdt mij in leven tot eer van jouw naam”. De tekst wordt er bijna uitgeschreeuwd. Even pauze, en dan volgt de laatste zin, die solo gezongen wordt, laag begint en het woord “verdriet” smartelijk uitbeeldt, ook doordat juist op dat woord het orkest er bij komt. Van hoog naar laag wordt dit verdriet dan ook nog eens door het orkest uitgebeeld, waarmee het complete deel eindigt.

Deel 6 compleet

Voor de volledige muziek van alle 15 delen ga naar de site van Radio 4: Klik op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-09-17 , ga naar het avondconcert van 20 uur en spoel door naar 0:43.

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse deel 14
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 5 reacties

Über Liebe und Hass (2)

Sofia Goebaidoelina schreef in 2014 een cantate voor de Staatskapelle Dresden: “O komm, Heiliger Geist”, een werk dat in dat jaar in april in de Frauenkirche voor het eerst werd uitgevoerd. Toen had ze al het idee om het uit te werken tot een groot oratorium. Een half jaar later las ze een gedicht van Franciscus van Assisië, en alles viel op zijn plek. Dit gedicht werd het uitgangspunt voor haar nieuwe oratorium:.

Heer, maak mij een hulpmiddel voor uw vrede,
dat ik liefheb waar men haat;
dat ik vergeef, waar iemand beledigingen maakt;
dat ik verbind waar er strijd is;
dat ik de waarheid vertel, waar men er naast zit;
dat ik geloof breng, waar twijfel dreigt;
dat ik hoop breng, waar wanhoop op de loer ligt;
dat ik het licht ontsteek waar duisternis heerst;
dat ik vreugde breng, waar verdriet is.
Heer, laat mij niet zoeken naar troost, maar dat ik zelf troost;
niet naar begrip, maar dat ik zelf begrip toon;
niet dat ik geliefd word, maar dat ik zelf liefheb.
Want wie zich overgeeft, ontvangt;
hij die zichzelf vergeet,  zal vinden;
hij die vergeeft, hij zal worden vergeven;
en wie zo sterft, zal ontwaken in het eeuwige leven.

Sofia Goebaidoelina ging dus aan de slag en op 14 oktober 2016 werd het nieuwe Oratorium met de titel “Über Liebe und Hass” voor het eerst uitgevoerd in Tallinn, niet veel later nog een keer in Dresden. Maar het bleef knagen bij de componist, ze was nog steeds niet helemaal tevreden. Ze besloot om het oorspronkelijke werk van 50 minuten uit te breiden. Er werden nog zes tekstdelen aan toegevoegd. Links zien we de titels van de negen delen van de oorspronkelijke cantate uit 2016, rechts die van de 15 delen van de gloednieuwe opvolger uit 2018, die onlangs in Rotterdam in premiëre ging:

oratorium1en2

De tekst van het een na laatste deel, eenvoudig gebed, is voor een groot deel afkomstig van het al genoemde gedicht van Franciscus van Assisië. De tekst van het laatste deel komt uit haar cantate van 2014, en is feitelijk een variatie op de tekst van een Gregoriaanse sequens van omstreeks 1200: Veni sancte spiritus. (Dit gezang wordt in de Rooms-Katholieke kerk altijd met Pinksteren gezongen.) De overige teksten komen voor een belangrijk deel uit het oude testament, zoals deel 12 uit het Hooglied komt. Psalm 57 (vooral vanaf vers 5)  speelt een belangrijke rol bij deel 1 en bij deel 9. (Er wordt wel gezegd dat David deze tekst schreef toen hij zich verschool voor Saul. Hij was bang en vol haat). Psalm 69, ook van David, vormt de basistekst voor deel 6.

Haat en liefde spelen bij bijna al de teksten een rol. In de muziek hoor je, ook als de intentie in de tekst liefde lijkt te zijn, de kwaadheid steeds op de loer liggen, en andersom. Het is duidelijk dat de componist de tegenstelling als een onontkomelijk gegeven beschouwd, maar hoe ga je er mee om? Net als Franciscus wil ze proberen om de voortdurend de kop opstekende haat steeds  te laten vergezellen door vergeving en verzoening.

Waarom zijn sommige teksten in het Duits, andere in het Russisch?  Om te beginnen is zij een Russin die in Duitsland woont.  Maar de keuze van de taal lijkt als je alles wat beter bestudeert eerder toevallig. In het eerste deel horen we beide talen. Daarna een beetje om en om,  de delen 6 tot en met 14 laten uitsluitend de Russische taal horen. Het laatste deel is dan weer in het Duits, maar ik denk dat dat vooral komt omdat het laatste deel oorspronkelijk als een Duitse cantate geschreven is, bedoeld voor een uitvoering in Dresden. De Duitse tekst in het begin komt zo wel weer terug en dat voelt logisch. Waarom dan het grootste deel in het Russisch? De delen 4, 6, 7, 8 en 10 zijn nieuwe delen, bestemd voor de laatste versie van 2018. Uitsluitend met een Russische tekst. Uitzondering is deel 3 dat ze ook als extra deel heeft gecomponeerd, met daar een Duitstalige solo. Stoort het? Hmm, niet echt. Alleen zou je een inhoudelijke logica willen zien. Die is er niet, behalve misschien in deel 1 tot en met 5, waarin de contrasten niet alleen in het verhaal en in de muziek, maar ook in de keuze van de taal een rol lijken te spelen. Bij de delen daarna kun je dat niet meer zeggen. Is het misschien zo dat ze, omdat ze bij haar eerste versie per ongeluk een tegenstelling Oost-West leek te hebben gesuggereerd, nog een aantal extra delen heeft geschreven om die suggestie nadrukkelijk te ontkrachten?

Hieronder een overzicht van de 15 delen, waarbij een aantal globale kenmerken op een rijtje zijn gezet.

analyse1

Deel 1 geeft feitelijk al een korte samenvatting van alles wat er na nog komen gaat. Zie ook mijn analyse van dat deel. Daarna zien we hoe verwarrende, trieste, vaak ook haatvolle delen afgewisseld worden met delen waarin de liefde centraal staat.  Pas in de laatste twee delen lijkt de liefde te gaan overwinnen. Bij vier van de 15 delen vond ik het moeilijk om er een duidelijk kenmerk bij te zetten. De gevoelens gaan daar steeds erg in elkaar over. Misschien dat je toch zou kunnen zeggen dat daar de negatieve gevoelens het meest overheersen.

De musicoloog Wolfgang Mende uit Dresden interpreteert in 2016 het gebruik van de teksten in dit oratorium als volgt:

Het verlangen naar God, naastenliefde, de roep om gerechtigheid, zijn radicalisering voor haat, erotische liefde, Gods toorn – alles lijkt nauw verwant te zijn, maar toch niet identiek. Een oplossing van deze paradox kan een begrip van religie zijn, waarin goed en kwaad niet strikt gescheiden zijn, maar als voorwaardelijke tegenstellingen worden beschouwd. De reddingsbelofte van Christus is niet denkbaar zonder het martelaarschap van de kruisiging, niet zonder de toorn van God, zonder het werk van de Heilige Geest of zonder de ervaring van benauwdheid en haat. Het oratorium met al zijn symboliek creëert dus het idee van een  “dialectische” eenheid, waarvan de spirituele kracht altijd afhankelijk is van de impuls van tegenkrachten. Liefde is niet alleen een goddelijk geschenk of een wonder.  Wie bereid is om vernederingen en lijden te verduren kan liefde ervaren, maar ook haat.

Zie ook:
De boodschap van Sofia Goebaidoelina
Analyse deel 1
Analyse deel 6
Analyse deel 14

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | 5 reacties