Internationaal ruimtestation ISS

In 1957 werd de Russische spoetnik gelanceerd en hij draaide als eerste kunstmaan om de aarde. De Amerikanen volgden een jaar later met de Explorer, en snel waren er nog meer, ook Russische kunstmanen. Toen  In 1960 de Echo 1 werd gelanceerd en vier jaar later de Echo 2 had je als leek de mogelijkheid om met het blote oog dergelijke satellieten te kunnen spotten. Dit waren namelijk satellieten die gemaakt waren om de reflectie te testen.  In 1960 was ik tien jaar oud en in de krant stond regelmatig hoe laat je de Echo 1 kon zien. Hij bewoog slechts langzaam en bij goed weer kon je hem heel  lang volgen. De Echo 2 was nog beter te zien, deze bewoog wel een stuk sneller. Als je in die tijd naar de hemel keek en je zag iets bewegen dat niet knipperde, dan ging het vrijwel zeker om een van deze twee satellieten. Ik vond het ongelooflijk. Stel je voor. Al honderdduizenden jaren kijkt de mens naar de hemel en ziet zon, maan, vijf planeten en de sterren. Bij hoge uitzondering zag men misschien een keer iets anders: een komeet of eens in de duizend jaar een zeldzame Nova. En nu opeens zag men deze bewegende sterren die nog nooit eerder te zien waren. Ik denk dat er in de zestiger jaren heel wat verre volkeren waren die bang en bevreesd werden bij het zien van deze verschijnselen. Ik vond het daarentegen alleen maar fascinerend, net als alle andere dingen die er aan de nachtelijke hemel te zien waren.

Er zijn intussen veel en veel meer satellieten. De oude kunstmanen hebben allemaal inmiddels het loodje gelegd en de jonge satellieten zijn voor een groot deel met het blote oog niet zichtbaar. De meest spectaculaire satelliet die je wel kan zien is het ruimtestation ISS. Op wikipedia lezen we:

Het internationale ruimtestation (in het Engels: International Space Station, ISS)  is een ruimtestation dat in een baan om de aarde draait en door verschillende landen wordt gebouwd, bemand en bekostigd. Op 20 november 1998 werd de eerste module gelanceerd en sinds 2 november 2000 is het station permanent bewoond. Gedurende het eerste decennium van de 21e eeuw is het station continu uitgebreid. Op 27 mei 2011 werd de bouw van het ISS voorlopig voltooid met de installatie van de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS). Er zijn nog twee Russische modules gepland voor na 2018: Nauka, ook gekend als de Multipurpose Laboratory Module (MLM), en de Nodal Module.

Maar liefst 16 landen, waaronder Nederland werken aan dit project mee. Het is een prachtig voorbeeld van internationale samenwerking waarbij alle mogelijke tegenstellingen en vetes opzij zijn gezet. Rusland, de Verenigde staten, Europa, Brazilië en Japan hebben eendrachtig modules gemaakt en astronauten opgeleid. André Kuipers verbleef in 2012 een half jaar in de ISS in de ruimte. Op dit moment wordt het bemand door vijf personen: Twee Russen, twee Amerikanen en een Canadees. Bevelhebber is de Rus Aleksej Ovtsjinin die al voor de tweede keer in de ruimte is. Hij heeft naast zich een zeer ervaren collega,  de Rus Oleg Kononenko , die al voor de vierde keer  mee gaat. De twee Amerikanen en de Canadees zijn nieuwelingen.

Deze vijf bemanningsleden worden als het goed is op 15 april 2019 gedeeltelijk afgelost, en het ruimtevaartuig waar ze zich in bevinden heb ik gisteravond maar liefst twee keer gezien. Ik had misschien niet helemaal de sensatie die ik  als jongetje van 10 had bij het zien van de Echo 1, maar toch! Je kunt dit ruimtevaartuig soms buitengewoon goed zien. Dat komt door de reflectie van de grote zonnepanelen die boven het vaartuig gespannen zijn. Hoe groot is het vaartuig en alle bijbehorende onderzoekmodules? Wikipedia:

In maart 2009 bevond het ruimtestation zich op een hoogte van ongeveer 355 km. De massa van alle reeds geplaatste modules samen bedraagt 262,2 ton en het heeft een inhoud van ongeveer 574 m³. De maximale maten zijn 52 m lang, 92,7 meter breed en 27,4 m hoog. De zonnepanelen hebben een maximale spanwijdte van 73,2 meter. De bemanning bestaat uit drie vaste bemanningsleden. Elke dag daalt het vaartuig ongeveer honderd meter, waardoor continu moet worden gecorrigeerd. De gemiddelde snelheid bedraagt 27.744 km/u (7700 m/s). In ongeveer 91,2 minuten draait het ISS om de Aarde (de baanlengte is ongeveer 42.000 km). Overdag is de temperatuur aan boord van de woon- en werkvertrekken 26,9 °C.

iss-fotoEn is dat niet gevaarlijk? Ongevaarlijk is het zeker niet. Maar er is een reddingssloep aanwezig:

Naargelang er drie of zes personen aan boord zijn, zijn één of twee exemplaren van de Sojoez TMA-M aanwezig, voor reguliere landing maar ook als reddingssloep. Als er gevaar dreigt, bijvoorbeeld van naderend ruimteschroot in het geval dat een kleine baanwijziging van het ISS het risico niet afdoende kan beperken (bijvoorbeeld doordat het gevaar te laat wordt gesignaleerd), nemen de personen aan boord uit voorzorg erin plaats. Dit is vier keer voorgekomen, de laatste keer in juli 2015, toen een klein deel van een oude Russische weersatelliet naderde. Het gevaar werd anderhalf uur van tevoren gesignaleerd. Uiteindelijk vloog het stuk ruimteschroot op 3 km afstand voorbij. Ook in de andere drie gevallen was daadwerkelijke voortijdige terugkeer naar de Aarde niet nodig.

Ik heb een aantal apps, een daarvan heet “sterhemel”. Daarop kun je lezen wat er elke avond aan de sterrenhemel te zien valt. Zo las ik gisteren:

iss-3febr-2019Dat ging ik uitproberen en ik nam voor de zekerheid ook mijn fotocamera mee. Het was een prachtige avond. In het ZO zag je de meest heldere ster Sirius, rechts daarvan het sterrenbeeld Orion. Maar: recht in het westen leek een planeet als Venus op te komen, een buitengewoon helder object. Hij ging vrij snel gestaag naar steeds verder omhoog tot hij bijna recht boven je hoofd was gekomen. Daarna zakte hij weer af naar het oosten. Gedurende ongeveer vijf minuten was dit proces te volgen. Ik heb dit nog nooit gezien, dus ik heb ook nog nooit de ISS gezien. Ruim anderhalf uur later ging ik weer kijken. De ISS was inmiddels al een hele keer om de aarde heen gedraaid. Ik was bang dat het spotten nu ging mislukken, het was namelijk vrij heiïg in het westen. Maar desondanks, door de vochtige mistsluiers heen kwam hij weer omhoog. Na ongeveer anderhalve minuut was hij plotseling verdwenen. Niet door de wolken, maar doordat de zonnepanelen niet meer goed in de richting van de aarde waren gericht. Maar toch. Alles klopte exact volgens de voorspellingen.

Wil je dit ook een keer zien? Mocht het de komende avond (4 februari 2019) helder zijn, maar ik ben helaas bang dat dat niet zo is, dan kun je hem weer heel goed zien. Om 6 minuten over half acht komt hij op in het westen en hij verdwijnt bijna 4 minuten later in het zuiden. Het maximum van de zichtbaarheid is dit keer als hij zich in het ZW bevindt, magnitude -3. Dat is iets minder helder dan Venus maar meer helder dan Jupiter. Ook later deze maand zijn er trouwens nog mogelijkheden, zie http://hemel.waarnemen.com/iss/ (De in het groen aangegeven data zijn de beste, hoe lager het magnitude getal, hoe beter zichtbaar.)

Ik heb gisteravond foto’s gemaakt. Het viel me op dat als je probeerde in te zoomen, mijn camera net als bij Venus of Jupiter het object een stuk groter maakte, wat hij bij het fotograferen van een ster nooit doet. Mijn camera ziet blijkbaar dat het te fotograferen object iets is dat relatief dichtbij staat. Maar meer dan een licht rondje weet hij er niet van te maken. Maar toch. Dit rondje is de ISS. En daar zaten 5 mensen in die misschien naar de aarde keken en Nederland konden herkennen onder de bijna wolkenloze hemel. Ze keken naar mij. Ik keek terug.

iss-2

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Cadenza van Isabelle Faust

Een cadens, of liever een cadenza in een soloconcert is een passage vlak voor het einde van een deel waarin de solist mag improviseren. Grote virtuozen in de klassieke periode konden zich daar lekker uitleven. Mozart dreef er de spot mee. In zijn Dorfmusikantensextet, ook wel “Musikalischer Spass” genoemd liet hij een solerende violist bewust helemaal ontsporen. Hier hoor je op 4:14 zijn cadenza in het tweede deel:

Maar gelukkig zijn er ook veel geslaagde cadensen in de loop van de tijd overgeleverd. Daarover later meer. Eerst iets over ook de andere stukken die ik donderdagavond hoorde.

John Eliot Gardiner ken ik vooral van barokmuziek. Van zijn uitvoeringen van de Mariavespers van Monteverdi of de opera Il Ritorno d’Ulysse. En natuurlijk van zijn vertolkingen met het Monteverdi Choir van de kerkcantates en de passiemuziek van Bach. Maar ik had nog nooit een opname gehoord met romantische orkestmuziek onder zijn leiding. Die kans had ik afgelopen donderdag. In een voor 90% gevulde grote zaal van de Doelen in Rotterdam speelde de London Philharmonic twee stukken van Schumann: ouvertüre Manfred en de Rheinische symphonie.

Ik wist dat Gardiner heel erg met klankkleur bezig kan zijn, en bij vocale muziek ook met de interpretatie en expressie van de tekst. Zo laat hij het Monteverdi Choir geregeld alles uit het hoofd zingen om een meer geconcentreerde uitvoering te krijgen. Nu in de Doelen liet hij met uitzondering van de paukenist, de celli en de contrabassen alle musici staande spelen bij de derde symfonie van Schumann.

orkestopstellingVerder was de opstelling van de strijkers bij alle stukken afwijkend. Naast de concertmeester en dus ook vlakbij de dirigent zaten de celli, als een hechte groep in het midden, meer opzij en naar achteren zaten pas de overige strijkers. Ik zat in de orgelring op de eerste rij en had mooi zicht op zowel de dirigent als de spelers en alles klinkt daar ook erg goed. Het leek te werken: je hoorde een mooie hechte orkestklank en ook de concentratie die Gardiner probeerde over te brengen kwam wellicht door deze opstelling en het staande spelen beter over. Bij de dansante passages in het scherzo danste Gardiner voor het orkest en stonden de klarinettisten met plezier mee te wiegen.

Daarnaast was voor de pauze ook nog het vioolconcert van Beethoven te horen. En ik denk dat dat stuk voor mij toch wel het het hoogtepunt van de avond vormde, vooral ook door de solist, Isabelle Faust. Even iets meer over het stuk.  In 1806 had Napoleon na zijn intocht in Wenen de Oostenrijkse keizer gekleineerd en hem de keizerstitel ontnomen. Maar het leven ging gewoon door. Enkele jaren daarvoor, in januari 1803, had Beethoven een aanstelling als componist gekregen aan het theater “an der Wien”. De directeur, Franz Clement gaf hem in 1806, het jaar van de intocht van Napoleon dus, de opdracht om een vioolconcert te schrijven. Hijzelf, een begenadigd violist, wilde de solopartij vertolken. 23 december 1806 werd het werk uitgevoerd onder leiding van de componist zelf. Beethoven was weer eens veel te laat klaar geweest met de partituur, maar het concert ging toch door. Niet alleen de orkestleden maar ook de solist speelden het werk vrijwel a vue. Waarschijnlijk was dat dan ook de voornaamste reden dat de uitvoering geen succes was, en pas in 1844, lang na de dood van Beethoven, werd het voor de eerste keer opnieuw uitgevoerd, en wel onder Mendelssohn. Nu was het onmiddellijk een doorslaand succes en dat is het sindsdien gebleven.

Voor vier van zijn vijf pianoconcerten heeft Beethoven in 1809 cadensen uitgeschreven. Voor dit vioolconcert was dat dus niet het geval. De cadenza voor dit concert is vanaf de tijd van Mendelssohn op heel veel manieren gespeeld. De versie die rond 1900 uitgeschreven was door Fritz Kreisler beviel bijna alle solisten uitstekend, en tot op de dag van vandaag wordt die het meeste gespeeld. Die ken ik dan ook, als ware het een cadenza van Beethoven zelf. Luister hier naar de cadenza van Kreisler in een uitvoering van Anne-Sophie Mutter en in een uitvoering van Janine Jansen:

Anne-Sophie Mutter, Berliner Philharmoniker, Seiji Ozawa

Janine Jansen, Deutsche Kammerphilharmonie Bremen,  Paavo Järvi

gardiner en faustIsabelle Faust wilde een andere cadenza. Beethoven had zijn vioolconcert in 1807, dus niet veel na de premiëre met viool, voor piano en orkest bewerkt en daar had hij een piano-cadenza bij uitgeschreven, die hij zelf placht te spelen. Een piano is geen viool als het om een cadenza gaat, maar Isabelle Faust besloot om toch te proberen de pianocadenza als basis te gebruiken voor haar eigen solo. Wat mij betreft heel geslaagd.  Hij is echt behoorlijk anders dan die van Kreisler. Het meest opvallende element is dat ook de paukenist hier een rol in speelt. Op zich lijkt dat bijzonder, maar als je je realiseert dat het concert begint met vijf paukenslagen dan is het ook weer logisch. Ondanks het feit dat er enkele stilistische uitstapjes lijken te zijn vind ik het een prachtig element in dat zo lange eerste deel van het concert. De paukenist en de violist hebben tijdens deze cadenza voortdurend oogcontact en dat maakt het nog eens extra spannend.

Luister eerst naar de pianocadenza van Beethoven zelf, daarna naar de bewerking hiervan van Isabelle Faust

Daniël Barenboim, die zelf speelt en tegelijk de London Philharmonic Orchestra dirigeert.

Isabelle Faust, Rotterdams Philharmonisch, Mark Elder

Hoe komt het dat de pianocadens veel langer is dan de vioolcadens? Dat heeft vooral te maken met het feit dat Beethoven een heel stuk uitgeschreven heeft waar Isabelle Faust niets mee doet. Ze laat het gewoon weg. Het is typisch zo’n pianostukje dat zich moeilijk voor viool laat omzetten:

Het is interessant om verder de fragmenten te vergelijken. Je hoort de hele cadenza opgeknipt in stukjes. Steeds eerst een stukje van de pianocadens, dan de omzetting van dat stukje naar viool, en zo door tot het eind van de cadenza. Hierin zit ook het stukje dat niet wordt omgezet naar viool.

Hoe het bij de eerste uitvoering in 1806 geklonken heeft blijft gissen. Ook blijft gissen hoe vrij alles werd gespeeld. Ik voel veel voor zowel de vertolking van Anne-Sophie Mutter met de Kreisler-cadens, de pianoversie van Barenboim maar ook de versie van Faust. Alle drie behoorlijk rubato, ze spelen ook met de dynamiek, met de spanningsopbouw. Het klinkt daardoor als een improvisatie. Die van Janine Jansen vind ik persoonlijk iets te netjes.

Tot slot een opname van het complete vioolconcert met het Rotterdams Philharmonisch orkest onder leiding van Mark Elder en met Isabelle Faust als solist. De uitvoering is van het zondagochtendconcert  in het Concertgebouw van Amsterdam, februari 2018

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tachtigjarige oorlog

filips-ii

Wie is de grootste en belangrijkste Spaanse koning in de Spaanse geschiedenisboeken? Dat is Philips II. De koning die door veel Nederlanders juist gezien wordt als de grootste schurk aller tijden, de man die Alva op ons afstuurde. Maar in Spanje zien ze dat dus heel anders.

‘Daar gaan we weer’, dacht de Heerlense historicus Jos Mosmuller (63) vorig jaar geregeld bij het zien van de talrijke televisiedocumentaires over de Tachtigjarige Oorlog. Weer werd deze episode vooral vanuit noordelijk, Hollands, perspectief belicht. Weer bleven de lotgevallen van de zuidelijke gewesten dus onderbelicht. En weer viel Willem van Oranje veel welwillendheid ten deel. Aldus een artikel in de Volkskrant op 22 januari.

Ik ben geen historicus maar ik heb vrij veel gelezen over die tijd en ik denk er ongeveer eender over. Waarom kijkt Spanje om te beginnen zo anders aan tegen Philips II dan wij dat doen? Deze vorst werkte sterk samen met de paus en was zo de leider van de contrareformatie, de beweging die in gang gezet was om alle misstanden in de katholieke kerk te bestrijden en door allerlei maatregelen de kerk weer zijn aloude plek te geven. Veel van wat hij deed had daarmee te maken. Dankzij zijn sterke leger kon hij zijn macht steeds verder uitbreiden, vooral gedurende de eerste helft van zijn regeringsperiode. Op verzoek van de paus versloeg hij in 1571 de Turken in de Slag bij Lepanto. Het was een heilige missie. Ook moesten de Nederlanden behouden blijven voor het katholieke geloof. Ook dat was een onderdeel van die missie. In 1580 overleed de koning van Portugal kinderloos. Daar er geen opvolger was en de moeder van Philips een Portugese prinses was, wierp hij zich op als koning van Portugal met al de lucratieve koloniën. Dit was duidelijk géén geloofskwestie maar een geldelijke zaak. Dat geld had hij nodig voor zijn heilige oorlogen. Maar de Portugese bevolking pikte dat niet. Philips haalde een groot deel van zijn troepen terug uit de Nederlanden om Portugal te gaan bezetten, het bezit van dat land was even belangrijker dan het bezit van de Nederlanden. Hierdoor vocht hij een tijdlang op twee fronten. En daardoor kreeg de opstand in de Nederlanden plotseling meer kans. Toen niet veel later Engeland de Nederlanden ging steunen en Philips een belangrijke zeeslag verloor kregen de Nederlandse opstandelingen echt lucht.

Na de annexatie van Portugal en zijn koloniale bezittingen in de jaren 1580 was Philips II heerser over misschien wel het grootste rijk dat ooit bestaan had. Wat als hij in 1561 vrede had gesloten met de Turkse sultan, zodat hij zijn Spaanse elitetroepen niet uit de Nederlanden had hoeven terug te roepen? Hadden de Nederlandse edelen dan ook zulk hoog spel durven spelen? En daarna had je dus zoals gezegd de oorlog om de troon van Portugal, en de zee-oorlog. Ook nog later zijn er momenten geweest dat de Noordelijke Nederlanden ternauwernood ontsnapt zijn aan een volkomen nederlaag tegen de Spaanse troepen. In dat geval zouden ze net als de Zuidelijke Nederlanden nog tot de Franse revolutie onderdeel zijn geweest van eerst Spanje, later Oostenrijk. Nederland heeft gewoonweg veel geluk gehad. Veel over dit alles kun je lezen in “de Republiek”, van Jonathan Israel.

De opstand tegen de Spanjaarden, en trouwens ook de godsdienstige onlusten zijn begonnen in de Zuidelijke Nederlanden, met name in Antwerpen. Amsterdam was toen nog heel braaf katholiek. Het centrum van de militaire macht in de Nederlanden lag toen vooral in Brussel, waar ook het bestuurscentrum was. Zo konden gebieden die zich meer in de periferie bevonden, met name Holland, het langer volhouden en door meer geluk als wijsheid zelfs zo lang dat er een eigen natie kon ontstaan.

paleis-brussel

Het paleis van de Nassaus in Brussel

Wat waren de drijfveren van Willem van Oranje? Hij was na de actie van de edelen in Brussel waar hij wijselijk niet bij was geweest zijn bezittingen in Brussel kwijtgeraakt en hij hoopte met een militaire actie die weer terug te kunnen krijgen. Dat zeg je natuurlijk niet. Dus er waren ook nobele motieven nodig om een opstand te kunnen legitimeren. Hij zelf was al twee keer van geloof veranderd. (zie ook https://www.absolutefacts.nl/royalty/actueel/het-geloof-van-willem-van-oranje.htm) Telkens vooral vanwege zijn nieuwe huwelijken (Hij is vier keer getrouwd geweest). Waarschijnlijk maakte het hem allemaal niet heel veel uit. Toen hij van katholiek naar luthers switchte bezwoer hij koning Philips II dat hij dat vanwege zijn huwelijk wel moest doen. Maar hij zou in de praktijk gewoon katholiek blijven. Philips die toen nog een goede verhouding had met onze vader des vaderlands ging hier schoorvoetend mee akkoord, maar het markeert het begin van een verstoorde relatie. Willem van Oranje was er zich intussen van bewust dat hij beter niet op één paard kon gaan wedden. Dus hij wilde de katholieken niet buitenspel zetten. Zo was hij voor godsdienstvrijheid. En hij maakte de opstand tot vooral een godsdienstmissie, naast natuurlijk dat hij de Nederlanden wilde bevrijden van het Spaanse juk. En hij wilde dus vrijheid voor de protestanten zonder de katholieken de oorlog te verklaren. Ondanks het feit dat Nederland een republiek werd met een staatskerk, die van de gereformeerden, kwam er dankzij onder meer Willem van Oranje in de grondwet te staan dat andersdenkenden niet mochten worden vervolgd. Ze werden gedoogd. Het Nederlandse gedoogbeleid is al heel oud…

Willem van Oranje maakte gebruik van een leger van huurlingen. Dat waren avonturiers die moeilijk in het gareel te houden waren, vooral als de soldij of de foeragering niet goed functioneerden. En dat was bij Willem van Oranje vaak het geval. Net als bij Alva trouwens, alhoewel de discipline daar waarschijnlijk beter was. De Duitse huurlingen van Willem van Oranje waren meest luthers. Kerken en kloosters waren vaak nog rijk, daar viel wat te halen. Zo plunderden ze in 1572 Roermond, en wie in de weg stond werd zonder pardon afgemaakt. Er zijn verschillende bronnen die iets meer vertellen over wat er daar gebeurde. Er zal ook wel het een en ander aangedikt zijn om de brute Hollanders vanuit katholieke, Spaanse kant, zwart te maken. Vast staat dat minstens 12 monniken en ook nog enkele leken (de kok) van het Kartuizer klooster werden vermoord. Andere bronnen vertellen over nog veel meer slachtoffers en ook over plunderingen van andere kloosters. Mensen in Zuid-Limburg die het leger van Willem van Oranje daar zagen doortrekken beschreven het als een grote bende, het had niets te maken met een geordende troepenmacht. Willem van Oranje heeft uiteindelijk met al zijn veldtochten dan ook niets bereikt. Meerdere keren moest hij richting Brussel zijn morrende leger ontbinden omdat hij er geen vat meer op had. De ontslagen huurlingen trokken dan vaak nog jaren in groepjes door de Zuidelijke Nederlanden en teisterden met name het platteland.

Philips II had teveel aan zijn kop. Na zijn dood in 1598 bleken in de Noordelijke Nederlanden mensen als Maurits en Oldenbarnevelt in staat om de natie militair en ook bestuurlijk vorm te geven. Zo kwam het met de jonge Republiek toch nog goed. Maar de mensen in de randgebieden die zeker door de contrareformatie overtuigd katholiek waren gebleven, waren bewoners van gebieden die slechts dienden om West-Nederland te vrijwaren van buitenlandse aanvallen. Frederik Hendrik liet het prachtige middeleeuwse kasteel van Valkenburg, hoog op een heuvel gelegen, in de lucht vliegen nadat hij Zuid-Limburg had weten te veroveren. Hij wist dat de Spanjaarden weer zo terug konden komen en de verdediging van zo’n kasteel zou hem teveel moeite kosten. Dus: laten ontploffen die boel. Tactiek van de verschroeide aarde…

Het juichverhaal van de tachtigjarige oorlog verdient nuancering en aanvulling. Ik heb een redelijk genuanceerd beeld gekregen denk ik door allerlei boeken en artikelen te lezen. Ik geef hier onder een lijst.

  • De Tachtigjarige Oorlog. (Drs. B.G.J. Elias , Fibula-van Dishoeck. Haarlem. ISBN 90 228 3998 2)
  • De Tachtigjarige oorlog, deel 2: 1609-1650. Behalve de oorlogshandelingen en omstandigheden worden 3 hoofdstukken gewijd aan resp. het economische leven, de sociaal culturele verhoudingen en de religieuze verhoudingen rond 1650 in de Republiek Nederland. Veel interessante informatie. Haarlem. ISBN 90 228 3998 2
  • Alva en de tiende penning, Ferdinand H.M. Grapperhaus. Zeer degelijk boek waardoor je je kunt verplaatsen in zowel de overwegingen van Alva als die van vooral de stedelingen. De Walburg Pers 1984.
  • Het hof van Willem van Oranje, Marie-Ange Delen. Uitgeverij Wereldbibliotheek Amsterdam, ISBN 90 284 1942x. Over alles wat er aan het hof van Willem van Oranje gebeurde, wat er werd gegeten en meer, ook vergeleken met andere hoven uit die tijd. Uitgewerkt proefschrift uit 2001. In het slotwoord wordt Willem van Oranje uitgebreid beschreven als vooral een zeer behoudend en conservatief persoon.
  • Huurling in de Lage Landen 1572-1574 (Duncan Caldecott-Baird, 1977 Fibula-van Dishoeck. Haarlem. ISBN 90 228 3999 0). Zeer uitgebreide inleiding over alle krijgshandelingen in de betreffende periode en over de manier van oorlog voeren. Daarnaast ooggetuigenverslag en tekeningen van Walter Morgan, huurling bij Willem van Oranje, met commentaar van de schrijver.
  • Kritische studie over de oorlogvoering van het Spaanse leger in de Nederlanden tijdens de XVIe eeuw. Deel VII: het begin van het offensief tegen de Vlaamse provinciën (1582). L. van der Essen. 1958. Paleis der academiën, Brussel
  • De Spaanse Inquisitie. Tussen geschiedenis en mythe. Robert Lemm. Kok Agora, Kampen. ISBN 90 391 0034 9. 1993. Schets van de geschiedenis van de Spaanse inquisitie tot rond 1600. Hierbij ruim aandacht voor Europese geschiedenis in het algemeen. Daarna over de blik van de geschiedenis later op dit onderwerp. Hoe tot in de 20e eeuw vanuit verschillende ogen telkens weer naar dit onderwerp gekeken wordt. Zeer hoogstaand en erudiet geschreven werk.
  • De Republiek. (Jonathan I. Israel, 1995 Uitgeverij van Wijnen Franeker, ISBN 90 5194 221 4). Zeer uitgebreide beschrijving van de politieke en culturele ontwikkeling van de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën. (1587-1805). Een van de beste boeken over de republiek wat mij betreft.
  • Legertochten tussen Maastricht en Mook sedert 1568 tot 1575 en gelijktijdige belastingen en inkwartieringen te Elsloo. Meullener. Artikel van 188 pagina’s in Publications 1888.
  • Krijgsbedrijven van Alexander Farnese in Limburg en aangrenzende gewesten (1578 en 1579) Thomassen. Uitgebreid artikel van 120 pagina’s, met prachtig nagetekende lito’s van kaarten uit 1579, Publications 1890.
  • De beoordeling van Alva en van Oranje, voorkomend in het opstel: legertochten tussen Maastricht en Mook (1568-1575). Verweer van Meullener (20 pagina’s) op kritiek gegeven door hoogleraar Fruin op eerder artikel. Publications 1890
  • Spaanse bijdragen tot de geschiedenis onzer voorvaderen der zestiende eeuw. Juan Christobal Calvete de Estrella vergezelde Philips op diens reizen. Verslaglegging hiervan in een werk “El felicissimo viaje d’el muy alto y poderoso principe don Phelippe, desde Espana a sus terrias de la baxa Alemana”, 1552 uitgegeven te Antwerpen. (700 pagina’s). Uittreksels en stukjes vertaling in dit artikel. Thomassen, Publications 1892.
  • Verhaal der wreedheden te Roermond tegen de geestelijken gepleegd 23 juli 1572, naar een gelijktijdig Italiaans verhaal. In de bibliotheek van Gent wordt een boekje bewaard. Het bevat een verhaal in de vorm van een brief, waarschijnlijk afkomstig van een vluchteling van het Spaanse garnizoen nadat de Staatsen de stad hadden ingenomen. Het is slechts enkele dagen na de moordpartij opgeschreven. Origineel in Italiaans. Flament, artikel van 9 pagina’s in Publications 1903.

Op mijn website over Limburg staat ook het een en ander: www.voorouderslimburg.nl

Hier kun je bij het onderdeel geschiedenis van Maastricht ook een artikel vinden dat gaat over de diverse belegeringen van deze stad: belegeringen Maastricht

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Perspectief in geluid

Hij is vijf jaar en zich van geen kwaad bewust. In het zwembad loopt hij naar een klein kind en duwt haar omver. Buiten in de stad schreeuwt hij een hoge toon zo hard hij kan en luistert naar zichzelf. De omstanders kijken naar hem en denken er allemaal het hunne van. Ergens gaat een deur automatisch open als hij er voorbijloopt. Hij gaat naar binnen en maakt allerlei geluiden, genietend van de echo. Hij schiet een vrouw aan die een koekje eet en vraagt of hij er ook een mag. Op de openbare WC van de bibliotheek gaat hij uitgebreid staan kijken bij een man die daar staat te plassen. Bij elke situatie moet je hem vertellen “hoe het hoort”, maar het lijkt nauwelijks tot hem door te dringen. Hij is niet stout maar snapt er niets van. Elke situatie is voor hem nieuw en volkomen anders, voor een buitenstaander lijkt hij onopgevoed. Hij leert wel maar dit soort dingen slechts heel langzaam.

Zijn denken wijkt in veel opzichten af. Hij ziet en hoort alles in perspectief. Hier tekent hij een station van de NS in de regen, het is buiten 6 ˚ C. Mensen staan achter andere mensen en zijn slechts deels zichtbaar. Op de voorgrond zie je een veel groter iemand op een fiets.  Links holt iemand om de trein te halen. De wereld bestaat niet uit losse poppetjes maar hij ziet perspectivische plaatjes.

station in regen

Maar ook muziek is meerdimensionaal. De meeste mensen horen voornamelijk de melodie en zingen die eventueel mee of na. Hij hoort alles, van drumstel, tot fill-ins van strijkers en synthesizers. En intussen kijkt hij ook nog naar het betreffende filmpje en slaat ook daar alles van op. Zo ziet hij het verschil tussen al die manen van Jupiter en Saturnus in een oogopslag en als ik iets verkeerds zeg verbetert hij me onmiddellijk. In een boek waren de vier grote manen van Jupiter niet in de volgorde getekend als dat ze om de planeet heen draaien. Die volgorde ken ik goed. Dus zei ik per abuis tegen Europa: Callisto. Hij zag het onmiddellijk, en wees me op mijn fout…

Gisteren stond hij met zijn ogen verzonken in de verte te luisteren naar het optrekken van een dubbeldekker-trein in station Blaak. Voor hem zijn dat magische geluiden. Thuis gekomen ging hij naar boven naar zijn eigen station Blaak onder het bed van opa en oma met een houten trein spelen, een dubbeldekker zogenaamd. (Station Blaak ligt onder de grond…) En intussen deed hij de geluiden van de optrekkende trein feilloos na. Zo klinkt het in het echt, maar als hij het nadoet hoor je vrijwel hetzelfde.

station blaakEven later liep hij door de kamer met zijn hoofd in de wolken te zingen. Hij zong “een film”, ik heb een stukje van zijn zangkunst opgenomen. ’s Avonds zong hij met een filmpje mee, dat fragment hoor je hier ook. Opvallend is niet alleen het feit dat hij meerdere lagen probeert mee te zingen, maar ook details als vibrato’s doet hij na.

Antroposofen gaan er van uit dat kinderen tot hun achtste jaar nog voornamelijk pentatonisch kunnen zingen. Niet veel meer dan de zogenaamde kleuterdreun dus. Ik checkte deze opvatting zoals ik hem ooit “geleerd had” nog een keer op deze site: https://www.antroposofiekind.nl/Kinderliederen Maar hij zingt alle modulaties mee, en dat doet hij ook zonder dat de muziek erbij klinkt, uit zijn hoofd dus. Dat kunnen maar weinig volwassenen weet ik vanuit mijn professie. Soms vraagt hij: ‘opa wat is dat voor een instrument?’ Ik denk ‘wat bedoelt hij?’ Hij zingt dan een toon. Het gaat om een lange toon die af en toe op de achtergrond te horen is. Bijna niemand hoort zo’n detail, je luistert normaal naar de voorgrond en niet naar zo iets onbeduidends. Maar voor hem is het een net zo belangrijk onderdeel als de melodie.

Hij huppelt verder en geniet. Wij ook.

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 5 reacties

De waakhonden van de hemel

Onlangs was ik bij de tentoonstelling in het Drents museum over het Nubische volk. Het volk dat heerste over het zuiden van Egypte en een groot deel van het huidige Soedan. Net als in het noordelijke Egyptische rijk was de Nijl  ook toen al de levensader van dat gebied. Wanneer ging de Nijl overstromen?

De Egyptenaren hadden een speciale kalender gemaakt die gebaseerd was op de getijden van de Nijl. Ze verdeelden het jaar in drie seizoenen. Het jaar begon halverwege de zomer met het seizoen ‘Ahket’, dat overstroming betekent. (Volgens de latere Juliaanse kalender was dat 19 juli). In die periode trad de Nijl buiten haar oevers en werden de akkers bedekt met een laag vruchtbare slib. Na het seizoen ‘Ahket’ kwam het seizoen ‘Peret’ in het najaar. Dit stond voor de winter of de periode van groei. Het laatste seizoen was het oogstseizoen en werd ‘Shemu’ genoemd. Deze was in het voorjaar en daarmee de voedselrijkste periode van het jaar. De drie seizoenen waren verdeeld in telkens 4 maanden van 30 dagen. Op het einde werden nog 5 dagen toegevoegd. (Iets dergelijks deden de revolutionairen in Frankrijk trouwens ook, 12 maanden van 30 dagen + 5 extra dagen!)

Wanneer begon nu het jaar precies? Je kon het ook aan de hemel zien. Rond 19 juli Juliaanse tijd zag je aan de ochtendhemel vlak voordat de zon opkwam de ster Procyon, de kleine hond verschijnen. Niet veel later kwam Sirius, de grote hond en dan kwam de zon. Deze twee honden kondigden zo het overstromingsseizoen aan, en daarmee het begin van het nieuwe jaar. Ze fungeerden als waakhonden en tegelijk als kalendertekens.

Enkele dagen geleden toen de volledige maansverduistering was, die ik van het begin tot het einde heb gevolgd, zag ik rechts van de maan de bekende sterren van het sterrenbeeld Tweelingen, Castor en Pollux. Maar een eind onder de maan zag ik nog een opvallende ster. Het bleek na opzoeken de ster Procyon te zijn, de duidelijkste ster van de Kleine Hond.

Procyon is een dubbelster. De andere ster, Canis Minor β, is een kleine witte dwerg die je slechts met een telescoop kunt zien. Beide sterren bevinden zich dichtbij onze zon, op slechts elf lichtjaren afstand. Enkele miljoenen jaren geleden was de kleine dwerg Canis Minor β waarschijnlijk groter dan Canis Minor α. Ze is intussen helemaal opgebrand en slonk daardoor tot de huidige afmetingen. Iets dergelijks staat ook te gebeuren met  haar nu nog veel grotere broer die we zien als Procyon. Waarschijnlijk al binnen enkele miljoenen jaren. Dan is er een waakhond minder…

Hieronder zie je de maan net voordat de verduistering begon op 21 januari om half vijf. Rechts van de maan staan respectievelijk Pollux en Castor, er onder staat de waakhond Procyon.

procyon

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Maansverduistering

Als de volle maan hoog aan de hemel staat is hij meestal felwit van kleur. Door de atmosfeer van de aarde kleurt hij bij zijn opgang in de avond of bij zijn ondergang in de ochtend vaak mooi oranje. Maar hij kan er ook onheilspellend, donker, naargeestig, bloedrood uitzien. Dat gebeurt als de aarde precies tussen de zon en de maan instaat en de maan het zonlicht niet direct naar de aarde kan weerkaatsen. Het zonlicht dat langs de aarde schijnt wordt dan door de dampkring als rood licht naar de aarde afgebogen. Dat gebeurt bij een totale maansverduistering. De maan is dan niet echt onzichtbaar geworden zoals je zou verwachten, maar hij is heel donker, bloedrood en is dus nog steeds te zien. Ja je ziet als je goed kijkt trouwens nog meer kleuren zoals paars en blauw.

bloedmaan

Ik heb vandaag niet alleen de bloedmaan gefotografeerd. Daar hoefde je niet eens zo heel vroeg voor op te staan. Globaal zo tussen kwart voor zes en kwart voor zeven stond hij in die hoedanigheid in het WNW aan de hemel. Maar ik heb het hele proces gefilmd en gefotografeerd. Het geluid van de film heb ik gebruikt voor bij de foto’s en de filmbeelden zelf heb ik uiteindelijk weggelaten.

De film begint de avond ervoor als de maan net is opgekomen. Ik was voor half vijf al wakker dus ik heb ook het moment kunnen filmen, dat de maan nog helemaal vol was maar de verduistering al bijna gaat beginnen. Je ziet hoe het verduisterde deel daarna langzaamaan bloedrood begint te kleuren. Dan staat hij een uur als een sombere wachter, heel onheilspellend, aan de hemel. Je krijgt er een onwezenlijk gevoel van. Het door de zon normaal verlichte deel komt vervolgens stap voor stap weer tevoorschijn. Intussen zijn Venus en Jupiter in het ZO opgekomen en dat heb ik ook vastgelegd. Kwart voor zeven is de maan weer zoals een volle maan behoort te zijn, helemaal wit. Bij het zakken naar de horizon gedurende het volgende uur komen er wolkensluiers voor de maan en kleurt hij door de atmosfeer weer enigszins oranje.

De film is gemaakt op de Lekdijk ter hoogte van de buurtschap Opperduit. Wat een geluk was het om dit te hebben kunnen meemaken. Om te beginnen was het gisteren en vandaag helder, niet bewolkt of mistig. En ten tweede was het ook nog eens goed te zien in dit deel van de wereld. We moeten bijna 11 jaar wachten op weer zo’n kans.

Deze maansverduistering valt samen met een conjunctie van Jupiter en Venus. Ook deze was goed te zien en bij goed weer nog enkele ochtenden. De drie meest heldere objecten van ons zonnestelsel, afgezien dan van de zon, maken een theaterstuk. Het is feest aan de hemel!

Bij een eerdere bijna totale maansverduistering die in Nederland te zien was schreef ik een meer filosofisch stukje over de maan en over de bloedmaan. Ook schreef ik een keer over “de bloedzon

Geplaatst in Astronomie | Tags: , | 5 reacties

Nubië

De Nijl is de levensader van met name landen als Soedan en Egypte. Vanaf een bepaald punt in het huidige Egypte naar het zuiden waren er een aantal plaatsen met grote stroomversnellingen in de Nijl. Schepen konden daar niet zomaar verder varen. Op die plaatsen ontstonden nederzettingen en enkele daarvan werden tot  belangrijke steden in het zeer oude “Nubische rijk”. Dat rijk strekte zich uit vanaf die stroomversnellingen in het huidige Egypte  tot  en met een belangrijk deel van  het huidige Soedan. Hoewel er steeds een sterke relatie was met het noordelijke Egypte is het grotendeels een rijk geweest met een eigen cultuur: het rijk van de zwarte farao’s. In het Drents museum loopt er nog tot half mei een tentoonstelling over Nubië.

Alle objecten die je daar kunt zien komen uit Boston, waar de Amerikaanse archeoloog George Reisner (1867-1942) het naar toe liet verschepen. Hij had toestemming gekregen om van alles dat hij zou opgraven de helft te mogen mee nemen.

In het eerste deel van de tentoonstellingsruimte, gewijd aan het koninkrijk van Kerma, dat tussen 2500 tot 1550 voor Christus op een strategische plek langs de Nijl was gevestigd, is een grafveld van een koning te zien.

grafheuvelDe koningen lieten zichzelf boven op een bed leggen, omringd door bijgiften, maar ook te midden van mensenoffers en dierenoffers. Daarna werd er over dit alles een grafheuvel opgericht. Het schijnt dat er bij sommige grafheuvels meer dan honderd mensen en soms wel duizend dieren werden mee begraven. Wie waren die mensen die geofferd werden? We weten het niet. Was het een deel van de hofhouding die de overleden koning moest blijven dienen in het hiernamaals? Waren het slaven of krijgsgevangenen? Wat er aan voorwerpen is terug gevonden uit die tijd komt voor een groot deel uit deze grafheuvels.

menat-1380bc

Bovenstaand voorwerp is een bronzen menath, (amulet) die gemaakt is rond 1370 voor Christus. Hij is gevonden in een Egyptisch fort aan de grens van Egypte met Nubië. Het is een vruchtbaarheids-amulet. De bijbehorende vruchtbaarheidsgodin werd door de Nubiërs van de Egyptenaren overgenomen.

In het tweede deel van de expositie staat de zogeheten Napata-periode centraal, genoemd naar de stad die toen het centrum van het Nubische koninkrijk Koesj vormde. Nubische koningen veroverden vanaf 750 v.C. het noordelijke Egyptische Rijk, waarna tussen 714 en 665 v.C. vier zwarte farao’s over zowel Egypte als Nubië heersten. Zij afficheerden zichzelf als ‘Egyptischer dan de Egyptenaren’ en zorgden voor een heuse renaissance van de oude Egyptische cultuur. Nadat de Assyriërs Egypte binnenvielen, werden de Nubiërs teruggedrongen naar hun eigen gebied. Maar de koningen deden nog steeds of ze de heerser waren van zowel Egypte, het noordelijke rijk, als Nubië, het zuidelijke rijk. Dat s goed te zien op een standbeeld in de tentoonstelling.

standbeeldkoning-630bcAfgebeeld is een Nubische koning.  We zien boven zijn hoofd een dubbele Cobra, wat staat voor: heerser van beide rijken. Toen later Egyptenaren het gebied binnen vielen en dit soort beelden zagen hebben ze die uit woede kapot geslagen. Bij toeval zijn ze gehavend en wel  in een grote kuil terug gevonden en weer opgelapt.

bes-napata-730bcUit die tijd van de Napata cultuur stamt ook dit mooie beeldje van de God Bes, gemaakt van geglazuurd aardewerk. Hij moest als een soort huisgod  waken over het wel en het wee van een familie. Bes heeft het lichaam van een dwerg en een hoofd dat lijkt op dat van een leeuw. Deze beeldjes werden ook bijgezet bij een dode om zo in het hiernamaals als beschermer te kunnen blijven dienen.

stele-580bcOok dit bovenste deel van een zogenaamde stèle, een stenen beeld waarop een tekst en/of afbeelding is uitgehouwen, stamt uit deze tijd. Op het onderste deel van dit beeld, hier slechts voor een fractie afgebeeld, staat een toelichtende tekst . We zien feitelijk koning Aspelta rechts van een offertafel. Aan die offertafel zit Osiris, de god van het dodenrijk. Links van Osiris staat zijn vrouw Isis en helemaal links Anubis met de hondenkop die de doden naar het dodenrijk begeleidt.

isis-borstsieraad-530bcDit gouden borstsieraad van omstreeks 530 voor Christus stelt Isis voor. In haar uitgestrekte armen zien we een zeil en het Ankh symbool, samen staat dat voor de adem van het leven. Het sieraad werd vastgenaaid aan de omwindselen van een koningsmummie.

In het derde en laatste deel van de expositie staat Meroë centraal. Die Nubische stad aan de Nijl, iets ten noorden van Khartoem, was tot 350 na Christus de hoofdstad van Koesj. Er werd gehandeld in goud, ijzer, ivoor, ebbenhout, olifanten en slaven. Er was veel contact met niet alleen Egypte, dat toen al een hele tijd onderdeel was van het Romeinse rijk, maar ook met andere Mediterraanse gebieden.

hanglamp-150pcDeze relatie kunnen we terugzien als we kijken naar deze bronzen hanglamp, gemaakt omstreeks 150 na Christus. Dergelijke voorwerpen waren in die tijd algemeen in de gebieden rond de Middellandse zee. Maar het Meroïtische schrift op een embleem aan de bovenkant van de lamp wijst er op dat het in Nubië zelf is gemaakt.

De hele tentoonstelling is minder spectaculair dan die van het oude Iran die ik in het najaar zag. Maar het blijft indrukwekkend om aan de hand van originele voorwerpen, geplaatst in een toelichtende context, ondergedompeld te worden in een heel andere tijd. Tegenwoordig is Soedan een land met veel problemen. Er heerst een burgeroorlog en er is hongersnood. Toen was het een trots rijk, dat zelfs de veroveringsdrang van de Romeinen kon weerstaan. Deze tentoonstelling kan ik van harte aanbevelen!

Jona Lendering, die veel over de oudheid weet en van wie ik ooit een lezing mocht bijwonen schreef een aardig artikel over enkele andere stukken die te zien zijn in deze tentoonstelling.
https://mainzerbeobachter.com/2019/01/22/de-vijanden-van-nubie/

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Sterren kijken

Eindelijk zijn er weer heldere luchten, en vooral heldere winterluchten maken dat het kijken naar de sterren zich weer wat meer loont. De nachten zijn nog steeds  lang en de sterren van de dierenriem bevinden zich ’s winters hoog aan de hemel. Jammer is wel dat op dit moment de maan roet in het eten gooit, hij is over enkele dagen weer vol en verlicht op dit moment de hemel van de avond en de vroege nacht behoorlijk. Over deze maan later meer.

skyglobeWat is er op dit moment te zien? Bovenstaand kaartje is een printscreen van het onvolprezen programma skyglobe. (Een ander mooi programma voor op je telefoon of tablet is Sky Map). Stel dat je vanavond zo rond een uur of negen op een donkere plek gaat staan dan kun je ondanks de heldere maan (MOO) toch nog wel aardig wat meer zien.

Orion en Sirius

In het ZO, nog vrij laag, staat de meest heldere ster die je überhaupt ooit kunt zien: Sirius, een witte, hete ster. In ons melkwegstelsel staat hij niet zo heel ver van onze zon af. Hij is een beetje groter dan onze zon. Sirius wordt ook wel de hond van de jager Orion genoemd. De sterren van dat sterrenbeeld, de Orion dus, zijn in dit deel van het jaar bijzonder goed te zien, ze staan een stuk hoger, ook in het  ZO. Twee van die sterren zijn qua afmeting erg groot en ook nog eens zeer helder: linksboven in de Orion staat Betelgeuze, een rode superreus, en rechtsonder staat Rigel, een blauwe reus. Betelgeuze is veel minder heet maar het is wel een van de allergrootste sterren in ons melkwegstelsel.

Orionnevel

Wat je ook niet kunt missen is het kleine rijtje van drie sterren binnen in de Orion. Daaronder bevindt zich de zogenaamde Orion-nevel, een plek in onze melkweg waar op dit moment allemaal nieuwe sterren worden geboren, een soort kikkerdril met sterren. (Twee paarse golfjes in het plaatje) Met een goede verrekijker moet deze nevel als een wazig vlekje te zien zijn.

Mars, Aldebaran, Capella, Castor en Pollux

Vrij hoog in het WZW staat Mars (MAR), daar kun je niet omheen. Hij is duidelijk te zien met een enigszins roodachtig schijnsel. Heel hoog in het zuiden, rechts van de maan, staat de grote rode reus Aldebaran van het sterrenbeeld Stier. Bijna recht boven je hoofd staat de heldere ster Capella van het sterrenbeeld voerman (Auriga). Hoog in het oosten zie je twee heldere sterren: de zogenaamde tweelingen (GEM) : Castor en Pollux. Pollux is ook een uitzonderlijk grote ster.

Poolster, Grote en Kleine Beer, Regulus, Wega

Recht naar het noorden, vrij hoog, zie je de poolster, en dat is tevens een van de sterren van de kleine beer. De sterren van de kleine beer zie je veel minder goed dan die van de grote beer die links van de kleine beer staat. Vrij laag in het oosten zie je Regulus van het sterrenbeeld leeuw (LEO) Heel laag in het NNW staat Wega van de lier, die je in de zomer meestal recht boven je hoofd ziet.

Andromeda nevel

Misschien dacht je deze avond toen je naar het westen keek: kijk daar staat de grote beer. Je ziet daar namelijk ook een steelpan, maar deze is veel groter. Je ziet niet de grote beer maar het zogenaamde Pegasus-vierkant met daaraan vast ook een steel. Die steel wijst op dit moment vanuit het westen richting het zenith. (Hoogste punt van de hemel.) En juist die steel is de beste manier om iets te kunnen vinden aan de hemel dat ik eigenlijk altijd als iets heel bijzonders ervaar: de Andromeda-nevel. Dat is een zwak wazig plekje dat je onder goede omstandigheden met het blote oog kunt zien maar ik denk dat je er toch beter een goede verrekijker bij kunt halen. Op het kaartje is het aangegeven met de afkorting AND. Feitelijk, omdat onze zon zich enigszins aan de rand van ons eigen melkwegstelsel bevindt, kunnen wij ook objecten zien die niet bij onze melkweg horen. En het enige van die zeer ver verwijderde buitenwereld dat je met het blote oog kunt zien is het meest dichtbijgelegen melkwegstelsel van de biljoenen die er feitelijk zijn, het zogenaamde Andromeda-melkwegstelsel.

Melkweg

Alles wat je verder aan de hemel ziet hoort bij ons eigen melkwegstelsel, en het is zelfs zo dat vrijwel alles wat je aan de hemel ziet zich bevindt in dezelfde arm van onze melkweg waar ook de zon met zijn planeten als aarde, mars enzovoort zich bevinden. Maar je kunt desondanks ook het centrale deel van de melkweg enigszins zien. Op bovenstaand kaartje is dat de grote blauwe band die je van NW tot ZO aan de hemel kunt zien. Hij is zichtbaar als een vage melkachtige band.  Vandaar de naam. Het gaat hierbij dus niet om een zogenaamd melkwegstelsel, maar om het centrale deel van ons eigen melkwegstelsel. Richt je je verrekijker op een bepaalde plek in die band, dan zie je dat het aantal sterren in die richting veel groter is dan in gebieden buiten deze band. Bij heel helder weer, midden in de nacht, en op afgelegen plaatsen met weinig vervuiling zoals op de Dwingelose heide, is het zien van deze band een spectaculair gezicht, ook met het blote oog.

Uranus

Wat is er nog meer te zien? Van alles, zoals de planeet Uranus (URA), hoog in het ZW. Ik heb hem pas een keer in mijn leven kunnen zien, met een kleine telescoop die ik ooit had. Hij staat veel te ver weg om met het blote oog te kunnen zien, in de oudheid en middeleeuwen heeft nooit niemand hem daarom gezien. Maar toch, als je hem dan een keer ziet en herkent als planeet is dat een sensatie. Toen hij voor het eerst met een telescoop werd waargenomen dacht men dat het een zwak sterretje was. Totdat in 1789 kwam vast te staan dat het om een planeet ging.

Dubbelsterren

Veel sterren zijn dubbelsterren, eigenlijk de meeste, en soms kun je de tweede ster ook goed zien. Bij dubbelsterren draaien er twee sterren om elkaar heen. Stel dat onze zon ook een dubbelster was geweest dan hadden we met twee zonnen te maken gehad, ook met twee zonsopgangen en twee ondergangen. Misschien zou het soms lange tijd nooit donker worden, andere tijden zou het juist veel lichter zijn als er twee zonnen schijnen. Dat is het geval bij de middelste ster van de steel van de steelpan van de Grote Beer.  Als je daar op een van zijn planeten zou zijn zou je dat dus meemaken. Goed te zien is deze dubbelster met een verrekijker.

Cassiopeia

Mijn oudste kleinzoon wil altijd het sterrenbeeld Cassiopeia zien. Dat is eigenlijk altijd, net als de grote beer, erg goed zichtbaar. De helderste sterren van dat sterrenbeeld vormen de letter W. Je kunt het nu  heel hoog richting zenith in het NW zien.

Maansverduistering

Over enkele dagen hoop ik ook een stukje te kunnen schrijven over de maansverduistering die er aanstaande maandag aan gaat komen. Met foto’s!

De constellatie zoals weergegeven op bovenstaande afbeelding zal de komende weken rond dezelfde tijd nog ongeveer hetzelfde zijn, dus ook als het wat meer bewolkt is dan kun je het de dag erna rustig weer gebruiken als basis voor observaties. Voor de vroege vogels:  in de ochtend rond een uur of zeven kun je niet om de conjunctie heen van de twee helderste planeten van ons zonnestelsel: Venus en Jupiter. Vooral Venus is superhelder. Dinsdag 22 januari vormen ze een echte conjunctie, dan staan ze pal bij elkaar. Hieronder enkele foto’s van deze ochtend om kwart voor zeven. Mooi hoe je op beide foto’s zelfs de weerschijn in het water van Venus kunt zien, zo helder is deze planeet. Op de tweede foto zie je rechts boven nog net de ster Spica.

venus-jupiter

venus-jupiter3

Geplaatst in Astronomie | 2 reacties

De moderne Christen

de wereld voor god

Hierboven zie je de enigszins verfrommelde kaft van een boek dat ik enkele maanden geleden kocht: “De wereld vóór God”  van Kees Alders. Ik heb het boek inmiddels twee keer gelezen. Het boek gaat over filosofie in de oudheid. In de loop van het boek blikt de auteur vaak terug en maakt hij vergelijkingen en samenvattingen. Ook blikt hij soms vooruit. Zo blijf je bij de les. In de laatste hoofdstukken probeert hij vooral te onderzoeken wat we kunnen leren van die oude filosofen. Ook geeft hij voorzichtig aan welke manier van denken het beste bij hem zelf past. Alders geeft aan geen echte wetenschapper te zijn maar meer een schrijver. Dan kun je je dat veroorloven, een eigen mening hebben, en dat prijs ik in zijn boek. Tot die laatste hoofdstukken krijg je desondanks het gevoel dat hij objectief probeert te zijn. Maar dan komen er toch een paar persoonlijke meningen. Zo lees je tussen de regels door dat hij niet veel op heeft met de grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam. Letterlijk schrijft hij in een van de laatste hoofdstukken:

En de God van de joden, de christenen en de islam? Hoe staat het daar ondertussen mee? Die uit zich als een ontevreden God, die zich mopperend over de schepping buigt. Hij raast en tiert, deelt straffen uit, laat de zaak kwistig een keer onder water lopen om helemaal opnieuw te kunnen beginnen, en beoordeelt de mensen streng op hun gedragingen. Menselijke emoties als angst en verdriet zijn deze God dan wel vreemd, toch lijkt hij vaak genoeg slachtoffer van verbazing of in ieder geval woede. Vreemde emoties voor een macht die de touwtjes in handen heeft van al wat is! De gemiddelde stoïcijn, die zich door deze emoties niet van zijn stuk laat brengen, leidt misschien wel een goddelijker leven. De vraag naar hoe het mogelijk kan zijn dat een almachtige en goede God een wereld kan scheppen waarin zich kwaad bevindt, heeft dan ook veel kerkelijke denkers bezig gehouden. Makkelijk te verklaren is het allemaal niet, en om er toch kaas van te maken wrongen ze zich vaak in de raarste bochten.

Ook ik denk na over wat ik nu van al die filosofen vind en of het mijn denken heeft beïnvloed. En wat vind ik zelf van die monotheïstische godsdiensten? Deze hebben inderdaad geleid tot een aantal zaken die niet echt positief te noemen zijn. De Griekse filosofen hielden zich aanvankelijk vooral bezig met vraagstukken over begin en einde, de oorzaak van alles, de samenhang der dingen. Plato vertaalde dit soort inzichten op politiek gebied, hij schreef over staatsinrichting en over wetten. De filosofie ging toen pas regels maken, hoe dient de mens te leven. Joden, christenen en moslims hebben deze techniek tot in de finesses onder de knie weten te krijgen. Om te beginnen hadden zij als hoofdwet: er is maar één goede godsdienst, dat is de onze. Verder: er is maar één god en wie ook andere goden denkt te kunnen aanbidden zit helemaal fout. Daarna ontwikkelden ze een aantal strikte regels waar iedereen zich aan diende te houden. Zit het niet mee in je leven: geen nood, er is een leven na de dood. Kort door de bocht zijn dat de voornaamste zaken waarmee deze godsdiensten zich wisten te profileren.

Joden, christenen en moslims beroepen zich nog steeds op hun heilige boeken. Voor mijn verdere verhaal richt ik me nu echter alleen op het heilige boek van de christenen, de bijbel. Dat die er niet altijd hetzelfde heeft uitgezien, dat veel dingen zijn weggelaten of pas eeuwen later toegevoegd, dat doet er voor de meer orthodoxe christenen niet toe: het is het woord van God, punt. De interpretatie van die teksten daar kun je gelukkig nog alle kanten mee uit. Al in de eerste eeuwen van onze jaartelling zagen gnostische christenen de teksten vooral symbolisch, bijna alles kon je beter niet letterlijk beschouwen. Toen de kerkelijke hiërarchie begon te ontstaan werd deze manier van tegen de dingen aankijken al snel in de ban gedaan. Hier kon je geen leerstellingen en kerkelijke wetten op bouwen. De tekst van de bijbel was door God gegeven en daar kon je niet zomaar een draai aan geven. Bijbelteksten die niet goed in het kerkelijke plaatje pasten werden er uit gegooid, er werd nog wat gesleuteld aan bestaande teksten en er kwamen er nog wat bij: voilá: de kerk had een bijbel en een wetboek in een. Helaas, je kon er nog steeds alle kanten mee op en de scheuringen en afsplitsingen zijn tot bijna op de dag van vandaag doorgegaan. Ja maar het is toch vooral een moreel handboek, een boek vol inspiratie? Ja maar zonder dat je je er aan hoeft te houden. Kapitalisme en consumptiemaatschappij, het kwellen van vee en het verpesten van de bodem: onze christelijke boeren van het CDA en hun verdere kerkelijke achterban eisen dat dat door blijft gaan. Intussen gaan ze vroom elke zondag naar de kerk.

Is er dan niets goeds aan de bijbel of aan de christelijke riten? Ja zeker en ik vind het wanneer je alleen maar aan de negatieve dingen aandacht geeft te kort door de bocht. Er zijn namelijk heel veel waardevolle dingen die het christendom heeft opgeleverd. Er zijn altijd veel mensen geweest die inspiratie hebben weten te putten uit deze bijbel en door hun levenswijze een voorbeeldfunctie hebben weten te geven aan anderen. Ik denk aan bijvoorbeeld de Heilige Franciscus. Ook zijn er kunstenaars geweest die niet alleen om den brode hun kerkelijke kunstwerken maakten, maar die werkelijk door de bijbel waren geïnspireerd en iets van deze inspiratie wisten over te brengen op anderen. Ik schreef al over Jan van Steffeswert, maar ook kunstenaars als Stefan Lochner of Geertgen tot Sint Jans reken ik tot kunstenaars die in ieder geval mij weten te inspireren.

stefan lochner

detail uit de aanbidding door de wijzen, Stefan Lochner, 1440, dom van Keulen. Als je hier vlak bij staat is het ontroerend om te zien hoe de wijze contact lijkt te maken met de baby en tot de conclusie komt: ja, dit moet hem zijn!

Je hebt natuurlijk ook al die geweldige componisten. Om te beginnen is er Johan Sebastiaan Bach, die tot in zijn diepste vezels de bijbel als inspiratiebron wist te gebruiken en zo nog steeds ook niet-christenen daarmee weet te inspireren. En dan zie ik ook dat er veel christelijke gemeenschappen zijn waarbij de gemeenteleden elkaar weten te steunen in geval van nood. Dat wat vroeger de echte burenhulp was. In mijn dorp was er een sluitend systeem van afspraken waardoor niemand buiten de boot zou komen te vallen: de “noaberhulp”. Iets minder misschien dan toen, maar dergelijke dingen bestaan nog steeds.

Hoe zit het met de riten? Met de christelijke dienst van protestanten heb ik niets. De gezangen vind ik zelden inspirerend, de teksten of preek kunnen je een enkele keer aan het denken zetten, maar de verdere riten, daar heb ik echt helemaal niets mee. Soms volg ik een katholieke dienst in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht. Waar ik als kind totaal niet snapte waar het over ging, werd ik toch toen al geraakt door de geheimzinnige gebruiken en de Latijnse spreuken. De Hoogmis die daar tegenwoordig op zondag is verloopt nog steeds als vroeger. De gebeden worden volgens de Gregoriaanse traditie gezongen. Ook hanteren ze er nog alle gebruiken uit de tijd dat ik zelf misdienaar was. Ik zie nu pas dat al die gebeden en rituelen een functie hebben. Voordat het evangelie wordt gelezen loopt de priester met een wierookvat rond het boek en bewierookt het. Uit eerbied voor de heilige teksten. Zoals mijn moeder vroeger een kruisje maakte op de achterkant van het brood voordat het aangesneden werd. De Gregoriaanse gezangen, die vooral draaien om gezamenlijk ademhalen, lijken als uit een mond samen te komen in de ruimte, ze reiken naar de allerhoogste, het is prachtig! Ook herken ik weer van vroeger het bidden, het helemaal in jezelf verzinken en het denken aan mensen die het niet goed hebben en die het beter zouden moeten hebben, het denken aan je naasten, aan ziekte en dood. Dat alles kan een mens goed doen en tot troost zijn. En al de mensen die een kaarsje aansteken en vervolgens vijf minuten met de ogen dicht geknield voor een Mariabeeld blijven zitten: ik begrijp het en vind het een prachtig ritueel waar ik respect voor heb.

Hoe is het christendom kunnen verworden van een inspirerende godsdienst tot een wetgevende, oordelende godsdienst? Het begon ermee dat christenen niet-christenen veroordeelden. De christenen aanbaden de ene ware god. Andere vormen van godsdienst werden niet getolereerd. Deze koppige houding zorgde voor veel weerstand, de eerste martelaars waren daarmee een feit. Maar deze christenen begonnen zich goed te organiseren en een soort hiërarchische structuur te creëren. Keizer Constantijn begreep dat hij die goed kon gebruiken in zijn Romeinse staat. Het christendom werd een staatsgodsdienst. Die er later met geweld nog steviger werd ingeramd door Karel de Grote. Ook de kruisvaarders deden hier lustig een potje aan mee. En deze hiërarchie leidde tot de opbouw van macht. Er begonnen dingen te ontstaan die compleet in strijd waren met de oorspronkelijke opzet. Het monster van de wetgevende kerk was geboren. Onderaan in de hiërarchie stond de slaaf, de boer, de werkman die gehoorzaam, zoals het toch ook in de bijbel stond, zijn meerdere moest erkennen in de grootgrondbezitter, de graaf, de koning, de bisschop, de paus. En die zich verder vooral suf moest werken. Later na zijn dood zou het gelukkig goed komen: de eersten zullen de laatsten zijn en omgekeerd.

Desondanks bleef de bijbel gedurende de eeuwen heen een inspirerend boek. Kan het dat nog steeds zijn, ook als het de regels en kerkelijke wetgeving weet los te laten? Ik denk het wel maar het vergt veel zelfdiscipline van de mensen. Eigenlijk al de goede dingen die de kerk biedt kunnen ook bereikt worden zonder de kerk en zijn regels. Er zijn steeds meer initiatieven om alleenstaanden en ouderen te betrekken bij het maatschappelijk leven, om nieuwkomers een warm onthaal te geven, om mantelzorg in te bedden in de samenleving. Los van welke godsdienst dan ook. Mensen die vooruit denken, die zorgen dat deze aarde niet naar de verdoemenis gaat, dat zijn niet alleen de mensen van de ChristenUnie maar ook mensen van Groen Links. Je hebt daar niet een godsdienst voor nodig. Maar bijbelse inspiratie kan helpen. Zolang christenen maar niet denken dat zij het enige ware geloof belijden en zich niet blind staren op wazige bijbelteksten, zolang zij geen schijnregels over homofilie uit de bijbel denken te kunnen halen, zolang zij vooral de belangrijkste regel in acht houden: liefde voor elk medemens en voor onze leefwereld. Dan wordt het christendom opeens een waardevolle filosofie als een van de vele, zoals die ook al in de oudheid zijn aanhangers kende. Socrates zei 425 BC: De mens dient geen onderscheid te maken tussen rangen en standen. In ieder mens is de kennis van het goed al aanwezig . Epicurus zei 300 BC: Het ware genot is een gematigd genot. Streven naar luxe brengt ongeluk. Ook angst voor de dood of angst voor de goden is onzinnig. Niets is voorbeschikt. Alle mensen zijn gelijk aan elkaar, ook slaven en vrouwen. Vriendschap is een van de belangrijkste dingen in het leven. In de vroege Stoa, rond 275 voor Christus, zei Zeno: De wereld wordt geleid door natuurwetten. Alles wat gebeurt heeft invloed op ons leven. Iedereen is onlosmakelijk verbonden met de kosmos. Werkelijk geluk wordt bereikt als je je weet te richten op de wetten van de natuur.

Al dit soort filosofieën kan makkelijk ook binnen een aantal godsdiensten worden toegepast. Soefisten zijn mensen met een levenshouding die het goede en sociale nastreeft, maar elke soefist mag ook de rite die bij een bepaalde godsdienst hoort volgen. Veel soefisten zijn moslim of christen, maar zij zijn nooit dogmatisch, het zijn geen mensen die de koran of de bijbel als een wetboek hanteren.

Terug kijkend op het boek en al de gedachten van al die filosofen wordt het me duidelijk dat er een kentering in het denken moet komen. De mens is afgedwaald van de dingen waar het echt om draait. Respect voor je naaste en voor je omgeving. Dat laatste kunnen we alleen maar bereiken door een flinke stap terug te doen, we zullen de kapitalistische consumptiemaatschappij vaarwel moeten zeggen. Zowel in de top van de politiek als onderaan bij de gele hesjes is dat nog niet doorgedrongen. Het klimaatakkoord in Nederland, een van de weinige hoopgevende dingen in deze tijd, wordt weer op de schop gezet. En het eerste: liefde voor je medemens, ook daar is weinig van terug te vinden vanuit de politiek. Maar we kunnen wel al deze dingen toepassen in onze eigen kleine omgeving. Iedereen kan er iets aan doen op zijn manier. Daar ligt denk ik de hoop voor de toekomst. Ook de christen van nu, de moderne christen, kan in alle bescheidenheid zijn bijdrage leveren.

Wat is nu de visie van Kees Alders, de schrijver van het boek? Van welke filosofische richting in de oudheid heeft hij het meeste geleerd, bij welke gedachten voelt hij zich het meeste thuis? Heel voorzichtig doet hij daarover enkele uitspraken. Hij zelf heeft het nauwelijks over het jodendom, christendom of over de islam. Het boek gaat immers over de wereld vóór God. Maar als je over ook zijn eigen mening meer wilt weten kun je het beste het boek zelf lezen. Maar lees het vooral om zijn heldere uiteenzettingen van wat de oude filosofen dachten.

Petrarca (veertiende eeuw) en Rubens (zeventiende eeuw) waren christen. Maar tegelijk had Petrarca naast werken van Augustinus ook altijd werken van Cicero in zijn reistas bij zich. Rubens haalde zijn levenskracht niet zozeer uit de bijbel maar voor een groot deel uit de filosofische houding van de Stoïcijnen en Seneca. Ik begrijp hen door het lezen van dit boek beter. Dat alleen al maakt het boek voor mij waardevol.

De wereld vóór God
Auteur: C.J. Alders
Uitgever: Klokwerk-Design

  • Nederlands
  • 1e druk
  • 9789082930115
  • november 2018
  • ook als E-book
  • 392 pagina’s
  • EPUB met digitaal watermerk
Geplaatst in filosofie, maatschappij, recensie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vakjes

Mijn oudste kleinzoon was als baby al verzot op vooral geometrische figuren. Hij kon nog niet echt praten, alle woorden bestonden uit slechts een lettergreep en vooral zijn moeder wist bijna altijd precies wat hij bedoelde. Zo liep ik met hem op schoot de trap af en opeens zag hij iets: ‘Mah! Mah!’ Wat zou hij in gods naam bedoelen. Hij keek naar een foto waar enkele van mijn vrienden op stonden, lopend in de polder. Opeens bij ingeving begreep ik het. Heel minuscuul op de achtergrond stond er een electriciteitsmast op die foto. Dat integreerde hem, de rest interesseerde hem eigenlijk niet. ‘Mah’ was mast. In die tijd wilde hij van alles weten hoe het heette. Hij keek of wees naar iets en zei dan vragend: ‘Ja?’ Dat ging zo voortdurend door en ook dingen waarvan je zonet de naam gegeven had, hij wilde minstens twee keer weten hoe het heette.

Achteraf was hij toen al bezig met alles in een vakje te plaatsen. En in elk vakje zit niet alleen een ding, daarin zit alles wat er die dag op dat moment in die situatie ook nog gebeurde. Zo is er het vakje: “voor de eerste keer met opa en oma met de metro naar Rotterdam”. Hij vond het doodeng, moest huilen en zat te trillen op je schoot. Na een half jaar probeerden we het weer: van te voren was hij al panisch en het maakte dus niet uit. Metro met opa en of oma zit in het vakje “eng”. Nu is hij met diezelfde metro enkele keren met zijn moeder mee geweest. Hij vond het leuk! Dus ik dacht, kom ik probeer het ook nog eens. Weer dezelfde panische angst en ik heb het dus niet gedaan. Zo is er ook het vakje: “mama zingt”. Wat er ooit misgegaan is, ik weet het niet, maar mama mag niet zingen. Boosheid, huilen, ga maar door. Als ik of oma zing is er niets aan de hand. De situatie en plek is anders dus het vakje is anders, dus zingen is geen probleem. Het is heel moeilijk om die gevulde vakjes open te maken en aan te passen. Zijn moeder is het uiteindelijk met veel praten en liefdevol contact gelukt: ze mag weer zingen!

maan-in-vakje
Gelukkig zijn er ook leuke, ongevaarlijke vakjes. De film op youtube waar hij op dit moment het meest verzot op is, dat is een film die begint bij een avondscene met krekels en een maan. Dan wordt de maan omkaderd, (een vakje) er wordt een pijltje boven getrokken met de grootte van de doorsnede van de maan. Intussen zie je heel veel vakjes die laten zien hoe groot alles is. En de Maan wordt na eerst vergeleken te zijn met kleinere objecten daarna vergeleken met grotere objecten. Voor mij maakte hij een tekening waarbij hij helemaal links zich zelf tekent, dan komt de Eiffeltoren, dan een toren in Dubai, dan komt de asteroïde Ceres, dan Pluto, dan de maan, en dan nog een stukje van Mars. Alles wordt steeds groter. De tekening stikt van de vakjes. In de film gaat het door tot de grootste bekende ster, UY Scuti. Ook deze bevindt zich in de film in een veld met nu ontzettend grote vierkantjes. Hé! Bij opa en oma hebben ze een tegelvloer. Dát zijn pas mooie vakjes! In het midden legt hij een rood balletje. UY Scuti is immers een rode superreus, zoals een dergelijke ster genoemd wordt. ‘Kijk opa, daar ligt UY Scuti’.

uy-scuti

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen