Galla Placidia

In Ravenna staat een zeer oude kerk uit de vijfde eeuw die gewijd is aan het heilige kruis, de Santa Croce. Er zijn meer kerken met die naam, de beroemdste zijn die in Jeruzalem en die in Rome. De kerk in Rome is daar een van de zeven pelgrimskerken. Zijn ouderdom zie je er niet aan af: je ziet een achttiende eeuwse façade van een twaalfde eeuwse kerk die op zijn beurt weer gebouwd is boven een kapel uit de vierde eeuw. Op die plaats stond ooit een van de paleizen van Helena, de moeder van Constantijn de Grote. Constantijn was de keizer die in de vierde eeuw godsdienstvrijheid uitvaardigde in zijn rijk, waardoor de gemeenschappen van christenen met rust gelaten werden. Hij was ook de keizer die Byzantium omdoopte tot Constantinopel, de stad van Constantijn. Hij legde daardoor de basis voor het latere Oost-Romeinse rijk.

Zijn moeder Helena zou volgens de legende in Jeruzalem het heilige kruis terug hebben gevonden waar Jezus aan gestorven was. Zij nam het mee naar Rome naar haar paleis. Na haar dood werd op die plaats een kapel gebouwd. Net als trouwens ook op de vindplaats in Jerusalem.

In Rome kun je in de Santa Croce de lager gelegen, dus veel oudere kapel bezoeken. Je bevind je dan op het niveau van de straathoogte van het Rome van de vierde eeuw. In dat deel van de kerk zijn nog steeds fragmenten van de oude mozaïeken uit die tijd te zien. In 1492 werd bij herstelwerkzaamheden aan een van die mozaïeken in deze kapel een ontdekking gedaan: er kwam een baksteen tevoorschijn met een in die steen gegraveerde tekst:  TITULUS CRUCIS. Achter deze steen bevond zich een verzegeld fragment van een stuk hout, met ook daarin een inscriptie: het woord “Nazarene”. Dit was driemaal genoteerd, in zowel het Hebreeuws, het  Latijn als het Grieks. Dit woord wordt vermeld in alle vier de evangelieteksten. Het is niet bekend hoe dit stuk hout in de kerk kwam of wie het achter de baksteen plaatste, maar een mogelijkheid is dat het rond 455 in de muur verborgen was, toen de geestelijkheid het moest beschermen tegen de aanvallende Visigoten. Het ware kruis, althans een stukje ervan, werd zo in 1492 nogmaals terug gevonden.

Wie liet de mozaïeken in deze kapel maken? We komen dan bij de relatie die deze kerk heeft met de al eerder genoemde Santa Croce in Ravenna. Bekend is dat in ieder geval Galla Placidia een deel heeft laten fabriceren. Zij was net als Helena de moeder van een Romeinse keizer. En zij was buitengewoon sterk gefascineerd door de persoon van deze, later heilig verklaarde vrouw. Daarom liet zij tussen 440 en 450 in Ravenna ook een kerk met de naam “Santa Croce” bouwen. Op dat moment  had ze al een bewogen leven achter de rug. Het was de tijd dat het West-Romeinse deel van het keizerrijk begon in te storten, door de voortdurende invallen van met name de Hunnen. Ik som in chronologische volgorde de belangrijkste gebeurtenissen op. Het meer complete verhaal is buitengewoon schokkend en kun je zo je wilt nalezen op wikipedia of in de historische roman zoals vermeld onder dit artikel.

  • Doordat het in Rome vaak niet pluis was, was de hoofdstad van het West-Romeinse rijk in 286 verplaatst naar Milaan. of
  • De vader van Galla Placidia, Theodosius I was de laatste keizer die de verschillende delen van het keizerrijk weer wist te verenigen. Ook had hij het Christendom tot staatsgodsdienst gemaakt. Hij verbleef zowel in Constantinopel, Milaan en Rome.
  • Theodosius I stierf in 395 en het rijk werd onder zijn twee zonen verdeeld. Galla Placidia, een dochter uit zijn laatste huwelijk, was toen pas tussen de drie en zeven jaar oud.
  • Een zoon, Arcadius,  ging zetelen in Constantinopel, de andere, Honorius bleef nog een tijd in Milaan en Rome, maar in 402 maakte hij Ravenna  tot hoofdstad.
  • In 409 werd Galla Placidia in Rome gevangen genomen door Alarich, koning van de Oost-goten en de opvolger van deze ontvoerder trouwde met haar.
  • Toen deze stierf mocht Galla Placidia terug naar de koning van het Oost-Romeinse rijk, de opvolger van Arcadius: Theodosius II.
  • Deze liet haar trouwen met een belangrijke generaal en het echtpaar ging wonen in Ravenna, dat nog steeds de hoofdstad was van het West-Romeinse rijk. Daar woonde ook haar broer, keizer Honorius.
  • Toen zowel haar man als keizer Honorius stierven werd het nog jonge kind van Galla Placidia, Valentianus III, benoemd tot nieuwe keizer van het West-Romeinse rijk. Van 425 tot zijn meerderjarigheid in 437 voerde zij het regentschap voor deze zoon uit haar laatste huwelijk.
  • Galla Placidia stierf in Rome, 27 november 450, op ongeveer zestigjarige leeftijd.

mausoleumOp bovenstaande foto zie je het mausoleum van Galla Placidia, met op de achtergrond rechts de Santa Croce

Deze vrouw was dus niet de minste, en ze liet in Ravenna zoals gezegd de Santa Croce bouwen, geïnspireerd op de Santa Croce van Rome. Van deze kerk in Ravenna is niet zoveel meer over, zeker niet van het interieur. De kerk is gemaakt met stenen die deels afkomstig waren van stenen van huizen die op dezelfde plek stonden. In de loop van de eeuwen is de kerk meerdere keren geplunderd. Van het gebouw zelf zijn later ook grote delen gesloopt, met name de brede voorhal, de zogenaamde narthex. Deze narthex had een grote zijkapel, en die is wel nog bewaard gebleven: het is het zogenaamde mausoleum van Galla Placidia. Zowel de kerk als deze kapel zijn gebouwd in de vorm van een kruis, hoe kan het ook anders. Zo had ook Ambrosius dat in Milaan al laten doen. Op munten die ze liet slaan stond aan de ene kant een portret van haar zelf, aan de andere kant een kruis. Ze zag zich zelf als een soort opvolger van Helena, de moeder van koning Constantijn, die het ware kruis in Jerusalem gevonden zou hebben. Om die reden liet ze ook de kerk Santa Croce in Rome verder versieren. In Ravenna zijn de Santa Croce en ook de verdwenen narthex ooit versierd geweest met mozaïeken. Er zijn nog  slechts enkele delen van terug gevonden, nu te zien in musea.

Maar o wonder, de zijkapel, het nu los staande gebouw, bekend als “mausoleum van Galla Placidia”, heeft wel nog al zijn originele mozaïeken. En wat voor! Je weet niet wat je ziet als je daar naar binnen gaat. Hoewel er enkele sarcofagen in het mausoleum staan is het vrijwel zeker dat het gebouw nooit als mausoleum bedoeld is geweest. Nee, in deze kapel stond vooral het heilige kruis centraal. Opvallend is ook de mozaïek met de afbeelding van de goede herder bij de ingang, die je uitnodigend naar binnen roept, niet toevallig met een kruis in zijn hand.

goede herderAl deze mozaïeken doen niet Byzantijns, maar eerder Romeins aan. Dat Byzantijnse element zien we wel in de San Vitalis die een kleine honderd jaar later is gebouwd, toen Ravenna een steunpunt was binnen het Oost-Romeinse rijk en dat tot rond 700 zou blijven. Daar zien we de typisch Byzantijnse gouden achtergrond en de afbeeldingen zijn opeens vrij  statisch. Maar hier is alles nog levendig. Het zijn werkelijk schitterend mozaïeken en ze vormen misschien wel het mooiste voorbeeld van vroeg-Christelijke kunst dat er nog is.

We zijn er nog niet. Hier in deze kapel was er nog iemand die vereerd werd: de heilige Laurentius. Laurentius was een martelaar die zijn geloof niet wilde opgeven en uiteindelijk gemarteld is door levend gegrild te worden, vastgebonden op een rooster. Waarom werd hij hier vereerd? Het Christendom was nog maar pas net staatsgodsdienst geworden in de tijd van Galla Placidia. Het was haar vader die daarvoor had gezorgd. Daarmee moest er eindelijk een einde komen aan de Christenvervolgingen die eerder opnieuw waren opgelaaid. De dood van Laurentius was een sprekend voorbeeld, een martelaar die gestorven was vanwege zijn geloof. Laurentius had al de bezittingen van zijn geloofsgroep moeten overhandigen aan keizer Valerianus I. In plaats daarvan verdeelde hij alles onder de armen en zei hij tegen de vertegenwoordigers van de keizer: ‘mijn volgelingen, deze mensen, zijn het enige bezit dat ik heb’. Toen werd hij op last van de woedende keizer levend geroosterd en daarna onthoofd. Laurentius werd een van de meest vereerde heiligen, zoals veel later nog in Rotterdam. In Venetië hangt in de Jezuïtenkerk een groot schilderij van Titiaan uit 1558 over het martelaarschap van Laurentius.

laurentius-venetie2

Onlangs stond ik bij dit mausoleum van Galla Placidia. Als je om je heen kijkt zie je vlak daarbij twee kerken. Een is dus de al genoemde Santa Croce, waar het mausoleum een onderdeel van was. De andere kerk, iets verder weg, is de San Vitalis. Dat is een Byzantijnse kerk die een eeuw later werd gebouwd. Een imponerende kerk met eveneens een bijzondere geschiedenis en connecties met de paltskapel van Aken van Karel de Grote. Maar hoe mooi en overweldigend die kerk ook moge zijn, ik prefereer de eenvoud van het mausoleum van Galla Placidia. Dit is de kapel waar bijna 1600 jaar geleden een Romeinse prinses op haar knieën zat, kijkende naar Laurentius, en denkende aan het kruis van Helena. Laurentius, die niet zoals in Venetië ligt te branden, nee hij loopt naast het vuur. Hij heeft het kruis en de bijbel in zijn handen en hij stapt over de drempel van die wereld alsof hij wil zeggen: kijk, ik ben dan wel verbrand maar het heeft mij niet kunnen deren. Mijn geloof is nog intact.

laurentius-ravenna

Het was haar kapel, wie weet ging ze er misschien wel eens op haar rug liggen, kijkend naar de prachtige koepel. Naar het schitterende kruis, tussen de sterren. Zij zelf was al oud toen de kerk met deze kapel gereed kwam. Misschien heeft ze er inderdaad begraven willen worden. Niet veel later ging ze dood toen ze weer in Rome was. Maar in Ravenna heeft ze een monument voor de eeuwigheid nagelaten.

kruis

  • Ravenna, seine Mosaiken, seine Denkmäler, seine Umgebung. Geschichts- und Kunstfuehrer. Verlag Salbaroli
  • Die Kaiserin Galla Placidia, Henry Benrath, 1937, Deutsche Verlags-Anstalt Stuttgart. 513 pagina’s. Goed leesbare historische roman gebaseerd op het leven van deze indrukwekkende vrouw.

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Astrologische klokken

In met name Padua en Venetië kun je op diverse plaatsen klokken zien die niets met de “gewone” tijd te maken lijken te hebben. Het zijn astrologische klokken. Soms kun je ze duidelijk interpreteren. Ze zijn allemaal in de zestiende of zeventiende eeuw gemaakt.

In het dogenpaleis van Venetië bevindt zich een klok met slechts één wijzer en daarnaast zie je de dierenriemtekens. Het is als het goed is een klok waarvan de wijzer in één jaar tijd eenmaal rond draait: elke maand staat hij in een ander dierenriemteken. Zo gauw de lente begint staat hij in ram, als de zomer begint in kreeft enzovoort. Hij werkt denk ik niet meer, maar staat voor eeuwig vastgepind in vissen, het is op deze klok steeds nog net geen lente.

klok dogenpaleis-2

In datzelfde paleis zie je ook een klok die telt tot 24, en alle cijfers staan gerangschikt zoals bij een horoscoop: I staat op dezelfde plaats zoals de zogenaamde “huizen” worden geplaatst. Opvallend is dat er niet zoals gebruikelijk 12 huizen zijn maar 24. Dit is in de Chinese astrologie ook zo, elk huis, ook elk dierenriemteken trouwens, is weer in twee delen verdeeld. Deze klok maakt als het goed is in 24 uur een rondje, hij loopt dan twee keer zo langzaam als de huidige klok. Je kunt hem om die reden dan ook als een gewone klok gebruiken, elk huis of cijfer staat voor een uur.  En zo loopt de wijzer dan in de loop van de dag en nacht door alle huizen heen. Staat de wijzer helemaal naar boven gericht dan is het midden op de dag en op deze klok begint dan huis XVII.  Helemaal links is het oosten, waar de zon opkomt. Het eerste uur begint niet bij middernacht maar bij zonsopgang. Maar het tijdstip wanneer de zon opkomt hangt van het jaargetijde en van de breedtegraad af. Een echte goede astrologische klok zou daar ook rekening mee moeten houden. Ik denk dat bij deze klok elk uur even lang is en daardoor ook de tijd van zonsopgang tot midden op de dag elk jaargetijde bij deze klok gelijk blijft. Astrologisch gezien geeft hij dus waarschijnlijk alleen maar een correcte stand aan bij het begin van de lente en bij het begin van de herfst, als elk dagdeel precies even lang duurt. Wel correct zijn altijd de tijden van exact middernacht en exact midden op de dag.

klok dogenpaleis

In Padua zie je op meerdere plaatsen vergelijkbare klokken. Opvallend is dat er ook bij deze klokken weer tot XXIV wordt geteld, maar dat nu de plaatsing van die cijfers aan de rechterkant begint waardoor er niet meer een duidelijke relatie lijkt te zijn met hoe bijvoorbeeld de “huizen” in horoscopen worden genoteerd. Maar op deze klok begint de dag niet bij het opkomen van de zon zoals in de astrologie, maar bij het ondergaan van de zon! Zoals bij de joodse kalender! De foto hieronder heb ik gemaakt om 12 minuten over drie ’s middags, de werkelijke tijd (geen zomertijd, geen Midden-Europese tijd) zal ongeveer 10 over half 2 zijn geweest. Ongeveer negentien uur volgens de tijdsberekening van deze klok. Maar dat zie ik aan die wijzer niet af. Hij zal wel stil staan..

klok-padua

De allermooiste in het genre staat boven op de Torre dell’Orologio, gebouwd rond 1600, op de Piazza dei Signori in Padua. Er zijn hier duidelijk twee nog functionerende wijzers, een zien we links gericht naar XV, bijna XVI. Je kunt deze wijzer zien zoals bij ons de kleine wijzer, die de uren aangeeft. Maar hier zijn de uren ook weer gerelateerd aan de astrologische huizen. En dan ook weer 24 huizen, waarbij de dag ook hier weer bij het ondergaan van de zon begint: daar begint het eerste huis. De andere wijzer staat in een dierenriemteken, in dit geval boogschutter. De foto is gemaakt 15 december 2015, ik heb hem van een site op internet geplukt, die gaat  over de restauratie van deze klok. De restauratie is geslaagd, de klok loopt: 15 december staat de zon inderdaad in boogschutter! Fraai is hoe vanuit dit punt lijnen te zien zijn: een vierkant, driehoek en een vijfhoek. Die wijzen naar zowel andere punten in de dierenriem als indirect naar bepaalde huizen. De driehoekslijn geeft positieve aspecten aan, het vierkant spanningsaspecten. De andere wijzer wijst de tijd aan, hij wijst naar de tijd die bij ons nu zou overeenkomen met ongeveer 9 uur in de ochtend, ware tijd. (dus geen zomertijd en geen Midden-Europese tijd.) Dit is dus een echt functionerende astrologische klok, waarbij de 24 uurs-functie tegelijk ook werkt als een echte klok als je weet hoe je hem moet lezen. Links zien we bij onderstaande afbeelding op een zuil de gevleugelde leeuw (symbool van de evangelist Marcus), boven de klok staat de heilige Marcus zelf. Marcus is patroonheilige van Venetië en Padua was onderdeel van deze stad in die tijd.

piazza dei signori

De meest bizarre astrologische klok zag ik in de Frari kerk in Venetië. De toeristen gaan daar heen voor de Maria ten hemelopneming van Titiaan, die boven het hoogaltaar is geplaatst. Of voor het monument ter ere van deze schilder, of dat ter ere van Antonio Canova. (De piramide, gemaakt door zijn leerlingen). Of voor het prachtige schilderij met een madonna en kind van Bellini. Ik bezoek ook altijd het graf van Monteverdi, waar ononderbroken bloemen op liggen.

monteverdi graf

Maar in een verre zijkapel staan nog enkele kunstwerken waaronder een kast die je kunt sluiten, met  daarin een klok met zeer rijke houten sculpturen, gemaakt door Francesca Pianta, zo rond het midden van de zeventiende eeuw, niet lang na de dood van Monteverdi.

klok-frari-kleinOm de verdwenen wijzer(s) heen staan nu niet 24 maar 12 huizen zoals gebruikelijk in de astrologie, wel weer zodanig genoteerd dat de dag begint bij het ondergaan van de zon. Daarna komen de dierenriemtekens, maar deze zijn niet gegroepeerd volgens de volgorde in de dierenriem, maar naar type: links boven staan alle vuurtekens, rechts boven alle aardetekens, rechts onder alle luchttekens en links onder alle watertekens. Deze plaatsing heeft geen enkele relatie met de beweging van de aarde om de zon. Het doet me denken aan het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci, waar de apostelen naar mijn opinie niet alleen als vertegenwoordigers van een dierenriemteken zijn weergegeven, maar ook op een speciale manier zijn gegroepeerd op het schilderij. Hieronder zie je hoe bij deze klok linksboven de drie vuurtekens ram, leeuw en boogschutter staan.vuurtekens

Maar toch is er nóg een logica. Die blijkt als je naar de er omheen geplaatste sculpturen kijkt. Het hoofdidee van de sculpturen is: de klok als vadertje tijd. Hij draait en elk mens zal ooit sterven. En dat proces van geboren worden en sterven zien we ook elk jaar weer: in de seizoenen! Hoog boven alles uit torent deze vadertje tijd. Hij duwt een rad met 8 spaken, heel verveeld, heel langzaam, vooruit.

klok bovenIn elk kwadrant zie je steeds een mens en een putto, met ook telkens een zon. De zon ziet er in elk jaargetijde iets anders uit. In de zomer is hij het meest stralend, in de winter lijkt het wel een dodenmasker. Ik heb ze hieronder naast elkaar gezet:

4seizoenen

Hoe zien de seizoenen er nog meer uit? Op de volgende afbeelding hieronder zie je links boven een ooievaar en een jongeling, wat wijst op de lente. En daarbij horen ook de drie vuurtekens, vuur als symbool van kracht en nieuw leven! Dát is dus de logica van de afwijkende groepering van de sterrenbeelden!

linksboven Rechts boven zien we een adelaar en een man in de bloei van zijn leven: de zomer. Bij de zomer zijn de aardetekens van de dierenriem uitgebeeld. De vruchtbare aarde die straks voedsel levert dat geoogst gaat worden, eveneens als symbool van de zomer.

rechtsboven

Het kwadrant links beneden. Hier zie je rijpe druiven, en een man met een zwaard. Dat is de herfst. Daarbij zijn in de cirkel met de sterrenbeelden van de dierenriem de watertekens geplaatst. Water dat zorgt dat de vruchten rijp worden, water dat dient als vocht en voedsel.

linksonder

Het rechter kwadrant beneden toont de mens als skelet, verder zien we een uil:  de winter. Hierbij staan de luchttekens tweelingen, weegschaal en waterman. Wat er over blijft van het leven is uiteindelijk niet meer dan lucht.

rechtsonder

Het is een bizarre klok. Misschien gaf hij met een of twee wijzers gewoon de minuten en de uren aan en is de rest niet meer dan een symbolische weergave van het verschijnsel tijd. Maar het is wel een heel leuke klok!

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Universiteit van Padua

Padua is een stad waar je met gemak meer dagen voor kunt uittrekken als je geïnteresseerd bent in historische pleinen, gebouwen of in kunst. De basiliek van de Heilige Antonius is een must. Daarnaast is er natuurlijk de beroemde Scrovegni kapel met zijn prachtige fresco’s van Giotto. En ik kan makkelijk nog zo’n vijf bijzondere plekken opsommen, ik was er al drie keer. Maar dit keer zag ik voor het eerst de oude universiteit.

Padua was een stad die in grote mate onafhankelijk was van de omringende regio’s toen aan het begin van de dertiende eeuw de familie Carrara aan het bewind was. In het nabij gelegen Bologna, waar de eerste universiteit van Europa stond die was opgericht in 1088, was er in het begin van de dertiende eeuw grote onvrede bij zowel professoren als studenten over de mate van vrijheid die zij van de stad kregen. De studenten van deze universiteit kozen hun eigen professoren en ze kregen steeds meer invloed niet alleen op het beleid van de universiteit, maar zelfs op stadszaken, zoals op het voedselbeleid en op de huisvesting in de stad. De stadsregering besloot toen dat elke student die niet uit de stad Bologna zelf kwam rechteloos was. Alle zaken rond huisvesting en voedselvoorziening werden voortaan door de stad geregeld. Daarnaast ging de stad zich ook bemoeien met het onderwijs zelf. Daarop trokken honderden studenten en ook enkele professoren de stad uit, op zoek naar een betere plek. Die vonden ze in Padua waar ze de vrijheid kregen die ze ambieerden. Toen deze stad in de vijftiende eeuw onderdeel werd van Venetië werd deze universiteit nog belangrijker.

Het oude gebouw, althans het gebouw dat betrokken werd vanaf 1493, staat er nog steeds en tot ver in de twintigste eeuw was het ook in gebruik als universiteit. Nu is eigenlijk alleen het deel waar de promoties plaats vinden nog in functie. Er aan vast ligt een gebouw uit de negentiende eeuw waar wel nog steeds colleges worden gegeven. We liepen daar doorheen en konden de colleges, in het Italiaans, vanuit verscheidene ruimtes horen. In de collegebanken werden braaf aantekeningen gemaakt. Ook in andere delen van de stad, maar ook daarbuiten zoals in Vicenza en Ravenna, zijn faculteiten gehuisvest.

toegangspoort

dakDe toegangspoort en de binnenplaats van Palazzo Bo, zoals de universiteit in het centrum heet, zijn vrij toegankelijk. De rest kun je alleen zien via een rondleiding. Wij volgden een Engelstalige rondleiding en zagen prachtige historische plekken. Zoals het oudste nog bestaande  anatomische theater ter wereld, dat tot in de negentiende eeuw in gebruik was. Tot 240 studenten konden een voorstelling bijwonen waarbij het lichaam van een ter dood veroordeelde en terecht gestelde misdadiger uit de omgeving werd ontleed. Dit ter instructie bij de lessen over geneeskunde en anatomie, enkele keren per week in de winterperiode.

theatro anatomico

Er hingen ook schilderijen van een twintigtal ex-studenten, zoals van een Vlaming en van een Hollander. Deze Hollander, Jean van Heurne, studeerde er in de tijd vlak voor het begin van de tachtigjarige oorlog. Hij was zijn studie in Leuven begonnen maar ging verder met zijn studie geneeskunde onder professor Fabricius en volgde ook colleges natuurkunde in Padua waar hij in 1566 op 22-jarige leeftijd afstudeerde. Hij keerde terug naar  Nederland en werd stadsnatuurkundige in Utrecht, waar hij over de grote komeet van 1577 schreef. Deze komeet was trouwens in die tijd een enorm spektakel dat in heel Europa zichtbaar was. Hij werd door vrijwel iedereen niet alleen als een astronomisch verschijnsel beschouwd, maar men zag het ook als een zeer slecht voorteken. Nederland zat midden in de tachtigjarige oorlog..

jean van Heurne

In Padua kon je in de middeleeuwen al veel studies volgen. Door toedoen van Petrarca kwam er ook een faculteit met humanistische vakken, je kon je bekwamen in het bestuderen van de klassieke schrijvers. Maar de medische faculteit was een van de belangrijkste. Zo werd er ook de werking van medicinale planten bestudeerd. Helemaal in het zuiden van Europa, in het koninkrijk Sicilië, was de benodigde kennis al via Griekenland en de Arabische landen Europa binnen gekomen in de twaalfde eeuw.  De lessen daarover werden toen gegeven in Salerno, een universiteit met slechts één faculteit: geneeskunde. Frederik II had behoefte aan meer universitaire vakken in Sicilië. Het koninkrijk was teveel afhankelijk van Bologna waar toen nog de enige universiteit was. Zo stichtte hij twee jaar nadat de universiteit van Padua was gesticht nog een nieuwe universiteit, die van Napels. De geneeskundige faculteit van Salerno werd al snel daarna gesloten. De boeken in het Grieks en Arabisch over plantkunde uit Salerno werden steeds meer vertaald in het Latijn en de universiteit van Padua ging de kennis die er in stond toetsen. De professoren lieten een botanische tuin aanleggen die je nog steeds kunt bezoeken.  Bij de meeste bomen, struiken of andere planten staat niet alleen een bordje met gewone toelichting, je kunt de informatie ook “voelen”, in braille. En veel van die planten staan op grijphoogte, waardoor je ze ook in het echt kunt voelen en je er aan kunt ruiken. De oudste boom uit deze tuin is een palm uit de zestiende eeuw, die ook door Goethe is gezien en waar hij lyrisch over heeft geschreven. Deze universitaire botanische tuin bestaat nog steeds en is daarmee de oudste in zijn soort ter wereld. Het is bovendien een heerlijk stukje Padua.

plataan

plataan2

Toch maakte iets anders bij mij de meeste indruk. Niet de ruimte met het nog steeds aanwezige theater, niet de portretten, niet de oude collegezalen, niet de prachtige sculpturen die overal te zien waren. Zelfs niet de prachtige botanische  tuin een eindje buiten het centrum. Nee, ik was stil en zelfs ontroerd bij het zien van een bijna verrotte, oude, houten katheder. Naast de zaal waar hij had gestaan.

zaal galileikathederDit was namelijk de katheder waarop Galileo Galilei had gestaan toen hij les gaf over van alles en nog wat, tussen 1592 en 1610. Hij vertelde daar misschien ook over zijn ontdekkingen die hij met zijn eigen gemaakte telescoop had gedaan. Ik zie hem daar in gedachten staan. Hij had geen dia’s of film ter beschikking om zijn verhaal te illustreren, geen microfoon. Nee, hij stond in een zaal, de prachtige zaal naast de kleinere ruimte waar nu de katheder staat. Daar konden makkelijk meer dan honderd studenten plaats nemen. Hij had misschien wel een tekening gemaakt om te kunnen tonen wat hij die nacht ervoor had gezien met zijn eigen gemaakte telescoop. Hij was daarvoor misschien op het dak van de universiteit geweest.
Hij schraapt zijn stem, en iedereen is ademloos. Leonardo schrijft geschiedenis:

Ecce, hic planeta Iovis. Hoc Planeta habet quattuor lunae. Et vidi annuntiabo tibi quod me hac nocte.’ (‘Kijk, hier zien jullie de planeet Jupiter. En deze planeet heeft vier manen. Ik zal jullie vertellen wat ik de afgelopen nacht allemaal gezien heb.’)

Dit en andere dingen legde hij ook vast in een boek, dat later werd uitgegeven. Daarover schreef ik al eerder. In het Nederlands vertaald schreef hij onderstaande dingen over zijn waarnemingen op 11 februari 1610, zijn laatste jaar als magister in Padua. Hij maakte ook steeds een tekening bij zijn bevindingen. Op die tekeningen is het oosten steeds links, het westen rechts. Wat hij bij zijn toelichting “sterren” noemt zijn dus de manen van Jupiter, die je kunt zien als puntjes, als waren het sterren. Hij keek naar boven met zijn kijker en legde alle veranderingen die hij bij Jupiter zag nauwgezet vast. Zo kwam er opeens een extra “ster” om drie uur ’s nachts:

Maar het derde uur zag ik een vierde ster, nabij Jupiter ten oosten, kleiner dan de andere, 0 minuten 30 seconden van Jupiter verwijderd. Ze week een klein beetje naar het noorden af van de rechte lijn  die door de andere sterren konden worden getrokken. Alle sterren waren zeer helder en erg opvallend.

jupiter en manenNiet alleen  als je iets kwijt bent, om Antonius te laten helpen met zoeken kun je naar Padua gaan. Galileo was niks kwijt. Hij vond nieuwe dingen. Ik zie de dingen die hij zag  nog steeds, af en toe,  met mijn kijker. En ik ervaar dan ook nog steeds iets van het opgewonden gevoel, zoals hij dat die nachten gehad moet hebben. Als je daar bent, in Padua, in die universiteit, vlakbij dat spreekgestoelte. Dan ervaar je de geschiedenis, die hij maakte.

13 februari 1610 en 2018
Jupiter en zijn manen

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 9 reacties

Europese verkiezingen

In de Volkskrant stond een interview met Sophie in het Veld. Zij vindt dat Europa hechter moet worden. Enkele pagina’s verder werd Derk Jan Eppink geïnterviewd. Hij vindt dat we uit de EU moeten. Allebei hebben ze zo hun argumenten.

Derk Jan Eppink zegt dat er een sterk bureaucratische organisatiedwang is in Brussel. Een organisatiedwang die zich zelf in stand houdt ook omdat daardoor mooie en goedbetaalde banen vergeven kunnen worden. Ik denk dat daar ongetwijfeld veel van waar is, het is een bekend mechanisme. En omdat in bepaalde delen van Europa deze cultuur ook op nationaal niveau de norm is valt hij moeilijk om te buigen.

Sophie in het Veld zegt dat Europa desondanks hechter moet worden om als continent ook een vorm van macht te kunnen krijgen. De plekken waar de macht nu ligt zijn Washington, Silicon Valley, Beijing, Facebook, Huawei, Apple, bij de grote kapitaalstromen. Daarom moet er een hechtere EU komen. Dat alle besluiten zo stroperig zijn in de EU komt omdat er twee raden zijn die beslissingen moeten nemen. Eentje is het Europese parlement, de andere is de Europese Raad. In die laatste zitten mensen van alle naties uit de EU. Het parlement neemt een wet aan. Maar de raad houdt het vervolgens tegen. Daarom heeft het bijvoorbeeld zo lang geduurd voordat de roamingkosten in de EU afgeschaft zijn, tien jaar later dan feitelijk gekund zou hebben als de Europese Raad het niet had tegen gehouden. Er zijn in allerlei landen heel veel belangen waar rekening mee gehouden wordt, en dat maakt dat je geen stap verder komt of dat het in ieder geval allemaal veel langer duurt dan nodig is. Tenzij je van Europa een sterkere federatie maakt waarbij de macht van de individuele landen op veel gebieden wordt verkleind: op het gebied van klimaatbeleid, vreemdelingenbeleid, vervoer, energie, telecom en ga zo maar door. De interviewer vraagt haar: bestaat er dan nog een nationaal parlement? Het antwoord van Sophie in het Veld: wij willen de natiestaat niet opheffen. De waterschappen zijn opgericht in de dertiende eeuw en die zijn er ook nog steeds.

Waarom zijn we zo bang dat onze nationale identiteit verloren gaat? In mijn geboortedorp Swalmen was de soeverein heerser in de middeleeuwen Gelre, daarna Spanje, tussendoor enkele keren de Republiek Nederland en het Frankrijk van de Zonnekoning. In de achttiende eeuw hoorde het dorp bij Oostenrijk, daarna is het twintig jaar ingelijfd geweest bij Frankrijk. In 1815 kwam het samen met België bij Nederland. Het deed mee aan de Belgische opstand en hoorde toen negen jaar bij dat land. Daarna kwam er een periode dat het zowel bij Nederland als de Duitse bond hoorde en tot slot hoort het nu al meer dan 150 jaar bij Nederland. Hoe zo moeten we bang zijn voor onze soevereiniteit? In Swalmen spreken ze nog steeds Limburgs, vieren ze uitbundig carnaval, zijn ze supporter van het Nederlands elftal.

Alleen Frankrijk heeft aan het begin van de negentiende eeuw in de gebieden die veroverd waren geprobeerd de taal “uit te roeien,” dat wil zeggen alle administratie moest in het Frans. Verantwoordelijken in bijvoorbeeld Venlo raakten helemaal gefrustreerd, de mensen saboteerden elke poging. De omliggende dorpen leverden geen gegevens aan, zogenaamd omdat het papier op was. Maar ze wilden het gewoon niet en de zetbazen in Venlo wisten dit. Het is de Fransen in die 20 jaar dat ze er de baas waren dan ook niet gelukt. Al die andere mogendheden hebben dat niet eens geprobeerd. Ja in het Gelderse deel in het huidige Noord-Limburg en in de delen van Gelre die nu over de huidige grens liggen, die opeens bij Pruissen kwamen in de achttiende eeuw, daar moest opeens alles in het Duits. Ook dat leverde hevig verzet op. Frederik de Grote streek over zijn hart. De delen die uiteindelijk bij Duitsland zijn gevoegd in de negentiende eeuw zijn inmiddels alsnog gegermaniseerd. Maar net als in de omgeving van Lille willen veel mensen die daar wonen nu toch weer Nederlands leren, ze zijn op zoek naar hun wortels. Is dat nationalisme? Nee, taal is een wezenlijk onderdeel van je cultuur. Dat moet je niet willen uitroeien. Zoals bijna elk land wel zijn minderheden heeft. De Duitse enclave in Noord-Oost België. Het Duitstalige deel van Italië. Zwitserland met naast het grotere Duitse zijn Franse en Italiaanse deel. Wat maakt Limburg Limburg? Het Limburgs op de eerste plaats. Maar maakt het uit wie er de baas is? Wat we vooral zien: ondanks alle verschillende soevereine heersers die er in de loop der tijden geweest zijn, zijn de mensen al die eeuwen een hechte groep gebleven, die het leuk hadden met elkaar maar ook graag samenwerkten met wie dan ook.

Dan nog even over het Europese songfestival. Wat is Europa toch mooi met al zijn eigen talen en tradities. Daar zou je van af moeten blijven. Maar al een hele tijd is dat afgelopen. We horen vrijwel uitsluitend liedjes in het Engels. Alle prachtige muzikale roots zijn verworden tot een popy mix gelardeerd met Amerikaans spektakel. Hier heeft blijkbaar niemand moeite mee. Maar een aantal rechtse partijen wil wel dat we onze eigen nationaliteit behouden en wil dus uit de EU. Straks moeten we misschien nog om acht uur ’s avonds eten net als in Zuid-Europa, is dat de angst? Kijk naar wat er in onze maatschappij gebeurt. Op de commerciële zenders alleen Amerikaanse series en films. Bedrijven krijgen Engelse namen. Reclame slogans zijn vrijwel uitsluitend in het Engels. Wil je een leuk t-shirt voor je kleinzoon kopen? Meer dan de helft van de bloesjes heeft een schreeuwerige Engelstalige opdruk. Het is doodnormaal. Maar toch we willen zo graag onze eigen nationaliteit behouden. Welke? En hoe?

Wat is onze nationale identiteit? Een vriendin van mij helpt een vluchtelingengezin uit Syrië. Een andere Nederlandse vrouw in dat dorp vertelde tegen de Syrische moeder uit dat gezin dat ze “zo en zo laat” moest eten, “zo en zo laat” de kinderen naar bed moest sturen en nog meer van dat soort dingen. Ze wilde het gezin integreren in de Nederlandse samenleving. De Syrische vrouw was in verlegenheid, het ging tegen haar gevoel in. Maar tegelijk moest ze dankbaar zijn. Het viel haar op hoe de Nederlanders alles zo sterk regelden. Is dat onze nationale identiteit waar we trots op moeten zijn? Helaas, dit en nog meer dingen, daar ben ik niet trots op. Voor de oorlog was er bittere armoede bij veel mensen in Limburg. Er was een gevleugelde uitspraak als er onverwacht iemand op bezoek kwam: ‘Sjmiet dich d’r neer en vrait mit ‘ne hers.” Vrij vertaald: Pak een stoel en eet met ons een stuk gebraden spek mee. Het was vanzelfsprekend dat iedereen die op bezoek kwam mee mocht eten van het beetje eten dat er was. Zoals bij dat Syrische gezin altijd van iedere onverwachte bezoeker verwacht wordt dat deze gewoon mee eet. Ik zou graag wat meer van die, bij ons verloren gegane identiteit, terug willen zien. De huidige Nederlandse identiteit bevalt me op heel veel fronten niet zo erg. Ook gezien de geschiedenis van mijn geboortedorp ben ik niet bang voor een federatie van Europa. Wat kunnen we nog veel van elkaar leren!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Pachelbel

  • ‘Die vrouw die ik daar zag die leek heel erg op Valéry.’
  • ‘Dat lijkt me niet logisch, Valéry woont helemaal in Zuid-Frankrijk.’
  • ‘In Toulouse toch, dat is een dorp in Frankrijk?’
  • ‘Nou, niet bepaald een dorp, het is een heel grote stad. De grootste stad van Frankrijk is Parijs, dan komt Lyon, daarna Lille en dan Toulouse. Ik denk dat Toulouse nog groter is dan Amsterdam.’
  • ‘De Eiffeltoren die is toch in Parijs opa? Ik kom na de Eiffeltoren.’
  • ‘Ja dat is waar, in dat filmpje.’
  • ‘Dat ben ik toch in dat filmpje opa, en daarna komt de Eiffeltoren?’
  • ‘Ja dat zeg jij altijd, dat jij dat bent.’
  • ‘Ik ben een keer vlakbij de zon geweest.’
  • ‘Nee toch, en heb je je dan niet verbrand? Paxi had zich ook bijna verbrand toen hij te dicht bij de zon kwam.’
  • ‘Dat weet ik, maar ik was nog veel dichter bij de zon. Daarna ging ik weer terug naar de aarde.’
  • ‘Kwam je toen gelijk van de zon vandaan? ‘
  • ‘Nee, ik ben eerst nog op de maan geweest.’

Dit soort gesprekken houdt hij met mij. Er zullen niet veel mensen zijn die dit kunnen volgen. Hij weet dat ik het allemaal net zo logisch vind als hij. Maar ik denk dat hij veel van die dingen ook niet tegen andere mensen vertelt. Het hoort bij het vakje ”opa”. Met opa heb je dergelijke conversaties. Met andere mensen heb je het over andere dingen.  Wie is Pachelbel? Ja, dat is een muziekje van een meneer. En dat hoort bij een filmpje. Eerst zie je een mens, dat is dus mijn kleinzoon. Dan zie je de Eiffeltoren. En alles wordt steeds groter, van ruimterotsen tot UY Scuty, de grootste ster die we kennen uit ons zonnestelsel. Het filmpje kunnen we niet meer vinden. Potverdorie nog!  De muziek die erbij klinkt is de muziek met de beroemde canon van Pachelbel. Een soort passacaglia die steeds meer lijntjes erbij krijgt. Totdat de muziek heel massaal gaat klinken bij de afbeeldingen van de grootste sterren. Maar waar is het filmpje? Is het weggehaald van Youtube?

Keuken, huiskamer en serre waren vanmiddag een stukje Nederland. Met veel tunnels en rangeerterreinen. Er stond op een plek een speciale stoel. Daar konden mensen gaan zitten om te luisteren naar muziek. Dan werden ze ontroerd. Daar was die stoel speciaal voor bedoeld.

zetel

  • ‘Zullen we Pachelbel spelen?’ Hij ging achter de piano zitten. Ik speelde de bas. En hij zocht toen de bijbehorende melodie erboven. Het was nog wat onzeker. Ik heb hem niets geleerd, dat wil hij niet. Maar we moeten nu toch maar eens wat vaker gaan oefenen. Dan worden de mensen denk ik heel ontroerd.
Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 4 reacties

De traan en een lach

-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn.’

Emoties ervaren is niet zo makkelijk voor mensen met autisme. Mijn oudste kleinzoon is er dan ook danig mee bezig. Toen hij drie was leerde hij al gezichtsuitdrukkingen koppelen aan woede, verdriet, blijdschap. Maar “ontroerd zijn”?

Sinds enige tijd is hij door alles wat met koningin Maxima te maken heeft gefascineerd. Toen hij op Youtube een film over het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima zag viel  het hem op dat ze een traan wegpinkte bij het muziekstuk op de bandoneon.

traanmaxima
-‘Waarom moet koningin Maxima huilen?’
-‘Ze is ontroerd.’
-‘Wat is dat, ontroerd?’

Dat was nog niet zo makkelijk uit te leggen.
-‘Misschien omdat ze zo blij is dat ze gaat trouwen. Sommige mensen gaan huilen als ze heel erg blij zijn.’
-‘Als je blij bent dan ga je toch lachen?’
-‘Dat kan, maar sommige mensen moeten dan soms huilen. Het kan ook zijn dat ze een klein beetje verdrietig was omdat haar vader niet bij het huwelijk was en dat vond ze niet zo leuk.’
Uitleggen waarom die vader er niet bij was heb ik maar wijselijk niet gedaan. Maar hij vond het maar vreemd, huilen, als je blij bent.
-‘Waarschijnlijk was koningin Maxima ook ontroerd omdat ze de muziek zo mooi vond. Ze werd ontroerd door de muziek.’

Hij is onmiddellijk daarna thuis accordeon gaan spelen, die lag nog als verjaardagsgeschenk van een jaar geleden bij papa en mama. Heel fanatiek, toen hij weer bij ons kwam had hij hem mee  genomen en de hele dag bleef hij er op oefenen.  Hij zong zijn eigen gemaakte koningslied erbij:

Vandaag had hij hem niet bij zich. Hij ging weer gewoon piano spelen.

Toen hij stopte vroeg hij aan mij en mijn vrouw?
-‘Zijn jullie ontroerd?’
-‘Nee’, was het antwoord. We zeiden dat we het wel erg mooi vonden maar dat we niet ontroerd waren. Ik legde uit dat je meestal ontroerd wordt als muziek vrij zacht is, en hij speelde niet echt heel zacht. Ik ging achter de piano zitten en begon wat zachte muziek te improviseren.

-‘Zullen we samen spelen?’ vroeg hij .
Hij kroop achter het keyboard en begon heel langzaam vrij zacht te spelen. Ik haakte in en probeerde in zijn sfeer mee te gaan. Toen we precies tegelijk op een mineur tonica uit kwamen was ik warempel een beetje ontroerd.

Hij keek me aan en zei:
-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn. Dat moet ik nog leren.’
Nu was ik warempel echt ontroerd….

Maar even later was het lachen geblazen. Hij deed het stemmetje van Maxima na bij de huwelijksvoltrekking. Dat vindt hij zeer komisch. Wij ook.

 

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 5 reacties

Weemoed

Mijn moeder determineerde overal waar ze kwam wilde kruiden. Dat was vooral in Limburg, in Swalmen en wijde omgeving, en vooral ook in het gebied daar over de Duitse grens. Ik herinner me dat ze een enkele keer een plantje opstuurde naar een deskundige omdat ze het niet kon determineren. Maar meestal kwam ze er zelf uit. In de flora van Heijmans en Thijsse stond alles. Zo ontdekte ze een keer “grauwe dopheide”. In deze flora kreeg deze plant het attribuut “zzz”, “zeer zeer zeldzaam”, de uiterste vorm van zeldzaamheid. Elk jaar ging ze naar de betreffende locatie kijken of het er nog steeds stond. Blij, het stónd er nog! En ik weet dat dat nog vele jaren lang het geval was. Zo vond ze ook ooit een plantje, ik weet helaas niet meer om welk kruid het ging, dat werd aangeduid met zzz? Het vraagteken hoorde bij uiterst zeldzame planten die al veel jaren achter elkaar nooit meer ergens gezien waren in Nederland. Maar mijn moeder had het gezien! Dat waren kleine maar ook intense geluksmomenten van mijn moeder. Ik genoot er zelf ook van als zij daar zo blij om was.

 Vandaag zagen we ook twee zeldzame planten. Niet van de orde van de grauwe dopheide. Van de eerste, een watergentiaan, is mijn foto helaas niet zo goed gelukt. Daarom laat ik de foto van wikipedia hiernaast zien. Het gaat om het water drieblad. Een plant die op de rode lijst staat. Bovendien waren we net iets te laat, je zag in ons geval vooral uitgebloeide exemplaren. Maar goed, ik heb hem gezien.

Hieronder nog een foto die ik zelf maakte waar je als je goed kijkt een aantal bijna uitgebloeide exemplaren op ziet staan.

water drieblad

De andere plant die ik ook nog nooit gezien had was de paarse schubwortel. Ik zag hem vanmiddag op de terugweg van onze wandeling nog een keer, nu op een andere plek. Hier kon ik gelukkig wel een mooie foto van maken.

paarse schubwortel

De paarse schubwortel is een halfparasiet. Met zijn wortels vegeteert hij op bomen en struiken, vooral wilgen zijn favoriet.

En ik had nog een geluksmoment. Bijna op de zelfde plek waar ik ook mijn moeder intens gelukkig heb gezien. Ik had haar een keer in de tachtiger jaren meegenomen naar de duinen van Oostvoorne. In het zand, in de zon, stonden daar opeens honderden driekleurige viooltjes. Mijn  moeder ging toen in het zand zitten en zei: “Ik wil hier niet meer weg”. Dat is me altijd bij gebleven. Als ik daar kom ga ik bijna steeds kijken of ze er nog staan, Ja hoor. Vandaag ook, meer dan dertig jaar later. Ze staan er nog steeds. Ik kijk, ik ben blij. Maar ik ben ook weemoedig…

viooltjesviooltje

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Monteverdi en het hof van Ferrara

Bij de dood van Baldesar Castiglione in 1529 liet keizer Karel V weten dat voor hem deze persoon een van de meest verfijnde mensen was geweest die hij gekend had. Waarschijnlijk had hij alleen maar diens boek gelezen, “het boek van de hoveling, il libro del Cortegiano“. Het boek bestaat uit opgeschreven gesprekken in het paleis van Urbino. Door de uitgebreidheid van de gesprekken met zeer veel verschillende personen die gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen krijg je een goed beeld hoe er aan het hof tegen veel dingen werd aangekeken. Natuurlijk was dat een geïdealiseerd beeld, maar toch. Wat in dat boek steeds weer blijkt: een hoveling moest in veel dingen thuis zijn. Hij moest goed en beschaafd kunnen spreken, maar hij diende zich ook te bekwamen in het musiceren en in het dansen. De aanwezigheid van hertogin Elisabetta Gonzaga, oorspronkelijk afkomstig uit Mantua, wordt in dit boek omschreven als bijzonder aangenaam. Ze nam actief deel aan politieke gesprekken en ze kon de mensen aan het lachen maken. Vrouwen hadden er veel te vertellen. Dit hof was een voorbeeld voor de hofcultuur elders. Vooral het hof van Ferrara was vergelijkbaar. Maar dus ook de Spaanse keizer zag het als een inspirerend voorbeeld.

Een kleine honderd jaar later wordt Monteverdi geïnspireerd door het verfijnde hof van Ferrara. Hij werkt dan in Mantua, maar omdat de zus van de hertog van Mantua, Margherita Gonzaga, getrouwd was met de laatste hertog van Ferrara, kreeg Monteverdi veel te horen over het hofleven aan dit naburige hof. Het hof van Urbino waar het boek over de hovelingen was geschreven was toen al lang ter ziele, de stadstaat was ingenomen door pauselijke troepen (1515). Datzelfde lot zou in 1597 ook het hof van Ferrara treffen. Vlak daarvoor droeg Monteverdi zijn vierde boek met madrigalen op aan de hertog en hovelingen van dat hof. Bij de opdracht schreef hij: “opgedragen aan mijn meest illustere heren en beschermers uit Ferrara. Helaas heb ik deze liederen niet eerder kunnen laten zien aan de hertog door zijn  onverwachte dood.” Het boek werd overigens pas vijf jaar later in Venetië uitgegeven, toen het hof al was verdwenen.

Als je de getuigenissen leest over de muziekwereld aan het hof van Ferrara dan begrijp je waarom Monteverdi daar graag voor schreef. De Bolognees Ercole Bottrigari, die van 1575 tot 1586 in Ferrara verbleef schrijft: ‘zijne hoogheid beschikt over twee bijzondere kamers, muziekkamers genoemd, want hierin trekken de door hem aangeworven muzikanten zich geregeld terug. Deze muzikanten zijn talrijk, zowel Trans-Alpijnen als Italianen, en met een bijzonder goede stem en een bijzonder mooie gracieuse manier van zingen, daarnaast met een bijzonder groot speeltalent – sommigen spelen kornet, trombone, dulciaan, fluit, weer anderen viola, rebab, fluit, citer harp en clavecimbel. De instrumenten worden goed onderhouden en geregeld gestemd door apart daar voor aangetrokken specialisten.’
De hertog had daarnaast een groeiende interesse voor een kleine groep uiterst getalenteerde zangers, die “da camerino” moesten uitvoeren, een soort geraffineerde concerten voor klein publiek. Vanaf omstreeks 1530 waren dat voornamelijk vier- of vijfstemmige madrigalen. Er is veel documentatie over wat er allemaal op muzikaal gebied gebeurde aan het hof.

Na de dood van deze hertog Alfonso II d’Este in 1597 namen de troepen van de paus zoals gezegd de stad in. De hovelingen onder wie hertogin Margherita Gonzaga (1564-1618) namen zo veel mogelijk kostbaarheden zoals schilderijen en tapijten mee en zetten het hofleven voort in Modena. Toen lag het hertogelijke paleis van Ferrara er opeens kaaltjes bij. Dat is eigenlijk nog steeds zo.

kasteelHet grote paleis staat in het centrum van de stad en is nu ingericht als museum. Je kunt er de gevangenis zien waar de gevangenen de muren met graffiti en met getekende spelletjes beschilderden.

gevangenisJe kunt zalen zien waar de originele fresco’s zijn  gerestaureerd. Om te voorkomen dat je een stijve nek krijgt van het naar boven kijken zijn er in het midden van enkele zalen grote spiegels geplaatst, zodat je via het spiegelbeeld de plafonds goed kunt bestuderen. Hieronder zie je de zaal waar ook alle concerten plaats vonden in de zestiende eeuw. De spelen, als bij de Romeinen, werden hier uitgebeeld. Het was een zaal van vermaak, de “Salone dei giochi” (hall of games). Alles was voorzien van fresco’s of wandtapijten. De plafonds zijn nog steeds versierd. Zes jaar geleden maakte ik foto’s (de tweede foto hier onder), ik was er onlangs weer. Na een aardbeving waren er talrijke scheuren in de plafonds die ook de decoraties hebben beschadigd. Over deze plekken heen is er een half doorzichtige tape geplakt, om verdere scheuren tegen te houden, zie de derde foto hier onder. Wat zonde!

hall of games-2

plafondschildering3

plafondschildering4

Onlangs zongen vijf zangers van Collegium Vocale Gent in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam onder meer een madrigaal uit het vierde boek van Monteverdi, bestemd voor deze verfijnde hofcultuur uit Ferrara. De plek waar de muziek nu klonk is vreemd. Deze muziek werd normaal gezongen voor een kleine kring in een niet al te grote zaal. Eigenlijk was hij bestemd voor de zaal die hierboven is afgebeeld, ik heb deze zaal 21 mei 2019 bezocht, enkele weken nadat ik het concert in in de grote zaal van het Muziekgebouw beluisterde. De intimiteit gaat daar volledig verloren. Wat zou ik deze zangers graag een keer horen zingen in Ferrara! Maar er werd gelukkig ook nu heel goed gezongen!

Uit dat vierde boek klonk gisteren slechts één lied. Hieronder bespreek ik een ander lied uit dat boek, een lied op tekst van Torquato Tasso. Dit was een van de meest bejubelde dichters van het einde van de zestiende eeuw, min of meer een tijdgenoot van Monteverdi.

  • Torquato Tasso  schreef onder meer het lyrische epos  “La Gerusalemme liberata”, over de eerste kruistocht. Delen van deze tekst zette Monteverdi in zijn achtste madrigaalboek op muziek, het werd een kleine mini-opera: Il combattimento di Tancredi e Clorinda.

Tot en met boek IV worden de madrigalen van Monteverdi meestal a capella gezongen. In de boeken V tot en met VIII hebben de liederen steeds een eenvoudige of juist een meer uitgebreide instrumentale begeleiding, in de vorm van een basso continuo of met nog meer instrumenten. Zo ook hoorden we gisteren bij de uitvoering van twaalf madrigalen van Monteverdi, een dwarsdoorsnede door zijn acht boeken, steeds wisselende bezettingen. Maar hoe de bezetting ook is, bij al deze madrigalen kunnen we genieten van de prachtige expressieve stijl en de verfijnde klank-uitbeelding van de tekst waar Monteverdi van het begin af aan al een meester in was.

Het lied dat ik nu bespreek uit dit vierde boek is gebaseerd op een liefdesgedicht: Cor mio! Mentre vi miro…. (mijn hartedief! Als ik naar jou kijk….).  Een thema waar ze aan de verschillende hoven in Italië al eeuwen verzot op waren. Dergelijke teksten kon je al horen in de tijd van de troubadours in de twaalfde eeuw, toen nog eenstemmig gezongen, waarschijnlijk begeleid door de zanger zelf op een middeleeuwse harp of vedel.. Petrarca dichtte in de veertiende eeuw eveneens op een vergelijkbare manier. Nog steeds deed dit dus ook Torquato Tasso. Ondanks het feit dat het lied nu door vijf zangers wordt gezongen is het zo gecomponeerd dat alles nog steeds goed verstaanbaar is. En de lading van de tekst wordt door Monteverdi geniaal op muziek gezet, vijf zangers doen samen wat de troubadour in zijn eentje deed: een spannend verhaaltje vertellen, vol met tegenstellingen, met een mooi rijmschema en met een opbouw naar de clou toe. Ik zie het zo voor me in de Salone dei  Giochi in Ferrara, de goed getrainde stemmen van de specialisten van het hof, terwijl de rest aan hun lippen hangt. Hoofse stijl ten top!

cor mio

De opname die je hier hoort stamt uit 1993 en is gemaakt door Concerto Italiano onder leiding van Rinaldo Alessandrini. Het is de mooiste opname die ik ken, ik bezit er nog enkele.

Ik heb ook nog een aparte site gemaakt met een toelichting en analyse van dit madrigaal: hoe komen al die prachtige muzikale klankschilderingen tot stand? Ik denk als je dat hebt bestudeerd je zult begrijpen waarom ik zo’n enorme fan van deze componist ben!

Analyse madrigaal Cor Mio

  • Baldesar Castiglione, the book of the Courtier
    Penguin Classics
    ISBN 978-0-14-044192-5
  • Een bijzondere renaissance, het hof van de Este’s te Ferrara.
    Prachtige catalogus van 359 pagina’s naar aanleiding van een tentoonstelling in Brussel van 2003 tot 2004. Mooie artikelen en prachtige afbeeldingen. Een hoofdstuk gaat over de muziekcultuur aan het hof.

    Uitgeverij Snoeck, 2003

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Feest

Wat kun je afleiden uit een kindertekening? Volgens sommige mensen die zich hierin hebben gespecialiseerd heel veel. Ik als leek zie er ook het een en ander in. Maar misschien omdat mijn oudste kleinzoon in alles zo open is.
-‘Waarom loop jij zo krom?’
-‘Waarom maak jij zulke kleine pasjes?’
Dit soort dingen zegt hij en ziet hij. Veel dingen observeert hij goed, vooral voertuigen. Sinds een tijd is hij daar druk mee bezig: met bussen, trams, treinen, boten. Maar ook met sociale dingen, dingen die hij tegenkomt en niet snapt. Mensen gaan soms trouwen. Hij wilde laatst de hele bruiloft van Willem-Alexander en Maxima op Youtube zien. Hij gaat immers zelf later ook trouwen. Dus wil hij graag voelen aan een vinger waar een trouwring omheen zit. Maar ook verwerkt hij in zijn tekeningen angsten. Hij is bang voor honden. Hij weet dat ze slechts komen snuffelen om kennis te maken maar hij is bang dat ze bijten. En hij is bang dat hij onder water zakt maar tekent intussen mensen die in het water springen en zwemmen. Zoals hij dat toch ook weer ziet in het zwembad.

Ik heb een aantal tekeningen die hij de laatste drie weken heeft gemaakt bij zijn ouders thuis of bij ons, grootouders, bij elkaar gezet. Per dag maakt hij diverse tekeningen, dit is een selectie. Bij de meeste tekeningen zal ik een kleine toelichting geven van dingen die mij opvallen of die hij er bij vertelde voor zover ik me die nog herinner.

01-klein

Uit zijn hoofd tekent hij de kaart van Nederland. Links is de Noordzee, dat zie je door de golfjes met een boot. De rode lijnen zijn de lijnen van de spoorweg. Utrecht is goed herkenbaar. Er gaat ook een lijn naar Zeeland, Den Haag en Tilburg zo te zien. Er staat trouwens niet Tilburg, maar Zuit….. (?)

02-klein

Zo te zien een tafereel onderweg. Knus op een bankje, de fiets erbij. Het kindje op de step is misschien zijn broertje

03-klein

Ja voetballen, ik schreef er al eerder een blog over. Er zit iemand met gespreide benen op de grasmat. Waarschijnlijk gevloerd door de persoon die van de scheidsrechter een rode kaart krijgt.

04-klein

We zaten laatst in een oude sprinter maar met wel allemaal mooie nieuwe blauwe stoelen.

05-klein

-‘Niet voorbij “het rode” lopen!’ Zo vermanen we onze kleinkinderen als we over de dijk lopen met aan weerszijden een rood fietspad. Hier zien we niet de dijk maar wel aan een kant van de weg een fietspad. Het is een levendige plek, waarschijnlijk Schoonhoven, waar ze wonen. Er is ook een bakker. En een waarschuwingsbord. Gezellige huizen met schoorstenen.

06-klein

Ik denk dat hij zich zelf met broertje en zusje heeft getekend. Hij zelf kijkt naar ons, zijn broertje opzij naar zijn zusje en zijn zusje kijkt de andere kant uit. De laatste tijd begint hij mensen met armen te tekenen, maar heel vaak ook laat hij die nog weg.

07-klein

Feest! Kijken en zwaaien uit het raam.

08-klein

09-klein

Het zwembad. Zwemmen en springen vanaf de kant.

10-klein

Een dubbeldekker. Op de achtergrond twee sprinters. Er staat ook een man met een blindengeleidestok bij die een kind met zijn andere hand vast houdt. Dat is hij zelf denk ik. Dat heeft hij laatst namelijk gedaan, alleen het was niet bij een trein!

11-klein

Koningin Maxima houdt de koning vast, je ziet alleen zijn arm. Rechts het toegestroomde volk.

12-klein

Canvas, dat is van de Belgische TV. Die zender kent hij omdat Canvas op Youtube filmpjes over het ontstaan van de aarde heeft gezet. Er is geen verband met de tekening. Hij vertelde dat dit station Uitgeest was. Die naam heeft hij horen omroepen in de sprinter van Rotterdam naar Gouda. Dat is dus een eindstation. Je kunt niet verder gaan als helemaal rechts. Daar is echt het eindpunt! (Dat zwarte puntje…)

13-klein

Feest! Er wordt gedanst.

14-klein

Dat enge beest met zijn grote rode tong is gelukkig aan de lijn.

15-klein

Een man met een blindengeleidestok en een zonnebril. Intussen is hij ook met sommetjes bezig.

16-klein

Hij heeft getekend wat hij allemaal op zijn slaapkamer wil hebben: Links een tekenbureau met stoel. Een prikbord voor tekeningen of foto’s. kasten.

17-klein

Boot op de Lek. Ziet hij dagelijks, hij wil steeds weten waar die heen gaat en waar hij vandaan komt. Soms ziet hij ook onbekende, gele vlaggen. Er is ook een markeringsboei in het water.

Je ziet hoe de tekeningen technisch steeds beter worden, maar ook hoe hij steeds nieuwe dingen gaat tekenen. Enkele maanden geleden tekende hij alleen nog maar planeten en treinen. Nu tekent hij de halve wereld, vooral ook, en dat is erg leuk, dingen die hij ziet en mee maakt. In juni wordt hij zes jaar. Hij is vaak erg angstig, maar gelukkig vooral ook veel blij. Hij kan letterlijk huppelen van blijdschap. En zijn tekeningen weerspiegelen vooral dat laatste. Ook als hij geen feest tekent zijn deze tekeningen een feest!

Geplaatst in pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 6 reacties

Jupiter en zijn manen

Galileo Galilei was de eerste die in 1610 de vier grootste manen van Jupiter met zijn telescoop zag. Deze manen blijven voor amateur astronomen een dankbaar object. Er is een app die heet “sterbeeld” en daar kun je op zien welke dingen elke avond interessant zijn voor amateur astronomen. Steevast kun je zien waar de grootste manen van Jupiter zich op een bepaald moment bevinden. Nog veel langer ken ik een dergelijke site op internet waar je deze stand over de hele wereld per 5 minuten kunt instellen.

Gisteravond regende het best stevig maar toen ik vanochtend al voor vijf uur wakker werd was het droog. Ik keek naar buiten door het badkamerraam en zag onmiddellijk de maan en Jupiter. ‘Kom op’, dacht ik bij mezelf. Ik kleedde me aan, pakte mijn camera met statief en ging naar buiten. Eerst maakte ik een foto van Jupiter: ik zag gelijk op het scherm ook de vier manen! Daarna maakte ik een foto van onze maan met zijn prachtige kraters. Nog een foto van Jupiter, nu zo dicht mogelijk vanuit de uiterste tele-stand. Toen maakte ik een omgevingsfoto met zowel de maan als Jupiter er op. Tot slot nogmaals een foto van Jupiter met zijn “Galileïsche” manen. Tussen de eerste foto en de laatste zat tien minuten.

Binnen bekeek ik het resultaat op mijn computer. Daarna zocht ik op hoe de manen op dat moment stonden, zowel bij de eerste foto als bij de laatste foto (10 minuten later). Je kon zien dat Io, de maan die het dichtste bij Jupiter staat, vanuit de aarde gezien in vrij snel tempo dichter richting Jupiter aan het bewegen was, dus na tien minuten er al zichtbaar iets dichter bij stond. Verder zag je in die korte tijd geen verschil. Het is de sensatie van de amateur astronoom dat je niet alleen die vier manen ziet, maar dat je ook weet welke maan wie is: zie je dat puntje, links, vlak bij Jupiter? Dat is de maan Io, die door de aantrekkingskracht van Jupiter een extreem soort getijdenwerking vertoont. Bij ons is het eb en vloed, we hebben regelmatig “hoogwater”, maar op die maan wordt er niet water aangetrokken, maar spugen de vulkanen bij “vloed” voortdurend vuur uit.  Je ziet op de foto niet meer dan een puntje maar je weet om welk object het gaat. Door een tijdje te blijven kijken had ik trouwens waarschijnlijk ook zonder app achterhaald welke maan van de vier Io was. Deze maan staat het dichtste bij Jupiter en draait er het snelste om heen. Een uur later had je het verschil absoluut nog veel beter kunnen zien, dat kan alleen als het om Io gaat. Om 10 uur vanochtend ongeveer schoof Io voor Jupiter langs en had ik op de detailfoto van Jupiter zijn donkere schaduw kunnen zien, tenminste:  als het nog donker was geweest….

Op onderstaande afbeelding uit de site op internet zie je hoe de officiële stand was bij de eerste foto, daarna komt mijn eerste foto en dan de laatste foto van tien minuten later. Er onder staat een close-up van Jupiter, daar weer onder de omgevingsfoto met links de maan en rechts Jupiter en als laatste zie je mijn foto van de maan, al weer bijna in het laatste kwartier

vergelijkingjupiterochtendmaan

De site waar je de stand van de manen van Jupiter per vijf minuten kunt instellen en zien:

http://www.shallowsky.com/jupiter/

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | 4 reacties