Alleen

Op een terrasje ontmoetten mijn vrouw, mijn oudste kleinzoon en ik een van mijn schoonzussen. Hij kende haar al, maar wilde toch wel weer eens wat meer van haar weten. Een van de eerste vragen was:
-‘Ben jij autist’?
-‘Nee’, antwoordde mijn schoonzus. ‘Maar jij bent toch autist? ‘
-‘Ja.’
-‘Vind je dat erg om autist te zijn?’
Hier moest hij lang over nadenken. Het is iets dat hij nu steeds meer gaat beseffen. Hij wil heel graag met alles gewoon kunnen meedoen en merkt dat hij vaak een uitzondering is. Dat vindt hij niet leuk. Maar hij weet natuurlijk ook niet hoe het zou voelen als je niet autistisch bent. Op school doet hij braaf mee met alle werkjes. Hij leert de “i” en de “k”. Feitelijk allemaal dingen die hij allang kent maar hij wil niet uit de toon vallen. En hij tekent op school net zo klungelig als zijn medeleerlingen. De juf weet niet wat voor een tekenwonder ze in huis heeft. Ook muzikaal zal hij waarschijnlijk nog niet ontdekt zijn. Dat herken ik. Ik hoorde op de lagere school in de eerste klas al hoe de onderwijzer fouten maakte bij het solfège-onderwijs maar ik hield maar wijselijk mijn mond. Inmiddels wist ik als zesjarige, de zelfde leeftijd als die van mijn kleinzoon,  dat ik beter was dan de onderwijzer. Zo iets is er nu dus ook gaande, maar dan op veel meer fronten bij mijn kleinzoon. Hij wil zoveel mogelijk hetzelfde zijn.

-‘Ben jij alleen?’ Hij wilde weten of ze een man had natuurlijk en mijn schoonzus begreep zijn vraag.
-‘Ja.’
-‘Vind je dat erg?’
-‘Nee hoor.’
-‘Is het niet erg om als je thuis bent dat er dan nooit iemand anders is?’
-‘Nee, dat vind ik niet erg, maar ik vind het wel leuk om vaak andere mensen tegen te komen, zoals nu.’
-‘Wat doe je dan als je thuis bent?’
-‘Dan denk ik aan leuke dingen zoals dat ik nu met jullie zit te lunchen en te praten. En daar kan ik dan heel vaak aan terug denken.’

Mijn kleinzoon slurpte alle antwoorden in zich op. Het eten liet wat lang op zich wachten. Hij begon nu de andere gasten aan het terrasje te vermaken en ging zingen: “Oh oh Den Haag, mooie stad achter de duinen, de Schilderswijk, de Lange Poten en het Plein, Oh oh Den Haag, ik zou met niemand willen ruilen, meteen gaan huilen als ik geen Hagenees zou zijn. ”
Intussen danste hij tussen de tafeltjes en kreeg spontaan applaus. Bij het tafeltje achter ons zaten enkele oudere mensen.
-‘Komen jullie uit den Haag?’ ze waren half doof maar het bleek nog te kloppen ook: ze kwamen uit den Haag! Mijn kleinzoon danste verder tot even later zijn saucijzenbroodje er aan kwam. Hij had intussen wel maar even het hart gestolen van niet alleen mijn schoonzus maar van iedereen. Niemand voelde zich in die omgeving meer alleen en ik had veel lachende gezichten gezien.

We gingen nog even naar de flat van mijn schoonzus. Hij stelde weer vragen als: ‘wie woont hier? En ken je die?’ Hij merkte dat als je op een flat woont dat je dan best dichtbij heel veel andere mensen woont. En dat vond hij een heel geruststellend gevoel.

Terug naar huis. Naar papa, mama, broertje en zusje. In een veilige, vertrouwde omgeving. Maar hij wil wel heel graag snel weer een keer komen logeren. Wij ook.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 4 reacties

Whitacre, Bach en mijn kleinzoon

Ik kende het stuk “October” van Eric Whitacre niet tot mijn  oudste kleinzoon het voorzong voor zijn moeder, die het opnam en naar ons toe stuurde. Uiteraard wilde ik toen ook het origineel wel eens horen.  Dat kon makkelijk via Youtube. Hij schreef het stuk al in 2000 voor harmonieorkest. In zijn toelichting zegt hij: ‘het stuk gaat over de frisse herfstlucht en de subtiele veranderingen in het licht, die me altijd een beetje sentimenteel maken. Terwijl ik begon met de eerste compositie-schetsen voelde ik dezelfde rust. De eenvoudige, pastorale melodieën en de daaropvolgende harmonieën zijn geïnspireerd op die van de grote Engelse romantici, en ik voelde dat deze stijl ook perfect was om de pastorale ziel van het seizoen vast te leggen. Ik ben blij met het eindresultaat, vooral omdat er niet zoveel van dit soort gevoelige en mooie muziek is geschreven voor blazers’.

Ik heb geen flauw idee hoe vaak mijn kleinzoon naar het stuk heeft geluisterd. In het begin hoor je heel subtiel het geluid van de “chimes” als een soort dwarrelende herfstblaadjes.  Dat probeerde hij na te doen. Maar het viel me op dat hij het eerste motiefje een beetje heeft omgevormd, het klinkt een beetje als een motief uit een film die over het heelal gaat en dat daar wat op lijkt. Maar heel opvallend: na drie keer komt er een subtiele wijziging in het motief bij Whitacre, dezelfde wijziging ook bij mijn kleinzoon. De vijfde keer weer als voorheen, bij zowel Whitacre als bij wat mijn kleinzoon er van maakt. Nog een verschil: de toonsoort. Waar hij eerder bij “de traan” van Piazolla exact alles op de originele toonhoogte zong is de toonsoort nu een andere. Ik vermoed dus dat hij het nog maar een of twee keren beluisterd heeft. Maar blijkbaar vond hij het zo mooi dat hij het is gaan nazingen. Luister naar het begin van het origineel en de imitatie van mijn kleinzoon:

Gisteren hebben we hem meegenomen naar “open monumentendag” in Gouda. Er werd de hele dag in de St. Jan op het immense Moreau orgel gespeeld en je kon ook omhoog klimmen tot achter het orgel, waar alle orgelpijpen te zien waren. Ook kon je bij de organist zelf komen. Maar wat hij vooral graag wilde was luisteren naar de akoestiek van de kerk terwijl hij zelf zong. Hij ging helemaal alleen staan tegen een wand van de kerk en luisterde intussen naar de muziek van het orgel. Toen het “Air” van Bach begon ging hij spontaan al luisterende meezingen. Niet met de hoofdmelodie, maar hij wilde juist tonen zoeken die erbij pasten. Hij kende het stuk niet want hij miste af en toe een enkele toon die bij de modulaties pasten, iets dat hij anders denk ik feilloos mee genomen zou hebben. Maar toch: hij luisterde, voelde en zong. Hij zingt mooi en zuiver en ontroert in zijn muzikale en spontane omgang met deze klanken.

stjanzingen

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | Plaats een reactie

De boot naar Utrecht en een enge beer

Op de vloer lag een grote bruine deken. Op die deken zat een pop en er zaten enkele knuffels.  Ze zaten er om zich heen te kijken. Er lagen wat voorwerpen waarvan de functie niet duidelijk was.
-‘Wat is dat?’ vroeg ik aan mijn kleindochter van twee, wijzende naar de deken.
-‘Dat is een boot.’
-‘Aha, en wie gaat er mee  op die boot?’ Ik verwachtte te horen dat de baby mee ging of de beer maar het antwoord was duidelijk.
-‘Jij opa!’ Onverbiddelijk wees ze me waar ik moest instappen.
-‘OK dan. En jij bent zeker de kapitein.’
-‘Ja, ik ben de kapitein.’
-‘Waar gaat de reis naar toe?’
-‘Naar Utrecht.’
Dat was een begrijpelijke bestemming, immers bijna alle treinen gaan daar ook heen. Even later ging de boot varen. Ze keek me aan of alles OK was en begon toen met haar nagels aan de rand van de bank die naast het kleed stond te krabben. In een ritmische beweging. Ik wist even niet of dat een opstartgeluid was, maar nee hoor, de hele reis duurde het krabben voort. Het was natuurlijk het geluid van de motor. Of waren het de golven? Ik begon een beetje zachtjes te wiegen.
-‘Er zijn veel golven hè kapitein?’ De kapitein knikte bevestigend en bleef intussen gestaag ritmisch door krabben.
-‘We zijn er!’
Ik wilde al uitstappen toen haar broertje van net vier aan kwam lopen.
-‘Ík ben de kapitein.’
-‘Nee, ík ben de kapitein’, antwoordde haar zusje boos. Ik nam het voor haar op en besloot dat zij de kapitein was. Hij ging akkoord maar nog voordat de reis weer verder ging vanuit Utrecht ging haar broertje alweer aan land. Toen werd ook de kapitein door iets afgeleid en bleef ik moederziel alleen achter op de boot.

Dit soort spelletjes spelen de twee jongste kleinkinderen de laatste tijd heel graag en het is een genot om naar hen te kijken. Het jongetje is erg bazig voor zijn zusje maar op cruciale momenten laat ze weten wat ze wil en dan kiest ook hij meestal eieren voor haar geld. Als zij echt iets wil, daar kan niemand tegen op. Dan is zíj de baas.

griezelen2Van de week bij ons thuis speelde mijn jongste kleinzoon op de mondharmonica. Het was enge muziek en mijn kleindochter was samen met mijn vrouw verstopt onder een deken, samen zaten ze er onder, op de bank. Hij zat er naast met zijn mondharmonica in de mond. Samen griezelden mijn vrouw en mijn kleindochter van de mogelijke komst van een beer, maar ze waren lekker veilig onder de deken. Mijn kleinzoon begon donkere spannende geluiden te spelen. Ze kropen nog verder weg onder de deken. Uiteindelijk kwamen ze tevoorschijn: de beer was weg!

En het leuke is dat ook mijn oudste autistische kleinzoon tegenwoordig vaak meedoet en dan niet gelijk dominant probeert om er zijn eigen spel van te maken, maar meegaat in vooral de fantasie van zijn twee jaar jongere broertje. Ze zijn dan leuk samen aan het spelen, soms zelfs met zijn drieën. Iets dat tot voor kort een bijna onmogelijkheid was. Wat gaat hij toch vooruit in sociaal opzicht! Hartverwarmend om te zien.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Plaats een reactie

Damesvoetbal

De vorige week was er nog geen school en was mijn oudste kleinzoon een hele dag alleen bij mij. Hij kan heel goed alleen spelen maar op een gegeven moment wil hij dan toch iets samen met mij doen.
-‘Opa, zullen we samen voetballen?’
Ik vond het een goed idee en ik was van plan om me helemaal aan zijn spelregels te houden. Ik moest keeper zijn. Dat betekende dat ik geen doelpunten kon maken dus ik schopte de bal gehoorzaam iedere keer zijn kant op. Hij becommentarieerde zijn eigen spel en zijn ingenieuze dribbels als een volwaardige commentator. Eerst was het Feijenoord dat ging winnen, een tijd later het Nederlandse dames elftal. Hij was opeens Anouk Dekker en schoot regelmatig raak. Midden in het spel toen de bal achter de achterlijn was gekomen liep hij al zingende verder en was blijkbaar zonder de keeper te verwittigen gestopt. Ik nam aan dat het spel was afgelopen.

’s Middags gingen we naar de speeltuin in de hoop daar lieve meisjes tegen te komen. Onderweg bracht ik het thema “kleine kindjes” ter sprake. Ik zei: ‘als je een baby ziet dan moet je “hé een baby” zeggen, meer niet. Geen gekke gezichten trekken, geen gekke geluiden maken en er ook niet op af lopen.’ Hij was even stil. Ik vroeg of hij dat snapte. ‘Ja hoor’, zei hij. ‘Wat zeg je dan als je een klein kindje ziet?’ vroeg ik nogmaals. ‘Hé, een baby. Een moment later: ‘dat kan ik goed oefenen in de speeltuin hè opa. De speeltuin is eigenlijk een soort oefenplek.’
Geweldig. Hij wil het graag leren maar het is zo moeilijk. Er waren geen baby’s en helaas ook geen lieve meisjes. Na een tijdje kwamen er twee jongens, van schat ik 14 en 12 jaar oud met een voetbal. Zij gingen voetballen.
-‘Mag ik mee doen?’
Ik riep nog dat ik dat niet zo’n goed idee vond want die jongens waren toch veel groter maar hij was al bij hen. Hij mocht mee doen. Met enige verbazing zag ik dat hij best wel aardig dribbelde maar toen begon hij luidkeels te vertellen dat ze het Nederlands dameselftal waren en het tafereel van die ochtend leek zich te gaan herhalen. Met dat verschil dat er nu geen keeper was. Ik zag hoe de jongens hun best deden, waarschijnlijk omdat ik in de buurt was. Mijn kleinzoon liep intussen te roepen, het spel te becommentariëren en zich zelf aan te moedigen. Ik liet het spel zo’n kwartier doorgaan. Toen riep ik hem bij me.
-‘Ik denk dat de jongens nu wel een keer alleen willen spelen. Zij zijn veel groter en zij kunnen al veel beter voetballen.’
Hij leek het te snappen, kwam naar me toe. Vanaf de schommel zag hij even later dat er een andere opa met een kleinkind van ongeveer anderhalf jaar was aangekomen. Onmiddellijk trok hij zijn ouderwetse babygezicht en begon weer vreemde geluiden te maken.
-‘Oefenen!’ zei ik tegen hem.
-‘Hé, een baby’. Zijn gezicht ontspande.
‘Wat kun jij goed oefenen zeg!’ Ik prees hem de hemel in. Thuis gingen we pannenkoeken bakken. Hij mocht het beslag roeren en het spek in de pan doen. Daarna ging hij met Anouk Dekker spelen.

marlies dekker

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | Plaats een reactie

Ciurlionis en Jinpa

Čiurlionis dacht in klanken en in beeld. Elke toon was voor hem een kleur. Aan een schilderij gaf hij namen als adagio of fuga. Zeker bij de muziek die hij schreef van 1907 tot 1909 passen naar mijn gevoel ook veel van zijn schilderijen. Die combinatie levert een fantasievol, wonderlijk en sfeervol geheel op.

Gisteren zag ik de Chinese film “Jinpa” die zich afspeelt in Tibet, in een eindeloos landschap op een hoogte van meer dan vijf kilometer. Kale toendra’s worden omgeven door de nog veel hogere sneeuwbergen van de Himalaya. De hoofdpersoon die zich door dit landschap beweegt in een oude vrachtauto rookt, suft soms weg en kijkt om zich heen.  Jinpa is opgevoed in een klooster. De gieren zijn z’n vrienden. Het ijle landschap met de wind en soms ook met  wolkenpartijen is van een  adembenemende schoonheid. Tijdens de film had ik meermalen associaties met sommige schilderijen van Čiurlionis.

Deze film bevat weinig muziek maar wel hoor je veel geluiden, geluiden van de wind of de geluiden van de auto over de halfverharde weg. Maar ook hoor je soms een soort filmmuziek die heel ijl iets toevoegt aan de verlatenheid. Door het geheel van beeld en geluid wordt je, als je je er aan over geeft, al heel snel mee gezogen.  Alle scenes duren lang terwijl er niets gebeurt. Zo ga je nog meer de eindeloosheid en het onherbergzame  ervaren. Bij de dorpsscenes en vooral  bij de scenes in een theehuis ben je toch weer even in de werkelijkheid terug gekomen, maar een werkelijkheid die ver af staat van die van de tegenwoordige westerse wereld.  Een duidelijke plot in de film ontbreekt. Het einde is net zo vaag als de filmbeelden zelf bijna voortdurend zijn.

strazdaiVan de zomer reden we in Litouwen met de auto over eindeloze halfverharde wegen, die dorpen van niet meer dan honderd inwoners met elkaar verbonden. Hierboven zie je de halfverharde hoofdweg naar het dorp Strazdai.. We bevonden ons niet in de toendra maar we reden, afgezien van een enkel dorpje in een gebied met akkers en bossen.  Tot zover je kijken kon was er niemand te zien. Ook was er nergens een andere auto. Wel zag je op enkele plaatsen een bushalte. Voor wie? Of er was opeens een primitieve brievenbus bij het enkele zijweggetje dat je tegenkwam. Een keer zag ik een soort brievenbus die opgehangen was aan een tak.  De tijd leek er stil te staan. Zo zal het er ook op veel plaatsen ruim een eeuw geleden hebben uitgezien, in de tijd van Čiurlionis.

Ook Čiurlionis kan je meevoeren naar een andere wereld.  Het is niet helemaal dezelfde wereld als die van Jinpa. Maar het is ook een wereld waar je de tijd voor moet nemen. Ik heb een film van bijna tien minuten gemaakt, gebaseerd op diens schilderijen en op diens muziek. Ik zou zeggen, ga er voor zitten en laat je even door niets afleiden. Je komt dan even in de wereld van Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. De wereld zoals hij die zag en zoals hij deze inwendig hoorde, twee tot vier jaar voor zijn vroegtijdige dood.

Film met muziek en schilderijen van Čiurlionis

 

 

Geplaatst in kunst, muziek, recensie | Tags: , , | 2 reacties

De innerlijke wereld van mijn kleinzoon

Autisten hebben veel moeite met het normale sociale verkeer. Hoe mensen zich gedragen in bepaalde situaties zul je hen voortdurend moeten proberen te leren. Dat kost hen enorm veel inspanning. Maar met veel wil en doorzettingsvermogen kunnen ze vaak een heel eind komen.

Daar staat tegenover dat de innerlijke wereld bij dergelijke mensen vaak bijzonder rijk is. Ik las in de Volkskrant hoe Linde van Schuppen mensen onderzoekt die een psychose hadden. Ze is de schoonheid van hun innerlijke wereld gaan zien. Ze luistert naar hen met een taalwetenschappelijk oor, met een filosofisch oor maar ook met een oor dat probeert mee te leven. Dat laatste is subjectief maar het is het meest belangrijke oor denk ik.

Zo is het denk ik ook bij autisten. Van de zomer vertelde mijn kleinzoon tegen zijn ouders dat elk mens een melodietje heeft. Als hij iemand ziet, hoort hij inwendig een melodie. Fantastisch! En hij vertelde dat mijn bril een beetje eng was omdat hij rond was. Dat deed pijn. Zo heeft hij talloze gewaarwordingen en associaties bij bijna alles. Soms is dat denk ik heel fijn, maar vaak is het beangstigend. Bij een filmpje met een supersonisch snelle trein uit China begon hij opeens te lachen. ‘Wat is er?’ vroeg ik hem. ‘Opa hoor je dat ook, die stemmetjes.’ Nou, we spoelden het filmpje een stukje terug en verwachtingsvol keek hij me aan. Ik deed mijn ogen dicht om me goed te kunnen concentreren. En inderdaad, ik hoorde uiterst zacht heel even wat kinderlijke stemmetjes door het geluid van de trein heen. Hij moest alweer lachen en ik lachte met hem mee. Ik had het ook gehoord. Maar mensen als ik schiften het geluid normaal gesproken in onze oren en houden het meest relevante over. Een dergelijk detail verdwijnt dan in het niets. Voor hem was dat uiterst zachte geluid net zo belangrijk als de rest van de geluiden die je kon horen. En weer besefte ik hoeveel geluid er bij hem wel niet binnen moet komen en wat voor een chaos dat al snel zou kunnen opleveren. Op een station herkent hij elk geluid van elke trein, die optrekt, afremt, waarvan de deuren open gaan. Hij hoort het over alle perrons heen en weet feilloos welke trein er bij hoort. En dan zijn er mensen die intussen iets aan hem vragen. De vraag moet vier keer herhaald worden voordat hij reageert. Dat is geen onwil. Die menselijke vraag is niet belangrijker dan al die geluiden die ook bij hem binnen komen. Geen wonder dat hij vaak zo hyper is..

Zo is het ook met beeld. Als kind van pas net een jaar oud zag hij onbeduidende details die niemand anders zag en koppelde er iets aan vast dat voor hem belangrijk was. ‘Che, che!’ Hij wees richting boerderijdeur in zijn vorige huis. Waar had hij het in godsnaam over. Met hem op schoot liep ik naar de deur. Hij wees naar het sleutelgat. Dat had een speciale vorm en leek op de letter G. Die kende hij toen al en hij zag in de vorm van het sleutelgat de letter G. Çhe’ was het geluid van de harde G zoals hij dat zijn ouders hoorde zeggen. En hij was al met letters en de vormen van letters bezig, nog voordat hij kon praten. Zoals hij ook ‘ma, ma’ zei terwijl hij naar voren wees, alweer op schoot terwijl ik de trap bij ons thuis afliep. Er hing een foto aan de muur. Met mensen, koeien, sloten weilanden. Maar in de verte kon je ook de draden van een elektriciteitsmast zien. Dat was het enige dat hij zag: ‘Ma ma’ was mast. Dat zei hij inderdaad ook altijd als we daar fietsten. Zijn visuele wereld bestond vooral uit vormen zoals letters en strepen of zoals de draden van een elektriciteitsmast. Cirkels, ellipsen, rechthoeken, vierkanten, driehoeken en ga maar door, die hadden voor hem al snel geen geheimen meer.

Nu leeft hij zich vooral uit op het tekenen van allerlei treinen. Die hebben vanuit elke hoek gezien een andere vorm, en als ze aankomen rijden ziet hij perspectivische lijnen. Ook mensen zijn poppetjes van groot naar klein, net naar gelang hun afstand. Het lijnenspel is het uitgangspunt bij zijn tekeningen. Perspectief hoef je niet te leren, dat zie je toch?

Op vakantie heeft hij elke dag veel getekend. In Frankrijk. Soms liggend op de grond, of bij hun huis buiten aan een tafel. Zijn ouders stuurden regelmatig een appje met een tekening.

tekenen

tekenen2

En hij zag heuvels, kastelen, een keer een TGV. Alles werd opgetekend. En uit zijn geheugen nog enkele treinen in Nederland. Een trein met erbij hoge hijskranen en mensen die in de weer zijn, een mooi stadje rechts. Bij een andere trein heel veel mensen, sommigen met hun schaduw! En dat laatste landschap! Heuvels en bosjes. Verbluffend. Niemand heeft hem erbij geholpen.

tekening1

tekening2

tekening4

tekening3a

tekening5

Maar hij moet nog veel leren van hoe mensen met elkaar omgaan. En ook die tekeningen komen er steeds meer. Dan tekent hij veel meer dan alleen maar lijnen en cirkels. Hij was verliefd op Laura. We hadden eerder een keer Laura met haar oma in de speeltuin gezien. Van de zomer droomde hij over haar. En maakte een fantasievolle tekening voor mij van zijn droom. Hij heeft me verteld wat er allemaal te zien is. De droom speelt zich af in een restaurant. Hij is er samen met Laura, het broertje van Laura, de oma van Laura, een dief en een kok. Van links naar rechts zie je het broertje, de oma (ze heeft geen sluier, dat is een buis die je daar ziet), de kok, een beetje verstopt staat er een dief, hij zelf zit op zijn knieën en Laura zit op haar billen. Helemaal rechts zie je hem nog een keer met een hand voor de mond. Je moet een hand voor je mond houden als je in een restaurant moet hoesten. Op de grond speelt hij met Laura. Er is een groene trap die heel hoog gaat. Helemaal boven kun je tot in België kijken. Links zie je door een raam het onweershuis. Daar hoor je vaak onweer maar ook andere enge geluiden. Rechts in rood zijn enkele speeltuin speeltjes te zien. Elk detail weet hij te duiden. Een prachtige, rijke wereld.

tekeninglaura

Bij ons ging hij ook weer piano spelen. Meest keihard, met het pedaal ingedrukt. Maar hij luistert daarbij intussen geconcentreerd naar het geluid. En hoort en fantaseert intussen van alles. Op het einde speelde hij even pentatonisch. Dat doet hij ook steeds meer, ook met opgaande en dalende lijnen tegelijk. Deze keer dus niet. ‘Dat doet hem denken aan een ‘Japans filmpje’ zegt hij…

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Plaats een reactie

Laura

‘Ik vind jou lief, vind jij mij ook lief?’
Het slachtoffer van mijn zesjarige autistische kleinzoon was een elf jarig meisje in de speeltuin. Voor de vakantie was hij op dezelfde plek een meisje van zijn leeftijd tegengekomen en was met haar een gesprek aangegaan terwijl ze samen naast elkaar aan het schommelen waren. Toen dat meisje met haar oma weg ging was hij erg bedroefd. Hij wist wel haar naam: “Laura”. Maar waar ze woonde? Hij verwachtte bij elk bezoek aan de speeltuin haar wel weer tegen te zullen komen. Dat probeerden we uit zijn hoofd te krijgen: ‘het meisje was er met haar oma, toch? Wie weet woont ze wel heel ergens anders.’  Maar hij droomde zelfs over haar. Hij overwoog met haar te trouwen.

Nu was het druk in de speeltuin. Het elfjarige meisje dat hij lief vond was er met haar kleine zusje waar ze op paste. Nogmaals vroeg mijn kleinzoon: ‘Vind jij mij ook lief?’ Ja hoor’ zei het meisje, maar dat had ze beter niet tegen hem kunnen zeggen want voor hem was dat nu een waarheid als een koe. Hij wilde haar gelijk knuffelen maar wist intussen dat hij dat dan wel eerst moet vragen. ‘Wil je met me knuffelen?’ ‘Nee, dat doen wij hier niet’ antwoordde het nog steeds lieve meisje wijselijk. Mijn kleinzoon ging toen maar in zijn eentje schommelen. Toen ging het meisje met haar zusje weg. Hij rende achter haar aan: ‘waar woon je?’ Tot drie, vier keer herhaalde hij zijn vraag. Van Laura wist hij indertijd niet waar ze woonde, dat zou hem niet een tweede keer overkomen. Zij was nu iets minder lief maar gaf gewoon geen antwoord en keek hem niet meer aan. In verwarring bleef hij achter.

Afgelopen weekend kwam hij met zijn ouders, broertje en zusje terug van vakantie. We hadden elkaar meer dan drie weken niet gezien. Toen ze zondag aanbelden keek hij me lachend en tegelijk een beetje verlegen aan. Alsof we een beetje veranderd waren. Na een tijdje gingen we bramen plukken. En maar babbelen. ‘Hoe groot is de zon naast UY Scuti?’ Allemaal dingen die hij al lang wist moesten herhaald worden. Toen begon hij de hele omgeving te benoemen. ‘Weet je nog opa dat ik daar altijd in wilde?’ Hij wees naar een paadje waar hij toen hij twee jaar was nieuwsgierig in wilde lopen maar dat mocht niet omdat hij dan op een erf van een boerderij uitkwam. ‘En dat ik hier altijd door die poort ging?’ Een poort naar een oprit vormde een grote uitdaging toen hij nog maar pas kon lopen. Hij wist het nog allemaal. En ook achterom, in de tuin, in huis. Hij wilde met alles weer opnieuw spelen alsof het voor de eerste keer was.

Deze week heeft hij ook een keer gelogeerd. Dat gebeurde met alle rituelen, met alles wat daar bij hoort en dat net weer iets anders is als bij hem thuis. Hij genoot ervan. ‘Zal ik naar bed gaan?’ Voordat hij in bed lag zocht hij nog een boek uit. Er lag een hele stapel. Hij koos een boek over het heelal. Af en toe hoorde je hem vanuit de verte:  ‘Opa wist je dat Uranus en Neptunus ook ringen hebben?’ En ‘Wat voor een maan van Uranus is dit opa?’ Ik gaf geen antwoord. Ik hoorde hoe hij in zich zelf letters was aan het spellen. ‘Ik weet het al, Miranda!’  Na een tijdje viel hij in een diepe tevreden slaap.

Gisteren was er nog een weerzien. Bij hem thuis kwam een klasgenootje. Ze vielen elkaar in de armen.  Ontroerend en leuk om te zien. Even later zongen ze samen “de koning is een DJ.” En lagen ze op de grond met treinen te spelen. Laura en alle andere onbereikbare geliefden waren weer even buiten beeld.

canzoniereIn de veertiende eeuw schreef Petrarca “Il Canzoniere”, een boek met 366 gedichten voor zijn geliefde maar onbereikbare Laura. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt…

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties

Druskininkai en de erfenis van het Sovjettijdperk

In het boek Baltische zielen van Jan Brokken lezen we op pagina 194:

‘De Sovjetautoriteiten zagen het initiatief met lede ogen aan. Čiurlionis had aan de wieg gestaan van het nationale culturele reveil in Litouwen. Hij was in het Litouws gaan schrijven, had in de houtsnijkunst naar Litouwse motieven gezocht en in de volksmuziek naar Litouwse ritmes en melodieën. Voor de centralistisch denkende Sovjetautoriteiten was hij een regionale splijtzwam.’

Jan Brokken rijdt als hij dit schrijft over de weg van Druskininkai naar Varena. Varena is de geboorteplaats van Čiurlionis en in Druskininkai bracht hij zijn jeugd door totdat hij op veertienjarige leeftijd naar de orkestschool van Prins  Michal Oginsky in Plunge verhuisde. Overal langs de weg staan beelden die moderne beeldhouwers hebben gemaakt ter nagedachtenis aan Čiurlionis. Ze zijn gemaakt vóór 1989, het jaar van de val van het ijzeren gordijn.

sculpturen ciurionis wegBlijkbaar kon dat toen. Waarschijnlijk omdat Čiurlionis in het begin van de twintigste eeuw een fel tegenstander was geweest van het bewind van de tsaar. Litouwen behoorde al vanaf de loop van de negentiende eeuw bij Rusland. En ja, de Russische revolutie met als gevolg een communistisch regime was óók tegen de tsaar geweest. Maar de Russen waren er inmiddels bijna in geslaagd de Litouwse cultuur en de taal uit te bannen. En daar begint men dan opeens een Litouwse kunstenaar die sterk voor de litouwse identiteit streed te vereren met beeldhouwwerken. Maar het werd gedoogd. De beelden staan er nog steeds.

In de stad Druskininkai is er een “Čiurlionis weg” en ook hier staan kunstwerken. Nu gaat het om reproducties van schilderijen van deze kunstenaar zelf, in de open lucht. De kleuren beginnen al steeds meer te vervagen, maar toch is het leuk om de route te volgen. Nog beter kun je ze in het echt zien in het nationaal Čiurlionis museum in Kaunas.

Druskininkai ligt als het ware lieflijk omhelsd door een bocht van de rivier de Memel die om de oude stad heen stroomt. Midden in de stad is een brug over een zijrivier, deze lijkt op een heerlijke bergstroom die kabbelend door het groen stroomt. Je vergeet dat je in een stad bent.

druskininkai-beekEn dan heb je nog het grootste wonder van Druskininkai: de zoutwaterbaden. Het opborrelende water is zout en is heilzaam, weten ze daar al eeuwen. In de stad zijn ook enkele zout water fonteinen. Dat was ook in de tijd van Čiurlionis al zo toen zijn vader vanuit een erfenis genoeg geld had om een terrein te kopen midden in de stad en daar een aantal huisjes met een tuin te laten bouwen voor zijn vrij grote gezin, en om in een van die huizen ook piano en orgelles te geven. Ze staan er nog steeds en ze zijn ingericht als museum.

druskininkai-ciurioniswoningIn de hele stad staan grote badgebouwen en er omheen zijn er hotels voor de gasten die hier komen kuren. Die komen van alle kanten, vooral uit Polen. Maar ook uit Wit-Rusland (het laatste communistische land van Europa) dat op steenworp afstand ligt en uit Rusland. In de Russische tijd was Druskininkai een van de meest geliefkoosde oorden waar de top van de partij zich kwam laten verwennen. Sinds Litouwen bij de EU hoort en de euro hanteert zal dat een stuk minder zijn.

Buiten Druskininkai zijn er eeuwenoude bossen en de lucht is er zuiver. Het is een prachtig gebied. En net buiten de stad heeft een rijke zakenman een beeldenpark gemaakt om de Sovjettijd van 1945-1989 in herinnering te houden. Deze zakenman, Viliumas Malinauskas, was in de Russische tijd eerst soldaat in de Oekraïne, daarna  leider van een collectieve boerderij in Litouwen en nog later beheerder van de honingproductie in het bosgebied bij Druskininkai. Na 1989 gebruikte hij het opgedane organisatietalent om een eigen bedrijf te stichten en met zijn verdiende geld liet hij het Grutas park aanleggen. In heel Litouwen stonden beelden die allerlei Sovjetfiguren en gebeurtenissen verheerlijkten. Die werden nu overal weggehaald. Hij verhinderde dat een groot deel verloren ging door ze naar zijn park te laten overplaatsen. Het is nu een openluchtmuseum waar de oude Sovjettijd opnieuw tot leven komt. Je ziet een goederentrein die dissidenten naar Siberië moest transporteren, prikkeldraad, wachttorens, een verenigingslokaal van de partij zoals ze in elke stad of dorp waren en waar de mensen gehersenspoeld werden met de communistische dogmatiek.

grutas1grutas2Om een beeld van die tijd te krijgen is dit museum een goed beginpunt. Toen we in Vilnius waren hebben we ook nog overwogen om naar het KGB museum te gaan waar onder meer een inzicht wordt gegeven in de martelpraktijken zoals die bij verhoren gebruikt werden. In een NRC-blog lazen we dat dat museum indrukwekkend moet zijn.

In mijn geboortedorp was er vroeger een patronaatszaal. De pastoor en de kapelaan waren betrokken bij het complete verenigingsleven, net als bij het onderwijs van alle scholen. De kapelaan ging mee met het jaarlijkse kamp van de padvinderij en droeg in de bossen elke dag de mis op en hield een preek voor ons jongens. In de vastentijd gingen we elke dag naar de mis en kregen op een vastenkaart een stempeltje. Op de radio stond alleen de zender met uitzendingen van de KRO aan. In het hele dorp was iedereen katholiek. Andere scholen waren er niet. Als er een keer een “protestant” in het dorp was keken we schichtig die kant uit en hadden medelijden met de arme ziel die nooit de hemel in zou mogen.

Zo iets stel ik me ook voor van die Sovjettijd. In het hoofdstuk “In de buurt van communisten” (pag. 168 en volgende) in het boek van Jan Brokken staat beschreven hoe dat in Litouwen was vanuit het gezichtspunt van een van de hoofdpersonen in dat hoofdstuk. Op school leerde je bijvoorbeeld:

Communisme is een woord dat met veel respect moet worden uitgesproken. Een lerares legde uit: ‘Wij leven in een vergevorderd stadium van het socialisme. Het communisme zullen we pas over vijftig of honderd jaar bereiken. Communisme houdt bijvoorbeeld in dat je alles wat je nodig hebt kunt meenemen uit een winkel. Alles is gratis. Dat vereist volkomen eerlijkheid en een grote zelfbeheersing. Zo ver zijn wij nog niet.’

Communisme was een geloof, een idealistisch geloof in een toekomst waarin alles beter was. Een soort christelijk geloof in de hemel.

Maar om dat te bereiken was er veel geweld en onderdrukking nodig en dat maakte dat er steeds meer weerstand kwam, ondanks de sterke indoctrinatie waar iedereen aan blootgesteld werd. Er zullen op dit moment in Litouwen niet zo veel mensen meer zijn die er naar terug verlangen. Je gaat naar de “Maxima XXL” en haalt er wat je nodig hebt. Veel meer als je echt nodig hebt. Maar wel ook een brood voor 26 cent…

druskininkai-maximaEen goede vriendin die met ons mee was in Litouwen schreef een mooi artikel over Druskininkai en Litouwen:

Litouwen2

Zie verder ook deze artikelen die ik eerder schreef:

Litouwen
Vilnius

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Vilnius

Om een idee te geven hoe de samenstelling van de bevolking in de stad Vilnius de laatste honderd jaar veranderde laat ik een aantal cijfers zien:

  • In 1897, onder Russisch bestuur, sprak 40% van de bevolking als hoofdtaal Jiddisch, 30,1% Pools, 20,9% Russisch, 4,3% Wit-Russisch, 2,1% Litouws en 2,6% een andere taal.
  • In 1931, onder Pools bestuur, sprak er van de 195.100 inwoners 65% Pools, 28% Jiddisch, 3,8% Russisch, 0,9% Wit-Russisch, 0,8% Litouws en 0,4% een andere taal.
  • Tijdens de jaren van het Sovjet-bestuur steeg het aantal mensen dat Litouws als hoofdtaal gebruikte naar circa 55% van de bevolking en het aantal mensen dat meestal Russisch sprak naar 22%. Het aantal mensen dat Pools pleegde te spreken daalde tot ongeveer 21%, terwijl het Jiddisch in Vilnius en ook in de rest van Litouwen na de Holocaust zo goed als uitstierf. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Vilnius)

Maar dat zegt iets over de laatste geschiedenis van de stad. Het begin van Vilnius als stad moet je zoeken in de dertiende eeuw. In het Noord-Oosten van Europa is de kerstening pas laat op gang gekomen in vergelijking met die in centraal of West-Europa. Zeer fanatiek waren de leden van de Duitse Orde. Deze monniksorde ontstond in 1189 uit telgen van adellijke afkomst uit het Rooms-Duitse rijk. Ze legden de geestelijke gelofte af met als bijzondere opdracht om heidenen met militante middelen te bekeren. Gewijde priester-monniken waren belast met de zielszorg.  Het eerste nagestreefde doel betrof het militair beveiligen van de op de heidenen veroverde gebieden. Nadat het ze bij de Derde Kruistocht niet was gelukt Jeruzalem te heroveren vond de orde een nieuwe uitdaging: de kerstening van het gebied van het huidige Pruisen tot Estland. Dat probeerden ze met grof geweld voor elkaar te krijgen. Groothertog Mindaugas van Litouwen bekeerde zich tot het christendom in 1253 in de hoop van de aanvallen van de ridderorde af te zijn, maar hij werd door leden van de hoge adel vermoord. Een latere opvolger, groothertog Gedimenas richtte zich op het zuiden en veroverde grote gebieden van Wit-Rusland en van de Oekraïne. Hij is het ook die gezien wordt als de stichter van Vilnius. Een kleinzoon van hem trouwde met een Poolse prinses in 1387 en beloofde daarbij om van het grote rijk Litouwen-Polen een christelijke staat te maken. In 1410 versloeg deze alliantie het leger van de Duitse orde verpletterend bij de Tannenberg. De hoofdstad van het rijk was eerst Vilnius en werd na 1430 Krakau, nog later in 1539 werd het Warschau. In de loop van de tijd ging de adel in Litouwen voornamelijk Pools spreken en Litouwen werd stilaan slechts een provincie van het Pools-Litouwse rijk. In diezelfde tijd begonnen zich steeds meer joden te vestigen in Litouwen (In de negentiende eeuw kwam er een volgende immigratiegolf. in 1890 waren er maar liefst meer dan 100 synagogen in de stad!)

Vilnius bleef ondanks de verplaatsing van de hoofdstad naar Krakau in 1430 heel belangrijk. Na de komst van de Jezuïten kwam er de eerste universiteit van de hele Noord-Oostelijke regio. Het wetenschappelijke klimaat binnen de rooms-katholieke en joodse gemeenschap vormde de ruggengraat van het culturele leven in Vilnius tot aan de tweede wereldoorlog. De Jezuïten namen ook de barok vanuit het zuiden en westen met zich mee, overal in de steden werden barokkerken gebouwd.

De twee grootste rampen voor de stad waren  de stadsbrand van 1737 waarbij 2/3 van de stad in puin werd gelegd en het opblazen van de joodse getto’s in de stad in 1944, gevolgd door enkele jaren later de afgrijselijke her-bebouwing met flats door de Russen. Eigenlijk is het een wonder dat er nog zoveel bewaard is gebleven. Inmiddels is er ook steeds meer gerestaureerd. De binnenstad staat op de Unesco lijst van werelderfgoed. Ik heb lang niet alles gezien in de stad maar hieronder toon ik een paar foto’s en geef daarbij enige toelichting.

vilnius-ruinevilnius-panorama

De gerestaureerde toren van het verdwenen kasteel van groothertog Gediminas uit de veertiende eeuw. Je ziet ook beneden aan de heuvel zijn standbeeld uit 1996. Je kunt de heuvel en daarna de toren beklimmen en in die toren kun je kennis maken met allerlei aspecten van de heel vroege tijd van de stad. Op de plaats van het verdwenen kasteel zijn archeologen bezig met opgravingen. Van boven af heb je een schitterend uitzicht naar alle kanten en kun je de stad mooi overzien.

vilnius-kathedraalvilnius-kathedraal-apostelen

De kathedraal stamt uit de periode 1783-1801, toen het eerdere gebouw uit 1387 in de drassige grond begon weg te zinken.  Het is een spierwit neo-classicistisch gebouw dat er een beetje uitziet als een Griekse tempel. Maar zowel de buitenkant als de binnenkant vormen een perfecte eenheid. Boven op het gebouw staan drie heiligen: Stanislau, Cazimir en in het midden Helena. Stanislau is een Poolse heilige die in 1097 in Krakau de marteldood stierf. Casimir is een Poolse koning die een ascetisch leven leidde en in 1484 in Litouwen aan de pest stierf. Later werd hij heilig verklaard en veelvuldig aangeroepen als pestheilige. Helena met het kruis is de moeder van de Romeinse keizer Constantijn die bekend staat als de eerste Christenkeizer. Helena ontdekte waar in Jeruzalem het ware kruis van Christus zich bevond en werd al snel heilig verklaard. Aan de voorgevel naast het portaal zie je beelden van de vier evangelisten. Op de foto hierboven: Lucas met als attribuut de stier en de jeugdige, enigszins vrouwelijke, Johannes met de adelaar.

vilnius-joodse-wijk

Wat er nog over is van de oorspronkelijke joodse wijk wordt tegenwoordig gekoesterd. Hier zijn de leukste terrasjes en winkeltjes.

vilnius-huis-ciurlionis

Čiurlionis waar ik al meerdere keren over schreef sleet in dit huis zijn laatste dagen, voordat hij nabij Warschau in een sanatorium werd opgenomen. Van 1907-1909 woonde hij in het rode huis op de voorgrond. Het is ingericht als een museum maar we waren er net te laat, het was al gesloten.

vilnius-ingang-orthodoxe-kerkvilnius-orthodoxe-kerkvilnius-orthoxe-kerk-binnen

We hebben in meerdere steden orthodoxe kerken gezien maar hier in Vilnius kon je ook naar binnen, voorzichtig dan wel, want er was net een dienst bezig met meerstemmig gezang. Van buiten vielen al deze kerken op door hun uitbundige kleuren, hier was juist de binnenkant met de groene altaar-ombouw erg nadrukkelijk aanwezig.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | 1 reactie

Litouwen

Een tocht met de auto naar Litouwen voert je ook door Polen. Daar hadden we dan ook twee halteplaatsen, we stopten onder meer bij Warschau. De taal in die landen is niet dezelfde, maar de mensen van Litouwen kunnen vaak wel Pools. De letters van het alfabet zijn in beide landen voor een groot deel hetzelfde als die van het Latijnse alfabet, alhoewel nog meer dan het Pools het Litouws veel extra tekens heeft om de verschillende nuances en uitspraken in de taal te kunnen weergeven. Heel opvallend: Litouwen en Polen hebben ook een grotendeels gelijk opgaande geschiedenis.

  • Van 1386 tot 1772 vormden de landen zelfs een federatie met een gezamenlijk bestuur, aanvankelijk vanuit Vilnius, later vanuit eerst Krakau en daarna Warschau. Korte tijd was deze federatie qua oppervlakte een van de grootste rijken van Europa, dat zich uitstrekte vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen zijn grenzen. Polen-Litouwen was in die tijd ook een toevluchtsoord voor vervolgde joden elders in Europa. Hun komst en ook die van Duitsers werd door sommige vorsten gestimuleerd omdat ze zagen dat dat veel kennis voor het land kon opleveren. Beide landen zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld Letland en Estland al heel lang voornamelijk Rooms-Katholiek. Dit doordat de Jezuïten in Vilnius een universiteit stichtten maar ook doordat beide landen zich in de achttiende eeuw gingen afzetten tegen zowel Zweden (Luthers) als Rusland (Christelijk orthodox).
  • Van 1772 tot 1815 was Polen verdeeld over Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Litouwen was grotendeels Russisch met een klein Duits deel aan de Baltische kust.
  • Na weer enige zelfstandigheid (door toedoen van Frankrijk) na het Congres van Wenen werd Polen na een grote opstand tegen Rusland in 1830 opnieuw opgedeeld over deze drie staten, Rusland (ca. 60%, hoofdstad Warschau), Pruisen (ca. 15%, Hoofdstad Poznan) en Oostenrijk (ca. 25%, hoofdstad Krakau). Hierdoor vluchtten veel Polen naar Frankrijk, waardoor er een grote groep Polen in Parijs terecht kwam. Litouwen kwam nog hechter bij Rusland.
  • Pas na de eerste wereldoorlog werden zowel Polen als Litouwen zelfstandig. Polen eiste echter Vilnius op, dat om die reden in het interbellum bij Polen hoorde, waardoor Kaunas korte tijd de hoofdstad van Litouwen was.
  • Na 1945 werd dat ongedaan gemaakt, Litouwen kreeg zijn huidige grenzen en zowel Polen als Litouwen werden onderdeel van het Warschaupakt. Tot slot werden beide landen een democratische republiek in 1989 en werden ze later ook allebei lid van de Europese unie.

Ondanks deze grote overeenkomsten is Litouwen nog steeds niet echt bevriend met zijn buurland Polen. Het opeisen van Vilnius door Polen in het interbellum heeft veel kwaad bloed gezet, er is nog steeds een zeker wantrouwen. Maar het wantrouwen naar Rusland is nog veel groter. In de Sowjettijd werden taal en cultuur sterk onderdrukt. Alles wat er verworven was vanaf het begin van de twintigste eeuw leek weer verloren te gaan. Maar na 1989 ging het hard. Iedereen doet er enthousiast aan mee om het Litouws en ook de volkscultuur te promoten. En voorbeelden als Čiurlionis, daar is men trots op.

In de korte tijd dat we er waren hebben we veel indrukken opgedaan. Van de steden zagen we Vilnius, Kaunas, Druskininkai, Moletai en Utena, Over enkele van die steden zal ik in een volgend blog nog iets meer vertellen. Nu beperk ik me tot algemene dingen die me zijn opgevallen.
Litouwen heeft naar mijn indruk grote moeite met zijn verleden in relatie met de holocaust. Voordat de Duitsers het land binnenvielen was er al zeker elf jaar lang een grote beweging (de grijze wolven), waar ook de toenmalige regering achter stond, die plannen had om de complete Joodse bevolking te deporteren. In dat gespreide bedje vielen de Duitsers het land binnen en ze hebben hun missie dan ook redelijk eenvoudig kunnen uitvoeren. De enorme Joodse gemeenschap in de steden van Utena (70%), Vilnius (40%) en Kaunas (50%) werd eerst in getto’s gedreven en daarna in 1944 in koelen bloede te werk gesteld als slaaf in ondergrondse fabrieken, gedeporteerd naar vernietigingskampen in Letland of Estland of domweg in de nabije omgeving in bossen neergeknald. Hoe dat er aan toe ging kun je zien in het kleine weggestopte holocaustmuseum van Vilnius. De schaamte voor het eigen verleden wordt naar mijn gevoel letterlijk weggestopt.

holocaust-1

holocaust-2

Ook andere tekens van de voormalige Joodse cultuur lijken grotendeels verdwenen. Van de meer dan honderd synagogen in Vilnius is er geen meer over. In Kaunas is er nog eentje, die er maar armoedig bij ligt.

synagoge

Vilnius is in 1737 voor 2/3 afgebrand. De gebouwen die je nu in de binnenstad ziet dateren daardoor vooral uit de tijd van vlak daarna. Vilnius is een barokstad. In Kaunas zijn er nog wat meer ook oudere gebouwen bewaard gebleven maar ook daar viert de barok hoogtij. De kathedraal in die stad laat van binnen nog steeds zien dat deze stad ooit zeer welvarend was.

kaunas-straat

kaunas-kathedraal

Deze stad begint nu langzaam wat meer toeristisch te worden Maar waar je in Vilnius voor een dag parkeren in de binnenstad 11 euro betaalt kost dat in Kaunas nog slechts 4 euro. Heel schappelijke bedragen vanuit Nederlandse optiek, maar voor inwoners uit Litouwen is dat prijzig. Voor 5 euro krijg je een heerlijke hoofdmaaltijd in Zowel Kaunas als Vilnius. Ik betaalde voor een groot roggebrood in een supermarkt 26 eurocent.

Het platteland is nog grotendeels authentiek. We hebben veel gezien in het oosten, in het merengebied. Slechte halfverharde wegen, dorpjes met soms zelfs houten kerken en veel houten huizen en schuren. Er schijnt een grote ontvolking plaats te vinden. Veel jongeren trekken weg, gaan in het buitenland studeren en komen meestal niet meer terug. Dat is heel triest voor een land dat zo graag bij het Westen wil horen en zoveel kennis nodig heeft.

paluse-kerk

strazdai
Maar wat heel erg opviel: De mensen groeten je niet, ok zul je zeggen, maar ze groeten ook elkáár niet. Iedereen lijkt naast elkaar heen te leven. Dat zou ik me in een Sovjetflat waar misschien je buurman een verklikker is nog kunnen voorstellen, maar van de mensen in die dorpjes? Ik krijg het gevoel dat het in de volksaard zit. En dan de taal. Gezien de geschiedenis en de ligging is het logisch dat de meeste mensen Russisch kennen. Maar voor een land in de Europese unie zou het ook handig zijn als de mensen Engels kunnen spreken. In de grote steden is het wat beter, maar op de meeste plaatsen is het vaak heel lastig om je verstaanbaar te kunnen maken. Het duurt lang voordat je ook sommige gewoonten door hebt. Je bestelt het eten bij een kassa, maar dan moet je dus wel Litouws of Russisch kennen. Het eten zelf dat je wilt bestellen ligt een heel stuk verder in de zaak, je kunt het bij de kassa dus ook niet aanwijzen. Dus maakte mijn slimme schoonzus er een foto van en liet die foto aan de kassa zien. Daarna mochten we aan een tafeltje wachten tot het klaar was. Als het klaar was werd dat in het Litouws omgeroepen. Maar wat zeiden ze in godsnaam? Na een tijd bleek ons eten al een hele tijd op een toonbank te staan en het begon al aardig koud te worden. Niemand die de neiging had om dat aan ons door te geven…

Veel kerken in de steden zijn gerestaureerd en vaak nog niet zo lang geleden opnieuw in gebruik genomen. Maar veel oude kunstwerken zijn verdwenen waardoor het meestal relatief kale kerken blijven, ondanks het feit dat het om Rooms-Katholieke kerken gaat. Wel zagen we veel marmer wat aangeeft dat er een grote rijkdom geweest moet zijn zoals in de kathedraal van Kaunas. En de mensen blijken erg vroom, op de zondag waren de kerken vol. En het was ook aardig om een glimp van een orthodoxe viering met meerstemmige zang te kunnen bijwonen.

Er zijn veel supermarkten. Vooral van die kanjers zoals je ze ook in Frankrijk ziet, met ook veel non-food. Ze zijn elke dag open, ook op zondag, van de vroege ochtend tot de late avond (soms tot 11 uur ’s avonds). Maar hoe de mensen echt leven, met elkaar omgaan? Daarvoor zou je het beste een tijd in het land kunnen wonen, liefst bij de mensen zelf. Mijn huidige beeld zou dan zomaar totaal kunnen veranderen.

Wat een prachtige natuur! Bij Druskininkai reden we uren door eindeloze bossen met dennen. Bij Paluse zagen we een bosgebied met veel moerasplanten waaronder heel veel grote paardestaarten die ik nog nooit eerder zag. En er waren talloze prachtige meren, sommige waren meer dan honderd meter diep.

paluse-paardestaart

meer

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Ciurlionis als schilder

‘Bij terugkeer in de nacht van Kaunas naar Vilnius besloten we te wachten op de dageraad op de berg GyaAiminas. Vilnius op een zomernacht, Vilnius gezien vanaf de dageraad vanaf de berg GyaAiminas met uitzicht op de stad! We zagen als het ware een schilderij van Čiurlionis! Geen wonder dat we op de schilderijen van deze kunstenaar ook vaak fantastische steden zien. En Vilnius was die nacht als een prachtig sprookje. Terugkerend liepen we langs de kerk van Sint Catharina. De kerk in de ochtendnevel zag er ongewoon charmant uit.’

Dit schreef een reiziger die bekend was met de schilderijen van Čiurlionis. Het geeft aan dat Čiurlionis waarschijnlijk geïnspireerd werd door het zien van allerlei landschappen. En die maken ook deel uit van zijn omvangrijke oeuvre van ongeveer 350 grafische werken. Een belangrijk deel is in het bezit van het nationale museum van Kaunas. Čiurlionis is slechts 35 jaar geworden.

Čiurlionis maakte al op jonge leeftijd tekeningen, maar leek toch vooral voorbestemd te zijn om een carriëre in de muziek te gaan krijgen. Muziek bleef hij zijn hele leven schrijven, maar vanaf 1904 – hij was toen 24 – begon hij ook steeds meer te tekenen en te schilderen. Van 1905 tot 1906 liet hij zich inschrijven op een tekenschool en een jaar later op de net opgerichte kunstacademie in Warschau. En vanaf toen werd het schilderen voor hem waarschijnlijk nog belangrijker dan het componeren.

Veel meer dan bij zijn muziek zien we dat hij van het begin af aan een eigen stijl heeft. Voor mij is dat een stijl die het dichtst bij die van het symbolisme komt: elk schilderij heeft een geheimzinnige ondertoon, er is meer te zien dan je in eerste instantie denkt. Dat maakt de schilderijen buitengewoon boeiend.

Had hij ook succes? Ja zeker, meer als met zijn muziek. Hij heeft de laatste jaren van zijn leven vrij veel tentoonstellingen rond zijn werk mogen beleven. Zelfs in zijn laatste levensjaar, toen hij er zelf niet meer bij kon zijn, waren er veel tentoonstellingen van zijn werk. In zijn biografie kunnen we over dit laatste jaar het volgende lezen:

Kerst 1909. Neuroloog en psychiater V. Vekhterev verklaart dat hij is overwerkt. Op advies van deze dokter keert hij met zijn vrouw terug naar Druskininkai (de plaats waar zijn ouders wonen). Het werk van Čiurlionis wordt intussen getoond op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars. Eind februari 1910 wordt Čiurlionis opgenomen in het sanatorium Chervovy Dvor in Pustellik, vlakbij Warschau. Maar met zijn werk gaat het goed:

  • Veel werken worden in februari/maart tentoongesteld op de zevende tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Sint Petersburg;
  • Een deel wordt daarna ook nog doorgestuurd voor een tentoonstelling in Moskou.
  • Negen schilderijen worden iets later getoond op de vierde Litouwse kunsttentoonstelling.
  • In april en mei worden achtentwintig werken gepresenteerd op de Litouwse kunsttentoonstelling in Riga.
  • Verschillende schilderijen worden gepresenteerd op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars in Kiev.
    Op 30 mei wordt zijn dochter geboren.
  • De daaropvolgende zomer worden zeven schilderijen tentoongesteld in Parijs op de tentoonstelling van de Unie van Russische kunstenaars.
    Zijn gezondheid verbetert. Hij mag een beetje tekenen. Maar in de herfst komt er een terugslag. Hij krijgt opnieuw een behandeling tegen apathie. Op 5 november stuurt hij een ansichtkaart naar zijn vrouw en spreekt de hoop uit haar snel weer te kunnen zien.
  • Hij krijgt een uitnodiging om deel te nemen aan de tentoonstelling “De nieuwe vereniging van kunstenaars” in München. En buiten hem om wordt hij verkozen tot lid van de World of Art Society. In januari 1911 worden werken van hem tentoongesteld op de tentoonstelling van de World of Art Society in Sint Petersburg en Moskou.
  • Vier werken op een kunsttentoonstelling in Minsk.
    Zijn gezondheid verbetert en de geliefden hopen de zomer samen door te brengen in Drusininkai.
  • Op het einde van maart worden achtentwintig werken tentoongesteld op de Vijfde Litouwse Kunsttentoonstelling.
    Tijdens een wandeling wordt Čiurlionis plotseling verkouden en ontwikkelt een longontsteking. 28 maart 1911 sterft hij in het sanatorium Chervony Dvor nabij Warschau. Hij wordt begraven in Vilnius.

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van zijn succes maar ook zien we de dramatische wending in zijn persoonlijke leven. Geen van de schilderijen is gedateerd met het jaartal 1910 of 1911. Hij heeft in de tijd dat hij in het sanatorium was nog slechts enkele schetsen gemaakt.

Hier onder laat ik een aantal van zijn schilderijen zien, in chronologische volgorde, en ik zal bij elk schilderij iets vertellen wat ik er zelf in zie of ik er bij ervaar.

schilderij1904-een-dag

Dit schilderij is uit 1904 en is getiteld: “een dag”. We zien een grauw, zandachtig landschap met groene struiken en bomen op de achtergrond. Daar boven is er een blauwe lucht met witte wolken. Maar het groen lijkt wel een reus, zonder ogen, met aan een kant naar beneden gerichte vingers die de horizon vast pakken, aan de andere kant zien we een deel van een hand met een opgerichte duim en wijsvinger. Diezelfde reus is er ook als schaduw – of is het een andere reus? – en vormt een spiegelbeeld in de wolken. Čiurlionis zag een landschap met bergen, groen, akkers en wolken maar hij zag het als een bedreigend landschap, een reus die zich naar boven verheft om zich naar de toeschouwer te keren.

schilderij1904-sereniteit

Dit schilderij, eveneens uit 1904, heet “sereniteit”. Ja het is een mooi sereen landschap. De zon is achter de bergen verdwenen maar geeft nog aan een deel van het landschap een gouden gloed. De berg heeft twee open tunnels, vlak boven het water. Het licht schijnt er doorheen, maar tegelijkertijd wordt dat licht in het water weerspiegeld. En als je het wilt zien: deze grotten zijn twee ogen, alweer van een reus, die net boven het water uit kijkt. Het zijn droevige ogen. We zien niet alleen sereniteit. Het laat ook een treurig landschap zien, vol verdriet. De weerspiegeling in het water zijn tranen. De tranen van Čiurlionis?

schilderij1905-scheppingwereld3

In 1905 en 1906 maakte Čiurlionis veel schilderijen als een cyclus. Hij zat intussen op de opleiding in Warschau. Dit schilderij is onderdeel van de cyclus “de schepping van de wereld”, een cyclus van in totaal twaalf schilderijen, allemaal te zien in het nationale museum van Kaunas. Dit is het tweede schilderij, op het eerste dat ik nu niet laat zien lijkt er een soort oerknal plaats te vinden. Nu is er al het een en ander in het heelal gevormd, de witte bolletjes lijken nog sterren die niet helemaal af zijn en er is ook al water op aarde, want er lijkt een horizon met lucht te zijn. In het water en in de lucht zijn er enkele onduidelijke schimmen. Rechts lijkt er een grotere schim te zijn, waar je met veel fantasie een soort mens in zou kunnen zien, iemand met een neus en warrig haar. Ook deze mens is nog niet af..

schilderij1905-scheppingwereld5

Ook dit schilderij hoort bij dezelfde cyclus en vormt de achtste fase van de schepping van de wereld. Paddestoel-achtige planten bevolken een wereld van schimmels. Alles richt zich naar boven en er verschijnen fantastische kleuren. Ik heb de associatie met leven op de bodem van een moeras.

schilderij1906-gopa

In dit schilderij uit 1906, met de Russische titel Gora, zie ik op de voorgrond een groene kustbegroeiïng, of misschien staan die planten in het water? Ik zie ook water en er boven zien we lucht, en bij de horizon zie ik een enorme golf. Of is het een berg? Of zijn het wolken? Ik houd het op een golf, die zich kortstondig manifesteert als een gorilla boven het water. Hij kijkt de andere kant uit. Maar misschien keert hij zich zo om… Boven zijn mond spettert het water omhoog, alsof hij briesend tekeer gaat.

schilderij1906-zorg

Ook dit schilderij is uit 1906. We zien een meer bij zonsopgang of bij zonsondergang. Maar de sfeer heeft iets scherps. De ronde vorm van het meer en de zon contrasteren zeer scherp met de spitse, snijdende bladeren op de voorgrond. Dit bijtende contrast past ook wel bij de titel die Čiurlionis aan het schilderij heeft gegeven: “zorg”. De zorg steekt om zich heen. Is het de pijn van Čiurlionis zelf?

schilderij1908-finale

Gedurende zijn schildersloopbaan heeft Čiurlionis meerdere schilderijen gemaakt met titels als “sonate”, “fuga”, “andante”, “allegro” enz. Muzikale begrippen, losgelaten op schilderijen. Dit schilderij uit 1908 heet “presto”. Dat is een term die in de klassieke en romantische tijd vaak gegeven werd aan het slotdeel van een muziekstuk, bijvoorbeeld bij een symfonie. Het presto-deel heeft een hoog tempo en dient als uitsmijter van het hele werk. We zien golven met witte schuimkoppen en zeilbootjes die omhoog en weer naar beneden worden gesmeten door de wilde zee. Het schilderij is vol beweging. Ook in de lucht zien we strepen van water, misschien striemende regen. En het lijkt te bliksemen. Een slotdeel waarin je meegezogen wordt en als het afgelopen is volgt een daverend, ontladend applaus. Ook zet hij zijn naam in het schilderij, we zien de M de K en heel klein de Č van Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Deze letters gaan op in de golven.

schilderij1909-bliksem

Dit schilderij uit 1909 heeft als titel “bliksem”. Het is natuurlijk zeldzaam dat de bliksem zich zo tegelijk op zeven plaatsen op een vergelijkbare manier ontlaadt. Maar die zeldzame gebeurtenis, als je die gezien hebt, dan ben je met een foto te laat. Je kunt het wel schilderen. Dat doet Čiurlionis dan ook. Maar ook hier lijkt er meer te zijn als dat je op het eerste moment denkt. De bliksemschichten komen uit de wolken die zich als een geopende mond naar beneden richten, en de schichten lijken wel scherpe tanden in die vervaarlijke mond. De hemel wil een grote hap nemen, hij vreet je op.

schilderij1909-engel.jpg

In het laatste jaar dat Čiurlionis schilderde gebruikte hij vaak weer meer kleur dan eerder. Zo ook in dit schilderij uit 1909 met als titel “engel”. Het past in een cyclus met veel schilderijen die op sprookjes zijn gebaseerd. Čiurlionis had als taak op zich genomen om de Litouwse cultuur te bevorderen. Zo heeft hij ook, net als Bartok, dorpen bezocht om Litouwse melodieën op te tekenen. Die liedjes werkte hij dan weer uit voor koor of hij gebruikte de melodieën in zijn eigen composities. Ook hier lijkt een sprookje uitgebeeld te worden, maar ik zou niet weten welk. Vanaf een hoge bloemrijke berg kijkt een engel om zich heen. Er is een brug over het water met een mooie reling en aan de andere kant gaat de brug omhoog. Op die brug lopen mensen en dieren verschillende kanten uit. Het is een prachtige sprookjesachtige wereld waar je van alles bij kunt fantaseren.

schilderij1909-ridder

Als je dit schilderij uit 1909 in het echt ziet is de transparantie van de ridder te paard prachtig, je kijkt door hem heen terwijl hij door de lucht rijdt en ziet vaag de stad door hem heen schijnen. Knap geschilderd! Ook weer een sprookjesachtig schilderij.

Al deze en nog veel meer schilderijen kun je in het echt zien in het nationale museum van Kaunas. Wij waren de enige bezoekers. Je kunt er heerlijk rondlopen en verdwalen in de fantastische wereld van deze intrigerende, maar toch ook wel tragische kunstenaar.

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in kunst | Tags: , , , | 4 reacties

De muziek van Ciurlionis

Beethoven trok zich steeds meer in zijn eigen innerlijke wereld terug door zijn doofheid. Dat was bij hem een wonderlijke, rijke en in veel opzichten vernieuwende wereld. Bij tijd en wijlen was hij depressief, zoals ook uit zijn brieven blijkt. Hoe zou dat geweest zijn bij Čiurlionis, die op zijn vijf en dertigste in een sanatorium nabij Warschau is overleden? Hij was niet doof, maar hij worstelde wellicht met demonen in zijn hoofd. Volgens Jan Brokken was hij knettergek. Čiurlionis was iemand die bij muziek altijd kleuren zag en die bij beelden muziek hoorde. Zo noemde hij een aantal van zijn schilderijen naar muzikale begrippen als fuga of sonate. En in zijn muziek beeldde hij het bos of de zee uit.

Op de Engelstalige wikipedia staat het volgende:

“On Christmas Eve, Ciurlionis fell into a profound depression and at the beginning of 1910 he was hospitalized in a psychiatric hospital “Czerwony Dwór” (Red Manor) in Marki, Poland, northeast of Warsaw. While a patient there, he died of pneumonia in 1911 at 35 years of age. He was buried at the Rasos Cemetery in Vilnius. He never saw his daughter Danute (1910–1995).”

Afgelopen weken waren we in Litouwen. Een opvallend detail is dat we op de terugweg met de auto een tussenstop hadden in een buitenwijk in het noorden van Warschau, naar later bleek op slechts 8 km afstand van het nog steeds bestaande hospitaal waar ook een plaquette is geplaatst over Čiurlionis. Jammer dat we er niet even langs zijn gegaan.

hospitaal Polen dood CiurlionisWat zou de oorzaak zijn geweest van zijn depressie? Het zal in zijn persoonlijkheid gezeten hebben. Volgens een arts was hij gewoonweg overspannen. Maar de behandeling sloeg slecht aan, hij verviel na een tijd in een soort apathie. Zijn levensloop wijst echter slechts summier op een depressieve aanleg. Hij heeft lang gestudeerd, zo van zijn negentiende tot zijn zeven en twintigste. Dat was aan de conservatoria van eerst Warschau en na een tussenjaar studeerde hij nog twee jaar  in Leipzig. Na anderhalf jaar studie (piano, orgel, en contrapunt en compositie bij Jadassohn en Carl Reinecke) studeerde hij daar af, het getuigschrift is bewaard gebleven. Hieronder het fragment met de handtekening van Reinecke, die hem onder meer een vlijtig student noemt.

reinecke-diplomaDe muziek bleef belangrijk, hij leefde vooral van het geven van pianolessen, maar hij begon steeds meer te schilderen.  Vanuit Leipzig ging hij weer terug naar Warschau. Daar kreeg hij een baan aangeboden aan het conservatorium maar deze sloeg hij af omdat hij veel meer tijd voor het schilderen wilde hebben. Twee jaar later begon hij zelfs om die reden aan een studie aan de de kunstacademie aldaar. Čiurlionis bleef steeds twijfelen over zijn muzikale mogelijkheden, vandaar ook zijn lange studies, maar tegelijk was hij gefrustreerd door de schoolse opleiding en het strenge contrapunt waar zijn stukken aan moesten voldoen. Het strijkkwartet dat hij schreef in Leipzig werd in eerste instantie na een eerste uitvoering zeer kritisch benaderd door zijn leraar Reinecke. Hij veranderde er daarna nog het een en ander aan maar zei er zelf over dat het ook wat hem betreft nergens op leek en dat hij in zijn eigen stijl veel betere stukken zou hebben kunnen schrijven. Bij zijn pianostukken die hij al veel eerder schreef zien we dat hij in Warschau sterk onder de invloed van de salonmuziek van Chopin stond. Ook daar wist hij zich pas veel later aan te ontworstelen. De meest oorspronkelijke pianostukken die ik van hem ken zijn het “Pater Noster”, zijn stemmingsstukken over de zee  en zijn fuga in B-klein.  Uiteindelijk schreef hij meer dan 300 stukken, waarvan slechts enkele in staat zijn los te komen van wat hij van zijn conservatieve docenten geleerd had. Vanaf 1905 was het toegestaan in het tsaristische Litouwen om de eigen taal in het openbaar te gebruiken. Čiurlionis werd nu een echte Litouwer en ging de taal en de volksmuziek bestuderen. Daarvoor sprak hij meestal in het Pools of Russisch. Zijn moeder was een Duitse, dus ook die taal had hij al in zijn jonge jaren geleerd. Maar nu werd hij meegezogen in de nationalistische gevoelens die nu eindelijk geduld werden. Zo maakte hij toen hij van 1907 tot 1910 in Vilnius leefde koorbewerkingen van Litouwse liedjes, die ik helaas nog nooit heb gehoord.Al eerder probeerde hij voorzichtig Litouwse volksmuziek in zijn kamermuziekstukken te gebruiken. Dat kun je horen in het middendeel van het tweede deel van zijn strijkkwartet uit 1901/1902, zo vanaf 2:50 minuut. De opname stamt uit 2000 en het stuk wordt uitgevoerd door het Čiurlionis kwartet.

De volgende pianostukken worden uitgevoerd door Petras Geniusas. In het “Pater Noster” voor piano in een chromatische stijl experimenteert hij met samenklanken. Maar net als bij de hedendaagse Goebaidoelina hoor ik vooral het smekende gebed van hem zelf hier in. Het is een prachtig miniatuurtje. Het einde is wonderschoon. Het is geschreven in 1909, minder dan twee jaar voor zijn dood en in de tijd dat het al niet meer zo goed met hem ging.

In het eerste deel van de landschappen van “de zee” (Jura, 1908) komen behalve veel chromatiek eveneens meer geavanceerde samenklanken voor. De toonsoort is onduidelijk, behalve helemaal op het einde.

Deze fuga staat dan officieel in B mineur maar er zijn meerdere fragmenten waar de grenzen van de tonaliteit worden opgezocht. Het einde met de picardische terts had voor mij niet gehoeven. Desondanks is het een boeiend stuk, met ondanks de chromatische stijl verder een traditionele fugabouw, “zoals het hoort”.

Was Čiurlionis gelukkig? Misschien in zijn jongere jaren. Misschien ook toen hij in Vilnius in 1907 trouwde met de elf jaar jongere Sofia Kumantaité, een mooie vrouw die net klaar was met haar studie filosofie en die toen hij met haar huwde schrijfster en kunstcriticus van beroep was. Zij zette zich sterk in voor de Litouwse cultuur. Van haar kreeg hij een kind, Danuté, dat hij helaas nooit heeft gezien. Het meisje was bijna tien maanden oud toen hij zelf in het sanatorium nabij Warschau overleed aan een aandoening aan zijn longen. Op onderstaande foto’s zien we hem met zijn vrouw en daaronder zien we zijn vrouw met haar nog jonge dochter. Deze laatste foto zal denk ik gemaakt zijn tijdens de eerste wereldoorlog.

ciurlionis met vrouwvrouw-en-dochter

Zie ook:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/07/14/fugetta/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | 5 reacties

Samen spelen

Mijn oudste kleinzoon gaf zijn broertje een mep tijdens het voetbalspel. Huilend liep deze naar mijn vrouw. Ze liet hen allebei aan het woord.

-‘Hij sloeg mij’.
-‘Dat mag natuurlijk niet. Waarom sloeg jij je broertje’.
-‘Hij wilde niet voetballen’.

Na enig doorvragen bleek dat zijn broertje de bal nooit naar hem speelde. Hun manier van voetballen kwam niet overeen. Zijn voetballen is overigens minstens zo egocentrisch. Als ik met mijn oudste kleinzoon speel krijg ik de bal vrijwel nooit. Maar goed, in zijn beleving was het dus nu andersom. Mijn vrouw vroeg:

-‘Gebeurt zo iets vaker, dat een ander iets anders wil dan jij, bijvoorbeeld op school?’
-‘Ja als iemand anders op mijn lievelingstrein wil.’ (een soort skelter die voor hem een trein is.)
-‘En wat doe jij dan, ga je dan ook slaan?’
Het bleef even stil en je zag hem nadenken.
-‘En hoe lossen jullie dat dan op?’ vroeg mijn vrouw.
-‘Dan gaan we om de beurt.’
Hij zal dus waarschijnlijk op school ook wel eens iemand geslagen hebben en na bemiddeling van de juf is toen waarschijnlijk afgesproken dat ze om de beurt op de skelter mogen, en natuurlijk ook dat hij niet mag slaan..
-‘Misschien vindt jouw broertje dat ook wel een goed idee. Dat zou je hem kunnen vragen.’
Mijn vrouw was nog niet uitgesproken of hij vroeg het onmiddellijk:
-‘Zullen we om de beurt naar elkaar toespelen met voetballen?’
-‘Zijn broer antwoordde gelijk:
-‘Ja hoor.’
-‘Kijk eens , je vraagt het lief en hij zegt gelijk ja. Dus als je weer eens een keer iets niet leuk vindt kun je het lief vragen. Ik denk dat hij dan weer gewoon ja zegt.’
-‘Nee hoor’, zei zijn broertje.
-‘Tja’, zei mijn vrouw, ‘het kan natuurlijk ook zijn dat hij nee zegt en dan moeten jullie maar allebei alleen gaan spelen’.

Maar voor nu was het probleem opgelost. Ze gingen weer voetballen en speelden een hele tijd samen zonder problemen, tot we gingen eten. Goed was niet alleen dat dat lukte, ook goed was dat hij de link wist te leggen naar een situatie op school, in dit geval een situatie die best wel afweek. Hij legde de link naar: “wat doe je als een ander iets anders wil dan jezelf zou willen.”

Hij heeft dus samengespeeld. Meestal spéélt hij. Hij fantaseert, of vooral: hij speelt iets na. Hij heeft onlangs een keer een stuk van de tour de France gezien op de TV. Als hij naar huis fietst dan speelt hij sindsdien voor wielrenner. En geeft dan al fietsende een vergelijkbaar commentaar, net zo als de enthousiaste commentator op TV. En hij wint iedere keer en staat dan met geheven handen aan de finish: -‘Ik heb de gele trui’. En als hij met mij voetbalt speelt hij het liefste een wedstrijd: ik ben Nederland en hij is Amerika. Voetballen is voor hem sinds het laatste WK damesvoetbal. Hij speelt dan die laatste wedstrijd na, althans, hij maakt binnen een kwartier een doelpunt wat ik probeer te verhinderen en dan heeft Amerika gewonnen en dan is de wedstrijd afgelopen.

We gingen vandaag met de bus naar de speeltuin en terug. Hij verkneukelt zich dan al van te voren en ook in de bus dat hij bij thuiskomst die bus wil gaan natekenen.
-‘Welk nummer heeft die bus, 194 toch?’
-‘Inderdaad, 194.’
-‘Hoe schrijf je dat? ‘
-‘1, 9, 4’.
In de bus hoor je hem af en toe zachtjes mompelen: ‘ 1, 9, 4.’
-‘Hoe schrijf je Capelse Brug, met een K of met een C?’

Het mooiste gebeurde op de terugweg. De bus was vijf minuten te laat vertrokken, had al vertraging, dus de chauffeur reed lekker hard. Wij stapten uit, opa, oma, drie kleinkinderen van 2, 3 en 6. Dat ging dus niet zo snel. Iedereen was er uit, behalve mijn oudste kleinzoon. Hij liep naar de chauffeur en vroeg:
-‘Zou u even nog niet weg willen rijden, want ik wil nog even heel goed naar de bus kijken.’
De vrouwelijke chauffeur, de schat, zei:
-‘Maar natuurlijk, ik blijf wel even staan.’
Mijn kleinzoon stapte ook uit, liep naar voren, bleef een klein stukje voor de bus staan en hij keek met zijn armen over elkaar, als een doorgewinterde inspecteur, naar de bus, en zei na een paar seconden:
-‘OK.’

De chauffeur had het schouwspel lachend gadegeslagen en zwaaide vriendelijk naar ons bij het weg rijden. We liepen bij ons huis aangekomen naar binnen en hij pakte onmiddellijk een groot stuk papier en begon ijverig te tekenen. Hij tekende de bus die aankwam bij Capelse Brug. Je ziet op de tekening ook nog een andere bus. In de verte kun je de rails en leidingen van de metro zien. Het is trouwens die metro, die je daar ook ziet, waar hij zo bang voor is. Zou er een doorbraak zitten aan te komen? Er staan ook enkele auto’s op de tekening. Dit is zijn spel. En dat spel is onnavolgbaar. Zulk spel speel je niet samen. Je speelt het gewoon. Je beleeft de rit intens en bij het tekenen beleef je hem nog een keer. Daar heb je geen tegenstander voor nodig.

capelse brug

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie

Fugetta

Een Fugetta is een kleine fuga. Maar wat is een fuga? Als je klassieke muziek studeert op een conservatorium dan leer je dat. Zo las ik dat de Litouwse kunstschilder en componist Čiurlionis in 1901 en 1902 compositieles en contrapuntles had in Leipzig. Leipzig was samen met Parijs het Mekka van de muziekstudie. Mendelssohn had er in 1843 het eerste conservatorium van de wereld gesticht, zijn aanpak zette de toon en diende tot  voorbeeld voor vrijwel alle conservatoria nadien, ook dat van Parijs. Elke student kreeg bijvoorbeeld les in harmonieleer en contrapunt. En in het schrijven van fuga’s.

De lessen contrapunt kwamen overigens voort uit een lange traditie. De eerste contrapunt-methode werd geschreven door Fux (1660-1740), een Weense componist en theoreticus. Hij ontwierp een model en als je dat volgde kon je je als student stapje voor stapje de contrapuntische stijl van Palestrina eigen maken: Gradus ad Parnassum. Bach (1685-1750) gaf ook les in compositie. Zijn leerlingen begonnen met het schrijven van een vierstemmig stukje  naar het model van Bachs eigen koralen. Zij kregen bijvoorbeeld een of meer van de partijen – sopraan, alt, tenor en bas – en moesten de rest aanvullen. Alle partijen moesten een duidelijke melodische lijn hebben. Beethoven zegt later dat het schrijven van fuga’s geen kunst is. Hij had er tijdens zijn studietijd dozijnen geschreven, in opdracht van een privé-docent.  Maar een fuga met een poëtische inslag, dat was een ander verhaal, zo zei hij. Enkele van zijn schoolfuga’s zijn later uitgegeven, maar juist de fuga’s met dat poëtische tintje werden een belangrijk onderdeel van talrijke composities. Of vormden daarvan zelfs de basis, zoals het geval is bij de “Groβe Fuge”.

Mendelssohn in Leipzig greep echter terug op de techniek en stijl van Bach en liet deze tot de standaard worden op zijn conservatorium. Er ontstonden zelfs wedstrijden in het schrijven van schoolfuga’s. Deze traditie bestaat op dit moment in Parijs nog steeds… Een van de belangrijkste theoretici in Leipzig na de tijd van Mendelssohn was Jadassohn (1840-1902). Hij gaf ook les in harmonieleer en de basis van zijn lessen bestond uit het uitwerken van becijferde bassen.

jadassohn1

jadassohn2

Becijferde bassen stammen uit de tijd van de barok. Klavecinisten kregen een bas met cijfertjes. Die gaven aan welke samenklanken boven die bas  moesten klinken, niet gedacht vanuit de grondtoon van akkoorden, maar vanuit de gegeven bas. Deze cijferaanduiding werd nu de basis om leerlingen een goede stemvoering aan te leren.

In 1920 kwam de harmonieleer van Schönberg uit. Hij was de eerste die vond dat de methode met becijferde bassen eigenlijk niets met harmonieleer te maken had. Harmonieleer zou niet moeten gaan over stemvoering, maar over de werking van akkoorden. In plaats van becijferde bassen kwam het systeem van trapsymbolen in zwang. Buitengewoon vernieuwend was vooral ook dat Schönberg de oefeningen door zijn studenten zelf liet ontwerpen, ze waren zo van het begin af aan aan het componeren. Het boek bevat dan ook geen opgaven, maar wel voorbeelden.

schoenberg1

Nadat Jadassohn zijn harmonieleer geschreven had begon hij ook met een boek over contrapunt en een boek over het schrijven van fuga’s. Čiurlionis heeft waarschijnlijk vooral lessen gehad waarbij dat laatste boek gebruikt werd, dat boek dat toen pas net was uitgegeven. Er zijn inmiddels tientallen fuga’s van Čiurlionis opgedoken en die zijn als pianostukken uitgegeven. Maar wat ik heerlijk vind: het zijn geen fuga’s in barokstijl, maar het zijn fuga’s in een meer chromatische stijl zoals deze in die tijd ook door mensen als Bartok werd gehanteerd. Desondanks is de bouw heel duidelijk geënt op de bouw van een fuga zoals Bach die geschreven zou kunnen hebben.

Hoeveel lessen Čiurlionis van Jadassohn gehad heeft is niet bekend. Jadassohn stierf in februari 1902, in de tijd dat Čiurlionis pas anderhalf jaar op het conservatorium zat. Intussen had hij ook nog compositielessen van Carl Reinecke, die toen trouwens ook al behoorlijk op leeftijd was.

Hieronder een kleine fuga, een zogenaamde fugetta, van Čiurlionis, waarschijnlijk geschreven in opdracht van Jadassohn. De middenstem begint als eerste, dan komt de bovenstem in de dominanttoonsoort (maat 6), daarna de bas weer in de hoofdtoonsoort (maat 12). Na vervolgens een divertimento (een deel waarin het thema ontbreekt en waarin allerlei sequenzen gespeeld worden, maat 18-24) komt er nog slechts één laatste inzet in de bas (maat 25) en die staat uiteraard weer in de hoofdtoonsoort. Deze fugetta wordt naar mijn idee opeens wel erg plotseling afgesloten, een beetje vreemd. Desondanks vind ik het toch een aardig stukje.

Meer artikelen over Čiurlionis:

https://ppsimons.com/2019/07/12/ciurlionis/
https://ppsimons.com/2019/08/10/ciurlionis-als-schilder/
https://ppsimons.com/2019/08/09/de-muziek-van-ciurlionis/

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Ciurlionis

De meest bejubelde componist van Litouwen is Mikalojus Konstantinas Čiurlionis. Op de klassieke zender in dat land zijn voortdurend stukken van hem te horen. Hier is dat niet zo. Hoe kan dat?

De vader van Čiurlionis was organist in Druskininkai. Hij werd ontslagen omdat hij op straat Litouws had gesproken. Zijn vrouw, een Duitse, was daarover zo kwaad dat ze haar naam “Ratman” “verlitouwde” tot Raimanaitė. Druskininkai in het zuiden van Litouwen hoorde toen bij Rusland, we hebben het over het einde van de negentiende eeuw. Een dochter, Jadvyga, ging muziekgeschiedenis in Moskou studeren, doorliep de conservatoria van Leipzig en Berlijn en werd de eerste etnomusicoloog van Litouwen. Haar oudere broer Mikalojus Konstantinas was een muzikaal wonderkind dat op zijn negentiende in Warschau piano en later ook compositie ging studeren. (1893-1899). Over deze zoon gaat dit artikel.

In Warschau studeerde hij af met een compositie voor koor en orkest, “de profundis”. In 1901 kwam twee jaar na zijn studie in Warschau zijn orkeststuk “het bos” klaar. Hij leefde in die tijd van het geven van pianolessen aan adellijke personen. Op zijn zes en twintigste wilde hij nog meer leren en vervolgde zijn opleiding compositie in Leipzig (1901-1902) bij Reinecke en Jadassohn. Daar schreef hij onder meer de ouvertüre Kestutis, een fuga voor strijkorkest, en een strijkkwartet met vier delen. Hij schilderde in deze tijd al voor zich zelf maar wilde zich ook daar meer in bekwamen. In 1904 liet hij zich inschrijven op de tekenschool van Warschau waar hij lessen kreeg tussen 1904 en 1906. Wat zal hij trouwens meegemaakt hebben van de revolutietijd van 1905 en 1906, die ook in Warschau gevolgen had? Vanaf half oktober 1905 en de opening van de eerste Doema (april 1906) waren volgens de autoriteiten ongeveer 15.000 mensen geëxecuteerd en – naar schatting – 20.000 mensen doodgeschoten of verwond tijdens de gevechten. Ook waren in die periode zo’n 45.000 mensen gedeporteerd. In Warschau werden 93 ongewapende demonstranten doodgeschoten door regeringstroepen. Maar Čiurlionis bleef schilderen en intussen bleef hij ook componeren. Hij leefde nog steeds van zijn privépraktijk met het geven van pianolessen. Zijn composities leverden hem niets op en werden ook niet uitgegeven. Met zijn schilderijen had hij al snel meer succes. Tegenwoordig is het eerder andersom: er staan ongeveer 250 composities op zijn naam en 300 schilderijen. In Litouwen is hij de meest gevierde en bejubelde componist.

Tijdens al deze roerige tijden trok hij zich op een gegeven moment in zijn eigen wereld terug. Hij ging de bijbel, oude Hindoestaanse geschriften, de werken van Tagore, Ruskin, Wilde, Kipling, Merezhkovsky en anderen lezen. De tekenacademie gaf hem een prijs voor zijn cyclus van zes schilderijen genoemd “de storm”, dat handelde over het spirituele gevecht van de mens tussen goed en kwaad. En een lichtpunt, dankzij juist deze revolutie werd het culturele leven in Rusland, dus ook in Litouwen, opeens veel milder. Čiurlionis verhuisde naar Vilnius waar hij na een tijd trouwde. Twee jaar later vertrok hij naar Leningrad om te kijken of daar meer mogelijkheden waren voor zijn kunstenaarschap. Hij deed nog mee aan een tentoonstelling. Terug gekeerd werd hij ziek en werd opgenomen in een sanatorium nabij Warschau. Een jaar later overleed hij op 10 april 1911, net toen hij leek te beteren, aan een longontsteking, nog maar pas 35 jaar oud.

Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden een aantal van zijn composities uitgegeven. In 1990 maakte Litouwen zich als eerste Baltische staat los van Rusland. Sindsdien zijn er steeds weer composities van hem opgedoken en zoals gezegd: inmiddels is hij in Litouwen hot. Hoe moet je zijn muziek en ook zijn schilderijen duiden? Het is meer dan impressionisme, er zit net als bij Debussy vaak een lading bij. Hij moet daardoor eerder bij de symbolisten worden gerangschikt dan bij de impressionisten. De meeste werken stammen uit de periode 1903-1909 en vooral de werken die hij schilderde in Vilnius en Leningrad hebben de meeste diepgang. Het grootste deel van zijn schilderijen is te zien in een speciaal aan hem gewijd museum in Kaunas, de vroegere hoofdstad van Litouwen.

schilderij

sprookje

Wat hem ook bijzonder maakt: hij dacht in kleuren en elke kleur betekende iets voor hem. En dat probeerde hij ook in zijn muziek te vertalen. Bij zijn muziek, zeker bij zijn orkestwerken, was het visuele en vooral ook het kleurenaspect een belangrijk onderdeel. Misschien is dat nog het meest te horen in zijn nog enigszins vroege werk “het bos” en in het volwassen werk “de zee”. (Jura).

Bij het luisteren naar “het bos” kun je op youtube een mooie collage zien van een aantal schilderijen, uit zijn belangrijkste schilderijen cycli.

Het bos (Miške), 1901

De zee (Jūra), 1907

Bij deze film op youtube zul je alle aspecten van de zee vooral in gedachten moeten proberen te visualiseren, al luisterende naar dit geweldige stuk.

Čiurlionis is ten onrechte nog steeds erg weinig bekend in het westen. Zijn schilderijen ga ik van de zomer zien in het museum van Kaunas. En meer van zijn muziek zal ik daar vast op de radio gaan horen!

Er zijn ook enkele films gemaakt over Čiurlionis. Waaronder een korte film gesubsidieerd door de regering van Litouwen:

Andere blogs over Čiurlionis:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , | 5 reacties

Op zoek naar het oneindige

-‘Ik ga een heel oude wetenschapper tekenen….. ‘Opa is dit een oude wetenschapper?’

oude wetenschapper-‘Dat zou best wel eens kunnen. Hij heeft zulk lang haar.’
-‘Deze is nog ouder dan Christiaan Huygens. Waarom hadden die mensen vroeger zulk lang haar?’
-‘Dat vonden ze toen mooi. In de tijd van Christiaan Huygens droegen de mensen heel vaak een pruik.’
-‘Wat is dat, een pruik?’

Ik legde hem uit wat een pruik was en hoe die gemaakt werd. We keken nog naar wat plaatjes en zagen ook de mooie boorden uit die tijd. Toen tekende hij een dier naast zijn eigen wetenschapper.
-‘Snap je opa? ‘
Ik keek hem niet begrijpend aan.
– ‘Een paard, want ze hadden toen nog geen auto’s. ‘
Vervolgens tekende hij links onder een aantal getalletjes.
-‘Wat staat daar opa?’
-‘Daar staat 1.’
-‘Huh, dat kan toch niet, daar staan heel veel nullen bij. Er staat denk ik triljoen.’
-‘De nullen staan er vóór, dan betekenen ze niets. Ze moeten áchter de een staan. Je leest altijd van links naar rechts.’
-‘Dat maakt toch niet uit?’
-‘Dat maakt wel uit. Als ze ervoor staan doen de nullen niet mee en staat er gewoon 1.’
Rechts tekende hij nu de goede volgorde.
-‘Daar staat duizend’ zei hij. Zo lang is dat al geleden toen deze wetenschapper leefde. Duizend jaar.’
-‘Klopt, daar staat duizend. Maar kijk, het streepje boven aan de 1 moet je net aan de andere kant maken.’
-‘O ja.’ Hij verbeterde het.

Even later komt hij naar me toe en vraagt, met in zijn hand een denkbeeldig iets:
-‘Opa zie je hier met deze microscoop dat quark-deeltje?’’
Ik kijk zogenaamd heel intens in die onzichtbare microscoop maar zeg dat ik het helaas niet kan zien.
-‘Kijk daar!’ Hij wijst enigszins ongeduldig naar een plek in de lucht. Ik kijk nog eens intensief.
-‘Ja hoor, ik zie iets. Maar dat is volgens mij een bacterie.’
-‘Nee, je moet beter kijken!’
-‘Ja, nu je het zegt, maar volgens mij is het een atoom.’
-‘Nee, nee, kijk nóg maar eens’.
Na enig turen denk ik inderdaad een quarkdeeltje te zien. Hij loopt, opgelucht dat ik het gezien heb, weer weg met zijn microscoop.
Een tijdje later gaat hij balletjes naast elkaar leggen, in een lange rij. De laatste keer dat hij dat deed is denk ik zeker een half jaar geleden. Dit deed hij vroeger heel vaak, ik denk al vanaf dat hij twee of drie jaar oud was. In het begin legde hij dan keurig op een rijtje in de goede volgorde de planeten van ons zonnestelsel. Later kwamen daar de dwergplaneten bij en ook legde hij heel kleine steentjes er tussen, dat waren onderdelen van de asteroïdengordel. Nog later ging hij ze anders groeperen, in volgorde van grootte. En nog later ging hij in plaats van planeten sterren neerleggen in volgorde van grootte, tot de allergrootste: UY Scuti.

exoplaneten-‘Kijk eens opa wat hier ligt. Dit is Proxima Centauri, en dat is Alpha Centauri en dat is Trappist 69, Trappist 142, Trappist 174 en Trappist 194.’
Hij wees van rechts naar links eerst twee sterren en daarna een aantal exoplaneten aan.
-‘En deze hier, dat zijn planeten die nog niet ontdekt zijn. Die hebben nog geen naam.’
Hij wees naar het rijtje links van de balletjes die hij al benoemd had.

Voor het naar huis gaan mogen de kleinkinderen altijd een youtube-filmpje kijken bij opa of oma op schoot, op de tablet. De laatste tijd wil hij altijd een film met treinen zien. Maar vanavond wilde hij weer een film over het heelal zien, een film met objecten van klein naar groot. De bijbehorende muziek wordt steeds intenser en complexer, hoe dichter je komt bij de uiterste afstanden van het universum. Het filmpje was afgelopen.
-‘Kom we moeten nog logopedie-oefeningetjes doen.’
-‘Maar dan kan ik niet zingen!’
Ik keek hem even verwonderd aan.
-‘Nee, dat kan dan niet. Maar daarna kun je nog zoveel zingen als je wilt.’

Terug naar huis in de auto begon hij te zingen. Hij zong de muziek van het filmpje dat hij net even eerder had gezien. Op het einde zong hij met zijn prachtige stem de modulaties en ging, toen helemaal op het einde de film bij het multiversum was aangekomen, ook zelf tot het uiterste. Het klonk als de koningin van de nacht, oei wat hoog, een Gis twee gestreept, maar hij haalde het nog net. Hij zong door tot afstanden die je niet meer kon zien. Hij zong naar dingen toe die nog nooit iemand had gezien. Hij zong met zijn hoofd in de wolken tot voorbij alle quarkdeeltjes, tot in het oneindige.

In de film klonk dat laatste stukje zo:

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Een verjaardag en een bruiloft

Oma was jarig en van al haar drie kleinkinderen kreeg ze een tekening. Die voor mijn eigen verjaardag in april hangen ook nog steeds op een prominente plaats in de keuken, daar kunnen deze nu bij geplaatst worden. Het is leuk om er naar te kijken en de eigenheid van elk kind in elke tekening te zien.

proficiat1

De jongste kleindochter tekent met grote gebaren, zoals hoort bij haar leeftijd, twee en een half jaar oud. Ook vindt ze het leuk om aan vlakvulling te doen, dus veel strepen op een kluitje. Zij is een echte actrice, dus die grote gebaren vind ik ook op een andere manier bij haar passen.

proficiat2

Het middelste kleinkind wordt eind augustus vier jaar. Dan gaat hij naar school. Sinds enkele maanden tekent hij behaarde koppoters met een vriendelijk gezicht. Neus en ogen zijn even groot, een puntje, maar de mond wordt weergegeven door een brede, zwierige, lachende lijn. Op deze tekening staat rechts oma en links hijzelf. Ook is hij zo te zien de laatste tijd druk bezig met het tekenen van een hand met vingers. Hier tekent hij de vingers deels door oma heen, maar stopt dan toch bij de lijnen van been en voet. Hij is zich waarschijnlijk opeens bewust dat hij de tekening van oma dreigt te verstoren. Het zijn tekeningen waar ik altijd erg blij van wordt. Ook dat past bij hem. Hij is een levenslustige jongen die barst van de energie en die bijna altijd vrolijk is.

bruiloft1De derde tekening is gemaakt door onze oudste kleinzoon die een maand geleden zes jaar is geworden. Hij is een waar tekentalent. Hij is verliefd op een meisje uit zijn klas met wie hij later wil trouwen. Maar “zogenaamd” zijn ze onlangs getrouwd, in aanwezigheid van een ander vriendinnetje. Zij mocht bruidsmeisje spelen. Het hele tafereel is op deze tekening vastgelegd. In de oud-katholieke kerk van Schoonhoven is een rode loper gelegd voor het bruidspaar. Rechts boven zien we een glas in lood-venster en links is de toegangspoort van de kerk. Naast de loper, bruin, zit een klein mannetje in een rolstoel naar het tafereel te kijken. Ook op deze tekening hebben zowel het bruidsmeisje als de bruid en bruidegom een brede glimlach. De bruid heeft een prachtige sleep en houdt een bos bloemen in haar hand. De bruidegom heeft een mooi pak aan, waarschijnlijk heeft hij iets dergelijks gezien bij Willem-Alexander. Je ziet hem lopen en met zijn rechterbeen naar voren schrijden. Vanwege de sleep moet dat in gepast tempo, voetje voor voetje. Het bruidsmeisje lijkt wel hoge hakjes te hebben. Verder zien we onder meer drie Nederlandse vlaggen en heel veel kleine oranje vlaggetjes. Dit is ook een tekening om heel blij van te worden.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 7 reacties

Viaduct

Mijn oudste kleinzoon zit lekker te tekenen op een stuk papier dat op het tafeltje ligt vlak bij het raam in de trein. Opeens schrikt hij. En hij schrikt niet zo’n beetje ook! Angstig kijkt hij naar ons, opa en oma.
-‘Wat was dat?’
Oma legt uit:
-‘Dat kwam door die balken boven de trein. De trein ging door een viaduct en aan weerszijden waren balken. De zon scheen daarop en toen was het steeds even donker.’
We reden met de trein richting station Abcoude en vlak daarvoor was er een viaduct. In de trein leek het alsof je door een korte tunnel reed. Maar het meest opvallende was het flikkeren dat ontstond, voor en na de tunnel. Het flikkeren dat veroorzaakt werd door het zonlicht, onderbroken door die balken.

Mijn kleinzoon was er niet gerust op. Op de terug weg wilde hij precies zien hoe het in elkaar zat.
-‘Hoe ver is het nog naar Abcoude?’
Nu lette hij op, en ja, het was precies zoals oma het verteld had. Hij begreep waar zijn schrik vandaan was gekomen en was er nu niet meer bang voor.

Enkele dagen later vroeg hij mij toen hij weer bij ons was:
– ‘Opa, welk station was dat ook alweer?’
Ik ken hem inmiddels en vermoedde al wat hij bedoelde, maar ik vroeg toch om meer informatie.
-‘Welk station bedoel je?’
-‘Dat station met dat viaduct.’
-‘Ah, Abcoude.’
-‘Ja, dat bedoel ik. Ik wil dat station namaken. Kun jij me helpen opa? Hebben we een doos?’

viaduct

Samen gingen we aan de slag en fabriceerden een viaduct en iets dat deed denken aan de balken. De trein kon er onderdoor rijden en hij stelde zich voor hoe de zon er van boven af op scheen. Het is iets dat hij graag doet. Situaties naspelen of natekenen. Zo krijgt hij er grip op. Vooral als hij ergens bang voor is helpt dat. En hij heeft er ook nog eens veel plezier van!  Leuk is ook dat hij zelf op dat idee komt. Zoals hij een tijdje geleden ook die enge rups van de kermis ging tekenen. Maar met deze wetenschap kunnen zijn opvoeders hem ook bewust proberen te helpen als hij ergens erg bang voor is.

-‘Opa, waarom zijn die balken er bij dat viaduct? Heeft elk viaduct dat?’
Hij wil meer weten, is pas tevreden als hij helemaal weet hoe het zit. Ik vind dat erg leuk en wil het zelf dan gelijk ook weten. Maar ik weet het niet. Ik moet er samen met mijn kleinzoon maar eens ter plekke naar gaan kijken. Wel heb ik al iets gelezen over T-liggers en omgekeerde T-liggers bij de aanleg van viaducten. Maar dat heeft er denk ik niets mee te maken. Wat dan wel? We gaan het zien!

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Plaats een reactie

De Tweede Maasvlakte

Er bestaan zeeschepen ter grootte van een flatgebouw. Deze varen ook naar Rotterdam en meren daar aan bij gloednieuwe havens. Daar worden ze gelost. Binnenvaartschepen, treinen, vrachtauto’s varen en rijden af en aan om alles op te halen en verder te vervoeren. De grootste overslaghaven van Europa wordt nog steeds groter, dankzij vooral dit nieuw gewonnen terrein op de Noordzee. Ik heb het over de Tweede Maasvlakte. Hoe is die aangelegd, welke industrie kun je daar vinden, hoe gaan industrie, natuur en recreatie hand in hand? Het gratis museum Futureland laat je daarmee kennis maken. Ondanks het feit dat de educatieve uitwerking wat mij betreft veel beter zou kunnen raak je onder de indruk van de grootsheid van alle projecten die al voltooid zijn en die nog ontwikkeld worden. Veel films vertellen er over. Je moet liefst wel de audiotour volgen met je eigen koptelefoon, want je hoort bij de meeste films geen geluid. En het beeld? Tja. Dat is in het algemeen veel te onrustig, je krijgt niet de tijd om iets echt tot je door te laten dringen, het is bijna allemaal erg vluchtig. Maar er is desondanks genoeg te zien, zoals allerlei objecten die van de Noordzeebodem tevoorschijn zijn gekomen toen deze werd drooggelegd. Tijdens de ijstijden was er immers geen water in de Noordzee en er zijn veel sporen van mens en dier uit die tijd terug gevonden. Maar vooral ook word je in dit museum gehersenspoeld met het succesverhaal van “the port of Rotterdam”.

Wij hebben behalve het museum ook nog het strand bezocht. Het gebied is immens en er is een groot strand met meerdere parkeerplaatsen aangelegd. Op dit kaartje (boven is het westen) zie je een deel van deze Tweede Maasvlakte met daarop het vrij toegankelijke stranddeel.

kaart

zee

Waar door de aanleg van dit gebied de zee bij Oostvoorne en Rockanje in een rustige baai is veranderd, ervaar je hier nog het onrustige klotsen van de Noordzee. Dat is aantrekkelijk voor diverse soorten watersporters. En voor de liefhebbers is er ook een groot naaktstrand.

Opeens zagen we vanuit het strand in de duinen een prachtig kunstwerk. Wat is dat?

kunstwerk

kunstwerk2

We liepen er naar toe. Het heet “de Zandwacht”. Het blijkt gemaakt te zijn ter gelegenheid van de afronding van de aanleg van de Tweede Maasvlakte in 2016. Geert van de Camp, een van de kunstenaars, zegt over dit werk: ‘We hebben ons laten inspireren door de manier waarop zand opwaait, de baan die het door de lucht beschrijft en hoe het weer neerdaalt. De Zandwacht toont een bevroren moment van hoe het landschap zichzelf vormt. Het is een in beton gegoten tekening in het duinlandschap die drie stadia van de vorming van het duin visualiseert. Doordat de Zandwacht bestaat uit een groot aantal elementen van verschillende grootte is het een complexe structuur. Door het grote oppervlak kun je door het object dwalen en zie je de Zandwacht en de omgeving steeds in een ander perspectief. De Zandwacht nodigt uit om stil te staan en te genieten van het weidse panorama. Het kunstwerk brengt een menselijke maat in een haast oneindig landschap van zand, zee en terminals

Al verder slenterende over het strand in zuidelijke richting kwamen we bij een grote inham die doorwaadbaar was. Dat deden we dus ook. Lekker soppen in het hier niet al te koude zeewater. En we stonden al snel oog in oog met een groep lepelaars.

lepelaars

Op dat punt waren we ook bij de niet toegankelijke slufter, een depot waar verontreinigde bagger wordt opgeslagen. Net buiten de duinen loopt een rondweg, een soort boulevard van waaraf je op veel plaatsen een mooi hoog uitzicht hebt over duinen, strand en zee. Prachtig: vanaf hier zag je ook zandbanken met allerlei vogels, vooral ook aalscholvers en een enkele zeehond. Je hebt wel een verrekijker nodig! En mooie bloemen langs de boulevard waarbij het slangenkruid het meest in het oog springt.

zandbank

aalschovers=-zeehond

bloemen

De stranden waren ondanks het mooie weer nog erg leeg. Eten en drinken zul je zelf mee moeten nemen. Wel zijn er al overal vuilnisbakken, en op enkele plaatsen kleedhokjes en toiletten. De recreatiezone zal nog verder ontwikkeld worden en vooral ook ontdekt gaan worden. Desondanks vermoed ik dat het op de A15 van de zomer best al wel eens druk zou kunnen worden…

Geplaatst in maatschappij, natuur, recensie | Tags: , , , , , | 1 reactie

Rituelen

Mensen met autisme houden van rituelen. Als alles iedere keer hetzelfde is dan houden ze grip op hun leven. Zonder dat wordt de toch al bestaande chaos in hun hoofd nog groter. De omgeving dient dat te accepteren. Zo is er het ritueel van terug naar huis gaan vanuit opa en oma. Eerst plassen en handen wassen, dan eten, dan opruimen, dan filmpje kijken, dan schoenen en jas aan: naar huis. Geen enkel probleem, ook dat opruimen niet. Het hoort bij het ritueel. Als er een keer iets tussen komt en je dreigt het ritueel te moeten veranderen dan is het zaak om dat zeer tijdig aan te kondigen en uit te leggen. Dan lukt het meestal ook nog wel. Maar bij heel plotselinge dingen gaat het meestal mis. We komen thuis en papa of mama zijn er nog niet.  Of je had beloofd om nog te voetballen maar er is geen tijd meer voor. Tranen met tuiten. En gaan we met de trein, een van de leukste dingen die er voor hem zijn: opa moet altijd zijn treinpet op zetten.  Zo kent hij me van de eerste keer. Dat hoort bij het ritueel. Een onschuldig ritueel waar hij een blij gezicht van krijgt en waar ik graag aan mee doe. Alle dingen moeten in een vaste context staan om er grip op te hebben.

In zijn wereld blijken ook donker getinte mensen voor te komen. ‘Wat zien die er vreemd uit, hoe komt dat? En waarom zijn die hier?’ Ze zijn voor hem vreemd. Als je niet uit kijkt wordt hij om die reden boos op een Surinamer. Zo voelde hij zich bij het zwembad zeer ongemakkelijk naast een donker getint meisje met kroeshaar. Samen met hem heb ik aan haar gevraagd waar ze vandaan komt. Dat hielp. En er mag geen buitenlandse taal worden gesproken. Vooral niet door zijn ouders. Dat doet hem denken aan de zomervakantie. Hij verstaat het niet, weet niet wat er gezegd wordt, verliest grip op de omgeving en wordt daardoor ontzettend boos. Maar er zijn ook heel handige rituelen. Als je over straat loopt of fietst dan stop  je voor het oversteken en wacht tot iedereen er is. Samen kijken, komt er niets aan? Mooi zo. Een  ritueel dat je als opvoeder uiteraard koestert.

Vanaf het moment dat zijn jongste zusje twee en een half jaar geleden geboren is raakte hij sterk gericht op baby’s. ‘Och.., kijk nu toch.., oooh, wat lief..’ Dat soort geluidjes dat je ook van volwassenen hoort ging ook hij maken. En hij liep op elke baby af en vond die erg schattig. De meeste mensen vonden hem ook erg schattig. Tot nu toe is er niets aan de hand zul je zeggen. Maar het begon al wat minder schattig te worden toen hij te dicht bij die baby’s en later ook bij peuters kwam. Zijn zusje als eerste moest daar niets van hebben en begon te gillen of sloeg hem weg. We legden hem uit dat hij niet te dicht bij kleine kindjes moest komen omdat ze dan heel vaak bang werden. Dat vond hij erg moeilijk. Zijn zusje, daar weet hij het nu van. Het gaat goed en af en toe lopen ze zelfs hand in hand. Maar andere kleine kindjes…. Sinds enkele weken is het steeds meer uit de hand aan het lopen. Hij kijkt geobsedeerd naar kleine kinderen, gaat er onmiddellijk op af en gaat rare bekken trekken en rare geluiden maken. Anderhalve week geleden toen ik hem van school haalde reageerde hij onderweg naar logopedie al  op die manier op enkele kleine kinderen. Ik stopte en verzon om het over een andere boeg te gooien. Ik besloot om niet te zeggen wat hij niet mocht doen maar hem een positief handvat te geven: hoe doe je het wel. Ik stelde voor om op het kindje af te stappen en te zeggen: ‘ik ben huppelepup (zijn naam), hoe heet jij’, of bij een klein kind dat nog niet kan praten: ‘wat heb jij mooie haren zeg!’ Na afloop van de logopedie terug in de auto zag hij alweer een klein kind en hij begon gelijk gekke geluiden te maken en gekke bekken te trekken. Ik stopte zo gauw ik kon de auto en zei dat ik niet verder zou rijden omdat hij het weer deed. Dat maakte indruk. Daarna heb ik hem nog eens laten herhalen hoe hij het wel kon doen.

Enfin, ik begreep van zijn moeder dat het allemaal niet hielp, dat het nog steeds net zo erg was. Afgelopen weekend logeerde hij bij ons, twee van zijn grootouders. We gingen naar het planetarium en naar de dierentuin van Artis. Allemaal superleuke dingen voor hem, ook al omdat we er heen gingen met de trein en met de tram. Het was zondagochtend vroeg en overal was het nog zeer rustig. In de trein, in de tram en ook in Artis. De film over het heelal had hij in een iets andere versie al een keer eerder gezien, maar desondanks was hij weer onder de indruk. Na afloop waren er in de dierentuin al meer mensen, meer kinderen, onder wie ook veel kleine kinderen. En ja hoor: het ritueel van gek doen en er op af lopen en grimassen trekken begon weer. Ik probeerde hem nog eens rustig uit te leggen: ‘wat kun je tegen zo’n kindje zeggen?’ Het leek nauwelijks tot hem door te dringen en het gedrag bleef hetzelfde. Uit spontane frustratie zei ik iets dat ik normaal nooit zeg: ‘als je het nu nog een keer doet dan krijg je géén saucijzenbroodje!’ Hij was stil. Bij het volgende kleine kindje zag ik hoe hij zich liep te verbijten maar hij deed niets. En bij weer een kindje, en nog een. We prezen hem van alle kanten. En we hebben nog ruim een uur rondgelopen en staan kijken bij diverse dieren, vooral ook bij de zeeleeuwen. Toen ging hij in het zand zitten bij de stenen dinosauriërs. Helemaal alleen. En hij maakte een kasteel. Hij werd zienderogen rustig. We liepen verder. Hij keek nu niet eens meer om naar andere kindjes! We gingen spelen bij een speelterrein met een enorme zandbak. Er was nog een jongetje.
– ‘Zullen we een dier nadoen?’
– ‘ Ja, een zeeleeuw!’

zeeleeuwHij speelde een zeeleeuw in het water, die zich verstopte, die lekker kon zwemmen en die precies hetzelfde geluid maakte zoals hij dat zonet nog gehoord had, helemaal echt. Zwemmen door het zand voelt heerlijk, en als een andere zeeleeuw zand op je benen strooit is dat nog lekkerder. Daarna hebben we een saucijzenbroodje gegeten. En uiteindelijk liepen we naar de uitgang. Alle kindjes liet hij nog steeds met rust en ik kreeg de indruk dat dat nu zonder moeite ging. Toen struikelde hij en begon te huilen. Van moeheid. Ik tilde hem op schoot en hij omhelsde mij met beide armen en ontspande daarbij volledig. Ik heb hem gedragen tot bij de halte van de tram. Intussen kletste hij aan een stuk. Over van alles, vooral over dingen van het heelal. In de tram was het druk. Naast een nogal brede meneer was er nog een plekje.
‘Ga daar maar zitten’, zei mijn vrouw. Maar hij tikte de meneer op zijn schouder en vroeg:
– ‘Mag ik bij het raampje zitten?’
– ‘Maar natuurlijk. En wilt u misschien naast hem zitten mevrouw?’
– ‘Wat aardig.’

Richting CS keek hij alleen maar naar buiten. Af en toe vertelde mijn vrouw iets tegen hem wat er te zien was. Maar hij keek vooral naar allerlei dingen die hij misschien zou kunnen tekenen. In de trein zat in de coupé naast ons een vrouw met een klein meisje. Hij reageerde totaal niet op haar. Hij probeerde wel nog even te tekenen maar was al snel te moe. Mijn vrouw droeg hem naar de auto. Bij zijn ouders aangekomen viel hij na het eten op de bank in slaap.

De hoop was dat het nu beter zou gaan. Ik hoorde via de app dat het vanochtend op school alweer mis was gegaan toen hij een klein kindje zag. Maar toch, ik blijf positief. Het is niet makkelijk. Wat ik vooral voel  is dat zijn dwangstoornis om te buigen valt. Zijn rituelen mogen blijven. Ik zet met liefde mijn treinpet op. Maar zijn hoofd moet niet te vol raken. Dan wordt het heel moeilijk om zijn dwang te weerstaan of om die om te buigen naar iets dat meer acceptabel is. Ach, wat doet hij toch zijn best. En hij kan zo veel. En daarbij: hij is zo ontzettend lief.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | Plaats een reactie

Stroomstoring

Het is nu al weer twintig jaren geleden dat we op Kreta een prachtig gelegen huis van een particulier huurden. Het huis lag boven op een heuveltop en we hadden een schitterend uitzicht over de vallei. Al snel bleek dat er slechts enkele uren per dag stroom was. Dat was normaal in die regio. Een koelkast was er daarom ook niet.  De schappen bij de kruidenier van het nabijgelegen dorp Krousonas puilden uit met blikken groenten, vlees en vis.  Bijna iedereen had trouwens ook een moestuin en een of meer geiten en kippen. De beesten liepen daar overal rond, gewoon midden in het dorp.

geitenWe reden een keer het dorp in. Daar moest je niet alleen heen om boodschappen te doen maar de doorgaande weg liep er ook dwars doorheen. Midden in het centrum, in een bocht,  stonden twee auto’s stil. Wat bleek: twee mensen hadden elkaar daar ontmoet. Een auto kwam van de ene kant, de ander van de andere kant. ‘Lang niet gezien, hoe is het met je’, je kent het wel. Het werd een gezellig praatje met de raampjes open. Heel gemoedelijk stonden de auto’s met hun bestuurders zij aan zij. Wij en andere auto’s wachtten geduldig totdat de heren uitgekletst waren. Het was heel normaal. Een openbaring: zo kun  je ook leven. Ik heb daar jammer genoeg geen foto van, wel van de aanblik van het centrum van het dorp.

krousonasOns huis had extreem dikke muren en het bleef daardoor  koel. Het was zomer, dus het was lang licht en warm genoeg om ‘s avonds lang buiten te zitten. De eigenaar kwam enkele keren in die week langs met lekkere stukken gegrild vlees en met flessen raki.  We hebben zo gauw we door hadden hoe het daar werkte alles voor lief genomen en er  een mooie vakantie van gemaakt. En passant kregen we ook een nieuw beeld op de buitenlandse politiek doordat dingen daar heel anders verteld werden. Het was ten tijde van de Kosovo oorlog. Het westen steunde toen het islamitische bevrijdingsleger van Kosovo, het UÇK en stond tegenover het leger van Joegoslavië. Niet zo de Kretenzers, die fel anti-islam waren. Logisch vanuit de Griekse en Kretenzische geschiedenis.  Je merkte dat je snel was geïndoctrineerd als je niet uit keek, het klonk allemaal heel logisch. Desondanks bleven we die week toeristen, maar we proefden toch een beetje aan het leven van de autochtone bevolking.

Wat gebeurt er als als in heel Nederland de stroom uitvalt?

De Nos berichtte hierover zaterdag in een artikel: in de directe omgeving gaat het licht niet meer aan en heb je geen internet of televisie meer. Als je op drie hoog of hoger woont kun je de wc nog maar één keer doortrekken, doordat de waterdruk wegvalt. In de openbare ruimte zijn er ook veel voorzieningen waar je niet meer op hoeft te rekenen. Pinnen kan niet, waardoor de supermarkt nauwelijks meer functioneert .Treinen vallen midden in weilanden stil. Trams en metro’s rijden ook niet meer. Spoorbomen gaan niet meer open of dicht. Tanken kan niet en verkeerslichten vallen uit. Het gsm- en 4G-netwerk doen het nog maar 2 tot 3 uur. Daarna zijn de accu’s die die netwerken in de lucht houden leeg. Vanaf dat moment is je smartphone alleen nog functioneel als zaklamp. Je internetverbinding thuis is er al mee gestopt, omdat de router geen stroom meer krijgt en na een paar uur vallen ook de wijkcentrales uit. Sommige noodaggregaten van ziekenhuizen houden het niet langer dan 24 uur uit, andere kunnen nog tot maximaal twee weken stroom leveren.

Half Nederland loopt nu al te klagen als er een trein uitvalt of als er enkele uren bij Albert Hein niet gepind kan worden. Maar zoals geschetst zijn dat niemendalletjes vergeleken met wanneer een catastrofe als hier boven geschetst zich voordoet. ‘Het elektriciteitsnet kan door  kwaadwillenden  van buiten af plat gelegd worden. Makkelijk is dat niet’, verzekeren experts, ‘maar ook niet onmogelijk’. Hoe pakken we de gevolgen van zo’n ramp landelijk aan? ‘Eigenlijk zou je het elektriciteitsnet een dag plat moeten leggen om daar achter te komen. Maar dat zullen we maar niet doen, het zou een complete ramp zijn’, zegt een deskundige. De Nederlander is in dat geval voor een groot deel aangewezen op zijn eigen zelfredzaamheid. Enkele dagen gaat dat nog wel lukken bij de meesten.

Mijn vader had sinds de tweede wereldoorlog in ons schuurtje nog een kacheltje staan dat hij zo nodig zo zou kunnen aansluiten op de schoorsteen. Het kacheltje brandde op hout of kolen en je kon er ook op koken. ‘Voor de zekerheid’, zei hij altijd, ‘je weet maar nooit’. Het is nooit nodig geweest.

In de zomer hebben we altijd veel gekampeerd. Zonder stroom. We kookten op een eenpitsgasstelletje, lekker primitief, heel lang zelfs kampeerden we zonder stoelen. Ik had er lol in om als broodbeleg bosbessen, frambozen, bosaardbeitjes of bramen te gebruiken, net naar gelang we dat soort fruit konden vinden. En thee maakten we van verse kruiden als munt of citroenmelisse. Er stond altijd wel iets, ook voor in de sla. In de Pyreneeën hebben we zo ook een keer overnacht, zonder brood maar met alleen het voedsel dat we tegen kwamen.  Er stond vooral klaver, daar kun je een voedzame en lekkere salade van maken. Maar wat moeten we hier in Nederland doen? Als we zo’n stroomstoring zien aankomen zou ik eigenlijk best wel snel af willen reizen naar Kreta. En daar aangekomen de tijd nemen…

 

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Zomerbroek en midzomeravond

In het dorp was er een ludieke actie van een herenmodezaak: deze zou tot middernacht open zijn en 25% korting geven op onder meer de voorjaarscollectie. Het leek me wel leuk om daar om half twaalf ’s nacht binnen te stappen en er een broek uit te zoeken, waarschijnlijk als enige klant. Maar nee, het leek me nog leuker om die avond te kijken of ik de conjunctie van Mars en Mercurius kon zien, het was eindelijk een keer behoorlijk helder aan de noord-westelijke horizon. Maar het is al weer te laat, dagen eerder was het misschien nog gelukt, maar nu staan de twee planeten inmiddels veel te laag aan de horizon en het duurt in dit deel van het jaar heel erg lang voordat het donker genoeg is. Dan zijn ze verdwenen. Maar wel zag ik een mooie zonsondergang. En er waren hele zwermen met muggen, waar je trouwens verder geen last van had. Ik heb ze kunnen vangen, niet fysiek maar op de gevoelige plaat. Ook was het spannend om aan de lage horizon heel in de verte de vliegtuigen die afdaalden naar, of opstegen van, Zestienhoven te fotograferen. Net toen ik weer terug wilde lopen naar huis zag ik een “vroege ster”. Of was het een vliegtuig? Ik keek nog eens goed en dacht: dit is Jupiter. Ja hoor. Ik heb ingezoomd en ik zag ook drie van zijn manen. Die kwamen uiteraard ook op de foto: van links naar rechts Europa, Ganymedes en Callisto. Io was verstopt achter Jupiter. Mooie foto’s, ik was er blij mee en besloot om er een diaserie van te maken. Het bijbehorende geluid heb ik ook gisteravond in de polder opgenomen.

Echte sterren waren er nog niet te zien, het was nu kwart voor elf en het was nog steeds vrij licht. Ik zou nog een broek kunnen gaan uitzoeken!

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Een zomerwelkomstlied

Vanmiddag om zes minuten voor zes begint de zomer: de zon heeft op het noordelijk halfrond haar hoogste stand bereikt. Elke dag na nu zal de zon als hij in het zuiden staat een tikkeltje minder hoog boven de horizon staan, en vanaf nu beginnen heel langzaam ook de dagen weer te korten. Maar de eerste weken merk je daar nog niet veel  van. Het gaat wel echt zomers aanvoelen, volgens de voorspellingen wordt het vanaf a.s. zondag een week lang zo rond de dertig graden of soms zelfs nog warmer.

In de tuin staan twee fruitstruiken: een aalbessenstruik en een kruisbessenstruik. Elk jaar is het weer spannend of ze goed vrucht gaan dragen. Dit jaar hebben we vooral veel kruisbessen. Vandaag was het de hoogste tijd om ze te gaan plukken. Dat is best een tijdrovend klusje, maar het schoonmaken daarna kost nog veel meer tijd, je bent er al gauw enkele uren mee zoet. Alle aalbesjes moeten van de takjes worden afgehaald. En  elke kruisbes heeft aan een kant een takje en aan de andere kant verschrompelde kroonblaadjes. Het maken van jam gaat dan weer relatief snel . En dan heb je opeens de meest lekkere jam die je je maar kunt voorstellen, een lekkernij die je nergens kunt kopen! Oogst 2019: vier potjes aalbessenjam en acht potjes kruisbessenjam. Jammie!

oogstjam

De laatste tijd zijn de nestelende merels zeer actief aan het zingen en ik heb de zang van eentje opgenomen. Toen ik hem ook visueel had gespot zoomde ik in en zette hem al zingende op film. Hij zingt voor ons ruim drie minuten lang een zomerwelkomstlied!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , , | 3 reacties

Adios Nonino

  • Opa zit er op het keyboard ook een Bandoneon?
  • Ja zeker, ik zal eens zoeken.

Even later was het bewuste geluid gevonden en ging mijn kleinzoon van net zes jaar experimenteren. Ik dacht: zal ik hem nog eens “Adios Nonino” van Piazzolla laten horen, het beroemde muziekstuk dat Carel Kraayenhof bij het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima speelde. Na een paar tonen gehoord te hebben op mijn smartphone liet hij het keyboard voor wat het was en ging mee kijken en luisteren. Het lied blijft een tranentrekker, ook voor mij. Geschreven toen de vader van Piazolla in 1959 was overleden, ter gedachtenis aan hem. Nu bij het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima was het vooral voor Maxima een herinnering aan Argentinië, maar ook voor haar aan het achterlaten van haar geboortegrond, en aan het vrijgezellenbestaan. En ze zal gedacht hebben aan haar vader die er niet bij mocht zijn. Er zit los van al deze associaties zoveel in de muziek dat ook bij mij enkele tranen over mijn wangen biggelden. Die door mijn kleinzoon werden opgemerkt.

  • Ik heb dat niet, dat ik van deze muziek moet huilen.
  • Nee, maar jij luistert ook heel anders. Je hoort alle details en geniet van de prachtige muziek, maar op een heel andere manier.

trouwpartij

Dat dat waar was bleek toen hij na een tijdje de huwelijksscene ging naspelen. Hij pakte een theedoek en maakte daarvan een sluier voor Maxima. Vervolgens speelde hij de hele huwelijksplechtigheid na, al liggende op de grond. En intussen neuriede hij “Adios Nonino”.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 5 reacties

Zijn wij uniek?

De Volkskrant schreef er (nog) niks over, maar bij de NOS konden we dit lezen:

Meer dan 1300 sterren binnen een afstand van 160 lichtjaar gescand, en niet één opmerkelijk geluidje: de tot dusver meest uitgebreide zoektocht met radiotelescopen naar buitenaards leven heeft helemaal niets opgeleverd. Astronomen die meewerken aan het Breakthrough Listen-project deden drie jaar lang onderzoek met de Green Bank-telescoop in het Amerikaanse West Virginia en de Parkes telescoop in New South Wales in Australië. Maar de enige geluiden die werden opgepikt waren van aardse origine, zoals signalen van mobiele telefoons of overvliegende satellieten. “Het is stil daar”, zegt astronoom Danny Price van de Universiteit van California tegen The Guardian. “We hebben helemaal niets gevonden, maar ik geef de hoop absoluut niet op. Er zijn nog zoveel meer sterren om te onderzoeken en nog zoveel manieren om dat te doen.”

melkwegDe aarde bestaat 4,5 tot 4,6 miljard jaar. Het zoogdier dat we nu mens noemen bestaat ongeveer 2 miljoen jaar. Dat is te vergelijken met minder dan een seconde op een uur. De laatste 60 jaar, dus een verwaarloosbare fractie van die korte seconde,  is deze mens bezig geweest met het versturen van enige informatie naar de buitenwereld. De kans dat deze uitzendingen van radio aarde worden opgevangen door een vergelijkbare beschaving op dit moment  is ongelooflijk veel kleiner als op het winnen van de hoofdprijs bij de staatsloterij. En dan gaan we er ook nog eens van uit dat er vergelijkbare beschavingen zijn. Is het vreemd dat er geen uitzendingen van mensachtige stervelingen zijn gevonden na een zoektocht naar die mogelijke  uitzendingen vanaf de exoplaneten van 1300 sterren? Als we nu eens niet uitgaan van een mensachtige beschaving  maar we zoeken naar elke vorm van leven op een exoplaneet. Dan zijn de kansen denk ik veel groter. Helaas, zover is de wetenschap nog niet, hoewel er tekenen zijn dat dat in de nabije toekomst gaat lukken. Wellicht worden over een tijdje de eerste alg-achtige levenstekenen gevonden op een exoplaneet. Als de techniek zo ver is en als we dan toch nog steeds niets vinden, dan blijkt het aardse leven misschien domweg uniek te zijn.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | Plaats een reactie

Carmen en Lola

carmen lola

Wij Nederlanders gaan misschien wel het meest vaak op vakantie van alle wereldburgers. Waar je ook komt, je komt overal landgenoten tegen. En je herkent ze ook meteen. De regelneverige huismoeders en de kortgebroekte huisvaders. Je zou zeggen dat we dan ook veel van al die culturen overnemen. Ja, we eten Chinees. Maar zouden de Chinezen dat Chinese eten van ons ook lusten? We denken de hele wereld te kennen maar blijven ben ik bang toch nog erg vaak steken in al onze oordelen en vooroordelen. We lijken wereldtoeristen. Maar om je een ander cultuur eigen te maken zul je er op zijn minst een tijdje midden in moeten gaan zitten.  Zo stond er vandaag een interview met drie Russische studenten in de krant, zij wonen al een tijd in Nederland en zien ons land vanuit hun ogen. ‘Moskou is veiliger dan Arnhem, als ik hier even mijn fiets zonder slot laat staan is hij gelijk gestolen’. ‘Mag het openbaar vervoer hier staken? Ze moeten aan het werk, daar worden ze voor betaald! Ik heb waardering gekregen voor het harde werken van de Russen.’ Zo maar enkele uitspraken. Maar er is ook veel waardering voor Nederland. Met name de vrijheid in het onderwijs wordt geroemd, en de omgang van professoren met studenten.

Zondagavond zag ik met mijn vrouw de film “Carmen en Lola”. Een Spaanse film die een indringend beeld schetst van het leven van de Gitanos, zigeuners, in een wijk in Madrid. De film staat bol van symboliek, met name lucht en water zijn steeds terugkerende symbolen. Lucht: een wachttoren ooit gebouwd om de Gitanos in de gaten te kunnen houden vanuit de lucht, wordt nu gebruikt door duiven. Hoge flatgebouwen met relingen waar je als je het zou willen zomaar van af zou kunnen springen. Lola die graag ornitholoog wil worden en vogels in graffiti op muren zet. Lucht voelt als vrijheid. Water: Carmen die niet kan zwemmen en droog leert zwemmen in een verlaten zwembad. Het verlangen naar zee en strand waar de film ook mee eindigt. Ook water voelt als vrijheid. Tegelijk krijg je een indringend beeld van enkele aspecten van de zigeunercultuur. Hardwerkende families die hun brood verdienen met de verkoop van groenten, fruit en oude rommel op de markt, vrouwen die niet mogen omgaan met jongens tot ze verloofd zijn en bewaakt worden door hun jongere broertjes. En die dan als ze getrouwd zijn in het huis van de bruidegom gaan wonen, zo snel mogelijk kinderen dienen te krijgen en hard in het huishouden en op de markt moeten blijven werken. Familiefeesten als verjaardag en verloving worden buitengewoon uitgebreid met alle familieleden en gitanos uit de buurt gevierd. Die feesten dienen ook om nieuwe huwelijkskandidaten te selecteren en daarover te praten met de vaders. De rituelen bij een verloving gaan verder dan de rituelen bij een huwelijk hier in Nederland. Van de toekomstige echtgenote worden alle kwaliteiten opgesomd waarbij de vader van de toekomstige bruidegom instemmend knikt: ‘zij heeft geen smartphone, ze wordt bewaakt door haar broertje, ze kan goed koken.’ Intussen zien we de stiekeme en voorzichtige toenadering van Lola tot Carmen. Als Carmen haar verloving verbreekt en Lola betrapt wordt tijdens een zoenpartij met Carmen zijn de rapen gaar. De duivel wordt bij Lola uitgedreven maar dat lijkt niet te helpen, men weet nog wel een plek waar ze naar toe gestuurd kan worden om te leren hoe je de liefde wél moet bedrijven. De verscheurdheid van de moeder is hartverscheurend. De wanhoop in afwisseling met de agressie van de vader is angstaanjagend. De meisjes vluchten en hoe het afloopt zal ik niet verklappen. Maar behalve deze vreselijke uitingen van de cultuur van de Gitanos is er ook hun prachtige muziekcultuur. Zelfs een katholieke Mis is een opwindende gebeurtenis waar de gezangen in een dienst van de Pinkstergemeente bleek bij afsteken. En zelfs de eenvoudige klapspelletjes op het schoolplein van de kleuters barsten van de levenslust, het ritmegevoel en het genieten van muziek. Als je gewoon in het plaatje past heb je een redelijk goed leven. Je moet er keihard voor werken maar dankzij de sociale cohesie en de vele familiefeesten is het leven goed. Wijk je af, wil je gaan leren of nog erger, heb je een niet getolereerde seksuele voorkeur dan is het leven een hel.

Ik hoorde van mijn dochter over problemen in de Arabisch sprekende gemeenschap waar zij wekelijks mee in aanraking komt. Een van de mannen schrijft over zijn verlangen naar zijn geboortegrond, hij schrijft er gedichten over. Een groep vrouwen die hier al behoorlijk is geïntegreerd kijkt daar anders tegen aan. Sommigen zijn weemoedig, maar anderen zien te goed de verworvenheden van deze samenleving. Ik denk dat het goed is. Er is discussie, en het is goed dat deze discussie er kan en mag zijn. Bij de Gitanos in Madrid was er geen discussie mogelijk. En je mag ook anders tegen de dingen aan blijven kijken. Maar je mag elkaar niet veroordelen of verstoten. Dat is een verworvenheid van deze tijd die we vast moeten blijven houden. Vroeger was er in Nederland veel meer sociale cohesie. Toen ik klein was was er een actieve Noaberhulp. We stonden nog dicht bij de sociale cultuur van de Marokkanen of zigeuners. Ook voor mensen uit  Polen is de familie nog steeds alles. Bij ons staan dan wel de hele avond en nacht de gordijnen wagenwijd open, maar wil je langs komen dan moet je eerst een afspraak maken. Zelfs familie en vrienden moeten eerst bellen, liefst dagen van te voren. En je moet zorgen dat je voor het eten weer weg bent. Maar we tolereren wel andersdenkenden. Een leuke combinatie van beide werelden, dat lijkt me wel wat…

Geplaatst in Film, maatschappij | Tags: , , , | Plaats een reactie

Ganymedes

Bij de oude Grieken was Zeus de oppergod. Deze zelfde god heette later bij de Romeinen Jupiter. Dat de planeet Jupiter naar hem is genoemd is goed te begrijpen. Samen met Venus is hij de meest heldere planeet, maar Venus is altijd avond- of ochtendster, dat wil zeggen je zult hem nooit midden in de nacht zien en moet hem altijd ergens in de buurt van de westelijke of oostelijke horizon zoeken. Jupiter kan overal staan en is soms ook de hele nacht te zien, zoals op dit moment. Hij heerst dan majesteitelijk over het nachtelijke firmament als een ware oppergod.

In de metamorfoses van Ovidius lezen we hoe Zeus verliefd wordt op de schaapsherder Ganymedes als hij hem een kudde schapen ziet hoeden op de berg Ida. Hij rooft hem weg van zijn Trojaanse vader door zich te vermommen als een adelaar en brengt hem naar de berg Olympus waar de jongen zijn persoonlijke wijnschenker wordt. Het verhaal werd vaak ook allegorisch uitgelegd en zou staan voor het verlangen van de menselijke ziel naar de vereniging met God, waarbij Ganymedes voor de menselijke ziel stond en Zeus voor God. Smoesjes: het gaat waarschijnlijk meestal om niet meer dan homo-erotische afbeeldingen. De figuur van Ganymedes met de adelaar zien we vaak op schilderijen uit de renaissance en de barok. Rembrandt laat hem zien als een krijsende peuter in de klauwen van de roofvogel. Maar dat is een uitzondering. Meestal zien we de al eerder genoemde homo-erotische afbeelding. Zoals hier onder op het schilderij van Antonio da Correggio van rond 1530. Hij schilderde het samen met ook een afbeelding van Jupiter met Io in opdracht van de hertog Federico Gonzaga in Mantua. Nu zijn beide doeken te zien in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.

ganymedes

Ganymedes is de grootste maan van Jupiter en het is de grootste maan van ons hele zonnestelsel. Ze is groter dan de planeet Mercurius, ongeveer anderhalf keer zo groot als de Maan van de Aarde, twee keer zo groot als de dwergplaneet Pluto en heeft drie vierde van de omvang van Mars. Aan de hand van het aantal kraters per vierkante kilometer wordt geschat dat deze maan 3,5 tot 3 miljard jaar oud is, wat vergelijkbaar is met de leeftijd van onze Maan. Ganymedes heeft een dunne atmosfeer. Zij bestaat bijna volledig uit zuurstof (O), dizuurstof (O2) en ozon (O3). Het oppervlak bestaat voornamelijk uit stenen en ijs, waarbij een ijskorst over de stroperige mantel van mogelijk water beweegt. De korst van Ganymedes lijkt opgedeeld in gescheiden platen, die net zoals de tektonische platen van de aarde in staat zijn om zich onafhankelijk van elkaar te verplaatsen. Ook zijn er structuren die doen denken aan oude lavastromen. In dit opzicht kan Ganymedes beter met de Aarde vergeleken worden dan met de planeten Venus en Mars, ook al is er geen bewijs van recente tektonische activiteit. Ganymedes heeft veel kraters. In tegenstelling tot de situatie op onze maan en op Mercurius zijn de kraters echter vrij vlak en missen ze ringvormige bergen en verzakkingen in het centrum. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk de beweeglijke ijskorst van Ganymedes, die zich in de loop van de geologische tijd kan bewegen en daarmee het reliëf kan uitvlakken. (Wikipedia)

Ganymedes is een reus, die groter is dan alle dwergplaneten van ons zonnestelsel, zelfs groter dan de planeet Mercurius. Maar het is een maan. Het is de lievelingsmaan van de grootste planeet Jupiter. Hij, die voor deze oppergod de wijn mag schenken.

Vannacht om half vier maakte ik onderstaande foto. In het midden zien we de oppergod, Jupiter. Van links naar rechts staan de manen Callisto, Ganymedes, Io en Europa.

jupiter-en-manen

De Nasa stelt een 3D-model beschikbaar van Ganymedes. Als je op onderstaande link klikt wordt dat model op een aparte pagina geopend en kun je met de muis Ganymedes laten draaien, kantelen, of je kunt inzoomen. Heel mooi! (Op een aanraakscherm kan het ook met een of twee vingers, eerst even ingedrukt houden voor je gaat bewegen. Op mijn smartphone lukt dat makkelijk,op mijn tablet werkt het weer niet. Tja..)

Ganymedes 3D

Behalve deze grote manen zag ik ook onze eigen maan, die vrijwel helemaal vol was. Morgenochtend om een minuut over half elf is hij exact vol. Maar dankzij het feit dat er nu nog een stukje onverlicht was ontstond er links schaduwwerking waardoor je nog een aantal kraters kunt zien.

maan

Geplaatst in Astronomie, kunst | Tags: , , , | 1 reactie

Langs Gein en Vecht

Er is weer een mooie route bijgekomen in de inmiddels al bijna historische reeks “van station naar station”. Drie nieuwe routes stonden er in het laatste magazine “Spoor” van de NS, eentje ging er van Abcoude naar Weesp. Wat zagen we veel weilanden met paarden, allemaal met dartele veulentjes erbij. En daarnaast schapen, geiten, een ezel en koeien. Ook hier steeds jong en oud door elkaar. Onder het lopen hoor je herhaaldelijk het gekwaak van kikkers. Het houdt altijd meteen op als je even stil staat. De eenden en ganzen waren druk bezig met de opvoeding van hun jongen. Alle beestjes bleven gehoorzaam dicht bij hun voorbeeld. In Nigtevecht werd een groot terrein te koop aangeboden, een mogelijke plek voor meerdere te bouwen huizen. Niet doen, niet doen! Want wat was dat stukje mooi. Het was helemaal overwoekerd met kruiden en veel van die kruiden stonden in bloei. Vooral wikke, klaprozen en slangenkruid vielen op.

Maar de route liet ook mooie kerken, villa’s en molens zien, sommige heel oud, anderen “pas” zo’n honderd jaar. Ook waren er forten en verdedigingswerken en andere historische bezienswaardigheden. Zo was er een aanplakbord dat vertelde over de plundering van het platteland bij Abcoude in 1672 door troepen van Lodewijk XIV.

Ik lees op dit moment onder meer een boek over de dertigjarige oorlog. Het geweld in 1672 bij Abcoude staat denk ik in geen verhouding tot wat er zo’n 50 jaar eerder op veel plekken in Europa gebeurde. Niet in de Noordelijke Nederlanden. Zeker niet in Holland, en met name niet in Amsterdam, dat werd goed versterkt. Hele gebieden konden hier onder water worden gezet om de vijand tegen te houden. Dat gebeurde ook in 1672. Het platteland moest toen wel bloeden, de stad was veilig. Het waren dus niet alleen de troepen van de Zonnekoning waar op gescholden werd, wat denk je van al dat water dat de Heren Staten besloten in te zetten? Voor de boeren zal dat eveneens een grote ramp zijn geweest. Hoe was het verder in die tijd in Nederland? Maastricht werd in 1672 en 1673 belegerd en uiteindelijk ingenomen. Het standbeeld van Artagnan dat daar staat is er nog de stille getuige van. Dat was trouwens al de vierde keer in een eeuw tijd dat deze stad de klos was. En er zouden nog twee belegeringen volgen, in 1747 en 1794. Zo al lopende langs de Gein en Vecht heb je allerlei overpeinzingen.

Toen we de Aetsveldse polder uit liepen kwamen we in Weesp. Ik had blijkbaar per ongeluk een instelling in mijn fotocamera gewijzigd. Alle foto’s die ik daar maakte werden automatisch omgevormd tot een artistiekerige prent. Te zien in het tweede filmpje. Ik vond het Molenpad met de houten huisjes erg mooi. Gebouwd in de negentiende eeuw, om snel afgebroken te kunnen worden als er een vijand aan kwam. Gelukkig staan ze er nog!

Wat is er nog veel te zien in Nederland. Dit is werkelijk een prachtige NS wandeling van 15 km lang.  Op de site wordt aangeraden om deze niet in het weekend te lopen. Dat zou best wel eens een goed advies kunnen zijn. Het grootste deel kun je namelijk ook fietsen. Maar gisteren hadden we nergens last van, zeker niet met dat zonnetje erbij en daarna met een biertje op een terrasje in Weesp..

Geplaatst in Geschiedenis, natuur | Tags: , , , , , | 2 reacties

Erotiek in de Lutherse kerk

Jaren geleden was ik in Palazzo Te in Mantua en in een van de enorme zalen wist ik werkelijk niet wat ik zag: allemaal blote vrouwen en mannen, mannen met opzichtige naar voren gerichte piemels, het leek wel een enorme porno-ruimte. Alle wanden waren vol met fresco’s, gemaakt door Romano in de zestiende eeuw. De hertogen van Mantua waren vroom, ze gaven ook kerkelijke opdrachten aan schilders als Mantegna. Hoe kan dat? Beschaamd liep ik rond als een gluurder die door iedereen betrapt leek te zijn. Maar wat bleek: er was in deze ruimte een feest uitgebeeld bij de Romeinse goden. Het huwelijk van Amor, de god van de liefde, met Psyche. Amor die bij iedereen het hoofd op hol brengt, ja dan is het feest! Romeinse goden hebben zo wie zo nauwelijks kleren aan. Dus het mag. Iets dergelijks zag ik ook een keer bij een rondleiding in het klooster van Melk. In een klooster een kamer met blote vrouwen? Ja hoor, ook nu weer was het een godentafereel, en nu was het gemaakt in de achttiende eeuw. De betreffende ruimte was het slaapvertrek van de keizer van Oostenrijk, waar hij meerdere malen per jaar vertoefde, met name als hij in het klooster het paasfeest mee vierde. Ik denk dat de fresco’s net als in Palazzo Te wel degelijk als porno bedoeld waren, maar in een vorm die blijkbaar geoorloofd was.

Bach staat bekend als bijzonder vroom en zijn kerkcantates en passies getuigen daar in hoge mate van. Toch lijkt ook hij een enkele keer stiekem  vreemd te gaan in zijn muziek. Een week voor Pinksteren zijn de mensen een beetje in de war omdat Christus ter hemel is gevaren, hoe nu verder? Maar met Pinksteren wordt iedereen die gelovig is bevangen door de Heilige Geest en weet weer wat hem te doen staat.

BWV 172 is een cantate die Bach in 1714 schreef in zijn periode bij de hertog van Weimar. De cantate is bedoeld voor deze laatste zondag voor Pinksteren. In het vijfde deel van deze cantate gaat de tekst over zo’n dolende ziel die verlangt naar de komst van de Heilige Geest. Maar de tekst lijkt wel een erotisch verhaal: De ziel wordt vertolkt door een hoge sopraan, die voortdurend roept: ‘kom, kom, kom in me’. En de heilige geest, gezongen door een countertenor,  antwoordt met: ‘ik zal je verkwikken’. Ze lijken elkaar in een duet te omstrengelen en eindelijk zijn ze dan samen een. Vooral de uitgeschreven versieringen (zie in onderstaande film ook de partituur) die de sopraan zingt werken erotiserend. Ze doen het met elkaar, maar uiteraard moet je dat zien op geestelijk vlak. En wat een mooie uitwerking in het begin van “de hemelse wind”. De lange tonen werken als een zacht briesje, en dat voel je nog een keer extra lieflijk bij het woord “wehe”.

De aria viel me al op door de muziek en toen was ik benieuwd wat John Eliot Gardiner over dit duet zou zeggen in zijn toelichting:

Na het feestelijke, op een groter publiek gerichte openingskoor van deze cantate, wordt de toon van de muziek en de tekst geleidelijk aan persoonlijker. In deel 5 wordt de Heilige Geest als trooster vertegenwoordigd door de alt (hier een countertenor) die een dialoog aangaat met de ziel (sopraan). Het wordt een bijna openlijk erotische relatie met daarbij een piëtistisch taalgebruik. We zien de tekstuele maar zeker ook muzikale allegorie van de ‘inwoning van de geest in de gelovige’. Het is een zeer sierlijk en sensueel stuk waarbij de twee stemmen  onderling zijn verstrengeld boven een ostinato-achtige obligate cellopartij. Bach voegt daar nog als vierde stem een hobo aan toe. Deze speelt een opgesmukte versie van het Pinksterkoraal ‘Komm, heiliger Geist’.  Dit is zodanig ingebed in de textuur dat alleen de meest wakkere luisteraars in 1714 in Weimar dit herkend zullen hebben. De tekst en de vorm van het lied is verder vrij eenvoudig van opzet: eerst wordt er een beroep gedaan  op de ‘zachte bries van de hemel’, dan volgt  via een modulatie naar de dominant de verzegeling van het samengaan van de ziel met de Heilige Geest via een ‘kus van genade’, en in de derde sectie zien we de voltooiing: ‘Ik ben van jou, en jij bent van mij’.

Seele:
Komm, lass mich nicht länger warten, komm, du sanfter Himmelswind, wehe durch den Herzensgarten!
Heiliger Geist:
Ich erquicke dich, mein Kind.Seele:
Liebste Liebe, die so süße, aller Wollust Überfluss, ich vergeh, wenn ich dich misse.
Heiliger Geist:
Nimm von mir den Gnadenkuss.Seele:
Sei im Glauben mir willkommen, höchste Liebe, komm herein! Du hast mir das Herz genommen.
Heiliger Geist:
Ich bin dein, und du bist mein!
Ziel:
Kom, laat me niet langer wachten, jij zachte hemelse wind, waai door de tuin van mijn hart!
Heilige Geest:
Ik verkwik je, mijn kindZiel:
Mijn liefste lief, jij zo zoete, meer dan welke wellust dan ook, ik sterf als ik niet bij je ben
Heilige Geest:
Ontvang van mij mijn genadekus.Ziel:
Kom me tegemoet in mijn geloof, mijn allerliefste, kom in mij! Je hebt mijn hart gestolen.
Heilige Geest:
Ik ben de jouwe, jij bent de mijne!

Lisa Larsson, sopraan. Derek Lee Ragin, countertenor. The English Baroque soloists, John Eliot Gardiner. Holy Trinity, Long Melford, 11 juni 2000.
Soli Deo Gloria (Bach Pelgrimage CD 26)

Andere stukjes die ik schreef naar aanleiding van een cantate van Bach

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

De blik naar boven

Door de moeder van mijn schoonzoon werd ik attent gemaakt op een podcast van Marjolijn van Heemstra. Zij vertelt over de toenemende lichtvervuiling in Nederland en spreekt hierover met verschillende mensen. Haar verhaal is uit mijn  hart gegrepen. Nu las ik vanochtend in de krant dat er alweer een nieuw zorgenkind is:  dat is het feit dat er steeds meer satellieten om de aarde gaan draaien, waaronder ook steeds meer satellieten met een licht weerkaatsend oppervlak waardoor je ze vanaf de aarde goed kunt zien. Astronomen vrezen dat het bestuderen van het heelal in gevaar komt. Dat op zich kan kwalijke gevolgen hebben voor de wetenschap, maar er gebeurt ook nog wat anders. Door de toename van de onnatuurlijke lichtpuntjes zullen de mensen binnenkort een heel ander beeld krijgen van de sterrenhemel omdat de sterrenbeelden over een tijd gewoonweg “niet meer kloppen”.

Gisteren zag ik een uitzending van Govert Schilling op NPO2 over onder meer onderzoek naar buitenaards leven. Hij hing naar Hofwijck, het voormalige woonhuis van Christiaen Huygens en sloeg diens boek Cosmotheoros open en citeerde letterlijk hetzelfde fragment dat ik drie jaar geleden in een blog ook al eens aanhaalde. In Hofwijck ben ik de laatste jaren twee keer geweest, onder meer met twee van mijn kleinkinderen en de herkenning van het plaatje: het kasteel, maar ook van het interieur, was daardoor dus dubbel zo sterk. Maar Govert Schilling  ging in die uitzending ook naar Arizona  en een van de dingen die mij daar verbijsterde was de ongelooflijk mooie sterrenhemel. Er zijn in de VS enkele zogenaamde dark cities, steden waar het ’s nachts verplicht donker is. In Europa zijn er inmiddels ook twee van die  steden: Fulda in Duitsland en Møn and Nyord in Denemarken. En  nog ergens in Schotland en op een van de kanaaleilanden. Maar Nederland is zo dicht bevolkt, één enkele stad is te weinig. Het gaat ook om bijvoorbeeld wegen en kassen. Maar goed, het zou een begin kunnen zijn.

sterrenhemelDaar in Arizona, een eindje buiten die stad, daar was het echt helemaal pikkedonker. Adembenemend mooi. Govert Schilling kreeg een nachtkijker en hij zag ongelooflijk veel  sterren. En hij is wel wat gewend, hij is geregeld in Chili. De Andromedanevel die je theoretisch ook in Nederland met het blote oog moet kunnen zien kon je daar met gemak ook écht met het blote oog zien en met een kijker erbij zag je zelfs details. Geen telescoop nodig, nee gewoon omhoog kijken of vrij eenvoudig een nachtkijker er op richten. Wat lijkt me dat fantastisch!  In Nederland heb ik zo wie zo altijd een verrekijker nodig om misschien een of twee keer per jaar met geluk en uitzonderlijk goede omstandigheden een vaag schimmetje op de bewuste plek te zien.

De tijd van Huygens, en zeker die van zijn vader, was op veel plaatsen in Europa een tijd die niet te benijden was. Het was de tijd van de dertigjarige oorlog, rampzalig op veel gebieden. Bij ons waren we toen in de nadagen van de tachtigjarige oorlog en later kregen we nog het rampjaar 1672. Daarna was er nog de inval van Lodewijk XIV. Er zijn dus redenen genoeg om niet terug te verlangen naar die tijd. Ik zou natuurlijk ook geen armoedzaaier moeten zijn die zich leent als huursoldaat of die zich laat aanmonsteren op een koopvaardijschip. Maar die nachten, die stilte…. En als ik in de schoenen van Christiaen Huygens zou staan:  de sensatie van het kijken door steeds betere telescopen en daarna  bij kaarslicht verder mogen filosoferen over het heelal. Die geestdrift die hij toen had bespeur ik in dat boek, waarin hij over zoveel dingen denkt en schrijft, ook over muziek. Dat lijkt me te gek!

We leven in een mooie tijd zonder honger of oorlog. Maar er is tegelijk zoveel verloren gegaan en het gaat in een rap tempo steeds verder achteruit. Hoe stoppen we hier in Nederland om te beginnen die toenemende lichtvervuiling? Sinds de laatste dijkverzwaring is de dijk waar ik aan woon de hele nacht een groot lichtparadijs geworden met om de 50 meter een  lantaarnpaal als een soort stadionmast. En een van die kolossen staat vlak voor onze deur. Het slaapkamerraam waar hij op schijnt zouden we nu van luiken moeten voorzien, er zijn geen gordijnen tegen opgewassen om dat licht tegen te houden. De meeste mensen op de dijk vinden het prettig. Tja. Wie kijkt er ’s avonds nog naar boven?  De mensen laten de hond uit en kijken naar beneden… Om niet in de fel verlichte hondenpoep te trappen.

Ik las een tijd geleden dat iemand gezegd heeft dat je een wijs iemand kon worden door regelmatig naar boven te kijken. Je zou dan voortdurend geconfronteerd worden met je eigen nietigheid. Maar als je nu naar boven kijkt zijn er veel te weinig sterren te zien om je nog nietig te kunnen voelen. De mens bezwijkt zo aan zijn hoogmoed. En het verdwijnen, letterlijk, van het zicht op die nietigheid, dreigt uiteindelijk zijn ondergang te worden.

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | 3 reacties

Oorlog

Op de serretafel lag een boek dat ik aan het lezen ben. Een boek waar ik waarschijnlijk binnenkort nog iets over ga schrijven omdat ik al lezende veel associaties krijg met allerlei dingen en ook met gebeurtenissen van nu.

de dertigjarige oorlog

  • ‘Waar gaat dat boek over opa?’
  • ‘Dat gaat over iets dat heel lang geleden gebeurd is.’
  • ‘Uit de tijd van Christiaen Huijgens? Christiaen Huijgens had ook zulke kleren.’
  • ‘Klopt, is uit diezelfde tijd. Maar dit is in Duitsland.’
  • ‘Er waren toen nog geen treinen hè opa? Waarom liggen die mensen op de grond?’
  • ‘Dat zijn soldaten, er was toen oorlog.’
  • ‘Net als in Syrië. Oorlog is heel erg hè opa?’
  • ‘Dat is zeker erg. Gelukkig is hier al heel lang geen oorlog meer geweest. Wat je hier ziet dat is geen foto, het is een schilderij. Iemand heeft eerst getekend wat hij gezien heeft en daar heeft hij weer een schilderij van gemaakt. Of misschien heeft hij het helemaal niet gezien maar gefantaseerd hoe zo’n oorlog er uit ziet. De oorlog in Syrië is gelukkig ook afgelopen.’
  • ‘Zijn er in Nederland ook soldaten?’
  • ‘Ja, maar die hoeven niet te vechten. Als er iets ergs gebeurd is, bijvoorbeeld als de dijken zijn overstroomd, dan helpen zij om die weer te maken. En ze gaan naar andere plekken in de wereld waar oorlog is om te helpen dat de oorlog daar gaat stoppen.’
  • ‘Hoe doen ze dat dan?’
  • Dan maken ze bijvoorbeeld een groot hek en dan kunnen de soldaten niet bij de mensen achter dat hek komen. Dan zijn de mensen daar veilig.’

Hij ging in het boek bladeren op zoek naar plaatjes. Hij vond er vooral afbeeldingen van prominente kopstukken uit die dertigjarige oorlog, met prachtige kleren en hoeden, of als standbeeld gezeten te paard. Maar ook waren er nog enkele afbeeldingen van een oorlogstafereel. Soldaten in slagorde bij de Witte berg in 1620. En het volledige schilderij met de afbeelding van de plundering van een dorp, de helft van dat schilderij had hij ook al op de voorkaft van het boek gezien. Dat maakte diepe indruk kreeg ik zo het gevoel en ik maakte nog maar weer een keer duidelijk dat iemand dat getekend had en dat dit niet echt zo gebeurd was.

Hij ging zelf ook een oorlog tekenen. Ik had het niet in de gaten want ik zat intussen te lezen. Toen de tekening klaar was liep hij naar me toe om hem te laten zien. Hij had vooral zwaarden, lansen en een kanon getekend. Dat kanon stond nergens op de schilderijen van het boek. Maar wel in Schoonhoven waar hij woont, daar staan er enkele, hij komt er bijna dagelijks langs. Links op de tekening stond “een kapot huis”. De derde persoon van rechts “die keek heel gemeen” zei hij. Helemaal links dat was “een jonge soldaat.”

oorlog

Toen ging hij zelf oorlogje spelen. Van duplo-steentjes fabriceerde hij een soort pistool dat er best wel echt uit zag. Alleen het oorlogstuigje donderde voortdurend uit elkaar, wat hem behoorlijk irriteerde. Al heel snel smeet hij het kapotte pistool boos in een hoek en zei:

  • ‘Ik ga met de treintjes spelen.’
  • ‘Dat vind ik een erg goed idee.’

Het huis werd weer omgetoverd in een landschap met veel perrons en rangeerterreinen. Toen ik aan het koken was zette hij twee lego-poppetjes vlak bij mij neer onder de keukentafel.

  • ‘Dit is een meneer die is aan het koken, en dit is een mevrouw en die zit gezellig televisie te kijken.’

duplo

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 4 reacties

zwoele zondag

Vandaag zijn we lekker thuis gebleven in de tuin. Op veel plaatsen werd het dertig graden en het voelde benauwd. In onze tuin geven we veel ruimte aan inheemse kruiden als Robertskruid en brandnetel. Ik besloot om wat te gaan experimenteren met mijn nieuwe fotocamera. Het kost even voordat je de belangrijkste dingen door hebt. Vroeger maakte ik moeiteloos close-up foto’s maar met deze camera werkte dat toch een beetje anders. Maar ik denk dat ik het inmiddels aardig door heb. Laat in de middag begon het sterk te waaien. Ik nam het geluid in de tuin op dat moment op en plaatste dat bij de gemaakte foto’s. Samen leverde dat dit filmpje op.

Geplaatst in natuur | Tags: , | 1 reactie

Kermis

Waar ligt de grens tussen een soort dwangneurose, fascinatie door iets en angst voor iets. Alle drie deze dingen komen in veel sterkere mate voor bij mensen met autisme. Van sommige dingen hebben ze last, van andere dingen hebben ze juist veel profijt. Zo is mijn oudste kleinzoon al heel lang sterk gericht op kleine kinderen. Meestal blijft het leuk, hij vindt ze lief. Maar soms zijn de kinderen bang voor hem. Hij weet niet hoe hij ze moet benaderen, heeft de neiging om ze “kapot” te knuffelen of op zijn minst aan te raken. Iedere opvoeder die hem kent houdt het in de gaten en probeert hem er op attent te maken dat hij van ze af moet blijven. Gisteren ging het mis in een speeltuin, een vader ging door het lint omdat hij dacht dat mijn kleinzoon zijn kleine dochtertje aan het treiteren was. Het is erg moeilijk, hij kan het bijna niet laten om op zo’n kindje af te gaan. En hij is feitelijk poeslief voor haar maar snapt niet wat hij moet doen. Het is een soort dwangneurose:  hij ziet een klein kindje, dat betekent: aanraken, vastpakken. Bij zijn jongste zusje heeft hij het intussen afgeleerd, maar zij moet ook meestal niets van hem hebben als hij te dicht in de buurt komt. Gelukkig gaat dat steeds beter en lopen ze tegenwoordig soms ook heel lief hand in hand.

Dan heb je de fascinaties, die ook zeer sterk kunnen zijn. Al vanaf dat hij een jaar oud was was hij al gefascineerd door het heelal en alles wat daarmee te maken heeft. Sinds een jaar zo ongeveer ook voor treinen, trams en bussen. Nu is hij sinds koningsdag helemaal gefascineerd geraakt door de persoonlijkheid van koningin Maxima. Je ziet hem soms in gedachten verzonken zitten, dan beweegt hij zijn hoofdje omlaag en kijkt daarbij op een heel speciale manier. ‘Wat is er?’, vraagt zijn moeder.  ‘Ik doe Maxima na’. Even later pinkt hij heel subtiel enkele tranen weg, net zo als bij de beroemde huwelijksscene. Hij doet die hele scene perfect na. Na het zien van die beelden is hij ook gefascineerd geraakt door bruidskleding en door trouwringen. En bekijkt hij elke kerk van buiten om te zien of deze geschikt is voor een huwelijksplechtigheid. Hij wil zelf in Schoonhoven in de Oud-katholieke kerk trouwen, die vindt hij het mooiste. Eergisteren was hij met zijn broertje en zusje pissebedden aan het vangen. Hij besloot dat twee van die beestjes zouden gaan trouwen en hij verzon ter plekke al een bruiloftslied. De pissebedden zouden waarschijnlijk gaan huilen bij dat liedje.

En dan heb je nog de angst. Ook weer eergisteren, en nu was het dan niet een angst voor de afbeelding van een kangoeroe, niet voor een klein hondje op honderd meter afstand of voor de muggen die weer van de zomer vast en zeker zullen gaan komen. Nee, nu had hij een reële angst. Hij was bang geworden voor de rups op de kermis. Deze atrractie leek eerst niet meer dan een soort draaimolen maar o, o, wat gíng hij hard. Toen ook nog het doek naar beneden kwam werd hij echt vreselijk bang. Huilen, huilen, huilen… Daar kan ik me dan wel weer iets bij voorstellen. Op weg naar huis zei hij al dat hij de angst weg ging tekenen. Binnen een halve minuut tekende hij zijn hoofd, waar de angst nog boven raasde tot in zijn kiezen, en hij maakte een pijltje naar een rups. De rups was de oorzaak van die angst. ‘Zo, die is weg’, zei hij triomfantelijk. Op de achterkant van het blad tekende hij vervolgens koningin Maxima.

rupstekening

maxima

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Galla Placidia

In Ravenna staat een zeer oude kerk uit de vijfde eeuw die gewijd is aan het heilige kruis, de Santa Croce. Er zijn meer kerken met die naam, de beroemdste zijn die in Jeruzalem en die in Rome. De kerk in Rome is daar een van de zeven pelgrimskerken. Zijn ouderdom zie je er niet aan af: je ziet een achttiende eeuwse façade van een twaalfde eeuwse kerk die op zijn beurt weer gebouwd is boven een kapel uit de vierde eeuw. Op die plaats stond ooit een van de paleizen van Helena, de moeder van Constantijn de Grote. Constantijn was de keizer die in de vierde eeuw godsdienstvrijheid uitvaardigde in zijn rijk, waardoor de gemeenschappen van christenen met rust gelaten werden. Hij was ook de keizer die Byzantium omdoopte tot Constantinopel, de stad van Constantijn. Hij legde daardoor de basis voor het latere Oost-Romeinse rijk.

Zijn moeder Helena zou volgens de legende in Jeruzalem het heilige kruis terug hebben gevonden waar Jezus aan gestorven was. Zij nam een deel ervan mee naar Rome naar haar paleis. Na haar dood werd op die plaats een kapel gebouwd. Net als trouwens ook op de vindplaats in Jerusalem.

In Rome kun je in de Santa Croce de lager gelegen, dus veel oudere kapel bezoeken. Je bevind je dan op het niveau van de straathoogte van het Rome van de vierde eeuw. In dat deel van de kerk zijn nog steeds fragmenten van de oude mozaïeken uit die tijd te zien. In 1492 werd bij herstelwerkzaamheden aan een van die mozaïeken in deze kapel een ontdekking gedaan: er kwam een baksteen tevoorschijn met een in die steen gegraveerde tekst:  TITULUS CRUCIS. Achter deze steen bevond zich een verzegeld fragment van een stuk hout, met ook daarin een inscriptie: het woord “Nazarene”. Dit was driemaal genoteerd, in zowel het Hebreeuws, het  Latijn als het Grieks. Dit woord wordt vermeld in alle vier de evangelieteksten. Het is niet bekend hoe dit stuk hout in de kerk kwam of wie het achter de baksteen plaatste, maar een mogelijkheid is dat het rond 455 in de muur verborgen was, toen de geestelijkheid het moest beschermen tegen de aanvallende Visigoten. Het ware kruis, althans een stukje ervan, werd zo in 1492 nogmaals terug gevonden.

Wie liet de mozaïeken in deze kapel maken? We komen dan bij de relatie die deze kerk heeft met de al eerder genoemde Santa Croce in Ravenna. Bekend is dat in ieder geval Galla Placidia een deel heeft laten fabriceren. Zij was net als Helena de moeder van een Romeinse keizer. En zij was buitengewoon sterk gefascineerd door de persoon van deze, later heilig verklaarde vrouw. Daarom liet zij tussen 440 en 450 in Ravenna ook een kerk met de naam “Santa Croce” bouwen. Op dat moment  had ze al een bewogen leven achter de rug. Het was de tijd dat het West-Romeinse deel van het keizerrijk begon in te storten, door de voortdurende invallen van met name de Hunnen. Ik som in chronologische volgorde de belangrijkste gebeurtenissen op. Het meer complete verhaal is buitengewoon schokkend en kun je zo je wilt nalezen op wikipedia of in de historische roman zoals vermeld onder dit artikel.

  • Doordat het in Rome vaak niet pluis was, was de hoofdstad van het West-Romeinse rijk in 286 verplaatst naar Milaan.
  • De vader van Galla Placidia, Theodosius I was de laatste keizer die de verschillende delen van het keizerrijk weer wist te verenigen. Ook had hij het Christendom tot staatsgodsdienst gemaakt. Hij verbleef zowel in Constantinopel, Milaan en Rome.
  • Theodosius I stierf in 395 en het rijk werd onder zijn twee zonen verdeeld. Galla Placidia, een dochter uit zijn laatste huwelijk, was toen pas tussen de drie en zeven jaar oud.
  • Een zoon, Arcadius,  ging zetelen in Constantinopel, de andere, Honorius bleef nog een tijd in Milaan en Rome, maar in 402 maakte hij Ravenna  tot hoofdstad.
  • In 409 werd Galla Placidia in Rome gevangen genomen door Alarich, koning van de Oost-goten en de opvolger van deze ontvoerder trouwde met haar.
  • Toen deze stierf mocht Galla Placidia terug naar de koning van het Oost-Romeinse rijk, de opvolger van Arcadius: Theodosius II.
  • Deze liet haar trouwen met een belangrijke generaal en het echtpaar ging wonen in Ravenna, dat nog steeds de hoofdstad was van het West-Romeinse rijk. Daar woonde ook haar broer, keizer Honorius.
  • Toen zowel haar man als keizer Honorius stierven werd het nog jonge kind van Galla Placidia, Valentianus III, benoemd tot nieuwe keizer van het West-Romeinse rijk. Van 425 tot zijn meerderjarigheid in 437 voerde zij het regentschap voor deze zoon uit haar laatste huwelijk.
  • Galla Placidia stierf in Rome, 27 november 450, op ongeveer zestigjarige leeftijd.

mausoleumOp bovenstaande foto zie je het mausoleum van Galla Placidia, met op de achtergrond rechts de Santa Croce

Deze vrouw was dus niet de minste, en ze liet in Ravenna zoals gezegd de Santa Croce bouwen, geïnspireerd op de Santa Croce van Rome. Van deze kerk in Ravenna is niet zoveel meer over, zeker niet van het interieur. De kerk is gemaakt met stenen die deels afkomstig waren van stenen van huizen die op dezelfde plek stonden. In de loop van de eeuwen is de kerk meerdere keren geplunderd. Van het gebouw zelf zijn later ook grote delen gesloopt, met name de brede voorhal, de zogenaamde narthex. Deze narthex had een grote zijkapel, en die is wel nog bewaard gebleven: het is het zogenaamde mausoleum van Galla Placidia. Zowel de kerk als deze kapel zijn gebouwd in de vorm van een kruis, hoe kan het ook anders. Zo had ook Ambrosius dat in Milaan al laten doen. Op munten die ze liet slaan stond aan de ene kant een portret van haar zelf, aan de andere kant een kruis. Ze zag zich zelf als een soort opvolger van Helena, de moeder van koning Constantijn, die het ware kruis in Jerusalem gevonden zou hebben. Om die reden liet ze ook de kerk Santa Croce in Rome verder versieren. In Ravenna zijn de Santa Croce en ook de verdwenen narthex ooit versierd geweest met mozaïeken. Er zijn nog  slechts enkele delen van terug gevonden, nu te zien in musea.

Maar o wonder, de zijkapel, het nu los staande gebouw, bekend als “mausoleum van Galla Placidia”, heeft wel nog al zijn originele mozaïeken. En wat voor! Je weet niet wat je ziet als je daar naar binnen gaat. Hoewel er enkele sarcofagen in het mausoleum staan is het vrijwel zeker dat het gebouw nooit als mausoleum bedoeld is geweest. Nee, in deze kapel stond vooral het heilige kruis centraal. Opvallend is ook de mozaïek met de afbeelding van de goede herder bij de ingang, die je uitnodigend naar binnen roept, niet toevallig met een kruis in zijn hand.

goede herderAl deze mozaïeken doen niet Byzantijns, maar eerder Romeins aan. Dat Byzantijnse element zien we wel in de San Vitalis die een kleine honderd jaar later is gebouwd, toen Ravenna een steunpunt was binnen het Oost-Romeinse rijk en dat tot rond 700 zou blijven. Daar zien we de typisch Byzantijnse gouden achtergrond en de afbeeldingen zijn opeens vrij  statisch. Maar hier is alles nog levendig. Het zijn werkelijk schitterend mozaïeken en ze vormen misschien wel het mooiste voorbeeld van vroeg-Christelijke kunst dat er nog is.

We zijn er nog niet. Hier in deze kapel was er nog iemand die vereerd werd: de heilige Laurentius. Laurentius was een martelaar die zijn geloof niet wilde opgeven en uiteindelijk gemarteld is door levend gegrild te worden, vastgebonden op een rooster. Waarom werd hij hier vereerd? Het Christendom was nog maar pas net staatsgodsdienst geworden in de tijd van Galla Placidia. Het was haar vader die daarvoor had gezorgd. Daarmee moest er eindelijk een einde komen aan de Christenvervolgingen die eerder opnieuw waren opgelaaid. De dood van Laurentius was een sprekend voorbeeld, een martelaar die gestorven was vanwege zijn geloof. Laurentius had al de bezittingen van zijn geloofsgroep moeten overhandigen aan keizer Valerianus I. In plaats daarvan verdeelde hij alles onder de armen en zei hij tegen de vertegenwoordigers van de keizer: ‘mijn volgelingen, deze mensen, zijn het enige bezit dat ik heb’. Toen werd hij op last van de woedende keizer levend geroosterd en daarna onthoofd. Laurentius werd een van de meest vereerde heiligen, zoals veel later nog in Rotterdam. In Venetië hangt in de Jezuïtenkerk een groot schilderij van Titiaan uit 1558 over het martelaarschap van Laurentius.

laurentius-venetie2

Onlangs stond ik bij dit mausoleum van Galla Placidia. Als je om je heen kijkt zie je vlak daarbij twee kerken. Een is dus de al genoemde Santa Croce, waar het mausoleum een onderdeel van was. De andere kerk, iets verder weg, is de San Vitalis. Dat is een Byzantijnse kerk die een eeuw later werd gebouwd. Een imponerende kerk met eveneens een bijzondere geschiedenis en connecties met de paltskapel van Aken van Karel de Grote. Maar hoe mooi en overweldigend die kerk ook moge zijn, ik prefereer de eenvoud van het mausoleum van Galla Placidia. Dit is de kapel waar bijna 1600 jaar geleden een Romeinse prinses op haar knieën zat, kijkende naar Laurentius, en denkende aan het kruis van Helena. Laurentius, die niet zoals in Venetië ligt te branden, nee hij loopt naast het vuur. Hij heeft het kruis en de bijbel in zijn handen en hij stapt over de drempel van die wereld alsof hij wil zeggen: kijk, ik ben dan wel verbrand maar het heeft mij niet kunnen deren. Mijn geloof is nog intact.

laurentius-ravenna

Het was haar kapel, wie weet ging ze er misschien wel eens op haar rug liggen, kijkend naar de prachtige koepel. Naar het schitterende kruis, tussen de sterren. Zij zelf was al oud toen de kerk met deze kapel gereed kwam. Misschien heeft ze er inderdaad begraven willen worden. Niet veel later ging ze dood toen ze weer in Rome was. Maar in Ravenna heeft ze een monument voor de eeuwigheid nagelaten.

kruis

  • Ravenna, seine Mosaiken, seine Denkmäler, seine Umgebung. Geschichts- und Kunstfuehrer. Verlag Salbaroli
  • Die Kaiserin Galla Placidia, Henry Benrath, 1937, Deutsche Verlags-Anstalt Stuttgart. 513 pagina’s. Goed leesbare historische roman gebaseerd op het leven van deze indrukwekkende vrouw.
Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Astrologische klokken

In met name Padua en Venetië kun je op diverse plaatsen klokken zien die niets met de “gewone” tijd te maken lijken te hebben. Het zijn astrologische klokken. Soms kun je ze duidelijk interpreteren. Ze zijn allemaal in de zestiende of zeventiende eeuw gemaakt.

In het dogenpaleis van Venetië bevindt zich een klok met slechts één wijzer en daarnaast zie je de dierenriemtekens. Het is als het goed is een klok waarvan de wijzer in één jaar tijd eenmaal rond draait: elke maand staat hij in een ander dierenriemteken. Zo gauw de lente begint staat hij in ram, als de zomer begint in kreeft enzovoort. Hij werkt denk ik niet meer, maar staat voor eeuwig vastgepind in vissen, het is op deze klok steeds nog net geen lente.

klok dogenpaleis-2

In datzelfde paleis zie je ook een klok die telt tot 24, en alle cijfers staan gerangschikt zoals bij een horoscoop: I staat op dezelfde plaats zoals de zogenaamde “huizen” worden geplaatst. Opvallend is dat er niet zoals gebruikelijk 12 huizen zijn maar 24. Dit is in de Chinese astrologie ook zo, elk huis, ook elk dierenriemteken trouwens, is weer in twee delen verdeeld. Deze klok maakt als het goed is in 24 uur een rondje, hij loopt dan twee keer zo langzaam als de huidige klok. Je kunt hem om die reden dan ook als een gewone klok gebruiken, elk huis of cijfer staat voor een uur.  En zo loopt de wijzer dan in de loop van de dag en nacht door alle huizen heen. Staat de wijzer helemaal naar boven gericht dan is het midden op de dag en op deze klok begint dan huis XVII.  Helemaal links is het oosten, waar de zon opkomt. Het eerste uur begint niet bij middernacht maar bij zonsopgang. Maar het tijdstip wanneer de zon opkomt hangt van het jaargetijde en van de breedtegraad af. Een echte goede astrologische klok zou daar ook rekening mee moeten houden. Ik denk dat bij deze klok elk uur even lang is en daardoor ook de tijd van zonsopgang tot midden op de dag elk jaargetijde bij deze klok gelijk blijft. Astrologisch gezien geeft hij dus waarschijnlijk alleen maar een correcte stand aan bij het begin van de lente en bij het begin van de herfst, als elk dagdeel precies even lang duurt. Wel correct zijn altijd de tijden van exact middernacht en exact midden op de dag.

klok dogenpaleis

In Padua zie je op meerdere plaatsen vergelijkbare klokken. Opvallend is dat er ook bij deze klokken weer tot XXIV wordt geteld, maar dat nu de plaatsing van die cijfers aan de rechterkant begint waardoor er niet meer een duidelijke relatie lijkt te zijn met hoe bijvoorbeeld de “huizen” in horoscopen worden genoteerd. Maar op deze klok begint de dag niet bij het opkomen van de zon zoals in de astrologie, maar bij het ondergaan van de zon! Zoals bij de joodse kalender! De foto hieronder heb ik gemaakt om 12 minuten over drie ’s middags, de werkelijke tijd (geen zomertijd, geen Midden-Europese tijd) zal ongeveer 10 over half 2 zijn geweest. Ongeveer negentien uur volgens de tijdsberekening van deze klok. Maar dat zie ik aan die wijzer niet af. Hij zal wel stil staan..

klok-padua

De allermooiste in het genre staat boven op de Torre dell’Orologio, gebouwd rond 1600, op de Piazza dei Signori in Padua. Er zijn hier duidelijk twee nog functionerende wijzers, een zien we links gericht naar XV, bijna XVI. Je kunt deze wijzer zien zoals bij ons de kleine wijzer, die de uren aangeeft. Maar hier zijn de uren ook weer gerelateerd aan de astrologische huizen. En dan ook weer 24 huizen, waarbij de dag ook hier weer bij het ondergaan van de zon begint: daar begint het eerste huis. De andere wijzer staat in een dierenriemteken, in dit geval boogschutter. De foto is gemaakt 15 december 2015, ik heb hem van een site op internet geplukt, die gaat  over de restauratie van deze klok. De restauratie is geslaagd, de klok loopt: 15 december staat de zon inderdaad in boogschutter! Fraai is hoe vanuit dit punt lijnen te zien zijn: een vierkant, driehoek en een vijfhoek. Die wijzen naar zowel andere punten in de dierenriem als indirect naar bepaalde huizen. De driehoekslijn geeft positieve aspecten aan, het vierkant spanningsaspecten. De andere wijzer wijst de tijd aan, hij wijst naar de tijd die bij ons nu zou overeenkomen met ongeveer 9 uur in de ochtend, ware tijd. (dus geen zomertijd en geen Midden-Europese tijd.) Dit is dus een echt functionerende astrologische klok, waarbij de 24 uurs-functie tegelijk ook werkt als een echte klok als je weet hoe je hem moet lezen. Links zien we bij onderstaande afbeelding op een zuil de gevleugelde leeuw (symbool van de evangelist Marcus), boven de klok staat de heilige Marcus zelf. Marcus is patroonheilige van Venetië en Padua was onderdeel van deze stad in die tijd.

piazza dei signori

De meest bizarre astrologische klok zag ik in de Frari kerk in Venetië. De toeristen gaan daar heen voor de Maria ten hemelopneming van Titiaan, die boven het hoogaltaar is geplaatst. Of voor het monument ter ere van deze schilder, of dat ter ere van Antonio Canova. (De piramide, gemaakt door zijn leerlingen). Of voor het prachtige schilderij met een madonna en kind van Bellini. Ik bezoek ook altijd het graf van Monteverdi, waar ononderbroken bloemen op liggen.

monteverdi graf

Maar in een verre zijkapel staan nog enkele kunstwerken waaronder een kast die je kunt sluiten, met  daarin een klok met zeer rijke houten sculpturen, gemaakt door Francesca Pianta, zo rond het midden van de zeventiende eeuw, niet lang na de dood van Monteverdi.

klok-frari-kleinOm de verdwenen wijzer(s) heen staan nu niet 24 maar 12 huizen zoals gebruikelijk in de astrologie, wel weer zodanig genoteerd dat de dag begint bij het ondergaan van de zon. Daarna komen de dierenriemtekens, maar deze zijn niet gegroepeerd volgens de volgorde in de dierenriem, maar naar type: links boven staan alle vuurtekens, rechts boven alle aardetekens, rechts onder alle luchttekens en links onder alle watertekens. Deze plaatsing heeft geen enkele relatie met de beweging van de aarde om de zon. Het doet me denken aan het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci, waar de apostelen naar mijn opinie niet alleen als vertegenwoordigers van een dierenriemteken zijn weergegeven, maar ook op een speciale manier zijn gegroepeerd op het schilderij. Hieronder zie je hoe bij deze klok linksboven de drie vuurtekens ram, leeuw en boogschutter staan.vuurtekens

Maar toch is er nóg een logica. Die blijkt als je naar de er omheen geplaatste sculpturen kijkt. Het hoofdidee van de sculpturen is: de klok als vadertje tijd. Hij draait en elk mens zal ooit sterven. En dat proces van geboren worden en sterven zien we ook elk jaar weer: in de seizoenen! Hoog boven alles uit torent deze vadertje tijd. Hij duwt een rad met 8 spaken, heel verveeld, heel langzaam, vooruit.

klok bovenIn elk kwadrant zie je steeds een mens en een putto, met ook telkens een zon. De zon ziet er in elk jaargetijde iets anders uit. In de zomer is hij het meest stralend, in de winter lijkt het wel een dodenmasker. Ik heb ze hieronder naast elkaar gezet:

4seizoenen

Hoe zien de seizoenen er nog meer uit? Op de volgende afbeelding hieronder zie je links boven een ooievaar en een jongeling, wat wijst op de lente. En daarbij horen ook de drie vuurtekens, vuur als symbool van kracht en nieuw leven! Dát is dus de logica van de afwijkende groepering van de sterrenbeelden!

linksboven Rechts boven zien we een adelaar en een man in de bloei van zijn leven: de zomer. Bij de zomer zijn de aardetekens van de dierenriem uitgebeeld. De vruchtbare aarde die straks voedsel levert dat geoogst gaat worden, eveneens als symbool van de zomer.

rechtsboven

Het kwadrant links beneden. Hier zie je rijpe druiven, en een man met een zwaard. Dat is de herfst. Daarbij zijn in de cirkel met de sterrenbeelden van de dierenriem de watertekens geplaatst. Water dat zorgt dat de vruchten rijp worden, water dat dient als vocht en voedsel.

linksonder

Het rechter kwadrant beneden toont de mens als skelet, verder zien we een uil:  de winter. Hierbij staan de luchttekens tweelingen, weegschaal en waterman. Wat er over blijft van het leven is uiteindelijk niet meer dan lucht.

rechtsonder

Het is een bizarre klok. Misschien gaf hij met een of twee wijzers gewoon de minuten en de uren aan en is de rest niet meer dan een symbolische weergave van het verschijnsel tijd. Maar het is wel een heel leuke klok!

Zie ook: een eeuwigdurende kalender uit de middeleeuwen

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

De Universiteit van Padua

Padua is een stad waar je met gemak meer dagen voor kunt uittrekken als je geïnteresseerd bent in historische pleinen, gebouwen of in kunst. De basiliek van de Heilige Antonius is een must. Daarnaast is er natuurlijk de beroemde Scrovegni kapel met zijn prachtige fresco’s van Giotto. En ik kan makkelijk nog zo’n vijf bijzondere plekken opsommen, ik was er al drie keer. Maar dit keer zag ik voor het eerst de oude universiteit.

Padua was een stad die in grote mate onafhankelijk was van de omringende regio’s toen aan het begin van de dertiende eeuw de familie Carrara aan het bewind was. In het nabij gelegen Bologna, waar de eerste universiteit van Europa stond die was opgericht in 1088, was er in het begin van de dertiende eeuw grote onvrede bij zowel professoren als studenten over de mate van vrijheid die zij van de stad kregen. De studenten van deze universiteit kozen hun eigen professoren en ze kregen steeds meer invloed niet alleen op het beleid van de universiteit, maar zelfs op stadszaken, zoals op het voedselbeleid en op de huisvesting in de stad. De stadsregering besloot toen dat elke student die niet uit de stad Bologna zelf kwam rechteloos was. Alle zaken rond huisvesting en voedselvoorziening werden voortaan door de stad geregeld. Daarnaast ging de stad zich ook bemoeien met het onderwijs zelf. Daarop trokken honderden studenten en ook enkele professoren de stad uit, op zoek naar een betere plek. Die vonden ze in Padua waar ze de vrijheid kregen die ze ambieerden. Toen deze stad in de vijftiende eeuw onderdeel werd van Venetië werd deze universiteit nog belangrijker.

Het oude gebouw, althans het gebouw dat betrokken werd vanaf 1493, staat er nog steeds en tot ver in de twintigste eeuw was het ook in gebruik als universiteit. Nu is eigenlijk alleen het deel waar de promoties plaats vinden nog in functie. Er aan vast ligt een gebouw uit de negentiende eeuw waar wel nog steeds colleges worden gegeven. We liepen daar doorheen en konden de colleges, in het Italiaans, vanuit verscheidene ruimtes horen. In de collegebanken werden braaf aantekeningen gemaakt. Ook in andere delen van de stad, maar ook daarbuiten zoals in Vicenza en Ravenna, zijn faculteiten gehuisvest.

toegangspoort

dakDe toegangspoort en de binnenplaats van Palazzo Bo, zoals de universiteit in het centrum heet, zijn vrij toegankelijk. De rest kun je alleen zien via een rondleiding. Wij volgden een Engelstalige rondleiding en zagen prachtige historische plekken. Zoals het oudste nog bestaande  anatomische theater ter wereld, dat tot in de negentiende eeuw in gebruik was. Tot 240 studenten konden een voorstelling bijwonen waarbij het lichaam van een ter dood veroordeelde en terecht gestelde misdadiger uit de omgeving werd ontleed. Dit ter instructie bij de lessen over geneeskunde en anatomie, enkele keren per week in de winterperiode.

theatro anatomico

Er hingen ook schilderijen van een twintigtal ex-studenten, zoals van een Vlaming en van een Hollander. Deze Hollander, Jean van Heurne, studeerde er in de tijd vlak voor het begin van de tachtigjarige oorlog. Hij was zijn studie in Leuven begonnen maar ging verder met zijn studie geneeskunde onder professor Fabricius en volgde ook colleges natuurkunde in Padua waar hij in 1566 op 22-jarige leeftijd afstudeerde. Hij keerde terug naar  Nederland en werd stadsnatuurkundige in Utrecht, waar hij over de grote komeet van 1577 schreef. Deze komeet was trouwens in die tijd een enorm spektakel dat in heel Europa zichtbaar was. Hij werd door vrijwel iedereen niet alleen als een astronomisch verschijnsel beschouwd, maar men zag het ook als een zeer slecht voorteken. Nederland zat midden in de tachtigjarige oorlog..

jean van Heurne

In Padua kon je in de middeleeuwen al veel studies volgen. Door toedoen van Petrarca kwam er ook een faculteit met humanistische vakken, je kon je bekwamen in het bestuderen van de klassieke schrijvers. Maar de medische faculteit was een van de belangrijkste. Zo werd er ook de werking van medicinale planten bestudeerd. Helemaal in het zuiden van Europa, in het koninkrijk Sicilië, was de benodigde kennis al via Griekenland en de Arabische landen Europa binnen gekomen in de twaalfde eeuw.  De lessen daarover werden toen gegeven in Salerno, een universiteit met slechts één faculteit: geneeskunde. Frederik II had behoefte aan meer universitaire vakken in Sicilië. Het koninkrijk was teveel afhankelijk van Bologna waar toen nog de enige universiteit was. Zo stichtte hij twee jaar nadat de universiteit van Padua was gesticht nog een nieuwe universiteit, die van Napels. De geneeskundige faculteit van Salerno werd al snel daarna gesloten. De boeken in het Grieks en Arabisch over plantkunde uit Salerno werden steeds meer vertaald in het Latijn en de universiteit van Padua ging de kennis die er in stond toetsen. De professoren lieten een botanische tuin aanleggen die je nog steeds kunt bezoeken.  Bij de meeste bomen, struiken of andere planten staat niet alleen een bordje met gewone toelichting, je kunt de informatie ook “voelen”, in braille. En veel van die planten staan op grijphoogte, waardoor je ze ook in het echt kunt voelen en je er aan kunt ruiken. De oudste boom uit deze tuin is een palm uit de zestiende eeuw, die ook door Goethe is gezien en waar hij lyrisch over heeft geschreven. Deze universitaire botanische tuin bestaat nog steeds en is daarmee de oudste in zijn soort ter wereld. Het is bovendien een heerlijk stukje Padua.

plataan

plataan2

Toch maakte iets anders bij mij de meeste indruk. Niet de ruimte met het nog steeds aanwezige theater, niet de portretten, niet de oude collegezalen, niet de prachtige sculpturen die overal te zien waren. Zelfs niet de prachtige botanische  tuin een eindje buiten het centrum. Nee, ik was stil en zelfs ontroerd bij het zien van een bijna verrotte, oude, houten katheder. Naast de zaal waar hij had gestaan.

zaal galileikathederDit was namelijk de katheder waarop Galileo Galilei had gestaan toen hij les gaf over van alles en nog wat, tussen 1592 en 1610. Hij vertelde daar misschien ook over zijn ontdekkingen die hij met zijn eigen gemaakte telescoop had gedaan. Ik zie hem daar in gedachten staan. Hij had geen dia’s of film ter beschikking om zijn verhaal te illustreren, geen microfoon. Nee, hij stond in een zaal, de prachtige zaal naast de kleinere ruimte waar nu de katheder staat. Daar konden makkelijk meer dan honderd studenten plaats nemen. Hij had misschien wel een tekening gemaakt om te kunnen tonen wat hij die nacht ervoor had gezien met zijn eigen gemaakte telescoop. Hij was daarvoor misschien op het dak van de universiteit geweest.
Hij schraapt zijn stem, en iedereen is ademloos. Leonardo schrijft geschiedenis:

Ecce, hic planeta Iovis. Hoc Planeta habet quattuor lunae. Et vidi annuntiabo tibi quod me hac nocte.’ (‘Kijk, hier zien jullie de planeet Jupiter. En deze planeet heeft vier manen. Ik zal jullie vertellen wat ik de afgelopen nacht allemaal gezien heb.’)

Dit en andere dingen legde hij ook vast in een boek, dat later werd uitgegeven. Daarover schreef ik al eerder. In het Nederlands vertaald schreef hij onderstaande dingen over zijn waarnemingen op 11 februari 1610, zijn laatste jaar als magister in Padua. Hij maakte ook steeds een tekening bij zijn bevindingen. Op die tekeningen is het oosten steeds links, het westen rechts. Wat hij bij zijn toelichting “sterren” noemt zijn dus de manen van Jupiter, die je kunt zien als puntjes, als waren het sterren. Hij keek naar boven met zijn kijker en legde alle veranderingen die hij bij Jupiter zag nauwgezet vast. Zo kwam er opeens een extra “ster” om drie uur ’s nachts:

Maar het derde uur zag ik een vierde ster, nabij Jupiter ten oosten, kleiner dan de andere, 0 minuten 30 seconden van Jupiter verwijderd. Ze week een klein beetje naar het noorden af van de rechte lijn  die door de andere sterren konden worden getrokken. Alle sterren waren zeer helder en erg opvallend.

jupiter en manenNiet alleen  als je iets kwijt bent, om Antonius te laten helpen met zoeken kun je naar Padua gaan. Galileo was niks kwijt. Hij vond nieuwe dingen. Ik zie de dingen die hij zag  nog steeds, af en toe,  met mijn kijker. En ik ervaar dan ook nog steeds iets van het opgewonden gevoel, zoals hij dat die nachten gehad moet hebben. Als je daar bent, in Padua, in die universiteit, vlakbij dat spreekgestoelte. Dan ervaar je de geschiedenis, die hij maakte.

13 februari 1610 en 2018
Jupiter en zijn manen

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 12 reacties

Europese verkiezingen

In de Volkskrant stond een interview met Sophie in het Veld. Zij vindt dat Europa hechter moet worden. Enkele pagina’s verder werd Derk Jan Eppink geïnterviewd. Hij vindt dat we uit de EU moeten. Allebei hebben ze zo hun argumenten.

Derk Jan Eppink zegt dat er een sterk bureaucratische organisatiedwang is in Brussel. Een organisatiedwang die zich zelf in stand houdt ook omdat daardoor mooie en goedbetaalde banen vergeven kunnen worden. Ik denk dat daar ongetwijfeld veel van waar is, het is een bekend mechanisme. En omdat in bepaalde delen van Europa deze cultuur ook op nationaal niveau de norm is valt hij moeilijk om te buigen.

Sophie in het Veld zegt dat Europa desondanks hechter moet worden om als continent ook een vorm van macht te kunnen krijgen. De plekken waar de macht nu ligt zijn Washington, Silicon Valley, Beijing, Facebook, Huawei, Apple, bij de grote kapitaalstromen. Daarom moet er een hechtere EU komen. Dat alle besluiten zo stroperig zijn in de EU komt omdat er twee raden zijn die beslissingen moeten nemen. Eentje is het Europese parlement, de andere is de Europese Raad. In die laatste zitten mensen van alle naties uit de EU. Het parlement neemt een wet aan. Maar de raad houdt het vervolgens tegen. Daarom heeft het bijvoorbeeld zo lang geduurd voordat de roamingkosten in de EU afgeschaft zijn, tien jaar later dan feitelijk gekund zou hebben als de Europese Raad het niet had tegen gehouden. Er zijn in allerlei landen heel veel belangen waar rekening mee gehouden wordt, en dat maakt dat je geen stap verder komt of dat het in ieder geval allemaal veel langer duurt dan nodig is. Tenzij je van Europa een sterkere federatie maakt waarbij de macht van de individuele landen op veel gebieden wordt verkleind: op het gebied van klimaatbeleid, vreemdelingenbeleid, vervoer, energie, telecom en ga zo maar door. De interviewer vraagt haar: bestaat er dan nog een nationaal parlement? Het antwoord van Sophie in het Veld: wij willen de natiestaat niet opheffen. De waterschappen zijn opgericht in de dertiende eeuw en die zijn er ook nog steeds.

Waarom zijn we zo bang dat onze nationale identiteit verloren gaat? In mijn geboortedorp Swalmen was de soeverein heerser in de middeleeuwen Gelre, daarna Spanje, tussendoor enkele keren de Republiek Nederland en het Frankrijk van de Zonnekoning. In de achttiende eeuw hoorde het dorp bij Oostenrijk, daarna is het twintig jaar ingelijfd geweest bij Frankrijk. In 1815 kwam het samen met België bij Nederland. Het deed mee aan de Belgische opstand en hoorde toen negen jaar bij dat land. Daarna kwam er een periode dat het zowel bij Nederland als de Duitse bond hoorde en tot slot hoort het nu al meer dan 150 jaar bij Nederland. Hoe zo moeten we bang zijn voor onze soevereiniteit? In Swalmen spreken ze nog steeds Limburgs, vieren ze uitbundig carnaval, zijn ze supporter van het Nederlands elftal.

Alleen Frankrijk heeft aan het begin van de negentiende eeuw in de gebieden die veroverd waren geprobeerd de taal “uit te roeien,” dat wil zeggen alle administratie moest in het Frans. Verantwoordelijken in bijvoorbeeld Venlo raakten helemaal gefrustreerd, de mensen saboteerden elke poging. De omliggende dorpen leverden geen gegevens aan, zogenaamd omdat het papier op was. Maar ze wilden het gewoon niet en de zetbazen in Venlo wisten dit. Het is de Fransen in die 20 jaar dat ze er de baas waren dan ook niet gelukt. Al die andere mogendheden hebben dat niet eens geprobeerd. Ja in het Gelderse deel in het huidige Noord-Limburg en in de delen van Gelre die nu over de huidige grens liggen, die opeens bij Pruissen kwamen in de achttiende eeuw, daar moest opeens alles in het Duits. Ook dat leverde hevig verzet op. Frederik de Grote streek over zijn hart. De delen die uiteindelijk bij Duitsland zijn gevoegd in de negentiende eeuw zijn inmiddels alsnog gegermaniseerd. Maar net als in de omgeving van Lille willen veel mensen die daar wonen nu toch weer Nederlands leren, ze zijn op zoek naar hun wortels. Is dat nationalisme? Nee, taal is een wezenlijk onderdeel van je cultuur. Dat moet je niet willen uitroeien. Zoals bijna elk land wel zijn minderheden heeft. De Duitse enclave in Noord-Oost België. Het Duitstalige deel van Italië. Zwitserland met naast het grotere Duitse zijn Franse en Italiaanse deel. Wat maakt Limburg Limburg? Het Limburgs op de eerste plaats. Maar maakt het uit wie er de baas is? Wat we vooral zien: ondanks alle verschillende soevereine heersers die er in de loop der tijden geweest zijn, zijn de mensen al die eeuwen een hechte groep gebleven, die het leuk hadden met elkaar maar ook graag samenwerkten met wie dan ook.

Dan nog even over het Europese songfestival. Wat is Europa toch mooi met al zijn eigen talen en tradities. Daar zou je van af moeten blijven. Maar al een hele tijd is dat afgelopen. We horen vrijwel uitsluitend liedjes in het Engels. Alle prachtige muzikale roots zijn verworden tot een popy mix gelardeerd met Amerikaans spektakel. Hier heeft blijkbaar niemand moeite mee. Maar een aantal rechtse partijen wil wel dat we onze eigen nationaliteit behouden en wil dus uit de EU. Straks moeten we misschien nog om acht uur ’s avonds eten net als in Zuid-Europa, is dat de angst? Kijk naar wat er in onze maatschappij gebeurt. Op de commerciële zenders alleen Amerikaanse series en films. Bedrijven krijgen Engelse namen. Reclame slogans zijn vrijwel uitsluitend in het Engels. Wil je een leuk t-shirt voor je kleinzoon kopen? Meer dan de helft van de bloesjes heeft een schreeuwerige Engelstalige opdruk. Het is doodnormaal. Maar toch we willen zo graag onze eigen nationaliteit behouden. Welke? En hoe?

Wat is onze nationale identiteit? Een vriendin van mij helpt een vluchtelingengezin uit Syrië. Een andere Nederlandse vrouw in dat dorp vertelde tegen de Syrische moeder uit dat gezin dat ze “zo en zo laat” moest eten, “zo en zo laat” de kinderen naar bed moest sturen en nog meer van dat soort dingen. Ze wilde het gezin integreren in de Nederlandse samenleving. De Syrische vrouw was in verlegenheid, het ging tegen haar gevoel in. Maar tegelijk moest ze dankbaar zijn. Het viel haar op hoe de Nederlanders alles zo sterk regelden. Is dat onze nationale identiteit waar we trots op moeten zijn? Helaas, dit en nog meer dingen, daar ben ik niet trots op. Voor de oorlog was er bittere armoede bij veel mensen in Limburg. Er was een gevleugelde uitspraak als er onverwacht iemand op bezoek kwam: ‘Sjmiet dich d’r neer en vrait mit ‘ne hers.” Vrij vertaald: Pak een stoel en eet met ons een stuk gebraden spek mee. Het was vanzelfsprekend dat iedereen die op bezoek kwam mee mocht eten van het beetje eten dat er was. Zoals bij dat Syrische gezin altijd van iedere onverwachte bezoeker verwacht wordt dat deze gewoon mee eet. Ik zou graag wat meer van die, bij ons verloren gegane identiteit, terug willen zien. De huidige Nederlandse identiteit bevalt me op heel veel fronten niet zo erg. Ook gezien de geschiedenis van mijn geboortedorp ben ik niet bang voor een federatie van Europa. Wat kunnen we nog veel van elkaar leren!

Geplaatst in maatschappij | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Pachelbel

  • ‘Die vrouw die ik daar zag die leek heel erg op Valéry.’
  • ‘Dat lijkt me niet logisch, Valéry woont helemaal in Zuid-Frankrijk.’
  • ‘In Toulouse toch, dat is een dorp in Frankrijk?’
  • ‘Nou, niet bepaald een dorp, het is een heel grote stad. De grootste stad van Frankrijk is Parijs, dan komt Lyon, daarna Lille en dan Toulouse. Ik denk dat Toulouse nog groter is dan Amsterdam.’
  • ‘De Eiffeltoren die is toch in Parijs opa? Ik kom na de Eiffeltoren.’
  • ‘Ja dat is waar, in dat filmpje.’
  • ‘Dat ben ik toch in dat filmpje opa, en daarna komt de Eiffeltoren?’
  • ‘Ja dat zeg jij altijd, dat jij dat bent.’
  • ‘Ik ben een keer vlakbij de zon geweest.’
  • ‘Nee toch, en heb je je dan niet verbrand? Paxi had zich ook bijna verbrand toen hij te dicht bij de zon kwam.’
  • ‘Dat weet ik, maar ik was nog veel dichter bij de zon. Daarna ging ik weer terug naar de aarde.’
  • ‘Kwam je toen gelijk van de zon vandaan? ‘
  • ‘Nee, ik ben eerst nog op de maan geweest.’

Dit soort gesprekken houdt hij met mij. Er zullen niet veel mensen zijn die dit kunnen volgen. Hij weet dat ik het allemaal net zo logisch vind als hij. Maar ik denk dat hij veel van die dingen ook niet tegen andere mensen vertelt. Het hoort bij het vakje ”opa”. Met opa heb je dergelijke conversaties. Met andere mensen heb je het over andere dingen.  Wie is Pachelbel? Ja, dat is een muziekje van een meneer. En dat hoort bij een filmpje. Eerst zie je een mens, dat is dus mijn kleinzoon. Dan zie je de Eiffeltoren. En alles wordt steeds groter, van ruimterotsen tot UY Scuty, de grootste ster die we kennen uit ons melkwegstelsel. Het filmpje kunnen we niet meer vinden. Potverdorie nog!  De muziek die erbij klinkt is de muziek met de beroemde canon van Pachelbel. Een soort passacaglia die steeds meer lijntjes erbij krijgt. Totdat de muziek heel massaal gaat klinken bij de afbeeldingen van de grootste sterren. Maar waar is het filmpje? Is het weggehaald van Youtube?

Keuken, huiskamer en serre waren vanmiddag een stukje Nederland. Met veel tunnels en rangeerterreinen. Er stond op een plek een speciale stoel. Daar konden mensen gaan zitten om te luisteren naar muziek. Dan werden ze ontroerd. Daar was die stoel speciaal voor bedoeld.

zetel

  • ‘Zullen we Pachelbel spelen?’ Hij ging achter de piano zitten. Ik speelde de bas. En hij zocht toen de bijbehorende melodie erboven. Het was nog wat onzeker. Ik heb hem niets geleerd, dat wil hij niet. Maar we moeten nu toch maar eens wat vaker gaan oefenen. Dan worden de mensen denk ik heel ontroerd.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 4 reacties

De traan en een lach

-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn.’

Emoties ervaren is niet zo makkelijk voor mensen met autisme. Mijn oudste kleinzoon is er dan ook danig mee bezig. Toen hij drie was leerde hij al gezichtsuitdrukkingen koppelen aan woede, verdriet, blijdschap. Maar “ontroerd zijn”?

Sinds enige tijd is hij door alles wat met koningin Maxima te maken heeft gefascineerd. Toen hij op Youtube een film over het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima zag viel  het hem op dat ze een traan wegpinkte bij het muziekstuk op de bandoneon.

traanmaxima
-‘Waarom moet koningin Maxima huilen?’
-‘Ze is ontroerd.’
-‘Wat is dat, ontroerd?’

Dat was nog niet zo makkelijk uit te leggen.
-‘Misschien omdat ze zo blij is dat ze gaat trouwen. Sommige mensen gaan huilen als ze heel erg blij zijn.’
-‘Als je blij bent dan ga je toch lachen?’
-‘Dat kan, maar sommige mensen moeten dan soms huilen. Het kan ook zijn dat ze een klein beetje verdrietig was omdat haar vader niet bij het huwelijk was en dat vond ze niet zo leuk.’
Uitleggen waarom die vader er niet bij was heb ik maar wijselijk niet gedaan. Maar hij vond het maar vreemd, huilen, als je blij bent.
-‘Waarschijnlijk was koningin Maxima ook ontroerd omdat ze de muziek zo mooi vond. Ze werd ontroerd door de muziek.’

Hij is onmiddellijk daarna thuis accordeon gaan spelen, die lag nog als verjaardagsgeschenk van een jaar geleden bij papa en mama. Heel fanatiek, toen hij weer bij ons kwam had hij hem mee  genomen en de hele dag bleef hij er op oefenen.  Hij zong zijn eigen gemaakte koningslied erbij:

Vandaag had hij hem niet bij zich. Hij ging weer gewoon piano spelen.

Toen hij stopte vroeg hij aan mij en mijn vrouw?
-‘Zijn jullie ontroerd?’
-‘Nee’, was het antwoord. We zeiden dat we het wel erg mooi vonden maar dat we niet ontroerd waren. Ik legde uit dat je meestal ontroerd wordt als muziek vrij zacht is, en hij speelde niet echt heel zacht. Ik ging achter de piano zitten en begon wat zachte muziek te improviseren.

-‘Zullen we samen spelen?’ vroeg hij .
Hij kroop achter het keyboard en begon heel langzaam vrij zacht te spelen. Ik haakte in en probeerde in zijn sfeer mee te gaan. Toen we precies tegelijk op een mineur tonica uit kwamen was ik warempel een beetje ontroerd.

Hij keek me aan en zei:
-‘Als ik later groot ben dan kan ik ook ontroerd zijn. Dat moet ik nog leren.’
Nu was ik warempel echt ontroerd….

Maar even later was het lachen geblazen. Hij deed het stemmetje van Maxima na bij de huwelijksvoltrekking. Dat vindt hij zeer komisch. Wij ook.

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 5 reacties

Weemoed

Mijn moeder determineerde overal waar ze kwam wilde kruiden. Dat was vooral in Limburg, in Swalmen en wijde omgeving, en vooral ook in het gebied daar over de Duitse grens. Ik herinner me dat ze een enkele keer een plantje opstuurde naar een deskundige omdat ze het niet kon determineren. Maar meestal kwam ze er zelf uit. In de flora van Heijmans en Thijsse stond alles. Zo ontdekte ze een keer “grauwe dopheide”. In deze flora kreeg deze plant het attribuut “zzz”, “zeer zeer zeldzaam”, de uiterste vorm van zeldzaamheid. Elk jaar ging ze naar de betreffende locatie kijken of het er nog steeds stond. Blij, het stónd er nog! En ik weet dat dat nog vele jaren lang het geval was. Zo vond ze ook ooit een plantje, ik weet helaas niet meer om welk kruid het ging, dat werd aangeduid met zzz? Het vraagteken hoorde bij uiterst zeldzame planten die al veel jaren achter elkaar nooit meer ergens gezien waren in Nederland. Maar mijn moeder had het gezien! Dat waren kleine maar ook intense geluksmomenten van mijn moeder. Ik genoot er zelf ook van als zij daar zo blij om was.

 Vandaag zagen we ook twee zeldzame planten. Niet van de orde van de grauwe dopheide. Van de eerste, een watergentiaan, is mijn foto helaas niet zo goed gelukt. Daarom laat ik de foto van wikipedia hiernaast zien. Het gaat om het water drieblad. Een plant die op de rode lijst staat. Bovendien waren we net iets te laat, je zag in ons geval vooral uitgebloeide exemplaren. Maar goed, ik heb hem gezien.

Hieronder nog een foto die ik zelf maakte waar je als je goed kijkt een aantal bijna uitgebloeide exemplaren op ziet staan.

water drieblad

De andere plant die ik ook nog nooit gezien had was de paarse schubwortel. Ik zag hem vanmiddag op de terugweg van onze wandeling nog een keer, nu op een andere plek. Hier kon ik gelukkig wel een mooie foto van maken.

paarse schubwortel

De paarse schubwortel is een halfparasiet. Met zijn wortels vegeteert hij op bomen en struiken, vooral wilgen zijn favoriet.

En ik had nog een geluksmoment. Bijna op de zelfde plek waar ik ook mijn moeder intens gelukkig heb gezien. Ik had haar een keer in de tachtiger jaren meegenomen naar de duinen van Oostvoorne. In het zand, in de zon, stonden daar opeens honderden driekleurige viooltjes. Mijn  moeder ging toen in het zand zitten en zei: “Ik wil hier niet meer weg”. Dat is me altijd bij gebleven. Als ik daar kom ga ik bijna steeds kijken of ze er nog staan, Ja hoor. Vandaag ook, meer dan dertig jaar later. Ze staan er nog steeds. Ik kijk, ik ben blij. Maar ik ben ook weemoedig…

viooltjesviooltje

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | Plaats een reactie

Monteverdi en het hof van Ferrara

Bij de dood van Baldesar Castiglione in 1529 liet keizer Karel V weten dat voor hem deze persoon een van de meest verfijnde mensen was geweest die hij gekend had. Waarschijnlijk had hij alleen maar diens boek gelezen, “het boek van de hoveling, il libro del Cortegiano“. Het boek bestaat uit opgeschreven gesprekken in het paleis van Urbino. Door de uitgebreidheid van de gesprekken met zeer veel verschillende personen die gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen krijg je een goed beeld hoe er aan het hof tegen veel dingen werd aangekeken. Natuurlijk was dat een geïdealiseerd beeld, maar toch. Wat in dat boek steeds weer blijkt: een hoveling moest in veel dingen thuis zijn. Hij moest goed en beschaafd kunnen spreken, maar hij diende zich ook te bekwamen in het musiceren en in het dansen. De aanwezigheid van hertogin Elisabetta Gonzaga, oorspronkelijk afkomstig uit Mantua, wordt in dit boek omschreven als bijzonder aangenaam. Ze nam actief deel aan politieke gesprekken en ze kon de mensen aan het lachen maken. Vrouwen hadden er veel te vertellen. Dit hof was een voorbeeld voor de hofcultuur elders. Vooral het hof van Ferrara was vergelijkbaar. Maar dus ook de Spaanse keizer zag het als een inspirerend voorbeeld.

Een kleine honderd jaar later wordt Monteverdi geïnspireerd door het verfijnde hof van Ferrara. Hij werkt dan in Mantua, maar omdat de zus van de hertog van Mantua, Margherita Gonzaga, getrouwd was met de laatste hertog van Ferrara, kreeg Monteverdi veel te horen over het hofleven aan dit naburige hof. Het hof van Urbino waar het boek over de hovelingen was geschreven was toen al lang ter ziele, de stadstaat was ingenomen door pauselijke troepen (1515). Datzelfde lot zou in 1597 ook het hof van Ferrara treffen. Vlak daarvoor droeg Monteverdi zijn vierde boek met madrigalen op aan de hertog en hovelingen van dat hof. Bij de opdracht schreef hij: “opgedragen aan mijn meest illustere heren en beschermers uit Ferrara. Helaas heb ik deze liederen niet eerder kunnen laten zien aan de hertog door zijn  onverwachte dood.” Het boek werd overigens pas vijf jaar later in Venetië uitgegeven, toen het hof al was verdwenen.

Als je de getuigenissen leest over de muziekwereld aan het hof van Ferrara dan begrijp je waarom Monteverdi daar graag voor schreef. De Bolognees Ercole Bottrigari, die van 1575 tot 1586 in Ferrara verbleef schrijft: ‘zijne hoogheid beschikt over twee bijzondere kamers, muziekkamers genoemd, want hierin trekken de door hem aangeworven muzikanten zich geregeld terug. Deze muzikanten zijn talrijk, zowel Trans-Alpijnen als Italianen, en met een bijzonder goede stem en een bijzonder mooie gracieuse manier van zingen, daarnaast met een bijzonder groot speeltalent – sommigen spelen kornet, trombone, dulciaan, fluit, weer anderen viola, rebab, fluit, citer harp en clavecimbel. De instrumenten worden goed onderhouden en geregeld gestemd door apart daar voor aangetrokken specialisten.’
De hertog had daarnaast een groeiende interesse voor een kleine groep uiterst getalenteerde zangers, die “da camerino” moesten uitvoeren, een soort geraffineerde concerten voor klein publiek. Vanaf omstreeks 1530 waren dat voornamelijk vier- of vijfstemmige madrigalen. Er is veel documentatie over wat er allemaal op muzikaal gebied gebeurde aan het hof.

Na de dood van deze hertog Alfonso II d’Este in 1597 namen de troepen van de paus zoals gezegd de stad in. De hovelingen onder wie hertogin Margherita Gonzaga (1564-1618) namen zo veel mogelijk kostbaarheden zoals schilderijen en tapijten mee en zetten het hofleven voort in Modena. Toen lag het hertogelijke paleis van Ferrara er opeens kaaltjes bij. Dat is eigenlijk nog steeds zo.

kasteelHet grote paleis staat in het centrum van de stad en is nu ingericht als museum. Je kunt er de gevangenis zien waar de gevangenen de muren met graffiti en met getekende spelletjes beschilderden.

gevangenisJe kunt zalen zien waar de originele fresco’s zijn  gerestaureerd. Om te voorkomen dat je een stijve nek krijgt van het naar boven kijken zijn er in het midden van enkele zalen grote spiegels geplaatst, zodat je via het spiegelbeeld de plafonds goed kunt bestuderen. Hieronder zie je de zaal waar ook alle concerten plaats vonden in de zestiende eeuw. De spelen, als bij de Romeinen, werden hier uitgebeeld. Het was een zaal van vermaak, de “Salone dei giochi” (hall of games). Alles was voorzien van fresco’s of wandtapijten. De plafonds zijn nog steeds versierd. Zes jaar geleden maakte ik foto’s (de tweede foto hier onder), ik was er onlangs weer. Na een aardbeving waren er talrijke scheuren in de plafonds die ook de decoraties hebben beschadigd. Over deze plekken heen is er een half doorzichtige tape geplakt, om verdere scheuren tegen te houden, zie de derde foto hier onder. Wat zonde!

hall of games-2

plafondschildering3

plafondschildering4

Onlangs zongen vijf zangers van Collegium Vocale Gent in het muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam onder meer een madrigaal uit het vierde boek van Monteverdi, bestemd voor deze verfijnde hofcultuur uit Ferrara. De plek waar de muziek nu klonk is vreemd. Deze muziek werd normaal gezongen voor een kleine kring in een niet al te grote zaal. Eigenlijk was hij bestemd voor de zaal die hierboven is afgebeeld, ik heb deze zaal 21 mei 2019 bezocht, enkele weken nadat ik het concert in in de grote zaal van het Muziekgebouw beluisterde. De intimiteit gaat daar volledig verloren. Wat zou ik deze zangers graag een keer horen zingen in Ferrara! Maar er werd gelukkig ook nu heel goed gezongen!

Uit dat vierde boek klonk gisteren slechts één lied. Hieronder bespreek ik een ander lied uit dat boek, een lied op tekst van Torquato Tasso. Dit was een van de meest bejubelde dichters van het einde van de zestiende eeuw, min of meer een tijdgenoot van Monteverdi.

  • Torquato Tasso  schreef onder meer het lyrische epos  “La Gerusalemme liberata”, over de eerste kruistocht. Delen van deze tekst zette Monteverdi in zijn achtste madrigaalboek op muziek, het werd een kleine mini-opera: Il combattimento di Tancredi e Clorinda.

Tot en met boek IV worden de madrigalen van Monteverdi meestal a capella gezongen. In de boeken V tot en met VIII hebben de liederen steeds een eenvoudige of juist een meer uitgebreide instrumentale begeleiding, in de vorm van een basso continuo of met nog meer instrumenten. Zo ook hoorden we gisteren bij de uitvoering van twaalf madrigalen van Monteverdi, een dwarsdoorsnede door zijn acht boeken, steeds wisselende bezettingen. Maar hoe de bezetting ook is, bij al deze madrigalen kunnen we genieten van de prachtige expressieve stijl en de verfijnde klank-uitbeelding van de tekst waar Monteverdi van het begin af aan al een meester in was.

Het lied dat ik nu bespreek uit dit vierde boek is gebaseerd op een liefdesgedicht: Cor mio! Mentre vi miro…. (mijn hartedief! Als ik naar jou kijk….).  Een thema waar ze aan de verschillende hoven in Italië al eeuwen verzot op waren. Dergelijke teksten kon je al horen in de tijd van de troubadours in de twaalfde eeuw, toen nog eenstemmig gezongen, waarschijnlijk begeleid door de zanger zelf op een middeleeuwse harp of vedel.. Petrarca dichtte in de veertiende eeuw eveneens op een vergelijkbare manier. Nog steeds deed dit dus ook Torquato Tasso. Ondanks het feit dat het lied nu door vijf zangers wordt gezongen is het zo gecomponeerd dat alles nog steeds goed verstaanbaar is. En de lading van de tekst wordt door Monteverdi geniaal op muziek gezet, vijf zangers doen samen wat de troubadour in zijn eentje deed: een spannend verhaaltje vertellen, vol met tegenstellingen, met een mooi rijmschema en met een opbouw naar de clou toe. Ik zie het zo voor me in de Salone dei  Giochi in Ferrara, de goed getrainde stemmen van de specialisten van het hof, terwijl de rest aan hun lippen hangt. Hoofse stijl ten top!

cor mio

De opname die je hier hoort stamt uit 1993 en is gemaakt door Concerto Italiano onder leiding van Rinaldo Alessandrini. Het is de mooiste opname die ik ken, ik bezit er nog enkele.

Ik heb ook nog een aparte site gemaakt met een toelichting en analyse van dit madrigaal: hoe komen al die prachtige muzikale klankschilderingen tot stand? Ik denk als je dat hebt bestudeerd je zult begrijpen waarom ik zo’n enorme fan van deze componist ben!

Analyse madrigaal Cor Mio

  • Baldesar Castiglione, the book of the Courtier
    Penguin Classics
    ISBN 978-0-14-044192-5
  • Een bijzondere renaissance, het hof van de Este’s te Ferrara.
    Prachtige catalogus van 359 pagina’s naar aanleiding van een tentoonstelling in Brussel van 2003 tot 2004. Mooie artikelen en prachtige afbeeldingen. Een hoofdstuk gaat over de muziekcultuur aan het hof.

    Uitgeverij Snoeck, 2003

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Feest

Wat kun je afleiden uit een kindertekening? Volgens sommige mensen die zich hierin hebben gespecialiseerd heel veel. Ik als leek zie er ook het een en ander in. Maar misschien omdat mijn oudste kleinzoon in alles zo open is.
-‘Waarom loop jij zo krom?’
-‘Waarom maak jij zulke kleine pasjes?’
Dit soort dingen zegt hij en ziet hij. Veel dingen observeert hij goed, vooral voertuigen. Sinds een tijd is hij daar druk mee bezig: met bussen, trams, treinen, boten. Maar ook met sociale dingen, dingen die hij tegenkomt en niet snapt. Mensen gaan soms trouwen. Hij wilde laatst de hele bruiloft van Willem-Alexander en Maxima op Youtube zien. Hij gaat immers zelf later ook trouwen. Dus wil hij graag voelen aan een vinger waar een trouwring omheen zit. Maar ook verwerkt hij in zijn tekeningen angsten. Hij is bang voor honden. Hij weet dat ze slechts komen snuffelen om kennis te maken maar hij is bang dat ze bijten. En hij is bang dat hij onder water zakt maar tekent intussen mensen die in het water springen en zwemmen. Zoals hij dat toch ook weer ziet in het zwembad.

Ik heb een aantal tekeningen die hij de laatste drie weken heeft gemaakt bij zijn ouders thuis of bij ons, grootouders, bij elkaar gezet. Per dag maakt hij diverse tekeningen, dit is een selectie. Bij de meeste tekeningen zal ik een kleine toelichting geven van dingen die mij opvallen of die hij er bij vertelde voor zover ik me die nog herinner.

01-klein

Uit zijn hoofd tekent hij de kaart van Nederland. Links is de Noordzee, dat zie je door de golfjes met een boot. De rode lijnen zijn de lijnen van de spoorweg. Utrecht is goed herkenbaar. Er gaat ook een lijn naar Zeeland, Den Haag en Tilburg zo te zien. Er staat trouwens niet Tilburg, maar Zuit….. (?)

02-klein

Zo te zien een tafereel onderweg. Knus op een bankje, de fiets erbij. Het kindje op de step is misschien zijn broertje

03-klein

Ja voetballen, ik schreef er al eerder een blog over. Er zit iemand met gespreide benen op de grasmat. Waarschijnlijk gevloerd door de persoon die van de scheidsrechter een rode kaart krijgt.

04-klein

We zaten laatst in een oude sprinter maar met wel allemaal mooie nieuwe blauwe stoelen.

05-klein

-‘Niet voorbij “het rode” lopen!’ Zo vermanen we onze kleinkinderen als we over de dijk lopen met aan weerszijden een rood fietspad. Hier zien we niet de dijk maar wel aan een kant van de weg een fietspad. Het is een levendige plek, waarschijnlijk Schoonhoven, waar ze wonen. Er is ook een bakker. En een waarschuwingsbord. Gezellige huizen met schoorstenen.

06-klein

Ik denk dat hij zich zelf met broertje en zusje heeft getekend. Hij zelf kijkt naar ons, zijn broertje opzij naar zijn zusje en zijn zusje kijkt de andere kant uit. De laatste tijd begint hij mensen met armen te tekenen, maar heel vaak ook laat hij die nog weg.

07-klein

Feest! Kijken en zwaaien uit het raam.

08-klein

09-klein

Het zwembad. Zwemmen en springen vanaf de kant.

10-klein

Een dubbeldekker. Op de achtergrond twee sprinters. Er staat ook een man met een blindengeleidestok bij die een kind met zijn andere hand vast houdt. Dat is hij zelf denk ik. Dat heeft hij laatst namelijk gedaan, alleen het was niet bij een trein!

11-klein

Koningin Maxima houdt de koning vast, je ziet alleen zijn arm. Rechts het toegestroomde volk.

12-klein

Canvas, dat is van de Belgische TV. Die zender kent hij omdat Canvas op Youtube filmpjes over het ontstaan van de aarde heeft gezet. Er is geen verband met de tekening. Hij vertelde dat dit station Uitgeest was. Die naam heeft hij horen omroepen in de sprinter van Rotterdam naar Gouda. Dat is dus een eindstation. Je kunt niet verder gaan als helemaal rechts. Daar is echt het eindpunt! (Dat zwarte puntje…)

13-klein

Feest! Er wordt gedanst.

14-klein

Dat enge beest met zijn grote rode tong is gelukkig aan de lijn.

15-klein

Een man met een blindengeleidestok en een zonnebril. Intussen is hij ook met sommetjes bezig.

16-klein

Hij heeft getekend wat hij allemaal op zijn slaapkamer wil hebben: Links een tekenbureau met stoel. Een prikbord voor tekeningen of foto’s. kasten.

17-klein

Boot op de Lek. Ziet hij dagelijks, hij wil steeds weten waar die heen gaat en waar hij vandaan komt. Soms ziet hij ook onbekende, gele vlaggen. Er is ook een markeringsboei in het water.

Je ziet hoe de tekeningen technisch steeds beter worden, maar ook hoe hij steeds nieuwe dingen gaat tekenen. Enkele maanden geleden tekende hij alleen nog maar planeten en treinen. Nu tekent hij de halve wereld, vooral ook, en dat is erg leuk, dingen die hij ziet en mee maakt. In juni wordt hij zes jaar. Hij is vaak erg angstig, maar gelukkig vooral ook veel blij. Hij kan letterlijk huppelen van blijdschap. En zijn tekeningen weerspiegelen vooral dat laatste. Ook als hij geen feest tekent zijn deze tekeningen een feest!

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 6 reacties

Jupiter en zijn manen

Galileo Galilei was de eerste die in 1610 de vier grootste manen van Jupiter met zijn telescoop zag. Deze manen blijven voor amateur astronomen een dankbaar object. Er is een app die heet “sterbeeld” en daar kun je op zien welke dingen elke avond interessant zijn voor amateur astronomen. Steevast kun je zien waar de grootste manen van Jupiter zich op een bepaald moment bevinden. Nog veel langer ken ik een dergelijke site op internet waar je deze stand over de hele wereld per 5 minuten kunt instellen.

Gisteravond regende het best stevig maar toen ik vanochtend al voor vijf uur wakker werd was het droog. Ik keek naar buiten door het badkamerraam en zag onmiddellijk de maan en Jupiter. ‘Kom op’, dacht ik bij mezelf. Ik kleedde me aan, pakte mijn camera met statief en ging naar buiten. Eerst maakte ik een foto van Jupiter: ik zag gelijk op het scherm ook de vier manen! Daarna maakte ik een foto van onze maan met zijn prachtige kraters. Nog een foto van Jupiter, nu zo dicht mogelijk vanuit de uiterste tele-stand. Toen maakte ik een omgevingsfoto met zowel de maan als Jupiter er op. Tot slot nogmaals een foto van Jupiter met zijn “Galileïsche” manen. Tussen de eerste foto en de laatste zat tien minuten.

Binnen bekeek ik het resultaat op mijn computer. Daarna zocht ik op hoe de manen op dat moment stonden, zowel bij de eerste foto als bij de laatste foto (10 minuten later). Je kon zien dat Io, de maan die het dichtste bij Jupiter staat, vanuit de aarde gezien in vrij snel tempo dichter richting Jupiter aan het bewegen was, dus na tien minuten er al zichtbaar iets dichter bij stond. Verder zag je in die korte tijd geen verschil. Het is de sensatie van de amateur astronoom dat je niet alleen die vier manen ziet, maar dat je ook weet welke maan wie is: zie je dat puntje, links, vlak bij Jupiter? Dat is de maan Io, die door de aantrekkingskracht van Jupiter een extreem soort getijdenwerking vertoont. Bij ons is het eb en vloed, we hebben regelmatig “hoogwater”, maar op die maan wordt er niet water aangetrokken, maar spugen de vulkanen bij “vloed” voortdurend vuur uit.  Je ziet op de foto niet meer dan een puntje maar je weet om welk object het gaat. Door een tijdje te blijven kijken had ik trouwens waarschijnlijk ook zonder app achterhaald welke maan van de vier Io was. Deze maan staat het dichtste bij Jupiter en draait er het snelste om heen. Een uur later had je het verschil absoluut nog veel beter kunnen zien, dat kan alleen als het om Io gaat. Om 10 uur vanochtend ongeveer schoof Io voor Jupiter langs en had ik op de detailfoto van Jupiter zijn donkere schaduw kunnen zien, tenminste:  als het nog donker was geweest….

Op onderstaande afbeelding uit de site op internet zie je hoe de officiële stand was bij de eerste foto, daarna komt mijn eerste foto en dan de laatste foto van tien minuten later. Er onder staat een close-up van Jupiter, daar weer onder de omgevingsfoto met links de maan en rechts Jupiter en als laatste zie je mijn foto van de maan, al weer bijna in het laatste kwartier

vergelijkingjupiterochtendmaan

De site waar je de stand van de manen van Jupiter per vijf minuten kunt instellen en zien:

http://www.shallowsky.com/jupiter/

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | 5 reacties

2-0-2

Als mijn oudste kleinzoon de logopediste bezoekt komt altijd van alles ter sprake. De assistente deed de deur open:

-‘Ik ga de volgende week logéren!’
Binnen gekomen zei hij precies hetzelfde bij de logopediste zelf. Zij vroeg gelijk door. ‘Waar ga je logeren?’ ‘Hoe lang?’ Hij gaf overal antwoord op. Opeens greep hij met een hand naar zijn keel.
-‘Ik geloof dat ik moet spugen’.
De laatste tijd is dat een steeds terugkomende fobie, angst voor overgeven. Hij heeft het gelukkig zelf onder controle. Hij verjaagt de spuugbeestjes in zijn hoofd, pfff. In een wolkje verdwijnen zij. Dat heeft zijn vader hem zo geleerd. Zij ging door over het verschil tussen als je moet overgeven of als je speeksel uitspuugt. En zo kwamen ook de spuugbeestjes ter sprake: heel kleine vliegjes die op een blaadje spugen en daar een nestje in maken.
-‘Dus spuugbeestjes bestaan echt?’
-‘Ja zeker.’
-‘En die zitten dan ook in je mond?’
-‘Natuurlijk niet. Er zitten toch geen beestjes in je mond?’
Na enig nadenken moest hij dat beamen.
-‘Maar wel in je buik toch?’
-‘Nee toch, er zitten toch geen beestjes in de buik?’
-‘Maar toch wel bacteriën? Goede en slechte bacteriën zitten daar’, antwoordde hij wijs.’
Dat moest ze toegeven. Toen ging ze aan de slag. Ze begon met de oefeningen.

Gelijk na het bezoek aan de logopediste wilde hij naar de speeltuin. Achteruit over de glijbaan, zo hoog mogelijk schommelen, de radslag doen, op de wip met opa. Er waren zes jongetjes van een jaar of acht aan het voetballen.
-‘Ik wil ook voetballen’.
-‘Ga maar vragen.’
Hij vroeg of hij mee mocht doen en dat mocht. Ik ging een beetje in de buurt staan want ik hield mijn hart vast. Hij werd ingedeeld bij een van de twee partijen. Eigenlijk was het niet eerlijk, want nu was het vier tegen drie. Maar OK. Hij kreeg de bal, schopte hem willekeurig naar voren, recht voor de voeten van een tegenstander. Die schopte hem snel door de benen van mijn kleinzoon door die voor het doel stond. Doelpunt! 1-0. Dit herhaalde zich nog een keer. 2-0. En daarna binnen enkele minuten weer. De partij waar hij bij hoorde begon zichtbaar te balen en ik hoorde mopperende geluiden. Het was dan wel vier tegen drie, maar desondanks vroeg een jongen aan  de tegenpartij of mijn kleinzoon niet bij hun mocht spelen. Daar hadden ze geen trek in. Ik verwachtte nog meer problemen dus ik zei tegen hem dat we weer eens  naar huis moesten. Met enige tegenzin ging hij mee.  In de auto vertelde hij dat hij “het voetballen erg leuk” had gevonden.

Thuis gekomen ging hij tekenen.
-‘Opa, hoe maak je een vraagteken?’
-‘Zal ik het voordoen?’
-‘Ja. Schrijf maar hier.’
Hij wees een plek aan op een nog leeg vel papier en ik tekende daar een vraagteken. Toen liep ik naar de keuken om te gaan koken. Ik hoorde hem keihard met boze stem letters spellen. Waar had hij het in godsnaam over? Ik was nieuwsgierig maar ging toch niet naar hem toe. Even later vroeg hij vanuit de verte:
-‘Opa, hoe schrijf je “nauw”?
-‘met a-u. Ik spelde: n-a-u-w. Toen realiseerde ik me dat hij misschien ook nog wat anders zou kunnen bedoelen.
-‘Wat wil je dan schrijven?’ Ik liep naar hem toe.
-‘Nou, dat komt omdat…’
-‘Je bedoelt een ander soort “nou”. Ik maakte een zinnetje met nauw en wijd en vertelde dat “nauw” hetzelfde klonk als “nou”. Het zijn synoniemen.’
-‘Nee opa, het zijn homoniemen. Een synoniem is bijvoorbeeld “lichaam” en “lijf”. Dit zijn homoniemen.’
-‘Natuurlijk, je hebt gelijk. Ik maakte een vergissing.’
Het is erg goed dat hij hoort dat alle mensen vergissingen kunnen maken. Tot voor kort begon hij te huilen als hij zich een keer vergiste. Maar langzaam accepteert hij dat dat niet erg is. Iedereen vergist zich wel eens.
Ik liep naar hem toe en zag dat hij alleen pas een “N” had geschreven. Keurig liet hij deze letter  volgen door een o en een u.
Uiteindelijk had hij een tekening met een verhaal. Ik las in mezelf het boze begingedeelte met een vraagteken en een uitroepteken:

spuugbeestje
-‘Wat gebeurt? als de sterren gaan bewegen!’
Het antwoord was simpel:
-‘Nou, dat komt omdat de Melkweg gaat bewegen. 2-0-2.’
2-0-2, zo legde hij me uit, dat is de afstand in lichtjaren waarop dit plaats vindt.

Ik had geen flauw idee hoe hij op dit verhaal gekomen was. Bij het eten joeg hij weer een paar keer een spuugbeestje weg. Met het grootste gemak verdween het met een wolk in het heelal, huppekee, makkelijk zat. Doelpunt! 2-0. Of 0-2?

2-0-2

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Het leven en het zwarte gat

zwartgatDe vorige week verscheen er een foto van een zwart gat. Een mooie sprekende foto. Zwarte gaten kun je per definitie niet zien. Toch zie je hier een foto met een zwart centrum en daaromheen een gebied dat er niet overal hetzelfde uitziet. Dat omgevingsgebied kun je blijkbaar wel zien. De foto is gemaakt door de beelden van veel telescopen die exact op elkaar waren afgesteld te combineren. En door dan van alle data een combinatie te maken en daar weer een kleurenplaatje van te maken krijg je niet alleen als leek een beeld, maar volgens de berichten ook iets waar wetenschappers van alles uit kunnen afleiden.

Ik heb enkele maanden geleden het laatste boek van Stephen Hawking gelezen, samengesteld uit artikelen waar hij voor zijn  dood een jaar geleden nog mee bezig was en die nu gebundeld zijn. Een hoofdstuk gaat over zwarte gaten. Als je dat leest kom je er al snel achter dat je, zelfs wanneer je een bèta-iemand bent zoals ik, echt wel natuurkunde gestudeerd moet hebben om het te kunnen volgen. Toch kreeg ik een idee van hoe het werkt.

Het begint met aantrekkingskracht. Ik gooi een bal omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een kanonskogel omhoog en hij valt terug op aarde. Ik schiet een raket met een bepaalde snelheid omhoog en hij valt niet terug op aarde, sterker nog, ik kan hem als een satelliet om de aarde, de maan, of Mars laten draaien. Als de snelheid, de zogenaamde ontsnappingssnelheid, maar groot genoeg is. Op aarde is de ontsnappingssnelheid veel groter dan op de maan. Daar is veel minder energie nodig om weg te komen. De zwaartekracht is er veel kleiner. De zwaartekracht op de zon is honderden keren zo sterk als die op aarde.

Om de aarde draait de maan, de aarde draait om de zon, en de zon draait om de kern van ons melkwegstelsel. Zwaartekracht kan dus nog werkzaam zijn op zeer grote afstanden, mits de snelheid van de bewegende lichamen maar groot genoeg is. We kijken dan feitelijk naar al deze hemellichamen en hun positie in het verleden. De dichtstbijzijnde sterren zijn al gauw enkele lichtjaren verwijderd, en de kern van ons melkwegstelsel is duizenden lichtjaren verwijderd.

  • Wat is een zwart gat? Als er een object bestaat dat zo zwaar is dat zelfs een foton, een lichtdeeltje, niet snel meer genoeg is om te ontsnappen, dan vallen al die fotonen terug op dat object. Het licht is niet meer in staat om weg te komen, we kunnen niets zien van het object. We hebben dan een zwart gat.
  • Hoe ontstaat een zwart gat? Het moet gaan om een extreem zwaar object. Dat gebeurt als een ster aan het einde van haar leven is. Althans als de ster groot genoeg is. Helium en waterstof zijn opgebrand, de ster gaat imploderen en dat betekent dat alle verdere materie steeds dichter op elkaar komt te zitten, zo dicht dat het object uiteindelijk zo zwaar is dat het licht niet meer kan ontsnappen. Als de originele ster niet groot genoeg is dan zal ditzelfde proces ook plaats vinden, maar wat er dan over blijft is niet zwaar genoeg om het licht vast te houden. Zo’n ster die geïmplodeerd is kunnen we dan nog steeds zien. Het wordt een kleine dwergster. Dit zal in de verre toekomst ook het lot zijn van onze zon. Hij zal nooit tot een zwart gat kunnen worden. Hij is te klein.
  • Welke wetten gelden er in een zwart gat? We kunnen hun massa meten, hun elektrische lading meten en we kunnen het impulsmoment meten. Het impulsmoment zegt iets over de snelheid van draaien en de draairichting van het zwarte gat. Een zwart gat is voortdurend in beweging. Maar er blijkt nog een vierde natuurkundig verschijnsel een rol te spelen. De zogenaamde supertranslatielading. Deze lading bevindt zich op grotere afstand van het zwarte gat, maar zegt wel iets over dat zwarte gat, over wat er eigenlijk in zit. Als je het zwarte gat een lichaam noemt zou je de supertranslatielading zijn haar kunnen noemen. Ik kan niet uitleggen wat supertranslatie is, maar deze vergelijking maakt het enigszins aanschouwelijk.

Ik stel me zo voor dat we het gebied rond het zwarte gat op de foto kunnen vergelijken met wat Hawkins het supertranslatiegebied noemt. Dat gebied, als je dat weet te analyseren, geeft dan iets prijs over het zwarte gat, dat je per definitie niet kunt zien.

Een ster komt aan het einde van zijn leven. Hij implodeert tot iets dat je niet meer kan zien. Maar er is wel iets. Zelfs iets met eigenschappen. Na elk sterven verdwijnt geleidelijk hetgeen je kunt waarnemen, maar er blijft toch iets over. Een soort halo. Iets dat zelfs enigszins te beschrijven valt.

Is dit niet wat er voortdurend om ons heen gebeurt? Planten, dieren, mensen gaan dood. Er blijft niets van ze over. Uiteindelijk zie je niets meer. Maar er blijft toch iets achter, iets dat je niet ziet. Iets dat met de normale natuurkunde niet te zien is. Maar misschien voelen we het? Ik denk dat ons gevoel, onze intuïtie veel verder gaat dan wat dan ook. Zwarte gaten zijn volgens mij onbewust een onderdeel van ons zijn. De foto in de krant is dan misschien te vergelijken met een zwart-wit foto, gemaakt met een polaroidcamera, van een ster in het hiernamaals.

Stephen Hawking, de antwoorden op de grote vragen. Spectrum 2018. ISBN 978 90 00 36504 3

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , | 2 reacties

Wedstrijdje

Mijn twee kleinzonen van drie en vijf jaar doen graag wedstrijdje. Wie komt er het eerste ergens aan. Zo ook gisteren.
-‘Zullen we wedstrijdje doen?’ Ze kijken elkaar ondeugend aan en je verwacht nu dikke pret. De oudste was op de fiets en zijn jongere broertje was te voet. We waren net aangekomen bij het fietsersdijkje in het stadje waar ze wonen. Uiteraard kon het jongere broertje hem niet bijhouden en hij krijste en schreeuwde dat zijn grote broer moest stoppen.  Het frustreerde hem mateloos en hij besefte waarschijnlijk dat het oneerlijk was. Hij heeft een groot ego en wil altijd alles het eerste. Het eerste in de auto, het eerste uit de auto, het eerste aanbellen. Nu verloor hij.
Waar een weg overgestoken moest worden wachtte zijn broer op de fiets braaf. Allebei wachtten ze ook op mij die samen met hun jongste zusje  onderweg nog helikoptertjes (esdoornzaadjes) verzamelde. Eindelijk waren we er.  Het jongste broertje was uitgehuild en rende toen zo hard hij kon richting huis, het laatste stuk. Voordat de oudste zijn fiets op gang had… Deze snelde achter hem aan, maar verloor en dat mocht niet…
-‘ík moest winnen, ík moest winnen’, krijste hij. Bij hun huis aangekomen wilde hij zijn broertje meppen die angstig naar mij terug vluchtte en ook weer begon te huilen. Ik heb ze vermanend toegesproken en hun te kennen gegeven dat ze nooit meer wedstrijdje mochten doen omdat ik het veel te gevaarlijk vond en ze ook altijd ruzie kregen.
-Sorry opa, ik zal geen wedstrijdje meer doen’, zei mijn oudste kleinzoon berouwvol.

Die middag was ik nog met alle drie de kleinkinderen in een speeltuin geweest. We hadden een voetbal meegenomen. De oudste wilde met mij voetballen, de andere twee gingen zelf spelen. Dat ging leuk, hij verzon wat we gingen doen, het waren allemaal dingen die hij inmiddels geleerd heeft zoals dribbelen, penalty schieten en elkaar de bal ontfutselen. Vanuit de verte riep het jonge zusje ons toe:
-Wíe wil er een ijsje, wíe wil er een ijsje. (vierkwartsmaat: kwart, achtste triool kwart kwart. Maatstreep: kwart, achtste triool kwart kwart.)  Zij stond boven op een kleine glijbaan en was  zogenaamd ijsjes aan het verkopen. Wij moesten een ijsje komen kopen.
-‘Ja ik!’ riep mijn oudste kleinzoon en rende naar zijn zusje toe. Ik wilde natuurlijk ook een ijs. Hij kocht een chocolade ijsje en ik een vanilleijsje met slagroom. Het smaakte voortreffelijk. Dus we namen nog een tweede ijsje. Toen wilde hij weer met me verder voetballen maar zijn broertje riep me, ik moest met hem op de wip. Dus ging mijn oudste kleinzoon zelf spelen: de radslag doen en schommelen.

Er waren inmiddels twee meisjes gearriveerd van denk ik ongeveer tien jaar. Mijn kleinzoon begon op te scheppen over alles wat hij al kon. De meisjes keken meewarig naar het kleine ventje en prezen hem. Dat ging goed. Dacht ik… Maar toen ik inmiddels met zijn broertje aan het voetballen was zag ik vanuit de verte dat hij het al niet meer zo naar de zin had.. In de auto keek hij sip en vertelde half huilend wat er was gebeurd.
-‘Die meisjes zeiden dat ik nog bijna niets kon’.

Hij heeft er nog geen flauw idee van hoe dingen werken. Wedstrijdje betekent dat hij moet winnen. Of dat logisch is dat weet hij niet. Hij beseft niet dat een fiets veel sneller gaat dan iemand die rent. Zo realiseert hij zich ook niet dat “iets kunnen” op de ene leeftijd iets anders betekent dan op de andere leeftijd. En dat hij door zo te praten tegen kinderen geplaagd gaat worden. Wat de meisjes gezegd hebben weet ik niet. Misschien hebben ze hem helemaal niet geplaagd maar heeft hij hun antwoorden zo geïnterpreteerd. Hij moet uitgelegd krijgen hoe die dingen werken. Dat de dingen die hij kan voor zijn leeftijd best aardig zijn, maar dat als hij wat ouder is dat hij dan waarschijnlijk veel meer kan. En dan lijkt wat hij nu kan nog eigenlijk nog niet zo veel te zijn. En wedstrijdje spelen is alleen leuk als het gelijkwaardig is: twee kinderen die even groot zijn allebei op de fiets bijvoorbeeld. En dat je dan ook kan verliezen en dat hoort en dan ook bij. Hij heeft hier nog geen flauw idee van. Al die dingen worden in zijn hersens niet of op een verkeerde manier gecombineerd. Gelukkig is hij nog zo klein  dat hij er niet veel mee geplaagd wordt, nóg niet…. Dus hij zal steeds meer moeten gaan leren hoe die dingen werken. Allemaal op een verbale manier,  vanuit een concreet voorbeeld. Wat geen garantie is dat hij het in een iets andere situatie begrijpt en toepast.

stationVanmiddag was hij als enige van de drie kleinkinderen bij ons. Hij gebruikte de  kamer, serre en keuken om zich in een fantasiewereld uit te leven. Overal kwamen stations, reden er treinen en auto’s, gebeurden er ongelukken waar prorail bij te pas moest komen en ook klonken er herhaaldelijk sirenes van ambulances. Intussen zong hij van alles. Vooral ook een liedje over koningsdag. Met zijn prachtige stem, loepzuiver en muzikaal. En voor het eten deed hij weer braaf zijn logopedie oefeningetjes om zijn lipspieren te versterken, die door zijn vroeggeboorte niet goed ontwikkeld zijn. Op weg naar huis was er geen wedstrijdje.  Maar hij kreeg thuis wél een gezelligheidshapje!

 

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 2 reacties

Het valkenboek van Frederik II

Rond 1600 schrijft de Britse filosoof Francis Bacon dat de natuur niet moet worden opgevat als een gecodeerde boodschap van God. De natuur heeft geen gecodeerde boodschap. Echte kennis vind je door goed te observeren en te experimenteren. Zelfs Aristoteles, de eerste natuurwetenschapper, ging niet helemaal zo ver. Deze stelde dat van alles een oorsprong moet zijn. Deze oorzaak is pure vorm. Het uiteindelijke doel van alles is het vinden van de volmaakte vorm. In zijn teleologische denken had alles wat er bestaat dat tot doel. Vanaf 1250 was de invloed van Thomas van Aquino erg groot. Volgens hem was alles gemaakt volgens een plan van God. Elke plant, elk dier had een bedoeling, hield een verborgen boodschap in zich. De bijbel gebruikte je om dit goddelijke doel, die boodschap te ontraadselen.
Samenvattend zien we dus drie wetenschappers: Aristoteles rond 350 voor Christus in Athene, Thomas van Aquino in Napels en Parijs rond 1250 en Francis Bacon in Cambridge en Londen rond 1600. Aristoteles was de eerste echte wetenschapper die alles grondig observeerde. Maar wilde tegelijk weten: wat is het doel van dit alles? Thomas van Aquino vond dat doel door naar de bijbelse teksten te kijken. Bacon stopte met het zoeken naar een doel en beperkte zich tot observaties. Hierdoor werd hij door latere filosofen als Voltaire en Kant geprezen.

Er is nog een vierde wetenschapper. En dat is keizer Frederik II. Hij schreef een zesdelig boek over de valkenjacht. Vol met observaties, afbeeldingen en beschrijvingen van experimenten. Hij begint met de vogels als soort te beschrijven en gaat daarin zeer grondig, dieper en verder dan alles wat er tot op dat moment ooit over vogels is geschreven. In het hele boek wordt God nergens genoemd. Het is helemaal opgezet in de trant van het latere denken van de filosoof Bacon. Frederik II is zijn tijd daarmee bijna 300 jaar vooruit.

Frederik II had veel moeite met theologische dogma’s. Hij omringde zich met veel wetenschappers, ook Arabische en joodse. En hij vroeg zich allerlei dingen af. Michael Scotus, die hij al in 1209 (de keizer was toen pas 14 jaar) naar zijn hof had laten komen, was lang zijn belangrijkste raadgever. Scotus, de Schot, had gestudeerd in Oxford en Parijs. Aan het hof van de keizer leerde hij Arabisch en vervolgens heeft hij vele wetenschappelijke werken uit het Arabisch in het Latijn vertaald. Frederik wilde dat hij die kennis doorgaf aan Frankrijk en Engeland. Scotus ging daarna als vertaler naar Toledo, waar indertijd het grootste vertaalinstituut van de wereld was. Van 1220 tot 1224 werkte hij aan de universiteit van Bologna en van 1224 tot zijn dood in 1234 was hij weer in dienst van Frederik II. Zo vroeg Frederik aan Scotus: ‘waar zetelt God en waar houden de engelen zich mee bezig?’ Hij wilde ook alles weten over vulkanen, wat is de oorzaak van zout water en wat is de afstand van de aarde tot de hemel. Na de dood van Scotus waren het Theodorus van Antiochië en Ibn Sab’in die zijn honger naar kennis moesten lenigen. Zo wilde hij van deze laatste weten ‘of de aarde eeuwig was’. Dat alleen al, het ter discussie durven stellen van dingen waar de bijbel duidelijk over was: God had de aarde geschapen er zou ook een einde aan komen. Maar Frederik II had Aristoteles, Avicenna en Averoës gelezen, die alle drie stelden dat de aarde oneindig was. Ibn Sab’in, een gelovig moslim zegt dan voorzichtig dat deze heren zich vergist moeten hebben. Na lange argumentaties meent hij dat de aarde wel degelijk een begin en einde heeft gehad. Daar moet de twijfelende keizer het mee doen. Ook wilde de keizer meer weten over metafysica. Vage dingen waar hij niets mee kon maar waar hij toch in was geïnteresseerd. Ibn Sab’in gaf hem vervolgens een inleiding tot het gedachtegoed van het soefisme. En toen durfde hij zelfs een zeer drieste vraag te stellen: ’zijn er bewijzen voor de onsterfelijkheid van de ziel?’ Hij kreeg acht antwoorden uit zowel de bijbel als de koran waaruit zou moeten blijken dat de ziel onsterfelijk is. Dit soort vragen diende je als Christen niet te stellen. Hierdoor was je al bij voorbaat verdacht. Wat Gregorius IX en Innocentius IV hier van ter ore is gekomen weten we niet, maar alleen al het gerucht hierover zou genoeg geweest zijn om hem in de ban te doen. Maar Frederik II was nieuwsgierig, hongerde naar kennis en wilde van alles het liefst concrete bewijzen hebben.

In 1248 belegerde Frederik II voor de tweede keer de stad Parma. Hij had zich alle tijd genomen en had besloten om de stad na inname compleet te verwoesten. Hij was al begonnen met een nieuwe stad te laten bouwen een eindje voorbij de oude. In een van de gebouwen die er waren neergezet streek hij neer met zijn hofhouding. Toen hij op een dag met vele metgezellen op jacht ging en de nieuwe stad nauwelijks actief bewaakt werd kwam er een onverwachte uitval vanuit Parma. Het grootste deel van de nieuwe stad ging in vlammen op, ook het koningshuis van Frederik II. De schatkist, die daar aanwezig was, werd buitgemaakt. Maar wat ook meegenomen werd, of wellicht in de vlammen opging, was het levenswerk van de keizer, zijn eigenhandig geschreven valkenboek, of zoals het heette: “De Arte Venandi cum Avibus” : over de kunst van het jagen met vogels. Dit boek is nooit terug gevonden. Wel bleken er later twee kopieën te bestaan, waarvan er een volledig was. Het incomplete exemplaar bestaat uit twee delen en was een kopie die in het bezit was van zijn zoon Manfred, ook een hartstochtelijk valkenier. Manfred had er nog wat aanvullingen bij gezet. Dit boek bevindt zich tegenwoordig in de apostolische bibliotheek van het Vaticaan. Het perkamenten folioboek, met 220 foliovellen van 25 bij 36 cm en met meer dan 900 afbeeldingen in kleur, is een feest voor het oog. Veertig jaar later is er een Franse vertaling van gemaakt, met ook weer de afbeeldingen. Het is opvallend hoe deze vertaling “gekerstend” is. De voorpagina van het origineel laat Frederik II zien, die in de Franse vertaling door een Christusfiguur is vervangen. Ook zien we daar hoe een abtfiguur de opdracht geeft aan een scribent. Zo hoort het!

frontpagina

frontpagina gekerstend

Het complete valkenboek, De Arte Venandi cum Avibus, bestaande uit zes delen, kwam pas als kopie tot stand aan het eind van de dertiende eeuw en bevindt zich nu in de universiteitsbibliotheek van Bologna. Van welk origineel dit boek is overgeschreven weten we niet. Deel I van dat boek gaat over de bestaande kennis van de ornithologie, aangevuld en verbeterd naar eigen inzicht door de keizer. II gaat over de grondslagen van de valkerij, III over hulpmiddelen als de loer en het valkenkapje, IV over de jacht op kraanvogels, V op de reiger en VI over de jacht op watervogels. Om een indruk te geven over het boek van Frederik II citeer ik een passage uit het eerste boek (I, 167): “Hoe de vleugels bewegen” (Dit citaat is overgenomen uit het boek van Ben J.P. Crul.)

Vleugels kunnen – naar believen van de vogel – op allerlei manieren bewegen, naar boven, naar beneden, naar voren en naar achteren, uitspreiden en weer samentrekken. Al deze verschillende bewegingen zijn mogelijk door de talrijke spieren van de vleugel. Bij het spreiden en weer opvouwen van de vleugels zijn meerdere spieren betrokken. De slagpennen houden de vleugel in de lucht als de vleugel is uitgeslagen en in beweging is. Ze zorgen ook voor de voorwaartse beweging. Als de vleugel is samengevouwen, worden de primaire mesvormige slagpennen bedekt door kleinere dekveren. Om te dalen bij het vliegen steekt de vogel de vleugels naar boven, om te stijgen beweegt hij die met kracht naar beneden. Als de vogel vanuit een positie waarbij de vleugels hoog langs de rug zijn gevouwen, de vleugels naar beneden slaat dan ondervindt deze zowel een impuls omhoog als naar voren. Hoe hoger de vogel de vleugel rugwaarts kan bewegen, des te krachtiger de neerwaartse (en achterwaartse ) slag kan zijn.

Hieronder een afbeelding uit het boek waar de soorten valken worden getoond in hun habitat.

Linksboven: het mannetje wacht al enige dagen van te voren op het nest. Soms komen ze ook gelijktijdig aan (afbeelding daaronder). Onderaan de manieren van nestelen: Links en midden geervalken die in noordelijke streken bij voorkeur aan rotsachtige zeekusten broeden. Rechts een sakervalk die meestal in bomen nestelt.

soorten valken

Het voert hier te ver om nog meer te vertellen over het boek zelf of over de achtergrond er van. Hiervoor verwijs ik naar het prachtige boek van Ben Crul. Al lezende wordt het steeds duidelijker wat voor een bijzondere figuur deze keizer was, die bij mensen die ik spreek niet of nauwelijks bekend is. In zijn eigen tijd werd er al alles aan gedaan om hem in de vergetelheid te drukken. De Paus had hem niet voor niets in de ban gedaan en de invloed van de kerk werd in die tijd steeds sterker. Waar een eeuw nadien in de renaissance langzamerhand wat meer genuanceerd naar de wereld gekeken werd werden in zijn tijd alle vormen van vrijdenkerij steeds meer de kop ingedrukt. De laatste nazaten van de keizer in Italië werden gevangen genomen en soms zelfs gedood, zoals tot slot ook zijn kleinzoon Konradin (zoon van Koenraad IV) die in 1268 op 16-jarige leeftijd werd onthoofd in Rome. Maar door de brieven van de keizer, het ontwerp van zijn burchten (volgens velen ook van zijn hand), en vooral dit boek heeft hij in ieder geval als wetenschapper enig eerherstel gekregen.

Castel del Monte in Apulië, een van de vele burchten die de keizer zelf zou hebben ontworpen.

castel del monte

Literatuur:

  • Keizer Frederik II, een moderne wetenschapper uit de middeleeuwen. Ben J.P. Crul. Uitgeverij Omniboek, ISBN 9789401910200.
  • Ernst Kantorowicz. Kaiser Friedrich der zweite. Greif-Bücher. Klett-Cotta, 1991 ISBN 3-608-95807-X
  • De wereld vóór God, C.J. Alders, Uitgever: Klokwerk-Design

Meer over Frederik II:

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Scheiding van kerk en staat

Prinses Irene moest afstand doen van haar koninklijke rechten toen ze over ging naar het katholieke geloof. Dat was nog in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Van Maxima werd  al niet meer geëist dat ze hervormd zou worden.  In de negentiende eeuw hebben de katholieken in Nederland  moeizaam hun eerder verloren gegane rechten weer terug verworven. Koning Willem III  kwam zonder gêne uit voor zijn afkeer van katholieken. Zo moest hij niets hebben van het Rijksmuseum van de katholiek Cuijpers, omdat het gebouw hem te veel deed denken aan een katholieke kerk. En nog eerder, voor de Franse tijd, was de gereformeerde kerk tegelijk de staatskerk. Een kerkelijk huwelijk was toen tegelijk ook een wereldlijk huwelijk. Tenzij je niet gereformeerd was. Dan moest je naar het stadhuis. In Nederland waren het de gereformeerden die het voor het zeggen hadden. In het Frankrijk van Lodewijk XIV waren het de katholieken. Andersdenkenden werden daar zelfs verbannen.

Nu zijn in de meeste Westerse landen kerk en staat inmiddels gescheiden. Eigenlijk is dat dus pas heel kort het geval. Maar het probleem speelde al in de middeleeuwen. En in de veertiger jaren van de dertiende eeuw leidde dat zelfs tot helse oorlogstoestanden. Tussen enerzijds de Rooms-Duitse keizer Frederik II en anderzijds de pausen Gregorius IX en Innocentius IV.

Frederik II

Afbeelding Frederik II in zijn boek De arte venandi cum avibus (Over de kunst van het jagen met vogels)

In Noord-Europa is keizer Frederik II bij de meeste mensen niet of nauwelijks bekend. Hij was een gigant, van het kaliber Napoleon. Maar waar Napoleon overhoop lag met andere vorsten, lag Frederik II vrijwel uitsluitend met een kerkelijke vorst overhoop: met de paus. Dat was nog niet zo in zijn jonge jaren. Innocentius III de grote heeft zelfs bijgedragen aan zijn ontwikkeling. Maar de moeilijkheden begonnen al enigszins tijdens het bewind van diens opvolger Honorius III. En met de pausen daarna, Gregorius IX en Innocentius IV boterde het al helemaal niet.

Waar ging de machtsstrijd om: Frederik wilde kerk en staat scheiden. De Pausen wilden juist steeds meer wereldlijke macht. In heel Italië en ook daarbuiten was er een partij die de Paus steunde: de partij van de Welfen. Daar tegenover stond een partij die de keizer steunde: de Gibelijnen. Steunden de leden van die partijen nu ook de basisideeën van keizer en paus? Ik waag het te betwijfelen. Misschien was dat aanvankelijk nog zo. Maar in de tijd van Frederik II ging het vooral om vetes tussen de plaatselijke adel. In elke stad zaten zowel Gibelijnen als Welfen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Meestal had een van die partijen zwaar de overhand, die de andere partij vervolgens verbande. Zo was een stad Gibelijns of Welfs. En dat veranderde in de loop van de tijd nogal eens.

Een andere reden was het streven naar meer macht door zowel keizer als paus. De paus wilde de kerkelijke staat uitbreiden. Bovendien was de paus letterlijk bang om ingesloten te worden tussen gebieden die Gibelijns waren. De keizer wilde de rechtspraak en ook het bestuur van heel Italië (en liefst ook Duitsland) moderniseren en de macht van de clerus breken. Het land moest bestuurd worden door leken die geschoold waren op door hem erkende rechtsopleidingen, met name die van Napels. Zo had hij het al geregeld in zijn thuisland Sicilië, waar hij koning  was. De bisschoppen hadden daar weinig meer te vertellen.

Wat waren de machtsmiddelen van de paus? Een concilie beleggen en een banvloek uitspreken, over een persoon of een hele groep mensen. En allerlei vlugschriften verspreiden. Geld verzamelen door kerkelijke bezittingen te verkopen en door een grootscheeps aflatensysteem op te zetten.  Geld voor het goede doel betekende een plaats in de hemel. En de al bestaande tegenstellingen op scherp zetten: Welfen ophitsen tegen Gibelijnen.

Hoeveel machtsmiddelen had de keizer? Eigenlijk maar een. Uiteindelijk moest hij domweg met bruut geweld steden veroveren, gijzelaars gevangen zetten en dreigen met het doden van die gijzelaars als ze bijvoorbeeld pauselijke gezantschappen toelieten. Zo ontstond er  een angstregime. Verder kon hij, dan wel niet formeel, maar wel technisch gesproken, bisschoppen afzetten en ook de verdere clerus hun macht afnemen. Hij kon proberen om de staat te hervormen tot een bedrijf zonder dat de kerk ook maar enige zeggenschap over het functioneren van dat bedrijf had.

Dit alles gebeurde. Vooral de jaren 1238 tot 1250 waren verschrikkelijk. In Lombardije waren de Welfen oppermachtig en belemmerden voortdurend het keizerlijk verkeer over de Alpen. Dus Frederik II begon Lombardische steden in te nemen. Als de steden zich overgaven was hij grootmoedig en nam geen wraak. Maar Brescia gaf zich niet over. Na een langdurig beleg werd de stad uiteindelijk ingenomen en nu was de keizer minder mild dan daarvoor. Zijn soldaten hielden er bruut huis. De voornaamste stad die hij nog wilde innemen was Parma. Toen sprak paus Gregorius IX voor de tweede keer de ban over hem uit. Hij werd onder meer beschuldigd van het hebben van een harem, het hebben van ketterse opvattingen omdat hij de leer van Avicenna en andere moslimgeleerden niet afkeurde en ook werden weer dingen van stal gehaald die speelden bij de eerste banvloek, ondanks het feit dat die al een tijd daarvoor herroepen was..  Niemand diende nog naar deze keizer te luisteren.

In eerste instantie leek dit alles effect te hebben, maar de keizer ontstak in grote woede en besloot per direct het grootste deel van Italië dat hij in handen had te hervormen en alle bisschoppen af te zetten. Dat wat hij al in Sicilië had gedaan moest nu ook voor de rest van Italië gaan gelden. Toen hij uiteindelijk ook Rome belegerde ging zijn tegenstander in 1241 plotseling dood. Tegen wie moest hij nu vechten?  En het duurde bijna twee jaar voor er een opvolger was. Dat werd (na een zeer korte tussenpaus) Innocentius IV.

Innocentius IVAfbeelding Rijksmuseum, paus Innocentius IV, uit een boek van Michel Wolgemut uit 1493

Eerst leek alles in den minne opgelost te kunnen worden, maar niet veel later herhaalde het spelletje zich. Innocentius weigerde om de ban op te heffen. Alweer trok Frederik naar Rome. Maar nog voor hij er was aangekomen vluchtte de paus in het geheim de stad uit en kwam hij in Lyon aan. Lyon hoorde niet bij Frankrijk, de Franse koning Lodewijk IX weigerde om hem in Frankrijk toe te laten. Maar het onafhankelijke Lyon liet hem toe. Innocentius belegde in 1245 in die stad een concilie, waar vrijwel uitsluitend pausgezinden op afkwamen. Besloten werd om nu ook de Rooms-Duitse keizer niet alleen in de ban te doen maar ook om hem af te zetten en de vorsten een nieuwe keizer te laten benoemen.  Het lagere Rijndal met Keulen, Mainz, Trier en ook de lagere Nederlanden met Utrecht schaarden zich achter de paus en waren bereid een nieuwe keizer te steunen. Eerst werd Hendrik van Thüringen als tegenkeizer benoemd, na diens dood in 1248 volgde Willem II van Holland hem op. De meeste Duitse vorsten erkenden deze tegenkeizer niet. Frederik had in het verleden een van zijn zonen, Koenraad, al laten aanstellen als zijn toekomstige opvolger. En de Duitse vorsten gingen vrijwel allemaal achter deze Koenraad staan. Frederik zelf bleef effectief keizer ten zuiden van de alpen, dit dankzij een schrikbewind. In 1250 was hij weer in Apulië, het deel van het Siciliaanse koninkrijk waar hij als kind was opgegroeid. Hij bleef er enkele maanden, ging er veel op jacht, schreef brieven aan vrienden en zinde, zoals uit die brieven blijkt, op een veldtocht naar Lyon om de paus om te praten dan wel gevangen te nemen. De Paus was al in onderhandeling met Engeland om een andere vluchtplaats (Bordeaux, dat toen bij Engeland hoorde) te kunnen krijgen.

Toen overleed Frederik II plotseling aan dysenterie. Opgelopen bij een jachtpartij. Bij al zijn tochten door Italië had hij Florence gemeden, omdat in zijn jonge jaren een astroloog hem had voorspeld dat hij dood zou gaan te midden van bloemen. Florence, of Firenze, betekent: bloementros. Dus Frederik II was bang voor Florence. Uiteindelijk kreeg hij hoge koorts bij een jachtpartij in Foggia, een noordelijke provincie van Apulië en onderdeel van het koninkrijk Sicilië. Hij zocht toevlucht in Castel Fiorentino, hoog op een heuvel tussen de nog laatbloeiende bloemen in dit warme klimaat. De ruïne staat er nog steeds.

castel fiorentino

Omringd door aartsbisschop Berard van Palermo, hoofd van juistitie Richard van Montenero en nog enkele getrouwen stierf hij op de dag van Sint Lucia, zondag 13 december, enkele dagen voor zijn zeven en vijftigste verjaardag.

Heel Italië werd op dat moment door stadhouders bestuurd die familie van hem waren. Het duurde nog enkele decennia, maar uiteindelijk gingen ook zij dood of ze werden gevangen genomen bij vijandelijkheden met welfse troepen. De paus zag nu na de dood van de keizer zijn kans: hij wist de hertog van Anjou zover te krijgen om Sicilië te veroveren, waarbij hem het koningschap werd beloofd.  De Paus zelf durfde terug te keren naar Rome. Sicilië kreeg na de veroveringstocht van Karel van Anjou een Franse bestuurder. Na de dood van Koenraad IV in 1254 was ook de laatste keizer van het Staufense huis overleden. Een zeer memorabele tijd. Niet veel later, dan zou het lange tijdperk van de Habsburgse keizers beginnen.

De laatste twaalf jaren van zijn leven werd Frederik II van een verlicht heerser tot een tiran. Eigenlijk kon hij niet anders, tenzij hij de paus meer ruimte had gegeven en zijn ideaal van scheiding van kerk en staat had opgegeven. Het was een dure prijs, een veel te dure. Dante plaatst de keizer in zijn divina comedia  in de hel.

Ik schreef al eerder over Frederik II, de lotgevallen tijdens zijn kruistocht en zijn problemen  met Gregorius IX. Binnenkort schrijf ik nog een artikel over deze keizer als wetenschapper. Want hij werd niet voor niets in zijn tijd “stupor mundi” genoemd, hij die de hele wereld deed verbazen. In de kathedraal van Palermo is zijn graf, waar nog elke dag veel mensen bloemen leggen. Zijn faam is daar nog steeds niet verdwenen.

graf Frederik II

  • Ernst Kantorowicz. Kaiser Friedrich der zweite. Greif-Bücher.  Klett-Cotta, 1991 ISBN 3-608-95807-X
  • Keizer Frederik II, Ben J.P. Crul. Uitgeverij Omniboek 2017
  • Historie der Pausen, Archibald Bower. Vertaald uit het Engels, Amsterdam 1763

Meer over Frederik II:

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Het begin van alles

Mijn oudste kleinzoon is drie maanden te vroeg geboren. Over twee maanden is dat al weer zes jaar geleden. Hij wordt sindsdien nog steeds gevolgd in zijn ontwikkeling.  Dat kan nuttig zijn bij hulpaanvragen, dus de ouders gaan akkoord met de diverse testen die daar bij horen. Het is ook bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeken worden gedaan in opdracht van een academisch ziekenhuis.

Toen hij net vier was kreeg hij een intelligentietest: uitslag: zeer laag IQ. Hij was bij een andere test  iets eerder al gediagnosticeerd als iemand met een stoornis in het autistische spectrum. Maar desondanks was de betreffende  intelligentietest gebaseerd op een standaard test voor elke kleuter van die leeftijd. Degene die de test afnam had een aantal vellen papier waarop stond wat getest moest worden en werkte die achter elkaar af, zonder zich eerst ook maar enigszins in het kind zelf te verdiepen. Als je hem kent en weet hoe hij denkt, ook hoe hij kán denken, dan is het duidelijk dat a: hij niet zo getest moet worden: b: hij zeer intelligent is. De test zelf was indertijd voor zijn moeder en ook het kind een frustrerende aangelegenheid, de uitslag was niet meer dan lachwekkend.

Hij is intussen bijna twee jaar ouder dan toen, dus er was enige hoop dat hij nu misschien beter getest kon, maar vooral ook zóu worden. Ook nu weer was zijn moeder er bij. Na twee en een half uur gapen en verveling was het afgelopen. De test was op dezelfde manier opgezet als de eerdere test. Alles vanuit standaard testvragen en spelletjes,  de vrouw had ook nu niet echt oog voor het kind. Er was geen enkele klik tussen haar en mijn kleinzoon. Als er geen klik is dan wordt hij extra onrustig, gaat zich snel vervelen en doet maar wat. Pas over twee maanden is de uitslag klaar. (Ja ja, dat moet góed verwerkt worden!)  Maar een voorlopige conclusie kon ze desondanks al meegeven: ‘mijn kleinzoon kan geen verbanden aanbrengen.’ Toen ik dat hoorde was ik met stomheid geslagen van verbazing: ‘geen verbánden aanbrengen?’ Hij doet niet anders, hij wil alles plaatsen en ordenen in een voor hem logisch verband. Als je iets vertelt koppelt hij het tot je grote verbazing de dag daarna aan een vergelijkbare situatie. Het is zo wie zo iets dat autisten voortdurend doen, het is een van de weinige manieren om vat op hun omgeving te krijgen. Als ze met die uitslag bedoelt dat hij autistisch is, en dat zijn kijk op de wereld daardoor behoorlijk afwijkend is van die van de meeste andere mensen, dan zal dat zeker kloppen. Maar dat wisten we toch al?

We liepen een dag eerder samen over straat. We gingen slootwater halen om in de bak met kikkerdril te doen.  Eitjes, als begin van leven. Op de dijk lag een compleet onherkenbare “voormalige” duif, platgereden door waarschijnlijk een tractor.
-‘Opa daar ligt paardenpoep’.
Ik keek even goed en zag wat veren tussen het platte zooitje zitten, en het waren behoorlijk grote veren.
-‘Nee, dat is geen paardenpoep. Dat is een dode vogel. Kijk maar, daar steken nog wat veren uit. Zo te zien aan de veren is het een duif geweest. Ik denk dat hij tegen een auto is aangevlogen en daarna is platgereden door een tractor. Een tractor is heel zwaar, die rijdt zo’n vogel helemaal plat.’
Hij bleef nog even kijken en vroeg toen: ‘hoe voelt het als je dood bent? Kun je dan nog voelen? ‘
Dat soort vragen is voor hem een onderdeel van het levensplaatje. Hij legt het verband tussen een doodgereden duif en hoe dat moet voelen. In dit geval gaat het nog iets verder, het gaat er niet om hoe het voelt om doodgereden te worden, nee, hoe het voelt als je dood bent. Dat vindt hij eigenlijk nog interessanter.

In de auto vroeg hij lukraak:
-‘Opa wat betekent “geborgen”?
De vraag kwam uit het niets, dus ik probeerde er achter te komen hoe hij aan die vraag kwam? Ik kwam er niet achter. Dus ik begon maar te vertellen. Ik moest eigenlijk aan drie dingen denken. Aan “het bergen van een schip”, aan “geborgenheid” en aan “waarborgen”. Ik begon maar met het eerste.
– ‘Als een  schip is gezonken dan proberen de mensen het vaak weer uit het water te halen. Dan wordt het schip “geborgen”, zo heet dat. Maar je zegt het ook als iemand zich heel veilig voelt. Als je lekker op schoot zit van je moeder bijvoorbeeld. Je voelt je dan geborgen. Dat betekent bijna hetzelfde als veilig.’
-‘Opa hoe weet jij dat van al die homoniemen?’
Ook dat is weer typisch hoe hij kan denken, van de hak op de tak. Ik zei twee betekenissen van hetzelfde woord, dus ik gebruikte “homoniemen”. En dat is iets heel bijzonders voor hem. Eigenlijk wordt de wereld daardoor nodeloos ingewikkeld. Maar hij vindt het ook een interessant gegeven. Ik zei hem dat ik dat pas toen ik al wat ouder was geleerd heb, wat homoniemen zijn. Aan de derde betekenis kwamen we niet toe, later realiseerde ik me trouwens dat het voltooid deelwoord dan ook niet “geborgen” is, maar “geborgd”. (‘Mijn kostje is geborgd”). Ik weet trouwens zeker dat hij die twee genoemde betekenissen snapt, onthoudt, en gaat toepassen zo nodig. Ook al is het pas over twee maanden. Het heeft een plek gekregen in zijn hoofd en doordat er betekenis aan is gegeven kan hij het met andere plekken verbinden.

We waren alweer bij zijn ouderlijk huis aangekomen. Moeder moest werken en vader kon elk moment thuis komen. Hij pakte een velletje papier en begon snel in enkele seconden wat te tekenen.
-‘Dat mag jij hebben opa, berg het maar op. Het gaat over het begin van alles.’

het begin

Ik vouwde het op en borg het op. Daar was papa. Deze tilde hem op en hij lachte van plezier. Hij voelde zich geborgen. Nog maar pas vijf jaar. Hij staat nog bijna aan het begin van alles. Hij lacht, en ook het leven lacht hem tegemoet. Net zoals in ons aquarium de kikkervisjes zich uit het dril losmaken en steeds enthousiaster gaan zwemmen.

kikkerdril

-‘Opa, je moet niet je treinpet vergeten als we naar het sterrenmuseum gaan!’
Ja, we gaan binnenkort weer naar het begin van alles.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 7 reacties

Echte natuur

In de tuin zit een merel te fluiten. Merels zijn eigenlijk bosvogels maar daar kom je ze tegenwoordig veel minder tegen dan in een tuin. In de tuin van de achterburen zit van alles, ook zijn er vaak een of meer groene spechten. En af en toe kuiert er een buizerd door het gras. Wel enigszins schichtig, met zijn vragende kop omhoog? Zeer op zijn hoede. Maar niet zo schichtig als al die vogels of zoogdieren in de “echte natuur”.

Vandaag  was ik in een stuk echte natuur. Ja, echte? De mens is voortdurend bezig om ook deze natuur naar zijn hand te zetten. De duinen van Oostvoorne zijn een aantal jaren geleden voor een groot deel meer open gemaakt, met grote graafmachines werden bomen en struiken gerooid en er werden begrazers geïntroduceerd. Inmiddels komt er alweer “nieuwe natuur”. Dit voor de afwisseling: oude natuur naast nieuwe natuur. Ik heb er nog steeds gemengde gevoelens over. Ik hield ook heel erg van die oude natuur. Maar er valt nog steeds veel te zien en te horen. De vogels daar hebben het door als je door de natuur wandelt. Zo gauw je blijft staan zijn zij ook stil. Als je een specht ziet (ik zag een zwarte en hoorde denk ik ook een  bonte en zeker ook een groene specht) en je blijft staan, dan vliegt hij weg. Zo ook als je een eekhoorntje ziet, of reeën. Ik zag ze vandaag allemaal. Maar ik zag vooral nauwelijks mensen. En daarom was het voor mij toch “echte natuur.”

zwartehoogtereeeekhoorn

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , | 2 reacties