Bruckner

De onzekere Anton Bruckner werkte zich via schoolmeester op tot organist, muziektheoreticus en componist, Maar als componist kreeg hij pas erkenning op het einde van zijn leven. Toen hij zijn vijfde symfonie schreef in 1875 woonde hij 5 jaar in Wenen, de stad die hij daarna niet meer zou verlaten. De achtste symfonie droeg hij op aan keizer Frans Joseph, van wie hij een appartement kreeg in schloβ Belvédère. Daar componeerde hij zijn laatste symfonie, die overigens niet helemaal af kwam. Deze laatste symfonie droeg hij op aan God, als deze hem tenminste wilde aannemen….

oberebelvedere

Anton Bruckner leed aan arithmomanie. De voortdurende neiging om dingen te tellen. Zo staan er in zijn partituur bij veel maten cijfers. Hij telde niet alle maten van het begin tot  het eind. Nee op bepaalde momenten begon hij te tellen tot bijv. 8. Op een plek telt hij ook tot 8 maar hij schrapt dan tijdens het componeerproces twee maten, de maten 3 en 4 van dat fragment. Maar de andere cijfers blijven intact, bang dat het systeem in elkaar zou donderen of zo? Ook telt hij soms dubbel, van een tot 8 en intussen begint hij te tellen van 1 tot 3. Kijkende naar de partituur kun je je er vaak wel iets bij voorstellen. Maar soms ook lijkt de logica ver te zoeken. Hij zette niet alleen in partituren cijfertjes. Ook in zijn agenda. Het was een soort afwijking.

fragment2fragment1

Zijn eerste zes symfonieën hadden geen succes. Zodanig zelfs dat hij van de meeste van deze symfonieën nooit een orkestrale uitvoering gehoord heeft. Uitgevers weigerden om de partituur te drukken. Pas vanaf de zevende symfonie kreeg hij erkenning. De reden is vreemd genoeg dat men hem te modern vond, te veel in de lijn van nieuwlichters als Liszt of Wagner. Zaterdag werd de vijfde symfonie van Bruckner uitgevoerd in de Doelen, door het Rotterdams Symphonie orkest onder leiding van Jaap van Zweden. Als je naar de toelichting kijkt van het programmaboekje  dan lezen we dat hij dit werk zijn “Kontrapunktisches Meisterstück” noemde. Hij zelf had les gehad van de doorgewinterde contrapuntist Sechter in Wenen, die hij nadien was opgevolgd. Het allegro van het eerste deel staat in de klassieke sonatevorm en het scherzo, inclusief “trio” volgt de traditionele vorm die nog verwant is aan die van het klassieke menuet, eigenlijk ook een soort sonatevorm. In het slotdeel combineert hij de sonatevorm met fugatische fragmenten. Kortom, het lijkt een en al ouderwetse degelijkheid. In de partituur zet hij erbij wanneer een nieuw thema begint, hij was zich ten volle bewust van de vorm.

Ik ben ook muziektheoreticus. Wat vind ik ervan? Tja. De symfonie duurt bijna anderhalf uur. Dat is voor een muziekstuk zonder tekst, zonder duidelijk programma erg lang. Het moet zeer hecht zijn en vooral een spannende overtuigende opbouw hebben. Is dat zo? In het programmaboekje wordt de vijfde van Bruckner met de negende van Beethoven vergeleken. Behalve dat deze niet anderhalf  uur duurt is de opbouw van de delen daar naar mijn gevoel veel hechter, spannender, aangrijpender. Beethoven weet hoe hij een doorwerking moet maken. Maar de vergelijking met Beethoven gaat zeker ook niet mank. Ik had bij het begin van het slotdeel, waar grote fuga-achtige passages in voorkomen, sterk de associatie met het begin van de Grosse Fuge van Beethoven voor strijkkwartet. Beethoven introduceert daar een aantal thema’s die hij later gaat gebruiken als fuga-thema’s, en na die introductie begint de eerste fuga-passage met een hectisch gepuncteerd ritme. Wat zien we bij Bruckner in het begin van het vierde deel? Hij herhaalt een aantal van de thema’s uit de eerdere delen, maar nu bewust heel versnipperd, net als bij Beethoven. Ook voorziet hij ze van nieuwe tegenstemmen. Dan gaat hij een van die thema’s uitwerken tot een fuga net als bij Beethoven, en, jawel, met een hectisch gepuncteerd ritme! Het lijkt op dat moment wel bijna jatwerk… Nee, hij laat zich gewoon inspireren door Beethoven. Vergelijk zelf:

Beethoven op.133 begin:

Bruckner Symphonie V begin deel 4:

Maar afgezien van dergelijke passages blijft Bruckner vooral steken in variatie-achtige technieken. En dat is niet genoeg in dit geval. Toch blijft er desondanks veel te genieten. Er zitten prachtige thema’s bij, zoals het thema van het adagio waar het eerste deel mee begint. De symfonie is zo wie zo uiterst doorzichtig, alle lagen zijn goed op elkaar afgestemd en helder geschreven. Gisteren was dat ook hetgeen voor mij bij de uitvoering van het Rotterdams Philharmonisch orkest de meeste indruk maakte: heel hechte strijkerspartijen, ze speelden samen als uit een stem, tegenover koper- en of houtblazers, ook zeer homogeen neergezet. En de harmonische bouw: Bruckner houdt van het gebruik van enharmoniek. Of van zogenaamde reële sequensen. En niet te vergeten tertsverwantschappen waarmee hij mooie modulaties maakt in het eerste deel bij een pizzicato-passage. Voor de geschoolde muziekmensen hieronder dat bewuste fragment met een korte harmonische analyse. In het muziekfragment kun je het terughoren, het schema wordt herhaald, de tweede keer met een melodie erbij.

tertsverwantschappen

Je herkent daarin niet alleen de muziektheoreticus maar ook de organist. Die passages doen soms denken aan César Franck. Voor bepaalde liefhebbers zijn die passages een genot om naar te luisteren. Desondanks begrijp ik nog steeds heel goed waarom deze symfonie pas zo laat geaccepteerd is. Hij is vooral te lang en ondanks zijn doorwrochte structuur vind ik hem persoonlijk dus niet hecht genoeg. Hij wordt tegenwoordig wel vaker uitgevoerd. Het applaus was overweldigend gisteren. Dat had Bruckner graag willen horen!

http://www.radio4.nl/zondagmiddagconcert/uitzendingen Klik op de uitzending van 8 oktober 2017.

Op youtube een opname van hetzelfde werk met het Concertgebouworkest o.l.v. Chailly. Ook een erg goede uitvoering en zo te horen een studio-opname, waardoor alles nog beter te horen is. :

 

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 1 reactie

IQ

Een autistisch kind van net  vier krijgt een intelligentietest in een ziekenhuis, afgenomen door een psycholoog. “Wat is een pet?” Hij antwoordt: een “skjet”. Welk dier zegt miauw? Antwoord: een schaap. En zo gaat het een tijd lang door. Uitslag: moeilijk lerend en zwakbegaafd.

Thuis telt hij in recordtempo van 1 naar 20 in het Engels. In het Nederlands doet hij het achterstevoren, anders vindt hij het te makkelijk. Bij het wandelen zegt hij: ‘dit is toch een akkerdistel? Hij is lichtpaars en speerdistels zijn donkerpaars.’ Hij merkt op dat hectometerpaaltjes anders werken dan hij in eerste instantie verwacht. Na 9,9 komt namelijk niet 9, 10 maar 10,0. Huisnummers beginnen vreemd genoeg niet met 0, maar met 1. En hij gaat vijf slokken drinken. Hij zegt 0 en drinkt niet. Dan zegt hij 1 en neemt een slok, dan 2 de volgende slok enz. Dit heeft niemand hem geleerd. Op de piano zit hij zorgvuldig tonen te spelen die hij vervolgens na zingt. Ook speelt hij op zijn gehoor eenvoudige wijsjes. Nooit aangeleerd want hij wil dat niet. Op de maan Europa van Jupiter schijnt water voor te komen dus daar moet je een blauw balletje voor nemen.

planetenHij legt op een rijtje zon, alle planeten en dwergplaneten en een aantal manen. Dan besluit hij schelpen te gebruiken om de asteroïdengordel er bij te leggen. Die lijken volgens hem wel een beetje op rotsen en de meeste asteroïden zijn toch grote rotsen? Verder merkt hij op dat Mercurius uitgesproken wordt als Merkurius en niet als Mersurius. Blijkbaar wordt de C soms anders uitgesproken. En Phobos niet als Pehobos maar als Fobos. Ik leg hem uit dat ze dat in Griekenland zo doen en Phobos is een Grieks woord. Waar Griekenland ligt kan hij zo aanwijzen. Ook werelddelen en oceanen zijn voor hem normale begrippen die hij makkelijk kan aanwijzen. Inmiddels begrijpt hij waarom de wereld op een landkaart als een ovaal wordt weergegeven. Ze hebben de wereldbol in elkaar geklapt zodat je tegelijk de voor- en de achterkant kunt zien. En dat lukt bij een ovaal. Hij ziet in een boek ovale weergaven van planeten. ‘zo zie je tegelijk de voor- en de achterkant van de planeet’ merkt hij triomfantelijk op. Hij heeft een geel balletje in zijn handen en de zon schijnt de kamer binnen. Hij gaat zo staan dat de zon op een deel van het balletje schijnt. ‘Hé kijk, op die kant van Venus is het dag, en daar is het nacht.’ Detail: het balletje was geel, dus voor hem Venus. Een rood balletje, dat zou Mars kunnen zijn.

‘Wat is een pet?’ Voor hem een onzinvraag. Daar ga je iets grappigs mee doen. Dus hij verzint een fonetisch rijmwoord: ‘skjet’. En ‘welk dier zegt miauw’ is helemaal een belachelijke vraag. Dan ga je lopen geinen. ‘Een schaap.’ ‘Leuk hè’, denkt hij dan.  Jammer dat de psychologe niet moest lachen. Dat is hij dan namelijk gewend.

De psychologe neemt de uitslag serieus. IQ 70 tot 80. De opmerkingen van zijn moeder over hoe haar kind denkt zijn niet van belang. Ze zegt: ‘ja als je zo gaat redeneren. De test moet wel valide zijn’.

Een ding is zeker. Hij leert moeilijk, namelijk anders dan de meeste andere kinderen. En hij is in gedachten voortdurend met van alles bezig en is moeilijk op iets te focussen. Dat soort dingen zal elke docent veel hoofdbrekens kosten. Hij is het beste gebaat bij een 1 op 1 benadering. Hij moet vooral  leren hoe hij zich in de maatschappij dient te gedragen. Daar snapt hij helemaal niets van. Het moet allemaal op een cognitieve manier aangeleerd worden.  Hij loopt nu op willekeurige klasgenootjes af, drukt ze tegen zich aan of geeft ze een zoen. En hij heeft een grote motorische achterstand. Maar een IQ van 70 tot 80? Laat me niet lachen. En dat zegt een psycholoog die pretendeert expert op het gebied van autisme te zijn. Toen de moeder vroeg om nog wat tips met dingen waar ze nu tegen aan liep was het antwoord: ‘daar heb ik nu geen tijd voor’. Het werk was gedaan. Hij was getest op zijn IQ.

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 14 reacties

Passend onderwijs

Donderdag 5 oktober zijn de basisscholen gesloten. De leraren staken. Ze willen meer geld, maar ook zijn ze ontevreden over de arbeidsomstandigheden.

Mijn vrouw werkt al 25 jaar in het basisonderwijs en heeft inmiddels op 8 basisscholen gewerkt. Ik zelf heb zo’n 15 jaar geleden een aantal scholen behoorlijk leren kennen toen ik coördinator was van een aantal projecten op scholen in de regio Rotterdam die het muziekonderwijs zouden moeten verbeteren. Op enkele scholen heb ik toen ook zelf een aantal lessen verzorgd en ik heb daar gesproken met meerdere leerkrachten. Onderwijs in het algemeen heeft altijd mijn bijzondere aandacht gehad en ik spreek dagelijks met mijn vrouw over haar ervaringen. Zij heeft overigens ook een aantal jaren cursussen gegeven op een Pabo en kent inmiddels wel de meeste valkuilen.

Er wordt veel gesproken over het onderwijs. Zondag was er op TV een uitzending over passend onderwijs. Mijn oudste kleinzoon heeft de diagnose autisme gesteld gekregen. Op dit moment zijn zijn ouders aan het tobben over de schoolkeuze. Regulier onderwijs, maar dan “passend?” Of toch speciaal onderwijs? Aan allebei de opties kleven voor- en nadelen. Gisteren was er ook nog eens een uitzending over zwarte en witte scholen. Alles bij elkaar kun je constateren dat de kennis over de problematiek behoorlijk aan het toenemen is. Wat zijn de voorwaarden om passend onderwijs veel meer mogelijk te maken? Ik heb er lang over nagedacht en probeer hier puntsgewijs enkele zaken op een rijtje te zetten die volgens mij erg belangrijk zijn.

  1. De klassenruimtes zijn vrijwel overal veel te klein. Je moet meerdere hoekjes kunnen maken, plekken waar kinderen minder prikkels krijgen. Een directeur van een school voor speciaal onderwijs die in het programma over passend onderwijs enkele malen het woord kreeg merkte dit ook al op.
  2. Bij passend onderwijs hoort een instelling die niet uitgaat van klassikale bezigheden maar die uitgaat van de behoefte van het kind. Dit hoort eigenlijk altijd zo te zijn maar kinderen die uitvallen, dus in aanmerking komen voor passend onderwijs, moeten des te meer op die manier benaderd worden. Het was pijnlijk hoe een directrice van een Montessori-school, eveneens bij de reportage over passend onderwijs, als argument gaf waarom een probleemkind niet aangenomen kon worden, dat het kind ook nog zou moeten wennen aan het Montessori-systeem. Zo tegen de geest in van Maria Montessori. Het gaat niet om de methode, het gaat om het kind. Mijn vrouw die al 25 jaar in het Montessori-onderwijs werkt werd boos en verdrietig bij deze opmerking. Van de andere kant merkt ze dat steeds meer montessorischolen niet meer vanuit het kind denken maar vanuit methodes, meestal overigens klassikale methodes. Men noemt dat “modern” Montessori-onderwijs. Dit heeft ze op drie Montessori-scholen in drie jaar tijd meegemaakt, waar ze ook snel weer is vertrokken. Een zeer slechte ontwikkeling. Montessori-onderwijs zou in theorie een van de beste garanties kunnen zijn dat passend onderwijs succesvol uitpakt. Op dit moment zitten op de school waar ze nu ruim drie jaar werkt veel kinderen die vroeger verwezen zouden zijn naar het speciaal onderwijs en het nu goed doen. Met blije ouders ook. Die ervaring had mijn vrouw ook zo op de meeste eerdere Montessori-scholen.
  3. Asscher wilde als wethouder in Amsterdam dat elke basisschool mee zou doen aan de cito-eindtoets en dat de resultaten op internet geplaatst zouden worden. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door. Scholen concurreren met elkaar om de beste cito-uitslagen. Kinderen die niet goed mee kunnen komen drukken de cijfers naar beneden. Wil je goede cijfers als school dan moet je geen moeilijke of minder goed lerende kinderen aannemen. Niemand zal het hardop zeggen maar dit is waarschijnlijk een van de voornaamste redenen waarom kinderen geweigerd worden. Het eerste kind welk centraal stond in de uitzending over passend onderwijs is nadat het op een school mis was gegaan op maar liefst 26 andere scholen daarna geweigerd. Na twee jaar thuis te hebben gezeten werd het uiteindelijk toch ergens aangenomen. Passend onderwijs – kijken naar het kind en het onderwijs aanpassen – bleek daar te werken! Maar de hele trend van uitslagen op internet zetten en scholen op die manier vergelijken is funest. Dit is een maatschappelijk probleem. Veel ouders gaan daar in mee. Iedereen moet minimaal HBO kunnen halen immers? Een stupide denkwijze! Daarom hebben we nu al te weinig vakmensen op allerlei terrein. Ook het probleem witte-zwarte scholen speelt hier een rol in. Een ouder verwoordde het gisteren: ‘Je wil toch niet dat je kind een taal-achterstand krijgt?’ daarom stuurden ze hun kind naar een witte school waar ze wel een half uur voor moesten fietsen. Op zich is dat dan weer gezond trouwens… De zwarte school met vele nationaliteiten is echter noodgedwongen waarschijnlijk beter in staat om passend onderwijs te leveren dan de witte school waar hun kind naar toe gaat.
  4. Deskundigheid van leerkrachten. Uit de reportage blijkt dat er nogal wat leerkrachten zijn die niet goed kunnen omgaan met kinderen die afwijken of uitvallen. De jongen met een hersenstoornis die snel moe was en moeilijk zijn pen kon vasthouden. Daar was geen oplossing voor, hij moest gewoon met iedereen mee doen. Ook moet je als leerkracht van veel dingen op de hoogte zijn en vooral ook weten hoe je daar mee om gaat. Kinderen met een afwijking in het autistische spectrum zien er vaak heel normaal uit. Maar opeens krijgen ze een onbedaarlijke paniek-aanval. Je probeert de aanval in de kiem te smoren. Maar omdat je de oorzaak van de paniek niet weg neemt wordt het alleen maar erger. Het lijkt te gaan om een onhandelbaar kind. Bij genoeg kennis, ervaring en een liefdevolle aanpak kun je meestal een aardig eindje komen. Maar zo’n kind zal in veel situaties niet goed reageren. Hoe kun je dat eventueel voorkomen? En als het dan toch gebeurt, hoe ga je daar dan mee om? Het vergt veel van leerkrachten. Kennis, ervaring maar vooral ook extra tijd. En die is er niet, zie punt 5.
  5. Er zitten vaak veel te veel kinderen in een klas. Al die kinderen moeten gevolgd worden, hebben zorgplannen, met hun ouders moet worden overlegd. Daarnaast wordt ook de klassenorganisatie een stuk moeilijker. En de kleine ruimte wordt zo mogelijk nog krapper. Hoe komt dat?
  6. Vroeger waren er allerlei regels die landelijk golden. Er was een budget voor gebouw en de inrichting, voor leermiddelen, voor het aantal kinderen in de klas en voor de salariëring van het personeel. Maar het rijk wist te weinig waar het aan toe was, de declaraties konden soms behoorlijk verschillend zijn per jaar. Toen kwam er de lumpsum. De school kreeg een smak geld waar het mee rond moest komen. Wilden ze veel ICT? Veel vakleerkrachten? Veel jonge dus goedkopere leerkrachten? Elke school kon het zelf invullen. Een van de posten waar je het beste op kunt bezuinigen is het personeel. Hoe doe je dat? Neem geen ervaren leerkrachten aan maar jonge, goedkope, en dus onervaren leerkrachten. En maak de klassen zo groot mogelijk zodat je minder leerkrachten nodig hebt. Een onzalige regeling dus.
  7. De administratie. Elke dag moet alles van de kinderen worden geregistreerd. Er zijn ongelooflijk veel toetsen tussen door en die toetsen zijn de leidraad geworden voor handelingsplannen. Een kind ligt achter? Dan moet er een handelingsplan komen. Waarom? Niet elk kind is toch hetzelfde? De hele manier van denken is ziek. Het maakt dat veel kinderen in een soort stress-situatie worden geplaatst. Ook van de leerkrachten wordt verwacht dat ze de kinderen snel weer bijspijkeren. Het onderwijs wordt gereguleerd door toetsen. Niet het kind staat centraal maar het resultaat van de toets. Ook voor de zogenaamde kwaliteit van de school…
  8. Waarom gaat een student naar de Pabo? Iets met kinderen lijkt deze wel leuk. Dat is vaak de motivatie. Kan hij of zij zelf goed rekenen? Goed spellen? Is er interesse voor de natuur, voor aardrijkskundige verschijnselen, voor geschiedenis? Helaas is dat in veel gevallen maar zeer pover. Een dergelijke leerkracht zal lang niet altijd goed kunnen aansluiten bij het individuele kind. In brieven naar ouders wemelt het van de spelfouten. Tenenkrommend. En bij lessen met betrekking tot wereldoriëntatie komt zo iemand niet verder dan de voorgekauwde informatie en verwerkingen zoals deze in de klassikale methode staan. Hoe kan iemand inspireren als het hem zelf niets interesseert? Er worden nog steeds veel te veel mensen afgeleverd met een diploma die in Duitsland of Finland weggehoond zouden worden.
  9. En waar blijft het zingen. Sommige wat rijkere scholen of scholen die door de gemeente extra subsidie ontvangen hebben een muziekleerkracht. Een keer in de week. Een half uurtje. Maar de kinderen zouden elke dag een kwartiertje moeten zingen. Het maakt niet alleen vrolijk maar verbetert de leerprestaties bij ook andere vakken. Net als beweging. Dus wel of geen leerkracht: de juf moet gewoon zelf plezier hebben in zingen en met de kinderen zingen. Maar dat kunnen of durven de meeste leerkrachten niet. Een groot gebrek van de Pabo. Plezier krijgen in zelf zingen zou daar uitgangspunt moeten zijn. Dus de aankomend leerkrachten zouden allemaal in een schoolkoor of koortje moeten zitten en moeten zingen op hun eigen niveau uit allerlei repertoire. Geen kinderliedjes, althans in de kern hoeft dat niet eens. Op het moment dat iedereen lekker durft te zingen komt de rest vanzelf. Zo makkelijk zou het kunnen zijn. Maar op de Pabo worden vaak voornamelijk theoretische lessen gegeven over het notenschrift of over de kinderstem en dat soort dingen. Zingen moeten ze!
  10. Tja en moeten de leerkrachten meer geld? Als bovenstaande in orde zou zijn zou bijna niemand er om vragen. Maar om genoeg goede, bekwame, hardwerkende mensen te kunnen vinden zou een passend salaris misschien een steuntje in de rug kunnen geven.

O ja, mijn vrouw neemt ook regelmatig de was mee uit haar klas om die thuis te wassen. En gelukkig is zorgen voor de omgeving een van de basis-ideeën van Montessori. Dus samen met de klas wordt er vandaag weer schoongemaakt. Een conciërge is er niet dus de leerkrachten doen alles zelf. Met liefde. Om zes uur in de ochtend loopt de wekker af. Half zeven vanavond is mijn vrouw weer thuis. Er is gelukkig geen vergadering. Kan ze thuis nog snel de notulen maken van de laatste bouwvergadering en wat signaleringen in het kindvolg-systeem zetten. En een telefoontje plegen met haar duo-partner die het morgen weer van haar overneemt.

Documentaire de monitor over passend onderwijs:
https://www.npo.nl/de-monitor/02-10-2017/KN_1692659

Documentaire van 2doc, de witte vlucht:
https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/oktober/de-witte-vlucht.html

Geplaatst in maatschappij, pedagogiek en onderwijs | 1 reactie

Paddenstoelen op de Sallandse heuvelrug

In de tuin, in het bos, overal waar bomen en struiken staan zal onder de grond nog allerlei verborgen leven aanwezig zijn. Zo zijn er heel veel verschillende soorten schimmelplanten, die zich in de vorm van langgerekte draden onder de grond ophouden, vaak vlak bij een speciale boom. Ze leven in een soort symbiose met die boom. Tegelijk verteren ze allerlei materiaal dat in de grond aanwezig is zoals dood hout of bladeren. Maar ook die schimmelplant heeft niet het eeuwige leven. Nog voordat ze sterft probeert ze voor nageslacht te zorgen. Op diverse plaatsen aan de draden beginnen verdikkingen te groeien die zich een weg boven de grond banen. Daar groeien ze verder uit tot paddenstoelen. De schimmelplant die verdikkingen maakt welke uitgroeien tot vliegenzwammen leeft meestal rond berken. Zo zien we opeens een heksenkring van vliegenzwammen rond een berk ontstaan. Boven in de paddenstoel zitten de sporen, dat zijn als het ware de zaadjes voor de nieuwe schimmelplant. Deze zaadjes worden nog voordat ze rijp zijn beschermd door een hoed. Om die hoed is oorspronkelijk nog een vlies aanwezig, maar dat springt open en vormt allemaal stippen, vlekken of sproeten op de hoed. Deze stippen kunnen bij regenval overigens vaak ook weer verdwijnen en wegspoelen. Als de sporen rijp zijn vallen ze naar beneden, bij veel soorten door evenwijdige plaatjes, bij andere door buisjes, bij nog andere springt de hele paddenstoel uit elkaar en verspreiden de sporen zich in de omgeving. Het grootste deel van de sporen, daar gebeurt niks mee. Maar een enkel spoor weet uit te groeien tot een nieuwe moederschimmel, die de taak van de vorige kan overnemen.

Als je heel veel verschillende soorten paddenstoelen ziet, dan ben je waarschijnlijk in een rijke, gevarieerde natuurlijke omgeving. Zo’n omgeving is de Sallandse heuvelrug. Loofhout, meerdere soorten en naaldhout, gras, hei. Van alles door elkaar. De soortenrijkdom is daar enorm. En nu is het de tijd dat veel paddenstoelen uit de grond komen.

Ik heb er een aantal gefotografeerd en de naam en wat extra gegevens erbij gezet. Maar let op: ik ben geen deskundige en weet het niet altijd zeker. Als iemand met meer ervaring met betrekking tot het determineren van paddenstoelen een fout ziet: ik houd me aanbevolen voor verbeteringen.

vliegenzwam-groot

vliegenzwam-klein

Hierboven twee vliegenzwammen, een volwassen exemplaar en een nog jonge waarbij het vlies pas net gesprongen is en er pas mooie witte stippen zijn gevormd. De vliegenzwam is een plaatjeszwam van het geslacht amaniet. Dit geslacht kent veel giftige soorten, zoals de groene knolamaniet die dodelijk giftig is. Ook de vliegenzwam is giftig. De eerste foto is van een zwam die bijzonder groot was. Met gestrekte hand boven de paddenstoel kon je hooguit 2/3 deel bedekken!

aardappelbovist

Hierboven een foto van de aardappelbovist. Hij lijkt qua vorm en omvang op een aardappel. Deze paddenstoel heeft geen steel, maar er is beneden een soort sporenvormend wortelstelsel, dat naar boven toe de hele paddenstoel opvult. Als de sporen rijp zijn scheurt de schil op een aantal onregelmatige plaatsen open en krijgen de bruinzwarte sporen de kans zich te verspreiden.

amandelslijmkop

Volgens mij zou dit een nog jonge amandelslijmkop kunnen zijn. Zo ja dan gaat het om een zeldzame paddenstoel die in Nederland ernstig bedreigd is.

berkenridderzwam-1

berkenridderzwam-2.jpg

Achteraf determineren valt niet mee. Ik houd het op de berkenridderzwam, ook nog vrij jonge exemplaren.

boleetDit is een exemplaar van de familie van boleten denk ik. Maar welke precies? Hij heeft in ieder geval buisjes in plaats van plaatjes.

melkboleet

En dit zijn misschien jonge exemplaren van de melkboleet

champignon

En hier een heidechampignon

helmzwammetje

Het helmzwammetje. Dit groeit meestal op dood hout. Het hoort bij de familie van Mycena, waar talloze ondersoorten bij onderscheiden kunnen worden door kenners.

gewone_zwavelkop

Het zwavelkopje. De foto geeft geen goede weergave van de kleur, in het echt was hij veel roder. Door de lichtval werd dit erg wit.

paarse_ridderzwamridderzwam-glanzend

Hierboven de paarse en daarna de gladde ridderzwam. Of iets dat nauw verwant is.

schubbige bundelzwam

Dit zou wel eens een vrij jong exemplaar van de schubbige bundelzwam kunnen zijn.

Ik wil eindigen met enkele foto’s van het prachtige landschap van de Sallandse heuvelrug.

landschap1landschap2landschap3

Geplaatst in natuur | Tags: , | Plaats een reactie

Het mysterie van de Hemelvaart bij Bach

Ik luisterde vanochtend naar cantate 128 van Bach, uitgevoerd door the English baroque soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner. Al luisterende naar de muziek en de tekst kwamen er een aantal gedachten bij me op.

Als een olifant sterft blijft zijn familie nog enkele dagen waken bij het dode lichaam. Dan pas vertrekken alle dieren. De ziel van het gestorven dier waart er nog enkele dagen rond voordat deze voorgoed naar de dierenhemel gaat. Zo is het ook bij de mensen. Toen Christus aan het kruis was gestorven bleef ook zijn ziel nog rondwaren en verscheen zelfs enkele malen aan zijn discipelen alsof hij er nog was. Thomas kon het niet geloven. Eindelijk, op de dag van hemelvaart, ging de ziel naar de hemel om aan de rechterhand van God de Vader te tronen.

Dat moment wordt jaarlijks gevierd en Bach schreef er drie keer een cantate voor. Cantates voor hemelvaart. Cantate 128 schreef hij in mei 1725. Het eerste en het laatste deel maken gebruik van een hoge hoorn in G, maar deel 3 gebruikt twee trompetten, die de majesteit van God de Vader en zijn zoon verbeelden: Christus troont naast God de vader. Dat deel, een aria en recitatief is verreweg het meest interessant van de vijf delen. Eigenlijk had het volgens de librettist een ABA vorm moeten worden, maar Bach besloot anders.

Hoort, hoort, met luid geschal wordt overal verkondigd: Mijn Jezus zit aan de rechterkant van de Vader. Wie denkt dit idee te kunnen aanvechten? Ook al is hij van mij weggenomen, ik zal ooit daar waar mijn verlosser leeft aankomen. Mijn ogen zullen hem met grote helderheid aankijken. O, kon ik maar in zijn voorhuis een hutje bouwen. Waarheen wil ik, vergeefse wens! Hij woont niet op een berg of in een dal, zijn almacht toont zich gewoonweg overal; dus zwijg, vermetele mond, en probeer niet dit mysterie te doorgronden.”

We zien feitelijk drie tekstdelen. Het eerste, tot en met “aanvechten”, is een constatering: Jezus is verrezen en zit aan de rechterhand van God de vader. Let op het woord “rechten”, de rechterkant. Het betekent letterlijk rechts, maar ook iemand die recht spreekt. De rechter kant is ook de juiste kant. Bach maakt van het woord “sitzen” een lange toon, en je ziet hem letterlijk zitten op zijn troon met uitgestrekte arm om “Recht” te spreken. Door deze verlenging dringt de reikwijdte van deze woorden goed tot je door. Dan komt het tweede tekstdeel, waarbij de dichter fantaseert dat hij in een hutje dicht bij Christus kan wonen en hem kan aankijken met heldere ogen. Dat deel gaat bijna geruisloos over in het derde deel: stop met deze fantasie, Christus is alom tegenwoordig en probeer niet dit mysterie te doorgronden..

Op het moment dat Bach zegt, ik zal daar aankomen, zijn fantasie van zijn aanwezigheid bij Christus beschrijft maar vervolgens zichzelf corrigeert omdat dit mysterie toch niet te bevatten is, wordt er niet meer gezongen als in een aria, maar zonder aankondigen wordt het een arioso, waarbij elk woord wordt gewogen en tot volle expressie kan komen. Na deze overpeinzingen komt er niet een da capo maar slechts een instrumentaal da capo: de lofzang op de verrezen heer.

Auf, auf, mit hellem Schall verkündigt überall: Mein Jesus sitzt zur Rechten! Wer sucht mich anzufechten? Ist er von mir genommen, ich werd einst dahin kommen, wo mein Erlöser lebt. Mein’ Augen werden ihn in größter Klarheit schauen. O könnt’ich im vorhaus mir eine Hütte bauen! Wohin? Vergeb’ner Wunsch! Er wohnet nicht auf Berg und Tal, sein’Allmacht zeigt sich überall; so schweig’, verweg’ner Mund, und suche nicht dieselbe zu ergründen!

Hierna volgt een mooi duet voor alt en tenor met ondersteuning van een oboe d’amore, waarbij het zoeken van de mens naar de woonplaats van Christus in de sterrenhemel wordt geschetst. De twee solisten stellen zowel hoop als twijfel voor. Ook deze zoektocht is vruchteloos: “mein Mund verstummt und schweigt”. Luister hoe dit laatste tekstdeel prachtig, vooral ook bij de herhalingen, wordt neergezet.

Sein’ Allmacht zu ergründen, wird sich kein Mensche finden, mein Mund verstummt und schweigt. Ich sehe durch die Sterne, daß er sich schon von ferne zur Rechten Gottes zeigt.

Deze cantate gaat niet zozeer over de Hemelvaart en het feest dat daarbij hoort, maar over de mystieke boodschap: wat gebeurt er met iemand als hij dood is. De librettist zegt: ik zou daar ook willen zijn. Ik probeer het me voor te stellen maar al mijn pogingen tot voorstelling zijn vruchteloos. De dood is een geheim, het is een mystiek gegeven. Het raakt de kern van het geloof. Ook veel natuurvolken maken contact of proberen contact te maken met hun dierbare overledenen. De medicijnman is degene die deze verbinding probeert te leggen. Om de wijsheid van de voorvaderen door te geven tot troost en lering van de nabestaanden. In een dienst doet de pastoor of dominee eigenlijk hetzelfde. Bach verwoordt dit mysterie, maar tegelijk het geloof daarin, op een menselijk toegankelijke wijze. De mystiek komt via Bach zelfs binnen bij hen die niet gelovig zijn.

hemelvaart

Ook talloze kunstenaars probeerden de hemelvaart op een schilderij vast te leggen. Niet de minste was Rembrandt, getuige dit doek dat te zien is in München. Opgetild door engeltjes, staande op wolken reikt Christus naar het licht waar de Heilige geest in de gedaante van een duif hem al toe wenkt. Maar het meest dramatische in dit schilderij zijn de mensen, de leerlingen van Christus. Ze zien iets dat onvoorstelbaar is. Er gebeurt iets dat ze nauwelijks kunnen bevatten. Ze ervaren wat de olifanten ervoeren, toen de ziel van de gestorven olifant eindelijk verdween. Hij is weg uit ons midden. Waar is hij heen? Bach zegt dat we ons dat niet moeten proberen voor te stellen. Besef dat het een mysterie is.

Andere stukjes die ik schreef naar aanleiding van een cantate van Bach

Geplaatst in filosofie, muziek | Tags: , , , | 5 reacties

Herfst

Over enkele dagen zijn de dagen weer even lang als de nachten. Door dit astronomische gegeven, veroorzaakt door de omwenteling van de aarde om de zon, waarbij de aarde “scheef ligt”, wordt ons hele weersysteem geregeld. Een deel van de oceanen wordt een tijdlang intensief verwarmd en de aarde probeert dat weer in evenwicht te brengen door het vormen van orkanen. Dat zien we zo in het najaar maar ook in het voorjaar gebeuren. Een deel van de aarde merkt dit op een zeer heftige manier, maar eigenlijk hebben wij in West-Europa daar ook “last” van. Restanten van elke orkaan vormen de basis voor grote lage drukgebieden, waardoor ook hier najaarsstormen gaan ontstaan. En later ook weer de gebruikelijke voorjaarsstormen. De meeste stormen komen hier als de bladeren al van de bomen af zijn of als er nog geen nieuwe bladeren op zitten. Dat is dan weer goed geregeld.

De dampkring van de aarde is heel erg belangrijk. Niet alleen voor het klimaat, de lucht, de ademhaling. Maar ook als schild. 99,9% van alle meteorieten verbrandt in deze dampkring. Zo niet dan zou het landschap bezaaid zijn met kleine en grote kraters als op de maan.

zonnevlamMaar wat misschien nog veel belangrijker is: de magnetosfeer van de aarde. Deze buigt het magnetische veld van de zon af. Dat veld is dodelijk en verwoestend. Af en toe ontstaan er door extra zonnen-activiteit hevige magnetische stormen die potentieel desastreus kunnen zijn. Van 1 tot en met 5 september 1859 was dat zo. In een zonnevlek van de zon was een enorme explosie te zien. Dat veroorzaakte een ongekende magnetische storm die erop aarde voor zorgde dat magnetometers buiten de schaal gingen uitslaan, telegrafisten werden geëlektrocuteerd door hun eigen apparatuur en kompassen op hol sloegen. Niemand wist hoe dat kwam, want men wist nog helemaal niets van de aard van zonnevlekken en men geloofde niet dat de zon op nog een andere manier  dan als warmtebron invloed op de aarde had. Slechts één Engelse geleerde, Richard Kennington, legde de link, maar hij werd uitgefloten en genegeerd.

Wat zou er gebeuren als er heden ten dage weer een dergelijke uitzonderlijke uitbarsting op de zon zou plaats vinden? Stuart Clark, die een boek schreef over Richard Kennington (The Sun Kings) denkt dat de gevolgen nu niet te overzien zouden zijn. Geleerden zijn er zich van bewust dat met name de satellieten die zich in de buitenste gebieden van de aardse bescherming vinden als eerste gevaar lopen. Om maar één simpel ding te zeggen: wég GPS. Maar als je bedenkt dat zelfs telegrafisten werden geëlektrocuteerd dan moet je beseffen dat ook hoogspanningsleidingen en elektriciteits-centrales direct getroffen kunnen worden. Wereldwijd geen stroom. Geen computers, geen internet. Grote delen van de aarde ook zonder mogelijkheid tot verwarmen. Hoe los je dat daarna op zonder de communicatiemogelijkheden zoals we die kennen?

Wilde dieren, vogels, planten zullen er weinig last van hebben. Het is de mens die wordt getroffen. De mens die denkt dat hij de wereld kan maken wordt teruggefloten.

Als je bedenkt dat dit 158 jaar geleden gebeurde, wie zegt dan dat dat niet elk moment nog een keer kan gebeuren? Alle eerdere momenten van extra zonnen-activiteit werden daarvoor nooit gemeten. Het was in de tijd dat men net pas in staat was om dit technisch vast te leggen via een magnetometer. En je kunt hier echt helemaal niets aan doen. Stel dat de zon een soort God is die er op toeziet wat er op de aarde gebeurt. Waar zijn die mensen toch in Godsnaam mee bezig? Hij besluit een milde waarschuwing te geven. Een zonnevlek-explosie volgt en we weten weer waar we staan. Trump kan drukken wat hij wil op zijn rode knop. Er gebeurt niets….

De dagen zijn weer even lang als de nachten. Er lijkt even weer een soort evenwicht te zijn ontstaan. Dan wordt het steeds langer donker. En zien we alles vanuit de nachtzijde. Als je dan buiten bent en kijkt naar de hemel besef je als het goed is de enorme nietigheid van de mensheid. Zelfs die van de aarde. Ik ga binnenkort weer regelmatig in het holst van de nacht naar buiten. Om me heel erg klein te voelen. En dat voelt goed. Dat weet ik.

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Kwetsbaar

Hoe meer kennis er komt vanuit psychiatrie en hersenonderzoek, hoe meer afwijkingen er worden gevonden in het gedrag van kinderen die een neurologische achtergrond hebben. Zo lijken er opeens veel autisten te zijn, in verschillende gradatie, het lijkt zelfs alsof het er steeds meer worden. En ook kan deze stoornis steeds vroeger gediagnosticeerd worden. Buitenstaanders die er niets van af weten zeggen al erg snel: “er wordt tegenwoordig wel erg snel een etiketje op iemand geplakt. Iederéén is toch anders. En is het niet zo dat die ouders misschien eens moeten leren opvoeden?”  Veel kinderen met een afwijking in het autistische spectrum lijken “normale” kinderen. Ook is het zo dat veel  kinderen met autisme er pas veel last van krijgen als ze een jaar of drie zijn. Tot die tijd staat alles in hun omgeving nog enigszins los van elkaar. Maar de neiging tot ordening en plaatsing gaat bij deze kinderen anders dan bij die kinderen die deze hersenafwijking niet hebben. De ordening en plaatsing wordt bij hen in veel gevallen bijna absoluut.

Mijn oudste kleinzoon is drie maanden te vroeg geboren. De eerste tijd stond alles in het teken van overleven. Wat een lief, sterk en leuk kind. Maar ook: hoe zielig. Zijn ouders waren de eerste drie maanden afwisselend dag en nacht bij hem in het ziekenhuis. Hij kreeg alle warmte en liefde die je een kind maar toe kunt wensen. Zijn leven in de buik van mama was wreed afgebroken, maar hopelijk bleef zo de schade beperkt.

Sinds zijn geboorte bleef hij onder toezicht staan van de dokters van het Erasmus ziekenhuis. Daar werd bij een test toen hij drie was autisme vastgesteld, in de tweede graad. (ze maken er tegenwoordig drie verschillende gradaties van, autisme is zo een breed spectrum geworden). Er waren al wat vermoedens geweest van ouders en grootouders, maar alles werd nog eerder geweten aan de vroeggeboorte. Dus toch! Na een aantal maanden medisch kinderdagverblijf is hij nu toe aan de kleuterschool. Maar wat voor school? Misschien toch een gewone basisschool?

Ik zal een aantal voorbeelden van het gedrag  van deze kleinzoon geven, ik noem hem Pim. (Zo noemt hij zich zelf ook bij opa en oma, maar dat is weer een verhaal apart.)  Om te beginnen het ordeningsprincipe. Wij hebben thuis een bepaalde bezem? Hij weet waar hij staat en daar hoort hij ook te staan. Komt hij op een andere plek bij iemand anders een bezem tegen die er precies hetzelfde uitziet dan krijgt hij een onbeheerste paniekaanval. Buitenstaanders begrijpen er niets van, wat is er aan de hand? Voor ons niets. Voor hem is zijn wereldbeeld verstoord. “Die bezem moet bij oma staan!”

vork-bloempotNog een voorbeeld. Bij het kinderbordje liggen een speciaal kindermesje, kindervorkje en kinderlepeltje. Heerlijk vindt hij dat. Alles is duidelijk en overzichtelijk. Bij het tafel dekken kon ik enkele dagen geleden zijn kindervorkje niet vinden, maar beseffende dat het eten ook makkelijk met de lepel genuttigd kon worden liet ik het maar zo. Na vijf happen, we zijn allemaal lekker aan het smikkelen, begint Pim opeens onbedaarlijk te huilen. Tussen de tranen door kan hij na een tijdje vertellen: hij wil het blauwe vorkje. Zijn verdriet en boosheid lijken niet te stuiten, hij laat zich niet met een ander klein vorkje afschepen. Het vorkje wordt pas een dag later in een bloempot terug gevonden waar zijn broertje het heeft achtergelaten toen hij waarschijnlijk “tuinmannetje” was aan het spelen. Uiteindelijk heeft hij met veel geduld en liefde en na lang snikken toch nog zijn eten opgegeten.  Dat ordeningsprincipe is voor hem wezenlijk. Hij wil precies weten wat er allemaal staat te gebeuren. Nieuwe dingen zijn per definitie eng. Toch wil hij er soms aan, maar dan moet je van te voren liefst foto’s laten zien van de situatie en precies vertellen wat er allemaal gaat gebeuren. Belangrijk, bij ziekenhuisbezoeken, eerste keer naar een zwembad en ga zo maar door. Anders gaat het waarschijnlijk mis.

Ook wil hij steeds meer dat dingen perfect zijn. Ze lukken hem niet? Laat opa het dan maar doen. En hij moet nog heel veel leren. Zoals zich zelf aan en uitkleden. Gisteren vertelde hij: dat ga ik leren als ik vijf ben. Ik heb gezegd dat als je vier bent dat dat je dan moet leren om je jas en schoenen aan en uit te doen. Als hij vijf is gaat hij de rest wel leren. Hij keek me even aan en ging toen zijn schoenen aan trekken… De wereld was weer wat overzichtelijker. Vroeger kon ik nog een aantal straten voor hem tekenen op een vel behangpapier door wat lijnen te trekken, maar dat is nu eigenlijk nooit goed. Hij heeft iets in zijn hoofd en zo moet het er ook uit zien. Het probleem is dat hij het zelf niet voor mekaar krijgt. Een van de handicaps die vaak samengaat met autisme is een slechte motoriek, in dit geval versterkt door zijn vroeggeboorte. Ook dat frustreert, want dingen lukken niet zoals hij dat wil. Logisch, zo gaat dat bij elk kind. Maar bij hem resulteert dat in uitzonderlijk furieuze aanvallen, alles vliegt door de kamer. Dat speelgoedblokken tegen kleine broertjes of zusjes aan kunnen vliegen, daar kan hij zich niet in verplaatsen.

En zo kom je bij de derde uiting in zijn autistische gedrag: het zich moeilijk kunnen verplaatsen in een ander. Hij merkt uit zich zelf niet op of iemand iets leuk vindt. Dat heeft hij inmiddels geleerd doordat hij gezichtsuitdrukkingen heeft leren duiden. Hij ziet dus dat iemand boos is. Maar wat dat precies betekent weet hij niet, het maakt hem alleen maar onzeker. Iedereen moet blij zijn, dan heeft hij weer zijn houvast. Als je boos op hem bent wordt hij nog meer onzeker. Gisteren lijk ik een klein stapje te hebben kunnen maken. Ik was boos, wat ik bij hem eigenlijk nooit ben. Hij schrok daar dus vreselijk van en ik moest van hem onmiddellijk blij worden, zo zei hij met een boos gezicht. Ik maakte hem er op attent dat hij zelf ook boos was. Als hij wilde dat ik blij zou worden moest hij zelf ook blij worden. Ik trok een beetje zachtjes aan zijn wang (de blij-zijn-plooi) en hij begon spontaan te lachen. Ik lachte toen ook weer en legde de link: als jij blij bent zijn andere mensen ook blij. Het leggen van deze link heeft de hele dag gewerkt. Als hij weer gefrustreerd ergens over was kon ik hem er aan helpen herinneren en hij was er snel weer over heen: in plaats van boos was hij weer blij en dus opa ook! Hij is leerbaar. Maar de moeilijkste tijden komen nog. Help. Hij is zo lief en leuk.

We zeggen steeds: zijn grootste redding is zijn humor. Hij kan van veel dingen genieten en sommige dingen vindt hij buitengewoon grappig. Hij heeft een speciaal taalgevoel en bepaalde woorden, daar komt hij niet meer van bij. We hadden bloemen geplukt voor oma. Hij hield ze stevig vast in zijn knuistje, maar ik vertelde hem dat hij ze een beetje anders moest vasthouden, anders gingen ze knakken. Hij keek me aan, zijn gezicht werd steeds olijker. “Knakken!” en hij schaterde het uit. Zo hebben we inmiddels een hele verzameling van woordjes die hij erg amusant vindt. Het begon al toen hij twee jaar was. Zak met áárdappelen. Niet te geloven. Dát was pas grappig.

Pim heeft verder nog enkele bijzondere talenten en een unieke, eigen belevingswereld. Maar hij is zo verschrikkelijk kwetsbaar op dit moment. De buitenwereld hoort lekker spannend te zijn als je vier bent. Voor hem is die vooral bedreigend. Hij moet de tijd en ruimte krijgen om zich in zijn eigen tempo te ontwikkelen en van zijn bijzondere eigenschappen en mogelijkheden gebruik te maken.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 5 reacties

van Nelle

barcelona-ziekenhuisIn 1930 kwam de van Nelle fabriek in Rotterdam klaar, en in precies datzelfde jaar kwam ook het voornaamste ziekenhuis van Barcelona klaar. Wat hebben die met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niet veel, maar toch! In Barcelona was ik in 2010 en 2015 en zag er veel mooie dingen. Zoals dus het prachtige “Hospital de La Santa Creu i Sant Pau”. Het is een magistraal werk van Domenech i Montaner, die o.a. ook het “Palau de Musica” in de wijk Ribera ontwierp. Het ziekenhuis komt over als een ware tuinstad, met onder meer arcadisch aandoende vrijstaande paviljoenen.

barcelona-ziekenhuis3Onder de grond loopt een gangenstelsel waarmee je van het ene paviljoen in het andere kunt komen. Het geheel is opgesmukt met kleurrijke ceramiek en mozaïek.

De stijl van dit prachtige ziekenhuis is totaal anders dan de stijl van het fabriekscomplex van van Nelle in Rotterdam.  Maar behalve de datum dat beide gebouwen klaar kwamen, 1930,  zijn er nog meer raakvlakken.

vannellefabriek1In 1926 maakte Kees van der Leeuw, toen al directeur van de oude Van Nelle Fabriek,   een studiereis door de Verenigde Staten. Hij was zeer onder de indruk van het functionalistische bouwen. En in datzelfde jaar nog werd het eerste beton voor de fundering gestort. Het procedé met betonnen heipalen was in Nederland in die tijd nieuw. In 1930 was de bouw van het hele fabriekscomplex voltooid, net dus als ook het ziekenhuis in Barcelona. Bij de totstandkoming was er samengewerkt met o.a. Gropius, de grote architect die Bauhaus in Weimar had opgericht. Voor de mensen die iets van klassieke muziek afweten: Gropius was van 1915 tot 1920 getrouwd met Alma Mahler, de weduwe van de in 1911 overleden beroemde componist. Maar dit terzijde. Over het contact tussen Bauhaus en de architecten van de van Nelle Fabriek is op dit moment een kleine tentoonstelling in de tentoonstellingsruimte van de van Nelle Fabriek ingericht. Nog groter gaat uitgepakt worden in 2019, het Bauhaus jaar.

Zaterdag en zondag, bij Open Monumentendag, waren er rondleidingen in de van Nelle fabriek. Wij kozen voor de langst durende, een rondleiding van bijna twee uur. En in die tijd kwam je aardig wat te weten. Waarom werd de nieuwe fabriek in de Spaanse polder gebouwd? Omdat die braak lag, omdat die aan de Schie lag en omdat  vlakbij ook nog eens de trein liep. Het was dus een perfecte locatie, vooral om logistieke redenen.

vannellefabriek2Kees van der Leeuw, de toenmalige directeur, was theosoof. (Net als van Itten trouwens, een van de docenten van Bauhaus!) Op de bovenste verdieping liet hij een koepeltje bouwen dat moest dienen als meditatieruimte.

vannellefabriek-koepelIn de hoogtijdagen werkten er maar liefst 1722 mensen. Voordat ze aan het werk gingen moest iedereen zich altijd eerst wassen. Ook waren er moderne WC’s, en vooral was er overal heel veel licht. Hij probeerde zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden te creëren. Het zou ook gezond zijn als de arbeiders aan sport deden, dus er werden sportvelden aangelegd. En een tuin met een groot grasveld waar iedereen mocht gaan zitten in het gras. Ook was er een ruimte waar toneel kon worden gespeeld. Kortom: als je bij van Nelle werkte dan had je het goed voor elkaar.

En dan kom ik toch weer bij Barcelona en de idealen van Montaner met zijn ziekenhuis. Ziek zijn was al vervelend genoeg. Om te genezen probeerde de architect dat ook de omstandigheden in het ziekenhuis zo goed mogelijk waren. Als je daar verzorgd werd dan had je een goede locatie.  Voor die tijd was alles er ruim, modern, maar vooral ook aantrekkelijk door de prachtige vormgeving van alle paviljoenen.

De idealen van Gropius en de andere leden van Bauhaus sloten bij deze visie aan. Twee jaar voor de van Nelle fabriek gereed kwam was Gropius  gestopt met zijn voorzitterschap van Bauhaus dat in 1925 overigens verplaatst was van Weimar naar Dessau. In 1930 was de nieuwe directeur Mies von der Rohe. Deze architect ontwierp het Duitse aandeel van de wereldtentoonstelling in Barcelona in 1929. Een van de ontwerponderdelen, een villa, is helemaal gereconstrueerd en deze kun je nog steeds in Barcelona zien.

miesvonderrohe

Ik had ook nog een uitstapje naar Wenen kunnen maken, waar Gropius vandaan kwam. Waar nog voor de eerste wereldoorlog in de Wiener Werkstätte met liefde met de hand prachtige gebruiksvoorwerpen werden gemaakt, niet voor de elite, maar voor de gewone man! En waar Schönberg zijn arbeiderskoren dirigeerde. Het was een fascinerende tijd. Er was hoop, de toekomst was veelbelovend. Na de eerste wereldoorlog bleef dat enthousiasme nog een tijd voortduren. Pas toen de nazi’s aan de macht kwamen werd het wereldbeeld ruw verstoord. Gropius vluchtte net als Schönberg naar Amerika.

Maar de van Nelle fabriek heeft zelfs de tweede wereldoorlog overleefd. Op dit moment is het een monument met Wereld Erfgoedstatus. Op de zevende verdieping kun je alles wat daarmee te maken heeft zien. De andere verdiepingen zijn verhuurd aan allerlei bedrijven. Het pakhuis wordt gebruikt om er allerlei activiteiten te laten plaats vinden zoals theater, muziek en dansfeesten. Een mooi stukje geschiedenis is behouden gebleven!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, maatschappij | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het individu

‘Wie is deze man? ‘ De straatinterviewer liet een afbeelding van een groot schilderij van Calvijn zien. Niemand herkende hem. ‘Wat zegt de naam Calvijn je?’ Ook nu weer grote ogen: waar heeft die man het over. Deze onderdelen uit de documentaire serie van KRO-NCRV over het calvinisme in Nederland spraken voor mij boekdelen. Bezig zijn met religie, en er iets van af weten is een marginaal verschijnsel geworden. Natuurlijk, in de bible belt en in een aantal kringen is de kerk en de religie die er bedreven wordt nog springlevend, maar ik denk dat misschien wel  80% van de mensen van wie de ouders nog Christelijk gedoopt zijn inmiddels van de kerk is vervreemd.

De kerk en de religie hebben een structurerende functie. Je gaat elke week naar de kerk en probeert inspiratie op te doen bij wat je daar hoort en mee maakt. Ook met elkaar praten in groepen over levensvraagstukken heeft een sociaal bindende en structurerende functie. In de loop van de tijd zijn er onder invloed van de verlichting humanistische genootschappen ontstaan die een dergelijke functie hebben. En ook enkele meer vrijzinnige kerkgenootschappen zoals die van de Remonstranten doen daar aan denken.

Yuval Noah Harari denkt dat inmiddels ook het humanisme zijn beste tijd gehad heeft. Waar het Christendom God centraal stelde, daar stellen de humanisten de mens, het individu centraal. Maar wat is dat eigenlijk een individu? Een wezen met een vrije wil? Wat is vrije wil?

De mens is nu bezig om zich zelf te vervolmaken. Ziektes moeten worden uitgebannen. De dood moet overwonnen worden of in ieder geval zo lang mogelijk worden uitgesteld. De wereld lijkt steeds meer maakbaar. De mens is zelf een soort God geworden. Maar een God die zich zelf niet meer in de hand heeft. We denken dat we een vrije wil hebben. Experimenten hebben aangetoond dat we wel verlangens hebben, maar in essentie geen vrije wil. En dat toeval eerder een reden is om iets te doen dan vrije wil. Je hebt een gedachte. Heb ik een minuut geleden besloten om dit te denken? Of kwam het gewoon bij me op? Ik besluit de komende minuut uit vrije wil nergens aan te denken. Na een minuut kom ik er achter dat ik aan van alles heb gedacht, zonder het te willen. Er zijn ”roboratten” gemaakt die in de toekomst gebruikt kunnen worden om bijv. overlevenden te vinden onder ingestorte gebouwen. Roboratten zijn echte ratten bij wie elektroden zijn geplaatst in de sensorische centra, waaronder ook de beloningscentra. Deze worden getraind en kunnen op afstand worden bediend als ware het robots. Ze kunnen op bediening naar links of rechts lopen, ladders op klimmen enz. Het schijnt dat de dieren het nog leuk vinden ook. Als je de genotscentra activeert wanen ze zich in het nirwana van de ratten. Men denkt dat de rat het niet eens in de gaten heeft dat hij “bestuurd” wordt. Zijn verlangens worden bestuurd. Zou je de rat kunnen vragen: – heb je een eigen wil? – dan zou hij waarschijnlijk zeggen: -natuurlijk heb ik een eigen wil, kijk maar: ik wil naar rechts en ik ga ook naar rechts.-  En we weten nu dat de mens net zo makkelijk te manipuleren valt. Men is al in staat door de goede hersendelen te activeren of juist te blokkeren bepaalde vormen van extreme depressie compleet uit te bannen. Een patiënt klaagde een paar maanden na de operatie dat hij een terugval had en was overvallen door een ernstige depressie. Na een korte inspectie vonden de artsen de oorzaak van het probleem: de accu van de computer was leeg. Toen ze de accu hadden vervangen was de depressie zo weer weg.

Zo lijken we op de rand te staan van een gedenkwaardige revolutie. Wat is belangrijker: intelligentie of bewustzijn? Voor legers en bedrijven is het antwoord heel simpel: intelligentie. En de mens kan op steeds meer fronten vervangen worden door geprogrammeerde machines, die complexe  taken steeds beter voor elkaar krijgen. Hoe weet de British National Health service dat er in Londen een griepepidemie is uitgebroken? Twee dagen nadat iemand griep heeft wordt er in een aantal gevallen een dokter geraadpleegd. Zo ontstaat er langzamerhand een zeker beeld.  Google weet het in enkele minuten. Bij griep horen een aantal symptomen. Als opeens in Londen veel van de betreffende symptomen worden ingetypt in google dan weet je hoe laat het is, het algoritme van google zegt: griepepidemie!  Je DNA kan nu al snel geanalyseerd worden waarna je een lijst krijgt van genetische vatbaarheid, van kaalheid tot blindheid. In landen als China waar de privacywetgeving bijna nihil is zal de kennis die er uit deze databases gehaald wordt al snel immens zijn. Over een tijd zal er een alwetende gezondheidsdienst zijn die ons tegen alles zal kunnen beschermen. Wat weten we, wat denken we? We denken het te weten. Eigenlijk weet facebook dat van heel veel mensen nu al beter dan wij zelf. Een experiment liet een man zijn eigen vrouw beschrijven. Dat werd op schrift gesteld. Toen werd gekeken op welke berichten de vrouw in facebook een like zette. Na 100 likes wist facebook hier een goed geheel van te maken, en maakte een beschrijving van de vrouw. Beide beschrijvingen werden aan de vrouw voorgelegd. Zij herkende zich meer in die van facebook dan in die van haar eigen man… Het programma Cortana (in de toekomst ingebouwd in elke windows versie), het programma Google Now en het programma Siri van Apple gebruiken algoritmen die ons continu bestuderen en hun verzamelde kennis gebruiken om ons producten aan te bevelen. Iets dergelijks ervaren we op nog redelijk onschuldige schaal nu al dagelijks. Ik zit in de mailinglijst van het bedrijf expert. Ik kreeg een aanbieding te zien van samsung beeldschermen. Om het goed te bekijken klikte ik er op en bestudeerde het een en ander uit nieuwsgierigheid in de browser. Ik heb ook een app die me informatie over het weer laat zien. Telkens als ik die app activeer dan verschijnt er eerst reclame. Dit keer, een dag later, kreeg ik voordat ik de slechte weerberichten kon bestuderen eerst reclame over beeldschermen van samsung…

Op pagina 356 zegt Yuval Harari: “Op dit moment hebben bedrijven en overheden mijn individualiteit heel hoog zitten en beloven ze medicijnen, onderwijs en amusement te leveren die perfect bij mijn unieke wensen en behoeften passen. Maar om dat te kunnen doen, moeten die bedrijven me eerst onderverdelen in biochemische subsystemen, ze moeten die subsystemen monitoren met alomtegenwoordige sensoren en de werking ervan ontcijferen met behulp van sterke algoritmen. In dat proces zal het individu niets meer blijken te zijn dan een religieuze fantasie. De realiteit wordt een maaswerk van biochemische en elektronische algoritmen, zonder duidelijke grenzen en zonder individueel centraal zelf.

Heel subtiel, heel geleidelijk worden we in deze ontwikkelingen meegezogen, of we willen of niet. Kinderen, en dat is onze toekomst, worden nog sterker dan volwassenen meegezogen. Het is gelukkig niet het enige facet van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Persoonlijk denk ik dat er nog allerlei ontwikkelingen kunnen aankomen die nu nog nauwelijks worden opgemerkt, en die wel eens veel invloedrijker zouden kunnen zijn. Deze maatschappij dreigt door de ontwikkelingen hierboven beschreven op menselijk vlak dol te draaien. En daarmee zouden er wel eens niet voorziene krachten los gemaakt kunnen worden. En zal blijken dat Homo Deus ook weer een fictie is. Er zal misschien toch weer meer tussen hemel en aarde blijken te zijn. Waar we deel van uitmaken. Ik denk dat de mens meer is dan een algoritme. Net als plant en dier.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Religie en spiritualiteit

Yuval Noah Harari zegt in zijn boek “Homo Deus”: religie geeft een allesomvattende omschrijving van de wereld en biedt ons een heel specifieke deal met vooropgestelde doelen. God bestaat. Hij vindt dat we ons op een bepaalde manier moeten gedragen. Als je God gehoorzaamt mag je naar de hemel. Als je hem niet gehoorzaamt zul je branden in de hel. Deze deal is zo duidelijk omschreven dat de samenleving er algemene normen en waarden mee kan opstellen die het menselijke gedrag reguleren.’

Spiritualiteit is wat anders. Die komt voort uit het dualisme. Volgens het dualisme schiep de goede god zuivere, eeuwige zielen die in een gelukzalige geesteswereld leefden. Maar de boze god – soms Satan genoemd – schiep een andere wereld, een materiële. Het dualisme zegt dat de mensen deze materiële boeien moeten verbreken en terug naar de geesteswereld moeten reizen, die ons volslagen onbekend is, maar waar we van nature thuishoren. Tijdens deze zoektocht moeten we alle materiële verleidingen en deals afwijzen. Deze zoektocht op weg naar een onbekende bestemming noemen we een spirituele reis, afgeleid van spiritus, wat ‘geest’ betekent.

Een van de meest dualistisch ingestelde godsdiensten was die van de Katharen. Bezit was bij hen iets dat je af moest zweren. Ook waren de katharen niet geneigd om de overheid slaafs te volgen. Hun eigen zoektocht naar de waarheid stond hoger. Wetten en bepalingen waarbij je iets moest zweren waren bij hen taboe. Mensen die denken boven de overheid te staan? Dat kon niet getolereerd worden. De Albigenzische kruistocht heeft het katharendom weten uit te roeien.

Op pagina 197 lezen we: ‘vanuit historisch perspectief heeft de spirituele reis altijd iets tragisch, want het is een weg die eenzaam wordt afgelegd, en niet met de hele samenleving. Zo gebeurde het vaak dat de spirituele reizen van dualisten uitmondden in een nieuw religieus bestel. Het gebeurde met Maarten Luther die eerst de wetten, instituten en rituelen van de katholieke kerk verwierp en vervolgens nieuwe wetboeken schreef, nieuwe instituten vestigde en nieuwe ceremoniën bedacht. Het gebeurde zelfs met Boeddha en Jezus, die met hun onverzettelijke zoektocht naar de waarheid de wetten van het hindoeïsme en het judaïsme ondermijnden. Maar uiteindelijk zijn er in hun naam meer wetten, meer rituelen en meer structuren gecreëerd dan in naam van wie dan ook.’

Een van de pijlers van de religie “Christendom” is de bijbel. De meeste aanhangers gaan er van uit dat de bijbel door God is gedicteerd en dus onvoorwaardelijk nagevolgd dient te worden. Hierbij ontstaan gelijk twee problemen. De bijbel staat vol met allerlei verhalen die deels een symbolische functie hebben en die op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Je kunt er feitelijk vele kanten mee op. Het tweede is dat wetenschappelijk vast staat dat de bijbel door meerdere schrijvers is samengesteld die soms eeuwen later dan een voorganger leefden.  Yuval Harari schrijft op pagina 204: ‘Om een lang verhaal kort te maken: de meeste serieuze wetenschappers zijn het erover eens dat de bijbel een verzameling van allerlei teksten is die door verschillende menselijke auteurs is geschreven, eeuwen na de gebeurtenissen die ze naar eigen zeggen beschrijven, en dat deze teksten pas heel lang na de tijd die ze beschrijven zijn samengevoegd tot één heilig boek. Om een voorbeeld te geven: Koning David leefde voor zover wij weten rond 1000 voor Christus maar er wordt algemeen aangenomen dat het boek Deuteronomium rond 620 voor Christus is opgesteld aan het hof van koning Josia van Juda, als onderdeel van de propagandacampagne die het gezag van Josia moest versterken. Leviticus is zelfs nog later samengesteld, in elke geval niet voor 500 voor Christus.‘ Iets verder op lezen we: ‘naar ons beste wetenschappelijke weten weerspiegelt het verbod op homoseksualiteit uit Leviticus niets verheveners dan de vooroordelen van een paar priesters en geleerden in het oude Jeruzalem.’

Eveneens op pagina 204: ‘Over het idee dat de antieke Joden de Bijbelteksten zorgvuldig intact lieten, zonder toevoegingen of weglatingen, kunnen wetenschappers melden dat het Bijbelse Jodendom helemaal geen religie was die om de Heilige Schrift draait. Het was eerder een typische cultus uit de ijzertijd die erg veel leek op buurgeloven uit het Midden-Oosten. Er waren geen synagogen, jesjiva’s of rabbi’s en er was zelfs geen bijbel. Er waren alleen uitvoerige tempelrituelen, waarbij veelal dieren werden geofferd aan een na-ijverige hemelgod, zodat die zijn volk zou zegenen met tijdige regenval en militaire overwinningen. De religieuze elite bestond uit priester-families, die hun functies vervulden op grond van geboorte en niet dankzij hun intellectuele vaardigheden. De grotendeels analfabete priesters hadden het druk met hun tempelceremonieën en hadden weinig tijd om heilige geschriften te schrijven of te bestuderen. In de tijd van de Tweede Tempel ontstond langzamerhand een rivaliserende religieuze elite. Deels door Perzische en Griekse invloeden kregen Joodse geleerden welke teksten interpreteerden steeds meer bekendheid. Deze geleerden werden uiteindelijk rabbi’s genoemd en de teksten die ze opstelden gingen “de Bijbel” heten. Er ontstond een botsing tussen de oude priesterfamilies en de nieuwe geletterde elite. Gelukkig voor de rabbi’s legden de Romeinen in het jaar 70 Jeruzalem in de as. Met tempel en al. Nu de tempel was verwoest verloren de priesters hun religieuze autoriteit, hun economische machtsbasis en hun hele raison d’être. Zo ontstond er een nieuw jodendom. Geen woeste krijgers, priesters en tempels meer, maar een jodendom van boeken en het interpreteren van boeken.’

Wat kunnen we uit dit alles leren? Dat de bijbel en ook andere religieuze boeken gevaarlijk kunnen zijn. Boeken waar  al honderden jaren misbruik van wordt gemaakt om allerlei dingen te rechtvaardigen en om dubieuze wetten en regels te legitimeren. Dat religies vooral als functie hebben om een samenleving te structureren. In het ergste geval om minderheden of andersdenkenden zwart te maken, gevangen te zetten, te verbannen of te doden. Dat daarentegen spiritualiteit, een onderdeel van vele religies, de mens kan helpen om zich als individu te handhaven en de medemens te helpen. Religie zonder zelf-onderzoek, zonder openheid en nieuwsgierigheid, maar vol met dogma’s en wetten, is een gevaarlijk fenomeen. Zoals het verleden heeft getoond en helaas ook het heden nog voortdurend laat zien.

Yuval Noah Harari doceert geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem. De schuingedrukte delen zijn citaten uit zijn boek “Homo Deus”.

 

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Censuur

De film Jesse Klaver mocht niet uitgezonden worden. Bang dat de rechtse propagandamachine de publieke omroep in een kwaad daglicht zou gaan stellen besloot men tot zelfcensuur. Vorig jaar mocht de zomergast Rutte een half jaar voor de verkiezingen wel een hele avond zich zelf zo gunstig mogelijk op de kaart zetten. De linkse lobby bleek minder krachtig dan de rechtse, de publieke omroep pleegde toen geen zelfcensuur.  In de Volkskrant staat vandaag een uitgebreid artikel over de censuur in China, waar elk mogelijk dissident geluid steeds meer in de kiem wordt gesmoord en het hele onderwijsprogramma vanaf vandaag met nieuwe boeken helemaal volgens de strengste communistische ideologie is vormgegeven.

Dit alles kan op de lange duur verstrekkende gevolgen hebben. Kijk maar naar ons eigen verleden. Censuur is ook hier lang vanzelfsprekend geweest. Toen Nederland zich los had gemaakt van Spanje, eind zestiende eeuw, begon er een intensieve propagandacampagne, vooral gericht op de verheerlijking van het protestantisme en het zwart maken van alles wat paaps was. Niet welgevallige boeken kwamen op de censuurlijst en uitgevers of boekhandelaren die zich er niet aanhielden werden zeer zwaar bestraft. Na enkele generaties was de calvinistische cultuur al tot basis geworden van het algemene denken. Intussen wist vanaf ongeveer 1580 de katholieke kerk in de Zuidelijke Nederlanden, maar ook in Noord-Brabant en Limburg zich onder het Spaanse regime te handhaven. Ook hier deed al snel een uitgebreide propagandamachine zijn werk.  En ook hier weer kwamen er strenge censuurlijsten. De contrareformatie en de scholen en universiteiten die helemaal in die geest het nieuwe onderwijs verzorgden leverden de bestuurders af. Deze zorgden er voor  dat alles overal werd nageleefd in de goede katholieke geest. Dat deden ze zo grondig en diep dat toen Frederik Hendrik zo’n halve eeuw later eerst Noord-Brabant en later ook delen van het huidige Limburg veroverde het katholieke denken daar al zo sterk was ingeburgerd, dat het er bijna niet meer uit te slaan was. Zelfs het verbieden van de diensten in de kerken, welke massaal werden overgedragen aan de protestanten, mocht nauwelijks baten. Om een en ander bestuurlijk te kunnen runnen werd er een elite uit Holland gehaald, er waren nauwelijks Brabanders of Limburgers te vinden die zich bekeerden en zich er voor wilden lenen.  Stemrecht werd de burgers van deze nieuwe grenslanden ontzegd, alhoewel daar vooral ook een economische reden aan ten grondslag lag. De textielindustrie van Brabant mocht niet concurrerend worden met die van Leiden…

We noemen Hollanders nog steeds een koopmansvolk. Mensen die zich snel en flexibel kunnen aanpassen, als het maar geld kan opleveren. Maar de grootste handelsstad van de zestiende eeuw was Antwerpen. De mentaliteit in die stad zal niet zoveel anders zijn geweest dan die in Amsterdam. Nu ervaren we wel degelijk een behoorlijk verschil. De Hollandse kooplieden zijn doordrenkt met een calvinistisch sausje, zo van: doe maar gewoon en zunig. De Antwerpenaren hebben het katholieke sausje behouden en dat  heeft zich zelfs onder invloed van de contrareformatie versterkt. Processies, katholieke feestdagen, biechten en er daarna weer op los leven. Na de Franse tijd mocht dat ook weer in steden als Den Bosch en de katholieke emancipatiebeweging van de negentiende eeuw startte een enorm propaganda-offensief om de aloude “waarden” ook daar weer in ere te herstellen.

In deze tijd lijken godsdienstige tegenstellingen binnen het Christendom hun beste tijd gehad te hebben. KRO en NCRV zijn versmolten tot KRO-NCRV. RKK en IKON zijn opgeheven. Toch zijn de culturele verschillen nog vrij sterk, alhoewel ze denk ik steeds meer zullen vervagen. Er zijn talloze factoren die ik niet genoemd heb, die er mede voor gezorgd hebben dat er culturele verschillen zijn ontstaan tussen Noord en Zuid. Maar ik denk dat de basis is gelegd, niet alleen in politieke zin in de periode 1580-1630, maar ook vanuit de propaganda- en censuurmachines in die tijd. En dat alles is nog steeds merkbaar.

Hoe het in China zal gaan moeten we afwachten.  Als de propagandamachine daar goed blijft werken zullen de Chinezen van de toekomst een trots volk zijn dat ver af staat in denken van de mensen in het Westen. Wat zal de beste houding zijn van westerse wereld? Ik denk dat dialoog en vooral culturele uitwisselingen hoog op de agenda moeten staan. Wederzijds respect en bewondering. Want het Westen is absoluut niet zaligmakend, in veel opzichten zelfs het tegendeel. En laten wij blijven zoeken naar de echte basiswaarden van een goede samenleving:  zelfkennis en respect voor de ander. Laten daar de oude Chinese wijzen nu juist veel van af weten..

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | 1 reactie

Muziek van de kosmos

Onlangs was er een concert in Bergeijck waarbij de muziek van een boom ten gehore werd gebracht. We lezen op de website van Omroep Brabant:

De boom kreeg hulp van de Amsterdamse kunstenaar Bert Barten die al een poosje bezig is met de geluiden die bomen maken. Voor het eerst zal hij die geluiden aan het publiek laten horen, samen met zijn vriend Scot Gresham-Lancaster. Vrijdagavond was het tweetal al een beetje aan het proberen.

 “De twee hangen een boom vol met apparaatjes die allerlei dingen meten. De sapstroom bijvoorbeeld, een beetje boom zuigt per dag 170 liter water op, of de fotosynthese, het proces waarmee een boom uit zonlicht bladgroen maakt. Het zijn zeg maar de levenstekens van een boom die via de apparaatjes van de twee kunstenaars stroomstootjes leveren. Die stroomstootjes jaagt Scot door een prachtige synthesizer en dan is er opeens… de muziek van de boom.“

In de zeventiger jaren zag ik een stuk van Cage, waarbij cactussen en andere planten werden gebruikt om muziek mee te maken. Een keer leuk om, vooral naar te kijken en je te verwonderen over de geluiden en het geheel, maar daarna hoeft het voor mij niet meer. Dit soort experimenten valt voor mij in de orde  van kunstwerken die gebaseerd zijn op oorspronkelijke ideeën, maar die al snel vervelend worden en niet kunnen wedijveren met kunstwerken die blijvend ontroeren.

Zo ook de muziek van de boom in Bergeijck. Maken bomen en planten dan geen muziek? Ja zeker, maar daar heb je geen synthesizer voor nodig. Net als dat de hele natuur muziek maakt. Ik wil graag een stukje vertalen uit een boek van Hazrat Inayat Khan. Het boek heet “the mysticism of Sound and Music”. Het deel dat ik vertaal komt uit hoofdstuk 3, met als titel “The music of the spheres”. De muziek van de sferen. Deze titel doet me denken aan het oude idee dat elke planeet en ook de sterren een eeuwigdurende muziek ten gehore brengen.  Pythagoras begon er al mee. In de middeleeuwen werd het idee zo mogelijk nog meer populair. (Zo’n middeleeuws handgeschreven boek met dit onderwerp mocht ik ooit in mijn handen hebben..  Voor 80.000 euro had ik me de trotse eigenaar mogen noemen..) Volgens die ideeën zou de logica van onze toonladders een kosmische oorsprong hebben. Een gedachte die me altijd heeft gefascineerd, aangezien de kracht van tonen uit de toonladder, en ook samenklanken, naar mijn idee gebaseerd is op enkele wiskundige verhoudingen die we in de natuur terug zien, (in de kosmos)  maar die we in de muziek ook echt ervaren, voelen, gewaarworden en die daar zelfs kunnen ontroeren. Hierover heb ik al meerdere blogs geschreven.  (Kijk bij de rubrieken muziek of astronomie). Nu het citaat uit bovengenoemd boek van Hazrat Inayat Khan:

“De muziek der sferen. Door deze titel wil ik niet mijn lezers aanmoedigen om bijgelovig te worden, of hen het idee geven dat ik me begeef in curieuze omgevingen. Maar door dit onderwerp wil ik de aandacht vestigen op hen, die zoeken naar waarheid door middel van de wetten van de muziek, welke werkzaam zijn in het hele universum. Het zijn de wetten van het leven, de wetten van het gevoel voor verhoudingen, de wetten van harmonie, de wetten die iets zeggen over welke dingen disbalans veroorzaken, de wetten die verborgen zijn achter al de aspecten van het leven. Het zijn de wetten die dit universum in stand houden, en die de lotsbestemming veroorzaken van het hele heelal op weg naar zijn doel.

De muziek zoals we die in het menselijke leven kennen is slechts een miniatuurvoorstelling van de muziek van het universum. Onze intelligentie heeft iets weten af te schrapen van de muziek van de harmonie van het hele universum, dat door ons heen zijn werk doet. De muziek van het universum zou je kunnen zien als de achtergrond van het plaatje dat wij muziek noemen. Ons gevoel voor muziek, en de aantrekkingskracht die muziek op ons heeft, laat zien hoe diep muziek in ons eigen wezen verankerd is.  Muziek is de basis van het hele universum. Muziek is niet alleen het grootste object van het leven, het leven zelf is muziek.

In het oosten bestaat er een verhaal dat zegt dat God in klei een afbeelding maakte van zich zelf. Toen sprak hij tot zijn ziel en beval hem in die afbeelding te stappen. Maar de ziel weigerde om in zijn gevangenis te stappen, want van nature wilde hij vrij rond bewegen. Toen vroeg God aan zijn engelen om  muziek te spelen en de ziel raakte in extase. Door deze extase stapte de ziel in het lichaam, om zo meer duidelijkheid te krijgen over wat muziek was. De legende leert ons hoe onze muziek ons inzicht geeft in wat niet alleen muziek is, maar ook wat God en het leven is.”

Wat ik hier lees komt heel erg overeen met hoe ik het al eerder formuleerde: muziek is een ingangetje tot het geheim van het leven. Door middel van muziek bereiken we dingen die eigenlijk niet benoembaar zijn.

Hazrat Inayat Khan schrijft een heel boek over dit onderwerp. Hij benoemt de dingen zoals ik ze voel. Onder een immense sterrenhemel, of op een bergtop, of in iets mindere mate gewoon thuis in de tuin kijkende naar een wesp, ervaar ik de muziek van de natuur. De achtergrondmuziek die altijd overal aanwezig is.

Nog een klein dingetje uit dat hoofdstuk:

“Soms zijn er twee mensen die het niet met elkaar eens zijn. Dan komt er een derde persoon en alle drie worden ze het met elkaar eens. Is dit niet ook de natuur van muziek? Hoe beter je de harmonie van de muziek bestudeert, en ook de menselijke natuur bestudeert, hoe meer je er achter komt dat het allemaal muziek is.” En: “wie is er een gelukkig persoon? Dat is degene die bereid is vriendelijk te zijn tegenover iedereen. En niet alleen tegenover mensen, maar ook tegenover dingen en dingen die hem overkomen. Hierdoor worden muren die mensen in zich zelf gevangen lijken te houden opengebroken”.

Vandaag schreef Arnon Grünberg in de Volkskrant: “Ik houd het gedachtengoed van Wilders voor afkeurenswaardig. Toch hoop ik dat hij een lang en gelukkig leven heeft”.

Ik stapte gisteren af van de fiets. Wat een mooi gezicht, een hele berm vol met hazenpootjes! Ze maakten me blij. Ik ervoer de muziek van de kosmos.

hazenpootje-bermhazenpootje-klein

Geplaatst in Astronomie, filosofie, muziek, natuur | Tags: , , , , , | 2 reacties

Wilhelmus (2)

Wilhelmus van Nassouwe

Het Nederlandse volkslied is niet alleen de oudste nationale hymne van de wereld maar voor mij ook de allermooiste. En dan met name op de melodie zoals die in de Nederlandtsche Gedenck-clanck van Adriaen Valerius is opgetekend. En zoals die tegenwoordig ook meestal wordt gezongen. Vandaag stonden er in de Volkskrant weer een aantal ingezonden stukjes over dit volkslied. Een schrijver beval de versie aan die de Camerata Trajectina er van heeft gemaakt. Een prachtige uitvoering inderdaad, constateerde ik op youtube.

Een pittig tempo, meerstemmig en met smaakvolle tegenmelodieën. Zoals dat alleen door een professioneel gezelschap kan worden uitgevoerd. Haal je de meerstemmigheid weg dan blijft er een melodie over die niet onaardig is, maar naar mijn idee ver achter blijft bij de versie zoals die opgetekend is door Valerius in 1626. De versie van Camerata Trajectina, oorspronkelijk van Melchior Franck, staat in een strakke 4/4 maat, terwijl de versie van Valerius veel beweeglijker is en meerdere passages kent die in een driekwartsmaat staan. Niet geforceerd, alles klinkt heel natuurlijk. Zowel in metrisch/ritmisch opzicht als in melodisch opzicht. Hieronder de melodieën van Franck en die van Valerius

wilhelmus-franck

wilhelmus-valerius

Waarom is die tweede melodie zo mooi?

wilhelmus-motieven

In bovenstaand schema vormen de motieven 1 en 2 een voorzin en een nazin. Intern zien we drie motieven, een kort opmatig motief a, een iets langer motief b dat op een zware tel begint, en een nog langer motief c dat met een heel korte opmaat begint. Deze drie contrasterende motieven maken er gelijk een zeer beweeglijk en boeiende volzin van. Deze volzin wordt herhaald, dat is in bovenstaand schema niet weergegeven.

Dan komt het middendeel, dat met een driekwartsmaat begint waardoor het onmiddellijk een stuwende werking krijgt. Bovendien worden hier de hoogste tonen bereikt, letterlijk zien we hier het hoogtepunt van het lied. Dit middendeel heeft de structuur van een ontwikkelingszin: een kort motief d, met een even lang antwoord e  en daarna een ontwikkeling f die twee keer zo lang is. Die ontwikkeling heeft een vertragend effect doordat de driekwartsmaat bij dit motief f weer overgaat in een tweekwartsmaat.

De laatste zin lijkt weer op de eerste, er wordt weer met de zelfde twee noten begonnen (de noten C en F). Motief 5 en 6 vormen samen weer een voor- en nazin, waarbij de voorzin in een driekwartsmaat staat, de nazin in een tweekwartsmaat. Hierdoor ervaren we opnieuw een natuurlijke vertraging.

Ook is er over al de melodische facetten in dit lied iets te vertellen. Ik heb de  melodische relaties weergegeven door middel van rood, groen en blauw. Ook hierdoor ontstaat een wonderschone eenheid.

Een en ander leg ik ook nog eens mondeling uit in onderstaande video.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , | 2 reacties

Jagers-verzamelaars: het Baka volk

Yuval Noah Harari noemt de overgang van jager-verzamelaar naar boer niet alleen een economische revolutie maar ook een religieuze revolutie. Op pagina 103 van het boek “Homo Deus” schrijft hij:

“Theïstische religies als het bijbelse Christendom rechtvaardigden de landbouweconomie door middel van nieuwe kosmologische mythen. Animistische religies hadden het universum altijd afgeschilderd als één grote Chinese opera met een eindeloze cast van kleurrijke acteurs. Olifanten en eikenbomen, krokodillen en rivieren, bergen en kikkers, geesten en feeën, engelen en demonen- ze hadden allemaal een rol in de kosmische opera. Theïstische religies herschreven het script en veranderden het universum in een somber Ibsendrama met maar twee hoofdrolspelers: de mens en God. De engelen en demonen hadden de overgang op de een of andere manier nog overleefd en werden de boodschappers en de dienaren van de grote goden. Maar de rest van de animistische cast – alle dieren, planten en andere natuurverschijnselen – werden gedegradeerd tot zwijgende decorstukken.”

Op pagina 106:

“Andere religies, met name het jaïnisme, het boeddhisme en het hindoeïsme, tonen nog empathie voor dieren. Ze benadrukken de band tussen mensen en de rest van het ecosysteem en hun voornaamste ethische gebod is dat er geen levende wezens gedood mogen worden. Het bijbelse gebod ’Gij zult niet doden’ gold alleen voor mensen, maar het oude Indiase principe van  abimsa (geweldloosheid) gaat op voor alle wezens met een bewustzijn.”

Op pagina 107:

“In de afgelopen jaren zijn de jagers-verzamelaars van het Zuid-Indiase Nayaka-volk zich gaan bezig houden met agrarische praktijken als het hoeden van vee, het fokken van kippen en het telen van thee. Het is geen toeval dat ze ook een andere kijk hebben gekregen op dieren en dat ze compleet anders aan kijken tegen gedomesticeerde dieren en geteelde planten als tegen wilde dieren en wilde organismen. In de Nayaka-taal wordt een levend wezen met een unieke persoonlijkheid mansan genoemd. De Nayaka vertelden de antropoloog Danny Naveh dat alle olifanten mansan zijn. Wij leven in een woud, zij leven in een woud, wij zijn allemaal mansan, net als beren, herten en tijgers. En koeien? Koeien zijn anders Die moet je overal naar toe leiden. En kippen? Kippen zijn niets. Die zijn niet mansan. En de bomen in het woud? Ja, die leven zo lang. En theeplanten?  O, die plant ik om de theeblaadjes te verkopen, zodat ik in de winkel kan kopen wat ik nodig heb. Nee, die zijn niet mansan.”

Bij theïstische culturen werden dieren en planten steeds meer bezittingen, simpele eigendommen. En al snel werd een deel van de mensen ook gedegradeerd tot een ding, tot slaaf. Er ontstond een strikte hiërarchie. Rond het jaar duizend was het nog doodgewoon dat bisschoppen slaven kochten en verkochten. En nog steeds wordt een deel van de mensheid als niet veel meer dan slaaf behandeld.

bakaEen mooie inkijk in de animistische wereld van de jagers-verzamelaars geeft een viertal documentaires over het Baka-volk dat tot voor kort nog leefde in het regenwoud, maar helaas houden de meeste Baka’s zich tegenwoordig bezig met het werken op bananenplantages. Ik zag deze documentaires al in de negentiger jaren van de vorige eeuw op televisie, later werden ze nog eens opnieuw uitgezonden. Inmiddels kun je ze terugzien op youtube. Indrukwekkend vind ik persoonlijk die delen waarbij het mystieke contact van deze mensen met o.a. de natuur wordt gefilmd. De vrouwen raken in trance en helpen op afstand de mannen bij de jacht. Ook de manier waarop ze een bijennest weten te vinden, of hoe ze vissen vangen en intussen nauwelijks bang zijn voor een jaguar die vlakbij aanwezig is. Of het lied dat iedereen van klein tot groot samen zingt samen met de verhalenverteller. Hieronder de link naar de vier bewuste documentaires. We kunnen niet meer terug naar een dergelijke samenleving, maar we kunnen wel heel veel van de mensen uit deze cultuur leren.

 

 

Geplaatst in filosofie, natuur | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Wilhelmus van Nassouwe

Ook ik ben een groot voorstander van het zingen van het Wilhelmus op de basisschool. Maar dan moet het wel op een eigentijdse manier. Dus uiteraard in het Engels. En natuurlijk moet er ook een strakke beat bij komen. Met een moderne melodie, zonder die rare maatwisselingen bij “Een prince van”. Wat een gedateerde zestiende eeuwse versie is dat zeg. We leven per slot in de tijd van “summer sale”, “back to school”,  “Amsterdam Beach” en ga zo maar door. We moeten  onze identiteit trouw blijven, dus wel het Wilhelmus, maar dan in een echt Hollands jasje. De kern van het Nederlanderschap is dat de mensen zich kunnen aanpassen aan hun omgeving, als een kameleon.  Wat vinden we van de tekst hier onder? En wie gaat hem op muziek zetten? Gaat er in als koek op de basisschool! Wedden?

Sir William of Nassou

Thats me, with German blood

I’m loyal at my country

Always till I am dead

A noble Prince of Orange

Thats me, the brave i am

The holy king of big big Spain

I always honoured him

P.S. Ik ken trouwens een aardige melodie op de tekst van het Wilhelmus….

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij, taal | Tags: , , | 3 reacties

Adam en Eva

paradijs-en-zondeval-jan-bruegelJan Breughel de Oude, Paradijs en Zondeval. Mauritshuis

Zorgeloos liepen Adam en Eva door het aards paradijs. Zonder vaste woon- of verblijfplaats. Kwamen ze een leeuw tegen dan zei Adam: “jij bent een leeuw en ik ben een mens. Ik loop hier om vruchten te verzamelen. Jij bent op zoek naar vlees. Maar ik heb net zoveel recht als jij om hier te lopen. Dus ga opzij.” En de leeuw ging opzij. Zo sprak Adam zo nodig ook tegen de olifant of de tijger. ’s Avonds maakten ze een vuurtje op een mooie plek, met hun korf vol heerlijke woudvruchten . Het leven was goed.

Adam en Eva dachten dat hun voorouders reptielen waren. Zo hadden ze ontzag voor slangen. Het was voor hen een heilig dier. Maar God dacht daar anders over. Nee, zij kwamen niet voort uit reptielen. Nee, God had hen geschapen. Ze waren een uitverkoren soort. En God vertelde hen hoe ze moesten leven. De woudvruchten moesten ze met rust laten. Ze moesten vooral geen appels eten.

Toen ze dat toch deden raakte God vertoornd en strafte hen:  “gij zult brood eten in het zweet des aanschijns.  Ga weg uit het aards paradijs!” Adam en Eva gingen weg en bouwden buiten het paradijs een boerderij. Zo werd de mens van jager-verzamelaar een landbouwer. De natuur werd vanaf die dag hun vijand. Een klein aantal dieren werd getemd en deze moesten voor de mens als slaven leven. Op dit moment is 90% van alle grote dieren een dier in gevangenschap en leeft als slaaf voor de mensheid. Varkenszeugen worden kunstmatig geïnsemineerd en als ze kleine biggetjes krijgen worden die na enkele weken gescheiden van hun moeder. De zeug wordt opnieuw geïnsemineerd. Na ongeveer vijftien worpen wordt ze geslacht en opgegeten. De kleine biggetjes, gescheiden van hun moeder, worden snel vetgemest en eveneens geslacht en opgegeten.

De mens is een zoogdier en heeft emoties. Wetenschappers hebben bewezen dat naast zoogdieren ook vogels , reptielen en vissen emoties hebben. Alle zoogdieren hebben minimaal een emotie hetzelfde: moederliefde. Als een pasgeboren aap gescheiden wordt van haar moeder en de keuze krijgt om bij een pluizige speelgoedaap zonder melk of een ijzeren speelgoedaap met een flesje melk te gaan zitten kiest ze altijd voor de pluizige aap. Moederliefde is belangrijker dan eten. Tal van onderzoeken hebben aangetoond dat de binding tussen  moeder en kind een wezenlijke basisbehoefte is, niet alleen bij mensen. Toch wordt deze basisbehoefte, die ook de fokzeug en haar jongen hebben, systematisch wereldwijd met voeten getreden.

Wat ik hier schrijf is een van de vele zij-paadjes die Yuval Noah Harari betreedt in zijn boek “Homo Deus”. Maar ook al die zij-paadjes zijn het lezen meer dan waard, vooral door de vele voorbeelden die hij geeft vanuit wetenschappelijk onderzoek. Het boek zelf gaat over de toekomst van de mensheid. Ik zal er in komende blogs nog enkele keren op terug komen.

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 5 reacties

Uil en Ufo

In de nacht van afgelopen zaterdag op zondag zouden de Perseïden te zien zijn aan de nachtelijke hemel. Kijkende in de richting van het sterrenbeeld Perseus zou je dan in verhouding tot ”normale” nachten veel vallende sterren kunnen zien. Lichtpuntjes die een seconde lang  zeer snel aan de hemel verschieten, alsof een ster naar beneden valt. Meteorenexpert Peter Jenniskens (Volkskrant zaterdag 12 augustus) studeerde begin jaren tachtig van de twintigste eeuw sterrenkunde in Leiden. Inmiddels is hij internationaal expert met betrekking tot meteoren. Sommige meteorenzwermen als die van de Perseïden zijn ontstaan als afval van een komeet. Soms komen ze ook uit de zogenaamde planetoïdengordel. En Peter Jenniskens ontdekte dat deze meteorenzwermen veel sterker kunnen zijn bij bepaalde hoeken tussen Jupiter en Saturnus, ze lijken zich dan te concentreren. En zo heeft hij nog veel meer dingen ontdekt. Veel belangrijke dingen, omdat ook satellieten gevaar kunnen lopen als er grote brokstukken uit de ruimte aankomen. Feitelijk zijn vallende sterren niets anders dan stukjes ruimtepuin die verbranden als ze de aardse dampkring binnen dringen.

Ik heb al aardig wat vallende sterren gezien in mijn leven. Een keer in augustus in Frankrijk heb ik er in een nacht meer dan honderd geteld. Zaterdag zag ik er geen een. Het was nog redelijk helder tijdens de schemering, maar de hemel trok steeds meer dicht. Tegen elven was het helemaal bewolkt. Maar toch was het een mooie avond. Doodstil  was het in de polder. Er waren nauwelijks geluiden te horen, behalve dan die van een rondvliegende uil. En de geluiden van nachtelijke eenden en ganzen. Soms even hoorde je een koe of een schaap. Recht boven je zag je na een tijdje de heldere sterren van de zogenaamde zomerdriehoek verschijnen. Ik richtte mijn camera op de meest heldere van de drie, op de ster Wega, van sterrenbeeld de Lier.  Niet lang daarna was er geen ster meer te zien, ook de planeet Jupiter in het westen was achter de wolken verdwenen. Dus ik liep terug naar de dijk.

Maar wat was dat daar, wat ik daar opeens zag? Een lichtgevende vleermuis? Ik kon het beeld vangen op mijn camera. Het was in ieder geval geen vleermuis. Een Ufo? Ik zou het niet weten…

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Guam en Limburg

‘Guam is pion in geopolitiek spel’. Zo kopte het NRC donderdag bij een mooi artikel over dit eiland. Ik moest onmiddellijk denken aan de Nederlandse politiek in het verleden. Er waren dan wel een aantal verenigde provinciën maar niet elke provincie had stemrecht. Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Drenthe mochten nergens over mee beslissen. De delen van het huidige Limburg die bij Nederland hoorden werden beschouwd als buffer en als wingewest. Ze werden vanuit Den Haag bestuurd. En in nood werd voornamelijk Holland beschermd. Zo gebeurde het  bij de aanval van Lodewijk XIV in 1672 en 1673.  De waterlinie deed zijn werk. Als de Fransen iets meer geduld hadden gehad hadden ze trouwens Holland makkelijk kunnen innemen in 1672, want al het water werd in die strenge winter omgevormd tot ijs. Maar toen waren de Fransen al vertrokken.

Ook Maastricht moest als een buffer dienen. De stad moest zo lang mogelijk stand kunnen houden en liefst ook de functie kunnen hebben om buitenlandse troepen in de rug te kunnen aanvallen. Maastricht belegeren was niet zo erg als Amsterdam belegeren. Zij mochten het vuile werk opknappen. De hoge heren zaten veilig in den Haag. Maastricht was pion in een geopolitiek spel.

nederland achttiende eeuw

Kaart Nederland 18e eeuw (voor de inname van de Zuidelijke Nederlanden in 1794)

Toen de Fransen ruim een eeuw later in 1794 Maastricht dan voor de derde keer veroverden deden de Hollanders bij hun onderhandelingen met de Fransen dan ook  niet moeilijk: “houd deze stad maar, als wij maar vrij mogen blijven. “  Ook Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre werden zonder problemen afgestaan. De rest van Nederland werd een “vrije” vazalstaat van Frankrijk en de strenge Franse wetten waren daar niet van kracht, tot het moment van de annexatie bij Frankrijk in 1812. Maar dat duurde slechts twee jaar. In de twintig jaar dat Maastricht en de rest van Limburg bij Frankrijk hoorden werd er stevig huisgehouden door de Fransen, er was al snel een dienstplicht en vooral ook werden er zeer veel kunstschatten geroofd.

In de negentiende eeuw wilde Limburg zich in de vijftiger en zestiger jaren los maken van Nederland. In Holland gingen er vele stemmen op om dat ellendige stuk grond dan maar prijs te geven, wat had je er per slot van rekening aan? Tot 1864 hadden de inwoners trouwens ook geen stemrecht. Het gebied hoorde bij Nederland maar werd nog steeds beschouwd als een wingewest met een strategische functie.

De inwoners van Guam hebben ook geen stemrecht. Zij zijn nog nooit zelfstandig geweest in de laatste 500 jaar. Eerst was het een kolonie van Spanje, nu is het een kolonie van Amerika.  Het eiland heeft voornamelijk een strategische functie. De inwoners zijn bang. Voor de grillen van Washington en die van Pyongyang. Terecht.

Er gaan stemmen op om het slavernij verleden van Nederland prominenter te behandelen in de geschiedenisboeken. Zo zijn er nog wel een aantal onderwerpen. Maar kan de hypocriete Calvinistische mentaliteit van Nederland dat aan? Een vier mei herdenking kan nog steeds alleen in de vorm van “Nederland als slachtoffer”. Er moet nog heel wat gebeuren..

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Het kasteel van Bazoches

We kennen de beelden van nu vrijwel exact honderd jaar geleden: duizenden soldaten, in modderige loopgraven.  De loopgravenstrijd was een bekende tactiek. Er werd zo een kunstmatige grens opgeworpen die moeilijk viel over te steken. Het loopgraventerrein was bijna een vesting. De loopgraven liepen zigzag, er waren verbindingen dwars op elkaar, heuveltjes er om heen met geschut, en in de achterlinie, eveneens onder de grond, waren bevoorradingscentra. Het was een wereld als die van een mol. We hebben het over de ellendige tijd van de eerste wereldoorlog.

Dat systeem van loopgraven bestond al lang. Eigenlijk is het vervolmaakt als aanvalssysteem om een stad in te nemen in 1673 door Vauban en zijn ingenieurs, bij de verovering van Maastricht door Lodewijk XIV. Van te voren had iedereen de koning verzekerd dat Maastricht bijna onneembaar was. De Republiek der Nederlanden had op het gebied van defensie zeer veel verwaarloosd, met uitzondering van de vesting Maastricht. Zij moest kunnen standhouden om troepen die er voorbijtrokken zo nodig in de rug te kunnen aanvallen en om alle bevoorradingswegen af te kunnen sluiten. Het leek dan ook logisch dat die stad eerst ingenomen moest worden voordat de rest van Nederland aan de beurt was. Invallen vanuit Brabant zou oorlog met Spanje betekenen, immers de Zuidelijke Nederlanden vielen in die tijd onder Spanje. Toen de zonnekoning er aan kwam was alles pico bello in orde in Maastricht, er waren meer soldaten in de stad dan burgers. Onder die soldaten waren veel moedige en kundige huursoldaten, vooral Spanjaarden en Italianen. Er was een uitgebreid verdedigingssysteem, zelfs was er een ondergronds netwerk waardoor soldaten vanuit de stad tot ver vooruitgeschoven punten konden doordringen en er waren op veel plaatsen mijnen geplaatst. In de stad waren enorme voorraden wapens, munitie en er was genoeg te eten. Ze zouden het zeer lang kunnen uithouden daar. Het jaar ervoor was trouwens Lodewijk XIV al om de stad heen getrokken zonder een poging tot inname te doen, maar nu ging het dan toch echt gebeuren. Het was een soort prestige object geworden.

En het lukte dan uiteindelijk ook, vooral dankzij de ingenieuze loopgraventechniek van Vauban. Ook zijn mineurs, die vakkundig alle mijnen wisten te ontmantelen hadden een groot aandeel in de uiteindelijke overwinning.  Lodewijk XIV liet schilderijen maken van de verovering. De man aan wie hij dit te danken had, Vauban, gaf hij een immense geldelijke toelage.

Adam_Frans_van_der_Meulen_-_Louis_XIV_Arriving_in_the_Camp_in_front_of_Maastricht_-_WGA15110

Adam Frans van der Meulen, de belegering van Maastricht

Met die toelage kocht Vauban een middeleeuws kasteel in de Morvan, het kasteel van Bazoches. Zijn vrouw kwam uit deze streek. Hij liet het helemaal opknappen, met tuinen in de gangbare Franse stijl. Daarna ging hij er met zijn vrouw wonen.

kasteelHier schreef hij zijn vele boeken en maakte hij de maquettes van de steden die veroverd waren. Vooral ook ontwierp hij nieuwe verdedigingssystemen die bij alle grenssteden toegepast moesten worden. Het meest vermaard werk werd zijn boek “De l’attaque et de la défense des Places”. Zijn ideeën werden wereldberoemd, ook de  Nederlander Coehoorn ging ze toepassen en vervolmaken. Toen Frankrijk in 1748 Maastricht opnieuw had ingenomen en de stad (tijdelijk) werd toegevoegd aan Frankrijk werd er ook van deze stad een maquette gemaakt in de geest van de maquettes van Vauban, waarvan een kopie nog steeds te bewonderen valt in Centre Ceramique te Maastricht. In het kasteel van Bazoches kun je de maquette zien van Neuf-Brisach. Toen Brisach nabij Colmar was ingenomen besloot de koning op advies van Vauban om een nieuwe stad te bouwen vlakbij de oude: Neuf-Brisach, die veel beter verdedigd kon worden. Hij maakte er zijn ideale vestingplaats van. Deze bestaat nog steeds. Op de tekentafel werd de maquette gemaakt die hier in het kasteel getoond wordt

neuf-brisach

Het kasteel van Vauban te Bazoches bestaat ook nog steeds. Er wonen in de helft van het kasteel nazaten. De andere helft is museum geworden, helemaal gericht op deze ingenieur van de Zonnekoning. Je kunt er een mooi beeld krijgen hoe de welgestelden en edellieden leefden in die tijd. Veel kamers zijn ingericht inde zeventiende en achttiende eeuwse stijl. Overal hangen schilderijen zoals ze indertijd ook al in het kasteel te zien waren. We zien schilderijen en borststukken van hem zelf, maar ook van de Zonnekoning of diens zoon en van generaal Turenne, die ook bij de belegering van Maastricht een van de bevelhebbers was.

portretvauban

Portret Vauban

turennePortret maarschalk Turenne

In Frankrijk kent bijna iedereen Vauban. Hij is een van de historische nationale helden. De Fransen die naar dit kasteel trekken komen dan ook meestal om alles wat met deze man te maken heeft te bewonderen. De overige toeristen willen wel eens een middeleeuws kasteel zien en komen daar vaak voor het eerst in aanraking met deze Franse ingenieur.

In 1992 was de eurotop in Maastricht. Ter gelegenheid daarvan was er een tentoonstelling in het kasteel van Bazoches waarin de verovering van Maastricht centraal stond. Ook de dood van een van de “drie musketiers”, Artagnan, die bij de belegering van Maastricht sneuvelde, werd toen toegelicht. Er werd een klein boekje uitgegeven met als titel “Maestricht et ses Héros d’Artagnan et Vauban”. De levens van beide personen staan daarin centraal.

Wie was Vauban nog meer, behalve ingenieur? In de bibliotheek van het kasteel staan ruim 8000 boeken, waaronder kostbare boeken uit de vijftiende eeuw. Hij was een belezen man, kende de Metamorfosen van Ovidius en de boeken van Augustinus. Maar zelf schreef hij ook tientallen boeken. In de antichambre van het kasteel staat een selectie.

antichambreEen aantal boeken verscheen met als titel “Oisivetes”, losse gedachten zou je het kunnen noemen. Maar het ging wel degelijk ergens over. Hij schreef daar over de landbouw, bosbouw, dwangarbeid, de munt, de harmonie van de wetenschappen, de onsterfelijkheid van de ziel. En door zijn talrijke reizen door het land kreeg hij een steeds beter beeld van wat er overal gaande was. Hij vond het een grote vergissing dat de protestanten het land uitgestuurd waren, omdat daardoor zeer veel kennis verdwenen was. De organisatie van het district Vézelay en de bittere omstandigheden in dit gebied, waar ook zijn kasteel bij hoorde, werd ook aangekaart. Ook ergerde hij zich aan de talloze verschillende heffingen en belastingen en ook dat wilde hij hervormen. Zonder toestemming van de zonnekoning liet hij een boek publiceren over belastinghervormingen. Het boek werd aan de koning voorgelezen en het werd in de ban gedaan, maar Vauban zelf werd met rust gelaten. De koning had te veel respect voor hem.

Zoals gezegd, Vauban was veel op reis. In een grote ruimte, de galerie, werd dagelijks koortsachtig gewerkt. Hier werden alle tekeningen en maquettes gemaakt en hij zelf of gezanten reisden met grote opgerolde documenten, hier vervaardigd, door het land en zo werden de Franse vestingsteden opnieuw getekend. Alles werd ook uitgevoerd.

galerijkaart

Op zijn sterfbed bekende Lodewijk XIV dat hij te veel genoegen had geschapen in het voeren van oorlogen en dat hij daar achteraf spijt van had. Wat zou hij allemaal  hebben meegekregen wat er door die oorlogen gebeurde? Het lijkt er op als je de ooggetuigenverslagen moet geloven dat hij het niet schuwde om ook in de vuurlinie nog zijn troepeninspecties te houden. En ook strafte hij zijn eigen soldaten streng als hij hoorde dat ze bijvoorbeeld een miskelk hadden gestolen. Maar wat er zich nog meer afspeelde en alles wat een dergelijke oorlog veroorzaakte? Bij Maastricht is een jaar lang de hele omgeving geteisterd, plat gebrand, er zijn tientallen huizen opgeblazen. Het prachtige kasteel van Valkenburg moest het ontgelden. Niet alleen door de daden van de Fransen, ook door die van de Hollanders, of door de stropende huurlingen uit de stad. Van Leurs heeft in 1909 een uitgebreid onderzoek naar alles rond het beleg van Maastricht gedaan. Hij heeft daar tientallen documenten van Nederlandse en Franse zijde voor geraadpleegd, en zo krijg je een redelijk nauwgezet beeld van wat er zich heeft afgespeeld. Het meer dan 300 pagina’s tellende artikel staat in de Publications van het LGOG uit 1909. Het leest als een jongensboek. Het is een mooie aanvulling op wat je er over terug vindt in het kasteel van Bazoches. Een bezoek aan dat kasteel is een absolute aanrader voor wie in de buurt is. Bijvoorbeeld in combinatie met een bezoek aan Vézelay, dat je vanaf  burcht van Bazoches goed kunt zien liggen.

uitzicht

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Romaanse kunst in de Bourgogne

Na een bezoek aan Vézelay en Autun zou het alleen maar minder kunnen worden dacht ik. Maar wat schetst mijn verbazing toen ik samen met mijn vrouw als enige gasten de kerk van Sémelay binnen liep. Wat is dit? Is dat ook Romaans? Sémelay, een plaatsje met slechts 290 inwoners. En een winkel met rariteiten, voor wie? Ik denk dat er in geen jaren iemand binnen is geweest. Ik zag even een zonderling iemand in die winkel, ik denk de eigenaar. Een oud fornuis, vanwege plaatsgebrek gestapeld op een oude koelkast. Een vaasje met enkele tientallen breinaalden. En alles vies en versleten. De kozijnen vielen van ellende bijna uit de etalage. Dat is Sémelay. Toeristen op deze dinsdagochtend? Nergens te bekennen. Maar dan die kerk!

Ja, ook de kerk is niet al te best onderhouden. Hij stamt uit de elfde eeuw en is daarmee een van de oudste Romaanse kerken. Het meest bijzonder zijn hier de kapitelen, enkele tientallen. Ik raakte er niet op uitgekeken. Dus ik heb ze vrijwel allemaal gefotografeerd.

Toen we waren bijgekomen van dit kleine wonder gingen we verder. Over compleet verlaten wegen kwamen we allereerst aan bij Toulon sur Auroux. Daar moest een kerk staan die hoorde bij de kerken van de “Romaanse kerken route”. We zagen de spits van een kerk die me niet echt Romaans aan deed. Het bleek een gotische kerk te zijn. Toulon Sur Auroux is een veel grotere plaats met naast de bewuste Romaanse kerk dus ook nog een gotische kerk, de huidige parochiekerk. Maar vlak daarbij, heel schilderachtig gelegen, was de Romaanse kerk verstopt, de kerk waar we voor kwamen. Het bleek dat je deze kerk alleen op afspraak kon bezichtigen maar we hadden mazzel: op de dag dat wij er waren was er in deze kerk net een tentoonstelling die voor het grootste deel uit oude foto’s bestond. De foto’s lieten iets zien over de geschiedenis van het stadje in de laatste honderd jaar. Maar daar kwamen we niet voor. We kwamen voor de kerk zelf. En daar was genoeg van te zien: we zagen de architectuur die beeldbepalend gemaakt is door het klooster van Cluny: de achthoekige klokkentoren en het voortdurend herhalen van het getal drie in de traveeën en andere indelingselementen. De tentoonstelling bedierf helaas een deel van het kijkplezier. Overal stonden panelen met foto’s in de weg. Dus we keken maar vooral veel naar boven. En behalve de mooie koepels en bogen zag je ook veel kapitelen. Minder interessant dan die van Sémelay. Maar toch..

DSC05857De derde kerk die we deze dinsdag nog konden behappen was die van Paray-le-Monial. Dat is een van de kerken van een klooster dat gesticht is in navolging van dat van Cluny en dat samen met meer dan honderd andere kloosters ook onder de zeggenschap van de abt van Cluny viel. De huidige kerk is in dezelfde tijd en stijl als de moederkerk gebouwd, in de twaalfde eeuw. De beroemde kerk en het klooster van Cluny hebben trouwens de Franse revolutie niet overleefd. Deze kerk is daardoor een van de beste voorbeelden van de Cluny-kerken die er nog zijn. Vooral de architectuur is bijzonder. Toen de kerk van Cluny III (de eerste en tweede kerk moesten steeds wijken voor nog grotere kerken) klaar was, was dat de grootste kerk van Europa. Bij de viering was er een kooromgang met daarachter vijf kapellen. Boven op de kerk waren maar liefst acht torens gebouwd. Een groot deel van dit concept treffen we ook aan bij de kerk van Paray-le-Monial. Er is een klooster aan vast gebouwd, dat stamt uit de zeventiende eeuw. De kapitelen zijn meest vrij goed bewaard gebleven of gerestaureerd. Maar ik vond die van Sémelay meer bijzonder. Hier zie je geen bijbelse of mythische taferelen, maar vrijwel uitsluitend bloemmotieven en af en toe diermotieven. De mooiste en beste kwaliteit overigens van Romaanse kapitelen en ander Romaans beeldhouwwerk is te zien in de kerken van Vézelay en Autun waar ik eerder over schreef.

Iets buiten het centrum van Paray-le-Monial bevindt zich een kerk die misschien nog meer bijzonder is. Vooral door zijn leeftijd: het is een Karolingische kerk uit de negende eeuw. Van buiten robuust en sober. Van binnen afzichtelijk geverfd en van kitscherige beelden voorzien. Er om heen is het kerkhof van de stad. De kerk wordt denk ik vooral gebruikt in relatie met afscheidsdiensten. De ligging zo aan de rand van de stad met zijn fraaie uitzicht was schitterend. Zeker omdat er ook een onweersbui aan zat te komen…

Ik heb van deze drie plaatsen een kort filmpje gemaakt, waarbij de Romaanse kunst de voornaamste plaats inneemt. Vanuit mijn vakantieplek was het moeilijk om passende achtergrondmuziek er bij te zetten. Ik heb nu, tegen mijn gevoel in, daarom maar gebruik gemaakt van enkele rechtenvrije muziekjes die op het net staan. Niet te veel naar luisteren, het is maar achtergrondmuziek. Gewoon kijken, en verbaas je over de voor ons soms bizarre Romaanse kapitelen en over de wonderschone Romaanse architectuur. Er zijn nog meer dan twintig andere Romaanse kerken die op deze kerkenroute liggen. Ga er heen zou ik zeggen!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 4 reacties

Autun

Rond  de geboorte van Christus werd het centrum van Gallië verplaatst van Bibracte, in het oosten van de Morvan, naar Autun. Autun heette toen Augustodanum, de stad van Augustus. Het moest de macht van Rome weerspiegelen in deze streken. De Romeinen maakten er een machtige vesting van en ook werd er een amfitheater gebouwd. De nieuwe stad bevond zich aan de rivier Arroux. Verder was de stad belangrijk omdat ze lag aan de weg tussen Marseille en de Kanaalkust, een weg die belangrijk was voor de handel maar ook voor de doortrekkende legers van de Romeinen die Gallië verder veroverden en de grenzen bewaakten. De omwalling is in de middeleeuwen uitgebreid.

ursulatoren
Hierboven een deel van de muur met de zogenaamde Ursulatoren. Vlak er bij kwam later een klooster van de Ursulinen.

Ook zagen we nog een van de Romeinse stadspoorten

romeinsepoort

Door MarcJP46 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=28313341

Bij het amfithetater en nog andere Romeinse overblijfselen zijn we niet geweest. Wel zagen we enkele mooie middeleeuwse gebouwen.

vakwerkhuis

Maar als je van Romaanse kunst houdt moet je zeker naar de kathedraal Saint Lazaire gaan.

kerk

Deze kerk stamt uit de twaalfde eeuw en is gesticht als kloosterkerk. Vanaf de vijfde eeuw, toen dit gebied al gekerstend was, zetelde er een bisschop in een kerk die nu niet meer bestaat. Deze bijzonder oude kathedraal is helaas vlak voor de Franse tijd vanwege bouwvalligheid afgebroken. Toen de bisschoppelijke hiërarchie na de Franse tijd werd hersteld werd de kloosterkerk van Sint-Lazaire bisschopszetel en daarmee kathedraal.

De sculpturen van deze kerk zijn wereldberoemd, allemaal gemaakt in de twaalfde eeuw, niet lang nadat ook de sculpturen van de kerk van Vézelay waren klaar gekomen. Ze zijn van de hand van dezelfde kunstenaars. Enkele zijn ondertekend en dezelfde handtekening treffen we ook aan in Vézelay.

Ook hier is weer een prachtig tympaan boven de ingang te zien. Het onderwerp is hier iets meer traditioneel dan dat van Vézelay, het laatste oordeel wordt uitgebeeld. Maar waar deze afbeelding traditioneel vooral hel en verdoemenis centraal stelt, is het hier meer de optimistische kant die de kunstenaars laten zien. Onder de centrale Christus zien we een rij mensen waaronder pelgrims. De meesten zijn vrome mensen die in de hemel zullen komen.

portaal

tympaanBijzonder fraai is de voorstelling waarbij de zieltjes worden gewogen. Aan de ene kant staat de aartsengel Michaël. De weegschaal slaat de goede kant uit, het zieltje is gered. Maar bij de andere kant waar de duivel staat is het ook regelmatig raak. Elk zieltje dat te licht is bevonden duwt hij met een hand naar beneden.

tympaan-laatsteoordeel

Hieronder zien we een aantal van de mensen zoals ze uit de grond naar boven komen op weg naar het laatste oordeel. Je kunt al aan hun gezichten zien wie waarschijnlijk de gelukkigen en wie de verdoemden zullen zijn. Een ongelukkig kijkende vrouw verbergt haar borsten. Waarschijnlijk heeft zij in haar leven aan ontucht of overspel gedaan.

tympaan-verdoemden

Als we dan de kerk binnengaan zien we enkele opmerkelijke gotische details, heel anders dan in Vézelay, zoals deze boogversieringen.

boogversiering

De hoeveelheid Romaanse kapitelen is minder groot dan in Vézelay, maar minstens zo interessant. Meer dan de helft is te zien in de kerk zelf, maar er zijn er ook veel te zien in de kapittelzaal. Deze ruimte is ingericht als een soort tentoonstellingsruimte. De daar aanwezige kapitelen, oorspronkelijk uit een klokkentoren, zijn nu zo opgesteld dat je ze uitermate goed kunt bekijken. Ik laat hier een aantal van de kapitelen uit de kerk en uit de kapittelzaal zien en vertel er iets over.

Hieronder zien we de heilige Vincentius. Tijdens zijn martelaarschap werd hij naakt gevoederd aan de wilde dieren. Maar twee adelaars ontfermden zich over hem en beschermden hem.

beschermingheiligevincentius

De val van Simon Magus. Simon was een tovenaar die leefde ten tijde van de apostelen. Hij wilde van Petrus het geheim om wonderen te kunnen doen kopen. Petrus ging daar niet op in. Om te laten zien dat hij er als tovenaar ook wat van kon toverde hij dat hij ten hemel kon stijgen. Hij bond zich zelf vleugels om en vloog omhoog. Petrus en Paulus baden dat hij neer zou vallen en dat gebeurde dan ook.

de-val-van-simon-magus

“De vierde toon”. Het klooster van Cluny, voorbeeld voor de meeste kloosters uit die tijd in de Bourgogne, had afbeeldingen gemaakt die horen bij de acht kerkmodi. (Dat zijn specifieke toonladders als majeur of mineur).  Bij elke modus hoorde een persoon met een andere afbeelding.  De vierde modus, phrygisch plagaal, werd gezien als de meest droevige toonladder. Hij wordt hier onder weergegeven. In latere perioden wordt deze afbeelding niet meer gekoppeld aan de vierde modus maar aan muziek in het algemeen.

devierdetoon

Op onderstaande afbeelding zien we Bileam met de ezel. Het volk van Israël zou verdoemd moeten worden, en de wijsgeer Bileam kreeg opdracht om het op te zoeken en een vloek over dit volk uit te spreken. Bileam ging er heen met zijn ezel. De ezel zag tot drie keer toe een engel die hem tegenhield, Bileam merkte niets. Toen opeens zag hij eindelijk de engel die vervolgens aan Bileam een andere opdracht gaf: hij zou het volk van Israël juist moeten zegenen.. Links boven zien we de vleugels en handen van de engel die hem tegen houdt. In de OLV-basiliek van Maastricht wordt deze scene ook uitgebeeld, maar daar zien we hoe de ezel zich omkeert tot Bileam en tegen hem zegt: ‘zeg, zie jij die engel soms niet?’

bileam-ezel

Hier worden de deugden liefdadigheid en liefde uitgebeeld. Zij verpletteren de ondeugden hebzucht en toorn.

deugden-ondeugden

Kaïn heeft Abel vermoordt. God vraagt hem: waar is Abel? Achter Kaïn in de struiken is een deel van het dode lichaam, te zien.

god-ondervraagt-cainEen opmerkelijk moment uit de bijbel. De drie wijzen liggen te slapen en worden door een engel gewekt om op zoek te gaan naar de nieuw geboren koning. Een wijze heeft zijn ogen al open, de middelste lijkt net wakker te worden en de onderste ligt nog lekker te slapen.

slaapvdwijzen

Een prachtig en ontroerend kapiteel laat de vlucht naar Egypte zien. Een zorgzame en onvermoeibare Jozef die de ezel leidt, waarop de onschuldig kijkende Jezus zit met zijn bezorgde moeder Maria.

vluchtnaaregypte

Ik heb van nog meer kapitelen en van onderdelen van het tympaan foto’s gemaakt. Hieronder kun je een indruk krijgen van wat de kunstenaars uit die tijd in opdracht van de kloosterheren hebben vervaardigd, hoe ze de pelgrims wilden onderhouden en welke verhalen er verteld konden worden. Ik heb er twee Gregoriaanse gezangen als achtergrondmuziek bijgezet. Gezongen door de schola cantorum van Amsterdam, een koor van studenten. Introitus en Graduate uit een Gregoriaanse requiem mis. Zoals deze gezangen hadden kunnen klinken in die tijd, in deze kerk.

https://drive.google.com/file/d/0B9gCtDgDSdGvRnBoeTJTdndrZ2M/view?usp=sharinghttps://drive.google.com/file/d/0B9gCtDgDSdGvRnBoeTJTdndrZ2M/view?usp=sharing

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , | 5 reacties

Vézelay

Op de top van een heuvel, nog ten noorden van de eerste toppen van de heuvels van de Morvan, staat de basiliek van Marie Madeleine. Deze kloosterkerk is in de twaalfde eeuw tot een belangrijk pelgrimsoord geworden, vanwege de relieken van Maria Magdalena en als pleisterplaats voor de pelgrims naar Santiago de Compostella. Als pelgrim moest je om er te komen een vrij steile klim maken, maar onderweg naar boven kon je al eten, drinken en souvenirtjes kopen. Zo ontstond het stadje Vézelay. Het lijkt nog steeds uit die tijd te stammen, met zijn schilderachtige huizen en steegjes.

vezelay-schilderachtig

Het probeert ook nog steeds een soort pelgrimsoord te zijn. Er is een gastenhuis voor pelgrims, en de kerk wordt tegenwoordig vanuit het aanpandende klooster door een zusterorde gerund. In het hele stadje zie je op veel plaatsen vriendelijk groetende en glimlachende nonnen rond lopen, van alle leeftijden. Ook zie je op willekeurige punten paters met hun brevier een van de getijdengebeden prevelen, tussen spelende padvinders.

padvinders

Dit is niet altijd zo geweest. In de zestiende eeuw werd de kerk, na door hugenoten ingenomen te zijn, omgetoverd tot een kazerne voor de cavalerie en ook werd er voedsel opgeslagen. Dat duurde niet lang maar intussen waren de kerkschatten met ook veel handgeschreven boeken vernield. Tijdens de Franse revolutie werd ook een deel van de sculpturen “onthoofd”. De abdij was toen al opgeheven. In 1870 kreeg de kerk opnieuw enkele relieken van Maria Magdalena en tegelijk werd ook de abdij weer in functie hersteld. Violet Le Duc begon met de eerste restauratie. In 1979 werd het stadje Vézelay met ook zijn basiliek tot wereld cultuur erfgoed bestempeld.

kerk

Wat is er zo bijzonder aan deze kerk? In elk boek dat Romaanse kunst behandelt staat een afbeelding van een van de tympanen van de Marie Madeleine, het tympaan boven de middelste toegangspoort in de voorhal. Daar kun je niet om heen. Maar het is lang niet het enige. Ik las dat van alle Romaanse kapitelen die er in Frankrijk nog over zijn de helft in deze kerk is te vinden. En voor mij gaat het nog verder. Het lijkt wel of de kerk als voorbeeld heeft gediend voor latere geleerden.

Thomas van Aquino ging de bijbel wetenschappelijk bewijzen. Alle teksten moesten zodanig worden geïnterpreteerd dat er geen speld meer tussen te krijgen was. Maar ook dat je vat kreeg op de hele wereldorde, op de schepping, op de hiërarchie, op sterren en planeten. De wereld was een knap staaltje architectuur van God en de bijbel gaf de handvaten om de logica te zien. Dit kon je weer laten zien in de bouw van de kerk en door middel van de weergave van alle beeldhouwwerk in die kerk, de plaats maar ook de verborgen betekenissen.

Thomas van Aquino leefde in de dertiende eeuw, de eeuw van de gothiek. De kerk van Marie Madeleine in Vézelay is een Romaanse kerk, met dan wel een gotisch koor. De meeste sculpturen dateren echter van rond 1140, dus lang voordat Thomas van Aquino de beschrijving van de wereldorde aan de hand van de bijbel formuleerde. Toch lijken er al veel van de denkbeelden van Thomas van Aquino in deze kerk verbeeld te zijn. Alles staat bol van de bijbelse symboliek.  Het is voor mij onbegonnen werk om de totale strekking van wat er getoond wordt in woorden te vangen. Ik ga een poging doen door slechts enkele voorbeelden te geven.

tympaan

Dan toch maar om te beginnen het beroemde tympaan. We zien Christus als pancrator met geopende handen en ver uitgestrekte armen: kom maar!  Tegelijk zien we lichtstralen gericht op de twaalf apostelen die om hem heen staan. Het meest dichtbij staat Petrus, die zelfs met zijn hoofd deels in de mandorla rond Christus staat. Petrus is de eerste paus en dat wordt hiermee nadrukkelijk gezegd. Tegelijk geeft Christus met zijn stralen ook de andere apostelen mee dat ze de heilige boodschap moeten gaan verkondigen aan alle volkeren. Welke die volkeren zijn zien we in de boog die in acht vakken is verdeeld, om dit tafereel heen. In de handelingen van de apostelen worden deze volkeren genoemd, hier worden ze weergegeven. Soms zijn ze duidelijk herkenbaar aan de frygische muts, of arabieren worden met hondekoppen weergegeven. Maar niet alleen moeten ze naar alle windstreken gaan, ze moeten deze boodschap eeuwig, elk jaar opnieuw blijven verkondigen. In de volgende ring zie je de 12 tekens van de dierenriem met daaromheen taferelen die horen bij het betreffende jaargetijde, de eeuwig durende klok. Christus staat op een steen, en geeft daarmee het fundament aan. Links en rechts van dat fundament staan allerlei mensen, tot en met gehandicapten. Dit om te laten zien dat hij er voor iedereen is. Onder dit tympaan staat Johannes de doper, met een schaal waar ooit een lam in heeft gezeten. Johannes wees Christus aan als de nieuwe messias, hij maakt de link met het verleden, met het oude testament. Johannes de doper wordt hiermee als belangrijke heilige in het midden gezet, boven op een pilaar die het tympaan in het midden ondersteunt.  Hij is de doper, en alle apostelen boven hem zijn ook gedoopt, ze staan met hun voeten in het water. (Al in vroeg Christelijke kerken wordt water weergegeven door wat kronkelige strepen). Links en rechts staan ook pilaren, links twee apostelen, rechts twee apostelen. Waarschijnlijk gaat het hier om de vier schrijvers van het evangelie, het nieuwe testament.

tympaan-frygiersHierboven een detail: een van de volkeren die bekeerd moet worden. Aan de attributen zou je ze moeten kunnen herkennen. Ze hebben prachtige kleren, let op de details. Volgens een boekje zou het gaan om Armeniërs.

tympaan-gehandicapten

Bij deze afbeelding worden mensen uitgebeeld met een handicap. Rechts zien we mensen met heel grote oren. Ook zij horen bij degenen die uiteindelijk recht hebben op een plaats in de hemel.

tympaan-lente-en-tweelingenEen detail uit het deel met de dierenriemtekens: rechts de tweelingen. Links wordt het feest van de lente uitgebeeld door iemand die versierd is met bloemen en een vreugdedans maakt.

Dan zijn er nog meerdere tympanen, maar vooral: maar liefst bijna honderd kapitelen in de kerk, met bijzonder veel allegorische of symbolische afbeeldingen.

mystieke-molen

Op bovenstaande afbeelding zien we een man met een korte mantel (het gewaad van een slaaf), met schoenen aan zijn voeten. Hij giet koren in een molen. Een andere man, met blote voeten en met een toga (een vrije man) vangt het meel op. De slaaf moet geïnterpreteerd worden als Mozes. Het koren is de stenen wet die hij in de Sinaïwoestijn van God ontving. De molen die het koren maalt is een symbool voor Christus (we zien het molenrad met spaken in de vorm van een kruis). De vrije man is de apostel Paulus, het meel moeten we zien als het nieuwe testament. De wet die Mozes ontving bevatte wel de waarheid, maar het was een verborgen waarheid, zoals we in het koren ook nog niet het meel zien. Door het offer van Christus is dat koren omgezet in iets waar echt voedsel van kan worden gemaakt: meel. Paulus beloofde dit nieuwe geloof, dit voedsel, te verspreiden onder de mensen.

Ik laat er nog enkele zien, zonder verdere uitleg: het gouden kalf uit het oude testament, en een vrouw die door een fluitspeler wordt verleid om seks te hebben, maar de vrouw wordt door de duivel gegrepen.

goudenkalf

verleidingvrouwAls je zoals ik gefascineerd bent door Romaanse kunst en de historische achtergrond van deze periode, dan is Vézelay een oase. Maar ook als toerist die graag in schilderachtige, rustige stadjes vertoeft en op een terrasje van de omgeving wil genieten kun je daar goed terecht. En als je van mooie panorama’s houdt ook: blik vanaf de heuvel van Vézelay naar het zuiden.

panorama

Hieronder een film over de kerk en ons bezoek aldaar op 20 juli 2017. De achtergrond muziek die je hoort is Gregoriaanse muziek, gezongen door Anonymous 4. Eerst zingen ze “Corpus quod nunc”, daarna “Cives Celestis Patriae”.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , | 7 reacties

Bibracte

In de krant stond onlangs hoe bij toeval de twee lichamen zijn gevonden van twee mensen die al zo’n vijf en zeventig jaar geleden waren verdwenen. Toen waren ze als echtpaar opgegeven als zijnde vermist in de Alpen. Een van hun kinderen is haar hele leven op zoek geweest naar haar ouders en herinnert zich die bewuste dag nog zeer goed. Mijn gedachten gaan dan terug naar die tijd, toen mijn ouders nog kleine kinderen waren, dus in de leeftijd van die zoekende dochter. Het lijkt allemaal zo verschrikkelijk lang geleden. Ik stel me het oneindige verdriet van die kinderen voor, die waarschijnlijk door familieleden zijn opgevoed.
Zij hebben nu een heel leven meegemaakt. Het boerenleven is daar veranderd. Hoe dingen kunnen veranderen, daar heb ik een mooi staaltje van meegekregen twee dagen geleden. Maar eerst iets over het gebied waarin dit verhaal speelt, de streek waar ik nu op vakantie ben. Het gaat over de Morvan, een onderdeel van Bourgondië. Over verandering gesproken, hier kun je ver in de tijd terug kijken. De Morvan is voor het grootste deel een middelgebergte, ontstaan toen het centraal massief van Frankrijk in twee stukken brak en er een kloof tussen beide delen kwam te liggen. Het centraal massief bestaat uit zeer oud gesteente, meest kalk, vulkanisch of graniet. En vaak in elkaar geperst waardoor het een metamorfose heeft doorgemaakt: kalk wordt marmer of een ander soort hardsteen. Toen dit allemaal gebeurde, toen bestonden de Alpen nog niet eens. Dat is een zeer jong gebergte dat zich nog steeds aan het vormen is. De toppen van de Alpen groeien jaarlijks sneller als dat ze afslijten.

top-uitzicht-autunEen van de toppen van de Morvan is de Mont Beuvray. Vanaf het hoogste punt heb je uitzicht op de vallei met in de verte de stad Autun. Maar eveneens boven op die top, en op delen van de helling ligt Bibracte. Bibracte wordt door Caesar genoemd in zijn “De Bello Gallico”. Het was de toenmalige hoofdstad van dat gebied. Bij de Gallische oorlog was de veldheer die hier zijn hoofdkwartier had Vercingetorix, bekend uit de boeken van Asterix en Obelix. De stad heeft maar ongeveer 150 jaar bestaan. 25 voor Christus woonden er 5000 tot 15000 mensen. Het was voor die tijd een zeer grote stad. Eerst was ze alleen Gallo-Keltisch, later kwamen er ook Romeinse huizen. Vercingetorix had de hulp van Caesar ingeroepen omdat de Zwitsers (Helvetica) van oost naar west trokken en intussen alles waar ze door heen gingen plunderden en in brand staken. Caesar kwam ze te hulp en hield de Zwitsers tegen. Hij verbleef zelf ook enkele maanden in Bibracte. En besloot en passant heel Gallië te veroveren. Enkele decennia later werd Autun gesticht, tijdens de regering van keizer Augustus. De hoofdstad van de Galliërs in dat gebied werd daarmee verplaatst van een moeilijk bereikbare bergtop naar een vallei. Alle inwoners van Bibracte gingen mee, inclusief hun huisraad en overige spullen. Alleen hun afval bleef achter. Binnen enkele decennia was de verlaten stad overwoekerd door struiken en bossen. Was het een verplichte verhuizing? Voor de handel was het in ieder geval veel praktischer. Ook Bibracte was al een handelsstad geweest, en alles ging gewoon verder in de nieuwe stad. Enkele eeuwen later wist niemand meer dat op die berg ooit een van de belangrijkste plaatsen in de historie had gelegen. In de middeleeuwen werd er wel nog een Benedictijner klooster gebouwd. Dat werd in de dertiende eeuw omgevormd tot een Franciscaner klooster. En ook dat verdween uiteindelijk.
In de negentiende eeuw kreeg men in heel Europa belangstelling voor het verleden van de eigen natie. Zo ook ging het bij de Fransen. Ze gingen terug tot de Romeinse bronnen en stuitten op de naam Bibracte bij Caesar. Waar zou Bibracte gelegen hebben? Eerst dacht men die stad misschien te vinden onder Autun. Dat was dus niet zo. Men keek wat meer naar de omgeving. Opvallend was dat de Mont Beuvray een aantal plateaus bevatte, en dat was niet natuurlijk. Het wees op menselijk ingrijpen. Deze berg werd op dat moment alleen nog door boeren gebruikt om de koeien op te laten grazen. Dus er werd besloten daar maar eens te gaan graven. Op elk plateau bleken huizen gestaan te hebben! Ook de resten van twee omvangrijke omwallingen en een poort werden terug gevonden. En Romeinse verwarmingen, baden, waterleidingen.

deel-villabronHet is nog steeds in zijn geheel een enorme archeologische site. Om alles te kunnen zien wat nu is blootgelegd, en nog steeds wordt blootgelegd, moet je kilometers lopen. Wetenschappers van vele universiteiten van over de hele wereld onderzoeken het hele terrein. Sommigen zijn gespecialiseerd in het analyseren van de historische begroeiïng, andere zijn gespecialiseerd in metaal, weer andere in de gebruikte stenen enz. Millimeter voor millimeter zoekt men steeds dieper en steeds meer dingen komen tevoorschijn. Elke zomer zijn er vele tieners die eerst een snelcursus krijgen en dan onder leiding mee helpen met de opgravingen.

tienersOnder aan de Mont Beuvray is een mooi museum waarin het een en ander wordt uitgelegd. Ook de hele cultuur van de Gallische Kelten en hun relatie met de Romeinen wordt uitgelegd, en nog veel meer. Je kunt er uren doorbrengen. De vrouw van de directeur van het museum is een Nederlandse juriste met bijzondere belangstelling voor geschiedenis. Ze heeft een cursus gevolgd voor het geven van rondleidingen. En nu geeft ze bijna dagelijks rondleidingen aan Franse of Nederlandse toeristen. En dat doet ze bijzonder inspirerend. Een heerlijke dag archeologie!
Bibracte was zoek. Maar is weer terug gevonden. Zoals ook de ouders van het inmiddels bejaarde meisje zijn teruggevonden. Zij lagen bedolven onder het ijs, in de Alpen. Bibracte was bedekt met zand, stenen en was al snel helemaal begroeid, in de Morvan. Soms verdwijnt de historie. Af en toe komt er weer een glimp te voorschijn. Soms is het verleden dramatisch zoals in de alpen of bij de bedolven stad Pompeï. Of we bij Bibracte ook van een drama kunnen spreken weet ik niet. Duizenden mensen die met al hun spullen moeten verhuizen? Maar ze komen goed terecht. Een dezer dagen gaan we naar Autun!

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | 2 reacties

Karl Kraus en Wenen in het begin van de twintigste eeuw

In de metro luisteren veel mensen naar muziek. Ze hebben de koptelefoon op en kijken enigszins wezenloos voor zich uit. Ik heb nooit muziek opstaan. Maar ik hoor wel steeds muziek. Inwendig. Of aangestuurd door omgevingsgeluiden. Als de metro, of die aan de overkant van het perron, gaat starten, hoor je dit:

En ik hoor dan bij mezelf onmiddellijk dit:

Deze drie tonen brengen mij daarmee in een heel andere wereld. Het is de nostalgische wereld van  die van het begin van de twintigste eeuw in Wenen. Het euforische gevoel dat veel kunstenaars toen hadden: alles leek te kunnen, er brak een nieuwe tijd aan. De eerste wereldoorlog moest nog beginnen. Over het muziekstukje dat bij deze drie tonen hoort schreef ik al een keer in een eerder blog.

Maar nu wil ik een zelfgemaakt filmpje, een soort documentaire laten zien van ruim een half uur. Deze film maakte ik vijf jaar geleden in het kader van een les aan mijn studenten gevolgd door een excursie naar Wenen. Centraal staat de kunstenaar Karl Kraus, die terugkijkt op zijn leven in 1919, niet lang na de eerste wereldoorlog. Deze Karl Kraus was toentertijd een fenomeen. Aan de hand van zijn terugblik zien we iets over het Wenen van eind negentiende eeuw, en begin twintigste eeuw. We leren enkele kunstenaars van toen kennen, in dit geval vooral schrijvers en componisten.

Karl Kraus is ook een belangrijk figuur in het boek “De culturele revolutie in Wenen” van Henk Jurgens. Een boek dat ik al twee keer heb gelezen. Maar ook hoofdstuk 3, Oedipus rex, van het boek “de duizelingwekkende jaren” van Philipp Blom, of het eerste hoofdstuk van “In Europa”, van Geert Mak zijn de moeite waard als je een goed beeld wilt krijgen van wat er in die tijd allemaal speelde in de hoofdstad van het Oostenrijkse keizerrijk. Ben je geïnteresseerd in de literaire werken van Karl Kraus zelf dan moet je het boek “het Kraus-project” van Jonathan Franzen lezen. Eigenlijk pas als je eerst die andere boeken hebt bestudeerd, want veel van de teksten van Kraus  krijgen pas betekenis tegen de culturele achtergrond van het Wenen van toen.

Graag wil ik “mijn eigen documentaire” hier laten zien.

Karl Kraus

Geplaatst in Geschiedenis, muziek, taal | Tags: , , , | 1 reactie

Contrapunt 1

 

Eva Jinek zei laatst in een gesprek met Paul Witteman dat ze nooit muziek in haar hoofd had. Muziek was niet haar taal.

Ik heb altijd muziek in mijn hoofd. Vanochtend had ik onderstaande melodie in mijn hoofd, die ik uitwerkte tot een klein contrapuntisch stukje voor twee klarinetten. Tja. Ook leuk om er wat beelden bij te zetten zonder verder enige pretenties. Foto’s o.a. van de Holterberg en van de Mookerhei.

Ik kreeg een reactie dat het een leuk stukje was maar wel wat kort. Dat vond ik zelf ook. Ik heb het dus wat uitgebreid en er nu uitsluitend voorjaarsfoto’s 2017 van Oostvoorne bij gezet, Op het moment dat het stukje voor de tweede keer wordt gespeeld.

Geplaatst in muziek, natuur | Tags: | 3 reacties

1572

Vanochtend op de radio was muziek van Tomás Luis de Victoria, meestal “da Vittoria” genoemd te horen. Deze muziek is geschreven in 1572. Da Vittoria, een Spaans componist, is in Madrid geboren maar hij werd door koning Philips II naar Rome gestuurd om zich verder in de muziek te bekwamen. Blijkbaar waren zijn talenten in Madrid al opgevallen. Sterk onder invloed van Palestrina schrijft hij daar in dienst van een klooster vele motetten en missen.

1572, dat is een jaartal waar ik onmiddellijk allerlei gedachten bij heb. Sommigen zullen weten dat toen den Briel door de geuzen werd ingenomen. Dat moment wordt als het begin gezien van een kentering in de Spaanse opstand. Philips II is in die tijd en in de geschiedenisboeken nog steeds de gehate koning van Spanje die Alva op ons afstuurde om iedereen weer in het gareel te krijgen. In Spanje intussen (en nog steeds) is het de meest populaire koning die er misschien ooit geweest is. Zo kan het verkeren.. Het plunderzieke en onderbetaalde leger van Willem van Oranje nam in datzelfde jaar Roermond in. De stad werd geplunderd. Vooral de kloosters moesten het ontgelden. In ieder geval 12 kartuizers werden vermoord, volgens sommige verhalen nog veel meer en ook bedienden en geestelijken van andere kloosters. Intussen schrijft da Vittoria in Rome, in een vredig klooster,  deze hemelse muziek..

Vadam et circuibo civitatem (Nordic Voices Chandos HSA0402)
De muziek van het motet begint na ongeveer 15 minuten in de uitzending, die je zo gewenst ook compleet kunt terug beluisteren via onderstaande link.
http://www.radio4.nl/tussenhemelenaarde/uitzending/518728/tussen-hemel-en-aarde

De tekst van het motet is ontleend aan het hooglied.
Het eerste couplet kun je ook via onderstaande player horen.

Vadam et circuibo civitatem per vicos et plateas. Ik zal opstaan en me begeven in de stad, in de straten en op de brede wegen.
Quaeram quem diligit anima mea:
quaesivi illum, et non inveni.
Ik zal zoeken de persoon die mijn ziel liefheeft:
Ik zocht hem maar vond hem niet.
Adiuro vos, filiae Hierusalem, si inveneritis dilectum meum, ut annuntietis ei, quia amore langueo. Ik vraag u, o dochters van Jeruzalem, als gij mijn geliefde vindt, dat gij hem zegt, dat ik ziek ben van liefde.
Qualis est dilectus tuus, quia sic adiurasti nos? Wie is uw geliefde, meer dan een andere geliefde, dat gij ons zo blijft bevragen?
Dilectus meus candidus et rubicundus, electus ex millibus: Mijn geliefde is wit en edel, de voornaamste onder duizenden.
talis est dilectus meus, et est amicus meus, filiae Hierusalem. Hij is mijn geliefde, en hij is mijn vriend, o dochters van Jeruzalem.
Quo abiit dilectus tuus, O pulcherrima mulierum? Waarom is uw geliefde verdwenen, o edelste onder  de vrouwen?
Quo declinavit et quaeremus eum tecum? Waarom is uw geliefde weggegaan en vraagt u om hem samen te zoeken?
Ascendit in palmam, et apprehendit fructus eius. Hij is opgestegen in een palmboom  en hij heeft zijn vruchten geoogst.

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

De Godmens

In een vorig blog schreef ik over mijn gesprek met een broer van mijn schoonmoeder. Hij vertelde toen ook wat hij op dat moment las. Dat was het boek “Homo Deus” van Yuval Noah Harari. Een boek dat hem uitermate fascineerde. Heel in het kort vertelde hij me wat de strekking was: het ging over de toekomst van het humanisme en eigenlijk zelfs over de toekomst van de hele mensheid. ‘Maar wat vind u hier nu van, als oprecht Christen’, vroeg ik hem? ‘Natuurlijk, het gegeven dat de auteur het Christendom als een voorbije fase beschouwt doet me pijn, doet me héél véél pijn. Maar ik vind het boek buitengewoon prikkelend en ik leer er elke dag van.’

Hendrik Spiering heeft een prachtige recensie geschreven voor het NRC, en deze recensie is tegelijk een goede samenvatting voor zover ik dat kan beoordelen. Ik ga het boek ook lezen.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/22/dames-en-heren-wij-allen-leven-in-illusies-4388900-a1522948

Maar nu, vooruitlopend op mijn eigen mening over het boek, denk ik toch al een kanttekening te kunnen maken. Ik lees bij Hendrik Spiering dat het fenomeen “godsdienst”, of “communisme”, of “fan zijn van Feyenoord” een ideeënwereld is die de mens heeft uitgevonden op het moment dat hij zich ging organiseren in groepen van meer dan 200 mensen. Een mens kan niet meer dan 200 andere mensen  in zijn contacten behappen. Wil je met meer mensen in contact staan dan moet je een gezamenlijk idee hebben. Je moet bijv. allemaal Christen zijn. En grote groepen zijn in staat veel te verwezenlijken, de wereld heeft zich op die manier snel en vaak ook voorspoedig kunnen ontwikkelen, dankzij de groepsgedachte. Daardoor waren mensen in staat zich dood te vechten, voor het idee “vaderland”. Maar bouwden ze ook kerken en andere grote kunstwerken, vóór God, of juist tégen Allah.

Wat is nu mijn kanttekening? Ik denk dat godsdienst er altijd geweest is, ook toen er nog uitsluitend heel kleine gemeenschappen waren. Het is een onlosmakelijk deel van de mens, nee ik denk zelfs van het leven. In de kern wil de mens onderdeel zijn van veel meer dan zijn eigen beperkte leventje op aarde. Hij wil in contact staan met heel zijn omgeving en met dingen die hij niet kan beredeneren. En dat streven kan zich op heel veel verschillende manieren uiten. Elke cultuur geeft er zijn eigen draai aan. We noemen dat godsdienst. Maar helaas, veel godsdiensten zijn vervreemd van die oorspronkelijke doelstelling: contact houden met de natuur en dingen die niet zijn te beredeneren. Ik denk dat desondanks elk levend wezen daar steeds mee bezig is, op een zó vanzelfsprekende manier dat het dat niet eens weet. Er zijn enkele ingangen om dat contact te versterken. Kunst, en vooral muziek. Luisteren naar muziek, je volledig overgeven. Of muziek maken.  Eventjes heb je wat meer contact met die veel grotere en diepere wereld die ons overal omringt. Je bent dan misschien even een echte Homo Deus.

Luister eens naar deze voor mij “Goddelijke Muziek.”

Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet no. 14 in Cis mineur, “Alexander String Quartet”

Geplaatst in filosofie, muziek | Tags: , , | 1 reactie

De vogel is gevlogen

Gisteren sprak ik een tijd lang met een oom van mijn vrouw. Bijna 90 jaar, niet goed ter been maar nog zeer helder van geest.

Enkele van de verhalen die hij mij op mijn verzoek vertelde wil ik hier weergeven.

Er komt een vogel gevlogen.

Als een van de jongsten van het gezin wilde ik heel graag naar de lagere school. Na een jaar op de bewaarschool gezeten te hebben was het dan eindelijk zo ver: 1 september. Ik was nog wel 5 jaar maar zou binnenkort, eind oktober 6 worden. Samen met mijn grotere broers werd ik meegenomen. De eerste twee weken waren een feest. Maar toen wachtte me misschien wel de grootste teleurstelling van mijn leven. De hoofdonderwijzer kwam bij ons langs. Tot zijn spijt moest hij mijn ouders meedelen dat ik nog niet naar de lagere school mocht. Ik werd na 30 september pas 6 jaar, dus ik was nog te jong. Dus moest ik maar weer terug naar de bewaarschool.

Ik was verbijsterd. Ik wílde niet meer naar de bewaarschool! Maar ik had niets te willen. De volgende dag zou mijn oudste broer me naar mijn oude school brengen. Hij hield mijn hand stevig vast en in zijn andere hand hield hij mijn tasje vast. De bewaarschool bevond zich trouwens in hetzelfde gebouw waar ook mijn vader werkte, een sigarenfabriek. We woonden aan de Kruiskade in Rotterdam, toentertijd een van de drukste straten van de stad. Ik schreeuwde en gilde en mijn broer moest me bijna meesleuren. Dat tafereel trok veel bekijks en de mensen keken misprijzend naar het luidruchtige stel. Daar stopte een politie auto en een agent vroeg waarom mijn broer me zo mishandelde. Mijn tasje viel uit zijn hand, hij moest het oprapen en toen zag ik mijn kans waar. Ik rukte me los en rende terug naar huis. Mijn broer ging me niet achterna, vertelde aan de agent wat er aan de hand was en ging daarna linea recta naar de sigarenfabriek en waarschuwde mijn vader. Deze ging onmiddellijk terug naar huis, gaf me aldaar eerst een flink pak slaag en nam me, nu beduusd, mee naar de bewaarschool. Terug in mijn oude klas zag ik een heel vreemd tafereel. De kinderen zaten niet netjes in de banken zoals ik het hele schooljaar daarvoor had meegemaakt, maar ze stonden allemaal samen met de juf midden in de klas. Op een tafel stond een voor mij compleet vreemd apparaat. Het was een grammofoon. Iedereen was doodstil. Ik liep er nieuwsgierig naar toe. Uit het apparaat klonk een prachtig lied! En ik hield van zingen.  “Er komt een vogel gevlogen”. .. Wat mooooii.. Vanaf toen ging ik weer met plezier naar de bewaarschool.

Opname gemaakt 12 december 1953 in Rotterdam, gezongen door Arie Bertram voor het programma “onder de Groene Linde”

Niet alleen teleurstellingen heeft deze oom meegemaakt, maar ook spannende momenten. Vooral het najaar van 1944 was een erg spannende tijd.

Het opklapbed

Ik werkte met mijn zus in de oorlog in Rotterdam bij “De Nationale”, een verzekeringsmaatschappij. Deze was gevestigd vlak bij de Maas, op een voor de Duitsers strategisch punt bij de Maasbrug. Het was een gezellige tijd en we hadden het er prima naar de zin. Wat we niet wisten was dat de Duitsers in de kelder kolen hadden opgeslagen. Maar wat wij en de Duitsers zelf ook niet wisten was dat er in een ander vertrek in die kelder ook spullen van het verzet lagen, zoals radiozenders en ontvangers. De winter naderde en er waren geen kolen meer te koop. Een van de mensen van de verzekeringsmaatschappij vertelde ons dat er onder in de kelder kolen lagen en dat we gerust af en toe wat mee naar huis mochten nemen. Dat deden de meesten van ons vervolgens. Al snel was bijna de helft van de grote voorraad verdwenen. Dat ontdekten de Duitsers en ook ontdekten ze toen ze wat beter onderzoek deden dat er zich in die kelder ook nog een geheime plek van het verzet bevond. Iedereen die bij de Nationale werkte was nu onmiddellijk verdacht. Midden op een werkdag moesten we ons verzamelen in een groot vertrek en werden we ondervraagd. ‘Of we wisten van de kolen. Wie verantwoordelijk was voor het stelen moest zich nu onmiddellijk melden. Als niemand zich zou melden dan zou van elke tien mensen hier aanwezig er eentje worden doodgeschoten.’ Niemand meldde zich. Na kort beraad werd iedereen naar huis gestuurd. Het leek met een sisser af te lopen. Maar de directie van het gebouw kreeg opdracht om het pand te ontruimen. Dat gebeurde dan ook, alle werknemers hielpen mee en bureaustoelen, kasten en alles werd naar buiten gesleept. We konden tijdelijk in een ander pand op de Blaak terecht.

Maar de ergste spannende momenten moesten nog komen. Er werd vlak daarna bekend gemaakt dat alle jonge mannen tussen 17 en 40 zich de volgende dag moesten melden en op transport gezet zouden worden voor “Arbeitseinsatz”. Ik was net een week geleden 17 jaar geworden en zou me dus ook moeten melden. Mijn drie grotere broers doken onder. Maar ik wilde ook niet op transport, dus de dag dat we ons moesten melden besloten mijn ouders om me te verbergen. Op een kamer stond een opklapbed tegen een wand en het bleek dat ik daar “ingeklapt” kon worden. De Duitsers konden elk moment aanbellen en ik scheet in mijn broek van angst. Daar ging de bel. Eigenlijk viel toen onmiddellijk alle spanning van me af. Ik hoorde mijn vader met de Duitsers praten. ‘Zijn hier ook volwassen mannen in dit huis?’ ‘Ja zeker’ zei mijn vader. ‘Wie dan?’ “Ik’ zei mijn vader. ‘U bent te oud’. Zijn er nog meer volwassenen?’ ‘Nee’ zei mijn vader. De soldaat liep de huiskamer in en keek in het rond. Op de schoorsteen zag hij een foto. ‘Wie zijn die drie jongens?’ ‘Dat zijn mijn zoons’. ‘En waar zijn je zoons?’ ‘Die zijn ondergedoken, waar weet ik niet’, zei mijn vader waarheidsgetrouw. ‘Het zijn volwassen kerels, die doen wat ze willen.’ Toen onderzocht de soldaat alle kamers. Op de bovenverdieping ging hij als laatste de kamer binnen waar ik verbleef. Hij keek rond maar liep weer weg. Toen wilde hij dan eindelijk onverrichterzake vertrekken. ‘Ik heb ook nog een kelder’, zei mijn vader, ‘wilt u daar niet ook kijken?’ ‘Nee’. Dat hoefde dus niet. De soldaat vertrok. Ik durfde nog niet gelijk mijn schuilplaats te verlaten. Toen werd er opeens alweer aangebeld! Een andere Duitse soldaat stond voor de deur. ‘Zijn hier nog volwassen mannen in huis?’ ‘Er is net al een soldaat geweest’ zei mijn vader. Hij zag hem een eind verder lopen en ”Hállo!’ De soldaat hoorde het, keek om en liep   een eindje terug. ‘Ben je dáár al geweest?’ ‘Ja hoor, daar ben ik al geweest. Daar is alles in orde’.

De ergste spanning viel toen van me af maar ik moest vanaf toen wel binnen blijven en mocht niet bij het raam komen. Er woonden enkele NSB-ers vlak bij, dat wisten we. Hoe nu de winter door te komen? Ik hield van lezen maar we hadden geen boeken. Nee, wacht eens: de complete bibliotheek van onze kerkgemeente lag bij ons. Die hadden ze daar voor de zekerheid ondergebracht. En ik pakte het eerste het beste boek. Een theologisch boek. Het boeide me. En ik ging door met lezen. Daar werd de kiem gelegd voor mijn latere dominee zijn, mijn staatsexamen Gymnasium en daarna de theologische school Kampen.

Maar in deze hongerwinter waar ik ondergedoken was bij mijn ouders was het slimmer als ik zou vertrekken. In Zoetermeer, zo wist men, daar gingen af en toe vrachtwagens naar Overijssel om daar voedsel te halen. Op de heenweg namen ze dan ook mensen mee. Dus op een kwade dag ging ik te voet naar Zoetermeer en meldde me bij het afgesproken adres. Ik had inmiddels een vals paspoort waarin mijn geboortedatum was gewijzigd, maar de vervalsing was niet goed gedaan. De chauffeur zag onmiddellijk dat hij gelazer met mij zou kunnen krijgen. De dominee van Zoetermeer wist het voor elkaar te krijgen dat ik mocht onderduiken bij de baas van Nutricia. Die woonde in een deftige villa, ik had nog nooit zoveel weelde gezien. Ik was daar letterlijk een keukenprins!

Toen kwamen er ook razzia’s in Zoetermeer. Het werd gelukkig een dag van te voren al aangekondigd. Men wist niets beters te verzinnen dan dat ik maar terug moest gaan naar Rotterdam. Ik dus op weg. Midden in het veld liep ik tegen een politie-agent aan. Toen hij hoorde wat ik van plan was waarschuwde hij me. ‘De hele omgeving is afgezet door de Grüne Polizei.’ Hij wees me in de verte een klein huisje aan. Ik moest maar zeggen dat ik gestuurd was door agent Pieters. En dat werkte inderdaad, ik werd er liefdevol opgenomen. Na een paar dagen waren de bewakingsposten rond Zoetermeer verdwenen en kon ik nogmaals naar Rotterdam proberen te komen. Dat lukte. Maar na nog weer een paar weken ging ik een tweede poging wagen, weer naar Zoetermeer. Nu durfde de chauffeur die naar Overijssel ging het wel aan. In de vrachtauto zaten uitsluitend vrouwen en kinderen, plus nog drie mannelijke onderduikers onder wie ik. Het was guur weer, het waaide en het stortregende. Voordat we bij de IJsselbrug kwamen moesten de  drie onderduikers vrouwenkleren aantrekken. We kregen ook een baby aangereikt die we, als er controle zou komen, flink moesten knijpen. En zo gebeurde het. Op de brug werd de laadruimte geopend en er werd met een zaklamp naar binnen geschenen. We knepen in de baby’s die het uit gilden. We zagen intussen hoe de Duitse militairen het vreselijk koud hadden en nat werden. Ze waren dan ook zo klaar met hun onderzoek en we mochten door. Zo kon ik de laatste maanden tot de bevrijding door brengen bij een gezin in Overijssel . De vogel was gevlogen!

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | 1 reactie

De broodmis

Het bejaardentehuis van Swalmen werd vroeger gerund door een zusterorde. Elke ochtend was er een mis. De wijn stond tot aan de consecratie onafgedekt in een vat op een plateau aan de zijkant van het koor. Er zaten in de zomer bijna altijd een of meer vliegen in die de emeritus pastoor er vakkundig met een vinger uit knikkerde. Daarna mocht ik de wijn, vermengd met water (veel wijn, weinig water) in zijn eigen kelk over gieten. Ik was namelijk misdienaar bij de zondagse mis en om de twee weken ook bij het Maria-lof om drie uur. Na afloop van de mis kreeg ik van de zusters een pakje met witte boterhammen met echte boter en dikke plakken kaas er op mee naar huis. Verlegen nam ik het aan en thuis at mijn  moeder het op omdat ze het zonde vond om het weg te gooien. Ik vond het brood zelf niet lekker, mijn broer en zusjes ook niet. Na het lof kreeg ik een grote koek. Die was wel erg lekker! De boterham traditie kwam waarschijnlijk nog voort uit een tijd dat misdienaars gerecruteerd werden uit gezinnen met arme kinderen, die op die manier in ieder geval nog wat te eten kregen. Ik moest hier aan denken toen ik las over de broodmis van de Servaaskerk van Maastricht.

In de charters van het rijkskapittel van St. Servaas is een schat aan informatie te vinden over allerlei dingen die ons meer vertellen over het leven in bepaalde tijden in Maastricht. Zo is de tekst van het testament van Henricus de Mosa, priester en beneficiant en rector van het altaar ter ere van de Heilige Laurentius in de Servaaskerk uit 1433 erg informatief. Henricus  de Mosa blijkt zeer welvarend, maar hij verdeelt zijn bezit zeer zorgvuldig. Ook denkt hij uiteraard aan zich zelf door een jaargetijde in te stellen: er moet jaarlijks een mis worden opgedragen voor zijn zielenheil. Maar heel veel geld geeft hij aan het gasthuis van Servaas, gelegen aan het vrijthof. En speciaal voor de armen die hier hun toevlucht zoeken. Zijn eigen bed is na zijn dood ook voor dit gasthuis bestemd. Ook gaan bezittingen naar zijn naaste familieleden, broers, zussen en hun kinderen. Op de dag van zijn uitvaart moet van 1,5 mud tarwe broden worden gebakken die aan de armen moeten worden uitgedeeld. Verder stelt hij nog een broodmis in. Elke dag moet er een zogenaamde “mickmis” worden gelezen. Hier stelt hij maar liefst 100 rijnse goudguldens voor ter beschikking. Het is een mis voor de armen waarbij na afloop brood moet worden uitgedeeld. Tot in lengte van dagen!

servaasgasthuis1669Het Servaas gasthuis in 1669, gezien vanaf het vrijthof

Hoe lang zal deze dagelijkse brood uitdeling geduurd hebben? Er is een statuut van het gasthuis van Servaas bekend uit de zeventiende eeuw, ongedateerd.  Het stuk zal in ieder geval voor 1632 zijn opgesteld omdat er nog sprake is van Augustinessen als verzorgenden. Die werden in 1632 na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik vervangen door lekenverpleegsters. In dat statuut staat onder andere dat de pelgrims die het graf van Servaas komen bezoeken volgens oud gebruik ’s avonds een portie brood, bier, erwten enz. zullen krijgen. Zieke pelgrims worden gratis verpleegd. Maar: “Spotvogels en vagebonden, militairen, vondelingen, lijders aan pest, melaatsheid en gallische ziekte of andere gevaarlijke ziekten, noch gewonden in tweegevechten mogen worden opgenomen. Ouden van dagen en blinden mogen voor maximaal drie dagen onderkomen krijgen.” Als je de pest krijgt als je er al bent mag je wel blijven maar wordt je in een afgezonderde ruimte verpleegd. Verder staat er dat de goederen en stichtingen die het gasthuis verwerft altijd in een afzonderlijk register moeten worden opgeschreven en er moet worden bewaakt dat ze volgens de overeenkomsten met de schenkers worden beheerd.

Je krijgt de indruk dat er twee eeuwen na de dood van Henricus de Mosa nog steeds een vergelijkbare vorm van armenzorg is bij het kapittel van Servaas. De broodmis bestaat wellicht ook nog. In ieder geval is er nog een vergelijkbare traditie zo rond 1960, in de tijd dat ik misdienaar was.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Maastricht en Quedlinburg

20140816_140351In de Duitse stad Quedlinburg (spreek uit Kweetlienboergh) hangt in het museum een kaart waarop de paltsen en kloosterburchten van de Duitse keizers van de 10e tot 12 eeuw staan aangegeven. Ik laat zien welke gebieden dicht bij ons land toen van belang waren.

kaartpaltsenDe enige palts op huidig Nederlands grondgebied is die bij Nijmegen. Langs de Rijn bij de Nederlandse grens zijn er meer: Duisburg, Kaiserswerth (Düsseldorf), Keulen. Keulen is tegelijk aartsbisdom. Ook de bisdommen waren belangrijk voor de keizer: Lüttich (Luik) en Utrecht. Het enige rijksklooster dat vermeldt wordt is dat van Maastricht, en het gaat dan om het rijksonmiddellijke Servaasklooster. Dat er een duidelijke relatie van dit klooster was met de belangrijkste machtscentra van de keizer blijkt uit onderstaand verhaal.

Oost-Francië dat ontstaan was na de driedeling van het grote rijk van Karel de Grote, werd bestuurd door keizers die geen vaste verblijfplaats hadden. Een aantal plaatsen was bij hen favoriet, daar hadden ze een wat grotere palts en daar verbleven ze meestal dus ook langer. De twee belangrijkste keizersteden lagen in die periode in de Harz.

Keizer Hendrik de Vogelaar is verantwoordelijk voor de stichting van de stad Goslar in 922.  Maar de stad gaat pas echt groeien als tijdens de regering van diens zoon Otto I een zeer rijke zilvererts-ader wordt ontdekt in de Rammelsberg nabij de stad (nu mijnbouwmuseum). Pas in de 11e eeuw werd er ook een palts gebouwd, die er nog steeds staat.

Deze zelfde Hendrik de Vogelaar, toen nog hertog van Saksen, vernam in Quedlinburg dat zijn tegenstrever Koenraad I van Franken hem had aangewezen tot opvolger als Duits koning. Na zijn kroning in 919 werd Quedlinburg  de voornaamste stad van Oost-Francië. Hij liet hier zijn favoriete palts bouwen, de palts waar hij jaarlijks het belangrijkste Christelijke feest, Pasen, vierde. Toen hij in 936 overleed stichtte zijn weduwe Mathilde met toestemming van haar zoon, keizer Otto I, bij de burchtkerk een sticht voor kanunnikessen. De leiding van het sticht lag in haar handen. Het klooster was allereerst bestemd om te bidden voor het zielenheil van de gestorven keizer die men er liet begraven. Mathilde werd hier later eveneens begraven en ligt er nog steeds, het graf van haar man is zoek.

20140816_145212

Otto I was zeer actief om Oost-Francië te vergroten en tot een hecht keizerrijk te maken. Hij liet zich in Aken tot keizer kronen. Hij was actief bezig met zijn west- en oostgrenzen en benoemde op cruciale plaatsen uitsluitend getrouwe familieleden. Het klooster van Servaas te Maastricht, gelegen nabij de westgrens bij het hertogdom Lotharingen, het restant van Midden-Francië, maakte hij tot een rijks-onmiddellijk bezit. Hij schonk het vele goederen en landerijen. Een reliek van Servatius werd  in 961 uit Maastricht overgebracht naar de kapel waar zijn vader begraven lag in Quedlinburg.  De kapel werd vervolgens omgedoopt tot Servatiuskapel. Er bleek dus toen nog steeds, honderd jaar na Karel de Grote een bijzondere belangstelling voor de heilige Servaas te zijn.

20140816_142101

Toen de kapel afbrandde in het begin van de elfde eeuw werd er een grotere Romaanse kerk, de huidige Servatiuskerk gebouwd, boven op de Schlossberg. De oorspronkelijke crypte met het graf van Mathilde en het reliekschrijn van Servatius is nog aanwezig. In de tiende eeuw werd er in het sticht van abdis Mathilde een belangrijk scriptorium ingericht waar zeer veel kostbare handschriften werden vervaardigd, vooral ook muziekhandschriften met “Gregoriaanse muziek” in het oude neumenschrift. Veel informatie daarover is te zien als je het museum waar ook de Servatiuskerk bij hoort bezoekt. De Quedlinburgse muziek-handschriften zijn voor musicologen van bijzonder veel waarde.

neumen

Aan het einde van de twaalfde eeuw wilden de proost en kanunniken van Servaas dat hun heilige Servaas officieel werd toegelaten tot de heiligenkalender van alle heiligen. Om dat te verwezenlijken werd een pauselijk onderzoek gedaan. Het bleek dat de kanunniken hun hand hadden overspeeld. In de Servaaslegende werd zelfs beweerd dat Servatius familie was van Christus. Dit werd zo ongeloofwaardig gevonden dat het feest niet doorging. Servaas mocht wel nog plaatselijk vereerd worden, maar zijn internationale status kwam niet van de grond. Zo verging het ook Karel de Grote, zijn heiligverklaring werd niet geldig verklaard, maar ook hij mag bij uitzondering in Aken vereerd worden. Een grote slag voor de pelgrimage in de Maasstreek. Ook Quedlinburg had daardoor een reliek van twijfelachtige waarde. Gelukkig had in de twaalfde eeuw Keulen wel zijn Drie Koningen, die mochten blijven…

In 1204 werd het Servaasklooster van Maastricht in leen gegeven aan de Hertog van Brabant. Een groot deel van ook de stad Maastricht werd daarbij Brabants, behalve het deel dat hoorde bij Luik. De stad kreeg in dat jaar stadsrechten en het recht om zich te omwallen. De burgerij moest het van andere dingen gaan hebben, alhoewel de pelgrimage nooit helemaal verdween. Maastricht is nog steeds de stad van Servaas. Ook in Quedlinburg staat nog steeds de Servatiuskerk maar hier wordt tegenwoordig vooral gevierd dat het een oude keizerstad was, dat Hendrik de Vogelaar er ooit begraven werd en zijn vrouw Mathilde er nog steeds ligt. En nu maakt de toeristische folder in eerste instantie reclame voor de gezellige binnenstad met zijn talloze vakwerkhuizen. Tja. Voor de meeste mensen is Maastricht de stad van het Vrijthof, zijn vele terrassen, de kroegen en zijn goede eetgelegenheden. O ja, er staan ook veel oude huizen en de autochtonen spreken een raar taaltje. Het lijkt wel buitenland!

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | 2 reacties

Magna Mater

In India is al lang voor Christus de Magna Mater bekend, een machtige godin die niet alleen vruchtbaarheid schenkt maar de mensen ook beschermt. Zo zien we haar in het Catharijneconvent  in een zetel, gekroond met een hoofddeksel die een vestingsmuur moet voorstellen. Ze beschermt de stad. Wat lijkt deze Indiase voorstelling op de latere Maria als zetel der wijsheid!

magna-mater

Museum het Valkhof heeft een Romeins beeldje van Tyche of Fortuna, met de hoorn des overvloeds in haar handen. Het beeldje is gemaakt tussen 100 en 300 na Christus. Zij heeft een vergelijkbare functie als de Indiase Magna Mater. Ze beschermt, zorgt voor vruchtbaarheid en overvloed.

fortuna

Het zelfde museum heeft ook dit Romeinse beeld van Venus met Amor op de schouder.

venusamor2

Het Rijksmuseum voor oudheden in Leiden bezit een beeld van de Egyptische Isis met op haar schoot Horus. Dit beeldje is gemaakt in een van de eerste eeuwen voor Christus.

isis-horus

Het is duidelijk waar de beeldcultuur van Maria met of zonder kind vandaan komt. Maria is de Magna Mater van de katholieken. En deze vroege Christenen hebben nog veel meer van hun heidense voorgangers overgenomen. Zeus kon zich veranderen in een stier en zo op de aarde afdalen. God had ook meer gedaantes. Hij daalde af in de gedaante van een duif en vertegenwoordigde zo de Heilige geest. En  Waar de Grieken en Romeinen nog veel meer goden hadden, wel minder belangrijke, daar hadden de Christenen hun engelen, zoals de Heilige aartsengel Michaël, Rafaël en Gabriël. En verder kon je ook tot voorouders bidden, zoals dat nog steeds in heel veel culturen gangbaar is. Deze voorouders kunnen je helpen. De katholieken noemen het heiligen. De monotheïstische godsdienst, het Christendom zoals deze zich tot 1517 manifesteert, is eigenlijk niet veel anders dan het veelgodendom van de Romeinen.

Na het verlaten van de tentoonstelling “Maria” in het Catharijneconvent was er een gastenboek. Een van de mensen die vlak voor me daar iets in geschreven had zei: ‘een mooie tentoonstelling, maar er is veel te veel devotie voor Maria. Die devotie mag’ je alleen voor Christus hebben.’

De protestanten hebben al de heilige symbolen afgeschaft. Maria is geen Magna Mater meer. Je kunt wel nog voor het zielenheil van overledenen bidden, maar helaas, zij kunnen je niet helpen. We moeten het zelf opknappen of hopen dat God, zonder enige tussenkomst, ons bij wil staan. De drie-eenheid hebben ze nog niet afgeschaft. De stier van Zeus is er nog steeds: de H. Geest daalt af met Pinksteren.

Maar moederliefde is onvoorwaardelijk. Dat weten de mensen. Dus het is veel makkelijker om je tot een vrouw te wenden. En die vrouw, dat is bij de katholieken Maria. Honderden kaarsen per dag in de OLV-basiliek van Maastricht. Het is wellicht een placebo. Maar een placebo die voor veel mensen werkt. Maria troost, helpt, beschermt.

Al de getoonde beelden en veel meer zijn te zien in de tentoonstelling “Maria” in het Catharijneconvent. De menselijke Maria, zoals ze vanaf 1400 op allerlei manieren wordt getoond zien we uiteraard ook. Alhoewel ik de Italiaanse voorbeelden van Rijksmuseum Twente mooier vind. Maar deze is ook erg mooi. Maria samen met oma Anna, op een schilderij van Rembrandt afkomstig uit het Rembrandthuis.

rembrandt

Of wat vind je van dit detail uit een schilderij van Pieter Coecke van Aelst en Dirk Jacobsz uit 1535? Deze afbeelding hoort niet bij de tentoonstelling, maar bij de vaste collectie van het Catharijneconvent. Je ziet de rustpauze tijdens de vlucht naar Egypte. Zorgzaam houdt Maria de spartelende baby Jezus vast. Jezus wil helemaal niet naar Egypte. Hij wil rustig in een bedje liggen… Maar Maria weet wat goed is voor haar kind. Zij is de Magna Mater.

maria-vluchtnaaregypte1500

Geplaatst in filosofie, kunst, recensie | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Shostakovich

Het Monteverdi Kamerkoor Utrecht geeft zondag 11 en zondag 25 juni een concert waarbij de hoop van de twintigste eeuw centraal staat: “The American Dream”. Deze droom, dat zijn natuurlijk de Verenigde Staten van Amerika, het  land dat open stond voor emigranten en vluchtelingen en dat elke droom van al die nieuwkomers tot waarheid kon maken. Hoe anders kijkt men nu tegen die nieuwkomers aan… Er wordt muziek gezongen van veel componisten. Van Samuel Barber tot Cavendish.  http://www.monteverdikamerkoor.nl/pages/americandream2017.htm

De twintigste eeuw heeft ook een zeer donkere kant met als dieptepunten de eerste en tweede wereldoorlog. Over deze donkere kant gaat het programma van het LSKO Collegium Musicum, gisteren in de Prinsekerk in Rotterdam  morgen in de stadsgehoorzaal van Leiden. Twee componisten staan daarbij centraal: Britten en Shostakovich.
http://www.collegiummusicum.nl/concerten/agenda/

Ik was gisteren in de Prinsekerk, een mooie kerk vlak achter het centraal station van Rotterdam.  In een wijk met veel vooroorlogse woningen met mooie gevels en glas-in-loodramen. En een kerk die geschikt is om een podium te creëren dat zowel een groot koor als een groot orkest kan herbergen. Met een indrukwekkend aantal zangers van maar liefst 76 studenten werden drie grote koorwerken van Britten en Shostakovich gezongen. Daarnaast hoorde je ook het kleinere kamerkoor. Een zeer inspirerend concert. En een goede kwaliteit van de uitvoeringen. Bij het orkest waren flink wat conservatoriumstudenten ingehuurd. Dat mocht ook wel bij deze virtuoze muziek.

Maar ik wil iets langer stilstaan bij het deel na de pauze: een uitvoering van de tiende symfonie van Shostakovich, een werk van bijna een uur lang.

Shostakovich is een meester in het orkestreren. Hij weet perfect hóe kleurcontrasten te maken, wáár pizzicati te gebruiken, hóe snerpende effecten en donkere ronkende geluiden uit een orkest te halen. Daar alleen al kun je dus van genieten. Maar dan het verhaal in de muziek. In de toelichting wordt verteld hoe in het vlammende tweede deel, een soort scherzo, de waanzin van Stalin wordt uitgebeeld. En hoe in het derde deel een soort ego-document wordt neergezet: zijn eigen naam in noten: D-Es-C-B. Je hoort op een gegeven moment steeds: shos-ta-ko-vich. Zoals Bes-A-C-B bij Bach. Later gevolgd door de naam van de vrouw op wie hij verliefd was in lange noten: E-B-E. En hoe in het vierde deel gejubeld wordt om de dood van de tiran Stalin in een deel met een majeurtoonsoort. Zeer nadrukkelijk horen we op het einde weer zijn eigen naam en dan komt er nog een Beethoviaans slot met een eindeloos lange slotzin en stevig neergezette slotakkoorden.

Dit allemaal is goed te horen en de vorm is ook steeds goed te volgen. Toch word ik er niet koud of warm van. Hoe komt dat nu toch? Het komt niet door het spel van al die jonge mensen want dat was gewoon goed. Het komt door de muziek. Ik herken de variatietechnieken van Shostakovich, hoe hij dingen aan elkaar lijmt. En ik proef daarbij steeds iets onechts. Ik  vermoed dat dit erg persoonlijk is. Voor mijn gevoel speelt hij voortdurend leentjebuur bij andere componisten als Bela Bartok. Maar bij Bartok zit ik altijd op het puntje van mijn stoel en word ik meegesleurd.  Bij de orkestwerken van deze componist, zoals het stuk voor strijkers, slagwerk en celesta, of  het concert voor orkest, zit ik voortdurend te genieten. En al helemaal bij zijn zes strijkkwartetten, met name bij het vierde en zesde. Ik laat twee fragmenten horen. Het eerste is het begin van het derde deel van de tiende symfonie van Shostakowich, waar zijn eigen naam wordt geïntroduceerd.  Een soort thema met variaties. Uit 1953. Gevolgd door het begin van het derde deel van het concert voor orkest van Bartok uit 1943, eveneens een thema met variaties.

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De schat van Lienden en de asielzoeker Servaas

“Het is een uniek tijdsdocument, zeggen onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ruim veertig gouden munten die rond 460 na Christus zijn begraven en nu zijn opgedoken in een boomgaard in Lienden. Van die periode is niet heel veel bekend.”

schatDe schat wordt op dit moment tentoongesteld in museum Het Valkhof in Nijmegen. De historici die er zich mee bezig houden hebben zo hun theorieën over de achtergrond van deze vondst. Het West-Romeinse rijk zou kort daarna ophouden te bestaan. Er waren nauwelijks meer Romeinen in de grensstreken. De grenzen werden nog enigszins beschermd door lokale heersers, die betaald werden vanuit Rome. Waarschijnlijk werd het een plaatselijke bevelhebber  te heet onder de voeten en hij begroef zijn aanzienlijke goudschat.

In de geschiedenisboekjes leren we dat rond 400 de Volksverhuizingen begonnen. In de omgeving van de Boven-Rijn waren in het begin van de vijfde eeuw de Salische Franken nog heer en meester  en zij verdedigden de grenzen voor de Romeinen. Maar vanaf de tweede helft van die eeuw drongen vanuit het oosten Germaanse stammen op en die op hun beurt dreven de Ripuarische Franken (Francs Rhénans)  naar de andere kant van de Rijn, ten koste van de Salische Franken. Ze staken na een tijd ook de Maas over en het “Fôret charbonnière” , het kolenwoud, werd een tijdlang de nieuwe grens. Dit oerbos bedekte in de Romeinse tijd het midden van het huidige België.

eind5eeeuw

Zie ook: Volksverhuizing in de lage landen

Tongeren werd ingenomen door de nieuwkomers. Deze stad was toen een van de belangrijkste plaatsen in die streek. Het is niet denkbeeldig dat enkele hooggeplaatsten uit Tongeren op de vlucht sloegen en wellicht in Maastricht terecht kwamen, dat misschien beter beschermd was.  Een van die asielzoekers uit Tongeren zou Servaas geweest kunnen zijn.

13 mei is het feest van een van de ijsheiligen, en wel het feest van Sint Servaas . Na de ijsheiligen mag je er van uitgaan dat er geen nachtvorst meer voorkomt. 13 mei 384 zou de sterfdag zijn van Sint Servaas. Maar: er zijn twee “heiligen” met de naam Servaas. De eerste is afkomstig uit Armenië en heeft zich actief bezig gehouden met het bestrijden van het Arianisme. Deze is in 384 overleden. De andere is volgens Gregorius van Tours de eerste bisschop van Tongeren die deze stad ontvluchtte voor de komst van “de Hunnen” en rond 450 in Maastricht overleed waar hij begraven werd langs de daar gelegen Romeinse weg van Tongeren naar Keulen. In de Servaaslegende zijn elementen van beide “Servatiussen” vermengd.

Maar de laatste Servaas, dat zal wel de echte zijn. Rond 384 waren er in deze streken nog geen bisschoppen. Het schijnt trouwens dat veel mensen in de tweede helft van de vijfde eeuw in de Frankische gebieden inderdaad al gekerstend waren, maar men beleed  toen het Arianisme. Dat is een variant van het Christendom welk Christus niet als God ziet. Hij is een inspirerende profeet. Ook geloven aanhangers van het Arianisme niet  in de drie-eenheid. Pas onder Clovis wordt snel het katholicisme zoals we dat daarna kennen gemeengoed. Servaas was dus waarschijnlijk een Arianist. Honderd jaar eerder zou hij mogelijk door zijn naamgenoot zijn bestreden als ze elkaar waren tegen gekomen…

Laten we er maar van uitgaan dat Servatius 2 de heilige is die in Maastricht begraven ligt. Hij zou dus rond 450 zijn overleden, midden in de tijd van de volksverhuizingen en niet lang voor de tijd dat de schat van Lienden werd begraven. De schat van Lienden is rond 460 begraven, dat weten we aan de hand van de gevonden munten. Misschien is hij begraven door een vluchteling, iemand als Servaas…..

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | 10 reacties

De relatie tussen de natuur en de mens

Het Elizabethconcours was dit jaar op de cello gericht. Ik heb slechts een van de twaalf finalisten gehoord, de vijf en twintigjarige  Ivan Karizna  uit Wit-Rusland. Hij ontroerde me en greep me. De jury plaatste hem op de vijfde plaats, maar hij kreeg wel de twee publieksprijzen.

ivan karizna

Het verplichte werk dat de finalisten moesten spelen was van de Japanse componist Toshio Hosokawa uit Hiroshima. In zijn recente werken, die hij voorstelt als een gebed of een requiem, probeert Toshio Hosokawa vooral de relatie tussen de natuur en de mens te beschrijven. Het is een thema dat leeft in deze tijd. Vanochtend hoorde ik op de radio “Veni creator” van Arvo Pärt. Een zelfde soort geest ademde ook dat werk. Maar het werk van de Japanner heeft naar mijn gevoel meer diepgang. Het einde van het stuk is werkelijk oneindig. De dirigent en solist waren nog 17 seconden stil voor ze applaus toe lieten. Eigenlijk een stilte die niet meer verbroken zou mogen worden. “Sublimation” was de titel. Er wordt door Ivan en de orkestleden “gewerkt” om de stilte te sublimeren. Maar dat werken hoef je niet te zien maar slechts te horen. Je hoort ze letterlijk “werken” om een sterrennacht, ruisende bladeren of een wolkenlucht uit te beelden. De laatste drie minuten van dit werk. De relatie tussen Toshio Hosokawa, Ivan Karizna en de natuur.

Als je het toch wilt zien, of als je met de ogen dicht wil luisteren naar het hele concert (inclusief het 1e celloconcert van Shostakowich) , het staat op dit moment nog op: http://imkeb.be/cgi?lg=nl&pag=3313&tab=108&rec=4395&frm=0&par=aybabtu

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | 1 reactie

Een echo van eeuwigheid: de Romaanse kapitelen in de OLV-kerk van Maastricht

De OLV-kerk van Maastricht is het grootste deel van de dag open voor bezoek. Het is er bijna altijd erg donker en je ogen moeten wennen aan de duisternis. Enkele liturgische afbeeldingen zijn wel altijd verlicht, zoals het grote beeld van Christoffel uit begin zestiende eeuw dat je gelijk ziet als je binnenkomt. Steeds verder lopende zie je vooraan in de kerk een donker koor met een altaar. Maar als iemand dan 50 cent in een automaat stopt links van de absis dan zie je de aanwezige bezoekers verrast opkijken en naar voren lopen.

absisDe absis wordt opeens verlicht, de somberte verdwijnt en je ziet een wonderschoon geheel. Wat een prachtige architectuur! Er zijn ronde bogen en dwerggalerijen, er zijn vele zuilen met bewerkte kapitelen en, je ziet hoog in de koepel, als ware je in de hemel, een schildering met de majestas domini, god als machtige heerser, omgeven door apostelen en evangelisten. Het geheel is indrukwekkend.

overzichtHelaas, de details van de gebeeldhouwde kapitelen zo rond het altaar blijven verborgen, ze zijn domweg te ver weg. Ze maken menige bezoeker nieuwsgierig. Wat zou er op staan?

Om daar achter te komen moet je een rondleiding aanvragen. Bij deze rondleiding mag je er vlak bij komen. Waar het westelijke deel van de Servaasbasiliek 34 zuilen met kapitelen bezit, heeft het oostelijke deel van de OLV-kerk er 30. Deze staan deels op het koor, vlak en rond het altaar. Een kleiner deel bevindt zich een verdieping hoger waar de dwerggalerij zich bevindt. De kapitelen op deze hogere verdieping zijn erg beschadigd. De kwaliteit van de afbeeldingen op de meeste kapitelen op het lagere deel daarentegen is zeer goed. Hier zijn de zuilen gegroepeerd in twee halve ovalen. De achterste rij heeft kapitelen die je slechts van een kant kunt bekijken, de middelste rij bevat een flink aantal zuilen met kapitelen waar je omheen kunt lopen waardoor er vier afzonderlijke afbeeldingen op elke kapiteel te zien zijn. Daarnaast zijn er enkele kapitelen op wat lagere zuilen vlakbij het altaar die je dubbelkapitelen zou kunnen noemen omdat ze op twee zuiltjes staan die vlak naast elkaar zijn geplaatst.

ravenna-sanvitalisIn Ravenna zie je in de San Vitalis een mozaïek in het presbyterium met twee episodes uit het leven van Abraham. Links zie je hoe Abraham een lam aanbiedt aan drie engelen, die hem net bericht hebben dat zijn vrouw Sara nog op hoge leeftijd een kind zal krijgen. Sara kijkt vanuit de deuropening ongelovig toe. Rechts zien we hoe dat kind, Isaac, op last van god geofferd moet worden. Als de gehoorzame Abraham met zijn zwaard Isaac wil doden houdt vanuit de lucht de hand van God hem tegen en vraagt hem om in plaats van Isaac een lam te offeren. Dat lam staat al bij Abraham te wachten. De gehele voorstelling is zodanig opgezet alsof het lijkt dat er in het midden een altaar is. Links en rechts lijken er offers te worden gebracht. Het beeld is dat van: de eucharistie in het midden, daaromheen oudtestamentische offers. Links boven kondigt Jeremia de komst van Christus aan, rechts boven krijgt Moses de wet-tafels (hier net niet te zien).

ravenna-appolinaris-in-classeIn een andere kerk vlakbij Ravenna, de Apollinaris in Classe, zien we een vergelijkbaar beeld. In het midden wordt de Eucharistie gevierd, links biedt Abel een lam aan als offer, rechts Abraham zijn zoon Isaac.

Dit zijn allemaal afbeeldingen in vroeg-Christelijke kerken. Maar in de twaalfde eeuw is deze beeldcultuur nog springlevend. In de OLV-kerk zien we op 4 kapitelen bijbelse verhalen die herinneren aan offers die op hun beurt weer verwijzen naar de eucharistie. Ook de oudtestamentische aankondiging van de komst van Christus is daar uitgebeeld. Dit allemaal op de centrale kapitelen. Links op kapiteel  4 zien we afbeeldingen uit het leven van Kaïn en Abel, daarnaast op kapiteel 5 afbeeldingen uit het leven van Jacob en Esau. Rechts van het altaar op kapiteel 6 beelden uit het leven van Abraham en op kapiteel 7 de aankondiging van de ster die op de geboorte van Maria wijst, door de profeet Bileam. Al de gekozen episodes van de verschillende bijbelverhalen op deze vier kapitelen zijn niet willekeurig gekozen. In een uitvoerige studie legt de theoloog en kunsthistoricus Régis de la Haye de verbanden uit. Ik volsta met het tonen van de foto’s van 16 zijden van deze vier kapitelen met een korte beschrijving van wat je ziet.

04a4a: Het offer dat zowel Kaïn en Abel brengen

04b4b: Kaïn vermoordt Abel

04c4c: God berispt Kaïn

04d4d: De afstammelingen van Kaïn

05a5a: Jacob wordt door zijn vader Isaac gezegend en Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep

05b5b: Jacob ligt op de grond te slapen en droomt: hij ziet een ladder naar de hemel. Rechts de worsteling met de engel.

05c5c: Jacob keert huiswaarts met een kudde schapen

05d5d: Jacob en Esau verzoenen zich. Hij neemt de geschenken van zijn bloedverwanten aan. Volgens Régis de la Haye kan je deze verzoening interpreteren als een verzoening van het voor-christelijke (de Joden = Esau) met de afstammelingen van Jacob = na-christelijk is Christenen.

Jacob staat, eveneens volgens Régis de la Haye, voor kerkwijding en altaarwijding. Bij de eerste zalving van het altaar zong men het antifoon “Erexit Jacob lapidem in titulum.” Bij de tweede zalving “Mane surgens Jacob”. De steen van Jacob is het beeld van het altaar van het nieuwe verbond. Deze verlaagde zuilen staan direct links van het altaar. Rechts van het altaar staan de eveneens verlaagde zuilen met de Abrahamkapitelen:

06a6a: Abraham wordt bezocht door de drie engelen en krijgt te horen dat Sara nog een kind gaat. Krijgen. Sara staat verbaasd te luisteren in de deuropening van haar huis. Vergelijk deze afbeelding eens met de in dit blog eerder getoonde afbeelding in het presbyterium van de San Vitalis in Ravenna!

06b6b: De drie engelen krijgen voedsel aangereikt.

06c6c: Abraham wil Isaac offeren maar een gevleugelde engel houdt hem tegen. Rechts zien we hoe daar voor in de plaats een ram wordt geofferd.

06d6d: Abraham zegent het offer van de ram.

07a7a: De profeet Bileam moest in opdracht het Joodse volk vervloeken. Hij zat op zijn ezel op weg om dat te doen. Tot drie keer toe weigerde de ezel om verder te gaan, een engel  hield het beest tegen. De derde keer keerde de ezel zich om naar Bileam en sprak over deze engel. Nu zag Bileam de engel ook en luisterde naar de opdracht. In plaats van het joodse volk vervloeken zou hij het moeten zegenen.

In het verhaal zou hij ook nog een ster zien die de toekomstige geboorte van Maria zou aankondigen.  Deze ster wordt vaak in combinatie met bovenstaande afbeelding getoond. Die is hier niet afgebeeld. Op de andere zijden van dit kapiteel staan een aantal moeilijker te duiden afbeeldingen: (Alle getoonde zwart-wit afbeeldingen zijn afkomstig van wikipedia)

07b7b: mannelijke zeemeerminnen met frygische mutsen die als wapen een vis gebruiken.

07c7c: gesneuvelde strijders?

07d7d: twee mannen die vergroeid lijken te zijn aan hun buik

Deze vier kapitelen rond het altaar worden aan beide kanten vergezeld door nog drie kapitelen links en drie kapitelen rechts (1-3 en 8-10). 1 en 10 staan apart en hebben allebei een zelfde onder- en bovenpost. Zo ook 2,9 en 3 en 10. Ook thematisch is er op die manier verwantschap.

1-10Het lijkt alsof op kapitelen 1 en 10 de situatie wordt geschapen van nog voor de erfzonde. We zien hoe op kapiteel 1 de duivels (draken) geketend zijn, op kapiteel 10 zien we Adam en Eva, geheel naakt. Adam houdt een been vast van de nog liggende Eva. Hier zie je slechts een deel van haar been.

2-9Op kapiteel 2 zien we Adam op vier zij-hoeken van het kapiteel naar voren kijken. De mens verspreidt zich over alle werelddelen. Op kapiteel 9 zien we leeuwen, die wellicht de wereld bewaken.

0003Op 3 zien we hoe op elke hoek een mens lijkt weg te lopen, er tussen in zien we ongeketende draken. De mens na de erfzonde van Adam en Eva?

08aOp  kapiteel 8a zien we de beroemde afbeelding hoe Heimo een kapiteel aanbiedt aan de H. Maria, de patroonheilige van de OLV-kerk.

08bcdOp de andere drie zijden van dit kapiteel zien we op 8b twee adelaars, op 8c twee runderen, op 8d twee leeuwen. Als je Heimo met Maria ziet als de “waterman” of “Engel”, dan worden op dit kapiteel de vier evangelisten uitgebeeld. Immers de adelaar staat voor Johannes, de stier voor Lucas en de leeuw voor Marcus. Na de erfzonde zijn de mensen op de vlucht voor de duivel (kapiteel 3), maar tegelijk is er door het Christendom, verkondigd door de vier evangelisten, hoop. Onderdeel van die hoop zijn ook de handwerkslieden van Heimo, die een heiligdom voor Maria maken.

Dit zijn dan 10 van de 30 kapitelen. Ook over de rest valt veel te vertellen. Op wikipedia zijn ze allemaal, alhoewel niet van alle kanten, te zien. We zien vooral weer duivels, wezens die afkomstig lijken uit de bestiaria, maar ook wijngaard-taferelen. Heel vergelijkbaar met wat we ook zien in het westen van de Servaas. De Bijbelse voorstellingen op kapiteel 1-10 zijn uniek, die zien we in de Servaas niet. Ze zijn heel bewust gekozen, ook qua vorm en plaatsing, op de voorste rij rond het heilige altaar. Nog steeds, na bijna 900 jaar staan ze daar. Als dan elke zondag hier de hoogmis wordt opgedragen met Gregoriaanse gezangen, en daarbij ook nog alle mogelijke eeuwenoude rituelen worden uitgevoerd, en je geest wordt bedwelmd door de geur van wierook: dan klinkt hier een echo van eeuwigheid.

Literatuur:

  • De Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht. Bouwgeschiedenis en historische betekenis van de oostpartij. Dr. A.F.W. Bosman. Clavis kunsthistorische monografieën deel IX. 1990. ISBN 906011.688.7 De Walburg Pers, Zutphen.
  • De onze-lieve-vrouwe: een levende kerk. Frans Kurris S.J. Parochie-uitgave, in kerk verkrijgbaar. Veel historische informatie, goed leesbaar.
  • Elizabeth den Hartog, Romanesque sculpture in Maastricht. 2002 Bonnefantenmuseum Maastricht. ISBN 90 72251 31 8. Zeer uitgebreide en diepgaande beschrijving van de Romaanse sculpturen in met name de O.L.V. basiliek en de St. Servaas. Ook uitgebreide vergelijkingen met sculpturen uit Duitsland, Frankrijk en Italië. Analyses en overtuigende verklaringen van de vaak enigszins mystieke betekenissen. Veel afbeeldingen in zwart wit. Engelstalig
  • Locus iste sanctus est. Régis de la Haye. Over het iconigrafisch programma van de kapitelen van de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht. Limburgs geschied en oudheidkundig genootschap, jaarboek 2006.

 

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties

De kapitelen van de Servaas

In de Karlskirche in Wenen kun je op een bepaalde plek met een langzaam bewegende, open lift omhoog gaan naar het plafond van het schip. Je ziet dan tot in detail de beschildering. En je ziet ook dat je dat nooit van beneden af zou hebben kunnen zien. Hoe hoger je komt hoe moeilijker je details kunt waarnemen. En toch is het niet ongebruikelijk om afbeeldingen tot in details weer te geven, hoog  in een kerk. Blijkbaar is het niet zo belangrijk of je het wel of niet ziet. Het gaat er om dat het er is. En het heeft een betekenis. Gelovige mensen zijn gewend aan dat idee. Er is veel meer dan je ziet. En ook de onzichtbare dingen zijn belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan de zichtbare.

Achter in de Sint Servaaskerk van Maastricht zijn 34 Romaanse kapitelen.  De meesten hebben twee of drie bewerkte kanten. Vier van deze kapitelen kun je vanuit de kerk zien. Je hebt er wel een verrekijker voor nodig, ze staan hoog op vier zuilen. In het midden van de kerk is op die plaats een soort triomfboog met zowel links als rechts daarvan twee op elkaar gestapelde zuilen, elk voorzien met kapitelen met daarop telkens  twee of zelfs drie afbeeldingen. Ik zou dat de ”Nimrod-kapitelen “willen noemen.  Belangwekkend, want ze zijn denk ik de ingang tot de betekenis van alle er achter liggende kapitelen. Maar over deze vier kapitelen meer in een apart blog.

Achter en boven het orgel zie je vaag nog meer zuilen met kapitelen. Feitelijk gaat het daar om drie galerijen waar zuilen in staan. De noordelijke, zuidelijke en westelijke zuilengalerij. Elizabeth den Hartog heeft al deze kapitelen een nummer gegeven.

servaas-kapitelen-plattegrond1-6 zijn de kapitelen van de zuilen in de noordelijke galerij. 7-24 bevindt zich in de westelijke galerij. 25-30 in de zuidelijke galerij en 31-34, dat zijn de Nimrod kapitelen die zich een eind meer naar het schip van het kerk, eveneens in het westen bevinden. Bij speciale rondleidingen kun je er bij komen. Je moet via een trap naar boven klimmen. Niet zo hoog als wanneer je naar de keizerzaal gaat. Ook niet zo hoog als waar de “gramere” hangt, de luidklok van meer dan 6000 kg. Niet dat je deze kapitelen dan goed ziet. Je moet ook nu nog behoorlijk omhoog kijken. Veel details blijven verborgen door de kijkhoek.

Régis de la Haye heeft een overtuigend iconografische programma van de voorstelling van de kapitelen in de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwebasiliek gemaakt. Dit ook gelieerd aan de plaats waar de zuilen zich bevinden. Deze zijn in de tijd gemaakt dat ook de kapitelen in het westelijke koor van de Servaas ontstonden. Het lijkt logisch dat in de Servaas dus ook van een iconografisch programma sprake zou kunnen zijn. In het westen van de kerk werd heel vaak het laatste oordeel uitgebeeld. Zo zien we dat bijv. in Albi, maar de voorstellingen daar zijn wel meer dan 300 jaar later gemaakt. Bovendien weten we van Maastricht dat het westelijke koor aan Maria was gewijd  maar met speciale verwijzingen naar Servatius en vooral ook naar keizer Barbarossa. Moeten we de kapitelen ook vanuit die achtergrond interpreteren? Aart Mekking probeert in die zin enkele kapitelen te duiden. Elisabeth den Hartog heeft het daar niet over. De bijbel en mythische wezens uit het bestiarium zijn haar voornaamste verwijzingsbronnen. Maar is er een relatie met de plaats in de kerk, en is het meer dan louter een opsomming van allerlei soorten afbeeldingen? Denkende aan het verhaal van de la Haye m.b.t. het programma in de OLV-basiliek lijkt dat logisch. Ik ga een poging wagen en veel kapitelen laten zien. De zwart-wit afbeeldingen komen uit het boek van Elisabeth den Hartog. (Zie literatuurlijst aan het eind van dit blog). Alle andere afbeeldingen heb ik zelf gemaakt. Bij de interpretatie neem ik soms dingen van Elizabeth den Hartog over, maar ook bedenk ik soms zelf de mogelijke betekenis.

Kapitelen 1-6 in de noordelijke galerij  hebben volgens Elisabeth den Hartog een relatie met onderdelen van de bijbel.

1a1b

Op kapiteel 1 (twee afbeeldingen hierboven) zien we mensen werken terwijl een persoon zijn brood eet. Hier wordt uitgebeeld hoe de wijnproductie er uit zien: wijnstokken in de grond zetten, oogsten en wijn maken. Misschien is er een relatie met Genesis 3-19 waar je kunt lezen hoe de mens in het zweet des aanschijns zal werken en zijn brood zal eten en uiteindelijk tot stof zal wederkeren.

2a

Hoe moet je bovenstaande afbeelding interpreteren die je kunt zien op kapiteel 2? Een man die meegevoerd wordt door twee adelaars, met elk een steen in hun klauwen. Maerlant schrijft over de adelaarsteen: ‘Graag maakt hij hoog zijn nest. In zijn nest vindt men het beste de steen die echites heet, omdat hij van naturen weet dat dit voor zijn jongen goed is’. In haar nest zet ze twee kostbare stenen die agaat genoemd worden, in Duits is dit de Adlerstein, de ene is de manlijke en de ander de vrouwelijke vorm. De mannelijke hiervan is hard en is wat gloeiend. En de vrouwelijke is zacht. En er wordt verteld dat ze geen jongen kunnen krijgen zonder die stenen. De mannelijke adelaar legt in haar nest die kostbare steen, die heldere agaat, om haar zo te vrijwaren van de pijnen die met het eieren leggen komen. De Perzen noemen die adelaarsteen de geboortesteen. Ook om de jongen te vrijwaren van venijnige beten van kruipende wormen. (http://www.volkoomen.nl/dieren/adelaar.htm) De adelaar zal hier een symbolische functie hebben. Zou het hier ook gaan om een mannelijke en een vrouwelijk adelaar, elk met hun eigen steen? En waarvoor staat die man die ze vast hebben? In Exodus 19:4 lezen we:  ‘gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot mij gebracht heb‘. De adelaar heeft dus symbolisch het volk Israël gered. Zo kan deze afbeelding wellicht positief worden geduid.

3-centrumKapiteel 3 beeldt ook weer werkende mensen in een wijngaard uit. Hier boven zie je de centrale afbeelding, links en rechts staan ook nog afbeeldingen op hetzelfde kapiteel: links een man op een krukje die druiven plukt, rechts houdt een persoon een druivenrank omhoog terwijl een tweede met een spade in de grond een kuil graaft.  Er zijn meerdere passages in de bijbel waar een wijngaard in voorkomt. In Leviticus 26:5 staat:  De wijndruiven zullen nog rijpen als de tijd voor het zaaien al weer aanbreekt! U zult volop te eten hebben en veilig kunnen leven in het land. Ook bij bovenstaande afbeelding lijkt de wijnoogst heel goed te zijn!

astomiOp kapiteel 4 zien we astomi. Dat zijn wezens die leven van de geur van planten en niet hoeven te eten. In de hoekpunten zien we maskers van leeuwen. Leeuwen zijn in het algemeen positief. Ze beschermen het goede. Misschien beeldt dit kapiteel het volgende uit:  sommige mensen moeten hard werken voor hun brood, maar anderen hoeven daar weinig voor te doen. Zoals de Astomi.

05Op kapiteel 5 zien we amphisbenae, dat zijn een bepaald soort draken. Achter hen slangen die in de schouder van de draak bijten. Draken en slangen vertegenwoordigen het kwade. Maar ze hebben als voedsel zondaars. Als er geen zondaars zijn dan moeten ze zich zelf wel opeten. Ook deze afbeelding kun je dus zo je wil positief duiden.

06Op kapiteel 6 zijn, kijkende naar hun poten, twee struisvogels te zien.  Struisvogels waren in de ogen van de mensen uit die tijd een soort mythische wezens, die geboren werden uit onbevruchte eieren die gewoon in het zand lagen. Vergelijkbaar met de maagdelijke status van Maria waar Christus uit voort kwam. Maar bij Job 39: 13-17 kun je ook nog dit lezen:

Vrolijk klapwiekt de struis, de moeder van kostbare veren en pennen. Want ze stopt haar eieren in de grond en laat ze uitbroeden in het zand. Ze vergeet dat een voet ze vertrappen kan. Dat de wilde beesten ze verpletteren kunnen. Ze is hard voor haar jongen, alsof het niet de hare zijn. Het deert haar niet, al is haar moeite vergeefs. Want god heeft haar de wijsheid onthouden, geen verstand aan haar geschonken.

De struisvogel bekommert zich niet om haar nageslacht.

Misschien somt de noordelijke galerij op wat voor soort mensen er zijn. Er zijn harde werkers, er zijn er die beschermd worden en leven van de wind, er zijn er die onverantwoord leven en hun kinderen niet de noodzakelijke zorg geven. God heeft het beste met je voor. Hij kan je redden en meenemen naar het beloofde land. Als je niet zondigt zal de duivel geen vat op je krijgen.

In de zuidelijke galerij, kapiteel 25-30, zien we net als in de noordelijke galerij op enkele kapitelen mensen.

25Op kapiteel 25 zien we op een intrigerende afbeelding hoe mensen lijken te groeien uit bladeren, uit stengels ontspringen zij-stengels met een menselijk gezicht. Elisabeth den Hartog denkt dat hier de boom des levens wordt uitgebeeld. Een afbeelding in de Michaeliskirche van Hildesheim laat in de daar afgebeelde levensboom takken zien die een vergelijkbare opzet hebben.  Het laten zien van de levensboom uit het aards paradijs op deze plek geeft al aan dat deze zuidelijke galerij vooral het leven, in positieve zin wil uitbeelden.

operarii lapisKapiteel 26 is  super duidelijk: we zien 5 personen. De twee personen links graveren samen in een steen letters. Twee personen rechts proberen een gegraveerde steen met een hefboomachtig iets op te tillen. Een vijfde persoon bevindt zich rechts op de achtergrond. Op de stenen zien we de tekst: “operarii lapis”, oftewel, “de steenbewerkers”. Je zou ook kunnen zeggen, dit kapiteel is gemaakt om de makers zelf weer te geven. De twee beeldhouwers links hebben een helm op. Een prachtige afbeelding, vergelijkbaar met het zogenaamde heimo-kapiteel in de OLV-basiliek.

27-noord

Op kapiteel 27 zien we twee naakte en twee geklede mannen, vervlochten in stengels. Op hoekpunten zien we leeuwenmaskers. Naakte mannen zijn mannen zonder zonde. Geklede mannen dragen zonde met zich mee. De leeuw wil hen beschermen.

28-frontOp kapiteel 28 gaan twee mannen  elkaar te lijf met bijl en knuppel. Anderen lijken hen tegen te willen houden.

28-rechtsHeel nadrukkelijk tikt iemand de man met de bijl op zijn schouders, iets dergelijks is ook te zien bij de man met de knuppel. Het lijkt logisch dat ook hier een Bijbelse tekst wordt uitgebeeld, waarbij waarschijnlijk zelfbeheersing de boodschap is.

Op kapiteel 29 zien we twee vriendelijke leeuwen, op 30 zien we twee naakte mensen in het struikgewas. Een houdt zich vast aan een stengel, met zijn andere hand houdt hij zijn eigen onderbeen vast. (De afbeeldingen op deze kapitelen zijn hier niet weergegeven). De betekenis van deze kapitelen lijkt vergelijkbaar met die van kapiteel 27.

Weer lijken net als in de noordelijke galerij ook in de zuidelijke galerij mensen centraal te staan. hardwerkende arbeiders, maar vooral ook goede mensen en zondige mensen, die gelukkig wel beschermd lijken te zijn. Het goede lijkt het kwade te (willen) corrigeren.

De westelijke galerij .

11Kapiteel 11 lijkt nog vrij lieflijk. We zien twee leeuwen die naar elkaar toegekeerd zijn, maar hun hoofd is naar achteren gericht23Maar kapiteel 23, dat is andere koek! We zien een zogenaamde “Blemmyes”, een wezen zonder hoofd maar ogen op zijn buik. Om hem heen staan twee geklede mannen met hondenkoppen, zogenaamde Cynocephali, die de Blemmyes in zijn arm bijten.

12-centrumIets dergelijks zien we ook bij kapiteel 12, waar een man van twee kanten wordt aangevallen door twee draken. De draak zou volgens middeleeuwse bronnen zich richten op geklede mensen, en op de vlucht slaan als de mens naakt is. Gekleed staat voor “vol zonde”.

24Bij kapiteel 24 zien we een mens die bij zijn benen gebonden is en probeert met zijn armen twee wezens van zich af te houden, die van zowel links als rechts in zijn schouder willen bijten. Elisabeth den Hartog denkt dat het misschien gaat om twee “basilisks”, mythische wezens van duivelse oorsprong die een soort combinatie van draak en haan zijn.

Zo zouden we kunnen zeggen dat in deze westelijke galerij, kapiteel 7-24, nog het meest een directe voortzetting is van wat we ook bij de Nimrodkapitelen zien. Angstige mensen op de vlucht voor monsters en mythische wezens. Bijbelse teksten? Wie weet. Maar voor mij zijn die dan in het algemeen niet duidelijk. Vooral kunnen we er een soort vermaning in zien: kijk uit voor de satan, hij is op jacht naar je ziel.

De galerijen aan de zijkanten, de noordelijke en zuidelijke, geven hoop. Zij staan voor de mens die niet zonder zonde is, maar wel van goede wil is en door God wordt geholpen. Maar het hoofddeel, het midden, de westelijke galerij, staat vol met afbeeldingen waar de duivel de baas lijkt te zijn. Draken en andere bedreigende wezens nemen de mens gevangen en nemen hem mee, waarschijnlijk naar de hel. De ergste satan, Nimrod, staat vooraan in die galerij. Zo zou je het geheel kunnen interpreteren als: centraal staat satan met al zijn handlangers, vaak mythische wezens uit het bestiarium, en hij bedreigt de mens. Maar er is hoop. De hardwerkende, goede mens, zal beschermd worden en meegevoerd worden naar het beloofde land.

De kapitelen in het westelijke deel van de Servaas zijn uniek. Zeker in Nederland. Ze zijn intrigerend. Ze verbazen, lijken nog meer dan veel andere dingen uit een andere tijd, een vreemde wereld te komen. In de toelichtende folder die je krijgt als je de Servaas bezoekt worden ze niet eens vermeld. Vrijwel niemand weet dat ze er zijn en hoe bijzonder ze zijn. Laatst ging ik mee met een gids die zei dat zij ze zelf nog nooit had gezien..  Misschien waren ze wel nooit voor mensen bedoeld en voelen de huidige conservatoren van de Servaas dat aan. Maar ik heb ze nu al drie keer gezien. En de sensatie die het geeft, zelfs als je weet dat je nooit alles kunt zien! Het weinige is genoeg. Ze zeggen dat het leven een mysterie is. Ze zeggen mij ook dat het meest interessante op de wereld datgene is, dat je niet ziet..

Literatuur:

  • Elizabeth den Hartog, Romanesque sculpture in Maastricht. 2002 Bonnefantenmuseum Maastricht. ISBN 90 72251 31 8. Zeer uitgebreide en diepgaande beschrijving van de Romaanse sculpturen in met name de O.L.V. basiliek en de St. Servaas. Ook uitgebreide vergelijkingen met sculpturen uit Duitsland, Frankrijk en Italië. Analyses en overtuigende verklaringen van de vaak enigszins mystieke betekenissen. Veel afbeeldingen in zwart wit. Engelstalig
  • Aart Mekking: Basiliek St. Servaas Maastricht. De Walburg Pers,Zutphen. ISBN 906011.339.X. 1986 Clavis stichting Publicaties Middeleeuwse kunst, Utrecht. Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca 1200. Wetenschappelijke studie met veel afbeeldingen.
  • Locus iste sanctus est. Régis de la Haye. Over het iconigrafisch programma van de kapitelen van de kooromgang van de Onze Lieve Vrouwekerk van Maastricht. Limburgs geschied en oudheidkundig genootschap, jaarboek 2006.
  • En natuurlijk het oude testament en sites op internet over bestiaria.

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 19 reacties

Nimrod in de Servaas

De bijbelse figuur Nimrod wordt geassocieerd met allerlei personen. Meestal wordt hij niet al te positief weergegeven. Zo zou hij Babel hebben gesticht en sinds de bouw van de toren van Babel is de mensheid gestraft met de veeltaligheid waardoor men elkaar niet meer verstaat. Nimrod was ook een groot jager, maar in de bijbel en bij mensen als Augustinus en Hiëronymus staat de jacht niet in een goed daglicht. In 1140, niet zo lang voor de kapitelen werden gehouwen in de twee kapittelkerken van Maastricht, kwam er zelfs een pauselijk decreet waarin “zij die de jacht bedreven niet ter kerke mochten gaan”. Deze mening kwam waarschijnlijk voort uit de interpretatie van Genesis 10, vers 8-10:

  • 8 En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
  • 9 Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
  • 10 En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.

‘Voor het aangezicht des heren’, daarmee wordt bedoeld: ‘hij probeerde God te evenaren’. Bijbelse commentatoren uit die tijd beschouwden Nimrod als de incarnatie van de duivel. Hiëronymus schreef al eerder dat het de taak van de mensen was om zich zelf te bevrijden uit de val die door de duivel was opgesteld. De duivel was als een fanatieke jager op jacht naar onze zielen. Nimrod noemt hij zo een jager, een zondaar en een opstandig persoon richting God. In zijn commentaren op Isaiah hield Hiëronymus Nimrod zelfs verantwoordelijk voor de zondvloed.

Volgens Orosius, Augustinus en andere bijbelse exegeten was Nimrod een reus. Een slechte reus dus, net als Goliath. In de kathedraal van Piacenza wordt Goliath weergegeven als een reus door zijn helm niet meer te laten passen in het reliëf. Iets dergelijks zien we bij een kapiteel in het westwerk van de Servaas. Volgens Elisabeth den Hartog wordt hier Nimrod uitgebeeld.

Als dat juist is komen veel van de afbeeldingen die hier in dat Westwerk te zien zijn in een bepaald daglicht te staan. Midden in deze galerij is een triomfboog met aan allebei de kanten twee dubbele zuilen, zuilen die die op elkaar zijn gestapeld. Alle vier de zuilen hebben kapitelen, zodat we zo 4 kapitelen rond deze boog hebben. Al deze kapitelen hebben verder 2 of 3 zichtbare kanten, zodat we uiteindelijk in totaal 9 afbeeldingen hebben. Deze afbeeldingen vertellen eigenlijk waar het grofweg om gaat in deze galerij.

We bevinden ons in het westelijke koor, het koor van de keizer, of in ieder geval het wereldlijke deel van de kerk. De kapitelen aan de oostkant zijn allemaal verdwenen. Hier zullen net als in de OLV-basiliek bijbelse taferelen zijn uitgebeeld. Maar aan de westelijke kant zien we wereldse taferelen, en voor een belangrijk deel zijn het waarschuwingen. Nimrod, de duivel, die probeert God te evenaren? Die moeten we mijden. Zou de proost van de Servaas dit ook zo gezien hebben? Feitelijk zou je dit kunnen interpreteren als: keizer, kijk uit dat je niet God probeert te evenaren. Maar net als bij veel huidige wereldleiders kan een dagelijkse dubieuze praktijk prima samengaan met een op zondag vrome houding in de kerk. Hoe het ook zij, vanuit dit gezichtspunt krijgen veel kapitelen een wat meer duidelijke betekenis.

Pontificaal, in het midden, zien we op een van de bovenste zuilen rond de triomfboog Nimrod. Ik vertel in eigen woorden hoe Elisabeth den Hartog deze 9 afbeeldingen rond de triomfboog interpreteert:

servaas-nimrod1

Rechts zien we dus de jager Nimrod met een knuppel, terwijl hij een beer aan een leiband heeft. De beer op zijn beurt bijt met zijn muil in een leeuw.  De benen van de reus Nimrod passen niet in het bovenste deel, maar hangen over een soort reling die de twee delen van het kapiteel verdeelt. Ook stoot hij door zijn lengte zijn hoofd. In het onderste deel, waar Nimrod zijn benen en voeten heeft, leven draken die in elkaar gestrengeld zijn. Beren worden vaak ook als incarnaties van de duivel gezien, leeuwen daarentegen als wachters naar het goede. ‘Sterke leeuwen weten het rijk van de dood te verpletteren’ kunnen we lezen op een opschrift op het portaal van Jaca in Spanje. De duivel lijkt hier echter de baas te zijn en alle macht te hebben.

nimrod2

Op datzelfde kapiteel zien we aan de linkerkant een wezen met een dierlijk uiterlijk maar een menselijk hoofd, zijn hoofd naar beneden gericht. Zijn mond staat wijd open. Zijn linker poot is gericht naar deze snuit, de rechterpoot staat geklauwd open. We kunnen het wezen identificeren als een “manticore”, een angstwekkend dier dat uit India zou komen, met het gezicht van een mens maar een wezen dat juist mensenvlees eet. Ook zou de manticore erg goed moeten kunnen springen. Het komt voor in een bestiarium zoals bewaard in de British Library in Londen. In de onderwereld (onder de ronde lijn) zien we links een draak en rechts een schildpad, dieren die staan voor de slechtheid in de wereld.

nimrod1

Aan de voorkant van ditzelfde kapiteel zien we in het midden een wezen op vier poten , de voorste poten gekruist, met een mensachtig hoofd. Alweer een manticore? Hij staart  ons met veel te grote ogen aan. Rechts daarvan zien we in spiegelbeeld een dergelijk wezen, beide wezens staan met de kont en met hun achterpoten naar elkaar toe gericht.

nimrod4

De beschreven afbeeldingen zijn van een van de bovenste zuilen. Op de zuil hieronder (hierboven weergegeven) zie je op de voorkant links en rechts menselijke hoofden die uit het struikgewas naar buiten staren. Een is bloothoofds, de ander draagt een hoed. Daar tussen in zien we twee vogels die met de nek aan elkaar zijn gebonden. Ze pikken in hun eigen vleugels. Hun staart is weer gelinkt aan de vogels van de andere kant van het kapiteel. Afwisselend aan alle kanten steeds een verstopt mens en twee gebonden vogels.

Als we dit geheel nu bekijken dan zien we een wereld met bomen, struiken en vogels. De vogels zijn gebonden en hebben niets te vertellen. In deze wereld leven ook leeuwen. Maar ook de leeuwen hebben weinig te vertellen, een leeuw wordt zelfs opgegeten door een beer. De andere leeuwen (of zijn het geen leeuwen?) zijn vegetarisch. Er zijn vele duivels. Nimrod is de ergste satan. Hij is omgeven door een door hem geleide beer en een wezen als de manticare die mensenvlees eet. In het struikgewas zitten angstig verscholen een aantal mensen. Satan is op zoek naar hen. Verder zijn er draken en schildpadden die ook weinig goeds voorspellen. Zij leven als slangen laag bij de grond,  in een soort onderwereld.

De zuilen rond de triomfboog zeggen: Zondige mens, kijk uit! Je leeft in een duivelse wereld waarin je niet veilig bent. Satan zoekt je!

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 13 reacties

Wie was Heimo? De beeldhouwers van Maastricht in de twaalfde eeuw

Kunsthistorici houden zich vaak bezig met een stijl. En ook met het vergelijken van werken om zo de herkomst en invloed van een werk te onderzoeken. Hoe verder je terug gaat in de geschiedenis, hoe moeilijker het wordt. De kunstenaars zijn dan meestal anoniem en ook zijn niet altijd de namen van de opdrachtgevers bekend. Zo ook: wie waren de beeldhouwers in de twaalfde eeuw in Maastricht die de vele sculpturen, en vooral de beroemde kapitelen hebben vervaardigd in de O.L.V. kerk en de Sint Servaas?

Veel historici hebben zich hiermee bezig gehouden en de speculaties zijn niet van de lucht. In de O.L.V. kerk zie je op een beroemd kapiteel hoe een niet religieus persoon, goed gekleed, een kapiteel aanbiedt aan Maria. Hij noemt zichzelf Heimo. Was hij een opdrachtgever? Of was hij de leider van de kunstenaars die aan al die kapitelen gewerkt hebben? Welten denkt het eerste, Elizabeth den Hartog neigt naar het tweede. Omdat kunstenaars in Lombardije in die tijd dat vaker deden.

heimoDe studie en de voorbeelden van Elisabeth den Hartog overtuigen mij. We zien op de afbeelding volgens mij dus waarschijnlijk een trotse beeldhouwer, waarschijnlijk de leider van de werkplaats.

We kunnen ten noorden van de alpen in de tweede helft van de twaalfde eeuw op een aantal plaatsen sculpturen vinden die vergelijkbaar zijn met die in Maastricht. Maar ze zijn allemaal net iets later gemaakt dan die in Maastricht. Wat blijkt: al de opdrachtgevers van die plaatsen zijn gelieerd aan de proost van het kapittel van Servaas.  Het gerenommeerde gezelschap werklieden van Maastricht heeft zijn kunsten ook op andere plaatsen laten zien.

Maar waren het wel Maastrichtenaren? Volgens Elisabeth den Hartog waren het Maastrichtenaren die in de leer waren geweest in Lombardije of, en dat is waarschijnlijker, waren het kunstenaars uit Lombardije. De overeenkomsten met beeldhouwscholen in Lombardije en in iets mindere mate met die van Emilia of zelfs Venetië zijn overweldigend. En zo deden ze het verder nergens in Europa. In Frankrijk zag het er heel anders uit. En ook op de meeste plaatsen in Duitsland. Maar niet in Eisenach in de Georgenkirche, niet in de de Wartburg of in de dubbelkerk van Schwarzrheindorf (nu onderdeel van Bonn).  Allemaal kerken die gelieerd zijn aan proosten van het kapittel van Servaas. Maar die proosten hadden nog andere baantjes. Het gaat om twee bisschoppen en tevens kanseliers van de Rooms-Duitse keizer Barbarossa. We hebben het over Arnold von Wied en Christian von Buch. Arnold von Wied was aartsbisschop van Keulen en ging mee op veldtocht naar Italië, tevens was hij proost van Maastricht. De tweede was Christian von Buch, aartsbisschop van Mainz. Ook hij ging mee met Barbarossa naar Italië, zelfs als aanvoerder. Christian Buch was na de dood van Arnold von Wied diens opvolger als proost van de  Servaas in Maastricht. Kortom, zij waren mensen die elkaar gekend hebben en allebei van veel betekenis waren voor de voltooiïng en versiering van de Servaaskerk. Maar er is nog iets: Arnold von Ried en ook Christian von Buch, waren aanwezig bij veroveringen in Lombardije. Ze zijn daar vast onder de indruk geweest van de hoogstaande sculptuurkunst. En zij hebben wellicht een groep beeldhouwers (o.l.v.  Heimo?) weten over te halen om te komen werken in het Maas- en Rijndal, en, via Christian von Buch, iets later ook in Thüringen. De vrouw van de graaf van Thüringen was trouwens de halfzus van Barbarossa. Connecties te over dus. Toen ze hier eenmaal waren hebben ze ook nog wat gedaan in Utrecht, in St.Odiliënberg, in Borgloon en in Rolduc. Maar verreweg de meeste sculpturen werden gemaakt in Maastricht. Buiten de genoemde gebieden is er geen enkele plaats in het Maas- en Rijnland waar vergelijkbare dingen zijn gemaakt.

Ik laat enkele vergelijkingen zien zoals Elisabeth den Hartog die heeft weergegeven in haar prachtige Engelstalige studie “Romanesque sculpture in Maastricht”.  De overeenkomsten zijn frappant. De kunstenaar van het werk in Turijn is bekend.  Het is de beroemde kunstenaar Nicolaus die garant stond voor een heel repertoire van sculpturen met zijn atelier in de verre omgeving van Turijn. Zo heeft hij een heel portaal voorzien met afbeeldingen van de dierenriem in de Sagra di San Michele. Rechts beeldt hij op onderstaande vergelijking “de Tweelingen” uit. Links zien we de verzoening van Jacob en Esau in de O.L.V. kerk van Maastricht.. Hun tijdelijke tweemanschap is nog wat intiemer dan het blijvende tweemanschap van de tweelingen. Heimo moet het werk van Nicolaus gekend hebben.

turijn

De linkerafbeelding van onderstaande afbeeldingen stamt van het westwerk van de Servaas, (fragment van de oostkant van kapiteel 4). Rechts zien we “de waterman”, een beeldhouwwerk in de kathedraal van Piacenza.  Dus niet alleen in Turijn was het in die tijd populair om tekens van de dierenriem in een kerk weer te geven. Opvallend is om te beginnen de grote overeenkomst in de houding, met name in hoe beide figuren de benen over elkaar geslagen hebben. De Waterman giet water uit. Volgens Elizabeth den Hartog beeldt het kapiteel in de Servaas “een van de Astomi” uit. Dat is een volk dat niet eet en drinkt en slechts leeft van het “ruiken”. Bij allebei de afbeeldingen zien we de ribben van de figuur, en ook het enkelgewricht. Het lijkt overduidelijk dat het of om dezelfde kunstenaars gaat of in ieder geval in Maastricht om kunstenaars die het Italiaanse origineel goed gekend moeten hebben.

piacenza2

Tot slot nog een vergelijking van een kapiteel uit de Barbaratoren van de O.L.V.-kerk in Maastricht (nu in het Bonnefantenmuseum) en een kapiteel uit de buitenste dwerggalerij in de dubbelkerk van Schwarzrheindorf. De kerk van Schwarzrheindorf is gebouwd door Arnold von Wied. Hij liet de kunstenaars in zijn aartsbisdom Keulen en in zijn kapittelkerk in Maastricht werken, dat kan niet anders.

schwarzrheindorf

En wie was nu Heimo? In Modena is er aan de oostkant van de kathedraal een inscriptie van twaalf regels waarin de prachtige decoraties van de kathedraal worden genoemd en waarin de architect “Lafranc” wordt geprezen. Verder zien we dat zijn eigen naam erbij staat: “Aimo”. Wat zijn functie was is ook hier onbekend. De sculptuur is vijftig jaar eerder gemaakt dan de Heimo-sculptuur in de O.L.V.-kerk. Gezien de beschreven overeenkomsten met het iets eerdere werk in Lombardije, deels van het atelier van Nicolaus, is Heimo dus wellicht een Italiaan. En de overeenkomst met de naam Aimo is uiteraard toevallig, maar wijst onwillekeurig toch die kant uit.

Ik ga er dus van uit dat na de Italiaanse oorlogstochten van Barbarossa met bij de medestrijders twee opeenvolgende proosten van het kapittel van Servaas een groep kunstenaars uit die streek is overgehaald om in Maastricht en andere plaatsen te komen werken. De leider van die groep heette Heimo en heeft zichzelf vereeuwigd op een kapiteel in de absis van de O.L.V.-basiliek.

Heimo en zijn ploeg heeft een grote hoeveelheid uniek beeldhouwwerk achtergelaten waar we nog steeds van kunnen genieten, waar we over kunnen nadenken en welk ons zelfs kan verbijsteren. Hieronder nog een kapiteel uit de Servaaskerk. Denk er maar over na…

servaas-23

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , | 6 reacties

De Schatkamer van Servaas

Dit artikel gaat over de schatkamer van de Servaaskerk van Maastricht, hoe deze er nu uitziet, maar ook over hoe hij er uitzag in de tijd dat hij gebouwd is en wat toen zijn functie was. Ik vind het telkens weer een prikkelende sensatie als ik ervaar hoe dingen veranderen in de loop van de tijd. Ik kijk naar iets en sluit mijn ogen om zo beter te kunnen fantaseren hoe het er wellicht ooit uitzag.  Zo was het terrein naast ons huis toen we er ruim 22 jaar geleden kwamen wonen een voormalig industrieterrein dat al jaren overwoekerd werd door de natuur. Met mijn ogen dicht zie ik dat weer. Het was helemaal omheind door een hoog hekwerk. Geen probleem. Als je het wist waren er enkele plaatsen waar je makkelijk naar binnen kon. Het terrein was enkele hectaren groot.  De gebouwen van het industrieterrein stonden leeg en waren aan het vervallen. Er zaten uilen, vleermuizen en er stonden  allerlei struiken, bomen en zeldzame planten. Ik probeerde de planten te determineren. Sommige waren zo zeldzaam dat ik hun aanwezigheid alleen maar kon verklaren door de aanwezigheid van de Lek. De zaden moesten daar via de scheepvaart terecht gekomen zijn. Maar: hetzelfde stuk grond zag er enkele tientallen jaren daarvoor nog weer heel anders uit. Toen waren daar de uiterwaarden van de Lek en er stroomde een kreek doorheen. De grond van deze uiterwaarden werd opgekocht, alles werd opgehoogd en er werd een bedrijf gevestigd van de zandwinningsmaatschappij Oosterwijk.  Het Rotterdam van na de oorlog is grotendeels gebouwd op zand dat door Boele en Oosterwijk werd geleverd… In 1969 verkocht Oosterwijk het bedrijf aan Boskalis dat er vervolgens niets mee deed. Daardoor veranderde het gebied geleidelijk in het natuurparadijs dat ik zo net beschreef. Ook dat duurde niet zo lang. Naar aanleiding van de overstromingen van 1993 en 1996 besloot het rijk om “ruimte aan de rivier” te geven. En “mijn” natuurparadijs werd afgegraven en er werd een nieuw natuurterrein gecreëerd met geulen en riet waar de getijden van de Lek vrij spel kregen. Nu weet je inmiddels al niet meer beter. Het verleden is weer weggepoetst. Voor zo lang als het duurt…

Ik maak een sprong naar een van mijn eerdere woonplaatsen. Kijk je naar oude tekeningen van het Vrijthof van Maastricht dan zie je hoe dit in de loop van de eeuwen ook steeds veranderde. Zo was er ter hoogte van de huidige schatkamer van de Servaaskerk op het Vrijthof lange tijd een kerkhof. Ook was een deel van het terrein zo laag dat het er meestal drassig was.

Maar er is ook nog veel hetzelfde. Betreed je door de noordelijke ingang de Servaaskerk dan zie je nog steeds hetzelfde tympaan boven de toegangsdeur.

tympaan

In het midden zie je Christus als Majestas Domini, om hem heen zijn de vier symbolen van de evangelisten weergegeven. Links zie je Marcus en Mattheus (leeuw en engel), rechts zie je Lucas en Johannes (koe en adelaar). Er om heen staat in het Latijn de volgende tekst,  + HEC DOMUS ORANDI DOMUS EST PECCATA LAVANDI +  HOC SUBEAS LIMEN PURGARE VOLENS HOMO CRIMEN.  Dit huis van gebed is een huis van reiniging der zonden. Treedt over de drempel, mens, als je jezelf wil reinigen van zonden. De tekst op de benedenrand luidt: + INTUS PECCATIS LAVACRUM DAT FONS PIETATIS. Binnen zal de bron van genade je vergeving van zonden verschaffen.

Deze aanmaningen gelden misschien wel voor elke kerk als je die betreedt. Maar nu betreed je een kerk met het graf van een heilige, ja met het graf van maar liefst drie heiligen. Zij vormden in de twaalfde eeuw denk ik vooral de bron van genade die je vergeving van zonden moest verschaffen.

Voordat je naar binnen gaat loop je trouwens eerst nog door de zuidelijke kloosteromgang. Met in de tuin de “Grand Mère”. Dat is een heel grote luidklok. Hij werd alleen geluid bij bijzondere gelegenheden: de dood van de paus, of de proost. Of als de stad belegerd werd. Het was een noodklok en een klok vol droefenis. Met een angstaanjagende doffe dreun. Ik heb hem nog enkele keren gehoord. Nu zit er een nieuwe “Grand Mère” in de toren. De oude heeft een barst en ligt in de kloostertuin.

Op het einde links van de kloosteromgang kun je een ruimte betreden die al in de elfde eeuw is gebouwd. Het was toen een dubbelkapel, nu is het de schatkamer van Servaas.

Als je daar binnen gaat is het aardig om, voordat je je aan de schatten gaat vergapen, je eerst in te leven in hoe die ruimtes er in de tijd van de bouw uitzagen. Je ziet een vrij hoge ruimte, maar gelijk binnenkomende links kun je ook omhoog gaan naar een hogere ruimte. Vanwege de twee verdiepingen wordt het een dubbelkapel genoemd. In de benedenkapel was helemaal achterin een enigszins afgesloten ruimte waar een aantal relieken van heiligen werden bewaard. Daar was ook een altaar in de afsluitende muur ingebouwd. Daarvoor, in de veel grotere overblijvende ruimte waren de graven van een aantal proosten en dekens. De ruimte daarboven, waar nu onder meer allerlei kelken staan en het loden kruis van proost Humbertus, daar was ook een altaar en er was een gebedsruimte. Ook werden er soms vergaderingen gehouden door de kanunniken. Een dergelijke dubbelkapel zien we al in vroegchristelijke mausoleums.  Het schijnt in Romaanse kerken een zeldzaamheid te zijn.  We weten het een en ander van wat er vroeger gebeurde in deze kapel. Op tweede kerstavond gingen alle kanunniken met kaarsen er heen. Daar ontving de deken twee kaarsen en hij moest de kanunniken op een etentje tracteren. De kanunniken zorgden voor gewijde wijn die daarbij gedronken werd.  Dit alles staat beschreven in het officium custodem van Maastricht. In deze kapel bevond zich een altaar, gewijd aan Johannes de Doper. Dit etentje vond plaats op het vigilie van deze heilige. Maar ook door de week werd hier dagelijks gebeden.  Het “miserere” (psalm 50) en “de profundus” (psalm 129) moest er elke avond worden gereciteerd. Beide psalmen maken deel uit van het dodenofficie. Er moest dus dagelijks gebeden worden voor het zielenheil van de overledenen in de benedenkapel.

Nu is in beide delen van deze dubbelkapel de schatkamer van Servaas gevestigd. 90% van de vroegere schatten is trouwens verdwenen. Het meeste is verkocht of achterover gedrukt tijdens de beginjaren van de Franse tijd, in de jaren 1796-1798. Alles moest toen weg, de kerk en andere ruimten kregen militaire functies.

Toen na de Franse tijd zo’n 20 jaar later de Servaas weer een liturgische functie kreeg hebben ze gelukkig veel dingen die men had weten te verstoppen weer teruggebracht en een deel dat eerder was opgekocht is ook door de nieuw gevormde parochie weer teruggekocht. Maar de inrichting en rijkdom die er ooit was is nooit meer terug gekomen. Toch is het nog steeds de moeite waard om te zien wat er tegenwoordig in de kerk is maar vooral ook wat er in de schatkamer ligt. In een eerder blog had ik het al over het struisvogelei. Nu wil ik een bronzen kruis uit omstreeks 1150 beschrijven.

crucifix

Je kunt zien dat het corpus bevestigd is geweest op een kruis, waarschijnlijk van hout. De spijkers die Christus door zijn handen kreeg dienden ook nu letterlijk voor de bevestiging. Bij zijn voeten vond de bevestiging via een extra plaatje onder de voeten plaats. Opvallend is zijn kapsel zoals we dat ook heel vaak in Evangelaria uit die tijd zien. Jezus heeft zijn ogen gesloten. Maar hij is nog niet de man van Smarten zoals hij niet veel later afgebeeld zal gaan worden. Het is een nog enigszins waardige Christus. Het lijden staat nog niet centraal. Het kruis is gemaakt in dezelfde tijd als het hiervoor beschreven stenen tympaan met de majestas domini, ook hier wordt vooral de waardigheid van Christus uitgedrukt. Alles stamt uit de tijd dat de kerk uitgebreid versierd werd en het westwerk en de keizerzaal werd gebouwd, en ook de prachtige kapitelen werden gehouwen. Die trouwens wel al veel expressiviteit bezitten.

In de stijl van dit kruis zullen er vast meerdere beelden geweest zijn. Ik probeer ze mij voor te stellen. En als ik dan de kerk inga, door de deur met het er boven gelegen tympaan, dan zie ik in gedachten hoe het plafond en de muren van de kerk geheel beschilderd waren. Met onder meer Bijbelse taferelen. Als je naar Reichenau gaat dan kun je een kerk vinden die dat nog enigszins heeft. Maar: doe vooral je ogen dicht…

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 11 reacties

Middeleeuwse graven en grafmonumenten in de Servaas van Maastricht

Al eerder vertelde ik hoe de laatste Karolinger, hertog van Lotharingen en kroonpretendent voor de Franse troon, in 1001 in de Servaaskerk van Maastricht is begraven. De kerk heeft in de loop van de jaren voor veel vooraanstaande lieden tot grafkerk gediend. Maar twee graftombes wil ik hier nog toelichten, die niet alleen zeer oud zijn, maar waar veel belangwekkende dingen over te vertellen zijn en die archeologen veel hoofdbrekens hebben gekost.

Op 2 september 1890 heeft men in de Servaaskerk bij opgravingen in het middenschip een merkwaardige graftombe ontdekt. Deze opgravingen zijn gedocumenteerd in de Publications van het LGOG van dat zelfde jaar.

Eerst vond men een vierkante steen in de vorm van een ruit in de grond gelegd, met een smalle enigszins hoge rand waarin ooit een plaat was bevestigd geweest. Toen deze steen was verwijderd en de aarde weggegraven kwam er een zandstenen monument tevoorschijn, in de vorm van een sarcofaag met een driehoekig deksel  en platte rand, uit een stuk vervaardigd. Dit gevaarte was van binnen hol. In de nabijheid van het monument vond men stukken zwart marmer. Op het benedenstuk waren langs alle zijden paneelvormige vierkanten aangebracht met een buitenste en binnenste lijst en daar binnen was er een ruitvormige opening. Op de lange zijden aan allebei de kanten vier, aan de smalle zijden aan allebei de kanten twee, in totaal dus twaalf ruitvormige openingen. Het monument had geen bodem. Er op stond een Latijnse inscriptie die na nader onderzoek uit de vijftiende eeuw bleek te zijn en aangaf dat hier Monulphus en Gondulphus begraven zijn.”

Nu is deze sarcofaag absoluut niet vijftiende eeuws. Elizabeth den Hartog (Publications 1992) heeft overtuigend aangetoond dat ze stamt uit de elfde eeuw. Het gaat om een zogenaamde cenotaaf. Dat is een lege grafkist welke verwijst naar een echte grafkist daaronder. Het was dus een aanduiding waar het graf van de bisschoppen Monulphus en Gondulphus zich bevond. De twee heilige bisschoppen van rond 560 die beschouwd worden als de stichters van het eerste heiligdom op de plaats waar de Heilige Servatius is begraven.

servaas-cenotaaf-monulfus-gondulfusEr zijn meerdere bewijzen voor deze stelling. Alhoewel deze kist uniek is zijn er enigszins vergelijkbare cenotafen uit de tiende en elfde eeuw te vinden op andere plaatsen in Europa. Maar het meest overtuigende bewijs komt uit Maastricht zelf. In 1988, dus bijna honderd jaar na de terugvinding van de cenotaaf, is de stenen kist met het graf van een proost ontdekt. In die kist lag een loden kruis met daarin gegraveerd een uitvoerig relaas van de werken van deze proost. Hij vertelt o.a. dat hij een stenen cenotaaf heeft laten vervaardigen voor de bisschoppen Monulphus en Gondulphus.

proost-humbertus-grafkruis

proost-humbertus-grafkruis-vertalingWat betekenen de ruitvormige gaten in deze cenotaaf? De ruitvorm is het symbool van “terra”, aarde. Ze verwijst naar de stoffelijkheid van het lichaam van de bisschoppen en de aarde waaraan ze zijn toevertrouwd. Dus het zijn geen kijkgaten of wierookgaten zoals soms wordt verondersteld. Ze hadden een puur symbolische functie.

Deze cenotaaf heeft vanaf de tijd van Proost Humbertus eind elfde eeuw dus boven het graf van de heilige bisschoppen gestaan.  Dat bevond zich in het oostelijke middenschip van de kerk. Op een bepaald moment heeft men besloten deze cenotaaf te begraven op dezelfde plaats waar hij eerst in het middenschip van de kerk stond. Daarna werd hij in de loop van de eeuwen vergeten. In ieder geval in de vijftiende eeuw, toen de inscriptie is vervaardigd, waren de kanunniken zich nog bewust van het bestaan van deze cenotaaf.

Het graf van proost Humbertus bevond zich ook onder het middenschip, helemaal aan de westkant van de kerk, niet zo ver van het westelijke altaarretabel. Deze stenen kist bevatte naast het genoemde loden kruis ook nog de botten van de overledene,  er waren sporen van teer en men vond er gedroogde veldbloemen. Het stenen deksel was behoorlijk beschadigd. Na verwijdering bleek er ook nog een inscriptie te staan op de rand van de kist. Die kon je dus niet zien als het deksel er op zat. Het is duidelijk dat de overledene lang opgebaard is geweest voordat hij werd begraven. De inscriptie was zichtbaar voor de bezoekers van de opgebaarde proost. Waarschijnlijk moest er nog van heinde en verre familie komen om bij de begrafenis te zijn. Het lichaam werd daarom geteerd. Ook is het aardig om te weten dat er bloemen over hem heen werden gestrooid voordat de kist werd dichtgemaakt. Het strooien van bloemen op een graf is nog steeds een goed gebruik.

Het loden kruis bevindt zich tegenwoordig in de schatkamer van de Sint-Servaas. De open kist met de inscriptie kun je zien als je een koperen plaat in het westen van het middenschip oplicht. De cenotaaf boven het graf van de bisschoppen Monulfus en Gondulfus bevindt zich in een van de oost-cryptes.

Zie ook:

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , | 13 reacties

Albi

De vorige week bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven de stad Albi, ten oosten van Toulouse. Ik was bij mijn eerste bezoek zeer onder de indruk van de kathedraal. En ik wilde hem nog een keer zien en er meer over weten. Om iets van deze kerk te snappen moet je ook iets weten van de katharen, de naam van een sekte waar ook het woord “ketters” van is afgeleid.

In het midden van de 12e eeuw werden er op veel plaatsen in Europa vergelijkbare ketterse bewegingen gesignaleerd: van Engeland, Vlaanderen, het Rijnland, de Champagne, de Languedoc tot Lombardije. De aanhangers kregen al snel de verzamelnaam Katharen en soms werden ze in eigentijdse kronieken ook Albigenzen genoemd, omdat veel inwoners van de stad Albi zich hadden aangesloten bij de beweging .

Vóór 1140 zijn er geen bewijzen van deze theologische richting, met als voornaamste kenmerk het aanhangen van het zogenaamde dualisme. Aan de ene kant is het Satan die de wereld regeert. Om niet door hem meegesleurd te worden in zijn duivelse bedoelingen moet je je op het geestelijke (Christus) richten. Een uiterst vrome beweging met bijv. ook gelijkstelling van man en vrouw. De voorgangers, de parfaits,  mochten geen gemeenschap hebben en ze moesten voortdurend vasten. Iedere gelovige kon na een ceremonie parfait worden, veel  gelovigen lieten zich  tot parfait “dopen” op hun sterfbed. Rond 1147 schreef abt Eberwin van Steinfeld een brief aan Bernardus van Clairvaux. Zijn brief was het eerste ondubbelzinnige bewijs van het bestaan van deze sekte. In 1163 schreef abt Eckbert van Schönau de “Sermones contra Catharos” (preken tegen de Katharen)  aan Reinald van Dassel, aartsbisschop van Keulen. Voor het eerst verscheen zo de term ‘katharen’.

Deze Reinald van Dassel had ook mee gedaan aan de veldtocht van de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa naar Italië. Zijn ambtgenoot Christian von Buch uit Mainz wist hem uit een netelige positie bij Rome te redden. Reinald van Dassel nam bij deze tocht de overblijfselen van de Drie Koningen mee, die zich volgens een legende in Milaan bevonden. Keulen werd een belangrijk pelgrimsoord door het bezit van deze reliquieën.

De twee net genoemde aartsbisschoppen waren ook betrokken bij de uitbreiding van het westelijk deel en het aanbrengen van veel versieringen in de Servaas van Maastricht. Aart Mekking meent zelfs in het gelaat van twee zeer verweerde afbeeldingen de hoofden van deze twee aartsbisschoppen te herkennen. In Keulen zijn in die tijd veel katharen opgepakt en op de brandstapel terecht gekomen. Het is dus niet onmogelijk dat er zich in dezelfde periode ook katharen in het Maasdal, dus ook in Maastricht bevonden. Maar alleen in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië kon de sekte zich ontwikkelen tot een soort kerk. Er waren zelfs een aantal Kathaarse bisschoppen. Ze stonden het sterkst in de westelijke Languedoc rond Toulouse, Albi en Carcassonne.

Wat is er nog te zien in Albi, een van de steden waar de katharen dus het sterkst stonden? Na de zogenaamde Albigenzer kruistocht, waarbij enorme bloedbaden werden aangericht en die gevolgd werd door een meedogenloze inquisitie, werd in de bisschopsstad Albi een nieuwe katholieke kerk gebouwd, gewijd aan Sainte Cécile.

st-cecile1a

Dit alles in een gotische stijl, maar totaal niet te vergelijken met de gotische kathedralen van Noord-Frankrijk die in dezelfde tijd werden gebouwd. Een van de kritiekpunten van de katharen op het katholicisme was de overmatige rijkdom van de geestelijkheid, die zich ook uitte in de overdadige versieringen van de kerken. Wilde men de kathaarse gedachte toch nog levend houden? Het werd een zeer grote kerk die de grootheid van het katholicisme moest uitdrukken, maar die tegelijk zeer eenvoudig van opzet was. Het is de grootste bakstenen kerk ter wereld, imposant, maar niet luxueus. Dat kun je nu nog steeds aan de buitenkant zien. Ook opvallend: niet drie of vijf beuken, nee: er is slechts één zeer breed middenschip. Er naast verscheen in dezelfde stijl een sober bisschoppelijk paleis. (Nu museum Toulouse Lautrec)

bisschoppelijk-paleis

Twee eeuwen na de bouw van de kathedraal was de gedachte van soberheid niet meer actueel. Men besloot om de kerk modern en luxueus op te tuigen. Zo werd er aan het eind van de vijftiende eeuw een enorm laatgotisch, flamboyant portaal gebouwd. Na een flink aantal trappen te hebben bestegen sta je daar dan en wordt omringd van alle kanten door allerlei tierelantijntjes.

st-cecile1bEn binnen in de kerk werd in dezelfde stijl een flamboyant doxaal (koorafscheiding) gemaakt.

st-cecile2Om het koorgestoelte heen bouwde men een laatgotische omheining. Aan de buitenkant van deze omheining werden beelden geplaatst van profeten uit het oude testament. Aan de binnenkant van de omheining kwamen beelden van de twaalf apostelen. Hier kun je als je wilt een kathaarse associatie mee hebben: de katharen verwierpen namelijk het oude testament als een duivels boek en ze hielden het uitsluitend bij het nieuwe testament. In de kathedraal werden de houten beelden van de oudtestamentische profeten niet gepolychromeerd, in tegenstelling tot de beelden aan de binnenkant van de apostelen die allemaal werden geverfd.

st-cecile3Verder werd in dezelfde tijd het plafond en ook de westkant van de kerk compleet beschilderd met bijbelse taferelen zoals in het westen van de kerk over de hele breedte een afbeelding van het laatste oordeel. Hier een fragment.

st-cecile4Ook de muren zijn overal versierd met geometrische figuren, met blauw als dominerende kleur. Deze verfstof werd gemaakt van gemalen lapis lazuli en koperoxide. Daardoor heeft het de tand des tijds goed kunnen doorstaan. Dit alles heeft ook nog eens de Franse revolutie overleefd, in tegenstelling tot veel andere kerken. De aanblik van de kerk is hierdoor sinds 1500 niet veel veranderd.

Deze kathedraal ervaar ik als een zeldzaam monument! En aardig om te weten dat het gebouwd is als reactie op de belangrijke aanwezigheid van katharen in de stad.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | 3 reacties

De keizerzaal in de Servaaskerk van Maastricht

Vaak bevindt de voornaamste ingang van een kerk zich in het westelijke deel. Voordat je dan in het schip van de kerk komt loop je nog door een ruimte, de narthex of het voorportaal. In de middeleeuwen stonden daar bedelaars om alle kerkgangers te begroeten. In de vroege Christelijke tijd mochten ook mensen die nog niet gedoopt waren niet verder. Ze moesten in de narthex blijven.

De Servaaskerk van Maastricht heeft geen westelijke ingang. De ingangen bevinden zich in het oosten en zuiden: twee poorten rond de absis en een groot portaal op het zuiden, het zogenaamde bergportaal. Deze drie ingangen worden zelden gebruikt. Tegenwoordig kom je de kerk binnen via het noorden. Aan het Keizer Karelplein is een neogotisch portaal door Cuijpers gerealiseerd. Via de gangen van het pandhof kom je dan de eigenlijke kerk binnen, eveneens vanuit het noorden.

Hiervoor zijn allerlei redenen. Maar één reden is:  toen de kerk gebouwd werd en de laatste Romaanse fase tussen 1150 en 1200 werd afgerond had deze westelijke kant van de kerk een heel bijzondere functie. Het westelijke deel  lijkt hier namelijk net zo belangrijk te zijn als het oostelijke deel, misschien was het zelfs belangrijker. Normaal is het belangrijkste deel het oosten, waar het hoogaltaar is.  Maar als je vroeger in het schip van de kerk stond en naar achteren keek, naar het westen dus, dan zag je dit: (tekening Rob van Hees in het boek “de Servaas-kerk van Maastricht, Aart Mekking)

blik naar westen-1170

Eerst zag je op een drager een zogenaamde cenotaaf. Dat is een lege doodskist, die verwijst naar een echte kist die onder die plaats begraven is. Over deze cenotaaf zijn heel interessante dingen te vertellen, daarover meer in een volgend blog. Nog verder naar het westen zag je een stenen afscheiding met daarop een stenen reliëf. Het moest onze ogen leiden naar enkele trappen waarop zich een altaar bevond, hier niet zichtbaar. Voor dat altaar stond dus feitelijk een stenen altaarretabel. Dat bespreek ik straks. Maar: er zijn nog twee verdiepingen te zien. Op de eerste verdieping is een halfboog met daaronder nog weer drie halfbogen, met daarin openingen. Gesuggereerd wordt een soort stadspoort, maar niet zo maar een stadspoort! Op de tweede verdieping zie je namelijk een arcade met vijf halfbogen.  Boog en arcade staan voor de stad en het paleis, en worden sinds de kerstening van het Romeinse keizerschap steeds weer gebruikt als de verwijzing naar de aardse “civitas dei”, het “hemelse Jeruzalem en het paleis van de (hemelse) keizer. Baldwin Smith noemt de arcade die boven stadspoorten en aan paleisgevels werd toegepast, een van de belangrijkste architectonische symbolen van het ‘Imperium Romanorum’.

De eerste en tweede verdieping bestaan nog steeds, maar zijn niet meer zichtbaar zoals dat in de twaalfde eeuw het geval was. De bovenste arcaden zijn al in vroeger eeuwen dichtgemetseld. Nu zien we dit:

blik naar westen

Niet alleen de arcaden van de tweede verdieping zijn dus verdwenen, maar ook het zicht naar de eerste verdieping  wordt grotendeels ontnomen door het orgel dat er voor staat.

Je kunt er wel komen via een wenteltrap. Dit dan bij een rondleiding met een gids. Op de eerste verdieping is een ruimte met allemaal zuilen waarvan het hoofd is voorzien van gebeeldhouwde kapitelen. De zogenaamde “kapitelengalerij”. Over deze kapitelen meer informatie in een ander blog. De tweede verdieping is een prachtige hoge, open ruimte met in het midden een grote koepel. Deze koepel staat voor de hemel. Helemaal in het westen van die koepel is een groot rond venster. Het zonlicht moet er in ieder geval ’s avonds doorheen kunnen vallen. We bevinden ons in een soort hemelse ruimte. De ruimte heet de keizerzaal. De God die hier troont is waarschijnlijk een wereldse God.

keizerzaal

Deze keizerzaal achter deze bogenreeks, op de bovenste verdieping van de kerk, komt qua opzet helemaal overeen met de grote ceremoniële ruimte op de verdieping van het paleis in menige palts van keizers uit de twaalfde eeuw. Een dergelijke zaal is echter in een kerk uniek, geen enkele kerk kent deze, met uitzondering van de abdijkerk van Nijvel, die in dezelfde tijd is gebouwd. Het lijkt er op dat deze twee kerken nadrukkelijk hun rijks-onmiddellijkheid moesten uitdrukken door middel van deze keizerlijke symbolen. Zowel  het kapittel van Servaas als ook de abdij van Nijvel werden bedreigd door andere wereldlijke vorsten zoals de hertog van Brabant.

Wat is de functie van deze ruimtes? Volgens Aart Mekking, die hier in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw onderzoek naar heeft gedaan, is het vooral een symbolische functie. Ze dienden eigenlijk nergens voor. Al snel was men het ook weer vergeten waar ze misschien ooit voor gediend hebben. Misschien heeft er ooit een troon gestaan, onder de koepel, op de plaats waar het zonlicht naar binnen viel. Misschien zijn er vergaderingen gehouden. Er is geen enkel bewijs voor. De ruimte had in ieder geval een symbolische functie. En Aart Mekking probeert dat uit te leggen aan de hand van allerlei voorbeelden waarbij ook de politieke context een belangrijke rol speelde. Hij beschrijft de voornaamste aanleiding  van de bouw van dit alles op pag. 307 e.v. van zijn boek “de Sint-Servaaskerk van Maastricht”

“Toen op tweede Pinksterdag 29 mei 1167 tussen Monte Porzio en Tusculum, het grootste leger dat de Romeinen sinds eeuwen bij elkaar hadden weten te brengen, verpletterend werd verslagen, geschiedde dit in hoofdzaak door toedoen van Christian I von Mainz (Christian von Buch)……  De iconografie van het reliëf op het halfronde boogveld in de Sint-Servaas kan niet anders worden uitgelegd als een zeer precieze weergave van de verhouding tussen keizer en paus na de slag bij Tusculum. De Salvatorfiguur die- hoogst zeldzaam voor zo’n beeldhouwwerk – een metalen koningskroon heeft gedragen, troont hier als de bron van alle soevereine macht en kroont – als het antitype van de keizer – de apostel Petrus (de eerste paus) en bisschop Servatius (‘model’ van de rijksbisschop).

Hieronder zien we dat dubbelreliëf waar Aart Mekking het over heeft. Het westelijke altaarretabel dus.

dubbelrelief

Beneden zien we Maria met kind in een mandorla. Deze mandorla wordt vastgehouden door twee engelen. De tekst in de rand van de mandorla luidt:

Tu sis salvatrix et virginitatis fictrix araque regalis attritio vera draconis (Wees de redster, de bewerkster van de maagdelijkheid, het koninklijke altaar en de ware vertrapping van de draak). Op de vlakke lijst staat: virgo deum peperit do..vi servit curia celi (de maagd heeft God voortgebracht, dient haar, hemelse hofhouding)

In het bovenste deel zien we iets ongehoords: Christus die zowel Petrus als Servatius kroont, hen beschouwt als gelijkwaardig. Petrus staat voor de eerste bisschop, de paus. Servatius, de huisheilige van Karel de Grote en zijn opvolgers, staat voor de bisschop die door de keizer is benoemd. Bisschoppen zijn hierdoor gelijkwaardig aan pausen, beiden worden gekroond door Christus. Op het hoofd van Christus heeft ooit een metalen kroon gezeten. De aanhechtingsplekken zijn nog aanwezig. Deze Christus Salvator lijkt sterk op hoe de Duitse keizers zich lieten afbeelden wanneer ze hun zoon als opvolger aanwezen. Deze Christus staat zo tegelijkertijd voor: keizer Barbarossa. Dit MOEST weergegeven worden, na de overwinning in de slag bij Tusculum. De paus was verslagen. HIJ mocht nu ZELF alle bisschoppen benoemen. En bij die slag was Christian von Buch de legeraanvoerder . Deze zelfde Christian von Buch, niet alleen legeraanvoerder, maar ook rijkskanselier van Barbarossa, aartsbisschop van Mainz  en:  proost van de Servaas! Onder zijn bewind werd het westwerk, de kapitelen en het net besproken altaarretabel in deze Maastrichtse kapittelkerk vervaardigd.

Het altaar in het westen werd trouwens soms gebruikt. We kunnen lezen in het ordinarium van het kapittel dat daar de mis werd gelezen op Maria Boodschap en de zeven dagen daarna. Het was dus een Maria altaar.

Naast de galerij met kapitelen is het tweede verborgen wonder van de Servaas zo de keizerzaal. Gelukkig worden er regelmatig concerten gegeven. Dan kun je de oude twaalfde-eeuwse sfeer weer helemaal proeven. De geur van kaarsen die bij zo’n concert meestal worden aangestoken versterkt dat gevoel. Bij het programma van de vereniging voor oude muziek zag ik dat dit jaar de concerten niet in de keizerzaal plaats vinden, maar in de voormalige proosdij, ook een eeuwen-oud gebouw. Waar nu de zusters van Liefde hun klooster hebben.  Daar ga ik ook heen!

Realiseer je dat het westelijke deel van de kerk een belangrijke wereldlijke symboliek kende. Die veel verder ging dan wat je ook maar enigszins zou kunnen vermoeden en alles te maken had met de politieke gebeurtenissen van die tijd. De enigszins verhulde, maar tegelijk zeer indringende retorica van de Rooms-Duitse keizer. Deels verdwenen. Maar veel is er nog. Waar? In de Servaas.

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 16 reacties

De Servaaskerk van Maastricht en Karel de Grote

De streek in het zuiden van Limburg en de omgeving van Aken is al vanaf de Romeinse tijd in trek vanwege de thermale baden. In Heerlen is een enorm Romeins badcomplex opgegraven, nu het middelpunt van het thermenmuseum. Ook Valkenburg heeft zijn thermae 2000, een groot wellness centrum op basis van de minerale heetwaterbronnen die uit de diepe kalklagen omhoog borrelen.

Karel de Grote had last van jicht en ook hij ontdekte de weldadige werking van deze bronnen. Daar wilde hij graag vaak zijn. Hij besloot om Aken tot centrum van zijn rijk te maken en er een groot deel van het jaar te gaan wonen.

Nog voor de tijd van Karel de Grote lagen er in die streken al een aantal Merovingische kroondomeinen. Een van die domeinen was een gebied rond Maastricht. Het werd beheerd door het in de achtste eeuw gestichte kapittel van Sint Servaas.  Niet zo lang daarna werd een belangrijk raadgever van Karel de Grote, Alcuinus,  abt van dit Servaasklooster. Een andere raadgever en opvolger van Alcuinus, Eginhard, werd op zijn beurt ook weer abt. Maastricht was nog een zeer onbeduidende plek,  maar door deze nieuwe abten werd de status van het gebied behoorlijk verhoogd. Eginhard schonk zeer belangrijke relieken, die van de heiligen Marcellinus en Petrus,  aan het kapittelklooster. Deze relieken zaten in een houder in de vorm van een triomfboog (De Eginhardboog), met daarboven weer een kruis. Hier is helaas slechts een afbeelding van bewaard gebleven, het origineel is verloren gegaan.

einhardsboog fictieve opstelling

einhardsboog-achterkantNa Karel de Grote ontstond er een rommelige tijd. Zijn rijk werd gesplitst, en na nog wat verdelingen werden in 870 bij het verdrag van Meerssen de nieuwe grenzen vastgesteld. Maastricht kwam te liggen op de grens van het Oost- en West-Frankische rijk. Tegelijk was het de enige plek waar je de Maas kon oversteken. Om twee redenen was de plek dus van strategisch belang. Karel van Lotharingen, de heerser over het hertogdom Lotharingen in het Oost-Frankische rijk, wilde meer. Hij ambieerde het koningschap van het West-Frankische rijk (=Frankrijk). Hierin werd hij gesteund door de Oost-Frankische keizer Otto II, en hij belegerde op een gegeven moment Parijs. Maar: hij werd verraden en gedood. In 1001 werd hij herbegraven in de Servaaskerk, waar zijn graf zich nog steeds bevindt. Waarschijnlijk werd door deze herbegraving Maastricht nog eens nadrukkelijk opgeëist als stad die toebehoorde aan het Oost-Frankische rijk.

grafkarelvanlotharingen

Rond het jaar 1000 werd besloten om een nieuwe grotere kerk (de huidige) te bouwen. De volgende twee eeuwen stonden zowel in het teken van de bouw van die kerk ,van de vele uitbreidingen en versieringen als het op gang brengen van de pelgrimage naar het graf van Sint Servaas.  De nieuwe Servaaskerk werd in 1039 ingewijd in aanwezigheid van de Rooms-Duitse keizer Hendrik III en maar liefst 12 bisschoppen. Jocundus, een Noord-Franse dichter, kreeg de opdracht om het levensverhaal van Servaas op te schrijven. In dit in het Latijn geschreven werk kunnen we lezen hoe de heilige Servaas familie is van niemand minder dan Jezus Christus zelf (!) en hoe Karel de Grote op voorspraak van Servatius een belangrijke slag wint. Zo werd de band met Karel de Grote opnieuw aangehaald. Als in de twaalfde eeuw Keizer Frederik Barbarossa Karel de Grote heilig laat verklaren straalt er ook iets van die Heiligheid af op Maastricht.  De datum van de heiligverklaring werd onmiddellijk vanaf die tijd elk jaar ook in de Servaas gevierd. Met behulp van o.a. de machtige raadgever en kanselier van Barbarossa, Christian von Buch, tevens proost van het Servaaskapittel, werd  Maastricht verder in de vaart der volkeren opgestoten.  De kerk werd uitgebreid en versierd en ook werd de Nederlandstalige versie van de Servaaslegende geschreven.  Over die nieuwe aanpassingen in de kerk uit de tweede helft van de twaalfde eeuw plus die van het begin van de dertiende vertel ik later meer.

Het aanzien van Maastricht zal sindsdien nooit meer zo hoog zijn. De twaalfde eeuw is de gouden eeuw voor Maastricht. De stad zelf begon te bloeien, vooral ook door de groei van de pelgrimsstroom. Nog voor in het begin van de dertiende eeuw in Aken een prachtige kist werd gemaakt voor het lichaam van Karel de Grote (de “Karlsschrein”) werd in Maastricht al een prachtige kist gemaakt voor het lichaam van Servatius. Deze “noodkist” werd in processie door de stad gedragen gedurende vele eeuwen, telkens als de stad weer eens in nood verkeerde. Maar zonder de uitstraling van het fenomeen Karel de Grote hadden Maastricht en de Servaaskerk rond 1200 nooit zo’n groot aanzien kunnen hebben.

noodkist02

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | 11 reacties

De Servaas van Maastricht en de Wartburg van Eisenach

wartburgWaarvan kent men de Wartburg van Eisenach? Misschien weet men dat dit het beroemde kasteel  was waar de zangwedstrijden van de minnezangers werden gehouden in de middeleeuwen. En misschien weet men ook dat Richard Wagner hier zijn opera Tannhaüser op heeft gebaseerd. Anderen weten misschien dat Luther toen hij vervolgd dreigde te worden daar zijn toevlucht zocht en in het kasteel het nieuwe testament in het Duits vertaalde. Maar weinigen zullen weten dat dit kasteel ook op enkele manieren een relatie heeft met Maastricht.

De eerste relatie is een zeer complexe. Om die te kunnen begrijpen moet je allereerst iets weten over de politieke situatie in een groot deel van Europa in de tweede helft van de twaalfde eeuw. Al een hele tijd was er een machtsstrijd gaande tussen de Rooms-Duitse keizer en de paus. De keizer wilde boven de paus staan. Zoals dat ook in het Oost-Romeinse rijk het geval was: de Byzantijnse keizer stond boven de patriarch. De keizers wilden zich dan wel door de paus laten kronen in Rome, maar tegelijk wilden ze zelf het recht hebben om bisschoppen te mogen benoemen. Nu steeds meer feodale heren als hertogen en graven erg machtig begonnen te worden was het voor de keizer belangrijk om in bepaalde gebieden een verzekerde macht te kunnen blijven uitoefenen. Daarvoor leenden zich de talrijke prinsbisdommen: bisdommen waar de geestelijk heer, de bisschop, tegelijk ook wereldlijk heer was. De keizer wilde hen benoemen.

Frederik Barbarossa wilde daarom voor eens en altijd de macht van de pausen reduceren. Met een groot leger viel hij Italië binnen. Opperbevelhebber was Christian von Buch, aartsbisschop van Mainz en tevens rijkskanselier en de belangrijkste raadgever van de keizer. Deze prinsbisschop kwam oorspronkelijk uit Thüringen. En deze Christian von Buch was tevens de proost van het Servaaskapittel van Maastricht! Hij nam met zijn leger (veel Brabanders!) Rome in, de paus werd verjaagd, een nieuwe paus  werd aangesteld en zowel de paus als het stadsbestuur erkenden het volledige gezag van de keizer. De triomf van de rijkskanselier was volledig. Het Servaaskapittel was rijksonmiddellijk, viel dus direct onder de keizer. Christian von Buch besloot om de kerk verder uit te bouwen en te versieren. Onder zijn bewind werden de Romaanse kapitelen van het westwerk vervaardigd en kwam ook de keizerzaal tot stand. Ook werd er een symbolisch dubbel-reliëf in steen uitgehouwen. Dat werd geplaatst voor het altaar in het westen van de kerk, het keizerlijke, wereldse deel van de kerk. Toen de beeldhouwers klaar waren met hun imposante werk werden ze, waarschijnlijk ook op advies van diezelfde Christian von Buch, naar Thüringen gestuurd om daar het paleis op de Wartburg en de bijbehorende kapel te decoreren.

kapiteelwartburgHiernaast een door de Maastrichtse beeldhouwers versierd kapiteel in de Wartburg

Daarna togen ze nog naar de stad Eisenach zelf, vlakbij de Wartburg, waar net de Georgenkirche gereed was gekomen. Ook deze kerk hebben ze van kapitelen voorzien in dezelfde stijl zoals we die nu ook nog in de Servaas van Maastricht kunnen zien. Na deze klus gingen ze waarschijnlijk weer terug naar Maastricht waar ze nog wat aanvullende werkzaamheden in de Servaas en O.L.V. kerk verrichtten. Christian von Buch maakte naam, en via hem ook keizer Barbarossa.

Dit alles is komen vast te staan door bestudering van allerlei bronnen en vergelijking van de beeldhouwwerken. (Zie met name: Basiliek St. Servaas Maastricht. Aart J.J. Mekking. De Walburg Pers,Zutphen. ISBN 906011.339.X. 1986 Clavis stichting Publicaties Middeleeuwse kunst, Utrecht. Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca 1200. ) Waarom was Maastricht zo belangrijk voor de keizer? Daarover vertel ik in een volgend blog meer.

van-veldeke-aeneisEr is nog iets. Ook weer in dezelfde tijd, de tweede helft van de twaalfde eeuw, kreeg  Henric van Veldeken de opdracht om de Servaaslegende op rijm te zetten. Het allereerste proza in het Nederlands, meer dan duizend verzen. Dit nog voor de Nederlandstalige werken die later van Maerlant zou schrijven. Van Veldeken vertrok nadien naar Duitstalige gebieden. Hij kon zoals bleek ook in het Duits gedichten schrijven. Behalve minneliederen schreef hij een Duitse versie van de Aeneïs, het  liefdesverhaal van Dido en Aeneas van Vergilius, waar later de Engelse componist Purcell zijn beroemd geworden opera op baseerde. Maar nu komt het: De Aeneïs, waar Van  Veldeken het meest bekend door zou worden, schreef hij in de Wartburg in Eisenach! De Duitsers noemen tegenwoordig “Heinrich von Veldeke” de eerste “minnesanger”, hét voorbeeld voor latere troubadours als Oskar von Wolkenstein. Hierboven een afbeelding uit De Aeneïs van Heinrich von Veldeken. In de verzen van deze dichter staat het romantische liefdesleven centraal zoals je kunt zien. Hij was al bijna een renaissance-dichter. Maar zijn loopbaan was begonnen in Maastricht. Daar staat terecht zijn standbeeld.

veldeke-stanbeeld

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, taal | Tags: , , , , , , , , | 12 reacties

Wildemannen

tapisserie-strassbourg-1420Veel mensen kennen het beroemde tapijt van Bayeux. Dat is gemaakt in 1068 en toont de slag bij Hastings, waarbij Willem de Veroveraar vanuit  Normandië Engeland binnen viel. Als je bovenstaand tapijt bekijkt dat zo’n 350 jaar later is gemaakt denk je in eerste instantie dat er ook zo iets is afgebeeld. Het hangt tegenwoordig in het museum voor toegepaste kunst (MAK) in Wenen. Waar het tapijt van Bayeux maar liefst 70 meter breed is gaat het hier om een fragment van een tapijt van 2,5 meter breed. Hoe groot het origineel is geweest is niet bekend. Het tapijt is afkomstig uit Strassbourg. In 1420 was dat een stad die sterk in opkomst was. De bouw van de gotische kathedraal was in 1179 begonnen en werd in 1439 afgerond. Inmiddels hadden zich talloze kunstenaars in de stad gevestigd.

Er op staat een merkwaardige afbeelding, het blijkt geen historische afbeelding te zijn zoals we zien in Bayeux. Het tapijt heeft in Wenen de naam: Gastmahl der Wilden Leute und Erstürmung der Minneburg gekregen. Het object kwam ter sprake bij een les over de internationale gotiek bij de cursus middeleeuwse kunst en cultuur die ik op dit moment volg. “Wilde Leute”, of “wildemannen” werden in die tijd vaker afgebeeld. Oorspronkelijk hadden ze een uiterst negatief imago, ze werden gezien als een soort struikrovers die in het wild woonden en die er uit zagen als behaarde beesten zonder kleren. Steeds meer werd dat beeld van de wildemannen positiever, het waren mensen die nog dicht bij de natuur stonden, net als kluizenaars. Zo werd ook Maria Magdalena als een “wildevrouw” uitgebeeld met allemaal haren over haar hele lichaam. Dit naar aanleiding van de legende dat ze de laatste dertig jaar van haar leven in een woestijn in Frankrijk geleefd zou hebben.

De wildemannen op dit tapijt hebben niet duidelijk haren van top tot teen, maar ze hebben een soort gestreept pak aan, dat dan wel loopt van hun nek tot aan hun blote voeten. Het zijn geen wildemannen, ze hebben zich verkleed als wildeman. En ze hebben zich ook verkleed als hoogstaande edellieden. Op een draak zit een koning. Daar achter zien we nog enkele draakachtige beesten en een leeuw. In hun handen dragen de zogenaamde wildemannen wapentuig dat ze zo uit het bos hebben gehaald, takkenbossen met bloemen er aan. Ook op de punt van een lans zit een bloem.

Ze stormen op een burcht af waar ze worden opgewacht door ook weer wilde edellieden die hen verwelkomen met: ook al weer bloemen. Op twee banderollen kunnen we (gedeeltelijk) lezen wat de twee vechtende partijen elkaar te melden hebben. Het lijkt alsof de afbeelding een soort parodie op het hoofse leven is. In hoofse kringen werd er vooral ook met woorden gevochten, met gedichten en men maakte elkaar het hof op een elegante manier. Op het linker deel zien we iets van dat ze van “dat ze van plan zijn buit te gaan halen” (but gewin). Op het rechter zien we “dat de burcht goed beschermd is” (wol behut)

tapisserie-strassbourg-1420-detail1

tapisserie-strassbourg-1420-detail3Behalve de ruiters op hun draken en leeuw ziet ook het struikgewas beneden in beeld er merkwaardig uit. Je ziet meerdere dieren, een wolf, vos, konijn, een grote vogel, een eekhoorn. Gedeeltelijk half verstopt maar ze lijken er meer opgeplakt dan dat er iets realistisch van uit gaat. Een soort kinderlijke weergave.

tapisserie-strassbourg-1420-detail2De ophaalbrug bij het kasteel is omhoog getrokken en je ziet vissen zwemmen in de gracht. Ook weer heerlijk kinderlijk.

tapisserie-strassbourg-1420-detail4In de tent links wordt gegeten en enkele dienaren trekken nog aan een touw om de tent overeind te houden. Links van die tent zie je nog een gedeelte van een andere burcht met daaromheen eveneens een gracht. De burcht heeft de naam: “In Rosenblut(?)” (Rozenbloesem?) Hier lijkt het er vreedzaam aan toe te gaan. Je ziet een soort prinses met in haar hand een waaier. Boven op de burcht staat een speelman met een blaasinstrument.

Het geheel moet wellicht een soort toernooi voorstellen.

Koningen en ridders gaan mekaar zogenaamd als gekken te lijf, verkleed dus als wildemannen, gezeten op een draak of een ander wild beest. De hele wereld lijkt trouwens wel een gekkenhuis. Maar uiteindelijk moet je om alles lachen, de heren imponeren elkaar slechts met takken en met bloemen. Het is gewoon onderdeel van een hoofse klucht. Zoals het  spel dat in Maastricht in de Maas werd opgevoerd waarschijnlijk al vanaf de middeleeuwen en waarvan we een verslag hebben uit 1717

Zo kun je lekker fantaseren over het hoofse leven bij een feest aan een hof. De heren en dames namen het er goed van en voor hen werd een toneelstukje opgevoerd. Met onschuldige wildemannen.

Vannacht heeft Trump raketten afgeschoten op een vliegveld in Syrië. Zou ik dat ook maar als een klucht kunnen beschouwen. Het gaat hier niet om lansen met een bloem aan de punt. Voor Trump lijkt het misschien nog een spel. Maar ik ben bang dat dit spelletje in tegenstelling tot het tafereel op het tapijt nog een zeer vervelend staartje gaat krijgen. Hoofse omgangsvormen zijn ver te zoeken bij de hedendaagse wildemannen.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, maatschappij | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Voorjaarssalade

voorjaarssaladeHet is weer de ideale tijd om in de keuken met ingrediënten uit de natuur te werken. Zo heb ik de vorige week een heerlijke brandnetelsoep gemaakt. Vandaag liep ik door ons natuurgebiedje vlak bij ons huis en zag heel veel paardenbloemen en veldkers. De veldkers is trouwens alweer bijna aan het einde dus: nu of nooit. Ik plukte van allebei een handvol. De blaadjes van de paardenbloemen zijn erg bitter maar schijnen heel gezond te zijn. Paarden zijn er dol op. Ik beperkte me tot twee blaadjes. Van de veldkers plukte ik meer, eigenlijk kun je de hele plant eten, blaadjes, stengel en bloempjes. Het lekkerste zijn de blaadjes. Ze smaken als tuinkers maar nog iets sterker. Af en toe snoep ik gewoon ook wat als ik in de natuur ben.

Thuisgekomen ging ik meteen een salade maken. Ik werk altijd erg impulsief en gebruik dingen die ik meestal op het moment zelf verzin. Onze koelkast bevat altijd veel groenten. Je kunt veel lang bewaren, als je het maar op de goede manier doet. Nooit iets in plastic bewaren, dan bederft het snel. Als ik de boodschappen inruim dan haal ik dus gelijk overal het plastic vanaf. Ook melk, karnemelk e.d. kun je vrij lang bewaren, als je maar zorgt dat het dopje er niet op zit. Als een fles lang gesloten is dan gaat alles snel gisten. Dat zelfde geldt voor jam. Ik hoef vrijwel nooit iets weg te gooien en heb toch altijd veel keus.

Hoe gaat dat als ik ga koken? Zoals gezegd heel impulsief. Mijn vrouw zegt altijd dat ik af en toe in de spiegel moet kijken. Dat had ik nu ook moeten doen, de hele dag zat mijn trui al half in mijn broek. Tja, dat schijnt bij mij te horen…

Ik ging aan de slag en het hele proces waar ik van te voren nauwelijks over had nagedacht heb ik gefilmd. Na vier en een halve minuut was de salade klaar. Heerlijk, zei mijn vrouw, en dat vond ik zelf ook.

Geplaatst in maatschappij, natuur | Tags: , , , , | 2 reacties

De jongste dag

Drie dagen geleden is mijn schoonvader begraven. Hij was een buitengewoon godvruchtig persoon met een rotsvast geloof. Toch waardeerde ik hem vooral in zijn dagelijkse uitingen. Eenvoud, soberheid, vriendelijkheid, begaan met het lot van iedereen en zorg voor natuur en milieu. Vooral ook in zijn eigen omgeving. Hoewel hij van reizen en lezen hield was zijn wereld vrij besloten. Lezen was vooral het lezen van de bijbel of andere godsdienstige boeken en hij las uitsluitend een Christelijke krant. Reizen: liefst naar plekken waar de mogelijkheid was om een dienst bij te wonen die aansloot bij hoe hij dat gewend was. De grote onoverzichtelijke wereld was daardoor wat overzichtelijker. Als emeritus predikant was hij tot voor enkele jaren geleden ook nog zielzorger van gemeenteleden: hij bezocht zieken, zong aan hun ziekbed psalmen en sprak bemoedigende woorden. In de geest van hem deden wij dat nu voor hem. Hij kon nauwelijks meer spreken en zijn ogen waren meest gesloten, maar je merkte dat het wel binnen kwam. Ondanks zijn leeftijd, 98 jaar, was zijn doodsstrijd nog langer dan verwacht.
Het omgaan met de dood is voor ons een veel minder vanzelfsprekend verschijnsel dan dat het honderd jaar geleden of nog langer geleden was. Mensen troosten, zieken en stervenden, gebeurde binnen een Lutherse of Gereformeerde gemeente in de achttiende eeuw zeker wekelijks. Al de kerkcantates van Bach doen bijna niet anders: voortdurend proberen ze tot troost te zijn.
Vanochtend luisterde ik naar cantate BWV 161: “Komm du schöne Todesstunde”, in een uitvoering van het Monteverdi Choir met the English Baroque soloists onder leiding van Sir John Eliot Gardener. De opname is gemaakt in 2000 in Santiago de Compostella. zie ook http://www.monteverdi.co.uk/shop
De cantate is geschreven voor de zestiende zondag na Pinksteren, als in het evangelie de opwekking van de doden op de jongste dag centraal staat. De strekking is vooral: het hebben van de wil tot sterven, het hebben van de wil om naar de hemel te gaan. Bach schreef deze cantate al in Weimar en hij behoort daarmee tot zijn eerste cantatecyclus. Het mooiste deel vind ik het recitatief van de tenor met als tekst van Salomo Franck:

Welt, deine Lust ist Last, dein Zucker ist mir als ein Gift verhasst, dein Freudenlicht ist mein Komete, und wo man deine Rosen bricht, sind Dornen ohne Zahl zu meiner Seele Qual. Der blasse Tod ist meine Morgenröte, mit solcher geht mir auf die Sonne der Herrlichkeit und Himmelswonne. Drum seufz ich recht von Herzensgrunde nur nach der letzten Todesstunde. Ich habe Lust, bei Christo bald zu weiden, ich habe Lust, von dieser Welt zu scheiden.

Salomo Franck werkte net als Bach aan het hof van de hertog van Weimar en leverde de tekst van bijna alle cantates van Bach uit zijn tijd in Weimar. In dit recitatief horen we mooie retorische tegenstellingen: lust-last, suiker-vergif, vreugdelicht-komeet (een komeet werd in die tijd gezien als een onheilsbrenger), niet de bloemen van de roos, maar zijn doornen. De laatste zinnen luiden: Uit de grond van mijn hart verlang ik naar de dood, ik wil heel graag naar de weilanden van Christus en deze wereld achter me laten (scheiden van). Dat “scheiden” wordt uitgebeeld in de muziek die naar beneden gaat en stil valt.

Bijzonder vind ik ook het slotkoraal:

Der Leib zwar in der Erden von Würmern wird verzehrt, doch auferweckt soll werden, durch Christum schön verklärt, wird leuchten als die Sonne und leben ohne Not in himml’scher Freud und Wonne. Was schadt mir denn der Tod?

Deze tekst van Christoph Knoll vertelt: als het lichaam van een dode weer wordt opgewekt zal het licht geven als de zon en zal het zonder nood in zijn hemelse vreugde en gelukzaligheid zijn, ook al is het in een eerder stadium in de aarde door wormen verteerd.
Het eenvoudige koraal met een melodie die sterk lijkt op de melodie ”O Haupt voll Blut und Wünde” wordt versierd door een blokfluit die voor mij uitbeeldt hoe de dode meegevoerd wordt naar de hemel, helemaal omsloten en beschermd. Ik vind deze cantate buitengewoon goed passen bij hoe ik denk maar vooral ook wens dat mijn schoonvader zijn laatste uren heeft doorgebracht.

Andere stukjes die ik schreef naar aanleiding van een cantate van Bach

Geplaatst in filosofie | Tags: , , , , | 4 reacties

In het hart van de renaissance

In Rijksmuseum Twente is nog tot in juni de tentoonstelling “In het hart van de renaissance” te zien. Centraal staan een aantal Italiaanse kunstenaars, enkele met klinkende namen als Rafaël, Titiaan, Tintoretto, Bellini.

De insteek van de tentoonstelling is:  wat betekent renaissance eigenlijk. En hoe kunnen we dat via de bij elkaar gebrachte schilderijen zien. Ik heb zelf op een iets andere manier gekeken. Ik heb geprobeerd bij enkele schilderijen een context te vinden die voor mij prikkelend was. Zo heb je een aantal schilderijen met een liturgisch onderwerp. Meestal gaat het dan om onvolledige altaarstukken, die om welke reden dan ook ooit uit elkaar gehaald zijn. Jammer. Je mist dan vaak interessante achtergrondgegevens. Bijv. een dedicatie van burgerlijke opdrachtgevers kan dan ontbreken. Maar ook het grotere liturgische programma is dan onbekend. Ik vind het nog steeds erg jammer dat er zo weinig altaarstukken in de wereld compleet zijn en ook zelden in hun natuurlijke context, een kerk dus, te zien zijn. Prachtige uitzonderingen zijn de altaarstukken in de Nicolaikirche van Kalkar. En op dit moment is er ook een tentoonstelling in de O.L.V. kathedraal in Antwerpen, waar ik twee keer geweest ben. Nog tot ergens in het najaar zijn daar een vrij groot aantal oorspronkelijke gilde-altaarstukken te zien, geleend uit musea. Zeer de moeit waard!

Maar ik dwaal af. In Enschede werd ik getroffen door een aantal schilderijen waar Maria op centraal stond, vaak ook Maria met kind. Over vijf van die schilderijen wil ik op mijn eigen manier iets vertellen.

Het oudste van deze vijf voorstellingen is een Maria met kind van Bellini uit 1470. Bellini, een uitgesproken Venetiaanse schilder, staat bekend om zijn kleurgebruik. Ik heb prachtige dingen van hem gezien in Venetië. Maar ook het schilderij dat ik nu bespreek vind ik erg mooi.

bellini 1470

Heel ingetogen bidt Maria bij de baby, Jezus. Deze ligt met één hand op zijn buik, de andere ligt op zijn borst. Hij slaapt maar heeft toch al een ernstige blik, alsof hij zich bewust is van wat hem nog te wachten staat. Ook Maria kijkt niet blij. Juist die ingehouden blik, die lijkt aan te geven dat ze allebei zorgen hebben, vindt ik ontroerend. Het ligt er niet dik boven op maar het ís er wel, daardoor is het er juist des te sterker. De blauwe lucht gaat via witte wolken over in het witte kussen waar Jezus op ligt. Het rood van de mantel van Maria vormt een mooi contrast. Maria is dicht bij het kindje maar houdt hem niet vast. Zij bidt voor hem. Ook Jezus is vlak bij zijn moeder maar ligt daar tegelijk eenzaam en al een beetje gekweld. Een prachtig verlaten en toch intiem moment!

Dan hangt er ook een klein schilderij van Rafaël. Het schijnt te stammen uit een groter geheel dat bij een aardbeving verloren is gegaan.  Het schilderij van Bellini was uit 1470, dit schilderij stamt uit 1502.

rafael 1502

Hoe anders is de blik van Maria hier! Ze glimlacht naar Jezus, en ook Jezus kijkt hier een stuk vrolijker. Jezus zit in zijn blootje op een kussen en houdt een anjer vast, die hem door zijn moeder is aangereikt. In de andere hand heeft zij er nog een. Maria heeft haar rossige haar opgebonden en daaromheen zie je een doorzichtige, uiterst fijne sluier, waarvan een uiteinde over haar schouder dwarrelt. Haar kleren zijn veel natuurlijker dan de kleren die Bellini Maria liet dragen, daar is bijvoorbeeld  haar cape meer gestileerd. Ze draagt nu geen duidelijke hoofdbedekking, afgezien dan van die bijna onzichtbare sluier. Maria is niet buiten, maar bevindt zich in een eenvoudige woning. Door het raam zien we een kasteel. Een mooi, liefdevol, perfect geschilderd dubbelportret.

lotto1522

In 1522 schildert Lotto dit deel van een altaarstuk. Behalve moeder en kind zien we links Johannes de doper, herkenbaar aan zijn half blote lijf en de kleren van een kluizenaar, maar vooral ook aan zijn herdersstaf en de wimpel met daarop de tekst “agnus dei”, lam gods. Deze woorden zou hij volgens de bijbel uitgesproken hebben toen hij Jezus aanwees: ‘zie het lam gods’. Rechts zien we de heilige Catharina van Alexandrië. Een van de meest geliefde heiligen, vaak bij Maria afgebeeld, herkenbaar door vooral het attribuut, het rad, waarop zij is gemarteld. Om haar hoofd draagt zij een bloemenkrans. Onduidelijk is voor mij om welke bloemen het gaat. De soort vertakking doet denken aan een soort haagwinde of aan penningkruid, maar zowel de bloemkleur (als van cichorei), de vorm en ook de bladvorm kloppen niet. Catharina was wijs en ook nog eens ongelooflijk mooi en is als maagd gestorven. Maar kijk eens wat bijzonder: een eekhoorntje dat samen met Catharina naar Jezus kijkt. Een eekhoorn kan vliegensvlug vanaf de grond naar de hoogste top van een boom snellen. Die eigenschap maakt het tot een dier dat staat voor een wezen dat mensen begeleidt van de aarde naar de hemel, en dus een begeleider is van de dood. Jezus houdt zich aan Maria vast en staat op een klein doodskistje. Ik denk dat deze eekhoorn de toeschouwer wijst op de vergankelijkheid van het leven. Ik ben dit symbool naar mijn weten nog nooit ergens anders bij een liturgische afbeelding tegen gekomen. Het doodskistje staat natuurlijk gelijk al voor de smartelijke dood van Jezus in de toekomst. Jezus en Maria houden elkaar liefdevol vast. Jezus kijkt in de verte, maar zowel Maria als Johannes de doper richten zich tot ons, ze kijken ons aan. Ze geven aan dat zij bereid zijn om als een bemiddelaar te fungeren tussen ons en God. Een mooi schilderij vol symboliek.

lottodetail 1530

Bovenstaand schilderij, eveneens van Lotto, is een detail van een groter schilderij waarop de aanbidding van de herders wordt uitgebeeld. Ik heb dit detail er uitgelicht omdat ik nog nooit eerder heb gezien hoe de net geboren Jezus zit te spelen met een lam. Jezus ziet daar feitelijk zich zelf, het onschuldige lam, het symbool van zijn onschuldige offerdood. Hij kijkt het lam aan, pakt het bij zijn kop en het lam kijkt terug. Beiden zien een spiegelbeeld van de toekomst.

savoldo 1538

Het laatste schilderij waar ik iets over wil vertellen is een afbeelding met de annunciatie, geschilderd door de kunstenaar Savoldo in 1538. God de Vader stuurt vanuit de hemel de Heilige Geest in de vorm van een duif richting Maria, terwijl de engel Gabriël haar komt vertellen dat ze zwanger zal worden van een kind. Maria wordt gestoord in haar gebed als ze de engel plotseling gewaar wordt.  Ze heeft één hand op haar buik, daar komt straks het kindje Jezus te zitten. Met haar andere hand maakt ze een zegenend gebaar, alsof ze het toekomstige kindje nu al alle goeds toe wenst. De engel heeft een bloem in zijn  hand die je vaker op dit soort afbeeldingen ziet. Het is een bloem met zeven kroonblaadjes. Het zou de dryas octopetala kunnen zijn, tegenwoordig een beschermde plant uit Zuid-Europa. Het gaat dan om een witte roos, en daarmee zien we hoe Gabriël zowel onschuld, reinheid als kuisheid schenkt aan Maria. Wat een prachtige doorzichtige vleugels heeft de engel trouwens! Hij gaat nederig op een knie zitten, wetende hoe belangrijk Maria is en nog gaat worden, als de moeder van de zoon Gods. De plek waar dit alles plaats vindt is een soort tempel, en we zien een vlammetje. Het vlammetje komt uit een soort olievaatje, zodat we een godslampje zien, een lampje dat altijd moet blijven branden. De schitterende engel en ook Maria steken sterk af tegen de donkere achtergrond. Mooi!

Naast de schilderijen die ik net besprak zijn er ook veel afbeeldingen te zien van burgerlijke personen, echte portretten. Meestal staand of zittend. Met kunstige dure kleren aan. Mooi geschilderd, vooral ook de lichtval die de kleur van de plooien overal een beetje anders maakt. De renaissance is de tijd dat de mens centraal komt te staan en dat spat er van af. Maar vooral gaat het in die tijd, zeker in Italië, om de geïdealiseerde mens. Behalve bij helle-voorstellingen zijn al deze mensen mooi, mooi van bouw en proporties. En dat mooie zie je ook aan de perfecte manier van schilderen. Het vak wordt beheerst. Maar het echte drama is nog nergens aanwezig. Dat gaan we pas in de barok zien. Wel dus de beheerste, verborgen dramatiek en als die je raakt dan kom je denk ik in het hart van de renaissance.

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Onaangenaam klassiek

Op radio 4 klinkt elke ochtend het programma “de Klassieken”. Klassieke muziek, met luchtige tussendoortjes en spelletjes. Welke muziek hoor je daar? Aangenaam klassiek. Ook moderne muziek, bijv. de muziek van Arvo Pärt. Dan wel niet zijn vroege muziek, nee vooral de enigszins mystiek aandoende latere muziek, altijd consonant en welluidend. De klassieken draait deze muziek juist omdat hij welluidend is. Deze muziek schrikt niet af, de mensen gaan niet snel naar een andere zender. Je kunt intussen rustig converseren of wat anders doen. Wat kunnen we van muziek uit de twintigste eeuw verwachten bij dit radioprogramma? Vooral Franse muziek van Ravel, Poulenc of Satie. Die gaat er in als koek. Je hoeft je als luisteraar weinig in te spannen. Kenmerkend voor veel van die muziek is dat het muziek zonder een verhaal is. Muziek die vaak gebaseerd is op een leuk wijsje, op een dansje, het is vooral ook muziek met een aangenaam sfeertje, het is mooie en mooi geïnstrumenteerde of geörkestreerde muziek. Deze muziek is echt “aangenaam klassiek”. Bij “De klassieken” hoef je meestal trouwens niet echt naar muziek te luisteren. Je hoort gewoon muziek. Het is een programma dat er voor zorgt dat muziek als een reukverfrisser de ruimte binnen komt. Deze muziek mag niet te nadrukkelijk zijn. De muziek moet passen bij de kleuren van het bankstel en het goed doen bij de gordijnen.

Welke muziek is aangenaam klassiek? Barokmuziek! Die was daar ook voor bedoeld. Lekker samen spelen, het gaat nergens over, dat is vaak gewoon gezellige tafelmuziek. Of de salonmuziek van de vorige eeuw: veel muziek van Chopin, Mendelssohn, Schubert en Schumann is eveneens uitermate geschikt als een verdovend, aangenaam geluidsdecor. Bij de Weense klassieken van rond 1800 zijn Haydn en Mozart bijzonder favoriet. Veel van de muziek van Mozart is geschikt om tot rust te komen of om de baby te laten ophouden met huilen.

Een ander verhaal is de muziek van Beethoven. Mijn moeder snapte niets van die muziek en vond hem al snel te hard of te dissonant. Geen goede achtergrondmuziek dus. Ik heb een conservatoriumdocent gehad die zei: ‘je kunt aan zijn muziek goed horen dat Beethoven doof was. Als hij die muziek zelf gehoord zou hebben was hij zich rot geschrokken.’ Beethoven hoor je dus veel minder op Radio 4. Veel van de muziek van Beethoven is “onaangenaam klassiek”.

Wat wilde Beethoven hier in godsnaam mee, wat is eigenlijk de ziel van die man? Beethoven is een van de eerste componisten die probeerde via instrumentale muziek een verhaal te vertellen. En dan bedoel ik niet composities als de “ouvertüre Egmond” waar je de bijl hoort vallen op de grote markt van Brussel. Ook bedoel ik niet de “pastorale symfonie” waar een onweer wordt uitgebeeld in klank. Ik bedoel de stukken waar Beethoven een boeiend samenhangend verhaal probeert te vertellen, zonder dat je je daar een concrete voorstelling van hoeft te maken. Hij doet dat al bij zijn eerste pianosonates die hij schreef toen hij nog niet zo lang in Wenen was. Maar de verhalen worden steeds interessanter. De prachtigste verhalen klinken in zijn latere pianosonates, de laatste cellosonates en vooral in de laatste zes strijkkwartetten. Ongeschikte muziek om het servies goed bij tot zijn recht te laten komen. Deze muziek dwingt je om óf de radio uit te zetten óf om hem juist harder te zetten, en vervolgens het verhaal met al je geopende zintuigen tot je te nemen. Het is muziek waarbij je kwaad wordt als in de concertzaal mensen al beginnen te klappen bij het nog uitsterven van het laatste akkoord. Je moet ademloos in je stoel zitten en na afloop bijna net zo uitgeput zijn als de geconcentreerde spelers. Luisteren naar muziek wordt een sport.

Zou ik mijn moeder nog hebben kunnen uitleggen wat de muziek van Beethoven, zelfs nu nog in deze tijd, zo (in mijn ogen) “goed” maakt? Ik weet het niet. Je moet om te beginnen willen luisteren naar een verhaal. Je geesteshouding moet niet zijn: “mooie muziek”. De muziek is gewoonweg niet mooi. Maar de muziek is wel zó ontzettend goed… Luister je naar het eerste fugathema van de “Grosse Fuge” op. 133 dan zal je als je niet de goede luisterhouding hebt zo snel als je kunt weg willen lopen.

Als je er nu nog bent en het hele fragment hebt afgeluisterd dan heb je denk ik de juiste luisterhouding. Beethoven speelde naast piano ook altviool. Hij wist heel goed hoe hij voor strijkers moest schrijven. Hij wist dus ook dat dit stuk niet mooi was, dat het niet aangenaam zou klinken, maar hij wilde dat de strijkers op het puntje van hun stoel met alle kracht in hun lijf dit thema, met het tegelijkertijd klinkende tegenthema, lieten horen en van het ene hoogtepunt naar het volgende hoogte- of dieptepunt zouden voeren. Beethoven schreeuwt het uit!

Dat brengt me bij het verhaal van dit stuk. Het heet: “Grosse Fuge”, oftewel, “Grote fuga”. Over de fuga schreef Beethoven eens: ‘een fuga schrijven kan iedereen. In mijn studententijd heb ik er dozijnen geschreven. Maar in een fuga ook nog gevoel leggen, dat kunnen niet veel mensen.’ En niet alleen gevoel moet er in liggen. Beethoven spot met alle conventies rond het begrip fuga. Een fuga is opgebouwd rond een thema, dat afwisselend wordt overgenomen door andere partijen. Een fuga begint zo eenstemmig, dan wordt hij tweestemmig enz. Zo’n blok met inzetten waar het thema voortdurend ergens aanwezig is heet een “doorvoering”. Doorvoeringen worden vaak onderbroken door zogenaamde divertimenti, sequens-achtige passages waar het thema niet aanwezig is.

Tot zover de conventie. Wat doet Beethoven? Hij besluit een uiterst simpel thema te laten contrasteren met een aantal andere thema’s, waardoor je telkens een zogenaamde dubbelfuga krijgt. Hieronder de vier thema’s.

themas-op133

In de inleiding introduceert hij het eenvoudige hoofdthema en het lyrische derde thema dat pas later opduikt.

Na deze inleiding volgt onmiddellijk de eerste dubbelfuga met thema 1 en 2, zoals we die net gehoord hebben.

Vervolgens horen we even thema 3 (al in de inleiding voorgesteld) en even later klinkt daar het hoofdthema 1 tegenaan.

Als deze twee thema’s stevig van alle kanten bekeken zijn komt er een totaal nieuw deel, een soort scherzo, dat even later gaat fungeren als thema 4 waarna Beethoven er alweer het hoofdthema 1 tegenover plaatst. Ook nu weer voert hij de muziek op tot een nieuw hoogtepunt.

Na dit alles volgt er een coda. Hierin lijkt het scherzothema 4 terug te keren, maar nu zonder de spannende confrontatie met thema 1. Pas op het einde van dit deel, nu niet als hoogtepunt maar als rustige afsluiting, het hoofdthema 1 er doorheen met pizzicato noten.

We zijn er nog niet. Het stuk is begonnen met een introductie van twee thema’s. Het lijkt of hij nu ook deze introductie gaat herhalen, waarin even later ook nog thema 2 terugkeert en na een kort hoogtepunt volgt een vrij eenvoudige slotzin met een krachtig einde.

Eigenlijk hebben we te maken met een redevoering. Met een spannend verhaal, waarin je overtuigd moet worden als luisteraar. Beethoven spreekt tot ons. Wat zegt hij?

  1. Hier ben ik! Dít is mijn statement. Geen speld tussen te krijgen. Alhoewel? Ik zeg het jullie nog een keer, maar nu een stuk zachter en vriendelijker. En ik stel er iets anders, iets lyrisch tegenover.
    (De luisteraar wordt nieuwsgierig gemaakt. In de retoriek heet dit een “narratio”. Omdat tegelijk het onderwerp (met twee van de thema’s, thema 1 en 3) wordt geïntroduceerd zou je het ook als titel van de redevoering kunnen bestempelen.)
  2. Ik ga het jullie uitleggen. Ik heb drie dingen te vertellen.
    (Er volgen maar liefst drie argumentatio’s, al dan niet voorafgegaan door het voorstellen van een standpunt. Argumentatio is in de leer van de retorica: de stellingen van een redevoering worden beargumenteerd)

    1. Om te beginnen dit. Wat ik jullie allereerst vertel, dat is niet niks. Ik ben er vast van overtuigd dat het zo is. Dit móet je horen. Het gaat mij en hopelijk ook jullie echt door merg en been. En ik blijf doorgaan, of je het wil of niet, totdat je het echt begrijpt.
      (De eerste argumentatio, het uitwerken van een of meer standpunten, is bijzonder fel: we worden meegesleept in duizelingwekkende vaart met het hoofdthema en het tegenthema tot er geen speld meer tussen te krijgen is.)
    2. Van de andere kant. Laten we het eens rustig van een andere kant bekijken. Alhoewel. Als het er op aan komt, in combinatie met wat ik hier voor zei, kan ik toch niet echt stil blijven!
      (De tweede argumentatio stelt om te beginnen een ander thema aan de orde, het rustige en lyrische thema 3, gaat dit ook van alle kanten bekijken en confrontreren met thema 1)
    3. Begrijpen jullie het al een beetje. Kom aan. Er zit ook een vrolijke kant aan het verhaal. Dat ga ik je nu vertellen. Zo is het dus. Maar vergeet niet wat ik eerder zei. Uiteindelijk keren we toch weer terug naar de essentie.
      (De derde argumentatio stelt opeens een heel ander thema aan de orde, thema 4, en ook nu volgt er weer een doorkauwen van dat thema en daarna nog een confrontatie met thema 1.)
  3. Ik heb het voornaamste verteld.
    (Na dit alles komen er 2 samenvattingen, maar die af en toe toch weer in overdonderende oprispingen ontaarden. )

    1. Ik blijf er bij dat er een vrolijke kan aan het verhaal zit.
      (De eerste samenvatting houdt zich met thema 4 bezig.)
    2. Maar, let op, ik som nog een keer de hoofdzaken op. Begrijp je ze? En vergeet niet: uiteindelijk moet er wel naar gehandeld worden potverdorie!
      (De laatste samenvatting begint weer met de punten van het begin, thema 1 en 3, en sluit dan af met een wervelend slot waarin vooral thema 2 een rol speelt. )

Luister en kijk naar het Alban Berg kwartet.

Ook de sonatevorm van Beethoven, waarin meestal het eerste deel van een instrumentaal stuk in is geschreven, kun je vaak als een soort redevoering beschouwen. Wil je er meer over weten? Kijk op https://www.ppsimons.nl/sonatevorm-beethoven

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , | 3 reacties

Zwart gat

Fascinerend alweer meer dan een jaar geleden, het programma in “DWDD University”  over zwarte gaten. Bijzonder knap hoe deze materie toegankelijk gemaakt werd met simpele voorbeelden of animaties. Na de uitzending was ik mijn smartphone kwijt. Ik liep twee minuten overal te zoeken totdat ik er achter kwam dat ik hem al zoekende gewoon in een van mijn handen hield. Onwillekeurig moest ik weer aan dat zwarte gat denken…

Twee dingen die mij al als kind bezig hielden kwamen niet aan de orde. Het ene is de grote leegte van alles. Materie is in principe een grote leegte met daarin af en toe een atoom. Er is bijna oneindig veel meer niets dan iets. Toch zien we bijv. een hand, of een steen. Kosmische straling bestaat uit deeltjes die zo klein zijn dat de kans dat ze iets raken als ze dwars door de aarde vliegen erg klein is. Ze bewegen zich door het niets en als ze zouden kunnen zien dan zouden ze af en toe heel in de verte een atoom zien. Zoals ook wij sterren zien in de onmetelijke ruimte. Projecteer je beide bevindingen op elkaar dan kun je haast tot geen andere conclusie komen dan dat wij op aarde niet meer dan een soort kosmische straling zijn binnen een bijna oneindig groot wezen. Dat wat wij als heelal zien is dan een levend iets, met sterrenclusters, melkwegstelsels als een soort moleculen, sterren als atomen en planeten als electronen. Alles op de planeten als mens en dier is vergelijkbaar met een soort nanodeeltje. En blijkbaar kan het nog kleiner. Of groter. Is er ergens een grens?

Het andere is dat wij er koppig van uit blijven gaan dat intelligentie te koppelen is aan wat de hedendaagse mens met zijn hersens denkt te kunnen presteren. Maar de mens is als zogenaamd intelligent wezen pas hooguit zo’n drie miljoen jaar op aarde. Terwijl er al zo’n 3 miljard jaar leven is. Stel dat er een uur lang al leven is dan leeft de mens in dat uur pas de laatste 3,6 seconden. Te verwaarlozen. Tik tak tik tak. Weg mens. Was er al die tijd dan geen intelligent leven? Zijn dieren en planten niet intelligent? Zijn bacteriën niet intelligent? Wij zíjn niet intelligent. Weet je waarom niet? Omdat wij niet met andere intelligentia’s als virussen kunnen communiceren. We kunnen ze een beetje te lijf gaan, maar toch zijn ze ons telkens weer te slim af. Als we leren communiceren met de hele natuur, dan zijn we misschien ook in staat te communiceren met leven buiten de aarde. We moeten niet zoeken naar evenbeelden in de ruimte. We moeten zoeken naar communicatie met al het leven. Intelligentie is niet iets menselijks. Het is onderdeel van het leven zelf. Daarnaar luisteren en handelen. Dat is pas slim.

Ook in de Volkskrant van gisteren een aansluitend verhaal: “Wat als E.T. een brutale rover is”. We zijn op zoek naar intelligentsia als mensen. Er wordt gewaarschuwd om geen boodschappen te sturen. Als we dat wel doen weten ze waar we zitten en behandelen ze ons misschien zoals Columbus in de 15e eeuw de indianen behandelde. Ik zeg dan alleen maar: wie weet worden we nu al door intelligentsia, waarschijnlijk vanaf deze aarde zelf, als zeer misdadig gezien: snel uitroeien dus. Hoe en wat er gedacht wordt: we hebben er geen weet van. Daar zijn we zoals gezegd te dom voor.

Mijn telefoon heb ik weer gevonden. Anders was ik wellicht in een zwart gat gevallen. Hoe slimmer we denken te worden, hoe meer zwarte gaten er zijn…

Geplaatst in filosofie, natuur | Tags: , , , , | 2 reacties