Toen Napoleon Milaan veroverde zag hij daar “het Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci. Tussen 1495 en 1497 schilderde Leonardo het werk voor de eetzaal van het klooster S. Maria delle Grazie in die stad. Wat wilde Napoleon dat werk graag hebben! Maar hij had net een concordaat met de paus gesloten, dus een ordinaire kerkenroof zoals zijn revolutionaire voorgangers in het laatste decennium van de achttiende eeuw hadden gepleegd kon hij niet zo maar doen. Dus hij koos voor een meer elegante oplossing: er zou een duplicaat vervaardigd worden van het beroemde schilderij en hij wilde dan, als dat klaar was, het origineel meenemen naar Parijs. Leonardo da Vinci had indertijd zitten experimenteren met een nieuw soort verf. Dat experiment was mislukt: de verf begon al enkele decennia nadat het klaar was langzaam maar zeker af te brokkelen. Napoleon beloofde dat er een mooie alternatieve voorstelling zou komen te hangen, een betere dan het gehavende origineel. Het enorme paneel zou niet geverfd worden maar worden opgebouwd uit heel kleine mozaïeksteentjes. Dat zou honderden jaren moeten kunnen mee gaan. Maar wat een werk moet dat geweest zijn, zoiets kon niet zo maar elke willekeurige kunstenaar voor elkaar krijgen. Na een zoektocht vond men in Rome een kunstenaar die dat wel kon, Giacomo Raffaelli. Deze deed er maar liefst acht jaar over. Het werk kwam klaar in 1814. Maar toen het dus eindelijk af was, was Napoleon inmiddels verslagen, verbannen en niet lang daarna was het Weense congres begonnen. Noord-Italië werd daarbij weer aan Oostenrijk toegewezen. Zo kwam het duplicaat van het Laatste avondmaal in een stad die toen viel onder de Oostenrijkse koning. Deze besloot om het te kopen en het naar Wenen te verplaatsen. Schloss Belvedere was de beoogde plek om het op te hangen maar het bleek daar eigenlijk nergens goed tot zijn recht te komen. Toen schonk de koning het aan de kerk van de Minderbroeders van Wenen. Zo kwam het terecht in de gotische Minoritenkirche. Daar hangt het nog steeds en ik zag het er onlangs.
Bij Arabische wetenschappers maar ook in de westerse wereld was astrologie in de middeleeuwen een vanzelfsprekende wetenschap. Astronomie was slechts nodig om astrologie te kunnen bedrijven. Ook in de tijd van Leonardo da Vinci was dat voor een groot deel nog zo. Het is zeker dat ook hij met astrologie bezig is geweest. Had hij ook een astrologische gedachte bij het weergeven van het Laatste Avondmaal? Veel mensen denken van wel. Op internet kun je meerdere theorieën die daar over gaan lezen. Elke apostel zou je dan kunnen zien als een verpersoonlijking van een van de karakters die gekoppeld is aan een van de twaalf dierenriemtekens. Maar welk dierenriemteken is nu welke apostel en welke persoon is dat op de afbeelding? In een boek dat ik al meer dan dertig jaar geleden kocht wordt dat uitgewerkt door H.S.E. Burgers, die nog les heeft gehad van Jung.
Veel mensen weten globaal wel iets van de karaktereigenschappen die aan bepaalde sterrenbeelden worden toegekend. ‘Typisch ram’ hoor je dan iemand zeggen. Ik vind het een mooie manier om tot een typering te komen, met uiteraard alle gevaren van dien. Een beetje vergelijkbaar met typeringen als cholerisch, melancholisch of flegmatisch. Sommige mensen kunnen niet stil zitten, ze moeten wat doen, andere hebben veel tijd nodig om tot een besluit te komen en ga zo maar door.
Deze dingen staan ook bij de typologie van de dierenriemtekens. Allereerst zijn deze gekoppeld aan de seizoenen: precies als de lente begint, begint ook het teken ram, als de zomer begint kreeft, als de herfst begint weegschaal, als de winter begint steenbok. Elk seizoen is nog een keer in drie gelijke delen verdeelt (ongeveer een maand dus). Het eerste deel van het seizoen wordt ook wel een hoofd-teken genoemd, het tweede deel een vast teken en het derde deel een beweeglijk teken. Verder is om en om een teken gekoppeld aan het element vuur, aarde, lucht en water. Dat levert dan het hele spectrum op van de twaalf dierenriemtekens. Vuur is kracht, onstuimigheid. Aarde is rust, standvastigheid. Lucht is verbinding leggen, communicatie. Water is gevoelsleven, mededogen. Door die vier elementen te combineren met de begrippen hoofd, vast en beweeglijk krijg je een vrij breed spectrum waar een deel van een persoon mee gekarakteriseerd kan worden. H. Burgers gaat daar nog veel verder in maar dat voert nu te ver.
Laten we de personen op de afbeelding bij Da Vinci eens nummeren: de apostelen links van Jezus noemen we van links naar rechts 1, 2, 3, 4, 5, 6. Hierbij nummeren we niet hoe ze aan de tafel zitten maar hoe we hun hoofd zien, dat is van belang bij de nummers 4 en 5! We gaan verder aan de rechterkant van Jezus, eveneens van links naar rechts: 7, 8, 9 , 10, 11, 12.
Volgens Burgers zijn de apostelen niet voor niets drie aan drie genummerd. Twee logische indelingen zijn dan mogelijk: elk groepje is een seizoen, of elk groepje is een element. Volgens Burgers een seizoen, maar niet de seizoenen in de gebruikelijke volgorde, en ook niet steeds de seizoensmaanden in de gebruikelijke volgorde. Hij staaft dat, maar ook dat voert hier te ver.
Jezus heeft net gezegd: ‘een van jullie zal me verraden.’ Elke apostel reageert op het paneel zo op zijn manier.
De eerste drie apostelen verpersoonlijken de lente. Maar de eerste figuur is hier niet Ram, maar stier. De derde is tweelingen. De stier ziet eruit als een bonkige figuur waar je niet om heen kunt, hij is de verpersoonlijking van de “vaste” aarde. Standvastig, betrouwbaar, rustig maar als hij los komt niet te temmen. Volgens Burgers is hij de apostel Bartholemeus. De tweede persoon is de personificatie van de ram. Heel sterk pleit hiervoor dat Leonardo da Vinci een zelfportret heeft gemaakt dat sprekend lijkt op deze tweede figuur, Leonardo is geboren op 15 april, onder het teken ram. Hieruit blijken twee dingen: Leonardo maakt van de apostelen dierenriemtekens en de tweede apostel was een ram. Volgens Burgers is de ram als eerste teken van de dierenriem iemand die naïef de wereld tegemoet treedt en open en onstuimig alles benadert. Daarbij heeft hij anderen nodig, met name de wijze waterman. De ram is hier Jacobus de jongere. Hij legt een arm over de schouder van de waterman, Simon Petrus. De derde persoon is het teken Tweelingen, en wel gepersonifieerd door Andreas. Deze apostel houdt zijn twee handen als een spiegel, als ware hij een tweeling, tegenover elkaar.

De stier is hier al woedend! De ram vraagt raad aan de waterman, de tweeling denkt te zeggen ‘wat zeg je me nou!’
Dan komt de tweede groep, niet de zomertekens maar de wintertekens. Duidelijk is wie Judas de verrader moet zijn: de figuur die een zak geld in zijn handen heeft. Volgens Burgers zien we hier het dierenriemteken steenbok, een hoofd en aarde teken. De steenbok is iemand die geleidelijk zijn doel weet te bereiken, vaak langs slinkse wegen. Naast hem zit de Waterman, Simon Petrus. Simon Petrus richt zich naar Johannes rechts van hem, die met gevouwen handen niets kan uitbrengen. Hij is de overgevoelige vis. Simon Petrus troost hem met wijze woorden, en krijgt zelf steun van Jacobus de Jongere. Maar hij trekt ook zijn dolk, zoals Petrus niet veel later een soldaat een oor afsnijdt. Deze onstuimigheid van Petrus vind ik overigens persoonlijk minder passen bij een waterman, meer bij een vuurteken als ram. Zou je ram en waterman verwisselen dan gaat de groepering van seizoenen niet meer op en bovendien is dan ook de logica van het zelfportret verdwenen. Ik houd het dus toch maar op de interpretatie van Burgers.

Petrus: potverdorie wat zeg je me nou Jezus, gaat iemand jou verraden? Ik snijd hem zijn strot af! Judas: Oei, hij weet het, wat nu… Johannes (Vissen): ik wist het, we moeten berusten. Vissen staan bekend om hun gevoelsmatige inzicht en zelfs helderziendheid.
De derde groep, rechts naast Jezus, bevat de zomertekens. Thomas, de maagd steekt zijn bestraffende vingertje op. Jacobus de Oudere, de leeuw, is alom aanwezig. Met gestrekte armen laat hij zien dat hij er is en probeert majesteitelijk zijn ongenoegen kenbaar te maken. Philippus, de kreeft, spreekt zijn oneindige liefde en medelijden met Jezus uit.

Tot slotte de laatste groep aan de rechterkant, de herfsttekens. Simon de IJveraar, de boogschutter, wil onmiddellijk iets organiseren om het onheil te wenden. In het midden zit Taddeus, de schorpioen, die alles door heeft en op zijn manier deel neemt aan de discussie. Rechts zit Mattheus de tollenaar, de weegschaal. Hij houdt zijn handen als een weegschaal en probeert met wikken en wegen tot een mogelijke oplossing te komen.

Burgers besteedt vele pagina’s aan de verklaring van de connectie tussen elke apostel en een dierenriemteken. Dat doe ik niet. Op internet vond ik ook enkele pagina’s die zich hier mee bezig houden. Een keer las ik een artikel waarbij alle apostelen van links naar rechts van ram tot vissen werden gegroepeerd. Ook was er een artikel waarbij getracht werd om ze te groeperen volgens de vier elementen vuur, aarde, lucht en water. Allemaal niet erg steekhoudend als je iets meer weet van de symboliek van de dierenriemtekens. De uitleg van Burgers is voor mij overtuigend. Alleen ram en waterman blijven nog enigszins wringen….


De Minoritenkirche is een mooie kerk die een enorme rust en sereniteit uitstraalt, van buiten en vooral ook van binnen. De kerk heeft ook een prachtig gotisch portaal en er staan enkele mooie oude beelden. Dit mozaïek komt daar wat mij betreft uitstekend tot zijn recht. Ook is het aardig om te weten hoe het er terecht is gekomen. En om de houdingen en uitdrukkingen van de apostelen te bekijken, al dan niet in een astrologische context.
Literatuur:
H.S.E. Burgers. Leonardo da Vinci’s psychologie der twaalf typen. L.J. Veen, Amsterdam, 1963.
Wien, Kunst und Architektur. Ullmann 2008. ISBN 978-3-8331-6018-9
In het Kunsthistorisches Museum van Wenen is er een grote afdeling die gaat over Egypte. Gemummificeerde ibissen werden in de oudheid gehuld in papyrus. Per ongeluk is nu ontdekt dat een van die papyrus omhullingen beschreven was. Het schrift is via moderne technieken weer zichtbaar gemaakt en ontcijferd. Het gaat over geld, schulden en rekeningen. Omdat Thoth de god is die ook over het schrift gaat lijkt het logisch dat deze geschreven teksten mee gestuurd zijn als men zich richtte tot deze God. Misschien was deze tekst onderdeel van een vraag aan Thoth, of het was gewoon een heilig onderdeel: immers schrift was net zo heilig als een ibis en beiden waren attributen van de God Thoth. Het is mogelijk dat er nog veel meer papyrus omhullingen beschreven blijken te zijn.
In hetzelfde museum is ook een gemummificeerde baviaan te zien. Deze is opgevuld met de veren, kop en het skelet van een ibis! De twee dieren die de tijd symboliseren en zo het contact met Thoth bewerkstelligen.
In Egypte werden goden in het algemeen vertegenwoordigd door dieren. De god werd dan afgebeeld als een dier of als een menselijke vorm gecombineerd met die van een dier. Zo werd dus ook Thoth uitgebeeld, die een hoofd had van een Ibis in een menselijk lichaam.
In het gebouw van de nieuwe vereniging, het gebouw van de Wiener Secession, werden tentoonstellingen met moderne kunst georganiseerd. Zo kwamen er werken van de Franse impressionisten te hangen. De veertiende tentoonstelling in 1902 was opgedragen aan Beethoven. Max Klinger maakte een standbeeld van Beethoven dat in het midden van een centrale zaal kwam te staan. Twintig kunstenaars produceerden allerlei werken als stoelen, beelden, mozaïeken, fonteinen, die iets met de componist te maken hadden. Zo maakte Gustav Klimt een fries dat hij baseerde op het laatste deel van de negende symfonie van Beethoven. Je kunt het lezen over drie wanden als een soort stripverhaal. Het werd geplaatst rond het standbeeld van Max Klinger. Waar de meeste kunststukken van deze tentoonstelling inmiddels verdwenen zijn, bestaat het fries van Klimt nog steeds. Het wordt nu in een geklimatiseerde ruimte in de kelder, die dezelfde afmeting heeft als de originele ruimte bewaard. Het verschil bestaat o.a. in het ontbreken van vensters in deze ruimte.


Achter hem staan twee vrouwenfiguren, de meest linkse met een krans in haar handen, de krans voor de overwinnaar. De mogelijke eer die de held zal krijgen motiveert hem. Rechts zien we een vrouw met een tedere liefdevolle houding. De held gaat ook ten strijde omdat hij medelijden heeft met de wereld.

Nog iets meer rechts van het monster zien we twee vrouwenfiguren, vermagerd, die elkaar krampachtig vasthouden in opperste wanhoop. De eindeloze pijn van de mensheid wordt hier uitgebeeld.


Beethoven heeft een keuze gemaakt in de strofen van het gedicht van Schiller. Hij laat er veel weg, sommige laat hij terugkeren. Het eerste couplet en bovenstaand couplet met name worden de basis van het einde, hij mixt alles door elkaar, verwisselt zinnen, laat het hele koor soms gelijktijdig meerdere zinnetjes zingen, het wordt een grote orgie van feestvreugde. Een complete analyse van dit deel van Beethoven is feitelijk een verhaal apart, maar Klimt heeft er samen met de andere kunstenaars van die tijd eveneens een feest van gemaakt. Een feest van hoop en blijdschap. We zien dat feest terug in de stijl van de kunstenaars, in allerlei gebruiksvoorwerpen, schilderijen maar ook gewoon op straat, in de architectuur.

Maar het meest bijzondere was eigenlijk de kathedraal van Syracuse. Van buiten helemaal barok, van binnen een combinatie van stijlen. Je zag nog een deel van de Griekse zuilen die ooit dienden als onderdeel van een tempel, die later is omgevormd tot christelijke kerk. Dan waren er ook nog Byzantijnse elementen te vinden, zoals enkele kapellen met koepels en Byzantijnse afbeeldingen. En uiteindelijk was er heel veel barok. In die kerk is ook Sint Lucia begraven. In enkele aparte relieken-kastjes zijn een jurk en haar schoenen te zien. Ook een bot van haar linker been is apart aanwezig.
Rond de dertiende eeuw voor Christus vestigden zich diverse volkeren vanuit Spanje en later ook vanuit het vasteland van Italië op Sicilië, op de vlucht voor het geweld op de plekken waar ze vandaan kwamen. Ze gingen niet aan de kust zitten, wetend dat juist daar het gevaar vandaan kwam. Ver in het onherbergzame binnenland stichtten ze de vesting Pantalica. Uiteindelijk werd deze nederzetting verwoest door de Grieken die zich inmiddels aan de kust, met name in Syracuse hadden gevestigd.
De Etna is na de Stromboli de actiefste vulkaan van Europa en een van de actiefste van de wereld. Er komen altijd dampen vrij en geregeld zijn er uitbarstingen. Uitbarstingen zijn er geweest in vele jaren en vanaf 2006 waren er elk jaar meerdere uitbarstingen. Zware uitbarstingen van lang geleden waar herinneringen aan zijn, waren in 1381 en 1669 toen de lava de stad Catania bereikte. In 1669 zijn er ongeveer 25.000 mensen omgekomen door de uitbarsting. De grootste uitbarsting van de laatste honderd jaar was die in 2001, die 24 dagen duurde en vele gebouwen en de kabelbaan verwoestte.
Zo was er in 1693 een grote aardbeving, waardoor complete steden werden verwoest. Dit gebeurde vooral in het oosten en zuid-oosten van het eiland, dat groter is dan Nederland. De grootste stad die verwoest werd was Noto. Kerken, kathedraal, kloosters: niets stond meer overeind. De mensen besloten de stad opnieuw op te bouwen, maar nu op een andere plek. Tegen een helling aan, ongeveer tien kilometer meer naar het oosten, daar ontstond het nieuwe Noto. Met weer zijn kathedraal, zijn bisschoppelijke paleis, zijn kerken, kloosters en zijn stadhuis.
Noto staat er nog steeds. Te wachten op een volgende afstraffing door de natuur? De stad is inmiddels beroemd vanwege zijn architectuur. Toen de stad werd gebouwd besloot men een radicaal plan te volgen, denkend aan de principes van het classicisme. Alles moest symmetrisch, zoals iets eerder Versailles met zijn tuinen in dezelfde geest is aangelegd.

Dit astrolabium is pas in de elfde eeuw door
Rond 1200 schreef de soefistische filosoof Ibn Arabi zelf muziek, maar ook schreef hij een boek over muziek. Hij noemde het “de Adem van de Barmhartige.” Over dit boek staat een Engelstalig artikel op internet, en ik vond het de moeite waard om dat artikel te vertalen en het enigszins aan te passen om het wat toegankelijker te maken. Het zegt iets over de muziek van Ibn Arabi maar het zegt vooral ook iets over muziek in het algemeen, hoe je die kunt zien als een poort naar de kennis van het universum, iets dat ik zelf al enkele jaren beweer in mijn blogs, vanuit mijn eigen intuïtieve benadering. Hieronder het bewuste artikel en de
De omvang is beperkt, niet meer dan die van een kwint. De toonsoort is aeolisch of af en toe frygisch, vooral naar het einde toe wordt er vaak met een dramatische kleine secunde geëindigd. Het beeld doet saai aan, maar de nuances zitten in het tempo en de accenten en de kleine versieringen die ik niet heb opgetekend. Er is geen sprake van een maatsoort, alleen al daardoor zijn er veel overeenkomsten met het Gregoriaans. Ik moest onwillekeurig ook een beetje denken aan gezangen van 

Stephen Hawkins verklaarde zich zelf tot atheïst. Tot deze overtuiging was hij gekomen na zijn baanbrekende onderzoeken en theorieën over het heelal. Toch bezocht hij daarna nog de paus die graag de laatste wetenschappelijke bevindingen wilde weten en vroeg of Stephen die aan hem wilde uitleggen. Ik neem aan dat ook de paus daarna toch nog in god is blijven geloven en dat de paus op zijn beurt ook Stephen Hawkins niet alsnog weer op andere gedachten heeft weten te brengen. Een van de meest intrigerende uitspraken van Hawkins was dat “de tijd pas ontstaan is bij de oerknal”. Daarvoor was er geen tijd en het heeft dan ook geen zin om na te denken over wat er was voor de oerknal. De oerknal vond plaats en toen was er tijd. Als er dan al iets als een God is dan moet die wel haast samen vallen met de oerknal.
Vanaf de tijd dat ik bij rondleidingen de Romaanse kapitelen in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek en vooral ook die van de Servaaskerk van Maastricht van dichtbij heb gezien wil ik dichter bij het mysterie van deze objecten proberen te komen. Het zijn vaak raadselachtige sculpturen, en ook de geschiedkundigen en kunsthistorici die er boeken over geschreven hebben geven geen eenduidige uitleg. Begrijp ik wat ze zeggen? Waarom spreken sommige aspecten van hun uitleg me wel of juist niet aan? Ik probeerde zo steeds al nadenkende te kijken of ik er nog iets meer mee kon. Over mijn bescheiden bevindingen heb ik al enkele artikelen geschreven, zie de links onder aan dit artikel.
De huidige kerk, waarvan het schip met koepels uniek is in de Limousin, werd waarschijnlijk gebouwd in het tweede kwartaal van de 12e eeuw en werd gerestaureerd in de 17e en 18e eeuw. De kerk behoort tot een groep kerken die gekenmerkt worden door het gebruik van meerdere koepels. De bouw is nog het meest verwant met kerken in Angoulême en Souillac. Het schip heeft maar liefst zeven bogen. De apsis, vijfhoekig aan de buitenkant, heeft twee pilasters en vier zuilen. We zien zo wie zo veel kapiteelzuilen. Op deze kapitelen worden onder meer maskers, een grijnzende kat, wormen of slangen uitgebeeld.











Waarom gefortificeerd? Vaak wordt verwezen naar oorlogsomstandigheden, zoals die van de honderdjarige oorlog. In dit geval zou een van de oorzaken ook gelegen kunnen zijn in een ordinair conflict tussen een feodale heer en een abt.








Maar daarna raakte het snel in de vergetelheid totdat onlangs het gezelschap “Opera2Day” het werk nieuw leven in blies. Op de foto hierboven zie je hoe in de proloog, die plaats vond in de foyer van de Stadsschouwburg van Utrecht, de oude Hamlet ten grave wordt gedragen. Hierbij vergezeld door een groep koperblazers en als zangers fungeerden leden van het Utrechtse Monteverdi Kamerkoor en een aantal leerlingen van een plaatselijke Middelbare school. Daarna ging de voorstelling verder op het podium met de professionele cast. Hoe kun je zo’n spektakelstuk uit de negentiende eeuw voor een hedendaags publiek aantrekkelijk vormgeven, op een manier dat het ook nog enigszins betaalbaar blijft? Het grote koor, feitelijk hofpersoneel in de opera, wordt bij deze voorstelling, behalve dus in de proloog, gezongen door de acht solisten. De enorme orkestbezetting is sterk gereduceerd en de partituur is om die reden opnieuw gearrangeerd. De balletten en intermezzi zijn weggelaten. De dramatische lading die in het stuk zit, vooral het drama in de hersenen van Hamlet en Ophélie, wordt versterkt door de filmbeelden. We zien hoe de helden hun teksten uitbeelden maar voelen ook wat ze daarbij denken door die beelden. Prachtig gedaan en het werkt! En verder is er onderzoek gedaan naar de historische uitvoeringspraktijk: Het bleek dat er in de negentiende eeuw veel meer dan nu gebruikelijk is bijvoorbeeld gebruik werd gemaakt van rubato: het enigszins vertragen of versnellen van de muziek, om daardoor de expressie te verhogen. De expressie, ook van de individuele muzikanten, stond hoog in het vaandel. Meer dan de gelijkheid van spelen bijvoorbeeld. De instrumentalisten hebben zich deze manier van spelen enigszins eigen proberen te maken. Ik hoorde na afloop enkele muziekkenners zeggen: het was wel af en toe ongelijk.. Niemand was het daarentegen opgevallen hoe expressief er gespeeld werd mede dank zij deze “historische” uitvoeringspraktijk: mij viel het wel op, in gunstige zin.
Lombez is een stadje met 1800 inwoners. Een stad van 1800 inwoners met een kathedraal? Jazeker, in 1317 vestigde de paus er een bisschopszetel. De tweede bisschop was iemand die kwam uit een familie uit Rome en het was niemand minder dan Petrarca die deze bisschop in de zomer van 1330 opzocht en er enkele maanden doorbracht. Petrarca roemt zijn gastheer en de heerlijke tijd die hij er heeft doorgebracht. In die tijd werd ook de huidige kathedraal gebouwd. Petrarca heeft hem langzaam zien verrijzen, in 1346 was hij klaar. Het was de tijd dat de honderdjarige oorlog net was begonnen en ook in die streken angst en verderf ging zaaien. Gascogne had nog lang onder het gezag van Engelse leenheren gestaan en was pas sinds kort onder invloed van Frans-gezinde leenheren gekomen. Iets meer naar het westen lag Guyenne dat in die tijd nog door de Engelse koning werd gedomineerd. De steden in deze gebieden werden versterkt en veel kerken kregen het aanzien van een vesting. We zien daarvan sporen in de kathedraal van Lombez.

De kerktoren is gebouwd boven het baptisterium waar de gelovigen werden gedoopt. Naar vroeg-Christelijke traditie heeft deze toren dan ook acht hoeken. Acht is het getal van de wedergeboorte. Als je gedoopt bent zul je naar alle waarschijnlijkheid ook een leven na de dood tegemoet mogen zien. In dat baptisterium is een Romaanse stenen doopvont te zien uit de twaalfde eeuw. Twee rijen met decoraties. Boven zien we onder meer een jachttafereel. De dieren die er afgebeeld worden, zeker het dier links van de boogschutter, lijken eerder uit een bestiarium te komen dan uit het dagelijkse leven. Misschien wordt er ook wel het gevecht tussen het goede (de schutter) en het kwade (de duivelse dieren) uitgebeeld. Beneden zijn er een aantal vierpas bogen met in elke boog (volgens de beschrijving op een site) een monnik. De doopvont dateert nog uit de tijd voordat Lombez een bisschopszetel had. Er was toen al wel een klooster gevestigd. Wellicht zijn het monniken uit die tijd die op de doopvont zijn afgebeeld of misschien (en daar voel ik zelf meer voor) moeten we de monniken Bijbels interpreteren. Ze lijken allemaal iets te dragen en dat aan iemand aan te gaan bieden. Op Vroegchristelijke doopvonten zie je meestal Johannes de Doper die Christus doopt. De monniken hier zijn misschien dopelingen. Dat aanbieden doet me verder aan de Wijzen uit het oosten denken maar dat lijkt me ongepast op een doopvont.


Het stadje was ommuurd en had een stadsgracht, op de plaats van de huidige boulevard waar alle winkels zijn. Binnen de stadsmuren had je het grote bisschoppelijke paleis en verder de rijke woningen van de kanunniken. De rest van de huizen, in de zij-steegjes, werd bewoond door handwerkslieden, middenstanders en allerlei personeel dat nodig was om de bisschoppen te gerieven. Veel van die woningen van voor de Franse tijd zijn nog te zien.
Bij de avondhemel waren uiteraard het sterrenbeeld Orion en de heldere ster Sirius erg mooi te zien. Wel was er storend licht doordat de maan al bijna vol was. Het viel me trouwens later in de week op hoe Sirius al vroeg in de schemering zichtbaar was, net alsof je naar Venus of Jupiter keek. Sirius is de ster links onder op het plaatje.
In de vroege ochtend, 27 februari om 6 uur, was de sterrenhemel echt spectaculair. De maan was weg waardoor het zicht daardoor niet gehinderd werd. Maar het was zo wie zo extreem donker. Er was geen enkele vorm van verlichting in de wijde omgeving te bekennen. Zo zag ik duizenden sterren. Op de volgende afbeelding kun je dat als je een goed scherm gebruikt enigszins zien, het is me eigenlijk nooit eerder gelukt zoveel sterren met mijn camera te vangen. Naast die duizenden sterren zie je ook vijf wat meer heldere puntjes. Dat zijn van links naar rechts Saturnus, Mars, de rode reus Antares, Delta Scorpii en tot slot de meest heldere van het stel: Jupiter. Antares is een van de allergrootste sterren die we kennen. Het is een rode reus tegen het eind van zijn leven. De ster Delta van het sterrenbeeld Schorpioen is een dubbelster die varieert in sterkte. Hij is nu erg goed te zien met een magnitude van ongeveer 1.5.





Hierboven zien we een afbeelding van de maan Europa. Deze maan staat bij de Nasa hoog op de agenda voor verder onderzoek, omdat het wel eens de enige plek zou kunnen zijn in ons zonnestelsel waar leven voorkomt. De condities hiervoor lijken op deze maan beter dan waar dan ook. Op Wikipedia lezen we: Europa bezit een ijle atmosfeer van zuurstof. Het oppervlak bestaat uit ijs en kent zeer weinig hoogteverschillen. Onder het ijs vermoedt men een vloeibare oceaan van water met daar weer onder silicaatrots en een kern van ijzer. Omdat er op Europa sprake is van tektoniek, staat vast dat deze maan geologisch actief is. Wellicht bevindt zich onder het bevroren oppervlak dus vloeibaar water, waarin eventueel buitenaards leven zou kunnen voorkomen. Om dit nader te onderzoeken is voor 2020 door de NASA de Europa Jupiter System Mission voorzien.
Ook denk ik trouwens Ganymedes gezien te hebben rechts van Jupiter. De meer uitgebreide foto van 6:16 uur:














Landelijk was nu opeens de Partij van de Arbeid de grootste partij in plaats van de KVP. In mijn geboortedorp Swalmen verloor de KVP in die vier jaar tijd zo’n kleine 1000 stemmen: van 2804 stemmen gingen ze naar 1821 stemmen. En die trend heeft zich daarna nog lang voortgezet.
Ik heb ook al iets op zijn pagina geschreven. In mijn boekenkast staan veel historische werken van zijn hand. Ik voel hem echt als een vriend. Hij is denk ik een betere vriend van mij dan mijn meeste andere facebookvrienden. Nieuwsgierig, en ben je lid van facebook? Zoek JJ Habets.
Het is wat mij betreft meer dan een biografie geworden. Je kruipt niet alleen in de huid van Jacob van Lennep, maar je kruipt in die van het negentiende-eeuwse Amsterdam, in die van Nederland en af en toe kruip je nog een beetje verder. Alles wordt steeds in een brede context geplaatst en het boek leest heerlijk. Marita Mathijsen is een begenadigd schrijver en spreker. Eerder beluisterde ik haar lezingen die als titel droegen “De hang naar historie”. Deze lezingen zijn als luisterboek uitgegeven, je wordt meegenomen in de literaire wereld in Nederland van de negentiende eeuw. Je zou die lezingen als belangrijk voorwerk kunnen beschouwen voor dit boek.
Deze avond valt nauwelijks samen te vatten, er was wel een rode draad, namelijk het
Mijn moeder is het vijfde kind, links op de onderste rij. Naast haar, het zesde kind van die rij, zit haar broertje van vijf. Samen met nog een jongen staan er op die foto dus ook nog minstens twee kinderen van de kleuterschool. ik vermoed dat ze foto’s hebben gemaakt waarbij ze probeerden familieleden bij elkaar te zetten, want er zijn ook veel grote kinderen te zien op die foto. Mijn moeder was de oudste van een groot gezin, haar broertje Jan die ook op die foto staat is op tienjarige leeftijd in het ziekenhuis van Roermond overleden. Mijn moeder sprak er nooit over, maar een keer liet ze zich ontvallen dat ze daar nog steeds verdrietig van was. Zij was toen hij dood ging 11, hij was 10 jaar oud. Dat was op 9 september 1933.
Maar toen ze getrouwd was na de oorlog was ze eindelijk vrij. En stak ze al haar liefde en energie in ons, haar vier kinderen. En luisterde ze veel naar de radio. En vooral, ze las veel, ging elke week naar de bibliotheek en had een grote algemene ontwikkeling. Om bij te verdienen breide ze truien en maakte ze kleren voor anderen. Maar vooral had ze veel liefde en veel levenswijsheid uit te delen.
Daarna ging ik naar de kathedraal, de beroemde Sint Jan.
Wat een kerk is dat toch, hij blijft imponeren door zijn overdadige Brabantse gothiek! Na een rondje er omheen gelopen te hebben ging ik naar binnen. Terwijl tientallen mensen de kerststal bezochten heb ik als enige een tijdlang staan kijken naar het altaar-retabel uit het begin van de zestiende eeuw.
Het houtsnijwerk komt uit een Antwerps atelier, de geschilderde zijpanelen zijn van Luikse makelij. In Kalkar kun je in de “
En dan de panelen. Bij het paneel met de scene van de gevangenneming zie je hoe Christus geheel omsloten tegen de grond is gewerkt en door meerdere personen wordt vastgehouden.
Kijk je iets lager naar hetzelfde paneel dan raak je in de war. Wie is die persoon met dat blauwe kleed? Zo te zien aan zijn voeten kan het Christus niet zijn, want dan zou iemand zijn nek hebben omgedraaid. Het klopt gewoonweg niet. Is het naderhand gereviseerd en verkeerd overgeschilderd of is het gewoon geklungel? Ook dat rare handje rechts van dat blauwe kleed. Waar komt dat vandaan?
De zon is in Den Bosch die dag niet gaan schijnen. Maar ik had weer veel gezien, veel dingen om over na te denken. Zoals de dingen waar ik mee begonnen was, in het Noord-Brabants Museum. De prachtige foto’s en sculpturen van Tim Walker, met de titel “the Garden of Earthly Delights“. Geïnspireerd op het werk van Jeroen Bosch. Nog tot 25 februari te zien.
Anton Webern (Foto uit 1912) wordt nog steeds door veel muziekhistorici beschouwd als de wegbereider van het serialisme. Het serialisme is een stroming die vooral in de vijftiger en zestiger jaren van de 20e eeuw zeer populair was, met als bekendste vertegenwoordigers Stockhausen en Boulez. Een academische manier van omgaan met muziek. Emotie speelt bij deze muziek nauwelijks een rol.




Ik bezit thuis een “Ordo Divini Officii Recitandi” uit 1896 van het bisdom Roermond. Dat was een boek waar de priesters in konden vinden welke heilige op welke dag vereerd moest worden met welke gezangen. Ook stonden de officietijden er in, letterlijk gelieerd aan de tijd van zonsopkomst en ondergang, dus door het hele jaar door anders! De vespers, het gebed na zonsondergang, was op 1 januari om 10 voor 5 ‘s middags, op 21 juni om kwart voor negen ‘s avonds. Ook stond er in hoeveel inwoners elke parochie had en wie de pastoors, kapelaans en vicarissen waren. Wie dit boek in gebruik heeft gehad weet ik niet, ik denk uit enkele dingen af te leiden dat het iemand uit een dorpje in de buurt van Sittard was. Maar het had net zo goed iemand uit Swalmen kunnen zijn. Het leuke van dit boekje is dat er behalve de officiële gegevens, zoals de gedrukte, ook andere dingen in stonden. Het hele boek door heeft iemand met potlood er allerlei dingen in gekliederd. Meestal gaat het om financiële zaken. Zo staat er ergens:
De twee linker rijtjes gaan over de ontvangsten en uitgaven m.b.t. de armen. Over welke tijdsperiode het gaat is niet duidelijk. Het zou een maand maar wellicht ook een jaar kunnen zijn. Behalve de drie gulden die ontvangen zijn van vrouw Scholt. gaat het om bedragen die wel eens in een collectebus in de kerk zouden hebben kunnen zitten, die bijv. eens per drie maanden geleegd werd. In die perioden zat er dan respectievelijk Fl.15,35, Fl.18,01, Fl.3,67 en Fl.13,56 in. In diezelfde periode is er zeven keer iets ten behoeve van de armen uitgegeven, misschien wel tijdens zo’n huisbezoek. Bij deze uitgaven gaat het steeds om hele bedragen afgerond tot op 10 cent. Een keer is er maar liefst een bedrag van Fl.7,- uitgekeerd. Desondanks bleven de inkomsten ruim boven de uitgaven. Behalve dit was er waarschijnlijk ook nog een Vincentius vereniging, waarbij de leden contributie moesten betalen. Op een van de pagina’s zien we de volgende teksten en cijfers:
Ik probeer bovenstaande pagina te interpreteren. Ik lees: armen 20 maal 20 en daarna tot drie keer 20 maal 30. Stel dat er 20 personen lid zijn van bijv. de Vincentius vereniging en stel dat het eerste kwartaal de contributie 20 cent bedroeg, maar de daaropvolgende drie kwartalen verhoogd tot 30 cent, dan is er aan inkomsten gegenereerd 20×20, 20×30, 20×30 en 20×30 cent. Daarnaast is er nog een eenmalige gift geweest van Fl.4,50. Het geheel van de inkomsten bedraagt zo Fl.26,50. Maar we lezen ook: 29,38 “uit te Deelen”. Een vreemd bedrag om uit te delen, aan wie? Aan de armen dus, want daar begint de pagina mee.
Een belangrijke inkomstenbron voor de parochie waren de te lezen missen, en vooral ook de huwelijksmissen. Het Huwelijk “Palant” leverde op: om te beginnen de ceremonie en paperassen zelf: Fl12,-. De Mis kostte Fl.5,- (waarschijnlijk voor de pastoor of kapelaan). De koster (die waarschijnlijk ook het orgel bespeelde) ontving Fl.3,50 en de orgeltrapper Fl.0,50. Er was in die parochie toen dus nog geen elektrisch orgel.
In de tijd van de Belgische opstand (1830-1839) was Maastricht geïsoleerd van de rest van de provincie, die inmiddels (tot 1839) bij België hoorde. Daarna werd het jaarboek daarom een tijdlang niet meer uitgegeven. Pas in 1854 verscheen er een nieuw jaarboek, nu met de titel “Annales de Société Historique et Archéologique A Maestricht”. Vijf jaargangen zijn er uitgegeven, zowel los als ook samen in twee banden, die ik allebei bezit. Na 1859 was er enkele jaren radiostilte met betrekking tot verdere publicaties.
Kort geleden kocht ik deel 1 van deze jaarboeken, het jaarboek van 1864. Zo gauw ik hoorde dat het te koop werd aangeboden bij mijn favoriete boekhandel was ik er als de kippen bij. Nog net voordat een tweede gegadigde zich aandiende. En daarmee had ik alle boeken van meer dan 150 jaargangen! Een klein feestje, want ik was er al jaren naar op zoek. De meeste artikelen van die jaarboeken heb ik ook gelezen, alhoewel, de Franstalige moet ik zeggen niet of slechts moeizaam. Wel steeds genoeg om te weten wat er in het stuk staat. Er staan trouwens bij sommige artikelen ook enkele getranscribeerde Latijnse teksten, zonder vertaling. Ik heb 6 jaar Latijn gehad, maar die lees je niet zomaar weg… Ik heb van al deze artikelen een database gemaakt die op dit moment 1069 artikelen omvat, geïndexeerd op een aantal kenmerken en ik heb ze allemaal ook van een korte beschrijving van de inhoud voorzien. Zo kan ik makkelijk zoeken als ik over een onderwerp, stad, tijdperk enz. iets wil weten, of kan ik er een willekeurige zoekterm op los laten. Ik heb deze 
Zowel in Lambach als in het daar vlakbij gelegen Lemberg is er zelfs een Mariagrot. En midden in het bos op bijna onbereikbare plaatsen worden krakkemikkige huisjes geplaatst, zoals in bijgaande afbeelding een huisje voor de drie Maria’s. De volksdevotie viert hier nog hoogtij.




Er zijn op internet enkele pagina’s te vinden die hier iets over vertellen, zoals een pagina van club vosgien, 
Wie geloofde dit allemaal? Bijna niemand. Galileo Galilei (afbeelding hierboven) wel, en hij ging nog een stap verder. Hij ontwierp op basis van een Nederlands voorbeeld (Hans Lipperhey) een telescoop waarmee hij dingen kon zien die niemand nog ooit gezien had. Hij ontdekte dat de maan niet glad was, maar bergen en kraters had, groter dan die op aarde. Hij kon zelfs van de ene zichtbare kant van de maan een complete reliëfkaart maken. Ook keek hij naar de vaste sterren en ontdekte dat er een veelvoud was van wat je met het blote oog kon zien. Dat de Melkweg niet een vage vlek was maar een opeenhoping van oneindig veel sterren.
Hij ontdekte ook de vier grote manen van Jupiter. In zijn Siderius Nuncius (bericht van de sterren) maakte hij zeer vele kaartjes: van de maan, van de sterren, maar ook van Jupiter en zijn manen. Hierboven een tekening van Jupiter en zijn vier grote manen zoals hij die zag op 13 en 15 januari 1610. Wetenschappers uit Bologna trachtte hij met zijn kijker te overtuigen maar ze keken slechts even en verklaarden hem voor gestoord. De enige die hem op zijn woord geloofde was Kepler. Een collega schreef dat naar aanleiding van al deze theorieën ook een planeet als Venus schijngestalten zou moeten hebben. Galilei richtte weer een aantal dagen zijn kijker op Venus en constateerde dat het klopte: Venus had schijngestalten. En als klap op de vuurpijl ontdekte hij de ringen van Saturnus. Niet als zodanig, het was Christiaan Huygens die dat een halve eeuw later deed. Galilei veronderstelde dat Saturnus uit drie planeten dicht bij elkaar bestond: een grote in het midden en twee kleine aan de beide zijkanten.
06:30 uur. Mars gaat voorop. De onverschrokken oorlogsgod voert zijn troepen aan. Dan komt Jupiter, de koning der goden, om in al zijn glorie de wereld te aanschouwen. Het begint licht te worden, daar is de maan!
Een kleine, onopvallende sikkel. Nog net beschenen door de al bijna opkomende zon. Wie ziet en hoort dit allemaal?
![Screenshot_20171216-120220[1]](https://ppsimons.com/wp-content/uploads/2017/12/screenshot_20171216-1202201.jpg)





Er was wel al vocht in de lucht. De Italiaanse sfeer ging nog even door in hotel Botticelli. We droomden van de geboorte van Venus en van verliefde mannen. (Donna, perché mi veggi altra mirare – Vrouwe, ook al kijk ik wel eens naar andere vrouwen…)
En de volgende ochtend gingen we naar Bemelen, wandelen in het enigszins besneeuwde heuvellandschap. Geen Toscane meer. Maar niet minder mooi!
