Rond 1200 schreef de soefistische filosoof Ibn Arabi zelf muziek, maar ook schreef hij een boek over muziek. Hij noemde het “de Adem van de Barmhartige.” Over dit boek staat een Engelstalig artikel op internet, en ik vond het de moeite waard om dat artikel te vertalen en het enigszins aan te passen om het wat toegankelijker te maken. Het zegt iets over de muziek van Ibn Arabi maar het zegt vooral ook iets over muziek in het algemeen, hoe je die kunt zien als een poort naar de kennis van het universum, iets dat ik zelf al enkele jaren beweer in mijn blogs, vanuit mijn eigen intuïtieve benadering. Hieronder het bewuste artikel en de link naar het origineel.
De Adem van de Barmhartige
De barmhartige kun je ook zien als: “God, het heelal, de natuur, de menselijke gewaarwording, liefde, muziek.” De adem van de barmhartige moet je zien als de kosmische dynamiek die “de Velen” in “de Ene” tot leven brengt. Het zien van de aard van deze dynamiek geeft ons een kans om intuïtief te begrijpen hoe er naast die “ene ondeelbare essentie”, “de eindeloze verscheidenheid van verschijnselen” kan zijn.
Er is een bekende traditie van de uitspraken van de profeet Mohammed waarin God zegt: “Ik was een verborgen schat en ik verlangde ernaar bekend te worden, daarom heb ik de kosmos geschapen.” Deze uitspraak onthult dat de essentie van God (de Verborgen schat) een fundamenteel verlangen naar zelfverwerkelijking bevat. De essentie verlangt ernaar de essentie te leren kennen. Het is dit verlangen dat het hele bestaan doordringt. Het is als het waarderen van een lentemorgen, de liefde die je voelt voor iemand, het diepe verlangen om God te willen leren kennen.
Dan komt het beeld van de adem. Door deze ademing, zo zegt Ibn ‘Arabi wordt dit oorspronkelijke verlangen verrijkt door een enorme kosmische genade – de adem van de barmhartige. We kunnen ons voorstellen dat deze kosmische dynamiek twee aspecten heeft – een uitademing en een inademing. Door de oneindige vrijgevigheid van de Barmhartige Adem stroomt de kosmos in de werkelijkheid. Dit is de goddelijke uitademing die het universum op elk moment tot leven brengt. Zo zijn we in staat om de schepping te zien, als een bijna oneindig aantal delen binnen een eenheid, de eenheid van “het Zijn”. Doordat we meerdere dingen kunnen waarnemen ervaren we dat ook niet alleen dingen anders, maar ook mensen anders kunnen zijn. Daardoor is er een relatie mogelijk, maar ook kennis en liefde. Dan pas heeft het oerverlangen van de “Verborgen Schat” een richting gekregen waarheen het moet stromen.
En toch, zoals we maar al te goed weten, kunnen de dimensies van dualiteit een valkuil zijn waarin “anders zijn” als de enige werkelijkheid wordt ervaren. Als schijnbaar gescheiden entiteiten zijn we uit op verbinding, maar met wat? Zoals de Boeddha zei, wordt onze dorst, ons verlangen, tegelijk de oorzaak van het lijden.
Naast de uitademing die bij ons gewaarwording van de verscheidenheid en het anders zijn tot gevolg heeft is er een inademing. De Barmhartige probeert voortdurend alles terug te brengen tot een geheel, tot de essentie. Al het oude van deze kosmos wordt voortdurend vernieuwd, maakt ruimte voor nieuwe dingen. Dat is een aspect van deze inademing. Op een andere manier wordt de bewuste herkenning van onze ware identiteit de vervulling van kosmisch verlangen, en ook dat is een manifestatie van de inademing. Maar hoewel deze terugkeer naar de eenheid een beweging van liefde is, vernietigt het ook het anders-zijn, en daarom de mogelijkheid van een relatie. De vereniging met de geliefde vernietigt de minnaar. Hier zien we de universele paradox van worden en zijn, en de noodzakelijke spanning tussen anders zijn en niet-anders zijn die goddelijke zelfrealisatie mogelijk maakt.
Samenvattend, vertegenwoordigen de twee aspecten van “de Adem van de Barmhartige ” aan de ene kant de schepping van de kosmos door de goddelijke uitademing, en aan de andere kant, gaan de onderdelen weer in elkaar over door de goddelijke inademing.
We kunnen de paradoxale aard van deze visie zien door de ervaring dat het beeld van de adem niet na elkaar is, zoals de adem van dieren en mensen, maar dat de twee aspecten van de Barmhartige Adem eeuwig naast elkaar bestaan, de uitademing inclusief de inademing, en omgekeerd . Zo kunnen we een glimp opvangen van de velen in de Ene en de Ene in de velen, en de tegenstrijdige gelijktijdigheid van tijd en het tijdloze, van het geschapene en het niet-geschapene, van het andere en het niet-andere.
En wat is rol van muziek binnen dat geheel?
Voordat een melodie of ritme begint, is er stilte. Dan verschijnt het eerste geluid. Waar komt het vandaan? Waar was het voordat we het hoorden? We kunnen opmerken hoe het eerste geluid, en het tweede, en het derde, enzovoort, elk vrij in het moment worden gegeven. Ze verschijnen uit stilte, uit niet-zijn. We kunnen ook opmerken dat de toon die binnen enkele ogenblikken zal worden gespeeld nog niet bestaat … en plotseling is hij er! Hoe komt hij daar?
We kunnen alleen maar zeggen dat deze toon voortkomt uit het oneindige potentieel van de leegte. En wat gebeurt er dan? Hij verdwijnt! Waar gaat hij naartoe? Hij keert terug naar de leegte van stilte, naar het niet-zijn. Als we goed luisteren naar het “in-en uit-gaan-van-zijn” van elk geluid, kunnen we herkennen dat hier juist de schepping en vernieuwing van de kosmos aanwezig is. Wat we de adem van de barmhartige noemen, maakt de komst van elk geluid uit het niets mogelijk. En even wonderlijk lost de adem dit opkomende geluid van het geluid op door het onmiddellijk terug te trekken voorbij het zijn, naar pure essentie.
Maar geluid is nog iets anders dan muziek. Wanneer we luisteren naar muziek of liever nog zelf muziek maken, dan worden we altijd min of meer door die muziek geraakt. Elke krul van een melodie, elk onopgelost akkoord of elke speelse syncope kopieert het verlangen van de verborgen schat om bekend te worden. Melodieën stijgen en dalen, akkoorden vragen om hun vervolg en oplossing.
Zou het kunnen dat muziek in zijn meest authentieke functie het oer-kosmische drama van de schepping weergeeft door zijn eigen creatie van het mooie, het prachtige geluid (de uitademing) en dan de teruggave van dat geluid aan het niets? (de inademing). Terwijl dit gebeurt wordt ons hart getroffen. Of is het zelfs meer dan dat? Als ons hart wordt geraakt door het mooie, is het dan niet zo dat de kosmisch verlangde gebeurtenis van “de Verborgen Schat” bekend wordt gemaakt? Ik denk dat dat zo is. Als we bevangen worden door muziek, ervaren we de inademing van de kosmos. We geven ons over en worden even onderdeel van het geheel. Muziek is, net als liefde, een poort naar de toegang tot God, tot het universum, tot de almachtige.
Ik merkte al bij mijn vorige blog op hoe bij de muziek die daar als voorbeeld werd gebruikt de stilte een enorm belangrijke rol had. Ik ervoer de stilte als essentieel. Na het lezen van dit artikel over de filosofie van Ibn Arabi over onder andere muziek wordt dit nog duidelijker. Tijdens de stilte dringt de essentie, de werking van de muziek nog tot je door, maar is de muziek zelf terug gebracht tot stilte. Het is het moment van inademen. De manifestatie, de complete architectonische opbouw, gelaagdheid van de muziek die net klonk wordt ervaren en daarmee staan we voor de poort van de Barmhartige. Muziek is als de adem van de Barmhartige.
Ik heb een poging gedaan om enkele zinnetjes van bovenstaand lied in modern notenschrift weer te geven.
De omvang is beperkt, niet meer dan die van een kwint. De toonsoort is aeolisch of af en toe frygisch, vooral naar het einde toe wordt er vaak met een dramatische kleine secunde geëindigd. Het beeld doet saai aan, maar de nuances zitten in het tempo en de accenten en de kleine versieringen die ik niet heb opgetekend. Er is geen sprake van een maatsoort, alleen al daardoor zijn er veel overeenkomsten met het Gregoriaans. Ik moest onwillekeurig ook een beetje denken aan gezangen van Hildegard von Bingen, de westerse mystica die in dezelfde tijd als Ibn Arabi leefde, die in een enigszins vergelijkbare stijl schreef maar zich ook voor een deel met dezelfde materie bezig hield. Het is zo wie zo buitengewoon interessant om deze figuren naast elkaar te zetten. Zij die haar dromen optekende en een glimp dacht op te vangen van het oneindige. En deze glimp in teksten wist vorm te geven en in haar muziek. Zou ook deze muziek trouwens niet met meer versieringen geklonken hebben? Ze was los daarvan veel uitbundiger dan die van Ibn Arabi door haar grotere omvang en af en toe grote sprongen, waarmee de componist herkenbaar wordt en iets eigens heeft. De tekst staat bij Ibn Arabi centraal, de muziek is slechts de expressieve drager daarvan.


Stephen Hawkins verklaarde zich zelf tot atheïst. Tot deze overtuiging was hij gekomen na zijn baanbrekende onderzoeken en theorieën over het heelal. Toch bezocht hij daarna nog de paus die graag de laatste wetenschappelijke bevindingen wilde weten en vroeg of Stephen die aan hem wilde uitleggen. Ik neem aan dat ook de paus daarna toch nog in god is blijven geloven en dat de paus op zijn beurt ook Stephen Hawkins niet alsnog weer op andere gedachten heeft weten te brengen. Een van de meest intrigerende uitspraken van Hawkins was dat “de tijd pas ontstaan is bij de oerknal”. Daarvoor was er geen tijd en het heeft dan ook geen zin om na te denken over wat er was voor de oerknal. De oerknal vond plaats en toen was er tijd. Als er dan al iets als een God is dan moet die wel haast samen vallen met de oerknal.
Vanaf de tijd dat ik bij rondleidingen de Romaanse kapitelen in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek en vooral ook die van de Servaaskerk van Maastricht van dichtbij heb gezien wil ik dichter bij het mysterie van deze objecten proberen te komen. Het zijn vaak raadselachtige sculpturen, en ook de geschiedkundigen en kunsthistorici die er boeken over geschreven hebben geven geen eenduidige uitleg. Begrijp ik wat ze zeggen? Waarom spreken sommige aspecten van hun uitleg me wel of juist niet aan? Ik probeerde zo steeds al nadenkende te kijken of ik er nog iets meer mee kon. Over mijn bescheiden bevindingen heb ik al enkele artikelen geschreven, zie de links onder aan dit artikel.
De huidige kerk, waarvan het schip met koepels uniek is in de Limousin, werd waarschijnlijk gebouwd in het tweede kwartaal van de 12e eeuw en werd gerestaureerd in de 17e en 18e eeuw. De kerk behoort tot een groep kerken die gekenmerkt worden door het gebruik van meerdere koepels. De bouw is nog het meest verwant met kerken in Angoulême en Souillac. Het schip heeft maar liefst zeven bogen. De apsis, vijfhoekig aan de buitenkant, heeft twee pilasters en vier zuilen. We zien zo wie zo veel kapiteelzuilen. Op deze kapitelen worden onder meer maskers, een grijnzende kat, wormen of slangen uitgebeeld.











Waarom gefortificeerd? Vaak wordt verwezen naar oorlogsomstandigheden, zoals die van de honderdjarige oorlog. In dit geval zou een van de oorzaken ook gelegen kunnen zijn in een ordinair conflict tussen een feodale heer en een abt.








Maar daarna raakte het snel in de vergetelheid totdat onlangs het gezelschap “Opera2Day” het werk nieuw leven in blies. Op de foto hierboven zie je hoe in de proloog, die plaats vond in de foyer van de Stadsschouwburg van Utrecht, de oude Hamlet ten grave wordt gedragen. Hierbij vergezeld door een groep koperblazers en als zangers fungeerden leden van het Utrechtse Monteverdi Kamerkoor en een aantal leerlingen van een plaatselijke Middelbare school. Daarna ging de voorstelling verder op het podium met de professionele cast. Hoe kun je zo’n spektakelstuk uit de negentiende eeuw voor een hedendaags publiek aantrekkelijk vormgeven, op een manier dat het ook nog enigszins betaalbaar blijft? Het grote koor, feitelijk hofpersoneel in de opera, wordt bij deze voorstelling, behalve dus in de proloog, gezongen door de acht solisten. De enorme orkestbezetting is sterk gereduceerd en de partituur is om die reden opnieuw gearrangeerd. De balletten en intermezzi zijn weggelaten. De dramatische lading die in het stuk zit, vooral het drama in de hersenen van Hamlet en Ophélie, wordt versterkt door de filmbeelden. We zien hoe de helden hun teksten uitbeelden maar voelen ook wat ze daarbij denken door die beelden. Prachtig gedaan en het werkt! En verder is er onderzoek gedaan naar de historische uitvoeringspraktijk: Het bleek dat er in de negentiende eeuw veel meer dan nu gebruikelijk is bijvoorbeeld gebruik werd gemaakt van rubato: het enigszins vertragen of versnellen van de muziek, om daardoor de expressie te verhogen. De expressie, ook van de individuele muzikanten, stond hoog in het vaandel. Meer dan de gelijkheid van spelen bijvoorbeeld. De instrumentalisten hebben zich deze manier van spelen enigszins eigen proberen te maken. Ik hoorde na afloop enkele muziekkenners zeggen: het was wel af en toe ongelijk.. Niemand was het daarentegen opgevallen hoe expressief er gespeeld werd mede dank zij deze “historische” uitvoeringspraktijk: mij viel het wel op, in gunstige zin.
Lombez is een stadje met 1800 inwoners. Een stad van 1800 inwoners met een kathedraal? Jazeker, in 1317 vestigde de paus er een bisschopszetel. De tweede bisschop was iemand die kwam uit een familie uit Rome en het was niemand minder dan Petrarca die deze bisschop in de zomer van 1330 opzocht en er enkele maanden doorbracht. Petrarca roemt zijn gastheer en de heerlijke tijd die hij er heeft doorgebracht. In die tijd werd ook de huidige kathedraal gebouwd. Petrarca heeft hem langzaam zien verrijzen, in 1346 was hij klaar. Het was de tijd dat de honderdjarige oorlog net was begonnen en ook in die streken angst en verderf ging zaaien. Gascogne had nog lang onder het gezag van Engelse leenheren gestaan en was pas sinds kort onder invloed van Frans-gezinde leenheren gekomen. Iets meer naar het westen lag Guyenne dat in die tijd nog door de Engelse koning werd gedomineerd. De steden in deze gebieden werden versterkt en veel kerken kregen het aanzien van een vesting. We zien daarvan sporen in de kathedraal van Lombez.

De kerktoren is gebouwd boven het baptisterium waar de gelovigen werden gedoopt. Naar vroeg-Christelijke traditie heeft deze toren dan ook acht hoeken. Acht is het getal van de wedergeboorte. Als je gedoopt bent zul je naar alle waarschijnlijkheid ook een leven na de dood tegemoet mogen zien. In dat baptisterium is een Romaanse stenen doopvont te zien uit de twaalfde eeuw. Twee rijen met decoraties. Boven zien we onder meer een jachttafereel. De dieren die er afgebeeld worden, zeker het dier links van de boogschutter, lijken eerder uit een bestiarium te komen dan uit het dagelijkse leven. Misschien wordt er ook wel het gevecht tussen het goede (de schutter) en het kwade (de duivelse dieren) uitgebeeld. Beneden zijn er een aantal vierpas bogen met in elke boog (volgens de beschrijving op een site) een monnik. De doopvont dateert nog uit de tijd voordat Lombez een bisschopszetel had. Er was toen al wel een klooster gevestigd. Wellicht zijn het monniken uit die tijd die op de doopvont zijn afgebeeld of misschien (en daar voel ik zelf meer voor) moeten we de monniken Bijbels interpreteren. Ze lijken allemaal iets te dragen en dat aan iemand aan te gaan bieden. Op Vroegchristelijke doopvonten zie je meestal Johannes de Doper die Christus doopt. De monniken hier zijn misschien dopelingen. Dat aanbieden doet me verder aan de Wijzen uit het oosten denken maar dat lijkt me ongepast op een doopvont.


Het stadje was ommuurd en had een stadsgracht, op de plaats van de huidige boulevard waar alle winkels zijn. Binnen de stadsmuren had je het grote bisschoppelijke paleis en verder de rijke woningen van de kanunniken. De rest van de huizen, in de zij-steegjes, werd bewoond door handwerkslieden, middenstanders en allerlei personeel dat nodig was om de bisschoppen te gerieven. Veel van die woningen van voor de Franse tijd zijn nog te zien.
Bij de avondhemel waren uiteraard het sterrenbeeld Orion en de heldere ster Sirius erg mooi te zien. Wel was er storend licht doordat de maan al bijna vol was. Het viel me trouwens later in de week op hoe Sirius al vroeg in de schemering zichtbaar was, net alsof je naar Venus of Jupiter keek. Sirius is de ster links onder op het plaatje.
In de vroege ochtend, 27 februari om 6 uur, was de sterrenhemel echt spectaculair. De maan was weg waardoor het zicht daardoor niet gehinderd werd. Maar het was zo wie zo extreem donker. Er was geen enkele vorm van verlichting in de wijde omgeving te bekennen. Zo zag ik duizenden sterren. Op de volgende afbeelding kun je dat als je een goed scherm gebruikt enigszins zien, het is me eigenlijk nooit eerder gelukt zoveel sterren met mijn camera te vangen. Naast die duizenden sterren zie je ook vijf wat meer heldere puntjes. Dat zijn van links naar rechts Saturnus, Mars, de rode reus Antares, Delta Scorpii en tot slot de meest heldere van het stel: Jupiter. Antares is een van de allergrootste sterren die we kennen. Het is een rode reus tegen het eind van zijn leven. De ster Delta van het sterrenbeeld Schorpioen is een dubbelster die varieert in sterkte. Hij is nu erg goed te zien met een magnitude van ongeveer 1.5.





Hierboven zien we een afbeelding van de maan Europa. Deze maan staat bij de Nasa hoog op de agenda voor verder onderzoek, omdat het wel eens de enige plek zou kunnen zijn in ons zonnestelsel waar leven voorkomt. De condities hiervoor lijken op deze maan beter dan waar dan ook. Op Wikipedia lezen we: Europa bezit een ijle atmosfeer van zuurstof. Het oppervlak bestaat uit ijs en kent zeer weinig hoogteverschillen. Onder het ijs vermoedt men een vloeibare oceaan van water met daar weer onder silicaatrots en een kern van ijzer. Omdat er op Europa sprake is van tektoniek, staat vast dat deze maan geologisch actief is. Wellicht bevindt zich onder het bevroren oppervlak dus vloeibaar water, waarin eventueel buitenaards leven zou kunnen voorkomen. Om dit nader te onderzoeken is voor 2020 door de NASA de Europa Jupiter System Mission voorzien.
Ook denk ik trouwens Ganymedes gezien te hebben rechts van Jupiter. De meer uitgebreide foto van 6:16 uur:














Landelijk was nu opeens de Partij van de Arbeid de grootste partij in plaats van de KVP. In mijn geboortedorp Swalmen verloor de KVP in die vier jaar tijd zo’n kleine 1000 stemmen: van 2804 stemmen gingen ze naar 1821 stemmen. En die trend heeft zich daarna nog lang voortgezet.
Ik heb ook al iets op zijn pagina geschreven. In mijn boekenkast staan veel historische werken van zijn hand. Ik voel hem echt als een vriend. Hij is denk ik een betere vriend van mij dan mijn meeste andere facebookvrienden. Nieuwsgierig, en ben je lid van facebook? Zoek JJ Habets.
Het is wat mij betreft meer dan een biografie geworden. Je kruipt niet alleen in de huid van Jacob van Lennep, maar je kruipt in die van het negentiende-eeuwse Amsterdam, in die van Nederland en af en toe kruip je nog een beetje verder. Alles wordt steeds in een brede context geplaatst en het boek leest heerlijk. Marita Mathijsen is een begenadigd schrijver en spreker. Eerder beluisterde ik haar lezingen die als titel droegen “De hang naar historie”. Deze lezingen zijn als luisterboek uitgegeven, je wordt meegenomen in de literaire wereld in Nederland van de negentiende eeuw. Je zou die lezingen als belangrijk voorwerk kunnen beschouwen voor dit boek.
Deze avond valt nauwelijks samen te vatten, er was wel een rode draad, namelijk het
Mijn moeder is het vijfde kind, links op de onderste rij. Naast haar, het zesde kind van die rij, zit haar broertje van vijf. Samen met nog een jongen staan er op die foto dus ook nog minstens twee kinderen van de kleuterschool. ik vermoed dat ze foto’s hebben gemaakt waarbij ze probeerden familieleden bij elkaar te zetten, want er zijn ook veel grote kinderen te zien op die foto. Mijn moeder was de oudste van een groot gezin, haar broertje Jan die ook op die foto staat is op tienjarige leeftijd in het ziekenhuis van Roermond overleden. Mijn moeder sprak er nooit over, maar een keer liet ze zich ontvallen dat ze daar nog steeds verdrietig van was. Zij was toen hij dood ging 11, hij was 10 jaar oud. Dat was op 9 september 1933.
Maar toen ze getrouwd was na de oorlog was ze eindelijk vrij. En stak ze al haar liefde en energie in ons, haar vier kinderen. En luisterde ze veel naar de radio. En vooral, ze las veel, ging elke week naar de bibliotheek en had een grote algemene ontwikkeling. Om bij te verdienen breide ze truien en maakte ze kleren voor anderen. Maar vooral had ze veel liefde en veel levenswijsheid uit te delen.
Daarna ging ik naar de kathedraal, de beroemde Sint Jan.
Wat een kerk is dat toch, hij blijft imponeren door zijn overdadige Brabantse gothiek! Na een rondje er omheen gelopen te hebben ging ik naar binnen. Terwijl tientallen mensen de kerststal bezochten heb ik als enige een tijdlang staan kijken naar het altaar-retabel uit het begin van de zestiende eeuw.
Het houtsnijwerk komt uit een Antwerps atelier, de geschilderde zijpanelen zijn van Luikse makelij. In Kalkar kun je in de “
En dan de panelen. Bij het paneel met de scene van de gevangenneming zie je hoe Christus geheel omsloten tegen de grond is gewerkt en door meerdere personen wordt vastgehouden.
Kijk je iets lager naar hetzelfde paneel dan raak je in de war. Wie is die persoon met dat blauwe kleed? Zo te zien aan zijn voeten kan het Christus niet zijn, want dan zou iemand zijn nek hebben omgedraaid. Het klopt gewoonweg niet. Is het naderhand gereviseerd en verkeerd overgeschilderd of is het gewoon geklungel? Ook dat rare handje rechts van dat blauwe kleed. Waar komt dat vandaan?
De zon is in Den Bosch die dag niet gaan schijnen. Maar ik had weer veel gezien, veel dingen om over na te denken. Zoals de dingen waar ik mee begonnen was, in het Noord-Brabants Museum. De prachtige foto’s en sculpturen van Tim Walker, met de titel “the Garden of Earthly Delights“. Geïnspireerd op het werk van Jeroen Bosch. Nog tot 25 februari te zien.
Anton Webern (Foto uit 1912) wordt nog steeds door veel muziekhistorici beschouwd als de wegbereider van het serialisme. Het serialisme is een stroming die vooral in de vijftiger en zestiger jaren van de 20e eeuw zeer populair was, met als bekendste vertegenwoordigers Stockhausen en Boulez. Een academische manier van omgaan met muziek. Emotie speelt bij deze muziek nauwelijks een rol.




Ik bezit thuis een “Ordo Divini Officii Recitandi” uit 1896 van het bisdom Roermond. Dat was een boek waar de priesters in konden vinden welke heilige op welke dag vereerd moest worden met welke gezangen. Ook stonden de officietijden er in, letterlijk gelieerd aan de tijd van zonsopkomst en ondergang, dus door het hele jaar door anders! De vespers, het gebed na zonsondergang, was op 1 januari om 10 voor 5 ‘s middags, op 21 juni om kwart voor negen ‘s avonds. Ook stond er in hoeveel inwoners elke parochie had en wie de pastoors, kapelaans en vicarissen waren. Wie dit boek in gebruik heeft gehad weet ik niet, ik denk uit enkele dingen af te leiden dat het iemand uit een dorpje in de buurt van Sittard was. Maar het had net zo goed iemand uit Swalmen kunnen zijn. Het leuke van dit boekje is dat er behalve de officiële gegevens, zoals de gedrukte, ook andere dingen in stonden. Het hele boek door heeft iemand met potlood er allerlei dingen in gekliederd. Meestal gaat het om financiële zaken. Zo staat er ergens:
De twee linker rijtjes gaan over de ontvangsten en uitgaven m.b.t. de armen. Over welke tijdsperiode het gaat is niet duidelijk. Het zou een maand maar wellicht ook een jaar kunnen zijn. Behalve de drie gulden die ontvangen zijn van vrouw Scholt. gaat het om bedragen die wel eens in een collectebus in de kerk zouden hebben kunnen zitten, die bijv. eens per drie maanden geleegd werd. In die perioden zat er dan respectievelijk Fl.15,35, Fl.18,01, Fl.3,67 en Fl.13,56 in. In diezelfde periode is er zeven keer iets ten behoeve van de armen uitgegeven, misschien wel tijdens zo’n huisbezoek. Bij deze uitgaven gaat het steeds om hele bedragen afgerond tot op 10 cent. Een keer is er maar liefst een bedrag van Fl.7,- uitgekeerd. Desondanks bleven de inkomsten ruim boven de uitgaven. Behalve dit was er waarschijnlijk ook nog een Vincentius vereniging, waarbij de leden contributie moesten betalen. Op een van de pagina’s zien we de volgende teksten en cijfers:
Ik probeer bovenstaande pagina te interpreteren. Ik lees: armen 20 maal 20 en daarna tot drie keer 20 maal 30. Stel dat er 20 personen lid zijn van bijv. de Vincentius vereniging en stel dat het eerste kwartaal de contributie 20 cent bedroeg, maar de daaropvolgende drie kwartalen verhoogd tot 30 cent, dan is er aan inkomsten gegenereerd 20×20, 20×30, 20×30 en 20×30 cent. Daarnaast is er nog een eenmalige gift geweest van Fl.4,50. Het geheel van de inkomsten bedraagt zo Fl.26,50. Maar we lezen ook: 29,38 “uit te Deelen”. Een vreemd bedrag om uit te delen, aan wie? Aan de armen dus, want daar begint de pagina mee.
Een belangrijke inkomstenbron voor de parochie waren de te lezen missen, en vooral ook de huwelijksmissen. Het Huwelijk “Palant” leverde op: om te beginnen de ceremonie en paperassen zelf: Fl12,-. De Mis kostte Fl.5,- (waarschijnlijk voor de pastoor of kapelaan). De koster (die waarschijnlijk ook het orgel bespeelde) ontving Fl.3,50 en de orgeltrapper Fl.0,50. Er was in die parochie toen dus nog geen elektrisch orgel.
In de tijd van de Belgische opstand (1830-1839) was Maastricht geïsoleerd van de rest van de provincie, die inmiddels (tot 1839) bij België hoorde. Daarna werd het jaarboek daarom een tijdlang niet meer uitgegeven. Pas in 1854 verscheen er een nieuw jaarboek, nu met de titel “Annales de Société Historique et Archéologique A Maestricht”. Vijf jaargangen zijn er uitgegeven, zowel los als ook samen in twee banden, die ik allebei bezit. Na 1859 was er enkele jaren radiostilte met betrekking tot verdere publicaties.
Kort geleden kocht ik deel 1 van deze jaarboeken, het jaarboek van 1864. Zo gauw ik hoorde dat het te koop werd aangeboden bij mijn favoriete boekhandel was ik er als de kippen bij. Nog net voordat een tweede gegadigde zich aandiende. En daarmee had ik alle boeken van meer dan 150 jaargangen! Een klein feestje, want ik was er al jaren naar op zoek. De meeste artikelen van die jaarboeken heb ik ook gelezen, alhoewel, de Franstalige moet ik zeggen niet of slechts moeizaam. Wel steeds genoeg om te weten wat er in het stuk staat. Er staan trouwens bij sommige artikelen ook enkele getranscribeerde Latijnse teksten, zonder vertaling. Ik heb 6 jaar Latijn gehad, maar die lees je niet zomaar weg… Ik heb van al deze artikelen een database gemaakt die op dit moment 1069 artikelen omvat, geïndexeerd op een aantal kenmerken en ik heb ze allemaal ook van een korte beschrijving van de inhoud voorzien. Zo kan ik makkelijk zoeken als ik over een onderwerp, stad, tijdperk enz. iets wil weten, of kan ik er een willekeurige zoekterm op los laten. Ik heb deze 
Zowel in Lambach als in het daar vlakbij gelegen Lemberg is er zelfs een Mariagrot. En midden in het bos op bijna onbereikbare plaatsen worden krakkemikkige huisjes geplaatst, zoals in bijgaande afbeelding een huisje voor de drie Maria’s. De volksdevotie viert hier nog hoogtij.




Er zijn op internet enkele pagina’s te vinden die hier iets over vertellen, zoals een pagina van club vosgien, 
Wie geloofde dit allemaal? Bijna niemand. Galileo Galilei (afbeelding hierboven) wel, en hij ging nog een stap verder. Hij ontwierp op basis van een Nederlands voorbeeld (Hans Lipperhey) een telescoop waarmee hij dingen kon zien die niemand nog ooit gezien had. Hij ontdekte dat de maan niet glad was, maar bergen en kraters had, groter dan die op aarde. Hij kon zelfs van de ene zichtbare kant van de maan een complete reliëfkaart maken. Ook keek hij naar de vaste sterren en ontdekte dat er een veelvoud was van wat je met het blote oog kon zien. Dat de Melkweg niet een vage vlek was maar een opeenhoping van oneindig veel sterren.
Hij ontdekte ook de vier grote manen van Jupiter. In zijn Siderius Nuncius (bericht van de sterren) maakte hij zeer vele kaartjes: van de maan, van de sterren, maar ook van Jupiter en zijn manen. Hierboven een tekening van Jupiter en zijn vier grote manen zoals hij die zag op 13 en 15 januari 1610. Wetenschappers uit Bologna trachtte hij met zijn kijker te overtuigen maar ze keken slechts even en verklaarden hem voor gestoord. De enige die hem op zijn woord geloofde was Kepler. Een collega schreef dat naar aanleiding van al deze theorieën ook een planeet als Venus schijngestalten zou moeten hebben. Galilei richtte weer een aantal dagen zijn kijker op Venus en constateerde dat het klopte: Venus had schijngestalten. En als klap op de vuurpijl ontdekte hij de ringen van Saturnus. Niet als zodanig, het was Christiaan Huygens die dat een halve eeuw later deed. Galilei veronderstelde dat Saturnus uit drie planeten dicht bij elkaar bestond: een grote in het midden en twee kleine aan de beide zijkanten.
06:30 uur. Mars gaat voorop. De onverschrokken oorlogsgod voert zijn troepen aan. Dan komt Jupiter, de koning der goden, om in al zijn glorie de wereld te aanschouwen. Het begint licht te worden, daar is de maan!
Een kleine, onopvallende sikkel. Nog net beschenen door de al bijna opkomende zon. Wie ziet en hoort dit allemaal?
![Screenshot_20171216-120220[1]](https://ppsimons.com/wp-content/uploads/2017/12/screenshot_20171216-1202201.jpg?w=640)





Er was wel al vocht in de lucht. De Italiaanse sfeer ging nog even door in hotel Botticelli. We droomden van de geboorte van Venus en van verliefde mannen. (Donna, perché mi veggi altra mirare – Vrouwe, ook al kijk ik wel eens naar andere vrouwen…)
En de volgende ochtend gingen we naar Bemelen, wandelen in het enigszins besneeuwde heuvellandschap. Geen Toscane meer. Maar niet minder mooi!

Vooral links dus, waar de maan aan het toenemen is, zie je veel kraters. Maar ook wat meer naar het midden toe zijn ze nog te onderscheiden. Ik heb opgezocht waar overal mensen op de maan zijn geweest. Dat was met de Apollo 11 (de eerste mensen) en daarna nog met de Apollo 12, 14, 15, 16 en 17. Alle punten waar ze geland zijn heb ik gemarkeerd en genummerd. Leuk om te weten, als je weer eens naar de maan kijkt.
Zullen er nog ooit een keer mensen op de maan landen? Ik denk het wel. Ik denk dat het Chinezen zullen zijn. Het is nu inmiddels al 45 jaar geleden, sinds de Apollo 17 een maanlanding maakte, waarbij er ook nog aardig rondgereden werd met een maanwagen en er heel veel bodemmonsters werden meegenomen naar de aarde. Op wikipedia lezen we:
Daar was ook hun schildersvriend Richard Gerstl, van wie Schönberg schilderlessen kreeg.
Zelfportret 1907
Schönberg vond het belangrijk om te laten zien dat zijn muziek voortkwam uit een traditie, waarin de late strijkkwartetten van Beethoven zijn voornaamste inspiratiebron vormden. Vier concerten werden er toen gegeven, steeds speelde men een strijkkwartet van Schönberg gevolgd door een strijkkwartet van Beethoven. Het Kolisch kwartet was fenomenaal. Het speelde indertijd alles uit het hoofd. Van die concerten zijn toen opnames gemaakt en ook is er een inleiding op deze grammofoonopnamen geregistreerd, met o.a. de stemmen van Arnold Schönberg en die van eerste violist Kolisch.

Ook dat is sinds kort iets nieuws voor hem. Hij ziet onderweg al een hele tijd als we langs een tankstation komen het “graden” teken, een soort kleine digitale 0. Daar wilde hij alles van af weten. Mijn vrouw legde hem onlangs uit: ‘Hier staat een thermometer. Die laat zien hoe warm het is. Nu is het 6 graden celsius. Als het 0 graden celsius is dan bevriest water en wordt het ijs. En het kan nog kouder worden. Het kan -1, -2 worden’. Gisteren vroeg hij aan me of de school open was bij -1 graden celsius. Verwonderd keek ik hem aan. Had iemand het met hem wellicht over “ijsvrij” gehad? Dat was niet het geval. Hij probeerde zich voor te stellen hoe koud het wel niet moest zijn bij -1 graden en het leek hem logisch dat dan de school dicht zou zijn. “Nul” is opeens een veel breder begrip geworden. Zijn jongste zusje was eerst 0 jaar maar is afgelopen dinsdag 1 jaar geworden. Je kunt dus al bestaan en toch 0 jaar zijn! Tot voor kort verbeeldde “nul” het grote niets.








En wat was er een mooie lichtval, vooral ook door de laagstaande zon.
Maeterlinck is een dichter die teksten maakte waar zowel Debussy als Schönberg door geïnspireerd raakten en die hun fantasie prikkelde. Iets later was Schönberg zeer gefascineerd door de teksten van Stefan George, ook een symbolist. Schönberg gebruikte deze als basis voor veel liederen maar ook werden ze gebruikt in zijn tweede strijkkwartet. Het derde en vierde deel van dat kwartet zou je kunnen zien als twee afzonderlijke liederen met een begeleiding van strijkers.

















Door ons klein te maken krijgen we inzicht. Als we ons zouden kunnen inleven in de ervaringen van een bacterie zouden we waarschijnlijk nog veel meer inzicht krijgen. We kunnen om een overview te krijgen de ruimte ingaan. Maar kijk om je heen. Om een overview te krijgen hoef je niet ver van huis. Maar het is niet makkelijk.

Maar een eerste hoogtepunt is de presentatie in de grote theaterkoepelzaal. In een uur tijd wordt je via zon en maan geleid naar het zonnestelsel, melkwegstelsels en melkwegclusters totdat je uiteindelijk uit komt bij waarnemingen van de Hubble telescoop. Hij heeft in 2012 opnamen gemaakt van gebeurtenissen die plaats vonden slechts 0,4 tot 1 biljoen jaar na de oerknal. De oerknal zelf vond 13,7 biljoen jaar geleden plaats, dus we zijn door middel van deze foto’s relatief gezien vlak bij het begin van deze oerknal. De Hubble telescoop fotografeerde tot in detail een klein ruitvormig stukje aan de hemel en keek op die manier dwars door ons huidige melkwegstelsels en naburige melkwegstelsels heen naar heel erg ver verwijderde melkwegstelsels. Of ze er nu nog zijn is maar zeer de vraag, waarschijnlijk niet. Het licht van deze stelsels is biljoenen lichtjaren geleden uitgezonden!

