Ove

Waarom gaan Nederlanders en Scandinaviërs massaal naar landen als Frankrijk, Italië of Spanje? Vanwege het weer uiteraard, maar ook om even te ontsnappen aan de beklemmende omarming van het over gestructureerde thuisland. We genieten ervan als we kijken naar de schilderachtige, rommelige straatjes, de waslijnen die boven de steegjes zijn gespannen en het onbekommerde levensgenot van een oude man die met een stokbrood door de straat loopt. Natuurlijk ergeren we ons aan de slechte wegen en vinden we het ongelooflijk hoe lang het duurt voordat een geldautomaat eindelijk eens een keer zijn briefjes naar buiten spuugt. Hopelijk krijg je in een dergelijk land ook geen bekeuring. Dan kom je in aanraking met een bureaucratie die je een dag vakantie kost. Maar desondanks zoeken we die landen telkens weer op.

De film “Een man die Ove heet” speelt zich af in een dorpje in Zweden. Alles is overgeorganiseerd. Er is een buurtcomité dat er op let dat de auto’s precies binnen de vakken worden geparkeerd, de hekken goed worden gesloten, alles goed wordt gesorteerd en in de juiste vuilnisbakken belandt. Ove maakt zijn dagelijkse rondgang. Hij ergert zich voortdurend en heeft steeds woorden met een of meer buurtbewoners die zich niet aan de regels houden. ‘Idioten’, zo eindigt elke conversatie. Toch heeft ook Ove moeite met de “witte boorden” die zich boven de gewone mensen stellen. Hoe komt dat? In de loop van de film ga je steeds meer sympathie krijgen met de hoofdpersoon die alles weet van het automerk Saab en vriendschappen verbreekt als iemand een BMW aanschaft. Er blijkt een enorme tragedie schuil te gaan achter de oppervlakte van Ove. De nieuwe buren uit Iran zijn nog onbevooroordeeld en Ove raakt langzaam uit zijn isolement. Er valt veel te lachen, maar boven alles: zelden heeft een film me zo aangegrepen. Geen valse sentimentaliteit. De film is subtiel, maar het verhaal wordt zo gebracht dat het je intens raakt, naar de keel grijpt. Kleine dingen leggen het bloot. Een poes. Twee ontwapenende Perzische kindjes. Een baby. Een hand die een grafsteen streelt. Bovenal: het gezicht van de af en toe in razernij uitbarstende Ove, maar die ook bijna onzichtbaar een traan kan laten biggelen.

De film eindigt zoals hij begon. Met het controleren of een poort wel goed dicht zit. Maar hoe anders werkt dat op het einde, wat kan film toch een geweldig medium zijn! Slechts 25 bezoekers zaten er in de zaal. Een film om lang te onthouden en over na te denken. “Een man die Ove heet.”

Ove

Geplaatst in Film, recensie | Tags: , , | 1 reactie

Europa

Europa is een vrouw. Een heel mooie vrouw. Zo mooi dat Zeus, de oppergod haar begeert. Hij verandert zichzelf in een witte stier. Het lieftallige mooie meisje Europa klimt argeloos op deze rustige, prachtige stier. Dan gaat de stier snel lopen, en: hij zwemt de Middellandse zee in met op zijn nek Europa. Aangekomen op Kreta laat hij zijn werkelijke gedaante zien. De stier verandert in een prachtige man met een goddelijk lichaam. Hij heeft gemeenschap met Europa, en gaat dan weer zonder zich verder om haar te bekommeren terug naar zijn Godenverblijf. Europa krijgt een kind, Minos, dat koning wordt van Kreta. De Minoïsche cultuur wordt veelal gezien als basis van de Westerse beschaving.

maan europa positie

Deze mooie vrouw is ook aan de hemel te zien. Als je op het juiste moment kijkt en een heel goede verrekijker of telescoop hebt, dan lukt het al. Het is de tweede maan van Jupiter. Op internet kun je dagelijks opzoeken of en waar hij te zien is. http://www.shallowsky.com/jupiter/ Vannacht om half 12 zie je hem in Nederland net links van Jupiter. Callisto schuift voor Jupiter langs, Io en Ganymedes zie je rechts van Jupiter. Jupiter zelf staat dan laag in het westen als een zeer heldere ster.

europa-oppervlak maanEuropa heeft diepe kloven. Het hele oppervlak is in kleine gebiedjes onderverdeeld door deze kloven. Die zijn ontstaan doordat Jupiter (=Zeus!!) aan Europa trekt waardoor er veel aardbevingen zijn. Europa is voortdurend in beweging. De grenzen van de kloven veranderen. Soms zie je nieuwe kloven over oude kloven.

Europa is een mooi continent. Met veel kleine landen. Die zich allemaal graag willen afzonderen van de rest. Ze bakenen hun terrein af met grenzen. Maar die grenzen vervagen. Het lijkt wel of de eerdere aparte gebieden bij elkaar gaan horen. Na verloop van tijd komt er een nieuwe breuk. En zo ontstaat de situatie dat een gebied zich weer afzondert van de rest. Zo is het altijd geweest en zal het ook wel erg lang blijven. Het is de doem van Zeus…

 

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Bodyguard

Op L1 zag ik bij avondgasten een boekbespreking van het boek van Frans de Waal ‘Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?’ Een vraag die ook mij al lang bezig houdt. In het verleden was het in de wetenschap eigenlijk ‘not done’ om menselijke eigenschappen toe te dichten aan dieren. Maar voortschrijdend onderzoek laat zien dat dieren wel degelijk ‘menselijke’ emoties kennen als spijt, empathie of vriendschap. In zijn vorige boek ging het nog uitsluitend over mensapen. In dat boek toonde hij al aan dat moreel gedrag zoals ‘rekening houden met’ en ‘hulp geven aan de ander’ evolutionair gezien voordelen heeft. Het onderzoek en de voorbeelden laten dingen zien vanuit menselijk standpunt. Er zijn dingen die wijzen op een vorm van zelfbewustzijn bij hogere dieren. Opvallend in het nieuwe boek is dat dit niet alleen zo bij primaten lijkt te zijn, maar zelfs bij reptielen en vogels. Maar zijn we zelf wel slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Of hoe slim planten zijn? Ik denk dat wij niet echt slimmer zijn dan een bacterie. Alleen: dat kunnen we niet bewijzen. We kunnen niet in de huid van een bacterie kruipen. Desondanks vermoed ik dat bacteriën ons dom vinden. We doen allerlei domme dingen waardoor zij uitstekend kunnen gedijen, op onze huid, in onze darmen, vaak ten koste van ons. Ze willen best met ons samenwerken. Ons misschien wel beschermen. Als een bodyguard. Maar we luisteren niet goed. We zijn te dom om te luisteren.

In de volkskrant van 4 juni stond een artikel met als kop ‘Pientere planten’.  Een gesprek met Norbert Peeters, botanisch filosoof en Darwinkenner. Er wordt hem gevraagd naar de intellectuele vermogens van een plant. In zijn onlangs verschenen boek ‘Botanische revolutie’ over de plantenleer van Darwin schrijft hij dat mensen de gedragingen van planten enkel kunnen verklaren als wij ervan uitgaan dat planten intelligente schepsels zijn. Darwin al plaatste de mens niet in de top van de evolutieboom maar op een onbeduidend zij-takje. De mens is niet beter, complexer of hoger dan andere soorten. Alleen als we het over de intelligentie van planten hebben is dat een ander soort intelligentie als die van mensen. Wij moeten het vooral hebben van onze hersenen. Plantenwortels reageren op meer dan 20 stimuli. Ze reageren op zwaartekracht, op warmteverschillen, de aanwezigheid van water, de aanwezigheid van mineralen enz. De signalen worden waargenomen door de worteltop en in andere delen van de wortel leiden die signalen tot beweging. Er zijn geen zenuwcellen, maar desondanks communiceren de cellen met elkaar. Planten hebben in de evolutie slimme oplossingen gevonden voor problemen. Planten produceren om een voorbeeld te noemen niet alleen gifstoffen om vraat tegen te gaan, maar ze zenden ook chemische SOS-signalen uit waarmee ze wespen, roofmijten en andere insecten aantrekken die optreden als bodyguard. De opgeroepen roof-insecten maken korte metten met de belagers van de plant. Planten weten de juiste insecten op te roepen omdat ze hun belagers identificeren aan de hand van hun speeksel. Zo maken ze bij elk soort belager een andere SOS-signaal aan, zodat het juiste roof-insect wordt opgetrommeld. Juist het insect dat deze specifieke belager op zijn menu heeft staan komt te hulp.

asteroide

Op internet (https://plus.google.com/collection/07wZf) was er op een pagina waar ik toevallig terecht kwam een discussie over de functie van onze maan. Iedereen weet dat de maan voor de getijden zorgt en waarschijnlijk nog allerlei andere aardse dingen beïnvloedt. Maar nu blijkt dat ook de maan een soort bodyguard van de aarde is. Talloze asteroïden die richting aarde komen en na een elliptisch rondreisje rond de aarde er op te pletter dreigen te slaan worden door de zwaartekracht van de maan weg gekegeld, verder de ruimte in. Op een filmpje kon je zien hoe dat in 2002-2003 nog gebeurd is. Mooie animatie. Zes keer draaide het brokstuk J002E3 om de aarde met op de hele lange duur het gevaar van een grote inslag. De zevende keer kwam het zo dicht bij de maan dat de baan dusdanig veranderde dat het stuk rots zich van de aarde verwijderde. Zou de aarde ook een soort SOS-signaal uitgezonden hebben naar de maan? Of was het allemaal alleen maar toeval…

Ik vind het in ieder geval een mooie gedachte dat de maan ook over ons waakt. En over ons persoonlijk wordt vast ook wel gewaakt. Ik denk op heel veel manieren. Ieder heeft denk ik zijn eigen bodyguard. Zo staat het toch ook in de bijbel?

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , | 1 reactie

Homo Universalis

Leonardo da Vinci wordt wel als het meest ideale voorbeeld gezien van de zogenaamde homo universalis: de mens die zich breed heeft ontwikkeld en op vele terreinen thuis is. Dat was het ideaal bij de Grieken en dat werd het ook weer in de renaissance.

Aleid Truijens schrijft regelmatig in de Volkskrant over onderwijs. Ditmaal reageert ze op de plannen om de uren die een leraar voor de klas staat te beperken. In Finland staat de leraar veel minder lang voor de klas. En hij wordt ook nog eens riant betaald. Maar: hij is universitair geschoold. Onderwijzer word je daar niet zo maar. Je moet een brede interesse en een wetenschappelijke instelling hebben. Je moet nieuwsgierig zijn en je kennisniveau bijhouden. En de kinderen zelf hebben er slechts vier uur per dag les. Desondanks blijken kinderen uit Finland het beste te presteren in vergelijking met kinderen uit de rest van Europa.

Waarschijnlijk zijn de leraren die aan een basisschool lesgeven in Finland allemaal homini universali. Zoals dat ook enigszins was toen we in Nederland nog de ouderwetse kweekschool hadden. De onderwijzers kenden veel liedjes en konden zelf goed zingen. Op dat onderdeel kon je zakken. Ze kenden al de jaartallen, wisten alles van topografie, maakten geen taalfouten en konden ontleden als de beste. Priemgetallen, procenten, machtsverheffen, worteltrekken, dat alles was gesneden koek voor hen. Als je thuis met een vraag rondliep zeiden je ouders: ‘vraag het maar aan de meester.’ Onderwijzers konden alleen slagen als ze niet alleen slim waren maar ook een brede interesse hadden en voldoende kennis hadden opgedaan. Allemaal dingen die tegenwoordig nogal eens te wensen overlaten. Kortere lesweken zullen daar geen verandering in brengen.

Er zijn gisteren vier Spinozapremies uitgereikt aan wetenschappers van Nederland. Een van de vier winnaars is Lodi Nauta. Hij begon, dol op de natuur, als een enthousiaste student biologie in Groningen. Nog steeds is hij vogelliefhebber en gaat hij er graag op uit met zijn verrekijker. Maar uiteindelijk studeerde hij filosofie. En promoveerde op het denken van de vroeg-christelijke filosoof Boëthius. Hij ontwikkelde zich achtereenvolgens tot een specialist op de overgang van Middeleeuwen naar Moderne tijd. Hij schreef een boek over de 15e eeuwse humanist Lorenza Valla. En hij werkt nu aan een boek over taalkritiek in de periode Petrarca (1300) tot Leibniz (1700).

Ik vind het fantastisch dat behalve drie mensen uit de betawetenschap ook iemand als Lodi Nauta deze prijs heeft gekregen. Hij kijkt nog steeds naar het gedrag van vogels en luistert naar hun gezang. En hij is vast ook “gebiologeerd” door het leven van planten. Als filosoof moet je een soort homo universalis zijn. Net als een onderwijzer. Maar wel allebei op een hoog niveau.

Wij proberen hoog niveau af te dwingen door kinderen cito-toetsen te laten oefenen. Dat soort toetsen bestaat niet in Finland. Nu gaan nog veel mensen naar een pabo die “iets met kinderen doen” wel leuk lijkt. De taal- en rekentoetsen voor aankomende onderwijzers zijn een begin. Maar er moet nog veel gebeuren, voordat ook de onderwijzer weer een homo universalis op hoog niveau is. Die elk kind op een brede manier kan stimuleren. Die ook raad weet met het kind in de kleuterschool dat al alles weet van de manen van Saturnus. Of die meer kan zeggen over een kindertekening dan “mooi gedaan”. En die muziek maken leuk vindt en de dag met een liedje kan beginnen of afsluiten. En die verslagen kan schrijven zonder taalfouten te maken. Bij wie je als ouder en kind met al je vragen kunt komen. Die al de kinderen in zijn klas kent en al hun mogelijkheden weet te gebruiken en hun weet  te stimuleren.

De basisschool is een school waar een homo universalis voor de klas moet staan.

Geplaatst in filosofie, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

Van Middeleeuwen naar Renaissance

Ravenna, Venetië, Padua, Ferrara en Vicenza.

Waarom is NO Italië zo interessant als het gaat om de ontwikkeling van de Westerse kunst? Dat komt doordat dit gebied van oudsher op het Oosten was gericht. Heel veel invloeden uit het oosten zijn al vanaf de Romeinse tijd daar terecht gekomen. Deze invloeden bleven zeer sterk aanwezig tot zeker het jaar 1200. Maar ook zijn bepaalde archetypen van de Christelijke kunst daar ontstaan of hebben zich vanaf daar verbreid. Deze hebben tot 1600 en vaak nog later doorgewerkt. Belangrijke steden in die ontwikkeling waren  Ravenna en iets later Venetië. De renaissance steden Ferrara, Padua en Vicenza liggen in hun nabijheid en geven een mooi beeld van de hofcultuur in een stadsstaat en de ontwikkelingen van Renaissance richting Barok. Om alles te kunnen begrijpen is kennis van de Romeinse kunst, maar vooral ook de mythologie, de bijbel, de Katholieke eredienst, de ontwikkeling van de pelgrimage, van kloosterorden en kapittels en het leven van enkele heiligen belangrijk. Samen met twee collega’s heb ik dit jaar les gegeven aan een aantal studenten die zich vertrouwd wilden maken met deze materie. Dat is niet eenvoudig. Het kan dus hooguit een aanzet zijn. Zelf heb ik o.a. de vroeg-renaissance-componist Ciconia (o.a. werkzaam in Padua)  en Monteverdi (werkzaam in vooral Mantua en Venetie) behandeld. Ik denk dat er in de loop van het studiejaar langzaam een kader is gaan ontstaan. Maar vooral door de excursie die we onlangs organiseerden naar NO Italië is alles nog meer op zijn plek gaan vallen.

Komend jaar beginnen we met het thema “retorica” in de periode 1600-1789. Bij de Romeinen was het vak Retorica al belangrijk, er ontstaat een hernieuwde belangstelling door vooral Petrarca in de 14e eeuw, maar er komt een nieuwe dimensie vanaf ongeveer 1600 als de Rooms-katholieke kerk een retorisch antwoord zoekt op de hervormingen van Luther en Calvijn en als Lodewijk XIV een kleine honderd jaar later het woord retorica een nog ruimere betekenis weet te geven. De Franse kunst domineert weldra de rest van Europa. Frankrijk wordt het nieuwe voorbeeld. Maar dat komt nog!

Ik wil hier graag een heel korte samenvatting geven van de dingen die we tijdens de excursie hebben gezien.

Ravenna werd rond het jaar 0 de voornaamste havenstad van de Romeinen aan de Adriatische zee. Er werd een enorme haven aangelegd waar ongeveer 250 oorlogsschepen konden aanmeren. Vanaf de Adriatische zee beheersten de Romeinen Griekenland, het Midden-Oosten en Egypte. Ook wist het Christendom zich er al snel te nestelen. Bisschop Appolinaris, heilig verklaard, kerstende de hele omgeving.

Classe, het voorstadje van Ravenna waar de haven was, heeft nog een vroeg-Christelijke kerk gewijd aan Apollinaris: San Appolinare in Classe. Voor de kerk staat het standbeeld van keizer Augustus die het stadje en de haven stichtte.

augustus

Toen het West-Romeinse rijk in elkaar begon te storten door invallen van barbaren trokken de keizers zich terug, eerst in Milaan, daarna in Ravenna. Korte tijd was deze stad hoofdstad. Toen het West-Romeinse rijk definitief ten onder was gegaan werd Ravenna een soort dependance van Byzantium, de hoofdstad van het Oost-Romeinse rijk. Ravenna bleef tot rond 700 byzantijns. Daarna richtte het zich op het westen. Talloze sporen van dit alles zijn er te vinden. De paleizen uit die tijd zijn helaas tot ruïne verworden, met name omdat rond 800 de paus toestemming gaf aan Karel de Grote om het marmer en de mozaïeken van deze paleizen te gebruiken voor zijn eigen hofhouding in Aken. Daarvan is nog een restant bewaard: de paltskapel van Aken is gebouwd als imitatie van de zesde eeuwse San Vitale uit Ravenna en bevat marmer en mozaïeken uit Ravennese paleizen.

sanvitalesanvitale2

Hierboven de San Vitale met een deel van het interieur, voorbeeld voor de paltskapel in Aken

In de nog bewaard gebleven kerken, doopkapellen en grafkerken in Ravenna van 400 tot 600 zien we zo een ontwikkeling van nog sterk Romeinse, dan Arianistische (een ketterse beweging) tot Byzantijnse invloeden. Christelijke voorbeelden die toen ontstonden zijn bijv. de goede herder en de doop van Christus door Johannes de Doper. Nergens in de hele wereld is zoveel goed bewaard gebleven vroeg-Christelijke kunst te zien als in Ravenna.

goede-herder

johannesdedoperToen de haven van Ravenna begon te verzanden en steeds verder van de  zee af kwam te liggen raakte het zijn belangrijkste functie kwijt: poort naar het oosten. Dat werd vanaf toen Venetië. Een zelfstandige stadstaat met een republikeinse staatsvorm. De doge, een soort president, werd gekozen door een groep notabelen. De stad werd zeer rijk door de handel en veroverde een groot deel van de gebieden rond de Middellandse zee ten Oosten van Venetië. Door zijn grote macht en agressieve houding was de stadstaat vaak in conflict met concurrent Genua aan de west-kant van Italië, maar ook met de pauselijke staat of met het hertogdom Milaan. Door zijn enorme rijkdom trok het talloze kunstenaars aan. Niet de minsten. Denk aan Bellini, Titiaan, Tintoretto of de muzikale geweldenaren Monteverdi en later Vivaldi. Het graf van deze componisten kun je in enkele kerken in de binnenstad zien, zoals het graf van Monteverdi in de Frari kerk (Een enorme gotische kerk van het franciscaner klooster, met de meest weelderige fresco’s versierd door allerlei beroemde kunstenaars.)

monteverdi-graf

Wil je meer Venetiaanse kunst uit die tijd zien, niet in de talloze kerken? Ga dan naar de Galleria d’Academia. Daar hangt o.a. het beroemde doek van Veronese, gastmaal bij Levi.

veroneseToen er alternatieve routes kwamen naar het oosten en ook naar Amerika, de tijd van Columbus, en later de tijd van de VOC, toen begon de invloed van Venetië te tanen. Maar het blijft zelfs nu nog een stad met een enorme aantrekkingskracht, doordat het op allemaal eilandjes, verbonden met bruggetjes, is gebouwd. En door zijn talloze steegjes. Het is een soort Amsterdam van het zuiden, zowel door zijn koopmansachtergrond als door zijn kanalen en grachten.

Wie wordt wel gezien als de eerste renaissancekunstenaar? Vaak wordt dan Giotto genoemd. Waar kun je nu nog het best bewaard gebleven werk van Giotto vinden? In Padua. Daar hebben we drie dagen in een hotel geslapen en ook de Scrovegnikapel bezocht, helemaal beschilderd door Giotto.

giotto

Een van de eerste renaissancecomponisten was Marchettus van Padua. Hij heeft de muziek gecomponeerd die gezongen werd bij de inwijding van deze kapel. We zijn er geweest. In de grote Franciscanerkerk waar Antonius van Padua ligt begraven en zijn tong als relikwie is te zien zagen we ook prachtige renaissancekunst, helemaal in de originele context. Tegelijk kregen we een beeld van het fenomeen pelgrimage, dat nog steeds levend is in die kerk.

Grote kunstenaars tijdens de hoogrenaissance waren Michelangelo, Rafael, Leonardo da Vinci. In diezelfde tijd waren de grootste componisten Josquin des Prez en Heinrich Isaac. Dit soort kunstenaars vonden werk in de stadstaten. Een van de meest verfijnde hofculturen vond je in Ferrara. Waar ook Josquin heeft gewerkt. We zagen een voorbeeld van de inrichting van een pronkpaleisje van de graaf d’Este, het palazzo Schifanoia. Een zaal met allemaal fresco’s, die bol stonden van de symboliek en waarmee de graaf zijn hoge gasten wilde imponeren, en zijn verfijnde smaak wilde laten zien.

schifanoia

Jammer genoeg was Castello d’Este, de voormalige woonplaats van deze graaf midden in de stad, al niet meer open toen we arriveerden. Het kasteel is tegenwoordig ingericht als een mooi museum waar een goed beeld gevormd kan worden van het leven aan het hof en ook nog veel originele kunst is te zien.

Vicenza ligt vlak bij Padua en is interessant omdat er eind zestiende eeuw een groep kunstenaars bezig was met na te denken over de ideale kunst. Een van deze kunstenaars was Palladio. Zijn ideeën over architectuur werden zeker honderd jaar lang door velen nagevolgd. In Vicenza kun je diverse gebouwen van hem zien. Het meest indrukwekkende is het Teatro Olimpico. Het decor uit die tijd (1585) is nog steeds aanwezig. Zeer indrukwekkend. Het geeft een unieke inkijk in deze boeiende wereld en was een mooi onderdeel om de excursie mee te eindigen.

theater

De studenten hebben allemaal een presentatie gehouden. Als een volleerde gids vertelden ze over de achtergronden van een gebouw of over het interieur. Zo hebben we genoten van een week met Vroeg-Christelijke tot laat-Renaissancistische kunst. De Romeinen waren in vrijwel deze gehele periode het grote voorbeeld . Maar ook de Byzantijnse kunst drukte er zijn stempel op. En het geheel was doorvlochten met de in Italië nog zeer levende en levendige Christelijke cultuur. Een studiejaar en een excursieweek om met veel plezier aan terug te denken!

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Muzikaal gehoor

Sommige kinderen zijn gefascineerd door ritmes of zelfs door baslijnen. Dat heb ik onlangs gemerkt toen mijn oudste kleinkind van twee jaar iets zat te neuriën en dat bleek de baslijn van een “soundje” op de computer te zijn…Door alles wat je om je heen hoort wordt je muzikaal gehoor gevormd. Door omgevingsgeluiden maar vooral natuurlijk door muziek. Het zingen van liedjes is een van de meest vormende dingen op dat gebied dat je met al heel jonge kinderen kunt doen. Maar natuurlijke voorkeur speelt ook al snel een rol. Elk kind reageert anders. Daarom worden sommige kinderen drummer.

De afgelopen dagen heb ik weer enkele dagen toelatingsexamens afgenomen op het conservatorium. Er kwamen weer veel jonge mensen die graag muziek willen gaan studeren, in dit geval kozen ze voor de opleiding Docent Muziek. Zo eerst even een kopje koffie. Dan haal ik weer een kandidaat van de gang die al voor het lokaal staat te wachten. Een vrolijk, open meisje uit een dorp. Ze speelt dwarsfluit. Ze heeft al acht jaar les. Ik stel me de activiteiten op de muziekvereniging voor. Elke week met de fluit naar de lerares om de opgegeven étude te laten horen. ‘Speel je daar ook samen? ‘ ‘Nee’ is haar antwoord. ‘Wat jammer’ denk ik…

Mijn taak is om te kijken of zij geschikt is voor de opleiding met betrekking tot haar muzikaal gehoor en of ze voldoende ervaring heeft in de omgang met het notenbeeld en met de bijbehorende kennis van de muziektheorie. Oei! Als ik een eenvoudig ritme voor klap imiteert ze dat een tel te laat. Ik doe of ik het niet merk en zet op de juiste tijd een nieuw ritme in. Nu is ze wel op tijd. Het derde ritme, iets moeilijker, met wat syncopen gaat helemaal mis. Zonder iets te zeggen herhaal ik het en probeer met haar in een soort ritmische flow te komen. Het omgekeerde gebeurt. Ze raakt in de war. Ik maak het allemaal weer wat makkelijker en dan lukt het gelukkig wel. Het nazingen van een enigszins klassieke melodie lukt niet. Hoe zou dat komen? Te weinig ervaring met zingen? Straks bij het praktijkdeel moet ze ook zingen. Daar zullen ze er wel achter komen. Ik speel wat akkoorden onder de melodie om hem in een kader te plaatsen. Nu lukt het wel. Dan verander ik de melodie een klein beetje. Hardnekkig houdt ze nu vast aan de eerste melodie. OK. Ik heb drie driestemmige muziekstukjes waar ik uit kan kiezen. Gezien wat ik tot nu toe van haar gehoord heb kies ik voor het makkelijkste stukje met de meest bekende context, een dalende kwintval. Ik vertel haar, dat wat ze nu te horen krijgt “driestemmig” is, en dat ze een van die drie stemmen dient na te zingen. Ik speel eerst nog een keer de eerste maat. ‘Welke stem ga je zingen?’ Ze kijkt me vragend aan. Dit soort opdrachten heeft haar fluitlerares niet met haar gedaan. Ze snapt niet wat ze moet doen. Dan speel ik het eerste akkoord. ‘Zing eens alles wat je hoort.’ Na veel proberen zingt ze de hoogste en de laagste toon. (De terts en de grondtoon van een grote drieklank). De middelste, een kwint, die kan ze niet vinden. Goed, ze kiest uiteindelijk voor de bas, die wil ze nazingen. In plaats van nazingen stel ik voor dat ze eerst nog een keer luistert en de tweede keer als ik het stukje weer speel, heel zachtjes meezingt met de bas. Ik hoor dat ze onmiddellijk na de eerste noot over gaat op noten van de middenstem. Ik realiseer me dat ze een vrouw is en ik vermoed dat ze een “registerdenker” is, dat is iemand die alleen maar kan zingen, dat wat in haar eigen register zit. Zo iemand kan niet een lage stem overzetten naar het eigen register. Ik besluit om het hele liedje een octaaf hoger te spelen. Nu lukt het met veel hulp uiteindelijk. De middenstem blijft een probleem. Dan gaat ze van blad zingen en ritme tikken. Het ritme tikken gaat eigenlijk heel aardig, enkele kleine foutjes, maar dat doet ze goed. Opvallend, want ze kon geen ritmes nadoen! Ook het van blad zingen is niet onvoldoende. Ik vraag nog wat ze bij haar lerares zoal getraind heeft. Ze heeft intervallen leren herkennen. Warempel, dat lukt snel. Kleine secunde, terts, reine kwint, het floept er allemaal uit. Maar als ik dan een overmatige drieklank speel kan ze de tonen ervan niet nazingen. Vragen over de kwintencirkel, over maat en ritme weet ze goed te beantwoorden. Haar basiskennis is voldoende. Ze heeft baat gehad bij haar fluitlessen waardoor ook haar notenbeeld niet slecht is, maar haar muzikale intuïtie is, vind ik,  onder de maat. Daardoor luidt mijn oordeel en dat van mijn meeluisterende collega: afwijzen. Als je al zo lang met muziek bezig bent dan moet de muzikale intuïtie bij voldoende aanleg veel breder zijn ontwikkeld. Waarschijnlijk heeft ze dus, helaas, domweg te weinig aanleg. Bij het praktijkonderdeel bleek dat daarna overigens ook.

Op veel conservatoria worden de studenten op een andere manier getest. De kandidaten zitten in een zaal en krijgen eerst een schriftelijke toets. Daar wordt de kennis van de muziektheorie getest. De vragen zijn voor iedereen hetzelfde, of je nu veel of weinig ervaring hebt met het notenbeeld en de muziektheorie. Daarna krijgen de kandidaten nog een korte mondelinge toets, waarbij vooral het van blad zingen en het ritme tikken wordt getoetst, soms moeten ze ook nog intervallen herkennen. Ik denk dat het meisje dat ik afwees op een ander conservatorium wellicht zou zijn aangenomen.

Andersom komt ook voor. Studenten die hun hele leven alles al op hun gehoor doen en nauwelijks met het notenbeeld bezig zijn geweest. Ze scoren soms fenomenaal goed bij de toets op muzikale intuïtie. Dergelijke personen krijgen bij mijn test veel moeilijkere opdrachten dan het eerstgenoemde meisje. Je wil als examinator weten waar de grens is, wat kunnen ze nog meer! Vervolgens blijken opeens kennis en notenbeeld onvoldoende. Motivatie is dan een belangrijke factor. Willen ze dat wel leren? Ze hebben zich hun hele leven al weten te redden zónder die noten. Maar op een vakopleiding zullen ze er tegen aan moeten gaan. Ze krijgen de kans om een jaar lang goed te oefenen in een vooropleidingsjaar. Daarna krijgen ze opnieuw een zo objectief mogelijk toelatingsexamen. Het blijkt dat een aantal van dergelijke kandidaten in dat vooropleidingsjaar afhaakt. Ze kunnen de discipline niet opbrengen. Hun wil om noten te leren is niet sterk genoeg. Maar ook zijn er studenten die het wél lukt. Dat zijn uiteindelijk de beste studenten. Ze hebben een fenomenaal goed gehoor, omdat ze al hun hele leven alles op hun gehoor hebben gedaan: muziek maken en muziek naspelen. Maar ze hebben ook een sterke discipline waardoor ze ver kunnen komen. Veel van die studenten zijn bij de toelating op andere conservatoria afgewezen.

Wij toetsen de kandidaten op wat ze wél weten, niet op wat ze níet weten. Dat is altijd ons uitgangspunt geweest en dat staat ook zo op de website van de afdeling Docent Muziek. Ik hoop dat dat ook zo zal blijven. Er gaan stemmen op om dat te veranderen. Onze methode zou teveel tijd kosten. Dat zou uitermate jammer zijn.

Geplaatst in muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Teatro Olimpico

Italië is het land van de opera. De Italianen hebben het uitgevonden en dat is achteraf logisch. Voor Italianen is namelijk heel de wereld één groot theater. Het Teatro Olimpico in Vicenza heeft een half-ronde vorm, zo kijken de toeschouwers naar de voorstelling. Zo gaan de mensen ook staan bij de pin-automaat, in theater slagorde, in een halfronde kring. Als iemand te vroeg voor piept dan kun je heerlijk dramatisch tekeer gaan en daar geniet iedereen van. Voordat ook in Italië het fenomeen kaartjes trekken was ingeburgerd zag je die taferelen ook in het postkantoor. Een halve cirkel, waarbij één klant in de gaten houdt dat niemand voor piept. Hij regisseert het drama. Een rij is oersaai. Veel te weinig drama…

Kaartjesautomaten doen het gelukkig regelmatig niet in Italië zodat de mensen weer heerlijk in slagorde kunnen gaan staan: in hun geliefde  halfronde kring. Soms doen kaartjesautomaten het wel maar weigert de uitrij-automaat bij het einde van de parkeerplaats dienst. Heerlijk! Je kunt een telefoonnummer bellen. Of voor de zekerheid worden er twee telefoonnummers vermeld op de uitrijpaal. Het eerste nummer doet het natuurlijk niet, een telefoonstem zegt in mooi belcanto Italiaans dat het nummer niet bestaat. Niet getreurd, er is nog een tweede nummer. Als je dat belt dan komt er een hele waterval van Opera-Italiaans over je heen. Verbouwereerd vraag je of de persona misschien ook Engels spreekt. Je bent duidelijk een persona non grata. Het antwoord is namelijk een triomfantelijk ‘no!’ Dat verstaat iedereen toch? OK dan. Als je eenmaal duidelijk hebt weten te maken wat het probleem is dan krijg je een nieuw telefoonnummer. Drama, drama! Daar gaan we dan. ‘Spreekt u misschien ook Engels?’ ‘Momento.’ Hoera, aan de andere kant van het betreffende kantoor wordt een jonge juffrouw opgedukeld vanaf een bureau die Engels kan spreken. Nou ja, Engels… Helaas, weer het verkeerde nummer. Maar er zijn nog veel meer nummers bij de hulpdienst. ‘Zero zero quattro quattro quattro quattro quattro cinque.’ ‘Scuzi, how many quattro’s?’ ‘Cinque quattri.’ ‘Mille grazie!’ Daar staan opeens twee mannetjes, de een kijkt nog bozer dan de ander. Theater, theater! ‘Waarom staat die auto daar, dat hoort niet, dat daar is geen parkeerplaats!’ ‘Sorry maar we willen weg maar het lukt niet, het uitrijkaartje wordt niet geaccepteerd door de automaat’. Met een gezicht van “wat een stelletje oenen” worden we gebaard om de auto voor de slagboom te plaatsen. ‘Ziet u wel, het gaat echt niet!’ Nu komt het minachtende “laat míj maar eens proberen gezicht”. Als het hem ook niet lukt wordt het kaartje kritisch bekeken. Hebben ze het verminkt? Zit er een onooglijk scheurtje in? Is er iets op geschréven? Ze ruiken eens aan het kaartje. Hmm. De fout moet hoe dan ook toch bij die oelewappers liggen. Dan wordt met een superieur gebaar het kastje van het uitrij-apparaat geopend met een schroevendraaier en met een elegant professioneel gebaar vliegt na het drukken op een knop de slagboom open. ‘Voilá. En de volgende keer geen gedoe meer!’ De twee mannetjes kijken de buitenlanders nog even misprijzend en veelbetekenend na en gebaren onderling driftig. Ze acteren intussen ook naar andere parkeerders en wijzen nog eens naar “die oelewappers”. ‘Mille mille grazie’ mag niet helpen, het versterkt slechts hun “die sukkels” gezicht.

Zo zijn er veel dingen waar je heerlijk drama om kunt maken. Soms doen de Italianen het niet, dan zijn ze daarvoor gewoon te moe. Je ziet op de website dat het museum tot 7 uur open is maar je gooit de balie gewoon al om half vijf dicht. Zo, eens kijken wat er dan gebeurt. Ja hoor. Daar komt weer zo’n groepje buitenlanders dat helemaal niets snapt van de plaatselijke gewoonten. Ja natuurlijk. De kassajuffrouw heeft toch óók een gezin. Ja, als je al binnen was dan mocht je tot 7 uur blijven. Maar ja, je bent nog niet binnen en je komt ook niet binnen, begrepen! Tja. Daar zou je weer een heerlijk drama uit kunnen laten voortkomen. De museummedewerker kijkt je hoopvol aan? Worden ze lekker boos? Nee. Och. Eigenlijk is hij ook te moe en hij wil ook naar huis.

Of je moet auto’s verhuren met bijna onzichtbare krasjes die echter wel op het verhuurdocument staan aangegeven. Of je even voordat je wegrijdt de krasjes die op dat document staan aangegeven wilt vergelijken met die op de auto. Verhip, als je goed kijkt zit er nóg een onooglijk krasje op dat nog niet is gedocumenteerd. ‘Juffrouw, juffrouw, er zit nóg een kras!’ ‘Nee, díe telt niet’. Maar die andere blijkbaar wel? Je voelt al dat ze er op uit zijn om je de borg van 900 euro op het einde te ontfutselen maar je staat machteloos. Dus de auto maar van onder tot boven en voor tot achteren fotograferen zodat je nog iets achter de hand hebt als je hem weer terug brengt. Moet je protesteren tegen deze gang van zaken? Ja natuurlijk. Dan is er drama en ben je weer een half uur verder. Heerlijk!

Mag je bij het inchecken een half uur voor de incheckbalie staan als het je beurt is terwijl er een kilometer wachtenden achter je staat? Natuurlijk!  Als Italiaan tenminste. Ga dan als toeschouwer klappen en de betreffende Italiaan komt naar de applaudisserende rij en speelt in op deze heerlijke  mogelijkheid tot theater. ‘Hoe durven jullie te klappen! Alsof ik er iets aan kan doen dat ik mijn boardingpass niet krijg!’ ‘Natuurlijk kun je daar wat aan doen, zorg dat je zaakjes in orde zijn voordat je gaat inchecken.’ Heerlijk, heerlijk. Een tweede applaus na afloop van ook dit theaterstukje.

In Rotterdam waren de jaarlijkse operadagen. Er werd ook een mini-opera van Monteverdi uitgevoerd. Niemand van ons was er. We hebben een hele week al van Italiaanse opera genoten. In het land waar ze het hebben uitgevonden en dagelijks alle regels ervan in de praktijk brengen.

Het Teatro Olimpico van Palladio staat er nog steeds. Met het decor van Oedipus Rex uit 1585. Het was compleet uitverkocht die eerste mooie dag in juni. Op de vroege ochtend kwamen in dat jaar al honderden koetsen naar Vicenza. In de grote Odeon hal stonden de hapjes en drankjes klaar. De toneelknechten waren uren bezig met het vullen van de onzichtbaar opgestelde 1000 glazen bollen met lampenolie. Om 9 uur begon de voorstelling. Wij waren nu zowat de enige gasten. We probeerden ons die tijd voor te stellen. Eigenlijk niet zo moeilijk na de afgelopen dagen….

decortheater

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, theater | Tags: , , , , , , | 5 reacties

Nachtegalen in Frankrijk

Onlangs was ik tien dagen in Frankrijk. Eerst in het departement Gers in Zuid-Frankrijk, daarna in het departement Saône et Loire net ten westen van de Jura. Nachtegalen! De hele dag en nacht door. Op allebei de plekken waar we verbleven. In de Gers heb ik ze in het verleden al vaker gehoord in deze tijd van het jaar. De lente is daar de mooiste tijd, alles is groen en er staan prachtige bloemen in de bermen en weilanden. Zo zag ik heel veel orchideeën, zoals de purperorchis, bij ons alleen in Zuid-Limburg. Maar ook de kuifhyacint (zeldzaam in de duinen) en de moerasgladiool die in Nederland niet voor komt. (Dank aan een zwager, hij is bioloog en heeft me geholpen bij de determinatie). Er waren steeds prachtige wolkenluchten, in de verte kon je de sneeuwtoppen van de pyreneeën zien.

orchideeleliebloempyreneeen

Nachtegalen in Frankrijk. Ik moest denken aan de Franse componist Olivier Messiaen. Organist, pianist, theoriedocent, componist en inspirator van heel veel componisten na hem. Een van zijn grootste passies was het bestuderen van vogels. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw trok hij door heel Frankrijk met zo’n ouderwetse bandrecorder op batterijen. Hele dagen maar ook nachten nam hij de natuurgeluiden op: muggen, hommels, krekels, kikkers, padden maar vooral ook allerlei vogels. Aan de hand daarvan ging hij componeren. Zo schreef hij tussen 1956 en 1958 “Catalogue d’oiseaux” voor piano. Het werk bestaat uit 13 lange delen waar in elk deel telkens een andere vogel centraal staat, maar feitelijk probeert Messiaen de hele sfeer waarin die vogel zich bevindt in noten te vangen. Je kunt het opgaan van de zon horen of het begin van de zang van kikkers enz. In deel zeven komt ook een nachtegaal (rossignol) voor, die verder in dat deel overigens niet centraal staat. Ik laat de partituur van dat fragment zien en een opname horen.

Het stuk begint met het vallen van de avond. De rood-paarse zon begint om 9 uur te zakken boven een meer, vol lelies. Dan hoor je opeens een roerdomp (Héron Butor). De zon zakt verder en verder… Nog een keer de roerdomp!  De zon zakt verder. De rode schijf van de zon weerspiegelt in het water en het geluid sterft uit.

Dan komt de nachtegaal, gelijk stevig. Na een lange solo volgt de herinnering aan de zonsondergang, gevolgd door de plechtigheid van middernacht, hij schrijft bij de verschillende akkoorden: “als cymbalen, als een tamtam, als een metallofoon, als trombones”. (Hoe moet je dat suggereren op een piano…) En hoeps, daar komt weer een solo van een nachtegaal, nu iets korter. Gevolgd door weer de zware plechtigheid van de middernacht, dan nogmaals een korte solo van een nachtegaal, en alweer de roerdomp die eindigt met een brul. (Mugissement).

We horen een vrij lange solo van de nachtegaal, gevolgd door een donkerpaarse sfeer van akkoorden, die tegelijk een herinnering vormen aan, nog steeds, de zonsondergang. Een kikker roert zijn botten (une grenouille agite des ossements). Pauze. We horen weer de plechtigheid van de nacht. Pauze….

messiaen01messiaen02messiaen03messiaen04messiaen05messiaen06messiaen07messiaen08messiaen09messiaen10messiaen11messiaen12

Ik zou zeggen: luister eerst naar de nachtegaal van de Gers. Luister dan liefst twee keer naar het nachtelijke tafereel van Messiaen. De eerste keer lees je mee met mijn beschrijving van het tafereel, of met de partituur voor de liefhebbers. De tweede keer luister je gewoon met je ogen dicht.

Nachtegalen in Frankrijk…

Geplaatst in muziek, natuur | Tags: , , , | Plaats een reactie

De kathedraal van Auch

Een kathedraal is een kerk met de zetel (kathedra) van een bisschop. In Auch is dat zelfs een belangrijke bisschop. Er zetelt op de kathedra van Auch een aartsbisschop. Hoe is dat zo gekomen?

In 400 werd Auch een bisdom. Rond 500 kwam koning Clovis naar Auch en verleende de bisschop meer rechten. Ook kreeg deze geld om een nieuwe kerk te bouwen, gewijd aan Sint Maarten. In de elfde eeuw bouwde bisschop Sint Austinde op dezelfde plek een nieuwe kathedraal, nu gewijd aan Maria. Tevens begon hij met de bouw van een bisschoppelijk paleis. Het kerkgebouw had de daaropvolgende eeuwen veel te lijden door talrijke onlusten. Er was vooral veel strijd met de graven.

Op 4 juli 1489 werd de eerste steen gelegd van de huidige kathedraal, die uiteindelijk pas twee eeuwen later helemaal klaar kwam. Tussen 1507 en 1538 werden er nieuwe kapellen gebouwd en werden de beroemde glas-in-lood ramen van Arnaut de Moles vervaardigd. De kerk werd in 1548 gewijd. Pas in 1672 was de kerk min of meer af, doordat de twee torens in dat jaar gereed kwamen. Zoals op zoveel plaatsen heeft de kerk veel te lijden gehad van de Franse revolutie. De bisschop werd afgezet.Ten tijde van Napoleon werd de kerk weer aan de bisschop terug gegeven.

klokketorensAan de buitenkant vallen allereerst de twee classicistische klokkentorens op, gebouwd tussen 1665 en 1672. Ze zijn 44 meter hoog. Er zijn drie toegangspoorten, met gietijzeren hekwerken. De middelste bevat de letters AM (Ave Maria), de kerk is zoals gezegd gewijd aan Maria. Zij is ook de patroonheilige van het diocees Auch. In de rechter toren hangt een klok van 9700 kg, in de linker toren hangen acht kleinere klokken. Ooit waren er aan de buitenkant beelden te zien van opdrachtgevende aartsbisschoppen, die zijn tijdens de Franse revolutie vernield. De plekken waar deze beelden gezeten hebben zijn nog zichtbaar. Kijk je naar wat je rond de kathedraal nog meer kunt zien:  de oudere Armagnac toren (voormalige gevangenis en nu archief) en het jongere bisschoppelijke paleis (nu prefectuur) vallen het meeste op.

schipGaan we naar binnen dan zien we twaalf pilaren, welke staan voor de twaalf apostelen. Opvallend is dat het orgel geplaatst is boven het altaar.Zo wordt het koorgedeelte met de buitengewone koorstoelen van de kanunniken compleet afgescheiden van het schip.

koorstoelenDeze koorstoelen zijn naast de glas-in-lood ramen het meest bijzondere interieur element van de kerk. Ook het houten altaarretabel in een zijkapel is de moeite waard.

Nu zou ik de ramen en de koorstoelen kunnen gaan beschrijven. En dat probeer ik op een andere plek misschien ook wel eens te doen. Maar hier beperk ik me tot slechts twee afbeeldingen.

anna-en-joachimOp een van de koorstoelen zie je deze afbeelding uit het oude testament: Anna ontmoet Joachim bij de gouden poort. Ik heb dit altijd een verschrikkelijk verhaal gevonden. Joachim wordt door de gemeenschap verstoten omdat hij zijn vrouw Anna geen kind kan geven. Een van de grootste schandes in dergelijke culturen, nog steeds. Wat moet dat erg zijn. Ook voor Anna. Maar dan krijgt Anna de hemelse boodschap om naar de gouden poort van de stad te gaan en daar zal ze na lange tijd Joachim weer zien. Ze hebben gemeenschap en Anna krijgt een kind. En wat voor een kind. Maria! Ik zie als ik er lang naar kijk vooral hoe Anna vol smart naar haar intens droevige man kijkt. Wat een prachtig beeld. Dit is een detail van slechts één koorstoel. Een groot kunstenaar was hier aan het werk!

retabel-detailDe tweede afbeelding die ik wil noemen is een detail van het eerder genoemde altaarretabel. De kerk is opgedragen aan Maria. We zien helemaal bovenaan in het retabel hoe daar een verhaal wordt uitgebeeld. Een kind wordt geboren. Dat zal niet Jezus zijn maar Maria zelf. Immers, Jezus zou volgens de bijbel enigszins armoedig geboren zijn in een stal. Maar dit ziet er behoorlijk luxe uit. Het kindje wordt overgedragen aan een andere vrouw, zo te zien zijn deze vrouwen moeder en grootmoeder. Alweer Anna! Verder staat er een warm bedje en lopen er veel bedienden rond. Een andere vrouw is een doek aan het warmen boven een vuur. Er is zoveel te zien dat je niet goed weet waar je kijken moet. Mijn docent kunstgeschiedenis noemde die manier van weergeven maniërisme. Dat zou kunnen kloppen, het retabel dateert van rond 1600. Ik vind het mooi. Het illustreert het algehele gevoel als je in zo’n kerk rondloopt. Waar moet je in godsnaam kijken? Er zijn bij de glas-in-lood ramen en de koorstoelen ontzettend veel details te zien. Meer dan honderd koorstoelen! We kregen een boekje mee. Als je alles zou gaan bestuderen dan had je daar een dagtaak aan. Dat deed ik toen ik er onlangs was dan ook niet. Ik bekeek enkele details, maar: vooral probeerde ik de kerk “te voelen”. Hoe voelt de ruimte. Kan ik de tijdgeest van de makers voelen? Hoe was het daar in de tijd dat de koorbanken bezet waren door de kanunniken? Elke kanunik, in zijn pij, met zijn eigen misericorde onder zijn zitvlak.

misericorde De kerk was voor hun alleen. Zelfs als er mensen in het schip stonden: zij zagen de hoge heren niet. Het moet een zeer rijk kapittel geweest zijn. Logisch, het was een aartsbisdom. En Auch was de graanschuur van Zuid-Europa. De kerk staat er nog steeds. Nu als parochiekerk. En als toeristische trekpleister. Wij waren vrijwel de enige bezoekers. We zweefden als het ware van hot naar her in deze maniëristische omgeving. Maar het was er  rustig. En veilig. Buiten stond Artagnan op wacht.

artagnan-auch

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 5 reacties

Auch en Maastricht

Waar ga je naar toe?’
‘Naar de Gers in Zuid-Frankrijk.’
‘De Gers, waar ligt dat?’
‘Een heel eind ten westen van Toulouse. De hoofdstad van de Gers is Auch
.’

Veel mensen blijven je dan nog steeds wazig aankijken. Toulouse zegt ze al niet veel, Auch al helemaal niet.

Tja. Hollanders gaan naar Parijs, naar de Dordogne, naar de Franse Alpen, naar de Provence. Of wat dichterbij, naar de Vogezen. De rest van Frankrijk is vaak onbekend. Gelukkig maar, want de Gers is een schitterend gebied dat nog niet verpest is door toerisme.

auchAls je naar de geschiedenis van de stad Auch kijkt dan zijn er opvallende parallellen aan te wijzen met  de Nederlandse stad Maastricht. Maastricht ken ik goed, ik heb er jaren gewoond. Vooral zijn er parallellen in de historische ontwikkeling van beide steden. Auch is nu de hoofdstad van een departement met de grootte van twee keer Limburg. Het heeft 22000 inwoners. Maastricht is de hoofdstad van Limburg, maar Maastricht heeft 122000 inwoners, vijf keer zo veel als Auch. Dat is het verschil tussen een dichtbevolkt land als Nederland en een relatief dunbevolkt land als Frankrijk.

Wat zijn de geschiedkundige parallellen?
Beide steden zijn stad geworden in de Romeinse tijd, Maastricht werd een bisdom rond 400 net als Auch, maar Auch werd in de negende eeuw zelfs een aartsbisdom, over een uitgestrekt gebied. Maastricht was inmiddels bisdom af, het bisdom was verplaatst naar Luik.
Een andere parallel is de belangrijke invloed van wereldlijke heersers. In Maastricht waren dat met name de Brabanders en later de Hollanders, in Auch waren het de graven van Armagnac en later de Franse koningen Maar tegelijkertijd waren er ook geestelijke heersers die er iets te vertellen hadden. Maastricht was tweeherig. De tweede heer was de bisschop van Luik. In Auch had de aartsbisschop veel in de melk te brokkelen.
In de Franse tijd werden in beide steden de kloosters gesloten en veel gebouwen werden in bezit genomen door de wereldlijke overheid, ze kregen een nieuwe functie. In de negentiende eeuw werd de godsdienst in beide steden weer getolereerd en kreeg zelfs een opleving.

Nog enkele parallellen, of juist verschillen. Maastricht is een stad die rijk is geworden door handel in linnen, en later was de stad belangrijk als garnizoensstad. Het was altijd al een stad met een belangrijke strategische functie. Auch is lang koopmansstad geweest doordat er de belangrijkste graanmarkt van Zuid-Frankrijk was gevestigd.
Door Maastricht stroomt de Maas, door Auch de Gers, waar het departement zijn naam aan dankt. Beide rivieren overstromen geregeld met vervelende gevolgen voor de stadsdelen die dicht bij het water gelegen zijn. Auch heeft een bovenstad en een onderstad. De onderstad ligt aan de andere kant van de Gers. De bovenstad bevat het historische deel met op de top een machtige, laatgotische kathedraal. De kathedraal is het centrum, zoals in Maastricht het vrijthof met de Servaasbasiliek het centrum is. Aan de andere kant van de Maas ligt het stadscentrum Wijck. Maastrichtenaren van de westkant noemen de bewoners van Wijck “boeren”. Ook de onderstad van Auch is “minderwaardig”.

Nog een “overeenkomst”: in beide steden staat een standbeeld van “Artagnan” een van de drie musketiers van Lodewijk XIV. Artagnan is in 1615 in de buurt van Auch geboren. In 1673 is hij bij de belegering van Maastricht door Lodewijk XIV gesneuveld. (Ook in het kasteel van Bazoches kun je het een en ander over deze Artagnan te weten komen.)

artagnan1en2

hierboven Artagnan in het stadspark van Maastricht en op de monumentale trappen van Auch

Hoe klinkt het Maastrichts? Zangerig, zelfs binnen al de Limburgse tongvallen haal je het Maastrichtse dialect er onmiddellijk uit. En hoe klinkt het dialect van Auch? Het is een van de vele dialecten van de Romaanse taal, waarin Keltische, Iberische, Griekse en Latijnse wortels te herkennen zijn. Het is zeer expressief en zeer energiek. Maastrichtenaren “zingen” hun taal. De inwoners van Auch doen iets dergelijks.

Een historisch overzicht

In de Romeinse tijd was Auch een van de belangrijkste stedelijke centra van “Aquitaine”, gelegen op het kruispunt van twee Romeinse wegen, de weg van Lyon naar Agen en de weg van Toulouse naar Bazas. Dat Romeinse centrum lag in het huidige lagere gedeelte van Auch en was niet omheind. Na de plundering van de op dat moment belangrijkste stad van de provincie, Eauze (Augusta Auscorum), werd Auch de belangrijkste stad van de provincie en tevens het administratieve centrum. Ten tijde van de volksverhuizingen werd deze onversterkte Romeinse stad geplunderd en vervolgens verlaten door haar inwoners, die daarna terug keerden naar het al eerder bewoonde hogere deel ”Eliumberrum” dat makkelijker te verdedigen was. Dit werd de nieuwe stedelijke kern en het werd later omheind door muren. Ook nu zien we weer veel overeenkomsten met Maastricht. Maastricht was ook voor de Romeinen aantrekkelijk, doordat de stad gelegen was aan een belangrijke weg van noord naar zuid maar vooral ook de plek was waar je de Maas kon oversteken en waar de belangrijke Oost-West verbinding Keulen-Tongeren doorheen liep.

Bij de komst van het christendom , werd Auch al snel een bisdom en in 879 werd het zelfs een aartsbisdom.In de tiende en elfde eeuw was Auch de hoofdstad van het graafschap Armagnac. Diverse keren raakten deze graven met naburige heersers slaags en de stad werd dan ook meerdere malen ingenomen of weer terug veroverd. Dit gebeurde met Maastricht ook.

wapen-auchVerder waren er regelmatig ruzies tussen de kerkelijke autoriteiten en de wereldlijke heersers. Het wapen van de stad getuigt zelfs vandaag nog steeds van de strijd tussen de rode rechtopstaande leeuw (symbool van Armagnac) en het lam (het symbool van de aartsbisschoppen). Dit alles doet me sterk aan de tweeherigheid van Maastricht denken… In 1301 werd er in Auch een document opgesteld om de rechten van de mensen plechtig te bevestigen door Bernard VI, graaf van Armagnac, en de aartsbisschop Amanieu II. Dit moest ook zorgen dat de wereldlijke en geestelijke autoriteiten niet voortdurend in conflict kwamen. Deze overeenkomst bleef geldig tot de Franse revolutie van 1789. In Maastricht werd “de alde caerte” in 1287 getekend, waarbij een aantal rechten van de Luikse bisschop en de Brabantse hertog werden vastgelegd. Het belangrijke document werd bewaard in een van de torens van de OLV basiliek en bleef geldig tot de Fransen de macht overnamen in 1794. Toch werkte een en ander niet altijd. In 1379 was er bijv. in Auch een geschil over de graanmolen van de bisschop die daar de zeggenschap over wilde blijven houden. Dat hadden ze in Maastricht beter geregeld. Er was gewoon zowel een “hertogmolen” als een “bisschopsmolen”. De bisschop verkocht na een tijd de rechten aan een bakkersgilde. De molen bestaat en functioneert overigens nog steeds, maar nu als particuliere molen..

Na de slag van Lectoure in 1473 moesten de graven van Armagnac het gebied en de leiding ervan overdragen aan de Franse koning Lodewijk XI. Zoals het Brabantse Maastricht in de vijftiende eeuw onderdeel werd van Bourgondië, daarna  van Spanje en vanaf 1627 van de Staatse Republiek. De Luikse bisschop bleef steeds medeheer.

In de zestiende eeuw vestigden de Jezuïten zich in zowel Auch als Maastricht. Hun scholen waren lange tijd de belangrijkste onderwijs-instituten. In Maastricht werd er dan wel nog geconcurreerd met de school van de Dominicanen. Na de Franse revolutie bleef het gebouw van de Dominicanen bestaan als middelbare school, tot laat in de twintigste eeuw. (Waar nu het overdekte winkelcentrum is naast boekhandel Dominicanen.) In Auch is de voormalige school van de Jezuïten uit 1545 nog steeds in gebruik als middelbare school, het “collège”, waar overigens ook twee neefjes en een nichtje van me op hebben gezeten.

De achttiende eeuw is de gouden eeuw voor Auch. Ten tijde van Lodewijk XV werden prachtige gebouwen gerealiseerd, zoals het stadhuis. Dit gebouw bevat een Italiaans theater dat nog steeds in gebruik is. Tussen 1750 en 1770 werd er een nieuw bisschoppelijk paleis gebouwd naast de kathedraal. Het paleis doet nu dienst als prefectuur. In de negentiende eeuw kwam er een treinstation naar Toulouse en werd er een gasfabriek gebouwd. Maastricht was een van de eerste steden van Nederland waar in de negentiende eeuw de industrie opbloeide. Ook was er snel een Oost-west treinverbinding met Aken en Hasselt. Niet naar het noorden, zoals ook Auch alleen naar het oosten keek. In 1854 werd besloten om in Auch een trap te bouwen om de twee delen van de stad te verbinden. De bouw begon in 1860 en werd in 1863 voltooid. De monumentale trap werd gebouwd met materialen uit de sloop van de oude gevangenis en rechtbank, verzakte maar is inmiddels weer grotendeels gerestaureerd. In Maastricht werd begin twintigste eeuw een tweede brug gebouwd, om ook Wijck beter te ontsluiten.

Natuurlijk zijn veel elementen van de geschiedkundige parallellen ook geldig voor andere steden. Maar zoveel? Ik zou niet weten met welke andere stad ik Auch beter zou kunnen vergelijken als met Maastricht. Het is een mooie provinciestad. Er schijnen veel kunstenaars te wonen. In juni en juli is er een klassiek muziekfestival. En natuurlijk is er de kathedraal, helemaal op de hoogste top. Met trots overziet hij de omgeving en de er naast gelegen toren van Armagnac.panorama-auchIn Maastricht kun je op het Vrijthof de Sint Jan beklimmen. Je ziet dan wat de ernaast gelegen Servaas-kerk ook ziet: Maastricht en het prachtige Zuid-Limburgse land.

uitzicht-stjan

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Hermann von Reichenau

Het is denk ik alweer zo’n vijftien jaar geleden dat ik Sankt Gallen bezocht. Ik herinner me de fraaie middeleeuwse bibliotheek met muziekhandschriften. Het klooster van Sankt Gallen is ontstaan vanuit het nog oudere klooster van Reichenau. Dat wil ik van de zomer bezoeken om ook daar de prachtige documenten, die tot Unesco werelderfgoed zijn bestempeld, te bekijken. Ook staan er drie Romaanse en pre-romaanse kerken in Reichenau. De Sankt Georg heeft nog de originele wandschilderingen uit de tiende eeuw. Het schijnt dat ook de St. Servaaskerk van Maastricht in de twaalfde eeuw beroemd was om zijn wandschilderingen, de hele kerk was er mee vol geschilderd. Misschien dat die van de Sankt Georgskirche van Reichenau er een idee van kunnen geven.

georgskirche reichenau

Een van de meest beroemde geleerden van de elfde eeuw was Hermann von Reichenau. Hij wordt ook wel het wonder van de eeuw genoemd. Waar een eeuw later Hildegard von Bingen muziek, poëzie, godsdienst en wetenschap wist te combineren tot een uniek geheel, was het in die tijd Hermann von Reichenau. Zijn ouders waren Graaf Wolverad II von Altshausen-Veringen en Hiltrud. Het was een adellijke familie uit Oberschwaben, een gebied ten noorden van de Bodensee. Het meer heeft een westelijke arm, ten westen van de stad Konstanz, en in die arm ligt het eiland Reichenau. Dit eiland, ongeveer 5 km lang en 1,5 km breed, was lang beroemd. Het Benedictijner klooster uit 724 speelde een belangrijke rol in de wetenschap doordat er talloze manuscripten werden gekopieerd.

Hermann von Reichenau wordt ook wel ‘Hermann Der Lahme’ of ‘Hermannus Contractus’ genoemd. Hij had slechts beperkte bewegingsmogelijkheid en ook beperkte vermogens om te spreken. Hij had een speciale stoel en hij moest worden rondgedragen. Met behulp van de biografie, geschreven door zijn leerling Berthold hebben geleerden trachten te achterhalen wat de oorzaak van zijn kwaal kan zijn geweest. Een spierziekte wordt mogelijk geacht, maar “amyotrofe laterale sclerose of spinale musculaire atrofie” lijkt de meest overtuigende diagnose.

Hermann ging als oblaat (hij werd “weggegeven”) naar de kloosterschool in Reichenau op 13 september 1020. Hij studeerde daar onder abt Berno (ca. 978-1048). Het klooster had een mooie bibliotheek en een goed geoutilleerde werkplaats. Hermann werd tot monnik gewijd in 1043. Na de dood van abt Berno op 7 juni 1048 werd hij diens opvolger. Ondanks zijn handicap was hij een sleutelfiguur in de overdracht van de wiskunde, astronomie en wetenschappelijke instrumenten uit Arabische bronnen in Midden-Europa. Hij publiceerde in het Latijn veel wetenschappelijk werk, dat tot die tijd alleen in het Arabisch beschikbaar was. Gerbert van Aurillac, die tien jaar overleed voor Hermann werd geboren, had veel uit Arabische bronnen in Spanje geleerd en had een aantal door hem uit het Arabisch naar het Latijn vertaalde boeken naar het klooster van Reichenau gebracht. Of ook Hermann Arabisch kon lezen is onzeker.

Hermann introduceerde drie belangrijke instrumenten in Midden-Europa, waarvan de kennis dus kwam uit Arabisch Spanje. Hij introduceerde met name het astrolabium. Dat is een draagbare zonnewijzer met een kwadrant en een wijzer. Over de draagbare zonnewijzer lezen we bij Thorndyke

Een draagbare zonnewijzer bestaat uit een rechte cilinder met een conische top met aan het uiteinde een knop waaraan kan worden gedraaid. We zien een verticale schaal rechts van de cilinder en schuin gebogen lijnen over het oppervlak van de cilinder die de schaduwwerking van de zon laten zien. Blijkbaar werden deze instrumenten gebruikt om de breedte te bepalen en om het uur en de hoogte van de zon te vinden, of althans zijn ze ingericht om het uur vast te stellen op verschillende plaatsen en breedtegraden waar een reiziger kan zijn.

hermann wiskundige

De omschrijving van de astrolabe die Hermann geeft, is voor een instrument dat is ontworpen om te worden gebruikt bij een breedte van achtenveertig graden, dat is de breedtegraad van Reichenau. Hermann schreef onder andere “De Mensura Astrolabii” en “De Utilitatibus Astrolabii”. Deze werken bevatten ook sterrenkaarten (opnieuw met de gegevens die correct zijn voor de breedtegraad van Reichenau) en een berekening van de diameter van de aarde.

Bijdragen van Hermann aan de wiskunde zijn onder andere de verhandeling “Qualiter multiplicationes Fiant in abbaco”: omgaan met vermenigvuldigen en delen. Dit boek rekent nog met Romeinse cijfers. De kathedrale bibliotheek in Durham beschikt over een begin twaalfde-eeuwse manuscript van Engelse herkomst, feitelijk een afschrift van bovengenoemd werk van Hermann von Reichenau. Een sterk verwante set van tabellen is te vinden in een Engels manuscript van rond het jaar 1111 in de bibliotheek van St John’s College, Oxford. Zowel de St John’s en de Durham tabellen maken gebruik van de Romeinse notatie en rekensymbolen. Zij zijn handig in gebruik. Dit is vooral het geval bij de Durham grafiek, waarin de vermenigvuldigers en delers afsteken in rood en groen, terwijl de optellers en aftrekkers kleiner en in het zwart afgebeeld worden. Deze grafiek bevindt zich binnen dubbele groene en rode lijnen, het geheel weer in een groteske tekening van een leeuwenkop. Ook ontwierp Hermann een spelletje, waarbij de spelers gebruik moesten maken van de getaltheorie van Pythagoras/Boethius. Het spel werd gespeeld met cijfers op een bord; het afpakken van stukken van de tegenstander was afhankelijk van de bepaling van rekenkundige verhoudingen en geometrische progressies. Het schijnt behoorlijk populair te zijn geweest. Ook hield hij zich bezig met het probleem van de lengte van de maand. Het was bekend dat de maan en de zon na een cyclus van 19 jaar weer op een zelfde punt in de dierenriem staan. 19 jaren bevatten 6939,75 dagen en 235 maanmaanden. Om de maankalender te laten werken moet een maand 6939,75 / 235 = 29,530851 dagen bevatten. Hermann kende nog niet de decimale notatie. Hij had tijdseenheden die de dag in 24 uur, een uur in 40 momenten, en een moment in 564 atomen verdeelde. Zijn berekening van de gemiddelde lengte van de maanmaand noteerde hij als: 29 dagen 12 uur 29 momenten en 348 atomen. Het blijkt exact de goede berekening te zijn. Op basis hiervan werd in 1042 een nieuwe maankalender gemaakt.

Hermann schreef ook over muziek, wat feitelijk een onderdeel van de wiskunde was in die tijd. Zijn werk is bestudeerd door verschillende auteurs, en in het bijzonder verwijzen we naar het fascinerende artikhermann muzikantel van Richard Crocker.  Crocker begint dit artikel met een citaat uit  het werk “Opuscula musica” van Hermann. Hermann had muziektheorie geleerd van zijn leraar Berno die alle Gregoriaanse muziek in acht modi had geplaatst. Berno was waarschijnlijk de belangrijkste muziek expert in zijn tijd. Hermann gaf handvaten om de acht modi in een melodie te kunnen herkennen. Hierbij maakte hij gebruik van de finale (slottoon) maar ook van tetrachord en hexachord (kwart en sext) in de melodie.

Tot slot moeten de belangrijke bijdragen van Hermann aan de kennis van de geschiedenis worden vermeld. Hij schreef “Chronicon ad anno 1054” waarvan het oorspronkelijke handschrift verloren is gegaan, maar het origineel heeft het lang genoeg overleefd om te worden gedrukt door J. Sichard in Basel in 1529. Tal van latere edities zijn verschenen van dit belangrijke historische werk dat unieke informatie bevat over Heinrich III (1017 -1056) die  hertog van Beieren (1027-1041), hertog van Schwaben (1038-1045), Duitse koning (1039-1056) en Rooms-Duitse keizer (1046-1056) is geweest.

(Bovenstaande informatie is een vertaling en een inkorting van een artikel van J J O’Connor en E F Robertson)

En dan nu zijn gedichten en bijbehorende muziek. Waarschijnlijk is hij degeen die de beroemde teksten “Salve Regina” en “Alma redemptoris mater”partituur heeft gedicht, en hij is dan ook de eerste die ze van een melodie heeft voorzien. Waarschijnlijk is ook het “Veni creator spiritus” van zijn hand. Er lijkt weinig twijfel dat, zelfs indien deze werken later zijn gewijzigd, ze gebaseerd zijn op liederen geschreven door Hermann von Reichenau.

Afgelopen vrijdag hoorde ik muziek van Hermann von Reichenau afgewisseld met muziek van Hildegard von Bingen in de keizerzaal van de St. Servaas. Uitvoerenden waren leden van het ensemble ‘Ordo Virtutum’. De naam is afgeleid van een van de werken van Hildegard von Bingen. Wat een unieke combinatie! De keizerzaal van de Servaas en muziek uit die tijd. Een kerk die gebouwd werd in het jaar 1000 en gewijd werd in de tijd van Hermann von Reichenau. En die uitgebreid en versierd werd in de tijd van Hildegard von Bingen. Heerlijk om daar bij te mogen zijn. De muziek is prachtig. De gezangen van Hermann behoren bij officies van drie heiligen uit de streek van Reichenau. Wolfgang was een tijdgenoot van hem, ook kloosterleerling, later bisschop van Regensburg en al in 1052 door paus Leo IX heilig verklaard. Kort voor de heiligverklaring was deze paus in Reichenau. De andere heilige is Afra, een vroegchristelijke martelares van rond het jaar 300 uit Augsburg, in 1064 heilig verklaard. Tot slot de H. Magnus, stichter van het klooster in Füssen. Bij de gezangen volg je fragmenten van de levensbeschrijving van de betreffende heilige, afgewisseld met antifonen als Salve Regina. Van alle drie de heiligen hoorden we bij het concert enkele fragmenten van het officie geschreven door Hermann von Reichenau.

ordo-virtutum1Het gezelschap ‘Ordo virtutum’ bestaat al sinds 1989. We zaten er boven op en konden alles tot in de perfectie zien en horen. De oprichter en leider Stefan Johannes Morent (op foto hier onder) las de muziek subtiel vanaf zijn tablet maar zong meestal uit het hoofd. Ook speelde hij soms fluit of draailier. Verder werden sommige gezangen begeleid door Susanne Ansorg. Zeer subtiel en muzikaal op haar vedel. Maar vooral ook: wat een prachtige mannenstemmen en mooie samenzang van de vier heren, die soms solo en soms samen musiceerden! Hildegard von Bingen, gezongen door mannen, waarom niet! De muziek is meestal veel virtuozer dan de bekende Gregoriaanse gezangen. Soms eindigde een gezang meerstemmig met grondtoon, kwint + octaaf, wat een mooi effect was. Ook hoorde je bij een enkel lied een voortdurende bourdon op de draailier. Allemaal al aankondigingen van de latere meerstemmigheid.

ordo-virtutum2

We kochten twee CD’s van Ordo Virtutum. Van een van deze CD’s, gewijd aan de officies van de vitae van de eerder genoemde drie heiligen op muziek van Hermann von Reichenau, is een trailer te zien op youtube

Van een van de gezangen op deze CD is ook een complete opname beschikbaar op youtube. Ik zet de tekst met mijn vertaling er bij. Het gaat over het leven van de H. Magnus. Je hoort het Antifoon en het Benedictus bestemd voor de lauden. Luister vooral naar het prachtige solo gezongen Antifoon met de mooie, subtiele maar  virtuoze versieringen.

Post transactam trium et Septuaginta annorum curricula beatus Magnus meritis etate et sanctitate plenus ex huius incolatu vite mortalis Christo vocante ad eterna transivit gaudia patrie celestis.

Alleluia alleluia.

BENEDICTUS Dominus Deus Israel quia visitavit et fecit redemptionem plebis suae et erexit cornu salutis nobis in domo David pueri sui. Sicut locutus est per os sanctorum, qui a saeculo sunt, prophetarum eius. Salutem ex inimicis nostris, et de manu omnium qui oderunt nos. Ad faciendam misericordiam cum patribus nostris et memorari testamenti sui sancti. lusiurandum, quod iuravit ad Abraham patrem nostrum, daturum se nobis. Ut sine timore, de manu inimicorum nostrorum liberati serviamus illi In sanctitate et iustitia coram ipso omnibus diebus nostris.

Et tu puer propheta Altissimi vocaberis praeibis enim ante faciem Domini parare vias eius. Ad dandam scientiam salutis plebi eius in remissionem peccatorum eorum. Per viscera misericordiae Dei nostri in quibus visitabit nos oriens ex alto. Illuminare his qui in tenebris et in umbra mortis sedent ad dirigendos pedes nostros in viam pacis

Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto

Sicut erat in principio et nunc et semper et in secula seculorum. Amen.

Nadat 73 jaren van zijn leven waren voltooid, werd de heilige Magnus op eerbiedwaardige leeftijd en gevuld met de heiligheid van Christus uit dit huis van sterfelijk leven naar de eeuwige vreugde van het hemelse vaderland geroepen.

Alleluia, alleluia.

Gezegend zij de Heer, de God van lsraël! want Hij heeft zijn volk verlost en heeft een hoorn der zaligheid opgericht in het huis van zijn knecht David, zoals hij eertijds beloofd heeft bij monde van de profeet: dat hij ons zou verlossen van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten, en barmhartigheid toonde aan onze voorvaderen ter gedachtenis aan zijn heilige verbond en aan de eed die hij aan vader Abraham had gezworen, om ons te geven, dat wij, verlost uit de handen van onze vijand, hem zouden dienen zonder vrees, ons leven lang in heiligheid en gerechtigheid, zoals hem welgevallig is.

En jij, kind, zal genoemd worden een profeet van de allerhoogste. Jij zult voor de heer verschijnen om zijn weg te bereiden en kennis te geven van het heil aan het volk, dit ter vergeving van de zonden. Door de hartelijke barmhartigheid van onze god, door wie ons het verheffen tot de hoogte mogelijk is , opdat hij verschijne aan diegenen die daar zitten in de duisternis en de schaduw van de dood, en richt onze voeten op de weg van vrede.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en voor altijd en eeuwig. Amen.

In een historische kroniek, beschrijft Hermann de dood van zijn eigen moeder Hiltrud in 1052. Hij schreef een inscriptie voor het graf in Altshausen waarin hij zijn diepe liefde en toewijding aan haar laat zien. Zijn wens was om begraven te worden naast zijn moeder. Slechts twee jaar later overleed ook hij en werd zijn laatste wens gehonoreerd. Hij is heilig verklaard, maar het is slechts een plaatselijke heilige gebleven die niet universeel wordt erkend. In de “Schlosskirche St. Michael” in Altshausen wordt een relikwie bewaard, en zien we hem op een afbeelding van het zij-altaar

hermann-altshausen

 

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis, kunst, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , | 8 reacties

1785

Overal in Europa gist het. Twee jaar eerder heeft Amerika zich onafhankelijk van Engeland gevochten. Frederik de Grote van Pruisen sluit een vorstenverbond met Saksen en Hannover. Ze willen de macht van Jozef II indammen. Deze wil bijv. Beieren inlijven, in ruil voor de Zuidelijke Nederlanden. Ook op een andere manier laat Jozef II zien dat er met hem niet te spotten valt. De kroon van Hongarije wordt naar Wenen verplaatst wat veel kwaad bloed zet. En ook: het grootste deel van de kloosters in de landen die horen bij het Habsburgse rijk wordt op diens last opgeheven. Maar ook: de krim wordt aan Rusland verkocht voor een jaargeld door de laatste leider van dat land. En in Frankrijk is Marie Antoinette het middelpunt van een rel over haar buitensporige privé-uitgaven. In Nederland wordt stadhouder Willem V het gezag van het garnizoen van den Haag ontzegd door de Staten van Holland waarna hij naar Nijmegen vlucht. Ga zo maar door, en het ergste moet nog komen. Vier jaar later begint de Franse revolutie. Europa en de wereld worden nooit meer wat ze geweest zijn.

Aan een schrijftafel in de Singerstrasse in Wenen schrijft intussen met rode koontjes Wolfgang Amadeus Mozart  achter elkaar maar liefst zes strijkkwartetten. Ze worden in januari uitgevoerd in aanwezigheid van Joseph Haydn. Een maand later worden ze nog een keer gespeeld, nu is ook vader Leopold erbij. Haydn zegt tot hem: In alle eerlijkheid zeg ik u: uw zoon is de allerbeste componist die ik ken. Hij heeft niet alleen veel smaak maar hij bezit ook een buitengewoon compositorisch vakmanschap.
En Joseph Haydn, de gevierde meester aan het koninklijke hof, heeft niet te veel gezegd. Wat een briljante stukken zijn het, alle zes die kwartetten. Ook Mozart was gevoelig voor deze lof van papa Haydn en draagt ze vervolgens aan hem op. En dat vakmanschap: luister eens naar het laatste deel van het eerste van de zes kwartetten , KV 387. Het stuk is geschreven in de sonatevorm, waarbij enkele thema’s fugatisch uitgewerkt worden en ook nog eens gecombineerd worden tot dubbelfuga’s. Mozart draait er zijn hand niet voor om, en alles klinkt volkomen vanzelfsprekend, zo natuurlijk en zo briljant.

mozarthausGeniet ervan met gesloten ogen, probeer je het zaaltje vlakbij het Mozarthuis voor te stellen waar nog steeds kamermuziek wordt uitgevoerd, ik heb er twee keer eerder een concert bijgewoond. De stukken werden uitgevoerd in de Sala Terrena. Mozart zelf heeft er trouwens ook vier jaar eerder gewoond. Het gebouw van de Duitse ridderorde was toen net klaar, gebouwd in Venetiaanse renaissancestijl. Bisschop Coleredo sponsorde de concerten aldaar en was zelf een groot liefhebber van de muziek van Mozart. De perfecte locatie dus nog steeds. Met een glunderende papa Leopold (die een jaar later sterft) en een oprecht verbijsterde Haydn (‘hoe krijgt hij het voor elkaar…’).

Je kunt ook je ogen open houden en de partituur proberen te volgen. Ik heb er met wat kleurtjes analytische gegevens ingezet. Over de sonatevorm en de fugato’s. Niet alleen Europa barst uit zijn voegen. Ook de weergaloze muziek van Mozart spat al  zijn energie bruisend de wereld in.

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , | 1 reactie

Leisteen

Enkele jaren geleden kocht ik voor 25 euro een kromgetrokken stukje leisteen. Maar dan wel een stukje leisteen met certificaat! Het komt van het dak van een kerk. Het stukje steen heeft maar liefst 1000 jaar op hetzelfde dak gelegen. Bij de restauratie van de Onze Lieve Vrouwe basiliek van Maastricht is de oude dakbedekking van leisteen vervangen. Na 1000 jaar mocht dat wel een keer…. Je kon toen zo’n oud steentje kopen als bijdrage in de restauratie.

leisteen olv basiliek
Wat heeft dat stukje steen niet allemaal meegemaakt. Dat probeer ik me voor te stellen terwijl ik het af en toe uit het doosje haal en het door mijn handen laat glijden. De huidige kerk werd vanaf het jaar 1000 gebouwd op de plaats van een eerdere veel kleinere kerk. De huidige oostcrypte zou daar wel eens het restant van kunnen zijn. Waarschijnlijk is op dezelfde plaats zelfs al bebouwing geweest vanaf de Romeinse tijd. In die tijd was daar het centrum van het Romeinse ommuurde garnizoenskamp. Misschien stond er een tempel. Er zijn nooit opgravingen gedaan onder de huidige kerk. Wel vlak er naast, onder hotel Derlon. Daar zijn veel voorwerpen uit de Romeinse tijd aangetroffen. In de kelder kun je ze zien in een permanente tentoonstellingsruimte,  waar de gasten ook ontbijten. Je ziet er Romeinse beelden, resten van de bestrating, bouwfundamenten en meer. Het is vrijwel zeker dat dergelijke restanten ook onder de Onze Lieve Vrouwe basiliek te vinden zijn. De voorloper van de huidige basiliek was een kerk die eeuwenlang bisschopskerk is geweest, totdat Hubertus het bisdom van Maastricht naar Luik verplaatste rond 700. De Onze Lieve Vrouwe kerk bleef toen een soort dependance van Luik.
Rond het jaar 1000 begon men de huidige kerk te bouwen en in de twaalfde eeuw werd ze verder uitgebreid en werd de mooie absis gebouwd. Een rondgang van twee verdiepingen met zuilen, voorzien van kapitelen. Hierop zie je afbeeldingen van bijbelse taferelen, die allemaal nog bewaard zijn, door Cuypers eind negentiende eeuw gerestaureerd. Je kunt ze helaas alleen maar op afstand zien en dan ook alleen nog maar als de absis verlicht is. (Tijdens diensten, of als je zelf voor 50 cent enkele minuten de verlichting activeert). Ik heb de kapitelen een keer van dichtbij kunnen zien bij een rondleiding.

absis

kapiteelEr zijn binnen in de kerk nog enkele dingen die me steeds weer raken. Allereerst, gelijk links, nog in de Mérode kapel, zie je een stenen reliëf met de zogenaamde “eed op de relieken”. Deze afbeelding stamt uit de twaalfde eeuw. De kerk werd ook voor wereldlijke zaken gebruikt, de pachters van het kapittel kwamen jaarlijks langs om de balans op te laten maken. Voor ze over de opbrengst van de landgoederen met de deken van het kapittel overleg pleegden moesten ze een eed afleggen. Er was aan de oostkant van de kerk een kleine ruimte die daarvoor gebruikt werd die je van buitenaf kon bereiken. Dit reliëf is afkomstig uit die ruimte.

eed-op-relieken

Ga je vanuit de kapel met het beeldje van Maria Sterre der Zee de deur van de kerk binnen, dan zie je gelijk rechts een van de mooiste beeldhouwwerken van Christoffel die ik ken. Christoffel is een van de noodhelpers. Als je hem groet zul je die dag geen plotselinge dood hebben. Dat kun je dus voor elkaar krijgen door dagelijks ter kerke te gaan en Christoffel te groeten. Christoffel, of Christophorus (Christusdrager) is de heilige die bekeerd werd toen hij als reus een keer een last op zijn schouders voelde die zo zwaar was dat hij dat niet kon verklaren. Deze last voelde hij bij het overzetten van een kind over een rivier. Het bleek dat hij Christus op zijn schouder droeg en daarmee de last van de hele wereld. Dit werd gezien door een kluizenaar die het wonder gadesloeg vanuit zijn boomhut aan de rand van de rivier. We zien de reus met op zijn schouders Christus en de kluizenaar in de boomstam. De kunstenaar gebruikt hiervoor tegelijk de boomstam die Christoffel gebruikte om door de rivier te waden. Jan van Steffeswert is de beeldhouwer. Een voor mij zeer groot kunstenaar van rond 1500 die veel werken maakte voor een groot deel van het Maasland. In het Bonnefanten museum is meer van hem te bewonderen.
christoffel
Aan de buitenkant van de kerk valt het enorme westwerk op. Een imposante muur die lijkt op die van een vesting. Daarin zijn nog stenen verwerkt uit de Romeinse tijd. Het is het oudste deel van de kerk.. Dit westwerk komt uit op het Onze Lieve Vrouwe plein. Sommige mensen zeggen wel: het gezelligste plein van Nederland. Dat plein was vroeger veel kleiner. Vooral doordat in de veertiende eeuw een parochiekerk naast de kapittelkerk werd gebouwd, de Nicolaaskerk, die een groot deel van het huidige plein in beslag nam. Op een tekening van “van Gulpen” kun je de situatie zien hoe hij eeuwen geweest is. Ook op de maquette uit 1745 zie je hoe het plein er uit heeft gezien zo van 1342 tot 1838. Na de Franse tijd is deze kerk afgebroken en toen is de huidige situatie gerealiseerd.
olv-plein-vangulpen
olvplein 1745

OLV-plein
Mijn leisteen heeft tot voor kort al die veranderingen overleefd. Hij heeft meegemaakt hoe Bernardus van Clairvaux op het plein in de twaalfde eeuw preekte en opriep tot een kruistocht. Hij heeft meegemaakt hoe eeuwen lang processies werden gehouden en pelgrims de kostbare relieken kwamen aanschouwen. Hij heeft de beeldenstorm meegemaakt en de vele belegeringen en innames door vijandelijke troepen. Hij heeft moeten gedogen hoe Fransen de kanunniken verdreven en de kerk tot paardenstal degradeerden. En hoe vanaf 1837 de kerk in plaats van kapittelkerk parochiekerk werd van dat deel van de stad. Hoe de laatste jaren nog steeds veel pelgrims de kerk bezoeken, vooral vanwege het beeldje uit 1410 van de Sterre der Zee, dat er overigens pas sinds 1837 jaar wordt bewaard.

Nu zit de leisteen in een doosje bij mij thuis. Nieuwe leistenen, nog met een onbelast geheugen, bedekken de prachtige kerk. Wat zullen zij nog meemaken?

olv-westwerk

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 3 reacties

Aards Paradijs

Vandaag was ik in het aards paradijs. Adam en Eva waren verdreven maar de rest was er nog.

01

Al voor zeven uur wenkte de zon. Een prachtige bal boven het water zei: je mag vandaag. Het is paradijsdag.

Ik ging opgetogen op weg. Naar het aards paradijs! De toegang was vrij, ik kon gewoon naar binnen. Niemand lette op mij. Gulzig en gretig heb ik er rondgelopen, foto’s gemaakt en gefilmd. Ik zag dat ook het aards paradijs seizoenen kent. Het was er voorjaar met anemonen, verschillende soorten viooltjes, daslook, kikkervisjes, vlinders en hommels. De aalscholvers hebben de eerste fase er op zitten: ruzie maken om een nestplek. Het is een gezellige ruzie. Het is immers een paradijs. Nu komt de tweede fase: nestje bouwen, dan de derde: eitjes uitbroeden en dan de vierde: jonkies voeren. Topdrukte daar!

De boom van goed en kwaad heb ik niet kunnen vinden, Wel veel andere prachtige bomen. Ik zag wonderbomen die onder de grond door lijken te groeien en een eind verder weer boven de grond komen. De mooiste wonderboom was dood. Dat kan dus ook in het paradijs. Er is geen eeuwig leven. Eigenlijk ook wel weer een geruststelling.  Het aards paradijs wordt trouwens niet goed onderhouden. Waarom zou je ook, Adam en Eva zijn toch weg. Veel paadjes zijn bijna onbegaanbaar. Maar dat vind ik juist fijn.

Afblijven van dat aards paradijs, niets meer aan doen!

Foto’s paradijs

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , | 5 reacties

Het web van de kosmos, nu en in de tijd van Huygens

Een aantal bezittingen van Christiaan Huygens is weer teruggeplaatst in kasteel Hofwijck in Voorburg. Waaronder de originele “Cosmotheoros”.

Er wordt geboord naar resten 750 meter onder water van de gigantische meteorietinslag van 66 miljoen jaar geleden.

Huidcellen kunnen door middel van biochemische signaaltjes omgebouwd worden tot hersencellen.

Drie interessante artikelen in de bijlage “Sir Edmund” van de Volkskrant van 9 april. Een artikel van Martijn van Calmthout over Christiaan Huygens, een artikel van Govert Schilling over de grote meteorietinslag van 66 miljoen jaar geleden en een artikel van Steven Kushner over zich zelf omprogrammerende huidcellen. Stuk voor stuk fascinerend. Ook stof om over door te denken en ik zie opeens hoe er onverwachte raakvlakken zijn in deze artikelen.

Christiaan Huygens is bekend om de uitvinding van het slingeruurwerk. Maar hij maakte ook telescopen en microscopen en probeerde zo inzicht te krijgen in de essentie van veel dingen. Ook in zijn tijd moest hij nog steeds de visie van Copernicus verdedigen dat alle planeten inclusief de aarde om de zon draaien. Voor hem was de aarde niet belangrijker dan alle andere planeten. Om te komen tot een filosofische visie op al de natuurverschijnselen en het leven haalde hij er dingen bij die hij gezien had door zijn telescoop of microscoop, maar ook wat hij wist van dier en mens, en niet te vergeten van muziek. Ik citeer enkele regels uit zijn “Cosmotheoros”, postuum uitgegeven, origineel in het Latijn maar al snel in vele talen vertaald.

huygens boekHij heeft eerder betoogd dat het hem meer dan waarschijnlijk lijkt dat ook de planeten (dwaalstarren) leven bevatten, vergelijkbaar met dat op aarde. Met “ze” bedoelt hij de bewoners van de planeten. Ook zullen ze muziek maken, maar omdat ook op aarde op heel veel verschillende manieren muziek gemaakt wordt, zal het daar ook wel anders zijn. Verder geeft hij nog een kleine inleiding over het verschijnsel consonant en dissonant of over het vermijden van kwintparallellen. Over de komma van Pythagoras:zegt hij

Zulk een [Dwaalstar-borger] [109] zal misschien ook weten waarom in het stelsel van snaren die matiging de beste is, wanneer het vierde deel van Toonverdeeling [Comma] [of Toonsneê] in een Quint over al word uitgesneden: ’t welk wy onlangs ook aantoonden, dat zonder een gevoelig onderscheid uit de verdeeling van een achtste [Diaspon, gemeenlijk Oktaaf] in 31 gelijke deelen bykomt, en dat daar uit een zekere tot haar zelf wederkeerende Zangkring spruit [Cyclus quidam Harmonicus in se rediens]. Dit echter den Dwaalstarrelingen bekend zijnde, zoo moeten zy ook de Rekentalen verstaan.

Maar het gene ik van de Stem-toon [110] te matigen gezegt hebbe, is licht te bewijzen: en dat ga ik hier nog byvoegen, nademaal ik reeds al wat anders buiten mijne droomen hebbe ter markt gebragt. Ik zegge dan, indien iemand achter een zingt de klanken, van de Zangkundigen gemerkt met de letters C, F, D, G, C, by eenstemmige en gansch volkomen tussenvallen, beurtelings met zijn stem klimmende en dalende; dat nu deze laatste klank C een heele Toonsneê (zoo als men die noemt) lager zal wezen dan de voorste C, van waar hy had begonnen te zingen. Namentlijk om dat uit de volkomen rekeningen van die tussen vallen [Rationes], welke van 4 tot 3, 5 tot 6, 4 tot 3, en 2 tot 3 zijn, de rekening word gemaakt van 160 tot 162, dat is, van 80 tot 81, welke die van een Toonsneê is: zulks indien dat zelve gezang negenmaal herhaalt word, de stem byna een grooten Toon, welkers rekening is van 8 tot 9, noodzakelijk moet gedaald, en van de wijs af zijn. Dog ons gehoor lijd dat niet, [111] maar denkt om den Toon, waar mede begonnen is, en keert tot dezelve wederom. Derhalven worden we genoodzaakt een zekere verborgen matiging te gebruiken, en die tussenvallen onvolmaakt te zingen; ’t welk veel minder stoot. Dusdanig een matiging moet over al in ’t zingen plaats hebben; gelijk uit het opmaken der rekeningen, zoo als wy hier gedaan hebben, ligtelijk te vatten is. ’t Welk my, ten dienste der liefhebbers van die Konst, en zulke, die der Meetkunde niet onervaren zijn, gelust heeft te verklaren. Nu keere ik weder, van waar ik ben afgegaan.

Feitelijk geeft Huygens hier dus aan dat in de praktijk van het musiceren voortdurend wordt afgeweken van de zuiverheid (alles wordt “gematigd” gezongen), om te zorgen dat je gevoel voor centrum behouden blijft. De kern voor het denken in het gelijkzwevende systeem uit de tijd van Bach is hier al gelegd. Maar ook ziet hij in de ingebouwde matiging, aanpassing, als een natuurverschijnsel waardoor samenhang ontstaat. Zoals ook ik al in een eerder blog betoogde dat een van de grootste wonderen van de natuur is, het ervaren van het octaaf en het “vrijwel”gelijk zijn van 27  ≈ 3/212 . (7 octaven ≈ 12 kwinten, basis van de gelijkzwevende stemming en het gehele harmonische systeem)

Om de filosofische gedachten van de grote Huygens in zijn “Cosmotheoros” moeten we nu misschien smakelijk lachen. Huygens dacht dat er op alle planeten ook mensachtige wezens zouden zijn die huizen bouwden. Verder dacht Huygens dat “dwaalstarrelingen” waarschijnlijk ook planten en dieren gebruiken, maar wellicht zijn ze net als Pythagoras ook wel vegetariër:

Maar of zy dieren tot spijs gebruiken, dan of ze een leering als die van Pythagoras [Die men zegt dat, ter zake van zijn ingebeelde Zielverwisseling, het vlees eten verbood] volgen, kan ik niet verzekeren.

Zijn wij inmiddels veel verder dan Christiaan Huygens? In veel opzichten niet. We weten dan nu inmiddels vrij zeker dat er geen vergelijkbare levensvormen zijn in ons zonnestelsel op de “dwaalsterren”, maar wij kijken nu in plaats van naar planeten naar andere sterren in de melkweg. Ook nu weer lees je vaak dat het zeer waarschijnlijk is dat daar ook leven, dus ook intelligent leven moet zijn. Maar we denken nog steeds net als Huygens aan enigszins mensachtige wezens. Waarom in godsnaam?

In het artikel van Govert Schilling over het onderzoek naar de meteorietinslag van 66 miljoen jaar geleden wordt gezegd dat de mens er nooit zou zijn geweest als toen niet die meteorietinslag had plaats gevonden. Immers de overheersende levensvormen van toen (dinosaurussen) stierven uit, ten koste van een ondergeschoven soort, het zoogdier. Zoogdieren hebben tot de mens geleid. Een toevalstreffer. Zoals we ook zeker weten dat binnen nu en hooguit honderd miljoen jaar de aarde weer door een vergelijkbare meteoriet wordt getroffen, en: weg mens. Er zijn tijdens het bestaan van de aarde van meer dan vier miljard jaar al vele vergelijkbare verwoestende catastrofes geweest met telkens mogelijkheden voor totaal andere levensvormen. De mens van nu is er puur toevallig. Volgens mij is trouwens de mens niet anders dan een insect. Net zo intelligent. Wellicht zelfs minder intelligent…

huidcellenDe afbeelding in de Volkskrant (Foto van Mark van der Kroeg en Femke de Vrij) van de zich “omprogrammerende” huidcellen is erg fascinerend. ‘Het lijkt wel of je de ontploffing van een ster ziet’ staat er in de toelichting. Ook lijkt het op jaarringen in een boom. Het schijnt ook erg te lijken op de zogenaamde neurale buis, het brein in wording dat je na een paar maanden vindt in embryo’s. Microkosmos en macrokosmos, ook Huygens zag al de overeenkomsten. En hij legde net als ik een link met muzikale ervaringen. ‘Kijk maar naar de details’, lezen we in de Volkskrant bij de toelichting van de foto. ‘Die draden rondom. Dat zijn de axonen, de elektriciteit geleidende staarten van hersencellen. De draden zijn geordend als jaarringen in een boom, net als in de menselijke cortex. De slierten die van binnen naar buiten lijken te zwiepen zijn de radiale glia, speciale sleepkabels die de hersencellen naar de juiste plaats dirigeren. En die vage plek in het midden is de bron: de plek waar de cellen ontstaan’

De zon heeft een gigantisch hete kern, de motor van het leven van de zon. Er vinden voortdurend chemische reacties en verbrandingen plaats. Via de zonnevlammen en stralen wordt de energie de ruimte ingeslingerd en dat zorgt voor de basisenergie op bijv. de aarde. De aarde, de andere “dwaalstarren”, kometen, asteroiden enz. zitten aan het uiteinde van het web van de zon. Ze zijn er mee verbonden door “axonen”. Maar de planeten hebben onderling ook weer verbanden, als de neuronen in de hersenen. Een planetenstelsel zou je kunnen zien als een afspiegeling van een hersencel. Al die hersencellen staan weer met elkaar in verband als de zonnen met elkaar verbonden zijn in een melkwegselsel. Meerdere melkwegstelsels vormen een cluster. Een soort mens? Net als dat er in het binnenste van de mens meer leegte is dan atomen, zo is er in een melkwegcluster vooral veel leegte. Ben je ver genoeg af dan lijk je een eenheid te kunnen zien. Een levend wezen. Dat veel langer leeft dan de mens. Daarom zijn de bewegingen, en de handelingen van dat wezen ook veel trager. Daarom zien wij die niet. Daarom komt de gedachte niet eens in ons op dat dat wel net zo’n levend wezen zou kunnen zijn als dat we zelf zijn.

Wil je er iets van kunnen begrijpen? Kijk dan gewoon om je heen, kijk naar de natuur. Of neem een microscoop en kijk naar kleine universa. En besef door de meteorietinslag dat het er net zo goed allemaal heel anders had kunnen uitzien. Nog beter: luister naar muziek. Ga er in op en beleef de muziek ten volle. Lukt je dat, dan begrijp je de kern van het hele leven.

Geplaatst in Astronomie, filosofie, muziek | Tags: , , , , , , , , | 5 reacties

De Gregoriusmis

Steinfeld is een plaatsje in de Eifel, ten ZO van Aken en ten ZW van Bonn. Eind vijftiende eeuw bestelde de parochiekerk van Sint Andreas een schilderij waarop de Gregoriusmis werd afgebeeld: paus Gregorius staat aan het altaar waar Christus verschijnt als “Man van Smarten”, omringd door allerlei symbolen die aan zijn lijden herinneren. Dit gaat terug op de legende dat Gregorius eens tijdens het opdragen van de mis in de Santa Croce te Rome een visioen kreeg waarin Christus hem op genoemde wijze verscheen, toen hij twijfelde aan het symbolische wonder van het omzetten van wijn in bloed tijdens de Mis.
Het schilderij werd waarschijnlijk in een Keuls atelier vervaardigd. Halverwege de negentiende eeuw werd het verkocht en momenteel is het in het bezit van het Catharijneconvent van Utrecht.

gregoriusmis catharijneconvent

Waarom een Gregoriusmis in de parochiekerk van Steinfeld? Op de site van het Catharijneconvent staat als toelichting bij dit schilderij:

In een kerkinterieur knielt paus Gregorius de Grote voor een altaar. Hij draagt de Heilige Mis op, bijgestaan door twee diakens. Aan weerszijden van de diakens knielen twee kardinalen. Een van hen draagt de tiara, de andere de dubbele kruisstaf. Op en achter het altaar is het visioen van paus Gregorius weergegeven: Christus verschijnt hem als Man van Smarten terwijl hij zijn wonden toont en zijn bloed in de kelk giet. Achter Christus staat een sarcofaag. Op en om de sarcofaag zijn personages uit het passieverhaal en de lijdenswerktuigen (Arma Christi) afgebeeld. Christus wordt door de beulsknechten bespot en geslagen. Rechts op de voorgrond knielt de stichter, Reinier van Euskercken, abt van de premonstratenzer abdij te Steinfeld. Uit zijn mond komt de tekst: ‘ora pro fr(atr)e r(ei)n(er)o euskerche(n) q(ui) co(n)q(ui)s(iv)it de bo(n)is p(a)rochi(ali)b(us)’ (‘Bid voor broeder Reinier van Euskercken, die veel parochiegoederen aangebracht heeft’ (Bouvy 1965)). Direct boven zijn hoofd staat het jaartal 1486. Achter hem is de heilige Andreas, patroon van de parochiekerk van Steinfeld, afgebeeld. Geheel links staat de heilige Potentinus, herkenbaar aan zijn attributen, de pijlen en het Franse koningswapen. Uiterst rechts een bergachtig landschap met een kerktoren.

De premonstratenzers, ook wel Norbertijnen, bedienden vaak parochiekerken en werden daar “witte pastoors”genoemd, naar hun witte habijt. Ze vielen daarmee niet onder de bisschop. Zo was de afgebeelde opdrachtgever in Steinfeld waarschijnlijk ook de Norbertijner pastoor aldaar. Paus Gregorius de Grote was een van de vier grote kerkvaders. Hij is abt geweest van een door hem zelf gesticht klooster gewijd aan, jawel: Andreas! De link Gregorius en Andreas (de parochiekerk in Steinfeld) kan misschien op deze manier gelegd worden. Met tegenzin is Gregorius in 590 tot Paus benoemd en tot zijn dood in 604 bleef hij deze functie vervullen. Hij was zeer begaan met het lot van armen en slaven. Veel slaven kwamen uit het heidense Engeland. Hij zond een andere kerkvader, Augustinus, daarheen om de mensen te bekeren en de slavenhandel aldaar te beteugelen. Ook is hij bekend van het Gregoriaans, dat niet door hem werd “uitgevonden”, maar hij standaardiseerde de al bestaande gezangen en gebeden.

De Gregoriusmis komt op een zeer merkwaardige manier ook weer terug bij onze anonieme pastoor uit Beek, waar ik al eerder over schreef. Bij zijn kroniek schrijft hij voor het jaar 1501, dus slechts 15 jaar nadat het schilderij voor de Andreaskerk van Steinfeld werd gemaakt, het volgende:

1501
In het jaar 1501 kwam er een opvallende opwinding onder de mensen, in zeer veel plaatsen en steden. Op de kleren van mensen, vooral op linnen kleding, verschenen kruizen en ze waren er bijna niet meer vanaf te wassen. De mensen zagen het terwijl ze hun kleren aanhadden, maar ook waren de kruizen aanwezig op hun kleren die nog in de klerenkist lagen. Ook verscheen het op doeken en hoofddoeken of op dweilen. Hetzelfde gebeurde op jassen, tafellakens en beddengoed. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien op het feest van Sint Joris in Sittard, dat dat jaar op een vrijdag viel. Ook intelligente mensen waren hierdoor zeer van slag en bedroefd van hart en men wilde een processie in de stad houden. Ik zag dat er zeer vele kruizen verschenen waren op de kleren van de schoolkinderen. Sommige jongens huilden bitter en waren zeer bedroefd, maar anderen lachten en sloegen er geen acht op, maar er was zo wie zo groot ophef onder hen. De afbeeldingen van de kruizen waren niet overal hetzelfde, ze zagen er steeds anders uit, maar ook de kleur was steeds anders. Sommige kruizen waren bloedrood, andere bruinrood, sommige zwart, andere weer grauw. Op het ene kledingstuk zaten er een of twee, maar het liep op tot soms wel meer dan tien. De meeste afbeeldingen leken gemaakt met as in water.

vreemde kruizen
Ook onmiddellijk daarna zag men op het linnen of op de hoofddoeken van de vrouwen wonderlijke figuren van doornen kronen, geselpalen, gesels, speren, spijkers en al die dingen die men ook bij het Gregorius visioen pleegt te schilderen, naast ook weer kruizen als van vers rood bloed. Soms ook zag men in sommige doeken een regenboog bij de kruizen. Ook zag men bij sommige vrouwen veel oud bloed in hun hoofddoek, alsof dat bloed daarin gegoten was. Als zij dan deze doek afdeden en een schone namen kwam ook daar weer bloed in. Al dit soort wonderlijke dingen gebeurden in de omgeving van Aken en Maastricht. Ook intelligente mensen voelden zich bedrukt. Men begon met het lezen van noodmissen, men hield processies en mensen gingen op bedevaart. Men riep God aan om troost. Niemand wist wat dit te betekenen had en wat God er mee bedoelde.
Maar helaas: in deze tijden ging het erg slecht met de Christenen in Oost-Europa, met name in Polen. De heidenen veroverden veel gebieden en versloegen vele Christenen, die een pijnlijke martelaarsdood moesten sterven als ze zich niet bekeerden. Vele Christenen werden “Turk” en die waren nog de ergsten. Zij waren nog veel bozer, kwader en feller op de Christenen dan de heidenen. Ze verwijderden het kruisje op hun hals. De Christenen aldaar werden in de steek gelaten. Noch de paus, noch de keizer, noch de Roomse koning stond hun bij. Alleen de koning van Frankrijk kwam zonder verdere hulp van andere vorsten de Christenen helpen. Ook de koning van Spanje en Portugal beloofden bijstand en bewezen daarmee dat ze nog Christen waren.

In het jaarboek van de LGOG uit 1870 waar de hele kroniek staat met daarin dus ook dit fragment, staat als voetnoot nog een toelichting van de publicist van het artikel, Jos Habets (de latere voorzitter van de LGOG): “Men leze over dit zeldzame verschijnsel nog een opstel van een tijdgenoot, afgedrukt achter “het leven van de H. Swibertus door Marcellinus”, Keulen, Herman De Nussia, 1508. De titel van dat opstel luidt: “Materia de crucibus que in vestibus hominium apparuerunt anno 1501”. (“Over de kruizen in de kleren van de mensen verschenen in het jaar 1501”). De conclusie van de schrijver is dat “Gods straffende hand de Christenheid zwaar zal bezoeken, zo men deze openbare waarschuwing des hemels niet door openbare boetvaardigheid en door een welgemeende bekering zal ter harte nemen.” Ook is er een kroniek van “Joannis de Los” waarin het verschijnsel eveneens wordt beschreven op pagina 116. (“De crucibus quae hoc tempore apparuerunt”, “over de kruizen die in deze tijd verschijnen”, Antwerpen 1501.)

Het lijkt dus te gaan om een grootschalig fenomeen. Iets als graancirkels. Oorspronkelijk vond men die vooral in Engeland, daarna wereldwijd. In Nederland vooral in Brabant en Zuid-Limburg. Een natuurfenomeen? Wereldwijde grappenmakerij? Ufo’s? Het laatste woord schijnt daar nog steeds niet over gezegd te zijn.

De kruizen en andere tekens in 1501 hebben niet tot heiligverklaringen geleid en hebben ook geen bedevaartsoorden gecreëerd. Ook zijn er geen heksen om verbrand voor zover ik weet. De gedachte van de Gregoriusmis leefde in de harten van de mensen. Het was een boeiende tijd, zo vlak voor de reformatie. Vooral ook een tijd van twijfel en angst. Goed om je dit te realiseren als je naar het prachtige schilderij in het Catarijneconvent van Utrecht kijkt.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Muziek die mag galmen

Ben je wel eens in de Notre Dame van Parijs geweest? Met zijn enorme galm? Eind zeventiende eeuw was André Campra daar “Maître de Chapelle”. In die tijd schreef hij o.a. een polyfone mis, a capella. Opvallend is dat al de overige liturgische muziek van Campra met basso continuo en vaak ook met solisten en orkest geschreven is, zoals gebruikelijk in die tijd. Is deze mis misschien nog een studie-object geweest uit zijn opleidingstijd in Aix en Provence? opperde Wilko Brouwers. Dit bij een concert van het “Monteverdi Kamerkoor Utrecht” gisteren in de Lutherse kerk van Utrecht. Maar het is prachtige muziek. Voor mij toch echt wel barokmuziek, ook al is het geschreven op de ouderwetse a capella manier van de zestiende eeuw. Ik vraag me af hoe dit geklonken heeft in de Notre Dame. Echt polyfoon was het niet, vaak begonnen de passages met slechts twee stemmen in een homofone zetting. Daarna ontwikkelde de muziek zich dan tot een ook weer merendeels homofone zetting van drie of vier stemmen. Of soms hoorde je de afwisseling hoog- laag. Wel kwetsbaar en niet makkelijk om te zingen. Hier en daar een barokversierinkje. Ik denk dat het in Parijs ook goed geklonken kan hebben, net als in het mooie barokke Lutherse kerkje van Utrecht.

Wat biedt die kerk trouwens een heerlijke intieme ambiance, met veel mogelijkheden voor een koorconcert. De opstelling helemaal vooraan in de kerk, alle zangers in een lange rij,  bij het stuk “Four two” van Cage was een vondst. Het gaf een prachtig ruimtelijk effect. En wat een simpele partituur ontwierp deze avant-garde componist, met o zo spannend klinkende muziek. “Four”, de vier partijen van het koor, zongen lange tonen. Deze tonen begonnen per partij tegelijk en eindigden per partij ook weer tegelijk. Maar de sterkte varieerde. De zangers zongen elke toon op steeds andere klinkers en medeklinkers die samen het woord “Oregon” vormden. Door het kleine kamerkoor (gisteren waren er 17 zangers) kon je regelmatig de korische ademhaling horen, maar dat maakte de tonen alleen maar levendiger. De tijdsduur van het hele stuk was vastgelegd, maar binnen die tijd heeft de dirigent de mogelijkheid de lengte van de tonen per partij naar zijn gevoel, binnen zekere marges, zelf te regelen. Voor de zangers dus in spanning opletten op de handbewegingen van de dirigent en je uiterst concentreren op de mogelijke toon en klank van de volgende inzet. Het stuk werd nog niet perfect uitgevoerd, maar het was toch heel spannend om naar te luisteren en ook om naar te kijken.

Behalve muziek van Campra en Cage was er muziek van Ludo Claesen te horen. Ik had nog nooit iets van hem gehoord en ik ben nu gelijk fan van zijn muziek. Gezongen werden vier motetten, drie stukken a capella, een motet met een harp erbij. Harpist was het jonge muzikale talent Joost Willemsze, die bij een bepaalde passage ook “bongo” speelde op zijn harp. Oorspronkelijk is het stuk geschreven voor vibrafoon, bongo en koor a capella. De componist vond het goed dat de instrumentale partijen op harp werden uitgevoerd. Het absolute hoogtepunt van de avond was voor mij het motet “Gaudete”. Voortdurend contrasten, maar vooral ook stuwingen naar hemelse hoogtepunten. De galm van de kathedraal van Hasselt waar Ludo Claesen het kathedrale koor dirigeert zal het stuk nog hemelser maken. In de Lutherse kerk is er ook galm maar door de kleine ruimte blijft alles mooi doorzichtig. Het is een echt glorieus, blij en optimistisch stuk. Een spontaan applaus tussendoor leverde het op. Ook Cage mocht galmen. En bij de mis van Campra: denk in je fantasie de Notre dame van Parijs erbij. Proef en geniet met gesloten ogen van de majestueuse klanken van deze muziek.

Er zijn nog twee concerten met dit programma. Vanmiddag in Soest, over twee weken in Doesburg. Zelden gehoorde muziek op een verrassende manier bij elkaar gebracht. Een dagje Doesburg?  Doen.2016CCC-poster

 

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Johan, Johannes en Johannes

johannieters1300-detailArnon Grünberg schreef dinsdagochtend in de volkskrant een erg leuk stukje over Johanisten. Het was me recht uit het hart gegrepen. Daarover zo dadelijk meer. Maar zoals gewoonlijk krijg ik dan allerlei associaties. Ik dacht aan de orde van Johannieters. Een ridderorde, opgericht nog voor de eerste kruistocht in 1023 in Jeruzalem, die tot doel had pelgrims te beschermen die naar het H. Land reisden. Johannes de Doper was de schutspatroon. De kruisvaarders die rond 1100 met Godfried van Bouillon meekwamen schonken de orde veel geld en goederen. Toen de orde van de tempeliers werd opgeheven vervielen al hun bezittingen ook aan de Johannieters. Rond 1300 was het een orde met bezittingen en vestigingen van ridders door heel Europa. Ongelooflijk rijk en machtig. Op bovenstaand kaartje zie je waar de vestigingen in onze streken waren.

Nu meer over de Johanisten

gruenberg
Zo ging het dus lang goed met de Johannieters. Zou het zo ook kunnen gaan met de orde van Johanisten die Grünberg wil oprichten? De navolgers van de messias Johan?

Dan hebben we nog een derde Johannes. Johannes de Evangelist. Die niet alleen het spannende einde der tijden weet te beschrijven in de bijbel maar ook het lijdensverhaal. Dus concurrent is van zijn oudere vriend Matthaeüs. Bach vond ze allebei inspirerend. Paul Witteman vertelde in een interview dat hij niet gelovig en niet religieus was, ondanks zijn gedegen katholieke opvoeding en zijn verleden als koorknaap in de kerk. Daar had hij kennis gemaakt met Gregoriaans en met Bach. Bach was voor hem altijd een sterke inspiratiebron gebleven. De passiemuziek van Bach’s Matthaeüs en Johannes vormden daarbij een hoogtepunt. Gregoriaans zou hij voor eeuwig uit zijn brein willen bannen. Vreselijk vond hij het.

Veel dingen dus die op een dag lezen en TV kijken samen kwamen en mij tot denken stemden. Het gekrakeel over de mogelijke naamsverandering van de Amsterdam Arena viel bij mij in dezelfde ergernishoek als het kamerdebat over Brussel. Geen aandacht waard, behalve dan misschien op de ludieke manier van Grünberg. De ontboezemingen van Witteman daarentegen zetten me wel aan het denken. Hoe kan iemand een passie voor Bach hebben die bijna religieus aandoet en daarnaast Gregoriaans verafschuwen? Paul Witteman zal net als Marc Boddé vooral kicken op de akkoorden van Bach. En misschien op zijn magistrale instrumentatie. Dingen die Gregoriaanse muziek niet kent. Gregoriaanse muziek is ademing. Inademen en uitademen, vertragen en versnellen, omhoog en omlaag gaan, versieren, inhouden en stilstaan. En dat op een ongelooflijk subtiele manier. En, dan komt het: met een hele groep precies tegelijk! Het werkt als je het vak beheerst als een “wave”. Een triomf. Als in een voetbalstadion. Dat wil je wekelijks meemaken. Je ademt en bent gelukkig. Meer is het leven toch niet? Zo is de wekelijkse gang naar het toekomstige Johan Cruijf-stadion te vergelijken met de wekelijkse gang naar een goede ouderwetse Gregoriaanse mis. Maar: de wave in de kerk is moeilijker, subtieler, wees gewaarschuwd. Het effect is ook niet te vergelijken met dat van passief uisteren naar de Johannes Passie. Het verschil tussen de wave in een stadion en het Gregoriaans zingen in de kerk is het verschil tussen luisteren naar “the Passion” en het luisteren naar de Johannes Passie. Zo kan “the Passion” ook heel goed in dat voetbalstadion uitgevoerd worden. Gregoriaans zingen is daarvoor te subtiel. Luisteren naar Bach is extatisch inademen, inhaleren. Ik begrijp dat Paul Witteman zich niet religieus noemt. Dan zou hij van Gregoriaans houden. Religieus zijn is: compleet opgaan in samen ademhalen. Inademen maar ook uitademen.

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij, muziek | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Jazz in het Savelsbos

In de Volkskrant stond een uitgebreid artikel over het fenomeen webcam bij vogels. Wrede toestanden. Midas Dekkers vond dat je de natuur zijn gang moest laten gaan en niet op deze manier moest potten kijken. Reality webcam, Reality TV, het is allemaal erg in. Maar ook reality radio is in. Je luistert naar de radio en de luisteraar wordt betrokken bij de uitzending, zelfs live via twitter of de telefoon. ‘Ja, daar komt al een berichtje binnen’ zegt :Lex Bolmeier. Een luisteraar vertelt wat voor hem het mooiste fragment uit de Mattheüs is en waarom. Dat fragment krijgen we vervolgens te horen. Niet geprogrammeerd, spontane reality radio. Net zo iets als de webcams. Spannend. Wanneer komt de moeder terug op het nest. Wat zal ze bij zich hebben, een stukje mus of een nog kronkelend stukje pier?

Ook geïmproviseerde muziek heeft iets reality-achtigs. Hoewel, bij jazz: het meeste ligt toch echt wel vast. Of de muzikanten hebben het bewuste stuk al zo vaak gedaan dat ze de “improvisaties” zo ongeveer steeds weer uit hun hoofd kunnen herhalen. Bach kon ook goed improviseren. Maar wat hij heeft opgeschreven, daar is geen speld tussen te krijgen. Elke noot staat exact op zijn plek. Zoals bij de Mattheüs Passie

Vandaag heb ik een vogelconcert gehoord. Het klonk vertrouwd in mijn oren. Maar toch was het onvoorspelbaar. Wanneer zet wie in. De deuntjes waren niet echt geïmproviseerd. Die kende ik al. Maar de timing. De akoestiek. Het volume. Het stereo-effect. Dat was allemaal anders dan anders. Het begon met een voorzichtige inleiding. Toen kwam het goed op gang en reageerde elke muzikant op elkaar. Na afloop was er een klaterend applaus. En natuurlijk kwam er nog een toegift. Eigenlijk klonk het wel net zo prachtig als de Matthaeüspassie van Bach.

 

Geplaatst in natuur | Tags: , | Plaats een reactie

Discotabel Manfred 2

Nogmaals de vijf fragmenten van de Manfred symfonie, met stukjes van de partituur en
toelichting mijnerzijds

Fragment 1: het begin van het stuk. Hier moet wat mij betreft vooral de dramatiek neergezet worden. Het leven van Manfred is tot en met zijn tragische dood dramatisch en dat mag je hier al meteen horen

manfred-part-1

 Uitvoering a en c lijken het meest op elkaar. De blazers spelen legato. Fagot en basklarinet smelten prachtig samen tot een bijna nieuw instrument. Bij uitvoering a leven de tonen veel meer, er zitten crescendo’s en diminuendo’s in de tonen zelf. Dat geeft voor mij meer dramatiek. Uitvoering b wijkt het meest af. De noten worden meer apart neergezet, niet legato. Op zich heeft dat wel iets, maar het wijkt af van de partituur. Ook iets verder is de articulatie niet consequent en soms hoor ik ook een enigszins slordig samenspel. Maar ik voel hier wel veel dramatiek. Iets verder op in dit fragment blijven deze verschillen aanwezig. c lijkt nog steeds het meest op a, maar leeft voor mij iets minder doordat alles wat vlakker wordt gespeeld. b articuleert nog steeds anders, is ook minder precies, maar suggereert daarentegen wel veel spanning, o.a. door felle accentueringen en de gekozen tempi. Na enige aarzeling kies ik toch voor uitvoering a.

Fragment 2. Dit stukje komt ook uit het eerste deel. Hier gaat het onder andere om de sfeer die vooral door de strijkers wordt neergezet.

manfred-part-1-2

Weer komen a en c het dichtste bij elkaar. Waar ik in het begin voor c lijk te kiezen wordt naar het einde toe toch ook a weer beter en iets spannender, vooral door de dynamische opbouw. b wijkt om te beginnen sterk af door het tempo, dat veel lager ligt dan dat van a en c. Op zich valt er voor die keuze wel iets te zeggen, maar, als op een gegeven moment door de strijkerslaag heen de blazersmotiefjes gaan klinken krijgt het voor mij iets kunstmatigs. Ik kies daarom toch weer voor a met nu c als bijna gelijkwaardig.

Fragment 3. Het begin van het tweede deel is een virtuoos scherzo. Daar moet de lichtheid en speelsheid ondanks de moeilijke ritmiek en snelle loopjes worden uitgebeeld.

manfred-part-2

Buitengewoon knap hoe uitvoering b een zeer hoog tempo weet neer te zetten zonder dat het een brij wordt. Het karakter blijft behouden en de contrasten zijn erg mooi. Natuurlijk hoor je door het lagere tempo in a en c meer details, maar nu  geef ik zonder aarzelen de voorkeur aan uitvoering b die je meesleept.

Fragment 4: het einde van het derde deel. Hier bouwt Tchaikowski het derde deel van de symfonie heel spannend af naar een nulpunt om zo het allegro agitato wat er na komt des te beter te kunnen laten uitkomen.

manfred-part-3

Het tempo van uitvoering b is weer iets hoger maar in dit deel vind ik dat minder passend bij de sfeer. Uitvoering a is in het begin het meest spannend door de wisselende dynamiek in de lange strijkerstonen. Uitvoering c speelt het hele fragment bijna pianissimo. Dat is op zich heel sfeervol, maar de afbraak naar het einde kun je dan veel minder voor elkaar krijgen. Daarom kies ik toch weer voor uitvoering a

Fragment 5. Het fugato uit het laatste deel. Dit moet wat mij betreft niet alleen helder klinken maar het moet ook een mooie interne, spannende opbouw naar het hoogtepunt hebben.

manfred-part-4

Ook hier is uitvoering a voor mij de winnaar. Het fugato wordt bij die uitvoering zeer doorzichtig gespeeld door de strakke articulatie. Maar vooral ook het opzwepende tempo en dynamiek naar het hoogtepunt toe is die versie het meest overtuigend voor mij.

We horen bij elk fragment de volgende orkesten in onderstaande volgorde.

a: Rotterdams Philharmonisch orkest, Jaap van Zweden
b: Bournemouth Symphony Orchestra, Constantin Silvestri
c: Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi, Xian Zhang

Ik heb zelf de reacties die ik kreeg pas later bekeken en ik heb geprobeerd om eerst zo objectief mogelijk mijn eigen voorkeur uit te spreken. Van drie andere mensen kreeg ik ook een keuze toegestuurd. Hieronder het lijstje met ieders keuze bij de vijf fragmenten van deze vier personen.

1: a c a a
2: a a c c
3: b b b b
4: a c a b
5: a a a a

11 keer wordt er gekozen voor het RPHO met Jaap van Zweden, 5 keer voor het Bournemouth symphony Orchestra met Constantin Silvestri, 4 keer voor het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi met Xian Zhang.

Jaap van Zweden met het Rotterdams is dus overtuigend winnaar! Twee uitvoeringen kun je hier ook nog een keer in zijn geheel beluisteren.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in muziek | 1 reactie

Discotabel met de Manfred symfonie

Hoe moet de Manfred symfonie van Tchaikowski klinken? In de Volkskrant van vandaag stond een lovende recensie over de uitvoering van Jaap van Zweden met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Maar wat maakt een uitvoering tot een goede uitvoering? Je kunt luisteren naar de opbouw, naar ritmische gelijkheid, naar homogeniteit, naar transparantie, naar klank evenwicht, naar tempo opvatting en ga zo maar door.

Ik heb vijf fragmenten van deze symfonie genomen en steeds drie uitvoeringen met elkaar vergeleken.

  • Fragment 1: Het begin van het eerste deel moet wat mij betreft vooral de dramatiek neerzetten.
  • Fragment 2. Dit stukje komt ook uit het eerste deel. Hier gaat het onder andere om de sfeer die vooral door de strijkers wordt neergezet.
  • Fragment 3. Het begin van het tweede deel is een virtuoos scherzo. Daar moet de lichtheid en speelsheid ondanks de moeilijke ritmiek en snelle loopjes worden uitgebeeld.
  • Fragment 4: Hier bouwt Tchaikowski het derde deel van de symfonie heel spannend af naar een nulpunt om zo het allegro agitato wat er na komt des te beter te kunnen laten uitkomen.
  • Fragment 5: Het fugato uit het laatste deel. Dit moet wat mij betreft niet alleen helder klinken maar het moet ook een mooie interne opbouw hebben.

Welk orkest en welke dirigent doet het ‘t beste? Probeer de opnametechniek en live-registraties met bijgeluiden zo goed mogelijk buiten beschouwing te laten. Je hoort:

  1. Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi, Xian Zhang
  2. Rotterdams Philharmonisch orkest, Jaap van Zweden
  3. Bournemouth Symphony Orchestra, Constantin Silvestri

Maar de volgorde bij elk deel verklap ik niet. Leuk als mensen reageren en zeggen welk fragment volgens hun het beste wordt uitgevoerd en eventueel ook waarom. Ik zal later verklappen wie wat speelde.

Fragment 1a, b en c: het begin van het stuk

Fragment 2a, b en c: uit het eerste deel

Fragment 3a, b en c: begin van het tweede deel

Fragment 4a, b en c: einde van het derde deel

Fragment 5a, b en c: fugato uit het vierde deel

 

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , | 3 reacties

Baan om de aarde

Er zijn weer nieuwe dingen ontdekt in de ruimte: radioflitsen die zich lijken te herhalen. Geen flauw idee hoe dat kan. Eerder dacht men dat het om eenmalige gebeurtenissen ging. Dat viel te verklaren. Maar nu herhalen ze zich om de zoveel tijd. We weten het niet meer. Hoe meer je ontdekt hoe minder je weet. Als kleine kinderen zijn we al bezig om te proberen logica, samenhang te vinden. Oorzaak en gevolg te achterhalen. Maar de natuur lijkt te complex.

Ook vannacht had ik complexe gedachten. Thuisgekomen, nadat ik de Manfred Symfonie van Tchaikowski onder leiding van Jaap van Zweden met het Rotterdams filharmonisch orkest had gehoord. Ik had me van te voren in het verhaal van lord Byron verdiept over de zoektocht van Manfred naar zichzelf en de zin van het bestaan. In een omgeving van geesten, bergen en ravijnen. Ook had ik gelezen dat het wel eens een soort autobiografisch verhaal zou kunnen zijn omdat Lord Byron het schreef terwijl hij een persoonlijke crisis doormaakte. Zo ook Tchaikowski toen hij het werk van Lord  Byron oppakte als leidraad voor zijn muzikale meesterwerk. Hij was enkele maanden getrouwd geweest. Het ging niet. Trouwen met een vrouw in een wanhopige poging om zijn homosexuele geaardheid te ontkennen. In een tijd en omgeving dat zijn geaardheid niet werd geaccepteerd. Existentiële twijfels en wanhoop dus ook voor Tchaikowski. Het verhaal van Manfred past goed in zijn eigen zoektocht. Maar je hoort dat Tchaikowski ook kind is van zijn tijd. Romantiek en drama alom in de muziek. Hij heeft vast werken van Berlioz gehoord, met het geluid van klokken in de symphonie fantastique. Wat een dramatisch effect kan dat hebben. Je hoort ook dat hij de klassieken kent. Technieken van vergroting als bij Bach. Ook heeft hij duidelijk contrapuntles gehad, in het laatste deel komt er zelfs een complete fuga-expositie. Zoals Beethoven dat ook doet in met name zijn latere werken. Ook moest ik denken aan de ouvertüre Don Giovanni van Mozart die met veel drama begint om vervolgens een zachte spannende sfeerlaag neer te zetten. Dat hoor je ook de eerste minuten in Manfred van Tchaikowski. Het tweede scherzodeel met een opvallend lyrisch en “mooi” middendeel. Waar we herkennen dat Tchaikowski ook de maker van de muziek bij het ballet het zwanenmeer is. Zo al beschouwende lijk je steeds meer een idee te krijgen van het brein van Tchaikowski. Niet alleen kun je misschien zijn persoonlijke drama horen. Je hoort ook nog de sporen in zijn hersenen die zijn voorgangers daar hebben achtergelaten.  Ik heb nog een LP met daarop deze Manfred symfonie. Toen ik deze kocht zo’n 45 jaar geleden had ik veel minder kennis en wist ik veel minder van de achtergronden van de meeste muziek. Maar wel was ik ook toen onder de indruk van de dramatiek van het werk. Nu hoor ik veel meer. Ook veel meer details. Maar begrijp ik de muziek beter? Hoe meer je weet hoe minder je begrijpt. Misschien zit ik er wel helemaal naast. Ik zeg tegen mijn kleinzoon die helemaal gefascineerd is door het heelal: “Mama heeft een baan”. Hij vraagt: “Baan om de aarde?”

Een wijze gedachte. Onze banen zijn onderdelen van de geoliede machine van het menselijke bedrijf. Maar alles herhaalt zich. Je draait in een baan. Een baan om de aarde.

Begin zestiger jaren kwam ik eens op een zondagochtend als eerste van het gezin terug uit de vroegmis. Mijn vader was blijkbaar niet gegaan, atheïst als hij was. Ik betrapte hem helemaal alleen thuis. Met tranen in zijn ogen zat  hij te luisteren naar de negende symfonie van Schubert. Zonder enige kennis van muziek. Maar Schubert was buitenaards, goddelijk, ook voor atheïsten. In de Doelen klinkt de Manfred Symfonie fantastisch. Maar ben je helemaal alleen, in een uurtje in een wereld zonder baan, thuis, dan is de muziek misschien nog wel mooier. Als een mooie, maar onbegrijpelijke radioflits.

 

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie, muziek, recensie | Tags: , , , , | 3 reacties

Ook de tijd van Jeroen Bosch

Bach was bezig met de Kunst der Fuge toen hij overleed. Meestal wordt het stuk uitgevoerd exact tot en met de laatste noot die hij schreef, waardoor het stuk plotseling in het niets lijkt te verdwijnen. Maar het stuk is zo weergaloos dat je na het uitsterven van de laatste klanken minstens nog een halve minuut doodstil op je plaats blijft zitten. Mozart was nog bezig met het requiem toen hij jong, arm en berooid ziek werd en dood ging. Jammer genoeg voeren ze dat stuk altijd uit met daar achter ook de nooit door Mozart voltooide delen. Afgemaakt door zijn leerling Süssmayr of soms ook door een hedendaagse musicoloog. Voor mij mogen ze stoppen na het Kyrie. Alles wat daarna komt is minder. De laatste symfonie van Bruckner mag ook onafgemaakt klinken. Dan is het tot het einde een indrukwekkende Bruckner. Laatste muziekstukken van componisten spreken tot de verbeelding. Ik schrijf nog eens een blog over het laatste werk van Beethoven. Ook zo’n stuk vol met drama.

Een pastoor van Beek (bij Maastricht) schreef  rond 1500 een kroniek. Hij was er aan begonnen en bleef daarna doorschrijven tot zijn dood. Zijn stijl is als die van een gestudeerde theoloog. Met veel retorische herhalingen. Eindeloos lange zinnen met vele bijzinnen, maar als je ze goed voorleest hoor je zijn donderpreek. Als hij echt op dreef is zou het letterlijk een preek hebben kunnen zijn. Een dergelijk stuk zal ik nog eens in mijn blog behandelen. Nu behandel ik het laatste fragment uit zijn kroniek van het jaar 1507. Het is de tijd van Jeroen Bosch. De pastoor uit Beek was deels ooggetuige van de dingen die hij beschreef.

“Ojee! In het jaar 1507 was de ellende in het land van Gelderland en Brabant nog steeds even erg. De boosaardigheid was al zo lang aan de gang tussen deze twee landen, en  de oorlogen werden zeer groot en zwaar en werden uitgevochten over de ruggen van de arme boeren en huismannen, die woonden buiten de versterkte steden.

De onzalige hertog Karel van Gelre maakte misbruik van de situatie, toen hij hoorde van de dood van zijn neef, hertog Philips, waardoor het land van Brabant daarna geregeerd werd door een kind en dus feitelijk onbeheerd was, en de Roomse koning Maximilianus teveel bezig was met andere delen van het rijk zodat hij niet in staat was om te komen naar Brabant om het kleine en onmondige kindje te helpen, de zoon van hertog Philippus, waardoor er geen leiding was, waardoor de ambtslieden en regeerders van alle landsdelen zich terug trokken in hun kastelen en steden. Het eerder gemaakte contract tussen Gelderland en Brabant werd geschonden en de oorlog begon weer opnieuw. Intussen hadden de Geldersen een verbond gesloten met Frankrijk dat hun bijstond. Zij kwamen die kant uit met een grote legermacht. Overal in Brabant richtten zij grote schade aan op het platteland zoals ik al zei. Een en ander begon tegen het einde van mei en wel allereerst in het land van Valkenburg1. De koeien en beesten die gehouden werden op de Graetheide werden samen gedreven en naar Roermond2 gebracht, waar men er blij mee was… God betert! Daarna gingen de bandieten  terug naar Beek, Opgeleen en Elslo. Die dorpen werden in brand gestoken. Men dreigde nog meer plaatsen te brandschatten. En inderdaad, niet lang daarna kwam het leger opnieuw en nu werden Heerlen, Hoensbroek, Schinnen, Amstenrade en Schinveld geplunderd. In de dorpen werd veel schade aangericht en ook de kerken werden geplunderd. Omstreeks 32 mensen werden vermoord, die in de kerken waren gevlucht. Overal werd er geroofd, gemoord en gebrandschat. Ze gedroegen zich niet als Christenen maar als joden of heidenen. God erbarme de arme huismannen!

Onmiddellijk daarna ging men naar Meerssen, waar hetzelfde gebeurde. De buit werd naar Roermond gebracht. Het hele land van Valkenburg was een jammerpoel van ellende. En de Brabanders deden hier niets tegen. Het land was in kinderhanden: voe terrae cujus rex puer est.

O jee! De zeer zware oorlog tussen Brabant en Gelderland die al zo lang duurde nam maar geen einde. Geen enkele hoge heer of vorst kwam tussenbeide. God ontferm u! Landslieden die eerder bevriend waren, werden vijanden. Het gehele gebied verviel in armoede, terwijl andere landen brood te over hadden.”

Dit is zoals ik al zei het laatste fragment uit de kroniek3 van de pastoor van (waarschijnlijk) Beek, waar ik eerder ook al een stuk uit heb gepubliceerd. Aangenomen kan worden dat deze pastoor in datzelfde jaar, 1507, overleden is. De omgeving waarin hij leefde was ontwricht. Met die gedachten ging hij dood. Ik probeer me dat voor te stellen. Vreselijk. Dingen die nu compleet in de vergetelheid zijn geraakt maar toen voor veel mensen allesbepalend. De oorlog werd daarna nog erger. Vanaf ongeveer 1513 was Maarten van Rossum de gevreesde veldheer van de Geldersen. Zijn devies was “blaken en branden”. Hij haalde de bijbel erbij om dat devies te wettigen….

den bosch 1480Maar de tijdgenoot Jeroen Bosch is niet vergeten. Op een van zijn schilderijen, het doek waarop hij de aanbidding der koningen uitbeeldt zien we op de achtergrond een stad, en men denkt dat dat den Bosch is.

leger2

leger1Voor die stad zien we twee groepen cavalerie met rode vaandels. Sophie Tutelaers vermoedt dat het om Gelderse troepen gaat, die Jeroen Bosch waarschijnlijk ook wel een keer gezien heeft. Den Bosch is overigens nooit veroverd of belegerd in die jaren. Dat in tegenstelling tot Oldenzaal, Steenwijk, Utrecht en den Haag, of de dorpen in de Alblasserwaard, allemaal gebieden van de grote Gelderse vijand Bourgondië. Ze werden door van Rossum platgebrand.

De pastoor van Beek heeft een deel van wat er aan ellende gebeurde persoonlijk meegemaakt, want zijn dorp was ook de klos. De rest zal hij gehoord hebben. Alle nieuws verspreidde zich, wellicht aangedikt, snel. Maar hoe het ook zij: als je naar de schilderijen van Jeroen Bosch kijkt, weet dan dat ook deze dingen in de directe nabijheid van de schilder speelden. En dat het weergeven van moord, brand, en helse taferelen niet alleen uit het fantastische brein van de kunstenaar ontsproten, maar dat die dingen ook letterlijk achter zijn rug plaats vonden.

hel1

1Het grootste deel van Zuid-limburg, het zogenaamde land van Valkenburg, hoorde bij Brabant

2Roermond was de hoofdstad van Oppergelre, een van de kwartieren van Gelderland

3De kroniek van de pastoor van Beek is uitgeven door “Publications de la société historique et archéologique dans le duché de Limbourg, tome VII, 1870” (het jaarboek van de LGOG, de vereniging die nog steeds bestaat en elk jaar ook een nieuw jaarboek publiceert)

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Jeroen Bosch

zelfportretHoe zag Jeroen Bosch er uit? Naar aanleiding van de lezing van Sophie Tutelaers in den Bosch denk ik het te weten: Hij had dan bijv. een grote spitse neus. Op diverse schilderijen komt die persoon terug en men denkt dat Jeroen Bosch zich daar zelf heeft geschilderd. Hier zoals je hem kunt zien in de rechter benedenhoek van het schilderij: “Johannes op Patmos”.

Hoe was het in de stad den Bosch rond 1500, in de tijd van Jeroen Bosch? In 1464 was er een verschrikkelijke stadsbrand, die een groot deel van de stad in de as legde. Jeroen Bosch heeft deze stadsbrand als kind meegemaakt en waarschijnlijk was hij zo onder de indruk dat we die beelden uit zijn kindertijd terug kunnen zien in veel schilderijen. Heb je ooit een brandende stad in de hel gezien bij een andere kunstenaar?
In de prachtige catalogus die bij de tentoonstelling is uitgegeven lezen we dat na de stadsbrand van 1464 Den Bosch zeer welvarend is geworden. Van 11000 inwoners rond 1465 groeide de populatie naar 20000 inwoners in 1526. Den Bosch was na Brussel en Antwerpen de derde stad van Brabant.

Voordat het schildersatelier van Bosch groot werd ontbrak het in die stad aan traditie en men denkt dat Jeroen Bosch door dat ontbreken zijn eigen originele weg kon inslaan. Wat is dan die eigen originele weg? Als je de tentoonstelling bekijkt dan zie je hoe toch allerlei voorbeelden vanuit de verre omtrek waarschijnlijk inspiratiebron waren voor Jeroen Bosch. Ook andere schilders of tekenaars maakten duiveltjes en vreemde wezens. Maar Jeroen Bosch vergrootte dit allemaal uit en maakte het tot zijn handelskenmerk. Het leven is in die tijd vol engelen en duivels. Vooral de duivels lagen voortdurend op de loer. Jeroen Bosch liet je in zijn altaarstukken zien wat er met je zou gaan gebeuren als je niet op het rechte pad zou blijven. Ook had hij een fascinatie voor dieren en ook dat was niet nieuw. Er waren in heel Europa boeken in omloop waarin dieren waren getekend. Talloze schilders gebruikten die boeken als voorbeeld. Als je het aards paradijs of de ark van Noach tekende kon je zo lekker je gang gaan. Maar Jeroen Bosch lijkt veel meer dan zijn tijdgenoten zeer goed na te denken wáár hij welk dier tekent. Hij tekent als detail bijv. een vos die een haan besluipt. Op een iets later schilderij zien we een vos met naast hem de kop van een haan. Dat lijkt een grappige anekdote maar als je een beetje meer weet van de symboliek van elk dier dan zie je hoe Bosch niet alleen grappige verhaaltjes schilderde maar ook indirect dingen vertelde aan de mensen. Sommige details weten we inmiddels te duiden, maar waarschijnlijk weten we nog niet de helft van wat hij bedoelde. Het is in ieder geval niet alleen “zomaar wat lekker weg er op los fantaseren”, zeer veel details hebben waarschijnlijk een bedoeling. Voor mensen uit onze tijd, die niet vertrouwd zijn met de symboliek, lijken sommige taferelen meer een op hol geslagen fantasie van een hallucinerende dronkaard die te veel verdovende middelen heeft genuttigd.

Ik moest ook heel erg denken aan Kalkar. In een eerder blog heb ik daar meer over verteld. Eind vijftiende eeuw maakte Arnt van Kalkar het houtsnijwerk voor het hoogaltaar van de Nicolaikirche. In den Bosch maakte Adriaen van Wesel in dezelfde tijd het houtsnijwerk voor het Mariaretabel van de St. Jan. De broederschap van O.L.V. van Kalkar had nog vertegenwoordigers gestuurd naar o.a. den Bosch om te kijken hoe ze het daar deden en of ze niet iemand konden vinden die die klus wilde klaren. Uiteindelijk kwamen ze uit bij Arnt van Kalkar, toen werkzaam in Zwolle, die eerder al het Sint Jorisaltaar van Kalkar had gemaakt. Tussen 1506 en 1509 schilderde Jan Joest de bijbehorende panelen. Maar liefst tien binnenpanelen, tien buitenpanelen en drie afbeeldingen op de predella. Ook de buitenpanelen schilderde hij allemaal in kleur, waar het gebruikelijk was om deze in grisaille te schilderen. Nog steeds te bewonderen, inclusief het houtsnijwerk van Arnt van Kalkar en enkele opvolgers. (Arnt stierf toen hij het ontwerp klaar had en pas enkele onderdelen zelf had uitgewerkt). De buitenpanelen worden in Kalkar rond de kersttijd getoond, want daarop kun je het levensverhaal van Maria terugvinden. Het leek me aardig om een van de panelen van Jeroen Bosch over de aanbidding van de drie wijzen naast een dergelijk paneel van Jan Joest te leggen.

Hieronder eerst de aanbidding der Wijzen van Jan Joest in Kalkar, daarna die van Jeroen Bosch, die nu te zien is in den Bosch, normaal in het Metropolitan Museum of Art in New York

driekoningen jan joest

driekoningen jeroen bosch
Opvallend is de overeenkomst in het soort gebouw waar Jezus werd geboren. Ik heb het behalve bij deze twee kunstenaars nog nooit zo gezien. Hadden ze allebei een zelfde voorbeeld? Of heeft Jan Joest het werk van Jeroen Bosch gezien? In dit geval wordt het altaarstuk van Jan Joest iets later gedateerd. Verder valt het verschil in kleur op, maar misschien moet het schilderij van Jeroen Bosch worden schoongemaakt. Nadat “de landloper” van Boymans van Beuningen was schoongemaakt zagen alle kleuren er opeens veel frisser uit. Bij allebei de altaarstukken zien we de os en de ezel. Sophie Tutelaer vertelde dat de ezel voor “het slechte” stond en de os voor “het goede”. Bij Jeroen Bosch zien we hoe de ezel zich afkeert van het tafereel, het slechte wordt als het ware door de geboorte van Jezus afgewend. Bij Jan Joest zien we beide dieren gewoon gezellig aanwezig, zonder duidelijke symboliek. Ja misschien toch: de ezel staat achter de os. Het slechte is als het ware naar de achtergrond verdrongen. Bij Jeroen Bosch heeft de aanbidding van de wijzen iets afstandelijks. Bij Jan Joest zien we hoe een van de wijzen voorzichtig de voeten kust van Jezus. De heilige Jozef lijkt bij Jan Joest afwezig, of staat hij daar bij de os en de ezel? Bij Jeroen Bosch zit hij als een oude man geknield en leunt op een stok. Bij Jan Joest is het landschap op de achtergrond vrij neutraal, bij Jeroen Bosch zien we veel mensen, zelfs een dansend paar. (Dat zelfde paar komt ook op het schilderij van de hooiwagentriptiek voor, waar het lijkt te dansen op de muziek van een doedelzakspeler, zie iets verderop in dit blog.)

Wat erg leuk op de tentoonstelling is zijn de diverse monitoren aan de wand waar een of meerdere schilderijen worden toegelicht. Er wordt bijvoorbeeld op een schilderij ingezoomd. Of het wordt vergeleken met een ander schilderij. Ook wordt bij enkele schilderijen het door infrarood ontdekte onderschilderij getoond, overgaand in de uiteindelijke versie. We zien dan hoe soms de eerste opzet heel verschillend was van het eindresultaat. Zo is er een schilderij waar de opdrachtgever in de eerste versie prominent aanwezig is, maar uiteindelijk is hij weggewerkt doordat Jeroen Bosch op de betreffende plek een donkere woestijnboom heeft geschilderd.

In Nederland zijn maar weinig werken van Jeroen Bosch in de diverse musea aanwezig. Boijmans van Beuningen heeft er enkele. Het meest beroemd daar is het schilderij “de landloper”. Het blijkt oorspronkelijk exact in het midden doorgezaagd te zijn geweest en het linker en rechterdeel van een groter altaarstuk geweest te zijn, en dan ook nog eens als buitenpaneel, vandaar dat het enigszins grisaille-achtig aandoet. Van dat altaarstuk is het grootste deel verloren gegaan, maar op de tentoonstelling zijn enkele onderdelen die erbij hoorden tijdelijk herenigd. Op de binnenkant van de twee luiken van de landloper verscheen links “het narrenschip” en rechts “de dood en de vrek”. Het onderwerp van het verloren gegane middenpaneel is niet bekend. landloper-klein
Het schilderij de landloper van Boijmans heeft een ronde vorm in een zeskantige omlijsting en lijkt op een spiegel. En feitelijk moet je het ook zo zien. De wandelende persoon ben je zelf, op je levenspad. De beschouwer moet net als deze landloper kiezen hoe te gaan. Hij is het huis met de verleidingen al gepasseerd. We zien als uithangbord een zwaan. De zwaan staat vaak op herbergen. Nog steeds trouwens. Vroeger schijnt het het symbool geweest te zijn voor een bordeel. In dit geval klopt dat dan ook, we zien hoe in de deuropening al begonnen wordt met het voorspel. Boven heeft iemand zijn kleren uitgetrokken en uit het raam gehangen. In het onderste raam kijkt een vrouw naar buiten: op zoek naar een klant? De varkentjes werden in het verleden wel eens gekoppeld aan de parabel van de verloren zoon, maar nu denkt men eerder aan het symbool van onreinheid en gulzigheid. De valse keffende hond staat hier eerder voor het tegendeel van de trouwe hond. Onreinheid wordt ook door de piesende man gesuggereerd. Het huis van ontucht staat in verval. Het geeft aan wat er met je gebeurt als je aan hebzucht en ontucht toegeeft. De landloper gaat richting een hek. De os staat waarschijnlijk voor het goede: laat alles achter je, ga door het hek en richt je op de juiste dingen. Ook het kattenvel aan de draagkorf van de man zal een symbolische betekenis hebben.

Een vergelijkbaar schilderij is onderdeel van de hooiwagentriptiek, ook met “doorgezaagde landloper”. In plaats van een “hoerenhuis” is er nu een tafereel waar we zien hoe een reiziger wordt beroofd en aan een boom wordt gebonden. We zien niet een hek waar je dóór moet gaan, maar een bruggetje waar je óver dient te gaan. Op de achtergrond is er een doedelzakspeler en een dansend paartje, als bij de drie koningen….

Hieronder de landloper, onderdeel van de hooiwagentriptiek. Let op het dansende paartje. Ook bij de drie koningen van Jeroen Bosch op de achtergrond te zien.

landloper-klein-2
En dan hebben we de beroemde duivels en demonen. Op veel altaarstukken zijn ze nadrukkelijk aanwezig, en bijna altijd zijn ze te duiden. De legende dat Antonius abt, nadat hij zich in de woestijn had teruggetrokken, bezocht werd door allerlei demonen is een onderwerp waar Jeroen Bosch dan ook helemaal mee uit de voeten kan. Hij schilderde het voor een altaar, dat zijn plek nu heeft in een museum in Lissabon. Nu is het in den Bosch te zien. Hieronder het onderste deel van dat schilderij

antonius-visioen-detaill2

Op het schilderij zien we aan de bovenkant een brandende stad. Dat hoort niet bij de legende van Antonius maar wel bij de verschrikkelijke visioenen en dromen die Jeroen Bosch zelf misschien soms had. Antonius lijkt een heilige waarmee hij zich denk ik kon identificeren.

Op de lezing van de vrije academie die ik bijwoonde vroeg iemand wat we wisten van de psychologie van Jeroen Bosch. ‘Niets’, was het terechte antwoord. Kijken we naar zijn werk, dan denk ik zelf dat hij iemand was die zeer gelovig was, de vermaningen in bijna alle schilderijen zijn niet van de lucht. Iemand die meeging in de stille kritiek op de kerk. Iemand die wist dat veel priesters en monniken er een dubieuze levenswandel op na hielden. Iemand die zich verwant voelde met de denkbeelden van de moderne devotie. Maar ook iemand met een grote fantasie. En wellicht ook iemand die de verschrikkingen van de stadsbrand voor eeuwig in zijn ziel had geïntegreerd, er vaak over droomde en deze beelden als uitlaatklep vele keren weergaf op schilderijen: in de hel, op de aarde na het laatste oordeel of in de dromen van Antonius Abt…antonius-visioen-detaill

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

De ayatollah’s van Holland

Heerlijk google: via een madrigaal van Monteverdi, zijn tekstdichter Guarini, zijn beroemde werk Il pastor Fido en daarvan een Nederlandse vertaling uit 1694 kwam ik uit op de drukker Aart Wolsgrein uit Amsterdam. Zo kan het gaan met de huidige digitale middelen. Voor je het weet stuit je op iets interessants en ben je met heel andere dingen bezig.

Met deze drukker Aart Wolsgrein is het niet goed afgelopen. Hij verzorgde uitgaven van o.a. de predikant  Johannes Duijkerius. In 1691 verscheen “het leven van Philopater”. Een roman over een jonge man die op zoek is naar de waarheid en in allerlei discussies terecht komt over geloofszaken.  In 1697 verschijnt een tweede deel “Vervolg van het leven van Philopater”. In dit deel bekeert Philopater zich tot het ideeëngoed van Spinoza. Aart Wolsgrein had zijn uitgeversnaam, en ook die van de schrijver voor de zekerheid veranderd, hij voelde al nattigheid. Hij deed het voorkomen of het boek in Groningen was gedrukt. De gereformeerde predikanten deden, toen ze lucht hadden gekregen van de inhoud, de boeken in de ban en gaven de Staten van Holland opdracht om uit te zoeken wie de auteur was en wie deze boeken had gedrukt. Ze kwamen uit bij predikant  Johannes Duijkerius en drukker Aart Wolsgrein. De eerste werd uit zijn ambt ontheven en de tweede kreeg duizend gulden boete, werd voor drie jaar in een kerker opgesloten en zou daarna 25 jaar verbannen worden uit Holland en West-Friesland. Zijn drukkerij werd uiteraard gesloten. Nog net geen doodstraf…  Aart Wolsgrein hield er overigens zelf ook duidelijk dubieuze ideeën op na. In zijn voorwoord bij “Il pastor Fido” van Guarini legt hij het toneelstuk zodanig uit dat daarbij zijn spinozistische levensvisie duidelijk naar voren komt. (https://books.google.nl/books?id=_44eAAAAIAAJ&pg=PA23&lpg=PA23&dq=Aart+Wolsgrein&source=bl&ots=WlXZFNZfsN&sig=sXoC8p14-gxG1BUJyNtTSHXnUQ4&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwi7yPKRj4nLAhUDGCwKHcbSDi8Q6AEINDAF#v=onepage&q=Aart%20Wolsgrein&f=false)

Waar ging de discussie in die tijd vaak om? Om de interpretatie van de bijbel natuurlijk, waar in gereformeerde kringen vaker schisma’s uit voortkwamen. Veel theologen waren bezig met het uitzoeken  van de datum van het einde van de wereld. Dat alles stond als je goed keek en wist hoe je het moest lezen in de bijbel. De paus, de antichrist, zou nu snel ontmaskerd worden. Waarschijnlijk ging een en ander gebeuren bij de eeuwwisseling was een van de gedachten, dus in 1700. Philopater maakte al deze discussies belachelijk en vond eindelijk rust bij het gedachtengoed van Spinoza. Maar dat kon dus niet. De gouden eeuw in Nederland wordt meestal voorgesteld als een tijdperk waarbij Nederland internationaal voorop liep door zijn liberale houding. Maar de behoudende predikanten hadden het nog steeds voor het zeggen. Tegengeluiden werden gesmoord. Nederland werd geregeerd door ayatollah’s.

Ook in het begin van de achttiende eeuw was het nog niet veel beter. Getuige het verhaal van de schatrijke katholieke heer Frederik Jacob Heereman van Zuijdtwijck. De familie Heerema stamt uit een aanzienlijk Rooms-katholiek patriciërsgeslacht van Amsterdam. Sinds de terechtstelling van Oldenbarnevelt door Maurits, met hulp van de Contra-Remonstranten begin 17e eeuw, hadden de Rooms-Katholieken het in Holland erg moeilijk. De kerk moest ondergronds, en veel aanzienlijke families zijn in die tijd gevlucht of snel verarmd. Katholieke adellijke families verloren de ridderschap en mochten zo de statenvergaderingen niet meer bijwonen. Amsterdam was een van de laatste steden die zich aansloot bij het verzet tegen de Spanjaarden. Zo was ook het Rooms-katholieke geloof daar nog lang zeer sterk aanwezig. Maar de meeste katholieke regenten vertrokken, verarmden of veranderden van geloof. Het accepteren van katholieken ging overigens in golven op en neer. Sommige periodes was er veel verdraagzaamheid, maar vooral in moeilijke tijden waren ze snel weer de zondebok. Een van de weinige katholieke patriciërs van Amsterdam die zich wist te handhaven was Nicolaas Heereman. Nicolaas bezat een Rooms-katholieke huiskapel aan de Kalverstraat. Diens kleinzoon, Dirk Heerema van Zuijdtwijck, was in 1658 aanwezig te Frankfurt aan de Main bij de plechtige kroning van Leopold I van Habsburg tot Roomse keizer. Bij die gelegenheid kreeg Dirk een adelsbrief, en sindsdien noemden de familieleden Heereman zich tevens ridder. Maar echt van adel was hij niet, zoals gezegd mocht dat niet als katholiek.

In 1663 werd hun zoon Frederik Jacob in Utrecht geboren. Frederik Jacob studeerde rechten aan de Universiteit van Utrecht en al na een jaar kreeg hij de bul van licentiatus in de beide rechten. Frederik Jacob was bijzonder begaafd. Zijn eerste vrouw overleed bij de geboorte van hun zoon. In 1702, na het huwelijk met zijn tweede vrouw, woonde het gezin Heereman in het bekende “Paushuize”, wat veel zegt over hun rijkdom. In april 1712 werd dit huis betrokken door een van de internationale onderhandelaars bij het verdrag van Utrecht en kregen de Heeremans een ander mooi pand toegewezen. Als heer van diverse heerlijkheden had hij vele rechten. Zo was hij ook heer van Lisse, een overwegend katholiek dorp (nog steeds!) met ook een kleine gereformeerde gemeente. In Lisse was hij getrouwd voor schout en schepenen en daarna voor de katholieke kerk in een schuur. Als heer van dat dorp had hij het recht tot het benoemen van de dominee. De gereformeerde gemeente in Lisse deed een voorstel voor een nieuwe predikant en Heereman, zeer geliefd bij de hele bevolking, ging daarmee gewoon akkoord. De benoeming moest wel nog bevestigd worden door de staten van Holland. En die konden het niet verkroppen dat een katholiek iemand de benoeming deed en hield deze domweg tegen. Heereman was het geneuzel zat en verhuisde met de hele familie naar het katholieke Roermond. Daar kocht hij in de binnenstad een mooi pand, het tegenwoordige “Steenen Trappen”.

steenentrappenHij liet er een huiskapel bouwen, net als in zijn zomerhuis in het naburige Boukoul, het tegenwoordige “Zuidewijck Spick”. Gul steunde hij allerlei plaatselijke instanties en kerken en gaf beurzen aan arme jongelieden. (belangrijkste bron: “het huis Dever te Lisse”)

Nu naar de negentiende eeuw. Koning Willem I moest ook niets van die paapsen hebben. Hij hield de terugkeer van kloosters na de Napoleontische tijd in eerste instantie tegen. Een van de klachten van de Belgen, die zich in 1830 afscheidden. Aan het einde van die eeuw: Willem III weigerde om ook maar een stap te zetten in het nieuwe Rijksmuseum, dat meer op een rooms-katholieke kerk dan op een museum leek. En wat te zeggen van de twintigste eeuw. Irene werd het recht op troonsopvolging ontzegd omdat ze met een katholiek iemand trouwde.

Inmiddels zijn we in de eenentwintigste eeuw. Zijn de ayatollah’s nu eindelijk weg? Of zijn ze vervangen door een ander soort ayatollah’s?  Verdraagzaamheid zit volgens mij niet in onze genen…

 

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Anna

Anna is de grootmoeder der grootmoeders. In de 15e en 16e eeuw was zij heel erg populair. Zelfs zo populair dat ze Maria dreigde te overtroeven. Dat kon natuurlijk niet. En de devotie voor deze heilige werd zelfs korte tijd verboden.

Hoe zou het komen dat Anna zo enorm populair is geweest? Ik denk om haar vermeende wijsheid. Grootmoeders zijn mensen die je raadpleegt. Zij hebben levenswijsheid. Ze kunnen geen kinderen meer krijgen. Maar ze doen nog mee aan de verzorging van hun kleinkinderen. Ze denken over alles het hunne. Maar zeggen wijselijk niets, tenzij je het hen vraagt. Waar moeders een onvoorwaardelijke liefde voor hun kind hebben, daar hebben grootmoeders dat ook nog eens voor hun kleinkinderen. Hun aanwezigheid in een gezin is van groot belang. Ze helpen niet alleen met de opvoeding of in de huishouding, ze zijn de belangrijkste stabiele factor die ook nog eens in staat is dreigende ruzies te bezweren.

Zo was het ook in mijn jeugd. Grootouders woonden in het algemeen in bij een van de kinderen en groeiden zo op met twee generaties. Mijn grootouders woonden bij een dochter in. Mijn oma was superlief, rustig en verdraagzaam. Zij was de mater familias. En zo zal het ook vaak in de middeleeuwen zijn geweest. Als je het even niet meer wist dan ging je naar je grootmoeder. Zij luisterde aandachtig en gaf een kort, wijs advies. Als je geen grootmoeder meer had, dan ging je naar de kerk. Dan ging je bidden. Tot de H. Anna. Zij kon je vast ook wel helpen.

De verering van de H. Anna is begonnen in het Oost-Romeinse rijk. Vanaf de zevende eeuw ook in de rest van Europa, en zoals gezegd was er een hoogtepunt van die verering in de vijftiende en zestiende eeuw. Het leven van Anna, zoals beschreven in een apocrief deel van de bijbel, was niet eenvoudig. In de joodse gemeenschap was het een schande als je als man geen kinderen kon verwekken. Dat overkwam Joachim, de man van Anna. Hij werd uit de gemeenschap verstoten. Totdat hij door een engel werd verzocht om naar de Gouden poort te gaan en Anna te ontmoeten.

getijdenboek viscontiOp een afbeelding in een getijdenboek van de Visconti’s van eind 14e eeuw wordt dat moment weergegeven. In de omlijsting zie je de wapenschilden van Visconti, maar ook konijntjes: het ultieme vruchtbaarheidssymbool

Anna en Joachim hadden gemeenschap en Anna werd zwanger van Maria. Joachim overleed toen zijn dochter drie was. Anna hertrouwde nog maar liefst drie keer. Steeds werd ze weer zwanger van een dochter: Maria Cleofas, Maria Salome en Elisabeth. Allemaal dus nichten van onze Maria. Elisabeth kreeg een zoon: Johannes de Doper. Maria kreeg een zoon: Jezus. Elisabeth had overigens ook nog een broer, Eliud. Diens achterkleinkind was: Servatius…..

In de schatkamer van Servaas hangt een schilderij van eind vijftiende eeuw uit Westfalen dat deze familiaire banden laat zien: de zogenaamde maagschap van de H. Anna.

maagschapmariamaagschap3

Wat we heel vaak zien zijn beeldjes uit de vijftiende of zestiende eeuw met daarop zowel Anna, Maria als Jezus. Een zogenaamde Anna te drieën, in Duitsland zeggen ze Mariatrits. Klassiek zie je daarop een grote Anna met een kleinere Maria op schoot, die weer Jezus op schoot heeft. Plastisch worden zo de drie generaties weergegeven. Een dergelijk beeld staat ook in de schatkamer van Sint Servaas.

annatedrieenservaas

Jezus speelt met de vingers van de gekroonde Maria en kijkt naar de druiventros die zijn oma Anna in haar handen houdt. Waar meestal Maria de zetel der wijsheid wordt genoemd zie ik hier in Maria een jonge vrouw die nog veel moet leren. Anna daarentegen is de zetel der wijsheid. Prachtig!

Maar mooier is misschien nog de Anna te drieën van Jan van Steffeswert van rond 1500 die je kunt zien in de O.L.V. basiliek van Maastricht.

annatedrieen-olvbasiliekJezus zit bij de glimlachende Anna op schoot en speelt met de mantel van Maria. Maria kijkt recht naar voren, zoals het hoort als ze zit op de zetel der wijsheid. In haar handen heeft ze een palmtak. Maar wie is de wijste? Anna is hier voor mijn gevoel belangrijker dan Maria….Wat kan ik lang kijken en genieten hoe Jan van Steffeswert dit alles liefdevol heeft weergegeven.

Laatst was het nieuwe jaar van de Chinezen. Een Chinese vrouw werd op TV ondervraagd over haar eetgewoonten en ze bekende dat ze wel eens hond had gegeten, tot afgrijzen van de interviewer. Ze zei terecht: dat is een kwestie van cultuur. Wat ons als Chinezen doet afgrijzen is dat jullie je grootouders in tehuizen stoppen.

In sociaal opzicht zijn wij het voorbeeld van Anna bijna kwijtgeraakt. Radio, Tv, de media: alles richt zich op de jongeren. Die nog niet in staat zijn om een weloverwogen keuze te maken. Ze worden geïndoctrineerd en bewerkt zodat er geld aan ze kan worden verdiend. Anna wordt weggestopt… In Maastricht staat ze nog. Als zeer actueel voorbeeld. Gá maar kijken!

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Zwaartekrachtgolven

De meeste mensen zullen niets begrijpen van de opgetogenheid van een aantal wetenschappers, gisteren en vandaag. Zwaartekrachtgolven bestaan echt! Huh? Ja, we gaan nog veel meer begrijpen van ons bestaan! Eigenlijk weten we op dit moment hooguit 5% van de bouw van het heelal en alle natuurkundige krachten die er in spelen, stond vandaag in de krant. Misschien weten we door de huidige ontdekking over 10 jaar 6%! Dat is maar liefst 20% meer. Maar ook dan begrijpen we er voor 94% nog steeds niets van….

Toch ben ook ik opgetogen. Einstein voorspelde het al, en het blijkt te kloppen. Dankzij wetenschappers van over de hele wereld die samenwerkten. Met name wetenschappers uit Duitsland, Italië en de Verenigde Staten. De zwaartekrachtgolven die nu gemeten zijn zijn waarschijnlijk afkomstig van de botsing van twee zwarte gaten. Als we het hele procedé nog beter door hebben en gerichter kunnen meten, kunnen we in theorie de zwaartekrachtgolven van de oerknal meten. En daardoor veel verder terug in de tijd kijken als dat met andere technieken mogelijk is. De uiteindelijke implicaties kunnen, denkt men, zeer vergaand zijn.

Ook was ik vanochtend over iets anders opgetogen. Voor het eerst sinds misschien wel tien jaar zag ik Mercurius weer een keer met eigen ogen. Dat lukt in Nederland zelden. Om te beginnen door de licht en luchtvervuiling. Maar om meer redenen. Mercurius is de kleinste planeet en staat tegelijk het dichtste bij de zon. Daardoor gaat Mercurius ogenschijnlijk vanuit de aarde gezien steeds naar de zon toe, daarna gaat hij verder naar de andere kant van de zon, tot slot gaat hij weer terug. Zo verandert hij voortdurend van morgenster in avondster en vice versa. Alleen als de visuele afstandshoek tussen Mercurius en de Zon zo’n beetje op zijn grootst is dan kun je hem in theorie gedurende enkele dagen achter elkaar zien, of net ná zonsondergang of net vóór zonsopgang, laag aan de horizon. Maar dan moet ook nog eens het weer mee zitten. En laat je nu juist vlak boven de horizon, zelfs met goed weer, meestal wolken hebben. Kortom.. Zelden, zelden te zien die Mercurius. Maar vanochtend was het raak. Mars en Saturnus waren al verdwenen, daar was het al te licht voor. Jupiter kon je in het WZW nog wel zien, en in het ZO stond Venus. Vlak bij Venus, links: Mercurius! Een zwak sterretje leek het, maar onmiskenbaar stond daar onze kleinste planeet van het zonnestelsel! Ik voelde me als een vogelaar die na een bericht spoorslags op pad gaat om een onooglijk vogeltje te spotten. Je moet er een zekere gekte voor hebben. Ik dus naar binnen en mijn camera halen om het fenomeen op de gevoelige plaat vast te leggen. Helaas. Ik was al te laat. Het was al te licht. Wel Venus kon ik nog vangen.. Die heb ik al zo vaak vastgelegd, en meestal veel mooier. Maar toch.

Het volgende filmpje laat dus zien waar Mercurius net geweest is. Gebruik je fantasie. Links van Venus moet je kijken. Daar waar je niets ziet…. Het is er wel. Zoals we ook de zwaartekrachtgolven niet zien. Maar ook die zijn er!

zie ook dit berichtje van zo’n 4 jaar later

Geplaatst in Astronomie | Tags: , | 4 reacties

Don Giovanni

Donderdag en vrijdag speelde het Rotterdams Philharmonisch orkest drie werken: Ouvertüre Don Giovanni van Mozart, het eerste pianoconcert van Tsjaikowski en de zevende symfonie van Dvorak. Bij de toelichting op de webstite staat:

Op het Internationale Franz Liszt Pianoconcours 2014 was Mariam Batsashvili de glansrijke winnaar. Haar ‘passie, poëzie en persoonlijkheid’ – aldus NRC – maken haar tot een gedroomd vertolker van Tsjaikovski’s hyper-romantische Eerste Pianoconcert. Uit hetzelfde hout gesneden zijn de symfonieën van Dvorák, met de Zevende als misschien wel zijn absolute meesterwerk: hoogstpersoonlijke muziek vol poëzie en passie.

Deze twee hyperromantische stukken staan vooral ook bol van theatraliteit, bombast en virtuoos vertoon. Terecht dat zogauw de pianiste haar handen bijna heeft losgelaten het publiek al losbarst in gejuich en geklap. Het geeft aan om wat voor romantiek het gaat. ‘Wat kan ze vlug en vaak ook “hard” spelen’. Maar Mariam Batsasjvili speelt inderdaad heel erg goed, ritmisch hier en daar misschien ietwat rommelig, maar technisch ongelooflijk knap. Na de pauze klonk de zevende symfonie  van Dvorak. Ik vind het persoonlijk niet zijn absolute meesterwerk. Te weinig subtiel, veel te bombastisch, vooral het eerste en laatste deel. Als het stuk is afgelopen wordt het ‘t orkest en de dirigent niet gegund om de muziek ook maar enigszins te laten verstommen: applaus, applaus! Normaal irriteert me dat mateloos. Met name als de muziek inhoudelijk vraagt om enkele seconden bezinning. Maar dit stuk van Dvorak vraagt dat voor mij niet, dus klappen maar. En dan hebben we nog de dirigent. Rafael Payare won in 2012 de “Malko Conducting Competition”. Dan kun je natuurlijk wel wat. En dat kan hij ook. Toch zou ik hem graag eens gezien hebben bij iets ander, bij iets meer subtiel repertoire. Hij deed alles uit zijn hoofd. Heel knap. Maar toch, erg druk zwaaiend en voortdurend zijn bril weer recht op zijn neus duwend. Zijn stijl kon me niet echt bekoren. Geen makkelijke muziek om te dirigeren trouwens. Veel syncopisch werk, lastige inzetten voor veel instrumenten.

De gebroeders Taviani hebben in 1977 de filmische mogelijkheden van Mozart ontdekt. De film “Padre Padrone” uit 1977 maakt uitslutend gebruik van het klarinetkwintet van Mozart. Daar zit blijkbaar zoveel in, dat je er alle mogelijke scenes van achtergrondmuziek mee kunt voorzien. Maar geweldig bruikbare filmmuziek is ook de ouvertüre Don Giovanni van Mozart, waar het concert die avond mee begon. De eerste twee minuten van dat stuk zijn overweldigend. Romantisch, beeldend, suggestief. En dat eind 18e eeuw! Je hoort hier al dat het uiteindelijk niet goed gaat aflopen met de losbollige vrouwenversierder. De regisseur Miloš Forman gebruikte deze muziek bij de film Amadeus uit 1984. Ik verstijfde in mijn stoel toen ik deze film voor het eerst in de bioscoop zag, op het moment dat Mozart de deur open deed, ’s avonds laat. Daar stond een pikzwarte vreemdeling met de opdracht om een requiem te componeren. Bij het openen van de avondlijke deur klonk keihard het begin van de ouvertüre Don Giovanni. Wat een dramatisch effect! Maar ook zonder film was vrijdagavond de muziek, slechts zes minuten lang, nog steeds prachtig.

Geplaatst in Film, muziek, recensie | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Hoe Bach de vastentijd ingaat.

Dinsdag 9 februari is het vastenavond. De avond voordat de lange periode van het vasten begint, de periode waarin de mensen zich dienen voor te bereiden op het paasfeest. De laatste week van de vasten is de Goede week, de lijdensweek. We gaan naar de tijd dat in heel Nederland Bach te horen is, in de talrijke uitvoeringen van de Mattheus- of Johannespassie. Die passies spreken veel mensen aan vanwege het verhaal. Vooral door de langzame opbouw naar het hoogtepunt: het einde van het leven van Jezus aan het kruis. De zelfopoffering. Het ultieme voorbeeld voor de mensheid.

Maar niet alleen de passies hebben deze geest, alle liturgische muziek van Bach is doordrenkt van een diep geloof. Bach was een vurig aanhanger van het piëtisme. Een richting in de geloofsbeleving die in zijn tijd vooral in de Duitstalige landen, maar ook in Engeland, zeer populair was. Piëtisten stonden voor een persoonlijke geloofsbeleving waarbij men streefde naar een voorbeeldige houding. De mens werd het meest op de proef gesteld bij zijn eigen naderende dood, zeker als het om een langdurig stervensproces ging. Om dat proces, volhardend in het geloof te kunnen doorstaan zocht men naar voorbeelden. Natuurlijk was daar Jezus, maar er waren er meer. In Engeland verscheen het boek “pious memorials or the power of religion on the mind in sickness and at death: exemplified in the experience of many devines and other eminent persons at those important seasons. Interspersed with what was most remarkable in their lives. By the late Mr. Richard Burnham.” De tweede druk van dat boek, te vinden bij Google books, is uit 1754. In het Duits is het boek in die tijd ook vertaald. In de tweede druk van de Duitse vertaling uit 1772 zijn er nog getuigenissen van enkele andere mensen toegevoegd. Een van die mensen is predikant Lobethan. Deze predikant werkte in Weimar en Köthen in dezelfde tijd dat Bach daar ook werkzaam was. Beide heren zullen vast veel met elkaar van gedachten hebben gewisseld. De godsvruchtige getuigenis van de dood van Lobethan in dit boek had een inspiratiebron voor Bach kunnen zijn.

Een van de mooiste cantate’s van Bach die helemaal past bij deze piëtistische gedachte, is cantate 73 “Herr wie du willt”. Het onderwerp is een doodziek persoon die vreselijk moet lijden en zich afvraagt waar hij dit allemaal aan te danken heeft. Bach maakt hierin een opbouw. Het eerste deel beeldt de twijfel, smart en boosheid van de zieke uit. De toonsoort is G mineur. Dan wordt de heilsboodschap uitgedragen, het streven om standvastig te zijn. De toonsoort is Bes majeur. Het derde deel symboliseert overgave, maar de twijfel en de pijn blijven ook nog lang aanwezig. De toonsoort is C mineur, weer overgaand in G mineur. Deze drie toonsoorten komen ook bij de inleiding van de cantate in deze volgorde aan bod. Ook bij Mozart was G mineur de meest smartelijke toonsoort!

Een van de belangrijkste motieven is een motief van vier noten. herr-1
In het begin horen we dat instrumentaal. Dan horen we hoe het ook gezongen wordt door het koor op de tekst “Herr wie du willt”. De kerngedachte, de uiteindelijke overgave aan de wil van God wordt hiermee uitgedrukt. Het hele stuk heeft een ongelooflijk mooie retorische opbouw en ook alle tekstdelen zijn retorisch zeer sterk uitgewerkt. Ik zou er een heel boek over kunnen schrijven. Maar ik beperk me nu tot het einde.

Bij het einde van de laatste aria horen we zes keer: “Herr so Du Willt”. Wat mij hier bijzonder treft is de telkens weer veranderende lading die deze tekst krijgt. Bach doet dit door de melodie, ritmiek, harmonie en contrapuntische zetting steeds weer te veranderen. Hoe kun je zo’n simpele tekst iedere keer een totaal andere lading geven, door bijv. domweg stijgend of dalend te eindigen. Of door een woord ritmisch te isoleren met rusten of lange noten, of door op een subdominant (II of IV), dominant (V of smartelijke VII (dim!), of juist tonica te eindigen. Het is waanzinnig mooi gedaan! Voor de muziekkenners hier de noten met onder de baslijn de akkoorden en hun harmonische betekenis.

herr-2

Een toelichting bij deze zes fragmenten. Ook dit weer voor iets meer muzikaal geschoolde mensen uiteraard:

herr-3Begin van een vraag.
Fragment 1 begint dalend, maar eindigt met een stijgende vraag. Het geheel is gebaseerd op een subdominant (VI-IV6), het wil dus verder. De bas blijft liggen, waardoor de melodie extra sterk uitkomt.

 

 

herr-4Vraag-(voorlopig) antwoord.
Ook fragment 2 begint dalend, met een nog hogere noot. De slotnoot is iets hoger, maar werkt nu niet als vraag. Dat komt door de harmonie. De subdominant van het vorige moment wordt op de hoge noot vastgehouden, maar nu wordt het met een omspeling V6 – I naar de tonica afgemaakt. Dit stuk is vooral ritmisch ook interessant: de vraag op de subdominant stokt, en wordt nu resoluut in een snel ritme afgerond. Dat het toch niet echt af nog is komt door: de stijging, de subtiele omspeling met de sextligging van de dominant, en door het einde op de tweede tel van de maat. Toch kunnen we hier spreken van een voorlopig antwoord, op de terts van de toonsoort. Contrapuntisch wordt in de bas het gat van de losse noot in de zang gevuld met een eerst stijgende maar vooral eveneens dalende beweging. V6-I in een subtiele tegenbeweging.

herr-5Duidelijke vraag.
Fragment 3 heeft voor de eerste keer vooral een stijgende tendens, alhoewel het slot nu juist dalend is. Het einde op de dominant werkt als een vraag. Waar in de voorgaande fragmentjes het woord “Herr” de meeste nadruk kreeg, is dat nu “so”. Ook de doorgaande akkoorden in de bas van Tonica naar Dominant geven veel lading aan met name de C van “so”. (“als je ten minste…”) Door het einde op de zware tel is de vraag “duidelijk”. Opvallend is de afwisseling in zetting. Net als bij motief 1 nu weer een duidelijke textuur. De bas loopt in bijna hetzelfde ritme als de melodie, waarbij we in fragment 2 een wat meer onrustige textuur zagen.


herr-6Smart
.
Fragment 4 heeft geen enkele sprong. De tendens is weer dalend, met een kleine stijging op het einde. Verder stroomt het ritmisch heel erg door, zo van, “je weet het wel, als u het wilt God, dus..” Deze doorstroming wordt sterk bevorderd door het complementaire contrapunt met de bas. Elke lettergreep krijgt evenveel tijd toebemeten. Het einde is door VII weer vragend, maar deze vraag werkt smartelijk, door het verminderde septiemakkoord. Weer een onrustige textuur net als in fragment 2.

herr-7
Sterke, smartelijke vraag.
Fragment 5 is het eerste fragment welk alleen daalt, en welk ook niet met een secunde, maar met een sprongetje eindigt. De begintoon van dit fragment is tevens de hoogste toon over alle zes de stukjes. Het woordje “willt” wordt extreem lang aangehouden. De harmonische kleur van deze lettergreep verandert door de akkoordwisselingen voortdurend enigszins, maar gaat globaal van IV naar V: van subdominant naar dominant. Samen met het voorgaande fragment, allebei eindigend op een dominant, is dit het meest indringende, smartelijkste, vragende stukje.

herr-8Berusting en sterke overgave.
Fragment 6 is uitsluitend dalend, zonder sprongen, zit helemaal in de lage regionen, en eindigt ook op de laagste toon van alle zes de fragmenten. Het woordje “Herr” is nu heel kort, een soort opmaat, waardoor “so” meer nadruk krijgt. Harmonisch superduidelijk: V7- I: de betrokkene geeft zich helemaal over aan de wil van God. (zoals u wilt, V-I). Waar het eerste antwoord van fragment 2 ritmisch, melodisch, en zelfs harmonisch nog niet helemaal af was, heeft dit stukje nu alle kenmerken van een echt slot. Textureel zien we hoe vanaf 5 en 6 de beweging in de bas voortdurend in achtsten doorgaat. Een echte basso continuo. Hij stevent lijnrecht af op de uiteindelijke overgave “Herr, so du willt”.

De heilsboodschap van Bach liep het hele jaar door. Hij schreef cantate’s voor alle zondagen van het kerkelijke jaar. Deze cantate hoort thuis bij de laatste zondag van de kerstcyclus, dus vlak voordat de vasten begint. In 2016 hoort hij dus bij zondag 7 februari. De Passiemuziek van Bach vertelt eigenlijk hetzelfde verhaal. Prachtig. Maar deze cantate vertelt het verhaal voor mij persoonlijker, eigenlijk nog indringender. Helemaal in de geest van de piëteitsgedachte. Jij en God en niemand anders. Alsof je helemaal alleen in de woestijn staat. De vastentijd gaat beginnen.

Andere stukjes die ik schreef naar aanleiding van een cantate van Bach

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | 3 reacties

De pedagogiek van Jaap van Zweden en de geest van Lord Byron

Elke donderdag gedurende de komende weken is er op TV een serie over Jaap van Zweden. Afgelopen donderdag was de eerste aflevering waar ik met veel plezier naar heb gekeken. Heel gelukkig qua timing trouwens voor de programmamakers, net nu hij te horen heeft gekregen dat hij chefdirigent bij de New York Philharmonic gaat worden.

Twee uitspraken van Jaap van Zweden zijn me na die eerste aflevering het meest bij gebleven. “Ik ben niet streng, ik ben fanatiek”. En “ik communiceer als dirigent met mijn ogen naar mijn spelers, ik zie het orkest niet als een machine”. Wat zagen we als hij repeteerde? Hij bleef voortdurend schaven aan een muziekstuk en bleef ook individueel orkestleden terecht wijzen, fanatiek doorgaande tot het voor hem klonk zoals hij wilde dat het moest klinken. Hij bleef ook menselijk: voortdurend geduldig doch beslist en aanhoudend. Iemand die van zich zelf veel eist en dat ook van zijn orkestleden doet. Hard aanpoten dus. Wat als je het niet aankan? Technisch of muzikaal niet voldoende bent toegerust als orkestlid? Ik denk dat hij dan geen enkel medelijden zal hebben. Tijdelijk problemen in bijv. de privésfeer? Ik heb geen idee. Ik vermoed dat hij daar ook geen boodschap aan heeft. Wil je aan de top functioneren dan doe je weinig concessies, het leven is daar bikkelhard.

Wat me ook raakte was zijn verhaal over zijn autistische zoon. Samen met zijn vrouw is hij zover gekomen dat ze deze zoon met veel geduld uiteindelijk in zijn ogen konden kijken. Jaap van Zweden zei: “De ogen zijn de poort naar de ziel. Daar moet je dus doorheen”. Dat heeft hem ook geleerd dit toe te passen op het orkest. Maar ook, en dat is misschien nog belangrijker: boos zijn heeft bij een autist geen enkele zin. Je bereikt er helemaal niets mee. Vriendelijk, duidelijk, geduldig, vasthoudend zijn. Dat zijn de sleutelwoorden. Die houdingen zijn waarschijnlijk niet alleen bij autisten belangrijk. Bij autisten zijn ze noodzakelijk. Maar in het onderwijs in het algemeen lijken me het de voornaamste pedagogische eigenschappen. Als je dan ook nog “fanatiek zijn” vertaalt in “gedreven, enthousiast zijn” dan kun je als docent iets overbrengen en bereiken, maar blijf daarbij vriendelijk, geduldig en vasthoudend. En daarnaast dus duidelijk en consequent. Sommige orkestleden die werden geïnterviewd  zeiden dat ze door hun dirigent werden uitgedaagd, tot grotere hoogten werden gebracht. Ook dat moeten wij in het onderwijs proberen te doen. Een prachtige les dus. Deze eerste uitzending kun je terug zien op

http://www.npo.nl/jaap-van-zweden-een-hollandse-maestro/28-01-2016/AT_2049604

Jaap van Zweden kun je donderdag en vrijdagavond 3 en 4 maart live zien in Rotterdam waar hij het Rotterdams Philharmonisch orkest dirigeert in een interessant programma. Twee stukken van Tsjaikowsky: De rococo variaties en de Manfred symfonie. Deze laatste symfonie is geïnspireerd op de tekst van een toneelstuk van de beroemde Britse excentieke lord Byron, begin negentiende eeuw. Lord Byron had net een mislukt huwelijk achter de rug en daarna had hij nog een paar affaires die veel ophef veroorzaakten. Hij verliet Engeland om er nooit meer terug te keren. Zijn eerste nieuwe vaderland was Zwitserland. Daar schreef hij Manfred.

Het toneelstuk begint met een monoloog van Manfred, die rond middernacht staat in de gang van een gotisch kasteel. Hij ontmoet in een sluimerende toestand zeven geesten. Hij vraagt hun of ze kunnen zorgen dat hij alles vergeet. ‘Wat wil je dan vergeten?’ vragen ze hem. Manfred antwoordt niet. Dan antwoorden de geesten dat de dood kan zorgen voor volledige vergetelheid. Manfred vraagt of hij een van de geesten mag zien. Voor hem verschijnt een bloedmooie vrouw. Manfred wil haar omhelzen maar dan verdwijnt ze weer. De scene eindigt met het moment dat Manfred boven op een uitstekende rots staat, hoog in de Alpen, klaar om er van af te springen. De eerste zinnen van de monoloog luiden als volgt:

De lamp moet worden gevuld, maar zelfs dan
hij zal niet zo lang als ik moet kijken blijven branden.
Mijn sluimeren-als ik sluimer-is geen slapen,
maar een voortzetting van duurzame gedachten
die ik maar niet uit mijn hart kan krijgen.
Ik lijk wakker, maar deze ogen zijn dicht
en kijken slechts naar binnen; en toch leef ik, en verdraag
de techniek en de manier van ademen van mensen.
Maar verdriet moet de leidsman van de wijze zijn.
Verdriet is kennis: zij die het meeste weten
moeten het meeste over de fatale waarheid treuren.
De boom van kennis is niet die van het leven.

friedrich wanderer

Caspar David Friedrich. De wandelaar boven de nevelen. 1818

Behalve Tsjaikowsky speelt het RPHO ook de “drie préludes voor orkest” van Tristan Keuris uit 1992-93, twee en een half jaar voor zijn dood geschreven. Prachtige muziek, qua stijl enigszins verwant met de vroege atonale werken van Anton von Webern, maar ook hoor ik enige overeenkomst met de stijl van Bartok. Keuris zet drie keer een iets andere sfeer neer. Heel vrij, maar toch ervaar je bij elke prélude een motivische eenheid en motivische ontwikkeling, door bijv. het gebruik maken van afbrokkelende sequenzen. Ik vind ze uiterst toegankelijk en ervaar verwantschap met de sfeer die Lord Byron ook wil vastleggen in “Manfred”. Alvast een voorproefje van de muziek van Keuris.

Wil je Jaap van Zweden aan het werk zien en genieten van de prachtige muziek van Keuris en Tchaikowsky, ga dan luisteren!

Geplaatst in muziek, theater | Tags: , , , , , , | 1 reactie

De manen van Pluto

De afgelopen week was er weer veel te zien aan de hemel. ’s Ochtends kon je een gebogen lijn trekken van de zuid-oostelijke horizon naar de westelijke horizon en dan kon je een uur voor zonsopgang Venus, Saturnus, Mars, Jupiter en de maan zien. De maan is daar nu alweer verdwenen, maar met goed weer en daarnaast veel geluk kun je nu vlak onder Venus de kleine Mercurius gaan zien, en de rest van de planeten is er dan ook nog steeds. De belangrijkste Romeinse goden op een rij!

Daarnaast was er ook belangwekkend nieuws over ons zonnestelsel, waarover later meer. En: er komen nog steeds foto’s binnen van Pluto, gemaakt in juli 2015. Het binnenhalen van de data kost maanden, door de grote afstand van Pluto. Erg leuk is dat er ook afbeeldingen van de manen van Pluto binnenkomen. De grootste maan van Pluto is Charon, half zo groot als de planeet zelf, dus bijna een soort dubbelplaneet. De kleine maantjes heten Styx, Nix, Hydra en Kerberos.

pluto-moons-diagramDe afbeeldingen van deze kleine manen stellen nog niet veel voor, maar als je je realiseert hoe klein ze zijn en hoe verschrikkelijk ver af ze staan, dan is het nog een wonder dat we toch al een “persoonlijke” indruk kunnen krijgen. Ja, persóónlijk. Want net als alle planeten zijn ook de manen van planeten eigen entiteiten met een eigen naam. Allemaal afkomstig uit de Griekse en Romeinse mythologie. Pluto (bij de grieken Hades) is de god van de onderwereld. Nadat in de 18e en 19e eeuw Uranus en Neptunus waren ontdekt volgde in de 20e eeuw Pluto. Nog steeds volgde men bij de naamgeving de lijn die de Romeinen al hadden aangegeven: planeten staan voor goden. En Pluto was zo verschrikkelijk ver weg, dat kón alleen maar de God van de onderwereld zijn, dus Pluto. Toen pas veel later Charon, en nog later de kleinere maantjes werden ontdekt, bleef men in die sfeer. Als Grieken of Romeinen stierven gaven ze de overledene een muntje mee. Met dat muntje konden ze de veerman Charon betalen, die hen de rivier de Styx overzette om zo in de onderwereld te kunnen komen. De moeder van de veerman Charon is Nix, de godin van de duisternis en de nacht. Kerberos is de driekoppige hellehond, die de ingang van de onderwereld bewaakt. Hydra is het veelkoppige monster dat door de held Hercules werd verslagen als een van zijn 12 werken. Hydra is een dochter van Typhon, ook een monster, welk ooit de heerschappij met Zeus bestreed en na de overwinning van Zeus werd opgesloten onder de Etna. Af en toe hoor je hem nog brullen en vuur spuwen… Hydra is door Hercules verslagen, maar leeft nog voort als een van de maantjes van Pluto.

manen-1manen-2manen-3

Toen kwam het nieuws dat er bijna zeker nog een grote planeet van het kaliber Uranus is, veel en veel verder dan Pluto. Ik was helemaal opgetogen! De toonladder heeft immers twaalf tonen…. De afstand van die nieuwe planeet is zo groot dat hij nauwelijks zonlicht kan weerkaatsen dus met optische telescopen zal hij niet zijn te zien. Er zal nu wel koortsachtig gerekend gaan worden waar je hem eventueel zou moeten zoeken en hoe je hem dan toch op een of andere manier fotografisch of nog anders kan vastleggen. Als je de positie exact zou weten, inclusief de omloopssnelheid en andere relevante factoren, dan zou je er weer een missie op kunnen loslaten, net als op Pluto. Hij zou ongeveer 2 keer zo ver moeten staan als Neptunus. Dat betekent dat als je het goede moment kiest met de juiste raketversnelling, dat deze planeet over een jaar of 25 bezocht zou kunnen worden, op een vergelijkbare manier als nu Pluto is bezocht. Poe hei…. Hoe zou hij genoemd gaan worden? Waar kom je als je de styx over bent,  je de hellehond voorbij bent, de koningin van de nacht achter je hebt gelaten, het dodenrijk uit bent? Waar kom je dan uit?

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , | 3 reacties

In den ouden Vogelstruys

eierenDe schatkamer van de Sint Servaaskerk te Maastricht bezit twee opvallende reliekhouders in de vorm van een struisvogelei. Volgens Sigismund Tagage in zijn hoofdstuk over “schatkamers” in “kunst ambacht en volksgebruiken in Zuid-Limburg” sprak dat in de late middeleeuwen sterk tot de verbeelding van de pelgrims. Struisvogels kende men van de bestiaria uit die tijd. Het waren bijzondere vogels omdat ze de eieren niet bevruchtten. Ze legden een ei in het zand en lieten het weken liggen. Dan, de eerste keer dat de ster Canopus ’s avonds in het oosten verscheen, gingen de struisvogels terug naar hun ei en verwarmden het tot het ging barsten en er een jong geboren werd. De associaties voor de middeleeuwse mens waren duidelijk. De struisvogel symboliseert Maria, die onbevlekt moeder werd van een kind. De geboorte van dat kind werd aangekondigd door een ster, welke de wijzen volgden om de nieuwe koning te vinden. Daarnaast is een ei een vruchtbaarheidssymbool, denk maar aan Pasen. En een struisvogelei: waw! Zo groot! Het was een geweldig voorwerp om kostbare relieken in te bewaren. Men kende het niet en er werden allerlei mooie verhalen bij verteld waar de pelgrims van smulden en mee thuis konden komen. Twee van die reliekhouders uit de vijftiende eeuw kunnen we nog bewonderen in de schatkamer. En aan het Vrijthof tegenover de Servaas, op de hoek van de Platielstraat, werd een herberg gesticht met de naam “in den ouden Vogelstruys”. De pelgrims konden daar blijven eten en slapen.

vogelstruys
Of de ster die de struisvogels aan het broeden zette Canopus was weet ik niet, dat heb ik zelf verzonnen. Struisvogels komen in het wild voor in Afrika, tot voor enkele eeuwen ook op het Arabisch schiereiland en in de Sahara. De sage van de verschijnende ster in relatie met een struisvogel zouden we dus op dat gebied kunnen betrekken, redelijk dicht bij Europa. Ik heb het proberen uit te zoeken. De ster Canopus is vrijwel altijd te zien in het zuidelijk halfrond, zoals de poolster bij ons. Maar hoe noordelijker je komt, hoe minder zichtbaar hij is. Bij ons is hij nooit te zien. In de Sahara alleen in de maanden januari tot en met maart, en dan vrij laag aan de horizon gedurende het grootste deel van de nacht. Om half negen zo’n beetje komt hij dan op in het oosten.
canopus2000Canopus is de een na helderste ster van de hemel. Zeer opvallend en tot de verbeelding sprekend. De meest heldere ster is Sirius, die je in onze streken ook kunt zien, vooral tijdens de wintermaanden. Canopus is een witte reuzenster die relatief dichtbij staat. Alle sterren bewegen door onze melkweg. In hun baan staan ze soms dichterbij of soms wat verder van onze zon vandaan. Canopus staat nu duidelijk iets verder af dan eerder, waardoor Sirius relatief gezien tijdelijk nog meer helder lijkt. We hebben het overigens over duizenden jaren dat het duurt voordat die relatieve helderheid iets is veranderd!
Canopus is een ster die bij volkeren waar hij zichtbaar is sterk tot de verbeelding spreekt. De Tswana inwoners van Botswana noemen Canopus ‘Naka’. Als deze laat in de winter verschijnt betekent het dat het meer gaat waaien en dat de bomen hun bladeren gaan verliezen. Bosjesmannen van Zuid-Afrika bidden tot Sirius en Canopus om geluk of bekwaamheden af te smeken.
Hoe is de ster aan haar naam gekomen? Een van de legenden van de Trojaanse oorlog verhaalt hoe de helderste ster van het sterrenbeeld Argo Navis (tegenwoordig Carina) de naam kreeg van ‘Canopus’. Canopus was stuurman van het schip van Menelaos, op zoek naar Helena van Troje nadat deze was ontvoerd door Paris. Zijn reis was blijkbaar in de wintermaanden. De ster is in Europa tot net ten zuiden van Athene of Sevilla gedurende enkele wintermaanden ’s nachts te zien. De naam van de ‘stuurman’: dit duidt op de belangrijke navigatiefunctie van deze ster, wat we ook uit andere bronnen weten. Ik denk dat Canopus inderdaad de gidsster van de struisvogels is.

Als je nu in Maastricht over het Vrijthof loopt en kijkt naar het oudste café van de stad (1730) en je realiseert je dat er op die plek voor die tijd ook een herberg met de zelfde naam heeft gestaan, denk dan eens aan de middeleeuwse pelgrims die daar gingen slapen, nog vol als ze waren van het net gehoorde verhaal over die struisvogel.

vrijthof-oost1671
Op de tekening uit 1671 moet de oude Vogelstruys gesitueerd worden links van het Gasthuis waarvan je de kapel met toren goed kunt zien. De Vogelstruys moet je dan een beetje verscholen achter de takken van een boom zoeken.

En als je in de schatkamer van Sint Servaas bent, kijk dan met nog andere ogen naar die merkwaardige eieren, waar kostbare relicten van heiligen in werden bewaard. En als je een keer in een gebied bent dat je de ster Canopus ’s nachts aan de hemel kunt zien, denk dan aan zijn relatie met de struisvogel, aan zijn relatie met Maria en met de wijzen uit het Oosten, en bedenk hoe honderden jaren geleden alle oorlogsschepen van Menelaos verbeten richting Troje voeren, gegidst door de opgekomen ster Canopus. En heb intussen heimwee naar Maastricht.

Geplaatst in Astronomie, Geschiedenis | Tags: , , , , , | 8 reacties

Gelre in 1473

We weten allemaal van de wreedheden ten tijde van de Spaanse opstand, de plundering van Zutphen bijv. en de vele belegeringen van steden als Maastricht. Het is onderdeel van de canon omdat Nederland toen geworden is tot het land zoals het er nu nog steeds voor een groot deel uitziet. Maar de barbaarsheden van die tijd waren absoluut niet uitzonderlijk. Al eeuwen daarvoor was het een en al ellende op veelal dezelfde plaatsen als waar het later weer prijs was, tijdens de Spaanse opstand. Een voorbeeld hiervan wil ik laten zien. Waarbij je soms van heel nabij lijkt te kunnen voelen wat dat voor de mensen betekende.

Karel de Stoute 1460 Rogier van der Weijden

Karel de Stoute, schilderij van Rogier van der Weyden uit 1460

Als je kijkt naar bovenstaand schilderij van een van de meest vermaarde schilders uit die tijd, Rogier van der Weyden, met wat voor een man denk je dan te maken te hebben? Een mooie jongen, wel een beetje dom is mijn indruk. Echt sympathiek komt hij niet over. Maar in werkelijkheid weten we van Karel de Stoute dat hij buitengewoon heerszuchtig, ambitieus en niets ontziend was. Hij probeerde een koninkrijk te stichten van de Loire tot aan de Noordzee. Een van de trofeeën in dat streven was het hertogdom Gelre. Vanaf 1423 werd Gelre een tijdlang geregeerd door telgen uit het huis Egmont. Arnold van Egmont werd door zijn zoon Adolf afgezet, maar Karel de Stoute kwam Arnold te hulp. Deze zette hem in 1471 opnieuw in het zadel, waarop deze zijn zoon onterfde en Karel de Stoute tot diens opvolger benoemde. Dit werd door de Rooms-Duitse keizer Frederik bekrachtigd. Maar binnen Gelre zagen de steden en edelen dat in het algemeen niet zitten. Na het overlijden van Arnold in 1471 stelden ze Vincentius van Meurs, heer van Sittard en het land van Born, aan tot momboir (voogd, toezichthouder). Karel de Stoute ging in 1473 Gelre hoogstpersoonlijk opeisen. Een priester uit Beek heeft een uitgebreide kroniek geschreven en daarin genoteerd wat hij  zoal hoorde, doorspekt met zijn eigen mening. Ik zal een en ander in leesbaar Nederlands en enigszins verkort weergeven:

In 1473, op de dag van Hemelvaart, vestigde de hertog van Bourgondië en Brabant zich met zijn troepen in Maastricht. Daar bleef hij ongeveer 14 dagen. Hij verbleef in de stad in het kasteel van de ridders van de Duitse Orde, de Nieuwe Biezen. Hij bracht intussen een groot leger op de been, met veel krijgswagens, kanonnen, kanonskogels, kruit en ander oorlogstuig. De stad Sittard en het land van Born maakten zich grote zorgen om wat er komen ging, omdat hun jonker, de oude graaf Vincentius van Meurs, momboir van Gelre was geworden. En omdat ze geen hulp, troost of bijstand kregen van de graaf van Meurs, wat hij wel had toegezegd, gingen ze de hertog tegemoet in Maastricht en ze zeiden de poorten voor hem te zullen openen en smeekten om zijn barmhartigheid.

Daarna, de woensdag in de week van pinksteren, te weten 9 juni op de dag van Primi et Feliciani, toen trok een deel van het leger op vanuit Maastricht en vestigde zich in de gemeente Geulle achter een dorpje, genaamd Hussenberch. Daar plaatsten ze hun tenten of pauweloen en maakten een groot perk van strijdwagens en kanonnen, als ware het een stad. Op donderdagavond, de feestdag van de apostel Barnabas, kwam ook hertog Karel zelf aan, ongeveer vier uren na de noen, met hem vele krijgslieden met paarden. Daar bleef hij tot zaterdagochtend omstreeks zes uur. Toen brak men op, van Hussenberch ging het via Katscop aan de Hei naar Montfort bij Roermond, en het leger maakte kwartier achter het klooster van de Begarden in Sint Joost.

U moet weten dat in de dorpen Geulle, Hussenberch, Elslo en Katscop grote schade werd aangericht door dit volk, want deels bestond het uit tuig zonder barmhartigheid en ze deden de mensen groot leed aan. Er was veel schade aan de edele vruchten, het koren, de tarwe, de gerst, de erwten, de haver, het gras en alle mogelijke andere dingen.

kaartgelreHier een deel van de kaart van Gelre, Jacob Aertsz kaart10 – Le Duche de Gueldres, ongeveer 1660. Het westen ligt boven, zuiden links. De veldtocht tot Nijmegen van Karel de Stoute volgen we via de blauw omcirkelde plekken van links naar rechts.

Een week later braken zij op en belegerden het slot van Montfort, de voogd van Roermond. Na drie dagen werd het opgegeven op voorwaarde van behoud van leven en geld. Toen ging men naar Roermond met alle ridders, edellieden en soldaten. De soldaten verspreidden zich over de omgeving en vernielden en bedierven huizen en akkers, tot grote jammer van de dorpsbewoners, over wie God zich moge ontfermen.

Toen was Roermond aan de beurt. Daar kon de hertog zonder problemen naar binnen trekken. Ook de Roermondenaren waren al met pinksteren naar Maastricht gegaan om om genade te vragen. Op Pinksteravond spraken ze de hertog in de O.L.V. kerk. Ze vroegen daar uitdrukkelijk om de poorten en muren van Roermond intact te laten. Dat gebeurde dus ook.

Toen trok men naar Brüggen waar de jonker graaf Vincentius van Meurs verbleef, waar hij ook heer van was, beleend door de hertog van Gelre en Gulick. Brüggen zou zich moeten overgeven. Ze vroegen 7 dagen respijt. Toen bleek dat de graaf van Meurs hun niet zou beschermen gaven ze zich over met behoud van lijf en goed.

Vanuit Brüggen ging het vervolgens naar Venlo. Ook de inwoners van Venlo vroegen enige respijt.  onmiddellijk daarna gaven ze zich over. Men liet de stad heel.

Vandaar uit ging het naar Nijmegen. Maar de edele stad en de burgers van Nijmegen weerden zich stoutmoedig en hielden lang stand en brachten grote verliezen toe aan de troepen van de hertog. Omdat ze jammer genoeg geen steun van buiten de muren kregen moesten ze uiteindelijk de stad opgeven. De hertog nam hem in en het leger sloeg aan het plunderen en vernielen. In Nijmegen werd het verdrag gesloten dat heel het land van Gelre nu bezit was van de hertog. Tegelijk moesten alle steden hun rechten en privilegiën opgeven, zoals eerder ook Luik dat had moeten doen. Zo won hij Gelre en vernielde het edele land jammerlijk, zodat zelfs een stenen hart zou huilen. De hoogmoed, het misprijzen, de schade, de euvele boosheid van de hertog en zijn manschappen hielden huis in kerken, godshuizen. Ze ontnamen de arme landslieden hun goed, zowel in de kerken als in hun woonhuizen. Niets of niemand, rijk of arm, werd gespaard. Zij gedroegen zich als eerloze boosaardige mensen zonder barmhartigheid.

Nadat hertog Karel het land van Gelre vernield en verteerd had toog hij naar het land van Gülick. Daar gebeurde hetzelfde. Ook de stad Aken leed grote schade. Mensen schonken hem uit angst alle  bezittingen, want hij spaarde niemand. Hij was bij niemand geliefd, velen riepen om wraak. Vanuit Aken ging het naar Trier, waar keizer Frederik verbleef. Karel had zich graag tot koning van Lotharingen willen laten kronen, hij bezat op dat moment het grootste deel van het voormalige middenrijk Lotharingen. Maar de keizer weigerde dat. Vanuit Trier toog hij door naar Frankrijk, door Picardië, Vlaanderen, Brabant, het land van Luik en Loon, over de Maas naar het land van Franchimon. Daarna opnieuw naar Frankrijk en via Brabant weer naar Maastricht. Via het land van Valkenburg en Gulick naar de Rijn en Moezel. Overal waar hij kwam zaaide hij dood en verderf.

Ditzelfde jaar 1473 beleefde de droogste en heetste zomer sinds heugenis. Alles was een maand eerder rijp dan normaal. Er ontstonden op veel plaatsen spontaan bosbranden. Men dacht aan een godsoordeel. Ook ontstond er een epidemie van buikloop. Sint Lucia werd massaal aangeroepen voor de pijn in de buik en de diarrhee. Er was geen plaats waar het niet heerste.

We weten dat Gelre zich na de dood van Karel de Stoute in 1477 bij de slag van Nancy weer los probeerde te maken van het Bourgondische rijk. Dat lukte, pas Karel V kwam hoogstpersoonlijk het hertogdom opnieuw opeisen in 1543, waarna het met het verdrag van Venlo definitief werd geannexeerd. Tijdens de Spaanse opstand werd het overkwartier van Gelre, met de hoofdstad Roermond, na wisselende kansen, als enige niet bevrijd en bleef Spaans. De rest van Gelre kennen we nog als de huidige provincie Gelderland.

Het is wrang om je te realiseren dat Karel V, bloedverwant van de wrede hertog Karel de Stoute, voor zijn voorvader een monumentaal grafmonument heeft laten plaatsen in Brugge. Het is alsof Hitler alsnog een mooi eerbetoon krijgt. Zo grillig kan de geschiedenis en zijn interpretatie ervan zijn.

Grafkarel“Grafkarel” by Paul Hermans uit nl. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons –

Het betreffende verslag van het jaar 1473 is een onderdeel van een uitvoerige kroniek van een onbekende, maar uit zijn verhaal blijkt dat hij afkomstig is uit Beek. Waarschijnlijk was hij priester, onder meer omdat hij duidelijk goed Latijn kon lezen en schrijven. Vanaf 1468  tot 1506 heeft hij uitvoerig verslag gedaan van dingen die hem interesseerden. Vooral veel dingen die met kerk en geloof te maken hadden. Van de periode van voor 1468 (vanaf 1275) heeft hij ook een korte kroniek samengesteld, met dingen die hij waarschijnlijk gelezen en/of gehoord heeft van anderen. Deze hele kroniek is weergegeven in oud-Nederlands in het jaarboek van de LGOG uit 1870. Er is een schat aan informatie te vinden, die vooral belangwekkend is omdat hij komt uit de eerste hand en gekleurd is door de persoonlijke beleving van een bevlogen en kritisch denkend iemand. Een andere keer wil ik graag een heel ander aspect van die tijd via deze blik laten zien.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | 5 reacties

The God Squad

In een gevangenenkamp in Duitsland schrijft Messiaen in 1941 zijn quatuor pour la fin de temps. Aan het einde van de tweede wereldoorlog was het einde der tijden zeer nabij toen er drie atoombommen vielen. De eerste, trinity, was een testbom in de woestijn van New Mexico op 16 juli 1945. Precies op dat moment werd in de nabijheid een meisje geboren, welk de naam “Trinity” kreeg. Haar twee broers waren “Little man” en “Fat man” (de namen van de bommen op Hiroshima en Nagasaki). Een heilige drieëenheid, samen goed voor het einde der tijden?

the god squadDe groep “Ausdauer” maakte rond dit gegeven een prachtig muziektheaterstuk. Gisteravond was de premiere in theater de Kikker in Utrecht. Vier muzikanten, in het stuk genoemd  “the God Squad”, samen met een toneelspeelster, zangeres, muzikante (Gabby Bakker). Eigenlijk een solovoorstelling met prachtige live muziek.

Wat maakt dit stuk zo bijzonder belangwekkend en de moeite waard om te zien en te horen? Voor mij waren dat drie dingen.

Op de eerste plaats het meeslepende verhaal van Trinity, gespeeld door Gabby Bakker. Volkomen natuurlijk speelt ze zich zelf en alle mogelijke andere mensen die ze in haar leven tegenkomt, zoals de moeder overste die haar in het nonnenweeshuis martelt omdat ze zich niet gedraagt, wat later op een andere manier terugkomt als een politiefunctionaris hetzelfde doet. Ze is mismaakt ter wereld gekomen en krijgt steeds meer bulten en andere kwalen tengevolge van de plutoniumstraling. Door iedereen wordt ze uitgekotst maar ze overleeft lang doordat ze houdt van zingen. Begin en einde komen samen, dat verklap ik even nog niet. Zoals het begin der tijden en het einde der tijden een gelijktijdig moment vormen. De engel Gabriel die in de apocalyps het einde aankondigt, de roos van Jericho, allemaal symbolen die naar beide momenten refereren.

Op de tweede plaats het muziektheater. Vier muzikanten: een contrabassist, violist, gitarist en (bas)klarinettist spelen muziek. Muziek door hen zelf geschreven, af en toe ondersteund met geluidsfragmenten van indianengezang. Indianen die vooral ook later, slachtoffer waren van nog meer atoomproeven. Maar vooral ook afgewisseld met arrangementen van delen en fragmenten uit “Quatuor pour la fin du temps” van Messiaen. Al snel herkennen we bij de viool het flageoletmotief uit het eerste deel, daar door cello gespeeld. Later ook een keer de klarinet (de ochtendvogel) uit het eerste deel. Maar ook de swingende bijna rockmuziek uit het unisonodeel, nu gespeeld door gitaar, viool en klarinet. Alles ondersteunt voortdurend het verhaal. Heel soms ook even geen muziek. Ook een keer iets langer zit Trinity in gedachten stil en horen we alleen maar de muziek van Messiaen. Opvallend was dat je na dat deel de neiging had om voor de muziek te gaan applaudisseren. Want die muziek is hels moeilijk om te spelen, vooral in ritmisch opzicht. Uiterste concentratie en op elkaar letten is vereist. Dat alles een uur en veertig minuten achter elkaar non stop. Voor iedereen een zeer zware opgave. Maar je blijft ademloos aan je stoel gekluisterd zitten. En klappen zou ongepast geweest zijn. Je mag de spanning niet doorbreken. Het leven gaat door, zonder pauze.

Op de derde plaats doordat je als kijker en luisteraar achterblijft met vragen, je gaat over veel dingen nadenken. In de een uur en veertig minuten krijg je een opfriscursus geschiedenis van 1945 tot in de zeventiger jaren. Belangrijke gebeurtenissen als de rassenrellen, spoetnik, eerste mens op de maan, hippietijdperk. Alles komt langs. Maar omdat het verhaal van een tragische vrouw in deze periode centraal staat gaat het verder dan een geschiedenisles. Het zegt iets over de mens zelf en over zijn destructieve neigingen. Over hoop en wanhoop. Over de zin van het bestaan.

Over de trinitybom is veel terug te vinden op internet, bijv. onderstaande site geeft de nodige informatie. Het filmpje daaronder is deel 6 uit een serie van 9, en begint op het moment van de ontploffing

https://en.wikipedia.org/wiki/Trinity_(nuclear_test)

Geplaatst in muziek, recensie, theater | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

In memoriam Pierre Boulez

Gisteren, op drie koningen, is de laatste van de drie koningen van de avant-gardemuziek van de jaren 1945-1990 overleden: Pierre Boulez. De drie koningen van de bijbel liggen begraven in de dom van Keulen als je het wilt geloven. De Keulse koning Stockhausen, overleden in 2007, is vlak bij Keulen begraven waar hij ook studeerde en werkte in de beroemde electronische studio’s. De tweede koning is voor mij Luciano Berio, overleden in 2003 in Rome. En nu dus de laatste koning: Pierre Boulez.

Ook op Radio 4 bij de klassieken herdenken ze Pierre Boulez. Als dirigent dan wel. We horen muziek van Poulenc, Debussy, Ravel. Goed in het gehoor liggende muziek dus,  goed dus ook voor de Klassieken. Zorgvuldig wordt vermeden om hem te herdenken als componist. Dan wordt de radio wellicht uitgezet. Op zich begrijpelijk, want de avant-garde muziek van Boulez is niet makkelijk toegankelijk. De postmodernistische muziek van Pärt of John Adams gaat er tegenwoordig steeds meer in als zoete koek, maar wat er zo tussen 1945 en 1990 geschreven werd door componisten als Stockhausen, Nono, Berio of de net overleden Boulez, dat wordt zorgvuldig geweerd. Ook steeds meer op de podia. Het onlangs door Boulez zelf nog geleide “Pli selon Pli” in Amsterdam is een zeldzame uitzondering. Frits van der Waa denkt vandaag in de volkskrant dat op de lange duur Boulez vooral herinnerd zal worden door zijn composities, meer als door zijn opnames als dirigent.

Als dirigent stond hij bekend om zijn uiterste precisie, bijna onbewogen houding, maar ook: hij hoorde alles in het orkest. Hij wist precies waar en wie iets niet goed deed, zelfs bij zeer ingewikkelde composities. Zelf zei hij dat klankkleur, orkestratie meer was dan het invullen van een pianopartituur. Bij hem begon het vaak met de klank van de instrumenten. Ook exotische instrumenten of electronische instrumenten. Hij nam ze allemaal op in zijn uitgebreide klankkleurrepertoire en behandelde ze als zelfstandige fenomenen.

In Rotterdam waren er in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw aan het conservatorium grote projecten met moderne werken van componisten uit de avant garde. Berio is nog op bezoek geweest. Het pianoconcert “Como una ola de fuerza y luz”, met zang, tape en orkest van Nono werd uitgevoerd, net na het overlijden van de componist. Ik heb het nog met mijn studenten geanalyseerd en ben tot de conclusie gekomen dat het om een fenomenaal werk gaat. Misschien dat ik er in een blog nog eens op terug kom. Van Boulez is toen ook “Pli selon Pli” uitgevoerd, op tekst van Mallarmé, het geheel geleid door de toen nog jonge Rotterdamse dirigent Arie van Beek, die al jaren voor Franse orkesten staat en daar ook werkt. Af en toe komt Arie van Beek nog naar Rotterdam om daar een orkestproject te leiden.

Hoe kun je die avant garde muziek nu iets meer toegankelijk maken. Boulez schreef meest serieel. Dat is totaal wat anders dan twaalftoons. De Belg Goeyvaerts, een van de eerste serialisten, noemde Schönberg een seriële Verdi. Waarmee hij aan wilde geven dat Schönberg, evenals trouwens zijn leerling Berg, nog sterk wortelde in de romantiek, waar de seriëlisten niets van moesten hebben. Serieel was Schönberg trouwens ook niet, maar daar ga ik nu niet op in. Verder ben ik het met de uitspraak van Goeyvaers helemaal eens. Boulez wilde in zijn ruige jaren alle muziek van voor 1900 uitbannen. Operahuizen vond hij verschrikkelijk. Muziek was voor hem een abstracte discipline, zoals wiskunde. Hij had zelf wiskunde gestudeerd. Voor Schönberg was muziek drama, hij wilde altijd een verhaal overbrengen, en muziek had voor hem niets abstracts in zich.

Waar zitten de wortels van de muziek van Boulez dan wel? Vooral in die van zijn leraar Messiaen. Messiaen experimenteerde met allerlei vormen van reeksen, die tot gevolg hadden dat er een bepaald soort monotone, maar sfeervolle klanklaag ontstond. Dat bereikte hij ook met toonladders, zelden chromatisch, en ook niet volgens de twaalftoonsprincipes van Schönberg. Zijn geliefde toonladder was de octotonische. Als we luisteren naar het eerste deel, ”Liturgie de Cristal”, van diens “Quatuor pour la fin du temps”, dan zien we hoe hij reeksen maakt van akkoorden, motieven, en vooral ook ritmes, onafhankelijk van elkaar in alle instrumenten. Door een uiterst doorzichtige instrumentatie gaan al deze klanken niet door elkaar heen lopen en wordt het niet rommelig. Daarmee zet hij een zeer onheilspellende sfeer neer van een ochtend van de dag dat er vreselijke dingen gaan gebeuren, namelijk de laatste dag van de wereld, waar de voorspellingen van de apocalyps werkelijkheid worden. We horen het zingen van enkele vogels. Alleen de klarinet en de viool hebben een enigszins vrij ritme. De andere twee partijen, piano en cello, lopen serieel door elkaar heen. Bij de piano is het zo dat er een bepaald ritmisch patroon gespeeld wordt, niet in een maat, met voor je gevoel compleet onregelmatige toonlengtes. Dat patroon blijft zich over een langere periode steeds als een serie herhalen. Tegelijk wordt er een patroon, een serie zo je wilt, van stijgende en dalende akkoorden gespeeld, die zich verdikken en verdunnen. Al deze akkoorden worden ook herhaald, maar niet in hetzelfde ritme als de beschreven ritmische serie. Je zou uren moeten spelen voordat beide patronen weer samenvallen, maar zo lang duurt de muziek niet. Je hoort dus nooit hetzelfde, maar toch iets waar een soort golvende herhaling in lijkt te zitten, als een golfpatroon in zee van botsende golven. Intussen speelt de cello met vrij lange, zeer hoge flageolettonen een motiefje, dat uitgebreid wordt, ook dit hele patroon keert het hele stuk door terug. Piano en cello zetten een ijle, angstaanjagende, monotone sfeer neer. De viool en de klarinet imiteren vogelgeluiden. Het repertoire van de viool is niet erg uitgebreid, dus ook daar horen we veel herhaling. In de klarinet zit wel iets meer melodische en ritmische afwisseling. Dergelijke composities worden model voor de iets latere avant garde componisten. Messiaen maakt geen verhaal. Hij maakt een sfeer. Wat dat betreft moet je hem zien helemaal in de lijn van Debussy. Schönberg componeert in de lijn van Brahms en Wagner.

Hoe doet Boulez dat nu?

Een van de meer toegankelijke stukken is het “Rituel in memoriam Bruno Maderna”. Bruno Maderna was in die tijd een beroemd dirigent, componist, en vriend van Pierre Boulez. Naar aanleiding van zijn overlijden in 1975 schreef Boulez een seriële compositie, maar hij liet ook toevalelementen, die hij van Cage had opgestoken, een rol spelen. We zien:

  • Een onconventionele orkestopstelling
  • Veel exotisch slagwerk in 9 groepen
  • 8 groepen van overige instrumenten
  • 15 delen, steeds langer, er komen steeds meer groepen bij
  • Veel vrijheid, de instrumentalisten moeten op elkaar letten

Vlak voor de dirigent staan “percussions 1” (gekoppeld aan een hobo), “percussions 6” (gekoppeld aan 2 violen, 2 altviolen en 2 celli), “percussions 2” (gekoppeld aan twee klarinetten), “percussions 4” (gekoppeld aan 4 violen) en “percussions 3” (gekoppeld aan 3 fluiten). In het midden zien we trombones, tuba’s en hoorns. Achteraan nog eens drie groepen, “percussions 7” met gemengde houtblazers inclusief althobo, “percussions 8 en 9”, en “percussions 5” met gemengde houtblazers inclusief saxofoon.

Ik laat de partituur van de eerste vier delen zien.

orkestopstelling

rituel-1

rituel-2

Het stuk bestaat uit 15 delen met de vorm A-B-A’-B’-Á”-B” enz. Door de motivische structuur herken je onmiddellijk of het om een A of B deel gaat, vooral door de soort van opmaten (slechts 1 toon bij de A-delen, vaak 3 of meer tonen in de B-delen) en daarnaast door de opvallende monotone puls in de B-delen. Maar elk deel wordt steeds langer, zodat uiteindelijk deel XV vrijwel even lang is als alle voorgaande delen samen. De oneven delen I, III, etc. hebben voor mijn gevoel een soort voorzangfunctie, als in een litanie. Daarna volgt steeds de statige processie van een B-deel. De vorm van de eerste 4 delen ziet er zo uit:

  • I A: percussie 8 (7 gongs en 7 tamtams) met een lange toon als akkoord, pia-pianissimo door koperblazers.
  • II B: hobo met percussie: monotone stappen (deel II)
  • III A’:  hobo, percussie en lange toon .
  • IV B’: hobo, klarinetten en fluiten met japanse klok, woodblock en bongo: monotone stappen, maar nu drie niet synchrone stappen. Dat komt door de drie verschillende tempi van de orkestgroepen. De derde, het snelste begint het eerst, dan komt de iets langzamere  tweede en dan de meest langzame eerste. Maar ze moeten wel tegelijk uitkomen, dus elkaar goed in de gaten houden. Het werkt! Prachtig en spannend!

Er gebeurt in de loop van de 25 minuten steeds meer, maar door de beschreven vorm wordt er toch een duidelijke eenheid gemaakt. Al de klankkleuren, vooral ook die van de percussie, zijn alleen al de moeite waard om naar te luisteren. Het geheel is een grote, lange klaagzang met veel sfeer.

Probeer bij het luisteren te denken als Boulez: luister naar de rijke afgewogen klankwereld die steeds verandert en zich uitbreidt. En naar het spannende proces in het samenspel van de musici. Wat een sfeervolle litanie, bij het in memoriam van Bruno Maderna. Nu heel functioneel bij het in memoriam van de grote meester zelf.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | 5 reacties

De tijd van Giotto en Marchettus van Padua (1300-1340)

Als je op bezoek bent in Padua dan moet je uiteraard naar de kerk waar Antonius van Padua begraven ligt. Voor de kerk zien we het beroemde ruiterstandbeeld van Donatello, het eerste sinds de Romeinse keizertijd. Maar het hoogtepunt is voor kunstliefhebbers een bezoek aan de Scrovegni kapel. Het bijbehorende paleis van de familie Scrovegni, gebouwd op de plek waar daarvoor een Romeinse Arena aanwezig was, is verdwenen. Maar de kapel staat er nog. Binnen bevindt zich een renaissancewonder van jewelste: prachtige fresco’s van Giotto. Geschilderd tussen 1303 en 1305. Toen werd de kapel ingewijd. En de muziek voor de inwijding werd verzorgd door Marchettus van Padua.

Marchettus van Padua en Giotto zijn een tijd lang in dienst geweest van dezelfde opdrachtgevers. In Padua hebben ze allebei hun bijdrage geleverd aan de Scrovegnikapel, Marchettus door muziek voor de inwijding te componeren. Tegen het eind van zijn leven was Marchettus van Padua in dienst van koning Robert van Napels, waar ook Giotto tien jaar daarna allerlei kunstwerken voor heeft gemaakt.

Tijdsbeeld

In wat voor een tijd leefden deze kunstenaars zo rond het jaar 1305? Het was nog 45 jaar voor de eerste grote desastreuze pestepidemie Europa in zijn greep kreeg. Kunst en cultuur bloeiden als nooit tevoren. Tenminste als je niet te veel vijanden had. Want die zaten er overal. Wilde je iets gedaan krijgen dan moest je vrienden hebben. Maar die vrienden hoorden bij een partij. Sommige families waren aanhangers van de welfen, andere van de ghibelijnen. De strijd tussen Welfen en Ghibelijnen in Italië doet denken aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten in de Noordelijke Nederlanden. Het gaat in de kern om familietwisten die uiteindelijk tot politieke twisten werden. Wie mag de bisschop benoemen? De Roomsduitse keizer Hendrik vond rond 1100 dat hij dat mocht. Maar Paus Gregorius VII vond dat híj de aangewezen persoon daarvoor was. Voor allebei ging het niet alleen om prestige, maar ook om macht. Bisschoppen waren namelijk ook territoriale heersers. Zowel de keizer als de paus wilde veel vrienden om zich heen hebben. Dus lobbyden ze bij de achterban. De al vaak bestaande conflicten tussen steden onderling maar ook tussen families binnen een stad werden daarbij gebruikt. De aanhangers van de paus werden welfen genoemd, die van de keizer ghibelijnen. Deze namen ontstonden overigens pas rond 1150. Maar de tegenstellingen bleven nog eeuwen bestaan. In Florence had je zelfs nog zwarte welfen en witte welfen. Als de ene familie aan de macht kwam werden alle aanhangers van de andere familie zonder pardon gevangen gezet of verbannen (zoals Petrarca en Boccaccio overkwam…)

Aan het begin van de veertiende eeuw gebeurde er iets dat uiteindelijk veel zaken zou beïnvloeden.  De Franse koning probeerde op zijn beurt óók steeds meer invloed te krijgen op het geestelijk leven. Hij speelde het spel anders. Hij schaarde zich regelrecht achter de paus. Daarmee zette hij de Rooms-Duitse keizer een hak. Maar de paus moest dan natuurlijk wel Fransgezind zijn. Dus ontvoerde hij paus Bonifatius VIII. Hij besloot hem na een tijd toch weer los te laten, kort daarna overleed deze paus. Zijn opvolger overleed eveneens binnen een jaar en daarna werd er een Fransman tot paus gekozen. Deze besloot uiteindelijk het hele hof te verplaatsen naar de Provence, naar Avignon. Tot 1377 bleef het hof daar en had de Franse koning veel in de melk te brokkelen in Italië. In de Provence was de koning van Napels de baas, en beiden sloten een alliantie. Deze koning, Robert van Anjou, was ongeveer even oud als Giotto en Marchettus van Padua. Hij staat bekend als de wijze koning.  De universiteit van Napels bloeide onder diens bescherming en trok studenten uit alle delen van Italië aan. Petrarca werd door hem gekroond als dichter in de Campidoglio in Rome (1341). Diens Latijnse epos “Afrika” is opgedragen aan de koning van Napels, hoewel het pas in 1397 werd uitgegeven, lang na zowel zijn eigen dood als die van koning Robert.  Petrarca herinnerde zich de koning als een beschaafde man en een genereuze mecenas, “uniek onder de koningen van onze dag”. Boccaccio noemde hem bij zijn dood, “een vriend van kennis en deugd.”

De Paus maakte deze koning tot pauselijk vicaris in Romagna en Toscane. Als leider van de partij van de welfen (de pausgezinden) had hij het herhaaldelijk aan de stok met de Ghibellijnse leiders in Noord-Italië, met name met de Visconti’s van Milaan. Robert’s prestige steeg verder toen in 1317 de paus hem tot senator van Rome benoemde, en vervolgens ook tot heer van Genua (1318-1334) en Brescia (1319). Vanaf 1317 benoemde de paus hem tot algemeen vicaris-generaal van het grootste deel van wat wij nu Italië noemen, als zijn permanente vertegenwoordiger tijdens zijn verblijf in Avignon.

Koning Robert kreeg de bijnaam “de vrede-maker van Italië”. In Napels liet hij prachtige gebouwen en beelden neerzetten. De stad veranderde van een vuile zeehaven in een stad van elegantie en middeleeuwse pracht. Giotto maakte verschillende kunstwerken voor hem, waarvan helaas niets meer is overgebleven.

In die periode kwamen in Noord-Italië steden als Padua, Bologna en Florence cultureel tot hoge bloei. In de eerste decennia van de 14e eeuw zijn kunstenaars als Giotto en Marchettus van Padua actief  in zowel Padua, Bologna, Florence als Napels. Ook dank zij de verplaatsing van het pauselijke hof was in die periode de culturele band met Frankrijk sterk.

Heel opvallend is het bijna tegelijkertijd ontstaan van “nieuwe muziek” in Frankrijk en Noord-Italië. Deze nieuwe kunst wordt ook wel “Ars Nova” genoemd. Marchettus van Padua is de belangrijkste theoreticus en waarschijnlijk ook componist, die nog voor Philippe de Vitry in Frankrijk zijn tractaten schrijft waarin hij de nieuwe stijl uitlegt.

Marchettus van Paduo (Marchetto da Padova)

marchettus van padua

Marchettus is geboren rond 1275 in Padua en waarschijnlijk overleden in 1319. Hij was zoon van een kleermaker. Eerst opgeleid aan de koorschool van de kathedraal kreeg hij later een aanstelling als zanger en docent. Slechts drie motetten kunnen met zekerheid aan hem worden toegeschreven: “Ave Regina celorum”, “Cetus inseraphici” en “Ave Corpus sanctum”. Andere mogelijke composities van hem zijn Iste formosus en Quis est iste.

Ik bespreek het “Ave Regina Celorum”.  Er klinken twee teksten door elkaar. De ene stem zingt een tekst, waarbij de beginletters van elk zinnetje samen de woorden “Marcum Paduanum” (Marchettus van Padua) vormen. Dit verschijnsel wordt acrostichon genoemd. Net als bij de beeldende kunst zien we hoe steeds meer componisten op een ludieke manier hun naam verwerken in de kunstwerken die ze maken. We horen de volgende tekst:

Mater innocencie,
Aula venustatis,
Rosa pudicicie,
Cella deitatis,
Vera lux mundicie,
Manna probatis,
Porta obediencie,
Arca pietatis,
Datrix indulgencie,
Virga puritatis,
Arbor fructus gracie,
Nostre prativitatis,
Virtus tue clementie,
Me solvat a peccatis
Moeder van onschuld,
Huis van schoonheid
Roos van bescheidenheid,
Goddelijke kamer,
Zuiver licht van de wereld,
Weldadig voedsel
Poort naar gehoorzaamheid
Ark van vroomheid,
Gever van genade,
Maagd van zuiverheid,
Boom vol genadevolle vruchten
Onze weide,
Kracht van mededogen,
Bevrijd me van mijn zonden

De bovenstem zingt intussen een andere tekst:

AVE regina celorum,
pia virgo tenella.
MARIA candens flos florum,
Christi(que) clausa cella
GRACIA que peccatorum
dira abstulit bella.
PLENA odore unguentorum,
stirpis David puella.
DOMINUS, rex angelorum
Te gignit, lucens stella
TECUM manens ut nostrorum
tolleret seva tela.
BENEDICTA mater morum,
nostre mortis medela.
TU signatus fons ortorum,
manna (das dulcinella,
IN te lucet) lux cunctorum
quo promo de te mella.
MULIERIBUS tu chorum
regis dulci viella,
ET vincula delictorum
frangis nobis rebella.
BENEDICTUS (futurorum)
ob nos potatus fella.
FRUCTUS dulcis quo iustorum
clare sonat cimella.
VENTRIS sibi parat thorum
nec in te corruptella.
TUI zelo febris horum
languescat animella.
Gegroet Koningin van de Hemel,
vrome en tedere maagd.
Maria blinkende bloeiende bloesem,
Die Christus draagt
Heb medelijden met ons zondaars
En ban oorlogen uit.
Heerlijk riekende zalf,
Vrouw die afstamt van David
Ik heer, koning van de engelen
schenk u een stralende ster
bij u blijvende om van ons
weg te nemen de zonden.
Gezegend zijt gij, moeder van zeden
Ons medicijn bij onze dood.
Uit u ontspringt een fontein,
Met zoet manna,
In u schijnt het licht voor allen
welke nuttigen uit u de honing.
Een reidans voor u van vrouwen
O koningin van de zoetklinkende vedel
En de keten van zonden
onze opstandigheid zal gebroken worden.
Gezegend (toekomstige)
Voor ons drinkt u het gif.
De zoete vrucht van de rechtvaardigen
klinkt helder en duidelijk.
Uw schoot noch uw inborst
Niets in u is bedorven.
Jaloezie en koortsige tijden
Uw ziel zal deze verslappen.

De vetgedrukte woorden vormen het grootste deel van het zogenaamde weesgegroetje: “Wees gegroet Maria, vol van genade, de heer zij met u. Gij zijt de gezegende van de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.” Daaromheen is dus een meer uitgebreide tekst geweven. Het is het loflied van de Aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria. Om deze reden denkt men dat het motet is gecomponeerd voor de wijding van de Scrovegni-kapel in Padua, op 25 maart 1305, feestdag van de annunciatie. Een derde stem  zingt in langere noten of wordt instrumentaal uitgevoerd en dient uitsluitend om de akkoorden te completeren.

P.S. als iemand mijn krakkemikkige vertaling vanuit het Latijn kan verbeteren dan houd ik me zeer aanbevolen!

In de jaren 1317 en 1318 schrijft  Marchettus zijn muzikale verhandelingen:  Lucidarium  en  Pomerium. De nieuwste inzichten met betrekking tot het onderverdelen van de noot en het omgaan met modi en chromatiek worden er in behandeld. Net iets eerder dan Philippe de Vitry hetzelfde zal doen in Frankrijk (1322) wordt zo de grondslag gelegd voor de Trecento stijl in Italië en de Ars Nova in Frankrijk.

Als we naar de muziek luisteren valt op hoe ver we afstaan van de logische woord-muziek relatie die er eerder was bij het Gregoriaans. De componisten zijn in deze tijd gefascineerd door het verschijnsel samenklank: consonant en dissonant. En het verschijnsel polyfonie, het door elkaar weven van melodieën. Hoe krijg je twee melodieën tegen elkaar aan zodanig dat het goed klinkt. Daar worden telkens nieuwe stappen voor gezet, er worden steeds nieuwe mogelijkheden ontdekt. Ondanks dat de tekst in een spelletje is verpakt blijft deze belangrijk. Maar je hoeft  niet te kunnen verstaan wat er wordt gezongen. Daarom vormt het ook geen probleem dat er twee verschillende teksten tegelijkertijd klinken. De relatie tussen tekst en muziek doet mij zeer gekunsteld aan. Woord- en melodie-accenten kloppen niet, ze gaan niet samen. Maar deze manier van componeren is meer dan een spelletje denk ik. Juist door er wetenschappelijke verhandelingen (Ars Nova) omheen te schrijven wordt het gelegitimeerd. En theologisch is de muziek in orde ondanks of juist dankzij de gekunsteld aandoende acrostichons. Zoals de bijbel wetenschappelijk wordt uitgelegd door de scholastici van die tijd. Het is een zoeken en zoeken. Je kunt het misschien vergelijken met het zoeken van Schönberg naar regels voor atonale muziek. Als je de consonant verlaat, en feitelijk het verschijnsel samenklank minder belangrijk maakt, wat heb je dan niet voor geweldige mogelijkheden! Lang leve de vrijheid. Maar wat ben je nu eigenlijk aan het doen? Schönberg formuleerde zijn twaalf-toonstheorie. Zoals Marchettus en Philippe de Vitry de regels van de Ars Nova formuleerden.

Maar waar je bij Schönberg niet naar de samenklank moet luisteren maar naar textuur, ritmiek, melodie, zo moet je bij Marchettus van Padua juist wél naar de samenklank luisteren, en daarnaast naar de polyfonie. En dus niet naar de tekst. De tekst is een soort spreuk, zoals voor de katholieken bij een ouderwetse Latijnse Mis voortdurend spreuken worden gesproken, onverstaanbaar, de priester met de rug naar de mensen, gericht naar het oosten en naar het altaar. De tekstinhoud is uiteraard belangrijk. Maar de tekst moet je gewoonweg “weten”. “Luisteren” doe je bij Marchettus naar het omhulsel, de samenklank en de polyfonie. Zoals de gewelven van een kerk of hooggelegen kapitelen schilderingen en beeldhouwwerk bevatten met een ingewikkeld theologisch schema, en tegelijkertijd zo ver af staan dat je ze nauwelijks kunt zien. Maar ze zijn er wel. Dat is genoeg. De kerk moet je ruimtelijk beleven, je moet genieten van de sfeer, van het omhulsel.
Als je naar onderstaande muziek luistert worden intussen beelden van fresco’s van Giotto van de Scrovegnikapel van Padua getoond. Een heerlijke combinatie. Waan je terug bij het moment van de inwijding van de kapel in 1305 toen iedereen zich tijdens het zingen van deze muziek vergaapte aan al dat moois van Giotto!

Een ander prachtig werk van Marchettus van Padua, is het “Ave Corpus Sanctum gloriosus Stefani, adolescens proto Martyr”.  Geschreven voor de feestdag van de eerste Christelijke martelaar Stefanus. Stefanus was een van de zeven Griekstalige joden die als diaken werd aangesteld om de apostelen bij te staan. Met zijn welbespraaktheid maakte hij vijanden. Hij werd beticht van godslastering en moest voor de hoge raad verschijnen. Daar hield hij een lange rede waarbij hij de joden verantwoordelijk hield voor de moord op Jezus, tot woede van zijn toehoorders. Toen blikte hij opwaarts en sprak: “ik zie de hemelen opengaan en de mensenzoon staan aan Gods rechterhand”. Dat had hij niet mogen zeggen. Maar hij is wel de eerste martelaar. Misschien ook wel debet aan de massale jodenvervolgingen sindsdien….

Dit muziekstuk klonk ook 27 december 2015 bij de laatste uitzending van “Echo van Eeuwigheid”. Het is een prachtig vierstemmig motet, alweer op twee teksten.

Er schijnen verder ook opvallende overeenkomsten te zijn tussen de tekst van eerder genoemd Ave Regina en de frescocyclus van Giotto. De kunstenaars hadden een vergelijkbare opdracht en hebben misschien zelfs samengewerkt. Ik heb die overeenkomsten nog niet weten te vinden. Verder dan dat Marchettus de opdracht kreeg om muziek te componeren op een dubbeltekst die gaat over de annunciatie, welke is uitgevoerd bij de inwijding van de kapel, en het gegeven dat Giotto de opdracht had gekregen om de kapel te voorzien van bijbelvoorstellingen, gaat naar mijn idee de samenhang niet. Ja, de annunciatie speelt ook een rol in de voorstellingen van Giotto. Zelfs prominent aanwezig, in het koorgedeelte van de kapel. Maar diepere verbanden heb ik nog niet kunnen ontwaren. Beide kunstenaars hebben elkaar ongetwijfeld gekend. De laatste paar jaren van zijn leven was Marchettus in dienst van koning Robert van Anjou, koning van Napels. In het gevolg van de koning op weg naar Avignon overleed hij in 1319.

Giotto

Giotto is geboren als zoon van een schaapsherder nabij Florence, in 1266, 1267 of 1277. Het verhaal gaat dat hij al op tienjarige leeftijd tijdens het schaapshoeden krijttekeningen maakte op rotsen. Op een dag zag de schilder Cimabue hem een schaap tekenen op een zo natuurlijke en volmaakte manier dat hij Giotto’s vader vroeg of de jongen zijn leerling mocht worden. Ook gaat het verhaal dat Giotto zonder verdere hulpmiddelen in één keer een perfect ronde cirkel kon tekenen.

Giotto wordt algemeen gezien als een van de meest baanbrekende schilders en wegbereiders van de renaissance.

cimabue en giottoKijk je naar de tronende Madonna van hem (rechts) of naar die van zijn meester Cimabue (links) dan zie je hoe Giotto al veel meer een echt perspectief kan weergeven en ook veel beter overweg kan met het schilderen van de plooien van een jurk. Zijn schilderingen zijn duidelijk driedimensionaal, en de gezichten en gebaren zijn gebaseerd op nauwkeurige observatie. Giotto heeft geschilderd in o.a. Florence, Assisië en Napels, maar nu beperk ik me even tot de magistrale fresco’s in de Scrovegnikapel van Padua, die hij waarschijnlijk ergens tussen 1303 en 1305 schilderde. Hij schilderde de lijdensweg van Jezus, episodes uit het leven van Maria, de zeven deugden en de zeven doodzonden. En je kunt niet heen om de grote afbeelding van het laatste oordeel, pontificaal in het westelijk deel van de kapel.

Hieronder drie van de fresco’s: de annunciatie, de geboorte van Jezus en de geboorte van Maria.

giotto annunciatie1giotto geboorte jezusgiotto geboorte van maria

Aan het eind van zijn leven werkte Giotto in Florence waar hij de koepel ontwierp van de Santa Maria del Fiore. Deze kwam pas jaren na zijn dood in 1337 af en er werd door de nieuwe bouwmeester Ghiberti behoorlijk afgeweken van de oorspronkelijke bouwplannen. Toch wordt Giotto ook om deze reden gezien als een belangrijk renaissancekunstenaar. Deze kerk wordt alom beschouwd als een doorbraak, doordat er terug wordt gegrepen op bouwstijlen uit de klassieke oudheid.

Klik hier om meer te lezen over Padua, Ravenna en andere steden in de overgang van middeleeuwen naar renaissance. In juni bezoek ik als het goed is Padua, voor de derde keer alweer. Nu ken ik ook de bijbehorende muziek. Ga ik zeker van te voren beluisteren. Ben ik even zeven eeuwen terug in de tijd…

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Culturele revolutie

Wat is er vanavond op TV. Bij de commerciëlen:

  • RTL4. Home alone, Amerikaanse comedy. Vriendenloterij. What women want, Amerikaanse film 2000.
  • RTL 5. De modepolitie. Shock doc (sensatie programma).
  • RTL 7. Ice road truckers. Dakar. Wereldkampioenschap Darts.
  • RTL 8. Crime scene investigation. CSI : New York.
  • Net 5. Willy Wonka & the Chocalate factory, musical. The witches GB 1990. The witches of Eastwick USA 1987.
  • SBS6. Jack the Giant Slayer USA 2013. Hart van Nederland.

Gelukkig hebben we nog NPO 2. Vooral veel programma’s van NTR en VPRO vormen een weldadig contrast. Daarom is er de publieke omroep. Om te zorgen dat er ook nog programma’s zijn die niet bestaan dankzij hoge kijkcijfers. Die voortdurend laten zien dat er meer is dan dat.
Hetzelfde geldt voor de radio. Zo’n icoon van weldadigheid was voor mij het programma “Echo van Eeuwigheid” van de RKK. Zeer kundig en liefdevol samengesteld. De titel wil ons laten horen hoe al eeuwen lang componisten zich hebben laten inspireren door het Christendom. Of je nu gelovig bent of niet, telkens weer merk ik dat religieuze muziek vaak veel intenser en diepgaander is dan wereldlijke muziek. Vaak muziek met een grote schoonheid en kracht.
Maar het is muziek voor een kleine minderheid. De meeste mensen snappen de muziek niet, hij is te moeilijk, staat te ver van ons af. Op enkele stukken na dan. De Mattheüs Passion van Bach, het Requiem van Mozart of Fauré, het Ave Maria van Schubert. Maar er is zoveel meer. Muziek van voor 1700 of van na 1900 is eigenlijk bijna altijd te moeilijk voor het grote publiek. Deze muziek past niet in het plaatje “muziek voor miljoenen”. De luistercijfers worden dan te laag.

De vorige week was de laatste uitzending van “Echo van Eeuwigheid”. De RKK moest van de overheid stoppen, kleine omroepen zijn relatief te duur. KRO-NCRV zou een deel van de programma’s overnemen. Zo ook “Echo van eeuwigheid”, maar met een nieuwe presentator, samensteller en een nieuwe naam: “Muziek tussen hemel en aarde”.

Wat een verarming. Verschrikkelijk. Ja drie keer Bach, twee keer Händel. Dat doet het altijd wel. Maar ook onzin muziek van Marin Marais, wat mij betreft misschien wel de grootste muzakcomponist van zijn tijd. De “modernste” muziek was een stuk voor piano van Liszt. Een slecht stuk met een liedje er in verwerkt. Als ze nu nog een van de Pélerinages hadden gedraaid. Op het einde van zijn leven probeerde Liszt religieuse diepgang te bereiken, maar dat was bij dit stuk absoluut niet te horen. Ja, gelukkig ook mooie muziek van Vittoria en Sweelinck. Maar als klap op de vuurpijl: de presentator gaf een voorbeeld hoe je de zondagochtend kon “beleven”. Met de geur van croissantjes en de klanken van een Concerto Grosso van Händel. Nu de luisteraar nog. “Wat is uw zondagochtendmuziek?” Hij wil het graag weten…

Ik mis Echo van Eeuwigheid nu al. De vaste luisteraars zullen waarschijnlijk massaal afhaken. Er komt vast een nieuw publiek. Het publiek dat ook naar “de klassieken” met al zijn spelletjes van Avro-Tros luistert.

Hieronder een lijst met de prachtige muziek die “Echo van Eeuwigheid” 27 december, de laatste uitzending, uitzond. Stuk voor stuk de moeite waard. Je kunt de uitzendingen terug beluisteren. Dus ook deze.

  • Sviridov, Georgi Pesnopenja i molitvi (Hymnen en Gebeden) – 7 – Strannoje Rozjdestvo (Mysterieuze Geboorte) Les Métaboles Warynski, Léobrilliant Classics95080
  • Rosenmüller, Johann O nomen Jesu.Cantus Cölln & Concerto Palatino Junghänel, Konrad Deutsche Harmonia Mundi HMC 901861
  • Händel, Georg Friedrich Il Trionfo del Tempo e del Disinganno – II, 28 – Aria: Tu del Ciel ministro eletto Lezhneva, Julia & Sinkovsky, DmitryIl Giardino Armonico Antonini, Giovanni DECCA478 6766
  • Graupner, Christoph Ich bleibe Gott getreu (Cantate voor 2de Kerstdag 1719, GWV 1106/19) – 1 – Aria: Ich bleibe Gott getreu. Feuersinger, Miriam & Capricornus Consort Basel Barczi, Peter Christophorus CHR 77381
  • Handl, Jacob Mirabile mysteriumstile antico. Harmonia Mundi HMU 897575
  • Marchettus van Padua Ave corpus sanctum gloriosi Stefani / Adolescens protomartyr La Reverdie. Arcana A387
  • Stölzel, Gottfried Heinrich Ich sehe den Himmel offen (Epistelcantate voor 2de Kerstdag) Schwarz, Briita & Voss, Henning & Kobow, Jan & Mertens, Klaus & Weimarer Barockensemble Rémy, Ludger. CPO999 668-2
  • Anoniem Cypriotisch ca. 1390 & MacMillan, James Hodie puer nascitur Huelgas Ensemble & Koninklijk Concertgebouworkest Brabbins, Martyn RCO14001
  • Soler, Antonio Sonata pastoral (nr.30) in D.Ares, Diego Harmonia MundiHMC 90223

Ik laat een stuk van bovenstaande lijst hier horen. Het motet Ave Corpus van Marchettus van Padua.

Wat een prachtig motet uit de veertiende eeuw. Nergens te vinden. Niet op youtube, niet op spotify. Wel bij dit programma. En zo heb ik jarenlang ongewone, prachtige muziek gehoord. Altijd met zorg geselecteerd in het kader van de kerkelijke tijd van het jaar. Met mooie toelichtingen. Liefdevol gemaakt. Hier de link naar het complete programma van 27 december.

http://www.radio4.nl/echovaneeuwigheid/uitzending/319784/echo-van-eeuwigheid

O wat mis ik het programma. Het voelt als het opheffen van het onafhankelijk toneel Rotterdam enkele jaren geleden. Dat gezelschap werd niet meer gesubsidieerd. Geleidelijk, stiekem, bijna geruisloos voltrekt zich een culturele revolutie in Nederland. Hoe meer Engelstalige (Amerikaanse) reclames in winkelstraten, kranten, radio, TV we zien, hoe minder diversiteit, kwaliteit, inhoud op radio en TV. Heeft niemand het door?

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , | 4 reacties

Licht

December en januari zijn de maanden van weinig daglicht. Maar het beetje licht dat er is, is vaak schitterend. In deze maanden kun je prachtige foto’s maken die dat laten zien. Lange schaduwen bij heldere hemel, laagstaande zon door de bomen, spiegelend water, dauw vol glans, mistige weilanden, sterrenrijke nachten en met wat geluk een prachtige maan.

Hieronder een foto die ik afgelopen dagen maakte.

15

Nog 20 foto’s van de afgelopen dagen: open daarvoor onderstaand album. Je ziet o.a. de maas bij Well, het Reindersmeer, mist op de Mookerheide, de maan en jupiter aan de nachtelijke hemel.
https://sharegallery.strato.com/u/SjrcEkhR/u1ouj9zd

 

Geplaatst in natuur | Tags: , | Plaats een reactie

Betelgeuze

Aan het eind van hun leven veranderen sterren van kleur. Als ze rood zijn dan duurt het niet lang meer. Dan ontploffen ze bijna. En dan zien we enige tijd een extra heldere ster aan de hemel. Een Nova. Of soms een supernova. Als Betelgeuze ontploft zal het zeker een supernova zijn. Hij is 180 keer zo groot als onze zon. En staat relatief dichtbij, slechts op 500 tot 800 lichtjaren van de aarde. Dus misschien is hij al 500 jaar geleden ontploft. En zien we dat binnenkort. Omdat het om een zo grote ster gaat die zo dichtbij staat zien we dan opeens een soort tweede volle maan aan de hemel. Zo groot zal deze supernova dan zijn. Het moet een ongelooflijk schouwspel worden. Maar: het kan ook nog 10.000 jaar duren. Dat is op kosmische schaal al heel snel. En daarna zal er waarschijnlijk op die plek een zwart gat komen. Dan zien we niets meer. En snappen we er niets meer van. Is Betelgeuze in het hiernamaals? Maar snappen we er voor die tijd eigenlijk wel iets van?

Zo is het met leven zelf ook. Als we ouder worden krijgen we rimpels. Ons uiterlijk verandert. We gaan krom lopen, we worden strammer. Wat gebeurt er als we doodgaan? Ik denk dat er dan een soort supernova is die we niet zien. Menselijke zintuigen merken dat meestal niet. Iets heel groots gebeurt er. En wat er daarna gebeurt daar snappen we al helemaal niets van.

Maar oude mensen hebben de jonge mensen nog veel te vertellen. Ze hebben veel levenswijsheid. Ze kunnen relativeren. Bij veel volkeren zijn juist de oude mensen de meest eerbiedwaardige, waar men naar luistert. Zo is Betelgeuze een wijze ster. Dat kan niet anders. Een ster die zelfs onze wijzen kan leiden.

orion boven het leuken2Betelgeuze is elke avond schitterend te zien als er geen wolken zijn. Het is een van de sterren van het sterrenbeeld Orion. Bovenstaande foto maakte ik eergisteravond. Bij ons vakantiehuisje in Het Leuken, een buurtschap van Well. Ongeveer naar het oosten moet je kijken in de vroege avond. Rechts boven zien we daar het genoemde sterrenbeeld Orion, een soort rechthoek met in het midden een schuin rijtje met drie sterren. Betelgeuze is de ster linksboven van deze rechthoek. Dit sterrenbeeld met onze wijze ster is de hele nacht te zien. En schuift langzaam naar het zuiden in de loop van de nacht en gaat in het NW onder.

Niet naar beneden kijken naar je smartphone. Maar naar boven. Met eerbied en ontzag… Naar die ster, links boven in de Orion!

.

Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , , | 4 reacties

Volle maan met kerstmis

Wanneer je je verdiept in de geschiedenis van een oude stad, dan vind ik het leuk om me voor te stellen hoe een bepaalde plek er op een bepaald moment heeft uitgezien. ‘Hier stroomde vroeger water’, ‘daar heeft Karel V nog gelogeerd’, ‘daar verzamelden de burgers zich in bangen moede om te luisteren naar het laatste nieuws’. Zo heb ik thuis een stukje leisteen van het dak van de O.L.V. basiliek van Maastricht. Ik kocht het alweer een aantal jaren geleden voor 25 euro bij de restauratie. Af en toe haal ik het uit het doosje en laat het door mijn handen glijden. Ik probeer me dan voor te stellen wat dat stukje dakbedekking allemaal wel niet heeft meegemaakt in de afgelopen duizend jaar. Bernardus van Clairvaux stond op het O.L.V. plein om honderden mensen toe te spreken halverwege de twaalfde eeuw. De eeuwenoude steen voelt als een soort relikwie. Ook fossielen werken zo bij mij, vooral als ik ze zelf gevonden heb en het eureka-effect heb beleefd. Dat soort stenen zijn voor mij een kostbaar kleinood geworden met een bijzondere geschiedenis. De geschiedenis van het vinden, de plek, maar vooral ook het idee: hoe zag het er uit in de tijd dat die schelp, nu in die steen, nog niet gefossiliseerd was? Een vergelijkbare ervaring had ik toen ik voor het eerst met een verrekijker tijdens een ideale nacht de vier grootste manen van Jupiter kon zien. Of een andere keer het andromedastelsel, het dichtstbijzijnde, niet eigen melkwegstelsel. Ontieglijk ver weg. Zelf gezien! En: kijk: de ringen van Saturnus! Ze zijn er echt. Óók gezien.

Daar is nu weer een ervaring bijgekomen: Sinds zo’n acht maanden heb ik een fotocamera die meer ziet dan ik zelf kan zien. En mijn fantasie slaat weer op hol. Ik lees dat een bepaalde krater die ik met de camera op de maan zie ‘slechts’ 300 miljoen jaar geleden is gevormd. En dat een grote “mare” door een meteorietinslag alweer vier miljard jaar geleden is ontstaan. Slechts 300 miljoen jaar geleden. Inderdaad, op de hele tijdschaal van de maan is dat nog maar pas kort geleden. Een jonkie dus die krater. Maar ook kan ik globaal de plaats zien waar een van de onbemande Rangers is terechtgekomen, in de zestiger jaren. Dat ik dat nu opeens zie, hoe slecht ook, geeft me een gevoel van sensatie. Verder ontdek ik dat vlak voor volle maan het deel van de maan dat nog niet “vol” is, aan de linkerkant, veel informatie aan mijn camera prijsgeeft. Ik zie aan die kant het reliëf van heel veel kraters. En vlak na volle maan gebeurt dat zelfde aan de rechterkant. Ok, komt dat doordat je vlak voor volle maan ’s avonds in het oosten kijkt en vlak na volle maan ’s ochtends in het westen? Dat is me nog niet duidelijk. Maar het is fantastisch! Nu is de gemaakte foto een relikwie geworden. Het is vastgelegd. Met datum en tijd. Nu ziet het er zo uit. 300 miljoen jaar geleden anders.

bijnavollemaan

Woensdag 23 december 2015, 19:28 uur, Opperduit

bijnavollemaan-detail

Detail met veel kratergegevens aan de linkerkant

bijnavollemaan-detail+tekst

Zelfde detailkaart. De Krater Ticho is slechts 300 miljoen jaar geleden gevormd. Schickard is een van de allergrootste walvlakten op de maan. Net niet te zien, iets onder Schickard, moet zich een vulkaan bevinden die tot de rand met lava is gevuld. De “ranger” staat in de mare Cognitum. Deze werd onbemand gelanceerd op 29 juli 1964, en kwam daar 3 dagen later aan. Zullen de brokstukken van dat vaartuig nog een keer als relikwie worden meegenomen?

netvollemaangeweest

Zondag 27 december 2015, 7:10, Opperduit

Dus niet zo lang voor zonsopkomst. Precies met kerst was het volle maan. En helemaal bewolkt. Maar een kleine twee dagen later is het in de ochtend helder. Nu dus is er veel te zien op het rechter strookje van de maan, het deel dat net al aan het verdwijnen is bij de afnemende maan. In het midden rechts zien we de mare tranquillitatis, waar op 16 juli 1969 de apollo 11 met de eerste mensen landde. Ook daar liggen denk ik nog souvenirs, reliquiën zo je wilt….

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , | 1 reactie

Vluchtelingen

Wat kunnen we leren van de geschiedenis. Hoe gingen onze voorouders met vluchtelingen om? Grote delen van het huidige Nederland hebben namelijk ook in het verleden meerdere keren te maken gehad met vluchtelingenstromen. Ik vertel iets over de vluchtelingen van 1585, 1685 en 1914. En over de opvang van vreemde soldaten in de zeventiende eeuw in Roermond.

Antwerpen werd in 1577 calvinistisch en de katholieke godsdienst is toen zelfs een tijdlang verboden geweest. In 1585 na een beleg van meer dan een jaar werd de stad door de Spanjaarden ingenomen. Het was op dat moment de grootste stad van de Nederlanden. Duizenden mensen ontvluchtten de stad en vestigden zich noordelijker, vooral in Amsterdam. Het ging voor een groot deel om geleerden, kunstenaars, ambachtslieden. Mensen met vaak betere opleidingen of kennis dan hun vakgenoten in Amsterdam. Ze spraken dezelfde taal. De inburgering ging bijna vlekkeloos. Amsterdam is mede daardoor groot geworden.

In Frankrijk was er sinds 1598 godsdienstvrijheid. Deze was geregeld in het edict van Nantes. Op veel plaatsen, vooral in Zuid-Frankrijk, waren protestanten in de meerderheid. Maar Lodewijk XIV herriep in 1685 het edict en het protestantisme werd opnieuw bestreden en verboden. Bekeren tot het Rooms-Katholieke geloof of emigreren, iets anders was niet mogelijk. Een nog grotere stroom vluchtelingen dan honderd jaar eerder vanuit Vlaanderen kwam toen op gang. 100.000 Franse calvinisten gingen naar Zwitserland, ruim 70.000 naar Nederland, bijna 50.000 naar Duitsland,  50.000 naar Engeland en een klein aantal vluchtte naar Scandinavië of Rusland. We hebben het over de zogenaamde Hugenoten, een verzamelnaam voor Franse protestanten. In Nederland kwamen deze vluchtelingen op veel plekken terecht. Het welvarende Holland zal het merendeel van hen hebben opgenomen. Aan een gedegen onderzoek naar de demografische spreiding is men ooit begonnen op de universiteit van Nijmegen, maar dat is om budgettaire redenen nooit voltooid. Het lijkt dat de opvang vrij moeiteloos tot stand kwam. Frans was al de Europese standaardtaal, de inburgering was ook deze keer waarschijnlijk niet zo’n probleem.

Naast vluchtelingen waren er echter op een aantal plaatsen nog andere mensen die plotseling gehuisvest moesten worden: soldaten. Dat gold vooral voor grenssteden (soms ook dorpen) en voor vestingsteden. In de officiele vestingsteden werden barakken gebouwd waarin vaste eenheden gelegerd werden. Maar er waren ook steden die bij dreigend gevaar plotseling duizenden soldaten onderdak moesten herbergen, zoals Roermond. In 1572 had Willem van Oranje de stad veroverd en geplunderd, snel daarna was de stad weer terug veroverd door de Spanjaarden, maar de toestand bleef nog lang ongewis. De magistraat van Roermond wilde maar een ding: dat de stad niet opnieuw geplunderd zou worden. Om die reden was er een zekere sympathie voor de Spanjaarden, maar erg van harte ging dat zeker niet. Tot de vrede van Utrecht in 1713-1715 bleef de stad steeds een garnizoensplaats zonder kazerne, d.w.z. er waren vaak honderden tot wel duizenden soldaten aanwezig die door de inwoners gehuisvest en meestal ook gevoed moesten worden. Uit een studie van Coretta Wijbrans (Maasgouw 117, 1997, pag. 77-88) blijkt dat er per woning gemiddeld vier soldaten waren ingekwartierd. Als voorbeeld een huis in het derde kwartier (Roermond was ingedeeld in zeven kwartieren), met twee kamertjes en een zoldertje. Hierin woonde een echtpaar met zes kinderen. In 1677 werden er nog eens zes soldaten bij hen ingekwartierd! Deze soldaten zouden zich in principe zelf moeten onderhouden, maar vaak kregen ze geen soldij, waardoor ze aan het muiten en plunderen sloegen, en dat gebeurde niet alleen in Roermond maar ook het omringende platteland werd regelmatig geteisterd. Het ging tot 1702 vooral om soldaten in Spaanse dienst, behalve tijdens de kortstondige Staatse periode van 1632 tot 1637 en de Franse periode van 1673 tot 1679. Van 1702-1715 waren er Staatse soldaten gelegerd. Vanaf 1715, de Oostenrijkse periode, werd het beter. Er kwam toen ook een kazerne.

Er zijn meer periodes met vluchtelingen of soldatenoverlast geweest, maar een van die periodes wil ik nog in het bijzonder noemen. Dat is de periode van de eerste wereldoorlog. Een prachtig artikel door Hein van Bruggen over Roermond in de eerste wereldoorlog staat in de Spiegel van Roermond 2016, net verschenen. Hier worden vele facetten van de invloed van die oorlog op het leven in vooral Roermond beschreven, ook hoe men omging met de vluchtelingen. Nederland grensde aan Duitsland en België. Limburg grensde dus aan allebei. De eerste vluchtelingen die in 1914 naar Nederland kwamen waren Duitse inwoners van België. Door de anti-duitse gevoelens na de inval in België moesten zij het ontgelden. De katholieke krant de Nieuwe Koerier schreef op 6 augustus 1914: “Dinsdagavond (4 augustus) vielen te Brussel en vooral ook te Antwerpen verschikkelijke tonelen voor. Het gepeupel was meester in de straten. Als een veiligheidsmaatregel gaf de commandant van Antwerpen bevel dat binnen twee uur alle Duitsers de stad moesten hebben verlaten. Velen hadden geen tijd om zich van het hoognodige te voorzien. Gisteravond werd een wagen vol dezer ongelukkige Duitsers van de Belgische grens bij Kessenich naar Roermond overgebracht. De verhalen welke zij deden over te Antwerpen voorgevallen gruwelen zijn verschrikkelijk.” Ook de dagen erna bleven er treinen vol vluchtelingen aankomen. In Duitsland was men erg dankbaar voor de opvang van de vluchtelingen, zoals blijkt uit dit gedichtje dat op 10 augustus in de Düsseldorfer General-Anzeiger verscheen:

“Dank an Holland
Wilhelmintje, Wilhelmintje,
Dulde, dass Dein blondes Haupt
Unser Vaterland mit Rosen
Voller Dankbarkeit belaubt

Während rings die Völker schnauben
Gift und Galle himmelwärts
Lehrt uns Holland wieder glauben
An ein edles Menschenherz

Deutschlands Kaiser senkt jetzt Degen
Jeder neigt sein haupt vor Dir!
Und des Himmels reichsten Segen
Wünschen Wilhelmintjen wir”

(Wilhelmientje, Wilhelmientje, duld dat uw blond hoofd ons vaderland met rozen vol dankbaarheid tooit. Terwijl overal de volkeren gif en gal snuiven naar de hemel, leert ons Holland weer te geloven aan een edel mensenhart. Keizer van Duitsland, richt naar beneden de degen. Iedereen richt zijn hoofd naar u! En de rijkste hemelse zegen, wensen wij Willemientje toe)

In de laatste week van augustus 1914 werd een van de mooiste en oudste steden van België, de universiteitsstad Leuven, door bruut Duits geweld verwoest. Standrechtelijk werden ongeveer 210 weerloze burgers van Leuven geëxecuteerd. Wereldberoemde gebouwen en handschriften en boeken werden vernietigd. De schitterende Sint-Pieterskerk, de Universiteitsbibliotheek met ruim duizend handschriften, achthonderd incunabelen en 300.000 boeken, de vrucht van vijfhonderd jaar verzamelen, en meer dan duizend woningen in de oude binnenstad gingen verloren. De 87-jarige architect Pierre Cuypers kwam er 9 september, tien dagen na de ramp en deed later verslag. Ten gevolge van dit soort ellende vluchtten in die periode veel Belgen naar Nederland. Binnen enkele weken moest Roermond er meer dan 700 herbergen. Het ministerie van Binnenlandse zaken gaf de burgemeester opdracht om er nog eens 750 extra onder te brengen. De burgemeester antwoordde dat dat dan wel het maximum was maar dat de voedselvoorziening een groot probleem was. Hij gaf aan de minister advies om de rijksgrenzen voor uitvoer van levensmiddelen te sluiten. Op 15000 inwoners waren er toen dus al meer dan 1500 vluchtelingen die de stad diende te onderhouden. Niet lang daarna werd de beruchte “Grenzhochspannungshindernis” gebouwd langs de hele Belgisch-Nederlandse grens. Drie afscheidingen met prikkeldraad, de middelste onder hoogspanning van 2000 volt. Daarna kwamen er weinig Belgische vluchtelingen meer bij…

Vanaf 1916 vluchtten ook veel deserterende Duitse soldaten naar Nederland. In maart 1917 waren er 3000 geregistreerd, het werkelijke aantal zal veel hoger zijn geweest. In Bergen (NH) werd een kamp ingericht. Een aantal van hen werd daar onder gebracht. Pas in de herfst van 1918 kwamen er opnieuw grote stromen vuchtelingen bij, ditmaal inwoners van Noord-Frankrijk. Door de oprukkende geallieerden, vooral door de deelname van de Amerikanen, kwamen veel Franse steden en dorpen in de frontlinie terecht. Er ontstond een vluchtelingenstroom die te voet door Noord-Frankrijk en bezet België trok en die voor een groot deel in Limburg terecht kwam. De mensen waren uitgehongerd en totaal uitgeput, onder hen waren veel kinderen en oude mensen. 22 oktober 1918 kwam de eerste groep van 500, daags erna nog eens 700. Daarna bleven ze dagenlang toestromen, ook alle omliggende dorpen gingen vluchtelingen opnemen. Roermond was inmiddels al behoorlijk verarmd. De Spaanse Griep kwam er nog eens bij. Toch werden de getroffenen opgenomen en verzorgd.

In de twintigste eeuw zijn er nog meer vluchtelingenstromen geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog in Indonesië. Na de Hongaarse opstand. Als je goed tot je laat doordringen wat onze voorouders in het verleden aan liefdadigheid hebben weten op te brengen, dan schaam je je voor de huidige tijd.

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | 2 reacties

Asiel

Door de snel stijgende zeespiegel heeft Nederland besloten Holland en Zeeland  binnen enkele jaren te ontruimen. Zeven miljoen mensen moeten elders ondergebracht worden. Limburg wil er maximaal 10.000 maar eist van met name de Hollanders dan eerst een inburgeringscursus.  Behalve dat ze de taal moeten kunnen spreken moeten ze ook een cursus omgangskunde volgen. Wilders wordt warm verwelkomd in Venlo. Hij staat achter de Limburgers en zoekt Anschluβ. Hij blijkt opeens een pro-Europese gedachte te hebben. Maar Duitsland is de voortdurende beledigingen bij herdenkingen de afgelopen vijftig jaar nog niet vergeten en eist eerst verontschuldigingen van Nederland. De grenzen worden inmiddels weer als van voor de Schengentijd bewaakt. ‘Genug ist genug’ hoor je steeds meer mensen zeggen. Vlaanderen aarzelt maar Wallonië vreest dat de Franse taal ondergeschikt raakt. Ook is België 1830-1839 nog niet vergeten. Eventueel willen ze wel Zeeuws-Vlaanderen annexeren. Intussen blijft het water maar stijgen. Net ingeburgerde Syriërs worden als eerste over de Rijn gezet. Er zijn vluchtelingenkampen bij Geertruidenberg en Heusden. Brabant overweegt een waterlinie om zijn eigen grenzen te bewaken tegen de stroom Syriërs en Hollanders. Rutte is op bezoek op St. Maarten, de kamer op kerstreces. Hoogheemraadschappen zijn de wanhoop nabij maar als in oude tijden worden de dijkbewakingen weer ingesteld. Het lijkt het rampjaar 1672 wel. Radeloos en reddeloos. Waar blijven de Oranjes?

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , | 2 reacties

Hildegard von Bingen

In de victoriaanse tijd was het nog heel normaal dat vrouwen werden uitgehuwelijkt. De partner werd zorgvuldig uitgekozen en als meisje had je weinig in te brengen. Ook het huwelijk van zonen werd meestal door de familie gearrangeerd. Zoals dat nu in veel andere culturen nog steeds gebeurt. Mijn moeder zou in de veertiger jaren van de vorige eeuw eigenlijk ook aan iemand gekoppeld worden maar zij had toen al zoveel inspraak dat ze uiteindelijk zelf kon kiezen.

Hoeveel mensen zullen er niet in de loop van de tijd gekoppeld zijn door hun familie? Een huwelijk was vooral een economisch arrangement. Je maakte er wat van zo goed en zo kwaad als het ging. Door de taken strikt te scheiden had je behalve in bed ook niet zoveel met elkaar te maken. Zo ging het ook in de twaalfde eeuw bij de familie waar Hildegard van Bingen geboren werd. Haar vader Hildebert was vrij vermogend, bezat meerdere landerijen en hij probeerde zijn kinderen zo goed mogelijk terecht te laten komen. Dat was niet makkelijk, Hildebert en zijn vrouw Mechtild hadden er tien. Hildegard was de jongste. Een zoon werd Domkantor in Mainz, een werd kanunnik en een zoon werd de erf-opvolger. Hij zou na de dood van zijn vader de landerijen gaan besturen. Met de diverse dochters was het wat lastiger. Enkelen gingen het klooster in. Dat gebeurde eigenlijk automatisch altijd met het tiende kind. Dat was een zogenaamde oblaat. Het woord oblaat is afgeleid van het woord offere, dat aanbieden, schenken betekent. Hildegard werd dus “geofferd”. Dat was in die tijd overigens voor een vrouw vaak nog niet zo slecht. Juist in een klooster kreeg je ook als vrouw een opleiding en kon je je capaciteiten ontwikkelen. Maar de leerschool was zwaar: je moest je onderwerpen aan strenge tucht en discipline. Je werd voortdurend in de gaten gehouden. Als voorbereiding voor dit leven werd Hildegard al op haar achtste afgestaan aan een vrouw. Dat was in het jaar 1106. In 1110 trad ze dan in een klooster van Benedictinessen in, ze was toen twaalf jaar. Haar oudere zus Jutta werd niet veel later in datzelfde klooster abdis, en in 1136 toen Jutta stierf werd Hildegard tot haar opvolgster gekozen.

Kort daarna kreeg ze haar eerste grote visioen. (In de vita staat dat ze vanaf haar vijfde al regelmatig kleinere visioenen had). Door dat visioen kreeg ze inzicht in de boeken van het oude en nieuwe testament. Dat inzicht leidde tot een eigen boek, de Scivias. Om de visioenen op te schrijven en uit te leggen  kostte haar jaren. maar Hildegard had ambitie. Haar boek moest bekend worden. Daarom zocht ze in 1146 contact met Bernardus van Clairvaux. Deze was in die tijd al wereldberoemd en in opdracht van de paus reisde hij door heel Europa om te preken en op te roepen tot een nieuwe kruistocht.
(Deze Bernardus is in die tijd trouwens ook nog in Maastricht geweest. Op het O.L.V. plein, waarschijnlijk op het noordelijk deel, waar later de St. Nicolaaskerk gebouwd zou gaan worden, die in de negentiende eeuw weer is afgebroken, sprak hij een grote menigte toe, die van heinde en verre was gekomen. In die menigte bevonden zich de ridders van Valkenburg.)
Bernardus reageerde vriendelijk op haar brief, maar de doorbraak van Hildegard kwam enkele jaren later op de synode van Trier (1148), waar ook paus Eugenius aanwezig was. Er was een grote crisis in de kerk, veel priesters en monniken hielden er een dubieuse levenswandel op na tengevolge waarvan ketterse bewegingen als die van de Katharen (vooral ook in het Rijnland!) in opkomst waren. Hildegard toog naar Trier en haar charisma was blijkbaar zo groot dat de paus zeer onder de indruk was. Ze liet hem ook het deel van de Scivias zien dat toen al klaar was. Zij mocht op de synode van Trier spreken en haar naam in de geestelijke wereld was vanaf die tijd gevestigd. In 1150 stapte zij met twintig andere zusters uit het klooster en stichtte een nieuw klooster in het strategisch in het Rijnland gelegen Bingen.

Hildegard schreef meerdere boeken, gedichten en muziek. We kennen haar vooral van dat laatste, want haar muziek wordt nog steeds uitgevoerd. Toch vind ik het leuk om ook een kijkje te geven in haar levenswerk, het uitleggen van de visioenen die ze kreeg. Deze visioenen zijn onmiddellijk opgetekend, en vlak na haar dood uitgegeven, met verluchtingen erbij. Hieronder een van die verluchtingen, een stukje van een visioen en de uitleg van Hildegard.

visioen-detail-2

Vervolgens zag ik zwarte kinderen dichtbij de aarde als vissen in het water door de lucht zwemmen en de buik van de gedaante binnengaan daar waar die van gaten was voorzien. En ze zoog ze naar binnen en trok ze tot in haar hoofd omhoog, waarbij ze er bij haar mond weer uitgingen; zij bleef daarbij zelf onaangedaan. En zie, daar verscheen mij opnieuw dat zuivere licht met daarin een mensengedaante die geheel door een roodachtig vuur omkranst was, zoals ik dat ook voorheen gezien had.”

Hildegard verklaart dit deel van het visioen als volgt: “Een godsvruchtig lidmaatschap van de kerk leidt tot een loutering: de zwarte huid wordt afgestoten en vernieuwd. Het mensenkind verlaat deze kerk onbezoedeld. Maar het blijven mensenkinderen: een deel zal toch weer de heilloze weg kiezen, namelijk de koude weg naar het noorden, en niet de warme weg naar het oosten waar de zon opkomt.

Hildegard schreef tientallen brieven, o.a. ook aan keizer Frederik Barbarossa. Deze keizer met zijn voornaamste raadgever de bisschop van Mainz (die ook proost was van de Servaas van Maastricht) was vaak in de buurt van Bingen. In 1153 schrijft ze:

O koning, het is zeer nodig dat u voorzichtig handelt. Ik zie u namelijk in een mystiek visioen als een onbezonnen mens voor de levende ogen van God. Behoed u ervoor dat de hoogste koning u niet terneerslaat vanwege de blindheid van uw ogen, die niet zuiver zien hoe u de scepter in uw hand moet houden teneinde op een juiste manier te regeren. Zie er op toe dat de genade van God niet in u teloor gaat.”

Uit allerlei bronnen weten we dat Frederik Barbarossa grootheidswaanzin had en het ook voortdurend met de paus aan de stok had. Elke opstand sloeg hij bloedig neer zonder enig mededogen met de verslagenen. Uiteindelijk ging hij wel meedoen aan een kruistocht naar het Heilige Land. Dat werd hem fataal, hij keerde niet levend terug.

Hildegard schreef ook wereldlijke boeken, over de werkzaamheid van planten bijv. Een klein voorbeeld uit het boek Physica:

Het gezegend kruid is warm en als iemand haar tot zich neemt ontbrandt de liefdeslust. Maar als iemand in zijn hele lichaam zijn lichaamskrachten is verloren moet hij benedicta in water koken en dat water dikwijls drinken, opdat de lichaamskrachten zullen terugkeren

Met Benedicta wordt waarschijnlijk Caerbenedictus bedoeld, een kruid dat ook in latere tijden nog terugkeert in diverse beschrijvingen van kruiden in herbaria. Een recept in Midden-Limburg uit de 18e eeuw luidt als volgt: Remedie voor opvliegers: kook gedurende 24 uur een pot wijn met Amelis en Caerbenedictus bladeren, laat het bijna helemaal verdampen. Neem zowel ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds een klein beetje hiervan.

Het paste niet in het rolpatroon van die tijd dat vrouwen in het openbaar optraden. Het canoniek recht, de exegese en de theologie bevestigden eenstemmig dat vrouwen niet mochten lesgeven of prediken. Hildegard doorbrak deze traditie. Zelfs ondanks het feit dat ze als navolgster van Benedictus niet zou mogen reizen, deed ze dat toch. Ze ging preken in vele plaatsen, o.a. in Mainz, Trier en Keulen. En ze was door haar groeiende populariteit overal welkom. Ze kreeg feitelijk meer verzoeken dan ze aan kon. Deze reizen naar omliggende plaatsen begon ze te maken vanaf haar zestigste jaar. Eigenlijk is het een wonder dat Hildegard geen kathaar geworden is. Kathaarse priesters gedroegen zich voorbeeldig en man en vrouw waren bij hun gelijk. Vooral in Keulen kwamen er steeds meer aanhangers. Maar Hildegard bestreed hen net als Bernardus van Clairvaux dat deed. Bij elke brief die over de Katharen ging begon ze met een lang betoog over de grote misstanden bij de geestelijkheid. Zonder die aan te pakken kon je ook niet de Katharen bestrijden. In 1163 belandden in Keulen drie Katharen op de brandstapel en in Mainz werden in 1167 veertig Katharen uit de stad verdreven. De inquisitie was nog niet ingesteld. Dat gebeurde zo’n dertig jaar na de dood van Hildegard pas…

En dan nu de muziek. Meer dan de helft van haar gezangen zijn antifonen, beurtzangen die gezongen werden rond de diverse getijdengebeden. Daarnaast schreef ze ook responsoriën, hymnen en sequentiën. Dit allemaal tussen 1150 en 1160, dus gedurende de eerste 10 jaar van haar bestaan in het nieuw opgerichte klooster van Bingen. Waarschijnlijk zijn ze daar ook door de nonnen gezongen. Ook deze gezangen beweerde Hildegard door visioenen ontvangen te hebben. Opvallend is de relatief gezien grote uitbundigheid van veel van haar liederen. Een voorbeeld: Het begin van het antifoon “O dulcissime amator”, een zogenaamde symfonia, bedoeld als inspiratiebron voor nog niet ingetreden nonnen.

O dulcissime amator              O zoetste gever van liefde
O dulcissime amplexator      O zoetste omhelzer
Adiuva nos custodire             Help ons te behouden
virginitatem nostram            onze maagdelijkheid
Nos sumus orte in pulvere   Wij zijn geboren uit stof
Heu, heu,                                   Och, och
et in crimine Ade                    en in de zonde van Adam
Valde durum est                      is het moeilijk
contradicere                             om te weigeren
Quod habet gustus pomi       dat wat smaakt als de appel
Tu erige nos                               U verheft ons
salvator christe                        Christus onze redder

Luister naar de prachtige melisma’s op diverse lettergrepen, het omhoog en omlaag gaan van de melodie en het uitbeelden van sommige losse woorden maar vooral ook van gehele zinnen. De melodie staat in de modus Phrygisch (een bepaald soort mineur) maar de dramatische kleine secunde wordt grotendeels vermeden. Wonderschoon gezongen door 4 vrouwen, Anonymous 4, op een opname uit 1997 van Harmonia Mundi

Meer muziek van Hildegard von Bingen door Anonymous 4

Een voorloper van Hildegard van Bingen op meerdere gebieden was Hermann von Reichenau. Lees hier meer over hem.

Hildegard von Bingen stierf op 81-jarige leeftijd. Een zeer bijzondere vrouw, die als weggegeven kind haar eigen weg wist te vinden en deze vol wilskracht wist vast te houden. Ze heeft ons een schat aan muziek, gedichten, brieven en gedachten over de wereld nagelaten. Al lang wordt ze als heilige vereerd in het Rijnland. Door de vorige paus Benedictus is ze officieel tot universele heilige verklaard en zelfs tot kerklerares benoemd. Een prachtig boek over leven en werk van Hildegard von Bingen, met daarin ook veel verluchtingen uit haar tijd, is het boek “Ootmoed” van Hans Wilbrink.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek | Tags: , , , | 12 reacties

Museum Volkenkunde Leiden

Paraplu af. Naar binnen. En gelijk wordt je aandacht getrokken door beelden uit een totaal andere wereld. Nu al kijken en proberen  te begrijpen wat je ziet? Nee, dat gaan we wat gerichter aanpakken. Eerst naar rechts, naar de afdeling Indonesië. Maar ook daar wordt je onmiddellijk overweldigd door de imposante, vaak dreigende beelden. En je merkt al snel dat je culturele bagage zeer tekort schiet om er echt iets van te begrijpen. Kan het wel, met Westerse ogen kijken, en de ziel van deze beelden doorgronden? Het voelt ook een beetje als heiligschennis, die beelden in deze vreemde omgeving. Maar toch: bij sommige beelden krijg ik associaties met beelden uit onze eigen cultuur. Zoals bij deze Wajang figuur op buffelhuid.

wayang

Bij de toelichting lezen we het volgende:

Deze wayang kulit figuur (gunungan of kayon genoemd) is een combinatie van de kosmische berg en de levensboom en staat symbool voor alle levensvormen in het heelal. Met de gunungan worden het begin en het einde van een episode in een wayangvoorstelling aangegeven. Soms worden er ook natuurverschijnselen zoals een storm of brand mee uitgebeeld. De poort in het midden – geflankeerd door twee wachterfiguren – markeert de toegang tot een tempel of paleis. Op de boomtakken, die tot in de hemel reiken, bevinden zich allerlei vogels en kleine dieren. Een slang kronkelt zich om de stam. Aan weerszijden van de boom verbeeldt een tijger en een buffel het krachtenspel dat de kosmos steeds in evenwicht moet houden. De monsterkop centraal op de stam met een groot oog, slagtanden en een uitstekende tong  dient om het kwaad af te weren.

Bij de Germanen was de Es de levensboom. In Azië vaak een ceder. Levensbomen zijn stevig gewortelde bomen die hoog, tot in de hemel reiken. Een levensboom zien we ook in het aards paradijs. Naast de boom voor goed en kwaad stond ook daar de levensboom. En ook het kruis van Christus kunnen we als een levensboom zien, omdat door het offer van Christus het eeuwige leven voor de mensheid weer mogelijk was. Bergen zijn in veel culturen heilig. Als wachters bij een poort van een kerk zie je soms een leeuw, zoals bij deze poort van de Laurentiuskathedraal van Trogir in Kroatië.

portaal laurentius kathedraal Trogir Kroatie

Maar er zijn meerdere soorten wachters bij toegangspoorten. Bij dit reliëf in de Servaaskerk van Maastricht is Maria de moeder die toegang geeft , ze wordt bewaakt door twee engelen. (De symboliek in het bovenste deel is van een totaal andere orde)

servaas-dubbelrelief

Het alziend oog van de wayangfiguur doet denken aan het alziend oog van de vrijmetselaars, maar ook aan het oog van Horus van de Egyptenaren. De slang in de boom relateren we al snel aan de slang uit het oude testament. Dat de wayangfiguur ook nog eens de vorm van een mijter heeft zal wel toeval zijn. Ik heb gelezen dat de mijter waarschijnlijk komt uit de Romeinse Mithrascultus, waarbij het hoofddeksel van de god Mithras een mijter werd genoemd.

Ook zeer bijzonder is het kleine onderdeel dat zich bezig houdt met de Molukken. In het Museum was 20 jaar geleden een tentoonstelling over deze eilandengroep. Een van de tentoongestelde beelden toen was de Werwat, een beeld van een vrouw, vergezeld door een kleiner beeld van een vrouw. Beide beelden zijn nu nog steeds te zien.
Museum Volkenkunde Leiden Werwat met dochter 01

In het artikel van Trouw over de tentoonstelling van 20 jaar geleden staat o.a.

 In 1914 was het beeld meegenomen door een majoor uit het Nederlands-Indische leger en bij het Leidse museum afgeleverd. De Molukkers wonen al jaren in Nederland, maar ze herkennen Werwat uit de verhalen en foto’s van Maluku Tenggara, de Zuidoost-Molukken. Het beeld heeft sinds mensenheugenis op een berg bij het dorp Gelanit gestaan, onder de beschutting van een boom bij een heilige steen. Het moet de vrouw van de stichter van Gelanit voorstellen, de mitu of dorpsbeschermer. Volgens een verhaal uit de Molukken zou de eerste man die door de godheid via een ketting op aarde was neergelaten dit beeld hebben opgericht. Anderhalve meter hoog, de armen voor de buik gekruist, eenvoudig gesneden en ontroerend ingetogen. Het werd geflankeerd door een kleiner beeld, mogelijk een dochter voorstellend.”

Het complete artikel kun je vinden op

http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2551388/1995/10/07/GEKERSTEND-LEEGGEROOFD-EN-VERGETEN.dhtml

Ik moest onwillekeurig denken aan de talrijke Mariakapelletjes in Limburg. Er worden kaarsjes opgestoken, als een soort smeek-offer. Zoals ook deze Werwat vroeg om een offer, dat je in haar schoot kon stoppen.  Voor de mensen uit de Molukken was Werwat net zo heilig, als Maria nog steeds voor veel mensen is.

Maria uit 1240, in het Catharijneconvent.

maria 1240 maasland

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , , , | 3 reacties

Van Bosch tot Bruegel

In Boijmans van Beuningen is al een hele tijd de tentoonstelling van Bosch tot Bruegel te zien. Het is feitelijk een tentoonstelling met als onderwerp wereldlijke en burgerlijke taferelen op schilderijen en gravures van 1440 tot 1580, met de nadruk op de ontwikkelingen in de Lage Landen. Veel kunstenaars worden naast elkaar gezet in een thematisch en historisch verband. Er zijn veel mooie dingen te zien die uit diverse musea komen, ook dus van de hand van Bosch en Bruegel.

Het gevaar bestaat dat als je referentiekader nog niet zo groot is dat je zou kunnen denken dat de afbeeldingen die je in deze tentoonstelling ziet een weerspiegeling zijn van de voornaamste kunstuitingen uit die tijd. Er is een keuze gemaakt waarbij bewust de geestelijke kunst is weggelaten. Ook afbeeldingen die refereren aan de klassieke oudheid zie je er bijna niet. Er zijn een aantal objecten te zien die komen uit de “Staatliche Museen zu Berlin”. Van dat museum kun je vrijwel alles ook online zien en ik keek eens wat ze daar hebben van de periode 1440-1580 in de Gemäldegalerie.  Ze hebben uit die periode 92 schilderijen. Liefst 70 van deze schilderijen hebben een geestelijk onderwerp. 7 zijn er gerelateerd aan de oudheid. Slechts 15 schilderijen hebben dus een wereldlijk onderwerp, waaronder een aantal portretten van vorsten of kooplieden en een klein aantal schilderingen die de dagelijkse werkelijkheid uitbeelden. Vooral die laatste dingen vind je in de tentoonstelling in Rotterdam. Juist in de Lage Landen en de Duitstalige landen begonnen ze hier het eerst mee. In de zeventiende eeuw zien we hoe het een visitekaartje van de Nederlandse kunst wordt. Maar in de tijd 1440-1580 vormen de getoonde afbeeldingen dus absoluut geen afspiegeling van wat men in die tijd zoal maakte. Je krijgt wel een goed beeld hoe diverse kunstenaars al schoorvoetend met die alledaagse dingen bezig waren.

Een van de alleroudste afbeeldingen in dat genre is “de grote liefdestuin” van een anonieme meester gerelateerd aan het Bourgondische hof van circa 1440. Deze gravure komt uit genoemd museum in Berlijn. Hij moet gemaakt zijn in de tijd van Philips de Goede. Vlaanderen hoorde in 1440 al een hele  tijd bij Bourgondië. Onder Philips de Goede kwamen ook o.a. Brabant en Holland onder Bourgondisch bestuur. Het hof zetelde toen in Dijon, maar Gent en Brussel vormden al snel bijna even belangrijke bestuurscentra.

liefdestuin-klein

Als je naar de afbeelding kijkt zou je met voldoende kennis misschien kunnen achterhalen of de afbeelding zelf ook met het Bourgondische hof te maken heeft. Op de achtergrond zijn twee kastelen afgebeeld. Zijn dat fantasiekastelen of kunnen we ze koppelen aan (nog) bestaande kastelen? Het oorspronkelijk kasteel in Dijon is in de loop van de tijd steeds aangepast. Van buiten gezien stammen slechts de twee torens uit de oorspronkelijke bouwtijd, de 14e eeuw. Deze torens lijken niet op de torens in het kasteel van bovenstaande afbeelding:

paleis dijonHet huidige gebouw in Dijon dient nu als (gratis!!) kunstmuseum.

Terug naar de afbeelding op de kopergravure. We zien bij een ridder aan de rechterkant van de afbeelding een schild met een familiewapen er op afgebeeld. Als je goed kijkt zie je een adelaar. De Bourgondiërs hebben geen adelaar in hun wapen. Maar de adelaar komt in wapenschilden veel voor, vooral in Duitstalige landen. Ik vraag me dus een beetje af of de kopergravure wel uit Bourgondië komt, maar dat terzijde.

Verder is het een leuk kijkplaatje. Links beneden zie je twee hovelingen bezig met een kaartspel. Op de bank in het midden wordt gemusiceerd, een dame speelt op een luit en een heer speelt al liggende op een fluit. Er naast op de bank zit een aapje, een hond blaft naar het beest. Rechts voor zie je een dame met een schaal en een edelman met een valk op zijn armen. Het midden van de afbeelding wordt in beslag genomen door keuvelende en etende edellieden aan een tafel. Links richting kasteel zien we twee dieren. Een dier lijkt  aan de rand van het bos te staan en heeft een erg grote kop. Het andere beest is een grazer, misschien een paard of een ezel. Met honderden streepjes wordt gras gesuggereerd. Van perspectief heeft de kunstenaar nog niet veel notie. De kastelen lijken wel boven het bos geplakt. De personen op de voorgrond zijn eerder kleiner dan groter getekend dan de mensen verder op. Maar de gravure is leuk genoeg om een hele tijd naar te kijken.

En er is veel meer leuks. Ga vroeg of laat op de dag, want in het begin van de middag is het er druk.

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , , | 2 reacties

Natuur of kunst?

9 december 2015. Duinen en strand van Oostvoorne

oostvoorne2oostvoorne3oostvoorne4oostvoorne5oostvoorne7oostvoorne8oostvoorne9oostvoorne12oostvoorne13oostvoorne15

Geplaatst in kunst, natuur | Tags: | Plaats een reactie

Een oranje en een witte reus

Velen zullen vanochtend de prachtige rode zonsopgang gezien hebben. Zo kwart voor negen een prachtige rode bal net boven de Zuid-Oostelijke horizon. Bij mij zie je hem vanuit mijn huis dan over de Lek opkomen, een prachtig gezicht. Dat belooft niet veel goeds. Morgenrood, water in de sloot. Terwijl ik dit in tik is de lucht nog vrijwel helemaal blauw maar over enkele uren ziet het er heel anders uit vrees ik.

Wie nog enkele uren eerder op was heeft de conjunctie van Maan met Venus kunnen zien. En een eindje verder weg op dezelfde lijn Mars en Jupiter. Opvallend is dat je nu ook een paar echte sterren heel goed kunt zien zo in de schemering in het ZO. Tussen Venus en mars in, iets lager aan de horizon, staat de ster Spica van het sterrenbeeld Maagd. Feitelijk gaat het om een dubbelster, maar de tweee sterren staan zo dicht bij elkaar dat je ze als een geheel ziet. Dat is niet altijd zo geweest, in de oudheid werd Spica echt als een dubbelster gezien. De grootste van de twee is een zogenaamde witte reus. Heel groot maar vooral ook heel heet. Een grote ster in de bloei van zijn leven. Een heel eind boven de maan zie je Arcturus, zo mogelijk nog helderder. Deze ster, ook wel de berenhoeder genoemd, is een zogenaamde oranje reus. Dat is een fase voor dat de volgende fase ingaat: rode reus. Daarna volgt er een nova of supernova en tot slot ontstaat er een dwergster, neutronenster of zwart gat, dit allemaal afhankelijk van de grootte van de oorspronkelijke ster. De kleurverandering treedt op door het omzetten van helium in koolstof. We zullen het voor het gemak houden op Spica als jonge ster en Arcturus als al wat op leeftijd. Oud en jong, samen met onze hoeders van gevoelens, schoonheid, kracht en macht.conjunctie 2015-12-8(1)

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Mimiek

De beste films vind ik vaak films waarin niet veel wordt gesproken. Films waarbij de mimiek van mensen meer zegt dan je met woorden zou kunnen zeggen. Het mooiste voorbeeld daarvan is voor mij “Le bal” van Ettore Scola. Deze film uit 1983 gaat over de vijftigjarige geschiedenis van een danszaal in Frankrijk. Dat betekent dat je ook een overzicht krijgt van al de muziekstijlen waarop in die jaren gedanst werd. Maar het meest fascinerende is hoe de dansers worden neergezet. Iedereen met zijn eigen persoonlijkheid. Zonder ook maar een woord te spreken. Ik heb hem meerdere malen gezien en het blijft iedere keer weer een genot om dat mimische dansspel te beleven.

Van de zomer zag ik een film uit Saoudie Arabië: “Theeb”. Bij de inhoudelijke samenvatting van de film lees je:

Theeb speelt zich rond 1916 af in Saoedi-Arabië (Hijaz) en gaat over een jongetje wiens vader net is overleden waardoor hij onder de hoede van zijn oudere broer Hussein komt te staan. Centraal staat vervolgens hoe Theeb het harde nomaden-leven in de woestijn moet zien door te komen. In een kale, onherbergzame en gevaarlijke wereld waar niks groeit, bijna geen water voorhanden is en de Engelsen en de Turken tegen elkaar strijden gedurende de Eerste Wereldoorlog, moet de kleine Theeb, gespeeld door Jacir Eid Al-Hwietat, zien te overleven.”

Het is een spannende, tragische en ontroerende film, maar wat mij het meest is bijgebleven is weer de enorme kracht van de mimiek, in dit geval vooral de mimiek van de hoofdpersoon, het jongetje. Er wordt hele tijden niets gezegd in de film. Je ziet alleen maar ongelooflijk mooie natuurbeelden en daarnaast de mensen met hun houding, gebaren, gezichtsuitdrukking. Je kunt de gevoelens van iedereen op je eigen manier invullen. Prachtig.

Gisteravond zag ik de IJslands-Deense coproductie “Virgin Mountain”. De hoofdpersoon is een grote en zeer dikke man van in de veertig die nog bij zijn moeder woont. (‘Daarvoor word ik behandeld’, zou Wim de Bie zeggen). De wereld van deze maagdelijke berg verandert in de loop van de film. Hoe het afloopt wordt in het midden gehouden, maar alleen al de kleine glimlach op het gezicht van de reus, als laatste shot, maakt duidelijk wat er in de afgelopen tijd met zijn gevoelsleven gebeurd is. Er wordt in de film ook vrij veel gesproken, maar de kracht van de film zit hem vooral in de prachtig gespeelde en ook gefilmde mimiek van alle spelers. Ook een topfilm wat mij betreft.

 

Geplaatst in Film, recensie | Tags: , , , , | 4 reacties

Onze maakbare planeet

Wat hebben we genoten met zijn allen van de film “de nieuwe wildernis”. Door ons zelf gecreëerde nieuwe natuur, waw! En wat dacht je van het project “ruimte voor de rivieren”?  Ook daar komt binnenkort weer een natuurfilm over. Na de hoge waterstanden van de negentiger jaren van de vorige eeuw werden er plannen uitgewerkt om alle bedreigingen uit te bannen. Tegelijkertijd zou er nieuwe natuur worden gevormd. Bij ons naast het huis hebben ze daar dan wel andere natuur voor opgeofferd, maar: wíj hebben de nieuwe natuur al. Bij Nijmegen hebben ze een eiland in de Rijn gemaakt. Het Ooijbos staat onder water. Vanochtend las ik in de krant dat PVDA en Groen Links ook nog eens de Grutto gaan redden. Het kan niet op!

En dan hebben we natuurlijk nog onze klimaatconferentie. Niet alleen Nederland is goed bezig, we gaan het allemáál goed doen vanaf nu. We zullen zorgen dat onze planeet het weer goed krijgt en vooral ook onze kleinkinderen zullen een veilig, gezond en groen leven hebben.

We veranderen de tijdschaal voor het gemak even. Het leven op aarde bestaat in werkelijkheid ongeveer 3,6 miljard jaar. Daar maken we om het overzichtelijk te maken een uur van. De laatste vier seconden (!) van dat uur is de mens onderdeel van dat leven. In het afgelopen uur zijn er op aarde talloze veranderingen geweest. We kennen de tijdperken: Carboon met tropische wouden op onze breedtegraad. Krijt met zijn uitgestrekte zee tot en met het huidige Zuid-Limburg. In het begin van dat uur was er zelfs leven in een nog bijna zuurstofloze wereld. Ja dat kan. Nu bestaat zulk leven nog steeds op zeer afgelegen plekken, bijv. in het binnenste van vulkaankraters. Maar er waren ook perioden zonder ijs, dat de temperatuur op aarde vele graden hoger, de oceaanspiegel vele meters hoger en er dus ook minder land was dan nu. Ook werd soms al het leven in een klap vrijwel weggevaagd door bijv. een enorme meteoriet-inslag waarbij o.a. de dinosaurussen uitstierven. Dat gebeurde zo’n 10 minuten geleden. Geen mens is daar aan te pas gekomen. De natuur deed het allemaal zelf. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat de natuur er mee gestopt is. De subtiele zwenkingen van de aarde om de zon maken dat er over een bepaalde tijd weer een ijstijd gaat komen. Daar doen we helemaal niets aan. Daar valt geen CO2 tegen op te stoken. Op de lange termijn is de mens niet meer dan een vervelend nietig wezentje dat de aarde achteloos van zich af zal krabben.

Maar dat is in de schaal waarin wij gewend zijn te denken wel heel erg lange termijn denken en we moeten er in deze milliseconden van het leven toch iets aan doen. Dus we blijven lekker bezig. Tussen Meerkerk en de Lek heeft het Zuid-Hollands landschap nieuwe natuur ontwikkeld. Op de vele borden kun je zien wat er allemaal te beleven valt. En ik moet toegeven: zelfs nu in de winter is het er heerlijk toeven. Veel geschreeuw van vogels alom. Gisteren zagen we er naast ganzen, smienten en witte reigers vooral veel roofvogels. Met een smartphone niet zo fijn te fotograferen als ze wat verder af zitten. Een vlonderpad leidde je over de nieuwe Zederik naar het natuurontwikkelingsgebied (jawel) de Boezem. En afgezien van de ruis van de A27 en het gegak van de honderden ganzen was het er echt stil. Dat geluid van de A27 is voor de vogels trouwens ook gewoon natuur. Het klinkt voor hen waarschijnlijk zoals het geruis van een bergbeek in de Alpen voor de vogels daar klinkt. Wij zijn voor vogels ook natuur. Voor de aarde zijn wij dat ook.

We denken de natuur te maken, maar de natuur maakt ons…

vlonder

meertjeroofvogel

Geplaatst in maatschappij, natuur | Tags: , , | 5 reacties

Hedendaagse Grieken en Romeinen

In de Nieuwe Kerk van Amsterdam is een tentoonstelling te zien met als titel “Rome, de droom van keizer Constantijn”. In de kern gaat deze tentoonstelling over de regeringsperiode van keizer Constantijn, zo rond 300 na Christus. We kunnen vooral zien hoe de vroeg-Christelijke cultuur nog geheel verweven is met die van de Romeinen.

Het beeld is dat die Romeinse invloeden daarna snel werden terug gedrongen en pas weer terug keren in de renaissance. Maar eigenlijk zijn ze nooit echt verdwenen. Vanaf Karel de Grote zien we opnieuw een sterke gerichtheid op de Romeinse cultuur aan het hof en aan het hof gelieerde kloosters. Dat blijft zo doorgaan, vooral ook onder de Ottoonse keizers van de tiende eeuw en de Hohenstaufen van de twaalfde eeuw. Niet lang daarna begint in Italië de renaissance, de bekende her-oriëntatie op de Romeinse tijd in al zijn facetten. Nu ook de steden belangrijk zijn geworden en er in de volkstaal wordt geschreven breidt deze cultuur zich nog sneller uit. Boven de Alpen duurt het wat langer, pas rond 1600 wordt deze oriëntatie ook daar beeldbepalend. In de tweede helft van de zeventiende eeuw spiegelt in Frankrijk Lodewijk XIV zich sterk aan de klassieke cultuur en die invloed werkt weer door in de rest van Europa. Met opgravingen in Pompeï in de 18e eeuw ontstaat er nogmaals een herleving. Op het eind van de negentiende eeuw dreigen stromingen als impressionisme en modernisme de genadeklap te geven aan de klassieke oriëntatie, maar al snel krijgen we toch weer neoclassistische stromingen. In de huidige periode van postmodernisme kan alles, dus waarom niet ook weer terug naar de klassieken? Met andere woorden: komen we er nu nooit een keer van los, en wat is het dat ons iedere keer opnieuw zo trekt? En al snel kun je je de basisvraag stellen: wat is eigenlijk de essentie van die cultuur?

Ik denk zelf dat het klassieke beeld van de renaissance met zijn oriëntatie op de klassieken te eenzijdig is. Twee manieren van in de wereld staan zou je naast elkaar kunnen stellen. Bij de eerste manier zie je dat mensen de wereld zien als een mystiek geheim, waar je op verschillende manieren vat kunt krijgen. Door bidden, meditatie, probeer je er iets dichter bij te komen. Je eigen persoon is onbelangrijk. Deugden worden al gauw geabstraheerd en worden herkend in heilige dingen. Bij sommige volkeren is dat een berg, een rivier. Of een edelsteen, of een ikoon. Of een kruisbeeld met een uitstraling die weinig menselijks meer heeft, maar eerder iets goddelijks. Maria wordt afgebeeld als zetel der wijsheid, niet als moeder of mens. De achtergrond is goudkleurig, onstoffelijk. In het Oost-Romeinse rijk werd deze manier om zaken te benaderen de regel. Je zou dat de Byzantijnse manier kunnen noemen, de Italianen noemen het later de “maniera Greca”. Naar mijn idee verschilt de oude Griekse cultuur daardoor ook in dat opzicht in essentie van de Romeinse cultuur. Bij een Griekse tempel wordt zorgvuldig nagedacht over de mystieke betekenis van getallen, en daarom krijgt hij bijvoorbeeld een bepaald aantal zuilen. De Grieken waren veel meer doordrongen van de basisgedachte van de maniera Greca.

De tweede manier is dat je de méns met al zijn deugden en ondeugden centraal stelt, en vooral praktisch denkt. Een Romeinse tempel heeft vooral een zekere esthetische waarde, of moet pochen door zijn grootte, en moet technisch deugen, niet in elkaar donderen. Hij is menselijk. Goddelijke getalsymboliek is hem vreemd. Afbeeldingen zijn menselijk, uit het leven gegrepen. Zo zien we dat in Pompeï. De Romeinen hielden hier duidelijk van. Onder invloed van het oosten leek het dat deze manier van benaderen na de instorting van het West-Romeinse rijk in West-Europa was verdwenen. Maar vanaf de tiende eeuw al zien we hoe deze benadering schuchter terugkeert. Een van de eerste voorbeelden is het Gerokruis, dat te zien is in de Dom van Keulen. Het is geen waardige Godheid aan het kruis, nee, het is een lijdende mens. En juist boven de Alpen wordt deze manier van denken steeds sterker. De Franciscanen laten menselijke stripverhalen over het oude en nieuwe testament of over heiligen in hun kerken aanbrengen vanaf de dertiende eeuw. Dat is de Romeinse manier, niet vergoddelijken, maar vermenselijken. Beide denkrichtingen blijven intussen nog naast en door elkaar bestaan. Een gotische kathedraal zit boordevol mystieke symboliek. Maar bevat steeds vaker echt menselijke beelden en afbeeldingen. En wat te zeggen van al die prachtige altaarstukken van rond 1500. Ze lijken zo uit het leven gegrepen, zo menselijk. Maar pas op: er schuilen voortdurend addertjes onder het gras. Ze zitten boordevol mystiek en symbolen. De mensen die ze kochten wisten dat, ja liever, ze bestelden hun altaarstukken met die opdracht. En zelfs veel burgerlijke stukken uit de zeventiende eeuw hebben een dubbele bodem, niet als grapje, nee. Het schilderij, hoe menselijk, hoe Romeins het er ook uitzag, het diende tot meditatie en bezinning.

Als wij nu naar die kunst kijken doen we dat in eerste instantie op de Romeinse manier. We kijken naar het plaatje, naar de mensen, naar de voorwerpen. Misschien met een historische blik: ‘goh, ze hadden toen al vorken.’ We kijken wellicht technisch naar lichtval, naar vlakverdeling, naar kleurgebruik. We zien hoe mooi de schilder een mantel kon schilderen. Al die technieken zijn uitgevonden in de renaissance. Hoe beter je dat kon, hoe beter je als kunstenaar was. Daarom spreekt veel mensen de Romeinse kunst ook aan. Je kunt er ook gewoon esthetisch naar kijken. Maar eigenlijk gaat het ook in de renaissance nog steeds om de symboliek, om de boodschap. Als je naar een afbeelding keek werd je tot bezinning gemaand. In kerken uiteraard was dat al helemaal de bedoeling. Het letterlijke plaatje, Sebastiaan met pijlen in zijn buik, kon daarbij helpen. Maar het ging er om dat je de levenswandel van Sebastiaan als voorbeeld ging zien. Standvastigheid tot in de dood. Eigenlijk dus, net als bij de ikonen, je moest gaan bidden bij het beeld. Romeinse beeldtaal met een Griekse intentie.

Als je op die manier naar kunst kijkt zie je heel vaak deze twee elementen. De ene kant is de nuchtere kant, de esthetische, de technische. De andere kant is de ethische, de mystieke, wat wil je iemand meegeven? Ook bij de tentoonstelling in de Nieuwe kerk zie je beide kanten. De beeldtaal is Romeins, menselijk. Maar vaak zit er toch een verborgen boodschap bij. Op veel grafkisten in de tentoonstelling zag je afbeeldingen met Bacchus. Hier een fragment.

dionysus-fragment

Deze God, bij de Grieken Dionysus, is bekend als de god van de wijn, vruchtbaarheid, maar ook van het eeuwige leven, omdat hij door Zeus gered werd toen zijn moeder verbrandde, met hem nog in haar schoot. Zeus stopte hem in zijn dij en daaruit werd hij opnieuw geboren. Dionysus staat zo ook voor de cyclus van het leven. Dionysus zelf staat op bovenstaande afbeelding in het midden, op dit fragment als tweede van rechts, leunend op een sater, dronken van de wijn. Zowel links als rechts van hem worden de vier seizoenen uitgebeeld, rechts zien we op dit fragment alleen de zomer met de arenschoof. Elk seizoen keert in het leven weer terug, misschien dat daarom ook de seizoenen hier dubbel worden afgebeeld. Een detail hieronder: van links naar rechts zien we de winter (het drinken van de wijn uit een schaal), de zomer (graan en sikkel) en de herfst (de geschoten haas)

dionysusgrafmonument-seizoenen

Wat wilden de makers van deze sarcofaag aan de nabestaanden meegeven? Hoop op een tweede leven, zoals ook Dionysus zelf dat kreeg? Of was het alleen maar een mooie afbeelding van wat je in de seizoenen allemaal meemaakte, op een mooie esthetische manier weergegeven? Was het uitbeelden van een dronken Dionysus een vermaning, of juist een aansporing zijn voorbeeld te volgen? Leef er maar op los, want alles is tijdelijk?

Bij de Christenen zien we hoe men  rond 400 de overledene een opstanding toewenste, doordat men het CHi-Rho (Christus symbool) in de vorm van een kruis op het grafmonument plaatste.

chiro-klein

Nog steeds zijn er allerlei kunstwerken die mensen aan het denken willen zetten. Soms op een, wat mij betreft, banale manier zoals de Santa Claus (kabouter buttplug) van Paul Mc Cartey dat moet doen. Dit beeld op het Eendrachtsplein van Rotterdam staat er als een waarschuwing voor de consumptiemaatschappij. Daarnaast zijn er kunstenaars die willen dat een kunstwerk niet meer is dan wat het is en die juist wars zijn van alle mogelijke dubbele bodems. Er zijn nog steeds overal Grieken en Romeinen…

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie