Ik was vrijdag om 5 uur bij een Mis. Een mis waarin geen preek, geen collecte, geen consecratie en waarin ook geen communie was. Het was een mis die helemaal gezongen werd, hij was opgebouwd rond de hoofdbestanddelen Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus/Benedictus en Agnus Dei. En daarvoor en er omheen waren er inclusief toegift nog 8 stukken, 13 in totaal dus. Religieuze muziek die geschreven is in de middeleeuwen, in de renaissance en in de moderne tijd. Alles was puur vocaal zonder enige begeleiding. Ik luisterde naar de vijf heren van Amarcord. Bijna elk stuk in die namiddag klonk even mooi. Het was een prachtige Mis, in de natuurlijke ambiance van de OLV-basiliek. En wat een mooie keuze van stukken:
Thomas Tallis – Te lucis ante terminum
Guillaume de Machaut – Kyrie uit ‘La Messe de Nostre Dame’
Sidney Marquez Boquiren – Gloria
Gregoriaans – Liberasti nos uit ‘Moosburger Graduale’
Orlando di Lasso – Litaniae Beatae Mariae Virginis a 4
Francis Poulenc – Quatre petites prières de Saint Francois d’Assise
Johannes Ockeghem – Credo a 5
Gregoriaans – O Crux splendidior
William Byrd – Sanctus uit ‘Mass for Five Voices’
John Tavener – The Lamb
Gregoriaans – De profundis uit ‘Moosburger Graduale’
Marcus Ludwig – Tenebrae uit ‘Drei Gedichte von Paul Celan’
Als toegift klonk: “OtЧe Иaш (Onze vader) van Nikolaj Nikolajewitsch Kedrow
Al deze stukken staan ook op een CD. De CD heet “Tenebrae” , genoemd naar het stuk van Marcus Ludwig. Op deze CD staan naast deze 13 stukken nog 8 andere stukken, de Mis is daar dan als het ware nog uitgebreider. Bij het programma in Maastricht ontbrak bijvoorbeeld het Agnus Dei uit een manuscript uit 1410. Wel hoorden we een ander Agnus, “the lamb” van John Tavener. Behalve alle teksten staan in het CD-boekje mooie toelichtingen.
Welk stuk vond ik nu echt het mooiste? Het was zo verschillend allemaal. Misschien wel het Credo van Ockeghem, of het kwetsbare “the Lamb” van Tavener, of het indringende “Tenebrae” van Marcus Ludwig?
Nee, ik heb gekozen voor het Gloria van de Filippijnse componist Sidney Marquez Boquiren. De zangers van Amarcord hebben hem tijdens een tournee in Amerika leren kennen. Hij schreef voor hen een stuk waarin vooral ook de lengte van de adem van de mens, in dit geval van geschoolde zangers, een van de parameters is. Het werd in de OLV-basiliek gezongen terwijl de uitvoerenden in een cirkel stonden waardoor ze elkaar goed konden zien en horen. Ze probeerden af en toe samen de klank als het ware als een lichtstraal de hoogte in te sturen. Het enige tekstdeel van het Gloria dat gebruikt werd was de beginzin: Gloria in Excelsis Deo: Eer zij God in den Hoge. Gloria-eer, is vanaf de baroktijd een uitbundig woord, het hele gloria is dan ook meestal een uitbundige lofzang. Bij Boquiren horen we eerst inderdaad nadrukkelijk en uitbundig het woord “gloria”, maar daarna horen we vooral “de eeuwigheid”. Niet zozeer wat mij betreft “in den hoge”, maar vooral een heel wijds, ruimtelijk, niet aards en bijna eeuwig eerbetoon. Het stuk eindigt heel mooi verstild, het verstomt in de ruimte.
Voor de mensen met een muziek-achtergrond: ik heb het stuk auditief geanalyseerd en deze analyse staat hier onder, cursief weergegeven. Sla het rustig over!
Wat voor samenklanken hoor je en is er sprake van een toonsoort? Toen ik nog les gaf in muziektheorie aan het conservatorium liet ik mijn leerlingen experimenteren met samenklanken en toonladders om ze vertrouwd te laten raken met een meer modern idioom. Een van de oefeningen was dat ik ze een zes of zeventonige toonladder liet verzinnen. Daarmee gingen ze componeren. In het hele stuk mocht uitsluitend gebruik worden gemaakt van die tonen, zowel in melodisch opzicht, maar ook in harmonisch opzicht: alle zeven tonen mochten eventueel zelfs allemaal tegelijk als samenklank gebruikt worden. Het blijkt dat je dan vanzelf die drie-, vier-, vijf-, zes- of zevenstemmige samenklanken gaat accepteren als een logische eenheid. Er gebeurt relatief weinig door die beperking, maar je kunt gebruik maken van registers, je kunt samenklanken verleggen, je kunt ze uitdunnen enz. En verder kun je vooral ook muziek maken met melodie en ritme. Het samenklank idioom vormt door zijn beperking een gewaarborgde eenheid. Of de muziek verder interessant is wordt bepaald door hoe je er verder mee om gaat. Het lijkt wel of Sidney Marquez Boquiren deze opdracht, die ik indertijd aan mijn studenten gaf, op zijn manier heeft uitgewerkt. Hij gebruikt, op één uitzondering na, helemaal op het einde van het stuk, uitsluitend de 7 tonen van de oorspronkelijke mineurtoonladder van A.
Gloria. De eerste drie en een halve minuut horen we alleen het woord “gloria”, “eer”. Het stuk begint met een grote drieklank van F, FAC, maar tegen de C klinkt een snerpende B. Een grote drieklank met een scherp randje dus. De A in deze drieklank blijft de basis, deze blijft namelijk voortdurend als een lange toon doorklinken en wordt zo tot een basistoon. In de loop van de eerste minuut komen er nog meer “witte toetsen” bij: eerst de G in een dalend loopje AGF, dan AEG waarbij de E en de G samen met de A en C blijven doorklinken. Dan wordt de laagste toon een D: DEGA. Het loopje AGFE, een dalend motiefje is de voorbode van nu een aantal snelle motiefjes van achtste noten, nog steeds wordt uitsluitend het woord Gloria gezongen. Elk motiefje heeft twee noten en twee lettergrepen: Glo-rja, Glo-rja enz. Alleen de noten D, E, F en G worden gebruikt, met daarbij telkens de lange toon A. Het geheel wordt opeens veel zachter, korte motiefjes met dit materiaal, dan een langer motief, bijna een melodie: ABCDE, de laatste E echter een octaaf lager. Met dit idee wordt gespeeld: BCDEF, nu de laatste twéé tonen een octaaf lager. Nog even gaat hij met iets dergelijks door.
In excelsis. Op 3:30 minuut horen we voor het eerst de tekst “in excelsis”: GA C—–B. “Cel” van” Excelsis” is de hoge C die langgerekt is en tegelijk is het de hoogste toon, een letterlijke tekstuitbeelding dus van “in den hoge”. Het register wordt hierna veel breder, er komen heel lage bastonen bij waardoor de hoogte van “excelsis” des te beter overkomt. De lange bourdontonen worden nu gevormd door een lage A met een kwint hoger een E, de andere heren zingen in motiefjes “Gloria in excelsis”, gebruik makend van nog steeds uitsluitend “witte toetsen”. Het woord “excelsis” wordt door de drie hoogste stemmen voortdurend in verschillende motiefjes herhaald, met steeds twee tonen op de lettergreep “cel”. Dit steeds zachter, er onder blijft de kwintenbourdon klinken.
Gloria in excelsis. Na twee keer nadrukkelijk “in excelsis, in excelsis” komt weer de langere tekst “gloria in excelsis”, waarbij de vijf zangers homoritmisch zingen, steeds vier-of vijfstemmige akkoorden met minstens een scherpe dissonant erin. Nog steeds uitsluitend tonen van de diatonische toonladder van A.
In excelsis Deo. Op 5:13 komt voor het eerst het woord “deo”, achter “in excelsis”: AAB—-FGA—A (In Ex-Cel—–Cihies De—O). Onmiddellijk daarna wordt het woord “deo” nog enkele keren herhaald. Nu werkt het stuk naar het einde toe.
Gloria. Zacht begint “Glo” eenstemmig op een lange A, er komt later een Hoge E bij, dan een D, opnieuw vanuit de kale A, nu ook nog een F en een G. Nog een keer opnieuw vanuit de A, maar nu komt er voor het eerst een echt nieuwe toon bij, een lage F# die zachtjes knerpt tegen de er boven liggende G. Dit akkoord werkt als een soort dominant, die heel sereen en superzacht de gezamenlijke A als slottoon voorbereidt.
Het hele concert, zonder toegift, is nog terug te beluisteren: ga naar https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2019-09-22
Het is het eerste deel van het avondconcert waarop nog twee andere concerten te horen zijn, alle drie zijn ze opgenomen tijdens het festival Musica Sacra.
’s Avonds om 10 uur zong Irene Kurka in de keizerzaal van de Servaas. Ik had dat concert uitgekozen vanwege de locatie maar ook om de combinatie van oude en nieuwe muziek. Hildegard von Bingen had ik daar al eerder gehoord, nu hoorde ik de muziek gezongen door slechts één vrouwenstem. Daarnaast waren er nog drie moderne muziekstukken te horen, waaronder een speciaal voor haar geschreven stuk door de Litouwse componist Vykintas Baltakas: Incantatio. Het was tegelijk de wereldpremiëre van dat stuk. Jammer dat er geen opname van is, ik zou het vaker willen horen. Het klonk heel ritmisch, het was onmiskenbaar op Litouwse volksmuziek gebaseerd, het was heel expressief en energiek. Dat kon je van alle stukken zeggen die Irene Kurka zong. Wat een stembeheersing, wat een geluid! Ook de acht liederen van Hildegard von Bingen werden uiterst geconcentreerd, mooi en expressief gezongen. De tekst was helemaal doorvoeld. Ze zong onder meer “O Virtus sapientiae”, een antifoon voor het feest van de heilige drie-eenheid. Dit feest was in de tijd van Hildegard von Bingen nog geen verplichte feestdag, dat werd het pas in de veertiende eeuw. Het werd gevierd op de eerste zondag na Pinksteren. Het “omcirkelen” in de tekst slaat op “de Heilige Geest”, die net een week eerder, bij het feest van Pinksteren, centraal stond in de liturgie. Nu gaat het om de combinatie van Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar de Heilige Geest, de derde, is overal aanwezig.
Van de week bij ons thuis speelde mijn jongste kleinzoon op de mondharmonica. Het was enge muziek en mijn kleindochter was samen met mijn vrouw verstopt onder een deken, samen zaten ze er onder, op de bank. Hij zat er naast met zijn mondharmonica in de mond. Samen griezelden mijn vrouw en mijn kleindochter van de mogelijke komst van een beer, maar ze waren lekker veilig onder de deken. Mijn kleinzoon begon donkere spannende geluiden te spelen. Ze kropen nog verder weg onder de deken. Uiteindelijk kwamen ze tevoorschijn: de beer was weg!
Van de zomer reden we in Litouwen met de auto over eindeloze halfverharde wegen, die dorpen van niet meer dan honderd inwoners met elkaar verbonden. Hierboven zie je de halfverharde hoofdweg naar het dorp Strazdai.. We bevonden ons niet in de toendra maar we reden, afgezien van een enkel dorpje in een gebied met akkers en bossen. Tot zover je kijken kon was er niemand te zien. Ook was er nergens een andere auto. Wel zag je op enkele plaatsen een bushalte. Voor wie? Of er was opeens een primitieve brievenbus bij het enkele zijweggetje dat je tegenkwam. Een keer zag ik een soort brievenbus die opgehangen was aan een tak. De tijd leek er stil te staan. Zo zal het er ook op veel plaatsen ruim een eeuw geleden hebben uitgezien, in de tijd van Čiurlionis.







In de veertiende eeuw schreef Petrarca “Il Canzoniere”, een boek met 366 gedichten voor zijn geliefde maar onbereikbare Laura. Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt…
Blijkbaar kon dat toen. Waarschijnlijk omdat Čiurlionis in het begin van de twintigste eeuw een fel tegenstander was geweest van het bewind van de tsaar. Litouwen behoorde al vanaf de loop van de negentiende eeuw bij Rusland. En ja, de Russische revolutie met als gevolg een communistisch regime was óók tegen de tsaar geweest. Maar de Russen waren er inmiddels bijna in geslaagd de Litouwse cultuur en de taal uit te bannen. En daar begint men dan opeens een Litouwse kunstenaar die sterk voor de litouwse identiteit streed te vereren met beeldhouwwerken. Maar het werd gedoogd. De beelden staan er nog steeds.
En dan heb je nog het grootste wonder van Druskininkai: de zoutwaterbaden. Het opborrelende water is zout en is heilzaam, weten ze daar al eeuwen. In de stad zijn ook enkele zout water fonteinen. Dat was ook in de tijd van Čiurlionis al zo toen zijn vader vanuit een erfenis genoeg geld had om een terrein te kopen midden in de stad en daar een aantal huisjes met een tuin te laten bouwen voor zijn vrij grote gezin, en om in een van die huizen ook piano en orgelles te geven. Ze staan er nog steeds en ze zijn ingericht als museum.
In de hele stad staan grote badgebouwen en er omheen zijn er hotels voor de gasten die hier komen kuren. Die komen van alle kanten, vooral uit Polen. Maar ook uit Wit-Rusland (het laatste communistische land van Europa) dat op steenworp afstand ligt en uit Rusland. In de Russische tijd was Druskininkai een van de meest geliefkoosde oorden waar de top van de partij zich kwam laten verwennen. Sinds Litouwen bij de EU hoort en de euro hanteert zal dat een stuk minder zijn.
Om een beeld van die tijd te krijgen is dit museum een goed beginpunt. Toen we in Vilnius waren hebben we ook nog overwogen om naar het KGB museum te gaan waar onder meer een inzicht wordt gegeven in de martelpraktijken zoals die bij verhoren gebruikt werden. In een NRC-blog lazen we dat dat museum indrukwekkend moet zijn.
Een goede vriendin die met ons mee was in Litouwen schreef een mooi artikel over Druskininkai en Litouwen:



























Wat zou de oorzaak zijn geweest van zijn depressie? Het zal in zijn persoonlijkheid gezeten hebben. Volgens een arts was hij gewoonweg overspannen. Maar de behandeling sloeg slecht aan, hij verviel na een tijd in een soort apathie. Zijn levensloop wijst echter slechts summier op een depressieve aanleg. Hij heeft lang gestudeerd, zo van zijn negentiende tot zijn zeven en twintigste. Dat was aan de conservatoria van eerst Warschau en na een tussenjaar studeerde hij nog twee jaar in Leipzig. Na anderhalf jaar studie (piano, orgel, en contrapunt en compositie bij Jadassohn en Carl Reinecke) studeerde hij daar af, het getuigschrift is bewaard gebleven. Hieronder het fragment met de handtekening van Reinecke, die hem onder meer een vlijtig student noemt.
De muziek bleef belangrijk, hij leefde vooral van het geven van pianolessen, maar hij begon steeds meer te schilderen. Vanuit Leipzig ging hij weer terug naar Warschau. Daar kreeg hij een baan aangeboden aan het conservatorium maar deze sloeg hij af omdat hij veel meer tijd voor het schilderen wilde hebben. Twee jaar later begon hij zelfs om die reden aan een studie aan de de kunstacademie aldaar. Čiurlionis bleef steeds twijfelen over zijn muzikale mogelijkheden, vandaar ook zijn lange studies, maar tegelijk was hij gefrustreerd door de schoolse opleiding en het strenge contrapunt waar zijn stukken aan moesten voldoen. Het strijkkwartet dat hij schreef in Leipzig werd in eerste instantie na een eerste uitvoering zeer kritisch benaderd door zijn leraar Reinecke. Hij veranderde er daarna nog het een en ander aan maar zei er zelf over dat het ook wat hem betreft nergens op leek en dat hij in zijn eigen stijl veel betere stukken zou hebben kunnen schrijven. Bij zijn pianostukken die hij al veel eerder schreef zien we dat hij in Warschau sterk onder de invloed van de salonmuziek van Chopin stond. Ook daar wist hij zich pas veel later aan te ontworstelen. De meest oorspronkelijke pianostukken die ik van hem ken zijn het “Pater Noster”, zijn stemmingsstukken over de zee en zijn fuga in B-klein. Uiteindelijk schreef hij meer dan 300 stukken, waarvan slechts enkele in staat zijn los te komen van wat hij van zijn conservatieve docenten geleerd had. Vanaf 1905 was het toegestaan in het tsaristische Litouwen om de eigen taal in het openbaar te gebruiken. Čiurlionis werd nu een echte Litouwer en ging de taal en de volksmuziek bestuderen. Daarvoor sprak hij meestal in het Pools of Russisch. Zijn moeder was een Duitse, dus ook die taal had hij al in zijn jonge jaren geleerd. Maar nu werd hij meegezogen in de nationalistische gevoelens die nu eindelijk geduld werden. Zo maakte hij toen hij van 1907 tot 1910 in Vilnius leefde koorbewerkingen van Litouwse liedjes, die ik helaas nog nooit heb gehoord.Al eerder probeerde hij voorzichtig Litouwse volksmuziek in zijn kamermuziekstukken te gebruiken. Dat kun je horen in het middendeel van het tweede deel van zijn strijkkwartet uit 1901/1902, zo vanaf 2:50 minuut. De opname stamt uit 2000 en het stuk wordt uitgevoerd door het Čiurlionis kwartet.







-‘Dat zou best wel eens kunnen. Hij heeft zulk lang haar.’
-‘Kijk eens opa wat hier ligt. Dit is Proxima Centauri, en dat is Alpha Centauri en dat is Trappist 69, Trappist 142, Trappist 174 en Trappist 194.’

De derde tekening is gemaakt door onze oudste kleinzoon die een maand geleden zes jaar is geworden. Hij is een waar tekentalent. Hij is verliefd op een meisje uit zijn klas met wie hij later wil trouwen. Maar “zogenaamd” zijn ze onlangs getrouwd, in aanwezigheid van een ander vriendinnetje. Zij mocht bruidsmeisje spelen. Het hele tafereel is op deze tekening vastgelegd. In de oud-katholieke kerk van Schoonhoven is een rode loper gelegd voor het bruidspaar. Rechts boven zien we een glas in lood-venster en links is de toegangspoort van de kerk. Naast de loper, bruin, zit een klein mannetje in een rolstoel naar het tafereel te kijken. Ook op deze tekening hebben zowel het bruidsmeisje als de bruid en bruidegom een brede glimlach. De bruid heeft een prachtige sleep en houdt een bos bloemen in haar hand. De bruidegom heeft een mooi pak aan, waarschijnlijk heeft hij iets dergelijks gezien bij Willem-Alexander. Je ziet hem lopen en met zijn rechterbeen naar voren schrijden. Vanwege de sleep moet dat in gepast tempo, voetje voor voetje. Het bruidsmeisje lijkt wel hoge hakjes te hebben. Verder zien we onder meer drie Nederlandse vlaggen en heel veel kleine oranje vlaggetjes. Dit is ook een tekening om heel blij van te worden.








Hij speelde een zeeleeuw in het water, die zich verstopte, die lekker kon zwemmen en die precies hetzelfde geluid maakte zoals hij dat zonet nog gehoord had, helemaal echt. Zwemmen door het zand voelt heerlijk, en als een andere zeeleeuw zand op je benen strooit is dat nog lekkerder. Daarna hebben we een saucijzenbroodje gegeten. En uiteindelijk liepen we naar de uitgang. Alle kindjes liet hij nog steeds met rust en ik kreeg de indruk dat dat nu zonder moeite ging. Toen struikelde hij en begon te huilen. Van moeheid. Ik tilde hem op schoot en hij omhelsde mij met beide armen en ontspande daarbij volledig. Ik heb hem gedragen tot bij de halte van de tram. Intussen kletste hij aan een stuk. Over van alles, vooral over dingen van het heelal. In de tram was het druk. Naast een nogal brede meneer was er nog een plekje.
We reden een keer het dorp in. Daar moest je niet alleen heen om boodschappen te doen maar de doorgaande weg liep er ook dwars doorheen. Midden in het centrum, in een bocht, stonden twee auto’s stil. Wat bleek: twee mensen hadden elkaar daar ontmoet. Een auto kwam van de ene kant, de ander van de andere kant. ‘Lang niet gezien, hoe is het met je’, je kent het wel. Het werd een gezellig praatje met de raampjes open. Heel gemoedelijk stonden de auto’s met hun bestuurders zij aan zij. Wij en andere auto’s wachtten geduldig totdat de heren uitgekletst waren. Het was heel normaal. Een openbaring: zo kun je ook leven. Ik heb daar jammer genoeg geen foto van, wel van de aanblik van het centrum van het dorp.
Ons huis had extreem dikke muren en het bleef daardoor koel. Het was zomer, dus het was lang licht en warm genoeg om ‘s avonds lang buiten te zitten. De eigenaar kwam enkele keren in die week langs met lekkere stukken gegrild vlees en met flessen raki. We hebben zo gauw we door hadden hoe het daar werkte alles voor lief genomen en er een mooie vakantie van gemaakt. En passant kregen we ook een nieuw beeld op de buitenlandse politiek doordat dingen daar heel anders verteld werden. Het was ten tijde van de Kosovo oorlog. Het westen steunde toen het islamitische bevrijdingsleger van Kosovo, het UÇK en stond tegenover het leger van Joegoslavië. Niet zo de Kretenzers, die fel anti-islam waren. Logisch vanuit de Griekse en Kretenzische geschiedenis. Je merkte dat je snel was geïndoctrineerd als je niet uit keek, het klonk allemaal heel logisch. Desondanks bleven we die week toeristen, maar we proefden toch een beetje aan het leven van de autochtone bevolking.


De aarde bestaat 4,5 tot 4,6 miljard jaar. Het zoogdier dat we nu mens noemen bestaat ongeveer 2 miljoen jaar. Dat is te vergelijken met minder dan een seconde op een uur. De laatste 60 jaar, dus een verwaarloosbare fractie van die korte seconde, is deze mens bezig geweest met het versturen van enige informatie naar de buitenwereld. De kans dat deze uitzendingen van radio aarde worden opgevangen door een vergelijkbare beschaving op dit moment is ongelooflijk veel kleiner als op het winnen van de hoofdprijs bij de staatsloterij. En dan gaan we er ook nog eens van uit dat er vergelijkbare beschavingen zijn. Is het vreemd dat er geen uitzendingen van mensachtige stervelingen zijn gevonden na een zoektocht naar die mogelijke uitzendingen vanaf de exoplaneten van 1300 sterren? Als we nu eens niet uitgaan van een mensachtige beschaving maar we zoeken naar elke vorm van leven op een exoplaneet. Dan zijn de kansen denk ik veel groter. Helaas, zover is de wetenschap nog niet, hoewel er tekenen zijn dat 



Daar in Arizona, een eindje buiten die stad, daar was het echt helemaal pikkedonker. Adembenemend mooi. Govert Schilling kreeg een nachtkijker en hij zag ongelooflijk veel sterren. En hij is wel wat gewend, hij is geregeld in Chili. De Andromedanevel die je theoretisch ook in Nederland met het blote oog moet kunnen zien kon je daar met gemak ook écht met het blote oog zien en met een kijker erbij zag je zelfs details. Geen telescoop nodig, nee gewoon omhoog kijken of vrij eenvoudig een nachtkijker er op richten. Wat lijkt me dat fantastisch! In Nederland heb ik zo wie zo altijd een verrekijker nodig om misschien een of twee keer per jaar met geluk en uitzonderlijk goede omstandigheden een vaag schimmetje op de bewuste plek te zien.




Op bovenstaande foto zie je het mausoleum van Galla Placidia, met op de achtergrond rechts de Santa Croce
Al deze mozaïeken doen niet Byzantijns, maar eerder Romeins aan. Dat Byzantijnse element zien we wel in de San Vitalis die een kleine honderd jaar later is gebouwd, toen Ravenna een steunpunt was binnen het Oost-Romeinse rijk en dat tot rond 700 zou blijven. Daar zien we de typisch Byzantijnse gouden achtergrond en de afbeeldingen zijn opeens vrij statisch. Maar hier is alles nog levendig. Het zijn werkelijk schitterend mozaïeken en ze vormen misschien wel het mooiste voorbeeld van vroeg-Christelijke kunst dat er nog is.







Om de verdwenen wijzer(s) heen staan nu niet 24 maar 12 huizen zoals gebruikelijk in de astrologie, wel weer zodanig genoteerd dat de dag begint bij het ondergaan van de zon. Daarna komen de dierenriemtekens, maar deze zijn niet gegroepeerd volgens de volgorde in de dierenriem, maar naar type: links boven staan alle vuurtekens, rechts boven alle aardetekens, rechts onder alle luchttekens en links onder alle watertekens. Deze plaatsing heeft geen enkele relatie met de beweging van de aarde om de zon. Het doet me denken aan 
In elk kwadrant zie je steeds een mens en een putto, met ook telkens een zon. De zon ziet er in elk jaargetijde iets anders uit. In de zomer is hij het meest stralend, in de winter lijkt het wel een dodenmasker. Ik heb ze hieronder naast elkaar gezet:
Rechts boven zien we een adelaar en een man in de bloei van zijn leven: de zomer. Bij de zomer zijn de aardetekens van de dierenriem uitgebeeld. De vruchtbare aarde die straks voedsel levert dat geoogst gaat worden, eveneens als symbool van de zomer.



De toegangspoort en de binnenplaats van Palazzo Bo, zoals de universiteit in het centrum heet, zijn vrij toegankelijk. De rest kun je alleen zien via een rondleiding. Wij volgden een Engelstalige rondleiding en zagen prachtige historische plekken. Zoals het oudste nog bestaande anatomische theater ter wereld, dat tot in de negentiende eeuw in gebruik was. Tot 240 studenten konden een voorstelling bijwonen waarbij het lichaam van een ter dood veroordeelde en terecht gestelde misdadiger uit de omgeving werd ontleed. Dit ter instructie bij de lessen over geneeskunde en anatomie, enkele keren per week in de winterperiode.




Dit was namelijk de katheder waarop Galileo Galilei had gestaan toen hij les gaf over van alles en nog wat, tussen 1592 en 1610. Hij vertelde daar misschien ook over zijn ontdekkingen die hij met zijn eigen gemaakte telescoop had gedaan. Ik zie hem daar in gedachten staan. Hij had geen dia’s of film ter beschikking om zijn verhaal te illustreren, geen microfoon. Nee, hij stond in een zaal, de prachtige zaal naast de kleinere ruimte waar nu de katheder staat. Daar konden makkelijk meer dan honderd studenten plaats nemen. Hij had misschien wel een tekening gemaakt om te kunnen tonen wat hij die nacht ervoor had gezien met zijn eigen gemaakte telescoop. Hij was daarvoor misschien op het dak van de universiteit geweest.
Niet alleen als je iets kwijt bent, om Antonius te laten helpen met zoeken kun je naar Padua gaan. Galileo was niks kwijt. Hij vond nieuwe dingen. Ik zie de dingen die hij zag nog steeds, af en toe, met mijn kijker. En ik ervaar dan ook nog steeds iets van het opgewonden gevoel, zoals hij dat die nachten gehad moet hebben. Als je daar bent, in Padua, in die universiteit, vlakbij dat spreekgestoelte. Dan ervaar je de geschiedenis, die hij maakte.

Vandaag zagen we ook twee zeldzame planten. Niet van de orde van de grauwe dopheide. Van de eerste, een watergentiaan, is mijn foto helaas niet zo goed gelukt. Daarom laat ik de foto van wikipedia hiernaast zien. Het gaat om het water drieblad. Een plant die op de rode lijst staat. Bovendien waren we net iets te laat, je zag in ons geval vooral uitgebloeide exemplaren. Maar goed, ik heb hem gezien.



Het grote paleis staat in het centrum van de stad en is nu ingericht als museum. Je kunt er de gevangenis zien waar de gevangenen de muren met graffiti en met getekende spelletjes beschilderden.
Je kunt zalen zien waar de originele fresco’s zijn gerestaureerd. Om te voorkomen dat je een stijve nek krijgt van het naar boven kijken zijn er in het midden van enkele zalen grote spiegels geplaatst, zodat je via het spiegelbeeld de plafonds goed kunt bestuderen. Hieronder zie je de zaal waar ook alle concerten plaats vonden in de zestiende eeuw. De spelen, als bij de Romeinen, werden hier uitgebeeld. Het was een zaal van vermaak, de “

























De vorige week verscheen er een foto van een zwart gat. Een mooie sprekende foto. Zwarte gaten kun je per definitie niet zien. Toch zie je hier een foto met een zwart centrum en daaromheen een gebied dat er niet overal hetzelfde uitziet. Dat omgevingsgebied kun je blijkbaar wel zien. De foto is gemaakt door de beelden van veel telescopen die exact op elkaar waren afgesteld te combineren. En door dan van alle data een combinatie te maken en daar weer een kleurenplaatje van te maken krijg je niet alleen als leek een beeld, maar volgens de berichten ook iets waar wetenschappers van alles uit kunnen afleiden.
Vanmiddag was hij als enige van de drie kleinkinderen bij ons. Hij gebruikte de kamer, serre en keuken om zich in een fantasiewereld uit te leven. Overal kwamen stations, reden er treinen en auto’s, gebeurden er ongelukken waar prorail bij te pas moest komen en ook klonken er herhaaldelijk sirenes van ambulances. Intussen zong hij van alles. Vooral ook een liedje over koningsdag. Met zijn prachtige stem, loepzuiver en muzikaal. En voor het eten deed hij weer braaf zijn logopedie oefeningetjes om zijn lipspieren te versterken, die door zijn vroeggeboorte niet goed ontwikkeld zijn. Op weg naar huis was er geen wedstrijdje. Maar hij kreeg thuis wél een gezelligheidshapje!




Afbeelding Rijksmuseum, paus Innocentius IV, uit een boek van Michel Wolgemut uit 1493
