Sterren en treinen

Misschien moet mijn oudste kleinzoon wel muggen gaan tekenen. En dan muggen die zich verstoppen in een holletje om hun winterslaap te gaan doen. Want hij is panisch voor die beesten. Omdat ze steken en je er bulten van krijgt. Behalve de radslag doen, op de piano improviseren en fietsen is tekenen zijn grote hobby. En hij tekent waar hij in zijn koppie nog meer mee bezig is. Dat zijn vooral treinen. Elke trein heeft zijn eigen geluid, de deuren klinken bij elke trein anders en ook dat fascineert hem. Enkele dagen geleden vertelde hij dat hij graag een ICE wilde zien omdat hij niet meer wist hoe die klonk. En hij doet al die geluiden feilloos na. Maar ook observeert hij zeer goed. En dat tekent hij. Niemand heeft het ooit met hem over perspectief gehad. Ook geen letters geleerd. Maar hij kijkt, tekent en beschrijft. Heerlijk, 5 jaar en 4 maanden en zijn wereld wordt groter maar delen van die grote wereld worden hierdoor ook steeds meer behapbaar. Naast treinen is het ook nog steeds de héle grote wereld die hem fascineert. Dat is de wereld van sterren, kometen en planeten. Nu de muggen nog, en nog een paar dingen waar hij moeite mee heeft. Maar goed, ik laat 10 tekeningen van hem zien van de laatste 2 weken en zal bij elke tekening een klein commentaar schrijven, naar aanleiding van wat ik zie en van wat ik me herinner dat hij er over vertelde.

ster1

Een heel bijzondere tekening. Links zie je een stukje van onze zon. Die is te groot om hem helemaal te tekenen. Dan volgen van links naar rechts de planeten. Mercurius met zijn kraters, Venus met zijn giftige wolken, de aarde waarop vluchtig een continent is getekend, Mars met daarop de hoogste berg van het hele zonnestelsel, Olympus Mons, Jupiter met de strepen, Saturnus met zijn ring die uiteraard een hoek van 28 graden maakt, Uranus, Neptunus en tot mijn vreugde ook Pluto, alhoewel die tegenwoordig tot de dwergplaneten wordt gerekend. Linksboven probeert hij “zon”, of “sun” te schrijven, rechts daarvan zie je een ster. Dat is Sirius, die in ons melkwegstelsel dichtbij onze zon staat. Maar daaronder staat een x met “stop”. Daar is het einde van ons zonnestelsel, als je verder gaat dan verlaat je het en kom je in de oneindige ruimte terecht. Dus: stop!! Ons zonnestelsel krijgt de tekst “zonstelse” en ik vermoed dat hij daar achter “dwergplaneten” heeft willen schrijven. Zowel boven als beneden aan de tekening zie je een aantal sterren, een vallende ster en een komeet.

ster2

In het midden de zon, daaromheen de banen van de planeten. We zien vanaf de zon Mercurius, Venus, de aarde met de maan, Mars, Jupiter. Saturnus met de juiste hoek van zijn ring, en rechts zie je de banen van Uranus, Neptunus en Pluto. Hij weet dat Pluto soms de baan van Neptunus snijdt. Rechts onder een trein, die heeft er niets mee te maken…

ster3

Het mooie van deze tekening zijn natuurlijk de bijschriften. Saturnus en Uranus, allemaal een enkele A. Dus aarde (arde) en maan (man) ook. Super logisch voor hem.

ster4

Bij deze tekening is het leuk dat hij een komeet tekent (links), een vallende ster (boven), maar ook een sterrenhoop (onder Saturnus) en het sterrenbeeld Cassiopeia, dat lijkt op een W. Ik vermoed dat de blauwe bol Rigel is (blauw licht wijst op superheet) en de gele bol een ster, vergelijkbaar qua warmte met onze zon. Misschien zijn deze sterren ook bedoeld als de aarde (blauw) en de grote maan van Saturnus Titan (geel).

ster5

Deze tekening is heel vergelijkbaar met tekening 3. Hij probeert nu alle woorden af te maken, ook als het niet meer uitkomt. Bij Neptunus gaat hij boven het fragment “Neptu” verder. Pluto krijgt twee  keer een l. Waarschijnlijk is hem opgevallen dat dezelfde medeklinkers soms twee keer achter elkaar staan, waarom daar heeft hij natuurlijk geen flauw idee van. Mercurius schrijft hij als “Mercurijs, waarbij de C in spiegelbeeld staat (dat doet hij met de z ook heel vaak) , I en J achter elkaar, inderdaad, dat klinkt min of meer als jus. En hij weet dat je de K ook als C kunt schrijven, en dat dat bij Mercurius het geval is. Dat was hem in boeken al meer dan een jaar geleden opgevallen.

trein1

Twee locomotieven, elk op hun eigen spoor. Rechts een zogenaamde koploper, links een hondenkop. Koplopers vindt hij het mooiste, die wil hij supergraag met Sinterklaas krijgen. Let ook op het perspectief, van zowel de locomotieven als de rails. Bij de koploper zie je twee stroomgeleiders die contact met de bovenleiding moeten maken.

trein2

Bijna dezelfde tekening als de vorige, maar nu draait het spoor van de hondenkop naar het andere spoor toe. De koploper is van R-net, waarbij hem opviel dat er niet R-NET staat maar RNET.  ‘Waarom een rondje opa?’ ‘Ja, dat weet ik ook niet. Dat hoort denk ik bij hun logo. Het lijkt wel een digitale 0 maar ik denk dat er een streepje bedoeld wordt.’ Voor kennisgeving aangenomen maar feilloos geïmiteerd.

trein3

Er zijn vier perrons, ook perron 0!! Ik weet niet hoe hij daar aan komt. Het beruchte perron 0 van Rotterdam bestaat al decennia niet meer. Bij het eerste perron staat een dubbeldekker intercity met een koploper als locomotief. Bij perron 2 een sprinter met een hondenkop. Bij perron 3 staat volgens hem een tram. Boven de treinen zie je de bovenleidingen.

trein4

Weer drie treinen. De Intercity naar Utrecht daar is iets mee. Er staat op : “Let op”. Links zie je een trap, die gaat naar een voetgangerstunnel. De in- en uitgang van deze tunnel zijn goed te zien. De streep rechtsboven is denk ik een bovenleiding, omdat daaronder de trein met een geleider contact maakt met die streep. De stippellijntjes hebben vast ook een betekenis maar die weet ik niet meer.

trein5

Bij deze tekening gebeurt het een en ander. We zijn aangekomen met de sprinter bij station Woerden (word). Iemand loopt op het perron maar dreigt er af te stappen, een been steekt al over de rand (zo vertelde hij mij). Links vooraan zijn de strepen die je op het perron ziet. Je mag staan en lopen tot vlak voor de strepen, daarna is het te gevaarlijk. In deze tekening verwerkt hij het mogelijke gevaar van treinen. Verder zien we weer bovenleidingen en vanuit de trein naar boven stroomgeleiders. ‘Opa gaan die naar de bovenleidingen?’  ‘Jazeker, anders krijgt de trein geen stroom. Maar ze kunnen ook afgekoppeld worden, dan gaan ze naar beneden.’ Na enig nadenken zei hij dat ze hier waren afgekoppeld.

Geplaatst in Astronomie, kleinzoon, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , , | 4 reacties

Sibylla van Ancerra

sibyllaMonteverdi schilderde het verdriet van Orpheus, van Arianne of dat van Penelope. Purcell dat van Dido. Maar eigenlijk verbleken de levens van deze mythische figuren bij het verhaal van koningin Sibylla. Op een gegeven moment is haar lijden uitzichtloos. Misschien doet de smart van Penelope die jaren bleef wachten op Odysseus een beetje denken aan wat Sibylla ooit doormaakte. Daarom eindigt dit stukje ook met de muzikale uitwerking door Monteverdi van de smart van Penelope.. Maar het verhaal zelf gaat over Sibylla. Het speelt zich af aan het einde van de twaalfde eeuw.  Sicilië had toen korte tijd een koningin: koningin Sibylla. Wat was zij voor een vrouw?

Als in de middeleeuwen, en ook nog lang daarna, een hertog of koning overleed zonder wettelijke opvolgers ontstond er vaak een opvolgingsstrijd. In 1189 overleed koning Willem II van Sicilië. Zijn kinderen waren toen allemaal al dood.  Er was wel nog een tante, Constance, uit het derde huwelijk van zijn grootvader Rogier II en er was nog  een neef, Tancred, een buitenechtelijke zoon van zijn inmiddels overleden oom Rogier. Deze neef, Tancred, werd door de Siciliaanse adel als opvolger gekozen, alhoewel Willem II nog voor zijn dood Constance als opvolger had aangewezen. Deze Constance was getrouwd met Hendrik VI, de zoon van de Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa. De Siciliaanse adel voelde er niets voor dat die de baas zou worden. Omdat Frederik Barbarossa op kruistocht was wilden Constance en Hendrik nog even wachten met het opeisen van de troon. Tancred, getrouwd met Sibylla van Ancerra, bleef dus op de troon. Na de dood van Barbarossa kwam Hendrik VI, inmiddels benoemd als Rooms-Duits keizer, naar Zuid-Italië om de troon op te eisen. Door malaria viel het leger uiteen en Constance werd door Tancred gevangen genomen. In ruil voor een erkenning van zijn koningschap door de paus (het koninkrijk Sicilië was officieel een leengoed van de paus) werd na een jaar Constance weer vrijgelaten. Maar toen begon de ellende voor met name Sibylla, de vrouw van koning Tancred. Zij had al het een en ander meegemaakt in de tijd dat Constance, een jaar jonger dan zij, gevangen zat. Heel luxe deelden zij samen het kasteel van Palermo en ze hadden zelfs dezelfde slaapkamer. Maar al snel boterde het niet meer zo tussen de dames. Sibylla was blij dat ze weg was. De paus had Tancred erkend als koning. Wat zou er nog kunnen gebeuren? Niet veel goeds helaas. Een leven vol smartelijk lijden. Maar Sibylla was een vrouw die desondanks niet zo maar bij de pakken ging neer zitten. Dit verhaal is volgens mij nog nooit opgetekend. Ik ga een poging doen. En ik doe het in de vorm van een synopsis van de vijf actes van een denkbeeldige opera over haar leven. Laten we de opera “Sibylla” noemen.

paleisActe 1. Plaats van handeling: het koninklijk paleis in Palermo. Koningin Sibylla is vol verdriet als haar oudste kind Rogier, de beoogde troonopvolger van haar man koning Tancred, op achttienjarige leeftijd overlijdt. Muzikanten met trommels en enkele koperblazers begeleiden de begrafenisstoet naar de kathedraal van Palermo. Het leven van haar was tot op dat moment nog een sprookje.  Zij is een rijke edelvrouw, afkomstig uit Ancerra (Napels) en samen met haar man bestuurt ze Sicilië, een machtig en rijk koninkrijk, officieel zoals gezegd een leengoed van de Paus. Na de begrafenis laat koning Tancred vastleggen dat nu zijn tweede zoon, de nog zeer jonge, pas achtjarige Willem, zijn opvolger moet worden. Hij voelt inmiddels ook zijn eigen einde naderen, maar hij denkt alles goed geregeld te hebben.  Tancred overlijdt al binnen enkele weken. We zien alweer een rouwstoet, nu nog groter en treuriger, op weg naar de kathedraal.
Het zoontje Willem wordt als koning Willem III door de adel van Sicilië als opvolger aanvaard, maar Sicilië wordt feitelijk bestuurd door moeder Sibylla. Veel tijd voor regeringszaken heeft ze niet. De twee rouwperiodes zijn nog niet afgelopen als dan ook nog eens een van haar dochters, Medania, komt te overlijden.  Dan hoort Sibylla dat de Rooms-Duits keizer Hendrik VI Sicilië is binnen gevallen. Er is weinig weerstand. De feiten volgen elkaar snel op. Hendrik VI wordt gekroond in Palermo, een dag later krijgt Constance in Noord-Italië een kind, de latere keizer Frederik II, en dan pas, enkele dagen later,  gebeuren er afschuwelijke dingen. Hendrik heeft er lucht van gekregen dat de Siciliaanse adel een samenzwering tegen hem op touw heeft gezet. Dat vraagt om verdere maatregelen..
marteling willem IIIIn het paleis in Palermo zit Sibylla, eenzaam, maar sterk. Ze heeft nog vier kleine kinderen: kindkoning Willem III en de dochters Elvira, Constance en Valdrada. Alle vier de kinderen zijn nog jong. Soldaten van Hendrik VI stormen naar binnen en Sibylla en haar vier kinderen worden gevangen genomen. Wist Sibylla van de samenzwering? Waarschijnlijk wel, misschien ook niet. Keizer Hendrik neemt in ieder geval het zekere voor het onzekere:  hij laat de kleine ex-koning Willem castreren en zijn ogen uitsteken. De laatste mannelijk troonopvolger is uitgeschakeld.  Wat een verschrikkelijke en barbaarse daad. Het kleine jongetje van negen jaar, wat moet hij gedacht hebben, niet alleen toen het gebeurde, maar ook daarna. En die moeder, en zijn zusjes…

hohenburgActe 2. Plaats van handeling: het klooster op de Hohenburg in de Vogezen. Daar verblijven Sibylla en haar vier kinderen als bannelingen. Keizer Hendrik kende het vrouwenklooster nog omdat hij daar een keer met zijn vader, keizer Frederik Barbarossa, geweest was. Het leek hem een veilige plek, ver weg van Sicilië. Herrad von Landsberg, de oude, goede en vrome abdis van het klooster, verzorgt de vier bannelingen daar liefdevol. Sibylla, zelf goed opgeleid, ontdekt tot haar vreugde dat de nonnen ook onderwezen worden, met name door Herrad. Ze ziet een prachtig boek, dat dagelijks geopend wordt en een van de afbeeldingen wordt door de abdis aan een aantal nonnen uitgelegd: de Hortus Deliciarum. Na een tijdje legt Herrad de afbeeldingen ook aan haar en haar dochters uit. Willem die niets kan zien luistert aandachtig mee. De hele bijbel komt aan bod, maar ook bijvoorbeeld het wereldbeeld van de Grieken. Ze geniet zeer van de afbeelding waarin de filosofie centraal staat, met de zeven kunsten, maar ook waar de gevaarlijke schrijvers en poëten op worden getoond.

filosofie-hortus-kleinfilosofie-hortus-centrum-kleinmusicafilosofie-hortus-valse poeten-klein

In Ancerra en later ook in Napels werd veel gemusiceerd, maar de godsdienstige gezangen van deze nonnen onder leiding van Herrad zijn werkelijk verbluffend. Sibylla weet niet wat ze hoort. Elke dag weer, niet alleen de bekende Gregoriaanse gezangen, maar ook gezangen voor heiligen, speciaal door Herrad gecomponeerd.

Helaas, na een jaar al komt de geliefde abdis te overlijden. Sibylla en haar kinderen mogen de Hortus Deliciarum nog wel inzien, maar zonder de bevlogen uitleg van Herrad lijkt alles minder boeiend. Ook het zingen is minder inspirerend. De gewezen koningin en haar vier kinderen kunnen geen kant op. Het klooster is ver afgelegen en er zijn voortdurend twee soldaten van Hendrik aanwezig die er op toezien dat ze het gebied niet verlaten.
Maar dan hoort Sibylla het volgende: op Sicilië was er een opstand tegen de wrede Rooms-Duitse keizer. Zelfs Constance had zich gekeerd tegen haar man en zich aangesloten bij deze opstand. Hendrik VI is dood. Vergiftigd of overleden na een koortsaanval? Constance benoemt vervolgens haar zoon, de nog zeer jonge Frederik, als Frederik II tot opvolger. Dat is maar goed ook, want slechts een jaar later komt ook Constance, ooit de grote rivale van Sibylla, te overlijden. Sibylla weet niet wat ze hoort. Zou ze misschien toch nog vrij kunnen komen? Maar haar hoop wordt in de kiem gesmoord door nieuwe tegenslag. Haar blinde en gecastreerde zoon Willem sterft, op slechts dertienjarige leeftijd.

melun-chateau-royalActe 3. Plaats van handeling is het château royal in de Franse stad Melun. De Franse koning Philips II  heeft eerder een groep soldaten naar het klooster in de Elzas gestuurd om de bannelingen te bevrijden. Een jaar na de dood van haar zoon is Sibylla met haar dochters dan alsnog vrij gekomen. Met een aantal raadgevers belegt de koning een bijeenkomst in deze stad, we zitten in het jaar 1199. De koning arriveert, een erewacht met muzikanten leidt hem naar binnen. In een zaal zijn enkele genodigden: Sibylla is aanwezig en een belangrijke leenman van de koning: Walter van Briënne. De koning heeft een groots plan. Hij wil meer macht in Europa. Afgesproken wordt dat de oudste dochter van Sibylla, Elvira, met Walter van Briënne zal gaan trouwen. Walter van Briënne stamt uit een steeds machtiger wordend adellijk geslacht. Zijn vader heeft veel roem verworven tijdens de derde kruistocht. Koning Philips voorziet dat deze Walter, die zeer geliefd is, wellicht te veel macht gaat krijgen en een mogelijk gevaar voor zijn eigen koningschap kan gaan vormen. Het plan is dat hij met Elvira Frankrijk verlaat om vanuit Italië de Siciliaanse kroon op te eisen. Bovendien is dit precies wat Sibylla ook wenst: ze denkt eindelijk wraak te kunnen nemen op alles wat haar in Sicilië is aangedaan.  Walter van Briënne heeft wel  oren naar al deze aspiraties. Hij trouwt met Elvira en de hele familie vertrekt naar Italië met een enorme som handgeld, ontvangen van koning Philips.

Acte 4. Plaats van handeling: het paleis van Palermo.  De jonge koning Frederik zit in een vertrek in zijn paleis. (Niet heel veel later zal hij in Duitsland ook tot Rooms-Duits keizer worden uitgeroepen en in Rome door de paus worden gekroond). Op zijn arm zit roerloos een valk. Frederik fluistert zacht en het beest reageert op alles wat hij zegt. Hij is intussen ook in gesprek met enkele raadgevers. Moeiteloos spreekt hij tot een van hen in het Arabisch. Deze maakt een buiging en loopt het vertrek uit. Dan spreekt hij in het Italiaans met zijn leermeester, de kardinaal. Deze heeft gezorgd dat hij een goede opvoeding kreeg, hij leerde alle dingen die een toekomstig koning moet kunnen. Ook leerde hij maar liefst 6 talen, waaronder het Arabisch. Van zijn vader, Hendrik VI,  kan hij zich nauwelijks nog iets herinneren. Wel nog herinnert hij zich vaag nog zijn moeder Constance. Deze had nog een jaar als regentes het eiland bestuurd en de banden met het Duitse keizerrijk verbroken. De paus erkende toen ze dat gedaan had het koningschap van de jonge Frederik. Vervolgens stuurde ze deze kardinaal naar hem toe als leermeester.
Een vertegenwoordiger van de paus komt binnen. Deze vertelt hem dat Elvira, een dochter van Sibylla, in Italië is aangekomen en gesteund wordt door de Franse koning in haar aspiraties op het koningschap van Sicilië. Het jonge echtpaar, Walter en Elvira hadden toen ze in Italië aankwamen namelijk de paus bezocht. Deze wilde Walter niet het koningschap van Sicilië aanbieden, alhoewel hij niet onsympathiek tegenover het echtpaar stond. Dus hij verzon een tussen-oplossing. Bij het koninkrijk hoort niet alleen het eiland, maar ook de laars van Italië. Een deel daarvan, Taranto en het graafschap Lecce, was voormalig erfgoed van Sibylla. Omdat de paus indertijd Tancred, de overleden man van Sibylla het koninkrijk Sicilië had aangeboden, zou het misschien niet onbillijk zijn als nu haar schoonzoon dat graafschap terug zou krijgen. Frederik luistert naar dit  alles en na enig nadenken besluit hij akkoord te gaan met het voorstel van de paus. Hij is er echter niet helemaal gerust op…

lecce-kathedraalActe 5. Plaats van handeling: Lecce in Apulië, onderdeel van de laars van Italië. Elvira wacht angstig op berichten van haar man Walter.  Walter en Elvira verblijven al enkele jaren in de stad, samen met de moeder van Elvira, Sibylla en met de zussen van Elvira: Constance en Valdrada. Zij zijn daar onthaald als de nieuwe gezagsdragers. Maar na enkele jaren wil Walter meer. Hij gaat met veel goedgezinde ridders op oorlogspad en wil uiteindelijk de koningskroon opeisen. Elvira vindt het maar niks, maar wat kan ze doen. Ze heeft nu eenmaal een onstuitbare en temperamentvolle man. Sibylla daarentegen had Walter stevig aangemoedigd.
Maar niemand weet dat Frederik II Walter via spionnen in de gaten houdt. Soldaten in dienst van de koning overvallen dan ’s nachts het kamp waar Walter van Briënne zich bevindt en doden hem.  In het paleis van Lecce komt een boodschapper aan. Sibylla en Elvira kijken gespannen, maar voelen dat het geen goed bericht is dat er gaat komen. O jee, waar Elvira al zo bang voor was is bewaarheid. Bij het horen van het nieuws van de dood van Walter is iedereen in diepe rouw in Lecce. De jammerklacht van Sibylla is misschien nog wel het grootst. Ze weet dat de kans om de koningskroon terug te krijgen nu is verdwenen. Dat is voor haar de druppel. Ze sterft van verdriet. Haar geliefde Palermo heeft ze nooit meer terug gezien.

Nu zou er nog een epiloog kunnen komen met een happy end. Met de drie overgebleven dochters gaat het nadien goed. Constance trouwt in 1213 met de doge van Venetië, Pietro Ziani. Deze stad is inmiddels zeer rijk. Pietro Ziani nam ook deel aan de vierde kruistocht waarbij o.a. Constantinopel werd ingenomen en het grootste deel van de buit kwam daarbij in Venetië terecht. De jongste dochter Valdrada huwt met Giacomo Tello, eveneens een rijk edelman uit Venetië. Ook Elvira blijft in Italië. Ze is dan zwanger van een zoon van Walter, die ook weer Walter zal heten. Na enige tijd hertrouwt zij met Giacomo Sanseverino, graaf van Tricarico in Zuid-Italië.  Zij bevalt van de zoon van Walter van Briënne, die van zijn oom Jean van Brienne na de vijfde kruistocht het graafschap van Jaffa en Escalon krijgt en later door kooplieden die hij had beroofd in Cairo wordt gedood.  Maar ik stel voor om deze epiloog hooguit in de aftiteling te vermelden. We eindigen de opera bij de tragische dood van Sibylla.

stamboomHierboven een overzicht van de familiebanden. De zwarte pijltjes wijzen de volgorde aan van de diverse opvolgers op de troon van Sicilië. Officieel zijn de twee zonen van Tancred en Sibylla (als Rogier III en Willem III) ook nog even koning geweest, voordat Hendrik VI met Constance gewelddadig de macht overnamen.

Waarom schrijf ik dit verhaal op, de basis voor een mogelijk script voor een tragische opera? Alles is waar gebeurd. Het zegt iets over de moraal en wreedheid die er in adellijke kringen in die tijd bestond. En helaas ook eerder en nog lang daarna. Maar voor mij was het bijzonder dat ik net had gelezen over Herrad von Landsberg, de abdis in de Elzas. Ook heb ik net een uitgebreide biografie gelezen over Franciscus van Assisi. Deze heilige was er bij toen de latere koning Frederik II van Sicilië in Assisi werd gedoopt. Hij was er ook bij toen de burgerij in Assisi en andere plaatsen van Zuid-Italië in opstand kwam tegen het wrede bewind van de vertegenwoordigers van diens vader Hendrik VI. Franciscus heeft de vertegenwoordiger van Hendrik VI samen met zijn kameraden de stad uitgejaagd en ze hebben zijn kasteel met de grond gelijk gemaakt. Hij heeft ook Walter van Briënne gekend, en was van plan zich bij hem aan te sluiten toen deze vanuit Lecce bezig was om een groot gebied rond de stad te veroveren.  Gelukkig voor Franciscus is hij tijdig terug gekeerd van deze gewaagde onderneming want we zagen hoe slecht het met Walter afliep. Als hij was meegegaan had de Rooms-Katholieke kerk misschien wel een heilige minder gehad… Later nam Franciscus nog deel aan de vijfde kruistocht, waaraan ook Jean van Briënne, de broer van Walter deelnam. Kortom: ik kon ook hier weer een aantal verbanden leggen. Dus wie weet zou het zelfs nog mogelijk zijn geweest om Franciscus een rol in die opera te geven. Maar nee. Ik vond het verhaal van Sibylla het meest aangrijpend. Haar leven is bij mijn weten nog nooit beschreven. Ik heb een kleine poging gedaan.  Zij is de tragische heldin van deze opera.
Sibylla is nauwelijks bekend geworden in de geschiedenis. Het leven van de een jaar jongere Constance daarentegen is zelfs door Boccaccio beschreven (zij is een van de 106 beroemde vrouwen in “de mulieribus claris”). Door haar trotse gedrag tijdens haar gevangenschap werd ze een soort heldin. En bij Dante kreeg Constance een plek in de hemel. En over Frederik II, die aan het einde van de opera een rol krijgt, heb ik nog meerdere artikelen geschreven.Het leven van deze nieuwe koning en latere keizer zou ook stof voor een prachtige opera hebben kunnen zijn.

Hoe zou zo’n opera kunnen klinken? Monteverdi schilderde het verdriet van Penelope, die het wachten op de terugkeer van Odysseus na jaren begon op te geven. Ze was hopeloos verdrietig. De pijnen die zij had op dat moment zijn misschien enigszins te vergelijken met die van Sibylla toen ze eenzaam in de Elzas zat, zonder veel hoop op enige terugkeer naar haar vaderland, met haar jonge mismaakte zoon en drie dochters. Luister naar de prachtige verklanking van de universele klacht van iemand met uitzichtloos verdriet, op muziek gezet door de onovertroffen Claudio Monteverdi.

Di misera regina – o ik beklagenswaardige koningin
non terminati mai dolenti affani –  ze stoppen maar niet, mijn zorgen en pijnen
L’Aspettato non giunge – Hij op wie ik wacht komt maar niet
e pur fuggone gli anni- en ze vervliegen, de jaren
La serie del penar è lunga, ahi troppo – mijn voortdurende kwellingen duren inmiddels maar al te lang
A chi vive in angoscie il Tempo è zoppo – voor wie leeft in angst duurt de tijd eindeloos
Fallacissima speme, – vergeefse hoop
speranze non più verdi, ma canute – welke niet vers is, maar inmiddels gesleten
all’invecchiato male – hij valt niet te helen de pijn
non promette più pace o salute – en ik verwacht geen vrede of redding meer

(Lucille Richardot, English baroque soloists, John Eliot Gardiner)

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Über Liebe und Hass (4)

De orde van Franciscanen is een bedelorde. De kloosterlingen dienen zeer sober te leven en dankzij de giften van mensen kunnen ze zich kleden en voeden. Hun voornaamste bezigheid is: bidden voor de medemens. Franciscus, die deze orde oprichtte was in zijn jonge jaren een flierefluiter die er maar op los leefde, Uiteindelijk besloot hij zijn leven een radicaal andere wending te geven. Net als Jezus trok hij zich terug in de woestijn en vroeg om raad.

In eerdere artikelen schreef ik over het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina. Deel 14 van dit oratorium van Sofia Goebaidoelina heeft als titel ”Eenvoudig gebed”. De tekst van dit deel, van Franciscus van Assisi, is de inspiratiebron van het hele oratorium. De kern is: zet alle bezwaren opzij en geef je over aan een onvoorwaardelijke liefde aan de medemens. Vanuit retorisch oogpunt wordt er bijna steeds een tegenstelling gemaakt. (liefde-haat, licht-duisternis etc.)

Ik stel me de nederige Franciscus voor die zich, midden in de natuur, richt tot God en vraagt of deze hem wil bijstaan. Dit beeld zou je voortdurend voor ogen kunnen hebben als je naar de muziek luistert. De tekst is dan wel eenvoudig, maar het gebed is bijzonder indrukwekkend door de manier waarop Sofia Goebaidoelina het op muziek heeft gezet. Het wordt in het Russisch gezongen door een bas. Tussen de tekstregels door hoor je het zachte gezoem van biddende gelovigen. Het zouden de volgelingen van Franciscus kunnen zijn, de biddende Franciscanen. Maar ik kan me ook voorstellen dat Franciscus een band met de natuur probeerde te maken. Je hoort dan niet alleen de gelovigen, je hoort ook de biddende natuur. De sobere begeleiding met vooral subtiel slagwerk, piano en ijle strijkers maakt deze ervaring compleet. Sofia Goebaidoelina probeert voor mij in dit deel via de tekst van Franciscus een soort mystieke band aan te gaan met zowel de schepper als de schepping.  

Het gedicht kun je verdelen in drie strofen. Elk deel begint met de tekst: heer, help mij. (de eerste keer iets anders: God, sta mij bij). Alhoewel het hele gedicht  uiteindelijk leidt naar het absolute hoogtepunt op het laatste woord van de derde strofe: “beminnen”, zit er ook iets cyclisch in de opbouw. De eerste strofe begint a capella, de laatste strofe is in zijn geheel a capella. De instrumenten en het koor zijn het meest aanwezig in het middendeel, de tweede strofe, waardoor daar wat meer beweging is. Midden in de tweede strofe klinken nadrukkelijk twee gong slagen, als het ware om te markeren dat we op het spiegelpunt gekomen zijn. Dit na de woorden “vreugde” en “droefenis”. Deze twee tegenpolen kunnen niet zonder elkaar. Naast  “bemin elkander” op het einde lijkt dat de tweede meest belangrijke boodschap te zijn.

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

Heer, help mij
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Hier hoor je achter elkaar de beginwoorden van elke strofe, duidelijk steeds iets anders muzikaal uitgewerkt:

Strofe 1

God, sta mij bij
Help me liefde brengen waar haat heerst. (Pomogi mne prinesti lyubov’, gde yest’ nenavist’.)
Help mij te worden een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.

De eerste drie tekstregels worden a capella gezongen, maar tussen deze drie regels door hoor je een stijgend chromatisch secundemotiefje in de piano, steeds een octaaf hoger, overgaand in hoge wegijlende strijkersklanken. De tweede zin daalt de melodie een kleine sext, met een sterke expressie op het woord “haat”. Hierachter volgen biddende geluiden in het koor, als een zacht fluisterend gezoem. Dit gebeurt daarna na elke zin. Bij de derde zin daalt de melodie eveneens. Maar vanaf zin 4, en nog meer zin 5 gaat de melodie juist omhoog, er ontstaat een climax en ook de begeleiding draagt daar aan bij omdat alle muzikale ingrediënten nu niet alleen tussen de zinnen maar ook tussen de zinsdelen en woorden door worden gespeeld.

Strofe 2

Heer, help mij
Help mij brengen in de duisternis het licht.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.

Heer, help mij: het woordje “heer” klinkt hier dramatischer als in episode 1 of 3. Het wordt gezongen in een dalende toonladder op slechts een lettergreep, a capella. Voor het volgende zinnetje komt horen we weer het eerdere stijgende pianomotiefje dat overgaat in ijle strijkersklanken. De tweede zin heeft een stijgende melodie, naar het woordje “licht” toe. Alle zinsdelen worden onderbroken door gefluister, gong en strijkers. Iets dergelijks gebeurt er bij de derde zin. Het woord “vreugde, en daarna “bedroefd” wordt steeds gevolgd door een gongslag. Het midden van het hele gedicht wordt gemarkeerd, maar ook deze woorden worden daardoor benadrukt. Ook de vierde zin heeft een stijgende melodie met steeds onderbrekingen van fluisterend bidden. Opvallend is hoe de laatste woorden weer a capella worden gezongen, gevolgd door een korte, maar nadrukkelijke stilte. Dan hoor je als overgag naar de laatste zin toch nog meerdere gongslagen en snel stijgende ijle  strijkers. De laatste zin “Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt” kent weer een dalend verloop. Weer geheel a capella. Daarna wederom een korte pauze, nu gevolgd door biddend gefluister.

Strofe 3

Heer, help mij
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Dit deel wordt gezongen zonder dat het koor of de instrumenten op een of andere manier commentaar geven. Je hoort alleen de bas. Zoals ook de eerste strofe begon. De contrasten tussen de zinsdelen worden sterk uitvergroot door dynamiek en register. Het laatste woord “beminnen” wordt zeer nadrukkelijk, als een soort eis, als hoogtepunt neergezet.

Op een aparte pagina kun je in een filmpje het hele deel volgen, de tekst wordt in het Nederlands boventiteld. De afbeeldingen uit de natuur die je er bij ziet maakte ik de laatste week van juli 2018 in de Pyreneeën in Frankrijk.

Gebed van Franciscus door Sofia Goebaidoelina

Zie ook:

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse van deel 6
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 5 reacties

Franciscus van Assisi

cimabue portretCimabue, portret van Franciscus van Assisi.

Binnen twee jaar na zijn dood in 1226 werd Franciscus van Assisi heilig verklaard. En binnen enkele tientallen jaren was de door hem gestichte kloosterorde al verspreid over een groot deel van Europa. Kijken we naar bijvoorbeeld Maastricht. Het rijks-onmiddellijke Maastricht was net als leengoed overgedragen aan de hertog van Brabant in 1204. Er mocht toen een verdedigingswal worden aangelegd. Tegen die wal aan begonnen de eerste Franciscanen al acht jaar na de dood van Franciscus met de bouw van een klooster in 1234. Iets dergelijks  gebeurde in veel steden.

Wat veroorzaakte de populariteit van deze orde en zijn beroemde oprichter? Er waren al een hele tijd diverse ketterse genootschappen geweest, maar voor de paus was deze orde ongevaarlijk. Franciscus schaarde zich achter alle kerkelijke dogma’s en probeerde niet om belangrijke kerkelijke vernieuwingen door te voeren. De kerkelijke leiders zagen dat de geloofsgemeenschap bijzonder populair was dus het was goed om ze in te lijven: de orde en haar regels werden al snel erkend. Bij de gewone mensen sprak de levenswijze van Franciscus en zijn navolgers aan: eenvoud, geen pracht en praal. En het evangelie werd aanschouwelijk naar de mensen toe gebracht. Om deze verhalen goed zichtbaar te maken had je in een kerk veel ruimte nodig. De verhalen werden als fresco’s tegen de wanden geschilderd en als glas in lood kon je ze zien in de grote ramen. Dat kon toen, want het viel precies samen met de opkomst van de gotiek. Door steunberen werd het mogelijk om de muren van de kerken een minder dragende functie te geven waardoor er veel  grotere ramen in geplaatst konden worden. Iedereen kon zo op een makkelijke manier kennis nemen van de verhalen van de bijbel, ook als je niet kon lezen. In Franciscaner kerken werden al snel ook een soort stripverhalen geschilderd over het leven van Franciscus, zoals in de kathedraal van Assisi. Giotto liet in onderstaand tafereel het moment zien dat Franciscus in het bijzijn van de bisschop zijn kleren uittrok en aan zijn vader gaf. Demonstratief: ‘jij gaf me deze kleren, ik hoef ze niet meer, maar ik ga verder in armoede mijn leven aan God wijden.’

Giotto-St-Francis

De Franciscanen, of minderbroeders zoals ze ook genoemd werden, waren de meest populaire orde van die tijd. De monniken preekten niet alleen, maar baden ook heel veel, voor alle gelovigen en voor het zielenheil van de wereld. Als je rijk was kon je de paters voor je laten bidden of je kon na betaling een graf dicht bij het koor krijgen. Een graf in een Franciscaner kerk was gegarandeerd een vrijkaartje voor de hemel.

In de loop van de tijd zouden veel van deze dingen leiden tot minder wenselijke toestanden. Het was een bedelorde, behalve bidden deden de paters nauwelijks iets voor de kost. Eigenlijk niet lang na zijn dood gebeurden er al dingen die Franciscus nooit goed gevonden zou hebben, zoals de bouw van een grote basiliek in Assisi, die hoofd en moeder van de Franciscaner orde moest worden, in plaats van het eenvoudige “Maria ter Engelen”, zoals bepaald door Franciscus. En de giften overal ter wereld werden steeds groter. De monniken konden daardoor een steeds meer luxe leven leiden. Je kreeg afsplitsingen in de orde, sommigen wilden weer terug naar de basis. Zo ontstonden er drie takken: de minderbroeders conventuelen die eigenlijk de rechtstreekse voortzetting vormen van de eerste broeders maar dus uiteindelijk veel luxer gingen leven, de observanten uit 1334 (ook wel minderbroeders franciscanen genoemd) en tot slot de kapucijner orde uit 1526. Observanten streefden naar een strikte naleving van het armoede-ideaal. Bij de kapucijners stond preken en ziekenverzorging centraal, bovendien leefden deze monniken ook weer in uiterste armoede. In Maastricht waren de kapucijners naast de cellebroeders de enige kloosterlingen die het aandurfden om pestlijders te verzorgen. Verder waren er al toen Franciscus nog leefde een vrouwenorde opgericht onder leiding van de tot heilig verklaarde Clara, de Clarissen, en een lekenorde. Ook die bestaan nog steeds.

De vele legenden rond de oprichter, Franciscus van Assisi, hebben tot verschillende dingen geleid. Zo valt de naamdag van Franciscus op dierendag. Franciscus zou een sterke band hebben gehad met de natuur, hij kon letterlijk geen vlieg kwaad doen en zelfs wurmen haalde hij van de weg af zodat ze niet vertrapt zouden worden. Hij preekte in de natuur en alle dieren werden stil en kwamen luisteren. Dat alles spreekt misschien des te meer tot de verbeelding omdat hij oorspronkelijk van rijke komaf was, heel lang een luxueus en decadent leventje leidde, en pas later tot het inzicht kwam dat leven in armoede  in de lijn was met hoe Christus  had geleefd. Hij ging zelfs zo ver dat hij er steeds meer naar streefde om zelf het lijden van Christus te ervaren. Hij pijnigde zich herhaaldelijk met aan zich zelf  opgelegde lichamelijke straffen. Zijn verlangen naar de pijnen van Christus waren enkele jaren voor zijn dood zo sterk dat hij voelde waar Christus met een lans was gestoken en waar de spijkers door diens handen en voeten waren geslagen. Volgelingen zagen dat: hij had de tekenen Gods ontvangen, de zogenaamde stigmata! Veel kunstenaars hebben dat moment uit het leven van Franciscus geschilderd, zoals ook weer Giotto.

800px-Giotto_-_Sankt_Franciskus_stigmatisering-800x675

Nu we een Paus hebben die zich Franciscus heeft laten noemen en die probeert de eenvoud en het gedachtengoed van Franciscus van Assisi uit te dragen zijn er weer meer mensen die kennis willen nemen van de ideeën van deze heilige. Enkele teksten die zijn toegeschreven aan Franciscus zijn behoorlijk populair geworden. Zoals zijn zonnelied. De hele schepping wordt hierin beschreven: de zon, de maan, de sterren, de wind, het water, het vuur, de aarde, de vruchten, de bloemen en de planten. En natuurlijk de schepper van dit alles met de boodschap: dien hem in grote nederigheid.

Bij de begrafenis van prinses Diana werd ook een tekst van Franciscus voorgelezen. Het is dezelfde tekst die Sofia Goebaidoelina inspireerde tot het schrijven van haar indrukwekkende oratorium “Über Liebe und Hass”. Deel 14 van dit oratorium is een vrije verwerking van dit gedicht van Franciscus van Assisi.

Bij Goebaidoelina ziet de Nederlandse vertaling van de Russische tekst van het gedicht van Franciscus er als volgt uit:

14. Eenvoudig gebed

Help mij Heer.
Help me liefde brengen waar haat heerst.
Maak me een instrument van jouw vrede.
Help me vergeving brengen waar belediging heerst.
Help me verzoenen wie in onmin leeft.
Help mij Heer.
Help mij licht brengen aan wie in duisternis is.
Laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
Laat mij geloof brengen aan wie twijfelt.
Laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt.
Help mij Heer.
Laat mij niet zoeken naar troost, maar zelf troosten.
Niet zoeken naar begrip, maar zelf begrip tonen.
Niet bemind worden, maar beminnen.

Het gedicht vraagt om kracht te geven aan Franciscus, maar aan iedereen die er om vraagt, om over alle barrières heen te stappen en onvoorwaardelijk lief te hebben.

Een analyse van hoe Goebaidoelina deze tekst heeft uitgewerkt kun je vinden in een apart artikel.

Van zijn leven is veel door ooggetuigen vastgelegd. Er zijn veel mensen die tijdens zijn leven over hem geschreven hebben. Anders dan bij veel andere heiligen is er zo erg veel bekend en is er maar weinig bij gefantaseerd. Voordat hij werd heilig verklaard zijn er ook uitgebreide antecedenten onderzoeken geweest, heel snel na zijn dood. Iedereen die hem in zijn jeugd nog gekend heeft is ondervraagd. En dat alles is schriftelijk vastgelegd. Adrian House heeft jaren in Umbrië gewoond en toegang gehad tot veel plekken en archieven. Zijn biografie “Franciscus van Assisi” neemt ons mee in de tijd van Franciscus. Ze neemt ons mee naar de tijd dat hij met zijn vader mee ging naar de jaarlijkse markten in Troyes in de Champagne, waar deze laken kocht en verkocht. Daar kwam hij in aanraking met troubadours. Zijn moeder was Franҁaise van wie hij perfect Frans (Occitaans) leerde. We lezen hoe hij mee ging vechten tegen het naburige Perugia en daar een jaar in de gevangenis belandde. Zijn bezoeken aan de leprozenkolonies bij Assisi hebben waarschijnlijk de basis gevormd voor zijn innerlijke bekering. De eigenhandige bouw en herstel van een kerk laten zien dat hij architectonische gaven had. We lezen hoe hij na een buitensporig verkwistend leven al zijn rijkdom opgeeft, zelfs heel veel geld van zijn vader weg geeft om een arme pastoor te helpen. Zo ontstaat het conflict met zijn vader waar de bisschop bij wordt geroepen en dat uiteindelijk Franciscus de knoop doet doorhakken om een geheel ander leven te gaan leiden. We lezen hoe een aantal mensen hem gaan vergezellen en zich bij zijn levensstijl aansluiten, hoe hier voorzichtig een soort orde uit groeit, hoe deze orde die geheel anders is dan elke andere op dat moment bestaande orde door de paus erkend wordt, hoe hij ook Clara steunt die de vrouwelijke tak van de Franciscanen sticht, hoe hij de Pyreneeën oversteekt en een jaar lang in Spanje vertoeft en in aanraking komt met joden en moslims. Hoe hij deelneemt aan de vijfde kruistocht en tot zijn leedwezen niet kan voorkomen dat er zeer veel bloed wordt vergoten in Egypte. En over alles wat daarna nog gebeurt.

Franciscus van Assisi, Adrian House.
2000, herziene uitgave 2013, Altamira.
ISBN 978 94 013 01268 NUR 681

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Maria Laach

In de Eifel zijn in het verleden veel vulkanen actief geweest. Als je het “Vulkanpfad” volgt krijg je een buitengewoon leerzame toelichting midden in de natuur: zowel de vulkanische activiteiten maar ook de latere ontginningen van basalt en tufsteen worden prachtig aanschouwelijk gemaakt. Voor de rondtocht van 6,6 km moet je zeker drie uur uittrekken omdat er soms stevig geklommen moet worden, maar ook omdat je veel toelichtingen wilt lezen.

basaltbasalt-toelichting

De laatste enorme uitbarsting was 13000 jaar geleden. Dat is eigenlijk nog niet eens zo lang geleden. Zo tegen het einde van de laatste ijstijd. In de enorme krater ontstond een meer, de huidige Laacher See. De uitbarsting was zo hevig dat lavadelen ver werden verspreid door de lucht, tot wel in Zuid-Zweden.

laacher-seeVlakbij dat meer liet paltsgraaf Heinrich II in de elfde eeuw een burcht bouwen, en later ook een klooster, het huidige klooster “Maria Laach”. De kloostergebouwen zijn intussen compleet vernieuwd, maar van de oorspronkelijke Romaanse kerk is nog veel over. Deze kerk is opgebouwd uit zowel tufsteen als basaltblokken.

kerk1Toen Heinrich II in 1095 overleed was pas een klein deel gereed. De kerk werd uiteindelijk in 1156 gewijd, maar ook daarna werd er nog een eeuw lang van alles aan toegevoegd, zoals tussen 1220 en 1230 het zogenaamde paradijs: een apart staand atrium met binnentuin aan de westkant.

paradijsIn de loop van de tijd kwamen er diverse aanpassingen: eerst in gotische, later in barokstijl. Maar in de twintigste eeuw zijn die aanpassingen, afgezien van twee gotische ramen, weer allemaal verwijderd en is de kerk nu weer vergelijkbaar met hoe hij er uit zag in de dertiende eeuw. Er zijn ook nog plastische elementen uit die tijd bewaard gebleven: met name de kapitelen van het paradijs uit 1220. Je zou ze nog laat-romaans kunnen noemen, maar de fantasievolle mystieke figuren zoals die een halve eeuw er voor werden vervaardigd in bijvoorbeeld de Servaaskerk van Maastricht of de Magdalenakerk van Vézelay zie je in deze kerk minder terug. Het meest verwant daarmee zijn de hieronder afgebeelde sculpturen 3 en 4. Op 3 zien we een man die in beide handen de kop van een soort hagedis omklemd houdt. In afbeelding 4 zien we een jonge man (of is het een jonge vrouw?) die iets op zijn hoofd vast houdt, gezeten op een dierlijk wezen met een mensenhoofd en een soort kaboutermuts. Achter dit geheel staat iemand dreigend met een knuppel. Alles is stijlvol  uitgevoerd. Naast mensen, duivels en (vreemde) dieren laat het merendeel van de kapitelen allerlei vegetatie zien.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6Van rond 1400 zijn er twee mooie beelden te zien: een pieta en een Mariabeeld met bloem.

pietamaria

Zowel in het koor als ook in de zijkoren zijn mooie mozaïeken gemaakt rond 1900 in Byzantijnse stijl.

absismozaiekHeinrich II, de stichter van de abdij, heeft 150 jaar na zijn dood een praalgraf gekregen in de kerk. Het doet me denken aan het dubbelgraf van graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant in de Munsterkerk van Roermond. Dit praalgraf is ongeveer in dezelfde tijd gemaakt als dat in Maria Laach.

graf1graf2

Bij het klooster is verder van alles te beleven. Er is een winkel waar biologische producten worden verkocht, je kunt er wat eten en drinken, er is een beeldentuin, een grote museumwinkel met boeken en kaarten, een klein museum waar ook een film van 20 minuten over kerk en klooster wordt vertoond, er is een hotel waar je kunt overnachten en met de monniken de diensten kunt bijwonen en je kunt prachtig wandelen helemaal om de Laacher See heen. Het is een uitje waard!

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, natuur | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Sprinter

‘Opa, bestaan kabouters?’
‘Nee kabouters bestaan niet, alleen in sprookjes.’
‘Mijn vader zegt dat kabouters wel bestaan.’
‘Ja jullie hebben een mooi kabouterboek waar papa vaak uit voorleest geloof ik, toch?’
‘Ja’.
‘Sommige mensen geloven dat kabouters bestaan, maar ik denk dat ze alleen maar in sprookjes bestaan.’
‘Mijn juf heeft een verhaaltje verteld van zeven dwergen. Zijn dwergen hetzelfde als kabouters opa?’
‘Soms zeg je ook wel eens dwergen in plaats van kabouters. Maar eigenlijk is een dwerg iemand anders. Een dwerg is een mens die al volwassen is, maar nog net zo klein als een klein kind. Die bestaat wél, maar dat is geen kabouter.’

Een en ander werd door mijn oudste kleinzoon van vijf aangenomen ter overdenking. Toen ik hem terugbracht naar huis ging hij het laatste stuk op zijn fiets. Alle paadjes en steegjes hebben voor hem nieuwe namen gekregen. Achterom heet het de karnemelkstraat. Maar er is ook een N-weg, een zogenaamde provinciale weg dus, waar je harder mag rijden. Gewoon een stoepje dus, maar in zijn fantasie een levensechte provinciale weg. Hij heeft een grote fantasie, leeft vaak in zijn eigen wereld, waarin zijn speelgoedauto allemaal geluiden maakt die lijken op bepaalde echte geluiden. Vooral knipperlichten, handremmen en zo. Op zijn favoriete auto klinken die exact hetzelfde als in onze auto. Zijn imitatievermogen is opmerkelijk. Ook verzint hij nieuwe woorden, zoals enkele dagen geleden op een briefje dat hij voor zijn moeder schreef. Het laatste woord was een eigen verzonnen woord waar hij zelf hartelijk om moest schateren.

Hai Lieufa mama ik heb its leuks for jau dan “gehupt”

lievemama

We waren tijdens onze terugtocht inmiddels bijna bij zijn huis aanbeland maar hij bleef maar fantaseren. Ik vond dat hij nu toch maar eens wat moest opschieten.
‘Kom op sprinter, schiet eens een beetje op’.
‘Ik bén geen sprinter, ik ben een mens!’
Ik realiseerde me onmiddellijk dat een sprinter voor hem een trein is, net zoiets als een ECI, TGV of koploper. Dus een begrip dat niets met mensen te maken heeft.
‘O sorry, natuurlijk jij bent een mens, het was  maar een grapje.’
Thuisgekomen was het eerste dat hij tegen zijn vader zei:
‘mijn opa zegt dat ik een sprinter ben, maar ik ben een mens’.
‘Och opa maakte gewoon een grapje denk ik, dat is toch niet erg?’
’Dat is wél erg, ik ben een mens!’
Ik vertelde hem dat het woord “sprinter” een homoniem is. Mensen die heel hard kunnen rennen of fietsen, daar zeg je ook wel “sprinter” tegen. Maar een sprinter is natuurlijk ook een stoptrein van de NS. Zijn antwoord was onverbiddelijk:
‘Een sprinter ís geen homoniem!’

Nu ging het begrip homoniem echt te ver voor hem. Een sprinter was een heilig ding waar je in kon rijden, waar je filmpjes over kon bekijken, waar je in je fantasie mee kon spelen. Maar in alle gevallen ging het om een trein. En dat mocht gewoonweg niets anders zijn. Sommige homoniemen kunnen gewoon niet. Ik was ontroerd om zijn vastberadenheid.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 2 reacties

Van september naar oktober

wittewieven-klein2Zondag 30 september. De dag begint met witte wieven: mistslierten boven de uiterwaarden van de Lek. Ze horen net zo bij september als de overal aanwezige nijvere spinnen in deze tijd. In de middag lopen we door de duinen van Oostvoorne. De wonderboom! Hij is er nog steeds. Morsdood. Maar nog steeds indrukwekkend. Er is geen driekleurig viooltje meer, maar wel zien we de bloemen van laatbloeiers als teunisbloem, tijm, hop, wilde bertram en parnassia. Op het zeepkruid zit een ijverige wesp. En aan de struiken zitten overal besjes. Het geel van de duindoorn, het rood van de kardinaalsmuts of de verschillende rozensoorten en het zwart van de “rode” kornoelje.  Het zijn de kleuren van de vlag van Duitsland. Zij worden hier elk jaar warm verwelkomd.

Hoe warm en rustig het is in de duinen, hoe koud en winderig het is aan het strand. Er waait met grote snelheid fijn, allesdoordringend zand. Maar de korreltjes worden prachtig weerkaatst in het zonlicht. De rook van het Botlekgebied tussen de heuvels door verraadt dat je slechts in een oase vertoeft, met daaromheen de bedrijvige mens. Een strak wapperende vlag markeert het gebied waar het naaktstrand begint. Een meeuw heeft vrij uitzicht over zee en strand. Alleen de natuur is naakt deze dag. Het is nog net september.

Dinsdag 2 oktober. In alle vroegte zie ik dapper fietsende kinderen, die tegen de regen en de wind in op de dijk ploeteren. Ik kijk door bedruipte ruiten. Waar eergisteren de witte wieven waren is het nu een en al grijzigheid. De lucht is zwanger van het vocht. De kachel brandt. Het is oktober!

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Daniel Barenboim

Tussen 1800 en 1802 werkte Beethoven aan zijn derde pianoconcert. Intussen schreef hij ook nog liederen, ontstond de muziek bij het toneelstuk “Die Geschöpfe des Prometheus”, de tweede symfonie, de Romance in G voor viool en orkest, variaties op een eigen thema voor pianotrio, 5 vioolsonates, variaties voor piano en cello over een thema uit de Zauberflöte, 4 pianosonates waaronder de Mondscheinsonate en de sonate “Der Sturm”. Dit geeft een beeld hoe Beethoven componeerde. Hij was steeds met meer dingen tegelijk bezig en bleef als hij het werk weer hervatte aan de eerdere stukken schaven. Zijn handschriften getuigen daar nog steeds van.

concertAfgelopen zaterdag en zondag speelde de bijna 76-jarige Daniel Barenboim dit concert, samen met het Rotterdams Philharmonisch orkest en de gloednieuwe 29-jarige chefdirigent Lahav Shani.  Een medeblogger die het concert ook bijwoonde schreef over hem en dit concert een mooi blog : Lahav Shani.  Barenboim is bij een deel van de studie van Shani diens mentor geweest. Beide musici zijn zowel pianist als dirigent. Daniel Barenboim dirigeert vaak als hij zelf soleert vanaf de piano. Shani schijnt die gewoonte te hebben overgenomen, maar bij het concert dat ik zaterdag bijwoonde waren de rollen gescheiden. Of toch niet helemaal? Barenboim richtte zich helemaal op het orkest als hij zelf niet speelde en je zag hoe hij in zich zelf mee dirigeerde. Een enkele keer leek hij zelfs zo in die rol op te gaan dat hij een armbeweging van een inzet maakte, als wilde hij de leiding overnemen.

Deze praktijk was ook gangbaar in de tijd van Beethoven. Beethoven zelf speelde altijd zelf de solistenrol bij uitvoeringen van zijn pianoconcerten en dirigeerde intussen het orkest. Totdat hij dat door zijn doofheid niet meer kon en vanaf toen heeft hij dan ook geen pianoconcerten meer geschreven. Dat was al 18 jaar voor zijn dood het geval. Beethoven schreef voor de eerste uitvoeringen ook nooit zijn pianopartij uit, alles ging uit zijn hoofd. Het is niet onmogelijk dat hij dan ook nog dingen ter plekke improviseerde. Bij de cadens was dat gebruikelijk, maar tot de tijd van Beethoven waren cadensen vaak zeer uitgebreide solostukken waarbij het meer ging om de virtuositeit van de solist dan om compositorische samenhang met het concert. Voor Beethoven was dat een gruwel. Hij vond de cadensen die hij hoorde bijna altijd veel te lang. Voor zijn eigen concerten, m.u.v. het vijfde pianoconcert, heeft hij zijn cadensen dan ook uitgeschreven, waarschijnlijk trouwens pas in 1809, dus lang nadat in dit geval het derde pianoconcert zelf was geschreven. Tegenwoordig spelen de solisten meestal de uitgeschreven cadens van Beethoven, zo ook Daniel Barenboim. Van Beethoven is bekend dat hij grote contrasten kon maken, van uiterst zacht en lyrisch tot hard en heftig. Daniel Barenboim deed dat ook, vooral dus in zijn cadensen. Hij kon het gehoor daardoor op de puntjes van de stoel krijgen. Ik was ontroerd dat ik dat mocht mee maken. En hij speelde alles uit zijn hoofd. Ook de dirigent Lahav Shani gebruikte die hele avond geen partituur. Gewaagd, maar wat een vrijheid krijg je daardoor en hoeveel meer kun je je nog op de muziek zelf concentreren.

Al vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw volg ik de carrière van Daniel Barenboim. Ik kocht diverse LP’s met pianosonates van Beethoven door hem gespeeld.

hoesLater kocht ik ook CD’s van zijn uitvoeringen. En ontdekte dat sommige uitvoeringen nog beter konden. Zo nam hij de cellosonate’s op met zijn veel te vroeg gestorven vrouw Jacqueline du Pré. Maar ik vond de opnamen van Richter met Rostropovitch nog mooier en spannender. Daarentegen zijn masterclasses die je op TV kon zien waren weer grandioos. Wat konden zijn leerlingen goed spelen. Hij probeerde in woorden uit te leggen hoe het toch nog beter kon zijn. Uiteindelijk ging hijzelf achter de piano zitten en deed het voor. Een wereld van verschil met wat je net daarvoor van die leerling had gehoord. Geweldig. Je kunt deze masterclasses rond de sonates van Beethoven hier terug zien.

Tijdens die masterclass doet hij ook een aantal markante uitspraken. Deze bijvoorbeeld. Zo voel ik het ook.

Zondag 21 oktober 2018 is het concert van 30 september uitgezonden op NPO4. https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-10-21. Ga naar het zondagmiddagconcert. Eerst wordt het tweede scherzo van Orthel uitgevoerd, een  voor mij verrassend spannend en goed stuk. Voor het derde pianoconcert met Barenboim kun je doorspoelen naar 33.25. Daniel Barenboim speelde op een vleugel, die hij zelf heeft laten maken en die hij tegenwoordig op zijn concerten meeneemt. Bij deze vleugel zijn de snaren naast elkaar gespannen, in plaats van kruiselings zoals bij moderne vleugels het geval is. Dat maakt dat de registers van bas en discant veel beter afzonderlijk te horen zijn. Zo was het ook in de tijd van Beethoven.
Ik heb de uitvoering van een dag eerder gehoord, misschien nog spannender. Luister vooral naar de cadens van het eerste deel. Het einde daarvan hoor je hier onder. Adembenemend. 



Na de pauze werd de vijfde symfonie van Shostakowich gespeeld. Tja. Het werk werd goed uitgevoerd, ik ben helaas geen fan van deze compositie.  Maar: ik was live bij Beethoven en Barenboim. Dat zal me nog lang heugen.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , | 4 reacties

Über Liebe und Hass (3)

Hoe beeldt een componist wanhoop, intens verdriet, angst uit? Bach laat dat vaak horen in zijn cantates, en natuurlijk ook in zijn passies.  Het was in zijn tijd een voortdurend terugkerend thema: bereid je voor op de dood. Het was de tijd van het piëtisme. Ook in deze tijd proberen sommige componisten dat uit te beelden. Het zesde deel van het oratorium “Über Liebe und Hass” van Sofia Goebaidoelina gaat over de angst, het verdriet en de wanhoop van de mens. De tekst is voor een groot deel ontleend aan psalm 69. Qua sfeer en motiefgebruik in het orkest zien we een aantal elementen terugkeren van deel 1 van dit oratorium.

In psalm 69, die aan David wordt toegeschreven, is het David zelf die in wanhoop is. Deze psalm zou je kunnen plaatsen in de tijd dat David door koning Saul dood werd gewenst en hij dus moest vluchten. Na een waarschuwing van zijn vrouw  Michal vluchtte hij eerst naar Samuel en ging bij hem wonen. Maar ook daar bleek hij niet veilig. Nadat David weer moest vluchten, werd hij aanvoerder van een bende. Samen met deze bende verborg hij zich in grotten en spelonken. Hij werd intussen achtervolgd door Saul met 3000 soldaten. Intussen denkt hij na over zijn leven en is de wanhoop nabij. Zo horen we hoe een eenzame, gekwelde, wanhopige ziel zijn lot beklaagt. Hij weet dat hij er zelf mede schuld aan is want hij was zondig. Hij is verstoten door zijn familie. Hij wordt door velen gehaat. Maar goddelozen hebben het op hem gemunt. Op het einde smeekt hij dat hij desondanks in leven mag blijven. Hij zal de naam van God eren. Hopelijk is God gerechtig zodat zijn ziel nog gered kan worden. Voor Goebaidoelina is dit alles de aanleiding om het begrip wanhoop en intens verdriet in zijn algemeenheid uit te beelden.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof

De tekst kun je onderverdelen in 4 episodes. Elke nieuwe episode begint met “O Heer”. Het geheel werkt zo ook als een soort gebed van vier strofen.

  1. Mijn ziel is vergaan tot stof.
    Ze smelt weg van droefenis.
    De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
    Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.
  2. O heer.
    Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
    Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
    Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
    Doodmoe zijn mijn ogen.
  3. O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
    Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
    Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
    Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
    Smaad heeft me gebroken.
  4. O heer, jij kent mijn schande.
    Jij kent mijn schaamte.
    Verhoor mij.
    Ontruk mij aan het slijk.
    Red mij van wie me haten.
    Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
    Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

Bij alle vier de episodes zijn er beelden door de instrumentatie van de hachelijke omgeving waarin de hoofdpersoon verkeert. Maar het gaat allereerst om zijn gemoedsgesteldheid. Bij 3 vertelt hij iets meer over de oorzaak van de ellende. Bij 4 probeert hij uit deze ellende weg te komen en roept daarbij God te hulp. De hele tekst wordt in het Russisch, buitengewoon helder neergezet door een solozanger, een bas. Vaak zingt hij zonder enige vorm van begeleiding.

Film deel 6

Hieronder heb ik per episode iets verteld over de inhoud, tekstbehandeling en orkestratie

Episode 1

Mijn ziel is vergaan tot stof.
Ze smelt weg van droefenis.
De goddelozen hebben de netten voor mij gespannen.
Ze hebben een kuil voor mij gegraven, in strijd met jouw wet.

De eerste twee zinnetjes gaan allebei een beetje omhoog, om het laatste woord te benadrukken: stof, en droefenis. Elk zinnetje wordt gevolgd door een instrumentale uitbeelding van een gevaarlijke omgeving, we horen zelfs het leeuwengerommel uit het eerste deel van het oratorium weer terug. De derde en vierde zin lopen achter elkaar door. Er is spraken van een kleine climax. Het orkest is nu ook tijdens het zingen steeds aanwezig en becommentarieert heel kort slechts een zinsdeeltje, waarbij de climaxwerking vooral doordat de stukjes sneller achter elkaar komen wordt bewerkstelligd.

Episode 2

O heer.
Ik ben gezonken in de bodemloze modder waarin men niet kan staan.
Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd.
Doodmoe zijn mijn ogen.



Het eerste stukje ”O heer”, klinkt als een wanhoopskreet en komt onmiddellijk uit de voorafgaande eerste episode voort. Dan verandert de sfeer. Strijkers en pizzicatonoten, later ook koper, beelden het onherbergzame landschap van modder en water uit. Er wordt gedurende korte tijd weer zonder orkestbegeleiding gezongen en “het zinken” hoor je terug in de langzaam dalende melodie.  Zo ook bij de derde zin. Het water, de vloed, beeldt het overspoelen van je voeten uit, je zinkt steeds dieper. De melodie daalt ook nu.  De vierde zin is uiterst treurig. De zinsdelen worden sterk van elkaar afgezonderd. Ook de laatste zin” doodmoe zijn mijn ogen” klinkt wanhopig. De algehele sfeer blijft vooral: een en al ellende…

Episode 3

O heer, jij weet van mijn dwaasheid.
Mijn zonden zijn voor jou niet verborgen.
Een vreemde ben ik geworden voor mijn broeders.
Een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
Smaad heeft me gebroken.

De eerste twee zinnen worden zonder begeleiding gezongen. Daarna verandert er iets meer in de instrumentatie. Er komen klokkenspelletjes bij, de pizzicatotonen worden heel hoog, ook lange tremoli strijkerstonen gaan de hoogte in. Dit tremolomotief staat voor smaad, schande, schaamte. Tremoli met belletjes vergezellen in zin 3 en 4 de slotwoorden ”broeders” en  “moeder”. Deze motiefjes hoor je ook nog enkele keren bij de laatste zin.

Episode 4

O heer, jij kent mijn schande.
Jij kent mijn schaamte.
Verhoor mij.
Ontruk mij aan het slijk.
Red mij van wie me haten.
Heer, houdt mij in leven tot eer van jouw naam.
Verlos, door jouw gerechtigheid, mijn ziel uit haar verdriet.

De eerste twee zinnetjes worden zonder begeleiding gezongen. Dan valt het orkest in met een donkere pauk en blazers, gevolgd door de piano die het leeuwengebrul in snel stijgende en dalende loopjes laat horen, met steeds “narommelen” in de pauken. Dit alles met een geleidelijke climax tot het woord “haten”. Klokken vergezellen het hoogtepunt. Maar ook dit is nog slechts een aankondigen van het volgende hoogtepunt: “Heer houdt mij in leven tot eer van jouw naam”. De tekst wordt er bijna uitgeschreeuwd. Even pauze, en dan volgt de laatste zin, die solo gezongen wordt, laag begint en het woord “verdriet” smartelijk uitbeeldt, ook doordat juist op dat woord het orkest er bij komt. Van hoog naar laag wordt dit verdriet dan ook nog eens door het orkest uitgebeeld, waarmee het complete deel eindigt.

Deel 6 compleet

Voor de volledige muziek van alle 15 delen ga naar de site van Radio 4: Klik op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-09-17 , ga naar het avondconcert van 20 uur en spoel door naar 0:43.

Over het concert van dit oratorium door het Rotterdams Philharmonisch orkest
Over het hele oratorium
Analyse van deel 1
Analyse deel 14
Download hier de complete tekst in de Nederlandse vertaling

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 5 reacties

Über Liebe und Hass (2)

Sofia Goebaidoelina schreef in 2014 een cantate voor de Staatskapelle Dresden: “O komm, Heiliger Geist”, een werk dat in dat jaar in april in de Frauenkirche voor het eerst werd uitgevoerd. Toen had ze al het idee om het uit te werken tot een groot oratorium. Een half jaar later las ze een gedicht van Franciscus van Assisië, en alles viel op zijn plek. Dit gedicht werd het uitgangspunt voor haar nieuwe oratorium:.

Heer, maak mij een hulpmiddel voor uw vrede,
dat ik liefheb waar men haat;
dat ik vergeef, waar iemand beledigingen maakt;
dat ik verbind waar er strijd is;
dat ik de waarheid vertel, waar men er naast zit;
dat ik geloof breng, waar twijfel dreigt;
dat ik hoop breng, waar wanhoop op de loer ligt;
dat ik het licht ontsteek waar duisternis heerst;
dat ik vreugde breng, waar verdriet is.
Heer, laat mij niet zoeken naar troost, maar dat ik zelf troost;
niet naar begrip, maar dat ik zelf begrip toon;
niet dat ik geliefd word, maar dat ik zelf liefheb.
Want wie zich overgeeft, ontvangt;
hij die zichzelf vergeet, zal vinden;
hij die vergeeft, hij zal worden vergeven;
en wie zo sterft, zal ontwaken in het eeuwige leven.
Sofia Goebaidoelina ging dus aan de slag en op 14 oktober 2016 werd het nieuwe Oratorium met de titel “Über Liebe und Hass” voor het eerst uitgevoerd in Tallinn, niet veel later nog een keer in Dresden. Maar het bleef knagen bij de componist, ze was nog steeds niet helemaal tevreden. Ze besloot om het oorspronkelijke werk van 50 minuten uit te breiden. Er werden nog zes tekstdelen aan toegevoegd. Links zien we de titels van de negen delen van de oorspronkelijke cantate uit 2016, rechts die van de 15 delen van de gloednieuwe opvolger uit 2018, die onlangs in Rotterdam in premiëre ging:
oratorium1en2
De tekst van het een na laatste deel, eenvoudig gebed, is voor een groot deel afkomstig van het al genoemde gedicht van Franciscus van Assisië. De tekst van het laatste deel komt uit haar cantate van 2014, en is feitelijk een variatie op de tekst van een Gregoriaanse sequens van omstreeks 1200: Veni sancte spiritus. (Dit gezang wordt in de Rooms-Katholieke kerk altijd met Pinksteren gezongen.) De overige teksten komen voor een belangrijk deel uit het oude testament, zoals deel 12 uit het Hooglied komt. Psalm 57 (vooral vanaf vers 5) speelt een belangrijke rol bij deel 1 en bij deel 9. (Er wordt wel gezegd dat David deze tekst schreef toen hij zich verschool voor Saul. Hij was bang en vol haat). Psalm 69, ook van David, vormt de basistekst voor deel 6.
Haat en liefde spelen bij bijna al de teksten een rol. In de muziek hoor je, ook als de intentie in de tekst liefde lijkt te zijn, de kwaadheid steeds op de loer liggen, en andersom. Het is duidelijk dat de componist de tegenstelling als een onontkomelijk gegeven beschouwt, maar hoe ga je er mee om? Net als Franciscus wil ze proberen om de voortdurend de kop opstekende haat steeds te laten vergezellen door vergeving en verzoening.
Waarom zijn sommige teksten in het Duits, andere in het Russisch? Om te beginnen is zij een Russin die in Duitsland woont. Maar de keuze van de taal lijkt als je alles wat beter bestudeert eerder toevallig. In het eerste deel horen we beide talen. Daarna een beetje om en om, de delen 6 tot en met 14 laten uitsluitend de Russische taal horen. Het laatste deel is dan weer in het Duits, maar ik denk dat dat vooral komt omdat het laatste deel oorspronkelijk als een Duitse cantate geschreven is, bedoeld voor een uitvoering in Dresden. De Duitse tekst in het begin komt zo wel weer terug en dat voelt logisch. Waarom dan het grootste deel in het Russisch? De delen 4, 6, 7, 8 en 10 zijn nieuwe delen, bestemd voor de laatste versie van 2018. Uitsluitend met een Russische tekst. Uitzondering is deel 3 dat ze ook als extra deel heeft gecomponeerd, met daar een Duitstalige solo. Stoort het? Hmm, niet echt. Alleen zou je een inhoudelijke logica willen zien. Die is er niet, behalve misschien in deel 1 tot en met 5, waarin de contrasten niet alleen in het verhaal en in de muziek, maar ook in de keuze van de taal een rol lijken te spelen. Bij de delen daarna kun je dat niet meer zeggen. Is het misschien zo dat ze, omdat ze bij haar eerste versie per ongeluk een tegenstelling Oost-West leek te hebben gesuggereerd, nog een aantal extra delen heeft geschreven om die suggestie nadrukkelijk te ontkrachten?

Hieronder een overzicht van de 15 delen, waarbij een aantal globale kenmerken op een rijtje zijn gezet.

analyse1
Deel 1 geeft feitelijk al een korte samenvatting van alles wat er na nog komen gaat. Zie ook mijn analyse van dat deel. Daarna zien we hoe verwarrende, trieste, vaak ook haatvolle delen afgewisseld worden met delen waarin de liefde centraal staat. Pas in de laatste twee delen lijkt de liefde te gaan overwinnen. Bij vier van de 15 delen vond ik het moeilijk om er een duidelijk kenmerk bij te zetten. De gevoelens gaan daar steeds erg in elkaar over. Misschien dat je toch zou kunnen zeggen dat daar de negatieve gevoelens het meest overheersen.
De musicoloog Wolfgang Mende uit Dresden interpreteert in 2016 het gebruik van de teksten in dit oratorium als volgt:

Het verlangen naar God, naastenliefde, de roep om gerechtigheid, zijn radicalisering voor haat, erotische liefde, Gods toorn – alles lijkt nauw verwant te zijn, maar toch niet identiek. Een oplossing van deze paradox kan een begrip van religie zijn, waarin goed en kwaad niet strikt gescheiden zijn, maar als voorwaardelijke tegenstellingen worden beschouwd. De reddingsbelofte van Christus is niet denkbaar zonder het martelaarschap van de kruisiging, niet zonder de toorn van God, zonder het werk van de Heilige Geest of zonder de ervaring van benauwdheid en haat. Het oratorium met al zijn symboliek creëert dus het idee van een “dialectische” eenheid, waarvan de spirituele kracht altijd afhankelijk is van de impuls van tegenkrachten. Liefde is niet alleen een goddelijk geschenk of een wonder. Wie bereid is om vernederingen en lijden te verduren kan liefde ervaren, maar ook haat.

Zie ook:
De boodschap van Sofia Goebaidoelina
Analyse deel 1
Analyse deel 6
Analyse deel 14

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , | 5 reacties

Klappen in onze melkweg

De maan draait om de aarde, de aarde draait om de zon, de zon draait om de kern van onze melkweg, onze Melkweg beweegt rond de kern van onze melkwegcluster en zo zou je theoretisch door kunnen gaan. Tot zover is alles “normaal”. Maar: we weten dat niet alles even mooi beweegt. Bijvoorbeeld in ons zonnestelsel hebben niet alle manen een mooie ellipsvormige baan. Sommige bewegen zelfs de verkeerde kant uit zoals Deimos, een van de manen van Mars. Ook andere bewegingen zijn soms afwijkend. De planeten draaien om hun as, allemaal in een vlak dat verklaard kan worden uit de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel. Maar de richting van de draaïing van Uranus wijkt hier sterk van af. Veel afwijkingen kunnen verklaard worden, zo zijn sommige manen van planeten eigenlijk ingevangen asteroïden of er hebben in het verre verleden botsingen plaats gevonden waardoor de banen uit het lood geslagen zijn. Het lijkt logisch dat dit soort ongelukken overal kunnen gebeuren, maar hoe verder weg in het heelal, hoe moeilijker dat te zien of te meten valt. 500 miljoen jaar geleden was het dwergmelkwegstelsel Sagittarius gevaarlijk dicht in de buurt van onze melkweg en het zou zo maar kunnen zijn dat dat toen tot een ongeluk heeft geleid. (Amina Helmi, sterrenkundige in een artikel van George van Hal in de Volkskrant van vrijdag 21 september 2018). Men is nu bewegingen van sterren in onze melkweg op het spoor gekomen die anders zijn als eerder logischerwijs gedacht werd en de botsing (of het schampschot) van ons melkwegstelsel met Sagittarius zou daarvoor een verklaring kunnen zijn. Door van miljoenen sterren de posities en de snelheden te meten is men hier achter gekomen. Tussen 300 en 900 miljoen jaar geleden in ieder geval moet er iets heftigs gebeurd zijn.

sagittariusOver dit dwerg melkwegstelsel lezen we nog het volgende op een site van de nasa: het is een van de meest recent ontdekte leden van de Lokale Groep en bevindt zich momenteel in een zeer nabije ontmoeting met ons Melkwegstelsel.  Het is verrassend dat de dwerg tot nu toe niet lijkt te zijn verstoord door de nabijheid van zijn grote broer. Dit feit is een aanwijzing voor de ongewoon hoge concentratie van donkere materie in dit kleine stelsel. Het is een vrij oud sterrenstelsel met weinig interstellair stof en bestaat grotendeels uit oudere en metaalarme sterren. Toch zijn er ook gebieden in dit stelsel met sterren van een leeftijd van slechts enkele honderden miljoenen jaren, die wel veel metaal bevatten.

Wat is het gevolg van al die klappen? In ons zonnestelsel is er een zeker evenwicht bereikt doordat alle banen van de planeten op elkaar inwerken.  Maar na een botsing moet alles weer een nieuw evenwicht bereiken. Dat zal ongetwijfeld in het hele zonnestelsel voortdurend doorwerken. Veranderingen op aarde kunnen plotseling zijn door de inslag van een grote meteoriet. Maar een gebeurtenis een eind verder in het zonnestelsel zal ook zijn invloed hebben, alhoewel dat waarschijnlijk een meer geleidelijke verandering tot gevolg zal hebben.

En hoe zit dat op micro-niveau? Wat voor gevolgen hebben moleculaire of atomaire “rampen”? Misschien moet het wel zo zijn, hoort het er gewoon bij. Zoals vrede pas zin heeft als er ook af en toe oorlog is. Zoals er ook in de natuur voortdurend nieuwe evenwichten tot stand komen. Zoals alles lekker gaat ruiken na een stevig onweer.

 

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | Plaats een reactie

Über Liebe und Hass

Sofia Goebaidoelina zei dat ze nog nooit een werk had geschreven met een boodschap, totdat ze bezig ging zijn met “Über Liebe und Hass”. Het werk ging in 2016 in premiëre, maar de componist was niet tevreden en ging er nog eens twee jaar aan knutselen. Veel werd veranderd, er werden ook delen toegevoegd. Nu zijn het 15 delen geworden, 14 met tekst, daarnaast is er nog een puur instrumentaal deel. Ze heeft zich laten inspireren door een eeuwenoud gebed, dat door sommigen aan Franciscus van Assisië wordt toegeschreven. Voor meer informatie over de achtergrond van dit stuk klik hier.

Moet je naar het hele werk luisteren? Eigenlijk wel, maar dat is dan wel een grote opgave, omdat er erg veel van je gevraagd wordt. Ik denk dat het beter is om naar losse delen te luisteren. Elk deel heeft zijn eigen spanningsboog en intentie. Misschien als je het stuk goed kent dat het dan goed is op te brengen om het geheel tot je te nemen. Enfin, na het werk nog eens op de radio gehoord te hebben ben ik er nog meer van overtuigd dat we te maken hebben met een fenomenaal werk. Graag wil ik jullie deelgenoot maken van mijn analyse van het eerste deel.

Anoniem, 1610, Rijksmuseum Amsterdam

mariakruis

Bij dit deel hoort het beeld van een grauwe nacht. Op Golgotha hangt de overleden Jezus nog aan het kruis, er naast staat een diepbedroefde Maria. Wat voelt zij? Droefheid, boosheid, angst, twijfel, hoop? Maar de verslagenheid en droefenis hebben nog de overhand. In vier episoden wordt dit beeld neergezet. Bij elke episode is er een andere solist die de tekst zingt, eerst een bas, dan een sopraan, dan een tenor en tot slot een alt. Elke episode heeft ook een andere lading. Bij episode 1 is het de droefenis, de donkere sfeer maar ook de hoop die er uit springt. Bij 2 horen we naast de grote droefenis die Maria bevangen heeft haar schreeuw om redding. Bij episode 3 klinkt de donkerte en grimmigheid van de haat en alle dingen die de mensheid en ook de geest van Maria in dit geval in hun greep hebben. Episode 4 zegt waar de oplossing ligt: de liefde. Dan is er misschien ook nog iets te zeggen over het gebruik van afwisselend de Duitse en de Russische taal. Behalve in episode 3, waar de tenor in het Russisch zingt, zingen de andere solisten in het Duits. Deze felle boze tenor komt in het Russisch beter over, luisterende naar de overige delen denk ik echter niet dat hier een tegenstelling Oost-West wordt gesuggereerd. De reciterende klanken van het koor in het tweede en vierde deel zijn steeds in het Russisch. Ze beelden de nachtelijke sfeer uit, maar tegelijk ervaar je er een soort kloostergebed in van monniken en zusters die door hun eindeloos bidden de wereld proberen te verbeteren, de liefde willen overbrengen.

Episode 1

Toen Jezus voor ons stierf, stond Maria, zijn moeder, aan zijn zijde

Zeer laag spreekt de bas de eerste regel uit, onderbroken door piano, slagwerk, klokken, contrabassen. Deze instrumenten beelden de stemming uit, zeer donker, zwaar, bedroefd. Slechts drie woorden in de eerste regel springen er een beetje uit: “uns”, iets hoger. Hij stierf immers voor ons, en daar zit de hoop, waar het uiteindelijk allemaal om zal gaan draaien. Verder “Mutter” en “Saite”. Allebei zeer geladen, intens bedroefd.

in de duisternis, die de aarde bedekte.
In de eindeloze dageraad van de Verrijzenis mocht zij daar staan als teken van onze hoop

Retorisch vallen vooral op “endlose Morgendämmerung”, de melodie gaat enerzijds omhoog maar is vooral zeer uitgerekt, om de tijdsduur te benadrukken, daarna ligt de melodie bij het woord “Auferstehung”, niet alleen hoog is maar die nog verder omhoog gaat, we horen al de verrijzenis. Op het einde wordt de begeleiding grimmig door de korte blaffende tonen van het lage hout.

dat wij op een dag met jou, o God, één worden met jou, in het licht dat in eeuwigheid schijnt.

De bas gaat steeds hoger zingen, maar uiteindelijk zijn de woorden “Licht” “scheint” en “Ewigkeit” allemaal even hoog. Ze beelden de allerhoogste uit.

Episode 2

De eindeloze dageraad van de verrijzenis.

Na een consonante inleiding van gebroken akkoorden in de piano, afgewisseld met serene strijkers die helemaal naar de hoogte reiken zingt het koor homofoon de tekst in het Russisch, elke stem op een reciteertoon. We horen een mineur akkoord in de tweede omkering. Dit recitatief zet de sfeer van de eindeloze dageraad neer en ook meer in het algemeen hoor ik er biddende mensen in. Het recitatief keert enkele keren terug na een zinsdeel of een volgende zin zoals die hier onder staan. Deze zinnen worden in het Duits gezongen door de sopraan.

Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd
en zo onrustig in mij?

Het woordje “betrübt” is laag en droef. “Unruhig” wordt met een iets sneller ritme gezongen.

Zoals een hert reikhalst naar levend water, zo verlangt mijn ziel, God, naar jou.

Deze zin gaat in stapjes de laagte in, het beeldt het bukken van het reikhalzende hert uit, maar ook de nederige houding van Maria.

Mijn ziel dorst naar God, die leven is.
Wanneer kan ik komen en het goddelijke aangezicht aanschouwen?

Nu wordt de muziek indringender, meer geladen, uiteindelijk gaat de melodie zeer steil omhoog. Deze zin klinkt als een vraag, als een smeekbede: och kon ik toch ook maar bij u zijn! Maria wil als het ware zelf ook dood om daardoor weer bij haar zoon te kunnen zijn.

Episode 3

Mijn ziel is in het midden der leeuwen,
ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, wier tanden spiesen en pijlen zijn,
en hun tong een scherp zwaard.
O God: breek hun tanden in hun mond.
Breek God de kiezen van de leeuwen af.
Elke dag trachten mijn vijanden mij op te slokken.
De ganse dag verdraaien zij mijn woorden.
Ze drommen samen en bespieden mij,
om mijn ziel te vangen.
Mijn God, ik steek mijn handen naar jou uit.
Mijn ziel schreeuwt tot jou.
Laat de belagers mijner ziel beschaamd worden.

Dit stuk wordt door de tenor gezongen in het Russisch. Tussen elke regel horen we korte dalende motieven van steeds 3 snelle noten, afgewisseld met gerommel en gegrom. De haat en woede in de menselijke geest worden uitgebeeld, en letterlijk: de leeuwen worden uitgebeeld! De zang zelf wordt bij de zinnetjes “en hun tong een scherp zwaard, O God: breek hun tanden in hun mond“ becommentarieerd door de laag spelende klarinet die ook motiefjes van drie chromatisch dalende tonen heeft. Door het enigszins versnellen van het tempo en doordat de begeleidende motiefjes steeds eerder komen wordt er naar een hoogtepunt toegewerkt. De laatste zinnen en met name “Mijn ziel schreeuwt tot u”: worden zeer hoog gezongen, uitgerekt. Na “ik steek mijn handen naar u uit” is er een korte stilte, alsof er gewacht wordt op antwoord. De episode eindigt met onheilspellend onregelmatig geroffel op de snaredrum.

Episode 4

De eindeloze dageraad van de Verrijzenis.
Mijn ziel, waarom ben je zo bedroefd?

Net als episode 2 begint nu weer het koor in het Russisch, ingeluid door een akkoord op de vibrafoon. Het akkoord dat nu klinkt is echter majeur, maar wordt in de melodie bij de zangers omspeeld met kleine secundes, waardoor er toch een bedroefde sfeer blijft hangen. Dubbel dus. Eerst de vrouwen, dan de mannen, die elkaar overlappen. Dan komt de solo van de alt. Zij zingt weer in het Duits. Haar bedroefde vraag mondt uit in een prachtig wegstervend geluid in de hoogte: trillertjes in de strijkers, steeds hoger en wegstervende belletjes.

Zo klinken de vier episodes van het eerste deel achter elkaar:

Zie ook:

De boodschap van Sofia Goebaidoelina
over de achtergrond van het hele muziekstuk
Analyse deel 6
Analyse deel 14

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , | 8 reacties

Stilte

Mieke Zijlmans schreef in Sir Edmund, een van de zaterdagbijlagen van de Volkskrant, over de betekenis van stilte in de muziek. Een onderwerp dat ook ik erg boeiend vind. Ze vertelt hoe Ligeti aan het einde van een stuk een aantal lege maten noteert. De dirigent blijft door dirigeren maar de musici spelen niet meer. Wat een goede zet! Ik erger me altijd aan het feit dat toeschouwers nog nauwelijks nadat de laatste noot verklonken is al beginnen te applaudisseren. De stilte hoort er, zeker bij een goed, ontroerend stuk, altijd bij. Die mag je niet wreed verstoren. Zaterdag liet Gergiev nadat de laatste noten van het imposante stuk van Goebaidoelina al verklonken waren zijn handen in een spannende dirigeerstand staan om ze pas na een hele tijd te ontspannen. Zelfs toen bleven de mensen nog enkele seconden stil voordat het applaus begon. Dát werkt!

Stilte aan het einde kan soms nog een extra dimensie hebben, als je iets weet over het stuk. “Die Kunst der Fuge” van Bach is een monumentaal werk, dat een ode is aan de scheppingskracht van de mens. Het meesterschap van Bach komt hier ten volle tot zijn recht. Negentien zogenaamde contrapuncti. Het zijn stukken zonder een voorgeschreven bezetting. Je kunt ze als goede organist op een orgel spelen. Je kunt ze ook alleen of met zijn tweeën op een of twee piano’s of clavecymbels spelen. Of een strijkkwartet kan ze uitvoeren. De fuga is als kunstvorm door Bach naar de hoogst denkbare hoogte gebracht. Het is bijna abstracte kunst geworden. Het gaat nergens over. Je kunt er beelden bij hebben als je wilt, maar liever nog zit je ademloos op het puntje van je stoel. In volle overgave laat je de overweldigende constructies over je heen komen. Je verblijft in een kolossale kathedraal, in een immense bijna hemelse ruimte waar het niet stil is, nee, de ruimte is gevuld met een niet menselijke lading. De cultuur van de mens reikt hier naar de natuur van het  goddelijke. Alleen: de laatste fuga is niet af. Deze fuga is blijven steken halverwege. Wat doe je dan als uitvoerende? Laat je hem door iemand afmaken en speel je zo het complete werk? Laat je deze fuga dan maar weg? Nee, veel muzikanten kiezen voor de meest elegante en voor mij ook de beste oplossing. Ze stoppen na de laatste noot die Bach nog aan het papier heeft toevertrouwd. De kathedraal stort daardoor niet in. Hij is wel onaf. De stilte is nu extra beklemmend. Je twijfelt zelfs of klappen na dit alles wel kan. Alles lijkt opeens te veel. Maar de stilte mag ook niet te lang duren. Hij werkt pas echt als hij ook weer overgaat in de orde van de dag. Dus dan toch maar applaus. Daarna klinkt er geroezemoes. De kerk loopt leeg. Alleen de koster blijft nog even peinzend staan voordat hij gaat afsluiten. Er staat trouwens nog iemand bij de toegangsdeur. De deur staat wijd open. Binnen was Bach. Buiten is de hemel.

noto

Hieronder het slot van contrapunctus XIX uit “Die Kunst der Fuge” van Johann Sebastian Bach, gespeeld door Musica Antiqua Köln. De muziek begint op het punt dat er een fugathema inzet op de noten Bb A C B. In het Duits heten deze noten B A C H. Bach zet hier nog eens fijntjes zijn handtekening. Dit thema vormt het geraamte van de architectuur van dit stuk. Tot aan het einde horen we zes keer dit thema met de noten B A C H, daarnaast nog een aantal keren op een andere toonhoogte of gespiegeld. Saen wordt het bouwwerk zo geschraagd. De eerste vier keer is volgens het boekje: origineel in de altviool, beantwoording een kwint hoger in de tweede viool. Na een kort tussenspel komt dit nog een keer: het origineel nu in de eerste viool, de beantwoording in de cello. Er volgt een wat langer tussenstuk, dan komt weer het originele thema in de altviool, maar nu antwoordt de tweede viool een kwart hoger in de omkering (de noten worden gespiegeld).  Bij de volgende twee inzetten zien we twee keer het origineel, maar in de vorm van een zogenaamd stretto: de beantwoording komt veel te vroeg, onmiddellijk al na een tel. Dan is er nog een losse inzet in de omkering in de cello, waarna er een klein slot wordt ingebouwd met een harmonische cadens in de vorm van de functies tussendominant-V-I. Dat stukje eindigt in C. Onmiddellijk daarna zitten we weer in de oude toonsoort D-mineur en komen er nog twee inzetten met de naam Bach, eerst in de tweede viool, een eind verder in het instrument waar deze fuga ook mee begon: in de altviool. Deze mag dan de tragiek van het stuk afmaken door nog drie maten verder te spelen en als enige over te blijven, er rest daarna slechts stilte. Hoe zou Bach verder hebben willen gaan? De lange tonen in de cello suggereren dat hij nu naar het einde toe wilde werken. Maar dat slot mogen we zelf verzinnen.

Luister naar dit stukje van de partituur en luister vooral ook naar het einde, naar de plotselinge stilte. Bij deze registratie duurt de stilte voor mij net enkele tellen te kort. Maar hij gaat wel mooi over in de kabbelende geluiden van stromend water: cultuur wordt natuur!

Kunst der Fuge_0001

Kunst der Fuge_0002

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 2 reacties

De boodschap van Sofia Goebaidoelina

goebaidoelina-juli-2018

De Russische componist Sofia Goebaidoelina gaf mij in drie weken tijd drie keer een boodschap mee. De eerste keer via een interview in de Volkskrant op woensdag 29 augustus. Daar zegt ze: ‘Muziek herstelt de mystieke band met God’. De tweede boodschap werd gisteravond in de Doelen voorgelezen door Georges Wiegel. Ze had een brief geschreven omdat ze niet zelf aanwezig kon zijn bij haar wereldpremiëre. In die brief zei ze dat ze bang was voor de ontwikkelingen in de wereld en dat haar stuk daar een antwoord op probeert te geven. Haar tweede boodschap en antwoord was: Haat omzetten in liefde. De derde boodschap was de combinatie van de eerste twee boodschappen. Het was de muziek zelf die ik gisteravond hoorde. Een bijna bovenmenselijke poging om beide boodschappen in muziek uit te drukken. Vier solisten, twee koren en een symfonieorkest probeerden dat vorm te geven in de grote zaal van de Doelen van Rotterdam onder leiding van Valeri Gergiev.

Het stuk van bijna anderhalf uur is feitelijk een groot gebed maar ook een schreeuw om vrede. De titel, “Über Liebe und Hass”, is gebaseerd op een gedicht dat door sommigen wordt toegeschreven aan Franciscus van Assisi. De muziek en de tekst was opgedeeld in vijftien delen. In het eerste deel horen we onder andere: ‘Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, wier tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard’. In strofe drie: Niets kan me van jouw liefde scheiden. Jij bent mijn beschermer, jij bent mijn reddende kracht. Ik wil jou volgen, waar jij leidt. O mijn God, ik geloof in jou.’ In strofe zes: ‘O heer, ik ben gezonken in de bodemloze modder, waarin men niet kan staan. Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij. Ik ben verzwakt, van al het roepen is mijn keel uitgedroogd. Doodmoe zijn mijn ogen.’ In deel IX lijkt de haat te gaan overwinnen. ‘Heer! Ik steek mijn handen naar jou uit. Mijn ziel schreeuwt tot jou. Laat mijn vijanden beschaamd worden en verdwijnen. Vernietig ze ter wille van jou. Bekleed allen die mij het kwade wensen met schaamte en schande! Vernietig ze ter wille van jou. Ik haat! Ik haat? Ik? Haat?’ In de laatste strofe wendt de dichter zich tot de heilige geest. ‘O kom Heilige Geest. Adem in mij. Kom Heilige Geest, ontsteek in hen het vuur van jouw liefde. Ontsteek in mij het vuur van jouw liefde’.

Het begint met de droefenis en twijfel van Maria maar ik had ook associaties met de worstelingen van Jezus zelf in de nacht voordat hij opgepakt zou worden. Of met Johannes in de woestijn. Of misschien met iemand als Mandela op Robbeneiland. En qua muziek moest ik denken aan cantates van Bach. Waarbij vaak de worsteling van de zieke, die twijfelt en schreeuwt om hulp, maar die zich uiteindelijk overgeeft, een rol speelt (cantate 73 bijvoorbeeld). Twijfel, haat, liefde. Al die gevoelens wisselen zich af. Zo ook bij dit immense werk van Goebaidoelina. Hier kun je meer lezen over de achtergrond van dit muziekstuk.

Het was een eenmalige uitvoering. Het is allemaal te kostbaar. Vier solisten, twee koren, een groot symfonie orkest. Maar de uitvoering was subliem. En: alles is opgenomen en is maandag 17 september tijdens het avondconcert van Radio 4 om 8 uur uitgezonden. Ook is het de bedoeling dat er een CD van wordt gemaakt. Daarom werd dringend verzocht niet of zo stil mogelijk te hoesten. Daar zullen waarschijnlijk ook de complete teksten aan worden toegevoegd. Dat zal nodig zijn, want het is een lang werk, waar je je helemaal aan moet overgeven en het bestuderen van de teksten kan helpen.

Meer over het hele werk
Analyse deel 1
Analyse deel 6
Analyse deel 14

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , | 6 reacties

Trein

Gisteravond was er op NPO2 een prachtige documentaire te zien over een autistische man van 44. Hij woonde nog thuis bij zijn bejaarde ouders en het zag er niet naar uit dat hij zelfstandig zou kunnen gaan wonen, alhoewel de documentaire eindigde met wat hoop. Kees, zo heette de man, was weg van treinen, van dingen natekenen en hij leerde Japans. Maar hij wilde altijd alleen eten want hij kon niet tegen andermans eetgeluiden en schold automobilisten of houtzagers uit voor rotte vis. Hij was compleet egocentrisch en hij was voortdurend bang. Wat daarbij verontrust is dat je ook afbeeldingen en stukjes film zag van een  vrolijke kleuter, van Kees toen hij nog klein was. Hoewel elk kind anders is en ook elke autist anders is slaat de angst toe dat ons kleinkind misschien ook zo’n toekomst tegemoet zou kunnen gaan zien.

Mijn oudste kleinzoon van vijf is nu al weer drie keer naar zijn nieuwe basisschool gegaan. Daarvoor was hij een dag met zijn moeder en met mij naar die school geweest om te kijken. Zijn moeder had hem terdege voorbereid op alles wat hij daar te zien zou krijgen. Binnengekomen gaf hij de juf een vluchtige hand maar stormde vervolgens onmiddellijk op het speelgoed af. Hij zag een doos met treinen en met houten treinrails! Daar ging hij mee aan de slag. Maar zijn spel werd steeds ruw doorbroken, want de juf wilde hem uitgebreid vertellen hoe alles werkte, waar hij kwam te zitten, hoe het naar de WC gaan ging enzovoort. De volgende dag zou deze juf er ook zijn maar de rest van de week had hij een andere juf. ‘Is die juf lief? Hoe ziet ze er uit?’ Hij wilde een nauwkeurige beschrijving van haar. Na de eerste dag was iedereen benieuwd, hoe zou het gegaan zijn? Pff, het was redelijk goed gegaan. Alleen de juf die zong ook in het Engels en dat mocht niet van hem. Hij vertelde dat hij ook had moeten huilen maar dat hij getroost was en dat het toen weer beter ging. Weer een dag later en vol spanning ging hij naar de nog onbekende juf. Ook dat was goed gegaan! Hij had van haar een chromebook gekregen met daarbij een opdracht, maar hij was toen al heel snel “naar youtube gegaan” op zoek naar filmpjes die hij leuk vindt. Foei, dat was niet de bedoeling! Na een hele tijd had hij tegen de juf gezegd: ’sorry juf dat ik naar youtube ging’. Verder had hij met een ander kind heel lang met de trein mogen spelen. En gym vond hij leuk, dat krijgen ze elke dag. De ergste spanning is er nu vanaf.

Al de dingen waar hij mee bezig is worden uitgebreid verwerkt, in zijn spel, in zijn tekeningen. Tot voor enkele weken was hij zeer gefascineerd door alles wat er bij hem binnen in zijn lichaam gebeurt. ‘Opa, wat is een endeldarm?’ Inmiddels kent hij de meeste organen en weet waar ze voor dienen. Omdat hij veel last van zijn darmen heeft gehad vraagt hij bij alles: ‘is dat goed voor de maag en de darmen? En zitten er ook vitaminen in?’ Enkele weken tekende hij voornamelijk mensen met daarin een slokdarm, longen, hart, maag, darmen. Maar nu zit hij weer helemaal in de treinfase.

Hieronder twee tekeningen die hij een week geleden maakte: eerst  een dubbeldekker met daarin allerlei mensen. Een meisje huilt omdat iets uit het raam is gevallen. Daarna een tekening met een oude stoomlocomotief.

tekening dubbeldekkertekening stoomtrein

Bij de dubbeldekker is opvallend hoe goed alles perspectivisch is getekend. Dat heeft niemand hem geleerd. Ik zal hem morgen als hij weer bij ons is vragen wat ONOON betekent.

Spelen met treinen doet hij meestal alleen, soms ook even met zijn broertje. Hieronder mag zijn broertje het knipperlicht van de overweg bedienen terwijl hij de trein langs laat komen. De trein gaat dan onder zijn buik door (door een tunnel).

spelen

Er gebeuren soms ook treinongelukken. Alles is dan een grote chaos en er ontstaat een file op de autoweg. Gelukkig is er dan een takelwagen om de ravage op te ruimen. 

ongeluk

En mij doet het uiteraard ook deugd dat hij zo muzikaal is. Hij kan echt goed luisteren, naar bestaande muziek, maar ook naar zich zelf als hij achter de piano improviseert.

Ik heb er alle vertrouwen in en ik hoop dat hij met de hulp van al die lieve en deskundige mensen in zijn omgeving gelukkig kan blijven en zich zodanig kan ontwikkelen dat hij later zelfstandig door het leven kan gaan.

Had hij ook een beeld bij zijn improvisatie achter de piano? Ik zal het hem eens vragen. Zou zomaar iets met treinen kunnen zijn…

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 5 reacties

De visioenen van Zacharias in de Hortus Deliciarum

Twee grote platen in dit boek uit het einde van de twaalfde eeuw gaan over de visioenen van Zacharias. Deze platen zijn nagetekend door Herrad von Landsberg of iemand die het deed in opdracht van haar. Ze zijn nagetekend van het koorgewelf van de Servaaskerk van Maastricht. In twee andere artikelen kun je meer lezen over Herrad von Landsberg of over het koorgewelf van de Servaas.

Voor een goed begrip van de compositie van de visioenen van Zacharias in de Hortus Deliciarum moet je eerst de hoofdstukken 3, 4 en 5 uit deze profetie lezen. Verder moet je weten dat Josua als hogepriester stond voor het geestelijke leiderschap van het joodse volk, en Zerubabel voor het wereldse leiderschap.  Alles speelt zich af niet lang nadat een relatief klein deel van het Joodse volk Babylon had verlaten en zich rond Jeruzalem had gevestigd. De slechte daden en zonden, begaan in Babylon, waren nog niet vergeten en een voorbeeldig leven was nog geen gemeengoed. Het opnieuw opbouwen van de verwoeste tempel zou verbetering moeten brengen.

Het gaat om twee grote platen, die allebei twee scenes bevatten. Deze vier scenes worden nu afzonderlijk besproken.

Plaat 1

plaat1-klein

Het basisidee zien we rechts boven op plaat 1: het hele mysterie van dit visioen refereert aan het priesterschap van het nieuwe testament, waarvan het oude testament een voor-afbeelding is. (Mysterium totius visionis hujus pulchra varietate spectat ad novum sacerdotium a veteri figuraliter deumbratum).

Dan nu de vier scenes.

Op plaat 1 zien we bovenaan in het centrum een engel, “Angelus consilli” (de engel van het recht, die meestal ook voor Christus zelf staat). Aan zijn rechterzijde zien we een man die uitgekleed wordt door twee engelen.

plaat1aDit is de hogepriester Josua. Hij was vastbesloten om de tempel van Jeruzalem te herbouwen.  Tegelijk moest  hij de mensen er van doordringen hun zondige bestaan vaarwel te zeggen. Maar dat kon alleen als de tempel herbouwd was. Tot die tijd zou ook hij zelf de zondenlast blijven dragen. Satan weet dit en benadert hem met een vork en zegt dat hij hem zijn macht zal afnemen: “Increpit Dominus in te, Satan” (Zacharias III.2).

plaat1bDe engel van het recht  zegt tot de engelen die voor hem staan: ‘Trek hem zijn vieze kleren uit’, dan zegt hij tot Josua: ‘Ik haal de zonde bij jou weg‘. En tot de engelen aan zijn linkerzijde zegt hij: ‘zet hem een mooie tulband op zijn hoofd en trek hem mooie kleren aan.’

plaat1cOok dat tafereel wordt weergegeven en een peinzende Zacharias aanschouwt dit visioen waarbij Josua als hogepriester duidelijk de voorafbeelding is van het priesterschap van de latere Christenen. (Auferte vestimenta sordida ab eo. – Ecce abstuli a te iniquitatem tuam. Ponite cidarum mundam super caput ejus et induite eum mutatoriis, Zach III 4-5)

Onder aan plaat 1 zien we een candelabrum, een lampenhouder met zeven houders.

plaat1dZacharias beschrijft dit visioen: ‘ik zie een candelabrum van goud met zeven houders die ontgroeien aan twee takken‘. De engel legt hem dit visioen uit: ´dit is het woord dat de heer spreekt tot Zerubabel. Je moet niet geloven in een leger, ook niet in menselijke kracht, maar je moet geloven in mijn geesteskracht.‘ De kandelaar staat voor de heilige geest. De zeven krachten van de geest, die we ook weer zien op plaat 2 in de steen, worden hier vertegenwoordigd. Geen enkel menselijke macht kan de kracht van de Heilige geest weerstaan. Dit wordt uitgebeeld door een berg waarachter soldaten staan.

plaat1eAls tekst lezen we: ‘wat stel jij voor, grote berg voor Zerubabel? Je zult geslecht worden. En dan zul je stenen leveren voor het fundament van de tempel en hij zal schoonheid op schoonheid stapelen.‘ (Quis tu mons magne, coram Zorobabel, ut adverseris ei?” Zach. IV,7)

Plaat 2

plaat2-kleinCentraal op het bovenste deel van plaat 2 zien we Christus. Hij wordt omgeven door vier lijdenswerktuigen. Rechts van hem het kruis met daar door heen de doornen kroon, links van hem de lans en de spons op een stok. Hij spreidt zijn armen als wil hij al de zegeningen van de verlossing tonen. ‘Houdt stand’, zegt hij, ‘ik zal in een enkele dag al de ongelijkheden van deze wereld wegvagen‘. (Ecce ego auferam inequitatem universae terrae in die una, Zach III,9).

plaat2aVoor hem ligt een stenen tafel waarin zeven ogen zijn gegraveerd. Deze steen zag Zacharias in zijn profetische visioen en de zeven ogen stellen Christus voor, begiftigd met de zeven gaven van de heilige geest. Dat zijn wijsheid, begrip, rechtvaardigheid, kracht, kennis, vroomheid, en godsvrees. (“Lapis hic quem Zacharias vidit, qui septem oculos habuit, est Christus qui septem donis Spiritus sancti plenus fuit”) Van uit de zeven ogen stralen bundels vuur naar zeven duiven waarbij de Latijnse opschriften van de deugden staan.

plaat2bRechts van Christus, maar buiten de glorie die de stenen tafel omsluit, zien we weer de hogepriester Josua, gekleed als een bisschop. Er naast lezen we: ‘Josua de hogepriester is de transfiguratie van de ware Jezus Christus, geëerd en bevrijd van de zonden van de Satan.’ (“Jesus sacerdos magnus, veri figura Jesu Christi. Liberati et glorificati a laqueis insidiarum Sathane”). Links van Christus zien we een engel met een boekrol met de volgende woorden: ‘Luister, Josua, hogepriester, jij en ook je vrienden die voor je zitten, want zij zijn de profeten’.

plaat2cDeze woorden zijn geschreven naast drie mannen onder een vijgenboom, aan de andere kant zien we vier apostelen (zie een afbeelding daarvoor) als de armen van Christus onder een druivenstok. (In die illa vocavit vir amicum suum supter vineam et super ficum suam, Zach V,3)

Om de vrede te kunnen bereiken zal er echter eerst afstand genomen moeten worden van de zonde, en dat wordt uitgebeeld in het onderste deel van plaat 2. We zien hoe Zacharias weer een visioen krijgt: ‘Ik zie een vliegende boekrol. Deze boekrol zal over het hele land vliegen en iedereen die steelt zal worden berecht, iedereen die meineed pleegt zal worden berecht, afhankelijk van diens misdaden.’

plaat2dIn het centrum zien we een gevleugelde vrouw die een efa draagt met een vrouw er in (Een efa is een meelvat, een vat met een vaste grootte als een meet-instrument). De profeet vraagt: ‘wie is die vrouw in de efa?’  De engel antwoordt: ‘zij is de slechtheid‘. Vervolgens wordt de efa gesloten. (Haec est maledictio quae egreditur super faciem omnis terrae, quia omnis fur, sicut et omnis jurans ex hoc similiter judicabitur scriptum est, judicabitur” (Zach. V,3). Volgens de schrift vertegenwoordigt deze vrouw het onrecht van fraudulees wegen en meten. Iets dat in die tijd zeer speelde. Het moest ver achter hen gelaten worden, na de slechte en zondige  tijd in Babylon. Twee gevleugelde vrouwen dragen de efa naar Babylon, gesymboliseerd door twee torens. Aan de voet van de stad zien we onreine dieren als symbool van de slechtheid van de stad. De slechtheid wordt weer terug gebracht naar waar hij vandaan kwam: Babylon.

plaat2e

In de Servaaskerk van Maastricht zijn deze afbeeldingen gebruikt in combinatie met onder meer de Noodkist. Ze vertellen daar dat de orde van Christus bereikt kan worden door eerst de wereld ordelijk in te richten. En dat was wat de Rooms-Duitse keizer als belangrijkste missie zag: een grote Christelijke wereld onder zijn leiding, in navolging van het ideaal van Karel de Grote.

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 1 reactie

Het iconografische programma van het koor van de Servaaskerk van Maastricht in de twaalfde eeuw

Oogverblindend mooi moeten de schilderingen zijn geweest in de Servaaskerk. Begin dertiende eeuw lezen we een ooggetuigenverslag bij Oskar von Wolkenstein. Hij roemt de Maastrichtse schilders naast die van Keulen als de beste van Europa. 

“Als uns diu âventiure gieht, von Kölne noch von Mâstrieht, kein schiltaere entwürfe in baz, den alser ûfem orse saz”. Hier wordt beschreven hoe mooi het was hoe Parcival op zijn paard zat. In meer modern Nederlands staat er:  “Zoals het verhaal gaat,  geen schilder, zelfs niet die van Keulen of Maastricht, zouden kunnen schilderen hoe hij op zijn paard zat.”

Maar de schilderingen zijn verdwenen. Of toch niet helemaal? Toen Cuijpers in de negentiende eeuw met zijn restauratie begon ontdekte hij al schoonmakende dat er nog een restant bewaard was gebleven. Hij tekende dat na. Daarna werd er een nieuw concept gemaakt van de schilderingen van het koorgewelf en dit concept werd uitgevoerd.  Maar wat zou er op de originele afbeeldingen gestaan hebben? En wat maakte ze zo bijzonder?

Beetje bij beetje zijn we hier inmiddels meer over te weten gekomen. En achter het geheel zat een strak plan. Op een slinkse manier moest Servaas op een voetstuk worden getild. Dit om de bedevaartsplaats aan aanzien te laten winnen. Maar vooral ook: het moest het ideaal van de Rooms-Duitse keizer uitdragen. De Ordo Divine.

Wat is er bewaard gebleven. De noodkist! In de twaalfde eeuw werd een prachtige kist van verguld koper gemaakt, met er op een verhaal dat meer was dan alleen maar een verhaal over het leven na de dood.

noodkist1-klein
noodkist2-klein

Het al bestaande altaar werd vergroot en de noodkist kreeg een prominente plaats op dat altaar, op een hoge plaats en er onder twee plakkaten met de afbeelding van de opdrachtgevers. Het geheel werd ingebouwd in een jammer genoeg verdwenen retabel. En er werden schilders gezocht. Deze schilders moesten boven deze noodkist een plafondschildering maken met als thema de profetie van Zacharias. Er was geen enkel voorbeeld van. En deze plafondschildering, in vier episoden, vertelde niet alleen het verhaal van het oude testament, maar ook Servaas kreeg er een rol in. De hogepriester Josua, die de Israelieten op het rechte pad moest brengen en de tempel van Jeruzalem probeerde te herbouwen, stond voor het priesterschap van de tijd na Christus, nee, hij stond voor een bisschop, nee, hij stond voor Servaas! Josua wordt uitgekleed en daardoor verlost van zijn zonden, opnieuw aangekleed, als bisschop! Dit alles hoeft nog niets te betekenen, ware het niet dat op de noodkist eveneens het uitkleden van Servatius wordt weergegeven. Hij gaat naar een andere wereld na zijn dood, om te verrijzen als een heilige die vereerd moet worden. De oudtestamentische Josua lijkt wel een voorafbeelding van de latere bisschop Servaas. Je moet het maar durven. Ja ze hadden ook al in een stamboom Servaas laten afstammen van de familie van Maria… (Henric van Veldeke)

koepel-ahsmann-kleinHoe weten we dat nu? Wat Cuijpers vond waren maar enkele losse details van de plafondschildering. Maar genoeg om een opmerkelijke overeenkomst te laten zien met twee platen in een boek uit eind twaalfde eeuw, niet zo lang nadat de plafondschilderingen waren gemaakt. Het betreffende boek is een soort encyclopedie bestemd voor de nonnen van een klooster, en samengesteld door abdis Herrad von Landsberg . Het boek heet “Hortus Deliciarum” (“Tuin der kostelijkheden”) en is geschreven tussen 1175 en 1195. Herrad von Landsberg was tussen 1167 en 1195 abdis van het klooster Hohenburg op de Odilienberg in de Elzas. Ze was een tijdgenoot van Hildegard von Bingen, maar dus ook van keizer Barbarossa en belangrijke mensen die aan hem gelieerd waren, zoals de proost van het kapittel van Servaas. Pas in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw is de overeenkomst ontdekt. Wetenschappers die zich bezig hielden met de Hortus Deliciarum hadden zich al het hoofd gebroken over de twee platen, omdat ze niet wisten hoe die tot stand waren gekomen. Men vermoedde dat ze wellicht overgetekend waren naar een voorbeeld in een koepelgewelf van een kerk. Maar men kende geen enkele kerk waar de profetie van Zacharias werd uitgebeeld. Totdat de tekeningen die Cuijpers een eeuw daarvoor gemaakt had er bij werden gehaald. Alles paste perfect. Men denkt dus nu dat de afbeeldingen in de encyclopedie, niet zo heel lang nadat de schilderingen van de Servaas tot stand zijn gekomen, in dat boek zijn overgenomen. In een volgend artikel zal ik de plafondschilderingen van de Servaas zoals ze in de Hortus Deliciarum staan nog eens apart behandelen en uitleggen. De huidige plafondschilderingen in de Servaaskerk zijn overigens voor een klein deel vergelijkbaar met de originele.

Rainald von Dassel  en Christian von Buch

Het iconografische programma van de Servaaskerk blijkt na analyse gelijkenissen te vertonen met dat van Schwarzrheindorf en dat van Hildesheim.  Ook het altaar in de kathedraal van Milaan heeft overeenkomsten. Kan dat? Ja, waarschijnlijk wel,  en wel via de persoon Rainald von Dassel. Rainald von Dassel leefde van 1120 tot 1167. Van 1148-1167 was hij proost van het kathedrale kapittel van Hildesheim. Vanaf 1156 was hij tevens rijkskanselier onder keizer Barbarossa. In 1159 werd hij aartsbisschop van Keulen. Daarnaast was hij sterk betrokken bij de diverse oorlogen en onderhandelingen in Italië. Als zodanig werd hij benoemd tot kanselier van Italië. Uit Milaan nam hij de reliquiën van de “Drie Koningen” mee en maakte daarmee in een klap Keulen tot een zeer belangrijk bedevaartsoord. Hij zal zeker bekend zijn geweest met de kerk van Ambrosius van Milaan en het iconografische schema van het altaar aldaar. Zoals gezegd was hij proost in Hildesheim, de stad waar hij ook zijn opleiding had genoten aan de kapittelschool. Hij had vaak contact met Wibald van Stavelot, die het iconografische programma van de kerk in Schwarzrheindorf ontwierp. Daar stonden de profetiën van Ezechiël centraal. Rainer von Dassel was in de tijd dat hij rijkskanselier was ook hoogproost van de Servaaskerk van Maastricht. Het lijkt er op dat Rainald von Dassel, gezien zijn grote kennis van iconografie, een belangrijke rol heeft gespeeld bij het nieuwe iconografische programma van de Servaaskerk. Een tweede persoon die daar een rol in gespeeld kan hebben is Christian von Buch. Deze persoon is afkomstig van een grafelijk geslacht uit Thüringen. Zeer goed opgeleid en begaafd (hij sprak maar liefst zeven talen!) werd hij in 1165 aartsbisschop van Mainz. Dat bleef hij tot zijn dood in 1183. Daarnaast was hij proost van diverse kapittels en  vertrouweling van de heer van de Wartburg in zijn geboortestreek.  In 1162 volgde hij Rainald van Dassel op als rijkskanselier en daarmee werd hij tegelijk ook diens opvolger als hoogproost van de Servaaskerk. Hij was verantwoordelijk voor het nieuwe westwerk van de Servaas, zoals de keizerzaal en het iconografische programma van vele sculpturen. (Zoals de beroemde sculptuur die er nog staat waarin Servaas gelijk gesteld wordt aan Petrus!!) Rainer von Dassel  en Christian von Buch zijn denken we nu de twee figuren die te zien zijn op twee sculpturen die bij het hoogaltaar van de Servaaskerk hebben gestaan, jammer genoeg na de Franse tijd verkocht en nu te zien in Brussel.

zijpanelen-kleinTwee aartsbisschoppen kijken naar boven en ontvangen van engelen een kroon. Deze twee opdrachtgevers, zo denken we,  mogen zo een hemelse intocht verwachten na hun dood. Wat was hun betekenis verder: deze twee mannen speelden een cruciale rol in het uitdragen van de ideologie van het Heilige Roomse Rijk en droegen in sterke mate bij aan het behalen van politieke successen om dat rijk de beoogde grandeur te geven. Het ging voor hun om het herstellen van de goddelijke orde, die vanaf het begin van de investituurstrijd dreigde verloren te gaan: de keizer was belangrijker dan de paus en moest zorg dragen voor de Christelijke eenheid. Op een van de facades van deze panelen bij de noodkist zien we niet voor niets de Duitse adelaar.

rijksadelaar

Als aartsbisschoppen waren ze niet door de paus maar door Frederik Barbarossa aangesteld. Op de twee panelen richten ze hun blik op Servatius, die boven hen in de noodkist ligt. Servaas was de favoriete bisschop van Karel de Grote, de grote voorganger van de keizer.  Servaas staat voor het prototype van de rijksbisschop, de bisschop die door de keizer wordt benoemd en niet door de paus. Daarover ging immers de investituurstrijd… . Wie van de twee op die afbeeldingen  is nu Rainald en wie is Christian? In die tijd werden portretten meestal geïdealiseerd. Maar toch kunnen we met een zekere waarschijnlijkheid zeggen wie wie is. Bij het rechter paneel is de kroon door God al geaccepteerd. Hier gaat het om Rainald von Dassel, die bij het vervaardigen van deze panelen waarschijnlijk al was gestorven. Waarschijnlijk is het hele altaar ensemble ontworpen en vervaardigd tussen 1162 en 1167.

Fred Ahsmann heeft in een zeer uitvoerige en prachtige studie weten te achterhalen hoe altaar en omgeving er in 1170 uitzagen. Zijn in het Engels geschreven boek heeft de titel “Order and Confusion”. Hij probeert aan het einde van het boek te achterhalen wat het hele iconografische programma nu eigenlijk inhoudt. Zo ongeveer zou het koor er dus in die tijd uitgezien kunnen hebben. Bij het altaar, klein, hoog in het midden zie je de noodkist. Links en rechts schuin daaronder de panelen met de sculpturen van de twee opdrachtgevers. Op het plafond de schilderijen zoals ze daarna overgetekend zijn in het Hortus Deliciarum. Het schilderij links, Jonas met de walvis, is ook in dat boek nagetekend.

koor-ahsman-klein

  • Als we naar het geheel kijken zien we hoe de noodkist naar de kerk is gericht, naar het westen. We kijken dus daarop naar de beeltenis van Servaas. Op het gewelf zien we in het westen de engel des heren en de priester Josua. (Hier niet goed te zien maar ik zal in een volgend artikel hier nog uitgebreid op ingaan). Zoals Josua zijn oude kleren afdoet en geheiligd wordt, zo kunnen we ook Servatius zien als de priester die ons zelfs na zijn dood kan helpen. Hij doet zijn kleren uit en wordt ten grave gedragen. Ook zouden we kunnen zeggen: de westelijke afbeelding toont Josua die in het oude testament zijn kleren afwerpt en dan in het nieuwe testament (zo staat het niet in de bijbel) nieuwe bisschopskleren krijgt. Josua is daarmee een voorafbeelding van de bisschop Servaas!  Die we dus op de westkant van de noodkist zien!
  • Op de noodkist zien we in het oosten Christus. In het gewelf zien we in het oosten de ecclesia en de zevenarmige kandelaar. De Angelus Consilii (Christus) wordt indirect de keizer.
  • Op de kist zien we aan de zuidkant de verdoemden. Dit is ook zo in het gewelf, daar zien we in het zuidelijke kwadrant de toren van Babel en duivelse dieren. Verder zien we daar de vrouw in het vat en de zonden van Babylon. Behalve de verdoemden zien we op de noodkist in het zuiden de aartsengel Michael, de aanvoerder van de hemelse troepen.
  • De noordkant representeert het hemelse Jeruzalem. We zien de zeven stenen met de zeven duiven. Ze staan voor de werken van de heilige geest. Maar wie draagt die werken van de heilige geest uit? We zien het al bij het beroemde portaal van Autun uit dezelfde tijd:  het zijn de apostelen die zich moeten verspreiden over de wereld om het woord uit te dragen. Het komt vaker voor dat we deze zeven stenen zien in combinatie met apostelen. Hier kunnen we de zes apostelen onder leiding van Petrus aan de noordkant van de noodkist associëren met deze zending van de duif en de heilige geest. Verder zien we de rechtvaardigen.

Wat is zo het hoofdthema van deze opstelling in de twaalfde eeuw rond het altaar in de Servaaskerk? De door de keizer benoemde bisschoppen en de keizer zijn degenen die als soldaten van Christus Gods Rijk op aarde moeten verwezenlijken. Als dat gelukt is komt het einde der tijden, het hemelse Jeruzalem en de verlossing van de mensheid in zicht. Servaas speelde in deze visie een belangrijke rol. Hij kon vanuit zijn functie iedereen zowel verdoemen als redden. Hij had immers niet voor niets volgens de sage van Petrus zelf de sleutel gekregen. Door de tegenstanders van de keizer te verslaan (confusio) kon er orde, nodig voor het hemelse rijk ontstaan (Ordo). Het omvattende iconografische thema in de Servaas is zo: ordo et confusio.

Het zeer omvangrijke boek “Order and Confusion” van Fred Ahsmann probeert deze stelling dus uit te leggen. Vanuit alles wat er nog bewaard is gebleven in de Servaas, vanuit geschriften, vanuit vergelijkingen met andere kerken, vanuit de politieke realiteit van die dagen. Het is een prachtig boek dat weet te overtuigen maar dat ook ongelooflijk veel uniek beeldmateriaal bevat.


  • Order and confusion, Fred Ahsmann, Clavis, kunsthistorische monografieën deel XXIV, 2017. ISBN 978-90-75616-13-2


  • Hortus deliciarum, Herrad of Landsberg, Caratzas brothers, New York, 1977, ISBN 0-89241-002-7. Reprint van de originele bewaard gebleven kopieën van het boek van rond 1190, met uitgebreid Engelstalig commentaar op de nevenliggende pagina’s.

Zie ook:

Film over Servaaskerk

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , | 15 reacties

Ave Maria

Wees gegroet Maria. Maria werd gegroet en vervolgens aangeroepen om hulp, als bemiddelaar tussen mens en God. Zij is populair geworden in de middeleeuwen en ze is dat nog steeds. Dagelijks worden er op talloze plaatsen kaarsen opgestoken met een gebed gericht aan Maria.

In de renaissance werden zo ook veel motetten geschreven met de tekst van het “Wees gegroet Maria”. Josquin Desprez schreef meerdere versies. Een van die versies was het laatste motet dat uitgevoerd werd door Capella Amsterdam in de Jacobikerk afgelopen zaterdag in het kader van het festival Oude Muziek Utrecht.

De beroemde vierstemmige versie vind ik mooier, maar ook deze versie is prachtig. Jammer genoeg mis je veel dingen bij zo’n concert. In de tijd van Josquin werd zo’n motet niet als concert uitgevoerd maar in het kader van een religieuze viering. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van de geboorte van Maria zoals die op 8 september wordt gevierd in de katholieke kerk. Ook zagen de kerken er toen anders uit als de huidige, kale protestantse Jacobikerk. Het concert was uitverkocht, wij zaten helemaal achteraan en konden de muziek slechts vanuit de verte horen. Ook dat was natuurlijk niet ideaal. Wonderwel eindigde het concert precies om zes uur en op dat moment sloeg de klok. De stilte voor het applaus werd opgevuld door het geluid zoals je dat door heel Europa kunt horen als je in of vlakbij een kerk bent, en dat werkte wonderwel, het ontheiligde het gebed niet, zoals een applaus dat wel doet.

Ik miste dus vooral de religieuze context. Die heb ik er in onderstaand filmpje enigszins aan toegevoegd: beelden uit Keulen, die er voor mij bij zouden kunnen passen.

tekst

Een uitvoering van de vierstemmige versie, met ook een iets andere tekst, vind je hier onder. Ik gebruikte hem jaren om mijn studenten de verschillende polyfone zettingstypes uit die tijd te demonstreren, zoals door-imitatie, paarsgewijze zetting, paarsgewijze imitatie, de hoketus-techniek (net na de tel) en de koraalzetting.  Ook de overgang in verschillende maatsoorten werkt in relatie met de tekst goed. Hoewel we in de tijd zitten dat kunst vooral mooi moest zijn en niet een dramatische effect beoogde, vind ik dat het einde van dit motet in zijn eenvoud voor mij buitengewoon dramatisch werkt. Bij de tekst, ‘O mater dei, memento mei’ maakt de bas een octaafsprong omhoog bij het woord ‘memento’. Daarmee wordt om hulp bij Maria gesmeekt. Prachtig. En Maria blijft zuiver. Een slotakkoord zonder terts, met alleen een open kwint. Serener kan bijna niet.

Zie ook:

Leonardo da Vinci en Josquin des Prez

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , | 1 reactie

Petrus Venerabilis

In de Auvergne ligt een eind ten zuid-oosten van Clermont Ferrand het plaatsje Sauxillanges. In 944 vestigden zich daar in de pas opgerichte abdij Cluniacenser monniken. Een deel van deze abdij staat er nog.

abbaye Sauxillanges-klein

Foto gemaakt door Meria Geoian – Eigen werk, CC BY-SA 4.0

In 1098 werd een zesjarige jongen afgestaan aan deze abdij (als oblaat, vergelijk Hildegard von Bingen of Hermann von Reichenau). Zijn ouders, edellieden uit die streek met een kasteel in Condat-lès-Montboissier, stamden allebei uit geslachten die abten hadden geleverd voor vele abdijen, waaronder die van Vézelay en die van Cluny.  Zeven jaar later na een intensieve opleiding ontving hij de priesterwijding.  Zijn naam was Petrus, en na zijn dood zou keizer Barbarossa hem de bijnaam Venerabilis geven, de eerbiedwaardige. Onder deze naam is hij bekend gebleven: Petrus Venerabilis.

Na zijn priesterwijding werd hij door de abt van Cluny naar het beroemde klooster van Vézelay gestuurd, waar hij een verdere opleiding kreeg. Hier zou hij al snel tot leraar en eerste assistent van de abt worden benoemd. Zijn grote roem kreeg hij toen hij in 1122 tot abt van het grootste en beroemdste klooster van zijn tijd werd benoemd, dat van Cluny. Hij was toen pas 30 jaar oud.

standbeeldFoto Marc Houver

Over Petrus Venerabilis zijn veel boeken geschreven. Ook zelf heeft hij veel boeken geschreven. In zijn tijd speelde onder meer de controverse tussen de Cluniacensers en de Cisterciënsers. Bernardus van Clairvaux, die toegetreden was tot de Cisterciënsers in Citeaux, richtte een nieuwe abdij op in Clairvaux. Daar trad een neef van hem als monnik in. Maar deze besloot na enige tijd om daar weer te vertrekken en over te stappen naar de monniken in Cluny onder Petrus Venerabilis. Bernardus probeerde hem te bewegen terug te komen maar zonder resultaat. Toen schreef hij een venijnige brief aan Petrus Venerabilis waarin hij de weelde in Cluny hekelde. ‘Zo kun je makkelijk monniken recruteren, ze kunnen hun versleten kleren afgooien, worden prachtig aangekleed en krijgen vorstelijke maaltijden. Ook hoeven ze geen lichamelijke arbeid te verrichten. Benedictus, onze grote voorganger, had het toch over ora et labora? En nieuwe monniken hebben bij jullie slechts een noviciaat van een week in plaats van een jaar.‘ Het antwoord uit Cluny was dat ‘Christus zijn apostelen toch ook niet eerst een noviciaat van een jaar gaf? En Maria zat aan de voeten van Jezus te bidden terwijl haar zus Martha werkte. Moest je dat dan ook afkeuren? In Cluny werd er gebeden en gestudeerd. Deugden die net zo belangrijk waren als lichamelijke arbeid.‘ Desondanks zou in dezelfde tijd Petrus Venerabilis de tucht in Cluny verhogen, de maaltijden versoberen en een noviciaat van een maand in plaats van een week gaan hanteren.

Zoals in een eerder artikel door mij geschreven kwam de beroemde Parijse geleerde Abélard in aanvaring met Bernardus van Clairvaux vanwege zijn vooruitstrevende ideeën. Niet veel  later ook met de Paus. Petrus Venerabilis ontving hem ruimhartig in zijn klooster en wist zelfs een verzoening tot stand te brengen tussen hem en Bernardus. Abélard stierf in Cluny.

De grootste verdienste van Petrus Venerabilis is zijn streven om diverse Arabische teksten in de westerse wereld bekendheid te geven. In Toledo waren monniken uit Cluny neergestreken toen de stad veroverd was op de moslims. Bij de overgave was bedongen dat de moslims er mochten blijven en hun geschriften  en moskeeën behouden. De aartsbisschop van Toledo was afkomstig van de abdij van Cluny. Abt Petrus wilde graag contact houden met de diverse vestigingen en toog zo naar Toledo. Onderweg deed hij ook andere kloosters aan onder meer dat van Cuixa in de Pyreneeën. Maar in Toledo legde hij contact met veel wetenschappers, onder wie een aantal mensen die zowel het Arabisch als het Latijn machtig waren. Hij liet van een aantal Arabische boeken vertalingen maken. Zo zorgde hij voor de eerste vertaling van de Koran. Voor die tijd werden er nog de meest bizarre verhalen verteld over de inhoud van de koran. Eindelijk was de echte tekst nu beschikbaar. Niet dat hij het met de inhoud eens was. Hij verzocht Bernardus van Clairvaux om een boek te schrijven als Christelijk weerwoord. Toen Bernardus dat weigerde ging hij er zelf mee aan de slag en schreef uiteindelijk een uitvoerig werk als repliek op de inhoud van de koran, en zelfs vlak voor zijn dood bleef hij over het onderwerp schrijven. Hij wist het voor elkaar te krijgen dat de geestelijken die mee reisden met de kruisvaarders allemaal de koran zouden moeten lezen en mee nemen. Liever wilde hij de moslims van repliek dienen met het woord dan met het zwaard. Na de koran bestudeerd te hebben was hij van mening dat moslims geen slechte mensen waren, in ieder geval waren het veel betere mensen dan de joden. Maar ook joden mochten volgens hem niet gedood worden, ook al waren zij voor hem niet meer dan dieren….

Abt Petrus Venerabilis heeft dus veel geschreven, maar ook schreef hij muziek. Op Youtube of op Spotify is hier niets van terug te vinden. Maar bij het festival Oude Muziek Utrecht 2018 zong het ensemble Ordo Virtutum, dat ik al eerder live hoorde, op 25 augustus een concert van meer dan een uur met zijn muziek. Uitgevoerd werden delen uit het officie van de transfiguratie. Over de transfiguratie van Jezus wordt verteld door Mattheüs 17,1-8, Marcus 9,2-8 en Lucas 9,28-36. De drie verhalen komen vrijwel geheel overeen. Jezus neemt drie van zijn leerlingen (Petrus, Jakobus en Johannes) mee een  berg op en verandert daar in een hemelse gestalte. Ook verschijnen de profeten Mozes en Elia. De leerlingen zien hoe deze profeten met Jezus spreken.

Responsorium XII, waarmee het programma eindigde had een voor die tijd spectaculair slot: het eindigde met uitbundige melismen (melodische versieringen op een enkele lettergreep). Dit effect werd nog eens versterkt doordat de zes zangers op dat punt geleidelijk een meerstemmigheid creëerden. Ze plaatsten er eerst een lange bastoon onder die even later versterkt werd met een kwart interval daar weer boven. Deze praktijk is op zich niet onwaarschijnlijk. In Parijs had je al meerstemmigheid, in de Elzas werd in die tijd al een conductus (tweestemmig lied waarbij de partijen hetzelfde ritme hebben) gezongen in het klooster van Herrad von Landsberg. Dit stuk van Petrus Venerabilis staat in mixolydisch, alhoewel het in dorisch lijkt te beginnen. Mixolydisch en dorisch zijn  respectievelijk modus 7 en 1. De acht modi waren erg belangrijk in die tijd. Ze hadden allemaal hun eigen karakter. Het was zelfs zo dat elke modus (of “toon”,  zoals het begrip ook wordt genoemd) een eigen symbool had. De eerste toon, dorisch authentiek, werd gesymboliseerd door een luitspeler. Deze stond op zich weer voor God die de wereld schiep. Het is dan ook de belangrijkste modus. In het museum nabij de voormalige abdij van  Cluny zijn vier kapitelen te zien die voor de eerste vier “tonen” stonden. Het zijn kapitelen uit de voormalige abdij. We zien eerst toon 1 (luitspeler=dorisch), daarna toon 2 (cymbaal = hypodorisch), 3 (harp = frygisch) en 4 (klokkenspel = hypofrygisch). (De vierde toon is trouwens ook prachtig weergegeven op een kapiteel in Autun)

luitspeler2tweedetoonharpspelerachtstetoon

Terug naar de muziek zelf. Bij de Cisterciënzers in Clairvaux zal de muziek zeker niet zo geklonken hebben. Bernardus had verordonneerd dat de muziek, net als alle andere kunstuitingen, sterk versoberd moest worden. Ik had het kunnen horen: bij het tweede concert van Ordo Virtutum, een dag later, werden uit het officie rond de feestdag van de inmiddels heilig verklaarde Bernardus van Clairvaux, ook weer de 12 responsoriën gezongen, nu dus in Cisterciënser stijl. Ik was er niet bij, maar ik vermoed dat er een behoorlijk verschil zal zijn geweest met de Cluniacenser muziek die ik die middag hoorde..

Vreemd dat ik in de Volkskrant vanochtend geen recensie aantrof, wel van een aantal andere concerten. Ook is er geen radio opname gemaakt. Feitelijk klonk er deze zaterdag in de Willibrordkerk van Utrecht een soort wereldpremiëre afgezien van hoe deze gezangen waarschijnlijk al eeuwen in de cluniacenser abdijen hebben geklonken. Prachtige solo’s, heerlijke samenzang zoals Gregoriaanse muziek moet klinken. Alleen heb ik enige moeite met de uitspraak van het Latijn. Met een neuzige Franse klank. Patre wordt Pètre, unum wordt unam, videns wordt vidan en zo voort. Het eerste zinnetje schrijf je zo:
Videns Petrus moysen et helyam in gloriam,  maar je hoort dit:
Vidan Peetruu moiza et helyam an gloriam
Niet nodig en discutabel. Maar uiteindelijk ook niet echt belangrijk. Ik heb genoten.

Het concert. Om mijn lezers een idee te geven laat ik responsorium 12 horen in een knullige eigen opname. Ik hoop dat er binnenkort van deze muziek een mooie CD wordt gemaakt! Geniet vooral ook van het spectaculaire einde!

tekst

Literatuur:

  • In het teken van Verzoening, Raoul Bauer. Uitgeverij Pelckmans 2002. ISBN 90 289 3111 2. De auteur bundelt zijn kennis van de tijd en de geschriften van Petrus Venerabilis en tijdgenoten tot een soort gefingeerde autobiografie die de abt vlak voor zijn dood in 1156 schreef.
  • Kloosterleven in de middeleeuwen. C.H. Lawrence. Pearson Education Benelux, 2004. ISBN90 430 0949 0. Prachtig boek waarin veel kloosterordes van de middeleeuwen behandeld worden. Hoofdstuk 6 gaat over de Cluniacenser orde en hoofdstuk 10 onder meer over de controverse tussen Petrus Venerabilis en Bernardus van Clairvaux.
Geplaatst in Geschiedenis, muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Herrad von Landsberg

Wie heeft er ooit gehoord van abdis Herrad von Landsberg? Bijna niemand vermoed ik. Ik kende haar tot voor kort ook niet. Ten onrechte, want zij was een zeer opmerkelijke vrouw. Zij leefde in dezelfde tijd als een andere beroemde abdis, Hildegard von Bingen. Deze laatste is bij een aantal mensen meer bekend, vooral bij de liefhebbers van Middeleeuwse muziek.

Herrad von Landsberg is een intrigerende figuur die leefde in een intrigerende tijd. Zij is geboren tussen 1125 en 1130 in de Elzas in het kasteel van haar vader op de Landsberg . Daarmee is ze 3 tot 8 jaar jonger dan Frederik Barbarossa, een van de beroemdste keizers van het heilige Roomse Rijk. Er zijn vele verbanden te maken tussen diverse personen uit die tijd. Zo kunnen we zelfs  een verband maken tussen deze abdis en de Servaaskerk van Maastricht! Ook kunnen we een verband leggen tussen haar en keizer Barbarossa. En een verband tussen haar en de zoon van Barbarossa.  

In de Vogezen zijn nog de ruïnes aanwezig van het kasteel op de Landsberg. En het klooster op de Hohenburg, nu Odiliënberg genoemd, waar ze abdis is geweest bestaat nog, alhoewel het in de loop van de tijd meerdere keren is verwoest en weer is opgebouwd. De beenderen van de Heilige Odilia die er in 720 overleed liggen er nog steeds.

klooster hohenburg-klein

Laten we beginnen bij het begin. De vader van keizer Barbarossa was hertog van de Pfalz en de Elzas en daarmee ook heer van het klooster. In zijn tijd was het slecht gesteld met het beheer van dat klooster  en met het zedelijke leven van de nonnen. Zijn zoon, de latere keizer Barbarossa, stelde een nicht van hem aan als abdis met de opdracht orde op zaken te stellen. Deze nicht, Relindis, was voorheen non in een klooster in Beieren. Ook de bisschop van Straatsburg steunde haar en na een aantal jaren begon het klooster weer op te bloeien. Een van de nonnen die haar steunde was Herrad von Landsberg. Toen Relindis in 1167 overleed nam zij het stokje over en werd zij de nieuwe abdis.

Herrad deed er nog een schepje boven op en vooral het onderwijs aan de nonnen stond bij haar hoog in het vaandel. Ze zocht een methode om al de teksten en gebeurtenissen uit het oude en nieuwe testament en andere religieuze bronnen toegankelijk te maken. Zo besloot ze een soort encyclopedie te maken, met een uittreksel uit de belangrijkste teksten, vergezeld van afbeeldingen. In totaal ontstonden er zo meer dan 400 platen die ze ook allemaal inkleurde. Het originele exemplaar van dit omvangrijke werk is uiteindelijk bij de Frans-Duitse oorlog in de negentiende eeuw in vlammen opgegaan. Maar gelukkig was een groot deel  van de inhoud voor die tijd al enkele malen gekopieerd. De tekst zo wie zo helemaal en alle folio’s met afbeeldingen waren bij een studie in de negentiende eeuw helemaal beschreven. Vooral aan de hand daarvan kon na speurwerk ruim drie vierde deel van het origineel in de vorm van kopieën terug gevonden worden. Op basis van een aantal facsimile uitgaven eind negentiende eeuw, uitgebreid met nog een aantal nieuw gevonden folio’s, is het boek opnieuw uitgegeven in 1977 in Amerika en voorzien van commentaar in het Engels. Dit in een oplage van 750 exemplaren. Ik mag me de gelukkige eigenaar noemen van een van deze exemplaren.

In een apart stuk zal ik later nog eens de relatie aangeven tussen dit boek en de Servaaskerk van Maastricht. Nu wil ik nog ingaan op iets anders. Een jaar voordat Herrad overleed deed een hoge gast in haar klooster intrede. Het was de vrouw van de overleden koning van Sicilië. Toen deze koning dood was kwam het koningschap in handen van Hendrik VI, zoon van keizer Barbarossa. Die trouwde namelijk met een dochter van de voorganger van de overleden koning. Maar haar moeder en drie andere dochters werden min of meer verbannen uit Sicilië en ze werden als nonnen geplaatst in het klooster op de Odiliënberg in de Elzas. Daar verzorgde abdis Herrad de oude koningin intensief tot ze zelf een jaar later overleed, op zaterdag 25 juli 1195.

Herrad von Landsberg schreef gedichten. Een aantal daarvan zette ze ook op muziek. Van ongeveer 20 liederen zijn fragmenten gevonden. Naast een compleet eenstemmig gezang is ook de muziek van een canon bekend. Ik wist niet dat er in die tijd ook al canons werden opgetekend.

Ook is de muziek van een meerstemmig gezang overgeleverd, het gaat om een zogenaamde conductus. Dat is een lied waarbij alle stemmen hetzelfde ritme hebben maar vanuit steeds centrale punten tot meerklanken komen.  Op YouTube staat een opname van dat lied, gezongen door Brigitte Lesne op het album “Hortus Deliciarum” met nog meer middeleeuwse muziek.  De meerstemmigheid van Perotinus uit Parijs is dus al doorgedrongen tot dit klooster, zeer opmerkelijk. Ik vind het een prachtig en ingetogen lied, fraai van sfeer, ook door de mixolydische modus (majeur zonder leidtoon) en de expressiviteit door het registergebruik. Een enkele keer hoor je ook een kleine terts, waardoor het op dat moment in een Dorische modus staat. Heel bijzonder!

https://www.youtube.com/watch?v=GO1Y86fv4-o

De voornaamste nalatenschap van Herrad von Landsberg is dus de encyclopedie “Hortus deliciarum”. De tuin van het genot. In het voorwoord schrijft Herrad: ik zie mezelf als een nijvere bij die wordt geïnspireerd door God. Van het sap van de verschillende bloemen van de heilige boeken en andere filosofische werken, vervuld van liefde voor jullie, nonnen, heb ik een bijenkorf vol honing voor jullie verzameld om daarmee eer en glorie aan Jezus Christus en de kerk te kunnen bewijzen. Hiermee kunnen jullie alle gevaarlijke  dingen in de wereld die je tegenkomt te lijf gaan. Ik zal jullie beschermen tegen elke aardse verleiding. En ik zal intens voor jullie bidden, geboren als jullie zijn om naar de hemel te gaan naar onze geliefde Jezus Christus.

Wat een immens werk! Ze heeft de encyclopedie waarschijnlijk gemaakt tussen 1155 en 1175. Iedere keer  een stukje. De platen werden getekend, ingekleurd met alle mogelijke kleuren, tot en met zilver en goud.  De Amerikaanse kopie is helaas zwart-wit, behalve de openingspagina, waar Maria als verkondigster van de apocalyps wordt weergegeven.

In openbaring 12 lezen we: 

1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;
2 En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren.
3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.

 vrouw van apocalipse-klein

Op een van de andere folio’s in het boek gaat het over Pilatus. We zien het ongebruikelijke beeld hoe de vrouw van Pilatus, Procula, in haar slaap bezocht wordt door de duivel . Op het tweede plaatje zien we hoe Procula een boodschapper naar Pilatus stuurt om hem te vertellen wat ze heeft gedroomd. Deze droom  geeft bij Pilatus de doorslag om Jezus op te offeren.  Maar als je weet dat juist in die tijd mensen als Bernardus van Clairvaux en Hildegard von Bingen opriepen om de zedeloosheid in onder meer de kloosters aan te pakken, dan kun je de tekening van de duivel bij het bed ook nog anders interpreteren! De keuze voor dit soort afbeeldingen is dus waarschijnlijk niet toevallig. Vrouwen kunnen verleid worden of op andere manieren een slechte rol spelen in deze wereld, ook nonnen. Daar moet je dus op beducht zijn!

pilatus-klein

Bij het commentaar lezen we dat Procula een groene jurk draagt en de bode een rode tuniek met groene schoenen. Zo krijg je toch nog een beeld van de originele kleuren. Een prachtig boek met een mooi inkijkje hoe een non in de twaalfde eeuw de wereld beziet. En het deskundige commentaar bij de verschillende afbeeldingen is een rijke toevoeging.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , | 7 reacties

Fort Liberia

In de vakantie waren we een tijd in de Pyreneeën in het gebied Conflent. In dit deel van Frankrijk spreken veel mensen behalve Frans Catalaans, en alle plaatsnamen staan er zowel in het Frans als in het Catalaans. Hoe is dat zo gekomen? Daarvoor moeten we een hele tijd terug in de tijd. Karel de Grote wilde dat het gebied van de Pyreneeën een bufferzone werd om het net terug geslagen moslimkalifaat tegen te houden. Zo stelde hij een aantal grensmarken in, waaronder het graafschap Cerdanya (Cerdagne) . In de 9e eeuw was Cerdanya een van de heerlijkheden die vielen onder de Graven van Barcelona. Later werden door vererving, Capcir en Conflent aan Cerdanya toegevoegd. Het werd daardoor een belangrijk gebied. De graven van Cerdanya waren tevens patroonheren van verscheidene abdijen, waaronder die van Saint-Michel de Cuxa en van Saint-Martin-du-Canigou. Het geslacht van de graven stierf uit in 1117 en het graafschap werd geërfd door de graven van Barcelona. Het hele gebied was toen Catalaans.

800 jaar later waren de Pyreneeën weer onderdeel van een conflict, nu tussen Frankrijk en Spanje. Roussillon en Cerdanya hoorden nog steeds bij Catalonië, onderdeel inmiddels van Spanje. Maar Lodewijk XIV wilde de grens verder zuidwaarts verleggen en een goed verdedigbare linie van forten aanleggen. Zo kwam in 1659 na een dertigjarige oorlog, (waarbij overigens onder meer ook een deel van Vlaanderen bij Frankrijk kwam), het Spaanse Roussilon bij Frankrijk. Cerdanya werd in tweeën gedeeld: het noorden (inclusief Conflent) werd Frans, het zuiden bleef Spaans.

 In de restaurants in dit gebied zijn er veel Catalaanse streekgerechten te krijgen, zoals een speciaal soort gehaktballetjes of een crème brûler met anijs. En als je er culturele bezienswaardigheden bezoekt moet je je realiseren hoe de geschiedenis van dit gebied geweest is. Zo bezochten we Fort Liberiá. Dat was in de tweede helft van de zeventiende eeuw, de tijd van de zonnekoning, een belangrijk fort. Het werd aangelegd als onderdeel van de verdedigingslinie aan de rand van de Pyreneeën en om de stad Villefranche du Conflent te beschermen. De beroemde architect en koninklijk ingenieur Vauban maakte er een bijna onneembare vesting van die er nog steeds staat en nu is ingericht als museum. Ook de stad zelf, in de oudheid heette deze Villa Liberia, heeft nog steeds de vestingwerken uit de zeventiende eeuw. Vauban ontwikkelde deze waarbij hij de oorspronkelijke middeleeuwse vesting als basis gebruikte.

villefranche-planvillefranche-1

villefranche-3

villefranche-4

 In de stad zie je behalve de ommuring en toegangspoorten nog veel andere interessante dingen, zoals een prachtige zonnewijzer, met een extra onderdeel waardoor je de tijd per seizoen kunt corrigeren.

 zonnewijzer1zonnewijzer2

Verder zijn er uiteraard leuke winkeltjes en restaurants.

 villefranche-5

Vanuit de stad zie je op enkele punten hoog in de bergen het fort liggen. Je kunt het op drie manieren bereiken: lopende over een kronkelende grindweg, of met een jeep naar boven, of via een in de negentiende eeuw aangelegde trap die geheel onder de grond is weg gewerkt. Dit in een tijd dat het fort nog steeds als verdedigingswerk dienst deed onder Napoleon III. Deze laatste route namen wij op de terugweg: de trap met de 1000 treden (we kwamen uit op ongeveer 850…)

fort-0trap Het fort bestaat uit meerdere verdiepingen, met nog het originele gietijzeren smeedwerk. Het kon onderdak bieden aan 800 soldaten die er enkele maanden in zouden moeten kunnen verblijven. Er waren ingenieuze systemen om water op te vangen en te bewaren, er was een bakkerij, een smidse, een kerk en er waren kerkers.

fort-1fort-3fort-smeedwerkIn een van de kerkers heeft zich een waar drama afgespeeld in de tijd van Lodewijk XIV. Twee vrouwen die belastende informatie hadden over een maîtresse van de koning werden er opgesloten en mochten met niemand spreken. De ene vrouw overleed er na 36-jarige gevangenschap, de andere na 44 jaar in de kerker opgesloten te zijn geweest. Ze werden begraven in een geul onder de latrine van de vestingwal.

kerker-1kerker-2

 Alles wat je ziet is buitengewoon informatief. Het uitzicht vanuit de burcht is adembenemend mooi.

fort-uitzicht1fort-uitzicht2

 

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , | 4 reacties

De natuur van de pyreneeën in juli

In de tweede helft van juli waren we in de oostelijke pyreneeën. Behalve dat we een aantal culturele uitstapjes maakten hebben we daar vooral ook genoten van de natuur. De pyreneeën zijn ruig, maar de bloemenpracht is er minder dan in de alpen was mijn ervaring, maar tot mijn grote verbazing kwamen we nu enkele keren in een soort aards paradijs terecht. Een dag zelfs waren we daar helemaal alleen. Op een steen zat een adder, op een mooie platte steen waar mijn vrouw net wilde gaan zitten. Door de mist was het vrij koel en zo’n koudbloedig dier is dan weinig actief. Hij bleef zitten waar hij zat. Nadat we iets verder onze boterham hadden opgegeten wilden we hem nogmaals begroeten maar toen was hij inmiddels verdwenen. In de mist klonk het hoge piepen van de bergmarmotten, maar je zag ze niet. Of toch wel? Ik dacht er eentje in de verte te zien. Met mijn telelens haalde ik hem dichterbij, en jawel: daar zat hij. Begin augustus waren we nog een week in de Gers, ook in Zuid-Frankrijk, het departement met als hoofdstad Auch. We logeerden bij mijn zwager en daar kon je de horizon zien van oost tot west en omdat er geen enkele lantaarnpaal staat is dat een unieke omgeving om naar sterren te kijken. Niet alleen naar sterren, ook naar Venus, Mars en Saturnus. En van Jupiter maakte ik een close-up opname, maar verrassend voor mij: ik kon zelfs drie van de vier Galileïsche manen fotograferen. Links van Jupiter Io, rechts eerst Ganymedes en daarnaast Europa. Ganymedes is het meest helder. Logisch, het is de grootste maan van ons zonnestelsel. Zelfs nog groter dan Mercurius of Pluto. Dit alles op vrijdag 3 augustus om 21:55 uur, eerst zie je hieronder een printscreen van de stand zoals die toen was volgens de prognose (zie ook http://www.shallowsky.com/jupiter/) en daarna zoals ik hem fotografeerde.

manen-jupiter

70

Nog een foto op diezelfde avond gemaakt van Jupiter alleen, waarbij ik mijn camera in de meest verre tele-stand had gezet.

69

De natuurfoto’s die ik maakte kun je zien in het volgende filmpje:

Geplaatst in Astronomie, natuur | Tags: , , | 3 reacties

De abdij van Saint-Martin-du-Canigou

In het zuid-oosten van de Pyreneeën kun je vanaf het voormalige graafschap Conflent vanuit verschillende punten in de verte de hoogste top zien: de Pic du Canigou. Kom je dichterbij dan wordt het landschap steeds ruiger. Ten noorden van de berg ligt op nog een behoorlijke afstand het klooster Saint-Michel de Cuixa. Ten westen ligt, al een stuk hoger, de abdij van Saint-Martin-du-Canigou. Er zijn meerdere manieren om bij deze abdij te komen. Er is een half verharde weg die alleen maar door de bewoners genomen kan worden, vanuit het kleine dorpje Casteil. Mensen die slecht ter been zijn kunnen met een jeep op aanvraag naar boven. De gewone pelgrims en toeristen moeten lopen, zo’n drie kwartier omhoog over deze half verharde weg. Maar je kunt er ook vanuit de heuvels komen. Vanuit onze camping bij het dorpje Casteil (Castell op zijn Catalaans, waarbij je de dubbele ll als j uitspreekt) moet je eerst naar boven klimmen door de heuvels en vandaar op een kruispunt van paden gaat er een pad verder richting abdij.  En je klimt dan feitelijk verder dan nodig, want op een bepaald punt zie je ver onder je de abdij liggen.

klooster-van-boven

Dat hebben we geweten op een van de warmste dagen. Er was wel voortdurend schaduw, maar het pad was lastig, met veel rotsen, soms over beekjes, soms met een kabel waar je dan langs de rotsen hangende verder moest.

kabelsEn niet alles was even goed aangegeven. Dat tochtje duurde drie uur en de rondleiding in de abdij moest nog beginnen…  Maar je voelt dan wel wat vroeger de wandelaar waarschijnlijk ook gevoeld heeft.

We kregen een Engelstalige rondleiding van een van de monniken. De orde van “Les Béatitudes” die het klooster nu bewoont  bestaat uit 15 leden, negen nonnen en zes mannen van wie drie paters en drie leken . Onze gids was een Oostenrijkse pater die slim was en meer wist dan de gebruikelijke ingestudeerde verhalen. De Franstalige rondleiding werd voor een ander groepje verzorgd door een zuster.

De abdij is gesticht door graaf Oliba, die in het klooster van Ripoll zijn intrede doet nadat zijn vrouw gestorven is. Daar treft hij ook de monnik Gerbert van Aurillac die later als paus Sylvester 2 door het leven zal gaan. Vlak voor de kloosterwijding van het klooster St. Martin in 1009 wordt hij daar als eerste abt benoemd. In datzelfde jaar wordt hij ook als abt van het al veel oudere  klooster van Cuixa gekozen. In 1018 wordt hij zelfs bisschop en sticht in die functie in1025 het beroemde klooster van Montserrat. Hij sterft in 1046 en wordt in het klooster van St. Martin begraven. Een van zijn daden is dat hij als vredesstichter bekend staat. Hij wist door allerlei wetten, die ook door de paus en de keizer werden overgenomen,  geregeld te krijgen dat er op bepaalde dagen geen oorlog gevoerd mocht worden. Uiteindelijk kon je slechts oorlog voeren als er geen feestdag was, en dat was op maar slechts 88 dagen van het jaar… Deze wetten werden in zijn tijd tot ver in het huidige Frankrijk en Italië overgenomen.

Oliba heeft ook veel gedaan voor de kunst. Aan hem is het waarschijnlijk mede te danken dat de Romaanse bouwkunst zich over heel Frankrijk kon verspreiden, vooral ook door zijn contacten met Bourgondië. In de graafschappen Cerdagne en Conflent, onderdelen van Catalonië, heeft hij veel kloosters en kerken laten bouwen, waarvan er nog steeds een aantal bestaan.

De eerste monniken van St- Martin du Canigou kwamen uit de kloosters van Cuixa en Ripoll. Net als bij het klooster van Cuixa is de grootste bloeiperiode van dit klooster tussen 1000 en 1200. Ook hier worden weer veel sculpturen gemaakt in dezelfde tijd dat ook die van Cuixa worden vervaardigd, zo tussen 1150 en 1200. Het is de tijd dat we trouwens ook zien dat er veel sculpturen in andere delen van Europa ontstaan, zoals in de twee kapittelkerken van Maastricht.

In 1779 zijn er nog maar zo weinig monniken dat het klooster verlaten wordt. Alles vervalt tot een ruïne. Pas in 1902 wordt besloten dat kerk en klooster gerestaureerd moeten worden. De eerste restauratie vindt plaats tussen 1912 en 1954. In 1967 wordt de broederschap van St-Martin-du-Canigou opgericht die vrijwilligers werft en geldelijke middelen zoekt om de gebouwen weer bewoonbaar te maken zodat een nieuwe orde er zich in kan vestigen. Dat gebeurt dan uiteindelijk in 1988, als de al genoemde orde van “les Béatitudes”, een nieuwe orde die opgericht is na het tweede Vatricaans concilie, zich er gaat vestigen.

Een van de mooiste onderdelen is de gerestaureerde kruisgang. Hij verbindt alle gebouwen met elkaar, maar het is ook de plek waar de monniken hun dagelijkse gebed houden. Ze bevinden zich dan als het ware in een gesloten hof waarbij ze zich helemaal op God kunnen richten en zich kunnen afsluiten van de buitenwereld.

rozentuin

Net als in Cuixa kijk je je ogen uit als je de kapitelen bestudeert. Ook hier kun je er bijna overal dicht bij komen. Soms kun je met wat zoeken achter mogelijke betekenissen van de uitgebeelde voorstellingen komen.  Monsters met grote ogen en mond die als mensen gehurkt op hun achterpoten staan.  Een palm die uitmondt in de mond van een mens, omringd door hurkende wezens die nog het meest op apen lijken. Paarden met armen die ze in hun eigen mond stoppen.  Een dansende vrouw omringd door mannen met zware baarden. Monniken die een kleed tonen, een reliek? (Denk aan de bekende afbeelding waarbij in de Servaas de relieken worden getoond, waaronder een kleed). Monniken die vanuit een pilaar allemaal recht voor zich uit kijken, dus alle kanten uit als je er om heen loopt. Elke afbeelding kan op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Er is denk ik vaak sprake van een waarschuwing, maar soms heeft de sculptuur ook een symbolische of mystieke betekenis. Dat maakt deze periode zo extra boeiend! Hieronder wat foto’s van enkele kapitelen.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapiteel5kapiteel6kapiteel7

Bijzonder is de crypte. Die is even groot als de erboven gelegen kerk. Allebei zijn ze gewelfd, zodat je eigenlijk twee kerken boven elkaar hebt. Doordat de ingang lang dicht gemetseld is geweest is er veel bewaard gebleven. Opvallend in deze crypte is dat je twee bouwstijlen kunt waarnemen. Oorspronkelijk waren de zuilen veel smaller. Maar de meeste zuilen zijn in een iets later stadium flink verbreed. Op enkele plaatsen kun je nog zien hoe de originele zuil  ingebouwd is ineen dikke vierkante pilaar. Waarschijnlijk heeft men toen men al bezig was besloten om de crypte veel groter te maken, waardoor zwaardere zuilen nodig waren.

crypteDe crypte heeft net als de erboven gelegen kerk drie schepen. Het stenen gewelf van de kerk rust op tien granieten zuilen. Een prachtig bewaard gebleven vroeg-Romaans monument!

kerk

De kerk heeft een klokkentoren die lijkt op die van het klooster Cuixa, een eind ten Noord-Oosten van Saint-Michel-du-Canigou. Massief vierkant met veel symmetrische elementen.

toren

De ligging van het klooster is prachtig en de pelgrimstocht om er te komen de moeite waard!

klooster

Hieronder een film met nog meer beelden van het klooster. Je hoort de Cisterciënser zusters van Boulaur zingen: Gaude felix mater Cistercium en Cantate Domino

Klik hier voor meer pagina’s die ik maakte over Romaanse kunst:

Romaanse kunst

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , | 4 reacties

De abdij van Saint Michel de Cuixa

Karel de Grote droomde er van om een groot Christenrijk te stichten. Een van de manieren om dat voor elkaar te krijgen was om overal abdijen te stichten. Dit moesten tempels van Christelijke deugd en wijsheid worden van waaruit de omgeving verder gekerstend kon worden. Vanuit Spanje was vanaf het begin van de achtste eeuw de Islam snel naar het noorden opgerukt, tot in Zuid-Frankrijk. Bij de slag bij Poitiers werden grote gebieden door Karel de Grote heroverd en werd het kalifaat tot achter de Pyreneeën terug gedrongen. De Pyreneeën moesten nu een buffer vormen. Hier werden niet alleen allerlei vestingen gebouwd, maar ook versterkte abdijen gesticht. Een van deze abdijen was de abdij in Cuixa. Hoog in de bergen, aan de voet van de Pic du Canigou, zou de aartsengel Michael, die de duivel versloeg, nu waken over deze abdij: Saint Michel de Cuixa.

klooster

klooster2

De abdij is gesticht tussen 864 en 869. Je kunt hem pre-Romaans noemen. De Catalaanse handwerkslieden die hem bouwden waren bekend met de bouwwerken van de nabijgelegen moskeeën. Ook nu nog zie je in de kerk en in de crypte met name in de vorm van de hoefijzervormige bogen deze invloed terug. 

hoefijzerboogHet klooster zelf is ten tijde van de Franse revolutie deels verwoest, maar de kerk en de kloosterkruisgang zijn grotendeels gespaard gebleven.  De kerk had oorspronkelijk twee symmetrische klokkentorens, daarvan staat er nog een overeind.

De oorspronkelijke monniken zijn in 1793 verdreven maar in 1919 vestigde zich de orde van Cisterciënzers er weer. Vanaf 1950 is de kerk gerestaureerd en met name de laatste 30 jaar is er na een uitgebreid onderzoek door specialisten werk van gemaakt om zoveel mogelijk de originele pre-romaanse elementen te herstellen.

De eerste abt die we van naam kennen, Garin, is afkomstig van een klooster uit Bourgondië, gelieerd aan Cluny. Zo komen ook de invloeden van Cluny hier in de Pyreneeën terecht. Zoals gebruikelijk beheren abten in die tijd meerdere kloosters. Garin wordt abt van zowel een klooster in Haute Garonne, twee kloosters in Aude en in 943 wordt hij dan ook nog de abt van het klooster in Cuixa. Hij is zeer invloedrijk, staat zowel in contact met keizer Otto II als met paus Sylvester II. Hij bemiddelt in Venetië om ook deze stad weer onder invloed van de Duitse keizer te brengen om zo weer een eenheid te kunnen bewerkstelligen. De Doge van Venetië, Pietro Orseolo,  gaat met hem mee naar Cuixa, waar hij komt te overlijden. Het oorspronkelijke, nu lege graf in de kruisgang nabij de ingang van de kerk, is nog bewaard gebleven. Garin zelf sterft omstreeks 1000.

graf

Het gouden tijdperk van kerk en klooster is de periode 950 tot 1200. Er wordt een scriptorium gevestigd. Een Evangelarium uit die tijd is nog bewaard gebleven. Maar het meest opvallende zijn de talrijke kapitelen met name in de kerk. Deze dateren uit de periode 1150-1175. Toen de kerk in de negentiende eeuw verwaarloosd werd zijn de kapitelen daar weggehaald en een rijke Amerikaan kocht de helft op in het begin van de twintigste eeuw. Het vormt nu een van de pronkstukken van de middeleeuwse afdeling van het Metropolitan Museum in New York.

https://maps.metmuseum.org/galleries/cloisters/1/007

De rest raakte verspreid over meerdere plekken in Zuid-Frankrijk. Tijdens de restauratieperiode zijn meer dan 50 kapitelen terug gevonden, opgekocht en deze zijn nu grotendeels te bewonderen als onderdeel van de kruisgang. Helaas niet meer in de originele context of volgorde, maar als losse objecten. Het voordeel is dat ze daar veel beter te zien zijn als op hun oorspronkelijke plek in de kerk. Maar ze hadden een functie, gelieerd aan de plaats in de kerk. Aan de hand van vergelijkbare sculpturen, zoals die in de Servaaskerk van Maastricht en de O.L.V. kerk ook in die stad, kun je proberen om iets meer van de betekenis te weten te komen. Er is nog steeds bij veel beelden onduidelijkheid over wat er mee bedoeld werd. Bijbelse taferelen zijn het makkelijkste, maar de beelden met duivels, monsters en mensen die deze bedwingen of zich juist in de greep ervan bevinden blijven vaak raadselachtig. In de Servaaskerk bevinden die zich in het westelijke deel van de kerk, waar later ook vaak afbeeldingen van het laatste oordeel te zien waren. Het lijkt dus waarschijnlijk dat je deze afbeeldingen vooral als waarschuwingen voor de invloed van de duivel moet zien. Waar je samen met de aartsengel Michael tegen zult moeten vechten.

kapiteel1kapiteel2kapiteel3kapiteel4kapteel5

Naast de kapitelen zijn er nog enkele sculpturen uit die tijd te zien. Bijzonder mooi is een beeldhouwwerk van Maria met kind, ook uit de twaalfde eeuw,  met nog de originele polychromie.

maria

De toren wordt vaak getoond als voorbeeld van pre-romaanse bouwstijl: tweelingvensters, vertikale banden, zich herhalende symmetrische elementen.

toren

Heel bijzonder zijn ook enkele geschilderde fragmenten uit de tiende eeuw, duidelijk gemaakt vanuit een byzantijnse invloed. Bekend is dat de Ottoonse keizers uit die tijd nauwe banden onderhielden met de byzantijnse keizer.

byzantijns

Een overzicht van alles wat je kunt vinden in deze abdij is te zien in het volgende filmpje dat ik maakte. De muziek die je hoort is gezongen door de Cisterciënzer zusters van het klooster in Boulaur in Zuid-Frankrijk.

Over het iets jongere, nabijgelegen klooster van Saint-Martin-de-Canigou kun je hier meer lezen.

Nog meer Romaanse kunst:

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Volksverhuizingen en andere aanpassingen in de natuur

 

sibbelsprinkhaanDe Sikkelsprinkhaan heeft heel lange vleugels waardoor hij goed kan vliegen. Dit dier is vanuit Frankrijk langzaam naar het noorden opgerukt en komt tegenwoordig in veel delen van Nederland voor.

Andere diersoorten trekken juist weer naar het zuiden, zoals de Homo Hollandicus die als een soort trekvogel elk jaar in de zomermaanden weer Zuid-Frankrijk weet te bereiken. Een iets kleiner aantal trekt zelfs door naar Spanje of Portugal.

De Aziatische Tijgermug komt steeds vaker naar Nederland, als passagier in een zending banden bijvoorbeeld.

De Aziatische Homo Sapiens weet ook steeds vaker West-Europa te bereiken. Hij zit dan verstopt in containers in grote vrachtauto’s. Daarbij legt wel vaker een aantal van hen het loodje.

In het Loetbos in Zuid-Holland zijn een aantal bomen met een oranje stip gemarkeerd. Het gaat om Amerikaanse exoten, die het weliswaar goed doen in Nederland maar Hollandse soorten als de Es dreigen te verdringen. Zij zullen worden gekapt. Ook Springbalsemien is in dit bos gemaaid, om dezelfde redenen. Ruimte voor Brandnetel en Paardenbloem!

Er zijn  tegenwoordig mensenrassen bekend die soms met honderden tegelijk via bootjes over de Middellandse zee Europa weten te bereiken. Vanwege hun afwijkende huidskleur houdt men in het algemeen de boot af. Ze dreigen namelijk de inlandse populatie te verdringen.

Van Schilthuizen bekeek in de metro van Londen de mug Culex Molestus, een soort die zich heeft aangepast aan het leven onder de grond. De mug heeft subtiele genetische aanpassingen ondergaan die zijn reukzin afstemmen op menselijke metroreizigers in plaats van op vogels waarop hij zich bovengronds voedt. Het is grappig hoe een soort op die manier zich aanpast en daardoor weet te overleven!

Ook is er inmiddels een mensensoort dat in metro’s voorkomt, maar ook onder bruggen of in grote dozen kan men ze vinden. Vooral in de avonduren en de nachten kun je ze in steden als Parijs met een beetje geluk spotten. In strenge winters schijnt het met deze soorten wat minder te gaan, maar na de zachte winters van de laatste tijd doen ze het overal weer goed. Hun voeten zijn zelden koud, wat wijst op ook weer een genetische aanpassing.

zwerver

Geplaatst in maatschappij, natuur | Tags: , , | Plaats een reactie

Geen muziek

‘Ik heb ook een radio op mijn auto. Die zet ik altijd op radio 1.’

madurodamMijn oudste kleinzoon is helemaal met auto’s en met treinen bezig. Hij mocht met opa en oma gisteren mee naar Madurodam en daar was hij op bepaalde plekken niet weg te slaan. Eerst niet bij de autowegen, later ook niet bij de treinen. Het was een waar feest! Het begon al bij de reis, we gingen met de trein naar Den Haag. Helemaal euforisch was hij daarover, vooral toen we net in de trein zaten en deze begon te rijden.  Het was zijn eerste treinreis. Maar hij heeft ook een loopauto thuis, daar wil hij altijd even op rijden voor hij naar bed gaat. En dan fantaseert hij alles er op en er aan. Intussen maakt hij de geluiden van de handrem, van de ruitenwissers, van het starten en ga zo maar door. En er zit dus ook een zogenaamde radio op, die dus altijd op radio 1 staat. Op radio 1 praten ze voornamelijk en dat vindt hij leuk. Muziek op de radio dat hoeft voor hem niet zo. Hoe komt dat?

Dat komt omdat hij altijd muziek in zijn hoofd heeft als hij aan het spelen is. En dat gaat niet samen met andere muziek, dan kan hij gewoonweg niet goed meer spelen. Ik heb deze week stiekem wat opgenomen, in zijn spel. Hij speelde weer allerlei  gebeurtenissen die plaats vinden in het heelal. Populair zijn de laatste tijd meteorietenregens (vallende sterren). Dat was er nu niet bij. Maar er gebeurt van alles, hij maakt allerlei geluiden en zingt. Op het einde zingt hij een youtube liedje over planeten. Zijn spel is een en al muziek. En muziek is leven. Hij wil geen muziek horen, want het leven zelf is al muziek.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie

Homoniemen

Autisten willen precies weten hoe de wereld in elkaar zit. Mijn oudste kleinzoon kan heel kwaad worden als je bijvoorbeeld zegt: ‘zo meneer, laat maar eens zien’. ‘Ik bén geen meneer’ schreeuwt hij je dan toe. En dat blijft hij heel moeilijk vinden.

Zo had hij gisteren een autootje weer terug gevonden dat eerder kwijt was. ‘Nou jij bent een echte speurneus’ zei mijn vrouw. ‘Ik bén geen speurneus’. ‘O sorry, nee natuurlijk niet, maar je kunt wel erg goed zoeken’ antwoordde zij. Even later stond hij bij mij in de keuken. Hij was er duidelijk nog steeds mee bezig. ‘Opa wat is een speurneus? ’ Ik legde hem uit dat als iemand heel goed kan zoeken en iets kan vinden, dat zo iemand soms wel eens een speurneus wordt genoemd. Het is gewoon een naam voor iemand die goed kan zoeken. ‘ Hij dacht na en had duidelijk weer wat geleerd. Hij zelf  is geen neus, dat weet hij. En een speurneus is blijkbaar gewoon een mens. Oke dan.

spelenHeel moeilijk voor autisten is het feit dat een zelfde woord soms twee betekenissen kan hebben. Dat komt hij herhaaldelijk tegen. Mijn vrouw heeft hem uitgelegd dat dat een homoniem is. Ook daar denkt hij dan zichtbaar over na. De volgende dag vraagt hij ‘is spelen een homoniem?’ Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’  ‘Spelen is als je een spelletje doet, bijvoorbeeld “ik zie ik zie, de kleur is…”’ Ah, ik begrijp zijn probleem. ‘Ja maar spelen kan ook zijn dat je met autootjes speelt, dat bedoel je? ‘ ‘Ja, dat bedoel ik. En je kunt ook “alsof” spelen, bijvoorbeeld vader en moedertje’ voegt hij er nog aan toe.

Ik sta weer verbaasd over zijn intelligentie en doordenken. Maar vooral ook dat hij op die manier de chaotische wereld om zich heen weer iets meer weet te ordenen. Het lijken voor hem allemaal totaal andere dingen. Toch zeg je overal “spelen” tegen. Dan zijn het dus waarschijnlijk homoniemen.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , | 2 reacties

Onthaasten

Soms fantaseer ik dat ik ergens woon waar je geen geluid van  mensen kunt horen, waar er ’s nachts geen licht is behalve soms het zilveren licht van de maan, waar je ’s ochtends de dauw kunt ruiken en waar je je helemaal in de natuur opgenomen voelt. Daarom gaan veel mensen misschien op vakantie. Toch kan iets dergelijks ook dichtbij huis. Sta om vier uur op.  Bij mij thuis is het dan doodstil, afgezien van uilen, kikkers en watervogels. Buiten ruik je inderdaad de dauw en soms ook het water van de Lek. Natuurlijk, in bepaalde periodes zul je vooral mest ruiken. Maar zelfs dat kan lekker zijn. En kijk je om je heen, dan zal je afhankelijk van het seizoen allerlei details kunnen zien die verwonderen en boeien. Insecten, spinnen, planten.

Eergisteren had ik een dergelijke ervaring gewoon overdag. Naast de natuurgeluiden hoorde je ook af en toe een tractor of een auto op de dijk, op de Lek sputterde een boot. Maar je hoorde vooral door de stevige wind het ruisende riet en de klotsende golven. Wat klinkt dat heerlijk.  Als je je ogen goed de kost gaf zag je veel meer bloeiende planten dan je zou denken. Ik genoot. Wat daalde er een rust over me heen. Ik was gewoon even een uurtje buiten.

Als je even ook weer mens wilt worden zonder naar buiten hoeven te gaan kun je ook naar mijn opname van die middag kijken en luisteren. Helemaal over je heen laten komen. Liefst met een stevig geluid. Bij mij werkt het. En weet je iets van wilde bloemen. Dan is het extra genieten. Geen enkele echt bijzondere bloem zit erbij. Maar allemaal doen ze aan het spel van onthaasten mee.

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , | 3 reacties

Zwart gat

In de Volkskrant van vandaag staat een interessant artikel waar ik enkele stukjes uit citeer:

zwartgatSterrenkundigen hebben gezien hoe een zwart gat een ster opslokt. Bestek kwam er niet aan te pas en tafelmanieren waren ook ver te zoeken. Sterker: de astronomen hebben vooral de langgerekte boer waargenomen waarmee de maaltijd werd afgesloten. Die duurt al ruim tien jaar. De nieuwe resultaten, deze week gepubliceerd in Science, doen vermoeden dat zulke kosmische vreetpartijen vaker voorkomen dan algemeen wordt gedacht.

Het ‘sterrenrestaurant’ waar het etentje plaatsvond ligt op 150 miljoen lichtjaar afstand, waar twee sterrenstelsels op elkaar zijn gebotst. Vermoedelijk hebben beide stelsels een kolossaal zwart gat in het centrum. Een van die zwarte gaten deed zich op 30 januari 2005 tegoed aan een ster die nét iets te dichtbij kwam.

De kosmische ‘boer’ werd in 2011 voor het eerst zichtbaar met grote radiotelescopen. In de jaren daarna werd hij steeds langgerekter. Uit de metingen leiden de sterrenkundigen af dat het gas in de straalstroom met een kwart van de lichtsnelheid beweegt – ongeveer 75.000 kilometer per seconde.

Het zwarte gat in de kern van ons eigen Melkwegstelsel snackt ook af en toe een ster, zegt Markoff. ‘Gemiddeld misschien eens in de tien- à honderdduizend jaar. Dit soort metingen leren ons veel over de details van het proces, en ook over de frequentie waarmee zoiets gebeurt.’

Het eerste waar ik aan dacht was de foto die een facebook-vriend maakte van een grote sprinkhaan die een kleine sprinkhaan zat op te eten. Ook moest ik denken aan iets veel fundamentelers: het leven bestaat dankzij het feit dat het sterft en vaak wordt omgevormd tot voedsel. Als dat niet zo zou zijn dan zou alles altijd blijven leven en zou al het leven vreselijk in de knoei komen: er is immers geen plaats voor alles en iedereen. Dus bomen gaan dood, planten gaan dood, dieren gaan dood, mensen gaan dood. Dat kan op een vrij vreedzame manier gebeuren, gewoon ouderdom, maar het kan ook op een meer gewelddadige manier. In de bio-industrie is de mens daar erg goed in geworden. De voornaamste functie van levende wezens is dan: ze dienen tot voedsel. Deze wrede manier is niet alleen aan de menselijke geest voorbehouden. Filmpjes van spinnen die andere dieren vangen, opsluiten en geleidelijk oppeuzelen. Zwarte gaten doen dat dus ook. Maar ook de aarde zelf. De aarde vangt voortdurend meteorieten waarvan de meeste in de dampkring verbranden. Is dat ook voedsel voor de aarde? Alles wat er in onze dampkring zit is een mengsel van stoffen die er al een hele tijd waren tot en met nieuwere stoffen. Die we zelf produceren zoals CO2. Maar ook “sterrenstof”. De bouwstenen van het leven komen misschien van “ingevangen kometen” is een theorie die nog steeds door een aantal wetenschappers gehanteerd wordt.

Als we deze schranspartijen van zwarte gaten helemaal zouden begrijpen, en vergelijkbare processen op micro-niveau zouden snappen, dan zouden we misschien ook iets meer van ons zelf begrijpen. En van onze complexe, schijnheilige(?) en in de loop van de tijd steeds maar veranderende kijk op ethiek.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | Plaats een reactie

Museum Voorlinden

spiegelhuisAl voor de tweede wereldoorlog bouwde Kurt Schwitters een huis van afvalmateriaal en beschouwde dat als een kunst-object. Bij de grote Kurt Schwitters-tentoonstelling meer dan tien jaar geleden in Boijmans werd dat huis nog een keer opnieuw opgebouwd en het was daar toen een van de grote publiektrekkers. Kan dat nog steeds, een huis van afval bouwen en dat als kunstobject beschouwen? Ja zeker! In museum Voorlinden is iets vergelijkbaars te zien. De Chinese kunstenaar Song Dong woont in Peking. De buurt waar zijn ouders gewoond hebben wordt op dit moment  beetje bij beetje gesloopt en al het oude moet plaats maken voor nieuwbouw. Ik zag al een keer een reportage over hem die gemaakt was in Peking. Hij loopt door deze buurten tussen het sloophout en de afgedankte spullen en neemt van alles mee. Hij heeft nu heel veel kozijnen, deuren, lampen, spiegels en hout als basis genomen voor zijn “Through the wall”. Van buiten ziet het object er uit als een kleurrijke muur met inderdaad allerlei hout, raamkozijnen en deuren. Je kunt er helemaal omheen lopen, het lijkt gewoon een dikke muur. Maar als je dan een kleine deur opent blijk je ook naar binnen te kunnen. Dat is een overweldigende ervaring. De vloer is een lange spiegel. Je bent bang om er door heen te zakken als je te stevig zou lopen. Maar ook de wanden zijn voorzien van spiegels in allerlei formaten. Boven je hangen honderden lampen op verschillende hoogtes, die spiegelen van opzij naar elkaar toe en ook de vloer spiegelt alle elementen naar de diepte, vandaar dat je bang bent door de vloer te zakken.. De kleine ruimte wordt zo opeens groter maar tegelijk wordt het er door de grote hoeveelheid objecten die van alle kanten op je af lijken te komen benauwd. Als je er een half uur zou worden opgesloten zou je gek worden heb ik het idee. Een kunst object dat je dus moet ervaren.

Zo zijn er in dit museum meer kunstobjecten die je moet ervaren. Je ziet een klein zwembad waarin het water klotst. Verder lijkt het op het eerste gezicht gewoon op een soort privé zwembad. Maar opeens zie je beelden onder water. Je ziet mensen lopen op de bodem, zonder zuurstofmaskers. Hoe kan dat? Je kunt ook via een geheime trap naar beneden gaan. Dan kom je onder water uit. Je bevindt je in een zwembad zonder water, alhoewel? Er is een glazen plafond en daarboven kabbelt water. En je ziet boven in dat water.. alweer mensen.  Je hebt de neiging om een performance voor de kijkers boven te gaan opvoeren. Ik ging op de bodem liggen en deed net of ik op mijn rug zwom. De aanwezige toeschouwers om me heen vonden dat erg grappig. Ook mijn vrouw maakte zwemmende gebaren. Het zwembad is van Leandro Erlich.

Een film uit 1987 van Zwitserse kunstenaars (ik ben hun namen helaas vergeten) blijkt nog steeds de moeite waard. Je ziet hoe elke gebeurtenis een nieuwe gebeurtenis tot gevolg heeft. Een blok valt om, op een wip waardoor een fles gaat leegstromen, de inhoud stroomt in een vat met een chemisch goedje welk begint te borrelen, waardoor er een chemische reactie ontstaat die weer een nieuwe beweging tot gevolg heeft en ga zo maar door. Rollende, slingerende, stromende, brandende objecten die steeds op wonderbaarlijke manier weer iets anders tot gevolg hebben. Je blijft kijken want je weet nooit wat er nu weer gebeurt. Heel bijzonder.

En wat te zeggen van een mini-lift. Je ziet de deuren van twee liften naast elkaar en je kunt zien aan de lampjes waar de lift zich bevindt. Opeens gaat er een liftdeur open. En weer dicht, en zo voort. Dit alles in mini miniformaat. Kleine kinderen gaan op de grond zitten om te zien wat er allemaal gebeurt. (Maurizio Cattelan)

lift

Veel bekijks ook de meer dan levensgrote versie van een oud zonnebadend echtpaar. (Ron Mueck). Alles klopt, de huid lijk je te kunnen aanraken. Maar alles twee keer zo groot als normaal.

echtpaar

Het museum Voorlinden is een mooi gebouw met een prachtige tuin. En het ligt in een oase van ruimte op een buitengebied in Wassenaar. Met naast de aangelegde tuin iets verder ook veel wilde bloemen. Ondanks de koude zondag was het er goed toeven.

museum

wildebloemen

bij

Geplaatst in kunst, recensie, theater | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Afscheid van professor Berkvens

minderbroedersklooster

professorenMeer dan dertig hoogleraren in gepaste kledij omringden Professor Berkvens bij zijn afscheidsrede vrijdagmiddag in de aula van de Universiteit Limburg op de Minderbroedersberg in Maastricht. In dat gebouw was ik nog nooit geweest. In Maastricht zijn veel historische gebouwen behouden gebleven omdat ze tegenwoordig gebruikt worden door de Universiteit Limburg. Daar kunnen we heel blij mee zijn. De voorloper van de voormalige kerk op de Minderbroedersberg, dat is de voormalige vroeg-gotische kerk in de Pieterstraat die al begin dertiende eeuw gebouwd werd door de Minderbroeders. Daar zit nu het Regionaal Historisch centrum en daar kom ik vaak. Na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik en het vermeende verraad door enkele Minderbroeders en Jesuïten die de Spanjaarden weer binnen de stadspoorten wilden laten dringen, moesten de ordeleden van beide kloosters Maastricht verlaten en de kerken en kloostergebouwen kregen al snel een nieuwe functie. Later, toen Lodewijk XIV Maastricht had veroverd, mochten ze weer terugkeren. De Minderbroeders bouwden toen een nieuwe kerk en een nieuw klooster, een sober barokgebouw, en dat heb ik nu dus voor de eerste keer van binnen gezien. Er is erg veel verbouwd. De aula vond ik ronduit lelijk met zijn systeemplafond. Het was moeilijk om een indruk te krijgen hoe deze ruimte er ooit heeft uitgezien.

In zijn afscheidsrede “Het leenrecht vergadert. Limburgse rechtsgeschiedenis in Euregionaal perspectief greep Berkvens terug op zijn bijzonder hoogleraarschap rechtsgeschiedenis der Limburgse territoria. Hij was in zekere zin een buitenbeentje op de universiteit. Van huis uit was hij een historicus met speciale belangstelling voor het middeleeuwse recht. Toen de functie voor bijzonder hoogleraar werd ingesteld op initiatief van het Limburgs Oudheidkundig genootschap had hij er op gesolliciteerd. Ondanks het feit dat hij niet beantwoordde aan een van de voorwaarden, meester in de rechten, was toch hij degene die werd benoemd. Sindsdien staan er vele publicaties op zijn naam en heeft hij zich op allerlei terreinen verdienstelijk gemaakt. Ik ken hem vooral van veel artikelen in de jaarboeken van het LGOG.

Professor Berkvens liet een kaartje zien van het gebied tussen Maas en Rijn in de zestiende eeuw. Diverse kleine stukken waren in leen bij de keurvorst van Keulen, maar lagen op het territorium van Gulick, Brabant of Loon. En in de loop van de tijd wisselde de soevereiniteit voortdurend: sommige lenen kwamen op grond te liggen waar opeens de Staten der Nederlanden de baas waren geworden of welke bezit van Spanje of later Oostenrijk werden. Al die soevereine heersers gingen weer anders om met deze leengoederen en er moest vaak worden uitgezocht wie nu het laatste woord had bij geschillen: de keurvorst van Keulen als leenheer of de nieuwe soeverein heerser..

Het was een mooie afscheidsrede en er werden nog veel mooie woorden gesproken. En ook buiten bleef het nog lang mooi. Ik genoot weer van wat ik de mooiste stad van Nederland vind.

maastricht

 

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Heiligdomsvaart

Noodkist-Sint-Servaas-Maastricht

foto van http://www.katholiekforum.net

Op TV waren onlangs beelden van de Heiligdomsvaart in Maastricht te zien. De Heiligdomsvaart is het evenement waarbij eens in de zeven jaar relieken in processie door de stad worden gedragen, onder meer de vergulde noodkist met het gebeente van de Heilige Servaas. De processie wordt door de mensen zonder zachte G met een gemoedelijk folkloristische glimlach bekeken, iets waar je niets van snapt maar dat er wel leuk uit ziet.

Hoe anders was dat bijna 150 jaar geleden. Op 27 juli 1873 werd de nieuwe kapel voor de relieken van de Servaaskerk ingericht (de huidige schatkamer). Er volgde een grootse processie waarin onder meer ruim tachtig priesters mee liepen. De politie vond deze processie onwettig en maakte proces verbaal op. Hoezo?

In de negentiende eeuw was er een tijd lang een ministerie voor de “Roomskatholieke Eeredienst.” Waar hield dat ministerie zich mee bezig? Tja. In ieder geval zien we hoe er tot in 1880 en soms ook nog later regelmatig gedonder is rond het houden van processies, met in de zeventiger jaren van de negentiende eeuw in mijn ogen enkele bijzonder benepen dieptepunten.

Een van de aanleidingen tot die houding in die tijd is wellicht de zogenaamde Kulturkampf in Duitsland. Bismarck liet kloosters sluiten en er kwamen nog meer anti-katholieke maatregelen.

(Wikipedia: In 1873 werd het katholieken verboden om voor de Kerk te trouwen. Alleen het burgerlijk huwelijk gold als geldig voor de wet. Ook werden weerspannige priesters en bisschoppen gevangengenomen of het land uitgezet. In juli 1872 werden de jezuïeten uit Pruisen verbannen. Later werden ook andere kloosterorden opgeheven en de leden eveneens het land uitgezet. In 1873 werden de Mei-wetten uitgevaardigd, hetgeen een hoogtepunt in de strijd tegen de Katholieke Kerk betekende. Kandidaat-priesters werden verplicht om voor een periode van ten minste drie jaar aan een Duitse universiteit te studeren.)

Dat was koren op de molen voor de anti papisten en liberalen in Holland. Ze zagen hoe de katholieken uit Duitsland over de grens hun heil in katholiek Nederland gingen zoeken. Diverse kloosters vestigden zich in Limburg. Maar ook kwamen er processies op Nederlands grondgebied. Kwamen die Duitse processiegangers in Nederland niet gewoon propaganda maken voor hun standpunt in de Duitse cultuurstrijd, zo was de redenering? Bij zo’n Duitse processie naar Kapel aan het Zand in Roermond wilde de Nederlandse Marechaussee de leider van die processie een proces verbaal geven. Maar de pelgrims hadden wandelstokken bij zich en joegen daarmee de gewapende marechaussee op de vlucht. Die haalde versterking. Toen die aankwam waren er nog slechts een klein aantal karren met pelgrims die nog niet de grens waren over gestoken. Elk mannelijk lid dat ze in de achtergebleven karren aantroffen werd gearresteerd en meegevoerd.

Dit was niet het eerste en enige incident. In 1976 kwamen pelgrims uit Rotterdam met de trein aan in Sittard. Daar werden ze feestelijk onthaald door de plaatselijke fanfare, maar: ook door de marechaussee. Deze greep niet in maar bewaakte de hele tocht door de stad en sloeg in de ogen van de plaatselijke bevolking een belachelijk figuur. Korte tijd later werd de processie van Beek naar Sint Gerlach door de politie verstoord. Van hoger hand werd verboden om vaandels, beelden en het kruis te dragen. Ook mocht er niet hardop gebeden of gezongen worden. Iets later, alweer bij Kapel aan het Zand, werd aan Duitse pelgrims uit Kempen te kennen gegeven dat ze zich dienden te verdelen in groepen van maximaal twintig personen. Toen de Duitsers geen aanstalten maakten om dat te doen begon de politie er met stokken op in te slaan. En zo kan de lijst uitgebreid worden met nog tientallen incidenten.

Behalve de Duitse Kulturkampf was er nog meer aan de hand. Koning Willem I had vanaf 1815 een behoorlijk anti-katholieke houding waarmee hij zich in de katholieke gebieden niet geliefd maakte. Dat was een van de redenen waarom België zich afscheidde van Nederland. Willem II , diens opvolger, was veel gematigder en de grondwet van 1848 van Thorbecke leek godsdienstvrijheid te waarborgen. Maar om ook de calvinisten te vriend te houden waren er toch nog enkele bepalingen in die wet die stof tot gedoe konden geven. Zo stond er dat elke vorm van godsdienstuitoefening die al op dat moment en op die plek bestond geoorloofd was. In de zeventiger jaren ging men op enkele plaatsen opeens naar de letter van die wet handelen. Als een processie een straat aandeed die nog nooit eerder was aangedaan dan werd er proces verbaal opgemaakt. Nieuwe processies mochten zo wie zo niet. Ook bleek er te staan dat elke parochie maximaal twee keer per jaar een processie mocht houden en dat moest dan ook altijd op een zondag zijn. Genoeg aanleidingen en argumenten dus om een processie tegen te houden of om de leiders te verbaliseren. Als er dan een rechtszaak ontstond dan moest de verbalisant minimaal de rechtskosten betalen maar ook werden er soms gevangenisstraffen tot wel een jaar opgelegd.

Het blijkt dat deze wet uit 1848 nog nooit is vervangen. In 1918 bepaalde de Hoge Raad inzake een processie te Zevenaar dat een processie alleen maar is geoorloofd op een plaats waar die ook in 1848 al was toegelaten, dus de grondwet van Thorbecke werd er weer bijgehaald. 31 augustus 1954 trad voor Nederland het Verdrag van Rome in werking, die godsdienstvrijheid moest garanderen. Maar hoe die wet te interpreteren? Ook nu weer was de Hoge Raad van mening dat de beperkingen van Thorbecke voor Nederland nog steeds zouden kunnen blijven gelden. De staatscommissie Cals-Donner vond enkele decennia later dat dat niet meer van deze tijd was. Voorgesteld werd om de tweede alinea van artikel 184 (vroeger 167) uit de grondwet te schrappen. De tweede kamer nam deze grondwetherziening eind 1975 aan, maar door de val van het tweede kabinet den Uyl ging deze herziening toen niet door.

Wat staat er op dit moment in de grondwet?

Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten, behoudens de nodige maatregelen ter zake der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten.

De tweede alinea staat er nog steeds, maar geen hond die er meer naar kraait… Voor een ordelijk verloop heb je slechts toestemming van de burgemeester nodig, waar en wanneer je ook een processie gaat houden. Het zijn niet de heiligdomsvaarten maar de voetbalwedstrijden die de nodige orde-problemen opleveren. Maar daar over stond niets in de grondwet van Thorbecke…

Literatuur: Giel Hutschemaekers, Limburgse processieperikelen 1873-1880 (Maasgouw 3 en 4 1980)

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

De periode in de Europese geschiedenis tot de Franse revolutie van 1789 wordt ook wel de tijd van het Ancien Régime genoemd. In korte tijd werden door de revolutionairen veel dingen afgeschaft zoals tol en gilden, werden kerk en staat gescheiden, was er vrijheid, gelijkheid en broederschap en werd de adel van zijn privileges beroofd. Ook werden tijd, maten en allerlei eenheden op elkaar afgestemd en opnieuw geformuleerd. Maar: de idealen van het revolutionaire begin bleken al snel niet haalbaar. Napoleon schafte de Franse tijdsindeling weer af en verzoende zich met de paus. Sommige bepalingen werden weer terug gedraaid, andere bleven en werden na 1815 in een groot deel van Europa gemeengoed. Althans dat is de algemene gedachte. De tijd van het Ancien Régime was nu dan toch voorbij. Is dat wel zo…

jaarboek 1846Dat dit een moeizaam proces was blijkt als je het Jaarboek voor het Hertogdom Limburg (het huidige Nederlands Limburg) uit 1846 bestudeert. We hebben het over inmiddels meer dan 50 jaar na de Franse revolutie. Enkele voorbeelden, het eerste met betrekking tot de standaardisering van maten, het tweede m.b.t. de vervlechting van Kerk en Staat, het derde m.b.t. de standenmaatschappij.

1

Het Nederlands verpakkingsmateriaal als kannen, vaten, kuipen moest opnieuw worden vervaardigd. Pas in 1845 was men zover dat de lokale maten verlaten werden. De kuipers moesten zich houden aan de volgende afmetingen, uitgedrukt in Nederlandse strepen (een streep is het duizendste gedeelte van een el, waarbij er gemeten werd met de Nederlandse streep, die minimaal afweek van lokale “strepen”.)
Een vat van 10 kannen diende een sponsdiepte te hebben van 236 strepen, een bodems middellijn van 197 strepen en een hoogte van 256 strepen. Zo werden daarna ook de afmetingen van vaten van 20, 30, 40, 50, 100, 150 en 200 kannen omschreven. Als je het jaarboek doorbladert volgen er nu pagina’s achter elkaar met tabellen. Regionaal verschillende maten kunnen hiermee teruggerekend worden naar Nederlandse maten. Lengte maten: alles wordt nu Nederlandse el of are. Zo is een roede, die in Gronsveld 15 voet en 5 duim meet, voortaan 4,5228 el oftewel 0,2046 are. Voor elke plaatselijke roede is dat weer wat anders. De verschillende inhoudsmaten als kan (kan voor bier, wijn of melk verschillen oorspronkelijk!), worden slechts “een kan”: de Nederlandse kan. De verschillen per regio blijken aanzienlijk, een kan bier was in Roermond niet hetzelfde als een kan bier in Maastricht. Maar alle kannen worden ongeacht de inhoud en waar ze vandaan komen hetzelfde. Dan komen de tabellen met gewichten (korrel, wigtje, lood, once, pond of medicinale gewichten: grein, schrupel, drachme). Een Maastrichts pond is 4 once, 6 lood, 7 wigtje en 7 korrel. Zo simpel is dat. Maar wat vooral opvalt: de gewichten worden in die tijd meestal nog niet omgezet naar een standaarmaat met decimalen, het gaat slechts om het omzetten van alle lokale varianten naar een Nederlandse standaard. De Franse eenheden kilo, liter, meter zijn er nog niet. Er wordt nog steeds voornamelijk gerekend in pond, kan en el. Alleen zijn er dus geen regionale verschillen meer. En de tonnen, kannen, kuipen moeten opnieuw gefabriceerd worden en voldoen aan de nieuwe Nederlandse standaard. Daarvoor worden zeer veel ijkmeesters aangesteld. Oude verpakkingsmaterialen dienen te worden ingeleverd.

2

Achter in het jaarboek staan de namen van de landelijke ministeries en de bijbehorende ministers in 1846. Welke ministeries had men?

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Ministerie van Justitie
  • Ministerie van Binnenlandse zaken
  • Ministerie van Hervormde en andere diensten behalve die der Rooms-Katholijcke
  • Ministerie van de Rooms-Katholijcke Eeredienst
  • Ministerie van Kolonien
  • Ministerie van Marine
  • Ministerie van Financien
  • Ministerie van Oorlog

Opvallend is dat er vier ministeries zijn die naar mijn idee op zijn minst twee aan twee dicht bij elkaar liggen, maar in die tijd blijkbaar goed te scheiden waren: buitenlandse zaken en kolonien, marine en oorlog. En er waren maar liefst twee ministeries die zich uitsluitend met godsdienstige zaken bezig hielden, hoezo scheiding van kerk en staat? En de Rooms-Katholijcke Eeredienst moest helemaal apart in de gaten gehouden worden, daar werd zelfs een compleet ministerie om heen gebouwd! Ministerie van Sociale zaken, dat bestond nog niet. En er was ook nog geen ministerie van Onderwijs.

3

Ook opmerkelijk: bij de indeling van de leden van de provinciale staten werd nog bijna een middeleeuwse indeling gemaakt: eerst stond er een lijst met leden namens de ridderstand, dan kwamen de leden namens de steden en tot slot de leden namens de boerenstand.

Limburg werd militair bestuurd door een commandant die zetelde in Maastricht. Dat was niet zo maar de eerste de beste, het ging om: Graaf van Limburg Stirium, luitenant-generaal, buitengewoon adjudant des konings, kommandant der 1e divisie infanterie, opperbevelhebber der vesting Maastricht en der troepen in het Hertogdom Limburg, W.O.R. 3e klasse, N.L.R.E.K.K. ridder van de orde van St. Anna 2e klasse met diamanten van Rusland, idem van de 3e klasse der orde van St.-Wladimir, kommandeur van de Guelphem-orde van Hanover, ridder van den Gouden Leeuw van Hessen, grootkruis van den Witten Valk van Saxen-Weimar-Eisenach. Zo!

Het Ancien Régime was voorbij. Maar er was nog steeds een standenmaatschappij. De staat bemoeide zich nadrukkelijk met kerkelijke zaken. Europese standaardisering was er nog lang niet. Er bleken nog heel wat kleine revoluties en zelfs oorlogen nodig te zijn om de oorspronkelijke idealen te verwezenlijken: vrijheid (democratie met stemrecht voor iedereen), gelijkheid (toegang tot onderwijs voor iedereen bijvoorbeeld), en broederschap (sociale zorg).

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Afscheid

In de korte toespraak in de pauze van zijn afscheidsconcert in de Doelen van Rotterdam zei dirigent Yannick  Nézet-Séguin woorden die aan de ene kant klinken als een cliché, maar die je desondanks raken. Hij zelf werd emotioneel. Samengevat:

Afscheid hoort bij het leven
Leven is muziek
Muziek is vriendschap
Ik zal altijd van jullie houden

Het concert is opgenomen door Radio 4 en kun je terughoren bij het onderdeel “het  Zondagmiddagconcert” via deze pagina:

https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-06-10

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , | 2 reacties

Engels in het Hoger Onderwijs

In de late Middeleeuwen was het Latijn de taal van de geletterden en het was ook de voertaal in het hoger onderwijs. Pas in de zestiende en vooral de zeventiende eeuw werd dat meer en meer de volkstaal. Dat terwijl er in de hogere kringen in die tijd vooral Frans werd gesproken. Er zijn nog steeds heel veel Franse leenwoorden, dat werd duidelijk bij de conference “Van Kwaad tot Erger” van Theo Maassen uit 2016 met een meesterlijk onderdeel dat daar over ging, onlangs nog te zien op de Nederlandse televisie. Maar het zal voor iedereen duidelijk zijn dat nu het Engels de agressief dominante taal is die in snel tempo eerder nog gangbare Nederlandse termen vervangt. In België is het nog lang niet zo erg, ook in Duitsland niet. Jongens, we lopen voorop! Nederland heeft een voorbeeldfunctie voor de rest van Europa. Wij zullen als eerste de volkstaal wurgen, de rest van Europa zal ons weldra volgen! Minister van Engelshoven schrapt de verplichting om het Nederlands als onderwijstaal te gebruiken in het Hoger Onderwijs. In het interview met haar in de Volkskrant van 4 juni:

U zet symbolisch een grote stap. In de wet staat nu: er wordt les gegeven in het Nederlands, tenzij er noodzaak is om het anders te doen. Dat gaat u schrappen?

‘Ja. Het regeerakkoord zegt : Engels kan wanneer het meerwaarde heeft. Dat vind ik een veel zinvollere manier om er naar te kijken. 

Waarschijnlijk zal het een administratieve futiliteit zijn om die meerwaarde aan te tonen en dat zal tot gevolg hebben dat het wel eens snel zou kunnen gaan met de verdere verengelsing in het Hoger Onderwijs. Wil Europa dat? Nee! Kan misschien de Europese unie hierin nog iets betekenen? Als er een besmettelijke ziekte bij de veestapel van een boer is worden voor de zekerheid alle dieren gedood. Misschien moeten in Nederland de dijken worden doorgestoken. Nederland moet gewoon worden terug gegeven aan de zee. Behalve alles dat boven NAP ligt, dat mag blijven. Europa zal worden beschermd door de duinen van Brabant en Gelderland en de heuvels van Limburg. De ergste verloederingshaard bevindt zich namelijk onder NAP, daar waar ze geen Nederlands kunnen (boederai, Pottuchal) en eigenlijk ook geen Engels. (Ai lif in Holland). Misschien kan de rest van Europa op die manier nog gered worden? Als de lidstaten tenminste daarnaast nog extra maatregelen treffen. De volkstaal beschermen is niet makkelijk. Engels als voertaal zou misschien verboden moeten worden, om te beginnen in het Hoger Onderwijs. Maar ook in onze winkels moet het een en ander worden aangepast. Dankzij Europese maatregelen is het vanaf dan nergens meer sale en gaan we ook niet meer naar de outdoor afdeling voor een mountainbike, in een land zonder bergen you know. Snack to go’s laten we abroad. Ook geen self supporting aan de hand van een how-to-film. Een E-bike wordt niet door Apple gemaakt dus we zeggen er gewoon electrische fiets tegen. We stappen ook niet op onze casual bike met activity tracker. Slim is weer gewoon slim en heeft niets met een kledingmaat te maken. Een fitting kennen we misschien nog wel, maar kleren gaan we gewoon in de winkel passen. En wie op vakantie naar een resort wil gaan zal helaas Europa moeten verlaten…

Zie ook:

https://ppsimons.com/2016/10/30/taalverloedering-in-de-zestiende-eeuw/

Geplaatst in maatschappij, taal | Tags: , , | Plaats een reactie

Muurhagedis

Het was een mooie dag in Maastricht. Op enkele plaatsen in de binnenstad lag modder. Het had  blijkbaar nog niet lang daarvoor stevig geonweerd. Maar nu was de lucht blauw en de terrasjes zaten vol. Ideaal weer om muurhagedissen te spotten. Het hoeft daarvoor trouwens niet eens heel warm te zijn, zo vanaf april kun je ze soms al zien. Maar de zon moet eigenlijk wel schijnen. En dat deed hij. Waar moet je dan zijn? Soms zie ik ze op de oude stadswal, bijvoorbeeld in het Lange Grachtje. Vaker zijn ze te vinden bij de voormalige vestinglinie Hoge Fronten, een gebied dat nu als een natuur- en historisch monument is ingericht.

hoge-frontenDaar ging ik dus heen. Ik rook het al: marjolein, tijm. Wat een genot, en dat in Nederland. En ik was er alleen. Er stond een bankje, Zitten, ruiken, genieten. Ik keek uit over de lage delen, daar mag je tegenwoordig niet meer komen. Vroeger kwam ik daar een keer een bioloog uit Engeland tegen, die speciaal voor de hagedissen minstens een keer per jaar naar Maastricht ging.  Muurhagedissen komen in Nederland alleen in Maastricht voor. Maar de muren en de hagedissen populatie zijn te kwetsbaar. En juist daar beneden zitten dus de meeste muurhagedissen.  Er zijn overal spleetjes en schuilhoekjes te vinden. Gelukkig zijn er ook enkele muren iets verder op waar je wel langs mag wandelen. Dus dat ging ik dan ook doen. Spiedend met mijn ogen. Je ziet ze steeds maar even, ze hebben je al gauw in de gaten en schieten als een speer weg. Ze zien er ook uit als een speer. Prachtig gespikkeld, gestroomlijnd. Het kan op die muren al snel erg warm worden, precies waar ze van houden. Ik ervaar die plekken met die mooie oude verweerde stenen, net als de muurhagedissen als paradijselijk. Ik hoefde vandaag niet lang te wachten, ststs, daar schoot er al eentje over de muur. Even later weer een. Ik pakte mijn camera. Niet te lang wachten. Numero drie, ja: ik had hem!  Het was een mooie dag in Maastricht.

Geplaatst in natuur | Tags: , | 3 reacties

De atmosfeer verdieping

Mijn oudste kleinzoon van bijna vijf jaar verzint voortdurend nieuwe woorden. Zo noemt hij de ruitenwissers van de auto ruimtewissers. Maar wie weet wat een “atmosfeer verdieping” is? Voor hem is dat een doodnormaal begrip, niet vreemder dan alle andere nieuwe begrippen die hij dagelijks hoort en opslurpt.

torenEnkele dagen geleden was hij aan het spelen, bij de vensterbank van de serre. Daar staat al een hele tijd een door hem gemaakte toren van duplo-steentjes, waar hij verder nauwelijks aandacht meer aan besteedt, maar die niet mag worden afgebroken. Soms verplichten we hem om dat toch samen met ons te doen, maar als hij dan weer bij opa en oma is wordt de toren gelijk weer opgebouwd. Enfin, bovenstaande toren staat er nu al weer enkele weken. Om hem wat stabieler te maken had hij onder aan die toren een soort versterking gemaakt. (Ja, ook bij gotische kathedralen kwamen ze daar in de middeleeuwen soms pas na schade en schande achter, zoals in 1227 in Beauvais…) Maar hij heeft het inmiddels door, na aanwijzingen van zijn papa.

Op die toren kom ik zo terug, want hij gaat in zijn spel en gedachten van de hak op de tak en dat doe ik dan dus ook. Overigens maakt hij dan soms opeens toch weer een prachtig verband tussen dingen die ogenschijnlijk geen enkel verband lijken te hebben. Zo ook nu. Eerst speelt hij met een takelwagen en redt een poppetje dat was gevallen. ‘Wiewiewiewie. Gelukt!’ ‘Wiewiewie’ is het geluid van de aanstormende hulpdiensten met sirene. ‘Gelukt’ met het accent op ‘ge’. Dan ziet hij opeens dat zijn toren een ingang lijkt te hebben en zijn fantasie slaat gelijk op hol. Je kunt met een trap, nee met een lift helemaal boven in die toren komen! Naar welke verdieping ga je dan wel niet? Ik verwacht de vijfde verdieping of zo iets te horen, maar nee: je gaat naar “de atmosfeer verdieping”. Daar wordt namelijk de atmosfeer bestudeerd.

Even later, en dat heb ik jammer genoeg niet opgenomen, houdt hij een heel filosofisch verhaal over het woordje “gelukt”.  Dat kan betekenen dat een reddingsoperatie is gelukt, bijv. als een meisje van een hoogte naar beneden is gevallen. Maar als een raket omhoog stijgt dan tellen ze achteruit van 10 tot 0. En dan zeggen ze als de raket dan eindelijk omhoog is gegaan: ‘gelukt!’ Eveneens met het accent op ‘ge’. Die denkbeeldige raket zit inmiddels ergens boven in de atmosfeer. Je ziet hem misschien nog vanuit de atmosfeer verdieping. Als het geregend heeft zet je gewoon de ruimtewissers aan.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs, taal | Tags: , , | 9 reacties

Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci en de dierenriem

laatste-avondmaal-origineelToen Napoleon Milaan veroverde zag hij daar “het Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci. Tussen 1495 en 1497 schilderde Leonardo het werk voor de eetzaal van het klooster S. Maria delle Grazie in die stad. Wat wilde Napoleon dat werk graag hebben! Maar hij had net een concordaat met de paus gesloten, dus een ordinaire kerkenroof zoals zijn revolutionaire voorgangers in het laatste decennium van de achttiende eeuw hadden gepleegd kon hij niet zo maar doen. Dus hij koos voor een meer elegante oplossing: er zou een duplicaat vervaardigd worden van het beroemde schilderij en hij wilde dan, als dat klaar was, het origineel meenemen naar Parijs. Leonardo da Vinci had indertijd zitten experimenteren met een nieuw soort verf. Dat experiment was mislukt: de verf begon al enkele decennia nadat het klaar was langzaam maar zeker af te brokkelen. Napoleon beloofde dat er een mooie alternatieve voorstelling zou komen te hangen, een betere dan het gehavende origineel. Het enorme paneel zou niet geverfd worden maar worden opgebouwd uit heel kleine mozaïeksteentjes. Dat zou honderden jaren moeten kunnen mee gaan. Maar wat een werk moet dat geweest zijn, zoiets kon niet zo maar elke willekeurige kunstenaar voor elkaar krijgen. Na een zoektocht vond men in Rome een kunstenaar die dat wel kon, Giacomo Raffaelli. Deze deed er maar liefst acht jaar over. Het werk kwam klaar in 1814. Maar toen het dus eindelijk af was, was Napoleon inmiddels verslagen, verbannen en niet lang daarna was het Weense congres begonnen. Noord-Italië werd daarbij weer aan Oostenrijk toegewezen. Zo kwam het duplicaat van het Laatste avondmaal in een stad die toen viel onder de Oostenrijkse koning. Deze besloot om het te kopen en het naar Wenen te verplaatsen. Schloss Belvedere was de beoogde plek om het op te hangen maar het bleek daar eigenlijk nergens goed tot zijn recht te komen. Toen schonk de koning het aan de kerk van de Minderbroeders van Wenen. Zo kwam het terecht in de gotische Minoritenkirche. Daar hangt het nog steeds en ik zag het er onlangs.

laatste-avondmaal-wenenBij Arabische wetenschappers maar ook in de westerse wereld was astrologie in de middeleeuwen een vanzelfsprekende wetenschap. Astronomie was slechts nodig om astrologie te kunnen bedrijven. Ook in de tijd van Leonardo da Vinci was dat voor een groot deel nog zo. Het is zeker dat ook hij met astrologie bezig is geweest. Had hij ook een astrologische gedachte bij het weergeven van het Laatste Avondmaal? Veel mensen denken van wel. Op internet kun je meerdere theorieën die daar over gaan lezen. Elke apostel zou je dan kunnen zien als een verpersoonlijking van een van de karakters die gekoppeld is aan een van de twaalf dierenriemtekens. Maar welk dierenriemteken is nu welke apostel en welke persoon is dat op de afbeelding? In een boek dat ik al meer dan dertig jaar geleden kocht wordt dat uitgewerkt door H.S.E. Burgers, die nog les heeft gehad van Jung.

Veel mensen weten globaal wel iets van de karaktereigenschappen die aan bepaalde sterrenbeelden worden toegekend. ‘Typisch ram’ hoor je dan iemand zeggen. Ik vind het een mooie manier om tot een typering te komen, met uiteraard alle gevaren van dien. Een beetje vergelijkbaar met typeringen als cholerisch, melancholisch of flegmatisch. Sommige mensen kunnen niet stil zitten, ze moeten wat doen, andere hebben veel tijd nodig om tot een besluit te komen en ga zo maar door.

Deze dingen staan ook bij de typologie van de dierenriemtekens. Allereerst zijn deze gekoppeld aan de seizoenen: precies als de lente begint, begint ook het teken ram, als de zomer begint kreeft, als de herfst begint weegschaal, als de winter begint steenbok. Elk seizoen is nog een keer in drie gelijke delen verdeelt (ongeveer een maand dus). Het eerste deel van het seizoen wordt ook wel een hoofd-teken genoemd, het tweede deel een vast teken en het derde deel een beweeglijk teken. Verder is om en om een teken gekoppeld aan het element vuur, aarde, lucht en water. Dat levert dan het hele spectrum op van de twaalf dierenriemtekens. Vuur is kracht, onstuimigheid. Aarde is rust, standvastigheid. Lucht is verbinding leggen, communicatie. Water is gevoelsleven, mededogen. Door die vier elementen te combineren met de begrippen hoofd, vast en beweeglijk krijg je een vrij breed spectrum waar een deel van een persoon mee gekarakteriseerd kan worden. H. Burgers gaat daar nog veel verder in maar dat voert nu te ver.

Laten we de personen op de afbeelding bij Da Vinci eens nummeren: de apostelen links van Jezus noemen we van links naar rechts 1, 2, 3, 4, 5, 6. Hierbij nummeren we niet hoe ze aan de tafel zitten maar hoe we hun hoofd zien, dat is van belang bij de nummers 4 en 5! We gaan verder aan de rechterkant van Jezus, eveneens van links naar rechts: 7, 8, 9 , 10, 11, 12.

Volgens Burgers zijn de apostelen niet voor niets drie aan drie genummerd. Twee logische indelingen zijn dan mogelijk: elk groepje is een seizoen, of elk groepje is een element. Volgens Burgers een seizoen, maar niet de seizoenen in de gebruikelijke volgorde, en ook niet steeds de seizoensmaanden in de gebruikelijke volgorde. Hij staaft dat, maar ook dat voert hier te ver.

Jezus heeft net gezegd: ‘een van jullie zal me verraden.’  Elke apostel reageert op het paneel zo op zijn manier.

De eerste drie apostelen verpersoonlijken de lente. Maar de eerste figuur is hier niet Ram, maar stier. De derde is tweelingen. De stier ziet eruit als een bonkige figuur waar je niet om heen kunt, hij is de verpersoonlijking van de “vaste” aarde. Standvastig, betrouwbaar, rustig maar als hij los komt niet te temmen. Volgens Burgers is hij de apostel Bartholemeus. De tweede persoon is de personificatie van de ram. Heel sterk pleit hiervoor dat Leonardo da Vinci een zelfportret heeft gemaakt dat sprekend lijkt op deze tweede figuur, Leonardo is geboren op 15 april, onder het teken ram. Hieruit blijken twee dingen: Leonardo maakt van de apostelen dierenriemtekens en de tweede apostel was een ram. Volgens Burgers is de ram als eerste teken van de dierenriem iemand die naïef de wereld tegemoet treedt en open en onstuimig alles benadert. Daarbij heeft hij anderen nodig, met name de wijze waterman. De ram is hier Jacobus de jongere. Hij legt een arm over de schouder van de waterman, Simon Petrus. De derde persoon is het teken Tweelingen, en wel gepersonifieerd door Andreas. Deze apostel houdt zijn twee handen als een spiegel, als ware hij een tweeling, tegenover elkaar.

wenen-aarde

De stier is hier al woedend! De ram vraagt raad aan de waterman, de tweeling denkt te zeggen ‘wat zeg je me nou!’

Dan komt de tweede groep, niet de zomertekens maar de wintertekens. Duidelijk is wie Judas de verrader moet zijn:  de figuur die een zak geld in zijn handen heeft. Volgens Burgers zien we hier het dierenriemteken steenbok, een hoofd en aarde teken. De steenbok is iemand die geleidelijk zijn doel weet te bereiken, vaak langs slinkse wegen. Naast hem zit de Waterman, Simon Petrus. Simon Petrus richt zich naar Johannes rechts van hem, die met gevouwen handen niets kan uitbrengen. Hij is de overgevoelige vis. Simon Petrus troost hem met wijze woorden, en krijgt zelf steun van Jacobus de Jongere. Maar hij trekt ook zijn dolk, zoals Petrus niet veel later een soldaat een oor afsnijdt. Deze onstuimigheid van Petrus vind ik overigens persoonlijk minder passen bij een waterman, meer bij een vuurteken als ram. Zou je ram en waterman verwisselen dan gaat de groepering van seizoenen niet meer op en bovendien is dan ook de logica van het zelfportret verdwenen. Ik houd het dus toch maar op de interpretatie van Burgers.

wenen-water

Petrus: potverdorie wat zeg je me nou Jezus, gaat iemand jou verraden? Ik snijd hem zijn strot af! Judas: Oei, hij weet het, wat nu… Johannes (Vissen): ik wist het, we moeten berusten. Vissen staan bekend om hun gevoelsmatige inzicht en zelfs helderziendheid.  

De derde groep, rechts naast Jezus, bevat de zomertekens. Thomas, de maagd steekt zijn bestraffende vingertje op. Jacobus de Oudere, de leeuw, is alom aanwezig. Met gestrekte armen laat hij zien dat hij er is en probeert majesteitelijk zijn ongenoegen kenbaar te maken. Philippus, de kreeft, spreekt zijn oneindige liefde en medelijden met Jezus uit.

wenen-lucht

Tot slotte de laatste groep aan de rechterkant, de herfsttekens. Simon de IJveraar, de boogschutter, wil onmiddellijk iets organiseren om het onheil te wenden. In het midden zit Taddeus, de schorpioen, die alles door heeft en op zijn manier deel neemt aan de discussie. Rechts zit Mattheus de tollenaar, de weegschaal. Hij houdt zijn handen als een weegschaal en probeert met wikken en wegen tot een mogelijke oplossing te komen.

wenen-vuur

Burgers besteedt vele pagina’s aan de verklaring van de connectie tussen elke apostel en een dierenriemteken. Dat doe ik niet. Op internet vond ik ook enkele pagina’s die zich hier mee bezig houden. Een keer las ik een artikel waarbij alle apostelen van links naar rechts van ram tot vissen werden gegroepeerd. Ook was er een artikel waarbij getracht werd om ze te groeperen volgens de vier elementen vuur, aarde, lucht en water. Allemaal niet erg steekhoudend als je iets meer weet van de symboliek van de dierenriemtekens. De uitleg van Burgers is voor mij overtuigend. Alleen ram en waterman blijven nog enigszins wringen….

minoritenkirche

minoriten-portaalmadonnaDe Minoritenkirche is een mooie kerk die een enorme rust en sereniteit uitstraalt, van buiten en vooral ook van binnen. De kerk heeft ook een prachtig gotisch portaal en er staan enkele mooie oude beelden. Dit mozaïek komt daar wat mij betreft uitstekend tot zijn recht. Ook is het aardig om te weten hoe het er terecht is gekomen. En om de houdingen en uitdrukkingen van de apostelen te bekijken, al dan niet in een astrologische context.

Literatuur:
H.S.E. Burgers. Leonardo da Vinci’s psychologie der twaalf typen. L.J. Veen, Amsterdam, 1963.
Wien, Kunst und Architektur. Ullmann 2008. ISBN 978-3-8331-6018-9

Geplaatst in Astronomie, filosofie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

De heilige ibis in Wenen

In Egypte werd in de oudheid de God Thoth vereerd. Thoth of Djehoety was de god van de maan, de magie, de kalender, de schrijfkunst en de wijsheid. Hij had volgens de mythologie het schrift uitgevonden en die kennis doorgegeven aan de mensheid. Thoth werd weergegeven als een baviaan of als een ibis. De baviaan maakt een schril geluid vlak voor zonsopkomst. Zo wisten de Egyptenaren dat de dag was begonnen. De ibissen trokken massaal Egypte binnen als de Nijl overstroomde. Daarmee begon een nieuw seizoen. Zo was Thoth de god van de kalender. Via het schrift kon je aan Thoth iets vragen. De heilige ibis was de vogel die de vraag kon doorgeven. Zoals nu kaarsjes worden opgestoken om iets te vragen aan God via meestal een heilige, zo werd een ibis gedood, gemummificeerd en begraven in een ruimte. Op die manier werd er contact gelegd met Thoth. Er zijn in heel Egypte talloze grafgewelven gevonden met soms wel duizenden mummies van ibissen. De mummies werden na elke vraag steeds op elkaar gelegd.

ibis-mummieIn het Kunsthistorisches Museum van Wenen is er een grote afdeling die gaat over Egypte. Gemummificeerde ibissen werden in de oudheid gehuld in papyrus. Per ongeluk is nu ontdekt dat een van die papyrus omhullingen beschreven was. Het schrift is via moderne technieken weer zichtbaar gemaakt en ontcijferd. Het gaat over geld, schulden en rekeningen. Omdat Thoth de god is die ook over het schrift gaat lijkt het logisch dat deze geschreven teksten mee gestuurd zijn als men zich richtte tot deze God. Misschien was deze tekst onderdeel van een vraag aan Thoth, of het was gewoon een heilig onderdeel: immers schrift was net zo heilig als een ibis en beiden waren attributen van de God Thoth. Het is mogelijk dat er nog veel meer papyrus omhullingen beschreven blijken te zijn.

baviaan-mummieIn hetzelfde museum is ook een gemummificeerde baviaan te zien. Deze is opgevuld met de veren, kop en het skelet van een ibis! De twee dieren die de tijd symboliseren en zo het contact met Thoth bewerkstelligen.

Het doden van dieren met als doel iets te bereiken is vreemd genoeg ook nog lang in gebruik geweest in onze streken. Ik las op een dorpsrecept uit 1698 uit Swalmen (nu onderdeel van Roermond) hoe je een kind met stuipen kon genezen. (“Remedie tegen stuipen”). Je moest een levende duif van zijn staartveren ontdoen, dan het stuitje van die duif in zijn eigen bek stoppen tot het beest stikte en zwart ging zien. De stuipen zouden dan genezen moeten zijn. Zo niet dan moest je het hele procédé met een tweede duif herhalen….

remedie tegen stuipen

Je zou ook kunnen zeggen dat de duif geofferd is. Offers van duiven waren in het oude testament heel gewoon.

thothIn Egypte werden goden in het algemeen vertegenwoordigd door dieren. De god werd dan afgebeeld als een dier of als een menselijke vorm gecombineerd met die van een dier. Zo werd dus ook Thoth uitgebeeld, die een hoofd had van een Ibis in een menselijk lichaam.

Afbeelding Jeff Sahl, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3281384

Bij de Egyptenaren was het goddelijke altijd en overal aanwezig. Iedere natuurkracht of elk facet van de kosmos werd zo aangeduid met een eigen visuele voorstelling.

Dit soort hybride afbeeldingen zijn in de middeleeuwen in Europa schering en inslag. Het is nog net niet zo dat de vier evangelisten worden weergegeven met een dierenhoofd. Meestal slechts met het dier als attribuut of het dier zelf staat symbool voor de evangelist. Ook de vele fabeldieren waren hybride wezens. Maar veelgodendom was verboden.  Daarom gingen heiligen steeds meer de functie van de vroegere Goden overnemen.  Een heilige is geen God, maar hij staat zo dicht bij God dat op diens voorspraak God wellicht bereid is om iets voor ons te doen. Wenen heeft meerdere pest-epidemieën gehad. De heilige Sebastiaan die gedood was met pijlen werd een soort God die je aanriep tegen de pest, net als de H. Rochus. Misschien omdat het lichaam van Sebastiaan doorzeefd was met pijlen, waardoor zijn blote bovenlijf leek op dat van een pestlijder? De mensen gingen staan voor zijn beeld in de Stephansdom, of ze bouwden zelfs een kerk gewijd aan St. Rochus en St. Sebastiaan. Ook richtten ze een pestzuil op in de Graben, vlakbij de Stephansdom.

pestzuil graben

Zoals de Egyptenaren heilige Ibissen fokten om ze als bode naar Thoth te sturen als dat nodig was, zo had ook de Christelijke mens dus zijn methodes om in contact te komen met heiligen, op wier voorspraak God wellicht bereid was om ons te helpen.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het Beethoven Fries van Klimt en de negende Symfonie van Beethoven

De afgelopen week was ik met een aantal studenten van het Conservatorium van Rotterdam en een collega in Wenen. Waarom Wenen? Omdat het een stad is die rijk is aan kunst en omdat het de muziekstad van Europa bij uitstek is. Muziek zit de mensen daar in de genen. Culturele hoogtepunten in de geschiedenis van Wenen zijn de tijd van de eerste Weense school (Haydn Mozart en Beethoven) en de tijd van de tweede Weense school (Schönberg, Berg en Webern). Globaal hebben we het dan over 1770-1830 en 1890-1945.

3 april 1897 richtte een groep kunstenaars een vereniging op. Ze scheidden zich af van het al bestaande Künstlerhaus. Dat was in hun ogen te conservatief en te ouderwets. De kunst diende zich te vernieuwen. Deze afscheiding, Secession, betekende het begin van een nieuwe stroming die bekend staat als de Jugendstil. Belangrijke vertegenwoordigers waren Otto Wagner en Gustav Klimt.

secessionIn het gebouw van de nieuwe vereniging, het gebouw van de Wiener Secession, werden tentoonstellingen met moderne kunst georganiseerd. Zo kwamen er werken van de Franse impressionisten te hangen. De veertiende tentoonstelling in 1902 was opgedragen aan Beethoven. Max Klinger maakte een standbeeld van Beethoven dat in het midden van een centrale zaal kwam te staan. Twintig kunstenaars produceerden allerlei werken als stoelen, beelden, mozaïeken, fonteinen, die iets met de componist te maken hadden. Zo maakte Gustav Klimt een fries dat hij baseerde op het laatste deel van de negende symfonie van Beethoven. Je kunt het lezen over drie wanden als een soort stripverhaal. Het werd geplaatst rond het standbeeld van Max Klinger. Waar de meeste kunststukken van deze tentoonstelling inmiddels verdwenen zijn, bestaat het fries van Klimt nog steeds. Het wordt nu in een geklimatiseerde ruimte in de kelder, die dezelfde afmeting heeft als de originele ruimte bewaard. Het verschil bestaat o.a. in het ontbreken van vensters in deze ruimte.

Dit werk, het beroemde Beethoven fries, is op meer manieren interessant. De kunstenaars waren idealisten die droomden van een betere samenleving, waarin de kunst een belangrijke rol zou spelen. Datzelfde ideaal had ook de dichter Schiller in 1785, toen hij een groot gedicht schreef voor de vrijmetselaarsloge van Dresden, met als titel “Ode an die Freude”, ”Ode aan de blijdschap”. In vele verzen wordt er een utopische wereld geschetst waarin de mensheid zich weet los te maken van allerlei wereldse verzoekingen en door de kunsten tot grote hoogte kan komen. Beethoven selecteerde een aantal verzen van dat gedicht en op basis daarvan schreef hij het slotdeel van de negende symfonie. We horen dan letterlijk de tekst van Schiller, gezongen door solisten en een koor. Richard Wagner probeerde te achterhalen hoe Beethoven in zijn muziek deze tekst had geïnterpreteerd. Zijn analyse is dan weer de basis voor het beeldende werk, het Beethoven fries, van Gustav Klimt. Er is zo een lijn van Schiller via Beethoven en Wagner naar Klimt te maken. Grofweg zou je kunnen zeggen dat er een verbinding is gemaakt tussen de idealen van de eerste Weense school, (vergelijkbaar met de ideeën van de verlichting), en de idealen van de tweede Weense school, (vergelijkbaar met de idealen van de Wiener Secession.)

Het Beethoven fries vertelt dat verhaal. Maar het is een verhaal voor insiders. Zoals grottekeningen uit de prehistorie moeilijk geïnterpreteerd kunnen worden. Die hangen samen met het religieuze leven van die mensen. Zo moet je ook het Beethoven fries niet alleen lezen als een mooi kunstwerk, nee, het gaat tegelijk ergens over. Wenen staat zo bol van de retorica. Een ruiterstandbeeld van een keizer is nog makkelijk, het wordt al moeilijker als je naar de zuilen bij de Karlskirche kijkt. Het Beethoven fries is nog lastiger.

Aan de linkerwand begint het verhaal. We zien vier vrouwenfiguren, horizontaal zwevend, met de ogen dicht.

fries001

beethovenfries-2

Ze leiden naar en gaan over in een verticale voorstelling. Daar zien we twee naakte vrouwen en een naakte man, allemaal zeer mager. De achterste vrouw staat in een biddende houding, de twee voorste figuren staan meer in een andere houding,met de armen recht naar voren. Maar net als de achterste vrouw hebben ook zij de vingers in elkaar gestrengeld, ze bidden en smeken. De wereld sluimert, maar het lijkt niet goed te gaan. De mensheid heeft hulp nodig.

beethovenfries-3

Schiller zegt:

Freude, schöner Götterfunken,               O Vreugde, jij mooie vonk van de goden,
Tochter aus Elysium,                                 jij dochter van Elysium,
Wir betreten feuertrunken,                     we betreden, dronken van vurigheid
Himmlische, dein Heiligthum.                uw hemelse heiligdom.
Deine Zauber binden wieder,                 Uw betovering maakt weer een verbinding,
was die Mode streng getheilt;                 wat eerst door regels streng verdeeld was;
Bettler werden Fürstenbrüder,              bedelaars worden de broer van de koning
wo dein sanfter Flügel weilt.                  onder de hoede van uw zachte vleugels.

Het lijkt alsof Klimt hier de situatie uitbeeldt nog voordat er een verbroedering in de hemel heeft plaats gehad. Het is een wensgedachte. En dat komt overeen met het begin van het laatste deel uit de negende symfonie. Daar wordt eerder chaos en onduidelijkheid uitgebeeld als dat we in een hemelse roes verkeren. Zoals een inleiding nieuwsgierig moet maken rukt Beethoven ons in het verhaal, alleen al door zijn eerste akkoorden. Klimt schetst de wereld voorzichtig, er is nog een toestand van onderbewustzijn, een droomwereld, een wereld die wakker geschud moet worden. Beethoven probeert de mensheid eerst gelijk al door elkaar te schudden, maar ook bij hem wordt de sfeer geheimzinniger:

Het kan toeval zijn, maar als dan voor de eerste keer het couplet klinkt in een instrumentale versie, gebeurt dat vier keer. Zien we daarom ook bij Klimt de vier zwevende vrouwenfiguren?

Schiller zegt:

Froh, wie seine Sonnen fliegen,                Blij, zoals zijn zonnen vliegen,
durch des Himmels prächtgen Plan,       door het glorieuze plan van de hemel,
Laufet Brüder eure Bahn,                          broeders vervolgt jullie baan
freudig wie ein Held zum siegen.            vreugdevol als een held om te zegevieren.

Er is sprake van een zegevierende held. En die held waar we naar verlangen, hij die de wereld moet redden, laat Klimt ook zien:

beethovenfries-4Achter hem staan twee vrouwenfiguren, de meest linkse met een krans in haar handen, de krans voor de overwinnaar. De mogelijke eer die de held zal krijgen motiveert hem. Rechts zien we een vrouw met een tedere liefdevolle houding. De held gaat ook ten strijde omdat hij medelijden heeft met de wereld.

Ook Beethoven laat in zijn muziek de held opdraven:

Froh, wie seine Sonnen fliegen,                Blij, zoals zijn zonnen vliegen,
durch des Himmels prächtgen Plan,       door het glorieuze plan van de hemel,
Laufet Brüder eure Bahn,                          broeders vervolgt jullie baan
freudig wie ein Held zum siegen.            vreugdevol als een held om te zegevieren.

Hoe slecht is het eigenlijk gesteld met de wereld, en hoe komt het dat het zo slecht gaat? De wereld wordt bedreigd door een monster. Een en ander wordt versterkt door rechts van het monster, de uitbeelding van wellust, onkuisheid en onmatigheid (te veel eten)

beethovenfries-7

Links van het monster zien we wat het monster aanricht: dood, ziekte en waanzin.

beethovenfries-6

Na de mars van de held horen we bij Beethoven een zogenaamd fugato. Onrustige muziek waarbij alle stemmen door elkaar heen lopen. Je zou deze passage wellicht kunnen zien als de uitbeelding van de bedreigde wereld, waar monsterachtige wezens heersen die de mensen verleiden tot slechte dingen.

beethovenfries-8Nog iets meer rechts van het monster zien we twee vrouwenfiguren, vermagerd, die elkaar krampachtig vasthouden in opperste wanhoop. De eindeloze pijn van de mensheid wordt hier uitgebeeld.

Maar er is hoop. Het meest rechtse paneel laat zien dat er hoop op vreugde is. De ode aan de blijdschap van Schiller en Beethoven:

 

 

 

Freude, schöner Götterfunken,              O Vreugde, jij mooie vonk van de goden,
Tochter aus Elysium,                                 jij dochter van Elysium,
Wir betreten feuertrunken,                     we betreden, dronken van vurigheid
Himmlische, dein Heiligthum.                uw hemelse heiligdom.
Deine Zauber binden wieder,                 Uw betovering maakt weer een verbinding,
was die Mode streng getheilt;                 wat eerst door regels streng verdeeld was;
Alle Menschen werden Brüder,              alle mensen zullen verbroederen
wo dein sanfter Flügel weilt.                   onder de hoede van uw zachte vleugels.

Bij Klimt zien we eerst hoe onder trompetgeschal de hemel wordt betreden:

beethovenfries-11

Daarna zien we hoe de kunsten: gedichten, beeldende kunst en muziek zorgen dat het weer goed gaat met de wereld. Dat waren de idealen van de Secession:

beethovenfries-10beethovenfries-12

Bij Beethoven wordt dit deel uitbundig uitgebeeld, alle vier de coupletten van het gedicht van Schiller die daarover gaan worden gezongen. En tot slot verbroederen alle mensen zich. Schiller en Beethoven:

Seid umschlungen Millionen!                    Laat je omhelzen, miljoenen!
Diesen Kuß der ganzen Welt!                    Door deze kus van de hele wereld!
Brüder – überm Sternenzelt                      Broeders, boven in de woning van de sterren
muß ein lieber Vater wohnen.                   moet wel een lieve vader wonen.

Klimt beeldt dat als volgt uit:

beethovenfries-13Beethoven heeft een keuze gemaakt in de strofen van het gedicht van Schiller. Hij laat er veel weg, sommige laat hij terugkeren. Het eerste couplet en bovenstaand couplet met name worden de basis van het einde, hij mixt alles door elkaar, verwisselt zinnen, laat het hele koor soms gelijktijdig meerdere zinnetjes zingen, het wordt een grote orgie van feestvreugde. Een complete analyse van dit deel van Beethoven is feitelijk een verhaal apart, maar Klimt heeft er samen met de andere kunstenaars van die tijd eveneens een feest van gemaakt. Een feest van hoop en blijdschap. We zien dat feest terug in de stijl van de kunstenaars, in allerlei gebruiksvoorwerpen, schilderijen maar ook gewoon op straat, in de architectuur.

Achter de Karlsplatz is dagelijks een boerenmarkt, de zogenaamde Naschmarkt. Loop je deze af en je kijkt naar de rechterkant van de boulevard, de Linke Wienzeile, dan zie je deze blijde gedachte terug in de gevels uit die tijd, een ode aan de vreugde.

linkewienzeile

Of aan de prachtige tramhuisjes die her en der nog door de hele stad te zien zijn. Daar wil je toch wel lachend en blij gaan staan poseren!

tramhuisje

Voor de liefhebbers, zo ziet het complete retorische verhaal van het vierde deel van de negende symfonie van Beethoven er uit. Behalve in de opbouw zelf zit er ook veel retorica in de uitbeelding van woorden en zinnen. Zo wordt bijvoorbeeld heel mooi de sterrenhemel  uitgebeeld.

  • Inleiding: instrumentaal
    • Dialoog
    • Waar gaat het over: instrumentaal thema 1 vier keer
  • Vocale inleiding (Titel)
  • Thema’s
    • 3 x thema 1
    • Thema 1 versie 4: Mars van de held
    • Intermezzo: fugato
    • Thema 1
    • Thema 2a + 2b
  • Verwerking
    • Dubbelfuga op basis beide thema’s
    • Thema 2b
    • Thema 1
  • Samenvatting:
    • Coda

 

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , , , | 7 reacties

Syracuse

Sycilië werd lang als de graanschuur van de omringende mediterrane landen beschouwd. De vruchtbare gebieden rond de Etna konden vele monden voeden. Ook waren er veel boomgaarden met sinaasappelen, pistache noten en de Siciliaanse wijn was beroemd. Kortom: daar wil je wel de baas zijn. Je kunt er stinkend rijk worden.

Dit had tot gevolg dat diverse volkeren probeerden het eiland te bezetten, de er al wonende bevolking te onderwerpen en tot horigheid te brengen en deze voor hen te laten werken in de landbouw. Ook waren er volken die niet persé de baas wilden zijn op Sicilië, maar die genoegen namen met talloze strooppartijen. De Arabische moslims hebben om die reden lang afgezien van een invasie op Sicilië. Af en toe een stevige strooppartij was genoeg. Ze hebben er heel wat marmer vandaan gehaald.

De bezetters die er zo in de loop van de tijd waren zijn talloos. Om de voornaamsten op te noemen: Feniciërs, Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Normandiërs. De stad Syracuse is zeer lang in handen van de Grieken geweest, net als een groot deel van de oostkust en de zuidkust. In die tijd waren in het westen de uit Noord-Afrika afkomstige Feniciërs daar de baas. De Griekse steden op Sicilië concurreerden onderling, dat deden ze bijv. door grote tempels te bouwen, direct zichtbaar vanuit de zee. Wie had de grootste en machtigste tempel? Veel ruïnes van die tempels vanaf de achtste eeuw voor Christus vinden we in het zuiden van het eiland, met name in Agrimento, maar ook in Syracuse. Daar zijn de resten van de tempel van Apollo nog te zien. Nu midden in de stad, maar in de tijd dat hij gebouwd werd lag hij vlak bij zee.

In Syracuse, maar ook in de hele omgeving is nog veel te vinden van dit Griekse verleden. Zelfs in de tuin van ons huisje vlakbij Eloro was er een Griekse put en stond er iets verder ook een restant van een Griekse wachttoren. En we zagen de ruïnes van ooit een grote stad, Megara Hyblaea, iets ten noorden van Syracuse.

syracuse-kathedraalMaar het meest bijzondere was eigenlijk de kathedraal van Syracuse. Van buiten helemaal barok, van binnen een combinatie van stijlen. Je zag nog een deel van de Griekse zuilen die ooit dienden als onderdeel van een tempel, die later is omgevormd tot christelijke kerk. Dan waren er ook nog Byzantijnse elementen te vinden, zoals enkele kapellen met koepels en Byzantijnse afbeeldingen. En uiteindelijk was er heel veel barok. In die kerk is ook Sint Lucia begraven. In enkele aparte relieken-kastjes zijn een jurk en haar schoenen te zien. Ook een bot van haar linker been is apart aanwezig.

De stad was erg aangenaam, zo vlak bij de zee. Prachtige bomen decoreerden de parkjes. En er waren veel leuke winkeltjes. Syracuse is een stad om nog een keer naar terug te keren. We hebben het Griekse theater nog niet gezien en ook zijn we niet in het archeologisch museum geweest. Wie weet!

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , | Plaats een reactie

Pantalica

pantalica-grottenRond de dertiende eeuw voor Christus vestigden zich diverse volkeren vanuit Spanje en later ook vanuit het vasteland van Italië op Sicilië, op de vlucht voor het geweld op de plekken waar ze vandaan kwamen. Ze gingen niet aan de kust zitten, wetend dat juist daar het gevaar vandaan kwam. Ver in het onherbergzame binnenland stichtten ze de vesting Pantalica. Uiteindelijk werd deze nederzetting verwoest door de Grieken die zich inmiddels aan de kust, met name in Syracuse hadden gevestigd.

Maar wat hadden deze volkeren veel achtergelaten! Pas ruim honderd jaar geleden ontdekte men een complete dodenstad, die zes eeuwen in gebruik was geweest, uitgehouwen in de rotsen. En dit in een bergachtig gebied met kloven, gevormd door twee rivieren: de Anapo en de Calcinaro. Toen later Christenen zich gingen vestigen in hetzelfde gebied werden enkele van die graven hergebruikt en ook werden er Byzantijnse kapelletjes in de rotsen gemaakt.

Rond 1900 zijn er uitgebreide archeologische onderzoeken gestart in dit ver weg gelegen natuurgebied. Veel graven waren nog afgedekt met platen. Ook zijn er veel urnen gevonden. Een deel van deze vondsten is nu in het archeologisch museum van Syracuse te zien.

Wat is er nog ter plekke te zien? Een enkel bijna vergaan Byzantijns fresco in een grot. En in een Byzantijns kerkje kunnen we de plek zien waar het altaar stond. We kunnen de honderden zeer oude kleine rotsgraven zien, althans die waar je bij kunt komen. Ook zijn de fundamenten van een soort paleis te zien waar de mythische koning Hyblos zijn verblijf had, het zogenaamde Anakron, dit op het hoogste punt van de hoogvlakte boven de kloof, waar zich ook de rest van de stad bevond. In feite was de stad aan alle kanten ontoegankelijk. Het gebied is extreem steil door de  erosie van de Anapo en Calcinara, die dus  vlak onder Pantalica vloeien. Alleen aan de zuidwestzijde verbindt een smalle landengte het nederzettingsplateau met de rest van het omliggende gebied, waar dan ook de enige toegangsweg is. Vroeger werd de stad beschermd door een diepe gracht en een verdedigingsmuur.

Het is een overweldigende ervaring. Enerzijds ben je met jezelf bezig, want je loopt over smalle paden en over natte rotsen omhoog en omlaag, je moet door de twee rivieren waden. Je geniet van de natuur zoals je dat doet in de Alpen. In het voorjaar is het hier werkelijk schitterend. Maar tegelijk voel je als je even stil staat en om je heen kijkt hoe je omringd wordt door het verleden. En niet het verleden van gisteren, nee, door een oud verleden. Een verleden dat hier bovendien lang aanwezig was en er nog steeds lijkt te zijn. Je probeert je voor te stellen hoe de mensen hun doden verbrandden vlakbij hun nederzetting en dan met een groep de kloof ingingen om de as in een urn bij te zetten, bij de as van diens voorvaderen. Je vraagt je af hoe ze er soms bij konden komen. Gebruikten ze een soort ladders?

Deze dagen op Sicilië zullen me nog lang bij blijven. De grote rondwandeling door de natuur, vanaf de parkeerplekken aan de weg die afdaalt van het stadje Ferla richting het historische Pantalica, waren voor mij het hoogtepunt. Je moet zo’n 5 tot 6 uur voor deze wandeling uittrekken, want je blijft uiteraard vaak stil staan. Volgens het boekje waarin hij beschreven wordt duurt hij 3,5 uur, bij ons dus niet!

Bijgaande tekening komt uit de uitstekende ANWB-ontdek-reisgids “Sicilië”, waarin ook de wandeling mooi wordt beschreven.

pantalica

Hieronder een impressie van onze wandeling. Ik heb eigen gemaakte muziek erbij gezet, een fragment uit een Te Deum. Virtueel opgenomen in Sibelius

Geplaatst in Geschiedenis, natuur | Tags: , , | 2 reacties

De Etna

Op wikipedia lezen we over de vulkaan Etna op Sicilië:

20180504_125903De Etna is na de Stromboli de actiefste vulkaan van Europa en een van de actiefste van de wereld. Er komen altijd dampen vrij en geregeld zijn er uitbarstingen. Uitbarstingen zijn er geweest in vele jaren en vanaf 2006 waren er elk jaar meerdere uitbarstingen. Zware uitbarstingen van lang geleden waar herinneringen aan zijn, waren in 1381 en 1669 toen de lava de stad Catania bereikte. In 1669 zijn er ongeveer 25.000 mensen omgekomen door de uitbarsting. De grootste uitbarsting van de laatste honderd jaar was die in 2001, die 24 dagen duurde en vele gebouwen en de kabelbaan verwoestte.

De top van de zuidoostkrater is in mei 2007 gestopt met uitbarstingen, maar dat was maar schijn want: rond september 2007 scheurde de flank van deze krater open en ontstond er een nieuwe kratermond. Zo ontstond de “nieuwe zuidoostkrater”. Deze nieuwe krater is de meest actieve krater van dit moment en groeit zeer snel door het grote aantal uitbarstingen. Alleen al in de periode van januari tot en met november 2011 groeide de Etna al zo’n 200 meter, en is daarmee ’s werelds snelst groeiende vulkanische berg.

Wij gingen met de auto tot aan Rifugio Sapienza. Een plek met diverse horeca gelegenheden, souvenir winkeltjes en enorme parkeerplekken. Tot dat punt reden we slingerend omhoog door grote lava bergen, met hier en daar wat begroeiïng. Ook stonden er enkele hotels in deze onherbergzame ruigte. Op een plek zagen we hoe een huis bijna tot aan het dak onder de lava was bedolven. Dat zal waarschijnlijk in 2001 zijn gebeurd, het jaar dat veel wegen en ook de kabelbaan zijn verwoest door een grote uitbarsting.

Vanaf de rifugio kon je met een kabelbaan omhoog tot 2500 meter. Als je er voor betaald had kon je daarna nog verder tot 3000 meter met een jeep. Zo’n jeep reed dan over een lava-weg die niet helemaal vrij was van sneeuw of ijs. Vanaf deze hoogte lag er namelijk erg veel sneeuw. Wij gingen een eind omhoog lopen. Dat viel nog niet mee. Als je het pad probeerde te volgen moest je door de voetstappen van je voorgangers lopen en de sneeuwlaag was daardoor veranderd in een ijslaag. Toch zijn we nog een aardig eindje gestegen. Het was zonnig maar het waaide behoorlijk en de sneeuw zal die dag nauwelijks gesmolten zijn. Achter een grote lava-rots was het heerlijk beschut. Er lag daar geen sneeuw en het lava-gruis was warm geworden door de zon. Hier gingen we lekker zitten en aten onze meegebrachte boterhammetjes op.

We hebben geen rookpluimen gezien. We hebben ook geen zwavel geroken. Maar we hebben ons helemaal laten overweldigen door het landschap en we hebben ons laten imponeren door het gevoel van de nabijheid van het sluimerende natuurgeweld.

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | 1 reactie

Noto

Al vele miljoenen jaren schuift de Afrikaanse plaat richting Europa.De platen drijven op het gloeiende magma maar zijn normaal gesproken dik genoeg om de natuur die zich boven op die plaat heeft ontwikkeld niet tot last te zijn. Vergelijk het met een pudding: er heeft zich een velletje gevormd, dat is de plaat. Maar de pudding staat nog op het vuur, van onderen is het nog heet. Sicilië bevindt zich op een plek waar scheuren zitten in die plaat, de plaat is er dunner. En door de verschuiving van die plaat treden er regelmatig aardbevingen op, of gaat de Etna weer lava spuwen.

sicilieZo was er in 1693 een grote aardbeving, waardoor complete steden werden verwoest. Dit gebeurde vooral in het oosten en zuid-oosten van het eiland, dat groter is dan Nederland. De grootste stad die verwoest werd was Noto. Kerken, kathedraal, kloosters: niets stond meer overeind. De mensen besloten de stad opnieuw op te bouwen, maar nu op een andere plek. Tegen een helling aan, ongeveer tien kilometer meer naar het oosten, daar ontstond het nieuwe Noto. Met weer zijn kathedraal, zijn bisschoppelijke paleis, zijn kerken, kloosters en zijn stadhuis.

DSC06826Noto staat er nog steeds. Te wachten op een volgende afstraffing door de natuur? De stad is inmiddels beroemd vanwege zijn architectuur. Toen de stad werd gebouwd besloot men een radicaal plan te volgen, denkend aan de principes van het classicisme. Alles moest symmetrisch, zoals iets eerder Versailles met zijn tuinen in dezelfde geest is aangelegd.

Zoals tegenwoordige nieuwbouwwijken vaak heel saai en weinig levendig zijn, zo kun je dat niet zeggen van deze stad. Er wordt nu al meer dan drie eeuwen weer geleefd. De mensen zijn levensgenieters. Ze genieten van heerlijk gebak bij een van de beroemdste bakkers van Italië. Dat deden wij ook. De ober nam alle tijd en legde bij de diverse gebaksoorten op de kaart uitgebreid uit wat er in zat. En dat deed hij bij iedereen. Na de regen was het weer mooi weer dus dat deerde niemand. Iedereen had geduld en maakte grapjes. Noto plukte de dag, tartte de natuur. Genieten, zolang als het nog kan..

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wetenschap in Islamitische landen in de Middeleeuwen

De Republiek der Nederlanden stond in de zeventiende en achttiende eeuw in Europa bekend als zeer verdraagzaam. De gereformeerde religie was er de staatsgodsdienst, maar katholieken en joden, jansenisten en baptisten werden allemaal getolereerd. Deze mensen werden wel uitgesloten van overheidsbetrekkingen. Waar gereformeerden voor de kerk mochten trouwen moesten andersdenkenden naar het stadhuis om een geldig huwelijk te sluiten. Dit soort relatieve verdraagzaamheid doet sterk denken aan de islamitische wereld in de eerste eeuwen na de dood van Mohammed.

Een kort historisch overzicht. Na de dood van Mohammed in 632 rukte de islam in snel tempo op en in slechts twintig jaar waren achtereenvolgens Syrië, Irak, Jeruzalem, Perzië, Egypte en Marokko geïslamiseerd. Dit ging overigens op een vrij vreedzame manier. Waar Karel de Grote iedereen liet doden die niet christen wilde worden, gingen de moslims subtieler te werk. Ze ontwierpen een groot administratief netwerk om makkelijk belasting te kunnen innen. Niet gelovigen moesten meer betalen. Ook konden die geen overheidsbaantje krijgen. Door deze maatregelen bekeerden velen zich, alhoewel ook andere godsdiensten naast die van de islam bleven bestaan. Heel lang was slechts 10% van de bevolking in veel van deze landen moslim.

In 680 ontstond na een massaslachting op een groep moslims wiens leider Hoessein dacht aanspraak te maken op het kalifaat in Damascus tweespalt: dit was het begin van de twee grote stromingen die nog steeds bestaan: de stroming van de Soenieten en die van Sjiïeten.

Mohammed vond het belangrijk dat mensen veel kennis vergaarden. Die kennis kon je overal vandaan halen. Deze uitspraken van de profeet zetten de deur wagenwijd open voor islamitische wetenschappers die na zijn dood probeerden bij een kalief in dienst te treden. Het was zelfs andersom: veel kaliefs waren er op gebrand dat aan hun hof een uitgebreide bibliotheek werd ingericht en ze namen de beste wetenschappers in dienst.

In 690 werd het Arabisch officieel de enige taal waarin geschreven mocht worden in de islamitische landen. Dit is misschien net zo belangrijk als het feit dat tot ver in de middeleeuwen in de christelijke gebieden het Latijn de enige schrijftaal was. In 693 werden er voor het eerst Arabische munten geslagen. In dezelfde tijd traden de eerste wetenschappers in dienst van de kalief van Damascus. In 750 werd de daar heersende dynastie vermoord, met uitzondering van een prins. Deze wist te vluchten naar Spanje, waar vanaf 711 de moslims al de baas waren. Hij werd in Cordoba gekozen tot kalief waardoor er voor het eerst meerdere kalifaten ontstonden.

kathedraal CordobaMihrab-Cordoba

Door Timor Espallargas – Eigen werk, CC BY-SA 2.5,
Door Berthold Werner, CC BY-SA 3.0,

Onderdelen van de huidige kathedraal en voormalige moskee van Cordoba, in de achtste eeuw gebouwd.

Het kalifaat van Damascus werd in 762 verplaatst naar Baghdad. Later ontstonden er op andere plaatsen nog nieuwe kalifaten. De belangrijkste wetenschapscentra kwamen uiteindelijk in Baghdad, Cordoba en Caïro.

Heel belangrijk voor de verspreiding van geschriften was de productie van papier vanaf 795. Wetenschappers waren er in het begin erg op gebrand om alles wat er in de Griekse tijd door bekende wetenschappers als Ptolemaeus, Aristoteles en Euripedes geschreven was te vertalen naar het Arabisch. Gedeeltelijk gebeurde dat letterlijk, maar al snel kwamen er ook vrije vertalingen, waarbij de eigen inzichten van de islamitische wetenschappers er aan werden toegevoegd. Veel van die Griekse werken werden gevonden in Constantinopel. Door de reproductiemogelijkheden na de uitvinding van het papier werden ze snel verspreid over het hele rijk van de islam. Na een tijd werden er ook steeds meer compleet nieuwe boeken geschreven.

Wat waren dat voor wetenschappers aan de hoven? Om te beginnen waren er beroemde doktoren die medische boeken produceerden, die ontdekten hoe pokken en mazelen zich verspreidden, die chirurgische apparaten ontwikkelden en ga zo maar door. Pas eeuwen daarna kwam deze kennis ook in de christelijke wereld terecht en bleef daar vaak tot in de negentiende eeuw een belangrijke rol spelen bij het behandelen van allerlei soorten ziekten. Dan waren er de astronomen, die ook tegelijk astroloog waren. Het astrolabium werd uitgevonden in 777, waardoor er een belangrijk navigatiemiddel kwam, belangrijk voor zeelieden, maar ook om Mekka te kunnen plaatsen vanuit elk willekeurig punt. Mekka was immers  de stad waar naar je je moest richten bij het gebed en waar ook bij de bouw van moskeeën rekening mee moest worden gehouden.

astrolabiumDit astrolabium is pas in de elfde eeuw door Hermann von Reichenau nagemaakt en daarna verspreid naar landen als Engeland. Er waren astronomen die ontdekten dat de aarde rond moest zijn en ze konden zelfs de omtrek van de aarde bepalen. Ze waren bij die metingen bijzonder dicht in de buurt van wat pas in onze tijd met moderne middelen bevestigd werd. De aarde bleef net als bij Ptolemaeus wel het centrum van het zonnestelsel, maar de wetenschappers bedachten allerlei constructies waarmee ze de bewegingen, ook de retrograde bewegingen van de planeten niet alleen konden verklaren maar ook exact in de toekomst konden uitrekenen. Op enkele plaatsen zoals in Caïro kwamen enorme observatoria. Er werden op basis van de verkregen kennis planetaria ontworpen die exact weergaven hoe de stand van zon maan en planeten was en je kon zien hoe alles om de aarde draaide. Dan waren er de technici die allerlei instrumenten en apparatuur uitvonden. Zo maakte Ibn-Firas in 875 een zweefvliegtuig dat het goed deed, alleen kon hij niet goed afremmen waardoor hij zijn benen brak. Ibn Al-Haitham deed in 1020 experimenten met licht, lichtreflectie en lichtbundeling. Rond 1200 ontwikkelde Al-Jazari de krukas en de nokkenas en hij ontwierp zeer vernuftige klokken.  Misschien wel de allerbelangrijkste bijdrage van deze wetenschappers was de introductie van het tientallig stelsel, het introduceren van de Arabische cijfers en de uitvinding van het getal 0, en niet lang daarna de uitwerking van de theorie van de Algebra.

Vooral na 1000 werden veel van de Arabische teksten in het Latijn vertaald. In Spanje, in Toledo, werd zelfs een grote vertaalschool opgericht. De meeste kennis is van daaruit in Christelijke gebieden terecht gekomen, eerst in de grote kloosters met scriptoria als dat van Reichenau, toen de steden opkwamen ook in Franse, Italiaanse en Duitstalige steden. De net opgerichte universiteiten van Parijs, Bologna en Padua maakten gretig gebruik van deze werken. Heel vaak wordt gesuggereerd dat de Christenen via de kruistochten in aanraking kwamen met deze Arabische kennis. Dat is ten dele zeker waar, maar veel en veel belangrijker was het contact met Spanje. Totdat in de dertiende eeuw het kalifaat van Cordoba verbrokkelde leefden in het zuiden van Spanje Moslims, Joden en Christenen vreedzaam naast elkaar en was er veel  kennisoverdracht. Iemand als Hermann von Reichenau die in het bezit was van veel vertaalde Arabische teksten leefde voordat de eerste kruistocht plaats vond.

De Moslims dachten ook na over allerlei filosofische vraagstukken. Kun je God verklaren? Heeft God de Koran geschreven of is het boek door mensenhanden gemaakt? Is ascetisme niet een betere manier om een goed mens te worden dan het zoeken naar wetenschappelijke verklaringen? Dit zijn vraagstukken die ook in de twaalfde eeuw in de Christelijke wereld speelden, waar Abélard recht tegenover Bernardus van Clairveaux stond. De meest vermaarde denkers waren Averroës (Ibn Rushd) en Ibn ‘Arabi, allebei werkzaam in Spanje. Vanaf de dertiende eeuw kregen echter meer conservatieve denkers de overhand. En dat bleek bepalend te zijn voor de verdere toekomst van de Islam. De wetenschappelijke ontwikkelingen in de Christelijke wereld gingen nu veel sneller dan die in de Arabische landen. Hoewel men ook in Europa nog lang kon teren op de opgedane kennis van de moslims was hun rol in dat opzicht tanende. En vanaf de kruistochten was het ook gedaan met de vaak eerdere vreedzame coëxistentie. De expansie van het Ottomaanse rijk werd vanuit de Christenen als een voortdurende bedreiging ervaren. Pas aan het einde van de eerste wereldoorlog lijkt er een kentering gekomen te zijn. Helaas,de ontwikkelingen gedurende de laatste jaren laten zien dat schijn bedriegt.

Het zou goed zijn als wetenschappers wereldwijd veel meer zouden samen werken. Zoals muziek en sport kunnen verbinden, kunnen ook gezamenlijke zoektochten van wetenschappers verbroederen. De Turken ontkennen de Armeense genocide. De Christenen verontschuldigen zich nog steeds niet voor de kruistochten. Eerlijk terug kijken naar het verleden kan vooroordelen misschien wegnemen. Maar ook met bewondering kijken naar wat de Islamitische wereld tot stand heeft weten te brengen. Respect is het begin van een dialoog. De Islamitische wereld heeft veel bijzonder grote namen voortgebracht. Al Fazari die het astrolabium uitvond, Ibn-Sina die de canon van de medicijnen schreef, Ibn Rushd die de incoherentie van de incoherentie schreef, Al Jazari die de krukas en de nokkenas ontwikkelde, het zijn allemaal namen van mensen die net zo bekend en beroemd zouden moeten zijn als de namen Copernicus, Leonardo da Vinci of Newton.

Literatuur:

Science and Islam, A History. Ehsan Masood. Iconbooks 2009, tweede druk 2017.
ISBN 978-78578-202-2.

Verwante artikelen:
Over Pierre Abélard en Ibn Rushd
Soefisten in Spanje
De mystiek van de muziek bij soefisten
De gedichten van Ibn Arabi

 

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis | Tags: , , , , , | 2 reacties

De natuur is ontploft

20 april. En in Nederland op enkele plaatsen 30 graden! Op Oostvoorne was het in de schaduw niet meer dan 23 graden, maar toch! Na een relatief koud voorjaar met vooral in maart ook veel regen weten planten en dieren van gekkigheid niet meer hoe snel alles nog voor elkaar te krijgen. Oostvoorne is op zo’n moment helemaal de hemel op aarde. Toen ik aankwam liep er over het fietspad een groep joggers. Op mijn dooie akkertje liep ik de natuur in om alles te voelen, te ruiken, te zien en helemaal in me op te nemen. Tijdens mijn tocht van half tien tot half drie ben ik slechts twee mensen tegengekomen, een ouder echtpaar… Dat maakt de beleving nog intenser, helemaal alleen tussen het groen en de vogels. Zelfs de runderen lieten zich niet zien, wel twee wegschietende reeën. Of nijlganzen met hun kuikentjes. De gebruikelijke voorjaarsbloeiers waren er natuurlijk zoals de dotterbloem en de pinksterbloem, maar tot mijn verrassing zag ik ook al hele velden met het driekleurig viooltje op de hogere zandgronden. En nog steeds waren er anemonen. Op het Breede water was het een drukte van belang bij de aalscholverkolonie. Alle nestplaatsen waren nu ingenomen, de daaraan voorafgaande strijd was al voorbij. En er was nog veel licht ook in de bosrijke delen, de bomen hadden nog nauwelijks bladeren. Ik wist dat het nat was geweest en dat je bij zo’n tocht dan ook je laarzen bij je moet hebben. Het ene moment loop je over een hogere zanderige duinhelling, het andere moment moet je door modder of zelfs water tot aan je knieën ploeteren. Op een enkele plek was er een loopplank aangelegd of waren er takken en boomstammen in het water gegooid. Om je heen zag je dan een moeraszee met struiken en bomen in het water. Heerlijk! Koolwitjes en citroenvlinders fladderden om je heen als ware je zelf een bloem. En zo voelde het ook. De natuur is nu definitief aan de lente begonnen, met een stevige inhaalslag. Er komen nog twee van zulke dagen. Het kan niet op. Een lente die ruikt naar lente maar voelt als hoogzomer. Een lente die eerst nog in zijn cocon zat, maar die zich nu razendsnel ontpopt, als een mini oerknal van samengebalde energie

Geplaatst in natuur | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Vogelconcert

Zijn vogelgeluiden rustgevend? Ja de meeste mensen slapen er doorheen. Als vogel moet je flink je best doen om er boven uit te komen. En als vogelliefhebber, als je de beestjes niet goed kunt zien, moet je je goed kunnen focussen om te horen wie wie is. Na een tijdje zoemt een boot over de Lek als achtergrondkoortje. En dan de onvermijdelijk klotsende golven. Aan de overkant een haan…

Vogelconcert in de achtertuin van de buren, nabij de Lek bij Opperduit.

Geplaatst in natuur | Tags: , , | 4 reacties

Gedichten van Ibn Arabi

Ibn Arabi leefde rond 1200. Hij was een soefist. Maar hij was ook Moslim, zoals de meeste soefisten in die tijd. Veel van zijn  gedichten zijn tijdloos, sommige gaan over Mohammed als inspiratiebron en redder van de mensheid. Die staan dan eigenlijk in de lijn van veel teksten van Christelijke tijdgenoten, die Jezus als inspirerend voorbeeld bezingen. En bij de Christenen in die zelfde tijd  werden ook Maria en andere heiligen bezongen.  Zo schreef Hildegard von Bingen rond 1155 muziek en gedichten die het leven van Sint Ursula als lichtend voorbeeld aanprezen, en een eeuw daarvoor schreef Hermann von Reichenau teksten met bijbehorende muziek die over het leven en de wonderen van de heilige Afra, over de heilige bisschop Wolfgang of de heilige Magnus gingen. Als je die teksten leest valt op dat ze nauwelijks verder gaan dan het beschrijven van gebeurtenissen die getuigen van de heiligheid van deze personen. Er valt weinig te fantaseren. Als er dan al sprake is van een geestelijke overdenking dan moet je die halen uit het meer subtiele gezang dat er meestal op volgt, zoals het Benedictus waarin Christus wordt geprezen en gedankt. Zo kun je als je daar in weet op te gaan het voorafgaande verhaal op een hoger niveau tillen. Hermann von Reichenau vertelt in onderstaand responsorium uit het Officium van de H. Magnus, hoe deze man van God een wonder verrichtte:

Responsorium

Veniens vir dei Prigantium ceco cuidam stipem petenti diu negatum restituit visum. Oracionem domino fundens et oculos eius sputo suo liniens. Diu negatum …

Toen de man van God in Bregenz kwam vroeg een blinde hem om een aalmoes, maar in plaats daarvan gaf hij hem weer het gezichtsvermogen terug. Hij bad tot de heer, bestreek zijn ogen met speeksel en de man kon weer zien.

(Uitvoering: Ordo Virtutum, Edition Raumklang)

Ibn Arabi probeert in zijn gezangen niet alleen een verhaal te vertellen, maar door beeldende taal en mystieke verwijzingen de lezer of luisteraar die zich er voor open stelt te pakken. Als hij het heeft over Mohammed wordt zijn naam nooit genoemd maar het liefst in beeldspraak gehuld.

De volle maan is op ons afgekomen
In dit gedicht vergelijkt hij Mohammed met de komst van de volle maan. Op weg naar Mekka verzamelden reizigers zich in Medina, en deze verwijzing in de tekst maakt pas duidelijk dat het inderdaad over de profeet gaat. Ook wordt er gezegd: ‘andere volle manen zijn verdwenen’. Hier wordt misschien gezinspeeld op eerdere profeten als Abraham en Christus? Maar Mohammed is duidelijk de ultieme profeet.

De volle maan is op ons afgekomen

een geliefde is naar ons toe gekomen
een genade voor de wereld
het licht van het leven was gevlogen
van jou, en we werden levend

de volle maan is op ons afgekomen
vanaf de de Vallei van Afscheid
We moeten dankbaar zijn
zolang we bidden

O, onze boodschapper
je bent gekomen met de bevelen die we zullen gehoorzamen
je bent gekomen en hebt Medina geëerd
welkom, beste uitnodigende

de volle maan is op ons afgekomen
en andere volle manen zijn verdwenen
we hebben nog nooit een schoonheid als de jouwe gezien
O gelaat van geluk

je bent een zon, je bent een volle maan
je bent een licht na licht
je bent een drank van onschatbare waarde
jij bent de sleutel tot de harten

we hebben nog nooit kamelen gezien die niet verlangden
in het donker van de nacht naar jou
en de wolk geeft schaduw
en de maan heeft je begroet

en de stam van de boom kwam naar u toe, huilend,
nederig in uw handen
en riep om hulp, mijn geliefde
U bent de eigenaar van rennende herten

https://www.youtube.com/watch?v=KID2I_r-_NA

Het laatste zinnetje: “U bent de eigenaar van rennende herten” is raadselachtig voor mij. Na enig zoekwerk vond ik een mogelijke verklaring. In de islam wordt Jezus ook erkend als profeet. Onderstaand verhaal over Jezus komt overigens niet uit de Koran, maar uit de Hadith. Dat is de mondelinge overlevering van wijze woorden of verhalen die de profeet Mohammed ooit verteld zou hebben en die is opgetekend. Het verhaal gaat over de kwestie: Wie at het derde brood?

Jezus gaf op een dag aan een van de mannen uit het gezelschap waarmee hij onderweg was, de opdracht om voedsel te kopen voor de hele groep. De man had niet veel geld meegekregen en hij kocht drie broden. Omdat drie broden nooit genoeg konden zijn voor iedereen, besloot de man zelf alvast één brood op te eten. Toen hij terugkwam gaf hij de overgebleven broden aan Jezus. ‘Wie heeft het derde brood opgegeten?’, vroeg Jezus. En de man antwoordde: ‘Wat bedoel je daarmee? Er zijn slechts twee stukken brood.’ En Jezus zweeg.

En de groep met Jezus ging op pad. Ze gingen op jacht en ze schoten een hert. En toen stond Jezus op en bad luid tot Allah om het hert weer tot leven te wekken. In minder dan een seconde stond het hert op en rende weg. De mannen waren ontzet. Want hoe kon een hert dat eerder nog dood was, waar ze zelfs al van aten, ineens weer opstaan en van hen wegspringen. Hoe was dat mogelijk? Jezus keek naar die ene man en hij zei: ‘In naam van de Ene die dit hert weer levend heeft gemaakt, vraag ik jou: wie heeft het derde brood opgegeten?’ En de man had direct zijn antwoord klaar: “Er waren geen drie broden, er waren slechts twee broden”. En Jezus zweeg.

En de groep trok verder. Ze arriveerden bij een rivier die buiten haar oevers was getreden. Jezus zei: ‘Pak mijn hand.’ Hand in hand liepen ze op het water naar de overkant. Toen ze daar waren zei iedereen: ‘Hoe kan dit in hemelsnaam.’ En Jezus vroeg weer aan die ene man: ‘In naam van de Ene die ons over het water liet wandelen, wie at het derde brood?’ De man zei direct: ‘Er waren twee broden.’ En Jezus zweeg.

Ze trokken verder en kwamen in de woestijn. Jezus maakte daar van het zand drie hoopjes. Vervolgens vroeg hij aan Allah om de drie hopen zand in goud te veranderen. Zo gebeurde het. Daar lagen drie staven goud. En Jezus zei: ‘Eén staaf is voor mij’, toen keek hij de man van de broden aan, ‘en één staaf is voor jou en de derde staaf is voor degene die het derde brood heeft gegeten’. En de man zei: ‘Ik at het derde brood.’ En Jezus antwoordde: ‘Dan zijn alle drie de goudstaven voor jou, maar ga niet meer met ons mee.’

De man was hier niet bedroefd over. Hij was gelukkig met het goud en dacht aan wat hij zou kopen. Maar zijn geluk duurde niet lang. Drie dieven zagen hem, ze doodden hem en ze stalen het goud. Een van de dieven kreeg vervolgens de opdracht om in de stad wat te eten te kopen. Onderweg naar de stad vatte hij het plan om het eten te vergiftigen zodat het goud voor hem alleen zou zijn. Maar zijn vrienden smeedden ook een plan. Zij wilden hun collega-dief doden als hij terugkwam uit de stad zodat zij twee het goud met elkaar konden verdelen. En zo ging het ook. De twee dieven vermoordden de derde toen hij terug kwam. En daarna aten zij van het vergiftigde voedsel en zij stierven ook.

En toen kwam Jezus weer voorbij met zijn vrienden. En daar lagen de dode mannen, de drie dode dieven en de man die het derde brood had gegeten. En Jezus wees naar hen en zei: ‘Kijk, zo werkt het in deze wereld en dit is wat onze wereld doet met degenen die het wereldse leven najagen.

“U bent de eigenaar van rennende herten” zou dus mogelijk naar dit verhaal kunnen wijzen. Ibn Arabi zal het zeker gekend hebben. Een goede vriendin van mij die zeer bekend is met het soefisme zei er dit over:

“De rennende herten in het gedicht van Ibn Arabi symboliseren volgens mij de zielen. In het verhaal wordt het dode hert tot leven gewekt. Dit opwekken van het leven heeft niet op het lichaam, maar op de ziel betrekking. De ziel leeft voort na de dood van het lichaam en zet zijn reis voort om uiteindelijk één te worden met God. Het hert verlangt naar het ware geluk en dus niet naar materiële rijkdom, zoals de dode mannen in het verhaal. Zij hebben hun ziel verloren door het materiële na te jagen. Als je je ziel verliest ben je dood. De man die door Jezus wordt afgewezen, is niet alleen een dief maar ook een leugenaar (onzuiverheid). “

Over de volle maan zei ze:

“De maan reflecteert het licht van de zon en de zon is het symbool van het Goddelijk licht. Het soefi embleem van Inayat Khan is een hart met daarin een vijfpuntige ster. Dat is de zon. Daaronder de wassende maan die het licht van de zon reflecteert en steeds voller wordt. In die symboliek wordt tot uitdrukking gebracht dat de mens de Goddelijke kwaliteiten ontvangt en reflecteert. Het steeds voller worden van de maan staat voor spirituele ontwikkeling. De volle maan staat dus voor degene die volmaaktheid heeft bereikt in die spirituele ontwikkeling. Christenen noemen Jezus de Zoon van God. In wezen komt die uitdrukking op hetzelfde neer.”

Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Dit is een ander gedicht van Ibn Arabi dat waarschijnlijk te begrijpen valt vanuit onderstaande informatie. Op Wikipedia lezen we een verhaal dat gaat over de onderlinge strijd tussen rivaliserende stammen nadat Mohammed was overleden:

Dezelfde nacht doodde Khalid Malik, hij trouwde met zijn weduwe, Layla bint al-Minhal, die in die tijd een van de mooiste vrouwen in Arabië was.  Het huwelijk van Khalid met Layla werd later een controversieel onderwerp, omdat er een groep mensen was die dacht dat Khalid Malik had vermoord om Layla te krijgen. Deze groep omvatte ook de neef van Khalid en later de kalief Umar. Khalid werd door kalief Abu Bakr geroepen om de zaak uit te leggen. Na gepaste overweging besloot de kalief dat Khalid niet schuldig was. Hij verwijt zijn generaal echter om met Layla te trouwen en zodoende zichzelf open te stellen voor kritiek. Omdat bepaalde mensen geloofden dat Malik een moslim was, beval Abu Bakr de betaling van bloedgeld aan de erfgenamen van Malik.

Ibn Arabi beschrijft in zijn gedicht de rol van deze vrouw in de stammenstrijd. Zij heeft de dichter in haar greep. Waarschijnlijk is hij in de ban van haar schoonheid. Maar tegelijk heeft hij bloed aan zijn handen. In een episch gedicht zou dit onderdeel de lyrische beschouwing van zijn wanhoop kunnen illustreren. Het maakt het verhaal menselijk. Het doet denken aan de klacht van Petrus na de verloochening van Jezus of de wanhoop van Judas nadat hij de zilverlingen op de tempelvloer had gesmeten toen hij ze terug wilde geven maar men ze niet meer wilde hebben.

Laila heeft me mijn verstand afgenomen

Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”
Haar liefde is verborgen, opgeslagen in verborgen engtes.
Dwaas, stop met onze vernedering!
Ik ben aan het rondzwerven en voor haar een dienaar.
Aanklager, behandel me zachtzinnig
Ik nam de trappen, ik klopte op de deur
Ik vroeg de poortwachter, kan ik door?
Hij zei, mijn vriend, haar prijs wordt betaald met zielen
Hoeveel geliefden zijn verdwenen die van de dood hielden.
Minnaar, als u eerlijk bent,
echt, dan zult u uw doorgang krijgen.
Laila heeft me mijn verstand afgenomen
Ik zei: “O Laila heb medelijden met hen die vermoord zijn”

De gedichten van Ibn Arabi zijn prachtig, beeldend en getuigen van een intens gevoelsleven en een sterke verbondenheid met mens en wereld. Net zoals ook de wetenschap veel verder was ontwikkeld in de Arabische wereld dan in de Europese maatschappij in de Middeleeuwen, ervaar ik dat ook zo met betrekking tot de literatuur.

Meer over Ibn Arabi en zijn gedachten over muziek

Over soefisme in Andalusië in de middeleeuwen

Wetenschap in de middeleeuwen in de islamitische landen

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | 2 reacties

Ibn Arabi en het mysterie van muziek

 

ibn-arabiRond 1200 schreef de soefistische filosoof Ibn Arabi zelf muziek, maar ook schreef hij een boek over muziek. Hij noemde het “de Adem van de Barmhartige.” Over dit boek staat een Engelstalig artikel op internet, en ik vond het de moeite waard om dat artikel te vertalen en het enigszins aan te passen om het wat toegankelijker te maken. Het zegt iets over de muziek van Ibn Arabi maar het zegt vooral ook iets over muziek in het algemeen, hoe je die kunt zien als een poort naar de kennis van het universum, iets dat ik zelf al enkele jaren beweer in mijn blogs, vanuit mijn eigen intuïtieve benadering. Hieronder het bewuste artikel en de link naar het origineel.

De Adem van de Barmhartige

De barmhartige kun je ook zien als: “God, het heelal, de natuur, de menselijke gewaarwording, liefde, muziek.” De adem van de barmhartige moet je zien als de kosmische dynamiek die “de Velen” in “de Ene” tot leven brengt. Het zien van de aard van deze dynamiek geeft ons een kans om intuïtief te begrijpen hoe er naast die “ene ondeelbare essentie”, “de eindeloze verscheidenheid van verschijnselen” kan zijn.

Er is een bekende traditie van de uitspraken van de profeet Mohammed waarin God zegt: “Ik was een verborgen schat en ik verlangde ernaar bekend te worden, daarom heb ik de kosmos geschapen.” Deze uitspraak onthult dat de essentie van God (de Verborgen schat) een fundamenteel verlangen naar zelfverwerkelijking bevat. De essentie verlangt ernaar de essentie te leren  kennen. Het is dit verlangen dat het hele bestaan doordringt. Het is als het waarderen van een lentemorgen, de liefde die je voelt voor iemand, het  diepe verlangen om God te willen leren kennen.

Dan komt het beeld van de adem. Door deze ademing, zo zegt Ibn ‘Arabi wordt dit oorspronkelijke verlangen verrijkt door een enorme kosmische genade – de adem van de barmhartige. We kunnen ons voorstellen dat deze kosmische dynamiek twee aspecten heeft – een uitademing en een inademing. Door de oneindige vrijgevigheid van de Barmhartige Adem stroomt de kosmos in de werkelijkheid. Dit is de goddelijke uitademing die het universum op elk moment tot leven brengt. Zo zijn we in staat om de schepping te zien, als een bijna oneindig aantal delen binnen een eenheid, de eenheid van “het Zijn”. Doordat we meerdere dingen kunnen waarnemen ervaren we dat ook niet alleen dingen anders, maar ook mensen anders kunnen zijn. Daardoor is er een relatie mogelijk, maar ook kennis en liefde. Dan pas heeft het oerverlangen van  de “Verborgen Schat” een richting gekregen waarheen het moet stromen.

En toch, zoals we maar al te goed weten, kunnen de dimensies van dualiteit een valkuil zijn waarin “anders zijn” als de enige werkelijkheid wordt ervaren. Als schijnbaar gescheiden entiteiten zijn we uit op verbinding, maar met wat? Zoals de Boeddha zei, wordt onze dorst, ons verlangen, tegelijk de oorzaak van het lijden.

Naast de uitademing die bij ons gewaarwording van de verscheidenheid en het anders zijn  tot  gevolg heeft is er een inademing. De Barmhartige probeert voortdurend alles terug te brengen tot een geheel, tot de essentie. Al het oude van deze kosmos wordt voortdurend vernieuwd, maakt ruimte voor nieuwe dingen. Dat is een aspect van deze inademing.  Op een andere manier wordt de bewuste herkenning van onze ware identiteit de vervulling van kosmisch verlangen, en ook dat is een manifestatie van de inademing. Maar hoewel deze terugkeer naar de eenheid een beweging van liefde is, vernietigt het ook het anders-zijn, en daarom de mogelijkheid van een relatie. De vereniging met de geliefde vernietigt de minnaar. Hier zien we de universele paradox van worden en zijn, en de noodzakelijke spanning tussen anders zijn en niet-anders zijn die goddelijke zelfrealisatie mogelijk maakt.

Samenvattend, vertegenwoordigen de twee aspecten van “de Adem van de Barmhartige ” aan de ene kant de schepping van de kosmos door de goddelijke uitademing, en aan de andere kant, gaan de onderdelen weer in elkaar over door de goddelijke inademing.

We kunnen de paradoxale aard van deze visie zien door de ervaring dat het beeld van de adem niet na elkaar is, zoals de adem van dieren en mensen, maar dat de twee aspecten van de Barmhartige Adem eeuwig naast elkaar bestaan, de uitademing inclusief de inademing, en omgekeerd . Zo kunnen we een glimp opvangen van de velen in de Ene en de Ene in de velen, en de tegenstrijdige gelijktijdigheid van tijd en het tijdloze, van het geschapene en het niet-geschapene, van het andere en het niet-andere.

En wat is rol van muziek binnen dat geheel?

Voordat een melodie of ritme begint, is er stilte. Dan verschijnt het eerste geluid. Waar komt het vandaan? Waar was het voordat we het hoorden? We kunnen opmerken hoe het eerste geluid, en het tweede, en het derde, enzovoort, elk vrij in het moment worden gegeven. Ze verschijnen uit stilte, uit niet-zijn. We kunnen ook opmerken dat de toon die binnen enkele ogenblikken zal worden gespeeld nog niet bestaat … en plotseling is hij er! Hoe komt hij daar?

We kunnen alleen maar zeggen dat deze toon voortkomt uit het oneindige potentieel van de leegte. En wat gebeurt er dan? Hij verdwijnt! Waar gaat hij naartoe? Hij keert terug naar de leegte van stilte, naar het niet-zijn. Als we goed luisteren naar het “in-en uit-gaan-van-zijn” van elk geluid, kunnen we herkennen dat hier juist de schepping en vernieuwing van de kosmos aanwezig is. Wat we de adem van de barmhartige noemen, maakt de komst van elk geluid uit het niets mogelijk. En even wonderlijk lost de adem dit opkomende geluid van het geluid op door het onmiddellijk terug te trekken voorbij het zijn, naar pure essentie.

Maar geluid is nog iets anders dan muziek. Wanneer we luisteren naar muziek of liever nog zelf muziek maken, dan worden we altijd min of meer door die muziek geraakt. Elke krul van een melodie, elk onopgelost akkoord of elke speelse syncope kopieert het verlangen van de verborgen schat om bekend te worden. Melodieën stijgen en dalen, akkoorden vragen om hun vervolg en oplossing.

Zou het kunnen dat muziek in zijn meest authentieke functie het oer-kosmische drama van de schepping weergeeft door zijn eigen creatie van het mooie, het prachtige geluid (de uitademing) en dan de teruggave van dat geluid aan het niets? (de inademing). Terwijl dit gebeurt wordt ons hart getroffen. Of is het zelfs meer dan dat? Als ons hart wordt geraakt door het mooie, is het dan niet zo dat de kosmisch verlangde gebeurtenis van “de Verborgen Schat” bekend wordt gemaakt? Ik denk dat dat zo is. Als we bevangen worden door muziek, ervaren we de inademing van de kosmos. We geven ons over en worden even onderdeel van het geheel. Muziek is, net als liefde, een poort naar de toegang tot God, tot het universum, tot de almachtige.

Ik merkte al bij mijn vorige blog op hoe bij de muziek die daar als voorbeeld werd gebruikt de stilte een enorm belangrijke rol had. Ik ervoer de stilte als essentieel. Na het lezen van dit artikel over de filosofie van Ibn Arabi over onder andere muziek wordt dit nog duidelijker. Tijdens de stilte dringt de essentie, de werking van de muziek nog tot je door, maar is de muziek zelf terug gebracht tot stilte. Het is het moment van inademen. De manifestatie, de complete architectonische opbouw, gelaagdheid van de muziek die net klonk wordt ervaren en daarmee staan we voor de poort van de Barmhartige. Muziek is als de adem van de Barmhartige.

Ik heb een poging gedaan om enkele zinnetjes van bovenstaand lied in modern notenschrift weer te geven.

ibn-arabi-muziekDe omvang is beperkt, niet meer dan die van een kwint. De toonsoort is aeolisch of af en toe frygisch, vooral naar het einde toe wordt er vaak met een dramatische kleine secunde geëindigd. Het beeld doet saai aan, maar de nuances zitten in het tempo en de accenten en de kleine versieringen die ik niet heb opgetekend. Er is geen sprake van een maatsoort, alleen al daardoor zijn er veel overeenkomsten met het Gregoriaans. Ik moest onwillekeurig ook een beetje denken aan gezangen van Hildegard von Bingen, de westerse mystica die in dezelfde tijd als Ibn Arabi leefde, die in een enigszins vergelijkbare stijl schreef maar zich ook voor een deel met dezelfde materie bezig hield. Het is zo wie zo buitengewoon interessant om deze figuren naast elkaar te zetten. Zij die haar dromen optekende en een glimp dacht op te vangen van het oneindige. En deze glimp in teksten wist vorm te geven en in haar muziek. Zou ook deze muziek trouwens niet met meer versieringen geklonken hebben? Ze was los daarvan veel uitbundiger dan die van Ibn Arabi door haar grotere omvang en af en toe grote sprongen, waarmee de componist herkenbaar wordt en iets eigens heeft. De tekst staat bij Ibn Arabi centraal, de muziek is slechts de expressieve drager daarvan.

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek | Tags: , , | 5 reacties

Soefisme in Spanje in de middeleeuwen

De Vorst en de Spiegels

Er was eens een weergaloos knappe vorst.
Hij was zo mooi, dat hij met een scharlakenrode doek
voor zijn gezicht door de straten reed.
Maar zelfs dan werden mensen gek als ze hem zagen.
Wie zijn naam uitsprak, werd van zijn spraak beroofd
En velen vielen ter plekke dood neer.
Ze konden zijn aanblik niet verdragen,
Maar leven zonder hem konden ze ook niet.
Ze stelden zich ermee tevreden zijn stem te horen,
Maar dat was zo vreselijk pijnlijk,
Dal ze hem toch weer wilden zien.
Daarom liet de vorst in zijn paleis spiegels aanbrengen
En als hij daarin keek, zagen de mensen buiten de weerspiegeling van zijn gelaat.
Wil je van die onvergelijkelijke schoonheid
Een glimp opvangen. kijk dan in je hart
En zie daar de adeldom van de grote vriend weerkaatst.
Zijn ziel openbaart zich in de deeltjes van het geheel.
De menigvuldige vormen in de wereld ontspringen aan de schaduw van de vorst.
Je ziet zijn schaduw wel, maar niet zijn glans.
De schaduw en hijzelf  zijn echter een, ze horen bij elkaar.
Zoek je een weg vanuit de schaduwen naar de werkelijkheid:
Als je zijn hof vindt, ga dan door de poort —
Het licht breekt door de wolken heen
En je ziet niets anders meer dan de stralende zon.

Deze tekst is van Farid Ud-din Attar, en komt uit het boek “de samenspraak van de vogels”, een keuze uit zijn soefi poëzie. De schrijver komt uit Iran en leefde in de eerste helft van de twaalfde eeuw. In de loop van de tijd zijn er vele varianten van de soefi filosofie geweest. Bovenstaand gedicht illustreert naar mijn idee een van de kerngedachten van de soefi filosofie: het wezen der dingen is overal en je kunt het vinden door diep in je zelf te kijken.

Het gedachtengoed van de soefisten is ook heel lang in Spanje aanwezig geweest. Dat had tot gevolg dat er in die tijd er een enorme verdraagzaamheid heerste tussen Moslims, Joden en Christenen. Je kunt soefist zijn en tegelijk een godsdienst belijden. In die tijd waren veel moslims en ook de leiders tegelijk soefist. Ook samenkomsten van tegenwoordige soefisten in het westen, zoals die in de Soefi-tempel in Katwijk, worden bezocht door zowel niet gelovigen, Christenen of wie dan ook.

Op de Engelstalige wikipedia vond ik informatie over de geschiedenis van het soefisme in Spanje. Ik licht er enkele dingen uit en vat deze samen:

Ibn Masarra leefde in het begin van de tiende eeuw en hij wordt wel beschouwd als de eerste soefist in Spanje. Na diens dood werden zijn volgelingen in 940 zwaar vervolgd door juristen die zijn werken vernietigden en die ook zijn volgelingen dwongen om deze te herroepen. In de loop van de elfde eeuw kwam er weer meer acceptatie – of op zijn minst tolerantie – ten opzichte van de filosofie van het soefisme. Veel mensen begonnen de werken van filosofen zoals Aristoteles en Plato te lezen en te vertalen. Het Andalusische soefisme bevond zich op dit moment op zijn hoogtepunt.  Het is niet voor niets dat in die tijd ook iemand als Hermann von Reichenau zich liet inspireren door Arabische denkers

Een groot deel van Spanje, en heel lang vooral Andalusië, werd in deze eeuwen bestuurd door Islamitische leiders, die weer in contact stonden met geloofsgenoten vooral in Marokko. In een eerder blog schreef ik al over Averroës, ook genoemd Ibn Rushd. Deze kenner van de geschriften van Aristoteles stond in contact met Ibn ‘Arabi, een van de grootste schrijvers van zijn tijd. Hij leefde rond 1200 en wordt beschouwd als een van de belangrijkste soefi’s van Spanje, hoewel hij – zoals veel andere Andalusische soefi’s – uiteindelijk het schiereiland zou verlaten en door heel Noord-Afrika en het oosten zou reizen. Aan hem worden meer dan 800 geschriften toegeschreven, waarvan meer dan 200 met zekerheid. Van een aantal gedichten is ook de muziek bekend. Bij de cursus middeleeuwen die ik volg werd gesuggereerd dat hij dat zelf gedaan zou hebben. Ik heb dat nergens terug kunnen vinden maar het lijkt me niet onmogelijk. Immers ook iemand als Hildegard von Bingen die in dezelfde tijd leefde schreef gedichten en componeerde ook de bijbehorende muziek.

Niet lang na de dood van Ibn ‘Arabi, ontstond er in het midden van de veertiende eeuw een spirituele leegte in Spanje. Ik vind het opvallend dat ook in de Christelijke wereld in die tijd eerdere denkers als Abélard, of mystici als Bernardus van Clairveaux en Hildegard von Bingen, het moeten afleggen tegen iemand als de in mijn  ogen veel meer orthodoxe Thomas van Aquino. Je ziet voortdurend historische golfbewegingen. Zoals er twintig jaar geleden in Indonesië bij de daar levende moslims nauwelijks hoofddoekjes werden gedragen: nu zijn ze er weer wel, volgens iemand die ik sprak en die er onlangs en ook twintig jaar geleden geweest is.

Op youtube zijn er een aantal muzikale vertolkingen van de gedichten van Ibn ‘Arabi te horen. Waar gaan deze liederen over? Zijn werken in Andalusië concentreerden zich voornamelijk op de perfecte mens en het mystieke pad naar spirituele en intellectuele perfectie. Of ze gaan over Mohammed, en ook historische verhalen worden bezongen. Maar ook dan niet zo maar in de vorm van “een leuk verhaaltje”, maar altijd met een diepere betekenis er achter. Als  ik mijn ogen sluit kan ik met die gedachte een eindje komen, ook al versta ik niets. ik vind ze mooi. Deze muziek opent je hart, of zoals we zo net lazen in het gedicht uit diezelfde tijd: Het licht breekt door de wolken heen en je ziet niets anders meer dan de stralende zon. 

Of wat vind je van dit gedicht. Vertolkt door ensemble Ibn Arabi, met veel pauzes. Een mysterieuze tekst die ik zelf enigszins logisch heb proberen vorm te geven. Ik denk dat alle liederen oorspronkelijk eenstemmig zijn opgeschreven en dat ook dit lied zo een aardig beeld geeft van hoe het waarschijnlijk meestal werd uitgevoerd: eenstemmig met hooguit een simpele begeleiding.

Het is liefde, dus geef je  er aan over. Het is niet gemakkelijk.
Je kunt dit doen met geduld en met verstand.
Maak je hoofd leeg, bij de liefde gaat het over ons zelf.
De eerste vorm is Saqqam, de tweede is dodelijk.
Maar er is een dood met daarin
een leven voor degenen van wie je het meeste houdt.
Ik adviseer je, de passie te leren kennen, maar het zal leiden tot
verwonding, maak dus een keuze.
Als je alleen maar je geluk naloopt zal je sterven.
Als martelaar heeft iemand slechts zijn familie.
Mensen die niet in liefde stierven, leefden er ook niet in.
Zonder bijen zouden de vruchten niet worden geplukt.
Zeg het, zodat je de liefde die je genoten hebt, ook weer zult doden.

Enkele andere gedichten met vertaling en de bijbehorende muziek van Ibn Arabi vind je via deze link

Literatuur:

  • Farid Ud-Din Attar: De samenspraak van de vogels. Synthese, Rotterdam. ISBN 6271 066 9
  • Hazrat Inayat Khan: The Mysticism of Sound and Music. The international Headquarters of the Sufi Movement, Geneva 1991. ISBN1-85230-091-4

 

Geplaatst in filosofie, Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , | 4 reacties