ISS, Venus en de bijna volle maan

Vrijdagavond, 7 februari 2020. Ik heb hem inmiddels al een aantal keren gezien en ik heb er ook al twee keer over geschreven, het ruimtevaartuig ISS. Het was een prachtige heldere avond en juist deze avond was deze bemande satelliet gedurende ruim vijf minuten goed zichtbaar in Nederland. Het was net pas donker en om exact 6 minuten over half zeven begon het, zoals ook voorspeld:  daar kwam hij, laag aan de westelijke horizon. Langzaam klom hij omhoog, richting de zeer heldere planeet Venus in het WZW. Intussen zag je hoe hij enkele redelijk heldere sterren passeerde. Ik filmde uit de hand en zoomde ook af en toe in, wat nu en dan tot een wat beweeglijk beeld leidt. Niet te vermijden als je ook de satelliet wilt blijven volgen. Toen hij Venus voorbij was ging het richting zuiden en net iets eerder was de “afdaling” naar de horizon alweer ingezet. Ik filmde alles vanuit de polder bij de Hoekse weg in Lekkerkerk. Toen de satelliet in het zuiden stond keek je richting Lekdijk. Het laatste stuk zag je hem nog flikkeren door boomtakken heen, en daarna zag je hoe hij langzaam verder afdaalde. Ik bleef filmen tot je hem niet meer kon zien. Zo verdween hij weer in het OZO. De maan was deze avond bijna vol en stond al vrij hoog aan de hemel in het ZO. Die nam ik ook nog even mee in het slotdeel van de film.

Het ruimtevaartuig was bemand door drie astronauten, twee Amerikanen en een Rus. Net twee dagen eerder waren drie andere astronauten terug gehaald en geland in Kazachstan. Dat was live te volgen. Ik kijk regelmatig ook op mijn app over de ISS. Zo zag ik enkele keren live een ruimtewandeling. Brr.. wat eng, denk ik dan. Je ziet live een astronaut door de ruimte zweven in zijn ruimtepak om bijvoorbeeld iets te repareren of om accu’s te vervangen. Buitengewoon spectaculair. En vanavond zag ik ze ook live, nu zaten ze “in een stipje” aan de hemel.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 3 reacties

Volwassen

De school was uit. Op de fiets reden mijn twee kleinzoons voor me uit naar mijn auto. Daar raakte de oudste in gesprek met een mevrouw die daar net toevallig liep.
-‘Hoe oud ben jij?’
-‘Ik ben negentig jaar.’
-‘Négentig jaar! Dat is oud zeg. Dat is al bijna honderd. Dan ga je gauw dood.’
Ik hoorde dit en probeerde het gesprek een andere wending te geven.
-‘Zo, negentig jaar. U ziet er erg goed uit voor uw leeftijd.’
Maar ze ging door op wat mijn kleinzoon zei.
-‘Ik vind het helemaal niet erg om dood te gaan hoor, dan ga ik naar mijn man toe. Die is al dood.’
Nu begreep mijn kleinzoon dat hij misschien iets gezegd had dat ongepast was.
-‘Sorry, sorry. Ik wilde niet zeggen dat je al snel dood gaat.’
De vrouw weer tot mij:
-‘Ik houd er wel van, van kinderen die gewoon zeggen wat ze denken, dat is toch helemaal niet erg?’
-‘Ja, antwoordde ik, dat ben ik met u eens. Maar zo denken niet alle mensen er over. Het is toch goed dat kinderen dat leren.’
We stapten in de auto en reden naar huis.

Thuis op de bank kwam hij op een gegeven moment naast mij zitten.
-‘Opa, jij bent al bijna zeventig.’
-‘Wat goed zeg, hoe weet jij dat?’
-‘Je bent nu 69, en dan word je zeventig. Dat is ook al best oud. En dan ga je over een tijdje ook dood. Want na 70 komt 71, 72, 73..’
Ik onderbrak hem, want ik begreep dat hij door wilde tellen tot 100.
-‘Ja alle mensen gaan een keer dood. Maar als ik dood ga, dan ben jij denk ik al een grote meneer, toch? ‘
Hij was even stil. Toen beaamde hij dat.

Bij de speeltuin ging hij met zijn broertje voetballen.
-‘Ingooi’, riep hij. Zijn broer gooide in, niet van boven zijn hoofd zoals het hoort maar gewoon voor zich uit en hij gooide de bal ook nog eens vlak voor zijn eigen voeten op de grond.
-‘Nee!’ riep hij boos, ‘je moet niet naar je zelf toe gooien!’
Zijn broer voetbalde lustig door. Ik zag hoe de oudste zijn gezicht vertrok tot een verbeten grimas van woede, maar hij deed niets, ging niet schreeuwen, ging niet slaan, maar slikte zijn woede in en ging verder met voetballen. Waw! Dacht ik, wat heeft hij alweer een hoop geleerd. Zo speelden ze zeker twintig minuten samen zonder ruzie te maken. En toen ze stopten waren ze allebei blij: Ze hadden namelijk allebei gewonnen!
Ik heb last van een knie dus ik bekeek alles vanaf een bankje.
-‘Opa, hoe moet dat met die stang?’
-‘Gewoon stevig vasthouden.’
Bij de betreffende glijbaan kun je zoals het hoort naar beneden glijden maar je kunt ook via een soort brandweerstang naar beneden. Vroeger moest ik hem dan vast houden. Nu pakte hij de stang vast en gleed zelfbewust naar beneden. Zijn broertje zag dat en ging het ook proberen. Hem lukte het ook. Wat waren ze allebei blij! Een nieuw spel was geboren. Ze waren brandweerman en rukten na een melding uit. Hup naar beneden, via de stang. En met groot materieel onmiddellijk op weg naar de onheilsplek. Net toen ze weer terug waren in de kazerne werden ze alweer opgebeld. En zo gebeurde het tot drie keer achter elkaar.

Wat een genot om te zien hoeveel er geleerd wordt. Thuis gekomen was er weer een nieuw spel. De deur naar de serre moest dicht. Terwijl de jongste twee kinderen door mijn vrouw in bad werden gestopt speelde hij dat hij volwassen was en alleen woonde. De huiskamer was zijn huis. Hij deed alle lampen die daar waren aan en maakte het zich erg gezellig. In een hoekje ging hij wat spelen en intussen keuvelde hij als een “volwassen meneer” in zich zelf. Toen ik de deur open deed zei hij:
-‘Kom binnen, kom je op bezoek?’
Ik speelde het spelletje onmiddellijk mee. Al snel ging het bezoek weer weg. Dat kwam goed uit, want hij wilde naar bed. Mijn vrouw vertelde dat hij zich boven op onze kamer was gaan uitkleden en daar wilde hij nog even een film voor grote mensen zien. (Bij ons bed staat een kleine TV). Mijn vrouw die nog met de kleintjes bezig was zette een film op die haar wel geschikt leek. Maar toen broer en zus op het bed werden afgedroogd kleedde hij zich maar weer aan en liep als een grote meneer naar beneden, weer naar binnen in zijn huis. Volmaakt gelukkig.

Door zijn opmerkingen over leeftijd en dood word ik erg geraakt. Maar hij laat me zien dat hij het als volwassene best wel gaat redden. Hij leert steeds meer hoe de wereld in elkaar steekt. En vooral ook: hij geniet van zoveel dingen. Ook van piano spelen. Lekker improviseren.

En hij tekende naast mij, terwijl ik de krant las, het eiland Mauru.

mauru

 

Geplaatst in kleinzoon | Tags: | 2 reacties

Van BLAUWE BOEKJE tot studiepunten

Het onderwijs aan de Conservatoria in Nederland tussen 1970 en 2020.

In het voortgezet onderwijs zorgen de centrale eindexamens er voor dat er op zijn minst een zekere waarborg is met betrekking tot het niveau van een bepaald vak. Iets dergelijks was er vroeger ook in het hoger beroepsonderwijs. Ook hoe de studie was ingericht werd vaak van boven af bepaald. De Conservatoria gebruikten daarvoor het “blauwe boekje”. Hierin stond omschreven hoe de vakken afgesloten werden. Zo was er met betrekking tot gehoor- en solfège een onderscheid tussen eenstemmig, tweestemmig en driestemmig dictee. Als je hoofdvak fluit studeerde hoefde je slechts een enkele partij te kunnen onderscheiden. Studeerde je Muzikale vorming (Docent Muziek tweede graad) dan moest je tegelijkertijd ook een baslijn kunnen horen, net als iemand die piano studeerde. Studeerde je Schoolmuziek (Docent Muziek eerste graad) dan moest je ook nog een tussenliggende melodie kunnen reproduceren, net als organisten. Bij de eindexamens waren altijd externe gecommitteerden aanwezig. Dit soort regeltjes werd zo rond 1980 als behoorlijk achterhaald beschouwd. De conservatoria kregen ruim baan om hun onderwijs en examens naar eigen goeddunken in te richten. Het blauwe boekje werd afgeschaft. Na weer enkele decennia was er een complete wildgroei ontstaan. En toen kwamen de visitaties. Eens in de zoveel tijd werd een opleiding gevisiteerd. Dat had tot gevolg dat er koortsachtig voor werd gezorgd dat vooral de administratie op orde was voordat de visitatie plaats vond. Een negatieve visitatie leidde tot een opdracht tot verbetering en bezorgde de opleiding een slechte reputatie.

Maar er zijn nog steeds grote verschillen. Het gaat om niveauverschillen (bij sommige conservatoria wordt iemand die op een bepaalde plek is afgestudeerd niet eens aangenomen voor het eerste jaar), om inhoudelijke verschillen (de vakken die er geven worden kunnen heel verschillend zijn) of om cultuurverschillen. Met dat laatste bedoel ik: hoe wordt er les gegeven, wat is de visie op het toekomstige beroep, is het onderwijs dichtgespijkerd of is er veel vrijheid. Hier kom je soms al achter als je een open dag bezoekt, je proeft de sfeer, praat met docenten en studerenden en voelt iets van de cultuur van de opleiding.

Examens, blauwe boekje, visitaties: het gaat er vooral om dat de overheid die het onderwijs bekostigt weet of het geld goed besteed wordt. Of in ieder geval de illusie heeft dat het goed wordt besteed. Want er zijn dingen die nauwelijks te meten zijn. Zoals de cultuur van een opleiding. Wel zijn er tegenwoordig enquêtes die zowel de docenten als de studenten krijgen voorgeschoteld en waar je van alles iets mag vinden. Helaas zal de uitslag hiervan vooral iets zeggen over: is de organisatie op orde, of: zijn er genoeg studieplekken.  Als er heel schoolse dingen aangeleerd worden maar je hebt als student geen idee dat het ook anders zou kunnen dan slik je dat voor zoete koek. En elke inhoud wordt nu gelabeld. Wat moet je kennen en kunnen? Hoeveel tijd heeft een gemiddelde student daar voor nodig? Dat is zoveel studiepunten.

Mijn opleiding indertijd was in veel opzichten ronduit slecht, ondanks het blauwe boekje. In het blauwe boekje stond wel dat je vijf jaar lang muziekgeschiedenis kreeg bij hoofdvak Schoolmuziek, en die muziekgeschiedenis was ook nog eens onderdeel van het hoofdvak. Het gemiddelde eindexamenpunt werd er mede door bepaald. Dus je leerde goed Muziekgeschiedenis, het was immers de bedoeling dat je leerlingen in het voortgezet onderwijs de hogere cultuur kon bij brengen. Maar er stond in dat groene boekje niets over hoe de stage ingericht moest zijn, niet eens hoeveel uren je stage moest lopen. Nee, als onderdeel van je eindexamen hoefde je slechts één enkele les te geven op een middelbare school. Één goede les in elkaar flansen, daar kon je hoofdvakdocent je nog wel mee helpen. Bij die les zat ook een gecommitteerde. Als je geen al te gekke dingen deed was je voor dat onderdeel geslaagd. Zonder verder ooit voor de klas gestaan te hebben. O ja, je had ook nog enkele jaren pedagogiek en psychologie gehad, maar de docenten die die lessen gaven leken geen flauw benul te hebben van de lespraktijk. Mijn hoofdvakdocent Schoolmuziek heeft me trouwens nooit, geen enkele keer, bezocht als ik ergens stage liep. Mijn stageplekken heb ik zelf georganiseerd. Ik wilde weten of ik dat zou kunnen, les geven. Ik klooide maar wat aan en heb uiteindelijk dan maar ook besloten dat dit niet mijn beroep moest worden. Gelukkig waren er wel heel goede docenten voor bijvoorbeeld piano, zang, harmonieleer enzovoort.

Maar mijn redding was mijn tweede hoofdvak, het hoofdvak “theorie der Muziek”. En daar voelde ik me als een vis in het water. Doordat de opleiding Schoolmuziek zo’n puinhoop was ervoer ik veel ruimte om me met allerlei “andere” dingen bezig te houden. Ik bezocht lezingen, masterclasses, ging naar concerten, organiseerde met anderen een cultureel festival en proefde het leven van alle mogelijke kanten. Eigenlijk, dankzij die chaos bij Schoolmuziek ervoer ik een enorme vrijheid die bij mij persoonlijk goed werkte. Achteraf denk ik dat een opleiding allebei die aspecten moet hebben: een goede organisatie met gestructureerde lessen, maar tegelijk moet er genoeg vrijheid voor experimenteren zijn. De opleiding moet niet dichtgetimmerd zijn door al te vast omschreven inhouden, gekoppeld aan studiepunten. En dat is helaas in de loop van de tijd steeds meer gebeurd. Ik word op afstand al benauwd als ik zie wat er op dit moment van studenten Schoolmuziek verwacht wordt… Maar studenten zijn creatief: “hoe kan ik zo makkelijk mogelijk mijn benodigde studiepunten behalen?” Zo overleven ze het. Bepaalde aspecten van de “chaotische” zeventiger jaren-cultuur zou die opleidingen heel goed kunnen doen denk ik.

Geplaatst in maatschappij, muziek, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Plaats een reactie

Een level hoger

-‘Zullen we beginnen met het vierde level?’
-‘Ja dat is goed. Ik heb al een ideetje wat het vijfde level wordt!’

Mijn twee kleinzoons verkneukelden zich in de auto van opa op weg naar diens huis al op het samen spelen. Er zijn inmiddels enkele spelletjes die ze allebei leuk vinden en waar ze zich echt in kunnen uitleven. Ik moest denken aan mijn eigen jeugd in een klein dorpje waar iedereen uit liep als er in een naburige straat een auto was gesignaleerd. Auto’s waren nog een zeldzaamheid, behalve op de doorgaande rijksweg. Maar zelfs daar was het, toen ik nog een jaar of vijf was, goed mogelijk om over te steken. Stoplichten of zebra’s waren er nog niet. En we kwamen daar bijna niet, dus het zien van een auto was voor kinderen altijd de moeite waard.

Toen ik vijf jaar was ging ik naar de kleuterschool. Daarvoor speelde ik ook al met kinderen. Er waren nog geen crèches, ook nog geen peuterspeelzalen. Ik riep naar mijn moeder die boven met huishoudelijke taken bezig was:
‘Mama, ik ga buiten spelen.’
‘Dat is goed. Blijf je een beetje in de buurt?’
Ik rende naar buiten en wist waar een jongetje woonde van mijn leeftijd. Vaak was die ook al buiten. Hij woonde een straat verder. En we gingen samen spelen. Fantaseren vooral, herinner ik me. Maar ook voetballen. Met vieze handen en kapotte knieën kwam ik dan op een gegeven moment weer thuis en werd daar weer enigszins gefatsoeneerd. Mijn kleren konden wel wat hebben. We hadden “sjwerdisse kleier” aan. Dat waren doordeweekse kleren die vies en vuil mochten worden en uiteindelijk ook kapot mochten gaan. Ze werden herhaaldelijk opgelapt. Het waren toch maar “sjwerdisse kleier.”

Hoe anders is dat tegenwoordig. Ik woon aan een dijk waar veel te hard over heen wordt gereden. Mijn kleinkinderen mogen nooit alleen de dijk op. Gelukkig hebben we nog een enigszins afgeschermde achterom, maar buiten spelen betekent in principe toch dat opa of oma er ook zijn. En binnen is er ook altijd een volwassene in de buurt. Maar ik merk dat het tegenwoordig goed gaat om ze rustig een tijd alleen te laten spelen. Mijn autistische kleinzoon van zes kan inmiddels heel wat hebben van zijn broertje van vier en laat zich zelfs corrigeren. En er zijn dus nu ook spelletjes die ze allebei leuk vinden. Zoals “voetje van de vloer”. Ons huiskamermeubilair is inmiddels al zo oud en versleten dat we niet bang zijn dat het nog meer verslijt. Zij beseffen gelukkig dat dit niet overal zo kan. En zo springen ze van de bank op de stoel, of op een dik kussen op de grond. Alles mag volgens hun spelregels, als ze de vloer maar niet aanraken. En af en toe verplaatsen ze de boel zodat er een ander level wordt bereikt. Ik hoor aan het verschuiven van de stoelen: ah, er komt een ander level! Als ze zo bezig zijn kan ik rustig een half uur in de keuken met van alles bezig zijn. Af en toe kijk ik even stiekem en zie dat het goed gaat. Ze spelen dan binnen zoals wij vroeger vooral buiten speelden. En het gaat goed, geen huilpartijen, zelfs geen builen of bulten. Ze weten wat ze kunnen. Ik hoorde mijn jongste kleinzoon zeggen: ‘Dat doe ik niet, dat vind ik te moeilijk’. Logisch, want hij heeft kortere beentjes. Hij kent zijn grenzen, maar vindt het niet erg. Ik geniet hier van.

Er is een nieuw en tegelijk oud spelletje ontstaan. Mijn oudste kleinzoon, die zich eerst als Willem-Alexander, later ook als Maxima of zelfs als Beatrix verkleedde (dan was hij in verwachting van Willem-Alexander) heeft nu het verschijnsel bisschop ontdekt, ja zelfs paus.
-‘Opa, ik ben bisschop-kardinaal. Ik ga een nieuwe paus kiezen.’
Maar waar vind je bijpassende kleren? Even een deken omhangen en een papieren mijter op zijn hoofd vond hij toch niet ideaal. In de kelder stond een doos met sint- en piet-kleren. Na twee weken zeuren (ze waren eigenlijk pas weer voor volgend jaar bestemd) gingen opa en oma overstag. Eindelijk waande hij zich een echte bisschop, of zelfs bisschop-kardinaal. Maar zijn broertje vond nog meer in de doos: hij werd weer Zwarte Piet. Ik moest de schoen zetten en daar moest een wortel in. Het werd een pantoffel en ik vond nog een laatste wortel in de koelkast. Toen moest ik een liedje zingen en op de bank gaan slapen. En ja hoor, er zat een kaart met een sterrenhemel in mijn schoen! Hoe wéét Sinterklaas dat ik daar van houdt!
Onmiddellijk daarna was het weer avond en het spelletje moest nog een keer. De wortel werd ge-recicled. Wat een weelde, ik mocht de hele dag slapen! Nu duurde het veel langer. Ze waren in de weer met inpakpapier, helemaal boven. (Het moest zo geheim mogelijk blijven).

inpakpapierZwarte Piet kwam beneden en maakte me wakker. Ik dacht dat het al pakjesochtend was, maar nee: ‘Opa, heb je plakband? ‘
Ik had plakband. Het duurde weer een hele tijd. Maar helaas, ik werd nogmaals voortijdig gewekt. De plakband was aan zich zelf vast gaan plakken, Zwarte Piet vroeg om raad. Ik peuterde het beginnetje weer los en hij ging weer het dak op. Na een tijdje was het eindelijk zover: in mijn pantoffel lag een boek. Het was een historisch antiquarisch boek uit de negentiende eeuw, net zoiets als waar ik al jaren naar op zoek was. Hoe wéét de Sint die dingen toch allemaal zo goed!
-‘Opa het is bijna pakjesavond, wil je ook nog een gróót cadeau?’
Ik besloot dat ik graag een auto wilde hebben.
De bisschop en zijn knecht gingen weer naar boven en ik dommelde in. Pfff. Er waren weer eens problemen met de plakband. Even later zelfs nog een keer. Verveeld zette ik de TV aan. Ook Dieuwertje Blok was bang dat het dit jaar allemaal niet goed ging komen vanwege de voortdurende problemen met de plakband. Toen ging het opeens helemaal mis. Ik hoorde Zwarte Piet huilen en Sinterklaas maakte mij wakker: ‘wakker worden! Er ligt een cadeau voor jou in je schoen.’ Tja, wat moest ik doen. Ik werd verscheurd door solidariteit met de clerus en met het gewone volk. Ik ging toch eerst maar eens poolshoogte nemen bij Zwarte Piet. Na enig doorvragen begreep ik dat Sinterklaas het zat was geweest vanwege die ellendige plakband. Hij was het half ingepakte pakje al gaan bezorgen. Maar Zwarte Piet was het daar helemaal niet mee eens: er moest volgens hem nog een extra stukje plakband om heen! Ik begreep het dilemma van de pakketdienst. Het was nu te laat, Zwarte Piet gooide zijn kleren demonstratief af en besloot dat het bijna Kerstmis was. Sinterklaas daarentegen ging met zijn bisschopskleren aan al plechtig prevelende en intussen in zijn brevier lezende naar boven. Daar hoorde ik hem “Dag Sinterklaasje” zingen. Toen kwam ook hij naar beneden met de mantel en mijter in zijn handen. De Sint was vertrokken naar Spanje.
Ik keek toen toch maar eens nieuwsgierig in mijn pantoffel. Een toch best nog wel aardig verpakte auto! Ik wilde eigenlijk gaan spelen maar de gewezen Zwarte Piet lag nog steeds verdrietig te mokken op de bank.

mokkenIk vroeg hem hoe lang hij nog boos was. ‘Nog even.’ Ik wachtte precies “even” en vroeg of hij me wilde helpen met koken. Hij veerde op en keek weer vrolijk. Pff.

Maar wat was het een mooie ervaring! Ze spelen met elkaar, en ook nog eens best lang. En heel lang gaat het ook nog eens gewoonweg erg goed. Zonder dat opa er zich mee bemoeit. Ze weten steeds beter van geven en nemen. Ze beginnen te leren hoe samen spelen werkt. Ze hebben een hoger level bereikt.

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | Plaats een reactie

Afterglow

Hoe lang duurde de oerknal? Geen flauw idee. Wel weten we steeds meer over wat er onmiddellijk daarna gebeurde. Wetenschappers hebben berekend dat in de periode van 10-36 seconden tot 10-32 seconden na die oerknal, dat is een bijna niet te begrijpen ongelooflijk korte fractie van een seconde, het heelal gegroeid is van miljoenen keer kleiner dan een speldenprik tot de grootte van een golfbal. En die groei ging daarna door. Die golfbal bestond uit een plasma van quarks en gluonen. Gluonen zijn deeltjes die in staat zijn om quarks zowel van lading te laten veranderen als ook om ze aan elkaar te binden. We zitten hier op het niveau van de meest elementaire fysica. Er wordt steeds meer begrepen van deze processen maar nog steeds wordt er vooral heel veel niet begrepen. Uiteindelijk kunnen er elektronen en protonen ontstaan uit die quarks.

Dit alles blijft onzichtbaar, zelfs als er op een gegeven moment lichtdeeltjes, fotonen, worden gevormd. Deze botsen voortdurend als een gek op die protonen en elektronen en bewegen dan als een soort stuiterballetjes binnen het plasma. Pas als er nog grotere delen, atomen, worden gevormd (waterstof en helium), kunnen de fotonen in een rechte lijn hun weg door het zich uitdijende heelal vervolgen, om een kleine 13,8 miljard later ook bij ons aan te komen. Wij zijn feitelijk die fotonen vooruit gesneld als onderdeel van dat uitdijende heelal, nog niet als aarde maar als een oersoep van quarks en gluonen waaruit alles ontstaan is.

Oorspronkelijk hadden die fotonen een golflengte van het zichtbare licht. Door de uitdijing van het heelal is hun golflengte steeds langer geworden waardoor ze niet meer te zien zijn. Maar ze zijn wel te meten. En dat heeft de Planck telescoop in Californië gedaan. Deze telescoop werd op een minuscuul deel van het heelal buiten onze Melkweg gericht. De fotonen die ons nu, na 13,8 miljard jaar bereiken, zeggen ons iets over de situatie 400.000 jaar na de oerknal, over het moment dat de fotonen uit het plasma konden ontsnappen.

heelal

Dat beeld, het beeld van de nagloed of “afterglow” van de oerknal is wetenschappelijk bijzonder interessant. Wetenschappers hebben hierdoor ontdekt:

  1. Dat het heelal 100.000 jaar eerder is ontstaan als daarvoor werd gedacht.
  2. Dat er toen kleine temperatuurverschillen waren in dat plasma.
  3. Dat door die temperatuurverschillen de atomen en later ook alle andere elementen zich niet evenredig over dat heelal gingen verdelen, maar dat er slierten van materie gingen ontstaan. De basisopbouw van melkwegstelsels werd daarmee gelegd.
  4. Dat de nieuw geschatte expansiesnelheid van het universum iets kleiner is dan eerdere schattingen die waren afgeleid van waarnemingen door ruimtetelescopen, zoals Spitzer en Hubble van de NASA, en die verkregen waren met behulp van een andere techniek.
  5. Dat het gehalte aan donkere materie in het universum 26,8 procent is, een stuk meer dan eerder was berekend.
  6. Dat de hoeveelheid donkere energie een stuk kleiner is.
  7. Dat de “normale” hoeveelheid materie 4,9 procent is, iets meer dan eerder werd aangenomen.

Nou en? Wat ik vooral opmerk is dat dezelfde fascinatie die mensen als Galilei of Huijgens hadden wanneer ze nieuwe dingen door hun eigen gemaakte telescopen ontdekten, dat die er nog steeds is. Het is ongelooflijk hoeveel er nog te ontdekken valt. Zowel heel dichtbij maar ook, zoals hier, ongelooflijk ver af.

Verder zie ik in die foto van de afterglow “stringen”, iets als de stringen van ons DNA. De eerste temperatuurverschillen leidden tot enorm complexe structuren zoals die van melkwegstelsels. Maar de vingerafdrukken daarvan waren er al, in de afterglow. En in ons DNA zit de vingerafdruk van een levend persoon, een uniek iemand. Die onderdeel is van een gezin, familie, zoogdierenfamilie. Die afstamt van een bacterie, een eencellig iets. Zo is er in de vroege geschiedenis van de aarde, zo’n 4 miljard jaar geleden, iets gebeurd waardoor uit een plasma van koolstofcomplexen een levend wezen ontstond. Het ontstaan der dingen herhaalt zich, voortdurend. Binnen een melkwegstelsel worden nieuwe sterren geboren uit sterrenstof. Tegelijk gaan er sterren dood. In ons lichaam worden voortdurend cellen vernieuwd. Ook op aarde wordt het leven voortdurend vernieuwd. De basisingrediënten, quarks en gluonen zijn er nog steeds. We snappen er bitter weinig van, het gaat ons begrip eigenlijk nog steeds te boven. Ik moest ook denken aan kikkerdril. Een kikker legt eitjes in een kleverig doorzichtig pudding-achtig goedje. Een soort plasma.. Die eitjes worden steeds groter. In elk eitje zit in aanleg een kikkertje. Het kikkertje worstelt zich naar buiten in de vorm van een kikkervisje en gaat de wijde waterwereld in. Als hij dan pootjes krijgt kan hij ook nog eens een keer het land verkennen. Het leggen van het eitje is als het ware het begin van de oerknal. Het ontsnappen uit het plasma is vergelijkbaar met het foton dat eindelijk de wijde wereld in kan. Bij de mens is dat de geboorte van een kind. Heel banaal gesproken zou je de ejaculatie van een man kunnen zien als een oerknal…

Terug naar de structuur die we zien in de afterglow en die daarna in het groot wordt omgezet naar de structuur van het heelal met al zijn melkwegstelsels. Maar ook in ons menselijke bestaan zijn er bijzondere structuren waar te nemen. De meest universele structuur zien we bij muziek. Mijn kleinzoon ontdekt voortdurend hoe muziek werkt, hij zoekt totdat hij grondtonen heeft, totdat hij akkoorden hoort, hij creëert nieuwe muziekstukjes die een begin en een einde hebben. En die zich de volgende dag herhalen, nu klinken ze net weer iets anders. Het zijn allemaal nieuwe, vluchtige structuren. Die tekent hij ook. Telkens maar weer. Honderden tekeningen maakt hij. De kosmos wordt door hem ontdekt, zo niet opnieuw uitgevonden. De afterglow van al die kunde zit in zijn genen, in zijn DNA, in zijn collectieve bewustzijn zou Jung zeggen. Maar ook in de natuur, want alles is gebaseerd op natuurkundige logica, als 1:2 (octaaf, herhaling, herkenning van iets dat is afgeleid uit het vorige) of 2:3 (elk iets heeft al een natuurlijke tegenstelling in zich) of 27 ≈ 3/212 (in de muziek: 7 octaven is vrijwel gelijk aan 12 kwinten, dat is dan de basis van de kwintencirkel, de logica van akkoorden, van akkoordprogressies en van toonsoorten). Al die natuurkundige grootheden worden door de mens ervaren, vooral in de muziek en elke muzikale ervaring heeft denk ik uiteindelijk een grondslag in de natuurkunde. De afterglow die leidt tot het heelal en wellicht zelfs tot het leven bevat in de kern misschien al het geheel van onze menselijke ervaringen en emoties. Dus als we muziek maken beleven we de kosmos en gaan we op onze manier voort op het heel oude idee van de afterglow. De harmonie der sferen bij Pythagoras ging oorspronkelijk niet verder dan tot de zon, maan en de zichtbare planeten. Als ik kijk naar de afbeelding van de afterglow van de Planck telescoop zie ik niet alleen nieuwe structuren ontstaan, ik hoor al muziek.

Dit klinkt misschien allemaal wat hoogdravend. Maakt niet uit. Of je je dit bewust bent (bijna niemand), een beetje bewust bent (misschien ik) of dat het je niet interesseert en je je er helemaal niet bewust van bent: je ontkomt er niet aan. Ook als je bij de dag leeft ben je onderdeel van dat geheel en als je muziek maakt of er naar luistert ervaar je het stiekem toch, ook al heb je er geen weet van… En vooral de grote kunstenaars laten ons voortdurend iets van die afterglow ervaren.

Zie ook:

  • Site nasa over de Planck missie
  • Het kosmisch rariteitenkabinet, laatste hoofdstuk. George van Hal en Ans Hekkenberg. Fontaine uitgevers 2019, ISBN 978 90 5956 9577 NUR 917
Geplaatst in Astronomie, filosofie | Tags: , , | 2 reacties

Pianoconcert

Op mijn computer had ik ingelogd bij youtube en het tweede pianoconcert van Rachmaninov werd gespeeld.
-‘Wat is dat?’ vroeg mijn oudste kleinzoon nieuwsgierig. Hij bleef enkele minuten kijken, toen had hij het alweer gezien en ging hij verder spelen. Hij had zich verkleed als bisschop, was omhuld met een deken en had een papieren mijter op zijn hoofd die ik voor hem had gefabriceerd.

Een uur later wilde hij een orkest formeren. Hij had nodig: een dirigent, publiek, orkestleden en een pianist. Alle vacatures waren nog open, alleen die van pianist, die was al vergeven. Hij zelf wilde de piano bespelen. Alleen zijn twee jaar jongere broertje en ik waren aanwezig. Ik kreeg de kop van een fluit in mijn handen gedrukt en moest onderdeel van het orkest zijn. Zijn broertje had niet zo veel zin maar deed dan toch maar mee: hij kreeg een schellenraam. De pop Basje zou moeten dirigeren, alleen die bleef niet staan, hij viel alsmaar om. Ik wist hem klem te zetten tussen een stoel en een doos. Hij stond er klaar voor. Jammer genoeg was er geen publiek, maar als oma straks thuis kwam kon die misschien publiek zijn.

pianist

De pianist kwam op, maakte een buiging, ging achter de piano zitten en begon te spelen. Het orkest viel gelijk in en vooral het slagwerk liet zich uitbundig horen. Af en toe keek de pianist een beetje verstoord naar het orkest. Toen het stuk was afgelopen was een van de orkestleden verdwenen, die vond het denk ik niet zo’n erg boeiend pianoconcert. De pianist was niet tevreden maar misschien zouden we het de volgende dag als oma er ook was nog een keer kunnen over doen.

De volgende dag was oma er. De pianist had precies in zijn hoofd wat hij wilde. Weer was Basje de dirigent, dat was goed bevallen. Nu waren er ook poppen als publiek, zijn jongere zusje bespeelde de djembé, zijn broertje de kop van de fluit, opa tokkelde op de cither en oma schelde het schellenraam. Alles mislukte, nog voordat de pianist zijn buiging had gedaan begonnen sommige leden van het orkest al te spelen en niemand leek te luisteren naar de solist. Huilend en krijsend verliet deze de zaal. Opa opperde dat opa misschien dirigent zou zijn?

pianist3Het ging iets beter maar toch kon de pianist er ook nu weer alleen maar om huilen. Toen zou oma nog een poging wagen. Zij liet als dirigent alle instrumenten een voor een spelen maar: zó zat dat stuk toch niet in elkaar! De pianist ging compleet over de rooie. Het concert eindigde in een ware rel. De premiere van de Sacre was er niets bij.

Muziek maken  is voor mijn oudste kleinzoon gewoon een spelletje, het is niet iets dat spontaan kan ontstaan. Hij heeft het verloop van het spel van te voren al helemaal in gedachten en daar mag niet van worden afgeweken. Net als bij voetballen. Hij heeft een soort film in zijn hoofd van een voetbalwedstrijd en speelt die film na, inclusief juichen en joelen. Een weglopende keeper, dat kan niet. Dat onderbreekt zijn film en hij wordt woedend. Iedereen die mee doet is feitelijk slechts een soort figurant in zijn film. Ook de spelregels, die moeten altijd op dezelfde manier. Of nee, laatst verzon hij zelf een nieuwe spelregel. Als je aan de rechterkant de bal uit schopt dan mag hij ingegooid worden naar jezelf. Aan de linkerkant mag dat niet, dan gooi je naar iemand anders. Dat verzint hij dan en vanaf dan is dat een spelregel. De figuranten hebben dat maar te slikken.

Zo waren er vooral afgelopen woensdag enkele “spelletjes”, muziek maken en voetballen, die hij zich heel anders had voorgesteld. Gelukkig heeft hij daarna nog lekker een half uurtje in zijn eentje gespeeld met het kneedzand, Hij maakte het eiland Solor met een hoge vesting in het midden. En babbelde en fantaseerde dat het een lieve lust was. De dag eindigde vredig. De volgende week wil hij toch weer een keer een pianoconcert uitvoeren. Maar dan mogen zijn broertje en zusje niet mee doen…

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | 2 reacties

Auschwitz

Morgen is het 75 jaar geleden dat concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. Een bijzonder indringend muziekstuk waar ik aan moest denken schreef Schönberg in 1947-48. Schönberg, zelf ook jood, was zich op een gegeven ogenblik intensief bezig gaan houden met de joodse cultuur. Hij emigreerde al voor de tweede wereldoorlog naar de Verenigde staten. Na de oorlog kreeg hij het verzoek om een muziekstuk te schrijven ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen in het getto van Warschau en aan de dingen die er op volgden: de laatste gang naar de gaskamer. Hoofdpersoon is een jood die dit alles heeft overleefd, al kan hij zich zelf niet meer herinneren hoe. Ruim twee jaar voor zijn eigen dood liet Schönberg ons dit beklemmende muziekstuk na.

Zie ook het uitgebreide artikel over dit stuk op wikipedia:

Een overlevende uit Warschau

Geplaatst in Geschiedenis, maatschappij, muziek | Tags: , , , | Plaats een reactie

De ontwikkeling van het leven op de aarde

In mijn boekenkast staan enkele boeken die gaan over de ontwikkeling van de aarde.  Maar nu vond ik op youtube een buitengewoon heldere en informatieve film. In ruim elf minuten zie je de aarde langzaam veranderen. Er zijn enkele extreme periodes waarin de aarde miljoenen jaren achter elkaar compleet bevroren is, niet een klein beetje, maar echt heel stevig. Temperaturen als op heel koude dagen in de wintertijd aan een van de polen maar dan als gemiddelde temperatuur of zelfs nog lager, op heel de aarde. De laatste ijstijden die bijvoorbeeld de Neanderthaler nog mee maakte waren in vergelijking daarmee maar heel kort en stelden relatief zó weinig voor dat ze op deze schaal niet eens te zien zijn… Ook zijn er perioden dat het veel warmer was.  En de zee werd soms paars door de grote hoeveelheid zwavel of hij werd rood door het ijzeroxide. De samenstelling van de atmosfeer veranderde ook voortdurend. En dat zonder ingrepen van de mens, die was er nog niet. Er was een heel lange periode leven op aarde zonder dat er zuurstof was. En toen de eerste zuurstof in de atmosfeer van de aarde kwam was dat een regelrechte ramp, het grootste deel van het leven wat er toen was kon er niet tegen en ging dood. En zo zijn er nog veel meer rampen geweest. Op het heel grote geheel stelt de mens totaal niets voor en alles wat hij doet ook niet. Deze film geeft een besef van die nietigheid.

De tijd vanaf dat de aarde bestaat gaat in de film lopen vanaf 14 seconden. Vanaf dan zien we in 11 minuten en 10 seconden de ontwikkeling van de aarde over 4,54 miljard jaar. Elke seconde van het filmpje staat zo voor ongeveer 6 miljoen jaar. Pas in de laatste seconde van het filmpje is de mens op aarde verschenen….

Ik geef hier onder de tijd in minuten en seconden (van het filmpje ) weer van de meest belangwekkende momenten. Het rode cijfertje 1 op de tijdbalk hieronder en ook in de beschrijving van mij daaronder staat zo voor de geboorte van de aarde. Op dit moment leven we bij cijfer 47. Boven elk cijfer staat hoeveel miljoen jaar geleden deze gebeurtenis plaats vond. In de beschrijving van al deze gebeurtenissen staat tussen haakjes het punt van de film waar je die gebeurtenis en nog andere wetenswaardigheden van dat moment kunt terug vinden. Bij cijfer 6 is er al sprake van eencellig leven. Bij 20, halverwege de huidige leeftijd van de aarde, zitten we nog maar pas in de fase van blauwalgen en bacteriën, bij 24 komt de eerste voorouder van algen en planten. Bij 31 komen de eerste dieren, bij 39 de eerste insecten, bij 44 de eerste zoogdieren. De samenstelling van de atmosfeer verandert voortdurend heel sterk. Vóór cijfer 34 lijkt hij totaal niet op die van de huidige atmosfeer. Elk cijfer begint met het aangeven van de gemiddelde temperatuur op aarde op dat moment.

tijdlijn1tijdlijn2tijdlijn3tijdlijn4

  1. 4000 °C. De aarde is net gevormd en koelt al snel af. (0:14)
  2. 900 °C. Er is iets heel heftigs gebeurd. Een planeet met de grootte van Mars botst tegen de jonge aarde. De twee versmelten, in de kern van de aarde komt veel ijzer terecht. Door de botsing wordt er een enorme wolk gruis en gas de ruimte in geslingerd. Een groot deel daarvan blijft om de aarde heen draaien en klontert langzaam samen: de maan is geboren. De maan zelf komt in een redelijk stabiele baan, maar de afstand tot de aarde neemt geleidelijk toe. Nog steeds is dat het geval. In de nabije toekomst zal een volledige zonsverduistering nooit meer helemaal volledig kunnen zijn.  De aarde draait om zijn as in 4 uur en 8 minuten, dus bijna 6 keer zo snel als nu. De atmosfeer heeft nog geen zuurstof maar vooral CO2 (71%) en stikstof (24%). De hoeveelheid stikstof blijft daarna toenemen en de hoeveelheid CO2 blijft afnemen waardoor de aarde snel verder kan afkoelen. (0:20)
  3. 220 °C. Er ontstaat water in de vorm van waterdamp. Tegelijk ontstaat er door de aantrekking van de maan (die veel dichterbij de aarde staat dan nu!) getijdenwerking in deze dampende aarde. (0:30)
  4. 210 °C. Deze watermassa wordt van complexe moleculen voorzien door inslagen van meteoren. Het eerste primitieve leven ontstaat nu waarschijnlijk in die kokende oceaan. Ook begint de plaattektoniek op gang te komen door de afkoeling van de oceaan: In de oceaan gaat zich land vormen. (0:36)
  5. 87 °C. Er gebeurt van alles bij de buitenste planeten van ons zonnestelsel. Hun banen veranderen, ze worden instabiel en daardoor raken ook objecten in de asteroïdengordel op drift. Vele malen wordt de aarde getroffen door een inslaande asteroïde. De gevolgen zijn desastreus. maar toch weten enkele eencelligen te overleven. De hoeveelheid CO2 is intussen geleidelijk aan afgenomen tot ongeveer 12%, de hoeveelheid stikstof is toegenomen tot 75%. (0:49)
  6. 34 °C. de eerste stromatolieten worden gevormd: fossielen van neergeslagen micro-organismen. Dit is het vroegste bewijs van leven op aarde. (1:14.)
  7. 32 °C. In de diepten van de oceaan leeft een klein eencellig wezen. Dit is het oerwezen van al het huidige leven op aarde. De CO2 is vrijwel helemaal uit de atmosfeer verdwenen. Deze bestaat nu voor 98% uit stikstof. Deze samenstelling van de atmosfeer blijft zeer lang achter elkaar vrij stabiel.  De aarde draait nu in 7:13 uur om zijn as. (1:19)
  8. 27 °C. De eerste fotosynthese in het water vindt plaats. (1:56)
  9. 26 °C. Voor het eerst heeft er zich een continent gevormd. (2:12)
  10. 25 °C. Een meteoor inslag ter grootte van de Mount Everest vindt plaats in Zuid-Afrika (Barberton). Tsnunami’s met golven van 1000 meter hoog en hevige aardbevingen zijn het gevolg. (2:20)
  11. 24 °C. Eerste leven op het nog jonge land. (2:25)
  12. 20 °C. Kleinere stukjes land klonteren samen tot een enkel continent: Ur. Dit is overigens nog kleiner dan Australië. In ongeveer dezelfde tijd vindt er een enorme meteoor-inslag plaats in het huidige Groenland. Niet lang daarna komt er voor het eerst een kleine hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer voor. (3:00)
  13. 10 °C. Er vindt een soort ijstijd plaats. Voor het eerst is er ijs op de aarde en wel aan de zuidpool. (3:19)
  14. 16 °C. De IJstijd is weer voorbij. Maar hij heeft wel meer dan 120 miljoen jaar geduurd! (3:40)
  15. 16 °C. Eerste blauwalgen. (3:51)
  16. 15 °C. De aarde krijgt een atmosfeer met zuurstof, het “Great Oxygenation Event (GOE)” Dit wordt veroorzaakt door cyanobacteriën die fotosynthese veroorzaken. Dit proces heel lang geduurd, van ongeveer drie miljard jaar geleden tot ongeveer een miljard jaar geleden. Fotosynthese produceerde zowel vóór als na de GOE zuurstof. Het verschil is dat vóór de GOE organische stof en opgelost ijzer chemisch alle vrije zuurstof afvingen. De aarde heeft veel ijzer en ijzer heeft een hogere oplosbaarheid dan zijn oxiden, dus de oceanen hadden veel opgelost ijzer. Het werd ijzeroxide en maakte enorme afzettingen als ijzerband. Toen niet genoeg ijzer overbleef om zuurstof op te vangen, verzamelde zich vrije zuurstof in de atmosfeer. Overigens was die hoeveelheid nog niet veel meer dan 1%, nu zitten we op 21%. (4:27)
  17. 15 °C. Ten gevolge van bovenstaand proces beginnen de oceanen rood te kleuren. Door de zuurstof in de atmosfeer sterft bijna al het leven uit. (4:33)
  18. -26 °C. Vrijwel al het methaan in de atmosfeer verdwijnt, ten gevolge daarvan bevriest de hele aarde in korte tijd. De aarde blijft meer dan 300 miljoen jaar achter elkaar bevroren. (4:41)
  19. 15 °C. Onder de ijslaag heeft zich langzaam een laag CO2 opgebouwd. Deze doorboort uiteindelijk de ijslaag en komt in de atmosfeer terecht, met een snelle opwarming tot gevolg: einde van deze zeer lange en extreme ijstijd. In de diepte hebben een aantal eencelligen kunnen overleven. Al snel worden daarna de eerste meercellige wezens gevormd. (5:31)
  20. 13 °C. Bacteriën met een vorm zoals ze ook nu nog hebben worden gevormd. (6:04)
  21. 13 °C. Grote inslag door asteroïde van 10-15 km groot in Canada. (6:12)
  22. 13 °C. Er ontstaat een groot supercontinent naast nog wat kleinere eilanden. (6:37)
  23. 13 °C. De oceanen kleuren paars door grote hoeveelheden zwavel, veroorzaakt door bacteriën. (6:55)
  24. 13 °C. De eerste voorouder van alle algen en planten ontstaat vanuit bacteriën. Even later ontstaan ook de eerste schimmels in het water. (7:05)
  25. 12 °C. De eerste algen verschijnen op het vasteland. (7:27)
  26. 12 °C. De eerste paddenstoelen verschijnen op het land (7:46)
  27. 12 °C. Het supercontinent breekt weer in tweeën. (7:53)
  28. 12 °C. De eerste fotosynthese vindt plaats op het land. De eerste vormen van voortplanting via seks vinden plaats. (8:01)
  29. 12 °C. Allerlei landplanten beginnen zich te ontwikkelen. (8:59)
  30. -35 °C. Grote wereldwijde ijstijd. Veroorzaakt door grote vulkaan uitbarstingen en het verdwijnen van veel CO2 uit de atmosfeer. Hij duurt langer dan 60 miljoen jaar. (9:21)
  31. 15 °C. Einde van de ijstijd. Kort daarna begint het leven van de eerste, nog uiterst primitieve dieren. (9:30)
  32. -45 °C. Zeer felle ijstijd. (ongeveer 15 miljoen jaar) (9:32)
  33. 15 °C. Einde ijstijd. De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer begint nu pas stevig toe te nemen, tot deze tijd was het nooit meer dan 1%. De hoeveelheid stikstof neemt af. Een dag duurt inmiddels 21:08 uur. (9:36)
  34. 16 °C. Begin van de vorming van de ozonlaag. (9:42)
  35. 17 °C. Na een korte ijstijd ontstaat nu uitgebreid meercellig leven. (9:45)
  36. 24 °C. Begin van het cambrium, vlak na weer een korte ijstijd (9:52)
  37. 28 °C. Eerste trilobieten (9:55)
  38. 22 °C. Planten beginnen het land te veroveren. (10:03)
  39. 26 °C. Eerste insecten. Niet veel later zien we ook de eerste bomen en de ontwikkeling van bladeren. De hoeveelheid zuurstof in de lucht is geleidelijk gestegen tot een maximum van 24% maar is inmiddels weer afgezakt tot 18%. (10:16)
  40. 19 °C. de eerste vliegende wezens: insecten. Niet veel later komst amfibieën. (10:23)
  41. 12 °C. Ontstaan van Pangea. (Supercontinent dat veel later weer in stukken breekt en dan de huidige continenten gaat vormen). Eerste sprinkhanen. (10:29)
  42. 24 °C. Eerste warmbloedige dieren. De hoeveelheid zuurstof zit al een hele tijd op ongeveer 33%, veel meer dan nu dus. (10:37)
  43. 28 °C. Tussen het perm en het trias vindt er een gebeurtenis plaats die bijna zijn weerga niet kent. In de volksmond heet dit de “Big Dying”, die ongeveer 252 miljoen jaar geleden plaats vond. Het is de meest ernstige bekende uitstervingsgebeurtenis van de aarde, waarbij 96% van alle waterdieren en 70% van de gewervelde landdieren uitsterven. Ook sterven zeer veel insectensoorten uit.  Omdat zoveel biodiversiteit verloren gaat, duurt het herstel van het leven op het land aanzienlijk langer dan na een andere uitstervingsgebeurtenis, mogelijk tot 10 miljoen jaar. Mogelijke oorzaken zijn een of meer grote meteoorinslagen, enorme vulkaanuitbarstingen of grote methaan producerende microben. De hoeveelheid zuurstof zakt nu weer tot 20%. Toch, enkele miljoenen jaren later grijpen bepaalde soorten hun kans: de eerste dinosaurussen en krokodillen verschijnen. (10:39)
  44. 20 °C. Eerste zoogdieren. (10:47)
  45. 20 °C. Door een grote krater inslag wordt de aarde verduisterd en sterven onder meer de dinosaurussen uit. De hoeveelheid zuurstof is nog maar slechts 15%. (10:57)
  46. 16 °C. Voorloper van de mensapen en van de mens, De hoeveelheid zuurstof is weer opgelopen tot 23%. (11:21)
  47. 16 °C. De eerste mens. Er zit nu 21% zuurstof in de atmosfeer. De dag duurt 24 uur. (11:24)

tijdlijn1tijdlijn2

tijdlijn3tijdlijn4

Wetenschappers van over de hele wereld hebben intussen dit en nog meer dingen over de geschiedenis van de aarde ontdekt. Het allereerste begin (tot en met cijfer 5) en zelfs nog de periode die er aan vooraf ging wordt zeer illustratief beschreven in onderstaande vier filmpjes die op elkaar aansluiten en die tezamen een film vormen van ongeveer 35 minuten. We zien hoe de aarde eerst een veel kleinere planeet is en veel groter wordt, hoe de maan geboren wordt, hoe na rampen met kolossale inslagen (cijfer 5) sommige eencellige wezentjes weten te overleven en hoe de aarde daarna weer herstelt. Een prachtige film die ook inzicht geeft in het werk van wetenschappers van over de hele aarde.

 

 

Geplaatst in Astronomie, filosofie, maatschappij | Tags: | 3 reacties

Jezus wordt geboren in het riet en Alexander wordt gedoopt

-‘Alle hotels zijn vol…. O nee, ik zie een kribbe…… ik zie een koe en een schaap ……’
-‘3….. 2 …….1’ Jaaah! Jézus is geboren.

herderGisterochtend liepen mijn vrouw en ik met onze oudste kleinzoon door het riet. Hij had een herdersstaf in zijn hand. Na een tijdje werd hij opeens Jozef. Zijn fantasie sloeg op hol. Kerstmis is dan wel allang voorbij, maar zoals zijn zusje van drie jaar nog regelmatig Sinterklaasliedjes zingt, zo speelt hij in zijn fantasie nog steeds graag het kerstverhaal na. Jezus werd geboren, en dat gebeurde in een wip: floep, daar was hij. De dag ervoor zat hij bij mij te kijken naar een foto die ik gemaakt had in het Bonnefantenmuseum, een foto van een schilderij van een Italiaanse kunstenaar die de geboorte van Jezus had geschilderd. Waarschijnlijk kwam hij daardoor die ochtend in het riet op dat idee. We liepen verder door het prachtige ochtendlandschap. Een heel eind verder kwamen we bij het eiland Solor, dat is een van zijn fantasielanden.

solorSolor is een mooi exotisch eiland maar waar wel Nederlands wordt gesproken, alhoewel met een behoorlijk accent. Dat kan hij perfect uitspreken. Het is geen Limburgs, geen Vlaams, geen Zuid-Afrikaans maar het heeft van dat alles iets weg. Hij is blij en straalt, het moet wel een prachtig eiland zijn. Het is trouwens geen eiland maar een schiereiland.

Hij kijkt regelmatig naar filmpjes die met het koninklijk huis te maken hebben. Want zo maar uit het niets kan hij een scene uit zo’n film gaan naspelen. Vooral plechtigheden vindt hij erg boeiend. Zoals de doopplechtigheid van Willem-Alexander. Om dat zo echt mogelijk te maken gebruikt hij een pop. Deze krijgt een doopjurk aan en er worden plechtige woorden uitgesproken. Grappig is dat hij nu ook teksten erbij fantaseert, althans ik hoorde hem dingen zeggen die volgens mij in het echt nooit gezegd zijn. Hij weet dat Claus in het begin niet geaccepteerd werd. Hij doet de stem van Claus na en heeft het over zijn eigen Duitse verleden. Het typische accent van Claus wordt perfect geïmiteerd. En na de doopplechtigheid moet de kleine Alexander verzorgd worden. Dat doet hij liefdevol met een flesje. Het had trouwens net zo goed Jezus in de kribbe kunnen zijn..

Dat verhaal komt natuurlijk voort uit de huwelijksplechtigheid van Claus en Beatrix, toen er rookbommetjes naar de koets werden gegooid, toen er werd gejoeld maar tegelijk ook “Oranje boven” werd gezongen. Die scene heeft hij dus ook gezien en die doet hij af en toe na. Hij is dan Claus die voor het raampje van de koets zit te zwaaien, maar intussen hoor je afwisselend joelende mensen en zingende mensen. En Claus maar zwaaien. Als je niet weet waar het over gaat denk je dat je in een slechte film terecht bent gekomen. Het klinkt akelig, een soort massahysterie, als van voetbalsupporters, met daar tussen door flarden “Oranje boven”. Claus blijft intussen minzaam kijken en zwaaien.. Het deed me denken aan de marktscene van het ballet Petrouchka op muziek van Igor Strawinsky. Je hoort daar flarden van marktgeluiden, een draaiorgel en nog andere dingen, die elkaar overlappen. Geniaal gecomponeerd. Hieronder een heel klein stukje daar uit.

Hoe fascinerend en mooi ook, dat mijn kleinzoon zo fantaseert: het gebeurt ook op momenten dat de buitenwereld hier niet op staat te passen. Bijvoorbeeld op de terugweg naar zijn ouders, in de auto. Terwijl zijn broertje en zusje iets tegen opa en oma willen vertellen. En hij gaat intussen maar door met zijn “provo-geluiden”, je wordt er knettergek van. ‘Kan het wat zachter’ heeft tot gevolg dat hij vijf seconden iets minder geluid maakt, maar ja: zacht joelen, hoe doe je dat? Vragen om te stoppen helpt niet. Gebieden om te stoppen maakt dat hij even schrikt en stil is, maar “zijn film” was nog niet af. Hij gaat weer door. De auto stil zetten en zeggen dat je pas weer gaat rijden als hij stopt: zo gauw je gaat rijden gaat hij gewoon weer door. Het is duidelijk onmogelijk voor hem om dan te stoppen. Die inwendige film moet eerst af zijn. Je kunt hem het beste maar laten tot je bent gearriveerd. Als zo iets vlak voor het eten bij ons gebeurt weet ik trouwens een probaat middel:
-‘Je kunt nu beginnen met tellen.’
Hij begint onmiddellijk tot honderd te tellen. Het tellen-ritueel vlak voor het eten is nog net iets belangrijker, daar moet alles voor wijken. Maar ik stel me voor hoe moeilijk het moet zijn als hij bijvoorbeeld in zo’n eigen film terecht komt op het schoolplein, of in de gymzaal. Ik heb met de juffen te doen..

Afgelopen dagen waren voor hem en ook voor ons een feest. Hij had anderhalve dag mogen logeren. We hadden overal de tijd voor, hij bleef maar zingen, piano spelen en fantaseren. En vragen stellen. Bij een blinde vriend heeft hij het principe van braille geleerd. Dat vond hij reuze interessant.

brailleBij het weggaan pakte hij de twee handen van mijn vriend vast en voerde met hem een soort dansje uit. Een brede grijns verscheen op allebei de gezichten. Mijn kleinzoon is dan zo ontwapenend dat hij iedereen voor zich weet in te nemen. Hieronder een kleine geluidsopname. Hij speelt met autootjes en zingt in zichzelf terwijl wij met elkaar praten. Even later improviseert hij een melodietje aan de piano:

’s Middags kwam papa hem halen om hem mee te nemen naar zwemles. Dat laatste was denk ik nog niet het ergste. Maar hij moest schakelen. Opeens was papa er weer, wat hij leuk vindt maar waar hij dan opeens weer aan moet wennen. Dus tranen met tuiten, hangend tegen papa aan. Zijn grote blijdschap slaat in een keer om in een levensgroot verdriet. Zijn vader vertelde ons dat hij, en ook zijn broer, dat als kind ook hadden.

Nu is hij weer naar school. Het eiland Solor heeft weer plaats gemaakt voor andere dingen. Het kerstverhaal zullen ze daar nu wel niet meer vertellen. De herdersstaf ligt in het riet. Maar: na school maakt hij vast weer een mooie tekening. Zoals deze. In hooguit vijf minuten was hij klaar. We zien Willem-Alexander en Maxima, op weg naar de huwelijksplechtigheid.

tekening

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | 1 reactie

Bonnefanten Museum

manholeMaurizio Cattelan maakte een driedimensionaal zelfportret, Manhole, dat jaren lang iedereen die er langs liep aankeek, vanuit een gat in de grond. Dat was in museum Boijmans van Beuningen. Waar het nu gebleven is weet ik niet, want vanwege de renovatie is het samen met duizenden andere kunstwerken uit het oude gebouw verwijderd. Een groot deel van de vaste collectie is nu te zien op tentoonstellingen in andere musea zoals in het Chabotmuseum of in de Kunsthal.

Ik moest aan dit werk denken toen ik gisteren in Maastricht de tentoonstelling “Bumped Body” van Paloma Varga Weisz bezocht. Daar zag ik onder meer dit beeldje.

beeldjePaloma Varga Weisz snijdt als een ouderwetse ambachtsman beelden uit hout en is daar inmiddels heel bedreven in. Haar inspiratie haalt ze eerder uit kranten, mediabeelden of pornowebsites, dan uit een sprookjes wereld zegt ze zelf. Er waren enkele grote objecten die samen soms een hele ruimte innamen zoals “Galgenfeld” met drie vrouwen. Je hebt onmiddellijk associaties met Golgotha, maar de drie figuren zijn gebaseerd op het lichaam van de kunstenares zelf. Het meest werd ik geraakt door een aantal kleine beeldjes. Het waren geen mensen, eerder een soort lieve duiveltjes. Zelf noemt ze hen “Wilde Leute”.

duiveltjes3duiveltjes2duiveltjes1

Ik bezocht ook weer een deel van de vaste collectie. Ik ging niet naar de prachtige collectie houtsnijwerk uit vooral de middeleeuwen maar bezocht een afdeling met schilderingen. Vier schilderingen  sprongen er voor mij uit. De eerste twee waren van Italiaanse kunstenaars, het waren panelen met tempera beschilderd.

di pietroOp een paneel zag je Maria met kind en daarnaast twee Franciscaanse monniken: de heilige Franciscus en de heilige Bernardinus van Siena. Het paneel zal wel gestaan hebben in een Franciscaanse kerk in Siena of omgeving. Franciscus herken je aan de stigmata, de wonden die hij spontaan kreeg op zijn lichaam, op de plaats waar Christus  wonden had, veroorzaakt door de kruisiging. Bernardinus herken je aan het IHS symbool dat hij in zijn handen houdt en dat door hem schijnt te zijn “uitgevonden”.  Later wordt dit het bekende embleem van de orde van Jezuïten. Bernardinus is bekend om het verzorgen van pestlijders, om zijn missionering en om zijn preken. Hij is  in 1446 overleden, veertien jaar voordat hij op dit paneel is vereeuwigd. Het Bernardinuscollege in Heerlen is trouwens naar hem genoemd. Maar: het was vooral de mooie intieme houding van moeder en kind die me trof. En weer zoals zo vaak: het bedroefde gelaat van Maria, die al weet wat haar kind te wachten staat. Franciscanen hadden vanaf het begin een speciale band met Maria. In Maastricht komt het beroemde beeld van de Sterre der Zee oorspronkelijk ook uit het Franciscaner (Minderbroeders) klooster. De maker van dit paneel is Sani di Pietro die leefde en werkte in Siena. Het stamt uit omstreeks 1460, nog net voor de periode van de hoogrenaissance met kunstenaars als Leonardo da Vinci.

grannacciEen ander mooi werk vond ik een paneel met daarop Jozef, Maria, Jezus en Johannes de Doper. Een enigszins ongebruikelijke combinatie. Jozef zie je in die tijd zoals ook hier vooral bij de scene van de geboorte van Jezus, maar dan staat hij meestal een beetje op de achtergrond. Hier is hij zeer nadrukkelijk aanwezig. Hij laat moe zijn hoofd steunen op zijn arm die leunt op een rots en op zijn benen rust het hoofd van de pasgeboren baby Jezus. Johannes is nog een klein kind maar heeft over zijn blote huid al de latere attributen van een kluizenaar zoals een pels en een herdersstaf. Deze staf heeft de vorm van een kruis. Allemaal symbolen die gaan over de toekomst. Maria knielt er een beetje afstandelijk, al biddende bij. Het is geschilderd door de Florentijnse schilder Francesco Granacci rond 1500.

snijdersIn een ander zaaltje zag ik dit schilderij. Een wolf op een rots, geschilderd door Frans Snijders. Frans Snijders is een Antwerpse schilder uit de omgeving van Rubens.  Een dode, opgezette wolf zal wel als model hebben gediend voor dit schilderij. Snijders geeft bijna alle haartjes tot in detail weer. Hij was een buitengewoon kundig iemand die ook werken leverde in de Noordelijke Nederlanden voor Frederik Hendrik.

tischbeinEn dan tot slot zag ik een werk van Friedrich Tischbein: een bijbel lezende herder. Ik kan me dat niet zo goed voorstellen, herders die ergens in een koud hutje ’s avonds de bijbel gaan zitten lezen, maar het is een prachtig portret. Tischbein, in Maastricht geboren, maakte dit portret in 1775 op 25 jarige leeftijd. Hij was trouwens niet lang in Maastricht. Hij is daar min of meer toevallig geboren toen zijn vader daar werkte aan een opdracht om negen levensgrote portretten te maken van stadsgouverneurs. Later studeerde hij in Parijs en Rome maar vestigde zich uiteindelijk in Duitsland.

Het Bonnefanten museum blijft een heerlijke plek om af en toe naar toe te gaan. Voor de rust, je kunt er heerlijk lang ongestoord naar een kunstwerk kijken. Vooral ook kom ik er graag voor de vaste collectie van middeleeuwse kunst die ik gisteren dus heb overgeslagen. En met een beetje geluk is er net een mooie tentoonstelling.

Geplaatst in kunst, recensie | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

De rust van Drenthe

Het Monteverdi Kamerkoor Utrecht heeft een CD gemaakt met als titel pelgrimage. Allerlei vormen van ook hedendaagse pelgrimage komen er in voor. Een pelgrimage naar Scandinavië om het Noorderlicht te zien bijvoorbeeld. De Noorse componist Ola Gjeilo schreef een muziekstuk dat dit licht moet uitbeelden. Maar is ook de dood niet een pelgrimage? Eric Whitacre componeerde “Sleep” om met berusting de pelgrimage naar een ander leven in te kunnen gaan. Ik luisterde naar deze CD terwijl ik op de bank lag en voelde een volkomen rust over me heen komen. En dat past bij de sfeer van onze kerstvakantie in Drenthe. Ik heb een diavoorstelling gemaakt van deze vakantie en die gecombineerd met drie gezangen van de CD “pelgrimage”.

Geplaatst in maatschappij, natuur | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Johannes Ciconia en Johannes de Lymburgia

De periode tussen 1350 en 1450 noemt men soms de zwarte eeuw. Het was de tijd van de zwarte dood (de pest), de Frans-Engelse oorlog en de conflicten rond het pausdom. Van 1309-1376 was het pauselijk hof verplaatst van Rome naar Avignon. In 1378 kwam er weer een Romeinse paus: Urbanus VI. Maar een aantal kardinalen beviel dit niet, ze vertrokken weer naar Avignon en kozen daar een nieuwe paus: Clemens VII. Beide pausen bestreden elkaar. De paus in Avignon werd gesteund door Frankrijk, Bourgondië, Napels en Schotland. De rest van Europa sloot zich aan bij de Romeinse paus. Het schisma duurde voort tot 1417.  Trok je door Europa dan kon je behoorlijk in de problemen komen als je door een vijandig bisdom moest reizen. De hoofdpersonen van dit artikel kwamen uit Luik, en de bisschop van Luik erkende de paus van Avignon.

Na deze periode werd het beter. Musicologen hebben het in die tijd over de Nederlandse of liever gezegd de Vlaamse school. Bedoeld worden de ongeveer vijf generaties van componisten die, afkomstig uit het gebied van Noord-Frankrijk tot ’s Hertogenbosch, zich vestigden in het buitenland, vooral Italië, en daar een belangrijke stempel op het muziekleven gingen drukken. Ze waren zeer gewild aan de diverse hoven van graven en hertogen maar ze stonden ook in dienst van bisschoppen of de paus.

Van de muziek uit de tijd voor de Vlaamse scholen is veel minder bekend. Nog voor de tijd van Dufay, vertegenwoordiger van de eerste Vlaamse school,  trokken er ook al mensen uit de Nederlanden en Noord-Frankrijk naar Italië. En wel in deze “zwarte eeuw”. Een der eersten was Johannes Ciconia, en een tijd later was dat Johannes de Lymburgia. Beide componisten hadden hun opleiding gehad in Luik. Deze stad was van oudsher beroemd om zijn kunstenaars, met name om zijn metaalbewerkers en goudsmeden.

LuikOp deze tekening zien we het bisschoppelijke paleis en de Lambertuskerk, voor dat die in de Franse tijd werden verwoest.

Naar Luik reisden ook veel mensen van adel, zoals later de hertog van Mantua. Zij gingen er heen vanwege de warmwaterbronnen, zoals Karel de Grote eeuwen eerder om die zelfde reden naar Aken ging. Bovendien was de stad beroemd om de kwaliteit van de pelzen, meest pelzen van eekhoorns. Ook Petrarca wist de stad te vinden, hij bezocht in Luik meerdere kloosters en vond daar een aantal verloren gewaande afschriften van werk van Cicero. Hij, als een van de eerste renaissance kunstenaars, wilde het werk van deze Romeinse dichter en redenaar zo volledig mogelijk leren kennen. In dit grote prins-bisdom, (voor een groot deel komt dat overeen met de huidige Belgische provincie Luik) dat tot de Franse tijd bestuurd werd door een bisschop, waren maar liefst 38 kapittelkerken waarvan acht in de stad zelf. Deze waren, behalve het bisschoppelijk kapittel, direct afhankelijk van de paus. Naast de Lambertuskathedraal was de kapittelkerk van Johannes de Evangelist de belangrijkste van de stad. Deze had een goede koorschool, en aan die koorschool kregen Johannes Ciconia en later ook Johannes de Lymburgia hun opleiding.

Van het leven van Ciconia weten we iets meer af dan van het leven van De Lymburgia. Ciconia, geboren tussen 1330 en 1335, was in 1350 met zijn broer in opdracht van zijn vader met een groep mensen en een lading pelzen meegetrokken naar het pauselijke hof van Avignon. Het was net de tijd van de eerste uitbraak van de pest. En de groep moest voortdurend op zijn hoede zijn. Het was op veel plaatsen niet pluis door rondtrekkende en plunderende soldaten die op drift waren geraakt. De reis verliep voor zover we weten goed. Ciconia kreeg in Avignon zelfs een aanstelling bij kardinaal d’Albornoz en trok, samen met nog vier mensen uit Luik, met hem mee naar steden in Italië. De kardinaal was pogingen aan het doen om de pauselijke zetel weer naar Rome te verplaatsen. Dat is hem niet gelukt. Samen met de kardinaal reisde hij uiteindelijk via Florence, Orvieto, Viterbo en Bologna naar Padua. Toen de kardinaal in 1367 overleed ging Ciconia naar het hof van Milaan waar hij een tijdlang een betrekking kreeg. Maar in 1372 was hij weer in Luik waar hij kanunnik werd. Als kanunnik ben je binnen, je krijgt vaste inkomsten waar je weinig voor hoeft terug te doen. Hij kon zich nu helemaal aan de muziek wijden. Hij schreef in die tijd vooral kerkmuziek maar ook een theoretisch werk: Nova Musica. Na een relatief gelukkige tijd waarin hij trouwde en kinderen kreeg, sloeg het noodlot toe. Een zware pestuitbraak teisterde in 1400 de stad.  Uit Padua kwam het bericht dat hij daar welkom was en hij kreeg een mooie post aangeboden. Ciconia schreef een afscheidslied voor zijn vrouw en kinderen en vertrok weer naar Italië. Hij werd domheer en leider van de kathedrale koorkapel. Hij schreef ook daar verschillende werken. In de maand december 1400, niet zolang na zijn aankomst vanuit Luik, schreef hij het motet “Venecie Mundi Splendor”, “Venetië, parel van de wereld”. Een motet met twee teksten door elkaar. In een van de teksten verwerkte hij op het einde zijn eigen naam:

Protecanit voce pia
Tui statum in hac via
Et conservet et Maria
Johannes Ciconia, amen.
Beschermt zijn trouwe stem
Staande in dit leven
En Maria, behoedt hem,
Johannes Ciconia, amen

Het stuk wordt uitgevoerd door het Huelgas ensemble o.l.v. Paul van Nevel. De voortekens die je hoort verschillen op veel plaatsen van wat je in de partituur ziet. Het probleem is dat er weinig zekerheid bestaat over die voortekens. Veel dingen waren zo vanzelfsprekend dat men ze niet noteerde. Er zijn daardoor meerdere interpretaties mogelijk. Ik zelf vind de interpretatie van het Huelgas ensemble heel logisch, beter dan de genoteerde versie.

Een stuk van Ciconia, dat hij schreef in Milaan besprak ik al in het kader van een ander artikel. Je vindt het hier.

Ciconia overleed in Padua 11 jaar later, tussen 15 en 25 december 1411.

Van Johannes de Lymburgia had ik tot voor kort nog nooit gehoord. Hij is geboren in het hertogdom Limburg, dat sinds 1273 bij het hertogdom Brabant was gevoegd. Waarschijnlijk in het stadje Limbourg, aan de rand van de Ardennen.

Ook hij kreeg een kooropleiding in Luik, in dezelfde koorschool van het kapittel van Johannes de Evangelist. Daar werd hij in 1408, dus vier jaar voor de dood van Johannes Ciconia, aangesteld als cantor. Hij volgde daar Wilhelmus Chiwogne op. Chiwogne, in het Italiaans Ciconia (ooievaar), was een familielid van Johannes Ciconia die toen in Padua vertoefde. We kunnen uit al die gegevens concluderen dat Johannes de Lymburgia waarschijnlijk ergens tussen 1380 en 1390 is geboren in het stadje Limburg. In 1424 werd hij zanger-componist in Padua en in 1431 kreeg hij een aanstelling in Vicenza. In 1436 was hij weer terug in de buurt van Luik en heeft dan een baan aan de Notre Dame van Huy. Daarna wordt zijn naam nergens meer genoemd.

De muziek die we van hem kennen komt uit slechts een enkel manuscript, het Q15 manuscript dat zich nu bevindt in het muziekmuseum van Bologna. Dit manuscript was plaatselijk zwaar beschadigd en een deel van de muziek moest na restauratie opnieuw worden geïnterpreteerd. Behalve dat een enkel stuk, zoals “Gaude felix Padua”, onleesbaar leek, bleken er ook op veel plaatsen fouten in te zitten. Het waren transcripties gemaakt door een nog onbekend iemand. De stijl van De Lymburgia wijkt  behoorlijk af van die van zijn tijdgenoten, er zitten bij een enkel stuk bijvoorbeeld verrassende dissonanten in. De musicologen dachten eerst dat dit wel vergissingen moesten zijn maar na een tijd kwamen ze er achter dat het heel consequent gedaan was.  Verder valt op hoe hij in enkele stukken bewust bepaalde woorden of lettergrepen benadrukt door lange noten of plotseling veranderende zettingen, wat in die tijd nog nauwelijks voor kwam. In deze codex staan 46 stukken die tussen 1430 en 1435 in Vicenza  toegevoegd zijn onder de componistennaam Johannes de Lymburgia. Hier een voorbeeld van een stuk met een wel goed leesbaar handschrift. In die tijd maakten ze geen partituren, maar elke partij werd apart opgeschreven.

Lymburgia muziekIn dezelfde codex staan ook nog enkele stukken die niet aan iemand zijn toegeschreven maar stilistisch heel goed ook van De Lymburgia zouden kunnen zijn. Zo komen we op ruim vijftig composities, waaronder 13 motetten, die we nu van hem hebben. Dat is erg veel en geeft musicologen behoorlijk wat mogelijkheden om zijn muziek een plaats te geven. Het ensemble “le Miroir de Musique” heeft onlangs 15 composities van De Lymburgia op CD gezet.

Een van de stukken in het manuscript Q15 is een hymne voor de heilige Petrus van Verona.

Wie was deze Petrus? De feestdag van deze heilige is 4 juni. Hij werd in 1205 geboren in Verona uit ouders die kathaar waren. Deze nieuwe en extreme vorm van het Christendom had zich op veel plaatsen in Europa weten te nestelen, met name in Zuid-Frankrijk, Noord-Italië en in de omgeving van Keulen. Een van de grootste problemen voor de autoriteiten was dat Katharen geen wereldlijk gezag erkenden en weigerden om een eed af te leggen. Ze waren heel sociaal en zeer vrouwvriendelijk: mannen en vrouwen waren in hun ogen gelijk. Men kreeg geen vat op hen en toen besloot men maar om hen gedwongen te bekeren of ze zelfs helemaal uit te roeien. De Dominicanen hebben hier een belangrijke en dubieuze rol in gespeeld. Op zijn vijftiende jaar brak Petrus met zijn kathaarse ouders en ging hij over naar de officiële kerk. Spoedig daarna trad hij zelfs in bij de Dominicanen. De orde van de Dominicanen, predikheren, ontstond begin 13e eeuw, in dezelfde tijd dat ook die andere bedelorde, die van de Franciscanen ontstond. In Noord-Italië trok Petrus van dorp naar dorp om het ‘ware geloof’ te verkondigen. Het volk vereerde hem, maar de katharen zagen in hem een verlengstuk van het machtsinstituut van de rooms-katholieke kerk. Petrus werd pauselijk gezant in Milaan en in 1251 pauselijk inquisiteur voor Como en Milaan. Op 6 april 1252 werd hij, onderweg van Como naar Milaan, bij het dorp Farga vermoord, door een dolkstoot en een bijlslag. Het verhaal gaat dat hij, stervende, met zijn eigen bloed ‘credo’ op de grond schreef. De moord was een provocatie en ‘Rome’ reageerde met een bijna ogenblikkelijke heiligverklaring, in 1253. Dit gebeurde door paus Innocentius IV, die uitdrukkelijk het martelen van ketters goedkeurde! Zo werd Petrus de tweede heilige van zijn orde, na Sint Dominicus. Hij is bijgezet in de San Eustorgio te Milaan.

Voor deze dus enigszins dubieuze heilige schreef de Lymburgia een hymne. Volgens het principe: een couplet eenstemmig, het volgende meerstemmig en dit steeds zo om en om. Van de meerstemmige uitwerking zijn er twee versies overgeleverd, een driestemmige en een vierstemmige. De zangers maken in deze uitvoering bij het laatste couplet gebruik van de vierstemmige versie, de versie die is geschreven volgens het faux-bourdon principe. We horen parallelle ritmiek met vooral sextakkoorden. (Bijvoorbeeld van beneden naar boven: E-G-C, F-A-D enzovoort.) Dit principe komt uit Engeland en was net overgewaaid naar het vaste land. Ik vind de driestemmige versie eigenlijk mooier, maar de vierstemmige versie heeft wel een goed effect als slot. Uit de tekst kunnen we afleiden dat het voor een feestdag in de paastijd is geschreven. Een prachtig, eenvoudig en buitengewoon helder lied.

Magne dies leticie
Nobis illuxit celitus
Petrus ad thronum glorie
Martir pervenit inclitus
Een grote vreugde
Verlicht ons vandaag vanuit de hemel
Petrus, de heerlijke martelaar
Heeft de eretroon verkregen
Puer in fide claruit
Parentum carens nebula
Deo servire studuit
Sub paupertatis regula
Als kind glansde hij door zijn geloof
Vrij van de dwalingen van zijn ouders
Hij deed zijn best om God te dienen
Met de regel van armoede
Carnem aflixit iugiter
In labore multiplici
Via, sequens humiliter
Patris sui Dominici
Hij kasteide zijn lichaam voortdurend
Met talloze zweepslagen
Om deemoedig de weg
Van zijn vader en heer te volgen
Vita mors insigna varia
Celum frequenti lumine
Dat Petro testimonia
De sanctitatis culmine
Zijn leven, zijn dood, talloze tekenen
En de hemel met zijn voortdurende heiligheid
Leggen de getuigenis af van Petrus’
Hoogste heiligheid
Quesumus auctor omnium
In hoc pascali gaudio
Per ipsius suffragium
Crescat nostra devocio
Wij vragen u, schepper van alle dingen
In deze tijd van de Paasvreugde
Dat door zijn toestemming
Onze vroomheid gaat groeien
Gloria tibi Domine
Qui surrexisti a mortuis
Et fortes in certamine
Sertis ornas perpetuis
Eer zij u, Heer
Die van de doden is opgestaan
En die jou, dapper in de strijd
Met een eeuwige kroon siert

Het stuk wordt uitgevoerd door “Le miroir de musique” en is verschenen op het album “Gaude felix padua” (www.miroirdemusique.com)

Johannes Ciconia en Johannes de Lymburgia. Twee Luikse componisten. Die elkaar waarschijnlijk zelfs gekend hebben, maar toch van een andere generatie waren. Zij leefden in een moeilijke tijd van pest-epidemieën en problemen in de kerk. Aan bovenstaand muziekstuk van Johannes de Lymburgia kunnen we horen hoe meer modernere compositiepraktijken vanuit Engeland (denk ook aan de honderdjarige oorlog!) inmiddels overgewaaid waren en nu ook in Italië vaste voet kregen. Ciconia schreef een boek over nieuwe muziek. Allebei waren ze wegbereiders voor de Vlaamse scholen die hierna zouden komen. Een schilderij als dat van Jan van Eyck, met op de achtergrond de Maas en de stad Luik, is het equivalent van die nieuwe kunst in de schilderkunst.

jan van eyck luik

Tegelijk komt het centrum van de kunstwereld steeds meer in Vlaanderen en Italië te liggen. Luik en het Maasland zijn nu op hun retour. In 1430 toen Johannes de Lymburgia nog leefde, vertrok de laatste tegenpaus uit Avignon. De honderdjarige oorlog kwam ten einde in 1454. En daarmee was ook de zwarte eeuw definitief voorbij.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst, muziek | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Mag ik het zelf doen?

-‘Vond je het nu eng?’ vroeg de moeder van mijn oudste kleinzoon aan hem.
-‘Nee, nu niet. omdat ik het zelf kan doen.’

-‘Kom je? In bad en haren wassen?’
-‘Ja hoor. Ik mag het toch zelf doen?’
-‘Ja zeker!’

Als hij vat krijgt op dingen waar hij bang voor is gaat het allemaal een stuk beter. En dat bleek weer afgelopen kerstvakantie. Mijn dochter was met het gezin naar Normandië. Een feest voor iedereen, maar het is heel wat voor haar oudste autistische kind. Alle houvast, vaste rituelen, dingen die je kent zijn in een klap weg. Maar ze hadden foto’s van het vakantiehuis en al lang van te voren werd er regelmatig gekeken naar de plaats waar ze naar toe zouden gaan en naar de omgeving. Dat maakt het al beter hanteerbaar. Desondanks bleven er nog twee levensgrote hindernissen te gaan. Om te beginnen de tolweg. Vorig jaar waren er tot twee keer problemen geweest omdat het poortje niet open ging. Toen moest er op een alarmknop gedrukt worden en kregen ze een boze Franssprekende mevrouw aan de lijn. En dat was tegelijk het tweede probleem: ‘er mogen geen andere talen gesproken worden, zeker niet in het bijzijn van papa en mama.’ Het eerste probleem zijn ze de baas geworden: hij mocht zelf het kaartje in de tolgleufjes stoppen. Zelfs toen er alleen met papiergeld betaald bleek te kunnen worden raakte hij niet in paniek, het loste zich allemaal vanzelf op zonder boze Franssprekende meneren of mevrouwen.

Op woensdag als de drie kleinkinderen bij opa en oma komen gaan ze meestal tegen het einde van de middag in bad. Dat is leuk: behalve dat vermaledijde haren wassen! De oudste is als de dood dat er water in zijn ogen komt of dat hij geen adem meer kan krijgen. Maar hij mag nu zelf de doucheslang hanteren. En het voorste stuk van zijn haren doet hij niet met de doucheslang maar met een kletsnat washandje. Als hij maar zelf de regie in handen heeft.

Het was gisteren in alle opzichten weer dolle pret. Er werd door iedereen heerlijk gespeeld en het was supergezellig. De oudste ging op een gegeven moment op de bovenverdieping op het keyboard spelen. Na een tijdje merkte ik dat hij “Eine Kleine Nachtmusik” aan het uitzoeken was. Dat heeft hij gehoord als achtergrondmuziek bij een Chinees (!) filmpje over de vlaggen van de wereld. En hij heeft het blijkbaar onthouden. Ik stond weer versteld hoe hij onmiddellijk en precies wist waar de baswisselingen moesten komen. C, D, G en weer C. De melodie zelf maakt veel sprongen dus dat is nog even lastig. Maar hij bleef het proberen. Wel iets van zes keer achter elkaar, alleen de eerste twee zinnetjes. Met het derde zinnetje werd al voorzichtig begonnen.

Nog iets later sloeg hij, als een soort mantel, een grote deken om zich heen  en kroop  in de huid van Willem-Alexander. “Het was 2 februari 2002. De grote dag van het huwelijk.” Op de achtergrond werd er druk gestoeid en gespeeld door zijn jongere broertje en zusje, maar het huwelijk werd in alle plechtigheid in aanwezigheid van veel genodigden voltrokken.

Opvallend is dat hij, helaas slecht verstaanbaar, ook een stukje van de Engelse tekst zegt die uitgesproken wordt tegen de buitenlandse genodigden. Hij zelf mag wel vreemde talen spreken…

Deze week werden er bij opa en oma geen tekeningen gemaakt. Hij had het te druk met andere dingen, vooral met piano spelen. Ik heb hem de vingerzetting van de toonladder van C geleerd. Maar in de vakantie heeft hij wel veel getekend.

Deze zijn nog van voor de vakantie. De eerste tekening spreekt voor zich. Bij de tweede schrijft hij als tekst hoe verwonderlijk iedereen het vindt dat Maxima tranen laat zien bij het horen van de bandoneon in de Nieuwe kerk. (‘hoe is het mogelijk van het gezicht van Maxima.‘) De derde is van de raad van State, waar Willem-Alexander ook lid van is. Bij de vierde tekening heeft hij een tafereel aan de keukentafel bij zijn ouders getekend bij het bezoek van de ouders van zijn vader. Op de voorgrond zit oma met oorbellen.

koetstraanraad van statekerstverhaal

En hier twee tekeningen die hij in Normandië maakte: een waarop een orkest is afgebeeld en natuurlijk heeft hij de Mont-Saint-Michel getekend, toen hij die vanuit de kust had zien liggen.

orkestmony-saint-michel

En deze is nu pas gemaakt: een eigen liedje

liedje

Tekenen doet hij zelf. Zich liedjes aanleren doet hij zelf. Hij spreekt als hij dat zelf wil andere talen. Hij is de baas over zichzelf. Als een echte koning. En zo is hij blij en leert intussen heel erg veel!

 

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , , | 3 reacties

Het Beethoven jaar

Als kind hoorde ik op de radio al veel klassieke muziek. En ik werd al snel een fan van Beethoven. Ik herinner me nog hoe ik bij het horen van sommige fragmenten van zijn stukken afhaakte. Achteraf bleek het om de doorwerking (het middendeel van een stuk geschreven in de sonatevorm) van een stuk te gaan, de muziek werd opeens ingewikkelder. Bij de directe voorlopers van Beethoven: Haydn en Mozart, stelde de doorwerking nog niet veel voor en was meestal heel kort. Maar bij Beethoven haakte mijn moeder, die ook veel luisterde, af. Die neiging had ik aanvankelijk ook, maar op een gegeven moment gebeurde het dat ik juist die delen het meest interessant ging vinden. En ik werd hongerig naar meer stukken van Beethoven.

BeethovenDie liefde voor Beethoven is altijd gebleven, maar nu waardeer ik ook veel andere muziek, van heel oud tot heel modern. Zowel bij die oudere muziek, zelfs Bach, als bij die nieuwere muziek moest ik wennen en ik moest me het idioom stapje voor stapje eigen maken. En nog steeds ontdek ik in bepaalde muziek nieuwe dingen. Maar Beethoven bleef. Hij is voor mij overigens niet de grootste componist, dat is Bach. Maar hij is wel de componist die me bij bepaalde stukken altijd weer bij de strot weet te grijpen en waar ik dus nog steeds verzot op ben. Ik voel me op de een of andere manier heel verwant met Beethoven. Die man die weigerde een pruik te dragen en die altijd maar zijn eigen gang ging, die als een soort zonderling door het leven toog.. Zo ben ik dan ook weer niet, maar… Hij schreef slechte stukken, niet veel, maar ze zijn er wel degelijk. Hij worstelde met de materie wat je in zijn bewaard gebleven handschriften terug kunt zien. Hij bleef veranderen, aanpassen, schaven, zoeken. Zijn pianomuziek is pianistisch maar tegelijk dacht hij orkestraal. Alle registers worden gebruikt en het wemelt van de mooie en soms subtiele lyrische passages die heel goed gespeeld zouden kunnen worden door bijvoorbeeld een fluit, hobo, fagot, altviool. Hij had een ongebreidelde fantasie en wist voortdurend onverwachte wendingen te maken of verrassende thema’s te introduceren. Tegelijk had hij een feilloos gevoel voor samenhang. Het is niet alleen het beroemde “tetetete” motief van de vijfde symfonie dat iedereen kent wat door een heel deel van de symfonie als kiemcel aanwezig is. Luister ook maar eens naar het eerste deel van de Hammerklaviersonate. Het beginmotief is leidend van begin tot eind. En dit zonder dat het stuk vervelend wordt. Het werk is van de eerste tot de laatste noot een machtig, samenhangend geheel en het is tegelijk voortdurend verrassend. Maar Beethoven is bovenal een architect. En de bouwwerken in vorm en textuur worden naar het einde van zijn leven toe steeds indrukwekkender. Bij die muziekstukken kun je niet fluitend gaan staan stofzuigen. Nee, je moet er voor gaan zitten en er naar luisteren. En die bouwwerken zijn voor de ongeoefende luisteraar al snel te complex. Heb je er na lange tijd vat op gekregen dan wil je het gebouw koesteren en nog beter leren kennen.

Vandaag stond er in het kader van het Beethoven jaar een stukje in de Volkskrant. Het was een geheugen opfrisser. Wie was Beethoven ook al weer en wat voor muziek schreef hij eigenlijk? Ik kon me redelijk goed vinden in de populair wetenschappelijke tekst over deze componist. Zo nadenkende over mijn eigen ervaringen en ook mijn ervaringen met studenten op het Conservatorium realiseerde ik me dat het begrijpen van de muziek van Beethoven voor veel mensen nog steeds niet vanzelfsprekend is. Hoe maak je je dat idioom eigen? Volgens mij is het beste recept hetzelfde recept als waarmee ik me zijn muziek heb eigen gemaakt: veel er naar luisteren, open staan ook voor de iets moeilijkere muziek die hij schreef, en zo heel geleidelijk steeds meer stukken gaan waarderen.

Ik heb besloten om twee lijstjes te maken. In het eerste lijstje staan “makkelijke stukken” van Beethoven. Er is niet sprake van een ingewikkelde textuur, er zijn geen moeilijke doorwerkingen. Het tweede lijstje is het lijstje waarop de stukken staan die mij nog steeds het meeste aangrijpen. Dat is in het algemeen juist de muziek die in het wat minder toegankelijke idioom geschreven is. “Beethoven leicht” en “Beethoven schwer” zou je kunnen zeggen. De tien “lichte” stukken worden steeds een beetje “zwaarder”.

Beethoven Leicht

  1. Für Elise voor piano
  2. Eerste deel uit de Mondscheinsonate opus 2 voor piano
  3. Tweede deel uit de Sonate Pathétique opus 13 voor piano
  4. Tweede deel uit symfonie nr. 7
  5. Ouvertüre Egmont voor orkest (probeer het verhaaltje te volgen tot en met de onthoofding van Egmont)
  6. Derde deel uit strijkkwartet opus 59.3. (Het aansluitende vierde deel kun je ook nog meenemen, dat is ook vrij makkelijk om naar te luisteren.)
  7. Kyrie uit mis in C (de mis begint met het Kyrie)
  8. Romance in F voor viool en orkest nr. 2
  9. Laatste deel uit de Frühlingssonate opus 24 voor viool en piano
  10. Andante con moto uit pianoconcert nr. 4 (mooie dialoog tussen piano en orkest), eventueel met het slotdeel erbij. Dat laatste deel is wel al een stuk moeilijker om naar te luisteren maar wel spannend!

Beethoven Schwer (Luister naar de complete werken en sluit je voor de buitenwereld af zou ik zeggen. Wat een rijkdom…)

  1. Pianosonate opus 53, Waldstein
  2. Pianotrio opus 70.1 ,Geistertrio
  3. Strijkkwartet opus 74
  4. Pianosonate opus 110
  5. Strijkkwartet opus 135
  6. Cellosonate opus 102.2
  7. Symfonie nr. 9
  8. Missa Solemnis
  9. Hammerklaviersonate voor piano opus 106
  10. Grosse Fuge opus 133

De onderste lijst is makkelijk uit te breiden, ik merkte bij het maken ervan dat de keuze erg moeilijk was.  Niet er bij staan bijvoorbeeld de pianosonates opus 101 en opus 111. Ook niet de prachtige diabelli variaties. Of alle pianoconcerten, of de rest van de symphonieën.

Hierboven staat een stuk van Beethoven dat de kenners misschien herkennen. Laat het me weten! Als je dit stuk als luisteraar weet te waarderen (je vindt het niet te moeilijk) dan kun je het lijstje “Beethoven Schwer” denk ik aan. Wel afluisteren tot het einde, het wordt steeds “ingewikkelder.”

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , | Plaats een reactie

Kronos

kronos-rubensIn het Prado museum in Madrid hangt een schilderij waarop wordt afgebeeld hoe de Griekse god Kronos een kind op eet. Kronos had zijn vader Ouranos gecastreerd met een sikkel (ook te zien op het schilderij) en at zijn eigen kinderen op omdat hem was voorspeld dat een van zijn kinderen hem van de godentroon zou stoten.

Toen zijn vrouw Rheia in verwachting was van Zeus, week zij uit naar Kreta en baarde daar in het geheim. Om Kronos te misleiden gaf ze hem een in doeken gewikkelde steen, die door Kronos werd verzwolgen. Zo werd Zeus gespaard. Zodra Zeus opgegroeid was, dwong hij Kronos een mengsel van wijn en mosterd in te nemen en alle door hem verzwolgen kinderen weer uit te spugen. Met de hulp van zijn broers, zussen, enkele Titanen en andere medestanders onder de goden overweldigde en onttroonde Zeus Kronos en werd hij de koning van goden en mensen. Samen met zijn broers Hades en Poseidon sneed hij Kronos in stukken en wierp hem in de Tartaros. (Wikipedia).

Het verhaal van de God Kronos doet me ook denken aan het verhaal van de onnozele kinderen. Dit feest op 28 december, drie dagen na de geboorte van Jezus, is ook gebaseerd op de angst van een koning om afgezet worden door een nieuwe koning. Op Wikipedia lezen we:
Herodes was bang dat de komst van een nieuwe Joodse koning het einde van zijn macht zou betekenen. Van de Wijzen uit het Oosten hoorde hij dat die nieuwe koning in Bethlehem geboren zou worden. Toen de Wijzen in een droom vernamen dat Herodes kwaadaardige bedoelingen had en Jezus wilde doden, leidden ze hem om de tuin. Daarop ontstak Herodes in een hevige toorn en liet zijn mannen in Bethlehem en omstreken al de jongens van twee jaar en jonger vermoorden. Jozef had echter in een droom van een engel opdracht gekregen met Maria en Jezus te vluchten naar Egypte waar zij bleven tot de dood van Herodes.

De Romeinse evenpool van Kronos was Saturnus. Galileo Galilei had al iets merkwaardigs gezien bij Saturnus: het leek of er twee maantjes links en rechts vast zaten aan Saturnus. Rubens heeft dat verhaal waarschijnlijk gekend toen hij deze god afbeeldde: we zien een grote ster met aan weerszijden een kleine ster. Niet zo heel lang daarna ontdekte Christiaan Huijgens dat het niet twee vastzittende maantjes waren, maar dat het ringen waren, de beroemde ringen van Saturnus. Maar: niet over de planeet Saturnus, maar over de ster “Kronos” gaat dit verhaaltje.

In de astrologie is het vanzelfsprekend dat naast de zon en de maan ook de planeten invloed op de aarde uitoefenen. Maar het gaat dan vooral om een invloed die werkt op het psychische vlak. Dat valt moeilijk te meten, de uitleg is meestal niet eenduidig, dus is astrologie voor wetenschappers niet meer dan zwetskoek waar enkele charlatans hun brood mee kunnen verdienen.

Inmiddels wordt het steeds meer duidelijk dat alle hemellichamen in ons zonnestelsel in ieder geval op natuurkundig vlak sterk met elkaar verbonden zijn. En in de loop van de geschiedenis is er veel veranderd in planeetbanen, banen van manen, onze eigen maan en ga zo maar door. Elke verandering had invloed op de rest. Alleen: deze veranderingen zijn steeds zeer geleidelijk gegaan. Als we nu naar de aarde zelf kijken dan lijkt het geheel oppervlakkig gezien een onveranderlijke eenheid. Je hebt Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Europa, Afrika, Oceanië. Zo zag het er heel lang geleden niet uit. En ook de plaats van de evenaar is verschoven. De Ardennen waren veel hoger, de Alpen lager, en ook de Himalaya was er ooit nog niet. Maar alle veranderingen hadden geleidelijk plaats.

Op korte termijn lijken we als mensen nog in staat om veranderingen enigszins te kunnen beïnvloeden, maar op lange termijn hebben we weinig te vertellen. We zien met name bij het bestuderen van exo-planeten hoe bepaalde processen grote gevolgen kunnen hebben. Zo is er een ster, die de naam Kronos heeft gekregen, die een flink aantal planeten die om hem heen draaiden heeft “opgeslokt”. (De Griekse God Kronos at zoals we zagen zijn eigen kinderen op).  We weten dat dit in de zeer verre toekomst ook ons te wachten staat. Als onze zon is opgebrand dijt hij uit en verslindt in ieder geval Mercurius en Venus, en op aarde zal het zo warm worden dat alle leven “verbrandt.” Maar Kronos doet dit al terwijl hij nog in de bloei van zijn leven is en nog niet is uitgedijd. Dat kan blijkbaar ook. Hoe kan dat? Wetenschappers vermoeden dat het buitenste deel van het planetenstelsel rond Kronos in disbalans is gebracht door de aantrekking van een te dichtbij gekomen andere ster, die daarna weer zijn baan heeft vervolgd.  Daardoor zijn de grote buitenplaneten van Kronos verder naar buiten gezogen en dat had weer tot gevolg dat de binnenplaneten niet meer in balans werden gehouden door deze buitenplaneten. Deze relatief kleine planeten (aarde-achtige planeten) werden nu een makkelijke prooi voor de moederster, Kronos. Het verhaal is dus: als er iets gebeurt met een van de grote planeten, dan heeft dat gevolgen voor de baan van alle andere planeten, en met name ook die van de kleinere planeten. Hoe weten we dat van Kronos?  De ster HD 240430 (Kronos) staat op 350 lichtjaar en is een dubbelster. Zijn metgezel Kryos staat op 2 lichtjaar daar vandaan. Beide sterren zijn even oud en zouden normaal gesproken dezelfde chemische samenstelling moeten hebben. Maar Kryos heeft een totaal andere samenstelling. Kronos bevat veel ijzer, silicium, aluminium en magnesium. Deze elementen ontbreken bij Kryos. Dit zijn typisch elementen zoals we die kennen bij rotsplaneten als de aarde. Na nog verdere onderzoeken zijn wetenschappers eenduidig tot de conclusie gekomen: Kronos heeft een aantal rotsplaneten in zijn directe nabijheid “opgeslokt”, zo’n 12 “aarde’s”.

Nu lijken de banen van de reuzenplaneten in ons eigen zonnestelsel gelukkig vrij stabiel. Maar hoe komt het dat Uranus op zijn kant ligt en rondjes draait, niet volgens de draaiïngsas van de zon en de andere planeten? Uranus is in disbalans gebracht, wellicht al in een vroeg stadium van zijn leven. Het kan ook zijn dat die as nog steeds verandert, dus dat die disbalans een vast gegeven is en dat hij op lange termijn weer op een andere manier gaat draaien. Dat zal van invloed zijn op al de maantjes van Uranus, maar waarschijnlijk ook op andere planeten. Mars heeft twee manen, waarvan men weet dat die binnen niet al te lange tijd verdwenen zijn. Ze zijn dan door Mars opgeslokt. Een van die maantjes draait in tegenovergestelde richting. De oorzaak is waarschijnlijk dat hij ontstaan is uit een verdwaalde asteroïde, daardoor een vreemde richting kreeg en door Mars weer is ingevangen als vreemd maantje. Als die twee maantjes opgeslokt worden door Mars zal dat direct invloed hebben op de beweging van Mars zelf. Die afwijking zal zich ook weer door vertalen naar de beweging van elke andere planeet, met name naar die van de aarde, die staat er relatief dichtbij. Hoe? Dat zullen natuurkundigen vast goed kunnen uitrekenen. En de gevolgen zijn hopelijk niet al te desastreus. Zolang Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus maar niet sterk uit balans raken zal het waarschijnlijk allemaal wel meevallen.

Maar ook relatief kleine veranderingen kunnen uiteindelijk grote gevolgen hebben. Niet alleen alle natuurkundige en scheikundige krachten op de aarde zelf vormen een fragiel geheel, die snel in disbalans kan komen en bijvoorbeeld grote klimaatveranderingen tot gevolg kan hebben. Ook alle leden van het zonnestelsel vormen een geheel dat uit balans kan raken en dan wordt er weer op zoek gegaan naar een nieuw evenwicht. En elk nieuw evenwicht heeft ook  gevolgen voor processen op elke planeet.

Sterrenwichelaars keken naar de planeten, hun stand ten opzichte van de aarde en plakten op die eenmalige toestand een bepaald psychologisch kenmerk. Maar wat ze vooral deden is dat ze ons bewust maakten van: we zijn hier niet alleen op aarde. Ons lot wordt bepaald door de kosmos om ons heen. Astronomen weten inmiddels ook dat ons lot in ieder geval op lange termijn door de kosmos wordt bepaald. Het schilderij van Rubens laat zien wat er onder meer met ons kan gebeuren.

Dit verhaaltje heb ik geschreven naar aanleiding van een van de hoofdstukken uit:
Het kosmisch rariteitenkabinet
Georges van Hal en Ans Hekkenberg
Fontaine uitgevers, 2019. ISBN 978 90 5956 957 7, NUR 917

Geplaatst in Astronomie, kunst | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De kleur van sterren

In Drenthe is er weinig licht- en ook weinig luchtvervuiling waardoor je er veel beter naar sterren kunt kijken dan in de randstad. Om die reden kom ik er regelmatig. Dit keer wilde ik met mijn camera op statief opnamen maken van sterren. Ik stelde de sluitertijd in op acht seconden en maakte verschillende opnamen: richting het oosten, het noorden, wat meer omhoog naar het oosten en nog een foto richting zenith (hoogste punt aan de hemel). Tot mijn grote verrassing zag ik steeds verscheidene pastelachtige tinten, en die komen enigszins overeen met alles wat ik al gelezen had over de temperatuur van sterren. Blauwe sterren zijn superheet. Dan komen witte sterren, ook erg warm. Gele, oranje en rode sterren zijn veel minder warm.

orionOp bovenstaande foto zie je rechts bijna compleet het sterrenbeeld Orion (een van de sterren rechtsboven ontbreekt). Betelgeuze helemaal boven zie je in het geel-oranje-spectrum en Rigel rechts zie je in het blauwe spectrum. Van de sterren in de Orion staat Betelgeuze bekend als rode reus en Rigel als blauwe reus. Helemaal links zie je trouwens ook nog Sirius, de meest heldere ster aan de hemel.

grote beerOp deze  foto zie je de Grote beer. Van de zeven sterren van dit sterrenbeeld is Dubne (helemaal boven aan) het meest helder, maar niet het meest warm, nee juist minder warm dan de overige zes. De meeste van die sterren zijn zo rond de 9000 graden Kelvin, Dubne is 4500 graden. Het warmste is de laatste ster van de staart (helemaal beneden:  Alkaïd, die is maar liefst 20000 graden Kelvin!)  Die had dus eigenlijk blauw moeten zijn. Maar de kleur van de zeven sterren op deze foto is bij elke ster vrijwel hetzelfde, behalve de kleur van Dubne, de koudste van het stel. Die is wat meer geel. Het is gewoon geen erg goede foto denk ik maar je kunt wel zien dat Dubne minder warm is.

oosteliijke hemelBij deze foto is de witte ster bovenaan  Capella. Het is de meest heldere ster van het sterrenbeeld Voerman. Links er onder staat een andere ster van de Voerman: Menkalinan. Rechts onder Capella zie je een ster van het sterrenbeeld stier: Alnath. Rechts van Alnath zien we, eveneens van het sterrenbeeld stier, de supergrote reus Aldebaran. De twee sterren links beneden zijn van boven naar beneden de twee heldere sterren van het sterrenbeeld tweelingen: Castor en Pollux. Rechts daarvan zie je nog een andere heldere ster van dat sterrenbeeld: Alhena.  Tot slot nog de twee bovenste sterren van het sterrenbeeld Orion: Betelgeuze en Bellatrix. De kleuren die je in dit plaatje ziet zijn blauwe en gele tinten, alleen Capella is felwit. Hoe warm zijn deze sterren?

  • De witte ster Capella is ongeveer 5000 graden Kelvin warm
  • De blauwe ster Alnath is 13600 graden kelvin
  • De blauwe ster Castor is 10300 graden Kelvin
  • De geel-achtige ster Pollux is 4800 graden kelvin
  • De blauwe ster Alhena is 9260 graden kelvin
  • De gele ster Aldebaran is 3910 kelvin
  • De gele ster Betelgeuze (die we op een vorige foto ook al zagen) is 3500 graden kelvin
  • De blauwe ster Bellatrix is 21730 graden kelvin

We zien dus duidelijk dat de sterren met de blauwe tint het meest warm zijn.

perseus cassiopeiaTot slot nog een foto waarbij ik de camera bijna recht naar boven richtte. Je ziet enkele sterren van het sterrenbeeld Cassiopeia en van het sterrenbeeld Perseus, en van nog andere sterrenbeelden. Het is een foto met veel verschillende tinten. Ik vind het vooral ook een mooi poëtisch plaatje.

Ik had in het verleden ook al foto’s gemaakt van sterren en zag toen eigenlijk vooral witte puntjes. Nu zag ik de hemel gekleurd!

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Spelend leren

Mijn jongste kleinkind van drie is zo trots als een pauw dat ze zich zelf al kan aankleden. Bij mij op schoot doet ze wel tien keer de rits van mijn vest op en neer. Niet omdat ze wil leren hoe je een vest aan of uit moet doen. Het is vooral een spel.

Mijn oudste kleinzoon van zes vindt aan- en uitkleden nog steeds erg moeilijk en moet bij veel dingen geholpen worden. Door zijn vroeggeboorte, en wellicht ook door zijn autisme, is zijn motoriek niet goed ontwikkeld. Maar soms leert hij dan op dat gebied toch ook weer heel snel. Zo leerde hij snel zijn evenwicht te bewaren op een loopfiets en ook het fietsen zelf had hij vlug onder de knie. Maar in zijn handen en vingers heeft hij weinig kracht. Kneden met een balletje klei is voor hem nog steeds erg moeilijk. En een stukje van een jas vasthouden en tegelijk met de andere hand aan de rits trekken, dat lukt hem nog steeds bijna niet. En omdat hij het zo moeilijk vindt wil hij het liever ook niet doen.

Zo is het soms wonderlijk hoe kinderen leren, en ook hoe verschillend dat kan zijn. Cognitief leert mijn oudste kleinzoon in eerste instantie  vooral vanuit nieuwsgierigheid en vanuit (meestal tijdelijke) fascinaties. De voornaamste fascinaties van de afgelopen jaren waren: “planeten, sterren en alles rond het heelal”, “treinen en alles wat daar weer mee te maken heeft”, “landkaarten, landen en vlaggen van landen”, ”alles rond het koninklijk huis met het accent op het wedervaren van Willem- Alexander en Maxima”, “zingen en piano spelen van telkens weer andere repertoire dat hem dan boeit.” De treinen-fascinatie staat tegenwoordig op een laag pitje, ook het heelal is minder in trek, zodat vooral de laatste drie fascinaties elkaar steeds afwisselen. En hoe leert hij daarbij? Dat gaat eigenlijk steeds op vergelijkbare manieren. Boeken en filmpjes over het heelal ging hij vroeger al naspelen. Nog steeds doet hij dat af en toe, en hij laat daarbij zien dat hij de kennis die hij daarbij ooit heeft opgedaan nog steeds beheerst. Hij ligt dan boven op ons bed op zijn rug te turen op een krater van de maan en ziet dan Proxima Centauri. Maar hij weet ook alles van higgs-deeltje tot atomen, van bacteriën tot reuzensterren, van Oort-wolken tot melkwegstelsels. Hij heeft er een duidelijk beeld van. Als kind van twee jaar vielen hem al dingen op over de stand van de zon, maar ook hoe huizen steeds kleiner worden als je er steeds verder van af staat. Zo kan hij de grote lijnen van de dingen van klein naar groot voor zich zelf inzichtelijk maken. En hij onthoudt intussen ook nog eens alle namen. De namen van alle planeten en dwergplaneten, maar ook van veel van hun manen. Hij weet dat Ganymedes de grootste maan is, nog groter dan bijvoorbeeld Pluto. Dat zal hij waarschijnlijk zijn hele leven blijven onthouden omdat gedurende een bepaalde tijd deze dingen hem zo sterk fascineerden. Ook de kleur van de sterren in relatie met hun temperatuur, dat is voor hem gesneden koek. Zo vroeg hij deze week weer een keer naar de bekende weg:
–‘Opa, Rigel. Hoe dichtbij kun je daar komen?’
Hij weet dat Rigel een blauwe ster is, een ster van de allerwarmste categorie en dat het antwoord dus zal zijn dat je daar misschien wel duizend kilometer bij uit de buurt moet blijven. Dat moet ik dan voor hem weer een keer herhalen. Als hij de balletjes opeens weer ziet liggen, waar hij vroeger veel mee speelde, dan gaat hij weer een rijtje leggen. Toch weer net anders dan anders.
–‘Kijk opa, dit zijn allemaal sterren met exo-planeten. Die moeten nog ontdekt worden. Is er ergens anders leven opa?’
Ik denk niet dat hij hoopt dat er intussen ergens anders leven is ontdekt, hij vraagt gewoon naar bevestiging van iets dat hij al lang weet.

Het meest fascinerend voor mij is hoe hij om gaat met muziek. Hij weet nu al heel lang wat noten zijn. Maar wil nog steeds niet echt van mij leren hoe dat precies werkt. Als ik een kleine poging in die richting doe haakt hij snel af. En dat laat ik op dit moment maar zo. Afgelopen week vroeg hij:
-‘Opa waar is Bach?’
Ik was even verwonderd maar ik vermoedde wat hij bedoelde.
-‘Wat wil je precies van Bach?’
– ‘De Air van Bach. ’
-‘O, je wilt de noten.’
Ik zette een muziekblad met een vereenvoudigde pianoversie van de Air van Bach op de lessenaar van de piano. Hij begon te spelen en ik zag dat hij al spelende herhaaldelijk naar de partituur keek. Hij zal vast iets mee gekregen hebben over de relatie van de noten en van wat hij speelde. En zijn intellect gaat dit denk ik omzetten naar begrip. Als ik hem binnenkort echt noten ga leren lezen zal hij voortdurend een ” aha-erlebnis” krijgen vermoed ik. Hij maakt zich de dingen die hij al wist dan bewust.  Het is een bijzondere, maar zeer doeltreffende manier van leren.

En hoe gaat hij met de wereldkaart om? Wel, door hem te bestuderen, na te tekenen, maar vooral ook door hem uit zijn hoofd te tekenen. Eerst werden de continenten nog vrij grof getekend, nu tekent hij – uit zijn hoofd! – alle kronkels, vrijwel exact als dat ze in het echt zijn. En hij tekent er ook nog eens bijna alle eilanden bij. Hij weet intussen de namen van bijna al de 194 naties van de wereld, hij kan de meeste ook aanwijzen, en van heel veel van die landen kent hij ook nog eens  de vlaggen. Door zijn fascinatie en in dit geval door het natekenen ervan. Niemand helpt hem. En dat doet hij dan niet één keer, nee, wel tientallen keren. Al doende maakt hij zich al dit soort dingen steeds meer eigen. Hij ervaart het als een spel waar hij niet genoeg van kan krijgen. Op de terugweg van school naar ons huis ziet hij een boot op de Lek met een Belgische vlag. Thuisgekomen gaat hij onmiddellijk uit zijn hoofd België tekenen. Bij het zien van die boot moest hij aan dat land denken en dat moest dus getekend worden..

Boekjes en tijdschriften over het koninklijk huis, maar vooral ook filmpjes op het internet: hij kijkt er naar en gaat het naspelen. Alleen of met andere kinderen. Hij heeft het in zijn hoofd en iedereen mag mee doen. Maar vooral ook nu weer: tekenen, tekenen, tekenen. Tientallen keren. Vaak binnen enkele minuten heeft hij een hele scene getekend. Soms is hij er langer mee bezig en maakt hij zijn tekening ook enigszins af. Dat de meeste tekeningen diezelfde avond nog door ons worden weggegooid deert hem niet. Hij moet het gewoon even kwijt in een tekening. Heel soms wil hij met een tekening de volgende dag verder gaan, maar dat zijn uitzonderingen. En in zijn eentje, met zijn koningsmantel aan, spreekt hij op een stoel op de gang de troonrede uit. Met dezelfde plechtige stem als Willem-Alexander dat op Prinsjesdag deed. Een deel van wat hij gehoord heeft op een filmpje op internet, dat herhaalt hij dan vrijwel letterlijk, een ander deel improviseert hij ter plekke.

Zo even kreeg ik de volgende tekening doorgestuurd:

tekening-koningshuis

Het is koninginnedag. Claus en Beatrix staan links achter de balustrade. Het plein stroomt vol met oranjefans. Er staat een vrouw met een kindje op haar schouders.
Sommige mensen converseren met elkaar. Het zijn niet zomaar wat mensen. Het zijn individuen en dat vind ik erg knap voor een autist.

Afgelopen dinsdag zat ik de krant te lezen. Nieuwsgierig kroop bij mij op schoot. Hij las hardop:
-‘Ridouan-T. Wat is dat opa?’
-‘Dat is een naam van een meneer.’
-‘Wat is dat voor een meneer?’
-‘Dat is een boef. Die hebben ze gevangen genomen in Dubai, bij de Arabische Emiraten.’
Arabische Emiraten, hij weet precies waar dat ligt, dat zegt hem wel wat.
-‘Wat heeft die boef dan gedaan?’
Tja, wat zal ik zeggen. Ik zeg dat hij heel veel geld verdiend heeft door allemaal slechte dingen aan mensen te verkopen waar ze ziek van worden.
-‘En daar is hij heel rijk door geworden’ voeg ik er nog aan toe.
-‘En moet hij daarom in de gevangenis?’
-‘Ja, en hij heeft dat gedaan in Nederland. Dus dan wordt hij hier opgesloten. Of misschien in Marokko, daar willen ze hem ook hebben. Daar heeft hij ook slechte dingen gedaan.’
Op weg naar zijn ouders zegt hij:
-‘Opa, als ik later veel geld verdien, moet ik dan ook naar de gevangenis?’
Ik vertel hem dat als je geen slechte dingen doet om veel geld te verdienen er niets aan de hand is. Er zijn heel veel rijke mensen die alleen maar goede dingen doen. Dat leek hem gerust te stellen. Veel geld verdienen dat was hij duidelijk nu al van plan. De volgende dag rende hij met een rot vaart door de gang, keuken, serre, kamer, gang en zo voort. Je kunt bij ons een lekker rondje rennen. Hij werd achtervolgd door zijn zusje van drie. Ze lachten allebei uitbundig, ze hadden duidelijk heel veel lol. Nieuwsgierig vroeg ik:
-‘wat spelen jullie?’ Hij antwoordde:
-‘Ik ben Ridouan-T. Ik wordt achtervolgd door de politie die me gevangen wil nemen. En dan moet ik naar Nederland of naar Marokko.’

Op school heeft hij net een test gehad. Groep drie. Hij werd onder meer getest op zijn woordenschat. Die was: onvoldoende! Ze waren blijkbaar vergeten te vragen naar woorden als synoniem, homoniem, higgs-deeltje, Vaticaanstad, paus, exo-planeet, hoge-drukgebied, atmosfeer, troonrede, Prinsjesdag.. Maar zonder gekheid: ook de gewone alledaagse woorden kent hij. Hij heeft voor wie hem kent een buitengewoon grote woordenschat. Het enige wat hij op dat gebied niet kan is:  testen uitvoeren. Daar heeft hij gewoonweg het geduld niet voor. Waarom zou je? Bij een IQ test zou hij waarschijnlijk weer uitkomen op een heel lage score. Weet je wat ík vind? De mákers van die testen hebben een laag IQ. Of de mensen die denken dat ze met zo’n test een valide IQ kunnen testen bij elk willekeurig kind. Die zijn pas echt dom. Gelukkig beseffen de leerkrachten op zijn school dat ook. Alleen, tja, ze willen toch graag via een test een aantal dingen op een rijtje krijgen. Ik denk dan: waarom? Natuurlijk moet hij leren om ook dingen te doen die hem niet boeien. Daar kan hij zijn voordeel mee doen. Maar als je dat te veel of op een verkeerde manier doet dan gaat “leren” hem tegen staan. Ik vind dat hij op cognitief gebied niet zo heel veel aangeleerd hoeft te krijgen. Ja, rekenen,taal. Maar hij vindt dat leuk en het gaat hem makkelijk af. Hij leert makkelijk op een breed terrein. Laat hem daarom de dingen die hij ervaart als: “moet ik dat?” vooral oefenen bij de volgende soort dingen: “hoe kun je je handen het beste gebruiken als je een jas aan doet? Hoe gedraag je je bij het eten?” Leer hem sociale gedragsregels als “pas gaan eten als iedereen zit.”

gijs-pianoMaar bovenal: geniet met mij mee van deze improvisatie aan de piano die hij afgelopen week speelde. Al spelende komt hij opeens “een zwarte toets” tegen. Dat moet hij even tot zich door laten dringen, hè, dat klinkt anders! Hij herhaalt het. Op het einde speelt hij nadrukkelijk “tonica-drieklanken” in het bovenregister met een bas er onder. Enkele keren achter elkaar. Zoals Beethoven dat vaak doet, als een soort slotzin. Het stuk is uit!

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , , , | Plaats een reactie

Maria Mater Meretrix

camerata bern

Muziek uit de twaalfde eeuw. Muziek uit de een en twintigste eeuw. En nog van alles daar tussen in. Gisteren in de Doelen was er een opmerkelijk concert met de titel “Maria Mater Meretrix”. Maria als beeld van de moeder die liefheeft, maar er is ook een andere Maria..

Als je naar een overzicht kijkt in het programmaboekje van de stukken en de componisten die zo achter elkaar de revue passeren dan schrik je je een hoedje: mijn hemel, wat een ratje toe! Gaat dat wel lukken, is het wel mogelijk om daar een eenheid van te creëren en kun je als spelers en als zanger de spanning een beetje vast houden? Wat bleek: we hoorden feitelijk slechts twee stukken: een muziek-, nee liever gezegd één theaterstuk voor de pauze en één stuk na de pauze. Het deel voor de pauze duurde bijna 45 minuten, na de pauze was het stuk iets korter: dat duurde bijna 41 minuten. Camerata Bern, een instrumentaal ensemble van 24 personen, zorgde in opperste concentratie voor een performance van twee keer ongeveer drie kwartier. De artistiek leider en violist van dat ensemble, Patricia Kopatchinskaja was de bevlogen eerste instrumentalist. Er werden allerlei trucjes toegepast om de verschillende muziekstukken met allemaal hun eigen lading en stijl geloofwaardig aan elkaar te lassen zodat er één groot theaterstuk ontstond. Vooral de 12 strijkers wisten met hun instrumenten steeds de juiste overgangslaag aan te brengen.

Achteraf moest ik denken aan muziektheatervoorstellingen in de tachtiger jaren van “Orkater”. Met een aantal instrumenten, vooral ook strijkers (ik herinner me vooral de cello), werd er een spanningsboog getrokken die je helemaal vastpakte. Dat gebeurde hier ook. Met uitzondering van de twee cellisten, de contrabassist, de slagwerker, en de pianist záten de muzikanten niet op een stoel, maar ze stónden op het podium. Er was geen echte dirigent, maar Patricia Kopatchinskaja, die steeds vedel of viool speelde, bewoog zodanig op haar blote voeten dat iedereen haar kon zien. Bij een driekwartsmaat danste ze al spelende bijna over het podium. Uiterst geconcentreerd, meeslepend en vaak opzwepend. Als luisteraar in de zaal hoorde je zo een muzikaal verhaal maar tegelijk zág je ook heel veel boeiende dingen. Als er slechts vier mensen speelden zoals bij het “quatuor pour le fin du temps”, dan keken de muzikanten die niet mee deden eendrachtig vanuit dezelfde hoek naar de spelers. Elke beweging leek geregisseerd. Het maakte dat je ademloos in je stoel genageld bleef zitten. De strijkers konden bijna geluidloos, als het moest, strijken om daarmee een soort ingehouden spanning te creëren, helaas onderbroken door hoestbuien in het publiek… Maar net zo goed werd er opzwepend, en fanatiek elkaar opjuttend, gespeeld. Behalve bij de puur instrumentale stukken was het Anna Prohaska die de show stal. Ze zong alle teksten probleemloos in elke stijl, van “Walther Von der Vogelweide” tot en met de teksten van Kafka op muziek van György Kurtág. Zij is het trouwens die het programma, samen met Patricia Kopatchinskaja, heeft samengesteld.

Als je naar een concert was gegaan om te gaan luisteren naar muziek in zijn originele historische context dan kwam je bedrogen uit. De context was in feite “een niet gesproken verhaal dat ontstond door het theaterstuk van deze muziek.” Zo hoorden we een motet van Dufay gespeeld door koperblazers, maar omgeven door de Gregoriaanse muziek waarop het gebaseerd was, gezongen door Anna Prohaska. Zo zal het nooit geklonken hebben. En met deze moderne koperblazers al helemaal niet. Er waren prachtige arrangementen, soms zelfs met een filmmuziek-achtige sfeer. Alles in dienst van “het theaterstuk” dat er aan ten grondslag lag.

Het concert is live opgenomen door radio 4 en je kunt het terug beluisteren op https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2019-12-12 Ga dan naar het “Avondconcert om 20 uur.” Ik vraag me trouwens af wat de luisteraars hier gisteravond van mee gekregen hebben. Ik denk dat het erg nuttig is om de teksten er bij te hebben en misschien toch nog net iets meer over de functie van die teksten in het geheel te weten. Daarom geef ik, voor hen die nu nieuwsgierig zijn geworden, een persoonlijke toelichting van de laatste 26 minuten van dit concert. Ga via de link hierboven naar 1:48:40 voor de laatste 26 minuten van het avondconcert, of klik op de muziek hier onder.

Je hoort vanaf dat punt werk van 7 verschillende componisten, alle stukken zijn dus aan elkaar vast gesmeed. We vertrekken op het punt van het concert dat het beeld van Maria aan de voet van het kruis wordt geschetst. We eindigen bij het beeld van Maria Magdalena, die eveneens aan de voet van het kruis staat. De emoties gaan in deze 26 minuten van intens verdriet, via woede, cynisme en menselijkheid, angst, tot uiteindelijk weer droefenis, maar nu de droefenis van de zondige mens.

  1. Frank Martin: Stabat Mater (Maria: verdriet)
  2. Messiaen: Danse de la fureur (woede)
  3. Berthold Brecht: Kuppellied (cynisme: Maria Magdalena als hoer)
  4. Giörgy Kurtág: Der coitus als Bestrafung (cynisme)
  5. Patricia Kopatchinskaja: Danse Macabre (woede, angst)
  6. Haydn: Il Terremoto (angst)
  7. Antonio Caldara: Maddalena ai piedi di Christo (Maria Magdalena: verdriet van de zondige mens)

1
De eerste tekst gaat over het beroemde gedicht “Stabat Mater”, waar we Maria zien die staat te wenen bij het kruis.

Stabat Mater dolorosa
Iuxta crucem lacrimosa
Dum pendebat Filius
De diepbedroefde Moeder
Stond wenend bij het kruis
Terwijl haar Zoon daar hing.
Cuius animam gementem
Contristatam et dolentem
Pertransivit gladius
Haar klagende ziel,
Medelijdend en vol smart,
Werd als door een zwaard doorstoken
O quam tristis et afflicta
Fuit illa benedicta
Mater unigeniti!
O hoe bedroefd en aangedaan
Was die gezegende
Moeder van de Enig-geborene!
Quae moerebat et dolebat,
Pia Mater, dum videbat
Nati poenas incliti
Die rouwde en treurde,
De vrome Moeder, terwijl ze zag
De foltering van haar glorieuze zoon
Quis est homo qui non fleret,
Christi Matrem si videret
In tanto supplicio?
Welk mens zou niet huilen
Bij het zien van Christus’ Moeder
In zo’n marteling?
Quis non posset contristari,
Piam Matrem contemplari
Dolentem cum Filio?
Wie zou niet mee lijden
Bij het aanschouwen van de vrome Moeder
Lijdend samen met haar Zoon?
Pro peccatis suae gentis
Vidit Iesum in tormentis,
Et flagellis subditum.
Voor de zonden van zijn volk
Zag zij Jesus bij de folteringen
En een geseling ondergaan
Vidit suum dulcem natum
Moriendo desolatum
Dum emisit spiritum
Zag zij haar geliefde zoon
Sterven in eenzaamheid
Toen hij de geest gaf
Eia Mater, fons amoris
Me sentire vim doloris
Fac, ut tecum lugeam
Ach Moeder, bron van liefde
Laat mij de kracht van het verdriet voelen
Opdat ik met U treuren kan
Fac, ut ardeat cor meum
In amando Christum Deum
Ut sibi complaceam,Amen
Maak dat mijn hart gaat branden
Bij het liefhebben van Christus de Heer,
Opdat ik Hem behage,Amen

2
Na de droefenis komt de woede, die Messiaen zichtbaar maakt in dit deel van het “quatuor pour le fin du temps: Danse de la fureur, pour les sept trompettes.” Feitelijk herinnert Messiaen ons aan het evangelie van Johannes over het einde der tijden. Maar in dit programma gaat het over de algehele woede die ook Maria gevoeld moet hebben: dat dit alles haar zoon werd aangedaan. De klarinet schiet in de hoogte (per ongeluk) uit. Dit komt heel natuurlijk over, in de uiterst inspanning en concentratie zwepen de vier spelers elkaar op en daar hoort zo’n uitschieter bij. Ook Patricia Kopatchinskaja verliest enkele haren van haar strijkstok maar gaat even intensief door.

3
Na een mooie overgang komt er opeens verrassend een liedje zoals dat gezongen had kunnen zijn in een Duits café voor de tweede wereldoorlog. Een groter contrast met het voorafgaande is bijna niet denkbaar. We horen het “Kuppellied (koppelaarslied) op tekst en muziek van Hans Eisler en Berthold Brecht. Na de hemelse overpeinzingen van hiervoor zijn we nu weer helemaal op de aarde aanbeland. Een man kan makkelijk aan een vrouw komen als hij haar maar kan betalen of te eten kan geven. Het is tegelijk heel triest: vrouwen die niets te eten hebben en daarom hun lichaam maar ter beschikking stellen aan de lusten van de man. De hemelse, maagdelijke Maria wordt hier opeens geplaatst naast de meest wereldlijke vrouw die je je maar kan indenken. Hier komt de andere Maria, Maria Magdalena, die we in het laatste lied van dit programma nadrukkelijk zien, aan bod. In dit lied komt ook een “Marie” voor. Het is een meisje om lief te hebben zonder dat ze betaald hoeft te worden. De sympathie die er in het evangelie gegeven wordt aan Maria Magdalena geven Eisler en Brecht aan Marie.

Kuppellied

Ach man sagt, des roten Mondes Anblick auf dem Wasser macht die Mädchen schwach, und man spricht von eines Mannes Schönheit, der ein Weib verfiel: dass ich nicht lach!
Wo ich Liebe sah und schwache Knie, war’s beim Anblick von Marie! Und das ist sehr bemerkenswert. Gute mädchen lieben nie einen Herrn, der nichts verzehrt. Doch sie können innig lieben, wenn man ihnen was verehrt. Und der Grund ist: Geld macht sinnlich, wie uns die Erfahrung lehrt.
Ach, was soll des roten Mondes Anblick auf dem Wasser, wann der Zaster fehlt? Was soll da eines Mannes oder Weibes Schhönheit, wenn man knapp ist und es sich verhehlt?
Wo ich Liebe sah und schwache Knie, war’s beim Anblick von Marie! Und das ist sehr bemerkenswert. Gute mädchen lieben nie einen Herrn, der nichts verzehrt. Doch sie können innig lieben, wenn man ihnen was verehrt. Und der Grund ist: Geld macht sinnlich, wie uns die Erfahrung lehrt.

Och, men zegt: de aanblik van de rode maan op het water verzwakt de meisjes, en men spreekt van de schoonheid van een man die viel voor een vrouw: laat me niet lachen!
Waar ik liefde en zwakke knieën zag, dat was bij het zien van Marie! En dat is heel opmerkelijk. Goede meisjes houden nooit van een heer die niets consumeert. Maar ze kunnen heel goed liefhebben, als je hen wat te bieden hebt. En de reden is: geld maakt zinnelijk, zoals ons de ervaring leert.
Ach wat heeft het kijken naar de rode maan op het water voor zin, als er geen brood op de plank is? Wat heb je aan een knappe man of vrouw als je geen geld hebt?
Waar ik liefde en zwakke knieën zag, dat was bij het zien van Marie! En dat is heel opmerkelijk. Goede meisjes houden nooit van een heer die niets eet. Maar ze kunnen heel goed liefhebben, als je hen wat te bieden hebt. En de reden is: geld maakt zinnelijk, zoals ons de ervaring leert.

4
Gelijk hier achter komt een ander cynisch gedicht, nu van Kurtág. Hij schreef miniatuurtjes op teksten van Kafka voor viool en zangstem. De tekst van dit miniatuurtje bevat slechts een korte zin:

Der coïtus als Bestrafung des Glückes des Beisammenseins, de coïtus als straf voor het gelukkig bij elkaar zijn.

Ik ken de oorspronkelijke betekenis niet die Kafka er indirect aan wilde geven, maar in dit verband voel ik dat elk sexueel contact iets tijdelijks is en altijd leidt tot ontnuchtering, waardoor de eenzaamheid of angst voor eenzaamheid toeslaat.

5
Hierna komt een eigen compositie van Patricia Kopatchinskaja: Danse Macabre. Een woeste instrumentale dans waarbij zelfs stampvoetend door een aantal spelers gereageerd wordt op de opjuttende klanken van de viool. Je kunt het zien als een dans zoals bij Messiaen, misschien ook als een erotische dans van mensen die de liefde bedrijven. Je kunt het ook als een andere manier zien om de tekst van Kafka hoorbaar te maken.

6
Het een na laatste stuk is een deel uit “Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze”, en wel het deel waarbij de aarde beeft. Bij de doodsstrijd van Christus begon de aarde te beven zoals stond in een van de evangelie-teksten. Il Terremoto, het beven van de aarde.

7
Het concert wordt afgesloten met een tweede scene aan het kruis van Christus. Nu zien we niet Maria, de voorbeeldige maagdelijke vrouw aan de voet van het kruis, maar we zien Maria Magdalena, de zondige vrouw, aan wie Jezus vergiffenis had gegeven en met wie hij wellicht ook een relatie had. Het is het treurige lied van Antonio Caldara met deze tekst:

Per il mar del pianto mio
disprezzar saprò le pene.
Se, Giesù, sei la ,la stella
a te humilio il mio desio
al tuo piè son mie catene

Mijn wenen is als een zee zo hevig
Ik wil de pijn verachten.
Als u Jezus de ster bent
dan zou ik voor u in alle nederigheid willen,
dat niet uw voeten, maar de mijne zouden zijn vast gespijkerd

Met dit wanhopige beeld van pijn en droefenis eindigt het concert en laat ons, toeschouwers, alleen achter, met genoeg stof om over na te denken. Maar vooral ook gelaafd door de muziek en de enorme energie die de musici aan ons hebben weten over te brengen.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Een koninklijk huwelijk in Maastricht

Het is zaterdag 19 mei 1214. En het is groot feest in Maastricht! Veel hoog bezoek had men eerder die week al moeten onderbrengen. De proost van de Servaas is er nu helemaal klaar voor. Er is genoeg te eten en te drinken en de hoge gasten hebben onderdak gevonden in de keizerpalts vlakbij de Servaaskerk. Hij kijkt nog een keer om zich heen. De kerk ziet er imponerend uit. Vijftig jaar eerder was er een nieuwe bouwfase begonnen. De kerk was daarmee een stuk groter geworden, er waren tientallen beelden gehouwen en mooie fresco’s aan de wanden en aan het plafond gemaakt. Alles zag er picco bello uit, van binnen en van buiten! Hij had een dag eerder al trots een aantal gasten in de kerk uitgenodigd om aan hen iets te vertellen over de symboliek van de schilderingen boven het koor en de absis. Midden op dat koor, stond het altaar met een retabel en daarop de zilveren noodkist.

koor-ahsman-klein

De gasten bekeken het met eerbied. Ook werden met veel belangstelling de afbeeldingen en de kostbare diamanten en andere edelstenen op de kist bestudeerd. En daarna waren enkele van de gasten met hem mee naar boven geklommen en hadden ze de kapitelengalerij en de keizerzaal bewonderd. Maar het meest trots was hij op het gloednieuwe portaal. En hij was blij dat het nu voor het eerst dienst kon doen, zelfs als een koninklijk portaal. Er zou vandaag namelijk een koninklijk huwelijk worden gesloten! De bruid, bruidegom, de adel en geestelijkheid van Maastricht en alle verdere genodigden zouden hier waardig in een processie door naar binnen kunnen lopen.

Om welk koninklijk huwelijk ging het dan? Daarvoor moeten we even terug in de tijd gaan. In de verwarring na de dood van Rooms-Duits keizer Hendrik VI in 1198 ontstond er een opvolgingsstrijd. Zijn zoontje Frederik was pas 4 jaar oud en woonde met zijn moeder in het koninkrijk Sicilië, een leenstaat van de paus. Zijn moeder beloofde aan de paus dat haar zoon wel koning van Sicilië zou worden als hij daarvoor oud genoeg was, maar dat hij geen gooi zou doen naar het ambt van keizer van het Rooms-Duitse keizerrijk. De broer Philips van de overleden Hendrik had veel aanhangers. Hij was daarmee de kandidaat van de Staufen. Maar een andere kandidaat was Otto IV. Hij werd de kandidaat van de Welfen. Toen Philips werd vermoord (om een heel andere reden dan om het keizerschap) leek de weg vrij voor Otto IV. Hij verloofde zich met de elfjarige dochter van Philips om zo ook de Staufen aan zich te binden en in juli 1212 trouwde hij met haar. Helaas, de inmiddels veertienjarige koningin stierf al 3 weken na het huwelijk. De strijd om het definitieve keizerschap was nog steeds geen gelopen zaak. Een nieuwe goede huwelijkspartner zou kunnen helpen.

Maria, de dochter van hertog Hendrik I van Brabant was al in een eerder stadium verloofd geweest met Otto. Maar haar vader kreeg twijfels en hij liep in 1204 over naar het Staufische kamp. Maria moest toen wel haar verloving verbreken met Otto en zij verloofde zich heel snel daarna met koning Frederik II van Sicilië. Dat leek een gevaarlijke ontwikkeling te worden, de paus ging niet akkoord. Frederik II mocht immers geen Rooms-keizer worden en met dit mogelijke huwelijk zou dat zo maar snel toch wel eens kunnen gaan gebeuren. Maria had zo al twee keer haar verloving moeten verbreken, eerst op aandringen van haar vader met Otto, nu op aandringen van de paus met Frederik. Maar ze was nog steeds een begeerde kandidaat. Zo kwam het dat Otto  zich nu opnieuw op zijn voormalige huwelijkskandidaat richtte, de inmiddels 24-jarige Maria van Brabant. Met haar aan zijn zijde hoopte hij alsnog de volledige steun van de adel voor het keizerschap te kunnen verkrijgen. En nu ging haar vader alsnog akkoord.

Waar ging het komende bruidspaar trouwen? In de Servaaskerk van Maastricht! De faam van de kerk ging door heel Europa. En, pas net klaar, had de kerk nu eindelijk ook een volledig nieuw portaal. Het was een waar koningsportaal. 1214 was waarschijnlijk de eerste keer dat deze kerk na al zijn verbouwingen en versieringen zo nadrukkelijk gebruikt werd in alle luister. Het werd een prachtige bruiloft en nu zou alles voor Otto eindelijk allemaal goed moeten komen.

Helaas, het liep anders. Een jaar later, in 1215, werd niet Otto, maar de nog jonge Frederik II, de zoon van Hendrik VI, geaccepteerd als Rooms-Keizer door het grootste deel van de Duitse adel en ook de paus ging schoorvoetend akkoord. De Staufen hadden uiteindelijk dan toch gewonnen. Deze nieuwe keizer zou een van de grootsten van de geschiedenis worden. Ik schreef eerder al enkele artikelen over hem. Otto IV verloor dus in een klap de rest van zijn aanhang en stierf drie jaar later in Braunschweig.

Hoe ging het verder met Maria van Brabant? Op wikipedia lezen we:

Haar vader Hendrik I regelde opnieuw een politiek huwelijk voor zijn inmiddels 30-jarige dochter. Zij trouwde in 1220 met de 45-jarige graaf Willem I van Holland, een belangrijke bondgenoot voor hertog Hendrik I. Maria en Willem hadden geen kinderen. In 1222 werd Maria opnieuw weduwe. Zij keerde na verloop van tijd weer terug naar het hertogdom Brabant, maar verbleef ook van tijd tot tijd op haar weduwegoed Dordrecht. Na de dood van haar vader in 1235 verkreeg zij de heerlijkheid Helmond en het goed Miskem, in de buurt van Leuven. Maria vestigde zich in het eerste kasteel van Helmond, ’t Oude Huys. Uit verschillende oorkonden is gebleken dat Maria zich intensief bezighield met de ontwikkeling van Helmond. Met name de stichting van de Abdij van Binderen, in 1244, hield haar bezig. Maria zorgde ervoor dat de abdij in 1246 formeel werd opgenomen in de cisterciënzer orde. Maria vormde in haar burcht naar alle waarschijnlijkheid een centrum van cultureel en hoofs leven. Archeologische vondsten bewijzen dit. Haar invloed binnen de hoofse literatuur komt duidelijk naar voren in verzenepos Demantin van Berthold van Holle. Ook zijn er aanwijzingen dat Maria de Duitse dichter Wolfram von Eschenbach heeft begunstigd. In diens epos Parzival is de episode over de Zwaanridder en de ongehuwde hertogin van Brabant duidelijk geïnspireerd op Maria’s perikelen. De laatste jaren van haar leven verkeerde zij regelmatig in Dordrecht en Miskem. Maria van Brabant overleed in 1260 en werd naast haar moeder in de Sint-Pieterskerk in Leuven begraven.

Het koningspaar was slechts een jaar echt koning en koningin geweest. Maar Maastricht had even helemaal op de kaart gestaan. 1214 was voor Maastricht een jaar met een gouden randje.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , | 4 reacties

Het Bergportaal van de Servaaskerk

In 1214, bij de voltrekking van het tweede huwelijk van Otto IV, werd het nieuwe portaal van de Servaaskerk waarschijnlijk voor het eerst officieel in gebruik genomen. Het wordt het Bergportaal genoemd, omdat het zuid-westelijke deel van de kerk tegen een heuvel aan ligt.  Het portaal was gewijd aan Maria, zoals ook het altaar in het westelijke deel van de kerk aan Maria was gewijd. Tegenwoordig ga je trouwens daar niet meer de kerk in. De hoofdingang ligt nu bij het Keizer Karelplein, aan de andere kant. Het portaal heeft nu meerdere functies. Meestal is het een enigszins museaal deel, waar je alle gerestaureerde beelden van rond 1200 kunt zien. Het ziet er nog steeds, afgezien van de vloer, net zo uit als toen het werd gebouwd. In de kersttijd staat er de enorme kerststal. Om dit alles te zien moet je er van binnenuit, vanuit de kerk naar toe lopen en dan kun je dus meestal alle beelden en ook de vloer bewonderen.

Deze vloer heeft Cuijpers laten aanbrengen (april 1887) en het is het enige echt nieuwe element in dit portaal. De vloer heeft tegels in de vorm van een doolhof, welk in het middelpunt, het heilige Jeruzalem uitkomt. In de vier hoeken van die doolhof liggen Aken, Rome, Constantinopel en Keulen. Maar het doolhof begint in de stad van Sint Servatius!

vloer-maastricht

Hieronder zie je het interieur van het Bergportaal van de Servaaskerk. Dit zag je dus als je hier door, na eerst een aantal trappen naar beneden genomen te hebben, naar binnen ging, nog voordat je in de kerk zelf was.

portaal panorama

Door Pedro J Pacheco – CC BY-SA 4.0, Eigen werk. Opname gemaakt in panoramastand waardoor er een verdraaiïng is ontstaan.

Als je, staande met je gezicht naar de kerk,  schuin omhoog kijkt, dan zie je vier rijen archivolten met allemaal personen daarin. Deze zijn gegroepeerd rond een Maria tympaan. De archivolten kun je per rij van boven naar beneden lezen en dan krijg je een stamboom. De binnenste archivolt is de meest opvallende: links zien we in deze kleine archivolt van boven naar beneden Anna, Maria, Jezus en een niet bekend iemand (Christus had toch geen kind?…) Rechts zien we de broer van Anna en zijn nageslacht: Esmeria, Eliud, Emiu en: ….. Servaas. De figuren in de buitenste archivolten zien er allemaal vrijwel eender uit. Het gaat meer om aan te geven dat er een belangrijke stamboom is vanaf Abraham die uiteindelijk bij Maria en Christus uit komt. Maar: er is een kleine zijlijn en die komt dus uit op: Servatius!  Servaas stamt, net als Maria en Christus, uit een heilig geslacht, dat is de boodschap. Ook hier weer wordt Servaas op een enorm voetstuk geplaatst, zoals dat ook in de kerk zelf op meerdere plaatsen gedaan was. Maar het eigenlijke middelpunt van het hele ensemble zien we in het timpaan. Maria, die overlijdt in haar ziekbed, die weer tot leven wordt gewekt door engelen en die in de hemel wordt opgenomen en wordt gekroond door Christus.

Maria-tympaan en stamboom servaas

De acht grote beelden, die je in twee groepen van vier aankijken, die stellen wel allemaal duidelijk iemand voor, maar als je de verslagen van de restauratie van Cuijpers leest, blijkt dat er aardig wat aan is opgeknapt.
Servaas zelf is bijna helemaal opnieuw gemodelleerd, Maria, die eigenlijk Simeon moet zijn, heeft een nieuw hoofd gekregen en bij nog vier van de acht standbeelden is ook het hoofd vernieuwd.

litho 18e eeuwOp bovenstaande 18e eeuwse litho zien we, op de plek waar nu het Maria-beeld staat, heel duidelijk een figuur die Simeon zou kunnen zijn. Het beeld van Servaas is compleet gewijzigd: als deze afbeelding klopt dan had hij oorspronkelijk geen mijter en ook stak hij niet met zijn staf in een draak. Je gaat sterk twijfelen of hier oorspronkelijk wel Servaas heeft gestaan.. Is hij na de Franse tijd misschien al een keer opnieuw gerestaureerd? Cuijpers heeft gebruik gemaakt van wat er in de tachtiger jaren van de negentiende eeuw stond, en dat lijkt er echt toch wel anders uit te zien als op het litho van voor de Franse tijd. Cuijpers maakte van de gehavende toestand die hij moest gaan restaureren deze foto:

beeldengroep rechts-origineelMaria dat moet dus in ieder geval de hogepriester Simeon zijn, zoals ik in een eerder blog al uitlegde.

Nu ziet de rechter groep er zo uit:

beeldengroep-rechts

We zien dan van links naar rechts:

  • Simeon (onder hem misschien als attribuut Jesaja, die de tekst van Simeon in de tempel al voorzag),
  • Johannes de doper (onder hem het water, hij doopt. Het kind dat hij doopt zal Jezus zijn).
  • Dan Johannes de Evangelist. Op de litho houdt hij een gesloten bijbel in zijn armen, hier toont hij een tekst. (Onder hem als attribuut de adelaar.)
  • Rechts zien we Servatius die op een draak staat. (Volgens de legende doodde hij net als Sint Joris een draak). In zijn hand houdt hij de beroemde sleutel en de bisschopsstaf. Dit beeld is zeer aangepast. Zoals gezegd twijfel ik zelfs of hier wel Servatius moet staan.

De linker groep ziet er zo uit:

beeldengroep-linksVan links naar rechts:

  • De eerste koning uit het oude testament Samuël. Hij wordt nog steeds vaak voor Johannes de Doper aangezien, omdat er een schaal met een lam op wordt weergegeven. Een lam hoort ook bij Samuël en wordt als zodanig ook op portalen in bijv. Parijs en Chartres getoond in dezelfde combinatie met de andere oudtestamentische figuren. Verder zien we onder Samuel het attribuut: 2 hoofden. Het gaat hier vrijwel zeker over de zonen van Samuël, Joël en Abia, zijn oudste zonen, die recht spraken in Berséba.
  • Daarnaast staat koning David met de harp, onder hem zien we de strijd met Goliath.
  • Daarnaast staat Mozes met de stenen tafel, onder hem “manna en kwartels” die volgens de bijbel de Israëlieten zouden redden van de hongerdood.
  • En tot slot zien we Abraham die zijn zoon Isaac dreigt te gaan offeren. Onder hem als attribuut het te offeren lam.

Links staan dus vier oudtestamentische figuren die vier figuren uit het nieuwe testament aan de rechterkant voorafgaan:

  • Abraham staat er met Isaac, Isaac staat voor de latere offerdood van Christus.
    Deze Christus zien we in de armen van Simeon in het nieuwe testament.
  • De wetten van Mozes staan voor de teksten van het oude testament,
    zoals Johannes teksten voor het nieuwe testament schreef.
  • David schreef psalmen en drong door tot de harten van de mensen,
    Johannes de Doper verwarmde die harten door de mensen te dopen.
  • Samuel, de rechter van het oude testament, wordt in het nieuwe testament
    Servaas, die aan de hemelpoort naast Petrus de slechten van de goeden scheidt.

Boven de acht grote standbeelden staan een aantal kapitelen met daarop afbeeldingen, die eerder romaans dan gotisch aandoen. Bladranken, vogels, slangen, mannetjes, een boogschutter, een leeuw, hagedis-achtigen. Er is geen link met de standbeelden daar onder. Ik krijg associaties met sommige Romaanse kapitelen in de kerk zelf, met name die in de kapitelengalerij hoog boven het orgel.

kapitelen boven beeldenkapitelen boven beelden2

In de zijwanden zijn grote nissen en in die nissen staan in totaal 12 figuren. Elke figuur staat in een eigen rondboog. We zien aan de westwand: Synagoge (staat voor de Joodse kerk), Abraham, Melchisedech, Elia, Elise, Jesaia. Aan de oostwand: Isaac, Jacob, Aäron, Jeremias, Ezechiël en Daniël. Het gaat dus om 12 oudtestamentische figuren, onder wie veel profeten. Hoog daarboven zie je 12 engelenfiguurtjes, per drie onder één rondboog. Ik laat hier een groepje van drie zien. Als je zou kunnen lezen wat er op de banderole staat zou je kunnen achterhalen wie wie is. Dat is vanuit die grote afstand in het portaal trouwens mogelijk:

oudtestamentische figuren

Ga je vanuit de kerk naar het portaal dan wordt je uitgeleide gedaan door een Romaanse Majestas Domini die een zegenend gebaar maakt. Hij wordt omringd door de vier evangelisten, afgebeeld in de vorm van hun attributen Leeuw, Adelaar, Stier en Engel.

zegenende christusEr zijn bij de restauratie van Cuijpers, en waarschijnlijk ook al eerder, meerdere dingen mis gegaan. Desondanks is dit portaal een prachtig voorbeeld van vroege Gotiek en krijgen we een mooie indruk van een deel van de kerk zoals die er 800 jaar geleden uit zag.
Er zijn nog veel meer dingen te vertellen over dit portaal. Er zijn hele boeken over geschreven. Ik verwijs in ieder geval naar het belangwekkende artikel van de Jong/ Koldewij/ Mekking en van Run in  “Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 1977”.

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , | 3 reacties

Nunc dimittis

bergportaal2In het Bergportaal van de Servaaskerk van Maastricht bevindt zich een merkwaardig beeld van Maria met kind. Dit enorme portaal* heeft in de loop van de tijd veel te lijden gehad, om te beginnen al in de tijd van de beeldenstorm (1566) toen veel beelden werden onthoofd. Dertig jaar later werden ze dan wel hersteld, maar dat schijnt niet erg zorgvuldig gebeurd te zijn. Sommige beelden hebben zo veel te lijden gehad dat Pierre Cuijpers, die rond 1880 de kerk restaureerde, zich met een van de beelden niet goed raad wist. Hij zag een persoon met een kind in de armen. De persoon leek op Jozef. Cuijpers wist dat de Jozefverering pas veel later op gang was gekomen. Dit kon dus niet de originele afbeelding zijn. Bovendien zag hij dat het hoofd al een keer eerder was gerestaureerd. Geen Jozef, wie dan wel? De lelie die de man droeg zou naast Jozef ook op Maria kunnen wijzen. Dan moest het origineel dus Maria geweest zijn was zijn redenering. Hij verving het hoofd door een vrouwelijk Maria-hoofd.  Na vergelijking met andere portalen (bijvoorbeeld Senlis) weet men inmiddels zeker dat het niet om Maria, maar om Simeon moet gaan. De oude Hogepriester die het kind in de tempel in de armen nam. Het Mariabeeld van Cuijpers staat er nog steeds. Bij een rondleiding die ik er enkele jaren geleden had werd het beeld gewoon als een Mariabeeld beschreven, zonder de oorspronkelijke betekenis te vermelden… Cuijpers had voor hij begon met restaureren enkele foto’s laten maken. Geen al te beste foto’s, maar zo zag het er in 1880 ongeveer uit:

simeon-bergportaal-origineel

Het hele portaal met tientallen beelden is tussen 1170 en 1210 gebouwd en staat bekend als het eerste vroeg-gotische portaal in de Nederlanden. Ik zal hier nog een keer een apart artikel aan wijden. De beeldhouwwerken hier zijn duidelijk jonger dan de Romaanse beeldhouwwerken van de kapitelengalerij van de Servaaskerk.

Waar staat Simeon voor?  Simeon was heel oud, maar zou pas sterven nadat hij Christus had gezien. Vooral deze regels in de evangelietekst zijn beroemd:

Heer, laat nu uw dienaar gaan, zoals u voorspelde, in vrede. Want mijn ogen hebben uw verlosser gezien, die u voor het aangezicht van alle volkeren hebt gestuurd. Als een licht om de mensen te verheffen, en tot eer van het volk van Israel.

Veel kunstenaars en componisten hebben zich door deze tekst laten inspireren. Rembrandt schilderde in 1650 de oude grijsaard Simeon. Hij kan nauwelijks praten, alles is traag. Maar je ziet hem de tekst uit het Lucas-Evangelie als het ware mompelen. Op de achtergrond staat Maria. Zij kijkt niet blij. Ze weet wat dit kind nog te wachten staat. De blijdschap van Simeon wordt gesmoord door haar onderdrukte verdriet.

simeon-rembrandt

Een van de vele componisten die deze tekst gebruikten om er een motet op te schrijven was William Byrd. Ook hier hoor je dat Simeon oud en traag is. De tekst komt desondanks indringend over, gezongen door het Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner. Verschenen op het album “Vigilate” . Het horen van dit motet en de indruk die het op mij maakte vormde de aanleiding tot het schrijven van dit artikel.

Nunc dimittis servum tuum Domine: Heer, laat nu uw dienaar gaan
secundum verbum tuum in pace: zoals u voorspelde, in vrede
Quia viderunt oculi mei salutare tuum: want mijn ogen hebben uw verlosser gezien
quod parasti ante faciem omnium populorum: die u voor het aangezicht van alle volkeren hebt gestuurd
lumen ad revelationem gentium: een licht om het volk te verheffen
et gloriam plebis tuae Israel: en tot eer van het volk van Israel.

* Het bergportaal van de Servaaskerk: in een oorkonde van Frederik Barbarossa uit 1154 wordt gesproken over een palatium nostrum Traiecti (“ons paleis in Maastricht”), een verwijzing naar het bestaan van een koninklijke palts in Maastricht, waar ook andere aanwijzingen voor bestaan, zij het geen eenduidige archeologische. De meeste auteurs situeren deze palts in de nabijheid van de Sint-Servaaskerk. Een mogelijkheid is op de zuidwesthoek van de kerk, waar kort na 1200 de Sint-Janskerk werd gebouwd. Deze laatste locatie zou verklaren waarom juist het zuidportaal, recht tegenover de koninklijke palts, werd uitgebouwd tot porticus speciosa (schitterend portaal) met niet mis te verstane verwijzingen naar het koningschap in het beeldhouwwerk (Jezus en Maria als Koning en Koningin van de Hemel op het centrale paneel, het meer dan levensgrote beeld van koning David naast de ingang en de koningen van Israël op de archivolten). Hoe dan ook lijkt het logisch dat dit “koninklijk” vormgegeven portaal de entree was voor hoog bezoek. De huwelijksvoltrekking van Otto IV en Maria van Brabant was zeker niet de laatste keer dat de kerk vereerd werd met koninklijk bezoek. Keizer Karel IV woonde in 1357 de herinwijding van de kerk bij, de Beierse hertog Hendrik XVI genas er in 1403 op miraculeuze wijze van de jicht en de Luikse prins-bisschoppen en de Brabantse hertogen waren er regelmatige gasten. Karel de Stoute, Karel V en Filips II bezochten de stad en de Sint-Servaas meerdere keren en logeerden in het vlakbij gelegen Spaans Gouvernement. (Wikipedia)

Geplaatst in kunst, muziek | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Schindlers’ List

Bij ons thuis was er koninklijk bezoek. De koning was er! Hij at in koningsmantel mee aan tafel. Ook danste hij in vol ornaat de tango. Zoals bekend houdt zijne koninklijke hoogheid koning Willem-Alexander ook erg van sport. Dus moest er ook gevoetbald worden. Helaas werkten de elementen tegen.  Maar dat mocht de pret niet drukken.

Mijn oudste kleinzoon heeft dus inderdaad zijn koningsmantel gekregen en wat ís hij er blij mee! Voor hem en voor ons, zijn grootouders, was het dus koningsdag. Tegelijk kreeg hij zijn eerste pianoles. Daarin leerde hij uitsluitend “boer daar ligt een kip in het water”, maar dan met vijf vingers. De duim, pink en veelal ook de ringvinger worden door hem, nooit gebruikt. En het wordt dus tijd dat hij die ook gaat gebruiken. Maar intussen bleef hij daarna gewoon met twee handen en twee of drie vingers improviseren.

Op youtube hoorde hij het thema uit Schindlers’ List van John Williams. Dat vond hij erg mooi. In die opname moest een vrouw die de hobopartij  speelde huilen. Haar dochter zat in de zaal en lachte haar bemoedigend toe. Mijn kleinzoon was zeer onder de indruk. Van de muziek, maar ook van die twee vrouwen. Hij wist zeker dat de moeder deze muziek heel ontroerend vond en dat ze daarom moest huilen.

De vrouw waar het om ging was Davida Scheffers.  Scheffers lijdt namelijk aan een pijnlijke vorm van reuma. Deze ziekte betekent het einde van haar professionele carrière. Haar angst was dat zij binnenkort haar instrument helemaal niet meer zou kunnen bespelen. Nog een keer mocht ze daarom in een orkest de solo spelen. Dat regelde Simone Lamsma voor haar, aangezien ze ontroerd was door het achtergrondverhaal van Scheffers. In dit stuk deed ze het fantastisch. Onder toeziend oog van haar dochter speelde ze haar solo voor een volle concertzaal. Nadat haar deel was geëindigd en Lamsma de vioolsolo speelde, werd Scheffers emotioneel. Net als iedereen in de zaal.

Mijn kleinzoon ging aan zijn tekentafel zitten. Hij  tekende de dochter in de zaal die haar moeder toe lachte. Alle andere mensen in de zaal liet hij in deze tekening weg. Hij kleurde naar mijn idee wel de emotionele gevoelens die uit de film of uit de muziek straalden. Het leverde deze prachtige tekening op.

schindlers-list

Het thema van Schindlers’ List probeerde hij daarna ook nog eens in noten op te schrijven.
-‘Opa, is het zo goed?’
Ik vond het geweldig, ik herkende de contouren van het springerige vioolthema. Van noten leren lezen is nog niets gekomen, maar dat komt er zo te zien nu snel aan!

noten

 

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , , , | Plaats een reactie

Verlanglijstje

Tussen de stapel tekeningen die mijn oudste kleinzoon van zes jaar gisteren maakte toen hij bij ons was, vond ik nog een verlanglijstje. Vijf regels. Dat zullen vijf cadeautjes zijn waar hij om vraagt zul je denken. Nee hoor. Hij vraagt beleefd aan Sinterklaas in vijf regels om slechts één cadeautje: een koningsmantel. Er staat ook iets over snoepgoed maar dat wil hij zeker niet weet ik, hij houdt niet van snoepen. Verder raadt hij sint aan om maar in zijn boek te kijken, dan weet hij waar die koningsmantel heen moet. Ik kan het niet helemaal ontcijferen maar volgens mij staat er zo iets:

Lieve Sint, weet u dat in de pakjes-
kamer is een koningsmantel
goed zien ……. goedheiligman
…… … snoepgoed, kijk
maar in je boek

verlanglijst1

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , , | Plaats een reactie

De tijd van Sinterklaas

-‘Mama, mama, zwarte Piet had bij opa en oma aangebeld en een zak voor de deur neergezet!’
Mijn middelste kleinkind was nog steeds een beetje door het dolle heen, maar vond het vooral fantastisch en spannend. Voor dit soort kinderen die het aan kunnen is het een feest. Zoals ik me dat ook nog uit mijn eigen kindertijd herinner. Maar er zijn ook kinderen die er meer moeite mee hebben.

Mijn oudste kleinzoon had de vorige week een geheim! Zijn jongere broertje vertelde, toen oma hun allebei kwam afhalen:
‘Oma, Zwarte Piet is op school geweest!’
-‘Nee, nee’ huilde zijn broer, nu verklap je mijn gehéim!
Slim als zijn broertje was gaf deze er gelijk een draai aan:
-‘Nee, ik zeg alleen maar dat hij op míjn school is geweest, niet dat hij op jóuw school is geweest.’ Dat ze allebei op dezelfde school zitten was blijkbaar even niet relevant. Oma wist een goede oplossing.
–‘Je bewaart het geheim voor opa en vanavond ook voor papa en mama, die weten het nog niet.’

Hij kon zijn verdriet wegpoetsen.
-‘Opa, ik heb een geheim.’ Ik kreeg het geheim niet te horen en ook zijn broertje praatte nu zijn mond niet voorbij. Hij nam zijn geheim mee naar huis. Mama kwam de kinderen tegemoet:
-‘Ik hoor dat Zwartepiet bij jullie op school is geweest!’
De juf had foto’s doorgestuurd naar de ouders over het bezoek van Zwarte Piet.
Mijn oudste kleinzoon werd ontzettend boos op zijn moeder:
-‘Je hebt mijn gehéim verklapt, dat mág niet, ik ben verschríkkelijk bóós!’ Schreeuwen, huilen, tieren. Hij was niet tot bedaren te brengen. Zijn moeder was een rot mens, die had zijn geheim verklapt. Elke rede kwam niet bij hem binnen. Ze had foto’s van de juf gekregen, dat kon zij toch niet weten. Het maakte allemaal niets uit. Hij liep de gang op. Oma leek hem even tot rust te kunnen brengen, maar toen kwam hij weer binnen en begonnen de woede uitvallen richting zijn moeder opnieuw. Ik bemoeide me er niet mee en ging in de woonkamer zitten, de anderen waren in de woonkeuken. Even later kwam hij, nog steeds huilende mijn kant op.
-‘Kom eens kijken’, zei ik, ‘nu kun je heel goed zien waar de ISS is.’ Op de app van de ISS zie je voortdurend waar hij is en als hij zich in het daglicht bevindt kun je met de aanwezige webcam het deel van de aarde zien waarboven hij zich bevindt. Nieuwsgierig kwam hij dan toch maar even kijken. Mama kwam binnen.
-‘Wil je morgen thuis blijven? Het is allemaal een beetje druk op school denk ik.’ Ja, dat wilde hij. Maar zijn broertje wilde toen ook thuis blijven.
-‘OK, dan zijn jullie morgen de hele dag lekker alle drie bij mij thuis.’

Hij was gekalmeerd. Maar even later, terwijl hij samen met mij nog steeds naar de app van de ISS keek, zei hij verdrietig:
-‘Ik wil niet dat mijn broertje morgen ook thuis is.’
-‘Waarom niet?’ vroeg ik hem.
-‘Omdat het dan nog steeds druk is.’
Ik begreep het wel.

Gisteren dus belde een Zwarte Piet aan bij Opa en Oma. Hij was nergens meer te zien maar het kon niet missen: er stond een zak met enkele pakjes voor de voordeur. Ook op de daken van de buren was niets te zien. De jongste twee kleinkinderen vonden het geweldig. Maar mijn oudste dus niet. Zelfs toen er pakjes en een gedicht in de zak bleken te zitten had hij geen enkele belangstelling. Hij wilde piano spelen. Maar dat mocht nu even niet. Broer en zus keken belangstellend naar elkaars cadeautje, hij taalde er niet naar.
-‘Kom eens kijken, daar ligt ook een cadeautje voor jou!’ zei mijn vrouw.
Nu was zijn belangstelling eindelijk gewekt. En gelukkig was het een cadeau dat hij erg leuk vond. Een wereldkaart met daarop alle landen, en de Nederlandse naam er bij, heel overzichtelijk.
-‘Die ga ik natekenen’ zei hij juichend en liet de anderen weer alleen met hun cadeau. Verder ging het die middag goed.  Hij wilde “de traan” van Maxima horen. Toen de tango van Piazolla begon gooide hij een deken over zijn schouder en ging in zijn eentje op de muziek dansen.  En waande hij zich weer even koning, nog zonder echte koningsmantel. Die hoopt hij van Sinterklaas  komende nacht te krijgen. Bij zijn ouders maakte hij deze twee tekeningen: Alexander die naast Maxima gezeten zijn huwelijksdocument ondertekent, en Beatrix (na 20 jaar koningin te zijn?) met een heel gezelschap.

beatrixalexander ondertekent
Bij ons tekende hij vooral weer heel veel landen en werelddelen, een heel stapeltje ligt er. Bij een tekening van de aarde zette hij de volgende tekst:

De wereld is hier kei veranderd om te gemakkelijk te zien. Hiermee bedoelt hij dat je natuurlijk nooit de hele wereld in zijn geheel op een kaart kunt zetten, je zult hem moeten veranderen, anders lukt dat niet.

wereldkaartafrikawereldkaart2

Op de terugweg in de auto zong hij uitbundig met zijn broertje en zusje Sinterklaasliedjes mee. Vrijdag is hij vrij en mag hij de hele dag bij ons zijn. Dan leer ik hem een beetje muzieknoten.
-‘Opa, als jij noten ziet staan, weet je dan ook hoe dat klinkt?’
-‘Ja zeker, en ik denk dat jij dat ook heel snel zult weten!’

Hij is zelf vast begonnen.

muzieknoten2

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | 2 reacties

Malinconia

De Litouwse componist Ciurlionis, over wie ik eerder schreef, heeft niet meer mogen meemaken dat zijn land na de eerste wereldoorlog onafhankelijk werd. Ciurlionis stierf in 1911 en toen was zijn land nog een onderdeel van Rusland. Een generatiegenoot was Jean Sibelius. Toen hij in 1900 het stuk Malinconia schreef hoorde Finland, zijn geboorteland, ook nog bij Rusland. Over dat stuk, Malinconia, ga ik het zo meteen hebben. Eerst nog in vogelvlucht de geschiedenis van zowel Litouwen als Finland. Er zijn erg veel parallellen:

  • Litouwen is tot de negentiende eeuw onderdeel van groot-Polen,
  • dan wordt het door Rusland bezet in de 19e eeuw,
  • na de eerste wereldoorlog wordt het onafhankelijk,
  • het wordt een provincie van Rusland na de tweede wereldoorlog
  • en nu is het een van de meest trouwe EU-leden.

  • Finland is tot de negentiende eeuw een groothertogdom van Zweden,
  • dan wordt het door Rusland bezet in de 19e eeuw,
  • na de eerste wereldoorlog wordt het onafhankelijk,
  • het heeft een neutrale vriendschapsband met Rusland na de tweede wereldoorlog,
  • na het uit elkaar vallen van de Sovjet-unie wordt het eveneens een trouw EU-lid.

sibelius

Afgelopen vrijdag was ik bij een concert met werken van Sibelius. Er stonden drie werken van hem op het programma. Een vroeg werk uit 1890, een werk uit 1900 en een werk uit 1922. Zijn stijl ontwikkelt zich in die tijdsspanne duidelijk, maar één gemeenschappelijk element blijft: Sibelius probeert te componeren vanuit slechts weinig materiaal, dat zich in de loop van het stuk op verschillende manieren manifesteert. Met Mahler, die hij een vriend noemde, had hij discussies daarover. Mahler vond dat het leven een bonte verzameling van ervaringen was en dat je rustig totaal verschillende thema’s naast elkaar kon zetten. Sibelius vond dat een werk aan slechts één thema genoeg had. Maar niet op de manier zoals Beethoven dat vanuit een soort kiemceltechniek deed. Meer in de geest van Liszt, die hij trouwens zeer bewonderde.

Met die gedachte in je achterhoofd zou je kunnen luisteren naar Malinconia, opus 20, geschreven in 1900. Het is een stuk voor cello en piano.  Sibelius noemde het een fantasie wat al aangeeft dat de vorm slechts moeilijk te horen is. Maar het thema geeft houvast: als je naar het stuk luistert zul je merken dat alle melodische passages in de cello en ook die in de piano op een of andere manier met slechts dat ene hoofdthema te maken hebben.

melancholia-thema

Nog meer houvast geeft de titel: Malinconia, dat melancholie betekent. Deze melancholie is de gemoedsstemming van de componist. Sibelius was in de tijd dat hij het schreef zeer gevierd. Hij had een jaar eerder (in 1899) zijn eerste symfonie horen uitvoeren, hij had in dezelfde tijd acht patriottische schetsen geschreven waarvan de laatste, Finlandia, de meest bekende werd. Het is nog steeds het meest gespeelde stuk van Sibelius. Hij ging fier mee in zijn verzet tegen de onderdrukking door de tsaar die de zekere zelfstandigheid, die het groothertogdom binnen Rusland had, wilde inperken. Hij was gelukkig getrouwd en zijn derde dochter was anderhalf jaar eerder geboren. Voor haar had hij in 1899 nog een wiegelied geschreven. Waarom dan nu opeens deze Malinconia, dit donkere, melancholische stuk?

Toen ik het stuk hoorde met de donkere, felle klanken moest ik onwillekeurig denken aan mezelf. Toen ik twintig jaar oud was maakte een meisje met wie ik een kortstondige verhouding had gehad het uit. Het was de eerste keer dat een meisje met me gezoend had. Verder waren we overigens nooit gegaan. Toch, toen zij het uitmaakte raakte ik in een heftige staat van verdriet en woede. En ik ging achter de piano zitten en ik heb zeker een half uur achter elkaar zitten improviseren. Ik speelde de woede en het verdriet van me af. Ik herinner me nog hoe mijn gevoelens op en neer gingen. Dat zullen mensen die mij indertijd hebben horen spelen zeker ervaren hebben.

Zo klonk voor mij ook deze Malinconia. Vlak voordat Sibelius dit stuk schreef overleed zijn jongste dochter, anderhalf jaar oud, aan tyfus. Voor dit kleine kind, een baby nog, had hij een jaar eerder nog liefdevol een slaapliedje geschreven. Nu was hij woedend, verdrietig, radeloos.  Met een cello, maar ook met de partij van de piano, kun je zoveel van dat gevoel overbrengen. In mijn herinnering deden Pepijn Meeuws en Jeroen Bal dat afgelopen vrijdag in de grote zaal van de Doelen nog beter dan Martti Rousi en Andrey Telkov in onderstaande opname. Maar ook deze is heel goed.

Martti ROUSI, cello (Finland) Andrey TELKOV, piano (Rusland) in het conservatoriumgebouw van Leningrad

Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , , , , | Plaats een reactie

ISS deel 2

In een eerder blog schreef ik al een keer over het internationale ruimtestation ISS. Ik heb een app die dit ruimtestation volgt. De live webcam aan boord laat het stuk van de aarde zien waarboven hij op dat moment “draait.” En soms kun je met die webcam ook een of twee van de ruimtevaarders zien. Op dit moment zijn er drie Amerikanen, twee Russen en een Italiaan aan boord. De webcam maakt er een echte reality-film van. De satelliet beweegt trouwens met een enorme snelheid: zo ongeveer met 27500 km per uur. Hij ging net boven België en was toen in Nederland gedurende een halve minuut te zien. Nu, niet veel later is hij al bij Slowakije en Hongarije aangekomen.

iss-positieMaar anderhalf uur eerder was hij spectaculair goed in Nederland te zien en ook iets langer, zo ongeveer gedurende vier minuten. Hij bewoog van west naar oost, bijna recht boven je hoofd. De magnitude (relatieve helderheid) was sterker dan die van Venus of Jupiter. En het was buiten ook nog eens een keer heel helder. Dus ik ging naar de polder waar ik vrij uitzicht had op zowel het westen als het oosten en kon de satelliet makkelijk helemaal volgen.

Ja, wat zie je dan? Een bewegend puntje. Het flikkert niet, het is dus geen vliegtuig. En als je er op inzoomt wordt het groter, maar helaas zie je de vorm ervan nog steeds niet. Wat is daar dan aan, zul je zeggen?

Het is de verbeelding die je erbij moet gebruiken. Heel hoog boven je, op ongeveer 421 km hoogte, dus ver buiten de dampkring in het luchtledige, draait met een enorme snelheid een kunstmaan, met daarin een team dat wetenschappelijke dingen onderzoekt. En ze blijven heel lang in de ruimte. Af en toe worden ze met een raket bevoorraad. Dat gebeurde nog afgelopen week, de bevoorradingsraket werd afgevuurd in Kazachstan, koppelde aan, en leverde weer van alles af. Het team dat er nu in zit zit er al een hele tijd in.

astronauten Gezagvoerder Christina Koch uit Amerika zit er al 261 dagen in, de rest korter. Zo lang moet geen pretje zijn maar af en toe hoor je ze onderling converseren en ze hebben geen ruzie of zo. Het klinkt allemaal erg professioneel. Wát een ervaring voor deze mensen! Ik heb ook al twee keer een ruimtewandeling gezien. Een van de astronauten gaat er dan uit om iets te doen. Ook dat wordt enigszins door de webcamera geregistreerd. Maar deze avond, het zien van dat bewegende puntje in de lucht, dat gaf een sensationeel gevoel. Ik keek nu niet naar mijn telefoon maar naar de lucht. Ik voelde een soort combinatie van het ervaren van je eigen nietigheid maar tegelijk realiseerde ik me het enorme menselijke vernuft dat dit allemaal mogelijk maakt. Het was mooi. Het filmpje hieronder heeft slechts betekenis met die dingen in je achterhoofd. Je moet er dus van alles bij denken. Ik ben trouwens zo stom geweest om regelmatig met mijn camera mee te bewegen. Je moet natuurlijk juist laten zien dat de satelliet beweegt, niet je camera…. Ik heb twee korte opnames gemaakt. Eerst is hij nog niet super helder en staat nog redelijk dicht bij de horizon. Je ziet hem op het scherm naar links boven bewegen. Bij het volgende shot is hij al veel beter te zien. Ik moet de camera nu bijna recht boven mijn hoofd richten en intussen de ISS proberen te volgen. Het (per ongeluk) bewegen met de camera suggereert misschien een ongeluk, maar er gebeurt niets. Hij is er nog steeds. Nu alweer ergens in Azië..

De volgende dag ging de zon mooi rood onder. In dat rood zag je ook Saturnus in het ZW langzaam zakken.

saturnus

Rechts van Saturnus, in het WZW, verscheen even later, om 18:37 uur alweer de ISS. Ik heb nogmaals een stukje van de baan geregistreerd.

Geplaatst in Astronomie | Tags: | 5 reacties

De raaf en de zonnegod

Raven, kraaien, kauwtjes. Ze zijn allemaal zwart en ze behoren tot dezelfde familie. Globaal zie je dat aan de kleur, maar vooral ook hoor je het aan de geluiden die ze produceren: schelle, schorre geluiden. Bij de oude Grieken was de raaf de dienaar van de god Apollo. Apollo, een van de zonen van de oppergod Zeus, was oorspronkelijk een god van herders. De raaf was een knecht van Apollo die voor hem water moest halen. Een keer kwam hij veel te laat omdat hij heel lang vijgen had zitten snoepen. Toen moest de raaf een smoesje verzinnen. Hij had zogenaamd last gehad van een waterslang bij het halen van het water. Deze waterslang nam hij daarom maar mee in zijn bek. Apollo was woedend. Hij veroordeelde de raaf tot het eeuwig dorstig zijn. Dat maakte dat hij een schorre stem kreeg. Waterslang (hydra),  raaf (corvus)  en waterbron (crater) kwamen als sterrenbeelden dicht bij elkaar aan de hemel te staan.

Vanochtend hoopte ik Mercurius aan de ochtendhemel te kunnen zien. Mercurius, de planeet die het dichtste bij de zon staat, zie je in Nederland zelden. De ogenschijnlijke afstand tot de zon is zo klein dat hij altijd dicht bij de horizon staat en daar staan in Nederland bijna altijd wolken. Eergisteren was de schijnbare afstand zo groot dat onder goede omstandigheden deze planeet te zien had kunnen zijn. Helaas, het was die dag bewolkt. Gisterochtend ook. Nu gaat hij elke dag alweer snel richting zon en is de kans om hem te spotten veel kleiner. Zo ook vanochtend toen het eindelijk weer een keer helder was. Ik zag wel Mars, die ook nog steeds heel dicht bij de zon staat, maar deze planeet was wel net te zien. Behalve het sterrenbeeld maagd zag ik ook het sterrenbeeld Corvus, de raaf. Ook dat sterrenbeeld zie je niet zo vaak, maar nu was het supergoed te zien.  De waterslang stond te dicht bij de horizon, op misschien een enkele ster na heb ik dat beeld gemist. Ook Crater de waterbron, was te zien. Het hele mythologische verhaaltje staat nu elke ochtend getekend aan de sterrenhemel! Dit alles zag ik om kwart voor zeven in de ochtend aan de zuid-oostelijke hemel. Het lichtpuntje zeer laag bij de horizon, links van het midden, bijna achter een wolk, is Mars. De andere sterren kun je lokaliseren aan de hand van het sterrenkaartje dat ik heb bijgevoegd.

2019-11-20-ochtendhemel-zo

2019-11-20-ochtendhemel-zo-map

corvus

Op een foto die ik om half acht exact maakte zag ik een sterretje. Ik pakte thuis mijn programma erbij en stelde het in op half 8 en jawel: het was Mercurius! Toch nog gezien! Mercurius staat dus op de afbeelding hier onder, bijna helemaal links, halverwege de zwarte wolkjes en de bovenkant van de foto. Een goed scherm is noodzakelijk, op je smartphone zie je hem denk ik niet.

mercurius

Op dit uur waren de ganzen bijzonder actief. Ze verwelkomden de naderende ochtend.

En nog een uur later werden alle eerdere beelden overschaduwd door het grootse beeld van de zonsopkomst. Ik zag Apollo zelf: Apollo Helios, Apollo de Zon, zoals hij later ook werd genoemd. De Raaf was weg, maar zijn meester verscheen in volle glorie.

zonsopgang

zonsopgang3

Een aantal foto’s van 6:45 tot 8:45: Van raaf tot zonnegod

 

Geplaatst in natuur | Tags: , , , | Plaats een reactie

Missa Solemnis

In 1815 vindt het Weens congres plaats. Graaf von Metternich zit de vergaderingen voor, alle hotemetoten van Europa zijn bij elkaar om de nieuwe toestand te bespreken nadat Napoleon voorgoed is verslagen. Zoals bekend wil men vooral af van het fenomeen “republiek”. Zowel Nederland als Frankrijk worden daardoor een koninkrijk. Het congres duurt heel erg lang, Genoeg tijd om te feesten. Van Beethoven worden speciaal voor die gelegenheid gecomponeerde werken uitgevoerd: “Der Glorreiche Augenblick” en “Wellingtons Sieg.” Allebei deze stukken worden met veel enthousiasme ontvangen. Beethoven was hot.

Hij kon hier niet lang van nagenieten. Hij kreeg veel persoonlijke tegenslagen, zijn broer stierf aan tuberculose en hij nam de voogdij van diens nog jonge zoontje op zich, wat hij eigenlijk niet kon waar maken. Tegelijk was hij zo doof geworden dat hij niet meer in het openbaar de solopartij van zijn eigen pianoconcerten kon spelen. Er kwam een nieuwe kwaal bij: zijn gezichtsvermogen wers steeds slechter zodat hij veel moeite had met de correctie van zijn eigen nieuwe composities. En hij kreeg ook nog eens heel veel spijsverteringsklachten.

aartshertog rudolphAartshertog Rudolph (wikipedia)

Toen kreeg hij van zijn vroegere leerling, aartshertog Rudolph, het verzoek om een mis te schrijven die uitgevoerd zou moeten worden bij de plechtigheid ter gelegenheid van zijn bisschopswijding in Olmütz .
(Rudolph was de twaalfde en jongste zoon van keizer Leopold II. In 1816 was hij toegetreden tot de geestelijke stand en in 1818 was hij door de paus tot kardinaal benoemd. In 1819 werd hij dan aartsbisschop van Olmütz. De aartshertog was muzikaal, steunde Beethoven, en componeerde ook zelf. Beethoven droeg twee pianotrio’s aan hem op. In 1831, vier jaar na de dood van Beethoven stierf hij en werd hij bijgezet in het imposante koningsgraf in de Kapuzinergruft in Wenen.)

Beethoven lukte het niet om deze opdracht op tijd klaar te hebben. Hij werkte er nog tot 1822 aan en ook in de daaropvolgende twee jaar bleef hij er aan schaven. Maar wie ging zijn stuk betalen en wie ging het uitvoeren? Terwijl het werk nog in de maak was benaderde hij meerdere uitgevers. Hij kreeg hier en daar alvast een voorschot maar er kwam geen mis. Beethoven was trouwens niet tevreden met deze uitgevers, andere werken van hem, zoals de bagatellen opus 119 werden door uitgever Peters geweigerd omdat ze ‘van onvoldoende niveau waren.’ (En ze zijn zo mooi…) Hij begon allerlei maecenassen aan te schrijven en sprokkelde op die manier opnieuw geld bij elkaar. Het werk zou bij deze formule uitgevoerd moeten worden op meerdere plaatsen. Uiteindelijk bleek pas in 1824 de tijd rijp voor in ieder geval de eerste uitvoering, en wel eentje in Wenen zelf. Inmiddels was ook de negende symfonie klaar gekomen. Maar: de mis zou gespeeld gaan worden met enkele aanpassingen. De tekst mocht niet in het Latijn worden gezongen, er kwam dus een Duitse vertaling. En het “Gloria” en “Sanctus-Benedictus” werden weggelaten. Tandenknarsend ging Beethoven met deze aanpassingen akkoord. De uitvoering was een doorslaand succes, er kwam al snel een tweede uitvoering, maar nu moest ook een werk van Rossini erbij… Niet veel later werd de volledige versie met de Latijnse tekst in Sint Petersburg uitgevoerd. Pas een jaar later kreeg uitgeverij Schott het alleenrecht tot uitgave. En die bracht het pas vlak voor de dood van Beethoven in 1827 uit. Hieronder het document waarbij Beethoven aan uitgever Schott het alleenrecht tot uitgeven verleent. (wikipedia)

document aan uitgever schott 1825

Beethoven vond het zijn beste werk. Hij had er al zijn ziel en zaligheid in gelegd. Vooral in het muzikaal uitbeelden van de tekst. Er is een document bekend waarop hij de complete Latijnse tekst schreef en van elk woord zette hij er apart de Duitse vertaling bij. Vlak voordat hij in 1818 met het werk begon, in een periode dat hij weinig schreef en zich in een crisis bevond, had hij zich helemaal gestort op het bestuderen van twee werken. Om te beginnen bestudeerde hij het “Wohltemperiertes Klavier” van Bach. En daarnaast had hij de partituur van de Messias van Händel laten komen.

Beide invloeden kun je goed terug horen in onderstaand fragment uit het Credo. De orkestratie van zijn Missa Solemnis is exact gelijk aan die van de Messias. En Bach herkennen we in zijn contrapuntische uitwerkingen. Dit fragment bevat de een na laatste zin uit het Credo. Het hier aan voorafgaande onderdeel, waarin onder meer staat “ik geloof in een ondeelbare (catholicam) kerk”, laat hij helemaal ondersneeuwen. Beethoven was katholiek zoals vrijwel iedereen in Wenen, maar daar had hij niets mee. Wel geloofde hij in een leven na de dood:

Et vitam venturi saeculi: En ik geloof dat er een eeuwig leven zal zijn

Het is uitgewerkt als een magistrale fuga. In het begin hoor je vooral de eeuwigheid, maar het wordt steeds meer het juichende gevoel van de verlossing, zeker als op een gegeven moment het thema in de verkleining wordt gezongen. Achter dit fragment komt nog een lange uitwerking van het woord “amen”.

De opname is live opgenomen door BBC radio 3 in de Barbican Hall in Londen. Uitvoerenden Lucy Crowe, sopraan, Jennifer Johnston, Mezzo-sopraan, James Gilchrist, tenor, Matthew Rose, bas, het Monteverdi Choir en het Orchestre Revolutionnaire et Romantique o.l.v. Peter Hanson en John Eliot Gardiner. Uitgebracht op CD, www.solideogloria.co.uk

In een eerder blog schreef ik over drie andere fragmenten van deze mis.

Literatuur:

  • Beethoven in zijn brieven. Jos van der Zanden. Gottmer, Haarlem, 1997. ISBN 90 257 2893 6 / NUGI 924
  • Beethoven, genie en wereld. Uitgeverij Heideland, Hasselt 1969
  • Beethoven Handbuch, Sven Hiemke. Bärenreiter/Metzler, 2009. ISBN 978-3-7618-2020-9
  • Verzamelde brieven Beethoven in 5 banden. Schuster & Loeffler, Berlin und Leipzig, 1908
Geplaatst in Geschiedenis, muziek | Tags: , | Plaats een reactie

Logeerpartij

-‘Opa hoe komt het dat jij zoveel van het heelal af weet?’
Een lang weekend bij opa en oma betekent ook vragen stellen over het heelal.
-‘Kijk opa, zie je wat dat is? Dat is Cassiopeia. En dat is de ISS. Als je daar in zit kun je naar de aarde kijken, maar tegelijk ook naar de sterren.’

ISS

Ik keek even later nog naar een tweede tekening.
-‘Ik zie dat je ook Pluto erbij hebt getekend. Dat vind ik fideel van jou. Sinds hij gedegradeerd is tot dwergplaneet wordt hij bijna nooit meer in het zonnestelsel getekend.’
Ik keek naar de zon met mooie zonnevlammen. Niet de ellendige streepjes die je altijd ziet in kindertekeningen. Nee, echte zonnevlammen! De planeten waren in de goede volgorde en in de juiste verhouding getekend. Jupiter had mooie strepen en je zag ook de grote stormvlek. De ring van Uranus lag gekanteld, zoals het hoort. Én: Pluto, hoe klein ook, was níet vergeten!

zonnestelselMijn oudste twee kleinkinderen lachten zich een bult om de grapjes van Malle Pietje. Ze hadden dikke pret bij het kijken naar het Sinterklaasjournaal.
-‘O jee, komt dat nog goed? De kamer met de cadeautjes voor pakjesavond is nog helemaal leeg. Hoe kan dat? En dan krijg ik geen koningsmantel!’
-‘Natuurlijk komt dat goed. Sinterklaas lost dat wel op. Het is nog lang geen pakjesavond.’

-‘Het Sinterkláásjournaal,.. met Dieuwertje Blok! Tèhtedetedetetèh’
De oudste kleinzoon deed de omroeper perfect na, inclusief het aansluitende deuntje dat er bij hoort. Maar alles was levensecht. Als er door donkere kelders werd gelopen werd mijn kleindochter van drie echt bang en ook de oogjes van de anderen vertrokken een beetje. Ze hadden Sinterklaas-voorpret dus.
Maar  dit moest ook allemaal gespeeld worden. Mijn vrouw had toevallig dit weekend een Sinterklaaspak en twee Pietenpakjes in huis. En de oudste wás al snel helemaal echt Sinterkláás. Met bedaarde stappen schreed hij door het huis en sprak bezadigd met een donkere stem.
De volgende ochtend mochten ze hun schoen zetten, maar dat moest eerst geoefend worden. Mijn vrouw liet ze met inpakpapier zogenaamde cadeautjes maken. Het jongste broertje vindt dat heerlijk en hem lukt het ook redelijk, het knippen, vouwen, inpakken, dichtplakken. Maar de oudste vindt dat heel moeilijk. Hij heeft nog steeds een grote motorische achterstand, hij wil alles het liefst met slechts een hand doen. Dat is moeilijk met aankleden, uitkleden en ook met pakjes maken dus.
Maar hij vond het veel te leuk, en met wat hulp lagen er na een tijdje een aantal cadeautjes voor opa en oma. Wij, de grootouders, moesten een wortel in onze schoen stoppen, een Sinterklaasliedje zingen, en we moesten, hup, naar bed. Daar lagen we te snurken op de bank in de woonkamer. Intussen hoorden we gefluister. Uiterst geheimzinnig ging Sinterklaas met zijn twee hulpjes aan de slag. Pa na een hele tijd werden we wakker gemaakt en onze Oh’s en  Ah’s waren even later niet van de lucht.
-‘Nóg een keer!’
Ze konden er geen genoeg van krijgen. Nu zaten de door het jongste zusje van klei gemaakte pepernoten in de schoen.

’s Avonds toen ze alle drie in hun bed lagen ging ik nog even bij mijn oudste kleinzoon langs. Hij vroeg weer honderduit, of ik in God geloofde, waarom je God niet kon zien enz. Even later had hij het over de Brexit. Dat vond hij maar niks, dat je dan zo lang aan de grens moest wachten. Toen we uitgebabbeld waren  mocht hij nog een boek uitzoeken om zelf uit te lezen. Dat gaat trouwens al steeds beter, maar echt lange woorden  lezen is nog moeilijk. Dus het is vooral plaatjes kijken. Er lagen een stuks of tien boeken waarvan ik wist dat hij die wel leuk zou vinden. Maar de logeerkamer is ook een van de bibliotheek afdelingen van opa. Hier staan vooral heel veel kunstboeken. Daar wilde hij er een van lezen. Hij koos een enorm dik boek met werk van Rubens. Ik liet hem er mee alleen.

rubens2

Hij begon hardop te lezen, ik hoorde het op de achtergrond. Maar ook hoorde ik dat hij de tekst bij de plaatjes helemaal zelf verzon. Bij elk schilderij vertelde hij een verhaal. O, wat had ik dat graag opgenomen. Met een mooie vertelstem hoorde ik hem praten over koningen en paleizen. Maar ik wilde niet dat hij me zag, dus ik bleef uit zijn kamer. Heerlijk. De volgende dag was hij met broer en zus weer naar zijn slaapkamer gegaan. Na een tijdje ging ik eens voorzichtig poolshoogte nemen. Ik hoorde hoe hij aan het voorlezen was, alsof de andere twee bij hem aan het logeren waren. Ook dat had hij zich dus al eigen gemaakt. De deur was dicht maar ik kon aan de andere kant toch het een en ander horen:

Ja, zijn grootste Sinterklaascadeau van papa en mama, dat moet een Koningsmantel worden. Hij is dan Prins Willem-Alexander. Hij gaat dan naar de Antillen of naar andere verre landen en als hij thuis is blijft hij in een van zijn paleizen. Geregeld gaat hij ook weer trouwen met Maxima, zoals steeds doen ze dat in de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Zij zal dan ook telkens weer een traan laten.

de traan

Ik denk dat op zijn eigen bruiloft de Air van Bach gespeeld moet worden. Hij oefende dit weekend tot bijna gek-wordens het eerste deel van deze Air. Ik heb hem er trouwens maar heel weinig mee geholpen. Hij zoekt het allemaal zelf uit. Bij deze opname, niet de beste uitvoering, werd hij behoorlijk gestoord door broer en zus.

Toen ik aan de computer zat en het muzieknotatieprogramma Sibelius aan had staan kwam hij er nieuwsgierig bij staan. Hij mocht op het keyboard, dat met het programma verbonden was, spelen en keek verbaasd hoe al zijn klanken automatisch in muzieknoten werden omgezet.

De logeerpartij was weer bijna voorbij. De Zwarte Pietjes hadden geoefend met het gooien van pepernoten door de schoorsteen. Mijn vrouw had een leuke opstelling gemaakt met twee metalen kommen. En ook moesten ze snel over de vloer kunnen rollen. Zwarte Pieten moeten heel behendig zijn. Anders kunnen ze niet door de schoorsteen klimmen. Dat werd geoefend op grote kussens midden in de kamer. Intussen probeerde Sinterklaas “Zie ginds komt de stoomboot” onder de knie te krijgen op de piano. Hij zocht het zich helemaal zelf uit. En in de linkerhand zocht hij steeds naar een bijpassende basnoot. Hij denkt al in harmonische functies. Maar dat weet hij nog niet…

-‘Opa, als ik weer bij jullie kom wil ik muzieknoten leren, dan ga ik die spelen op de piano.’
Als oefening maakte hij er al een aantal op een kladblaadje.

muzieknoten
-‘Is dit goed?’
-‘Nee, nog niet helemaal. Maar dat leer ik je nog wel. Het moet een beetje anders.’
-‘Ik wil ook het tweede stuk van de Air gaan oefenen. En daarna Mozart.’

 

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , , | 2 reacties

Een mis voor een nieuwe bisschop

Als Bach voor een stad had gewerkt waar een operahuis was geweest dan was hij waarschijnlijk de beste operacomponist van zijn tijd geweest. Maar wie zijn kerkelijke werken kent, en niet alleen zijn passies, weet dat hij ook bij die composities eigenlijk als een operacomponist werkte. Elke tekst die hij aangeleverd kreeg voor een kerkelijke viering werkte hij min of meer uit met de dramatiek die bij een opera hoort.

Hij was niet de enige. Ik laat nu drie fragmenten horen die door een andere componist geschreven zijn. Ook dit is liturgische muziek. Het gaat om een mis die uitgevoerd had moeten worden ter gelegenheid van de bisschopswijding van een vriend van de componist.

Een fragment uit het Credo:
Et incarnatus est de Spiritu Sancto, ex Maria Virgine,
En (ik geloof) dat hij tot vlees gemaakt is door toedoen van de Heilige Geest, in het lichaam van de maagd Maria.
Et homo factus est.
En hij is mens geworden.
Crucifixus etiam pro nobis, sub Pontio Pilato
En dat hij gekruisigd is voor ons, tijdens het bewind van Pontius Pilatus
Passus et sepultus est
En dat hij heeft moeten lijden en daarna is begraven

De incarnatie door de Heilige Geest in het lichaam van Maria is een kerkelijk wonder. De muziek begint superzacht en sfeervol. Eerst horen we de tekst eenstemmig in het mannenkoor. Als deze herhaald wordt door de solisten, nu met tekstimitatie, beeldt de begeleiding het wonder van de onbevruchte ontvangenis van Maria door toedoen van de heilige Geest uit. De Heilige Geest wordt vaak weergegeven door een duif. Bij deze componist horen we vogelgekwetter die deze wonderlijke daad begeleid. Het maakt het tot een lyrisch en liefdevol geheel, lyrisch vooral door de trillers van de fluit.
Hierna komt het tekstdeel: “et homo factus est”, en hij is mens geworden. Heel nadrukkelijk worden alle woorden neergezet, zowel door de tenor als door het volledige koor. Ik voel hierbij twee aspecten in de muziek. Maria is bevrucht, er is een nieuwe mens gemaakt. Dus dat is het vervolg op het wonder. Maar tegelijk: God heeft zich verwaardigd om in de gedaante van een méns tot ons te komen: hij heeft een méns gemaakt. om ons te redden. Dit alles zit naar mijn gevoel in de lading van de muziek.
Na de laatste keer “factus est” komt er een plotselinge modulatie die het spannende vervolg voorbereidt: het lijdensverhaal, dat begint met het woord: “crucifixus”. De lettergrepen “cru” en fix” (vastmaken aan het kruis) krijgen niet alleen in de zang extra aandacht maar je hoort de pijn ook in de instrumentale accenten, vooral de derde keer als de sopraan deze woorden heeft. “Sub Pontio Pilato” wordt zeer nadrukkelijk eenstemmig gezongen: de opdracht tot kruisigen klinkt als een rechterlijk bevel, gegeven door Pontius Pilatus. Onmiddellijk daarna klinkt een aantal keren achter elkaar heel smartelijk en enigszins lang gerekt: “passus”, hij heeft geleden. Tot slot horen we hoe Jezus in de aarde terecht komt: “sepultus est”, hij is begraven. De tekst vanaf “Sub Pontio Pilato” wordt nog een keer herhaald, nu wordt de ter aarde bestelling op het einde nog meer plastisch uitgebeeld: “et sepultus est” wordt op een toonhoogte bijna gefluisterd. Ook de instrumenten doen er aan mee dat je voelt hoe het lichaam tot as wordt.

Uit het Sanctus Benedictus:
Zowel bij het deel “Sanctus” als het daaropvolgende deel “Benedictus” begint de componist met een instrumentale inleiding, waar hij als speelaanwijzing toevoegt: “Ingetogen”.
Benedictus qui venit in nomine Domini! Osanna in excelsis.
Gezegend is hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in den Hoge.

We hebben bij deze muziek even tijd om in stilte te bidden. Tegen het einde wordt de muziek iets dramatischer door chromatiek. We horen een zogenaamd “Napels-akkoord” en enkele verminderde septiem-akkoorden. Maar het gebed blijft ingetogen, de sfeer verandert niet wezenlijk. Vlak voordat dan eindelijk de zangers het benedictus laten horen komt er in de hoogte een ijle klank die deze tekst voorbereidt.

Uit het Agnus Dei:
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, heb medelijden met ons.

Het tempo is langzaam. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de fagot die aan de melodie van de bas voorafgaat. Het woord “peccata” wordt instrumentaal in de lage hoorns uitgebeeld en klinkt “zondig” (pec-ca-ta- op een toon). “Peccata mundi” wordt zeer laag gezongen, “miserere nobis” hoger. Het antwoord op deze bassolo komt iets verderop in het mannenkoor. Na dit alles horen we de tekst nogmaals, nu gezongen door de tenor en de alt, en iets later het hele koor. Het kwetsbare lam, “Agnus Dei” blijft hoorbaar door de tragische melodie en zetting. Op het einde blijft slechts de vraag van de mens aan dat Lam Gods over: “heb medelijden met ons”, “miserere nobis”. Eerst heel ingetogen, maar steeds meer indringend. Dan volgt er een modulatie naar majeur, als inleiding op het hier niet weergegeven tweede deel van het Agnus Dei.

Ik hoor in al deze delen de persoonlijke gebedshouding van de componist, die naar mijn idee heel anders is dan gebruikelijk. En tegelijk hoor ik opera trekjes. In een later blog kom ik hierop terug en zal ik ook meer over de componist vertellen en de tijd en de plaats waar deze mis geschreven is. Ik ben trouwens benieuwd of er mensen zijn die deze muziek herkennen.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , | 1 reactie

Vaticaanstad

Mijn jongste kleinkind was jarig en gisteren werd dat met de familie gevierd bij haar thuis. Dolle pret. We deden met zijn allen “zakdoekje leggen.”
Mijn oudste kleinzoon kwam weer beneden. Hij had boven op zijn kamer op het keyboard gespeeld en zijn eigen pleziertje gehad.
-‘Opa, hoeveel mensen wonen er in Vaticaanstad?’
-‘Oef, dat weet ik niet. Ik denk iets van vijfduizend of zo?’
-‘Vijfduizend? Dat is nog best veel. Hoeveel mensen wonen er op de aarde?’
-‘Ik geloof iets van twee miljard.’
-‘En hoeveel in Nederland? ‘
-‘Ik dacht iets van achttien miljoen.’

We gingen na een tijd met een deel van het gezelschap een eindje wandelen in het stadje waar ze wonen. Bij een kleine kerk aangekomen probeerden we of die open was, nee dus.
Weer thuis gekomen vroeg mijn oudste kleinzoon:
-‘Zullen we naar Gouda gaan?’
Hij herinnerde zich de Sint Jan waar hij op Open Monumentendag geweest was. Ik begreep dat hij dat vroeg naar aanleiding van de gesloten kerk.
-‘Nee joh, dat is veel te ver. Maar we kunnen hier nog wel even kijken. We zijn nog niet bij andere kerken geweest.’
Dat wilde hij wel. Ik piepte snel met hem even uit het feestgedruis. De katholieke kerk bleek ook dicht. Toen liepen we richting de “protestantenkerk”.
-‘Opa, waarom zijn er behalve katholieke ook protestantenkerken?’
Tja, hoe zou ik dat gaan uitleggen. Ik vertelde dat heel lang geleden heel veel katholieken ruzie kregen met de paus en toen een eigen kerkgemeenschap hebben opgericht. Ze noemden zich protestanten. Maar heel veel mensen bleven katholiek. Daarom heb je nu katholieken en protestanten. De diensten van katholieken en protestanten lijken nog steeds best wel veel op elkaar. Bij de katholieken is er een pastoor die de dienst verzorgt, bij de protestanten heet dat een dominee.
-‘Toen Willem-Alexander en Maxima gingen trouwen was er een dominee, zij zijn dus protestant?’
Ik vertelde dat Maxima katholiek was, zij kwam uit Argentinië en daar waren bijna alle mensen katholiek. In Nederland zijn er protestanten en katholieken. Maar als iemand die katholiek is gaat trouwen met iemand die protestant is, dan moeten ze kiezen. Maxima en Willem-Alexander hebben gekozen voor een protestantse dienst.

We waren inmiddels bij de Nederlands Hervormde kerk aangekomen. Deze kerk bleek ook dicht te zijn, maar ik zag dat er om half zeven een dienst was.
‘We kunnen straks vlak voor het eten wel even naar deze kerk gaan, dan is hij open. Het kan dan wel maar heel even, want daarna is er een dienst en die duurt veel te lang, daar gaan we niet heen.’

Dat vond hij een goed plan. Toen de tijd gekomen was liepen we nogmaals naar buiten. Ik bereidde hem voor.
-‘Je mag daar niet zomaar gaan roepen of zingen. Als wij daar aankomen dan zitten er al mensen en die zitten te bidden en die willen niet gestoord worden.’
-‘Wat is dat, bidden?’
-‘Dan ben je heel stil en doe je je ogen dicht. En dan vraag je aan God of die je ergens mee wil helpen, of dat hij iemand beter wil maken die ziek is.’
Over God hebben we het eerder gehad, dit leek hij te begrijpen. We kwamen bij de kerk aan.
-‘Kijk opa, er komt rook uit de schoorsteen? Is er een nieuwe paus?’
-‘Nee hoor, de kachel is aan.’

In de hal stonden al heel veel gemeenteleden met elkaar te praten. Hij begon gelijk te roepen en te luisteren naar het effect van de nagalm. Hij beproefde de akoestiek.
-‘Hé, dat mag niet, dat zei ik toch net!’ Verontschuldigend zei ik tegen de mensen die vlak bij ons stonden dat hij zo graag de akoestiek van een kerk wilde beproeven. We liepen maar snel door naar de ingang van de kerk zelf. Wát een grote ruimte, die nodigde uit om te gaan rennen. Hij stierde met een rot vaart tussen de banken door en intussen luisterde hij ook hier weer, al geluiden producerende, naar de akoestiek. Er zaten al vrij veel mensen in de kerk. Ik raakte steeds meer gegeneerd. Toen hij weer bij me in de buurt was pakte ik hem zachtjes vast:
-‘Kom, nu heel stil zijn. Kom maar even naast me zitten.’
Ik ging op de voorste rij zitten en hij nam naast me plaats en keek nieuwsgierig om zich heen. Toen begon het orgel te spelen, met een nog klein register en met een welluidende melodie. Hij ging onmiddellijk meezingen. Ik kon en wilde hem eigenlijk ook niet tegenhouden. Wat zong hij weer mooi! En net als bij Open Monumentendag improviseerde hij op een muzikale manier melodieën tegen het origineel aan. Eerst maakte hij nog een bescheiden geluid, maar hij genoot zo van zijn eigen “liedje” dat hij steeds harder ging zingen. Voorzichtig keek ik achterom. Er waren inderdaad mensen aan het bidden. Niemand keek boos. Maar ik zag ook geen begripvolle blikken. Ik liet hem nog even begaan en zei toen tegen hem:
-‘Nu moeten we echt gaan, de dienst gaat zo beginnen.’

We kwamen weer in de voorhal.
‘Ik heb samen met het orgel gezongen!’ vertelde hij tegen een groepje mannen dat bij elkaar stond. Onmiddellijk ging hij verder met zingen, nu zonder orgel, maar hij zong een vergelijkbare melodie. Ze keken me verwonderd aan. Ik vertelde in het kort dat hij orgels geweldig vindt en het niet kan laten om dan de melodie mee te zingen. Ze lachten vertederd. Huppelend liep hij met me mee naar buiten. Intussen bleef hij zingen. Toen begonnen de klokken uitbundig te luiden.
-‘Als de klokken gaan luiden dan begint de dienst. We zijn net op tijd vertrokken.’
-‘O die hoor ik heel vaak, dan is zeker op dat moment altijd een dienst begonnen?’
-‘Ja, of net afgelopen, dat kan ook. Dan luiden ook vaak de klokken. Het kan ook een bruiloftsdienst zijn. Had je trouwens gezien dat de mensen heel stil in de bank zaten? Zij waren aan het bidden. Ik weet niet of ze het wel fijn vonden dat jij begon te zingen.’
-‘Ik ga later in deze kerk trouwen. En dan gaan de klokken luiden.’

Hij bleef uitgelaten en hij bleef “orgelmelodieën” zingen, al huppelende. Dat ging thuisgekomen nog steeds door. Sinds hij de kerk was binnen gegaan zat hij in zijn eigen film. Nog steeds dus.
-‘Kan het wat zachter, we kunnen elkaar niet goed verstaan.’
Hij probeerde heel even wat zachter te zingen, maar het lukte niet. Hij was gewoonweg niet te stoppen. Toen opeens zei hij:
-‘Ik ga bidden.’ Hij liep naar de voorkamer en trok de schuifdeuren dicht. Ik heb hem niet gevolgd maar hoorde van mijn vrouw die daar ook zat dat hij heel stil was gaan zitten met zijn ogen dicht. Het was opeens veel rustiger in huis..

Na een hele tijd kwam hij weer terug.
‘Ik word niet protestant en ook niet katholiek. Want dan moet ik veel bidden en ik houd niet zo van bidden.’
-‘Nee, dat kan ik me voorstellen.’

tekenenMaar sinds het bidden was hij wel heel rustig. Hij ging tekenen. Eerst maakte hij een portret. Dat probeert hij steeds vaker, mensen te tekenen. Maar toen ging hij over op iets “makkelijks”. Uit zijn hoofd tekende hij een bijna perfecte wereldkaart. Hij kwam hem laten zien. Midden in Italië had hij een puntje getekend.
-‘Zie je dat piepkleine puntje opa? Dat is Vaticaanstad. Dat is het kleinste land van de wereld.’

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | Plaats een reactie

Kindergeluk

Via de tekeningen en de muziek die mijn oudste kleinzoon maakt krijg je een prachtige inkijk in zijn rijke innerlijke belevingswereld. Gisteren, vlak voordat hij weer naar zijn ouders ging, kwam hij naar me toe en gaf me een knuffel. Zijn koppie straalde.
-‘Je bent blij hè?’ vroeg ik hem.
-‘Jaaa’. En zijn koppie glunderde nog meer.

Hij heeft het de laatste tijd steeds vaker naar de zin. Met het eten gaat het weer een stuk beter en hij is ook veel verdraagzamer naar zijn broertje toe. Ik heb met hem besproken hoe het er de laatste keren met het “tellen” voor het avondeten aan toe ging. We hebben afgesproken dat hij niet meer tot 300 telt maar slechts tot 100 en ook hebben we afgesproken dat ik niet meer hoef mee te tellen. Het enige compromis dat ik moest sluiten is dat ik hard “honderd” mee moest zeggen als hij klaar was. Dat is nu alweer twee dagen achter elkaar gelukt. Andere dingen blijven: als hij naar huis gaat en hij zijn fiets bij zich heeft, dan kan hij het niet laten om het laatste stuk keihard te gaan fietsen en intussen moedigt hij zich zelf dan aan, eveneens keihard:
-‘Tour de Fránce, jaaa, ik ga wínnen!’
Zijn broertje denkt dat hij dan echt een wedstrijdje aan het doen is, maar dat is dan helemaal niet zo. Gisteren was zijn broertje op zijn loopfiets eerder thuis dan hij maar dat deert hem niet.
-‘Ik heb gewónnen, ik heb gewónnen, ik heb de tour de France gewonnen!’ Ook al zegt zijn broer dat híj heeft gewonnen, het maakt hem op dat moment niets uit. Niemand doet eigenlijk mee. Hij zit in zijn eigen film de laatste meters van een etappe van de tour de France te spelen en die gaat hij gewoon altijd winnen. Toen de vorige week zijn broer vlak voor dat ze thuis waren van zijn fiets viel reed hij hem keihard voorbij. Dat vond oma niet leuk en riep hem naderhand bij zich. Hij snapte het niet. Als een andere renner valt dan is er toch een volgwagen die daar voor zorgt? Hij kon naar zijn idee gewoon door blijven rijden. Eigenlijk is het zo: naar huis gaan over het laatste paadje betekent altijd tour de France doen. Dat spel hoort bij dat tijdstip en bij die route, daar kan niets aan veranderd worden. Het is net zo’n dwangmatigheid als die hij nog steeds ook met andere dingen heeft zoals met “tellen bij opa en oma vlak voordat het eten klaar is”. Het hoort helemaal bij zijn autisme. Maar hij kan er vanaf komen. Alleen dat moet gedoseerd worden, en we houden het maar bij de dwangmatigheden die echt vervelend zijn voor de buitenwereld, zoals gekke geluiden maken bij baby’s of oude mensen. Dat gaat nu alweer een hele tijd goed.

Hij is dus blij en gelukkig. En dat zie je terug in zijn tekeningen die aan de lopende band geproduceerd worden. Soms is hij er een hele tijd mee bezig, soms niet veel langer dan enkele minuten. We hebben gelukkig aardig wat kladpapier…

nederlandamerika

Landen en vlaggen blijft hij maar tekenen. Hier een tekening van Nederland en eentje van Amerika, met daarin ook een aantal vlaggen verwerkt.

eiland

Het vasteland Solor blijft ook terugkeren. Gisteren vertelde hij dat er twee waren, eentje lag in Australië en eentje in Irak. Als hij naar een wereldkaart kijkt slaat zijn fantasie denk ik gelijk op hol..

De koninklijke familie zien we steeds weer in zijn spel maar vooral ook in zijn tekeningen terug keren. Zo had hij bij zijn ouders een tekening gemaakt met twee keer daar op Willem van Oranje:  toen hij klein was en toen hij oud was. Hij had als oude man een pruik op. Waarschijnlijk plaatst hij hem in de tijd van Christiaan Huygens.

beatrixMaar Beatrix komt ook steeds vaker terug. Hij blijft informeren of prins Claus nog leeft. De dood is een steeds terugkerend verschijnsel waar hij alles van af wil weten, waar hij enigszins grip op probeert te krijgen. Hier zien we Beatrix terwijl ze de eed aflegt bij haar troonsbestijging. Het is de groten dag, Beeiatrix wort koningin. ‘Ik bloof dat ik een goed koningin zal zijn!’

koninklijk bezoek aan klas
Ook bezoekt de koninklijke familie zijn klas op school. Op de tekening staan een aantal namen van kinderen uit zijn klas. Hij zelf staat naast “Laura”.

muzieknotenEn hij tekent de laatste dagen ook soms muzieknoten.

Zijn muzikale spel vordert gestaag. Domweg doordat hij blijft luisteren naar zich zelf en doordat hij heel veel speelt. Hij heeft een enkele aanwijzing van mij gekregen maar in het algemeen wil hij nog steeds vooral alles zelf uitzoeken. Zo vertelde hij:
-‘Opa ik gebruik ook de pink en de duim zoals jij me hebt verteld.’
Gisteren was er een klasgenootje op bezoek: Elise. Hij speelde voor haar “Für Elise”, maar ook het “Air van Bach” en een stukje uit “KV 467 van Mozart”. Deze stukken, nog zeer incompleet en erg vereenvoudigd, heeft hij zich voor het grootste deel zelf aangeleerd, maar het klinkt allemaal prachtig, ook al moet hij soms al spelende zoeken naar de juiste tonen in de rechter- of linkerhand.

Maar zijn spontane improvisaties vind ik het meest ontroerend en tegelijkertijd ook knap. Alles heeft een kop en een staart en hij eindigt heel muzikaal met een ritenuto terwijl hij steeds zachter gaat spelen. Ik word dus ontroerd. Waardoor? Omdat ik in zijn spel, net zoals in zijn tekeningen, heel veel blijdschap en geluk ervaar.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 3 reacties

And Then We Danced

and then we danced

Nadat ik een aantal maanden geleden de film “Carmen en Lola” zag in de bioscoop gingen we gisteren naar “And Then We Danced”. Twee bijzondere films met hetzelfde hoofdthema: het moeilijke leven van homo’s en lesbienne’s in bepaalde gemeenschappen. Carmen en Lola speelt zich af in een zigeunergetto in Madrid. Het leven is er hard maar als je je houdt aan de codes heb je het warme gevoel van de gemeenschap waar je bij hoort. Lola hield zich niet aan twee van die codes: ze ging studeren (dat doet ons soort mensen niet) en ze viel op een vrouw (dat doe je al helemaal niet). “And Then We Danced” speelt zich af in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. De film is in het geheim opgenomen. Er wordt veel in gedanst en gemusiceerd. De dansen zijn ingestudeerd door een choreograaf die anoniem wenst te blijven, de film zelf is geregisseerd door een Zweed. Nog meer dan bij die prachtige Spaanse film stonden op het einde van deze film de tranen in mijn ogen. Dat heb ik normaal gesproken alleen maar als het gaat om onrecht aangedaan aan kinderen. Nu was het een jonge danser, zoekende naar zijn eigen ik, die me aan het huilen maakte. In allebei de films kiezen de hoofdpersonen voor de moeilijke maar voor hen onvermijdelijke weg.

Het was niet alleen een film die over mensen ging, je kreeg tussen neus en lippen door ook nog iets mee over de ingewikkelde geschiedenis van het land Georgië en over de invloed daar van de kerk. (In Madrid trouwens ook). En je zag een land met veel verschoppelingen, met vaak een hunkering naar het Westen, maar ook een land als zoveel landen: een land met veel drugs en prostitutie. Maar wat klonk er een prachtige muziek, en wat waren er veel fantastische dansen te zien! Alleen al daarom was het een mooie film.

Al mijmerende liepen we over de Erasmusbrug richting centrum Rotterdam. Over ruim een dag is het volle maan, de maan stond gisteravond vrij laag in het Oosten. En in het Zuidwesten ging Jupiter bijna onder en was ook Saturnus, een eindje links daarboven, al aardig aan het zakken. Zelden dat je in Nederland de sterrenhemel kunt zien tot aan de horizon, in dit geval tot aan het water van de maas. Er was een vrieskoude, strakke horizon. Maar ondanks al die verlichte hotels, kantoorpanden, flats en de Euromast gingen mijn gedachten toch steeds weer terug naar dat andere stadsleven, dat van Tbilisi. De rijkdom van de cultuur daar. Maar vooral ook de eenzaamheid van al die mensen die daar buiten gesloten worden. Bij de premiëre van deze film afgelopen vrijdag in die stad waren er demonstraties die uitliepen op rellen. Vanuit ultra-rechtse, nationalistische hoek. Zouden die er vandaag ook geweest zijn? Bij Lantaren Venster was het een gezellige drukte. Ik zag een aantal homostellen die op deze film waren afgekomen. Iedereen vond het doodnormaal. Mensen die zich hier mogen voelen zoals ze zich voelen.

maan-rotterdam

euromast

Thuisgekomen stond de maan inmiddels een stuk hoger. Net als in Madrid. In Tblisi is het nu enkele uren later. Daar staat hij nog hoger. Maar overal is het bijna volle maan. De maan is een lichtend symbool, hij is er voor iedereen, over de hele wereld.

maan-2019-11-1930uur

Trailer “And Then We Danced”:

Geplaatst in Film, maatschappij, recensie | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Een vreemde blauwe bol aan de avondhemel

Ik las in de krant dat de meest spectaculaire foto die de Voyager 1 ooit maakte een foto van de aarde was. Het ruimteschip bevond zich toen al op zes miljard kilometer afstand. Intussen, en dat was ook de reden van het berichtje, bevindt de Vogayer 2, die een maand eerder werd gelanceerd, zich officieel buiten ons zonnestelsel. Beide ruimtevaartuigen werden gelanceerd in 1977. Nu razen ze met een enorme snelheid door de onmetelijke ruimte tussen onze zon en de andere sterren in ons melkwegstelsel. Ze zijn ontsnapt. De batterijen van de Voyager 2 kunnen nog hooguit vijf jaar mee, dus we hebben nog even contact. De betreffende foto is te zien op de site van de Nasa. De foto is heel erg uitvergroot. Om je het makkelijker te maken: binnen de aangegeven cirkel zie je een onooglijk klein blauw puntje, in het origineel kleiner dan een pixel: we kijken naar onze eigen, nietige aarde.

voyager I aarde

Twee dagen geleden maakte ik vroeg op de avond enkele foto’s . Ik wilde Saturnus fotograferen. Het werd zoals gewoonlijk geen bijzondere foto, ik krijg die ringen maar niet te pakken, vooral niet denk ik door de lucht- en lichtverontreiniging in onze streken. Maar wel zag ik enkele andere dingen. Van Saturnus maakte ik in totaal drie foto’s. Op de eerste was rechtsboven Saturnus nóg een object te zien, het was slechts een vage plek. (Op je smartphone zie je waarschijnlijk niets…) Een minuut later maakte ik een tweede foto. Nu was het vage object veel beter te zien: ik zag op die plek nu een vreemde blauwe bol! Na een halfuurtje maakte ik nog een foto van Saturnus, van de blauwe bol van daarvoor was nu niets meer te zien. Het leek me geen vliegtuig te zijn geweest. Het object bewoog niet en knipperde ook niet. Ik zocht op internet naar hemelverschijnselen maar ik kon het vreemde blauwe object niet thuis brengen. Het ruimtevaartuig ISS kon het niet geweest zijn. Die satelliet heb ik eerder gezien, duidelijk bewegend en hij zag er zeker niet uit als een blauwe bol. Bovendien, volgens de lijst met zichtbare momenten, is hij al een hele tijd niet meer te zien aan de avondhemel.

saturnus en blauw object

De avondhemel om 18:22 uur zag er volgens een sterrenkaart uit als op onderstaande afbeelding, de rode lijn is de lijn van de dierenriem waarover de planeten bewegen, de groene lijn is de horizon. Ik stond met mijn gezicht naar het zuidwesten. Helemaal daar in het Zuid-westen ging Jupiter onder. Die kon ik niet zien door de wolken boven de horizon. Venus was al onder. In het ZZW stond Saturnus in conjunctie met Pluto. Pluto is uiteraard slechts met een zeer sterke telescoop te zien, maar Saturnus zag ik goed. Schuin rechts daarboven, iets meer richting zuidwesten, zou de vreemde blauwe bol moeten staan. Daar staat niets van die grootte op de sterrenkaart.

sterrenhemel 7 november 2019 1822Ik zag trouwens diezelfde avond ook een meteoor. Hij flitste hoog aan de hemel van NO naar ZW. Het was vrijwel zeker een meteoor afkomstig van de Ariëtidenzwerm die dezer dagen op zijn hoogtepunt is. Daarnaast maakte ik nog een foto van de wassende maan.

maan

Die blauwe bol houdt me nog steeds bezig. Heeft iemand een idee wat het geweest kan zijn?

Geplaatst in Astronomie | Tags: , , | Plaats een reactie

Protestantenpistool

Ik stond pannenkoeken te bakken toen ik vanuit de bovenverdieping hoorde tellen.
-’21, 22, 23…’
Even later kwam mijn oudste kleinzoon beneden.
-‘Is het al tijd voor te tellen?’
Later vertelde mijn vrouw dat ze knettergek werd van zijn onrust. De drie kleinkinderen gaan vaak op woensdag bij ons in bad en daarna is het een reuze gezellige boel. Ze blijven dan nog even bij elkaar in het grote bed TV kijken. Maar gisteren was de oudste voortdurend onrustig, want er mocht niet vergeten worden dat er voordat het eten klaar was geteld moest worden.
-‘Anders begin je toch alvast met tellen?’ zei mijn vrouw, in de hoop dat zijn onrust dan afgelopen was. Dat begon hij te doen, maar al gauw wilde hij weten waar hij aan toe was en snelde naar beneden.

-‘Kan ik al tellen?’
-‘Ik zal je wel waarschuwen als het zover is.’
Desondanks bleef hij het nog enkele keren vragen. Toen het dan zover was had hij zich zelf zo vermoeid dat hij enkele keren tijdens het tellen de kluts kwijt was.
-’39, 40, 41, ehhh, 21, 22’.
Ik verbeterde hem en telde even mee vanaf het punt dat hij eigenlijk verder had moeten gaan, want ook zijn tempo lag laag en ik voorzag een “eeuwenlang tellen”. Ik had niet moeten verbeteren. Boos en huilen. Ik begreep het en zei ‘sorry’. Gefrustreerd begon hij opnieuw bij 1, 2 enz. Pfff. Vanaf 100 deed ik dan weer mee. Eerder mag niet. Zo werkt dat niet!

Nog steeds vrij onschuldige maar toch vervelende trekjes van autistisch gedrag, ik schreef al eerder hier over. Maar we hebben besloten dit maar even zo te laten. Want op dit moment heeft hij een veel groter probleem. Hij vertrouwt vrijwel geen enkel voedsel meer. Hij at tot voor kort altijd zonder enige moeite warm eten, vrijwel alles vond hij lekker. Dit in tegenstelling tot zijn jongere broertje. Die bijna altijd bij ons, zijn grootouders, bij het begin van het avondeten begon met te zeggen:
-‘Dit vind ik vies’.
In een poging om dit te doorbreken besloot ik afgelopen dinsdagmiddag ruim van te voren aan hem te vragen wat hij deze avond wilde eten.
-‘Boterham.’
Hij vindt boterhammen altijd lekker maar ik vertelde dat we ’s avonds ook altijd dingen eten als groenten. Die moet je ook eten. Dat begreep hij.
-‘Frietjes!’
-‘OK. En wat voor groente?’ Na enig nadenken:
-‘Worteltjes.’
-‘En wil je daar nog vis of vlees bij? ‘ Ik somde enkele mogelijkheden op. Hij koos voor “lekkerbekjes”.
Hij at maar liefst 2 porties van het warme eten helemaal op. Intussen hadden we pret met het zeehondje die, als hij even niet keek, stiekem van de lekkerbekjes snoepte en daarna onschuldig de andere kant op keek.
De oudste had al heel snel genoeg van alles.
-‘Ik hoef niet meer.’
De volgende dag mocht hij kiezen. Hij koos “spekpannenkoek”. Maar ook nu weer, na hooguit een halve pannenkoek had hij genoeg en was steeds bezig met spuugwolkjes weg te jagen. Dit terwijl hij overdag bijna niets gegeten had, want brood eet hij al een hele tijd niet meer. En zelfs zijn noodlesoep liet hij om twee uur voor bijna de helft staan. Bij de pannenkoek, die hij tergend langzaam opat raakte hij opeens in paniek.
-‘Hij is koud!’
-‘Ja dat gebeurt, hij wordt langzaam koud.’
-‘Koud eten daar kun je ziek van worden.’
Het viel hem bijna niet aan zijn verstand te peuteren dat als iets eenmaal gebakken is dat het dan rustig koud mag worden. Even later kwam de yoghurt, die hij altijd erg lekker vindt. Ook daarvan liet hij de helft staan. Weer spuugwolkjes. Hij probeerde het eten te laten zakken en het dan nog eens te proberen. Verder dan een klein hapje kwam hij niet.
-‘Ik hoef niet meer.’

Hij doet op zijn manier zijn best, maar is zo gefixeerd op overgeven dat hij veel te weinig eet. Hij is altijd een grote levenslustige eter geweest, maar dit is nu een heel vervelend iets dat hem mateloos in de weg staat.

Maar verder waren deze twee middagen een feest. De oudste speelt veel piano en wil op zijn tijd ook geholpen worden met een enkele passage. (Hij probeert meerstemmig het Air van Bach onder de knie te krijgen. Veel te moeilijk. Het grootste deel heeft hij zich zelf aangeleerd maar uiteraard blijft hij steken.) Opeens speelde hij trouwens een stukje Mozart.
-‘Wie heeft je dat geleerd?’ Ook dat bleek hij zich zelf geleerd te hebben. (Het ging trouwens om het eerste zinnetje van het middendeel van pianoconcert kv 467, dat was een deuntje in een muziekboekje voor kinderen. Geluid als je er op drukt).

Maar wat heeft hij leuk samen gespeeld met zijn broertje! Dat komt omdat ze allebei veel geleerd hebben. Zijn broertje wil graag de baas spelen en kan erg dominant allerlei dingen zeggen. Maar hij is opeens veel meegaander, net als zijn oudere broer. In de auto hadden ze nog onenigheid over een of ander wapen waarmee je makkelijk tot Opperstok kon schieten. De naam van dat wapen kon ik niet thuis brengen. Ze noemden het iets van “protestantenpistool”. Ik probeerde hen uit te horen wat dat was en toen begon de onenigheid. Een voor een gaven ze een beschrijving waar de ander het niet mee eens was. Voor de derde of vierde keer was het jongere broertje aan de beurt en gaf toen een voor mij onduidelijke, maar voor zijn broer blijkbaar heldere uiteenzetting.
-‘Daar zou je toch wel eens gelijk in kunnen hebben’, antwoordde de oudste.
Ik wist niet wat ik hoorde en was blij dat ik de discussie niet had afgekapt. Ze waren er samen uitgekomen. Thuis werd het protestantenpistool in grote lijnen door de oudste getekend.
-‘Kijk, zo toch?’
-‘Ja, zo ziet hij er uit.’
-‘OK, jij mag het afmaken.’
Het jongere broertje pakte het potlood en ging met de tekening verder. Trots nam hij die tekening ’s avonds mee naar papa en mama.

Maar wat hebben ze verder nog veel leuke dingen gedaan! Met duplo, blokken, plankjes. Allebei werkten ze aan onderdelen op de bouwplaats. Torens, forten, kleinere bijgebouwen, straten. Vaak keken ze naar elkaars bezigheden en fantaseerden samen wat voor functie iets had in het geheel. Ook nu weer vond ik dat ze allebei heel meegaand waren. Ze accepteerden elkaars ideeën.

bouwplaats2

En vooral de oudste bleef intussen maar zingen. Nu zong hij “Für Elise” zo’n tien keer achter elkaar. Intussen vroeg hij nog aan mij waarom je eigenlijk een verjaardag viert. En vertelde hij aan zijn broertje over de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne.

bouwplaats1

Tegen het einde van de middag werd de grote hijskraan erbij gehaald en de bouwplaats zag er nu nog “echter” uit. Een voor een werden de plankjes naar de nieuwbouw getakeld en daar voorzichtig los gelaten. Ze hadden het reuze naar de zin. En dat merkte je aan alles. Zonder mopperen en nog steeds vrolijk ruimden ze alles weer op voordat we vlak voor het naar huis gaan nog “filmpje gingen kijken”.

De volgende dag toen mijn vrouw hen om 2 uur van school had opgehaald konden ze bijna niet wachten. Ze begonnen onmiddellijk een nieuwe bouwplaats te creëren. Het begin van het opruimen van zo’n bouwplaats is trouwens ook leuk. Rusland en de Oekraïne hebben dan wel oorlog gehad. Dat kan hier ook handig zijn. Met een protestantenpistool kun je de hele zaak in mekaar laten donderen.

Wat zou het leven toch een stuk makkelijker zijn zonder die spuugwolkjes. Hij gaat er mee naar bed en kan daardoor ook moeilijk inslapen. Het is dan één grote kwelling. Ik heb met hem te doen. Kon dat protestantenpistool die spuugwolkjes maar allemaal in één keer naar Opperstok schieten…

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | 2 reacties

Allerzielen en de sleutel van Servaas

Vandaag is het Allerzielen, de dag dat in de Rooms-Katholieke kerk onze overleden geliefden herdacht worden. In de meeste culturen van de wereld zijn de mensen er van overtuigd dat overledenen nog op een of andere manier aanwezig zijn bij hun familie en andere dierbaren. Zo dus ook bij de katholieken. Als het dan om mensen gaat die een voorbeeldig leven hebben geleid worden die mensen een voorbeeld voor de nabestaanden. Mensen proberen door meditatie in contact te komen met zo iemand. Als er dan een onverklaarbare genezing plaats vindt wordt deze overledene soms heilig verklaard. Tegenwoordig gaat dat niet meer zo makkelijk, maar zeker gedurende de eerste veertien eeuwen van onze jaartelling gebeurde dat vaak. En zo zijn er in de katholieke kerk inmiddels honderden heiligen. Veel heiligen worden op een bepaalde dag van het jaar vereerd, maar op 1 november, de dag voor Allerzielen worden alle heiligen tegelijk geëerd: op het feest van Allerheiligen.

Een van die heiligen op wiens voorspraak onverklaarbare wonderen schijnen te zijn gebeurd was de Heilige Servaas. Van zijn leven weten we uit directe berichten niets, er zijn voornamelijk legenden over hem bekend. We weten niet eens wanneer hij precies leefde.  Officieel is hij in 384 overleden, maar anderen houden het op een eeuw later. Ik denk dat hij zeker bestaan zal hebben. Als hij in de vijfde eeuw leefde is het ook niet onwaarschijnlijk dat hij van Tongeren naar Maastricht is gevlucht zoals in de legende staat. Maar in de loop van de tijd zijn er steeds meer verhalen bij gekomen die door de pelgrims gretig werden verslonden. Servaas is een heilige die het vooral van die verhalen moet hebben. In het begin van de elfde eeuw, maar vooral ook in de tweede helft van de twaalfde eeuw is er veel energie gaan zitten in het beschrijven van de wonderen die hij verrichtte. Zo zou Karel de Grote een slag hebben gewonnen omdat hij Servaas had aangeroepen. Dit bleek historisch onmogelijk te kunnen kloppen, dus dan moest het wel Karel Martel zijn geweest. De eerste verhalen zijn allemaal in het Latijn geschreven in de eerste helft van de elfde eeuw door Jocundus. Henric van Veldeke schreef in de tweede helft van de twaalfde eeuw het levensverhaal van Servaas in het oudste Nederlandse lyrische epos dat er bestaat.

voorpaginaDe vorige week kocht ik een antiquarisch boek uit 1873 dat gaat over de schatten in de Servaaskerk en in de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Maastricht. Elk voorwerp wordt beschreven en ook wordt er meer over de achtergrond van het voorwerp verteld. Het eerste voorwerp dat beschreven wordt is de sleutel van Servaas. De sleutel van Servaas gaat niet alleen over de heilige Servaas. Hij gaat ook over nog een andere heilige. Hoe zo?

In 117 na Christus is de gewoonte ontstaan dat niet alleen directe relieken van heiligen vereerd gingen worden, maar ook indirecte, zoals voorwerpen waarmee de heilige in aanraking is gekomen, zoals zijn kleren, of zoals in dit geval: de ketenen van de Heilige Petrus, de eerste paus. Het gaat dan dus om de kettingen waarmee hij was geketend voordat hij ter dood werd gebracht. Enkele eeuwen later kwamen daar ook nog de ketenen bij waarmee hij in Jeruzalem had vast gezeten. Toen werd er in Rome een aparte kerk gebouwd waar deze relieken, de ketenen uit Jeruzalem en Rome bewaard en vereerd werden: Ecclesia S. Petri ad vincula. Dit soort indirecte relieken werd vaak geschonken aan belangrijke wereldlijke en geestelijke personen. Dit sinds de aanstelling van de Heilige Silvester (314-336). Het ging dan om kleine stukjes ketting, in een geschenkverpakking. De meest voorkomende geschenkverpakking had de vorm van een sleutel, immers Petrus is de bewaker van de Hemelpoort. Enkele voorbeelden: Vitalis, die paus werd in het jaar 657 heeft een sleutel naar de vrouw van Oswy, koning van Northumberland gestuurd. In 741 stuurde de heilige Gregorius III twee van dergelijke sleutels naar Karel Martel, en in 796 stuurde de heilige Leo III er een naar Karel de Grote.  In meer noordelijke gebieden zijn er twee van dergelijke sleutels bekend. Eentje in Luik, die aan de heilige Hubertus zou zijn geschonken, en een in Maastricht die aan de heilige Servatius zou zijn geschonken.

sleutel

Hierboven zien we de sleutel van Servatius zoals die nog steeds in de schatkamer van de Servaasbasiliek van Maastricht is te zien. Het uitgebreide artikel dat ik las in het antiquarische boek gaat voor een belangrijk deel over de kenmerken van deze sleutel, vooral ook in een poging om de ouderdom te bepalen. De auteurs dateren het in de tweede helft van de vierde eeuw. Hier zal vast naar toe zijn geredeneerd, immers Servaas leefde in die tijd naar men dacht. We weten nu inmiddels dat de sleutel rond 800 is geschonken aan het Servaaskapittel. De schenker was de belangrijkste raadgever van Karel de Grote, Alcuinus, die tevens proost was van de Servaas. Stilistisch heeft de sleutel heel veel kenmerken die overeenkomen met het traliewerk in de paltskapel van Karel de Grote in Aken. Deze kerk kwam gereed in 796. Maar in de twaalfde eeuw, toen de pelgrimage op een hoger niveau getild moest worden in Maastricht is er alles aan gedaan om de sleutel veel eerder te dateren. Dit neemt niet weg, dat het om een bijzonder interessant en waardevol object gaat. In de sleutel van Hubertus die er heel anders uitziet kun je de stukjes ketting die er in zitten nog horen rammelen.

Het complete artikel heb ik gescand. Het is geschreven in het Frans door kanunnik Frans Bock, geheim kamerheer van paus Pius IX uit Aken en door Vicaris M.Willemsen, schatbewaarder van de relieken van de Servaaskerk van Maastricht. Hier onder staat een link naar dat artikel. Op het einde heb ik er een eigen gemaakte Nederlandstalige vertaling aan toegevoegd.
De Sleutel van Servaas

Tegenwoordig zijn er veel manieren om onze overledenen te gedenken. Directe relieken zijn er ook nog steeds, sommige mensen bewaren een plukje haar van een dierbare. Maar vooral ook heeft men indirecte relieken: een foto op de schoorsteenmantel bijvoorbeeld. En overleden popidolen worden door veel mensen aanbeden. Voor voorwerpen die ooit in hun bezit waren wordt grof geld betaald. Zo ging het in de loop van de tijd ook met relieken en reliekhouders van kerkelijke heiligen. Tot het te gek werd. Luther en Calvijn moesten er niets van hebben. En ook in de eeuw van de verlichting is er op veel plaatsen, zoals in Düsseldorf, schoon schip gemaakt. In de Lambertus kerk van die stad lag bijvoorbeeld het gebeente van de H. Apollinaris, een steen van de berg Golgotha, aarde waar Christus op heeft gestaan, een steen waar Stefanus mee is gestenigd, een hoofddoek van Maria, een lendewindsel van Christus en een tafeldoek van het laatste avondmaal. Ook beenderen van enkele van de onnozele kinderen en ga zo maar door. In 1770 werd de pelgrimage naar al deze relieken door de verlichte rijksgraaf von Goltstein verboden.

Maar op de een of andere manier gaat het nog steeds door.  We willen contact houden met onze dierbaren. We steken een kaarsje op. Dat doen veel mensen ook nog steeds voor heiligen. In de OLV basiliek van Maastricht worden dagelijks meer dan duizend kaarsen opgestoken, en de mensen vragen dan iets aan Maria. Kunnen we ook de sleutel van Servaas aanbidden, als een relikwie? Deze sleutel is een staaltje van Karolingische edelsmeedkunst vol symboliek. De baard is bijna vierkant van vorm. In het midden zijn vijf openingen uitgespaard in de vorm van een Grieks kruis, dat door vier kleinere kruisjes wordt geflankeerd (het latere Jeruzalemkruis). Het grotere kruis staat voor het centrum van de wereld, Jeruzalem, de vier kleinere kruisjes voor de vier windstreken. De achtzijdige schacht van de sleutel verwijst naar de verlossing en de boodschap: bekering. (Denk ook aan de octogonale doopvonten of baptisteriums). Het ovale, holle en opengewerkte handvat bevat een stam met symmetrische acanthusranken: dit refereert, net als de balustrade van de paltskapel van Aken, aan de klassieke oudheid. (Servaas ontving de sleutel in Rome…). Tegelijk verwijzen stam en bladeren naar de levensboom uit het paradijs waar volgens de legende ook het kruishout van is vervaardigd. Zo is de sleutel ook een verwijzing naar de spreuk: Clavis Christus est: Christus is de sleutel. Ook staat hij voor de Clavis David, de sleutel van David, waarbij David als koning het hoogste gezag op aarde vertegenwoordigt, rechtstreeks afkomstig van God. Dit gezag wordt na Christus toegeschreven aan de pausen, maar in het Oost-Romeinse rijk aan de keizers, en in het westen plaatsen ook de keizers Karel de Grote tot en met Frederik Barbarossa hun gezag boven dat van de paus, zij zijn de Rooms-Duitse keizers. De paus en deze keizers betwisten elkaar dit gezag in hoge mate in de elfde en daaropvolgende eeuwen, tijdens de zogenaamde investituurstrijd (het recht om bisschoppen te mogen benoemen), waarbij uiteindelijk de keizers het gezag van de paus erkennen.
Ik ervaar de sleutel  als meer dan een kostbaar zilveren voorwerp, ook meer dan een prachtig stuk vakmanschap. Het doet me denken aan al die kostbare liturgische voorwerpen, die met veel liefde gemaakt werden en zeker in de middeleeuwen een bijna goddelijke status hadden. Zoals de priester voordat hij de lezingen aanvangt eerst de bijbel bewierookt, uit ontzag voor de heilige teksten, zo is ook dit een voorwerp dat ontzag kan inboezemen. Nu ligt het daar als een soort geheimzinnig curiosum. Het ligt dan wel in een religieuze ruimte, maar voor de meesten die het zien is die ruimte vooral een soort museum. Ik probeer me de tijd voor te stellen dat hij gemaakt werd. Zou de maker eerst gebeden hebben en kruisjes hebben geslagen, om de zegen van God er over af te roepen? Ik voel eerbied. De maker, de opdrachtgever, de ontvanger: ze zijn allemaal dood. Ze worden herdacht bij Allerzielen.

Zie ook:

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Feest in Delft en in de Antillen en heel veel vlaggen

Ik had nog nooit een leuke tekening gezien die mijn oudste kleinzoon op school had gemaakt. Meestal confirmeert hij zich daar aan de tekengewoontes van zijn klasgenoten. Hij wil gewoon meedoen. Hij komt dan naar je toe met een voorgetekende vlinder die hij heeft mogen kleuren. Slordig heeft hij er dan wat kleuren in gekalkt en hij laat het aan me zien zonder enige vorm van trots. Opa neemt het werkstuk aan en hij is er van af, zo voelt het. Maar dat was gisteren anders. Hij liet een tekening zien waar ik niet op uitgekeken raakte. En ik was vereerd, bovenaan stond “voor opa, van Gijs”

tekening gijs2019-10-30
Vandaag heeft Beatrix het druk. We zien de nieuwe kerk in Delft waar prinses Mabel en prins Maurits zonet zijn getrouwd. De hele koninklijke familie, rechts, is aanwezig. Helemaal rechts staan twee figuurtjes die de familie toezwaaien. Dan zien we Juliana en Bernard, vervolgens Willem-Alexander en Maxima. Links daarvan staan twee figuren van wie ik de namen weer vergeten ben, ik geloof dat prins Claus een van hen was.  Maxima zegt ‘gefaliciteerd’ met een bekakt Argentijns accent. Beatrix heeft een kroon op, eenzaam in het midden. Achter haar staat de gouden koets met twee paarden. Daarvoor loopt als je goed kijkt het bruidspaar, de lange sleep wordt door iemand vastgehouden. Ze zijn waarschijnlijk net uitgestapt. Overal staan enthousiaste mensen met vlaggetjes, links een vrouw met een kinderwagen. Aan de vlaggen rechts kun je zien dat het om een internationale aangelegenheid gaat.

Vandaag heeft hij bij zijn ouders weer een dergelijke tekening gemaakt. De koninklijke familie bezoekt de Antillen. Beatrix, Willem-Alexander en Maxima zwaaien naar de mensen. Ze bezoeken een schoolklas. Rechts en links staan bankjes waar kinderen achter zitten.

tekening gijs2019-10-31

Waarom gaan ze naar de Antillen? Ik heb hem niet gesproken, deze foto stuurde zijn moeder. Maar het verbaast me niets. Een van zijn nieuwste hobby’s is alles met vlaggen. Vlaggen van alle landen van de wereld. Hij kijkt nu als hij bij ons is steeds een Amerikaans filmpje waar in een liedje alle landen van de wereld voor komen. Je ziet waar ze liggen en je ziet de vlag van het betreffende land. Zijn broertje van vier kijkt mee. ‘Nu is het genoeg, het duurt veel te lang.’ Maar voor de oudste van 6 duurt het helemaal niet te lang. Thuis heeft hij een vlaggenboek waar hij regelmatig in kijkt. Nu weet hij dat Vaticaanstad het kleinste land is. Dus daar wil hij de vlag van zien en die ook natekenen. ‘Waar staat die opa?’ Ik zeg: ‘Vaticaanstad begint met een V. De V staat heel ver in het alfabet. V,W,X,Y,Z. Dus je moet ergens achter in het boek zijn.’ Nu had hij hem snel gevonden.

vaticaanstad

We zagen dat er een prachtige tekening in het rechterdeel van de vlag staat. Ik besprak met hem een beetje de functie van de paus, en zijn kleren, die wel wat op die van Sinterklaas leken. ‘Is de paus dan een man?’ Hij was stomverbaasd. Ik vertelde hem over de tiara, bovenaan in de vlag, die ook leek op de hoed van koningin Maxima. Zij draagt die heel af en toe, bij heel feestelijke gelegenheden.
-‘Die ga ik tekenen’.
-‘Is dat niet te moeilijk?’
-‘Nee hoor, dat lukt me wel’.
Ik heb het maar even niet gehad over de sleutels van Petrus die ook in de vlag te zien zijn, want dan wordt het wel een heel ingewikkeld verhaal.

Zijn vader had hem een dezer dagen een cadeautje gegeven omdat hij erg zielig was geweest om een reden die er nu even niet toe doet. Ik was bij het uitpakken aanwezig. Met gretige ogen keek hij naar wat er achter het papiertje tevoorschijn zou komen. Ach… Hij begon bijna te huilen…
-‘Dat wil ik niet!’
Doodeerlijk.
-‘Wat had je dán gedacht dat je zou krijgen?’
-‘Ik dacht dat ik een vlag zou krijgen.’
-‘Weet je’, opperde ik, ‘vlaggen kun je ook zelf maken. Misschien kan ik je daarbij wel een keer helpen.’

De dag erna bij opa en oma ging hij dat toepassen. Hij ging zijn eigen vlaggen maken van duplo. Hij ontdekte dat je ze horizontaal en verticaal kon leggen, zoals bij Nederland – Frankrijk, of België – Duitsland. Maar favoriete vlaggen zijn ook die van Polen, Oekraïne, Sierra Leone. Hij kan al deze landen zo aanwijzen op de wereldkaart. En hij vroeg of hij ook de namen van de landen op de vlaggen mocht schrijven. Dat mocht.

vlaggen3

Inmiddels weet hij misschien ook wel hoe de vlag van Aruba of die van Curacao er uit ziet. Die zullen dan massaal wapperen bij een volgend bezoek van de koninklijke familie.

Tussen twee haakjes: Vaticaanstad is dan misschien wel het kleinste land van de wereld, maar de grootste ster die er bestaat is UY Scuti!

uy-scuti

Geplaatst in kleinzoon | Tags: , | 3 reacties

Routine bij opa en oma

Autisten houden van routine. Routine geeft duidelijkheid. Als alles loopt zoals ze het gewend zijn dan hebben ze het meestal reuze naar de zin.

Gijs aan de pianoWanneer mijn oudste kleinzoon bij ons is dan gaat hij gelijk achter de piano zitten. Mijn vrouw heeft hem nu geleerd om, als zijn zusje er bijvoorbeeld ook is, eerst haar te begroeten. Maar dan moet het toch echt. Hij begint te improviseren.  Af en toe neem ik zijn spel op. En ik sta iedere keer weer verbaasd over zijn muzikaliteit. Hij heeft een tijdje geleden het verschijnsel dynamiek ontdekt. Daar speelt hij in zijn improvisaties letterlijk mee. En thuis bij zijn ouders demonstreerde hij dat nog eens fijntjes door op muziek van Whitacre te dirigeren. Grote gebaren naast heel fijne en kleine gebaren. Bij ons demonstreert hij dat vooral in zijn zang of in zijn pianospel. En hij improviseert steeds vaker in mineur!  En eindigt dan toch weer steeds in majeur, met de grote terts boven. Tussen zijn eigen improvisaties door probeert hij ook het air van Bach te spelen. Wanneer hij vast loopt gaat hij al snel weer met zijn eigen muzikale ideeën verder. Als hij hard speelt heeft hij de neiging om, ook hard, mee te gaan zingen. Dat doet hij bij onderstaande opname ook even.

Na een kwartiertje gaat hij dan eens kijken wat er nog meer te doen valt. Tekenen natuurlijk. En dat is op dit moment vaak het tekenen van bestaande of eigen verzonnen landen. Maar ook als we ergens geweest zijn wil hij daarna de nieuwe indrukken snel vastleggen in een tekening. Als die tekening niet lukt, en dat kan allerlei oorzaken hebben (vaak net een streepje dat verkeerd staat), dan wordt hij heel erg boos. Na drie, vier mislukte pogingen gooit hij het bijltje er bij neer en gaat maar weer wat anders doen. Maar meestal gaat het wel goed. Hij tekent soms stil, maar als ik in de buurt ben dan hoor je hem. Hij praat dan voortdurend hardop, hij zingt en vraagt soms dingen. Hij heeft het uitstekend naar de zin.

Dit zijn vaste dingen die nog nauwelijks te koppelen zijn aan autisme. Maar er is inmiddels een routine in geslopen waar ik al iets minder blij van word. En ik ben het zelf schuld, ik heb het laten gebeuren. Deze routine speelt zich af in de tijd voor het avondeten. Soms al meer dan een uur eerder…..

-‘Opa gaan we al eten?’
-‘Nee, dat duurt nog heel lang.’
-‘Opa, kunnen we nu al eten?’
-‘Als de grote wijzer hier staat, dan is het eten denk ik klaar.’
-‘Opa hoe lang duurt het nog?’
-‘Kijk maar, de grote wijzer staat nu hier, hij moest daar staan, weet je nog?’
-‘Opa, het duurt zo lang.’
-‘Oké dan, als je tot 100 telt dan is het eten klaar.’
-‘1, 2, 3, 4, ………97, 98, 100!’
-‘Ja, het eten is klaar.’
-‘Eééten!’

Op deze manier werkte het een aantal keren. Toen sloop er een nieuw element in.

-‘Tot hoeveel moet ik tellen voordat het eten klaar is?’
-‘Tot 3000 denk ik.’
-‘Oei, dat vind ik te veel…..   Tot hoeveel is het nu nog?’
-‘Tot 1000 ongeveer.’
-‘Dat ga ik niet doen…..   Tot hoeveel nu nog?’
-‘Tot 300.’
-Oké, dat kan ik wel.  1, 2, 3, …………honderdzevenentachtig, honderdachtentachtig,..’
Het tellen ging nu moeizaam door de hoge getallen.  Het eten was al klaar. Dus besloot ik in een rap tempo mee te gaan tellen. Dat vond hij prima.
-‘tweehonderdnegenennegentig, driehónderd!’
-‘Eééten!’

Weer een volgende keer:

-‘Opa, kan ik al tot 300 tellen?’
-‘Nee, nog niet, dat duurt nog heel lang. Ik zal je wel waarschuwen.’
Na weer een aantal keren vragen “hoe lang nog” is het dan zo ver. Hij mag tot 300 tellen. En denkende aan de vorige keer ga ik maar vanaf 100 mee tellen.

Weer een volgende keer:
-‘Opa, kan ik al tot 300 tellen?’
-‘Nee, nog niet, dat duurt nog heel lang. Ik zal je wel waarschuwen.’
Terwijl hij dan eindelijk weer mag gaan tellen zegt hij na een tijdje op dwingende stem:
-‘Een en twintig, twee en twintig. Opa, jij gaat mee tellen vanaf 100!’
-‘OK’
-‘Drie en twintig, vier en twintig, ……….zeven en vijftig, acht en vijftig. Opa jij telt mee vanaf 100 toch?’
-‘Ja hoor.’
-‘negen en vijftig, zestig……’
Ik tel vanaf 100 in snel tempo mee. Hij loopt al tellende rondjes door de kamer. Na het eten zegt hij:
-‘Opa waarom loop ik eigenlijk rondjes als ik tel?’
-‘Dan gaat het tellen beter denk ik.’
‘Ja, dan gaat het tellen beter.’

Sindsdien moet er altijd tot 300 geteld worden voor het eten, ook als het eten per ongeluk al klaar is en ik ben vergeten om hem vijf minuten eerder te waarschuwen. Voordat hij bij 100 is onderbreekt hij steevast zichzelf om te vragen of ik vanaf 100 wel mee ga tellen. Dat moet ik dan ook altijd doen. Als het eten al klaar is en hij heeft nog niet geteld, dan moet ik maar veinzen dat het bijna klaar is, en we gaan weer braaf tellen, anders is het huis te klein. Dat is er nu helemaal ingesleten. Daar mag niet meer van worden afgeweken. Gelukkig doet hij dat alleen bij mij en niet bijvoorbeeld ook thuis. Het is nu nog onschuldig maar ik ben al aan het nadenken hoe we deze routine ook weer terug kunnen draaien. Zoals hij ook nog steeds eet van een kinderbordje dat hij al had toen hij twee was en hij eet ook nog steeds met kinderbestek. Een tijd geleden hebben we hem kunnen overtuigen dat hij nu een scherp mes nodig had. Maar zijn bord, kommetje, lepel en vork wil hij graag nog blijven gebruiken.. Zijn zusje van twee eet al van een groot bord…

Na het eten is het “de hoogste tijd”. (‘Opa, is het al de hoogste tijd?’) De hoogste tijd betekent filmpje kijken. Maar dan wel nadat eerst het speelgoed is opgeruimd. Dan pas is het de hoogste tijd. En na het filmpje kijken worden de schoenen en jas aangetrokken. Ook dat gaat gelukkig steeds sneller. Het hoort bij de routine. Maar hij kan het niet laten om dan toch nog snel even achter de piano te kruipen.  Nou ja, vooruit dan maar. Nu maar uitkijken dat ook dit niet weer een routine wordt….

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: | 1 reactie

Onze voorouders

gebouw tongerenGisteren was ik in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Dit museum, 16 km buiten Maastricht in Belgisch Limburg, stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Het staat midden in het prachtige historische centrum van de stad, vlakbij de gotische Onze-Lieve-Vrouwe basiliek. (bouw 1240-1541). Ik had gisteren nog meer te doen en daardoor had ik helaas geen tijd voor een heel uitgebreid bezoek, dus ik probeerde vooral om een globaal beeld van de vaste collectie te krijgen. Het smaakte naar nog een keer! Er waren veel educatieve onderdelen. Hoe zag de Neanderthaler er uit? Er lag een levensecht “exemplaar” inclusief zijn overdadige lichaamshaar. Je kon hem bijna aanraken. En waar kwamen al die mensen vandaan op aarde? Filmpjes lieten zien hoe geleidelijk bepaalde mensensoorten de wereld veroverden. Bij ons was heel lang de Neanderthaler de enige mensensoort, totdat de Homo Sapiens het gebied overspoelde. Tongeren was een belangrijke Romeinse stad. In een grote maquette kon je zien hoe die stad er in de Romeinse tijd uitzag. En natuurlijk waren er veel voorwerpen, van Keltische munten tot en met grote stenen restanten van Romeinse heiligdommen.

leegloopAansluitend op de dingen die ik gisteren zag stond er vanochtend een buitengewoon informatief artikel in de Volkskrant. Tussen ruwweg 300 en 400 na Christus woonde er vrijwel niemand meer in Nederland of  in een groot deel van Vlaanderen. Ook geen Romeinen, die tot kort  daarvoor nog de linie van de Rijn bewaakten met allerlei nederzettingen. Rara hoe kan dat? Wetenschappers hebben dit ontdekt doordat ze tegenwoordig heel veel middelen hebben om bewoningssporen te kunnen dateren. En ook omdat er bij nieuwbouw heel vaak eerst archeologisch onderzoek plaats vindt. Er worden allerlei theorieën los gelaten op de oorzaak van deze ontvolking, maar het is bijna zeker dat in die periode de leefomstandigheden in die gebieden zo slecht waren dat de mensen daardoor naar het zuiden trokken, naar plaatsen waar je wel kon leven. Zoals tegenwoordig ook in Afrika door de droogte de mensen hun heil gaan zoeken in Europa. Ook de Romeinen vertrokken hier in die periode en lieten de grenzen onbeschermd achter. Vanaf omstreeks 400 kwamen er weer mensen terug, maar dat waren niet dezelfde mensen als die er eerst woonden. Ze kwamen uit het oosten, het waren “Germanen”! En dat zijn onze voorouders in zowel Nederland als Vlaanderen. Ze bevolkten het hele gebied weer tot ze, al verder trekkende naar het zuiden, op al bestaande nederzettingen stuitten. Dat waren waarschijnlijk nederzettingen van de eerder verhuisde oorspronkelijke inwoners, in het tegenwoordige Wallonië. De taalgrens is toen gevormd en die is er dus nog steeds. Wij spreken Nederlands door het bar slechte klimaat van de vierde eeuw.

Door deze bevindingen zal de informatie in het Gallo-Romeinse museum waarschijnlijk binnenkort aangepast moeten worden. Vanuit een groot deel van Nederland gezien ligt het museum ver weg, net als het prachtige Thermenmuseum in Heerlen.  Dat laatste gaat uitsluitend over de Romeinse tijd. Je kunt er onder meer een verkleinde versie van een Romeins badgebouw zien waar je door heen kunt lopen. Je krijgt daarbij uitgebreid uitleg over wat er allemaal plaats vond in dat gebouw. Kinderen van de hoogste klassen van de basisschool en leerlingen van het middelbare onderwijs zouden eigenlijk  naar een van deze musea moeten gaan als bij de geschiedenisles het onderwerp aan de orde komt. Allebei de musea zijn educatief van opzet en je kunt er, als je zelf de materie beheerst, nog mooie smeuïge verhalen aan toevoegen. Van harte aanbevolen!

Zie ook:

Gallo-Romeins museum Tongeren
Thermenmuseum Heerlen
Hier onder een link naar het artikel van vanochtend in de Volkskrant:
De grote leegloop

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , | Plaats een reactie

Oorlog in Soolor

-‘Komt hier oorlog?’
Mijn oudste kleinzoon is verontrust door de laatste beelden uit Syrië. Ik bezweer hem dat hier geen oorlog komt. Immers alle vorige oorlogen zag je al tijden van tevoren aankomen en nu zie ik veel verontrustende dingen in de wereld, maar geen oorlog in West-Europa.

Ik keek samen met hem naar plaatjes van de eilanden Rottum, Rottumerplaat en Rottumeroog. Vooral Rottumeroog vond hij bijzonder interessant. Een klein onbewoond eiland met slechts één huis, waar af en toe een vogelliefhebber een tijd doorbrengt! Je bent er dan helemaal alleen. Helemaal alleen? Ja, helemaal alleen. Hij kan het zich niet voorstellen. Van iedereen die wat ouder is wil hij steeds weten of hij getrouwd is en zo niet, dan vindt hij dat behoorlijk zielig of zelfs angstaanjagend voor hem zelf. Nu al. Dit unieke eiland moest dus getekend worden. In enkele vlugge schetsen stond het op papier.

rottumeroog

Soolor is niet onbewoond. Het is een fantasie-eiland waar allerlei mensen wonen. Zijn vader kent de namen van een aantal van die mensen, ik niet. Het is een eiland dat al een hele tijd zijn aandacht heeft. Er staat ook een vuurtoren. Hij heeft er al diverse tekeningen van gemaakt. Laatst ging hij dit eiland ook van duplo bouwen. ’s Avonds moest hij het van mij weer opruimen.

rottum

Na enige aarzeling (“zonde van zijn bouwsel”) wist hij hoe hij het zou opruimen. Hij liet er een bom op vallen: “boefffff…”. De vuurtoren viel in diggelen. De brokstukken verdwenen in de duplodoos. Hij besloot om dit voorval ook op een tekening vast te leggen. Er vliegt een vliegtuig met bommen boven het eiland Soolor. Maar de soldaten van Soolor besluiten om het eiland te verdedigen. En er is een trap. Als je daar over naar boven gaat dan ben je veilig. Soolor ligt daarbij ook nog eens, gelukkig maar, héél ver weg. Nog verder weg dan Syrië. Het ligt namelijk op het continent Eetananortsliesanu.

soldaten

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 1 reactie

Wat maakt de Servaaskerk van Maastricht uniek?

servaasEen collega vroeg me laatst: het valt me op dat je vaak kerken vergelijkt met de Servaaskerk van Maastricht. Nu valt dat wel mee denk ik, maar ik doe dat al snel als het over Romaanse kerken gaat. Immers de Servaas, ook een Romaanse kerk, ken ik erg goed. Mijn collega kreeg ook de indruk dat de Servaaskerk daardoor op Europees niveau een hoog aanzien moest hebben gehad. Ik denk dat het wel zo is dat de Servaaskerk, die zo rond het jaar 1000 gebouwd werd, op dat moment in ieder geval een groot aanzien had binnen het Oost-Frankische keizerrijk. Dat begon al bij de voorganger van de huidige Servaaskerk rond 800. (Die heeft misschien wel erg geleken op een kerk uit de tiende eeuw die ik zag in Paray-le-Monial, in Bourgondië, zie hier onder.)

karolingische kerk

Karel de Grote had besloten om vanwege zijn jicht Aken tot zijn vaste verblijfplaats te maken. Hij bouwde er een palts en een paltskerk, de laatste staat er nog. Zijn raadgevers waren ook proost van het kapittel van Servaas en deze trachtten de kerk op een hoger voetstuk te plaatsen. Ze schonken aan het kapittel kostbare relieken uit Rome en ze lieten door een kundige smid de Servaassleutel smeden. Deze kun je nog steeds bewonderen in de schatkamer van de Servaas. Het smeedwerk is verwant met het smeedwerk van het hekwerk in de paltskapel in Aken. Toen kwamen er roerige tijden, de Noormannen kwamen ook naar de contreien van het huidige Zuid-Limburg. Wat er allemaal precies gebeurde, veel is in de vergetelheid geraakt. Maar In de tweede helft van de tiende eeuw, de tijd van de drie grote keizers Otto I, II en III, stond zeker het Rijnland en het naburige Aken weer hoog in aanzien.

Als een belangrijk element van zijn binnenlands beleid streefde Otto I naar een versterking van de macht van de kerkelijke autoriteiten, voornamelijk bisschoppen en abten, dit ten koste van de adel die zijn macht bedreigde. Hoe doe je dat? Vooral door het recht om bisschoppen te mogen benoemen nadrukkelijk te laten gelden. Hij benoemde op cruciale plaatsen vooral familieleden tot bisschop. En ook zorgde hij ervoor dat kapittelkloosters direct onder zijn bestuur stonden, deze kloosters en kerken waren de zogenaamde “Eigenkirchen”. Verder benoemde hij voogden. Dat waren wereldlijke managers van kerkelijke landgoederen, die het recht hadden op een bepaald aandeel in de landbouwproductie en in andere opbrengsten. En daarvan ging weer een deel naar de keizer zelf. De voogden behielden hun positie alleen als ze in de gunst bleven bij de keizer. Hun functie was niet erfelijk. Zo was ook het kapittel van Servaas rijks-onmiddellijk. Het bezat veel eigendommen en een groot deel van de opbrengst ging naar de kanunniken. De keizer benoemde ook de proost van het kapittel.

Om zijn opvolging te waarborgen liet Otto I zijn zoon Otto II al tijdens zijn leven kronen en in 967  tot mede-keizer benoemen. Otto II die een bijzonder goede opvoeding had gehad (door de aartsbisschoppen van Keulen en Mainz) huwde in 972 met de Byzantijnse prinses Theophanu, nicht van de Oost-Romeinse keizer. Al snel werd Otto geconfronteerd met een opstand in Lotharingen. In 977 bood hij zijn neef toevlucht aan toen die uit Frankrijk was verbannen en benoemde hem tot hertog van Neder-Lotharingen. In 979 vielen Karel en Otto Frankrijk binnen. Karel riep zichzelf in Laon uit tot koning van het West-Frankische rijk (het huidige Frankrijk), maar kreeg nauwelijks steun van de adel. In 991 werden Karel en zijn gezin gevangen genomen door verraad van bisschop Adalbero van Laon. Ze werden opgesloten in Orléans en Karel stierf daar een jaar later. In 1001 werd hij herbegraven in de kleine crypte van de Sint-Servaasbasiliek te Maastricht. Waarom daar? De nieuwe Servaas moest nog gebouwd worden, maar de crypte was toen waarschijnlijk al klaar. Werd deze Romaanse kerk daarna zo groot vanwege het koningsgraf? Het zal zeker ook met de strategische ligging van Maastricht te maken hebben gehad, bij een belangrijke oversteekplaats over de Maas. In 1039 werd de nieuwe Servaaskerk gewijd in aanwezigheid van keizer Hendrik III, bisschop Nithardu van Luik, en bisschop Gerardus van Kamerijk. Bij die gelegenheid werden de relieken van de stichters, de heilige Monulfus en Gondulfus, verheven. (Opnieuw geheiligd en begraven.) Vooral de aanwezigheid van de Rooms-Duitse keizer geeft aan dat de Servaas opnieuw  zijn aandacht had.

De Salische keizers die het daarna een eeuw lang voor het zeggen hadden waren minder gericht op de regio Rijn en Maas, maar dat veranderde toen keizer Barbarossa van de familie Hohenstaufen zo rond 1150 aan de macht kwam. Toen werd de Servaaskerk vergroot, verfraaid en alles rond de heilige Servaas werd opgetuigd door middel van sculpturen, schilderingen, het vervaardigen van de noodkist en het laten schrijven van een Nederlandstalig verhaal, de legende van Sint Servaas. Servaas werd onderdeel van de keizerlijke propaganda in de investituurstrijd met de paus. Voorbeelden voor deze verfraaide kerk kwamen van andere kerken. In Bourgondië vierde de Romaanse stijl onder invloed van het klooster van Cluny hoogtij.

paray-le-monial-noordzijdeparay-le-monialDe kerk van Paray-le-Monial (bouw van 1092-1109) schijnt een verkleinde uitgave te zijn van de beroemde kerk van Cluny waar we alleen nog maar tekeningen van hebben. Deze verkleinde uitgave is al indrukwekkend genoeg, vooral door de imponerende uitbouwen aan de koorzijde met hoge en lagere absiden. Vanuit de westkant gezien zien we twee ingebouwde torens rond het toegangsdeel en een vieringtoren vlak voor het koor.  Er zijn slechts oppervlakkige overeenkomsten met de kerk van Servaas. die een eeuw eerder werd gebouwd. Van binnen is de kerk van Paray-le Monial veel indrukwekkender dan de Servaas, vooral door de prachtige pilaren. De sculpturen die nog resten zijn daarentegen weer minder fraai dan die van de Servaaskerk. De beeldhouwers die de proost van de Servaas had weten te strikken, dat waren uitzonderlijk goede handwerkslieden.

Maar de Servaaskerk is vooral ook uniek door de bouw van het westwerk met op de tweede verdieping de zogenaamde keizerzaal. Zo iets zie je in vrijwel geen enkele Romaanse kerk. Het schijnt dat de abdijkerk van Nijvel , gewijd in 1046, er ook een heeft gehad. In 1940 is deze kerk zeer beschadigd en daarna gerestaureerd. Het originele westwerk is toen behoorlijk aangepast, de keizerzaal is toen helaas verdwenen.

abdijkerk NijvelMaastricht heeft overigens in de Middeleeuwen een speciale band gehad met Nijvel vanwege de Heilige Gertrudis die daar begraven ligt. In de voormalige kruisherenkerk, nu hotel, wordt het levensverhaal van Sint Gertrudis afgebeeld. Zij is de patrones van de reizigers.

Elke Romaanse kerk heeft zijn eigen charme. Ik vind de kleine uitgeleefde kerk van Sémelay in Bourgondië prachtig door vooral zijn unieke sculpturen, die zeker een eeuw ouder zijn dan die van de Servaas.

semelay

De Romaanse kerken in de Pyreneeën die ik bezocht vind ik op hun manier ook geweldig, zoals de abdijkerk van Saint-Martin-du-Canigou en Saint-Michel-de-Cuixa.

martin-du-canigou

cuixa

De Servaaskerk op het Vrijthof straalt ondanks alle latere aanpassingen en de verloren gegane schilderingen, sculpturen (deels) en kerkschatten nog steeds de grandeur uit die keizer Barbarossa en de proost rond 1150 aan de kerk wilden geven. Een kerk als de Servaaskerk hoort in deze tijd een groot orgel te hebben, maar het is zonde dat daardoor het zicht op het unieke westelijke deel grotendeels verloren gaat. En dat er zelfs bij rondleidingen vrijwel nooit een bezoek wordt gebracht aan de unieke kapitelengalerij achter het orgel. of aan de keizerzaal daarboven, dat is eigenlijk ongehoord. Als je op die plekken ooit een keer geweest bent, en je dan deze bijzondere plekken in gedachten voorstelt terwijl je in de kerk bent en naar het westen kijkt, of als je kijkt naar de eveneens nog bestaande fenomenale toegangspoort van rond 1200, het zogenaamde bergportaal, maar zeker ook als je je de verdwenen dingen probeert voor te stellen: het koor van het laatste kwart van de twaalfde eeuw, met de schilderingen,  de sculpturen, de noodkist op het hoogaltaar, omgeven door een Romaans retabel, dan is deze kerk meer dan bijzonder.

De achteruitgang begon al in de dertiende eeuw. Nog voordat Frederik II, de laatste grote Hohenstaufer, aan de macht kwam, was de kerk al overgedaan aan de hertog van Brabant. Voor hem was deze kerk slechts een van de vele kerken in zijn hertogdom. De Maasovergang waar hij tegelijk ook meester van werd was voor hem het enige echt interessante deel van zijn nieuwe bezit. Pogingen om van Servaas een universele heilige te maken strandden waardoor ook de pelgrimage een deuk opliep. De kerk en het kapittelklooster bleef in Maastricht dan wel de belangrijkste en ook de rijkste religieuze instelling, maar de bouw van grote gotische kerken zoals die van de Sint Jan van Den Bosch of de Romboutskathedraal van Mechelen, eveneens in Brabant, maakten van de Servaas opeens een niemendalletje.

Maar voor mij is ze nog steeds veel meer dan dat. Het is een kerk met een belangwekkende geschiedenis, waarvan de schitterende afspiegeling op een aantal plekken nog steeds is te zien, zoals in een van de drie cryptes. Daar ligt niet alleen Servaas begraven maar ook Karel van Lotharingen, korte tijd koning van Frankrijk

crypte

Zie ook:

 

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , | 1 reactie

Met de nieuwe sprinter

De onvoorstelbare mogelijkheden en onmogelijkheden van een autistisch kind kom je weer eens tegen als je de hele dag met hem optrekt. Mijn oudste kleinzoon was een hele dag bij me. ’s Middags zouden we de deur uit gaan. Wat doe je als je weg wilt gaan maar je hebt je schoenen ergens in huis uitgetrokken en ze staan niet daar waar je dat zou verwachten. Zoeken. Dan loop je tegen twee dingen aan: a: hij kan niet zoeken. b: hij komt na twee seconden al allerlei interessante dingen tegen die hem boeien waardoor elke vorm van zoeken onmiddellijk stagneert. Hij weet niet meer dat hij aan het zoeken was. Opa gaat dus zoeken maar hij vindt ze ook niet. Maar dat is zijn probleem toch?
-‘Je was toch aan het zoeken, ga eens verder zoeken.’
Hij doet weer een dappere poging maar na twee seconden loopt hij weer iets anders tegen het lijf. Ik weet trouwens dat hij niet kan niet zoeken. Hij kan ergens met zijn neus boven op staan en het nog niet zien. Als tweejarige waren paasfeestjes met eieren zoeken niet aan hem besteed. En als zesjarige kan hij dat nog steeds niet. Maar uiteindelijk lagen de schoenen op een plek waar ook ik met mijn globale blik compleet overheen gekeken had: op een speelmat met een schutkleur tussen autootjes en andere voorwerpen met een vergelijkbare kleur. Globaal lag daar gewoon wat speelgoed. Ook zijn schoenen, zoals bleek.

We zouden met de trein gaan, maar hij was opeens veel minder enthousiast dan in het verleden. Wat bleek: hij was bang dat de trein door een tunnel zou gaan rijden. Compleet nieuw. Ik dacht dat hij alleen bang was voor metro’s. We zijn in het verleden naar veel plaatsen met de trein gegaan en nooit repte hij van te voren over mogelijke angsten voor tunnels. Ik bezwoer hem dat er op het bewuste traject geen tunnel zou zijn. Wat bleek: vlak achter Utrecht, nog voor Vaartse Rijn, was er een viaduct. De trein reed er onder door in een iets verlaagd spoor. Hij keek vlak voor dat viaduct toevallig naar buiten.
-‘O nee, o nee!’ Zijn gezicht schoot in een kramp, hij hield de handen voor zijn ogen en na enkele seconden spiekte hij voorzichtig door zijn vingers heen om te zien hoe erg het allemaal zou zijn. We waren het viaduct alweer voorbij. Ik vertelde dat het geen tunnel was maar een viaduct dat van boven dicht was waardoor het even op een tunnel leek. Een groot deel van de heenreis was hij bezig met de terugreis omdat hij dan weer langs “dat viaduct” zou komen. Hij sprak zichzelf moed in:
-‘Maar nu weet ik het, dan is het niet zo erg’. Precies. Desondanks bleef hij het herhalen op de terugweg.
-‘Wanneer zijn we weer bij het viaduct, zijn we nu alweer bij het viaduct?’
Een van de belangrijkste doelen, naast een kort bezoekje aan zijn tante, was het treintraject tussen Den Bosch en Tilburg met de “nieuwe sprinter.” Opgetogen zag hij dat alles klopte, zoals op de filmpjes. We zaten in een eerste klascoupé, helemaal alleen en spontaan begon hij te vertellen wat hij allemaal zag.
-‘Wacht even, dan neem ik het op.’
Ik pakte mijn telefoon en begon de vlog te registreren. Als een bijna volleerde NS journalist demonstreerde hij de nieuwe elementen van nieuwe sprinters: er is een supersonische WC, er zijn grotere bagagerekken, er is een handige knop om de deur open te maken, de deur naar de machinistenkamer is nu niet van geblindeerd glas maar het is een mooie blauwe deur, er zijn stopcontacten enzovoorts.

Toen kwamen we bij zijn tante. De onderbuurman heeft een lieve hond.
-‘O nee, o nee!’ Het lieve beest bleef stil onder een kast liggen en maakte geen aanstalten om op te staan. Maar mijn kleinzoon was als de dood dat hij zou komen snuffelen. Uiteindelijk hoorde de onderbuurman de paniek en nam de hond mee naar zijn appartement.
Boven gekomen was er de poes van zijn tante.
-‘O nee, o nee! Hij wil vast aan me snuffelen.’ De poes werd naar het balkon verbannen waar ze jammerlijk tegen het glas aan bleef staan krabben. Maar nu waren de gevaren voorlopig geweken. Tot we weer weg gingen. Er waren nog twee gevaren. Om te beginnen de steile trap naar beneden, die half open was. Maar tegelijk de angst dat de hond er weer zou zijn. Met veel liefde en geduld wist hij deze voor hem zo angstaanjagende en gevaarlijke route af te leggen.
Terug in de trein. Over zo’n 40 minuten zouden we weer vlak bij Utrecht zijn. We zaten nog geen twee minuten in de trein:
-‘Zijn we al bijna bij het viaduct?’ Hoe je jezelf gek kunt maken. Gelukkig was er de nodige afleiding onderweg. Hij ving een gesprek op tussen twee jonge mannen, ik had het niet gevolgd. Hij stond op, liep naar ze toe:
‘In Veenendaal Centrum stópt geen intercity, wel in Veenendaal de Klomp.’ De twee jongens bleken het daar over te hebben en verbaasd keken ze naar het jonge ventje.
– ‘Ik zou het maar aannemen, want hij weet er alles van,’ grapte ik naar de jongens. Mijn kleinzoon herhaalde zijn suggestie en voegde er nog wat details aan toe.

We kwamen bij het viaduct. Hij hield zijn ogen open en zag precies wat er allemaal gebeurde.
-‘Het was geen tunnel, maar gewoon een viaduct,’ zei hij toen de trein er voorbij was. Ik vroeg of hij het eng had gevonden.
-‘Nee hoor’. (Pff..)
Het laatste stuk van de treinreis zaten we in een andere trein (een koploper, voor de kenners) in een gesloten coupé. Er zat een vrouw bij het raampje en een man twee stoelen verder bij de deur.
-‘Hoe gaat deze trein, is dit “voor”?’ vroeg hij aan de vrouw. Hij bedoelde: als hij zou gaan zitten tegenover die mevrouw of hij dan vooruit zou rijden. Dat was niet het geval.
-‘O jee, mag ik dan op uw plaats zitten?’ Dat mocht en ik prees de aardige mevrouw. Ze zei wel dat we in een stiltecoupé zaten. Dat kende hij maar dat vindt hij wel erg moeilijk. Hij had al gezien dat het erg druk was, dus een andere coupé opzoeken was geen optie. Het lukte hem dus niet om stil te zijn. Hij begon te vragen hoe de mevrouw heette. En wat voor werk ze deed. Ze bleek bij de NS te werken! En ze wist alles van treinen, zo bleek. Mijn kleinzoon vertelde over al de treinen waar hij in gezeten had. Zoals in de nieuwe sprinter.
-‘Weet je hoe die trein officieel heet, welke letters dat zijn?’, vroeg de mevrouw.
Dat wist hij. De man keek op en luisterde geamuseerd. Hij bleek ook bij de NS te werken. Hij was testmachinist. Hij had met alle mogelijke treinen, ook die in het treinmuseum, gereden. En hij had ook de nieuwe sprinters in Tsjechië getest. Mijn kleinzoon had films van die testen gezien. Het werd een geanimeerd gesprek tussen drie kenners. Af en toe zag mijn kleinzoon een trein voorbij rijden.
-‘Kijk, een SLG-tje.’ De testmachinist en de mevrouw wisten waarover hij het had.
-‘Zijn jullie getrouwd’. Nee, ze kenden elkaar niet en hadden elkaar nog nooit ontmoet. De mevrouw zei dat als hij niet over treinen was gaan praten ze waarschijnlijk ook nooit geweten hadden dat ze allebei van de NS waren. Hij wilde graag weten waar ze woonden. Het had niet veel gescheeld of ze hadden nog hun telefoonnummers uitgewisseld. Maar wij moesten er uit.

Hij was doodmoe na die enerverende middag. Maar hij had het wel leuk gevonden. Voor het eten wilde hij nog even een trein tekenen. Die mislukte. Gelukkig had hij die ochtend een tekening gemaakt die wel was gelukt. Van het continent Dukoo. Je kunt van alle landen ook zien welke vlag ze hebben. En ze zingen er ook allerlei volksliederen. Je kunt er trouwens ook met de nachttrein komen.

dukoo

 

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , | 2 reacties

Landen en talen

Nog maar heel kort geleden, en nu nog steeds af en toe, tekende mijn oudste kleinzoon behoorlijk realistisch, uit zijn hoofd(!), bijvoorbeeld Europa, of de continenten van de aarde of de contouren van Nederland. En hij vond het heerlijk om alles na te zingen wat hij hoorde. Maar opeens lijken landen en continenten die níet bestaan veel leuker. En ze zingen in die vreemde landen ook veel mooiere muziek dan bijvoorbeeld in België.
Maar ook bij zo’n “ouderwetse” tekening laat hij bijzondere details zien: Zuid-Amerika en Afrika passen in elkaar. Immers vroeger zaten ze aan elkaar vast!

aard

En boven het vasteland van Nederland daar staan op de meeste landkaarten vijf waddeneilanden aangegeven. Inmiddels weet hij beter, maar op deze tekening heeft hij Rottum, Rottumerplaat en Rottumeroog nog niet ontdekt. Dat komt nog!

nederland

-‘Hoe praten ze in Zuid-Afrika?’
Ik zocht op youtube enkele sites waarop je Zuid-Afrikaans kon horen. Geweldig vond hij het. En al die Aziatische talen waar je geen touw aan kunt vast knopen. Nog mooier.
-‘Zijn er mensen in Nederland die Chinees kunnen praten?’
-‘In Nederland wonen best veel mensen die uit China komen en die nu ook Nederlands kunnen spreken.’ En ik vertelde hem over de documentaire die een jaar geleden op TV was van Ruben Terlou die door China trok en met heel veel mensen gewoon Chinees kon praten. En over Paulien Cornelissen die heel goed Japans kan spreken. Maar Zuid-Koreaans, dat leek hem ook wel wat. De afgelopen twee dagen was hij bij ons. Op de terugweg naar huis in de auto hield hij hele verhalen in het Zuid-Koreaans. Met intonaties, alsof het helemaal echt was. Niet slechts een enkel zinnetje. Nee, hele verhalen!

Gisteren in de auto waren zijn broertje en zusje er ook bij. Zijn broertje van vier vond het wel grappig, dat Zuid-Koreaans van hem. -‘Ik vind het wel grappig dat jij zo raar praat.’ Maar de jongste van twee jaar vond het maar niks: ‘Ik vind dat eng’. OK, besloten wij als grootouders, dan doen we maar een ander spelletje.
De middelste van vier jaar heeft altijd goede ideeën.
-‘Ik heb een idee. Iedereen mag na elkaar een liedje zingen.’ Hij bepaalde ook de volgorde en hoe vaak iedereen aan de beurt zou komen. Hij voorzag dat na elk drie beurten we wel aan het einde van de autorit zouden zijn.

Mijn oudste kleinzoon mocht beginnen. Hij ging echt heel mooi zingen, maar in een vreemde exotische taal en met exotische melodieën. En het leek wel alsof hij niet kon stoppen dus ik voerde ter plekke de regel in: ‘als opa gaat klappen dan mag de volgende.’ De middelste was na deze solo aan de beurt maar zo verbouwereerd dat hij slechts uiterst zacht wat kon stamelen en hij zei toen maar:
-‘Ik weet het niet meer.’ Waarschijnlijk had hij inmiddels spijt van het door hem geïnitieerde spelletje. Zo’n prachtige solo weggeven, zoals zijn broer dat had gedaan, dat zou hem never nooit lukken. Hij kende zijn eigen beperkingen. -‘Jij mag’. Hij regelde dat nu het zusje van twee jaar aan de beurt was. Zij zong keihard over bomen, auto’s, koeien en schapen, helemaal in de geest van de liedjes van oma, die zij af en toe zingt als we in de auto zitten. Ze had behoorlijk de smaak te pakken. Dus ook zij moest weer door mijn klappen gestopt worden.
De oudste zong daarna weer een totaal ander liedje dat hij ter plekke verzon in alweer een andere taal, maar nu was het een heel gevoelig en zacht liedje. Ontroerend mooi, wat jammer dat ik het niet heb opgenomen. Zijn broertje die na het klappen weer aan de beurt was bleek nog steeds verlegen te zijn. Ik zei dat je ook iets mocht zingen wat al bestaat, mijn vrouw begon spontaan “Poesje zeg wat doe je” te zingen
-‘Nee, nee, ik weet het al!’
Heel zachtjes maar met zijn mooie sopraanstemmetje zong hij het liedje van ‘Poesje mauw’ en uiteraard werd dat gevolgd door een groot applaus. We konden uitstappen en verder naar huis gaan.

Ook bij papa en mama tekent de oudste al dagen fantasielanden. En met papa samen is het gieren en brullen om de mooie exotische namen die hij erbij verzint. Zoals de landen in het continent Eetananortsliezanu: Iootwees. En in Haqstamnt ligt niet alleen Larie maar ook Laaraa. Wat is de gewone wereld eigenlijk saai opeens…

fantasieland1

fantasieland2

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | 1 reactie

De zwaartekracht volgens Einstein

In een café in Woerden zaten enkele jonge mannen aan de bar.
-‘Zo, ik ga er maar weer eens vandoor. Ik ga naar Schoonhoven, naar een lezing over de zwaartekracht.’
Zijn kameraden keken hem bijna verbijsterd aan.
-‘Over de zwaartekracht?’ Hoofdschuddend keken ze elkaar aan.
-‘Zou je niet liever gewoon nog een biertje nemen?’
Deze anekdote hoorde ik vlak voordat professor Bergshoeff in een uitverkocht zaaltje zou gaan beginnen met zijn lezing.

professor-‘Dit is de eerste keer dat ik optreed in een uitverkochte zaal’, grapte hij. En de grapjes zouden de hele lezing door blijven gaan. Professor Bergshoeff probeerde op een toegankelijke manier de moeilijke natuurkundige materie aan de man te brengen. De zwaartekracht was al beschreven door Galileo Galilei en Newton had er wetten bij weten te maken. Hier kon je een aardig eindje mee komen. Maar het was Einstein die in 1919 alles opnieuw en veel beter wist te beschrijven. De lezing eindigde met vier foto’s. Een auto uit 1919 en een sportauto van nu. Een trein uit 1919 en de Thalys. Een vliegtuig uit 1919 en een Boeing van de KLM. Het bewuste handgeschreven document van Einstein en dit zelfde document nogmaals: het had nog niks van betekenis ingeboet en was nog net zo actueel als in 1919. Dit om aan te geven hoe indrukwekkend het was wat Einstein had weten te formuleren.

Heb ik nieuw dingen gehoord die avond? Ja zeker. En dingen die ik wel wist maar die nogmaals op een aantrekkelijke manier werden uitgelegd. Op een gegeven moment zei professor Bergshoeff: we leven in een zwart gat. Iets wat hij verder niet uitlegde maar wat wel nog steeds bij me blijft door zingen. Hij vertelde dat als de natuurkundige wetten die wij kennen kloppen, en we hebben geen betere, dan moet er veel meer in de ruimte zijn dan wij weten. Slechts 4% is enigszins bekend. 0,4%, dat zijn de melkwegstelsels met daarin alle sterren en planeten, 3,6% dat is intergalactisch sterrenstof, 21% dat is donkere materie die er moet zijn maar die nog nooit is aangetoond en 75% = zwarte energie. Ook van dat laatste heeft hij niet uitgelegd wat dat is, hij heeft zijn lezing behoorlijk moeten inkorten omdat het anders te laat zou worden. Dus alleen al daardoor bleven er vragen over.

Zwarte gaten worden meestal groter maar: kunnen ze ook kleiner worden en zelfs verdwijnen? Professor Bergshoeff vermoedt dat zwarte gaten op de lange duur weer verdwijnen. Er lekt voortdurend iets uit weg en dat zou tot gevolg kunnen hebben dat ze ook weer verdwijnen. Dit zou Stephen Hawkins in ieder geval al min of meer hebben aangetoond.  En waar zijn de huidige natuurkundigen met name naar op zoek? Dat blijken heel veel dingen te zijn. Zo is hij zelf jarenlang bezig geweest met een zoektocht naar antideeltjes. De theorie is dat elk deeltje een soort dubbelganger heeft. Maar deze zoektocht is nog zonder resultaat gebleven. Na de ontdekking van het al vijftig jaar geleden voorspelde Higgsdeeltje wordt er nu gespeurd naar vergelijkbare deeltjes. Maar hij acht het minstens zo waarschijnlijk dat, al zoekende naar deze deeltjes, dingen ontdekt worden waar nu nog totaal niet aan gedacht wordt. Onbekende zaken die de natuurkundigen aan het denken zullen zetten en die misschien tot nieuwe opzienbarende conclusies kunnen leiden. Veel natuurkundigen breken zich momenteel het hoofd over het volgende vraagstuk: hoe is de theorie van de kwantummechanica te verenigen met de relativiteitstheorie van Einstein? De theorie van het kleine is op dit moment in conflict met de theorie van het grote. De kwantummechanica gaat vooral over positieve en negatieve lading en hoe deeltjes op elkaar reageren. De wetten van de zwaartekracht lijken daar niet te werken. De wetten van de zwaartekracht werken wel waar positieve en negatieve lading met elkaar in evenwicht zijn. De aarde heeft geen lading en daardoor draait hij stabiel in een baan om de zon. Het verenigen van beide theorieën zou baanbrekende nieuwe inzichten tot gevolg kunnen hebben.

Maar wij leven in een zwart gat? In een zwart gat is de materie zo sterk op elkaar gedrukt dat de zwaartekracht zo groot is dat de fotonen, de bestandsdeeltjes van licht, niet meer kunnen ontsnappen. Wij kunnen niets meer zien, het inwendige van een zwart gat kan ook niet naar buiten kijken. Is hetgeen we in ons leven zien misschien uitsluitend dat wat er in ons zwart gat zit? Kunnen we slechts raden wat daar buiten nog zou kunnen zijn? Een zwart gat lijkt angstaanjagend, maar als je er zo naar kijkt heeft het ook wel iets geruststellends. Het bakent alles af, je weet gewoon niet beter.

Nadat professor Bergshoeff op het einde zijn lofrede over de theorie van Einstein uit 1919 had gehouden, zoals ik al eerder zei, werd er nog een proef gedemonstreerd. Als een magnetron aan staat dan maken elektromagnetische golven het voedsel warm. De golflengte van die golven is afhankelijk van de stand (kilowattuur) van de magnetron. Bij grote golflengtes wordt dát gedeelte in de magnetron warm, waar de uiteindes van de golflengtes het voedsel raken. Dat probleem kun je omzeilen door kortere golflengtes in te stellen (een hogere stand) en/of door het voedsel rond te laten draaien op een plateau. zodat elk deel regelmatig in het bewuste golfdeel terecht komt.

magnetronEr stond een magnetron op het podium. De draaitafel was verwijderd. Op een vel bakpapier werd over de hele lengte regelmatig gemalen kaas gestrooid. Dit werd in de magnetron gezet. De magnetron kreeg een zodanige stand, dat de kaas om de zes cm door de elektromagnetische golven geraakt zou moeten worden. Na een minuut “bakken” ging het deurtje open. Het bleek dat de kaas koud was gebleven, op twee plekjes na, op 6 cm van elkaar. Die waren bruin geworden. Als natuurkundige kon hij hiermee uitrekenen hoe groot de lichtsnelheid was, en dat bleek exact te kloppen met de bekende lichtsnelheid. Hij had aangetoond dat in Schoonhoven het licht net zo snel gaat als op de rest van de aarde. Met die wetenschap werden we naar huis gestuurd. De tweede geruststellende gedachte. Na de mededeling dat we gelukkig in een zwart gat leven…

De jonge man nam nog een biertje en liet alles tot zich doordringen. Zou hij hier mee aan kunnen komen in Woerden?

Geplaatst in Astronomie, maatschappij | Tags: , , , , , | 1 reactie

Toulouse en de kerk van Saint-Sernin

In een boek over Romaanse kunst zal ongetwijfeld een foto staan van de “Saint-Sernin”, een kerk in Toulouse. Afgelopen maandag heb ik deze kerk bezocht. En tegelijk heb ik nog enkele andere dingen in de stad gezien. De kerk is zeker niet de oudste Romaanse kerk van Europa, immers alleen al in Maastricht staan twee Romaanse kerken die nog iets ouder zijn. Maar deze kerk is bijzonder groot en heeft model gestaan voor veel latere Romaanse kerken. Veel pelgrims op weg naar Santiago de Compostella deden Toulouse aan en zagen dan de Saint-Sernin en nog enkele Romaanse kerken, zoals de kathedraal Saint Étienne. Deze laatste kerk is later tot een gotische getransformeerd.

sernin westfront

sernin nw front

Toulouse heeft in de middeleeuwen een sterk verlangen naar zelfstandigheid gehad. En dat kreeg het ook, een eigen enigszins onafhankelijk stadsbestuur. Maar dat stadsbestuur had in het begin niets te vertellen over de Saint-Sernin en de erbij gelegen burcht: deze kerk viel onmiddellijk onder pauselijk gezag. De stad was ommuurd, de Saint-Sernin lag buiten die muren maar had samen met de burcht een eigen omwalling. Zo had je in Toulouse pauselijk, stedelijk en grafelijk gezag. Halverwege de twaalfde eeuw werd het geschil bijgelegd en kwam ook de Saint-Sernin onder stadsbestuur te staan. De graaf was ook baas, hij was vooral de baas van heel de regio. In de dertiende eeuw was hij sympathisant van de katharen. De paus stuurde Dominicus naar de stad, maar ondanks zijn preken bleven de katharen hun nieuwe geloof trouw. Hun leiders leefden in armoede en waren zo een aansprekend voorbeeld voor vooral de arme mensen. Maar ze weigerden ook een eed af te leggen en waren zo ongrijpbaar voor de rechterlijke macht. Vooral dat laatste was een reden om de sekte te verbieden en uiteindelijk zelfs alle aanhangers uit te roeien. De bescherming van hen door graaf Raymond werd hem zelf fataal, uiteindelijk kwam het grafelijke gebied in zijn geheel onder koninklijk gezag.

Op een groot plein in Toulouse zien we het “Capitole”, het gemeentehuis. Dit gemeentehuis is gebouwd in de achttiende eeuw, maar het staat er in plaats van een al veel ouder gebouw uit de dertiende eeuw. Dat gebouw diende om stad en regio te besturen. Er zetelde een raad van eerst 12, daarna 24 en later juist weer minder bestuurders, de zogenaamde “Capitoules”. Ook was er een rechtbank en een gevangenis. In de tijd van de koninklijke macht was er een hofmaarschalk, en ook de munt was in het gebouw gevestigd. Het was zo een gebouw waarin de gemeente, de regio en zelfs het land samen de baas waren. Deze functies bleven zo tot 1793, toen de Franse revolutionairen het ook in Toulouse voor het zeggen kregen. Vanaf toen werd het Capitole een gemeentehuis.

capitole

De heilige Sernin, ook wel Saturnin, was de eerste bisschop van Toulouse. In 250 na Christus stierf hij de marteldood omdat hij weigerde om aan de Romeinse goden te offeren. Volgens de legende werd hij aan een offerstier vastgebonden. Deze stier sleepte hem door de straten van Toulouse. Toen deze door de noordelijke poort de stad verliet en op de huidige locatie van de basiliek was aangekomen, brak het touw en bleek Sernin dood. In Toulouse is er nog een Rue du Taur, die uitkomt op de Place Saint-Sernin. Twee vrouwen hebben hem de volgende nacht op de plaats waar hij dood gevonden was begraven en later werd er boven zijn graf een eerste kerk gebouwd. In de elfde eeuw, met de bouw van de huidige Romaanse kerk, werd het lichaam in een mooi versierde kist geplaatst die op het altaar kwam te staan. Tijdens de Franse revolutie is deze kist geroofd en omgesmolten, net als de meeste andere relikwie-houders. Nu is er een nieuwe kist gemaakt die onder een barok baldakijn nog steeds op het hoogaltaar staat. Wel is het oude altaar uit de elfde eeuw nog bewaard gebleven. Dat staat nu achter in de kerk.

altaar

altaar detail

En uit die tijd is er ook nog een kostbare relikwie-kast, gemaakt van email in Limoges, met een stuk hout van het “echte kruis” bewaard gebleven. Te zien in de crypte.

relikwie heilige kruis

De Saint-Sernin is een echte pelgrimskerk. Je kon vanuit de zijbeuken helemaal om het hoogaltaar heen lopen, en zo dus de kist met de relikwie van de heilige zien. Al biddend liep je langzaam verder, zonder dat je de diensten van de kanunniken hoefde te storen. Het kon er druk zijn, dus er was een portaal waar je naar binnen ging en na deze rondgang ging je door een ander portaal weer naar buiten. Nu kun je dat nog steeds, maar je ziet een andere kist onder een barok baldakijn op het hoogaltaar.

interieur

graf st sernin

De kerk is voor het grootste deel in een nog originele Romaanse stijl. Maar zoals gezegd, vooral in de tijd van de Franse revolutie is er veel verloren gegaan van het interieur. Toch zijn er nog veel kapitelen bewaard gebleven en gerestaureerd, oude schilderingen zijn weer zichtbaar gemaakt, en ook kun je nog de timpanen boven de drie poorten (twee zuidelijke en een westelijke) bewonderen. Op een van de sculpturen hoog in de kerk zien we hoe de heilige bisschop door twee engelen wordt meegetroond naar de hemel.

relief engelen sernin

Op een van de zuidelijke timpanen zien we iets dergelijks, maar tegelijk zien we hoe het volk zich twee aan twee, omhoog kijkend, naar hem in de hemel richt. Wat vreemd: links beneden kijken de twee mensen niet naar elkaar toe gericht naar boven, maar nu met de gezichten van elkaar afgewend. Is er iets fout gegaan bij de restauratie of zit hier een diepere bedoeling achter? Ik denk dat er iets fout is gegaan.

timpaan-detail

Wat me in de kerk ook opviel was op enkele plaatsen een Majestas Domini in Romaanse stijl. Heel vergelijkbaar met de Majestas Domini uit de zelfde tijd in de Servaaskerk van Maastricht boven de toegangsdeur in het noorden van de kerk. De symbolen van de vier evangelisten, staan op een iets andere plek. In Toulouse van linksboven met de klok mee: Johannes (adelaar), Mattheüs (engel), Marcus (leeuw) en Lucas (stier). In Maastricht beginnen we linksboven bij de engel, verder is de volgorde wel identiek.

majestas domini

majestas domini maastricht

De kerk van Saint-Sernin heeft niet veel langer dan een eeuw onder uitsluitend pauselijk gezag gestaan. Als dat langer had geduurd, dan had je ook in deze stad, net als in Auch en Maastricht een vorm van tweeherigheid gehad. Maar nog voor het moment dat heel Toulouse onder koninklijk gezag kwam te staan, was het met de vrijstaat “Saint-Sernin” al gedaan.

Op “Plan de Toulouse” staan 23 locaties in het oude centrum die je kunt bezichtigen. Ik heb er slechts twee gezien. Als ik weer in de buurt ben moet dat aantal uitgebreid worden wat mij betreft.

Op internet heb ik weinig kunnen vinden over de geschiedenis van Toulouse, zelfs niet op Franstalige sites. Pascal Charron schreef een mooi handzaam boekje met veel afbeeldingen. Een groot deel van de Franse tekst heb ik in het Nederlands vertaald (er is alleen een Franstalige versie te koop). Die vertaling kun je hier vinden.

Geplaatst in Geschiedenis, kunst | Tags: , , , , , , , , , | 3 reacties

Henric van Veldeke en zijn muziek

Onze eerste minstreel Henric van Veldeke, geboren nabij Hasselt in Belgisch Limburg, was in de tweede helft van de twaalfde eeuw een erudiet persoon en nog lang diende hij andere minstrelen tot voorbeeld. Hij kende naast het Nederlands van die tijd ook Latijn, Frans en Hoogduits. Latijn is logisch, hij zal een goede opleiding aan een kapittelschool hebben gehad. Leerde hij daar ook Frans? Waarschijnlijk wel. Henric van Veldeke begon zijn loopbaan in dienst van het kapittel van Servaas in Maastricht die hem de opdracht gaf om de legende van het leven van Servaas te schrijven in dichtvorm, in het Nederlands. Dat heeft hij met verve gedaan en schreef zo, nog voor de Vlaamse dichter van Maerlant een halve eeuw later, verzen in het Nederlands.

Toen hij later in Duitsland woonachtig was ging hij in het Hoogduits schrijven, en zo kennen ze hem in het huidige Duitsland: als de eerste Duitse dichter. Hij schreef in het Duits naast liederen de Enéide, het verhaal van Dido en Aeneas, en gebruikte daarvoor als basis een net gereed gekomen Franstalige versie. De versie van Henric van Veldeke springt er in positieve zin uit. Duidelijk is dat hij ook Frans kon lezen. Maar hij maakte geen vertaling, maar gebruikte naast de bestaande Franse ook de originele Latijnse tekst van Ovidius. Waarschijnlijk heeft hij zijn opleiding gehad aan de kapittelschool van Sint Truiden. Zijn familie had connecties daarmee, en het blijkt dat veel sculpturen uit die abdij verwantschap hebben met sculpturen die in dezelfde tijd in de Servaas zijn gemaakt. Wibald van Stavelot, Franstalig, zwaaide er de scepter.

Het boek ”Henric van Veldeke en zijn muziek” vormt de basis van dit artikel. Het eerste hoofdstuk schetst de politieke situatie, en die is in dit geval van groot belang, omdat Henric van Veldeke waarschijnlijk een rol speelde in de politieke spelletjes van die tijd. Het ging er vooral om: wie was belangrijker, de paus of de keizer. In het Oost-Romeinse rijk was de keizer nog steeds belangrijker dan de patriarch, en de Rooms-Duitse keizer wilde dat model nu voor eens en voor altijd vastgelegd hebben, ook voor zijn eigen rijk. De paus daarentegen was steeds meer bezig om zich ook wereldlijk gezag toe te eigenen. Het gebied van de pauselijke staat breidde zich steeds verder uit. De strijd ging nu vooral hier over: wie mocht de bisschoppen aanstellen? De figuur van Servaas was een middel voor de keizer en zijn raadgevers, onder wie de proost van het Servaaskapittel, om in deze investituurstrijd hun gelijk te halen. Servaas was een bisschop die voldeed aan het ideale model. En in een verhaal moest dat nog aannemelijker worden gemaakt. De legende van het leven van Servaas moest dus worden opgeschreven. Tegelijk kon het kapittel hier ook ter plekke wat mee: het was een van de manieren om Servaas te promoten en pelgrims naar Maastricht te lokken. In precies dezelfde tijd werd het westwerk van de kerk gebouwd en werden geraffineerd vormgegeven kapitelen gehouwen. Ook werd er een vergulde kist gemaakt die op het altaar kwam te staan, de zogenaamde Noodkist, met het gebeente van de heilige. Het altaar werd versierd. De symboliek van de profeet Zacharias als een soort vooraankondiging van Servaas moest dienen om de politieke doelen van keizer en kapittel ook in beeld te vangen. Ook op andere plekken, zoals door middel van het nog steeds beroemde timpaan in het westelijke deel van de kerk werd Servaas gepromoot. En niet veel later werd opdracht gegeven tot de bouw van een enorm nieuw portaal aan de zuidkant, het zogenaamde bergportaal. Daarin kon je zelfs in een stamboom zien hoe belangrijk en heilig Servaas wel niet moest zijn, hij was familie van niet minder dan Maria, de moeder van Jezus!

In de andere hoofdstukken van het boek gaat het over de bouwkundige zaken die laten zien dat er een connectie bestond tussen bijvoorbeeld Maastricht en Sint Truiden, maar ook tussen Maastricht en Duitse gebieden zoals de Wartburg in Eisenach. Henric van Veldeke was in dienst van de graven van Loon en zo kwam hij op veel plaatsen. Aan de hand van het Maastrichtse getijdenboek wordt de hoofse cultuur van die tijd belicht, die we sterk terug zien in zijn minneliederen. Een ander belangrijk hoofdstuk gaat over de taal van Henric van Veldeke. Aannemelijk wordt gemaakt dat de overgeleverde tekst, afkomstig van een afschrift uit latere tijden, dicht bij het origineel komt. Er blijkt namelijk nog een fragment van het origineel te bestaan, en dat is exact gelijk aan het overeenkomstige deel in de latere afschrijving. We kunnen dus met een zekere mate van zekerheid concluderen dat de rest ook hetzelfde als het origineel is. Ook lijken er aanwijzingen te zijn dat de Duitstalige gedichten eerst in een taal die nog dicht bij het Nederlands staat zijn geschreven en pas later zijn verduitst. Aan de hoofse liederen, de Servaaslegende en aan de Enéis worden aparte hoofdstukken gewijd. Zo is er zelfs naar aanleiding van het verhaal van van Veldeke een stripverhaal gemaakt in 1474, dat zich thans in het nationale museum van Wenen bevindt.

eneis wenen

De minneliederen van Servaas zijn ook vaak van afbeeldingen voorzien. Onderstaande afbeelding verbeeldt Veldeke terwijl hij onder een boom aan het dichten is.

veldeke als minnezanger

In de twee laatste hoofdstukken wordt onderzocht of er reconstructies mogelijk zijn van de praktijk van de minnezangers uit die tijd, waarbij ook muziek wordt gebruikt. En niet alleen wordt gekeken naar de muziek van de minneliederen, ook wordt onderzocht hoe de meer verhalende gedichten zoals de Servaaslegende of het verhaal van Dido en Aeneas zouden hebben kunnen klinken. De minnezangers maakten veelal gebruik van vaak voorkomende bouwstenen, zogenaamde contrefacten. Dat helpt om tot een soort reconstructie te kunnen komen. Hieronder een stukje uit de Enéis van van Veldeke. Waarschijnlijk klonk er ook een begeleiding bij van misschien een luit.

Dido woelt in haar bed en kan van verliefdheid de slaap niet vatten. (Berlijn, Pruisische staatsbibliotheek)dido in bed

muziek

Owee, heer Aeneas. wat was ik machtig, toen ik u voor de eerste keer tegenkwam. En dat ik u heb gezien in dit land, dat moet ik zeer beboeten.‘ (‘Giwaltig’ kun je misschien ook vertalen als ‘overweldigd’. ‘engelten = ontgelden’)


Afgezien van mijn zangkunsten die niet al te best zijn, heb ik toch grote twijfels of het zo ongeveer geklonken heeft. Alle geleerde navorsingen ten spijt, zou onderstaande versie, die ik spontaan verzin, niet dichter bij het origineel komen?

Het is een buitengewoon rijk boek, mooi vorm gegeven en met prachtige platen. Ik ben dit artikel begonnen met Henric van Veldeke en de Servaaslegende, daar eindig ik dan ook mee. Hieronder een fragment uit dat dichtwerk, het deeltje dat gaat over het belang van Servaas: Karel de Grote wilde al dat iedereen naar Maastricht kwam!

Doen coninck Karle ende sijne man
den seghe dae alsoe ghewan
– daer hem God dede ghenade –
doen waert hij des te rade
dat hij sijne boden sande
in Vranckrijke tot sijnen lande.
Doe hem God loeste uuter noet
den busscoppen hijt ontboet
clercken ende gheleerden,
abden ende bekeerden.
Mit goeden trouwen hij dat dede
ende bat hon mit soeter bede,
den heren van Vranckrike,
ende ontboet hon vriendelike
wie dat heme erganghen was,
datten God ende Sinte Servaes
uuter sorghen verloeste
ende ghenadeliken trooste.
Hij ontboet hon sijne holde
op dat hon God gheven wolde
ter zielen dat ewich liecht,
dat sij voeren te Triecht
ende Sinte Servaes den werden
verhieuen uuter eerden
ende hoechden ende eerden
ende sijnen loff vermeerden,
want hoem die eer wale betam
ende hij heme te hulpen quam
doen hoem des noet was;
want hem der goede Sinte Servaes
uuter sorghen verloeste
wijseliken hijt bedachte.
Dat Karle gheboden hadde soe
des waren die keersten voele vroe.
Zodra koning Karel en zijn mannen
daar dankzij Gods genade
de zege hadden behaald,
besloot hij
boodschappers te sturen
naar zijn land, Frankrijk.
Toen God hem uit de nood had gered,
liet hij bisschoppen,
klerken, geleerden, abten
en kloosterlingen bijeenroepen.
Oprecht vertelde hij
de Franse heren
in vriendelijke bewoordingen
hoe het hem vergaan was
en hoe God en Sint Servaas
hem genadevol
te hulp waren gekomen
en uit de nood hadden verlost.
Hij beval hen in Gods genade aan
– opdat Hij hun zielen
het eeuwige licht wilde geven –
en riep hen op naar Maastricht te gaan
teneinde de dierbare Sint Servaas
te diens eer en glorie
en ter vermeerdering
van diens roem te verheffen;
Servaas kwam die eer waarlijk toe,
omdat hij Karel te hulp was geschoten
toen dat noodzakelijk was.
Omdat de goede Sint Servaas
hem van zijn zorgen had verlost,
kwam hij op dat verstandige idee.
De gelovigen waren zeer verheugd
over Karels opdracht.
  • Henric van Veldeke en zijn muziek, onder leiding van Herman Baeten. Alamire, ISBN 90-6853-203-6.
  • In de schaduw van de keizer, Hendrik van Veldeke en zijn tijd (1130-1230). Jozef D. Janssens. Walburgpers. ISBN 978-90-5730-528-3
  • Order and confusion, Fred Ahsmann, Clavis, kunsthistorische monografieën deel XXIV, 2017. ISBN 978-90-75616-13-2

Gerelateerde artikelen:

 

Geplaatst in Geschiedenis, taal | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

De wereld

-‘Ik ga het hele zonnestelsel tekenen zei mijn oudste kleinzoon. ‘
Leuk dacht ik, weer eens wat anders dan al die treinen. Even later kwam hij de tekening laten zien.
zonnestelsel
-‘Kijk ik heb ook een komeet getekend.’
In de buurt van Saturnus zag je een komeet op weg naar de zon. Hij had al een staart.  En je zag nog enkele banen van kometen, dwars op die van de banen van de planeten. Hij had naast de acht planeten en hun baan ook de baan van Pluto getekend, die meer elliptisch is. Hij vindt net als ik dat Pluto veel wordt verwaarloosd sinds hij is gedegradeerd tot dwergplaneet. En natuurlijk zie je ook tussen Mars en Jupiter de asteroïdengordel. De banen met zwart potlood, de planeten en de zon had hij allemaal een kleurtje gegeven met kleurpotloden. Natuurlijk de juiste kleur, Uranus een beetje groenachtig en Neptunus blauw.

Hij ging weer naar zijn tekenplek, zijn broertje van vier zat intussen achter de computer in de tekstverwerker een verhaal te tikken. Ook daar moest ik naar kijken. Ik leerde hem hoe je de letters weer kon verwijderen met backspace. Dat was leuk.

grinzingEen nieuwe tekening was klaar, met potlood. Op de achterkant van een weggegooid stuk papier, zoals gewoonlijk.
-‘Dit is in Oostenrijk’.
Verwonderd vroeg ik me af hoe hij hier bij kwam. Hij was ooit enkele jaren geleden in Zwitserland geweest, maar Oostenrijk?
-‘Waar in Oostenrijk?’ probeerde ik.
-‘In de hoofdstad. Ja het is aan de rand van de hoofdstad, daar kun je de bergen goed zien.’
-‘De hoofdstad van Oostenrijk is Wenen. Aan de rand van die stad kun je inderdaad goed bergen zien’.

Ik ben daar  enkele keren geweest, een keer vanuit een hotel in Neuwaldegg. Al lopende was je bij het heuvelachtige Wiener Wald. En met een bus kon je helemaal over de Höhenweg tot aan de Kahlenberg rijden en had je vanuit de hoogte een prachtig uitzicht over de stad. En te voet kon je afdalen door de bossen of door wijngaarden naar Grinzing. Vanuit de bossen boven Grinzing kon je op sommige punten in de verte de heuvels weer zien liggen als je terug keek richting Kahlenberg. De tekening van mijn kleinzoon moest dus over Grinzing gaan. Ik haalde nog wat foto’s tevoorschijn van toen ik in Grinzing was. En kreeg gelijk zin om er weer naar toe te gaan.

wenen1

wenen2De huizen in Grinzing lijken niet op de huizen van de tekening van mijn kleinzoon. Ook zie je daar de bergen anders. Zijn tekening deed me meer denken aan Innsbruck. Dat ligt helemaal in een dal en je ziet vanuit de stad onmiddellijk de hoge bergen. Maar dat doet er niet toe. Hij wist dat er in Oostenrijk ook bergen waren, net als in Zwitserland. En ik zou trouwens niet alleen weer een keer naar Wenen willen maar ook naar de prachtige locatie die hij verzonnen had.

Zo mijmerende bedacht ik me waarom ik Wenen zo’n stad vind waar ik me thuis voel. Is het vanwege deze mooie locatie aan de rand van het Weense woud? Is het vanwege de culturele tradities van met name de tijd rond 1800 en rond 1900? Is het vanwege het aangename en het beste openbare vervoer dat ik van een grote stad ken? Is het vanwege de vele musea op de meest mooie locaties waarvan ik hooguit de helft tijdens mijn vijf bezoeken gezien heb? Is het omdat iedereen een beetje afstandelijk maar tegelijk heel beschaafd is? Is het omdat het net als Maastricht een conservatieve tevredenheid uitstraalt? Amsterdam, Berlijn, Parijs bruisen. Wenen veel minder waardoor het er aangenaam rustig is. En ik heb veel moeite met onrust en een overdaad aan toeristen. Maar in Wenen proef je op elke straathoek geschiedenis. Beethoven, Schubert, Bruckner, Mahler, Schönberg, Siegmund Freud: je kunt je proberen voor te stellen hoe het er was in hun tijd en je loopt op plekken waar zij ook liepen. Ik kan me helemaal verliezen in dat soort fantasieën.

Mijn kleinzoon loopt in zijn fantasie door een leuke voorstad van Wenen. Ik stel me zo voor dat hij op zijn manier daar ook van geniet. Maar soms gaat hij ook naar de maan of naar Mars. Ik ga een enkele keer met hem mee. We hijsen ons in ons ruimtepak en vanaf beneden aan de trap stijgen we op. Vanaf het grote bed fantaseren we dat we boven op de Olympus Mons zijn en over heel Mars kunnen uitkijken. Dat moet daar probleemloos kunnen, er is op Mars immers geen hinderende atmosfeer. En als de zon is ondergegaan zien we gelegen op onze rug de mooie blauwe aarde als een prachtig object aan de hemel. En heel veel sterren. Zelfs UY Scuti kun je daar met het blote oog zien. Na een tijdje dalen we weer met de raket af en komen terug. Hij tekent daarna misschien  iets van wat hij daarboven gezien heeft. Of iets anders van de grote fascinerende wereld.

Zijn broertje had intussen een nieuw verhaal getikt. Een verhaal van twee pagina’s. Met uitsluitend de letter X.
-‘Kijk!’ zei hij trots. Hij had de grote-mensenwereld getikt. Twee velletjes met een geheimzinnige X. De wereld die ook hij steeds meer gaat verkennen.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , | Plaats een reactie

Zwemles

Lachend en met een tekening in zijn hand kwam mijn oudste kleinzoon me tegemoet bij het schoolplein. We moesten nog even wachten op de klas van zijn jongere broertje. Even later kwam er nog een lachend en stralend jongetje aanrennen.
-‘Wat heb je gemaakt?’
aardeMijn oudste kleinzoon had een tekening in zijn hand. De hele aarde stond er op. Met de namen van de werelddelen en van sommige landen erbij. Rusland stond er twee keer op want hij weet dat als je de aarde “uitklapt” je dan opnieuw bij Rusland uitkomt, zo stond het ook bij ons thuis op de wereldkaart. De hele wereld en alles er op en er aan blijft hem boeien. Hij kijkt de laatste tijd regelmatig naar een filmpje met de tien snelste treinen van de wereld. De allersnelste komt uit Japan, dus nu weet hij ook waar Japan ligt. En ook Zuid-Korea.
– ‘Oef’, zei ik.  ‘De noord- en zuidpool heb je omgewisseld. Dat is niet erg hoor. We kunnen het zo meteen met tippex uitvegen, dan kun je het als je wil verbeteren. Toen kwam er een warrig verhaal hoe het kwam dat hij dat omgewisseld had, iets van “heel vroeger”.  Aan de tippex-behandeling zijn we niet meer toegekomen. Thuis werd er piano gespeeld. En er werden bouwwerken met duplo gemaakt. Zijn broertje hielp me met aardappelen snijden, met een scherp mes, trots en behendig. We gingen eerder dan normaal eten, want hun moeder kwam al vroeg met hun zusje zodat ik met mijn oudste kleinzoon naar zwemles kon.

Hij is al regelmatig met ons, grootouders, mee gaan zwemmen en durfde heel langzaam steeds meer. Totdat er iets gebeurd was waardoor hij heel erg angstig werd. Volgens zijn moeder heeft het te maken met dat hij een keer water in zijn mond kreeg en bijna moest overgeven. Hij is uiterst bang voor overgeven. Laatst had de halve familie buikgriep, hij weet dan niet meer waar hij het zoeken moet van de angst dat iemand gaat overgeven. Sinds die negatieve ervaring met dat water is hij ook heel bang onder de douche. Zijn ouders hebben een heel aardige, geduldige en lieve badjuf gevonden. Essentieel was dat hij grond onder zijn voeten bleef voelen. Maar zelfs drijven op een plank durfde hij inmiddels, als hij bij het gaan staan maar al snel weer grond voelde. Dat was voor hem essentieel. Die zwemles met die juf kon niet meer, het was in een buitenbad. Nu werd er naarstig gezocht naar een nieuwe locatie.

Dat werd een sportschool waar ook in kleine groepjes en zelfs individueel les werd gegeven. Samen met mij ging hij er voor de eerste keer naar toe, heel enthousiast, helemaal niet bang.
-‘Je kunt er staan hè opa?’
-‘Dat weet ik niet, ik ben er nog nooit geweest, maar ik neem aan van wel.’
Het centrum heette “Health club”.
-‘Wat betekent dat opa?’
-‘Dat betekent “gezondheidsclub”. Het is een gebouw waar je aan allerlei sporten kunt doen waar je gezond van wordt.’
-‘Waarom zeggen ze niet gezondheidsclub?’ Dat was ik helemaal met hem eens. We werden door een vriendelijke medewerker naar het zwembad gebracht. Onderweg liepen we door een heel grote fitnessruimte. Allerlei bodybuilders waren daar bezig. Eerst moest hij zich omkleden.
-‘Is het zeehondje ook mee?’ Het zeehondje is een van onze vier knuffels die er bij horen. Zeehondje houdt erg van zwemmen.
-‘Ja, hij is “zogenaamd” mee’, antwoordde ik.
-‘Zeehondje’, sprak hij tot het zogenaamde zeehondje, ‘ga jij ook zwemmen?’
Ik zette mijn zeehondjesstem op en zei:
‘Jazeker, ik spring er gelijk in. Ik vind zwemmen superleuk’.
En zo babbelde mijn kleinzoon een tijdje met het zeehondje terwijl hij zich uitkleedde. De bodybuilders die zich ook aan het verkleden waren keken enigszins bevreemd onze kant uit maar daar trokken we ons niets van aan.
-‘Nu moet je me goed helpen onthouden. In dit kastje zitten jouw kleren, welk nummer staat er op?
‘-‘Elf acht’.
-‘Heel goed, en dat is dan honderd achttien.’ Hij keek nog even naar het getal.
-‘Daarnaast staat honderd twintig’ zei hij spontaan. Waw, dacht ik. Gelijk doorhebben dat als er drie cijfer staan het eerste de honderden aangeeft!
We liepen naar het zwembad. In het bad waren twee kinderen, allebei met een aparte instructeur. Hij liep naar een van beiden toe, welke ook zijn juf bleek te zijn:
-‘Waar is het ondiepe?’
-‘Hier is geen ondiepe.’
Huilen schreeuwen. Het zwembad bleek een aardige akoestiek te hebben… . Ik nam hem op schoot. Toen de juf klaar was met het meisje zei ze vanuit het water:
-‘Kom maar eens naar me toe.’
Het huilen werd intenser.
-‘Dat wil ik niet.’
-‘Ja, we gaan eerst kurken omdoen, dan kun je niet zinken.’
Dat wilde hij ook niet. Ik ging met hem naar de kurkenmand. Uiteindelijk tilde ze hem zachtjes in het water. Hij bleef compleet verkrampt huilen, hoe lief ze ook tegen hem deed. De conclusie: hij kan alleen “één op één” les hebben voorlopig, zeker tien lessen lang.
-‘Hou oud is hij?
-‘Zes jaar’.
-‘Dan moet hij het toch wel kunnen?’  Ik zei nog eens dat hij autistisch was en dat leeftijd geen enkele norm was. Zijn ouders moesten er maar nog eens over denken.

Blij en opgelucht gingen we weer naar de kleedruimte.
-‘Dit gaat het niet worden’, zei hij tegen de bodybuilders. ‘Je kunt daar niet staan’.
Ze moesten lachen en probeerden hem uit te leggen dat hij het al heel snel niet meer eng zou vinden. Ik bemoeide me niet met het gesprek.
-‘Kijk, daar staat cijfer 100!’ En daaronder 99!’ Hij was alweer geland. We reden naar zijn huis. Onderweg waren we allebei stil.
-‘Slaap je?’ vroeg ik. Door het achteruitkijkspiegeltje leek hij in slaap te zijn gevallen.
-‘Nee hoor, ik zit alleen een beetje scheef.’

Ik had hem beloofd dat hij nog even op mijn tablet Google Earth mocht doen.
-‘Opa, schrijf je mount met ou of au.’
Ik begreep wat hij bedoelde.
-‘Met ou.’
Hij tikte mount everest in. En met streetview keek hij vervolgens over al de andere bergen uit.
-‘Opa, past de Mount Everest in de Olympus Mons?’
-‘Ja zeker, de Olympus Mons op Mars is de hoogste berg van het hele zonnestelsel. Dan is de Mount Everest opeens een heel klein bergje.

Zijn broertje en zusje waren al naar bed. Nu was hij ook aan de beurt. Vanmiddag gaat hij met hen en opa en oma naar een zwembad waar hij wel  kan staan. Het zeehondje zal ook wel weer mee willen.

Geplaatst in kleinzoon, pedagogiek en onderwijs | Tags: , , , | 1 reactie

Amarcord

amarcordIk was vrijdag om 5 uur bij een Mis. Een mis waarin geen preek, geen collecte, geen consecratie en waarin ook geen communie was. Het was een mis die helemaal gezongen werd, hij was opgebouwd rond de hoofdbestanddelen Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus/Benedictus en Agnus Dei. En daarvoor en er omheen waren er inclusief toegift nog 8 stukken, 13 in totaal dus. Religieuze muziek die geschreven is in de middeleeuwen, in de renaissance en in de moderne tijd. Alles was puur vocaal zonder enige begeleiding. Ik luisterde naar de vijf heren van Amarcord. Bijna elk stuk in die namiddag klonk even mooi. Het was een prachtige Mis, in de natuurlijke ambiance van de OLV-basiliek. En wat een mooie keuze van stukken:

Thomas Tallis – Te lucis ante terminum
Guillaume de Machaut – Kyrie uit ‘La Messe de Nostre Dame’
Sidney Marquez Boquiren – Gloria
Gregoriaans – Liberasti nos uit ‘Moosburger Graduale’
Orlando di Lasso – Litaniae Beatae Mariae Virginis a 4
Francis Poulenc – Quatre petites prières de Saint Francois d’Assise
Johannes Ockeghem – Credo a 5
Gregoriaans – O Crux splendidior
William Byrd – Sanctus uit ‘Mass for Five Voices’
John Tavener – The Lamb
Gregoriaans – De profundis uit ‘Moosburger Graduale’
Marcus Ludwig – Tenebrae uit ‘Drei Gedichte von Paul Celan’

Als toegift klonk: “OtЧe Иaш (Onze vader) van Nikolaj Nikolajewitsch Kedrow

Al deze stukken staan ook op een CD. De CD heet “Tenebrae” , genoemd naar het stuk van Marcus Ludwig. Op deze CD staan naast deze 13 stukken nog 8 andere stukken, de Mis is daar dan als het ware nog uitgebreider. Bij het programma in Maastricht ontbrak bijvoorbeeld het Agnus Dei uit een manuscript uit 1410. Wel hoorden we een ander Agnus, “the lamb” van John Tavener. Behalve alle teksten staan in het CD-boekje mooie toelichtingen.
Welk stuk vond ik nu echt het mooiste? Het was zo verschillend allemaal. Misschien wel het Credo van Ockeghem, of het kwetsbare “the Lamb” van Tavener, of het indringende “Tenebrae” van Marcus Ludwig?

boquirenNee, ik heb gekozen voor het Gloria van de Filippijnse componist Sidney Marquez Boquiren. De zangers van Amarcord hebben hem tijdens een tournee in Amerika leren kennen.  Hij schreef voor hen een stuk waarin vooral ook de lengte van de adem van de mens, in dit geval van geschoolde zangers, een van de parameters is. Het werd in de OLV-basiliek gezongen terwijl de uitvoerenden in een cirkel stonden waardoor ze elkaar goed konden zien en horen. Ze probeerden af en toe samen de klank als het ware als een lichtstraal de hoogte in te sturen. Het enige tekstdeel van het Gloria dat gebruikt werd was de beginzin: Gloria in Excelsis Deo: Eer zij God in den Hoge. Gloria-eer, is vanaf de baroktijd een uitbundig woord, het hele gloria is dan ook meestal een uitbundige lofzang. Bij Boquiren horen we eerst inderdaad nadrukkelijk en uitbundig het woord “gloria”, maar daarna horen we vooral “de eeuwigheid”. Niet zozeer wat mij betreft “in den hoge”,  maar vooral een heel wijds, ruimtelijk, niet aards en bijna eeuwig eerbetoon. Het stuk eindigt heel mooi verstild, het verstomt in de ruimte.

Voor de mensen met een muziek-achtergrond: ik heb het stuk auditief geanalyseerd en deze analyse staat hier onder, cursief weergegeven. Sla het rustig over!

Wat voor samenklanken hoor je en is er sprake van een toonsoort? Toen ik nog les gaf in muziektheorie aan het conservatorium liet ik mijn leerlingen experimenteren met samenklanken en toonladders om ze vertrouwd te laten raken met een meer modern idioom. Een van de oefeningen was dat ik ze een zes of zeventonige toonladder liet verzinnen. Daarmee gingen ze componeren. In het hele stuk mocht uitsluitend gebruik worden gemaakt van die tonen, zowel in melodisch opzicht, maar ook in harmonisch opzicht: alle zeven tonen mochten eventueel zelfs allemaal tegelijk als samenklank gebruikt worden. Het blijkt dat je dan vanzelf die drie-, vier-, vijf-, zes- of zevenstemmige samenklanken gaat accepteren als een logische eenheid. Er gebeurt relatief weinig door die beperking, maar je kunt gebruik maken van registers, je kunt samenklanken verleggen, je kunt ze uitdunnen enz. En verder kun je vooral ook muziek maken met melodie en ritme. Het samenklank idioom vormt door zijn beperking een gewaarborgde eenheid. Of de muziek verder interessant is wordt bepaald door hoe je er verder mee om gaat. Het lijkt wel of Sidney Marquez Boquiren deze opdracht, die ik indertijd aan mijn studenten gaf, op zijn manier heeft uitgewerkt. Hij gebruikt, op één uitzondering na, helemaal op het einde van het stuk, uitsluitend de 7 tonen van de oorspronkelijke mineurtoonladder van A.

Gloria. De eerste drie en een halve minuut horen we alleen het woord “gloria”, “eer”. Het stuk begint met een grote drieklank van F, FAC, maar tegen de C klinkt een snerpende B. Een grote drieklank met een scherp randje dus. De A in deze drieklank blijft de basis, deze blijft namelijk  voortdurend als een lange toon  doorklinken en wordt zo tot een  basistoon. In de loop van de eerste minuut komen er nog meer “witte toetsen” bij: eerst de G in een dalend loopje AGF, dan AEG waarbij de E en de G samen met de A en C blijven doorklinken. Dan wordt de laagste toon een D: DEGA. Het loopje AGFE, een dalend motiefje is de voorbode van nu een aantal snelle motiefjes van achtste noten, nog steeds wordt uitsluitend het woord Gloria gezongen. Elk motiefje heeft twee noten en twee lettergrepen: Glo-rja, Glo-rja enz. Alleen de noten D, E, F en G worden gebruikt, met daarbij telkens de lange toon A. Het geheel wordt opeens veel zachter, korte motiefjes met dit materiaal, dan een langer motief, bijna een melodie: ABCDE, de laatste E echter een octaaf lager. Met dit idee wordt gespeeld: BCDEF, nu de laatste twéé tonen een octaaf lager. Nog even gaat hij met iets dergelijks door.

In excelsis. Op 3:30 minuut horen we voor het eerst de tekst “in excelsis”: GA C—–B. “Cel” van” Excelsis” is de hoge C die langgerekt is en tegelijk is het de hoogste toon, een letterlijke tekstuitbeelding dus van “in den hoge”.  Het register wordt hierna veel breder, er komen heel lage bastonen bij waardoor de hoogte van “excelsis” des te beter overkomt. De lange bourdontonen worden nu gevormd door een lage A met een kwint hoger een E, de andere heren zingen in motiefjes “Gloria in excelsis”, gebruik makend van nog steeds uitsluitend “witte toetsen”. Het woord “excelsis” wordt door de drie hoogste stemmen voortdurend in verschillende motiefjes herhaald, met steeds twee tonen op de lettergreep “cel”. Dit steeds zachter, er onder blijft de kwintenbourdon klinken.

Gloria in excelsis. Na twee keer nadrukkelijk “in excelsis, in excelsis” komt weer de langere tekst “gloria in excelsis”, waarbij de vijf zangers homoritmisch zingen, steeds vier-of vijfstemmige akkoorden met minstens een scherpe dissonant erin. Nog steeds uitsluitend tonen van de diatonische toonladder van A.

In excelsis Deo. Op 5:13 komt voor het eerst het woord “deo”, achter “in excelsis”: AAB—-FGA—A (In Ex-Cel—–Cihies De—O). Onmiddellijk daarna wordt het woord “deo” nog enkele keren herhaald. Nu werkt het stuk naar het einde toe.

Gloria. Zacht begint “Glo” eenstemmig op een lange A, er komt later een Hoge E bij, dan een D, opnieuw vanuit de kale A, nu ook nog een F en een G. Nog een keer opnieuw vanuit de A, maar nu komt er voor het eerst een echt nieuwe toon bij, een lage F# die zachtjes knerpt tegen de er boven liggende G. Dit akkoord werkt als een soort dominant, die heel sereen en superzacht de gezamenlijke A als slottoon voorbereidt.

Het hele concert, zonder toegift,  is nog terug te beluisteren: ga naar https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2019-09-22
Het is het eerste deel van het avondconcert waarop nog twee andere concerten te horen zijn, alle drie zijn ze opgenomen tijdens het festival Musica Sacra.

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , | 1 reactie

Musica Sacra

Gisteravond waren er op radio 4 drie concerten te horen zoals ze de afgelopen dagen in Maastricht hebben geklonken tijdens het festival  Musica Sacra. Bij een van die drie opnames was ik aanwezig. Ik hoorde ook nog een ander concert dat niet is opgenomen. Daarnaast maakte ik nog een speciale media-ervaring mee, ook tijdens het festival. Alles wat ik meemaakte was van hoge kwaliteit, verrassend en er was een wereldprimeur te horen. Hulde aan de medewerkers van radio 4 die hier aanwezig waren. Schande dat er niemand van de Volkskrant bij was. De maandagochtendkrant die ik net gelezen heb bevatte ook nu weer veel recensies van culturele dingen in vooral Amsterdam, maar geen enkel artikel ging over een van de culturele hoogtepunten van de afgelopen dagen in Maastricht.

Ik was er vrijdag. Ik had ingetekend op “Waar je ook gaat, daar ben je” van Mariël Vaartjes en Ali-Ben Horsting. Voor het schoolplein van een basisschool in de Begijnenstraat kon je je aanmelden. Je kreeg een koptelefoon op en moest gaan zitten op een bank in het er tegenover gelegen park. De eerste vijf minuten werd je, genoeglijk zittend in de schaduw onder een grote boom, auditief  warm gemaakt om als pelgrim een bidweg te gaan volgen. Er bestaat in Maastricht een eeuwenoude pelgrimsroute. Die wordt nog steeds elke zaterdag gelopen door de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw. De leden van deze broederschap dragen flambouwen en zijn gehesen in hun broederschapskostuum. Vóór hen lopen de pastoor en een of meer diakens. Achter de kleurrijke broederschap lopen dan de pelgrims. Ze volgen samen de eeuwenoude bidweg. Deze zelfde route liep ik nu ook, maar dan met een koptelefoon op en helemaal in mijn eentje. Je kwam niemand van de andere deelnemers tegen, iedereen vertrok met vijf minuten afstand van elkaar. De makers probeerden om je al lopende het gevoel te geven dat je een middeleeuwse pelgrim was. Er staan op de route veel Mariabeeldjes, met daarop telkens een andere voorstelling. Bij elk beeldje bleef je stilstaan en werd je gewezen op dingen die je kon zien en je kon dan op jouw manier proberen om contact te maken met je innerlijk. Voordat je bij het begin van de bidweg bij de Basiliek was aangekomen was je nog even een middeleeuwse pelgrim, nog een buitenstaander, die langs pesthuizen, slachterijen en hoerenbuurten liep. Met alle bijbehorende geluiden.. Maar vanaf het moment dat je aan de echte bidweg begon bij de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek werd je een biddende pelgrim. De muziek en de teksten, het ritmische lopen, moesten je helpen om je naar binnen te keren. Je was steeds op jouw manier aan het bidden. Je ging je leven overdenken om zo gelouterd weer bij de basiliek terug te kunnen keren. Naar mijn persoonlijke ervaring waren de makers daar goed in geslaagd. De timing van het lopen was perfect, je werd vanzelf van straat naar straat geleid. De muziek, geluiden en de tekst die je door de koptelefoon hoorde waren mooi op elkaar afgestemd.

irene-kurka’s Avonds om 10 uur zong Irene Kurka in de keizerzaal van de Servaas. Ik had dat concert uitgekozen vanwege de locatie maar ook om de combinatie van oude en nieuwe muziek. Hildegard von Bingen had ik daar al eerder gehoord, nu hoorde ik de muziek gezongen door slechts één vrouwenstem. Daarnaast waren er nog drie moderne muziekstukken te horen, waaronder een speciaal voor haar geschreven stuk door de Litouwse componist Vykintas Baltakas: Incantatio. Het was tegelijk de wereldpremiëre van dat stuk. Jammer dat er geen opname van is, ik zou het vaker willen horen. Het klonk heel ritmisch, het was onmiskenbaar op Litouwse volksmuziek gebaseerd, het was heel expressief en energiek. Dat kon je van alle stukken zeggen die Irene Kurka zong. Wat een stembeheersing, wat een geluid! Ook de acht liederen van Hildegard von Bingen werden uiterst geconcentreerd, mooi en expressief gezongen. De tekst was helemaal doorvoeld. Ze zong onder meer “O Virtus sapientiae”, een antifoon voor het feest van de heilige drie-eenheid. Dit feest was in de tijd van Hildegard von Bingen nog geen verplichte feestdag, dat werd het pas in de veertiende eeuw. Het werd gevierd op de eerste zondag na Pinksteren. Het “omcirkelen” in de tekst slaat op “de Heilige Geest”, die net een week eerder, bij het feest van Pinksteren, centraal stond in de liturgie. Nu gaat het om de combinatie van Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar de Heilige Geest, de derde,  is overal aanwezig.

O virtus Sapientiae,  –  o deugdzame wijsheid
quae circuiens circuisti  –  die al omcirkelende omcirkelt
comprehendendo omnia  –  en daarbij alles omsluit
in una via, quae habet vitam,  –  in die ene weg, welke het leven bezit
tres alas habens, –  je hebt drie vleugels
quarum una in altum volat,  –  waarmee je naar de hoogte stijgt
et altera de terra sudat,  –  en je de wereld verlaat
et tertia undique volat.  –  en de derde is overal aanwezig
Laus tibi sit, sicut te decet,  – lof zij u, zoals u toekomt
O Sapientia.  –  o wijsheid

Aan het concert dat ik om vijf uur hoorde in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek besteed ik een apart blog.

Hier meer over Hildegard von Bingen.

 

Geplaatst in muziek, recensie | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie