De Vorst en de Spiegels
Er was eens een weergaloos knappe vorst.
Hij was zo mooi, dat hij met een scharlakenrode doek
voor zijn gezicht door de straten reed.
Maar zelfs dan werden mensen gek als ze hem zagen.
Wie zijn naam uitsprak, werd van zijn spraak beroofd
En velen vielen ter plekke dood neer.
Ze konden zijn aanblik niet verdragen,
Maar leven zonder hem konden ze ook niet.
Ze stelden zich ermee tevreden zijn stem te horen,
Maar dat was zo vreselijk pijnlijk,
Dal ze hem toch weer wilden zien.
Daarom liet de vorst in zijn paleis spiegels aanbrengen
En als hij daarin keek, zagen de mensen buiten de weerspiegeling van zijn gelaat.
Wil je van die onvergelijkelijke schoonheid
Een glimp opvangen. kijk dan in je hart
En zie daar de adeldom van de grote vriend weerkaatst.
Zijn ziel openbaart zich in de deeltjes van het geheel.
De menigvuldige vormen in de wereld ontspringen aan de schaduw van de vorst.
Je ziet zijn schaduw wel, maar niet zijn glans.
De schaduw en hijzelf zijn echter een, ze horen bij elkaar.
Zoek je een weg vanuit de schaduwen naar de werkelijkheid:
Als je zijn hof vindt, ga dan door de poort —
Het licht breekt door de wolken heen
En je ziet niets anders meer dan de stralende zon.
Deze tekst is van Farid Ud-din Attar, en komt uit het boek “de samenspraak van de vogels”, een keuze uit zijn soefi poëzie. De schrijver komt uit Iran en leefde in de eerste helft van de twaalfde eeuw. In de loop van de tijd zijn er vele varianten van de soefi filosofie geweest. Bovenstaand gedicht illustreert naar mijn idee een van de kerngedachten van de soefi filosofie: het wezen der dingen is overal en je kunt het vinden door diep in je zelf te kijken.
Het gedachtengoed van de soefisten is ook heel lang in Spanje aanwezig geweest. Dat had tot gevolg dat er in die tijd er een enorme verdraagzaamheid heerste tussen Moslims, Joden en Christenen. Je kunt soefist zijn en tegelijk een godsdienst belijden. In die tijd waren veel moslims en ook de leiders tegelijk soefist. Ook samenkomsten van tegenwoordige soefisten in het westen, zoals die in de Soefi-tempel in Katwijk, worden bezocht door zowel niet gelovigen, Christenen of wie dan ook.
Op de Engelstalige wikipedia vond ik informatie over de geschiedenis van het soefisme in Spanje. Ik licht er enkele dingen uit en vat deze samen:
Ibn Masarra leefde in het begin van de tiende eeuw en hij wordt wel beschouwd als de eerste soefist in Spanje. Na diens dood werden zijn volgelingen in 940 zwaar vervolgd door juristen die zijn werken vernietigden en die ook zijn volgelingen dwongen om deze te herroepen. In de loop van de elfde eeuw kwam er weer meer acceptatie – of op zijn minst tolerantie – ten opzichte van de filosofie van het soefisme. Veel mensen begonnen de werken van filosofen zoals Aristoteles en Plato te lezen en te vertalen. Het Andalusische soefisme bevond zich op dit moment op zijn hoogtepunt. Het is niet voor niets dat in die tijd ook iemand als Hermann von Reichenau zich liet inspireren door Arabische denkers
Een groot deel van Spanje, en heel lang vooral Andalusië, werd in deze eeuwen bestuurd door Islamitische leiders, die weer in contact stonden met geloofsgenoten vooral in Marokko. In een eerder blog schreef ik al over Averroës, ook genoemd Ibn Rushd. Deze kenner van de geschriften van Aristoteles stond in contact met Ibn ‘Arabi, een van de grootste schrijvers van zijn tijd. Hij leefde rond 1200 en wordt beschouwd als een van de belangrijkste soefi’s van Spanje, hoewel hij – zoals veel andere Andalusische soefi’s – uiteindelijk het schiereiland zou verlaten en door heel Noord-Afrika en het oosten zou reizen. Aan hem worden meer dan 800 geschriften toegeschreven, waarvan meer dan 200 met zekerheid. Van een aantal gedichten is ook de muziek bekend. Bij de cursus middeleeuwen die ik volg werd gesuggereerd dat hij dat zelf gedaan zou hebben. Ik heb dat nergens terug kunnen vinden maar het lijkt me niet onmogelijk. Immers ook iemand als Hildegard von Bingen die in dezelfde tijd leefde schreef gedichten en componeerde ook de bijbehorende muziek.
Niet lang na de dood van Ibn ‘Arabi, ontstond er in het midden van de veertiende eeuw een spirituele leegte in Spanje. Ik vind het opvallend dat ook in de Christelijke wereld in die tijd eerdere denkers als Abélard, of mystici als Bernardus van Clairveaux en Hildegard von Bingen, het moeten afleggen tegen iemand als de in mijn ogen veel meer orthodoxe Thomas van Aquino. Je ziet voortdurend historische golfbewegingen. Zoals er twintig jaar geleden in Indonesië bij de daar levende moslims nauwelijks hoofddoekjes werden gedragen: nu zijn ze er weer wel, volgens iemand die ik sprak en die er onlangs en ook twintig jaar geleden geweest is.
Op youtube zijn er een aantal muzikale vertolkingen van de gedichten van Ibn ‘Arabi te horen. Waar gaan deze liederen over? Zijn werken in Andalusië concentreerden zich voornamelijk op de perfecte mens en het mystieke pad naar spirituele en intellectuele perfectie. Of ze gaan over Mohammed, en ook historische verhalen worden bezongen. Maar ook dan niet zo maar in de vorm van “een leuk verhaaltje”, maar altijd met een diepere betekenis er achter. Als ik mijn ogen sluit kan ik met die gedachte een eindje komen, ook al versta ik niets. ik vind ze mooi. Deze muziek opent je hart, of zoals we zo net lazen in het gedicht uit diezelfde tijd: Het licht breekt door de wolken heen en je ziet niets anders meer dan de stralende zon.
Of wat vind je van dit gedicht. Vertolkt door ensemble Ibn Arabi, met veel pauzes. Een mysterieuze tekst die ik zelf enigszins logisch heb proberen vorm te geven. Ik denk dat alle liederen oorspronkelijk eenstemmig zijn opgeschreven en dat ook dit lied zo een aardig beeld geeft van hoe het waarschijnlijk meestal werd uitgevoerd: eenstemmig met hooguit een simpele begeleiding.
Het is liefde, dus geef je er aan over. Het is niet gemakkelijk.
Je kunt dit doen met geduld en met verstand.
Maak je hoofd leeg, bij de liefde gaat het over ons zelf.
De eerste vorm is Saqqam, de tweede is dodelijk.
Maar er is een dood met daarin
een leven voor degenen van wie je het meeste houdt.
Ik adviseer je, de passie te leren kennen, maar het zal leiden tot
verwonding, maak dus een keuze.
Als je alleen maar je geluk naloopt zal je sterven.
Als martelaar heeft iemand slechts zijn familie.
Mensen die niet in liefde stierven, leefden er ook niet in.
Zonder bijen zouden de vruchten niet worden geplukt.
Zeg het, zodat je de liefde die je genoten hebt, ook weer zult doden.
Enkele andere gedichten met vertaling en de bijbehorende muziek van Ibn Arabi vind je via deze link
Literatuur:
- Farid Ud-Din Attar: De samenspraak van de vogels. Synthese, Rotterdam. ISBN 6271 066 9
- Hazrat Inayat Khan: The Mysticism of Sound and Music. The international Headquarters of the Sufi Movement, Geneva 1991. ISBN1-85230-091-4


Stephen Hawkins verklaarde zich zelf tot atheïst. Tot deze overtuiging was hij gekomen na zijn baanbrekende onderzoeken en theorieën over het heelal. Toch bezocht hij daarna nog de paus die graag de laatste wetenschappelijke bevindingen wilde weten en vroeg of Stephen die aan hem wilde uitleggen. Ik neem aan dat ook de paus daarna toch nog in god is blijven geloven en dat de paus op zijn beurt ook Stephen Hawkins niet alsnog weer op andere gedachten heeft weten te brengen. Een van de meest intrigerende uitspraken van Hawkins was dat “de tijd pas ontstaan is bij de oerknal”. Daarvoor was er geen tijd en het heeft dan ook geen zin om na te denken over wat er was voor de oerknal. De oerknal vond plaats en toen was er tijd. Als er dan al iets als een God is dan moet die wel haast samen vallen met de oerknal.
Vanaf de tijd dat ik bij rondleidingen de Romaanse kapitelen in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek en vooral ook die van de Servaaskerk van Maastricht van dichtbij heb gezien wil ik dichter bij het mysterie van deze objecten proberen te komen. Het zijn vaak raadselachtige sculpturen, en ook de geschiedkundigen en kunsthistorici die er boeken over geschreven hebben geven geen eenduidige uitleg. Begrijp ik wat ze zeggen? Waarom spreken sommige aspecten van hun uitleg me wel of juist niet aan? Ik probeerde zo steeds al nadenkende te kijken of ik er nog iets meer mee kon. Over mijn bescheiden bevindingen heb ik al enkele artikelen geschreven, zie de links onder aan dit artikel.
De huidige kerk, waarvan het schip met koepels uniek is in de Limousin, werd waarschijnlijk gebouwd in het tweede kwartaal van de 12e eeuw en werd gerestaureerd in de 17e en 18e eeuw. De kerk behoort tot een groep kerken die gekenmerkt worden door het gebruik van meerdere koepels. De bouw is nog het meest verwant met kerken in Angoulême en Souillac. Het schip heeft maar liefst zeven bogen. De apsis, vijfhoekig aan de buitenkant, heeft twee pilasters en vier zuilen. We zien zo wie zo veel kapiteelzuilen. Op deze kapitelen worden onder meer maskers, een grijnzende kat, wormen of slangen uitgebeeld.











Waarom gefortificeerd? Vaak wordt verwezen naar oorlogsomstandigheden, zoals die van de honderdjarige oorlog. In dit geval zou een van de oorzaken ook gelegen kunnen zijn in een ordinair conflict tussen een feodale heer en een abt.








Maar daarna raakte het snel in de vergetelheid totdat onlangs het gezelschap “Opera2Day” het werk nieuw leven in blies. Op de foto hierboven zie je hoe in de proloog, die plaats vond in de foyer van de Stadsschouwburg van Utrecht, de oude Hamlet ten grave wordt gedragen. Hierbij vergezeld door een groep koperblazers en als zangers fungeerden leden van het Utrechtse Monteverdi Kamerkoor en een aantal leerlingen van een plaatselijke Middelbare school. Daarna ging de voorstelling verder op het podium met de professionele cast. Hoe kun je zo’n spektakelstuk uit de negentiende eeuw voor een hedendaags publiek aantrekkelijk vormgeven, op een manier dat het ook nog enigszins betaalbaar blijft? Het grote koor, feitelijk hofpersoneel in de opera, wordt bij deze voorstelling, behalve dus in de proloog, gezongen door de acht solisten. De enorme orkestbezetting is sterk gereduceerd en de partituur is om die reden opnieuw gearrangeerd. De balletten en intermezzi zijn weggelaten. De dramatische lading die in het stuk zit, vooral het drama in de hersenen van Hamlet en Ophélie, wordt versterkt door de filmbeelden. We zien hoe de helden hun teksten uitbeelden maar voelen ook wat ze daarbij denken door die beelden. Prachtig gedaan en het werkt! En verder is er onderzoek gedaan naar de historische uitvoeringspraktijk: Het bleek dat er in de negentiende eeuw veel meer dan nu gebruikelijk is bijvoorbeeld gebruik werd gemaakt van rubato: het enigszins vertragen of versnellen van de muziek, om daardoor de expressie te verhogen. De expressie, ook van de individuele muzikanten, stond hoog in het vaandel. Meer dan de gelijkheid van spelen bijvoorbeeld. De instrumentalisten hebben zich deze manier van spelen enigszins eigen proberen te maken. Ik hoorde na afloop enkele muziekkenners zeggen: het was wel af en toe ongelijk.. Niemand was het daarentegen opgevallen hoe expressief er gespeeld werd mede dank zij deze “historische” uitvoeringspraktijk: mij viel het wel op, in gunstige zin.
Lombez is een stadje met 1800 inwoners. Een stad van 1800 inwoners met een kathedraal? Jazeker, in 1317 vestigde de paus er een bisschopszetel. De tweede bisschop was iemand die kwam uit een familie uit Rome en het was niemand minder dan Petrarca die deze bisschop in de zomer van 1330 opzocht en er enkele maanden doorbracht. Petrarca roemt zijn gastheer en de heerlijke tijd die hij er heeft doorgebracht. In die tijd werd ook de huidige kathedraal gebouwd. Petrarca heeft hem langzaam zien verrijzen, in 1346 was hij klaar. Het was de tijd dat de honderdjarige oorlog net was begonnen en ook in die streken angst en verderf ging zaaien. Gascogne had nog lang onder het gezag van Engelse leenheren gestaan en was pas sinds kort onder invloed van Frans-gezinde leenheren gekomen. Iets meer naar het westen lag Guyenne dat in die tijd nog door de Engelse koning werd gedomineerd. De steden in deze gebieden werden versterkt en veel kerken kregen het aanzien van een vesting. We zien daarvan sporen in de kathedraal van Lombez.

De kerktoren is gebouwd boven het baptisterium waar de gelovigen werden gedoopt. Naar vroeg-Christelijke traditie heeft deze toren dan ook acht hoeken. Acht is het getal van de wedergeboorte. Als je gedoopt bent zul je naar alle waarschijnlijkheid ook een leven na de dood tegemoet mogen zien. In dat baptisterium is een Romaanse stenen doopvont te zien uit de twaalfde eeuw. Twee rijen met decoraties. Boven zien we onder meer een jachttafereel. De dieren die er afgebeeld worden, zeker het dier links van de boogschutter, lijken eerder uit een bestiarium te komen dan uit het dagelijkse leven. Misschien wordt er ook wel het gevecht tussen het goede (de schutter) en het kwade (de duivelse dieren) uitgebeeld. Beneden zijn er een aantal vierpas bogen met in elke boog (volgens de beschrijving op een site) een monnik. De doopvont dateert nog uit de tijd voordat Lombez een bisschopszetel had. Er was toen al wel een klooster gevestigd. Wellicht zijn het monniken uit die tijd die op de doopvont zijn afgebeeld of misschien (en daar voel ik zelf meer voor) moeten we de monniken Bijbels interpreteren. Ze lijken allemaal iets te dragen en dat aan iemand aan te gaan bieden. Op Vroegchristelijke doopvonten zie je meestal Johannes de Doper die Christus doopt. De monniken hier zijn misschien dopelingen. Dat aanbieden doet me verder aan de Wijzen uit het oosten denken maar dat lijkt me ongepast op een doopvont.


Het stadje was ommuurd en had een stadsgracht, op de plaats van de huidige boulevard waar alle winkels zijn. Binnen de stadsmuren had je het grote bisschoppelijke paleis en verder de rijke woningen van de kanunniken. De rest van de huizen, in de zij-steegjes, werd bewoond door handwerkslieden, middenstanders en allerlei personeel dat nodig was om de bisschoppen te gerieven. Veel van die woningen van voor de Franse tijd zijn nog te zien.
Bij de avondhemel waren uiteraard het sterrenbeeld Orion en de heldere ster Sirius erg mooi te zien. Wel was er storend licht doordat de maan al bijna vol was. Het viel me trouwens later in de week op hoe Sirius al vroeg in de schemering zichtbaar was, net alsof je naar Venus of Jupiter keek. Sirius is de ster links onder op het plaatje.
In de vroege ochtend, 27 februari om 6 uur, was de sterrenhemel echt spectaculair. De maan was weg waardoor het zicht daardoor niet gehinderd werd. Maar het was zo wie zo extreem donker. Er was geen enkele vorm van verlichting in de wijde omgeving te bekennen. Zo zag ik duizenden sterren. Op de volgende afbeelding kun je dat als je een goed scherm gebruikt enigszins zien, het is me eigenlijk nooit eerder gelukt zoveel sterren met mijn camera te vangen. Naast die duizenden sterren zie je ook vijf wat meer heldere puntjes. Dat zijn van links naar rechts Saturnus, Mars, de rode reus Antares, Delta Scorpii en tot slot de meest heldere van het stel: Jupiter. Antares is een van de allergrootste sterren die we kennen. Het is een rode reus tegen het eind van zijn leven. De ster Delta van het sterrenbeeld Schorpioen is een dubbelster die varieert in sterkte. Hij is nu erg goed te zien met een magnitude van ongeveer 1.5.





Hierboven zien we een afbeelding van de maan Europa. Deze maan staat bij de Nasa hoog op de agenda voor verder onderzoek, omdat het wel eens de enige plek zou kunnen zijn in ons zonnestelsel waar leven voorkomt. De condities hiervoor lijken op deze maan beter dan waar dan ook. Op Wikipedia lezen we: Europa bezit een ijle atmosfeer van zuurstof. Het oppervlak bestaat uit ijs en kent zeer weinig hoogteverschillen. Onder het ijs vermoedt men een vloeibare oceaan van water met daar weer onder silicaatrots en een kern van ijzer. Omdat er op Europa sprake is van tektoniek, staat vast dat deze maan geologisch actief is. Wellicht bevindt zich onder het bevroren oppervlak dus vloeibaar water, waarin eventueel buitenaards leven zou kunnen voorkomen. Om dit nader te onderzoeken is voor 2020 door de NASA de Europa Jupiter System Mission voorzien.
Ook denk ik trouwens Ganymedes gezien te hebben rechts van Jupiter. De meer uitgebreide foto van 6:16 uur:














Landelijk was nu opeens de Partij van de Arbeid de grootste partij in plaats van de KVP. In mijn geboortedorp Swalmen verloor de KVP in die vier jaar tijd zo’n kleine 1000 stemmen: van 2804 stemmen gingen ze naar 1821 stemmen. En die trend heeft zich daarna nog lang voortgezet.
Ik heb ook al iets op zijn pagina geschreven. In mijn boekenkast staan veel historische werken van zijn hand. Ik voel hem echt als een vriend. Hij is denk ik een betere vriend van mij dan mijn meeste andere facebookvrienden. Nieuwsgierig, en ben je lid van facebook? Zoek JJ Habets.
Het is wat mij betreft meer dan een biografie geworden. Je kruipt niet alleen in de huid van Jacob van Lennep, maar je kruipt in die van het negentiende-eeuwse Amsterdam, in die van Nederland en af en toe kruip je nog een beetje verder. Alles wordt steeds in een brede context geplaatst en het boek leest heerlijk. Marita Mathijsen is een begenadigd schrijver en spreker. Eerder beluisterde ik haar lezingen die als titel droegen “De hang naar historie”. Deze lezingen zijn als luisterboek uitgegeven, je wordt meegenomen in de literaire wereld in Nederland van de negentiende eeuw. Je zou die lezingen als belangrijk voorwerk kunnen beschouwen voor dit boek.
Deze avond valt nauwelijks samen te vatten, er was wel een rode draad, namelijk het
Mijn moeder is het vijfde kind, links op de onderste rij. Naast haar, het zesde kind van die rij, zit haar broertje van vijf. Samen met nog een jongen staan er op die foto dus ook nog minstens twee kinderen van de kleuterschool. ik vermoed dat ze foto’s hebben gemaakt waarbij ze probeerden familieleden bij elkaar te zetten, want er zijn ook veel grote kinderen te zien op die foto. Mijn moeder was de oudste van een groot gezin, haar broertje Jan die ook op die foto staat is op tienjarige leeftijd in het ziekenhuis van Roermond overleden. Mijn moeder sprak er nooit over, maar een keer liet ze zich ontvallen dat ze daar nog steeds verdrietig van was. Zij was toen hij dood ging 11, hij was 10 jaar oud. Dat was op 9 september 1933.
Maar toen ze getrouwd was na de oorlog was ze eindelijk vrij. En stak ze al haar liefde en energie in ons, haar vier kinderen. En luisterde ze veel naar de radio. En vooral, ze las veel, ging elke week naar de bibliotheek en had een grote algemene ontwikkeling. Om bij te verdienen breide ze truien en maakte ze kleren voor anderen. Maar vooral had ze veel liefde en veel levenswijsheid uit te delen.
Daarna ging ik naar de kathedraal, de beroemde Sint Jan.
Wat een kerk is dat toch, hij blijft imponeren door zijn overdadige Brabantse gothiek! Na een rondje er omheen gelopen te hebben ging ik naar binnen. Terwijl tientallen mensen de kerststal bezochten heb ik als enige een tijdlang staan kijken naar het altaar-retabel uit het begin van de zestiende eeuw.
Het houtsnijwerk komt uit een Antwerps atelier, de geschilderde zijpanelen zijn van Luikse makelij. In Kalkar kun je in de “
En dan de panelen. Bij het paneel met de scene van de gevangenneming zie je hoe Christus geheel omsloten tegen de grond is gewerkt en door meerdere personen wordt vastgehouden.
Kijk je iets lager naar hetzelfde paneel dan raak je in de war. Wie is die persoon met dat blauwe kleed? Zo te zien aan zijn voeten kan het Christus niet zijn, want dan zou iemand zijn nek hebben omgedraaid. Het klopt gewoonweg niet. Is het naderhand gereviseerd en verkeerd overgeschilderd of is het gewoon geklungel? Ook dat rare handje rechts van dat blauwe kleed. Waar komt dat vandaan?
De zon is in Den Bosch die dag niet gaan schijnen. Maar ik had weer veel gezien, veel dingen om over na te denken. Zoals de dingen waar ik mee begonnen was, in het Noord-Brabants Museum. De prachtige foto’s en sculpturen van Tim Walker, met de titel “the Garden of Earthly Delights“. Geïnspireerd op het werk van Jeroen Bosch. Nog tot 25 februari te zien.
Anton Webern (Foto uit 1912) wordt nog steeds door veel muziekhistorici beschouwd als de wegbereider van het serialisme. Het serialisme is een stroming die vooral in de vijftiger en zestiger jaren van de 20e eeuw zeer populair was, met als bekendste vertegenwoordigers Stockhausen en Boulez. Een academische manier van omgaan met muziek. Emotie speelt bij deze muziek nauwelijks een rol.




Ik bezit thuis een “Ordo Divini Officii Recitandi” uit 1896 van het bisdom Roermond. Dat was een boek waar de priesters in konden vinden welke heilige op welke dag vereerd moest worden met welke gezangen. Ook stonden de officietijden er in, letterlijk gelieerd aan de tijd van zonsopkomst en ondergang, dus door het hele jaar door anders! De vespers, het gebed na zonsondergang, was op 1 januari om 10 voor 5 ‘s middags, op 21 juni om kwart voor negen ‘s avonds. Ook stond er in hoeveel inwoners elke parochie had en wie de pastoors, kapelaans en vicarissen waren. Wie dit boek in gebruik heeft gehad weet ik niet, ik denk uit enkele dingen af te leiden dat het iemand uit een dorpje in de buurt van Sittard was. Maar het had net zo goed iemand uit Swalmen kunnen zijn. Het leuke van dit boekje is dat er behalve de officiële gegevens, zoals de gedrukte, ook andere dingen in stonden. Het hele boek door heeft iemand met potlood er allerlei dingen in gekliederd. Meestal gaat het om financiële zaken. Zo staat er ergens:
De twee linker rijtjes gaan over de ontvangsten en uitgaven m.b.t. de armen. Over welke tijdsperiode het gaat is niet duidelijk. Het zou een maand maar wellicht ook een jaar kunnen zijn. Behalve de drie gulden die ontvangen zijn van vrouw Scholt. gaat het om bedragen die wel eens in een collectebus in de kerk zouden hebben kunnen zitten, die bijv. eens per drie maanden geleegd werd. In die perioden zat er dan respectievelijk Fl.15,35, Fl.18,01, Fl.3,67 en Fl.13,56 in. In diezelfde periode is er zeven keer iets ten behoeve van de armen uitgegeven, misschien wel tijdens zo’n huisbezoek. Bij deze uitgaven gaat het steeds om hele bedragen afgerond tot op 10 cent. Een keer is er maar liefst een bedrag van Fl.7,- uitgekeerd. Desondanks bleven de inkomsten ruim boven de uitgaven. Behalve dit was er waarschijnlijk ook nog een Vincentius vereniging, waarbij de leden contributie moesten betalen. Op een van de pagina’s zien we de volgende teksten en cijfers:
Ik probeer bovenstaande pagina te interpreteren. Ik lees: armen 20 maal 20 en daarna tot drie keer 20 maal 30. Stel dat er 20 personen lid zijn van bijv. de Vincentius vereniging en stel dat het eerste kwartaal de contributie 20 cent bedroeg, maar de daaropvolgende drie kwartalen verhoogd tot 30 cent, dan is er aan inkomsten gegenereerd 20×20, 20×30, 20×30 en 20×30 cent. Daarnaast is er nog een eenmalige gift geweest van Fl.4,50. Het geheel van de inkomsten bedraagt zo Fl.26,50. Maar we lezen ook: 29,38 “uit te Deelen”. Een vreemd bedrag om uit te delen, aan wie? Aan de armen dus, want daar begint de pagina mee.
Een belangrijke inkomstenbron voor de parochie waren de te lezen missen, en vooral ook de huwelijksmissen. Het Huwelijk “Palant” leverde op: om te beginnen de ceremonie en paperassen zelf: Fl12,-. De Mis kostte Fl.5,- (waarschijnlijk voor de pastoor of kapelaan). De koster (die waarschijnlijk ook het orgel bespeelde) ontving Fl.3,50 en de orgeltrapper Fl.0,50. Er was in die parochie toen dus nog geen elektrisch orgel.
In de tijd van de Belgische opstand (1830-1839) was Maastricht geïsoleerd van de rest van de provincie, die inmiddels (tot 1839) bij België hoorde. Daarna werd het jaarboek daarom een tijdlang niet meer uitgegeven. Pas in 1854 verscheen er een nieuw jaarboek, nu met de titel “Annales de Société Historique et Archéologique A Maestricht”. Vijf jaargangen zijn er uitgegeven, zowel los als ook samen in twee banden, die ik allebei bezit. Na 1859 was er enkele jaren radiostilte met betrekking tot verdere publicaties.
Kort geleden kocht ik deel 1 van deze jaarboeken, het jaarboek van 1864. Zo gauw ik hoorde dat het te koop werd aangeboden bij mijn favoriete boekhandel was ik er als de kippen bij. Nog net voordat een tweede gegadigde zich aandiende. En daarmee had ik alle boeken van meer dan 150 jaargangen! Een klein feestje, want ik was er al jaren naar op zoek. De meeste artikelen van die jaarboeken heb ik ook gelezen, alhoewel, de Franstalige moet ik zeggen niet of slechts moeizaam. Wel steeds genoeg om te weten wat er in het stuk staat. Er staan trouwens bij sommige artikelen ook enkele getranscribeerde Latijnse teksten, zonder vertaling. Ik heb 6 jaar Latijn gehad, maar die lees je niet zomaar weg… Ik heb van al deze artikelen een database gemaakt die op dit moment 1069 artikelen omvat, geïndexeerd op een aantal kenmerken en ik heb ze allemaal ook van een korte beschrijving van de inhoud voorzien. Zo kan ik makkelijk zoeken als ik over een onderwerp, stad, tijdperk enz. iets wil weten, of kan ik er een willekeurige zoekterm op los laten. Ik heb deze 
Zowel in Lambach als in het daar vlakbij gelegen Lemberg is er zelfs een Mariagrot. En midden in het bos op bijna onbereikbare plaatsen worden krakkemikkige huisjes geplaatst, zoals in bijgaande afbeelding een huisje voor de drie Maria’s. De volksdevotie viert hier nog hoogtij.




Er zijn op internet enkele pagina’s te vinden die hier iets over vertellen, zoals een pagina van club vosgien, 
Wie geloofde dit allemaal? Bijna niemand. Galileo Galilei (afbeelding hierboven) wel, en hij ging nog een stap verder. Hij ontwierp op basis van een Nederlands voorbeeld (Hans Lipperhey) een telescoop waarmee hij dingen kon zien die niemand nog ooit gezien had. Hij ontdekte dat de maan niet glad was, maar bergen en kraters had, groter dan die op aarde. Hij kon zelfs van de ene zichtbare kant van de maan een complete reliëfkaart maken. Ook keek hij naar de vaste sterren en ontdekte dat er een veelvoud was van wat je met het blote oog kon zien. Dat de Melkweg niet een vage vlek was maar een opeenhoping van oneindig veel sterren.
Hij ontdekte ook de vier grote manen van Jupiter. In zijn Siderius Nuncius (bericht van de sterren) maakte hij zeer vele kaartjes: van de maan, van de sterren, maar ook van Jupiter en zijn manen. Hierboven een tekening van Jupiter en zijn vier grote manen zoals hij die zag op 13 en 15 januari 1610. Wetenschappers uit Bologna trachtte hij met zijn kijker te overtuigen maar ze keken slechts even en verklaarden hem voor gestoord. De enige die hem op zijn woord geloofde was Kepler. Een collega schreef dat naar aanleiding van al deze theorieën ook een planeet als Venus schijngestalten zou moeten hebben. Galilei richtte weer een aantal dagen zijn kijker op Venus en constateerde dat het klopte: Venus had schijngestalten. En als klap op de vuurpijl ontdekte hij de ringen van Saturnus. Niet als zodanig, het was Christiaan Huygens die dat een halve eeuw later deed. Galilei veronderstelde dat Saturnus uit drie planeten dicht bij elkaar bestond: een grote in het midden en twee kleine aan de beide zijkanten.
06:30 uur. Mars gaat voorop. De onverschrokken oorlogsgod voert zijn troepen aan. Dan komt Jupiter, de koning der goden, om in al zijn glorie de wereld te aanschouwen. Het begint licht te worden, daar is de maan!
Een kleine, onopvallende sikkel. Nog net beschenen door de al bijna opkomende zon. Wie ziet en hoort dit allemaal?
![Screenshot_20171216-120220[1]](https://ppsimons.com/wp-content/uploads/2017/12/screenshot_20171216-1202201.jpg?w=640)





Er was wel al vocht in de lucht. De Italiaanse sfeer ging nog even door in hotel Botticelli. We droomden van de geboorte van Venus en van verliefde mannen. (Donna, perché mi veggi altra mirare – Vrouwe, ook al kijk ik wel eens naar andere vrouwen…)
En de volgende ochtend gingen we naar Bemelen, wandelen in het enigszins besneeuwde heuvellandschap. Geen Toscane meer. Maar niet minder mooi!

Vooral links dus, waar de maan aan het toenemen is, zie je veel kraters. Maar ook wat meer naar het midden toe zijn ze nog te onderscheiden. Ik heb opgezocht waar overal mensen op de maan zijn geweest. Dat was met de Apollo 11 (de eerste mensen) en daarna nog met de Apollo 12, 14, 15, 16 en 17. Alle punten waar ze geland zijn heb ik gemarkeerd en genummerd. Leuk om te weten, als je weer eens naar de maan kijkt.
Zullen er nog ooit een keer mensen op de maan landen? Ik denk het wel. Ik denk dat het Chinezen zullen zijn. Het is nu inmiddels al 45 jaar geleden, sinds de Apollo 17 een maanlanding maakte, waarbij er ook nog aardig rondgereden werd met een maanwagen en er heel veel bodemmonsters werden meegenomen naar de aarde. Op wikipedia lezen we:
Daar was ook hun schildersvriend Richard Gerstl, van wie Schönberg schilderlessen kreeg.
Zelfportret 1907
Schönberg vond het belangrijk om te laten zien dat zijn muziek voortkwam uit een traditie, waarin de late strijkkwartetten van Beethoven zijn voornaamste inspiratiebron vormden. Vier concerten werden er toen gegeven, steeds speelde men een strijkkwartet van Schönberg gevolgd door een strijkkwartet van Beethoven. Het Kolisch kwartet was fenomenaal. Het speelde indertijd alles uit het hoofd. Van die concerten zijn toen opnames gemaakt en ook is er een inleiding op deze grammofoonopnamen geregistreerd, met o.a. de stemmen van Arnold Schönberg en die van eerste violist Kolisch.

Ook dat is sinds kort iets nieuws voor hem. Hij ziet onderweg al een hele tijd als we langs een tankstation komen het “graden” teken, een soort kleine digitale 0. Daar wilde hij alles van af weten. Mijn vrouw legde hem onlangs uit: ‘Hier staat een thermometer. Die laat zien hoe warm het is. Nu is het 6 graden celsius. Als het 0 graden celsius is dan bevriest water en wordt het ijs. En het kan nog kouder worden. Het kan -1, -2 worden’. Gisteren vroeg hij aan me of de school open was bij -1 graden celsius. Verwonderd keek ik hem aan. Had iemand het met hem wellicht over “ijsvrij” gehad? Dat was niet het geval. Hij probeerde zich voor te stellen hoe koud het wel niet moest zijn bij -1 graden en het leek hem logisch dat dan de school dicht zou zijn. “Nul” is opeens een veel breder begrip geworden. Zijn jongste zusje was eerst 0 jaar maar is afgelopen dinsdag 1 jaar geworden. Je kunt dus al bestaan en toch 0 jaar zijn! Tot voor kort verbeeldde “nul” het grote niets.








En wat was er een mooie lichtval, vooral ook door de laagstaande zon.
Maeterlinck is een dichter die teksten maakte waar zowel Debussy als Schönberg door geïnspireerd raakten en die hun fantasie prikkelde. Iets later was Schönberg zeer gefascineerd door de teksten van Stefan George, ook een symbolist. Schönberg gebruikte deze als basis voor veel liederen maar ook werden ze gebruikt in zijn tweede strijkkwartet. Het derde en vierde deel van dat kwartet zou je kunnen zien als twee afzonderlijke liederen met een begeleiding van strijkers.

















Door ons klein te maken krijgen we inzicht. Als we ons zouden kunnen inleven in de ervaringen van een bacterie zouden we waarschijnlijk nog veel meer inzicht krijgen. We kunnen om een overview te krijgen de ruimte ingaan. Maar kijk om je heen. Om een overview te krijgen hoef je niet ver van huis. Maar het is niet makkelijk.

Maar een eerste hoogtepunt is de presentatie in de grote theaterkoepelzaal. In een uur tijd wordt je via zon en maan geleid naar het zonnestelsel, melkwegstelsels en melkwegclusters totdat je uiteindelijk uit komt bij waarnemingen van de Hubble telescoop. Hij heeft in 2012 opnamen gemaakt van gebeurtenissen die plaats vonden slechts 0,4 tot 1 biljoen jaar na de oerknal. De oerknal zelf vond 13,7 biljoen jaar geleden plaats, dus we zijn door middel van deze foto’s relatief gezien vlak bij het begin van deze oerknal. De Hubble telescoop fotografeerde tot in detail een klein ruitvormig stukje aan de hemel en keek op die manier dwars door ons huidige melkwegstelsels en naburige melkwegstelsels heen naar heel erg ver verwijderde melkwegstelsels. Of ze er nu nog zijn is maar zeer de vraag, waarschijnlijk niet. Het licht van deze stelsels is biljoenen lichtjaren geleden uitgezonden!



