Je houdt van sterren en planeten maar je bent bang voor het donker. Dat overkomt mijn oudste kleinzoon. Nu de dagen weer erg kort beginnen te worden is het al donker als hij om zeven uur ’s avonds door opa en oma wordt thuis gebracht. En dat vindt hij niet leuk. In het donker is de wereld moeilijker te begrijpen en dat beangstigt hem. Met zijn hoofd naar beneden loopt hij naar de auto zodat hij dat donkere gat in de lucht niet hoeft te zien. En hij wil voor de deur afgezet worden, wat ons helemaal niet goed uitkomt want daar kun je niet parkeren. Maar het lijkt nu toch enigszins doorbroken. We hebben hem uitgelegd dat het elke dag eerder donker wordt en dat het straks ook donker is als hij naar school gaat. En dat het niet te doen is als hij dan alleen maar naar de grond kijkt. Bovendien, er zijn zoveel mooie dingen aan de hemel te zien als er tenminste geen wolken zijn. Gisteren opeens in de auto: ‘opa, ik wil met jou op een steen gaan zitten en samen naar de sterren kijken’. Ik wist niet wat ik hoorde, ‘en die donkere lucht dan’ dacht ik! Het was bewolkt, we hebben gezocht naar sterren. Jammer. Tja. Maar nee! Kijk! Jááá! Ook zijn broertje van drie had het gezien en riep hem toe om naar boven te kijken. We waren alweer bijna thuis vanaf de parkeerplaats. en daar stond, bijna recht boven ons, de ster Deneb van het sterrenbeeld de Zwaan!
Vanavond was het helemaal helder, er was bijna geen wolkje aan de hemel. Gelijk bij opa en oma al! Hij was opgetogen van al die sterren. Niet alleen Deneb, maar ook Mars en nog veel meer hebben we gezien! Het lijkt weer een kleine overwinning. De muggenfobie is ook een stuk minder, hij vertrouwt er nu redelijk op dat er geen muggen meer zijn en dat het nog erg lang duurt voor ze weer terug komen. Af en toe ziet hij iets. ‘Dat is een fruitvliegje’ zegt hij dan zelf, en meestal is dat dan ook zo. Ik heb nog een mug doodgeslagen die hij even daarvoor tot fruitvliegje had verklaard. Ik heb het maar zo gelaten.
Thuis, bij ons, maar ook op school tekent hij veel. Gisteren kreeg hij een aan elkaar geniet boekje mee met allerlei tekeningen. Ik denk dat de juf niet alles gesnapt heeft wat er in stond. Hij tekende een rondje in een vierkant en daaromheen kleine vierkantjes, daaromheen weer een deel van een rondje. Er is een filmpje op youtube waarbij micro-organismen in een raster worden gezet met de maten erbij. Dat raster is vervolgens weer een object in een groter raster en de rasters en de objecten worden steeds groter. Zo wordt uiteindelijk ook de grootte van sterren geschaald. Dat heeft hij proberen te tekenen.

Leeftijd, dood, ouder worden: ook daar is hij erg mee bezig. ‘Wanneer krijgen mensen een kunstgebit?’ Hij vindt het maar niks dat daar geen vaste leeftijd bij hoort, het wordt zo wel erg ongrijpbaar. Ook moeten voor hem alle mensen oud worden en zo rond hun honderdste overlijden. Dan weet je waar je aan toe bent. En dan hebben we nog “onze zon…” Hij heeft al een paar keer gezien dat ook aan het leven van sterren een einde komt. En dat sommige sterren uiteindelijk een zwart gat worden. ‘Wat is dat een zwart gat?’ Ja dat is moeilijk uit te leggen en dat doe ik dan ook niet. Het is de vraag ook of dat goed is, wij kunnen het al niet bevatten en hij zeker niet. Maar je moet toch iets zeggen. ‘Dat is iets dat heel erg zwaar is maar ook klein. En je kunt het niet zien, je ziet met een telescoop alleen een klein zwart puntje.’ Wordt onze zon ook een zwart gat?’ ‘Nee, dat kan niet want onze zon is een kleine ster en alleen heel erg grote sterren worden als ze heel erg oud zijn een zwart gat.’ Maar hij is er niet gerust op. Dus hij “tekent de vraag van zich af:”
Zwart gat. Kan de zon dat?

Er mag nog steeds geen muziek op staan, geen muziek van CD of radio. Maar als oma zingt en oefent voor het koor vindt hij dat gelukkig prima. Wel af en toe vindt hij dat gek. Dát is een gek liedje oma. Maar hij komt er toch geïnteresseerd bij staan en oma vertelt waar het lied over gaat. ‘Welke muziek vindt je het leukste om naar te luisteren? vroeg ik hem laatst. Hij moest even aarzelen. ‘ Koormuziek.’ Hij heeft oma al eens horen zingen in de Pieterskerk van Utrecht. Maar zelf muziek maken is het leukst. Vaste prik: meestal gaat hij enkele keren op een middag achter de piano zitten als hij bij ons is. Ik durf hem nog niet goed iets te leren. Toen ik dat ooit enkele jaren geleden deed begon hij te huilen. Hij was bang dat hij iets niet goed zou doen volgens mij. Ik ging toen spontaan met hem meespelen. Dat vond hij laatst bij oma wel goed, dus hij is al een stap verder. Maar hem echt iets aanleren durf ik dus nog steeds niet. We laten hem dus meestal gewoon lekker improviseren. Hij kijkt intussen naar de toetsen of hij staart in een trance voor zich uit of half naar boven. Hij luistert daarbij zeer nauwgezet naar alles wat er klinkt.
Bij de opname die je hieronder hoort gebeurt er het volgende. Eerst zet hij een voet op het rechterpedaal. Om dat te doen moet hij half van de pianokruk af gaan hangen. En hij gaat dan luisteren naar de boventonen van de toetsen die hij aanslaat. Vooral in het hoge register is dat fascinerend. Dan doet hij enkele “contrapuntische oefeningen”, meest twee melodieën tegelijk, vaak 3 tegen 1. De hoogste melodie heeft dan drie tonen in de tijd dat de bas er een heeft, allebei dalen ze, tot de bas helemaal beneden is. Dan doet hij dat nog een keer, maar nu met tegenbeweging: de hoogste melodie gaat naar beneden en de bas gaat omhoog, nu 1 tegen 1: de melodieën hebben evenveel tonen. Even verder weer andersom, de bas naar beneden en de hoogste melodie omhoog, nog steeds 1 tegen 1. Dan gaat hij zich vooral met de samenklanken bezig houden. Zo klinken er opeens enkele parallelle octaven en parallelle kwinten. En dan komt er nog weer een fragment met gelijke beweging (de melodieën gaan dezelfde kant uit en weer zo ongeveer 3 tegen 1.
Maar dan…
Er is één muzikaal fenomeen waar hij niets van moet hebben. Het glissando. Als ik met hem naar filmpjes over planeten kijk zegt hij opeens: ‘die film wil ik niet zien’. ‘Waarom niet?’ ‘Daar zitten glissando’s in.’ Zelf glissandi maken op de piano, dat doet hij dan blijkbaar weer wel! Hij bezweert daarmee denk ik de enge glissandi in zijn hoofd. Zoals hij ook de donkere lucht en het onbestemde van een zwart gat bezweert door het gewoonweg te tekenen. Luister naar het einde. Glissandi!










Monteverdi schilderde het verdriet van Orpheus, van Arianne of dat van Penelope. Purcell dat van Dido. Maar eigenlijk verbleken de levens van deze mythische figuren bij het verhaal van koningin Sibylla. Op een gegeven moment is haar lijden uitzichtloos. Misschien doet de smart van Penelope die jaren bleef wachten op Odysseus een beetje denken aan wat Sibylla ooit doormaakte. Daarom eindigt dit stukje ook met de muzikale uitwerking door Monteverdi van de smart van Penelope.. Maar het verhaal zelf gaat over Sibylla. Het speelt zich af aan het einde van de twaalfde eeuw. Sicilië had toen korte tijd een koningin: koningin Sibylla. Wat was zij voor een vrouw?
Acte 1. Plaats van handeling: het koninklijk paleis in Palermo. Koningin Sibylla is vol verdriet als haar oudste kind Rogier, de beoogde troonopvolger van haar man koning Tancred, op achttienjarige leeftijd overlijdt. Muzikanten met trommels en enkele koperblazers begeleiden de begrafenisstoet naar de kathedraal van Palermo. Het leven van haar was tot op dat moment nog een sprookje. Zij is een rijke edelvrouw, afkomstig uit Ancerra (Napels) en samen met haar man bestuurt ze Sicilië, een machtig en rijk koninkrijk, officieel zoals gezegd een leengoed van de Paus. Na de begrafenis laat koning Tancred vastleggen dat nu zijn tweede zoon, de nog zeer jonge, pas achtjarige Willem, zijn opvolger moet worden. Hij voelt inmiddels ook zijn eigen einde naderen, maar hij denkt alles goed geregeld te hebben. Tancred overlijdt al binnen enkele weken. We zien alweer een rouwstoet, nu nog groter en treuriger, op weg naar de kathedraal.
In het paleis in Palermo zit Sibylla, eenzaam, maar sterk. Ze heeft nog vier kleine kinderen: kindkoning Willem III en de dochters Elvira, Constance en Valdrada. Alle vier de kinderen zijn nog jong. Soldaten van Hendrik VI stormen naar binnen en Sibylla en haar vier kinderen worden gevangen genomen. Wist Sibylla van de samenzwering? Waarschijnlijk wel, misschien ook niet. Keizer Hendrik neemt in ieder geval het zekere voor het onzekere: hij laat de kleine ex-koning Willem castreren en zijn ogen uitsteken. De laatste mannelijk troonopvolger is uitgeschakeld. Wat een verschrikkelijke en barbaarse daad. Het kleine jongetje van negen jaar, wat moet hij gedacht hebben, niet alleen toen het gebeurde, maar ook daarna. En die moeder, en zijn zusjes…
Acte 2. Plaats van handeling: het klooster op de Hohenburg in de Vogezen. Daar verblijven Sibylla en haar vier kinderen als bannelingen. Keizer Hendrik kende het vrouwenklooster nog omdat hij daar een keer met zijn vader, keizer Frederik Barbarossa, geweest was. Het leek hem een veilige plek, ver weg van Sicilië. Herrad von Landsberg, de oude, goede en vrome abdis van het klooster, verzorgt de vier bannelingen daar liefdevol. Sibylla, zelf goed opgeleid, ontdekt tot haar vreugde dat de nonnen ook onderwezen worden, met name door Herrad. Ze ziet een prachtig boek, dat dagelijks geopend wordt en een van de afbeeldingen wordt door de abdis aan een aantal nonnen uitgelegd: de Hortus Deliciarum. Na een tijdje legt Herrad de afbeeldingen ook aan haar en haar dochters uit. Willem die niets kan zien luistert aandachtig mee. De hele bijbel komt aan bod, maar ook bijvoorbeeld het wereldbeeld van de Grieken. Ze geniet zeer van de afbeelding waarin de filosofie centraal staat, met de zeven kunsten, maar ook waar de gevaarlijke schrijvers en poëten op worden getoond.



Acte 3. Plaats van handeling is het château royal in de Franse stad Melun. De Franse koning Philips II heeft eerder een groep soldaten naar het klooster in de Elzas gestuurd om de bannelingen te bevrijden. Een jaar na de dood van haar zoon is Sibylla met haar dochters dan alsnog vrij gekomen. Met een aantal raadgevers belegt de koning een bijeenkomst in deze stad, we zitten in het jaar 1199. De koning arriveert, een erewacht met muzikanten leidt hem naar binnen. In een zaal zijn enkele genodigden: Sibylla is aanwezig en een belangrijke leenman van de koning: Walter van Briënne. De koning heeft een groots plan. Hij wil meer macht in Europa. Afgesproken wordt dat de oudste dochter van Sibylla, Elvira, met Walter van Briënne zal gaan trouwen. Walter van Briënne stamt uit een steeds machtiger wordend adellijk geslacht. Zijn vader heeft veel roem verworven tijdens de derde kruistocht. Koning Philips voorziet dat deze Walter, die zeer geliefd is, wellicht te veel macht gaat krijgen en een mogelijk gevaar voor zijn eigen koningschap kan gaan vormen. Het plan is dat hij met Elvira Frankrijk verlaat om vanuit Italië de Siciliaanse kroon op te eisen. Bovendien is dit precies wat Sibylla ook wenst: ze denkt eindelijk wraak te kunnen nemen op alles wat haar in Sicilië is aangedaan. Walter van Briënne heeft wel oren naar al deze aspiraties. Hij trouwt met Elvira en de hele familie vertrekt naar Italië met een enorme som handgeld, ontvangen van koning Philips.
Acte 5. Plaats van handeling: Lecce in Apulië, onderdeel van de laars van Italië. Elvira wacht angstig op berichten van haar man Walter. Walter en Elvira verblijven al enkele jaren in de stad, samen met de moeder van Elvira, Sibylla en met de zussen van Elvira: Constance en Valdrada. Zij zijn daar onthaald als de nieuwe gezagsdragers. Maar na enkele jaren wil Walter meer. Hij gaat met veel goedgezinde ridders op oorlogspad en wil uiteindelijk de koningskroon opeisen. Elvira vindt het maar niks, maar wat kan ze doen. Ze heeft nu eenmaal een onstuitbare en temperamentvolle man. Sibylla daarentegen had Walter stevig aangemoedigd.
Hierboven een overzicht van de familiebanden. De zwarte pijltjes wijzen de volgorde aan van de diverse opvolgers op de troon van Sicilië. Officieel zijn de twee zonen van Tancred en Sibylla (als Rogier III en Willem III) ook nog even koning geweest, voordat Hendrik VI met Constance gewelddadig de macht overnamen.
Cimabue, portret van Franciscus van Assisi.



Vlakbij dat meer liet paltsgraaf Heinrich II in de elfde eeuw een burcht bouwen, en later ook een klooster, het huidige klooster “Maria Laach”. De kloostergebouwen zijn intussen compleet vernieuwd, maar van de oorspronkelijke Romaanse kerk is nog veel over. Deze kerk is opgebouwd uit zowel tufsteen als basaltblokken.
Toen Heinrich II in 1095 overleed was pas een klein deel gereed. De kerk werd uiteindelijk in 1156 gewijd, maar ook daarna werd er nog een eeuw lang van alles aan toegevoegd, zoals tussen 1220 en 1230 het zogenaamde paradijs: een apart staand atrium met binnentuin aan de westkant.
In de loop van de tijd kwamen er diverse aanpassingen: eerst in gotische, later in barokstijl. Maar in de twintigste eeuw zijn die aanpassingen, afgezien van twee gotische ramen, weer allemaal verwijderd en is de kerk nu weer vergelijkbaar met hoe hij er uit zag in de dertiende eeuw. Er zijn ook nog plastische elementen uit die tijd bewaard gebleven: met name de kapitelen van het paradijs uit 1220. Je zou ze nog laat-romaans kunnen noemen, maar de fantasievolle mystieke figuren zoals die een halve eeuw er voor werden vervaardigd in bijvoorbeeld de 




Van rond 1400 zijn er twee mooie beelden te zien: een pieta en een Mariabeeld met bloem.


Heinrich II, de stichter van de abdij, heeft 150 jaar na zijn dood een praalgraf gekregen in de kerk. Het doet me denken aan het dubbelgraf van graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Margaretha van Brabant in de Munsterkerk van Roermond. Dit praalgraf is ongeveer in dezelfde tijd gemaakt als dat in Maria Laach.


Zondag 30 september. De dag begint met witte wieven: mistslierten boven de uiterwaarden van de Lek. Ze horen net zo bij september als de overal aanwezige nijvere spinnen in deze tijd. In de middag lopen we door de duinen van Oostvoorne. De wonderboom! Hij is er nog steeds. Morsdood. Maar nog steeds indrukwekkend. Er is geen driekleurig viooltje meer, maar wel zien we de bloemen van laatbloeiers als teunisbloem, tijm, hop, wilde bertram en parnassia. Op het zeepkruid zit een ijverige wesp. En aan de struiken zitten overal besjes. Het geel van de duindoorn, het rood van de kardinaalsmuts of de verschillende rozensoorten en het zwart van de “rode” kornoelje. Het zijn de kleuren van de vlag van Duitsland. Zij worden hier elk jaar warm verwelkomd.
Afgelopen zaterdag en zondag speelde de bijna 76-jarige Daniel Barenboim dit concert, samen met het Rotterdams Philharmonisch orkest en de gloednieuwe 29-jarige chefdirigent Lahav Shani. Een medeblogger die het concert ook bijwoonde schreef over hem en dit concert een mooi blog :
Later kocht ik ook CD’s van zijn uitvoeringen. En ontdekte dat sommige uitvoeringen nog beter konden. Zo nam hij de cellosonate’s op met zijn veel te vroeg gestorven vrouw Jacqueline du Pré. Maar ik vond de opnamen van Richter met Rostropovitch nog mooier en spannender. Daarentegen zijn masterclasses die je op TV kon zien waren weer grandioos. Wat konden zijn leerlingen goed spelen. Hij probeerde in woorden uit te leggen hoe het toch nog beter kon zijn. Uiteindelijk ging hijzelf achter de piano zitten en deed het voor. Een wereld van verschil met wat je net daarvoor van die leerling had gehoord. Geweldig. Je kunt deze masterclasses rond de sonates van Beethoven hier terug zien.

Over dit dwerg melkwegstelsel lezen we nog het volgende op een site van de nasa: het is een van de meest recent ontdekte leden van de Lokale Groep en bevindt zich momenteel in een zeer nabije ontmoeting met ons Melkwegstelsel. 









Dit is de hogepriester Josua. Hij was vastbesloten om de tempel van Jeruzalem te herbouwen. Tegelijk moest hij de mensen er van doordringen hun zondige bestaan vaarwel te zeggen. Maar dat kon alleen als de tempel herbouwd was. Tot die tijd zou ook hij zelf de zondenlast blijven dragen. Satan weet dit en benadert hem met een vork en zegt dat hij hem zijn macht zal afnemen: “Increpit Dominus in te, Satan” (Zacharias III.2).
De engel van het recht zegt tot de engelen die voor hem staan: ‘Trek hem zijn vieze kleren uit’, dan zegt hij tot Josua: ‘Ik haal de zonde bij jou weg‘. En tot de engelen aan zijn linkerzijde zegt hij: ‘zet hem een mooie tulband op zijn hoofd en trek hem mooie kleren aan.’
Ook dat tafereel wordt weergegeven en een peinzende Zacharias aanschouwt dit visioen waarbij Josua als hogepriester duidelijk de voorafbeelding is van het priesterschap van de latere Christenen. (Auferte vestimenta sordida ab eo. – Ecce abstuli a te iniquitatem tuam. Ponite cidarum mundam super caput ejus et induite eum mutatoriis, Zach III 4-5)
Zacharias beschrijft dit visioen: ‘ik zie een candelabrum van goud met zeven houders die ontgroeien aan twee takken‘. De engel legt hem dit visioen uit: ´dit is het woord dat de heer spreekt tot Zerubabel. Je moet niet geloven in een leger, ook niet in menselijke kracht, maar je moet geloven in mijn geesteskracht.‘ De kandelaar staat voor de heilige geest. De zeven krachten van de geest, die we ook weer zien op plaat 2 in de steen, worden hier vertegenwoordigd. Geen enkel menselijke macht kan de kracht van de Heilige geest weerstaan. Dit wordt uitgebeeld door een berg waarachter soldaten staan.
Als tekst lezen we: ‘wat stel jij voor, grote berg voor Zerubabel? Je zult geslecht worden. En dan zul je stenen leveren voor het fundament van de tempel en hij zal schoonheid op schoonheid stapelen.‘ (Quis tu mons magne, coram Zorobabel, ut adverseris ei?” Zach. IV,7)
Centraal op het bovenste deel van plaat 2 zien we Christus. Hij wordt omgeven door vier lijdenswerktuigen. Rechts van hem het kruis met daar door heen de doornen kroon, links van hem de lans en de spons op een stok. Hij spreidt zijn armen als wil hij al de zegeningen van de verlossing tonen. ‘Houdt stand’, zegt hij, ‘ik zal in een enkele dag al de ongelijkheden van deze wereld wegvagen‘. (Ecce ego auferam inequitatem universae terrae in die una, Zach III,9).
Voor hem ligt een stenen tafel waarin zeven ogen zijn gegraveerd. Deze steen zag Zacharias in zijn profetische visioen en de zeven ogen stellen Christus voor, begiftigd met de zeven gaven van de heilige geest. Dat zijn wijsheid, begrip, rechtvaardigheid, kracht, kennis, vroomheid, en godsvrees. (“Lapis hic quem Zacharias vidit, qui septem oculos habuit, est Christus qui septem donis Spiritus sancti plenus fuit”) Van uit de zeven ogen stralen bundels vuur naar zeven duiven waarbij de Latijnse opschriften van de deugden staan.
Rechts van Christus, maar buiten de glorie die de stenen tafel omsluit, zien we weer de hogepriester Josua, gekleed als een bisschop. Er naast lezen we: ‘Josua de hogepriester is de transfiguratie van de ware Jezus Christus, geëerd en bevrijd van de zonden van de Satan.’ (“Jesus sacerdos magnus, veri figura Jesu Christi. Liberati et glorificati a laqueis insidiarum Sathane”). Links van Christus zien we een engel met een boekrol met de volgende woorden: ‘Luister, Josua, hogepriester, jij en ook je vrienden die voor je zitten, want zij zijn de profeten’.
Deze woorden zijn geschreven naast drie mannen onder een vijgenboom, aan de andere kant zien we vier apostelen (zie een afbeelding daarvoor) als de armen van Christus onder een druivenstok. (In die illa vocavit vir amicum suum supter vineam et super ficum suam, Zach V,3)
In het centrum zien we een gevleugelde vrouw die een efa draagt met een vrouw er in (Een efa is een meelvat, een vat met een vaste grootte als een meet-instrument). De profeet vraagt: ‘wie is die vrouw in de efa?’ De engel antwoordt: ‘zij is de slechtheid‘. Vervolgens wordt de efa gesloten. (Haec est maledictio quae egreditur super faciem omnis terrae, quia omnis fur, sicut et omnis jurans ex hoc similiter judicabitur scriptum est, judicabitur” (Zach. V,3). Volgens de schrift vertegenwoordigt deze vrouw het onrecht van fraudulees wegen en meten. Iets dat in die tijd zeer speelde. Het moest ver achter hen gelaten worden, na de slechte en zondige tijd in Babylon. Twee gevleugelde vrouwen dragen de efa naar Babylon, gesymboliseerd door twee torens. Aan de voet van de stad zien we onreine dieren als symbool van de slechtheid van de stad. De slechtheid wordt weer terug gebracht naar waar hij vandaan kwam: Babylon.


Hoe weten we dat nu? Wat Cuijpers vond waren maar enkele losse details van de plafondschildering. Maar genoeg om een opmerkelijke overeenkomst te laten zien met twee platen in een boek uit eind twaalfde eeuw, niet zo lang nadat de plafondschilderingen waren gemaakt. Het betreffende boek is een soort encyclopedie bestemd voor de nonnen van een klooster, en samengesteld door abdis Herrad von Landsberg . Het boek heet “
Twee aartsbisschoppen kijken naar boven en ontvangen van engelen een kroon. Deze twee opdrachtgevers, zo denken we, mogen zo een hemelse intocht verwachten na hun dood. Wat was hun betekenis verder: deze twee mannen speelden een cruciale rol in het uitdragen van de ideologie van het Heilige Roomse Rijk en droegen in sterke mate bij aan het behalen van politieke successen om dat rijk de beoogde grandeur te geven. Het ging voor hun om het herstellen van de goddelijke orde, die vanaf het begin van de investituurstrijd dreigde verloren te gaan: de keizer was belangrijker dan de paus en moest zorg dragen voor de Christelijke eenheid. Op een van de facades van deze panelen bij de noodkist zien we niet voor niets de Duitse adelaar. 



Foto Marc Houver

















In een van de kerkers heeft zich een waar drama afgespeeld in de tijd van Lodewijk XIV. Twee vrouwen die belastende informatie hadden over een maîtresse van de koning werden er opgesloten en mochten met niemand spreken. De ene vrouw overleed er na 36-jarige gevangenschap, de andere na 44 jaar in de kerker opgesloten te zijn geweest. Ze werden begraven in een geul onder de latrine van de vestingwal.







En niet alles was even goed aangegeven. Dat tochtje duurde drie uur en de rondleiding in de abdij moest nog beginnen… Maar je voelt dan wel wat vroeger de wandelaar waarschijnlijk ook gevoeld heeft.







De crypte heeft net als de erboven gelegen kerk drie schepen. Het stenen gewelf van de kerk rust op tien granieten zuilen. Een prachtig bewaard gebleven vroeg-Romaans monument!




Het klooster zelf is ten tijde van de Franse revolutie deels verwoest, maar de kerk en de kloosterkruisgang zijn grotendeels gespaard gebleven. De kerk had oorspronkelijk twee symmetrische klokkentorens, daarvan staat er nog een overeind. 








De Sikkelsprinkhaan heeft heel lange vleugels waardoor hij goed kan vliegen. Dit dier is vanuit Frankrijk langzaam naar het noorden opgerukt en komt tegenwoordig in veel delen van Nederland voor.
Mijn oudste kleinzoon is helemaal met auto’s en met treinen bezig. Hij mocht met opa en oma gisteren mee naar Madurodam en daar was hij op bepaalde plekken niet weg te slaan. Eerst niet bij de autowegen, later ook niet bij de treinen. Het was een waar feest! Het begon al bij de reis, we gingen met de trein naar Den Haag. Helemaal euforisch was hij daarover, vooral toen we net in de trein zaten en deze begon te rijden. Het was zijn eerste treinreis. Maar hij heeft ook een loopauto thuis, daar wil hij altijd even op rijden voor hij naar bed gaat. En dan fantaseert hij alles er op en er aan. Intussen maakt hij de geluiden van de handrem, van de ruitenwissers, van het starten en ga zo maar door. En er zit dus ook een zogenaamde radio op, die dus altijd op radio 1 staat. Op radio 1 praten ze voornamelijk en dat vindt hij leuk. Muziek op de radio dat hoeft voor hem niet zo. Hoe komt dat?
Heel moeilijk voor autisten is het feit dat een zelfde woord soms twee betekenissen kan hebben. Dat komt hij herhaaldelijk tegen. Mijn vrouw heeft hem uitgelegd dat dat een homoniem is. Ook daar denkt hij dan zichtbaar over na. De volgende dag vraagt hij ‘is spelen een homoniem?’ Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Spelen is als je een spelletje doet, bijvoorbeeld “ik zie ik zie, de kleur is…”’ Ah, ik begrijp zijn probleem. ‘Ja maar spelen kan ook zijn dat je met autootjes speelt, dat bedoel je? ‘ ‘Ja, dat bedoel ik. En je kunt ook “alsof” spelen, bijvoorbeeld vader en moedertje’ voegt hij er nog aan toe.
Sterrenkundigen hebben gezien hoe een zwart gat een ster opslokt. Bestek kwam er niet aan te pas en tafelmanieren waren ook ver te zoeken. Sterker: de astronomen hebben vooral de langgerekte boer waargenomen waarmee de maaltijd werd afgesloten. Die duurt al ruim tien jaar. De nieuwe resultaten, deze week gepubliceerd in Science, doen vermoeden dat zulke kosmische vreetpartijen vaker voorkomen dan algemeen wordt gedacht.
Al voor de tweede wereldoorlog bouwde Kurt Schwitters een huis van afvalmateriaal en beschouwde dat als een kunst-object. Bij de grote Kurt Schwitters-tentoonstelling meer dan tien jaar geleden in Boijmans werd dat huis nog een keer opnieuw opgebouwd en het was daar toen een van de grote publiektrekkers. Kan dat nog steeds, een huis van afval bouwen en dat als kunstobject beschouwen? Ja zeker! In museum Voorlinden is iets vergelijkbaars te zien. De Chinese kunstenaar Song Dong woont in Peking. De buurt waar zijn ouders gewoond hebben wordt op dit moment beetje bij beetje gesloopt en al het oude moet plaats maken voor nieuwbouw. Ik zag al een keer een reportage over hem die gemaakt was in Peking. Hij loopt door deze buurten tussen het sloophout en de afgedankte spullen en neemt van alles mee. Hij heeft nu heel veel kozijnen, deuren, lampen, spiegels en hout als basis genomen voor zijn “Through the wall”. Van buiten ziet het object er uit als een kleurrijke muur met inderdaad allerlei hout, raamkozijnen en deuren. Je kunt er helemaal omheen lopen, het lijkt gewoon een dikke muur. Maar als je dan een kleine deur opent blijk je ook naar binnen te kunnen. Dat is een overweldigende ervaring. De vloer is een lange spiegel. Je bent bang om er door heen te zakken als je te stevig zou lopen. Maar ook de wanden zijn voorzien van spiegels in allerlei formaten. Boven je hangen honderden lampen op verschillende hoogtes, die spiegelen van opzij naar elkaar toe en ook de vloer spiegelt alle elementen naar de diepte, vandaar dat je bang bent door de vloer te zakken.. De kleine ruimte wordt zo opeens groter maar tegelijk wordt het er door de grote hoeveelheid objecten die van alle kanten op je af lijken te komen benauwd. Als je er een half uur zou worden opgesloten zou je gek worden heb ik het idee. Een kunst object dat je dus moet ervaren.





Meer dan dertig hoogleraren in gepaste kledij omringden Professor Berkvens bij zijn afscheidsrede vrijdagmiddag in de aula van de Universiteit Limburg op de Minderbroedersberg in Maastricht. In dat gebouw was ik nog nooit geweest. In Maastricht zijn veel historische gebouwen behouden gebleven omdat ze tegenwoordig gebruikt worden door de Universiteit Limburg. Daar kunnen we heel blij mee zijn. De voorloper van de voormalige kerk op de Minderbroedersberg, dat is de voormalige vroeg-gotische kerk in de Pieterstraat die al begin dertiende eeuw gebouwd werd door de Minderbroeders. Daar zit nu het Regionaal Historisch centrum en daar kom ik vaak. Na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik en het vermeende verraad door enkele Minderbroeders en Jesuïten die de Spanjaarden weer binnen de stadspoorten wilden laten dringen, moesten de ordeleden van beide kloosters Maastricht verlaten en de kerken en kloostergebouwen kregen al snel een nieuwe functie. Later, toen Lodewijk XIV Maastricht had veroverd, mochten ze weer terugkeren. De Minderbroeders bouwden toen een nieuwe kerk en een nieuw klooster, een sober barokgebouw, en dat heb ik nu dus voor de eerste keer van binnen gezien. Er is erg veel verbouwd. De aula vond ik ronduit lelijk met zijn systeemplafond. Het was moeilijk om een indruk te krijgen hoe deze ruimte er ooit heeft uitgezien.

Dat dit een moeizaam proces was blijkt als je het Jaarboek voor het Hertogdom Limburg (het huidige Nederlands Limburg) uit 1846 bestudeert. We hebben het over inmiddels meer dan 50 jaar na de Franse revolutie. Enkele voorbeelden, het eerste met betrekking tot de standaardisering van maten, het tweede m.b.t. de vervlechting van Kerk en Staat, het derde m.b.t. de standenmaatschappij.
Daar ging ik dus heen. Ik rook het al: marjolein, tijm. Wat een genot, en dat in Nederland. En ik was er alleen. Er stond een bankje, Zitten, ruiken, genieten. Ik keek uit over de lage delen, daar mag je tegenwoordig niet meer komen. Vroeger kwam ik daar een keer een bioloog uit Engeland tegen, die speciaal voor de hagedissen minstens een keer per jaar naar Maastricht ging. Muurhagedissen komen in Nederland alleen in Maastricht voor. Maar de muren en de hagedissen populatie zijn te kwetsbaar. En juist daar beneden zitten dus de meeste muurhagedissen. Er zijn overal spleetjes en schuilhoekjes te vinden. Gelukkig zijn er ook enkele muren iets verder op waar je wel langs mag wandelen. Dus dat ging ik dan ook doen. Spiedend met mijn ogen. Je ziet ze steeds maar even, ze hebben je al gauw in de gaten en schieten als een speer weg. Ze zien er ook uit als een speer. Prachtig gespikkeld, gestroomlijnd. Het kan op die muren al snel erg warm worden, precies waar ze van houden. Ik ervaar die plekken met die mooie oude verweerde stenen, net als de muurhagedissen als paradijselijk. Ik hoefde vandaag niet lang te wachten, ststs, daar schoot er al eentje over de muur. Even later weer een. Ik pakte mijn camera. Niet te lang wachten. Numero drie, ja: ik had hem! Het was een mooie dag in Maastricht.
Enkele dagen geleden was hij aan het spelen, bij de vensterbank van de serre. Daar staat al een hele tijd een door hem gemaakte toren van duplo-steentjes, waar hij verder nauwelijks aandacht meer aan besteedt, maar die niet mag worden afgebroken. Soms verplichten we hem om dat toch samen met ons te doen, maar als hij dan weer bij opa en oma is wordt de toren gelijk weer opgebouwd. Enfin, bovenstaande toren staat er nu al weer enkele weken. Om hem wat stabieler te maken had hij onder aan die toren een soort versterking gemaakt. (Ja, ook bij gotische kathedralen kwamen ze daar in de middeleeuwen soms pas na schade en schande achter, zoals in 1227 in Beauvais…) Maar hij heeft het inmiddels door, na aanwijzingen van zijn papa.
Toen Napoleon Milaan veroverde zag hij daar “het Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci. Tussen 1495 en 1497 schilderde Leonardo het werk voor de eetzaal van het klooster S. Maria delle Grazie in die stad. Wat wilde Napoleon dat werk graag hebben! Maar hij had net een concordaat met de paus gesloten, dus een ordinaire kerkenroof zoals zijn revolutionaire voorgangers in het laatste decennium van de achttiende eeuw hadden gepleegd kon hij niet zo maar doen. Dus hij koos voor een meer elegante oplossing: er zou een duplicaat vervaardigd worden van het beroemde schilderij en hij wilde dan, als dat klaar was, het origineel meenemen naar Parijs. Leonardo da Vinci had indertijd zitten experimenteren met een nieuw soort verf. Dat experiment was mislukt: de verf begon al enkele decennia nadat het klaar was langzaam maar zeker af te brokkelen. Napoleon beloofde dat er een mooie alternatieve voorstelling zou komen te hangen, een betere dan het gehavende origineel. Het enorme paneel zou niet geverfd worden maar worden opgebouwd uit heel kleine mozaïeksteentjes. Dat zou honderden jaren moeten kunnen mee gaan. Maar wat een werk moet dat geweest zijn, zoiets kon niet zo maar elke willekeurige kunstenaar voor elkaar krijgen. Na een zoektocht vond men in Rome een kunstenaar die dat wel kon, Giacomo Raffaelli. Deze deed er maar liefst acht jaar over. Het werk kwam klaar in 1814. Maar toen het dus eindelijk af was, was Napoleon inmiddels verslagen, verbannen en niet lang daarna was het Weense congres begonnen. Noord-Italië werd daarbij weer aan Oostenrijk toegewezen. Zo kwam het duplicaat van het Laatste avondmaal in een stad die toen viel onder de Oostenrijkse koning. Deze besloot om het te kopen en het naar Wenen te verplaatsen. Schloss Belvedere was de beoogde plek om het op te hangen maar het bleek daar eigenlijk nergens goed tot zijn recht te komen. Toen schonk de koning het aan de kerk van de Minderbroeders van Wenen. Zo kwam het terecht in de gotische Minoritenkirche. Daar hangt het nog steeds en ik zag het er onlangs.
Bij Arabische wetenschappers maar ook in de westerse wereld was astrologie in de middeleeuwen een vanzelfsprekende wetenschap. Astronomie was slechts nodig om astrologie te kunnen bedrijven. Ook in de tijd van Leonardo da Vinci was dat voor een groot deel nog zo. Het is zeker dat ook hij met astrologie bezig is geweest. Had hij ook een astrologische gedachte bij het weergeven van het Laatste Avondmaal? Veel mensen denken van wel. Op internet kun je meerdere theorieën die daar over gaan lezen. Elke apostel zou je dan kunnen zien als een verpersoonlijking van een van de karakters die gekoppeld is aan een van de twaalf dierenriemtekens. Maar welk dierenriemteken is nu welke apostel en welke persoon is dat op de afbeelding? In een boek dat ik al meer dan dertig jaar geleden kocht wordt dat uitgewerkt door H.S.E. Burgers, die nog les heeft gehad van Jung.





De Minoritenkirche is een mooie kerk die een enorme rust en sereniteit uitstraalt, van buiten en vooral ook van binnen. De kerk heeft ook een prachtig gotisch portaal en er staan enkele mooie oude beelden. Dit mozaïek komt daar wat mij betreft uitstekend tot zijn recht. Ook is het aardig om te weten hoe het er terecht is gekomen. En om de houdingen en uitdrukkingen van de apostelen te bekijken, al dan niet in een astrologische context.
In het Kunsthistorisches Museum van Wenen is er een grote afdeling die gaat over Egypte. Gemummificeerde ibissen werden in de oudheid gehuld in papyrus. Per ongeluk is nu ontdekt dat een van die papyrus omhullingen beschreven was. Het schrift is via moderne technieken weer zichtbaar gemaakt en ontcijferd. Het gaat over geld, schulden en rekeningen. Omdat Thoth de god is die ook over het schrift gaat lijkt het logisch dat deze geschreven teksten mee gestuurd zijn als men zich richtte tot deze God. Misschien was deze tekst onderdeel van een vraag aan Thoth, of het was gewoon een heilig onderdeel: immers schrift was net zo heilig als een ibis en beiden waren attributen van de God Thoth. Het is mogelijk dat er nog veel meer papyrus omhullingen beschreven blijken te zijn.
In hetzelfde museum is ook een gemummificeerde baviaan te zien. Deze is opgevuld met de veren, kop en het skelet van een ibis! De twee dieren die de tijd symboliseren en zo het contact met Thoth bewerkstelligen.
In Egypte werden goden in het algemeen vertegenwoordigd door dieren. De god werd dan afgebeeld als een dier of als een menselijke vorm gecombineerd met die van een dier. Zo werd dus ook Thoth uitgebeeld, die een hoofd had van een Ibis in een menselijk lichaam.
In het gebouw van de nieuwe vereniging, het gebouw van de Wiener Secession, werden tentoonstellingen met moderne kunst georganiseerd. Zo kwamen er werken van de Franse impressionisten te hangen. De veertiende tentoonstelling in 1902 was opgedragen aan Beethoven. Max Klinger maakte een standbeeld van Beethoven dat in het midden van een centrale zaal kwam te staan. Twintig kunstenaars produceerden allerlei werken als stoelen, beelden, mozaïeken, fonteinen, die iets met de componist te maken hadden. Zo maakte Gustav Klimt een fries dat hij baseerde op het laatste deel van de negende symfonie van Beethoven. Je kunt het lezen over drie wanden als een soort stripverhaal. Het werd geplaatst rond het standbeeld van Max Klinger. Waar de meeste kunststukken van deze tentoonstelling inmiddels verdwenen zijn, bestaat het fries van Klimt nog steeds. Het wordt nu in een geklimatiseerde ruimte in de kelder, die dezelfde afmeting heeft als de originele ruimte bewaard. Het verschil bestaat o.a. in het ontbreken van vensters in deze ruimte.


Achter hem staan twee vrouwenfiguren, de meest linkse met een krans in haar handen, de krans voor de overwinnaar. De mogelijke eer die de held zal krijgen motiveert hem. Rechts zien we een vrouw met een tedere liefdevolle houding. De held gaat ook ten strijde omdat hij medelijden heeft met de wereld.

Nog iets meer rechts van het monster zien we twee vrouwenfiguren, vermagerd, die elkaar krampachtig vasthouden in opperste wanhoop. De eindeloze pijn van de mensheid wordt hier uitgebeeld.


Beethoven heeft een keuze gemaakt in de strofen van het gedicht van Schiller. Hij laat er veel weg, sommige laat hij terugkeren. Het eerste couplet en bovenstaand couplet met name worden de basis van het einde, hij mixt alles door elkaar, verwisselt zinnen, laat het hele koor soms gelijktijdig meerdere zinnetjes zingen, het wordt een grote orgie van feestvreugde. Een complete analyse van dit deel van Beethoven is feitelijk een verhaal apart, maar Klimt heeft er samen met de andere kunstenaars van die tijd eveneens een feest van gemaakt. Een feest van hoop en blijdschap. We zien dat feest terug in de stijl van de kunstenaars, in allerlei gebruiksvoorwerpen, schilderijen maar ook gewoon op straat, in de architectuur.

Maar het meest bijzondere was eigenlijk de kathedraal van Syracuse. Van buiten helemaal barok, van binnen een combinatie van stijlen. Je zag nog een deel van de Griekse zuilen die ooit dienden als onderdeel van een tempel, die later is omgevormd tot christelijke kerk. Dan waren er ook nog Byzantijnse elementen te vinden, zoals enkele kapellen met koepels en Byzantijnse afbeeldingen. En uiteindelijk was er heel veel barok. In die kerk is ook Sint Lucia begraven. In enkele aparte relieken-kastjes zijn een jurk en haar schoenen te zien. Ook een bot van haar linker been is apart aanwezig.
Rond de dertiende eeuw voor Christus vestigden zich diverse volkeren vanuit Spanje en later ook vanuit het vasteland van Italië op Sicilië, op de vlucht voor het geweld op de plekken waar ze vandaan kwamen. Ze gingen niet aan de kust zitten, wetend dat juist daar het gevaar vandaan kwam. Ver in het onherbergzame binnenland stichtten ze de vesting Pantalica. Uiteindelijk werd deze nederzetting verwoest door de Grieken die zich inmiddels aan de kust, met name in Syracuse hadden gevestigd.
De Etna is na de Stromboli de actiefste vulkaan van Europa en een van de actiefste van de wereld. Er komen altijd dampen vrij en geregeld zijn er uitbarstingen. Uitbarstingen zijn er geweest in vele jaren en vanaf 2006 waren er elk jaar meerdere uitbarstingen. Zware uitbarstingen van lang geleden waar herinneringen aan zijn, waren in 1381 en 1669 toen de lava de stad Catania bereikte. In 1669 zijn er ongeveer 25.000 mensen omgekomen door de uitbarsting. De grootste uitbarsting van de laatste honderd jaar was die in 2001, die 24 dagen duurde en vele gebouwen en de kabelbaan verwoestte.
Zo was er in 1693 een grote aardbeving, waardoor complete steden werden verwoest. Dit gebeurde vooral in het oosten en zuid-oosten van het eiland, dat groter is dan Nederland. De grootste stad die verwoest werd was Noto. Kerken, kathedraal, kloosters: niets stond meer overeind. De mensen besloten de stad opnieuw op te bouwen, maar nu op een andere plek. Tegen een helling aan, ongeveer tien kilometer meer naar het oosten, daar ontstond het nieuwe Noto. Met weer zijn kathedraal, zijn bisschoppelijke paleis, zijn kerken, kloosters en zijn stadhuis.
Noto staat er nog steeds. Te wachten op een volgende afstraffing door de natuur? De stad is inmiddels beroemd vanwege zijn architectuur. Toen de stad werd gebouwd besloot men een radicaal plan te volgen, denkend aan de principes van het classicisme. Alles moest symmetrisch, zoals iets eerder Versailles met zijn tuinen in dezelfde geest is aangelegd.

Dit astrolabium is pas in de elfde eeuw door